Base description which applies to whole site

7.2 Beleidsmatige lastenontwikkeling

Tabel 17 laat de beleidsmatige lastenontwikkeling (BLO) zien. De BLO geeft de jaarlijkse ontwikkeling weer van beleidswijzigingen in belastingen en wettelijke premies. Ook veranderingen in de zorgpremies en beleidswijzigingen van fiscale regelingen worden meegenomen in de BLO. De economische ontwikkeling en uitgavenmaatregelen worden hierin niet meegenomen.

Tabel 17 Beleidsmatige lastenontwikkeling

- is saldoverslechterend is lastenverlichting, in miljarden euro, standen

2022

2023

2024

2025

BLO kabinet Rutte IV

‒ 2,4

‒ 0,5

1,5

3,0

w.v. burgers

‒ 1,6

‒ 1,1

‒ 0,8

0,0

w.v. bedrijven

‒ 0,8

0,4

2,1

2,8

w.v. buitenland

0,0

0,1

0,2

0,2

BLO basispad + kabinet Rutte IV

‒ 0,4

6,6

9,6

12,7

w.v. burgers

‒ 3,0

1,8

2,8

4,7

w.v. bedrijven

2,6

4,6

6,6

7,8

w.v. buitenland

0,0

0,2

0,2

0,2

De definitie van de BLO wijkt op enkele punten af van het inkomstenkader. Zo worden wijzigingen in de zorgtoeslag wel meegenomen in het inkomstenkader, maar maken toeslagen geen onderdeel uit van de BLO.

De beleidsmatige lasten stijgen als gevolg van het kabinetsbeleid met 3 miljard euro in de periode 2022-2025 (zie tabel 17). De totale beleidsmatige lasten – zowel effect kabinetsbeleid als effect basispad – stijgen in de periode 2022-2025 met 12,7 miljard euro. Naast de maatregelen uit het coalitieakkoord en overig kabinetsbeleid wordt de beleidsmatige lastenontwikkeling in belangrijke mate bepaald door het basispad. Het BLO basispad is de stand vanaf het niveau van 2022 (mutatie ten opzichte van 2021), de start van deze kabinetsperiode. In dit basispad zit een stijging van de beleidsmatige lasten van 9,7 miljard euro. Deze stijging komt onder meer door het aflopen van fiscale coronamaatregelen, wijzigingen in de vennootschapsbelasting (vpb) en oplopende zorgpremies (nominale premies en IAB-premies) als gevolg van verwachte hogere Zvw-uitgaven.

In de Startnota van dit kabinet is de BLO van het coalitieakkoord en de totale BLO basispad gepresenteerd. Ten opzichte van de Startnota hebben een aantal ontwikkelingen invloed op de beleidsmatige lastenontwikkeling in deze Voorjaarsnota. Dit zorgt ervoor dat de lasten in de kabinetsperiode ten opzichte van de Startnota (lastenverlichting van 1,1 miljard euro in 2025) met 4,1 miljard euro toenemen in 2025:

  • Om de gevolgen van de hoge energierekening te dempen heeft het kabinet aanvullende koopkrachtmaatregelen genomen voor 2022. In dit pakket zijn onder andere de btw op energie en de accijns op brandstoffen tijdelijk verlaagd. De maatregelen verlagen de beleidsmatige lasten voor 2022. Per 1 januari 2023 worden de maatregelen teruggedraaid en valt de lastenverlichting weg.

  • De voorjaarsbesluitvorming omvat een aantal maatregelen die tot een lastenverzwaring leiden in deze kabinetsperiode. De maatregelen met grootste impact op lastenverzwaring zijn (impact in jaar 2025): Vpb verlagen schijfgrens van 395.000 euro naar 200.000 euro (circa 1,3 miljard euro), terugdraaien verhoging ouderenkorting (circa 0,6 miljard euro) en de afbouw algemene heffingskorting met verzamelinkomen (circa 0,4 miljard euro).

  • Het rechtsherstel dat gepaard gaat met het box 3 arrest, valt voornamelijk voor de kabinetsperiode, in de jaren 2017-2022. De beleidsmatige lastenontwikkeling van arresten worden namelijk teruggelegd naar de jaren waarop de uitspraak betrekking heeft. Dit werkt als volgt. In 2022 wordt voor een bedrag van circa 1 miljard euro herstel geboden. In 2023 is er geen sprake meer van herstel aangezien in dat jaar de spoedwetgeving in werking treedt. De BLO voor 2023 is om die reden positief (een lastenverzwaring) van circa 1 miljard euro. Het betreft immers de verandering ten opzichte van het voorgaande jaar. Daarnaast speelt mee dat de dekking van het rechtsherstel wel volledig binnen de kabinetsperiode valt, wat maakt dat de lastenverzwaring wel volledig meetelt voor de BLO.

De verhouding van BLO tussen burgers, bedrijven en buitenland blijft in vergelijking met de Startnota nagenoeg gelijk. In zowel de Startnota als de Voorjaarsnota stijgen de beleidsmatige lasten van bedrijven relatief sterker ten opzichte van burgers. In de Startnota hadden bedrijven te maken met een lastenverzwaring van 1,0 miljard euro en burgers een lastenverlichting van 2,3 miljard euro gedurende de kabinetsperiode. In de Voorjaarsnota hebben bedrijven te maken met lastenverzwaring van 2,8 miljard euro en burgers met gelijkblijvende lasten gedurende de kabinetsperiode. Tussen de Startnota en de Voorjaarsnota vindt geen wijziging plaats van de BLO van het buitenland, die uitkomt op een lastenverzwaring van 0,2 miljard euro gedurende de kabinetsperiode.

Licence