VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 4.810.993.000

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 1.615.066.000

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E.Heerma
B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
1. Leeswijzer
Algemeen
Voor u ligt de begroting 2027 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII). Deze begroting is ingediend door het kabinet-Jetten.
Groeiparagraaf
De begroting 2027 bouwt voort op de ontwikkeling van de begroting 2026.
De begroting 2027 bevat een aantal wijzigingen ten opzichte van 2026. De belangrijkste wijzigingen zijn:
– Sinds de start van het kabinet-Jetten is het ministerie van VRO opgeheven en valt de begroting van VRO (H22) weer onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De begroting van VRO is daardoor gewijzigd van een departementale begroting naar een programmabegroting.
– De budgetten van het centraal apparaatsartikel van VRO zijn vanaf het begrotingsjaar 2027 teruggeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK (H7). De apparaatsbudgetten van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) blijven op de begroting van VRO geraamd staan en zijn vanaf begrotingsjaar 2027 overgeheveld naar artikel 2 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit.
– Naar aanleiding van het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten is de programmadirectie Werk aan Uitvoering (WaU) van het ministerie van SZW naar het ministerie van BZK overgeheveld. De middelen zijn overgeheveld naar artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid.
– Naar aanleiding van het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten heeft de departementale herverdeling Digitalisering plaatsgevonden. Het digitaliseringsbeleid voor de samenleving en overheid wordt ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit. De hiervoor beschikbare middelen op de begroting van het ministerie van BZK zijn overgeheveld naar het ministerie van EZK. Het ministerie van BZK borgt vanuit de portefeuille van staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, de realisatiekracht van een slagvaardige overheid: uitvoerbaar, mensgericht, veilig en uitvoeringsvast binnen de gehele overheid.
– In navolging van de moties Van der Maas c.s. (Kamerstukken II 2025/2026, 36945, nr. 16) en Van Dijck (Kamerstukken II 2025/2026, 36945, nr. 27) is de beleidsagenda van deze begroting aangevuld met de paragraaf Slagvaardige Overheid.
Algemene doelstelling beleidsartikelen
Elk beleidsartikel begint met de beschrijving van de algemene doelstelling. Vanaf de begroting 2026 is besloten om bij de afronding van elke toekomstige Periodieke Rapportage opnieuw te bekijken of de formulering goed aansluit bij de actuele beleidstheorie en deze waar nodig aan te passen. Het formuleren van de beleidstheorie is een vast element van de voorgeschreven Periodieke Rapportages die over elk beleidsartikel eens in de 4-7 jaar worden uitgevoerd. De planning van deze onderzoeken staat opgenomen in de Strategische Evaluatie Agenda. In deze begroting is de algemene doelstelling van beleidsartikel 6.5 aangescherpt op basis van de recent gereconstrueerde beleidstheorie uit de in 2026 gepubliceerde Periodieke Rapportage (Kamerstuk 36800-VII, nr.98).
Beleidsagenda
De beleidsagenda geeft een overzicht van de hoofdlijnen van het beleid en wordt afgesloten met de volgende overzichten:
– Overzichtstabel met de belangrijkste beleidsmatige mutaties;
– Openbaarheidsparagraaf;
– Strategische evaluatieagenda;
– Overzicht risicoregelingen.
In het overzicht van risicoregelingen is de tabel «leningen» opgenomen, dit betreft de lening aan de Stichting Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen.
Beleidsartikelen
In de beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven. De begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bevat zes beleidsartikelen:
– artikel 1. Openbaar bestuur en democratie
– artikel 2. Nationale veiligheid
– artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving
– artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid
– artikel 14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité
– artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief
Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:
A. Algemene doelstelling
B. Rol en verantwoordelijkheid
C. Beleidswijzigingen
D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit
E. Toelichting op de instrumenten
Voor de toelichting op het niveau van de financiële instrumenten wordt, conform de Rijksbegrotingsvoorschriften 2026, gebruik gemaakt van onderstaande staffel.
Artikel | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
1. Openbaar bestuur en democratie | Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln. |
2. Nationale Veiligheid | Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln. |
6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving | Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln. |
7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid | Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln. |
11. Centraal apparaat | Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 2 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 4 mln. |
12. Algemeen | Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln. |
13. Nog onverdeeld | Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln. |
14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité | Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln. |
15. Een veilig Groningen met perspectief | Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 10 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln. Ontvangsten: 20 mln. |
Budgetflexibiliteit
De peildatum van de gepresenteerde budgetflexibiliteit (op basis van juridische verplichtingen) is 1 januari 2027.
Niet-beleidsartikelen
De begroting van BZK bevat drie niet-beleidsartikelen:
– artikel 11. Centraal apparaat
– artikel 12. Algemeen
– artikel 13. Nog onverdeeld
Begroting agentschappen
De begroting van BZK kent de volgende zeven baten-lastenagentschappen:
– Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)
– Logius
– Organisatie & Personeel (O&P Rijk)
– Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (RODI)
– FMHaaglanden (FMH)
– Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT)
– Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL)
Bijlagen
De begroting van BZK bevat de volgende bijlagen:
1. Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak
2. Specifieke uitkeringen
3. Subsidieoverzicht
4. Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda
5. Overzicht Rijksuitgaven Wind in de Zeilen
2. Beleidsagenda
2.1 Beleidsprioriteiten
In de beleidsagenda zijn de hoofddoelen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het jaar 2027 opgenomen en waar mogelijk wordt ook ingegaan op risico’s. Op deze manier geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen worden geprioriteerd. Inzicht in en aandacht voor doelen, resultaten en risico’s zijn van belang om weloverwogen beleidskeuzes te kunnen maken. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36740, nr. 7), Hoogeveen (Kamerstuk 36945, nr. 17) en Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36740, nr. 8) over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken.
De belangrijkste doelen voor 2027 van het ministerie van BZK zijn:
– Het versterken van de weerbaarheid van de democratische rechtsstaat;
– Het versterken van regio’s door middel van samenwerking
– Goed en slagvaardig bestuur: het verbeteren van uitvoerbaarheid, vereenvoudiging en vernieuwing
In onderstaande tekst worden de bovengenoemde doelen en prioriteiten voor 2027 verder uitgewerkt en wordt aangegeven welke doelen ook in de komende periode prioriteit blijven houden. Daarnaast zijn de hoofddoelen en bijbehorende risico’s nader uitgewerkt in de beleidsartikelen.
Democratie en rechtsstaat
Een weerbare democratische rechtsstaat is een kernopgave van dit kabinet. We treffen maatregelen om risico’s voor de democratie te beperken, waaronder het risico op autocratisering en dreigingen die vanuit zowel binnen als buiten Nederland komen. Dit doen we onder andere door vanaf 2027 middelen beschikbaar te maken voor medeoverheden om maatregelen te nemen tegen hybride en militaire dreigingen. Ook is het van groot belang onze democratische instituties te versterken. Daarom zetten we in 2027 in op de behandeling van de Wet op de politieke partijen (Wpp). In dit wetsvoorstel wordt onder andere voorgesteld financiering van politieke partijen uit te breiden van landelijke partijen naar lokale politieke partijen en te voorzien in de oprichting van een onafhankelijke toezichthouder. Verder introduceert de Wpp een specifieke verbodsgrond voor politieke partijen indien een politieke partij een ernstige bedreiging vormt voor de democratische rechtsstaat.
In 2027 zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten, algemene besturen van de waterschappen, eilandsraden, kiescolleges en Eerste Kamer. Het experiment met een nieuw stembiljet wordt bij deze verkiezingen voortgezet in een aantal gemeenten, terwijl een wetsvoorstel voor landelijke invoering wordt voorbereid. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de staatscommissie Remkes en de kabinetsreactie daarop (Kamerstukken II 2025/26, 34430, nr. 10) zetten we stappen voor de parlementaire behandeling van drie grondwetsvoorstellen om het parlementair stelsel verder te versterken door bij te dragen aan een heldere rolverdeling tussen de Kamers.
In 2027 werken we verder aan de realisatie van het huidige wetsvoorstel bijstand in het stemhokje, het wetsvoorstel ter versterking van de kandidaatstellingsprocedure, de wetsvoorstellen tot modernisering van de procedure voor vervolging van ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen, wetsvoorstellen omtrent het nationaal decoratiestelsel, het wetsvoorstel wijziging verlof- en vervangingsregeling en het wetsvoorstel overdracht pensioenen politieke ambtsdragers aan ABP.
Andere maatregelen zijn gericht op het versterken van integriteit, menselijkheid en transparantie. In 2027 werken we verder aan het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht, het wetsvoorstel voor een lobbyregister en het wetsvoorstel bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche. Daarnaast werken we verder aan de totstandkoming van kwaliteitseisen voor integriteitsonderzoek bij vermeende integriteitsschendingen door decentrale politieke ambtsdragers.
We richten ons ook op onze democratische gemeenschap. Intimidatie en bedreiging vormen een risico voor het politieke ambt en ambtsdragers. We ondersteunen ambtsdragers daarom op verschillende manieren, zoals via het Netwerk Weerbaar Bestuur voor lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers en het ‘Leernetwerk veilig vergaderen’. Dit leernetwerk wordt in 2027 voortgezet voor gemeenten en provincies om kennis, ervaringen en praktijkvoorbeelden uit te wisselen. Met oog op de aantrekkelijkheid van het politieke ambt, werken we aan werkdrukverlagende maatregelen, arbeidsvoorwaardelijke voorzieningen of faciliterende handelswijzen. Ook komt er een kabinetsreactie op het advies ‘Een gewaardeerd ambt’ van het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (Arpa) waarin de rechtspositionele aspecten worden beschouwd.
Om de democratische gemeenschap weerbaarder te maken ten aanzien van dreigingen van buitenaf werken we onder meer aan de inrichting van een detectieorganisatie voor buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging en beogen we het wetsvoorstel hiervoor voor het einde van 2027 bij de Tweede Kamer in te dienen.
We ondersteunen het decentraal bestuur en het rijk ook bij het omgaan met maatschappelijke onrust, inclusief anti-institutionele sentimenten en desinformatie. Het interbestuurlijk Ondersteuningsnetwerk Maatschappelijke Onrust helpt overheden om de kansen van maatschappelijk ongenoegen te benutten, en goed om te gaan met de risico’s van maatschappelijk ongenoegen, zoals ontwrichting van de openbare orde.
Onze democratische gemeenschap is breder en gaat over de hele samenleving: de democratie is van en voor burgers. Zo versterken we het democratisch ethos in de samenleving, onder andere door extra inzet vanaf 2027 op het aanbod van ProDemos. Daarnaast blijven we investeren in ondersteuning voor betekenisvolle vormen van invloed en zeggenschap op nationaal en decentraal niveau. Ook bouwen we met het Vfonds verder aan een brede alliantie op democratisch burgerschap dat mensen helpt actief mee te doen aan de democratie. Een onderdeel hiervan is Loket D, waar kleinschalige maatschappelijke initiatieven subsidie kunnen aanvragen voor activiteiten die de democratie versterken.
Grondrechten en gelijke behandeling
We versterken het belang van de Grondwet en van grondrechten, van ‘checks and balances’ in ons democratisch bestel, van rechtsstatelijke instituties en rechtsbeginselen. Zo dienen we in 2027 het wetsvoorstel in om constitutionele toetsing van wetten aan klassieke grondrechten door de rechter mogelijk te maken. Ook zetten we er, door middel van verschillende onderzoeken, op in dat de Grondwet bescherming biedt die past bij de huidige tijd, waarin digitale technologie steeds belangrijker wordt in de verhouding tussen overheid en burgers. Ook zetten we stappen om het wettelijk kader rondom het demonstratierecht aan te passen. Zo werken we aan een bevoegdheid voor burgemeesters tot bestuurlijk verplaatsen en het op enkele punten wijzigen van de Wet openbare manifestaties.
Daarnaast treden we daadkrachtig op tegen degenen die zich schuldig maken aan discriminatie en racisme. Zo brengen we in 2027 een voorstel in procedure voor de herziening van het stelsel van antidiscriminatievoorzieningen, wordt een wetsvoorstel voorbereid om overheidshandelen onder de reikwijdte van de Algemene wet gelijke behandelingen te brengen en geven we opvolging aan adviezen van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme.
We investeren ook in de kracht van gemeenschappen die zijn geraakt door de doorwerking van het slavernijverleden, als onderdeel van onze inzet om de kracht van de samenleving te versterken en ruimte te bieden aan burgers, gemeenschappen en maatschappelijke initiatieven.
Nationale veiligheid
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde. Door de toenemende (digitale) dreigingen en een volatiele geopolitieke context zal het belang van het werk van de AIVD ook in 2027 blijven toenemen. Dreigingen zijn vaker met elkaar verbonden, vaker urgent van aard en nemen steeds meer toe. Conflicten in het buitenland hebben een grote invloed op de nationale en internationale veiligheid, in het bijzonder de oorlog van Rusland tegen Oekraïne en de conflicten in het Midden-Oosten.
De AIVD richt zich op het slim inzetten van technologische toepassingen en ontwikkelingen. Technologische ontwikkelingen gaan razendsnel en daarin vooroplopen is een essentieel onderdeel van de algehele weerbaarheid.
Verder zet de AIVD in op het versterken van de eigenstandige en unieke inlichtingenpositie. Daarmee wordt bijgedragen aan de ambitie van het kabinet om de Europese strategische autonomie te verstevigen. Daar hoort ook de intensivering van de samenwerking op Europees niveau op het gebied van inlichtingen en veiligheid bij. Centraal staat het versterken van de weerbaarheid van democratische instellingen en de samenleving, onder meer tegen vijandige hybride activiteiten.
Dat vraagt allemaal om een sterke en goed toegeruste inlichtingen- en veiligheidsdienst die een veelheid aan dreigingen van onze nationale veiligheid tijdig kan onderkennen en tegengaan. Daarom zet het kabinet in op een toekomstbestendig, techniekneutraal en dreigingsgericht wettelijk kader met effectieve bevoegdheden en passende waarborgen. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben namelijk een nieuwe en versterkte wet nodig die past bij de huidige en toekomstige binnen- en buitenlandse dreigingen, geopolitieke en technologische veranderingen en de toenemende digitalisering van de samenleving.
Visie op de rol van regio's en regionale samenwerking
De regio wordt steeds belangrijker als plek waar maatschappelijke, economische en bestuurlijke actoren samenkomen rond maatschappelijke opgaven die de werkgebieden, taken en bevoegdheden van individuele overheden overstijgen. Regionale samenwerking biedt kansen voor o.a. het versterken van beleids- of uitvoeringskracht en kent tegelijk ook knelpunten, bijvoorbeeld ten aanzien van democratische legitimiteit. Door de toenemende regionalisering verandert de positie van gemeenten en provincies in het openbaar bestuur. We werken daarom aan een visie op de regio en regionale samenwerking die richting geeft en instrumentarium bevat om meer regie te voeren op regionalisering. Door de impact van regionalisering op het openbaar bestuur zal de visie een bredere scope hebben dan alleen het regionale niveau. De visie zal bijvoorbeeld ook gaan over de bestuurskracht, uitvoeringskracht en schaalgrootte van gemeenten en provincies. Begin 2027 wordt de visie vastgesteld, waarna we samen met andere departementen en medeoverheden aan de slag gaan met de implementatie.
Uitwerking van Elke Regio Telt!
Sterke regio's zijn een prioriteit van dit kabinet. In het verlengde van het rapport Elke regio telt! werken Rijk en regio binnen het Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR) samen aan gelijkwaardige kansen voor inwoners, ongeacht waar zij wonen. In 2027 brengen wij met de elf regio's de regionale uitvoeringsagenda's tot uitvoering, met drie doelstellingen: veilige en leefbare regio's, een duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau en een gezonde en kansrijke toekomst. We stellen betere samenwerking en de doorontwikkeling van de beleids- en investeringslogica centraal: rijksbeleid dat beter aansluit op regionale verschillen en bestaande publieke en private middelen gerichter benut. Zo bouwen wij, samen met medeoverheden, structureel aan vitale regio's in heel Nederland.
Strategische agenda's met regio's
In het coalitieakkoord staat opgenomen dat we samen met regio's werken aan strategische agenda's om grote opgaven in een gebied integraal en gezamenlijk te realiseren. In 2027 moet duidelijk zijn hoe we kunnen reageren op initiatieven in regio’s om regionale opgaven versneld op te pakken. We maken inzichtelijk welke inzet al wordt gedaan, hoe eventueel kan worden aangesloten op bestaande programma’s zoals NPVR en Regio Deals. BZK ontwikkelt zich tot logisch en toegankelijk aanspreekpunt dat regio’s helpt hun vraag te verhelderen en legt verbinding met andere ministeries. Het traject dat loopt in 2026 moet uitwijzen welke werkwijze hierbij het beste werkt en hoe de passage over Strategische Agenda’s uit het coalitieakkoord concreet wordt ingevuld. Het doel is dat samenwerking effectief en gebaseerd op brede welvaart plaatsvindt, zodat de rijksoverheid in 2027 sneller en in onderlinge afstemming kan handelen wanneer regio’s zich tot het rijk richten.
Gemeenschapsfonds
Het kabinet wil plekken voor ontmoeting stimuleren en daarom start in 2027 het Gemeenschapsfonds, met daarbinnen één subsidieregeling, toegankelijk via een rijksuitvoeringsorganisatie en mogelijk één of meerdere bestaande fondsen. Daarvoor is in het coalitieakkoord € 200 mln. beschikbaar gesteld. Met dit fonds versterken we, samen met maatschappelijke partners, het bedrijfsleven, de samenleving, medeoverheden en regio’s, voorzieningen voor ontmoeting en gemeenschapskracht. Denk aan buurthuizen, verenigingsgebouwen, dorpswinkels en de ondersteuning van dragende krachten zoals buurtverbinders en dorpsondersteuners. De inzet richt zich vooral op gebieden waar ontmoetingsplekken en sociale structuren onder druk staan, met oog voor maatschappelijke impact, uitvoerbaarheid, samenwerking, cofinanciering en het wegnemen van belemmeringen in de publiek-maatschappelijke samenwerking.
Herstel Groningen
De hersteloperatie in Groningen en Noord-Drenthe vraagt om blijvende betrokkenheid van het Rijk. Het kabinet heeft op 17 april 2026 de heer Nijboer benoemd als regeringscommissaris om de voortgang te bevorderen.
Schadeherstel
De afgelopen jaren zijn met Nij Begun belangrijke stappen gezet om de schadeafhandeling milder, menselijker en makkelijker te maken. Een belangrijk onderdeel van de verbeterde schadeafhandeling is dat bewoners goed ondersteund en begeleid worden bij hun schadeaanvraag, zodat ze een geïnformeerde keuze kunnen maken. Het intake-proces bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) wordt hierop eind 2026 aangepast met de invoering van een nieuw aanvragersportaal. In 2027 zal dit verder worden verbeterd en uitgebreid.
In het najaar van 2026 start het IMG met een pilot waarbij bewoners bij wie schade vermoed wordt, maar die nog geen aanvraag gedaan hebben, actief benaderd worden. Wanneer de nieuwe Groningenwet in 2027 van kracht is, zal deze werkwijze gefaseerd breder worden geïmplementeerd. Daarnaast zal het IMG in 2027 van start gaan met een aanpak voor compensatie voor gederfd woongenot.
Versterking
Bij de uitvoering van de versterkingsoperatie staan veiligheid, de veiligheidsbeleving en het creëren van vooruitgang voor de bewoners voorop. In het voorjaar van 2026 is door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) een herijking van de diepteanalyse gemaakt om te bepalen in hoeverre de toen gehanteerde planning nog haalbaar was en welke maatregelen getroffen konden worden; deze herijking zal jaarlijks plaats vinden. De NCG werkt ook aan de verdere verbetering van haar werkprocessen om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen. De ingebruikname van een centraal systeem voor verslaglegging van bewonerscontacten moet hierbij helpen.
Ook komend jaar geeft de NCG prioriteit aan adressen waar een complexe en/of langdurige versterkingsaanpak nodig is. Hier wordt een werkproces met onder andere maximale doorlooptijden voor ingericht. Verduurzaming wordt zoveel mogelijk meegenomen bij de versterking van woningen, zodat bewoners in één keer een veilig én toekomstbestendig huis krijgen.
Perspectief: Sociale en economische agenda's
In 2027 geven we, samen met de medeoverheden en tal van andere partijen, verdere uitvoering aan de sociale en de economische agenda's. Hiervoor is in 2026 een gemeenschappelijke regeling opgericht. Voor de uitvoering van de economische agenda wordt eind 2026 een stichting opgericht die de coördinatie van initiatieven en projecten voor zijn rekening neemt (Kamerstuk 2024/2025, 35561, nr. 68). Voor de sociale agenda blijft de huidige uitvoeringsstructuur gehandhaafd, en richten we ons op het uitbreiden van de maatregelen naar meer bewoners (Kamerstuk 2025/2026, 35561, nr. 74), zodat er meer bekendheid, betrokkenheid en een maatschappelijke beweging ontstaat. Daarnaast zetten we ons op ruimtelijk vlak in voor samenhangende keuzes via het NOVEX-Masterplan Zeehavens.
Vanuit de kabinetsbrede zorgplicht rond brede welvaart is onze betrokkenheid breder dan het beschikbaar stellen van de middelen. Het verbeteren van brede welvaart vergt een lange adem en drijft op samenwerking tussen en met medeoverheden, bedrijven en kennispartijen, én samenwerking met andere departementen. Het kabinet stelt hiervoor in het najaar van 2026 een uitvoeringsprogramma vast.
We monitoren of de maatregelen het gewenste effect hebben via de Staat van Groningen en Noord-Drenthe die jaarlijks eind april verschijnt. We hebben hierover het gesprek met de regio, bewoners en jongeren. Met regionale bestuurders kijken we of bijsturing nodig is.
Goed bestuur
Goed bestuur betekent een overheid die maatschappelijke opgaven effectief aanpakt. Met de Actieagenda Goed Bestuur zet BZK ook in 2027 in op het verbeteren van het samenspel tussen overheden op maatschappelijke opgaven. We investeren in een goede samenwerking tussen overheden, een passende verdeling van verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden en middelen en rijksbeleid dat uitvoerbaar is voor medeoverheden. Onder andere door implementatie en toepassing van het vastgestelde Beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur, waarmee het Rijk taken en bevoegdheden aan het best passende bestuurlijke niveau kan toedelen. BZK blijft in het oog houden of bestuurlijk financiële arrangementen op taken en opgaven die door het Rijk bij medeoverheden zijn belegd passend zijn en waarop indien nodig meer interbestuurlijke samenwerking nodig is, zoals de jeugdzorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), OV, natuur of de energietransitie. Met als doel een overheid die dienstbaar, slagvaardig, herkenbaar en democratisch gelegitimeerd is.
Uitvoerbaarheid voor medeoverheden
De uitvoerbaarheid van rijksbeleid voor medeoverheden staat onder druk, terwijl het voor een goed samenspel tussen overheden juist cruciaal is dat het rijksbeleid uitvoerbaar is. Een belangrijk instrument om de uitvoerbaarheid van rijksbeleid te vergroten is het standaard uitvoeren van een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO). In 2027 zetten we in op het vergroten van de bekendheid en de kwaliteit van de toepassing van dit instrument.
Deze UDO wordt toegepast bij nieuwe of gewijzigde taken of beleid, die gevolgen hebben voor medeoverheden, vanaf de start van de beleidsvorming. Door het proces van de UDO te volgen worden medeoverheden vroegtijdig betrokken bij beleidsvorming en wetgeving vanuit het Rijk die hen raakt. Dit verbetert de uitvoerbaarheid van beleid aanzienlijk. De UDO is een verplichte kwaliteitseis binnen het beleidskompas.
Samenwerking tussen overheden
Overheden moeten goed op elkaar zijn ingespeeld om resultaten te kunnen boeken voor inwoners. Zoals ook is benadrukt in het rapport ‘Samen bouwen aan resultaten’ van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen, vraagt dit om heldere afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en randvoorwaarden voor uitvoering. Het kabinet geeft uitvoering aan de bouwstenen en adviezen uit dit rapport. Dit doet zij onder andere door in te blijven zetten op structureel overleg tussen de verschillende bestuurslagen. Dit is belangrijk, met name op die momenten waarop de uitvoeringspraktijk hiertoe aanleiding geeft. De organisatie van het Overhedenoverleg tussen kabinet en de koepels van medeoverheden blijft daarom een hoge prioriteit van dit kabinet. Op deze tafel vindt o.a. het gesprek over de Interbestuurlijke samenwerkingsagenda plaats. Dit is een agenda van de belangrijkste opgaven waarop Rijk en medeoverheden met elkaar samen moeten werken om uitvoerbaar beleid te kunnen maken, bijvoorbeeld als het gaat om woningbouw, veiligheid, economie, jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. Dit gebeurt in nauwe samenhang met de ministeriële taskforces. Tijdens het overhedenoverleg wordt ook gereflecteerd op de interbestuurlijke samenwerking en worden knelpunten in deze samenwerking besproken.
Wijziging van de Financiële-verhoudingswet
Het wetsvoorstel om de Financiële-verhoudingswet te wijzigen is in 2026 bij de Tweede Kamer ingediend. Met het uitkeringsstelsel borgen we dat de inrichting van de financiële verhoudingen past bij de wijze waarop het Rijk en medeoverheden maatschappelijke opgaven oppakken. De bestuurlijke verantwoordelijkheid om deze opgaven op te lossen en te voorzien van een adequate, eenvoudige en passende bekostiging staat centraal. Zo introduceert het wetsvoorstel een nieuwe uitkeringsvorm (de bijzondere-fondsuitkering). Deze uitkering kan een alternatief bieden voor de specifieke uitkering. Daarnaast zetten we in op het verminderen van de lasten die samenhangen met specifieke uitkeringen voor zowel Rijk als medeoverheden. In 2027 zetten we in op de implementatie van het wetsvoorstel.
Aanpak mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag
Goed en slagvaardig bestuur leert ook uit de praktijk. Dat is een belangrijk uitgangspunt bij de aanpak om mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag beter te helpen en zo overlast tegen te gaan. Dit kabinet zet onder coördinatie van BZK de brede aanpak van de problematiek door. Samen met JenV, VWS, VRO en SZW geven we invulling aan deze brede aanpak, inclusief wonen en bestaanszekerheid. Er zijn daarbij vier prioritaire opgaven die de komende twee jaar politieke richting en landelijke slagkracht vergen. Dit zijn: i) meer (doorstroming van) plekken, ii) gegevensdeling, iii) landelijke regie met uitwerking in een lokale aanpak iv) betrouwbare en structurele financiering. Door landelijk regie te nemen op deze vraagstukken en de randvoorwaarden vast te leggen in bestuurlijke afspraken, stellen we gemeenten/regio’s in staat om lokaal ook structureel regie te nemen op deze domeinoverstijgende opgave.
Slagvaardige overheid
Het kabinet bouwt aan een slanke en slagvaardige overheid die focust op wat echt nodig is. We stellen heldere doelen: een overheid die eenvoudig en betrouwbaar is, die slagvaardig en wendbaar opereert, die eerlijk is over wat kan en verantwoordelijkheid neemt voor haar handelen, een overheid die geworteld is in de samenleving en dichtbij mensen staat. We herstellen vertrouwen door te laten zien dat de overheid wél kan leveren. Het realiseren van de doelstellingen binnen de opgave Slagvaardige Overheid draagt ook bij aan de taakstellingen die zijn opgenomen in het coalitieakkoord: de efficiencytaakstelling (oplopend tot € 0,4 mld. vanaf 2030) en de taakstelling Vernieuwing Rijksdienst/slagvaardige overheid (oplopend tot € 1 mld. vanaf 2030).
Het is daarom cruciaal te komen tot één Rijksdienst die eenvoudig functioneert, flexibel en wendbaar is georganiseerd, opgavegericht werkt en realisatiekracht heeft. We vernieuwen de Rijksdienst om zo slagvaardig te kunnen werken aan de maatschappelijke opgaven die ertoe doen. Hiertoe is een kwartiermaker aangesteld en werken we langs vier actielijnen:
Vereenvoudiging van beleid en regelgeving
Beleid en regelgeving worden door burgers, ondernemers en professionals als complex en gedetailleerd ervaren. Minder en simpeler beleid en regelgeving geeft burgers en bedrijven lucht, maakt uitvoeringsorganisaties effectiever en efficiënter en zorgt dat de overheid betere dienstverlening kan leveren.
Hierbinnen werken we aan drie elementen. Allereerst vereenvoudiging en het verminderen van regeldruk. In 2027 wordt ingezet op de jaarlijkse Vereenvoudigingswet in samenspraak met alle ministeries, medeoverheden, inspecties en maatschappelijke partners. In het tegengaan van het risico van nieuwe complexiteit, wordt ingezet op een gedegen vereenvoudigingsaanpak, waarin beleid, publieke dienstverleners en inspecties worden samengebracht. Tot slot zijn fundamentele stelselwijzigingen nodig.
Vernieuwing en productiviteitsverhoging Rijksdienst
Er wordt toegewerkt naar een efficiëntere Rijksdienst met minder overhead, en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat. We maken werk makkelijker, voorspelbaar en uniformeren de rijksbrede bedrijfsvoering volgens het adagium «standaard en centraal, tenzij».
Voor een efficiëntere Rijksdienst is het met name op het gebied van digitalisering belangrijk om hierin samen te werken met medeoverheden om het risico op versnippering te voorkomen en van elkaar te leren, onder andere op het gebied van innovatie. Waar nodig pakt het Rijk de regie door kaderstelling en het verplicht stellen van standaarden en voorzieningen.
Het kabinet investeert in 2027 in kennisontwikkeling, opleiding en een aantrekkelijke werkomgeving voor onder andere digitaliseringsprofessionals. Hierbij wordt ingezet op de verdere ontwikkeling, adoptie en implementatie van AI-toepassingen binnen de gehele overheid. Daarbij wordt het gebruik gestimuleerd van bestaande AI-oplossingen om efficiënter en effectiever te werken binnen overheidsorganisaties. Veelbelovende innovaties worden versneld geïmplementeerd en opgeschaald. Dat doen we door richting te geven, samenwerking te stimuleren en belemmeringen weg te nemen.
Data is de belangrijkste grondstof voor de inzet van AI ten behoeve van overheidsprocessen. Door in te zetten op het stapsgewijs uniformeren en professionaliseren van de gegevenshuishouding van de overheid werken we aan verdere modernisering van de digitale overheid, bijvoorbeeld op terrein van dataminimalisatie, kwaliteitsverbetering, transparantie en verantwoording naar de maatschappij. Hiermee wordt de digitale overheid als geheel efficiënter, wendbaarder, veiliger en beter beheersbaar.
In 2027 ligt de focus naast het opschalen van AI-toepassingen nadrukkelijk op de brede adoptie en duurzame implementatie ervan binnen de overheid. Daarnaast wordt de impact van AI systematisch gemonitord en geëvalueerd in hoeverre AI bijdraagt aan de verhoging van de arbeidsproductiviteit en de optimalisatie van overheidsprocessen.
Hierbij benutten we vooral de bestaande goed werkende structuren en interbestuurlijke samenwerkingen – zoals de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.
Doorbreken van de Haagse muren
De grote maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat, kan Den Haag niet alleen oplossen. Daarvoor is een brede samenwerking nodig tussen medeoverheden, ministeries, publieke dienstverleners en maatschappelijke partners. We moeten de handen ineenslaan en samenwerken op het gebied van beleid, uitvoering, toezicht, maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en politiek. Hiervoor werken we aan het duurzaam verankeren en normaliseren van organisatie- en domeinoverschrijdend samenwerken in ons vakmanschap en leiderschap. Daarbij zorgen we dat de onderliggende systemen dit kunnen ondersteunen en dat we optimaal de kennis en kunde vanuit overheden, burgers en bedrijven benutten. We werken aan de uitrol van de basisopleiding Ambtelijk Vakmanschap en Beleidskunde, coaching bij grote maatschappelijke opgaven, ondersteuning in de praktijk door training en vakkundig leren via (morele) dialogen en uit hersteloperaties. Tevens investeren we in leiderschap op leren in de opgave, veranderkundig vermogen, en opgavegericht werken.
Ook werken we in 2027 aan de modernisering van de Kaderwetten Zelfstandige bestuursorganen (Zbo’s) en Adviescolleges met het doel de relatie tussen beleid en uitvoering te verbeteren en het versterken en weerbaarder maken van het stelsel van adviescolleges. We verkennen of Zbo’s, waaronder het UWV, onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van een minister kunnen worden gebracht.
Ook in 2027 blijven we werken aan het versterken en versoepelen van een gelijkwaardig samenspel in de driehoek: politiek, beleid en uitvoering. Daartoe werken we aan doorontwikkeling van instrumenten die bijdragen aan snelle feedback en bijsturing op urgente maatschappelijke opgaven. Naast de trialogen tussen politiek, beleid en uitvoering, ontwikkelen we een uitvoerbaarheidsscan voor amendementen, verbeteren we de uitvoeringstoets en stimuleren we de samenwerking in de bestuurlijke driehoek rond de maatschappelijke opgave.
Uitstekende (digitale) publieke dienstverlening
In 2027 zetten we verdere stappen naar een overheid die beter aansluit op de leefwereld van burgers en ondernemers. Daarbij is het uitgangspunt dat het contact met de overheid ervaren wordt als dienstverlening van één overheid. Hierbij geldt het principe van ‘altijd de juiste deur’: het maakt niet uit waar mensen aankloppen, de overheid zorgt gezamenlijk voor een passend antwoord, een oplossing of een warme doorverwijzing. Om dit mogelijk te maken, richten we overheidsprocessen opnieuw in op basis van de knelpunten die burgers en ondernemers daadwerkelijk ervaren. Zo verbeteren we de dienstverlening en maken we deze eenvoudiger, begrijpelijker en meer passend bij de behoeften van mensen en bedrijven.
Zo gaat het UWV in 2027 op een aantal pilotlocaties het overheidsbrede dienstverleningsconcept toepassen. Ook wordt in 2027 een digitale assistent op basis van AI verder uitgerold binnen het ambtelijk apparaat. Het doel is om deze ook voor burgers beschikbaar te maken. Daarnaast wordt een persoonlijke assistent voor burgers uitgerold. Hierbij beginnen we met mensen die met pensioen gaan. Dit betreft een interactieve oplossing die burgers proactief duidelijkheid biedt over rechten en plichten die voor hun individuele situatie van toepassing zijn.
Waar mogelijk en wenselijk bouwen we met en voor alle overheidsdienstverleners aan centrale voorzieningen van de generieke digitale infrastructuur (GDI), zoals de overheidsbrede portalen Overheid.nl en MijnOverheid voor burgers en Ondernemersplein en MijnOverheid Zakelijk voor ondernemers.
Aanvullend op de taakstellingen uit het coalitieakkoord heeft het kabinet besloten tot een extra efficiencytaakstelling die vanaf 2031 met € 200 mln. per jaar oploopt tot € 1 mld. structureel vanaf 2035 en een taakstelling versnellen slagvaardige overheid van € 200 mln. in zowel 2028 als 2029.
Een open overheid
Voor vertrouwen in de democratie is het belangrijk dat de overheid open en transparant is. Transparantie en toegang tot overheidsinformatie zijn van essentieel belang voor participatie van inwoners, het kunnen controleren van de overheid, het kunnen doen van onderzoek en het gebruik van informatie in de leefomgeving van inwoners. We blijven daarom inzetten op een ambitieuze en betekenisvolle open overheid. In 2027 gaan we, op basis van de wetsevaluatie van de Wet open overheid (Woo), werken aan een beter toepasbare en uitvoerbare Woo. Ondertussen zetten we in op efficiëntere Woo-processen, beter contact met verzoekers en een duidelijkere aanpak van misbruik van de Woo. Ook versnellen we de (betekenisvolle) actieve openbaarmaking van overheidsinformatie, waaronder de verdere inwerkingtreding van de verplichte openbaarmaking op grond van artikel 3.3 van de Woo en de doorontwikkeling van de digitale infrastructuur voor actieve openbaarmaking.
Het tijdig, betrouwbaar en veilig publiceren van officiële bekendmakingen en geconsolideerde wet- en regelgeving is essentieel voor goed openbaar bestuur en de rechtsstaat. In 2027 ligt de nadruk op het waarborgen van de continuïteit, betrouwbaarheid en veiligheid van de landelijke publicatievoorzieningen. We investeren in modernisering van architectuur, versterking van digitale veiligheid en verdere doorontwikkeling van voorzieningen en standaarden voor officiële publicaties, waaronder in het ruimtelijk domein. Daarbij houden we rekening met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wet naar digitale werking en AI-toepassingen.
Het publiceren van open data en het stimuleren van economisch en maatschappelijk hergebruik van openbare en niet openbare overheidsgegevens is essentieel voor het oplossen van maatschappelijke opgaven, het (toekomstige) verdienvermogen en het ontwikkelen van soevereine, verantwoorde innovatie zoals generatieve AI. We zetten in 2027 in op het ondersteunen en stimuleren van overheidsorganisaties om openbare overheidsgegevens als open data te publiceren en te faciliteren dat deze gegevens daadwerkelijk kunnen worden hergebruikt. Ook wordt het nationale (open) data portaal data.overheid.nl doorontwikkeld. Tenslotte wordt bestaande wetgeving en beleid aangepast aan de hand van de uitkomsten van de Europese Omnibus en de Europese Data Unie Strategie.
2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties
In de onderliggende tabellen zijn de belangrijkste beleidsmatige uitgaven- en ontvangstenmutaties opgenomen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht die plaatsvinden bij de ontwerpbegroting 2027.
Deze tabellen bevatten ook de belangrijkste mutaties die bij de eerste suppletoire begroting 2026 hebben plaatsgevonden. Toelichtingen op die mutaties zijn opgenomen in de eerste suppletoire begroting 2026 (Kamerstukken II 2025/26, 36915 VII, nr. 2).
Art. | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Stand ontwerpbegroting 2026 (incl. amendementen) | 4.757.827 | 4.425.976 | 3.940.208 | 3.138.828 | 2.763.148 | 0 | ||
Waarvan mutaties coalitieakkoord eerste suppletoire begroting 2026 | 0 | ‒ 3.840 | ‒ 5.992 | ‒ 30.388 | ‒ 64.148 | ‒ 64.148 | ||
1 | Efficiencytaakstelling | alle | 0 | ‒ 2.367 | ‒ 4.519 | ‒ 9.769 | ‒ 14.892 | ‒ 14.892 |
2 | Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid | alle | 0 | 0 | 0 | ‒ 19.146 | ‒ 47.783 | ‒ 47.783 |
3 | Subsidietaakstelling | alle | 0 | ‒ 1.473 | ‒ 1.473 | ‒ 1.473 | ‒ 1.473 | ‒ 1.473 |
Belangrijkste mutatie eerste suppletoire begroting 2026 | 362.236 | 389.388 | 282.548 | 277.365 | 155.043 | 2.622.165 | ||
4 | Overboeking Regio Deals | 1 | 100.896 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
5 | Overboeking groeiopgave Almere | 1 | ‒ 9.157 | ‒ 9.142 | ‒ 9.137 | ‒ 9.145 | ‒ 9.145 | ‒ 9.145 |
6 | Diensten en producten uitvoeringsorganisaties | 11 | 155.409 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
7 | Dienstverleningsovereenkomsten SSO's | 11 | 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
8 | Ramingsbijstelling apparaatskosten NCG | 11 | ‒ 23.593 | ‒ 17.723 | 1.639 | 2.493 | 13.384 | 24.585 |
9 | Kasschuif - Kwijtschelden publieke schulden | 12 | ‒ 20.000 | ‒ 20.000 | ‒ 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 |
10 | Loonbijstelling tranche 2026 | 13 | 9.780 | 10.091 | 9.613 | 8.650 | 8.360 | 8.234 |
11 | Prijsbijstelling tranche 2026 | 13 | 48.003 | 41.807 | 27.463 | 22.265 | 21.009 | 15.184 |
12 | Kasschuif - Duurzaam Herstel | 15 | ‒ 178.574 | 115.363 | 63.211 | 0 | 0 | 0 |
13 | Ramingsbijstelling - Gederfd Woongenot | 15 | ‒ 143.000 | 0 | 0 | 143.000 | 0 | 0 |
14 | Ramingsbijstelling - Fysieke schade (IMG) | 15 | ‒ 36.533 | 88.768 | 92.993 | 43.938 | 20.296 | 10.617 |
15 | Ramingsbijstelling - Immateriële schade (IMG) | 15 | 10.620 | 9.590 | 9.590 | 9.590 | 9.590 | 9.590 |
16 | Ramingsbijstelling - Waardedaling (IMG) | 15 | ‒ 45.690 | ‒ 21.954 | 3.370 | 3.370 | 3.370 | 3.370 |
17 | Ramingsbijstelling versterkingsraming NCG | 15 | 86.549 | 4.879 | ‒ 16.991 | 29.096 | 70.534 | 88.176 |
18 | Kasschuif Duurzaam herstel NCG | 15 | ‒ 29.561 | 8.210 | 13.380 | 7.971 | 0 | 0 |
19 | Knelpuntenpot NCG | 15 | 32.000 | 32.000 | 16.000 | 9.000 | 0 | 8.000 |
20 | Kasschuif Maatwerk | 15 | ‒ 28.927 | ‒ 10.729 | ‒ 11.785 | ‒ 6.312 | ‒ 8.076 | 65.829 |
21 | Inpassingskosten versterkingsgemeenten | 15 | 0 | 15.000 | 15.000 | 10.000 | 10.000 | 0 |
22 | Kasschuif Nationaal Programma Groningen | 15 | 29.000 | 0 | 0 | 6.000 | 0 | ‒ 35.000 |
23 | Overboeking PF voor Economische Agenda | 15 | ‒ 50.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
24 | AP opvraag regionale uitvoeringskosten | 15 | 16.533 | 10.319 | 0 | 0 | 0 | 0 |
25 | AP opvraag Economische Agenda Groningen | 15 | 100.000 | 100.000 | 100.000 | 0 | 0 | 0 |
26 | AP opvraag Nationaal Programma Groningen | 15 | 36.000 | 0 | 0 | 0 | 12.000 | 35.000 |
27 | Verduurzaming bij zware versterking (maatregel 28 Nij Begun) | 15 | ‒ 6.290 | ‒ 7.101 | ‒ 13.262 | ‒ 3.333 | ‒ 12.786 | ‒ 4.027 |
28 | Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG | 15 | ‒ 10.889 | 22.469 | ‒ 18.531 | ‒ 37.835 | ‒ 5.076 | ‒ 9.373 |
29 | Eindejaarsmarge | Alle | 337.495 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
30 | Extrapolatie 2031 | Alle | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.392.339 |
31 | Overige mutaties | Alle | ‒ 47.835 | 17.541 | 19.995 | 18.617 | 1.583 | ‒ 1.214 |
Stand eerste suppletoire begroting 2026 | 5.120.063 | 4.811.524 | 4.216.764 | 3.385.805 | 2.854.043 | 2.558.017 | ||
Belangrijkste mutaties OW 2027 | ‒ 53.647 | ‒ 531 | 33.639 | 174.213 | 201.489 | 227.700 | ||
32 | AP opvraag ProDemos | 1 | 0 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 |
33 | AP opvraag versteviging aanpak desinformatie | 1 | 0 | 0 | 4.800 | 0 | 0 | 0 |
34 | Kasschuif desinformatie | 1 | 0 | 4.800 | ‒ 4.800 | 0 | 0 | 0 |
35 | AP opvraag gemeenschapsfonds | 1 | 0 | 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
36 | Maatschappelijke weerbaarheid | 1 | 0 | 20.000 | 25.000 | 40.000 | 48.000 | 60.000 |
37 | AP opvraag middelen Nationale Veiligheid | 2 | 0 | 25.000 | 33.000 | 42.000 | 50.000 | 50.000 |
38 | Overheveling digitaliseringsportefeuille naar EZK | 6,7,11 | 0 | ‒ 58.040 | ‒ 56.278 | ‒ 55.577 | ‒ 54.854 | ‒ 51.677 |
39 | Bijdrage extra gebruik BRP 2025 en 2026 | 6 | 19.090 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
40 | Overheveling Programma WaU van SZW | 7,11 | 0 | 7.550 | 7.392 | 7.195 | 7.186 | 7.186 |
41 | Overboeking van VRO centraal apparaatsartikel 11 en LPO | 11 | 4.560 | 81.835 | 75.070 | 70.680 | 66.883 | 65.775 |
42 | Desaldering HRM advies en P-ondersteuning 2026 | 11 | 11.969 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
43 | Overboeking opvolging excuses slavernijverleden Suriname | 14 | 0 | ‒ 44.635 | ‒ 9.000 | ‒ 1.665 | 0 | 0 |
44 | Kasschuif Duurzaam Herstel | 15 | 11.165 | 0 | ‒ 11.165 | 0 | 0 | 0 |
45 | Ramingsbijstelling Immateriële schade | 15 | 19.100 | 20.410 | 0 | 0 | 0 | 0 |
46 | Kasschuif M28 verduurzaaming bij versterken | 15 | ‒ 10.100 | 0 | 10.100 | 0 | 0 | 0 |
47 | Kasschuif NCG | 15 | ‒ 80.553 | ‒ 108.477 | ‒ 47.479 | 73.744 | 72.672 | 90.093 |
48 | BTW overboeking meerjarige SPUK Groningen | 15 | ‒ 11.814 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
49 | Aanvullende taakstelling Rijk | Alle | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 9.447 |
50 | Versnellen slagvaardige overheid | Alle | 0 | 0 | ‒ 9.585 | ‒ 9.582 | 0 | 0 |
51 | Overige mutaties | ‒ 17.064 | 16.026 | 11.584 | 2.418 | 6.602 | 10.770 | |
Stand ontwerpbegroting 2027 | 5.066.416 | 4.810.993 | 4.250.403 | 3.560.018 | 3.055.532 | 2.785.717 |
Toelichting
32. AP opvraag ProDemos
Dit betreft de opvraag van Coalitieakkoordmiddelen van de Aanvullende Post die bestemd zijn voor ProDemos. De middelen zijn bestemd voor de continuering van de huidige activiteiten, continuering van de versterking van de inzet in de regio en de inzet van ervaringsdeskundigen met de democratische rechtsstaat. Dit betreft € 5 mln. structureel vanaf 2027.
33. AP opvraag versteviging aanpak desinformatie
Dit betreft de opvraag van coalitieakkoordmiddelen van de Aanvullende Post die bestemd zijn voor de versteviging van de aanpak van desinformatie. Dit betreft € 4,8 mln. in 2028.
34. Kasschuif desinformatie
Dit betreft een kasschuif om de middelen voor de versteviging van de aanpak van desinformatie, die samenhangen met de coalitieakkoordmiddelen hiervoor, in het juiste kasritme te plaatsen. Er wordt vanuit 2028 € 4,8 mln. geschoven naar 2027.
35. AP opvraag Gemeenschapsfonds
Dit betreft de opvraag van coalitieakkoordmiddelen van de Aanvullende Post voor het Gemeenschapsfonds die het kabinet heeft aangekondigd in het coalitieakkoord. Dit betreft € 30,0 mln. in 2027. Het Gemeenschapsfonds moet bijdragen aan het realiseren, behouden en toekomstbestendig maken van ontmoetingsplekken voor sociale cohesie en het versterken van gemeenschapskracht.
Voor deze mutatie ontvangt uw Kamer de onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1).
36. Maatschappelijke weerbaarheid
In het kader van de samenwerkingsagenda met de medeoverheden maakt het kabinet middelen vrij voor de bevordering van de weerbaarheid tegen hybride en militaire dreigingen. Deze middelen zullen worden ingezet om gemeenten concrete ondersteuning te leveren ten behoeve van ‘Weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau’. Door deze ondersteuning zullen gemeenten concreet worden geholpen bij de versterking van de digitale en fysieke weerbaarheid van hun meest vitale processen. Daarnaast zullen de middelen worden ingezet om een impuls te geven aan de versterking van het sociaal maatschappelijk weefsel van lokale samenlevingen, waardoor schokken die worden veroorzaakt door hybride acties of een militair conflict beter kunnen worden opgevangen.
Voor deze mutatie ontvangt uw Kamer de onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1).
37. AP opvraag middelen Nationale Veiligheid
De AIVD heeft vanuit de Aanvullende Post in 2027 € 25,0 mln. oplopend tot structureel € 50,0 mln. vanaf 2030 toegekend gekregen voor het uitvoeren van maatregelen die het kabinet heeft aangekondigd voor de versterking van de (nationale) veiligheid.
38. Overheveling digitaliseringsportefeuille naar EZK
Als gevolg van de portefeuilleverdeling van het huidige kabinet, die is vastgesteld in het constituerend beraad van het Kabinet-Jetten, is er een nieuwe verdeling ontstaan van de digitaliseringsportefeuille die voorheen volledig bij BZK lag. Op basis van de vastgestelde dossierverdeling worden beleidsgelden en apparaatsgelden overgeheveld van de begroting van het ministerie van BZK naar die van het ministerie van EZK.
39. Bijdrage extra gebruik BRP 2025 en 2026
In 2025 is er door het ministerie van SZW, het ministerie van VWS en gemeenten extra gebruik gemaakt van de Basisregistratie Personen (BRP). Via overboekingen van de ministeries SZW, VWS en het gemeentefonds van in totaal € 3,6 mln. worden deze naheffingen over 2025 betaald aan BZK. Daarnaast vindt er ook een naheffing plaats bij het ministerie van SZW en het gemeentefonds voor meergebruik in 2026 voor een bedrag van € 15,5 mln.
40. Overheveling Programma WaU van SZW
Met de start van het kabinet Jetten is de programmadirectie Werk aan Uitvoering (WaU) van het ministerie van SZW naar het ministerie van BZK overgeheveld. Op basis van de vastgestelde dossierverdeling worden beleidsgelden en apparaatsgelden overgeheveld van de begroting van het ministerie van SZW naar die van het ministerie van BZK. Dit betreft tezamen € 7,6 mln. in 2027, € 7,4 mln. in 2028 en € 7,2 mln. jaarlijks vanaf 2029.
41. Overboeking van VRO centraal apparaatsartikel 11 en LPO
Vanwege het opheffen van het ministerie van VRO wordt een deel van de middelen op het centrale apparaatsartikel overgeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK. Daarnaast wordt er nog te verdelen loon- en prijsbijstelling overgeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK voor de dekking van gedeelde apparaatsposten. Dit betreft tezamen € 4,6 mln. in 2026, € 81,8 mln. in 2027, € 75,1 mln. in 2028, € 70,7 mln. in 2029, € 66,9 mln. in 2030 en € 65,8 mln. in 2031.
42. Desaldering HRM advies en P-ondersteuning 2026
Dit betreft de bijdrage van € 12,0 mln. van de SSO's en agentschappen ter financiering van de dienstverlening HRM advies en P-ondersteuning 2026 die door BZK geleverd wordt aan deze onderdelen. De ontvangsten worden gesaldeerd ter dekking van de uitgaven die BZK maakt voor deze dienstverlening en ondersteuning.
43. Overboeking opvolging excuses slavernijverleden Suriname
Het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) ontvangt uit het slavernijverledenfonds de resterende budgetten voor Suriname, zoals begroot voor de jaren 2027 (€ 44,6 mln.), 2028 (€ 9,0 mln.) en 2029 (€ 1,7 mln.). Deze middelen worden overgeheveld naar de begroting van BZ. Na de excuses in 2022 voor het trans-Atlantisch slavernijverleden in Nederland, in het Caribisch deel van het Koninkrijk en in Suriname heeft het toenmalige kabinet € 200 mln. hiervoor vrijgemaakt, waarvan € 66 mln. voor Suriname. In 2025 is reeds cumulatief € 11 mln. overgeheveld naar de BZ-begroting voor de jaren 2025 en 2026.
44. Kasschuif Duurzaam Herstel
Dit betreft een kasschuif op duurzaam herstel om de middelen in het juiste kasritme te plaatsen. Er wordt € 11,2 mln. doorgeschoven van 2028 naar 2026.
45. Ramingsbijstelling Immateriële schade
Het budget voor immateriële schade (IMS) wordt voor 2026 (€ 19,1 mln.) en 2027 (€ 20,4 mln.) omhoog bijgesteld. Hier staan ontvangsten tegenover. Deze ontvangsten worden middels een desaldering en een kasschuif in het juiste ritme gezet. De implementatie van nieuwe regelingen, zoals de ‘aanvullende vaste vergoeding’, zorgen ervoor dat meer bewoners in aanmerking komen voor de IMS-regeling. Daarnaast zijn de aanvragen voor IMS sinds de beving in Zeerijp fors toegenomen. Hierdoor is het huidige budget ontoereikend.
46. Kasschuif M28 verduurzaming bij versterken
Op basis van uitvoeringsinformatie van het NCG wordt er € 10,1 mln. voor M28 Nij Begun (hier wordt het ingrijpend versterken van een woning in het aardbevingsgebied met het direct isoleren tot de isolatiestandaard gecombineerd) van 2026 doorgeschoven naar 2028.
47. Kasschuif NCG
Via een kasschuif van 2026 tot en met 2028 (resp. € 80,6 mln., € 108,5 mln. en € 47,5 mln.) naar 2029 tot en met 2031 (resp. € 73,7 mln., € 72,7 mln. en € 90,1 mln.) worden de budgetten van de versterkingsoperatie van NCG bijgesteld. Deze schuif is gebaseerd op de diepteanalyse 2026 uit 24 juni 2026. Uit deze analyse blijkt dat de productie over de komende jaren meer wordt gespreid, met name vanwege een realistischer beeld van de verwachte risico's en onzekerheden binnen de versterkingsoperatie. Dit heeft gevolgen voor de versterkingsbudgetten en budgetten gelinkt hieraan, waaronder de budgetten voor verduurzaming bij lichte en -(middel-)zware versterkingen (resp. maatregel 29 en maatregel 28 uit Nij Begun). De versterking wordt volgens de laatste diepteanalyse nog steeds uiterlijk in 2032 afgerond.
48. Btw overboeking meerjarige SPUK Groningen
Er is € 11,8 mln. overgeheveld naar het Btw-compensatiefonds voor de meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen (SPUK) aardbevingsgebied Groningen 2024-2030 waarbij projecten zijn uitgevoerd ten behoeve van leefbaarheid en wijkontwikkeling in het aardbevingsgebied Groningen.
49. Aanvullende taakstelling Rijk
Aanvullend op de taakstellingen uit het coalitieakkoord heeft het kabinet besloten tot een extra efficiencytaakstelling die voor de begroting van BZK voor 2031 € 9,4 mln. bedraagt en daarna jaarlijks tot en met 2035 oploopt.
50. Versnellen slagvaardige overheid
Voor de taakstelling versnellen slagvaardige overheid is het bedrag op de begroting van BZK € 9,6 mln. in zowel 2028 als 2029.
Art. | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Stand ontwerpbegroting 2026 | 2.027.650 | 1.823.381 | 1.616.899 | 1.230.817 | 968.215 | 0 | ||
Belangrijkste mutatie eerste suppletoire begroting 2026 | ‒ 169.389 | ‒ 170.175 | 90.488 | 76.343 | ‒ 5.170 | 604.858 | ||
1 | Diensten en producten uitvoeringsorganisaties | 11 | 155.409 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
2 | Dienstverleningsovereenkomsten SSO's | 11 | 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
3 | Bijstelling raming apparaat ontvangsten NAM versterkingsoperatie | 11 | 23.910 | ‒ 19.098 | ‒ 20.301 | ‒ 1.029 | ‒ 171 | 18.232 |
4 | Bijstelling raming - Gederfd woongenot | 15 | ‒ 143.000 | ‒ 143.000 | 0 | 143.000 | 143.000 | 0 |
5 | Bijstelling raming ontvangsten versterkingsraming | 15 | ‒ 106.193 | 87.301 | 13.815 | ‒ 12.584 | 24.667 | 58.215 |
6 | Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG | 15 | 0 | ‒ 12.123 | 20.570 | ‒ 15.399 | ‒ 105.750 | 96.653 |
7 | Ramingsbijstelling - Waardedaling IMG | 15 | ‒ 46.697 | ‒ 45.933 | ‒ 21.954 | 3.370 | 3.370 | 3.370 |
8 | Ramingsbijstelling - Fysieke schade IMG | 15 | ‒ 94.207 | ‒ 47.051 | 88.768 | ‒ 50.007 | ‒ 78.451 | ‒ 80.461 |
9 | Ramingsbijstelling - Immateriële schade IMG | 15 | 1.599 | 9.729 | 9.590 | 9.590 | 9.590 | 9.590 |
10 | Extrapolatie 2031 | Alle | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 500.684 |
11 | Overige mutaties | Alle | 9.790 | 0 | 0 | ‒ 598 | ‒ 1.425 | ‒ 1.425 |
Stand eerste suppletoire begroting 2026 | 1.858.261 | 1.653.206 | 1.707.387 | 1.307.160 | 963.045 | 604.858 | ||
Belangrijkste mutaties OW 2027 | 24.879 | ‒ 38.140 | ‒ 67.136 | ‒ 49.307 | 61.808 | 133.937 | ||
12 | Desaldering ontvangsten BRP | 6 | 5.922 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
13 | Desaldering HRM advies en P-ondersteuning 2026 | 11 | 11.969 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
14 | Ramingsbijstelling ontvangsten Immateriële schade | 15 | 0 | 19.100 | 20.410 | 0 | 0 | 0 |
15 | Kasschuif ontvangsten NCG | 15 | ‒ 1.110 | ‒ 57.554 | ‒ 87.838 | ‒ 49.239 | 61.806 | 133.935 |
16 | Overige mutaties | 8.098 | 314 | 292 | ‒ 68 | 2 | 2 | |
Stand ontwerpbegroting 2027 | 1.883.140 | 1.615.066 | 1.640.251 | 1.257.853 | 1.024.853 | 738.795 |
Toelichting
12. Desaldering ontvangsten BRP
De SSO's en agentschappen hebben de facturen betaald voor hun aandeel in het gebruik Basisregistratie Personen (BRP). De ontvangsten van € 5,9 mln. zijn gedesaldeerd, zodat de middelen overgemaakt kunnen worden naar de Rijksdienst voor Indentiteitgegevens (RvIG) waar de kosten van de BRP gemaakt worden.
13. Desaldering HRM advies en P-ondersteuning 2026
Dit betreft de bijdrage van de SSO's en agentschappen ter financiering van de dienstverlening HRM advies en P-ondersteuning 2026 die door BZK geleverd wordt aan deze onderdelen. De ontvangsten van € 12,0 mln. worden gedesaldeerd ter dekking van de uitgaven die BZK maakt voor deze dienstverlening en ondersteuning.
14. Ramingsbijstelling ontvangsten immateriële schade
Door de toenemende uitgaven voor immateriële schade in 2026 nemen ook de ontvangsten toe in 2027 (€ 19,1 mln.) en 2028 (€ 20,4 mln.), omdat deze kosten worden verhaald op de NAM.
15. Kasschuif ontvangsten NCG
Via een kasschuif van 2026 tot en met 2028 naar latere jaren worden de budgetten van de versterkingsoperatie van NCG bijgesteld. Deze schuif is gebaseerd op de diepteanalyse 2026 uit 24 juni 2026. Uit deze analyse blijkt dat de productie over de komende jaren meer wordt gespreid, met name vanwege een realistischer beeld van de verwachte risico's en onzekerheden binnen de versterkingsoperatie. Dit heeft gevolgen voor de versterkingsbudgetten en budgetten gelinkt hieraan. Hierdoor worden de ontvangstenbudgetten (die een jaar later dan de uitgaven worden ontvangen) via een kasschuif ook bijgesteld van 2026 tot en met 2029 (resp. € 1,1 mln., € 57,6 mln., € 87,8 mln. en € 49,2 mln.) naar 2030 en 2031 (resp. € 61,8 mln. en € 133,9 mln.).
2.3 Openbaarheidsparagraaf
Actieve openbaarmaking
In 2027 zet BZK haar innovatieve aanpak op het gebied van proactieve openbaarmaking voort. Op basis van de Topthema-aanpak signaleert het departement belangrijke thema’s waarvoor veel maatschappelijke belangstelling is en werkt het jaarlijks aan het openbaar maken van tien zogenaamde topdossiers
Passieve openbaarmaking
BZK werkt in 2027 de nieuwe datagedreven aanpak bij het afhandelen van Woo-verzoeken verder uit. Zo zet het team Openbaarmaking in op het optimaliseren van het Woo-workflowsysteem en dashboards die inzicht geven in de afhandelingstijd van Woo-verzoeken.
Verbetering van de informatiehuishouding
Voor het structureel werken aan en verbeteren van de informatiehuishouding ontwikkelt BZK een kwaliteitssysteem. Daarnaast werkt het departement in 2027 aan de implementatie van een informatiebeheerplan. Op basis van dit plan zet BZK verdere verbeteracties uit.
Actielijn 1 Informatieprofessionals
Het opleidingscurriculum voor informatiehuishouding en openbaarmaking wordt in 2027 verder aangevuld waar nodig en onder de aandacht gebracht van leidinggevenden en medewerkers. Daarnaast is er blijvende aandacht voor informatiehuishouding en openbaarmaking binnen BZK, waar mogelijk in combinatie met andere belangrijke onderwerpen zoals digitaal vakmanschap, digitale weerbaarheid en verantwoord omgaan met AI.
Actielijn 2 Aard en volume van informatie
Om meer grip te krijgen op informatie is in 2026 een pilot gestart voor het opruimen van netwerkschijven binnen de beleidsdirecties van BZK. Op basis hiervan werkt BZK een aanpak uit voor het verder in beheer brengen van informatie op netwerkschijven en samenwerkingsfunctionaliteiten.
Actielijn 3 Informatiesystemen
De komende jaren levert BZK een verdere bijdrage aan de realisatie van de generieke voorzieningen, zoals emailarchivering, chatarchivering, generieke Woo-voorziening en Zoek & Vind. In afwachting van de generieke Woo-voorziening onderzoekt BZK de mogelijkheden voor een eigen publicatieplatform. We sluiten aan bij generieke voorziening zodra deze gereed is. Ook is BZK van plan om het DMS verder te verbeteren. Het doel is een DMS dat prettig werkt en informatiebeheerprocessen nog beter ondersteunt.
Actielijn 4 Bestuur en naleving
Bij directies wordt blijvend aandacht gevraagd voor het opnemen van informatiehuishouding en openbaarmaking in de jaarplannen, en het regelmatig agenderen hiervan in overleggen.
2.4 Strategische Evaluatieagenda
De Strategische Evaluatieagenda (SEA) laat zien hoe BZK de komende jaren werkt aan het verkrijgen van inzichten over de (voorwaarden voor) de doeltreffendheid en doelmatigheid van ons beleid. Door voldoende (goed) evaluatieonderzoek uit te voeren neemt het aantal bruikbare inzichten toe. Conform de RPE wordt periodiek (elke 4-7 jaar) per thema verantwoording afgelegd over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid. Dit gebeurt via een Periodieke rapportage. Hieronder is de planning van deze syntheseonderzoeken opgenomen.
Thema/Periodieke rapportage | Eerstvolgende Periodieke rapportage | Begrotingsartikelen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | 21 | 6 | 7 | 14 | 15 | ||
Goed functionerend openbaar bestuur | 2028 | 1.1 | |||||
Een sterke en weerbare democratische rechtsstaat | 2028 | 1.2/1.3 | |||||
Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving | 20262 | 6.2 | |||||
Identiteitsstelsel | 2030 | 6.5 | |||||
Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI | 2028 | 6.7/6.8 | |||||
Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid | 2029 | 7 | |||||
Slavernijverleden | 2030 | 14 | |||||
Een veilig Groningen met perspectief | 2030 | 15 | |||||
Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda bevat een nadere toelichting op de SEA. Daarnaast is daar ook de programmering van alle (deel)evaluatieonderzoeken te vinden.
Voor het meest recente overzicht van afgeronde evaluaties en Periodieke Rapportages zie: Jaarverslag BZK 2025, bijlage 3: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek.
2.5 Overzicht Risicoregelingen
Artikel omschrijving | Leningnemer | Saldo 01-07-2026 | Looptijd lening |
|---|---|---|---|
Artikel 15 Een veilig Groningen met perspectief | St. Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen | 10.000 | 1-1-2026 |
St. Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen
Toelichting
Deze lening dient ter financiering van de aankoop van langdurig te koop staande particuliere woningen in het aardbevingsgebied.
2.6 Slagvaardige Overheid
Deze bedragen wijken af ten opzichte van de Startnota omdat apparaatsmiddelen van de VRO-begroting zijn overgeheveld naar de BZK-begroting, inclusief de taakstelling hierop. Ook zijn er middelen voor digitalisering overgeheveld van het ministerie van BZK naar het ministerie van EZK, waaronder voor apparaat, waarbij ook het aandeel van de taakstelling hierop mee is overgeheveld. Tot slot is als gevolg van de overheveling van de programmadirectie Werk aan Uitvoering van het ministerie van SZW, ook een aandeel taakstelling op het apparaatsbudget mee overgeheveld naar het ministerie van BZK.
Toelichting
Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (begrotingsstaat VII) gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat oploopt tot € 65 mln. structureel. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.
De apparaatstaakstellingen uit het coalitieakkoord zijn beide meerjarig verwerkt op de begrotingen van BZK, KR en VRO in lijn met de berekening en verdeling die het ministerie van Financiën heeft toegepast. Daarbij is de taakstelling Slagvaardige Overheid ingeboekt vooruitlopend op de verdere uitwerking van de actieagenda Slagvaardige Overheid. De uitgewerkte actieagenda zal bepalend zijn voor de invulling van die taakstelling. In de komende jaren zijn ook ijkmomenten opgenomen (waarvan in mei 2027 de eerste) om periodiek te bezien welke besparingen slagvaardige overheid daadwerkelijk oplevert om vervolgens te bepalen of (en waar) een andere invulling nodig is. Voor de invulling van de Efficiencytaakstelling wordt de verdeling zoals deze nu is geboekt, als vertrekpunt gehanteerd. Deze invulling wordt in 2026 verder uitgewerkt. Op de budgetten voor bijdragen aan agentschappen en ZBO’s heeft deze taakstelling al vanaf 2027 effect. De Efficiencytaakstelling heeft pas vanaf 2029 effect op het budget voor ‘eigen personeel’. Dit geldt ook voor de taakstelling Slagvaardige Overheid. De verdere onderverdeling van de taakstelling binnen ‘eigen personeel’ wordt meegenomen in het ijkmoment in mei 2027, zodat dan een zorgvuldig traject kan worden gestart om daar (ook voor de taakstelling Slagvaardige Overheid) met fte-reductie invulling aan te geven. Ondertussen leidt de taakstelling op het apparaat van het kabinet-Schoof bij de directoraten-generaal van het ministerie van BZK tot een fte-reductie die vanaf 2026 oploopt tot 170 fte in 2029. Dat is 4 fte minder dan tot nu toe gecommuniceerd, omdat het aandeel van de taakstelling kabinet-Schoof op de formatie voor digitalisering (4 fte) mee overgeheveld is naar het ministerie van EZK.
3. Beleidsartikelen
3.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt aan een slagvaardig en betrouwbaar openbaar bestuur waarop inwoners kunnen vertrouwen en dat oog heeft voor de menselijke maat. Een openbaar bestuur dat samen met de samenleving in staat is de maatschappelijke opgaven op te lossen. Veranderingen in onze maatschappij beïnvloeden hoe ons bestuur en onze democratie werkt. Om waarden als legitieme besluitvorming, slagkrachtig openbaar bestuur en transparantie daarbij te behouden en democratische waarden en vrijheden te borgen en versterken, is continu aandacht nodig voor de werking en inrichting van democratie en bestuur.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de zorg voor het goed functioneren van het openbaar bestuur van ons land.
Inwoners verlangen in toenemende mate maatwerk van de overheid. Dat vraagt om een overheid die in kan spelen op hun individuele behoeften en om kan gaan met uiteenlopende maatschappelijke opgaven op verschillende schaalniveaus. Daarnaast zijn er grote maatschappelijke opgaven die we als overheden alleen samen met de samenleving kunnen oplossen. Om hier goed op in te kunnen spelen organiseren we de overheid zo dicht mogelijk bij de burger en met betrokkenheid van de burger.
Met het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is een gezamenlijke inzet van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk nodig.
De slagvaardigheid en legitimatie van het openbaar bestuur vraagt om een zo helder mogelijke taakverdeling tussen de overheden, financiering die daarbij aansluit, draagkracht in de uitvoering, onderlinge afstemming en samenwerking, betrokkenheid van burgers, ruimte voor maatwerk en zorg voor en toerusting van de mensen werkzaam in het openbaar bestuur.
De minister is hoeder van de Grondwet (GW).
De minister is verantwoordelijk voor:
Stimuleren
– Om de slagvaardigheid van het openbaar bestuur te versterken stimuleert de minister de samenwerking tussen overheden en het werken als één overheid, onder meer via de Agenda stad, City Deals en Regio's aan de grens.
– Ter versterking van het democratisch bestel werkt de minister aan een sterkere verbinding van inwoner en overheid, aan betere toerusting en ondersteuning van politieke ambtsdragers en aan een weerbaarder bestuur. De minister stimuleert en faciliteert betrokken partijen en draagt zorg voor kennisontwikkeling en –verspreiding. Concrete voorbeelden zijn Netwerk Weerbaar bestuur en Kennispunt Lokale Politieke Partijen. De minister stimuleert tevens de aantrekkelijkheid van het politieke ambt door het verbeteren van de rechtspositie, ondersteuning en opleidingsmogelijkheden van politieke ambtsdragers.
– De minister stimuleert, vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de Grondwet, het mensenrechtenbeleid in Nederland.
– De minister heeft een stimulerende rol voor een betrouwbare overheid door medeondertekening van de Algemene wet bestuursrecht. Deze wet is kaderstellend voor een behoorlijk bestuur.
– De minister draagt (mede in reactie op het rapport Ongekend onrecht) zorg voor een betere dienstverlening aan de burger vanuit alle onderdelen van de overheid (Kamerstukken II 2020/21, 35510, nr. 4).
– Medeoverheden worden gecompenseerd voor de uitgaven en derving van inkomsten als gevolg van het kwijtschelden van publieke schulden aan gedupeerden van de toeslagenaffaire (Stcrt. 2021, 47680).
– Het ministerie van BZK zet zich als coördinerend ministerie in voor de aanpak van desinformatie en het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving tegen de invloed van desinformatie en deepfakes.
– Het ministerie van BZK coördineert de brede aanpak om mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag beter te helpen en zo overlast tegen te gaan.
Financieren
– De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Financiën - namens deze de staatssecretaris van Financiën (de fondsbeheerders) - hebben een regisserende en financierende rol ten aanzien van het gemeentefonds, op basis van de Financiële-verhoudingswet (Fvw). De middelen voor beide fondsen kennen een eigen begroting (gemeentefonds en provinciefonds) maar het beheer kan niet los gezien worden van de rest van het stelsel. Op basis van de Gemeentewet (Gemw) en Provinciewet (PW) is de minister verantwoordelijk voor het stelsel van decentrale belastingen.
– Tevens financiert de minister de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers.
Regisseren
– Op basis van artikel 2 van de Fvw wordt indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door gemeenten en/of provincies, in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, wat de financiële gevolgen van deze wijziging voor de gemeenten en/of provincies zijn. Tevens wordt aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor gemeenten en/of provincies kunnen worden opgevangen. Over de toepassing van dit artikel vindt tijdig overleg plaats met de minister van BZK en de minister van Financiën.
– Op basis van de (Gemw) en (PW) is de minister daarnaast verantwoordelijk voor de interbestuurlijke verhoudingen en het Rijksbeleid dat de medeoverheden raakt. De minister coördineert hierbij het overleg tussen het Rijk en de medeoverheden. Door de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarvoor de minister verantwoordelijk is, kunnen gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken in publiekrechtelijke constructies.
– Betrouwbare en transparante verkiezingen zijn essentieel voor het vertrouwen in de democratie. De minister is verantwoordelijk voor de Kieswet (KW), die de verkiezingen voor de leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement, Provinciale Staten, algemene besturen van waterschappen, eilandsraden en gemeenteraden regelt.
– De minister is verantwoordelijk voor de aanpak van discriminatie en de daarbij behorende wetgeving, zoals de Algemene wet gelijke behandeling en de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. De minister heeft een coördinerende rol in de aanpak van discriminatie.
– De minister is eerste ondertekenaar van de Wet op Lijkbezorging (Wlb), die een belangrijk wettelijk kader vormt voor de omgang met overledenen in Nederland.
Uitvoeren
– Politieke partijen vervullen een cruciale rol in de democratie. De minister voert de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) uit en financiert deze ook.
– De minister geeft uitvoering aan het Nederlandse decoratiestelsel en aan de ontslag- en benoemingsprocedures van burgemeesters, commissarissen van de Koning en leden van de Hoge Colleges van Staat.
– Om het stelsel van het openbaar bestuur te ondersteunen voert de minister onderzoek uit en ontwikkelt zij kennisproducten, zoals de Staat van het Bestuur en de website www.findo.nl.
Versterken rechtsstaat
Om de instituties van ons bestel te versterken, versterkt het kabinet de constitutionele toets van ontwerp wet- en regelgeving en werkt het kabinet aan een Grondwetswijziging die strekt tot de gedeeltelijke opheffing van het toetsingsverbod in artikel 120 Grondwet.
Ook worden de middelen (uit artikel 1) besteed aan het daadkrachtig optreden tegen o.a. discriminatie en racisme. Er wordt onderzocht of het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht, na de (internet)consultatie en uitvoeringstoetsen kan worden aangepast om de uitvoerbaarheid te verbeteren met als doende dienstverlening van de overheid menselijker en toegankelijker te maken.
Aanpak mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag
Het kabinet zet onder coördinatie van BZK de aanpak door om mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag beter te helpen en zo overlast tegen te gaan. Samen met JenV, VWS, VRO en SZW wordt invulling gegeven aan deze brede aanpak, inclusief wonen en bestaanszekerheid.
Gemeenschapsfonds
Met dit fonds worden voorzieningen voor ontmoeting en gemeenschapskracht versterkt, voornamelijk in gebieden waar ontmoetingsplekken en sociale structuren sterk onder druk staan.
ProDemos
Er worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor burgerschapsonderwijs met ingang van 2027.
Foreign information manipulation and interference
In 2027 wordt een wetsvoorstel ingediend voor de inrichting van een organisatie die buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI, foreign information manipulation and interference) in het publieke debat, gericht op ondermijning van de democratische rechtsstaat, structureel kan detecteren.
Beleidskeuzes uitgelegd
In antwoorden op de begrotingsrapporteur van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over het departementale jaarverslag 2025 is toegezegd om in het begrotingsartikel een verwijzing op te nemen naar eerder verstuurde kaders «beleidskeuzes uitgelegd» (Kamerstuk 36 945-VII, nr. 17). Dit om daarmee het inzicht in de koppeling tussen doelen en ingezette middelen op dit begrotingsartikel verder inzichtelijk te maken. Onderstaande tabel toont de eerder met de Tweede Kamer gedeelde onderbouwing van instrumenten die in dit begrotingsartikel terugkomen.
Naam instrument | Kamerstuk | Datum onderbouwing |
|---|---|---|
Investeren in goed bestuur en rechtsstaat | Kamerstuk 31865, nr. 261 | 7 oktober 2024 |
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 89.888 | 144.806 | 230.867 | 173.234 | 182.359 | 186.124 | 198.208 |
Uitgaven | 86.441 | 245.702 | 230.867 | 173.234 | 182.359 | 186.124 | 198.208 | |
1.1 | Bestuur en regio | 19.425 | 127.278 | 30.247 | 19.192 | 18.597 | 15.501 | 16.826 |
Subsidies (regelingen) | 17.186 | 14.882 | 9.053 | 6.895 | 8.951 | 5.762 | 7.454 | |
Multiproblematiek | 927 | 1.517 | 212 | 211 | 211 | 211 | 211 | |
Antidiscriminatie | 1.559 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Oorlogsgravenstichting | 6.758 | 5.062 | 4.874 | 5.024 | 5.181 | 5.302 | 6.267 | |
Bestuur en regio | 4.499 | 5.699 | 1.184 | 320 | 305 | 249 | 204 | |
Basisinfrastructuur | 1.774 | 800 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Werk aan Uitvoering | 1.662 | 1.804 | 2.783 | 1.340 | 3.254 | 0 | 772 | |
Versterken rechtsstaat | 7 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Opdrachten | 2.109 | 10.061 | 19.980 | 6.829 | 4.186 | 4.285 | 4.052 | |
Multiproblematiek | 0 | 625 | 665 | 665 | 665 | 665 | 665 | |
Bestuur en regio | 1.562 | 9.147 | 19.315 | 6.164 | 3.521 | 3.620 | 3.387 | |
Versterken rechtsstaat | 164 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Antidiscriminatie | 383 | 289 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 5 | 410 | 334 | 330 | 322 | 316 | 182 | |
Diverse bijdragen | 0 | 279 | 203 | 199 | 191 | 185 | 182 | |
Bestuur en regio | 5 | 131 | 131 | 131 | 131 | 131 | 0 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 0 | 101.325 | 500 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | |
Diverse bijdragen | 0 | 429 | 500 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | |
Regio Deals | 0 | 100.896 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 74 | 100 | 39 | 38 | 38 | 38 | 38 | |
Bijdragen internationaal | 74 | 100 | 39 | 38 | 38 | 38 | 38 | |
Bijdrage aan agentschappen | 51 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Diverse bijdragen | 51 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 500 | 341 | 100 | 100 | 100 | 100 | |
Multiproblematiek | 0 | 500 | 341 | 100 | 100 | 100 | 100 | |
1.2 | Democratie | 67.016 | 105.130 | 154.305 | 139.308 | 146.323 | 155.378 | 166.878 |
Subsidies (regelingen) | 46.743 | 64.857 | 81.353 | 75.769 | 72.229 | 72.199 | 71.426 | |
Politieke partijen | 26.929 | 33.690 | 34.866 | 32.938 | 32.914 | 32.914 | 32.914 | |
Comité 4/5 mei | 159 | 138 | 31 | 2 | 2 | 2 | 2 | |
ProDemos | 10.179 | 11.161 | 16.638 | 15.924 | 12.949 | 12.966 | 12.966 | |
Verbinding inwoner en overheid | 3.755 | 9.834 | 14.439 | 11.598 | 11.195 | 11.190 | 11.176 | |
Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers | 4.135 | 5.204 | 3.297 | 2.436 | 2.387 | 2.387 | 1.633 | |
Weerbaar bestuur | 1.586 | 4.444 | 3.932 | 4.570 | 4.519 | 4.519 | 4.514 | |
St Thorbeckeleerstoel | 0 | 186 | 0 | 0 | 113 | 71 | 71 | |
Decentrale politieke partijen | 0 | 200 | 8.150 | 8.301 | 8.150 | 8.150 | 8.150 | |
Opdrachten | 7.918 | 28.306 | 62.263 | 53.392 | 64.258 | 73.388 | 85.782 | |
Verbinding inwoner en overheid | 4.561 | 24.433 | 30.318 | 16.749 | 12.967 | 15.245 | 14.526 | |
Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers | 844 | 1.381 | 720 | 557 | 841 | 842 | 840 | |
Weerbaar bestuur | 2.513 | 2.492 | 11.225 | 11.086 | 10.450 | 9.301 | 10.416 | |
Maatschappelijke weerbaarheid | 0 | 0 | 20.000 | 25.000 | 40.000 | 48.000 | 60.000 | |
Inkomensoverdrachten | 8.806 | 8.554 | 8.279 | 8.246 | 7.960 | 7.939 | 7.834 | |
Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers | 8.806 | 8.554 | 8.279 | 8.246 | 7.960 | 7.939 | 7.834 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 3.549 | 2.305 | 1.311 | 801 | 804 | 810 | 806 | |
Diverse bijdragen | 3.549 | 2.305 | 1.311 | 801 | 804 | 810 | 806 | |
Bijdrage aan agentschappen | 0 | 1.108 | 1.099 | 1.100 | 1.072 | 1.042 | 1.030 | |
Dienst Publiek en Communicatie | 0 | 1.108 | 1.099 | 1.075 | 1.047 | 1.017 | 1.005 | |
RVO | 0 | 0 | 0 | 25 | 25 | 25 | 25 | |
1.3 | Rechtsstaat en Grondrechten | 0 | 13.294 | 16.315 | 14.734 | 17.439 | 15.245 | 14.504 |
Subsidies (regelingen) | 0 | 7.272 | 5.129 | 5.824 | 5.644 | 5.646 | 5.637 | |
Antidiscriminatie | 0 | 6.320 | 3.692 | 4.725 | 4.602 | 4.603 | 4.600 | |
Diverse subsidies | 0 | 929 | 1.384 | 1.099 | 1.042 | 1.043 | 1.037 | |
Versterken rechtsstaat | 0 | 23 | 53 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Opdrachten | 0 | 6.022 | 11.186 | 8.910 | 11.795 | 9.599 | 8.867 | |
Antidiscriminatie | 0 | 3.380 | 6.613 | 5.624 | 8.621 | 7.340 | 7.330 | |
Versterken rechtsstaat | 0 | 2.642 | 4.573 | 3.286 | 3.174 | 2.259 | 1.537 | |
1.4 | Gemeenschapsfonds | 0 | 0 | 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Subsidies (regelingen) | 0 | 0 | 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Gemeenschapsfonds | 0 | 0 | 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 16.799 | 25.248 | 25.248 | 25.248 | 25.248 | 25.248 | 25.248 | |
Geschatte budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
juridisch verplicht | 15% |
bestuurlijk gebonden | 82% |
beleidsmatig gereserveerd | 3% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 15% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:
Subsidies (regelingen)
Het subsidiebudget is voor 51% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidies aan de politieke partijen, de Oorlogsgravenstichting (OGS), ProDemos en Multiproblematiek en Basisinfrastructuur als gevolg van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.
1.1 Bestuur en regio
Subsidies
Oorlogsgravenstichting
Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting (OGS) wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan vijftig landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. De OGS ontvangt een subsidie voor de uitvoering hiervan.
Werk aan Uitvoering (WaU)
Sinds 2023 wordt via BZK een WaU-subsidie verstrekt aan de VNG voor het verbeteren van de uitvoerbaarheid van beleid voor gemeenten. De subsidie wordt ingezet op activiteiten die de uitvoerbaarheid van beleid en de toepassing van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) versterken. In de periode 2027-2031 ligt het accent op toepassing, doorontwikkeling en borging van bestaande instrumenten en werkwijzen, zoals het Beleidskompas, de UDO en uitvoeringstoetsen.
Opdrachten
Bestuur en regio
Het Nationale Programma Vitale Regio's (NPVR) bestaat uit een gebiedsgerichte aanpak voor elf regio's aan de randen van het land, de grensoverstijgende samenwerking met de buurlanden en uit het doorontwikkelen van de beleids- en investeringslogica van het Rijk. Binnen dit programma worden opdrachten verstrekt voor onder andere onderzoek en kennisontwikkeling, organisatie van (kennis)bijeenkomsten met en voor de regio's, departementen, maatschappelijke partijen en andere regionale partners, de totstandkoming van langjarige agenda's met de elf regio's, de organisatie van de Grenslandconferentie, monitoring en evaluatie van de Grenseffectentoets, het verzamelen van grensstatistieken, ondersteuning voor de coördinerend Rijksheren voor grensoverstijgende samenwerking en algemene monitoring en evaluatie van het programma.
In 2027 zullen opdrachten worden verstrekt in het kader van de uitvoering van de agenda goed bestuur, zoals onder andere het verder ontwikkelen van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) en het tot stand brengen van een volwaardige samenwerkingsagenda met de medeoverheden waarvan ook de integrale uitwerking van het rapport Polman deel uitmaakt. Daarnaast zullen opdrachten worden verstrekt in het kader van het ontwikkelen van vernieuwende passende bestuurlijk-financiële arrangementen, zoals het ontwikkelen van een applicatie om de mogelijkheid tot monitoring binnen de bijzondere fondsuitkering (BFU) te faciliteren en het doorontwikkelen van de GOUDO applicatie om het proces tot het instellen van specifieke uitkeringen (SPUK-loket) te faciliteren.
1.2 Democratie
Subsidies (regelingen)
Politieke partijen
Politieke partijen ontvangen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). Het doel van de subsidie is het leveren van een bijdrage aan de instandhouding en versterking van de schakelfunctie van landelijke politieke partijen in het democratische staatsbestel.
Partij | waarde 2023 | waarde 2024 | waarde 2025 (1) | waarde 2026 2) |
|---|---|---|---|---|
VVD | 5.408.783 | 4.634.145 | 4.141.246 | 4.034.530 |
D66 | 4.146.855 | 2.906.176 | 2.125.702 | 3.670.086 |
CDA | 2.749.460 | 2.026.177 | 1.536.063 | 2.702.490 |
SP | 2.073.973 | 1.769.292 | 1.542.884 | 1.400.802 |
PvdA | 2.199.298 | 2.190.761 | 2.289.140 | 2.379.658 |
GL | 2.093.621 | 2.231.753 | 2.409.053 | 2.228.165 |
PvdD | 1.669.530 | 1.376.317 | 1.340.675 | 1.362.644 |
FvD | 1.835.879 | 1.754.335 | 1.657.812 | 1.990.142 |
CU | 1.526.477 | 1.388.668 | 1.259.310 | 1.270.802 |
SGP | 1.339.256 | 1.339.551 | 1.333.512 | 1.344.667 |
DENK | 863.193 | 927.109 | 1.029.201 | 1.103.169 |
50PLUS | 700.948 | 488.247 | 718.735 | 816.943 |
OPNL | 578.970 | 632.630 | 666.984 | 685.250 |
BIJ1 | 663.073 | 0 | 0 | 0 |
JA21 | 855.410 | 728.195 | 712.325 | 1.398.699 |
Volt | 917.549 | 933.960 | 968.542 | 930.820 |
BVNL | 657.688 | 383.052 | 0 | 0 |
BBB | 582.753 | 1.052.802 | 1.530.710 | 1.390.852 |
NSC | 614.921 | 2.368.548 | 3.140.975 | 1.201.262 |
Totaal | 31.477.637 | 29.131.718 | 28.402.869 | 29.910.981 |
1. De bedragen over 2025 en 2026 zijn voorlopige bedragen, waarvan 80% inmiddels is uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd.
2. De loon- en prijsbijstellingen over 2025 en 2026 moeten nog in deze bedragen worden verwerkt.
ProDemos
ProDemos, het Huis voor Democratie en Rechtsstaat, ontvangt een subsidie voor activiteiten gericht op het vergroten van de betrokkenheid en kennis van de democratische rechtsstaat, zoals het verzorgen van bezoeken van scholieren aan het parlement met de daarbij behorende educatieve programma’s, aandacht voor doelgroepen met lager politiek zelfvertrouwen, lesmateriaal over grondrechten en democratische waarden, en inzet van ervaringsdeskundigen uit de democratie. Met ingang van 2027 zijn structureel € 5 mln. aanvullende middelen beschikbaar voor burgerschapsonderwijs. Hiermee wordt de inzet van ProDemos verbreed en versterkt in de regio.
Verbinding inwoner en overheid
Subsidies worden verstrekt om maatschappelijke initiatieven, samenwerking met maatschappelijke organisaties en burgerschap te versterken, o.a. aan het V-fonds met Loket-D en de Huizen voor Actief Burgerschap. Ook investeert BZK in het versterken van democratisch bewustzijn en democratisch ethos, onder andere via Tienskip. Het in 2025 vernieuwde actieplan toegankelijk stemmen wordt in 2027 verder uitgevoerd.
Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers
Om politieke ambtsdragers te ondersteunen en hun opleidingsmogelijkheden te verbeteren ontvangen de beroepsgroepen van politieke ambtsdragers subsidie. Ook ontvangen de griffie en rekenkamer subsidies.
Met een subsidie aan Stichting Kennispunt Lokale Politieke Partijen worden fysieke en online trainingen aan lokale politieke partijen in 2027 voortgezet.
Weerbaar bestuur
Subsidies worden verstrekt ter verhoging van de weerbaarheid van het bestuur tegen intimidatie, bedreiging en ondermijning en ter verhoging van de veiligheid van decentrale politieke ambtsdragers, ambtenaren en hun organisaties. Zo worden het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur (OTWB) en de woningscans voor alle decentrale politieke ambtsdragers gefinancierd.
Decentrale politieke partijen
Het wetsvoorstel Wpp bevat een structurele subsidieregeling voor decentrale politieke partijen. Hiervoor is structureel € 8,2 mln. gereserveerd. De ingangsdatum van deze subsidieregeling is afhankelijk van de inwerkingtreding van de Wpp.
Opdrachten
Verbinding inwoner en overheid
Opdrachten worden verstrekt in het kader van de voorbereiding en evaluatie van de Provinciale staten- en waterschapsverkiezingen in 2027. Het voornemen is om tijdens deze verkiezingen het experiment met een nieuw stembiljet voort te zetten.
Ter voorbereiding op de instelling van het detectieorgaan buitenlandse desinformatie wordt de opbouw van de organisatie met een kwartiermaker en analisten voorbereid. Tevens wordt een pilot FIMI-detectie uitgevoerd voor de verkiezingen voor de waterschappen, provinciale staten en eilandsraden op 17 maart 2027.
Opdrachten worden verstrekt om democratische innovatie te onderzoeken en bevorderen en te monitoren hoe invulling wordt gegeven aan de versterking van participatie bij maatschappelijke opgaven.
Weerbaar bestuur
Er wordt doorgewerkt aan het verhogen van de weerbaarheid van decentrale politieke ambtsdragers, ambtenaren en hun organisaties tegen (online) agressie, intimidatie, bedreiging en ondermijning. Producten worden ontwikkeld ten behoeve van de preventie en nazorg van de doelgroep en het breder beschikbaar stellen van kennis en expertise voor decentrale medeoverheden.
Maatschappelijke weerbaarheid van medeoverheden
In het kader van de samenwerkingsagenda met de medeoverheden maakt het kabinet budget vrij voor de bevordering van de weerbaarheid tegen hybride en militaire dreigingen. Deze middelen zullen worden ingezet om gemeenten concrete ondersteuning te leveren ten behoeve van ‘Weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau’. Door deze ondersteuning zullen gemeenten concreet worden geholpen bij de versterking van de digitale en fysieke weerbaarheid van hun meest vitale processen. Daarnaast zullen de middelen worden ingezet om een impuls te geven aan de versterking van het sociaal maatschappelijk weefsel van lokale samenlevingen, waardoor schokken die worden veroorzaakt door hybride acties of een militair conflict beter kunnen worden opgevangen.
Inkomensoverdrachten
Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers
Het ministerie van BZK financiert de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers. Het betreft pensioenen en uitkeringen aan voormalige ministers en staatssecretarissen en uitkeringen aan voormalige herindelingsburgemeesters en waarnemend burgemeesters.
1.3 Rechtsstaat en Grondrechten
Subsidies (regelingen)
Antidiscriminatie
De minister is verantwoordelijk voor de aanpak van discriminatie en de bijbehorende wetgeving, zoals de Algemene wet gelijke behandeling en de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen en heeft een coördinerende rol in de aanpak van discriminatie. Er worden subsidies verstrekt om aan deze taak te kunnen voldoen. Er worden onder andere subsidies verleend voor de herziening van het stelsel van antidiscriminatievoorzieningen aan Discriminatie.nl en het tot stand brengen van een real time dashboard met discriminatiecijfers.
Versterken rechtsstaat
De instituties van de rechtsstaat worden versterkt. Zo werkt het kabinet aan een Grondwetswijziging die strekt tot de gedeeltelijke opheffing van het toetsingsverbod in artikel 120 Grondwet. Ook wordt ingezet dat de Grondwet de bescherming biedt die past bij de huidige tijd, waarin digitale technologie een steeds belangrijkere rol speelt in de verhouding tussen overheid en burgers. Er worden verschillende subsidies verleend ter ondersteuning van deze beleidsdoelen.
Opdrachten
Versterken rechtsstaat
De instituties van de rechtsstaat worden versterkt. Zo werkt het kabinet aan een Grondwetswijziging die strekt tot de gedeeltelijke opheffing van het toetsingsverbod in artikel 120 Grondwet. Ook wordt ingezet dat de Grondwet de bescherming biedt die past bij de huidige tijd, waarin digitale technologie een steeds belangrijkere rol speelt in de verhouding tussen overheid en burgers. Er worden verschillende onderzoeken uitgezet ter ondersteuning van deze beleidsdoelen.
Antidiscriminatie
De minister van het ministerie van BZK is verantwoordelijk voor de aanpak van discriminatie en de bijbehorende wetgeving, zoals de Algemene wet gelijke behandeling en de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen en heeft een coördinerende rol in de aanpak van discriminatie. Er worden opdrachten uitgezet die het daadkrachtig optreden tegen onder andere discriminatie en racisme bevorderen. Er worden onder andere opdrachten verstrekt voor de begeleiding van de transitie naar een nieuw stelsel van antidiscriminatievoorzieningen.
1.4 Gemeenschapsfonds
Subsidies (regelingen)
Gemeenschapsfonds
In 2027 is er voor het Gemeenschapsfonds € 30,0 mln. beschikbaar. Hiermee worden voorzieningen voor ontmoeting en gemeenschapskracht versterkt, voornamelijk in gebieden waar ontmoetingsplekken en sociale structuren sterk onder druk staan.
Ontvangsten
De ontvangsten betreffen grotendeels de bijdragen van de waterschappen aan de uitvoeringskosten van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet en de kosten worden gezamenlijk gedragen door het Rijk, gemeenten en waterschappen. De waterschappen betalen jaarlijks hun aandeel in de uitvoeringskosten via het Rijk aan de gemeenten.
Het ministerie van BZK ontvangt jaarlijks budget van de waterschappen in het kader van de organisatie van de Waterschapsverkiezingen. De kosten, die de gemeenten voor de organisatie van de Waterschapsverkiezingen maken, worden vergoed door de waterschappen. Sinds 2020 gebeurt dat via een structurele toevoeging aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Dit bedrag is reeds overgeboekt vanuit de begroting van BZK (VII). Daartegenover incasseert het ministerie van BZK jaarlijks eenzelfde bedrag bij de waterschappen.
Extracomptabel
Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. Deze fiscale regelingen zijn:
– Koningshuisregeling in de schenk- en erfbelasting;
– Koningshuisregeling in inkomstenbelasting.
Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de paragraaf ‘Kwalitatieve achtergrond informatie per fiscale regeling’ in de bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota.
3.2 Artikel 2. Nationale Veiligheid
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde. Dit doet de AIVD door tijdig dreigingen, internationale politieke ontwikkelingen en risico's te onderkennen. Deze zijn niet altijd zichtbaar en de AIVD doet daartoe onderzoek in binnen- en buitenland. De AIVD signaleert, adviseert en deelt gericht informatie met samenwerkingspartners, zodat deze de dreiging en risico's kunnen mitigeren. Waar nodig mitigeert de AIVD zelfstandig risico's.
Uitvoeren
– De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. De AIVD verricht onderzoek met behulp van bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de bevindingen informeert en adviseert de AIVD samenwerkingspartners met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties). De minister legt waar mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer als geheel of in de vaste Kamercommissie van Binnenlandse Zaken. Waar dat niet kan, vanwege de geheime aspecten van het overheidsbeleid rond de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.
– Voor de taakuitvoering zijn stevige waarborgen ingericht in de vorm van toetsing, toezicht en controle. Dit vanwege de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van mensen die de inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen kan hebben. Voor de inzet van een groot aantal bijzondere inlichtingenmiddelen is toestemming nodig van de minister van BZK.
In de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 staat dat na de toestemming van de minister voorafgaand aan de inzet van een groot aantal bijzondere inlichtingenmiddelen een onafhankelijke toetsing nodig is van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Daarnaast houdt de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) toezicht tijdens en na afloop van de inzet van bevoegdheden of op andere werkzaamheden van de AIVD.
De AIVD doet zijn werk op basis van de Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (GA I&V). De GA I&V wordt opgesteld in samenspraak met de behoeftestellers. In 2023 is de GA voor vier jaar in werking getreden en is tussen 2024 en 2026 jaarlijks geactualiseerd. De GA wordt iedere vier jaar herzien. Dat betekent dat in 2027 de GA wederom voor vier jaar in werking treedt en tussen 2028 en 2030 jaarlijks geactualiseerd wordt.
Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuw, techniekneutraal en meer dreigingsgericht wettelijk kader. De aanbieding van het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer is voorzien voor de eerste helft van 2027.
Er zijn geen beleidswijzigingen.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 593.914 | 574.234 | 648.936 | 643.706 | 653.520 | 661.416 | 661.030 |
Uitgaven | 558.254 | 574.234 | 648.936 | 643.706 | 653.520 | 661.416 | 661.030 | |
Apparaatsuitgaven | 539.155 | 554.851 | 629.569 | 624.420 | 634.233 | 642.130 | 641.757 | |
Programmauitgaven | 19.099 | 19.383 | 19.367 | 19.286 | 19.287 | 19.286 | 19.273 | |
2.0 | Nationale veiligheid | 19.099 | 19.383 | 19.367 | 19.286 | 19.287 | 19.286 | 19.273 |
Geheim | 19.099 | 19.383 | 19.367 | 19.286 | 19.287 | 19.286 | 19.273 | |
AIVD geheim | 19.099 | 19.383 | 19.367 | 19.286 | 19.287 | 19.286 | 19.273 | |
Ontvangsten | 24.130 | 17.214 | 17.214 | 17.214 | 17.214 | 17.214 | 17.214 |
Geschatte budgetflexibiliteit
Omdat het budget als apparaat wordt aangemerkt, is het gehele budget juridisch verplicht.
Investeringen
De AIVD zet met de eerder toegekende middelen voor 2027 (vanuit kabinet Rutte IV tot € 86,5 mln. en vanuit kabinet Schoof tot € 77,6 mln.) een wezenlijke stap om de gekende en ongekende dreigingen te blijven adresseren. De middelen worden onder meer ingezet in lijn met de prioriteiten uit de Jaarplanbrief 2026. Met deze middelen wordt geïnvesteerd in een nieuw wettelijk kader (een herziening van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017), met als doel het efficiënter kunnen inzetten van de huidige bevoegdheden en, indien noodzakelijk, het toevoegen van nieuwe bevoegdheden, inclusief voldoende passende waarborgen.
De intensivering van oplopend € 50 mln. structureel in 2030 uit het regeerakkoord Jetten zal door de AIVD worden ingezet ten behoeve van de benodigde uitbreiding van de dataverwerkingscapaciteit en strategische samenwerking met partners. Dit is noodzakelijk om onderzoeken effectief te kunnen blijven uitvoeren en om ook in de toekomst van waarde te blijven.
Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatsuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel.
Ontvangsten
De Unit Veiligheidsonderzoeken (UVO), het samenwerkingsverband tussen de AIVD en de MIVD, verricht veiligheidsonderzoeken voor andere (overheids-)organisaties en brengt daarvoor een tarief in rekening. De ontvangsten hebben hier voornamelijk betrekking op.
3.6 Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving
Een digitale samenleving over de grenzen heen die rekening houdt met burgers en werkt aan maatschappelijke opgaven.
Het ministerie van BZK heeft met betrekking tot overheidsdienstverlening en informatiesamenleving de volgende taken:
– het stimuleren van het verantwoord gebruik van nieuwe technologieën binnen de realisatie van digitalisering voor de overheid;
– het zorgen voor een veilige, gebruiksvriendelijke en toegankelijke dienstverlening;
– het zorgen voor toegankelijke en transparante overheidsinformatie;
– het bouwen van een betrouwbaar identiteitsstelsel.
Aanscherping algemene doelstelling subartikel 6.5
Sinds de BZK-begroting 2026 is het de werkwijze om, na de afronding van elke Periodieke Rapportage, te onderzoeken of de algemene doelstelling in de begroting nog goed aansluit bij de actuele beleidstheorie. Recent is de beleidstheorie gereconstrueerd in de Periodieke Rapportage over subartikel 6.5 (Kamerstuk 36800-VII, nr. 98). Deze is gebruikt voor onderstaande aanscherping van de algemene doelstelling van subartikel 6.5. In de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) is de gehele beleidstheorie opgenomen.
Door deze aangescherpte algemene doelstelling wordt eveneens invulling gegeven aan de toezegging aan de rapporteur om in mijn begrotingstukken meer concrete en meetbare doelstellingen op te nemen (Kamerstuk 36 945-VII, nr. 17).
De Basisregistratie Personen (BRP) en het stelsel voor reisdocumenten vormen samen de basis van het identiteitsstelsel en zijn essentieel voor een betrouwbare, veilige en efficiënte overheidsdienstverlening. De samenhang tussen beiden zorgt voor consistentie, actualiteit en veiligheid van persoonsgegevens. Dit versterkt de dienstverlening en het vertrouwen in de overheid. Daarnaast is weerbaarheid een belangrijk aandachtspunt om actuele dreigingen op het gebied van cyberveiligheid en privacy het hoofd te bieden.
– Basisregistratie Personen (BRP): De BRP waarborgt actuele, betrouwbare en uniforme persoonsgegevens voor overheden en instanties. Het uiteindelijke maatschappelijke effect is dat BRP-gegevens overeenkomen met de feitelijke werkelijkheid, betere dienstverlening door overheden, een betere bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers, het voorkomen van identiteitsfraude en misbruik en toegang tot overheidsdiensten van kwetsbare groepen, zoals dak- en thuislozen.
– Reisdocumenten: Voor reisdocumenten is het doel dat burgers zich kunnen identificeren en vrij kunnen reizen. Reisdocumenten moeten veilig, fraudebestendig en voor iedereen toegankelijk zijn. Dit realiseert als maatschappelijk effect dat burgers zich betrouwbaar kunnen identificeren en vrijelijk naar het buitenland kunnen reizen met toegankelijke reisdocumenten, de dienstverlening aan uitgevende en controlerende instanties verbetert, de veiligheid van reisdocumenten wordt verhoogd en misbruik van persoonsgegevens effectief wordt voorkomen.
De minister van BZK is verantwoordelijk voor het bevorderen van een toegankelijke digitale overheidsdienstverlening en zet daarbij digitale innovaties in.
Stimuleren
– de minister van BZK stimuleert het gebruik van nieuwe digitale technologieën voor het oplossen van maatschappelijke opgaven, waarbij de markt ook nadrukkelijk uitgedaagd wordt om mee te denken;
– de minister van BZK stimuleert internationale samenwerking voor het realiseren van overheidsdiensten over de grenzen heen met wet- en regelgeving die zowel recht doet aan de Nederlandse situatie als in Caribisch Nederland.
Regisseren
– de minister van BZK is stelselverantwoordelijk voor de inrichting en de governance van de generieke digitale infrastructuur;
– de minister van BZK heeft een regisserende rol in de zichtbaarheid en herkenbaarheid van één samenwerkende overheid bij de dienstverlening aan burgers en ondernemers;
– de minister van BZK heeft een coördinerende rol met betrekking tot alle officiële publicaties van de overheid;
– de minister van BZK heeft eveneens een realiserende rol ten aanzien van de uitvoering van het AI-beleid bij de overheid (Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen). Denk daarbij bijvoorbeeld aan het breed beschikbaar stellen van bewezen en verantwoorde AI- toepassingen die het werk vergemakkelijken. En het stimuleren van open taalmodellen die soeverein zijn, middel het organiseren van het aanbod hiervan bij de gehele overheid.
Uitvoeren
– de minister van BZK is verantwoordelijk voor de inrichting, beschikbaarstelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van het geheel van voorzieningen inzake de generieke digitale infrastructuur;
– de minister van BZK is verantwoordelijk voor de inrichting, beschikbaarstelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van generieke digitale voorzieningen voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing, alsmede voor de voorzieningen voor het inloggen bij overheidsdienstverleners (authenticatie) en registratie van machtigingen in het burgerservicenummer domein;
– de minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid rondom het vaststellen van de identiteit alsmede de verstrekking van reisdocumenten op basis daarvan. Ook is de minister van BZK verantwoordelijk voor de vastlegging van persoons- en adresgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP). In dat kader houdt de minister van BZK toezicht op de uitvoering van de Paspoortwet, monitort de uitvoering van de Wet BRP en ondersteunt de gemeenten die primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wetten. De minister van BZK faciliteert hiermee het juiste gebruik van persoons- en adresgegevens door andere overheidsinstanties. Het tegengaan van fraude met, en het corrigeren van fouten van persoons- en adresgegevens en reisdocumenten vormt hiervan een integraal onderdeel.
– de minister van BZK is kaderstellend voor cybersecurity voor de sector overheid en is aangewezen als bevoegd gezag voor de cyberbeveiligingswet die naar verwachting medio 2026 van kracht gaat. BZK is verantwoordelijk voor het wettelijk verankeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als sectoraal kader voor de gehele overheid onder NIS2 en werkt de Cyberbeveiligingswet (Cbw) uit voor overheidsorganisaties.
– de minister van BZK draagt zorg voor de betrouwbaarheid en de beveiliging van de elektronische uitgifte en de beschikbaarstelling van de publicatiebladen én geconsolideerde versies van wet- en regelgeving.
Departementale herverdeling Digitalisering.
Naar aanleiding van het coalitieakkoord heeft de departementale herverdeling Digitalisering plaatsgevonden. Het digitaliseringsbeleid voor de samenleving en overheid wordt ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit. De hiervoor beschikbare middelen op de begroting van het ministerie van BZK zijn overgeheveld naar het ministerie van EZK.
Het ministerie van BZK borgt vanuit de portefeuille van staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, de realisatiekracht van een slagvaardige overheid: uitvoerbaar, mensgericht, veilig en uitvoeringsvast binnen de gehele overheid. Daarmee ontstaat een heldere scheiding tussen beleidsvorming en realisatie, met behoud van één overheidsbrede digitale koers. Naast het beleid voor de digitale samenleving, wordt dus ook het beleid voor de digitale overheid belegd bij EZK. Deze governance sluit aan bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), waarin is afgesproken dat de prioriteiten cloud, AI, weerbaarheid en autonomie overheidsbreed worden opgepakt. Daarbij is de aanname dat met meer overheidsbreed beleid, er minder rijksspecifiek beleid nodig zal zijn. Waar dat wel nodig is voor de realisatie, maakt BZK binnen de kaders de doorvertaling. Ook monitort BZK de realisatie van het overheidsbrede beleid binnen de kaders.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 615.900 | 567.962 | 508.690 | 593.468 | 577.002 | 564.009 | 561.167 |
Uitgaven | 603.422 | 567.962 | 508.690 | 593.468 | 577.002 | 564.009 | 561.167 | |
6.2 | Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving | 94.317 | 100.363 | 72.823 | 70.599 | 63.684 | 59.521 | 61.080 |
Subsidies (regelingen) | 6.485 | 14.440 | 3.927 | 3.222 | 2.896 | 2.669 | 2.896 | |
Overheidsdienstverlening | 6.485 | 14.440 | 3.927 | 3.222 | 2.896 | 2.669 | 2.896 | |
Opdrachten | 4.942 | 6.790 | 18.725 | 19.318 | 17.374 | 14.501 | 16.224 | |
Overheidsdienstverlening | 4.029 | 4.430 | 16.714 | 17.028 | 14.001 | 14.501 | 14.501 | |
Informatiesamenleving | 913 | 2.360 | 2.011 | 2.290 | 3.373 | 0 | 1.723 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 26.472 | 22.867 | 8.177 | 8.115 | 8.012 | 7.905 | 7.865 | |
CBS | 146 | 423 | 1.427 | 1.406 | 1.369 | 1.331 | 1.317 | |
RDW | 24 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
KvK | 0 | 62 | 199 | 360 | 350 | 340 | 336 | |
ICTU | 23.995 | 20.080 | 5.867 | 5.700 | 5.700 | 5.700 | 5.700 | |
Diverse bijdragen | 2.307 | 2.302 | 684 | 649 | 593 | 534 | 512 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 4.520 | 4.661 | 767 | 767 | 767 | 767 | 767 | |
Gemeenten | 4.163 | 4.661 | 650 | 650 | 650 | 650 | 650 | |
Provincies | 357 | 0 | 117 | 117 | 117 | 117 | 117 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 10.113 | 244 | 89 | 89 | 89 | 89 | 89 | |
Diverse bijdragen | 10.113 | 244 | 89 | 89 | 89 | 89 | 89 | |
Bijdrage aan agentschappen | 41.746 | 51.361 | 41.138 | 39.088 | 34.546 | 33.590 | 33.239 | |
RVO | 2.322 | 3.360 | 2.464 | 2.429 | 2.373 | 2.319 | 2.296 | |
RODI | 1.256 | 2.781 | 1.857 | 1.828 | 1.780 | 1.730 | 1.712 | |
Diverse bijdragen | 2.981 | 3.227 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Logius | 30.065 | 36.520 | 31.374 | 29.467 | 25.167 | 24.454 | 24.195 | |
RvIG | 69 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
RDI | 5.053 | 5.473 | 5.443 | 5.364 | 5.226 | 5.087 | 5.036 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 39 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Buitenlandse Zaken (V) | 39 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
6.5 | Identiteitsstelsel | 98.977 | 70.426 | 45.714 | 38.777 | 36.940 | 36.103 | 35.725 |
Opdrachten | 163 | 1.060 | 1.055 | 1.055 | 1.055 | 1.055 | 1.055 | |
Identiteitsstelsel | 163 | 1.060 | 1.055 | 1.055 | 1.055 | 1.055 | 1.055 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 54 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Diverse bijdragen | 54 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 738 | 1.262 | 4.087 | 3.862 | 3.844 | 3.852 | 3.820 | |
Gemeenten | 738 | 1.262 | 4.087 | 3.862 | 3.844 | 3.852 | 3.820 | |
Bijdrage aan agentschappen | 98.022 | 68.104 | 40.572 | 33.860 | 32.041 | 31.196 | 30.850 | |
RvIG | 98.022 | 68.104 | 40.572 | 33.860 | 32.041 | 31.196 | 30.850 | |
6.7 | Hoogwaardige dienstverlening één overheid | 57.378 | 38.087 | 29.427 | 129.750 | 129.311 | 128.913 | 128.716 |
Subsidies (regelingen) | 5.146 | 5.433 | 4.350 | 4.094 | 4.006 | 4.006 | 4.006 | |
Hoogwaardige dienstverlening één overheid | 2.293 | 1.400 | 1.380 | 1.380 | 1.380 | 1.380 | 1.380 | |
VNG | 2.853 | 4.033 | 2.970 | 2.714 | 2.626 | 2.626 | 2.626 | |
Opdrachten | 543 | 676 | 5.288 | 105.808 | 105.849 | 105.849 | 105.796 | |
Hoogwaardige dienstverlening één overheid | 543 | 676 | 5.288 | 105.808 | 105.849 | 105.849 | 105.796 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 12.584 | 10.259 | 9.229 | 8.972 | 8.874 | 8.774 | 8.738 | |
ICTU | 8.954 | 6.959 | 5.550 | 5.350 | 5.350 | 5.350 | 5.350 | |
Diverse bijdragen | 3.630 | 3.300 | 3.679 | 3.622 | 3.524 | 3.424 | 3.388 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 17.127 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Gemeenten | 17.127 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 158 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Digitale dienstverlening | 158 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan agentschappen | 21.820 | 21.719 | 10.560 | 10.876 | 10.582 | 10.284 | 10.176 | |
Logius | 1.474 | 3.663 | 533 | 525 | 511 | 496 | 491 | |
RvIG | 12.122 | 9.365 | 1.645 | 1.621 | 1.579 | 1.536 | 1.520 | |
AZ-DPC | 5.765 | 4.970 | 3.577 | 3.999 | 3.890 | 3.780 | 3.740 | |
Diverse bijdragen | 2.459 | 3.721 | 4.805 | 4.731 | 4.602 | 4.472 | 4.425 | |
6.8 | Generieke Digitale Infrastructuur | 352.750 | 359.086 | 360.726 | 354.342 | 347.067 | 339.472 | 335.646 |
Subsidies (regelingen) | 5.463 | 8.585 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid | 5.463 | 8.585 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Opdrachten | 3.586 | 7.352 | 72.026 | 72.375 | 72.419 | 72.418 | 72.341 | |
Doorontwikkeling en innovatie | 3.586 | 7.352 | 72.026 | 72.375 | 72.419 | 72.418 | 72.341 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 18.871 | 22.253 | 7.744 | 6.763 | 6.587 | 6.405 | 6.337 | |
KvK | 6.023 | 7.900 | 6.888 | 6.763 | 6.587 | 6.405 | 6.337 | |
ICTU | 11.066 | 12.410 | 856 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
RDW | 290 | 142 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Diverse bijdragen | 1.492 | 1.801 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 1.774 | 1.398 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Gemeenten | 1.774 | 1.398 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 302 | 399 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Diverse bijdragen | 302 | 399 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan agentschappen | 322.754 | 319.099 | 280.956 | 275.204 | 268.061 | 260.649 | 256.968 | |
Logius | 296.619 | 289.919 | 260.990 | 255.620 | 248.949 | 242.026 | 238.538 | |
RvIG | 12.271 | 15.290 | 11.054 | 10.829 | 10.557 | 10.274 | 10.162 | |
RVO | 10.758 | 10.141 | 8.145 | 8.002 | 7.821 | 7.634 | 7.560 | |
RDI | 847 | 1.629 | 767 | 753 | 734 | 715 | 708 | |
Diverse bijdragen | 2.259 | 2.120 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 55.456 | 17.349 | 10.927 | 10.927 | 10.927 | 10.927 | 10.927 | |
Geschatte budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
juridisch verplicht | 8% |
bestuurlijk gebonden | 90% |
beleidsmatig gereserveerd | 2% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 6 is 8% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:
Bijdrage aan agentschappen
Het budget (bijdrage aan agentschappen) is voor 12% juridisch verplicht en voor 88% bestuurlijk gebonden. Het betreft diverse bijdragen, waaronder bijdragen aan Logius en de Kamer van Koophandel in het kader van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI).
Subsidies (regelingen)
Het subsidiebudget is voor 58% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies, waaronder aan de VNG voor gemeentelijke statuur van de uitvoering.
6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving
Opdrachten
Overheidsdienstverlening
Via WaU-financiering wordt de ontwikkeling van het traject overheidsbrede dienstverlening/loketten gecontinueerd in 2027. Dit behelst de inrichting van het netwerk van professionals en het verder vormgeven van de ‘overheidsdienstverlener’, zodat mensen persoonlijk hulp en ondersteuning krijgen.
Ook worden opdrachten verstrekt via middelen uit de envelop Goed Bestuur, deze opdrachten hebben betrekking op de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de overheidsdienstverlening en het doordacht gebruik van AI/algoritmes.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
ICTU
In 2027 ontvangt ICTU bijdrages voor de volgende onderwerpen:
– het Expertteam digitale toegankelijkheid om overheidsorganisaties te helpen met ICT capaciteit en de implementatie van het NL Designsystem binnen overheidsorganisaties;
– het overheidsbrede cyberprogramma;
Er wordt gewerkt aan het vergroten van het inzicht bij burgers over de eigen persoonsgegevens die de overheid verwerkt bij het nemen van besluiten en het leveren van diensten aan burgers (Wat gebeurt er met uw gegevens bij de overheid?). Ook wordt mogelijk gemaakt dat zij deze gegevens kunnen delen met derden, om regie te kunnen voeren op het eigen digitale leven.
Bijdrage aan agentschappen
Logius
Logius ontvangt in 2027 bijdragen voor de volgende activiteiten:
– het Beheer, doorontwikkeling en exploitatie van data.overheid.nl ten behoeve van Open Data; dit is nu enkel het platform waarop datasets beschikbaar worden gesteld. In 2026 wordt het platform doorontwikkeld tot de datacatalogus van alle openbare en niet-openbare overheidsgegevens. Ook wordt er een eenduidige manier om toegang tot datasets te krijgen geïmplementeerd op data.overheid.nl;
– het BSN-Koppelregister; dit betreft een voorziening die het mogelijk maakt om publieke en private authenticatie- en machtigingsmiddelen te gebruiken in het publieke domein;
– het beheer van Wetten.nl, Overheid.nl, het Register Internetdomeinen van de Overheid en de Staatscourant;
– het beheer van het Algoritmeregister.
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)
Voor de invoer van de cyberbeveiligingswet, ontvangt het RDI een bijdrage. De Europese NIS2 richtlijn wordt omgezet in de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Het toezicht wordt uitgevoerd door de RDI. Dit toezicht geldt voor alle onderdelen van de overheid, dus ook op de centrale overheid (individuele ministeries, agentschappen en ZBO’s).
RDI ontvangt een bijdrage voor activiteiten in het kader van de implementatie van de herziene eIDAS verordening. Daarnaast wordt een bijdrage verstrekt voor het ETD toezicht (Afsprakenstelsel Electronische Toegangsdiensten) en WDO toezicht en handhavingstaken.
6.5 Identiteitstelsel
Bijdrage aan agentschappen
Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)
De RvIG ontvangt een bijdrage voor het beheer en onderhoud van de centrale voorzieningen voor de Basisregistratie Personen (BRP) en voor de bevolkingsregistratie in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
De kwaliteit van de gegevens is belangrijk voor het goed kunnen uitvoeren van overheidsdienstverlening. Het adresgegeven in de BRP wordt in veel regelingen gebruikt om te bepalen welke rechten en plichten een burger heeft. De RvIG ontvangt daarom een bijdrage voor de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit, ter ondersteuning van gemeenten bij het doen van onderzoek naar juistheid van de adresregistratie.
Daarnaast ontvangt de RvIG een bijdrage voor het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI).
6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid
Opdrachten
Hoogwaardige dienstverlening één overheid
Burgers en ondernemers verwachten dienstverlening die aansluit bij hun leefwereld en persoonlijke situatie. Er worden opdrachten verstrekt om te zorgen dat mensen makkelijk toegang hebben tot overheidsbrede dienstverlening (zowel digitaal als fysiek), dat ze goed geholpen en ondersteund worden en dat de dienstverlening begrijpelijk en toegankelijk is. Dit geldt ook voor inwoners van het Caribisch deel van Nederland.
We werken, samen met de betrokken publieke dienstverleners en medeoverheden, aan het verbeteren van de overheidsbrede dienstverlening rondom diverse levensgebeurtenissen, voor zowel burgers als ondernemers. Dit doen we door het realiseren van concrete (dienstverlenings)oplossingen, waarbij de belevingswereld van mensen centraal staat. Daarnaast wordt ingezet op het proactief aanreiken van producten en diensten.
Ook wordt invulling gegeven aan de realisatie van overheidsbreed signaalmanagement waarbij aandacht is voor het overheidsbreed ophalen van signalen (offline en online) en het delen, monitoren en terugkoppelen op feedback. Daarnaast wordt ingezet op de inzet van nieuwe technologie voor overheidsbrede dienstverlening, zoals AI. Ten behoeve van deze beleidsterreinen en concrete activiteiten worden in 2027 opdrachten verstrekt.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
ICTU
ICTU ontvangt een bijdrage om te helpen bij het realiseren van een begrijpelijke, digitaal toegankelijke en gebruikersvriendelijke overheid. Ze ontwikkelen hiervoor onder andere praktische instrumenten en faciliteren community’s, waarvan alle publieke dienstverleners gebruik kunnen maken. Daarnaast ontvangt ICTU een bijdrage om een omgeving op te leveren en door te ontwikkelen waar organisaties volwassenheidsmodellen op het gebied van dienstverlening vinden. Verder wordt invulling gegeven aan het bevorderen van tevredenheid en de menselijke maat met een zogenaamd meethuis, dit geeft organisaties inzicht in het meten en verbeteren van klantbeleving binnen de overheid.
Verder ontvangt Digicampus (onderdeel van ICTU) een bijdrage om invulling te geven aan de inzet van verantwoorde digitale assistenten door de overheid.
6.8 Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)
Opdrachten
Doorontwikkeling en innovatie
In 2027 wordt het vernieuwingsbudget (zie www.pgdi.nl) ingezet voor doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid, waaronder de Generieke Digitale Infrastructuur. De bestemming van de beschikbare middelen wordt afgestemd in de Programmeringsraad GDI en in het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid. Deze afstemming wordt opgenomen in het programmeringsplan GDI 2027. Het programmeringsplan wordt jaarlijks opgesteld en aangeboden aan de Tweede Kamer (gepland eind 2026).
Op basis van dit programmeringsplan zal na de vaststelling in de Kamer , een reallocatie bij de eerste suppletoire begroting 2027 plaatsvinden om de middelen te realloceren naar de juiste instrumenten.
Om innovatie te stimuleren is 2% van het totaal budget voor de GDI beschikbaar voor innovatieve trajecten voor burgers en ondernemers. Hiermee worden partijen uitgedaagd om gezamenlijk tot oplossingen te komen.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Kamer van Koophandel (KvK)
De KvK ontvangt een bijdrage voor het beheer, de exploitatie en de doorontwikkeling van het Digitaal Ondernemersplein. Via het Ondernemersplein vinden ondernemers informatie en advies van de gehele (semi-)overheid.
Bijdrage aan agentschappen
Logius
Logius ontvangt een jaarlijkse bijdrage voor het beheer en de doorontwikkeling van voorzieningen en functionaliteiten in de GDI, op de domeinen Toegang, Interactie, Digitale Toegankelijkheid, Gegevensuitwisseling en Infrastructuur. Logius beheert onder andere DigiD, MijnOverheid en eHerkenning.
De besteding van deze bijdragen is nader uitgewerkt in het programmeringsplan GDI 2027 dat eind 2026 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.
Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)
De RvIG ontvangt een jaarlijkse bijdrage voor de beheervoorziening Burgerservicenummer. Deze voorziening zorgt voor het toekennen van een uniek Burgerservicenummer bij inschrijving in de Basisregistratie Personen en het beheer van deze nummers om een efficiënte koppeling tussen burgers en instanties te maken.
Verder ontvangt de RvIG een bijdrage voor het faciliteren van het knooppunt Electronic Identification And Trust Services (eIDAS). De EU eIDAS-verordening stelt burgers in staat om digitaal zaken te doen met overheidsorganisaties in andere landen met hun eigen nationale inlogmiddel.
Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
De RVO werkt aan de verbeterde digitale dienstverlening aan bedrijven via een aantal generieke digitale bouwstenen. RVO levert een bijdrage aan het mogelijk maken van veilig digitaal berichtenverkeer en het verminderen van regeldruk voor ondernemers.
Ontvangsten
Centrale financiering Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)
Dit betreft voornamelijk de ontvangsten in het kader van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Voor een aantal gebruikers van de Generieke Digitale Infrastructuur geldt dat BZK de bijdragen door middel van jaarlijkse facturatie ontvangt. Dit wordt ingezet ter financiering van het beheer van de GDI voorzieningen.
3.7 Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) streeft naar een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en haar maatschappelijke taken optimaal uitvoert. Dit gebeurt door het creëren van randvoorwaarden voor het optimaal en duurzaam functioneren van overheidsorganisaties en in het bijzonder voor een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering. De minister van BZK draagt hieraan data gedreven bij in een regisserende en coördinerende rol, respectievelijk op het terrein van collectieve arbeidsvoorwaarden, personeelsbeleid Rijk, de organisatie en bedrijfsvoering van het Rijk, waaronder de informatiehuishouding, een kaderstellende rol op ICT, huisvesting, inkoop en faciliteiten en Management Development. De rijksbrede bedrijfsvoering betreft de niet-financiële bedrijfsvoering, bedoeld om alle ruim 165.000 rijksambtenaren in staat te stellen samen aan de Rijksopgaven te werken – teneinde maatschappelijke opgaven te realiseren.
In een recent afgeronde Periodieke Rapportage over dit artikel is de beleidstheorie gereconstrueerd in de vorm van vijf onderliggende beleidsthema's die onder dit artikel vallen (Kamerstukken II 2024/25, 30985, nr. 67). Hieruit zijn onderstaande doelstellingen te herleiden:
Rijk als werkgever
Het strategisch personeels- en organisatie beleid draagt bij aan een goed functionerende rijksdienst. Hiervoor wordt beoogd een P&O beleid te voeren wat hier de kaders voor schept, met daarbij passende flexibele arbeidsvoorwaarden. Een veilige en gezonde werkomgeving met een open, inclusieve en integere cultuur, staat hierbij voorop. Voor een diversiteit aan huidige en toekomstige medewerkers.
Organisatie
Doel van beleid richt zich op de rijksbrede eenheid, kwaliteit en efficiëntie van de niet-financiële bedrijfsvoering van de rijksdienst. De inzet is gericht op de rijksbrede bedrijfsvoering, uitgezonderd het financieel beleid. Dit omvat het vaststellen van kaders ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit en de efficiëntie van de bedrijfsvoering. Daarnaast worden ondersteunende diensten aangewezen die, ten behoeve van alle of een deel van de ministeries, door een onderdeel van een van de ministeries zullen worden uitgevoerd.
Informatievoorziening Rijk
Digitalisering biedt overheidsorganisaties kansen om effectiever te functioneren. Het beleid is erop gericht die kansen op een efficiënte en verantwoorde manier voor de rijksdienst te verzilveren. Onder meer met investeringen in de informatiehuishouding, het stellen en het op orde hebben van digitale randvoorwaarden en het verbeteren van transparantie en openheid van de overheid.
Huisvesting en faciliteiten
Het Rijkshuisvestingsstelsel (RHS) draagt bij aan een goed functioneren van de rijksdienst, draagt bij aan aantrekkelijke werkgeverschap en biedt een passende, prettige en veilige werkomgeving. Medewerkers moeten worden ondersteund in hun werk aan maatschappelijke opgaven, zichtbaar voor burgers, waarbij samenwerking wordt ondersteund, ook in en met de regio. Continuïteit en financiële houdbaarheid van het stelsel staan centraal.
Rijksinkoop
De beoogde outcome van dit thema is de verbetering, verduurzaming en weerbaarheid van de bedrijfsvoering. Ook stimuleert het inkoopbeleid de ontwikkeling en innovatie van het digitale inkooplandschap. Het inkoopbeleid van de rijksoverheid ligt vast in de rijksinkoopstrategie Inkopen met Impact die in 2019 aan de Kamer is gezonden. De rijksinkoopstrategie wordt momenteel geactualiseerd.
De uitgebreide beleidstheorie over bovenstaande vijf subthema's is in deze begroting opgenomen in de Strategische Evaluatie Agenda (SEA).
De minister van BZK heeft de coördinerende verantwoordelijkheid op het gebied van organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen van de Rijksdienst. Op grond van het coördinatiebesluit Organisatie, Bedrijfsvoering en Informatiesystemen Rijkdienst heeft de Minister onder andere de volgende bevoegdheden:
– het vaststellen van kaders ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit en de efficiëntie van de bedrijfsvoering en de informatiesystemen van de ministeries;
– het aanwijzen van werkzaamheden die ten behoeve van alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden uitgevoerd door een daarbij aangegeven organisatieonderdeel van een der ministeries;
– het aanwijzen van voorzieningen die in verband met de noodzakelijke interoperabiliteit of beveiliging voor bepaalde informatiesystemen van alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden gebruikt.
De rol en verantwoordelijkheid die de minister van BZK heeft, verschilt per onderwerp. Dit geldt ook voor de reikwijdte: de gehele publieke sector of de gehele overheid, de gehele Rijksoverheid of de Rijksdienst/ministeries. Voor een aantal onderwerpen heeft de minister een bredere scope. Dit geldt bijvoorbeeld voor deze onderwerpen:
– de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van ambtenaren (overheidsbreed);
– de overheidspensioenen (publieke sector);
– een adequaat overlegstelsel en kennispositie van overheidswerkgevers en werknemers over arbeidsvoorwaarden (overheidsbreed);
– de normering en openbaarmaking van topinkomens (gehele publieke en semi-publieke sector).
– De bescherming van klokkenluiders (alle werkgevers in Nederland).
Stimuleren
– De minister van BZK stimuleert onder andere met subsidies diverse doelen ter bevordering van professioneel werkgeverschap zoals bijvoorbeeld het vergroten van de aantrekkingskracht van het werken bij de overheid bij jongeren en het bevorderen van de kwaliteit van overheidsmanagers.
– De minister van BZK stimuleert kennisontwikkeling door bij te dragen aan onderzoek, bijvoorbeeld op het vlak van het functioneren van de overheid.
– De minister van BZK stimuleert het creëren van baankansen voor arbeidsbeperkten, onder meer door in te zetten op partnerschappen tussen overheidswerkgevers en leveranciers (social return).
– De minister van BZK stimuleert de mogelijkheden voor duurzaam samenwerken. Dit draagt bij aan het imago van de overheid als aantrekkelijke werkgever.
– De minister van BZK stimuleert kennisdeling over het verminderen van agressief gedrag tegen publieke werkers. Dit draagt bij aan aantrekkelijk werkgeverschap.
Financieren
– Een goede samenwerking tussen werknemers, werkgevers en kabinet draagt bij aan de kwaliteit van de publieke sector. Om die reden ondersteunt de minister waar nodig deelnemende partijen met kennis en subsidies om de aanpak van gezamenlijke inhoudelijke opgaven mogelijk te maken. Een voorbeeld hiervan is het subsidiëren van samenwerking en overleg tussen overheidswerkgevers en met werknemersorganisaties rondom pensioenen, de ambtelijke rechtspositie en banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit draagt bij aan het bevorderen van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever.
Regisseren
– De minister van BZK heeft een regisserende rol voor het stelsel waarin (organisaties van) werkgevers en werknemers in verschillende overheidssectoren afspraken maken over de collectieve arbeidsvoorwaarden.
– De minister van BZK heeft kaderstellende en coördinerende bevoegdheden met betrekking tot de organisatie en inrichting van de Rijksoverheid.
– De minister van BZK heeft coördinerende bevoegdheden met betrekking tot de bedrijfsvoering van het Rijk en is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel.
– De minister van BZK heeft rijksbreed een regisserende rol bij het personeelsbeleid van de rijksdienst en bij de realisatie van de banenafspraak binnen de rijksdienst. Als het gaat om de integriteit van medewerkers, de rechtspositie van ambtenaren, het ambtelijk vakmanschap, arbeidsvoorwaarden en pensioenen, dan heeft deze rol betrekking op de gehele overheid.
– Op het gebied van rijksbrede huisvesting, inkoop en faciliteiten stelt de minister van BZK kaders op voor een efficiënte, effectieve en duurzame bedrijfsvoering. Bij het vervullen van deze kaderstellende rol is er aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid en de voorbeeldrol van de Rijksoverheid richting partners. Het gaat daarbij om het benutten van inkoopkracht voor het realiseren van maatschappelijk effect (de duurzame, sociale en innovatieve transitie van Nederland) en in de masterplannen voor de rijkskantoorhuisvesting wordt rekening gehouden met kabinetsbrede ambities op het terrein van duurzaamheid.
– De minister van BZK heeft een coördinerende rol over wetgeving rakend aan de informatievoorziening naar de Kamer en de samenleving, zoals artikel 68 van de Grondwet en de Wet open overheid.
– De minister van BZK kan op het gebied van informatievoorziening en ICT, na overleg met andere ministeries, kaders vaststellen ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit of de efficiëntie van informatiesystemen binnen de Rijksdienst. Daarbij kan de ministerwerkzaamheden en voorzieningen aanwijzen die door alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden uitgevoerd. Ook kan de minister van BZK kaders vaststellen voor de wijze waarop gegevens over informatiesystemen worden verstrekt.
– De minister van BZK werkt samen met rijksorganisaties en stelselpartijen aan een rijksbrede, duurzaam toegankelijke informatiehuishouding en het bevorderen van een Open Overheid. Vanuit de stelselverantwoordelijkheid stimuleert en ondersteunt de minister van BZK deze opgaven met het ontwikkelen en aanbieden van wetgeving, beleid, hulpmiddelen en rijksbrede voorzieningen.
– Tenslotte houdt de minister van BZK toezicht op de integrale beveiliging en veiligheid van de Rijksdienst en heeft een coördinerende rol bij (cyber) incidenten en crisis.
Uitvoeren
– De minister van BZK zorgt ervoor dat het Rijk zich in de arbeidsmarktcommunicatie als één werkgever profileert en als één werkgever werft.
– De minister van BZK zorgt in samenwerking met de andere ministeries voor het realiseren van een hoogwaardig leidinggevend kader in de rijksdienst. Dit gebeurt door middel van professionele en transparante werving, loopbaanbegeleiding en een gericht leer- en ontwikkelaanbod.
– De minister van BZK ondersteunt de departementen bij de doelstelling om een diverse en inclusieve Rijksdienst te zijn en zet daarbij in op een verdere stijging van het percentage vrouwen en bevordering van culturele diversiteit in topfuncties.
– De minister van BZK voorziet via shared service organisaties de Rijksdienst van generieke voorzieningen voor bijvoorbeeld faciliteiten, huisvesting, personeelszaken en ICT. Deze dienstverlening zal conform het klimaatakkoord en de inkoopstrategie van het Rijk zoveel mogelijk duurzaam aangeboden worden.
– De minister van BZK voorziet in een aantal generieke ICT-voorzieningen voor de Rijksdienst, ter bevordering van eenheid, veiligheid, kwaliteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en van samenwerking tussen rijksambtenaren. Daarnaast werkt zij aan versterking van de kennis en kunde over digitalisering bij het Rijk.
– De minister van BZK stuurt door middel van de Masterplannen op de samenstelling en kwaliteit van de Rijkskantoren.
– De minister van BZK draagt zorg voor de toepassing van het kader Functionele Werkomgeving Rijk (FWR) in Masterplanprojecten. De FWR maakt het mogelijk dat ambtenaren op een veilige en comfortabele manier, flexibel kunnen werken.
– De minister van BZK draagt zorg voor de samenwerking op het gebied van integrale beveiliging en veiligheid over departementale grenzen heen.
– De minister van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.
Departementale herverdeling Digitalisering
Naar aanleiding van het coalitieakkoord heeft de departementale herverdeling Digitalisering plaatsgevonden. Het digitaliseringsbeleid voor de samenleving en overheid wordt ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit. BZK borgt vanuit de portefeuille van staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, de realisatiekracht van een slagvaardige overheid: uitvoerbaar, mensgericht, veilig en uitvoeringsvast binnen de gehele overheid. Daarmee ontstaat een heldere scheiding tussen beleidsvorming en realisatie, met behoud van één overheidsbrede digitale koers. Naast het beleid voor de digitale samenleving, wordt dus ook het overheidsbrede beleid belegd bij EZK. Deze governance sluit aan bij de NederlandseDigitaliseringsstrategie (NDS), waarin is afgesproken dat de prioriteiten cloud, AI, weerbaarheid en autonomie overheidsbreed worden opgepakt. Daarbij is de aanname dat met meer overheidsbreed beleid, er minder rijksspecifiek beleid nodig zal zijn. Waar dat wel nodig is voor de realisatie, maakt BZK binnen de kaders de doorvertaling. Ook monitort BZK de realisatie van het overheidsbrede beleid binnen de kaders.
Slagvaardige Overheid
Het kabinet werkt aan een slagvaardige overheid. De doelen hiervoor zijn; een overheid die eenvoudig en betrouwbaar is, die slagvaardig en wendbaar opereert, die eerlijk is over wat kan en verantwoordelijkheid neemt voor haar handelen, een overheid die geworteld is in de samenleving en dichtbij mensen staat. Hierbij wil het kabinet komen tot één Rijksdienst die eenvoudig functioneert, flexibel en wendbaar is georganiseerd, opgavegericht werkt en realisatiekracht heeft. De vernieuwde Rijksdienst moet zo slagvaardig kunnen werken aan de maatschappelijke opgaven die ertoe doen.
Werk aan Uitvoering (WaU)
De uitdagingen waar Nederland voor staat vragen om een overheid die deskundig is, goed samenwerkt, wendbaar is en realisatiekracht heeft. Daarom is transitie van programmadirectie Werk aan Uitvoering (WaU) naar het ministerie van BZK gerealiseerd. De inzet van WaU op het organiseren van politiek, beleid en uitvoering rondom gedeelde opgaven én de inzet op systeemveranderingen sluit goed aan op de ambitie van het nieuwe kabinet voor een slagvaardige overheid.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 83.467 | 90.559 | 91.587 | 86.637 | 88.185 | 88.934 | 88.591 |
Uitgaven | 94.375 | 90.220 | 94.816 | 86.781 | 88.185 | 88.934 | 88.591 | |
7.1 | Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid | 89.873 | 85.829 | 90.951 | 83.333 | 84.969 | 85.839 | 85.506 |
Subsidies (regelingen) | 12.922 | 14.510 | 7.104 | 6.563 | 6.286 | 6.286 | 6.286 | |
Diverse subsidies | 3.801 | 4.653 | 361 | 175 | 157 | 157 | 157 | |
Overlegstelsel | 3.736 | 4.375 | 1.628 | 1.628 | 1.628 | 1.628 | 1.628 | |
Ambtelijk Vakmanschap | 91 | 66 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bedrijfsvoeringsbeleid | 593 | 658 | 503 | 487 | 483 | 483 | 483 | |
Leiderschap, diversiteit en inclusie | 0 | 105 | 24 | 24 | 24 | 24 | 24 | |
Ondersteuning koepels implementatie Woo | 863 | 863 | 415 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Compensatie Waterschappen Woo (structureel) | 3.662 | 3.586 | 3.536 | 3.612 | 3.501 | 3.501 | 3.501 | |
Bevorderen veilig werk- en meldklimaat | 144 | 144 | 144 | 144 | 0 | 0 | 0 | |
Ondersteuning melders misstanden | 0 | 0 | 493 | 493 | 493 | 493 | 493 | |
Informatiebeveiliging en privacy | 32 | 60 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Opdrachten | 18.120 | 27.155 | 59.207 | 58.882 | 59.973 | 62.622 | 62.419 | |
Bedrijfsvoeringsbeleid | 8.552 | 11.189 | 8.846 | 8.916 | 8.708 | 8.785 | 8.588 | |
Kwaliteit management rijksdienst | 4.392 | 4.702 | 4.635 | 4.606 | 4.607 | 4.608 | 4.602 | |
Werkgeversbeleid | 627 | 456 | 1.186 | 1.153 | 1.147 | 1.181 | 1.181 | |
Informatiehuishouding | 162 | 1.564 | 38.206 | 38.033 | 37.990 | 37.990 | 37.990 | |
Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening | 9 | 207 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ambtelijk Vakmanschap | 1.126 | 3.334 | 1.930 | 1.929 | 3.130 | 5.130 | 5.130 | |
Leiderschap, diversiteit en inclusie | 36 | 188 | 269 | 269 | 269 | 519 | 519 | |
Bevorderen veilig werk- en meldklimaat | 67 | 484 | 321 | 320 | 465 | 465 | 465 | |
Ondersteuning van melders van misstanden | 7 | 2.095 | 1.109 | 1.109 | 1.109 | 1.109 | 1.109 | |
Open Overheid | 1.943 | 1.375 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Adviescollege ICT | 110 | 130 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Personele inzet crisisopvang | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Algemene beveiligingseisen Rijksoverheid | 752 | 278 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Digitalisering RijksInkoop | 269 | 486 | 636 | 636 | 636 | 636 | 636 | |
Aanpak Hardheden | 66 | 667 | 667 | 667 | 667 | 667 | 667 | |
Opdrachten Werk aan Uitvoering | 0 | 0 | 1.402 | 1.244 | 1.245 | 1.532 | 1.532 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 7.680 | 11.463 | 6.509 | 6.504 | 6.457 | 6.671 | 6.645 | |
Ambtelijk Vakmanschap | 13 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 | |
Bedrijfsvoeringsbeleid | 578 | 482 | 397 | 381 | 381 | 381 | 381 | |
Werkgeversbeleid | 1.806 | 1.880 | 1.277 | 1.326 | 1.471 | 1.471 | 1.471 | |
Staat van de Uitvoering | 2.100 | 2.243 | 2.241 | 2.241 | 2.210 | 2.210 | 2.210 | |
Ondersteuning van melders van misstanden | 0 | 1.650 | 2.586 | 2.548 | 2.387 | 2.601 | 2.575 | |
Diverse bijdragen | 3.183 | 5.200 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 1.931 | 1.084 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Compensatie Waterschappen Woo (incidenteel) | 1.931 | 1.084 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 551 | 53 | 53 | 53 | 53 | 53 | 53 | |
Werkgeversbeleid | 51 | 53 | 53 | 53 | 53 | 53 | 53 | |
Bedrijfsvoeringsbeleid | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan agentschappen | 48.598 | 31.420 | 17.934 | 11.187 | 12.056 | 10.063 | 9.959 | |
Ambtelijk Vakmanschap | 1.959 | 1.154 | 1.315 | 1.315 | 2.017 | 17 | 17 | |
O&P Rijk (Arbeidsmarktcommunicatie) | 3.543 | 3.489 | 7.248 | 4.116 | 4.004 | 3.891 | 3.850 | |
I-Functie Rijk | 1.473 | 747 | 361 | 356 | 346 | 336 | 332 | |
Staat van de Uitvoering | 1.160 | 968 | 947 | 933 | 0 | 0 | 0 | |
Bedrijfsvoeringsbeleid | 3.694 | 2.527 | 1.858 | 1.838 | 1.827 | 1.831 | 1.812 | |
Werkgeversbeleid | 850 | 108 | 107 | 106 | 103 | 100 | 99 | |
Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening | 6.763 | 3.378 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Leiderschap, diversiteit en inclusie | 0 | 33 | 33 | 33 | 31 | 30 | 30 | |
Diverse bijdragen | 21.352 | 17.940 | 5.375 | 1.808 | 3.061 | 3.207 | 3.173 | |
KOOP | 4.507 | 400 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Logius | 1.724 | 83 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Algemene beveiligingseisen Rijksoverheid | 903 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Digitalisering RijksInkoop | 670 | 593 | 690 | 682 | 667 | 651 | 646 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 71 | 144 | 144 | 144 | 144 | 144 | 144 | |
Bedrijfsvoeringsbeleid | 71 | 144 | 144 | 144 | 144 | 144 | 144 | |
7.2 | Pensioenen en uitkeringen | 4.502 | 4.391 | 3.865 | 3.448 | 3.216 | 3.095 | 3.085 |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 4.502 | 4.391 | 3.865 | 3.448 | 3.216 | 3.095 | 3.085 | |
Stichting Administratie Indonesische Pensioenen | 4.502 | 4.391 | 3.865 | 3.448 | 3.216 | 3.095 | 3.085 | |
Ontvangsten | 1.095 | 773 | 64 | 64 | 64 | 64 | 64 | |
Geschatte budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
juridisch verplicht | 17% |
bestuurlijk gebonden | 51% |
beleidsmatig gereserveerd | 32% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 7 is 17% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Het budget is voor 39% juridisch verplicht. Het betreft onder andere bijdragen aan Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP).
Subsidies
Het budget is voor 61% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidies die samenhangen met de POK, de subsidie voor Compensatie Waterschappen Woo.
7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid
Subsidies (regelingen)
Overlegstelsel
De minister van BZK draagt bij aan het in stand houden van een adequaat overleg tussen overheidswerkgevers en vakcentrales over arbeidsvoorwaarden, arbeidsmarktbeleid en andere relevante thema’s. Dit doet de minister onder andere door subsidies te verstrekken aan koepels van overheidswerkgevers en –werknemers. De Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) ontvangt een subsidie met als doel bij te dragen aan aantrekkelijk werkgeverschap en de kwaliteit en wendbaarheid van overheidsorganisaties.
Compensatie Waterschappen Woo (structureel)
De structurele middelen voor de implementatie en uitvoering van de Wet open overheid bij de waterschappen worden aan de waterschappen verstrekt middels een subsidie.
Opdrachten
Bedrijfsvoeringsbeleid
Digitale weerbaarheid Rijksoverheid
Rijksbrede ambitie is het aanpakken van problematische legacy, zodat het IV-landschap (de InformatieVoorziening) betrouwbaarder en wendbaarder wordt. Daarnaast wordt gewerkt aan de digitale weerbaarheid en digitale autonomie van de overheid. In 2027 is hiervoor, als onderdeel van de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS), € 2,4 mln. beschikbaar.
Rijkshuisvestingsbeleid
Om rijksambtenaren beter te laten samenwerken en minder te laten reizen, en het voor mensen in de regio gemakkelijker te maken bij het Rijk te werken, zijn er door Nederland verspreid acht rijksontmoetingspleinen en worden er nog meer gerealiseerd. De facilitaire en ICT kosten van de rijksontmoetingspleinen worden jaarlijks verrekend met de verschillende betrokken concerndienstverleners die de taken in de rijksontmoetingspleinen hebben uitgevoerd.
Inkoopstrategie rijksoverheid
De huidige inkoopstrategie «Inkopen met Impact» is geëvalueerd. Er wordt gestart met een nieuwe, breder ingestoken inkoopstrategie. De strategie rond maatschappelijk verantwoord inkopen wordt geactualiseerd en blijft een belangrijk onderdeel. Een nieuw onderdeel van de strategie betreft de bijdrage van het rijksinkoopstelsel aan veiligheid en leveringszekerheid. Het inkoopbeleid verschuift naar risicobeheersing, digitale autonomie en Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Duurzaamheid, circulariteit en sociaal ondernemen (zoals banenafspraken) zijn de standaard. Ketenverantwoordelijkheid cf. OESO-richtlijnen vormt daarbij de overkoepelende aanpak om risico’s voor mens en milieu in de waardeketen te identificeren en aan te pakken. Met inzicht in internationale waardeketens vergroten we tevens onze weerbaarheid en grip op leveringszekerheid.
Dit betreft voornamelijk middelen die worden toegekend aan PIANOo Expertisecentrum. Daarnaast wordt ook een bijdrage gedaan aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) voor onder andere de Europese sectorale wet- en regelgeving, Buyer Groups en de Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) criteriatool.
Datagedreven bedrijfsvoeringsbeleid
Dit betreffen opdrachten voor de ontwikkeling naar datagedreven bedrijfsvoeringbeleid. Er worden stappen gezet op automatisering en standaardisatie van onze systemen en de werkwijze intern. De centrale database (datawarehouse) wordt verder uitgebouwd, hetgeen het Rijk helpt om de kwaliteit en consistentie van de data te verhogen.
Kwaliteit management Rijksdienst
De Algemene Bestuursdienst (ABD) draagt bij aan een onafhankelijke, deskundige en diverse top van de rijksdienst en versterkt publiek leiderschap en betrouwbaar bestuur binnen de gehele Rijksoverheid. Het beleid voor de ABD is gericht op het voorzien in kwalitatief hoogwaardig leiderschap bij de rijksdienst, het verstevigen van de verbinding van topambtenaren met de samenleving en het vergroten van de deskundigheid en realisatiekracht van en de samenwerking tussen topambtenaren. Hiertoe worden middelen ingezet voor werving, selectie en ontwikkeling.
Informatiehuishouding
Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire ondervraging kinderopvangtoeslag (POK) (Kamerstukken II 2020/21 35510 nr. 4) zijn middelen vrijgemaakt voor het op orde brengen van de informatiehuishouding bij het rijk en versterken van een open overheid bij alle overheidsorganisaties. Deze middelen zijn bestemd voor generieke projecten en de uitvoering door departementen, uitvoeringsorganisaties en ZBO's. Het ministerie van BZK heeft een coördinerende rol in de verdeling van de middelen en monitoring van de voortgang.
Ook het Meerjarenplan Openbaarheid en Informatiehuishouding Rijksoverheid 2026 ‒ 2030 (Kamerstukken II 2023/24, 29362, nr. 344) wordt onder coördinatie van BZK uitgevoerd. In 2027 worden de beschikbare middelen onder andere ingezet voor de ontwikkeling van vier generieke voorzieningen. Daarnaast ontvangen departementen structureel middelen voor de uitvoering van hun eigen verbeterplannen.
Opdrachten Werk aan Uitvoering (WaU)
Voor de Werk aan Uitvoering zijn voor 2027 programma middelen beschikbaar van € 1 mln. Deze zijn gefinancierd vanuit de WaU tot en met 2031. Het programma WaU richt zich op de hele overheid en behandelt vraagstukken die organisaties overstijgen. Het deelt kennis, stimuleert samenwerking en faciliteert de dialoog tussen beleidsmakers, publieke dienstverleners en politici. Met één doel: een dienstbare overheid die voorziet in de behoeften en verwachtingen van mensen en bedrijven.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Staat van de Uitvoering
De minister van BZK faciliteert met het verzamelen en analyseren van gegevens over de daadwerkelijke uitvoering van overheidstaken de totstandkoming van een jaarlijkse Staat van de Uitvoering. Doel van de Staat van de Uitvoering is het bieden van handreikingen om de uitvoeringspraktijk in de meest brede zin te verbeteren. De stichting ICTU ontvangt voor deze activiteiten een jaarlijkse bijdrage.
Ondersteuning melders van misstanden
Voor de juridische ondersteuning van melders van misstanden door de Raad voor Rechtsbijstand wordt een bijdrage verstrekt aan het ministerie van JenV. Melders kunnen voor deze juridische ondersteuning in aanmerking komen na doorverwijzing door de afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders.
Bijdrage aan agentschappen
O&P Rijk (Arbeidsmarktcommunicatie)
Om beleidsambities mogelijk te maken is voldoende deskundig personeel noodzakelijk. In 2027 wordt verder gewerkt aan een personeelsstrategie voor digitalisering en uitbreiding van ICT pools. In 2027 zullen de belemmeringen voor het overheidsbreed openstellen van deze pools die in 2026 in beeld zijn gebracht, aangepakt worden. Daarnaast wordt gewerkt aan een moderne werkomgeving voor ambtenaren. In 2027 zal de uitvoering van een digitale werkomgeving waarmee de ambtenaar is toegerust met de juiste middelen om het werk effectief uit te voeren verder worden uitgewerkt. Hiervoor is € 7,2 mln. beschikbaar in 2027 vanuit de middelen Werk aan Uitvoering (WaU). Deze zijn beschikbaar tot en met 2031.
Diverse bijdragen
Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend onrecht» van de POK zijn middelen vrijgemaakt voor het op orde brengen van de informatiehuishouding en actieve openbaarmaking bij het Rijk. Deze middelen zijn bestemd voor rijksbrede projecten en de uitvoering door departementen, uitvoeringsorganisaties en ZBO's. Er zijn informatiehuishouding middelen beschikbaar om toekomstige infomatiehuishouding projecten te kunnen financieren die worden uitgevoerd door de verschillende ZBO's/RWT's.
7.2 Pensioenen en uitkeringen
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)
Dit betreft de bijdrage aan de SAIP, die verantwoordelijk is voor de uitkering van pensioenen voor gewezen overheidspersoneel in de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen. De rijksbijdrage bestaat uit middelen om de pensioenen en toeslagen uit te keren (inkomens) en middelen om de regeling uit te voeren (uitvoeringskosten).
3.9 Artikel 14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité
Op 19 december 2022 heeft de minister-president namens de regering excuses aangeboden voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaaf gemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu.
Aan de excuses van de regering zijn maatregelen verbonden die gericht zijn op kennis en bewustwording, erkenning en herdenken en de doorwerking en verwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden. Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor kansengelijkheid en het bestrijden van discriminatie en racisme.
Stimuleren
– De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stimuleert dat er duurzaam meer aandacht en erkenning komt voor het slavernijverleden als wezenlijk onderdeel van ons gezamenlijk verleden.
– Daarnaast stimuleert de minister van BZK de kabinetsbrede opgave om te komen tot duurzame verwerking en bestrijding van de doorwerking van dit verleden die nazaten ook in het heden nog ervaren. Dit met het oog op een breder maatschappelijk proces van verzoening en heling ten aanzien van het slavernijverleden.
– De minister van BZK stimuleert het vergroten van kennis en bewustwording over het slavernijverleden.
Uitvoeren
– De minister van BZK geeft uitvoering aan de totstandkoming van een subsidieregeling. Met de subsidieregeling ondersteunt de regering maatschappelijke initiatieven die een impuls geven aan blijvend meer kennis en bewustwording; de viering en herdenking, en/of een bijdrage leveren aan de verwerking of het bestrijden van de doorwerking van het slavernijverleden.
Subsidieregeling maatschappelijke initiatieven
Op 1 juli 2025 zijn de regelingen voor Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk in werking getreden. De unit Uitvoering Van Beleid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de uitvoerder voor zowel de regeling van Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Sinds de openstelling van de regeling in augustus 2025 zijn inmiddels alle categorieën eenmaal opengesteld. Indien de evaluatie in 2026 tot wijzigingen van de regeling leidt, wordt dit voor de openstelling van het volgende tijdvak in april 2027 doorgevoerd.
Praktijkgericht onderzoeksprogramma Slavernijverleden
In samenwerking met regieorgaan SIA (onderdeel NWO) en de nazaten van tot slaafgemaakten wordt een onderzoeksubsidie van € 1,4 mln. vanuit de beleidsintensiveringen van Europees Nederland vormgegeven.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 9.930 | 27.312 | 21.763 | 14.955 | 8.022 | 8.018 | 8.022 |
Uitgaven | 8.523 | 23.978 | 21.697 | 18.355 | 8.022 | 8.018 | 8.022 | |
14.0 | Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité | 8.523 | 23.978 | 21.697 | 18.355 | 8.022 | 8.018 | 8.022 |
Subsidies (regelingen) | 8.523 | 19.449 | 19.833 | 16.455 | 8.022 | 8.018 | 8.022 | |
Maatschappelijke initiatieven | 530 | 10.299 | 11.433 | 8.400 | 0 | 0 | 0 | |
Herdenkingscomité | 7.993 | 8.199 | 8.200 | 8.055 | 8.022 | 8.018 | 8.022 | |
Onderzoeksprogramma | 0 | 951 | 200 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Opdrachten | 0 | 125 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bewustwording, betrokkenheid en doorwerking | 0 | 125 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 4.404 | 1.864 | 1.900 | 0 | 0 | 0 | |
Diverse bijdragen | 0 | 4.404 | 1.864 | 1.900 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Geschatte budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
juridisch verplicht | 0% |
bestuurlijk gebonden | 100% |
beleidsmatig gereserveerd | 0% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget van artikel 14 is het volledig bestuurlijk gebonden.
14 Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité
Subsidies (regelingen)
Maatschappelijke initiatieven
In april 2027 is de openstelling van het tijdvak voor de middelgrote projecten slavernijverleden en bewustwording. Daarnaast opent ook het tijdvak voor grote projecten met veel impact of een groot bereik over slavernijverleden en bewustwording.
Herdenkingscomité
Voor het opgerichte Herdenkingscomité Nederlands Slavernijverleden is op de begroting structureel € 8 mln. subsidiebudget gereserveerd.
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
Diverse bijdragen
De middelen ten behoeve van Suriname zijn overgeboekt naar de begrotingsstaat van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
De middelen in de huidige reeks zijn bestemd voor de beleidsinitiatieven van verschillende departementen voor maatregelen in het kader van bewustwording, erkenning en doorwerking.
3.10 Artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief
Inwoners van het aardbevingsgebied in Groningen en Noord-Drenthe hebben nog dagelijks te maken met de gevolgen van de gaswinning. Dit brengt gevoelens van angst, frustratie en onzekerheid met zich mee. Voor het kabinet staan de veiligheid, het goed afhandelen van schade en het creëren van perspectief voor de inwoners voorop. Het kabinet werkt samen met de uitvoeringsorganisaties en de medeoverheden aan perspectief en duidelijkheid voor mensen in Groningen en Noord-Drenthe langs vier sporen:
– Het stimuleren van een milde, makkelijke en menselijke afhandeling van de schade door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG);
– Het uitvoeren van de versterkingsoperatie door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), zodat elk gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet;
– Het bieden van psychosociaal herstel om de mentale én sociale gevolgen van de gaswinning te verminderen;
– Het bieden van perspectief, met zowel een Sociale als een Economische Agenda voor de regio, het Nationaal Programma Groningen (NPG) en programma’s voor het isoleren van woningen.
Op grond van de Mijnbouwwet neemt de minister van BZK alle maatregelen die redelijkerwijs gevergd kunnen worden om te voorkomen dat de veiligheid van inwoners wordt geschaad als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de volgende rollen en verantwoordelijkheden:
Stimuleren
– Het stimuleren van een milde, makkelijke en menselijke afhandeling van alle vormen van schade als gevolg van de gaswinning in Groningen en gasopslagen Norg en Grijpskerk.
Uitvoeren
– Het aan de exploitant van het mijnbouwnetwerk doorbelasten van de kosten voor de schadeafhandeling als gevolg van de gaswinning in Groningen en de gasopslag in Norg en het doorbelasten van de kosten van de versterkingsoperatie;
– Het vergoeden van mijnbouwschade: fysieke en immateriële schade en waardedaling;
– Het vaststellen van veiligheidskaders voor gebouwen in het aardbevingsgebied en het inwinnen van advies hierover bij het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG);
– Het doen uitvoeren van de versterkingsoperatie door de NCG conform de planning en prioritering van de programma's van aanpak van gemeenten;
– Het isoleren van woningen met een lichte-middel- en zware versterking door NCG;
– Het met de regio en andere departementen uitvoeren van de Sociale Agenda, die in 2025 is vastgesteld;
– Het met de regio en andere departementen uitvoeren van de Economische Agenda, die in 2025 is vastgesteld;
– Het coördineren en uitvoering geven aan de maatregelen zoals gepresenteerd in de kabinetsrectie Nij Begun op het PEGA-rapport 'Groningers boven gas'.
Financieren
– Het ter beschikking stellen van voldoende financiële middelen aan het IMG ter uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op het gebied van de afhandeling van mijnbouwschade;
– Het ter beschikking stellen van voldoende financiële middelen aan de NCG ter uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op het gebied van de versterkingsoperatie;
– Het financieren van de gemaakte afspraken met provincie en gemeenten in het kader van het verbeteren van de leefbaarheid en het toekomstperspectief van de regio, met inbegrip van programma’s voor speciale doelgroepen zoals het mkb, agrariërs en erfgoedpartijen.
– Het financieren van de Sociale Agenda met de generatielange bijdrage.
– Het financieren van de Economische Agenda met de generatielange bijdrage.
Regisseren
– Het in stand houden van een systeem van publiekrechtelijke schadeafhandeling door het IMG;
Het bevorderen van verduurzaming door het isoleren van woningen in het aardbevingsgebied (door de minister van VRO).
Naast het ministerie van BZK en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) zijn enkele andere organisaties betrokken bij de (gevolgen van) de gaswinning in Groningen. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert over de veiligheid in Groningen als gevolg van de gaswinning. Het ACVG adviseert over kaders en normen voor de veiligheid van gebouwen en beoordeelt de typologieën die in de versterking worden gebruikt.
C. Beleidswijzigingen
Wettelijke verankering aantal maatregelen Nij Begun
In 2027 zal het wetsvoorstel Wet Groningen van kracht zijn. In dit wetsvoorstel zijn een aantal toezeggingen uit Nij Begun geïmplementeerd, zoals de verduurzaming en de toezegging om een generatielang bij te dragen aan sociaal herstel en economisch perspectief voor Groningen en Noord-Drenthe. Ook is dan wettelijk geregeld dat het IMG de mogelijkheid heeft om schades tot € 60.000 zonder onderzoek naar de schadeoorzaak te (laten) herstellen. Ook heeft het IMG met dit wetsvoorstel meer wettelijke ruimte om bewoners in het aardbevingsgebied die nog geen schademelding hebben gedaan actief te informeren.
Schadeherstel
In 2027 wordt verder gewerkt aan het schadeherstel met het maatregelenpakket uit de kabinetsreactie Nij Begun. De laatste maatregelen hieruit worden de komende periode geïmplementeerd: eind 2026 verwacht het IMG te starten met de verhoogde overlastvergoeding en de vergoeding bij overschrijding van beslistermijnen. Daarnaast wordt gederfd woongenot in 2026 verder uitgewerkt, waarvan de implementatie start in 2027.
Meer mensgerichte en voortvarende uitvoering van de versterkingsoperatie
NCG werkt ook in 2027 aan de verdere optimalisatie van haar processen om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen. Daarnaast wordt de communicatie met bewoners verbeterd. Dit wordt onder andere gedaan door betere verslaglegging van bewonerscontacten. Daarnaast werkt NCG aan een centraal systeem voor verslaglegging om versnippering te voorkomen. Ook geeft NCG prioriteit aan complexe en langdurige versterkingsopgaven door onder meer een werkproces voor casuïstiekadressen met bijbehorende maximale doorlooptijden te ontwikkelen en te implementeren.
Perspectief voor de regio
Het kabinet vindt het belangrijk te bouwen aan sociaal herstel en economisch perspectief voor de regio Groningen en Noord-Drenthe, zodat het er weer goed wonen, werken en leven wordt. In reactie op het PEGA-rapport zijn daarom in 2025 samen met de regio de Economische en Sociale Agenda vastgesteld. Deze agenda’s geven focus en richting in een generatielange aanpak met als doel om het niveau van Brede Welvaart ten minste op het nationale gemiddelde te brengen in 2055.
De Economische Agenda sluit aan op thema’s waar de regio sterk in is, zoals Digitalisering, Energie, Industrie, Gezondheid en Vrijetijdseconomie. Juist de ondernemers en inwoners moeten hiervan profiteren en meedoen. De Economische Agenda bevordert de economische structuurversterking van de regio. In 2026 is de agenda verder uitgewerkt in een eerste meerjarig uitvoeringsplan en een jaarplan voor 2027. Dit biedt kaders en een stevige inhoudelijke basis voor de uitvoering waarmee een generatie lang € 100 mln. per jaar in de economische structuurversterking wordt geïnvesteerd in de regio.
Daarnaast is in 2026 een uitvoeringsorganisatie opgericht: de gemeenschappelijke regeling Perspectief Groningen en Noord-Drenthe. In deze structuur zal in 2027 naast de Economische ook de Sociale Agenda worden ondergebracht.
De Sociale Agenda zet in 2027 in op het continueren van de zestien concrete maatregelen die door de regio en de rijksoverheid zijn geformuleerd. Dit betekent dat meer inwoners in Groningen en Noord-Drenthe gaan merken dat de maatregelen gestart zijn. Deze maatregelen richten zich op de volgende speerpunten: 1) het verbeteren van de (mentale) gezondheid; 2) het vergroten van de leefbaarheid en sociale cohesie; 3) kansen voor kinderen, jongeren en de volgende generatie; en 4) arbeidsparticipatie & armoedebestrijding. Een generatielang wordt jaarlijks € 100 mln. in de regio geïnvesteerd om het welzijn en de brede welvaart van inwoners te vergroten.
Beleidskeuzes uitgelegd
In antwoorden op de begrotingsrapporteur van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over het departementale jaarverslag 2025 is toegezegd om in het begrotingsartikel een verwijzing op te nemen naar eerder verstuurde kaders «beleidskeuzes uitgelegd» (Kamerstuk 36 945-VII, nr. 17). Dit om daarmee het inzicht in de koppeling tussen doelen en ingezette middelen op dit begrotingsartikel verder inzichtelijk te maken. Onderstaande tabel toont de eerder met de Tweede Kamer gedeelde onderbouwing van instrumenten die in dit begrotingsartikel terugkomen.
Naam instrument | Kamerstuk | Datum onderbouwing |
|---|---|---|
Economische Agenda Groningen en Noord-Drenthe | Kamerstuk 36725-VII, nr. 3 en Kamerstuk 36915-VII, nr. 3 | Mei 2025 en April 2026 |
Nationaal Programma Groningen | Kamerstuk 36725-VII, nr. 3 en Kamerstuk 36915-VII, nr. 3 | Mei 2025 en April 2026 |
Bouwkosten Batch 1588/Hogere bouwkosten compensatie gemeenten en provincie (Maatregel 17 Nij Begun) | Kamerstuk 36800-VII, nr. 7 | September 2025 |
Sociale Agenda Groningen (Maatregel 34 Nij Begun) | Kamerstuk 36800-VII, nr. 7 | September 2025 |
Maatwerk onuitlegbare verschillen (Maatregel 12 Nij Begun) | Kamerstuk 36800-VII, nr. 7 | September 2025 |
Verduurzaming bij (middel) zware versterking (Maatregel 28 Nij Begun) | Kamerstuk 36800-VII, nr. 7 | September 2025 |
Knelpuntenpot Nationaal Coördinator Groningen | Kamerstuk 36915-VII, nr. 3 | April 2026 |
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 2.162.478 | 2.364.896 | 2.149.204 | 1.638.766 | 1.243.263 | 721.831 | 412.964 |
Uitgaven | 1.956.114 | 2.464.643 | 2.401.306 | 1.907.644 | 1.290.190 | 840.878 | 619.281 | |
15.1 | Algemeen | 10.712 | 43.895 | 39.301 | 36.371 | 27.529 | 18.123 | 12.453 |
Opdrachten | 7.073 | 17.158 | 16.963 | 13.995 | 13.920 | 5.892 | 134 | |
Werkbudgetten | 7.073 | 17.158 | 16.963 | 13.995 | 13.920 | 5.892 | 134 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 0 | 10.793 | 10.793 | 10.793 | 10.793 | 10.793 | 10.793 | |
Raad voor Rechtsbijstand | 0 | 10.793 | 10.793 | 10.793 | 10.793 | 10.793 | 10.793 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 287 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Diverse bijdragen | 287 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 1.600 | 1.077 | 1.132 | 1.000 | 603 | 0 | 0 | |
Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) | 1.600 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Raad voor de Rechtspraak | 0 | 1.077 | 1.132 | 1.000 | 603 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan agentschappen | 0 | 3.657 | 3.704 | 3.809 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan RVO voor ACVG | 0 | 3.657 | 3.704 | 3.809 | 0 | 0 | 0 | |
(Schade)vergoeding | 1.752 | 11.210 | 6.709 | 6.774 | 2.213 | 1.438 | 1.526 | |
Vastgelopen situaties | 1.752 | 11.210 | 6.709 | 6.774 | 2.213 | 1.438 | 1.526 | |
15.2 | Schadeherstel | 944.454 | 999.553 | 1.060.956 | 787.512 | 502.824 | 256.842 | 244.121 |
Subsidies (regelingen) | 3.633 | 103.544 | 89.180 | 52.046 | 0 | 0 | 0 | |
Duurzaam herstel | 3.633 | 103.544 | 89.180 | 52.046 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 8.080 | 18.640 | 16.677 | 11.515 | 18 | 0 | 0 | |
MKB-programma | 8.080 | 18.640 | 16.677 | 11.515 | 18 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan agentschappen | 277.413 | 305.351 | 315.654 | 226.777 | 144.752 | 104.602 | 100.303 | |
Bijdrage aan bestuur IMG | 2.000 | 30 | 28 | 24 | 22 | 22 | 20 | |
Bijdrage RVO | 275.413 | 305.321 | 315.626 | 226.753 | 144.730 | 104.580 | 100.283 | |
(Schade)vergoeding | 655.328 | 572.018 | 639.445 | 497.174 | 358.054 | 152.240 | 143.818 | |
Commissie Bijzondere Situaties | 1.467 | 4.314 | 4.310 | 4.298 | 383 | 0 | 0 | |
Herbeoordeling waardedaling | 2 | 421 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Knelpunten IMG | 703 | 6.173 | 6.208 | 10.506 | 5.843 | 7.487 | 7.470 | |
Vergoeding fysieke schade | 601.722 | 515.140 | 595.557 | 469.410 | 338.868 | 131.793 | 123.388 | |
Vergoeding immateriële schade | 40.599 | 40.970 | 30.000 | 9.590 | 9.590 | 9.590 | 9.590 | |
Vergoeding waardedaling | 10.835 | 5.000 | 3.370 | 3.370 | 3.370 | 3.370 | 3.370 | |
15.3 | Versterken en perspectief | 1.000.948 | 1.421.195 | 1.301.049 | 1.083.761 | 759.837 | 565.913 | 362.707 |
Subsidies (regelingen) | 53.584 | 54.766 | 58.986 | 23.491 | 22.972 | 3.239 | 0 | |
Diverse subsidies versterken | 50.125 | 45.876 | 50.169 | 20.129 | 19.733 | 0 | 0 | |
Economische bedrijvigheid | 500 | 558 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Geestelijke bijstand | 0 | 504 | 845 | 845 | 845 | 845 | 0 | |
Nieuwbouwregeling | 896 | 3.087 | 5.507 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken | 31 | 2.685 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Woonbedrijf | 2.032 | 2.056 | 2.465 | 2.517 | 2.394 | 2.394 | 0 | |
Opdrachten | 479.378 | 617.659 | 563.635 | 471.818 | 426.914 | 318.240 | 300.707 | |
Duurzaam herstel | 580 | 3.645 | 8.210 | 13.380 | 7.971 | 0 | 0 | |
Bestuurlijke afspraken en maatwerk | 13.780 | 38.701 | 30.083 | 14.058 | 9.083 | 4.849 | 5.000 | |
Vastgelopen situaties | 832 | 4.764 | 2.000 | 1.300 | 1.300 | 750 | 0 | |
Verduurzaming bij versterken | 18.424 | 33.617 | 52.879 | 63.406 | 25.887 | 14.163 | 14.177 | |
Versterken industrie | 166 | 125 | 116 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Versterkingsoperatie | 445.596 | 536.807 | 470.347 | 379.674 | 382.673 | 298.478 | 281.530 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 377.454 | 592.093 | 526.630 | 482.173 | 216.259 | 180.588 | 1.815 | |
Clustering en gebiedsfonds | 86.459 | 83.263 | 90.012 | 58.636 | 16.484 | 11.700 | 1.700 | |
Compensatie gemeenten en provincie | 68.321 | 143.681 | 30.117 | 19.124 | 0 | 0 | 0 | |
Erfgoedprogramma | 15.320 | 17.520 | 14.583 | 13.998 | 0 | 0 | 0 | |
Knelpunten gemeenten sociaal domein | 14.320 | 15.023 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Leefbaarheid en wijkontwikkeling | 35.063 | 40.387 | 39.198 | 38.142 | 37.985 | 0 | 0 | |
Nationaal Programma Groningen | 149.348 | 180.513 | 98.471 | 95.744 | 6.883 | 12.661 | 0 | |
Sociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten | 8.623 | 10.170 | 10.157 | 8.772 | 8.247 | 8.043 | 115 | |
Sociale agenda | 0 | 147 | 92.703 | 124.715 | 146.660 | 148.184 | 0 | |
Economische Agenda | 0 | 101.389 | 151.389 | 123.042 | 0 | 0 | 0 | |
(Schade)vergoeding | 90.532 | 156.677 | 151.798 | 106.279 | 93.692 | 63.846 | 60.185 | |
Duurzaam herstel | 0 | 16 | 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Knelpunten en PEGA vergoedingen | 6.196 | 17.181 | 14.700 | 9.700 | 7.000 | 5.000 | 3.000 | |
Vergoeding zelf aangebrachte voorzieningen | 0 | 46 | 43 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen | 50.139 | 61.869 | 57.418 | 29.768 | 13.629 | 3.006 | 6.990 | |
Versterken in eigen beheer | 33.896 | 76.765 | 77.837 | 66.811 | 73.063 | 55.840 | 50.195 | |
Versterken industrie | 301 | 800 | 800 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 1.226.301 | 1.441.969 | 1.396.247 | 1.420.951 | 1.060.461 | 852.211 | 590.330 | |
Geschatte budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
juridisch verplicht | 96% |
bestuurlijk gebonden | 4% |
beleidsmatig gereserveerd | 0% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget van artikel 15 is 96% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:
(Schade)vergoedingen
Het budget is voor 99% juridisch verplicht. De grootste uitgaven betreffen de verschillende soorten vergoedingen die het IMG op basis van de Tijdelijke Wet Groningen uitkeert aan gedupeerden in het aardbevingsgebied.
Opdrachten
Het budget is voor 98% juridisch verplicht. De grootste uitgave betreft de versterkingsoperatie die uitgevoerd wordt door NCG.
15.1 Algemeen
Opdrachten
Werkbudgetten
Dit betreffen de werkbudgetten van de beleidsdirectie Herstel en Perspectief Groningen (HPG) en het werkbudget van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Hieruit worden verschillende onderzoeken en projecten betaald, zoals de Staat van Groningen en Noord Drenthe.
Vanuit het werkbudget van NCG worden enkele maatregelen uit de kabinetsreactie Nij Begun uitgevoerd: de ondersteuning door architecten, de inrichting van bewonersregieteams, inloopplekken voor bewoners en het opzetten van een digitaal portaal en aanvullende communicatie (maatregelen 13 en 21).
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Raad voor Rechtsbijstand
De Subsidieregeling rechtsbijstand biedt sinds 1 juli 2023 kosteloos juridische bijstand en mediation aan eigenaren van gebouwen in Groningen en Noord-Drenthe, die ondersteuning nodig hebben bij het schadeherstel- of versterkingsproces. De bijstand is onder meer beschikbaar voor het indienen van zienswijzen en het begeleiden van bezwaar- en beroepsprocedures op besluiten van IMG en NCG. De bijstand is ook van toepassing indien eigenaren het schadeherstel of de versterking in eigen beheer laten uitvoeren en daarbij in een conflict met bijvoorbeeld de aannemer of architect komen. Het PEGA-wetsvoorstel bevat een artikel waarmee ook huurders, die een besluit van het IMG of NCG ontvangen, kosteloze rechtsbijstand kunnen ontvangen.
Bijdrage aan agentschappen
Bijdrage aan RVO voor ACVG
Het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) geeft advies over of gebouwen in het aardbevingsgebied in Groningen moeten worden opgenomen in de scope van de versterkingsoperatie en hoe deze gebouwen versterkt moeten worden. Verder adviseert het ACVG over de uitvoering van kaders en normen voor de veiligheid van gebouwen die in de versterking worden gebruikt. Voor het ACVG is meerjarig budget beschikbaar.
(Schade)vergoeding
Vastgelopen situaties
In het aardbevingsgebied doet zich een aantal situaties voor waarbij schade, versterking en de algehele staat of conditie van het pand zwak is vanwege constructieve problemen of knelpunten met een andere oorzaak dan bodembeweging veroorzaakt door gaswinning. Het Interventieteam Vastgelopen Situaties (IVS) helpt bewoners wiens problemen door de bestaande compensatieregelingen onvoldoende worden opgelost binnen NCG of IMG (sinds juli 2021).
15.2 Schadeherstel
Subsidies (regelingen)
Duurzaam herstel
Duurzaam schadeherstel maakt deel uit van de versterkings- en hersteloperatie (Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 948). Met de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet Groningen heeft het IMG de wettelijke bevoegdheid gekregen om maatregelen te treffen aan funderingen of dakconstructies. Ook kan NCG dit combineren met de versterking, zie duurzaam herstel onder 15.3.
Bijdrage aan medeoverheden
MKB-programma
Het MKB-programma van de Provincie Groningen biedt hulp aan gedupeerde ondernemers die problemen ondervinden als gevolg van de gaswinning. Hiervoor was in eerste instantie € 11 mln. beschikbaar. Via maatregel 25 van Nij Begun is nogmaals € 25 mln. extra beschikbaar gesteld. Daarnaast is in 2025 het MKB-programma uitgebreid met een subsidieregeling voor micro-ondernemers (waarvoor het Rijk aanvullend € 30 mln. beschikbaar heeft gesteld).
Bijdrage aan agentschappen
Bijdrage RVO
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert in opdracht van het IMG de schadeafhandeling uit.
Schadevergoeding
Commissie Bijzondere Situaties
De Commissie Bijzondere Situaties is opgericht voor complexe en vastgelopen situaties, waar mensen zelf niet uitkomen, door psycho-sociale problematiek en waar dringend hulp nodig is. De commissie is onafhankelijk, beoordeelt aanvragen en adviseert welke extra hulp in die situaties geboden kan worden. Het IMG is gemandateerd om de adviezen uit te voeren.
Vergoeding fysieke schade
Sinds 1 juli 2020 besluit het IMG over (fysieke) schadevergoedingen aan bewoners uit Groningen die aardbevingsschade hebben als gevolg van de gaswinning. Het IMG bepaalt onafhankelijk wie recht heeft op een schadevergoeding en hoe hoog deze vergoeding is. Hierbij volgt het IMG het schadeprotocol. De schadevergoedingen worden uitbetaald door het IMG. De kosten daarvan worden via een heffing op de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) verhaald, zoals vastgelegd in de Tijdelijke wet Groningen.
Vergoeding immateriële schade
Sinds de zomer van 2021 besluit het IMG over immateriële schadevergoedingen aan bewoners die aardbevingsschade hebben als gevolg van de gaswinning. Deze vergoedingen worden uitbetaald door het IMG. De kosten daarvan worden via een heffing op de NAM verhaald, zoals vastgelegd in de Tijdelijke wet Groningen.
Vergoeding waardedaling
Sinds september 2020 besluit het IMG over vergoedingen voor de waardedaling van woningen in het aardbevingsgebied. Deze vergoedingen worden uitbetaald door het IMG. De kosten daarvan worden via een heffing op de NAM verhaald, zoals vastgelegd in de Tijdelijke Wet Groningen. Omdat er naast woningen ook winkels, kantoren en andere zakelijke objecten zonder woonfunctie in waarde kunnen dalen, is sinds 2024 de waardedalingsregeling ook opengesteld voor niet-woningen.
15.3 Versterken en perspectief
Subsidies (regelingen)
Diverse subsidies versterken
In het kader van de versterkingsoperatie worden diverse subsidies verstrekt. Het betreft incidentele subsidies aan onder meer de Rijksuniversiteit Groningen onder de naam Gronings Perspectief. Ten tweede worden de maatschappelijke organisaties (zoals Groninger Bodembeweging (GBB) en Groninger Gasberaad (GGB)) gefinancierd uit dit budget. Ten derde doet de NCG ook uitgaven voor de versterkingsoperatie die hier verantwoord worden. Tot slot vallen hier ook vanaf 2027 de middelen onder voor de sloop- en nieuwbouw van een aantal woningen in Appingedam van de woningcorporatie Groninger Huis. Deze huizen kampen met tal van problemen, zoals vocht en schimmel, onder andere door gebrekkige versterking.
Opdrachten
Duurzaam herstel
Zoals vermeld bij duurzaam herstel onder 15.2, heeft het IMG de wettelijke bevoegdheid gekregen om maatregelen te treffen aan funderingen of dakconstructies. Het doel is om herhaalschade te voorkomen en woningen toekomstbestendiger te maken. De NCG combineert duurzaam herstel met de versterkingsopgave waar mogelijk, zodat bewoners maar één keer overlast ervaren van werkzaamheden.
Bestuurlijke afspraken en maatwerk
In het kader van de bestuurlijke afspraken uit 2020 is meerjarig cumulatief € 100 mln. gereserveerd voor het oplossen van knelpunten (Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 830). Hiernaast is er cumulatief € 97 mln. toegevoegd aan de knelpuntenpot met de Voorjaarsnota 2026. Hiermee kan de NCG bijvoorbeeld individuele knelpunten in vormingsfase wegnemen om projecten te versnellen. De middelen staan grotendeels op het financiële instrument opdrachten, afhankelijk van de uitgaven die NCG doet worden middelen overgeheveld naar de categorie (schade)vergoedingen. Verder zijn uitgaven geraamd voor het aanbieden van extra maatwerk om verschillen tussen bewoners op te lossen in de versterkingsoperatie, onder andere door sloop/nieuwbouw (maatregel 12 uit Nij Begun).
Verduurzaming bij versterken
Ter uitvoering van maatregel 28 uit Nij Begun neemt NCG verduurzamingsmaatregelen mee bij de uitvoering van de versterkingsoperatie voor (middel)zware versterkingen. Tevens verduurzaamt NCG ook woningen bij lichte versterkingen via maatregel 29.
Versterken industrie
Sinds 2021 kunnen bedrijven met industriële installaties en gebouwen in het aardbevingsgebied op basis van de beleidsregel vergoeding aardbevingsbestendige industrie Groningen aanspraak maken op een vergoeding van de kosten voor het onderzoek naar en, indien nodig, het treffen van versterkingsmaatregelen. Dit programma wordt uitgevoerd door de NCG. De kosten hiervan worden bij NAM in rekening gebracht.
Versterkingsoperatie
De geraamde uitgaven voor de versterkingsoperatie bestaan uit meerdere onderdelen. Ten eerste gaat het om reguliere uitgaven voor de versterkingsoperatie die wordt uitgevoerd door de NCG, inclusief bijkomende kosten zoals tijdelijke huisvesting en bouwkundige advieskosten. Daarnaast gaat het om versterkingsuitgaven die voortvloeien uit specifieke afspraken, waaronder de zogenoemde Big Five projecten. De uitvoeringskosten voor de versterkingsoperatie worden geraamd op apparaatsartikel 11. Een deel van de versterkingsoperatie wordt uitgevoerd via subsidies of (schade)vergoedingen.
Bijdrage aan medeoverheden
Clustering en gebiedsfonds
In het kader van de bestuurlijke afspraken uit 2020 worden uitkeringen gedaan aan medeoverheden voor clustering en het gebiedsfonds (blokken B en D uit de bestuurlijke afspraken). Het gaat onder andere om inpassingskosten. Dit zijn kosten die gemeenten maken bij zware versterking, sloop en nieuwbouw (zoals nieuwe aansluiting riool en waterleidingen, herbestrating en de inrichting openbare ruimte). Ook gaat het om clustering dat gericht is op het voorkomen van verschillen binnen een dorp, wijk of straat. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt. 2024, 21567).
Compensatie gemeenten en provincie
De versterkingsoperatie in Groningen vraagt personeelscapaciteit van de provincie Groningen en de aardbevingsgemeenten. Voor deze kosten worden zij gecompenseerd via maatregel 18 uit Nij Begun. Tevens worden gemeenten gecompenseerd voor de uitvoering van de versterkingsoperatie van Batch 1588. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt. 2024, 21567).
Erfgoedprogramma
In het Erfgoedprogramma werken het Rijk, de aardbevingsgemeenten, Steunpunt Libau, het maatschappelijk middenveld en de provincie Groningen sinds 2017 samen aan de instandhouding, versterking en doorontwikkeling van erfgoedpanden in het aardbevingsgebied. Via maatregel 26 uit Nij Begun wordt het programma voortgezet. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt 2024, 21567).
Leefbaarheid en wijkontwikkeling
Voor het verbeteren van de leefbaarheid in gebieden waar veel woningen worden versterkt is in Nij Begun meerjarig € 200 mln. beschikbaar gesteld via maatregel 14. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt 2024, 21567).
Nationaal Programma Groningen
Met het Nationaal Programma Groningen (NPG) wordt geïnvesteerd in de leefbaarheid, economische ontwikkeling en energietransitie in Groningen. Het NPG is een samenwerkingsverband van het Rijk, de provincie en gemeenten. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt 2024, 21567).
Sociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten
Voor de sociale en emotionele ondersteuning als gevolg van de aardbevingsproblematiek worden bewoners door gemeenten geholpen via het programma Sociaal en Gezond. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt 2024, 21567).
Sociale agenda
In Nij Begun is afgesproken dat Rijk en regio samen een Sociale Agenda opstellen (maatregel 34). De agenda bestaat uit concrete maatregelen die ten goede komen aan de leefbaarheid, onderwijskwaliteit, armoedebestrijding, gezondheid en arbeidsparticipatie van inwoners. Net zoals in 2025 en 2026, zal in 2027 uitvoering worden gegeven aan deze maatregelen. De gemeente Groningen is, zoals afgesproken in een door de regio opgesteld convenant, tot het moment dat er een definitieve uitvoeringsstructuur staat als budgethouder verantwoordelijk voor de verdeling van de middelen die nu via een decentrale uitkering (DU) (Gemeentefonds) aan de gemeente wordt overgeheveld.
Economische Agenda
In Nij Begun is afgesproken dat Rijk en regio samen een Economische Agenda opstellen (maatregel 35). De agenda is een richtinggevend investeringskader dat een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving nastreeft. Dit moet bijdragen aan een verhoging van het regionale verdienvermogen, bevorderen van ondernemerschap en het ontwikkelen, behouden en beter benutten van talent. Daarnaast moet het regionale zelfbewustzijn en het imago van de regio verbeterd worden. Daartoe is het startkapitaal bij Voorjaarsnota 2026 in een realistisch ritme op de begroting van BZK gezet voor de periode t/m 2028. Daarnaast is een generatielang bedrag van € 100 mln. beschikbaar.
(Schade)vergoeding
Knelpunten en PEGA vergoedingen
Een eigenaar of rechtmatige gebruiker van een gebouw kan schade hebben die samenhangt met de versterkingsoperatie. Deze schade kan met de knelpuntenregeling en PEGA vergoedingen worden vergoed, bijvoorbeeld met de vergoeding eigen tijd (maatregel 16 uit Nij Begun).
Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen
Een eigenaar of rechtmatige gebruiker van een te versterken gebouw kan schade hebben als gevolg van de versterkingsoperatie. Voor deze schade kan in bepaalde gevallen aanspraak worden gemaakt op een vergoeding op basis van de Tijdelijke wet Groningen, zoals de vergoeding voor zelf aangebrachte voorzieningen.
Versterken in eigen beheer
Sinds de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet Groningen (onderdeel versterken) per 1 juli 2023 is er de mogelijkheid om een vergoeding te ontvangen voor het in eigen beheer uitvoeren van versterking.
Ontvangsten
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|
Ontvangsten NAM fysieke schade | 505.912 | 465.557 | 339.410 | 208.868 | 131.793 |
Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade | 260.291 | 250.586 | 193.740 | 119.636 | 96.653 |
Ontvangsten NAM waardedaling | 3.467 | 3.370 | 3.370 | 3.370 | 3.370 |
Ontvangsten NAM immateriële schade | 40.079 | 30.000 | 9.590 | 9.590 | 9.590 |
Ontvangsten NAM versterken industrie | 691 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Ontvangsten NAM versterkingsoperatie | 550.015 | 492.646 | 360.559 | 356.954 | 338.131 |
Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM) | 25.000 | 25.000 | 0 | 0 | 0 |
Ontvangsten NAM juridische bijstand | 10.792 | 10.792 | 10.792 | 10.793 | 10.793 |
Ontvangsten NAM gederfd woongenot | 0 | 143.000 | 143.000 | 143.000 | 0 |
Totale ontvangsten | 1.396.247 | 1.420.951 | 1.060.461 | 852.211 | 590.330 |
Ontvangsten
Behoudens Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM) worden de bedragen uit tabel 21 op grond van de Tijdelijke wet Groningen doorbelast aan de NAM.
Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)
NAM draagt jaarlijks € 25 mln. bij aan het NPG. Meerjarig gaat het om een totaalbedrag van € 500 mln. Deze bijdrage vloeit voort uit de Overeenkomst inzake betalingen voor perspectief voor de regio. Circa € 56 mln. dient nog betaald te worden door NAM (exclusief wettelijke rente).
Jaar1 | Fysiekeschade | Immateriëleschade | Waardedaling | Totaaldoorbelast | |
|---|---|---|---|---|---|
Schadevergoedingen | 2018 | € 8 | ‒ | ‒ | € 8 |
2019 | € 88 | ‒ | ‒ | € 88 | |
2020 | € 314 | ‒ | € 176 | € 490 | |
2021 | € 310 | € 1 | € 295 | € 605 | |
2022 | € 283 | € 59 | € 40 | € 382 | |
2023 | € 189 | € 107 | € 23 | € 319 | |
2024 | € 335 | € 116 | € 21 | € 472 | |
2025 | Deze kosten moeten nog doorbelast worden aan NAM | ||||
Totaal | € 1.525 | € 283 | € 555 | € 2.363 | |
Uitvoeringskosten IMG | 2018 | € 40 | ‒ | ‒ | € 40 |
2019 | € 103 | ‒ | ‒ | € 103 | |
2020 | € 143 | € 1 | € 6 | € 149 | |
2021 | € 200 | € 7 | € 19 | € 227 | |
2022 | € 169 | € 16 | € 12 | € 197 | |
2023 | € 170 | € 23 | € 9 | € 202 | |
2024 | € 176 | € 20 | € 9 | € 205 | |
2025 | Deze kosten moeten nog doorbelast worden aan NAM | ||||
Totaal | € 1.001 | € 68 | € 54 | € 1.123 | |
Gecombineerd | 2018 | € 48 | ‒ | ‒ | € 48 |
2019 | € 191 | ‒ | ‒ | € 191 | |
2020 | € 457 | € 1 | € 182 | € 639 | |
2021 | € 510 | € 8 | € 314 | € 832 | |
2022 | € 452 | € 75 | € 52 | € 579 | |
2023 | € 359 | € 130 | € 31 | € 521 | |
2024 | € 511 | € 137 | € 30 | € 678 | |
2025 | Deze kosten moeten nog doorbelast worden aan NAM | ||||
Totaal schade | € 2.527 | € 351 | € 609 | € 3.486 | |
Versterkingskosten | Jaar | Totaal doorbelast | Totaal betaald | Totaal openstaand | |
|---|---|---|---|---|---|
2020 | 226 | 161 | 65 | ||
2021 | 299 | 179 | 120 | ||
2022 | 312 | 187 | 125 | ||
2023 | 458 | 351 | 107 | ||
2024 | 476 | 476 | 0 | ||
2025 | Heffing nog opleggen aan NAM | ||||
Totaal | 1771 | 1354 | 417 | ||
Uitvoeringskosten NCG | 2020 | 69 | 53 | 17 | |
2021 | 89 | 54 | 36 | ||
2022 | 97 | 58 | 39 | ||
2023 | 132 | 90 | 42 | ||
2024 | 138 | 138 | 0 | ||
2025 | Heffing nog opleggen aan NAM | ||||
525 | 393 | 134 | |||
Gecombineerd | 2020 | 296 | 213 | 82 | |
2021 | 388 | 233 | 155 | ||
2022 | 409 | 245 | 164 | ||
2023 | 590 | 441 | 149 | ||
2024 | 614 | 614 | 0 | ||
2025 | Heffing nog opleggen aan NAM | ||||
Totaal | 2297 | 1746 | 550 | ||
Doorbelasting kosten schade en versterken NAM
De kosten voor de schadeafhandeling tot en met 2024 zijn bij NAM in rekening gebracht en volledig door NAM betaald (zie tabel 19). De kosten voor de schadeafhandeling worden sinds juli 2020 door middel van een heffing aan NAM opgelegd. Voor de versterkingsoperatie zijn de kosten tot en met 2024 bij NAM in rekening gebracht. Tot medio 2023 gebeurde dit door middel van facturen waarvan circa € 550 mln. nog betaald dient te worden door NAM (exclusief wettelijke rente). Vanaf de tweede helft van 2023 worden de kosten voor de versterkingsoperatie doorbelast door middel van heffingen die aan NAM worden opgelegd. Deze heffingen zijn tot en met 2024 wel volledig en tijdig voldaan door NAM.
TotaalDoorbelast | TotaalBetaald | Totaalopenstaand | TotaalNog door te belasten | |
|---|---|---|---|---|
Schadeafhandeling IMG | 3486 | 3486 | 0 | Kosten vanaf Q1 2025 e.v. |
Versterkingsoperatie NCG | 2297 | 1746 | 550 | Kosten vanaf Q3 2025 e.v. |
Totaal | 5783 | 5232 | 550 | Nog te bepalen |
PEGA-middelen uit de Aanvullende Post
Met Nij Begun is in 2023 € 11,5 mld. aan aanvullende middelen beschikbaar gesteld op de Aanvullende Post voor nieuw beleid op het gebied van schade, versterken, verduurzaming, sociaal en economie. Hiervan is € 3 mld. gereserveerd voor maatregelen die verband houden met schadeherstel en de versterkingsoperatie, € 500 mln. voor sociaal en mentaal welzijn en € 500 mln. voor economisch perspectief. Tot slot is € 7,5 mld. beschikbaar gesteld voor de generatielange betrokkenheid op het gebied van verduurzaming en sociaal en economisch perspectief tot en met 2055. Met onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verdeling van deze PEGA-middelen over de aangekondigde maatregelen op verschillende departementale begrotingen. De tabel toont hoeveel middelen in 2023 beschikbaar zijn gesteld, welk deel daarvan tot op heden van de Aanvullende Post naar de departementale begrotingen is overgeheveld en wat op de Aanvullende Post resteert van de PEGA-middelen. De middelen worden vervolgens vanaf de departementale begrotingen meerjarig beschikbaar gesteld voor of overgemaakt naar de desbetreffende uitvoeringsorganisatie of de regio voor de uitvoering van de maatregelen.
Maatregel | Begrotingsartikel | Totaal1 | |
|---|---|---|---|
Beschikbaar gesteld voor schade en versterken | 3.000,0 | ||
Resterend op AP voor schade en versterken | 1.223,0 | ||
Reeds opgevraagd voor schade en versterken | 1.777,0 | ||
Knelpuntenpot IMG | 4 | BZK-begroting, Artikel 15 | 70,0 |
Aanbieden van maatwerk bij versterken, o.a. sloop/nieuwbouw | 10 en 12 | BZK-begroting, Artikel 15 | 240,6 |
Overlastvergoeding corporatiehuurders | 12b | BZK-begroting, Artikel 15 | 3,0 |
Ondersteuning door architecten | 13 | BZK-begroting, Artikel 15 | 5,0 |
Leefbaarheid en wijkontwikkeling bij versterking | 14 | BZK-begroting, Artikel 15 | 200,0 |
Verruimen financiële middelen gebiedsfonds | 15 | BZK-begroting, Artikel 15 | 120,0 |
Vergoeding voor eigen tijd van bewoners | 16 | BZK-begroting, Artikel 15 | 30,0 |
Indexering batch 1588 | 17 | BZK-begroting, Artikel 15 | 33,5 |
Personele kosten decentrale overheden | 18 | BZK-begroting, Artikel 15 | 92,0 |
Inrichting bewonersregieteams | 21 | BZK-begroting, Artikel 15 | 5,0 |
Digitaal portaal en aanvullende communicatie | 21 | BZK-begroting, Artikel 15 | 5,0 |
Inloopplek en betere ondersteuning voor bewoners | 22 | BZK-begroting, Artikel 15 | 13,6 |
Agroprogramma | 24 | LVVN-begroting, Artikel 22 | 221,0 |
MKB-programma | 25 | BZK-begroting, Artikel 15 | 55,0 |
Drieborg | 4 | BZK-begroting, Artikel 15 | 5,4 |
Voortzetting Erfgoedprogramma | 26 | BZK-begroting, Artikel 15 | 73,0 |
Verduurzaming bij versterking | 28 | BZK-begroting, Artikel 15 | 258,5 |
Verduurzaming Groningen | 29 | VRO-begroting, Artikel 2 & BZK-begroting, Artikel 15 | 27,9 |
Uitbreiding bereik woningverbeteringssubsidie | 30 | BZK-begroting, Artikel 15 | 150,0 |
Knelpuntenbudget gemeente sociaal domein | 31 | BZK-begroting, Artikel 15 | 43,2 |
Aanvullende financiering maatschappelijke organisaties | 32 | BZK-begroting, Artikel 15 | 2,2 |
Toezicht en handhaving | 45 | EZ-begroting, Artikel 40 | 35,0 |
Toezicht, kennis en monitoring | 48-50 | KGG-begroting, Artikel 31 | 65,0 |
Overige maatregelen schade | BZK-begroting, Artikel 15 | 23,1 | |
Agenda voor Herstel | 22 | ||
Beschikbaar gesteld voor mentaal en sociaal | 500,0 | ||
Resterend op AP voor mentaal en sociaal | 0,0 | ||
Reeds opgevraagd voor mentaal en sociaal | 500,0 | ||
Invulling sociale agenda | 34 | BZK-begroting, Artikel 15 & GF-begroting, artikel 1 | 500,0 |
Beschikbaar gesteld voor economisch perspectief | 500,0 | ||
Resterend op AP voor economisch perspectief | 0,0 | ||
Reeds opgevraagd voor economisch perspectief | 500,0 | ||
N33 Noord | 35 | Mobiliteitsfonds, Artikel 11 | 250,0 |
Nationaal Programma Groningen 2.0 | 35 | BZK-begroting, Artikel 15 | 250,0 |
Beschikbaar gesteld voor generatielange betrokkenheid (2026-2055) | 7.500,0 | ||
Resterend op AP voor generatielange betrokkenheid (2026-2055) | 5.613,6 | ||
Reeds opgevraagd voor generatielange betrokkenheid (2026-2055) | 1.886,4 | ||
Verduurzaming Groningen | 29 | VRO-begroting, Artikel 2 & BZK-begroting, Artikel 15 | 1.500,0 |
Invulling sociale agenda | 34 | BZK-begroting, Artikel 15 & GF-begroting, artikel 1 | 86,4 |
Economische Agenda Groningen | 35 | BZK-begroting, Artikel 15 | 300,0 |
Momenteel resteert € 1,2 mld. op de Aanvullende Post voor maatregelen die verband houden met schadeherstel en de versterkingsoperatie. Het overgrote deel is gereserveerd voor de IMG-regeling duurzaam herstel. Daarnaast zullen diverse versterkingsmaatregelen hieruit gefinancierd worden, waaronder verduurzaming Groningen. Voor sociaal en mentaal welzijn is het gehele budget dat beschikbaar is, overgeheveld van de Aanvullende Post naar de begroting van BZK voor maatregelen volgend uit de Sociale Agenda die de kwartiermaker in samenspraak met de regio heeft opgesteld. Voor Economisch Perspectief is de volledige € 500 mln. reeds opgevraagd voor N33 Noord en Nationaal Programma Groningen 2.0. De resterende middelen voor de generatielange betrokkenheid zijn gereserveerd voor de sociale en economische agenda. Voor de verduurzaming van Groningen en Drenthe is de volledige € 1,5 mld. die hiervoor gereserveerd was opgevraagd door het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Indicatoren
Dashboard Groningen
Diverse informatie over de schadeafhandeling, de versterkingsoperatie en de afbouw van de gaswinning in Groningen is online beschikbaar via het Dashboard Groningen.
Schadeafhandeling
Het IMG rapporteert onder andere over het aantal ingediende en afgehandelde meldingen voor zowel fysieke schade als immateriële schade. Zie onderstaande tabel. In volgende begrotingsstukken wordt hier een update van gegeven. Actuele informatie over de schadeafhandeling is beschikbaar op de website van het IMG.
Aantal meldingen | Aantal besluiten | Aantal openstaande meldingen | Totaal uitgekeerde bedrag (x €1 mln.) | |
|---|---|---|---|---|
Fysieke schade | 399.670 | 378.570 | 21.099 | 2563 |
Immateriële schade | 181.921 | 177.916 | 4.005 | 320 |
Waardedaling | 133.020 | 132.949 | 71 | 585 |
Versterkingsoperatie
De NCG rapporteert maandelijks over de voortgang van de versterking. De volgende tabel geeft de stand van de versterkingsoperatie weer. Actuele informatie is beschikbaar op de website van de NCG.
Fase | Aantal adressen | Percentage |
|---|---|---|
1. Nog beoordelen en/of de beoordeling nog delen met de eigenaar | 416 | 1% |
2. Beoordeling gedeeld met de eigenaar; projectopdracht voor de versterking opstellen | 1.036 | 4% |
3. (Voorbereiden) opstellen uitvoeringsplan; in gesprek met de eigenaar | 5.650 | 20% |
4. Bouwwerkzaamheden gestart | 1.598 | 6% |
5. Voldoet aan de veiligheidsnorm; opleverpunten bouw en/of (administratief) nog afronden | 1.990 | 7% |
6. Voldoet aan de veiligheidsnorm: versterkt of nieuw opgeleverd | 5.147 | 19% |
7. Voldoet aan de veiligheidsnorm blijkt uit de beoordeling; versterking is niet nodig | 11.735 | 42% |
8. Eigenaar werkt niet mee aan de versterking; dossier gesloten | 253 | 1% |
Eindtotaal | 27.759 | 100% |
4. Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 11. Centraal apparaat
A. Apparaatsuitgaven Kerndepartement
Op dit artikel worden naast alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement ook de apparaatsuitgaven van de agentschappen gepresenteerd.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 1.126.732 | 1.072.184 | 877.409 | 800.120 | 738.115 | 683.568 | 627.182 |
Uitgaven | 1.116.502 | 1.072.858 | 877.409 | 800.120 | 738.115 | 683.568 | 627.182 | |
11.1 | Apparaat (excl. AIVD) | 1.116.502 | 1.072.858 | 877.409 | 800.120 | 738.115 | 683.568 | 627.182 |
Personele uitgaven | 629.060 | 592.247 | 533.060 | 481.391 | 440.278 | 392.647 | 345.389 | |
Eigen personeel | 471.436 | 446.147 | 416.384 | 381.301 | 357.391 | 327.775 | 301.737 | |
Inhuur externen | 151.340 | 139.297 | 111.580 | 94.348 | 77.636 | 59.819 | 38.893 | |
Overige personele uitgaven | 6.284 | 6.803 | 5.096 | 5.742 | 5.251 | 5.053 | 4.759 | |
Materiële uitgaven | 486.426 | 480.301 | 344.039 | 318.530 | 297.657 | 290.764 | 281.667 | |
Bijdrage SSO's | 424.398 | 394.716 | 294.024 | 278.059 | 259.892 | 255.990 | 250.477 | |
ICT | 26.737 | 37.846 | 8.112 | 4.200 | 4.049 | 4.002 | 3.771 | |
Overige materiële uitgaven | 35.291 | 47.739 | 41.903 | 36.271 | 33.716 | 30.772 | 27.419 | |
Bijdrage aan agentschappen | 1.016 | 310 | 310 | 199 | 180 | 157 | 126 | |
Diverse bijdragen | 1.016 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan DICTU | 0 | 310 | 310 | 199 | 180 | 157 | 126 | |
Ontvangsten | 383.353 | 375.787 | 165.366 | 165.639 | 143.727 | 119.189 | 94.799 | |
In deze tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement opgenomen, inclusief het Huis voor Klokkenluiders (HvK), Nationaal Coördinator Groningen (NCG), Rijksorganisatie voor informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie Bedrijfsvoering en Financiën (OBF). De reeks is exclusief de apparaatsuitgaven van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Vanwege het specifieke karakter zijn deze begroot op beleidsartikel 2.
Sinds de start van het kabinet Jetten is het ministerie van VRO opgeheven en valt de begroting van VRO weer onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De begroting van VRO is daardoor gewijzigd van een departementale begroting naar een programmabegroting. Als gevolg hiervan zijn de budgetten van het centraal apparaat van VRO vanaf het begrotingsjaar 2027 teruggeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK (H7). De apparaatsbudgetten van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) zijn op de begroting van VRO gebleven en zijn vanaf begrotingsjaar 2027 overgeheveld naar artikel 2 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit.
B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten inclusief agentschappen en ZBO/RWT's
De apparaatskosten van BZK bestaan uit de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de AIVD en de apparaatskosten voor de zeven baten-lastenagentschappen. In de onderstaande tabel staan de structurele apparaatsuitgaven van het kerndepartement en de AIVD aangegeven.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal apparaatsuitgaven ministerie | 1.674.756 | 1.647.092 | 1.526.345 | 1.443.826 | 1.391.635 | 1.344.984 | 1.288.212 |
Kerndepartement | 1.116.502 | 1.072.858 | 877.409 | 800.120 | 738.115 | 683.568 | 627.182 |
Algemene Inlichtingen en veiligheidsdienst | 558.254 | 574.234 | 648.936 | 643.706 | 653.520 | 661.416 | 661.030 |
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen, de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s).
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal apparaatskosten Agentschappen | 1.475.089 | 1.533.753 | 1.672.864 | 1.680.696 | 1.633.064 | 1.644.899 | 1.645.634 |
RvIG | 136.905 | 93.733 | 202.769 | 196.357 | 137.650 | 132.059 | 115.276 |
Logius | 376.987 | 368.015 | 368.015 | 368.015 | 368.015 | 368.015 | 368.015 |
Organisatie en Personeel Rijk (O&P Rijk) | 304.234 | 327.943 | 350.579 | 347.966 | 343.495 | 343.495 | 343.495 |
Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (ODI) | 103.727 | 109.248 | 112.560 | 112.560 | 112.560 | 112.560 | 112.560 |
FMH | 76.441 | 80.390 | 74.620 | 73.928 | 72.880 | 72.880 | 72.880 |
SSC-ICT | 372.237 | 424.133 | 441.282 | 454.758 | 467.178 | 480.324 | 492.958 |
Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL) | 104.558 | 130.291 | 123.039 | 127.112 | 131.286 | 135.566 | 140.450 |
Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's | 951 | 1.185 | 1.159 | 1.112 | 1.108 | 0 | ‒ |
Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP) | 951 | 1.185 | 1.159 | 1.112 | 1.108 | 0 | ‒ |
Apparaatsuitgaven per Directoraat-Generaal
Om de Tweede Kamer inzicht te bieden in de apparaatsuitgaven per beleidsterrein wordt in onderstaande tabel weergegeven wat de apparaatsuitgaven zijn per onderdeel van het ministerie van BZK.
Directoraat Generaal | 2027 |
|---|---|
Algemene Bestuursdienst (DGABD) | 49.971 |
Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) | 3.512 |
Openbaar Bestuur en Democratische Rechtstaat (DGOBDR) | 12.687 |
Volkshuisvesting en Bouwen (DGVB) | 10.237 |
Koninkrijksrelaties (DGKR) | 1.834 |
Ruimtelijke Ordening (DGRO) | 4.441 |
Digitalisering en Overheidsorganisatie (DGDOO) | 255.539 |
Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR) | 11.345 |
Cluster Mensen en Middelen (MenM) | 316.382 |
Cluster Bestuurondersteuning (BO) | 5.514 |
Huis voor Klokkenluiders (HvK) | 5.840 |
NCG | 200.107 |
Totaal apparaat | 877.409 |
4.2 Artikel 12. Algemeen
A. Budgettaire gevolgen
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 13.766 | 26.569 | 31.672 | 22.695 | 22.625 | 22.585 | 22.236 |
Uitgaven | 13.902 | 26.819 | 27.272 | 27.095 | 22.625 | 22.585 | 22.236 | |
12.0 | Algemeen | 13.902 | 26.819 | 27.272 | 27.095 | 22.625 | 22.585 | 22.236 |
Subsidies (regelingen) | 879 | 399 | 149 | 142 | 140 | 140 | 145 | |
Diverse subsidies | 829 | 347 | 98 | 91 | 89 | 89 | 94 | |
Koninklijk Paleis Amsterdam | 50 | 52 | 51 | 51 | 51 | 51 | 51 | |
Opdrachten | 695 | 975 | 1.026 | 1.020 | 993 | 993 | 756 | |
(Inter)nationale samenwerking | 287 | 204 | 293 | 291 | 291 | 291 | 291 | |
Diverse opdrachten | 408 | 771 | 733 | 729 | 702 | 702 | 465 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 112 | 190 | 102 | 116 | 113 | 110 | 109 | |
Diverse bijdragen | 112 | 127 | 0 | 15 | 15 | 14 | 14 | |
BZK transparant | 0 | 63 | 102 | 101 | 98 | 96 | 95 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 2.808 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | |
Kwijtschelden publieke schulden | 2.808 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | |
Bijdrage aan agentschappen | 9.408 | 5.255 | 5.995 | 5.817 | 1.379 | 1.342 | 1.226 | |
Eigenaarsbijdrage | 8.748 | 4.800 | 4.349 | 4.400 | 0 | 0 | 0 | |
BZK transparant | 406 | 40 | 1.334 | 1.309 | 1.274 | 1.240 | 1.225 | |
Diverse bijdragen | 254 | 415 | 312 | 108 | 105 | 102 | 1 | |
Ontvangsten | 0 | 4.800 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
B. Toelichting op de financiële instrumenten
12.1 Algemeen
Bijdrage aan medeoverheden
Kwijtschelden publieke schulden
In 2021 is in samenwerking met de publieke schuldeisers en de verantwoordelijke departementen het kwijtschelden van publieke schulden, in verband met de gevolgen van de kinderopvangtoeslagaffaire, verder uitgewerkt. Met de medeoverheden is afgesproken dat compensatie van de uitgaven en de derving van inkomsten plaatsvindt op basis van nacalculatie (werkelijke kosten). Ook de uitvoeringskosten van de kwijtscheldingsregelingen en de uitvoeringskosten die samenhangen met het compenseren van gemeenten worden vergoed. Deze uitvoeringskosten worden vergoed op basis van een normbedrag. Het uiteindelijke aantal ouders dat recht heeft op de herstelregelingen en de hoogte van de publieke schulden is nog niet exact vast te stellen (Kamerstukken II 2023/24, 36410 VII, nr. 2). In 2027 is een bedrag van € 20 mln. beschikbaar.
Bijdrage aan agentschappen
Eigenaarsbijdrage
De initiatiefase voor het programma Modernisering Human Resources Information Technology (HRIT) bij O&P Rijk is de voorbereiding op de implementatie in 2027 en 2028. Het waarborgt dat de organisatie, techniek en bedrijfsvoering voldoen aan de rijksnormen, zoals informatiebeveiliging en de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO).
4.3 Artikel 13. Nog onverdeeld
A. Budgettaire gevolgen
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
13.0 | Nog onverdeeld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Nog te verdelen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
5. Begroting agentschappen
5.1 Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)
Inleiding
De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) maakt betrouwbaar en zinvol gebruik van identiteitsproducten voor iedereen mogelijk. Onze visie is een weerbare en wendbare partner te zijn om vanuit verbinding met onze omgeving leidend te zijn in toekomstbestendige en veilige identiteitsproducten.
Ontwikkelingen
In 2027 is de reorganisatie binnen RvIG afgerond en is een essentiële stap gezet in het realiseren van een toekomstbestendige organisatie. De business wordt leidend, met heldere processen en verantwoordelijkheden. Publieke waarden zoals doeltreffendheid, legitimiteit, kwaliteit en efficiëntie blijven daarbij centraal.
De organisatie is beter in staat om beleidswijzigingen snel en zorgvuldig te vertalen naar de ICT-omgevingen. RvIG geeft het applicatiebeheer intern vorm, wat bijdraagt aan meer regie, flexibiliteit en kwaliteit in de uitvoering. In 2027 wordt daarnaast gewerkt aan het versterken en opnieuw inrichten van de ICT-infrastructuur, met inachtneming van geldende wet- en regelgeving en met nadrukkelijke aandacht voor beveiliging en weerbaarheid.
Ook de financiële processen zijn aangepast aan de nieuwe organisatiestructuur en de bijbehorende verantwoordelijkheden. Dit draagt bij aan efficiënter werken, een betere naleving van wet- en regelgeving en versterkte stuurinformatie. Tegelijkertijd legt dit een solide basis voor langetermijnplanning en organisatorische stabiliteit. De versterkte stuurinformatie stelt RvIG in 2027 in staat om kosten beter te beheersen en financiële resultaten nauwkeuriger te voorspellen.
Duurzaamheid wordt steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel van ons handelen, in lijn met de rijksbrede duurzaamheidsrichtlijnen (onderdeel van het Rijksbrede Programma Circulaire Economie en de Klimaatdoelen), die vereisen dat de overheid in 2030 een volledig klimaatneutrale bedrijfsvoering heeft.
Diensten
Basis Registratie Personen (BRP)
Op basis van de Wet BRP voert RvIG het beheer over de registratie van ingezetenen, de Basis Registratie Personen (BRP) en de Registratie niet-ingezetenen (RNI). Deze registraties hebben als doel om alle overheidsorganisaties te voorzien van dezelfde persoonsgegevens van de inwoners van ons land. Zo hoeven andere overheden die informatie niet steeds weer bij burgers uit te vragen. Dit zorgt voor een efficiënte dienstverlening en voor minder administratieve lasten voor de burger.
Het programma toekomst BRP (tBRP) is in 2026 afgelopen. De producten die in het programma tBRP zijn opgeleverd worden vanaf 2027 beheerd en verder doorontwikkeld.
Burgerservicenummer (BSN)
RvIG is verantwoordelijk voor de beheervoorziening BSN. Hieronder valt het beheer van de voorziening voor het genereren, distribueren, toekennen en beheren van Burgerservicenummers. Daarnaast beheert RvIG het foutenmeldpunt voor het melden van vermoedens over BSN-nummerfouten en worden mogelijk dubbelinschrijvingen gecontroleerd via de permanente monitoring dubbelinschrijvingen.
Reisdocumenten
RvIG ziet in haar verantwoordelijkheid voor het reisdocumentenstelsel toe op de productie van paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten (eNIK) en het aanvraag- en uitgifte proces bij uitgevende instanties. Daarnaast beheert RvIG de registers ‘Register Paspoortsignalering’ (RPS), Basisregister 'Reisdocumenten’ (BRR) en ‘Verificatieregister Reisdocumenten’ (VR).
Op het gebied van de aanvraag, personalisatie en uitgifte van reis- en identiteitsdocumenten wordt in 2027 verder gewerkt aan verschillende verbeteringen om identiteitsfraude tegen te gaan en de dienstverlening te verbeteren. Daaronder vallen onder andere de inrichting van live enrolment en de ontwikkeling van het nieuwe model paspoort (2027/2028).
Caribisch gebied
RvIG is verantwoordelijk voor de centrale voorzieningen en het stelsel van berichtuitwisseling ten behoeve van het bijhouden van de basisadministraties van de openbare lichamen, de verstrekkingsvoorziening en de systematische verstrekking van gegevens. Daarnaast beheert RvIG de apparatuur, software en voorraden ten behoeve van de lokaal geproduceerde ID-kaart BES.
Electronic Identification Authentication and Trust Services (eIDAS)
RvIG voert het stelselbeheer over diverse voorzieningen binnen eIDAS. Deze voorzieningen zorgen ervoor dat op basis van de uit Europa meegegeven set aan gegevens, via een bevraging in de beheervoorziening BSN, een BSN van de betreffende persoon wordt gezocht. Een dienstverlener kan op basis van het BSN zijn diensten aan de burger verlenen. Daarnaast is RvIG in het kader van eIDAS verantwoordelijk voor de toetsing op het gebruik van BSN’s door eIDAS uitvoerende instanties.
Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA)
Rijksoverheid en uitvoeringsorganisaties werken nauw samen met gemeenten om op basis van risicosignalen risicoadressen te onderzoeken, waarbij ook een huisbezoek wordt afgelegd. Deze intensieve manier van samenwerken over alle lagen van de overheid heen is van grote meerwaarde voor de kwaliteit van de BRP, helpt in het oplossen van maatschappelijke problemen en is tegelijkertijd een effectieve werkwijze in het kader van adres gerelateerde fraude.
Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en –fouten (CMI)
RvIG begeleidt burgers die worden geconfronteerd met identiteitsfraude. RvIG fungeert als ketenregisseur en schakelt indien nodig met ketenpartners zoals de Politie, de Belastingdienst, de RDW, de IND en Logius.
Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO)
Het MFO is een meldpunt voor fouten in basisregistraties waar burgers en geregistreerden zich tot kunnen wenden als zij vastlopen binnen de overheid. De fouten op het terrein van identiteit kunnen daarin worden meegenomen.
Bij het CMI en MFO worden structurele verbeteringen gestimuleerd en de rol en bevoegdheden van RvIG bestendigd door middel van borging in wet- en regelgeving. Verder wordt gewerkt aan grotere bekendheid van de diensten en aan verbeterde interne informatiehuishouding en rapportage.
Staat van baten en lasten
Laatste vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 233.770 | 294.198 | 285.575 | 161.256 | 156.133 | 122.746 |
waarvan Reisdocumenten | 161.233 | 226.819 | 219.967 | 100.555 | 90.451 | 55.321 |
waarvan Basis Registratie Personen (BRP) | 72.537 | 67.379 | 65.608 | 60.701 | 65.682 | 67.425 |
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 40.274 | 32.472 | 31.742 | 29.947 | 30.727 | 31.680 |
waarvan bijdrage Caribisch Gebied (CG) | 2.924 | 2.854 | 3.011 | 2.594 | 2.661 | 2.735 |
waarvan bijdrage Burgerservicenummer (BSN) | 8.653 | 7.432 | 7.367 | 6.610 | 6.775 | 6.942 |
waarvan bijdrage Electronic Indentification and Trust Services (eIDAS) | 6.155 | 7.364 | 7.365 | 7.096 | 7.274 | 7.510 |
waarvan bijdrage Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) | 10.600 | 10.645 | 10.591 | 10.177 | 10.459 | 10.815 |
waarvan bijdrage Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI) | 1.976 | 2.376 | 2.282 | 2.323 | 2.380 | 2.440 |
waarvan bijdrage Meldpunt Fouten in Overheidsregistratiie (MFO) | 965 | 1.106 | 1.126 | 1.147 | 1.178 | 1.238 |
waarvan bijdrage diverse Projecten | 9.000 | 695 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rentebaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 274.044 | 326.670 | 317.317 | 191.203 | 186.860 | 154.426 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | 93.733 | 202.769 | 196.357 | 137.650 | 132.059 | 115.276 |
- Personele kosten | 66.335 | 67.558 | 66.053 | 64.965 | 65.650 | 65.474 |
waarvan eigen personeel | 33.774 | 37.185 | 37.928 | 38.687 | 39.461 | 40.250 |
waarvan inhuur externen | 31.200 | 29.176 | 26.911 | 25.043 | 24.931 | 23.944 |
waarvan overige personele kosten | 1.361 | 1.197 | 1.214 | 1.235 | 1.258 | 1.280 |
- Materiële kosten | 27.398 | 135.211 | 130.304 | 72.685 | 66.409 | 49.802 |
waarvan apparaat ICT | 0 | 1.673 | 1.047 | 1.063 | 1.119 | 1.136 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 225 | 230 | 234 | 239 | 244 | 248 |
waarvan overige materiële kosten | 27.173 | 133.308 | 129.023 | 71.383 | 65.046 | 48.418 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 157.902 | 71.834 | 68.762 | 62.356 | 62.877 | 63.228 |
Rentelasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Afschrijvingskosten | 11.100 | 12.772 | 13.702 | 11.846 | 11.846 | 12.746 |
- Materieel | 5.950 | 4.567 | 4.917 | 2.357 | 2.357 | 2.357 |
waarvan apparaat ICT | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 5.900 | 4.567 | 4.917 | 2.357 | 2.357 | 2.357 |
- Immaterieel | 5.150 | 8.205 | 8.785 | 9.489 | 9.489 | 10.389 |
Overige lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 262.736 | 287.375 | 278.821 | 211.852 | 206.782 | 191.250 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 11.308 | 39.295 | 38.496 | ‒ 20.649 | ‒ 19.922 | ‒ 36.824 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 11.308 | 39.295 | 38.496 | ‒ 20.649 | ‒ 19.922 | ‒ 36.824 |
Toelichting
Baten
De baten van RvIG zijn als volgt over de diverse opdrachten begroot:
Beheeropdracht | Moederdepartement | Overige departementen | Derden | Totaal |
|---|---|---|---|---|
Reisdocumenten | 0 | 0 | 226.819 | 226.819 |
BRP | 38.476 | 0 | 28.903 | 67.379 |
Caribisch Gebied | 2.834 | 0 | 20 | 2.854 |
BSN | 7.432 | 0 | 0 | 7.432 |
eIDAS | 7.364 | 0 | 0 | 7.364 |
LAA | 10.645 | 0 | 0 | 10.645 |
CMI | 2.376 | 0 | 0 | 2.376 |
MFO | 1.106 | 0 | 0 | 1.106 |
Project: mailboxserver | 695 | 0 | 0 | 695 |
Totaal | 70.928 | 0 | 255.742 | 326.670 |
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
Waarvan Reisdocumenten
De omzet van reisdocumenten komt tot stand door de uitgifte van paspoorten en identiteitsbewijzen (leges betaald door de burger) en kent geen bijdrage vanuit het moederdepartement.
De omzet is in 2027 hoger dan in 2026 omdat er naar verwachting meer paspoorten en identiteitsbewijzen worden uitgegeven.
Waarvan Basis Registratie Personen
De kosten voor het beheren van de BRP worden doorberekend aan de gebruikers met een kostendekkend tarief in de vorm van een abonnementsprijs. Deze doorberekening vindt deels via het Ministerie van BZK en deels rechtstreeks aan derden plaats.
De omzet voor de BRP is 2027 lager dan in 2026 omdat in overeenstemming met het besluit BRP de opgebouwde schuld aan de afnemers van ca. € 7,0 mln. in de tarieven 2027 verrekend (in mindering gebracht) is.
Baten als tegenprestatie voor levering van input
De beheeropdrachten Caribisch Gebied, BSN, eIDAS, LAA, CMI en MFO worden geheel door het Ministerie van BZK gefinancierd (m.u.v. € 21.000 omzet derden bij het Caribisch Gebied).
De omzet op projecten is in 2027 lager dan in 2026, omdat het programma «toekomst BRP» en het project «BSN in de Carieb» in 2026 zijn afgerond.
Lasten
Apparaatskosten
Personele kosten
De personele lasten bedragen € 67,6 mln. en zijn per saldo ca. € 1,3 mln. hoger dan de begroting van 2026. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de kosten voor intern personeel toenemen omdat de formatie is toegenomen met 15 fte en door toepassing van indexatie van 3%.
Materiële kosten
Overige materiële kosten
De overige materiële kosten van € 133,3 mln. bestaan grotendeels uit de kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten (€ 118,1 mln.) en uit huisvestings- en kantoorkosten, kosten voor voorlichting/communicatie, kosten voor RNI loketten en diverse kleine kostenposten. De kosten voor de productie en distributie van de reisdocumenten waren in 2026 ten onrechte onder de kosten uitbesteed werk en andere externe kosten opgenomen. Dit verklaart de toename van de overige materiële kosten in 2027.
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
Een deel van de lasten wordt uitbesteed. Dit betreft onder andere kosten voor de uitbesteding van de technische ICT-infrastructuur bij DICTU. In 2026 waren de kosten die werden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten onder de kosten uitbesteed werk en andere externe kosten opgenomen. Dit jaar zijn deze kosten, conform de door het ministerie van Financiën afgegeven definitie van de kosten uitbesteed werk, onder de overige materiële kosten opgenomen. Dit verklaart de afname van kosten uitbesteed werk en andere externe kosten in 2027.
In totaliteit nemen de materiële kosten en de kosten voor uitbesteed werk in 2027 toe omdat de productiekosten van de reisdocumenten toenemen door een verwachte stijging in de uitgifte van de reisdocumenten.
Afschrijvingskosten
Op de materiële vaste activa wordt in 2027 € 4,6 mln. afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op systemen ten behoeve van het aanvragen en uitgeven van reisdocumenten. Daarnaast is sprake van afschrijvingen op immateriële vaste activa (€ 8,2 mln.), zijnde ontwikkelde (IT-)verbeteringen binnen onder andere het programma Verbeteren Reisdocumentenstelsel (VRS) en de generieke ICT-infrastructuur en een inhaalafschrijving op het paspoort model 2024 dat eind 2027 vervangen wordt door model 2027/2028.
Saldo van baten en lasten
Het saldo van baten en lasten is in 2027 positief en bedraagt per saldo € 39,3 mln. Dit saldo bestaat uit het resultaat op de reisdocumenten (per saldo € 46,3 mln. positief) en het resultaat op de BRP (€ 7,0 mln. negatief).
Reisdocumenten
Het resultaat op de reisdocumenten wordt enerzijds veroorzaakt door de tienjaarscyclus van de reisdocumenten (€ 51,7 mln. positief). Als gevolg van de invoering van de tienjarige geldigheid voor reisdocumenten worden er in de jaren 2024 tot en met 2028 structureel meer reisdocumenten uitgegeven dan in de jaren 2029 tot en met 2033. Hierdoor ontstaat er in de eerste 5 jaar van de 10 jaarcyclus een surplus in de baten en lasten van RvIG dat aan de egalisatiereserve wordt toegevoegd. Van 2029 tot en met 2033 wordt deze reserve ingezet om de dalende uitgifte van reisdocumenten en de negatieve resultaten die hierdoor ontstaan te compenseren en de prijzen stabiel te houden. RvIG heeft toestemming van het ministerie van Financiën om deze reserve volgens de bovenstaande methodiek in te zetten, in overeenstemming met het besluit van de Rijksministerraad van 29 november 2013 om de tarieven voor het rijksdeel gemiddeld over 10 jaar kostendekkend te laten zijn.
Anderzijds is er sprake van een negatief resultaat op de reisdocumenten van € 5,4 mln., dat wordt gedekt uit het Bestemmingsfonds. In 2025 heeft RvIG toestemming gekregen van het ministerie van Financiën voor het instellen van een bestemmingsfonds van € 36,6 mln. met een looptijd van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2030. De middelen uit dit bestemmingsfonds zijn bestemd voor o.a. de realisatie van cruciale weerbaarheidsmaatregelen binnen het reisdocumentenstelsel (waaronder diverse informatiebeveligingsmaatregelen en het op locatie (bij de gemeente of uitgevende instantie) vastleggen van biometrische gegevens zoals een foto en vingerafdrukken om fraude en manipulatie van identiteitsdocumenten tegen te gaan en de integriteit van de documenten te waarborgen).
BRP
Het negatieve resultaat op de BRP bedraagt € 7,0 mln. Dit resultaat ontstaat omdat een deel van de schuld aan de afnemers per eind 2025 in de tarieven 2027 wordt verrekend waardoor in 2027 minder omzet wordt gerealiseerd. Het negatieve resultaat wordt verrekend met de schuld aan de afnemers.
Kasstroomoverzicht
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 10.985 | 41.814 | 62.323 | 112.560 | 164.458 | 155.655 | 147.581 |
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 301.607 | 274.044 | 326.670 | 317.317 | 191.203 | 186.860 | 154.426 | |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 258.543 | ‒ 251.634 | ‒ 274.601 | ‒ 265.119 | ‒ 200.006 | ‒ 194.935 | ‒ 178.504 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | 43.064 | 22.410 | 52.069 | 52.198 | ‒ 8.803 | ‒ 8.075 | ‒ 24.078 |
-/- totaal investeringen | ‒ 7.093 | ‒ 1.900 | ‒ 1.832 | ‒ 300 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
3. | Totaal investeringskasstroom | ‒ 7.093 | ‒ 1.900 | ‒ 1.832 | ‒ 300 | 0 | 0 | 0 |
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
-/- aflossingen op leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 46.957 | 62.323 | 112.560 | 164.458 | 155.655 | 147.581 | 123.503 |
Toelichting
Operationele kasstroom
In 2026 vertoont de operationele kasstroom een positief saldo. Dit wordt veroorzaakt doordat vanaf 2024 tot en met 2028 het aantal aangevraagde 10-jarige reisdocumenten toeneemt.
Investeringskasstroom
Voor 2027 wordt de omvang van de investeringen geraamd op € 1,8 mln. Dit betreft investeringen ten behoeve van het programma VRS en de vervanging van de mailboxserver.
Doelmatigheidsindicatoren
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving generiek deel | |||||||
FTE-totaal (excl. externe inhuur) | 266 | 324 | 339 | 339 | 339 | 339 | 339 |
Saldo van baten en lasten (%) | 13,51% | 4,13% | 12,03% | 12,13% | ‒ 10,80% | ‒ 10,66% | ‒ 23,85% |
Omschrijving specifiek deel | |||||||
Kostprijzen per product | |||||||
* Reisdocumenten: paspoort 5 jaar (in €) | 27,50 | 28,05 | 29,06 | 30,11 | 31,19 | 32,31 | 33,48 |
* Reisdocumenten: paspoort 10 jaar (in €) | 48,65 | 49,62 | 51,41 | 53,26 | 55,18 | 57,16 | 59,22 |
Identiteitskaart 5 jaar (in €) | 8,70 | 8,87 | 9,19 | 9,52 | 9,87 | 10,22 | 10,59 |
Identiteitskaart 10 jaar (in €) | 44,90 | 45,80 | 47,45 | 49,15 | 50,92 | 52,76 | 54,66 |
Beschikbaarheid en responstijd | |||||||
Beschikbaarheid GBA netwerk | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% |
Beschikbaarheid GBA-V | 100% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% |
Responsetijd GBA-V | <3 sec | <3 sec | < 3 sec | < 3 sec | < 3 sec | < 3 sec | < 3 sec |
Beschikbaarheid basisregister | 100% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% |
Beschikbaarheid verificatieregister | 100% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% |
Beschikbaarheid BSN | 100% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% | 99,9% |
Toelichting
Generiek Deel
Fte-totaal
Het aantal fte is gebaseerd op de laatst vastgestelde formatie.
Specifiek Deel
Kostprijzen per product
RvIG probeert de kostenprijzen per product zo stabiel mogelijk te houden. De kostprijzen van de reisdocumenten worden jaarlijks geïndexeerd.
Beschikbaarheid en responstijd
Deze indicatoren betreffen de beschikbaarheid en responstijd van belangrijke ICT voorzieningen die RvIG beschikbaar stelt.
5.2 Logius
Inleiding
Logius is onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en levert producten en diensten voor de digitale overheid. Logius beheert digitale standaarden die alle overheidsorganisaties gebruiken in hun digitale dienstverlening, zorgt er voor dat afsprakenstelsels functioneren en dat burgers en bedrijven laagdrempelige en betrouwbare toegang hebben tot officiële overheidsinformatie.
In nauwe samenwerking met ketenpartners, opdrachtgevers en de continuiteitsverantwoordelijke helpt Logius de samenleving verder met diensten die bruikbaar, bereikbaar en betrouwbaar zijn. Publieke dienstverleners kunnen met de diensten van Logius onder andere veilig digitaal post versturen aan burgers en bedrijven. Logius draagt zorg voor dat bedrijven gestandaardiseerd gegevens kunnen uitwisselen met de overheid en met organisaties met een publieke taak. Met diensten als DigiD kunnen burgers onder meer online aangifte inkomstenbelasting doen en gegevens inzien in MijnOverheid.
Logius draagt er zo aan bij dat de samenleving één digitale en open overheid ervaart.
Dienstverlening
Logius biedt dienstverlening op de volgende gebieden:
Domein Toegang
Met diensten en producten van Logius kan veilig en makkelijk toegang worden gegeven tot online dienstverlening. Europeanen met een goedgekeurd inlogmiddel kunnen via European Login (eIDAS) bij Nederlandse dienstverleners inloggen. Met een DigiD kan men vanuit de hele wereld inloggen bij Nederlandse dienstverleners. Vaak gaat het om privacygevoelige gegevens. Logius biedt de zekerheid dat gegevens met de juiste persoon of het juiste bedrijf worden gedeeld.
Domein Interactie
Dankzij de dienstverlening van Logius kunnen gegevens veilig, betrouwbaar en gestandaardiseerd tussen overheden, burgers en bedrijven worden uitgewisseld. Logius maakt dit mogelijk als ketenpartner voor de digitale overheid. De dienstverlening van Logius biedt eveneens oplossingen om de gegevens in de basisregistraties op orde te houden en uit te wisselen.
Domein Gegevensuitwisseling
Logius biedt oplossingen voor elektronisch berichtenverkeer tussen overheden en hun ketenpartners. Dit maakt het ontsluiten en beschikbaar stellen van gegevens mogelijk én hierdoor wordt informatie maar één keer aangeleverd.
Domein Infrastructuur
Digitale diensten kunnen snel en schaalbaar worden opgebouwd met het IT-fundament van Logius. Daarbij wordt altijd voldaan aan de laatste veiligheidseisen, standaarden en regelgeving. Ook zorgt Logius voor betrouwbare verbindingen voor het transport van data naar burgers, bedrijven en overheden.
Regie op Stelsels en Standaarden
De digitale dienstverlening aan burgers en bedrijven is veilig, herkenbaar en makkelijk door het gebruik van uniforme standaarden en stelsels. Daarvoor maken organisaties met een publieke taak sectoroverschrijdende afspraken. Logius heeft de regie op het maken, vastleggen en actualiseren van die afspraken en organiseert daarvoor publiek-private samenwerking.
Domein Publicatie
Iedereen laagdrempelig toegang geven tot betrouwbare overheidsinformatie. Daarbij ondersteunt Domein Publicatie alle overheidsorganisaties als uitgever van de overheid, zodat zij voldoen aan de wettelijke taken op het gebied van publicatie. Ook ondersteunt Domein Publicatie bij het verbeteren van het wet- en regelgevingsproces en het actief openbaar maken van overheidsinformatie.
Logius voorziet dat naast het borgen van continuïteit en veiligheid van dienstverlening, investeren in het fundament van belang is voor het garanderen van een veilige, flexibele en wendbare digitale overheid. De volgende drie elementen vormen tezamen de kapstok voor ons werk in de komende jaren.
Continuïteit en veiligheid dienstverlening
De continuïteit en veiligheid van onze dienstverlening staan centraal bij ons. Alle producten en diensten die bij ons in beheer zijn, worden onderhouden en doorontwikkeld. Dat betekent dat de dienstverlening niet alleen op een solide infrastructuur moet draaien, maar daarnaast ook dat er blijvend aandacht moet zijn voor beveiligingsaspecten. Daarom staat naast continuïteit en veiligheid ook incident- en crisismanagement hoog in het vaandel bij Logius.
Vernieuwen van het fundament
Logius zet belangrijke stappen om het fundament voor de digitale overheid te vernieuwen, waardoor dit toekomstbestendig wordt, beter schaalbaar is en flexibel kan worden ingezet. Logius zal in 2027 in het beheer van haar producten rekening houden met Life Cycle Management.
Wet- en regelgeving
Logius geeft invulling aan de implementatie van wet- en regelgeving. Hier kan gedacht worden aan de Wet digitale overheid (Wdo) of de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv). Hiervoor moeten bestaande producten en diensten aangepast worden of moet Logius de dienstverlening richting andere overheidsdienstverleners ontsluiten.
Staat van Baten en Lasten
Laatste vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 385.141 | 369.352 | 369.352 | 369.352 | 369.352 | 369.352 |
Beheer & exploitatie GDI | 239.063 | 238.473 | 238.473 | 238.473 | 238.473 | 238.473 |
Notificatieservice (GDI) - artikel 6 | 2.351 | 2.805 | 2.805 | 2.805 | 2.805 | 2.805 |
Beheer & exploitatie niet GDI | 41.766 | 47.169 | 47.169 | 47.169 | 47.169 | 47.169 |
Doorontwikkeling | 45.525 | 18.799 | 18.799 | 18.799 | 18.799 | 18.799 |
Domein publicatie | 56.436 | 62.106 | 62.106 | 62.106 | 62.106 | 62.106 |
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rentebaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 385.141 | 369.352 | 369.352 | 369.352 | 369.352 | 369.352 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | 385.091 | 368.015 | 368.015 | 368.015 | 368.015 | 368.015 |
- Personele kosten | 146.508 | 151.869 | 151.869 | 151.869 | 151.869 | 151.869 |
waarvan eigen personeel | 91.880 | 121.431 | 121.431 | 121.431 | 121.431 | 121.431 |
waarvan inhuur externen | 50.053 | 25.703 | 25.703 | 25.703 | 25.703 | 25.703 |
waarvan overige personele kosten | 4.575 | 4.735 | 4.735 | 4.735 | 4.735 | 4.735 |
- Materiële kosten | 238.583 | 216.146 | 216.146 | 216.146 | 216.146 | 216.146 |
waarvan apparaat ICT | 202.796 | 166.947 | 166.947 | 166.947 | 166.947 | 166.947 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 19.087 | 20.437 | 20.437 | 20.437 | 20.437 | 20.437 |
waarvan overige materiële kosten | 16.701 | 28.762 | 28.762 | 28.762 | 28.762 | 28.762 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 0 | 1.287 | 1.287 | 1.287 | 1.287 | 1.287 |
Rentelasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Afschrijvingskosten | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
- Materieel | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
waarvan apparaat ICT | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
- Immaterieel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 385.141 | 369.352 | 369.352 | 369.352 | 369.352 | 369.352 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Baten
BEGROOT | BEGROOT | BEGROOT | BEGROOT | |
|---|---|---|---|---|
(Bedragen x € 1.000) | 2027 | 2027 | 2027 | 2027 |
Opdrachten | Omzet moeder-departement | Omzet overige departementen | Omzet derden | Realisatie omzet |
DigiD | 66.439 | 0 | 0 | 66.439 |
Digipoort B&E nieuw | 50.580 | 0 | 0 | 50.580 |
Nederlandse Peppel autoriteit (Npa) | 3.091 | 0 | 0 | 3.091 |
Rijksoverheid Access Point (ROAP) | 669 | 0 | 0 | 669 |
e-Procurement diensten | 1.186 | 0 | 0 | 1.186 |
MijnOverheid Berichtenbox | 42.178 | 0 | 0 | 42.178 |
MijnOverheid Gegevens | 20.210 | 0 | 0 | 20.210 |
DigiD Machtigen | 25.074 | 0 | 0 | 25.074 |
Stelseldiensten | 24.472 | 0 | 0 | 24.472 |
Diginetwerk | 2.507 | 0 | 2.507 | |
Digitoegankelijk | 2.508 | 0 | 0 | 2.508 |
PKIOverheid | 2.894 | 0 | 0 | 2.894 |
eHerkenning | 5.429 | 0 | 0 | 5.429 |
Samenwerkende Catalogi | 450 | 0 | 0 | 450 |
EIDAS | 1.496 | 0 | 0 | 1.496 |
Gegevensuitwisseling standaarden incl BOMOS | 1.446 | 0 | 0 | 1.446 |
Flamingo | 889 | 0 | 0 | 889 |
Nog in te vullen opgaven | ‒ 13.045 | 0 | 0 | ‒ 13.045 |
Subtotaal Beheer en exploitatie (GDI) | 238.473 | 0 | 0 | 238.473 |
Mijn Overheid generieke services, artikel 6 | 2.805 | 0 | 0 | 2.805 |
Subtotaal Beheer en exploitatie (GDI), artikel 6 | 2.805 | 0 | 0 | 2.805 |
Centraal Aansluitpunt (CA) | 0 | 670 | 0 | 670 |
Standaard Platform (SP) | 0 | 10.439 | 3.312 | 13.751 |
Haagse Ring & Netwerkdiensten | 0 | 12.442 | 0 | 12.442 |
eID/Bsnk | 7.996 | 0 | 0 | 7.996 |
Stelsel Toegang (incl. Vertegenw.) | 7.330 | 0 | 0 | 7.330 |
Beheer TRR | 664 | 0 | 0 | 664 |
B&E Toegang Publiek Middel Zakelijk | 737 | 0 | 0 | 737 |
MVP Ontw Publiek Middel Zakelijk | 218 | 0 | 0 | 218 |
Bureau Forum Standaardisatie (BFS) | 3.361 | 0 | 0 | 3.361 |
Service organisatie | 0 | |||
Subtotaal Beheer & Exploitatie (Overig) | 20.306 | 23.551 | 3.312 | 47.169 |
Totaal Beheer & Exploitatie | 261.584 | 23.551 | 3.312 | 288.447 |
Doorontwikkeling | 18.799 | 0 | 0 | 18.799 |
Totaal Doorontwikkeling | 18.799 | 0 | 0 | 18.799 |
KOOP | 34.455 | 19.841 | 7.810 | 62.106 |
Totaal KOOP | 34.455 | 19.841 | 7.810 | 62.106 |
TOTAAL | 314.838 | 43.392 | 11.122 | 369.352 |
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
Beheer & Exploitatie Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)
Voor de omzet B&E GDI geldt in het kader van de centrale financiering jaarlijks één opdracht B&E- GDI. Het bedrag van deze opdracht bedraagt € 238,5 mln. en bestaat uit een vergoeding voor de kosten van het programmeringsplan GDI van € 239,1 mln. onder aftrek van Bureau Forum Standaardisatie van € 3,4 mln. aangevuld met een LPO-vergoeding van € 4,5 mln. en aftrek van de taakstelling van ‒ € 1,5 mln. en andere kortingen van € 0,2 mln.
Notificatieservice GDI
De omzet Notificatieservice stijgt met € 0,5 mln. door de kostenstijging voor infrastructuur welke nodig zijn om de continuïteit te waarborgen.
Beheer & Exploitatie niet GDI
De omzet B&E niet GDI stijgt met € 5,4 mln. door loon- en prijsontwikkelingen (indexatie), gewijzigde contractuele afspraken zoals toegelicht onder de lasten en nieuwe beheer & exploitatieactiviteiten die onder deze categorie zijn opgenomen zoals Bureau Forum Standaardisatie.
Doorontwikkeling
De omzet Doorontwikkeling daalt per saldo met € 26,7 mln. De GDI stelt in het najaar vast welke budgetten beschikbaar zijn voor de afronding van de herbouw Digipoort, de nieuwbouw BBO en de vernieuwingsvoorstellen van Logius.
Domein Publicatie
Domein Publicaties stijgt met € 5,7 mln. veroorzaakt door loon- en prijsontwikkelingen (indexatie), gewijzigde contractuele afspraken zoals toegelicht onder de lasten en nieuwe opdrachten.
Lasten
Apparaatskosten
Personele kosten
Eigen personeel
De kosten voor eigen personeel stijgen in 2027 met € 29,6 mln. Dit wordt verklaard doordat Logius stuurt op het terugdringen van externe inhuur, nieuwe opdrachten binnen domein Publicatie en het toepassen van indexatie.
Inhuur externen
De kosten van externe inhuur zijn € 24,4 mln. lager dan vorig jaar. Dit heeft voornamelijk te maken met het terugdringen van externe inhuur.
Materiële kosten
Apparaat ICT
De kosten Apparaat ICT bestaan voor het grootste deel uit contractkosten voor de dienstverlening van Logius. Dit betreft kosten voor leveranciers die zorgen voor onder andere applicatiebeheer, infrastructuurbeheer en hosting van de producten.
Bijdrage aan SSO's
De bijdrage aan SSO bestaat voornamelijk uit hosting en beheerkosten.
Overige materiële kosten
De overige materiele kosten bestaan uit de contractkosten voor de bedrijfsvoering zoals kantoorautomatisering, huisvesting en overige kantoorkosten. De stijging van € 12,0 mln. wordt veroorzaakt door gestegen verbruikskosten buiten de beïnvloedingssfeer van Logius en indexatie.
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
Uitbesteed werk zijn kosten die betrekking hebben op de adviesopdrachten en kosten voor de landsadvocaat.
Kasstroomoverzicht
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 75.189 | 72.404 | 72.404 | 72.404 | 72.404 | 72.404 | 72.404 |
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 388.431 | 385.141 | 369.352 | 369.352 | 369.352 | 369.352 | 369.352 | |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 383.881 | ‒ 385.141 | ‒ 369.352 | ‒ 369.352 | ‒ 369.352 | ‒ 369.352 | ‒ 369.352 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | 4.550 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
-/- totaal investeringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
3. | Totaal investeringskasstroom | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
-/- aflossingen op leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 79.739 | 72.404 | 72.404 | 72.404 | 72.404 | 72.404 | 72.404 |
Toelichting
Operationele kasstroom
In alle jaren is uitgegaan van een exploitatieresultaat dat nihil is.
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving generiek deel | |||||||
Verloop kostprijs MijnOverheid | € 0,34 | € 0,42 | 0,46 | 0,46 | 0,46 | 0,46 | 0,46 |
Verloop kostprijs DigiD | € 0,10 | € 0,08 | 0,09 | 0,09 | 0,09 | 0,09 | 0,09 |
Verloop kostprijs DigiD Machtigen | € 1,73 | € 1,67 | 1,34 | 1,34 | 1,34 | 1,34 | 1,34 |
Totale omzet (x € 1.000.000) | € 378 mln. | € 385 mln. | € 369 mln. | € 369 mln. | € 369 mln. | € 369 mln. | € 369 mln. |
Saldo van baten en lasten (%) | ‒ 0,17% | 0,00% | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Fte-totaal (excl. externe inhuur) | 701 | 752 | 937 | 1000 | 1000 | 1000 | 1000 |
Fte overhead (%) | 23,0% | 22,0% | 22% | 22% | 22% | 22% | 22% |
Klanttevredenheid (KTO) | uitgevoerd | gepland | gepland | gepland | gepland | gepland | gepland |
Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) | uitgevoerd | n.v.t. | gepland | n.v.t. | gepland | n.v.t. | gepland |
Benchmark | uitgevoerd | gepland | gepland | gepland | gepland | gepland | gepland |
Omschrijving specifiek deel | |||||||
DigiD | |||||||
* Aantal DigiD authenticaties | 645 mln. | 695 mln. | 781 mln. | 860 mln. | 946 mln. | 1044 mln. | 1144 mln. |
* DigiD machtigingen | 17,0 mln. | 16,0 mln. | 18,7 mln. | 19,6 mln. | 20,6 mln. | 21,7 mln. | 22,7 mln. |
MijnOverheid | |||||||
* Aantal berichten via Mijn Overheid | 92 mln. | 90 mln. | 92 mln. | 94 mln. | 96 mln. | 98 mln. | 100 mln. |
Digipoort | |||||||
* Aantal berichten via Digipoort | 84 mln. | 76 mln. | 76 mln. | 76 mln. | 76 mln. | 76 mln. | 76 mln. |
Beschikbaarheid dienstverlening | |||||||
DigiD | 99,65% | 99,50% | 99,5% | 99,5% | 99,5% | 99,5% | 99,5% |
DigiD Machtigen | 99,72% | 99,50% | 99,5% | 99,5% | 99,5% | 99,5% | 99,5% |
MijnOverheid | 99,88% | 99,00% | 99,0% | 99,0% | 99,0% | 99,0% | 99,0% |
Pkloverheid | 100,00% | 99,00% | 99,0% | 99,0% | 99,0% | 99,0% | 99,0% |
Diginetwerk | 100,00% | 99,00% | 99,0% | 99,0% | 99,0% | 99,0% | 99,0% |
Stelseldiensten (Digimelding, Digilevering, OIN-register, Stelselcatalogus) | 99,74% | 98,00% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% |
Digipoort; Procesinfrastructuur (SBR) | |||||||
- Operational Excellence | 100,00% | 99,70% | 99,7% | 99,7% | 99,7% | 99,7% | 99,7% |
- Baseline | 100,00% | 95,00% | 95,0% | 95,0% | 95,0% | 95,0% | 95,0% |
- B2 | 100,00% | 99,70% | 99,7% | 99,7% | 99,7% | 99,7% | 99,7% |
- Portalen (SBR en inzien & intrekken machtingen) | 100,00% | 95,00% | 95,0% | 95,0% | 95,0% | 95,0% | 95,0% |
BSN koppelregister | 99,46% | 99,20% | 99,2% | 99,2% | 99,2% | 99,2% | 99,2% |
Beschikbaarheid eerstelijns burgeronderzoek | |||||||
Aanname % calls ‒ 1e lijns klantcontactor | |||||||
- DigiD en DigiD Machtigen | 95,10% | 97,00% | 97,0% | 97,0% | 97,0% | 97,0% | 97,0% |
- MijnOverheid | 95,80% | 97,00% | 97,0% | 97,0% | 97,0% | 97,0% | 97,0% |
ServiceLevel Calls 80/20 ‒ 1e lijns klantcontactcenter | |||||||
- DigiD en DigiD Machtigen | 70,50% | 80,00% | 80,0% | 80,0% | 80,0% | 80,0% | 80,0% |
- MijnOverheid | 75,80% | 80,00% | 80,0% | 80,0% | 80,0% | 80,0% | 80,0% |
Beschikbaarheid eerstelijns burger en bedrijven ondersteuning | |||||||
- SBR | ... | 80,00% | 80,0% | 80,0% | 80,0% | 80,0% | 80,0% |
Toelichting
Algemeen
Voor de meeste doelmatigheidsindicatoren geldt dat Logius afhankelijk is van externe opdrachtgevers (bijvoorbeeld de Belastingdienst) als het gaat om volumes.
Generiek deel
– Verloop kostprijs Mijn Overheid. Dit is het totaal van de baten Mijn Overheid gedeeld door het aantal berichten.
– Verloop kostprijs DigiD. Dit is het totaal van de baten DigiD gedeeld door het aantal DigiD authenticaties.
– Verloop kostprijs DigiD Machtigen. Dit is het totaal van de baten DigiD Machtigen gedeeld door het aantal voor DigiD Machtigen.
– Totale omzet. Dit is het totaal van de baten (= omzet), die gelijk zijn aan de lasten (= apparaatskosten).
– Saldo van baten en lasten. Begrotingtechnisch is dit altijd nul.
– Fte totaal (excl. externe inhuur). Dit is de formatie in fte van eigen personeel.
– Klanttevredenheid. Logius organiseert jaarlijks een onderzoek naar de bevindingen van de dienstverlening bij de afnemers.
– Medewerkerstevredenheid. Logius organiseert tweejaarlijks een onderzoek naar de werkomstandigheden van werknemers.
Specifiek deel
– DigiD aantal authenticaties. Dit is het aantal keer dat men zich door middel van DigiD identificeert.
– DigiD aantal machtigen. Dit is het aantal keer dat men zich laat machtigen door middel van DigiD.
– Mijn Overheid aantal berichten. Dit is het aantal berichten dat via Mijn Overheid wordt verstuurd.
– Digipoort aantal berichten. Dit is het aantal berichten dat via Digipoort wordt verstuurd.
– Beschikbaarheid eerstelijnsburgerondersteuning. Aanname % calls betreft aantal keren dat er contact was nadat men heeft gebeld; Service Level Calls 80/20 betreft het aantal afgehandelde vragen.
5.3 Organisatie & Personeel Rijk (O&P Rijk)
Inleiding
Organisatie en Personeel Rijk (O&P Rijk) staat voor een Rijksoverheid waar iedereen gelijkwaardige kansen krijgt en duurzaam, passend en zinvol werk verricht. O&P Rijk is er voor medewerkers, managers en organisaties.
O&P Rijk wil aansluiten bij de rijksbrede opgaven en de prioriteiten van de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR), de Interdepartementale Commissie Organisatie en Personeelsbeleid (ICOP) en de Directie Ambtenaar en Organisatie (A&O), in plaats van individuele producten te leveren. Dankzij deze verbeterde multidisciplinaire samenwerking is O&P Rijk beter gepositioneerd om integraal aan de behoeften van de klant te voldoen.
Taakstelling
De taakstelling vanuit het kabinet vraagt om meer te bereiken met minder capaciteit. Dit betekent scherpe keuzes: focus op wat echt bijdraagt, verdere harmonisatie en standaardisatie van processen en het benutten van schaalvoordelen. Dit doen we in nauwe samenwerking binnen de bestuurlijke driehoek en met onze afnemers. Aandachtspunt blijft de juiste verhouding tussen onze werkzaamheden en de doorberekening van kosten aan afnemers.
Bij O&P onderschijden we drie typen dienstverlening namelijk Expertisediensten, P-Direkt dienstverlening en Binnenwerk.
Expertisediensten
Advocaten en Adviseurs Arbeidsrecht (AAA)
AAA is dé specialist in arbeidsrecht binnen het Rijk. AAA ondersteunt management en P&O-professionals met juridisch advies en bijstand, altijd met oog op het voorkomen van juridische conflicten (déjuridisering). Het doel van AAA is om goed werkgeverschap te bevorderen en zowel medewerkers als organisaties wendbaar te houden.
Arbeidsmarkt (AMC)
AMC zorgt ervoor dat de Rijksoverheid als een aantrekkelijke werkgever op de arbeidsmarkt wordt gepositioneerd en zorgt voor een soepel lopend werving- en selectieproces, voor zowel vast als tijdelijk. Het doel is de juiste kandidaat, op de juiste plek op het juiste moment.
Bedrijfszorg (BZ)
BZ is dé partner op het gebied van werk en gezondheid binnen het Rijk. BZ adviseert en ondersteunt organisaties bij het vergroten van de inzetbaarheid en het terugdringen en voorkomen van verzuim. Werkplezier voor alle rijksambtenaren, dat is het doel. De professionals van Bedrijfszorg zijn er voor leidinggevenden en medewerkers.
Diversiteit, Gelijkwaardigheid & Inclusie (DGI)
DGI ondersteunt het Rijk met diensten om diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusief denken en handelen (DGI) op de werkvloer te bevorderen. Team DGI bestaat uit professionele adviseurs en specialistische recruiters, en weet als geen ander welke vraagstukken er spelen op het gebied van DGI en hoe deze op te lossen.
Loopbaan- en Talentonwikkeling (L&T)
L&T versterkt management en medewerkers bij talentontwikkeling en het vormgeven van de loopbaan en ontwikkelt tools die regie op de loopbaan mogelijk maken.
Teamontwikkeling (TTO)
TTO coacht teams binnen de Rijksoverheid om samen weer verder te komen. Door te werken aan structuur en cultuur: door constructief met elkaar te praten, samenwerkingsafspraken te maken en samen concrete acties en stappen te bedenken die een team verder helpen om te groeien.
Organisatieadvies (OA)
OA heeft de expertise in huis om organisatie(onderdelen) te adviseren over het organisatorisch goed vormgegeven en flexibel en wendbaar kunnen opereren met als doel een toekomstbestendige Rijksoverheid. OA kent het Rijk van binnenuit en vertaalt rijksbrede ontwikkelingen en organisatiebeleid naar toepasbaar organisatieadvies voor specifieke vraagstukken.
P-Direkt dienstverlening
P-Direkt levert diensten op het snijvlak van Human Resources (HR) en informatie- en communicatietechnologie) (ICT) voor meer dan 165.000 rijksambtenaren. P-Direkt zorgt voor een moderne, efficiënte en betrouwbare dienstverlening op het gebied van personeel en organisatie, gericht op moeiteloze zelfservice en ondersteuning waar nodig. Op een aantoonbaar betrouwbare en efficiënte manier, met inzet van expertise op personeel en organisatie én klantinteractie, duidelijke informatievoorziening en continue verbetering, voegt P-Direkt blijvend waarde toe voor ambtenaren en andere stakeholders.
Binnenwerk
Binnenwerk ondersteunt de rijksoverheid in het realiseren van de banenafspraak. Samen met rijksorganisaties creëert Binnenwerk banen in teamverband voor mensen met een doelgroep indicatie banenafspraak. Daarmee wordt bijgedragen aan een inclusieve en meer diverse Rijksoverheid.
De ontwikkeling van de dienstverlening gebeurt naar aanleiding van de behoefte, in overleg met en in opdracht van de opdrachtgevers en de afnemers.
Hoofdpunten 2027: Groeien in Samenhang
Voor 2027 hanteren we het thema «groeien in samenhang»: we versterken de samenhang in onze dienstverlening door te harmoniseren, ketengericht te werken en data slim te benutten.
Dienstverlening & klantwaarde
We werken aan een consistente, generieke aanpak waarbij collectieve pakketten de norm zijn en afnemers dezelfde kwaliteit ervaren ongeacht omvang. Tarieven dalen door efficiencywinst en de klantdialoog is structureel verankerd.
Processen & organisatie
We harmoniseren werkwijzen, dringen handmatige bewerkingen terug en borgen de ketensamenwerking met externe partners. Een belangrijke ontwikkeling is de grootschalige systeemvervanging voor P-Direkt dienstverlening, die in 2027 verder vorm krijgt.
Cultuur & medewerkers
We zetten de stap van begrijpen naar doen, waarbij leren en ontwikkelen onderdeel worden van het dagelijks werk en de strategische personeelsplanning (SPP) organisatiebreed wordt toegepast. Wendbaarheid en eigenaarschap worden zichtbaar in gedrag en resultaten.
Technologie
We zorgen voor stabiele basisvoorzieningen, voeren data-standaarden breed in en verkennen Artificiële Intelligentie (AI) voor slimmere processen, ondersteund door structureel versterkte cyberweerbaarheid.
Faciliteiten
We bereiden ons voor op één gezamenlijke werkomgeving in Den Haag, met werkplekken ingericht op hybride werken en samenwerking.
Staat van baten en lasten
Stand slotwet 2025 | Laatste vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | |||||||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 314.860 | 330.423 | 359.003 | 356.162 | 351.466 | 351.466 | 351.466 |
waarvan AAA expertise | 11.963 | 10.250 | 12.265 | 12.265 | 12.265 | 12.265 | 12.265 |
waarvan AMC expertise | 22.909 | 22.935 | 20.803 | 20.803 | 20.803 | 20.803 | 20.803 |
waarvan BZ expertise | 63.219 | 60.294 | 72.875 | 72.875 | 72.875 | 72.875 | 72.875 |
waarvan DGI expertise | 1.957 | 3.386 | 2.898 | 2.898 | 2.898 | 2.898 | 2.898 |
waarvan L&T expertise | 10.082 | 11.218 | 12.260 | 12.260 | 12.260 | 12.260 | 12.260 |
waarvan TTO expertise | 630 | 0 | 1.449 | 1.449 | 1.449 | 1.449 | 1.449 |
waarvan OA expertise | 5.210 | 5.964 | 6.063 | 6.063 | 6.063 | 6.063 | 6.063 |
waarvan P-Direkt dienstverlening | 145.210 | 146.634 | 154.788 | 151.947 | 147.251 | 147.251 | 147.251 |
waarvan Binnenwerk participatiebanen | 53.681 | 69.742 | 75.603 | 75.603 | 75.603 | 75.603 | 75.603 |
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijdrage aan A | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijdrage aan B | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijdrage aan C | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rentebaten | 729 | 1.517 | 750 | 750 | 750 | 750 | 750 |
Vrijval voorzieningen | 139 | 127 | 117 | 117 | 117 | 117 | 117 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 315.728 | 332.067 | 359.870 | 357.029 | 352.333 | 352.333 | 352.333 |
Lasten | |||||||
Apparaatskosten | 304.234 | 327.943 | 350.579 | 347.966 | 343.495 | 343.495 | 343.495 |
- Personele kosten | 204.333 | 222.194 | 235.099 | 232.901 | 228.907 | 228.907 | 228.907 |
waarvan eigen personeel | 175.004 | 194.771 | 208.674 | 206.976 | 203.482 | 203.482 | 203.482 |
waarvan inhuur externen | 26.170 | 19.932 | 19.449 | 18.949 | 18.449 | 18.449 | 18.449 |
waarvan overige personele kosten | 3.159 | 7.491 | 6.976 | 6.976 | 6.976 | 6.976 | 6.976 |
- Materiële kosten | 99.901 | 105.749 | 115.480 | 115.065 | 114.588 | 114.588 | 114.588 |
waarvan apparaat ICT | 7.061 | 10.909 | 8.263 | 8.263 | 8.263 | 8.263 | 8.263 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 49.831 | 47.080 | 55.976 | 56.076 | 56.112 | 56.112 | 56.112 |
waarvan overige materiële kosten | 43.009 | 47.760 | 51.241 | 50.726 | 50.212 | 50.212 | 50.212 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 8.655 | 2.840 | 8.351 | 8.123 | 7.898 | 7.898 | 7.898 |
Rentelasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Afschrijvingskosten | 1.247 | 1.284 | 940 | 940 | 940 | 940 | 940 |
- Materieel | 80 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 |
waarvan apparaat ICT | 78 | 2 | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 2 | 8 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
- Immaterieel | 1.168 | 1.274 | 930 | 930 | 930 | 930 | 930 |
Overige lasten | 2.081 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 2.081 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | |||||
Totaal lasten | 316.217 | 332.067 | 359.870 | 357.029 | 352.333 | 352.333 | 352.333 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | ‒ 489 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | ‒ 489 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Baten
Onderverdeling naar (x € 1.000) | Moederdepartement | Overige departementen | Derden | Totaal |
|---|---|---|---|---|
waarvan AAA expertise | 3.648 | 8.571 | 45 | 12.265 |
waarvan AMC expertise | 9.867 | 10.424 | 533 | 20.824 |
waarvan BZ expertise | 13.593 | 58.849 | 401 | 72.843 |
waarvan DGI expertise | 1.558 | 1.337 | 7 | 2.902 |
waarvan L&T expertise | 3.384 | 8.818 | 57 | 12.259 |
waarvan TTO expertise | 794 | 656 | 0 | 1.450 |
waarvan OA expertise | 2.922 | 3.089 | 59 | 6.069 |
waarvan P-Direkt dienstverlening | 146.105 | 8.200 | 483 | 154.788 |
waarvan product/dienst Binnenwerk participatiebanen | 9.181 | 66.326 | 96 | 75.603 |
Totaal | 191.053 | 166.270 | 1.681 | 359.003 |
Begrootte omzetverdeling O&P Rijk
Over het jaar 2027 wordt een omzet verwacht van € 359 mln. waarvan € 191,1 mln. bij het moederdepartement, € 166,3 mln. bij de overige departementen en € 1,7 mln bij overige afnemers zoals ZBO's, gemeenten, en provincies.
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
De omzet van O&P Rijk stijgt in 2027 ten opzichte van 2026 met € 28,6 mln., waarvan € 14,5 mln. bij de expertisediensten (AAA, AMC, BZ, DGI, L&T, TTO en OA), € 8,1 mln bij P-Direkt dienstverlening en € 5,8 mln. bij Binnenwerk. De omzetstijging bij de expertisediensten is het gevolg van een gestegen aantal individuele arbeidsrelaties (IAR) in combinatie met een verwachte prijsindexatie, die gekoppeld is aan de verwachte inflatie van de kosten. Bij P-Direkt dienstverlening wordt de omzetstijging grotendeels veroorzaakt door een hoger aantal IAR. De stijging van de omzet bij Binnenwerk is het gevolg van een verwachte groei van het aantal participatiebanen.
Lasten
Apparaatskosten
Personele kosten
De personele kosten stijgen ten opzichte van 2026 met € 12,9 mln, door verwachte loonstijgingen. In 2027 zijn minder FTE opgenomen in de begroting dan in 2026, terwijl wel een stijging van de afzet wordt verwacht. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat bij een aantal afdelingen ingezet wordt op het verbeteren van de efficiency en declarabiliteit zodat met minder personeel dezelfde dienstverlening kan worden geleverd. Daarnaast zet O&P Rijk ook in op verdere verambtelijking van extern personeel die nodig is om aan de dienstenvraag te kunnen voldoen.
Materiële kosten
De grootste stijging van de materiële kosten wordt veroorzaakt door verwachte kostenstijging van de bijdrage aan SSO’s.
Apparaat ICT
Dit betreft de kosten van systeemlicenties en uitbesteedde systeemontwikkeling- en beheer. Hieronder valt ook de uitbesteding van werkzaamheden ten behoeve van de rijksbrede ICT-voorzieningen Rijkspas, het Rijks Identity Management (RIdM) en het beheer van het rijks identificerendnummer (BvRIN) en het Identity Management beheer (IDM-beheer) voor het ministerie van BZK.
Bijdrage aan SSO’s
Voor de kantoorautomatisering, ICT-applicatiebeheer en de huisvestingskosten betaalt O&P-Rijk jaarlijks een bijdrage aan diverse SSO's. Daarnaast betreft het ook de inbesteding van werkzaamheden ten behoeve van de rijksbrede ICT-voorzieningen Rijkspas, het RIdM en het BvRIN en het IDM-beheer voor het ministerie van BZK.
Overige materiële kosten
De overige materiële kosten zijn vooral inkoopkosten direct gerelateerd aan de dienstverlening van O&P Rijk. Deze kosten stijgen vooral als gevolg van de verwachte afzetstijging.
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
Uitbesteed werk betreft opdrachten waarbij resultaatafspraken zijn gemaakt en die betrekking hebben op de uitvoering van de primaire taak. Bij O&P Rijk is dit voornamelijk de uitbesteding van informatievoorziening werkzaamheden.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen van de investeringen in de immateriële en materiële vaste activa. De grootste afschrijving is immatereel en betreft aangekochte licenties.
Kasstroomoverzicht
Stand slotwet 2025 | Laatste vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 41.733 | 25.383 | 48.786 | 54.659 | 59.198 | 62.736 | 65.275 |
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 314.617 | 410.240 | 331.940 | 359.753 | 356.912 | 352.216 | 352.216 | |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | 302.869 | ‒ 409.082 | ‒ 324.783 | ‒ 353.930 | ‒ 352.089 | ‒ 348.393 | ‒ 349.393 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | 11.748 | 1.157 | 7.157 | 5.823 | 4.823 | 3.823 | 2.823 |
-/- totaal investeringen | ‒ 4.568 | ‒ 1.284 | ‒ 1.284 | ‒ 1.284 | ‒ 1.284 | ‒ 1.284 | ‒ 1.284 | |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
3. | Totaal investeringskasstroom | ‒ 4.568 | ‒ 1.284 | ‒ 1.284 | ‒ 1.284 | ‒ 1.284 | ‒ 1.284 | ‒ 1.284 |
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
-/- aflossingen op leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 48.913 | 25.256 | 54.659 | 59.198 | 62.736 | 65.275 | 66.814 |
Toelichting
Operationele kasstroom
In 2027 verwacht O&P Rijk dat de rekening courant verder op zal lopen doordat een deel van de operationele lasten geen kasstromen zijn, dit betreffen namelijk afschrijvingskosten en dotaties aan de reserve IKB- en vakantie-uren van personeel. Deze operationele lasten worden volledig gedekt door de baten die bijna volledig uit kasstromen bestaan.
Investeringskasstroom
In 2027 wordt een beperkte investeringskasstroom verwacht, het gaat met name om de vervanging van software die aan het eind van de levensduur is.
Financieringsstroom
Voor 2027 en volgende jaren wordt geen beroep gedaan op de leenfaciliteit voor de financiering van de systeeminvesteringen. De investeringsomvang is de laatste jaren van zodanige omvang dat O&P Rijk voldoende eigen vermogen heeft om de investeringen voor te financieren.
Overzicht doelmatigheidsindicatoren
O&P Rijk werkt met een producten- en dienstencatalogus (PDC) inclusief servicelevels. In de PDC zijn de verschillende diensten en activiteiten, leveringsvoorwaarden en de kwaliteitsborging vastgelegd die onze afnemers kunnen verwachten.
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving Generiek Deel | |||||||
Totale omzet basisdienstverlening (x 1.000) | 285.658 | 302.891 | 325.630 | 323.053 | 318.793 | 318.793 | 318.793 |
Totale omzet overige + projecten (x 1.000) | 29.277 | 27.532 | 33.374 | 33.110 | 32.673 | 32.673 | 32.673 |
Fte-totaal (excl. externe inhuur) | 2.125 | 2.403 | 2.389 | 2.371 | 2.355 | 2.355 | 2.361 |
Saldo van baten en lasten (%) | ‒ 0,20% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
Omschrijving Specifiek Deel Expertisediensten (Advocaten en Adviseurs Arbeidsrecht, Arbeidsmarkt, Bedrijfszorg, Diversiteit, Gelijkwaardigheid & Inclusie, Loopbaan- en Talentonwikkeling, Teamontwikkeling en Organisatieadvies). | |||||||
Omzet per Fte | 217.000 | 209.000 | 217.000 | 217.000 | 217.000 | 217.000 | 217.000 |
Declarabiliteit ambtelijk personeel | 69,1% | 70,0% | 70,0% | 70,0% | 70,0% | 70,0% | 70,0% |
Declarabiliteit externe inhuur | 97,3% | 95,0% | 95,0% | 95,0% | 95,0% | 95,0% | 95,0% |
Omschrijving Specifiek Deel dienst Binnenwerk | |||||||
Kostprijzen per product (groep) | 50.951 | 56.977 | 60.003 | 60.003 | 60.003 | 60.003 | 60.003 |
Aantal Binnenwerkbanen | 1.321 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 |
Omschrijving Specifiek Deel dienst P-Direkt dienstverlening | |||||||
Kostprijzen per product (groep) | 690,0 | 753,0 | 735,6 | 722,1 | 699,8 | 699,8 | 699,8 |
Verloop tarieven/uur (basisjaar 2015 = 713) | 96,8 | 105,7 | 103,2 | 101,3 | 98,2 | 98,2 | 98,2 |
Aantal individuele arbeidsrelaties (IAR) | 168.948 | 178.264 | 175.581 | 175.581 | 175.581 | 175.581 | 175.581 |
Gebruikerstevredenheid | |||||||
De mate waarin medewerkers en managers tevreden zijn over de dienstverlening van P-Direkt | ‒ | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 |
Tijdige afhandeling vragen, klachten, wijzigingen en documenten | |||||||
O&P Rijk beantwoordt vragen en klachten binnen 5 werkdagen. | 93,9% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% |
O&P Rijk verwerkt wijzigingen binnen 5 werkdagen. | 77,8% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% |
O&P Rijk archiveert documenten binnen 10 werkdagen. | 62,9% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% |
De gemiddelde wachttijd per dag aan de telefoon is maximaal 45 seconden. | 40 | 45 sec | 45 sec | 45 sec | 45 sec | 45 sec | 45 sec |
Beschikbaarheid systeem | |||||||
Het O&P Rijkportaal is zeven dagen per week en 24 uur per dag beschikbaar. Op werkdagen geldt een beschikbaarheidsnorm tussen 8.00 uur tot 17.00 uur. | 98,8% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% |
Bereikbaarheid | |||||||
Het contactcenter is bereikbaar van 8.00 uur tot 22.00 uur | 100,00% | 98,00% | 98,00% | 98,00% | 98,00% | 98,00% | 98,00% |
Betrouwbaarheid | |||||||
O&P Rijk zorgt voor volledige en tijdige dataleveringen via interfaces. | 100,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% |
O&P Rijk verwerkt wijzigingen op een juiste manier. | 98,5% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% | 98,0% |
Toelichting
Generiek deel
Fte-Totaal
O&P Rijk is getransformeerd naar een organisatie waar vanuit vijf dienstverlenende businessunits diensten worden aangeboden: Binnenwerk, Bedrijfszorg, Diversiteit Arbeidsmarkt Loopbaan en Talentontwikkeling (DALT), Organisatie- en arbeidsrechtadvies en P-Direkt dienstverlening. Door de groei van de dienstverlening en voornamelijk de groei van het aantal arbeidsparticipanten bij Binnenwerk groeit het aantal FTE bij O&P Rijk.
Kostprijzen per product (groep)
O&P Rijk realiseert in opdracht van de continuïteitsverantwoordelijke jaarlijks goedkopere basisdienstverlening. Voor het jaar 2027 zet O&P Rijk in op een efficiency-slag van 3,5% voor de P-Direkt dienstverlening. O&P Rijk verantwoordt zich naar de continuïteitsverantwoordelijke en de centraal opdrachtgever, respectievelijk de achterliggende departementen.
Specifiek deel
Expertisediensten
De declarabiliteit is het beoogde minimum om de omzetbegroting te halen. Daaraan ten grondslag liggen minimale declarabiliteitsnormen voor de interne en externe medewerkers in het primaire proces.
Binnenwerk
Binnenwerk realiseert in 2027 gemiddeld 1.500 banen met een gemiddelde kostprijs van € 60.000 per baan.
P-Direkt dienstverlening
P-Direkt dienstverlening verantwoordt zich naar de centraal opdrachtgever, respectievelijk de achterliggende departementen, door een aantal servicelevels op de dienstverlening, beschikbaarheid en bereikbaarheid. De servicelevels gelden voor het hele jaar en zijn voor alle klanten hetzelfde. De servicelevels zijn geen doel op zich, maar minimale normen.
5.4 Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (Rijksorganisatie ODI)
Inleiding
In 2027 zetten wij verdere stappen in de ontwikkeling naar één Rijksorganisatie voor Ontwikkeling Digitalisering en Innovatie (Rijksorganisatie ODI), met een duidelijke focus op de digitale versnelling van de overheid. De samenleving staat voor omvangrijke en complexe opgaven, zoals woningnood, digitalisering, de stikstofproblematiek en geopolitieke ontwikkelingen. Dit vraagt om een overheid die wendbaar, slagvaardig en toekomstgericht opereert. Tegelijkertijd staat ook de overheid zelf voor uitdagingen, zoals verkokering, vergrijzing en toenemende budgettaire druk.
Digitalisering speelt een essentiële rol bij het realiseren van oplossingen voor deze opgaven. Met onze gecombineerde expertise op het gebied van organisatieontwikkeling, digitalisering en innovatie dragen wij dagelijks bij aan de noodzakelijke transformatie van de overheid. Als interne partner van en voor de overheid kennen wij de bestuurlijke en uitvoeringscontext van binnenuit. Daardoor kunnen wij niet alleen adviseren over complexe vraagstukken, maar ook helpen deze te realiseren. Wij verbinden strategie en uitvoering en brengen maatschappelijke opgaven van plan naar praktijk.
Met de verschillende ODI onderdelen beschikken wij over specialistische kennis en realisatiekracht om complexe vraagstukken integraal aan te pakken. Door expertise over organisatiegrenzen heen te verbinden, versterken wij de slagkracht van de Rijksoverheid en helpen wij maatschappelijke opgaven sneller en in meer samenhang te realiseren. Met een ODI-brede intake (acquisitie) en één herkenbaar loket voor opdrachtgevers maken wij onze brede expertise eenvoudiger toegankelijk.
De thema’s waar wij ons op richten sluiten nauw aan bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Daarnaast positioneren wij netwerksamenwerking expliciet als strategisch thema, vanwege het groeiende belang van samenwerking over organisatiegrenzen heen bij maatschappelijke opgaven. Hierbij vormt de ontwikkeling naar een innovatieve en lerende overheid een belangrijk fundament, met nadruk op het benutten, delen en opschalen van kennis, ervaring en best practices
Staat van baten en lasten
Laatste vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 115.078 | 115.223 | 115.223 | 115.223 | 115.223 | 115.223 |
Digitalisering: waarvan detachering personeel | 59.242 | 56.992 | 56.992 | 56.992 | 56.992 | 56.992 |
Innovatie: waarvan detachering personeel | 25.496 | 28.717 | 28.717 | 28.717 | 28.717 | 28.717 |
Innovatie: waarvan levering producten | 4.010 | 4.200 | 4.200 | 4.200 | 4.200 | 4.200 |
Organisatie: waarvan detachering personeel | 21.579 | 21.341 | 21.341 | 21.341 | 21.341 | 21.341 |
Organisatie: waarvan levering producten | 4.751 | 3.973 | 3.973 | 3.973 | 3.973 | 3.973 |
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rentebaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 115.078 | 115.223 | 115.223 | 115.223 | 115.223 | 115.223 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | 109.248 | 112.560 | 112.560 | 112.560 | 112.560 | 112.560 |
- Personele kosten | 92.676 | 90.801 | 90.801 | 90.801 | 90.801 | 90.801 |
waarvan eigen personeel | 86.610 | 86.652 | 86.652 | 86.652 | 86.652 | 86.652 |
waarvan inhuur externen | 501 | 1.440 | 1.440 | 1.440 | 1.440 | 1.440 |
waarvan overige personele kosten | 5.565 | 2.709 | 2.709 | 2.709 | 2.709 | 2.709 |
- Materiële kosten | 16.572 | 21.759 | 21.759 | 21.759 | 21.759 | 21.759 |
waarvan apparaat ICT | 489 | 636 | 636 | 636 | 636 | 636 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 11.862 | 13.732 | 13.732 | 13.732 | 13.732 | 13.732 |
waarvan overige materiële kosten | 4.221 | 7.391 | 7.391 | 7.391 | 7.391 | 7.391 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 5.830 | 2.663 | 2.663 | 2.663 | 2.663 | 2.663 |
Rentelasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Afschrijvingskosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
- Materieel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan apparaat ICT | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
- Immaterieel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 115.078 | 115.223 | 115.223 | 115.223 | 115.223 | 115.223 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Bij het opstellen van de begroting 2027 is uitgegaan van de tarieven van 2026, verhoogd met een gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling van 4,0%. Als basis voor deze indexatie zijn de CPB-ramingen voor 2027 gehanteerd (loonvoet sector overheid 4,2% en IMOC 2,1%).
Baten
Baten als tegenprestatie van producten en/ of diensten
De baten in 2027 bedragen € 115,2 mln. en liggen daarmee in lijn met de begroting 2026. Ten opzichte van de begroting 2026 zijn er wel enkele verschuivingen. Er is sprake van hogere baten van € 8,4 mln. voornamelijk veroorzaakt door tariefstijgingen (€ 6,7 mln.) en extra activiteiten in 2027 (€ 1,7 mln.). Effect van tariefstijging kan worden verklaard doordat de tarieven voor 2026 alsnog met 2,7% zijn verhoogd vanwege stijgende kosten en de verdere ontwikkeling van ODI, wat leidt tot € 2,7 mln. extra baten. Daarnaast is voor 2027 rekening gehouden met een tariefstijging van 4,0% (€ 4,0 mln.)
Daartegenover staan lagere baten van € 8,3 mln., voornamelijk door een verwachte omzetdaling bij de programma’s I-Vakmanschap, Programma Gedrag en Houding en InterCoach (€ 3,1 mln.) en doorgevoerde correctie van intercompany omzet (€ 5,2 mln.). Overigens heeft het effect van de eliminatie van intercompany omzet en kosten per saldo geen effect op het resultaat.
Baten bestaan uit omzet moederdepartement van € 50,7 mln., omzet andere departementen van € 62,2 mln. en derden € 2,3 mln.
De financiële doorbelasting systematiek van Rijksorganisatie ODI is prijs maal afzet (P * Q). Rijksorganisatie ODI hanteert kostprijzen/tarieven per product per maand en uur die in rekening worden gebracht per weggezette medewerker/product bij de opdrachtgevers.
Lasten
Apparaatskosten
De totale apparaatskosten in de begroting 2027 zijn € 3,3 mln. hoger dan de apparaatskosten in de begroting 2026. Dit wordt voornamelijk verklaard door hogere materiële lasten door een rubriceringscorrectie vanuit de uitbesteed werk en andere externe kosten. In de toelichting onder «Materiële kosten» en «Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten» wordt dit nader toegelicht.
Personele kosten
Waarvan eigen personeel
De kosten voor eigen personeel in de begroting 2027 zijn in lijn met de kosten in de begroting 2026. Binnen de begroting zijn echter enkele verschuivingen zichtbaar. Zo zijn de intercompany kosten gecorrigeerd, wat leidt tot een daling van de personeelskosten van € 2,3 mln. Daartegenover staan hogere personeelskosten van eveneens € 2,3 mln. door het invullen van formatieplaatsen binnen de merken Rijksbrede trainee opleidingen (RTP), Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS), Rijksinnovatie community (RIC) en de reguliere dienstverlening, met name op het gebied van innovatieopleidingen en innovatieconsultancy.
Waarvan externe inhuur
De begrote externe inhuur voor 2027 ligt € 0,9 mln. hoger dan de begroting voor 2026. Deze stijging is volledig toe te schrijven aan de inzet van tijdelijke capaciteit binnen het programma I-Vakmanschap.
Waarvan overige personele kosten
De daling van de begrote overige personele kosten in 2027 met € 2,9 mln. is het gevolg van eliminatie van intercompany kosten tussen de ODI-units.
Materiële kosten
De begrote materiële kosten in 2027 zijn € 5,2 mln. hoger dan in 2026. Dit wordt verklaard door verschuiving van het innovatiebudget vanuit kosten uitbesteed werk naar de overige materiële kosten (€ 3,2 mln.), stijging van de PIOFACH-kosten (€ 1,8 mln.) en hogere ICT-kosten voor apparatuur (€ 0,2 mln.).
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
De kosten voor uitbesteedwerk 2027 zijn € 3,2 mln. lager dan in 2026 door verschuiving van het innovatiebudget naar de overige materiële kosten. Uitbesteed werk zijn voornamelijk kosten voor samenwerkingen met universiteiten (I—Vakmanschap), organisatieadvies, opgavegericht werken en werving & selectie.
Kasstroomoverzicht
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 6.104 | 2.100 | 2.100 | 2.100 | 2.100 | 2.100 | 2.100 |
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 101.337 | 115.078 | 115.223 | 115.223 | 115.223 | 115.223 | 115.223 | |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 106.736 | ‒ 115.078 | ‒ 115.223 | ‒ 115.223 | ‒ 115.223 | ‒ 115.223 | ‒ 115.223 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | ‒ 5.399 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
-/- totaal investeringen | ‒ 84 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
3. | Totaal investeringskasstroom | ‒ 84 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 3.248 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
-/- aflossingen op leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 3.248 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 3.869 | 2.100 | 2.100 | 2.100 | 2.100 | 2.100 | 2.100 |
Toelichting
Het verwachte rekeningcourantsaldo van Rijksorganisatie ODI per 1 januari 2027 is € 2,1 mln.
Doelmatigheidsindicatoren
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving generiek deel-RODI | |||||||
Saldo van baten en lasten (%) | ‒ 1,7% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
Fte-totaal (excl. externe inhuur) | 655,0 | 652 | 677 | 677 | 677 | 677 | 677 |
Kwaliteitsindicator 1 - MTO | 7,0 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 |
Omschrijving specifiek deel-RODI | |||||||
RODI - Rijksconsultants | |||||||
Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer) | 142 | 143 | 146 | 146 | 146 | 146 | 146 |
Tarieven/maand (indexcijfer) | 142 | 143 | 146 | 146 | 146 | 146 | 146 |
Omzet per fte (bedragen x €1.000) | 181 | 182 | 186 | 186 | 186 | 186 | 186 |
Tevredenheid dienstverlening | 8,2 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 |
RODI - IIR | |||||||
Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer) | 145 | 153 | 149 | 149 | 149 | 149 | 149 |
Tarieven/maand (indexcijfer) | 145 | 153 | 149 | 149 | 149 | 149 | 149 |
Omzet per fte (bedragen x €1.000) | 185 | 196 | 190 | 190 | 190 | 190 | 190 |
Tevredenheid dienstverlening | 8 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 |
RODI - RIG | |||||||
Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer) | 142 | 130 | 144 | 144 | 144 | 144 | 144 |
Tarieven/maand (indexcijfer) | 142 | 130 | 144 | 144 | 144 | 144 | 144 |
Omzet per fte (bedragen x €1.000) | 181 | 166 | 184 | 184 | 184 | 184 | 184 |
Tevredenheid dienstverlening | geen | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 |
RODI - RIT | |||||||
Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer) | 87 | 83 | 88 | 88 | 88 | 88 | 88 |
Tarieven/maand (indexcijfer) | 87 | 83 | 88 | 88 | 88 | 88 | 88 |
Omzet per fte (bedragen x €1.000) | 110 | 105 | 112 | 112 | 112 | 112 | 112 |
Tevredenheid dienstverlening | 8,4 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 |
RODI - Peerreview | |||||||
Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer) | 84 | 121 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
Tarieven/maand (indexcijfer) | 84 | 121 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
Omzet per fte (bedragen x €1.000) | 107 | 155 | 115 | 115 | 115 | 115 | 115 |
Tevredenheid dienstverlening | 8 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 |
RODI - Intercoach | |||||||
Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer) | 116 | 136 | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 |
Tarieven/maand (indexcijfer) | 116 | 136 | 120 | 120 | 120 | 120 | 120 |
Omzet per fte (bedragen x €1.000) | 148 | 173 | 153 | 153 | 153 | 153 | 153 |
Tevredenheid dienstverlening | 8,3 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 |
Toelichting
FTE's
Het aantal begrote FTE's voor 2027 is toegenomen ten opzichte van de begroting voor 2026. Deze stijging wordt verklaard door invulling van formatieplekken bij het Rijkstraineeprogramma (RTP), de programma’s Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en Rijksinnovatie community (RIC), en een toename in de reguliere dienstverlening, met name op het gebied van innovatieopleidingen en innovatieconsultancy.
MTO, werkplezier en werkdruk
Het Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) wordt bij Rijksorganisatie ODI om de twee jaar uitgevoerd. De doelstelling van Rijksorganisatie ODI is een medewerkerstevredenheidsscore van minimaal 7 te behalen.
Kostprijzen per product en tarieven per uur
In het algemeen zijn de integrale kostprijzen per product en de uurtarieven in de begroting 2027 met 6,7% geïndexeerd ten opzichte van de begroting 2026 (2,7% tariefindexatie in 2026 plus 4% aanvullende indexatie voor 2027). Door de eliminatie van intercompany kosten, met name bij de merken I-Interim Rijk (IIR), Rijksconsultancy (RC), Rijks-I Traineeship (RIT) en Rijks ICT-Gilde (RIG), zijn de kostprijzen beperkt gestegen met circa 2%. De kostprijzen van de producten en de uurtarieven zijn gebaseerd op de Rijksproductiviteitsnorm van 1.275 uur per jaar.
Omzet per FTE
De lichte stijging van de gemiddelde omzet per FTE van circa 2% bij nagenoeg alle organisatieonderdelen van Rijksorganisatie ODI is volledig te verklaren door de cumulatieve tariefindexatie van 6,7% ten opzichte van de begroting 2026 en de eliminatie van intercompany omzet met gemiddeld circa 4,7%.
Klanttevredenheid
Rijksorganisatie ODI hanteert klanttevredenheid als belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van de dienstverlening per merk. De doelstelling is om minimaal een score van 7 of hoger te behalen.
In de tabel zijn de doelmatigheidsindicatoren per merk (Rijksconsultants, I-Interim Rijk, Rijks ICT Gilde, Rijks I-Traineeship, Peerreview en Intercoach) weergegeven voor de reguliere diensten van Rijksorganisatie ODI. Bij alle merken (behalve het merk Peerreview) die reguliere diensten leveren, is de begrote omzet per FTE in 2027 gemiddeld met 2% gestegen.
5.5 FMHaaglanden (FMH)
Inleiding
FMH zorgt voor een veilige, duurzame en professionele werkomgeving voor rijksambtenaren, zodat departementen en organisaties hun primaire processen doelmatig en effectief kunnen uitvoeren. Daarbij staat een herkenbare, toekomstbestendige en ondersteunende werkomgeving centraal, die medewerkers in staat stelt productief te werken en duurzaam inzetbaar te blijven. FMH levert hiervoor, met vakmanschap en klantgerichtheid, facilitaire producten en diensten aan vrijwel alle departementen, waarbij kwaliteit, betrouwbaarheid en gastvrije dienstverlening het uitgangspunt zijn.
Samen met rijkspartners, leveranciers en de facilitaire dienstverleners binnen het Rijk werkt FMH aan toekomstbestendige dienstverlening. Vanuit de kernwaarden samenwerking, eigenaarschap, herkenbaarheid en professionaliteit wordt invulling gegeven aan een werkomgeving die aansluit bij maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende werkvormen. Daarnaast blijven de ontwikkelingen binnen de rijkskantoorhuisvesting en hybride werken richtinggevend voor de inrichting van de dienstverlening en de werkomgeving van de toekomst.
De komende jaren staat FMH voor een omvangrijke financiële opgave als gevolg van de taakstelling en stijgende kosten. Dit vraagt om scherpe keuzes in de omvang, inrichting en uitvoering van de dienstverlening. Doelmatigheid, versobering en efficiencyverbetering vormen daarom belangrijke uitgangspunten bij de verdere ontwikkeling van de dienstverlening.
Om de dienstverlening betaalbaar te houden en tegelijkertijd de kwaliteit en continuïteit te waarborgen, zet FMH samen met de facilitaire concerndienstverleners in op verdere harmonisatie, standaardisatie en optimalisatie van processen en dienstverlening. Hierbij ligt de focus op het verminderen van variatie en maatwerk, het realiseren van schaalvoordelen door gezamenlijke inkoop en uitvoering, en het terugdringen van dubbele kosten door harmonisatie van systemen, processen en werkwijzen. Hiermee wordt bijgedragen aan een slagvaardige overheid. Tegelijkertijd wordt ingezet op verdere optimalisatie van de eigen organisatie, met als doel een doelmatige en samenhangende uitvoering van de dienstverlening.
Staat van baten en lasten
Laatste vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 206.745 | 189.187 | 184.118 | 175.686 | 175.759 | 175.788 |
waarvan generieke dienstverlening | 182.356 | 166.185 | 161.300 | 152.868 | 152.941 | 152.970 |
waarvan specifieke dienstverlening | 24.389 | 23.002 | 22.818 | 22.818 | 22.818 | 22.818 |
waarvan overig | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rentebaten | 612 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 207.357 | 189.187 | 184.118 | 175.686 | 175.759 | 175.788 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | 80.390 | 74.620 | 73.928 | 72.880 | 72.880 | 72.880 |
- Personele kosten | 65.633 | 59.878 | 59.186 | 58.138 | 58.138 | 58.138 |
waarvan eigen personeel | 61.804 | 57.465 | 56.773 | 55.725 | 55.725 | 55.725 |
waarvan inhuur externen | 3.829 | 2.413 | 2.413 | 2.413 | 2.413 | 2.413 |
waarvan overige personele kosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
- Materiële kosten | 14.757 | 14.742 | 14.742 | 14.742 | 14.742 | 14.742 |
waarvan apparaat ICT | 117 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 11.466 | 11.207 | 11.207 | 11.207 | 11.207 | 11.207 |
waarvan overige materiële kosten | 3.174 | 3.435 | 3.435 | 3.435 | 3.435 | 3.435 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 121.114 | 109.258 | 104.834 | 97.429 | 97.429 | 97.429 |
Rentelasten | 635 | 634 | 681 | 702 | 775 | 804 |
Afschrijvingskosten | 5.218 | 4.675 | 4.675 | 4.675 | 4.675 | 4.675 |
- Materieel | 5.218 | 4.675 | 4.675 | 4.675 | 4.675 | 4.675 |
waarvan apparaat ICT | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 5.218 | 4.675 | 4.675 | 4.675 | 4.675 | 4.675 |
- Immaterieel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 207.357 | 189.187 | 184.118 | 175.686 | 175.759 | 175.788 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Baten
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
De producten en diensten die FMH aanbiedt, zijn opgenomen in de Rijksbrede Producten- en Diensten Catalogus (RPDC) van de facilitaire concerndienstverleners. In de RPDC is per product of dienst aangegeven of deze onderdeel uitmaakt van het basispakket of behoort tot de plusdiensten. Om de verrekening van de dienstverlening te vereenvoudigen, heeft FMH de producten en diensten uit de RPDC onderverdeeld in generieke en specifieke dienstverlening.
Generieke dienstverlening
De generieke dienstverlening is een afgesproken pakket producten en diensten dat wordt afgenomen waarvoor een vaste prijs per vaste verrekeneenheid wordt betaald. De prijs (p) en hoeveelheid (q) staan gedurende het jaar vast. Bij substantiële wijzigingen in de dienstverlening zijn aanpassingen gedurende het jaar mogelijk.
De standaard dienstverlening in de DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain, Operate)-panden die wordt geleverd door de consortia is ook verantwoord onder generieke dienstverlening.
De generieke dienstverlening is grotendeels centraal bekostigd. De budgetten van de departementen voor de facilitaire dienstverlening (het generieke pakket) zijn overgeheveld naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).
Het aandeel van het moederdepartement in de generieke dienstverlening is € 141,5 mln., van overige departementen € 20,2 mln. en van derden € 4,5 mln.
Taakstelling
De taakstelling van 22% van het kabinet-Schoof op het apparaatsbudget van de centrale opdrachtgever (€ 26,7 mln.) is in deze meerjarenbegroting verwerkt. De realisatie hiervan wordt ingevuld via een combinatie van efficiëntiemaatregelen binnen de eigen organisatie en door verdere harmonisatie, standaardisatie en optimalisatie van de dienstverlening.
Specifieke dienstverlening
De specifieke dienstverlening heeft betrekking op producten en diensten waarvoor de opdrachtgever afhankelijk van de afgenomen hoeveelheid, een prijs per product/dienst betaalt (onder andere catering) en/of producten en diensten waarover tussen opdrachtgever en opdrachtnemer aparte afspraken worden gemaakt (onder andere uitvoering van huisvestingsprojecten).
De lagere omzet voor de specifieke dienstverlening is het gevolg van minder omzet voor de uitvoering van huisvestingsprojecten.
Het aandeel van het moederdepartement in de specifieke dienstverlening is € 9,7 mln., van overige departementen € 12,8 mln. en van derden € 0,5 mln.
Rentebaten
De rentebaten hebben betrekking op de rente die wij ontvangen over het rekening courant saldo bij het ministerie van Financiën.
Lasten
Apparaatskosten
Personele kosten
De personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren en kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen.
De daling van eigen personeel wordt veroorzaakt door een lagere bezetting als gevolg van de ingezette efficiencymaatregelen voor de invulling van de taakstelling.
De daling van externe inhuur is het gevolg van minder uit te voeren huisvestingsprojecten.
Materiële kosten
De materiële kosten hebben betrekking op de reguliere bedrijfsvoering (PIOFACH). Een groot deel van de dienstverlening wordt uitgevoerd door shared service organisaties (SSO’s).
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
De kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten hebben betrekking op de inkoop van producten/diensten die worden geleverd door Rijkspartners en externe leveranciers, ten behoeve van zowel generieke als specifieke dienstverlening. Circa 60% van deze kosten is toe te rekenen aan de Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL) en de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO).
De kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten dalen als gevolg van de taakstelling op de dienstverlening. Door verdere harmonisatie en standaardisatie van de dienstverlening nemen deze kosten af.
Rentelasten
Onder deze post zijn alle rentelasten opgenomen die verband houden met de financiering van materiële vaste activa vanuit het ministerie van Financiën. De hogere rentelasten zijn het gevolg van relatief hogere rentepercentages voor de nieuwe leningen ten opzichte van de bestaande leningen waar het rentepercentage bijna nihil is.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten hebben betrekking op investeringen in meubilair en overige materiële vaste activa. De lagere afschrijvingslasten zijn het gevolg van een lager investeringsniveau, voornamelijk doordat de investeringen voor hybride werken lager zijn dan geraamd en de verdere uitrol binnen het verzorgingsgebied voorlopig is opgeschort.
Kasstroomoverzicht
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 25.253 | 15.497 | 15.845 | 15.845 | 15.557 | 15.206 | 14.526 |
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 204.458 | 207.357 | 189.187 | 184.118 | 175.686 | 175.759 | 175.788 | |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 188.784 | ‒ 202.139 | ‒ 184.512 | ‒ 179.443 | ‒ 171.011 | ‒ 171.084 | ‒ 171.113 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | 15.674 | 5.218 | 4.675 | 4.675 | 4.675 | 4.675 | 4.675 |
-/- totaal investeringen | ‒ 5.215 | ‒ 6.640 | ‒ 4.833 | ‒ 4.370 | ‒ 6.552 | ‒ 5.599 | ‒ 6.100 | |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 72 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
3. | Totaal investeringskasstroom | ‒ 5.143 | ‒ 6.640 | ‒ 4.833 | ‒ 4.370 | ‒ 6.552 | ‒ 5.599 | ‒ 6.100 |
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
-/- aflossingen op leningen | ‒ 4.680 | ‒ 4.870 | ‒ 4.675 | ‒ 4.963 | ‒ 5.026 | ‒ 5.355 | ‒ 5.479 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 5.035 | 6.640 | 4.833 | 4.370 | 6.552 | 5.599 | 6.100 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 355 | 1.770 | 158 | ‒ 593 | 1.526 | 244 | 621 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 36.139 | 15.845 | 15.845 | 15.557 | 15.206 | 14.526 | 13.722 |
Toelichting
Investeringskasstroom
FMH investeert voornamelijk in meubilair. De investeringen betreffen zowel vervanging als uitbreidingsinvesteringen.
Financieringskasstroom
De aflossing heeft betrekking op lopende en toekomstige leningen. Het beroep op de leenfaciliteit komt overeen met de investeringsstroom.
Doelmatigheidsindicatoren
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving generiek deel | |||||||
Omzet per productgroep (PxQ) | 191.746 | 206.745 | 189.187 | 184.118 | 175.686 | 175.759 | 175.788 |
Generiek | 171.553 | 182.356 | 166.185 | 161.300 | 152.868 | 152.941 | 152.970 |
Specifiek | 20.161 | 24.389 | 23.002 | 22.818 | 22.818 | 22.818 | 22.818 |
Overig | 32 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Fte-totaal (excl. externe inhuur) | 643 | 669 | 591 | 584 | 574 | 574 | 574 |
Saldo van baten en lasten (%) | ‒ 0,3% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
Omschrijving specifiek deel | |||||||
Verhouding generiek vs specifieke dienstverlening | 89:11 | 88:12 | 88:12 | 88:12 | 87:12 | 87:12 | 87:12 |
Personele kosten als % van totale kosten | 32,4% | 31,7% | 31,7% | 32,1% | 33,1% | 33,1% | 33,1% |
Materiële kosten als % van totale kosten | 67,6% | 68,3% | 68,3% | 67,9% | 66,9% | 66,9% | 66,9% |
Apparaatskosten (in €) | 76.441 | 80.390 | 74.620 | 73.928 | 72.880 | 72.880 | 72.880 |
Tarieven | |||||||
Regiotarief (facilitair) | 246 | 259 | 250 | 243 | 231 | 231 | 231 |
Tevredenheid | |||||||
Klanttevredenheid | n.v.t. | Tevreden | Tevreden | Tevreden | Tevreden | Tevreden | Tevreden |
Tevredenheid specifieke dienstverlening | 7,8 | 7,0 | 7,0 | 7,0 | 7,0 | 7,0 | 7,0 |
Medewerkerstevredenheid | Tevreden | n.v.t. | Tevreden | n.v.t. | Tevreden | n.v.t. | Tevreden |
Toelichting
Generiek deel
Omzet per productgroep
De productgroep Generiek is een afgesproken pakket producten en diensten dat wordt afgenomen waarvoor een vaste prijs per vaste verrekeneenheid wordt betaald. De prijs (p) en hoeveelheid (q) staan in principe gedurende het jaar vast.
De productgroep Specifiek heeft betrekking op producten en diensten waarvoor de opdrachtgever afhankelijk van de afgenomen hoeveelheid een prijs per product/dienst betaalt (zoals catering, extra beveiliging, overig vervoer) en/of producten en diensten waarover tussen opdrachtgever en opdrachtnemer aparte afspraken worden gemaakt (zoals uitvoering van huisvestingsprojecten).
Fte-totaal (excl. externe inhuur)
Dit betreft de bezetting van ambtelijk personeel. De afname wordt verklaard door een lagere bezetting als gevolg van de ingezette efficiencymaatregelen voor de invulling van de taakstelling.
Saldo van baten en lasten (%)
Het saldo baten en lasten van 0% geeft een sluitende begroting weer.
Specifiek deel
Verhouding generiek versus specifieke dienstverlening
Dit is het aandeel van de omzet van de generieke dienstverlening op de totale omzet versus het aandeel van de omzet van de specifieke dienstverlening in de totale omzet.
Personele- en materiële kosten als % van de totale kosten
Dit betreft de procentuele verhouding van de respectievelijk de personele en materiële kosten in de totale lasten.
Apparaatskosten
De apparaatskosten hebben betrekking op de personele kosten en de materiële kosten. De afname is het gevolg van minder inzet van personeel.
Regiotarief (facilitair)
De verrekeningsystematiek voor de generieke dienstverlening is een tarief per m² bruto vloeroppervlak. Het regiotarief geldt voor de kantoorpanden in het verzorgingsgebied van FMH. Specialty panden en panden waar FMH beperkte dienstverlening levert zijn uitgesloten.
Het tarief daalt van €261 per m² naar €250 per m². Deze daling betreft het saldo van enerzijds een opwaartse ontwikkeling als gevolg van de nieuwe CAO Rijk en de loon- en prijsontwikkeling 2027, en anderzijds een neerwaartse ontwikkeling door de invulling van de taakstelling.
Daarnaast wordt de financieringssystematiek opnieuw bezien. De uitkomsten hiervan kunnen effect hebben op de verdere doorontwikkeling van de tariefstructuur in de komende begrotingsjaren.
Klanttevredenheid
FMH optimaliseert de dienstverlening door structureel en frequent de klantbeleving te meten. Zo krijgen we sneller en beter inzicht in de veranderende klantbehoefte en kunnen we hier tijdig op inspelen.
Tevredenheid specifieke dienstverlening
Om de tevredenheid over de uitvoering van projecten te meten wordt na ieder project een evaluatieformulier toegestuurd. De streefwaarde is minimaal een 7.
Medewerkerstevredenheid
FMH wil een organisatie zijn (en blijven), waarin plezier, betrokkenheid en ontwikkeling van de medewerkers voorop staan. Het medewerkersonderzoek laat zien hoe medewerkers over het werk en de organisatie denken. Eens in de twee jaar vindt dit onderzoek plaats.
5.6 Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT)
Inleiding
SSC-ICT is partner van en voor het Rijk. Als shared service center levert SSC-ICT intensieve dienstverlening aan zeven ministeries. Naast de werkplekautomatisering gaat het om applicaties, housing en hosting, en ICT-infrastructuren voor rijksgebouwen en ondersteuning tijdens evenementen. 58.000 ambtenaren van zeven ministeries werken via de ICT-omgeving van SSC-ICT.
Flinke toename in afschrijvingen als gevolg van ontwikkelingen op chips
Deze begroting geeft inzicht in de verwachte inkomsten en uitgaven van SSC-ICT voor het jaar 2027. De begroting is opgesteld tegen de achtergrond van een snel veranderende ICT-markt, toenemende digitalisering binnen de rijksoverheid en stijgende kosten als gevolg van marktontwikkelingen. Met name prijsstijging van chips en alle hardware waarin chips verwerkt zijn zoals geheugencomponenten, servers, netwerkapparatuur en devices (laptops, tablets en smartphones) leiden tot hogere investeringen en daarmee oplopende afschrijvingskosten. Daarnaast stijgen ook de contract- en licentiekosten van grote marktpartijen, wat leidt tot hogere structurele exploitatielasten. Deze ontwikkelingen zijn grotendeels extern gedreven en werken direct door in de begroting van SSC-ICT.
SSC-ICT streeft ernaar om de continuïteit en kwaliteit van haar dienstverlening te waarborgen tegen zo scherp mogelijke tarieven, door invulling te geven aan de strategische thema’s uit de Meerjarenstrategie 2025-2028.
Staat van baten en lasten
Laatste vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 475.656 | 514.144 | 529.707 | 543.929 | 558.986 | 573.320 |
Waarvan generieke producten/diensten | 12.905 | 13.339 | 13.743 | 14.112 | 14.502 | 14.874 |
Generiek Rijk | 3.835 | 4.023 | 4.145 | 4.256 | 4.374 | 4.486 |
Kostenverdeelnotitie | 9.071 | 9.316 | 9.598 | 9.856 | 10.128 | 10.388 |
Waarvan gemeenschappelijke producten/diensten | 432.044 | 474.121 | 488.472 | 501.587 | 515.472 | 528.690 |
Applicaties en applicatiebeheer | 56.835 | 61.950 | 63.825 | 65.539 | 67.353 | 69.080 |
Basisinrichting kantoorpand | 49.184 | 49.675 | 51.178 | 52.553 | 54.007 | 55.392 |
Basisplus kantoorapplicaties | 4.894 | 4.287 | 4.417 | 4.535 | 4.661 | 4.781 |
Digitale werkomgeving | 139.472 | 157.274 | 162.035 | 166.385 | 170.991 | 175.376 |
Hosting | 50.185 | 50.012 | 51.525 | 52.909 | 54.373 | 55.768 |
Housing | 3.486 | 3.957 | 4.077 | 4.186 | 4.302 | 4.412 |
Klantspecifieke diensten | 34.980 | 41.676 | 42.937 | 44.090 | 45.311 | 46.472 |
Materieel | 5.807 | 3.034 | 3.126 | 3.210 | 3.299 | 3.383 |
Persoonlijke devices | 87.199 | 102.256 | 105.351 | 108.180 | 111.174 | 114.025 |
Waarvan klantspecifieke producten/diensten | 30.707 | 26.684 | 27.492 | 28.230 | 29.012 | 29.756 |
Kwartaalverrekening en Maatwerk | 30.707 | 26.684 | 27.492 | 28.230 | 29.012 | 29.756 |
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rentebaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 475.656 | 514.144 | 529.707 | 543.929 | 558.986 | 573.320 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | 424.133 | 441.282 | 454.758 | 467.178 | 480.324 | 492.958 |
- Personele kosten | 192.294 | 206.023 | 213.763 | 220.982 | 228.341 | 235.491 |
waarvan eigen personeel | 144.696 | 158.837 | 165.191 | 171.138 | 177.128 | 182.973 |
waarvan inhuur externen | 34.767 | 35.768 | 36.698 | 37.542 | 38.481 | 39.366 |
waarvan overige personele kosten | 12.831 | 11.418 | 11.874 | 12.302 | 12.732 | 13.153 |
- Materiële kosten | 231.839 | 235.259 | 240.995 | 246.196 | 251.984 | 257.467 |
waarvan apparaat ICT | 182.672 | 188.703 | 193.609 | 198.062 | 203.014 | 207.683 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 32.506 | 32.891 | 33.746 | 34.522 | 35.385 | 36.199 |
waarvan overige materiële kosten | 16.661 | 13.665 | 13.640 | 13.611 | 13.585 | 13.585 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 1.082 | 1.110 | 1.136 | 1.164 | 1.191 | 1.191 |
Rentelasten | 3.185 | 3.278 | 3.354 | 3.437 | 3.516 | 3.516 |
Afschrijvingskosten | 47.256 | 68.473 | 70.459 | 72.150 | 73.954 | 75.655 |
- Materieel | 44.826 | 65.048 | 66.934 | 68.540 | 70.254 | 71.870 |
waarvan apparaat ICT | 44.826 | 65.048 | 66.934 | 68.540 | 70.254 | 71.870 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
- Immaterieel | 2.430 | 3.426 | 3.525 | 3.610 | 3.700 | 3.785 |
Overige lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 475.656 | 514.144 | 529.707 | 543.929 | 558.986 | 573.320 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Baten
Voor de baten in de Ontwerpbegroting 2027 is uitgegaan van de stand van de afgenomen orderportefeuille per 1-1-2026 inclusief ontwikkelingen van de prijs (contracten, indexatie van personele en materiële lasten, kostenstijging van andere SSO’s), aantallen (stijging- en daling van de afname van onze orderportefeuille) en inhoudelijke aanpassingen van onze dienstverlening. Daarnaast is rekening gehouden met de ontwikkelingen op aantallen, mede in overleg met onze afnemers.
We voorzien met name een stijging van de omzet van gemeenschappelijke producten en diensten tot ruim € 474 mln. Deze toename wordt voornamelijk gedreven door de hogere omzet binnen de digitale werkomgeving en persoonlijke devices, als gevolg van prijsstijgingen in de hardwaremarkt die deze producten aanzienlijk duurder maken. De generieke en klantspecifieke omzet laten daarentegen geen significante stijging zien als gevolg van deze prijsontwikkelingen.
Lasten
Apparaatskosten
Personele kosten
De personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren, kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen.
Waarvan eigen personeel
De stijging in de loonkosten eigen personeel is, het gevolg van de verdere invulling van de personele bezetting in 2027 en indexatie conform CPB (kerngegevens maart 2026). Met deze invulling, zowel op kwantitatief als op kwalitatief niveau, wil SSC-ICT de continuïteit van de dienstverlening waarborgen. In het meerjarenperspectief wil SSC-ICT extra investeren in intern personeel om deze continuïteit te kunnen blijven garanderen en stijgende materiële kosten (deels) te compenseren. Dit past bij de koers van verdere verambtelijking, waardoor de kosten voor extern personeel naar verwachting zullen dalen.
Extern personeel
De kosten voor extern personeel (uitzendkrachten en inhuur) zijn ook geïndexeerd conform CPB. Per saldo stijgen deze kosten echter slechts met circa € 1 mln. Wanneer de indexatie hierbuiten wordt gelaten, is per saldo zelfs sprake van een lichte daling. Dit is het gevolg van de verambtelijking: de verdere invulling van de personele bezetting met eigen personeel leidt tot een afname van de inzet van externen, wat het effect van de indexatie (grotendeels) compenseert.
Materiële kosten
De materiële kosten bestaan voor een belangrijk deel uit de directe inkoopkosten van de dienstverlening, zoals kosten voor de (reguliere) ICT-werkplek en hosting van applicaties. Daarnaast vallen de kosten voor huisvesting en de servicekosten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onder deze post. De materiële kosten nemen toe, vooral als gevolg van hogere apparaatskosten ICT, gedreven door stijgende licentiekosten van circa € 5 mln.
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
De post kosten uitbesteed werk omvat de uitgaven voor werkzaamheden die SSC-ICT door externe partijen laat uitvoeren ter ondersteuning van de primaire dienstverlening. Het betreft opdrachten waarbij afspraken zijn gemaakt over een concreet resultaat of product, terwijl de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij de opdrachtnemer ligt.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten hebben betrekking op investeringen in hard- en software en overige materiële vaste activa. Voor de generieke en gemeenschappelijke basis- en basisplusdienstverlening zijn de benodigde activa in eigendom van SSC-ICT. Devices, servers en netwerkapparatuur zijn ook in 2027 sterk onderhevig aan marktontwikkelingen. Hierbij kunnen met name de stijgende chipprijzen als gevolg van de groeiende vraag naar AI-rekenkracht, geopolitieke spanningen in de halfgeleidermarkt en verstoringen in de toeleveringsketen leiden tot aanzienlijk hogere inkoopprijzen dan in voorgaande begrotingsjaren.
Kasstroomoverzicht
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | ‒ 190 | 41.054 | 36.669 | 45.295 | 49.145 | 50.487 | 45.294 |
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 436.615 | 475.656 | 514.144 | 529.707 | 543.929 | 558.986 | 573.320 | |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 385.340 | ‒ 424.133 | ‒ 441.282 | ‒ 454.758 | ‒ 467.178 | ‒ 480.324 | ‒ 492.958 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | 51.274 | 51.524 | 72.862 | 74.948 | 76.752 | 78.661 | 80.362 |
-/- totaal investeringen | ‒ 61.940 | ‒ 83.979 | ‒ 120.000 | ‒ 123.480 | ‒ 126.444 | ‒ 129.605 | ‒ 132.586 | |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 1.314 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
3. | Totaal investeringskasstroom | ‒ 60.626 | ‒ 83.979 | ‒ 120.000 | ‒ 123.480 | ‒ 126.444 | ‒ 129.605 | ‒ 132.586 |
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 5.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
-/- aflossingen op leningen | ‒ 40.833 | ‒ 43.312 | ‒ 64.236 | ‒ 71.098 | ‒ 75.410 | ‒ 83.854 | ‒ 93.388 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 48.188 | 71.382 | 120.000 | 123.480 | 126.444 | 129.605 | 132.586 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 12.854 | 28.070 | 55.764 | 52.382 | 51.034 | 45.751 | 39.197 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 3.313 | 36.669 | 45.295 | 49.145 | 50.487 | 45.294 | 32.268 |
Toelichting
De kaspositie zal naar verwachting in 2027 beperkt toenemen. Als gevolg van prijsstijgingen van onder meer devices, servers en netwerkapparatuur neemt de investeringskasstroom naar verwachting toe. Ter financiering van deze investeringen wordt gebruik gemaakt van de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën. De liquiditeitspositie blijft ultimo 2027 naar verwachting toereikend om aan de lopende verplichtingen te voldoen.
Doelmatigheidsindicatoren
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving generiek deel | |||||||
Fte-totaal (excl. externe inhuur) | 1.215 | 1.238 | 1.384 | 1.384 | 1.384 | 1.384 | 1.384 |
Saldo van baten en lasten (%) | 0 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Klanttevredenheid (KTO) | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 |
Gebruikerstevredenheid beleving (GTO) | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 |
Medewerkertevredenheid (MTO) | uitgevoerd | ‒ | gepland | ‒ | gepland | ‒ | gepland |
Kostprijs | |||||||
Digitale werkomgeving basis | 1.555 | 1.524 | 1.642 | 1.679 | 1.725 | 1.774 | 1.821 |
Digitale werkomgeving online | 784 | 784 | 845 | 864 | 887 | 913 | 937 |
Digitale werkomgeving light | 254 | 254 | 274 | 280 | 287 | 296 | 303 |
Basis inrichting kantoorpand | 74 | 67 | 72 | 74 | 76 | 78 | 80 |
Fatclient DWR special | 975 | 975 | 1.051 | 1.074 | 1.104 | 1.135 | 1.165 |
Kiosk PC incl monitor | 565 | 565 | 609 | 622 | 639 | 658 | 675 |
Omzet per productgroep (PxQ)(bedragen x € 1.000) | |||||||
Generiek | 10.601 | 12.219 | 14.172 | 14.601 | 14.993 | 15.408 | 15.803 |
Gemeenschappelijk | 381.401 | 393.096 | 455.920 | 469.720 | 482.332 | 495.683 | 508.395 |
Klantspecifiek | 38.699 | 37.981 | 44.051 | 45.384 | 46.603 | 47.893 | 49.121 |
Totaal | 430.701 | 443.297 | 514.143 | 529.706 | 543.928 | 558.984 | 573.319 |
Omschrijving specifiek deel | |||||||
Beschikbaarheid kernsystemen | 99% | 98% | 98% | 98% | 98% | 98% | 98% |
Grote incidenten | 51 | 75 | 75 | 75 | 75 | 75 | 75 |
Geleverd binnen gestelde termijn | 96% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
Server hardware onder support | 83% | 80% | 80% | 80% | 80% | 80% | 80% |
Software onder support | 44% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% |
Doorlichting uitgevoerd cq gepland | uitgevoerd | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | gepland | ‒ |
Toelichting
Generiek deel
Fte-totaal
Dit betreft de maximale bezetting van ambtelijk personeel welke benodigd is voor continuering van de dienstverlening. Hierbij is 1,0 fte gelijk aan een aanstelling van 36,0 uur per week.
Saldo van baten en lasten
Het saldo van baten en lasten dient in evenwicht te zijn. Dit betreft het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van SSC-ICT, voor zover afkomstig uit reguliere financiële activiteiten, zoals inkomsten op basis van standaard leveringsafspraken met afnemers, maatwerkopdrachten en personele- en materiele uitgaven.
Klanttevredenheid
SSC-ICT streeft naar een volwassen opdrachtgevers-opdrachtnemers relatie. Om de tevredenheid van de belanghebbenden van SSC-ICT in beeld te krijgen worden periodiek metingen verricht. Dit betreft de tevredenheid van de belanghebbenden/opdrachtgevers en klanten in de klantcontacten met SSC-ICT. Dit staat los van de tevredenheid die gemeten wordt bij gebruikers. Deze belanghebbenden/opdrachtgevers en klanten hebben contact met SSC-ICT medewerkers op verschillend strategisch/tactische lagen in de organisatie. De norm voor 2027 voor dit onderzoek is minimaal een 6,5.
Gebruikerstevredenheid
SSC-ICT streeft naar een actueel beeld van de tevredenheid van de eindgebruikers over de kwaliteit van de geleverde dienstverlening. Dit betreft de beoordeling door de eindgebruikers van de gehele dienstverlening van SSC-ICT, in de context waar Shared Service Organisaties voor in het leven zijn geroepen. Tien keer per jaar wordt één tiende deel van de eindgebruikers bevraagd middels een enquête waarin deze vraag is opgenomen. In de maanden augustus en december vindt er geen gebruikers tevredenheidsonderzoek plaats vanwege de vakanties in die maanden en de hierdoor verwachte lage respons. De norm voor dit onderzoek is een 7,0.
Medewerkerstevredenheid
SSC-ICT wil een goede werkgever zijn, waarin plezier, betrokkenheid en ontwikkeling van haar medewerkers voorop staat. Dit is verankerd in de één van de strategische thema’s, waarin SSC-ICT streeft naar een fijne werkplek voor alle medewerkers. In periodieke metingen wordt dat beeld binnen de organisatie opgehaald. Dit betreft een tweejaarlijks onderzoek. In 2027 zal er weer een medewerkerstevredenheidsonderzoek worden uitgevoerd.
Kostprijs
De gepresenteerde tarieven zijn voorlopig en gebaseerd op de Producten en Diensten Catalogus van SSC-ICT 2026, inclusief prijsstijgingen per product. De tarieven voor 2027 zijn nog niet definitief.
De Werkplek Rijksoverheid (DWR) wordt in drie varianten aangeboden: Basis (volledige Windowsomgeving), Online (Kiosk PC of eigen apparaat) en Light (beperkte functionaliteit voor tablets en telefoons).
De inrichting van Kantoorpanden Basisdiensten wordt per vierkante meter verrekend en omvat werkplek- en afdrukdiensten, LAN, wifi, telefonie en vergaderfaciliteiten, beschikbaar voor alle rijksambtenaren.
De Fat Client DWR Basis is beschikbaar voor gevallen waarin bepaalde applicaties of speciale randapparatuur nodig zijn.
Omzet
De totale omzet betreft de geraamde kostendekkende opbrengsten welke grotendeels worden gerealiseerd op basis van financiële afspraken met de klanten. Deze worden per afnemer binnen het verzorgingsgebied van SSC-ICT vastgelegd in het Dossier Financiële Afspraken (DFA).
Specifiek deel
Beschikbaarheid kernsystemen
SSC-ICT streeft naar een hoge beschikbaarheid van haar dienstverlening. Om de basisdienstverlening te kunnen garanderen zijn twintig kernsystemen en kerndiensten gedefinieerd waarvoor een hoge beschikbaarheid gewenst is. Deze kernsystemen zijn essentieel voor de werkzaamheden van 58.000 rijksambtenaren. De twintig kernsystemen/diensten zijn gegroepeerd over vier categorieën. Over deze categorieën wordt de beschikbaarheid gerapporteerd. Wanneer een van de kernsystemen binnen deze vier categorieën uitvalt, neemt de beschikbaarheid van de betreffende categorie af. Voor alle kernsystemen geldt een beschikbaarheidsnorm van 98,0%.
Grote incidenten
SSC-ICT streeft naar een zo laag mogelijk aantal grote incidenten (storingen) om de beschikbaarheid van de dienstverlening zo optimaal mogelijk te houden. Dit betreft het totaal aantal grote incidenten vanaf het begin van het kalenderjaar. Een groot incident wordt als zodanig gedefinieerd als de urgentie (intolerantie van uitstel), de impact (hoeveel gebruikers zijn geraakt) en het escalatierisico (verspreiding) hoog zijn. De norm is maximaal 75 grote incidenten per jaar.
Geleverd binnen gestelde termijn
SSC-ICT levert standaard diensten volgens afgesproken niveaus van dienstverlening. Dit betreft de doorlooptijd van aanvragen voor voorzieningen die in de PDC van SSC-ICT genoemd staan onder «Servicegroep Rijkswerkomgeving» met een afgesproken maximale levertijd. De norm is dat 95% van de aanvragen binnen de streeftijd is geleverd.
Server hardware onder support
SSC-ICT wil veroudering van infrastructuurcomponenten voorkomen. De norm voor 2027 is dat 80% van de gedefinieerde en geregistreerde hardware in support is. Meting vindt plaats op de servers.
Software onder support
SSC-ICT zorgt voor een veilige werkomgeving. Dit betreft het percentage softwarecomponenten waarvoor de leverancier security updates (support) levert. Per applicatielandschap is gedefinieerd welke servers daaraan gekoppeld zijn. Per server is inzichtelijk welke softwarecomponenten daarop draaien en tot wanneer zij in support zijn. De norm voor 2027 is 90%.
5.7 Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL)
Inleiding
De Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL) zorgt voor twee vitale processen binnen de rijksoverheid: beveiliging van vooral rijkslocaties en rijksevenementen en het transport van vertrouwelijke en gerubriceerde zendingen. Dit doen we in de vorm van twee sterke merken: Rijksbeveiliging en Rijkslogistiek.
Rijksbeveiliging (RB)
Rijksbeveiliging heeft een onmisbare functie binnen de Rijksoverheid. Ze beveiligt met 1.410 fte/professionals op circa 535 Rijkslocaties voor 43 afnemers. Naast eigen rijksbeveiligers werkt de Rijksbeveiliging met particuliere beveiligingsorganisaties (PBO’s). Bij die samenwerking houdt de Rijksbeveiliging toezicht op voorwaarden en werkwijze. Er is een afspraak met de branche en bonden gemaakt om op bedrijfskritische locaties 100% ambtelijke bezetting te creëren. De Rijkslocaties en afnemers zijn ministeries en uitvoeringsorganisaties, maar ook belangrijke waterkeringen. Naast de (rijks)locaties beveiligt de Rijksbeveiliging ook zo’n 300 (inter)nationale rijksevenementen.
Rijkslogisitiek (RL)
De Rijkslogistiek verzorgt transport- en koeriersdiensten voor ministeries en agentschappen. De Rijkslogistiek levert met een hoge mate van vertrouwelijkheid en betrouwbaarheid goederen en stukken voor de Rijksoverheid. De wettelijke taak van de Rijkslogistiek is het bezorgen van gerechtelijke brieven voor het Openbaar Ministerie. De Rijkslogistiek werkt met een vaste bezetting van medewerkers, waarbij er ook gebruik wordt gemaakt van een flexibele schil in de vorm van uitzendkrachten en een onderaannemer. Jaarlijks bezoekt Rijkslogistiek ongeveer één miljoen adressen.
Staat van baten en lasten
Laatste vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 187.374 | 189.043 | 193.116 | 197.290 | 201.570 | 206.454 |
waarvan structurele dienstverlening Rijksbeveiliging | 155.073 | 155.994 | 159.894 | 163.890 | 167.989 | 172.188 |
waarvan extra dienstverlening Rijksbeveiliging | 5.791 | 4.897 | 5.019 | 5.145 | 5.273 | 5.405 |
waarvan overige baten Rijksbeveiliging | 2.292 | 2.685 | 2.736 | 2.788 | 2.841 | 2.896 |
waarvan product Koeriersdiensten | 4.379 | 4.551 | 4.551 | 4.551 | 4.551 | 4.641 |
waarvan product Transportdiensten | 9.322 | 9.687 | 9.687 | 9.687 | 9.687 | 9.876 |
waarvan product bezorging Rijksdocumenten | 10.517 | 11.229 | 11.229 | 11.229 | 11.229 | 11.448 |
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rentebaten | 0 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 187.374 | 189.143 | 193.216 | 197.390 | 201.670 | 206.554 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | 130.291 | 123.039 | 127.112 | 131.286 | 135.566 | 140.450 |
- Personele kosten | 98.704 | 93.339 | 97.412 | 101.586 | 105.866 | 110.252 |
waarvan eigen personeel | 96.318 | 91.092 | 95.079 | 99.078 | 103.092 | 107.119 |
waarvan inhuur externen | 226 | 268 | 268 | 268 | 268 | 268 |
waarvan overige personele kosten | 2.160 | 1.979 | 2.065 | 2.240 | 2.506 | 2.865 |
- Materiële kosten | 31.587 | 29.700 | 29.700 | 29.700 | 29.700 | 30.198 |
waarvan apparaat ICT | 1.243 | 1.329 | 1.329 | 1.329 | 1.329 | 1.329 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 16.750 | 17.888 | 17.888 | 17.888 | 17.888 | 18.386 |
waarvan overige materiële kosten | 13.593 | 10.483 | 10.483 | 10.483 | 10.483 | 10.483 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 56.657 | 65.629 | 65.629 | 65.629 | 65.629 | 65.629 |
Rentelasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Afschrijvingskosten | 426 | 475 | 475 | 475 | 475 | 475 |
- Materieel | 186 | 239 | 239 | 239 | 239 | 239 |
waarvan apparaat ICT | 19 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 167 | 233 | 233 | 233 | 233 | 233 |
- Immaterieel | 240 | 236 | 236 | 236 | 236 | 236 |
Overige lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 187.374 | 189.143 | 193.216 | 197.390 | 201.670 | 206.554 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Bij het opstellen van de begroting 2027 is uitgegaan van de tarieven 2026 geïndexeerd met een gewogen loon- en prijsbijstelling van 3,9%. Voor de begrotingscijfers van 2027 tot en met 2031 wordt het prijspeil van 2027 gehanteerd. De indexatiepercentages zijn gebaseerd op de CPB-raming voor loonvoet sector overheid 4,2% in 2027, de prijsontwikkeling materiële overheidsconsumptie (IMOC 2,1%). Ook hanteert RBL specifieke indexaties op de uitbestedingscontracten beveiligingsdiensten 5,5% en uitbestedingscontract logistieke diensten van 5,0%. Deze specifieke indexatiepercentages zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen van de tariefontwikkelingen.
Hieronder worden de mutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026 toegelicht.
Baten
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/ of diensten
Ten opzichte van de begroting 2026 is de omzet van RBL van € 187,4 mln. bijgesteld naar € 189,0 mln. in 2027. De toename van € 1,6 mln. wordt verklaard door hogere baten als gevolg van de verwachte inflatie van 4,1% (toename van € 8,1 mln.). Daarentegen is sprake van een neerwaartse bijstelling van de omzet van € 6,5 mln. wat grotendeels wordt veroorzaakt doordat er bij Rijksbeveiliging rekening wordt gehouden met de krapte in de arbeidsmarkt voor beveiligers. Dit resulteert voorzichtigheidshalve in een lagere begrote omzet. De vraag naar dienstverlening daalt vooralsnog niet.
Het aandeel van het moederdepartement in de dienstverlening is € 50,6 mln., van overige departementen € 137,3 mln. en van derden € 1,1 mln.
De financiële doorbelasting systematiek van RBL is prijs maal kwantiteit. RBL hanteert kostprijzen/tarieven per product die in rekening worden gebracht bij afnemers.
Rentebaten
Dit betreft rente op de Rekening Courant aangehouden bij het Ministerie van Financiën.
Lasten
Apparaatskosten
Ten opzichte van de begroting 2026 zijn de lasten van RBL van € 130,3 mln. bijgesteld naar € 123,0 mln. in 2027. Dit kan grotendeels worden verklaard door lagere kosten eigen personeel door minder groei in het aantal fte’s dan verwacht.
Eigen personeel
De kosten voor eigen personeel in de begroting 2027 zijn € 5,2 mln. lager dan de begroting 2026. Deze afname is het gevolg van stagnatie in groei in formatie bij RB en staf (effect van € 7,1 mln.) en herrubricering van kosten personele kosten naar materiële kosten (effect van € 1,8 mln.). Tegenover deze lagere personele lasten is sprake van een toename door het effect van indexatie (€ 3,7 mln.).
Inhuur externen
De begrote externe inhuur 2027 is in lijn met de begroting 2026.
Overige personele kosten
De overige personele kosten nemen in 2027 af met € 0,2 mln. ten opzichte van de begroting 2026. Dit heeft een directe relatie met de totale daling in het aantal fte’s.
Materiële kosten
De begrote materiële kosten in 2027 komen € 1,9 mln. lager uit dan de begroting 2026. Dit wordt verklaard door een daling van de overige materiële kosten van € 3,1 mln. door herrubricering naar kosten uitbesteed werk en andere externe kosten, een stijging van de kosten SSO’s met € 1,1 mln. door prijsstijgingen en een stijging van de kosten apparaat ICT € 0,1 mln. door indexatie.
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
De begrote kosten uitbesteed werk stijgt met € 9,0 mln. De toename wordt verklaard door een verschuiving van personele lasten naar kosten uitbesteed werk door de stagnatie in groei van het aantal rijksbeveiligers van € 7,1 mln., een stijging van € 3,4 mln. door indexatie bij beveiligingsdiensten, een stijging van € 3,2 mln. vanwege een herrubricering van de overige materiële kosten naar uitbesteding, een stijging van de kosten van € 1,8 mln. door herrubricering van personele kosten naar uitbesteding. Daarentegen is sprake van een lagere omzet waardoor uitbestedingskosten € 6,5 mln. afnemen.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten blijven in lijn met de begroting 2026.
Kasstroomoverzicht
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 10.952 | 375 | 454 | 16.000 | 16.000 | 16.000 | 16.000 |
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 173.525 | 187.374 | 189.043 | 193.116 | 197.290 | 201.570 | 206.454 | |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 163.412 | ‒ 186.945 | ‒ 173.497 | ‒ 193.116 | ‒ 197.290 | ‒ 200.170 | ‒ 206.454 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | 10.113 | 429 | 15.546 | 0 | 0 | 1.400 | 0 |
-/- totaal investeringen | ‒ 9 | ‒ 350 | 0 | 0 | 0 | ‒ 1.400 | 0 | |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 19 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
3. | Totaal investeringskasstroom | 10 | ‒ 350 | 0 | 0 | 0 | ‒ 1.400 | 0 |
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
-/- aflossingen op leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 21.075 | 454 | 16.000 | 16.000 | 16.000 | 16.000 | 16.000 |
Toelichting
De ontwikkeling in de operationele kasstroom in de jaren 2027 t/m 2031 is het gevolg van uitgaven en ontvangsten in verband met de reguliere baten en lasten zoals gepresenteerd in de staat van baten en lasten.
De investeringskasstroom bestaat uit investeringen in het wagenpark van Rijkslogistiek. In 2030 wordt een investering verwacht voor de vervanging van vier vrachtauto’s.
Doelmatigheidsindicatoren
Stand slotwet 2025 | Vastgestelde begroting 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Rijksbeveiliging | |||||||
Omschrijving generiek deel | |||||||
Omzet per uur | € 81,16 | € 85,52 | 88,99 | 87,53 | 87,53 | 87,53 | 87,54 |
Kostprijs per uur | € 78,31 | € 85,52 | 88,99 | 87,53 | 87,53 | 87,53 | 87,54 |
Omzet per productgroep (PxQ) bedragen x € 1.000) | |||||||
Structurele dienstverlening | € 144.100 | € 155.073 | € 155.994 | € 159.894 | € 163.891 | € 167.988 | € 172.188 |
Extra dienstverlening | € 4.155 | € 5.791 | € 4.897 | € 5.019 | € 5.145 | € 5.273 | € 5.405 |
Overige omzet | € 3.185 | € 2.292 | € 2.685 | € 2.736 | € 2.788 | € 2.841 | € 2.896 |
Fte-totaal (excl. externe inhuur) | 849 | 1.000 | 901 | 936 | 972 | 1.009 | 1.047 |
Saldo van baten en lasten (%) | 2,8% | 0,0% | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Kwaliteitsindicator 1 - MTO | nvt | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 |
Rijkslogistiek | |||||||
Omschrijving generiek deel | |||||||
Omzet per fte * | € 165,7 | € 155 | € 158 | € 158 | € 158 | € 158 | € 161 |
Kostprijs per fte * | € 157,0 | € 155 | € 158 | € 158 | € 158 | € 158 | € 161 |
Omzet per productgroep (PxQ) bedragen x € 1.000) | |||||||
Koerier | € 4.178 | € 4.379 | € 4.551 | € 4.551 | € 4.551 | € 4.551 | € 4.641 |
Transport | € 10.006 | € 9.322 | € 9.687 | € 9.687 | € 9.687 | € 9.687 | € 9.876 |
Rijksdocumenten | € 10.569 | € 10.517 | € 11.229 | € 11.229 | € 11.229 | € 11.229 | € 11.448 |
Fte-totaal (excl. externe inhuur) | 149 | 156 | 161 | 161 | 161 | 161 | 161 |
Saldo van baten en lasten (%) | 5,3% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
Kwaliteitsindicator 1 - MTO | 6,8 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 | >7 |
Toelichting
Omzet per uur/fte en kostprijs per uur/fte
De omzet per uur/fte en de kostprijzen per uur/fte zijn geïndexeerd met 4,6% (Rijksbeveiliging) en 3,9% (Rijkslogistiek) in 2027.
De omzet en kostprijs per uur blijft bij Rijksbeveiliging na 2027 stabiel. Ten opzichte van 2026 is er sprake van een stijging, grotendeels vanwege indexatie.
De omzet en kostprijs voor 2027 per fte bij Rijkslogistiek blijft met uitzondering van 2031 stabiel. De stijging in 2031 heeft te maken met stijgende huisvestingskosten. Ten opzichte van 2026 is er sprake van een stijging. Ook dit wordt veroorzaakt door indexatie maar er is ook sprake van een lichte stijging in de fte’s waardoor de omzet en kostprijs per fte nominaal licht daalt.
Omzet per productgroep
Bij Rijksbeveiliging is er tot 2031 sprake van een stijging van de structurele dienstverlening van 2,5% per jaar, dit is in lijn met de trend van de afgelopen jaren. De verwachting is dat de omzet van Rijkslogistiek stabiel blijft na 2026, ondanks een afname van de dienstverlening bij Rijksdocumenten. De verwachting is dat Rijksdocumenten omzet zal generen bij andere afnemers.
FTE’s
Als gevolg van het convenant Het Nieuwe Evenwicht is Rijksbeveiliging flink gestegen de afgelopen jaren. De forse stijging is afgezwakt waardoor het aantal fte’s ten opzichte van de begroting 2026 daalt. Het aantal fte’s bij Rijkslogistiek stijgt licht ten opzichte van 2026 vanwege het zelf inrichten van een call center. Vanaf 2027 blijft het aantal fte’s stabiel.
MTO, werkplezier en werkdruk
Het Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) wordt bij RBL om de twee jaar uitgevoerd. RBL heeft als doelstelling een medewerkerstevredenheid score hoger dan 7.
6. Bijlagen
Bijlage 1: ZBO's en RWT's
Naam organisatie | ZBO/RWT | Begrotingsartikel | Begrotingsramingen(bedragen x € 1.000) | Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet | Volgende evaluatie ZBO |
|---|---|---|---|---|---|
ZBO | artikel 11 | 5.967 | N.v.t. | 2026 | |
RWT en ZBO | artikel 7 | 3.457 | |||
IMG | ZBO | artikel 15 | 0 | N.v.t. | 2026 |
Naam organisatie | Ministerie | ZBO/RWT | Begrotingsartikel | Begrotingsramingen(bedragen x € 1.000) |
|---|---|---|---|---|
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) | EZK | ZBO | artikel 1, 6 | 2.426 |
Raad voor Rechtbijstand | JenV | RWT | artikel 15 | 10.793 |
Kamer van Koophandel (KvK) | EZK | ZBO | artikel 6 | 7.917 |
Bijlage 2: Specifieke uitkeringen
Als het Rijk bijdragen onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten verstrekt, is op basis van artikel 15a lid 1 Financiële-verhoudingswet sprake van een specifieke uitkering. Hieronder een overzicht met de specifieke uitkeringen en voornemens tot specifieke uitkeringen. De voornemens worden aangeduid met een «V» onder het kopje SiSa nummer (Single information Single audit).
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII)
Onderdeel | Toelichting | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
C132 | Naam | Overheidsbrede loketten | 2,38 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Korte duiding | Als pilot loketten opzetten die het gehele publieke domein afhechten. | |||||||
Juridische grondslag | Artikel 17, tweede lid, Financiële-verhoudingswet juncto artikel 4:23, derde lid, onderdeel c, Algemene wet bestuursrecht | |||||||
Maatschappelijke effecten | Het leren van de inrichting van overheidsbrede loketten. | |||||||
Ontvangende partijen | Gemeenten | |||||||
Artikel | 6. Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving | |||||||
C62 | Naam | Kwijtschelden publieke schulden | 20,00 | 20,00 | 20,00 | 20,00 | 20,00 | 20,00 |
Korte duiding | Het betreft de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten voor de derving van inkomsten en bekostiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van gedupeerden door de toeslagenaffaire. | |||||||
Juridische grondslag | Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen | |||||||
Maatschappelijke effecten | Het doel van het kwijtschelden van publieke schulden zorgt ervoor dat gedupeerden van de toeslagenaffaire in staat worden gesteld om meer financieel zelfredzaam te worden. Daarbij zal het ook een positief effect hebben op het psychisch welbevinden van de gedupeerden. | |||||||
Ontvangende partijen | Gemeenten | |||||||
Artikel | 12. Algemeen | |||||||
C1291 | Naam | Onderdeel A | 20,00 | 20,00 | 17,69 | ‒ | ‒ | ‒ |
Korte duiding | Verbeteren van de sociale cohesie (Blok B) | |||||||
Maatschappelijke effecten | Activiteiten die gericht zijn op de verbetering van de sociale cohesie, door middel van het maken en uitvoeren van afspraken die voor dat doel zijn gemaakt en het oplossen van knelpunten in de versterkingsopgave en schadeafhandeling; | |||||||
Juridische grondslag | Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030) | |||||||
Ontvangende partijen | Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland | |||||||
Artikel | Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief | |||||||
C1291 | Naam | Onderdeel B | 36,04 | 36,71 | 36,71 | 36,71 | ‒ | ‒ |
Korte duiding | Leefbaarheid en wijkontwikkeling (maatregel 14) | |||||||
Maatschappelijke effecten | Activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van leefbaarheid en wijkontwikkeling; | |||||||
Juridische grondslag | Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030) | |||||||
Ontvangende partijen | Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland | |||||||
Artikel | Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief | |||||||
C1291 | Naam | Onderdeel C | 51,38 | 41,23 | 20,61 | 4,09 | ‒ | ‒ |
Korte duiding | Herstel openbare ruimte na versterking (maatregel 15, Blok D) | |||||||
Maatschappelijke effecten | Activiteiten die gericht zijn op ruimtelijke inpassingen in de openbare ruimte in verband met de versterkingsopgave | |||||||
Juridische grondslag | Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030) | |||||||
Ontvangende partijen | Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland | |||||||
Artikel | Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief | |||||||
C1291 | Naam | Onderdeel D | 101,29 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Korte duiding | Batch 1588 (maatregel 17) | |||||||
Maatschappelijke effecten | Activiteiten in het kader van het versterken van gebouwen in de batch 1.588 | |||||||
Juridische grondslag | Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030) | |||||||
Ontvangende partijen | Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen | |||||||
Artikel | Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief | |||||||
C1291 | Naam | Onderdeel E | 18,79 | 18,23 | 17,68 | ‒ | ‒ | ‒ |
Korte duiding | Extra budget personeel- en organisatiekosten (maatregel 18) | |||||||
Maatschappelijke effecten | Personele inzet en organisatiekosten gerelateerd aan de uitvoering van de versterkingsopgave, de schadeafhandeling en het bieden van perspectief | |||||||
Juridische grondslag | Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030) | |||||||
Ontvangende partijen | Provincie Groningen, Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland | |||||||
Artikel | Beleidsartikel 5: Een veilig Groningen met perspectief | |||||||
C1291 | Naam | Onderdeel F | 18,42 | 17,11 | 12,11 | ‒ | ‒ | ‒ |
Korte duiding | MKB-programma (maatregel 25) | |||||||
Maatschappelijke effecten | Activiteiten in het kader van voortzetting van het mkb-programma | |||||||
Juridische grondslag | Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030) | |||||||
Ontvangende partijen | Provincie Groningen | |||||||
Artikel | Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief | |||||||
C1291 | Naam | Onderdeel G | 16,82 | 14,02 | 13,52 | ‒ | ‒ | ‒ |
Korte duiding | Voortzetting Erfgoedprogramma (maatregel 26) | |||||||
Maatschappelijke effecten | Activiteiten in het kader van voortzetting van het Erfgoedprogramma; | |||||||
Juridische grondslag | Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030) | |||||||
Ontvangende partijen | Provincie Groningen | |||||||
Artikel | Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief | |||||||
C1291 | Naam | Onderdeel H | 14,32 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Korte duiding | Knelpuntenbudget gemeenten (maatregel 31) | |||||||
Maatschappelijke effecten | Activiteiten gericht op het wegnemen van psychosociale en sociaaleconomische knelpunten in de versterkingsopgave en de schadeafhandeling | |||||||
Juridische grondslag | Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030) | |||||||
Ontvangende partijen | Provincie Groningen, Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland | |||||||
Artikel | Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief | |||||||
C1291 | Naam | Onderdeel I | 9,85 | 9,01 | 8,54 | 7,94 | 7,70 | ‒ |
Korte duiding | Aardbevingscoaches in elk gemeente (maatregel 31) | |||||||
Maatschappelijke effecten | Activiteiten die gericht zijn op het bieden van sociale en emotionele ondersteuning aan inwoners | |||||||
Juridische grondslag | Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030) | |||||||
Ontvangende partijen | Provincie Groningen, Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland | |||||||
Artikel | Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief | |||||||
C1271 | Naam | Onderdeel J | 12,85 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Korte duiding | Nationaal Programma Groningen | |||||||
Maatschappelijke effecten | Activiteiten in het kader van de uitvoering van projecten en werkzaamheden ten behoeve van Nationaal Programma Groningen | |||||||
Juridische grondslag | Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030) | |||||||
Ontvangende partijen | Nationaal Programma Groningen | |||||||
Artikel | Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief | |||||||
C126 | Naam | Verbetering digitale dienstverlening | 0,89 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Korte duiding | Om innovatie te stimuleren worden vanuit het GDI-budget middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van het verbeteren van de digitale dienstverlening van de overheid voor burgers en ondernemers. | |||||||
Juridische grondslag | Regeling specifieke uitkering verbetering digitale dienstverlening | |||||||
Maatschappelijke effecten | Versterking digitale weerbaarheid en digitale autonomie. | |||||||
Ontvangende partijen | Diverse gemeenten | |||||||
Artikel | 6. Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving | |||||||
Bijlage 3: Subsidieoverzicht
Art. | Naam Subsidie | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | Laatste evaluatie | Volgende evaluatie | Einddatum Subsidie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | 44.729 | 50.217 | 56.609 | 54.088 | 51.246 | 51.384 | 52.349 | ||||
1.1 | Oorlogsgravenstichting (OGS) | 6.758 | 5.062 | 4.874 | 5.024 | 5.181 | 5.302 | 6.267 | 2021 | 2027 | 2026 |
Kenniscentrum Europa decentraal | 554 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2020 | 2027 | ‒ | |
Subsidieregeling COELO | 150 | 166 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 | 2021 | 2026 | 2026 | |
1.2 | Subsidiering Politieke partijen | 26.929 | 33.690 | 34.866 | 32.938 | 32.914 | 32.914 | 32.914 | 2020 | 2026 | 2027 |
ProDemos | 10.179 | 11.161 | 16.638 | 15.924 | 12.949 | 12.966 | 12.966 | 2021 | 2026 | 2027 | |
Nationaal Comité 4 en 5 mei | 159 | 138 | 31 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2024 | ‒ | 2030 | |
7 | 4.524 | 4.449 | 3.951 | 3.612 | 3.501 | 3.501 | 3.501 | ||||
7.1 | Ondersteuning koepels implementatie Woo | 863 | 863 | 415 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ | 2026 | 2027 |
Compensatie Waterschappen Woo | 3.662 | 3.586 | 3.536 | 3.612 | 3.501 | 3.501 | 3.501 | ‒ | 2026 | 2027 | |
12 | 50 | 52 | 51 | 51 | 51 | 51 | 51 | ||||
12.0 | Koninklijk Paleis Amsterdam | 50 | 52 | 51 | 51 | 51 | 51 | 51 | 2022 | 2027 | 2028 |
14 | 7.993 | 8.199 | 8.200 | 8.055 | 8.022 | 8.018 | 8.022 | ||||
14.0 | Herdenkingscomité | 7.993 | 8.199 | 8.200 | 8.055 | 8.022 | 8.018 | 8.022 | ‒ | ‒ | ‒ |
Totaal Subsidie regelingen | 57.296 | 62.917 | 68.811 | 65.806 | 62.820 | 62.954 | 63.923 | ... | ... | ... |
Artikel | Naam Subsidie | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | Laatste evaluatie | Volgende evaluatie | Einddatum Subsidie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | 19.200 | 36.794 | 68.926 | 34.400 | 35.578 | 32.223 | 32.168 | ||||
1.1 | Subsidies bestuur en regio | 3.795 | 5.533 | 984 | 120 | 105 | 49 | 4 | 2025 | 2026 | 2027 |
Werk aan uitvoering | 1.662 | 1.804 | 2.783 | 1.340 | 3.254 | 0 | 772 | 2024 | 2027 | 2027 | |
POK - Multiproblematiek | 927 | 1.517 | 212 | 211 | 211 | 211 | 211 | 2025 | 2026 | 2027 | |
POK - Antidiscriminatie | 1.559 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ | ‒ | ‒ | |
POK - Basisinfrastructuur | 1.774 | 800 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ | ‒ | 2026 | |
1.2 | Verbinding inwoner en overheid | 3.755 | 9.834 | 14.439 | 11.598 | 11.195 | 11.190 | 11.176 | 2025 | 2026 | 2027 |
Weerbaar bestuur | 1.586 | 4.444 | 3.932 | 4.570 | 4.519 | 4.519 | 4.514 | 2025 | 2026 | 2027 | |
Toerusting en ondersteuning politieke ambtdragers | 4.135 | 5.204 | 3.297 | 2.436 | 2.387 | 2.387 | 1.633 | 2025 | 2026 | 2027 | |
Decentrale politieke partijen | 0 | 200 | 8.150 | 8.301 | 8.150 | 8.150 | 8.150 | ‒ | ‒ | 2027 | |
Stichting Thorbeckeleerstoel | 0 | 186 | 0 | 0 | 113 | 71 | 71 | ‒ | 2.026 | 2027 | |
1.3 | Diverse subsidies | 0 | 929 | 1.384 | 1.099 | 1.042 | 1.043 | 1.037 | 2025 | 2026 | 2027 |
Antidiscriminatie | 0 | 6.320 | 3.692 | 4.725 | 4.602 | 4.603 | 4.600 | 2025 | 2026 | 2027 | |
Versterken rechtsstaat | 7 | 23 | 53 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2025 | 2026 | 2027 | |
1.4 | Gemeenschapsfonds | 0 | 0 | 30.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ | ‒ | ‒ |
6 | 17.094 | 28.458 | 8.277 | 7.316 | 6.902 | 6.675 | 6.902 | ||||
6.2 | Overheidsdienstverlening | 6485 | 14440 | 3927 | 3222 | 2896 | 2669 | 2896 | 2025 | 2026 | 2027 |
6.7 | Hoogwaardige dienstverlening één overheid | 2293 | 1400 | 1380 | 1380 | 1380 | 1380 | 1380 | 2025 | 2026 | 2027 |
VNG | 2853 | 4033 | 2970 | 2714 | 2626 | 2626 | 2626 | 2025 | 2026 | 2027 | |
6.8 | Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid | 5463 | 8585 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2025 | 2026 | 2027 |
7 | 8.395 | 10.061 | 3.153 | 2.951 | 2.785 | 2.785 | 2.785 | ||||
7.1 | Subsidies A&O - incidenteel | 504 | 487 | 361 | 175 | 157 | 157 | 157 | 2025 | 2030 | ‒ |
Subsidie overlegstelsel - incidenteel | 3.735 | 4.375 | 1.628 | 1.628 | 1.628 | 1.628 | 1.628 | 2022 | 2028 | 2028 | |
POK - Ambtelijk Vakmanschap | 91 | 66 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2025 | 2030 | ‒ | |
POK-Leiderschap, diversiteit en inclusie | 0 | 105 | 24 | 24 | 24 | 24 | 24 | 2025 | 2030 | ‒ | |
POK - Bevorderen veilig werk- en meldklimaat | 144 | 144 | 144 | 144 | 0 | 0 | 0 | 2025 | 2030 | ‒ | |
Informatiebeveiliging en privacy | 32 | 60 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ | ‒ | ‒ | |
Div. Subsidies - Subsidies Programma Open Overheid | 3.296 | 4.166 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2024 | ‒ | 2024 | |
Ondersteuning van melders van misstanden | 0 | 0 | 493 | 493 | 493 | 493 | 493 | ‒ | 2026 | ‒ | |
Fysieke werkomgeving Rijk(Bedrijfsvoeringsbeleid) | 593 | 658 | 503 | 487 | 483 | 483 | 483 | ‒ | 2026 | ‒ | |
12 | 829 | 347 | 98 | 91 | 89 | 89 | 94 | ||||
12.0 | Diverse subsidies | 829 | 347 | 98 | 91 | 89 | 89 | 94 | 2025 | 2026 | ‒ |
14 | 530 | 11.250 | 11.633 | 8.400 | 0 | 0 | 0 | ||||
14.0 | Maatschappelijke initiatieven | 530 | 10.299 | 11.433 | 8.400 | 0 | 0 | 0 | ‒ | 2026 | 2028 |
Onderzoeksprogramma | 0 | 951 | 200 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ | ‒ | ‒ | |
15 | 57.217 | 158.310 | 148.166 | 75.537 | 22.972 | 3.239 | 0 | ||||
15 | Diverse subsidies versterken | 50.125 | 45.876 | 51.014 | 20.974 | 20.578 | 845 | 0 | ‒ | ‒ | 2030 |
Duurzaam herstel | 3.633 | 103.544 | 89.180 | 52.046 | 0 | 0 | 0 | 2025 | 2027 | ‒ | |
Geestelijke bijstand | 0 | 504 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ | 2026 | 2026 | |
Huurderscompensatie NAM | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ | ‒ | ‒ | |
Nieuwbouwregeling | 896 | 3.087 | 5.507 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ | ‒ | 2028 | |
Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken | 31 | 2.685 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2024 | ‒ | 2026 | |
Woonbedrijf | 2.032 | 2.056 | 2.465 | 2.517 | 2.394 | 2.394 | 0 | 2025 | 2031 | 2031 | |
Economische bedrijvigheid1 | 500 | 558 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ | ‒ | ‒ | |
Totaal incidentele subsidies | 103.265 | 245.220 | 240.253 | 128.695 | 68.326 | 45.011 | 41.949 | ... | ... | ... |
Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda
De Strategische Evaluatieagenda (SEA) laat zien hoe BZK de komende jaren werkt aan het voortbrengen van inzichten over de (voorwaarden voor) de doeltreffendheid en doelmatigheid van ons beleid. Door voldoende (goed) evaluatieonderzoek te programmeren neemt het aantal bruikbare inzichten toe.
Deze onderzoeksprogrammering biedt een overzicht van de geplande ex ante, ex durante en ex post evaluaties van beleid. Daarnaast wordt de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gehele beleid binnen de (sub)thema’s eens in de vier tot zeven jaar onderzocht middels een Periodieke rapportage. Ook deze onderzoeken zijn opgenomen in de SEA.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel |
|---|---|---|---|---|
Periodieke Rapportage: Goed Bestuur ( periode 2022-2027) | Periodieke rapportage | 2028 | Te starten | 1.1 |
subthema Beleid dat uitvoerbaar is en werkt: voor mensen en medeoverheden | ||||
Data financiën decentrale overheden (jaarlijks) | Ex durante | jaarlijks | Lopend | 1.1 |
Evaluatie instrumenten van de Actieagenda Goed Bestuur (deelprojecten) | Ex durante | jaarlijks | Lopend | 1.1 |
Actieagenda Goed Bestuur: Evaluatie Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) | Ex post | 2027 | Te starten | 1.1 |
Aanpak Slagkracht | Ex durante | jaarlijks | Lopend | 1.1 |
Staat van het Bestuur 2027 | Ex durante | 2027 | Te starten | 1.1 |
Evaluatie subsidieregeling Kenniscentrum Europa decentraal | Ex post | 2026 | Te starten | 1.1 |
Evaluatie subsidieregeling COELO | Ex post | 2026 | Te starten | 1.1 |
Evaluatie subsidieregeling Groeiopgave Almere (2026) | Ex post | 2027 | Te starten | 1.1 |
subthema Recht doen aan regionale verschillen/ interbestuurlijke samenwerking | ||||
Reflexieve monitor Agenda Stad (deelprojecten) | Ex durante | jaarlijks | Lopend | 1.1 |
Evaluatie Regio Deals (deelproject brede evaluatie) | Ex durante | jaarlijks | Lopend | 1.1 |
Evaluatie Nationaal Programma Vitale Regio’s | Ex durante | 2030 | Te starten | 1.1 |
Overig | ||||
Evaluatie subsidieregeling Oorlogsgravenstichting (2026) | Ex post | 2027 | Te starten | 1.1 |
Toelichting
SEA-thema ‘Goed bestuur’
Goed bestuur betekent een overheid die maatschappelijke opgaven effectief aanpakt. Met de Actieagenda Goed Bestuur zet BZK ook in 2027 in op het verbeteren van het samenspel tussen overheden op maatschappelijke opgaven. We investeren in een goede samenwerking tussen overheden, een passende verdeling van verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden en middelen en Rijksbeleid dat uitvoerbaar is voor medeoverheden. BZK blijft werken aan passende bestuurlijk financiële arrangementen op taken en opgaven die door het Rijk bij medeoverheden zijn belegd of waarop interbestuurlijke samenwerking nodig is, zoals bijvoorbeeld de jeugdzorg, Wmo, OV, natuur of de energietransitie. Met als doel een overheid die dienstbaar, slagvaardig, herkenbaar en democratisch gelegitimeerd is.
Eerstvolgende periodieke rapportage
Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een Periodieke rapportage in 2028. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2022 tot en met 2027. Dit met als doel om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2027 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag.
Ontwikkelpunt: inzicht in de eigen inzet op het thema Goed Bestuur
Een belangrijk aandachtspunt, mede voortbouwend op de beleidsdoorlichting ‘Openbaar Bestuur en Democratie’ (2022), is hoe beter inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van de inzet van het Ministerie van BZK. Dit nemen we in de Strategische Evaluatieagenda zoveel mogelijk mee, waarbij ook naar vernieuwing van het evaluatie-instrumentarium wordt gekeken. De herziene systematiek van Periodieke rapportages, in vergelijking met de eerdere systematiek van beleidsdoorlichtingen, biedt meer flexibiliteit om de scope af te stemmen op de aard van het beleidsterrein en de actuele inzichtbehoefte. Het kiezen van een passende scope die inzicht geeft in onze inzet op het thema Goed Bestuur krijgt daarom expliciet aandacht bij de vormgeving van de volgende Periodieke rapportage in 2028. Daarnaast is er voorgenomen om meer werk te maken van het benutten van uitkomsten uit bestaande evaluaties in het beleidsproces. Hiervoor verwijzen we ook naar de eerdere brief van de Minister van BZK over de opvolging van aanbevelingen uit de eerdere Periodieke Rapportage (Kamerstukken II 2025/26, 30985, nr. 69).
Toelichting Inzichtbehoefte
Zoals in de eerdere SEA's aangegeven, ligt de focus op een aantal thema’s rondom Goed Bestuur. Dit zijn de thema’ s ‘uitvoerbaarheid van beleid’, ‘interbestuurlijke samenwerking’ en ‘recht doen aan regionale verschillen’. Hieronder wordt er per thema toegelicht wat er wordt geëvalueerd en waar de nadruk op ligt.
Subthema Uitvoerbaar Rijksbeleid voor medeoverheden
De uitvoerbaarheid van beleid en de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht zijn belangrijke aandachtspunten binnen de inzet op goed bestuur. Binnen dit thema zijn twee evaluaties gepland: de evaluatie van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) en de Aanpak Slagkracht. De evaluatie van de UDO geeft inzicht in hoe dit instrument wordt ingezet om in een vroeg stadium de uitvoerbaarheid van beleid mee te nemen bij nieuwe beleidsvoornemens. De Aanpak Slagkracht kijkt breder naar de slagkracht van medeoverheden, met specifieke aandacht voor de verhouding tussen taken, middelen en uitvoeringscapaciteit. Samen geeft dit een beeld van waar knelpunten ontstaan rondom uitvoerbaarheid en hoe onze inzet daarop aansluit. De UDO-evaluatie richt zich meer op ons eigen beleid, terwijl de Aanpak Slagkracht zicht geeft op bredere ontwikkelingen in de praktijk van medeoverheden.
We vinden het van belang om instrumenten van de Actieagenda Goed Bestuur te evalueren. Sommige instrumenten zijn opgenomen in deze SEA, namelijk de evaluatie van de UDO en de Reflexieve Monitor van Agenda Stad. Niet alle instrumenten zijn momenteel in een evalueerbaar stadium en/of vallen onder een ander begrotingsartikel. In deze jaarlijkse SEA worden waar mogelijk nieuwe beleidsinstrumenten toegevoegd die we vanuit de actieagenda en rondom het thema Goed Bestuur evalueren.
Subthema's interbestuurlijke samenwerking’ en ‘rechtdoen aan regionale verschillen’
In verschillende trajecten wordt er ingezet op interbestuurlijk samenwerken bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken, onder andere via het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR), de Regio Deals en de Agenda Stad. Deze trajecten worden allemaal geëvalueerd. Daarbij wordt ook geëxperimenteerd met nieuwe evaluatiemethoden, bijvoorbeeld om de werking van innovatieve aanpakken beter in beeld te brengen. Hierbij kan gedacht worden aan de Impact Maak- en Meettool van Agenda Stad.
Inzicht in ontwikkelingen binnen het openbaar bestuur
Voor het realiseren van Goed Bestuur is het van belang om ontwikkelingen in het openbaar bestuur te volgen. Daarvoor worden de financiële ontwikkelingen bij medeoverheden gevolgd. Deze gegevens worden onder andere via de website: ‘www.findo.nl’ transparant gemaakt. Daarnaast is er voor bredere trends de tweejaarlijkse Staat van het Bestuur. De Staat bevat belangrijke informatie over ontwikkelingen binnen het openbaar bestuur.
Evaluaties van subsidieregelingen en POK-middelen
Ook laten we diverse subsidieregelingen evalueren. Daarbij wordt onder meer gekeken of publieke middelen passend en effectief worden ingezet. Daarnaast loopt er een jaarlijks evaluatieonderzoek naar besteding van de POK-middelen om de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners in een kwetsbare positie te versterken. Dit wordt gedaan door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en is daarom geen onderdeel van deze SEA.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|
Periodieke Rapportage: Een sterke en weerbare democratische rechtsstaat (periode 2022-2027) | Periodieke rapportage | 2028 | Te starten | 1.2 / 1.3 |
subthema Verkiezingen | ||||
Evaluatie verloop verkiezingen gemeenteraden en Tweede Kamer | Ex post | 2026 | Lopend | 1.2 |
subthema Politieke partijen | ||||
subthema Decentrale democratie | ||||
Evaluatie interbestuurlijk toezicht | Ex durante | 2027 | Te starten | 1.2 |
Monitor Integriteit en Veiligheid | Ex durante | 2026 | Lopend | |
subthema Inwoners | ||||
Evaluatie nationaal burgerforum klimaat | Ex durante | 2026 | Lopend | 1.2 |
Evaluatie Programma maatschappelijke onrust en ongenoegen | Ex post | 2026 | Lopend | 1.2 |
Impact Programma Invloed en zeggenschap | Ex post | 2026 | Lopend | |
subthema Rechtstaat en Grondrechten | ||||
Versterken rechtstaat: institutionele vernieuwing | Ex ante | n.t.b. | Anders | 1.3 |
Versterken rechtsstaat: versterking waarborgfunctie AwB | Ex ante | n.t.b. | Anders | 1.3 |
Discriminatie en racisme: herziening stelsel | Ex ante | n.t.b. | Anders | 1.3 |
Overig | ||||
Nationale Wetenschapsagenda project Revitalized Democracy | Overig onderzoek (meerjarig) | 2025 | Afgerond | 1.2 |
Thorbeckeleerstoel | Overig onderzoek (meerjarig) | meerjarig | Doorlopend | 1.2 |
Onderzoeksprogramma impact van desinformatie | Overig onderzoek | 2026 | Lopend | 1.2 |
Staat van het Bestuur | Overig onderzoek | 2027 | Lopend | 1.2 |
Toelichting
SEA-thema ‘Een sterke en weerbare democratische rechtsstaat»
De algemene doelstelling van artikel 1 luidt: «Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt aan een slagvaardig en betrouwbaar openbaar bestuur waarop inwoners kunnen vertrouwen. Een openbaar bestuur dat samen met de samenleving in staat is de maatschappelijke opgaven op te lossen. Veranderingen in onze maatschappij beïnvloeden hoe ons bestuur en onze democratie werkt. Om waarden als legitieme besluitvorming, slagkrachtig openbaar bestuur en transparantie daarbij te behouden en democratische waarden en vrijheden te borgen en versterken, is continue aandacht nodig voor de werking en inrichting van democratie en bestuur ».
In het tweede lid van het artikel gaat het in het bijzonder over het functioneren van de democratie. De verantwoordelijkheid van BZK bestaat op dit punt concreet uit de zorg voor het goed functioneren van het representatieve bestel van gemeenteraden, provinciale staten en parlement en de daarvan afgeleide bestuurlijke arrangementen en de staatsinrichting zoals we die nu kennen. Denk aan een goed verloop van eerlijke en veilige verkiezingen, het ondersteunen en versterken van politieke partijen, een weerbaar en integer bestuur, een inclusief en divers bestuur met een toegesneden rechtspositie en goede ondersteuning van politieke ambtsdragers, het benoemen van burgemeesters en Commissarissen van de Koning en het beschermen van de democratie tegen destabilisering. De verantwoordelijkheid van BZK bestaat tegelijkertijd uit het onderkennen en versterken van kwetsbaarheden in de democratie en het openbaar bestuur, en het inspelen op nieuwe ontwikkelingen zodat het democratische bestuur in Nederland vitaal, weerbaar en bij de tijd blijft.
Sub-thema ‘Rechtsstaat, grondrechten en discriminatie’
De minister van BZK is de hoeder van de Grondwet. Het belang van de Grondwet en van grondrechten, van ‘checks and balances’ in ons democratisch bestel, van rechtsstatelijke instituties en rechtsbeginselen wordt versterkt. De minister van BZK is verantwoordelijk voor de aanpak van discriminatie en de bijbehorende wetgeving en heeft een coördinerende rol in de aanpak van discriminatie.
Eerstvolgende periodieke rapportage
Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een Periodieke rapportage in 2028. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2022 tot en met 2027. Dit met als doel om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2027 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag 2025.
Toelichting inzichtbehoefte
Voor de beleidsontwikkeling op dit terrein is een stevig kennisfundament van belang in de vorm van uiteenlopende bronnen voor kennisontwikkeling, die tot doel hebben om het lerend vermogen te versterken.
Het ministerie hecht er belang aan om periodiek te onderzoeken wat de uitwerking is van de inzet van middelen in het veld waarvoor ze bedoeld zijn. Daarnaast hecht het aan het benutten en ontwikkelen van kennis in de gehele beleidscyclus, niet alleen aan het einde. Daarom worden er uiteenlopende vormen van onderzoek verricht: monitoring, evaluatie, verkennend onderzoek en wetenschappelijke analyses.
Sub-thema ‘Rechtsstaat, grondrechten en discriminatie’
Veel beleidsvoornemens zijn op dit moment nog in ontwikkeling. Zo wordt onder andere een voorstel in consultatie gebracht voor de herziening van het stelsel van antidiscriminatievoorzieningen (ADV). De verwachting is dat deze herziening zich goed leent voor een ex ante evaluatie waaronder een Uitvoeringstoets Decentrale Overheden (UDO). Ook voor de andere wetsvoorstellen geldt dat op passende wijze een ex-ante evaluatie zal volgen.
Opvolging afgeronde beleidsdoorlichting 2024
In juni 2024 is de beleidsdoorlichting van artikel 1, Openbaar Bestuur en Democratie, van de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hoofdstuk VII), over de periode 2018 tot en met 2021, aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2023-2024, 30985, nr. 65).
De dynamische politiek-bestuurlijke context maakt het complex om beleid te toetsen op doeltreffendheid en doelmatigheid. Desalniettemin wordt in de doorlichting en in de bijbehorende reflecties van experts ook geconstateerd dat er in verschillende dossiers zeer systematisch wordt geëvalueerd, bijvoorbeeld op het terrein van verkiezingen of de besteding van gelden aan ProDemos of aan politieke partijen.
Daarbij is tevens een constatering dat met beperkte middelen essentiële taken in de instandhouding en het onderhoud van democratie en openbaar bestuur worden uitgevoerd, dat het ministerie daarbij vaak bouwt op wetenschappelijke kennis en ervaringen in andere landen en reageert op signalen uit de maatschappij. Die praktijk zal ook de komende jaren worden voortgezet.
Tegelijk experimenteert het ministerie met andere vormen van evaluatie en het bepalen van impact, bijvoorbeeld van innovatieve programma’s of daar waar met meerdere partners in het veld wordt samengewerkt. Een en ander vormt input voor de volgende periodieke rapportage, die in 2028 wordt uitgevoerd.
Op een aantal onderwerpen in de begroting vinden op dit moment geen evaluaties plaats, omdat er onlangs een evaluatie is afgerond (subsidieregeling aan beroeps- en belangenverenigingen t.b.v. de toerusting en ondersteuning van politieke ambtsdragers), omdat een nieuw wetsvoorstel in behandeling is (subsidiëring politieke partijen) of omdat een andere partij op het onderwerp in de lead is (financiële bijdrage aan DPC).
Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors
Voor 2026 is op enkele onderwerpen een nieuwe of reeds lopende evaluatie gepland die hieronder worden toegelicht.
Het nationaal burgerforum klimaat
Dit betreft een lerende evaluatie over aanpak, verloop en proces, maar ook over de betekenis van dit instrument voor het al of niet versterken van de democratie in het algemeen. De eerste rapportage verscheen in april 2026, de tweede rapportage zal verschijnen in het najaar van datzelfde jaar.
Gemeenschapsfonds
In de opzet en uitvoering van dit fonds zal worden gemonitord en geëvalueerd wat het bereik en effect is van de projecten die met de middelen uit dit fonds worden gefinancierd.
Interbestuurlijk toezicht
Voorgenomen is een evaluatieonderzoek naar de effectiviteit van het interbestuurlijk toezicht.
Programma Maatschappelijke onrust en ongenoegen
Aangezien het programma zijn afronding nadert, wordt geëvalueerd wat deze aanpak heeft opgeleverd en op welke wijze het de doelgroepen al of niet heeft kunnen ondersteunen.
Impact programma Invloed en zeggenschap
Er vindt een Social Return on Investment-analyse (SROI) plaats op de activiteiten in het programma Invloed en zeggenschap.
Monitor Integriteit en Veiligheid
In 2026 verschijnt opnieuw een editie van de monitor Integriteit en Veiligheid, die rapporteert hoe het gesteld is met de integriteit en veiligheid van decentrale politieke ambtsdragers en het beleid ter zake.
Sub-thema ‘Rechtsstaat, grondrechten en discriminatie
Het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht, waaronder het recht op vergissen en het gebruik van begrijpelijke taal door de overheid, maakt de dienstverlening van de overheid menselijker en toegankelijker. Als deze wet wordt ingevoerd zal deze na vijf jaar worden geëvalueerd na inwerkingtreding.
Het wetsvoorstel om constitutionele toetsing van wetten aan klassieke grondrechten door de rechter mogelijk te maken is 2025 in consultatie gebracht. Omdat dit een grondwetswijziging betreft ligt een reguliere evaluatie niet in de rede. Desalniettemin wordt bezien op welke manier geëvalueerd kan worden of het voorstel het beoogde doel heeft bereikt. De verwachting is dat binnen vijf jaar na inwerkingtreding deze evaluatie zal plaatsvinden.
De verwachting is dat de herziening van het stelsel van anti-discriminatievoorzieningen zich goed leent voor een ex ante evaluatie waaronder een Uitvoeringstoets Decentrale Overheden (UDO). Verder worden onder andere subsidies verleend voor deze herziening aan Discriminatie.nl. Bezien wordt hoe deze subsidies geevalueerd worden.
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotings artikel(en) |
|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage: Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving (periode 2020-2025) | Periodieke rapportage | 2026 | in uitvoering | 6.2 |
Ervaren kwaliteit dienstverlening data.overheid.nl | Ex durante | 2026 | In uitvoering | 6.2 |
Evaluatie Wet Elektronische Publicaties (WEP) | Ex durante | 2026 | In uitvoering | 6.2 |
Beleidsevaluatie Algoritmekader | Ex post | 2026 | In uitvoering | 6.2 |
Auditdienst Rijk-onderzoek vulling van het Algoritmeregister door de Rijksoverheid | Ex durante | 2026 | In uitvoering | 6.2 |
ECP Begeleidingsethieksessies | Ex durante | 2026 | Afgerond | 6.2 |
SIDN Fonds | Ex post | 2026 | Afgerond | 6.2 |
Expertisecentrum Digitalisering en Welzijn | Ex durante | 2026 | Afgerond | 6.2 |
BSN-Koppelregister - evaluatie | Ex durante | 20271 | In uitvoering | 6.2 |
Evaluatie digitale toegankelijkheid | Ex post | 2027 | Te starten | 6.2 (en 6.8) |
Proactieve dienstverlening | Ex durante | 2027 | Te starten | 6.7 (en 6.2) |
DigiD in het Buitenland - evaluatie | Ex durante | 2028 | Te starten | 6.2 |
Logius | Agentschapsdoorlichting | 2029 | Te starten | 6.2 en 6.8 |
Evaluatie Europese Digitale Identiteit | Ex post | 20302 | Te starten | 6.2 |
Overig | ||||
Rathenau Dialoogprogramma | Geannuleerd3 | 6.2 | ||
SEA-thema ‘Overheidsdienstverlening en informatiebeleid"
BZK werkt aan een samenhangende digitale overheid waarin Rijk en medeoverheden samen werken op uitstekende(digitale) dienstverlening, betrouwbare digitale toegang, standaardisatie en herbruikbare voorzieningen. BZK richt zich daarbij op de doorontwikkeling van het stelsel van digitale toegang en inlogmiddelen, de gezamenlijke architectuur en de randvoorwaarden voor veilige, begrijpelijke en toegankelijke (digitale) dienstverlening. BZK streeft naar een proactieve overheid die wordt ingericht vanuit het perspectief van burgers en ondernemers. BZK zet in op een digitale overheid die samen met medeoverheden wordt uitgevoerd, zodat publieke dienstverlening samenhangend, betrouwbaar en goed uitvoerbaar is.
Eerstvolgende periodieke rapportage
De periodieke rapportage over begrotingsartikel 6.2 wordt afgerond in 2026. De periodieke rapportage (hierna: PR) is bedoeld om meer inzicht in het beleidsthema te krijgen en verbetering van beleid en uitvoering te stimuleren. Het is een onafhankelijk syntheseonderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid in de periode 2020 tot en met 2025. Het materiaal voor het syntheseonderzoek bestaat uit alle monitoring- en evaluatieonderzoeken die tijdens de onderzoeksperiode zijn uitgevoerd. Uitkomsten van de PR kunnen worden gebruikt om bij te dragen aan de ontwikkeling van het beleidsterrein en de rol die BZK daarin heeft. In de vier tot zeven jaar na de behandeling wordt gerapporteerd over de opvolging van de aanbevelingen uit deze behandeling.
Toelichting inzichtbehoefte
Aan de hand van de resultaten van de periodieke rapportage over begrotingsartikel 6.2 wordt de inzichtbehoefte in de SEA bijgewerkt.
Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors
De PR in 2026 zal leiden tot een geactualiseerde inzichtbehoefte. Op basis hiervan wordt de SEA in 2027 bijgesteld.
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel |
|---|---|---|---|---|
Periodieke Rapportage: Identiteitsstelsel (periode 2019-2024) | Periodieke raportage | 2026 | Afgerond | 6.5 |
Periodieke Rapportage: Identiteitsstelsel (periode 2025-2029) | Periodieke raportage | 2030 | Te starten | 6.5 |
subthema Basisregistratie Personen | 6.5 | |||
Evaluatie Wet Landelijke Aanpak Adreskwaliteit | Ex post | 2026 | Te starten | 6.5 |
CBS onderzoek adreskwaliteit Basisregistratie Personen | Ex durante | 2027 | Lopend | 6.5 |
Evaluatie invoering bestuurlijke boete | Ex post | 2027 | Te starten | 6.5 |
Onderzoek naar de effecten van de invoering van de Registratie-Niet Ingezetenen | Ex post | 2027 | Te starten | 6.5 |
Onderzoek naar de effecten van de verbeteringen rond het briefadres | Ex post | 2028 | Te starten | 6.5 |
Evaluatie introductie van het burgerservicenummer in Caribisch Nederland | Ex durante / ex post | n.t.b. | Te starten | 6.5 |
subthema Reisdocumenten | ||||
Kwaliteitsonderzoek vingerafdrukken | Ex durante | 2026 | Lopend | 6.5 |
Onderzoek digitaal aanvragen reisdocumenten | Ex durante | 2026 | Te starten | 6.5 |
Monitor Identiteit | Ex durante | 2027 | Te starten | 6.5 |
Onderzoek haalbaarheid/veiligheid digitale identiteit | Ex durante | 2027 | Te starten | 6.5 |
Modernisering Afname Biometrie | Ex durante / ex post | 2028 | Te starten | 6.5 |
Verbeteren Reisdocumentenstelsel en fraudemaatregelen (nulmeting, evaluatie efficiëntie dienstverlening) | Ex durante / ex post | 2028 | Te starten | 6.5 |
Overige fraudemaatregelen (bv. verplichte VOG, functiescheiding) | Ex durante / ex post | 2028 | Te starten | 6.5 |
Onderzoek naar de staat van de informatiebeveiliging en het volwassenheidsniveau van het reisdocumentenproces | Ex durante | 2028 | Te starten | 6.5 |
Evaluatie van de verordening identiteitskaarten | Ex post | 2031 | Te starten | 6.5 |
Overig onderzoek | ||||
Rijksdienst voor Identiteitsgegevens | Agentschapsdoorlichting | 2026 | Te starten | 6.5 |
SEA-thema «Identiteitsstelsel»
Beleidstheorie SEA-thema Identiteitsstelsel
De Basisregistratie Personen (BRP) en het stelsel voor reisdocumenten vormen samen de basis van het identiteitsstelsel en zijn essentieel voor een betrouwbare, veilige en efficiënte overheidsdienstverlening. De minister van BZK is verantwoordelijk voor de centrale verstrekking van persoonsgegevens uit de BRP, de registratie van niet-ingezetenen en het faciliteren van de uitgifte van reisdocumenten (paspoorten en ID-kaarten). De samenhang tussen BRP en reisdocumenten zorgt voor consistentie, actualiteit en veiligheid van persoonsgegevens. Dit versterkt de dienstverlening en het vertrouwen in de overheid. Naast betrouwbaarheid en efficiëntie van het identiteitsstelsel is weerbaarheid een belangrijk aandachtspunt. Dit is nodig om actuele dreigingen op het gebied van cyberveiligheid en privacy (zoals datalekken) het hoofd te bieden.
BRP
De BRP waarborgt actuele, betrouwbare en uniforme persoonsgegevens voor overheden en instanties. Fouten in registraties leiden tot slechte dienstverlening, rechtsonzekerheid en identiteitsfraude. Om dit te voorkomen, worden wet- en regelgeving, beheer en monitoring/toezicht door de RvIG en bijdragen aan medeoverheden als beleidsinstrument ingezet. Dit leidt tot diverse activiteiten (throughput) zoals de verbetering van de registratie van arbeidsmigranten en de toepassing van dataminimalisatie. Andere activiteiten richten zich op kwaliteitsverbetering via de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit, de Terugmeldvoorziening (TMV) en de Permanente Monitor Dubbelinschrijving, de doorontwikkeling van de BRP, de inrichting van RNI-loketten bij een aantal gemeenten en de ontwikkeling van het BSN in Caribisch Nederland worden hiervoor uitgevoerd. Deze activiteiten leiden tot output in de vorm van registratie- en verstrekkingscijfers (briefadressen, RNI-inschrijvingen, gezagsverstrekkingen en autorisatiebesluiten), kwaliteitsprestaties (adresonderzoeken, afgehandelde terugmeldingen en positieve scores op gemeentelijke zelfevaluaties).Het uiteindelijke maatschappelijke effect (de outcome) is dat BRP-gegevens overeenkomen met de feitelijke werkelijkheid, betere dienstverlening door overheden, een betere bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers, het voorkomen van identiteitsfraude en misbruik en toegang tot overheidsdiensten van kwetsbare groepen, zoals dak- en thuislozen.
Reisdocumenten
Voor reisdocumenten is het doel dat burgers zich kunnen identificeren en vrij kunnen reizen. Reisdocumenten moeten veilig, fraudebestendig en voor iedereen toegankelijk zijn. Beleidsinstrumenten zoals leges, wet- en regelgeving, en financiële bijdragen aan de RvIG, het Centrale Meldpunt Identiteitsfraude (CMI) en aan de Schipholbalie ondersteunen dit. Activiteiten (throughput) zoals het programma Verbeteren Reisdocumenten Stelsel (VRS), het Programma Paspoort maatregelen, de operationele inzet van de Schipholbalie en het CMI dragen bij aan een robuuster stelsel. Deze activiteiten resulteren in concrete output op het gebied van documentverstrekking (paspoorten en ID-kaarten), stelselkwaliteit (positieve scores op gemeentelijke zelfevaluaties en proces- en systeemverbeteringen), het gebruik van ondersteunende registers en het aantal hulpverzoeken door het CMI. Dit realiseert als maatschappelijk effect (outcome) dat burgers zich betrouwbaar kunnen identificeren en vrijelijk naar het buitenland kunnen reizen met toegankelijke reisdocumenten, de dienstverlening aan uitgevende en controlerende instanties verbetert, de veiligheid van reisdocumenten wordt verhoogd en misbruik van persoonsgegevens effectief wordt voorkomen.
Eerstvolgende periodieke rapportage
Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een Periodieke rapportage in 2030. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2025 tot en met 2029. Dit met als doel om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2029 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag.
Toelichting inzichtbehoefte
De huidige geplande evaluaties geven een goed beeld van de verschillende ontwikkelingen binnen het beleidsthema ‘Identiteitsstelsel’. De BRP wordt op verschillende onderdelen geëvalueerd om te zien of er kwalitatieve verbeteringen of verbetering in de dienstverlening mogelijk zijn. Daarnaast zullen er na ex durante en ex poste evaluaties gepland worden voor het traject om het BSN in te voeren in Caribisch Nederland. Dit geeft gedurende het gehele beleidstraject goed inzicht in de doelmatigheid en doeltreffendheid van de beleidsinzet. Voor reisdocumenten worden onderzoeken gepland met nadruk op de betrouwbaarheid van het document in het licht van de snelle veranderingen van techniek en stijgende dreigingen.
Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors
Basisregistratie Personen
In de komende evaluatieperiode (tot 2029) onderzoeken we verschillende beleidsaanpassingen t.a.v. de Basisregistratie Personen. Zo evalueren we een aantal experimenten: registratie tijdelijke verblijfsadressen niet-ingezetenen, informeren van bewoners over inschrijvingen op het woonadres en dataminimalisatie. De aanpassing van de wet BRP voor de implementatie van de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit wordt geëvalueerd. We laten weer onderzoek uitvoeren door het CBS naar de adreskwaliteit in de BRP. Verder worden onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van de invoering van de Registratie Niet-Ingezetenen, de bestuurlijke boete en de verbeteringen t.o.v. de eerste evaluatie briefadres. In 2025 is het Burgerservicenummer in Caribisch Nederland ingevoerd en daarvoor benodigde wetgeving in werking getreden. Er wordt evaluatie ingepland. Met deze evaluaties willen we lessen trekken uit het gevoerde beleid rond de BRP, de introductie van het BSN in Caribisch Nederland en evalueren of verschillende wettelijke kaders doelmatig en doeltreffend zijn. Het evaluatieonderzoek met betrekking tot de experimenten dient daarnaast om besluiten te kunnen nemen over of en hoe de beleidswijzigingen waarmee geëxperimenteerd is en waarvoor nu tijdelijk AmvB’s («Experimentbesluiten BRP») in werking zijn, structureel in de wet gaan worden opgenomen. Om ook een oordeel te kunnen treffen over de veiligheid van de gegevens wordt tevens onderzoek gedaan naar de staat van de informatiebeveiliging van de BRP.
Reisdocumenten
Door aanpassing van de Europese verordening identiteitskaarten is de evaluatie daarvan verplaatst naar 2031. Om het beleid t.a.v. reisdocumenten te kunnen beoordelen op doeltreffendheid en doelmatigheid worden diverse onderzoeken en evaluaties in de komende evaluatieperiode (tot 2029) uitgevoerd, zoals de tweejaarlijkse Monitor Identiteit. Het kwaliteitsonderzoek naar vingerafdrukken loopt nog. Verder volgen evaluaties van de programma’s Verbeteren Reisdocumentenstelsel, Modernisering Afname Biometrie en paspoortmaatregelen (waaronder de VOG-verplichting en functiescheiding). De onderzoeken moeten bijdragen aan de beoordeling van de efficiëntie van de dienstverlening. Om de betrouwbaarheid van reisdocumenten ook in de toekomst te kunnen borgen en beoordelen wordt onderzoek gedaan naar digitale aanvraagprocessen, beveiligingsmethodieken voor digitale identiteitsmiddelen en de staat van de informatiebeveiliging.
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|
Periodieke Rapportage: Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI (periode 2022-2027) | Periodieke rapportage | 2028 | Te starten | 6.7 en 6.8 |
subthema Hoogwaardige dienstverlening één overheid | ||||
Levensgebeurtenissen | Ex durante | 2026 | Afgerond | 6.7 |
Mijn Betaaloverzicht (voorheen Vorderingenoverzicht Rijk) | Ex post | 2027 | Te starten | 6.7 |
Opschaling MijnZaken | Ex post | 2027 | Te starten | 6.7 |
Landelijke informatievoorziening | Ex post | 2027 | Te starten | 6.7 |
Evaluatie digitale toegankelijkheid | Ex post | 2027 | Te starten | 6.7 (en 6.2) |
Signaalmanagement | Ex durante | 2027 | Te starten | 6.7 |
Gebruiker centraal | Ex durante | 2027 | Te starten | 6.7 |
Proactieve dienstverlening | Ex durante | 2027 | Te starten | 6.7 (en 6.2) |
Toekomst Basisregistratie Personen (BRP) | Ex post | 2027 | Te starten | 6.7 |
Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO) | Ex durante | 2028 | Te starten | 6.7 |
subthema Generieke Digitale Infrastructuur | ||||
Evaluatie centrale financiering GDI | Ex-durante | 2026 | Te starten | 6.8 |
Evaluatie doorontwikkeling MijnOverheid | Ex-durante | 2026 | Te starten | 6.8 |
Evaluatie domein Toegang | Ex-durante | 2027 | Te starten | 6.8 |
Evaluatie beleid innovatie | Ex-durante | 20211 | Afgerond | 6.8 |
Overig | ||||
Logius | Agentschapsdoorlichting | 2029 | Te starten | 6.2 en 6.8 |
SEA-thema «Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI»
We zetten in op dienstverlening die aansluit bij de leefwereld en persoonlijke situatie van burgers en ondernemers. Zodat een goede en consistente beleving van dienstverlening vanuit de overheid ontstaat, die voldoet aan de behoeften en wensen van mensen. We zetten in op uniformering en standaardisering ten dienste van toegankelijke en logische overheidsbrede (digitale) dienstverlening. Bijvoorbeeld voor het verwerken van signalen en feedback van burgers en ondernemers.
Ook zetten wij verder in op een betrouwbare en adequate Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). De GDI bestaat uit bouwstenen in de vorm van afspraken (stelsels), standaarden en voorzieningen. Ze ondersteunen de (digitale) dienstverlening van de overheid en alle publieke dienstverleners en private organisaties met een publieke taak.
Burgers én ondernemers in 2030 ontvangen waar mogelijk proactieve dienstverlening van de overheid, ervaren dat ze makkelijk ingang en toegang hebben tot de dienstverlening en beleven de overheid als een samenwerkend geheel:
– We zetten met onze overheidsbrede portalen in op één samenhangende online wegwijzer in het overheidslandschap.
– Burgers en ondernemers hebben toegang tot de Digitale Overheid via publieke én private inlogmiddelen en wallets, ook als vertegenwoordiger.
– Alle overheidslagen maken gebruik van gestandaardiseerde generieke voorzieningen.
– Ook specifieke voorzieningen voldoen aan verplichte standaarden zodat organisaties gegevens uit kunnen wisselen en beschikbaar kunnen stellen.
– Deze voorzieningen zijn zo veel mogelijk open source en draaien op een gemeenschappelijke infrastructuur in datacentra van en voor de overheid aangevuld met private clouddienstverlening.
Eerstvolgende periodieke rapportage
Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een Periodieke rapportage in 2028. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2022 tot en met 2027. Dit met als doel om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2027 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag.
Toelichting inzichtbehoefte
De evaluatieagenda voor de PR van 2028 richt zich voor het subthema Hoogwaardige dienstverlening één overheid op het beleid waarin de burger en ondernemer, ofwel de gebruiker, centraal staat. Dit komt onder andere terug in de kennisbehoefte om het beleid rondom levensgebeurtenissen te evalueren, op het beleid rondom de signalen die we als overheid vanuit verschillende hoeken van burgers en ondernemers krijgen. Ook richt het zich op de fysieke loketten en de Informatiepunten Digitale Overheid.
De focus op het subthema GDI draait voornamelijk om de financiering van de GDI en enkele strategische dossiers. Hiermee krijgen we inzicht in de doelmatigheid en doeltreffendheid van een belangrijk onderdeel van de digitale overheid: de Generieke digitale infrastructuur. Aanvullend is er de komende jaren behoefte aan inzicht in een paar dossiers, vanwege een veranderende werkwijze en geplande doorontwikkelingen.
De komende PR richt zich minder op bijdragen aan de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland, de Kamer van Koophandel en enkele kleinere dossiers. Deze dossiers hebben een beperkte financiële impact, of er zijn minder beleidsontwikkelingen waardoor de kennisbehoefte niet is gewijzigd.
Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors
Over de gehele breedte geven de eerder uitgevoerde onderzoeken (zoals opgenomen in het Jaarverslag) en de al eerder geplande monitors/evaluaties op het subthema «Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI» een goed beeld van onze doelstellingen. Er zijn in deze SEA geen nieuwe onderzoeken toegevoegd.
SEA-thema: Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (Periodieke Rapportage in 2029) | ||||
|---|---|---|---|---|
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotings artikel(en) |
Syntheseonderzoeken op basis van afgeronde deel(evaluatie)onderzoeken | ||||
Periodieke Rapportage: Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid | Afronding in 2029 | |||
Deel(evaluatie)onderzoeken | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) |
Rijk als werkgever | ||||
Bestedingsplan Leiderschap, diversiteit en inclusiviteit (POK-middelen) | Ex post | 2025 | Lopend | 7 |
Evaluatie impact Staat van de Uitvoering 2022-2025 | Ex post | 2026 | Te starten | 7 |
Wet Normering Topinkomens | Ex post | 2026 | Te starten | 7 |
Evaluatie psychosociale ondersteuning klokkenluiders door Slachtofferhulp Nederland | Ex durante | 2026 | Te starten | 7 |
Rechtsbijstand en mediation voor klokkenluiders via Raad voor de Rechtsbijstand | Ex durante | 2026 | Te starten | 7 |
Wet bescherming klokkenluiders | Ex post | 2026 | Te starten | 7 |
Evaluatie leiderschapsontwikkeling | Ex durante | 2028 | Te starten | 7 |
Monitor interne meldregelingen Wet bescherming klokkenluiders | Ex durante | 2024, 2026, 2028 | Te starten | 7 |
Informatievoorziening Rijk | ||||
CIO Stelsel Rijksdienst 2026/207 | Ex durante | 2028 | Te starten | 7 |
0-meting duurzaamheid ODC | ex ante | 2026 | Afgerond | 7 |
Organisatie Rijksoverheid en bedrijfsvoering | ||||
Evaluatie impact Ambtelijk vakmanschap (POK-middelen) | Ex durante | 2026 | Te starten | 7 |
Huisvesting en faciliteiten | ||||
Rapportage Rijkshuisvestingsstelsels | Ex durante | 2026 | Afgerond | 7 |
Subsidieregeling Center for People and Buildings | Ex post | n.t.b. | Te starten | 7 |
Rijksinkoop | ||||
Evaluatie Uitvoeringsagenda ISV | Ex post | 2025 | Afgerond | 7 |
Onderzoek externe Auditdiensten ISV | Ex post | 2025 | Afgerond | 7 |
Regie op de Monitoring MVOI fase 2 en 3 | Ex post | 2026 | Lopend | 7 |
Overig onderzoek | ||||
Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk | Ex durante | jaarlijks | Lopend | 7 |
SSC-ICT | Agentschapsdoorlichting | 2025 | Lopend | 7 |
FM Haaglanden | Agentschapsdoorlichting | 2026 | Te starten | 7 |
Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek | Agentschapsdoorlichting | 2028 | Te starten | 7 |
O&P Rijk | Agentschapsdoorlichting | 2027 | Te starten | 7 |
Huis voor Klokkenluiders | ZBO evaluatie | 2026 | Te starten | 7 |
Werk aan Uitvoering | Syntheseonderzoek | 2030 | Te starten | 7 |
Deelname aan wetenschappelijk onderzoeksprogramma Werk in Transitie van het CfPB | Ex durante | 2029 | Te starten | 7 |
SEA-thema ‘Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid»
Beleidstheorie SEA-thema Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) streeft naar een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en haar maatschappelijke taken optimaal uitvoert. Dit gebeurt door het creëren van randvoorwaarden voor het optimaal en duurzaam functioneren van overheidsorganisaties en in het bijzonder voor een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering. De minister van BZK draagt hieraan data gedreven bij in een regisserende en coördinerende rol, respectievelijk op het terrein van collectieve arbeidsvoorwaarden, personeelsbeleid Rijk, de organisatie en bedrijfsvoering van het Rijk, waaronder de informatiehuishouding, een kaderstellende rol op ICT, huisvesting, inkoop en faciliteiten en Management Development. De rijksbrede bedrijfsvoering betreft de niet-financiële bedrijfsvoering, bedoeld om alle ruim 165.000 rijksambtenaren in staat te stellen samen aan de Rijksopgaven te werken – teneinde maatschappelijke opgaven te realiseren.
In een recent afgeronde Periodieke Rapportage over dit artikel is de beleidstheorie nader gespecificeerd in de vorm van vijf onderliggende beleidsthema's die onder dit artikel vallen (Kamerstukken II 2024/25, 30985, nr. 67):
Subthema: «Rijk als Werkgever»
Het strategisch personeels- en organisatie beleid draagt bij aan een goed functionerende rijksdienst. Hiervoor wordt beoogd een P&O beleid te voeren wat hier de kaders voor schept, met daarbij passende flexibele arbeidsvoorwaarden. Een veilige en gezonde werkomgeving met een open, inclusieve en integere cultuur, staat hierbij voorop. Voor een diversiteit aan huidige en toekomstige medewerkers.
De hoeveelheid werk binnen dit subthema bestaat uit een aantal belangrijke elementen. Financieel gezien gaat het om regelingen zoals subsidies en pensioenen die het personeel direct of indirect ondersteunen. Op het gebied van wet- en regelgeving is de Wet normering topinkomens (WNT) relevant. Daarnaast zijn er binnen de organisatie voorzieningen getroffen om gezond en veilig werken te bevorderen en is er een infrastructuur aanwezig die het integriteitsbeleid ondersteunt. Ook zijn er normenkaders van toepassing, waaronder het Kader uniforme basiseisen voor vertrouwenspersonen en de gedragscode integriteit Rijk, die richting geven aan gewenst gedrag en integriteit op de werkvloer. Tot slot zijn er specifieke regelingen getroffen zoals de klachtenregeling ongewenste omgangsvormen en een klachtencommissie, waarmee medewerkers in een veilige omgeving hun zorgen kunnen uiten en incidenten kunnen melden.
Beoogde resultaat binnen het thema richten zich op zowel meetbare resultaten als bredere maatschappelijke effecten. Op financieel vlak gaat het onder meer om het realiseren van jaarlijkse streefwaarden voor het aantal deelnemers aan activiteiten en trainingen in het kader van de European Institute of Public Administration subsidie. Voor de Wet normering topinkomens wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk tegengaan van bovenmatige bezoldigingen en ontslagvergoedingen in de publieke en semipublieke sector en het openbaar maken van de bezoldigingsgegevens. Daarnaast staat de ontwikkeling van overheidsmedewerkers centraal: zij worden ondersteund in het versterken van hun kennis, vaardigheden en competenties. Dit draagt bij aan goed werkgeverschap en aan de kwaliteit en wendbaarheid van overheidsorganisaties als geheel.
Subthema «Informatievoorziening Rijk»
Digitalisering biedt overheidsorganisaties kansen om effectiever te functioneren. Het beleid is erop gericht die kansen op een efficiënte en verantwoorde manier voor de rijksdienst te verzilveren. Onder meer met investeringen in de informatiehuishouding, het stellen en het op orde hebben van digitale randvoorwaarden en het verbeteren van transparantie en openheid van de overheid.
Onderdeel van de throughput binnen dit thema is dat er wordt gewerkt aan de ontwikkeling en uitvoering van strategieën en plannen die als doel hebben de informatiehuishouding te verbeteren, op orde te brengen en klaar te maken voor de toekomst. Tevens is er inzet op de verbetering van de uitvoering en uitvoerbaarheid van de Wet open overheid. Dit om de transparantie en publieke verantwoording te versterken. De aanstelling van het onafhankelijk Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding en de actieve openbaarmaking van voorstellen, standpunten en adviezen van ambtenaren dragen verder bij aan een open, controleerbare overheid. Onderdeel van de output is de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie, het afhandelen van Woo-verzoeken en de beschikbaarheid van contactpersonen voor overheidsinformatie, die burgers helpen bij hun informatievragen.
Het uitgangspunt is samenwerken en organiseren; we bundelen de krachten en kennis en werken uniform. Decentrale output bestaat uit rijksbrede kaders, werkzaamheden en voorzieningen voor het gebruik van ICT (zoals AI, algoritmen en informatiesystemen) in de bedrijfsvoering én het primaire proces. Een belangrijk deel daarvan gaat over informatieveiligheid om te zorgen voor een digitaal weerbare rijksdienst. Ook worden opleidingen ontwikkeld en centraal aangeboden om de kennis en kunde over digitalisering te verbeteren. Een van de rijksbrede voorzieningen is het Rijks ICT-dashboard.
Subthema «Organisatie»
Doel van beleid richt zich op de rijksbrede eenheid, kwaliteit en efficiëntie van de niet-financiële bedrijfsvoering van de rijksdienst.
De inzet is gericht op de de rijksbrede bedrijfsvoering, uitgezonderd het financieel beleid. Dit omvat het vaststellen van kaders ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit en de efficiëntie van de bedrijfsvoering. Daarnaast worden ondersteunende diensten aangewezen die, ten behoeve van alle of een deel van de ministeries, door een onderdeel van een van de ministeries zullen worden uitgevoerd.
De resultaten zijn dat generieke bedrijfsvoeringstaken worden ondergebracht bij shared serviceorganisaties (SSO’s), concerndienstverleners (CDV’s) of andere ondersteunende bedrijfsvoering organisaties, waarmee efficiency en specialisatie worden bevorderd. Gezorgd wordt dat via de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk (ICBR) richting wordt gegeven aan de gezamenlijke sturing op bedrijfsvoering van de ministeries.
De toenemende samenwerking, harmonisatie en standaardisatie binnen de (geheel of gedeeltelijk) generieke bedrijfsvoering beoogt naast meer efficiëntie en een afname van kosten ook een vergroting van het aanpassingsvermogen (wendbaarheid) van de rijksdienst als geheel.
Subthema «Huisvesting en faciliteiten»
Het Rijkshuisvestingsstelsel (RHS) draagt bij aan een goed functioneren van de rijksdienst, draagt bij aan aantrekkelijke werkgeverschap en biedt een passende, prettige en veilige werkomgeving. Medewerkers moeten worden ondersteund in hun werk aan maatschappelijke opgaven, zichtbaar voor burgers, waarbij samenwerking wordt ondersteund, ook in en met de regio. Continuïteit en financiële houdbaarheid van het stelsel staan centraal.
De throughput omvat het centraal aansturen door masterplannen voor rijkskantoorhuisvesting, met een focus op het afstoten van inefficiënte panden. Daarnaast worden kaders en zoveel mogelijk gestandaardiseerde dienstverlening geboden voor hybride werken evenals wetenschappelijke kennisopbouw, gerealiseerd door de subsidie aan het Center for People and Buildings.
De output binnen dit thema bestaat uit zo min mogelijk leegstand, minder m2, een verbeterde toegankelijkheid van gebouwen en voldoen aan wettelijk vastgelegde duurzaamheid. De beoogde outcome is een verbetering van de kwaliteit van de rijkshuisvesting en facilitaire dienstverlening, bijdragend een goedwerkende, efficiëntie en doelmatigheid overheid met een sterk imago.
Subthema «Rijksinkoop»
Het inkoopbeleid van de rijksoverheid ligt vast in de rijksinkoopstrategie Inkopen met Impact die in 2019 aan de Kamer is gezonden. De rijksinkoopstrategie wordt momenteel geactualiseerd.
Het inkoopstelsel wordt verbeterd door processen, systemen en verantwoordelijkheden te vereenvoudigen en minder gefragmenteerd te maken. Dit vraagt om een herziening van de wijze waarop wordt ingekocht over de grenzen van de departementen heen. Daarnaast wordt concentratie van strategische inkoopuitvoering en vereenvoudiging van administratieve processen onderzocht, inclusief de Rijksinkooparchitectuur.
De beoogde outcome van dit thema is de verbetering, verduurzaming en weerbaarheid van de bedrijfsvoering. Ook stimuleert het de ontwikkeling en innovatie van het digitale inkooplandschap.
Vorige periodieke rapportage
In 2025 heeft de Tweede Kamer een Periodieke Rapportage over dit thema ontvangen (Kamerstuk 30985, nr. 67). Deze had betrekking op de beleidsperiode 2019-2023. Jaarlijks wordt de Tweede Kamer geinformeerd over de voortgang op de aanbevelingen uit dit onderzoek. (Zie Kamerstuk 30985, nr. 69).
Volgende periodieke rapportage
Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een volgende Periodieke rapportage in 2029 over de beleidsperiode 2024-2028.
Toelichting nieuw opgenomen evaluaties/monitors
De nieuw opgenomen onderzoeken worden hieronder toegelicht.
Thema 1: Rijk als werkgever
Evaluatie leiderschapsontwikkeling
Om inzicht te krijgen in de mate waarin de inzet op leiderschapsontwikkeling binnen DGABD blijft aansluiten bij de opgaven van de Rijksdienst en de behoeften van de deelnemers, wordt een evaluatie uitgevoerd naar deze inzet. De evaluatie moet aanknopingspunten bieden voor verdere doorontwikkeling en inzicht geven in de doelmatigheid en/of doeltreffendheid ervan.
Thema 2: Informatievoorziening Rijk
CIO Stelsel Rijksdienst
In 2026 is het herziende besluit CIO Stelsel Rijksdienst inwerking getreden. Conform besluit wordt het CIO Stelsel periodiek geëvalueerd. De eerstvolgende evaluatie staat gepland voor 2028 om organisaties voldoende tijd te geven om het hernieuwde besluit door te voeren. Het doel van de evaluatie is om de volwassenheid van het CIO Stelsel te meten en de naleving van de afspraken in het besluit CIO Stelsel te toetsen.
Overig onderzoek
Werk aan Uitvoering
Dit specifieke onderzoek richt zich op de Werk aan Uitvoering (WaU) middelen. Deze zijn toegekend over de periode 2022-2031 en hebben doel de publieke dienstverlening duurzaam te verbeteren. In het onderzoek wordt onder andere gekeken naar het effect van de bestede WaU-middelen met als doel te komen tot de verdeling van de structurele middelen. De komende jaren wordt gewerkt aan een manier om dit onderzoek vorm te geven.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel |
|---|---|---|---|---|
Periodieke Rapportage: Slavernijverleden (periode 2023-2029) | Periodieke rapportage | 2030 | Te starten | 14 |
subthema Subsidieregelingen voor maatschappelijke initiatieven | ||||
Tussenevalutie regeling Europees Nederland | Ex durante | 2027 | Lopend | 14 |
Evaluatie regeling Europees Nederland | Ex post | 2029 | Te starten | 14 |
subthema Herdenkingscomité Slavernijverleden | ||||
Besturingsmodel en voortgang doelstellngen | Ex durante | 2026 | Te starten | 14 |
subthema Praktijkgericht onderzoeksprogramma Slavernijverleden | ||||
Evaluatie Praktijkgericht onderzoeksprogramma Slavernijverleden (subsidieregeling) | n.t.b. | n.t.b. | Te starten | 14 |
SEA-thema «Slavernijverleden»
Aan de excuses van de regering aangeboden voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden, zijn maatregelen verbonden die gericht zijn op kennis en bewustwording, erkenning en herdenken en de doorwerking en verwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden.
Eerstvolgende periodieke rapportage
Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een Periodieke rapportage in 2030. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2023 tot en met 2029. Dit met als doel om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2029 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag 2025.
Toelichting inzichtsbehoefte
De verschillende onderdelen van dit thema worden geëvalueerd en betrokken bij de PR in 2030. Daarbij zal de ervaring van de doelgroep met het beleid bijzondere aandacht krijgen.
Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors
Regeling voor maatschappelijke initiatieven (Europees Nederland)
Op 1 juli 2025 zijn de regelingen voor Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk in werking getreden. De unit Uitvoering Van Beleid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de uitvoerder voor zowel de regeling van Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Sinds de openstelling van de regeling in augustus 2025 zijn inmiddels alle categorieën eenmaal opengesteld. Het aantal aanvragen voor categorie 1 was 127, waarvan 17 afgewezen en 110 verleend. De tweede categorie is nog in de afrondende fase en de categorieën 3 en 4 zijn ruimschoots overvraagd.
In 2026 wordt de regeling geëvalueerd. Indien dit leidt tot een wijziging van de regeling wordt dit voor de openstelling van het volgende tijdvak in april 2027 doorgevoerd.
Herdenkingscomité Slavernijverleden
Op 6 januari 2026 is de stichting Herdenkingscomité Slavernijverleden (HC) opgericht, waarvoor structureel € 8 miljoen beschikbaar is. Het HC organiseert onder andere de Nationale Herdenking en bevordert het maatschappelijk bewustzijn over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan binnen het Koninkrijk en Suriname (indien gewenst). De werkorganisatie van het HC opereert zowel in Europees Nederland als het Caribisch deel van het Koninkrijk. In 2027 vindt een officiële evaluatie plaats van het HC.
Praktijkgericht onderzoeksprogramma Slavernijverleden
In samenwerking met regieorgaan SIA (onderdeel NWO) en de nazaten van tot slaafgemaakten zijn wij in 2025 bezig geweest met het vormgeven van een onderzoeksubsidie van 1.4 miljoen vanuit de beleidsintensiveringen van Europees Nederland. De subsidie wordt nog opgezet en heeft als doel dat onderwijsinstellingen op laagdrempelige wijze praktijkgericht onderzoek kunnen opzetten in 2027. Er wordt nog bepaald wanneer en op welke wijze evaluatie hiervan zal plaatsvinden.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel |
|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage: Een veilig Groningen met perspectief (periode 2023 ‒ 2029) | Periodieke rapportage | 2030 | Te starten | 15 |
subthema Schadeafhandeling en versterking | ||||
Evaluatie versterkingsoperatie, afgebakend op taken NCG (onderdeel Staat van Groningen en Noord-Drenthe) | Ex post | 2029 | Te starten | 15 |
Evaluatie Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) | Ex post | 2026 | 15 | |
subthema Een veilig Groningen met perspectief | ||||
Evaluatie economische agenda (onderdeel Staat van Groningen en Noord-Drenthe) | Ex post | 2029 | Te starten | 15 |
Evaluatie Subsidieregeling Woningverbetering & Verduurzaming (bestuurlijke afspraken) | Ex post | 20271 | Te starten | 15 |
Overig | ||||
Staat van Groningen & Noord-Drenthe (jaarlijks) | Ex durante | jaarlijks | Gestart | 15 |
SEA-thema 'Een veilig Groningen met perspectief"
Het kabinet werkt aan het oplossen van de gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld en het inlossen van de ereschuld aan bewoners die te lang onevenredig hiervan de lasten hebben gedragen. Concreet gaat het om het herstellen van schades en om het versterken van gebouwen, en om een generatielange investeringen in verduurzaming, sociaal welzijn en economische ontwikkeling. Het doel van het beleid is dat inwoners een veilig, hersteld en verduurzaamd huis krijgen. Verder draagt het kabinet zorg voor het bevorderen van de brede welvaart in de gemeenten in de provincie Groningen, de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo zodat de brede welvaart uiterlijk in 2055 tenminste het landelijk gemiddelde bereikt.
Eerstvolgende periodieke rapportage
Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een periodieke rapportage in 2030. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2023 tot en met 2029. De jaarlijkse Staat van Groningen & Noord-Drenthe vormt hiervoor de basis. Het doel is om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2029 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen, en worden ook jaarlijks opgenomen in de Staat van Groningen & Noord-Drenthe. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag 2025.
Inzichtsbehoefte
De Staat van Groningen en Noord-Drenthe (SvGND) bevat een jaarlijks, samenhangend beeld van, en onafhankelijk oordeel over, alle beschikbare informatie en onderzoeken over hoe het gaat met het herstel, de veiligheid en de (brede) welvaart in het gebied dat heeft geleden onder de gaswinning uit het Groningenveld. De SvGND wordt door een onafhankelijke partij samengesteld. De SvGND draagt bij aan de informatievoorziening van bewoners, bestuurders, volksvertegenwoordigers en andere betrokkenen, en maakt tijdige signalering van knelpunten en bijsturing van het beleid mogelijk. Binnen dit SEA-thema wordt waar nodig tijdig aangestuurd op het beschikbaar komen van onderzoek en evaluaties die bijdragen aan een compleet beeld van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid.
Met de Staat van Groningen en Noord-Drenthe verschijnt jaarlijks een brede monitor van de output, outcome en impact van alle onderdelen van het beleid ten aanzien van het herstellen van de gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld en de generatielange investeringen in verduurzaming, sociaal welzijn en economische ontwikkeling. De onderliggende beleidstheorie is beschreven in de editie van 2026, die ook als nulmeting fungeert voor de geselecteerde indicatoren op het gebied van brede welvaart (TK, 35561, 77).
In 2027 wordt met experts en betrokken partijen verkend wat er nodig is om, in aanvulling op de SvGND, te komen tot een periodieke rapportage van artikel 15 conform de RPE. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in de komende SEA (begrotingsjaar 2028).
Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors
Subthema Schadeafhandeling en versterking
NCG
De diepteanalyses van NCG geven inzicht in het verwachte verloop van de resterende versterkingsopgave, de belangrijkste risico's en onzekerheden en de maatregelen die kunnen bijdragen aan het gewenste tempo en een zorgvuldige uitvoering.
Een belangrijk onderdeel van de evaluatie op het functioneren van NCG is het monitoren van de bewonerstevredenheid. Dat gebeurt door NCG zelf, en door derden zoals het Gronings Gasberaad. NCG zet hierbij stappen naar kort-cyclisch meten van bewonerstevredenheid. Daarnaast heeft het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) onafhankelijk onderzoek gedaan naar de kwaliteitsborging ivan de seismisch constructieve veiligheid in de versterkingsopgave (24 februari 2026). Op basis daarvan heeft NCG een verbeterplan in gang gezet.
Verder heeft het onafhankelijke Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) haar onderzoek naar de kwaliteit van beoordelingsrapporten in juni 2026 afgerond. ACVG adviseert over betrouwbaarheid en vertrouwen in veiligheidsbeoordelingen. Het advies is opgesteld op verzoek van mijn ministerie naar aanleiding van aanhoudende zorgen van bewoners, belangenorganisaties, gemeenten en deskundigen over de kwaliteit van beoordelingsrapporten. Het kabinet zal opvolging geven aan de adviezen van het ACVG en heeft een doorlichting aangekondigd. Deze doorlichting richt zich op de inrichting en aansturing van de uitvoeringsorganisatie binnen het bredere stelsel van Rijk, regio en ketenpartners. In deze doorlichting zal het continue aandachtspunt zijn in hoeverre de bewoner geholpen wordt.
IMG
IMG monitort het vertrouwen van bewoners in de schadeafhandeling via een eigen monitor, de Bouwen aan Herstel Monitor. Er wordt halfjaarlijks gerapporteerd. Verder meet IMG de tevredenheid van aanvragers over specifieke aspecten van de dienstverlening, bijvoorbeeld het bewonerscontact door bewonersbegeleiders. Op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt elke vijf jaar verslag gedaan aan de kamers der Staten-Generaal over de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van IMG. Eind 2026 verschijnt het eerstvolgende rapport. Tot slot wordt jaarlijks in de Staat van Groningen & Noord-Drenthe een analyse gegeven van alle beschikbare data en onderzoeken uit het voorgaande kalenderjaar. Hierbij wordt het IMG onder andere beoordeeld op de mate waarin de schadeafhandeling mild, makkelijk en menselijk verloopt.
Subthema Een perspectief voor de regio
Nationaal Programma Groningen
De tussenevaluatie (2026) van het Nationaal Programma Groningen (NPG) laat zien dat het programma heeft bijgedragen aan regionale samenwerking, de realisatie van projecten en het aantrekken van aanvullende investeringen. Tegelijkertijd blijft de structurele impact op programmaniveau achter bij de oorspronkelijke ambities; ondanks positieve ontwikkelingen in brede welvaart is nog geen duidelijke inhaalslag zichtbaar ten opzichte van vergelijkbare regio’s. De evaluatie adviseert meer sturing op samenhang, investeringsstrategie, uitvoeringskracht en lerend vermogen. Het kabinet en de regionale partners nemen deze aanbevelingen mee in de verdere uitvoering van het NPG en in de inrichting van de Economische en Sociale Agenda van Nij Begun. Het doel van de Economische en Sociale Agenda is om structureel bij te dragen aan brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe door langdurige samenwerking en investeringen.
Economische Agenda
Het eerste Meerjarig Uitvoeringsplan (MUP) van de Economische Agenda loopt van 2026-2028. Gekozen is voor financiering aan de hand van een decentralisatie uitkering (DU). Parallel aan de looptijd van het MUP wordt zowel de financierings- als de uitvoeringssystematiek geëvalueerd. In de uitvoeringsstructuur werken Rijk, provincies en gemeenten samen in een Gemeenschappelijke Regeling (waarbij de oprichting van een Stichting nog wordt verkend) en deze interbestuurlijke samenwerking zal onderwerp zijn van evaluatie.
Sociale Agenda
De Sociale Agenda is vastgesteld in januari 2025 en bestaat uit 16 concrete maatregelen die een bijdrage leveren aan het leven van inwoners op het gebied van het verbeteren van leefbaarheid, kansen voor kinderen en (mentale) gezondheid en het verminderen van armoede. De uitvoering van de agenda startte in september 2025. Parallel aan de uitvoering van de 16 maatregelen zal ook de monitoring in gang worden gezet.
Bijlage 5: Overzicht Rijksuitgaven Wind in de Zeilen
In 2020 is tussen de Zeeuwse partijen en het kabinet het pakket Wind in de Zeilen ofwel het bestuursakkoord Compensatiepakket marinierskazerne tot stand gekomen (Kamerstukken II 2019/20, 33358, nr. 28). Dit pakket heeft een omvang van circa € 651,9 mln. voor de periode van 2020 tot en met 2030. In het bestuursakkoord is in artikel 2.10 afgesproken dat de rijksbijdrage aan de afgesproken maatregelen inzichtelijk wordt gemaakt in een overzicht bij de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII). Met het opnemen van de bedragen in de begroting zijn deze geoormerkt voor dit doel.
Dit overzicht is opgesteld op basis van de verstrekte informatie van de betreffende departementen.
Overzicht Rijksuitgaven pakket «Wind in de Zeilen» | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
bedragen x € 1.000 | ||||||||||
Omschrijving | Begroting | Artikel | Instrument | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
Totaal | 15.873 | 16.481 | 19.942 | 20.818 | 16.387 | 69.074 | 69.678 | |||
1. Law Delta | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 57.870 | 57.870 | |||
Extra beveiligde inrichting (EBI) | JenV (VI) | 34. Straffen en Beschermen | Bijdrage aan agentschappen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 52.000 | 52.000 |
Hoogbeveiligde Zittingslocatie (HBZ) | JenV (VI) | 32. Rechtspleging en rechtsbijstand | Bijdrage aan medeoverheden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.760 | 3.760 |
Beveiligde overnachtingslocatie | JenV (VI) | 32. Rechtspleging en rechtsbijstand | Bijdrage aan medeoverheden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 110 | 110 |
Strategisch Kenniscentrum | JenV (VI) | 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding | Bijdrage aan medeoverheden | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 |
2. Bereikbaarheid | 0 | 0 | 2.522 | 5.000 | 2.000 | 0 | 0 | |||
Aanpassing dienstregeling NS | IenW (MF) | 11. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte | Reserveringen (Pakket Zeeland) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Verbetering bereikbaarheid | IenW (MF) | 11. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte | Reserveringen (Pakket Zeeland) | 0 | 0 | 2.522 | 5.000 | 2.000 | 0 | 0 |
Rail Gent - Terneuzen | IenW (MF) | 11. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte | Reserveringen (Pakket Zeeland) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
3. Delta Kenniscentrum | 8.198 | 10.581 | 11.520 | 9.293 | 8.487 | 7.304 | 7.908 | |||
Delta Kenniscentrum | OCW (VIII)/LVVN (XIV) | 16. Onderzoek en Wetenschapsbeleid | Subsidies (regelingen) | 8.198 | 10.581 | 11.520 | 9.293 | 8.487 | 7.304 | 7.908 |
4. Eerstelijnszorg | 4.425 | 3.900 | 3.900 | 4.525 | 3.900 | 3.900 | 3.900 | |||
Huisartsen / Physical Assistant | VWS (XVI) | 4. Zorgbreed beleid | Subsidies (regelingen) | 3.800 | 3.900 | 3.900 | 3.900 | 3.900 | 3.900 | 3.900 |
Gezondheidscentrum Vlissingen/Walcheren | VWS (XVI) | 3. Langdurige zorg en ondersteuning | Subsidies (regelingen) | 625 | 0 | 0 | 625 | 0 | 0 | 0 |
11. Ontvlechten Evides en PZEM | 1.250 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||
Evides | BZK (VII) | 1. Openbaar bestuur en democratie | Bijdrage aan medeoverheden | 1.250 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
1. Law Delta (JenV)
Justitieel complex Vlissingen
Extra beveiligde inrichting (EBI)
De huidige behoefte aan capaciteit voor bijzondere regimes binnen de penitentiaire inrichtingen is nog niet bereikt maar loopt wel tegen het maximum aan. De extra beveiligde inrichting (EBI) in Vught raakt voller en spreiding van deze categorie gedetineerden over meerdere inrichtingen is op dit beveiligingsniveau niet mogelijk. Met een tweede EBI ontstaat ruimte om gedetineerden die voor dit regime in aanmerking komen te kunnen scheiden van elkaar. Deze spreiding is nodig om voortgezet crimineel handelen in detentie (vchd) en ondermijnende criminaliteit te kunnen voorkomen en bestrijden. De penitentiaire inrichting Vlissingen zal niet alleen een EBI huisvesten. Dit heeft te maken met doelmatigheidsredenen zoals een efficiënteinzet van personeel en voorzieningen en vanwege de mogelijkheid om te kunnen op- en afschalen tussen de verschillende regimes. Daarnaast is er behoefte aan cellen die qua beveiligingsniveau tussen een EBI en een reguliere cel liggen. Daarom komen er naast een EBI ook 192 andere plaatsen, mogelijk in de vorm van vier multi-inzetbare gevangenisunits met 48 plaatsen. De ingebruikname van het JCV staat thans gepland voor medio 2030 (zie ook Kamerbrief d.d 9 november 2023). De financiële reeks in bovenstaand overzicht is op nul gesteld voor de jaren tot en met 2029, omdat de oplevering in 2030 plaatsvindt.
Hoogbeveiligde Zittingslocatie (HBZ)
Om in de toekomst nieuwe strafzaken te kunnen faciliteren waarbij zware veiligheidsmaatregelen nodig zijn, is meer extra beveiligde zittings capaciteit noodzakelijk. De nieuwe hoogbeveiligde zittingslocatie is een landelijke voorziening die zich primair richt op parketten en rechtbanken ten zuiden van de grote rivieren. Door het combineren van een gevangenis en een zittingslocatie in een hoogbeveiligde omgeving ontstaat een voor Nederland nieuw concept. Hierdoor kan een deel van deze zware vlucht gevaarlijke criminelen in één veilige omgeving worden gedetineerd en berecht. De financiële reeks in bovenstaand overzicht is op nul gesteld voor de jaren tot en met 2029, omdat de oplevering in 2030 plaatsvindt.
Beveiligde overnachtingslocatie
Advocaten, rechters en officieren van justitie moeten hun werk veilig kunnen doen. Bij zaken die worden behandeld in de hoogbeveiligde zittings locatie zal het ook vaker voorkomen dat rechters, officieren van justitie en advocaten worden beveiligd. Daarom komt op het Justitieel Complex Vlissingen ook een beveiligde voorziening waarin zij tijdens (meerdaagse) zittingen kunnen werken en overnachten. Dit scheelt reistijd en vermindert het risico tijdens vervoersbewegingen. De financiële reeks in bovenstaand overzicht is op nul gesteld voor de jaren tot en met 2029 omdat de oplevering in 2030 plaatsvindt.
Overig Lawdelta
Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit (SKC-OC)
Het Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit heeft als doel het verkrijgen van een integraal, gezaghebbend strategisch beeld, dat inzicht geeft in de aard, omvang, trends en ontwikkelingen in fenomenen van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Voor het opstellen van dit strategisch beeld wordt geabstraheerde informatie gebruikt van opsporings-, handhavings- en toezichtdiensten en uit lokale, regionale, nationale en internationale informatiebronnen. Volledigheidshalve kan gemeld worden dat de in dit overzicht opgenomen structurele bedrag van € 2 mln. slechts een deel betreft van de totale begroting voor het SKC.
2. Bereikbaar (IenW)
Het totale budget binnen Fiche F1 Verbeteren Bereikbaarheid betreft € 62,2 mln. inclusief btw. Het grootste deel van dit budget wordt na 2031 ingezet en is dus niet opgenomen in de begroting voor HXII (zie onderstaande tabel).
Aanpassing dienstregeling NS
Om NS te compenseren voor het aanbieden van de extra en versnelde (3e) trein, is € 4,5 mln. jaarlijks structureel vrijgemaakt vanuit het maatregelenpakket. Deze reeks is toegevoegd aan de subsidie die NS ontvangt voor de uitvoering van de hoofdrailnetconcessie. Daarom is voor de concessieperiode 2025-2033 € 40,5 mln. overgeboekt vanuit programma Wind in de Zeilen naar de beleidsbegroting HXII, waar deze uitgaven verantwoord zullen worden.
Door het verschuiven van de directe HSL-verbinding naar stap 3 (4e trein) valt er € 6 mln. vrij. Hieruit is € 0,4 mln. beschikbaar gesteld voor de exploitatie van de doorgekoppelde sprinter vanuit Vlissingen over de IJssellijn richting Zwolle van eind 2025 tot minimaal eind 2028. De overige € 5,6 mln. blijft beschikbaar voor besluitvorming mobiliteitsontwikkeling op de middellange termijn. De regio zal samen met IenW en BZK tot een voorstel komen in lijn met de doelstelling van het fiche F1.
Verbetering bereikbaarheid
1. Infrastructurele maatregelen om aanpassingen dienstregeling NS mogelijk te maken (Fiche F1 stap 1):Incidenteel is € 45 mln. inclusief btw beschikbaar voor de benodigde infrastructurele maatregelen. Voor het eerste gedeelte van stap 1 verwacht ProRail nu € 9,6 mln. inclusief btw nodig te hebben. Met dit geld worden maatregelen aan de veertien kleinere overwegen op de Zeeuwse lijn en studiekosten voor de saneringen van de twee overwegen bij Goes en Roosendaal betaald. De beschikking voor de verkenningsfase te Goes betreft € 3,4,- mln. inclusief btw en wordt naar verwachting in 2026 aan ProRail beschikt. De aanvullende beschikking aan ProRail voor projectonderdeel 1 (verbetering van veertien overwegen) à € 0,8 mln. inclusief btw is inmiddels verleend.
2. Onderzoek stap 3 (4e trein over Zeeuwse Lijn):Dit onderzoek wordt in twee delen uitgevoerd. Voor deel 1 heeft ProRail begin 2026 een beschikking van € 0,1 mln. inclusief btw ontvangen. Na uitvoering van deel 1 van het onderzoek is gebleken dat voldoende informatie beschikbaar is gekomen met deel 1 om bestuurlijke afspraken op het BO MIRT van eind 2026 te maken. Daarom zal naar verwachting geen budget ingezet worden voor een deel 2 van het onderzoek.
Rail Gent-Terneuzen
De zuidoostboog bij de Sluiskilbrug is één van de te verkennen infrastructurele maatregelen binnen het project Rail Gent-Terneuzen. Hiervoor zijn middelen binnen Wind in de Zeilen beschikbaar gesteld. De geraamde bedragen voor Wind in de Zeilen maken onderdeel uit van de totaal geraamde studiekosten, waarvoor ook vanuit het Nationaal Groeifonds en Europa middelen beschikbaar zijn gesteld. Deze bijdragen staan in het Mobiliteitsfonds en de kosten voor de MIRT-verkenning (en uiteindelijk realisatie) moeten uit de gezamenlijke totaalbijdrage worden gefinancierd. In totaal is er € 113,- mln. beschikbaar. Het bedrag van € 14,1 mln. dat op het programma Wind in de Zeilen stond, is overgeboekt naar de MIRT verkenning Rail Gent Terneuzen, zodat alles op één budgetplaats komt te staan.
3. Delta Kenniscentrum (OCW)
Delta Kenniscentrum
Het Delta Kenniscentrum (DCC) is een uniek samenwerkingsverband tussen vele disciplines in de hele onderwijswaaier (mbo, hbo, wo), met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, overheden en inwoners. Na de opstartperiode startend in 2023, draait het centrum. Het DCC zal een instellingssubsidie aanvragen voor de combinatie van onderzoek en onderwijs tot € 11,5 mln. in 2027.
4. Eerstelijnszorg (VWS)
Huisartsen / Physical Assistant
In Zeeland is sprake van een toenemend tekort aan huisartsen. Uit ervaring blijkt dat artsen na de opleiding vaak blijven wonen in de regio waar de opleiding is genoten. Door huisartsen in opleiding (HAIO’s) de hele opleiding te laten doorlopen in Zeeland wordt beoogd dat deze huisartsen in Zeeland werkzaam zullen blijven, om zo de tekorten te verminderen. Er is een pilot gestart in 2020 door de huisartsenopleiding van het Erasmus MC, waarbij vier HAIO’s per september 2020 zijn gestart om de hele opleiding in Zeeland te doorlopen. Deze maatregel houdt in dat deze pilot structureel wordt gemaakt, waarbij in 2021 tweemaal vier HAIO’s volgens dit concept aan Zeeland zijn toegewezen. Vanaf 2022 is het aantal plekken verhoogd naar tweemaal zes instroomplekken per jaar. Ook in 2027 zullen er dus tweemaal zes instroomplekken beschikbaar zijn.
Gezondheidscentrum Vlissingen/Walcheren
De investering in een gezondheidscentrum in Vlissingen met potentieel nog een satelliet gezondheidscentrum elders op Walcheren heeft als doel om de juiste zorg op de juiste plek te leveren, waarvan zoveel mogelijk zorg in de eerste lijn, door eerstelijns professionals. Door een vertraging in de uitvoering van het lopende project, waarvoor een verleningsverzoek bij VWS is neergelegd met gelijkblijvende kosten, is € 0,6 mln. van het budget uit 2024 doorgeschoven naar 2027. De regeling loopt t/m 2027 en daarom wordt dit bedrag in zijn geheel in 2027 uitgekeerd.