Base description which applies to whole site

VOORWOORD

Deze Voorjaarsnota verschijnt aan de start van deze kabinetsperiode en is daarmee ook de Startnota van het kabinet: de vertaling van de financiële afspraken uit het coalitieakkoord. De Voorjaarsnota wordt gepresenteerd tegen de achtergrond van een onrustige geopolitieke wereld. De oorlog in het Midden-Oosten kan grote economische gevolgen hebben. Hier bereiden we ons op voor door verschillende scenario’s in kaart te brengen en instrumenten klaar te zetten om economische schokken op te vangen.

Nederland staat voor grote uitdagingen. We moeten meer verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen veiligheid en welvaart. Daarnaast willen we stappen zetten op belangrijke dossiers als stikstof en woningbouw. Ook de vergrijzing vraagt om een ambitieuze aanpak zodat onze publieke voorzieningen toegankelijk en betaalbaar blijven.

Het kabinet houdt vast aan trendmatig begrotingsbeleid. Dit betekent dat er gedurende de kabinetsperiode vaste kaders voor de inkomsten en uitgaven gelden. Die kaders staan in deze Voorjaarsnota. Zo laat het kabinet zien hoeveel we per jaar gaan uitgeven en hoe we dat geld ophalen. Burgers en bedrijven weten zo waar ze aan toe zijn de komende jaren.

Trendmatig begrotingsbeleid werkt tevens als een schokdemper in turbulente economische tijden. Juist nu is dat van groot belang, nu er een oorlog is uitgebroken in het Midden-Oosten en ook Oekraïne nog steeds te maken heeft met Russische agressie. De economische vooruitzichten voor Nederland zijn hierdoor omgeven met onzekerheid. Stijgende energieprijzen werken door in onze economie. We moeten er rekening mee houden dat de situatie verder kan verslechteren, waardoor economische groei, inflatie en het reeds te hoge begrotingstekort verder onder druk komen te staan.

De impact van recente geopolitieke spanningen is nog niet meegenomen in deze Voorjaarsnota. Wel zijn de financiële afspraken uit het coalitieakkoord verwerkt en zijn aanpassingen gedaan in de rijksbegroting op basis van de laatste economische cijfers van het Centraal Planbureau. Nieuwe tegenvallers en meevallers op de lopende begroting zijn verwerkt, waaronder een grote tegenvaller in de sociale zekerheid. Het beeld vraagt om keuzes in de inkomsten en uitgaven. Dit gebeurt in samenspraak met het parlement.

Het begrotingstekort is nu te hoog, maar blijft onder de Europese grens van 3% van het bbp. Met de kaders uit de Startnota koerst het kabinet op een lager tekort van 2,1% van het bbp in 2030. De staatsschuld blijft de komende jaren onder de 50% van het bbp en daarmee ook binnen de Europese grenzen. Door de overheidsuitgaven te beheersen helpt het kabinet Nederland vooruit, zodat ook toekomstige generaties in een veilig en welvarend land kunnen wonen. Tegelijkertijd bereiden we ons gezien de onrust in de wereld voor op alle mogelijke scenario’s. De budgettaire ruimte is daarbij beperkt en zal om keuzes vragen.

De minister van Financiën,

Eelco Heinen

1 INLEIDING

In deze Voorjaarsnota is de Startnota van het kabinet Jetten geïntegreerd. De Startnota is een vertaling van de financiële afspraken uit het coalitieakkoord. Gezonde overheidsfinanciën zijn belangrijk voor macro-economische stabiliteit en zorgen voor een goed investeringsklimaat. Door prudent begrotingsbeleid is de kredietwaardigheid van Nederland hoog. Hierdoor betaalt Nederland een lage rente op leningen en ontstaat er ruimte om te investeren. Dit draagt bij aan economische groei, wat nodig is om onze voorzieningen te kunnen betalen. In het coalitieakkoord1 zijn afspraken gemaakt om de overheidsfinanciën op orde te houden en om geen rekeningen door te schuiven naar de toekomst.

De onzekerheid in de wereld is op dit moment groot. De grootste bronnen van onzekerheid zijn het conflict in het Midden-Oosten, de voortdurende Russische agressie in Oekraïne en het beleid rondom importheffingen vanuit de Verenigde Staten. De spanningen beïnvloeden de Nederlandse samenleving en economie op verschillende manieren. In economische onzekere tijden probeert het kabinet stabiliteit te bieden. De effecten van de recente ontwikkelingen zijn nog geen onderdeel van de ramingen onderliggend aan deze Voorjaarsnota.

Om de uitdagingen voor de toekomst aan te pakken, maakt dit kabinet keuzes. De komende jaren zijn grote investeringen in defensie noodzakelijk. Ook de structurele uitdagingen van de energietransitie en de kosten van de vergrijzing vragen om een ambitieuze aanpak. Dit kabinet wil daarnaast doorbraken bereiken op het gebied van zowel stikstofbeleid als de woningmarkt. Deze ambities vragen om moeilijke keuzes en hervormingen, zowel door bezuinigingen aan de uitgavenkant als lastenverhogingen, zoals afgesproken in het coalitieakkoord.

Door de overheidsfinanciën op orde te houden wil het kabinet voorkomen dat toekomstige generaties de rekening betalen. Hiervoor is het belangrijk dat er trendmatig begrotingsbeleid wordt gevoerd en dat de Europese begrotingsregels in acht worden genomen. Ondanks de voorgenomen maatregelen stijgt de schuld op de lange termijn sterker dan in de vorige raming van het Centraal Planbureau (CPB) in september 2025. Bij trendmatig begrotingsbeleid hoort voldoende afstand tot de Europese referentiewaarde voor het tekort van 3% van het bbp. Door afstand te creëren, zorgen we ervoor dat er een buffer is voor economische tegenwind en onvoorziene situaties, zeker in deze onzekere geopolitieke tijden.

Zoals vastgelegd in het coalitieakkoord voert het kabinet trendmatig begrotingsbeleid. De begrotingsregels van dit kabinet zijn onderdeel van de Startnota, opgenomen in bijlage 1. Onderdeel van trendmatig begrotingsbeleid zijn onder andere een scheiding tussen uitgaven en inkomsten en één hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar. Dit betekent dat hogere uitgaven worden gedekt door uitgaven elders op de begroting te verlagen en niet door de lasten daarvoor te verhogen. Dit betekent ook dat beleidsmatige aanpassingen aan de inkomstenkant gecompenseerd dienen te worden met inkomstenmaatregelen.

Het inkomsten- en het uitgavenkader van dit kabinet zijn vastgesteld en worden in deze Voorjaarsnota gepresenteerd. Bij het vaststellen van de kaders is rekening gehouden met de macro-economische effecten die volgen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB. Ook is de meest recente uitvoeringsinformatie verwerkt en is de begroting in een realistischer kasritme gezet.

LeeswijzerDe Voorjaarsnota is verdeeld in verschillende hoofdstukken. Hoofdstuk 2 begint met het te voeren begrotingsbeleid van dit kabinet. Hoofdstuk 3 gaat in op het huidige economische beeld in onzekere tijden. Vervolgens geeft hoofdstuk 4 de actuele ramingen voor het EMU-saldo en de EMU-schuld weer, waarbij ook de verschillen met het CPB worden toegelicht. Hoofstuk 5 presenteert het vastgestelde uitgavenkader en licht onderwerpen toe aan de uitgavenkant van de begroting, zoals de regioparagraaf. Verder gaat hoofdstuk 6 in op de inkomsten en wordt het vastgestelde inkomstenkader getoond. Tot slot bevat de Voorjaarsnota tien bijlagen, waaronder de begrotingsregels van het kabinet.

2 BEGROTINGSBELEID

Nederland voert sinds 1994 trendmatig begrotingsbeleid, omdat dit bijdraagt aan stabiliteit voor de samenleving en beheersing van de overheidsfinanciën. Om deze doelen te ondersteunen, wordt in de Voorjaarsnota een meerjarig beeld over zowel de uitgaven als de hoofdlijnen van de inkomsten gegeven. Ook dit kabinet voert, conform de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof), trendmatig begrotingsbeleid. Het trendmatig begrotingsbeleid is gestoeld op drie principes: 1) efficiënte allocatie van publieke middelen, 2) beheersing van de overheidsfinanciën en 3) stabilisatie van de economie. Efficiënte allocatie van publieke middelen betekent dat het begrotingsbeleid bijdraagt aan scherpe keuzes, zodat elke euro zo doelmatig mogelijk wordt uitgegeven. Hierbij is het belangrijk om verschillende beleidsmaatregelen zorgvuldig tegen elkaar af te wegen op één hoofdbesluitvormingsmoment. Het kabinet beslist jaarlijks in het voorjaar op één moment integraal over (de aanpassingen van) de begroting en over de hoofdlijnen van de inkomsten. In augustus wordt op basis van de meest actuele cijfers definitief besloten over de inkomsten en het koopkrachtbeeld. Omdat gezonde overheidsfinanciën een randvoorwaarde zijn voor beleid, worden beleidskeuzes van dekking voorzien. Hiervoor dienen het uitgaven- en het inkomstenkader.

Voor trendmatig begrotingsbeleid is ruimte tot de Europese referentiewaarden volgend uit het Stabiliteits- en Groeipact nodig. Hieronder vallen de referentiewaarden voor het begrotingstekort (3% bbp) en de overheidsschuld (60% bbp). Het EMU-saldo staat de komende jaren onder druk door intensiveringen in defensie en uitgaven aan zorg en sociale zekerheid als gevolg van de vergrijzing. Overschrijding van de referentiewaarde voor het tekort van 3% van het bbp kan betekenen dat maatregelen nodig zijn, die ingaan tegen de principes van het trendmatig begrotingsbeleid. Daarom houdt het kabinet zich aan de Europese begrotingsafspraken, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord. Juist in deze onzekere tijden is dit belangrijk, zodat de begroting een schok kan opvangen bij een crisis, waarmee burgers en bedrijven worden ontzien. Bij economische tegenwind kan zo worden vastgehouden aan het vastgestelde inkomsten- en uitgavenkader.

In het uitgavenkader zijn de afspraken over het maximale uitgavenniveau gedurende de kabinetsperiode vastgelegd. De conjunctuurgevoelige uitgaven worden buiten het uitgavenkader geplaatst, voor de automatische stabilisatie van de begroting. Dit betreft ontwikkelingen bij de Werkloosheidswet (WW) en de Bijstandswet. Daarnaast worden de rente-uitgaven buiten het kader geplaatst. De hoogte van het uitgavenkader wordt gedurende de kabinetsperiode aangepast aan de onafhankelijke indices voor loon- en prijsontwikkelingen van het CPB.

De inkomstenmaatregelen uit het coalitieakkoord zijn vastgelegd in het inkomstenkader. Voor de inkomstenkant van de begroting geldt het principe van automatische stabilisatie: inkomstenmeevallers komen ten gunste van het overheidssaldo, inkomstentegenvallers belasten het overheidssaldo. Hierdoor worden economische schokken voor burgers en bedrijven gedempt. De belastinginkomsten bewegen dus mee met de conjunctuur. Het zorgt bovendien voor stabiel beleid. Beleidsaanpassingen in de lasten (tariefswijzigingen of grondslagwijzigingen) dienen wel gecompenseerd te worden met andere inkomstenmaatregelen.

Onder de Europese begrotingsregels is het kabinet voornemens een nieuw budgettair-structureel plan voor de middellange termijn (fiscal structural plan, FSP) bij de Europese Commissie in te dienen. Het in 2025 door de Raad van de Europese Unie (de Raad) aan Nederland aanbevolen uitgavenpad loopt tot 2028. Bij aantreden heeft een nieuw kabinet de mogelijkheid om een nieuw FSP in te dienen. Het huidige kabinet is voornemens dit voorjaar van deze mogelijkheid gebruik te maken. Met het indienen van het FSP zal ook een nieuw (netto) uitgavenpad voor Nederland vastgesteld worden. Naast dit uitgavenpad bevat het FSP ook een beschrijving van de hervormingen en investeringen die het kabinet zich heeft voorgenomen in het kader van de landspecifieke aanbevelingen en gemeenschappelijke prioriteiten van de Europese Unie. Het FSP zal voor indiening bij de Europese Commissie dit voorjaar naar het parlement worden verzonden.

Tot slot worden de begrotingsregels gevolgd zoals voorgesteld door de 18e Studiegroep Begrotingsruimte en vastgelegd in de Wet houdbare overheidsfinanciën. Aanvullend geldt de meevallerformule: indien in het financiënbeeld per saldo meevallers structureel van aard zijn en het EMU-saldo meerjarig beter is dan de ‒ 2,0% van het bbp, kunnen deze per saldo meevallers voor 1/3e ingezet worden voor lastenverlichting, 1/3e voor investeringen die het verdienvermogen van Nederland verder versterken en voor 1/3e voor aflossing van de staatsschuld, zolang eveneens de Europese referentiewaarde voor de staatsschuld niet wordt overschreden. Daarnaast is Bewaken en Beveiligen op de J&V-begroting in lijn met het voorgaand kabinetsbeleid als generaal dossier opgenomen in de begrotingsregels. Bijlage 1 bevat de begrotingsregels voor deze kabinetsperiode.

3 ECONOMISCH BEELD

De economische vooruitzichten zijn onzeker door geopolitieke spanningen en handelsconflicten. Economische schokken die samenhangen met geopolitieke spanningen en conflicten blijven het voornaamste risico voor de financiële stabiliteit en economische vooruitzichten. De belangrijkste bronnen van onzekerheid zijn de voortdurende Russische agressie in Oekraïne, het huidige conflict in het Midden-Oosten en het beleid rondom importheffingen vanuit de Verenigde Staten. Nederland is via directe handel en via internationale waardeketens blootgesteld aan het Amerikaanse handelsbeleid. Daarnaast is er veel volatiliteit op financiële markten. Tot slot vormen ook cyber- of hybride incidenten gericht op kritieke (digitale) infrastructuur of het financiële systeem een risico voor de Nederlandse economie. Eventuele nieuwe geopolitieke schokken vormen richting de komende jaren een risico via de open economie die Nederland heeft. De Nederlandse economie heeft zich het afgelopen jaar robuust getoond. Dit is mede te danken aan het aanhouden van kapitaalbuffers bij financiële instellingen en een lage overheidsschuld. Daarnaast draagt de sterke verwevenheid met de interne Europese markt juist bij aan stabiliteit. Dankzij deze goede uitgangspunten is de verwachting dan ook dat de groei de komende jaren aanhoudt.

De huidige ontwikkelingen in het Midden-Oosten zorgen ervoor dat de inflatie- en groeicijfers omgeven zijn door grote onzekerheid. Het niet begaanbaar zijn van de straat van Hormuz voor scheepvaart heeft geleid tot een stijging in de prijzen van olie en gas. Daarnaast is infrastructuur voor de productie van olie en LNG in de Golfregio bewust en onbewust doelwit tijdens het conflict. Volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) zorgt dit voor de grootste ontwrichting in productie in de geschiedenis van de oliemarkt. Vooralsnog zijn deze prijsschommelingen en de economische doorwerking ervan beperkter dan bij de energiecrisis in 2022, maar de onzekerheid hierover is fors toegenomen. Wanneer de gemiddelde marktverwachtingen van tussen 2 en 9 maart materialiseren, komt de inflatie in 2026 0,6%-punt hoger uit en 0,1%-punt in 2027. De impact op macro-variabelen als economische groei en inflatie hangt volledig af van de verdere ontwikkeling en duur van het conflict.

Naar verwachting zet de economische groei door met 1,4% groei in 2026 en 1,1% in 2027. Na een relatief sterke economische groei in 2025 (1,9%) zal de Nederlandse economie de komende jaren naar verwachting gematigd verder groeien. De economische groei in 2026 wordt breed gedragen door consumptie, uitvoer en investeringen. Het CPB verwacht in het Centraal-Economisch Plan (CEP) dat de consumptie van huishoudens in 2026 een belangrijke drijfveer zal zijn van de economische groei. In 2026 is de mediane koopkrachtontwikkeling 1,4%. In 2027 blijft de koopkracht hetzelfde, onder andere door de invoering van de vrijheidsbijdrage. Het kabinet investeert flink in de Nederlandse veiligheid en vraagt daarvoor een bijdrage van iedereen. Tijdens de augustusbesluitvorming zal het kabinet het definitieve koopkrachtbeeld van 2027 wegen. De economische groei voor 2026 is net als in de Miljoenennota geraamd op 1,4% op basis van het CEP. De consumptie en investeringen vallen lager uit, terwijl het handelssaldo positiever uitvalt.

In de periode 2027-2030 komt de geraamde bbp-groei uit op een gemiddelde van 1,2% per jaar. In de afgelopen 25 jaar lag de economische groei rond of boven de 1,5% per jaar. De lagere groei komt doordat de groei van het arbeidsaanbod de komende jaren naar verwachting stagneert wegens vergrijzing en dalende geboortecijfers. Ook de groei van de productiviteit is lager dan voorheen, terwijl dit van groot belang is voor het toekomstige verdienvermogen. De geraamde inflatie blijft stabiel met een gemiddelde van 2,3% per jaar. Dit neemt dus geleidelijk verder af richting de ECB-doelstelling van 2,0%. De lonen stijgen naar verwachting harder dan de inflatie. Na jaren van arbeidsmarktkrapte neemt de werkloosheid op de middellange termijn weer licht toe.

Figuur 1 Ontwikkelingen van kernindicatoren op de middellange termijn

Bron: Centraal Economisch Plan (CEP) CPB

Een aantal schaarstes belemmeren economische groei. De stagnerende productiviteitsgroei is een aandachtspunt, zeker als het arbeidsaanbod niet meer toeneemt. Productiviteitsgroei hangt samen met het aanpassingsvermogen van de economie. In een wendbare economie vervangen innovatieve bedrijven de oude. Dat vermogen wordt op dit moment in Nederland beperkt door schaarstes in de economie, zoals het stikstofprobleem, netcongestie en arbeidsmarktkrapte. Deze kraptes maken het voor bedrijven namelijk lastiger om uit te breiden of op te starten.

Daarnaast is de bedrijvendynamiek in Nederland laag. De faillissementen in Nederland zijn blijvend laag en dit past binnen het beeld van een afgenomen bedrijvendynamiek. Een afnemende bedrijvendynamiek is een signaal dat concurrentie verzwakt. In het rapport Staat van de Markt2 van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) wordt getoond hoe niet alleen de uittredingspercentages, maar ook de oprichtingspercentages afnemen. In een concurrerende markt verliezen minder efficiënte bedrijven marktaandeel aan efficiëntere bedrijven en vervangen nieuwe bedrijven bestaande bedrijven: het proces van ‘creatieve destructie’. In Nederland is daarnaast sprake van een hoge mate van marktconcentratie: de concentratie van bedrijven in bepaalde sectoren is hoog. De grootste bedrijven in deze sectoren weten bovendien vaak hun posities het beste te handhaven.

4 OVERHEIDSSALDO EN SCHULD

4.1 Ontwikkeling overheidssaldo en schuld

In de kabinetsperiode blijft het geraamde EMU-tekort tussen 2,9% bbp en 2,1% van het bbp. Dit jaar zal de schuld naar verwachting uitkomen op 46,6% bbp en aan het einde van de meerjarenperiode 50,1% van het bbp bedragen. Daarmee blijft Nederland voldoen aan de Europese referentiewaarden van 3% van het bbp voor het tekort en 60% van het bbp voor de EMU-schuld.

De totale overheidsfinanciën bestaan uit verschillende onderdelen. Dit is te zien in tabel 1. De inkomsten worden opgeteld bij de netto-uitgaven binnen het uitgavenkader, de overige netto-uitgaven en de correcties voor het EMU-saldo. Deze opsomming leidt tot het saldo van de centrale overheid. Hier wordt het EMU-saldo decentrale overheden bij opgeteld om tot het totale EMU-saldo voor de collectieve sector te komen.

Tabel 1 Ontwikkeling overheidsfinanciën (in miljarden euro, tenzij anders aangegeven)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

456,4

480,7

504,7

525,3

545,9

564,5

       

Netto-uitgaven binnen het uitgavenkader

453,3

488,3

510,3

528,6

545,6

564,0

Overige netto-uitgaven en correcties voor het EMU-saldo

32,8

28,4

26,6

26,6

28,6

30,4

Totale netto-uitgaven en correcties voor het EMU-saldo

486,1

516,7

536,9

555,3

574,1

594,4

       

EMU-saldo centrale overheid

‒ 29,7

‒ 36,0

‒ 32,2

‒ 29,9

‒ 28,2

‒ 29,9

EMU-saldo decentrale overheden

‒ 1,0

‒ 1,0

‒ 1,1

‒ 1,1

‒ 1,2

‒ 1,2

       

EMU-saldo collectieve sector

‒ 30,7

‒ 37,1

‒ 33,3

‒ 31,1

‒ 29,4

‒ 31,1

EMU-saldo collectieve sector (in procenten bbp)

‒ 2,5%

‒ 2,9%

‒ 2,5%

‒ 2,3%

‒ 2,1%

‒ 2,1%

       

EMU-schuld collectieve sector

573,4

612,4

644,1

675,8

707,1

739,8

EMU-schuld collectieve sector (in procenten bbp)

46,6%

48,0%

48,4%

49,0%

49,4%

50,1%

       

Bruto binnenlands product (bbp)

1.232

1.276

1.330

1.380

1.431

1.478

Bron: ministerie van Financiën

Het kabinet zet stappen om de aanbevelingen van de Expertgroep Realistisch Ramen uit te voeren. De aanbeveling om een vereenvoudigd model als naïeve toets van de inkomstenraming te gebruiken is uitgevoerd. Daarnaast is het kabinet aan de slag gegaan met de twee andere aanbevelingen aan de inkomstenkant: het verbeteren van de raming van de vpb en het uitvoeren van aanvullende analyses bij de periodieke herijking van de schattingsvergelijkingen. De resultaten van de herijking zullen in een document separaat van de begrotingsstukken aan het parlement worden gepresenteerd. Over de voortgang op de raming van de vpb wordt bij de Miljoenennota 2027 nader gerapporteerd. Voor de aanbeveling om periodiek een overzicht van de kasontvangsten en kasuitgaven van het Rijk te publiceren, publiceert het kabinet sinds medio oktober 2025 inkomsten- en uitgavenrealisaties op www.rijksfinanciën.nl. De realisatiecijfers worden daarbij iedere maand geactualiseerd, zodat gebruikers altijd over de meest recente informatie beschikken. Tot slot wordt er gewerkt aan de verbetering van de ramingsmethodiek saldo decentrale overheden. Een nieuw integraal ramingsmodel voor de verschillende substromen binnen het saldo decentrale overheden is nog in ontwikkeling. Het doel is de volledige nieuwe methodiek, waar mogelijk, bij de volgende raming in te zetten.

Het kabinet werkt conform het advies van de 18e Studiegroep Begrotingsruimte aan het verlengen van de begrotingshorizon naar 8 jaar. Het verlengen van de begrotingshorizon laat de lange termijn in het begrotingsbeleid beter zien. Dit wordt nader uitgewerkt en invoering is beoogd bij de begroting in 2028.

Tabel 2 Verticale toelichting EMU-saldo (in % bbp, - is tekort)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

EMU-saldo Miljoenennota 2026

‒ 2,9%

‒ 2,4%

‒ 2,1%

‒ 2,0%

‒ 2,1%

 

Coalitieakkoord inkomsten

‒ 0,1%

0,1%

0,4%

0,4%

0,4%

 

Coalitieakkoord uitgaven

‒ 0,1%

‒ 0,6%

‒ 0,6%

‒ 0,6%

‒ 0,4%

 

Overige bijstellingen belasting- en premieinkomsten

0,5%

0,3%

0,4%

0,4%

0,4%

 

Overige bijstellingen uitgaven onder het kader

0,2%

0,0%

‒ 0,1%

‒ 0,3%

‒ 0,2%

 

Overige mutaties

‒ 0,2%

‒ 0,4%

‒ 0,4%

‒ 0,2%

‒ 0,1%

 

EMU-saldo Voorjaarsnota 2026

‒ 2,5%

‒ 2,9%

‒ 2,5%

‒ 2,3%

‒ 2,1%

‒ 2,1%

Bron: ministerie van Financiën

Ten opzichte van de Miljoenennota verbetert het saldo in 2026 en in 2027 tot 2030 is sprake van een beperkte verslechtering. De inkomsten- en uitgavenmaatregelen uit het coalitieakkoord vallen over het geheel genomen tegen elkaar weg in de getoonde jaren. Wel bevat 2027 een tegenvaller in het saldo, doordat de budgettaire verwerking van het jaar uitstel van de ETS2 bij het coalitieakkoord verwerkt is.

Naast het coalitieakkoord zijn er een aantal overige bijstellingen die effect hebben op het saldo. De inkomsten komen hoger uit door hogere ontvangsten in 2025 en gunstige indicatoren voor 2026 (voor onder andere vennootschapsbelasting en inkomensheffing). Deze mutatie werkt ook door op de middellange termijn. De overige uitgaven onder het kader dalen in 2026 en 2027, terwijl de uitgaven in de jaren daarna juist stijgen. Dit is voornamelijk het gevolg van kasschuiven naar latere jaren en een hogere geraamde loon- en prijsstijging op middellange termijn. De post overige mutaties bevat de uitgaven buiten het kader en technische bijstellingen zoals kas-transverschillen. De uitgaven buiten het kader zorgen voor een saldoverslechtering door onder andere hogere rentelasten op de staatschuld en hogere EU-invoerheffingen. De EU-invoerheffingen komen als belastingontvangsten op de begroting binnen en worden vervolgens weer afgedragen aan de EU. Daarnaast zijn er vooral in 2027 en 2028 enkele saldoverslechterende kas-transverschillen, met name vanwege een gewijzigde ETS-raming, een vooruitbetaling op de vergoeding aan vervoersbedrijven voor het studentenreisproduct en het aangaan van een Design, Build, Finance and Maintain-contract door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Tabel 3 Verticale toelichting EMU-schuld (in % bbp, + is hogere schuld)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

EMU-schuld Miljoenennota 2026

47,8%

48,0%

48,7%

49,1%

49,5%

 

Noemereffect door bbp-ontwikkeling

0,1%

0,3%

0,1%

0,1%

0,2%

 

Doorwerking schuld t-1

‒ 0,8%

‒ 1,3%

‒ 0,3%

‒ 0,4%

‒ 0,2%

 

Mutatie EMU-saldo

‒ 0,4%

0,4%

0,4%

0,2%

‒ 0,1%

 

Financiële transacties en overige mutaties

‒ 0,2%

0,5%

‒ 0,5%

‒ 0,1%

0,0%

 

EMU-schuld Voorjaarsnota 2026

46,6%

48,0%

48,4%

49,0%

49,4%

50,1%

Bron: ministerie van Financiën

De overheidsschuld daalt in alle jaren licht ten opzichte van de stand bij de Miljoenennota 2026. De schuld 2025 is lager uitgekomen dan in de Miljoenennota geraamd werd. Dit verschil werkt ook door op de schuld in latere jaren. Daarnaast werken de mutaties in het EMU-saldo door op de schuld. Ook zijn er een aantal grote mutaties die niet relevant zijn voor het EMU-saldo maar wel doorwerken op de schuld. Dit zijn de geraamde verkoopopbrengsten van Tennet Duitsland, een reservering voor een kapitaalstorting in de Nationale Investeringsinstelling en een lening aan EBN in 2027 in verband met de vulling van gasopslagen. Deze wordt in 2028 weer terugbetaald door EBN.

4.2 Verschillen saldoraming Financiën en CPB

Het EMU-saldo in de Voorjaarsnota wijkt af van de raming van het CPB. Het grootste onderliggende verschil tussen de raming van Financiën en het CPB is de extra onderuitputting die het CPB veronderstelt ten opzichte van de begroting. De Financiën-raming van de uitgaven is een optelsom van de begrotingen. Het CPB verwacht dat een deel van de budgetten in de begrotingen niet in het geplande jaar tot besteding zullen komen. Vanaf 2028 raamt het ministerie van Financiën wel hogere inkomsten dan het CPB. Financiën en CPB kennen beide een eigen inkomstenraming. Onderliggend wordt het verschil onder andere verklaard door een andere ontwikkeling van de vennootschapsbelasting. Daarnaast ontstaan er verschillen door timing. Zo waren de kasschuiven en een gedeelte van de uitvoeringsinformatie uit de Voorjaarsnota nog niet bekend ten tijde van het opstellen van de CEP-raming. De beleidsmatige verschillen die het CPB veronderstelt ten opzichte van de begroting zijn toegelicht in het verantwoordingsdocument bij de CEP-raming.3

5 UITGAVEN

5.1 Uitgavenkader

In deze Voorjaarsnota wordt het uitgavenkader gepresenteerd, hiermee ligt vast hoeveel er maximaal mag worden uitgegeven gedurende de kabinetsperiode. De uitgavenmaatregelen uit het coalitieakkoord zijn in het uitgavenkader verwerkt. Het uitgavenkader is aangepast voor de uitgaven gerelateerd aan de oorlog in Oekraïne, die conform de begrotingsregels binnen het kader gebracht worden. Tabel 4 presenteert het uitgavenkader.

De feitelijke ontwikkeling van de uitgaven wordt de komende jaren getoetst aan de hand van dit uitgavenkader. Het uitgavenkader is in nominale termen opgesteld en wordt elk jaar geïndexeerd met de loon- en prijsontwikkeling. Op die manier zijn afspraken over de voorzieningen die de overheid aanbiedt onafhankelijk van de prijsontwikkeling van de uitgaven die hiermee samenhangen. Conform de begrotingsregels onder trendmatig begrotingsbeleid worden conjunctuurgevoelige uitgaven buiten het uitgavenkader geplaatst. Dit betreft ontwikkelingen in de Werkloosheidswet (WW) en de bijstand. Daarnaast worden de rente-uitgaven buiten het kader geplaatst.

Tabel 4 Uitgavenkader bij Startnota

In miljarden euro (+ is saldobelastend)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Kaderrelevante uitgaven bij Miljoenennota 2026

449,0

481,3

497,6

515,5

535,8

 
       

Maatregelen en overige effecten coalitieakkoord (CA)

0,7

3,2

9,9

9,2

6,3

11,4

w.v. 1. Defensie, geopolitiek en Oekraïne

 

2,5

7,4

9,7

10,2

12,1

w.v. 2. Wonen en infrastructuur

  

0,8

1,9

1,1

2,2

w.v. 3. Landbouw, natuur en stikstofaanpak

0,2

0,5

1,0

0,3

0,2

2,2

w.v. 4. Energie en klimaat

0,2

0,3

0,4

0,6

0,6

1,6

w.v. 5. Economie en innovatie

 

0,1

0,0

0,1

0,1

0,1

w.v. 6. Onderwijs en media

 

1,1

1,3

1,4

1,5

1,5

w.v. 7. Nationale veiligheid en rechtsstaat

 

0,4

0,6

0,7

0,8

0,8

w.v. 8. Versterken samenleving

 

0,1

0,1

0,1

0,1

0,0

w.v. 9. Zorg

 

‒ 3,5

‒ 4,6

‒ 6,7

‒ 7,4

‒ 7,8

w.v. 10. Sociale zekerheid

0,0

0,5

0,7

‒ 0,6

‒ 1,1

‒ 1,6

w.v. 11. Rijksoverheid

 

‒ 0,3

‒ 0,4

‒ 0,9

‒ 1,6

‒ 1,6

w.v. 12. Fiscale regelingen

  

0,1

0,1

0,1

0,1

w.v. 13. Ramingsbijstellingen

0,4

1,7

2,7

2,7

1,9

1,9

       

Technische mutaties CA

6,3

4,2

1,6

0,2

0,1

0,0

Oekraïne budgetten binnen het kader plaatsen

6,3

4,2

1,6

0,2

0,1

0,0

       

Uitvoeringsinformatie en CEP

‒ 2,6

‒ 0,5

1,1

3,8

3,4

4,4

Uitvoeringsinformatie SZW

0,2

0,6

0,8

1,0

1,1

1,2

w.v. uitvoeringsinformatie WIA

0,3

0,4

0,6

0,7

0,9

1,1

w.v. beheersmaatregelen SZW

0,0

0,0

0,0

‒ 0,1

‒ 0,2

‒ 0,3

w.v. overige uitvoeringsinformatie (o.a. ZW)

‒ 0,1

0,2

0,2

0,4

0,4

0,4

Besparingsverlies tegemoetkoming arbeidsongeschikten

0,0

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Uitvoeringsinformatie VWS

‒ 1,2

‒ 0,8

‒ 0,8

‒ 0,8

‒ 0,8

‒ 0,8

w.v. uitvoeringsinformatie Zvw

‒ 0,6

‒ 0,6

‒ 0,6

‒ 0,6

‒ 0,6

‒ 0,6

w.v. uitvoeringsinformatie Wlz

‒ 0,6

‒ 0,3

‒ 0,3

‒ 0,3

‒ 0,3

‒ 0,3

Besparingsverlies vervanging abonnementstarief Wmo 2015

0,0

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

EU-afdrachten

‒ 0,2

0,1

0,0

0,2

0,3

0,4

Bijstelling afpakken

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

Meerjaren Productie Prognose (asiel)

0,5

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

Oekraïne Binnenlandse Opvang

‒ 0,3

‒ 0,2

0,8

1,5

0,2

0,0

Groningen (schade en versterken)

0,2

0,3

0,0

0,1

0,1

0,0

Nominale ontwikkeling en macromutaties

‒ 0,5

‒ 0,8

0,6

1,1

1,2

0,6

Aanvullende onderuitputting

1,5

0,0

‒ 0,8

‒ 0,7

0,0

0,0

Invulling taakstellende kasschuif CA

0,0

1,0

‒ 0,5

‒ 0,5

0,0

0,0

Kasschuiven

‒ 2,7

‒ 2,2

0,4

1,3

0,5

2,4

Overig

‒ 0,4

0,0

‒ 0,2

‒ 0,3

‒ 0,1

‒ 0,2

Uitgavenkader bij Voorjaarsnota 2026

453,3

488,3

510,3

528,6

545,6

564,0*

* Inclusief extrapolatie

      

Bron: ministerie van Financiën

Maatregelen coalitieakkoord en overige budgettaire ontwikkelingen coalitieakkoordDe reeksen uit het coalitieakkoord worden per begroting verder toegelicht in de verticale toelichting.

Technische mutaties coalitieakkoordBij de start van het huidige kabinet zijn de uitgaven aan Oekraïne binnen het uitgavenkader geplaatst.

Uitvoeringsinformatie en CEP

Uitvoeringsinformatie WIADe uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met 285 miljoen euro in 2026 en 1065 miljoen euro in 2031. Dit betreft een samengesteld effect van een meevaller op de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en een grotere tegenvaller op de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA). Het grootste deel van de stijgende WIA-uitgaven wordt veroorzaakt door de stijging van het aantal aanvragen, vooral door een toename van het aantal mensen met psychische aandoeningen op basis van recente realisaties. Naast de stijgende instroom leiden langere wachttijden voor WIA-beoordelingen tot hogere uitgaven. Een deel van de bijstelling van het budget wordt voor de jaren vanaf 2029 gereserveerd op de Aanvullende Post (152 miljoen euro in 2029, oplopend naar 506 miljoen euro in 2031).

Beheersmaatregelen SZWVoor de jaren vanaf 2029 zal nader worden gewogen hoe invulling wordt gegeven aan de beheersing van de begroting van SZW.

Overige uitvoeringsinformatie (onder andere ZW)

Naar aanleiding van de meest recente raming van het CPB en de meest recente uitvoeringsinformatie van de verschillende uitvoeringsorganisaties, zijn de regelingen op de SZW-begroting bijgesteld. Hieruit volgt een per saldo tegenvaller. Deze tegenvaller wordt voornamelijk veroorzaakt door tegenvallers op de Ziektewet (ZW), uitvoeringskosten UWV en verlofregelingen.

Besparingsverlies tegemoetkoming arbeidsongeschikten

De maatregel om de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten af te schaffen is niet mogelijk per 2027. Daarom wordt het afschaffen van deze tegemoetkoming met een jaar uitgesteld. Dit leidt tot incidenteel hogere uitkeringslasten in 2027.

Uitvoeringsinformatie ZvwDe geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van de meest recente informatie van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Deze bijstellingen resulteren in een totale meevaller van 599 miljoen euro in 2026 en een structurele meevaller van 582 miljoen euro ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026.

Uitvoeringsinformatie WlzDe geraamde uitgaven binnen het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz) zijn geactualiseerd op basis van de februaribrief van de NZa. Ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026 resulteren deze bijstellingen in een totale meevaller van 602 miljoen euro in 2026 en een structurele meevaller van 250 miljoen euro vanaf 2027.

Besparingsverlies vervanging abonnementstarief Wmo 2015De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 (ivb) schuift door van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Hierdoor treedt incidenteel een besparingsverlies op in 2027.

EU-afdrachten

Bij de afdrachten doet zich een aantal verschillende ontwikkelingen voor. De grootste betreffen i) het bijstellen van de Nederlandse afdrachtenraming voor 2026 gebaseerd op het betalingenniveau van de Europese jaarbegroting 2026 met een marge van 7 miljard euro, ii) de verwerking van de economische groeicijfers van de Commissie en iii) het verschuiven van de middelen voor de Oekraïnefaciliteit, die in 2025 niet volledig benut zijn, naar 2027.

Bijstelling afpakkenDe laatste jaren was er sprake van tegenvallende opbrengsten bij het afpakken van crimineel vermogen door het ontbreken van grote schikkingen. Daarom wordt de afpakraming structureel 284 miljoen euro naar beneden bijgesteld.

Meerjaren productie prognose (asiel)Uit de Meerjaren Productie Prognose (MPP) volgt een hogere asielinstroom en bezetting dan gefinancierd kan worden uit de coalitieakkoordmiddelen. Aanvullend is de meest recente MPP verwerkt voor 2026 en 2027 en is de begrotingsstand 2027 die hieruit volgt als uitgangspunt genomen voor 2028 en verder.

Oekraïne Binnenlandse opvangDe budgetten voor de opvang onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) worden voor de jaren 2026 t/m 4 maart 2028 naar beneden bijgesteld op basis van het verwachte aantal ontheemden en de hiervoor benodigde (gemeentelijke) opvangplekken. Daarnaast wordt in afwachting van besluitvorming over het langetermijnbeleid budget voor voornamelijk opvang gereserveerd.

Groningen (Schade en versterken)Voor Groningen worden jaarlijks bij de Voorjaarsnota zowel de uitgaven en ontvangsten van de schade- en versterkingsraming geactualiseerd. De bijstelling voor de uitgaven wordt onder meer veroorzaakt door niet-gerealiseerde uitgaven in 2025 die doorschuiven naar latere jaren en door prijsstijgingen voor schade en versterken. Naast de reguliere ramingsbijstellingen vinden een aantal overige bijstellingen plaats op het Groningendossier. Hieronder valt het ophogen van het knelpuntenbudget en inpassingskosten die gemeenten maken bij de zware versterking.

Nominale ontwikkeling en macromutatiesDe ramingen worden voor de komende jaren structureel opwaarts bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2026 voor ontwikkeling van lonen en prijzen. Deze bijstellingen volgen uit het Centraal Economisch Plan 2026 (CEP). Het gaat onder andere om bijstellingen bij de ODA BNI-koppeling, Defensie bbp-systematiek, accres gemeente- en provinciefonds en BCF.

Aanvullende onderuitputtingIn de Voorjaarsnota 2025 is voor de jaren 2026 t/m 2028 aanvullende onderuitputting ingeboekt. Het gaat om 1,5 miljard euro in 2026 en 2027 en 0,7 miljard euro in 2028. De aanvullende onderuitputting in 2026 wordt nu afgeboekt en dit wordt in 2028 en 2029 opgeboekt. Bij de VJN 2027 wordt bezien of deze aanvullende onderuitputting nog realistisch is. Indien dit niet het geval is, wordt bezien of (een deel van) de prijsbijstelling tranche 2027 wordt ingezet ter dekking of dat naar alternatieve dekking wordt gekeken.

Invulling taakstellende kasschuif coalitieakkoordIn het coalitieakkoord is een taakstellend kasschuif van 1 miljard euro uit 2027 naar latere jaren afgesproken. Met de kasschuiven die bij de Voorjaarsnota 2026 zijn verwerkt, is deze taakstellende kasschuif ingevuld.

KasschuivenPer saldo wordt 2,7 miljard euro uit 2026 en 2,2 miljard euro uit 2027 naar latere jaren geschoven. De kasschuiven per departement worden nader toegelicht in de Verticale Toelichting.

OverigDe post overig bevat een aantal overige uitgaven waaronder uitvoeringsinformatie OCW en conversie Via15.

5.1.1 Consumptieve versus investeringsuitgaven

De ontwikkeling van de consumptieve uitgaven ten opzichte van investeringen behoeft aandacht, zeker met het oog op de vergrijzing. De consumptieve uitgaven aan zorg (Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (Wlz)) en AOW zullen bij ongewijzigd beleid in de toekomst stijgen door de vergrijzing. Zolang deze autonome groei van de consumptieve uitgaven niet wordt beperkt, dreigt dit ten koste te gaan van de ruimte voor investeringsuitgaven. Het kabinet heeft in het coalitieakkoord stappen gezet de groei van deze uitgaven te beperken en zal in de budgettaire nota's aandacht besteden aan de ontwikkeling van consumptieve uitgaven en investeringen.

De publieke investeringen lagen in 2024 volgens de statistische definitie met 3,3% bbp onder het langjarig (1995-2024) gemiddelde van 3,8% bbp. In de periode 2009 tot 2024 laten de publieke investeringen een dalende trend zien (figuur 2). Een deel van de dalende trend wordt verklaard door de onderuitputting op de Rijksbegroting de afgelopen jaren, die veelal bij investeringsmiddelen neersloeg. In de toekomst bewegen de publieke investeringen tot boven het langjarig gemiddelde: het CPB raamt dat de publieke investeringen zullen toenemen tot 4,1% in 2031.

Figuur 2 Ontwikkeling publieke investeringen en overheidsconsumptie

Bron: CPB

Publieke investeringen als percentage van het bbp lagen in 2024 op een vergelijkbaar niveau met andere West-Europese landen en het eurogebied.4 Hetzelfde geldt voor de publieke investeringen als percentage van totale overheidsuitgaven.5 Volgens de raming van de Europese Commissie blijven de publieke investeringen ook komende jaren op een vergelijkbaar niveau met andere West-Europese landen.

4

Eurostat (2025), Investment share of GDP by institutional sectors

5

Eurostat (2025), General government expenditure by function (COFOG)

5.1.2 Herstel- en Veerkrachtplan

Door middel van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) maakt Nederland aanspraak op 5,4 miljard euro aan middelen uit de Europese Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF). Het HVP is een rijksbreed programma met hervormingen en investeringen. De HVF is zo opgebouwd dat uitbetaling conditioneel is aan het behalen van hervormingen en investeringen. De middelen worden in vijf tranches uitgekeerd als de vastgelegde mijlpalen en doelstellingen zijn behaald.

Inmiddels zijn de eerste drie (van in totaal vijf) betaalverzoeken goedgekeurd en uitbetaald met in totaal een waarde van 3 miljard euro. Om ook de volgende betaalverzoeken (ter waarde van in totaal ruim 2,3 miljard euro) in te kunnen dienen is het van belang dat alle investeringen en hervormingen tijdig kunnen worden behaald. Daarbij is onder andere een spoedige implementatie van een aantal wetgevingstrajecten van belang. Het gaat hier om de mijlpalen die betrekking hebben op de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting, de Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) en de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR). Bij laatstgenoemde is het kabinet met de Europese Commissie in gesprek om de mijlpaal onder meer te vervangen door de Wet Rechtsvermoeden die op 6 maart met de Tweede Kamer is gedeeld.6 Voor een spoedige implementatie van het HVP is een tijdige parlementaire behandeling van deze wetgevingstrajecten van belang. Met het oog op de eindigheid van de HVF moeten alle mijlpalen en doelstellingen uiterlijk 31 augustus 2026 zijn behaald.

Als mijlpalen en doelstellingen niet worden gehaald of behaalde mijlpalen en doelstellingen worden teruggedraaid, leidt dit tot een korting op de te ontvangen HVF-middelen. De Europese Commissie heeft de methodologie voor het berekenen van de hoogte van de korting opgesteld. Deze is in lijn met de rol die lidstaten hebben voorzien voor de Europese Commissie om toe te zien op de naleving van de plannen. De methodologie sluit ook aan bij de Nederlandse inzet om een prikkel voor hervormingen mee te geven aan lidstaten. Het financiële risico voor Nederland bij het Herstel- en Veerkrachtplan bedraagt maximaal 653 miljoen euro per niet behaalde mijlpaal of doelstelling.7 Een eventuele korting leidt tot een tegenvaller op de rijksbegroting. Het kabinet is daarom ook aanhoudend gemotiveerd om het Nederlandse HVP volledig uit te voeren, samen het rijksbrede programma van hervormingen en investeringen. Op deze manier kan het kabinet de volledige 5,4 miljard euro aan EU-middelen inzetten voor belangrijke investeringen in Nederland.

7

Eerder is aan de Kamer geïnformeerd dat de korting per mijlpaal of doelstelling maximaal 600 miljoen euro betrof. In de laatste wijziging van het HVP is het aantal mijlpalen en doelstellingen echter naar beneden bijgesteld, waardoor de korting per mijlpaal en doelstelling hoger uit kan vallen. De Europese Commissie heeft een hoge mate van discretionaire ruimte (vrijheid) bij het bepalen van de uiteindelijke korting, die achteraf wordt vastgesteld.

5.2 Horizontale ontwikkeling per begrotingshoofdstuk

De totale uitgaven stijgen in 2031 ten opzichte van 2026 met 9 miljard euro. Tabel 5 laat per begroting zien hoe de uitgaven op de verschillende beleidsterreinen zich ontwikkelen ten opzichte van elkaar.8

Tabel 5 Horizontale ontwikkeling per begrotingshoofdstuk

Netto-uitgaven (in miljarden euro)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verschil 2031 ‒ 2026

Sociale Zekerheid

123

126

128

130

131

132

10

Zorg

118

121

121

121

122

124

6

Gemeentefonds en Provinciefonds (inclusief Accres)

52

53

53

54

56

58

6

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

57

58

58

57

57

57

‒ 1

Defensie (inclusief Defensiematerieelbegrotingsfonds)

36

29

33

35

36

38

2

Buitenlandse Zaken

13

17

19

19

19

20

7

Justitie en Veiligheid

18

18

18

18

18

18

1

Infrastructuur en Waterstaat (inclusief Mobiliteitsfonds en Deltafonds)

16

15

15

15

15

15

‒ 1

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

9

10

9

10

10

9

1

Financiën (exclusief Nationale Schuld)

17

12

12

5

7

6

‒ 11

Klimaat en Groene Groei (inclusief Klimaatfonds)

11

6

‒ 3

5

6

5

‒ 6

Asiel en Migratie

9

8

7

6

5

5

‒ 4

Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

4

4

5

4

4

4

0

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

4

3

3

4

4

4

0

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (inclusief BES-fonds en Hoge Colleges van Staat)

4

4

3

3

2

3

‒ 1

Economische Zaken en Klimaat (inclusief Nationaal Groeifonds)

3

3

4

3

3

3

‒ 1

Algemene Zaken en De Koning

0

0

0

0

0

0

‒ 0

Totaal

491

488

487

492

495

500

9

De uitgaven voor sociale zekerheid nemen toe tussen 2026 en 2031. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de verwachte stijging van de uitgaven aan de Algemene Ouderdomswet met circa 5,7 miljard euro als gevolg van vergrijzing. Daarnaast stijgen de verwachte uitgaven aan de Kinderopvangtoeslag met circa 2,6 miljard euro. Deze hogere uitgaven hangen samen met de voorgenomen invoering van een nieuw kinderopvangstelsel per 2029.

De zorguitgaven groeien de komende jaren door diverse volume factoren. Het gaat om een groei van 6 miljard euro tussen 2026 en 2031. De belangrijkste oorzaken van de stijgende zorguitgaven zijn de vergijzing, de technologische ontwikkeling, hoger zorggebruik door hogere inkomens en de achterblijvende arbeidsproductiviteit in de zorg. Naast deze factoren gaan de komende periode verschillende maatregelen in die een drukkend effect hebben op de ontwikkeling van de zorguitgaven. Deze maatregelen zijn onderdeel van de reeks.

De jaarlijkse stijging van de netto-uitgaven aan Defensie (inclusief het Defensiematerieelbegrotingsfonds) komt voornamelijk door de structurele intensivering in de versterking van de krijgsmacht en de groei van de NAVO-uitgaven naar 3,5% van het bbp in 2035. Dit betreft een intensivering van ruim 2 miljard euro in 2027 die oploopt tot circa 12 miljard euro in 2031. De uitgaven in 2026 zijn incidenteel hoger door de affinanciering van de begrotingsgefinancierde militaire pensioenen voor ruim 8 miljard euro en door militaire steun aan Oekraïne van circa 3 miljard euro. Hierdoor bedraagt het verschil tussen 2026 en 2031 2 miljard euro.

De stijging van 6,8 miljard euro bij het ministerie van Buitenlands Zaken komt voor 4,0 miljard euro door stijging in uitgaven en voor 2,8 miljard euro door lagere ontvangsten. De uitgaven stijgen met 3,3 miljard euro door de ontwikkeling van de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU. De raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU-begroting is onder meer gebaseerd op verwachtingen ten aanzien van de economische ontwikkeling en vanaf 2028 ook op een nationale inschatting van het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK; 2028–2034). Daarnaast wordt de stijging voor 1,4 miljard euro verklaard door toenemende invoerrechten die Nederland afdraagt. De invoerrechten die Nederland afdraagt aan de EU worden ook meegenomen in de inkomstenraming en leiden daarom niet tot een belasting van de staatsschuld. De ontvangsten zijn in 2026 en 2027 incidenteel hoger vanwege aanspraak op de HVF-middelen (2,9 miljard euro in 2026).

Bij Financiën dalen de uitgaven van 2026 naar 2027 met 5 miljard euro doordat de lening van Tennet afloopt. 2026 is het laatste jaar dat de leningsfaciliteit openstaat. De daling na 2027 wordt met name verklaard door de afronding van de Hersteloperatie Toeslagen, waardoor de budgetten aflopen.

De uitgaven van Klimaat en Groene Groei inclusief het Klimaatfonds komen in 2027-2031 uit tussen 5 en 6 miljard euro. In de jaren 2026, 2027 en 2028 wordt het verloop echter vertekend door de leenfaciliteit voor Energiebeheer Nederland voor het vullen van de gasopslagen. In 2026 en 2027 staat hiervoor een lening van maximaal 8 miljard euro geraamd. In 2027 en 2028 wordt geraamd dat de lening van 8 miljard euro uit het voorgaande jaar weer wordt terugbetaald. Daarnaast is de begroting van het Klimaatfonds in 2026 relatief laag (0,4 miljard euro vs. 1 à 2 miljard euro in 2027-2031), aangezien de meeste middelen al zijn overgeheveld naar departementale begrotingen of zijn doorgeschoven naar latere jaren vanwege nieuwe ramingen.

De uitgaven voor Asiel en Migratie lopen af van circa 9 miljard euro in 2026 naar 5 miljard euro vanaf 2030. Dit komt doordat aflopend budget beschikbaar is voor de ontheemden uit Oekraïne die in Nederland verblijven (waarvoor het budget deels gereserveerd staat op de Aanvullende Post). Daarnaast kent het budget voor de meerkosten van (crisis)noodopvang door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) een gelijkmatig afloop van 1,2 miljard euro in 2026 naar 0 euro vanaf 2030.

8

De horizontale ontwikkeling gaat uit van de netto-uitgaven met begrotingsstand 1 suppletoire begroting 2026. De uitgaven zijn in constante prijzen met uitzondering van het Gemeentefonds en het Provinciefonds, het ODA-budget (Official Development Assistance, onderdeel van Homogene Groep Internationale Samenwerking), EU-afdrachten en huurtoeslag. Deze uitgaven zijn in lopende prijzen. De meeste begrotingen zijn geïndexeerd naar prijspeil 2026. De SZW-begroting wordt bij Miljoenennota 2027 geïndexeerd naar prijspeil 2026. De (coalitieakkoord) reserveringen op de Aanvullende Post zijn toegerekend aan de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement. De begrotingen van VWS en SZW zijn exclusief de rijksbijdragen.

5.3 Oekraïne

Nederland blijft Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel actief en onverminderd steunen in tijden van oorlog, herstel en wederopbouw. Het is inmiddels ruim vier jaar geleden dat Rusland de grootschalige invasie van Oekraïne startte. De oorlog is een ongekende daad van agressie tegen een democratisch Europees land met vreselijke gevolgen voor alle Oekraïners. Ook is de Nederlandse steun onlosmakelijk verbonden met de afschrikking van verdere Russische agressie.

Tabel 6 geeft de totaal geraamde netto-uitgaven aan Oekraïne weer. In 2026 is in totaal 6,6 miljard euro geraamd.

Tabel 6 Uitgavenoverzicht Oekraïne

in miljoenen euro's

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Internationale steun

4.057

3.880

3.458

3.020

8

‒ 51

Militaire steun

2.980

3.000

3.000

2.563

40

20

Niet-militaire steun

1.077

880

458

457

‒ 32

‒ 71

       

Binnenlandse regelingen

2.545

2.629

1.787

1.472

244

0

Opvang Ontheemden

2.235

2.326

1.646

1.472

244

0

Zorg

309

303

141

0

0

0

Onderwijs

0

0

0

0

0

0

       

Leveringszekerheid

0

0

0

‒ 11

‒ 11

‒ 14

       

Totaal

6.601

6.509

5.245

4.481

241

‒ 65

Voor internationale steun is 4,1 miljard euro in 2026 geraamd, waarvan 3,0 miljard euro voor militaire steun en 1,1 miljard euro voor niet-militaire steun. Het kabinet heeft voor de jaren 2027 tot en met 2029 extra middelen toegevoegd. De bestaande plannen voor Oekraïnesteun, zowel militair als niet-militair, worden binnen deze middelen voortgezet. Van de aanvullende middelen voor militaire steun wordt uit 2029 437 miljoen euro versneld beschikbaar gesteld in 2026. Aanvullend op de middelen die in het coalitieakkoord beschikbaar zijn gesteld voor niet-militaire steun, heeft het kabinet de onbestede Oekraïnemiddelen in 2025 uit de Europese Vredesfaciliteit en de Oekraïnefaciliteit van de EU opnieuw opgeboekt in 2026 en 2027. In afwachting van een nadere uitwerking zijn er nog middelen gereserveerd op de Aanvullende Post ten behoeve van militaire en niet-militaire Oekraïnesteun.

Voor de binnenlandse regelingen is 2,5 miljard euro in 2026 geraamd, waarvan 2,2 miljard euro voor opvang van Oekraïense ontheemden. De budgetten voor de opvang onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) worden voor de jaren 2026 t/m 4 maart 2028 naar beneden bijgesteld op basis van eerdere realisaties en het verwachte aantal ontheemden en de hiervoor benodigde (gemeentelijke) opvangplekken. Daarnaast wordt in afwachting van besluitvorming over het langetermijnbeleid budget voor voornamelijk opvang op de Aanvullende Post gereserveerd. Voor de zorgkosten van Oekraïense ontheemden is 309 miljoen euro geraamd in 2026, dit betreft voornamelijk de financiering van de Regeling medische zorg ontheemden uit Oekraïne (RMO).

Om de leveringszekerheid van aardgas te versterken heeft Energie Beheer Nederland (EBN) de afgelopen jaren op aanwijzen van het Ministerie van Klimaat en Groene groei (KGG) gas opgeslagen in de gasberging in Bergermeer. Deze kosten zijn voor de vulseizoenen 2023/2024, 2023/2024 en 2024/2025 als onderdeel van de maatregelen voor Oekraïne behandeld vanwege de energiecrisis. Ook voor de vulseizoenen 2025/2026, 2026/2027 en 2027/2028 heeft het kabinet geld vrijgemaakt voor een vulmaatregel. Deze uitgaven worden echter niet meer gerelateerd aan Oekraïne.

De kosten voor de vulmaatregel 2024/2025 worden via een heffing op het gastransport doorbelast aan gasgebruikers. De verwachte kosten van de heffing zijn naar beneden bijgesteld. Daarnaast worden de inkomsten doorgeschoven naar de periode vanaf 2029, omdat de Wet Bestrijden Energieleveringscrisis (WBE) op zijn vroegst medio 2028 in werking treedt en de heffing pas daarna kan worden geïmplementeerd. Omdat de vulmaatregel 2024/2025 onder Oekraïnemaatregelen valt, geldt dat ook voor de hierbij gepaard gaande heffing.

5.4 Regioparagraaf

Met deze paragraaf geeft het kabinet invulling aan de Motie-Van der Goot c.s. (Kamerstuk 36.410, J) en de toezeggingen aan de Eerste Kamer van 19 november 2024 en 18 november 2025 om in de Voorjaarsnota 2026 een regioparagraaf op te nemen naar aanleiding van het rapport ‘Elke regio telt!‘.9

In het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ is afgesproken dat Rijk en regio aan de hand van strategische agenda’s zullen samenwerken om grote opgaven in een gebied integraal en gezamenlijk te realiseren. Dit betekent dat wordt samengewerkt met medeoverheden en andere regionale partners om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers te verhogen. Regionale uitdagingen vragen vaak om regionale oplossingen. Daarom stelt het kabinet de kennis en kunde van de mensen in de regio zelf centraal bij het opstellen van de strategische agenda’s. Daarmee bouwt het coalitieakkoord voort op de aanbevelingen uit het rapport 'Elke regio telt!’ en de aanbevelingen van de Studiegroep Interbestuurlijke verhoudingen waaronder gebiedsgericht werken vanuit regionale opgaven.10

Het coalitieakkoord bevestigt de ingezette koers van het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) als invulling van de aanbevelingen uit het rapport ‘Elke regio telt!’. Het NPVR is in december 2024 van start gegaan. Dit programma is erop gericht om samen met de elf betrokken regio’s aan de randen van het land langjarige agenda’s op te stellen. Daarnaast benut het NPVR signalen uit verschillende gebiedsgerichte aanpakken en vanuit regio's, gemeenten en provincies om de beleids- en investeringslogica van het Rijk door te ontwikkelen. De elf betrokken regio’s kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan grote maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat. Er is ruimte om te versnellen op het gebied van woningbouw, de energietransitie, de economische versterking en de weerbaarheid van ons land. De grensligging van het merendeel van deze regio’s is ook een kans om de samenwerking met buurlanden te verstevigen. Tegelijkertijd kennen de regio’s ook een stapeling van opgaven die vragen om een gerichte impuls. Zo is er onder meer een mismatch op de woningmarkt, gezondheidsachterstanden en (energie)armoede. Door dubbele vergrijzing en ontgroening is de druk op de arbeidsmarkt hoog en neemt de beschikbaarheid en bereikbaarheid van publieke en private voorzieningen af. Dit zijn een aantal urgente opgaven waar het rijk en de regio’s de schouders onder willen zetten.

Op 30 januari 2026 heeft de minister van BZK een voortgangsbrief over het Nationaal Programma Vitale Regio's naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstuk 29.697, nr. 179). Met de brief geeft de minister van BZK uitgebreid inzicht in de voortgang op de plannen van de elf regio’s en op de doorontwikkeling van de beleids- en investeringslogica. In de komende periode zal worden doorgewerkt aan regionale verdieping en concretisering van de opgaven om tot gedragen uitvoeringsagenda’s te komen. De minister van BZK legt verantwoording af aan het parlement over de verdere voortgang van het programma en de beleidsinzet.

Tot slot herbevestigt het kabinet de werkafspraak, dat vooruitlopend op de inwerkingtreding van de herziene Financiële verhoudingswet, het instellen of verlengen van specifieke uitkeringen (SPUKs) aan gemeenten en provincies slechts mogelijk is op basis van een kabinetsbesluit. SPUKs brengen controlelasten en administratieve lasten met zich mee voor zowel medeoverheden als het Rijk. Het terughoudend omgaan met het instellen of verlengen van SPUKs is bedoeld om deze lasten te beperken en de beleids- en bestedingsvrijheid van medeoverheden te bevorderen.

6 INKOMSTEN

6.1 Inkomstenkader

De inkomstenmaatregelen uit het coalitieakkoord zijn in de Startnota vastgelegd in het inkomstenkader. De maatregelen zijn weergegeven in tabel 7. Daarin zijn ook enkele overige budgettaire ontwikkelingen en herijkingen opgenomen die zijn opgetreden sinds het vorige besluitvormingsmoment. Hieronder vallen ook de budgettaire gevolgen van de amendementen op het Belastingplan 2026 en nota's van wijziging. Deze gevolgen zijn hiermee budgettair ingepast, en hebben geen latere gevolgen meer voor het inkomstenkader.11

Het inkomstenkader wordt gebruikt om de beleidsmatige lastenontwikkeling, zoals weergegeven in tabel 7, te beheersen. Hiermee committeert het kabinet zich aan deze lastenontwikkeling en wordt deze ontwikkeling gedurende de kabinetsperiode getoetst aan het inkomstenkader. In de begrotingsregels is vastgelegd dat afwijkingen in het inkomstenkader (lastenverlichting of –verzwaring) zowel binnen de kabinetsperiode als structureel gecompenseerd moeten worden, waarbij de inzet is dat ook elk jaar het inkomstenkader wordt gesloten. Ook maatregelen die starten na de kabinetsperiode dienen gecompenseerd te worden. Het inkomstenkader ‘sluit’ wanneer er geen afwijkingen zijn ten opzichte van deze Startnota en het budgettaire verschil dus op nul uitkomt. Het principe van het inkomstenkader is dat alleen budgettaire gevolgen van beleidsaanpassingen (tariefswijzigingen of grondslagwijzigingen) gecompenseerd hoeven te worden door andere inkomstenmaatregelen. Dit zorgt voor beheersing aan de inkomstenkant van de Rijksbegroting.

Schommelingen in de inkomsten als gevolg van overige oorzaken – met name economische ontwikkelingen – lopen in het overheidssaldo. De belastinginkomsten bewegen dus mee met de conjunctuur. Dit zorgt voor automatische stabilisatie: in slechte economische tijden nemen de belastingontvangsten af, terwijl zij (met in achtneming van de gehanteerde meevallersformule) in goede tijden toenemen. Burgers en bedrijven voelen het hierdoor minder als het economisch tegenzit. Het zorgt bovendien voor stabiel beleid.

Tabel 7 Inkomstenkader bij Startnota
 

In miljoenen euro (+ is saldoverbeterend)

2026

2027

2028

2029

2030

struc

 

Maatregelen coalitieakkoord

      

1

Vrijheidsbijdrage burgers (via tcf)

 

1.500

3.400

3.400

3.400

3.400

2

Vrijheidsbijdrage bedrijven (via aof)

 

1.500

1.700

1.700

1.700

1.700

3

Investeringscapaciteit woningbouwcorporaties (vpb)

  

‒ 245

‒ 245

‒ 270

‒ 320

4

Verlagen overdrachtsbelasting particuliere investeerders van 8% naar 7%

‒ 265

143

‒ 84

‒ 84

‒ 84

‒ 84

5

Envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs bedrijven

  

‒ 345

‒ 495

‒ 495

0

6

Afschaffen aftrek specifieke zorgkosten (deel inkomstenkant)

  

533

533

533

533

 

w.v Aftrek specifieke zorgkosten

  

373

373

373

373

 

w.v. Tegemoetkoming specifieke zorgkosten

  

94

94

94

94

 

w.v. Zorgtoeslag

  

66

66

66

66

7

Bevriezen aftoppingsgrens voor 6 jaar

 

95

192

296

407

‒ 113

8

Afschaffen laag btw-tarief sierteelt

  

328

328

328

328

9

Suikertaks voor producenten

    

900

900

10

Verlengen accijnskorting op benzine

 

‒ 900

0

0

0

0

11

Gelijktrekken vermogensgrenzen zorgtoeslag naar heffingsvrij vermogen

 

24

289

299

311

329

 

Doorwerking maatregelen coalitieakkoord binnen de Zvw op de inkomstenkant

      

12

Nominale premie

 

‒ 3.030

‒ 3.244

‒ 3.935

‒ 4.127

‒ 4.951

13

IAB

 

‒ 729

‒ 1.011

‒ 1.769

‒ 1.836

‒ 2.204

14

zorgtoeslag

 

260

340

594

638

766

 

Benodigde compenserende lastenverzwaring Zvw om beoogde EMU-saldo-effect te realiseren

      

15

Inkomstenbelasting (tarief eerste en tweede schijf)

 

3.025

3.258

3.960

4.132

4.956

16

AOF-premie: hoger tarief

 

474

657

1.150

1.194

1.433

 

Doorwerking verlagen maximumdagloon op werkgeverspremies

      

17

AOF-premie (versmalling grondslag, inclusief WKO)

   

‒ 1.546

‒ 1.546

‒ 1.546

18

AWF-premie (vesmalling grondslag)

   

‒ 606

‒ 606

‒ 606

19

Whk-premie (versmalling grondslag)

   

‒ 181

‒ 181

‒ 181

 

Benodigde compenserende lastenverzwaring maximumdagloon om beoogde EMU-saldo-effect te realiseren

      

20

AOF-premie: hoger tarief

   

1.727

1.727

1.727

21

AWF-premie: hoger tarief

   

606

606

606

 

Overige budgettaire ontwikkelingen

      

22

Amendementen Belastingplan 2026 en nota's van wijziging

‒ 833

‒ 1.243

35

57

132

86

23

Verwerking jaar uitstel ETS2

 

‒ 4.103

908

328

20

0

24

Aanpassingen minimumbelasting (Pijler 2) n.a.v. Side-by-Side-akkoord

‒ 122

‒ 122

‒ 122

‒ 122

‒ 122

‒ 122

25

Arrest Hoge Raad belastingrentepercentage vennootschapsbelasting en enige andere middelen

‒ 264

‒ 145

‒ 145

‒ 145

‒ 145

‒ 145

26

Verwerking herziening Europese Klimaatwet ETS1

‒ 31

0

0

0

0

0

27

Uitstel pensioen bedrag ineens

‒ 13

‒ 26

‒ 26

0

0

0

28

Terugdraaien wijziging schenkbelasting bij woningen van WOZ naar waarde economisch verkeer (WEV)

0

‒ 4

‒ 4

‒ 5

‒ 5

‒ 5

 

Herijkingen

      

29

Herijking verwerking jaar uitstel ETS2

 

63

0

0

0

0

30

Invoeren pseudo-eindheffing voor fossiele zakelijke personenauto's

   

‒ 1

‒ 2

0

31

Afschaffen kwarttarieven motorrijtuigbelasting voor kermis- of circusexploitanten, plaatsvoertuigen en werktuigen per 2028

  

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

32

Beperken verhoging invorderingsrente naar 4,3%

‒ 3

‒ 4

‒ 4

‒ 6

‒ 7

‒ 7

 

Totaal

‒ 1.531

‒ 3.222

6.409

5.837

6.601

6.479

Toelichting maatregelen

1. Vrijheidsbijdrage burgers

Van burgers wordt een bijdrage gevraagd voor onze veiligheid. Deze vrijheidsbijdrage wordt gevraagd via de tabelcorrectiefactor die beperkt toegepast wordt in de inkomstenbelasting in 2027 en 2028. De vrijheidsbijdrage voor burgers bedraagt 1,5 miljard euro in 2027 en vanaf 2028 structureel 3,4 miljard euro.

2. Vrijheidsbijdrage bedrijven

De vrijheidsbijdrage voor bedrijven is ingevuld als taakstellende verhoging van de aof-premie (met dezelfde verhouding tussen het lage en hoge tarief). Over de invulling zal overleg plaatsvinden met ondernemersorganisaties mede in het licht van het vestigingsklimaat. De vrijheidsbijdrage voor bedrijven bedraagt 1,5 miljard euro in 2027 en vanaf 2028 structureel 1,7 miljard euro.

3. Investeringscapaciteit woningbouwcorporaties (vpb)

De investeringscapaciteiten van woningbouwcorporaties worden via een faciliteit in de vennootschapsbelasting uitgebreid. Hiervoor wordt taakstellend per 2028 een bedrag van 250 miljoen euro per jaar, oplopend naar 325 miljoen euro structureel in 2032, beschikbaar gesteld. Aan deze maatregel zitten vanaf 2028 ook structureel 5 miljoen euro uitvoeringskosten verbonden. De uitvoeringskosten worden geboekt aan de uitgavenkant van de begroting.

4. Verlagen overdrachtsbelasting particuliere investeerders van 8% naar 7%

Het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de koper niet zelf in gaat wonen (zoals een woning voor verhuur of vakantiewoning) wordt per 2027 verlaagd van 8% naar 7%.

5. Envelop tegemoetkoming elektriciteitsprijs bedrijven

Voor het verlagen van de elektriciteitsprijs van de (basis)industrie die veel elektriciteit verbruikt wordt een envelop beschikbaar gesteld. Het doel is het creëren van een meer gelijk speelveld in het belang van strategische autonomie. Een bestedingsvoorstel wordt uitgewerkt. De middelen blijven beschikbaar tot en met 2035.

6. Aftrek specifieke zorgkosten (inkomstenkant)

De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden per 2028 volledig afgeschaft.

7. Bevriezen aftoppingsgrens voor 6 jaar

Het maximum pensioengevend loon wordt per 2027 voor een periode van zes jaar niet geïndexeerd. Hierdoor blijft het maximum tot en met 2032 bevroren op 137.800 euro. Dit is het niveau van 2026. Dit betekent dat de subsidiering van de pensioenopbouw van de hoogste inkomens beperkt wordt.

8. Afschaffen laag btw-tarief sierteelt

Het verlaagde btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten wordt met ingang van het jaar 2028 afgeschaft. Hierdoor gaat het btw-tarief van 9% voor sierteeltproducten naar het algemene btw-tarief van 21%.

9. Suikertaks voor producenten

Per 2030 wordt er (taakstellend) een heffing op basis van het suikergehalte in bepaalde voedingsmiddelen ingevoerd. Het gaat hierbij om voedingsmiddelen met een suikergehalte vanaf 6%. De belasting is van toepassing op producten die zijn voorverpakt, zodat het suikergehalte van het product van het etiket kan worden afgelezen. Aan deze maatregel zijn vanaf 2028 structureel 50 miljoen euro uitvoeringskosten verbonden. De uitvoeringskosten zijn geboekt aan de uitgavenkant van de begroting.

10. Verlengen accijnskorting op benzine

De verlaging van de brandstofaccijns op benzine wordt verlengd tot en met 2027. In 2027 worden specifiek de tarieven voor benzine gelijk gehouden aan de tarieven van 2026.

11. Gelijktrekken vermogensgrenzen zorgtoeslag naar heffingsvrij vermogen

Per 2028 worden de vermogensgrenzen in de zorgtoeslag voor alleenstaanden en twee persoonshuishoudens gelijkgesteld aan het heffingsvrij vermogen in box 3 voor alleenstaanden en twee persoonshuishoudens. Aan deze maatregel zitten vanaf 2027 structureel 5 miljoen euro uitvoeringskosten verbonden. Dit bedrag is geboekt aan de uitgavenkant.

12. t/m 16. Doorwerking maatregelen coalitieakkoord binnen de Zvw op de inkomstenkant

De maatregelen op het eigen risico en de overige maatregelen binnen de Zvw leiden tot lagere zorgpremies, en daarmee tot lagere inkomsten. Om te zorgen dat de maatregelen binnen de Zvw en het eigen risico leiden tot een verbetering van het EMU-saldo, zal er een compenserende lastenverzwaring voor burgers en bedrijven plaatsvinden die de lagere inkomsten uit de premies compenseert.12

17. t/m 21. Doorwerking verlagen maximumdagloon op werkgeverspremies

De koppeling met het maximum premieloon blijft behouden, wat resulteert in minder premie-inkomsten voor de overheid (maatregelen 17, 18 en 19 in de tabel). Om te zorgen voor een verbetering van het EMU-saldo komt hier tegenover een lastenverzwaring te staan (maatregel 20 en 21).

22. Amendementen Belastingplan 2026 en nota's van wijziging

De aangenomen amendementen bij het Belastingplan leiden tot een derving aan de inkomstenkant in voornamelijk 2026 en 2027. Bij de behandeling van het wetsvoorstel BP26 zijn er negen amendementen aangenomen. De som van deze amendementen leidt tot een significante derving in 2026 en 2027. Dit komt door het amendement 38812 nr. 47 (Grinwis, Stoffer en Vermeer) waarmee de verhoging van het box 3 forfait voor overige bezittingen en de verlaging van het heffingsvrije vermogen is teruggedraaid. Dit is gedekt door het versneld afbouwen van de Wet Hillen. Dit levert echter op korte termijn te weinig op om de derving van de box 3 maatregelen te dekken.

23. Verwerking jaar uitstel ETS-2

De (Europese) Milieuraad van Klimaatministers heeft besloten om het ‘Emission Trading System’ (ETS) 2 met een jaar uit te stellen waardoor het pas start in 2028. Hierdoor is er ook pas een jaar later sprake van inkomsten uit ETS-2. Deze inkomsten zaten al in het basispad voor 2027. Dit leidt tot een lastenderving van ongeveer 4,1 miljard euro in 2027.

24. Aanpassingen minimumbelasting (Pijler 2) naar aanleiding van Side-by-Side-akkoord

Het ‘Inclusive Framework’ van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft op 5 januari 2026 een akkoord bereikt over een aanpassing van de wereldwijde minimumbelasting van 15% voor multinationals, ook wel bekend als ‘Pijler 2’. Dit akkoord bevat een aantal versoepelingen, waardoor onder andere bepaalde belastingstelsels onder voorwaarden worden gekwalificeerd als equivalent aan Pijler 2. Ook worden bepaalde fiscale regelingen voor bedrijven gunstiger behandeld. Dit leidt tot een structurele derving van 122 miljoen euro vanaf 2026 ten opzichte van het basispad.

25. Arrest Hoge Raad belastingrentepercentage vennootschapsbelasting en enige andere middelen

De Hoge Raad (HR) heeft op 16 januari 2026 geoordeeld dat het hogere belastingrentepercentage wat geldt voor de vennootschapsbelasting (Vpb) en enige andere middelen, in strijd is met het evenredigheids- en het gelijkheidsbeginsel. Dit leidt tot een incidentele en structurele derving ten opzichte van het basispad. De incidentele derving komt doordat bezwaarmakers tegen al in rekening gebrachte belastingrente voor voorgaande jaren worden gecompenseerd (verleden). De structurele derving komt doordat het Vpb+ percentage vanaf de arrestdatum wordt verlaagd naar het percentage wat geldt voor andere belastingen (toekomst).

26. ETS-1 financiering SCF

Er is een tegenvaller in de ETS-1 ontvangsten. Dit volgt uit de herziening van de Europese Klimaatwet voor het 2040-doel, waarin onder andere is afgesproken om ETS-2 met een jaar uit te stellen en het SCF (Social Climate Fund) niet aan te passen maar de financiering daarvan iets naar het ETS-1 te verleggen, ten gunste van ETS-2.

27. Uitstel pensioen bedrag ineens

De invoering van de Wet herziening bedrag ineens wordt uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029. Dit leidt tot een derving in 2026, 2027 en 2028.

28. Wijzigen schenkbelasting bij woningen van WOZ naar waarde economisch verkeer (WEV)

In de Miljoenennota 2026 is de budgettaire opbrengst verwerkt van een maatregel die was beoogd voor de Fiscale Verzamelwet 2027. Door deze maatregel zouden woningen in de schenkbelasting voortaan worden gewaardeerd op basis van WEV in plaats van de WOZ-waarde. Op basis van een negatieve Uitvoeringstoets is deze maatregel uit de FvW27 geschrapt. Dit leidt tot een derving ten opzichte van het basispad.

29. Herijking: Verwerking jaar uitstel ETS-2

Er heeft een herijking van de raming plaatsgevonden.

30. Herijking: Invoeren pseudo-eindheffing voor fossiele zakelijke personenauto's

In de Miljoenennota 2026 zijn de budgettaire gevolgen verwerkt van het invoeren van een pseudo-eindheffing voor fossiele zakelijke personenauto’s. Hierbij is een afrondingsfout gemaakt bij de bedragen voor 2029 t/m 2031. Met deze herijking wordt dit hersteld.

31. Herijking: Afschaffen kwarttarieven motorrijtuigbelasting voor kermis- of circusexploitanten, plaatsvoertuigen en werktuigen per 2028

In de Miljoenennota 2026 zijn de budgettaire gevolgen verwerkt van het afschaffen van de mrb kwarttarieven voor kermis- of circusexploitanten, plaatsvoertuigen en werktuigen. Vanwege samenloop met de invoering van de nieuwe Vrachtwagenheffing is de raming van deze maatregel gewijzigd.

32. Herijking: Beperken verhoging invorderingsrente naar 4,3%

In de Miljoenennota 2026 zijn de budgettaire gevolgen verwerkt van het beperken van de verhoging van de invorderingsrente naar 4,3%. De raming van deze maatregel is aangepast na het doorlopen van het certificeringsproces met het CPB. Met deze herijking wordt dit verwerkt.

Maatregelen voorjaar

Tabel 8 bevat een overzicht van de besluitvorming aan de inkomstenkant sinds het vaststellen van het inkomstenkader op basis van het coalitieakkoord.

Het verwerken van de doorwerking van de besluitvorming over de zorguitgaven op het inkomstenkader, is een vast onderdeel van iedere inkomstenbesluitvorming. De premies die worden afgedragen ter financiering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de zorgtoeslag maken deel uit van het inkomstenkader. Deze premies zijn lastendekkend, dus lagere Zvw-uitgaven leiden automatisch tot lagere premies. De besluitvorming over de uitgaven aan de Zvw, heeft daarmee een directe doorwerking op het inkomstenkader. Om een negatief effect op het EMU-saldo te voorkomen, is een compenserende lastenverzwaring benodigd.

Daarnaast is besloten over twee technische aanpassingen binnen de fiscaliteit, waarmee wetgeving wordt gerepareerd. Budgettair vallen deze twee maatregelen tegen elkaar weg.

Tabel 8 Inkomstenkader besluitvorming voorjaar
 

In miljoenen euro (+ is saldoverbeterend)

2026

2027

2028

2029

2030

struc

 

Besluitvorming voorjaar

      

1

Zorgpremie-ontwikkeling door Zvw-uitgaven

 

‒ 381

‒ 661

‒ 739

‒ 641

‒ 642

2

Doorwerking ontwikkeling zorgpremies op zorgtoeslag

 

71

118

132

115

115

3

Compensatie zorgpremies via tarief eerste en tweede schijf IB (voor deel burgers)

 

187

328

367

318

319

4

Compensatie zorgpremies via aof-premie (voor deel bedrijven)

 

124

215

240

208

209

 

Technische maatregelen Belastingplan 2027

      

5

Invoeren ovb vrijstelling voor overdrachten van onroerende zaken tussen woningcorporaties

 

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

6

Herzien accijns teruggaafregeling voor biobrandstoffen (reservering)

 

2

2

2

2

2

 

Totaal

 

0

0

0

0

0

1 t/m 4. Zorgpremie-ontwikkeling door besluitvorming over Zvw-uitgaven

Er is sprake van een meevaller in de uitgaven aan de Zvw. Dit leidt tot lagere premies. De meevaller wordt ingezet om tegenvallers aan de uitgavenkant op te vangen. Om een negatief effect op het EMU-saldo te voorkomen, zijn compenserende lastenverzwaringen noodzakelijk. De compenserende lastenverzwaring verloopt via de eerste twee schijven van de inkomstenbelasting (voor het deel dat huishoudens afdragen) en de aof-premie (voor het deel dat bedrijven afdragen).

5. Invoeren overdrachtsbelasting vrijstelling voor overdrachten van onroerende zaken tussen woningcorporaties

Woningcorporaties die onroerende zaken (zoals woningen) binnen hun sociale huisvestingstaak aan elkaar overdragen, betalen daar in sommige situaties overdrachtsbelasting (ovb) over. Zij voldoen dan niet aan de voorwaarden om de bestaande vrijstelling te kunnen toepassen. Met deze maatregel wordt voorgesteld om voortaan overdrachten van onroerende zaken binnen sociale activiteiten (Diensten van Algemeen Economisch Belang) vrij te stellen van ovb. Dit wordt gedekt door de accijns teruggaafregeling voor biobrandstoffen te herzien.

6. Herzien accijns teruggaafregeling voor biobrandstoffen

Brandstoffen die (gedeeltelijk) bestaan uit bio- of hernieuwbare brandstoffen hebben een lagere energie-inhoud dan fossiele brandstoffen. Met een liter van deze brandstoffen kan dus minder ver gereden worden maar er moet wel dezelfde hoeveelheid accijns over betaald worden. Om dit nadeel te compenseren bestaat er een teruggaafregeling. Deze regeling is echter arbeidsintensief en fraudegevoelig. Met deze maatregel wordt voorgesteld om deze regeling te herzien. Hiervoor wordt een reservering van 2 miljoen euro ingeboekt, ter dekking van de nieuwe ovb vrijstelling voor woningcorporaties.

11

Hiermee is ook voldaan aan de motie Van Rooijen C.S., Eerste Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812

12

Deze compenserende maatregelen zullen bij de besluitvorming in augustus worden gewogen als onderdeel van het totale beeld in de Miljoenennota.

6.2 Inkomstenraming

In 2026 bedragen de ontvangsten naar verwachting 456,4 miljard euro. In de periode 2027-2031 lopen de ontvangsten verder op tot 564,5 miljard euro. Deze paragraaf begint met een korte toelichting op de gehanteerde ramingsmethodiek, gevolgd door een toelichting op de ontwikkeling van de ontvangsten tussen 2026 en 2031. Vervolgens worden voor 2026 de belangrijkste mutaties ten opzichte van de Miljoenennota 2026 toegelicht en uitgesplitst naar belastingsoort. Bijlage 5 bevat een uitsplitsing op detailniveau van de raming van de ontvangsten, op zowel EMU- als kasbasis.

De inkomstenraming is een belangrijke bouwsteen voor het bepalen van het begrotingssaldo en de financieringsbehoefte van het Rijk. De inkomsten zijn sterk gevoelig voor economische ontwikkelingen. Daarom worden diverse macro-economische variabelen als input voor het ramingsmodel benut, zoals de groei van het bbp, de werkgelegenheid en de groei van de lonen. De ontwikkeling van deze economische variabelen wordt geschat door het CPB. Via een econometrisch model wordt wat er in de economie gebeurt per belastingsoort vertaald naar een verwachte ontwikkeling van de opbrengst: de endogene ontwikkeling. Om vervolgens te komen tot een raming van de ontvangsten wordt die informatie gecombineerd met recente realisaties van de ontvangsten, de effecten van nieuw beleid en eventuele specifieke bijstellingen (bijvoorbeeld vanwege relevante uitvoeringsinformatie).

Tabel 9 laat zien dat de ontwikkeling van de ontvangsten grotendeels wordt gedreven door endogene ontwikkelingen, die gelijke tred houden met de waardeontwikkeling van het bbp. De tabel toont de ontwikkeling van de totale ontvangsten over de periode 2026 tot en met 2031. De raming van de endogene groei is gebaseerd op het economisch beeld zoals geraamd door het CPB in het CEP 2026. De regel voor beleidsmaatregelen bevat de geraamde effecten van beleid, inclusief het beleid aangekondigd in deze Voorjaarsnota.

Tabel 9 Ontwikkeling van de opbrengst uit belastingen en premies op EMU-basis

(in miljarden euro)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Belastingen en premies volksverzekeringen

352,2

368,7

387,3

404,4

420,5

434,5

- waarvan belastingen

309,4

322,0

338,1

353,7

367,5

379,4

- waarvan premies volksverzekeringen

42,7

46,7

49,2

50,6

53,0

55,1

Premies werknemersverzekeringen

104,2

112,0

117,4

120,9

125,4

129,9

Totaal

456,4

480,7

504,7

525,3

545,9

564,5

Mutatie

 

24,3

24,0

20,6

20,6

18,5

- waarvan endogene groei

 

15,0

20,0

18,4

19,2

17,5

- waarvan beleid

 

9,2

4,1

2,2

1,4

1,1

       

Endogene groei in %

 

3,3%

4,2%

3,7%

3,7%

3,2%

Waardeontwikkeling bbp in %

 

3,6%

4,2%

3,8%

3,7%

3,2%

Bron: ministerie van Financiën

Ten opzichte van de stand Miljoenennota 2026 zijn de geraamde inkomsten voor 2026 opwaarts bijgesteld met 5,0 miljard euro. Tabel 10 splitst de mutatie van de geraamde ontvangsten in 2026 uit in een deel dat wordt verklaard door beleidswijzigingen die sinds de Miljoenennota 2026 zijn doorgevoerd en een overig deel. Het overige deel bestaat uit de doorwerking van de inmiddels bekende definitieve realisaties van 2025 op de raming voor 2026, en uit nieuwe inzichten in de groei van de ontvangsten in 2026 zelf (‘endogene ontwikkeling’).

De endogene ontwikkeling hangt in de regel samen met ontwikkelingen in de economie die anders uitpakken dan verwacht en met algemene ramingsonzekerheid. Voor 2026 is de verticale endogene ontwikkeling per saldo positief. De doorwerking van de ontvangsten in 2025 - die nader worden toegelicht in het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2025 - is positief: 2,9 miljard euro. Het economisch beeld voor 2026 op basis van het CEP 2026 leidt aanvullend tot hogere geraamde ontvangsten (+2,3 miljard euro). Dit komt met name tot uitdrukking in een toename van de geraamde opbrengst van de vennootschapsbelasting (vpb). Daarnaast zijn er wijzigingen in beleid sinds het opstellen van de Miljoenennota 2026. Belangrijke wijzigingen zijn het amendement om het forfait voor overige bezittingen in box 3 niet te verhogen, het amendement om de verlaging van de brandstofaccijnzen te beperken, en het Europese besluit om de de minimis vrijstelling in de invoerrechten per 1 juli 2026 te vervangen met een vaste heffing van drie euro.

Tabel 10 Overzicht mutaties van de inkomsten sinds Miljoenennota 2026

(in miljarden euro)

Inkomsten

Stand Miljoenennota 2026

451,4

Mutatie

5,0

- waarvan doorwerking 2025

2,9

- waarvan economisch beeld 2026

2,3

- waarvan beleid

‒ 0,2

Stand Voorjaarsnota 2025

456,4

Bron: ministerie van Financiën

Figuur 3 toont voor enkele belangrijke belastingsoorten de verticale ontwikkeling van de verwachte ontvangsten. De verschillen bij de meeste belastingsoorten zijn beperkt. De ontvangsten van de loon- en inkomensheffing vormen de belangrijkste inkomstenbron.13 De geraamde inkomsten hiervan zijn licht gestegen. Ook bij de meeste andere belastingsoorten is sprake van beperkte mutaties ten opzichte van de oorspronkelijke raming. Uitzondering hierop zijn de vpb, de dividendbelasting en de auto- en milieuheffingen. De geraamde opbrengst uit de vpb is toegenomen met 3,2 miljard euro. Deze hogere verwachting kent als achtergrond ten eerste hoger dan verwachte ontvangsten in 2025. Daarnaast is de verwachte groei in 2026 hoger dan eerder verwacht op basis van zowel door het CPB hogere geraamde winsten als aanslaginformatie vanuit de Belastingdienst. Bij de dividendbelasting waren de ontvangsten in 2025 juist 0,7 miljard euro lager dan geraamd, en dit werkt ongeveer één-op-één door in de verwachting voor 2026. Bij de auto- en milieuheffingen wordt de toename voor een belangrijk deel verklaard door bovengenoemde wijziging in de accijnstarieven. Mutaties bij overige (kleinere) belastingmiddelen zijn opgenomen in bijlage 5.

Figuur 3 Vergelijking inkomsten in 2026 volgens Miljoenennota 2026 en Voorjaarsnota 2026 (in miljarden euro)

Bron: ministerie van Financiën

Het ministerie van Financiën corrigeert de verwachte ontvangsten op EMU-basis voor ontvangsten die betrekking hebben op coronaschulden. Betalingen die hierover plaatsvinden, worden teruggelegd naar het jaar waarin de schuld is ontstaan (2020 of 2021). Per eind 2025 staat nog een totale schuld van 6,6 miljard euro open. Van dit bedrag loopt ongeveer 3,0 miljard euro niet meer mee in de speciale betalingsregeling voor coronaschulden, vaak omdat niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden. De raming van de belastingontvangsten houdt er rekening mee dat een belangrijk deel van deze schuld niet wordt afbetaald, bijvoorbeeld door faillissement. In de raming van de kasontvangsten is aangenomen dat 2,7 miljard euro (40%) van de totale resterende schuld uiteindelijk oninbaar is. Daarnaast geldt dat inmiddels een schuld van ongeveer 1,1 miljard euro reeds als oninbaar is aangemerkt.

13

De loon- en inkomensheffing bestaat uit inkomsten uit zowel de loon- en inkomstenbelasting als de premies volksverzekeringen, die gezamelijk worden geïnd.

BIJLAGE 1 - BEGROTINGSREGELS

Inleiding

Een heldere begrotingssystematiek, -regels en -proces zijn behulpzaam aan politieke besluitvorming en leiden tot het maken van goed en voorspelbaar beleid voor burgers en bedrijven. Om dit te verankeren voert Nederland sinds 1994 het trendmatig begrotingsbeleid. Bij trendmatig begrotingsbeleid worden bij de start van het kabinet de uitgaven en het niveau van belastingen en premies vastgesteld voor de kabinetsperiode. Dit vergt dus scherpe keuzes. Welke doelen wil het kabinet graag bereiken, om zo de brede welvaart voor nu, later en elders te vergroten? Om bij te dragen aan brede welvaart kunnen bredewelvaartsafwegingen integraal onderdeel zijn van de sturing op het bereiken van de doelen in het coalitieakkoord. De begroting is een belangrijk middel dat politici hebben om deze doelen te bereiken. Voorwaarde om trendmatig begrotingsbeleid te voeren is voldoende afstand tot de Europese grenswaarden, zoals ook vastgelegd in de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof). Het begrotingsbeleid is gestoeld op drie basisprincipes:

  • 1. Efficiënte allocatie van publieke middelen;

  • 2. Beheersing van de overheidsfinanciën en

  • 3. Macro-economische stabilisatie.

1 Efficiënte allocatie van publieke middelen

Het begrotingsbeleid draagt bij aan een doeltreffende en doelmatige besteding van publieke middelen en belastingheffingen. De begrotingsregels creëren de voorwaarden waardoor de politiek – gegeven de doelen die zij nastreeft – elke euro zo doelmatig mogelijk kan besteden. Daarbij weegt een kabinet verschillende keuzemogelijkheden zorgvuldig tegen elkaar af. Om tot een goede integrale afweging te komen tussen de verschillende beleidsdoelstellingen is een gestructureerd en voorspelbaar besluitvormingsproces van groot belang voor politieke rust, goed voorspelbaar beleid en effectieve besteding van belastinggeld.

2 Beheersing van de overheidsfinanciën

Beheersing van de overheidsfinanciën betekent in de eerste plaats dat een kabinet de ontwikkeling van inkomsten en uitgaven zelf in de hand heeft en zich aan de gemaakte (budgettaire) afspraken houdt. Door de overheidsfinanciën gedurende de rit te beheersen, wordt voorkomen dat volgende generaties te maken krijgen met een te grote schuld. Of dat zij gedwongen worden hun collectieve voorzieningen te versoberen of hun belastingen te verhogen, alleen omdat de huidige generatie op te grote voet heeft geleefd. Om gedurende de rit geen rekeningen door te schuiven naar volgende generaties, maakt het kabinet aan het begin van een kabinetsperiode duidelijke afspraken over wat in één jaar maximaal mag worden uitgegeven (het uitgavenkader) en hoe hoog de beleidsmatige aanpassing van de belastingen en premies per jaar moeten zijn (het inkomstenkader). De afspraken over inkomsten en uitgaven geven duidelijkheid over de grenzen waarbinnen het begrotingsbeleid kan plaatsvinden.

3 Macro-economische stabilisatie

De overheidsbegroting heeft een belangrijke rol in het stabiliseren van de economie. Aan de uitgavenkant van de begroting geeft het kabinet, als het economische tij meezit, niet meer uit dan het afgesproken uitgavenkader. Aan de andere kant hoeft er ook niet te worden bezuinigd als het tijdelijk tegenzit. Aan de inkomstenkant van de begroting nemen in goede tijden de belastinginkomsten automatisch toe. Die extra inkomsten geeft het kabinet niet uit. De extra inkomsten worden in plaats daarvan gebruikt om de schuld af te bouwen voor minder goede tijden. Het kabinet laat de begroting dus meebewegen met de economische ontwikkeling, als onderdeel van het trendmatig begrotingsbeleid. Hierdoor wordt het effect van een economische neergang of stijging automatisch op het juiste moment gedempt. Dit heeft positieve gevolgen voor het inkomen en welbevinden van mensen: burgers en bedrijven voelen minder de negatieve effecten van een periode waarin het economisch minder goed zou gaan.

Leeswijzer

Om de drie basisprincipes in de praktijk te ondersteunen is een set begrotingsregels opgesteld.

Bijlagen

  • Bijlage 1 Afbakening uitgavenkader en generale mutaties

  • Bijlage 2 Afbakening en regels inkomstenkader

  • Bijlage 3 Eindejaarsmarge en opbouw van meerjarencijfers en extrapolatie

  • Bijlage 4 Beheersing fiscale regelingen

  • Bijlage 5 Beleidskader risicoregelingen

De begrotingsregels

Het begrotingsbeleid draagt bij aan een doeltreffende en doelmatige besteding van publieke middelen en belastingheffingen. De begrotingsregels creëren de voorwaarden waardoor de politiek – gegeven de doelen die zij nastreeft – elke euro zo doelmatig mogelijk kan besteden. Tijdens een kabinetsperiode kan sprake zijn van (onverwachte) ontwikkelingen of nieuwe politieke prioriteiten, die budgettaire gevolgen met zich meebrengen. De begrotingsregels vormen richtlijnen hoe hier mee om te gaan. Het kabinet kan aan de hand van deze vastgestelde regels prioriteiten bijstellen en middelen – waar nodig – op een andere manier inzetten.

1 Integrale afweging: één hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar en besluitvorming over koopkracht en bijbehorende lasten in augustus

Om een goede integrale afweging te kunnen maken tussen verschillende beleidsdoelstellingen en bijbehorende kosten, vindt er op één vast moment een hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar plaats ten aanzien van de uitgaven. Op dit zogenoemde hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar kunnen verschillende politieke wensen, problemen en mee-en tegenvallers integraal worden afgewogen met een meerjarige doorkijk. Waar mogelijk, wordt tijdens het hoofdbesluitvormingsmoment ook besloten over de lasten waarvan het vanwege de integraliteit van besluitvorming noodzakelijk is om zowel over lasten als uitgaven te besluiten (zoals bij klimaat) en wordt rekening gehouden met de Fiscale Beleid- en Uitvoeringsagenda (FBUA) en het betrekken van evaluatie van fiscale regelingen. De koopkrachtbesluitvorming, inclusief het definitief sluiten van het inkomstenkader, wordt in augustus gedaan. Aan de voorjaarsbesluitvorming liggen de onafhankelijke economische ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) ten grondslag, te weten het Centraal Economisch Plan (CEP). In augustus vindt de besluitvorming over de koopkrachtontwikkeling plaats op basis van een onafhankelijke nieuwe raming van het CPB, te weten de macro-economische verkenningen (MEV). Zowel in de Voorjaarsnota als in de Miljoenennota wordt de horizontale ontwikkeling (jaar-op-jaar) van de uitgaven en inkomsten toegelicht. Indien in het financiënbeeld per saldo meevallers structureel van aard zijn en het EMU-saldo zich meerjarig beter dan de ‒ 2,0% van het bbp bevindt, kunnen deze per saldo meevallers voor 1/3e ingezet worden voor lastenverlichting, 1/3e voor investeringen die het verdienvermogen van Nederland verder versterken en voor 1/3e voor aflossing van de staatsschuld, zolang eveneens de Europese grenswaarde voor de staatsschuld niet wordt overschreden.

2 Besluitvorming via ordentelijk proces

Voornemens, toezeggingen en voorstellen met financiële gevolgen dienen voorafgaand aan de besluitvorming en uitvoering met het ministerie van Financiën te worden afgestemd en dienen het reguliere proces van behandeling in de onderraden en de ministerraad te doorlopen. Dit volgt uit de wettelijke rol van de minister van Financiën die in de Comptabiliteitswet (CW) is geregeld. Daarnaast is het begrotingsproces een verantwoordelijkheid van het kabinet als geheel (onder regie van de minister van Financiën). Dat vraagt om gezamenlijk gedragen uitgangspunten, wederzijdse discipline en een evenwichtige informatiepositie tussen departementen.

3 Oormerken van inkomsten en uitgaven is onwenselijk

Om een goede afweging te kunnen maken tussen de (kosten van) verschillende beleidsdoelstellingen is het oormerken van inkomsten voor uitgaven niet wenselijk, ook niet in het geval van (begrotings-)fondsen. De doelstellingen van beleid horen bepalend te zijn voor het niveau van de uitgaven, niet hoeveel geld via een bepaalde bron binnenkomt.

4 Begrotingsregels ten behoeve van beheersing van de uitgaven

Voor de uitgavenkant van de begroting worden aan het begin van de kabinetsperiode afspraken gemaakt over wat maximaal mag worden uitgegeven per jaar van de begrotingshorizon van het kabinet (het lopende jaar en de vijf daaropvolgende jaren): dit is het uitgavenkader. Elke minister is verantwoordelijk voor zijn of haar begroting. Een kader dwingt tot het maken van keuzes, omdat ministers niet meer mogen uitgeven dan vooraf is afgesproken. Als ministers nieuwe prioriteiten willen stellen en (beleidsmatig) meer uit willen geven, dan moeten ze hiervoor ombuigen op andere beleidsmatige uitgaven. Op deze manier houdt het kabinet de totale uitgaven onder controle.

In het geval nieuw beleid van een minister doorwerkt in de uitgaven van andere ministers, zal de beleidsinitiërende minister zorgdragen voor het organiseren van de benodigde dekking. Indien een beroep wordt gedaan op medeoverheden bevat het nieuwe beleidsvoorstel een onderbouwing hoe de medeoverheden hiertoe in staat worden gesteld, inclusief een voorstel hoe de financiële gevolgen voor medeoverheden worden opgevangen. Ook hierbij zal de beleidsinitiërende minister zorgdragen voor het organiseren van de benodigde dekking.

4.1 Afbakening van het uitgavenkader

Alle uitgaven van de Rijksoverheid die meetellen voor het EMU-saldo vallen onder het uitgavenkader, tenzij anders is besloten, zie bijlage 1. Bij de start van iedere kabinetsperiode komen oude uitzonderingen te vervallen (zoals bijvoorbeeld crisisgerelateerde uitgaven), tenzij deze opnieuw in de begrotingsregels worden opgenomen. Onder het uitgavenkader vallen een aantal ontvangsten die geen belasting- of premieontvangsten zijn, zoals boeteontvangsten.

4.2 Scheiding van inkomsten en uitgaven en uitzonderingen

In beginsel worden het uitgavenkader en het inkomstenkader gedurende de kabinetsperiode niet aangepast. Hieruit volgt automatisch een zogenoemde scheiding van inkomsten en uitgaven. Er zijn enkele situaties waarin het loslaten van deze scheiding bij uitzondering is toegestaan. De verwerking gebeurt door zogenoemde statistische correcties. Het doel van deze correcties is beleid waarvoor aanpassingen aan het uitgavenkader én het inkomstenkader nodig mogelijk te maken zonder dat het EMU-saldo verslechtert.

Van dergelijke correcties is alleen sprake bij:

  • Een wijziging in de financiële vormgeving van beleid (van lastenmaatregel naar uitgavenmaatregel en omgekeerd), waarbij het voorzieningenniveau en de doelgroep nagenoeg gelijk blijven.

  • Grote hervormingen waarbij een collectief arrangement anders wordt vormgegeven met zowel aan de uitgaven- als aan de inkomstenzijde mutaties.

Als het hanteren van een apart uitgavenkader en inkomstenkader leidt tot inefficiënte of onbedoelde uitkomsten, kan de minister van Financiën besluiten tot een correctie tussen uitgavenkader en inkomstenkader, met instemming van de ministerraad (MR). De minister van Financiën dient dergelijke correcties, waarmee wordt afgeweken van de standaardgronden voor correctie, expliciet toe te lichten in budgettaire nota’s.

4.3 Budgetdiscipline draagt bij aan beheersing van het uitgavenkader

In de door het parlement vastgestelde begroting is het maximum dat door een minister mag worden uitgegeven in een bepaald jaar opgenomen. Beheersing van de overheidsuitgaven begint bij het niet overschrijden van de uitgaven zoals deze zijn begroot. Een randvoorwaarde om te zorgen dat de uitgaven binnen het uitgavenkader blijven, zijn de regels budgetdiscipline (zie box 1).

Box 1: Regels budgetdiscipline voor de uitgaven

  • Dreigende tegenvallers in de uitgaven moeten worden voorkomen door tijdig maatregelen te nemen. Voor deze tegenvallers dient dekking gevonden te worden op de begroting waar zij zich voordoen.

  • Uitgavenmeevallers mogen op de begroting waar ze zich voordoen ter compensatie van uitgaventegenvallers worden ingezet.

  • Meevallende uitgaven mogen niet worden ingezet voor nieuw beleid en intensiveren van staand beleid.

  • Als het kabinet meer wil uitgeven aan een bepaalde beleidsopgave, moet hiervoor worden omgebogen op andere beleidsmatige uitgaven op de begroting(en) waar de opgave zich voordoet.

  • In alle bovenstaande gevallen geldt dat afstemming met het ministerie van Financiën vereist is, alvorens besluitvorming in de onderraden en de ministerraad plaatsvindt. Extra of nieuwe uitgaven en bijbehorende dekking dienen in dezelfde budgettaire nota te worden gemeld.

Deze regels budgetdiscipline worden ook toegepast op de afzonderlijke begrotingen binnen de Rijksbegroting. Door een dreigende overschrijding binnen dezelfde begroting te dekken wordt overschrijding van het uitgavenkader voorkomen. Alleen de MR kan besluiten hiervan af te wijken en compensatie te vinden op andere begrotingen. Het uitgangspunt is dat de opbrengst van een compenserende maatregel in ieder jaar gelijk is aan de problematiek. Indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, kan compensatie in de tijd voor- of achterlopen op de problematiek. Zie ook bijlage 1 voor een uitgebreide toelichting.

Het komt voor dat departementen budgetten uit een bepaald jaar willen inzetten in een ander jaar. Het doorvoeren van een dergelijke wijziging heet een kasschuif en kan ook plaatsvinden over meerdere jaren. Voor kasschuiven geldt dat de budgetten die worden geschoven dienen te worden ingepast onder het uitgavenkader, dat de som van de totale schuif uitkomt op nul en dat de kasschuif enkel kan plaatsvinden binnen de reguliere meerjarenperiode van t+5 jaar.

4.4 Generale uitgavenmutaties

Voor enkele categorieën binnen de uitgavenmutaties geldt dat mee- of tegenvallers niet ten gunste of laste komen van de departementale begroting, maar van het generale beeld. Generale dossiers en per saldo tegenvallers dienen te worden ingepast onder het uitgavenkader. Het betreft onder andere de autonome mutaties in het rendement op het vermogen van de Staat, bijvoorbeeld dividenden. Zo levert het een departement geen budgettaire ruimte op als rendementen op vermogen tijdelijk hoog zijn, maar staat een departement ook niet zelf aan de lat bij tegenvallende rendementen. Bijlage 1 bevat een totaaloverzicht van de generale uitgavenmutaties.

4.5 Realistisch ramen

Ramingen aan de uitgavenkant dienen realistisch te zijn. Deze worden waar nodig bij de start van de kabinetsperiode herijkt en in een realistisch kasritme geplaatst waarbij rekening wordt gehouden met de uitvoeringskracht van de Rijksoverheid en de arbeidsmarkt. Aangezien voor het schuiven van budgetten binnen investeringsfondsen afwijkende regels gelden ten opzichte van reguliere uitgaven, is het zeker bij investeringsfondsen van belang om oog te hebben voor het realiteitsgehalte van de begroting. In het geval van een opvallend of afwijkend ritme dient extra uitleg te worden gegeven over de onderbouwing van het ritme.

4.6 Eindejaarsmarge ter voorkoming van ondoelmatige besteding

De maximale eindejaarsmarge is 1% van de bruto-uitgaven op stand ontwerpbegroting (inclusief Nota’s van Wijziging en amendementen, exclusief HGIS). De maximale eindejaarsmarge wordt gecommuniceerd in de vaststellingsbrieven rondom LPO, extrapolatie en eindejaarsmarge in het najaar.

4.7 Indexatie van het uitgavenkader

Het uitgavenkader wordt aan het begin van de kabinetsperiode vastgesteld inclusief de nominale ontwikkeling. De hoogte van het uitgavenkader wordt gedurende de kabinetsperiode aangepast aan de onafhankelijke indices voor loon- en prijsontwikkelingen van het CPB. In het voorjaar volgen die uit het CEP en in augustus uit de MEV.

Op deze manier gelden de afspraken over de voorzieningen die de overheid aanbiedt onafhankelijk van de loon- en prijsontwikkeling van de uitgaven die hiermee samenhangen. Beleidsmatige beslissingen die betrekking hebben op de loon- en prijsbijstelling van de overheid moeten wel onder het uitgavenkader worden gedekt. De indexatie van het uitgavenkader voor het lopende jaar wordt definitief vastgesteld bij de Voorjaarsnota. Daarmee zorgt indexatie ervoor dat de voorzieningen die de overheid aanbiedt niet afhankelijk zijn van de ontwikkeling van de lonen en prijzen, maar enkel van de beleidskeuzes die worden gemaakt.

4.8 Meerjarencijfers en extrapolatie

De meerjarenperiode bestaat uit het begrotingsjaar (januari tot en met december) en de vijf daaropvolgende jaren. Bij het beleidsarm extrapoleren van meerjarencijfers wordt rekening gehouden met bestaande wettelijke regelingen. Zie bijlage 3 voor een uitgebreide toelichting hierop.

De begrotingen worden gebaseerd op de macro-economische cijfers uit het CEP en de MEV. Alle uitgavenmutaties die onder het uitgavenkader vallen, moeten elkaar compenseren tijdens en na de kabinetsperiode. Daarmee worden de kosten van een uitgave altijd meegewogen bij de integrale afweging, zodat de rekening niet buiten beschouwing blijft of wordt doorgeschoven naar volgende generaties. Zo blijven de overheidsfinanciën ook voor komende generaties beheersbaar.

4.9 Risicoregelingen

Regelingen zoals garanties, achterborgstellingen en leningen brengen een voorwaardelijke financiële verplichting met zich mee die voor risico’s voor de begroting zorgen. Om deze reden geldt voor deze regelingen een ‘nee- tenzijbeleid’. Voorstellen voor nieuwe risicoregelingen en aanpassingen in bestaande regelingen zijn onderdeel van het hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar en onderhevig aan een beleidskader. Zie bijlage 5 voor een uitgebreide toelichting.

4.10 Overschrijding van verplichtingen

Een overschrijding van de verplichtingen boven het vastgestelde bedrag is alleen toegestaan indien (en voor zover) de kaseffecten daarvan passen, dan wel opgevangen kunnen worden binnen de voor het begrotingsjaar afgesproken (kas)ramingen en de bijbehorende meerjarencijfers en het gewijzigde verplichtingenbudget aan beide Kamers der Staten-Generaal ter autorisatie is voorgelegd.

5 Begrotingsregels ten behoeve van beheersing van inkomsten

De inkomstenkant van de begroting mag mee-ademen met de conjunctuur, zodat beleidsmatige lastenverzwaringen in tijden van recessie niet nodig zijn (automatische stabilisatie). Om dat te bewerkstelligen worden de niet-conjuncturele inkomsten, dus de beleidsaanpassingen, in de Startnota voor de duur van de kabinetsperiode in het inkomstenkader vastgelegd. Een beleidsmatige lastenverlichting gedurende de kabinetsperiode dient dus in hetzelfde jaar gecompenseerd te worden door een even grote lastenverzwaring. Hiermee draagt het inkomstenkader bij aan zowel budgettaire beheersing als automatische stabilisatie.

5.1 Reikwijdte, dekking en kadercorrecties in het inkomstenkader

De regels rondom de reikwijdte van het inkomstenkader zijn vastgelegd en toegelicht in bijlage 2. Voor dekking geldt dat beleidsmatige aanpassingen in hetzelfde jaar gedekt dienen te worden. Om te voorkomen dat rekeningen worden doorgeschoven, worden beleidswijzigingen met structurele budgettaire consequenties na de kabinetsperiode ook structureel gedekt. Het inkomstenkader wordt in principe niet tussentijds aangepast, nadat erover is besloten in de formatie en is vastgelegd in het regeerakkoord en de Startnota. Omdat niet alles is te voorzien, gelden enkele uitzonderingen die aanpassingen mogelijk maken (kadercorrecties). Ook deze zijn toegelicht in bijlage 2.

5.2 Statistisch effect, gedragseffect en kruiselasticiteiten

Voor het inkomstenkader is het statische effect van fiscale beleidswijzigingen relevant. Het statische effect is het effect van een beleidsmatige tariefswijziging bij gelijkblijvende grondslag of het effect van een beleidsmatige grondslagwijziging bij gelijkblijvend tarief. Mutaties in het inkomstenkader worden geboekt op transactiebasis.

Daar waar relevant, telt ook het eersteordegedragseffect mee in het inkomstenkader. Dit zijn directe effecten op de grondslag van de belasting waar de maatregel betrekking op heeft. Dit leidt tot een meer realistische inschatting van de effecten van een tariefswijziging en daarmee tot een betere afweging. Ook wordt rekening gehouden met direct samenhangende fiscale kruiselasticiteiten wanneer die van toepassing zijn. Met kruiselasticiteiten tussen een beleidswijziging aan de uitgavenkant (waaronder normerende maatregelen) en de fiscaliteit wordt geen rekening gehouden tenzij dit leidt tot mogelijk ondoelmatige keuzes of onbedoelde uitkomsten.14Een stimulans, zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenkant, van elektrisch rijden kan bijvoorbeeld ook (andere) autogerelateerde belastingen substantieel beïnvloeden.

5.3 Herijken van inkomstenmaatregelen

Op het moment dat inkomstenmaatregelen in wetgeving worden omgezet, worden de budgettaire effecten van de maatregelen eenmalig herijkt. Bij het herijken worden de laatste (economische) inzichten meegenomen om te zorgen voor een zo accuraat mogelijke raming. Het verschil tussen de herijkte raming en de oorspronkelijke raming bij Startnota of bij de oorspronkelijke raming van een gedurende de kabinetsperiode genomen beleidsmaatregel dient gecompenseerd te worden binnen het inkomstenkader.

5.4 Omgang met intertemporele effecten

Voor maatregelen waar de omkeerregel van toepassing is- maatregelen met intertemporele effecten waarbij op korte termijn sprake is van lagere belastinginkomsten en op langere termijn hogere belastingontvangsten en omgekeerd, is de contante waarde van de langjarige kasstroom relevant voor het inkomstenkader. De omkeerregel wordt bijvoorbeeld toegepast bij pensioenpremies en pensioenuitkeringen. Met het dekken van maatregelen via de omkeerregel moet terughoudend worden omgegaan om een uitholling van de belastinggrondslag en omzeiling van het inkomstenkader te voorkomen. Bij de toepassing van de omkeerregel moeten de belastinginkomsten op langere termijn voldoende zijn verzekerd en is de contante waarde van de langjarige kasstroom relevant voor het inkomstenkader.

5.5 Zvw premies en Zvw uitgaven

De Zvw-premies maken deel uit van het inkomstenkader. Een per saldo meevaller in de uitgaven aan de Zorgverzekeringswet wordt, na saldering met eventuele tegenvallers elders in de zorg en op de VWS-begroting, ingezet voor lastenverlichting via een verlaging van de premies. In het geval dat er sprake is van een meevaller aan de uitgavenzijde, wordt tegenover de lagere zorgpremies geen compenserende lastenverhoging gesteld. In dit geval wordt een kadercorrectie toegepast. In het geval dat er sprake is van een kaderrelevante tegenvaller aan de uitgavenzijde wordt dit opgelost binnen het uitgavenkader en worden aan de inkomstenkant de lasten met hetzelfde bedrag verlaagd. In principe wordt dit ingevuld met compenserende bijstellingen elders die zo goed mogelijk aansluiten bij de doelgroep. De compensatie in het inkomstenkader wordt in het voorjaar, tegelijkertijd met de uitgavenkant, naar buiten toe gecommuniceerd.

5.6 Grondslagerosie

Grondslagerosie (afnemende grondslag bij een belastingsoort) bij nieuw beleid dient te worden gedekt in het inkomstenkader voor een periode van t+5 jaar vanaf het moment van invoering (t) van de maatregel en dient in dit laatste jaar vervolgens als structureel te worden beschouwd. Bij invoering verspreid over meerdere jaren is t het laatste jaar van de invoeringsperiode.

5.7 Europese heffingen in het inkomstenkader

Europese heffingen, waaronder het Emission Trading System (ETS), zijn relevant voor het inkomstenkader indien en voor zover deze een netto-effect hebben op de Nederlandse begroting.

5.8 Omgang met fiscale regelingen

De budgettaire ontwikkeling van fiscale regelingen aan de inkomstenkant, zoals vrijstellingen, aftrekposten en verlaagde tarieven die de belastingopbrengst verlagen, wordt jaarlijks gemonitord in de Miljoenennota. Substantiële opwaartse afwijkingen ten opzichte van het verwachte niveau aan het begin van de kabinetsperiode en relatief hoge endogene groei, worden in de monitoring apart benoemd en geven in beginsel aanleiding voor het nemen van maatregelen. Voor alle nieuwe regelingen aan de inkomstenkant dient een toetsingskader te worden doorlopen. Ook vinden evaluaties plaats van fiscale regelingen volgens een evaluatieprogrammering die in de Miljoenennota en begrotingen wordt gepubliceerd. Indien een fiscale regeling negatief geëvalueerd wordt, is het uitgangspunt om deze regeling te af te schaffen of aan te passen. Alle regels rondom fiscale regelingen zijn vastgelegd in bijlage 4.

14

Met de term ‘ondoelmatige keuzes of onbedoelde uitkomsten’ wordt bedoeld dat de inconsistentie in de regels dusdanig groot is, dat een ineffectieve beleidsoptie toch beter scoort dan een effectieve optie. Hierbij is in ieder geval sprake, maar niet uitsluitend, wanneer de kosten/baten van het kruiseffect van de beleidsoptie de directe kosten/baten geheel domineren. In de praktijk betekent dit dat indien er sprake is van niet-fiscaal beleid dat een direct effect heeft op de grondslag van een heffing dan wel via een inhoudelijke relatie die grondslag beïnvloedt, er ruimte is om te bezien of 1) dit voldoende budgettair significant is om mee te wegen in de kosten van de maatregel en 2) noodzakelijk is om een eerlijke afweging tussen verschillende instrumenten mogelijk te maken. Een besluit hierover wordt gemaakt door de minister van Financiën.

Bijlage 1. Afbakening uitgavenkader en generale mutaties

Uitgavenmutaties buiten het uitgavenkader

Voor de volgende uitgaven geldt een uitzondering op het uitgangspunt dat uitgaven die EMU-saldorelevant zijn ook kaderrelevant zijn. Dit zijn dus EMU-relevante uitgaven die niet onder het uitgavenkader worden geplaatst:

  • De rentelasten op de staatsschuld;

  • Het Diergezondheidsfonds;

  • Veilingopbrengsten;

  • Het consolidatiesaldo voor Rijksdiensten met een baten-lastenstelsel;

  • De budgettaire effecten van de omvorming ProRail tot ZBO;

  • Rijksbijdragen en rentebetalingen aan de sociale fondsen en premiebijdragen zijn - om boekhoudkundige dubbeltellingen te voorkomen - niet relevant voor het uitgavenkader;

  • Interventies in de financiële sector en de afbouw hiervan tellen niet mee voor het uitgavenkader of inkomstenkader. Dit geldt ook voor maatregelen genomen met het oog op de financiële stabiliteit van het eurogebied;

Bepaalde uitgavenmutaties vallen binnen het inkomstenkader en tellen op die wijze mee voor het EMU-saldo. Hierdoor worden deze buiten het uitgavenkader geplaatst:

  • De zorgtoeslag, ETS-opbrengsten, COVA-heffing, de belasting en invorderingsrente (BIR), nabetaling ODE;

  • Nederland heft invoerrechten namens de EU. Dit is een budgetneutrale transactie. Daarom vallen de EU-invoerrechten niet onder het inkomstenkader en worden de invoerrechten ook (na aftrek van de perceptiekosten) buiten het uitgavenkader geplaatst.

Uitgavenmutaties waar het uitgavenkader voor wordt gecorrigeerd:

Voor bepaalde uitgavenmutaties wordt het uitgavenkader gecorrigeerd. Dit kan het gevolg zijn van beleidsmatige besluitvorming of van statistische ontwikkelingen. Het betreft de volgende uitgaven:

  • Mutaties in de loon- en prijsontwikkeling (zie ook paragraaf 4.7);

  • Werkloosheids- en bijstandsuitgaven (WW en WWB) die niet het gevolg zijn van beleidsmatige keuzes. Dit voorkomt noodzakelijke ombuigingen in slechte economische tijden en budgettaire ruimte in tijden van economische voorspoed en draagt zo bij aan automatische stabilisatie.

Overige uitgavenmutaties met een afwijkende behandeling

Voor nieuwe of geïntensiveerde geldstromen naar gemeenten en provincies geldt dat het vakdepartement zorgt en verantwoordelijk is voor een volledige dekking van de geldstroom inclusief de btw-component. Voorafgaand aan de verstrekking van de nieuwe of geïntensiveerde geldstroom toets het vakdepartement of er sprake is van compensabele btw. Indien dit het geval is stemt zij de hoogte van de btw-component af met de gemeente(n) en/of provincie(s) in kwestie. Deze btw-component moet vervolgens door het vakdepartement afgedragen worden aan de begroting van het Btw-compensatiefonds (BCF); de nieuwe of geïntensiveerde geldstroom exclusief compensabele btw wordt verstrekt aan de betreffende gemeente(n) en/of provincie(s). De hoogte van de btw-component wordt vooraf vastgesteld en de overdracht aan het BCF vindt gelijktijdig met de verstrekking aan gemeente(n) en/of provincie(s) plaats. Achteraf vinden er geen correcties plaats

Generale uitgavenmutaties

Het uitgangspunt dat compensatie van mutaties plaats moet vinden binnen de departementale begroting, geldt niet voor mutaties in enkele uitgavencategorieën. Dit zijn de generale dossiers. Hiertoe behoren:

  • Mutaties in het rendement op het vermogen van de Staat;

  • Mutaties in de delfstofbaten (waaronder gasbaten en NORG);15

  • Boetes en transacties op de JenV-begroting;

  • Afpakken op de JenV-begroting;

  • Bewaken en Beveiligen op de JenV-begroting;

  • Autonome mutaties van de rente op studieleningen;

  • Mutaties in het kader van de MH17 ramp;

  • Mutaties in budgetten waarvoor een rekenregel (niet zijnde de macro-economische doorwerking) geldt, hieronder vallen onder andere de EU-afdrachten en de ontwikkeling van het gemeente- en provinciefonds;

  • Mutaties als gevolg van het valutarisico op de begroting van Koninkrijkrelaties;

  • Mutaties voor onvoorziene uitgaven die noodzakelijk zijn om een grotere generale baat te realiseren.

Door deze uitgaven afwijkend te behandelen krijgt een departement geen budgettaire ruimte als rendementen op vermogen tijdelijk hoog zijn, maar staat een departement ook niet zelf aan de lat bij tegenvallende rendementen. Ook ontstaan er voor departementen geen budgettaire voor- of nadelen als zij worden geconfronteerd met mee- of tegenvallers waar zij zelf geen invloed op hebben. Voor andere onvoorziene grotere gebeurtenissen kan gelden dat budgettaire effecten in de praktijk niet in te passen zijn op departementale begrotingen. De MR kan dan desgewenst in deze gevallen gemotiveerd besluiten tot generale behandeling.

15

Subsidie-elementen in opbrengsten uit staatsvermogen (rente, dividend, delfstofbaten en veilingopbrengsten) die mogelijk gederfde opbrengsten impliceren, dienen vooraf inzichtelijk te zijn gemaakt met het oog op de integrale afweging tijdens het hoofdbesluitvormingsmoment.

Bijlage 2. Afbakening en regels inkomstenkader

Voor het inkomstenkader zijn beleidswijzigingen in belastingen en wettelijke premies relevant.

Belastingen zijn daarbij gedefinieerd als een verplichte betaling aan een overheid, zonder dat daar een directe tegenprestatie tegenover staat. Boetes en retributies vallen niet onder de definitie van het inkomstenkader. Hoewel wettelijke premies strikt genomen niet altijd aan alle voorwaarden voldoen (bijvoorbeeld nominale zorgpremies die aan zorgverzekeraars betaald worden), tellen deze wel mee voor het inkomstenkader. Fiscale regelingen tellen mee voor het inkomstenkader en toeslagen niet (behalve de zorgtoeslag die wel relevant is voor het inkomstenkader). Ook de budgettaire gevolgen van gerechtelijke uitspraken tellen mee voor het inkomstenkader. Indien een derving door een uitspraak in de toekomst optreedt, kan beoogd worden deze te voorkomen door reparatiewetgeving. In gevallen waarin een forse budgettaire derving optreedt die betrekking heeft op meerdere jaren uit het verleden, kan ervoor gekozen worden de dekking hiervoor ook over meerdere jaren te verspreiden (indien gerichte dekking bij de belanghebbenden niet mogelijk is).

Het uitgangspunt van het inkomstenkader is om de lasten toe te rekenen aan het moment van beleidswijziging (transactiebasis). Dat betalingen van bepaalde belastingsoorten op kasbasis pas later binnenkomen (bijvoorbeeld bij de inkomensheffing of vennootschapsbelasting), is wel relevant voor het EMU-saldo, maar niet voor het inkomstenkader. Voor maatregelen die leiden tot anticipatiegedrag of significante kasschuiven (bijvoorbeeld een verhoging van het box 2-tarief), kan voor het inkomstenkader gebruik gemaakt worden van een vlakke reeks op basis van de netto contante waarde. Dit voorkomt instabiel beleid dat nodig zou zijn om de forse gevolgen op kasbasis van bepaalde maatregelen jaarlijks te dekken. Tot slot zijn ook herijkingen van maatregelen lastenrelevant binnen het inkomstenkader, mits de herijking plaatsvindt voor de publicatie van het wetsvoorstel (of zo spoedig mogelijk daarna indien de termijn voor certificering anders te kort is).

Hoewel het inkomstenkader in principe wordt vastgelegd aan het begin van de kabinetsperiode, zijn kadercorrecties onder bepaalde voorwaarden mogelijk. Bij een kadercorrectie wordt het inkomstenkader verhoogd of verlaagd, zodat er meer lastenverzwaring of lastenverlichting plaats kan vinden dan afgesproken bij de Startnota. Dit is toegestaan in uitzonderingssituaties waarin inkomsten en uitgaven niet gescheiden zijn. Dit geldt bij grote hervormingen waarin een collectief arrangement op een andere wijze wordt vormgegeven met mutaties aan zowel uitgaven- als inkomstenzijde. Daarnaast kan er sprake van zijn bij significante beleidswijzigingen aan de inkomstenkant, die een (zeer) beperkte doorwerking hebben aan de uitgavenkant (bijvoorbeeld de uitvoeringskosten van belastingmaatregelen). Indien in dat soort gevallen het inhoudelijk logischer en doelmatiger is om dekking voor die doorwerking te vinden aan de inkomstenkant, kan daarvoor een kadercorrectie toegepast worden. Voor de begrotingssystematiek zijn deze kadercorrecties van belang, maar deze correcties zijn niet relevant voor de ervaren lastenontwikkeling van burgers en bedrijven en tellen dus niet mee voor de beleidsmatige lastenontwikkeling.

Inkomstenkader en beleidsmatige lastenontwikkeling (blo)

De beleidsmatige lastenontwikkeling, onderverdeeld in burgers, bedrijven en buitenland geeft inzicht in het deel van de lasten dat wordt verlicht of verzwaard als gevolg van beleidskeuzes. De blo volgt het inkomstenkader, met de volgende uitzonderingen:

  • 1. In het inkomstenkader telt ook de zorgtoeslag mee, terwijl die niet in de blo-definitie zit.

  • 2. Premiebijstellingen van zorgverzekeraars na de MEV-raming tellen niet meer mee in het inkomstenkader, maar wel in de blo.

  • 3. Regelingen aan de uitgavenzijde van de begroting die via het fiscale instrumentarium worden verrekend met belastingen zijn niet relevant voor het inkomstenkader, maar wel voor de blo.

  • 4. Gerechtelijke uitspraken met fiscale consequenties tellen voor het inkomstenkader mee in het jaar dat derving optreedt, maar worden voor de blo teruggelegd naar het jaar waar ze betrekking op hebben.

Bijlage 3. Eindejaarsmarge, opbouw meerjarencijfers en extrapolatie

Eindejaarsmarge

  • De maximale eindejaarsmarge is 1% van de kaderrelevante bruto-uitgaven op stand ontwerpbegroting (inclusief Nota’s van Wijziging en amendementen, exclusief HGIS). Begrotingsfondsen hebben een onbeperkte eindejaarsmarge.

  • De definitieve omvang van de eindejaarsmarge wordt bepaald op basis van de slotwet. Het kabinet besluit bij het hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar over het al dan niet uitkeren van de eindejaarsmarge. Dit wordt verwerkt in de voorjaarsnota.

  • Gelijktijdig met het toevoegen van de eindejaarsmarge bij de Voorjaarsnota wordt, onder de veronderstelling dat ook het komende jaar gebruik zal worden gemaakt van de eindejaarsmarge, op een aanvullende post een ramingstechnische veronderstelling van onderuitputting opgenomen (de zogenoemde in=uittaakstelling). De combinatie van de toevoeging aan de begrotingen en de ramingstechnische veronderstelling zorgt dat per saldo het totale uitgavenbeeld niet wijzigt. Onderuitputting die optreedt na de Voorjaarsnota kan worden ingezet om de in=uittaakstelling te vullen.

  • Bij begrotingsfondsen wordt conform artikel 2.11, vierde lid van de CW, het jaarsaldo ten laste dan wel ten gunste van het daaropvolgende jaar gebracht. Dit betekent dat alleen voor begrotingsfondsen een eindejaarsmarge van 100% geldt.

Meerjarencijfers en extrapolatie

De ramingen van de uitgaven voor het begrotingsjaar en elk van de vijf daaropvolgende jaren (de meerjarenramingen) bestaan uit:

  • De uitgaven die voortvloeien uit verplichtingen die zijn aangegaan tot en met het lopende begrotingsjaar of in dat jaar zullen worden aangegaan;

  • De uitgaven die voortvloeien uit verplichtingen die in het eerstvolgende begrotingsjaar zullen worden aangegaan;

  • De uitgaven die voortvloeien uit verplichtingen die in de jaren volgend op het eerstvolgende begrotingsjaar moeten worden aangegaan, omdat deze een technisch noodzakelijke voortzetting vormen van reeds eerdere aangegane verplichtingen;

  • De overige verplichtingen, voortvloeiend uit bestaand beleid of afspraken op kabinets- of ministerieel niveau die in de jaren volgend op het eerstvolgend begrotingsjaar worden aangegaan.

Voor het extrapoleren van de meerjarencijfers gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1. Bij de ramingen wordt rekening gehouden met bestaande wettelijke regelingen. Het extrapolatiejaar voor de departementale begrotingen en fondsen wordt beleidsarm geëxtrapoleerd. De demografische ontwikkeling is bepalend voor het beleidsarm extrapoleren. In alle gevallen moet het gaan om aan te gane verplichtingen en daaruit voortvloeiende uitgaven op grond van de voortzetting van bestaand of ongewijzigd beleid, of om uitgaven die door expliciete besluiten van de minister van Financiën of het kabinet zijn geaccordeerd. Indien bestaand beleid niet noodzakelijkerwijze impliceert dat nieuwe verplichtingen worden aangegaan (bijvoorbeeld bij projecten of eenmalige investeringen), dient te worden verondersteld dat geen nieuwe verplichtingen worden aangegaan, tenzij is besloten om het beleid te continueren. Voor de economische groei wordt aangesloten bij de recentste MLT-raming van het CPB.Het extrapolatiejaar wordt kwantitatief (met prestatiegegevens) onderbouwd. Wanneer geen expliciete andersluidende afspraken bestaan, dienen het volume en de prijs die ten grondslag liggen aan de ramingen, constant gehouden te worden. Het extrapolatiejaar wordt ook kwalitatief (welke programma's, projecten, bijdragen, etc.) onderbouwd. De ramingen dienen te zijn gebaseerd op het in ongewijzigd tempo realiseren van meerjarige projecten.Wanneer reeds is afgesproken dat instrumenten een afloop kennen, dient deze afloop tot uiting te komen in de extrapolatie.

  • 2. Bij de extrapolatie van de uitgekeerde loon- en prijsontwikkeling op begrotingsfondsen waarvan de begrotingshorizon langer is dan de reguliere begrotingshorizon van t+5, geldt de volgende systematiek: voor de jaren na t+5 wordt de jaarlijkse grondslag vermenigvuldigd met de betreffende loon- en prijsindices uit het jaar t zoals volgens reguliere systematiek. Zo wordt ook op deze begrotingsfondsen een realistische inschatting van de loon- en prijsbijstelling gemaakt.

Kasschuiven

Uitgaven hebben over het algemeen een terugkerend karakter en worden daarom met het uitgavenkader beheerst per jaar. Voor investeringsuitgaven met een eenmalig karakter die over meerdere jaren plaatsvinden, is de beheersing van het totaalbedrag relevanter dan het bedrag per jaar. Voor investeringsuitgaven kwalificeren enkel de investeringen uit de volgende begrotingsfondsen:

  • het Mobiliteitsfonds;

  • het Deltafonds;

  • het Defensiematerieelbegrotingsfonds;

Voor de uitgaven binnen begrotingsfondsen geldt dat middelen vrij naar latere jaren mogen worden geschoven, bijvoorbeeld als een investeringsproject vertraging oploopt, mits de Europese begrotingsregels hier ruimte voor bieden.

Bijlage 4. Beheersing fiscale regelingen

Richtlijnen

Onder fiscale regelingen verstaan we regelingen die aan de volgende richtlijnen voldoen:

  • De regeling heeft een beoogd beleidsdoel (bijvoorbeeld het stimuleren van een bepaalde activiteit), anders dan de algemene doelstelling van het belastingmiddel waar de regeling betrekking op heeft.

  • De regeling leidt per saldo tot een beoogde derving van overheidsinkomsten, al dan niet in samenhang bezien met gerelateerde regelingen op hetzelfde terrein.

Beheersingskader

Het budgettaire belang van fiscale regelingen valt niet onder een met uitgaven vergelijkbaar strikt beheersingskader. Beleidsmatige mutaties aan de inkomstenkant en nieuwe fiscale regelingen worden geboekt onder het inkomstenkader.

Toetsing fiscale regelingen

Voor de introductie van nieuwe dan wel substantiële wijzigingen van bestaande fiscale regelingen en de evaluatie van fiscale regelingen geldt een verplicht toetsingskader, zoals opgenomen in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV). Met behulp van het toetsingskader kan worden afgewogen of (de intensivering van) een fiscale regeling de voorkeur heeft.

Indien een fiscale regeling negatief geëvalueerd wordt, is het uitgangspunt om deze regeling af te schaffen of zodanig aan te passen dat tegemoet wordt gekomen aan de aanbevelingen van de evaluatie. Voor elke regeling geldt in principe één hoofddoel. Voor een positieve evaluatie moet in ieder geval het hoofddoel overwegend positief worden geëvalueerd. Indien geen hoofddoel onderscheiden kan worden en meerdere doelen binnen een regeling van gelijk belang lijken te zijn, dienen al die doelstellingen overwegend positief te worden geëvalueerd voor een positieve evaluatie. Indien de wens is om deze fiscale regeling toch te handhaven, dient de minister op wiens begroting de regeling staat de reden hiervoor toe te lichten in een kabinetsreactie aan de Kamer. Hierin dient expliciet te worden ingegaan op waarom de regeling niet wordt afgeschaft of aangepast.

Indien uit de evaluatie blijkt dat een fiscale regeling beter aan de uitgavenzijde kan worden vormgegeven is het uitgangspunt om de fiscale regeling conform de aanbeveling te verplaatsen. Indien de wens is om deze fiscale regeling toch te handhaven als fiscale regeling, dient de minister op wiens begroting de regeling staat de reden hiervoor toe te lichten in een kabinetsreactie aan de Kamer. Hierin dient expliciet te worden ingegaan op de reden om de regeling als fiscale regeling te handhaven.

Negatief geëvalueerde fiscale regelingen zijn regelingen die niet doelmatig en/of doeltreffend zijn, en/of er geen reden tot overheidsingrijpen is, of niet door het toetsingskader fiscale regelingen komen.

Bij fiscale regelingen waarbij het moeilijk is om conclusies te trekken over de doeltreffend- en doelmatigheid, dient in de kabinetsreactie ingegaan te worden op de achtergrond hiervan en de mogelijkheden een dergelijke niet doorslaggevende evaluatie-uitkomst in de toekomst te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door de doelstelling aan te scherpen of door relevante data te verzamelen over de regeling.

Horizonbepalingen

Horizonbepalingen worden bij nieuwe regelingen in principe ingevoerd. Bij bestaande regelingen die recent zijn geëvalueerd, wordt in principe een horizonbepaling opgelegd indien het doel van tijdelijke aard is en/of er sprake is van een negatieve of discutabele evaluatie-uitkomst. Na een nieuwe evaluatie volgt een nieuwe weging. Er kan worden afgeweken van deze regel indien er goede redenen voor zijn, zoals:

  • Regelingen die volgen uit Europese verplichtingen of internationale verdragen;

  • Regelingen met als doel om de uitvoering makkelijker te maken;

  • Regelingen die deel uitmaken van of nauw verbonden zijn aan de primaire heffingsstructuur;

  • Regelingen waarvan de afschaffing een disproportionele impact op doelgroep teweeg zou brengen of waarbij de toevoeging van een horizonbepaling het beleidsdoel zou ondergraven, bijvoorbeeld wanneer een regeling alleen het gewenste effect kan hebben als deze voor een langere periode bestaat.

In het geval bij afloop van de horizonbepaling blijkt dat realisaties afwijken van de verwachting bij invoering van de regeling, dan is de afwijking bij voorzetting van de regeling relevant voor het inkomstenkader.

Wanneer een automatische beëindiging van de fiscale regeling niet voor de hand ligt, kan een budgettaire bepaling worden ingevoerd. Dit betekent dat na een bepaalde horizon de budgettaire afwijking (gecorrigeerd voor inflatie en een onbenulligheidsmarge) van de regeling relevant is voor het inkomstenkader. Deze budgettaire bepalingen worden in principe alleen bij nieuwe regelingen ingevoerd en in kabinetsreacties bij recent geëvalueerde regelingen. De regelingen die geen horizonbepaling opgelegd krijgen, kunnen daarmee een budgettaire bepaling opgelegd krijgen. Uitzonderingen hierop zouden kunnen zijn:

  • Regelingen die volgen uit Europese verplichtingen of internationale verdragen;

  • Regelingen die deel uitmaken van of nauw verbonden zijn aan de primaire heffingsstructuur (aftrek kosten onderhoudsverplichting, algemene heffingskorting);

  • Regelingen die een budgettair belang van kleiner dan 5 miljoen hebben.

Monitoring van individuele fiscale regelingen

De budgettaire ontwikkeling van fiscale regelingen aan de inkomstenkant zoals vrijstellingen, aftrekposten en verlaagde tarieven die de belastingopbrengst verkleinen, wordt jaarlijks gemonitord in de Miljoenennota. Substantiële opwaartse afwijkingen van het verwachte niveau aan het begin van de kabinetsperiode en relatief hoge endogene groei in de kabinetsperiode worden in de monitoring apart benoemd en geven in beginsel aanleiding tot het nemen van maatregelen om beter aan te sluiten bij het eerder geraamde budget.

Evaluaties

De maatregelen die in de bijlage ‘fiscale regelingen’ van de Miljoenennota genoemd staan, hebben een evaluatieverplichting. Maatregelen in de bijlage ‘toelichting op de fiscale regelingen’ niet. Het departement op wiens begroting de fiscale regeling (extracomptabel) vermeld staat, is verantwoordelijk voor een tijdige uitvoering van de evaluatie.

De criteria voor uitzonderingen van deze regel kunnen zijn:

  • Als een regeling al is geëvalueerd en er geen nieuwe informatie voorhanden is, kan de evaluatie worden uitgesteld, veel informatie is immers al beschikbaar. De verantwoordelijke departementen kunnen in overeenstemming met de toezichthouder op fiscale regelingen beslissen om middels een kabinetsreactie de evaluatietermijn met maximaal 4-7 jaar op te schorten. In de kabinetsreactie worden de conclusies van de vorige evaluatie opgenomen en de reden toegelicht waarom die conclusies nog steeds gelden en naar verwachting ook voor de komende maximaal 4-7 jaar.

  • Dit kan besloten worden wanneer er sinds vorige evaluatie geen beleidswijzigingen of nieuwe informatie over de regeling voorhanden is. Hierdoor kan capaciteit ingezet worden op die plekken waar dat het meest nodig is.

Naast bovenstaande punten worden de evaluaties geprioriteerd op basis van criteria, zoals:

  • Databeschikbaarheid;

  • Nieuwe informatie zoals beleidswijzigingen;

  • Beleidsinformatiebehoefte;

  • Budgettair belang.

De evaluatie zelf wordt binnen 4 weken na oplevering gepubliceerd met een begeleidende brief waarin wordt aangekondigd dat het kabinet aan de slag gaat met de evaluatieresultaten en uiterlijk bij het volgende besluitvormingsmoment met een kabinetsreactie komt. Hier kan alleen gemotiveerd van worden afgeweken. De behandeling van de evaluaties van fiscale regelingen is bij voorkeur tijdens de voorjaarsbesluitvorming.

Bijlage 5. Beleidskader risicoregelingen

Het beleidskader risicoregelingen ziet toe op alle nieuwe en bestaande risicoregelingen die tussen een organisatie van de rijksoverheid en een organisatie buiten de ‘sector overheid’16zijn overeengekomen. Onder risicoregelingen worden verstaan: (in)directe garanties en leningen.

Besluitvorming over een nieuwe en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling gebeurt aan de hand van het ‘toetsingskader risicoregelingen’.17 Voor de besluitvorming over risicoregelingen gelden de volgende voorwaarden:

  • 1. Over nieuwe risicoregelingen, dan wel de aanpassingen in bestaande regelingen, moet besluitvorming plaatsvinden in de MR. Besluitvorming over risicoregelingen gebeurt in principe bij het hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar.

  • 2. Voornemens tot het opzetten van nieuwe risicoregelingen of wijzigingen van bestaande risicoregelingen worden tijdig kenbaar gemaakt aan het ministerie van Financiën. Deze voornemens worden besproken in de beleidsbrief. Dit ten behoeve van ordentelijke besluitvorming omtrent risicoregelingen.

  • 3. Het ministerie van Financiën dient akkoord te zijn met het ingevulde toetsingskader dat vervolgens ter besluitvorming voorgelegd wordt aan de MR. Na besluitvorming wordt het toetsingskader risicoregeling verzonden aan het parlement en wordt conform de instructies in de rijksbegrotingsvoorschriften periodiek verantwoording afgelegd.

Deze voorwaarden worden verder toegelicht in de procesbeschrijving risicoregelingen en via het Handboek Financiële Informatie en Administratie Rijk (HAFIR) gepubliceerd. Tevens wordt ook het toetsingskader risicoregelingen gepubliceerd in het HAFIR. De hieronder besproken uitgangspunten vormen de basis voor het toetsingskader risicoregelingen.

Probleemstelling en rol van de overheid

Het kabinet betracht zoveel mogelijk terughoudendheid bij het verlengen van bestaande of aangaan van nieuwe financiële risico’s. Echter, soms kan het aangaan van nieuwe financiële risico’s noodzakelijk zijn. Essentieel in de besluitvorming is daarom een adequate beschrijving van het probleem en een beschrijving waarom de voorgestelde risicoregeling het meest doelmatige en doeltreffende beleidsinstrument is in vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten. Het toetsingskader bespreekt wat deze overheidsinterventie legitimeert en of het ter compensatie is van risico’s die niet in de markt kunnen worden gedekt.

Risico's en risicobeheersing

De directe en indirecte financiële risico’s die de overheid loopt dienen goed inzichtelijk te worden gemaakt. Daarom wordt een deugdelijke onderbouwing van de directe en indirecte financiële risico’s die de overheid zal gaan dragen gegeven. Daarbij dient inzichtelijk te worden gemaakt welke aannames bij de risico-inschatting zijn gebruikt en waar deze risico-inschatting op gebaseerd is. Dit gebeurt op basis van het maximale risico dat per jaar kan optreden en de precieze kenmerken van het risico dat de regeling moet dekken.

Iedere risicoregeling dient eindig te zijn, en het risico dient gemaximeerd te zijn met een plafond. Als gedurende de uitvoering van de risicoregeling sprake blijkt te zijn van een onderbenutting van meer dan 10% van het plafond, dan wordt het plafond neerwaarts bijgesteld. Hierop is een uitzondering als wordt aangetoond dat een hoger plafond is gerechtvaardigd, omdat uit het meerjarig gebruik bijvoorbeeld blijkt dat er sprake is van sterke fluctuaties als gevolg van economische ontwikkelingen of omdat het gebruik van de regeling in de toekomst sterk zal toenemen.

In het toetsingskader dient ook een beschrijving te worden gegeven van alle risico-mitigerende maatregelen die worden gehanteerd om het risico voor de overheid zoveel mogelijk te beperken. Voorbeelden hiervan zijn het (gedeeltelijk) dekken van het risico (deels) door private financiële instellingen, als overheid beslag leggen op het vermogen van de tegenpartij en maatregelen of risicovoorzieningen die de afnemer van de risicoregeling moet treffen om het risico voor de overheid zoveel mogelijk te beperken.

Voor grote en complexe risico’s zal een second opinion gevraagd worden aan een onafhankelijke gespecialiseerde partij ten aanzien van de risico-inschatting en -beheersing en premiestelling. Zowel het beleidsdepartement als het ministerie van Financiën kunnen om dergelijke expertise verzoeken. Het beleidsdepartement draagt hiervoor de kosten.

Risicopremie en risicovoorziening en budgettaire verwerking

In het geval wordt besloten tot een risicoregeling wordt er een premie gevraagd die een zo reëel mogelijke weergave vormt van het risico. De premie is in principe de optelsom van de verwachte schade, de uitvoeringskosten en een risico-opslag. De verwachte schade wordt bepaald op basis van een onderbouwde raming die bij het ministerie van Financiën wordt voorgelegd.

De risico-opslag dient (zoveel mogelijk) overeen te komen met gangbare risicopremies die worden gehanteerd bij vergelijkbare marktactiviteiten. Er worden twee typen risicoregelingen onderscheiden: risicoregelingen met begrote schade en risicoregelingen zonder begrote schade. Voor alle risicoregelingen wordt in de begroting een ontvangstenraming voor de premieontvangsten opgenomen. Voor risicoregelingen met begrote schade wordt tevens een raming van de schade-uitgaven opgenomen.

Bij risicoregelingen met begrote schade wordt tevens een risicovoorziening aangemaakt. Dit in de vorm van een begrotingsreserve. Ontvangen premies en niet-gerealiseerde schade-uitgaven worden in principe aan het einde van het begrotingsjaar in de begrotingsreserve gestort. Wanneer schade-uitgaven de uitgavenraming overstijgen, wordt dit tekort gedekt vanuit de begrotingsreserve.

Een begrotingsreserve wordt op grond van artikel 2.21 eerste lid van de Comptabiliteitswet in overeenstemming met de minister van Financiën ingesteld. In het instellingsbesluit worden de voorwaarden van de begrotingsreserve opgenomen.

Vormgeving en budgettaire inpasbaarheid van de risicoregeling

Bij nieuwe risicoregelingen en aanpassingen van bestaande regelingen zal er een versobering van (andere) risicoregelingen plaatsvinden. Indien een departement zelf geen risicoregelingen heeft waarmee vrije ruimte voor een nieuwe risicoregeling kan worden gecreëerd, dan kan het departement nieuwe ruimte voor de risicoregelingen organiseren door een substantiële eerste storting in een risicovoorziening (begrotingsreserve).

De minister van Financiën zal bij het inrichten van een risicovoorziening voorwaarden stellen. De exacte vormgeving van de risicovoorziening wordt vastgelegd in een brief van het ministerie van Financiën aan het beleidsdepartement.

Horizonbepaling en evaluatie

Iedere risicoregeling kent een horizonbepaling. De standaardtermijn voor een horizonbepaling is vijf jaar. Ten tijde van het bereiken van de horizon uit de horizonbepaling wordt een evaluatie van de risicoregeling uitgevoerd. Daarbij worden de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de risicoregeling onderzocht. De kwaliteitseisen voor dit onderzoek zijn beschreven in de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek.

Risicoregelingenbeleid in crisistijden

Het bovenstaande is relevant onder ‘normale’ omstandigheden. Het is mogelijk dat het kabinet bij een zware crisis een ruimhartiger risicoregelingenbeleid voert, omdat garanties en leningen vaak een geschikt instrument zijn om risico’s uit de economie mee op te vangen en over te nemen via de overheidsbegroting. De ‘tenzij-clausule’ is dan noodzakelijkerwijs vaker van toepassing. Crisisgerelateerde risicoregelingen zijn primair bedoeld om de schade aan de economie te beperken, niet om een marktfalen op te lossen, en zijn daarom anders in opzet dan reguliere regelingen. Vereiste is dat ze een tijdelijk karakter hebben met een kortere horizonbepaling. Bij crisisgerelateerde regelingen worden ontvangsten en uitgaven ten laste van de staatsschuld geboekt en kennen daarom geen risicovoorziening.

De relevante wet- en regelgeving met betrekking tot risicoregelingen betreffen:

  • Comptabiliteitswet;

  • Rijksbegrotingsvoorschriften;

  • Begrotingsregels zoals vastgelegd door het kabinet;

  • ABC-fiche begrotingsreserves;

  • HAFIR algemeen;

  • Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek.

17

Een belangrijke uitzondering hierop zijn EU-garanties die uit hoofde van het Eigenmiddelenbesluit ontstaan (specifiek bij de zogenoemde headroom). Het autorisatieproces van deze garanties en de uitoefening van het budgetrecht van het parlement is reeds bij de parlementaire behandeling van de wet ter goedkeuring van het Eigenmiddelenbesluit doorlopen. Voor de instellen van EU-instrumenten loopt de autorisatie reeds via de BNC-fiches en de inzet voor de Raad en de Europese Raad. De MR en het parlement zijn betrokken bij de besluitvorming en het budgetrecht van het parlement wordt hiermee gerespecteerd. Hierdoor is het specifiek voor deze EU-garanties niet nodig om deze als nieuw beleid te beschouwen en is het niet nodig om een Toetsingskader risicoregelingen op te stellen en voor autorisatie aan het parlement voor te leggen. Dit houdt ook in dat na besluitvorming in de Europese Unie de ontstane garantie bij het eerstvolgende reguliere begrotingsmoment in de begroting zal worden opgenomen. Verdere toelichting staat opgenomen in het rapport van de 18 Studiegroep Begrotingsruimte.

BIJLAGE 2 - BUDGETTAIRE KERNGEGEVENS

Tabel 11 EMU-saldo

(in miljarden euro tenzij anders aangegeven, min = tekort)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Belasting- en premieontvangsten

456,4

480,7

504,7

525,3

545,9

564,5

Totale netto-uitgaven

495,4

527,4

552,7

577,6

601,0

622,5

w.v. Niet-relevante rijksuitgaven, wel relevant voor EMU-saldo

29,1

24,9

23,2

25,9

28,4

30,6

Niet EMU-saldo relevante uitgaven (exclusief financiering staatsschuld)

13,0

14,3

19,1

23,0

27,0

28,0

Kas-transverschillen en overige posten

‒ 3,7

‒ 3,5

‒ 3,4

‒ 0,7

‒ 0,2

0,2

EMU-saldo decentrale overheden

‒ 1,0

‒ 1,0

‒ 1,1

‒ 1,1

‒ 1,2

‒ 1,2

EMU-saldo collectieve sector (1-2-3+4+5)

‒ 30,7

‒ 37,1

‒ 33,3

‒ 31,1

‒ 29,4

‒ 31,1

EMU-saldo collectieve sector (in procenten bbp)

‒ 2,5%

‒ 2,9%

‒ 2,5%

‒ 2,3%

‒ 2,1%

‒ 2,1%

Tabel 12 Niet-relevante rijksuitgaven, wel relevant voor het EMU-saldo

(in miljoenen euro, plus = uitgave en saldoverslechterend)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Invoerrechten EU-afdrachten

5.455

6.163

6.353

6.398

6.612

6.854

Rente staatsschuld

8.721

11.074

12.495

14.274

15.839

17.453

Rente schatkistbankieren (excl. sociale fondsen)

886

886

952

998

1.023

1.057

Dividend financiele staatsdeelnemingen

‒ 400

‒ 299

‒ 302

‒ 302

‒ 302

‒ 302

Overige gevolgen interventies financiele crisis (netto)

‒ 49

‒ 48

‒ 51

‒ 48

‒ 36

‒ 29

Ontvangsten COVA

‒ 106

‒ 111

‒ 111

‒ 111

‒ 111

‒ 111

Ontvangsten ETS

‒ 951

‒ 769

‒ 4.331

‒ 3.696

‒ 3.221

‒ 3.327

Opbrengsten CO2-heffing

‒ 44

‒ 30

‒ 74

‒ 140

‒ 290

‒ 240

Werkgeversbijdrage kinderopvang

‒ 1.816

‒ 1.822

‒ 1.827

‒ 1.831

‒ 1.842

‒ 1.842

Zorgtoeslag (netto)

6.576

7.489

7.565

7.659

8.012

8.266

Diergezondheidsfonds

1

‒ 2

Invaren pensioenen defensie

8.441

300

Belasting- en invorderingsrente

‒ 709

‒ 765

‒ 826

‒ 840

‒ 860

‒ 883

Rente-ontvangsten lening TenneT

‒ 960

‒ 1.178

‒ 1.198

‒ 1.198

‒ 1.198

‒ 1.198

Premieontvangsten Tennet

‒ 13

‒ 38

‒ 63

‒ 88

‒ 109

‒ 124

Sociale lasten sociale fondsen

4.718

5.259

5.617

5.892

5.935

6.126

Carbon Border Adjustment Mechanism

‒ 211

‒ 237

Vrachtwagenheffing

‒ 539

‒ 1.084

‒ 1.087

‒ 1.082

‒ 1.082

‒ 1.082

Overige saldorelevante uitgaven buiten het kader

91

68

110

43

29

‒ 19

Totaal

29.090

24.857

23.223

25.927

28.399

30.600

Tabel 13 Niet EMU-saldo relevante uitgaven (inclusief financiering staatsschuld)

(in miljoenen euro, plus = hogere uitgave)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verstrekking studieleningen

2.254

1.932

1.643

1.500

1.447

1.415

Aflossing studieleningen

‒ 1.748

‒ 2.364

‒ 1.777

‒ 1.792

‒ 1.812

‒ 1.839

Coronagerelateerde leningen

‒ 154

‒ 33

‒ 2

Rijksbijdragen aan de sociale fondsen

57.483

61.261

63.671

68.750

72.756

77.580

Rente sociale fondsen

1.495

1.934

2.529

3.193

3.946

4.818

Kasbeheer

‒ 12.933

‒ 13.027

‒ 14.165

‒ 16.157

‒ 18.967

‒ 21.192

Aan- en verkoop staatsdeelnemingen

397

377

150

Lening TenneT (incl aflossing

7.700

‒ 1.500

Lening EBN

7.751

149

‒ 8.000

Diverse leningen

‒ 161

‒ 118

‒ 123

‒ 311

‒ 653

‒ 481

Exportkredietverzekeringen

100

106

75

66

54

54

Oekraïne-middelen

0

3

6

5

‒ 70

‒ 110

Reservering kapitaalstorting TenneT Duitsland

2.150

2.150

Reservering Nationale Investeringsinstelling

3.300

Overig

224

270

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

Totaal

62.407

52.639

49.456

53.752

56.701

60.242

BIJLAGE 3 - VERTICALE TOELICHTING

De verticale toelichting toont voor ieder begrotingshoofdstuk de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de Miljoenennota 2026.

De verticale toelichting bestaat per begroting uit twee tabellen: uitgaven en ontvangsten. De bedragen in de tabellen zijn in miljoenen euro. Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som der onderdelen. In de ontwerpbegroting wordt een meer gedetailleerde toelichting op de mutaties gegeven.

Algemene Zaken en De Koning

De Koning

I De Koning: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

61

61

61

61

61

0

       

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

       

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

       

Extrapolatie

     

61

Extrapolatie

     

61

       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

61

61

61

61

61

61

I De Koning: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

0

0

0

0

0

0

       

Extrapolatie

     

0

Extrapolatie

     

0

       

Stand Voorjaarsnota

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

Loonbijstelling

De loonbijstelling van tranche 2026 wordt uitgekeerd (vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op 0).

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling van tranche 2026 wordt uitgekeerd (vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op 0).

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de begroting van De Koning.

Technisch

Deze post bestaat uit de doorbelasting van de loon- en prijsbijstelling met de begroting van AZ en Defensie (vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op 0).

Ontvangsten

Extrapolatie 2031

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de begroting van De Koning (vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op 0).

Algemene Zaken

III Algemene Zaken: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

111

109

107

104

104

0

       

Ombuigingen

 

0

0

‒ 3

‒ 6

‒ 6

61. Efficiencytaakstelling

 

0

0

‒ 1

‒ 1

‒ 1

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 2

‒ 5

‒ 5

       

Kasschuiven

‒ 1

1

    

Kasschuif eindejaarsmarge voor problematiek CTIVD

‒ 1

1

    
       

Overboekingen met andere begrotingen

1

1

1

1

1

1

Bureau Bestuursraad Rijk

1

1

1

1

1

1

Overige overboekingen met andere begrotingen

0

0

0

   
       

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

       

Prijsbijstelling

1

1

1

1

1

1

Prijsbijstelling

1

1

1

1

1

1

       

Extrapolatie

     

104

Extrapolatie

     

104

       

Eindejaarsmarge

1

0

0

0

0

0

Eindejaarsmarge

1

0

0

0

0

0

       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

114

113

109

104

100

100

III Algemene Zaken: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

10

9

9

9

9

0

       

Ombuigingen

   

0

0

0

61. Efficiencytaakstelling

   

0

0

0

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

0

0

0

       

Extrapolatie

     

9

Extrapolatie

     

9

       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

10

9

9

9

9

9

Uitgaven

Ombuigingen

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Algemene Zaken betekent dit een ombuiging van circa 191 duizend euro in 2027 (vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op 0), oplopend tot structureel 1,4 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheidIn het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de Rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Algemene Zaken betekent dit een ombuiging van circa 2 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 4,9 miljoen euro.

Kasschuiven

Kasschuif eindejaarsmarge voor problematiek CTIVD

Bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) is sprake van huisvestingsproblematiek door de verwachte verhuizing naar een nieuwe locatie. Door een gedeelte van de eindejaarsmarge (0,9 miljoen euro) van 2026 naar 2027 te kasschuiven wordt de huisvestingsproblematiek in 2027 opgelost.

Overboekingen met andere begrotingen

Bureau Bestuursraad Rijk

Voor de oprichting van het Bureau Bestuursraad Rijk bij het ministerie van Algemene Zaken worden door verschillende departementen middelen (1,4 miljoen euro) naar de AZ-begroting overgeheveld.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Deze post betreft het saldo van een aantal kleinere overboekingen (vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op 0), zo wordt in 2026 een bijdrage van 12 duizend euro gedaan voor de Rijksbrede ICT-voorzieningen. Daarnaast wordt een overboeking naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gedaan voor het besparingsverlies op de banenafspraak (60 duizend euro in 2026) en worden middelen naar het ministerie van Justitie en Veiligheid overgeheveld voor een stuurgroep over beleidskwaliteit (structureel 29 duizend euro).

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2026 wordt uitgekeerd.

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2026 wordt uitgekeerd.

Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge voor Algemene Zaken over 2025 bedraagt circa 1 miljoen euro.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de AZ-begroting.

Technisch

Deze post betreft een aantal technische mutaties die per saldo op 0 sluiten, en de doorbelasting van de loon- en prijsbijstelling met de begroting van de Koning.

Ontvangsten

Ombuigingen

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Algemene Zaken betekent dit een ombuiging van circa 34 duizend euro in 2029, oplopend tot structureel 68 duizend euro (vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op 0).

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheidIn het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Algemene Zaken betekent dit een ombuiging van circa 124 duizend euro in 2029, oplopend tot structureel 310 duizend euro (vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op 0).

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de AZ-begroting.

Technisch

Deze post bestaat uit de doorbelasting van de loon- en prijsbijstelling met de begroting van De Koning.

Buitenlandse Zaken (inclusief BHOS)

Buitenlandse Zaken

V Buitenlandse Zaken: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

16.648

16.589

18.292

18.800

19.327

0

       

Ombuigingen

‒ 25

‒ 36

‒ 36

‒ 42

‒ 50

‒ 45

Huisvesting

‒ 25

‒ 35

‒ 35

‒ 35

‒ 35

‒ 30

61. Efficiencytaakstelling

 

0

0

‒ 1

‒ 2

‒ 2

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 5

‒ 11

‒ 11

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

       

Generaal dossier

‒ 114

361

277

455

569

684

EU-afdrachten

‒ 114

361

277

455

569

684

       

Kasschuiven

‒ 2

‒ 9

11

   

Kasschuiven

‒ 2

‒ 9

11

   
       

Overboekingen met andere begrotingen

41

7

1

‒ 2

‒ 3

‒ 3

ODA-dekking amendement Bontenbal

4

4

4

4

4

4

Overige overboekingen met andere begrotingen

37

3

‒ 3

‒ 6

‒ 7

‒ 7

       

Kadercorrecties

560

348

‒ 58

‒ 91

‒ 121

‒ 153

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

580

404

28

28

28

28

Overige kadercorrecties

‒ 20

‒ 55

‒ 86

‒ 119

‒ 149

‒ 181

       

Loonbijstelling

13

14

13

13

13

14

Loonbijstelling

13

14

13

13

13

14

       

Prijsbijstelling

12

13

8

8

9

8

Prijsbijstelling

12

13

8

8

9

8

       

Extrapolatie

     

19.653

Extrapolatie

     

19.653

       

Eindejaarsmarge

221

     

Europese Vredesfaciliteit

198

     

HGIS-eindejaarsmarge

23

     
       

Technisch

4

0

0

0

0

0

Technisch

4

0

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

‒ 80

613

985

852

873

1.115

Actualisatie invoerrechten

500

1.016

1.013

880

901

1.143

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

‒ 580

‒ 404

‒ 28

‒ 28

‒ 28

‒ 28

       

Stand Voorjaarsnota

17.280

17.899

19.493

19.994

20.618

21.272

V Buitenlandse Zaken: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

4.732

1.403

1.448

1.504

1.541

0

       

Tegenvallers

‒ 241

19

19

19

19

 

Huisvesting

‒ 241

19

19

19

19

 
       

Generaal dossier

125

254

253

220

225

286

Perceptiekostenvergoeding

125

254

253

220

225

286

       

Extrapolatie

     

1.540

Extrapolatie

     

1.540

       

Technisch

4

     

Technisch

4

     
       

Stand Voorjaarsnota

4.620

1.676

1.720

1.743

1.785

1.826

Uitgaven

Ombuigingen

Huisvesting

Door een actualisatie van de raming van de verkoopopbrengsten worden de ontvangsten in 2026 verlaagd. Daar staat tegenover dat er in latere jaren (2027-2030) meer verkoopopbrengsten worden verwacht. Conform de middelenafspraak18 worden daarmee ook de uitgaven bijgesteld en in een realistisch ritme geplaatst.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Buitenlandse Zaken (BZ) betekent dit een ombuiging van circa 1,3 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 2,5 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van BZ betekent dit een ombuiging van circa 4,5 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 11,3 miljoen euro.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van BZ betekent dit een structurele ombuiging van circa 1 miljoen euro vanaf 2027.

Generaal dossier

EU-afdrachten

De Europese Commissie heeft een economische raming gepubliceerd in het kader van de MFK-onderhandelingen over het Eigenmiddelenbesluit. Als gevolg hiervan vindt er een meerjarige tegenvaller plaats van 142 miljoen euro in 2027 die oploopt tot 707 miljoen euro in 2031. De stijging wordt veroorzaakt doordat de Europese economie harder groeit dan eerder voorzien en het Nederlandse aandeel daarin toeneemt.

Daarnaast wordt de marge ten opzichte van het voorgestelde betalingenniveau van de Commissie aangepast om een realistisch beeld te schetsen van de te verwachten Nederlandse EU-afdrachten. Dit leidt tot een incidentele meevaller in 2026 van 135 miljoen euro.

Ook vindt er een tegenvaller plaats op de EU-afdrachten als gevolg van de verwerking van de nacalculatie19 (21 miljoen euro in 2026 en 87 miljoen euro in 2027) en een meevaller als gevolg van een update van de rentestanden en uitgifte van leningen voor de terugbetaling NextGenerationEU (NGEU, circa 35 miljoen euro per jaar in 2028-2030 en 23 miljoen euro in 2031). Bovendien zijn de betalingskredieten van de Europese Oekraïnefaciliteit in 2025 niet volledig benut, waardoor de onderuitputting op de Oekraïnefaciliteit in de Nederlandse raming van 2025 naar 2027 wordt geschoven.

Overboekingen met andere begrotingen

ODA-dekking amendement Bontenbal

Vanuit de BHO-begroting wordt structureel circa 3,6 miljoen euro overgeheveld naar het apparaatsartikel van de begroting van BZ ter dekking van het ODA-deel van amendement Bontenbal. De reden hiervoor is dat BHO gebruik maakt van het apparaat van BZ.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Er hebben verschillende overboekingen plaatsgevonden als onderdeel van de HGIS-besluitvorming.

Kadercorrectie

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen. Derhalve worden het budget voor niet-militaire steun op de BZ-begroting onder het uitgavenkader geplaatst.

Overige kadercorrecties

In het voorjaar van 2025 is besloten om vanaf 2026 de reguliere Rijksbrede loon- en prijsbijstellingssystematiek van toepassing te laten zijn voor het non-ODA deel van het HGIS-budget in plaats van dit budget te indexeren met prijs bbp. Dit jaar is nog eenmalig het non-ODA budget geïndexeerd op basis van de CEP. Vervolgens is de prijsbijstelling op de begroting van BZ (artikel 6.1) afgeboekt. Het uitgavenkader is voor beide technische wijzigingen gecorrigeerd.

Loonbijstelling

Loonbijstelling

De tranche 2026 van de loonbijstelling voor het HGIS non-ODA budget wordt overgeboekt naar de BZ-begroting.

Prijsbijstelling

Prijsbijstelling

De tranche 2026 van de prijsbijstelling voor het HGIS non-ODA budget wordt overgeboekt naar de BZ-begroting.

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Buitenlandse Zaken.

Eindejaarsmarge

Europese Vredesfaciliteit

In 2025 heeft er 197,8 miljoen euro aan onderuitputting plaatsgevonden op de Europese Vredesfaciliteit vanwege de aanhoudende veto van Hongarije op deze middelen. Deze verplichte middelen worden in 2026 opnieuw opgeboekt.

HGIS-eindejaarsmarge

De HGIS-eindejaarsmarge wordt toegevoegd aan de begroting van Buitenlandse Zaken in 2026 en conform HGIS-besluitvorming doorverdeeld naar de betreffende departementen.

Technisch

Technisch

Als gevolg van een subsidie uit het Europese Fonds voor Geïntegreerd Grensbeheer (Border Management and Visa Policy Instrument (BMVI)) ontvangt BZ 4,4 miljoen euro in 2026. Deze ontvangsten worden ingezet ter dekking van een deel van de kosten voor de optimalisering van de visumsystemen.

Niet-kaderrelevant

Actualisatie invoerrechten

Gedurende het jaar treedt een onbedoeld saldo-effect op in de ramingen van de invoerrechten. Dit komt omdat aan de inkomsten- en uitgavenkant van de Rijksbegroting een andere raming wordt gebruikt, respectievelijk de raming van het ministerie van Financiën en de raming van de Europese Commissie.Om dit saldo-effect te voorkomen wordt drie keer per jaar een actualisatie verwerkt aan de uitgavenkant van de invoerrechten en de perceptiekostenvergoeding die hieruit volgt. De invoerrechten zijn niet-kaderrelevant.

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen. Derhalve worden het budget voor niet-militaire steun op de BZ-begroting onder het uitgavenkader geplaatst.

Ontvangsten

Tegenvallers

Huisvesting

Door een actualisatie van de raming van de verkoopopbrengsten worden de ontvangsten in 2026 verlaagd. Daar staat tegenover dat er in latere jaren (2027-2030) meer verkoopopbrengsten worden verwacht. Conform de middelenafspraak worden de ontvangsten bijgesteld en in een realistisch ritme geplaatst.

Generaal dossier

Perceptiekostenvergoeding

Nederland ontvangt 25% van de bruto af te dragen traditionele eigen middelen (TEM) als perceptiekostenvergoeding voor het innen van invoerrechten. Deze mutatie hangt samen met de actualisatie en nabetaling van de invoerrechten en is relevant voor het uitgavenplafond. Vanwege de hoger dan verwachte invoerrechten, nemen ook de ontvangsten van de perceptiekostenvergoeding toe.

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Buitenlandse Zaken.

Technisch

Technisch

Als gevolg van een subsidie uit het Europese Fonds voor Geïntegreerd Grensbeheer (Border Management and Visa Policy Instrument (BMVI)) ontvangt BZ 4,4 miljoen euro in 2026. Deze ontvangsten worden ingezet ter dekking van een deel van de kosten voor de optimalisering van de visumsystemen te dekken.

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

3.572

3.747

3.803

3.974

4.105

0

       

Intensiveringen

108

39

0

0

0

0

Intensiveringen BHO-programma's

108

39

0

0

0

0

       

Ombuigingen

‒ 108

‒ 475

‒ 32

‒ 36

‒ 40

‒ 42

Rijksbrede taakstelling prijsbijstelling

  

‒ 15

‒ 16

‒ 17

‒ 19

4. Oekraine-steun onverminderd doorzetten (3,4 mld)

 

‒ 419

    

61. Efficiencytaakstelling

 

0

‒ 1

‒ 2

‒ 2

‒ 2

62. Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid

   

‒ 2

‒ 5

‒ 5

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 17

‒ 17

‒ 17

‒ 17

‒ 17

Overige ombuigingen

‒ 108

‒ 39

0

0

0

0

       

Generaal dossier

‒ 119

‒ 133

‒ 136

‒ 138

‒ 144

‒ 166

Bijstelling ODA-budget n.a.v. CEP-Raming

‒ 119

‒ 133

‒ 136

‒ 138

‒ 144

‒ 166

       

Kasschuiven

‒ 545

245

75

225

  

Kasschuif asielmeevaller

‒ 545

245

75

225

  
       

Overboekingen met andere begrotingen

630

‒ 142

‒ 286

‒ 315

‒ 293

‒ 280

69. ODA-toerekening eerstejaarsopvang

620

‒ 106

‒ 201

‒ 235

‒ 257

‒ 257

Actualisatie ODA-bijdrage eerstejaarsasielopvang

98

‒ 7

‒ 68

‒ 81

‒ 37

‒ 24

Overboekingen met Buitenlandse Zaken

‒ 11

‒ 7

‒ 6

‒ 5

‒ 5

‒ 5

HGIS-besluitvorming

‒ 73

‒ 7

5

6

6

6

Migratiepartnerschappen

 

‒ 12

‒ 12

   

Overige overboekingen met andere begrotingen

‒ 4

‒ 3

‒ 3

0

  
       

Kadercorrecties

285

56

55

51

57

52

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

246

23

7

   

Bijstelling ODA-budget n.a.v. CEP-Raming

39

33

48

51

57

52

       

Extrapolatie

     

4.117

Extrapolatie

     

4.117

       

Technisch

0

0

0

0

0

 

Technisch

0

0

0

0

0

 
       

Niet-kaderrelevant

‒ 246

‒ 23

‒ 7

   

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

‒ 246

‒ 23

‒ 7

   
       

Stand Voorjaarsnota

3.578

3.314

3.472

3.761

3.685

3.680

XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

48

45

43

42

42

0

       

Extrapolatie

     

42

Extrapolatie

     

42

       

Niet-kaderrelevant

1

0

0

1

1

1

Ontvangsten NIO

1

0

0

1

1

1

       

Stand Voorjaarsnota

49

45

43

43

43

43

Uitgaven

Intensiveringen

Intensiveringen BHO-programma's

Er wordt circa 108 miljoen euro in 2026 en 39 miljoen euro in 2027 geïntensiveerd op verschillende programma's op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (BHO). De intensiveringen zien met name op de budgetten voor veiligheid en stabiliteit (cumulatief 44 miljoen euro), economische ontwikkeling en handel (cumulatief ca. 42 miljoen euro), humanitaire noodhulp (30 miljoen euro) en de budgetten voor mondiale gezondheid en vrouwenrechten (21 miljoen euro).

Ombuigingen

Rijksbrede taakstelling prijsbijstelling

Er is rijksbreed een taakstelling op de prijsbijstelling tranche 2026 verwerkt. Voor HGIS ODA betekent dit dat een deel van de reservering voor prijscompensatie op het nog onverdeeld artikel wordt afgeboekt, omdat het ODA-budget in lopende prijzen staat.

4. Oekraïne-steun onverminderd doorzetten (3,4 mld)

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de internationale steun aan Oekraïne gecontinueerd wordt met 3,4 miljard euro. Ter dekking van niet-militaire steun wordt 419 miljoen euro in 2027 in mindering gebracht op de BHO-begroting.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van BHO betekent dit een ombuiging van circa 0,5 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 2 miljoen euro, op de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

62. Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van BHO betekent dit een ombuiging van circa 2 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 5 miljoen euro, op de bijdrage aan RVO.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van BHO betekent dit een ombuiging van circa 17 miljoen euro in 2027. Deze ombuiging is naar rato van omvang verdeeld over de verschillende subsidiebudgetten binnen de BHO-begroting.

Overige ombuigingen

Dit betreft de herschikking vanuit het nog onverdeeld artikel (artikel 5.4) voor de intensiveringen op de BHO-programma's.

Generaal dossier

Bijstelling ODA-budget n.a.v. CEP-Raming

Naar aanleiding van de raming van het CEP van het CPB wordt het ODA-budget bijgesteld op basis van de verwachting van de volumeontwikkeling van het bruto nationaal inkomen (bni).

Kasschuiven

Kasschuif asielmeevaller

Op het nog onverdeeld artikel wordt 545 miljoen euro uit 2026 geschoven naar latere jaren. De ODA-meevaller vanwege de lagere bezetting in de eerstejaarsasielopvang in 2026 wordt hiermee in een ander ritme op de begroting gezet.

Overboekingen met andere begrotingen

69. ODA-toerekening eerstejaarsopvang

In het coalitieakkoord is afgesproken de raming voor asielopvang op de begroting van Asiel en Migratie (AenM) bij te stellen. Een deel van de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit ontwikkelingslanden wordt conform internationale richtlijnen betaald vanuit het ODA-budget.

Actualisatie ODA-bijdrage eerstejaarsasielopvang

De verwerking van de meest recente Meerjaren Productie Prognose (MPP) en de actualisatie van het totale ODA-budget leiden tot een actualisatie van de ODA-bijdrage. In 2026 is er sprake van een lagere bijdrage aan eerstejaarsasielopvang die wordt overgeboekt van AenM naar BHO. Dit komt doordat de raming lager uitvalt dan eerder verwacht en er sprake is van een lagere ODA-bijdrage bij de afrekening over 2025 die plaatsvindt in 2026. Vanaf 2027 draagt de BHO-begroting extra bij aan de kosten voor eerstejaarsasielopvang. Hierbij is rekening gehouden met de maximale toerekening van 10%.

Overboekingen met Buitenlandse Zaken

Er vinden verschillende overboekingen plaats met de begroting van Buitenlandse Zaken (BZ), waaronder structureel circa 3,6 miljoen euro naar het apparaatsartikel op de begroting van BZ. BHO maakt namelijk gebruik van het apparaat van BZ. De overboeking is ter dekking van het ODA-deel van amendement Bontenbal. Daarnaast wordt er jaarlijks 1,5 miljoen euro overgeheveld als ODA-bijdrage aan het Shiraka-programma. Ook wordt er cumulatief 5 miljoen euro overgeheveld in 2026-2028 als ODA-bijdrage aan het Makandra-programma in Suriname.

HGIS-besluitvorming

Als gevolg van de HGIS-besluitvorming vindt er een aantal overboekingen met andere begrotingen plaats, wat een effect heeft op de BHO-begroting van 73 miljoen euro in 2026. Dit betreft met name de overschrijding van het ODA-budget in 2025 van 47 miljoen euro. Deze overschrijding wordt middels een overboeking naar BZ binnen de budgettaire systematiek van de HGIS gedekt. Ook wordt er vanuit ODA cumulatief ca. 15,5 miljoen euro aan loon- en prijsbijstelling overgeboekt aan BZ ten behoeve van het ODA-deel van de apparaatsuitgaven. Verder is er 2,5 miljoen euro beschikbaar gesteld vanuit het ODA-budget voor de medische evacuaties uit Gaza. Deze middelen worden overgeheveld naar de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het overige deel is een saldo van verschillende kleinere mutaties, waaronder verdere overhevelingen van loon- en prijsbijstelling.

Migratiepartnerschappen

Bij de Voorjaarsnota 2025 zijn er op de BHO-begroting middelen vrijgemaakt voor migratiepartnerschappen. De uitvoering verloopt in samenwerking met het ministerie van Asiel en Migratie. Een deel van de middelen wordt omgelabeld naar non-ODA en overgeboekt naar de begroting van AenM. Hiermee worden de middelen ingezet voor activiteiten (die niet ODA-toerekenbaar zijn) ten behoeve van het bevorderen van terugkeer en het tegengaan van irreguliere migratie.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft een saldo van vier overboekingen, waaronder een overboeking naar de begroting van Financiën (FIN) van circa 3,6 miljoen euro in 2026-2028 voor de International Development Association (IDA)-21 bijdrage. Ook wordt er in 2026 tot en met 2029 243 duizend euro overgeheveld naar de begroting van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) voor de meerjarige bijdrage aan het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP).

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen. Derhalve worden het budget voor niet-militaire steun op de BHO-begroting onder het uitgavenkader gezet.

Bijstelling ODA-budget n.a.v. CEP-Raming

Naar aanleiding van de raming van het CEP van het CPB wordt het ODA-budget bijgesteld op basis van de verwachting van de prijsontwikkeling van het bruto nationaal inkomen (bni).

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.

Technisch

Technisch

Dit betreft een saldo van technische herschikkingen op de BHO-begroting.

Niet-kaderrelevant

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen. Derhalve worden het budget voor niet-militaire steun op de BHO-begroting onder het uitgavenkader gezet.

Ontvangsten

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.

Niet-kaderrelevant

Ontvangsten NIO

De ontvangsten op de uitstaande begrotingsleningen van de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden (NIO) worden omhoog bijgesteld. In 2025 is er minder afgelost dan begroot op NIO-leningen. Met deze mutatie worden deze aflossingen in een nieuw ritme gezet.

Justitie en Veiligheid

VI Justitie en Veiligheid: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

18.596

18.841

18.793

18.800

18.550

0

       

Meevallers

‒ 88

     

Inzet eindejaarmarge (EJM)

‒ 88

     
       

Tegenvallers

88

     

Beroep eindejaarsmarge (EJM)

76

     

Regeling tegemoetkoming waterschade (WTS) Limburg

12

     
       

Intensiveringen

200

165

159

150

157

137

Diverse problematiek, inclusief ICT

156

49

28

17

26

6

Huisvesting Europol

13

13

6

6

6

6

EU-regelgeving inclusief AML-pakket

12

22

33

34

32

33

Amendement Coenradie c.s. capaciteit DJI

10

50

50

50

50

50

CA middelen: Dienst Justitiële Inrichtingen

 

30

40

40

40

40

Overige intensiveringen

10

2

2

2

2

2

       

Ombuigingen

‒ 221

‒ 118

‒ 95

‒ 98

‒ 151

‒ 151

Artikel Nog onverdeeld - gereserveerde middelen Europol

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

Inzet bijdrage HGIS voor problematiek Europol

‒ 6

‒ 6

    

Dekking amendement Coenradie c.s. capaciteit DJI

‒ 10

‒ 15

‒ 15

‒ 15

‒ 15

‒ 15

Ramingsbijstelling ondermijning

‒ 15

‒ 15

‒ 15

   

Overige ramingsbijstellingen

‒ 33

‒ 36

‒ 38

‒ 39

‒ 39

‒ 39

Ramingsbijstelling toevoegingen rechtsbijstand

‒ 49

‒ 31

‒ 9

7

‒ 1

 

Restant inzet eindejaarsmarge (EJM)

‒ 92

     

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 4

‒ 8

‒ 15

‒ 22

‒ 22

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 26

‒ 65

‒ 65

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

Overige ombuigingen

‒ 10

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

       

Kasschuiven

‒ 214

‒ 14

‒ 8

62

121

52

Kasschuif AML-pakket

‒ 21

8

7

5

2

 

Kasschuif Preventie met Gezag

‒ 21

7

7

7

  

Overige kasschuiven

‒ 173

‒ 28

‒ 21

50

120

52

       

Overboekingen met andere begrotingen

50

55

59

60

39

39

Overboeking middelen voor uitvoering NIS2 verschillende departementen

17

28

    

HGIS Europol

6

6

    

Overboeking bijdrage aan Digital Trust Center van EZ

6

6

6

6

6

6

Overige overboekingen met andere begrotingen

21

15

54

55

34

34

       

Kadercorrecties

13

13

13

13

13

13

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

13

13

13

13

13

13

       

Loonbijstelling

433

438

437

438

432

432

Loonbijstelling

433

438

437

438

432

432

       

Prijsbijstelling

106

107

75

73

73

67

Prijsbijstelling

106

107

75

73

73

67

       

Extrapolatie

     

18.565

Extrapolatie

     

18.565

       

Eindejaarsmarge

179

     

Eindejaarsmarge

179

     
       

Technisch

2

3

3

3

3

3

Technisch

2

3

3

3

3

3

       

Niet-kaderrelevant

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

       

Stand Voorjaarsnota

19.132

19.477

19.424

19.488

19.224

19.146

VI Justitie en Veiligheid: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

1.844

1.871

1.910

1.947

1.983

0

       

Meevallers

5

     

Afroming Eigen Vermogen Justitiële ICT Organisatie (JIO)

5

     
       

Ombuigingen

 

35

35

35

34

34

Dekking amendement Coenradie c.s. capaciteit DJI

 

35

35

35

35

35

61. Efficiencytaakstelling

 

0

0

0

0

0

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

0

‒ 1

‒ 1

63. Subsidietaakstelling

 

0

0

0

0

0

       

Generaal dossier

‒ 333

‒ 317

‒ 332

‒ 345

‒ 358

‒ 334

Ramingsbijstelling Boetes & Transacties

‒ 49

‒ 32

‒ 48

‒ 61

‒ 74

‒ 50

Bijstelling afpakken

‒ 284

‒ 284

‒ 284

‒ 284

‒ 284

‒ 284

       

Extrapolatie

     

1.983

Extrapolatie

     

1.983

       

Technisch

2

3

3

3

3

3

Technisch

2

3

3

3

3

3

       

Stand Voorjaarsnota

1.518

1.593

1.616

1.640

1.662

1.685

Uitgaven

Meevallers

Inzet eindejaarsmarge

JenV zet circa 88 miljoen euro van de eindejaarsmarge in ter dekking van overlopende verplichtingen en de nog uit te keren middelen voor de Regeling tegemoetkoming waterschade (WTS) Limburg.

Tegenvallers

Beroep eindejaarsmarge (EJM)

Voor circa 76 miljoen euro wordt een beroep gedaan op de eindejaarsmarge. Dit betreft onder andere kosten voor het continueren van de onderhoudscontracten voor het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem van circa 2,8 miljoen euro en 2 miljoen euro voor de versterking van meldpunt 144 bij de politie. Daarnaast wordt de eindejaarsmarge o.a. ingezet voor in 2025 uitgestelde betalingen (voor circa 20 miljoen euro).

Regeling tegemoetkoming waterschade (WTS) Limburg

Door de vertraagde afrekening van de voor 2025 benodigde WTS-middelen is een tegenvaller van 11,5 miljoen euro ontstaan. Dit wordt gedekt uit de eindejaarsmarge.

Intensiveringen

Diverse problematiek, inclusief ICT

Voor het opvangen van problematiek op de JenV-begroting, zoals onder meer voor de verschillende ICT-omgevingen binnen de Justitiële ICT Organisatie (JIO) en ICT-problematiek bij het OM wordt 156 miljoen euro in 2026, 28 miljoen euro in 2028 en 6 miljoen euro in 2031 beschikbaar gesteld.

Huisvesting Europol

Er zijn aanvullende middelen noodzakelijk voor de huisvesting van Europol. Hiervoor wordt 12,6 miljoen euro in 2026 en 2027 en 6,3 miljoen euro structureel vanaf 2028 beschikbaar gesteld.

EU-regelgeving inclusief AML-pakket

Voor de implementatie van nieuwe EU-regelgeving wordt structureel circa 32,5 miljoen euro structureel beschikbaar gesteld, onder andere voor het Europese Anti-Money Laundering (AML) wetgevingspakket.

Amendement Coenradie c.s. capaciteit DJI

Voor het gevangeniswezen wordt 10 miljoen euro vrijgemaakt in 2026 en vanaf 2027 structureel 50 miljoen euro per jaar.

CA middelen: Dienst Justitiële Inrichtingen

Bij het coalitieakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) voor het beschikbaar houden van cellencapaciteit. Een deel van deze middelen wordt nu beschikbaar gesteld zodat DJI de opdracht kan geven voor diverse renovaties en hier geen vertraging wordt opgelopen. Dit betreft 30 miljoen euro in 2027 en 40 miljoen euro vanaf 2028. Het overige bedrag (60 miljoen euro structureel) blijft in afwachting van nadere uitwerking van plannen gereserveerd op de Aanvullende Post.

Overige intensiveringen

Deze post omvat het saldo van de overige amendementen die bij de begrotingshandeling 2026 door de Tweede Kamer zijn aangenomen. Dit betreft bijvoorbeeld een amendement voor een compensatieregeling voor  vrouwelijke rechters en officieren van justitie in opleiding die in het verleden benadeeld zijn door het inschalingsbeleid 2026 (5 miljoen euro), het structureel versterken van Meldpunt 144 (Red een dier) met 2 miljoen euro en het incidenteel verhogen van het budget voor Offlimits (600 duizend euro in 2026).

Ombuigingen

Artikel Nog onverdeeld - gereserveerde middelen Europol

Een deel van de gereserveerde middelen op artikel 92 «Nog onverdeeld» (structureel 6,3 miljoen euro) wordt ingezet voor de huisvestingsproblematiek bij Europol.

Inzet bijdrage HGIS voor problematiek Europol

Binnen de HGIS worden middelen vrijgemaakt voor de problematiek bij de huisvesting van Europol. Hiermee wordt 6,3 miljoen euro in 2026 en 6,3 miljoen euro in 2027 ingezet.

Dekking amendement Coenradie c.s. capaciteit DJI

Het amendement van Coenradie c.s.  wordt onder andere gedekt uit een verlaging van middelen op artikel 92 (Nog onverdeeld) met 10 miljoen euro in 2026 en vanaf 2027 structureel 15 miljoen euro.

Ramingsbijstelling ondermijning

Op basis van een analyse van onderuitputting in voorgaande jaren wordt een ramingsbijstelling doorgevoerd op het budget van ondermijning van 15 miljoen euro in de jaren 2026, 2027 en 2028.

Overige ramingsbijstellingen

Om problematiek binnen de begroting op te lossen worden diverse ramingsbijstellingen gedaan. Dit betreft onder andere een bijstelling op het budget van aanpak criminaliteitsfenomenen van 6 miljoen euro en een bijstelling van artikel 92 «Nog onverdeeld» budget van circa 13,7 miljoen euro.

Ramingsbijstelling toevoegingen rechtsbijstand

Op basis van een analyse van onderuitputting in voorgaande jaren wordt een ramingsbijstelling doorgevoerd op de toevoegingen rechtsbijstand. Dit betreft een ramingsbijstelling van 49 miljoen euro in 2026, 31 miljoen euro in 2027, 9 miljoen euro in 2028 en 1 miljoen euro in 2030.

Restant inzet eindejaarsmarge (EJM)

Van de eindejaarsmarge wordt circa 91,5 miljoen euro ingezet voor onder andere incidentele ICT-problematiek.

61. Efficiencytaaksteling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Justitie en Veiligheid betekent dit een ombuiging van circa 4,3 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 22,4 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Justitie en Veiligheid betekent dit een ombuiging van circa 25,9 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 64,8 miljoen euro.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van Justitie en Veiligheid betekent dit een ombuiging van structureel circa 1,7 miljoen euro.

Overige ombuigingen

Deze mutatie betreft de dekking voor de overige amendementen uit de begrotingsbehandeling, onder meer binnen artikel 92 (Nog onverdeeld), het ondermijningsbudget en het budget van straffen en beschermen.  

Kasschuiven

Kasschuif AML-pakket

De middelen voor de implementatie van het nieuwe AML wetgevingspakket zullen niet geheel in 2026 tot besteding komen. Met deze kasschuif worden de middelen in een passend kasritme geplaatst.

Kasschuif Preventie met Gezag

Per 1 juni 2026 start de nieuwe specifieke uitkering Preventie met Gezag. Het kasritme is destijds bepaald op basis van een jaarritme in plaats van een start halverwege in het jaar. Middels deze kasschuif worden de middelen in het juiste ritme geplaatst.

Overige kasschuiven

In 2026 en de jaren daarna worden op de begroting van JenV diverse kasschuiven verwerkt om middelen in het juiste bestedingsritme te plaatsen. In totaal wordt circa 222 miljoen euro aan budget doorgeschoven van eerdere naar latere jaren. Voorbeelden hiervan zijn het verschuiven van middelen voor de uitwerking van het dreigingsbeeld ondermijning Nederland, het in een passend kasritme brengen van de middelen voor confiscatie wetgeving en het wijzigen van het kasritme voor de uitrol van digitale flitspalen.

Overboekingen met andere begrotingen

Overboeking middelen voor uitvoering NIS2 van verschillende departementen

Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) verricht de sectorale taken van het Computer Security Incident Response Team (CSIRT) in het kader van de Europese richtlijn Netwerk- en Informatiebeveiliging 2 (NIS2) en de Cyberbeveiligingswet (Cbw). In lijn met het budgettaire kader, de aanschrijving en de afspraken in de Opdrachtgeversraad van het NCSC zijn bij Voorjaarsnota 2026 de benodigde middelen voor deze taken overgeheveld.

HGIS Europol

Ter dekking van de problematiek bij de huisvesting van Europol wordt 6,3 miljoen euro in 2026 en 2027 vanuit de HGIS overgeboekt naar de begroting van JenV.

Overboeking bijdrage aan Digital Trust Center van EZ

Ter uitvoering van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven (Wbdwb) zijn middelen van het Digital Trust Center van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat overgeheveld naar het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Dit betreft een overboeking van 6,2 miljoen euro in 2026 en vanaf 2027 structureel 5,7 miljoen euro voor reguliere activiteiten.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft het saldo van overige overboekingen. Zo is o.a. sprake van een overboeking van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar het ministerie van Justitie en Veiligheid voor de huisvestingsproblematiek bij Europol (6,3 miljoen euro in 2026 en 2027). Daarnaast worden er o.a. middelen ten behoeve van Robuuste Rechtsbescherming van het ministerie van Binnenlandse Zaken naar het ministerie van Justitie en Veiligheid overgeheveld (662 duizend euro in 2026 en 181 duizend euro in 2027).

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2026 wordt uitgekeerd.

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2026 wordt uitgekeerd.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de JenV-begroting.

Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge voor Justitie en Veiligheid over 2025 bedraagt circa 179 miljoen euro.

Technisch

Dit betreft een totaal van meerdere beperkte desalderingen en daarnaast enkele technische mutaties die per saldo op nul sluiten.

Niet-kaderrelevant

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Ontvangsten

Meevallers

Afroming eigen vermogen Justitiële ICT organisatie (JIO)

In 2026 wordt het surplus op het eigen vermogen van 2025 bij de Justitiële ICT organisatie afgeroomd door JenV. Het gaat om circa 5 miljoen euro.

Ombuigingen

Dekking amendement Coenradie c.s. capaciteit DJI

Een deel van de dekking voor het amendement Coenradie c.s. wordt vanaf 2027 gevonden door het budget griffierechten voor grote vorderingen te verhogen. De verwacht opbrengst hiervan bedraagt 35 miljoen euro. Om deze opbrengst te kunnen realiseren is een wetswijziging nodig.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Justitie en Veiligheid betekent dit (aan de ontvangstenkant) een ombuiging van circa 22 duizend euro in 2027, oplopend tot structureel 207 duizend euro.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Justitie en Veiligheid betekent dit (aan de ontvangstenkant) een ombuiging van circa 295 duizend euro in 2029, oplopend tot structureel 743 duizend euro.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van Justitie en Veiligheid betekent dit (aan de ontvangstenkant) een ombuiging van circa 7 duizend euro in 2027, tot structureel 7 duizend euro.

Generaal dossier

Ramingsbijstelling Boetes en Transacties

De nieuwe raming van boetes en transacties toont een tegenvaller van circa 48,6 miljoen euro in 2026 oplopend naar circa 73,7 miljoen euro in 2030 en circa 50 miljoen euro structureel. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat het aantal verwachte boetes lager is dan bij de vorige raming is ingeschat.

Bijstelling afpakken

De laatste jaren was er sprake van tegenvallende opbrengsten bij het afpakken van crimineel vermogen door het ontbreken van grote schikkingen. Daarom wordt de afpakraming structureel 284 miljoen euro naar beneden bijgesteld.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de JenV-begroting.

Technisch

Dit betreft een totaal van meerdere beperkte desalderingen en daarnaast enkele technische mutaties die per saldo op nul sluiten.

Asiel en Migratie

XX Asiel en Migratie: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

8.940

5.206

3.322

1.942

1.946

0

       

Meevallers

‒ 346

‒ 299

‒ 166

   

Inzet eindejaarsmarge

‒ 2

     

Ramingsbijstelling onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB)

‒ 344

‒ 299

‒ 166

   
       

Tegenvallers

‒ 68

3.190

2.913

2.949

2.693

2.706

COA (crisis)noodopvang

442

900

600

300

  

IND - eigen vermogen

48

     

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)

‒ 509

1.946

1.916

2.035

2.079

2.092

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

  

3

220

220

220

Overige tegenvallers

‒ 49

343

394

394

394

394

       

Intensiveringen

47

93

52

52

52

52

Registratiesysteem Schiphol

25

     

Spreidingswet

10

40

    

Vluchtelingenwerk Nederland

10

10

10

10

10

10

Meedoenbalies

1

5

5

5

5

5

Reservering middelen coalitieakkoord

 

16

37

37

37

37

Solidariteitsmechanisme

 

22

    

Overige intensiveringen

1

     
       

Ombuigingen

488

‒ 2.590

‒ 2.405

‒ 2.475

‒ 2.209

‒ 2.209

Inzet coalitieakkoord middelen asiel en migratie

488

‒ 2.583

‒ 2.391

‒ 2.439

‒ 2.139

‒ 2.139

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 7

‒ 13

‒ 16

‒ 21

‒ 21

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 19

‒ 48

‒ 48

63. Subsidietaakstelling

 

0

0

0

0

0

Overige ombuigingen

‒ 1

     
       

Overboekingen Aanvullende Post

‒ 488

2.583

2.391

2.439

2.139

2.139

Overheveling middelen asiel en migratie vanaf de Aanvullende Post

‒ 488

2.583

2.391

2.439

2.139

2.139

       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 131

‒ 12

43

44

0

‒ 12

Actualisatie ODA-bijdrage eerstejaarsasielopvang

‒ 98

7

68

81

37

24

Overige overboekingen met andere begrotingen

‒ 33

‒ 19

‒ 25

‒ 37

‒ 37

‒ 37

       

Kadercorrecties

2.808

2.805

1.021

   

Onder kader zetten Oekraïnemiddelen

2.808

2.805

1.021

   
       

Loonbijstelling

62

19

18

16

16

16

Loonbijstelling

62

19

18

16

16

16

       

Prijsbijstelling

55

18

13

10

10

10

Prijsbijstelling

55

18

13

10

10

10

       

Extrapolatie

     

1.946

Extrapolatie

     

1.946

       

Eindejaarsmarge

2

     

Eindejaarsmarge

2

     
       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

‒ 2.808

‒ 2.805

‒ 1.021

   

Onder kader zetten Oekraïnemiddelen

‒ 2.808

‒ 2.805

‒ 1.021

   
       

Stand Voorjaarsnota

8.561

8.207

6.183

4.977

4.647

4.646

XX Asiel en Migratie: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

14

14

14

14

14

0

       

Ombuigingen

 

0

0

0

0

0

61. Efficiencytaakstelling

 

0

0

0

0

0

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

0

0

0

       

Extrapolatie

     

14

Extrapolatie

     

14

       

Technisch

0

0

0

0

0

 

Technisch

0

0

0

0

0

 
       

Stand Voorjaarsnota

14

14

14

14

14

14

Uitgaven

Meevallers

Inzet eindejaarsmarge

Het ministerie van Asiel en Migratie zet circa 2,4 miljoen euro aan eindejaarsmarge in om overlopende verplichtingen te dekken.

Ramingsbijstelling onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB)

De budgetten voor de opvang onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) voor de jaren 2026 t/m 4 maart 2028 worden naar beneden bijgesteld o.b.v. het verwachte aantal ontheemden en de hiervoor benodigde (gemeentelijke) opvangplekken. Daarnaast wordt in afwachting van besluitvorming over het langetermijnbeleid budget voor voornamelijk opvang op de Aanvullende Post gereserveerd.

Tegenvallers

COA (crisis)noodopvang

Omdat er nog onvoldoende reguliere opvangplekken zijn, is vooralsnog (crisis)noodopvang nodig. Voor de incidentele meerkosten wordt aflopend budget beschikbaar gesteld aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) tot en met 2029. Er moeten meer reguliere opvangplekken bijkomen. In 2026 is al 758 miljoen euro beschikbaar. Dit wordt aangevuld met 442 miljoen euro zodat er in totaal 1,2 miljard euro beschikbaar is. Er komt 900 miljoen euro beschikbaar in 2027, 600 miljoen euro in 2028 en 300 miljoen euro in 2029.

IND – eigen vermogen

Er wordt circa 48 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het aanvullen van het eigen vermogen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), zodat er conform reguliere wet- en regelgeving geen negatief eigen vermogen meer is.

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)

Het budget voor reguliere opvang door het COA wordt in 2026 met 0,5 miljard euro naar beneden bijgesteld, vanwege minder verwachte opvangplekken dan eerder geraamd. Vanaf 2027 wordt het budget verhoogd met circa 1,9 miljard euro en circa 2 miljard euro vanaf 2029. Hierdoor wordt het budget voor het COA in lijn gebracht met het beeld dat volgt uit de meest recente kernprognose bij de Meerjaren Productie Prognose (MPP 2025) voor 2026 en 2027. Daarna wordt de begroting stabiel gehouden op het niveau van 2027. Een deel hiervan wordt gedekt uit de overheveling van de Aanvullende Post van de middelen uit het coalitieakkoord voor de ramingsbijstelling asiel.

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

De IND krijgt 3 miljoen euro in 2028 aan aanvullende middelen. Vanaf 2029 wordt voor de IND 220 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dit komt uit de overheveling van de Aanvullende Post van de coalitieakkoordmiddelen voor de ramingsbijstelling asiel. Deze middelen zijn nodig om de asielaanvragen die volgen uit de MPP en de bestaande voorraad af te handelen.

Overige tegenvallers

Er wordt vanaf 2028 circa 394 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de problematiekbij de overige organisaties in de asielketen. Dit betreft het saldo van de coalitieakkoordmiddelen en effecten van de MPP voor Nidos (voor de begeleiding en opvang van alleenstaande minderjarige vluchtelingen), de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV), de Raad voor de Rechtspraak (RvdR) en rechtsbijstand. De middelen voor de RvdR en rechtsbijstand worden via een overboeking naar de JenV-begroting overgeheveld.

Intensiveringen

Registratiesysteem Schiphol

In 2026 wordt incidenteel 25 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het nieuwe Entry Exit Systeem (EES) in het grensproces op de luchthaven Amsterdam Airport Schiphol (AAS).

Spreidingswet

In het kader van de spreidingswet wordt incidenteel 10 miljoen euro in 2026 en 40 miljoen euro in 2027 beschikbaar gesteld voor bonussen voor gemeenten. De bonussen voor het uitvoeren van de spreidingswet zullen in het vervolg worden meegenomen in de MPP.

Vluchtelingenwerk Nederland

Voor Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) wordt 10 miljoen euro vanaf 2026 beschikbaar gesteld. Deze middelen worden ondere andere ingezet voor het aanbieden van spreekuurvoorzieningen.

Meedoenbalies

Voor meedoenbalies wordt 1,2 miljoen euro in 2026 oplopend tot 5 miljoen euro vanaf 2027 beschikbaar gesteld.

Reservering middelen coalitieakkoord

De resterende middelen uit het coalitieakkoord worden in afwachting van nadere uitwerking op artikel «Nog onverdeeld» gereserveerd.

Solidariteitsmechanisme

In 2027 wordt incidenteel circa 22 miljoen euro beschikbaar gesteld ten behoeve van de geraamde financiële bijdrage aan het solidariteitsmechanisme vanuit het EU-migratiepact. De effecten van het solidariteitsmechanisme zullen in het vervolg worden meegenomen in de MPP.

Overige intensiveringen

Met het amendement van Van Dijk wordt 500 duizend euro in 2026 vrijgemaakt voor de vergoeding voor gastgezinnen die statushouders opvangen.

Ombuigingen

Inzet coalitieakkoord middelen asiel en migratie

De middelen die in het coalitieakkoord beschikbaar zijn gesteld voor asiel worden ingezet voor stabiele financiering van de organisaties in de asielketen, de meedoenbalies, het solidariteitsmechanisme en VWN.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Asiel en Migratie betekent dit een ombuiging van circa 6,7 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 21,1 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Asiel en Migratie betekent dit een ombuiging van circa 19,3 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 48,3 miljoen euro.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van Asiel en Migratie betekent dit een ombuiging van structureel circa 453 duizend vanaf 2027. Door afronding is dit in de tabel 0.

Overige ombuigingen

Het amendement van Van Dijk voor gastgezinnen die statushouders opvangen wordt gedekt uit het budget voor crisisnoodopvang op artikel 37 Migratie.

Overboekingen Aanvullende Post

Overheveling middelen asiel en migratie vanaf de Aanvullende Post

De middelen die in het coalitieakkoord beschikbaar zijn gesteld worden overgeheveld naar de AenM-begroting.

Overboekingen met andere begrotingen

Actualisatie ODA-bijdrage eerstejaarsasielopvang

Een deel van de eerstejaarsasielopvang wordt conform internationale richtlijnen betaald vanuit het Official Development Assistance (ODA) budget. Vanaf 2027 geldt de kabinetsafspraak dat de ODA-bijdrage aan eerstejaarsasielopvang maximaal 10 procent van het ODA-budget mag zijn. De verwerking van de ramingsbijstellingen die volgen uit het coalitieakkoord, de meest recente MPP en de actualisatie van het totale ODA-budget leiden tot een actualisatie van de ODA-bijdrage. In 2026 is sprake van een meevaller op de ODA-bijdrage die wordt teruggeboekt naar BHO. Dit komt doordat de raming lager uitvalt dan eerder verwacht en er sprake is van een lagere ODA-bijdrage bij de afrekening over 2025 die plaatsvindt in 2026. Vanaf 2027 draagt de BHO-begroting extra bij aan de kosten voor eerstejaarsasielopvang. Hierbij is rekening gehouden met de maximale toerekening van 10 procent.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft het saldo van verschillende overboekingen. De grootste mutaties worden toegelicht. Ten eerste wordt in 2026 incidenteel 12 miljoen euro overgeheveld naar het gemeentefonds voor de bijdrage aan gemeenten voor de opvang van asielzoekers. Ten tweede wordt in 2026 incidenteel 13 miljoen euro overgeheveld naar het gemeentefonds voor de bijdrage aan gemeenten in de aanpak tegen overlastgevende en criminele asielzoekers. Ten derde wordt incidenteel voor de jaren 2027 en 2028 12 miljoen euro per jaar overgeheveld van de begroting van het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Deze middelen worden ingezet ten behoeve van de samenwerking met derde landen ter bevordering van terugkeer en het tegengaan van irreguliere migratie.

Kadercorrecties

Onder kader zetten Oekraïnemiddelen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2026 wordt uitgekeerd.

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2026 wordt uitgekeerd.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de AenM-begroting.

Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge voor Asiel en Migratie over 2025 bedraagt circa 2,4 miljoen euro.

Technisch

Dit betreft een totaal van enkele technische mutaties die per saldo op nul sluiten.

Niet-kaderrelevant

Onder kader zetten Oekraïnemiddelen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Ontvangsten

Ombuigingen

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Asiel en Migratie betekent dit een ombuiging van circa 17 duizend euro in 2027, oplopend tot structureel 69 duizend euro. Door afronding is dit in de tabel 0.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Asiel en Migratie betekent dit een ombuiging van circa 62 duizend euro in 2029, oplopend tot structureel 155 duizend euro. Door afronding is dit in de tabel 0.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de AenM-begroting.

Technisch

Dit betreft een totaal van enkele technische mutaties die per saldo op nul sluiten.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inclusief Staten-Generaal, Hoge Colleges van Staat, Koninkrijksrelaties en BES-fonds

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

4.758

4.426

3.940

3.139

2.763

0

       

Meevallers

‒ 26

‒ 12

‒ 38

‒ 26

‒ 16

‒ 7

Dekking problematiek Groningen

‒ 26

‒ 12

‒ 38

‒ 26

‒ 16

‒ 7

       

Tegenvallers

‒ 130

137

110

220

127

135

Overige problematiek Groningen

32

51

38

26

15

8

Ramingen Groningen

‒ 163

86

72

194

112

127

       

Intensiveringen

180

132

135

32

24

48

AP-middelen PEGA

131

123

125

22

2

2

AP-middelen NPG

36

   

12

35

AP-middelen POK

2

5

5

5

5

5

Overige intensiveringen

12

4

5

5

5

5

       

Ombuigingen

‒ 15

‒ 8

‒ 11

‒ 35

‒ 69

‒ 69

Amendement Clemminck-Van den Brink

‒ 5

     

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 2

‒ 5

‒ 10

‒ 15

‒ 15

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 19

‒ 48

‒ 48

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

Overige ombuigingen

‒ 10

‒ 4

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 5

       

Kasschuiven

‒ 288

104

61

46

16

61

Kwijtschelden publieke schulden

‒ 20

‒ 20

‒ 20

20

20

20

Groningen

‒ 267

121

77

28

‒ 2

43

Overige kasschuiven

‒ 2

3

4

‒ 2

‒ 2

‒ 2

       

Overboekingen met andere begrotingen

48

‒ 21

‒ 18

‒ 21

‒ 20

‒ 24

Regio Deals

101

0

0

0

0

 

Versterking onderzoeksfunctie Tweede Kamer

‒ 3

‒ 6

‒ 7

‒ 8

‒ 9

‒ 9

Groeiopgave Almere

‒ 9

‒ 9

‒ 9

‒ 9

‒ 9

‒ 9

Economische Agenda Groningen

‒ 50

     

Overige overboekingen met andere begrotingen

9

‒ 6

‒ 2

‒ 4

‒ 3

‒ 6

       

Loonbijstelling

10

10

10

9

8

8

Loonbijstelling

10

10

10

9

8

8

       

Prijsbijstelling

48

42

27

22

21

15

Prijsbijstelling

48

42

27

22

21

15

       

Extrapolatie

     

2.392

Extrapolatie

     

2.392

       

Eindejaarsmarge

337

     

Groningen

315

     

Eindejaarsmarge

20

     

Slavernijverleden

3

     
       

Technisch

193

0

0

0

0

0

Desaldering diensten en producten uitvoeringsorganisaties

155

     

Desaldering dienstverleningsovereenkomsten SSO's

30

     

Overige desalderingen

8

     

Overig technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

5.115

4.812

4.217

3.386

2.854

2.558

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

2.028

1.823

1.617

1.231

968

0

       

Tegenvallers

‒ 365

‒ 170

90

77

‒ 4

106

Ramingen Groningen

‒ 365

‒ 170

90

77

‒ 4

106

       

Ombuigingen

2

  

‒ 1

‒ 1

‒ 1

61. Efficiencytaakstelling

   

0

0

0

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

0

‒ 1

‒ 1

Overige ombuigingen

2

     
       

Extrapolatie

     

501

Extrapolatie

     

501

       

Technisch

193

     

Desaldering diensten en producten uitvoeringsorganisaties

155

     

Desaldering dienstverleningsovereenkomsten SSO's

30

     

Overige desalderingen

8

     
       

Stand Voorjaarsnota

1.858

1.653

1.707

1.307

963

605

Uitgaven

Meevallers

Dekking problematiek Groningen

Naast de reguliere ramingsbijstellingen vinden voor 171 miljoen euro cumulatief overige bijstellingen plaats op het Groningendossier. Deze worden voor 125 miljoen euro gedekt binnen het Groningendossier. Dit betreft een meevaller op maatregel 28 (62 miljoen euro), gericht op gelijktijdig versterken en isoleren, en reserveringen op de Aanvullende Post (63 miljoen euro).

Tegenvallers

Overige problematiek Groningen.

Naast de reguliere ramingsbijstellingen vinden voor 171 miljoen euro cumulatief overige bijstellingen plaats op het Groningendossier. Dit betreffen middelen voor het oplossen van knelpunten in de versterkingsoperatie (97 miljoen euro), inpassingskosten die gemeenten maken bij zware versterking (50 miljoen euro), budget voor juridische ondersteuning van het Rijk bij het opstellen van de heffingen op NAM en juridische procedures tegen NAM, Shell en ExxonMobil (14 miljoen euro) en werkbudgetten van verschillende organisaties (10 miljoen euro).

Ramingen Groningen

De reguliere schade- en versterkingsraming wordt jaarlijks geactualiseerd bij de Voorjaarsnota. Deze bijstelling is verwerkt ten laste van het Rijksbrede beeld en wordt met name veroorzaakt door niet-gerealiseerde uitgaven in 2025 die doorschuiven naar latere jaren en prijsstijgingen voor schade en versterking. Tegenover de uitgaven staan (gedeeltelijke) ontvangsten geraamd. Dit wordt verder toegelicht bij ontvangsten.

Intensiveringen

AP-middelen PEGA

Er wordt circa 406 miljoen euro in de jaren tot en met 2031 overgeheveld van de Aanvullende Post naar de BZK-begroting voor het uitvoeren van maatregelen die het kabinet heeft aangekondigd naar aanleiding van de kabinetsreactie ‘Nij Begun’ op het eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (PEGA). Het betreft met name de Economische Agenda, hiervoor wordt voor de jaren 2026 t/m 2028 100 miljoen euro per jaar overgeheveld.

AP-middelen NPG

Het Nationaal Programma Groningen (NPG) is onderdeel van de Bestuurlijke Afspraken uit 2018. Vanuit de Aanvullende Post wordt 83 miljoen euro overgeboekt naar de BZK-begroting voor het NPG op basis van reeds beoordeelde projecten.

AP-middelen POK

Naar aanleiding van de Parlementaire Onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) zijn middelen op de Aanvullende Post gereserveerd voor het verbeteren van de overheidsdienstverlening. Vanuit deze middelen worden middelen overgeheveld naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het verbeteren van de overheidsdienstverlening, door middel van een stelselversterking en het terugdraaien van de korting op de Specifieke Uitkering Informatiepunten Digitale Overheid (SPUK IDO) én in het kader van de implementatie van de Wet Open Overheid (WOO) bij het Rijk en medeoverheden. Het betreft een overheveling van circa 2 miljoen euro in 2026 oplopend tot circa 5 miljoen euro structureel vanaf 2027.

Overige intensiveringen

Dit betreft de som van enkele intensiveringen, waaronder intensiveringen in de toekomstbestendige huisvesting van ProDemos (cumulatief 5 miljoen euro) en de personele uitbreiding van de Beveiligingsautoriteit Rijk (BVA-Rijk) (2,6 miljoen euro structureel vanaf 2026).

Ombuigingen

Amendement Clemminck-Van den Brink

Op de huidige begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is 8 miljoen euro in 2026 beschikbaar voor de subsidiëring van decentrale politieke partijen. Dit is onderdeel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp). Omdat deze wet nog niet in werking is getreden, ontbreekt momenteel de vereiste wettelijke grondslag om deze middelen uit te keren. Dit amendement op de Ontwerpbegroting 2026 dat door de Tweede Kamer is aangenomen betreft een incidentele overboeking van de begroting van BZK naar het gemeentefonds van 5 miljoen euro in 2026. Vooruitlopend op de Wpp stelt dit voor om een bedrag aan het gemeentefonds toe te voegen. Met verstrekking van deze middelen aan gemeenten middels een decentralisatie-uitkering, worden gemeenten in de gelegenheid gesteld om politieke partijen die een zetel hebben in de gemeenteraad te ondersteunen.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties betekent dit een ombuiging op de uitgaven van circa 2 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 15 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties betekent dit een ombuiging op de uitgaven van circa 19 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 48 miljoen euro.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties betekent dit een ombuiging van circa 1 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 1 miljoen euro.

Overige ombuigingen

Dit betreft een aantal ombuigingen met een totaal van 7 miljoen euro in 2026, aflopend tot 5 miljoen euro structureel. Onderdeel hiervan zijn onder andere ombuigingen op de enveloppe Goed bestuur ten behoeve van toekomstbestendige huisvesting ProDemos en op artikel 7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringbeleid ten behoeve van personele uitbreiding van de BVA-Rijk.

Kasschuiven

Kwijtschelden publieke schulden

De verwachting is dat de uitgaven voor het kwijtschelden van publieke schulden naar aanleiding van de toeslagenaffaire in latere jaren zullen plaatsvinden. Daarom wordt 20 miljoen euro per jaar voor de jaren 2026 tot en met 2028 naar de jaren 2029 tot en met 2031 geschoven.

Groningen

Er wordt een aantal kasschuiven gedaan op de budgetten voor schade en versterken i.h.k.v. de maatregelen uit ‘Nij Begun’ en voor het Nationaal Programma Groningen (NPG). Er worden met name middelen uit 2026 naar latere jaren geschoven om beter aan te sluiten bij de actualisatie van de schade- en versterkingsoperatie. De grootste kasschuif is voor Duurzaam herstel. De uitgaven voor deze regeling waren in 2025 lager dan eerder geraamd, daarom worden deze uitgaven later verwacht.

Overige kasschuiven

Dit betreft een aantal kasschuiven om budgetten in het juiste kasritme te zetten. De grootste kasschuif is voor toekomstbestendige huisvesting ProDemos.

Overboekingen met andere begrotingen

Regio Deals

Er is een overboeking van 101 miljoen euro in 2026 van de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor bijdrage aan medeoverheden vanuit het programma Regio Deals, omdat dit weer onder de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties komt te vallen.

Versterking onderzoeksfunctie Tweede Kamer

Voor de versterking van de kennis- en onderzoeksfunctie van de Tweede Kamer zijn de beschikbare middelen hiervoor vanuit de enveloppe Goed Bestuur (3 miljoen euro in 2026 oplopend tot structureel 9 miljoen euro vanaf 2030) overgeboekt naar de begroting van de Staten-Generaal. Met deze middelen wordt structureel geïnvesteerd in een stevige en eigenstandige kennis- en informatiepositie, deskundigheid en digitale ondersteuning van Kamerleden.

Groeiopgave Almere

Dit betreft een structurele overboeking van 9 miljoen euro jaarlijks naar het gemeentefonds voor de groeiopgave van Almere. Het doel van de uitkering is om de gemeente Almere in staat te stellen de overeengekomen bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren. De bijdrage aan Almere gaat vanaf 2025 als decentralisatie-uitkering vanuit de begroting van het gemeentefonds plaatsvinden en niet meer als specifieke uitkering uit de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Economische Agenda Groningen

Met deze overheveling van 50 miljoen euro vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden de middelen voor de ontwikkeling van de Economische Agenda Groningen, via het provinciefonds, overgeheveld aan de provincie Groningen.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft tientallen kleinere overboekingen van en naar andere begrotingen, waaronder de overboeking naar Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het besparingsverlies bij de Wet banenafspraak van 5,6 miljoen euro in 2026.

Loonbijstelling

De tranche 2026 van de loonbijstelling wordt overgeheveld naar de BZK-begroting.

Prijsbijstelling

De tranche 2026 van de prijsbijstelling wordt overgemaakt naar de BZK-begroting.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Eindejaarsmarge

Groningen

Op basis van de lagere uitgaven in 2025 wordt voor Groningen 315 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van BZK. Dit heeft betrekking op middelen die voortkomen uit bestuurlijke afspraken en maatregelen uit de kabinetsreactie ‘Nij Begun’.

Eindejaarsmarge

Dit betreft de eindejaarsmarge van 20 miljoen euro. De middelen die niet tot uitputting zijn gekomen in 2025 worden tot een maximum van 1% van het begrotingstotaal toegevoegd aan de begroting.

Slavernijverleden

In 2025 is 3 miljoen euro van de middelen voor het slavernijverleden niet tot besteding gekomen. Deze middelen worden doorgeschoven naar 2026 en toegevoegd aan artikel 14 (Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité). Op deze wijze blijft de 200 miljoen euro voor het slavernijverleden voor dit doel behouden.

Technisch

Desaldering diensten en producten uitvoeringsorganisaties

Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), de Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en de Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering van 155 miljoen euro.

Desaldering dienstverleningsovereenkomsten SSO's

Er zijn meeruitgaven op de verschillende dienstverleningen, zoals personeel en organisatie, documentbeheer, ICT en huisvesting. De afnemers buiten het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waaronder agentschappen en Shared Service Organisaties (SSO’s), dragen bij aan de financiering van de centrale bekostiging, middels een desaldering van 30 miljoen euro.

Overige desalderingen

Er vindt een aantal desalderingen plaats op de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit leidt tot een aanpassing van de uitgaven- en ontvangstenbudgetten van in totaal 8 miljoen euro in 2026.

Overig technisch

Dit betreft technische reallocaties van middelen.

Ontvangsten

Tegenvallers

Ramingen Groningen

De reguliere schade- en versterkingsraming wordt jaarlijks geactualiseerd. Cumulatief gezien vindt er een beperkte bijstelling naar beneden plaats van de ontvangsten. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere uitgaven in 2025 die in het jaar 2026 doorbelast worden naar de NAM.

Ombuigingen

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Hiermee worden de ontvangsten met 130 duizend euro in 2029 verlaagd, oplopend tot structureel 255 duizend euro.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Hiermee worden de ontvangsten met 468 duizend euro in 2029 verlaagd, oplopend tot structureel 1,2 miljoen euro.

Overige ombuigingen

De Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL) en SSC-ICT hebben over het jaar 2025 een positief resultaat behaald waardoor het eigen vermogen groeit tot boven het maximum. Dit wordt afgeroomd en ingezet om het negatieve resultaat bij de Rijksorganisatie voor Ontwikkeling Digitalisering en Innovatie (RODI) aan te vullen.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Technisch

Desaldering diensten en producten uitvoeringsorganisaties

Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties de Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), de Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en de Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering van 155 miljoen euro in 2026.

Desaldering dienstverleningsovereenkomsten SSO’s

Er zijn meerontvangsten op de verschillende dienstverleningen, zoals personeel en organisatie, documentbeheer, ICT en huisvesting. De afnemers buiten het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waaronder agentschappen en Shared Service Organisaties (SSO’s), dragen bij aan de financiering van de centrale bekostiging, middels een desaldering van 30 miljoen euro in 2026.

Overige desalderingen

Er vinden een aantal desalderingen plaats op de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit leidt tot een aanpassing van de uitgaven- en ontvangstenbudgetten van in totaal 8 miljoen euro in 2026.

Staten-Generaal

IIA Staten-Generaal: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

288

274

285

266

265

0

       

Meevallers

6

‒ 2

‒ 10

‒ 2

2

3

Tweede Kamer - Fractiekosten

6

‒ 2

‒ 10

‒ 2

2

3

       

Tegenvallers

9

5

‒ 3

1

5

‒ 4

Tweede Kamer - Pensioen en wachtgelden

9

5

‒ 3

1

5

‒ 4

       

Intensiveringen

9

2

2

3

4

4

Tweede Kamer - Integrale veiligheid

5

1

1

1

1

1

Eerste Kamer - Vertraging renovatie Binnenhof

2

  

2

2

2

Overige intensiveringen

2

1

1

1

1

1

       

Kasschuiven

‒ 6

‒ 3

‒ 2

 

10

 

Tweede Kamer - Verkiezingen en formatie

2

 

‒ 2

   

Tweede Kamer - Audiovisuele voorzieningen

‒ 8

‒ 3

  

10

 
       

Overboekingen met andere begrotingen

3

6

7

8

9

9

Tweede Kamer - Versterking onderzoeksfunctie

3

6

7

8

9

9

Overige overboekingen met andere begrotingen

0

     
       

Loonbijstelling

1

1

1

1

1

1

Loonbijstelling

1

1

1

1

1

1

       

Prijsbijstelling

2

2

2

2

2

2

Prijsbijstelling

2

2

2

2

2

2

       

Extrapolatie

     

264

Extrapolatie

     

264

       

Eindejaarsmarge

3

     

Eindejaarsmarge

3

     
       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

316

286

283

279

297

278

IIA Staten-Generaal: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

4

4

4

4

4

0

       

Extrapolatie

     

4

Extrapolatie

     

4

       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

4

4

4

4

4

4

Uitgaven

Meevallers

Tweede Kamer - Fractiekosten

Het budget voor de fractiekosten is bijgesteld op basis van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober 2025.

Tegenvallers

Tweede Kamer - Pensioen en wachtgelden

Het budget voor de wachtgeldregeling is bijgesteld met 9 miljoen euro in 2026 en in 2027 met 5 miljoen euro als gevolg van een groter beroep op de wachtgeldregeling door vertrekkende en niet-herkozen Kamerleden. Ook is het kasritme aangepast aan de volgende reguliere Tweede Kamerverkiezing die gepland staat op 15 mei 2030.

Intensiveringen

Tweede Kamer - Integrale veiligheid

Er zijn aanvullende investeringen benodigd voor de integrale veiligheid van de Tweede Kamer. De veiligheidssituatie van het pand, de systemen en de leden van de Tweede Kamer vragen om investeringen in personeel en materieel. Voor 2026 betreft dit 5 miljoen euro, tot en met 2031 betreft het 1 miljoen euro per jaar.

Eerste Kamer - Vertraging renovatie Binnenhof

Als gevolg van de verlenging van de renovatie van het Binnenhof tot medio 2031 is aanvullend budget vereist voor de gebruikerskosten in de jaren 2029 tot en met 2031. Voor 2026 betreft dit 2 miljoen euro, ook voor de jaren 2029 tot en met 2031 is er 2 miljoen euro per jaar beschikbaar.

Overige intensiveringen

Dit betreft de som van enkele budgettair kleine mutaties op de begroting voor onder andere Prinsjesdag en parlementaire enquêtes.

Kasschuiven

Tweede Kamer - Verkiezingen en formatie

Als gevolg van de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025 worden incidentele kosten gemaakt. Dit betreft 2 miljoen euro ten behoeve van de interne verhuizing en begeleiding bij het formatieproces vanuit Algemene Zaken. Bij de raming 2025 was dit bedrag al geraamd voor het jaar 2028, maar door de eerdere verkiezingen moet het bedrag van 2028 naar 2026 worden geschoven.

Tweede Kamer - Audiovisuele voorzieningen

Er is bij de raming in 2024 een totaal van 10 miljoen euro opgenomen voor de audiovisuele voorzieningen. Dit was oorspronkelijk beschikbaar gesteld voor 2026 en 2028, maar vanwege de vertraging van de verbouwing van het Binnenhof is er een kasschuif van deze middelen nodig. De datum van de terugverhuizing staat nu op medio 2031. De voorbereidingen worden in 2030 getroffen. Daarom worden 7,5 miljoen euro en 2,5 miljoen euro geschoven naar 2030 (10 miljoen euro).

Overboekingen met andere begrotingen

Tweede Kamer - Versterking onderzoeksfunctie

Voor de versterking van de kennis- en onderzoeksfunctie van de Tweede Kamer zijn de beschikbare middelen hiervoor vanuit de enveloppe Goed Bestuur (3 miljoen euro in 2026 oplopend tot structureel 9 miljoen euro vanaf 2030) overgeboekt naar de begroting van de Staten-Generaal. Met deze middelen wordt structureel geïnvesteerd in een stevige en eigenstandige kennis- en informatiepositie, deskundigheid en digitale ondersteuning van Kamerleden.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit zijn enkele kleine overboekingen tussen begrotingen met een totaal van 24 duizend euro in 2026.

Loonbijstelling

De tranche 2026 van de loonbijstelling wordt overgeheveld naar de begroting van de Staten-Generaal.

Prijsbijstelling

De tranche 2026 van de prijsbijstelling wordt overgemaakt naar de begroting van de Staten-Generaal.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal.

Eindejaarsmarge

De middelen die niet tot uitputting zijn gekomen in 2025 worden tot een maximum van 1% van het begrotingstotaal toegevoegd aan de begroting.

Technisch

Dit betreft een tweetal desalderingen.

Ontvangsten

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal.

Technisch

Dit betreft een tweetal desalderingen en de doorverdeling eindejaarsmarge naar Eerste- en Tweede Kamer.

Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

IIB Overige Hoge Colleges van Staat: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

215

212

204

201

204

0

       

Tegenvallers

 

13

    

Raad van State - Vreemdelingenkamer

 

13

    
       

Intensiveringen

4

1

1

4

1

1

Kabinet van de Gouverneur van Aruba - AP-middelen huisvesting

1

     

Algemene Rekenkamer - Gebruikerskosten Renovatie

   

3

  

Overige intensiveringen

4

1

1

1

1

1

       

Kasschuiven

‒ 6

‒ 2

1

7

  

Kiesraad - Digitale hulpmiddelen verkiezingen

‒ 6

2

1

2

  

Algemene Rekenkamer - Gebruikerskosten Renovatie

 

‒ 5

 

5

  
       

Overboekingen met andere begrotingen

2

2

2

2

2

2

Kiesraad - Transitie naar verkiezingsautoriteit

2

2

2

2

2

2

Overige overboekingen met andere begrotingen

0

     
       

Loonbijstelling

1

1

1

1

1

1

Loonbijstelling

1

1

1

1

1

1

       

Prijsbijstelling

1

1

1

1

1

1

Prijsbijstelling

1

1

1

1

1

1

       

Extrapolatie

     

204

Extrapolatie

     

204

       

Eindejaarsmarge

5

     

Kiesraad - Eindejaarsmarge

3

     

Eindejaarsmarge

2

     
       

Technisch

0

     

Technisch

0

     
       

Stand Voorjaarsnota

222

228

211

216

209

209

IIB Overige Hoge Colleges van Staat: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

7

7

7

7

7

0

       

Extrapolatie

     

7

Extrapolatie

     

7

       

Stand Voorjaarsnota

7

7

7

7

7

7

Uitgaven

Tegenvallers

Raad van State - Vreemdelingenkamer

De Raad van State houdt zich voor hun raming van het aantal zaken voor de Vreemdelingenkamer aan de meerjarige productie prognose (MPP). Dit resulteert in een bijstelling van het budget van 13 miljoen euro in 2027.

Intensiveringen

Kabinet van de Gouverneur van Aruba - AP-middelen huisvesting

Voor de huisvesting van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba wordt dit jaar 1 miljoen euro opgevraagd. Deze middelen worden gebruikt voor de aankoop van het pand en de grond.

Algemene Rekenkamer - Gebruikerskosten Renovatie

Conform de reguliere beleidsregels dient een deel van de gebruikersinstallaties in het gebouw door de gebruiker eenmalig bij ingebruikname te worden afgerekend. Door prijsindexatie en sterk gestegen bijkomende kosten is de raming opgelopen met 3 miljoen euro incidenteel. De oplevering wordt in 2029 verwacht.

Overige intensiveringen

Dit betreft de som van enkele budgettair kleine intensiveringen voor onder andere de personeels- en onderhoudskosten voor de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten.

Kasschuiven

Kiesraad - Digitale hulpmiddelen verkiezingen

Dit betreft met name de niet-reguliere eindejaarsmarge voor Paragon. Op 10 september 2025 heeft de rechter uitspraak gedaan in de zaak over de ontbinding van het contract tussen de Kiesraad en Paragon. De Kiesraad is in het gelijk gesteld en Paragon dient de Kiesraad circa 6 miljoen euro terug te betalen. Een deel van deze ontvangsten is niet tot besteding gekomen in het afgelopen jaar. De Kiesraad ontvangt 3 miljoen euro als niet-reguliere eindejaarsmarge vanuit deze middelen.

Algemene Rekenkamer - Gebruikerskosten Renovatie

De ingebruikname van de gerenoveerde huisvesting van de Algemene Rekenkamer staat in 2029 gepland in plaats van 2027. Daarom is er een kasschuif nodig.

Overboekingen met andere begrotingen

Kiesraad - Transitie naar verkiezingsautoriteit

Per jaar gaat 2 miljoen euro van de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties naar de begroting van de Kiesraad voor de transitie naar verkiezingsautoriteit.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft een vijftal kleine mutaties in het jaar 2026.

Loonbijstelling

De tranche 2026 van de loonbijstelling wordt overgeheveld naar de begroting van de Hoge Colleges van Staat en Kabinetten.

Prijsbijstelling

De tranche 2026 van de prijsbijstelling wordt overgemaakt naar de begroting van de Hoge Colleges van Staat en Kabinetten.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal.

Eindejaarsmarge

Kiesraad - Eindejaarsmarge

De rechter heeft uitspraak gedaan in een zaak tussen de Kiesraad en Paragon. Hierbij dient Paragon de Kiesraad circa 6 miljoen euro terug te betalen. De Kiesraad doet het verzoek om de reeds ontvangen 3 miljoen euro mee te nemen naar 2026.

Eindejaarsmarge

De middelen die niet tot uitputting zijn gekomen in 2025 worden tot een maximum van 1% van het begrotingstotaal toegevoegd aan de begroting.

Technisch

Dit betreft een tweetal desalderingen en de doorverdeling eindejaarsmarge.

Ontvangsten

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Overige Hoge Colleges van Staat.

Koninkrijksrelaties

IV Koninkrijksrelaties: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

222

237

180

150

139

0

       

Ombuigingen

 

0

0

‒ 1

‒ 2

‒ 2

61. Efficiencytaakstelling

  

0

0

0

0

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 1

‒ 1

‒ 1

63. Subsidietaakstelling

 

0

0

0

0

0

       

Generaal dossier

‒ 3

‒ 4

‒ 2

‒ 1

‒ 1

‒ 1

Wisselkoersactualisatie

‒ 3

‒ 4

‒ 2

‒ 1

‒ 1

‒ 1

       

Kasschuiven

‒ 1

‒ 1

‒ 3

‒ 1

4

1

Voedselzekerheid CariFoodFund

6

1

‒ 8

   

Slavernijverleden

‒ 8

‒ 2

5

‒ 1

4

1

       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 47

0

‒ 23

‒ 23

  

Recherche Samenwerkingsteam

‒ 16

 

‒ 23

‒ 23

  

Versterking Grenstoezicht

‒ 20

     

Overige overboekingen met andere begrotingen

‒ 11

0

    
       

Loonbijstelling

3

3

3

3

3

3

Loonbijstelling

3

3

3

3

3

3

       

Prijsbijstelling

3

3

1

1

1

1

Prijsbijstelling

3

3

1

1

1

1

       

Extrapolatie

     

141

Extrapolatie

     

141

       

Eindejaarsmarge

4

     

Eindejaarsmarge

2

     

Eindejaarsmarge Begrotingsreserve BMKB

1

     

Eindejaarsmarge Slavernijverleden

1

     
       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

180

239

157

128

145

143

IV Koninkrijksrelaties: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

153

147

153

145

318

0

       

Generaal dossier

59

     

Raming renteontvangsten

59

     
       

Extrapolatie

     

318

Extrapolatie

     

318

       

Niet-kaderrelevant

15

15

3

39

207

36

Raming aflossing leningen

15

15

3

39

207

36

       

Stand Voorjaarsnota

227

161

155

184

525

354

Uitgaven

Ombuigingen

61. Efficiencytaakstelling

Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Voor de begroting van Koninkrijksrelaties betekent dit een ombuiging van circa duizend euro in 2028, oplopend tot structureel 276 duizend euro vanaf 2030.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Koninksrijksrelaties betekent dit een ombuiging van circa 0,5 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 1,3 miljoen euro vanaf 2030.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van Koninksrijksrelaties betekent dit een structurele ombuiging van circa 26 duizend euro.

Generaal dossier

Wisselkoersactualisatie

Met deze reeks worden de posten op de begroting aangepast naar de nieuwe begrotingskoers.

Kasschuiven

Voedselzekerheid CariFoodFund

CariFoodFund, de stichting die het revolverend fonds gaat beheren dat door middel van leningen aan ondernemers in de agri-sector de voedselzekerheid in het Caribische deel van het Koninkrijk moet versterken, wordt in 2026 opgericht. Met deze kasschuif wordt budget in het juiste kasritme gezet om die oprichting en kapitaalstortingen in de stichting mogelijk te maken.

Slavernijverleden

De actieagenda’s slavernijverleden zijn in 2025 aangeboden aan het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties en vervolgens vastgesteld. Hiermee is het budget meerjarig juridisch verplicht en met deze kasschuif worden de budgetten in het juiste kasritme gezet. De subsidieregeling voor slavernijverleden is per 11 augustus 2025 in werking getreden (Staatscourant 2025, 22437). Ook is de formele meerjarige opdracht voor de uitvoering van de regeling verstrekt aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Met deze kasschuif wordt aangesloten op het ritme van de verwachte uitvoering.

Overboekingen met andere begrotingen

Recherche Samenwerkingsteam

De jaarlijkse ondermijningsmiddelen ten behoeve van het Recherchesamenwerkingsteam (RST) worden beschikbaar gesteld aan het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). Dit betreft een overboeking van circa 16 miljoen euro.

Versterking Grenstoezicht

In het kader van de versterking van het grenstoezicht levert de Koninklijke Marechaussee (KMar) een bijdrage. Hiertoe is een protocol opgesteld en ondertekend tussen Nederland en de Caribische landen. Circa 21,3 miljoen euro wordt overgeboekt van de begroting van Koninkrijksrelaties naar de begroting van het ministerie van Defensie.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft onder andere een overboeking naar het ministirie van JenV voor de versterking van de rechterlijke macht in het kader van de ondermijningsaanpak (6 miljoen euro) en naar het ministierie van SZW voor de uitvoeringskosten van de subsidieregeling slavernijverleden (1 miljoen euro).

Loonbijstelling

De tranche 2026 van de loonbijstelling wordt overgeheveld naar de KR-begroting.

Prijsbijstelling

De tranche 2026 van de prijsbijstelling wordt overgemaakt naar de KR-begroting.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties.

Eindejaarsmarge

Eindejaarsmarge

De middelen die niet tot uitputting zijn gekomen in 2025 worden tot een maximum van 1% van het begrotingstotaal toegevoegd aan de begroting.

Eindejaarsmarge Begrotingsreserve BMKB

Het saldo van de begrotingsreserve, 1 miljoen euro uit 2025, van de Borgstelling Midden- en Kleinbedrijf (BMKB) op Aruba, Curacao en Sint Maarten wordt aan de begroting 2026 toegevoegd.

Eindejaarsmarge Slavernijverleden

Deze middelen worden doorgeschoven naar 2026 en toegevoegd aan artikel 2 (Slavernijverledenfonds: fonds en herdenkingscomité). Op deze wijze blijven de middelen voor het slavernijverledenfonds behouden.

Technisch

Dit betreft de doorverdeling van de generale correctie naar aanleiding van de nieuwe begrotingskoers en diverse reallocaties van middelen op de begroting.

Ontvangsten

Generaal dossier

Raming renteontvangsten

Jaarlijks worden de renteontvangsten geraamd tegen de huidige begrotingskoers.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties.

Niet-kaderrelevant

Raming aflossing leningen

Dit betreft de ramingsbijstelling op de verwachte ontvangsten van de kapitaalleningen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, ook wordt het laatste jaar (T+5) toegevoegd. Dit gebeurt op basis van de nieuwe begrotingskoers en het aflossingsritme.

BES-fonds

BES-fonds: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand Miljoenennota

96

97

99

101

104

 
       

Generaal dossier

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 5

‒ 5

Wisselkoersactualisatie

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 5

‒ 5

       

Overboekingen met andere begrotingen

0

0

0

   

Overboekingen met andere begrotingen

0

0

0

   
       

Prijsbijstelling

3

3

3

3

3

3

Prijsbijstelling

3

3

3

3

3

3

       

Extrapolatie

     

104

Extrapolatie

     

104

       

Stand Voorjaarsnota

95

96

98

100

102

102

Uitgaven

Generaal dossier

Wisselkoersactualisatie

Met deze reeks worden de posten op de begroting aangepast naar de nieuwe begrotingskoers.

Overboekingen met andere begrotingen

Vanuit het ministerie van JenV zijn middelen toegevoegd aan de Vrije Uitkering voor het Zorg- en Veiligheidshuis op Bonaire.

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling voor 2026 wordt overgemaakt naar het BES-fonds op basis van de BBP-systematiek.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van het BES-fonds.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

XXII Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

9.367

10.160

9.643

9.592

9.408

0

       

Meevallers

‒ 40

‒ 63

‒ 29

‒ 139

‒ 151

‒ 37

Vrijval huisvestingsbudget Hoge Colleges van Staat

‒ 4

‒ 12

‒ 20

‒ 111

‒ 111

 

Huurtoeslag

‒ 36

‒ 52

‒ 9

‒ 28

‒ 39

‒ 37

       

Tegenvallers

37

40

59

59

58

99

Zakelijke lasten RVB

24

26

28

16

8

 

Binnenhof diversen

11

7

22

34

41

36

Uitvoering van privaatrechtelijk beheer

2

2

2

   

Renovatie Algemene Rekenkamer

   

3

3

3

Renovatie Binnenhof

     

54

Uitvoeringskosten Toeslagen

 

6

6

7

7

7

       

Intensiveringen

10

36

6

6

4

15

Renovatie paleizen

2

3

4

4

4

4

Binnenhof - Grafelijke zalen

     

12

Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting

 

30

    

Overige intensiveringen

9

3

3

2

0

0

       

Ombuigingen

‒ 9

‒ 40

‒ 76

‒ 82

‒ 89

‒ 83

Prijsbijstellingen

‒ 9

‒ 1

‒ 1

0

0

0

Realisatiestimulans

 

‒ 30

    

Vocht- en schimmelproblematiek

 

‒ 2

‒ 2

‒ 2

  

47. Aftrek specifieke zorgkosten

  

‒ 65

‒ 65

‒ 65

‒ 65

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 1

‒ 2

‒ 4

‒ 5

‒ 5

62. Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid

   

‒ 5

‒ 13

‒ 13

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 5

0

       

Kasschuiven

‒ 304

‒ 9

30

‒ 5

56

232

Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten Ouderen (SOO)

‒ 10

10

    

Realisatiestimulans

‒ 81

‒ 2

27

14

42

 

Subsidie duurzaam maatschappelijk vastgoed

‒ 197

    

197

Overige kasschuiven

‒ 17

‒ 17

3

‒ 19

14

35

       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 107

19

‒ 12

‒ 14

26

‒ 7

Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen

15

24

  

39

 

Overheveling Regiodeals naar BZK

‒ 101

0

0

0

0

 

Energiehuizen

 

7

3

   

Uitvoeringskosten Toeslagen

 

‒ 6

‒ 6

‒ 7

‒ 7

‒ 7

Overige overboekingen met andere begrotingen

‒ 20

‒ 6

‒ 9

‒ 7

‒ 6

‒ 1

       

Kadercorrecties

‒ 11

7

12

17

14

9

Grootschalig Rijksproject Zuiderhage

‒ 11

7

12

17

14

9

       

Loonbijstelling

6

6

6

6

6

6

Loonbijstelling

6

6

6

6

6

6

       

Prijsbijstelling

79

97

52

45

36

11

Prijsbijstelling

79

97

52

45

36

11

       

Extrapolatie

     

8.572

Extrapolatie

     

8.572

       

Eindejaarsmarge

148

     

Eindejaarsmarge regulier

91

     

Eindejaarsmarge Woningbouwimpuls

57

     
       

Technisch

20

7

7

7

7

0

Compensatiegronden

20

7

7

7

7

 

Reallocatie van DUMAVA naar Warmtefonds

  

107

27

16

 

Reallocatie van Warmtefonds naar DUMAVA

  

‒ 107

‒ 27

‒ 16

 

Overig technisch

0

0

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

23

     

Vennootschapsbelasting Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

23

     
       

Stand Voorjaarsnota

9.219

10.260

9.698

9.493

9.374

8.816

XXII Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

520

519

533

520

519

0

       

Meevallers

125

10

11

28

41

47

Afrekening voorschotten RVB

108

     

Huurtoeslag

17

10

11

28

41

47

       

Kadercorrecties

‒ 12

19

19

13

11

‒ 1

Grootschalig Rijksproject Zuiderhage

‒ 12

19

19

13

11

‒ 1

       

Extrapolatie

     

516

Extrapolatie

     

516

       

Technisch

20

7

7

7

7

 

Compensatiegronden

20

7

7

7

7

 

Overig technisch

0

0

0

0

0

 
       

Stand Voorjaarsnota

653

556

570

569

578

562

Uitgaven

Meevallers

Vrijval huisvestingsbudget Hoge Colleges van Staat

In de 14e Voortgangsrapportage Binnenhof Renovatie is de Tweede Kamer geïnformeerd over de herijkte planning van de renovatie van het Binnenhof. De gebruiksvergoeding gaat in na afronding van de werkzaamheden in 2031. De middelen voor de gebruiksvergoeding van de renovatie van het Binnenhof die gereserveerd stonden van 2026 tot en met 2030 vallen hierdoor vrij (cumulatief circa 260 miljoen euro).

Huurtoeslag

De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 van het Centraal Planbureau (CPB) en de laatste uitvoeringsinformatie van Dienst Toeslagen. Er worden voor de komende jaren minder huurtoeslagontvangers verwacht, daartegenover staan hogere verwachte huurontwikkelingen. Per saldo is er sprake van lagere uitgaven. Dit resulteert in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van 164 miljoen euro. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van 37 miljoen euro. Ook op de ontvangsten is er structureel een meevaller van 47 miljoen euro vanaf 2031. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee 84 miljoen euro vanaf 2031.

Tegenvallers

Zakelijke lasten RVB

De zakelijke lasten van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) (belastingen en heffingen op onroerende zaken in eigendom bij de Staat, niet zijnde Rijkshuisvesting) vallen hoger uit dan begroot door tariefverhogingen bij gemeenten en waterschappen. Meerjarig wordt hiervoor cumulatief circa 101 miljoen euro in 2026 tot en met 2030 beschikbaar gesteld.

Binnenhof diversen

Doordat de renovatie van het Binnenhof langer duurt zijn er ook hogere tijdelijke kosten van cumulatief circa 150 miljoen euro. Dit betreft met name extra kosten voor het langer in stand houden van het programmabureau, het omgevingsmanagement, leegstand en beveiligingskosten, de kosten voor het informatiecentrum en uitkijkpunt en het langere gebruik van tijdelijke huisvesting door de gebruikers van het Binnenhof elders.

Uitvoering van privaatrechtelijk beheer

Dit betreft de bijdrage aan het RVB voor de uitvoering van de wettelijke taak van het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken (niet zijnde Rijkshuisvesting) die tot de Staat toebehoren, zoals de werkzaamheden rond (ver)huur en (erf)pacht. Het tekort wordt veroorzaakt door de reguliere RVB-tariefaanpassingen. Hierdoor ontstaat een tegenvaller van 2,2 miljoen euro per jaar in 2026 tot en met 2028.

Renovatie Algemene Rekenkamer

De verwachting is dat de kosten voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer hoger worden dan geraamd. Dit komt voornamelijk door het complexe werk en de risicobeleving van de markt bij dit type van aanbestedingen. Bovendien is er sprake van hogere marktspanning en prijsstijgingen dan verwacht. Dit leidt vanaf 2029 tot een stijging van de gebruiksvergoeding van structureel 2,5 miljoen euro.

Renovatie Binnenhof

In de 14e Voortgangsrapportage Binnenhof is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de renovatie van het Binnenhof langer duurt. Als gevolg van de langere doorlooptijd en marktspanning lopen de geraamde investerings-kosten op met circa 700 miljoen euro naar cumulatief minimaal 2,7 miljard euro in totaal (prijspeil 1 januari 2026). Deze extra kosten leiden vanaf 2031, als het Binnenhof weer in gebruik genomen wordt, tot een stijging van de structurele gebruiksvergoeding van ongeveer 54 miljoen euro per jaar.

Uitvoeringskosten Toeslagen

Dit betreft hogere uitvoeringskosten bij Dienst Toeslagen. Het gaat om structureel 6,5 miljoen euro voor een reeds doorgevoerde verbetering van de uitvoering en dienstverlening van Dienst Toeslagen. Deze middelen zijn overgeboekt naar begrotingshoofdstuk IXB (Financiën).

Intensiveringen

Renovatie Paleizen

Er is sprake van diverse extra huisvestingskosten voor het Koninklijk Huis. Dit heeft verschillende oorzaken, te weten marktontwikkelingen en prijsstijgingen, hogere opslagen voor onderhoud, (nieuwe) wettelijke eisen, aanvullende verduurzamingseisen en tegenvallers op projecten. Dit leidt tot een hogere gebruiksvergoeding die oploopt van 1,5 miljoen euro in 2026 tot structureel 3,5 miljoen euro vanaf 2028.

Binnenhof - Grafelijke zalen

De staat van de Grafelijke Zalen is dermate slecht dat renovatie nodig is om het complex in stand te kunnen houden. Er moet, zoals is beschreven in de 14e Voortgangsrapportage Binnenhof, rekening worden gehouden met een investeringsbedrag van circa 225 miljoen euro voor de renovatie (prijspeil 2031). Dit leidt tot een stijging van de gebruiksvergoeding met circa 12 miljoen euro in 2031 en daarna structureel met circa 17 miljoen euro vanaf 2032.

Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting

Er wordt 30 miljoen euro beschikbaar gesteld voor een nieuwe tranche van de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO). Hiermee wordt de bouw van zorggeschikte en geclusterde woningen voor ouderen gestimuleerd. Dekking wordt gevonden in de realisatiestimulans, waarbinnen deze middelen waren gereserveerd voor de bouw van woningen voor ouderen.

Overige intensiveringen

Dit betreft overige kleine intensiveringen zoals een intensivering voor de aanpak van vocht- en schimmelproblematiek in huurwoningen (6 miljoen euro incidenteel) en een intensivering voor het toezicht door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en Inspectie Leefomgeving Transport (ILT) op de toeristische verhuur van woningen (circa 0,5 miljoen euro structureel). Daarnaast wordt er 4 miljoen euro in 2026 beschikbaar gesteld voor de Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven. Dit budget staat gelijk aan het bedrag dat in 2025 niet tot besteding is gekomen. Meerjarig blijft het totaalbudget hiermee gelijk. Er komen geen aanvullende middelen bij.

Ombuigingen

Prijsbijstellingen

Een deel van de prijsbijstelling is ingezet ten behoeve van dekking van een aantal intensiveringen van VRO.

Realisatiestimulans

In de realisatiestimulans is in 2027 30 miljoen euro gereserveerd voor de bouw van zorggeschikte en geclusterde woningen voor ouderen. Uit een verkenning blijkt dat de opslag niet aansluit bij de behoefte uit de sector. Om de bouw van ouderenwoningen te stimuleren, worden deze middelen daarom gebruikt voor een nieuwe tranche van de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO).

Vocht- en schimmelproblematiek

Dit omvat een reallocatie tussen begrotingsartikelen op de VRO-begroting, ten behoeve van een intensivering voor de aanpak van vocht- en schimmelproblematiek in huurwoningen (6 miljoen euro incidenteel).

47. Aftrek specifieke zorgkosten

In het coalitieakkoord is afgesproken de aftrek specifieke zorgkosten vanaf 2028 af te schaffen. Dit heeft een budgettair effect op de huurtoeslag. Door het afschaffen van deze aftrekpost wordt het toetsingsinkomen hoger waardoor er minder toeslagen hoeven worden uitgekeerd en de totale uitgaven aan huurtoeslag afnemen. Dit leidt tot structureel 65 miljoen euro minder huurtoeslaguitgaven vanaf 2028.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) betekent dit een ombuiging van circa 1 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 5 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van VRO betekent dit een ombuiging van circa 5 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 13 miljoen euro.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van VRO betekent dit een ombuiging van circa 5 miljoen euro per jaar vanaf 2027 tot en met 2030.

Kasschuiven

Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten Ouderen (SOO)

Met het amendement-Flach (36800 XXII, nr. 13) is in 2026 10 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de SOO. De middelen worden naar 2027 geschoven om in het juiste jaar de betaling te kunnen verrichten.

Realisatiestimulans

Op basis van de herijking van de Realisatiestimulans vindt een kasschuif plaats. In totaal wordt 104 miljoen euro aan middelen in een realistischer ritme gezet. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor het versterken van de uitvoeringskracht bij medeoverheden. Hierbij wordt capaciteit beschikbaar gesteld voor gemeenten, worden er versnellingstafels gefaciliteerd en wordt er een Landelijk Expertisecentrum opgericht. Daarnaast wordt ook een deel van de middelen voor de bijdrage aan gemeenten voor betaalbare woningen en voor de NPLV-gebieden in een realistischer ritme gezet. Per saldo verschuiven middelen uit 2026 (80,7 miljoen euro) en 2027 (2,0 miljoen euro) naar 2028 (26,8 miljoen euro), 2029 (13,8 miljoen euro) en 2030 (42,1 miljoen euro).

Subsidie duurzaam maatschappelijk vastgoed

De wijze van subsidieverlening van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) wordt aangepast, zodat die beter aansluit bij de jaargrenzen van de Rijksbegroting. Hierdoor is éénmalig een kasschuif van 197 miljoen euro uit 2026 naar 2031 nodig, zodat het budget in hetzelfde jaar staat als wanneer de betaling plaatsvindt.

Overige kasschuiven

Dit betreft verschillende kleinere kasschuiven. In de meeste gevallen worden middelen die in 2026 staan in een realistischer kasritme gezet.

Overboekingen met andere begrotingen

Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)

Er wordt 77 miljoen euro uit het Klimaatfonds overgeheveld naar de VRO-begroting voor de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH). Met dit budget kunnen extra huurwoningen, waaronder corporatie-woningen, worden aangesloten op warmtenetten.

Overheveling Regiodeals naar BZK

Dit betreft de overheveling van de Regiodeals middelen (101 miljoen euro) naar begrotingshoofdstuk VII (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Het kabinet heeft afgesproken dat de uitvoering van de Regiodeals weer onder de verantwoordelijkheid van BZK komt.

Energiehuizen

Er wordt 10 miljoen euro uit het Klimaatfonds overgeheveld naar de VRO-begroting voor ondersteuning voor huishoudens die in een kwetsbare positie verkeren voor verduurzaming middels Energiehuizen. Dit is onderdeel van de Nederlandse invulling van de Social Climate Fund middelen.

Uitvoeringskosten Toeslagen

Er wordt structureel 6,5 miljoen euro voor een reeds doorgevoerde verbetering van de uitvoering en dienstverlening van Dienst Toeslagen overgeboekt van de begroting van VRO naar begrotingshoofdstuk IXB (Financiën).

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreffen enkele kleinere overboekingen van en naar andere begrotingen.

Kadercorrecties

Grootschalig Rijksproject Zuiderhage

Dit betreft de bijstelling van de businesscase van het grootschalige woningbouwtraject Zuiderhage in Lelystad, die leidt tot hogere verwachte uitgaven en ontvangsten.

Loonbijstelling

De 2026 tranche van de loonbijstelling wordt toegevoegd aan de VRO-begroting.

Prijsbijstelling

De 2026 tranche van de prijsbijstelling wordt toegevoegd aan de VRO-begroting.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van VRO.

Eindejaarsmarge

Eindejaarsmarge regulier

Dit betreft zowel de reguliere eindejaarsmarge (maximaal 1% van de totale begrotingsomvang), als de niet-reguliere eindejaarsmarge op middelen van het Nationaal Groeifonds (NGF), waarbij een percentage van 100% eindejaarsmarge geldt. De reguliere eindejaarsmarge bedraagt circa 83 miljoen euro en de eindejaarsmarge op NGF-middelen bedraagt circa 8 miljoen euro. Deze niet bestede middelen uit 2025 worden hiermee toegevoegd aan de begroting van 2026.

Eindejaarsmarge Woningbouwimpuls

Bij het debat over de Najaarsnota 2025 is amendement Flach (36 850 XXII, nr. 8) aangenomen dat verzoekt om de onderuitputting op de woningbou-wimpuls (57 miljoen euro) beschikbaar te houden voor de WBI in 2026. Dit bedrag wordt nu als additionele eindejaarsmarge toegevoegd aan de VRO-begroting.

Technisch

Compensatiegronden

De ontvangsten worden gedesaldeerd voor de aankoop van nieuwe compensatiegronden (48 miljoen euro cumulatief). Deze gronden kunnen worden ingezet voor agrarische compensatie en sinds 2024 ook voor het behalen van bredere maatschappelijke opgaven. Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden.

Reallocatie van DUMAVA naar Warmtefonds

In 2025 is circa 150 miljoen euro vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar het Warmtefonds, waar een grotere financieringsbehoefte op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds uit het Social Climate Fund. De cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat dit eerst met nationale middelen is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde bedrag teruggezet van het Warmtefonds naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in een realistischer kasritme gezet.

Reallocatie van Warmtefonds naar DUMAVA

In 2025 is circa 150 miljoen euro vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar het Warmtefonds, waar een grotere financieringsbehoefte op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds uit het Social Climate Fund. De cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat dit eerst met nationale middelen is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde bedrag teruggezet van het Warmtefonds naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in een realistischer kasritme gezet.

Overig technisch

Dit betreft technische reallocaties van middelen en desalderingen, waar hetzelfde bedrag aan ontvangsten tegenover staan.

Niet-kaderrelevant

Vennootschapsbelasting Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

Over de opbrengsten van de benzineveilingen en bodemwinning moet het RVB jaarlijks vennootschapsbelasting afdragen. Dit jaar gaat het om 23 miljoen euro (generale afdracht).

Ontvangsten

Meevallers

Afrekening voorschotten RVB

De afrekening van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) over 2024 en 2025 leiden tot een meevaller van respectievelijk circa 34 miljoen euro en 74 miljoen euro. Deze meevaller is ontstaan door een combinatie van factoren. Enerzijds zijn er meer ontvangsten gerealiseerd dan geraamd op met name de vervreemdingen, waaronder de Ontwikkellocatie Schapenweide (circa 46 miljoen euro). Anderzijds zijn er minder kosten gemaakt in 2025 dan eerder geraamd.

Huurtoeslag

De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 van het Centraal Planbureau (CPB) en de laatste uitvoeringsinformatie van Dienst Toeslagen. Er worden voor de komende jaren meer terugvorderingen van te veel uitgekeerde huurtoeslag verwacht dan eerder geraamd. Deze hogere ontvangsten resulteren in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van 108 miljoen euro. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van 47 miljoen euro. Op de uitgaven is er vanaf 2031 structureel sprake van een meevaller van 37 miljoen euro. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee 84 miljoen euro vanaf 2031.

Kadercorrecties

Grootschalig Rijksproject Zuiderhage

Dit betreft de bijstelling van de businesscase van het grootschalige woningbouwtraject Zuiderhage in Lelystad, die leidt tot hogere verwachte uitgaven en ontvangsten.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van VRO.

Technisch

Compensatiegronden

De ontvangsten worden gedesaldeerd voor de aankoop van nieuwe compensatiegronden (48 miljoen euro cumulatief). Deze gronden kunnen worden ingezet voor agrarische compensatie en sinds 2024 ook voor het behalen van bredere maatschappelijke opgaven. Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden.

Overig technisch

Dit betreft technische reallocaties van middelen en desalderingen, waar hetzelfde bedrag aan ontvangsten tegenover staan.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

57.033

59.293

57.237

56.876

56.584

0

       

Meevallers

0

‒ 11

‒ 27

‒ 38

‒ 48

‒ 76

Referentieraming

18

16

3

‒ 10

‒ 17

‒ 47

Nieuwkomersraming funderend onderwijs

‒ 7

‒ 21

‒ 23

‒ 22

‒ 25

‒ 23

Overige meevallers

‒ 11

‒ 7

‒ 7

‒ 6

‒ 6

‒ 6

       

Tegenvallers

222

72

94

64

91

91

Inzet eindejaarsmarge: openstaande verplichtingen

94

     

Studiefinancieringsraming

88

22

25

9

29

40

Nieuwkomersraming funderend onderwijs

28

29

42

41

41

41

Herzieningen controle uitwonendenbeurs

6

7

15

1

  

Overige tegenvallers

5

13

12

13

21

10

       

Intensiveringen

59

127

149

110

95

93

Praktijkleren

21

     

Reservering schadevergoedingen controle uitwonendenbeurs

10

24

24

16

6

 

Implementatie nieuwe archiefwet

4

8

8

7

7

7

Implementatie richtlijn geweld tegen vrouwen

2

15

14

14

14

13

Bekostiging hbo

1

4

1

1

3

15

Versterkte aanpak LHBTIQ+ Veiligheid

0

8

8

8

  

Krimpregio's mbo

  

34

   

Opgavegerichte aanvullende middelen mbo

     

19

Schoolmaaltijden

 

19

    

Verlenging regeling basisvaardigheden mbo

 

25

25

25

25

 

Overige intensiveringen

21

24

35

39

40

38

       

Ombuigingen

‒ 397

‒ 161

‒ 169

‒ 200

‒ 249

‒ 239

Bekostiging hoger onderwijs

‒ 1

‒ 13

‒ 14

‒ 13

‒ 10

‒ 11

Woonhuisregeling

‒ 2

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 4

Opheffen regeling doorstroom beroepskolom

‒ 3

‒ 36

‒ 35

‒ 35

‒ 37

‒ 38

Prijsbijstelling mbo, ho en wetenschap

‒ 4

‒ 4

    

Prijsbijstelling studiefinanciering

‒ 19

     

Inzet eindejaarsmarge

‒ 349

     

Bekostiging mbo

 

‒ 10

‒ 10

‒ 8

‒ 6

 

Brugfunctionaris funderend onderwijs

 

‒ 19

    

Digitale taken Koninklijke Bibliotheek

 

‒ 4

‒ 4

‒ 3

‒ 3

‒ 3

Loon- en prijsbijstelling overige subsidies funderend onderwijs

 

‒ 25

‒ 40

‒ 37

‒ 41

‒ 38

Praktijkgerichte havo

 

‒ 8

‒ 7

‒ 12

‒ 13

‒ 13

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 6

‒ 11

‒ 18

‒ 25

‒ 25

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 27

‒ 68

‒ 68

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 19

‒ 19

‒ 19

‒ 19

‒ 19

Overige ombuigingen

‒ 18

‒ 12

‒ 24

‒ 23

‒ 22

‒ 19

       

Kasschuiven

913

‒ 1.018

63

27

22

‒ 8

OV-bedrijven

1.000

‒ 1.000

    

Projecten Nationaal Groeifonds

‒ 5

‒ 7

4

9

0

0

Herstelopgave Controle uitwonendenbeurs

‒ 10

‒ 23

33

   

Onderwijshuisvesting Caribisch Nederland (NL)

‒ 12

3

3

3

3

 

Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) curriculumherziening

‒ 16

6

4

2

4

 

Aanvullende tegemoetkoming leenstelselstudenten

 

27

‒ 11

‒ 5

‒ 3

‒ 8

Overige kasschuiven

‒ 43

‒ 24

30

19

19

0

       

Overboekingen met andere begrotingen

2

18

20

17

11

0

Staatsexamen Nederlands als tweede taal

7

     

Open leermateriaal

4

12

11

6

4

 

Nationaal onderzoeksprogramma kernenergie

2

2

4

5

5

 

Inzet eindejaarsmarge: banenafspraak

‒ 9

     

Overige overboekingen met andere begrotingen

‒ 1

5

5

5

2

0

       

Kadercorrecties

0

     

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

0

     
       

Loonbijstelling

1.664

1.670

1.652

1.648

1.639

1.633

Loonbijstelling

1.664

1.670

1.652

1.648

1.639

1.633

       

Prijsbijstelling

295

350

215

211

209

193

Prijsbijstelling

295

350

215

211

209

193

       

Extrapolatie

     

56.437

Extrapolatie

     

56.437

       

Eindejaarsmarge

447

     

Eindejaarsmarge regulier

359

     

Eindejaarsmarge Nationaal Groeifonds

88

     
       

Technisch

3

2

2

2

2

2

Technisch

3

2

2

2

2

2

       

Niet-kaderrelevant

‒ 227

‒ 173

‒ 157

‒ 161

‒ 179

‒ 194

Niet saldorelevant studiefinanciering

‒ 56

‒ 61

‒ 71

‒ 102

‒ 115

‒ 126

Niet kaderrelevant studiefinanciering

‒ 172

‒ 111

‒ 86

‒ 59

‒ 64

‒ 68

       

Stand Voorjaarsnota

60.015

60.170

59.080

58.554

58.177

57.932

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

2.481

3.307

2.689

2.740

2.771

0

       

Meevallers

11

     

Technische fout desaldering subsidieregeling instandhouding monumenten

11

     
       

Tegenvallers

‒ 8

‒ 6

‒ 10

‒ 14

‒ 16

‒ 19

Studiefinancieringsraming

‒ 8

‒ 6

‒ 10

‒ 14

‒ 16

‒ 19

       

Generaal dossier

32

‒ 17

44

72

117

84

Rente studieleningen

32

‒ 17

44

72

117

84

       

Extrapolatie

     

2.850

Extrapolatie

     

2.850

       

Technisch

3

2

2

2

2

2

Technisch

3

2

2

2

2

2

       

Niet-kaderrelevant

‒ 3

59

‒ 4

0

1

8

Niet saldorelevant studiefinanciering

‒ 3

59

‒ 4

0

1

8

       

Stand Voorjaarsnota

2.516

3.345

2.721

2.800

2.874

2.925

Uitgaven

Meevallers

Referentieraming

Uit de referentieraming voor de verschillende onderwijssectoren volgt per saldo een meevaller van 47,0 miljoen euro structureel. Voor primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo), middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo) zijn er meevallers die ontstaan door een afname in leerlingen- en studentenaantallen (totaal 103,3 miljoen euro). Voor het hoger beroepsonderwijs (hbo) geldt dat er tegenvaller is van in totaal 56,3 miljoen euro die wordt veroorzaakt door toenemende studentenaantallen.

Nieuwkomersraming funderend onderwijs

Uit de referentieraming volgt structureel een meevaller op het nieuwkomersonderwijs van 22,8 miljoen euro, omdat het verwachte aantal nieuwkomers afneemt.

Overige meevallers

De overige meevallers bestaan onder andere uit meevallers op de valutakoersen voor uitgaven aan Caribisch Nederland (6,3 miljoen euro) en de uitgaven van DUO op artikel 11 (3,6 miljoen euro).

Tegenvallers

Inzet eindejaarsmarge: openstaande verplichtingen

De eindejaarsmarge wordt voor 78,0 miljoen euro ingezet om openstaande verplichtingen uit 2025 te dekken. Het gaat hierbij onder andere om de Maatschappelijke Diensttijd, de tegemoetkoming voor leenstelselstudenten en de herstelopgave controle uitwonendenbeurs. Daarnaast wordt de eindejaarsmarge ingezet voor uitgaven aan de Einstein Telescope (9,1 miljoen euro), de tijdelijke voorziening CABR (4,1 miljoen euro) en de vaste kosten DUS-I (3,2 miljoen euro). Dit telt op tot een totaal van 94,4 miljoen euro.

Studiefinancieringsraming

Per saldo is er in 2026 een tegenvaller van 88,1 miljoen euro op de studiefinancieringsraming, aflopend naar structureel 40,2 miljoen euro. De belangrijkste oorzaak hiervan zijn tegenvallers op de uitgaven aan de basisbeurs en aanvullende beurs in het hoger onderwijs. De incidenteel hogere tegenvaller op deze regelingen wordt veroorzaakt doordat studenten in het algemeen sneller studeren, én doordat in 2026 veel studenten afstuderen die door corona eerder vertraging hadden opgelopen. Structureel wordt de tegenvaller verklaard door het grotere aantal studenten dat jaarlijks afstudeert.

Nieuwkomersraming funderend onderwijs

Er is een tegenvaller op de nieuwkomersbekostiging van structureel 41,0 miljoen euro. De tegenvaller heeft twee oorzaken. Er is een tegenvaller van 26,5 miljoen euro structureel door een fout in de raming van de nieuwkomersbekostiging vo in 2023. Het meerjarige benodigde budget om de hogere uitgaven voor nieuwkomers te dekken, is destijds te laag ingeschat. Met de verhoging van het budget wordt dit structureel gecorrigeerd. Daarnaast zijn bij Voorjaarsnota 2025 middelen toegevoegd om de vergoedingen voor nieuwkomers en asielzoekers in het po deels gelijk te trekken. Op basis van extra beschikbare teldata blijkt dat er sprake is van een tegenvaller. Er is aanvullend 14,6 miljoen euro structureel nodig om bedragen gedeeltelijk gelijk te trekken.

Herzieningen controle uitwonendenbeurs

Dit betreft een tegenvaller van cumulatief 29,1 miljoen euro op de herzieningen van alle besluiten naar aanleiding van de controles op de uitwonendenbeurs. De tegenvaller is ontstaan doordat er meer gedetailleerde informatie beschikbaar is over alle dossiers die herzien moeten worden en doordat besluiten die zijn genomen tijdens de pilotfase ook herzien dienen te worden.

Overige tegenvallers

De overige tegenvallers bestaan onder andere uit tegenvallers op het opdrachtenbudget voor KOMEX (1,9 miljoen euro) en de internationale bijdragen aan CERN en ESO (1,3 miljoen euro).

Intensiveringen

Praktijkleren

De regeling praktijkleren wordt in 2026 met 21,1 miljoen euro opgehoogd op basis van de meest actuele studentenaantallen. Deze ophoging is nodig om het bedrag dat bedrijven per aangeboden werkplek ontvangen in 2026 gelijk te houden aan eerdere jaren.

Reservering schadevergoedingen controle uitwonendenbeurs

Er wordt in totaal 79,6 miljoen euro gereserveerd, verspreid over de jaren 2026 t/m 2030, voor de afhandeling van schade als gevolg van de indirecte discriminatie bij de controles op de uitwonendenbeurs. De minister van OCW zal de Tweede Kamer op korte termijn via een brief informeren over de vormgeving van deze schadeafhandeling.

Implementatie nieuwe Archiefwet

Voor de implementatie van de nieuwe Archiefwet bij het Nationaal Archief (NA) is het budget verhoogd (in 2026 3,8 miljoen euro, in 2027 en 2028 8,3 miljoen euro en daarna structureel jaarlijks 7,3 miljoen euro). De middelen zijn nodig om aanvullende diplomavereisten uit te voeren die zijn voortgekomen uit de wetsbehandeling in de Tweede Kamer en voor de nadere invulling van de onderliggende regelgeving.

Implementatie richtlijn geweld tegen vrouwen

Op 14 mei 2024 is de Richtlijn (EU) 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in werking getreden. De richtlijn verplicht lidstaten maatregelen te nemen om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen. Nederland moet uiterlijk op 14 juni 2027 aan de richtlijn voldoen. Voor de implementatie wordt in 2026 2,0 miljoen euro vrijgemaakt. Structureel wordt er 13,4 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Bekostiging hbo

Er wordt 15,3 miljoen euro aan de hbo bekostiging toegevoegd. Inzet van deze middelen komt ten goede aan de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Deze intensivering wordt gedekt uit een extensivering op de regeling Doorstroom Beroepskolom (VABOK).

Versterkte aanpak LHBTIQ+ Veiligheid

Op 10 december 2025 is de versterkte aanpak LHBTIQ+-veiligheid 2026-2029 aan de Kamer aangeboden. Deze versterkte aanpak is een interdepartementaal traject van J&V en OCW. Op de OCW-begroting wordt hiervoor incidenteel 22,9 miljoen euro in de periode 2026-2029 vrijgemaakt.

Krimpregio's mbo

De Regeling aanvullende middelen studentendaling in het mbo voor de periode 2025-2027 wordt verlengd voor het jaar 2028 vanwege de transitiefase naar de herziening van de mbo-bekostiging vanaf 2029. Het betreft een intensivering van 34,0 miljoen euro in 2028 die gedekt wordt uit een extensivering op de regeling Doorstroom Beroepskolom (VABOK).

Opgavegerichte aanvullende middelen mbo

Er wordt 18,9 miljoen euro structureel vanaf 2031 toegevoegd aan het nieuwe instrument opgavegerichte aanvullende middelen, wat onderdeel is van de mbo-bekostiging. Deze intensivering wordt gedekt uit een extensivering op de regeling Doorstroom Beroepskolom (VABOK).

Schoolmaaltijden

Het budget voor de regeling schoolmaaltijden wordt met 19,1 miljoen euro verhoogd om de huidige zomer- en winterpakketten te continueren in 2027.

Verlenging regeling basisvaardigheden mbo

De aanpak basisvaardigheden in het mbo wordt verlengd voor de studiejaren 2027/2028 tot en met 2030/2031. Het betreft een intensivering van cumulatief 100,0 miljoen euro die gedekt wordt uit een extensivering op de regeling Doorstroom Beroepskolom (VABOK).

Overige intensiveringen

De overige intensiveringen bestaan onder andere uit twee overhevelingen van de Aanvullende Post die worden ingezet voor andere problematiek op de OCW-begroting (7,4 miljoen euro), een intensivering op KOMEX (2,3 miljoen euro) en een intensivering ten behoeve van de versterking van digitale weerbaarheid (1,2 miljoen euro structureel).

Ombuigingen

Bekostiging hoger onderwijs

Er wordt geëxtensiveerd op de bekostiging van zowel het hbo (structureel 4,0 miljoen euro) als het wo (structureel 7,4 miljoen euro) om problematiek binnen de OCW-begroting te dekken.

Woonhuisregeling

Het budget voor de woonhuisregeling wordt met structureel 4,2 miljoen euro naar beneden bijgesteld ter dekking van de intensiveringen bij het Nationaal Archief.

Opheffen regeling doorstroom beroepskolom

De regeling Doorstroom Beroepskolom (VABOK) wordt vanaf 2027 beëindigd. Deze extensivering levert structureel 42,2 miljoen euro op. Hiervan wordt 3,8 miljoen euro ingezet ter dekking van de subsidietaakstelling, waardoor 38,3 miljoen euro resteert.

Prijsbijstelling mbo, ho en wetenschap

Er wordt incidenteel in 2026 en 2027 geëxtensiveerd op de prijsbijstelling voor de bekostiging van het mbo (1,2 miljoen euro), hbo (0,8 miljoen euro), wo (1,7 miljoen euro) en NWO (0,5 miljoen euro) ter dekking van problematiek binnen de OCW-begroting.

Prijsbijstelling studiefinanciering

In totaal wordt 19,0 miljoen euro geëxtensiveerd op de prijsbijstelling voor studiefinanciering ter dekking van problematiek binnen de OCW-begroting.

Inzet eindejaarsmarge

De totale onderuitputting (inclusief openstaande verplichtingen) in 2025 bedroeg 358,9 miljoen euro. Dit bedrag wordt in 2026 weer toegevoegd aan de begroting. Hiervan wordt 78,0 miljoen euro ingezet om openstaande verplichtingen uit 2025 te dekken. Het restant wordt ingezet om diverse tegenvallers en intensiveringen op de OCW-begroting te dekken.

Bekostiging mbo

De bekostiging voor mbo-instellingen wordt incidenteel verlaagd met cumulatief 33,8 miljoen euro over de jaren 2027 tot en met 2030 als dekking voor problematiek op de OCW-begroting.

Brugfunctionaris funderend onderwijs

Er wordt in totaal 19,1 miljoen euro geëxtensiveerd op de regeling Brugfunc-tionaris in het funderend onderwijs ten behoeve van de intensivering op schoolmaaltijden.

Digitale taken Koninklijke Bibliotheek

Er wordt voor structureel 3,2 miljoen euro geëxtensiveerd op het budget voor digitale stelseltaken van de Koninklijke Bibliotheek.

Loon- en prijsbijstelling overige subsidies funderend onderwijs

Er wordt in 2031 38,1 miljoen euro (35,1 miljoen euro structureel) geëxtensiveerd op de loon- en prijsbijstelling in het funderend onderwijs ter dekking van problematiek binnen de OCW-begroting.

Praktijkgerichte havo

Vanaf begrotingsjaar 2027 wordt een deel van het budget voor de praktijkgerichte havo geëxtensiveerd als gevolg van de beleidskeuze om het praktijkgerichte vak op de havo niet verplicht te stellen voor alle havoleerlingen in de bovenbouw, maar facultatief aan te bieden. De extensivering bedraagt 7,7 miljoen euro in 2027 en loopt op tot 13,0 miljoen euro structureel.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van OCW betekent dit een ombuiging van circa 5,7 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 25,4 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van OCW betekent dit een ombuiging van circa 27,2 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 67,7 miljoen euro.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van OCW betekent dit een ombuiging van structureel circa 18,9 miljoen euro vanaf 2027.

Overige ombuigingen

De overige ombuigingen bestaan onder andere uit het alternatief inzetten van de middelen die vanaf de Aanvullende Post zijn overgeheveld (7,4 miljoen euro), een ombuiging op de prijsbijstelling voor media en cultuur (1,9 miljoen euro in 2026) en een ombuiging op de bekostiging van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) (1,7 miljoen euro).

Kasschuiven

OV-bedrijven

Op verzoek van de vervoersbedrijven vindt er een kasschuif plaats op de reisvoorziening van de studiefinanciering. Dit betekent dat er in het najaar van 2026 in plaats van in januari 2027, 1,0 miljard euro wordt betaald aan de vervoersbedrijven als voorlopige vergoeding.

Projecten Nationaal Groeifonds

Dit betreft verschillende kasschuiven op projecten van het Nationaal Groeifonds waaronder Npuls, LLO Collectief (Laagopgeleiden en Laaggeletterden) en het innovatieprogramma onderwijshuisvesting.

Herstelopgave Controle uitwonendenbeurs

Er is meer gedetailleerde informatie beschikbaar over de dossiers die herzien moeten worden binnen de herstelopgave controle uitwonendenbeurs. Op basis daarvan worden de middelen in het juiste ritme geplaatst. Er wordt 32,9 miljoen euro vanuit 2026/2027 naar 2028 geschoven.

Onderwijshuisvesting Caribisch Nederland (NL)

Er wordt 12,0 miljoen euro kasgeschoven op het budget van onderwijshuis-vesting in Caribisch Nederland vanwege vertraging in de uitvoering. De middelen worden vanuit 2026 doorgeschoven naar de jaren 2027 t/m 2030 om aan te sluiten bij het aangepaste betaalritme

Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) curriculumherziening

Door de opdracht om het aantal kerndoelen te verminderen, zijn andere activiteiten van SLO uitgesteld. Middels deze kasschuif worden de middelen in het juiste ritme gezet, passend bij de aangepaste planning van deze activiteiten. In de aangepaste planning wordt 16,3 miljoen euro uit 2026 ingezet in de jaren 2027 tot en met 2030.

Aanvullende tegemoetkoming leenstelselstudenten

Met deze kasschuif wordt 27,0 miljoen euro naar voren gehaald, zodat de aanvullende tegemoetkoming na het behalen van het bachelordiploma kan worden uitgekeerd. Aanvankelijk werd geraamd dat deze tegemoetkoming pas na het behalen van het masterdiploma zou volgen. Met deze kasschuif sluit de financiering aan op het werkelijke uitbetalingsmoment.

Overige kasschuiven

Dit betreft onder andere een kasschuif voor het masterplan campus Groningen vanuit 2026-2028 naar 2031 (10,0 miljoen euro), een kasschuif op de eerste tegemoetkoming voor leenstelstelstudenten vanuit 2026 naar later jaren (8,0 miljoen euro) en een kasschuif op de middelen voor het College voor Toetsen en Examens op artikel 4 vanuit 2026 naar later jaren (6,3 miljoen euro).

Overboekingen met andere begrotingen

Staatsexamen Nederlands als tweede taal

Middels deze overboeking van 7,0 miljoen euro ontvangt OCW een bijdrage van SZW voor de meerkosten van het Staatsexamen NT2 voor nieuwkomers.

Open leermateriaal

Dit betreft een overboeking van het Nationaal Groeifonds naar de begroting van OCW van cumulatief 38,0 miljoen euro (voor de jaren 2026 t/m 2030) voor het NGF-project Open leermateriaal.

Nationaal onderzoeksprogramma kernenergie

Dit betreft een overboeking van het ministerie van I&W naar het ministerie van OCW voor een bijdrage aan het Nationaal onderzoeksprogramma kernenergie. Deze bijdrage wordt vervolgens aan NWO uitgekeerd (cumulatief 16,5 miljoen euro).

Inzet eindejaarsmarge: banenafspraak

Dit betreft een bijdrage van het ministerie van OCW aan het ministerie van SZW ter bekostiging van het besparingsverlies op de banenafspraak (9,6 miljoen euro).

Overige overboekingen met andere begrotingen

De overige overboekingen met andere begrotingen bestaan onder andere uit stortingen in het Gemeente-, Provincie- en BTW-compensatiefonds voor de decentralisatie-uitkering Erfgoed en Overheid (2,7 miljoen euro), een overboeking van BZK voor het Rijksprogramma voor Duurzaam Digitale Huishouding (RDDI) (2,4 miljoen euro) en een overboeking van BZK ten behoeve van de uitvoering van de wet politieke reclame door het Commissariaat voor de Media.

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Loonbijstelling

De tranche 2026 van de loonbijstelling wordt toegevoegd aan de begroting van OCW.

Prijsbijstelling

De tranche 2026 van de prijsbijstelling wordt toegevoegd aan de begroting van OCW.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van OCW.

Eindejaarsmarge

Eindejaarsmarge regulier

De eindejaarsmarge van 358,9 miljoen euro wordt toegevoegd aan de begroting van OCW.

Eindejaarsmarge Nationaal Groeifonds

Voor diverse NGF-projecten geldt dat een deel van het beschikbare budget in 2025 niet in 2025 tot betaling is gekomen. Dit budget schuift via de eindejaarsmarge door naar 2026. Er wordt in totaal 88,5 miljoen euro toegevoegd aan de OCW-begroting voor NGF, waaronder 44,7 miljoen euro voor het project LLO-katalysator en 22,2 miljoen euro voor het project Npuls.

Technisch

Er zijn meerdere technische correcties en herschikkingen tussen budgetten doorgevoerd. Daarnaast wordt met een desaldering de ontvangsten- en uitgavenramingen op de subsidies van artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie realistischer gemaakt.

Niet-kaderrelevant

Niet saldorelevant studiefinanciering

Deze meevaller wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het percentage van studenten dat leent, daalt.

Niet kaderrelevant studiefinanciering   

Deze meevaller ontstaat voornamelijk op het budget voor de aanvullende beurs prestatiebeurs. Er vindt een lagere toekenning in alle onderwijs-soorten plaats door lagere fractiegebruikers (structureel 75,8 miljoen euro). Daarnaast zijn er minder uitwonende studenten dan geraamd (structureel 43,8 miljoen euro) en vallen de uitgaven aan het OV lager uit vanwege lagere prijzen en een hogere omzetting naar een gift (structureel 23,1 miljoen euro).

Ontvangsten

Meevallers

Technische fout desaldering subsidieregeling instandhouding monumenten

Door een technische fout is een in 2025 geraamde ontvangst op de Subsidieregeling instandhouding monumenten in dat jaar niet gerealiseerd. Dit bedrag van 10,8 miljoen wordt nu alsnog ontvangen in 2026, waardoor er in 2026 een meevaller ontstaat.

Tegenvallers

Studiefinancieringsraming

Het ontvangstenbudget wordt in 2026 met 18,8 miljoen euro structureel verlaagd. De tegenvaller wordt veroorzaakt doordat er minder bol-studenten zijn die lesgeld zouden moeten betalen, door een lagere prijsontwikkeling en een lager inningspercentage.

Generaal dossier

Rente studieleningen

De renteontvangsten worden met 31,9 miljoen euro verhoogd in 2026 oplopend tot 84,2 miljoen euro structureel. Dit heeft meerdere oorzaken. Zo wordt uitgegaan van een hogere structurele rente (2,5%) dan in de raming van vorig jaar. Ook blijkt op basis van realisatiecijfers dat de renteontvangsten sneller groeien dan gedacht.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van OCW.

Technisch

Er zijn meerdere technische correcties en herschikkingen tussen budgetten doorgevoerd. Daarnaast wordt met een desaldering de ontvangsten- en uitgavenramingen op de subsidies van artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie realistischer gemaakt.

Niet-kaderrelevant

Niet saldorelevant studiefinanciering

De ontvangsten op studiefinancieringsleningen worden in 2026 neerwaarts bijgesteld op basis van de realisatie 2025. In latere jaren is er sprake van een meevaller. Dit komt omdat er versneld wordt afgelost.

Financiën

Financiën

IXB Financiën: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

23.891

12.651

10.902

10.503

10.580

0

       

Meevallers

‒ 7

‒ 11

‒ 10

‒ 8

‒ 8

‒ 8

Inzet nog onverdeeld (artikel 1)

‒ 7

‒ 11

‒ 10

‒ 8

‒ 8

‒ 8

       

Tegenvallers

90

76

72

70

70

70

Materieel budget IV Belastingdienst

40

40

40

40

40

40

Tariefstijgingen Rijksvastgoedbedrijf

20

19

19

19

19

19

Overige prijsstijgingen

15

2

2

1

1

1

Overige tegenvallers

15

14

10

10

9

9

       

Intensiveringen

139

493

214

166

145

138

Nog onverdeeld (artikel 10)

50

     

Uitvoeringskosten Handling Fee en de-minimis

43

117

135

135

117

112

Uitvoeringskosten nieuw financieringsstelsel kinderopvang (NFKO)

12

38

40

12

12

12

Uitvoeringskosten Herstel Box 3

11

70

    

Implementatie van het Europese AML-pakket

7

12

11

9

9

9

Toeslagen Herstel

 

237

17

   

Overige intensiveringen

16

18

10

9

7

5

       

Ombuigingen

‒ 75

‒ 71

‒ 65

‒ 185

‒ 356

‒ 353

Inzet nog onverdeeld (artikel 10)

‒ 28

‒ 19

‒ 15

‒ 13

‒ 13

‒ 13

Dekking uitvoeringskosten Handling Fee en de-minimis

‒ 43

‒ 19

    

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 24

‒ 47

‒ 73

‒ 100

‒ 100

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 97

‒ 243

‒ 243

Overige ombuigingen

‒ 3

‒ 9

‒ 3

‒ 2

0

2

       

Kasschuiven

76

37

‒ 171

43

14

 

Kasschuif Toeslagen Herstel

93

20

‒ 171

44

14

 

Kasschuif Scan & Detectie Douane

‒ 17

17

    

Overige kasschuiven

 

0

0

‒ 1

  
       

Overboekingen met andere begrotingen

11

26

‒ 2

‒ 5

‒ 5

‒ 5

Overboekingen BCF

11

21

1

0

  

Uitvoeringskosten markttoezichthouders Handling Fee en de-minimis

‒ 15

‒ 23

‒ 25

‒ 25

‒ 25

‒ 25

Budgettaire bijdragen Dienst Toeslagen

 

17

12

13

13

13

Overige overboekingen met andere begrotingen

15

12

10

6

7

6

       

Kadercorrecties

42

42

1

1

1

1

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

42

42

1

1

1

1

       

Loonbijstelling

26

25

24

24

24

24

Loonbijstelling

26

25

24

24

24

24

       

Prijsbijstelling

58

57

28

23

23

21

Prijsbijstelling

58

57

28

23

23

21

       

Extrapolatie

     

10.657

Extrapolatie

     

10.657

       

Eindejaarsmarge

443

     

Toeslagen Herstel

390

     

Eindejaarsmarge

54

     
       

Technisch

36

2

2

2

1

1

Desaldering

19

2

2

2

2

2

Overig technisch

17

0

0

0

‒ 1

‒ 1

       

Niet-kaderrelevant

‒ 214

298

57

49

39

44

Belasting- en invorderingsrente

42

43

44

45

47

52

Bijstelling raming schade uitkering ekv

39

45

14

5

‒ 8

‒ 8

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

‒ 42

‒ 42

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

ESM kapitaalinleg

‒ 253

253

    
       

Stand Voorjaarsnota

24.516

13.626

11.052

10.682

10.528

10.589

IXB Financiën: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

4.047

4.339

4.075

4.279

4.328

0

       

Meevallers

132

159

560

62

61

61

Meevaller niet-belastingontvangsten

69

56

56

56

56

56

Meevaller boeteinkomsten DNB en AFM

50

     

Niet-belastingontvangsten EU-handling fee

 

98

499

   

Overige meevallers

13

5

5

5

5

5

       

Ombuigingen

 

‒ 1

‒ 1

‒ 5

‒ 10

‒ 10

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 1

‒ 1

‒ 2

‒ 3

‒ 3

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 3

‒ 7

‒ 7

       

Generaal dossier

21

1

26

1

‒ 9

1

Dividend niet-financiële deelnemingen

20

 

25

 

‒ 10

 

Overig generaal dossier

1

1

1

1

1

1

       

Kadercorrecties

 

3

6

5

3

2

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

 

3

6

5

3

2

       

Extrapolatie

     

4.394

Extrapolatie

     

4.394

       

Technisch

36

2

2

2

1

1

Desaldering

19

2

2

2

2

2

Overig technisch

17

0

0

0

‒ 1

‒ 1

       

Niet-kaderrelevant

3.349

‒ 161

‒ 169

1.318

‒ 114

4

Verkoopopbrengsten TenneT

3.300

  

1.500

  

Verkoop aandelen ABN AMRO

183

     

Dividend financiële deelnemingen

49

     

Belasting- en invorderingsrente

‒ 13

109

111

113

114

142

Premieontvangsten garantie TenneT

‒ 20

‒ 37

‒ 52

‒ 69

‒ 79

‒ 64

Renteontvangsten lening TenneT

‒ 124

‒ 167

‒ 156

‒ 156

‒ 156

‒ 156

Kasschuif aflossing bilaterale lening Oekraïne

 

‒ 33

‒ 33

‒ 33

33

67

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

 

‒ 3

‒ 6

‒ 5

‒ 3

‒ 2

Overig niet-kaderrelevant

‒ 26

‒ 30

‒ 32

‒ 31

‒ 24

17

       

Stand Voorjaarsnota

7.584

4.342

4.498

5.661

4.260

4.453

Uitgaven

Meevallers

Inzet nog onverdeeld (artikel 1)

De niet verdeelde middelen binnen artikel 1 (Belastingen) worden benut voor de uitvoeringskosten van anti-witwasmaatregelen vanuit de EU (Anti-Money Laundering D6 (AMLD6) en AMLR).

Tegenvallers

Materieel budget IV Belastingdienst

Door prijsstijgingen, toegenomen IV gebruik en aflopende budgetten is er jaarlijks 40 miljoen euro tekort op het materieel budget IV van de Belastingdienst. Met deze extra middelen wordt dit tekort structureel opgelost.

Tariefstijgingen Rijksvastgoedbedrijf

De Belastingdienst, Douane en Toeslagen en het kerndepartement hebben te maken met een gemiddelde tariefstijging per 2026 van circa 10% bij het Rijksvastgoedbedrijf. Deze tegenvaller bedraagt 19 miljoen euro structureel.

Overige prijsstijgingen

Dit betreft meerdere prijsstijgingen voor de Belastingdienst en het kerndepartement, waaronder de in het afgelopen jaar met 52% toegenomen tarieven van het porticontract.

Overige tegenvallers

Dit betreft meerdere beperkte tegenvallers waaronder de vernieuwing van het Treasury Management Systeem van het Agentschap.

Intensiveringen

Nog onverdeeld (artikel 10)

De boeteinkomsten van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) komen ten goede aan de Financiënbegroting en worden op artikel 10 (nog onverdeeld) gezet. De boeteinkomsten worden grotendeels ingezet als dekking voor de uitvoeringskosten van de Europese handling fee en het afschaffen van de de-minimisvrijstelling.

Uitvoeringskosten Handling Fee en de-minimis

Vanaf juli 2026 vervalt de huidige de-minimisvrijstelling voor pakketten met een waarde tot 150 euro uit derde landen en vanaf november wordt een uniforme Europese handling fee ingevoerd. Dit is het gevolg van Europese besluitvorming om een gelijk speelveld te creëren en het controlepercentage op e-commerce te waarborgen en verbeteren. Vanwege deze aangepaste EU-wetgeving wordt voor de uitvoering van de extra controle op de e-commercestroom in totaal structureel 100 miljoen euro per jaar (vanaf 2032)beschikbaar gesteld aan de Douane. Deze kosten bevatten onder andere een formatieve uitbreiding, toezichtkosten voor de markttoezichthouders, benodigde IT-middelen, en extra scan- en detectieapparatuur.

Uitvoeringskosten nieuw financieringsstelsel kinderopvang (NFKO)

Voor de dekking van de uitvoeringskosten van het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang (NFKO) is een beroep gedaan op de gereserveerde middelen op de Aanvullende Post. Hiervoor wordt structureel 12 miljoen euro toegevoegd aan de Financiënbegroting.

Uitvoeringskosten Herstel Box 3

De Belastingdienst ontvangt middelen vanaf de Aanvullende Post voor de uitvoering van het rechtsherstel Box 3. Dit betreft 11 miljoen euro in 2026 en 70 miljoen euro in 2027. Het gaat hierbij om een gedeelte van de uitvoeringskosten die gemoeid zijn met de Wet tegenbewijsregeling box 3.

Implementatie van het Europese AML-pakket

Als gevolg van de implementatie van Europese regelgeving (AMLD6 en AMLR), zijn er uitvoeringskosten voor de Kamer van Koophandel (KvK), Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI), Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD). Een deel van de kosten wordt toegerekend aan het ministerie van Justitie en Veiligheid. De uitvoeringskosten, voor rekening van de Financiënbegroting, bedragen structureel circa 9 miljoen euro.

Toeslagen Herstel

Ten behoeve van verschillende onderdelen van de hersteloperatie Toeslagen wordt een beroep gedaan op de reservering op de Aanvullende Post van 255 miljoen euro in totaal. Het gaat om onderdelen waarvoor eerder al een reservering is gemaakt in afwachting van definitieve besluitvorming. Op basis van de actuele inzichten in de ontwikkelingen binnen Toeslagen Herstel is de verwachting dat op dit moment niet meer budget benodigd is dan het huidige totaalbudget van 11,6 miljard euro dat meerjarig voor de hersteloperatie beschikbaar is.

Overige intensiveringen

Dit betreft meerdere intensiveringen waaronder ICT problematiek bij het kerndepartement.

Ombuigingen

Inzet nog onverdeeld (artikel 10)

Voor diverse problematiek worden nog onverdeelde middelen op artikel 10 ingezet. Het gaat hierbij met name om tariefstijgingen van Shared Service Organisaties, het Rijksvastgoedbedrijf en prijsstijgingen van ICT.

Dekking uitvoeringskosten Handling Fee en de-minimis

Vanaf juli 2026 vervalt de huidige de-minimisvrijstelling voor pakketten met een waarde tot 150 euro uit derde landen en vanaf november wordt een uniforme Europese handling fee ingevoerd. Dit is het gevolg van Europese besluitvorming om een gelijk speelveld te creëren en het controlepercentage op e-commerce te waarborgen en verbeteren. Vanwege deze aangepaste EU-wetgeving wordt voor de uitvoering van de extra controle op de e-commercestroom in totaal structureel 100 miljoen euro per jaar (vanaf 2032) beschikbaar gesteld aan de Douane. Deze mutatie betreft het deel dat wordt gedekt vanuit de Financiënbegroting.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Financiën betekent dit een ombuiging van circa 24 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 97 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Financiën betekent dit een ombuiging van circa 94 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 236 miljoen euro.

Overige ombuigingen

Dit betreft meerdere ombuigingen waaronder de inzet van de middelen die gereserveerd waren voor fiscale uitvoeringskosten.

Kasschuiven

Kasschuif Toeslagen Herstel

In het kader van realistisch ramen wordt 348 miljoen euro van de middelen voor Toeslagen Herstel geschoven vanuit 2027 en 2028 naar 2026, 2029 en 2030. Dit is enerzijds een schuif van 93 miljoen euro naar voren, gezien de hogere kosten voor met name wettelijke rente (67 miljoen euro) en dwangsommen en proceskostenvergoeding (33 miljoen euro) in 2026. Anderzijds wordt 197 miljoen euro naar 2029 en 57 miljoen euro 2030 geschoven doordat de Brede ondersteuning door gemeenten hoger uitvalt dan geraamd en langer doorloopt vanwege de verlenging met 1 jaar t/m 2027. Hierna wordt dit overgedragen naar het sociaal domein.

Kasschuif Scan & Detectie Douane

Dit betreft budget voor de aanschaf van scan- en detectiematerialen door Douane, als onderdeel van de vervangingsopgave van scan- en detectie-materiaal voor het realiseren van afbouw van het gebruik van elektronica uit landen met een offensief cyberprogramma. Van 2026 wordt 17 miljoen euro geschoven naar 2027 op basis van de geplande uitgaven voor scan- en detectiemateriaal.

Overige kasschuiven

Dit betreft een beperkte kasschuif voor personele uitgaven van de consignatiekas.

Overboekingen met andere begrotingen

Overboekingen BCF

Dit betreft verschillende overboekingen van andere begrotingen naar het Btw-compensatiefonds (BCF).

Uitvoeringskosten markttoezichthouders Handling Fee en de-minimis

Vanaf juli 2026 vervalt de huidige de-minimisvrijstelling voor pakketten met een waarde tot 150 euro uit derde landen en vanaf november wordt een uniforme Europese handling fee ingevoerd. Dit is het gevolg van Europese besluitvorming om een gelijk speelveld te creëren en het controlepercentage op e-commerce te waarborgen en verbeteren. Een deel van de controle valt bij de martktoezichthouders, hiervoor worden vanuit de Financiënbegroting middelen overgeheveld naar de betreffende departementen (structureel 17 miljoen euro vanaf 2032).

Budgettaire bijdragen Dienst Toeslagen

Binnen het reguliere budget van Dienst Toeslagen vindt een overheveling plaats vanuit andere departementen, om conform gemaakte afspraken bij te dragen aan het budgettair tekort (17 miljoen euro in 2027 en 13 miljoen euro structureel).

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft verschillende beperkte overboekingen met andere begrotingen.

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Loonbijstelling

Loonbijstelling

De tranche 2026 van de loonbijstelling wordt toegevoegd aan de begroting van Financiën.

Prijsbijstelling

Prijsbijstelling

De tranche 2026 van de prijsbijstelling wordt toegevoegd aan de begroting van Financiën.

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Financiën.

Eindejaarsmarge

Toeslagen Herstel

De programmamiddelen voor Toeslagen Herstel in 2025 zijn niet volledig besteed. De uitvoering van met name de compensatie van aanvullende schade verliep in 2025 minder snel dan eerder verondersteld, het kabinet verwacht financieel herstel nog steeds 2027 te kunnen afronden. Deze middelen (389 miljoen euro) worden toegevoegd aan het budget in 2026. De verwachting is dat deze middelen in latere jaren nodig zijn om mensen die gedupeerd zijn door de problemen met toeslagen te kunnen compenseren.

Eindejaarsmarge

De reguliere eindejaarsmarge 2025 van 54 miljoen euro wordt toegevoegd aan de begroting van Financiën.

Technisch

Desaldering

Dit betreft een totaal van meerdere desalderingen waaronder voor de premies van de exportkredietverzekeringen (ekv). Hiertegenover staan evenredige ontvangsten.

Overig technisch

Dit betreft enkele technische mutaties waaronder een subsidie voor het Customs Control Equipment Instrument (CCEI). Hiertegenover staan evenredige ontvangsten.

Niet-kaderrelevant

Belasting- en invorderingsrente

De raming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe raming van de korte rente uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 van het Centraal Planbureau (CPB) en de realisatiecijfers uit 2025.

Bijstelling raming schade uitkering ekv

De begroting wordt meerjarig aangesloten op de raming van Atradius Dutch State Business (ADSB) en is daarmee in lijn met de hogere realisaties uit afgelopen jaren.

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

ESM kapitaalinleg

De toetreding van Kroatië tot het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) startte het proces om de ESM-kapitaalsleutel uit 2009 te herzien. Hieruit volgt dat Nederland een groter aandeel in de Europese economie en bevolking had dan voorheen. Nederland heeft in 2025 de aanvullende kapitaalstorting begroot om, indien nodig, de storting te kunnen doen. In afwachting van de actualisatie van de kapitaalsleutel wordt de reservering naar 2027 geschoven. Een nieuwe sleutel zou op zijn vroegst na 1 januari 2027 worden vastgesteld, wanneer de tijdelijke korting op de kapitaalinleg van Litouwen eindigt.

Ontvangsten

Meevallers

Meevaller niet-belastingontvangsten

De raming van de ontvangsten uit bestuurlijke boeten en uit het doorbelasten van invorderingsmaatregelen wordt structureel met 56 miljoen euro verhoogd naar aanleiding van de hogere realisaties van het afgelopen jaar en de indexatie van de Kostenwet invordering rijksbelastingen en Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst.

Meevaller boeteinkomsten DNB en AFM

Een deel van de ontvangsten uit boetes en dwangsommen van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) komen toe aan de Staat. In 2026 bedragen deze ontvangsten 50 miljoen euro, vooral vanwege enkele grote boetes aan banken die in 2025 zijn geïnd, en die in 2026 worden afgedragen aan de Staat.

Niet-belastingontvangsten EU-handling fee

Vanaf juli 2026 vervalt de huidige de-minimisvrijstelling voor pakketten met een waarde tot 150 euro uit derde landen en vanaf november wordt een uniforme Europese handling fee ingevoerd. Dit is het gevolg van Europese besluitvorming om een gelijk speelveld te creëren en het controlepercentage op e-commerce te waarborgen en verbeteren. De ontvangsten vanuit de Europese Handling fee worden geraamd op 597 miljoen euro in totaal. Deze ontvangsten worden volledig ingezet ter dekking van de uitvoeringskosten van de extra controle op de e-commercestroom binnen de meerjarenperiode.

Overige meevallers

Dit betreft verschillende meevallers waaronder het vrijvallen van de begrotingsreserve voor het Depositogarantiestelsel voor Caribisch Nederland.

Ombuigingen

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Financiën betekent dit een ombuiging van circa 24 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 97 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Financiën betekent dit een ombuiging van circa 94 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 236 miljoen euro.

Generaal dossier

Dividend niet-financiële deelnemingen

De dividendraming wordt aangepast aan de meest recente informatie over het verwachte dividend van de niet-financiële staatsdeelnemingen, als gevolg van de huidige marktomstandigheden.

Overig generaal dossier

Dit betreft lagere ontvangsten op het hybride kapitaal van de Wereldbank.

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Financiën.

Technisch

Desaldering

Dit betreft een totaal van meerdere desalderingen waaronder voor de premies van de exportkredietverzekeringen (ekv). Hiertegenover staan evenredige uitgaven.

Overig technisch

Dit betreft enkele technische mutaties waaronder een subsidie voor het Customs Control Equipment Instrument (CCEI). Hiertegenover staan evenredige uitgaven.

Niet-kaderrelevant

Verkoopopbrengsten TenneT

De Duitse staat verkrijgt in 2026 voor een bedrag van circa 3,3 miljard euro aandelen in TenneT Duitsland. Dit gebeurt via een verkoop van aandelen die TenneT houdt in TenneT Duitsland. De Nederlandse staat heeft een aandeelhouderslening verstrekt aan TenneT. Met de opbrengsten door de deelname van de Duitse staat in TenneT Duitsland gaat TenneT een gedeelte van deze lening aflossen. Hiermee komen de opbrengsten toe aan de Nederlandse staat. Het betreft een niet-saldorelevante opbrengst van 3,3 miljard euro in 2026 en bij een gelijkblijvende kapitaalbehoefte wordt uiterlijk in 2029 nogmaals circa 1,5 miljard euro aan opbrengsten gerealiseerd.

Verkoop aandelen ABN AMRO

De verwachte verkoopopbrengsten van aandelen ABN AMRO worden met 183 miljoen euro omhoog bijgesteld als gevolg van het lopende verkoopprogramma van aandelen ABN AMRO van de Staat.

Dividend financiële deelnemingen

De dividendraming wordt aangepast aan de meest recente informatie over het verwachte dividend van de financiële staatsdeelnemingen, als gevolg van de huidige marktomstandigheden.

Belasting- en invorderingsrente

De ontvangstenraming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe raming van de korte rente uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 van het Centraal Planbureau (CPB) en de realisatiecijfers uit 2025, die ruim 200 miljoen euro hoger waren dan geraamd. Daarnaast heeft de Hoge Raad op 16 januari 2026 geoordeeld dat het verhoogde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting en enige andere middelen, in strijd is met algemene rechtsbeginselen en heeft de bepaling waarmee het verhoogde percentage wordt geregeld, onverbindend verklaard. Dit leidt ertoe dat deze belastingrente wordt verlaagd naar het reguliere belastingrentepercentage. Dit leidt in 2026 tot 264 miljoen euro lagere ontvangsten en structureel tot 145 miljoen euro lagere ontvangsten.

Premieontvangsten garantie TenneT

De Staat ontvangt als garantieverstrekker garantiepremie voor het verstrekken van de garantie aan TenneT Nederland. Op basis van de meest recente marktconforme rentepercentages worden de premieontvangsten van de garantie aan TenneT meerjarig naar beneden bijgesteld.

Renteontvangsten lening TenneT

Op basis van de meest recente inzichten in de verwachte door TenneT te trekken leningdelen worden de verwachte ontvangsten op de lening aan TenneT structureel 156 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Met de garantie voor TenneT is inmiddels een structurele oplossing geïmplementeerd voor de financiering van TenneT Nederland. Tevens is met de deelname van private investeerders in TenneT Duitsland voor TenneT Duitsland in de kapitaalbehoefte voorzien. Dit maakt dat TenneT minder uit de leningfaciliteit hoeft op te nemen, en daarom ook minder rente hoeft te betalen.

Kasschuif aflossing bilaterale lening Oekraïne

Dit betreft een uitstel van de betalingen (rente en aflossing) van Oekraïne aan Nederland die gepland stonden voor de jaren 2027 ‒ 2029. Reden voor het uitstel is de onhoudbare overheidsschuld van Oekraïne op dit moment en het politiek commitment dat Nederland heeft afgegeven Oekraïne te blijven steunen zolang als nodig is. Voorlopig zijn de betalingen verschoven naar het einde van de begrotingshorizon, maar hier zijn nog geen afspraken over bekend.

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Overig niet-kaderrelevant

Dit betreft verschillende niet-kaderrelevante ontvangsten waaronder de renteontvangsten van de lening aan Griekenland.

Nationale Schuld (Transactiebasis)

IXA Nationale Schuld: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

42.447

48.918

50.210

51.091

53.394

0

       

Tegenvallers

2

1

1

1

1

1

Overige kosten schulduitgifte en skb

2

1

1

1

1

1

       

Extrapolatie

     

38.426

Extrapolatie

     

38.426

       

Niet-kaderrelevant

646

560

1.190

1.619

1.999

11.301

Rentelasten kasbeheer

458

442

551

733

955

1.902

Rente vlottende schuld

417

841

912

984

1.038

1.157

Aflossing vaste schuld

220

‒ 270

0

12

3

8.158

Rente vaste schuld

‒ 449

‒ 453

‒ 273

‒ 110

3

84

       

Stand Voorjaarsnota

43.095

49.479

51.402

52.711

55.394

49.728

IXA Nationale Schuld: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

97.784

73.814

79.341

74.109

78.309

0

       

Extrapolatie

     

61.926

Extrapolatie

     

61.926

       

Niet-kaderrelevant

‒ 3.432

13.159

574

6.986

4.928

17.928

Mutatie vlottende schuld

29.744

     

Mutatie in rekening courant en deposito

4.282

1.965

3.725

6.012

7.707

9.704

Rentebaten kasbeheer

‒ 879

‒ 869

‒ 1.199

‒ 1.270

‒ 1.343

‒ 817

Ontvangen aflossingen

‒ 1.244

19

2

‒ 22

‒ 45

‒ 299

Uitgifte vaste schuld

‒ 35.334

12.044

‒ 1.954

2.266

‒ 1.391

9.341

       

Stand Voorjaarsnota

94.352

86.973

79.915

81.096

83.237

79.854

Uitgaven

Tegenvallers

Overige kosten schulduitgifte en schatkistbankieren (skb)

Additionele kosten die zullen worden gemaakt ten behoeve van de implementatie van een nieuwe versie van het Treasury Management System van het Agentschap hebben geleid tot een structurele tegenvaller. Deze tegenvaller wordt binnen de begroting van Financiën gedekt.

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de begroting van de Nationale Schuld.

Niet-kaderrelevant

Rentelasten kasbeheer

Vanwege een geraamde stijging in de hoeveelheid middelen die door de deelnemers aan het schatkistbankieren wordt aangehouden in de schatkist, stijgt de raming van de rentelasten uit hoofde van het kasbeheer. Dit betreft voornamelijk een geraamde toename van middelen die door sociale fondsen in de schatkist worden aangehouden.

Rente vlottende schuld

In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat in 2026 meer vlottende schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Als gevolg hiervan neemt de omvang van de vlottende schuld in 2026 en latere jaren toe. In combinatie met de naar boven bijgestelde raming van de korte rekenrente in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 van het Centraal Planbureau (CPB), leidt dit tot structureel hogere rentelasten op de vlottende schuld.

Aflossing vaste schuld

Vanwege de vervroegde aflossing van vaste schuld in 2025 en 2026 wordt in 2026 meer vaste schuld afgelost en hoeft in 2027 minder vaste schuld afgelost te worden. Vanwege de uitgifte van een nieuwe staatsobligatie in 2026 zal in 2031 meer vaste schuld moeten worden afgelost.

Rente vaste schuld

In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat in 2026 minder vaste schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Als gevolg hiervan nemen de rentelasten op de vaste schuld in het lopende begrotingsjaar en in latere jaren af. Dit effect wordt echter gedempt door de hogere lange rekenrentes zoals geraamd in het CEP 2026 en de neerwaartse bijstelling van het geraamde kassaldo.

Ontvangsten

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de begroting van de Nationale Schuld.

Niet-kaderrelevant

Mutatie vlottende schuld

In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat in 2026 meer vlottende schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de vastgestelde begroting. Daarnaast wordt de bijstelling van het geraamde kassaldo in het lopende begrotingsjaar opgevangen met een mutatie van de vlottende schuld.

Mutatie in rekening courant en deposito

De raming van de hoeveelheid middelen die door sociale fondsen worden aangehouden op hun rekeningen-courant en in deposito’s in de schatkist is naar boven bijgesteld.

Rentebaten kasbeheer

Als gevolg van nieuwe verstrekte leningen aan agentschappen en rechtspersonen met een wettelijke taak en het bijwerken van de rekenrente zoals geraamd in het CEP, is de raming van de rentebaten uit hoofde van het kasbeheer afgenomen tot en met 2031.

Ontvangen aflossingen

Als gevolg van nieuwe verstrekte leningen aan agentschappen en rechtspersonen met een wettelijke taak is de raming van de te ontvangen aflossingen bijgesteld.

Uitgifte vaste schuld

In het financieringsplan 2026 is opgenomen dat in 2026 minder vaste schuld wordt uitgegeven dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Het bijgestelde kassaldo wordt vanaf 2027 opgevangen met een wijziging in de uitgifte van vaste schuld. Ten behoeve van de aflossing van een nieuw uitgegeven staatsobligatie zal in 2031 meer vaste schuld worden uitgegeven.

Defensie (inclusief Defensiematerieelbegrotingsfonds)

Defensie

X Defensie: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

21.415

11.962

11.442

11.538

11.760

0

       

Intensiveringen

   

437

  

Overheveling AP-reservering Oekraïnemiddelen

   

437

  
       

Ombuigingen

 

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

       

Kasschuiven

312

55

70

‒ 437

‒ 110

11

Kasschuif Oekraïnemiddelen

437

  

‒ 437

  

Kasschuif arbeidsvoorwaardenakkoord Defensie

‒ 125

55

70

   

Kasschuif Nationaal Fonds Ereschuld

    

‒ 110

11

       

Overboekingen met andere begrotingen

203

187

230

290

288

275

Overboekingen met Defensiematerieelbegrotingsfonds

151

188

230

288

286

273

Overboekingen met andere begrotingen

51

‒ 1

0

2

2

2

       

Kadercorrecties

2.138

750

    

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

2.138

750

    
       

Extrapolatie

     

11.583

Extrapolatie

     

11.583

       

Eindejaarsmarge

102

     

Eindejaarsmarge

102

     
       

Technisch

9

0

0

0

0

0

Technisch

9

0

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

‒ 1.847

‒ 750

    

Bijstelling affinanciering militaire pensioenen

291

     

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

‒ 2.138

‒ 750

    
       

Stand Voorjaarsnota

22.332

12.204

11.741

11.826

11.937

11.869

X Defensie: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

279

389

148

148

148

0

       

Kadercorrecties

131

241

    

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

131

241

    
       

Extrapolatie

     

148

Extrapolatie

     

148

       

Technisch

9

0

0

0

0

0

Technisch

9

0

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

‒ 131

‒ 241

    

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

‒ 131

‒ 241

    
       

Stand Voorjaarsnota

288

389

148

148

148

148

Uitgaven

Intensivering

Overhevelen AP-reservering Oekraïnemiddelen

Het kabinet heeft besloten om in 2026 437 miljoen aan aanvullende militaire steun beschikbaar te stellen voor Oekraïne. De totale militaire steun in 2026 bedraagt hiermee circa 3 miljard euro. De middelen komen uit de reservering op de Aanvullende Post die bij het coalitieakkoord is getroffen om de Oekraïnesteun onverminderd door te zetten. Deze middelen komen uit 2029 en worden via een kasschuif op de Defensiebegroting naar 2026 verplaatst.

Ombuigingen

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van Defensie betekent dit een structurele ombuiging van circa 1 miljoen euro in 2027.

Kasschuiven

Kasschuif Oekraïnemiddelen

Dit betreft een kasschuif om het kasritme aan te passen van de aanvullende Oekraïnesteun. Hiermee komen de middelen niet in 2029, maar al in 2026 beschikbaar.

Kasschuif arbeidsvoorwaardenakkoord Defensie

Dit betreft een kasschuif voor een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord voor Defensie. Het huidige akkoord loopt op 31 augustus 2026 af.

Kasschuif Nationaal Fonds Ereschuld

Dit betreft een kasschuif voor de Regeling Volledige Schadevergoedingen in het Nationaal Fonds Ereschuld (NFE). Voor NFE heeft een belastingteruggave plaatsgevonden in 2025. Het overschot dat hierdoor in 2025 ontstond, is eerder met een kasschuif doorgeschoven naar 2030 als reservering voor de in latere jaren te verwachten uit te keren schadevergoedingen. Via deze kasschuif worden de middelen in een realistisch ritme geplaatst van 2030 naar 2031 tot en met 2042. De kasschuif sluit in de periode 2030 tot en met 2042.

Overboekingen met andere begrotingen

Overboekingen met Defensiematerieelfonds

Er zijn diverse overboekingen gedaan tussen de Defensiebegroting en het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF). Zo worden er exploitatiemiddelen van investeringsprojecten overgeheveld naar de Defensiebegroting omdat de projecten in een dermate gevorderd stadium zijn dat personele bezetting versterkt kan worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor investeringen in cyberveiligheid, luchtverdediging, logistiek en diverse wapensystemen zoals de MQ-9 Reaper drone. Daarnaast wordt er budget voor de kennisinstellingen (TNO, MARIN en NLR) overgeheveld. Door toename van deze activiteiten is de jaarlijkse bijdrage aan deze kennisinstellingen verhoogd.

Overboekingen met andere begrotingen

Er zijn diverse overboekingen gedaan van en naar de Defensiebegroting. Zo ontvangt Defensie in 2026 circa 19 miljoen euro van de begroting van Buitenlandse Zaken voor inzet van de Koninklijke Marechaussee (KMar) bij de beveiliging van ambassade en consulaten in het buitenland. Ook ontvangt Defensie in 2026 circa 20 miljoen euro van het ministerie van Binnenlandse Zaken als vergoeding voor het versterken van het grenstoezicht van de Caribische landen in het Koninkrijk.

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Defensie.

Eindejaarsmarge

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2025 van circa 102 miljoen euro aan de begroting van Defensie.

Technisch

Technisch

Deze post betreft hogere verwachte uitgaven van 9 miljoen euro bij het Commando Materieel en IT. De verwachting is dat er meer brandstof door derden zal worden afgenomen in 2026 dan eerder geraamd. Deze extra uitgaven leiden tot hogere ontvangsten van dezelfde orde grootte, zie ook «Overig technisch» onder ontvangsten.

Niet-kaderrelevant

Bijstelling affinanciering militaire pensioenen

Eind 2026 zal Defensie de bestaande pensioenaanspraken van de begrotingsgefinancierde militaire pensioenen overhevelen naar het ABP. Hiervoor dient Defensie per 31-12-2026 de netto contante waarde van de toekomstige pensioenuitkeringen in één keer te betalen aan het ABP. De reservering die hiervoor is getroffen op de Defensiebegroting bedraagt 8,15 miljard euro bij Miljoenennota. Deze reservering wordt gedurende 2026 bij reguliere begrotingsstukken bijgewerkt om deze actueel te houden aan de geldende rentetermijnstructuur en dekkingsgraad van het ABP. Per peildatum 31-12-2025 wordt voorzien dat er aanvullend nog 291 miljoen euro benodigd is voor de affinanciering van de militaire pensioenen.

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Ontvangsten

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Defensie.

Technisch

Technisch

Deze post betreft hogere verwachte ontvangsten van 9 miljoen euro bij het Commando Materieel en IT. De verwachting is dat er meer brandstof door derden zal worden afgenomen in 2026 dan eerder geraamd. Deze extra ontvangsten leiden tot hogere uitgaven van dezelfde orde grootte, zie ook «Overig technisch» onder uitgaven.

Niet-kaderrelevant

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Defensiematerieelbegrotingsfonds

Defensiematerieelbegrotingsfonds: Uitgaven (2026-2031)

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

13.525

13.982

14.718

14.617

13.738

13.790

       

Meevallers

‒ 276

     

Valutameevaller (NvW)

‒ 276

     
       

Intensiveringen

766

492

502

676

1.448

1.459

Overhevelen prijstranche 2026

490

492

502

506

509

509

Boxers (NvW)

171

  

170

229

4

Patriots (NvW)

94

   

423

423

Ophoging valutareservering 2026 (NvW)

11

     

Overhevelen volumetranches 2030 en 2031

    

288

523

       

Ombuigingen

   

‒ 170

‒ 652

‒ 427

Inpassing Boxers en Patriots (NvW)

   

‒ 170

‒ 652

‒ 427

       

Kasschuiven

‒ 703

211

55

437

  

Kasschuif valutareserve

‒ 266

266

    

Kasschuiven actualisatie investeringsprojecten

‒ 437

‒ 55

55

437

  
       

Overboekingen Aanvullende Post

 

‒ 266

    

Overboekingen Aanvullende Post

 

‒ 266

    
       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 159

‒ 191

‒ 231

‒ 289

‒ 287

‒ 275

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 8

‒ 4

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 2

Overboekingen met Defensiebegroting

‒ 151

‒ 188

‒ 230

‒ 288

‒ 286

‒ 273

       

Kadercorrecties

519

444

597

145

40

0

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

519

444

597

145

40

0

       

Extrapolatie

      

Extrapolatie

      
       

Eindejaarsmarge

574

     

Eindejaarsmarge

574

     
       

Technisch

14

7

0

0

0

0

Bijstelling programmering Defensie-investeringen

1.053

‒ 160

‒ 1.663

‒ 641

‒ 449

1.756

Aanpassing over-/onderprogrammering

‒ 1.053

160

1.663

641

449

‒ 1.756

Overig technisch

14

7

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

‒ 519

‒ 444

‒ 597

‒ 145

‒ 40

0

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

‒ 519

‒ 444

‒ 597

‒ 145

‒ 40

0

       

Stand Voorjaarsnota

13.742

14.235

15.043

15.271

14.247

14.547

K Defensiematerieelbegrotingsfonds: Uitgaven (2032-2041)

In miljoenen euro

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

           

Stand Miljoenennota

13.784

14.060

13.886

14.074

14.111

14.112

14.114

14.048

14.138

0

           

Meevallers

          

Valutameevaller (NvW)

          
           

Intensiveringen

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

Overhevelen prijstranche 2026

509

509

509

509

509

509

509

509

509

509

Boxers (NvW)

4

4

4

4

4

4

4

4

4

4

Patriots (NvW)

24

24

24

24

24

24

24

24

24

24

Ophoging valutareservering 2026 (NvW)

          

Overhevelen volumetranches 2030 en 2031

523

523

523

523

523

523

523

523

523

523

           

Ombuigingen

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

Inpassing Boxers en Patriots (NvW)

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

‒ 29

           

Kasschuiven

          

Kasschuif valutareserve

          

Kasschuiven actualisatie investeringsprojecten

          
           

Overboekingen Aanvullende Post

          

Overboekingen Aanvullende Post

          
           

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 281

‒ 324

‒ 287

‒ 324

‒ 337

‒ 337

‒ 337

‒ 337

‒ 274

‒ 295

Overboekingen met andere begrotingen

          

Overboekingen met Defensiebegroting

‒ 281

‒ 324

‒ 287

‒ 324

‒ 337

‒ 337

‒ 337

‒ 337

‒ 274

‒ 295

           

Kadercorrecties

0

0

        

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

0

0

        
           

Extrapolatie

         

14.138

Extrapolatie

         

14.138

           

Eindejaarsmarge

          

Eindejaarsmarge

          
           

Technisch

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijstelling programmering Defensie-investeringen

1.582

1.997

1.673

1.814

2.137

237

‒ 32

‒ 26

‒ 1.901

‒ 714

Aanpassing over-/onderprogrammering

‒ 1.582

‒ 1.997

‒ 1.673

‒ 1.814

‒ 2.137

‒ 237

32

26

1.901

714

Overig technisch

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

           

Niet-kaderrelevant

0

0

        

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

0

0

        
           

Stand Voorjaarsnota

14.535

14.768

14.631

14.782

14.806

14.806

14.809

14.742

14.895

14.874

Defensiematerieelbegrotingsfonds: Ontvangsten (2026-2031)

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

155

146

166

154

153

144

       

Kadercorrecties

‒ 12

‒ 12

    

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

‒ 12

‒ 12

    
       

Extrapolatie

      

Extrapolatie

      
       

Technisch

14

7

0

0

0

0

Technisch

14

7

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

12

12

    

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

12

12

    
       

Stand Voorjaarsnota

169

153

166

154

153

144

Defensiematerieelbegrotingsfonds: Ontvangsten (2032-2041)

In miljoenen euro

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

           

Stand Miljoenennota

145

137

138

138

138

138

137

137

137

0

           

Kadercorrecties

          

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

          
           

Extrapolatie

         

137

Extrapolatie

         

137

           

Technisch

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

           

Niet-kaderrelevant

          

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

          
           

Stand Voorjaarsnota

145

137

138

138

138

138

137

137

137

137

Uitgaven

Meevallers

Valutameevaller (NvW)

Op basis van CEP van het CPB zijn de verwachte effecten van de wisselkoersmutaties verwerkt op het Defensiematerieelbegrotingsfonds. Op basis van deze raming wordt verwacht dat de uitgaven in andere valuta in 2026 lager zullen uitvallen. Dit komt voornamelijk door de gunstigere wisselkoers voor euro – dollar. Defensie is met name gevoelig voor schommelingen in wisselkoersen bij aanschaf en in mindere mate bij instandhouding van materieel. De valutameevaller in 2026 wordt voor 265 miljoen euro ingezet ter dekking van de intensivering van de RCT-30 Boxers en de Patriot FU ten behoeve van de door de NAVO gevraagde capaciteiten. Daarnaast wordt het restant van de valutameevaller in 2026 van circa 11 miljoen euro ingezet voor een reserve om toekomstige wisselkoersontwikkelingen op te vangen. De budgettaire verwerking van deze post heeft plaatsgevonden via een Nota van Wijziging20 op de Ontwerpbegroting 2026.

Intensiveringen

Overhevelen prijstranche 2026

De reservering voor 2% prijsontwikkeling van het bbp staat op de Aanvullende Post en wordt jaarlijks in tranches uitgekeerd aan de Defensiebegroting. Dit betreft de overboeking van de prijstranche 2026 voor het lopende jaar.

Boxers (NvW)

Defensie is voornemens te intensiveren in extra Remote Controlled Turret (RCT-30) Boxers. In 2026 staan aanbetalingen gepland, de daadwerkelijke uitgaven voor aanschaf volgen pas in 2029 en 2030. De budgettaire verwerking van deze post heeft plaatsgevonden via een Nota van Wijziging21 op de Ontwerpbegroting 2026.

Patriots (NvW)

Defensie is voornemens te intensiveren in extra Patriot Fire Units (FU). In 2026 staan aanbetalingen gepland, de daadwerkelijke uitgaven voor aanschaf volgen pas in 2030 en 2031. De budgettaire verwerking van deze post heeft plaatsgevonden via een Nota van Wijziging22 op de Ontwerpbegroting 2026.

Ophoging valutareservering 2026 (NvW)

Het restant van de valutameevaller in 2026 van circa 11 miljoen euro wordt gereserveerd in een reserve om toekomstige wisselkoersontwikkelingen op te vangen. De budgettaire verwerking van deze post heeft plaatsgevonden via een Nota van Wijziging23 op de Ontwerpbegroting 2026.

Overhevelen volumetranches 2030 en 2031

De reservering voor 2% volumeontwikkeling van het bbp staat op de Aanvullende Post. De volumeontwikkeling in de periode 2026 tot en met 2029 staat reeds op de Defensiebegroting. Dit betreft de overboeking van de volumetranches 2030 en 2031.

Ombuigingen

Inpassen Boxers en Patriots (NvW)

Om de RCT-30 Boxers en Patriots FU in te passen zijn tijdelijk zogeheten ‘donorprojecten’ aangewezen. Deze projecten worden tijdelijk uitgesteld, waarmee financiële ruimte wordt vrijgemaakt om de Boxers en Patriots in te passen. De gebruikte financiële ruimte wordt bij het volgende begrotingsstuk hersteld zodat de projecten doorgang kunnen vinden. De donorprojecten betreffen de verwerving en modernisering van de F-35, aanschaf van raketten voor Patriotsystemen en de mid-life update van de bestaande Boxers. De budgettaire verwerking van deze post heeft plaatsgevonden via een Nota van Wijziging24 op de Ontwerpbegroting 2026.

Kasschuiven

Kasschuif valutareserve

De toegevoegde middelen van de valutareserve 2025 worden via een kasschuif geschoven van 2026 naar 2027.

Kasschuiven actualisatie investeringsprojecten

Via meerdere kasschuiven wordt het kasritme van enkele projecten geactualiseerd. Dit betreft projecten rondom de verwerving van maritieme lucht- en raketverdediging, de vervanging van de grondgebonden luchtverdediging en de modernisering van de Chinook helikopters, alsook enkele projecten in voorbereiding.

Overboekingen Aanvullende Post

Overboekingen Aanvullende Post

Deze post betreft het overhevelen van 266 miljoen euro in 2027 ter dekking van de maatregel uit het coalitieakkoord voor onverminderde steun aan Oekraïne.

Overboekingen met andere begrotingen

Overboekingen met andere begrotingen

Er zijn diverse overboekingen gedaan van en naar de Defensiebegroting. Zo is er circa 13 miljoen euro in 2026 overgeboekt naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gezamenlijke bedrijfsvoering. Ook ontvangt Defensie circa 6 miljoen euro in 2026 van de begroting van Buitenlandse Zaken voor inzet van de Koninklijke Marechaussee (KMar) bij de beveiliging van ambassades en consulaten in het buitenland.

Overboekingen met Defensiebegroting

Er zijn diverse overboekingen gedaan tussen de Defensiebegroting en het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF). Zo worden er exploitatiemiddelen van investeringsprojecten overgeheveld naar de Defensiebegroting omdat de projecten in een dermate vergevorderd stadium zijn dat personele bezetting versterkt wordt. Dit geldt bijvoorbeeld voor investeringen in cyberveiligheid, luchtverdediging, logistiek en diverse wapensystemen, zoals de MQ-9 Reaper drones.

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2041 (t+15) toegevoegd aan het Defensiematerieelfonds.

Eindejaarsmarge

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2025 van circa 574 miljoen euro aan de begroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds. Dit betreft onder andere 266 miljoen euro voor vrijval op de valutareserve.

Technisch

Bijstelling programmering Defensie-investeringen

In deze begroting zijn de ramingen aangepast op de programmering die Defensie aanhoudt in de Defensie life-cycle periode van 2025-2040. Vanwege de verslechterde veiligheidssituatie worden investeringsprojecten waar mogelijk versneld. De investeringsplannen die niet tot realisatie komen, worden doorgeschoven naar een later begrotingsjaar. Middels het Defensieprojectenoverzicht (DPO) biedt Defensie de voortgang op investeringsprojecten.

Aanpassing over-/onderprogrammering

Er wordt gebruik gemaakt van het begrotingsinstrument overprogrammering met een limiet van 30% in ieder begrotingsjaar. Voor 2026 en 2027 is de limiet verhoogd naar 40%. Dit betekent dat er meer plannen in de eerste jaren staan dan past binnen het beschikbare budget die jaren. Door met deze overprogrammering te werken wordt zoveel als mogelijk getracht te voorkomen dat vertragingen bij individuele projecten leiden tot onderrealisatie van het totale beschikbare budget. Over de gehele planperiode van 15 jaar sluit de programmering aan op het totaal beschikbare budget. Als gevolg van de bijstelling van de programmering van de Defensie-investeringen is ook de over-/onderprogrammering gewijzigd. Per saldo leidt de bijstelling van de programmering en de over-/onderprogrammering niet tot kaseffecten.

Overig technisch

Deze post betreft uitgaven bij de Koninklijke Marine die via een desaldering zijn bekostigd vanuit hogere bijdragen van partnerlanden en vanuit royalty’s. Zie ook toelichting «Overig technisch» bij ontvangsten.

Niet-kaderrelevant

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Ontvangsten

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2041 (t+15) toegevoegd aan het Defensiematerieelfonds.

Technisch

Technisch

Het ontvangstenbudget is gestegen door hogere bijdragen van partnerlanden en door royalty’s bij de Koninklijke Marine. Deze extra ontvangsten worden door Defensie via een desaldering ingezet, waardoor de uitgaven stijgen. Zie ook toelichting «Overig technisch» bij uitgaven.

Niet-kaderrelevant

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

20

Kamerstuknummer: 36800-K-10

21

Kamerstuknummer: 36800-K-10

22

Kamerstuknummer: 36800-K-10

23

Kamerstuknummer: 36800-K-10

24

Kamerstuknummer: 36800-K-10

Infrastructuur en Waterstaat (inclusief Mobiliteitsfonds en Deltafonds)

Infrastructuur en Waterstaat

XII Infrastructuur en Waterstaat: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

3.760

3.938

3.761

3.658

3.738

0

       

Intensiveringen

292

278

73

14

10

 

Amendement Grinwis: betaalbaarheid OV-tarieven

224

224

    

Investering roerende zaken

50

50

71

9

  

Opvraag AP-middelen restbudgetten

6

4

2

4

10

 

Opvraag AP-middelen PBNI

5

     

Opvraag AP-middelen Maatregelenpakket Stikstof

   

1

  

Overige intensiveringen

7

     
       

Ombuigingen

 

‒ 16

‒ 19

‒ 43

‒ 77

‒ 73

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 3

‒ 5

‒ 10

‒ 16

‒ 16

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 19

‒ 48

‒ 48

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 9

       

Kasschuiven

‒ 267

‒ 55

21

71

‒ 112

342

Kasschuif Walstroom

15

‒ 12

‒ 8

0

5

 

Kasschuif AP-middelen HXII

‒ 4

7

9

‒ 3

‒ 8

 

Kasschuif Subsidies Duurzame Mobiliteit

‒ 11

‒ 8

14

5

  

Kasschuiven Klimaatfonds

‒ 81

‒ 7

‒ 5

47

‒ 54

99

Kasschuiven Nationaal Groeifonds

‒ 84

41

26

15

‒ 36

39

Kasschuiven Terugsluis Vrachtwagenheffing

‒ 95

‒ 64

‒ 13

‒ 2

‒ 22

196

Overige kasschuiven

‒ 7

‒ 12

‒ 2

9

4

7

       

Overboekingen met andere begrotingen

80

‒ 78

20

107

66

67

Brede doeluitkering

64

     

Subsidieregeling Topsector Logistiek

17

     

Markttoezicht aan de grens

7

11

12

12

12

12

Opvraag middelen Klimaatfonds

0

32

94

59

27

22

Zonnepanelen Schiphol

‒ 6

     

Duurzame Mobiliteit - Laadinfra-middelen

‒ 10

     

Terugbetaling Vrachtwagenheffing

‒ 32

‒ 139

‒ 117

   

Overige overboekingen met andere begrotingen

39

18

30

36

26

33

       

Loonbijstelling

32

30

29

29

29

29

Loonbijstelling

32

30

29

29

29

29

       

Prijsbijstelling

45

47

31

28

29

20

Prijsbijstelling

45

47

31

28

29

20

       

Extrapolatie

     

3.197

Extrapolatie

     

3.197

       

Eindejaarsmarge

86

     

Eindejaarsmarge

86

     
       

Technisch

20

39

34

34

34

34

Technisch

20

39

34

34

34

34

       

Stand Voorjaarsnota

4.048

4.184

3.950

3.899

3.717

3.617

XII Infrastructuur en Waterstaat: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

582

1.117

1.120

1.115

1.115

0

       

Intensiveringen

   

43

  

Afstoten roerende zaken

   

43

  
       

Ombuigingen

 

0

0

‒ 1

‒ 2

‒ 2

Ombuigingen

 

0

0

‒ 1

‒ 2

‒ 2

       

Extrapolatie

     

1.115

Extrapolatie

     

1.115

       

Technisch

20

39

34

34

34

34

Technisch

20

39

34

34

34

34

       

Stand Voorjaarsnota

602

1.156

1.154

1.191

1.147

1.147

Uitgaven

Intensiveringen

Amendement Grinwis: betaalbaarheid OV-tarieven

Het amendement Grinwis stelt middelen beschikbaar (totaal 448 miljoen euro in 2026 en 2027) om de eerdere bezuinigingen op het openbaar vervoer (OV) terug te draaien. Dekking voor deze middelen komt uit de CBAM-inkomsten (amendement Grinwis bij Belastingplan).

Investering roerende zaken

Er wordt in de jaren 2026 tot en met 2029 180 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) voor de verwachte investering in roerende zaken.

Opvraag AP-middelen restbudgetten

Op de Aanvullende Post stonden nog een aantal restbudgetten van vorige kabinetten. Het gaat om resterende middelen van Klimaatakkoord Rutte III en Compensatie Motorrijtuigenbelasting Provincies. Deze middelen zijn overgeheveld naar de begroting van IenW voor het oplossen van enkele vraagstukken op de beleidsbegroting. Dit gaat onder andere om dekking van (1) het aandeel van IenW voor de missie van de TROPOspheric Monitoring Instrument (TROPOMI), (2) een aanvullende tegenvaller bij de NAVO-top, (3) de gestegen kosten voor het beheer en onderhoud van het regeringsvliegtuig en (4) aanvullende kosten voor schaderegeling Stint. Daarnaast wordt een deel van de budgetten overgeboekt naar het reserveringsartikel op de beleidsbegroting van IenW voor lopende dossiers.

Opvraag AP-middelen PBNI

De middelen voor het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) voor het jaar 2026 worden overgeheveld naar de begroting van IenW. Met de middelen van de Aanvullende Post en de middelen op de begroting van IenW kan het programma verder. De komende periode werkt het kabinet toe naar een vervolgbesluit voor de periode 2027 en verder. Uw Kamer wordt hier nog nader over geïnformeerd.

Opvraag AP-middelen Maatregelenpakket Stikstof

Er wordt 1 miljoen euro overgeheveld vanaf de Aanvullende Post ten behoeve van een onderzoek naar Adblue-handhaving.

Overige intensiveringen

Er is een totaal van 7 miljoen euro aan overige intensiveringen op de begroting van IenW. Op basis van bestaande afspraken wordt het saldo 2025 voor de Beschikbaarheidsvergoeding Openbaar Vervoer (BVOV) opgevraagd (3,2 miljoen euro). Daarnaast worden ook de middelen voor COVID-reizigerstesten opgevraagd om te kunnen voldoen aan verplichtingen die in eerdere jaren zijn aangegaan (3,2 miljoen euro). Verder is nog voor 0,4 miljoen euro aan middelen toegevoegd aan de IenW begroting voor uitvoeringskosten met betrekking tot het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP).

Ombuigingen

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van IenW betekent dit een ombuiging van 3 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 16 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van IenW betekent dit een ombuiging van circa 19 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 48 miljoen euro.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van IenW betekent dit een ombuiging van structureel circa 9 miljoen euro.

Kasschuiven

Kasschuif Walstroom

Binnen het subsidiebudget van Walstroom Zeehavens schuift IenW 15 miljoen euro naar 2026 en 5 miljoen euro naar 2030 vanuit de jaren 2027 tot en met 2029. Dit sluit beter aan bij de planning die door Rijksdienst voor Ondernemingen (RVO) is opgesteld voor deze regeling.

Kasschuif AP-middelen HXII

Dit betreft de schuif van de opgevraagde AP-middelen Motorrijtuigenbelasting en de AP-middelen Klimaatakkoord Rutte III. De budgetten worden hiermee in het juiste ritme gezet, zodat deze ingezet kunnen worden voor de IenW-brede problematiek.

Kasschuif Subsidies Duurzame Mobiliteit

Van de subsidie Duurzame Mobiliteit wordt 19 miljoen euro doorgeschoven van 2026 en 2027 naar 2028 en 2029. Middels deze kasschuif wordt aangesloten op de prognoses van de RVO.

Kasschuiven Klimaatfonds

Het betreft hier kasschuiven van de Klimaatfondsmiddelen binnen de beleidsbegroting van IenW (hoofdstuk 12). Enkele voorbeelden hiervan zijn de kasschuif voor de Subsidie Schoon en Emissieloos Bouwen (SSEB) en kasschuiven op de subsidies voor Laadinfra. Voor SSEB wordt 20 miljoen euro naar achter geschoven van 2026 naar 2031, omdat het budget pas in latere jaren nodig is. Verder wordt op de subsidieregeling Laadinfra Bouw 23 miljoen euro doorgeschoven van 2026 naar 2029, zodat het in het juiste jaar kan worden ingezet voor bijdragen aan semi publieke organisaties, Rijkswaterstaat en verschillende subsidieregelingen. Ook wordt voor de subsidieregeling Laadinfra wegvervoer 25 miljoen euro doorgeschoven van 2026 naar 2030 om beter aan te sluiten op de subsidieprognoses van de RVO. Per saldo leiden de kasschuiven tot een schuif van middelen naar latere jaren.

Kasschuiven Nationaal Groeifonds

Het betreft hier kasschuiven en toegekende projecten binnen het Nationaal Groeifonds. Er vindt onder andere een kasschuif plaats om de middelen voor het project Luchtvaart in Transitie in het goede ritme te zetten. Hierbij wordt 42 miljoen euro uit 2026 geschoven naar latere jaren. Daarnaast wordt voor het project Dutch Metropolitan Innovations (DMI) 22 miljoen euro vanuit 2026 doorgeschoven naar 2027 en 2028, waardoor in de juiste jaren aan de kasverplichtingen kan worden voldaan. Voor het Maritiem Masterplan schuift er 8 miljoen euro uit 2026 en 30 miljoen euro uit 2030 naar de jaren 2027 ‒ 2029 en 2031. Dit sluit beter aan bij de planning die door RVO is opgesteld voor deze regeling. Per saldo leiden de kasschuiven tot een schuif van middelen naar latere jaren.

Kasschuiven Terugsluis Vrachtwagenheffing

Er wordt vanuit de periode 2026 ‒ 2030 196 miljoen euro naar 2031 geschoven om de budgetten in een realistischer ritme te plaatsen.

Overige kasschuiven

Onder overige kasschuiven vallen meerdere kleine kasschuiven. Dit betreft onder andere een kasschuif op het budget voor innovatie en deelmobiliteit van 4 miljoen euro uit 2026 naar 2027 en 2028. Daarnaast wordt voor de invulling van de Banenafspraak 3 miljoen euro uit 2026 naar latere jaren geschoven om het aantal banen te vergroten over een langere looptijd. Per saldo leiden de overige kasschuiven tot een schuif van middelen naar latere jaren.

Overboekingen met andere begrotingen

Brede doeluitkering

Dit betreft een bijdrage voor de Brede Doeluitkering (BDU) 2026 van in totaal 64 miljoen euro. Dit omvat onder andere overboekingen voor de Metropoolregio Rotterdam Den-Haag (MRDH), de Vervoersregio Amsterdam (VRA), de Metropoolregio Rotterdam Den-Haag (MRDH), en het programma Zuid-Holland Bereikbaar via Spits Spreiden en Mijden. De bijdragen hebben betrekking op verschillende projecten in de randstad, waaronder tramverbinding Vlietlijn in Den Haag, een project ter verbetering van het OV tussen Amsterdam Zuid en Haarlemmermeer (OVAH en de Randstadrail/Metronet Rotterdam.

Subsidieregeling Topsector Logistiek

De subsidies Bronmaatregelen Stikstof bestaan uit de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) en de Tijdelijke subsidieregeling Topsector Logistiek (TSL). In eerdere jaren was er nog geen budgettaire dekking voor de Subsidie aan Topsector Logistiek beschikbaar. De dekking hiervoor is toen voorgeschoten vanuit de stikstofmiddelen. Om dit voorschot weer te repareren wordt nu 3,8 miljoen euro overgeboekt uit het Mobiliteitsfonds. Daarnaast wordt nog 13 miljoen euro overgeboekt vanuit het Kennis-, Opschalings- en Praktijkervaringsprogramma (KOP-programma) op het Mobiliteitsfonds naar de SSEB.

Markttoezicht aan de grens

Het markttoezicht aan de grens wordt binnen Europa versterkt. De douane en markttoezichtautoriteiten trekken hierbij samen op in toezicht en handhaving. Deze overboeking betreft het deel van de uitvoeringskosten voor de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Voor de periode 2026 tot en met 2031 wordt hiervoor in totaal 66 miljoen euro overgeboekt naar de IenW-begroting. Vanaf 2032 wordt hiervoor structureel 8 miljoen euro per jaar overgeboekt.

Opvraag middelen Klimaatfonds

Vanuit het Klimaatfonds wordt 150 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het KF-project duurzame luchtvaartbrandstoffen (e-fuels). Deze middelen zijn eerder voor dit project binnen het Klimaatfonds gereserveerd en worden nu toegekend. Daarnaast betreft dit de middelen voor aanvullende stimulering door een verlenging van de bestaande Subsidieregeling Walstroom Zeeschepen Klimaat 2024-2026 van 40 miljoen euro. Verder wordt voor de verduurzaming van de binnenvaart 31 miljoen euro overgeboekt uit het Klimaatfonds en vinden enkele kleine overhevelingen plaats van het Klimaatfonds naar de IenW-begroting.

Zonnepanelen Schiphol

Dit betreft een overboeking van 6 miljoen euro uit het Mobiliteitsfonds naar de begroting van IenW voor de bijdrage voor de problematiek met de zonnepanelen rondom Schiphol. De bijdrage zal via een Decentralisatie Uitkering (DU) aan de gemeente Haarlemmermeer worden verstrekt.

Duurzame Mobiliteit - Laadinfra-middelen

De 10 miljoen euro voor laadinfra op het Mobiliteitsfonds van directie Duurzame Mobiliteit worden naar directie Openbaar Vervoer en Spoor (OVS) op de begroting van IenW overgeboekt. Het opdrachtgeverschap ligt namelijk bij de directie OVS. Het budget wordt vervolgens naar ProRail overgeboekt.

Terugbetaling Vrachtwagenheffing

Alle gemaakte kosten tot en met 2025 worden teruggestort in de vrije investeringsruimte van het Mobiliteitsfonds. Er wordt totaal 287 miljoen euro terugbetaald. Dit is conform eerder gemaakte afspraken. Bij de ontwerpbegroting wordt het restant bedrag van 113 miljoen euro teruggeboekt.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft meerdere kleine overboekingen met andere begrotingen. Hieronder valt onder andere een overboeking van 4,5 miljoen euro van het MF naar de IenW-begroting ten behoeve van het Meerjarenplan Saba. Ook wordt vanaf 2026 cumulatief 17 miljoen euro van het MF overgeboekt naar het opdrachtenbudget Digitale Transport Stategie. Ook stelt IenW 2,1 miljoen euro beschikbaar aan het ministerie van EZ voor het Meetprogramma voertuigemissies en Mobiele Verbruiks- en Emissiemetingen. Per saldo wordt via de overige overboekingen meer budget toegevoegd aan de IenW-begroting.

Loonbijstelling

Met deze overboeking wordt de loonbijstelling toegevoegd aan de begroting van IenW.

Prijsbijstelling

Met deze overboeking wordt de prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting van IenW.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van IenW.

Eindejaarsmarge

Conform de begrotingsregels wordt de reguliere eindejaarsmarge (31 miljoen euro) toegevoegd aan de begroting van IenW. De niet uitgegeven middelen van 2025 van het Nationaal Groeifonds worden volledig toegevoegd (50 miljoen euro). Verder dient er in 2026 nog een deel van de financiële afwikkeling van de Transitievergoeding openbaar vervoer (TVOV) plaats te vinden. Conform de afspraken uit de TVOV-regeling schuift het voordelig saldo uit 2025 ter hoogte van 5 miljoen euro door naar 2026.

Technisch

IenW heeft een aantal knelpunten in de begroting opgelost door de eindejaarsmarge en de LPO in te zetten. Dit betreft met name druk op de bedrijfsvoering en uitvoering, alsmede verplichtingen zoals de nadeelcompensatie Te Rijdt en de Moerdijkregeling. Deze herschikkingen zijn saldoneutraal. Daarnaast betreft het nog enkele desalderingen met de ontvangsten.

Ontvangsten

Intensiveringen

Afstoten roerende zaken

Er wordt 43 miljoen euro aan ontvangsten ingeboekt voor de verwachte inkomsten van het afstoten van roerende zaken in 2029.

Ombuigingen

Dit betreft de ontvangsten van de Efficiencytaakstelling en de Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid. Zie toelichting onder uitgaven.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Infrastructuur en Waterstaat.

Technisch

De technische mutaties betreffen desalderingen met de uitgaven.

Mobiliteitsfonds

Mobiliteitsfonds: Uitgaven (2026-2031)

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

10.469

10.852

10.683

10.870

10.873

9.783

       

Ombuigingen

 

‒ 6

‒ 12

‒ 40

‒ 78

‒ 78

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 6

‒ 12

‒ 18

‒ 24

‒ 24

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 22

‒ 54

‒ 54

       

Kasschuiven

300

250

‒ 275

‒ 275

  

Kasschuiven

300

250

‒ 275

‒ 275

  
       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 135

122

85

‒ 35

‒ 26

‒ 25

Terugbetaling Vrachtwagenheffing

32

139

117

   

Duurzame Mobiliteit - Laadinfra-middelen

10

     

Stopcontacten op land

2

9

9

13

11

14

Bijdrage Mobiliteit en Luchtvaart

‒ 1

‒ 3

‒ 12

‒ 19

‒ 19

‒ 24

ZonMw programma Fietsveiligheid

‒ 1

‒ 6

‒ 9

‒ 9

‒ 6

‒ 5

Bijdrage Zonnepanelen Schiphol

‒ 6

     

ERTV Zuid en Midden 2026

‒ 12

     

Subsidieregeling Topsector Logistiek

‒ 17

     

Bijdrage Provinciefonds: Maaslijn

‒ 34

     

Brede Doeluitkering

‒ 61

     

Overige overboekingen met andere begrotingen

‒ 45

‒ 18

‒ 19

‒ 20

‒ 12

‒ 10

       

Kadercorrecties

‒ 18

‒ 718

‒ 321

5

16

18

DBFM contract VIA15

‒ 18

‒ 718

‒ 321

5

16

18

       

Loonbijstelling

31

31

30

30

29

29

Loonbijstelling

31

31

30

30

29

29

       

Prijsbijstelling

243

255

177

179

180

149

Prijsbijstelling

243

255

177

179

180

149

       

Extrapolatie

      

Extrapolatie

      
       

Eindejaarsmarge

‒ 164

     

Eindejaarsmarge

‒ 164

     
       

Technisch

143

9

‒ 5

‒ 12

3

‒ 4

Technisch

143

9

‒ 5

‒ 12

3

‒ 4

       

Stand Voorjaarsnota

10.870

10.794

10.362

10.722

10.996

9.871

Mobiliteitsfonds: Uitgaven (2032-2040)

In miljoenen euro

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

          

Stand Miljoenennota

9.939

9.737

9.562

9.559

9.357

9.268

9.227

9.051

0

          

Ombuigingen

‒ 78

‒ 78

‒ 78

‒ 78

‒ 78

‒ 78

‒ 78

‒ 78

‒ 78

61. Efficiencytaakstelling

‒ 24

‒ 24

‒ 24

‒ 24

‒ 24

‒ 24

‒ 24

‒ 24

‒ 24

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

‒ 54

‒ 54

‒ 54

‒ 54

‒ 54

‒ 54

‒ 54

‒ 54

‒ 54

          

Kasschuiven

         

Kasschuiven

         
          

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 5

‒ 12

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 8

Terugbetaling Vrachtwagenheffing

         

Duurzame Mobiliteit - Laadinfra-middelen

         

Stopcontacten op land

         

Bijdrage Mobiliteit en Luchtvaart

         

ZonMw programma Fietsveiligheid

         

Bijdrage Zonnepanelen Schiphol

         

ERTV Zuid en Midden 2026

         

Subsidieregeling Topsector Logistiek

         

Bijdrage Provinciefonds: Maaslijn

         

Brede Doeluitkering

         

Overige overboekingen met andere begrotingen

‒ 5

‒ 12

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 8

          

Kadercorrecties

196

122

79

89

87

85

87

‒ 116

80

DBFM contract VIA15

196

122

79

89

87

85

87

‒ 116

80

          

Loonbijstelling

28

27

27

25

26

27

30

30

28

Loonbijstelling

28

27

27

25

26

27

30

30

28

          

Prijsbijstelling

139

137

134

135

131

129

128

125

122

Prijsbijstelling

139

137

134

135

131

129

128

125

122

          

Extrapolatie

        

8.824

Extrapolatie

        

8.824

          

Eindejaarsmarge

         

Eindejaarsmarge

         
          

Technisch

‒ 2

‒ 1

0

0

0

0

0

0

0

Technisch

‒ 2

‒ 1

0

0

0

0

0

0

0

          

Stand Voorjaarsnota

10.218

9.933

9.715

9.721

9.514

9.423

9.385

9.002

8.967

Mobiliteitsfonds: Ontvangsten (2026-2031)

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

482

307

332

307

317

357

       

Extrapolatie

      

Extrapolatie

      
       

Technisch

143

9

‒ 5

‒ 12

3

‒ 4

Technisch

143

9

‒ 5

‒ 12

3

‒ 4

       

Stand Voorjaarsnota

626

316

327

296

320

353

Mobiliteitsfonds: Ontvangsten (2032-2040)

In miljoenen euro

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

          

Stand Miljoenennota

371

343

272

289

275

276

278

530

0

          

Extrapolatie

        

300

Extrapolatie

        

300

          

Technisch

‒ 2

‒ 1

0

0

0

0

0

0

 

Technisch

‒ 2

‒ 1

0

0

0

0

0

0

 
          

Stand Voorjaarsnota

369

342

272

289

275

276

278

530

300

Uitgaven

Ombuigingen

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van het Mobiliteitsfonds (MF) betekent dit een ombuiging van circa 6 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 24 miljoen euro.

62. Vernieuwing Rijksdienst en een slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de Rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van het Mobiliteitsfonds betekent dit een ombuiging van circa 22 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 54 miljoen euro.

Kasschuiven

Er wordt circa 300 miljoen euro naar 2026 en 250 miljoen euro naar 2027 geschoven. De middelen zijn afkomstig uit de jaren 2028 en 2029. Door het inhouden van de prijsbijstelling, eerdere kasschuiven naar latere jaren (onder andere bij Voorjaarsnota 2025) en het nadelige saldo (overschrijding) van 2025 stonden de kasbudgetten niet meer in de juiste verhouding tot de programmering. De kasschuiven zijn nodig om de begroting in een realistischer en stabieler ritme te plaatsen. Daarnaast wordt de zogenaamde overprogrammering op de fondsen nu stapsgewijs teruggebracht om nieuwe overschrijdingen, zoals in 2025, te voorkomen.

Overboekingen met andere begrotingen

Terugbetaling Vrachtwagenheffing

Alle gemaakte kosten tot en met 2025 worden teruggestort in de vrije investeringsruimte van het Mobiliteitsfonds. Er wordt 287 miljoen euro terugbetaald. Dit is conform eerder gemaakte afspraken. Bij de ontwerpbegroting wordt het restant bedrag van 113 miljoen euro teruggeboekt.

Duurzame Mobiliteit - Laadinfra-middelen

De laadinfra-middelen (10 miljoen euro) op het Mobiliteitsfonds van de directie Duurzame Mobiliteit worden naar directie Openbaar Vervoer en Spoor (OVS) op de begroting van Infrastructuur en Waterstaat overgeboekt. Het opdrachtgeverschap ligt namelijk bij de directie OVS. Het budget wordt vervolgens naar ProRail overgeboekt.

Stopcontacten op land

Vanuit het Klimaatfonds wordt in de periode 2026 tot en met 2032 65,5 miljoen euro overgeboekt voor Stopcontact op Land. Bij Stopcontact op Land gaat het om het behouden van de huidige netaansluitingen en het realiseren van een aansluiting op verzorgingsplaatsen (tankstations langs de snelwegen).

Bijdrage Mobiliteit en Luchtvaart

Dit betreft een bijdrage van 78 miljoen euro aan de begroting van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) vanuit het Mobiliteitsfonds voor problematiek van het DG Mobiliteit, de subsidie Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS), het structureel opdrachtenbudget Programma Omgeving Luchthaven Schiphol (POLS) en de luchtvaartdirecties. Door aflopende budgetten op niet afgeronde programma's zijn er extra middelen nodig vanaf 2028. Deze extra middelen worden toegevoegd zodat de programma's kunnen worden voortgezet gedurende deze kabinetsperiode.

ZonMw programma Fietsveiligheid

Dit betreft een overboeking naar ZonMw ten behoeve van het Programma Fietsveiligheid Voorop bij ZonMw. In totaal wordt 41 miljoen euro overgeboekt over een looptijd van 2026 tot en met 2033. IenW is de opdrachtgever van dit programma en de uitbetaling aan ZonMw loopt via het ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport omdat zij eigenaar is van ZonMw.

Bijdrage Zonnepanelen Schiphol

Dit betreft een overboeking van middelen uit het Mobiliteitsfonds naar de begroting van IenW voor financiële voor de problematiek met de zonnepanelen rondom Schiphol. De bijdrage zal via een Decentralisatie Uitkering (DU) aan de gemeente Haarlemmermeer worden verstrekt.

ERTV Zuid en Midden 2026

Dit betreft een overboeking naar Defensie voor de kustwacht Nederland om de veiligheid ten behoeve van Windenergie op Zee te waarborgen. Het ministerie van IenW en Rijkswaterstaat zijn hiervoor opdrachtgever.

Subsidieregeling Topsector Logistiek

De subsidies Bronmaatregelen Stikstof bestaan uit de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwematerieel (SSEB) en de Tijdelijke subsidieregeling Topsector Logistiek (TSL). In eerdere jaren was er nog geen budgettaire dekking voor de subsidie aan Topsector Logistiek beschikbaar. De dekking hiervoor is toen voorgeschoten vanuit de stikstofmiddelen. Om dit voorschot weer te repareren wordt nu 3,8 miljoen euro overgeboekt uit het Mobiliteitsfonds. Daarnaast wordt nog 13 miljoen euro overgeboekt vanuit het Kennis-, Opschalings- en Praktijkervaringsprogramma (KOP-programma) op het Mobiliteitsfonds naar de SSEB.

Bijdrage Maaslijn

Dit betreft een overboeking naar het Provinciefonds voor de Decentralisatie Uitkering (DU) ten behoeve voor het project Maaslijn. Voor het project staat het Rijk 50% garant van de meerkosten voor Arriva die een gevolg zijn van vertraagde elektrificatie. Het Rijk stelt 34 miljoen euro beschikbaar aan de provincie Limburg.

Brede doeluitkering

Dit betreft een bijdrage voor de Brede Doeluitkering (BDU) 2026 van in totaal 64 miljoen euro. Dit omvat onder andere overboekingen voor de Metropoolregio Rotterdam Den-Haag (MRDH), de Vervoersregio Amsterdam (VRA), de Metropoolregio Rotterdam Den-Haag (MRDH), en het programma Zuid-Holland Bereikbaar via Spits Spreiden en Mijden. De bijdragen hebben betrekking op verschillende projecten in de randstad, waaronder tramverbinding Vlietlijn in Den Haag, een project ter verbetering van het OV tussen Amsterdam Zuid en Haarlemmermeer (OVAH en de Randstadrail/Metronet Rotterdam.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Deze post bevat diverse overboekingen van en naar andere departementen in het kader van het Mobiliteitsfonds.

Kadercorrecties

DBFM contract VIA15

In juli 2025 is het DBFM-contract voor het project ViA15 (A12/A15 Ressen-Oudbroeken) getekend. Als gevolg hiervan wordt de omzetting naar een geïntegreerd budget volgens de staande DBFM-werkwijze verwerkt. Hiertoe wordt er budget ingeleverd bij het Ministerie van Financiën (1,6 miljard euro op artikel 12.03 Aanleg en 231,4 miljoen euro op artikel 12.02 Exploitatie en Onderhoud). In lijn met de gemaakte afspraken van de DBFM-conversie ontvangt IenW, via een kadercorrectie, het budget in het juiste kasritme terug van het Ministerie van Financien (2,5 miljard euro).

Loonbijstelling

Met deze overboeking wordt de loonbijstelling toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds

Prijsbijstelling

Met deze overboeking wordt de prijsbijstelling toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2040 (t+14) toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds.

Eindejaarsmarge

Conform de begrotingsregels voor fondsen wordt het saldo van 2025 verrekend in jaar 2026. Het kasbudget in 2026 wordt met 164 miljoen verlaagd op het Mobiliteitsfonds.

Technisch

Deze post bevat herschikkingen en lopende actualisaties van diverse programma's en projecten op het Mobiliteitsfonds. Er is bij de eerste suppletoire begroting 2026 kritisch gekeken naar de uitgavenramingen op alle artikelen. Hierdoor hebben er diverse programmaschuiven binnen het Mobiliteitsfonds plaatsgevonden. Dit sluit over de jaren heen met de ontvangstenkant.

Ontvangsten

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2040 (t+14) toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds.

Technisch

Deze post bevat herschikkingen en lopende actualisaties van diverse programma's en projecten op het Mobiliteitsfonds. Er is bij de eerste suppletoire begroting 2026 kritisch gekeken naar de ontvangstenramingen op alle artikelen. Hierdoor hebben er diverse programma-schuiven binnen het Mobiliteitsfonds plaatsgevonden. Dit sluit over de jaren heen met de uitgavenkant.

Deltafonds

Deltafonds: Uitgaven (2026-2031)

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

1.924

2.218

1.933

1.758

1.801

1.928

       

Ombuigingen

 

‒ 2

‒ 4

‒ 12

‒ 23

‒ 23

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 2

‒ 4

‒ 5

‒ 7

‒ 7

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 6

‒ 16

‒ 16

       

Kasschuiven

225

‒ 225

    

Kasschuiven

225

‒ 225

    
       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 3

‒ 5

‒ 3

‒ 3

‒ 1

‒ 1

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 3

‒ 5

‒ 3

‒ 3

‒ 1

‒ 1

       

Loonbijstelling

2

2

2

1

1

1

Loonbijstelling

2

2

2

1

1

1

       

Prijsbijstelling

41

50

29

25

26

26

Prijsbijstelling

41

50

29

25

26

26

       

Extrapolatie

      

Extrapolatie

      
       

Eindejaarsmarge

‒ 160

     

Eindejaarsmarge

‒ 160

     
       

Technisch

25

26

‒ 17

‒ 3

‒ 19

‒ 38

Technisch

25

26

‒ 17

‒ 3

‒ 19

‒ 38

       

Stand Voorjaarsnota

2.054

2.064

1.941

1.768

1.786

1.894

Deltafonds: Uitgaven (2032-2040)

In miljoenen euro

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

          

Stand Miljoenennota

1.929

1.915

1.915

1.969

2.025

2.009

2.002

1.960

0

          

Ombuigingen

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

 

61. Efficiencytaakstelling

‒ 7

‒ 7

‒ 7

‒ 7

‒ 7

‒ 7

‒ 7

‒ 7

 

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

‒ 16

‒ 16

‒ 16

‒ 16

‒ 16

‒ 16

‒ 16

‒ 16

 
          

Kasschuiven

         

Kasschuiven

         
          

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 1

0

0

0

0

0

0

0

0

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 1

0

0

0

0

0

0

0

0

          

Loonbijstelling

1

1

1

1

1

1

1

1

1

Loonbijstelling

1

1

1

1

1

1

1

1

1

          

Prijsbijstelling

24

24

24

25

26

26

26

25

28

Prijsbijstelling

24

24

24

25

26

26

26

25

28

          

Extrapolatie

        

1.965

Extrapolatie

        

1.965

          

Eindejaarsmarge

         

Eindejaarsmarge

         
          

Technisch

‒ 38

‒ 38

‒ 39

‒ 39

‒ 42

2

‒ 2

2

15

Technisch

‒ 38

‒ 38

‒ 39

‒ 39

‒ 42

2

‒ 2

2

15

          

Stand Voorjaarsnota

1.893

1.880

1.878

1.934

1.987

2.015

2.004

1.965

2.010

Deltafonds: Ontvangsten (2026-2031)

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

167

145

184

190

193

214

       

Extrapolatie

      

Extrapolatie

      
       

Technisch

25

26

‒ 17

‒ 3

‒ 19

‒ 38

Technisch

25

26

‒ 17

‒ 3

‒ 19

‒ 38

       

Stand Voorjaarsnota

192

171

167

187

174

175

Deltafonds: Ontvangsten (2032-2040)

In miljoenen euro

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

          

Stand Miljoenennota

215

199

224

198

204

194

196

190

0

          

Extrapolatie

        

196

Extrapolatie

        

196

          

Technisch

‒ 38

‒ 38

‒ 39

‒ 39

‒ 42

2

‒ 2

2

15

Technisch

‒ 38

‒ 38

‒ 39

‒ 39

‒ 42

2

‒ 2

2

15

          

Stand Voorjaarsnota

177

161

185

160

163

196

194

191

212

Uitgaven

Ombuigingen

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor het Deltafonds betekent dit een ombuiging van circa 2 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 7 miljoen euro.

62. Vernieuwing Rijksdienst en een slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de Rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor het Deltafonds betekent dit een ombuiging van circa 6 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 16 miljoen euro.

Kasschuiven

Er wordt circa 225 miljoen euro uit 2027 naar 2026 geschoven. Dit is nodig om de begroting in een realistischer en stabieler ritme te plaatsen. Door het inhouden van de prijsbijstelling, eerdere kasschuiven naar latere jaren (o.a. bij Voorjaarsnota 2025) en het nadelige saldo (overschrijding) van 2025 te financieren stonden de kasbudgetten niet meer in de juiste verhouding tot de programmering. De kasschuiven zijn nodig om de begroting in een realistischer en stabieler ritme te plaatsen. Daarnaast wordt de zogenaamde overprogrammering op de fondsen nu stapsgewijs teruggebracht om nieuwe overschrijdingen, zoals in 2025, te voorkomen.

Overboekingen met andere begrotingen

Deze post bevat diverse overboekingen van en naar andere departementen in het kader van het Deltafonds.

Loonbijstelling

Met deze overboeking wordt de loonbijstelling toegevoegd aan het Deltafonds.

Prijsbijstelling

Met deze overboeking wordt de prijsbijstelling toegevoegd aan het Deltafonds.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2040 (t+14) toegevoegd aan het Deltafonds.

Eindejaarsmarge

Conform de begrotingsregels voor fondsen wordt het saldo van 2025 verrekend in jaar 2026. Het kasbudget in 2026 wordt met 160 miljoen verlaagd op het Deltafonds.

Technisch

Deze post bevat herschikkingen en lopende actualisaties van diverse programma's en projecten op het Deltafonds. Er is bij de eerste suppletoire begroting 2026 kritisch gekeken naar de uitgavenramingen op alle artikelen. Hierdoor hebben er diverse programmaschuiven binnen het Deltafonds plaatsgevonden. Dit sluit over de jaren heen met de ontvangstenkant.

Ontvangsten

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2040 (t+14) toegevoegd aan het Deltafonds.

Technisch

Deze post bevat herschikkingen en lopende actualisaties van diverse programma's en projecten op het Deltafonds. Er is bij de eerste suppletoire begroting 2026 kritisch gekeken naar de ontvangstenramingen op alle artikelen. Hierdoor hebben er diverse programma-schuiven binnen het Deltafonds plaatsgevonden. Dit sluit over de jaren heen met de uitgavenkant.

Economische Zaken en Klimaat (inclusief Nationaal Groeifonds)

Economische Zaken en Klimaat

XIII Economische Zaken en Klimaat: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

3.321

2.885

2.703

2.555

2.490

0

       

Tegenvallers

8

     

Tegenvallers

8

     
       

Intensiveringen

114

39

50

60

40

42

Overhevelingen met de Aanvullende Post

7

11

16

27

2

 

Uitvoering EU-verordeningen

2

9

13

14

15

16

Economische Weerbaarheid

1

10

9

9

8

6

Overige intensiveringen

104

9

11

10

16

19

       

Ombuigingen

‒ 107

‒ 39

‒ 119

‒ 82

‒ 171

‒ 157

22. Toekomstfonds

  

‒ 72

‒ 7

‒ 50

‒ 41

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 4

‒ 8

‒ 14

‒ 20

‒ 19

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 22

‒ 56

‒ 53

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 2

Overige ombuigingen

‒ 107

‒ 28

‒ 33

‒ 33

‒ 38

‒ 42

       

Kasschuiven

22

80

40

‒ 135

‒ 98

67

Kasschuiven Nationaal Groeifonds

115

28

‒ 60

‒ 86

‒ 82

85

Kasschuiven Toekomstfonds

‒ 33

0

59

‒ 77

18

9

Overige kasschuiven

‒ 60

52

41

28

‒ 34

‒ 27

       

Overboekingen met andere begrotingen

84

84

82

69

35

24

Toekenning NGF-projecten

34

59

49

45

12

0

Overige overboekingen met andere begrotingen

50

25

34

23

24

23

       

Loonbijstelling

35

30

30

28

28

26

Loonbijstelling

35

30

30

28

28

26

       

Prijsbijstelling

23

22

15

14

15

12

Prijsbijstelling

23

22

15

14

15

12

       

Extrapolatie

     

2.080

Extrapolatie

     

2.080

       

Eindejaarsmarge

129

     

Eindejaarsmarge

129

     
       

Technisch

91

3

3

‒ 49

2

3

Desalderingen

91

3

3

‒ 49

2

3

Overig technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

3.721

3.105

2.803

2.461

2.342

2.096

XIII Economische Zaken en Klimaat: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

472

251

266

448

239

0

       

Kasschuiven

33

‒ 11

2

‒ 39

5

8

Kasschuiven Toekomstfonds

44

0

‒ 1

‒ 44

0

0

Overige kasschuiven

‒ 11

‒ 11

3

5

5

8

       

Extrapolatie

     

241

Extrapolatie

     

241

       

Technisch

91

3

3

‒ 49

2

3

Desalderingen

91

3

3

‒ 49

2

3

Overig technisch

0

0

0

0

0

 
       

Niet-kaderrelevant

‒ 18

     

Ramingbijstelling Ontvangsten COL

‒ 18

     
       

Stand Voorjaarsnota

579

243

271

360

246

252

Uitgaven

Tegenvallers

Deze post betreft de uitvoeringskosten voor de uitfinanciering en afhandeling van de corona- en crisismaatregelen (zoals de Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb).

Intensiveringen

Overhevelingen met de Aanvullende Post

Hieronder vallen verschillende overboekingen van de Aanvullende Post. Het gaat om middelen die bijdragen aan het Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent, Werk aan Uitvoering en de subsidieregeling voor Telecom in Caribisch Nederland.

Uitvoering EU-verordeningen

Verschillende EU-verordeningen gaan gepaard met additionele uitvoerings- en toezichtslasten voor onder andere de Autoriteit Consument en Markt, de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur en het Kadaster. Dit wordt onder andere gedekt door de inzet van loon- en prijsbijstelling.

Economische weerbaarheid

EZ maakt binnen de eigen begroting middelen vrij ter bevordering van economische weerbaarheid. Het gaat hierbij om een voortzetting van het bestaande Grondstoffenbeleid en het verbeteren en uitbreiden van het instrumentarium voor economische veiligheid.

Overige intensiveringen

Onder deze post valt onder andere de oprichting van een bestemmingsfonds ten behoeve van informatievoorziening bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Ombuigingen

22. Toekomstfonds

In het coalitieakkoord is vastgelegd dat er taakstellend op het Toekomstfonds wordt omgebogen. Dit leidt tot een structurele verlaging van de uitgaven op het Innovatiekrediet, SEED-Capital, en Vroegefasefinanciering.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Economische Zaken betekent dit een ombuiging van circa 4 miljoen euro in 2027, oplopend tot 19 miljoen euro in 2031.

62. Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Economische Zaken betekent dit een ombuiging van circa 22 miljoen euro in 2029, oplopend tot 53 miljoen euro in 2031.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van Economische Zaken betekent dit een ombuiging van circa 2 miljoen euro in 2031.

Overige ombuigingen

Ter dekking van de eerdergenoemde intensiveringen wordt er omgebogen op een subsidieregeling die publiek-private consortia ondersteunt bij onderzoeksprojecten naar nieuwe technologie. Ook wordt een deel van het afgeroomde eigen vermogen van de agentschappen ingezet. Daarnaast wordt een deel van de uitgekeerde loon- en prijsbijstelling ingezet.

Kasschuiven

Kasschuiven Nationaal Groeifonds

Voor de NGF-projecten QuantumDelta, Oncode, NXTGEN en PhotonDelta die worden uitgevoerd door EZ worden middelen naar 2026 en 2027 geschoven. Op basis van voortschrijdend inzicht in de uitvoering van de projecten blijken middelen toch eerder nodig dan eerder geraamd.  

Kasschuiven Toekomstfonds

Het Toekomstfonds bestaat uit verschillende regelingen om het bedrijfsleven te ondersteunen middels subsidies en leningen. De uitputting van deze regelingen is afhankelijk van de behoefte in de markt. Elk jaar worden de kasritmes van het Toekomstfonds daarom herijkt.

Overige kasschuiven

Deze post betreft een aantal kleinere kasschuiven die worden doorgevoerd op de EZ-begroting. Zo wordt er geschoven op de bijdrage aan de European Space Agency en op een aantal apparaatsbudgetten.

Overboekingen met andere begrotingen

Toekenning NGF-projecten

De adviescommissie van het NGF heeft een positief advies uitgebracht over twee NGF-projecten die worden uitgevoerd door EZ. Het gaat om projecten ‘6G Future Network Services’ (142 miljoen euro) en ‘Opschaling PPS in het beroepsonderwijs’ (57,4 miljoen euro). De middelen worden overgeheveld naar de EZ-begroting.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Onder deze post vallen diverse kleinere overboekingen met andere begrotingshoofdstukken. Zo wordt er bijvoorbeeld 10 miljoen euro overgeheveld naar het Provinciefonds in het kader van de MKB-innovatiestimulering topsectoren (MIT) subsidie. Daarnaast draagt KGG bij aan de additionele kosten voor de extra bewindspersonen op de begroting van het Ministerie van Economische Zaken.

Loonbijstelling

Jaarlijks worden de middelen op de EZ-begroting gecorrigeerd voor de stijging in lonen.

Prijsbijstelling

Jaarlijks worden de middelen op de EZ-begroting gecorrigeerd voor de stijging in prijzen.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de begroting van Economische Zaken.

Eindejaarsmarge

Op basis van onderuitputting in 2025 wordt op de EZ-begroting de eindejaarsmarge toegevoegd voor o.a. de Nationaal Groeifonds projecten, het Toekomstfonds en voor de reguliere EZ-begroting.

Technisch

Desalderingen

Onder deze post vallen gelijktijdige aanpassingen van ontvangsten en uitgaven binnen de begroting van EZ. Zo wordt bijvoorbeeld bovenmatig eigen vermogen van de agentschappen RVO, RDI en DICTU afgeroomd (62 miljoen euro) conform de regeling agentschappen. Deze middelen komen binnen aan de ontvangstenkant van de begroting en worden naar de uitgavenkant overgeheveld middels een desaldering.

Overig technisch

Deze post bevat herschikkingen binnen de begroting van EZ.

Ontvangsten

Kasschuiven Toekomstfonds

Dit gaat onder andere om kasschuiven van ontvangsten op het Toekomstfonds. De uitputting van deze regelingen is afhankelijk van de behoefte in de markt. Elk jaar worden de kasritmes van terug te ontvangen leningen van het Toekomstfonds herijkt.

Overige kasschuiven

Deze post betreft een aantal kleinere kasschuiven die worden doorgevoerd op de EZ-begroting.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de begroting van Economische Zaken.

Technisch

Desalderingen

Onder deze post vallen gelijktijdige aanpassingen van ontvangsten en uitgaven binnen de begroting van EZ. Zo wordt er bijvoorbeeld eigen vermogen van de agentschappen (DICTU, RVO en RDI) ontvangen (62 miljoen euro). Deze middelen komen binnen aan de ontvangstenkant van de begroting en worden naar de uitgavenkant overgeheveld middels een desaldering.

Overig technisch

Deze post betreft de herverkaveling en het terugdraaien van de herverkaveling van de apparaatsontvangsten van KGG.

Niet-kaderrelevant

Ramingsbijstelling ontvangsten COL

De ontvangstenraming voor de Corona Overbruggingsleningen (COL's) wordt met 18 miljoen euro naar beneden bijgesteld. De afgelopen jaren zijn de ontvangsten vanuit de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) op deze leningen eerder teruggekomen naar de EZ-begroting dan initieel was geraamd. In 2025 waren de gerealiseerde ontvangsten daardoor 18 miljoen euro hoger dan geraamd. Aangezien er een vast totaalbedrag terugkomt, wordt de raming nu met hetzelfde bedrag naar beneden bijgesteld.

Nationaal Groeifonds

Nationaal Groeifonds: Uitgaven (2026-2031)

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

150

599

1.126

335

685

642

       

Kasschuiven

‒ 116

‒ 169

‒ 177

295

92

12

Kasschuiven

‒ 116

‒ 169

‒ 177

295

92

12

       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 40

‒ 71

‒ 60

‒ 52

‒ 16

0

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 40

‒ 71

‒ 60

‒ 52

‒ 16

0

       

Loonbijstelling

1

3

4

3

6

5

Loonbijstelling

1

3

4

3

6

5

       

Prijsbijstelling

1

2

1

1

2

2

Prijsbijstelling

1

2

1

1

2

2

       

Eindejaarsmarge

4

     

Eindejaarsmarge

4

     
       

Stand Voorjaarsnota

0

364

895

583

768

660

Nationaal Groeifonds: Uitgaven (2032-2034)

In miljoenen euro

2032

2033

2034

    

Stand Miljoenennota

176

14

12

    

Kasschuiven

55

7

 

Kasschuiven

55

7

 
    

Overboekingen met andere begrotingen

   

Overboekingen met andere begrotingen

   
    

Loonbijstelling

3

  

Loonbijstelling

3

  
    

Prijsbijstelling

1

  

Prijsbijstelling

1

  
    

Eindejaarsmarge

   

Eindejaarsmarge

   
    

Stand Voorjaarsnota

234

21

12

Uitgaven

Kasschuiven

Per saldo worden middelen voor projecten van het Nationaal Groeifonds (NGF) met een voorwaardelijke toekenning naar latere jaren geschoven zodat ze beter aansluiten bij de verwachte uitfinanciering. De toekenning wordt definitief na een positief advies over een project door de adviescommissie.

Overboekingen met andere begrotingen

De adviescommissie van het NGF heeft een positief advies uitgebracht over drie NGF-projecten. De toegekende middelen worden omgezet in een definitieve toekenning en daarmee overgeheveld van de NGF-begroting naar de begroting van het uitvoerende departement. Het gaat om de twee EZ-projecten ‘6G Future Network Services’ (142 miljoen euro) en ‘Opschaling publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs’ (57,4 miljoen euro) en een OCW-project ‘Impuls Open Leermateriaal’ (38 miljoen euro).

Loonbijstelling

Jaarlijks worden de middelen op de NGF-begroting gecorrigeerd voor de stijging in lonen.

Prijsbijstelling

Jaarlijks worden de middelen op de NGF-begroting gecorrigeerd voor de stijging in prijzen.

Eindejaarsmarge

Op basis van onderuitputting in 2025 wordt op de NGF-begroting de eindejaarsmarge toegevoegd.

Ontvangsten

Er zijn geen ontvangsten op de begroting van het Nationaal Groeifonds.

Klimaat en Groene Groei (inclusief Klimaatfonds)

Klimaat en Groene Groei

XXIII Klimaat en Groene Groei: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

13.714

6.992

7.177

6.526

7.264

0

       

Meevallers

‒ 293

‒ 257

‒ 368

‒ 66

‒ 24

45

SDE-regelingen

‒ 293

     

Bijdrage EBN: Groningen schade en versterken

 

‒ 257

‒ 368

‒ 66

‒ 24

45

       

Tegenvallers

569

4

2

3

3

 

Nadeelcompensatie kolencentrales

497

     

Uitvoeringskosten Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

69

     

Overige tegenvallers

3

4

2

3

3

 
       

Intensiveringen

361

317

951

569

607

567

14. Indirecte kostencompensatie (IKC)

192

223

355

505

505

505

Noodvoorraad gas Energie Beheer Nederland

154

     

Overige overboekingen Aanvullende Post

12

6

9

13

11

 

18. Wind op Zee (uitbreiding tot 40 GW in 2040)

4

65

5

4

4

4

Mijnbouwschade Limburg

 

23

46

48

54

58

Subsidie elektriciteitsnet Sint Maarten

    

34

 

Vultaak EBN 2027-2028

  

536

   
       

Ombuigingen

‒ 69

‒ 104

‒ 128

‒ 135

‒ 146

‒ 127

Bijdrage beleidsbudgetten aan uitvoeringskosten RVO

‒ 69

     

Inzet loon- en prijsbijstelling

 

‒ 23

‒ 46

‒ 48

‒ 54

‒ 58

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 1

‒ 2

‒ 3

‒ 4

‒ 3

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 3

‒ 9

‒ 8

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 80

‒ 80

‒ 80

‒ 80

‒ 58

       

Generaal dossier

‒ 19

‒ 15

    

Verliesverrekening Mijnbouwwet

‒ 19

‒ 15

    
       

Kasschuiven

‒ 1.512

‒ 296

830

‒ 41

‒ 126

979

Projecten Nationaal Groeifonds

‒ 176

‒ 78

59

43

80

72

Indirecte kostencompensatie ETS (IKC)

‒ 318

‒ 104

422

   

Waterstofproductie, -opslag en -transport

‒ 676

‒ 93

260

‒ 69

‒ 210

789

Overige kasschuiven

‒ 341

‒ 21

89

‒ 15

5

118

       

Overboekingen met andere begrotingen

104

‒ 640

‒ 5

2

‒ 2

23

Toekenningen Klimaatfonds

185

145

37

27

23

44

Overhevelingen uitvoeringskosten klimaat medeoverheden

 

‒ 746

    

Overige overboekingen met andere begrotingen

‒ 81

‒ 38

‒ 43

‒ 26

‒ 25

‒ 21

       

Loonbijstelling

8

36

37

36

37

2

Loonbijstelling

8

36

37

36

37

2

       

Prijsbijstelling

69

63

45

32

48

4

Prijsbijstelling

69

63

45

32

48

4

       

Extrapolatie

     

4.215

Extrapolatie

     

4.215

       

Eindejaarsmarge

181

     

Eindejaarsmarge

181

     
       

Technisch

316

3

3

6

2

0

Storting begrotingsreserve Duurzame energie

293

     

Desaldering

23

3

3

6

2

0

Overig technisch

0

0

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

 

8.000

    

Leenfaciliteit vultaak EBN

 

8.000

    
       

Stand Voorjaarsnota

13.430

14.104

8.543

6.933

7.663

5.706

XXIII Klimaat en Groene Groei: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

2.338

14.460

5.430

4.371

3.750

0

       

Meevallers

39

     

Meevallers

39

     
       

Tegenvallers

 

‒ 9

‒ 9

‒ 9

‒ 9

 

Verlaging heffing gasleveringszekerheid vultaak EBN 2024-2025

 

‒ 9

‒ 9

‒ 9

‒ 9

 
       

Ombuigingen

   

157

143

389

Heffing gasleveringszekerheid noodvoorraad gas en verkoop noodvoorraad

   

23

9

121

Heffing gasleveringszekerheid vultaak EBN 2027-2028

   

134

134

268

       

Generaal dossier

19

 

2

‒ 1

‒ 1

‒ 1

Gasbaten

19

 

2

‒ 1

‒ 1

‒ 1

       

Kasschuiven

 

‒ 213

‒ 213

53

53

320

Heffing gasleveringszekerheid

 

‒ 213

‒ 213

53

53

320

       

Kadercorrecties

 

19

19

19

19

 

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

 

19

19

19

19

 
       

Extrapolatie

     

3.117

Extrapolatie

     

3.117

       

Technisch

520

3

3

6

2

0

Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie

497

     

Desaldering

23

3

3

6

2

0

Overig technisch

0

0

0

0

0

 
       

Niet-kaderrelevant

‒ 142

‒ 4.646

7.952

‒ 8

136

657

CO2-heffing afvalverbrandingsinstallaties

32

‒ 76

‒ 100

‒ 135

84

‒ 20

COVA-heffing

‒ 5

     

Verwerking aanpassing ETS-ontvangsten in inkomstenkader

‒ 31

63

    

ETS-ontvangsten

‒ 138

‒ 511

‒ 837

‒ 182

51

656

Leenfaciliteit vultaak EBN

  

8.000

   

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

 

‒ 19

‒ 19

‒ 19

‒ 19

 

72. Verwerking jaar uitstel ETS2

 

‒ 4.103

908

328

20

21

       

Stand Voorjaarsnota

2.774

9.614

13.184

4.588

4.094

4.481

Uitgaven

Meevallers

SDE-regelingen

Op de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) wordt in 2026 een meevaller verwacht van 293 miljoen euro. Conform bestaande systematiek wordt deze meevaller in het lopende jaar in de begrotingsreserve Duurzame energie en klimaattransitie gestort. Op basis van de energieprijzen uit de Klimaat- en Energieverkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving (september 2025) en teruggetrokken beschikkingen voor Carbon Capture Storage (CCS) wordt op dit moment ook verwacht dat de SDE-uitgaven meerjarig lager kunnen uitvallen. Dit is echter afhankelijk van toekomstige, onzekere prijsontwikkelingen. Deze middelen blijven behouden in de SDE die hierdoor een grotere prijsrisicobuffer krijgt. Hierdoor is er geen mutatie zichtbaar vanaf 2027.

Bijdrage EBN: Groningen schade en versterken

In lijn met de economische verhoudingen binnen de Maatschap Groningen komt 40% van de doorbelasting voor schade en versterken in Groningen voor rekening van Energie Beheer Nederland (EBN). De kosten voor schade en versterken vallen lager uit dan eerder geraamd. Daarnaast kan EBN een groter deel van de kosten zelfstandig opvangen (binnen en buiten de voorziening) waardoor minder kapitaalinjectie nodig is. Samen leidt dit ertoe dat de bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen met cumulatief 436 miljoen euro neerwaarts wordt bijgesteld. Binnen de meerjarenperiode is een neerwaartse bijstelling van cumulatief 671 miljoen euro zichtbaar.

Tegenvallers

Nadeelcompensatie kolencentrales

De nadeelcompensatie voor kolencentrales (497 miljoen euro) is in 2025 niet tot besteding gekomen. De middelen zijn daarom net als in eerdere jaren gestort in de begrotingsreserve Duurzame energie en klimaattransitie. Verwachting is dat de middelen in 2026 wel tot besteding komen. Daarom worden deze middelen onttrokken uit genoemde begrotingsreserve.

Uitvoeringskosten Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

De uitvoeringskosten voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zijn hoger dan eerder begroot. Hiervan wordt 69 miljoen euro betaald via een ombuiging op budgetten op de KGG-begroting. 20 miljoen euro wordt beschikbaar gesteld via het afromen van het eigen vermogen van RVO dat in 2026 aan de bijdrage voor RVO wordt toegevoegd.

Overige tegenvallers

Voor ondersteuning van het Rijk bij de juridische procedures over de schadeafhandeling en versterkingsoperatie in Groningen is aanvullend budget beschikbaar. Daarnaast zijn er uitvoeringskosten voor afhandeling van de Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluiting in 2023.

Intensiveringen

14. Indirecte kostencompensatie (IKC)

Om de elektriciteitskosten van energie-intensieve industrie te verlagen wordt de Indirecte kostencompensatie ETS (IKC) verhoogd en wordt de doelgroep uitgebreid. De middelen worden t/m 2031 overgeheveld vanaf de Aanvullende Post.

Noodvoorraad gas Energie Beheer Nederland

Ten behoeve van gasleveringszekerheid legt Energie Beheer Nederland (EBN) in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei een noodvoorraad gas van 5 terawattuur aan. Voor de financiering hiervan ontvangt EBN een subsidie.

Overige overboekingen Aanvullende Post

Er worden middelen overgeheveld voor personeelskosten en kosten van uitvoeringsorganisaties van KGG en middelen voor het verbeteren van de publieke dienstverlening in het kader van het programma Werk aan Uitvoering. Ook worden middelen overgeheveld voor subsidies om de elektriciteitskosten in Caribisch Nederland te verlagen.

18. Wind op Zee (uitbreiding tot 40 GW in 2040)

Er worden middelen overgeheveld van de Aanvullende Post om realisatie van het eerstvolgende windpark mogelijk te maken. Hiermee kan de uitrol van wind op zee worden voortgezet. De kaseffecten hiervan treden op na de meerjarenperiode (cumulatief 2,2 miljard euro van 2032 t/m 2046). Er worden middelen overgeheveld van de Aanvullende Post voor ecologische onderzoeken en locatieonderzoeken die nodig zijn voor de verdere uitrol van Wind op Zee.

Mijnbouwschade Limburg

Er komt aanvullend budget beschikbaar voor de uitvoering van het geplande herstel van mijnbouwschade in Limburg. De verwachte behandeling van de schade loopt door tot en met 2031.

Subsidie elektriciteitsnet Sint Maarten

Voor de uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet op Sint Maarten wordt 34 miljoen overgeheveld van de Aanvullende Post. De middelen zijn randvoorwaardelijk voor het reduceren van CO2-uitstoot.

Vultaak EBN 2027-2028

Om de gasleveringszekerheid te borgen krijgt EBN voor vulseizoen 2027-2028 een vultaak van 80 terawattuur, net als in het opslagjaar 2026-2027. De vultaak wordt gefinancierd met een heffing als opslag op de transporttarieven van Gasunie in 2029 t/m 2031.

Ombuigingen

Bijdrage beleidsbudgetten aan uitvoeringskosten RVO

Vanuit de beleidsbudgetten op de KGG-begroting wordt 69 miljoen euro bijgedragen aan de uitvoeringskosten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De hoogte van een bijdrage vanuit een beleidsbudget is gebaseerd op de uitvoeringskosten die RVO voor deze regeling gemaakt. De grootste bijdrage is voor de uitvoering van de afhandeling van de mijnbouwschade (14 miljoen euro), budgetten voor verduurzaming van de industrie (10 miljoen euro) en de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE; 4 miljoen euro).

Inzet loon- en prijsbijstelling

De uitgekeerde loon- en prijsbijstelling (LPO) op de begroting van Klimaat en Groene Groei en de begroting van het Klimaatfonds wordt deels ingezet ter dekking van onder andere de kosten voor de afhandeling van de mijnbouwschade in Limburg.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van Klimaat en Groene Groei betekent dit een ombuiging van circa 1 miljoen euro in 2027, oplopend tot 3 miljoen euro vanaf 2031.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van Klimaat en Groene Groei betekent dit een ombuiging van circa 3 miljoen euro in 2029, oplopend tot 8 miljoen euro vanaf 2031.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van Klimaat en Groene Groei betekent dit een ombuiging 58 miljoen euro vanaf 2031.

Generaal dossier

Verliesverrekening Mijnbouwwet

Op grond van de Mijnbouwwet is verliesverrekening mogelijk voor het winstaandeel dat mijnbouwbedrijven moeten afdragen aan de Staat. Deze uitgaven worden als onderdeel van de gasbaten bijgesteld.

Kasschuiven

Projecten Nationaal Groeifonds

Voor de NGF-projecten ‘Groenvermogen’, ‘Circulair Plastics’ en ‘Biobased Circulair’ die op de KGG-begroting staan worden middelen naar latere jaren geschoven zodat ze beter aansluiten bij het verwachte uitbetalingsritme aan de consortia. Deze projecten lopen veelal vertraging op in de opstartfase waardoor de middelen op een later moment tot besteding komen.

Indirecte kostencompensatie ETS (IKC)

De uitbetaling van de Indirecte kostencompensatie ETS (IKC) vindt plaats in latere jaren dan eerder was geraamd. Dit komt doordat de uitbreiding en ophoging van de IKC uitvoeringstechnisch verwerkt moet worden.

Waterstofproductie, - opslag en -transport

De middelen voor de subsidies rondom productie en import van groene waterstof worden op basis van uitvoeringsinformatie in het juiste ritme gezet.

Overige kasschuiven

Er zijn diverse andere kasschuiven doorgevoerd op de KGG-begroting om middelen in een realistisch ritme te zetten. Dit betreft bijvoorbeeld 51 miljoen euro voor een geothermieproject die van 2026 naar 2027 worden geschoven. De uitbetaling van de openstelling van de subsidie Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) in 2026 vindt later plaats dan eerder was geraamd. Daarnaast wordt 40 miljoen euro voor de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) verschoven van 2026 naar 2028.

Overboekingen met andere begrotingen

Toekenningen Klimaatfonds

Er worden vanuit het Klimaat- en energiefonds voor verscheidene maatregelen middelen naar de KGG-begroting overgeheveld. Het gaat onder andere om 94 miljoen euro voor NEO NL om de bouw van nieuwe kerncentrales voor te bereiden, 50 miljoen euro voor de maatwerkafspraak met Alco Energy Rotterdam en 87 miljoen euro om te starten met de Nationale Deelneming Warmte.

Overhevelingen uitvoeringskosten klimaat medeoverheden

Voor de regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) wordt er in 2027 671 miljoen euro overgeheveld naar het Gemeentefonds, 56 miljoen euro naar het Provinciefonds en 20 miljoen euro naar het Btw-compensatiefonds.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Er vinden diverse overboekingen plaats tussen de EZ- en KGG-begroting. Dit betreft met name apparaatsuitgaven die vanuit de KGG-begroting worden gefinancierd, maar op de EZ-begroting worden verantwoord. Daarnaast wordt er in 2026 11 miljoen euro in het Provinciefonds gestort voor het stimuleren van energiehubs en 6 miljoen euro in het Gemeentefonds en Provinciefonds voor de voorbereiding van de bouw van kerncentrales. Daarnaast zijn er diverse kleinere overboekingen.

Loonbijstelling

Jaarlijks worden de middelen op de KGG-begroting gecorrigeerd voor de loonstijgingen.

Prijsbijstelling

Jaarlijks worden de middelen op de KGG-begroting gecorrigeerd voor de prijsstijgingen. Bij Miljoenennota 2026 is besloten een deel van de prijsbijstelling vanaf 2028 in te zetten ter dekking van rijksbrede problematiek.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de begroting van Klimaat en Groene Groei.

Eindejaarsmarge

Op basis van de onderuitputting op de KGG-begroting in 2025 wordt de eindejaarsmarge aan de KGG-begroting toegevoegd.

Technisch

Storting begrotingsreserve Duurzame energie

De meevaller die ontstaat op de SDE-regeling in 2026 als gevolg van hogere energieprijzen en teruggetrokken CCS-beschikkingen wordt in de begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie gestort.

Desaldering

KGG ontvangt 20 miljoen euro vanwege het afromen van het eigen vermogen van RVO, dit bedrag wordt in 2026 aan bijdrage voor RVO toegevoegd. Daarnaast brengt KGG de ambtelijke kosten van projectprocedures in rekening bij de initiatiefnemers. Deze ontvangsten worden aan de begroting toegevoegd.

Overig technisch

Deze post bevat herschikkingen binnen de begrotingen van KGG en kleine intensiveringen die binnen de KGG-begroting van dekking worden voorzien.

Niet-kaderrelevant

Leenfaciliteit vultaak EBN

Energie Beheer Nederland (EBN) ontvangt een lening voor de vultaak (2027-2028) van de gasopslagen. De lening is bedoeld voor de aankoop van gas en voor aanvullende zekerheidsstortingen wanneer de gasprijs snel oploopt. De lening wordt terugbetaald in 2028 (zie ontvangsten).

Ontvangsten

Meevallers

EBN keert interim-dividend uit over de opbrengsten uit de vultaak 2024-2025. Deze ruimte wordt aangewend op een deel van de heffing op gastransport voor de vultaak 2024-2025 te verlagen. Daarnaast zijn de verwachte ontvangsten die de NAM in 2026 aan KGG betaalt voor de publieke Seismische Dreigings- en Risicoanalyse (SDRA) toegevoegd aan de KGG-begroting.

Tegenvallers

Verlaging heffing gasleveringszekerheid vultaak EBN 2024-2025

Het interim-dividend van EBN over de opbrengsten van de vultaak 2024-2025 wordt ingezet voor het verlagen van de heffing op gastransport voor de vultaak 2024-2025.

Ombuigingen

Heffing gasleveringszekerheid noodvoorraad gas en verkoop noodvoorraad

Volgens de verwachting van het Centraal Planbureau neemt de gasprijs jaarlijks af. In overeenstemming met de boekhoudvoorschriften (IFRS) schrijft EBN daarom jaarlijks een deel van de waarde van de noodvoorraad af. Dit wordt gefinancierd met een heffing op gastransport in 2029 t/m 2031. EBN legt de noodvoorraad aan in de gasopslag Piekgasinstallatie (PGI) Alkmaar. Met de gasopslag is een contract afgesloten waarna de noodvoorraad wordt verkocht, de opbrengst hieruit is geraamd in 2031. Dit betekent niet dat er na 2031 geen noodvoorraad meer beschikbaar is, te zijner tijd wordt nut en noodzaak van voortzetting van een noodvoorraad gewogen.

Heffing gasleveringszekerheid vultaak EBN 2027-2028

De subsidie die EBN ontvangt voor de vultaak 2027-2028 wordt gefinancierd met een heffing op gastransport in 2029 t/m 2031.

Generaal dossier

Gasbaten

De gasbaten bestaan uit de dividenduitkering van EBN en ontvangsten op basis van de Mijnbouwwet. Ten opzichte van de raming bij Miljoenennota 2026 is sprake van beperkte mutaties in de ontvangsten op basis van de Mijnbouwwet. De recente stijging van de gasprijs is nog niet in de gasbatenraming verwerkt. De dividenduitkering van EBN staat net als in de Miljoennota 2026 meerjarig op 0.

Kasschuiven

Heffing gasleveringszekerheid

De wettelijke grondslag voor de heffing (opslag op de transporttarieven van Gasunie) maakt onderdeel uit van de Wet Bestrijden Energieleveringscrisis (WBE). De WBE heeft vertraging opgelopen en treedt nu naar verwachting medio 2028 in werking. In 2029 kan voor het eerst geheven worden. De opbrengsten van de heffing op gastransport worden daarom naar 2029 t/m 2031 geschoven.

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en humanitaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 toegevoegd aan de begroting van Klimaat en Groene Groei.

Technisch

Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie

Voor de nadeelcompensatie voor kolencentrales wordt 497 miljoen onttrokken aan de begrotingsreserve Duurzame energie en klimaattransitie.

Desaldering

KGG ontvangt 20 miljoen euro vanwege het afromen van het eigen vermogen van RVO, dit bedrag wordt in 2026 aan bijdrage voor RVO toegevoegd. Daarnaast brengt KGG de kosten van projectprocedures in rekening bij de initiatiefnemers. Deze ontvangsten worden aan de begroting toegevoegd.

Overig technisch

Deze post betreft de herverkaveling en het terugdraaien van de herverkaveling van de apparaatsontvangsten EZvan KGG.

Niet-kaderrelevant

CO2-heffing afvalverbrandingsinstallaties

De verwachte opbrengsten van de CO2-heffing worden in lopende prijzen gezet, in plaats van prijspeil 2025. Ook worden de opbrengsten van de heffing een jaar achteren geschoven omdat de heffing pas wordt afgedragen na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is. Ten slotte werkt een kleine bijstelling van de belastbare uitstoot door in de verwachte ontvangsten.

COVA-heffing

Op grond van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012 wordt een heffing geheven voor de exploitatiekosten van de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA). De verwachte opbrengsten in 2026 worden met 5 miljoen euro neerwaarts bijgesteld.

Verwerking aanpassing ETS-ontvangsten in inkomstenkader

Twee beleidsmatige aanpassingen van de ETS-ontvangsten worden in het inkomstenkader verwerkt (zie hoofdstuk 6.1).

ETS-ontvangsten

Binnen de meerjarenperiode vallen de verwachte ontvangsten voor het Europese emissiehandelssysteem (ETS) voor CO2-rechten lager uit. Voor ETS1 komt dit doordat het aantal rechten dat Nederland kan veilen neerwaarts is bijgesteld door de Europese Commissie. Ondanks dat de verwachte ETS1-prijs is gestegen, leidt dit tot een tegenvaller op de ETS1-ontvangsten. De ETS2-ontvangsten vallen lager uit door verlaging van het emissieplafond door de Europese Commissie en doordat een groter deel van ETS-2ontvangsten wordt ingezet op Europees niveau.

Leenfaciliteit vultaak EBN

EBN ontvangt een lening voor de vultaak (2027-2028) van de gasopslagen (zie uitgaven). De lening is bedoeld voor de aankoop van gas en voor aanvullende zekerheidsstortingen wanneer de gasprijs snel oploopt. De lening wordt terugbetaald in 2028.

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en humanitaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen.

72. Verwerking jaar uitstel ETS2

De (Europese) Milieuraad van Klimaatministers heeft besloten om ETS2 met een jaar uit te stellen waardoor ETS2 pas start in 2028. Hierdoor is er ook pas een jaar later sprake van inkomsten uit ETS2. Deze inkomsten zaten al in het basispad voor 2027. Dit leidt tot een lastenderving van ongeveer 4,1 miljard euro in 2027. Vanwege een verschuiving van het zogenaamde frontloaden (veilen van extra rechten in startjaar ten laste van latere jaren) is er een meevaller in 2028 en 2029 en een tegenvaller in 2032.

Klimaatfonds

Klimaatfonds: Uitgaven (2026-2031)

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

480

1.693

2.196

2.592

2.091

2.021

       

Kasschuiven

‒ 93

‒ 432

‒ 373

‒ 103

206

503

Kasschuiven

‒ 93

‒ 432

‒ 373

‒ 103

206

503

       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 203

‒ 217

‒ 143

‒ 99

‒ 100

‒ 80

Nota van Wijziging toekenning Stopcontact op Land

‒ 2

‒ 9

‒ 9

‒ 13

‒ 11

‒ 14

Toekenningen perceel Verduurzaming gebouwde omgeving

‒ 15

‒ 24

  

‒ 39

 

Toekenningen perceel Energie-infrastructuur

‒ 35

‒ 76

‒ 30

‒ 35

‒ 21

‒ 2

Toekenningen perceel Vroege fase opschaling

‒ 42

‒ 31

‒ 82

‒ 39

‒ 18

‒ 22

Toekenningen perceel Verduurzaming industrie en innovatie mkb

‒ 50

‒ 17

‒ 22

‒ 12

‒ 2

 

Toekenningen perceel Kernenergie

‒ 59

‒ 60

‒ 1

‒ 1

‒ 2

 

Toekenningen perceel Onverdeeld

    

‒ 8

‒ 43

       

Loonbijstelling

2

3

2

2

1

1

Loonbijstelling

2

3

2

2

1

1

       

Prijsbijstelling

9

43

40

47

38

35

Prijsbijstelling

9

43

40

47

38

35

       

Eindejaarsmarge

193

     

Eindejaarsmarge

193

     
       

Technisch

0

     

Technisch

0

     
       

Stand Voorjaarsnota

388

1.090

1.723

2.439

2.238

2.480

Klimaatfonds: Uitgaven (2032-2035)

In miljoenen euro

2032

2033

2034

2035

     

Stand Miljoenennota

2.437

2.542

2.596

2.588

     

Kasschuiven

238

186

‒ 93

‒ 39

Kasschuiven

238

186

‒ 93

‒ 39

     

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 12

‒ 2

‒ 2

‒ 2

Nota van Wijziging toekenning Stopcontact op Land

‒ 9

   

Toekenningen perceel Verduurzaming gebouwde omgeving

    

Toekenningen perceel Energie-infrastructuur

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

Toekenningen perceel Vroege fase opschaling

‒ 2

   

Toekenningen perceel Verduurzaming industrie en innovatie mkb

    

Toekenningen perceel Kernenergie

    

Toekenningen perceel Onverdeeld

    
     

Loonbijstelling

1

1

1

1

Loonbijstelling

1

1

1

1

     

Prijsbijstelling

43

45

46

46

Prijsbijstelling

43

45

46

46

     

Eindejaarsmarge

    

Eindejaarsmarge

    
     

Technisch

    

Technisch

    
     

Stand Voorjaarsnota

2.705

2.771

2.547

2.594

Uitgaven

Kasschuiven

Dit is de totale kasschuif op de begroting van het Klimaat- en energiefonds. Deze is opgebouwd uit verschillende onderliggende kasschuiven per perceel. Op basis van de meest recente informatie ten aanzien van de maatregelen die zijn gereserveerd of voorwaardelijk zijn toegekend, zijn de kasritmes geactualiseerd. Het overgrote deel van deze kasschuif vindt plaats op de percelen Energie-infrastructuur en Vroege fase opschaling. De verwachting is dat de reserveringen gerelateerd aan waterstof later tot uitbetaling komen dan eerder voorzien.

Overboekingen met andere begrotingen

Nota van Wijziging toekenning Stopcontact op Land

Omwille van de snelle uitvoering zijn de middelen voor Stopcontact op Land met een Nota van Wijziging op de Ontwerpbegroting overgeheveld naar de begroting van IenW. In dit programma worden aansluitingen op verzorgingsplaatsen langs de snelweg gerealiseerd ten behoeve van de laadinfrastructuur.

Toekenningen perceel Verduurzaming gebouwde omgeving

Vanuit dit perceel wordt in totaal 77 miljoen euro overgeheveld voor de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) op de begroting van VRO. Met deze subsidie worden de inpandige voor het aansluiten aan een warmtenet gesubsidieerd.

Toekenningen perceel Energie-infrastructuur

Er wordt 87 miljoen euro overgeheveld naar de KGG-begroting, zodat de Nationale Deelneming Warmte voor de eerste twee jaar van start kan. Daarnaast wordt er 41,5 miljoen euro overgeheveld voor gebiedsinvesteringen bij 25 netcongestieprojecten in het hoogspanningsnet. Tot slot wordt 40 miljoen euro overgeheveld naar de IenW-begroting voor de verlenging van de subsidie ‘walstroom zeeschepen klimaat 2024-2026’ met één jaar.

Toekenningen Vroege fase opschaling

Enkele voorbeelden van overhevelingen vanuit dit perceel betreffen 150 miljoen euro naar de IenW-begroting voor een investeringssubsidie voor de productie van e-fuels voor de luchtvaart (fossielvrij alternatief voor kerosine), en een overheveling van 33,5 miljoen euro naar de IenW-begroting voor de ombouw van binnenvaartschepen.

Toekenningen perceel Verduurzaming industrie en innovatie mkb

Conform werkwijze bij maatwerkafspraken, wordt er na het tekenen van een Joint Letter of Intent (JLoI) budget overgeheveld vanuit het Klimaat- en energiefonds naar de begroting van KGG. Het gaat in dit geval om 50 miljoen euro voor de getekende JLoI met Alco Energy Rotterdam. Verder wordt er 35 miljoen euro overgeheveld om een energiebesparingsfonds voor het mkb op te zetten. Tevens wordt 10 miljoen euro overgeheveld om het ontzorgingsprogramma energiebesparing uit te breiden van het micro- en kleinbedrijf naar het mkb.

Toekenningen perceel Kernenergie

De grootste overheveling vanuit het perceel Kernenergie bedraagt 94 miljoen euro naar de KGG-begroting voor de uitbreiding van NEO NL, die momenteel de bouw van nieuwe kerncentrales in Nederland voorbereidt. Daarnaast worden enkele kleinere bedragen overgeheveld naar de begrotingen van IenW en KGG, bijvoorbeeld ten behoeve van de onderzoeken naar de eventuele bedrijfsduurverlenging van de kerncentrale in Borssele.

Toekenningen perceel Onverdeeld

De loon- en prijsbijstelling (zie onderstaande toelichtingen) is aan perceel Onverdeeld op het Klimaat- en energiefonds toegevoegd. Een deel hiervan wordt ingezet als dekking voor prioritaire dossiers op de KGG-begroting.

Loonbijstelling

Jaarlijks worden de middelen op het Klimaat- en Energiefonds gecorrigeerd voor de loonstijgingen.

Prijsbijstelling

Jaarlijks worden de middelen op het Klimaat- en Energiefonds gecorrigeerd voor de prijsstijgingen. Bij Miljoenennota 2026 is besloten een deel van de prijsbijstelling in te zetten ter dekking van rijksbrede problematiek.

Eindejaarsmarge

Het Klimaat- en energiefonds kent een 100% eindejaarsmarge. Niet-bestede middelen in het fonds worden in het voorjaar weer toegevoegd aan de begroting van het fonds.

Technisch

Er vindt een herschikking van middelen plaats tussen percelen zodat er voldoende middelen zijn voor reserveringen, voorwaardelijke toekenningen en overhevelingen binnen de juiste percelen.

Ontvangsten

Er zijn geen ontvangsten op de begroting van het Klimaatfonds.

Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

XIV Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

4.264

4.298

3.722

4.010

3.927

0

       

Meevallers

‒ 54

‒ 202

    

Ruimte LBV

‒ 49

‒ 200

    

Overige meevallers

‒ 5

‒ 2

    
       

Tegenvallers

82

36

37

16

56

56

Apurement

50

13

13

5

5

5

Tekort RVO jaaropdracht

10

     

High Containment Unit

    

40

40

Overige tegenvallers

22

23

24

11

11

11

       

Intensiveringen

191

34

22

22

17

15

13. Investeringspakket 20 miljard (2026)

150

     

Nadeelcompensatie pelsdierhouderijen

16

     

Bedrijfsvoering

7

3

2

2

2

2

Gebiedsgericht beleid

 

9

9

9

9

8

GLB implementatiekosten

 

6

6

6

  

Overige intensiveringen

18

16

4

5

6

6

       

Ombuigingen

‒ 62

‒ 286

‒ 645

‒ 1.719

‒ 1.910

‒ 521

13. Investeringspakket 20 miljard (dekking)

0

‒ 253

‒ 614

‒ 1.674

‒ 1.836

‒ 428

63. Subsidietaakstelling

0

‒ 12

‒ 12

‒ 12

‒ 12

‒ 12

Brede Weersverzekering

‒ 12

     

Uitvoeringskosten rode diesel

 

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 5

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 4

‒ 7

‒ 11

‒ 16

‒ 16

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 17

‒ 42

‒ 40

Overige ombuigingen

‒ 50

‒ 13

‒ 8

0

0

‒ 20

       

Kasschuiven

‒ 449

‒ 217

364

202

20

52

Warmte infrastructuur glastuinbouw

‒ 2

5

‒ 13

‒ 10

‒ 20

40

Energie-efficiëntie regeling glastuinbouw

‒ 10

6

10

9

‒ 16

 

Bedrijfsgerichte doelsturing

‒ 25

5

20

   

13. Investeringspakket 20 miljard (2026 kasschuif)

‒ 52

48

3

1

0

 

Agrarisch natuurbeheer

‒ 55

 

17

20

18

 

Kasschuif NGB

‒ 78

2

59

18

  

Vrijwillige beëindigingsregeling

‒ 140

‒ 300

235

175

30

 

Overige kasschuiven

‒ 87

17

34

‒ 11

8

12

       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 105

‒ 102

‒ 83

‒ 1

2

5

Overboeking ANB middelen

‒ 100

‒ 83

‒ 83

   

Aanpak Piekbelasting Industrie Cosun

 

‒ 18

    

Overige overboekingen met andere begrotingen

‒ 6

‒ 1

0

‒ 1

2

5

       

Kadercorrecties

‒ 13

‒ 12

‒ 20

2

7

10

Kadercorrecties

‒ 13

‒ 12

‒ 20

2

7

10

       

Loonbijstelling

19

18

18

25

26

14

Loonbijstelling

19

18

18

25

26

14

       

Prijsbijstelling

71

72

42

36

35

11

Prijsbijstelling

71

72

42

36

35

11

       

Extrapolatie

     

1.855

Extrapolatie

     

1.855

       

Eindejaarsmarge

82

     

Verplaatsingsregeling en grondbank

35

     

Overige eindejaarsmarge

47

     
       

Technisch

5

2

4

5

5

0

Technisch

5

2

4

5

5

0

       

Stand Voorjaarsnota

4.030

3.641

3.460

2.599

2.185

1.498

XIV Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

104

133

146

74

59

0

       

Meevallers

116

1

    

Afrekening RVO en NVWA

56

     

Terugbetalingen Maatregel Gerichte Aankoop

51

     

Overige meevallers

9

1

    
       

Ombuigingen

 

5

5

5

5

5

Ramingsbijstelling ontvangsten

 

5

5

5

5

5

       

Kadercorrecties

‒ 5

‒ 57

‒ 68

6

20

30

Kadercorrecties

‒ 5

‒ 57

‒ 68

6

20

30

       

Extrapolatie

     

58

Extrapolatie

     

58

       

Technisch

5

2

4

5

5

0

Technisch

5

2

4

5

5

0

       

Stand Voorjaarsnota

220

84

87

89

89

93

Uitgaven

Meevallers

Ruimte LBV

Omdat deelnemers zich uit de landelijke beëindigingsregelingen veehouderij (Lbv-regelingen) hebben teruggetrokken is een meevaller van 49 miljoen euro ontstaan in 2026 en 200 miljoen euro in 2027.

Overige meevallers

Dit betreft een klein aantal meevallers, waaronder op de saneringsregeling garnalenvisserij (2 miljoen euro) en lagere rente op leningen voor het Nationaal Groenfonds (cumulatief 3,1 miljoen euro).

Tegenvallers

Apurement

LVVN is verantwoordelijk voor de verstrekking van subsidies van het Europese Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB). In enkele gevallen oordeelt de Europese Commissie dat een subsidie niet conform de gestelde voorschriften is uitgevoerd en volgt een correctie. LVVN betaalt de kosten hiervan uit de begrotingsreserve Apurement. Deze reserve wordt aangevuld voor toekomstige conformiteitsprocedures.

Tekort RVO Jaaropdracht

Voor 2026 was een tekort voor de opdrachten van LVVN aan RVO voorzien van 10 miljoen euro. Met deze mutatie wordt dit tekort opgelost en wordt het in uitvoering nemen van specifieke delen uit de opdracht door RVO mogelijk. Dit betreft de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De nu gekozen oplossing is incidenteel voor één jaar. Samen met RVO wordt bezien hoe dit tekort in de opdracht voor de komende jaren verkleind en opgelost kan worden.

High Containment Unit

De High Containment Unit (HCU) is een onderzoeksfaciliteit van nationaal belang voor diagnostiek en onderzoek naar besmettelijke dierziekten. De overheid heeft een verantwoordelijkheid om een voorziening als de HCU beschikbaar te hebben voor de uitvoering van haar wettelijke taken. De technische levensduur van de HCU loopt in 2034 af. Voor de periode 2030 t/m 2034 wordt daarvoor op de begroting van LVVN een reservering gemaakt van in totaal 200 miljoen euro. Volgend jaar zal het kabinet een besluit nemen over de (wijze van) vervanging.

Overige tegenvallers

Dit betreft een aantal tegenvallers, waaronder door meerkosten voor onderhoud van onderzoeksvaartuig Tridens (circa 3,5 miljoen euro structureel) en niet-retribueerbare kosten voor de NVWA (4,5 miljoen euro structureel).

Intensiveringen

13. Investeringspakket 20 miljard (2026)

Met deze mutatie worden de middelen die in 2026 gereserveerd staan op de Aanvullende Post overgeheveld naar de LVVN-begroting. Het gaat om budget voor natuurherstel en flankerend beleid.

Het kabinet stelt 99,5 miljoen euro beschikbaar, waarvan 67 miljoen euro in 2026 en 32,5 miljoen euro in 2027 voor het herstel van de natuur. Hiermee wordt onder andere de aanpak van invasieve exoten, bosrevitalisatie, natuurherstel in de grote wateren en een aantal projecten op het terrein van hydrologisch herstel gefinancierd. Ook zijn er middelen beschikbaar voor het verhogen van de natuurbeheervergoedingen en stelt LVVN budget beschikbaar voor het natuurherstel in Caribisch Nederland op basis van het Natuur- en milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020-2030.

Het kabinet stelt 50,5 miljoen euro beschikbaar, waarvan 31,5 miljoen euro in 2026, voor verschillende maatregelen ter ondersteuning van de agrarische sector. Deze middelen worden ingezet voor onder andere het stimuleren van alternatieven voor chemische gewasbescherming, het breder ontwikkelen van doelsturing en het verbeteren van dierwaardigheid.

Nadeelcompensatie pelsdierhouders

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft uitspraak gedaan in rechtszaken aangespannen door nertsenhouders over de vergoeding naar aanleiding van het vervroegd verbod op de pelsdierhouderij voor het sluiten van deze bedrijven wegens Covid-19. Het CBb heeft onder andere bepaald dat de overheid de hoogte van deze vergoedingen niet had mogen verlagen voor het normaal maatschappelijke risico en geen korting voor leegstand in de beleidsregel had mogen opnemen. Hiervoor wordt in 2026 16 miljoen euro beschikbaar gemaakt.

Bedrijfsvoering

Het Ministerie van LVVN intensiveert tot en met 2031 18 miljoen euro cumulatief op de bedrijfsvoering. Verhoogde uitgaven hebben onder andere betrekking tot de gedeelde dienstonderdelen met het Ministerie van EZK (‘shared services’), zoals archiefsysteem Siris en financieel systeem Oracle Fusion. Na 2031 bedraagt de intensivering 1,8 miljoen euro structureel per jaar.

Gebiedsgericht beleid

Verschillende (provinciale) maatregelen zijn afhankelijk van overkoepelende taken die door LVVN worden uitgevoerd, bijvoorbeeld een regiefunctie vanuit het ministerie voor drie NOVEX-gebieden. Deze taken zijn incidenteel gefinancierd. Om deze taken voort te kunnen zetten wordt de financiering verlengd met 9,4 miljoen euro per jaar vanaf 2027 tot en met 2030, en 7,8 miljoen euro structureel per jaar daarna.

GLB Implementatiekosten

Voor de nieuwe GLB-periode werkt LVVN samen met medeoverheden een nieuw beleidsplan uit. De uitvoering hiervan vraagt een investering in processen en systemen bij RVO. LVVN maakt hiervoor 18 miljoen euro vrij.

Overige intensiveringen

Dit betreft een aantal kleine intensiveringen, waaronder incidentele kosten voor het Nationaal Kennisprogramma Stikstof (6 miljoen euro in 2027) en het structureel dekken van enkele apparaatsbudgetten die tot nu toe alleen incidenteel begroot zijn.

Ombuigingen

13. Investeringspakket 20 miljard (dekking)

Een deel van de dekking voor het investeringspakket van 20 miljard euro voor landbouw, stikstof en natuur wordt gevonden op de begroting van LVVN. Tot en met 2035 wordt cumulatief 6,5 miljard euro op de begroting LVVN-alternatief ingezet. Dit betreft de op de post onverdeeld (artikel 51) gereserveerde middelen voor het Vervolgpakket Nederland van het Slot (aangekondigd bij MJN 2026) en de middelen die bij MJN 2026 beschikbaar zijn gesteld voor maatregelen ter compensatie van het schrappen van de voorgenomen fiscale maatregel ‘rode diesel’. Na 2035 wordt 434 miljoen euro structureel alternatief ingezet.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van LVVN betekent dit een ombuiging van circa 12 miljoen euro vanaf 2027 en structureel 5 miljoen euro vanaf 2036.

Brede weersverzekering

LVVN heeft eerder middelen beschikbaar gesteld om met de regeling verder te gaan dan Europees werd gefinancierd. Door veranderde Europese wetgeving zijn deze middelen niet meer nodig omdat ze door de EU betaald worden, hierdoor valt 12 miljoen euro vrij.

Uitvoeringskosten rode dieselKabinet Schoof heeft uitvoeringsbudget gereserveerd voor de Belastingdienst voor de fiscale maatregel rode diesel. Deze maatregel is niet uitgevoerd waardoor de middelen (5 miljoen euro per jaar) worden ingezet voor verschillende tegenvallers en intensiveringen.

61. EfficiencytaakstellingIn het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van LVVN betekent dit een ombuiging van circa 4 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 16 miljoen euro.

62. Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheidIn het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van LVVN betekent dit een ombuiging van circa 17 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 40 miljoen euro.

Overige ombuigingen

Dit betreft onder andere inzet van de loon- en prijsbijstelling en diverse kleine ombuigingen om de structurele tegenvallers en intensiveringen te kunnen dekken.

Kasschuiven

Warmte-infrastructuur glastuinbouw

De verwachting is dat er voor de warmte infrastructuur glastuinbouw in 2026 en 2027 meer aanvragen komen dan waar budget voor is gereserveerd, terwijl er in de jaren erna juist minder aanvragen worden verwacht. Het zwaartepunt van betalingen ligt juist in jaren na de openstelling, waardoor ook aanvullend budget naar 2031 wordt geschoven.

Energie-efficiëntie regeling glastuinbouw

De verwachting is dat er in 2026 minder aanvragen komen dan waar budget voor is gereserveerd terwijl er in 2027-2029 juist meer aanvragen worden verwacht. Dit heeft onder andere te maken met wijzigingen in de voorwaarden en verbeterde randvoorwaarden.

Bedrijfsgerichte doelsturing

Toen de middelen voor 2026 werden toegekend, moest het programma Bedrijfsgerichte doelsturing nog worden opgezet. Inmiddels is er meer inzicht over hoe de middelen verdeeld moeten worden om de beoogde programmadoelen te behalen.

13. Investeringspakket 20 miljard (2026 kasschuif)

Op de Aanvullende Post was vanuit het coalitieakkoord 150 miljoen euro gereserveerd in 2026, als onderdeel van het investeringspakket (totale omvang 20 miljard euro) voor landbouw, natuur en stikstof. Deze middelen gaan over naar de begroting LVVN. Daarbij wordt een deel geschoven naar andere jaren, om te passen op de inhoudelijke plannen voor besteding (zie boven, ‘Intensiveringen’).

Agrarisch natuurbeheer

Het opstellen en publiceren van een aantal nieuwe maatregelen van agrarisch natuurbeheer (ANB) hebben vertraging opgelopen. De middelen worden daarom naar komende jaren doorgeschoven.

Kasschuif NGB

De Nationale Grondbank (NGB) is beschikbaar voor het ondersteunen van de grondmobiliteit voor agrarische doelen en natuurdoelen. Op basis van in de afgelopen jaren opgedane ervaringen over het verloop van de aankopen worden middelen beschikbaar voor aankoop en uitvoeringskosten naar achteren geschoven.

Vrijwillige beëindigingsregeling

De openstelling van de Vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr) is later dan voorzien. De verwachte openstelling is eind 2026, waardoor de eerste betalingen in 2027 zullen plaatsvinden.

Overige kasschuiven

Dit betreft diverse kasschuiven, waaronder middelen voor natuurherstel (15 miljoen uit 2026 naar 2027 en 2028), versterking van de Noordzee (15 miljoen uit 2026 naar 2027, 2028 en 2029) en programma veenweide (6,7 miljoen euro uit 2026 naar 2027-2030). Ook wordt 24,8 miljoen euro aan prijsbijstelling naar 2032-2035 geschoven ter dekking van incidentele problematiek buiten de meerjarenperiode.

Overboekingen met andere begrotingen

Overboeking ANB middelen

Het vorige kabinet heeft middelen vrijgemaakt voor de uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer (ANB). Met deze overboekingen worden de middelen (in totaal 266 miljoen euro) overgeheveld naar het provinciefonds.

Aanpak piekbelasting industrie Cosun

Vanuit de begroting LVVN wordt 18 miljoen euro overgeboekt naar de begroting KGG uit het restant van de middelen gereserveerd voor de Aanpak Piekbelasting Industrie. Een maatwerkovereenkomst wordt afgesloten met voedselverwerker Cosun voor het geborgd reduceren van ammoniakemissie.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft diverse overboekingen, onder andere bijdrages aan het BTW-compensatiefonds, ontvangst van loon- en prijsbijstelling voor de HGIS-middelen op de LVVN-begroting en overboeking van de uitvoeringskosten rode diesel van de Financiën-begroting naar LVVN.

Kadercorrecties

Dit betreft afwaarderingsbudgetten van de Nationale Grondbank die door vertraging van de aankoop van gronden naar achteren worden geschoven. Dit valt deels buiten de begrotingshorizon, voor de jaren 2032 tot en met 2035 wordt er 6,5 miljoen euro per jaar geraamd.

Loonbijstelling

Dit betreft budget dat aan LVVN is toegekend ter compensatie van de macro-economische loonontwikkeling.

Prijsbijstelling

Dit betreft budget dat aan LVVN is toegekend ter compensatie van de macro-economische prijsontwikkeling.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de LVVN begroting.

Eindejaarsmarge

Verplaatsingsregeling en grondbank

LVVN ontvangt eindejaarsmarge voor overlopende verplichtingen inzake de verplaatsingsregeling en Nationale Grondbank. Het betreft respectievelijk 17 en 18 miljoen euro.

Overige eindejaarsmarge

Dit betreft budget dat aan LVVN is toegekend voor betalingen die over de jaargrens heen lopen.

Technisch

Dit betreft een aantal technische mutaties, waaronder enkele desalderingen.

Ontvangsten

Meevallers

Afrekening RVO en NVWA

LVVN ontvangt respectievelijk 25 en 5 miljoen euro van de RVO en NVWA, omdat de agentschappen niet alle opdrachten uit 2025 hebben kunnen uitvoeren. LVVN ontvangt daarnaast 26 miljoen euro van de NVWA omdat sprake is van een surplus eigen vermogen, wat volgt uit de jaarrekening NVWA over 2025. Het te veel betaalde voorschot in 2025 en het surplus eigen vermogen wordt met deze mutatie aan de LVVN-begroting toegevoegd.

Terugbetalingen Maatregel Gerichte Aankoop

In 2020 is de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij N2000-gebieden (Maatregel Gerichte Aankoop) opengesteld voor een gebiedsgerichte aanpak van het vrijwillig beëindigen van veehouderijlocaties. In latere jaren werden de generieke Lbv en Lbv-plus opengesteld die financieel aantrekkelijker zijn. Hierdoor is het budget voor de Maatregel Gerichte Aankoop gedeeltelijk onbesteed gebleven. De overgebleven middelen uit deze specifieke uitkering worden door de provincies terugbetaald aan LVVN. In 2026 verwacht LVVN 51 miljoen euro te ontvangen.

Overige meevallers

Dit betreft diverse terugontvangsten, onder andere voor monitoring mestbeleid (4,5 miljoen euro) en verhuur mosselpercelen (cumulatief 3,8 miljoen euro).

Ombuigingen

Ramingsbijstelling ontvangsten

LVVN heeft in de afgelopen jaren meer ontvangsten gerealiseerd dan geraamd, onder andere door terugstortingen vanuit diverse subsidies. Met deze mutatie wordt 5 miljoen euro aanvullende ontvangsten geraamd.

Kadercorrecties

Dit betreft geraamde verkoopontvangsten van de Nationale Grondbank die door onder andere vertraging van de aankoop van gronden naar achteren worden geschoven. Dit valt deels buiten de begrotingshorizon: voor de jaren 2032 tot en met 2035 wordt er 18,5 miljoen euro per jaar geraamd.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de LVVN begroting.

Technisch

Dit betreft een aantal technische mutaties, waaronder enkele desalderingen.

Diergezondheidsfonds

Diergezondheidsfonds: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

38

38

38

38

38

0

       

Extrapolatie

     

38

Extrapolatie

     

38

       

Niet-kaderrelevant

11

     

Bestrijding dierziekten (HPAI)

11

     
       

Stand Voorjaarsnota

49

38

38

38

38

38

Diergezondheidsfonds: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

39

40

38

38

38

0

       

Extrapolatie

     

38

Extrapolatie

     

38

       

Niet-kaderrelevant

47

     

Technische verwerking saldo 2025

38

     

Ontvangsten EU

9

     
       

Stand Voorjaarsnota

86

40

38

38

38

38

Uitgaven

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van het Diergezondheidsfonds.

Niet-kaderrelevant

Bestrijding dierziekten (HPAI)

Dit betreft uitgaven voor de bestrijding van vogelgriep (HPAI).

Ontvangsten

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van het Diergezondheidsfonds.

Niet-kaderrelevant

Technische verwerking saldo 2025

Conform de begrotingssystematiek van het Diergezondheidsfonds (DGF) wordt het eindsaldo DGF 2025 aan de begroting 2026 toegevoegd (38 miljoen euro).

Ontvangsten EU

Het DGF ontvangt 9,2 miljoen euro vanuit de EU voor bestrijding van vogelgriep.

Sociale Zekerheid

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

65.707

67.739

69.575

72.818

75.211

0

       

Meevallers

‒ 373

‒ 371

‒ 350

‒ 304

‒ 300

‒ 277

Wajong

8

3

‒ 82

‒ 84

‒ 83

‒ 84

Tegemoetkomingsregeling stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB)

‒ 9

‒ 14

‒ 29

‒ 42

‒ 44

‒ 40

Wet op het Kindgebonden Budget (WKB)

‒ 87

‒ 68

‒ 89

‒ 67

‒ 45

‒ 37

Kinderopvangtoeslag (KOT)

‒ 248

‒ 273

‒ 132

‒ 93

‒ 110

‒ 96

Overige meevallers

‒ 37

‒ 19

‒ 18

‒ 18

‒ 19

‒ 20

       

Tegenvallers

66

101

163

201

224

230

Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

29

     

Algemene Kinderbijslagwet (AKW)

19

20

20

18

15

12

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

8

10

‒ 5

‒ 6

‒ 6

‒ 6

Toeslagenwet (TW)

7

13

21

22

25

29

Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)

6

9

12

17

22

28

Specifieke uitkering (SPUK) inburgeringsvoorzieningen

 

35

92

120

128

128

Overige tegenvallers

‒ 3

14

23

29

40

39

       

Intensiveringen

120

129

30

24

17

19

Besparingsverlies banenafspraak - Rijksoverheid

35

     

Besparingsverlies banenafspraak - markt

34

     

Uitspraak loonloze tijdvakken

‒ 1

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

Uitstel afschaffing tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten

 

81

    

Overige intensiveringen

52

51

32

26

19

21

       

Ombuigingen

‒ 141

‒ 140

‒ 219

‒ 181

‒ 232

‒ 181

Afromen tijdelijke middelen IBO schulden

‒ 5

‒ 38

‒ 99

   

Versoberen proactieve dienstverlening

‒ 5

‒ 12

‒ 19

‒ 26

‒ 30

‒ 30

Aanpassing tegemoetkomingsregeling stoffengerelateerde beroepsziekten

‒ 13

‒ 19

‒ 11

0

3

‒ 1

Bijdragen departementen voor besparingsverlies banenafspraak

‒ 21

     

Vervallen compensatie sociaal-ontwikkelbedrijven

‒ 24

‒ 24

‒ 23

   

Afromen extra middelen taaleis

 

‒ 4

‒ 11

‒ 17

‒ 22

‒ 22

Afschaffen AKW en WKB bij studiefinanciering

  

‒ 1

‒ 47

‒ 53

‒ 53

54. WIA: IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV)

    

7

21

57. Hervorming WW

   

78

159

212

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 19

‒ 38

‒ 60

‒ 82

‒ 82

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 78

‒ 198

‒ 198

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

Overige ombuigingen

‒ 72

‒ 22

‒ 15

‒ 27

‒ 14

‒ 26

       

Kasschuiven

‒ 12

‒ 128

‒ 10

45

36

69

Kasschuif MDIEU

5

‒ 133

‒ 6

44

38

52

Overige kasschuiven

‒ 17

6

‒ 4

1

‒ 3

17

       

Overboekingen met andere begrotingen

155

243

‒ 43

‒ 35

‒ 43

‒ 47

Overboekingen actie loonloze tijdvakken

227

227

    

Overboekingen herstelacties WIA

53

53

    

Overboeking re-integratiedienstverlening gericht op jongeren

‒ 13

‒ 17

‒ 21

‒ 25

‒ 32

‒ 36

Overboeking aanvullende ondersteuning lokale energiehulp

‒ 20

     

Overboeking vroegsignalering

‒ 21

     

Overboeking alleenverdienersproblematiek

‒ 27

     

Overige overboekingen met andere begrotingen

‒ 44

‒ 20

‒ 22

‒ 9

‒ 11

‒ 11

       

Kadercorrecties

‒ 73

‒ 12

10

‒ 50

‒ 134

‒ 167

Niet-beleidsmatige mutaties bijstand

‒ 73

‒ 12

10

‒ 50

‒ 134

‒ 167

       

Loonbijstelling

51

46

42

38

38

38

Loonbijstelling

51

46

42

38

38

38

       

Prijsbijstelling

23

22

15

14

14

12

Prijsbijstelling

23

22

15

14

14

12

       

Extrapolatie

     

75.383

Extrapolatie

     

75.383

       

Eindejaarsmarge

19

     

Eindejaarsmarge

19

     
       

Technisch

1

30

31

31

30

30

Desaldering

1

30

31

31

30

30

Overig technisch

0

0

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

51

461

‒ 51

‒ 19

‒ 195

2.350

Rijksbijdragen

51

461

‒ 51

‒ 19

‒ 195

2.350

       

Stand Voorjaarsnota

65.595

68.122

69.194

72.583

74.665

77.460

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

2.630

2.648

2.644

2.611

2.515

0

       

Meevallers

67

2

2

2

2

2

Ontvangsten specifieke uitkering (SPUK) inburgeringsvoorzieningen

48

     

Overige meevallers

19

2

2

2

2

2

       

Tegenvallers

‒ 67

‒ 76

‒ 89

‒ 88

‒ 75

‒ 63

Terugontvangsten kinderopvangtoeslag

‒ 19

‒ 13

‒ 29

‒ 29

‒ 18

‒ 8

Terugontvangsten kindgebonden budget

‒ 45

‒ 60

‒ 57

‒ 56

‒ 54

‒ 53

Overige tegenvallers

‒ 3

‒ 3

‒ 3

‒ 3

‒ 3

‒ 3

       

Ombuigingen

1

1

0

0

0

0

Verhoging invorderingsrente

1

1

0

0

0

0

       

Extrapolatie

     

2.548

Correctie sector

     

132

Extrapolatie

     

2.416

       

Technisch

1

30

31

31

30

‒ 102

Desaldering

1

30

31

31

30

30

Correctie sector

   

0

0

‒ 132

       

Niet-kaderrelevant

‒ 1

7

0

   

Niet-kaderrelevant

‒ 1

7

0

   
       

Stand Voorjaarsnota

2.630

2.611

2.587

2.556

2.472

2.385

Uitgaven

Meevallers

Wajong

De uitgaven op de Wajong zijn meerjarig naar beneden bijgesteld. Dit wordt met name veroorzaakt door een groter aantal beëindigde uitkeringen in de oude wajongregelingen als gevolg van de vijfjaarregel. Wanneer iemand met een Wajonguitkering vijf jaar ononderbroken heeft gewerkt, meer dan 75% van het maatmanloon verdient en geen ondersteuning krijgt van een door UWV verstrekte voorziening, vervalt het recht op Wajong.

Tegemoetkomingsregeling stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB)

De verwachte uitgaven aan de Tegemoetkomingsregeling stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB) zijn bijgesteld op basis van de meest recente uitvoeringsinformatie van de SVB. Uit de realisaties volgt dat het aantal toekenningen lager uit valt dan eerder verwacht. Het lagere aantal toekenningen leidt tot lagere TSB-uitgaven.

Wet op het Kindgebonden Budget (WKB)

De uitgaven aan de wet op het kindgebonden budget (WKB) zijn meerjarig naar beneden bijgesteld (37 miljoen euro in 2031). De bijstelling komt onder andere doordat het CBS de prognose van het aantal geboortes naar beneden heeft bijgesteld. Verder nemen de uitgaven af, doordat het huishoudinkomen sterker stijgt dan verwacht, waardoor de gemiddelde toeslag lager uitvalt. 

Kinderopvangtoeslag (KOT)

De uitgaven aan de kinderopvangtoeslag (KOT) zijn meerjarig naar beneden bijgesteld (96 miljoen euro in 2031). Het aantal kinderen dat gebruik maakt van kinderopvang is op basis van uitvoeringsinformatie over 2025 naar beneden bijgesteld. Dit werkt meerjarig door in een neerwaartse bijstelling van het gebruik. Daarnaast is het gemiddelde urengebruik per kind in de dagopvang gedaald.

Overige meevallers

Onder deze post vallen meerdere meevallers van beperkte budgettaire omvang. De grootste meevaller onder deze post is een meevaller van circa 20 miljoen euro in 2026 voor het verwerken van Loonkostenvoordelen (LKV) realisaties. Deze realisaties werken meerjarig door in de LKV-raming. Daarnaast is er sprake van een meevaller door lagere verwachte uitgaven aan de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Deze meevaller wordt voornamelijk veroorzaakt door minder gebruik van de regeling dan eerder verwacht.

Tegenvallers

Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)

De kosten voor bezwaar en beroep en het verwachte aantal oninbare vorderingen voor de NOW zijn opwaarts bijgesteld voor 2026 op basis van een nieuwe inschatting van het UWV.

Algemene Kinderbijslagwet (AKW)

De uitgaven aan de algemene kinderbijslag (AKW) zijn meerjarig naar boven bijgesteld. Dit komt grotendeels door hogere uitgaven aan de extra tegemoetkoming voor ouders van thuiswonende kinderen met een intensieve zorgbehoefte (de AKW+). Daarnaast is de bevolkingsprognose van het CBS bijgesteld.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

Dit effect betreft een beperkte doorwerking van de WIA herstelactie loonloze tijdvakken op de Toeslagenwet.

Toeslagenwet (TW)

Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV is de raming van de uitgaven aan de Toeslagenwet (TW) bijgesteld. Dit resulteert in een opwaartse bijstelling van de TW-uitgaven ten opzichte van de stand van de begroting 2026. De opwaartse bijstelling is het per saldo effect van een hoger aantal TW-aanvullingen en een lagere gemiddelde hoogte van de TW-aanvullingen dan eerder verwacht.

Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)

Op basis van uitvoeringsinformatie van SVB worden de uitgaven aan de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) vanaf 2026 naar boven bijgesteld met circa 6 miljoen in 2026 oplopend tot 28 miljoen in 2031. De voornaamste reden hiervoor is dat de volumeprognose naar boven wordt bijgesteld.

Specifieke uitkering (SPUK) inburgeringsvoorzieningen

Er is sprake van een tegenvaller op de specifieke uitkering (SPUK) inburgeringsvoorzieningen. Het aantal inburgeringstrajecten voor het lopende jaar wordt gebaseerd op de Huisvestingtaakstelling (HVT). Een inburgeringstraject duurt drie jaar, waardoor de effecten van de HVT 2026 ook in 2027 en 2028 meegenomen worden in de raming.  Uit de HVT volgt een hoger aantal inburgeraars, wat leidt tot hogere kosten in 2027 en 2028. Voor de jaren 2027 en verder wordt het verwachte aantal inburgeringstrajecten gebaseerd op de Meerjaren Productie Prognose asiel (MPP). De verwerking van de MPP leidt tot een hoger dan verwacht aantal inburegeringstrajecten, wat meerjarig leidt tot hogere kosten.

Overige tegenvallers

Onder deze post vallen meerdere tegenvallers van beperkte budgettaire omvang. Grote tegenvallers binnen deze post betreffen de uitgaven aan middelen voor het voorinburgering bij het COA en de ziekteverzekering in Caribisch Nederland.

Intensiveringen

Besparingsverlies banenafspraak - Rijksoverheid

Door het niet halen van de banenafspraak door overheidswerkgevers treedt in 2026 een besparingsverlies van 35 miljoen euro op. Doordat de quotumregeling nog niet in werking is getreden, kan dit besparingsverlies niet gedekt worden uit heffingsopbrengsten. Zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2024 is een verdeelsleutel opgesteld om het besparingsverlies banenafspraak overheid te dekken op de verschillende departementale begrotingen, zolang de quotumregeling nog niet van kracht is. Het aantal niet behaalde banen bij departementen en overheidssectoren is betrokken bij deze verdeling.

Besparingsverlies banenafspraak - markt

Marktwerkgevers hebben de banenafspraak niet gehaald. Dit zorgt voor een besparingsverlies van 34 miljoen euro op de bijstand in 2026. Doordat de quotumregeling nog niet in werking is getreden, kan dit besparingsverlies niet gedekt worden uit heffingsopbrengsten.

Uitspraak loonloze tijdvakken

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft medio 2024 vastgesteld dat bij het bepalen van het dagloon voor de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) alle perioden zonder loon – de zogenoemde loonloze tijdvakken, – buiten beschouwing moeten blijven. Hierdoor vallen sommige WIA-uitkeringen structureel hoger uit. Het UWV is momenteel bezig met een herstelactie om dit aan te passen voor bestaande uitkeringen. In eerdere ramingen was geen rekening gehouden met uitkeringsgerechtigden die hun loon 4-wekelijks ontvingen. Voor deze groep wordt nu extra geld vrijgemaakt. De kosten hiervan bedragen 34 miljoen euro in 2026 en 22 miljoen euro in 2031.

Uitstel afschaffing tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten

Het wetsvoorstel afschaffing tegemoetkoming arbeidsongeschikten wordt uitgesteld van 2027 naar 2028. Hierdoor ontvangen mensen met een Wajong-, WAO/WAZ- of WIA-uitkering nog een tegemoetkoming in 2027.

Overige intensiveringen

Onder deze post vallen meerdere intensiveringen van beperkte budgettaire omvang. Hieronder valt bijvoorbeeld een intensivering van circa 12 miljoen aan ICT-uitgaven door zowel hogere digitalisering ambities als tarieven die harder stijgen dan loonprijscompensatie. Ook bevat deze post een intensivering van de bijstand door een aanpassing van het arbeidsongeschiktheidscriterium voor mensen met loonkostensubsidie. Deze intensivering loopt op tot circa 8 miljoen in 2031.

Ombuigingen

Afromen tijdelijke middelen IBO schulden

Op de begroting waren middelen beschikbaar voor de uitwerking van tijdelijke maatregelen voor de preventie van schulden. Deze middelen worden afgeroomd omdat er in het coalitieakkoord een nieuwe envelop met structurele middelen voor armoede en schulden beschikbaar is. In 2026 worden tijdelijke maatregelen voortgeze. De maatregelen vanaf 2027 zijn onderdeel van de uitwerking van de envelop armoede en schulden uit het coalitieakkoord.

Versoberen proactieve dienstverlening

Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening regelt dat het voor uitvoerders mogelijk wordt om voor bepaalde regelingen aan gegevensdeling te doen. Dit heeft als doel om mensen actief te benaderen en te kunnen wijzen op hun recht op inkomensondersteuning, om het niet-gebruik van uitkeringen en voorzieningen te verminderen. Het voornemen om proactieve dienstverlening toe te passen op de algemene bijstand, wordt niet doorgezet. Dit leidt tot een besparing op de kosten van de algemene bijstand. In verband met de versobering kan een onderdeel van het voorgenomen besluit proactieve dienstverlening SZW niet in werking treden.

Aanpassing tegemoetkomingsregeling stoffengerelateerde beroepsziekten

De TSB-uitgaven zijn bijgesteld op basis van een nieuwe planning voor de uitbreiding van de regeling met meer beroepsziektes. Uit de nieuwe planning volgt dat verdere uitbreiding van de regeling minder snel mogelijk is. De nieuwe planning leidt tot lagere TSB-uitgaven.

Bijdragen departementen voor besparingsverlies banenafspraak

Door het niet halen van de banenafspraak door overheidswerkgevers treedt in 2026 een besparingsverlies op. Doordat de quotumregeling nog niet in werking is getreden, kan dit besparingsverlies niet gedekt worden uit heffingsopbrengsten. Zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2024 is een verdeelsleutel opgesteld om het besparingsverlies banenafspraak overheid te dekken op de verschillende departementale begrotingen, zolang de quotumregeling nog niet van kracht is. Hiervoor hebben de departementen naast SZW in totaal 21 miljoen euro bijgedragen. Het aantal niet behaalde banen bij departementen en overheidssectoren is betrokken bij deze verdeling.

Vervallen compensatie sociaal-ontwikkelbedrijven

In de SZW-begroting 2026 waren middelen aangekondigd om medewerkers van sociaal-ontwikkelbedrijven van2026 t/m 2028 te compenseren voor financieel nadelige effecten van het Belastingplan 2025. Echter is binnen het Belastingplan 2026 een oplossing voor het financiële nadeel gekomen. De compensatie voor medewerkers van sociaal-ontwikkelbedrijven is hierdoor niet meer nodig.

Afromen extra middelen taaleis

De extra middelen voor taalaanbod aan bijstandsgerechtigden worden ingezet als onderdeel van de dekking van de budgettaire problematiek bij meerdere uitkeringsregelingen en herstelacties. De middelen waren bedoeld voor gemeenten, door extra taalaanbod konden alle bijstandsgerechtigden die dit nodig hadden, een taalaanbod krijgen. Dit was beoogd als maatregel naast het handhaven van de taaleis in de bijstand.

Afschaffen AKW en WKB bij studiefinanciering

Het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2029 het recht op kinderbijslag (AKW) en de daaraan gekoppelde aanspraak op het kindgebonden budget (WKB) af te schaffen voor 16- en 17-jarigen die reeds recht hebben op studiefinanciering. Met deze maatregel wordt beoogd om de samenloop van regelingen te beperken en aan te sluiten bij de situatie van vóór 2020. Tot 2020 bestond er al geen recht op AKW (en daarmee ook WKB) wanneer een 16- of 17-jarig kind recht had op studiefinanciering. Deze uitzondering is destijds geschrapt vanwege de invoering van het leenstelsel. Nu studenten weer recht hebben op een basisbeurs, wordt herinvoering van deze uitzondering passend geacht. Dit beperkt de stapeling van inkomensondersteuning. De middelen worden ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Structureel levert de maatregel circa € 53 miljoen op. De vormgeving van deze maatregel wordt betrokken bij de verdere uitwerking van de nieuwe kindregeling.

54. WIA: IVA afschaffen (inclusief taakherschikking UWV)

Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de wet WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) afgeschaft, waardoor de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) vervalt voor nieuwe aanvragers. Deze maatregel gaat in per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering. Door de afschaffing van de IVA zullen meer mensen een (hogere) aanvulling via de Toeslagenwet ontvangen. Ook wordt geld vrijgemaakt voor  taakherschikking bij sociaal-medische beoordelingen van het UWV.

57. Hervorming WW

Door de maatregelen in het coalitieakkoord 2026-2030 (duurverkorting 12 maanden, aanscherpen referte-eis, vertraagde opbouw en 80% uitkeringshoogte in de eerste twee maanden) zijn er vanaf 2029 extra uitgaven aan de bijstand en besparingen in de Toeslagenwet, die per saldo leiden tot een opwaartse bijstelling van de uitgaven van 212 miljoen euro.

61. Efficiencytaakstelling

De efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement en uitvoering, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Deze reeks betreft het aandeel voor SZW.

62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze reeks betreft het aandeel voor SZW.

63. Subsidietaakstelling

De subsidiebudgetten bij de departementen worden structureel verlaagd . Deze taakstelling wordt verdeeld naar rato van de subsidie-uitgaven per departement. Dit betreft 2 miljoen euro structureel voor SZW.

Overige ombuigingen

Onder deze post vallen meerdere ombuigingen van beperkte budgettaire omvang, ingezet ter dekking van problematiek op de begroting van SZW. Ombuigingen zijn het hoogste in 2026 met circa 63 miljoen euro, grotendeels door uitstel van delen van het wetsvoorstel Participatiewet in balans en het deels afromen van de eindejaarsmarge.

Kasschuiven

Kasschuif MDIEU

De resterende middelen voor de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) worden ingezet voor de Duurzame inzetbaarheidsagenda. Door middel van een kasschuif van 2026 en 2027 naar latere jaren worden de middelen voor de Duurzame inzetbaarheidsagenda in het juiste ritme gezet.

Overige kasschuiven

Dit betreffen kasschuiven van beperktere budgettaire omvang. Hieronder valt een kasschuif van circa 5 miljoen euro van 2026 naar 2027 voor de expeditieregeling Duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen. Door een wijzging in de regeling is vertraging ontstaan in de uitvoering. Met deze kasschuif wordt het budget in het juiste ritme gezet.

Overboekingen met andere begrotingen

Overboekingen actie loonloze tijdvakken

De vergoedingen voor het herstel van loonloze tijdvakken zijn begrotingsgefinancierd. De middelen voor de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA) worden overgeboekt van hoofdstuk 40 naar hoofdstuk 15 van de SZW-begroting.

Overboekingen herstelacties WIA

De vergoedingen in het kader van de herstelactie WIA zijn begrotingsgefinancierd. Dit betreft de herstelactie WIA-dagloon en WIA-indexatie. De gereserveerde middelen worden overgeboekt van hoofdstuk 40 naar hoofdstuk 15 van de SZW-begroting.

Overboeking re-integratiedienstverlening gericht op jongeren

Voor de wet Van school naar duurzaam werk doet SZW een overboeking van middelen aan het Gemeentefonds. Daarnaast vindt een overboeking plaats om meer re-integratie te kunnen bieden aan jongeren. Jaarlijks zijn er circa 1.350 personen bij wie de Wajong-aanvraag wordt afgewezen omdat UWV niet kan vaststellen dat zij duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. Bij deze doelgroep is het arbeidsvermogen dus mogelijk ontwikkelbaar. Gemeenten ontvangen middelen voor jeugdbegeleiders en -coaches en voor het opzetten van arbeidsontwikkelplekken voor deze doelgroep.

Overboeking aanvullende ondersteuning lokale energiehulp

Er wordt 20 miljoen euro overgeboekt aan het Gemeentefonds via een DU. Het beoogde doel van deze DU is dat gemeenten de mogelijkheid hebben om de lokale hulp voor huishoudens met een hoge energierekening te intensiveren. Met de middelen uit de bestaande Specifieke Uitkering Energiearmoede hebben veel gemeenten al een lokale aanpak op energiearmoede opgezet.

Overboeking vroegsignalering

In 2026 wordt 21 miljoen euro overgeboekt aan gemeenten voor de intensivering van vroegsignalering van (problematische) schulden.

Overboeking alleenverdienersproblematiek

Bij Miljoenennota 2024 zijn er middelen gereserveerd op de SZW-begroting voor de uitwerking van een tijdelijke regeling via gemeenten, voor de groep alleenverdienende huishoudens in de bijstand die te maken heeft met een nadelige samenloop van fiscaliteit, sociale zekerheid en toeslagen (oplossing voor de alleenverdienersproblematiek). De wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek is ingegaan per 1 januari 2025. Deze overboeking zorgt dat de middelen voor 2026 voor de uitvoering van deze regeling naar het Gemeentefonds overgeheveld worden.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Deze post bevat verschillende overboekingen met andere begrotingen. Hieronder valt een overboeking van circa 12 miljoen euro naar VWS voor de SLIM-scholingssubsidie in 2026. Om onnodige concurrentie tussen subsidies en versnippering tegen te gaan, wordt het deel van het budget dat bestemd is voor de sector Zorg en Welzijn overgemaakt naar VWS en toegevoegd aan het budget voor deze subsidieregeling. Daarnaast bevat deze post een jaarlijkse overboeking van ongeveer 7 miljoen euro naar de premiegefinancierde begroting.

Kadercorrecties

Niet-beleidsmatige mutaties bijstand

De uitgaven aan de bijstand worden neerwaarts bijgesteld. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de verwerking van de laatste CPB-raming en de voorlopige realisaties van 2025. Hieruit blijkt een lager dan verwacht aantal bijstandsuitkeringen en een lagere gemiddelde uitkering in 2025. Deze realisaties hebben een meerjarige doorwerking. Daarnaast raamt het CPB op de lange termijn een lagere werkloosheid dan eerder verwacht.

Loonbijstelling

Loonbijstelling

De tranche 2026 van de loonbijstelling wordt toegevoegd aan de begroting SZW.

Prijsbijstelling

Prijsbijstelling

De tranche 2026 van de prijsbijstelling wordt toegevoegd aan de begroting SZW.

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Eindejaarsmarge

Eindejaarsmarge

Een deel van de niet-besteedde middelen op de SZW-begroting in 2025 worden middels de eindejaarsmarge weer toegevoegd aan de begroting.

Technisch

Desaldering

Deze post betreft een gelijktijdige bijstelling van uitgaven en ontvangsten.

Overig technisch

Deze post betreft meerdere budgetneutrale technische herschikkingen binnen de begroting.

Niet-kaderrelevant

Rijksbijdragen

Deze post bestaat uit verschillende mutaties van rijksbijdragen aan sociale fondsen. Zo wordt de Rijksbijdrage Ouderdomsfonds bijgesteld naar aanleiding van de nieuwste raming van het CPB.

Ontvangsten

Meevallers

Ontvangsten SPUK inburgering

Er is sprake van hogere terugontvangsten van de specifieke uitkering (SPUK) inburgering dan verwacht. Een verklaring hiervoor is dat het aantal asielstatushouders in 2025 lager was dan eerst gedacht, waardoor er minder inburgeraars met hun inburgeringstraject startten. Dit leidt tot terugontvangsten op de SZW-begroting.

Overige meevallers

Onder deze post vallen meevallers van beperkte budgettaire omvang. Hieronder valt een terugboeking voor de Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten van circa 2 miljoen euro. Ook is er in 2026 sprake van een terugontvangst op de uitgaven aan de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) van 3 miljoen euro. De gerealiseerde uitgaven aan de AIO waren in 2025 lager dan geraamd.

Tegenvallers

Terugontvangsten kinderopvangtoeslag

De kinderopvangtoeslag (KOT) terugontvangsten nemen meerjarig af door vooral de lagere beschikkingen, met als gevolg lagere terugvorderingen en terugontvangsten (8 miljoen euro in 2031).

Terugontvangsten kindgebonden budget

De wet op kindgebonden budget (WKB) terugontvangsten nemen meerjarig af door onder meer de lagere beschikkingen, met als gevolg lagere terugvorderingen en terugontvangsten (53 miljoen euro in 2031).

Overige tegenvallers

Onder deze post vallen meerdere tegenvallers van beperkte budgettaire omvang. Onder andere de boete-ontvangsten van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) vallen op basis van de realisatiecijfers lager uit dan meerjarig werd voorzien.

Ombuigingen

Verhoging invorderingsrente

Per 1 januari 2026 is de invorderingsrente in de toeslagen verhoogd van 4,00% naar 4,30%. Hierdoor nemen de ontvangsten uit terugvorderingen licht toe.

Extrapolatie

Correctie sector

Bij het toevoegen van extrapolatiejaar 2031, is een budget foutief op de verkeerde sector geëxtrapoleerd. Met deze technische correctie wordt dit hersteld.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van SZW.

Technisch

Desaldering

Deze post betreft een gelijktijdige bijstelling van uitgaven en ontvangsten.

Correctie sector

Een budget stond op de SZW-begroting op de verkeerde sector. Met deze technsiche correctie wordt dit hersteld.

Niet-kaderrelevant

Niet-kaderrelevant

Lagere ontvangsten uit aflossingen op kapitaalverstrekkingen in 2025 leiden tot hogere ontvangsten in latere jaren, doordat gemeenten dit in 2026 terugbetalen aan het Rijk. Deze uitgaven zijn niet relevant voor het EMU-saldo en het uitgavenplafond.

Sociale Verzekeringen

Sociale Verzekeringen: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

93.331

98.498

103.485

109.076

114.253

0

       

Meevallers

‒ 33

‒ 33

‒ 31

‒ 31

‒ 30

‒ 30

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

‒ 28

‒ 26

‒ 24

‒ 22

‒ 21

‒ 19

Overige meevallers

‒ 4

‒ 7

‒ 7

‒ 9

‒ 10

‒ 11

       

Tegenvallers

688

871

1.063

1.073

1.042

1.036

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

285

434

559

559

559

560

Ziektewet

195

195

203

208

205

206

Verlofregelingen

149

159

161

162

159

164

Uitvoeringskosten UWV

61

86

85

76

75

91

Algemene Ouderdomswet

1

54

71

63

38

8

CRTV langdurige arbeidsongeschiktheid

‒ 4

‒ 58

‒ 16

5

5

6

Overige tegenvallers

0

0

0

0

0

0

       

Intensiveringen

44

274

39

44

45

47

Uitspraak loonloze tijdvakken

35

45

21

23

24

25

Uitstel afschaffing tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten

 

212

    

Overige intensiveringen

9

18

18

21

21

23

       

Ombuigingen

‒ 118

‒ 21

‒ 239

‒ 1.592

‒ 2.231

‒ 2.793

54. WIA: IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV)

6

12

13

17

‒ 60

‒ 200

Vrijval uitvoeringskosten WIA herstelacties

‒ 34

‒ 34

    

Incidentele ombuiging uitvoeringsbudget UWV

‒ 89

     

Maatregel beëindiging op eigen initiatief (BOEI)

  

‒ 23

‒ 41

‒ 36

‒ 33

55. Vervallen Compensatie Regeling Transitievergoeding

 

2

‒ 141

‒ 216

‒ 222

‒ 229

56. Verlagen maximumdagloon met 20% per 2029

  

10

‒ 644

‒ 658

‒ 699

57. Hervorming WW

  

5

‒ 604

‒ 1.150

‒ 1.526

58. Ombuiging re-integratiemiddelen

  

‒ 100

‒ 100

‒ 100

‒ 100

Overige ombuigingen

‒ 1

‒ 1

‒ 2

‒ 4

‒ 5

‒ 6

       

Kasschuiven

‒ 4

‒ 130

7

2

71

55

Kasschuif uitvoeringskosten UWV

 

‒ 125

  

70

55

Overige kasschuiven

‒ 4

‒ 5

7

2

1

 
       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 265

‒ 271

6

3

7

6

Overboekingen herstelacties WIA

‒ 53

‒ 53

    

Overboekingen actie loonloze tijdvakken

‒ 227

‒ 227

    

Overige overboekingen met andere begrotingen

15

9

6

3

7

6

       

Kadercorrecties

152

‒ 143

‒ 592

‒ 1.213

‒ 1.788

‒ 2.070

Werkloosheidswet

179

275

181

19

‒ 125

‒ 102

Ziektewet

7

10

10

10

10

10

Nominale ontwikkeling

‒ 33

‒ 428

‒ 783

‒ 1.242

‒ 1.673

‒ 1.978

Overige kadercorrecties

‒ 1

     
       

Extrapolatie

     

119.899

Extrapolatie

     

119.899

       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

84

295

283

254

85

27

Sociale lasten

84

295

283

254

85

27

       

Stand Voorjaarsnota

93.879

99.340

104.022

107.615

111.452

116.178

Sociale Verzekeringen: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

291

303

346

364

363

0

       

Kadercorrecties

6

3

15

39

0

‒ 1

Werkloosheidswet

6

3

14

35

2

1

Nominale ontwikkeling

0

‒ 1

1

4

‒ 2

‒ 2

       

Extrapolatie

     

378

Extrapolatie

     

378

       

Stand Voorjaarsnota

296

305

361

403

364

377

Uitgaven

Meevallers

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

De meevaller vanaf 2026 komt voort uit een lagere prijs en de volumebijstelling voor 2025 bij de bijstellingennota. Door een hogere uitstroom valt het bestand eind 2025 lager uit dan bij de Januarinota 2025. Dit leidt ook meerjarig tot lagere uitkeringslasten.

Overige meevallers

Onder deze post vallen meerdere meevallers van beperkte budgettaire omvang. De voornaamste bijstelling binnen deze post is op de Algemene Nabestaandenwet (Anw). De uitgaven aan deze regeling vallen meerjarig lager uit, door een lager aantal Anw-gerechtigden dan eerder verwacht. Ook was de gemiddelde uitkeringshoogte lager dan eerder verwacht. 

Tegenvallers

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

De uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met 285 miljoen euro in 2026 en 1065 miljoen euro in 2031. Dit betreft een samengesteld effect van een meevaller op de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en een grotere tegenvaller op de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA). Het grootste deel van de stijgende WIA-uitgaven wordt veroorzaakt door de stijging van het aantal aanvragen, vooral door een toename van het aantal mensen met psychische aandoeningen op basis van recente realisaties. Naast de stijgende instroom leiden langere wachttijden voor WIA-beoordelingen tot hogere uitgaven.  Een deel van de bijstelling van het budget wordt voor de jaren vanaf 2029 gereserveerd op de Aanvullende Post (152 miljoen euro in 2029, oplopend naar 506 miljoen euro in 2031).

Ziektewet

De uitgaven aan de ZW worden in 2026 met circa 195 miljoen euro opwaarts bijgesteld. Dit komt voornamelijk door de bijstelling van het ZW-volume, waarbij mensen met een aflopend dienstverband en zwangere mensen naar verwachting vaker een ZW-uitkering ontvangen. 

Verlofregelingen

De uitgaven voor de verlofregelingen worden opwaarts bijgesteld met circa 149 miljoen euro in 2026 tot circa 164 miljoen euro in 2031. Deze opwaartse bijstelling is het per saldo effect van een hogere gemiddelde prijs (WAZO, WIEG en WBO), een hoger gebruik van de WIEG en WBO, en een neerwaartse bijstelling van de ZEZ. De neerwaartse bijstelling van de ZEZ is voornamelijk het gevolg van een neerwaartse bijstelling van het volume.

Uitvoeringskosten UWV

Op basis van de macro-economische verwachtingen van het CPB in de CEP-raming en de januarinota van het UWV worden de uitvoeringskosten van het UWV naar boven bijgesteld. De uitvoeringskosten nemen toe doordat de raming van het aantal aanvragen en continueringen van uitkeringsregelingen naar boven is bijgesteld.

Algemene Ouderdomswet

Op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB over 2025 en de CBS-bevolkingsprognose 2025-2070 wordt de raming voor de verwachte uitkeringslasten van de Algemene Ouderdomswet (AOW) meerjarig opwaarts bijgesteld. Dit is voornamelijk het gevolg van een opwaartse bijstelling van het aantal personen met een AOW-uitkering.

CRTV langdurige arbeidsongeschiktheid

De uitgaven aan de compensatieregeling transitievergoeding langdurige arbeidsongeschiktheid (CRTV-LAO) worden bijgesteld. Vanaf 2026 is het volume van de regeling hoger dan verwacht en de prijs lager. Per saldo leidt dit tot hogere structurele kosten. Daarnaast zorgen nieuwe inzichten over de gemiddelde arbeidsduur en loon bij kleine werkgevers voor tot een neerwaartse bijstelling van de prijs. Per saldo leiden de bijstellingen tot een meevaller in de eerste jaren (tot en met 2028) en een kleine tegenvaller in de jaren daarna.

Overige tegenvallers

Onder deze post vallen meerdere tegenvallers van beperkte budgettaire omvang. De grootste tegenvaller binnen deze post van de CRTV bedrijfsbeëindiging. Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV worden de uitgaven hieraan neerwaarts bijgesteld in 2026 tot en met 2028 en opwaarts vanaf 2029.

Intensiveringen

Uitspraak loonloze tijdsvakken

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft medio 2024 vastgesteld dat bij het bepalen van het dagloon voor de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) alle perioden zonder loon – de zogenoemde loonloze tijdvakken, waarin geen inkomen is ontvangen – buiten beschouwing moeten blijven. Hierdoor vallen sommige WIA-uitkeringen structureel hoger uit. Het UWV is momenteel bezig met een herstelactie om dit te corrigeren. In eerdere ramingen was geen rekening gehouden met uitkeringsgerechtigden die hun uitkering 4-wekelijks ontvangen. Voor deze groep wordt nu extra geld vrijgemaakt. De kosten hiervan bedragen 34 miljoen euro in 2026 en 22 miljoen euro in 2031.

Uitstel afschaffing tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten

Het wetsvoorstel afschaffing tegemoetkoming arbeidsongeschikten wordt vanwege de val van het kabinet uitgesteld van 2027 naar 2028. Hierdoor ontvangen mensen met een Wajong-, WAO/WAZ of WIA-uitkering nog een tegemoetkoming in 2027.

Overige intensiveringen

Onder deze post vallen meerdere intensiveringen van beperkte budgettaire omvang. Hieronder vallen bijvoorbeeld structureel hogere kosten van circa 8 miljoen euro voor gebruik van de Basisregistratie Personen (BRP) voor UWV, SVB, BIDN, BKWI en de NLA. SZW financiert de kosten voor deze organisaties.

Ombuigingen

54. WIA: IVA afschaffen (inclusief taakherschikking UWV)

Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de wet WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) afgeschaft, waardoor de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) vervalt voor nieuwe aanvragers. Deze maatregel gaat in per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering. Door de afschaffing van de IVA zullen meer mensen een (hogere) aanvulling via de Toeslagenwet ontvangen. Ook wordt geld vrijgemaakt voor  taakherschikking bij sociaal-medische beoordelingen van het UWV.

Vrijval uitvoeringskosten WIA herstelacties

De eerdere reservering voor de uitvoeringskosten van de herstelactie WIA-daglonen en de actie loonloze tijdvakken komt te vervallen. UWV kan de uitvoeringskosten binnen het huidige uitvoeringsbudget opvangen.

Incidentele ombuiging uitvoeringsbudget UWV

Door incidentele meevallers bij UWV wordt het toegekende uitvoeringsbudget voor 2026 naar beneden bijgesteld.

Maatregel beëindiging op eigen initiatief (BOEI)

Met deze maatregel wordt het voor WW-gerechtigden altijd mogelijk gemaakt om op eigen verzoek de WW-uitkering te laten beëindigen. Deze maatregel gold al voor 2026 en 2027 en wordt nu structureel doorgezet. De geldende voorwaarden voor zelf het stopzetten van een WW-uitkering komen te vervallen. Dit heeft een verlagend effect op de uitkeringslasten van de WW. Deze werkwijze wordt momenteel al gedoogd, in verband met het vrijmaken van uitvoeringscapaciteit bij UWV voor de WIA-herstelactie. De verwachting is dat per 2028 de wet hierop is aangepast.

55. Vervallen Compensatie Regeling Transitievergoeding

In het coalitieakkoord 2026-2030 is afgesproken dat de Compensatie Regeling Transitievergoeding vervalt voor alle werkgevers met ingang van 2028.

56. Verlagen maximumdagloon

In het coalitieakkoord 2026-2030 is afgesproken dat per 2029 het maximumdagloon met 20% wordt verlaagd. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen.

57. Hervorming WW

In het coalitieakkoord 2026-2030 is afgesproken dat de maximale WW-duur per 1 januari 2028 wordt beperkt tot één jaar. Dit vervangt het huidige voornemen om de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden te verkorten. Op 1 januari 2030 wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Dit levert een structurele besparing op, oplopend tot 1,5 miljard euro. Het budgettaire effect betreft de besparing op de WW-uitkering, de WGA-uitkering en uitvoeringskosten van UWV. 

58. Ombuiging re-integratiemiddelen

In het coalitieakkoord 2026-2030 is afgesproken dat een ombuiging plaatsvindt op de re-integratiebudgetten. Deze middelen worden ingezet voor het bevorderen van leven lang ontwikkelen en van werk naar werk-trajecten en het verstevigen van de stimulansen in het stelsel.

Overige ombuigingen

Onder deze post vallen ombuigingen van beperkte budgettaire omvang. De post bevat onder andere een ombuiging door het uitstellen van het in werking treden van het Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis (Wpc).

Kasschuiven

Kasschuif uitvoeringskosten UWV

Dit betreft een kasschuif van uitvoeringskosten van het UWV van 2027 naar 2030 en 2031.

Overige kasschuiven

Deze post bevat kasschuiven van beperkte budgettaire omvang. Deze post bevat onder andere een kasschuif door een uitgesteld wetsvoorstel verbreding doelgroep banenafspraak van 2028 naar 2029. Hierdoor worden implementatiekosten voor loonkostensubsidie aan arbeidsongeschikten doorgeschoven.

Overboekingen met andere begrotingen

Overboekingen herstelacties WIA

De vergoedingen in het kader van de herstelactie WIA zijn begrotingsgefinancierd. Dit betreft de herstelactie WIA-dagloon en WIA-indexatie. De gereserveerde middelen worden daarom overgeboekt van hoofdstuk 40 naar hoofdstuk 15 van de SZW-begroting.

Overboekingen actie loonloze tijdvakken

De vergoedingen voor het herstel van loonloze tijdvakken zijn begrotingsgefinancierd. De middelen voor de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA) worden daarom overgeboekt van hoofdstuk 40 naar hoofdstuk 15 van de SZW-begroting.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Deze post bevat verschillende overboekingen met andere begrotingen. Dit gaat onder andere om een budgetneutrale herijking van uitvoeringskosten van het premiegefinancierde hoofdstuk naar het begrotingsgefinancierde hoofdstuk 15 van de SZW-begroting.

Kadercorrecties

Werkloosheidswet

Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV en de recente economische raming van CPB is de raming van de WW-uitgaven bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2025. Voor de eerste jaren geldt een opwaartse bijstelling van de WW-uitgaven omdat het aantal WW-uitkeringen en de gemiddelde uitkeringshoogte in die jaren naar verwachting hoger is dan eerder verwacht. In de latere jaren is het aantal WW-uitkeringen naar verwachting juist lager dan eerder verwacht, waardoor het naar beneden wordt bijgesteld.  

Ziektewet

Deze post bevat de kadercorrectie voor het Eigenrisicodragerschap (ERD) binnen de Ziektewet (ZW).

Nominale ontwikkeling

De raming van de nominale ontwikkeling (verwachte indexatie van de uitkeringsregelingen aan de loon- en prijsontwikkeling) is geactualiseerd op basis van de recente economische raming van het CPB.  Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de nominale ontwikkeling ten opzichte van de Miljoenennota 2026.

Overige kadercorrecties

Deze post betreft een kadercorrectie van beperkte budgettaire omvang.

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Technisch

Technisch

Deze post betreft enkele kleine budgetneutrale herschikkingen.

Niet-kaderrelevant

Sociale lasten

De premies betaald over uitkeringen worden meerjarig per saldo opwaarts bijgesteld. Dit komt enerzijds doordat premietarieven bij het CEP opwaarts zijn bijgesteld als gevolg van onder meer de vrijheidsbijdrage voor bedrijven uit het coalitieakkoord, bezuinigingen op de zorg en de verlaging van het maximum dagloon vanaf 2029. Anderzijds zijn de uitkeringslasten op basis van het coalitieakkoord, de uitvoeringsbrief en het CEP neerwaarts bijgesteld wat leidt tot een neerwaartse bijstelling van de premies betaald over uitkeringen. Per saldo resulteert dit in een meerjarige opwaartse bijstelling van de premies betaald over uitkeringen.

Ontvangsten

Kadercorrecties

Werkloosheidswet

Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV zijn de UFO-ontvangsten (WW-lasten bij overheidswerkgevers) meerjarig opwaarts bijgesteld.

Nominale ontwikkeling

De raming van de nominale ontwikkeling (verwachte indexatie van de uitkeringsregelingen aan de loon- en prijsontwikkeling) is geactualiseerd op basis van de recente economische raming van het CPB.  Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de nominale ontwikkeling ten opzichte van de Miljoenennota 2026.

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Koppeling Uitkeringen

Koppeling Uitkeringen: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

1.180

2.293

3.399

4.548

5.589

0

       

Kadercorrecties

‒ 52

‒ 115

‒ 159

‒ 214

‒ 271

‒ 309

Nominale ontwikkeling

‒ 52

‒ 115

‒ 159

‒ 214

‒ 271

‒ 309

       

Extrapolatie

     

6.669

Extrapolatie

     

6.669

       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

1.128

2.178

3.241

4.334

5.318

6.360

Koppeling Uitkeringen: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

10

18

25

32

39

0

       

Kadercorrecties

‒ 1

‒ 3

‒ 5

‒ 7

‒ 8

‒ 8

Nominale ontwikkeling

‒ 1

‒ 3

‒ 5

‒ 7

‒ 8

‒ 8

       

Extrapolatie

     

45

Extrapolatie

     

45

       

Stand Voorjaarsnota

8

15

20

26

31

37

Uitgaven

Kadercorrecties

Nominale ontwikkeling

De raming van de nominale ontwikkeling (verwachte indexatie van de uitkeringsregelingen aan de loon- en prijsontwikkeling) is geactualiseerd op basis van de recente economische raming van het CPB.  Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de nominale ontwikkeling ten opzichte van de Miljoenennota 2026.

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Technisch

Technisch

Deze post betreft enkele kleine budgetneutrale herschikkingen.

Ontvangsten

Kadercorrecties

Nominale ontwikkeling

De raming van de nominale ontwikkeling (verwachte indexatie van de uitkeringsregelingen aan de loon- en prijsontwikkeling) is geactualiseerd op basis van de recente economische raming van het CPB.  Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de nominale ontwikkeling ten opzichte van de Miljoenennota 2026.

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Zorg

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

39.753

41.687

43.268

45.241

47.196

0

       

Meevallers

‒ 36

‒ 31

‒ 33

‒ 37

‒ 24

‒ 39

Vertraging uitvoering levensloopaanpak en AGO

‒ 7

     

Wisselkoerseffect BES-eilanden

‒ 28

‒ 26

‒ 24

‒ 24

‒ 6

‒ 9

Uitkeringslasten SVB

 

‒ 5

‒ 9

‒ 13

‒ 18

‒ 29

Overige meevallers

‒ 1

0

0

0

‒ 1

‒ 1

       

Tegenvallers

51

27

35

44

53

53

Juridische procedures Covid-19

28

     

Regeling Onverzekerbare Vreemdelingen (OVV)

9

11

15

17

21

21

Dienst toeslagen

7

6

6

7

7

7

Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV)

4

8

12

17

23

23

Overige tegenvallers

3

2

2

2

2

2

       

Intensiveringen

89

718

183

255

175

166

Pandemische paraatheid

32

113

120

196

146

146

AP-middelen POK

18

18

    

AP-middelen passende zorg

3

27

20

15

0

0

AP-middelen huishoudelijke hulp

0

4

5

5

5

5

AP-middelen standaardisatie gegevensuitwisseling

0

64

    

AP-middelen werk aan uitvoering

0

4

4

9

  

Besparingsverlies SOV

 

35

    

Besparingsverlies vervanging abonnementstarief Wmo 2015

 

266

    

Covid-19 vaccinatiecampagne 2027

 

143

    

Schuldpositie ZonMw

 

13

    

Overige intensiveringen

36

32

35

31

25

15

       

Ombuigingen

‒ 112

‒ 139

‒ 151

‒ 193

‒ 241

‒ 236

Resterende middelen AP huishoudelijke hulp

0

‒ 4

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 5

Covid-19-vaccinatie van 60+ naar 70+

‒ 20

     

Budgetkorting VWS-begroting

‒ 30

‒ 65

‒ 65

‒ 65

‒ 65

‒ 65

Backpayregeling

‒ 39

0

0

0

0

 

Antibioticaresistentie

  

‒ 4

‒ 7

‒ 2

‒ 3

Inzet prijsbijstelling

 

‒ 5

‒ 5

‒ 4

‒ 3

0

Reservering Verloskundige Samenwerkingsverbanden (VSV's)

 

‒ 6

‒ 2

   

ZonMw financieringssystematiek

 

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

61. Efficiencytaakstelling

 

‒ 8

‒ 16

‒ 25

‒ 33

‒ 33

62. Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

   

‒ 34

‒ 82

‒ 82

63. Subsidietaakstelling

 

‒ 30

‒ 30

‒ 30

‒ 30

‒ 30

Overige ombuigingen

‒ 23

‒ 15

‒ 19

‒ 18

‒ 15

‒ 13

       

Kasschuiven

‒ 155

131

111

‒ 45

‒ 74

33

AP-middelen passende zorg

‒ 3

‒ 25

‒ 15

‒ 4

18

29

Domeinoverstijgend indiceren

‒ 6

‒ 3

7

2

  

Backpayregeling

‒ 12

12

    

NGF-project DUTCH

‒ 14

14

    

Pallas

‒ 33

94

96

‒ 55

‒ 102

 

Standaardisatie gegevensuitwisseling

‒ 55

25

19

8

4

 

Overige kasschuiven

‒ 33

15

6

3

6

3

       

Overboekingen met andere begrotingen

202

‒ 111

47

8

4

5

SPUK IZA transformatiemiddelen

146

133

15

   

SPUK niet-beoogde jeugdzorgkosten

60

     

Pleegzorgvergoeding pleegouders

‒ 11

‒ 11

    

AZWA-onderdeel medische preventie

 

28

28

   

Besparingsverlies vervanging abonnementstarief Wmo 2015

 

‒ 266

    

Overige overboekingen met andere begrotingen

7

4

5

8

4

5

       

Kadercorrecties

47

12

    

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

47

12

    
       

Loonbijstelling

150

145

134

127

125

125

Loonbijstelling

150

145

134

127

125

125

       

Prijsbijstelling

48

51

31

29

27

23

Prijsbijstelling

48

51

31

29

27

23

       

Extrapolatie

     

47.013

Extrapolatie

     

47.013

       

Eindejaarsmarge

84

     

Eigenaarsbijdrage RIVM

21

     

NGF-project PharmaNL

21

     

NGF-project DUTCH

16

     

Overige eindejaarsmarge

26

     
       

Technisch

38

0

0

0

0

0

Desaldering sport

38

     

Overig technisch

0

0

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

‒ 701

‒ 156

‒ 590

‒ 262

‒ 304

2.156

BIKK

‒ 45

‒ 584

‒ 752

‒ 866

‒ 911

‒ 771

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

‒ 47

‒ 12

    

Rijksbijdrage Wlz

‒ 100

1.000

1.100

1.950

1.850

3.800

Zorgtoeslag

‒ 510

‒ 415

‒ 459

‒ 707

‒ 588

‒ 294

Rijksbijdrage 18-

 

‒ 122

‒ 125

‒ 207

‒ 197

‒ 98

45. Gelijktrekken vermogensgrenzen zorgtoeslag heffingsvrij vermogen

 

‒ 24

‒ 289

‒ 299

‒ 311

‒ 329

47. Aftrek specifieke zorgkosten

  

‒ 66

‒ 133

‒ 147

‒ 152

       

Stand Voorjaarsnota

39.457

42.331

43.036

45.166

46.938

49.299

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

853

833

866

909

941

0

       

Meevallers

13

     

Bevolkingsonderzoek NL

13

     
       

Tegenvallers

‒ 17

3

    

Correctie ontvangsten RescEU

‒ 17

3

    
       

Ombuigingen

   

0

‒ 1

‒ 1

61. Efficiencytaakstelling

   

0

0

0

62. Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

   

0

0

0

       

Extrapolatie

     

941

Extrapolatie

     

941

       

Technisch

38

0

0

0

0

0

Desaldering sport

38

     

Overig technisch

0

0

0

0

0

0

       

Niet-kaderrelevant

77

16

‒ 20

‒ 53

‒ 72

‒ 50

Zorgtoeslag

77

16

‒ 20

‒ 53

‒ 72

‒ 50

       

Stand Voorjaarsnota

963

852

846

855

868

890

Uitgaven

Meevallers

Vertraging uitvoering levensloopaanpak en AGO

Er is vertraging ontstaan bij de uitvoering van de coördinatie levensloopaanpak voor mensen met verward gedrag en het vervolg op het ZonMW-programma Actieprogramma Grip op onbegrip (AGO). Hierdoor valt incidenteel circa 7 miljoen euro vrij.

Wisselkoerseffect BES-eilanden

De begroting voor Caribisch Nederland wordt in dollars gemaakt en vervolgens met de dan geldende wisselkoers naar euro’s omgerekend. De begroting wordt nu bijgesteld aan de hand van de nieuwe wisselkoersprognoses van het CPB. In 2026 betreft het een meevaller van 28 miljoen euro. Vanaf 2031 is er een meevaller van structureel 9 miljoen euro.  

Uitkeringslasten SVB

Het cliëntenbestand van de SVB loopt terug door de hoge leeftijd van de doelgroep van de wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen. Dit leidt tot een meevaller van 5 miljoen euro in 2027, oplopend tot 29 miljoen euro structureel.

Overige meevallers 

Er zijn diverse overige tegenvallers op de VWS-begroting. De uitvoeringskosten van de SVB vallen structureel 0,3 miljoen euro lager uit. Daarnaast valt er 0,4 miljoen euro incidenteel vrij op de uitvoeringskosten door vertraging van het wetsvoorstel vervanging abonnementstarief Wmo.

Tegenvallers

Juridische procedures Covid-19

Voor de afwikkeling van meerdere juridische procedures rondom Covid-19 is in 2026 28 miljoen euro benodigd.

Regeling Onverzekerbare Vreemdelingen (OVV)

Het CAK vergoedt zorgkosten aan zorgaanbieders die medisch noodzakelijke zorg verlenen aan in betalingsonmacht verkerende vreemdelingen die vanwege hun verblijfsstatus zijn uitgesloten van toegang tot de sociale zorgverzekeringen. Op basis van de uitgavenrealisatie in 2025 verwacht het CAK dat deze uitgaven vanaf 2026 hoger zijn dan eerder geraamd. Dit leidt tot een tegenvaller van circa 9 miljoen euro in 2026, oplopend tot structureel circa 21 miljoen euro.

Dienst toeslagen 

De uitvoeringskosten van de Dienst Toeslagen vallen hoger uit dan verwacht (het aandeel van VWS hiervan bedraagt 7 miljoen euro structureel).

Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV) 

Het CAK vergoedt zorgkosten aan zorgaanbieders die medisch noodzakelijke zorg verlenen aan onverzekerde personen. Op basis van de uitgavenrealisatie in 2025 verwacht het CAK dat deze uitgaven vanaf 2026 hoger uitvallen dan eerder geraamd. Dit leidt tot een tegenvaller van circa 4 miljoen euro in 2026, oplopend tot structureel circa 23 miljoen euro structureel.

Overige tegenvallers

De overige tegenvallers bestaat onder andere uit een structurele tegenvaller van 2 miljoen euro op tolkvoorzieningen.

Intensiveringen

Pandemische paraatheid 

Om het huidige programma pandemische paraatheid voort te zetten wordt er structureel 162 miljoen euro beschikbaar gesteld. Deze investering richt zich op versterking van de keten van infectieziektebestrijding en beoogt de zorg beter voor te bereiden op toekomstige gezondheidscrises. Onderdeel daarvan is een investering van 122 miljoen euro in onder andere de versterking van de GGD'en, voortzetting van de programma's van het RIVM en het continueren van de Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI). Daarnaast is een investering van circa 24 miljoen euro structureel in het programma IV-IZB benodigd. Het programma dient als vervanging van de huidige ICT-structuur bij de GGD’en en het RIVM voor onder andere registraties van vaccinaties, monitoring en surveillance en bron- en contactonderzoek. Hiermee wordt de bezuiniging op publieke gezondheid uit het Hoofdlijnenakkoord Schoof I (300 miljoen euro structureel) gedeeltelijk teruggedraaid.

AP-middelen POK 

Een deel van de middelen voor de versterking van de gemeentelijke dienstverlening aan (kwetsbare) inwoners worden opgevraagd (18 miljoen euro in 2026 en 2027). Deze middelen volgen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie kinderopvangtoeslagaffaire (POK).

AP-middelen passende zorg

De resterende middelen van de envelop voor passende zorg worden overgeheveld van de Aanvullende Post naar de VWS-begroting . Het gaat om cumulatief circa 65 miljoen euro over de jaren 2026 tot en met 2029. De middelen worden ingezet voor onderzoek naar effectiviteit van het zorgaanbod, het inrichten van een passende onderzoeksinfrastructuur, het nieuwe instrument Vergoeding in Onderzoek en doelmatigheidsstudies rondom gepast gebruik van dure geneesmiddelen.

AP-middelen huishoudelijke hulp

Voor de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage (ivb) in de Wmo is op de Aanvullende Post uitvoeringsbudget gereserveerd. Deze middelen worden overgeheveld naar de VWS-begroting.

AP-middelen standaardisatie gegevensuitwisseling

Vanwege de complexiteit van het onderwerp, het absorptievermogen van het zorgveld en ICT-leveranciers en benodigde aanpassing door inwerkingtreding van de European Health Data Space (EHDS), vergen de plannen voor gegevensuitwisseling meer tijd. De middelen die noodzakelijk zijn om projecten zoals pilots en ondersteuning van systemen te kunnen voortzetten in 2027 worden overgeheveld naar de VWS-begroting, zodat er geen verdere vertraging plaatsvindt en Europese afspraken gehaald kunnen worden (incidenteel 64 miljoen euro).

AP-middelen werk aan uitvoering 

De middelen voor werk aan uitvoering zijn overgeheveld naar de VWS-begroting vanaf de aanvullende post (incidenteel 17 miljoen euro). Deze middelen zijn bedoeld voor het verbeteren van de publieke dienstverlening.

Besparingsverlies SOV

Het kabinet Schoof heeft besloten tot een structurele taakstelling op de Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV) van 40 miljoen euro vanaf 2027. Deze taakstelling wordt voor 5 miljoen euro structureel ingevuld via maatregelen die fraude aanpakken binnen de SOV. Het is niet gelukt om het resterende bedrag in 2027 met beleidsmaatregelen in te vullen. Hierdoor is er een incidenteel besparingsverlies van 35 miljoen euro.

Besparingsverlies vervanging abonnementstarief Wmo 2015

De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 (ivb) schuift door van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Hierdoor ontstaat een besparingsverlies van 266 miljoen euro in 2027.

Covid-19-vaccinatiecampagne 2027 

Om in 2027 een vaccinatiecampagne tegen Covid-19 mogelijk te maken wordt er 143 miljoen euro vrijgemaakt.

Schuldpositie ZonMw 

Als gevolg van eerdere terugvorderingen is er een liquiditeitstekort ontstaan op de begroting van ZonMW. Om de continuïteit in de programma-uitgaven te borgen wordt in 2027 circa 13 miljoen euro overgemaakt naar ZonMW.

Overige intensiveringen 

Er zijn diverse overige intensiveringen op de VWS-begroting. Dit betreft onder andere extra benodigd budget van 5 miljoen euro structureel voor de regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden en regeling zorgkosten onverzekerbare vreemdelingen. Er is daarnaast aanvullend budget (2,6 miljoen euro structureel) benodigd voor de toegenomen kosten als gevolg van de tariefstijging van Shared Service Organisations (SSO). Ook is er aanvullend budget (2 miljoen euro structureel) benodigd voor de uitvoering van de EU-richtlijn Geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en de EU-richtlijn mensenhandel.

Ombuigingen

Resterende middelen AP huishoudelijke hulp

Voor de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage (ivb) in de Wmo is op de Aanvullende Post uitvoeringsbudget gereserveerd. Deze wordt overgeheveld naar de VWS-begroting en ingezet voor bredere problematiek.

Covid-19-vaccinatie van 60+ naar 70+

Op basis van een recent Gezondheidsraadadvies wordt de algemene doelgroep voor de vaccinatiecampagne tegen Covid-19 aangepast van 60 jaar en mensen met een hoog risico ouder naar 70 jaar en ouder en mensen met een hoog risico. De verwachte kosten voor de campagne in 2026 vallen daardoor 20 miljoen euro lager uit.

Budgetkorting VWS-begroting

Er wordt gekort op verschillende budgetten op de VWS-begroting. Dit gaat om 30 miljoen euro in 2026, oplopend tot 65 miljoen euro in 2031. De structurele budgetkorting bedraagt 41 miljoen euro.

Backpayregeling

Er valt 39 miljoen euro vrij op de backpayregeling voor weduwen van KNIL-militairen en ambtenaren in Nederlands-Indië.

Antibioticaresistentie

Er wordt structureel circa 3 miljoen euro omgebogen op subsidies voor regionale zorgnetwerken antibioticaresistentie. 

Inzet prijsbijstelling

De prijsbijstelling wordt voor een deel ingezet voor dekking. Het gaat om 5 miljoen euro in 2027, aflopend tot 0,3 miljoen euro in 2031.

Reservering Verloskundige Samenwerkingsverbanden (VSV's)

Er wordt 8 miljoen euro die incidenteel op de VWS-begroting was gereserveerd voor VSV’s ingezet voor de financiering van de VSV’s via de premiegefinancierde uitgaven.

ZonMw financieringssystematiek

Er wordt niet aan alle ZonMw programma’s loon- en prijsbijstelling uitgekeerd. Het gaat om een ombuiging van 6 miljoen euro structureel vanaf 2027.

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van VWS betekent dit een ombuiging van circa 8 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 33 miljoen euro.

62. Vernieuwing Rijksdienst/ slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de Rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van VWS betekent dit een ombuiging van circa 34 miljoen euro in 2029, oplopend tot structureel 82 miljoen euro.

63. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van VWS betekent dit een structurele ombuiging van circa 30 miljoen euro vanaf 2027.

Overige ombuigingen

Er zijn diverse overige ombuigingen op de VWS-begroting. De middelen voor het trialbureau IKNL worden vanaf 2027 geleidelijk afgebouwd (4 miljoen euro structureel). Daarnaast wordt er vanaf 2027 gekort op de BOSA-regeling (3 miljoen euro structureel). Door herprioritering binnen budgetten voor ZonMw valt er vanaf 2027 structureel 3 miljoen euro vrij.

Kasschuiven

AP-middelen passende zorg

De resterende middelen van de envelop voor passende zorg worden overgeheveld van de Aanvullende Post naar de VWS-begroting. Met deze kasschuif van cumulatief 47 miljoen euro uit 2026 tot en met 2029 naar 2030 en 2031 worden de middelen in het juiste kasritme geplaatst.

Domeinoverstijgend indiceren

In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn afspraken gemaakt over het landelijk uitrollen van domeinoverstijgend indiceren. De opschaling vindt later plaats dan eerder gedacht, waardoor cumulatief 9 miljoen euro wordt kasgeschoven vanuit 2026 en 2027 naar 2028 en 2029. 

Backpayregeling

De backpayregeling voor weduwen van KNIL-militairen en ambtenaren is naar verwachting medio 2027 gereed. Daarom wordt 11,5 miljoen euro geschoven van 2026 naar 2027.

NGF-project DUTCH

Een nieuwe prognose van het Nationaal Groeifonds project Digital United Training Concepts for Healthcare (DUTCH) toont dat 14 miljoen euro niet in 2026 maar in 2027 tot besteding komt. Deze middelen worden kasgeschoven.

Pallas

Het kasritme van het PALLAS-nieuwbouwprogramma in de begroting is in lijn gebracht met de opgave van NRG PALLAS in het jaarplan 2026. Het betreft een kasschuif van 33 miljoen euro uit 2026 en cumulatief 156 miljoen euro uit 2029 en 2030 naar de jaren 2027 en 2028.

Standaardisatie gevensuitwisseling

Enkele onderdelen van gegevensuitwisseling hebben vertraging opgelopen. Het gaat met name om het Landelijk Dekkend Netwerk en de Persoonlijke Gezondheidsomgevingen. De middelen (55 miljoen euro) worden kasgeschoven van 2026 naar 2027 tot en met 2029, om verdere vertraging van de totstandkoming van gegevensuitwisseling te voorkomen.

Overige kasschuiven

Er zijn meerdere overige kasschuiven op de VWS-begroting. Voor het NGF-project PharmaNL wordt 6 miljoen euro van 2026 naar 2027 geschoven. Voor het programma Wat werkt voor de jeugd wordt 6 miljoen euro uit 2026 t/m 2028 naar 2029 t/m 2031 geschoven. Er is kas geschoven voor 5 miljoen euro van 2026 naar 2027 ten behoeve van de verhuizing van het RIVM. Ook zijn er middelen geschoven van 2026 naar 2027 en 2028 vanwege de herverdeling van toegekende FIT-middelen.

Overboekingen met andere begrotingen

SPUK IZA transformatiemiddelen

De Regeling specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA 2024-2027 ondersteunt gemeenten bij de uitvoering van transformatieplannen in de zorg. Het aantal goedgekeurde transformatieplannen geeft aanleiding om het budgetplafond van de Regeling te verhogen. Deze middelen worden gefinancierd door transformatiemiddelen op de premiegefinancierde zorguitgaven over te boeken naar de begrotingsgefinancierde uitgaven

SPUK niet-beoogde jeugdzorgkosten

Vanuit het Gemeentefonds wordt er 60 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de SPUK niet-beoogde jeugdzorgkosten.

Pleegzorgvergoeding pleegouders

In 2026 en 2027 is jaarlijks een bedrag van 11 miljoen euro beschikbaar voor de pleegzorgvergoeding in het vrijwillig kader. Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld in het Gemeentefonds.

AZWA-onderdeel medische preventie

Als onderdeel van de afspraken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) wordt in 2027 en 2028 circa 28 miljoen euro per jaar overgeheveld vanuit het Zvw-kader. Deze middelen worden ingezet voor tijdelijke maatregelen die op de ontwikkelagenda voor medische preventie staan. Over de eventuele structurele voortzetting van deze maatregelen is nog budgettaire besluitvorming nodig binnen de reguliere begrotingsprocessen. Hiervoor dient eerst voldoende bewijslast verzameld te worden over de effecten van de maatregelen conform de richtlijn passend bewijs voor preventie.

Besparingsverlies vervanging abonnementstarief Wmo 2015

De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 (ivb) schuift door van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Hierdoor ontstaat een besparingsverlies van 266 miljoen euro in 2027.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Er zijn diverse overige overboekingen met andere begrotingen geweest. De grootste hiervan zijn de bijdrage van VWS aan de Dienst Toeslagen (7 miljoen euro structureel), de bijdrage voor de NVWA voor het markttoezicht aan de grens (6 miljoen euro structureel) en middelen van I&W voor het programma Fietsveiligheid voorop. Dit programma loopt via ZonMw, waarvan VWS de eigenaar is.

Kadercorrecties

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen. Met deze kadercorrectie zijn de middelen voor de gemeentelijke meerkostenregeling en de regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden voor Oekraïense ontheemden onder het uitgavenkader gezet.

Loonbijstelling

De jaarlijkse loonbijstelling wordt overgeboekt naar de VWS-begroting. Het betreft 150 miljoen euro in 2026 en 125 miljoen euro structureel.

Prijsbijstelling

De jaarlijkse prijsbijstelling wordt overgeboekt naar de VWS-begroting. Het betreft 48 miljoen euro in 2026 en 23 miljoen euro structureel.

Extrapolatie 

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Eindejaarsmarge 

Eigenaarsbijdrage RIVM 

De verhuizing van het RIVM is niet doorgegaan in 2025. Hierdoor zijn de middelen (21 miljoen euro) in 2026 benodigd.

NGF-project PharmaNL

De middelen voor het Nationaal Groeifonds project PharmaNL die vorig jaar niet tot besteding waren gekomen blijven dit jaar beschikbaar en worden aan de begroting toegevoegd middels een kadercorrectie (incidenteel 21 miljoen euro).

NGF-project DUTCH

De middelen voor het Nationaal Groeifonds project DUTCH die vorig jaar niet tot besteding waren gekomen blijven dit jaar beschikbaar en worden aan de begroting toegevoegd middels een kadercorrectie (incidenteel 16 miljoen euro).

Eindejaarsmarge overig

De overige eindejaarsmarge van VWS bedraagt 26 miljoen euro.

Technisch

Desaldering sport

De SPUK Stimulering Sport wordt jaarlijks vastgesteld waarbij enerzijds bedragen van gemeenten worden teruggevorderd, anderzijds nabetalingen dienen plaats te vinden. De nabetalingen op de vastgestelde regeling 2024 vinden in 2026 plaats. Hiervoor moet een technische desaldering plaatsvinden tussen de ontvangsten en de uitgaven (circa 38 miljoen euro).

Overig technisch 

Er zijn verschillende overige technische uitgavenmutaties uitgevoerd binnen de VWS-begroting.  

Niet-kaderrelevant

BIKK

De raming voor de bijdragen in kosten en kortingen (BIKK) is structureel neerwaarts bijgesteld met 771 miljoen euro naar aanleiding van de nieuwe raming in het CEP.

Oekraïne budgetten binnen het uitgavenkader plaatsen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de uitgaven aan militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland binnen het uitgavenkader vallen. Met deze kadercorrectie zijn de middelen voor de gemeentelijke meerkostenregeling en de regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden voor Oekraïense ontheemden onder het uitgavenkader gezet.

Rijksbijdrage Wlz

De raming voor de Rijksbijdrage Wlz is structureel bijgesteld met 3.800 miljoen euro naar aanleiding van de nieuwe raming in het CEP.

Zorgtoeslag

Op basis van actuele ramingen in het CEP wordt de uitgavenraming zorgtoeslag meerjarig bijgesteld. De doorwerking van de zvw-maatrgelen op de zorgtoeslag is ook onderdeel van deze bijstelling. Dit leidt per saldo tot een neerwaartse bijstelling van de uitgavenraming voor 2026 met 510 miljoen euro. In 2031 is de bijstelling ‒ 294 miljoen euro.

Rijksbijdrage 18-

De raming voor de Rijksbijdrage 18- is structureel neerwaarts bijgesteld met 98 miljoen euro naar aanleiding van een nieuwe raming in het CEP.

45. Gelijktrekken vermogensgrenzen zorgtoeslag heffingsvrij vermogen

Per 2028 worden de vermogensgrenzen in de zorgtoeslag voor alleenstaanden en twee persoonshuishoudens gelijkgesteld aan het heffingsvrije vermogen in box 3 voor alleenstaanden en twee persoonshuishoudens. Dit bespaart 24 miljoen euro in 2027, oplopend tot 329 miljoen euro in 2031. Aan deze maatregel zitten vanaf 2027 structureel 5 miljoen euro uitvoeringskosten verbonden. Dit bedrag is in de reeks opgenomen.

47. Aftrek specifieke zorgkosten

De aftrek specifieke zorgkosten (ASZ) en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ) worden per 2028 volledig afgeschaft. Afschaffing van de TSZ leidt tot een ombuiging van 67 miljoen euro in 2029, oplopend tot 86 miljoen euro in 2031. Daarnaast werkt het afschaffen van de ASZ en de TSZ door op de zorgtoeslag, omdat het verzamelinkomen stijgt. Dit brengt een besparing met zich mee van 66 miljoen euro vanaf 2028.

Ontvangsten

Meevallers

Bevolkingsonderzoek NL

Vanuit de afrekening van de bevolkingsonderzoeken 2025 vloeit er 13 miljoen euro terug naar de Rijksbegroting. In 2025 zijn minder bevolkingsonderzoeken uitgevoerd dan vooraf was geraamd. Dit komt met name door capaciteitsproblemen bij het bevolkingsonderzoek borstkanker.

Tegenvallers

Correctie ontvangsten RescEU

De ontvangsten als gevolg van het programma RescEU waren bij Voorjaarsnota 2024 verkeerd geboekt. De correctie zorgt voor een tegenvaller van 17 miljoen euro in 2026 en een meevaller van 3 miljoen euro in 2027.

Ombuigingen

61. Efficiencytaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van VWS betekent dit een bijstelling van circa ‒ 0,1 miljoen euro op de ontvangsten structureel.

62. Vernieuwing Rijksdienst/ slagvaardige overheid

In het coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de Rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van VWS betekent dit een bijstelling van circa ‒ 0,2 miljoen euro in 2029, aflopend tot structureel ‒ 0,5 miljoen euro.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Technisch

Desaldering sport

De SPUK Stimulering Sport wordt jaarlijks vastgesteld waarbij enerzijds bedragen van gemeenten worden teruggevorderd, anderzijds nabetalingen dienen plaats te vinden. De nabetalingen op de vastgestelde regeling 2024 vinden in 2026 plaats. Hiervoor moet een technische desaldering plaatsvinden tussen de ontvangsten en de uitgaven (circa 38 miljoen euro.

Overig technisch

Er zijn verschillende overige technische ontvangstenmutaties uitgevoerd binnen de VWS-begroting

Niet-kaderrelevant

Zorgtoeslag

Naar aanleiding van het CEP worden de ontvangsten van de zorgtoeslag in 2026 opwaartsbijgesteld met 77 miljoen euro. In 2031 worden de ontvangsten met 50 miljoen euro neerwaarts bijgesteld.

Zorg

Zorg: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

111.706

118.227

124.509

130.512

136.980

0

       

Meevallers

‒ 1.202

‒ 867

‒ 850

‒ 851

‒ 851

‒ 851

Actualisatie Zvw-uitgaven

‒ 599

‒ 582

‒ 582

‒ 582

‒ 582

‒ 582

Actualisatie Wlz-uitgaven

‒ 602

‒ 250

‒ 250

‒ 250

‒ 250

‒ 250

Vertraging wet inkomensafhankelijke bijdrage Wmo

 

‒ 35

    

Overige meevallers

‒ 1

‒ 1

‒ 19

‒ 19

‒ 19

‒ 19

       

Tegenvallers

4

2

2

2

42

2

Correctie regiobudgetten

    

40

 

Overige tegenvallers

4

2

2

2

2

2

       

Intensiveringen

0

1.555

1.199

273

275

276

Uitbreiding MMT

0

2

9

14

14

15

Besparingsverlies beloning med. specialisten

 

150

    

Besparingsverlies onafhankelijke indicatiestelling wijkverpleging

 

85

    

Besparingsverlies zelfzorggeneesmiddelen

 

40

    

Overheveling doorbraakmiddelen AZWA

 

414

414

   

Pandemische paraatheid

   

12

16

16

Preventieve maatregelen op grond van wet DOS

 

47

47

   

Structurele bekostiging VSV's

 

23

20

18

15

15

40. Uitvoeren afspraken Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (t/m 2035)

 

794

709

230

230

230

       

Ombuigingen

‒ 20

‒ 2.534

‒ 3.246

‒ 3.787

‒ 4.138

‒ 4.391

LPO transformatie- en doorbraakmiddelen

‒ 7

‒ 35

‒ 37

   

Inzet volumeplak indexatie BW

‒ 13

‒ 20

‒ 20

‒ 20

‒ 20

‒ 20

Inzet AZWA middelen medische preventie

 

‒ 18

‒ 18

   

Niet-bestemd uitvoeringsbudget abonnementstarief Wmo

  

‒ 15

‒ 15

‒ 15

‒ 15

Preventieve maatregelen op grond van wet DOS

 

‒ 47

‒ 47

   

Vervroegen maatregel 38. Versterken informatieplicht zorgverzekeraars

   

‒ 110

‒ 10

‒ 10

34. Eigen risico niet verlagen en indexeren per 2027

 

‒ 1.698

‒ 1.782

‒ 1.882

‒ 1.882

‒ 1.882

35. Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027

 

‒ 584

‒ 619

‒ 620

‒ 623

‒ 592

36. Tranchering eigen risico op 150 euro

  

‒ 318

‒ 318

‒ 318

‒ 318

37. Passende zorg (wet- en regelgeving)

   

‒ 112

‒ 198

‒ 266

38. Versterken informatieplicht zorgverzekeraars

    

‒ 110

‒ 110

39. Afschaffen vergoeding ongecontracteerde zorg

   

‒ 150

‒ 150

‒ 150

41. Selectie geneesmiddelen uit basispakket en strakker pakketbeheer

  

‒ 35

‒ 115

‒ 150

‒ 150

42. Bestuurlijk akkoord Wlz / Scheiden wonen en zorg

 

‒ 130

‒ 345

‒ 560

‒ 775

‒ 990

44. Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet

   

575

575

575

46. Eigen bijdrage wijkverpleging

 

15

15

‒ 225

‒ 225

‒ 225

48. Vervolgopleidingen medisch-specialisten

   

‒ 110

‒ 110

‒ 110

49. Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

   

‒ 100

‒ 100

‒ 100

Overige ombuigingen

0

‒ 18

‒ 26

‒ 25

‒ 28

‒ 28

       

Kasschuiven

200

‒ 157

‒ 349

306

  

Transformatiemiddelen

200

40

‒ 240

   

Doorbraakmiddelen

 

‒ 200

‒ 100

300

  

Overige kasschuiven

 

3

‒ 9

6

  
       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 209

‒ 228

‒ 110

‒ 67

‒ 67

‒ 67

Loon- en prijsontwikkeling Wmo beschermd wonen

‒ 66

‒ 66

‒ 66

‒ 66

‒ 66

‒ 66

SPUK IZA transformatiemiddelen

‒ 146

‒ 133

‒ 15

   

AZWA medische preventie

 

‒ 28

‒ 28

   

Overige overboekingen met andere begrotingen

3

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

       

Kadercorrecties

‒ 58

‒ 311

‒ 333

‒ 609

‒ 897

‒ 1.290

Verwerking MLT

‒ 58

‒ 282

‒ 339

‒ 616

‒ 906

‒ 1.218

Overige kadercorrecties

 

‒ 30

6

7

10

‒ 72

       

Extrapolatie

     

143.747

Extrapolatie

     

143.747

       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

110.422

115.686

120.821

125.779

131.345

137.426

Zorg: Ontvangsten

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

6.203

4.455

4.602

4.732

4.917

0

       

Meevallers

8

77

89

93

92

95

Actualisatie eigen bijdragen Wlz op basis van het CEP

8

14

24

27

24

24

Update eigen risicomodel

 

63

65

66

69

72

       

Tegenvallers

13

‒ 28

‒ 36

‒ 57

‒ 54

‒ 102

Actualisatie eigen bijdrage Wlz

13

11

5

‒ 14

‒ 9

‒ 18

Actualisatie eigen risico Zvw op basis van het CEP

 

‒ 41

‒ 41

‒ 43

‒ 44

‒ 83

Overige tegenvallers

 

2

1

‒ 1

0

‒ 2

       

Ombuigingen

 

2.444

2.432

2.537

2.635

2.765

34. Eigen risico niet verlagen en indexeren per 2027

 

2.007

2.144

2.245

2.340

2.435

35. Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027

 

437

406

410

413

448

36. Tranchering eigen risico op 150 euro

  

‒ 118

‒ 118

‒ 118

‒ 118

       

Kadercorrecties

 

‒ 3

‒ 8

‒ 49

‒ 53

‒ 56

Actualisatie eigen risico Zvw op basis van het coalitieakkoord

 

‒ 3

‒ 8

‒ 49

‒ 53

‒ 56

       

Extrapolatie

     

5.102

Extrapolatie

     

5.102

       

Stand Voorjaarsnota

6.224

6.944

7.079

7.255

7.537

7.804

Uitgaven

Meevallers

Actualisatie Zvw-uitgaven

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van de meest recente informatie van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Deze bijstellingen resulteren in een totale meevaller van 599 miljoen euro in 2026 en een structurele meevaller van 582 miljoen euro ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026. De voornaamste structurele bijstellingen zijn verwerkt op de wijkverpleging (-387 miljoen euro), de huisartsenzorg (-60 miljoen euro), de opleidingsgelden (-48 miljoen euro), de apotheekzorg (-47 miljoen euro) en de multidisciplinaire zorg (-47 miljoen euro).

Actualisatie Wlz-uitgaven

De geraamde uitgaven binnen het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz) zijn geactualiseerd op basis van de februaribrief van de NZa. Ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026 resulteren deze bijstellingen in een totale meevaller van 602 miljoen euro in 2026 en een structurele meevaller van 250 miljoen euro vanaf 2027.  

Vertraging wet inkomensafhankelijke bijdrage Wmo

De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 (ivb) schuift door van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Hierdoor valt in 2027 een bedrag van 35 miljoen euro voor de uitvoeringskosten vrij.

Overige meevallers

De overige meevallers betreffen actualisaties van de middelen op nominaal en onverdeeld Wlz (-18 miljoen euro vanaf 2028) en de beheerskosten Wlz (-1 miljoen euro vanaf 2026).

Tegenvallers

Correctie regiobudgetten

In het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) is er t/m 2029 jaarlijks 40 miljoen euro beschikbaar gesteld voor regiobudgetten. In de ontwerpbegroting 2026 is ten onrechte verondersteld dat er ook in 2030 40 miljoen euro beschikbaar is voor regiobudgetten. De raming van de volumegroei in 2030 in het meerjarige Wlz-kader wordt hiervoor gecorrigeerd.

Overige tegenvallers

De overige tegenvallers betreffen een tegenvaller van structureel 2 miljoen euro vanaf 2026 op de subsidieregeling ADL-assistentie (algemene dagelijkse levensverrichtingen) en 1,6 miljoen euro in 2026 op de banenafspraak voor UMC’s.

Intensiveringen

Uitbreiding MMT

Het Mobiel Medisch Team (MMT) wordt uitgebreid met de stationering van een 24/7 Helikopter-MMT op vliegveld Teuge en een 24/7 grondgebonden-MMT in Zuid-Limburg. Dit is een intensivering van structureel circa 15 miljoen euro. Hiermee wordt invulling gegeven aan amendement Bevers (TK 20252026, 36.800 nr. 79).

Besparingsverlies beloning medisch specialisten

De beoogde uitwerking van deze taakstelling via het transparant maken en vervolgens normeren van de inkomens van medisch specialisten leidt pas later tot een besparing. In 2027 treedt hierdoor een besparingsverlies op van 150 miljoen euro.

Besparingsverlies onafhankelijke indicatiestelling wijkverpleging

In het regeerakkoord Schoof is afgesproken om in de ongecontracteerde wijkverpleging een onafhankelijke indicatiestelling in te voeren. Bij de uitwerking van de maatregel blijkt dat invoering per 2027 niet mogelijk is. In 2027 treedt hierdoor een besparingsverlies op van 85 miljoen euro.

Besparingsverlies zelfzorggeneesmiddelen

Bij de voorjaarsnota 2025 is besloten tot een pakketmaatregel geneesmiddelen per 2027 met een taakstellende besparingsopbrengst van structureel 70 miljoen euro. Deze taakstelling wordt nu voor 30 miljoen euro ingevuld door allergiemiddelen de eerste zes maanden voor eigen rekening te laten komen. Doordat de doorlooptijden van pakketadviezen van het Zorginstituut over andere zelfzorgmiddelen langer zijn dan gedacht, treedt er in 2027 een incidenteel besparingsverlies op van 40 miljoen euro.

Overheveling doorbraakmiddelen AZWA

In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is 400 miljoen euro in 2027 en 2028 beschikbaar gesteld voor impactvolle transformaties in de zorg. Deze doorbraakmiddelen worden van de aanvullende post overgeheveld naar de VWS-begroting, tezamen met de loon- en prijsbijstelling (twee keer 14 miljoen euro).

Pandemische paraatheid

Om het huidige programma pandemische paraatheid voort te zetten wordt er structureel 162 miljoen euro beschikbaar gesteld. Deze investering richt zich op versterking van de keten van infectieziektebestrijding en beoogd de zorg beter voor te bereiden op toekomstige gezondheidscrises. Onderdeel daarvan is het behoud van de opgebouwde capaciteit voor de Regionale Overlegketen Acute Zorg (circa 11 miljoen euro structureel) en patiëntspreiding (circa 5 miljoen euro structureel). Hiermee wordt de bezuiniging op publieke gezondheid uit het Hoofdlijnenakkoord Schoof I (300 miljoen euro structureel) gedeeltelijk teruggedraaid.

Preventieve maatregelen op grond van wet DOS

Op grond van de Wet Domein-overstijgende samenwerking (DOS) kunnen zorgkantoren investeren in preventieve maatregelen. Deze maatregelen moeten een minstens net zo grote besparing opleveren in de Wlz door uitstel van zorg of door een verschuiving naar goedkopere zorg. Hiervoor wordt binnen het Wlz-kader in 2027 en 2028 jaarlijks 47 miljoen euro beschikbaar gesteld vanuit de groeiruimte.

Structurele bekostiging VSV's

De verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV's) worden per 1 januari 2027 structureel bekostigd ten behoeve van passende en doelmatige geboortezorg. Dit leidt tot een intensivering in 2027 van circa 23 miljoen euro, aflopend tot structureel circa 15 miljoen euro. Reden voor de aflopende kosten is dat tegenover de financiering van VSV’s ook oplopende besparingen staan in de medisch-specialistische zorg.

40. Uitvoeren afspraken Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (t/m 2035)

In het coalitieakkoord is afgesproken dat het kabinet tot en met 2035 middelen reserveert om de afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) uit te voeren. In 2027 wordt 794 miljoen euro gereserveerd en in 2028 wordt er 709 miljoen euro gereserveerd. Vanaf 2029 tot en met 2035 wordt jaarlijks 230 miljoen euro gereserveerd.

Ombuigingen

LPO transformatie- en doorbraakmiddelen

De loon- en prijsontwikkeling over de IZA-transformatiemiddelen en AZWA-doorbraakmiddelen wordt alternatief ingezet. Dit is een ombuiging van 79 miljoen euro, verdeeld over de jaren 2026 tot en met 2028. De afgesproken bedragen aan transformatie- en doorbraakmiddelen blijven beschikbaar voor het oorspronkelijke doel.

Inzet volumeplak indexatie BW

De volume-indexatie beschermd wonen wordt geraamd op het premiehoofdstuk op de VWS-begroting. Deze is uitgekeerd aan de hand van de groei van het accres en aan de integratie-uitkering Beschermd Wonen toegevoegd. Dit betreft de resterende ruimte vanuit volumeplak 2026 beschermd wonen.

Inzet AZWA-middelen medische preventie

Als onderdeel van de ontwikkelagenda voor medische preventie in het AZWA wordt er in totaal 35 miljoen euro ingezet om in 2027 een vaccinatieronde tegen Covid-19 mogelijk te maken.

Niet-bestemd uitvoeringsbudget abonnementstarief Wmo

Voor de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 (ivb) is niet-bestemd uitvoeringsbudget gereserveerd van jaarlijks 35 miljoen euro vanaf 2028. Hiervan wordt structureel 15 miljoen euro ingezet voor andere problematiek op de VWS begroting.

Preventieve maatregelen op grond van wet DOS

Op grond van de Wet Domein-overstijgende samenwerking (DOS) kunnen zorgkantoren investeren in preventieve maatregelen. Deze maatregelen moeten een minstens net zo grote besparing opleveren in de Wlz door uitstel van zorg of door een verschuiving naar goedkopere zorg. Hiervoor wordt binnen het Wlz-kader in 2027 en 2028 jaarlijks 47 miljoen euro beschikbaar gesteld vanuit de groeiruimte.

Vervroegen maatregel 38. Versterken informatieplicht zorgverzekeraars

De CA-maatregel versterken informatieplicht zorgverzekeraars treedt een jaar eerder in werking. Dit leidt in 2029 tot een ombuiging van 110 miljoen euro en in 2030 en 2031 tot een jaarlijkse ombuiging van 10 miljoen euro.

34. Eigen risico niet verlagen en indexeren per 2027

In het coalitieakkoord is afgesproken dat het eigen risico niet wordt verlaagd en dat het per 2027 jaarlijks wordt geïndexeerd. Hierdoor daalt de verwachte zorgvraag, het zogenaamde remgeldeffect. Dit zorgt ervoor dat de verwachte zorguitgaven dalen met 1,7 miljard euro in 2027, oplopend tot structureel 1,9 miljard euro.

35. Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027

In het coalitieakkoord is afgesproken dat het eigen risico per 1 januari 2027 verder wordt verhoogd met een taakstellende opbrengst van 1 miljard euro. Hierdoor stijgt het eigen risico met 60 euro. Hierdoor daalt de verwachte zorgvraag, het zogenaamde remgeldeffect. Dit zorgt ervoor dat de verwachte zorguitgaven dalen met 584 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 592 miljoen euro.

36. Tranchering eigen risico op 150 euro

In het coalitieakkoord is afgesproken dat het eigen risico per 1 januari 2028 wordt getrancheerd, zodat er een maximale eigen betaling van 150 euro geldt per behandeling in de medisch-specialistische zorg. Hierdoor daalt de verwachte zorgvraag, het zogenaamde remgeldeffect. Dit zorgt ervoor dat de verwachte zorguitgaven dalen met structureel 318 miljoen euro.

37. Passende zorg (wet- en regelgeving)

In het coalitieakkoord is afgesproken dat passende zorg wordt bevorderd met een pakket van maatregelen. Dit leidt tot een ombuiging van 112 miljoen euro in 2029, oplopend tot 548 miljoen euro in 2035.

38. Versterken informatieplicht zorgverzekeraars

In het coalitieakkoord is afgesproken dat er een wettelijk instrumentarium komt gericht op zorgaanbieders, zodat zorgverzekeraars beter kunnen sturen op de inkoop van passende zorg. Dit leidt tot een ombuiging van 110 miljoen euro in 2030, oplopend tot structureel 190 miljoen euro.

39. Afschaffen vergoeding ongecontracteerde zorg

In het coalitieakkoord is afgesproken om de verplichte vergoeding van ongecontracteerde zorg met ingang van 1 januari 2029 af te schaffen, om de samenwerking en contractering in de zorg te verbeteren. Dit leidt vanaf 2029 tot een ombuiging van structureel 150 miljoen euro.

41. Selectie geneesmiddelen uit basispakket en strakker pakketbeheer

In het coalitieakkoord is afgesproken om een selectie van zelfzorggeneesmiddelen uit het basispakket te halen. Daarnaast wordt het pakketbeheer voor dure geneesmiddelen in de apotheekzorg en de medisch-specialistische zorg aangescherpt om doelmatigheid te verhogen. Dit leidt tot een taakstellende ombuiging van 35 miljoen euro in 2028, oplopend tot structureel 150 miljoen euro.

42. Bestuurlijk akkoord Wlz / Scheiden wonen en zorg

In het coalitieakkoord is afgesproken dat er een bestuurlijk akkoord wordt afgesloten met alle drie sectoren uit de Wet langdurige zorg. Dit akkoord beperkt de jaarlijkse uitgavengroei tot en met 2031. Dit leidt tot een structurele besparing oplopend tot 990 miljoen euro.

44. Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet

In het coalitieakkoord is afgesproken dat huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo 2015 met ingang van 1 januari 2029 wordt geschrapt. Voor mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. Daarbij geldt dat de beoogde per saldo besparing van 435 miljoen euro voor de Rijksbegroting taakstellend is.

46. Eigen bijdrage wijkverpleging

In het coalitieakkoord is afgesproken dat er per 2029 een eigen bijdrage in de wijkverpleging wordt ingevoerd. Dit leidt in 2027 en 2028 tot een intensivering van 15 miljoen euro bij het CAK voor implementatiekosten. Vanaf 2029 leidt dit tot een ombuiging van structureel 225 miljoen euro.

48. Vervolgopleidingen medisch-specialisten

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen met ingang van 2029 wordt verlaagd. Dit leidt vanaf 2029 tot een ombuiging van structureel 110 miljoen euro.

49. Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

In het coalitieakkoord is afgesproken om de beschikbaarheidbijdrage academische zorg met ingang van 2029 te verlagen. Dit leidt vanaf 2029 tot een ombuiging van structureel 100 miljoen euro.

Overige ombuigingen

Er zijn diverse overige ombuigingen die optellen tot 28 miljoen euro structureel. Dit betreft voornamelijk een extensivering op de resterende middelen voor meer tijd voor huisartsen van 23 miljoen euro.

Kasschuiven

Transformatiemiddelen

Op basis van een recente raming van de zorgverzekeraars wordt het kasritme van de transformatiemiddelen uit het Integraal Zorgakkoord (IZA) bijgesteld. Dit leidt tot een cumulatieve schuif van 240 miljoen euro uit 2028 naar 2026 (200 miljoen euro) en 2027 (40 miljoen euro).

Doorbraakmiddelen

Vanaf de Aanvullende Post worden de doorbraakmiddelen uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) overgeheveld naar de begroting van VWS. Met deze kasschuif worden de doorbraakmiddelen in een realistischer kastritme geplaatst. Dit leidt tot een cumulatieve schuif van 300 miljoen euro uit 2027 en 2028, naar 2029.

Overige kasschuiven

Er is 9 miljoen euro uit 2028 geschoven naar 2027 en 2029 ter dekking van de intensiveringen.

Overboekingen met andere begrotingen

Loon- en prijsontwikkeling Wmo beschermd wonen

Er wordt een bedrag van 66 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de loon-en prijsontwikkeling voor Wmo beschermd wonen. Dit wordt overgeboekt naar het Gemeentefonds.

SPUK IZA transformatiemiddelen

De Regeling specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA 2024-2027 ondersteunt gemeenten bij de uitvoering van transformatieplannen in de zorg. Het aantal goedgekeurde transformatieplannen (door de verzekeraars) van gemeenten en ingediende SPUK-aanvragen geeft aanleiding om het huidige budgetplafond van de Regeling te verhogen. Deze middelen worden gefinancierd door transformatiemiddelen op de premiegefinancierde zorguitgaven over te boeken naar de begrotingsgefinancierde uitgaven.

AZWA medische preventie

Als onderdeel van de afspraken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) wordt in 2027 en 2028 circa 28 miljoen euro per jaar overgeheveld vanuit het Zvw-kader. Deze middelen worden ingezet voor tijdelijke maatregelen die op de ontwikkelagenda voor medische preventie staan. Over de eventuele structurele voortzetting van deze maatregelen is nog budgettaire besluitvorming nodig binnen de reguliere begrotingsprocessen. Hiervoor dient eerst voldoende bewijslast verzameld te worden over de effecten van de maatregelen conform de richtlijn passend bewijs voor preventie.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Er zijn enkele overige overboekingen met andere begrotingen geweest. Dit betreft een ontvangst van 5 miljoen euro in 2026 van de begrotingsgefinancierde uitgaven behorende bij de IZA-transformatiemiddelen, een overheveling van 1,6 miljoen euro naar SZW vanwege de banenafspraak UMC’s en een structurele overheveling van 1 miljoen euro uit de Zvw naar de VWS-begroting voor de uitvoering van RS-vaccinatie bij risicokinderen.

Kadercorrecties

Verwerking MLT

De ramingen voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen zijn vanaf 2026 geactualiseerd op basis van de recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB.

Overige kadercorrecties

Het verwachte effect van de verhoging van het eigen risico met aanvullend 60 euro is bijgesteld als gevolg van een correctie in de raming.

Extrapolatie

Ter invoeging van een nieuw begrotingsjaar in de meerjarige begrotingsperiode zijn de begrotingstanden 2030 geëxtrapoleerd naar 2031.

Technisch

Er zijn diverse budgetneutrale mutaties verwerkt.

Ontvangsten

Meevallers

Actualisatie eigen bijdragen Wlz op basis van het CEP

De raming van de eigen bijdragen in de Wlz is geactualiseerd op basis van de recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB. Dit leidt tot een meevaller van 24 miljoen euro structureel bij de eigen bijdragen binnen de Wlz ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026.

Update eigen risicomodel

Jaarlijks levert de Erasmus School of Health & Policy Management de nieuwste kostenverdeling van de zorguitgaven over kostenklassen. De kostenverdelingen beschrijven per sector hoe de kosten verdeeld zijn over de populatie. Op basis daarvan herijkt VWS het eigen risicomodel en de raming.

Tegenvallers

Actualisatie eigen bijdrage Wlz

De geraamde eigen bijdragen Wlz zijn op basis van de meest recente informatie van het Zorginstituut geactualiseerd. Dit leidt tot een tegenvaller van 18 miljoen euro structureel bij de eigen bijdragen binnen de Wlz ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026.

Actualisatie eigen risico Zvw op basis van het CEP

De geraamde ontvangsten uit het eigen risico in de Zvw zijn geactualiseerd op basis van de recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP).

Overige tegenvallers

De geraamde ontvangsten uit het eigen risico in de Zvw zijn geactualiseerd op basis van de doorwerking van de maatregelen uit de voorjaarsbesluitvorming.

Ombuigingen

34. Eigen risico niet verlagen en indexeren per 2027

In het coalitieakkoord is afgesproken dat het eigen risico niet wordt verlaagd en dat het per 2027 jaarlijks wordt geïndexeerd. Hierdoor stijgen de opbrengsten uit het eigen risico, het zogenaamde financieringseffect. Dit effect zorgt ervoor dat de verwachte ontvangsten stijgen met 2 miljard euro in 2027, oplopend tot structureel 2,4 miljard euro.

35. Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027

In het coalitieakkoord is afgesproken dat het eigen risico per 1 januari 2027 verder wordt verhoogd met een taakstellende opbrengst van 1 miljard euro. Hierdoor stijgt het eigen risico met 60 euro. Hierdoor stijgen de opbrengsten uit het eigen risico, het zogenaamde financieringseffect. Dit zorgt ervoor dat de verwachte ontvangsten stijgen met 437 miljoen euro in 2027, oplopend tot structureel 448 miljoen euro.

36. Tranchering eigen risico op 150 euro

In het coalitieakkoord is afgesproken dat het eigen risico per 1 januari 2028 wordt getrancheerd, zodat er een maximale eigen betaling van 150 euro geldt per behandeling in de medisch-specialistische zorg. Hierdoor dalen de opbrengsten uit het eigen risico, het zogenaamde financieringseffect. Dit effect zorgt ervoor dat de verwachte ontvangsten dalen met structureel 118 miljoen euro.

Kadercorrecties

Actualisatie eigen risico Zvw op basis van het coalitieakkoord

De geraamde ontvangsten uit het eigen risico in de Zvw zijn geactualiseerd op basis van de doorwerking van de maatregelen uit het coalitieakkoord.

Extrapolatie

Ter invoeging van een nieuw begrotingsjaar in de meerjarige begrotingsperiode zijn de begrotingstanden 2030 geëxtrapoleerd naar 2031.

Gemeentefonds en Provinciefonds (inclusief accres)

Gemeentefonds

Gemeentefonds: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

47.526

46.140

44.562

44.454

44.339

0

       

Intensiveringen

5

     

Amendement Clemminck-Van den Brink

5

     
       

Ombuigingen

   

‒ 1.010

‒ 1.010

‒ 1.010

44. Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet

   

‒ 1.010

‒ 1.010

‒ 1.010

       

Kasschuiven

‒ 3

3

    

Modernisering wet op de lijkbezorging

‒ 3

3

    
       

Overboekingen met andere begrotingen

213

1.293

339

331

335

339

Bijstelling accrestranche 2026 gemeentefonds

170

165

159

159

159

159

Indexatie Wmo demografie 2026

75

75

75

75

75

75

LPO 2026 beschermd wonen

66

66

66

66

66

66

Alleenverdienersproblematiek

34

     

IBO Problematische schulden

21

     

Ondersteuning lokale energiehulp

20

     

Aanpak overlast asielzoekers

13

     

Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren

13

17

21

25

32

36

Faciliteitenbesluit opvangcentra

12

     

Pleegzorgvergoeding pleegouders

11

11

    

Capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE)

0

671

    

«Weeffout» Jeugdzorg

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

Niet-beoogde jeugdzorgkosten

‒ 60

     

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

‒ 213

     

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo

 

266

    

Overige overboekingen met andere begrotingen

61

33

27

15

13

13

       

Loonbijstelling

83

81

76

73

71

68

Loonbijstelling

83

81

76

73

71

68

       

Prijsbijstelling

1

1

0

0

1

1

Prijsbijstelling

1

1

0

0

1

1

       

Extrapolatie

     

44.278

Extrapolatie

     

44.278

       

Eindejaarsmarge

137

     

Eindejaarsmarge

137

     
       

Technisch

0

0

0

0

0

0

Technisch

0

0

0

0

0

0

       

Stand Voorjaarsnota

47.961

47.518

44.977

43.849

43.735

43.676

Uitgaven

Intensiveringen

Amendement Clemminck-Van den Brink

Op de huidige begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is 8 miljoen euro in 2026 beschikbaar voor de subsidiëring van decentrale politieke partijen. Dit is onderdeel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp). Omdat deze wet nog niet in werking is getreden, ontbreekt momenteel de vereiste wettelijke grondslag om deze middelen uit te keren. Dit amendement op de Ontwerpbegroting 2026 dat door de Tweede Kamer is aangenomen betreft een incidentele overboeking van de begroting van BZK naar het gemeentefonds van 5 miljoen euro in 2026. Vooruitlopend op de Wpp stelt dit voor om een bedrag aan het gemeentefonds toe te voegen. Met verstrekking van deze middelen aan gemeenten middels een decentralisatie-uitkering, worden gemeenten in de gelegenheid gesteld om politieke partijen die een zetel hebben in de gemeenteraad te ondersteunen.

Ombuigingen

44. Huishoudelijke hulp met Wmo met vangnet

Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maaschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien, waarbij geldt dat de beoogde besparing van 1 miljard euro taakstellend is.

Kasschuiven

Modernisering Wet op de lijkbezorging

Dit betreft een kasschuif vanwege de één jaar latere invoering van de beoogde Wet bestemming lichamen van overledenen (Wblo). 

Overboekingen met andere begrotingen

Bijstelling accrestranche 2026 gemeentefonds

Op basis van de geactualiseerde bbp-ontwikkeling voor 2026 wordt de bijstelling van de accrestranche 2026 overgeheveld naar het gemeentefonds. Het betreft een bedrag van 170 miljoen euro in 2026 aflopend tot 159 miljoen euro in 2031.

Indexatie Wmo demografie 2026

Met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel) van de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met de kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is een jaarlijkse tranche van 75 miljoen euro vanaf 2026 oplopend tot 450 miljoen euro in 2031 gereserveerd voor aanvullende indexering voor demografie. In 2026 wordt de eerste tranche van 75 miljoen euro aan het gemeentefonds toegevoegd.

LPO 2026 beschermd wonen

Dit betreft de toedeling van de loon-en prijsontwikkeling (LPO) tranche 2026 van 66 miljoen euro voor de integratie-uitkering beschermd wonen.

Alleenverdienersproblematiek

Dit betreft een overboeking via decentralisatie-uitkering van 34 miljoen euro in 2026 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze uitkering dient ter financiering daarvan.

IBO Problematische schulden

Dit betreft een overboeking van 21 miljoen euro in 2026 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar het gemeentefonds voor het verbeteren van de vroegsignalering van schulden door gemeenten.

Ondersteuning lokale energiehulp

Er wordt 20 miljoen euro overgeboekt voor 2026 vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar het gemeentefonds. Het doel is om verduurzaming ook voor lage inkomens bereikbaar te maken en huishoudens meer grip te geven op hun energiekosten.

Aanpak overlast asielzoekers

Dit betreft een overboeking van het ministerie van Asiel en Migratie van 13 miljoen euro in 2026 om gemeenten te ondersteunen voor de lokale aanpak van overlastgevende en criminele asielzoekers. Er worden financiële middelen beschikbaar gesteld voor (gedeeltelijke) financiering van lokale maatregelen. Deze regeling geeft de gemeenten de mogelijkheid om zelf te bepalen welke maatregelen het beste bij de lokale problematiek passen.

Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren

Er wordt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 13 miljoen euro in 2026, oplopend tot 44 miljoen euro structureel vanaf 2033, overgeboekt naar het gemeentefonds. Deze middelen zijn bedoeld om de overgang van school naar werk voor jongeren, die deze stap niet of moeilijk te kunnen zetten, te versoepelen. Ook zijn de middelen bedoeld voor het stabiliseren van de situatie van jongeren met een afgewezen Wajong-aanvraag op het duurzaamheidscriterium, zodat zij arbeidsvermogen kunnen ontwikkelen en een levenslange afhankelijkheid van bijstand of een levenslang Wajongrecht na 10 jaar kunnen voorkomen. 

Faciliteitenbesluit opvangcentra

Dit betreft een overboeking van 12 miljoen euro in 2026 van het ministerie van Asiel en Migratie naar het gemeentefonds. In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers faciliteren door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt.

Pleegzorgvergoeding pleegouders

Voor 2026 en 2027 wordt 11 miljoen euro overgeboekt vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport naar het gemeentefonds als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderenopvang en buitenschoolse opvang (bso) van hun pleegkinderen.

Capaciteit decentrale overheden voor klimaat en energiebeleid (CDOKE)

Vanuit het ministerie van Klimaat en Groene Groei wordt via een decentralisatie-uitkering uitvoeringsmiddelen uitgekeerd aan gemeenten en provincies voor de uitvoering van hun klimaat- en energietaken en bedraagt 671 miljoen euro euro in 2027.

‘Weeffout’ jeugdzorg

Dit betreft een overboeking vanuit het gemeentefonds naar het provinciefonds wegens een technische fout bij de decentralisatie van de jeugdzorg, afgesproken is dat er 10 miljoen euro structureel van het gemeente- naar het provinciefonds overgeboekt wordt.

Niet-beoogde jeugdzorgkosten

Dit betreft een overboeking vanuit het gemeentefonds naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 60 miljoen euro in 2026. Met deze middelen worden de aanvragen voor de Specifieke Uitkering (SPUK) ‘niet-beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf’ over de jaren 2024 en 2025 van gemeenten bekostigd. Na beoordeling van de aanvragen over de jaren 2024 en 2025 zal het eventuele restant, zoals afgesproken, terugvloeien naar het gemeentefonds.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

Het btw-compensatiefonds (BCF) kent een jaarlijks plafond. Wanneer er aan het eind van het jaar minder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt het restant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van een overschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota 2026 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Ten opzichte hiervan wordt het bedrag met 213 miljoen euro naar beneden gecorrigeerd.

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo

De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 kan niet eerder dan per 1 januari 2028 plaatsvinden. Dit leidt tot een besparingsverlies in het gemeentefonds van 266 miljoen euro in 2027. Dit wordt vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport overgeheveld naar het gemeentefonds.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft het totaal van diverse overboekingen van in totaal 61 miljoen euro in 2026 aflopend tot 13 miljoen euro in 2031 vanuit andere begrotingshoofdstukken naar de begroting van het gemeentefonds. 

Loonbijstelling

De tranche 2026 van de loonbijstelling wordt overgeheveld naar het gemeentefonds.

Prijsbijstelling

De tranche 2026 van de prijsbestelling wordt overgeheveld naar het gemeentefonds.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van het gemeentefonds.

Eindejaarsmarge

In 2025 zijn niet alle middelen overgeheveld aan gemeenten. De niet-uitgekeerde bedragen worden in 2026 gestort in het gemeentefonds. Het gemeentefonds kent een ongelimiteerde eindejaarsmarge. Het gaat om een bedrag van 137 miljoen euro in 2025.

Technisch

Dit betreft een reallocatie binnen het gemeentefonds van uitkeringen die eerst via een Algemene Uitkering werden uitgekeerd en inmiddels via een decentralisatie-uitkering of andersom.

Provinciefonds

Provinciefonds: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

3.697

3.631

3.660

3.655

3.458

0

       

Overboekingen met andere begrotingen

257

179

123

33

29

22

Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb)

83

83

83

   

Economische Agenda Groningen

50

     

Rijksbijdrage concessierisico Maaslijn

34

     

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

14

     

Bijstelling accrestranche 2026 provinciefonds

14

14

14

14

13

12

ANB Investeringsregeling

12

     

Stimuleringsprogramma Energiehubs

11

     

Mkb Innovatieregeling Topsectoren (MIT)

10

7

7

   

«Weeffout» Jeugdzorg

10

10

10

10

10

10

Capaciteit medeoverheden voor klimaat- en energiebeleid

0

56

    

Overige overboekingen met andere begrotingen

18

9

8

9

5

0

       

Extrapolatie

     

3.432

Extrapolatie

     

3.432

       

Eindejaarsmarge

17

     

Eindejaarsmarge

17

     
       

Technisch

0

0

0

0

0

 

Technisch

0

0

0

0

0

 
       

Stand Voorjaarsnota

3.970

3.810

3.783

3.688

3.487

3.455

Uitgaven

Overboekingen met andere begrotingen

Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb)

Dit betreft een overboeking van 83 miljoen euro voor 2026 tot en met 2028 vanuit het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om provincies in staat te stellen de tarieven te actualiseren en het aantal hectares Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer uit te breiden ten behoeve van de natuur-, water- en klimaatdoelen in het landelijk gebied.

Economische Agenda Groningen

Met deze overheveling van 50 miljoen euro vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden de middelen voor de ontwikkeling van de Economische Agenda (startkapitaal voor het jaar 2026) overgeheveld aan de provincie Groningen.

Rijksbijdrage concessierisico Maaslijn

Deze decentrale uitkering vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ten hoogte van 34 miljoen euro stelt de provincie Limburg – in de rol van concessieverlener - in staat om uitvoering te geven aan de afspraken met de concessiehouder aangaande het project Maaslijn.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

Het Btw-compensatiefonds (BCF) kent jaarlijks een plafond. Wanneer er aan het eind van het jaar minder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt het restant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van een overschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota 2026 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Ten opzichte hiervan wordt het bedrag met 14 miljoen euro gecorrigeerd.

Bijstelling accrestranche 2026 provinciefonds

Op basis van de geactualiseerde bbp-ontwikkeling voor 2026 wordt de bijstelling van de accrestranche 2026 overgeheveld naar het gemeentefonds. Het betreft een bedrag van 14 miljoen euro in 2026 aflopend tot 12 miljoen euro in 2031.

ANB Investeringsregeling

Dit betreft een overboeking van 12 miljoen euro in 2026 vanuit het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Deze decentralisatie-uitkering is ten behoeve van de uitbreiding van zwaar en geconcentreerd Agrarisch natuur- en Landschapsbeheer in drie provincies.

Stimuleringsprogramma Energiehubs

Door het ministerie van Klimaat en Groende Groei wordt 11 miljoen euro verstrekt in het kader van het Stimuleringsprogramma Energiehubs, waarbinnen Rijk, netbeheerders, regionale ontwikkelingsmaatschappijen en decentrale overheden samenwerken om de ontwikkeling van energiehubs te bevorderen.

Mkb Innovatieregeling Topsectoren (MIT)

Dit betreft een overboeking van het ministerie van Klimaat en Groene Groei naar het provinciefonds voor de subsidiebijdrage voor het MIT-instrumenten gericht op haalbaarheidsstudies en R&D-samenwerking binnen het innovatieve midden- en kleinbedrijf (mkb). Het ministerie en de provincies financieren deze gezamenlijke, generieke regeling, die door de provincies wordt uitgevoerd. De overboeking bedraagt 10 miljoen euro in 2026 en 7 miljoen euro in 2027 en 2028.

«Weeffout» jeugdzorg

Dit betreft een overboeking vanuit het gemeentefonds naar het provinciefonds wegens een technische fout bij de decentralisatie van de jeugdzorg, afgesproken is dat er 10 miljoen euro structureel van het gemeente- naar het provinciefonds overgeboekt wordt.

Capaciteit medeoverheden voor klimaat en energiebeleid

Vanuit het ministerie van Klimaat en Groene Groei wordt via een decentralisatie-uitkering uitvoeringsmiddelen uitgekeerd aan gemeenten en provincies voor de uitvoering van hun klimaat- en energietaken en bedraagt 56 miljoen euro euro in 2027.

Overige overboekingen met andere begrotingen

Dit betreft het totaal van diverse overboekingen van in totaal 18 miljoen euro in 2026, aflopend tot 0,1 miljoen euro in 2031 vanuit andere begrotingshoofdstukken naar de begroting van het provinciefonds.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van het Provinciefonds.

Eindejaarsmarge

In 2025 zijn niet alle middelen overgeheveld aan de provincies. De niet-uitgekeerde bedragen worden in 2025 gestort in het provinciefonds. Het provinciefonds kent een ongelimiteerde eindejaarsmarge. Het gaat om een bedrag van 17 miljoen euro in 2025.

Technisch

Dit betreft een reallocatie binnen het provinciefonds van een uitkering (EV opcenten MRB) die eerst op de algemene uitkering is geparkeerd, maar inmiddels wordt uitgekeerd via een decentralisatie-uitkering.

Accres Gemeentefonds

Accres Gemeentefonds: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

711

2.790

4.867

6.941

9.521

0

       

Meevallers

‒ 213

     

Afrekening BCF

‒ 213

     
       

Generaal dossier

‒ 5

37

43

‒ 23

‒ 22

96

Bijstelling bbp-ontwikkeling volume

‒ 5

37

43

‒ 23

‒ 22

96

       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 32

‒ 240

‒ 234

‒ 234

‒ 234

‒ 234

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

213

     

Accrestranche 2026 Wmo

‒ 75

‒ 75

‒ 75

‒ 75

‒ 75

‒ 75

Accrestranche 2026 gemeentefonds

‒ 170

‒ 165

‒ 159

‒ 159

‒ 159

‒ 159

       

Kadercorrecties

193

206

306

237

346

436

Bijstelling bbp-ontwikkeling prijs

193

206

306

237

346

436

       

Extrapolatie

     

11.541

Extrapolatie

     

11.541

       

Stand Voorjaarsnota

654

2.793

4.982

6.920

9.611

11.839

Uitgaven

Meevallers

Afrekening BCF

Het BCF kent een jaarlijks plafond. Wanneer er aan het eind van het jaar minder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt het restant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van een overschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota 2026 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Ten opzichte hiervan wordt het bedrag met 213 miljoen euro naar beneden gecorrigeerd.

Generaal dossier

Bijstelling bbp- ontwikkeling volume

Het accres is bijgesteld op basis van de bbp-cijfers uit de CEP-ramingen van het CPB. De getoonde bedragen zijn inclusief het accres voor het Btw-compensatiefonds en betreffen het volume deel. Zie bijlage 4: Accres Gemeentefonds en Provinciefonds voor meer toelichting op de accresontwikkeling.

Overboekingen met andere begrotingen

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

Het BCF kent jaarlijks een plafond. Wanneer er aan het eind van het jaar minder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt het restant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van een overschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota 2026 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Ten opzichte hiervan wordt het bedrag met 213 miljoen euro naar beneden gecorrigeerd.

Accrestranche 2026 Wmo

In verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing, wordt in 2026 een tranche van 75 miljoen euro aan het gemeentefonds toegevoegd.

Accrestranche 2026 gemeentefonds

Op basis van de geactualiseerde bbp-ontwikkeling voor 2026 wordt de bijstelling van de accrestranche 2026 overgeheveld naar het Gemeentefonds. Het betreft een bedrag van 170 miljoen euro in 2026.

Kadercorrecties

Bijstelling bbp-ontwikkeling prijs

Het accres is bijgesteld op basis van de bbp-cijfers uit de CEP-ramingen van het CPB. De getoonde bedragen zijn inclusief het accres voor het Btw-compensatiefonds en betreffen het prijsdeel. Zie bijlage 4: Accres Gemeentefonds en Provinciefonds voor meer toelichting op de accresontwikkeling.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van het Accres Gemeentefonds.

Accres Provinciefonds

Accres Provinciefonds: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

178

353

548

736

940

0

       

Tegenvallers

14

     

Afrekening BCF

14

     
       

Generaal dossier

0

5

9

5

8

9

Bijstelling bbp-ontwikkeling volume

0

5

9

5

8

9

       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 29

‒ 14

‒ 14

‒ 14

‒ 13

‒ 12

Accrestranche 2026 provinciefonds

‒ 14

‒ 14

‒ 14

‒ 14

‒ 13

‒ 12

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

‒ 14

     
       

Kadercorrecties

18

21

36

33

45

39

Bijstelling bbp-ontwikkeling prijs

18

21

36

33

45

39

       

Extrapolatie

     

1.129

Extrapolatie

     

1.129

       

Stand Voorjaarsnota

181

366

579

760

979

1.165

Uitgaven

Tegenvallers

Afrekening BCF

Het BCF kent een jaarlijks plafond. Wanneer er aan het eind van het jaar minder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt het restant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van een overschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota 2026 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Ten opzichte hiervan wordt het bedrag met 14 miljoen euro gecorrigeerd.

Generaal dossier

Bijstelling bbp-ontwikkeling volume

Het accres is bijgesteld op basis van de bbp-cijfers uit de CEP-ramingen van het CPB. De getoonde bedragen zijn inclusief het accres voor het Btw-compensatiefonds en betreffen het volume deel. Zie bijlage 4: Accres Gemeentefonds en Provinciefonds voor meer toelichting op de accresontwikkeling.

Overboekingen met andere begrotingen

Accrestranche 2026 provinciefonds

Op basis van de geactualiseerde bbp-ontwikkeling voor 2026 wordt de bijstelling van de accrestranche 2026 overgeheveld naar het provinciefonds. Het betreft een bedrag van 14 miljoen euro in 2026.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

Het BCF kent jaarlijks een plafond. Wanneer er aan het eind van het jaar minder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt het restant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van een overschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota 2026 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Ten opzichte hiervan wordt het bedrag met 14 miljoen euro gecorrigeerd.

Kadercorrecties

Bijstelling bbp-ontwikkeling prijs

Het accres is bijgesteld op basis van de bbp-cijfers uit de CEP-ramingen van het CPB. De getoonde bedragen zijn inclusief het accres voor het Btw-compensatiefonds en betreffen het prijsdeel. Zie bijlage 4: Accres Gemeentefonds en Provinciefonds voor meer toelichting op de accresontwikkeling.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van het Accres Provinciefonds.

Prijsbijstelling

Prijsbijstelling: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

1.386

2.751

3.429

4.493

5.937

0

       

Overboekingen met andere begrotingen

‒ 1.365

‒ 1.468

‒ 991

‒ 940

‒ 933

‒ 757

Uitkeren prijsbijstelling tranche 2026

‒ 1.365

‒ 1.468

‒ 991

‒ 940

‒ 933

‒ 757

       

Kadercorrecties

‒ 21

33

558

907

1.207

1.580

Grondslagmutaties en prijsontwikkeling

‒ 21

33

558

907

1.207

1.580

       

Extrapolatie

     

5.937

Extrapolatie

     

5.937

       

Stand Voorjaarsnota

0

1.316

2.997

4.461

6.211

6.760

Uitgaven

Overboekingen met andere begrotingen

Uitkeren prijsbijstelling tranche 2026

Deze post betreft de uitkeringen van de prijsbijstelling tranche 2026 aan de departementale begrotingen. Door de taakstelling, van 380 miljoen euro per jaar vanaf 2028 uit Miljoenennota 2026, loopt de uitgekeerde prijsbijstelling af vanaf 2028.

Kadercorrecties

Grondslagmutaties en prijsontwikkeling

De begrotingsgrondslagen zijn aangepast in de Miljoenennota 2026 en bijgesteld naar aanleiding van het coalitieakkoord. De prijsindexatie volgt de ontwikkelingen van het CEP van het CPB.  

Extrapolatie

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de begroting van de Prijsbijstelling.

Motie Grinwis

Motie-Grinwis25verzoekt om bij toekomstige inhouding van de prijsbijstelling te wegen of investeringsfondsen uitgezonderd dienen te worden. Het kabinet heeft bij het eerder inhouden van de prijsbijstelling een integrale afweging gemaakt en zal dit ook bij eventuele toekomstige inhoudingen van de prijsbijstelling blijven doen. Het is daarbij goed om te benoemen dat de prijsbijstelling afhankelijk is van de omvang en prijsgevoeligheid van de betreffende begrotingen. Met name het Mobiliteitsfonds, Klimaatfonds, en de ministeries van OCW en VRO hebben veel prijsgevoelige uitgaven. Indien de begrotingsfondsen uitgezonderd worden van inhouding, komt een relatief groter deel van de korting ten lasten van onder andere de ministeries van OCW en VRO.

25

Tweede Kamer, 2025-2026, 36 800 nr. 34

Arbeidsvoorwaarden

Arbeidsvoorwaarden: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand Miljoenennota

2.785

5.880

8.954

11.540

14.542

 
       

Kadercorrecties

‒ 139

396

787

1.287

1.690

1.386

Kadercorrecties

‒ 139

396

787

1.287

1.690

1.386

       

Loonbijstelling

‒ 2.646

‒ 2.641

‒ 2.602

‒ 2.575

‒ 2.554

‒ 2.496

Loonbijstelling

‒ 2.646

‒ 2.641

‒ 2.602

‒ 2.575

‒ 2.554

‒ 2.496

       

Extrapolatie

     

17.684

Extrapolatie

     

17.684

       

Stand Voorjaarsnota

0

3.635

7.139

10.251

13.679

16.574

Uitgaven

Kadercorrecties

De begrotingsgrondslagen zijn aangepast in de Miljoenennota 2026 en bijgesteld naar aanleiding van het coalitieakkoord. Daarnaast is de loonontwikkeling voor de komende jaren structureel bijgesteld op basis van CEP. De ramingen in het CEP worden door het CPB opgesteld en zien op de ontwikkeling in de lonen en de sociale werkgeverslasten.

Loonbijstelling

Dit betreft de loonbijstelling tranche 2026 die is uitgekeerd aan de departementale begrotingen.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de reservering voor Arbeidsvoorwaarden.

Aanvullende Post

Aanvullende Post: Uitgaven

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

       

Stand Miljoenennota

‒ 2.243

5.206

6.456

4.680

5.964

4.112

       

Intensiveringen

‒ 106

12.118

17.866

22.894

19.889

24.646

1. Investering in NAVO-norm defensie 2,8% in 2030 en 3,5% in 2035

 

2.100

4.500

7.100

9.500

11.844

2. Intensivering ontwikkelingssamenwerking

 

257

257

257

257

257

3. Intensivering postennetwerk

 

35

35

35

35

35

4a. Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (militaire steun)

 

3.000

3.000

3.000

  

4b. Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (niet-militaire steun)

 

419

419

419

  

7. Investeringen in betaalbare woningen (2029 t/m 2035)

   

1.000

1.000

1.000

8. Beheer en onderhoud van infrastructuur en ontsluiting woningbouw

     

1.100

9. Prioritaire infrastructuurprojecten

  

750

750

  

10. Investeringscapaciteit woco's (vpb) (Uitvoeringskosten)

  

5

5

5

5

12. Continueren nationaal programma leefbaarheid en veiligheid

   

135

135

135

13. Investeringspakket 20 mld

150

750

1.625

1.950

2.075

2.650

14. Indirecte kostencompensatie (IKC) (2026 t/m 2035)

192

223

355

505

505

505

16. SDE++ zes nieuwe rondes 2027 t/m 2032

    

8

114

17. Continuering uitvoering klimaatbeleid medeoverheden

     

800

18. Wind op Zee (uitbreiding tot 40 GW in 2040)

7

78

88

117

91

182

21. Innovatie regionale campussen

 

100

100

100

100

100

23. Onderwijs

 

1.000

1.200

1.300

1.400

1.435

24. Media

 

50

50

50

50

50

25. (Nationale) veiligheid

 

300

400

500

600

600

26. DJI

 

75

100

100

100

100

27. Rechtsstaat

 

20

50

50

75

75

28. Gemeenschapsfonds 200 mln.

 

50

50

50

50

 

29. Jeugd en school

 

50

150

150

150

150

30. Sport

 

33

50

50

50

50

31. Versterken wijken en buurten

 

40

40

40

  

32. Medische preventie

 

33

35

35

35

35

33. Envelop tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken

 

350

350

350

350

350

45. Uitvoeringskosten verlagen vermogensgrenzen zorgtoeslag

 

5

5

5

5

5

50. Versterking van gezinnen

 

300

600

600

600

600

51. Leven lang ontwikkelen

  

100

100

100

100

52. Aanpak armoede en problematische schulden

 

125

150

150

150

150

53. Commissie sociaal minimum BES

 

30

30

30

30

30

65. Suikertaks voor producenten (uitvoeringskosten)

  

50

50

50

50

67. Ramingsbijstelling asielbegroting

‒ 729

2.113

1.969

2.111

2.107

2.107

68. Overige stabiele asielketen incl. crisisnoodopvang

241

470

422

328

32

32

Langetermijnbeleid Oekraïne

33

112

931

1.472

244

 
       

Ombuigingen

 

‒ 1.927

‒ 1.727

‒ 1.544

‒ 634

‒ 723

4. Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (bestaande middelen)

 

‒ 1.419

‒ 606

‒ 148

  

4. Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (Defensiebegroting)

 

‒ 500

‒ 800

‒ 1.000

  

43. Vrijvallen resterende envelop ouderenzorg

 

‒ 8

‒ 321

‒ 320

‒ 470

‒ 470

Beheersmaatregelen SZW

   

‒ 76

‒ 164

‒ 253

       

Tegenvallers

   

152

327

506

Reservering oploop uitvoeringstegenvaller WIA

   

152

327

506

       

Kasschuiven

‒ 13

‒ 1.691

332

621

833

222

4. Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (kasschuif 2027)

 

‒ 1.000

566

 

434

 

PEGA

‒ 1

‒ 238

 

37

 

202

Intensivering ontwikkelingssamenwerking

 

‒ 245

60

 

185

 

Standaardisatie gegevensuitwisseling

 

‒ 137

‒ 167

304

  

Klimaat overig

   

172

132

 

Toeslagen Herstel

 

‒ 89

‒ 108

154

43

 

Overige kasschuiven

‒ 12

18

‒ 19

‒ 45

39

20

       

Overboekingen Aanvullende Post

‒ 602

‒ 4.168

‒ 3.952

‒ 4.046

‒ 3.580

‒ 3.780

Overheveling middelen asiel en migratie

488

‒ 2.583

‒ 2.391

‒ 2.439

‒ 2.139

‒ 2.139

Wind op zee

‒ 5

‒ 66

‒ 6

‒ 5

‒ 5

‒ 5

Uitvoeringskosten Herstel Box 3

‒ 11

‒ 70

    

Uitvoeringskosten NFKO

‒ 12

‒ 38

‒ 40

‒ 12

‒ 12

‒ 12

Investeringspakket landbouw, natuur en stikstofaanpak

‒ 150

     

Groningen

‒ 167

‒ 123

‒ 125

‒ 22

‒ 14

‒ 37

Indirecte kostencompensatie (IKC)

‒ 192

‒ 223

‒ 355

‒ 505

‒ 505

‒ 505

Prijs- en volumeontwikkeling Defensie

‒ 490

‒ 492

‒ 502

‒ 506

‒ 796

‒ 1.031

DJI

 

‒ 30

‒ 40

‒ 40

‒ 40

‒ 40

Doorbraakmiddelen

 

‒ 414

‒ 414

   

Militaire Oekraïnesteun

   

‒ 437

  

Standaardisatie gegevensuitwisseling

 

‒ 64

    

Toeslagen Herstel

 

‒ 237

‒ 17

   

Overheveling Defensiebegroting

 

266

    

Overige overboekingen Aanvullende Post

‒ 63

‒ 94

‒ 62

‒ 80

‒ 68

‒ 10

       

Kadercorrecties

‒ 171

‒ 114

287

851

1.293

1.835

Bijstelling prijsreservering Defensie

‒ 171

‒ 127

274

851

1.293

1.835

Nominale indexatie doorbraakmiddelen

 

14

14

   
       

Loonbijstelling

14

28

31

22

20

20

Loonbijstelling

14

28

31

22

20

20

       

Prijsbijstelling

8

34

21

16

15

17

Prijsbijstelling

8

34

21

16

15

17

       

Extrapolatie

     

2.882

Extrapolatie

     

2.882

       

Technisch

‒ 246

0

0

0

‒ 271

‒ 271

71. Taakstellende kasschuif VJN 2026 i.v.m. Belastingplan 2026

 

‒ 1.000

500

500

  

Invulling taakstellende kasschuif CA

 

1.000

‒ 500

‒ 500

  

Doorschuiven reservering compensatie doorsneesystematiek 2026

‒ 246

     

Bijstelling volumereservering Defensie 2% bbp

    

‒ 271

‒ 271

       

In=uittaakstelling en aanvullende onderuitputting

‒ 1.625

 

‒ 750

‒ 700

  

Aanvullende onderuitputting een jaar doorschuiven

1.450

 

‒ 750

‒ 700

  

In=uittaakstelling

‒ 3.075

     
       

Niet-kaderrelevant

  

3.300

   

Reservering Nationale Investeringsinstelling

  

3.300

   
       

Stand Voorjaarsnota

‒ 4.984

9.485

21.864

22.946

23.856

29.465

Uitgaven

Intensiveringen

1. Investering in NAVO-norm defensie 2,8% in 2030 en 3,5% in 2035

Het kabinet investeert structureel in de versterking van de krijgsmacht. Hiermee groeien de Nederlandse NAVO-uitgaven naar 2,8% van het bbp in 2030 en 3,5% bbp in 2035. Het betreft een intensivering van circa ruim 2 miljard euro in 2027 oplopend tot 11,9 miljard euro in 2031.

2. Intensivering ontwikkelingssamenwerking

Voor ontwikkelingssamenwerking wordt structureel 257 miljoen euro vanaf 2027 beschikbaar gesteld. Deze middelen worden in afwachting van nadere uitwerking gereserveerd op de Aanvullende Post (AP).

3. Intensivering postennetwerk

Voor versterking van het postennet is structureel 35 miljoen euro vanaf 2027 beschikbaar. Deze middelen worden in afwachting van nadere uitwerking gereserveerd op de AP.

4a. Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (militaire steun)

De totale steun aan Oekraïne wordt in de jaren 2027 tot en met 2029 voortgezet met jaarlijks 3,4  miljard euro, waarvan 3 miljard euro aan militaire steun en 0,4 miljard euro aan niet-militaire steun. De bestaande plannen voor Oekraïnesteun, zowel militair als niet-militair, worden binnen deze middelen voortgezet. Een deel van de dekking (266 miljoen euro in 2027) van de bestaande plannen wordt bekostigd vanuit de Defensiebegroting. Een deel van de aanvullende middelen voor steun aan Oekraïne wordt conform het coalitieakkoord in de jaren 2027 tot en met 2029 ten laste gebracht van het reguliere budget van Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Tot slot wordt een kasschuif verwerkt op de Defensiebegroting om de aanvullende uitgaven voor de militaire steun aan Oekraïne in het integrale beeld in te passen. Deze post betreft de intensivering voor het militaire deel van steun aan Oekraïne.

4b. Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (niet-militaire steun)

Zie toelichting «Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (militaire steun)».  Deze post betreft de intensivering voor het niet-militaire deel van steun aan Oekraïne.

7. Investeringen in betaalbare woningen (2029 t/m 2035)

Voor het stimuleren van het bouwen van betaalbare woningen heeft het kabinet 1 miljard euro per jaar vanaf 2029 tot en met 2035 gereserveerd.

8. Beheer en onderhoud van infrastructuur en ontsluiting woningbouw

Voor het beheer en onderhoud en aanleg van infrastructuur voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties wordt in het Mobiliteitsfonds 1,1 miljard euro per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel 500 miljoen euro per jaar beschikbaar. Deze middelen worden in afwachting van nadere uitwerking gereserveerd op de AP.

9. Prioritaire infrastructuurprojecten

Voor lopende infrastructuurprojecten en infrastructuurprojecten die op korte termijn kunnen starten wordt eenmalig in totaal 1,5 miljard euro beschikbaar gesteld. Deze middelen worden in afwachting van nadere uitwerking gereserveerd op de AP.

10. Investeringscapaciteit woco's (vpb) (Uitvoeringskosten)

Voor de uitvoeringskosten van de maatregel uit het coalitieakkoord ten behoeve van de investeringscapaciteit woningcorporaties wordt 5 miljoen euro structureel gereserveerd op de AP.

12. Continueren nationaal programma leefbaarheid en veiligheid

Voor het stimuleren van het bouwen van betaalbare woningen heeft het kabinet 1 miljard euro per jaar vanaf 2029 tot en met 2035 gereserveerd.

13. Investeringspakket 20 mld

Voor de landbouw, natuur en stikstofaanpak wordt een investeringsbedrag van 20 miljard euro beschikbaar gesteld t/m 2035. Daarna is per jaar structureel 435 miljoen euro beschikbaar. De middelen zijn in het coalitieakkoord verdeeld over verschillende doelen en activiteiten, zoals vrijwillige beëindiging, gebiedsgerichte aanpak en zonering, innovatie- en managementmaatregelen, agrarisch natuurbeheer, natuurherstel.

14. Indirecte kostencompensatie (IKC) (2026 t/m 2035)

Om de elektriciteitskosten van energie-intensieve industrie te verlagen wordt de indirecte kostencompensatie (IKC) verhoogd en wordt de doelgroep uitgebreid. Deze reservering loopt tot en met 2035.

16. SDE++ zes nieuwe rondes 2027 t/m 2032

De subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) wordt verlengd met zes nieuwe openstellingsrondes van 2027 t/m 2032. Het gaat om een jaarlijks openstellingsbudget van 8 miljard euro.

17. Continuering uitvoering klimaatbeleid medeoverheden

Voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid door medeoverheden wordt tussen 2031 en 2040 jaarlijks 800 miljoen euro uitgetrokken.

18. Wind op Zee (uitbreiding tot 40 GW in 2040)

Voor het behalen van een elektriciteitsproductie van 40 gigawatt via windenergie op zee in 2040 worden investeringsmiddelen vrijgemaakt tot 2050. Daarnaast wordt 139 miljoen euro structureel uitgetrokken voor de integrale Noordzee investeringsopgave voor onder meer veiligheid en natuur.

21. Innovatie regionale campussen

Voor de uitvoering van de Nationale Technologiestrategie, regionale innovatieclusters, deelname aan Europese innovatieprogramma’s en publiek-private innovatieprogramma’s wordt structureel 100 miljoen euro uitgetrokken.

23. Onderwijs

Voor investeringen in het onderwijs is een envelop van structureel 1,5 miljard euro beschikbaar gesteld. Deze envelop is onder meer bedoeld voor het terugdraaien van de bezuinigingen, het regionaal investeringsfonds mbo, het verbeteren van kwaliteit en meer leraren voor de klas, het versterken van de Inspectie, investeringen in onderzoek en wetenschap en voor de koopkracht van studenten.

24. Media

Voor intensiveringen in de media is structureel 50 miljoen euro beschikbaar.

25. (Nationale) veiligheid

Voor de aanpak van de problematiek en versterking van de (nationale) veiligheid wordt 300 miljoen euro beschikbaar gesteld in 2027 oplopend naar structureel 600 miljoen euro vanaf 2030.

26. DJI

Voor Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) wordt 75 miljoen euro beschikbaar gesteld in 2027 oplopend naar structureel 100 miljoen euro voor het beschikbaar houden van cellencapaciteit.

27. Rechtsstaat

Voor het versterken van de democratische rechtsstaat wordt 20 miljoen euro in 2027 beschikbaar gesteld oplopend naar 50 miljoen euro in 2028 en 2029 en 75 miljoen euro vanaf 2030. Dit komt onder andere ten goede aan het vergroten van de toegang tot het recht, democratische vernieuwing en burgerschapsonderwijs.

28. Gemeenschapsfonds 200 mln.

Cumulatief is 200 miljoen euro gereserveerd op de AP ten behoeve van het oprichten van een gemeenschapsfonds. Hiermee wil het kabinet voorzieningen realiseren en behouden en de gemeenschapskracht versterken. De minister van BZK zal dit verder uitwerken.

29. Jeugd en school

In het coalitieakkoord is structureel 150 miljoen euro gereserveerd om de gezondheid van kinderen te verbeteren. Deze middelen zijn onder meer beschikbaar voor de uitbreiding van het programma Kansrijke start en het aanbieden van gratis schoolfruit in het primair en voortgezet onderwijs.

30. Sport

In het coalitieakkoord is structureel 50 miljoen euro gereserveerd voor sport. Deze middelen zijn onder meer beschikbaar voor investeringen in de renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties. 

31. Versterken wijken en buurten

In het coalitieakkoord is afgesproken dat geïnvesteerd wordt in het versterken van buurtregie, meer sociale cohesie en mantelzorgondersteuning. Hiervoor wordt 40 miljoen euro per jaar gereserveerd in 2027 tot en met 2029.

32. Medische preventie

In het coalitieakkoord is structureel 35 miljoen euro gereserveerd voor medische preventie. Deze middelen zijn beschikbaar om de vaccinatiegraad te verhogen door uitbreiding van de wijkgerichte aanpak. 

33. Envelop tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken

Om chronisch zieken tegemoet te komen in hun zorgkosten wordt een envelop van structureel 350 miljoen euro gereserveerd.

45. Uitvoeringskosten verlagen vermogensgrenzen zorgtoeslag

Voor de uitvoeringskosten van de maatregel uit het coalitieakkoord ten behoeve van het verlagen van de vermogensgrenzen van de zorgtoeslag wordt 5 miljoen euro structureel gereserveerd op de AP.

50. Versterking van gezinnen

Het kindgebonden budget en de kinderbijslag worden samengevoegd in één regeling en uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank. Om meer zekerheid voor ouders te creëren wordt het vaste bedrag verhoogd en wordt het variabele bedrag verlaagd, zodat alle gezinnen erop vooruitgaan. De kindbedragen worden maandelijks uitgekeerd. Voor meer eenvoud en zekerheid wordt structureel 600 miljoen euro gereserveerd.

51. Leven lang ontwikkelen

Voor Leven lang ontwikkelen komt structureel geld beschikbaar. Hiertoe worden in overleg met sociale partners gerichte maatregelen uitgewerkt.

52. Aanpak armoede en problematische schulden

Dit betreft de harmonisering van inkomensondersteunende (lokale) overheidsregelingen, zodat deze begrijpelijker worden en minder verschillen tussen gemeenten. Hiervoor wordt een envelop beschikbaar gesteld voor versterking van de bestrijding van armoede en het verder brengen van een effectieve aanpak en preventie van problematische schulden. Voor deze aanpak van armoede en problematische schulden is 150 miljoen euro structureel gereserveerd.

53. Commissie sociaal minimum BES

Voor armoedeproblematiek in Caribisch Nederland en de verdere implementatie van de aanbevelingen van de Commissie Sociaal Minimum Caribisch Nederland wordt 30 miljoen euro structureel beschikbaar gesteld.

65. Suikertaks voor producenten (uitvoeringskosten)

Voor de uitvoeringskosten van de maatregel uit het coalitieakkoord ten behoeve van de suikertaks voor producenten wordt 50 miljoen euro structureel gereserveerd op de AP.

67. Ramingsbijstelling asielbegroting

Deze middelen zijn bedoeld voor onder andere de opvangplekken bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), een deel van de incidentele meerkosten voor crisisnoodopvang, de kosten van het solidariteitsmechanisme, Vluchtelingenwerk Nederland, Meedoenbalies en een stabielere financiering van overige organisaties in de asielketen.

68. Overige stabiele asielketen incl. crisisnoodopvang

Dit betreft additionele meerkosten voor crisisnoodopvang en overige organisaties in de asielketen.

Langetermijnbeleid Oekraïne

In afwachting van besluitvorming over het langetermijnbeleid voor Oekraïne is budget voor voornamelijk opvang op de Aanvullende Post gereserveerd.

Ombuigingen

4. Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (bestaande middelen)

Zie toelichting «Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (militaire steun)». Dit betreffen de bestaande middelen Oekraïne van 1,4 miljard euro in 2027, 0,6 miljard euro in 2028 en 0,1 miljard euro in 2029.

4. Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (Defensiebegroting)

Zie toelichting «Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (militaire steun)». Dit betreffen de reguliere middelen op de Defensiebegroting van 0,5 miljard euro in 2027, 0,8 miljard euro in 2028 en 1 miljard euro in 2029.

43. Vrijvallen resterende envelop ouderenzorg

De resterende en nog niet bestemde middelen in de envelop ouderenzorg op de AP vallen vrij.

Beheersmaatregelen SZW

Voor de jaren vanaf 2029 zal nader worden gewogen hoe invulling wordt gegeven aan de beheersing van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Tegenvallers

Reservering oploop uitvoeringstegenvaller WIA

Een deel van de bijstelling van het budget voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) wordt vanaf 2029 gereserveerd op de Aanvullende Post (152 miljoen euro in 2029, oplopend naar 506 miljoen euro in 2031). In de komende maanden beraadt het kabinet zich op manieren om de instroom in de WIA te beheersen, mede in overleg met sociale partners.

Kasschuiven

4. Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (kasschuif 2027)

Zie toelichting «Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (militaire steun)». Dit betreft een kasschuif waarmee 1 miljard euro uit 2027 is geschoven. Dit gaat voor circa 0,6 miljard euro naar 2028 en voor circa 0,4 miljard euro naar 2030.

PEGA

Voor maatregelen voor de Parlementaire Enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen (PEGA) wordt een kasschuif op de AP gedaan. Het gaat hierbij voornamelijk om middelen voor Duurzaam herstel, die met deze kasschuif aansluiten bij de meerjarenraming van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Deze raming laat zien dat de uitgaven in latere jaren worden verwacht.

Intensivering ontwikkelingssamenwerking

Een deel van de beschikbare middelen in 2027 voor ontwikkelingssamenwerking wordt middels deze kasschuif in een ander ritme gezet. Hiermee wordt het Official Development Assistance (ODA)-budget in een gelijkmatiger ritme geplaatst.

Standaardisatie gegevensuitwisseling

Vanwege de complexiteit van het onderwerp, het absorptievermogen van het zorgveld en ICT-leveranciers en benodigde aanpassing door inwerkingtreding van de European Health Data Space (EHDS), vergen de plannen voor gegevensuitwisseling meer tijd. Een deel van de middelen op de AP (304 miljoen euro) komt later tot besteding en wordt middels een kasschuif vanuit 2027 en 2028 naar 2029 verschoven.

Klimaat overig

Op de AP staan middelen gereserveerd voor klimaatbeleid. In afwachting van de uitwerking hiervan is het kasritme geactualiseerd.

Toeslagen Herstel

In het kader van realistisch ramen wordt 348 miljoen euro van de middelen voor Toeslagen Herstel geschoven vanuit 2027 en 2028 naar 2026, 2029 en 2030. Deze kasschuif is deels op de begroting van Financiën en deels op de AP. Dit is enerzijds een kasschuif van 93 miljoen euro naar voren, gezien de hogere kosten voor met name wettelijke rente (67 miljoen euro) en dwangsommen en proceskostenvergoeding (33 miljoen euro) in 2026. Anderzijds wordt 197 miljoen euro naar 2029 en 57 miljoen euro 2030 geschoven doordat de brede ondersteuning door gemeenten hoger uitvalt dan geraamd en langer doorlopen door de verlenging met 1 jaar t/m 2027. Na 2027 wordt dit overgedragen naar het sociaal domein.

Overige kasschuiven

Deze post bestaat uit enkele kleinere kasschuiven.

Overboekingen Aanvullende Post

Overheveling middelen asiel en migratie

De middelen die in het coalitieakkoord beschikbaar zijn gesteld worden overgeheveld naar de begroting van Asiel en Migratie.

Wind op zee

Om realisatie van het eerstvolgende windpark mogelijk te maken worden middelen overgeheveld van de AP. Hiermee kan de uitrol van wind op zee worden voortgezet. De kaseffecten hiervan treden op na de meerjarenperiode (cumulatief 2,2 miljard euro van 2032 t/m 2046). Daarnaast worden middelen overgeheveld van de AP voor ecologische onderzoeken en locatieonderzoeken die nodig zijn voor de verdere uitrol van Wind op Zee. Dit betreft enkel het deel van de AP-reservering voor de begroting van Klimaat en Groene Groei (KGG).

Uitvoeringskosten Herstel Box 3

De Belastingdienst ontvangt middelen vanuit de AP voor de uitvoering van het rechtsherstel Box 3. Dit betreft 11 miljoen euro in 2026 en 70 miljoen euro in 2027. Het gaat hierbij om een gedeelte van de uitvoeringskosten, die gemoeid zijn met de Wet tegenbewijsregeling box 3.

Uitvoeringskosten NFKO

Voor de dekking van de uitvoeringskosten van het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang (NFKO) is een beroep gedaan op gereserveerde middelen op de AP. Hiervoor wordt budget toegevoegd aan Toeslagen.

Investeringspakket landbouw, natuur en stikstofaanpak

Met deze mutatie worden de middelen die in 2026 gereserveerd staan op de AP overgeheveld naar de begroting van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Het gaat om budget voor natuurherstel en flankerend beleid.

Groningen

Voor Groningen wordt 488 miljoen euro overgeboekt van de AP naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hiervan is 83 miljoen euro bedoeld voor het Nationaal Programma Groningen (NPG), voor reeds beoordeelde projecten. De overige middelen zijn voor het uitvoeren van maatregelen die het kabinet heeft aangekondigd naar aanleiding van het eindrapport ‘Nij Begun’ over PEGA. Het betreft met name de PEGA-maatregel Economische agenda, hiervoor wordt voor de jaren 2026 t/m 2028 100 miljoen euro per jaar overgeheveld.

Indirecte kostencompensatie (IKC)

Om de elektriciteitskosten van energie-intensieve industrie te verlagen wordt de indirecte kostencompensatie (IKC) verhoogd en wordt de doelgroep uitgebreid. De middelen hiervoor worden overgeboekt naar de KGG begroting t/m 2031 .

Prijs- en volumeontwikkeling Defensie

Deze post betreft het uitkeren van de prijstranche 2026 en volumetranches 2030 en 2031 aan het Defensiematerieelbegrotingsfonds.

DJI

Bij het coalitieakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) voor het beschikbaar houden van cellencapaciteit. Een deel van deze middelen wordt nu beschikbaar gesteld zodat DJI de opdracht kan geven voor diverse renovaties, hiervoor verplichtingen kan aangaan in 2026 en geen vertraging wordt opgelopen. Dit betreft 30 miljoen euro in 2027 en 40 miljoen euro structureel. Het overige bedrag (45 miljoen in 2027 en 60 miljoen euro structureel) blijft in afwachting van nadere uitwerking van plannen gereserveerd op de Aanvullende Post.

Doorbraakmiddelen

In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is 400 miljoen euro in 2027 en 2028 beschikbaar gesteld voor impactvolle transformaties in de zorg. Deze doorbraakmiddelen, aangevuld met twee keer 14 miljoen euro loon- en prijsbijstelling, worden overgeheveld naar de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Militaire Oekraïnesteun

Het kabinet heeft besloten om in 2026 437 miljoen euro aan aanvullende militaire steun beschikbaar te stellen voor Oekraïne. De totale militaire steun in 2026 bedraagt hiermee circa 3 miljard euro. De middelen komen uit de reservering op de AP die bij het coalitieakkoord Jetten is getroffen om de Oekraïnesteun onverminderd door te zetten. Deze post betreft de overheveling van de middelen van de AP naar de Defensiebegroting, waar de middelen naar 2026 worden verplaatst via een kasschuif.

Standaardisatie gegevensuitwisseling

Vanwege de complexiteit van het onderwerp, het absorptievermogen van het zorgveld en ICT-leveranciers en benodigde aanpassing door inwerkingtreding van de European Health Data Space (EHDS), vergen de plannen voor gegevensuitwisseling meer tijd. De middelen (64 miljoen euro) die noodzakelijk zijn om projecten en ondersteuning van systemen te kunnen voortzetten in 2027 worden overgeheveld naar de VWS-begroting, zodat geen verdere vertraging plaatsvindt en Europese afspraken gehaald kunnen worden.

Toeslagen Herstel

Ten behoeve van verschillende onderdelen van de hersteloperatie Toeslagen wordt een beroep gedaan op de reservering op de AP van 254 miljoen euro in totaal. Het gaat om onderdelen waarvoor eerder al een reservering is gemaakt in afwachting van definitieve besluitvorming. Op basis van de actuele inzichten inzake aantallen, bedragen, nu adequaat geachte aannames en gekozen richting, is de verwachting dat op dit moment niet meer budget benodigd is dan het huidige totaalbudget van 11,6 miljard euro dat meerjarig voor de hersteloperatie beschikbaar is.

Overheveling Defensiebegroting

Zie toelichting «Oekraïnesteun onverminderd doorzetten (militaire steun)». Deze post betreft de overheveling van de Defensiebegroting naar de AP (266 miljoen euro in 2027). 

Overige overboekingen Aanvullende Post

Deze post bestaat uit enkele kleinere overboekingen.

Kadercorrecties

Bijstelling prijsreservering Defensie

De defensie-uitgaven op de AP worden bijgesteld voor volume- en prijsontwikkeling op basis van de meest recente macro-economische groeiverwachtingen van het Centraal Planbureau (CPB). De reservering voor de 2%-prijsontwikkeling is neerwaarts bijgesteld, dit komt vooral doordat het geraamde bbp bij het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 neerwaarts is bijgesteld ten opzichte van het geraamde bbp bij CEP 2025. Daarnaast omvat deze post de reservering voor prijsbijstelling van de aanvullende middelen uit het coalitieakkoord. Hierdoor nemen de verwachte uitgaven in latere jaren toe.

Nominale indexatie doorbraakmiddelen

Loon- en prijsbijstelling is toegekend aan de AP-reservering voor de doorbraakmiddelen die naar VWS overgeheveld zijn. De doorbraakmiddelen zijn geïndexeerd conform de gemiddelde indexatie van de zorguitgaven.

Loonbijstelling

De tranche 2026 van de loonbijstelling wordt toegevoegd aan de AP.

Prijsbijstelling

De tranche 2026 van de prijsbijstelling wordt toegevoegd aan de AP.

Extrapolatie

Met de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2031 (t+5) toegevoegd aan de AP.

Technisch

71. Taakstellende kasschuif VJN 2026 i.v.m. Belastingplan 2026

In het coalitieakkoord is een taakstellende kasschuif van 1 miljard euro uit 2027 naar latere jaren afgesproken. Met de kasschuiven die bij Voorjaarsnota 2026 zijn verwerkt, is deze taakstellende kasschuif ingevuld.

Invulling taakstellende kasschuif CA

Zie toelichting «71. Taakstellende kasschuif VJN 2026 i.v.m. Belastingplan 2026».

Doorschuiven reservering compensatie doorsneesystematiek 2026

Met deze boeking wordt de reservering voor 2026 doorgeschoven naar 2036. Hiermee blijft vanaf 2027 voor tien jaar compensatie voor de afschaffing voor de doorsneesystematiek op de AP staan.

Bijstelling volumereservering Defensie 2% bbp

De defensie-uitgaven op de AP worden bijgesteld voor volume- en prijsontwikkeling op basis van de meest recente macro-economische groeiverwachtingen van het CPB. De reservering voor de 2%-volumeontwikkeling is neerwaarts bijgesteld, dit komt vooral doordat het geraamde bbp bij CEP 2026 neerwaarts is bijgesteld ten opzichte van het geraamde bbp bij CEP 2025.

In=uittaakstelling en aanvullende onderuitputting

Aanvullende onderuitputting een jaar doorschuiven

In de Voorjaarsnota 2025 is voor de jaren 2026 t/m 2028 aanvullende onderuitputting ingeboekt omdat naar verwachting middelen in het geplande jaar niet tot besteding zullen komen. Het gaat om 1,5 miljard euro in 2026 en 2027 en 0,7 miljard euro in 2028. Bij Voorjaarsnota 2026 wordt de aanvullende onderuitputting in 2026 afgeboekt en wordt dit in 2028 en 2029 opgeboekt. Bij Voorjaarsnota 2027 wordt bezien of deze aanvullende onderuitputting nog realistisch is. Indien dit niet het geval is, wordt bezien of (een deel van) de prijsbijstelling tranche 2027 wordt ingezet ter dekking of dat naar alternatieve dekking wordt gekeken.

In=uittaakstelling

De in=uittaakstelling is de tegenhanger van de eindejaarsmarge. De omvang van de in=uittaakstelling is gelijk aan de eindejaarsmarge 2026. Om te voorkomen dat het uitgavenkader in het volgende jaar wordt overschreden door de uitkering van de eindejaarsmarge, wordt in dat jaar tegelijkertijd een taakstelling van gelijke omvang ingeboekt. De in=uittaakstelling kent geen concrete invulling, maar wordt gaandeweg het jaar ingevuld met onderuitputting of andere meevallers. Mocht onvoldoende onderuitputting optreden, dan wordt het uitgavenkader overschreden en verslechtert het EMU-saldo.

Niet-kaderrelevant

Reservering Nationale Investeringsinstelling

Het kabinet maakt de 3,3 miljard euro van de verkoopopbrengst van TenneT Duitsland beschikbaar voor het startkapitaal van een Nationale Investeringsinstelling (NII). Deze instelling wordt binnen twee jaar na de start van het kabinet opgericht en heeft als doel om financiering te verstrekken aan projecten en bedrijven die niet zelfstandig financiering op de private financieringsmarkt kunnen ophalen, maar waarvan de investeringen maatschappelijk gewenst zijn. De NII kan bestaande instrumenten integreren, is de Nederlandse partner van de Europese investeringsbank en werkt op afstand van politiek en departementen. De instelling is gericht op private investeringen, verdringt privaat kapitaal niet en mobiliseert institutioneel kapitaal.

BIJLAGE 4 - ACCRES GEMEENTEFONDS EN PROVINCIEFONDS

Uitgangspunten en actualiteit

Gemeenten en provincies beschikken over verschillende inkomstenbronnen om de uitgaven te financieren. Eén van de belangrijkste inkomstenbronnen hiervan is de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en het Provinciefonds (GF en PF). De jaarlijkse toe- en afname van het Gemeentefonds en het Provinciefonds wordt het accres genoemd.

Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen (GF en PF) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. Conform rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief. Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeenten of provincies kan worden ingezet.

In de Voorjaarsnota is het accres voor het jaar 2026 en verder geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het bbp van het CEP door het CPB. In de berekeningen is uitgegaan van indices met één decimaal achter de komma. In tabel 14 zijn de actuele cijfers opgenomen.

Tabel 14 Indices
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Indices CPB bbp CEP 2026

      

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

1,9%

1,8%

1,7%

1,5%

2,2%

1,6%

Prijs bbp

2,9%

2,5%

2,9%

2,5%

2,6%

2,4%

Gecombineerde bbp index

4,9%

4,3%

4,6%

4,0%

4,9%

4,0%

       

Indices CPB bbp MEV 2026

      

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

1,9%

1,8%

1,7%

1,5%

2,2%

 

Prijs bbp

2,5%

2,5%

2,7%

2,5%

2,4%

 

Gecombineerde bbp index

4,4%

4,3%

4,4%

4,0%

4,7%

 
       

Verschil (nieuw-oud)

      

Volume bbp (8-jaars gemiddelde)

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

 

Prijs bbp

0,4%

0,0%

0,2%

0,0%

0,2%

 

Gecombineerde bbp index

0,4%

0,0%

0,2%

0,0%

0,2%

 

Accres gemeentefonds

Tabel 15 bevat de grondslag en de huidige accres raming zoals opgenomen in deze Voorjaarsnota op basis van de bbp cijfers uit het CEP 2026. Tabel 16 bevat het accres voor 2026 en verder zoals opgenomen in de Miljoenennota 2026. Tabel 17 bevat de mutaties in het accres tussen de stand Miljoenennota 2026 en de stand Voorjaarsnota 2026.

Tabel 15 Grondslag en accres Voorjaarsnota 2026

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Grondslag Gemeentefonds voor tranche 2026

41.770

40.506

39.098

39.059

39.012

39.019

Mutaties in grondslag Voorjaarsnota in prijspeil 2026

192

1.065

113

‒ 904

‒ 901

‒ 896

Grondslag Gemeentefonds voor tranches 2027-2031

 

41.571

39.210

38.154

38.111

38.122

       

tranche 2026 volume bbp

794

770

743

742

741

741

tranche 2026 prijs bbp

1.234

1.197

1.155

1.154

1.153

1.153

tranche 2027 volume bbp

 

784

740

721

720

720

tranche 2027 prijs bbp

 

1.108

1.046

1.019

1.018

1.018

tranche 2028 volume bbp

  

729

710

710

710

tranche 2028 prijs bbp

  

1.265

1.233

1.231

1.231

tranche 2029 volume bbp

   

656

655

655

tranche 2029 prijs bbp

   

1.110

1.108

1.109

tranche 2030 volume bbp

    

1.000

1.000

tranche 2030 prijs bbp

    

1.208

1.208

tranche 2031 volume bbp

     

763

tranche 2031 prijs bbp

     

1.162

Totaal accres Gemeentefonds

2.028

3.858

5.679

7.345

9.544

11.472

Tabel 16 Accres Miljoenennota 2026

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

tranche 2026 volume bbp

798

774

747

746

745

tranche 2026 prijs bbp

1.060

1.028

992

991

990

tranche 2027 volume bbp

 

745

719

718

717

tranche 2027 prijs bbp

 

1.089

1.051

1.050

1.049

tranche 2028 volume bbp

  

707

707

706

tranche 2028 prijs bbp

  

1.148

1.147

1.145

tranche 2029 volume bbp

   

684

683

tranche 2029 prijs bbp

   

1.123

1.122

tranche 2030 volume bbp

    

1.002

tranche 2030 prijs bbp

    

1.113

Totaal accres Gemeentefonds

1.858

3.635

5.364

7.166

9.272

Tabel 17 Mutatie in accres

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

tranche 2026 volume bbp

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 4

tranche 2026 prijs bbp

174

169

163

163

163

tranche 2027 volume bbp

 

39

21

3

3

tranche 2027 prijs bbp

 

19

‒ 5

‒ 31

‒ 31

tranche 2028 volume bbp

  

22

4

4

tranche 2028 prijs bbp

  

117

86

86

tranche 2029 volume bbp

   

‒ 28

‒ 28

tranche 2029 prijs bbp

   

‒ 13

‒ 13

tranche 2030 volume bbp

    

‒ 2

tranche 2030 prijs bbp

    

94

Totale mutatie

170

223

315

180

272

Accres Provinciefonds

Tabel 18 bevat de grondslag en de huidige accres raming zoals opgenomen in deze Voorjaarsnota op basis van de bbp cijfers uit het CEP 2026. Tabel 19 bevat het accres voor 2026 en verder zoals opgenomen in de Miljoenennota 2026. Tabel 20 bevat de mutaties in het accres tussen de stand Miljoenennota 2026 en de stand Voorjaarsnota 2026.

Tabel 18 Grondslag en accres Voorjaarsnota 2026

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Grondslag Provinciefonds voor tranche 2026

3.539

3.476

3.504

3.499

3.310

3.285

Mutaties in grondslag Voorjaarsnota in prijspeil 2026

259

165

109

19

15

10

Grondslag Provinciefonds voor tranches 2027-2031

 

3.641

3.613

3.518

3.326

3.295

       

tranche 2026 volume bbp

67

66

67

66

63

62

tranche 2026 prijs bbp

105

103

104

103

98

97

tranche 2027 volume bbp

 

69

68

66

63

62

tranche 2027 prijs bbp

 

97

96

94

89

88

tranche 2028 volume bbp

  

67

65

62

61

tranche 2028 prijs bbp

  

116

113

107

106

tranche 2029 volume bbp

   

60

57

57

tranche 2029 prijs bbp

   

102

97

96

tranche 2030 volume bbp

    

87

86

tranche 2030 prijs bbp

    

105

104

tranche 2031 volume bbp

     

66

tranche 2031 prijs bbp

     

100

Totaal accres Provinciefonds

172

334

518

672

827

986

Tabel 19 Accres Miljoenennota 2026

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

tranche 2026 volume bbp

68

66

67

67

63

tranche 2026 prijs bbp

90

88

89

89

84

tranche 2027 volume bbp

 

64

64

64

61

tranche 2027 prijs bbp

 

93

94

94

89

tranche 2028 volume bbp

  

63

63

60

tranche 2028 prijs bbp

  

103

103

97

tranche 2029 volume bbp

   

61

58

tranche 2029 prijs bbp

   

101

95

tranche 2030 volume bbp

    

85

tranche 2030 prijs bbp

    

94

Totaal accres Provinciefonds

157

312

481

642

787

Tabel 20 Mutatie in accres

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

tranche 2026 volume bbp

‒ 0

‒ 0

‒ 0

‒ 0

‒ 0

tranche 2026 prijs bbp

15

15

15

15

14

tranche 2027 volume bbp

 

5

4

2

2

tranche 2027 prijs bbp

 

3

2

‒ 0

‒ 0

tranche 2028 volume bbp

  

4

2

2

tranche 2028 prijs bbp

  

14

11

10

tranche 2029 volume bbp

   

‒ 1

‒ 1

tranche 2029 prijs bbp

   

2

1

tranche 2030 volume bbp

    

2

tranche 2030 prijs bbp

    

11

Totale mutatie

14

22

37

30

41

Doorwerking op plafond Btw-compensatiefonds

De bijdrage van het Rijk aan het Btw-compensatiefonds (hierna: BCF) kent een plafond. Dit plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds.

Het plafond van het BCF wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Hierdoor hebben decentralisaties geen effect op de ruimte onder het plafond van het BCF.

Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeente- en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeente- en provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het gemeente- en provinciefonds communicerende vaten.

Tabel 21 geeft de ontwikkeling van het BCF-plafond voor het aandeel gemeentes en provincies weer sinds Miljoenennota 2026.

Tabel 21 Ontwikkeling geraamd plafond BCF

In miljoenen euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031

BCF Plafond totaal

5.328

5.529

5.764

5.986

6.454

6.706

Plafond aandeel gemeenten MN 2026

4.678

4.848

5.059

5.254

5.651

5.875

Taakmutaties

3

19

1

0

Toevoeging accres sinds Voorjaarsnota

18

20

35

34

52

53

Plafond aandeel gemeenten VJN 2026

4.699

4.887

5.094

5.289

5.703

5.929

Uitputting gemeenten

4.045

4.061

4.043

4.042

4.042

4.042

Ruimte onder plafond gemeenten

654

827

1.051

1.246

1.661

1.887

       

Plafond aandeel provincies MN 2026

617

636

663

689

740

769

Taakmutaties

8

2

0

Toevoeging accres sinds Voorjaarsnota

3

4

7

8

12

9

Plafond aandeel provincies VJN 2026

628

642

671

697

752

777

Uitputting provincies

447

442

440

440

440

440

Ruimte onder plafond provincies

181

200

231

258

312

338

BIJLAGE 5 - BELASTING- EN PREMIEONTVANGSTEN

Tabel 22 Meerjarige raming belastingen en premies op EMU-basis (in miljoenen euro)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Indirecte belastingen

129.901

135.455

140.405

144.375

149.896

153.797

Invoerrechten

5.455

6.163

6.353

6.398

6.612

6.854

Omzetbelasting

88.231

92.233

96.105

99.551

102.944

106.179

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.646

974

965

960

905

874

Accijnzen

11.681

12.074

12.730

12.601

12.459

12.309

Overdrachtsbelasting

4.765

5.205

4.894

4.915

5.089

5.276

Assurantiebelasting

4.393

4.580

4.793

4.999

5.207

5.390

Motorrijtuigenbelasting

5.641

5.702

5.781

5.943

6.446

6.630

Belastingen op een milieugrondslag

6.738

7.228

7.476

7.572

7.945

7.985

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

640

680

692

819

1.672

1.682

Belasting op zware motorrijtuigen

93

0

0

0

0

0

Bankbelasting

617

617

617

617

617

617

       

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

222.039

232.996

246.635

259.791

270.435

280.519

Loon- en inkomensheffing

156.547

166.563

178.164

188.914

197.034

204.580

Dividendbelasting

7.086

7.233

7.682

7.998

8.413

9.058

Kansspelbelasting

1.223

1.223

1.288

1.325

1.397

1.468

Vennootschapsbelasting

52.886

53.617

55.052

57.023

58.961

60.687

Bronbelasting op rente en royalty's

59

50

51

48

46

46

Schenk- en erfbelasting

4.239

4.311

4.399

4.483

4.584

4.681

       

Overige belastingontvangsten

215

225

222

219

218

218

       

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

352.155

368.676

387.263

404.385

420.549

434.534

       

Premies werknemersverzekeringen

104.240

111.975

117.426

120.924

125.360

129.922

waarvan zorgpremies

60.696

65.060

68.252

69.348

71.933

74.657

       

Totaal belasting- en premieontvangsten

456.395

480.651

504.689

525.309

545.909

564.456

Tabel 23 Detailraming belastingen en premies 2026 op EMU-basis (in miljoenen euro)
 

Miljoenennota 2026

Voorjaarsnota 2026

Verschil

Indirecte belastingen

128.754

129.901

1.147

Invoerrechten

4.955

5.455

501

Omzetbelasting

87.800

88.231

431

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.760

1.646

‒ 114

Accijnzen

11.485

11.681

196

- Accijns van lichte olie

4.653

4.872

219

- Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.031

3.172

141

- Tabaksaccijns

2.613

2.538

‒ 75

- Alcoholaccijns

388

356

‒ 32

- Bieraccijns

463

426

‒ 37

- Wijnaccijns

337

316

‒ 20

Overdrachtsbelasting

5.007

4.765

‒ 242

Assurantiebelasting

4.318

4.393

76

Motorrijtuigenbelasting

5.494

5.641

147

Belastingen op een milieugrondslag

6.617

6.738

121

- CO2-heffing glastuinbouw

67

68

0

- Afvalstoffenbelasting

270

299

29

- Energiebelasting

4.969

5.124

155

- Waterbelasting

423

446

23

- Brandstoffenheffingen

1

1

0

- Vliegbelasting

886

799

‒ 87

- Kolenbelasting

0

1

1

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

639

640

0

Belasting op zware motorrijtuigen

79

93

15

Bankbelasting

601

617

16

    

Directe belastingen

172.530

179.319

6.789

Inkomstenbelasting

14.792

18.746

3.953

Loonbelasting

95.498

95.081

‒ 417

Dividendbelasting

7.674

7.086

‒ 588

Kansspelbelasting

1.128

1.223

95

Vennootschapsbelasting

49.656

52.886

3.230

Bronbelasting op rente en royalty's

26

59

33

Schenk- en erfbelasting

3.756

4.239

482

    

Overige belastingontvangsten

330

215

‒ 116

waarvan Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

261

261

0

    

Totaal belastingen

301.614

309.434

7.820

    

Premie volksverzekeringen

44.925

42.720

‒ 2.204

Premies werknemersverzekeringen

104.888

104.240

‒ 648

waarvan zorgpremies

61.406

60.696

‒ 710

    

Totaal belasting- en premieontvangsten

451.427

456.395

4.968

Tabel 24 Detailraming belastingen en premies 2026 op kasbasis (in miljoenen euro)
 

Miljoenennota 2026

Voorjaarsnota 2026

Verschil

Indirecte belastingen

127.714

130.262

2.547

Invoerrechten

4.941

5.425

484

Omzetbelasting

86.835

88.587

1.752

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

1.779

1.635

‒ 145

Accijnzen

11.524

11.782

258

- Accijns van lichte olie

4.675

4.897

221

- Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.045

3.210

165

- Tabaksaccijns

2.618

2.555

‒ 63

- Alcoholaccijns

383

370

‒ 13

- Bieraccijns

465

430

‒ 35

- Wijnaccijns

337

320

‒ 17

Overdrachtsbelasting

4.816

4.803

‒ 13

Assurantiebelasting

4.304

4.363

59

Motorrijtuigenbelasting

5.487

5.612

124

Belastingen op een milieugrondslag

6.687

6.690

4

- CO2-heffing glastuinbouw

124

0

‒ 123

- Afvalstoffenbelasting

272

301

29

- Energiebelasting

5.038

5.148

110

- Waterbelasting

418

439

20

- Brandstoffenheffingen

1

1

0

- Vliegbelasting

834

802

‒ 32

- Kolenbelasting

1

1

0

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

637

636

‒ 2

Belasting op zware motorrijtuigen

105

112

8

Bankbelasting

601

617

16

    

Directe belastingen

171.191

167.899

‒ 3.292

Inkomstenbelasting

13.412

7.287

‒ 6.125

Loonbelasting

95.402

95.125

‒ 277

Dividendbelasting

7.607

6.974

‒ 633

Kansspelbelasting

1.160

1.201

41

Vennootschapsbelasting

49.812

52.985

3.174

Bronbelasting op rente en royalty's

42

88

45

Schenk- en erfbelasting

3.756

4.239

482

    

Overige belastingontvangsten

330

228

‒ 103

waarvan Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

261

261

0

    

Totaal belastingen op kasbasis

299.235

298.388

‒ 848

    

Premies volksverzekeringen op kasbasis

45.021

48.072

3.051

Premies werknemersverzekeringen

104.523

103.766

‒ 757

    

Aansluiting naar EMU (KTV)

2.648

6.169

3.522

    

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

451.427

456.395

4.968

BIJLAGE 6 - FISCALE SLEUTELTABEL

De sleutels geven het budgettaire effect weer als een maatregel in 2027 wordt ingevoerd. Aangegeven is het effect van het verhogen van een tarief/korting, tenzij anders aangegeven. Verlagen geeft ongeveer hetzelfde budgettaire effect maar met omgekeerd teken tenzij apart vermeld, (+ = opbrengst; - = derving). Sleutels zijn niet optelbaar en slechts een indicatie van de budgettaire opbrengsten of kosten. De sleutels houden daar waar relevant rekening met eerste-ordegedragseffecten. De sleutels gelden alleen voor 2027. Structurele effecten kunnen afwijken.

Tabel 25 Fiscale sleuteltabel
 

Niveau 2027

per eenheid

Opbrengst per eenheid (€ mln)

Box 1

   

Tarief

   

Tarief eerste schijf (gecombineerd)

36,26%

1%-punt

3983

Tarief tweede schijf

38,19%

1%-punt

1121

Toptarief

49,50%

1%-punt

528

Aftrektarief tariefmaatregel (a)

38,19%

1%-punt

‒ 187

    

Schijflengtes (eindpunt hogere schijfgrenzen blijven hetzelfde)

Verlengen grens premie volksverzekeringen (b)

€ 39.225 (€ 41.605)

€ 1.000

‒ 271

Verlengen schijf basistarief

€ 80.516

€ 1.000

‒ 334

    

Heffingskortingen

   

Algemene heffingskorting

€ 3.152

€ 100

‒ 876

Afbouwpunt algemene heffingskorting

€ 30.809

€ 1.000

‒ 292

Arbeidskorting: maximum

€ 5.752

€ 100

‒ 501

Arbeidskorting: generiek

€ 1.008 /

€ 5.363 /

€ 5.752

€ 100

‒ 803

Afbouwpunt arbeidskorting

€ 47.636

€ 1.000

‒ 211

Afbouwpercentage arbeidskorting

6,51%

1%-punt

846

Ouderenkorting

€ 2.092

€ 100

‒ 198

Afbouwpunt ouderenkorting

€ 46.541

€ 1.000

‒ 48

Afbouwpercentage ouderenkorting

15%

1%-punt

19

Alleenstaande ouderenkorting

€ 547

€ 100

‒ 119

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

€ 2.915

€ 100

‒ 43

Opbouw inkomensafhankelijke combinatiekorting

11,45%

1%-punt

‒ 8

Jonggehandicaptenkorting

€ 934

€ 100

‒ 30

    

Overig

   

Eigenwoningforfait tot € 1.340.000  

0,30%

0,05%-punt

432

Eigenwoningforfait vanaf € 1.340.000

2,35%

0,05%-punt

8

    

Ondernemers

   

Zelfstandigenaftrek

€ 1.200

€ 100

‒ 24

Startersaftrek

€ 2.123

€ 100

‒ 6

MKB-winstvrijstelling

12,70%

1%-punt

‒ 176

    

Box 2

   

Schijfgrens op € 69.607

   

Tarief lage schijf

24,50%

1%-punt

140

Tarief hoge schijf

31,00%

1%-punt

150

    

Box 3

   

Tarief

36%

1%-punt

154

Heffingsvrij vermogen

€ 59.357

€ 1.000

‒ 18

    

Schenk- en erfbelasting

   

tarief

   

Schijfgrens op € 162.636

   

Tariefgroep 1 (partners en kinderen)

   

0 ‒ € 162.636

10%

1%-punt

128

€ 162.636 en meer

20%

1%-punt

69

Tariefgroep 1a ((achter)kleinkinderen)

   

0 ‒ € 162.636

18%

1%-punt

4

€ 162.636 en meer

36%

1%-punt

1

Tariefgroep 2 (overige verkrijgers)

   

0 ‒ € 162.636

30%

1%-punt

29

€ 162.636 en meer

40%

1%-punt

17

Schijflengte

   

Verlengen eerste schijf

€ 162.636

€ 10.000

‒ 35

    

VPB

   

Schijfgrens op € 200.000

   

Lage tarief

19%

1%-punt

603

Algemene tarief

25,8%

1%-punt

1.235

Innovatiebox

9%

1%-punt

158

    

WBSO

   

Tarief eerste schijf niet-starters

36%

1%-punt

‒ 19

Tarief eerste schijf starters

50%

1%-punt

‒ 1

Schijfgrens verhogen

€ 380.000

€ 25.000

‒ 11

Tarief tweede schijf

16%

1%-punt

‒ 50

    

Kansspelbelasting

   

Tarief verhogen

37,8%

1%-punt

16

    

Belastingen van rechtsverkeer

   

Overdrachtsbelasting verlaagd tarief woningen

2%

0,5%-punt

397

Overdrachtsbelasting algemeen tarief

10,4%

0,5%-punt

25

Overdrachtsbelasting algemeen tarief woningen

7,0%

0,5%-punt

40

Assurantiebelasting tarief

21%

1%-punt

213

    

BTW tarief

   

Algemeen tarief

21%

1%-punt

3.678

Lage tarief

9,0%

1%-punt

1.296

    

Belastingen op milieugrondslag

eurocent

  

Belasting op leidingwater

44,82

1 cent

11

Vliegbelasting

divers

10%

98

Afvalstoffenbelasting

41,87

1 euro

7

    

Energiebelasting (EB)

   

Aardgas in eurocenten per m3

eurocent

  

0 ‒ 1.000

60,06

1 cent

63

1.000-170.000

60,06

1 cent

29

170.000 ‒ 1 mln

33,09

1 cent

13

1 mln ‒ 10 mln

21,40

1 cent

19

> 10 mln

5,31

1 cent

33

    

Elektriciteit in eurocenten per kWh

eurocent

  

0 ‒ 2.900

9,16

1 cent

223

2.900 ‒ 10.000

9,16

1 cent

47

10.000 ‒ 50.000

6,67

1 cent

82

50.000 ‒ 10 mln

3,74

1 cent

380

> 10 mln. (particulier gebruik)

0,38

1 cent

37

> 10 mln (zakelijk gebruik)

0,31

1 cent

249

Verhogen belastingvermindering EB per aansluiting

519,80

€ 10

‒ 108

    

Autobelastingen

   

Motorrijtuigenbelasting personenauto en bestelauto particulier

divers

1%

46

Motorrijtuigenbelasting bestelauto ondernemer

divers

1%

6

Belasting van personenauto's en motorrijwielen voor personenauto's

divers

1%

10

    

Brandstofaccijnzen per liter

eurocent

  

Benzineaccijns (ongelood)

0,851

1 cent

53

Dieselaccijns (zwavelvrij)

0,671

1 cent

42

LPG-accijns (d = 0,54 kg/l)

0,242

1 cent

3

    

Alcoholaccijns per liter

eurocent

  

Gedistilleerd (per liter ad 100%)

divers

10%

35

Bier

divers

10%

40

Wijn

divers

10%

30

    

Tabaksaccijns (c)

euro

  

Sigaretten (per pakje van 20 stuks)

7,81

€ 0,10 p/p

0

Shag (per pakje van 50 gram)

17,35

€ 0,10 p/p

0

    

Verbruiksbelasting alcoholvrije dranken

euro

  

Sap, frisdrank en alcoholarme dranken (per hectoliter)

26,13

10%

58

    

Bankenbelasting

   

Tarief langlopende schulden (d)

0,029%

0,001%-punt

21

 

(a) Sleutel geldt alleen voor verhoging aftrektarief, budgettaire gevolgen zijn niet symmetrisch.

(b) Tussen haakjes staat het bedrag dat geldt voor personen geboren vóór 1-1-1946

(c) De verwachting is dat bij de huidige hoogte van de tabaksaccijns, verhogingen tot sterke

gedragseffecten zullen leiden waardoor uiteindelijk de extra opbrengst volledig teniet worden

gedaan. Uiteindelijk kan hierdoor nog maximaal een budgettaire opbrengst behaald worden van

€ 9 miljoen. Voor een verlaging van de accijns van € 0,10 per pakje geldt een sleutel van

€ 6 miljoen voor sigaretten en € 1 miljoen voor shag.

(d) Het tarief voor kortlopende schulden is twee keer zo hoog als het tarief voor

langlopende schulden. Bij een verhoging wordt aangenomen dat deze verhouding gelijk blijft.

 

Versie maart 2026

BIJLAGE 7 - OPMERKELIJKE BELASTINGCONSTRUCTIES

Het kabinet heeft in de kabinetsreactie op het IBO Vermogensverdeling die op Prinsjesdag 2022 naar de Kamer is gestuurd, toegezegd met een jaarlijkse lijst van opmerkelijke belastingconstructies te komen en deze als bijlage bij de Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer te sturen.26 Dit is voor het eerst gebeurd in de Voorjaarsnota 2023 op basis van een uitgebreide inventarisatie. 27

De huidige lijst bevat de zeven constructies van de lijst van vorig jaar met daaraan twee ‘nieuwe’ constructies toegevoegd. Van de zeven bekende constructies is een actualisatie gemaakt van de stand van zaken van de aanpak. Van de twee nieuwe constructies wordt een beschrijving gegeven hoe deze constructie werkt, wat het voordeel is voor de belastingplichtige en wat het handelingsperspectief is voor de overheid om de constructie aan te pakken.28

De twee ‘nieuwe’ constructies zijn:

  • 1. Papieren schenkingen

  • 2. Leningen met onzakelijke voorwaarden of een zogenoemde onzakelijke lening

De zeven constructies die ‘nieuw’ waren op de lijst van vorig jaar dan wel waar de aanpak op dit moment wordt onderzocht zijn:

  • 1. Samenwerkingsverbanden IB-ondernemer met eigen bv;

  • 2. Dividendstripping;

  • 3. Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s om maximaal te profiteren van renteaftrek;

  • 4. Lucratiefbelangregeling;29

  • 5. Vruchtensappen met ‘een vleugje zuivel’;

  • 6. Estate planning: in het zicht van het overlijden van een van de echtgenoten de gerechtigdheid tot het vermogen van de huwelijksgemeenschap wijzigen;

  • 7. Onbelaste toegang tot lijfrentekapitaal;

Zeven constructies die ten tijde van de Voorjaarsnota 2025 al waren aangepakt (bij Belastingplan 2025, Belastingplan 2024, Eindejaarsregeling 2024, Fiscale Verzamelwet 2025 dan wel in de uitvoering opgelost) komen in deze Voorjaarsnota niet terug.

Hierna volgt allereerst een overzichtstabel met de stand van zaken van de aanpak van de genoemde negen constructies. Daarna volgt een beschrijving van elk van deze constructies.

Tabel 26 Stand van zaken aanpak belastingconstructies

«Nieuwe» belastingconstructies

Stand van zaken aanpak

1.  Papieren constructies

Openstaand: mogelijke aanpak is beschreven1

2.  Leningen met onzakelijke voorwaarden of een zogenoemde onzakelijke lening

Openstaand: aanpak wordt onderzocht

Eerder in deze bijlage beschreven constructies

Stand van zaken aanpak

3.  Samenwerkingsverbanden IB-ondernemer met eigen bv

Openstaand: aanpak wordt onderzocht

4. Dividendstripping

Openstaand:Naar verwachting dit voorjaar internetconsultatie van vier mogelijke maatregelen. Daarna weging of en zo ja welke aanvullende maatregelen worden voorgesteld.

5. Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s om maximaal te profiteren van renteaftrek

Openstaand:De antifragmentatiemaatregel in Belastingplan 2025 is bij amendement geschrapt. Naar aanleiding van de motie Van Eijk/Vermeer wordt op dit moment in kaart gebracht welke antimisbruikmaatregelen andere EU-landen hebben geïmplementeerd om belastingconstructies waarbij misbruik wordt gemaakt van de generieke renteaftrekbeperking te bestrijden (Kamerstukken II 2024/25 36 602, nr. 104). De Kamer wordt hier voor 1 juli over geïnformeerd.

6. Lucratiefbelangregeling2

Aangepakt met een wetsvoorstel in het Belastingplan 2026. Inwerking maatregel uitgesteld naar 2028.

7. Vruchtensappen met «een vleugje zuivel»

Is aangepakt met een wetsvoorstel in Belastingplan 2026

8. Estate planning: in het zicht van het overlijden van een van de echtgenoten de gerechtigdheid tot het vermogen van de huwelijksgemeenschap wijzigen

Is aangepakt met een wetsvoorstel maatregel in Belastingplan 2026

9. Onbelaste toegang tot lijfrentekapitaal

Is aangepakt met een wetsvoorstel in Fiscale verzamelwet 2026

1

Met de beschrijving van deze maatregelen wordt tevens invulling gegeven aan de toezegging van voormalig staatssecretaris van Financiën Heijnen om opties in kaart te brengen om papieren schenkingen tegen te gaan (Kamerstukken II 2025/26, 33836, nr. 288).

2

De lucratiefbelangregeling is op zichzelf geen belastingconstructie maar levert wel een ongelijke belastingdruk op inkomen uit arbeid voor werkenden.

1. Papieren schenkingen

a) Basisregeling en fiscale context

De schenk- en erfbelasting kennen een progressieve tariefstructuur met een tarief eerste schijf en een tarief tweede schijf, maar wel verschillende progressieve tarieven afhankelijk van de relatie met de verkrijger. Daarnaast kent de schenk- en erfbelasting verschillende vrijstellingen afhankelijk van de relatie met de verkrijger.

Tabel 27 De schijven en tarieven voor de schenk- en erfbelasting 2026

Grondslag

Tarief partners en kinderen

Tarief (achter)kleinkinderen

Tarief overige verkrijgers

€ 0 - € 158.669

10%

18%

30%

> € 158.669

20%

36%

40%

Tabel 28 Vrijstellingen voor de schenk- en efbelasting 2026

Vrijstelling in euro’s

Erfbelasting

Schenkbelasting

Partner1

€ 828.035

€ 2.769 (jaarlijks)

Kind

€ 26.230

€ 6.908 (jaarlijks)

Kind (18 ‒ 40 jaar)

 

€ 33.129 (eenmalig)

Kind

 

€ 69.009 (eenmalig voor dure studie)

Invalide kind

€ 78.671

 

Ouder

€ 62.110

 

Kleinkind

€ 26.230

€ 2.769 (jaarlijks)

Overige verkrijgers

€ 2.769

€ 2.769 (jaarlijks)

1

Het partnerbegrip is voor ongehuwden anders dan voor andere belastingen. Belangrijke voorwaarden zijn een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgverplichting of ten minste 5 jaar samenwonend.

Papieren schenkingen stellen de schenker in staat om een schenking te doen zonder het geschonken vermogen direct uit te betalen. Het is dan mogelijk om te schenken ondanks dat de schenker het vermogen niet liquide beschikbaar heeft, bijvoorbeeld omdat het nog vastzit in het huis van de schenker. De begiftigde verkrijgt een vordering op de schenker. Papieren schenkingen worden hetzelfde belast als reguliere schenkingen. De schenker kan de papieren schenking op elk moment aflossen, maar de vordering is doorgaans pas opeisbaar door de begiftigde bij het overlijden van de schenker, maar kan mogelijk ook opeisbaar zijn als de schenker in een Wlz-instelling wordt opgenomen.30 Een papieren schenking die op het moment van het overlijden van de schenker nog niet is afgelost, vormt een schuld van de nalatenschap als de papieren schenking is vastgelegd in een notariële akte en de schenker jaarlijks een rente van 6% aan de begiftigde heeft betaald.

b) Hoe werkt het?

De schenker, meestal de (groot)ouder, schenkt een bedrag op papier aan de begiftigde, meestal een (klein)kind, tot maximaal het bedrag van de jaarlijkse of eenmalig verhoogde vrijstelling of tot maximaal het bedrag van de vrijstelling plus de lengte eerste schijf. Een papieren schenking kan eenmalig worden gedaan, maar ook meerdere jaren of jaarlijks. Een grootouder met voldoende vermogen kan bijvoorbeeld jaarlijks het bedrag van de jaarlijkse vrijstelling op papier schenken aan ieder van diens kinderen en kleinkinderen. De schenker betaalt jaarlijks 6% rente aan de betreffende begiftigden over het totaal van het aan die persoon op papier geschonken bedrag. De rentevergoeding is geen schenking en leidt daardoor tot een voor de schenkbelasting onbelaste vermogensoverdracht.

Papieren schenkingen kunnen de grondslag voor de erfbelasting uithollen. Bij overlijden van de schenker is een deel van zijn vermogen al via de rentebetalingen overgegaan naar zijn nabestaanden. Daarnaast vormen kwalificerende papieren schenkingen een schuld van de nalatenschap van de schenker en drukken daarmee de waarde van zijn nalatenschap en daardoor de grondslag voor de erfbelasting. Door die lagere grondslag wordt een lager bedrag tegen het progressieve tarief van de tweede en/of eerste schijf belast en valt een groter deel van het vermogen dat overgaat naar de (klein)kinderen onder het tarief van de eerste schijf en/of de vrijstelling. Als de schenker een deel van zijn vermogen tijdens leven wil overdragen, bijvoorbeeld na verkoop van zijn huis, dan kan hij dat geheel of gedeeltelijk doen door de papieren schenkingen af te lossen. De aflossing is geen schenking en dus is dat deel van de vermogensoverdracht niet belast met schenkbelasting. Door de aflossing is het deel van het in totaal door de schenker aan de begiftigde overgedragen vermogen dat belast wordt tegen het tarief van de tweede en/of eerste schijf van de schenkbelasting lager.

Een papieren schenking leidt bij de schenker tot een schuld die de box 3-grondslag verlaagt. Dit kan leiden tot een (hoger) recht op toeslagen en/of een lagere eigen bijdrage voor zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz) respectievelijk voor ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Bij de begiftigde leidt een papieren schenking juist tot een hogere box 3-grondslag.

c) Wat is het uiteindelijke voordeel?

Het voordeel in de schenk- erfbelasting kan oplopen tot het tarief van de tweede schijf (20%, 36% of 40%) van het totale bedrag van de papieren schenkingen plus het totale bedrag van de rentebetalingen. Het voordeel kan verder oplopen als de schenker door de papieren schenkingen meer toeslagen ontvangt of een lagere bijdrage voor de Wlz of Wmo verschuldigd is.

d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?

Hierna worden twee maatregelen beschreven die het gebruik van papieren schenkingen minder aantrekkelijk maken. Als beide maatregelen worden genomen, dan zal het gebruik van papieren schenkingen naar verwachting flink afnemen. Het effect van de tweede maatregel is het grootst.

Met de beschrijving van deze maatregelen wordt tevens invulling gegeven aan de toezegging van voormalig staatssecretaris van Financiën Heijnen om opties in kaart te brengen om papieren schenkingen tegen te gaan. 31

1. Lagere rentevergoeding

Momenteel is de schenker een jaarlijkse rente van 6% verschuldigd over de papieren schenkingen. Dit percentage is het forfait van de rekenrente in de schenk- en erfbelasting. In het aan het begin van dit jaar uitgewerkte ambtelijke moderniseringsvoorstel van de forfaits in de schenk- en erfbelasting wordt geadviseerd de rekenrente te actualiseren op basis van de huidige marktrentes en de huidige levensverwachting en deze periodiek te actualiseren.32 De gemoderniseerde rekenrente per 1 januari 2028 wordt op basis van de huidige renteverwachtingen geraamd op 3%, hetgeen fors lager is dan de huidige 6%. Deze maatregel heeft twee effecten. Ten eerste neemt het voordeel van een papieren schenking af doordat er via rentebetalingen minder vermogen zonder schenkbelasting overgedragen kan worden. Ten tweede kan het papieren schenkingen aantrekkelijker maken. Door de lagere rentevergoeding kunnen schenkers met een relatief beperkt liquide vermogen in totaal een hoger bedrag op papier schenken. Het eerste effect is naar verwachting groter, waardoor per saldo minder fiscaal voordeel met papieren schenkingen behaald zal worden dan nu het geval is.

2. Fictieve verkrijging voor de schenk- en erfbelasting

Bij deze maatregel wordt het progressievoordeel in de schenk- en erfbelasting van de hoofdsom van een papieren schenking weggenomen. Dit wordt bereikt door het bedrag van papieren schenkingen dat tijdens leven wordt afgelost of dat opeisbaar is na overlijden hetzelfde (progressief) te belasten als wanneer die geldoverdracht of dat overlijden had plaatsgevonden zonder voorafgaande papieren schenking. In de schenkbelasting wordt een fictieve verkrijging opgenomen van de aflossing van een papieren schenking door de schenker. In de erfbelasting wordt een fictieve verkrijging opgenomen van het bedrag van (het nog niet afgeloste deel van) de papieren schenking op het moment van overlijden van de schenker. Eventueel eerder over de papieren schenking betaalde schenkbelasting kan worden verrekend om dubbele belastingheffing te voorkomen.

2. Via leningen met onzakelijke voorwaarden of een zogenoemde onzakelijke lening rendement op vermogen onbelast of laag belast doen toekomen aan natuurlijk personen

a) Basisregeling en fiscale context

Verstrekken van lening met onzakelijke voorwaarden of onzakelijke lening is een schenking van een rentevoordeel

Op grond van de Successiewet 1956 wordt schenkbelasting geheven over de waarde van verkrijgingen krachtens schenking. Een renteloze of laagrentende lening die is verstrekt aan een natuurlijk persoon (bijvoorbeeld het kind van de crediteur) is wel een bevoordeling van de debiteur maar het is geen schenking van de hoofdsom. Er is immers een terugbetalingsverplichting. De debiteur is verrijkt door het overrendement vanwege de te lage rente. Het verschil is een gift als de rente lager is met de bedoeling de debiteur te bevoordelen. 33

Debiteur is een natuurlijk persoon - vruchtgebruikleer

Als de debiteur een natuurlijk persoon is wordt het rentevoordeel wordt aangemerkt als vruchtgebruik en als zodanig belast. Dit betekent, kort gezegd, dat de omvang van de gift wordt gesteld op 6%34 van de hoofdsom minus de overeengekomen rente. De uitkomst wordt vervolgens op grond van de Successiewet 1956 belast door middel van de systematiek van artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (kapitalisatie).

Lening met onzakelijke voorwaarden

In de praktijk worden ‘leningen met onzakelijke voorwaarden’ verstrekt waarbij – gezien het risico – een passend rentepercentage (ruim) hoger is dan 6%, terwijl de overeengekomen rente lager is. In die gevallen blijft heffing echter beperkt tot het verschil tussen het overeengekomen percentage en 6% en blijft heffing in het geheel achterwege als het overeengekomen rentepercentage ten minste 6% is. Deze systematiek leidt ertoe dat het mogelijk is door het verstrekken van dergelijke laagrentende leningen onbelast of laag belast de mogelijkheid op toekomstig overrendement te doen toekomen aan verbonden personen.

Onzakelijke lening

Ook worden aan verbonden personen leningen verstrekt die onafhankelijke partijen gezien het debiteurenrisico helemaal niet zouden verstrekken. Dat zijn ‘onzakelijke leningen’. Hoewel voor de onzakelijke leningen het risico nog groter is en er helemaal geen rente is vast te stellen is de behandeling van de onzakelijke lening in de schenkbelasting hetzelfde. Dus heffing is beperkt tot het verschil ten opzichte van 6% en heffing blijft in het geheel achterwege als het overeengekomen rentepercentage ten minste 6% is.  

Leningen aan een rechtspersoon zoals een bv – geen vruchtgebruikleer

In het geval de lening met onzakelijke voorwaarden of de onzakelijke lening niet is verstrekt aan een natuurlijk persoon maar aan diens bv, bestaat de verrijking bij de natuurlijk persoon niet uit het rentevoordeel als zodanig, maar uit de waardestijging van de aandelen van die bv. Het standpunt van de Belastingdienst is dat deze waardestijging niet wordt berekend via de vruchtgebruikleer maar volgens de hoofdregel van artikel 21, eerste lid, Successiewet 1956 (voordeel in aanmerking nemen naar de waarde in het economische verkeer).35De juistheid van dit standpunt wordt in de fiscale vakliteratuur echter betwist, waarbij auteurs stellen dat de waardestijging belast moet worden volgens de vruchtgebruikleer. Als in een procedure komt vast te staat dat het standpunt van de Belastingdienst onjuist is, zal de constructie voortaan ook werken bij verstrekking van leningen aan rechtspersonen zoals een bv.

b) Hoe werkt het?

Het volgende voorbeeld maakt de gift door risicovol financieren van beleggingen van een verbonden persoon duidelijk:

Voorbeeld

Vader heeft een beleggingsportefeuille met een (verwacht) jaarlijks rendement van 12%, de waarde van de portefeuille bedraagt 15 miljoen euro. Dochter koopt de portefeuille over voor een bedrag van 15 miljoen euro, dit bedrag blijft zij volledig schuldig. Voor deze schuld worden geen zekerheden gesteld, de rente bedraagt 3% en de schuld hoeft pas na 20 jaar te worden afgelost. Vader blijft dus het risico lopen: als de beleggingsportefeuille in waarde daalt of teniet gaat en de dochter de schuld niet kan voldoen, raakt dit de vader. Als de beleggingen goed renderen is zijn rendement evenwel gemaximeerd op 3%. In wezen laat vader zich dus een jaarlijks geschat rendement ontgaan van 12% ‒ 3% = 9% van 15 miljoen euro= 1.350.000 euro per jaar. De omvang van de schenking wordt echter berekend met als uitgangspunt 6% ‒ 3% = 3% van 15 miljoen euro = 450.000 euro per jaar.

c) Wat is het uiteindelijke voordeel?

Als – zoals in het voorbeeld – de debiteur een natuurlijk persoon is, is het voordeel dat het rendement (geheel of deels) onbelast toekomt aan die persoon ander. In veel situaties kan de overnemer van het onderliggende vermogensbestanddeel (in het voorbeeld de beleggingsportefeuille) dit zelf niet financieren of niet de zakelijke prijs betalen. Door de koopsom schuldig te blijven tegen onzakelijke voorwaarden beschikt de verbonden persoon in wezen over het vermogen zonder dat het (belast) wordt geschonken. Hetzelfde geldt voor het verstrekken van een onzakelijke lening aan een verbonden persoon waarmee deze goed renderende vermogensbestanddelen verwerft.

Als de debiteur een rechtspersoon zoals een bv is en het standpunt van de Belastingdienst juist is dat gewaardeerd moet worden naar de waarde in het economische verkeer, dan is er voor die situatie voor de Successiewet 1956 geen voordeel c.q. geen constructie te onderkennen. Als dat standpunt evenwel onjuist is en de waardering volgens de vruchtgebruikleer verloopt, dan is het fiscale voordeel ook te verkrijgen in deze situatie.

d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?

Het handelingsperspectief voor de overheid verschilt afhankelijk van de situatie.

  • Voor leningen verstrekt aan rechtspersonen zoals een bv kan de Belastingdienst een belastingplichtige uitnodigen tot het doen van aangifte als belastingplichtige niet uit zichzelf aangifte heeft gedaan. Na de aangifte kan een discussie ontstaan over de waardering van het voordeel, waarbij de Belastingdienst het standpunt inneemt dat de waardestijging van de aandelen belast moet worden naar de waarde in het economische verkeer.

  • Voor leningen versterkt aan natuurlijke personen kan naar huidige wetgeving en jurisprudentie niet voorkomen worden dat de materiële bevoordeling geheel of gedeeltelijk onbelast blijft. Met andere woorden, de handhaving door de Belastingdienst blijft beperkt tot een heffing op basis van het verschil tussen het rentepercentage van 6% en de overeengekomen rente.

Een maatregel die de materiële bevoordeling belast bij leningen met onzakelijke voorwaarden en onzakelijke leningen kan deze constructie aanpakken. Het is wenselijk dat een dergelijke maatregel tevens duidelijkheid geeft over de waarderingsmaatstaf in het geval een rechtspersoon (zoals een bv de debiteur) is. Een dergelijke maatregel wordt op dit moment onderzocht.36

3. Samenwerkingsverbanden IB-ondernemer en eigen bv

Twee basissituaties zijn in dit kader relevant om te benoemen. De winst uit onderneming van een ondernemer voor de inkomstenbelasting (IB-ondernemer) is belast in box 1, waarbij de IB-ondernemer aanspraak kan maken op de MKB-winstvrijstelling37 en, onder voorwaarden, de ondernemersaftrek (bestaande uit zelfstandigenaftrek - inclusief startersaftrek - , aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, en stakingsaftrek). Winst van een lichaam (zoals een bv) wordt belast in de vennootschapsbelasting (tegen 19% of 25,8%)38, gevolgd door heffing in box 2 bij (onder andere) uitkeringen vanuit de bv aan de directeur-grootaandeelhouder (dga). 39Daarnaast zal de gebruikelijkloonregeling toepassing vinden: de dga wordt geacht een loon te krijgen dat normaal is voor het niveau en de duur van zijn arbeid waarover loonbelasting is verschuldigd (als voorheffing op belastingheffing in box 1). In deze situatie bestaat geen aanspraak op de MKB-winstvrijstelling en ondernemersaftrek. Deze faciliteiten zijn alleen beschikbaar voor IB-ondernemers in box 1 en gelden niet voor de vennootschapsbelasting en box 2.

a) Hoe werkt het?

Ingeval een dga onderneemt in een bv is, zoals hiervoor omschreven, vennootschapsbelasting verschuldigd over de winst van de bv, box 2-heffing verschuldigd over uitkeringen van de bv aan de dga en loonbelasting/box 1-heffing verschuldigd over het (gebruikelijk) loon van de dga.

De dga kan ervoor kiezen om een samenwerkingsverband (bijvoorbeeld een vennootschap onder firma) met zijn eigen bv aan te gaan. De bv brengt alle activa en passiva van de onderneming in het samenwerkingsverband in. De dga brengt arbeid in (de arbeid waarvoor hij hiervoor het (gebruikelijke) loon ontving). De onderneming van de bv wordt door het aangaan van het samenwerkingsverband ook gedreven voor rekening en risico van de belastingplichtige natuurlijk persoon. De belastingplichtige natuurlijk persoon kwalificeert hierdoor als ondernemer voor de inkomstenbelasting.

In deze aangepaste situatie wordt het winstaandeel dat de dga als IB-ondernemer geniet (voor zijn ingebrachte arbeid) belast in box 1 als winst uit onderneming, waarbij hij aanspraak maakt op onder andere de MKB-winstvrijstelling. Zijn arbeidsinkomen wordt hierdoor niet meer bepaald op grond van de regels rond het gebruikelijke loon en de belastingdruk over het arbeidsinkomen wordt zo lager.   

b) Wat is het uiteindelijke voordeel?

Het voordeel van het aangaan van het samenwerkingsverband met de eigen bv is dat de arbeid van de dga niet langer wordt belast als loon (eventueel met toepassing van de gebruikelijkloonregeling) (in box 1 tegen maximaal 49,5%), maar als winst uit onderneming (ook in box 1 tegen maximaal 49,5%) waarbij de MKB-winstvrijstelling en, onder voorwaarden, ondernemersfaciliteiten kunnen worden toegepast. Dit leidt voor het geheel tot een lagere belastingdruk. Het winstinkomen in de bv wordt belast tegen het Vpb-tarief van 19% of 25,8%40 en pas belast in box 2 op het moment dat de winst daadwerkelijk wordt uitgekeerd.

d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid

Op dit moment wordt een aanpak van de constructie onderzocht waarbij aanmerkelijkbelanghouders door middel van een samenwerkingsverband tussen de eigen bv en de eigen persoon als IB-ondernemer de gebruikelijkloonregeling ontwijken door arbeidsgerelateerde activiteiten buiten de bv te houden en daarvoor als IB-ondernemer ondernemersfaciliteiten (de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling) te claimen die eigenlijk niet voor hen zijn bedoeld . en Een mogelijke aanpak ziet erop dat er geen gebruik meer kan worden gemaakt van deze fiscale faciliteiten ingeval winst uit een dergelijk samenwerkingsverband wordt genoten.

Onderzocht wordt welke ongewenste neveneffecten aan deze insteek kleven om zowel over- als underkill te voorkomen. Er wordt gekeken naar proportionaliteit, het gelijkheidsbeginsel, of het mogelijk is de aanpak voldoende duidelijk op de doelgroep af te bakenen. Daarbij wordt ook gekeken naar de uitvoerbaarheid van de aanpak.

4. Dividendstripping

a) Basisregeling en fiscale context

Dividendbelasting wordt, kort gezegd, geheven over opbrengsten (zoals dividenden) die aandeelhouders behalen uit aandelen in een vennootschap die in Nederland is gevestigd. De dividendbelasting wordt ingehouden door de Nederlandse vennootschap tegen een tarief van 15% van de opbrengst. In binnenlandse situaties is de dividendbelasting een voorheffing op de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. Nederlandse aandeelhouders kunnen de dividendbelasting verrekenen met de door hen verschuldigde Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Daarnaast kent de wet voor bepaalde situaties een inhoudingsvrijstelling of een mogelijkheid tot teruggave op verzoek. Zo kan bijvoorbeeld een aandeelhouder die vrijgesteld is van winstbelasting, zoals een pensioenfonds, een verzoek doen om teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting. Daarnaast kan bijvoorbeeld voor dividenduitkeringen binnen concernverband in deelnemingssituaties onder voorwaarden een inhoudingsvrijstelling van toepassing zijn. Buitenlandse aandeelhouders zullen in de meeste gevallen niet onderworpen zijn aan de Nederlandse inkomstenbelasting dan wel vennootschapsbelasting. Voor buitenlandse aandeelhouders is in voorkomende gevallen het verdragstarief van toepassing en zal de dividendbelasting vaak een eindheffing zijn. Aandeelhouders (veelal in het buitenland) kunnen door het aangaan van een samenstel van transacties proberen de Nederlandse dividendbelasting te verminderen. In sommige gevallen is daarbij sprake van dividendstripping.

b) Hoe werkt het?

Bij dividendstripping wordt de economische en juridische gerechtigdheid tot dividenden opgesplitst om een dividendbelastingvoordeel te behalen. De economische gerechtigdheid bij de opbrengst van de aandelen (dividenden) blijft rusten bij de oorspronkelijke aandeelhouder waardoor de oorspronkelijke aandeelhouder het belang bij de inkomsten en waardestijgingen van de aandelen blijft houden. Hiervoor wordt bijvoorbeeld het juridisch eigendom van de aandelen (tijdelijk) uitgeleend aan een andere partij die recht heeft op een gunstigere behandeling voor de dividendbelasting dan de oorspronkelijke aandeelhouder. Deze gunstigere positie kan bijvoorbeeld betrekking hebben op een recht op verrekening, teruggaaf of vermindering van de Nederlandse dividendbelasting waartoe de oorspronkelijke (buitenlandse) aandeelhouder geen of een beperkter recht heeft. Hierdoor wordt de heffing van dividendbelasting beperkt of voorkomen. De partijen die hierbij betrokken zijn, zullen over het algemeen het hieruit voorvloeiende voordeel (de dividendbelasting) delen. Hierbij is vaak ook een (professionele) tussenpersoon betrokken die beide partijen bij elkaar brengt en daarvoor wordt beloond. Hoewel de verschijningsvormen van dividendstripping in de praktijk heel divers en zeer complex kunnen zijn, werkt vrijwel elke vorm van de dividendstripping in de kern op de hiervoor beschreven wijze.

c) Wat is het uiteindelijke voordeel?

Vermindering (gedeeltelijk of geheel) van Nederlandse dividendbelasting.

Met ingang van 1 januari 2024 is een aantal maatregelen ter versterking van de aanpak van dividendstripping in werking getreden. Deze maatregelen waren onderdeel van het Wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2024. Door deze maatregelen is de bewijslastverdeling aangepast ter verbetering van de bewijspositie van de inspecteur. Voorts is een nadere invulling gegeven aan het begrip «samenstel van transacties», teneinde opsplitsing van belangen binnen concernverband en verhulling over de landsgrenzen heen te voorkomen. Tot slot is de zogenaamde «registratiedatum» wettelijk vastgelegd. Aan de hand van deze registratiedatum wordt bepaald wie gerechtigd is tot de opbrengst van aandelen die publiekelijk worden verhandeld en – in het verlengde daarvan en afhankelijk van de overige voorwaarden – recht heeft op verrekening, vrijstelling, teruggaaf of vermindering van dividendbelasting.

In de memorie van toelichting bij deze maatregelen is een onderzoek aangekondigd naar aanvullende maatregelen tegen dividendstripping. Op 27 juni 2025 is een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de uitkomsten van dit onderzoek.41Uit het onderzoek komen vier mogelijke maatregelen naar voren. Deze worden uitgewerkt in een consultatiedocument dat naar verwachting dit voorjaar in internetconsultatie wordt gegeven. De Eerste en Tweede Kamer worden over de uitkomsten van de internetconsultatie geïnformeerd en mede aan de hand van de internetconsultatie kan besloten worden of en zo ja welke aanvullende maatregelen worden voorgesteld.

5. Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s om maximaal te profiteren van renteaftrek

a) Basisregeling en fiscale context

De earningsstrippingmaatregel is een algemene renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting. De earningsstrippingmaatregel beperkt de aftrekbaarheid van het verschil tussen de rentelasten en de rentebaten van geldleningen (saldo aan renten) bij het bepalen van de winst. Het saldo komt niet in aftrek voor zover dat meer bedraagt dan het hoogste van 24,5% van de EBITDA42of 1 miljoen euro. De maatregel is afkomstig uit de eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking (ATAD1) en is per 1 januari 2019 in de vennootschapsbelasting geïmplementeerd. Nederland heeft gekozen voor een robuuste implementatie die op onderdelen verder gaat dan de in ATAD1 opgenomen minimumstandaard. Als gevolg van de keuze voor een robuuste implementatie wordt niet alleen opgetreden tegen grondslaguitholling, maar wordt vooral een meer gelijke fiscale behandeling van eigen vermogen en vreemd vermogen bij alle belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting nagestreefd.

b) Hoe werkt het?

Bij het bepalen van de winst kunnen bedrijven het saldo aan renten niet in aftrek brengen voor zover dat meer bedraagt dan het hoogste van 24,5% van de EBITDA of de drempel van 1 miljoen euro. Deze drempel geeft bedrijven een prikkel om met vreemd vermogen gefinancierde investeringen op te knippen over verschillende vennootschappen en daarmee de rentelasten zodanig te alloceren dat het saldo van de rentelasten en rentebaten onder de drempelwaarde blijft. De Belastingdienst ziet dit in de praktijk inderdaad ook gebeuren ten aanzien van investeringen in door vastgoed bv’s met aan derden verhuurd vastgoed. Bij de opzet van structuren wordt het vastgoed verspreid over Nederlandse vennootschappen. Dit vastgoed wordt gefinancierd met vreemd vermogen.

De rente over de leningen ter financiering van het vastgoed is in beginsel aftrekbaar bij het bepalen van de winst. Omdat het vastgoed en de bijbehorende financiering is verdeeld over verschillende vennootschappen blijft het saldo aan rentelasten en rentebaten onder de grens van 1 miljoen euro.

c) Wat is het uiteindelijke voordeel?

De rente op de leningen kan tot aan de drempel volledig in aftrek worden gebracht, ongeacht de omvang van de EBITDA. Het is daarmee mogelijk het betalen van Vpb in zijn geheel te ontwijken.

d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?

Om het opknipgedrag te bestrijden werd in het Belastingplan 2025 voorgesteld om de drempel van de earningsstrippingmaatregel voor vastgoedlichamen met (aan derden) verhuurd vastgoed buiten toepassing te laten (oftewel de drempelwaarde wordt 0). Deze antifragmentatiemaatregel is bij amendement geschrapt.43Naar aanleiding van de motie Van Eijk/Vermeer44is in de Kamerbrief van 26 juni 202545inzichtelijk gemaakt welke antimisbruikbepalingen andere EU-landen hebben geïmplementeerd om belastingconstructies te bestrijden die erop gericht zijn om de earningsstrippingmaatregel te ontwijken. In deze brief is tevens vermeld dat drie maatregelen om het ontwijken van de earningsstrippingmaatregel door fragmentatie nader worden onderzocht, te weten: (1) introductie van een concernbegrip bij de toepassing van de drempel in de earningsstrippingmaatregel, (2) een beperking van de drempel in de earningsstrippingmaatregel bij excessieve groepsfinanciering en (3) een specifieke antimisbruikbepaling ten aanzien van schulden van verbonden lichamen of natuurlijk personen. Het streven is de Kamer in april 2026 over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren.

6. Lucratiefbelangregeling en mogelijke alternatieven

a) Basisregeling en fiscale context

Het gaat hier over beloningsstructuren die met name in de private equitysector gebruikelijk zijn en de wijze waarop de beloningen afkomstig van deze structuren fiscaal in de heffing wordt betrokken. Managers in deze sector ontvangen als onderdeel van hun beloningsstructuur doorgaans vermogensbestanddelen waarmee zij hoge rendementen kunnen behalen (ook wel ‘carried interest’ genoemd)46. De rendementen op ‘carried interest’ staan in een geringe verhouding tot het door de manager geïnvesteerde kapitaal en/of het feitelijk op de investering gelopen risico en zijn daarom (deels) disproportioneel. Het disproportionele gedeelte van het rendement is dan in feite een beloning voor arbeid (belast in box 1 van de inkomstenbelasting) en niet voor het geïnvesteerde kapitaal (belast in box 3). In de praktijk wordt het inkomen uit carried interest echter meestal in box 2 van de inkomstenbelasting tegen een tarief van maximaal 31% (2026) belast en niet in box 1 tegen een tarief van maximaal 49,5%. Met name als de nettorendementen op de als bonus uitgereikte aandelenpakketten disproportioneel zijn ten opzichte van het geïnvesteerde bedrag en/of het te lopen risico, kan het verkregen rendement ook wel als inkomen uit arbeid gezien worden.

b) Hoe werkt het?

Volgens de huidige wetgeving wordt carried interest in de hoofdregel belast als inkomen uit resultaat uit overige werkzaamheden in box 1. De belastingplichtige kan er voor kiezen deze heffing in box 1 inruilen voor een heffing in box 2 onder de voorwaarde dat de belastingplichtige het lucratief belang inbrengt in een kapitaalvennootschap (de ‘aanmerkelijkbelangvariant’).

Vervolgens dient de kapitaalvennootschap de voordelen uit lucratief belang voor minimaal 95% door te stoten naar de aanmerkelijkbelanghouder in privé. Anders gezegd, de kapitaalvennootschap moet de voordelen uit lucratief belang voor minstens 95% uitkeren aan de belastingplichtige private equitymanager. Als de belastingplichtige aan deze voorwaarde voldoet, behoren deze voordelen niet langer tot het box 1-inkomen van de belastingplichtige maar uitsluitend tot de box 2-voordelen. Deze verplichting zorgt ervoor dat de heffing in box 2 direct plaatsvindt en voorkomt daarmee uitstel van belastingheffing in box 2. De belastingplichtigen betalen dan over de voordelen uit lucratief belang maximaal 31% inkomstenbelasting in box 2 in 2026. Daarbij geldt dat er vaak geen sprake is van vennootschapsbelasting over de door de kapitaalvennootschap ontvangen voordelen uit lucratief belang vanwege de deelnemingsvrijstelling, zodat de voordelen uit lucratief belang alleen worden belast in box 2. Als de vennootschap het voordeel (rendement) niet of niet voldoende doorstoot naar de aanmerkelijkbelanghouder, zijn de voordelen uit lucratief belang dubbel belast, zowel in box 1 als in box 2 bij latere uitdeling van de voordelen naar privé.

Voor veel belastingplichtigen zal de aanmerkelijkbelangvariant doorgaans financieel voordeliger zijn dan belastingheffing in box 1, afgezien van de situaties waarin sprake is van een verlies. In de praktijk zullen dus de als arbeidsbeloning ontvangen vermogensbestandsdelen meestal worden ingebracht in een kapitaalvennootschap zodat het rendement op dit vermogen tegen de lagere tarieven in box 2 wordt belast. Het hoogste tarief in box 1 is 49,5% en in box 2 is het hoogste tarief 31% in 2026. Dat is een verschil van 18,5%-punt.

c) Wat is het uiteindelijke voordeel?

Het uiteindelijke voordeel kan voor de individuele belastingplichtige groot zijn. Zoals hiervóór is uiteengezet, bedraagt het verschil tussen het hoogste tarief in box 1 en het hoogste tarief in box 2 momenteel 18,5%-punt.

d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?

Vóór de invoering van de lucratiefbelangregeling nam de Belastingdienst het standpunt in dat het disproportionele gedeelte van het rendement in feite een beloning is voor arbeid en niet een opbrengst van het geïnvesteerde kapitaal, zoals belanghebbenden stelden. Mede vanwege het grote verschil in belastingdruk tussen box 1 en box 3 leidde dit destijds vaak tot discussie tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst. Die discussie ging over de vraag of sprake is van een opbrengst van arbeid (box 1) dan wel een opbrengst van het geïnvesteerd kapitaal die belast is tegen een forfaitaire heffing van (toen nog) 4% vermenigvuldigd met het box 3-tarief van 30%. In box 3 leverde dat een effectieve heffing van 1,2% op over de waarde van de carried interestrechten of managementparticipaties. Omdat deze discussie complex en sterk feitelijk is, resulteerde deze discussie vaak in een compromis tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst47. Daarbij werd met een heffing in box 2 inclusief een dooruitdelingsplicht het midden gevonden tussen box 1 en box 3. Dit compromis is in grote lijnen als uitgangspunt genomen bij de vormgeving van de lucratiefbelangregeling per 1 januari 2009. Met deze wetgeving kan de Belastingdienst zonder complexe discussies de werkelijk behaalde voordelen uit lucratief belang belasten op het moment van realisatie. In de huidige praktijk hanteert de Belastingdienst voor carried interestrechten en bepaalde managementparticipaties als hulpmiddel een rekenmodel waarmee bepaalbaar is wat de minimumprijs is voor de verwerving van lucratieve rechten/belangen. Daarmee kan de Belastingdienst de gevolgen voor de loonbelasting bij toekenning van de lucratieve rechten/ belangen beoordelen.

Bij de parlementaire behandeling van de lucratiefbelangregeling is destijds onderkend dat in veel gevallen uitsluitend de box 2-heffing aan de orde zal zijn en geen box 1-heffing. Desondanks is destijds een amendement van het toenmalige Kamerlid Irrgang48 verworpen om de aanmerkelijkbelangvariant te schrappen. De toenmalige staatssecretaris van Financiën noemde daarbij de volgende argumenten: 49

  • Beloningsinstrumenten zoals een carried interest bevatten ook elementen van een vergoeding op geïnvesteerd kapitaal, zodat de inkomstenbelastingheffing in box 2 met een uitkeringsverplichting evenwichtig is.

  • De belastingdruk via box 2 loopt internationaal in de pas.

  • Een eenduidige keuze voor een heffing in box 1 is niet goed voor het vestigingsklimaat.

  • In de praktijk sloot de Belastingdienst met belastingplichtigen al diverse vaststellingsovereenkomsten (vso’s) met belastingplichtigen waarbij de uitkomst was dat de carried interest in box 2 was belast. Deze uitkomst bleek effectief voor de discussie of de voordelen in box 1 of in box 3 belast moeten zijn.

Tijdens het debat over extreem rijken op 4 april 2024 is de motie Idsinga c.s. aangenomen. Deze motie verzoekt de regering de lucratiefbelangregeling zo aan te passen dat managers die actief zijn in de private equitysector over hun carried interest (voordelen uit lucratief belang) worden belast naar het progressieve tarief van box 1 van de inkomstenbelasting.50Naar aanleiding van deze motie heeft de toenmalige staatssecretaris Van Rij toegezegd nader onderzoek te doen naar de huidige lucratiefbelangregeling in de Wet inkomstenbelasting 2001. Het onderzoeksrapport op 13 februari 2025 naar de Kamer gestuurd.51Zoals hiervoor geschetst heeft de lucratiefbelangregeling in de praktijk voor duidelijkheid en rechtszekerheid gezorgd zowel voor belastingplichtigen als de Belastingdienst. De motie Idsinga c.s. van 4 april 2024 betekende in dat opzicht en gelet op de ontstaansgeschiedenis een fundamentele wijziging van de bestaande regeling. In het onderzoeksrapport is ook het risico onderkend dat de belastingheffing in box 1 waartoe motie Idsinga c.s. van 4 april 2024 oproept bij de toepassing van de lucratiefbelangregeling mogelijk niet (geheel) geeffectueerd kan worden onder de huidige Nederlands belastingverdragen. Daarvoor verwijst het rapport naar de lopende procedure over de toepassing van het belastingverdrag met Duitsland en de lucratiefbelangregeling. In dat kader kan gemeld worden dat inmiddels ook uitspraak is gedaan in hoger beroep door Hof ’s-Hertogenbosch. 52

In het onderzoeksrapport zijn ten slotte twee beleidsopties beschreven die zijn aangeboden voor internetconsultatie.

  • 1. Heffing lucratief belang als loon dan wel als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1;

  • 2. Het invoeren van een multiplier voor de heffingsgrondslag van box 2.53

Ter uitvoering van een nieuwe motie Idsinga c.s. van 25 juni 2025, is in het Belastingplan 2026 een grondslag verbredende maatregel voorgesteld voor belastingplichtigen die de zogenoemde aanmerkelijkbelangvariant toepassen op hun inkomen uit lucratief belang en waarvan de voordelen zijn belast in box 2 en deze in te laten gaan op 1 januari 2026.54In de motie is concreet verzocht om ‘een wetsvoorstel als onderdeel van het Belastingplan 2026 in te dienen dat voordelen behaald door private equity managers in box 2 zwaarder [worden] belast’. De grondslagverbreding houdt in dat de grondslag voor inkomen uit een middellijk gehouden lucratief belang wordt verbreed met een multiplier. Hierdoor wordt de belastingdruk op de betreffende voordelen uit een middellijk gehouden lucratief belang effectief verhoogd tot maximaal 36%. Als gevolg van het amendement-Van Eijk c.s. is de inwerkingtreding van de voorgestelde maatregel uitgesteld tot 1 januari 2028.55 In het amendement wordt de motivatie voor uitstel naar deze datum uitgebreid toegelicht. Een van de redenen is dat op die datum de inwerkingtreding van het voorstel Wet werkelijk rendement box 3 is voorzien. Verder is bij de behandeling van het Belastingplan 2026 tevens de motie Dijk aangenomen. In die motie wordt de regering onder meer opgeroepen om het belastingvoordeel voor private-equitymanagers af te schaffen. 56

Uitstel van de inwerkingtreding van de multipliermaatregel in het Belastingplan 2026 biedt ook de gelegenheid om - in lijn met de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport en de reacties uit de internetconsultatie – te overwegen een meer fundamentele oplossing voor de lucratiefbelangregeling uit te werken. Dit omdat de fraudebestendigheid van multipliermaatregel onder druk kan komen te staan, zoals aangegeven in de Uitvoeringstoets van het Belastingplan 2026. Gedacht kan worden aan de hierboven genoemde eerste beleidsoptie uit het onderzoeksrapport (in het rapport alternatief a genoemd), waarbij de lucratiefbelangregeling meer dan nu in de loonbelasting wordt ingebed. Daarbij kan desgewenst ook rekening gehouden kan worden met de hoogte van de belastingdruk op carried-interest in het buitenland met het oog op een aantrekkelijk vestigingsklimaat waardoor de marginale belastingdruk ook lager kan zijn dan het hoogste tarief in box 1. Een dergelijk alternatief kan – afhankelijk van de uiteindelijke vormgeving – ook recht doen aan de bovengenoemde moties Idsinga c.s. van 25 juni 2025 respectievelijk motie Dijk.

7. Aanpak vruchtensappen «met een vleugje zuivel»

a) Basisregeling en fiscale context

De verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken kent van oudsher een uitzondering voor de belasting van zuivel- en sojadranken. Zuivel- en sojadranken bevatten namelijk belangrijke voedingsstoffen als eiwit, calcium en vitamines B2 en B12. Zowel (ongezoete, halfvolle en magere) zuivel als sojadrank met maximaal 6 gram suiker en verrijkt met calcium en vitamine B2 en B12 staan in de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum, dat de wetenschappelijke richtlijnen voor een gezond en duurzaam voedselpatroon vertaalt. De huidige vormgeving van de uitzondering sluit aan bij het melkvetgehalte van dranken.57 Deze uitzondering kent een aantal ongewenste effecten. Door de toevoeging van een zeer geringe hoeveelheid melkvet kunnen alcoholvrije dranken van de verbruiksbelasting worden uitgezonderd. Dit gebeurt in de praktijk bijvoorbeeld bij sappen die worden aangeboden «met een vleugje zuivel». Ook zijn op dit moment58bijvoorbeeld chocolade- en frambozenmelk (die vaak veel suiker bevatten) van de verbruiksbelasting uitgezonderd.

b) Hoe werkt het?

Producenten voegen aan vruchten- en groentesappen of frisdranken een geringe hoeveelheid zuivel toe en als gevolg hiervan vallen deze dranken onder de uitzondering voor zuivel- en sojadranken in de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Over deze producten hoeft dientengevolge geen verbruiksbelasting te worden betaald.

c) Wat is het uiteindelijke voordeel?

Over de vruchten- en groentesappen of frisdranken «met een vleugje zuivel» hoeft geen verbruiksbelasting van 26,13 euro per 100 liter te worden betaald.

d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?

In het Belastingplan 2026 is besloten dat de zuiveluitzondering per 2027 wordt aangepast zodat deze alleen komt te gelden voor de meest pure zuivel- en sojadranken, zoals magere-, halfvolle- en volle melk. Door de aanpassing zullen zowel producten «met een vleugje zuivel» als chocolade- en frambozenmelk (of soortgelijke zuiveldranken met veel suiker) worden belast met verbruiksbelasting.

8. Estate planning in relatie tot het huwelijksvermogenrecht in het zicht van overlijden

a) Basisregeling en fiscale context

De Belastingdienst signaleert toenemende aandacht voor estate planning in relatie tot het huwelijksvermogensrecht. Door een arrest van de Hoge Raad van 16 februari 202459is duidelijk geworden dat het mogelijk is om erfbelasting te ontwijken door in huwelijkse voorwaarden de gerechtigdheid tot de huwelijksgoederengemeenschap aan te passen. Daardoor daalt de verwachte nalatenschap van de echtgenoot die vermoedelijk als eerste overlijdt. Dit kan tot een zeer forse besparing van erfbelasting leiden, terwijl er evenmin schenkbelasting verschuldigd is. Dergelijke constructies zijn lastig te bestrijden door de Belastingdienst. In de zaak die leidde tot het arrest van de Hoge Raad werd een gerechtigdheid van 90% voor de vermoedelijk langstlevende echtgenoot en slechts 10% voor de andere echtgenoot afgesproken. De nalatenschap van laatstgenoemde echtgenoot – waarover erfbelasting is verschuldigd – was daardoor veel kleiner dan bij een standaard 50/50 verdeling.

b) Hoe werkt het?

Voorbeeld:

A en B zijn gehuwd in gemeenschap van goederen (met gelijke breukdelen, dat is ieder 50%) en hebben geen kinderen. De huwelijksgemeenschap bedraagt 10 miljoen euro. A en B wijzigen hun huwelijkse voorwaarden en bepalen daarin dat B nog maar voor 5% tot de huwelijksgemeenschap is gerechtigd en A voor 95%. Als B overlijdt, bedraagt diens nalatenschap 5% van 10 miljoen euro (500.000 euro) in plaats van 50% (5.000.000 euro). Dit levert een besparing van erfbelasting op van circa 900.000 euro. Door de wijziging is A bij het overlijden van B immers op grond van het huwelijksvermogensrecht gerechtigd tot 95% van het gemeenschappelijke vermogen in plaats van tot 50%. De verkrijging krachtens huwelijksvermogensrecht is onbelast.

c) Wat is het uiteindelijke voordeel?

Door de wijziging van de huwelijkse voorwaarden is A bij het overlijden van B op grond van het huwelijksvermogensrecht gerechtigd tot 95% van het gemeenschappelijke vermogen in plaats van tot 50% daarvan. De verkrijging krachtens huwelijksvermogensrecht is onbelast.

d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?

Door het arrest van de HR kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen sprake zijn van belastbaarheid (namelijk in geval van fraus legis). Omdat deze en andere constructies via het huwelijksvermogensrecht als onwenselijk worden beschouwd en als gevolg van dit arrest vermoedelijk vaker zullen voorkomen, gaf dit arrest aanleiding tot wetswijziging. Met het Belastingplan 2026 is besloten dat wanneer sprake is van een gemeenschap van goederen waartoe beide echtgenoten voor ongelijke breukdelen zijn gerechtigd of een ‘ongelijk verrekenbeding’, schenk- of erfbelasting wordt geheven voor zover een belastingplichtige meer dan 50% verkrijgt bij ontbinding van die gemeenschap of op grond van het verrekenbedingbeding.

9. Maatregelen tegen onbelaste toegang tot lijfrentekapitaal

a) Basisregeling en fiscale context

In de aangifte inkomstenbelasting kunnen voor een lijfrente premies in aftrek worden gebracht als uitgaven voor inkomensvoorzieningen. In de praktijk kan het zich voordoen dat een lijfrente waarvoor premies in aftrek zijn gebracht niet (langer) voldoet aan de wettelijke voorwaarden. Dit kan ertoe leiden dat een dergelijke lijfrente onbelast kan worden genoten.  

b) Hoe werkt het?

In een lijfrenteovereenkomst bij de eigen vennootschap kan bijvoorbeeld (doorgaans onbewust) zijn verzuimd om op te nemen dat de lijfrente niet afgekocht mag worden. Er is dan in principe sprake van een niet kwalificerende lijfrente. Als er wel lijfrentepremies in aftrek zijn gebracht en die aftrek staat definitief vast (aangiften kunnen niet meer gecorrigeerd worden) leidt dit tot een onevenwichtigheid. De lijfrentepremies zijn in aftrek gebracht maar de uitkeringen zijn niet belast. De belastingplichtige kan zich dan namelijk beroepen op het gebrek in de lijfrenteovereenkomst. Als er geen kwade opzet in het spel is (wat moeilijk is te bewijzen) kan de Belastingdienst een dergelijke lijfrente niet in de heffing betrekking.

c) Wat is het uiteindelijke voordeel?

Gerechtigden tot een lijfrente krijgen hiermee onbelast toegang tot hun lijfrentekapitaal. Afhankelijk van de hoogte van het lijfrentekapitaal kan dat meer of minder zijn.

d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?

Het is onwenselijk als een lijfrente niet kan worden belast waarvoor wel uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking zijn genomen. Dat is een inbreuk op de omkeerregel waarbij de aanspraak onbelast is en de uitkering wel wordt belast. Met de Fiscale Verzamelwet 2026 (FVW2026) is besloten om voor niet (langer) kwalificerende lijfrenten te bepalen dat indien een dergelijke lijfrente tot uitkering komt deze uitkeringen worden aangemerkt als belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen. Dit heeft tot gevolg dat de uitkeringen wel in de belastingheffing betrokken kunnen worden.  

26

Kamerstukken II 2022-23, 36200, nr. IX-4.

27

Kamerstukken II 2023-24, 32140, nr. 175.

28

Naar aanleiding van de motie Idsinga (Kamerstukken II, 2023-24, 25087 nr. 335) is de lucratiefbelangregeling benoemd in de bijlage Opmerkelijke belastingconstructies van vorig jaar, maar verder niet beschreven. Dat is dit jaar voor het eerst.

29

Hoewel deze regeling op zichzelf geen belastingconstructie is, zorgt deze regeling er wel voor dat het inkomen uit arbeid van werkende personen niet altijd gelijk wordt belast. 

30

In een schenkingsovereenkomst kunnen extra voorwaarden overeengekomen zijn waardoor de ontstane schuld eerder opeisbaar is, zoals bij een opname van de schenker in een Wlz-instelling waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is.

31

Kamerstukken II 2025/26, 36812, nr. 115, p. 41

32

Kamerstukken II 2025/26, 32140, nr. 288.

33

Zie ECLI:NL:HR:2024:518, r.o. 5.4, zie ook de eerdere arresten ECLI:NL:HR:1981:AW9635 en ECLI:NL:HR:1972:AX4808. Voor direct opeisbare leningen geldt overigens dat deze belast zijn op grond van artikel 15 Successiewet 1956 en dat bij die bepaling niet getoetst wordt aan het civiele giftbegrip.

34

Huidige percentage van artikel 21, veertiende lid, Successiewet 1956 juncto artikel 10 van het Uitvoeringbesluit Successiewet 1956. Het voornemen bestaat om dit percentage te moderniseren, zie Kamerstukken II 2025/26, 32140, nr. 288. Brief van de staatssecretaris van Financiën ‘Modernisering forfaits gebaseerd op de rente en levensverwachting in de schenk- en erfbelasting’. Het nieuwe percentage wordt bij aanvang geraamd op 3% (zie bijlage 3 bij genoemde brief).

35

Zie het kennisgroepstandpunt KG:063:2024:9 Gift, bevoordeling bij verstrekken onzakelijke lening aan een bv (https://kennisgroepen.belastingdienst.nl/publicaties/kg06320249-gift-bevoordeling-bij-verstrekken-onzakelijke-lening-aan-een-bv/) en de Handreiking omvang schenking bij onzakelijke gelieerde financieringen aan lichamen (S&E) (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2025/02/19/handreiking-omvang-schenking-bij-onzakelijke-gelieerde-financieringen-aan-lichamen-s-e).

36

In de brief ‘Modernisering forfaits gebaseerd op de rente en levensverwachting in de schenk- en erfbelasting’ die op 12 januari 2026 door de voormalige staatssecretaris naar de Tweede Kamer is gestuurd is aangegeven dat het zijn voornemen is om de onzakelijke lening uit te sluiten van de toepassing van het forfait en nog bekeken zal worden welke waarderingswijze het meest geschikt is voor deze schenkingen.

37

Een vermindering van de belastinggrondslag ten bedrage van 12,7% van het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit een of meer ondernemingen nadat dit bedrag is verminderd met de ondernemersaftrek.

38

19% voor winsten tot en met € 200.000 en 25,8% voor het gedeelte van de winst daarboven.

39

Bij een aandelenbelang van 5% of meer is – globaal gezegd - sprake van een aanmerkelijk belang voor box 2. Hier gaan we ervan uit dat er een dga is die alle aandelen houdt.

40

Afhankelijk van het winstniveau kan de aangepaste situatie ertoe leiden dat de winst in de Vpb volledig onder het opstaptarief van 19% valt en niet langer (deels) onder het reguliere tarief van 25,8%.

41

Kamerstukken II 2024/25, 32140, nr. 263.

42

Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization

43

Kamerstukken II 2024/25 36 602, nr. 55.

44

Kamerstukken II 2024/25 36 602, nr. 104.

45

Kamerstukken II 2024/25, 36 602, nr. 161.

46

Hierbij wordt opgemerkt dat niet alleen carried-interest onder het bereik van de lucratiefbelangregeling valt, maar ook andere voordelen uit managementparticipatieregelingen waarbij wordt voldaan aan het wettelijke beloningsoogmerk en sprake is van een bepaalde hefboom (dat is of er sprake is van een relatief zeer groot (lucratief) rendement in relatie tot het risico dat door de persoon wordt gedragen).

47

In het rapport wordt benoemd dat de huidige lucratiefbelangregeling – inclusief de vormgeving van de aanmerkelijkbelangvariant voor de heffing in box 2 – heeft geleid tot rechtszekerheid voor zowel belastingplichtigen met een lucratief belang als de Belastingdienst. Dat is vooral van belang omdat carried interest- en managementparticipatiestructuren divers en complex zijn. In veel gevallen voorkomt de huidige vormgeving van de lucratiefbelangregeling dan ook arbeidsintensieve discussies tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst over de vraag of sprake is van een lucratief belang, over de waardering bij de verkrijging van een lucratief belang en of er loonvoordelen zijn. Voor de Belastingdienst is deze goede afstemming gunstig omdat de Belastingdienst op die manier relatief eenvoudig toezicht kan houden.

48

Kamerstukken II, 2007/08, 31459, nr. 14

49

Handelingen II 3 september 2008, 107, p . 7869-7871 en Handelingen I 9 december 2008, 13, p. 617.

50

Kamerstukken II 2023/24, 25087, nr. 335.

51

Kamerstukken II 2024/25, 32140, nr. 225.

52

Hof ’s-Hertogenbosch, 28 januari 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:189.

53

In de antwoorden op Kamervragen van de leden Idsinga en Stultiens is het voorgaande ook nader toegelicht. Zie brief Staatssecretaris van Financiën, 7 mei 2025, antwoorden op Kamervragen over onderzoek lucratiefbelangregeling

54

Kamerstukken II 2024/25, 36725, nr. 29

55

Kamerstukken II 2025/26, 36812, nr. 109

56

Kamerstukken II 2025/26, 36 812, nr. 98.

57

Zie artikel 9, derde lid, onderdeel a, Wet verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, dat luidt: «Als limonade wordt niet aangemerkt: a) de uit melk of melkproducten bereide drank met een gehalte aan melkvetten van 0,02%mas of meer waarin zich melkeiwit en melksuiker bevinden, niet zijnde een uit wei of weiproducten vervaardigde drank»

58

‘Op dit moment’ slaat op de situatie vòòr 2026 toen er nog geen maatregel was genomen.

59

HR 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:239.

BIJLAGE 8 - VERMOGENSVERDELING IN BEELD

De hier gepresenteerde cijfers geven een beeld van de vermogensopbouw, -verdeling en – ontwikkeling van huishoudens in Nederland, inclusief informatie over schenkingen en erfenissen. De bron voor de vermogensgegevens is het Integraal Inkomens- en Vermogensonderzoek van het CBS.

De cijfers over 2006 t/m 2023 zijn definitief en de cijfers over 2024 zijn voorlopig. De bedragen in alle figuren zijn gemiddelde bedragen.

De cijfers zijn tevens te vinden op de site van het CBS. Aanvullende cijfers zijn als interactieve grafieken beschikbaar in het dashboard Vermogen in vogelvlucht.

Figuur 4

Figuur 5

Figuur 6

Figuur 7

Figuur 8

Figuur 9

Figuur 10

Figuur 11

BIJLAGE 9 - INVESTERINGEN NETBEHEERDERS

In lijn met het advies van de 17e Studiegroep Begrotingsruimte en het IBO Bekostiging elektriciteitsinfrastructuur zijn in deze bijlage de investeringsprognoses van de netbeheerders en de verwachte ontwikkeling in de nettarieven weergeven. De in deze bijlage genoemde cijfers komen uit het rapport Financiële Impact Energietransitie voor Netbeheerders (FIEN2026) dat is gemaakt door PwC in opdracht van Netbeheer Nederland.

De investeringen van de netbeheerders maken geen onderdeel uit van de Rijksbegroting, maar zijn voorgefinancierd met eigen vermogen, verstrekt door de aandeelhouders ((mede)overheden), en vreemd vermogen aangetrokken op de markt. Deze investeringen worden terugverdiend via de nettarieven, de maximale tarieven worden vastgesteld door de ACM. Ten behoeve van een integraal overzicht worden deze kosten ook gepresenteerd in de Voorjaarsnota.

De netbeheerkosten bestaan uit de kapitaalkosten en de operationele kosten die de netbeheerders moeten maken voor het beheren van het elektriciteitsnet. Samen met het tarifeerbare volume bepalen de netbeheerkosten de uiteindelijke netwerktarieven.

Ten opzichte van de Miljoenennota neemt de geraamde investeringsopgave voor het elektriciteitsnet tussen nu en 2040 toe. Waar in de Miljoenennota - uitgaande van 38 GW Wind op Zee - de investeringsopgave voor elektriciteitsinfrastructuur tussen 2024 en 2040 werd geraamd op cumulatief 195 miljard euro (met een bandbreedte van 136 tot 254 miljard euro, prijspeil 2024), is de recente prognose bij 30 GW Wind op Zee dat de investeringsopgave in de periode 2026-2040 oploopt tot cumulatief 212 miljard euro (met een bandbreedte van 148 tot 276 miljard euro, prijspeil 2026). Bij 40 GW Wind op Zee is de investeringsprognose in dezelfde periode cumulatief 246 miljard euro (met een bandbreedte van 172 tot 320 miljard euro, prijspeil 2026).

Het verschil tussen de eerdere en huidige prognose laat zien dat de geraamde investeringsopgave met grote onzekerheid is omgeven. Volgens het rapport komt de huidige toename enerzijds door prijseffecten – de inputkosten van netbeheerders zijn afgelopen twee jaar sterker gestegen dan de algemene inflatie in Nederland, als gevolg van schaarste in zowel arbeid als in kritieke netmaterialen. Anderzijds komt de toename volgens de netbeheerders door meer investeringen om de energietransitie te faciliteren, meer projecten voor nieuwe klantaansluitingen die naar voren zijn gehaald en een aanpassing van de prognoses bij TenneT wat leidt tot een groter volume door de langere zichtperiode van TenneT (van 2035 naar 2040). Hierbij geldt dat de toename wordt verspreid over een periode van 15 jaar (2026 tot 2040) en dat de investeringen langjarig worden afgeschreven, afhankelijk van de technische levensduur van de verschillende onderdelen van de elektriciteitsinfrastructuur. Het kabinet gaat in gesprek met de netbeheerders voor verdere duiding bij de nieuwe prognoses.

Ondanks de hogere investeringsopgave komen uit de huidige prognoses lagere tariefstijgingen voor alle gebruikers. In de vorige prognoses stegen de elektriciteitsnettarieven met gemiddeld 5% per jaar over alle gebruikers tussen 2024 en 2040. Specifiek voor een gemiddeld huishouden stegen deze met gemiddeld 6,5% per jaar. Voor huishoudens en overige kleinverbruikers komen de lagere tariefstijgingen doordat er een nieuw tariefstelsel wordt ingevoerd. In het nieuwe tariefstelsel voor kleinverbruikers worden de nettarieven de komende jaren omgevormd naar een tijdsafhankelijk kWh-gebaseerd tarief, waarbij gebruikers buiten de piekmomenten een lager nettarief betalen. Voor naar schatting 60% van de huishoudens resulteert dit in een demping van de tariefstijging. Voor sommige huishoudens betekent dit ook een stijging van de nettarieven. Voor grootverbruikers voorspellen de nieuwe scenario's (NBNL-SE2025) meer aansluitingen, waardoor de kosten over meer aangeslotenen verdeeld worden.

Bij 30 GW Wind op Zee loopt de range van 3,7% voor groot mkb (middenspanning, MS) en klein mkb (laagspanning, LS) tot 6,3% voor grootindustriële gebruikers (hoogspanning, HS). Voor huishoudens en andere kleinverbruikers in het nieuwe tariefstelsel geldt een gemiddelde stijging 4,7%. Bij een scenario met 40 GW Wind op Zee loopt de range van 4,7% voor groot mkb (MS) en klein mkb (LS) tot 7,7% voor grootindustriële gebruikers (HS). Voor huishoudens en andere kleinverbruikers in het nieuwe tariefstelsel geldt een gemiddelde stijging van 4,9%. Indien het huidige kleinverbruik tariefstelsel als basis wordt gehanteerd voor huishoudens en andere kleinverbruikers stijgen de netbeheerkosten met respectievelijk 7,5% bij 30 GW Wind op Zee en bij 40 GW Wind op Zee met 8,4%.

In lijn met het coalitieakkoord blijft dit kabinet voor schone energie van eigen bodem investeren in Wind op Zee voor 40 GW. Hiervoor zijn investeringsmiddelen vrijgemaakt tot 2050. Het kabinet zal de in deze bijlage genoemde ontwikkelingen en kosten op systeemniveau meenemen in de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), voorzien rond de zomer van 2026, en bij Miljoenennota 2027.

Tabel 29 Investeringsprognoses netbeheerders in miljarden euro
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Investeringsopgave 30 GW

12,4

14,7

15,6

15,2

15,9

15,2

14,5

13,3

14

13,5

15,5

14,8

12,9

12,8

11,9

Investeringsopgave 40 GW

12,4

14,7

15,6

15,8

17,1

17,1

17,2

17,4

18,3

18,2

20,3

18,8

15,9

14,5

12,7

Tabel 30 Tariefprognoses jaar op jaar per gebruikersgroep tussen 2026 en 2040
 

30 GW

40 GW

Groot industrieel bedrijf (extra hoogspanning)

5,6%

7,2%

Groot industrieel bedrijf (hoogspanning)

6,3%

7,7%

Klein industrieel bedrijf (tussenspanning)

5,0%

5,9%

Groot mkb (middenspanning) en klein mkb (laagspanning)

3,7%

4,7%

Klein zakelijk en huishoudens (laagspanning) – nieuwe tariefstelsel

4,7%

4,9%

BIJLAGE 10 - AANVULLENDE POST

Tabel 31 Overzicht reserveringen Aanvullende Post

In miljoenen euro (+ is saldoverslechterend)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Asiel en Migratie

33

112

931

1.472

244

 

Oekraïne langetermijnbeleid

33

112

931

1.472

244

 

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

33

404

352

478

354

754

APPA

 

300

    

Gemeenschapsfonds

 

50

50

50

50

 

Groningen

1

3

0

7

12

40

PEGA

30

50

284

403

274

696

POK - verbetering dienstverlening Rijk/ZBO's

2

1

18

18

18

18

Buitenlandse Zaken / Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

 

278

762

707

520

292

Intensivering ontwikkelingssamenwerking

 

12

317

257

442

257

Intensivering postennetwerk

 

35

35

35

35

35

Oekraïne-steun onverminderd doorzetten

 

231

410

415

  

Vredespaleis

    

43

 

Defensie

 

3.311

8.420

11.522

14.081

17.225

Investering in NAVO-norm defensie

 

600

4.266

6.100

9.934

11.844

Oekraïne-steun onverminderd doorzetten

 

2.035

2.403

2.418

  

Reservering 2 % bbp prijsontwikkeling

 

676

1.751

3.003

4.147

5.381

Diversen

102

330

339

375

428

451

Domeinoverstijgende risico's

18

18

31

68

121

144

Traditioneel Eigen Middelen (TEM)

85

312

308

307

307

307

Economische Zaken en Klimaat

78

100

100

100

100

100

Digitale Veiligheid

78

     

Innovatie regionale campussen

 

100

100

100

100

100

Financiën

64

2.544

5.898

390

251

187

Aanloopkosten MRB+

36

36

52

52

  

Box 3

28

12

30

   

Reservering kapitaalstorting TenneT Duitsland

 

2.150

2.150

   

Reservering Nationale Investeringsinstelling

  

3.300

   

Toeslagen Herstel

 

224

76

   

Toeslagen Herstel - Aanvullende schade

 

86

142

154

43

 

Uitvoeringskosten Belastingdienst

 

0

2

13

13

14

Uitvoeringskosten fiscale maatregelen

 

5

60

60

60

60

Wet werkelijk rendement box 3

 

31

85

111

134

113

Infrastructuur en Waterstaat

0

15

770

778

38

1.225

Beheer en onderhoud van infrastructuur en ontsluiting woningbouw

     

1.100

Lelylijn

0

6

11

17

28

115

Prioritaire infrastructuurprojecten

  

750

750

  

Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur

0

9

10

10

10

10

Justitie en Veiligheid

 

365

510

610

735

735

DJI

 

45

60

60

60

60

Envelop (Nationale) veiligheid

 

300

400

500

600

600

Envelop Rechtsstaat

 

20

50

50

75

75

Klimaat en Groene Groei

62

314

331

454

396

1.184

Continuering uitvoering klimaatbeleid medeoverheden

     

800

Klimaat overig

41

219

217

328

289

93

Middelen Klimaatakkoord

19

13

6

11

11

 

SDE++ zes nieuwe rondes

    

8

114

Stimulering ombouw laagcalorisch naar hoogcalorisch

 

44

26

2

2

 

Waterstofbackbone Gasunie

 

27

    

Wind op Zee

2

12

82

112

86

177

Koninkrijksrelaties

0

8

1

1

1

1

Kabinet Gouverneur van Aruba

0

8

    

Koopkracht Caribisch Nederland

0

1

1

1

1

1

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

 

750

1.625

1.962

2.075

2.650

Agrarisch natuurbeheer

 

50

75

100

125

150

Flankerend beleid en uitvoering (overig)

 

100

150

150

150

150

Gebiedsgerichte aanpak / zonering

 

200

400

600

1.000

1.200

Industrie en mobiliteit

 

50

50

50

50

50

KRW / water

  

250

250

250

250

Maatregelenpakket aanpak stikstofproblematiek (incl. Cie Hordijk)

   

12

  

Managementmaatregelen en innovatie

 

50

200

250

250

250

Natuurherstel (excl. agrarisch natuurbeheer)

 

150

200

250

250

250

Vrijwillige beëindigingsregeling

 

150

300

300

 

350

Meerdere departementen

3

2

2

2

  

Werk aan Uitvoering (WaU)

3

2

2

2

  

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

0

1.102

1.322

1.431

1.533

1.534

Envelop Onderwijs

 

1.000

1.200

1.300

1.400

1.435

Media

 

50

50

50

50

50

Versterkingsplan Hightech Microchip-Talent

 

52

72

81

83

49

RA Openbaar bestuur

 

246

246

246

246

246

A4 Reservering transitie werkgevers zorg en overheid

 

246

246

246

246

246

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

10

479

934

1.031

1.133

1.162

Aanpak armoede en problematische schulden

 

125

150

150

150

150

Caribisch Nederland

 

1

9

9

9

9

Commissie sociaal minimum BES

 

30

30

30

30

30

Envelop arbeidsmarkt, armoede en schulden

0

0

   

7

Groepen in de knel

 

1

2

2

2

2

Kinderopvang reservering uitvoeringskosten

   

48

67

 

Kinderopvang werkenden (uitvoeringskosten)

0

14

26

17

12

12

Leven lang ontwikkelen

  

100

100

100

100

Loondoorbetaling bij ziekte

9

9

18

   

Reservering oploop uitvoeringstegenvaller WIA

   

152

327

506

Beheersmaatregelen SZW

   

‒ 76

‒ 164

‒ 253

Versterking van gezinnen

 

300

600

600

600

600

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

 

565

770

950

585

585

Envelop tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken (via gemeenten)

 

350

350

350

350

350

Jeugd en school

 

50

150

150

150

150

Medische preventie

 

33

35

35

35

35

Sport

 

33

50

50

50

50

Standaardisatie gegevensuitwisseling

 

59

145

325

  

Versterken wijken en buurten

 

40

40

40

  

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

6

7

1

1.136

1.136

1.136

Binnenhof

   

1

1

1

Continueren nationaal programma leefbaarheid en veiligheid

   

135

135

135

Huisvesting Algemene Rekenkamer

6

7

1

   

Investeringen in betaalbare woningen

   

1.000

1.000

1.000

Zorg (premiegefinancierd)

0

1

1

1

  

Passende zorg als norm in de Zvw

0

1

1

1

  

Totaal

391

10.935

23.314

23.646

23.856

29.465

Licence