Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.2 Ontwikkeling van het EMU-saldo

EMU-saldo 2012: – 4,1 procent bbp

In 2012 is het EMU-saldo uitgekomen op een tekort van 24,4 miljard euro, hetgeen neerkomt op een tekort van 4,1 procent bbp. In de Miljoenennota 2012 werd nog uitgegaan van een tekort van 2,9 procent bbp. Dit betekent dat sprake is van een verslechtering ten opzichte van deze raming van 1,2 procentpunt. Tabel 2.2.1 bevat de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de verschillende sectoren van de overheid. Vooral het Rijk heeft bijgedragen aan de verslechtering van het tekort. Dit valt voornamelijk te verklaren door de verslechtering aan de inkomstenkant. Het saldo van de sociale fondsen is gelijk aan wat werd verwacht ten tijde van de Miljoenennota 2012 en het saldo van lokale overheden is beter dan werd verwacht.

Tabel 2.2.1 EMU-saldo per sector (in procenten bbp)1
 

MN 2012

FJR 2012

Verschil

Rijk

– 1,6

– 3,2

– 1,5

Sociale fondsen

– 0,5

– 0,5

0,0

Lokale overheden

– 0,7

– 0,4

0,3

EMU-saldo

– 2,9

– 4,1

– 1,2

1

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Tabel 2.2.2 laat de verslechtering zien van het EMU-saldo tussen de Miljoenennota en het Financieel Jaarverslag over 2012 – dit wordt de «verticale toelichting» genoemd. De verslechtering van het EMU-saldo in 2012 komt vooral door tegenvallende inkomsten, hetgeen een direct gevolg is van de lager uitvallende economische groei. De verslechtering van de inkomsten wordt enigszins gecompenseerd door meevallende uitgaven onder het kader Rijksbegroting in enge zin en een positiever EMU-saldo dan verwacht bij de lokale overheden.

Tabel 2.2.2 Ontwikkeling EMU-saldo (in procenten bpp)
 

2012

EMU-saldo Miljoenennota 2012

– 2,9

Belasting- en premie-inkomsten

– 1,9

Uitgaven

 

Rijksbegroting in enge zin

0,6

Sociale zekerheid (incl werkloosheidsuitkeringen)

0,0

Zorguitgaven

– 0,1

Kas-transverschillen

0,3

EMU-saldo lokale overheden

0,3

Overige uitgaven

– 0,3

Noemereffect

– 0,1

EMU-saldo Financieel Jaarverslag Rijk 2012

– 4,1

Zoals hierboven omschreven, is het EMU-saldo in 2012 tegengevallen ten opzichte van de raming in de Miljoenennota. Het is belangrijk te beseffen dat al in het voorjaar van 2012 werd verwacht dat het saldo veel slechter zou uitkomen. Figuur 2.2.1 bevat de ontwikkeling van de saldoverwachting gedurende 2012, dus in de verschillende budgettaire nota’s. Zoals is te zien, was de saldoverwachting ten tijde van Voorjaarsnota significant slechter dan de raming uit de Miljoenennota. De uiteindelijke realisatie van het EMU-saldo 2012 is 1,2 procentpunt verslechterd ten opzichte van de verwachting in de Miljoenennota 2012. Ten opzichte van de verwachting in de Voorjaarsnota 2012 is het saldo iets verbeterd.

Figuur 2.2.1 Ontwikkeling van de saldoverwachting in 2012

Figuur 2.2.1 Ontwikkeling van de saldoverwachting in 2012

Box 2.2.1 De ontwikkeling van het EMU-saldo en de rol van onafhankelijke instellingen

Hoe wordt het EMU-saldo geraamd en vastgesteld? Deze box geeft een toelichting op het proces rondom het EMU-saldo van raming tot realisatie, en de rol daarbij van de onafhankelijke instellingen.

Ramingen

Het EMU-saldo wordt geraamd door het ministerie van Financiën, op basis van de meest actuele uitgaven- en inkomstenramingen. De raming van het EMU-saldo is – zoals ook blijkt uit dit voorliggend Jaarverslag – in zeer grote mate afhankelijk van de macro-economische ontwikkeling. Nederland kent een lange traditie dat de macro-economische veronderstellingen niet door de regering, maar door het onafhankelijke Centraal Planbureau (CPB) worden geraamd. Het belang van onafhankelijke ramingen wordt door Nederland ook uitgedragen in de Europese discussies.

Voordat het jaar begint

Het EMU-saldo wordt geraamd voor alle jaren van het zittende kabinet. Het laatste jaar van de saldoraming is in de regel dus het laatste jaar van de kabinetsperiode. De saldoramingen gedurende Balkenende IV liepen doordoor steeds af in 2011. Het EMU-saldo voor een bepaald jaar wordt daarom voor het eerst geraamd zodra het binnen de horizon van een kabinetsperiode valt. Voor het saldo van 2012 was dat dus in de Startnota van kabinet Rutte I. Voor de Startnota wordt gebruik gemaakt van middellangetermijnverkenning (mlt) van het CPB die reikt tot het einde van de nieuwe kabinetsperiode. Na het verschijnen van de saldoraming voor een betreffend jaar in de Startnota, en tot dat het jaar daadwerkelijk begint, wordt de raming steeds geactualiseerd in de Miljoenennota.

Gedurende het jaar

Bij aanvang van een jaar geldt de raming uit de laatste Miljoenennota. Gedurende een jaar wordt de raming op drie momenten aangepast: in mei met de Voorjaarsnota, op Prinsjesdag in de Miljoenennota, en in november met de Najaarsnota. In de Voorjaarsnota wordt gebruik gemaakt van de macro-economische veronderstellingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB. En bij de Miljoenennota wordt gebruik gemaakt van de Macro Economische Verkenning (MEV). In de Najaarsnota wordt geen nieuwe macroronde gehanteerd, maar kan – aangezien het einde van het jaar nadert – worden volstaan met een raming op basis van de realisatie.

Na afloop van een jaar

In het Financieel Jaarverslag van het Rijk worden de ramingen vervangen door realisaties. In Nederland is het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de aangewezen instelling om de cijfers over het verleden samen te stellen. Door het onafhankelijke CBS deze cijfers te laten samenstellen wordt de gewenste betrouwbaarheid gewaarborgd. Zo wordt ook in Europees verband geborgd dat de cijfers over de overheidsfinanciën betrouwbaar en als het ware van onbesproken gedrag zijn. Het CBS is in Europees verband namelijk ook de Nederlandse instelling verantwoordelijk voor de rapportages over EMU-saldo en EMU-schuld over de jaren uit het verleden. Procesmatig stelt het CBS de cijfers over saldo en schuld samen in de eerste drie maanden volgend op het afgesloten begrotingsjaar. Dit maakt het mogelijk om voor 1 april – de Europese deadline – de eerste realisatiecijfers van Nederland te rapporteren aan de Europese Commissie in het kader van de procedure bij buitensporige tekorten. Vervolgens vindt in de eerste helft van april een verificatie plaats van de EMU-cijfers door Eurostat. Na verificatie stelt Eurostat de EMU-cijfers vast en publiceert deze. De door Eurostat vastgestelde cijfers zijn ongewijzigd onderdeel van dit Financieel Jaarverslag 2012.

Op 1 april zijn de CBS-cijfers nog niet definitief. Deze cijfers worden meestal nog twee keer bijgesteld (op 1 oktober en een jaar later op 1 oktober) bijvoorbeeld door het beschikbaar komen van nieuwe bronnen. Meestal zijn deze bijstellingen van beperkte omvang. Daarnaast voert het CBS met een periodiciteit van één keer in de vijf à zeven jaar een grote benchmarkrevisie van statistieken uit. Dan worden zonodig nieuwe bronnen en nieuwe methoden ingezet. De eerstvolgende benchmarkrevisie is voorzien in de zomer van 2014.

Structurele EMU-saldo

Het structurele EMU-saldo is het feitelijke EMU-saldo gecorrigeerd voor conjuncturele ontwikkelingen en incidentele componenten. Tabel 2.2.3 laat zien hoe het structurele saldo zich heeft ontwikkeld ten opzichte van de Miljoenennota 2012. In 2012 is het structurele EMU-saldo uitgekomen op een tekort van 2,5 procent bbp. Ten opzichte van de Miljoenennota is dit een verslechtering van 0,2 procentpunt. De conjuncturele component zorgt ervoor dat het structurele saldo gunstiger is dan het feitelijke EMU-saldo, hetgeen betekent dat de Nederlandse economie (nog steeds) onder het «normale» groeiniveau presteert. Het is niet verstandig om harde conclusies te verbinden aan de ontwikkeling van het structurele EMU-saldo. De omvang van de conjunctuurcorrectie is altijd met veel onzekerheden omgeven en in de huidige omstandigheden is dit in extreme mate het geval.

Tabel 2.2.3 Structureel EMU-saldo (in procenten bbp)1
 

MN 2012

FJR 2012

Feitelijk EMU-saldo

– 2,9

– 4,1

Af: conjuncturele component/incidentele componenten

– 0,5

– 1,5

Structureel EMU-saldo

– 2,3

– 2,5

1

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Licence