Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

9 RISICOREGELINGEN VAN HET RIJK 2019

Tabellen 9.1, 9.2 en 9.3 geven een totaaloverzicht van directe en indirecte risicoregelingen van het Rijk. Voor details over onderstaande garantiere- gelingen en achterborgstellingen wordt verwezen naar begrotingen en jaarverslagen van de betreffende vakdepartementen.

Garanties

Een garantie is een voorwaardelijke, financiële verplichting van het Rijk aan een derde buiten het Rijk, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Garantieregelingen worden als verplichting opgenomen in de begroting van het betreffende vakdepartement.

Tabel 9.1 bevat de garantieregelingen van het Rijk. Alle regelingen met een uitstaand risico groter dan 100 miljoen euro zijn weergegeven. Alle regelingen met een uitstaand risico, een risicoplafond en mutaties kleiner dan 100 miljoen euro zijn samengevat in de post «Overig». Het overzicht bevat alle garanties met de stand ultimo 2019. Ontwikkelingen daarna zijn niet in het overzicht opgenomen omdat die buiten de reikwijdte van het jaarverslag 2019 vallen. Deze worden meegenomen in het overzicht van risicoregelingen van het Rijk bij de Miljoenennota 2021.

In het overzicht worden achtereenvolgens de begroting, het begrotingsartikel en de omschrijving van de garantie weergegeven. Daarachter staat voor de jaren 2018 en 2019 het bedrag dat daadwerkelijk als risico is verleend dan wel door de Tweede Kamer is geautoriseerd, genaamd de «uitstaande garanties». Onder de uitstaande garanties vallen ook de garanties die in eerdere jaren zijn verstrekt. In 2019 zijn er garanties verleend, maar zijn er ook garanties komen te vervallen. Dit is terug te lezen in de kolommen «verleende garanties» en «vervallen garanties».

Een garantieregeling van het Rijk kent vrijwel altijd een maximum, het zogenoemde plafond. Dit plafond kan een jaarlijks plafond zijn (per jaar mag een maximaal bedrag aan garanties worden verleend) of een totaalplafond (er mogen nooit meer garanties verleend worden dan het plafond). In tabel 9.1 is onderscheid gemaakt tussen beide soorten plafonds. Bij internationale organisaties is gekozen het garantieplafond gelijk te stellen aan de uitstaande garanties. Hiervan is sprake bij de Europese garanties (EFSF, EFSM en ESM) en de garanties van een aantal internationale financiële instellingen.

Tabel 9.1 Door het Rijk verleende garanties (in miljoenen euro)

b

a

Omschrijving

Uitstaande garanties 2018

Verleende garanties 2019

Vervallen garanties 2019

Uitstaande garanties 2019

Garantie-plafond 2019

Totaal plafond 2019

VIII

7

Bouwleningen academische ziekenhuizen

163,9

 

12,7

151,2

 

176,6

VIII

14

Achterborgovereenkomst NRF

322,7

43,0

37,7

328,0

 

380,0

VIII

14

Indemniteitsregeling

288,1

379,6

417,4

250,4

 

300,0

IXB

2

Single Resolution Fund

4163,5

  

4163,5

 

4163,5

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

9768,9

  

9768,9

 

9768,9

IXB

3

Financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)

5507,0

  

5507,0

 

5507,0

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

309,2

  

309,2

 

309,2

IXB

4

European Investment Bank (EIB)

9895,5

  

9895,5

 

9895,5

IXB

4

European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

2880,0

60,0

 

2940,0

 

2940,0

IXB

4

European Financial Stability Facility (EFSF)

34154,2

  

34154,2

 

34154,2

IXB

4

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

589,1

  

589,1

 

589,1

IXB

4

DNB - deelneming in kapitaal IMF

43303,7

529,2

 

43832,9

 

43832,9

IXB

4

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

719,5

14,9

 

734,4

 

734,4

IXB

4

Wereldbank

4525,2

862,3

 

5387,4

 

5387,4

IXB

4

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

2400,0

50,0

 

2450,0

 

2450,0

IXB

4

European Stability Mechanism (ESM)

35445,4

 

15,5

35429,9

 

35429,9

IXB

5

Exportkredietverzekering

16338,9

4748,1

4684,4

16402,6

10000,0

 

XIII

2

Microkredieten (Qredits)

100,0

25,0

 

125,0

 

130,0

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

597,9

40,9

317,9

320,9

400,0

 

XIII

2

Groeifaciliteit

103,7

11,3

23,8

91,2

135,0

 

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

1858,9

537,5

528,1

1868,3

765,0

 

XIII

2

MKB-financiering

68,2

200,0

 

268,2

 

268,2

XIV

11

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

333,0

36,8

39,9

329,9

120,0

 

XIV

12

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

346,5

 

19,0

327,5

 

327,5

XVII

2,3,9

Instellingen voor de gezondheidszorg

250,9

0,9

43,9

207,9

 

207,9

XVII

1

Dutch Trade and Investment Fund (DTIF)

8,2

0,5

 

8,7

 

140,0

XVII

1

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

80,6

77,1

 

157,6

 

675,0

XVII

5

Garanties Internationale samenwerking - Netwerk internationaal ondernemen (IS-NIO)

138,0

 

19,0

119,0

 

199,0

XVII

5

Garanties IS-Raad van Europa

176,7

 

176,7

   

XVII

5

Garanties Regionale Ontwikkelingsbanken

2155,5

65,8

 

2221,3

 

2221,3

  

Overig

374,7

59,0

37,0

396,8

122,0

301,7

  
  

Totaal

177.368

7.742

6.373

178.737

11.542

160.489

Tabel 9.2 bevat de uitgaven en ontvangsten behorende bij de door het Rijk verstrekte garanties in 2018 en 2019. Alleen garanties waarbij de daadwerkelijke uitgaven en ontvangsten groter zijn dan 50 duizend euro worden weergegeven. De in de tabel getoonde uitgaven betreffen de schade-uitkeringen op afgegeven garanties. De in de tabel getoonde ontvangsten betreffen zowel ontvangen premies, provisies en dergelijke als op derden verhaalde (schade-)uitkeringen.

Tabel 9.2 Uitgaven en ontvangsten op de door het rijk verstrekte garanties (in miljoenen euro)

b

a

omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Uitgaven

Ontvangsten

   

2018

2018

2019

2019

VI

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

4,1

 

2,0

 

IXB

1

Garantie procesrisico's

0,2

 

0,2

 

IXB

2

Terrorismeschades (NHT)

 

0,9

 

0,9

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

 

0,6

 

0,5

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

0,1

4,9

 

4,8

IXB

5

Exportkredietverzekering

26,5

244,6

184,7

217,6

XIII

2

Microkredieten

   

0,2

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

0,1

7,8

3,2

7,8

XIII

2

Groeifaciliteit

0,5

4,1

2,0

3,0

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

22,2

35,0

23,7

37,2

XIII

2

MKB-financiering

 

0,2

 

0,3

XIII

4

Aardwarmte

1,0

  

0,4

XIV

11

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

  

2,3

 

XVII

1

Dutch Trade and Investment Fund (DTIF)

3,7

0,9

4,7

1,0

XVII

1

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

1,9

1,4

1,3

1,2

XVII

1

Garantie Fonds Opkomende Markten (FOM)

 

0,4

0,9

0,1

XVII

5

Garanties Internationale samenwerking - Netwerk internationaal ondernemen (IS-NIO)

 

2,5

  
  

Totaal

60,3

303,3

225,0

275,0

Achterborgstellingen

Naast het risico uit garantieregelingen staat het Rijk ook indirect bloot aan risico’s uit achterborgstellingen. In die gevallen wordt de daadwerkelijke garantieverplichting niet afgegeven door het Rijk maar door een daarvoor aangewezen tussenpersoon, bijvoorbeeld een stichting. Het Rijk wordt pas aangesproken zodra de tussenpersoon niet aan haar verplichtingen kan voldoen. In de begroting van het betreffende vakdepartement worden achterborgstellingen niet als verplichting opgenomen. De achterborgstellingen zijn opgenomen in tabel 9.3.

Het risico uit de achterborgstellingen (in tabel 9.3) is niet één op één te vergelijken met het risico uit de garantieregelingen (in tabel 9.1). Bij achterborgstellingen worden de risico’s soms gedeeld met gemeenten. Zo worden de verplichtingen die het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor 1 januari 2011 is aangegaan voor 50 procent gedekt door gemeenten en voor 50 procent door de rijksoverheid. Verplichtingen aangegaan na deze datum worden volledig door de rijksoverheid gedekt. Bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) wordt de gehele positie met gemeenten gedeeld.

Per achterborgstelling zijn er verschillende mogelijkheden om eventuele schade te dekken. Het WSW beschikt over een fondsvermogen en kan daarnaast indien nodig obligo ophalen bij deelnemende woningcorporaties ter hoogte van circa € 3 miljard. Ook kunnen woningcorporaties in financiële problemen onder bepaalde voorwaarden een aanvraag doen voor saneringssteun. Saneringssteun wordt bekostigd via een heffing aan corporaties en deze middelen lopen via een risicovoorziening op de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Alle woningcorporaties zijn op basis van de wet verplicht om deze heffing te betalen. Financiële problemen bij corporaties worden in eerste instantie dus betaald door de corporatiesector zelf via het fondsvermogen WSW, obligo en de saneringsheffing. Pas daarna komen Rijk en gemeenten in beeld via de achtervang. De achtervang is nog niet eerder aangesproken.

De Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ) kent een soortgelijke regeling. Ook hier wordt eerst het bufferkapitaal van de stichting aangesproken om schade te dekken. Daarna moeten de zorginstellingen met een door het WFZ geborgde lening een percentage (maximaal 3 procent van de uitstaande garanties van de deelnemende zorginstelling) van het leningenbedrag afdragen (obligo). Mocht dit onvoldoende zijn om de verplichtingen van het WFZ na te komen, dan kan het WFZ een beroep doen op de rijksoverheid. Bij het WEW geldt geen obligoverplichting. Hier dienen huizen als onderpand, waardoor de schade zich beperkt tot eventuele restschulden na gedwongen verkoop. Het WEW teert bij verlies direct in op het bufferkapitaal.

Tabel 9.3 Achterborgstellingen van het Rijk (in miljoenen euro)

b

a

omschrijving

Geborgd vermogen

Geborgd vermogen

Bufferkapitaal

Obligo

   

2018

2019

2019

2019

       

XVI

2

Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ)

7.100

6.764

291,3

202,3

VII

3

WSW-achterborgstelling

79.800

80.061

527

3.036

VII

3

WEW-achterborgstelling

205.000

214.000

1.380

n.v.t.

  

Totaal Achterborgstellingen

291.900

300.825

2.198

3.238

Licence