Base description which applies to whole site

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 4.437.533.000

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 1.707.134.000

A. ALGEMEEN

1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) over het jaar 2025 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • a. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • b. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • c. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • d. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • e. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesP.E.Heerma

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Voor u ligt het jaarverslag 2025 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Het jaarverslag 2025 is als volgt opgebouwd:

  • A. Een algemeen deel met de dechargeverlening;

  • B. Het beleidsverslag met daarin de beleidsprioriteiten, de (niet-)beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf;

  • C. De jaarrekening met daarin de verantwoordingsstaat, de saldibalans en de WNT-verantwoording;

  • D. De bijlagen.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2026 en de Regeling agentschappen 2024. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lastenagentschappen het baten-lastenstelsel.

Groeiparagraaf

Het jaarverslag 2025 bevat enkele grote wijzigingen ten opzichte van het jaarverslag 2024. De belangrijkste wijziging betreft de herverkaveling van een deel van de begroting 2025 van BZK naar een aparte begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) en de overkomst van het herstel van Groningen van de begroting Economische Zaken (XIII).

  • Aan dit begrotingshoofdstuk is een nieuw beleidsartikel toegevoegd, namelijk beleidsartikel 15 "Een veilig Groningen met perspectief".

  • De beleidsartikelen 3, 4, 5 en 9 zijn in het geheel overgeheveld naar de begroting van VRO (Kamerstukken II 2024/25, 36600 XXII, nr. 1). Deze beleidsartikelen vormen vanaf de begroting 2025 géén onderdeel meer van de begroting van BZK. Voor de jaren 2021 tot en met 2024 worden de realisaties van deze artikelen nog wel gepresenteerd in het jaarverslag van BZK.

  • Vanuit beleidsartikel 1.1 van de BZK-begroting zijn de Regio Deals overgeheveld naar artikel 3.3 van de VRO-begroting. Vanuit beleidsartikel 1.2 van de BZK-begroting is het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid overgeheveld naar artikel 1.1 van de VRO-begroting. Voor de jaren 2021 tot en met 2024 worden de realisaties van deze onderdelen nog wel gepresenteerd in het jaarverslag van BZK.

  • De agentschapsparagrafen van het Rijksvastgoedbedrijf en de Dienst Huurcommissie zijn in het geheel overgeheveld naar de begroting van VRO (XXII). Deze agentschapsparagrafen vormen vanaf de begroting 2025 géén onderdeel meer van de begroting van BZK en zijn bij het jaarverslag 2025 van VRO opgenomen.

  • Uit beleidsartikel 12 zijn de Vpb afdrachten aan het ministerie van Financiën overgeheveld naar de begroting van VRO omdat deze voortkomen uit activiteiten van het overgehevelde beleidsartikel 9.

  • De bijlage «Moties en toezeggingen» is niet meer opgenomen in het jaarverslag.

  • De bijlage «Overzicht Rijksuitgaven Wind in de Zeilen» bevat het overzicht van alle departementale begrotingen en is enkel nog centraal opgenomen als bijlage bij begrotingshoofdstuk VII.

Focusonderwerp

De Tweede Kamer heeft voor de verantwoording over 2025 als focusonderwerp «risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld» gekozen. Er wordt in het beleidsverslag in gegaan op drie concrete, budgettair omvangrijke en/of strategisch belangrijke (beleids)programma’s of overheidsactiviteiten. Deze risico’s hebben te maken met beleid of de bedrijfsvoering.

Het beleidsverslag

Het beleidsverslag bestaat uit de beleidsprioriteiten, de (niet-)beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf.

Beleidsprioriteiten

In de paragraaf «Beleidsprioriteiten» wordt verslag gedaan van de beleidsprioriteiten die zijn opgenomen in de begroting 2025. Daarnaast is een tabel opgenomen met daarin de realisatie van de periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen, de openbaarheidsparagraaf, de rapportage ongekend onrecht en een budgettair overzicht met de totale onderuitputting.

Beleidsartikelen

In de paragraaf «Beleidsartikelen» wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen. De paragraaf kent per beleidsartikel de volgende opzet:

  • A. Algemene doelstelling;

  • B. Rol en verantwoordelijkheid;

  • C. Beleidsconclusies;

  • D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;

  • E. Toelichting op de financiële instrumenten.

De paragraaf «Niet-beleidsartikelen» kent een andere indeling, te weten:

  • A. Tabel Budgettaire gevolgen;

  • B. Toelichting op de financiële instrumenten.

Algemene doelstelling en rol en verantwoordelijkheid

Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) 2026 zijn voor de onderdelen «Algemene doelstelling» en «Rol en verantwoordelijkheid» in de beleidsartikelen de teksten uit de vastgestelde begroting 2025 als basis gebruikt.

Toelichting op de financiële instrumenten

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt aangegeven voor welke activiteiten en doelen de financiële overdracht in het begrotingsjaar is aangewend. Verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar worden toegelicht, hierbij wordt indien van toepassing verwezen naar de eerste, september, en tweede suppletoire begrotingswetten of de slotwet.

De beleidsmatige verschillen en technische verschillen, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de RBV zijn opgenomen, worden toegelicht. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat verschillen beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Overzicht ondergrens beleidsmatige en technische verschillen conform RBV 2026 in € mln. (stand ontwerpbegroting 2025)

Artikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2. Nationale Veiligheid

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

11. Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

12. Algemeen

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

13. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

15. Een veilig Groningen met perspectief

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 10 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln.Ontvangsten: 20 mln.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

In het jaarverslag Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025 is een bedrijfsvoeringsparagraaf opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan over specifieke punten in de bedrijfsvoering van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII), begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV), het gemeentefonds (B) en het provinciefonds (C).

De jaarrekening

Verantwoordingsstaten

In de jaarrekening treft u de departementale verantwoordingsstaat voor de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) evenals de samenvattende verantwoordingsstaat voor de baten-lasten agentschappen.

Jaarverantwoording agentschappen

De jaarrekening bevat tevens de jaarverantwoording van de verschillende baten-lastenagentschappen, te weten de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), Logius, Organisatie & Personeel Rijk (O&P Rijk), Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (RODI), FMHaaglanden (FMH), Shared Service Center-ICT (SSC-ICT) en de Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL).

Saldibalans

De saldibalans en de bij dit onderdeel behorende financiële toelichting maken eveneens onderdeel uit van de jaarrekening.

WNT-verantwoording

De jaarrekening wordt afgesloten met de verantwoording Wet Normering Topinkomens (WNT).

De bijlagen

In het jaarverslag Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) zijn de volgende bijlagen opgenomen:

  • Toezichtsrelaties Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO) en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT);

  • Afgerond evaluatie- en overig onderzoek;

  • Inhuur externen;

  • Overzicht van de burgemeestersbenoemingen in 2025;

  • Overzicht Rijksuitgaven Wind in de Zeilen;

  • Voortgang van activiteiten ingevolge het rapport 'Ongekend Onrecht';

B. BELEIDSVERSLAG

3 Beleidsprioriteiten

Ondanks de demissionaire status van het kabinet-Schoof, is er door het ministerie van BZK in 2025 hard doorgewerkt aan het bestaande beleid voor de belangrijke maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat: een sterke en weerbare democratische rechtsstaat, het bewaken van grondrechten, goed openbaar bestuur, een dienstbare overheid, digitalisering en het bieden van herstel en perspectief van Groningen. Het vertrouwen in de overheid en de politiek is geschaad door schandalen, zoals de toeslagenaffaire en de gaswinning in Groningen en Noord-Drenthe. Door de val van het kabinet-Schoof in de zomer van 2025, zijn in oktober 2025 nieuwe Tweede Kamerverkiezingen georganiseerd.

Het begrotingsjaar 2025 was het eerste begrotingsjaar dat Herstel Groningen onder de verantwoordelijkheid valt van het ministerie van BZK. Tevens is de verantwoordelijkheid voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening overgegaan van het ministerie van BZK naar het nieuw opgerichte ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

3.1 Sterke en weerbare democratie en rechtsstaat

Democratie

Weerbare democratie en burgersschap

Het beschermen, versterken en vernieuwen van de democratische rechtsstaat is een nationale verantwoordelijkheid waar het demissionaire kabinet-Schoof permanent en met urgentie aan heeft gewerkt.

We blijven ons inzetten voor invloed en zeggenschap van inwoners bij maatschappelijke vraagstukken. In 2025 is de brief ‘Meedoen in democratie en samenleving’ verstuurd naar de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2024-2025, 36 600 VII, nr. 142). In de uitvoering hiervan heeft BZK samen met het Vfonds Loket D geopend, en zijn vele lokale initiatieven gesteund. In het kader van burgerschapsvorming heeft ProDemos met extra middelen uit het amendement Sneller het netwerk versterkt in de regio. Ook zijn in samenwerking met de VNG decentrale overheden ondersteund bij de Wet versterking participatie op decentraal niveau, die op 1 januari 2025 in werking is getreden. Ook is gewerkt aan participatie op nationaal niveau: het Nationaal Burgerberaad Klimaat overhandigde op 1 december haar aanbevelingen (Advies, Nationaal Burgerberaad Klimaat) voor beleid aan het kabinet en de Tweede Kamer.

Het demissionaire kabinet-Schoof is zich blijven inzetten voor het bestrijden van de impact van desinformatie door de weerbaarheid van de samenleving en de overheid te vergroten. In dit kader werken we sinds 2025 aan een voorstel voor Nederlandse detectiecapaciteit van buitenlandse beïnvloeding online die onze democratie en maatschappelijke stabiliteit willen ondermijnen. Gelet op de externe bedreigingen van onze Europese democratieën heeft het demissionaire kabinet in 2025 bijgedragen aan het intensiveren van Europese samenwerking op dit terrein. Zo is op 12 november 2025 het European Democracy Shield gepubliceerd, en worden bij de verdere uitwerking hiervan onze nationale ervaringen betrokken.

Integer en weerbaar bestuur

Decentrale politieke ambtsdragers moeten hun ambt onafhankelijk en vrij van oneigenlijke externe druk kunnen uitoefenen. Het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur ontwikkelde in 2025 daarom een pilot voor weerbaarheidssessies bij waterschappen, een informatiepakket over integriteit en weerbaarheid voor griffiers, in samenwerking met de VNG het Steunpakket online agressie en intimidatie, een veiligheidsscan voor volksvertegenwoordigers, en startten wij een traject met 29 medeoverheden voor veilig vergaderen. Om de informatiepositie van het lokaal bestuur te versterken heeft de Zicht-op-methode zich in 2025 inhoudelijk verbreed naar nieuwe onderzoeksthema’s, zoals ondermijning in de zorg. Ook zijn er met de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s) instrumenten ontwikkeld die de datavolwassenheid van gemeenten versterken, zoals de datavolwassenheidsscan. Daarnaast is geïnvesteerd in kennisdeling tussen de RIEC’s om de expertise op het tegengaan van juridische vormen van ondermijning van gemeenten te vergroten.

Het interbestuurlijk ondersteuningsnetwerk maatschappelijke onrust (OMO) ondersteunt lokaal bestuur bij het omgaan met onrust en anti-institutionele tendensen, zoals van soevereinen. In 2025 is ingezet op interbestuurlijk leren met 3 leertrajecten: omgaan met onrust rondom asiel en migratie, energietransitie, en landelijk gebied. Daarnaast is in 2025 de towndeal krachtige kernen opgezet.

In 2025 is het wetsvoorstel met daarin een verplichte risicoanalyse integriteit voor kandidaat-bestuurders op decentraal niveau voor advies aangeboden aan de Raad van State. Het wetsvoorstel is gereed om in te dienen bij de Tweede Kamer. Verder is het wetsvoorstel regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen met daarin een draaideurverbod, afkoelperiode en lobbyverbod voor gewezen bewindspersonen aangenomen door het parlement. Hiermee heeft het kabinet gevolg gegeven aan aanbevelingen van de Group of States against Corruption (GRECO). De AMvB die op deze wet is gebaseerd, ligt nu voor advies bij de Raad van State.

Verkiezingen en nieuw kiesstelsel

In 2025 waren er verkiezingen voor de Tweede Kamer. Deze verkiezing is mede dankzij de grote inspanning van gemeenten, duizenden vrijwilligers en de Kiesraad goed verlopen. De opkomst was met 78,3% hoger dan de Tweede Kamerverkiezing in 2023. Zowel de Kiesraad als de Commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven concluderen dat de verkiezing eerlijk, transparant en controleerbaar is verlopen. Ook werd in vijf gemeenten bij deze verkiezing geëxperimenteerd met een kleiner model stembiljet, bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 worden de experimenten met het nieuwe stembiljet voortgezet en uitgebreid naar elf gemeenten.

Met het wetsvoorstel bijstand in het stemhokje maken we mogelijk dat alle kiezers die dat wensen hulp krijgen bij het uitbrengen van hun stem door een stembureaulid.

De Wet programmatuur verkiezingsuitslagen is in 2025 in werking getreden. Ook is gewerkt aan de voorbereidingen voor de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces op 1 januari 2026. Met deze beide wetsvoorstellen is de Kiesraad omgevormd tot verkiezingsautoriteit met bijhorende bevoegdheden.

Voor een robuuster partijstelsel is op 12 mei 2025 het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen ingediend bij de Tweede Kamer.

Voor een gezonde democratie is het cruciaal dat het parlement haar controlerende taak adequaat kan uitvoeren. Daarom hebben wij in 2025 overleg gevoerd met de Tweede Kamer over hoe de middelen uit het hoofdlijnenakkoord voor de versterking van de kennis- en onderzoeksfunctie van de Tweede Kamer het beste tot hun recht komen.

Slavernijverleden

Ook in 2025 heeft BZK de nodige activiteiten uitgevoerd voor de opvolging van de excuses voor het slavernijverleden. Het Herdenkingscomité is in januari 2025 opgericht en heeft op 1 juli de Nationale Herdenking Afschaffing Nederlands Slavernijverleden georganiseerd. De herdenking verliep waardig en leidde tot overwegend positieve reacties. Op 1 juli 2025 is de subsidieregeling maatschappelijke initiatieven van nazaten en andere betrokkenen in werking getreden en op 11 augustus 2025 opengesteld voor aanvragen. In het eerste tijdvak zijn er 158 aanvragen gedaan, 24 afgewezen en 134 toegewezen.

Rechtsstaat

Institutionele vernieuwing

In 2025 is een voorstel in consultatie gebracht dat ertoe strekt toetsing door de rechter van wetten aan verschillende grondrechten mogelijk te maken: constitutionele toetsing. Dit voorstel strekt ertoe de rechter de bevoegdheid te geven om wetten te toetsen aan de klassieke grondrechten uit hoofdstuk 1 van de Grondwet. Daarnaast wordt een aanvullende algemene beperkingsclausule geïntroduceerd, waarin inhoudelijke vereisten zijn opgenomen voor de beperking van grondrechten. Het doel van dit voorstel is om de rechtsbescherming van burgers te versterken en de grondwettelijke cultuur te bevorderen.

Grondrechten

Grondrechten hebben in veel verschillende trajecten de aandacht van het kabinet. In 2025 is opnieuw ingezet op de constitutionele toets ex ante. Ook treedt dit kabinet daadkrachtig op tegen discriminatie, racisme, antisemitisme en moslimhaat. Voor de preventie en aanpak van alle vormen van discriminatie en racisme is met de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme gewerkt aan een Nationaal Programma met een meerjarenagenda. Uit deze agenda zijn in 2025 verschillende acties in gang zijn gezet. Daarnaast is een wetsvoorstel aangenomen tot invoering van gelijke behandelingswetgeving op de BES (Stb. 2025, 389), in welk kader ook gewerkt is aan de oprichting van een antidiscriminatievoorziening op de BES-eilanden. Ook zijn verschillende onderzoeken gestart naar de toekomst van de Grondwet en heeft het WODC onderzoek gedaan naar het demonstratierecht. Ook zijn onderzoeken in gang gezet naar invloed van nieuwe technologie, zoals kunstmatige intelligentie en immersieve technologieën, op de grondrechten.

3.2 Goed bestuur

Betrokken, bekwame en betrouwbare overheid

De Actieagenda goed bestuur zet blijvend in op de interbestuurlijke samenwerking en de betrokkenheid van medeoverheden bij beleid en wetgeving. Het is van belang dat overheden gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor de grote opgaven waarvoor Nederland gesteld staat. Zo is er in het regeerprogramma van kabinet Schoof afgesproken dat er een afwegingskader komt voor het Rijk voor het toedelen van taken aan decentrale en gedeconcentreerde bestuurslichamen, waaronder het regionaal bestuur. In 2025 is het beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur geconsulteerd bij de koepels, met het oog op verzending aan de Tweede Kamer begin 2026. Daarnaast is in 2025 de Staat van het Bestuur opgemaakt, een trendrapportage met feiten en ontwikkelingen over de inrichting en functioneren van het decentraal bestuur in Nederland. Als vervolg daarop heeft in maart 2025 de Dag van het Bestuur plaatsgevonden, een dag waarop de Staat van het Bestuur is gepresenteerd en kennis en ervaringen in het openbaar bestuur en de uitvoeringspraktijk zijn gedeeld.

In 2025 is onze inzet op de toepassing van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) geïntensiveerd. De ervaringen van twee jaar werken met de UDO laten zien dat decentrale overheden vaker en eerder worden betrokken door departementen in het beleidsproces. Maar er is nog veel werk te verzetten om de bekendheid met en de goede toepassing van de UDO te verbeteren. Wij zetten onze inspanningen in dit verband daarom onverminderd voort.

In 2025 zijn door Agenda Stad de City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime en de City Deal Slimme Stad afgerond. Ook is de Town Deal Krachtige Kernen ondertekend waarin partijen met elkaar leren over het inrichten van beleidsontwikkeling en besluitvorming omtrent complexe maatschappelijke vraagstukken. Op de Dag van de Stad in Enschede is door 1100 deelnemers uit verschillende bestuurslagen aan kennisdeling gedaan tijdens meer dan 70 verschillende sessies.

Elke regio telt

Voor het versterken van brede welvaart en leefkwaliteit in regio’s met structurele uitdagingen aan de randen van het land is een samenhangende, gebiedsgerichte aanpak van belang. In 2025 is binnen het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR, voorheen Elke Regio Telt) ingezet op de verdere uitwerking van het programma, onder meer door het aantrekken van rijksvertegenwoordigers en het vormen van regionale allianties op ambtelijk en bestuurlijk niveau. Over de voortgang van het NPVR hebben wij in september 2025 (Kamerstukken II 2025/26, 29697, nr. 173) en in januari 2026 (Kamerstukken II 2025/26, 29697, nr. 179) een brief gestuurd.

Ondersteuning decentrale volksvertegenwoordiging

Daarnaast is in 2025 gewerkt aan het versterken van de ondersteuning van de decentrale volksvertegenwoordiging. Zo zijn het afgelopen jaar twee taskforces van start gegaan. Eén taskforce heeft als doel om kleine griffies (3fte of minder) te ondersteunen bij hun werkzaamheden. De andere taskforce streeft naar verbetering van de effectiviteit van lokale rekenkamers. Ter versterking van de griffie is in 2025 ook het project ter verbetering van het Raadsinformatiesysteem (RIS) gestart ten behoeve van het functioneren van het decentraal bestuur. Zo ondersteunt een verbeterd RIS het werk van de griffie en maakt het de werkzaamheden van het hele decentraal bestuur transparanter voor inwoners. Eveneens zijn in 2025 stappen gezet op het versterken van de lokale ombudsfunctie. Er is in samenwerking met de Nationale ombudsman en lokale ombudsfuncties in kaart gebracht op welke vlakken versterking gewenst is en hoe die versterking vervolgens vorm kan krijgen. Tot slot ondersteunden wij het introductieprogramma voor gemeenteraadsleden ‘Klaar voor Vier jaar’.

Waardevol ambt

Om politieke ambten aantrekkelijk te houden is in 2025 ingezet op het tegengaan van de ervaren werkdruk. Om te werken aan de ervaren werkdruk van politieke ambtsdragers is € 18,5 mln. beschikbaar gesteld voor de komende vijf jaar voor de beroeps- en belangenverenigingen via een nieuwe subsidieregeling. Hiermee kunnen zij hun doelgroepen beter voorzien in ondersteuning en opleiding. Ook zijn wetsvoorstellen aangekondigd die toezien op het vergroten van de grootste gemeenteraden en het verruimen van de norm voor het aantal aan te stellen wethouders om zodoende werkdruk beter te kunnen spreiden.

Er is daarnaast in 2025 geïnvesteerd in het bevorderen van diversiteit in het decentraal bestuur om daarmee de vertegenwoordiging van alle inwoners te verbeteren. Daarbij is in het bijzonder aandacht gegeven aan de positie van vrouwen, mensen met een beperking en jongeren met een praktische opleidingsachtergrond die nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in het decentraal bestuur.

Eind 2025 is het wetsvoorstel in consultatie gebracht dat verlof- en vervangingsregeling voor volksvertegenwoordigers en dagelijks bestuurders flexibiliseert. Ook is in het voorstel een uitbreiding van verlofvormen voor dagelijks bestuurders opgenomen. De modernisering van het Sollicitatiebesluit voor uitkeringsgerechtigde politieke ambtsdagers is eveneens in consultatie gebracht. In het voorstel is een vast budget voor re-integratie opgenomen en worden specifiekere kwaliteitseisen gesteld aan het re-integratiebureau en aan de inhoud van het re-integratieplan.

Met het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb wat in 2025 in consultatie is gebracht, worden diverse aanpassingen beoogd om de dienstverlening van de overheid te verbeteren, persoonlijk contact te bevorderen, de menselijke maat te versterken en onevenredige hardheden te voorkomen. In 2025 zijn de resultaten van de (internet)consultatie verwerkt en zijn verschillende uitvoeringstoetsen besproken met publieke dienstverleners en de rechtspraak.

Op basis van de reacties op de internetconsultatie van het reflectiedocument algoritmische besluitvorming worden vragen rondom mogelijke aanvullende regulering in de Awb beantwoord.

Het gebruik van specifieke uitkeringen (SPUKs)

Het gebruik van de specifieke uitkering (SPUK) is voorgaande jaren sterk toegenomen: van 16 in 2018 naar 185 in 2024. SPUKs beperken medeoverheden in hun bestedingsvrijheid. Daarnaast kennen SPUKs uitkeringen hoge administratieve- en controlelasten. Vanuit het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma is daarom ingezet op het beperken van het aantal specifieke uitkeringen. Rijk en koepels hebben alle uitkeringen met betalingen in 2026 en verder getoetst aan de hand van een afwegingskader (Kamerstukken II 2024-2025, 36 600 B, nr. 21). Er worden in 2026 8 SPUKs omgezet (Kamerstukken II 2024-2025, 36 600 B, nr. 4). In 2025 zijn er 44 nieuwe specifieke uitkeringen ingesteld t.o.v. 75 nieuwe specifieke uitkeringen in 2024. Op termijn kan het aantal verder naar beneden, o.a. doordat een SPUK alleen kan worden ingesteld middels een kabinetsbesluit en doordat het wetsvoorstel herziening Financiële-verhoudingswet een alternatief voor de SPUK biedt met de introductie van de Bijzondere Fondsuitkering (BFU). De BFU is onderdeel van het gemeentefonds en provinciefonds, maar kan een van de algemene uitkering afwijkende verdeling hebben. Het verschil met de DU (decentralisatie-uitkering) is dat er met de BFU verplicht kwantitatieve gegevens opgevraagd worden bij medeoverheden t.b.v. de monitoring van beleidsdoelen, aanpassing budget en/of verdeling in de toekomst.

Aanpak verward gedrag

BZK heeft op verzoek van de Tweede Kamer in 2025 de rol van procesregisseur op de interdepartementale aanpak Verward en onbegrepen gedrag verder ingevuld. Samen met de ministeries van JenV, VWS, VRO en SZW, in samenwerking met gemeenten, maatschappelijke (veiligheids)partners en bedrijven worden de aanbevelingen uit de Parlementaire verkenning Verward en onbegrepen gedrag en Veiligheid opgevolgd. De prioriteit ligt bij het realiseren van meer woon(zorg)voorzieningen, gegevensdeling, meer regie en lokale uitvoering en betrouwbare en structurele financiering. Wij organiseren praktijktafels om bij betrokken partijen signalen op te halen vanuit de praktijk, en om de opvolging van de prioriteiten en de aanbevelingen uit de parlementaire verkenning te toetsen bij de partijen aan deze praktijktafels.

Hardheden

In 2025 is het programma Onevenredige Hardheden Aanpak gestart met het gericht opsporen, openbaar maken en aanpakken van onevenredige hardheden in beleid, wetgeving en uitvoering. Publieke dienstverleners en andere publieke organisaties zijn gevraagd twee tot drie prangende hardheden aan te leveren, met een focus op het sociaal domein vanwege de hier opgebouwde kennis, ervaring en initiatieven. Dit leverde ruim 70 voorbeelden op. Op basis van gesprekken met experts en de analyse van ruim 70 rapporten is een startdocument opgesteld voor het vervolg van het programma. We werken daarbij nauw samen met partijen binnen en buiten het ministerie om initiatieven te versterken en beter aan te sluiten bij uitvoering, ondernemers en burgers.

Nationale en internationale dreigingen

De nationale veiligheid van Nederland wordt op tal van manieren bedreigd. Ook in 2025 heeft de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zich voor de nationale veiligheid ingezet. Het ging hierbij onder meer om terrorisme, verschillende vormen van extremisme en ongewenste inmenging door statelijke actoren door middel van spionage en sabotage. Ook grote geopolitieke conflicten, met die in Oekraïne en op meerdere plekken in het Midden-Oosten voorop, raken ons Koninkrijk. De AIVD doet onderzoek om deze dreigingen tijdig te onderkennen, informeert en adviseert belanghebbenden, en draagt zo bij aan de weerbaarheid van samenleving, politiek en bestuur, de bescherming van vitale infrastructuur en de economische veiligheid van ons land. Daarbij werkt de AIVD vaak zeer nauw samen met de MIVD.

Aanpak statelijke dreiging

De confrontatie die Rusland zoekt met het Westen is het afgelopen jaar ook in Nederland voelbaar geweest. Daarbij is sprake van handelingen die niet direct als oorlogsdaad zijn aan te merken, maar zich afspelen in een grijs gebied tussen oorlog en vrede. In dit gebied is sprake van een doorlopende dreiging tegen onze politieke en economische veiligheidsbelangen door (cyber)spionage, sabotage en heimelijke beïnvloeding

Ontwikkelingen in een aantal gevestigde en minder gevestigde westerse democratieën laten zien dat heimelijke beïnvloeding plaatsvindt met verschillende technieken en tactieken. Voorbeelden hiervan zijn: het leggen van relaties met elites via omkoping en ongewenste beïnvloeding, financiering van kandidaten voor politieke functies, manipulatie van verkiezingen, informatiemanipulatie en beïnvloeding van diasporagemeenschappen en het ondermijnen van het vertrouwen in de democratische rechtsstaat. Hierbij wordt gebruik gemaakt van complexe technologische middelen. Binnen de aanpak op het versterken en vernieuwen van de democratische rechtsstaat vragen deze ontwikkelingen om een integrale aanpak van statelijke dreigingen, om zo de schadelijke effecten van heimelijke beïnvloeding te reduceren. De grootste dreiging ten aanzien van heimelijke beïnvloeding komt van Rusland en China.

Verder ziet de AIVD China als de voornaamste statelijke dreiging voor de westerse wereld op economisch gebied, zo ook in 2025. Het land omzeilt exportrestricties om hoogwaardige technologie buit te maken. Nederland is bovendien op verschillende vlakken afhankelijk van Chinese producten en kritieke grondstoffen, waarbij China zijn positie probeert te versterken door die afhankelijkheden te vergroten.

Criminele ondermijning

Er zijn criminele netwerken die de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde ondermijnen. De AIVD doet onderzoek naar deze netwerken , zodat systeemkwetsbaarheden inzichtelijk worden gemaakt. Hiermee worden partners in staat gesteld om maatregelen te treffen. Het gaat hierbij om lacunes in wetgeving, beleid en/of de uitvoering van beleid die criminele netwerken gemakkelijk kunnen gebruiken om bijvoorbeeld overheden te infiltreren of informatie over geweldsdoelwitten te vergaren. Daarnaast draagt het onderzoek bij aan het voorkomen van aanslagen tegen de rechtsstaat en de bescherming van bedreigde personen. De AIVD zorgt er ook voor dat de NCTV en het OM beveiligingsmaatregelen kunnen nemen of aanpassen voor personen, objecten, diensten en evenementen. Daarvoor informeert de dienst met zogeheten dreigingsproducten. In 2025 heeft de AIVD ruim de helft meer van deze producten uitgebracht dan 2024.

Terrorisme en extremisme

De afgelopen jaren is gebleken dat de dreiging van jihadistisch gemotiveerde aanslagen verder toeneemt. De dreiging blijft daarmee buitengewoon urgent. Actuele gebeurtenissen spelen hierbij een belangrijke aanjagende rol, bijvoorbeeld het conflict in Gaza. De AIVD heeft de taak om aanslagplannen in Nederland en Europa te (helpen) verijdelen. Ook ziet de AIVD dat minderjarigen steeds vaker een terroristische dreiging kunnen vormen. In 2025 zijn er op 42 personen ambtsberichten uitgebracht in verband met terrorisme en extremisme. Twaalf van deze personen waren minderjarig.

Tools en bijdrage aan keten

Zoals opgenomen in het regeerprogramma van het kabinet Schoof-I investeert het kabinet in de operationele slagkracht van de AIVD. Hierbij zijn de aanbevelingen die de Algemene Rekenkamer heeft gedaan nauw betrokken. Er wordt geïnvesteerd in de gerichte transformatie en innovatie naar een data gedreven en technisch toekomstbestendige dienst. De AIVD heeft in 2024 en 2025 ingezet op een gecombineerde aanpak van detectie van digitale aanvallen en advies aan overheden, universiteiten en vitale bedrijven over het vergroten van de digitale weerbaarheid. Daarnaast heeft de AIVD bijgedragen aan het stelsel dat onder meer politici, bewindspersonen en diplomatieke objecten bewaakt en beveiligt.

Ontwikkelingen in het nieuw wettelijk kader op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

In 2025 is het meerjarig proces om tot een nieuw wettelijk kader voor de AIVD en MIVD te komen, intensief doorgezet. Dit heeft ertoe geleid dat er eind 2025 een bijna volledig concept wetsvoorstel is opgesteld. Door de complexheid, de toets op uitvoerbaarheid door onder andere de diensten alsook de passende waarborgen op de uitvoering door de diensten kost het veel tijd om de concept wettekst met een toelichting op te stellen. De nieuwe wet moet daarnaast na inwerkingtreding nog vele jaren mee kunnen; het dient een toekomstbestendige wet te zijn, die beter kan inspelen op de snel veranderende geopolitieke situatie, grote verscheidenheid aan dreigingen en technologische ontwikkelingen. Het streven is om medio 2026 het wetsvoorstel in openbare consultatie te brengen.

3.3 Betrouwbare, dienstbare en rechtvaardige Rijksdienst

Grenzeloos samenwerken en ambtelijk vakmanschap

In het programma Grenzeloos Samenwerken is samen met departementen gewerkt aan versterking van ons ambtelijk vakmanschap, zodat we opgavegericht, over de grenzen van organisatieonderdelen heen en volgens de achterliggende bedoeling van beleid kunnen werken. In het regeerprogramma van het demissionaire kabinet-Schoof is geconcludeerd dat voor het herstellen van vertrouwen van burgers en ondernemers in de overheid een andere houding en ander gedrag van de Rijksdienst nodig is. De uitvoering van het programma heeft geleid tot onderstaande resultaten:

  • Met behulp van een breed scala aan ontwikkelde tools zijn we in gesprek gegaan met onze collega's over ambtelijk vakmanschap. Dit heeft geleid tot een groter bewustzijn en het vermogen om dit in het werk toe te passen.

  • Om de kennis en kunde rondom opgavegericht werken rijksbreed te vergroten, is onder meer een «doe-boek» ontwikkeld. Tevens hebben opgavecoaches de departementen begeleid in het werken met complexe maatschappelijke opgaven.

  • Er zijn nu al 400 rijkscollega’s opgeleid die ethische gesprekken kunnen begeleiden.

  • Specifiek voor programmadirecteuren, praktijkbouwers en gespreksleiders zijn aanvullende communities opgebouwd. Deze communities brengen mensen samen met het doel om van anderen én van elkaar te leren, zodat complexe maatschappelijke opgaven nog effectiever kunnen worden aangepakt.

  • Naar aanleiding van het Ombudsmanrapport ‘Herstel bieden: een vak apart’ is in 2025 het programma Erkenning & Herstel gestart. Dit programma ziet toe op de ondersteuning van ambtenaren en de politiek bij het geven van een passende reactie aan burgers die in de knel dreigen te raken of al gedupeerd zijn én die op de overheid moeten kunnen rekenen.

Publiek leiderschap

Sterk publiek leiderschap en betrouwbaar bestuur zijn essentieel voor een kwalitatief hoogwaardige Rijksdienst. In 2025 werd een hervormingsagenda tot versobering van de Algemene Bestuursdienst gepresenteerd (Kamerstukken II 2024/25, 31490, nr. 360 en nr. 388). In deze hervormingsagenda staan rechtsstatelijk besef, inhoudelijke expertise en kennis van de praktijk in het werk van topambtenaren centraal.

Een effectieve overheid

In het hoofdlijnenakkoord en regeerprogramma van het demissionaire kabinet-Schoof is afgesproken dat er een voorstel komt om de onafhankelijkheid van de rijksinspecties beter te waarborgen. Als uitvoering hiervan is begin 2025 het wetsvoorstel Kaderwet rijksinspecties in internetconsultatie gebracht. De input uit de internetconsultatie heeft aanleiding gegeven voor nader overleg met de ministeries en rijksinspecties. Het wetsvoorstel Kaderwet rijksinspecties zal begin 2026 voor advies aanhangig gemaakt worden bij de Afdeling advies van de Raad van State. 

Het kabinet heeft in de brief van 14 maart 2025 lijnen geschetst voor de uitvoering van de taakstelling op de apparaatskosten van de Rijksdienst (Kamerstukken II 2024/2025, 31490, nr. 359). Deze lijnen zijn: het terugdringen van de externe inhuur en het aantal topambtenaren, efficiënter werken en digitalisering. In de brief is ook aangegeven dat het van belang is de kennis binnen de overheid te borgen en de taakstelling op een verantwoorde manier te realiseren. De departementen zijn zelf verantwoordelijk voor het realiseren van de taakstelling en de te nemen maatregelen hiervoor. Dit geldt ook voor het beperken van de administratieve lasten. BZK beziet waar binnen de rijksbrede bedrijfsvoering de lastendruk naar beneden gebracht kan worden. Zo is een start gemaakt met de herziening van het inkoopstelsel waarbij vermindering van lastendruk een uitgangspunt is. In de brief aan de Tweede Kamer van 3 oktober 2025 is op verzoek van de Tweede Kamer ingegaan op de voortgang en overige ontwikkelingen van de taakstelling, waaronder de monitoring (Kamerstukken 2025/2026, 31490, nr. 391). Het jaar 2025 stond vooral in het teken van de plan- en besluitvorming over de aanpak bij de departementen.

Op dit moment wordt gewerkt aan de vernieuwing van het Strategisch Personeel- en Organisatiebeleid. Een van de centrale pijlers hierin is een andere manier van werken, waarbij artificiële intelligentie (AI) en technologie een meer prominente rol krijgt. Een voorbeeld hiervan is Vlam-chat. Deze digitale assistent wordt ingezet ter ondersteuning van medewerkers. In 2025 bevindt Vlam-chat zich nog in de pilotfase, maar het initiatief geldt als één van de versnellers binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (prioriteit 3: Artificiële Intelligentie). Een andere ontwikkeling is de AI-zoekmachine op IkwerkvoorNederland.nl, die het voor rijksmedewerkers eenvoudiger maakt om snel de juiste informatie te vinden over vacatures, arbeidsvoorwaarden, loopbaanmogelijkheden en selectieprocedures. Deze voorbeelden laten zien hoe technologie doelgericht wordt ingezet om arbeidsmarktkrapte het hoofd te bieden, processen te vereenvoudigen en het vakmanschap van rijksmedewerkers te versterken. De huidige aanpak sluit daarmee nadrukkelijk aan bij de eerder ingezette koers om het werk toekomstbestendig te organiseren.

Een integere, weerbare en sociaal veilige overheid

De overheid moet eerlijk, rechtvaardig en betrouwbaar zijn. Integriteit is daarom een belangrijk onderdeel van het ambtelijk vakmanschap. Daarbij geldt een sociaal veilige werkomgeving als randvoorwaarde, waar werknemers zich professioneel kunnen uitspreken, zonder dwang of oneigenlijke druk. In 2025 is een aantal belangrijke resultaten geboekt.

In januari is de Kamer geïnformeerd over de aanpak op discriminatie en racisme binnen de Rijksoverheid (Kamerstukken II 2024/25, 30950, nr. 433 en nr. 451). Er is een model aanpak discriminatie en racisme voor departementale beleids- en effectrapportages ontwikkeld. De Kamer is ook geïnformeerd over de opvolging van de motie Bamenga (Kamerstukken II 2024/25, 30950, nr. 415).

De motie verzoekt om in de functieomschrijvingen en beoordelingscycli van leidinggevenden de expliciete verantwoordelijkheid op te nemen voor een veilige en inclusieve werkomgeving, vrij van racisme en discriminatie. Er is een nieuwe Personeel Enquête Rijk over ervaren discriminatie binnen de Rijksoverheid uitgevoerd. De resultaten worden in 2026 gepubliceerd en aangeboden aan de Kamer.

De Kamer is begin maart 2025 geïnformeerd over de beoogde invulling van de aanbevelingen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer over het integriteitsbeleid bij de twaalf ministeries en de coördinerende rol van de minister van BZK (Kamerstukken II 2024/25, 28844, nr. 283). De minister van BZK wil onder meer de coördinerende rol actiever in gaan vullen en beter zicht houden op de werking van het integriteitsbeleid. De rijksbrede Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen en de Integriteitscommissie Rijk zijn ook van start gegaan. Rijksambtenaren kunnen daar een klacht indienen over ongewenste omgangsvormen of een melding doen over een vermoeden van een integriteitsschending, misstand of benadeling naar aanleiding van een melding. Voor beide commissies is één gezamenlijk meldpunt ingericht. Op het terrein van agressie en geweld tegen ambtenaren (publieksagressie) zijn de resultaten van het onderzoek naar het rijksbeleid in april 2025 beschikbaar gekomen en aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2024/25, 30950, nr. 463). Voor de zomer hebben de ministers van BZK en JenV de Kamer geïnformeerd over hun anti-corruptieaanpak (Kamerstukken II 2024/25, 29911, nr. 472). Zo ontwikkelt BZK bijvoorbeeld een toolkit waarmee organisaties corruptie en ondermijningsrisico’s in beeld krijgen.

Een inclusieve overheid

De overheid moet in verbinding staan met de samenleving. Hiervoor is een representatief medewerkersbestand noodzakelijk dat aansluit bij de verscheidenheid in de samenleving aan perspectieven, achtergronden, ervaring en kennis. Een diversiteit aan inzichten en achtergronden van ambtenaren vormt tegelijkertijd een buffer tegen (onbewust) discriminatoir overheidsoptreden. Het maakt de Rijksoverheid bovendien een goed én aantrekkelijk werkgever, zeker in de huidige krappe arbeidsmarkt. Inclusie, non-discriminatie en gelijkwaardigheid is daarnaast uitgangspunt van (grond)wet- en regelgeving.

In 2025 is onder andere gewerkt aan de rijksbrede implementatie van maatregelen en trainingen voor breed werven en objectief selecteren; het doel hiervan is het bevorderen van gelijkwaardige kansen en het tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie. Verder is het hernieuwde cross-mentoring programma uitgerold; dit programma richt zich op het wederzijds leren en benutten van diverse achtergronden. Ook is gewerkt aan de implementatie van het VN-Verdrag voor de rechten van mensen met een beperking in het rijksbrede personeelsbeleid. Er is uitvoering gegeven aan het rijksbrede plan van aanpak voor de banenafspraak en samengewerkt met uitvoeringsorganisatie Binnenwerk om duurzame banen te creëren voor deze doelgroep.

Een duurzame en hybride Rijksdienst

In 2025 is de beleidsreactie op de evaluatie van de rijksinkoopstrategie Inkopen met Impact aan de Kamer gestuurd, waarin de nieuwe rijksinkoopstrategie aangekondigd is. Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) is hierin één van de drie grote maatschappelijke opgaves, naast Veiligheid en Leverancierszekerheid en Digitaal zaken doen als één Rijksdienst. Om de regeldruk te verminderen bij MVOI richten de verschillende departementen zich op de MOVI-thema’s waar zij de meeste impact op kunnen maken. In het najaar van 2025 vonden de eerste rijksbrede consultaties plaats om MVOI verder vorm te geven.

Voor de rijkskantoorhuisvesting en de facilitaire dienstverlening bereidde het Rijk zich in 2025 voor op verdere verduurzaming, zoals vereist in de Energie Efficiency Richtlijn (EED) en de Richtlijn energieprestatie van gebouwen IV (EPBD). Duurzaamheid is structureel in de bedrijfsvoering ingebed. In 2025 is voor beter inzicht en datagedreven sturing en beleid een duurzaamheidsdashboard ontwikkeld dat begin 2026 wordt gepubliceerd.

Hybride werken is nu de standaard binnen het Rijk en met eisen voor de fysieke werkomgeving vastgelegd in het in november 2025 vastgestelde kader Rijkskantoren. 

Het kabinet heeft, in lijn met de wens van de Kamer, de ambitie om de rijkswerkgelegenheid beter te spreiden over het land. Vanuit de coördinerende verantwoordelijkheid van de minister van BZK voor de rijksbrede aanpak, is hierover gerapporteerd in de brief van 19 september 2025 (Kamerstukken II 2025/26, 31490, nr. 390). Uit het gepresenteerde overzicht van huisvestingscasussen blijkt dat concrete stappen zijn gezet naar een betere spreiding van rijkswerkgelegenheid. Samen met provincies en regio’s wordt gezocht naar locaties waar regio en rijksdienst de meeste baat bij hebben.

Een open overheid

In 2025 is de overheidsbrede uitvoering en de uitvoerbaarheid van de Wet open overheid (Woo) verbeterd. BZK heeft een overheidsbreed afwegingskader ontwikkeld voor de inspanningsverplichting (art. 3.1 Woo), gewerkt aan de ontwikkeling van de generieke Woo-voorziening om (actief) openbaar gemaakte informatie voor iedereen op één plek vindbaar te maken en in samenwerking met overheidsbrede werkgroepen verschillende producten ontwikkeld, zoals de handreiking oneigenlijk gebruik Woo en een implementatieplan voor de Woo-contactpersoon. Ook wordt gewerkt aan een gestandaardiseerd optimaal proces voor de afhandeling van Woo-verzoeken. En de samenwerking met medeoverheden en de maatschappelijke partners is versterkt. Zo is het Actieplan Open Overheid herijkt en is op initiatief van BZK een internationale coalitie rondom betekenisvolle actieve openbaarmaking gestart (Kamerstukken II, 2025/26, 29362, nr. 393). Tot slot zijn de voorbereidingen voor de wetsevaluatie gestart, waarmee we meer inzicht willen krijgen in de doelmatigheid, doeltreffendheid en overheidsbrede effecten van de Woo in de praktijk.

3.4 Toekomstbestendig digitaliseren

In juli 2025 hebben we als gemeenten, provincies, waterschappen, publieke dienstverleners en het Rijk gezamenlijk de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) (Kamerstukken II 2024/25, 26643, nr. 1366) en de Stand van zaken Investeringsagenda NDS gepubliceerd (Kamerstukken II 2024/25, 2025D46911). De NDS is één van de pijlers van het kabinetsbeleid op digitalisering om de digitale basis van ons land te versterken en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. De prioriteiten waar in de NDS op wordt gefocust zijn soevereine cloudtechnologie, het verantwoord delen en gebruiken van data, het benutten van de kansen die artificiële Intelligentie (AI) biedt, het centraal stellen van burgers en ondernemers, het versterken van de digitale weerbaarheid van de overheid en het ontwikkelen van digitaal vakmanschap van ambtenaren. Financiële besluitvorming over de NDS en haar prioriteiten is nog nodig. Om inzicht te geven in de benodigde financiële dekking is een tussenstand van de investeringsagenda opgeleverd en aan de Tweede Kamer gezonden (Stand van zaken - Investeringsagenda NDS). Op dit moment wordt de investeringsagenda verder uitgewerkt.

In het kader van deze strategie heeft BZK in 2025 het NDS uitvoeringsprogramma opgestart en het Bestuurlijk Overleg Digitalisering opgericht. De NDS heeft al invloed gesorteerd op hoe invulling is gegeven aan het eerder ingezette beleid dat in de volgende alinea’s aan de orde komt.

Deugdelijk bestuur

Basisinfrastructuur op orde

Met de NDS hebben we afgesproken als één overheid te werken onder architectuur. In 2025 is het Bureau Architectuur Digitale Overheid opgericht om hierin een coördinerende rol te spelen. Ook hebben we in 2025 de eerste versie van het afsprakenstelsel Federatief Datastelsel (FDS) vastgesteld en is de FDS opgenomen in de NDS.

In 2025 hebben we het Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) vernieuwingsbudget geïnvesteerd in meer dan twintig vernieuwingstrajecten van huidige bouwstenen van de GDI en toekomstige afspraken, standaarden en voorzieningen. Met het Innovatiebudget zijn in 2025 veertien veelbelovende innovatieprojectenvan de 71 geselecteerd en toegekend. Vanuit het vernieuwingsbudget is circa € 73 mln. uitgegeven en vanuit het innovatiebudget circa € 3 mln. Ook hebben we de eerste rapportage gepubliceerd voor het IT-portfolio van Logius in het kader van Life Cycle Management.

Daarnaast zijn er ontwikkelingen op het gebied van de ID-wallet, Basisregistratie Personen (BRP), Paspoorten en het Burgerservicenummer. Zo hebben we een kleine groep gebruikers een eerste versie van de Nederlandse publieke ID-wallet laten testen (Kamerstukken II 2024/25, 26643, nr. 1371). We hebben in het BRP-stelsel het portaal MyRNIgerealiseerd en in het programma paspoortmaatregelen hebben we onder andere de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 aangepast zodat een betere functiescheiding bij uitgevende instanties verplicht is (Stcrt. 2025, 5151). We hebben sinds 11 november 2025 voor de inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een Burgerservicenummer (BSN) ingeregeld, waarmee inwoners een DigiD kunnen aanvragen en overheidsorganen in Caribisch Nederland gerechtigd zijn het BSN te verwerken.

De informatiehuishouding van het Rijk is wederom in volwassenheid gestegen in de richting van het beleidsdoel om eind 2026 gemiddeld het volwassenheidsniveau 3 te realiseren. Belangrijke resultaten in 2025 waren de herziene ambtseed (met aandacht voor het belang van informatiehuishouding), herziene beleidskaders voor e-mail en chatarchivering en het veiligstellen van informatie van vertrekkende bewindspersonen. Eind 2025 is het vernieuwde meerjarenplan 2026-2030 aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2026/26 29362, nr. 393).

Verantwoorde AI, algoritmes en digitale technologie

Wegens de snelle ontwikkelingen hebben we AI een prioriteit in de NDS gemaakt. Daarnaast brachten we verschillende ondersteunende producten uit, waaronder een beslishulp AI-verordening en een document over AI-geletterdheid. Ook hebben we voor alle overheidsorganisaties een AI-verordening-servicepunt ingericht voor vragen.

Artificiële intelligentie is steeds belangrijker voor de aansluiting bij de leefwereld van burgers en ondernemers en wordt steeds meer ingezet binnen de overheid. Daarom hebben we in juli 2025 de community ‘Platform AI en Overheid’ opgericht. We zijn gestart met een AI-opschalingsfaciliteit om goede gebruiken op te schalen. Ook hebben we in 2025 vanuit verschillende overheidsorganisaties commitment opgehaald voor de nieuwe AI-assistent Vlam-Chat, wat neerkomt op zo’n 34.000 ambtenaren die hiermee na een succesvolle pilot zullen gaan werken. Dit sluit aan bij de NDS en het recente TNO-rapport Overheidsbrede monitor Generatieve AI, waarin wordt aangegeven dat de inzet van AI kan bijdragen aan het aanpakken van huidige en toekomstige uitdagingen, zoals arbeidsmarktkrapte (Kamerstukken II 2026/25 26643, nr. 1450). Het kabinet heeft tijdig en succesvol een voorstel ingediend voor de AI-fabriek in Europa, bij EuroHPC (Kamerstukken II 2024/25, 26643, nr. 1451). Tot slot is er, samen met TNO, een onderzoek gestart naar het stimuleren van open taalmodellen.

Met betrekking tot Open Data hebben we in 2025 op data.overheid.nl 630 nieuwe high-value datasets gepubliceerd. Daarnaast is het Centraal Bureau van Statistiek aangewezen als bevoegd orgaan in het kader van de Datagovernanceverordening en is de Dataverordening in werking getreden.

Zelfredzaamheid

Digitale dienstverlening

Vanuit de NDS-prioriteit ‘burger en ondernemer centraal’ zetten we in op de één overheid benadering. In 2025 zijn we gestart om een betrouwbare, herkenbare online wegwijzer op Overheid.nl te realiseren, om de samenhang voor burgers te vergroten. Daarnaast standaardiseren we met overheidsbrede interactieservices bepaalde dienstverlening. Dit geldt ook voor ondernemers, via het MijnOverheid Zakelijk traject.

Verder hebben we in 2025 onderzoek gedaan naar het perspectief van burgers en ondernemers op proactieve dienstverlening. Ook is hiervoor een overheidsbrede visie en strategie opgesteld. Met deze visie en de NDS, zijn de eerste knelpunten geïdentificeerd en geprioriteerd.

In 2025 is het aantal praktijkinitiatieven met fysieke overheidsbrede dienstverlening uitgebreid naar 28. Ook zijn proeftuinen gestart om het bereik van overheidsbrede dienstverlening te vergroten. Vanuit het traject levensgebeurtenissen pakten we de knelpunten aan die jongeren ervaren tijdens de transitie van jeugdzorg naar volwassenenondersteuning. Voor ondernemers hebben we gewerkt aan verschillende trajecten, bijvoorbeeld voor jonge startende ondernemers, ondernemers in zwaar weer en nabestaanden van ondernemers. Ook ondersteunen we overheidsorganisaties met het voldoen aan de toegankelijkheidseisen voor websites en apps.

Digitale weerbaarheid, autonomie en Cloud

Nederland is een van de meest gedigitaliseerde landen ter wereld. Dat is een kracht maar ook een risico. In de NDS zijn mogelijke acties hieromtrent opgenomen in de prioriteit ‘digitale autonomie en weerbaarheid’. Om onze digitale weerbaarheid te versterken hebben we in 2025 het Cyberbeveiligingsbesluit (Cbw) in behandeling gebracht bij de Tweede Kamer, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2 (BIO2)vastgesteld, samen met de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur het toezicht op de Cbw verder ingericht, de Security Operation Centers (SOCs) versterkt middels het programma Versterken SOC Stelsel Rijk en een EU-brede routekaart voor Post Quantum Cryptografie opgesteld en gepubliceerd. Het kabinet heeft kennisgenomen van het rapport ‘Van kwetsbaar naar weerbaar’ over dat overheidsorganisaties onvoldoende voorbereid zijn op langdurige uitval van ICT-dienstverlening (Kamerstukken II 2024/24, 29362, nr. 388) en neemt dit mee in de prioriteit Versterken digitale weerbaarheid en autonomie van de overheid van de NDS. De rijksbrede IT-sourcingstrategie en -handreiking zijn vastgesteld. Deze zijn gericht op het versterken van de digitale weerbaarheid. De verplichte basisopleiding digitale weerbaarheid is in 2025 praktisch van start gegaan voor ruim 100.000 medewerkers van de Rijksoverheid en wordt ook gebruikt door medeoverheden. Onder de NDS hebben we gewerkt aan het versterken van de positionering van ICT-personeel door het bundelen en actualiseren van bestaande beleidslijnen rond instroom, doorstroom en behoud van ICT-professionals.

Daarnaast is met publiekscampagnes samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid bijgedragen aan bewustwording en ondersteuning van de digitale weerbaarheid van burgers. Ook hebben we in dit kader gewerkt aan de omvang en kwaliteit van het webportfolio van de (Rijks)overheid, bijvoorbeeld door de actualisatie van het domeinnaambeleid uit 2011.

Op het gebied van digitale autonomie en Cloud hebben we verschillende acties ondernomen. Zo zijn deze twee onderwerpen opgenomen als prioriteiten in de NDS. In het kader van de agenda Digitale Open Strategische Autonomie (DOSA) hebben we de visie digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid in de ministerraad vastgesteld en gepubliceerd. Ook verkennen we via de NDS hoe een overheidsbrede soevereine clouddienst eruit kan gaan zien. Op 11 december 2025 hebben we in Den Haag samen met Frankrijk, Duitsland en Italië de European Digital Infrastructure Consortium(EDIC) ten behoeve van Digitale Gemeenschapsgoederen gelanceerd. Het doel van deze EDIC is om Europese lidstaten meer digitaal autonoom te maken. Nederland (CIO Rijk) neemt het voorzitterschap op zich.

3.5 Herstel Groningen

In 2025 was een belangrijk en intensief jaar voor de hersteloperatie in Groningen. Vrijwel alle maatregelen uit Nij Begun die zien op herstel en perspectief zijn inmiddels geïmplementeerd, of worden dat komend jaar. Op deze manier werkt het kabinet aan een schadevrije, veilige en verduurzaamde huizen in een regio met toekomstperspectief voor haar inwoners. Toch laat de beving van 3.4 op de schaal van Richter van 14 november 2025 nabij Zeerijp zien dat de gevolgen van de gaswinning in Groningen voor veel mensen in Groningen en Noord-Drenthe nog steeds voelbaar zijn. Ondanks het stoppen van de gaswinning uit het grote Groningenveld op 19 april 2024 blijft de ondergrond nog jaren onrustig. Deze onrust heeft zijn weerslag op de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe. De beving maakt ook duidelijk hoe essentieel het is dat we blijven werken aan het afhandelen van schade, het versterken van woningen en het terugwinnen van vertrouwen in de overheid.

Een schadevrije, veilige en verduurzaamde woning

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) heeft in de eerste weken na de beving bijna 4.000 nieuwe fysieke schademeldingen ontvangen. Dit is een flink aantal, maar in de afgelopen jaren zijn er door het IMG al 343.000 schades afgehandeld. Dit neemt niet weg dat de bevingen veel impact blijft hebben op de inwoners en de regio. Om de veiligheid van inwoners te garanderen onderzoekt en versterkt wanneer nodig de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) woningen in het aardbevingsgebied. In 2025 heeft de NCG ruim 1400 huizen versterkt en daarmee haar doelstelling voor 2025 behaald. Dat brengt het totaal aantal huizen dat aan de veiligheidsnorm voldoet op 18.569 (c.a. 67 % van de totale voorraad). In de situaties waar de versterking of schadeafhandeling vast dreigen te lopen, en/of er sprake is van complexiteit, is het van belang om zorgvuldig te kunnen handelen. De vangnetten spelen een belangrijke rol om te komen tot een oplossing voor deze bewoners. Daarnaast ondersteunen de provinciale programma’s zoals het Erfgoedprogramma, het Mkb-programma en het Agro-programma eigenaren en ondernemers met deskundig advies en financiële middelen ten behoeve van behoud en toekomstgerichte investeringen.

Ook is een Agenda voor Herstel vastgesteld, die zich richt op het verbeteren van de samenwerking tussen alle betrokken overheden en organisaties bij de hersteloperatie. Daarnaast heeft het kabinet met de gemeenten een routekaart opgesteld voor de aanpak van onaanvaardbare verschillen in de versterking. Voor verschillen in de schadeafhandeling heeft het IMG in september 2025 de aanvullende vaste vergoeding bij fysieke schade breed opengesteld. Tot slot is de isolatieaanpak op 2 september 2025 van start gegaan. Hiermee kunnen bewoners profiteren van snellere verduurzaming, meer wooncomfort en lagere energielasten waarmee energiearmoede in het aardbevingsgebied teruggebracht wordt. Ook biedt de NCG sinds april 2025 aan de betreffende inwoners aan om de isolatiemaatregelen te combineren met lichte versterkingen. Daarmee kunnen nu alle bewoners die te maken hebben met versterking, gelijktijdig ook hun woning isoleren.

Toekomstperspectief voor de regio

In 2025 zijn door Rijk en de regionale medeoverheden de Sociale en Economische Agenda vastgesteld. De eerste maatregelen zijn inmiddels gestart. Omdat het van belang is dat jongeren, inwoners en ondernemers over 30 jaar de vruchten kunnen plukken van deze agenda’s, wordt er gewerkt aan een toekomstbestendige uitvoeringsstructuur van beide agenda’s. Bij het formuleren en uitwerken van deze agenda’s zijn medeoverheden, mkb-ondernemers, het georganiseerde bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen, experts, jongeren, andere bewoners en tal van experts betrokken. De generatielange inzet van het Rijk voor het inlossen van de ereschuld wordt vastgelegd in de Groningenwet. Het wetsvoorstel dat de generatielange inzet vastlegt is op 9 oktober jongstleden naar de Kamer gestuurd voor behandeling (Kamerstukken II 2025/26, 36836, nr. 3).

Staat van Groningen en Noord-Drenthe

Om inzicht te krijgen in de resultaten van de hersteloperatie en het bieden van toekomstperspectief aan de regio, wordt jaarlijks de Staat van Groningen en Noord-Drenthe opgesteld (SvGND). Op 15 april heeft een samenwerkingsverband van onafhankelijke onderzoekers de eerste Staat van Groningen en Noord-Drenthe gepubliceerd. Hiermee komt het kabinet een toezegging na die na de parlementaire enquête is gedaan: een jaarlijks, samenhangend beeld van alle beschikbare informatie en onderzoeken over hoe het gaat met het herstel, de veiligheid en de (brede) welvaart in de regio. De komende jaren moet de SvGND uitgroeien tot hét instrument om een vinger aan de pols te houden. Niet alleen door vooruitgang te laten zien in grafieken en getallen, maar door een stem te geven aan de gedupeerden, en door te laten zíén hoe de mensen en de regio verder komen.

3.6 Overzicht periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen

Tabel 2 Realisatie beleidsdoorlichtingen 2025

BD/PR

Thema

Artikel(en)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Kamerstuk

BD

Goed bestuur

1.1

    

X

  

Kamerstuk

BD

Een sterke en weerbare democratische rechtsstaat

1.2/1.3

    

X

  

Kamerstuk

BD

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

6.2

  

X

    

Kamerstuk

BD

Identiteitsstelsel

6.5

 

X

     

Kamerstuk

BD

Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI

6.7/6.8

   

X

   

Kamerstuk

PR

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

7

      

X

Kamerstuk

BD

Slavernijverleden

14

        

PE

Groningen versterken en perspectief

15

    

X1

  

Kamerstuk en

Kamerstuk

1

Voor artikel 5 is in 2021 en 2022 een parlementaire enquête Aardgaswinning Groningen uitgevoerd waarmee de geplande beleidsdoorlichting is komen te vervallen. In 2023 is het rapport «Groningers boven Gas» van de parlementaire enquêtecommissie opgeleverd

Periodieke Rapportage over Artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

In 2025 is deze Periodieke Rapportage gepubliceerd en voorzien van een kabinetsreactie (Kamerstuk 30985, nr. 67). Dit rapport onderzocht de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid in de periode 2019-2023 dat valt onder artikel 7 van de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit artikel gaat over het werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid. De doelstelling van begrotingsartikel 7 is: ‘’De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) streeft naar een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en haar maatschappelijke taken optimaal uitvoert. Dit gebeurt door het creëren van randvoorwaarden voor het optimaal en duurzaam functioneren van overheidsorganisaties.’’ Om invulling te geven aan deze doelstelling zijn drie punten kenmerkend: ‘goed werkgeverschap’, de inrichting van en rol in de rijksbrede bedrijfsvoering en het borgen van de kwaliteit van de ambtelijke top (Algemene Bestuursdienst). Het ministerie draagt hieraan bij in een regisserende en coördinerende rol, respectievelijk op het terrein van collectieve arbeidsvoorwaarden, personeelsbeleid rijk en organisatie en bedrijfsvoering van het Rijk, waaronder ICT, huisvesting, inkoop en faciliteiten en Management Development. De rijksbrede bedrijfsvoering betreft de niet-financiële bedrijfsvoering, bedoeld om alle ruim 140.000 ambtenaren in staat te stellen samen aan de Rijksopgaven te werken – teneinde maatschappelijke opgaven te realiseren.

Periodieke Rapportage over Artikel 6.5 Identiteitsstelsel

In de Strategische Evaluatie Agenda stond opgenomen dat deze Periodieke Rapportage wordt afgerond in 2025. Deze Periodieke Rapportage zal echter begin 2026 met de Tweede Kamer gedeeld worden.

Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht Ingepland en uitgevoerd onderzoek op rijksfinancien.nl.

Voor de realisatie van deze andere grote (evaluatie)onderzoeken, zie bijlage 3 "Afgerond evaluatie- en overig onderzoek".

3.7 Openbaarheidsparagraaf

Het Programma Transparant werkte in 2025 als één werkorganisatie voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) ter ondersteuning bij openbaarmaking en verbetering van de Informatiehuishouding.

Actieve openbaarmaking

BZK heeft de ambitie om vooruitstrevend te zijn op het gebied van actieve openbaarmaking. Ons departement ziet het als een verantwoordelijkheid om goede voorbeelden (‘best practices’) te ontwikkelen op dit gebied. Hiervoor hebben BZK en VRO de ‘Topdossieraanpak’ vastgesteld. Op basis van deze aanpak inventariseert programma Transparant welke thema’s in de maatschappelijke belangstelling staan en in aanmerking komen voor proactieve openbaarmaking. Dit gebeurt onder andere aan de hand van de TopThemaMonitor (TTM). Het eerste TopThemamonitor-rapport werd in 2025 vastgesteld. BZK en VRO streven ernaar om ieder jaar aan het openbaar maken van 10 topdossiers te werken.

In 2025 maakte BZK dossiers proactief openbaar, waaronder de Wet Groningen en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). De achterliggende stukken maakten we openbaar op het moment dat de dossiers aan de Kamer werden aangeboden: een mooi voorbeeld van betekenisvolle openbaarmaking als integraal onderdeel van het beleidsproces.

BZK/VRO deed in 2025 een proef met het standaard proactief openbaar maken van agenda’s, verslagen en bijbehorende stukken van de overleggen van de Bestuursraad. Deze proef wordt geëvalueerd.

Ook voldeden BZK en VRO als eerste departementen aan artikel 3.3 van de Woo, met de actieve openbaarmaking van de eerste twee tranches van categorieën informatie.

Passieve openbaarmaking

Maatregelen om de afhandeling van Woo-verzoeken te versnellen, hadden effect: de gemiddelde doorlooptijd van een Woo-verzoek binnen BZK/VRO Kern was in 2024 ruim 120 dagen; in 2025 was deze teruggebracht naar ongeveer 60 dagen. In 2025 werd 50% van de verzoeken binnen de wettelijke termijn afgehandeld.

Afgelopen jaar werkten wij aan een Woo-zaaksysteem (naar verwachting live in januari 2026) en een dashboard voor informatiehuishouding en openbaarmaking. Met deze nieuwe instrumenten krijgen directies overzicht over, en grip op, hun taken en verantwoordelijkheden rond openbaarmaking.

Kennis binnen de organisatie over het afhandelen van Woo-verzoeken is vergroot, met trainingen en een nieuwe set werkinstructies. Ook is gewerkt aan het aanpassen van de autorisatiestructuur voor standaard-toegang tot het documentmanagementsysteem en de netwerkschijven. Hierdoor kan het Woo-team van BZK en VRO op termijn makkelijker en sneller zoeken naar gevraagde informatie.

Verbeteren van de informatiehuishouding

In 2025 voerden wij bij alle directies een nulmeting uit op de informatiehuishouding. Hierbij gingen wij na waar directies informatie hebben opgeslagen, hoeveel informatie dat is en wat duurzaam moet worden bewaard. Op basis hiervan adviseerden de informatiecoördinatoren de directies over mogelijke maatregelen en boden IHH-specialisten praktische hulp bij het opschonen en structureren van dossiers.

Verder is gewerkt aan het ontwikkelen van een kwaliteitssysteem voor informatiehuishouding.

De activiteiten voor het verbeteren van de informatiehuishouding sluiten als volgt aan bij de vier actielijnen van het rijksbrede programma Open Overheid:

Actielijn 1 Informatieprofessionals

In 2025 is ons voorlichtingsmateriaal voor het verbeteren van de informatiehuishouding verder uitgebreid. Op basis van het Zorgvuldig en Open (ZO) concept van Programma Open Overheid hebben wij binnen BZK de campagne ‘Schrijven voor openbaarmaking’ uitgevoerd, waarmee we de aandacht vestigden op het feit dat alles wat beleidsambtenaren schrijven openbaar kan worden. Daarnaast gaven we praktische tips om hier bij het schrijven al rekening mee te houden. In voorbereiding op de beëindiging van het programma is een strategisch personeelsplan opgesteld.

Actielijn 2 Aard en volume van informatie

Afgelopen jaar is binnen BZK opschoning van dossiers projectmatig aangepakt. Programma Transparant bood directies hiervoor praktische ondersteuning aan, met een team IHH-specialisten.

Ook zijn in 2025 de eerste stappen gezet om netwerkschijven op te schonen met behulp van geavanceerde technieken voor het inventariseren van documenten en het automatisch verwijderen van dubbele versies.

Actielijn 3 Informatiesystemen

BZK/VRO is een van de kopgroep-departementen binnen het programma Beter Samen Werken (BSW). Doel van BSW is het creëren van een optimale digitale werkomgeving voor de rijksambtenaar, die informatiehuishouding, samenwerking en openbaarmaking beter moet gaan ondersteunen. In 2025 werkte BZK mee aan een testdag waarin medewerkers de mogelijkheden van samenwerken in één digitale omgeving verkenden.

Actielijn 4 Bestuur en naleving

Dit jaar rapporteerden de informatiecoördinatoren ieder kwartaal de stand van zaken rond informatiehuishouding, aan de directies, en werden dossiers in het documentmanagementsysteem periodiek gecontroleerd. Tevens is een dashboard IHH opgeleverd wat helpt bij het sturen op de kwaliteitsverbetering van dossiers.

3.8 Ongekend Onrecht

Voor de ministeries die het aangaat bevat het onderdeel beleidsprioriteiten een rapportage zoals bedoeld in de brief van de minister-president d.d. 26 juni 2023 (Kamerstuk II 2022/23, 35 510, nr. 135). Daarin is aan de desbetreffende bewindspersonen verzocht te rapporteren over het vervolg op het rapport «Ongekend Onrecht». In het beleidsverslag besteedt de minister aandacht aan de voortgang van de maatregelen in het kader van het rapport ongekend onrecht. Hierin wordt verzocht te rapporteren op de stand van zaken van de maatregelen aan de hand van een tabel. Deze is toegevoegd in bijlage 6 van dit jaarverslag.

3.9 Onderuitputting

De Tweede Kamer verzoekt het kabinet om bij de verantwoording over het jaar 2025 aandacht te besteden aan resultaatbereik in relatie tot onderuitputting, als gevolg van bijvoorbeeld arbeidskrapte. Van de totale onderuitputting worden de grootste en/of belangrijkste meevallende realisaties apart toegelicht. De overige meevallende realisaties worden in de post «overige meevallers» toegelicht.

De grootste posten met onderuitputting vanaf de tweede suppletoire begroting 2025, namelijk groter dan € 10 mln., zijn opgenomen in de tabel en worden onderstaand toegelicht.

Tabel 3 Grootste posten met onderuitputting in 2025

Onderuitputting 2025

x € 1.000

Als % van vastgestelde begroting

Uitgaven

  
   

Duurzaam herstel

‒ 168.006

2,5%

Vergoeding fysieke schade

‒ 152.975

2,2%

Versterkingsoperatie

‒ 140.419

2,1%

Vergoeding waardedaling

‒ 93.659

1,5%

Bijdrage RVO

‒ 57.626

0,8%

Kwijtschelden publieke schulden

‒ 47.192

0,7%

Versterken in eigen beheer

‒ 28.885

0,4%

Werkbudgetten

‒ 22.511

0,3%

Inhuur externen

‒ 22.233

0,3%

Eigen personeel

‒ 17.112

20,0%

Clustering en gebiedsfonds

‒ 16.109

0,2%

ICT

‒ 13.098

0,2%

Knelpunten NCG

‒ 13.096

0,2%

Leefbaarheid en wijkontwikkeling

‒ 10.756

0,2%

Versterken en perspectief

‒ 10.193

0,1%

   

Overig

  

Overig

‒ 86.036

0,1%

Totaal

‒ 899.906

9,6%

Toelichting

Uitgaven

Duurzaam herstel

De maatregel Duurzaam herstel is erop gericht om de kans op terugkerende schade te verkleinen door de constructie van een woning te verbeteren of herstellen. In 2025 zijn minder woningen duurzaam hersteld dan eerder verwacht en daarom is er op dit budget een onderuitputting van € 154,2 mln. De totale verwachte kosten van duurzaam herstel zijn gelijk gebleven.

Vergoeding fysieke schade

Op basis van de realisatiegegevens van het IMG wordt het budget voor de regeling fysieke schade naar beneden bijgesteld met € 153,0 mln. Dit wordt onder andere veroorzaakt door gedragseffecten in de keuze voor schadeafhandeling door de bewoners. Dit zit hem met name in lagere aanvragen voor zowel de Vaste Eenmalige Schadevergoeding als de Aanvullende vaste vergoeding. Verder zijn er meer aanvragen afgehandeld dan begroot maar is de gemiddelde schadevergoeding lager dan vooraf ingeschat.

Versterkingsoperatie

Op de uitgaven van de reguliere versterkingsoperatie is er een onderuitputting van € 140,4 mln. Dit komt omdat een deel van de woningen in de versterkingsoperatie lichter versterkt hoeven te worden dan eerder begroot (€ 10,0 mln.). Daarnaast vinden de uitgaven voor de zogenoemde Big Five projecten buiten de reguliere versterkingsoperatie later plaats dan eerder verwacht (€ 21,0 mln.). Er vinden uitgaven van de regeling maatwerk in de versterkingsoperatie plaats in latere jaren (€ 7,5 mln.). Verder zijn er minder reguliere versterkingsuitgaven gedaan dan bij de tweede suppletoire begroting 2025 werd verwacht.

Vergoeding waardedaling

Bij de vergoeding waardedaling zijn er in 2025 minder aanvragen gedaan dan eerder geraamd, dit wordt onder andere veroorzaakt door gedragseffecten in de keuze voor schadeafhandeling door de bewoners. Hierdoor is er een onderuitputting van € 93,7mln.

Bijdrage RVO

Met de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wordt de uitvoering van de schadeafhandeling door het IMG bekostigd. De onderuitputting is voor de uitgaven € 57,6 mln. Dit komt doordat het IMG minder schadeaanvragen heeft afgehandeld in 2025 dan in eerste instantie werd verwacht.

Kwijtschelden publieke schulden

De realisatie op de uitgaven van de kwijtschelding publieke schulden is € 47,2 mln. lager uitgevallen dan geraamd doordat de uitgaven en de derving van inkomsten als gevolg van de kwijtschelding bij gemeenten en waterschappen lager uitvielen dan begroot.

Versterken in eigen beheer

Voor versterken in eigen beheer is in 2025 € 28,9 mln minder uitgegeven dan verwacht omdat de uitgaven voor de versterkingsoperatie moeilijk zijn te voorspellen, waardoor het budget lastig te plannen is.

Werkbudgetten

Diverse uitgaven die worden betaald vanuit de werkbudgetten zijn vanwege vertraging in de opdrachtverlening niet uitgegeven, waardoor er € 22,5 mln van het uitgavenbudget niet tot besteding is gekomen.

Inhuur externen

Bij inhuur is er onderschrijding van € 22,2 mln. op de uitgaven. Deze onderschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door de lagere inhuur voor de Nationale Coördinator Groningen (NCG) dan begroot.

Eigen personeel

Bij eigen personeel is er een onderschrijding van € 17,1 mln. op de uitgaven. Dit wordt veroorzaakt doordat niet alle openstaande vacatures ingevuld konden worden.

Clustering en gebiedsfonds

De middelen voor clustering en gebiedsfonds zijn vastgelegd in de Meerjarige regeling. Het uitgavenritme is aangesloten op het tempo van de versterking. Ondanks uitvoerige afstemming met de regio hierover sloot de begroting nog niet aan bij de regeling. Daardoor zijn de uitgaven € 16,1 mln. lager dan eerder geraamd.

ICT

De uitgaven (€ 12,7 mln.) aan ICT zijn lager uitgevallen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere uitgaven en verplichtingen voor de ICT van de Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH) dan begroot.

Knelpunten NCG

Het betreft uitgaven voor de versterkingsoperatie die moeilijk te zijn voorspellen, waardoor het budget lastig te plannen is. In 2025 is er minder versterkt dan oorspronkelijk gepland hierdoor waardoor onderuitputting is ontstaan.

Leefbaarheid en wijkontwikkeling

De middelen voor leefbaarheid en wijkontwikkeling zijn vastgelegd in de Meerjarige regeling. Het uitgavenritme is aangesloten op het tempo van de versterking. Ondanks uitvoerige afstemming met de regio hierover sloot de begroting nog niet aan bij de regeling. Daardoor zijn de uitgaven € 10,8 mln. lager dan eerder geraamd.

Versterken en perspectief

Het betreft uitgaven voor de versterkingsoperatie die moeilijk te zijn voorspellen, waardoor het budget lastig te plannen is. In 2025 is er minder versterkt dan oorspronkelijk gepland hierdoor waardoor onderuitputting is ontstaan.

3.10 Brede welvaart

Naar aanleiding van de motie Hammelburg c.s. (Kamerstukken 2021/22, 35925, nr. 88) worden er jaarlijks, in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), departementale factsheets Brede Welvaart ontwikkeld.

Het CBS zal op Verantwoordingsdag 2026 de factsheets publiceren met de meest geactualiseerde data. De waardes van de hieronder genoemde indicatoren zijn nog gebaseerd op de meest recente factsheets Brede Welvaart 2024 en in enkele gevallen verrijkt met andere data.

Over het openbaar bestuur en democratie houdt het CBS onder meer indicatoren bij met betrekking tot de opkomst bij parlementsverkiezingen en de corruptie perceptie index. Data laten zien dat de opkomst bij parlementsverkiezingen sinds 2017 stapsgewijs daalt van 81,9% in 2017 naar 77,7% in 2023. Uit gegevens van de Kiesraad blijkt dat in 2025 de opkomst weer iets gestegen is naar 78,3%. Deze indicator beïnvloedt indirect de brede welvaart. De hoogte en de spreiding van de opkomst bij verkiezingen kunnen een indicatie geven van de legitimiteit van het politiek systeem, wat de basis vormt voor overheidsbeleid. BZK bewaakt de legitimiteit van het democratisch bestel en probeert de opkomst te bevorderen, hoewel tal van maatschappelijke, psychologische en politieke factoren hierop van invloed zijn. De indicator corruptie perceptie index rangschikt landen op basis van hoe corrupt de publieke sector wordt beschouwd: hoe hoger de score hoe minder corrupt een land wordt waargenomen. In Nederland daalt deze indicator geleidelijk (daling brede welvaart) van circa 83% in 2014 naar 79% in 2023. Internationaal onderzoek toont aan dat minder corruptie samenhangt met hogere welvaart en welzijn. Vertrouwen van burgers in het bestuur wordt beïnvloed door hun perceptie van corruptie. BZK bevordert integriteit bij bestuurders, volksvertegenwoordigers en ambtenaren.

Over overheidsdienstverlening en de informatiesamenleving houdt het CBS onder meer een indicator bij over slachtofferschap van online criminaliteit van Nederlanders. Hieruit blijkt dat in 2023 zo’n 15,6% van de bevolking van 15 jaar en ouder slachtoffer was van online criminaliteit. Op het gebied van bewustwording werkt BZK nauw samen met de ministeries van JenV en EZK aan publiekscommunicatie en versterking van bestaande sociaal-maatschappelijke en culturele netwerken. Daarbij is het doel om burgers bewust te maken van digitale risico’s en gedragsverandering teweeg te brengen zodat burgers hun apparaten en gegevens beter beschermen. Tegelijkertijd is gewerkt aan passende ondersteuning. Bijvoorbeeld door instrumenten te realiseren die overheidsorganisaties helpen bij het veilig inkopen van ICT-producten en diensten. Om burgers te helpen valse websites makkelijker te onderscheiden van echte overheidswebsites wordt proefgedraaid met de logodetectie dienst van Stichting Internetdomeinregistratie Nederland (SIDN) als middel om het domeinportfolio van de Rijksoverheid beter op orde te brengen en malafide websites te detecteren en uit de lucht te halen. Ter verdere verbetering van de herkenbaarheid van de digitale overheid wordt daarnaast gewerkt aan een impactonderzoek naar invoering van één beveiligde overheidsextensie, te beginnen bij de Rijksoverheid. Tot slot werkt BZK aan instrumenten die de inzet van AI en algoritmen transparant maken en zorgen voor de juiste randvoorwaarden.

3.11 Focusonderwerp: Risico's voor de goede inning en besteding van belasting en premiegeld

De Tweede Kamer heeft het thema "Risico's voor de goede inning en besteding van belasting en premiegeld" aangewezen als focusonderwerp voor de verantwoording over het jaar 2025. De Tweede Kamer vindt het belangrijk dat lessen uit de verantwoording worden betrokken bij het opstellen van toekomstige begrotingen. Door te leren van wat goed ging en wat beter moet, kunnen kabinet en Kamer beter prioriteiten stellen en belasting- en premiegeld zo effectief en doelmatig mogelijk inzetten, met zoveel mogelijk maatschappelijke impact. Er is behoefte aan meer inzicht in de belangrijkste risico’s voor die effectieve en doelmatige inzet, om vervolgens ook beter te kunnen sturen op het beheersen van die risico’s.

Concreet verzoekt de Tweede Kamer om in het jaarverslag 2025 in te gaan op drie concrete, budgettair omvangrijke en/of strategisch belangrijke (beleids)programma's of overheidsactiviteiten. Deze risico's kunnen te maken hebben met beleid of de bedrijfsvoering.

Voor het ministerie van BZK zijn op basis van dit verzoek de volgende drie risico's geïdentificeerd:

  • 1. Weerbaarheid van bestuur

  • 2. Digitale weerbaarheid

  • 3. Onvoldoende capaciteit, middelen en slagkracht

Voor de selectie van risico’s uit dit focusonderwerp is gebruikgemaakt van een risicoanalyse van het ministerie van BZK. De eerste twee risico’s zijn beleidsmatig van aard. Het derde risico heeft betrekking op de bedrijfsvoering van het ministerie van BZK. Hieronder worden de drie risico's toegelicht.

Weerbaarheid van bestuur

Politieke ambtsdragers vervullen een waardevol ambt. Zij zetten zich dagelijks in voor onze democratische rechtsstaat en doen dit met veel toewijding en plezier. Zij zijn de dragers van onze democratie en staan middenin de samenleving. Helaas kunnen zij bij de uitoefening van hun ambt te maken krijgen met agressie, intimidatie of bedreiging. Het is niet in de laatste plaats om deze reden dat de aantrekkelijkheid van het ambt van decentrale bestuurders afneemt. Verder speelt ook de hoge werkdruk een rol. Politieke ambtsdragers kunnen steeds moeilijker een balans behouden tussen werk en privé. Andere sleutelspelers in de democratische rechtsstaat staan eveneens onder druk: ook journalisten, advocaten, rechters, hulpverleners en wetenschappers krijgen met agressie te maken.

Het ministerie van BZK heeft zich samen met het Netwerk Weerbaar Bestuur ingezet voor de weerbaarheid van decentrale politieke ambtsdragers en hun organisatie, zodat zij zonder vormen van oneigenlijke druk hun ambt kunnen vervullen. Het Netwerk Weerbaar Bestuur heeft het veiligheidspakket voor griffiers en het steunpakket online haat gelanceerd. Het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur (OTWB) heeft bij meer dan 170 gemeenten en alle provincies de bewustwording van bestuurders, volksvertegenwoordigers en ambtenaren over het belang van weerbaarheid vergroot. De veiligheidsscan voor decentrale volksvertegenwoordigers van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) is verbeterd. De aantrekkelijkheid van het ambt is versterkt door te investeren in de opleiding- en ontwikkelingsmogelijkheden van politieke ambtsdragers, hun rechtspositie te verbeteren en hun ondersteuning te versterken. 

Digitale weerbaarheid

Nederland is een van de meest gedigitaliseerde landen ter wereld. Dat is een kracht, maar ook een risico. Cyberaanvallen, storingen en te grote afhankelijkheid van een te beperkt aantal technologiebedrijven bedreigen de veiligheid en digitale open strategische autonomie van Nederland. Als overheidssystemen uitvallen, of niet meer werken zoals bedoeld, kunnen burgers en ondernemers in de problemen komen. Zo kunnen bijvoorbeeld de gegevens die de overheid van deze groepen verwerkt op straat komen liggen, of kunnen uitkeringen niet worden uitbetaald.

Één overheidsbrede aanpak

Met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) – die in juli 2025 is gepresenteerd - wordt een overheidsbrede aanpak voor ‘digitale weerbaarheid en autonomie’ in kaart gebracht. De brief Stand van zaken Investeringsagenda NDS biedt een eerste inzicht in de kosten om de NDS te kunnen realiseren. Op basis van de definitieve Investeringsagenda NDS kunnen dan (politieke) keuzes worden gemaakt. Uit het daarvoor bestemde besluitvormingsproces moet nog blijken in welke vorm de ambities doorgang kunnen vinden. Digitale weerbaarheid en autonomie is één van de zes NDS-prioriteiten. Dit betekent dat de NDS in beeld brengt hoe we onze zelfstandigheid als het gaat om digitale technologie kunnen vergroten, en ervoor kunnen zorgen dat we wendbaar zijn en minder afhankelijk zijn van een te beperkt aantal leveranciers. Onder de NDS valt ook het voornemen de stabiliteit van de Rijksoverheid en medeoverheden te versterken door onze digitale weerbaarheid continu te verbeteren. Bij crises zou dit verder effectief herstel betekenen, zodat verstoringen geen langdurige schade veroorzaken. Oefeningen zijn hierbij belangrijk om als één overheid uit te voeren. Hierbij werken overheidsorganisaties samen met de markt om beveiligingsrisico’s te beperken, zoals het uitlekken van gevoelige gegevens en het onvoldoende beschermen van informatie in de toekomst. Daarnaast voorziet het ministerie van BZK in kennisontwikkeling en kennisdeling bij alle overheidslagen en organiseert daarnaast jaarlijks voor alle overheidsorganisaties het overheidsbrede cyberprogramma, inclusief een overheidsbrede cyberoefening.

De bestaande Rijksbrede stuurgroep digitale weerbaarheid is in het kader van de NDS in het derde kwartaal uitgebreid met de medeoverheden, waarmee de besturing een overheidsbreed karakter heeft gekregen en is uitgebreid met digitale autonomie. De visie op digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid is in december vastgesteld door de Ministerraad. Verder is voor digitale autonomie een samenwerking aangegaan met het Digitale Autonomie Competence Center. Andere resultaten die zijn opgeleverd zijn een handreiking voor crypto agility en een onderzoek naar crypto inventory tooling.

De rijksbrede aanpak

Het ministerie van BZK werkt aan het verhogen van de digitale weerbaarheid van de overheid. Het ministerie van BZK versterkt het risicomanagement en regelt adequate monitoring en detectie voor zowel departement als uitvoeringsorganisaties, zodat aanvallen van kwaadwillende actoren gedetecteerd worden. Ook test het ministerie van BZK de feitelijke digitale weerbaarheid door bijvoorbeeld red teaming (een geavanceerde securitytest) op kritieke onderdelen en gaat aan de slag met de bevindingen. De voorbereidende werkzaamheden voor de Cyberbeveiligingswet (met inwerkingtreding in 2026) hielpen de digitale weerbaarheid ook al in 2025 te verhogen.

De aanpak van BZK

Daarnaast is er een BZK/VRO-brede I-strategie, waarin executiekracht, weerbaarheid en gebruik van nieuwe technologie centraal staan. In 2025 is een roadmap uitgewerkt om de digitale weerbaarheid te versterken en is de security board gestart. Concreet is er een bewustwordingscampagne gestart voor medewerkers, is er een generiek control framework èn is er een business continuity framework ontwikkeld. Ook is een inventarisatie gestart van de hoog Te Beschermen Belangen en de vraag welke aanvullende maatregelen daarop nodig zijn. Dit krijgt in 2026 verder vervolg.

Onvoldoende capaciteit, middelen en slagkracht

De uitvoering van de opgaven van het ministerie van BZK vraagt om voldoende en gespecialiseerde capaciteit. Door krapte op de arbeidsmarkt staat deze capaciteit onder druk, zowel bij het Rijk als bij decentrale overheden. Wanneer de beschikbare capaciteit en expertise niet tijdig en gericht worden ingezet of onvoldoende aansluiten bij de uitvoeringsopgaven, kan dit ertoe leiden dat beleid later of minder volledig wordt uitgevoerd dan beoogd. Hoewel de beschikbaarheid van personeel op de arbeidsmarkt daarbij slechts beperkt valt binnen de directe invloedssfeer van het ministerie, kan wel actief worden gestuurd op het verhogen van de capaciteit via de instroom, doorstroom en behoud van personeel en het terugdringen van externe inhuur.

Vanuit het ministerie van BZK wordt ingezet op de werving van specifieke doelgroepen (denk aan ICT- en technische functies), door middel van de inzet van specialistische recruiters. Hiermee, en door verambtelijking, wordt de afhankelijkheid van externe inhuur beperkt. ‘’Verambtelijking’’ houdt in dat dat externe medewerkers wordt gevraagd in dienst te komen als ambtenaar. Daarnaast investeert het ministerie van BZK op instroom, doorstroom en behoud van personeel door middel van inzet van verschillende HR-instrumenten. Denk aan het vergroten van de instroom van jong talent middels het bieden van stagemogelijkheden, een MBO-traineeprogramma, de samenwerking met onderwijs en het rijksbrede talentprogramma. Daarnaast bestaat de mogelijkheid gebruik te maken van tijdelijke capaciteit bij acute of geplande vraag naar personeel en expertise. Denk aan programmamanagement of expertise op beleid en advies.

Naast de maatregelen voor het ministerie zelf, heeft het kabinet in 2023 de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden vastgesteld. Uitgangspunt is dat het vakdepartement de desbetreffende (koepel van) decentrale overheden vanaf de start van de beleidsvorming betrekt, zodat beleid vormgegeven wordt dat uitvoerbaar is voor de overheden die dit moeten uitvoeren. Het gaat hierbij om vragen als: hoe kunnen gemeenten, provincies en/of waterschappen dit beleid of de wetgeving goed uitvoeren, sluit de taak aan op hun bestaande takenpakket en hun deskundigheid en krijgen ze er genoeg middelen voor van de Rijksoverheid.

4. Beleidsartikelen

4.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt aan een slagvaardig en betrouwbaar openbaar bestuur waarop inwoners kunnen vertrouwen en wat oog heeft voor de menselijke maat. Een openbaar bestuur dat samen met de samenleving in staat is de maatschappelijke opgaven op te lossen. Veranderingen in onze maatschappij beïnvloeden hoe ons bestuur en onze democratie werkt. Om waarden als legitieme besluitvorming, slagkrachtig openbaar bestuur en transparantie daarbij te behouden en democratische waarden en vrijheden te borgen en versterken, is continue aandacht nodig voor de werking en inrichting van democratie en bestuur.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de zorg voor het goed functioneren van het openbaar bestuur van ons land.

Inwoners verlangen in toenemende mate maatwerk van de overheid. Dat vraagt om een overheid die in kan spelen op hun individuele behoeften en om kan gaan met uiteenlopende maatschappelijke opgaven op verschillende schaalniveaus. Daarnaast zijn er grote maatschappelijke opgaven die we als overheden alleen samen met de samenleving kunnen oplossen. Om hier goed op in te kunnen spelen organiseren we de overheid zo dicht mogelijk bij de burger en met betrokkenheid van de burger.

Met het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is een gezamenlijke inzet van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk nodig.

De slagvaardigheid en legitimatie van het openbaar bestuur vraagt om een zo helder mogelijke taakverdeling tussen de overheden, financiering die daarbij aansluit, draagkracht in de uitvoering, onderlinge afstemming en samenwerking, betrokkenheid van burgers, ruimte voor maatwerk en zorg voor en toerusting van de mensen werkzaam in het openbaar bestuur.

De minister van BZK is hoeder van de Grondwet (GW).

De minister van BZK is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Om de slagvaardigheid van het openbaar bestuur te versterken stimuleert de minister van BZK de samenwerking tussen overheden en het werken als één overheid, onder meer via Agenda stad en de City Deals.

  • Ter versterking van het democratisch bestel werkt de minister van BZK aan een sterkere verbinding van inwoner en overheid, aan betere toerusting en ondersteuning van politieke ambtsdragers en aan een weerbaarder bestuur. De minister stimuleert en faciliteert betrokken partijen en draagt zorg voor kennisontwikkeling en –verspreiding. Concrete voorbeelden zijn Netwerk Weerbaar bestuur en Kennispunt Lokale Politieke Partijen.

  • De minister van BZK stimuleert, vanuit haar verantwoordelijkheid voor de Grondwet, het mensenrechtenbeleid in Nederland.

  • De minister van BZK heeft een stimulerende rol voor een betrouwbare overheid door medeondertekening van de Algemene wet bestuursrecht. Deze wet is kaderstellend voor een behoorlijk bestuur.

  • De minister van BZK draagt (mede in reactie op het rapport Ongekend onrecht) zorg voor een betere dienstverlening aan de burger vanuit alle onderdelen van de overheid (Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 4).

  • Medeoverheden worden gecompenseerd voor de uitgaven en derving van inkomsten als gevolg van het kwijtschelden van publieke schulden aan gedupeerden van de toeslagenaffaire (Stcrt. 2021, 47680).

Financieren

  • Op basis van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) is de minister van BZK - samen met de Staatssecretaris van Financiën (de fondsbeheerders) - verantwoordelijk voor het beheer van het gemeente- en provinciefonds. De middelen voor beide fondsen kennen een eigen begroting (gemeentefonds en provinciefonds) maar het beheer kan niet los gezien worden van de rest van het stelsel. Op basis van de Gemw en PW is de minister van BZK verantwoordelijk voor het stelsel van decentrale belastingen.

  • Tevens financiert de minister van BZK de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers.

Regisseren

  • Op basis van artikel 2 van de Fvw wordt van beleidsvoornemens van het Rijk, die leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, aangegeven wat de financiële gevolgen zijn van deze wijziging voor provincies of gemeenten. Hiernaast dient te worden aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen. Hierover vindt overleg plaats met de minister van BZK en de minister van Financiën.

  • Op basis van de Gemeentewet (Gemw) en Provinciewet (PW) is de minister van BZK daarnaast verantwoordelijk voor de interbestuurlijke verhoudingen en het Rijksbeleid dat de medeoverheden raakt. De minister coördineert hierbij het overleg tussen het Rijk en de medeoverheden. Door de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarvoor de minister van BZK verantwoordelijk is, kunnen gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken in publiekrechtelijke constructies.

  • Betrouwbare en transparante verkiezingen zijn essentieel voor het vertrouwen in de democratie. De minister van BZK is verantwoordelijk voor de Kieswet (KW), die de verkiezingen voor de leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement, Provinciale Staten, algemene besturen van waterschappen, eilandsraden en gemeenteraden regelt.

  • De minister van BZK is verantwoordelijk voor de aanpak van discriminatie en de daarbij behorende wetgeving, zoals de Algemene wet gelijke behandeling en de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. De minister van BZK heeft een coördinerende rol in de aanpak van discriminatie.

Uitvoeren

  • Politieke partijen vervullen een cruciale rol in de democratie. De minister van BZK voert de Wet financiering politieke partijen(Wfpp) uit en financiert deze ook.

  • De minister van BZK geeft uitvoering aan het Nederlandse decoratiestelsel en aan de ontslag- en benoemingsprocedures van burgemeesters, commissarissen van de Koning en leden van de Hoge Colleges van Staat.

  • Om het stelsel van het openbaar bestuur te ondersteunen voert de minister onderzoek uit en ontwikkelt zij kennisproducten, zoals de Staat van het Bestuur en de website www.findo.nl.

Wet op de politieke partijen

Op 12 mei 2025 is het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen ingediend bij de Tweede Kamer. De Kamer heeft daarna hun eerste en tweede inbreng op het verslag geleverd (2 juli en 25 september 2025).

Versterken democratische instituties en weerbaar bestuur

Middelen uit enveloppe goed bestuur en sterke rechtsstaat zijn vrijgemaakt voor het versterken van de democratie en weerbaar bestuur (Kamerstukken II, 2024/25, 33 047, nr. 41). In 2025 zijn middelen ingezet voor de uitbreiding van het mandaat van de Kiesraad, het toegankelijk en uitvoerbaar organiseren van verkiezingen, democratisch burgerschap en weerbaarheid tegen desinformatie. Er is een meerjarige impuls (2025-2029) verstrekt aan alle provincies ter versterking van de slagkracht van van kleinere gemeenten tegen ondermijning. Tevens is een impuls verstrekt aan 25 gemeenten en 3 provincies voor preventieve beveiligingsmaatregelen voor vergaderingen van volksvertegenwoordigers.

Strategische onderzoeken

In 2025 zijn verschillende strategische onderzoeken uitgevoerd en verschenen die bijdragen aan de beleidsontwikkeling op het terrein van democratie en openbaar bestuur:

  • Onderzoek uitbreiding aantal raads- en statenleden. Necker deed onderzoek naar de vraag of uitbreiding van het aantal raads- en statenleden bijdraagt aan een beter functionerende volksvertegenwoordiging. Het onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen de grootte van de gemeenteraad enerzijds en de kwaliteit van representatie, deliberatie en sturing anderzijds. De eerste conclusie luidt dat in Nederland de gemeenteraden kleiner zijn dan het Europees gemiddelde. Desondanks ligt het niet voor de hand om de lokale en provinciale volksvertegenwoordigingen sterk te vergroten. Alleen raden van de acht grootste gemeenten (met meer dan 200.000 inwoners) zouden moeten worden vergroot door de staffel in de wet aan te passen. Een tweede conclusie is dat de uitbreiding van de volksvertegenwoordiging een negatief effect op de kwaliteit van sturing en controle kan hebben. Op het gebied van de representativiteit heeft het vergroten dan weer nauwelijks effect. Een derde conclusie betreft de werkdruk bij uitbreiding. Al zou je verwachten dat deze daalt als er meer volksvertegenwoordigers zijn, cruciale randvoorwaarden zijn van doorslaggevender belang als het werkdruk betreft. Zo valt te denken aan aandacht voor de werkwijze en ook versterken van de ondersteuning. Zo kan wijziging van de positie van commissieleden of inhoudelijke ondersteuning de werkdruk daadwerkelijk verminderen.

  • Wie wil nog burgermeester worden? Runderkamp en Otjes verrichtten onderzoek naar aanleiding van signalen dat er minder mensen reageren op vacatures voor vrijkomende burgemeestersposten. Hiervoor toetsten zij een reeks aan mogelijke verklaringen, zowel op een kwantitatieve als een kwalitatieve wijze. Zij constateren dat het tijdsperspectief een belangrijke rol speelt in de beoordeling van dit fenomeen. Het aantal sollicitanten ligt anno 2024 op hetzelfde niveau als begin jaren 2000. Runderkamp en Otjes concluderen dat de krapte op de arbeidsmarkt de belangrijkste verklaring is voor de daling van het aantal sollicitanten. Ze zien geen aanwijzingen dat groeiende veiligheidsrisico’s van het ambt reden is voor de gestage daling van het aantal sollicitanten. Wel plaatsen de onderzoekers vraagtekens bij informele norm van ‘instapgemeenten’ - gemeenten met minder dan 40.000 inwoners waar mensen zonder ervaring als burgemeester kunnen solliciteren - en ‘doorgroeigemeenten’ - grotere gemeenten waar ervaring als burgemeester nodig zou zijn om aangenomen te worden. Dit geeft de impliciete boodschap aan potentiële sollicitanten dat zij niet hoeven te reageren. Ten slotte wijzen zij op het potentieel van een meer op diversiteit gericht aannamebeleid. Er zijn geen verschillen in de ambitie om burgemeester te worden tussen raadsleden en wethouders met en zonder migratieachtergrond of tussen mannen en vrouwen - maar tegelijkertijd worden vertegenwoordigers van deze groepen minder vaak burgemeester.

  • Van Atlas naar aanhaakagenda. In het project Karavaan van Aan- en Afgehaakt Nederland onderzocht Movisie hoe het gesteld is met het vertrouwen tussen burgers onderling en het vertrouwen van burgers in de overheid en overheidsinstanties. Dit resulteert in praktische handvaten voor gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en maatschappelijke organisaties om het vertrouwen weer te laten groeien. Het Karavaan-project is een uitvloeisel van de Atlas van Afgehaakt Nederland (2021) waarin de auteurs Josse de Voogd en René Cuperus blootlegden hoe aanzienlijke groepen burgers in de samenleving zich niet meer gerepresenteerd en/of gerespecteerd voelen en het vertrouwen in overheid en politiek aan het verliezen zijn of verloren hebben. De ambitie van het Karavaan-project was om de inzichten van de Atlas verder te onderzoeken, te verdiepen en te verrijken.De Karavaan sprak met diverse groepen inwoners, professionals, ambtenaren en gemeentelijke bestuurders kriskras door Nederland. De Karavaan deed vier ‘halteplaatsen’ aan: gemeente Arnhem, gemeente Noardeast Fryslân, de regio Zeeuws-Vlaanderen en gemeente Capelle aan den IJssel. Steeds volgens eenzelfde methodiek werden groepen inwoners en professionals geselecteerd voor intensieve groepsgesprekken. Naast gesprekken werden vooraf en tijdens de onderzoeksperiode de diverse buurten, wijken en dorpen in de vier onderzoeksgebieden ook per fiets, te voet en met de auto door de onderzoekers verkend. Op deze manier ontstond er een beter beeld van de lokale context; van betekenisvolle plekken voor bewoners, van zogenaamde hotspots waar leefbaarheid en veiligheid onder druk staat en van de leefbaarheid in algemene zin. Het Karavaan-project leverde tal van adviezen en aanbevelingen op voor lokaal bestuur en Rijksbeleid, voor gemeenten en het ministerie van Binnenlandse Zaken. De adviezen aan de lokale besturen zijn – Arnhem uitgezonderd – in afzonderlijke publicaties verschenen.

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1. Openbaar bestuur en democratie (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

110.874

117.078

423.835

690.034

89.888

164.462

‒ 74.574

         
 

Uitgaven

101.285

108.992

308.726

520.915

86.441

164.462

‒ 78.021

         

1.1

Bestuur en regio

39.255

50.129

193.193

346.122

19.425

52.573

‒ 33.148

 

Subsidies (regelingen)

6.597

12.003

13.383

14.115

17.186

14.031

3.155

 

Multiproblematiek

154

461

983

1.160

927

1.518

‒ 591

 

Antidiscriminatie

13

168

611

461

1.559

135

1.424

 

Oorlogsgravenstichting

3.738

3.953

4.003

4.088

6.758

4.066

2.692

 

Bestuur en regio

2.692

2.921

3.454

3.480

4.499

2.486

2.013

 

Basisinfrastructuur

0

4.500

3.496

3.179

1.774

840

934

 

Regio Deals

0

0

0

60

0

0

0

 

Werk aan Uitvoering

0

0

831

1.662

1.662

1.686

‒ 24

 

Versterken rechtsstaat

0

0

5

25

7

3.300

‒ 3.293

 

Opdrachten

1.910

1.763

1.807

2.614

2.109

22.750

‒ 20.641

 

Multiproblematiek

40

326

9

1

0

393

‒ 393

 

Bestuur en regio

1.461

1.384

1.193

1.704

1.562

11.452

‒ 9.890

 

Grenstesten Duitsland Covid-19

344

0

0

0

0

0

0

 

Antidiscriminatie

65

32

143

137

0

381

‒ 381

 

Regio Deals

0

21

289

417

0

0

0

 

Versterken rechtsstaat

0

0

148

127

164

6.330

‒ 6.166

 

Antidiscriminatie

0

0

25

228

383

4.194

‒ 3.811

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

610

128

204

427

5

279

‒ 274

 

Diverse bijdragen

587

27

0

0

0

279

‒ 279

 

Antidiscriminatie

23

0

47

0

0

0

0

 

Regio Deals

0

101

157

427

0

0

0

 

Bestuur en regio

0

0

0

0

5

0

5

 

Bijdrage aan medeoverheden

29.108

35.269

176.832

328.265

0

14.974

‒ 14.974

 

Compensatiepakket Zeeland

9.479

0

0

0

0

0

0

 

Lokale culturele voorzieningen

4.102

0

0

0

0

0

0

 

Groeiopgave Almere

9.277

9.364

9.774

10.006

0

9.974

‒ 9.974

 

Evides

6.250

1.250

1.250

1.250

0

0

0

 

Diverse bijdragen

0

40

0

0

0

5.000

‒ 5.000

 

Regio Deals

0

3.000

159.511

313.640

0

0

0

 

Bevolkingsdaling

0

11.245

0

0

0

0

0

 

Waterschappen

0

10.220

0

0

0

0

0

 

Gemeenten

0

150

6.297

3.362

0

0

0

 

Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme

0

0

0

7

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

35

58

59

77

74

39

35

 

Bijdragen internationaal

35

58

59

73

74

39

35

 

NCDR

0

0

0

4

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

995

908

908

624

51

0

51

 

RVB

87

0

0

0

0

0

0

 

RWS

908

908

908

454

0

0

0

 

Diverse bijdragen

0

0

0

170

51

0

51

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

500

‒ 500

 

Multiproblematiek

0

0

0

0

0

500

‒ 500

1.2

Democratie

62.030

58.863

115.533

174.793

67.016

111.889

‒ 44.873

 

Subsidies (regelingen)

44.693

44.121

46.674

54.934

46.743

61.142

‒ 14.399

 

Politieke partijen

27.646

27.456

29.458

33.923

26.929

32.910

‒ 5.981

 

Comité 4/5 mei

118

122

130

107

159

133

26

 

ProDemos

8.125

8.979

8.979

9.779

10.179

10.581

‒ 402

 

Verbinding inwoner en overheid

4.309

2.802

2.326

2.267

3.755

2.989

766

 

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

3.135

3.396

3.334

3.425

4.135

2.655

1.480

 

Weerbaar bestuur

1.261

1.366

2.447

5.057

1.586

3.492

‒ 1.906

 

St Thorbeckeleerstoel

99

0

0

376

0

0

0

 

Decentrale politieke partijen

0

0

0

0

0

8.382

‒ 8.382

 

Opdrachten

5.603

3.753

4.705

7.122

7.918

41.267

‒ 33.349

 

Verbinding inwoner en overheid

2.786

1.442

1.841

3.180

4.561

32.031

‒ 27.470

 

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

289

520

406

753

844

556

288

 

Weerbaar bestuur

2.528

1.791

2.458

3.189

2.513

8.680

‒ 6.167

 

Inkomensoverdrachten

6.221

6.394

6.784

8.886

8.806

7.356

1.450

 

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

6.175

6.379

6.783

8.886

8.806

7.356

1.450

 

Vergoeding rouwvervoer

46

15

1

0

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

3.238

3.362

2.519

1.286

3.549

1.034

2.515

 

Diverse bijdragen

3.238

3.362

2.519

1.286

3.549

1.034

2.515

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

52.658

101.959

0

0

0

 

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

0

0

52.658

101.959

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

116

91

92

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

116

91

92

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

2.159

1.142

2.101

606

0

1.090

‒ 1.090

 

Dienst Publiek en Communicatie

2.157

1.142

2.101

606

0

1.090

‒ 1.090

 

RvIG

2

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

25.369

16.490

16.233

16.436

16.799

14.765

2.034

         

Vanaf de ontwerpbegroting 2025 zijn vanuit beleidsartikel 1.1 de Regio Deals overgeheveld naar artikel 3.3 van de VRO-begroting. Verder is vanaf de ontwerpbegroting 2025 vanuit beleidsartikel 1.2 het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid overgeheveld naar artikel 1.1 van de VRO-begroting. Voor de jaren 2021 tot en met 2024 worden de realisaties van deze onderdelen nog wel gepresenteerd in het jaarverslag van BZK.

Uitgaven

1.1 Bestuur en regio

Subsidies (regelingen)

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan vijftig landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de Stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. De OGS ontvangt jaarlijks een subsidie van BZK voor zijn kernactiviteiten. In 2024 is het traject herijking kerntaken/passende financiële bekostiging gestart. Dit heeft geleid tot extra structurele middelen voor de OGS (voorjaarsbesluitvorming 2025). Deze extra middelen zullen in de periode 2025 tot en met 2030 in jaarlijkse stappen beschikbaar komen. Voor 2025 is tevens een extra incidenteel bedrag (€ 1,55 mln.) beschikbaar gesteld voor het achterstallig onderhoud aan de paden ereveld Loenen.

Werk aan uitvoering (WaU)

De VNG ontvangt een subsidie voor het verbeteren van de uitvoerbaarheid en het (doorlopend) toetsen van de uitvoerbaarheid voor en door gemeenten. In 2025 heeft de VNG met de subsidie de volgende activiteiten gerealiseerd:

  • 1. Productontwikkeling: Gezamenlijke (door)ontwikkeling en inzet van instrumenten en werkwijzen als het Beleidskompas, Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO), uitvoering- en invoeringstoetsen voor het cyclisch toetsen van de uitvoerbaarheid. Zo is er een VNG UDO-loket opgezet voor vragen en ondersteuning (9 trajecten) en is er een UDO-monitor opgezet over 60 UDO-trajecten. Ook is VNG-forum «Uitvoerbaar beleid dat werkt» gelanceerd en een gemeentelijk netwerk rondom thema uitvoerbaar lokaal beleid.

  • 2. Uitvoeringstoetsen: Tegengaan van administratieve drempels die op dit moment worden ervaren in de praktijk, waarbij de VNG voor het toetsen op uitvoerbaarheid voor gemeenten - per dossier, per vakdepartement - formele opdrachtverstrekkingen moet regelen. Deze subsidie zorgt voor een «lumpsum» financiering, waarbij de VNG op jaarbasis 20 toetsen kan uitvoeren.

  • 3. Kennisontwikkeling: Naast ontwikkeling en toepassing van instrumenten gaat het ook om kennis en begrip. Door middel van training en opleiding worden bestuurders en medewerkers meegenomen in de ontwikkelingen rondom het verbeteren van de beleidskwaliteit en hun rol in dit proces.

Multiproblematiek

Samen met gemeenten is door Divosa en BZK verder gewerkt aan het lerend stelsel binnen de gemeentelijke uitvoering, met name voor dienstverlening aan inwoners met meervoudige problematiek. In 2026 wordt de kennis die voortkomt uit dit stelsel in de vorm van bouwstenen voor integrale dienstverlening opgeleverd en met andere gemeenten gedeeld. Daarnaast worden zaken waar een beleids- of stelselwijziging voor nodig is, gepresenteerd.

Basisinfrastructuur

Aan dit budget is € 2 mln. toegevoegd vanuit de eindejaarsmarge ter bekostiging van de overlopende verplichting in het kader van Versterking Dienstverlening Gemeente.

Opdrachten

Bestuur en regio

Via diverse reallocaties zijn middelen naar het instrument subsidies overgeboekt om de extra incidentele subsidie aan de OGS te kunnen verstrekken. Daarnaast is er een reallocatie geweest van € 5,5 mln. naar artikel 1.2 democratie (bijdrage aan mede overheden) ter compensatie van gemeenten voor de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen.

Versterken rechtsstaat

In 2025 zijn onderzoeken gestart naar de toekomst van de Grondwet in het kader van nieuwe technologieën. Verder zijn de eerste stappen gezet richting de versterking van de rechtsstaat. Echter, deze ontwikkeling kost tijd. Om die reden is in 2025 vooral gewerkt aan beleidsvorming. Daarnaast heeft er in 2025 een reallocatie van € 3,9 mln. plaatsgevonden naar 1.2 democratie (bijdrage aan medeoverheden) ter compensatie van gemeenten voor de vervroegde Tweede Kamer verkiezingen.

Antidiscriminatie

Op het terrein van antidiscriminatie is onderzoek gedaan naar de registratie van discriminatie, wordt online discriminatie aangepakt en zijn verschillende opdrachten uitgezet ter voorbereiding op de oprichting van de antidiscriminatievoorziening op de BES. Daarnaast is in 2025 € 2,5 mln. overgeboekt naar het gemeentefonds. Gemeenten zetten zich in voor de preventie van discriminatie op lokaal niveau, burgers kunnen bij de gemeenten gebruik maken van de gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen. Om initiatieven voor preventie van discriminatie verder te stimuleren krijgen alle gemeenten een bijdrage in de vorm van een decentralisatie uitkering. Tevens is er € 1 mln. beschikbaar gesteld aan Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.

Bijdrage aan medeoverheden

Groeiopgave Almere

Almere heeft in 2025 wederom een aanvullende bijdrage ontvangen vanwege de uitzonderlijke groeikosten van de gemeente. De bijdrage houdt verband met de groeiafspraken die met Almere zijn gemaakt in het kader van het programma Rijk- en Regioprogramma Amsterdam Almere Markermeer (RRAAM) en in de uitvoeringsovereenkomst Almere 2.0. De specifieke uitkering is met ingang van 2025 omgezet in een decentralisatie-uitkering zonder nadere bestedingsvoorwaarden. In dit kader heeft een overheveling naar het gemeentefonds plaatsgevonden.

Diverse bijdragen

Er heeft een overboeking naar het gemeentefonds plaatsgevonden van € 3,3 mln. voor de bekostiging van de decentrale uitkering voor het Nationaal Programma Vitale Regio's.

1.2 Democratie

Subsidies (regelingen)

Politieke partijen

Politieke partijen krijgen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). Een politieke partij komt voor subsidie in aanmerking als zij voldoet aan de in de Wfpp genoemde voorwaarden voor subsidie.

In 2025 ontvingen zeventien politieke partijen subsidie. Als gevolg van de motie-Jetten c.s. (Kamerstukken II 2019/20, 35 300, nr. 19; Kamerstukken II 2019/20, 35 300 IIA, nr. 8) is het beschikbare budget voor de subsidie voor de politieke partijen met ingang van 2020 jaarlijks met € 8,65 mln. verhoogd. Een deel van de middelen zou per 2025 eindigen, waardoor de subsidiebudget voor politieke partijen fors zou aflopen. Met het hoofdlijnenakkoord 2024 heeft het kabinet-Schoof € 3,65 mln. structureel beschikbaar gesteld om de daling van het subsidiebudget te voorkomen.

Conform de Wfpp is een bedrag van circa € 0,6 mln. ontvangen vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken bij de eerste suppletoire begroting. Deze middelen gebruiken politieke partijen voor de steun die zusterpartijen in het buitenland geven aan de opbouw van een solide functionerend democratisch meerpartijensysteem.

PVV kent geen leden en voldoet daarmee niet aan de subsidievoorwaarden van de Wfpp. De resterende middelen op dit budget zijn overgeheveld naar het gemeentefonds ten behoeve van de organisatie van de Tweede Kamerverkiezing in 2025.

Tabel 5 Politieke partijen

Partij

Waarde 2021

Waarde 2022

Waarde 2023

Waarde 2024

Waarde 20251

VVD

4.891.608

5.162.692

5.408.783

4.634.145

4.141.246

D66

3.518.199

3.955.101

4.146.855

2.906.176

2.125.702

CDA

2.986.550

2.624.283

2.749.460

2.026.177

1.536.063

SP

2.179.816

1.912.224

2.073.973

1.769.292

1.542.884

PvdA

2.131.113

2.098.530

2.199.298

2.190.761

2.289.140

GL

2.276.835

1.941.820

2.093.621

2.231.753

2.409.053

PvdD

1.395.700

1.534.500

1.669.530

1.376.317

1.340.675

FvD

1.605.203

1.726.068

1.835.879

1.754.335

1.657.812

CU

1.449.147

1.454.584

1.526.477

1.388.668

1.259.310

SGP

1.274.806

1.269.859

1.339.256

1.339.551

1.333.512

DENK

815.572

823.976

863.193

927.109

1.029.201

50PLUS

710.910

576.136

700.948

488.247

718.735

OPNL (was OSF)

577.727

582.663

578.970

632.630

666.984

BIJ1

414.115

485.548

663.073

0

0

JA21

711.624

860.156

855.410

728.195

712.325

Volt

704.536

861.842

917.549

933.960

968.542

BVNL

0

536.972

657.688

383.052

0

BBB

0

466.328

582.753

1.052.802

1.530.710

NSC

0

0

614.921

2.368.548

3.140.975

Totaal

27.643.461

28.873.283

31.477.637

29.131.718

28.402.869

1

De bedragen over 2025 zijn voorlopige bedragen, waarvan 80% inmiddels is uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd. De loon- en prijsbijstelling over 2024 en 2025 moeten nog in deze bedragen worden verwerkt.

Subsidies decentrale politieke partijen

Voor de Wet op de politieke partijen (Wpp) die wordt voorbereid was subsidiebudget voor decentrale politieke partijen beschikbaar voor de jaren 2025 en 2026. In verband met vertraging van het wetsvoorstel vond bij de eerste suppletoire begroting een kasschuif plaats van € 8,4 mln. van 2025 en 2026 naar 2027 en 2028. Met deze kasschuif is vanaf 2026 structurele dekking gerealiseerd.

Opdrachten

Verbinding inwoner en overheid

In het kader van verkiezingen zijn opdrachten verstrekt, onder meer voor het experiment met het nieuwe stembiljet en de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing. De Kiesraad ontving € 2 mln. incidenteel voor de transitie van de Kiesraad.

In 2025 waren er middelen beschikbaar gesteld voor versterking van de ondersteuning van de Tweede Kamer. Nader onderzoek was nodig hoe dit bedrag goed besteed kon worden. Een deel van de middelen zijn daarom via een kasschuif van 2025 (€ 9,9 mln.) naar 2026 (€ 9,9 mln.) geschoven.

Ter compensatie van gemeenten voor de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen is € 4,2 mln. gerealloceerd.

Daarnaast hebben er meerdere reallocaties plaatsgevonden om intensiveringen vanuit de enveloppe goed bestuur en sterke rechtsstaat op het juiste instrument te verantwoorden. Ook is er circa € 2 mln. overgeboekt om de uitvoering en implementatie van de EU-verordening inzake transparantie en gerichte politieke reclame op het instrument 'bijdragen aan ZBO's/RWT's' te verantwoorden. Tevens is in het kader van het hoofdlijnenakkoord voor digitaal burgerschap en desinformatie € 1,7 mln. gerealloceerd naar artikel 6 van de BZK begroting.

Weerbaar bestuur

Een meerjarige bijdrage (2025-2029) van € 2 mln. is bij Voorjaarsnota overgeheveld naar het provinciefonds om de aanjagende en regisserende rol van de provincies te versterken richting kleinere gemeenten bij de aanpak van ondermijnende invloeden, via bijvoorbeeld kennisuitwisseling en regionale samenwerking.

Een bijdrage van € 3 mln. is bij Najaarsnota overgeheveld naar het gemeentefonds en het provinciefonds. Zodat 25 gemeenten en 3 provincies, die onderdeel uitmaken van het leernetwerk veilig vergaderen middelen kunnen besteden aan een veiligheidsprotocol, het uitvoeren van een veiligheidsscan of het aanpassen van de vergaderzaal.

Ter compensatie van gemeenten voor de vervroegde Tweede Kamer verkiezingen is € 3,3 mln. gerealloceerd binnen beleidsartikel 1.2.

Ontvangsten

Dit betreft voornamelijk de bijdrage van de waterschappen voor een bedrag van € 11,8 mln. Gemeenten bepalen de waarde van onroerende zaken (WOZ). De WOZ-waardes worden echter ook door het Rijk en de waterschappen gebruikt en daarom dragen zij jaarlijks ook bij aan de uitvoeringskosten voor een bedrag van € 21,8 mln. Omdat de bijdrage van de waterschappen naar verhouding te hoog is, krijgen zij vanuit het Coalitieakkoord, sinds 2022 tot en met 2025, jaarlijks € 10 mln. korting.

Daarnaast ontvangt het ministerie van BZK jaarlijks een bedrag van de waterschappen in het kader van de organisatie van de Waterschapsverkiezingen. Dit bedrag wordt periodiek geïndexeerd, onder andere in 2024 is dit gebeurd. De ontvangsten voor 2025 bedroegen circa € 3,3 mln. De kosten die de gemeenten voor de organisatie van de Waterschapsverkiezingen maken worden vergoed door de waterschappen.

4.2 Artikel 2. Nationale Veiligheid

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid. Dit doet de AIVD door tijdig dreigingen, internationale politieke ontwikkelingen en risico’s te onderkennen, die niet direct zichtbaar zijn en doet daartoe onderzoek in binnen- en buitenland. De AIVD signaleert, adviseert en deelt gericht informatie met samenwerkingspartners zodat deze de dreiging en risico’s kunnen reduceren. Waar nodig reduceert de AIVD zelfstandig risico’s.

Uitvoeren

  • De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. De AIVD verricht onderzoek met behulp van bijzondere bevoegdheden. Op basis van de bevindingen informeert en adviseert de AIVD de samenwerkingspartners met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties). De minister van BZK legt zo veel als mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer als geheel of in de vaste Kamercommissie Binnenlandse Zaken. Waar dat niet kan, vanwege geheimhoudingsnoodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.

  • Voor de taakuitvoering zijn stevige waarborgen ingericht in de vorm van toetsing, toezicht en controle. Dit vanwege de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van mensen die kan worden gemaakt met de inzet van bijzondere bevoegdheden. Voor de inzet van een groot aantal bijzondere bevoegdheden is toestemming nodig van de minister van BZK. Met de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) is, na de toestemming van de minister en voorafgaand aan de inzet van een groot aantal bijzondere bevoegdheden, een onafhankelijke toetsing nodig van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Daarnaast houdt de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) toezicht op de werkzaamheden van de AIVD, waaronder toezicht tijdens en na afloop van de inzet van bevoegdheden.

De Unit Veiligheidsonderzoeken (UVO) ziet een stijging van het aantal verzoeken tot het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken van personeel in diverse sectoren, mede als gevolg van de toenemende dreiging van een grootschalig conflict. Ondanks de niet afnemende vraag naar veiligheidsonderzoeken, heeft de UVO ook in 2025 de aan de Tweede Kamer toegezegde norm van 90% van de veiligheidsonderzoeken binnen acht weken gehaald, te weten 92,6%. In 2025 zijn in totaal 85.639 besluiten genomen, waarvan 32.862 door de mandaathouder (Koninklijke Marechaussee).

Om de groei van het aantal verzoeken aan te kunnen, zijn in 2024 een aantal structurele maatregelen genomen. Deze maatregelen zijn in 2025 verder uitgewerkt en ten uitvoer gebracht. Eén van de processen die verder is geautomatiseerd in 2025, is het inrichten van het elektronisch aanvragen van veiligheidsonderzoeken voor de sector burgerluchtvaart.

De UVO heeft een bijdrage geleverd aan de geslaagde NAVO-top in Nederland. Ze heeft hiervoor ruim 500 veiligheidsonderzoeken uitgevoerd naar personeel dat tijdens de top werkzaam was binnen diverse beveiligde zones.

Met het akkoord van de Eerste Kamer op 30 september 2025, is de laatste stap gezet voor de inwerkingtreding van de herziene Wet Veiligheidsonderzoeken (Wvo). De inwerkingtreding van de herziene wet zal in 2026 plaatsvinden. De wet is aangepast om meer flexibiliteit te bieden aan sectoren waar medewerkers die een vertrouwensfunctie bekleden veelvuldig van werkgever wisselen. In dat geval zijn er minder administratieve lasten en minder kosten voor de betrokken organisaties.

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2. Nationale Veiligheid (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

365.885

373.006

497.181

481.196

593.914

487.621

106.293

         
 

Uitgaven

356.541

359.005

452.274

501.889

558.254

487.621

70.633

         
 

Apparaatsuitgaven

341.042

344.440

424.969

483.158

539.155

468.917

70.238

         
 

Programmauitgaven

15.499

14.565

27.305

18.731

19.099

18.704

395

         

2.0

Nationale veiligheid

15.499

14.565

27.305

18.731

19.099

18.704

395

 

Geheim

15.499

14.565

27.305

18.731

19.099

18.704

395

 

AIVD geheim

15.499

14.565

27.305

18.731

19.099

18.704

395

         
 

Ontvangsten

14.858

18.412

19.653

20.557

24.130

17.214

6.916

Uitgaven

Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst. De apparaatsuitgaven zijn daarom niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel. Wanneer het karakter het toelaat kunnen uitgaven van geheim naar apparaat worden gehaald.

In de huidige turbulente geopolitieke ontwikkelingen is het voor de AIVD noodzakelijk om deze uitdagingen tegemoet te kunnen blijven treden. Om de hiervoor benodigde groei vorm te geven zijn middelen beschikbaar gesteld vanuit het kabinet-Schoof. Deze groei behoeft ook huisvesting. In 2025 is hieraan in brede zin gewerkt.

Ontvangsten

Aan het uitvoeren van een veiligheidsonderzoek door de UVO zijn kosten verbonden (Artikel 9a Wet Veiligheidsonderzoeken (Wvo)). Voor uitgevoerde veiligheidsonderzoeken bij (overheids-)organisaties wordt een jaarlijks vastgesteld tarief in rekening gebracht. Naar aanleiding van de hogere ontvangsten van 2024 is het ontvangstenkader in 2025 verhoogd van € 16 mln. naar € 18 mln. Dit kader is ruim gehaald.

4.3 Artikel 3. Woningmarkt

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is met ingang van het kabinet-Schoof niet meer verantwoordelijk voor beleid van dit artikel. Dit artikel is per Ontwerpbegroting 2025 herverkaveld naar de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Kamerstukken II 2024/25, 36600 XXII, nr. 1).

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3. Woningbouw (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

5.343.930

4.985.589

6.095.934

6.533.332

0

0

0

         
 

Uitgaven

5.411.477

4.804.734

6.147.722

6.546.023

0

0

0

         

3.1

Woningmarkt

4.426.334

4.401.101

4.696.812

5.533.782

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

31.002

17.010

27.436

90.425

0

0

0

 

Betaalbare Koopwoningen Starters

0

0

0

70.000

0

0

0

 

Bevordering eigen woningbezit

3.198

3.149

2.971

5.091

0

0

0

 

Huisvestingsvoorziening statushouders

0

28

0

0

0

0

0

 

Stimuleringsmiddelen wooncoöperaties

0

0

176

13

0

0

0

 

Ouderenhuisvesting

0

0

10.032

9.308

0

0

0

 

Binnenstedelijke Transformatiefaciliteit

20.000

0

0

0

0

0

0

 

Woningmarkt

7.804

13.833

14.257

6.013

0

0

0

 

Opdrachten

68.081

66.324

56.184

85.455

0

0

0

 

WSW risicovoorziening

1.099

492

61

11.078

0

0

0

 

NHG risicovoorziening

63.547

61.653

49.904

70.071

0

0

0

 

Woningmarkt

3.435

4.179

6.219

4.306

0

0

0

 

Inkomensoverdrachten

4.311.856

4.298.568

4.592.512

5.319.287

0

0

0

 

Huurtoeslag

4.311.856

4.298.568

4.592.512

5.319.287

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

2.791

3.313

3.377

3.360

0

0

0

 

Woningmarkt

2.791

3.313

3.377

3.360

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

1.283

9.946

0

0

0

 

Grote gezinnen

0

0

1.283

522

0

0

0

 

Caribisch Nederland

0

0

0

9.142

0

0

0

 

Opvang Evacuees

0

0

0

282

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

12.604

14.821

14.945

24.304

0

0

0

 

Dienst van de Huurcommissie

11.657

14.622

14.794

24.304

0

0

0

 

ILT (Autoriteit Woningcorporaties)

947

0

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

0

199

151

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

1.065

1.075

1.005

0

0

0

 

Infrastructuur en Waterstaat (XII)

0

1.065

1.075

1.005

0

0

0

3.3

Woningbouw

985.143

403.633

1.450.910

1.012.241

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

348

22.532

650

72.839

0

0

0

 

Woningbouw

348

532

650

2.839

0

0

0

 

Binnenstedelijke Transformatiefaciliteit

0

22.000

0

70.000

0

0

0

 

Opdrachten

2.075

9.048

16.298

11.814

0

0

0

 

Woningbouwimpuls

636

176

231

55

0

0

0

 

Volkshuisvestingsfonds

743

61

403

1.331

0

0

0

 

Woningbouw

696

951

2.317

1.755

0

0

0

 

Tijdelijke uitvoeringsorganisatie

0

7.832

13.247

7.447

0

0

0

 

Grootschalige woningbouwgebieden

0

28

100

1.226

0

0

0

 

Storting/onttrekking begrotingsreserve

0

0

138.100

122.873

0

0

0

 

Herplaatsingsgarantie

0

0

138.100

122.873

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

96

93

0

0

0

 

CBS

0

0

96

93

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

975.880

274.909

1.168.034

780.373

0

0

0

 

Flexpools

14.183

34.400

8.450

36.374

0

0

0

 

Woningbouwimpuls

499.473

92.526

105.659

286.963

0

0

0

 

Volkshuisvestingsfonds

413.165

0

262.892

319.383

0

0

0

 

Ouderenhuisvesting

0

3.447

0

0

0

0

0

 

Opvang Evacuees

49.059

48.379

34.925

0

0

0

0

 

Woondeals

0

5.135

8.772

8.772

0

0

0

 

Grootschalige woningbouwgebieden

0

0

399.998

50.893

0

0

0

 

Wadden

0

4.842

0

0

0

0

0

 

Versnelling huisvesting

0

86.180

10.959

7.224

0

0

0

 

Overlooplocaties

0

0

40.320

41.400

0

0

0

 

Start-bouwimpuls

0

0

296.059

77

0

0

0

 

Studentenwoningenstartbouwimpuls

0

0

0

29.287

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

6.840

97.144

127.732

24.249

0

0

0

 

RVO

0

217

127

127

0

0

0

 

RVB

6.840

96.927

127.605

24.122

0

0

0

         
 

Ontvangsten

368.749

404.785

527.254

618.727

0

0

0

         

4.4 Artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is met ingang van het kabinet-Schoof niet meer verantwoordelijk voor beleid van dit artikel. Dit artikel is per Ontwerpbegroting 2025 herverkaveld naar de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Kamerstukken II 2024/25, 36600 XXII, nr. 1).

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

463.639

1.011.291

1.094.665

1.727.694

0

0

0

         
 

Uitgaven

505.776

747.910

1.017.585

1.448.138

0

0

0

         

4.1

Energietransitie en duurzaamheid

498.141

734.457

1.003.762

1.427.197

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

165.762

176.761

357.212

521.804

0

0

0

 

Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen

0

109

2.257

5.450

0

0

0

 

Energiebesparing Koopsector

90.134

6.951

11.815

19.392

0

0

0

 

Energiebesparing Huursector

18.225

10.636

1.006

0

0

0

0

 

Kennis- en innovatieprogramma emissiearme bouwproducten (stikstof)

2.640

6.724

6.590

1.899

0

0

0

 

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

0

37.167

131.801

317.710

0

0

0

 

Energietransitie en duurzaamheid

13.377

24.801

30.041

23.259

0

0

0

 

Renovatieversneller

0

1.000

2.839

19.226

0

0

0

 

SAH

13.986

3.773

9.322

14.297

0

0

0

 

Warmtefonds

27.400

85.600

155.390

93.000

0

0

0

 

Nationaal Groeifonds

0

0

4.351

26.198

0

0

0

 

Biobased Bouwen

0

0

1.800

0

0

0

0

 

Ontzorgen Vereniging van Eigenaren

0

0

0

1.373

0

0

0

 

Opdrachten

4.880

5.681

2.950

5.265

0

0

0

 

Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

0

0

589

1.804

0

0

0

 

Energietransitie en duurzaamheid

4.880

5.681

2.361

3.461

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

4.277

74

1.967

736

0

0

0

 

Energietransitie en duurzaamheid

4.277

74

1.967

736

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

291.349

511.258

608.024

845.837

0

0

0

 

Programma reductie energieverbruik

95.736

0

0

0

0

0

0

 

Aardgasvrije wijken

54.677

62.627

0

153

0

0

0

 

Ontzorgen maatschappelijk vastgoed

15.317

0

0

0

0

0

0

 

Ventilatie in scholen

125.619

73.454

210

1.028

0

0

0

 

Nationaal Isolatie Programma (Lokale aanpak woningisolatie)

0

0

361.286

709.882

0

0

0

 

Ondersteuning aanpak energiearmoede

0

358.689

181.109

0

0

0

0

 

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

0

16.488

0

68.785

0

0

0

 

Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

0

0

12.071

10.891

0

0

0

 

Nationaal Isolatie Programma (Soortenmanagement)

0

0

47.061

50.730

0

0

0

 

Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe

0

0

0

4.368

0

0

0

 

Nationaal Groeifonds

0

0

6.287

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

31.873

40.683

33.609

53.555

0

0

0

 

ILT (Handhaving Energielabel)

11

23

8

0

0

0

0

 

RVO (Uitvoering Energieakkoord)

25

0

106

209

0

0

0

 

Dienst Publiek en Communicatie

903

1.052

112

2.025

0

0

0

 

Diverse Agentschappen

0

369

0

0

0

0

0

 

RVO (Energietransitie en duurzaamheid)

30.934

33.664

27.769

39.214

0

0

0

 

RVB

0

970

3.929

9.156

0

0

0

 

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

0

4.605

1.644

2.951

0

0

0

 

Nationaal Groeifonds

0

0

41

0

0

0

0

4.2

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

7.635

13.453

13.823

20.941

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

5.745

11.750

11.105

15.959

0

0

0

 

Biobased bouwen

0

0

0

8.706

0

0

0

 

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

5.745

11.750

11.105

7.253

0

0

0

 

Opdrachten

1.699

1.703

1.188

4.978

0

0

0

 

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

1.699

1.703

1.188

4.978

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

191

0

30

4

0

0

0

 

Overige bijdragen

191

0

30

4

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

0

0

1.500

0

0

0

0

 

RVB

0

0

1.500

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

1.371

11.182

23.742

27.574

0

0

0

         

4.5 Artikel 5. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is met ingang van het kabinet-Schoof niet meer verantwoordelijk voor beleid van dit artikel. Dit artikel is per Ontwerpbegroting 2025 herverkaveld naar de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Kamerstukken II 2024/25, 36600 XXII, nr. 1).

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid art. 5 Ruimtelijke ordening en Omgevingswet (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

177.669

168.261

153.061

159.499

0

0

0

         
 

Uitgaven

167.275

132.973

139.811

156.805

0

0

0

         

5.1

Ruimtelijke ordening

65.818

57.533

60.366

58.556

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

644

632

1.483

1.702

0

0

0

 

Programma Ruimtelijk Ontwerp

0

0

679

670

0

0

0

 

Basisregistraties

374

508

540

540

0

0

0

 

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

174

117

244

53

0

0

0

 

VNG

0

0

0

425

0

0

0

 

Basisregistraties Ondergrond

96

7

20

14

0

0

0

 

Opdrachten

4.572

4.263

6.557

5.502

0

0

0

 

Programma Ruimtelijk Ontwerp

570

369

1.814

1.411

0

0

0

 

Basisregistratie ondergrond

1.084

603

864

973

0

0

0

 

Gebiedsontwikkeling

967

751

849

151

0

0

0

 

Geo-informatie

18

61

65

174

0

0

0

 

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

1.933

2.479

2.965

2.783

0

0

0

 

Nationaal Groeifonds

0

0

0

10

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

34.105

41.894

40.577

41.803

0

0

0

 

Kadaster (Basisregistraties)

27.305

35.780

34.714

35.235

0

0

0

 

Geo-informatie

5.144

5.399

74

27

0

0

0

 

Basisregistratie ondergrond

1.405

182

682

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

251

533

482

605

0

0

0

 

Geonovum

0

0

1.752

2.545

0

0

0

 

ICTU

0

0

2.324

2.295

0

0

0

 

Nationaal Groeifonds

0

0

549

1.096

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

16.020

1.148

2.463

3.067

0

0

0

 

Ruimtelijk ontwerp

41

0

0

0

0

0

0

 

Diversen projecten ruimtelijke kwaliteit

560

0

0

0

0

0

0

 

Gebiedsontwikkeling

15.419

1.148

2.374

1.552

0

0

0

 

Nationaal Groeifonds

0

0

89

215

0

0

0

 

Basisregistratie ondergrond

0

0

0

60

0

0

0

 

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

0

0

0

1.240

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

479

0

61

0

0

0

0

 

ESPON

479

0

0

0

0

0

0

 

College van Rijksadviseurs

0

0

61

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

9.907

9.596

9.225

6.482

0

0

0

 

RVB

3.493

3.462

3.205

3.372

0

0

0

 

RWS (Leefomgeving)

5.844

6.134

5.973

3.110

0

0

0

 

Basisregistratie ondergrond

533

0

47

0

0

0

0

 

RIVM

37

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

91

0

0

0

0

0

0

 

Infrastructuur en Waterstaat (XII)

91

0

0

0

0

0

0

5.2

Omgevingswet

101.457

75.440

79.445

98.249

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

23.564

1.880

1.039

6.147

0

0

0

 

Eenvoudig Beter

23.564

1.880

1.039

6.147

0

0

0

 

Opdrachten

1.693

1.278

1.347

1.239

0

0

0

 

Eenvoudig Beter

256

0

0

0

0

0

0

 

Aan de Slag

1.310

1.107

1.243

1.019

0

0

0

 

Serviceteam Rijk

127

171

104

220

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

32.633

23.627

46.992

61.263

0

0

0

 

Kadaster

26.504

21.229

45.479

60.988

0

0

0

 

Geonovum

5.125

2.090

926

155

0

0

0

 

ICTU

775

308

579

120

0

0

0

 

Aan de Slag

120

0

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

109

0

0

0

0

0

0

 

Serviceteam Rijk

0

0

8

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

93

0

0

0

0

0

0

 

Eenvoudig Beter

93

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

43.474

48.655

30.067

29.600

0

0

0

 

RWS (STR)

0

0

3.971

2.625

0

0

0

 

Serviceteam Rijk

0

0

1.336

1.682

0

0

0

 

Aan de Slag

43.389

48.655

24.760

25.293

0

0

0

 

Diverse agentschappen

85

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

10.875

13.863

15.215

18.647

0

0

0

         

4.6 Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Een digitale samenleving over de grenzen heen die rekening houdt met burgers en werkt aan maatschappelijke opgaven.

Het ministerie van BZK heeft met betrekking tot overheidsdienstverlening en informatiesamenleving de volgende taken:

  • Het bewaken van democratische rechten en publieke waarden

  • Het stimuleren van het verantwoord gebruik van nieuwe technologieën

  • Het bevorderen van internationale samenwerking

  • Het zorgen voor een veilige, gebruiksvriendelijke en inclusieve (digitale) overheidsdienstverlening;

  • Het zorgen voor toegankelijke en transparante overheidsinformatie;

  • Het bouwen van een betrouwbaar identiteitsstelsel.

De minister van BZK is verantwoordelijk voor het bevorderen van een toegankelijke digitale overheidsdienstverlening en zet daarbij digitale innovaties in.

Stimuleren

  • De minister van BZK stimuleert het gebruik van nieuwe digitale technologieën voor het oplossen van maatschappelijke opgaven, waarbij de markt ook nadrukkelijk uitgedaagd wordt om mee te denken.

  • De minister van BZK stimuleert internationale samenwerking voor het realiseren van overheidsdiensten over de grenzen heen met wet- en regelgeving die zowel recht doet aan de Nederlandse situatie als in Caribisch Nederland.

Regisseren

  • De minister van BZK zorgt voor maatregelen die burgers rechten geven en beschermen tegen ongewenste aspecten van digitalisering.

  • De minister van BZK pakt de rol om de beleidsagenda voor de digitale overheid en digitale samenleving periodiek te herijken.

  • De minister van BZK is stelselverantwoordelijk voor de inrichting en de governance van de digitale overheid, waaronder de generieke digitale infrastructuur.

  • De minister van BZK heeft een kaderstellende rol op het gebied van de digitale overheid. Dat gebeurt in de vorm van wetgeving, standaarden, architectuurkaders en richtlijnen rekening houdend met Europese ontwikkelingen en verplichtingen.

  • De minister van BZK heeft een coördinerende rol met betrekking tot alle officiële publicaties van de overheid.

  • De minister van BZK heeft eveneens een coördinerende rol ten aanzien van de uitvoering van de acties uit de visiebrief generatieve AI en ziet toe op een verantwoorde inzet van deze technologie.

Uitvoeren

  • De minister van BZK is verantwoordelijk voor de inrichting, beschikbaar­ stelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van generieke digitale voorzieningen voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing, alsmede voor de voorzieningen voor het inloggen bij overheidsdienstverleners (authenticatie) en registratie van machtigingen in het burgerservicenummer domein.

  • De minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid rondom het vaststellen van de identiteit alsmede de verstrekking van reisdocumenten op basis daarvan. Ook is de minister van BZK verantwoordelijk voor de vastlegging van persoons- en adresgegevens in de Basisregistratie Personen. In dat kader houdt de minister van BZK toezicht op de uitvoering van de Paspoortwet, monitort de uitvoering van de Wet BRP en ondersteunt de gemeenten die primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wetten. De minister van BZK faciliteert hiermee het juiste gebruik van persoons- en adresgegevens door andere overheidsinstanties. Het tegengaan van fraude met, en het corrigeren van fouten van persoons- en adresgegevens en reisdocumenten vormt hiervan een integraal onderdeel.

Nederlandse Digitaliseringsstrategie

In juli 2025 is de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) gepubliceerd waarin zes prioriteiten en vier interventies zijn benoemd, waarop alle overheidsorganisaties als één overheid samen versnellen (Kamerstukken II 2024/25, 26643, nr. 136).

Het gaat hierbij om de inzet van soevereine cloudtechnologie, het verantwoord delen en gebruiken van data, het benutten van de kansen die Artificiële Intelligentie (AI) biedt, het centraal stellen van burgers en ondernemers, het versterken van de digitale weerbaarheid van de overheid en het ontwikkelen van digitaal vakmanschap van ambtenaren. Daarnaast gaat het ook om het invoeren en handhaven van (digitale) standaarden, het verplicht maken van bepaalde collectieve oplossingen en bouwstenen, het werken aan een overheidsbrede IT-sourcingstrategie, het bundelen van onze koopkracht, de implementatie van digitale wetgeving en het wegnemen van juridische knelpunten.

Het uitvoeringsprogramma NDS is gestart, waarmee de in de NDS opgenomen versnellers voor de prioriteiten en de politiek-bestuurlijke interventies verder zijn uitgewerkt. Ook is er een eerste stand van zaken opgesteld van de investeringsagenda (Stand van zaken - Investeringsagenda NDS) die inzicht geeft in wat nodig is om de NDS financieel te kunnen realiseren. Financiële besluitvorming over de NDS en haar prioriteiten is nog nodig. Op dit moment wordt de investeringsagenda verder uitgewerkt.

Goed Bestuur

In 2025 zijn er nieuwe functionaliteiten aan het Algoritmeregister toegevoegd en is sprake van een groei in het aantal registraties. Het Algoritmekader, dat handvatten biedt voor het verantwoord inzetten van AI en algoritmes door de overheid, is uitgebreid met diverse onderwerpen en ook functioneel verder ontwikkeld. Voor de implementatie van de AI-verordening zijn diverse activiteiten ontplooid, zoals hulpmiddelen voor het toetsen van de impact op overheidsorganisaties en door het organiseren van toezicht op de naleving van de AI-verordening. Met de AI-opschalingsfaciliteit worden bewezen effectieve en verantwoorde AI-toepassingen breed beschikbaar gesteld voor overheidsorganisaties. Hiermee bevorderen we hergebruik van AI toepassingen voor de overheid. Daarnaast is onderzoek gedaan naar de wijze waarop overheidsorganisaties geautomatiseerde selectietechnieken inzetten en zijn hulpmiddelen ontwikkeld om risico’s van dergelijke technieken te mitigeren. Ook zijn er pilots gefinancierd voor het verbeteren van de transparantie van besluiten die met behulp van algoritmes zijn genomen.

Het kabinet pakte in 2025 online desinformatie o.a. aan door te investeren in wetenschappelijk onderzoek, onderzoek ten behoeve van handhaving van de Digital Services Act door toezichthouders op de grote online platforms. In 2025 is het plan van aanpak online discriminatie gelanceerd, de activiteiten zijn gericht op het bestrijden van online discriminerende, racistische en haatdragende uitingen en het ondersteunen van degenen die het doelwit zijn.

Werk Aan Uitvoering (WAU) en Parlementaire Ondervragingscommissie. Kinderopvangtoeslag (POK) -middelen

Met de middelen die beschikbaar zijn gesteld vanuit WAU en POK-middelen die na de kinderopvangtoeslagenaffaire beschikbaar zijn gesteld, is in 2025 verder invulling gegeven aan de verbetering van de overheidsbrede dienstverlening. Vanuit de beleidsopgave herinzet van apparaten zijn in 2025 laptops ter beschikking gesteld (Kamerstukken II 2024/25, 26643, nr. 1371). Hiermee kunnen mensen die nu niet kunnen meedoen aan de digitaliserende samenleving digitaal vaardiger worden. Het programma Toekomst BRP heeft in 2025 diverse verbeteringen gerealiseerd voor de Basisregistratie Personen. Zo is het portaal Registratie Niet-Ingezetenen (MyRNI) online gegaan. Hiermee kunnen niet-ingezeten (bijvoorbeeld Nederlanders die in het buitenland wonen) veiliger en efficiënter adreswijzigingen doorgeven. Verder is op 11 november 2025 de Wet invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES (Staatsblad 2025, 304) gedeeltelijk in werking getreden. Alle inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba beschikken nu over een BSN en alle overheidsorganisaties in Caribisch Nederland mogen het BSN gebruiken.

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

222.162

214.879

472.455

546.083

615.900

535.688

80.212

         
 

Uitgaven

213.854

220.202

459.952

523.985

603.422

536.888

66.534

         

6.2

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

97.433

85.746

66.048

85.910

94.317

88.715

5.602

 

Subsidies (regelingen)

3.778

5.793

8.491

14.056

6.485

8.542

‒ 2.057

 

Overheidsdienstverlening

3.778

5.793

8.491

14.056

6.485

8.542

‒ 2.057

 

Opdrachten

4.352

4.977

3.681

7.979

4.942

15.738

‒ 10.796

 

Informatiebeleid

1.646

2.319

0

0

0

0

0

 

Overheidsdienstverlening

2.189

2.102

2.902

6.932

4.029

9.478

‒ 5.449

 

Informatiesamenleving

517

556

779

1.047

913

6.260

‒ 5.347

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

16.790

17.473

20.548

23.277

26.472

25.626

846

 

CBS

40

27

7

427

146

0

146

 

RDW

3.297

2.934

0

0

24

0

24

 

KvK

3.782

5.095

0

0

0

200

‒ 200

 

ICTU

8.693

7.616

18.986

20.620

23.995

23.379

616

 

Diverse bijdragen

978

1.801

1.555

2.230

2.307

2.047

260

 

Bijdrage aan medeoverheden

422

709

1.291

1.287

4.520

839

3.681

 

Gemeenten

422

709

628

975

4.163

709

3.454

 

Provincies

0

0

663

312

357

130

227

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

565

182

267

140

10.113

89

10.024

 

Diverse bijdragen

565

182

267

140

10.113

89

10.024

 

Bijdrage aan agentschappen

71.513

56.484

31.741

39.133

41.746

37.881

3.865

 

RVO

9.832

9.651

3.936

3.151

2.322

2.251

71

 

RODI

19.275

12.105

1.095

2.673

1.256

1.868

‒ 612

 

Diverse bijdragen

139

36

48

1.324

2.981

0

2.981

 

Logius

34.205

27.981

23.999

28.474

30.065

28.289

1.776

 

RvIG

6.266

6.151

0

1.202

69

0

69

 

RDI

1.796

415

1.980

2.309

5.053

5.473

‒ 420

 

AZ-DPC

0

145

683

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

13

128

29

38

39

0

39

 

Buitenlandse Zaken (V)

13

128

29

38

39

0

39

6.5

Identiteitsstelsel

51.928

39.940

38.535

43.871

98.977

38.342

60.635

 

Subsidies (regelingen)

0

1.679

0

0

0

0

0

 

Overheidsdienstverlening

0

1.679

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

421

139

143

228

163

1.063

‒ 900

 

Identiteitsstelsel

421

139

143

228

163

1.063

‒ 900

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

267

1.021

44

218

54

3.546

‒ 3.492

 

Diverse bijdragen

0

0

44

218

54

0

54

 

ICTU

267

1.021

0

0

0

3.546

‒ 3.546

 

Bijdrage aan medeoverheden

287

350

4.452

2.995

738

3.509

‒ 2.771

 

Gemeenten

287

350

4.452

2.995

738

3.509

‒ 2.771

 

Bijdrage aan agentschappen

50.953

36.751

33.896

40.430

98.022

30.224

67.798

 

RvIG

50.953

36.751

33.896

40.430

98.022

30.224

67.798

6.6

Investeringspost digitale overheid

50.286

53.927

0

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

3.507

5.584

0

0

0

0

0

 

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

3.507

5.584

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

377

459

0

0

0

0

0

 

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

377

459

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

5.301

4.140

0

0

0

0

0

 

KvK

393

652

0

0

0

0

0

 

ICTU

1.168

3.425

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

2.235

63

0

0

0

0

0

 

RDW

1.505

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

1.691

0

0

0

0

0

 

Gemeenten

0

424

0

0

0

0

0

 

Provincies

0

937

0

0

0

0

0

 

Waterschappen

0

330

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

197

36

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

197

36

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

40.860

42.017

0

0

0

0

0

 

RVO

3.987

173

0

0

0

0

0

 

RODI

397

0

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

696

1.911

0

0

0

0

0

 

Logius

33.791

30.746

0

0

0

0

0

 

RvIG

1.162

7.112

0

0

0

0

0

 

AZ-DPC

827

2.075

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

44

0

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

44

0

0

0

0

0

0

6.7

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

14.207

40.589

52.171

59.481

57.378

59.905

‒ 2.527

 

Subsidies (regelingen)

471

2.000

2.596

5.397

5.146

4.898

248

 

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

214

941

1.151

1.668

2.293

1.400

893

 

VNG

257

1.059

1.445

3.729

2.853

3.498

‒ 645

 

Opdrachten

0

204

339

1.211

543

6.471

‒ 5.928

 

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

0

204

339

1.211

543

6.471

‒ 5.928

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

12.832

21.211

13.470

12.511

12.584

9.700

2.884

 

ICTU

1.409

10.152

10.290

8.691

8.954

6.000

2.954

 

RDW

11.400

10.726

0

0

0

0

0

 

CBS

23

23

462

53

0

0

0

 

KvK

0

310

478

850

0

0

0

 

Diverse bijdragen

0

0

2.240

2.917

3.630

3.700

‒ 70

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

17.227

17.427

17.127

17.127

0

 

Gemeenten

0

0

17.227

17.427

17.127

17.127

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

0

102

0

0

158

0

158

 

Digitale dienstverlening

0

102

0

0

158

0

158

 

Bijdrage aan agentschappen

904

17.072

18.539

22.935

21.820

21.709

111

 

Logius

288

0

888

400

1.474

536

938

 

RvIG

0

13.331

9.930

11.931

12.122

12.742

‒ 620

 

AZ-DPC

320

3.318

6.546

7.965

5.765

3.598

2.167

 

Diverse bijdragen

296

423

1.175

2.639

2.459

4.833

‒ 2.374

6.8

Generieke Digitale Infrastructuur

0

0

303.198

334.723

352.750

349.926

2.824

 

Subsidies (regelingen)

0

0

6.525

7.722

5.463

0

5.463

 

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

0

0

6.525

7.722

5.463

0

5.463

 

Opdrachten

0

0

1.220

3.386

3.586

66.657

‒ 63.071

 

Doorontwikkeling en innovatie

0

0

1.220

3.386

3.586

66.657

‒ 63.071

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

12.942

27.712

18.871

7.623

11.248

 

KvK

0

0

6.208

6.792

6.023

6.873

‒ 850

 

ICTU

0

0

6.136

17.476

11.066

750

10.316

 

RDW

0

0

265

2.244

290

0

290

 

Diverse bijdragen

0

0

333

1.200

1.492

0

1.492

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

703

1.930

1.774

0

1.774

 

Gemeenten

0

0

13

1.930

1.774

0

1.774

 

Provincies

0

0

209

0

0

0

0

 

Waterschappen

0

0

481

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

0

0

0

0

302

0

302

 

Diverse bijdragen

0

0

0

0

302

0

302

 

Bijdrage aan agentschappen

0

0

281.808

293.973

322.754

275.646

47.108

 

Logius

0

0

258.050

271.509

296.619

255.857

40.762

 

RvIG

0

0

11.127

12.222

12.271

10.942

1.329

 

RVO

0

0

11.111

9.834

10.758

8.084

2.674

 

KOOP

0

0

200

50

0

0

0

 

RDI

0

0

422

358

847

763

84

 

Diverse bijdragen

0

0

898

0

2.259

0

2.259

         
 

Ontvangsten

12.349

4.263

17.663

35.042

55.456

10.927

44.529

         

Uitgaven

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

Opdrachten

Overheidsdienstverlening

In 2025 zijn opdrachten verstrekt voor de Wettenbank en Staatscourant. Bij de eerste, tweede én september suppletoire begroting 2025, zijn middelen gerealloceerd naar de instrumenten subsidies, bijdrage ZBO’s/RWT’s, bijdrage aan agentschappen en bijdrage aan medeoverheden om de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden. Zo is onder andere gerealloceerd voor bijdragen aan medeoverheden (Specifieke uitkering Overheidsbrede loketten) en bijdrage ZBO/RWT’s voor de bijdragen aan ICTU ten behoeve van Your Europe en Regie op Gegevens.

Informatiesamenleving

In 2025 zijn met de eerste en tweede suppletoire begroting middelen gerealloceerd naar de instrumenten subsidies, bijdrage ZBO’s/RWT’s en bijdrage aan agentschappen ten behoeve van de WAU projecten. Dit betreffen met name NL Design system en de website digitaleoverheid.nl.

Verder heeft een reallocatie plaatsgevonden van opdrachten overheidsdienstverlening naar opdrachten informatiesamenleving om deze middelen op de juiste regeling te verantwoorden. Het gaat hier o.a. om een publiekscampagne Informatieveiligheid, opdrachten publieke waarden en AI.

Met het oog op de NDS-prioriteit ‘AI’ is een financiële bijdrage aan het Ministerie van OCW verleend voor de aanloopkosten van de AI-fabriek waar onder meer Nederlandse taalmodellen zullen worden ontwikkeld en getest. Daarnaast is in 2025 het eerste deel van de publiekcampagne «Blijf in beeld» uitgevoerd (Kamerstukken II 2024/25, 26 643, nr. 1392).

In het kader van het programma Werk aan Uitvoering (WaU) heeft een reallocatie met de eerste suppletoire begroting plaatsgevonden naar artikel 6.5 voor het uitrollen van de identiteitsstructuur in Caribisch Nederland.

Tot slot heeft met de eerste suppletoire begroting een reallocatie vanuit artikel 1 en 13 plaatsgevonden. Dit had betrekking op middelen die binnen de agenda van Goed Bestuur zijn vrijgemaakt in het Hoofdlijnenakkoord. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld voor doordacht gebruik van AI/algoritmen, het weerbaar maken van de overheid en de maatschappij tegen desinformatie en het tegengaan van online discriminatie.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

ICTU

Gedurende het jaar hebben diverse reallocaties plaatsgevonden vanuit het instrument opdrachten uit artikel 6.2 om de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden. In 2025 hadden de uitgaven op deze regeling onder andere betrekking op werkzaamheden op de terreinen van het algoritmeregister, regie op gegevens, cybersecurity en AI.

Vanuit de WAU werd de Interbestuurlijke Datastrategie en het NL Designsystem door ICTU uitgevoerd. Met dit project zijn meer organisaties aangesloten bij het NL design system dat bijdraagt aan digitale toegankelijke, gebruiksvriendelijke en begrijpelijke bouwblokken voor overheidswebsites.

In het kader van de NDS ontving ICTU een bijdrage voor de Ondersteuning NDS-Raad en Centrale Commissie Gegevensgebruik. Daarnaast is een bijdrage verstrekt voor de opzet van centrale overheidsmarktplaats van gestandaardiseerde clouddiensten. Ook ontving ICTU een bijdrage voor de realisatie van een AI-opschalingsfaciliteit, een versneller uit de NDS.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Diverse bijdragen

Bij de eerste suppletoire begroting zijn middelen gereserveerd in het geval het Europese Hof van Justitie over zou gaan tot vaststelling van een forfaitaire som, vanwege de te late omzetting van de Europese Open Data Richtlijn in Nederlandse wetgeving. In 2025 is deze forfaitaire som vastgesteld op € 10 mln.

6.5 Identiteitsstelsel

Bijdrage aan agentschappen

RvIG

In 2025 ontving RvIG een bijdrage voor de jaarlijks terugkerende beheer-opdrachten waaronder voor de Basisregistratie Personen (BRP) en de Landelijke aanpak adreskwaliteit.

De kosten van de beheeropdracht aan RvIG voor de BRP worden door gebruikers van de BRP opgebracht. Hiervoor wordt jaarlijks een tarief vastgesteld. RvIG stuurt een factuur voor het gebruik van de BRP door gemeenten en (uitvoeringsorganisaties van) departementen. Aanvullend daarop werden gedurende het jaar door het Ministerie van BZK extra bijdragen opgehaald bij diverse (uitvoeringsorganisatie van) departementen en bij de gemeentes (via het gemeentefonds) in verband met gestegen kosten van beheer BRP en meergebruik. De kosten zijn gestegen onder andere door benodigde investeringen in zowel de bestaande IT-voorzieningen als in nieuwe IT-voorzieningen.

Verder zijn met de september suppletoire begroting middelen gedesaldeerd voor het opgerichte bestemmingsfonds bij RvIG ter waarde van circa € 37 mln. De middelen uit dit fonds zijn afkomstig van leges-inkomsten binnen het reisdocumentenstelsel. Dit fonds wordt onder andere gebruikt voor het inzetten van live enrollment, dat is het vervangen van de papieren pasfoto door een digitale gezichtsopname.

Tot slot is gerealloceerd vanuit artikel 6.2 onder opdrachten informatiesamenleving in het kader van het programma Werk aan Uitvoering (WaU), voor het uitrollen van de identiteitsstructuur in Caribisch Nederland via een opdracht aan RvIG om het burgerservicenummer in Caribisch Nederland in te voeren op 11 november 2025.

6.6 Investeringspost digitale overheid

Dit subartikel is per begroting 2023 opgeheven en de budgetten zijn overgeboekt naar 6.8 Generieke Digitale Infrastructuur.

6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid

De middelen op artikel 6.7 zijn beschikbaar gesteld voor maatregelen die toezien op verbetering in de dienstverlening in het kader van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK).

Opdrachten

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

In 2025 zijn opdrachten verstrekt voor de Informatiepunten digitale Overheid en de inrichting van overheidsbrede loketten.

Bij de tweede suppletoire begroting zijn middelen gerealloceerd naar bijdrage Agentschappen voor het project Toekomst BRP en naar Bijdrage aan ZBO/RWT's voor de projecten Gebruiker Centraal en Vervolg resultaten Fieldlab Zorgtoeslag.

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

Voor de informatiepunten digitale overheid (IDO’s) zijn middelen verstrekt aan de gemeenten. Eind 2025 waren er 878 IDO’s waar 165.000 vragen zijn gesteld. Bezoekers ervaren de dienstverlening bij een IDO als prettig en geven aan dat zij daar goed worden geholpen.

6.8 Generieke Digitale Infrastructuur

Subsidies (regelingen)

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

In de eerste suppletoire begroting zijn middelen gerealloceerd vanuit opdrachten naar subsidies om de uitgaven op het juiste instrument te verantwoorden. Dit betroffen subsidies aan de VNG onder andere voor Samenwerkende overheidsportalen, Data bij de bron en de Innovatiewerkplaats Digilab.

Opdrachten

Doorontwikkeling en innovatie

Na het aanbieden van het GDI plan in december 2024 (GDI-Programme-ringsplan) aan de Tweede Kamer zijn de middelen in de eerste suppletoire begroting 2025 gerealloceerd om deze op het juiste instrument te kunnen verantwoorden. Deze reallocatie was van opdrachten naar bijdrage ZBO/ RWT's, bijdrage aan agentschappen en subsidies en hadden onder andere betrekking op de projecten Herbouw Digipoort, Federatief Berichten Stelsel (FBS), Implementatie Stelsel Toegang en het Europese Digitale Identiteitraamwerk.

In het kader van de NDS zijn opdrachten verstrekt voor de Haven-standaard en cloud-activiteiten. De standaard heeft betrekking op de uniforme applicatie hosting bij gemeenten, zonder dat zij hiervoor de bestaande IT-infrastructuur binnen de gemeente hoeven aan te passen.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

ICTU

Na het vaststellen van het GDI-plan 2025 zijn met de eerste suppletoire begroting middelen gerealloceerd om op het juiste instrument te kunnen verantwoorden. Zo ontving ICTU in 2025 een bijdrage voor de inzet van het Vernieuwingsbudget van de GDI. Het gaat hier om de bijdragen aan ICTU onder andere in het kader van het Europese Digitale Identiteit Raamwerk en Stelsel Toegang.

Bijdrage aan agentschappen

Logius

Logius ontving in 2025 een bijdrage voor de jaarlijkse GDI-opdracht met daarin de beheer & exploitatie activiteiten.

Daarnaast is in de eerste suppletoire begroting gerealloceerd vanuit opdrachten Doorontwikkeling & Innovatie, voor vernieuwingsbudget projecten, waaronder de Herbouw Digipoort en het Federatief BerichtenStelsel (FBS).

In de tweede suppletoire begroting zijn middelen gerealloceerd om aanvullend budget beschikbaar te stellen aan Logius ten behoeve van de Beheeropdracht.

In het kader van de NDS ontving Logius een bijdrage voor de NDS Cloud activiteit Digicampus. Hierin lag de nadruk op de opbouw van het Competentiecentrum Digitale Autonomie.

Ontvangsten

Bij de september suppletoire begroting zijn ontvangsten gedesaldeerd, afkomstig van leges-inkomsten binnen het reisdocumentelsel. Deze middelen zijn teruggestort in het opgerichte Bestemmingsfonds bij RvIG.

Verder zijn in de tweede suppletoire begroting ontvangsten gedesaldeerd ten behoeve van de bijdrage aan RvIG voor de kosten van het gebruik van de BRP. De uitvoeringsorganisaties hebben de facturen betaald voor hun aandeel in het gebruik van BRP. Deze ontvangsten zijn gedesaldeerd, zodat deze middelen overgemaakt konden worden naar RvIG.

Daarnaast zijn er ontvangsten geweest met betrekking tot de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Dit betreft hoofdzakelijk facturering aan gebruikers van GDI faciliteiten als DigID en MijnOverheid.

Tot slot zijn er meerontvangsten gerealiseerd als gevolg van afrekeningen van voorschotten op diverse bijdragen, waaronder aan Logius. Deze bijdragen zijn lager vastgesteld op basis van de ingediende verantwoordingen.

4.7 Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) streeft naar een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en haar maatschappelijke taken optimaal uitvoert.

De minister draagt hieraan bij door randvoorwaarden te creëren voor het optimaal en duurzaam functioneren van overheidsorganisaties om voor het algemeen belang in dienst van de samenleving maatschappelijke resultaten te boeken.

De minister van BZK heeft bij het streven naar een goed functionerende (Rijks)overheid vooral een regisserende rol. Dit houdt in dat de minister zorgt voor kennis over het functioneren van de overheid en met het oog op het optimaal functioneren kaders vaststelt en deze monitort en evalueert. Daarnaast heeft de minister coördinerende bevoegdheden waar het gaat om de organisatie en bedrijfsvoering van het Rijk.

De rol en verantwoordelijkheid die de minister van BZK heeft, verschilt per onderwerp. Dit geldt ook voor de reikwijdte: de gehele publieke sector of de gehele overheid, de gehele Rijksoverheid of de Rijksdienst/ministeries. Voor een aantal onderwerpen heeft de minister een bredere scope. Dit geldt bijvoorbeeld voor deze onderwerpen:

  • de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van ambtenaren (overheidsbreed);

  • de overheidspensioenen (publieke sector);

  • een adequaat overlegstelsel en kennispositie van overheidswerkgevers en werknemers over arbeidsvoorwaarden (overheidsbreed);

  • de normering en openbaarmaking van topinkomens (gehele publieke en semi-publieke sector).

  • De bescherming van klokkenluiders (alle werkgevers in Nederland).

Stimuleren

  • De minister van BZK stimuleert onder andere met subsidies diverse doelen ter bevordering van professioneel werkgeverschap zoals bijvoorbeeld het vergroten van de aantrekkingskracht van het werken bij de overheid bij jongeren en het bevorderen van de kwaliteit van overheidsmanagers.

  • De minister van BZK stimuleert kennisontwikkeling door bij te dragen aan onderzoek, bijvoorbeeld op het vlak van het functioneren van de overheid.

  • De minister van BZK stimuleert het creëren van baankansen voor arbeidsbeperkten, onder meer door in te zetten op partnerschappen tussen overheidswerkgevers en leveranciers (social return).

  • De minister van BZK stimuleert de mogelijkheden voor duurzaam samenwerken. Dit draagt bij aan het imago van de overheid als aantrekkelijke werkgever.

  • De minister van BZK stimuleert kennisdeling over het verminderen van agressief gedrag tegen publieke werkers. Dit draagt bij aan aantrekkelijk werkgeverschap.

Financieren

  • Een goede samenwerking tussen werknemers, werkgevers en kabinet draagt bij aan de kwaliteit van de publieke sector. Om die reden ondersteunt de minister waar nodig deelnemende partijen met kennis en subsidies om de aanpak van gezamenlijke inhoudelijke opgaven mogelijk te maken. Een voorbeeld hiervan is het subsidiëren van samenwerking en overleg tussen overheidswerkgevers en met werknemersorganisaties rondom pensioenen, de ambtelijke rechtspositie en banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit draagt bij aan het bevorderen van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever.

Regisseren

  • De minister van BZK heeft kaderstellende en coördinerende bevoegdheden met betrekking tot de organisatie en inrichting van de Rijksoverheid.

  • De minister van BZK heeft coördinerende bevoegdheden met betrekking tot de bedrijfsvoering van het Rijk en is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel.

  • De minister van BZK heeft een regisserende rol voor het stelsel waarin (organisaties van) werkgevers en werknemers in verschillende overheidssectoren afspraken maken over de collectieve arbeidsvoorwaarden.

  • De minister van BZK heeft rijksbreed een regisserende rol bij het personeelsbeleid van de rijksdienst en bij de realisatie van de banenafspraak binnen de rijksdienst. Als het gaat om de integriteit van medewerkers, de rechtspositie van ambtenaren, het ambtelijk vakmanschap, arbeidsvoorwaarden en pensioenen, dan heeft deze rol betrekking op de gehele overheid.

  • Op het gebied van rijksbrede huisvesting, inkoop en faciliteiten stelt de minister van BZK kaders op voor een efficiënte, effectieve en duurzame bedrijfsvoering. Bij het vervullen van deze kaderstellende rol is er aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid en de voorbeeldrol van de Rijksoverheid richting partners. Het gaat daarbij om het benutten van inkoopkracht voor het realiseren van maatschappelijk effect (de duurzame, sociale en innovatieve transitie van Nederland) en in de masterplannen voor de rijkskantoorhuisvesting wordt rekening gehouden met kabinetsbrede ambities op het terrein van duurzaamheid.

  • De minister van BZK kan op het gebied van informatievoorziening en ICT, na overleg met andere ministeries, kaders vaststellen ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit of de efficiëntie van informatiesystemen binnen de Rijksdienst. Daarbij kan zij werkzaamheden en voorzieningen aanwijzen die door alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden uitgevoerd. Ook kan de minister van BZK kaders vaststellen voor de wijze waarop gegevens over informatiesystemen worden verstrekt.

  • De minister van BZK werkt samen met rijksorganisaties en stelselpartijen aan een rijksbrede, duurzaam toegankelijke informatiehuishouding via het programma Open Overheid. Met dit programma regisseert de minister van BZK de verbeteropgave en ondersteunt dit met het ontwikkelen en aanbieden van rijksbrede voorzieningen op het gebied van capaciteit, kennis en kunde bij medewerkers, werkprocessen, ICT en monitoring.

  • Tenslotte houdt de minister van BZK toezicht op de integrale beveiliging en veiligheid van de Rijksdienst.

Uitvoeren

  • De minister van BZK zorgt ervoor dat het Rijk zich in de arbeidsmarktcommunicatie als één werkgever profileert en als één werkgever werft.

  • De minister van BZK zorgt in samenwerking met de andere ministeries voor het realiseren van een hoogwaardig leiding­gevend kader in de rijksdienst. Dit gebeurt door middel van professionele en transparante werving, loopbaanbegeleiding en een gericht leer- en ontwikkel­aanbod.

  • De minister van BZK ondersteunt de departementen bij de doelstelling om een diverse en inclusieve Rijksdienst te zijn en zet daarbij in op een verdere stijging van het percentage vrouwen en bevordering van culturele diversiteit in topfuncties.

  • De minister van BZK voorziet via shared service organisaties de Rijksdienst van generieke voorzieningen voor bijvoorbeeld faciliteiten, huisvesting, personeelszaken en ICT. Deze dienstverlening zal conform het klimaatakkoord en de inkoopstrategie van het Rijk zoveel mogelijk duurzaam aangeboden worden.

  • De minister van BZK voorziet in een aantal generieke ICT-voorzieningen voor de Rijksdienst, ter bevordering van eenheid, veiligheid, kwaliteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en van samenwerking tussen rijksambtenaren. Daarnaast werkt zij aan versterking van de kennis en kunde over digitalisering bij het Rijk.

  • De minister van BZK stuurt door middel van de Masterplannen op de samenstelling en kwaliteit van de Rijkskantoren.

  • De minister van BZK draagt zorg voor de toepassing van het kader Functionele Werkomgeving Rijk (FWR) in Masterplanprojecten. De FWR maakt het mogelijk dat ambtenaren op een veilige en comfortabele manier, flexibel kunnen werken.

  • De minister van BZK draagt zorg voor de samenwerking op het gebied van integrale beveiliging en veiligheid over departementale grenzen heen.

  • De minister van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.

Nederlandse Digitaliseringsstrategie

In juli 2025 is de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) gepubliceerd waarin zes prioriteiten en vier interventies zijn benoemd, waarop alle overheidsorganisaties als één overheid samen versnellen (Kamerstukken II 2024/25, 26643, nr. 136).

Het gaat hierbij om de inzet van soevereine cloudtechnologie, het verantwoord delen en gebruiken van data, het benutten van de kansen die Artificiële Intelligentie (AI) biedt, het centraal stellen van burgers en ondernemers, het versterken van de digitale weerbaarheid van de overheid en het ontwikkelen van digitaal vakmanschap van ambtenaren. Daarnaast gaat het ook om het invoeren en handhaven van (digitale) standaarden, het verplicht maken van bepaalde collectieve oplossingen en bouwstenen, het werken aan een overheidsbrede IT-sourcingstrategie, het bundelen van onze koopkracht, de implementatie van digitale wetgeving en het wegnemen van juridische knelpunten.

Het uitvoeringsprogramma NDS is gestart, waarmee de in de NDS opgenomen versnellers voor de prioriteiten en de politiek-bestuurlijke interventies verder zijn uitgewerkt. Ook is er een eerste stand van zaken opgesteld van de investeringsagenda (Stand van zaken - Investeringsagenda NDS) die inzicht geeft in wat nodig is om de NDS financieel te kunnen realiseren. Financiële besluitvorming over de NDS en haar prioriteiten is nog nodig. Op dit moment wordt de investeringsagenda verder uitgewerkt.

Digitale weerbaarheid, autonomie en Cloud

Om de digitale weerbaarheid te versterken is in 2025 het Cyberbeveiligingsbesluit (Cbw) in behandeling gebracht bij de Tweede Kamer, is samen met de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur het toezicht op de Cbw verder ingericht, zijn de Security Operation Centers (SOCs) versterkt middels het programma Versterken SOC Stelsel Rijk en is er een EU-brede routekaart voor Post Quantum Cryptografie opgesteld en gepubliceerd.

In het kader van de agenda Digitale Open Strategische Autonomie (DOSA) is de visie digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid gepubliceerd.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

51.973

107.601

88.908

82.337

83.467

85.544

‒ 2.077

         
 

Uitgaven

45.570

66.000

84.756

70.828

94.375

89.639

4.736

         

7.1

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

38.718

59.957

78.747

65.619

89.873

84.901

4.972

 

Subsidies (regelingen)

2.377

3.748

6.598

8.584

12.922

8.436

4.486

 

Diverse subsidies

772

896

689

1.375

3.801

1.430

2.371

 

Overlegstelsel

1.187

1.172

1.099

1.415

3.736

1.758

1.978

 

Ambtelijk Vakmanschap

0

0

40

67

91

67

24

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

418

646

570

546

593

229

364

 

Leiderschap, diversiteit en inclusie

0

16

48

5

0

101

‒ 101

 

Ondersteuning koepels implementatie Woo

0

862

863

862

863

863

0

 

Kwaliteit management rijksdienst

0

60

20

20

0

0

0

 

Compensatie Waterschappen Woo (structureel)

0

0

3.047

3.769

3.662

3.776

‒ 114

 

Bevorderen veilig werk- en meldklimaat

0

46

222

480

144

212

‒ 68

 

Ondersteuning melders misstanden

0

50

0

0

0

0

0

 

Informatiebeveiliging en privacy

0

0

0

45

32

0

32

 

Opdrachten

9.085

10.731

16.195

11.936

18.120

35.952

‒ 17.832

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

2.897

2.628

2.914

2.708

8.552

12.587

‒ 4.035

 

Kwaliteit management rijksdienst

2.924

3.257

3.827

5.206

4.392

4.537

‒ 145

 

Werkgeversbeleid

1.402

572

869

712

627

1.646

‒ 1.019

 

Informatiehuishouding

1

34

240

14

162

11.156

‒ 10.994

 

Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening

1.844

1.146

67

85

9

0

9

 

Ambtelijk Vakmanschap

17

588

627

627

1.126

1.480

‒ 354

 

Staat van de Uitvoering

0

0

0

36

0

0

0

 

Leiderschap, diversiteit en inclusie

0

209

178

215

36

600

‒ 564

 

Bevorderen veilig werk- en meldklimaat

0

62

112

135

67

605

‒ 538

 

Ondersteuning van melders van misstanden

0

0

0

178

7

1.041

‒ 1.034

 

Open Overheid

0

450

418

1.441

1.943

1.200

743

 

Adviescollege ICT

0

46

10

128

110

100

10

 

Personele inzet crisisopvang

0

1.739

6.933

23

2

0

2

 

Algemene beveiligingseisen Rijksoverheid

0

0

0

187

752

1.000

‒ 248

 

Digitalisering RijksInkoop

0

0

0

241

269

0

269

 

Aanpak Hardheden

0

0

0

0

66

0

66

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

5.425

7.892

8.068

8.278

7.680

15.008

‒ 7.328

 

Ambtelijk Vakmanschap

5

22

14

0

13

36

‒ 23

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

1.454

1.229

1.890

901

578

401

177

 

Werkgeversbeleid

1.616

1.650

1.626

1.612

1.806

2.451

‒ 645

 

Staat van de Uitvoering

2.350

2.550

2.197

1.800

2.100

2.120

‒ 20

 

Leiderschap, diversiteit en inclusie

0

0

7

10

0

0

0

 

Ondersteuning van melders van misstanden

0

14

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

0

2.427

2.334

3.955

3.183

10.000

‒ 6.817

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

1.084

1.084

1.924

1.931

1.931

0

 

Compensatie Waterschappen Woo (incidenteel)

0

1.084

1.084

1.924

1.931

1.931

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

50

74

26

326

551

55

496

 

Ambtelijk Vakmanschap

0

0

26

26

0

0

0

 

Werkgeversbeleid

50

74

0

84

51

55

‒ 4

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

0

0

0

216

500

0

500

 

Bijdrage aan agentschappen

21.359

36.428

46.776

34.571

48.598

23.275

25.323

 

Ambtelijk Vakmanschap

0

876

1.118

827

1.959

319

1.640

 

O&P Rijk (Arbeidsmarktcommunicatie)

8.619

7.520

9.801

3.000

3.543

2.641

902

 

I-Functie Rijk

428

461

1.112

2.845

1.473

0

1.473

 

Staat van de Uitvoering

0

0

0

197

1.160

1.160

0

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

3.548

4.208

3.815

2.871

3.694

394

3.300

 

Werkgeversbeleid

2.614

3.207

3.662

74

850

149

701

 

Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening

879

2.062

10.910

1.596

6.763

0

6.763

 

Leiderschap, diversiteit en inclusie

26

74

199

0

0

140

‒ 140

 

Diverse bijdragen

5.245

9.918

6.549

16.736

21.352

10.000

11.352

 

KOOP

0

8.102

5.981

4.735

4.507

7.637

‒ 3.130

 

Logius

0

0

3.629

332

1.724

835

889

 

Algemene beveiligingseisen Rijksoverheid

0

0

0

513

903

0

903

 

Digitalisering RijksInkoop

0

0

0

845

670

0

670

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

422

0

0

0

71

244

‒ 173

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

422

0

0

0

71

244

‒ 173

7.2

Pensioenen en uitkeringen

6.852

6.043

6.009

5.209

4.502

4.738

‒ 236

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

6.852

6.043

6.009

5.209

4.502

4.738

‒ 236

 

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

6.852

6.043

6.009

5.209

4.502

4.738

‒ 236

         
 

Ontvangsten

1.613

2.186

2.546

2.126

1.095

64

1.031

         

Uitgaven

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies

In 2025 verstrekte het ministerie van BZK diverse subsidies in het kader van informatiehuishouding en openbaarheid. Hiervoor is circa € 3,2 mln. uitgegeven.

Opdrachten

Bedrijfsvoeringsbeleid

Onder bedrijfsvoeringsbeleid vallen verschillende onderdelen, zoals digitale weerbaarheid, duurzaam inkopen, duurzaam bedrijfsvoeringsbeleid en datagedreven bedrijfsvoeringsbeleid. In 2025 is hiervoor per saldo minder uitgegeven dan geraamd. Waarbij met de eerste, september en tweede suppletoire begroting diverse mutaties hebben plaatsgevonden, per saldo resulterend in een neerwaartse bijstelling. Dit betrof onder andere een reallocatie voor de personeelsuitgaven voor het programma Denk Doe Duurzaam (€ 1,3 mln.), een kasschuif voor de eindfactuur van SSC-ICT (€ 2,3 mln.) en verschillende overboekingen van departementen voor de Rijksontmoetingspleinen (€ 1,9 mln.).

Informatiehuishouding

Er zijn in 2025 vanuit het programma Open Overheid diverse opdrachten verstrekt voor communicatie en de website alsmede verschillende onderzoeken. Het betreft incidentele opdrachten ter ondersteuning van o.a. activiteiten rondom Informatiehuishouding en Openbaarmaking.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

Dit bestaat voornamelijk uit de verstrekte bijdrage aan De Nederlandse Bank voor het programma Open op Orde van € 1,8 mln.

Ook heeft de stichting ICTU een bijdrage van circa € 1,4 mln. ontvangen voor Beter Samen Werken (BSW), een onderdeel van programma Open Overheid. Het doel van BSW is het creëren van een optimale digitale werkomgeving voor de rijksambtenaar die zoveel mogelijk zaken rond de informatiehuishouding en openbaarmaking automatisch regelt en online samenwerken beter ondersteunt.

Bijdrage aan agentschappen

Bedrijfsvoeringsbeleid

De uitgaven kwamen in 2025 hoger uit dan oorspronkelijk begroot. Het betreffen hier uitgaven aan het Rijksvastgoedbedrijf voor de kosten voor ondersteuning van hybride werken, het realtime inzicht in de bezetting van werkplekken en voor het optimaliseren van kantoorruimte. Tevens heeft een afrekening plaatsgevonden van de kosten van de facilitaire dienstverlening voor de Rijkshub in Leiden.

Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening

Rijksbrede ICT-voorzieningen zijn conform afspraken uit de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk (ICBR) doorontwikkeld en vernieuwd. De kostenverdeelnotitie, waarin dit interdepartementaal wordt geregeld, zijn de financiële middelen voor regie, beheer en ontwikkeling opgehaald tijdens de suppletoire begrotingen in 2025. Deze financiële middelen zijn in 2025 ingezet voor onder andere de doorontwikkeling en vernieuwing van rijksbrede voorzieningen zoals Rijksportaal, Single SignOn (SSOn), het videovergaderen en de samenwerkingsfunctionaliteit.

Diverse bijdragen

Voor de werkzaamheden op het gebied van informatiehuishouding en openbaarmaking zijn in 2025 bijdragen verstrekt aan onder andere de Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (RODI) en de Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH). De diverse bijdragen zijn ten opzichte van de oorspronkelijk begroting toegenomen. Dit komt door de toevoeging van middelen bij de eerste, september en tweede suppletoire begrotingen. De middelen zijn toegevoegd voor het ontwikkelen van generieke voorzieningen op het gebied van informatiehuishouding.

KOOP

Het Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP) heeft in 2025 een bijdrage ontvangen voor de doorontwikkeling van de Woo-index met zoekfunctie en het leveren van implementatieondersteuning. Via de Woo-index kunnen bestuursorganen de verplichte categorieën documenten actief openbaar maken. De bijdrage hiervoor is beschikbaar gesteld vanuit de POK-IHH middelen (Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag - Informatiehuishouding).

4.8 Artikel 9 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is met ingang van het kabinet-Schoof niet meer verantwoordelijk voor beleid van dit artikel. Dit artikel is per Ontwerpbegroting 2025 herverkaveld naar de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Kamerstukken II 2024/25, 36600 XXII, nr. 1).

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid art. 9 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

176.305

165.192

159.243

199.410

0

0

0

         
 

Uitgaven

182.305

165.192

159.243

199.410

0

0

0

         

9.1

Doelmatige Rijkshuisvesting

80.916

93.194

81.199

102.965

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

80.916

93.194

81.199

102.965

0

0

0

 

RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)

12.979

14.713

14.797

15.696

0

0

0

 

RVB (Bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat)

53.331

51.595

52.061

71.282

0

0

0

 

RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)

3.651

16.967

2.929

3.612

0

0

0

 

RVB (Bijdrage voor monumenten)

2.926

3.077

3.966

4.931

0

0

0

 

RVB (Bijdrage voor rijkshuisvesting)

8.029

6.842

7.446

7.444

0

0

0

9.2

Beheer materiële activa

101.389

71.998

78.044

96.445

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

101.389

71.998

78.044

96.445

0

0

0

 

RVB

12.268

13.171

14.329

16.380

0

0

0

 

RVB (Onderhoud en beheerkosten)

35.709

5.030

4.651

5.096

0

0

0

 

RVB (Zakelijke lasten)

53.412

53.797

59.064

66.469

0

0

0

 

RVB (Bijdrage compensatiegronden en erfpachtrechten)

0

0

0

8.500

0

0

0

         
 

Ontvangsten

223.964

172.729

243.412

174.860

0

0

0

         

4.9 Artikel 10. Groningen versterken en perspectief

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was met ingang van het kabinet-Rutte IV niet meer verantwoordelijk voor beleid van dit artikel. Dit artikel was per eerste suppletoire begroting 2022 herverkaveld naar de begroting van Economische Zaken en Klimaat (Kamerstukken II 2021/22, 36120 VII, nr. 1). Het kabinet-Schoof heeft dit dossier terugggebracht naar BZK. Sinds de ontwerpbegroting van 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 36600 VII, nr. 1) zijn de bijbehorende middelen opgenomen in een nieuw artikel (artikel 15, Een veilig Groningen met perspectief).

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 10 Groningen versterken en perspectief (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

1.420.428

0

0

0

0

0

0

        

Uitgaven

1.001.555

0

0

0

0

0

0

        

Subsidies (regelingen)

       

Energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsprogramma

33

0

0

0

0

0

0

Woonbedrijf

3.028

0

0

0

0

0

0

Diverse subsidies

1.205

0

0

0

0

0

0

Bestuurlijke afspraken

242.140

0

0

0

0

0

0

Industrie

 

0

0

0

0

0

0

Versterkingsoperatie

62.842

0

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming aan huurders

254

0

0

0

0

0

0

Nieuwbouwregeling

104

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

       

Werk- en onderzoeksbudget

1.789

0

0

0

0

0

0

Versterkingsoperatie

289.581

0

0

0

0

0

0

Woonbedrijf

11

0

0

0

0

0

0

Bestuurlijke afspraken

5.939

0

0

0

0

0

0

Industrie

93

0

0

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten

       

Tegemoetkoming aan huurders

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's / RWt's

       

Werk- en onderzoeksbudget

101

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

       

Nationaal Programma Groningen

155.039

0

0

0

0

0

0

Compensatie gemeenten en provincie

112.661

0

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

1.600

0

0

0

0

0

0

Bestuurlijke afspraken

123.808

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

       

Werk- en onderzoeksbudget

210

0

0

0

0

0

0

(Schade)vergoeding

       

Versterkingsoperatie

1.117

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

234.830

0

0

0

0

0

0

4.10 Artikel 14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

Op 19 december 2022 heeft de minister-president namens de regering excuses aangeboden voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaaf gemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu.

Aan de excuses van de regering zijn maatregelen verbonden die gericht zijn op kennis en bewustwording, erkenning en herdenken en de doorwerking en verwerking van het trans-Atlantische slavernijverleden. Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor kansengelijkheid en het bestrijden van discriminatie en racisme.

Stimuleren

  • De minister van BZK stimuleert dat er duurzaam meer aandacht en erkenning komt voor het slavernijverleden als wezenlijk onderdeel van ons gezamenlijk verleden.

  • Daarnaast stimuleert de minister van BZK de kabinetsbrede opgave om te komen tot duurzame verwerking en bestrijding van de doorwerking van dit verleden die nazaten ook in het heden nog ervaren. Dit met het oog op een breed maatschappelijk proces van verzoening en heling ten aanzien van het slavernijverleden.

  • De minister van BZK stimuleert het vergroten van kennis en bewustwording over het slavernijverleden.

Regisseren

  • De minister van BZK coördineert door middel van een stuurgroep de verdere invulling en voortgang van de activiteiten rondom Slavernijverleden, waaronder de subsidieregeling en het op te richten Herdenkingscomité. Als coördinator van de stuurgroep ziet hij tevens toe op de uitvoering van de andere toezeggingen ten aanzien van kennis en bewustwording, herdenken en erkennen en verwerking en doorwerking uit de kabinetsreactie, die bij de overige vakdepartementen belegd zijn. De invulling van deze activiteiten vindt plaats in samenwerking met nazaten en andere betrokken gemeenschappen.

Uitvoeren

  • De minister van BZK geeft uitvoering aan de totstandkoming van een subsidieregeling. Met de subsidieregeling ondersteunt de regering maatschappelijke initiatieven die een impuls geven aan blijvend meer kennis en bewustwording; de viering en herdenking, en/of een bijdrage leveren aan de verwerking of het bestrijden van de doorwerking van het slavernijverleden.

Subsidieregeling maatschappelijke initiatieven

Op 1 juli 2025 zijn de regelingen voor Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk in werking getreden. Om te komen tot een uitvoerbare subsidieregeling zijn het afgelopen jaar door het ministerie van BZK intensieve gesprekken gevoerd met een beoogd uitvoerder: de unit Uitvoering Van Beleid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze unit is de uitvoerder voor zowel de regeling voor Europees Nederland als het Caribisch deel van het Koninkrijk. Op 1 juli 2024 jl. zijn de regelingen gepubliceerd (Stcrt. 2024, 21886) en op 11 augustus jl. is het eerste aanvraagtijdvak opengesteld. Om de gemeenschappen zorgvuldig te informeren zijn informatiesessies georganiseerd over het doel van de subsidieregeling, de eisen waaraan een aanvraag moet voldoen en de criteria waarop de aanvraag wordt beoordeeld.

Herdenkingscomité Slavernijverleden

Het Herdenkingscomité Slavernijverleden (HC) is op 6 januari 2025 opgericht en is aan het werk met de belangrijke opdracht om de herdenking en erkenning van het Nederlands slavernijverleden in het Koninkrijk en Suriname, als Suriname dat wenst, verder vorm te geven.

Praktijkgericht onderzoeksprogramma Slavernijverleden

In samenwerking me Regieorgaan SIA (Stichting Innovatie Alliantie, onderdeel van NWO) en de nazaten van tot slaaf gemaakten zijn wij in 2025 gestart met het vormgeven van een onderzoekssubsidie van € 1,4 mln. vanuit de beleidsintensiveringen van Europees Nederland. De subsidie wordt nog opgezet en heeft als doel dat onderwijsinstellingen op laagdrempelige wijze praktijkgericht onderzoek kunnen opzetten.

Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 14 Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

9.930

26.278

‒ 16.348

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

8.523

26.278

‒ 17.755

         

14.0

Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

0

0

0

0

8.523

26.278

‒ 17.755

 

Subsidies (regelingen)

0

0

0

0

8.523

16.335

‒ 7.812

 

Maatschappelijke initiatieven

0

0

0

0

530

8.333

‒ 7.803

 

Herdenkingscomité

0

0

0

0

7.993

8.002

‒ 9

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

9.943

‒ 9.943

 

Diverse bijdragen

0

0

0

0

0

9.943

‒ 9.943

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Subsidies (regelingen)

Maatschappelijke initiatieven

Met de 1e suppletoire begroting is er 6,3 mln. kasgeschoven naar latere jaren om de middelen in het juiste kasritme van de subsidieregeling te zetten. Daarnaast zijn er in het eerste tijdvak minder aanvragen gedaan dan het subsidieplafond, waardoor er circa € 1,5 mln. niet uitgegeven is.

Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken

Diverse bijdragen

Tijdens het vormgeven van artikel 14 bij de eerste suppletoire begroting 2023 was het kasritme nog niet bekend. Middels een kasschuif bij de eerste suppletoire begroting is € 7,3 mln. in het juiste kasritme gezet voor de komende jaren.

Daarnaast is er budget vrijgemaakt voor beleidsintensiveringen en subsidieregelingen. Het gedeelte ten behoeve van Suriname wordt door het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) uitgevoerd.

4.11 Artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief

Inwoners van het aardbevingsgebied in Groningen en Noord-Drenthe hebben nog dagelijks te maken met de gevolgen van de gaswinning. Dit brengt gevoelens van angst, frustratie en onzekerheid met zich mee. Voor het kabinet staan de veiligheid, het goed afhandelen van schade en het creëren van perspectief voor de inwoners voorop. Het kabinet werkt samen met de uitvoeringsorganisaties en de medeoverheden aan perspectief en duidelijkheid voor mensen in Groningen en Noord Drenthe langs vier sporen:

  • Het stimuleren van een milde, makkelijke en menselijke afhandeling van de schade door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG);

  • Het uitvoeren van de versterkingsoperatie door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), zodat elk gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet;

  • Het bieden van psychosociaal herstel om de mentale én sociale gevolgen van de gaswinning te verminderen;

  • Het bieden van perspectief, met zowel een sociale als een economische agenda voor de regio, het Nationaal Programma Groningen (NPG) en programma’s voor het isoleren van woningen.

Op grond van de Tijdelijke wet Groningen (TWG) neemt de minister van BZK alle maatregelen die redelijkerwijs gevergd kunnen worden om te voorkomen dat de veiligheid wordt geschaad als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld.

De minister van BZK heeft de volgende rollen en verantwoordelijkheden:

Stimuleren

  • Het stimuleren van een milde, makkelijke en menselijke afhandeling van de versterkingsoperatie en alle vormen van schade als gevolg van de gaswinning in Groningen en de gasopslag in Norg.

Financieren

  • Het ter beschikking stellen van voldoende financiële middelen aan het IMG ter uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op het gebied van de afhandeling van mijnbouwschade;

  • Het ter beschikking stellen van voldoende financiële middelen aan de NCG ter uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op het gebied van de versterkingsoperatie;

  • Het financieren van de gemaakte afspraken met provincie en gemeenten in het kader van het verbeteren van de leefbaarheid en het toekomstperspectief van de regio, met inbegrip van programma’s voor speciale doelgroepen zoals het MKB, agrariërs en erfgoedpartijen.

Regisseren

  • Het in stand houden van een systeem van publiekrechtelijke schadeafhandeling door het IMG;

  • Het bevorderen van verduurzaming door het isoleren van woningen in het aardbevingsgebied (via de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).

Uitvoeren

  • Het aan de exploïtant van het mijnbouwwerk doorbelasten van de kosten voor de schadeafhandeling als gevolg van de gaswinning in Groningen en de gasopslagen in Norg en Grijpskerk en het doorbelasten van de kosten van de versterkingsoperatie;

  • Het vergoeden van mijnbouwschade: fysieke en immateriële schade en waardedaling door het IMG;

  • Het vaststellen van veiligheidskaders voor gebouwen in het aardbevingsgebied en het inwinnen van advies hierover bij het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG);

  • Het doen uitvoeren van de versterkingsoperatie door de NCG conform de planning en prioritering van de programma's van aanpak van gemeenten;

  • Het isoleren van woningen met een (middel-) zware versterking door NCG;

  • Het met de regio en andere departementen uitvoeren van de Sociale Agenda, met de dertig jaar lange bijdrage en een incidentele bijdrage voor een aanpak die generatielang duurt.

  • Het met de regio en andere departementen uitvoeren van de Economische Agenda, met de generatielange bijdrage en een incidentele bijdrage om de periode tot de start van de generatielange aanpak te overbruggen;

  • Het coördineren en uitvoering geven aan de maatregelen zoals gepresenteerd in de kabinetsrectie Nij Begun op het Parlementaire Enquête Groninger Aardgaswinning (PEGA)-rapport «Groningers boven gas».

Wettelijke verankering maatregelen Nij Begun

Het PEGA-wetsvoorstel bevat de wettelijke verankering van een aantal maatregelen uit de kabinetsreactie Nij Begun. Het gaat hierbij om wettelijke basis voor de generatielange aanpak van het kabinet om de ereschuld aan Groningen in te lossen, inclusief de jaarlijkse monitoring van de resultaten via de Staat van Groningen & Noord-Drenthe. Op 15 april 2025 is de eerste Staat van Groningen & Noord-Drenthe gepubliceerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau (Kamerstukken II 2024/25, 35561, nr. 72). Daarnaast regelt het wetsvoorstel dat het Instituut Mijnbouwschade Groningen schade kan laten herstellen zonder onderzoek te doen naar de schadeoorzaak (tot een bedrag van € 60.000). Het wetsvoorstel is op 9 oktober jl. naar de Tweede Kamer gestuurd voor behandeling.

Schadeherstel

Vrijwel alle maatregelen uit Nij Begun die zien op de afhandeling van schades zijn inmiddels geïmplementeerd of worden komend jaar door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) geïmplementeerd (vaste vergoeding bij herhaalschade, vergoeding bij termijnoverschrijding en overlastvergoeding). Tegelijkertijd zorgt het IMG ervoor dat gemiddeld meer dan 2.000 aanvragen per week worden afgehandeld. De uitvoering van de regeling Herstel met aannemer (eerder: Daadwerkelijk Herstel) heeft in 2025 enige vertraging opgelopen omdat een groot deel van de schadeopnames verouderd bleek. Om bewoners niet tekort te doen, is het IMG in november 2025 met een nieuwe werkwijze gestart. Ook heeft het IMG de implementatie van de aanvullende vaste vergoeding bij fysieke schade afgerond met de brede openstelling daarvan in september 2025. 

Meer mensgerichte en voortvarende uitvoering van de versterkingsoperatie

De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft in 2025 2242 woningen versterkt of veilig verklaard. Dit betekent dat 67.8% van de werkvoorraad voldoet aan de veiligheidsnorm. Op 3 maart 2025 heeft de Kamer de geactualiseerde diepteanalyse ontvangen (Kamerstukken II 2024/25, 33529, nr. 1282). Op basis daarvan is de verwachting dat de versterking tussen 2030 en 2032 kan worden afgerond. De NCG heeft een programma ingericht om de complexe en langlopende versterkingen met prioriteit uit te voeren. Daarnaast heeft het ACVG in de zomer van 2025 hun eerste bevindingen en adviezen uitgebracht op basis van hun onafhankelijk onderzoek naar de kwaliteit van de beoordelingsrapporten. Het ACVG heeft in de eerste bevindingen geen aanwijzingen gezien om te concluderen dat het veiligheidsoordeel uit reguliere beoordelingen en beoordelingen in de typologie-aanpak niet klopt. In 2026 volgt het definitieve rapport. Tot slot blijft de NCG zich inspannen om de versterking beter aan te laten sluiten bij de behoeften van bewoners. Uit het jaarlijkse bewonerstevredenheidsonderzoek van NCG blijkt dat bewoners in 2025 meer begrip hebben voor besluiten, het persoonlijk contact meer waarderen en het meedenken van NCG met de bewoner meer waarderen. Het compenseren van alle gedupeerden voor 1 november 2025 die lang hebben moeten wachten op de versterking is zoals tijdens het Kamerdebat aangegeven niet mogelijk gebleken. Het compenseren van huurders met €750 is in samenwerking met de woningcorporaties wel succesvol afgerond.

Gebiedsgerichte aanpak

Op 19 november jl. is de Kamer geïnformeerd over de Agenda voor Herstel (Kamerstukken 2025, 33529, nr. 1342). De Agenda voor Herstel richt zich op het verbeteren van de samenwerking tussen alle betrokken overheden en organisaties bij de schade-afhandeling en versterking. Hierbij moeten bewoners centraal komen te staan bij het bieden van herstel. De Agenda helpt om beter samen te werken, om bestaande middelen slimmer te benutten, en om waar mogelijk processen te verbeteren. Daarbij zetten we ons gezamenlijk in voor het realiseren van veilige, schadevrije en verduurzaamde woningen, in leefbare dorpen, wijken en buurten.

Verduurzaming

De verduurzamingsmaatregelen uit Nij Begun zien op het isoleren van alle woningen in de provincie Groningen en de Noord-Drentse gemeenten Tynaarlo, Noordenveld en Aa en Hunze tot de isolatiestandaard. Naar aanleiding van de internetconsultatie zijn nog enkele dingen aan de regeling toegevoegd, zoals 30% subsidie voor triple glas i.c.m. kozijnen. Op 2 juni is de definitieve regeling gepubliceerd in de Staatscourant (stcrt. 2025, 18445). Op 3 juni 2025 is het loket voor terugwerkende kracht geopend. Hier zijn voor ruim 14.000 woningen aanvragen ingediend: ruim 9.000 aanvragen zijn reeds toegekend. Op 2 september 2025 is het loket opengegaan voor nieuwe aanvragen. Dit wordt gefaseerd per postcode opengesteld. Daarnaast biedt NCG sinds april 2025 het combineren van de isolatiemaatregelen bij lichte versterkingen aan, aan de betreffende bewoners.

Perspectief voor de regio

Met het presenteren van de Sociale Agenda op 23 januari 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 35561, nr. 65) en de Economische Agenda op 6 maart 2025 kan er een start gemaakt worden aan het inlossen van de ereschuld aan Groningers en Noord-Drenten. In nauwe samenwerking tussen Rijk, regionale overheden, inwoners, experts, jongeren onderwijs- en kennisinstellingen en ondernemers zijn de agenda’s vormgegeven en deze worden nu verder uitgewerkt. De eerste maatregelen zijn inmiddels gestart. Vanuit de Sociale Agenda is bijvoorbeeld begonnen met Route Rubicon, één van de activiteiten om voortijdig schoolverlaten terug te dringen. In het kader van de Economische Agenda is bijgedragen aan de komst van een AI-fabriek in Groningen. Met de agenda’s bouwen Rijk en regio aan het verbeteren van het toekomstperspectief voor de inwoners. Naast het verhogen van de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe draagt deze aanpak op termijn ook bij aan de welvaart en het verdienvermogen van heel Nederland, door de kansen in en voor het noorden te benutten. Ook andere zaken, zoals NOVEX, de startbeslissing voor de Nedersaksenlijn en het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport)-onderzoek naar de Lelylijn dragen hieraan bij.

De realisatie voor de jaren 2022 ‒ 2024 is te zien in de jaarverslagen van EZK en voor 2021 is dit te zien in artikel 10. Deze middelen waren per eerste suppletoire begroting 2022 herverkaveld naar de begroting van Economische Zaken en Klimaat (Kamerstukken II 2021/22, 36120 VII, nr. 1). Het kabinet-Schoof heeft dit dossier terugggebracht naar BZK. Sinds de ontwerpbegroting van 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 36600 VII, nr. 1) zijn de bijbehorende middelen opgenomen in artikel 15.

Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid art.15 Een veilig Groningen met perspectief (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

2.162.478

2.636.339

‒ 473.861

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

1.956.114

2.853.953

‒ 897.839

         

15.1

Algemeen

0

0

0

0

10.712

43.834

‒ 33.122

 

Opdrachten

0

0

0

0

7.073

23.885

‒ 16.812

 

Werkbudgetten

0

0

0

0

7.073

23.885

‒ 16.812

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

8.058

‒ 8.058

 

Raad voor Rechtsbijstand

0

0

0

0

0

8.058

‒ 8.058

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

287

0

287

 

Diverse bijdragen

0

0

0

0

287

0

287

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

0

0

0

0

1.600

5.391

‒ 3.791

 

Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG)

0

0

0

0

1.600

3.391

‒ 1.791

 

Raad voor de Rechtspraak

0

0

0

0

0

2.000

‒ 2.000

 

(Schade)vergoeding

0

0

0

0

1.752

6.500

‒ 4.748

 

Vastgelopen situaties

0

0

0

0

1.752

6.500

‒ 4.748

15.2

Schadeherstel

0

0

0

0

944.454

1.165.844

‒ 221.390

 

Subsidies (regelingen)

0

0

0

0

3.633

143.151

‒ 139.518

 

Duurzaam herstel

0

0

0

0

3.633

143.151

‒ 139.518

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

8.080

7.264

816

 

MKB-programma

0

0

0

0

8.080

7.264

816

 

Bijdrage aan agentschappen

0

0

0

0

277.413

229.107

48.306

 

Bijdrage aan bestuur IMG

0

0

0

0

2.000

2.570

‒ 570

 

Bijdrage RVO

0

0

0

0

275.413

226.537

48.876

 

(Schade)vergoeding

0

0

0

0

655.328

786.322

‒ 130.994

 

Commissie Bijzondere Situaties

0

0

0

0

1.467

3.106

‒ 1.639

 

Herbeoordeling waardedaling

0

0

0

0

2

0

2

 

Knelpunten IMG

0

0

0

0

703

15.453

‒ 14.750

 

Vergoeding fysieke schade

0

0

0

0

601.722

729.226

‒ 127.504

 

Vergoeding immateriële schade

0

0

0

0

40.599

22.537

18.062

 

Vergoeding waardedaling

0

0

0

0

10.835

16.000

‒ 5.165

15.3

Versterken en perspectief

0

0

0

0

1.000.948

1.644.275

‒ 643.327

 

Subsidies (regelingen)

0

0

0

0

53.584

59.978

‒ 6.394

 

Diverse subsidies versterken

0

0

0

0

50.125

22.360

27.765

 

Economische bedrijvigheid

0

0

0

0

500

27.540

‒ 27.040

 

Geestelijke bijstand

0

0

0

0

0

550

‒ 550

 

Huurderscompensatie NAM

0

0

0

0

0

350

‒ 350

 

Nieuwbouwregeling

0

0

0

0

896

4.930

‒ 4.034

 

Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken

0

0

0

0

31

1.748

‒ 1.717

 

Woonbedrijf

0

0

0

0

2.032

2.500

‒ 468

 

Opdrachten

0

0

0

0

479.378

1.010.527

‒ 531.149

 

Duurzaam herstel

0

0

0

0

580

0

580

 

Knelpunten NCG

0

0

0

0

13.780

20.000

‒ 6.220

 

Vastgelopen situaties

0

0

0

0

832

3.500

‒ 2.668

 

Verduurzaming bij versterken

0

0

0

0

18.424

29.000

‒ 10.576

 

Versterken industrie

0

0

0

0

166

241

‒ 75

 

Versterkingsoperatie

0

0

0

0

445.596

957.786

‒ 512.190

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

377.454

395.956

‒ 18.502

 

Clustering en gebiedsfonds

0

0

0

0

86.459

89.741

‒ 3.282

 

Compensatie gemeenten en provincie

0

0

0

0

68.321

69.300

‒ 979

 

Erfgoedprogramma

0

0

0

0

15.320

15.320

0

 

Knelpunten gemeenten sociaal domein

0

0

0

0

14.320

14.400

‒ 80

 

Leefbaarheid en wijkontwikkeling

0

0

0

0

35.063

60.000

‒ 24.937

 

Nationaal Programma Groningen

0

0

0

0

149.348

81.037

68.311

 

NCG bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

500

‒ 500

 

Sociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten

0

0

0

0

8.623

8.858

‒ 235

 

Sociale agenda

0

0

0

0

0

56.800

‒ 56.800

 

(Schade)vergoeding

0

0

0

0

90.532

177.814

‒ 87.282

 

Knelpunten NCG

0

0

0

0

6.196

1.500

4.696

 

Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen

0

0

0

0

50.139

63.305

‒ 13.166

 

Versterken in eigen beheer

0

0

0

0

33.896

111.650

‒ 77.754

 

Versterken industrie

0

0

0

0

301

1.359

‒ 1.058

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

1.226.301

1.532.265

‒ 305.964

         

15.1 Algemeen

Opdrachten

Werkbudgetten

De kosten voor de procedures met NAM, Shell en ExxonMobil worden zowel van de BZK-begroting als de KGG-begroting betaald. De uitputting van de budgetten is in 2025 achtergebleven, onder andere omdat het verloop van de procedures zich moeilijk laat voorspellen en de verdeling van de kosten tussen BZK en KGG anders is uitgevallen dan verwacht.

15.2 Schadeherstel

Subsidies (regelingen)

Duurzaam herstel

In 2025 is € 139 mln. minder uitgegeven dan was begroot. Duurzaam herstel is erop gericht de kans op terugkerende schade te verkleinen door de constructie van een woning te verbeteren of herstellen. In 2025 zijn minder woningen duurzaam hersteld dan eerder verwacht. Een deel van de uitgaven in 2025 voor Duurzaam herstel (ca. € 24 mln.) komt ten laste van begrotingsjaar 2026.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan RVO

Met de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wordt de uitvoering van de schadeafhandeling door het IMG bekostigd. In 2025 kwam deze bijdrage neer op ca. € 275 mln., circa € 48 mln. meer dan begroot. Dit komt doordat het IMG meer schadeaanvragen heeft afgehandeld dan in eerste instantie werd verwacht. Daarnaast zijn de uitvoeringskosten per aanvraag hoger doordat vaker dan verwacht gekozen werd voor de arbeidsintensievere schaderegelingen (zoals Maatwerk) dan bijvoorbeeld een forfaitaire schaderegeling (zoals VES). Dit budget is gedurende het begrotingsjaar reeds naar boven bijgesteld.

(Schade)vergoeding

Knelpunten IMG

Zoals toegelicht in de eerste suppletoire begroting heeft er in 2025 een herstelboeking plaatsgevonden om een foutieve boeking uit 2024 te corrigeren.

Vergoeding fysieke schade

Sinds 1 juli 2020 besluit het IMG over schadevergoedingen aan bewoners uit Groningen die schade hebben als gevolg van de gaswinning. Het IMG heeft in 2025 ca. € 127 mln. minder uitgegeven aan vergoedingen voor fysieke schade dan begroot. Ondanks dat er meer aanvragen zijn afgehandeld dan begroot, is de gemiddelde schadevergoeding lager dan vooraf ingeschat. Dit budget is gedurende het begrotingsjaar reeds naar beneden bijgesteld. Tot slot komt een deel van de uitgaven in 2025 voor de Vergoeding van fysieke schade (ca. €  11 mln.) ten laste van begrotingsjaar 2026.

Vergoeding immateriële schade

Er is in 2025 per saldo € 18,1 mln. meer uitgekeerd dan aanvankelijk was geraamd. Dit komt onder andere doordat de regeling in de loop van 2025 ook is opengesteld voor niet-eigenaren.

Vergoeding waardedaling

Er is in 2025 per saldo € 5,2 mln. minder gerealiseerd dan was begroot. In 2025 zijn er minder aanvragen gedaan dan geraamd.

15.3 Versterken en perspectief

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies versterken

Er zijn meer versterkingen uitgevoerd via oude (VGG) subsidiebesluiten die zijn afgegeven voor de TWG. Hierdoor is er circa € 28 mln. meer uitgegeven aan grote projecten van woningbouwcorporaties dan eerder begroot. Dit verklaart met name de hogere realisatie op dit budget. Er zijn minder uitgaven gedaan voor deze versterkingen via eigen beheer, zie ‘versterking in eigen beheer’.

Economische bedrijvigheid

De financiële middelen van dit budget zijn bij de overgang van EZ naar BZK per abuis meegegaan naar BZK. Bij eerste suppletoire begroting 2025 zijn de middelen weer overgeheveld naar EZ als rechtmatige eigenaar.

Opdrachten

Verduurzaming bij versterken

Er zijn ca € 10 mln. minder uitgaven gedaan voor verduurzaming bij versterking dan bij de ontwerpbegroting verwacht. Dit komt met name omdat er in 2025 minder woningen zwaar versterkt zijn waardoor de uitgaven voor verduurzaming bij zware versterking (maatregel 28) ook lager zijn dan verwacht.

Versterkingsoperatie

Het betreft uitgaven voor de versterkingsoperatie die moeilijk zijn te voorspellen, waardoor het budget lastig te plannen is. Er zijn minder reguliere versterkingsuitgaven gedaan dan bij de ontwerpbegroting gepland, hierdoor valt de realisatie ca. € 447 mln. lager uit dan geraamd. Een deel van de begrote uitgaven zijn met de eerste suppletoire begroting 2025 naar beneden bijgesteld en doorgeschoven naar latere jaren.

Verder zijn er voor maatwerk in de versterkingsoperatie (maatregel 12) ca. € 37 mln. minder uitgaven gedaan dan begroot. Dit komt met name doordat veel projecten in de voorbereidingsfase zitten en wachtten op het uitvoeringskader om te worden verplicht en uitgegeven. De uitgaven worden daardoor naar verwachting gerealiseerd in 2026.

Ook zijn er minder uitgaven gerealiseerd voor de versterkingsprojecten buiten de reguliere operatie, de zogeheten Big Five projecten. Circa € 20 mln. aan verplichtingen wordt in 2026 aangegaan in plaats van 2025, waardoor de uitgaven ook naar latere jaren doorschuiven.

Bijdrage aan medeoverheden

Leefbaarheid en ontwikkeling

Voor het verbeteren van de leefbaarheid in gebieden waar veel woningen worden versterkt is met Nij Begun budget beschikbaar gesteld (maatregel 14). Hiervoor worden middelen aan gemeenten in het aardbevingsgebied uitgekeerd middels de Meerjarige Regeling. Het uitgavenritme in de regeling is aangesloten op het tempo van de versterking. Ondanks uitvoerige afstemming met de regio hierover sloot de begroting nog niet aan bij de regeling. Daarom zijn de uitgaven voor deze maatregel € 25 mln. lager dan begroot. Deze middelen zullen in latere jaren tot besteding komen.

Nationaal Programma Groningen

Voor het Nationaal Programma Groningen (NPG) zijn gereserveerde middelen van de Aanvullende Post (AP) opgevraagd en toegevoegd aan het huidige budget. Deze gereserveerde middelen zijn voor het provinciale programma van het NPG.

Sociale Agenda

Voor de Sociale Agenda zijn gereserveerde middelen van de Aanvullende Post (AP) opgevraagd en toegevoegd aan het huidige budget. Deze gereserveerde middelen zijn voor de eerste uitvoering van de Sociale Agenda.

(Schade)vergoeding

Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen

Doordat er minder versterkingen en uitgaven zijn geweest dan eerder begroot, zijn er ook ca. € 13 mln. minder vergoedingen uitgekeerd dan eerder verwacht.

Versterken in eigen beheer

Er zijn ca. € 78 mln. minder uitgaven gedaan voor versterkingen in eigen beheer voor de TWG dan verwacht met de ontwerpbegroting. Wel zijn er meer uitgaven gedaan via subsidies, zie ‘diverse subsidies versterken’. 

Ontvangsten

Tabel 16 Ontvangsten (bedragen x 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Ontvangsten NAM fysieke schade

0

0

0

0

335.973

424.479

88.506

Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade

0

0

0

0

203.160

241.342

38.182

Ontvangsten NAM waardedaling

0

0

0

0

20.997

64.000

43.003

Ontvangsten NAM immateriële schade

0

0

0

0

116.487

88.215

‒ 28.272

Ontvangsten NAM versterken industrie

0

0

0

0

0

1.989

1.989

Ontvangsten NAM versterkingsoperatie

0

0

0

0

530.121

675.657

145.536

Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)

0

0

0

0

0

25.000

25.000

Ontvangsten NAM Nieuwbouwregeling

0

0

0

0

9.701

4.930

‒ 4.771

Diverse ontvangsten

0

0

0

0

8.623

0

‒ 8.623

Ontvangsten NAM juridische bijstand

0

0

0

0

1.502

6.653

5.151

Totale ontvangsten

0

0

0

0

1.226.564

1.532.265

305.701

Toelichting

Ontvangsten NAM fysieke schade

Er zijn in 2025 per saldo € 89 mln. minder ontvangsten gerealiseerd op fysieke schade dan begroot. De uitgaven voor de schadeafhandeling worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van lager gerealiseerde uitgaven bij het IMG in 2024 zijn de ontvangsten ook lager.

Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade

Er zijn in 2025 per saldo € 38 mln. minder ontvangsten gerealiseerd op uitvoeringskosten voor de schadeafhandeling dan begroot. Deze uitvoeringskosten worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van lager gerealiseerde uitgaven bij het IMG in 2024 zijn de ontvangsten ook lager.

Ontvangsten NAM waardedaling

Er zijn in 2025 per saldo € 43 mln. minder ontvangsten gerealiseerd op waardedaling dan begroot. De vergoedingen die IMG uitkeert voor waardedaling worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van lager gerealiseerde uitgaven bij het IMG in 2024 zijn de ontvangsten ook lager.

Ontvangsten NAM immateriële schade

Er is in 2025 per saldo € 28 mln. meer ontvangen op immateriële schade dan begroot. De vergoedingen die IMG uitkeert voor immateriële schade worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van hoger gerealiseerde uitgaven bij het IMG in 2024 zijn de ontvangsten ook hoger.

Ontvangsten NAM versterkingsoperatie

Er zijn in 2025 per saldo € 146 mln. minder ontvangsten gerealiseerd voor de versterkingsoperatie dan begroot. De kosten die de NCG maakt voor de versterkingsoperatie worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van lager gerealiseerde uitgaven bij de NCG in 2024 zijn de ontvangsten ook lager.

Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)

De ontvangsten afkomstig van de NAM voor het Nationaal Programma Groningen zijn € 25 mln. lager dan begroot, omdat de NAM heeft aangegeven de factuur niet te betalen. De Staat onderzoekt op dit moment de juridische mogelijkheden om de betaling alsnog af te dwingen.

5. Niet-beleidsartikelen

5.1 Artikel 11. Centraal apparaat

A. Apparaatsuitgaven kerndepartement

Op dit artikel worden naast alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement BZK ook de apparaatsuitgaven van de agentschappen gepresenteerd. Met de start van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) in 2025 staan ook deze personele en materiële uitgaven en ontvangsten in de begroting van BZK.

Tabel 17 Apparaatsuitgaven Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

674.586

643.630

799.497

951.472

1.126.732

850.589

276.143

         
 

Uitgaven

648.056

624.469

772.421

891.459

1.116.502

851.263

265.239

         

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

648.056

624.469

772.421

891.459

1.116.502

851.263

265.239

 

Personele uitgaven

337.021

300.588

397.554

466.542

629.060

530.783

98.277

 

Eigen personeel

259.735

258.180

320.364

375.275

471.436

394.993

76.443

 

Inhuur externen

74.546

39.476

72.418

84.542

151.340

130.627

20.713

 

Overige personele uitgaven

2.740

2.932

4.772

6.725

6.284

5.163

1.121

 

Materiële uitgaven

308.843

323.801

373.710

424.456

486.426

315.523

170.903

 

Bijdrage SSO's

288.218

291.984

332.505

381.218

424.398

281.932

142.466

 

ICT

9.463

22.630

19.130

22.705

26.737

9.090

17.647

 

Overige materiële uitgaven

11.162

9.187

22.075

20.533

35.291

24.501

10.790

 

Bijdrage aan agentschappen

2.192

80

1.157

461

1.016

4.957

‒ 3.941

 

Diverse bijdragen

2.192

80

1.157

461

1.016

215

801

 

Bijdrage aan DICTU

0

0

0

0

0

4.742

‒ 4.742

         
 

Ontvangsten

109.153

94.106

175.891

218.731

383.353

196.383

186.970

         

In deze tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement BZK en het ministerie van VRO opgenomen, inclusief het Huis voor klokkenluiders (Hvk) en Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). De reeks is exclusief de apparaatsuitgaven van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Deze worden vanwege het specifieke karakter begroot en verantwoord op beleidsartikel 2.

Toelichting

Artikel 11.1 Apparaat (excl. AIVD)

Personele uitgaven

Eigen personeel

De uitgaven aan eigen personeel zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen. Dit heeft te maken met de toevoeging van middelen bij de eerste suppletoire begroting van de diensten en producten die tariefgefinancieerd zijn van de uitvoeringsorganisaties (vooral de Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH)). Verder zijn de apparaatskosten NCG bijgesteld naar aanleiding van de nieuwe versterkingsraming.

Bij de september suppletoire begroting zijn er desalderingen voor de tariefgefinancierde dienstverlening van de uitvoeringsorganisaties Rijksinkoopsamenwerking (RIS), Organisatie Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) en Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH) uitgevoerd. Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de uitgaven- en ontvangstenbudgetten ingevoerd. Hier staat voor eenzelfde bedrag aan ontvangsten tegenover. De uitgaven hebben betrekking op de te leveren dienstverlening in 2025 welke aan de afnemers van RIS, OBF en RvIHH zullen worden doorbelast.

De uitgaven zijn ten opzichte van de tweede suppletoire begroting lager uitgevallen doordat niet alle openstaande vacatures ingevuld konden worden.

Inhuur externen

De uitgaven aan inhuur van externen zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen. Bij de eerste suppletoire begroting zijn voornamelijk middelen toegevoegd voor de vaststelling van de diensten en produkten van de uitvoeringsorganisaties.

Bij de september suppletoire begroting zijn middelen toegevoegd voornamelijk voor de desaldering voor de tariefgefinancierde dienstverlening van de uitvoeringsorganisatie RIS, OBF en RvIHH (zie voor verdere toelichting bij eigen personeel).

Bij de tweede suppletoire begroting betreft het voornamelijk een reallocatie van eigen personeel om de verwachte uitgaven van inhuur externen NCG te kunnen dekken.

De uitgaven aan inhuur externen zijn ten opzichte van de tweede suppletoire begroting lager uitgevallen. De onderschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door de lagere inhuur voor de Nationale Coördinator Groningen (NCG) dan begroot.

Materiële uitgaven

Bijdrage aan SSO's

De gerealiseerde bijdrage aan SSO's is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen. Bij de eerste suppletoire begroting zijn er meeruitgaven van de dienstverlening van de baten-lasten agentschappen die via het kerndepartement lopen voor de dienstverleningsafspraken (DVA's) geboekt. Verder zijn de vaststelling van de diensten en produkten van de uitvoeringsorganisaties (zie voor verdere toelichting bij eigen personeel) en de bijstelling van de apparaatskosten NCG geboekt.

Bij de september suppletoire begroting zijn er desalderingen voor de tariefgefinancierde dienstverlening van de uitvoeringsorganisatie RIS, OBF en RvIHH geboekt (zie voor verdere toelichting bij eigen personeel). Verder is de loon- en prijsbijstelling voor 2025 geboekt.

Bij de tweede suppletoire begroting zijn de hogere uitgaven dan eerder geraamd voor de dienstverlening aan de baten-lastenagentschappen die via het kerndepartement lopen voor de dienstverleningsovereenkomsten (DVA's) geboekt. De uitgaven worden doorbelast aan de gebruikers. Dit leidt tot hogere ontvangsten. Deze worden gedesaldeerd waardoor het uitgavenbudget met hetzelfde bedrag wordt verhoogd. Verder is van diverse departementen de vergoeding voor FMH ontvangen, inclusief de bijdrage van BZK zelf. Ook ontvangt FMH een aanvullende bijdrage vanwege een tussentijdse tariefsverhoging op de centrale opdracht voor 2025.

ICT

De gerealiseerde uitgaven aan ICT is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen. Dit heeft te maken met de toevoeging van middelen bij de eerste, de september en de tweede suppletoire begroting.

De uitgaven aan ICT zijn ten opzichte van de tweede suppletoire begroting lager uitgevallen. De onderschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere uitgaven voor de ICT van de Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH).

Overige materiële uitgaven

De uitgaven aan overige materiële uitgaven zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen. Dit heeft te maken met de toevoeging van middelen bij de eerste, de september en de tweede suppletoire begroting.

De uitgaven aan de overige materiële uitgaven zijn ten opzichte van de tweede suppletoire begroting lager uitgevallen. De onderschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere uitgaven voor de Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH).

Ontvangsten

De gerealiseerde ontvangsten vallen hoger uit dan oorspronkelijk begroot. De geraamde ontvangsten zijn bij de eerste, september en tweede suppletoire begroting naar boven bijgesteld.

De ontvangsten zijn ten opzichte van de tweede suppletoire begroting lager uitgevallen. Dit wordt veroorzaakt doordat diverse facturen van Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH) die ten laste komen van 2026 in plaats van 2025.

B. Totaal overzicht apparaatsuitgaven en -kosten inclusief agentschappen en ZBO/RWT's

De apparaatskosten van het ministerie van BZK bestaan uit de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de AIVD en de apparaatskosten voor acht baten-lastenagentschappen. In de onderstaande tabel staan de structurele apparaatsuitgaven van het kerndepartement en de AIVD weergegeven. Daarnaast geeft de tabel ook een overzicht van de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen, de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO's) en de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT's).

Tabel 18 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie

1.004.597

983.474

1.224.695

1.393.348

1.674.756

1.338.884

335.872

Kerndepartement

648.056

624.469

772.421

891.459

1.116.502

851.263

265.239

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

356.541

359.005

452.274

501.889

558.254

487.621

70.633

Totaal apparaatskosten agentschappen

1.178.352

1.261.939

1.331.770

1.433.540

1.473.200

1.618.426

‒ 145.226

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

128.811

142.730

153.084

209.479

136.905

203.225

‒ 66.320

Logius

241.491

243.636

325.657

344.960

376.987

380.095

‒ 3.108

Organisatie & Personeel Rijk (O&P Rijk)

101.835

104.183

211.536

260.904

304.234

360.332

‒ 56.098

Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (RODI)

330.799

354.949

87.026

97.796

103.727

108.128

‒ 4.401

FMHaaglanden

127.254

143.064

165.773

73.958

76.441

80.913

‒ 4.472

SSC-ICT

248.162

273.377

321.367

359.136

370.349

387.883

‒ 17.534

Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL)

67.327

87.307

104.557

97.850

6.707

Totaal apparaatskosten zbo's en rwt's1

1.340

1.385

1.513

1.435

951

1.132

‒ 181

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

1.340

1.385

1.513

1.435

951

1.132

‒ 181

1

BZK verstrekt bijdragen aan drie begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s: Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP), Huis voor Klokkenluiders (HVK) en de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). De apparaatskosten van het HvK en de TloKB zijn hier niet vermeld, omdat ze worden bekostigd vanuit de apparaatskosten van het kerndepartement (artikel 11). Bij de SAIP worden de apparaatskosten niet alleen door BZK gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden.

5 5.2 Artikel 12. Algemeen

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 19 Budgettaire gevolgen artikel 12 Algemeen (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

265.557

45.114

46.646

65.651

13.766

58.185

‒ 44.419

         
 

Uitgaven

34.225

45.566

61.541

65.819

13.902

58.435

‒ 44.533

         

12.0

Algemeen

34.225

45.566

61.541

65.819

13.902

58.435

‒ 44.533

 

Subsidies (regelingen)

1.113

1.226

1.165

1.132

879

805

74

 

Diverse subsidies

1.063

1.176

1.115

1.082

829

755

74

 

Koninklijk Paleis Amsterdam

50

50

50

50

50

50

0

 

Opdrachten

175

268

606

586

695

703

‒ 8

 

(Inter)nationale samenwerking

126

151

242

122

287

250

37

 

Diverse opdrachten

49

117

364

464

408

453

‒ 45

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

180

245

2

75

112

118

‒ 6

 

Diverse bijdragen

180

165

2

55

112

17

95

 

BZK transparant

0

80

0

20

0

101

‒ 101

 

Bijdrage aan medeoverheden

334

47

14.570

5.646

2.808

50.000

‒ 47.192

 

Kwijtschelden publieke schulden

0

0

14.452

5.646

2.808

20.000

‒ 17.192

 

Verzameluitkeringen

334

47

118

0

0

0

0

 

Schuldregeling ex-partners

0

0

0

0

0

30.000

‒ 30.000

 

Bijdrage aan agentschappen

2.491

6.538

12.879

19.353

9.408

6.809

2.599

 

Eigenaarsbijdrage

1.575

5.500

11.550

17.482

8.748

5.500

3.248

 

BZK transparant

916

1.006

1.329

1.863

406

1.300

‒ 894

 

Diverse bijdragen

0

32

0

8

254

9

245

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

29.932

37.242

32.319

39.027

0

0

0

 

Financiën (IXB)

29.932

37.242

32.319

39.027

0

0

0

         
 

Ontvangsten

36.244

33.645

18.278

22.563

0

0

0

         

B. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven

12.0 Algemeen

Bijdragen aan medeoverheden

Kwijtschelden publieke schulden

Aan 316 gemeenten en 4 waterschappen is in 2025 compensatie verstrekt in verband met de uitgaven en de derving van inkomsten als gevolg van het kwijtschelden van verschuldigde gemeentelijke belastingen en waterschapsbelastingen (publieke schulden) aan gedupeerden van de Kinderopvangtoeslagaffaire. Compensatie vindt plaats op basis van nacalculatie (werkelijke kosten). Er is sprake van onderuitputting ten opzichte van de begroting, doordat de uitgaven en de derving van inkomsten als gevolg van de kwijtschelding bij gemeenten en waterschappen lager uitvielen dan begroot. In de tweede suppletoire begroting is € 30 mln. afgeboekt in het kader van realistische ramen. Bij slotwet wordt € 17,2 mln. afgeboekt.

Schuldregeling ex-partners

Er is sprake van een reallocatie van € 30 mln. naar kwijtschelden publieke schulden. De uitkeringen zijn vanuit één regeling verstrekt namelijk kwijtschelden publieke schulden, derhalve is het budget overgeheveld naar kwijtschelding publieke schulden.

Bijdrage aan agentschappen

Eigenaarsbijdrage

De gerealiseerde uitgaven aan Eigenaarsbijdrage is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen. Gedurende het jaar zijn bij de eerste-, september- en tweede suppletoire begroting middelen toegevoegd. Voor FMHaaglanden en Logius zijn de middelen weer gerealloceerd. De realisatie op deze regeling betreft daarmee de bijdrage aan SSC-ICT voor het transformatieprogramma en het aanvullen van het eigen vermogen van de Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (ODI).

5.3 Artikel 13. Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 20 Budgettaire gevolgen artikel 13 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

5.989

‒ 5.989

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

0

5.989

‒ 5.989

         

13.0

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

5.989

‒ 5.989

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

5.989

‒ 5.989

 

Onvoorzien

0

0

0

0

0

5.989

‒ 5.989

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

B. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven

13.0 Nog onverdeeld

Nog te verdelen

Onvoorzien

Vanuit het Hoofdlijnenakkoord zijn de middelen van de envelop Goed Bestuur op de begroting van BZK geboekt. In de eerste suppletoire begroting 2025 zijn deze middelen overgeboekt naar de artikelen 1, 6 en 7.

6. Bedrijfsvoeringsparagraaf

In de bedrijfsvoeringsparagraaf (BVP) van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) staan diverse ontwikkelingen in de bedrijfsvoering omschreven die zowel gelden voor het ministerie van BZK als voor het ministerie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Daarom zijn die ontwikkelingen ook terug te vinden in de BVP van VRO.

Paragraaf 1 - Rapportage voor de volgende verplichte onderdelen:

1.1 - Rechtmatigheid

Tabel 21 Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden (bedragen x € 1.000)

(1) Rapporteringstolerantie

(2) Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis)

(3) Rapporterings-tolerantie voor fouten en onzekerheden in €

(4) Bedrag aan fouten in €

(5) Bedrag aan onzekerheden in €

(6) Bedrag aan fouten en onzekerheden in €

(7) Percentage aan fouten en onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100%

Totaalniveau artikelen verplichtingen

€ 4.676.976

€ 93.540

€ 111.327

€ 9.080

€ 120.408

2,6%

       

Artikel Artikel 11. Centraal apparaat Verplichtingen

€ 1.126.732

€ 56.337

€ 89.647

€ -

€ 89.647

8,0%

       

Samenvattende staat baten-lastenagentschappen

€ 1.858.382

€ 37.168

€ 161.241

€ 3.514

€ 164.755

8,9%

Totaalniveau artikelen verplichtingen

De som van de fouten en onzekerheden op het verplichtingentotaal van begrotingshoofdstuk VII bedraagt circa € 120,4 mln. Dit heeft tot gevolg dat de rapporteringstolerantie € 93,5 mln. van begrotingshoofdstuk VII wordt overschreden. Een onrechtmatigheid van € 85,3 mln. wordt voor de begroting van BZK veroorzaakt door rijksbrede (overbruggings)overeenkomsten van rijksbreed categoriemanagement. Daarnaast dragen ook fouten op artikel 15 Een veilig Groningen met perspectief, bij aan de overschrijding op het begrotingshoofdstuk. Een overzicht van financiële fouten- en onzekerheden per artikel wordt hieronder in een tabel weergegeven.

Tabel 22 Begrotingartikelen verplichtingen (bedragen x € 1.000)

Per artikel

Financiële fouten per artikel

waarvan fouten als gevolg van rijksbrede raamovereenkomsten

Financiële onzekerheden per artikel

Som fouten en onzekerheden per artikel

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

€ 321

€ 321

€ -

€ 321

Artikel 2. Nationale Veiligheid

€ 2.604

€ 854

€ 9.080

€ 11.685

Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

€ 269

€ -

€ -

€ 269

Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

€ 309

€ 308

€ -

€ 309

Artikel 11. Centraal apparaat

€ 89.647

€ 83.837

€ -

€ 89.647

Artikel 14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

€ 82

€ -

€ -

€ 82

Artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief

€ 18.095

€ -

€ -

€ 18.095

     

Totaal op begrotingshoofdstuk VII

€ 111.327

€ 85.320

€ 9.080

€ 120.408

De grootste onrechtmatigheden worden hieronder toegelicht.

Artikel 2. Nationale veiligheid Verplichtingen

Op artikel 2 Nationale veiligheid bedraagt het totaalbedrag aan fouten en onzekerheden € 11,7 mln. Daarvan bedraagt circa € 7,6 mln. fouten- en onzekerheden die zijn ontstaan als gevolg van de extrapolatie die wordt toegepast door de Auditdienst Rijk op de financiële omvang van gevonden bevindingen uit de steekproefcontrole. In de steekproefcontrole zijn een aantal inkoopfouten vastgesteld.

Artikel 11. Centraal Apparaat Verplichtingen

De rapporteringstolerantie van artikel 11, Centraal Apparaat is overschreden. Het totaalbedrag aan fouten en onzekerheden bedraagt € 89,6 mln. en is als volgt opgebouwd: een onrechtmatigheid van € 83,8 mln. wordt veroorzaakt door rijksbrede (overbruggings)overeenkomsten van categoriemanagement. Dit betreft voor circa € 79,1 mln. de overbruggings- of tussenovereenkomst voor Interim-Management (IM) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Er is ook in 2025 vertraging ontstaan in het opnieuw aanbesteden van IM. De nieuwe aanbesteding wordt op zijn vroegst gepubliceerd in 2026. Hierdoor is ook in 2025 nog onrechtmatigheid voor BZK ontstaan en zal hiervan ook sprake zijn in 2026. De resterende onrechtmatigheid is ontstaan door afroep onder (overbruggings)overeenkomsten voor onder andere financiële adviesdiensten, bestuursrecht, inhuur ICT-professionals en grafische dienstverlening.

Op artikel 11 Centraal apparaat zijn daarnaast nog voor circa € 5,8 mln. aan inkooponrechtmatigheden ontstaan. Nationaal Coördinator Groningen (NCG) verlengde in 2025 de overeenkomst voor het beheer en migratie van een IT-systeem. Dit systeem wordt gebruikt voor het opnemen en normeren van woningen om te komen tot een versterkingsadvies. Het migreren en uitfaseren van dit systeem is vertraagd tot en met de eerste helft van 2026. Dit komt vanwege vertraging bij ingenieursbureaus waar NCG mee samenwerkt en vanwege de Wetswijziging Tijdelijke Wet Groningen (TWG). Dit leidt tot een onrechtmatigheid van circa € 4,8 mln. in 2025.

Artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief verplichtingen

Op artikel 15 is voor de versterkingsoperatie Groningen voor circa € 18,1 mln. aan onrechtmatigheden vastgesteld. De financiële omvang van de onrechtmatigheid had oorspronkelijk hoger kunnen zijn, maar is door uitgevoerde herstelacties op Europese aanbestedingen door Nationaal Coördinator Groningen (NCG) teruggedrongen. In paragraaf 1.3 Begrotingsbeheer, financieel beheer en materiële bedrijfsvoering worden onder onvolkomenheid inkoopbeheer NCG de geïmplementeerde herstelacties nader toegelicht. De resterende onrechtmatigheden zijn grotendeels het gevolg van afgesloten contracten van voor het kalenderjaar 2025.

BIj de Nationaal Coördinator Groningen ging in 2025 voor circa € 10 mln. onrechtmatige  inkoopverplichtingen aan onder het reeds lopende contract voor tijdelijke huisvesting. Daarnaast verstrekte NCG voor circa € 4 mln. opdrachten aan ingenieursbureaus ten behoeve van de opgave voor het historisch centrum Appingedam. 

Samenvattende staat batenlasten agentschappen

De rapporteringstolerantie van de samenvattende staat baten-lasten agentschappen wordt met € 127,6 mln. overschreden. Het totaalbedrag aan fouten en onzekerheden bedraagt € 164,8 mln. en is als volgt opgebouwd.

Tabel 23 Samenvattende staat baten-lasten agentschappen (bedragen x € 1.000)

Per BLA

Financiële fouten per BLA

waarvan fouten als gevolg van rijksbrede raamovereenkomsten

Financiële onzekerheden per BLA

Som fouten en onzekerheden per BLA

Totaal

€ 161.241

€ 10.121

€ 3.514

€ 164.755

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

€ 20.457

€ 2.194

€ -

€ 20.457

Logius

€ 80.545

€ -

€ -

€ 80.545

Organisatie en Personeel Rijk

€ 4.960

€ 4.893

€ -

€ 4.960

Rijksorganisatie voor Ontwikkeling Digitalisering en Innovatie

€ 72

€ 72

€ -

€ 72

FMHaaglanden

€ 508

€ 251

€ -

€ 508

Shared Service Centrum ICT

€ 52.199

€ 331

€ 3.514

€ 55.713

Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek

€ 2.501

€ 2.380

€ -

€ 2.501

Een onrechtmatigheid van € 10,1 mln. wordt voor de agentschappen veroorzaakt door rijksbrede (overbruggings)overeenkomsten van categoriemanagement. Dit betreft voor circa € 7,2 mln. de overbruggings- of tussenovereenkomst voor Interim-Management (IM) van het ministerie van IenW. Er is ook in 2025 vertraging ontstaan in het opnieuw aanbesteden van IM. De nieuwe aanbesteding wordt op zijn vroegst gepubliceerd in 2026. Hierdoor is ook in 2025 nog onrechtmatigheid voor BZK ontstaan en zal hiervan ook sprake zijn in 2026. De resterende onrechtmatigheid is ontstaan door afroep onder (overbruggings)overeenkomsten voor onder andere diverse communicatiediensten, financiële adviesdiensten en grafische dienstverlening.

De grootste overige onrechtmatigheden worden hieronder toegelicht.

RvIG

Bij Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) is in 2025 voor totaal circa € 20,5 mln. aan te verantwoorden onrechtmatigheid ontstaan. Hiervan wordt circa € 16,3 mln. veroorzaakt door een rechtstreeks- en tijdelijk gesloten overeenkomst voor de levering en het beheer van de berichtendiensten binnen de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) en reisdocumenten. RvIG is bezig met het onderbrengen van deze dienstverlening in eigen beheer. RvIG verwacht dit af te ronden in 2027 met uitloop naar 2028. RvIG verwacht op dit dossier geen additionele onrechtmatigheid

Logius

Bij Logius is in 2025 voor totaal circa € 80,5 mln. aan te verantwoorden onrechtmatigheden ontstaan. Het gebruik van de onrechtmatige infrastructuurovereenkomst van Logius leidde in 2025 tot een te verantwoorden onrechtmatigheid van circa € 38,6 mln. Dit is het gevolg van keuzes uit het verleden. Inmiddels zijn in 2025 een aantal migraties naar de nieuwe infrastructuur afgerond, waardoor de onrechtmatigheid in 2026 afneemt. Daarnaast leidde de in 2024 verlengde overeenkomst voor DigiD en DigiD-machtigen ook in 2025 tot onrechtmatigheid van totaal circa € 15,5 mln. Voor DigiD en DigiD-machtigingen sloot Logius in 2025 een rechtmatige overeenkomst, waarmee deze onrechtmatigheid per 2026 komt te vervallen. Tot slot maakt Logius ook nog steeds gebruik van een onrechtmatige overeenkomst voor Digipoort en Globe. Dit heeft in 2025 geleid tot een te verantwoorden onrechtmatigheid van € 24,8 mln. In de bedrijfsvoeringsparagraaf 2024 werd al aangegeven dat deze onrechtmatige overeenkomst ook in 2025 nog tot additionele onrechtmatigheid zou leiden. Om een continue en veilige dienstverlening te garanderen is Logius genoodzaakt om ook in 2026 nog gebruik te maken van de onrechtmatige overeenkomst voor Digipoort en Globe. Logius verwacht deze overeenkomst na 2026 niet meer te verlengen. Indien verlenging noodzakelijk blijft zal de duur en omvang naar verwachting beperkt zijn. Logius streeft ernaar per 2027 de totale onrechtmatigheid fors te hebben teruggedrongen. Zie daarvoor de toelichting onder «verwachte onrechtmatigheden Logius en SSC-ICT 2026».

SSC-ICT

Bij SSC-ICT is in 2025 voor totaal circa € 55,7 mln. aan te verantwoorden onrechtmatigheid ontstaan. Een aandeel van circa € 38,5 mln. is ontstaan door overschrijding van de maximale opdrachtwaarde bij diverse nadere overeenkomsten voor ICT-hardware onder Rijksbrede raamovereenkomsten. De oorzaak hiervan ligt in onvoldoende monitoring van afnames waarbij ook gestegen prijzen voor ICT-hardware en hogere afnames dan vooraf door SSC-ICT ingeschat een rol spelen. Daarnaast speelt in beperkte mate mee dat een nieuwe raamovereenkomst voor Rijksbrede ICT-werkplekhardware nog niet beschikbaar is. SSC-ICT had hier anders eerder gebruik van gemaakt wat de onrechtmatigheid had kunnen beperken. Een onrechtmatigheid van circa € 12,5 mln. is ontstaan door het plaatsen van bestellingen onder een verlopen overeenkomst voor ICT-hardware. Daarvan is circa € 4 mln. het gevolg van de extrapolatie van de fout. Dit als gevolg van de uitkomst van de uitgevoerde steekproefcontrole. Daarnaast is voor circa € 3,3 mln. geconstateerd dat de prestatieonderbouwing bij factuurbetalingen niet voldoet aan de vereiste kwaliteitseisen of ontbreekt in de administratie.

Verwachte onrechtmatigheden Logius en SSC-ICT 2026

Sinds het jaarverslag 2020 wordt in de bedrijfsvoeringsparagraaf van BZK melding gemaakt van een onrechtmatige overeenkomst voor de onderliggende infrastructuur van meerdere belangrijke Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) voorzieningen van Logius. Logius zet in op de migratie van haar voorzieningen naar de nieuwe ICT-infrastructuur. Logius heeft als doel de migratie in 2026 af te ronden. Logius verwacht dat deze onrechtmatigheid vanaf 2028 volledig is weggenomen.

Ook SCC-ICT verwacht in 2026 nog een onrechtmatigheid als gevolg van het rijksbreed niet tijdig kunnen sluiten van een nieuwe rechtmatige rijksbrede overeenkomst voor ICT-werkplekhardware.

Als gevolg van deze verwachte onrechtmatigheden in 2026 verwacht BZK ook in 2026 ook een overschrijding van de tolerantiegrens voor de samenvattende staat batenlastenagentschappen.

1.2 - Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden over de niet-financiële verantwoordingsinformatie van BZK. 

1.3 - Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Begrotingsbeheer

In 2025 hebben er geen overschrijdingen van kas- en verplichtingenbudgetten plaatsgevonden op de begroting van BZK anders dan hetgeen reeds gemeld is aan de Tweede Kamer in de zogenoemde veegbrief (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 17).

De in 2024 gestarte interne pilot ‘proces begrotingsbeheer’ is succesvol gebleken en is met een aantal verbeteringen geïmplementeerd als regulier proces in 2025. In 2025 is extra aandacht geweest voor negatieve bijstellingen naar aanleiding van overschrijdingen in 2024 als gevolg van negatieve bijstellingen.

Financieel beheer

Voor het kerndepartement zijn er geen bijzonderheden op het vlak van financieel beheer. Bij RvIG en Logius zijn in 2024 tekortkomingen in het financieel beheer geconstateerd. Hiertoe zijn in 2024 verbetermaatregelen in gang gezet welke in 2025 verder zijn geïmplementeerd. De verbetermaatregelen en de resultaten hiervan worden hieronder per agentschap nader toegelicht.

RvIG

RvIG heeft eind 2024 een externe auditpartij gevraagd een analyse uit te voeren op de financiële functie. In 2025 heeft RvIG een plan opgesteld met verbetermaatregelen voor een structurele versterking van de financiële functie en het financieel beheer. RvIG heeft in 2025 stappen gezet in het op orde brengen van de financiële basis, waaronder het tijdig opleveren van financiële rapportages en inzichten, het beschrijven van processen inclusief het opstellen van een automatiseringsplan, het uitwerken van een rapportagestructuur en stuurinformatie en de herinrichting van de afdeling Financiën en Inkoop. Deze resultaten vormen het fundament voor de ontwikkelstappen in 2026 gericht op het gestructureerd in control zijn.

Logius

Logius had in 2023 problemen met het financieel beheer. In 2024 heeft Logius een plan opgesteld met verbetermaatregelen voor een structurele versterking van het financieel beheer. Inmiddels zijn al veel activiteiten van het verbeterplan afgerond en heeft Logius haar financieel beheer steeds beter op orde. Het directieteam van Logius heeft in 2025 decharge verleend aan het programma Bedrijfsvoering basis op orde, waar het financieel beheer een belangrijk onderdeel van uitmaakte. In 2026 zal Logius nog verder invulling geven aan o.a. een risicoanalyse op tactisch en operationeel niveau en (het afronden van) een intern beheersingsplan.

Onvolkomenheden op financieel- en materiële bedrijfsvoering

Onvolkomenheid inkoop NCG

In het Verantwoordingsonderzoek 2024 is vastgesteld dat het inkoopbeheer NCG niet op orde was en is een onvolkomenheid toegekend. De fouten zijn ontstaan door:

  • Administratieve onzorgvuldigheden in het inkoopproces van de NCG

  • Het tussentijds aanpassen van een opdracht terwijl er sprake was van een wezenlijk gewijzigde opdracht

  • De wijze waarop NCG bij Europese aanbestedingen, op basis van de uiteindelijke voorkeur van bewoners, de aannemer selecteert

Bij koninklijk besluit van 2 juli 2024 is de verantwoordelijkheid voor de versterkingsoperatie in Groningen belegd bij de Staatssecretaris Herstel Groningen welke valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de minister van BZK. Daarmee is de onvolkomenheid op Inkoopbeheer NCG geïmporteerd van EZK naar BZK. De Tweede Kamer is op 7 juli 2025 middels een Kamerbrief over de onvolkomenheid geïnformeerd Kamerstukken II 2024/25, 33529, nr. 1325.

NCG heeft in de zomer van 2025 een plan van aanpak Inkoopbeheer NCG opgesteld, met als doel enerzijds herstellen van onrechtmatigheid en anderzijds nieuwe onrechtmatigheden voorkomen. Op een groot deel van de onrechtmatig beoordeelde contracten heeft NCG herstelacties uitgevoerd wat in 2025 heeft geleid tot een reductie in de onrechtmatigheid van tientallen miljoenen euro’s. Daarnaast heeft NCG een risicoanalyse op lopende overeenkomsten uitgevoerd en het kwaliteitsborgingsproces Europese aanbestedingen en het proces contractwijziging aangescherpt. In 2025 zijn uit interne controles geen nieuwe omvangrijke onrechtmatigheden geconstateerd.

1.4 - Misbruik en oneigenlijk gebruik

Ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) van subsidies hanteert BZK een vastgesteld M&O-beleid.

In lijn met het Kaderbesluit subsidies BZK, wordt een partij in het M&O-register opgenomen wanneer er sprake is van misbruik of oneigenlijk gebruik. Ook als er andere signalen zijn zoals benoemd in het Protocol departementale registratie van ernstige onregelmatigheden bij subsidies van het ministerie van Financiën (FIN) kan daarvoor gekozen worden. Dit register wordt conform handreiking geraadpleegd bij subsidieaanvragen.

In 2024 is het M&O-beleid geactualiseerd in het kader van het doorlichten van werkprocessen en instructies. Hierbij is er specifieke aandacht besteed aan de risicoanalyses van subsidieregelingen, de steekproefsgewijze controle van subsidiedossiers, de handhavingsmogelijkheden en het M&O-register.

In 2025 is het geactualiseerde M&O-beleid vastgesteld en ondertekend door de secretaris-generaal van BZK.

1.5 - Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Inkooponrechtmatigheden RVO

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) zet voor de uitvoering van de schadeafhandeling het agentschap RVO van het ministerie van Economische Zaken in. RVO heeft ten behoeve van deze schadeafhandeling voor IMG onrechtmatige inkoopopdrachten verwerkt. Deze fouten worden RVO toegerekend omdat RVO belast is met de uitvoering en administratieve afhandeling hiervan. RVO heeft die fouten verantwoord in haar jaarverslag.

Onvolkomenheden op overige aspecten van de bedrijfsvoering

Rijksbreed IT beheer

De volgende verbetermaatregelen worden genomen om de onvolkomenheid Rijksbreed IT-beheer op te lossen:

  • 1. Op basis van het in 2024 vastgestelde kader is in februari 2025 de eerste toetsing bij de departementen gestart;

  • 2. Opvolgend is een verslag met aanbevelingen opgesteld dat is aangevuld met vragen en aanbevelingen vanuit de Algemene Rekenkamer;

  • 3. Als vervolgstap in de plan-do-check-act cyclus is door middel van een ambtelijke brief van de CIO Rijk aan de departementale CIO’s gevraagd om hun opvolging op de aanbevelingen periodiek toe te lichten;

  • 4. In 2026 zal deze cyclus gekoppeld worden aan de tijdslijnen van het Informatie Beveilings Beeld (IBB) zodat de belasting voor de departementen wordt geminimaliseerd.

Hiermee is opzet, bestaan en werking van het proces structureel ingericht. Door jaarlijks de uitvraag op te volgen en te evalueren zal het inzicht in Rijksbreed IT beheer jaarlijks verbeterd worden.

1.6 - Fraude en corruptierisico's

BZK heeft in 2024 een fraudeweerbaarheidskader opgesteld. Dit kader biedt een gestructureerde aanpak voor het identificeren en beheersen van (fraude) risico’s binnen de organisatie en de betrokken uitvoeringsorganisaties. Het fraudeweerbaarheidskader is in 2025 vastgesteld. Onderdeel van het fraudeweerbaarheidskader is de controlmatrix. In de controlmatrix die is opgesteld zijn alle geïdentificeerde risico’s gescoord op kans en impact en op basis daarvan voorzien van toelichtingen en gerichte beheersmaatregelen. In 2025 heeft hiervan bij de uitvoeringsorganisaties van BZK een actualisatie plaatsgevonden. In september 2025 heeft er het kader van bewustwording een fraude awareness sessie plaatsgevonden waarbij meer dan 100 collega’s van VRO en BZK aanwezig waren. Voor BZK is op het vlak van inkopen en aanbesteden en beheer crediteuren een aantal potentiële risico’s aan te wijzen welke zich bij alle uitvoeringsorganisaties kunnen voordoen. De beheersmaatregelen die hiervoor zijn getroffen zijn situatie specifiek en bestaan uit:

  • (Meer) functiescheiding

  • Screening van nieuwe medewerkers

  • Vier-ogen principe

  • Aanvullende eisen aan facturen en registratie

  • Controles op administratieve aansluitingen

  • Gerichte controles op naleving van procedures

  • Toetsing en accordering door leidinggevenden

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

2.1 Open standaarden en open source software

BZK handelt in overeenstemming met artikel 3 eerste lid van de Instructie rijksdienst bij aanschaf van ICT-diensten of ICT-producten. BZK ambieert zo goed mogelijk te voldoen aan de open standaarden op de ‘comply or explain’-lijst van het Forum Standaardisatie en het open/tenzij beleid over het vrijgeven van overheidssoftware en open source. Het afwegingskader uit het rapport «Opensourcewerken: de vrijblijvendheid voorbij» wordt hierbij gebruikt. Buiten het gebruik van open source worden steeds meer projecten ook in het openbaar als open source gepubliceerd en ontwikkeld, dit is raadpleegbaar op https://github.com/minbzk. Alle publieke websites en de diensten waarover gerapporteerd wordt in de Monitor Open Standaarden van het Forum Standaardisatie worden voortdurend gevolgd zodat er wordt voldaan aan open standaarden voor beveiliging van domeinen en e-mail. BZK stimuleert vanuit haar taak het Rijksbreed gebruik, ontwikkeling en publicatie van open source software. Eind 2025 is door CIO Rijk een formele samenwerking met andere Europese landen aangegaan. Verkend wordt of open source oplossingen in de digitale werkomgeving die de Franse en Duitse overheden ontwikkelen en inzetten ook geschikt gemaakt kunnen worden voor de digitale werkomgeving van BZK en de andere deelnemende overheidsorganisaties. In 2026 zullen hiervoor verdere pilots uitgevoerd worden.

2.2 Betaalgedrag

De rijksbrede norm voor betalingen is dat 95% van alle handelsfacturen binnen dertig dagen na ontvangst van de facturen is betaald. BZK voldoet niet aan de betaalnorm, het percentage tijdig betaalde facturen bedraagt voor BZK totaal 89,9%. Dit is 1% lager dan in 2024.

Tabel 24 Betaalgedrag BZK kerndepartement

BZK

Betaalpercentage 2024

Betaalpercentage 2025

Verschil

BZK totaal

90,9%

89,9%

‒ 1,0%

BZK-kern excl AIVD,RIS,OBF, SSO-CN

96,6%

95,3%

‒ 1,3%

OBF

81,3%

90,5%

+9,2%

RIS

87,0%

83,8%

‒ 3,2%

BZK-Kern excl AIVD, SSO-CN

95,9%

94,8%

‒ 1,1%

AIVD

91,9%

93,3%

+1,4%

SSO-CN

80,0%

83,7%

+3,7%

Totaal agentschappen

84,4%

86,8%

+2,4%

BZK-kerndepartement

Over 2025 bedraagt het percentage tijdig betaalde facturen van het BZK kerndepartement 94,8%. Dat betekent dat het kerndepartement van BZK net niet aan de betaalnorm voldoet. Dit percentage is inclusief de kasdiensten OBF en RIS. Het betaalpercentage van het BZK-kerndepartement exclusief de kasdiensten OBF en RIS – die beiden achterblijven bij de norm - ligt met een percentage van 95,3% wel boven de norm. De AIVD en SSO-CN zijn vanwege het unieke karakter niet in dit percentage meegenomen.

OBF en RIS

In 2022 heeft de ontvlechting van het agentschap Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR) plaatsgevonden. In de administratieve systemen is dit nog niet voor alle oud UBR uitvoeringsorganisaties volledig geëffectueerd. Begin 2025 heeft voor OBF en RIS de transitie naar een nieuwe administratieve omgeving plaatsgevonden. Om dit mogelijk te maken was een freezeperiode ingesteld zodat de financiële data van deze organisaties naar een nieuwe omgeving kon worden omgezet. Dit leidde voor beide uitvoeringsorganisaties tot erg lage betaalpercentages in het eerste kwartaal. Beide uitvoeringsorganisaties hebben interne beheersmaatregelen genomen. Voor OBF leidde dit sinds de zomer tot een betaalpercentage boven de norm en een stijging van het betaalpercentage in 2025 van 9,2%. Ondanks de genomen beheersmaatregelen vertoont het betaalpercentage van RIS een afname in 2025 van 3,2%. Als gevolg van onvoldoende systeemkennis bij de medewerkers en problemen met het aansluiten van de interne inkoopprocessen op Cifas is het RIS niet gelukt om het lage betaalpercentage van het eerste kwartaal in het tweede half jaar van 2025 in te lopen. Met ingang van 1 januari 2026 is nagenoeg de volledige administratieve afhandeling van de interne inkoopprocessen van de RIS ondergebracht bij OBF. De verwachting is dat dit voor RIS zal leiden tot een verhoging van het percentage in 2026. Het totaal aantal verwerkte facturen voor OBF is in 2025 met 461 afgenomen waardoor het aandeel van OBF in het totale percentage van BZK kerndepartement gering is.

AIVD

De personele mobiliteit waar de AIVD mee te maken heeft vormt soms een uitdaging om facturen binnen de wettelijke betaaltermijn te kunnen voldoen. Ondanks dat is het percentage op tijd betaalde facturen bij de dienst in 2025 gestegen van 91,6% naar 93,3%. Het bijzondere karakter van de dienst brengt met zich mee dat niet altijd de meeste gebruikelijke en meest efficiënte processen kunnen worden gehanteerd. Desalniettemin zijn in 2025 systeemverbeteringen doorgevoerd die hebben geleid tot een verbetering van het betaalpercentage. De dienst blijft, binnen de beperkingen die deze kent, maximale inspanning leveren om de financiële werkprocessen verder te optimaliseren. De verwachting is dat in 2026 verdere verbeterstappen kunnen worden gezet die zullen leiden tot een hoger betaalpercentage.

SSO-CN

In 2025 is 83,7% van de facturen binnen 30 dagen betaald, wat een verbetering ten opzichte van 2024 betekent van 3,7%. Het verbeteren van deze doorlooptijd is onderdeel van het verbeterplan voor de financiële dienstverlening. Hierbij wordt vooral ingezet op instructie en training van gebruikers en actieve monitoring van factuurstromen.

Agentschappen

Onderstaande tabel bevat de betaalcijfers van de agentschappen van BZK. Deze organisaties zijn niet meegenomen in het hierboven benoemde percentage van het kerndepartement. FMH, O&P Rijk en RBL laten een sterke verbetering van het betaalpercentage zien. Logius en RODI vertonen een sterke afname van het percentage tijdig betaalde facturen. Ondanks de verbetermaatregelen die door de agentschappen in 2025 zijn geïmplementeerd blijft het betaalpercentage net als vorig jaar voor alle uitvoeringsorganisaties (sterk) onder de norm. Het afhandelen van facturen verloopt voor de agentschappen FMH, O&P Rijk, RODI en SSC-ICT via het betaalsysteem Cifas van OBF. De agentschappen ervaren daarbij elk hun eigen complicaties welke een negatieve invloed hebben op het percentage betaalgedrag. Samen met OBF hebben deze agentschappen in 2025 verbetermaatregelen doorgevoerd om deze problemen op te lossen.

Tabel 25 Betaalgedrag SSO's en Agentschappen

Agentschap

Betaalpercentage 2024

Betaalpercentage 2025

Verschil

FMH

74,5%

84,4%

+9,9%

Logius

90,4%

84,3%

‒ 6,1%

O&P Rijk

81,5%

90,6%

+9,1%

RBL

76,9%

87,2%

+10,3%

RODI

83,3%

76,1%

‒ 7,2%

RvIG

90,4%

91,0%

+0,6%

SSC-ICT

91,5%

88,9%

‒ 2,5%

FMH

FMH vertoont ten opzichte van 2024 een sterke verbetering. Ondanks deze verbetering blijft het gerealiseerde betaalpercentage met 10,6% achter bij de norm. In 2025 zijn aanvullende beheersmaatregelen getroffen gericht op verbetering van de procesnaleving, versterking van de monitoring en het oplossen van technische knelpunten. De verwachting is dat het betaalpercentage in 2026 verder zal verbeteren.

Logius

Logius komt in 2025 uit op een percentage op tijd betaalde facturen van 84,3%, wat een daling ten opzichte van het behaalde percentage in 2024 met 6,1% betekent. Dit is het gevolg van de wijze van inrichting van de prestatieverklaring binnen het betaalproces. Logius gaat in 2026 aan de slag met de opzet en implementatie van verbetermaatregelen inzake de prestatieverklaring in het betaalproces zodat de norm van 95% kan worden gehaald.

O&P Rijk

Het betaalpercentage van O&P Rijk is in 2025 met 9,1% gestegen naar 90,6%. Dit is het gevolg van continue aandacht voor betaalgedrag binnen O&P Rijk en het doorvoeren van verbeteringen in het proces. Nu de problemen met Cifas zijn opgelost verwacht O&P Rijk in 2026 de norm van 95% te behalen. O&P Rijk heeft 96% van de in 2025 ontvangen facturen afgehandeld binnen de intern afgesproken termijn van 24 dagen.

RBL

RBL laat in 2025 een toename van het betaalpercentage zien van 10,3%. RBL heeft begin dit jaar de transitie gemaakt naar haar eigen financiële omgeving, waardoor er nu één volledig geïntegreerde administratie voor RBL kan worden gevoerd. Door deze transitie heeft het in behandeling nemen en betalen van facturen enkele weken stilgelegen. De laatste 7 maanden van 2025 ligt het betaalpercentage rond de norm van 95%. RBL monitort wekelijks de voortgang in de factuurafhandeling en zet gerichte acties uit als het proces ergens stokt. Dit wordt in 2026 voortgezet.

RODI

Het betaalgedrag bij RODI heeft zich in 2025 negatief ontwikkeld (-7,2%). Het aanpassen van de interne processen aan Cifas is binnen RODI nog niet uitgekristalliseerd wat leidt tot vertraging in het betaalbaar stellen van facturen. In 2025 heeft ODI diverse maatregelen genomen om medewerkers beter bekend te maken met de werking van Cifas en de bijbehorende processen. Tevens is een werkgroep ingericht die de voortgang en knelpunten rondom Cifas en het betalingsproces monitort.

RvIG

De langere doorlooptijd van het betaalproces is deels toe te schrijven aan geconstateerde afwijkingen tussen door leveranciers aangeleverde facturen en de vastgelegde contractuele afspraken. Voor deze facturen was extra afstemming met de leverancier noodzakelijk om de factuur op correcte wijze in behandeling te kunnen nemen. Daarnaast zijn als gevolg van organisatorische omstandigheden vertragingen in het goedkeuringsproces ontstaan bij zowel prestatieverklaren als budgethouder. Ondanks deze ontwikkelingen vertoont het betaalpercentage van RvIG ten opzichte van 2024 een lichte stijging (0,6%).

Door de nieuwe organisatie-inrichting, waarvan het plaatsingsproces nog loopt, is duidelijkheid gecreëerd in taken en verantwoordelijkheden. Het contractmanagement is versterkt door taken hierin expliciet te beleggen waardoor sneller kan worden geacteerd richting de leverancier. Hierdoor kan pro-actiever worden (bij)gestuurd.

SSC-ICT

Als gevolg van haar complexe inkoopprocessen ervaart SSC-ICT problemen bij de aansluiting op Cifas. In combinatie met een niet optimaal ingericht bestel- en inkoopproces binnen de keten leidt dit tot vertragingen in de factuurverwerking. SSC-ICT voert intensieve gesprekken met OBF over het invoeren van ketenmanagement om het bestelproces, de matching van orders en facturen en de factuurafhandeling te verbeteren. Daarnaast werkt OBF in nauw overleg met SSC-ICT aan het verbeteren van het Cifas-systeem. Doel is een structurele verbetering van het betaalgedrag conform het Kader betaaltermijnen.

2.3 Evaluatie Audit Committee

Het Audit Committee (AC) betreft sinds 2025 een gecombineerd AC voor BZK en VRO. Het AC heeft in 2025 de zelfevaluatie uitgevoerd. Conform de Regeling Audit Committees Rijk dient deze evaluatie eens in de twee jaar plaats te vinden. De zelfevaluatie is uitgevoerd door stil te staan bij de volgende thema’s:

  • Werkwijze van het AC

  • Samenstelling en inhoud van het AC

  • De wederzijdse verwachtingen en betrokkenheid van de leden

  • De planning van de AC vergaderingen

Tijdens de evaluatie is kritisch gekeken naar de effectiviteit en efficiency van het AC. Beoordeeld is of actuele thema’s voldoende aandacht krijgen, hoe de betrokkenheid van de leden kan worden vergroot en of in de huidige opzet de aansluiting op de praktijk voldoende is geborgd. De verbeterpunten die hieruit naar voren zijn gekomen zijn opgepakt en ingebed. Het belangrijkste verbeterpunt betreft het aantal externe leden op een voor een gecombineerd AC gewenst niveau te brengen en deskundigheid met VRO-thematiek te vergroten. Hier wordt invulling aan gegeven middels het werven van een extern lid met een profiel dat daarbij aansluit.

In 2025 heeft het ministerie van Financiën een evaluatie van de Regeling Audit Committees van het Rijk uitgevoerd. De uitkomsten van de evaluatie bepalen mede hoe verder invulling wordt gegeven aan de vorm en samenstelling van het AC. 

2.4 Departementale checks and balances subsidieregelingen

Om de interne organisatie en de kwaliteit van subsidie-instrumenten te bewaken en te verbeteren, bestaan binnen BZK diverse vormen van checks and balances, zoals het gebruik van het Uniform Subsidie Kader (USK), het Raamwerk Uitvoering Subsidies (RUS) en de adviserende en toetsende rol van de directie Financieel Economische Zaken (FEZ) via het Expertise Commissie Subsidies (ECS). In 2025 is – als onderdeel van het project ‘Doorlichting’ – de beoordeling van de werkprocessen en -instructies voor subsidies afgerond. Dit betrof alle relevante financiële wet- en regelgeving en heeft tot beperkte aanpassingen geleid. In 2026 worden voor het USK en het RUS wijzigingen verwacht. Deze worden meegenomen in de administratieve organisatie en interne beheersing van BZK. Daarnaast wordt in 2026 met juristen van Constitutionele Zaken en Wetgeving (CZW) beoordeeld of actualisatie van het Kaderbesluit BZK wenselijk is en op welke onderdelen.

2.5 Normenkader financieel beheer

Op het gebied van het normenkader Financieel Beheer zijn geen ontwikkelingen te melden.

2.6 Beheer NGF-projecten

BZK heeft geen NGF-projecten in portefeuille.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Taakstelling apparaat

De taakstelling op apparaat van het kabinet-Schoof loopt voor BZK (inclusief Koninkrijksrelaties) en VRO gezamenlijk op tot € 126,2 mln. structureel vanaf 2029. Na een uitvoerig traject is begin 2025 besloten over de budgettaire invulling hiervan. In 2025 is deze budgettair gedekt (circa € 30 mln.) en vanaf 2026 valt de structurele bezuiniging uiteen in drie delen: invulling middels fte-reductie (€ 23,2 mln.), alternatieve dekking vanuit (beleids)budget (€ 46,5 mln.) en korting op de bijdrage aan Shared Service Organisaties (SSO's) (€ 56,5 mln.). De fte reductie loopt voor het kerndepartement op tot bijna 165 fte’s. DGABD heeft ook een aandeel in de fte-reductie (circa 9 fte). Het is de verwachting dat de fte-reductie volledig middels natuurlijk verloop kan worden opgevangen. De dekking vanuit (beleids)budget is verwerkt in de Voorjaarsnota 2025. Het traject tussen de Shared Service Organisaties (SSO’s) en hun opdrachtgevers en afnemers om besparingen op de dienstverlening van de SSO’s uit te werken, is in 2025 nog niet afgerond. Van FMHaaglanden en O&P Rijk staat de centrale financiering bij BZK op de begroting, waardoor de omvang van de bezuiniging op deze SSO’s het grootst is.

Rijksbreed inkoopbeheer

In de Staat van de Rijksverantwoording 2024 constateerde de Algemene Rekenkamer (AR) dat inkoop eenvoudiger kan en moet, en wijst zij een aantal oorzaken voor de onvolkomenheden aan. BZK is, als systeemverantwoordelijke voor de werking van het rijksinkoopstelsel, gestart met een versterkingstraject waarmee deze oorzaken systematisch worden aangepakt en de sturing op de rijksinkoop wordt verstevigd. Dit laatste ook om gehoor te geven aan de (aanvaarde) motie Sneller die aandringt op stevigere sturing op de rijksinkoop door BZK. In samenwerking met het Programma Terugdringen Bureaucratie en Regeldruk Inkoopdomein Rijksoverheid is gewerkt aan vereenvoudiging van de regelgeving rond het inkoopbeheer. In 2024 zijn de grensbedragen voor enkelvoudig onderhandse aanbesteding van 33.000 naar 50.000 verhoogd. In 2025 is gewerkt aan een zorgvuldige inwerkingtreding hiervan.

Werken aan één organisatie

Conform de politieke keuze om de nieuwe ministeries met minimale aanpassingen in te richten is gekozen voor een model waarin het nieuwe ministerie (i.c. het ministerie van VRO) gebruik maakt van de organisatie en de bedrijfsvoering van BZK (inrichtingsmodel ‘twee ministeries, één organisatie). Op het ministerie van VRO is in 2025 alleen een SG en een directeur FEZ benoemd. Verder wordt (in de praktijk) recht gedaan aan het bestaan van het ministerie en de daaruit voortvloeiende verplichtingen zoals bijvoorbeeld voortkomend uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de in- en externe presentatie en (arbeidsmarkt)communicatie van het ministerie van VRO.

Invlechten Herstel Groningen

Sinds het kabinet Schoof valt de verantwoordelijkheid voor zowel de schadeherstel- en versterkingsoperatie in Groningen als het bieden van toekomstperspectief voor de regio na decennialange gaswinning uit het Groningenveld, onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In 2025 is de overdracht, inclusief het overhevelen van de budgetten, van het ministerie van KGG naar BZK afgerond.

Grip op externe inhuur

BZK heeft in 2025 de aanpak «Grip op inhuur» vastgesteld waarbij is afgesproken dat de externe inhuur in de komende jaren substantieel wordt teruggebracht richting de Roemernorm, met ruimte voor differentiatie per organisatie. Hiervoor werken alle organisatieonderdelen van BZK aan een plan voor grip op inhuur. Voor interne sturing bepaalt iedere organisatieonderdeel daarbij jaarlijks een inhuurplafond. Vrijwel alle organisatieonderdelen van BZK huurden in 2025 minder in dan in 2024. Als gevolg van de departementale herschikking van Herstel Groningen in 2025 naar BZK wordt het positieve effect hiervan niet volledig weerspiegeld in het totale inhuurpercentage van BZK. De tijdelijke uitvoeringsorganisatie NCG, opereert in de unieke context van een tijdelijke opgave en een behoefte aan specialistische kennis, waarvoor externe inhuur noodzakelijk is. Net als de andere organisatieonderdelen van BZK bekijkt deze organisatie voortdurend de mogelijkheden om de externe inhuur terug te brengen zonder dat de versterkingsoperatie in gevaar komt.

Aanpak schijnzelfstandigheid

De strategie aanpak Schijnzelfstandigheid is in 2024 door BZK geïmplementeerd en heeft in 2025 geleid tot een aantoonbare afbouw van schijnzelfstandigheid. Waar tijdige beëindiging van contracten met (potentiële) schijnzelfstandigen voor sommige organisaties nog niet mogelijk was, is in 2025 door verschillende organisaties van het ministerie van BZK en VRO gebruikgemaakt van een afwijkprocedure onder de voorwaarde dat deze contracten uiterlijk vóór het einde van 2025 werden beëindigd. De voortgang is per organisatie gemonitord door een tijdelijke, multidisciplinaire «Taskforce aanpak schijnzelfstandigheid» en laat een consistente afbouw zien, gericht op volledige naleving van de Wet DBA per 2026. Als onderdeel daarvan voert BZK over 2025 tweedelijnscontroles uit over beoordeelde arbeidsrelaties van ingehuurde zelfstandigen.

Implementatie Europese digitale wetgeving

Europese wetgeving op het gebied van digitalisering heeft steeds meer invloed op de ministeries. Om hierop voorbereid te zijn, brengt BZK de relevante Europese regels in kaart. Dit helpt om tijdig te kunnen inspelen op nieuwe wetgeving en deze goed voor te bereiden en door te voeren. Deze wetgeving, zoals de AI Act, Digital Services Act (DSA), NIS2-richtlijn en Cyber Resilience Act, zal naar verwachting grote gevolgen hebben voor onze werkprocessen, organisatie en budgetten. In 2026 onderzoeken we welke concrete stappen nodig zijn. Voorbeelden van benodigde stappen kunnen zijn: aanpassingen in systemen en werkwijzen; training en bewustwording voor medewerkers en compliance-maatregelen om aan de regels te voldoen.

Implementatie ABRO

Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO) is een Rijksbreed kader dat in november 2025 door de Ministerraad is vastgesteld. In 2025 is binnen BZK de implementatie van de ABRO voorbereid. Er is onder meer voor de organisaties een informatiebijeenkomst georganiseerd, de Bestuursraad is geïnformeerd en er is een eerste versie van het implementatiekader voor BZK opgeleverd. Het voornemen is om in 2026 te starten met enkele pilots binnen BZK. Het doel daarvan is onder meer om meer zicht te krijgen op onder andere de capaciteit, de wijze van uitvoering en doorlooptijd die nodig is voor een zorgvuldige toepassing van de ABRO. De geleerde lessen worden meegenomen in het vervolg van de implementatie in 2026.

Start implementatie I-strategie BZK

In 2025 is de I-strategie voor BZK vastgesteld door de Bestuursraad. De I-strategie bestrijkt drie thema’s: weerbaarheid, innovatievermogen en executiekracht. In 2025 zijn roadmaps opgesteld en eigenaren benoemd. Ook is de bemensing versterkt, is de aandacht voor digitale weerbaarheid fors verhoogd en is het inzicht in de digitale Te Beschermen Belangen (TBB’s) vergroot. Ook is geïnvesteerd in training en kennis (onder meer vanuit de AI-act en de aankomende Cyberbeveiligingswet (CBW)), wordt een succesvolle pilot uitgevoerd met een generatieve AI chatbot (VLAM) samen met SSC-ICT, die medewerkers helpt bij hun werk. Ook is, conform het nieuw vastgestelde Taakbesluit CIO Rijksdienst, de rol ingevuld van Chief Technology Officer (CTO).

Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD

Op 1 juli 2024 is de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen in werking getreden. De CTIVD heeft laten weten sinds 1 oktober 2025 klaar te zijn voor een zo goed als volledige toepassing van de Tijdelijke wet. Gezien de beperkte mate waarin de Tijdelijke wet tot 1 oktober 2025 invulling heeft gekregen, is er op dit moment geen compleet beeld van de uitvoeringsconsequenties. Voor de onderdelen waarvan wel gebruik kon worden gemaakt, geldt dat deze een positieve bijdrage hebben geleverd aan de snelheid en wendbaarheid van de diensten en daarmee de bescherming van de nationale veiligheid.

Uit de invoeringstoets is verder gebleken dat er geen consequenties voor de diensten zijn onderkend op de bedrijfsvoering, behoudens het operationele knelpunt dat is ervaren met het moeten onderhouden van twee verwervingssystemen voor kabel gebonden bulkinterceptie met betrekking tot negatieve filtering van verkeer uit streaming- en downloaddiensten. Ook na deze invoeringstoets blijven de diensten de Tijdelijke wet evalueren en monitoren. Als de resultaten ervan daar aanleiding toe geven, wordt daar rekening mee gehouden in de verschillende stadia van het lopende proces voor een nieuw wettelijk kader.

C. JAARREKENING

7. Departementale verantwoordingsstaat

Tabel 26 Departementale verantwoordingsstaat 2025 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

4.850.695

5.074.528

1.771.618

4.696.075

4.437.533

1.707.134

‒ 154.620

‒ 636.995

‒ 64.484

           
 

Beleidsartikelen

         

1

Openbaar bestuur en democratie

164.462

164.462

14.765

89.888

86.441

16.799

‒ 74.574

‒ 78.021

2.034

2

Nationale veiligheid

487.621

487.621

17.214

593.914

558.254

24.130

106.293

70.633

6.916

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

535.688

536.888

10.927

615.900

603.422

55.456

80.212

66.534

44.529

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

85.544

89.639

64

83.467

94.375

1.095

‒ 2.077

4.736

1.031

14

Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

26.278

26.278

0

9.930

8.523

0

‒ 16.348

‒ 17.755

0

15

Een veilig Groningen met perspectief

2.636.339

2.853.953

1.532.265

2.162.478

1.956.114

1.226.301

‒ 473.861

‒ 897.839

‒ 305.964

           
 

Niet-beleidsartikelen

         

11

Centraal apparaat

850.589

851.263

196.383

1.126.732

1.116.502

383.353

276.143

265.239

186.970

12

Algemeen

58.185

58.435

0

13.766

13.902

0

‒ 44.419

‒ 44.533

0

13

Nog onverdeeld

5.989

5.989

0

0

0

0

‒ 5.989

‒ 5.989

0

8. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

Tabel 27 Samenvattende verantwoordingsstaat 2025 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie 2024 (4)

RvIG

    
     

Totale baten

236.033

259.868

23.835

229.407

Totale lasten

214.765

224.755

9.990

218.933

Saldo van baten en lasten

21.268

35.113

13.845

10.474

     

Totale kapitaaluitgaven

3.100

7.093

3.993

20.024

Totale kapitaalontvangsten

 

     
     

Logius

    
     

Totale baten

380.145

377.635

‒ 2.510

351.405

Totale lasten

380.145

378.269

‒ 1.876

346.076

Saldo van baten en lasten

‒ 634

‒ 634

5.329

     

Totale kapitaaluitgaven

Totale kapitaalontvangsten

     
     

O&P Rijk

    
     

Totale baten

362.385

315.728

‒ 46.657

300.437

Totale lasten

362.385

316.217

‒ 46.168

301.454

Saldo van baten en lasten

‒ 489

‒ 489

‒ 1.017

     

Totale kapitaaluitgaven

2.053

4.568

2.515

9.880

Totale kapitaalontvangsten

     
     

RODI

    
     

Totale baten

115.015

103.680

‒ 11.335

98.779

Totale lasten

115.015

105.401

‒ 9.614

103.272

Saldo van baten en lasten

‒ 1.721

‒ 1.721

‒ 4.493

     

Totale kapitaaluitgaven

84

84

66

Totale kapitaalontvangsten

3.248

3.248

2.800

     
     

FMH

    
     

Totale baten

206.486

192.261

‒ 14.225

186.564

Totale lasten

206.486

192.777

‒ 13.709

189.621

Saldo van baten en lasten

‒ 516

‒ 516

‒ 3.057

     

Totale kapitaaluitgaven

15.389

9.895

‒ 5.494

13.520

Totale kapitaalontvangsten

10.200

5.107

‒ 5.093

8.221

     
     

SSC-ICT

    
     

Totale baten

432.478

432.514

36

389.572

Totale lasten

437.978

424.493

‒ 13.485

410.470

Saldo van baten en lasten

‒ 5.500

8.073

13.573

‒ 20.898

     

Totale kapitaaluitgaven

145.725

‒ 102.772

‒ 248.497

99.641

Totale kapitaalontvangsten

112.102

55.002

‒ 57.100

63.383

     
     

RBL

    
     

Totale baten

161.690

176.696

15.006

154.117

Totale lasten

161.690

171.132

9.442

155.721

Saldo van baten en lasten

5.549

5.549

‒ 1.604

     

Totale kapitaaluitgaven

150

9

‒ 141

741

Totale kapitaalontvangsten

19

19

9. Jaarverantwoording agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) per 31 december 2025

Inleiding

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) maakt betrouwbaar en zinvol gebruik van identiteitsproducten voor iedereen mogelijk. Onze belangrijkste taken zijn het beheer van de Basisregistratie Personen (BRP), het stelsel van reisdocumenten, de voorzieningen voor het Caribische deel van Nederland, de uitgifte van Burgerservicenummers (BSN), en de Meldpunten Fouten in Overheidsregistraties (MFO) en het Centrale Meldpunt Identiteitsfraude (CMI).

Het is onze visie om een weerbare en wendbare partner te zijn, vanuit verbinding met onze omgeving leidend in toekomstbestendige en veilige identiteitsproducten. Vanuit die visie geven we invulling aan onze werkzaamheden.

Om die visie te realiseren hanteren wij de volgende richtinggevende strategische thema’s:

  • De veiligheid en betrouwbaarheid van identiteitsproducten verhogen;

  • Werken vanuit de behoefte;

  • Weerbaar en wendbaar partnerschap;

  • Toezicht functie versterken;

  • Waardevol en aantrekkelijk werkgeverschap.

Bedrijfsvoering

RvIG klaar voor de toekomst

De dienstverlening van RvIG staat in nauw verband met de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Kwesties als digitale autonomie, verantwoord gebruik van algoritmes, maatregelen tegen misbruik van persoonsgegevens, en discussies over het belang van privacy en veiligheid of van efficiency en menselijke maat, hebben onze aandacht.

In 2025 heeft RvIG voortgang geboekt in de reorganisatie. Het nieuwe organisatie- & formatierapport (O&F) is goedgekeurd. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet om de organisatie toekomstbestendig, weerbaar en wendbaar te maken.

In 2025 heeft RvIG schijnzelfstandigheid aangepakt en tot nul teruggebracht. Om externe inhuur terug te brengen is een aanpak ‘Grip op inhuur’ opgesteld. Het stappenplan beoogt binnen de kaders van de vastgestelde inhuurplafonds te blijven.

RvIG staat voor een noodzakelijke vernieuwing van haar IT-voorzieningen en applicatielandschap om de dienstverlening toekomstbestendig te houden. Het besluit van de leverancier om te stoppen met het aanbieden van de huidige infrastructuur maakt een versnelling van deze vernieuwing onvermijdelijk.

Om de strategische regie te versterken en grip te houden op kosten, continuïteit en kennis, is afgesproken dat het beheer en de doorontwikkeling van het applicatielandschap door RvIG zelf worden uitgevoerd. In 2025 zijn voorbereidingen getroffen om de overgang van de applicatieontwikkel- en beheerteams van DICTU naar RvIG te realiseren, waarbij DICTU betrokken blijft bij de generieke platformdiensten.

In 2025 heeft RvIG zich gericht op de voorbereiding van de vernieuwing van de platformvoorzieningen en de toekomstige migratie van het huidige grid-platform. Daarbij is onderzocht op welke wijze de bestaande omgeving zodanig kan worden aangepast dat de migratie beheersbaar kan plaatsvinden en risico’s worden beperkt. Ter ondersteuning hiervan is in 2025 een externe partij gecontracteerd.

Staat van baten en lasten

Tabel 28 Staat van baten en lasten RvIG over 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting 2025 (1)

Realisatie 2025 (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie 2024 (4)

Baten

    

- Omzet

236.033

259.439

23.406

229.170

waarvan omzet moederdepartement

65.174

88.463

23.289

79.854

waarvan omzet overige departementen

0

9.322

9.322

62

waarvan omzet derden

170.859

161.653

‒ 9.206

149.254

Rentebaten

0

429

429

237

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

236.033

259.868

23.835

229.407

     

Lasten

    

Apparaatskosten

203.225

136.905

‒ 66.320

136.226

- Personele kosten

67.739

44.606

‒ 23.133

49.531

waarvan eigen personeel

33.333

30.773

‒ 2.560

31.881

waarvan inhuur externen

32.973

12.625

‒ 20.348

16.749

waarvan overige personele kosten

1.433

1.208

‒ 225

902

- Materiële kosten

135.486

92.299

‒ 43.187

86.695

waarvan apparaat ICT

10

0

‒ 10

0

waarvan bijdrage aan SSO's

225

131

‒ 94

185

waarvan overige materiële kosten

135.251

92.167

‒ 43.084

86.509

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

0

77.301

77.301

73.253

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

11.540

10.549

‒ 991

9.454

- Materieel

7.025

4.798

‒ 2.227

5.496

waarvan apparaat ICT

50

0

‒ 50

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

6.975

4.798

‒ 2.177

5.496

- Immaterieel

4.515

5.752

1.237

3.958

Overige lasten

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

214.765

224.755

9.990

218.932

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

21.268

35.113

13.845

10.474

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

21.268

35.113

13.845

10.474

Toelichting

Stelselwijziging

Voor de jaarverslagen van de BLA’s heeft een stelselwijziging plaatsgevonden. Omwille van consistente weergave zijn de vergelijkende cijfers met terugwerkende kracht aangepast. In onderstaande tabel is de cijfermatige impact hiervan opgenomen:

Tabel 29 Impact stelselwijziging RvIG
 

Vergelijkende cijfers (1)

Jaarverslag 2024 (2)

Impact (1-2)

Materiële vaste activa

   

waarvan installaties en inventarissen

 

1.347

‒ 1.347

waarvan projecten in uitvoering

 

628

‒ 628

waarvan overige materiële vaste activa

 

14.839

‒ 14.839

waarvan machines en installaties

1.347

 

1.347

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

628

 

628

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

14.839

 

14.839

Vlottende activa

   

Voorraden en onderhanden projecten

 

908

‒ 908

waarvan grond- en hulpstoffen

908

 

908

Vorderingen

   

waarvan overige vorderingen en overlopende activa

 

26.093

‒ 26.093

waarvan overige vorderingen

7.823

 

7.823

waarvan overlopende activa

18.270

 

18.270

Kortlopende schulden

   

Overige schulden en overlopende passiva

 

59.814

‒ 59.814

waarvan overige schulden

48.410

 

48.410

waarvan overlopende passiva

11.404

 

11.404

Baten

Omzet

Per 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen ingegaan. De nieuwe regeling geeft de mogelijkheid voor bekostiging op basis van output en/of input. Onderstaande tabel geeft inzicht hoe de huidige omzetcategorieën uiteenvallen in de nieuwe specificatie van baten:

Tabel 30 Omzet RvIG 2025
 

2025

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

219.440

waarvan Reisdocumenten

151.368

waarvan Basis Registratie Personen (BRP)

68.072

Baten als tegenprestatie voor levering van input

39.999

waarvan bijdrage Caribisch Gebied (CG)

2.191

waarvan bijdrage Burgerservicenummer (BSN)

8.162

waarvan bijdrage Electronic Indentification and Trust Services (eIDAS)

5.828

waarvan bijdrage Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)

8.069

waarvan bijdrage Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI)

1.745

waarvan bijdrage Meldpunt Fouten in Overheidsregistratie (MFO)

884

waarvan bijdrage diverse Projecten

13.118

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is afgerond € 23,3 mln. hoger dan de begroting. Dit wordt grotendeels verklaard door een hogere omzet van de BRP, welke hoger is dan begroot. De oorzaak hiervan is voornamelijk een hoger gebruik dan verwacht tijdens het opmaken van de vastgestelde begroting. Dit heeft geresulteerd in zowel een hogere voorlopige staffelindeling en een naheffing.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen is afgerond € 9,3 mln. hoger dan begroot. Dit betreft een herrubricering vanuit de omzet derden.

Omzet derden

De omzet derden is € 9,2 mln. lager dan begroot. Dit omvat een combinatie van de hiervoor genoemde herrubricering naar omzet overige departementen en de naheffing inzake de BRP zoals verklaard onder omzet moederdepartement.

Rentebaten

In 2025 zijn vanwege een positief rentepercentage rentebaten gerealiseerd.

Vrijval voorzieningen

Een vrijval van een voorziening is in 2025 niet aan de orde, omdat RvIG in 2024 van het Ministerie van Financiën goedkeuring heeft gekregen om de komende 10 jaar voor reisdocumenten gebruik te maken van een egalisatiereserve.

Lasten

Personele kosten

Eigen personeel

De ambtelijke personele kosten zijn in 2025 € 2,6 mln. lager dan begroot. De bezetting van ambtelijk personeel was lager dan de toegestane bezetting. In 2025 is door RvIG hard gewerkt aan een nieuw O&F rapport die zal ingaan in 2026.

Inhuur externen

Kosten voor externe inhuur zijn € 20,3 mln. lager dan begroot. Dit komt doordat de beoogde overname van het applicatiebeheer en platformbeheer van DICTU niet is doorgegaan waardoor een verschuiving heeft plaatsgevonden van de kosten inhuur naar de kosten uitbesteed werk. Hiervoor was in de begroting € 16,1 mln. gereserveerd. Daarnaast heeft RvIG in 2025 strakker gestuurd op de inhuur, mede ingegeven door de wet DBA.

Overige personeelskosten

De overige personeelskosten zijn binnen de begroting gebleven. Per saldo wordt dit veroorzaakt doordat de opleidingskosten achterblijven op de begroting, doordat de bezetting lager is dan de formatie maar ook door terughoudendheid op opleidingen doordat het nieuwe O&F rapport nog niet definitief was.

Materiële kosten

Apparaat ICT

Voor 2025 zijn nauwelijks uitgaven gedaan inzake apparaat ICT.

Bijdrage aan SSO’s

De bijdrage aan SSO’s betreffen onder andere de bedrijfsvoeringsdiensten met betrekking tot de inhuur externen. Voornamelijk vanwege wet DBA is hier in 2025 minder gebruik van gemaakt dan oorspronkelijke begroot. 

Overige materiële kosten

De overige materiële kosten omvatten de kosten voor overhead en de kosten die direct of indirect nodig zijn voor het realiseren van de producten van RvIG, zoals de kosten voor het berichtenverkeer of de productiekosten van de reisdocumenten. De overige materiële kosten zijn € 43,1 mln. lager dan begroot.

In de vastgestelde begroting waren de kosten die zijn gepresenteerd onder de kosten uitbesteed werk en andere externe kosten onderdeel van de overige materiële kosten. Per saldo is € 34,2 mln. meer gerealiseerd dan gebudgetteerd voor beide rubrieken tezamen. De hoofdoorzaak van de overschrijding komt doordat de beoogde overname van platformbeheer en applicatiebeheer niet is doorgegaan in 2025 waardoor € 29,7 mln. is verschoven van inhuur naar de kosten uitbesteed werk en andere externe kosten. Verder zijn de productiekosten van reisdocumenten € 4,5 mln. hoger dan begroot. Dit komt doordat er meer reisdocumenten zijn uitgegeven dan begroot.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

In deze nieuwe rubriek, die grotendeels onderdeel was van de overige materiële kosten, komen hoofdzakelijk de uitbestede IT activiteiten tot uitdrukking en resultaat gerichte opdrachten. Het totaal saldi van € 77,3 mln. is reeds verklaard in de € 34,2 mln. onder de kop overige materiële kosten.

Afschrijvingskosten

Materieel

De afschrijvingskosten op materiële vaste activa zijn afgerond € 2,2 mln. lager dan de begroting. De begroting was te hoog ingeschat. In de begroting van 2026 is dit gecorrigeerd.

Immaterieel

De afschrijvingskosten op immateriële vaste activa betreffen de afschrijvingen van in gebruik genomen IT-voorzieningen met name in het domein van reisdocumenten. De begroting wordt met € 1,2 mln. overschreden. Dit heeft te maken met hogere activeringen dan begroot binnen reisdocumenten ten aanzien van VRS (Verbeteren Reisdocumenten Stelsel) & RAAS (Reisdocumenten Aanvraag-en Archiefstation).

Saldo van baten en lasten

Het gerealiseerde saldo van baten en lasten ad € 35,1 mln. positief. Dit omvat een positief resultaat ad € 12,7 mln. bij het reguliere beheer van de BRP, welke wordt verrekend met de schuld aan gebruikers van de BRP. Dit conform Besluit Basisregistratie Personen (BRP) artikel 13 lid 2 sub a.

Tevens bestaat het saldo uit een positief resultaat ad € 21,9 mln. veroorzaakt door het beheer en de uitgifte van de reisdocumenten. In de Rijksministerraad van 29 november 2013 is besloten om de tarieven voor het rijksdeel gemiddeld over 10 jaar kostendekkend te laten zijn. Om dekking hiervoor te realiseren is in jaren met veel aanvragen een opslag in het tarief van de reisdocumenten nodig. Deze opslag wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve, met goedkeuring van het ministerie van Financiën, en in de jaren met weinig aanvragen vervolgens ingezet om de tarieven te drukken en deze daarmee stabiel te houden.

Het restant van afgerond € 0,5 mln. wordt verklaard door een positief resultaat op de RvIG-brede bedrijfsvoering. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de exploitatiereserve.

Balans

Tabel 31 Balans RvIG per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Balans 2025

Balans 2024

Activa

  

Vaste activa

52.974

56.430

Immateriële vaste activa

39.856

39.616

Materiële vaste activa

13.117

16.814

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan machines en installaties

11.081

1.347

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

428

628

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

1.608

14.839

waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar

0

0

Vlottende activa

79.025

43.163

Voorraden

908

908

waarvan grond- en hulpstoffen

908

908

waarvan onderhanden werk

0

0

waarvan gereed product en handelsgoederen

0

0

waarvan vooruitbetaald op voorraaden

0

0

Vorderingen

31.161

31.270

waarvan debiteuren

7.994

5.177

waarvan overige vorderingen

2.369

7.823

waarvan overlopende activa

20.797

18.270

Liquide middelen

46.957

10.985

Totaal activa:

131.998

99.593

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

88.330

29.405

Bestemmingsfonds(en)

35.188

0

Pok / Wau reserve

0

0

Exploitatiereserve

6.697

6.460

Egalisatiereserve

46.015

22.707

Onverdeeld resultaat

429

237

Voorzieningen

0

0

Langlopende schulden

0

0

Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

43.669

70.189

Crediteuren

5.365

10.375

Belastingen en premies sociale lasten

0

0

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Overige schulden

26.634

48.410

Overlopende passiva

11.669

11.404

Totaal passiva

131.998

99.593

Toelichting

Vaste activa

Immateriële vaste activa

Ten behoeve van de voorzieningen voor het aanvragen, registreren en uitgeven van reisdocumenten worden door RvIG applicaties ontwikkeld. Tevens omvat deze post activeringen met betrekking tot de mailboxserver BRP welke in de toekomst wordt vervangen.

Materiële vaste activa

Installaties en inventarissen

De investering in installaties betreft voornamelijk de vervanging en ingebruikname van de systemen ten behoeve van het aanvragen en uitgeven van reisdocumenten.

Andere vaste bedrijfsmiddelen

De mutatie in de vaste activa met betrekking tot andere vaste bedrijfsmiddelen, betreffen de afschrijvingen van eerdere investeringen.

Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

De daling in de vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa betreffen voornamelijk de mutatie met betrekking tot de ingebruikname van zelfontwikkelde activa.

Vlottende activa

Voorraden

Grond- en hulpstoffen

In verband met de wereldwijde schaarste van microchips houdt RvIG een strategische voorraad aan van chips die nodig zijn voor de productie van reisdocumenten.

Debiteuren

De totale vordering op het moederdepartement bedraagt € 0,4 mln. Dit heeft hoofdzakelijk betrekking op de BRP. De totale vordering op andere departementen bedraagt € 1,9 mln. De vordering op derden ad € 5,7 mln. heeft ook betrekking op de BRP.

Overige vorderingen

De nog te ontvangen bedragen moederdepartement van afgerond € 2,4 mln. bestaan onder andere uit te ontvangen bijdragen voor diverse opdrachten.

De overige vorderingen met betrekking tot overige departementen en derden zijn nagenoeg nihil.

Overlopende activa

De nog te ontvangen bedragen moederdepartement van afgerond € 5 mln. bestaan uit te ontvangen bedragen met betrekking tot de BRP naheffingen.

Het deel inzake de overige departementen bedragen afgerond 0,8 mln. aan naheffingen BRP-tarief.

De overlopende activa met betrekking tot derden ad € 15 mln. bestaan voornamelijk uit vooruitbetaalde kosten en nog te factureren omzet met betrekking tot de BRP en reisdocumenten.

Liquide middelen

RvIG beschikt per 31 december 2025 over afgerond € 47 mln. aan liquide middelen.

Passiva

Eigen vermogen

Bestemmingsfonds

In 2025 heeft RvIG goedkeuring gekregen van het Ministerie van Financiën voor het gebruiken van een bestemmingsfonds. De dotatie betreft € 36,5 mln. Gedurende 2025 heeft RvIG hier € 1,3 mln. uit onttrokken in verband met gemaakte kosten op het I-domein (doel benoemd binnen het bestemmingsfonds).

Exploitatiereserve

De Regeling agentschappen stelt dat het een baten-lastenagentschap is toegestaan om reserves tot een bedrag van 5% van de gemiddelde jaaromzet over de afgelopen 3 jaren aan te houden. RvIG blijft onder het toegestane percentage in 2025.

Egalisatiereserve

Vanuit het Ministerie van Financiën is toestemming gegeven om een egalisatiereserve te vormen van het resultaat van reisdocumenten. In 2025 bedraagt het eindsaldo € 46 mln.

Onverdeeld resultaat

Het onverdeelde resultaat bestaat uit de rentebaten van RvIG.

Kortlopende schulden

Crediteuren

De facturen die nog betaald moeten worden aan overige departementen bedragen ultimo 2025 € 2,5 mln. en betreffen voornamelijk IT-kosten.

De nog te betalen facturen met betrekking tot derden met saldo € 2,7 mln. betreffen voornamelijk externe inhuur en licenties.

De overige crediteuren betreffen openstaande schulden aan moederdepartement (€ 12.822,-).

Overige schulden

De nog te betalen bedragen aan moederdepartement van € 9,6 mln. bestaan voornamelijk uit te verrekenen resultaten afgeronde opdrachten uit 2025.

De schulden aan overige departementen betreffen € 1,1 mln.

Inzake derden is er sprake van een schuld van € 16 mln. Hiervan is € 10,4 mln. aan schuld aan de afnemers BRP. Daarnaast is sprake van nog te betalen bedragen van € 5,6 mln. in verband met de reservering verlofdagen.

Overlopende passiva

De overlopende passiva bestaan voornamelijk uit nog te ontvangen facturen. De nog te ontvangen facturen van het moederdepartement van € 3,8 mln. bestaan voornamelijk uit de huisvestings- en IT-kosten.

De nog te ontvangen facturen van overige departementen betreffen afgerond € 0,6 mln.

Inzake derden is er sprake van een bedrag van € 7,3 mln. aan nog te ontvangen facturen. Dit betreffen voornamelijk facturen met betrekking tot de productie van reisdocumenten en externe inhuur.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

In 2019 is in samenspraak met de inspecteur van belastingen geconcludeerd dat RvIG met betrekking tot de VPB voor de activiteiten reisdocumenten als onderneming aangemerkt moet worden. Er is een beroep gedaan op de vrijstelling van een wettelijke taak zodat de aanslag nihil zal zijn. De overige activiteiten zijn in 2017 vrijgesteld. De financiële administratie zal aangepast moeten worden als er sprake is van een belastingplicht. In 2025 hebben zich geen wijzigingen voorgedaan die leiden tot herziening van de vrijstelling en dus een belastingplicht.

In 2019 is een langlopende verplichting ten behoeve van de productie van reisdocumenten aangegaan. Deze verplichting loopt tot 31 maart 2029. De omvang van de resterende verplichting is afhankelijk van het aantal aangevraagde en geproduceerde reisdocumenten in de contractperiode.

In 2025 heeft RvIG via intermediaire organisaties zelfstandigen ingehuurd. In een aantal gevallen is een potentieel risico op schijnzelfstandigheid geïdentificeerd. RvIG heeft in 2025 acties ondernomen om deze risico’s te mitigeren. RvIG kan een fiscaal risico lopen vanwege de Wet ketenaansprakelijkheid, al ligt de verantwoordelijkheid voor het voldoen van fiscale verplichtingen in basis bij een intermediaire organisatie.

Kasstroomoverzicht

Tabel 32 Kasstroomoverzicht RvIG per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting 2025 (1)

Realisatie 2025 (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

12.106

10.985

‒ 1.121

 

totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

236.033

301.607

65.574

 

totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 203.225

‒ 258.543

‒ 55.318

2.

Totaal operationele kasstroom

32.808

43.064

10.256

 

totaal investeringen (-/-)

‒ 3.100

‒ 7.093

‒ 3.993

 

totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 3.100

‒ 7.093

‒ 3.993

 

eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

41.814

46.957

5.143

Toelichting

Operationele Kasstroom

De positieve kasstroom is per saldo te verklaren door de hogere in 2025 ontvangen omzet inzake reisdocumenten & BRP.

Investeringskasstroom

In 2025 heeft RvIG afgerond € 7,1 mln. geïnvesteerd. Dit betreffen hoofdzakelijk investeringen in de voorzieningen ten behoeve van het aanvragen, registreren en uitgeven van reisdocumenten en de BRP.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 33 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RvIG per 31 december 2025
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2022

2023

2024

2025

2025

Omschrijving Generiek Deel

     

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

279

296

284

266

329

Saldo van baten en lasten (%)

1,40%

‒ 5,38%

4,57%

13,51%

0,00%

Klanttevredenheid

7,2

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

      

Omschrijving Specifiek Deel

     

Kostprijzen per product (in €)

     

Abonnementsstructuur (B)

2.000,00

720,00

1.940,00

3.620,00

2.310,00

Reisdocumenten: Paspoort 5 jaar

24,01

24,66

26,56

27,50

27,01

Reisdocumenten: Paspoort 10 jaar

42,49

43,64

47,00

48,65

47,81

Identiteitskaart 5 jaar

7,63

7,84

8,44

8,70

6,83

Identiteitskaart 10 jaar

39,18

40,24

43,34

44,90

38,96

      

Beschikbaarheid

     

Beschikbaarheid GBA netwerk

100%

100%

100%

100%

95%

Beschikbaarheid GBA-V

100%

100%

100%

100%

95%

Responsetijd GBA-V

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

Beschikbaarheid basisregister

100%

100%

100%

100%

95%

Beschikbaarheid verificatieregister

100%

100%

100%

100%

95%

Beschikbaarheid BSN

100%

100%

100%

100%

95%

Toelichting

Generiek deel

Fte-totaal

Het ambtelijk personeel is in 2025 afgenomen. De afname bestaat uit een combinatie van factoren waarbij de krappe arbeidsmarkt een extra uitdaging vormt in het aantrekken van gekwalificeerde medewerkers, zeker voor specifieke functies. Daarnaast heeft een interne organisatieverandering een rol gespeeld bij de afname in 2025.

Saldo van baten en lasten

In de toelichting hierboven wordt het saldo van de baten en lasten verklaard.

Specifiek deel

Reis- en identiteitsdocumenten

De kostprijzen van de reisdocumenten lopen jaarlijks iets op vanwege de indexatie van de prijzen.

Beschikbaarheid

De normen van alle indicatoren ten aanzien van beschikbaarheid zijn in 2025 wederom gehaald.

10. Jaarverantwoording agentschap Logius per 31 december 2025

Inleiding

Logius levert producten en diensten voor de digitale overheid. Ook beheren we digitale standaarden die alle overheidsorganisaties gebruiken in hun digitale dienstverlening, we dragen bij aan het succesvol laten functioneren van afsprakenstelsels, en we zorgen voor laagdrempelige en betrouwbare digitale toegang tot officiële overheidsinformatie voor iedereen. We werken voor publieke dienstverleners zodat zij onder meer veilig digitaal post kunnen versturen aan burgers en ondernemers, en meldingen uit basisregistraties kunnen ontvangen. Dankzij onze diensten kunnen burgers bijvoorbeeld online hun aangifte inkomstenbelasting doen door met DigiD in te loggen en hun gegevens te bekijken in MijnOverheid. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld gestandaardiseerd gegevens uitwisselen met de overheid en met organisaties met een publieke taak. Dit alles verzorgen we in nauwe samenwerking met de publieke dienstverleners. Onze nieuwe missie (december 2025 gelanceerd) is Logius. Samen digitaal verder. Logius is er om de samenleving digitaal verder te helpen: hulpvaardig, verbindend, betrouwbaar en verantwoordelijk, en met diensten die bruikbaar, bereikbaar en betrouwbaar zijn.

Wat is er bereikt in 2025

In 2025 onstond in de maatschappij steeds meer aandacht voor het belang en de waarde van goede en veilige digitale dienstverlening. Logius heeft in het beheer en de ontwikkeling van digitale diensten gezorgd voor continuïteit, betrouwbaarheid, veiligheid en toegankelijkheid, ook met oog voor degenen die minder digitaal vaardig zijn. Tijdens de NAVO top 24 en 25 juni in Den Haag stonden we paraat met een sterke en professionele calamiteitenorganisatie. De samenwerking met onze partners in het beheersen van risico’s en verstoringen was effectief. In het tweede kwartaal werd een datalek geconstateerd in publicaties van de Rijksoverheid. In goede samenwerking met de opdrachtgevers, partners en andere stakeholders zijn de documenten geschoond en is gewerkt aan structurele maatregelen om vermelding van privacygevoelige gegevens te voorkomen. Verder hebben we het programma Basis op Orde afgerond voor een solide bedrijfsvoering, passend bij onze digitale dienstverlening. In 2025 zijn voorbereidingen getroffen voor herinrichting van de organisatie tot een wendbare dienst die zich rekenschap geeft van het maatschappelijk omgevingsbeeld en werkt met een overzichtelijk en werkbaar portfolio. In 2025 is met verschillende initiatieven aandacht besteed aan het vakmanschap, de persoonlijke ontwikkeling, sociale veiligheid en vitaliteit van medewerkers.

Aan de aanpak van schijnzelfstandigheid en de Roemernorm is uitvoering gegeven. Van 127 fte ZZP’ers met risico op schijnzelfstandigheid bij de start van 2025 is het aantal bij de start van januari 2026 teruggebracht tot nul. Logius heeft de risico’s op schijnzelfstandigheid in 2025 hiermee afgebouwd naar € 0. In lijn met de Roemernorm hebben we actief het aantal externe inhuur met 101 externe medewerkers verlaagd.

Financieel was 2025 uitdagend, maar met een stevige inspanning kon het jaar met een resultaat van € 0,6 mln. negatief worden afgesloten.

Dienstverlening

In 2025 nam het gebruik van Logius-diensten verder toe. DigiD werd 645 miljoen keer gebruikt, een stijging van 17% ten opzichte van 2024. De betrouwbaarheid van DigiD was consistent hoog met een beschikbaarheid van 99,65% over geheel 2025. Het jaargemiddelde 2025 van de beschikbaarheid van DigiD Machtigen was 99,72%. DigiD Machtigen is in 2025 naar het nieuwe Picard-platform gemigreerd en is bijna 17 miljoen keer ingezet. De vernieuwde DigiD-Machtigen website is gelanceerd met verbeteringen in het aanvraagproces. In de DigiD app is key attestion actief, een extra beveiliging voor de app waaraan een ID-check is toegevoegd.

Via de Berichtenbox zijn in 2025 92 miljoen berichten verzonden, een stijging van 4 miljoen berichten ten opzichte van 2024. MijnOverheid telde ultimo 2025 11,7 miljoen actieve accounts. Het aantal inwoners dat Berichten over uw Buurt ontvangt is gestegen naar 9 miljoen.

In 2025 hebben we belangrijke migraties doorgevoerd: Digipoort, KvK Groot, BSNk, DigiD en DigiD Machtigen zijn succesvol gemigreerd naar Picard.

In de herbouw van Digipoort is in februari KvK Groot als eerste onderdeel van de nieuwe Digipoort op de nieuwe infrastructuur in productie gegaan. Deze voorziening biedt grote ondernemingen de mogelijkheid hun jaarrekening via standard business reporting (SBR) te deponeren. Op weg naar de nieuwe Digipoort konden vanaf december Digipoort-gebruikers starten met de migratie.

Met de lancering van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) door het demissionaire kabinet is de aandacht voor generieke en herbruikbare dienstverlening verstevigd. Veel van het beheer- en ontwikkelwerk van Logius past bij de NDS, zoals de integratie van de Landelijke Informatie Voorziening (LIV) in Overheid.nl. en de ontwikkeling van een applicatie om Word- en pdf-bestanden transformeren tot een toegankelijk formaat (NLdoc).

We attenderen medewerkers actief op het belang van kennisdeling en -verwerving. Logius is lid van de IT Circle Nederland, een landelijk kennisdeling- en samenwerkingsplatform van, voor en door IT-ers.

Met deze resultaten bleef Logius in 2025 bouwen aan een sterke, moderne en toekomstbestendige digitale overheid.

Staat van baten en lasten

Tabel 34 Staat van baten en lasten Logius over 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie 2025 (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie 2024 (4)

Baten

    

- Omzet

380.145

376.072

‒ 4.073

344.916

waarvan omzet moederdepartement

342.277

338.400

‒ 3.877

315.224

waarvan omzet overige departementen

19.490

30.840

11.350

22.082

waarvan omzet derden

18.378

6.831

‒ 11.547

7.610

Rentebaten

0

1.563

1.563

2.204

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

4.285

Totaal baten

380.145

377.635

‒ 2.510

351.405

     

Lasten

    

Apparaatskosten

380.095

376.987

‒ 3.108

344.961

- Personele kosten

144.135

139.666

‒ 4.469

140.164

waarvan eigen personeel

78.416

82.548

4.132

68.427

waarvan inhuur externen

60.697

52.514

‒ 8.183

67.136

waarvan overige personele kosten

5.022

4.604

‒ 418

4.601

- Materiële kosten

235.960

237.321

1.361

204.797

waarvan apparaat ICT

8.303

3.497

‒ 4.806

11.648

waarvan bijdrage aan SSO's

4.520

16.468

11.948

1.076

waarvan overige materiële kosten

223.137

217.356

‒ 5.781

192.073

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

0

1041

1.041

1.079

Rentelasten

0

14

14

0

Afschrijvingskosten

50

19

‒ 31

36

- Materieel

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

50

19

‒ 31

36

- Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

208

208

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

208

208

0

Totaal lasten

380.145

378.269

‒ 1.876

346.076

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

‒ 634

‒ 634

5.329

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

‒ 634

‒ 634

5.329

Toelichting

Baten

De baten bestaan, conform de afspraak met opdrachtgevers, uit een gemaximeerde vergoeding voor de gemaakte kosten ten behoeve van de producten. Daar waar de omzet afwijkt van de vastgestelde begroting, bijvoorbeeld als gevolg van nieuwe of gewijzigde opdrachten, wordt dit toegelicht.

Algemeen

De bedragen opgenomen onder ‘vastgestelde begroting’ zijn ontleend aan de Memorie van Toelichting bij de begroting 2025 van het Ministerie van BZK, kamerstuk 35 925 VII.

Op totaalniveau komt de realisatie van de omzet € 376,1 mln. (1%) lager uit in vergelijking met de vastgestelde begroting. Dit wordt veroorzaakt door hogere realisatie op beheer en minder doorontwikkeling. In de onderstaande tabel is per opdracht de specificatie van de omzet opgenomen.

Tabel 35 Omzetspecificatie 2025 (bedragen x € 1.000)
 

BEGROOT

REALISATIE

REALISATIE

REALISATIE

REALISATIE

 
       

(Bedragen x € 1.000)

(1)

(2)

(3)

(4)

(5) = (2)+(3)+(4)

(6) = (5)-(1)

Opdrachten

Vastgestelde begroting = OW

Omzet moeder-departement

Omzet overige departementen

Omzet derden

Realisatie omzet

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

       

DigiD

49.977

61.936

0

0

61.936

11.960

Digipoort (SBR, e-Factureren, FS, Sociaal)

63.566

64.435

0

0

64.435

869

Migratie Digipoort

3.677

4.519

0

0

4.519

842

Kleine doorontwikkeling - Digipoort

4.827

0

0

0

0

‒ 4.827

Gegevensuitwisseling 2.0/TIP

385

0

0

0

0

‒ 385

Nederlandse Peppel autoriteit (Npa)

1.526

2.411

0

0

2.411

885

Rijksoverheid Access Point (ROAP)

1.129

644

0

0

644

‒ 485

e-Procurement diensten

1.239

1.347

0

0

1.347

108

MijnOverheid Berichtenbox

38.985

31.655

0

0

31.655

‒ 7.330

MijnOverheid Gegevens

12.736

17.127

0

0

17.127

4.391

DigiD Machtigen

28.155

29.326

0

0

29.326

1.172

Stelseldiensten

19.269

21.225

0

0

21.225

1.956

Diginetwerk

1.744

1.607

0

82

1.689

‒ 55

Bureau Forum Standaardisatie (BFS)

3.447

3.189

0

0

3.189

‒ 258

Digitoegankelijk

2.632

2.013

0

0

2.013

‒ 619

PKIOverheid

2.855

2.105

0

0

2.105

‒ 750

eHerkenning

5.070

3.830

0

0

3.830

‒ 1.240

Samenwerkende Catalogi

417

494

0

0

494

77

EIDAS

1.279

869

0

0

869

‒ 410

KVK Verplichtingen Groot-Afsprakenstelsel

0

0

0

0

0

0

Gegevensuitwisseling standaarden incl BOMOS

1.475

1.509

0

0

1.509

34

Overrealisatie Beheer en exploitatie (GDI)

0

‒ 1.599

0

0

‒ 1.599

‒ 1.599

Subtotaal Beheer en exploitatie (GDI)

244.387

248.643

0

82

248.725

4.337

       

Mijn Overheid generieke services, artikel 6

3.052

1.652

0

0

1.652

‒ 1.400

Subtotaal Beheer en exploitatie (GDI), artikel 6

3.052

1.652

0

0

1.652

‒ 1.400

       

Centraal Aansluitpunt (CA)

729

128

311

164

604

‒ 125

Standaard Platform (SP)

10.237

702

8.389

234

9.325

‒ 912

Haagse Ring & Netwerkdiensten

13.077

4.643

6.130

50

10.823

‒ 2.254

eID/Bsnk

7.872

8.662

0

0

8.662

790

Stelsel Toegang (incl. Vertegenw.)

7.373

2.485

0

0

2.485

‒ 4.888

Beheer TRR

0

480

0

0

480

480

Woco koppelvlak

 

167

0

0

167

167

Subtotaal Beheer & Exploitatie (Overig)

39.288

17.268

14.830

448

32.546

‒ 6.742

       

Totaal Beheer & Exploitatie

286.727

267.562

14.830

530

282.923

‒ 3.805

       

Doorontwikkeling

39.632

43.036

0

0

43.036

3.404

Totaal Doorontwikkeling

39.632

43.036

0

0

43.036

3.404

       

KOOP

53.787

27.802

16.010

6.301

50.113

‒ 3.674

Totaal KOOP

53.787

27.802

16.010

6.301

50.113

‒ 3.674

TOTAAL

380.146

338.400

30.840

6.831

376.072

‒ 4.075

Beheer en exploitatie (GDI)

Voor de B&E GDI is begroot € 244,4 mln. Hier staat tegenover een realisatie ad € 248,7 mln. Per saldo een hogere realisatie van € 4,3 mln. dan begroot.

Voor een deel van deze hogere kosten heeft de opdrachtgever additionele gelden ter beschikking gesteld aan Logius. Het resterende negatieve resultaat komt ten laste van Logius.

Beheer en exploitatie (GDI), artikel 6

Voor de B&E GDI, artikel 6 is begroot € 3,1 mln. Hier staat tegenover een realisatie ad € 1,7 mln. Per saldo een lagere realisatie van € 1,4 mln. dan begroot. De realisatie wordt verrekend met de ontvangen voorschotten in de decharge.

B&E niet GDI

Voor de B&E niet GDI is begroot € 39,3 mln. Hier staat tegenover een realisatie ad € 32,6 mln. Per saldo een lagere realisatie van € 6,7 mln. dan begroot. De realisatie per opdracht wordt verrekend met de ontvangen voorschotten via een decharge. Resterende gelden worden in overleg met opdrachtgever via aanvullende opdrachten doorgeschoven naar 2026 of terugbetaald aan de opdrachtgever.

Doorontwikkeling

Voor de doorontwikkeling is begroot € 39,6 mln. Hier staat tegenover een realisatie ad € 43 mln. Per saldo een lagere realisatie van € 3,4 mln. dan begroot. De realisatie per opdracht wordt verrekend met de ontvangen voorschotten via een decharge. Resterende gelden worden in overleg met opdrachtgever via aanvullende opdrachten doorgeschoven naar 2026 of terugbetaald aan de opdrachtgever.

Domein Publicatie/KOOP

Voor het domein Publicatie/KOOP is begroot € 53,8 mln. Hier staat tegenover een realisatie ad € 50,1 mln. Per saldo een lagere realisatie van € 3,7 mln. Dit is deels het gevolg van het verder verambtelijken van externe inhuur op structurele formatieplaatsen, deels zijn werkzaamheden vertraagd doordat de bezetting van een aantal teams nog niet volledig ingevuld was. Daarnaast geldt dat een aantal grotere ontwikkeltrajecten, vanwege complexiteit, onderlinge samenhang en externe afhankelijkheden, in afstemming met de opdrachtgever(s) zijn vertraagd en/of later zijn gestart dan beoogd. De resterende nog uit te voeren werkzaamheden worden doorgeschoven naar 2026.

Rentebaten

De realisatie van de rentebaten over het positieve rekening courant van 2025 bedragen € 1,6 mln.

Lasten

Personele kosten

Tot de personele kosten zijn gerekend de lonen en salarissen van eigen personeel, de kosten van inhuur en overige personeelskosten. Deze capaciteit aan medewerkers is nodig voor het kunnen uitvoeren van alle geplande activiteiten. De begrote kosten voor capaciteit hangen samen met de begrote en gecontracteerde omzet. Voor het merendeel van de dienstverlening geldt dat de werkelijke kosten worden afgerekend gemaximeerd tot de opdrachtwaarde.

Eigen personeel

Ten opzichte van de begroting zijn de totale kosten eigen personeel € 4,1 mln. hoger. De hogere realisatie is het gevolg van een zeer succesvolle wervingscampagne en de verambtelijking van extern personeel.

Inhuur externen

De kosten van externe inhuur zijn € 8,2 mln. lager uit dan begroot. Dit heeft voornamelijk te maken met de afbouw van de schijnzelfstandigheid en de verambtelijking van externen.

Materiële kosten

De materiële kosten ad € 237,3 mln. zijn met een € 1,4 mln. hogere realisatie in lijn met de begroting. De materiële kosten bestaan uit kosten voor beheer en exploitatie, doorontwikkeling, overige kosten van de dienstverlening en kosten voor bedrijfsvoering. De kosten voor de dienstverlening zijn voornamelijk ICT-kosten die aan private partijen worden betaald voor infrastructuur, applicatiebeheer, licenties, migraties, ontwikkelkosten, sms-dienstverlening, servicedesks, veiligheidsmaatregelen, testen, audits en benchmarks. De kosten voor de bedrijfsvoering betreffen voornamelijk kosten voor huisvesting, ICT, werkplekkosten en overige bedrijfsvoeringaspecten.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De kosten bestaan uit advies opdrachten en de kosten voor de landsadvocaat. Deze kosten waren begroot onder de materiele kosten.

Rentelasten

Doordat er geen investeringen zijn gedaan in 2025 is geen gebruik gemaakt van de leenfaciliteit. De gerealiseerde rentelasten bestaan uit leveranciersrente.

Afschrijvingskosten

In 2025 heeft Logius voor €19k aan overige materiele afschrijvingskosten gerealiseerd. Het betreft afschrijvingen op activa die voor 2024 zijn aangeschaft en geactiveerd.

Overige lasten

De bijzonder lasten betreffen incidentele licentiekosten die geen onderdeel uitmaken van de normale bedrijfsuitoefening.

Saldo van baten en lasten

Het resultaat van Logius over 2025 bedraagt circa € 0,6 mln. negatief. Dit is ontstaan door hogere kosten op verbruik (BRP, SMS, Porto), interne projectkosten en het uitlopen van het migratietraject tussen het oude en het nieuwe infrastructuurplatform.

Balans

Tabel 36 Balans Logius per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Balans 2025

Balans 2024

Activa

  

Vaste activa

9

28

Immateriële vaste activa

0

0

Materiële vaste activa

9

28

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan machines en installaties

9

28

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

0

0

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

0

0

waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar

0

0

Vlottende activa

111.592

117.460

Voorraden

0

0

waarvan grond- en hulpstoffen

0

0

waarvan onderhanden werk

0

0

waarvan gereed product en handelsgoederen

0

0

waarvan vooruitbetaald op voorraaden

0

0

Vorderingen

31.853

42.271

waarvan debiteuren

4.779

13.359

waarvan overige vorderingen

25.452

26.661

waarvan overlopende activa

1.622

2.251

Liquide middelen

79.740

75.189

Totaal activa:

111.601

117.488

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

17.246

17.880

Bestemmingsfonds(en)

0

0

Pok / Wau reserve

0

0

Exploitatiereserve

17.880

12.551

Onverdeeld resultaat

‒ 634

5.329

Voorzieningen

0

0

Langlopende schulden

0

0

Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

94.355

99.608

Crediteuren

11.826

9.562

Belastingen en premies sociale lasten

47

47

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Overige schulden

55.481

66.008

Overlopende passiva

27.001

23.991

Totaal passiva

111.601

117.488

Toelichting

Activa

Debiteuren

De post debiteuren betreft alle openstaande verkoopfacturen per 31 december 2025. Het gaat om facturen aan opdrachtgevers, te weten het moederdepartement € 1,7 mln., overige departementen € 2,9 mln. en derden € 0,2 mln. Door actief debiteuren beheer in 2025 zijn gelden tijdig gestort door opdrachtgevers wat leidt tot een relatief lage debiteurenstand ten opzichte van 2024.

Overige vorderingen

De post overige vorderingen van € 25,5 mln. bestaat voor € 23 mln. uit uitgevoerde werkzaamheden, volgens de specificaties in de opdracht van de opdrachtgever, die nog moeten worden afgerekend. De vooruitbetaalde kosten van € 2,5 mln. bestaan voornamelijk uit licenties voor de volgende perioden.

Overlopende activa

De post overlopende activa bedraagt € 1,6 mln. en bestaat uit de nog te ontvangen rente.

Liquide middelen

De liquide middelen ad € 79,7 mln. is opgebouwd uit bijdragen van het moederdepartement, overige departementen en derden. Deze bijdragen bestaan uit de nog te verrekenen overschotten 2025.

Passiva

Eigen vermogen

De toegestane maximum omvang van het eigen vermogen bedraagt maximaal 5% van de gemiddelde jaaromzet over drie jaar, zijnde € 348,7 mln. Het toegestane eigen vermogen voor 2025 komt daarmee op € 17,4 mln. Het negatieve resultaat van € 0,6 mln. wordt ten laste van het eigen vermogen gebracht. Het eigen vermogen ultimo 2025 van € 17,2 mln. blijft daarmee onder de toegestane maximale omvang. Ultimo 2024 kwam Logius boven de toegestane grens uit met € 2,4 mln. De eigenaar heeft dit bedrag teruggegeven aan Logius om ongedekte kostenstijgingen op te vangen, zoals die bij de Basisregistratie Personen (BRP) bevragingen. Door sturing en aanvullende bijdragen is het tekort beperkt gebleven tot € 0,6 mln.

Crediteuren

De post crediteuren ad € 11,8 mln. bestaat uit alle openstaande facturen per 31 december 2025 waarvan de prestatie per balansdatum is geleverd. Het merendeel betreft geleverde prestaties in het laatste kwartaal 2025. Het saldo is licht gestegen ten opzichte van 2024. Logius committeert zich aan de betalingsnorm van het Rijk.

Belastingen en premies sociale lasten

Deze post betreft nog af te dragen belastingen over voorgaande jaren.

Overige schulden

De post overige schulden bedraagt € 55,5 mln. voornamelijk uit nog te ontvangen facturen van leveranciers en vooruitgefactureerde voorschotten.

Overlopende passiva

De post overlopende passiva bedraagt € 27 mln. en betreft vooruitontvangen bedragen ten laste van volgende perioden en nog te betalen bedragen uit verstreken perioden.

Kasstroomoverzicht

Tabel 37 Kasstroomoverzicht Logius over 2025 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

72.404

75.189

2.785

 

totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

380.145

388.431

8.286

 

totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 380.145

‒ 383.881

‒ 3.736

2.

Totaal operationele kasstroom

0

4.550

4.550

 

totaal investeringen (-/-)

0

0

0

 

totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

 

eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

72.404

79.739

7.335

Toelichting

De kasstroom uit operationele activiteiten heeft betrekking op de dagelijkse bedrijfsvoering en is hoger dan begroot namelijk € 4,6 mln. Het totaal aan ontvangsten uit de operationele kasstroom is € 8,3 mln. hoger dan de begrote € 380,2 mln. De uitgaven zijn € 3,7 mln. hoger dan de begrote € 380,2 mln. In 2025 zijn geen investeringen gepleegd. De begrote investeringskasstroom en financieringskastroom zijn derhalve nul.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 38 Overzicht doelmatigheidsindicatoren Logius per 31 december 2025
   

Vastgestelde begroting

 

2022

2023

2024

2025

2025

Omschrijving Generiek Deel

     

Verloop kostprijs MijnOverheid-Berichtenbox

€ 0,34

€ 0,37

€ 0,35

€ 0,34

€ 0,46

Verloop kostprijs DigiD

€ 0,11

€ 0,09

€ 0,10

€ 0,10

€ 0,10

Verloop kostprijs DigiD Machtigen

€ 1,11

€ 1,74

€ 1,43

€ 1,73

€ 1,72

Totale omzet Logius

€ 244 mln.

€ 332 mln.

€ 351 mln.

€ 378 mln.

€ 380 mln.

      

Fte overhead

22%

21%

20%

23%

22,20%

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

419

543

638

755

701

Saldo van baten en lasten (%)

0,39%

1,77%

1,54%

‒ 0,17%

0,00%

Afnemerstevredenheidonderzoek

8

niet uitgevoerd

uitgevoerd

uitgevoerd

gepland

Medewerkersonderzoek

niet uitgevoerd

uitgevoerd

niet uitgevoerd

uitgevoerd

gepland

Benchmark

uitgevoerd

uitgevoerd

uitgevoerd

uitgevoerd

gepland

      

Omschrijving Specifiek Deel

     

DigiD

     

* Aantal DigiD authenticaties

514 mln.

480 mln.

550 mln.

645 mln.

500 mln.

DigiD Machtigen

     

* Aantal DigiD Machtigen authenticaties

15 mln.

13 mln.

16 mln.

17 mln.

16,4 mln.

MijnOverheid

     

* Aantal berichten MijnOverheid

80 mln.

86 mln.

88 mln.

92 mln.

85 mln.

Digipoort

     

* Aantal berichten via Digipoort

62 mln.

68 mln.

75 mln.

84 mln.

67 mln.

      

Beschikbaarheid Dienstverlening

     

DigiD

99,91%

99,79%

99,94%

99,65%

99,50%

DigiD Machtigen

99,84%

99,59%

99,77%

99,72%

99,50%

MijnOverheid

100,00%

99,96%

99,99%

99,88%

99,00%

PKIoverheid

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

99,00%

Diginetwerk

100,00%

100,00%

100,00%

100,00%

99,00%

Stelseldiensten (Digimelding, Digilevering, OIN-register, Stelselcatalogus)

100,00%

99,93%

99,64%

99,74%

98,00%

Digipoort; Procesinfrastructuur (SBR)

     

- Operational Excellence

100,00%

100,00%

99,98%

100,00%

99,70%

- Baseline

100,00%

100,00%

99,91%

100,00%

95,00%

- B2

99,96%

100,00%

100,00%

100,00%

99,70%

BSN Koppelregister

99,88%

99,77%

99,79%

99,46%

99,20%

      

Beschikbaarheid eerstelijns burgerondersteuning

     

Aanname % Calls ‒ 1e lijns klantcontactcenter

     

- DigiD en DigiD Machtigen

67,10%

87,50%

96,30%

95,10%

97,00%

- MijnOverheid

85,10%

88,40%

95,60%

95,80%

97,00%

ServiceLevel Calls 80/40 ‒ 1e lijns klantcontactcenter

     

- DigiD en DigiD Machtigen

32,10%

49,20%

73,30%

70,50%

80,00%

- MijnOverheid

45,70%

50,20%

69,90%

75,80%

80,00%

Toelichting

Verloop kostprijs MijnOverheid

Dit is het aantal berichten dat via Mijn Overheid is verstuurd gedeeld door de kosten per jaar voor het beheer en onderhoud en is licht gedaald ten opzichte van vorig jaar, omdat de kosten relatief harder zijn gedaald dan het aantal berichten. Gebruik is hoger dan de begroting doordat 12 extra organisaties zijn aangesloten op de Berichtenbox.

Verloop kostprijs DigiD

Dit is het aantal authenticaties met DigiD gedeeld door de kosten per jaar voor het beheer en onderhoud en is gelijk gebleven aan vorig jaar.

Verloop kostprijs DigiD Machtigen

Dit is het aantal machtigingen met DigiD gedeeld door de kosten per jaar voor het beheer en onderhoud en is gestegen ten opzichte van vorig jaar, omdat de kosten sterker zijn toegenomen dan het aantal machtigingen.

Fte overhead

Het percentage overhead is gestegen, omdat Logius heeft ingezet op verambtelijking van met name zzp-ers met een risico op schijnzelfstandigheid én het opvullen van vacatures.

Fte totaal (excl. externe inhuur)

De bezetting ultimo 2025 bedraagt 755 fte. Dit is 18% hoger dan ultimo 2024, maar lager dan de formatie van 874 fte. Logius heeft extra ingezet op het verwerven van personeel en 159 nieuwe collega’s aangetrokken; daar staat het vertrek van 42 collega’s tegenover.

Afnemerstevredenheidsonderzoek

Logius heeft in 2025 een afnemerstevredenheidonderzoek uitgevoerd. Logius organiseert halfjaarlijks een afnemerstevredenheidonderzoek. Per onderzoek wordt een bepaald thema onderzocht. Zo is de communicatie rondom verstoringen onderzocht, de operationele ondersteuning, Logius als samenwerkingspartner en de wijze waarop wij ingediende wensen afhandelen.

Medewerkersonderzoek

Logius organiseert tweejaarlijks een medewerkersonderzoek onder het personeel. In 2025 heeft het medewerkersonderzoek plaatsgevonden.

Aantal DigiD authenticaties

Het aantal keer dat gebruik gemaakt is van DigiD bedraagt 645 miljoen en is met 17% gestegen ten opzichte van 2024, onder meer doordat meer zorgaanbieders deelnemen en de app van verzekeraars in de zorg automatisch schakelt met DigiD. De realisatie ligt in lijn der verwachtingen.

Aantal DigiD Machtigen authenticaties

Het aantal keer dat via Machtigen gebruik is gemaakt van DigiD bedraagt 17 miljoen en ligt 1 miljoen hoger, dan waar in 2024 mee is gerekend.

Aantal berichten Mijn Overheid

Het aantal berichten dat via Mijn Overheid is verstuurd bedraagt 92 miljoen en is met 5% gestegen ten opzichte van 2024.

Aantal berichten via Digipoort

Het aantal berichten dat via Digipoort is verstuurd bedraagt 84 miljoen en is met 12% gestegen ten opzichte van 2024. De realisatie ligt in lijn der verwachtingen.

Beschikbaarheid Dienstverlening

De beschikbaarheid van de dienstverlening van Logius ligt, net als in 2024, over de hele linie boven de gestelde norm.

Beschikbaarheid eerstelijns burgerondersteuning

We hebben in 2025 een gelijk aantal meldingen ontvangen als in 2024. De bereikbaarheid lag ook op hetzelfde niveau. Dit ligt nagenoeg op gestelde norm, met korte wachttijden en goede klanttevredenheid.

11. Jaarverantwoording agentschap Organisatie & Personeel Rijk (O&P Rijk) per 31 december 2025

Nadat Organisatie en Personeel Rijk (O&P Rijk) als een samenvoeging per 1 januari 2023 van de shared service organisatie P-Direkt en de onderdelen UBR-Personeel en UBR-Binnenwerk van de shared service organisatie UBR is gestart, is in eerste instantie vooral gewerkt aan de verdere eenwording en samenwerking tussen de onderdelen. In 2025 is de eenwording verder geformaliseerd door het opzetten en implementeren van een nieuw organisatie en formatie (O&F) plan, waar een stevig en toekomstvast fundament is gelegd voor de organisatie in de toekomst. Dit is aan het einde van het verslagjaar goedgekeurd door de secretaris-generaal. Tegelijkertijd is de taakstelling uit het Hoofdlijnenakkoord (HLA) van 2024 verwerkt in de meerjarenbegroting. Hierdoor zal er in de komende jaren een flinke druk komen op de ambities van O&P Rijk.

Binnenwerk

Het afgelopen jaar begon uitzonderlijk goed voor Binnenwerk, omdat er in het eerste tertiaal al 258 banen zijn gecreëerd. Dat is een meer dan in de eerste tertiaal van het topjaar 2024 waarin de meeste banen werden gecreëerd voor binnenwerk. Eind van het eerste tertiaal bleek echter ook dat er vanuit twee organisaties onvoldoende financiële middelen beschikbaar gesteld werden om de 900 extra banen te realiseren. Binnenwerk lag goed op koers om deze opdracht te realiseren, maar vanaf het tweede tertiaal heeft Binnenwerk noodgedwongen er voor gekozen om de uitstroom niet in te vullen. Naast deze uitdaging is er in algemene zin nog steeds grote tevredenheid over de dienstverlening van Binnenwerk. Het nut van de dienstverlening wordt nog volop gezien en onderschreven. Dat neemt niet weg dat partnerorganisaties, ook al hebben ze begrip voor de situatie, teleurgesteld zijn dat de banencreatie stagneert. Het creëren van duurzame banen voor mensen met een doelgroepindicatie is bewerkelijk en vergt een lange adem.

P-Direkt

P-Direkt leverde gestandaardiseerde en geüniformeerde ondersteunende HR- en organisatie-dienstverlening, zoals een goede en tijdige salaris- en HR-administratie, duidelijke HR-informatievoorziening en een helder ingericht personeelsdossier voor ongeveer 175.000 rijksmedewerkers. In 2025 zijn uitstekende resultaten behaald op de Service Level Agreements (SLA’s) binnen de klantreizen. De dienstverlening heeft positieve resultaten laten zien, waarbij alle normen ruimschoots worden behaald. Deze positieve ontwikkeling is het directe gevolg van het werken in klantreizen sinds mei 2024, de transitie naar blended werken en de structurele investering in kennisverbreding. Deze integrale aanpak zorgt voor meer flexibiliteit, efficiëntere afhandeling en een betere beheersing van het proces bij stijgende volumes.

O&A

Organisatieadvies (O&A) leverde advies, onderzoek, implementatie en begeleiding bij alle aspecten voor de inrichting van een moderne Rijksdienst. Zowel bij organisatie inrichting, organisatieonderzoek, instrumentontwikkeling, flexibele organisaties, evaluatie als bij kennisdeling. Het aantal opdrachten met betrekking tot de gevolgen van het HLA (Hoofdlijnenakkoord) en de taakstelling (die tot nu toe beperkt zijn gebleven) zijn licht toegenomen. Opdrachten met politieke prioriteit krijgen daarbij voorrang. Dit zijn niet altijd opdrachten in het kader van het HLA. Ook Advocaten en Adviseurs Arbeidsrecht (AAA) van O&A en Acountmanagement (AM) leverde advies en begeleiding bij juridische vraagstukken, procesvertegenwoordiging en bij vragen over financiële rechtspositie. Daarnaast heeft AAA met het multidisciplinaire Startpunt Organisatieverandering de eerste stappen gezet naar integrale advisering vanuit O&P Rijk bij organisatieveranderingen. In 2025 is gestart met het inrichten van O&P Rijk brede Accountmanagement. Deze nieuwe afdeling heeft binnen O&A en AM vorm gekregen en wordt de komende tijd verder doorontwikkeld.

DALT

Diversiteit, arbeidsmarktcommunicatie en Loopbaan en Talentontwikkeling heeft in 2025 te maken gehad met een terugval van de vraag naar arbeidsmarkt- en inhuurdienstverleningsoplossingen als gevolg van de taakstellingen die bij de afnemers plaatsvinden. Tegelijkertijd is er inmiddels een gestage groei in Loopbaan- en mobiliteitsinzet te zien, gegeven diezelfde taakstelling. Teamontwikkelingsvragen blijven toenemen gezien de behoefte van directies en MT’s om te investeren in sociale veiligheid, inclusiviteit, werkdrukvermindering en talentgericht samenwerken. Team Arbeidsmarkt heeft gewerkt aan de basis op orde. De doelgroeparchitectuur is opgeleverd. De lancering van de AI-zoekmachine op Ikwerkvoornederland zorgt ervoor dat rijksmedewerkers sneller en gerichter informatie vinden over vacatures, arbeidsvoorwaarden, loopbaanmogelijkheden en selectieprocedures, op basis van openbare informatie op Werkenvoornederland.nl. De Taskforce FlowRijk is gestart om Rijksbreed meer grip te krijgen op mobiliteitsbehoefte en matching van werk met beschikbare medewerkers.

Bedrijfszorg

Medio 2025 heeft O&P Rijk van de beleidsverantwoordelijke en de continuïteitsverantwoordelijke de opdracht gekregen er voor te zorgen dat O&P Rijk op 1 januari 2026 volledig voldoet aan de Wet DBA. Hiervoor is een plan van aanpak voor de afbouw van schijnzelfstandigheid opgesteld en uitgevoerd. Het plan richt zich primair op de business unit Bedrijfszorg, vanwege het hoge aantal potentieel schijnzelfstandige bedrijfsartsen. Alle zzp-bedrijfsartsen is eind 2025 een nieuw DBA-proof contract is aangeboden, dat na ondertekening in werking trad per 1 januari 2026. In januari 2026 wordt inzichtelijk of en welke effecten dit voor de capaciteit en dienstverlening heeft.

Staat van baten en lasten

Tabel 39 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap O&P Rijk 2025 (bedragen x € 1.000
 

Vastgestelde begroting 2025 (1)

Realisatie 2025 (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie 2024 (4)

Baten

    

- Omzet

362.210

314.860

‒ 47.350

298.206

waarvan omzet moederdepartement

168.237

169.875

1.638

162.846

waarvan omzet overige departementen

191.922

143.368

‒ 48.554

132.326

waarvan omzet derden

2.051

1.617

‒ 434

3.034

Rentebaten

0

729

729

1.966

Vrijval voorzieningen

175

139

‒ 36

265

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

362.385

315.728

‒ 46.657

300.437

     

Lasten

    

Apparaatskosten

360.332

304.234

‒ 56.098

260.079

- Personele kosten

210.159

204.333

‒ 5.826

194.336

waarvan eigen personeel

181.289

175.004

‒ 6.285

154.911

waarvan inhuur externen

23.776

26.170

2.394

35.714

waarvan overige personele kosten

5.094

3.159

‒ 1.935

3.711

- Materiële kosten

150.173

99.901

‒ 50.272

65.743

waarvan apparaat ICT

13.694

7.051

‒ 6.643

15.378

waarvan bijdrage aan SSO's

47.792

49.831

2.039

47.737

waarvan overige materiële kosten

88.687

43.019

‒ 45.668

2.628

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

0

8.654

8.654

40.186

Rentelasten

0

0

0

9

Afschrijvingskosten

2.053

1.248

‒ 805

1.164

- Materieel

102

75

‒ 27

96

waarvan apparaat ICT

102

73

‒ 29

92

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

2

2

4

- Immaterieel

1.951

1.173

‒ 778

1.068

Overige lasten

0

2.081

2.081

16

waarvan dotaties voorzieningen

0

2.081

2.081

16

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

362.385

316.217

‒ 46.168

301.454

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

‒ 489

‒ 489

‒ 1.017

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

‒ 489

‒ 489

‒ 1.017

Toelichting

Baten

Omzet

In 2025 is de WW plus (een gespecialiseerde instantie die de bovenwettelijke werkloosheidwet regelt) omzet uit het resultaat gehaald en verloopt deze via de balans. Dit heeft een effect van € 42 mln. zowel in de omzet als de materiële lasten. Deze omzet is, voornamelijk, terug te vinden in de overige departementen. Het resterende verschil van de omzet van € 5 mln. zit in de arbeidsparticipanten banen bij binnenwerk die niet zijn ingezet in 2025.

Rentebaten

Als gevolg van de positieve ontwikkeling van de rekening courant verhouding van O&P Rijk met Ministerie van Financiën heeft O&P Rijk een rentebate van € 0,7 mln.

Vrijval voorzieningen

Dit is een vrijval voorziening voor de van werk naar werk kandidaten bij de juristen bij O&P Rijk. Het bedrag is lager dan de begroting omdat er sprake zou zijn van vrijval voorziening debiteuren maar het blijkt dat de gesprekken nog gaande zijn over bepaalde posten en deze zijn nog steeds voorzien. Vrijval voozieningen vallen dan lager uit dan wat er begroot was.

Tabel 40 Omzet 2025
 

begroting

2025

verschil

Baten

   

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

309.173

314.872

5.699

AAA expertise

9.678

14.042

4.364

AMC expertise

21.781

26.890

5.109

BZ expertise

55.762

74.219

18.457

DGI expertise

3.216

2.345

‒ 871

L&T expertise

10.653

12.526

1.873

OA expertise

5.634

6.115

481

waarvan p-dir dienstverlening

136.033

125.054

‒ 10.979

waarvan binnenwerk

66.415

53.681

‒ 12.734

    

Rentebaten

1.486

729

‒ 757

Vrijval voorzieningen

123

128

5

Bijzondere baten

0

0

0

Totaal baten

310.782

315.728

4.947

In tabel omzet zijn de assortimenten van de verschillende producten van O&P Rijk te zien.

Lasten

Apparaat

Personele kosten

Eigen personeel

De personele lasten zijn lager bij de business units (bu's) Binnenwerk en Informatie Voorziening (IV). Dit wordt veroorzaakt door veel vacatures die niet zijn ingevuld. Daarnaast was er bij Binnenwerk sprake van niet ingevulde arbeidsparticipanten banen. Deze kosten vielen lager uit.

Inhuur externen

De kosten van inhuur waren hoger dan begroot. De hogere inhuur heeft twee oorzaken. De eerste oorzaak is vacatures: er is extra ingehuurd ter compensatie van de vacatures/openstaande formatieplekken.

De tweede oorzaak is projecten: er is extra ingehuurd voor projecten. Deze projecten dienen om de processen te verbeteren, zodat O&P Rijk beter aan de vraag van de klanten kan voldoen.

Materiële kosten

Apparaat ICT

In 2025 heeft een indexatie plaatsgevonden op de ICT kosten. De hogere kosten worden voornamelijk veroorzaakt door de tussentijdse tariefstijging van SSC-ICT voor kantoorautomatisering. Deze extra kosten zijn geboekt bij bedrijfsvoering.

Bijdrage aan SSO's

In 2025 had O&P hogere SSO kosten door de hogere kosten voor maintenance en support, voor OBF, en BZK. De verhoging van deze SSO doorbelastingen leidden tot hogere kosten in 2025.

Overige materiële kosten

De verschillen bij de overige materiele kosten zitten bij de WW plus die niet meer via de RR loopt maar via de balans. Dit is € 42 mln. Dit loopt zowel bij de omzet als bij de materiele lasten.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

Het betreft voornamelijk de uitbesteding van Arbo-dienstverlening en uitbestede werkzaamheden in het kader van arbeidsmarktcommunicatie. De kosten zijn in lijn met de vastgestelde begroting 2025.

Afschrijvingskosten

Immaterieel

Dit zijn apparatuur van ICT die afgeschreven zijn bij de afdeling IT. De afgelopen jaren is er minder geactiveerd door het uitblijven van investeringen vanuit de investeringsagenda. Daardoor wordt jaarlijks minder afgeschreven.

Dotaties voorzieningen

Deze dotatie is gemaakt ten behoeve van de verhuizing van O&P Rijk. De kosten hiervan zijn ingeschat op meer dan € 2 mln.

Saldo van baten en lasten

Het negatieve saldo van baten en lasten 2025 van € 0,5 mln. zal ten laste van de balanspost «onverdeeld resultaat» worden gebracht.

Balans

Tabel 41 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Activa

  

Vaste activa

4.305

985

Immateriële vaste activa

4.201

896

Materiële vaste activa

104

89

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan machines en installaties

0

0

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

104

89

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

0

0

waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar

0

0

Vlottende activa

82.487

74.196

Voorraden

0

0

waarvan grond- en hulpstoffen

0

0

waarvan onderhanden werk

0

0

waarvan gereed product en handelsgoederen

0

0

waarvan vooruitbetaald op voorraaden

0

0

Vorderingen

33.574

32.463

waarvan debiteuren

12.479

15.346

waarvan overige vorderingen

0

0

waarvan overlopende activa

21.095

17.117

Liquide middelen

48.913

41.733

Totaal activa:

86.792

75.181

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

11.520

12.009

Bestemmingsfonds(en)

0

0

Pok / Wau reserve

0

0

Exploitatiereserve

12.009

13.026

Onverdeeld resultaat

‒ 489

‒ 1.017

Voorzieningen

2.373

449

Langlopende schulden

0

0

Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

72.899

62.723

Crediteuren

5.735

278

Belastingen en premies sociale lasten

5.206

4.248

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Overige schulden

0

267

Overlopende passiva

61.958

57.930

Totaal passiva

86.792

75.181

Toelichting

Activa

Vaste activa

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa betreffen de aanschaf van systeemlicenties en de bouw van de O&P Rijksystemen zoals het HRportaal, de Payrolapplicatie en de Werving- en Selectieapplicatie. In 2025 is voor € 4,5 mln. geïnvesteerd in eenmalige licenties.

Materiële vaste activa

De hardware en software van de kantoorautomatisering worden via het standaardpakket van SSC-ICT afgenomen. Specifieke zaken die niet in het standaardpakket zitten schaft O&P Rijk zelf aan.

Vlottende activa

Vorderingen

Debiteuren

De post debiteuren bestaat uit het: moederdepartement € 1,5 mln., overige departementen € 10,9 mln. en overige debiteuren € 0,1 mln.

De afname van het debiteurensaldo wordt voornamelijk verklaard door ontvangsten van openstaande debiteuren. Daarnaast is er in december 2025 voor € 7,0 mln. gefactureerd. In december 2024 bedroeg dit € 9,2 mln.

Voor twee verkoopfacturen is een voorziening gevormd in verband met het risico van oninbaarheid.

Overige vorderingen

Er zijn geen overige vorderingen op de balans.

Overlopende activa

Het aandeel van het moederdepartement bedraagt € 8,9 mln., het aandeel overige departementen ‒ € 6,7 mln. en het aandeel derden € 18,8 mln.

De overlopende activa bestaan uit nog te factureren termijnen van de DVA (dienstverleningsafspraak) afspraken met departementen met een waarde van € 11 mln, te verrekenen kosten € 7,5 mln. en vooruitbetaalde kosten € 2,6 mln.

De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door vooruitbetaalde kosten. In 2025 is voor € 1,6 mln. aan IT kosten vooruitbetaald voor de jaren 2026 en 2027. Daarnaast is er een stijging in de nog te verrekenen kosten. Dit betreft WW plus welke in januari en februari 2026 nog dient te worden gefactureerd over 2025.

Liquide middelen

Alle tegoeden van O&P Rijk worden aangehouden bij de Rijkshoofdboekhouding. Zie voor de mutaties het kasstroomoverzicht.

Passiva

Eigen vermogen

Exploitatiereserve en onverdeeld resultaat

Na verwerking van het resultaat 2025 resteert een positief eigen vermogen van € 11,5 mln. Het eigen vermogen van O&P Rijk blijft daarmee onder de norm van het in de regeling agentschappen voorgeschreven maximum eigen vermogen van 5% van de driejaars gemiddelde omzet.

Voorzieningen

Tabel 42 Voorzieningen O&P Rijk 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Stand

 

Dotatie

 

Ontrekking

 

vrijval

 

Stand

Voorziening

01/01/2025

 

2025

 

2025

 

2025

 

31/12/2025

          
          

Sanering

449

 

0

 

0

 

123

 

326

Vaststellingsovereenkomsten

0

 

0

 

0

 

0

 

0

Juridische geschillen

0

 

0

 

0

 

0

 

0

Overige

0

 

2.047

 

0

 

0

 

2.047

Subtotaal

449

 

2.047

 

0

 

123

 

2.373

          

Dubieuze debiteuren

16

 

34

 

0

 

16

 

34

Totaal

465

2.081

 

 

139

 

2.407

In het kader van de sanering van een afdeling van voorheen UBR Personeel hebben de betreffende medewerkers de van werk naar werk (VWNW)-status gekregen. Er zijn nadere afspraken gemaakt over de beëindiging van het dienstverband begeleid met coaching en opleiding. Daarvoor is een voorziening getroffen die in de jaren 2023 ‒ 2028 geleidelijk vrijvalt ter dekking van de kosten.

O&P Rijk neemt voor debiteuren ouder dan 1 jaar een voorziening op in verband met klaarblijkelijke invorderingsproblematiek: in 2025 is daarvoor een dotatie aan de voorziening gedaan ten bedrage van € 34.000. Debiteuren ouder dan 2 jaar worden afgeboekt ten laste van de voorziening. In 2025 is alsnog € 16.000 binnengekomen en derhalve kan dat deel van de betreffende voorziening vrijvallen ten gunste van het resultaat 2025.

Overige voorzieningen, betreft de reservering voor de verhuizing van O&P Rijk welke gepland staat voor het jaar 2028.

Aangezien de kosten in verband met het uitkeren van jubileumuitkeringen een jaarlijks gelijkmatig verloop hebben, heeft P-Direkt om doelmatigheidsredenen geen voorziening voor jubileumuitkeringen getroffen.

Kortlopende schulden

Crediteuren

De post crediteuren bestaat uit het: moederdepartement € 1,7 mln., overige departementen € 0,8 mln. en overige debiteuren € 3,2 mln.

Belastingen en premies sociale lasten

De post af te dragen sociale lasten betreft de sociale lasten die berekend zijn over de verlofreservering (€ 5,1 mln.) De post af te dragen BTW betreft de afdracht van het vierde kwartaal 2025 (€ 0,1 mln.).

Overige schulden

Er zijn geen overige schulden op de balans per 31 december 2025.

Overlopende passiva

Het aandeel van het moederdepartement, bedraagt € 63,7 mln., het aandeel overige departementen ‒ € 6,1 mln. en het aandeel derden € 4,5 mln.

De toename wordt voornamelijk verklaard door stijging in de personeelsgerelateerde verplichtingen.

De overlopende passiva is in totaal € 62,1 mln. Ze bestaan uit personeelsgerelateerde verplichtingen van € 20,6 mln., nog te betalen kosten € 17,7 mln., (voornamelijk bedrijfsvoeringskosten) kosten, nog te betalen externe inhuur, kosten van facturen die in het inkoop systeem CIFAS zitten en nog niet betaald zijn in 2024, te betalen facturen € 16,9 mln. zoals loonkosten subsidies en vooruitgefactureerd € 6,8 mln.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Wet DBA

O&P Rijk heeft ter vermelding bij de niet uit de balans blijkende verplichtingen, met een materiele omvang, bedrijfsartsen ingezet. Bij de inzet van één of meer bedrijfsartsen in 2025 kan sprake zijn geweest van schijnzelfstandigheid. Ter beheersing hiervan wordt rekening gehouden met een financieel-fiscaal risico van € 0 tot € 20 mln. O&P-Rijk voert hierover overleg met de Belastingdienst samen met het ministerie van BZK. Voor 2026 is er reeds een structurele oplossing gevonden voor de inzet van de bedrijfsartsen voor de bedrijfszorg dienstverlening aan het Rijk.

Kasstroomoverzicht

Tabel 43 Kasstroomoverzicht over 2025 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting 2025 (1)

Realisatie 2025 (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

37.909

41.733

3.824

 

totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

362.210

314.617

‒ 47.593

 

totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 376.507

‒ 302.869

73.638

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 14.297

11.748

26.045

 

totaal investeringen (-/-)

‒ 2.053

‒ 4.568

‒ 2.515

 

totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 2.053

‒ 4.568

‒ 2.515

 

eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

21.559

48.913

27.354

Toelichting

Operationele Kasstroom

De hogere operationele kasstromen worden voornamelijk veroorzaakt door een toename in de kortlopende schulden.

Investeringskasstroom

De investeringen betreffen eenmalige licenties (€ 4,5 mln.) voor de verder te ontwikkelen dienstverlening van P-Direkt. Naast deze licenties is ook geïnvesteerd in ICT-middelen voor het apparaat.

Financieringskasstroom

De investeringen in de verbetering van de bestaande dienstverleningssystemen konden in 2025 worden gerealiseerd vanuit de exploitatiegelden. Een beroep op de leenfaciliteit was daarom in 2025 niet noodzakelijk.

Doelmatigheidsindicatoren

O&P Rijk | Dienstverlening P-Direkt werkt met een Producten- en dienstencatalogus (PDC) inclusief servicelevels. In de PDC zijn de verschillende diensten en activiteiten, leveringsvoorwaarden en de kwaliteitsborging vastgelegd die de ministeries van O&P Rijk | Dienstverlening P-Direkt kunnen verwachten.

Tabel 44 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2025

2025

Omschrijving Generiek Deel

  

Totale omzet basisdienstverlenining (x 1.000)

285.658

302.937

Totale omzet overige + projecten (x 1.000)

29.277

59.273

Fte- totaal (excl. externe inhuur)

2.124,9

2.637,0

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 0,2%

0,0%

Medewerkerstevredenheid

niet beschikbaar

0

   

Omschrijving Specifiek Deel diensten Organisatieadvies, Arbeidsrecht, Diversiteit & Inclusie, Loopbaan- en Talentontwikkeling en Bedrijfszorg

  

Omzet per Fte

170.000

200.863

Declarabilitiet ambtelijk personeel

69,1%

70,0%

Declarabilitiet externe inhuur

97,3%

95,0%

   

Omschrijving Specifiek deel dienst Binnenwerk

  

Kostprijzen per product (groep)

46.038

55.112

Aantal Binnenwerkbanen

1.321

1.285

Percentage medewekers in of met afgerond leer-/ ontwikkeltraject

50,0%

50,0%

   

Omschrijving Specifiek Deel dienst P Direkt

  

Kostprijzen per product (groep)

701,9

746,63

Verloop tarieven/ uur (basisjaar 2015=713)

98,4

104,7

Aantal individuele arbeidsrelaties (IAR)

178.203

168.949

   
   

Tijdige afhandeling vragen, klachten, wijzigingen en documenten

  

O&P Rijk beantwoordt vragen en klachten binnen 5 werkdagen

96%

90%

O&P Rijk verwerkt wijzigingen binnen 5 werkdagen

86%

90%

O&P Rijk archiveert documenten binnen 10 werkdagen

83%

90%

De gemiddelde wachttijd per dag aan de telefoon is maximaal 45 seconden

6,7

45 sec

   

Beschikbaarheid systeem

  

Het O&P Rijksportaal is zeven dagen per week en 24 uur per dag beschikbaar. Op werkdagen geldt een beschikbaarheidsnorm tussen 8.00 uur en 17.00 uur.

99,4%

98,0%

   

Bereikbaarheid

  

Het contactcenter is bereikbaar van 8.00 uur tot 22.00 uur

99,80%

98,00%

Toelichting

Generiek deel

Omzet

De omzet is hoger door de hogere hoeveelheid uren die gedraaid is bij de expertise diensten.

Fte-totaal

De formatie van O&P is opgebouwd uit de formaties van de onderdelen P-Direkt, UBR-Personeel en UBR-Binnenwerk. In 2025 had O&P circa 2.125 FTE.

Specifiek deel

Merken

O&P verantwoordt zich naar de centraal opdrachtgever, respectievelijk de achterliggende departementen, door een aantal servicelevels op de dienstverlening, beschikbaarheid en bereikbaarheid. Deze verantwoording is voor 2025 nog een samenvoeging van verschillende afspraken vanuit de onderdelen: er wordt nog steeds geïnvesteerd voor een meer gelijkvormig rapportage.

Merk Organisatieadvies, Arbeidsrecht, Diversiteit en Inclusie, Loopbaan en Talentontwikkeling en Bedrijfszorg - Omzet en Declarabiliteit

De omzet is het beoogde minimum om de omzetbegroting te halen. Daaraan ten grondslag liggen minimale declarabiliteitsnormen voor de interne en externe medewerkers in het primaire proces.

Merk Binnenwerk - Aantal banen en Kostprijs

Binnenwerk heeft in 2025 1.321 banen gerealiseerd verdeeld over negen verschillende werksoorten (onder andere Bos- en natuurbeheer, Pandgebonden en P-dossiers) met een gemiddelde kostprijs van € 46.038.

Merk P-Direkt - Kostprijs per productgroep

P-Direkt heeft in opdracht van de eigenaar de afgelopen jaren jaarlijks goedkopere basisdienstverlening gerealiseerd. Voor het jaar 2025 is dat geen reële optie in verband met toenemende complexiteit in de dienstverlening. Daarnaast is er veel meer werk in de bedrijfsvoering (ook in het primaire proces) in het kader van informatiehuishouding, interne controle, privacy en security. Dat verklaart naast het verwerken van de prijsindex de stijging van het tarief.

Merk P-Direkt - ICT diensten

P-Direkt verantwoordt zich naar de centraal opdrachtgever, respectievelijk de achterliggende departementen, door een aantal servicelevels op de dienstverlening, beschikbaarheid en bereikbaarheid. De servicelevels gelden voor het hele jaar en zijn voor alle klanten hetzelfde. De servicelevels zijn geen doel op zich, maar minimale normen.

Kostprijzen per product

O&P Rijk maakt jaarlijks met de eigenaar afspraken over te behalen efficiency. De gerealiseerde kostprijs is lager omdat er bij departmenten meer medewerkers zijn bediend dan in eerste instantie geprognotiseerd.

Tijdige afhandeling vragen, klachten, wijzigingen en documenten

In het derde tertiaal 2025 is voor tijdige afhandeling van vragen en klachten een gemiddelde score van 96,6% gerealiseerd. Hiermee wordt de norm van 90% ruimschoots behaald. De positieve ontwikkeling in de afhandeling van vragen is het resultaat van structurele verbeteringen in de werkwijze. Sinds mei 2024 wordt gewerkt volgens een blended werkwijze, waarbij medewerkers telefonische inzet combineren met de afhandeling van vragen. Hierdoor kan capaciteit flexibeler worden ingezet en verloopt het afhandelen van vragen efficiënter. Daarnaast wordt sinds de start van het werken in klantreizen structureel geïnvesteerd in kennisverbreding. Het resultaat hiervan is een betere spreiding van kennis en expertise. Dit draagt bij aan een snellere en correctere afhandeling van vragen. De verbetering bij klachtafhandeling is het resultaat als gevolg van de investering in capaciteit en stabiliteit. Met als positief resultaat kortere doorlooptijden in 2025.

12. Jaarverantwoording agentschap Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (ODI) per 31 december 2025

Inleiding

In 2025 stond het verder versterken van de financiële en organisatorische basis van ODI centraal. De prioriteit lag op het terugdringen van personeelstekorten, het verlagen van het ziekteverzuim en het verbeteren van de inzetbaarheid en productiviteit in het primaire proces. Daarmee werkt ODI aan het borgen van de continuïteit van de dienstverlening en aan een organisatie die beter kan inspelen op de toenemende en complexere vragen van opdrachtgevers.

Daarnaast zijn in 2025 gerichte stappen gezet om de strategische positionering van ODI verder te versterken. Dit ging samen met de voorbereidingen van een herinrichting van de organisatie en het versterken van de samenwerking met opdrachtgevers en partners binnen en buiten het Rijk. Zo is gewerkt aan meer samenhang in het aanbod en een betere aansluiting op de actuele en toekomstige rijksbrede opgaven.

Met de aangescherpte positionering en de voorbereidingen voor een vernieuwde organisatie-inrichting zijn verdere verbeteringen in de dienstverlening gerealiseerd. Door meer focus aan te brengen in de dienstverlening is toegewerkt naar vier dienstgroepen en vijf inhoudelijke thema’s. Deze thema’s sluiten grotendeels aan bij de prioriteiten uit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Netwerksamenwerking is als aanvullend thema hieraan toegevoegd, omdat samenwerken over grenzen heen essentieel is voor het realiseren van grote en complexe maatschappelijke opgaven. De ambitie om bij te dragen aan een innovatieve en lerende overheid vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt. Door bewezen werkwijzen breed toe te passen en kennis actief te delen, wordt voortgebouwd op wat werkt en wordt de gezamenlijke slagkracht vergroot.

Met deze multidisciplinaire aanpak positioneert ODI zich nadrukkelijk als dé interne partner voor complexe opgaven binnen het Rijk. De unieke combinatie van expertise op het gebied van organisatieontwikkeling, digitalisering en innovatie maakt het mogelijk deze opgaven integraal aan te pakken. Het vernieuwde dienstverleningsmodel biedt opdrachtgevers één herkenbaar aanspreekpunt en zorgt voor meer eenvoud, samenhang en toegang tot brede expertise. Daarmee versterkt ODI haar rol bij het versnellen van de digitalisering van de overheid.

Het financiële resultaat laat zien dat verdere stappen nodig zijn. Ondanks een stabiele vraag naar de dienstverlening realiseerde ODI in 2025 een negatief financieel resultaat van € 1,7 mln. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door personeelstekorten in het primaire proces waardoor minder opdrachten konden worden gerealiseerd, lagere opbrengsten bij Delta Review, Gateway en InterCoach, hogere reserveringen voor IKB-verlofuren en een relatief hoog ziekteverzuim. Deze factoren onderstrepen het belang van de ingezette koers, die is gericht op herstel, stabilisatie en verdere professionalisering van de organisatie.

Daarnaast leverde ODI in 2025 inhoudelijke bijdragen aan uiteenlopende projecten op het gebied van data, artificial intelligence (AI), veiligheid, talent- en organisatieontwikkeling en innovatie. Daarmee werd zichtbare maatschappelijke impact gerealiseerd. Ook bij andere rijksbrede opgaven, zoals Werk aan Uitvoering (WaU) en de implementatie van de Wet open overheid (Woo), werd een ondersteunende en faciliterende rol vervult. Hiermee wordt de toegevoegde waarde als kennis- en uitvoeringspartner binnen het Rijk bevestigd.

Staat van baten en lasten

Tabel 45 Begroting van baten-lastenagentschap RODI voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

2024

Baten

    

- Omzet

115.015

103.207

‒ 11.808

95.921

waarvan omzet moederdepartement

48.560

39.854

‒ 8.706

38.998

waarvan omzet overige departementen

63.808

60.625

‒ 3.183

54.117

waarvan omzet derden

2.647

2.728

81

2.806

Rentebaten

0

0

0

58

Vrijval voorzieningen

0

473

473

0

Bijzondere baten

0

0

0

2.800

Totaal baten

115.015

103.680

‒ 11.335

98.779

     

Lasten

    

Apparaatskosten

108.128

103.727

‒ 4.401

97.869

- Personele kosten

92.534

87.197

‒ 5.337

85.225

waarvan eigen personeel

83.907

83.097

‒ 810

75.832

waarvan inhuur externen

3.127

1.577

‒ 1.550

5.993

waarvan overige personele kosten

5.500

2.523

‒ 2.977

3.400

- Materiële kosten

15.594

16.530

936

12.644

waarvan apparaat ICT

433

545

112

392

waarvan bijdrage aan SSO's

11.728

11.783

55

11.166

waarvan overige materiële kosten

3.433

4.202

769

1.086

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

6.887

1.521

‒ 5.366

4.520

Rentelasten

0

114

114

0

Afschrijvingskosten

0

39

39

13

- Materieel

0

39

39

13

waarvan apparaat ICT

0

39

39

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

0

13

- Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

870

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

870

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

115.015

105.401

‒ 9.614

103.272

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

‒ 1.721

‒ 1.721

‒ 4.493

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

‒ 1.721

‒ 1.721

‒ 4.493

Toelichting

Baten

Omzet

Tabel 46 Omzet 2025 (bedragen x € 1.000 euro)
 

Vastgestelde begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

Per onderdeel

   
    

Digitalisering

43.385

37.052

‒ 6.333

Innovatie

48.440

44.766

‒ 3.674

Organisatie

23.190

22.389

‒ 801

    

Subtotaal

115.015

104.207

‒ 10.808

    

Nagekomen baten voorgaande jaren

0

‒ 1.000

‒ 1.000

Totaal

115.015

103.207

‒ 11.808

Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 van € 115,0 mln. is de gerealiseerde omzet in 2025 circa € 103,2 mln. De afname van € 11,8 mln. wordt verklaard door:

  • Door een personeelstekort van circa 20 fte’s in het primaire proces bij de units Digitalisering (IIR en RIG), Innovatie (RIT) en Organisatie (RC) is een lagere omzet gerealiseerd van € 4,2 mln.

  • Het ziekteverzuim in 2025 bij de units Digitalisering en Organisatie is fors hoger uitgekomen (6%) dan het uitgangspunt in de begroting 2025, waarin werd uitgegaan van de Verbaan-norm (2,4%). In combinatie met een hogere opname van pasverlof heeft dit geleid tot een omzetderving van circa € 2,5 mln.

  • De verkoop van Peerreviews en coachingstrajecten is lager uitgevallen dan begroot, met een negatief omzet-effect van € 1,0 mln.

  • In de begroting 2025 was het project Informatiehuishouding (IHH) opgenomen voor een bedrag van € 4,1 mln. Dit project is in 2025 niet uitgevoerd.

Tabel 47 Omzet per merk/product 2025 (bedragen x € 1.000 euro)
 

IIR

RC

RIT

RIG

IC

Peerreview

Overig

Totaal

Totaal in %

Binnenlandse Zaken

9.153

7.591

4.286

4.203

508

175

14.652

40.568

39%

Algemene Zaken

146

181

103

5

435

0%

Buitenlandse Zaken

600

55

660

58

35

1.408

1%

Defensie

3.728

596

2.109

623

13

83

62

7.213

7%

Financiën

2.817

2.124

1.114

604

411

147

7.218

7%

Onderwijs Cultuur en Wetenschap

2.038

933

732

986

106

115

392

5.302

5%

Volksgezondheid en Welzijn en Sport

2.780

1.182

194

149

156

121

4.583

4%

Economische Zaken en Klimaat

1.413

946

1.182

1.703

157

73

73

5.547

5%

Infrastructuur en Waterstaat

5.572

2.113

827

1.473

139

84

10.209

10%

Justitie en Veiligheid

4.348

2.101

3.007

2.558

299

40

135

12.487

12%

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

2.728

856

274

107

80

105

4.151

4%

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

821

235

45

108

1.209

1%

Asiel en Migratie

2

‒ 39

2

198

163

0%

Klimaat en Groene Groei

229

13

40

282

0%

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

300

224

118

33

2

35

711

1%

Niet-Rijksoverheid

524

362

644

208

68

279

636

2.721

3%

Totaal

37.052

19.233

15.524

12.493

2.083

1.074

16.748

104.207

100%

Omzet per merk/ product

De merken I-Interim Rijk (IIR), Rijksconsultants (RC), Rijks-I Traineeship (RIT) en Rijks ICT Gilde (RIG) hebben in 2025 een omzet gerealiseerd van € 84,3 mln. (80,9% van de totale omzet). Circa € 16,8 mln. is gerealiseerd door de programma’s I-Vakmanschap (Informatiehuishouding), RTP (Rijkstraineeprogramma), RADIO en Leer en Ontwikkel Campus (LOC).

Tabel 48 Omzet per departement
 

Vastgestelde begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

Moederdepartement

   

Waarvan:

   

Direct gerelateerd aan geleverde producten/ diensten

48.560

39.854

‒ 8.706

Overige ontvangsten/ bijdragen

0

0

0

    

Overige departementen

   

Economische Zaken en Klimaat

6.527

5.427

‒ 1.100

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

1.018

1.247

229

Justitie en Veiligheid

12.233

12.332

99

Buitenlandse Zaken

1.393

1.363

‒ 30

Defensie

6.727

7.212

485

Financiën

8.162

7.229

‒ 933

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

4.643

4.131

‒ 512

Infrastructuur en Waterstaat

11.926

10.150

‒ 1.776

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

4.939

4.590

‒ 349

Algemene Zaken

532

435

‒ 97

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

4.973

5.320

347

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

642

711

69

Klimaat en Groene Groei

93

282

189

Asiel en Migratie

0

196

196

Subtotaal overige departementen

63.808

60.625

‒ 3.183

Derden

2.647

2.728

81

 

115.015

103.207

‒ 11.808

    

Omzet moederdepartement

Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 van € 48,6 mln. is de gerealiseerde omzet in 2025 € 39,9 mln. De lagere omzet van € 8,7 mln. wordt voornamelijk verklaard door personeelstekorten in het primaire proces waardoor minder opdrachten konden worden gerealiseerd en het niet uitvoeren van het project IHH (Informatie Huishouden).

Omzet overige departementen

Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 van € 63,8 mln. is de gerealiseerde omzet in 2025 € 60,6 mln. De lagere omzet van € 3,2 mln. kan worden verklaard door personeelstekort, hogere ziekteverzuim en pasverlof.

Omzet derden

Onder de omzet derden vallen de opbrengsten van de dienstverlening aan partijen buiten het Rijk. Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 van € 2,6 mln. is de gerealiseerde omzet in 2025 € 2,7 mln. De hogere omzet van € 0,1 mln. kan worden verklaard door meer opdrachten buiten het Rijk.

Vrijval voorzieningen

Eind 2024 was een voorziening gevormd van € 0,9 mln. aangezien tussen Rijksorganisatie ODI en één van de uitvoeringsorganisaties discussie bestond over de juistheid en omvang van in rekening gebrachte bedragen. In de loop van 2025 is het dispuut opgelost en is deze voorziening deels vrijgevallen.

Lasten

Apparaatskosten

Ten opzichte van de begroting van € 108,1 mln. zijn de gerealiseerde apparaatskosten in 2025 € 103,7 mln. Deze afname van € 4,4 mln. is voornamelijk het gevolg van lagere personeelskosten.

Personele kosten

Tabel 49 Personele kosten 2025 (bedragen x € 1.000 euro)
 

Vastgestelde begroting 2025

Realisatie 2025

Ambtenaren in dienst

83.907

81.171

Gedetacheerde ambtenaren

0

1.926

Salariskosten regulier

83.907

83.097

Overige personele uitgaven

5.500

2.523

Externe inhuur

3.127

1.577

Totaal

92.534

87.197

Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 van € 92,5 mln. zijn de gerealiseerde personele lasten in 2025 € 87,2 mln. De afname van € 5,3 mln. wordt verklaard door:

  • De salariskosten zijn met € 0,8 mln. lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door personeelstekort bij een aantal onderdelen.

  • De overige personele kosten zijn € 3,0 mln. lager dan begroot als gevolg van lagere opleidingskosten en lagere reiskosten.

  • Externe inhuur is € 1,5 mln. lager dan begroot. Dit is het gevolg van de programma’s I-Vakmanschap (€ 1,0 mln.) en Informatiehuishouding (€ 0,5 mln.) Eind 2025 is de externe inhuur flink afgeschaald.

Materiële kosten

Tabel 50 Materiele kosten 2025 (bedragen x € 1.000 euro)
 

Vastgestelde begroting 2025

Realisatie 2025

PIOFACH diensten

11.728

11.783

ICT

433

545

Overig materieel

3.433

4.202

   

Totaal

15.594

16.530

Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 van € 15,6 mln. zijn de gerealiseerde materiële kosten in 2025 uitgekomen op € 16,5 mln. Deze afwijking wordt verklaard door extra licentiekosten voor het LOC (Leer- en Ontwikkelcampus) van € 0,1 mln. en hogere overige materiële kosten van € 0,8 mln. voornamelijk als gevolg van de detachering van rijksambtenaren binnen ODI die vervolgens op opdrachten zijn ingezet.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 van € 6,9 mln. zijn de gerealiseerde materiële kosten in 2025 € 5,4 mln. lager uitgevallen. Dit wordt verklaard doordat bij I-Vakmanschap minder is uitbesteed aan samenwerking met het hoger onderwijs, minder kosten zijn gemaakt voor organisatieadvies en opgavegericht werken en lagere bijdragen zijn geleverd aan innovaties.

Rentelasten

Als gevolg van de negatieve ontwikkeling van de rekening courant verhouding van Rijksorganisatie ODI met het ministerie van Financiën zijn in 2025 rentekosten gerealiseerd van € 0,1 mln.

Saldo van baten en lasten

Het negatieve resultaat over 2025 van € 1,7 mln. wordt ten laste van de exploitatiereserve gebracht.

Balans

Tabel 51 Balans per 31 december 2025 bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Activa

  

Vaste activa

98

53

Immateriële vaste activa

0

0

Materiële vaste activa

98

53

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan machines en installaties

0

0

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

98

53

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

0

0

waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar

0

0

Vlottende activa

18.101

18.466

Voorraden

0

0

waarvan grond- en hulpstoffen

0

0

waarvan onderhanden werk

0

0

waarvan gereed product en handelsgoederen

0

0

waarvan vooruitbetaald op voorraden

0

0

Vorderingen

14.232

12.362

waarvan debiteuren

7.495

7.223

waarvan overige vorderingen

0

0

waarvan overlopende activa

6.737

5.139

Liquide middelen

3.869

6.104

Totaal activa:

18.199

18.519

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

‒ 1.721

‒ 3.248

Bestemmingsfonds(en)

  

Pok / Wau reserve

0

0

Exploitatiereserve

0

1.245

Onverdeeld resultaat

‒ 1.721

‒ 4.493

Voorzieningen

0

870

Langlopende schulden

0

0

Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

19.920

20.897

Crediteuren

2.398

160

Belastingen en premies sociale lasten

174

170

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Overige schulden

112

0

Overlopende passiva

17.236

20.567

Totaal passiva

18.199

18.519

Toelichting

Activa

Vlottende activa

Debiteuren

De post debiteuren bestaat uit het: moederdepartement € 3,2 mln., overige departementen € 4,1 mln. en derden € 0,1 mln.

Overlopende activa

Het aandeel van het moederdepartement bedraagt € 4,7 mln., het aandeel overige departementen € 1,3 mln. en het aandeel derden € 0,7 mln.

Liquide middelen

Alle tegoeden van Rijksorganisatie ODI worden aangehouden bij de Rijkshoofdboekhouding.

Passiva

Eigen vermogen

Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:

Tabel 52 Verloop eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
 

POK/Wau reserve

Exploitatie-reserve

Onverdeeld resultaat

Totaal eigen vermogen

 

Stand 1 januari 2025

0

1.245

‒ 4.493

‒ 3.248

Verwerking onverdeeld resultaat 2024

0

‒ 4.493

4.493

0

Storting vanuit moederdepartement

0

3.248

0

3.248

Resultaat 2025

0

0

‒ 1.721

‒ 1.721

Stand 31 december 2025

0

0

‒ 1.721

‒ 1.721

In 2025 is het negatieve eigen vermogen van ODI aangevuld door het moederdepartement. Na verwerking van het resultaat 2025 resteert een negatief eigen vermogen van € 1,7 mln.

Voorzieningen

Eind 2024 was een voorziening gevormd van € 0,9 mln. aangezien tussen Rijksorganisatie ODI en één van de uitvoeringsorganisaties discussie bestond over de juistheid en omvang van in rekening gebrachte bedragen. In de loop van 2025 is het dispuut opgelost en is de voorziening voor dit hele bedrag onttrokken.

Langlopende schulden

Leningen bij het Ministerie van Financiën

In 2025 is er geen beroep gedaan op de leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën.

Kortlopende schulden

Crediteuren

Het crediteurenbedrag bestaat € 2,0 mln. uit het moederdepartement, € 0,2 mln. uit het aandeel overige departementen en € 0,2 mln. uit het aandeel derden.

De stijging van het crediteurensaldo in 2025 wordt mede veroorzaakt door een reclassificatieboeking van inkoopfacturen per 31 december 2025. Alle in CIFAS (inkoopapplicatie) geregistreerde inkoopfacturen met factuurdatum 2025 die op 6 januari 2026 waren ontvangen, maar nog niet in de financiële administratie waren verwerkt, zijn als crediteur opgenomen. Verder was er een betaalstop van crediteuren halverwege december, vanwege de transitie van ODI naar een nieuwe omgeving. Dit heeft er voor gezorgd dat in de laatste twee weken geen betalingen hebben plaatsgevonden.

Belastingen en premies sociale lasten

De belastingen en premies sociale lasten bestaan uit af te dragen BTW 2025.

Overige schulden

De overige schulden betreft een bedrag dat onterecht is ontvangen van overige departementen. Dit bedrag wordt begin 2026 weer terugbetaald.

Overlopende passiva

Het aandeel van het moederdepartement in overlopende passiva is € 15,8 mln., van overige departementen € 1,1 mln. en van derden € 0,3 mln.

De overlopende passiva bestaan uit € 2,2 mln. nog te betalen kosten, € 1,0 mln. vooruit gefactureerde bedragen en € 14,0 mln. voor personeel gerelateerde verplichtingen.

Kasstroomoverzicht

Tabel 53 Kasstroomoverzicht over 2025 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

3.100

6.104

3.004

 

totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

115.015

101.337

‒ 13.678

 

totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 116.015

‒ 106.736

9.279

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 1.000

‒ 5.399

‒ 4.399

 

totaal investeringen (-/-)

0

‒ 84

‒ 84

 

totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

‒ 84

‒ 84

 

eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

3.248

3.248

 

aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

3.248

3.248

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

2.100

3.869

1.769

Toelichting

Operationele kasstroom

De negatieve operationele kasstroom is met name het gevolg van actieve betalingen van openstaande verplichtingen ultimo 2025.

Investeringskasstroom

Dit betreft met name de uitgaande kasstroom als gevolg van investeringen in nieuwe hardware in 2025.

Financieringskasstroom

In 2025 heeft ODI een eenmalige storting ontvangen van het moederdepartement als aanvulling van het eigen vermogen van ODI.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 54 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
    

Vastgestelde begroting

 

2022

2023

2024

2025

2025

Omschrijving Generiek Deel- ODI

     

Saldo van baten en lasten (%)

0,8%

‒ 1,7%

‒ 4,5%

‒ 1,7%

0,0%

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

558,0

555,0

598,0

655,0

622,0

Kwaliteitsindicator 1 - MTO

>7

7,1

geen

7,0

>7

      

Omschrijving Specifiek Deel- ODI

     

ODI - Rijksconsultants (RC)

     

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

121

114

129

142

142

Tarieven/maand (indexcijfer)

121

117

129

142

142

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

154

149

165

181

181

Tevredenheid dienstverlening

8,3

8,5

geen

8,2

>7

 

    

ODI - IIR

     

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

126

126

134

145

151

Tarieven/maand (indexcijfer)

126

126

134

145

151

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

160

160

170

185

192

Tevredenheid dienstverlening

8,1

8,0

geen

8

>7

      

ODI - RIG

     

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

97

109

131

142

128

Tarieven/maand (indexcijfer)

97

115

131

142

128

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

123

147

167

181

164

Tevredenheid dienstverlening

8,0

geen

geen

geen

>7

      

ODI - RIT

     

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

71

73

79

87

86

Tarieven/maand (indexcijfer)

71

74

79

87

86

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

90

94

101

110

109

Tevredenheid dienstverlening

8,1

8,4

geen

8,4

>7

      

ODI - Peerreview

     

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

47

102

81

84

120

Tarieven/maand (indexcijfer)

47

72

81

84

120

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

60

92

103

107

153

Tevredenheid dienstverlening

8,0

8,0

 

8

>7

      

ODI - Intercoach

     

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

109

111

114

116

132

Tarieven/maand (indexcijfer)

109

113

114

116

132

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

139

144

146

148

168

Tevredenheid dienstverlening

8,1

8,3

geen

8,3

>7

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

In de tabel is een vergelijking gemaakt tussen de indicatoren die opgenomen zijn in de vastgestelde begroting 2025 en de realisatie van deze indicatoren voor 2025. In de tabel zijn de doelmatigheidsindicatoren per merk (Rijksconsultants, I-Interim Rijk, Rijks ICT Gilde, Rijks I-Traineeship, Peerreview en InterCoach) weergegeven voor de reguliere diensten van Rijksorganisatie ODI.

FTE’s

De realisatie van het aantal fte’s (655) is 33 fte’s hoger in vergelijking met de aantal begrote fte’s (622 fte’s) voor 2025. Deze afwijking van 33 fte wordt voornamelijk verklaard door de verambtelijking van fte’s binnen het programma ECGH (Expertisecentrum voor Gedrag en Houding), de programma’s I-schaarste en I-Advies, de RIC (Rijksinnovatie Community) en door recruitmentactiviteiten. Personeelstekort hebben we in het primaire proces vooral bij de merken IIR en RIG.  

MTO, werkplezier en werkdruk

Het medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO) wordt bij Rijksorganisatie ODI om de twee jaar uitgevoerd. Rijksorganisatie ODI heeft als doelstelling een medewerkerstevredenheid score > 7. In 2025 is het medewerkers-tevredenheidsonderzoek (MTO) uitgevoerd. De medewerkerstevredenheidsscore bedraagt 7.

Klanttevredenheid

Als belangrijke graadmeter voor de kwaliteit hanteert Rijksorganisatie ODI de indicator klanttevredenheid over de dienstverlening per merk. Rijksorganisatie ODI streeft ernaar minimaal hoger dan een 7 te scoren. De klanttevredenheid 2025 bij de merken IIR, RIT, RC, Intercoach en Peerreview is hoger dan 8. RIG heeft geen klanttevredenheid onderzoek gedaan in 2025.

Kostprijzen per product

De kostprijzen van producten en de tarieven per maand zijn bepaald op basis van de Rijksproductiviteitsnorm van 1275 uren op jaarbasis. In de begroting is uitgegaan van een kostendekkende begroting, derhalve zijn de verkooptarieven per maand en uur gelijk aan de kostprijzen. In 2025 hebben de merken IIR, Peerreview en InterCoach een negatief resultaat gerealiseerd. Hierdoor zijn de gerealiseerde tarieven per maand en per uur lager dan de begrote tarieven 2025. Het merk RIG heeft in 2025 een positief resultaat gerealiseerd, waardoor de tarieven per maand hoger uitvallen dan de begrote tarieven. De gerealiseerde tarieven van RIT en RC in 2025 zijn in lijn met de begrote tarieven.

Omzet per fte

Bij de merken RC en RIT is de gerealiseerde omzet in 2025 in lijn met de begrote omzet per fte 2025. Bij RIG is de gerealiseerde omzet per fte (181K) in 2025 17K hoger dan de begrote omzet per fte (164K). Dit verschil kan verklaard worden doordat in de vastgestelde begroting is uitgegaan van medewerkers in lagere salarisschalen in vergelijking met de realisatie 2025. Er waren geen medewerkers zonder opdracht bij RIG in 2025. Door personeelstekort bij IIR en lagere verkoop van coachingstrajecten en gateway reviews is de omzet per fte 2025 bij de merken IIR, IC en Peerreview lager dan de begrote omzet 2025. 

13. Jaarverantwoording agentschap FMHaaglanden (FMH) per 31 december 2025

Inleiding

FMHaaglanden (FMH) zorgt voor een comfortabele en veilige werkomgeving voor rijksambtenaren, met aandacht voor mens en aarde. Bij FMH werken vakmensen met hart voor de klant waardoor de klant focus kan houden op de eigen dagelijkse werkzaamheden.

Samen met onze rijkspartners en leveranciers zorgt FMH in een veranderende wereld, voor de best passende werkomgeving voor onze klant. FMH werkt vanuit de kernwaarden: samen, herkenbaar, eigenaarschap en enthousiasme. Dit vertaalt zich in herkenbare en gastvrije dienstverlening.

FMH levert facilitaire producten en diensten (onder andere beveiliging, kunst, vergaderservice, catering, post en reprografische diensten, vervoer, gebouwbeheer, schoonmaak en werkomgeving) voor vrijwel alle departementen. Uitstekende service staat bij FMH hoog in het vaandel.

Speerpunten 2025

Doelmatigheid

Het verslagjaar stond voor FMH grotendeels in het teken van de voorbereiding en invulling van de rijksbrede taakstelling van 22%. Deze opgave vraagt om structurele keuzes in de organisatie en inrichting van de facilitaire dienstverlening. FMH heeft zich in 2025 gericht op het vergroten van de interne efficiency. Daarbij is kritisch gekeken naar processen, organisatie-inrichting en werkwijzen. Daarnaast is ingezet op het uniformeren van producten en diensten, met als doel meer standaardisatie, voorspelbaarheid en doelmatigheid in de facilitaire dienstverlening. Deze activiteiten vormen de basis voor de verdere implementatie van de taakstelling in de komende jaren.

Duurzaamheid

In 2025 is de circulaire inkoop sterk toegenomen van 25% in 2024 naar bijna 95%, waarmee het doel voor 2030 (100%) vrijwel is bereikt. Dit heeft in 2025 geleid tot een CO₂-reductie van 198 ton.

Hoewel het aandeel restafval hoog blijft (60–65%), blijkt uit een pilot dat gerichte gedragsinterventies aantoonbaar effectief zijn. het restafvalpercentage is teruggebracht tot onder de 35% en dit effect bleef behouden bij de nameting.

Ontwikkelen verzorgingsgebied

In 2025 zijn de Eerste Kamer en de locatie Zurichtoren aangesloten op de dienstverlening. Het Ministerie van Algemene Zaken is tijdelijk verhuisd naar Bezuidenhoutseweg 73, tot de renovatie van het Binnenhofcomplex is afgerond. Tegelijkertijd is voortgang geboekt in de ontwikkeling van de Binckhorstlocaties en de panden in het Beatrixkwartier, geheel in lijn met het Masterplan huisvesting.

Staat van baten en lasten

Tabel 55 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap FMH 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting 2025 (1)

Realisatie 2025 (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie 2024 (4)

Baten

    

- Omzet

205.900

191.745

‒ 14.155

185.382

waarvan omzet moederdepartement

171.523

159.276

‒ 12.247

153.167

waarvan omzet overige departementen

30.161

27.844

‒ 2.317

28.002

waarvan omzet derden

4.216

4.625

409

4.213

Rentebaten

586

516

‒ 70

1.182

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

206.486

192.261

‒ 14.225

186.564

     

Lasten

    

Apparaatskosten

80.913

76.441

‒ 4.472

73.958

- Personele kosten

66.717

62.401

‒ 4.316

60.423

waarvan eigen personeel

61.771

59.749

‒ 2.022

57.524

waarvan inhuur externen

4.946

2.652

‒ 2.294

2.899

waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

- Materiële kosten

14.196

14.040

‒ 156

13.535

waarvan apparaat ICT

102

65

‒ 37

232

waarvan bijdrage aan SSO's

10.471

11.095

624

10.386

waarvan overige materiële kosten

3.623

2.880

‒ 743

2.917

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

118.835

111.371

‒ 7.464

110.853

Rentelasten

571

447

‒ 124

294

Afschrijvingskosten

6.167

4.518

‒ 1.649

4.516

- Materieel

6.167

4.518

‒ 1.649

4.516

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

6.167

4.518

‒ 1.649

4.516

- Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

206.486

192.777

‒ 13.709

189.621

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

‒ 516

‒ 516

‒ 3.057

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

‒ 516

‒ 516

‒ 3.057

Toelichting

Baten

Omzet

De lagere omzet van het moederdepartement heeft betrekking op zowel de generieke als specifieke dienstverlening. De lagere omzet bij de overige departementen en derden heeft betrekking op de specifieke dienstverlening.

De omzet derden betreft de facilitaire dienstverlening die geleverd is aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers en Autoriteit Persoonsgegevens.

De baten kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 56 Omzet naar productgroep (bedragen x € 1.000)
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

Omschrijving

vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Productgroepen

   

Generiek

178.518

171.553

‒ 6.965

Specifiek

27.206

20.161

‒ 7.045

Overige opbrengsten

176

32

‒ 144

Totaal

205.900

191.746

‒ 14.154

    

Vrijval voorzieningen

    

Rentebaten

586

516

‒ 70

    

Bijzondere baten

    

Totaal baten

206.486

192.262

‒ 14.224

Generiek

De Productgroep Generiek is een afgesproken pakket producten en diensten dat wordt afgenomen waarvoor een vaste prijs per vaste verrekeneenheid wordt betaald. De prijs (p) en hoeveelheid (q) staan gedurende het jaar vast. Bij substantiële wijzigingen in de dienstverlening zijn aanpassingen gedurende het jaar mogelijk.

De standaard dienstverlening in de DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain, Operate)-panden die wordt geleverd door de consortia is ook verantwoord onder generieke dienstverlening.

De lagere omzet voor de generieke dienstverlening wordt veroorzaakt door de latere aansluiting van de panden Zurichtoren en Kazernestraat op de dienstverlening van FMH dan in de begroting was voorzien. Daarnaast spelen lagere investeringen in hybride werken een rol, als gevolg van lagere kosten voor ontmoetingspleinen en het besluit deze voorlopig niet volledig uit te rollen maar op te nemen in de integrale huisvestingsstrategie. Ook is de toegekende loon-prijsontwikkeling lager dan waarmee in de begroting rekening was gehouden.

Specifiek

De productgroep Specifiek heeft betrekking op producten en diensten waarvoor de opdrachtgever afhankelijk van de afgenomen hoeveelheid, een prijs per product/dienst betaalt (o.a. catering) en/of producten en diensten waarover tussen opdrachtgever en opdrachtnemer aparte afspraken worden gemaakt (o.a. uitvoering van huisvestingsprojecten).

De lagere omzet van de specifieke dienstverlening is vooral te verklaren door minder omzet uit huisvestingsprojecten. Door vertragingen in het Masterplan zijn er minder projecten gerealiseerd dan oorspronkelijk gepland. Daarnaast hebben er minder evenementen plaatsgevonden en is het aantal aangevraagde waardebonnen afgenomen.

Overige opbrengsten

De overige opbrengsten hebben betrekking op verkoop van roerende zaken.

Rentebaten

De rentebaten hebben betrekking op de rente die wij ontvangen over het rekening courant saldo bij het ministerie van Financiën.

Lasten

Personele kosten

De lagere personele kosten zijn het gevolg van een lagere bezetting over 2025.

Eigen personeel

De lagere kosten voor eigen personeel zijn het gevolg van een lagere bezetting. Deze lagere bezetting wordt veroorzaakt door moeilijk vervulbare functies en het, in het kader van de taakstelling, niet actief invullen van vacatures.

Externe inhuur

De lagere kosten voor externe inhuur zijn het resultaat van een lagere bezetting. Door de vertraging in het Masterplan was er minder inzet nodig voor huisvestingsprojecten.

Materiële kosten

De lagere materiële kosten zijn het resultaat van hogere kosten bij bijdrage aan SSO’s door uitbesteding van de financiële administratie en documentbeheer en worden gecompenseerd door lagere overige materiële kosten door ICT-kosten en communicatiekosten.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

Deze kosten hebben betrekking op de dienstverlening die is uitbesteed aan onze rijkspartners en leveranciers. De lagere kosten doen zich voor bij zowel de generieke als de specifieke dienstverlening. Dit wordt bij de generieke dienstverlening vooral veroorzaakt door de latere aansluiting van de panden Zurichtoren en Kazernestraat en bij de specifieke dienstverlening door het geringere aantal huisvestingsprojecten en evenementen.

Rentelasten

De lagere rentelasten ten opzichte van de begroting zijn het gevolg van lagere rentepercentages en een lagere investering in het vorige boekjaar dan begroot, waardoor er een lagere afroep op de leenfaciliteit van dat jaar is gedaan. Overige rentelasten zijn een gevolg van een negatief saldo op onze rekening-courant.

Afschrijvingslasten

De lagere afschrijvingskosten zijn mede het gevolg van de lagere investeringen in hybride werken en uitstel van investeringen.

Saldo van baten en lasten

Het negatieve resultaat wordt verklaard door een daling van de omzet die niet volledig wordt gecompenseerd door een lagere kostenrealisatie. De kosten zijn sterker geïndexeerd dan de toegekende loon-prijsontwikkeling binnen de dienstverlening, wat een negatief effect heeft op het resultaat.

Balans

Tabel 57 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Balans 2025

Balans 2024

Activa

  

Vaste activa

25.284

24.659

Immateriële vaste activa

0

0

Materiële vaste activa

25.284

24.659

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan machines en installaties

24.957

23.922

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

149

369

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

178

368

waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar

0

0

Vlottende activa

49.903

46.136

Voorraden

0

0

waarvan grond- en hulpstoffen

0

0

waarvan onderhanden werk

0

0

waarvan gereed product en handelsgoederen

0

0

waarvan vooruitbetaald op voorraaden

0

0

Vorderingen

13.763

20.881

waarvan debiteuren

815

1.726

waarvan overige vorderingen

225

617

waarvan overlopende activa

12.723

18.538

Liquide middelen

36.140

25.255

Totaal activa:

75.187

70.795

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

2.847

3.363

Bestemmingsfonds(en)

0

0

Pok / Wau reserve

0

0

Exploitatiereserve

3.363

6.420

Onverdeeld resultaat

‒ 516

‒ 3.057

Voorzieningen

0

0

Langlopende schulden

20.801

20.041

Leningen bij het Ministerie van Financiën

20.801

20.041

Kortlopende schulden

51.539

47.391

Crediteuren

1.413

2.470

Belastingen en premies sociale lasten

0

0

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

4.275

4.680

Overige schulden

12.245

10.556

Overlopende passiva

33.606

29.685

Totaal passiva

75.187

70.795

Toelichting

Activa

Vaste activa

Materiële vaste activa

De toename van de materiële vaste activa heeft met name betrekking op de reguliere aanschaf van meubilair ter ondersteuning van het hybride werken binnen het verzorgingsgebied, met name Turfmarkt 147 en de inrichting van de nieuwe locatie Zurichtoren.

Vlottende activa

Debiteuren

De post debiteuren bestaat uit: moederdepartement € 0,4 mln. en overige departementen € 0,4 mln.

De daling ten opzichte van 2024 heeft betrekking op het moederdepartement.

Overige vorderingen

De post overige vorderingen bestaat uit vooruitbetaalde facturen € 0,1 mln. en nog te verrekenen kosten € 0,1 mln.

Het aandeel van derden in de overige vorderingen is € 0,2 mln.

De daling ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door een lagere vordering op onze leveranciers.

Overlopende activa

De post overlopende activa bestaat uit nog te factureren bedragen € 10,0 mln. en onderhanden werk € 2,7 mln.

Het aandeel van het moederdepartement in de overlopende activa is € 9,9 mln., overige departementen € 2,7 mln. en derden € 0,1 mln.

De daling ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door afname in de onderhanden werkpositie voor de uitvoering van huisvestingsprojecten.

Passiva

Eigen vermogen

Na verwerking van het negatieve resultaat over 2025 resteert een positief eigen vermogen van € 2,8 mln. Het eigen vermogen bedraagt 1,6% van de driejaarsgemiddelde omzet en blijft daarbij onder de norm van het in de Regeling agentschappen voorgeschreven maximum eigen vermogen van 5%.

Kortlopende schulden

Crediteuren

De post crediteuren bestaat uit: moederdepartement € 1,1 mln. en derden € 0,3 mln.

De daling bij overige departementen ten opzichte van 2024 wordt met name veroorzaakt door een lager openstaand saldo bij de Rijksschoonmaakorganisatie.

De daling bij derden wordt met name veroorzaakt doordat er in 2024 twee grotere facturen van leveranciers van warme dranken nog openstonden.

Overige schulden

Het aandeel van het moederdepartement in de overige schulden is € 10,7 mln. en overige departementen € 1,5 mln.

De stijging bij personele verplichtingen ten opzichte van 2024 wordt met name veroorzaakt door een toename in de reservering voor vakantiedagen.

Overlopende passiva

Het aandeel van het moederdepartement in de overlopende passiva is € 28,1 mln., van overige departementen € 2,6 mln. en derden € 2,9 mln.

De stijging ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door wijzigingen in de dienstverlening die nog verrekend moeten worden met de centraal opdrachtgever.

 

Kasstroomoverzicht

Tabel 58 Kasstroomoverzicht over 2025 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting 2025 (1)

Realisatie 2025 (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

14.519

25.253

10.734

 

totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

206.486

204.458

‒ 2.028

 

totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 200.319

‒ 188.784

11.535

2.

Totaal operationele kasstroom

6.167

15.674

9.507

 

totaal investeringen (-/-)

‒ 10.200

‒ 5.215

4.985

 

totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

72

72

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 10.200

‒ 5.143

5.057

 

eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

aflossingen op leningen (-/-)

‒ 5.189

‒ 4.680

509

 

beroep op leenfaciliteit (+)

10.200

5.035

‒ 5.165

4.

Totaal financieringskasstroom

5.011

355

‒ 4.656

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

15.497

36.139

20.642

Toelichting

Operationele Kasstroom

Het positieve saldo wordt onder andere veroorzaakt door hogere kortlopende schulden en lagere nog te factureren bedragen.

Investeringskasstroom

De investeringen hebben met name betrekking op de reguliere aanschaf van meubilair om het hybride werken te ondersteunen in het verzorgingsgebied, met name Turfmarkt 147 en de inrichting van de nieuwe locatie Zurichtoren. De investeringen zijn lager dan begroot door lagere investeringen in hybride werken, uitstel van investeringen en het meer revitaliseren van reeds aanwezig meubilair.

Financieringskasstroom

Afroep van de lening is lager dan begroot. Zie de uitleg bij de investeringskasstroom.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 59 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2022

2023

2024

2025

2025

Omschrijving Generiek Deel

     

Omzet per productgroep (pxq) (x € 1.000)

151.800

168.234

185.382

191.746

205.900

Generiek

131.858

144.422

159.335

171.553

178.518

Specifiek

19.932

23.657

26.000

20.161

27.206

Overig

10

155

47

32

176

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

580

598

638

643

662

Saldo van baten en lasten (%)

2,9%

‒ 0,3%

‒ 1,6%

‒ 0,3%

0,0%

      

Omschrijving Specifiek Deel

     

Verhouding generieke vs specifieke dienstverlening

87:13

87:13

86:14

89:11

87:13

Personele kosten als % van de totale kosten

32,7%

31,3%

31,9%

32,4%

32,3%

Materiële kosten als % van de totale kosten

67,3%

68,7%

68,1%

67,6%

67,7%

Apparaatskosten (x €1.000)

58.196

65.233

73.958

76.441

81.350

      

Tarieven

     

Regiotarief (facilitair)

195

218

242

246

248

      

Tevredenheid

     

Klanttevredenheid

n.v.t.

Tevreden

Tevreden

n.v.t.

Tevreden

Tevredenheid specifieke dienstverlening

7,6

7,5

6,9

7,8

7

Medewerkerstevredenheid

n.v.t.

Tevreden

n.v.t.

Tevreden

Tevreden

Toelichting

Generiek deel

Omschrijving per productgroep

De lagere omzet in de generieke dienstverlening komt door de latere aansluiting van de panden Zurichtoren en Kazernestraat op FMH. Daarnaast zorgen lagere investeringen in hybride werken, door lagere kosten voor ontmoetingspleinen, en een lagere toegekende loon-prijsontwikkeling dan begroot, voor een daling.

De lagere omzet van de specifieke dienstverlening is vooral te verklaren door minder omzet uit huisvestingsprojecten. Door vertragingen in het Masterplan zijn er minder projecten gerealiseerd dan oorspronkelijk gepland. Daarnaast hebben er minder evenementen plaatsgevonden en is het aantal aangevraagde waardebonnen afgenomen.

De categorie overig heeft betrekking op de verkoop van roerende zaken.

Verhouding generieke vs specifieke dienstverlening

Dit is het aandeel van de omzet van de generieke dienstverlening op de totale omzet versus het aandeel van de omzet van de specifieke dienstverlening in de totale omzet. Het aandeel van de omzet uit generieke dienstverlening in de totale omzet is toegenomen ten opzichte van de specifieke dienstverlening. Deze verschuiving is het gevolg van een sterkere afname in de omzet van de specifieke dienstverlening, voornamelijk door minder omzet uit huisvestingsprojecten. Dit heeft ertoe geleid dat het aandeel van de generieke dienstverlening relatief is toegenomen.

Personele- en materiële kosten als % van de totale kosten

Dit betreft de procentuele verhouding van respectievelijk de personele en materiële kosten (incl. kosten uitbesteed werk, rentelasten en afschrijvingslasten) in de totale lasten. Het aandeel van de personele en materiele kosten is nagenoeg gelijk aan de begroting.

Apparaatskosten

De apparaatskosten hebben betrekking op de personele kosten en de materiële kosten. De lagere apparaatskosten zijn het gevolg van lagere personele kosten als gevolg van een lagere gemiddelde bezetting.

Fte-totaal (excl. Externe inhuur)

De gemiddelde ambtelijke bezetting over geheel 2025 bedraagt 643 fte, dit is lager dan de begroting. Deze lagere bezetting is te wijten aan een moeilijk vervulbare functies en het, in het kader van de taakstelling, niet actief invullen van vacatures.

Specifiek deel

Regiotarief (facilitair)

Het regiotarief (facilitair) over 2025 bedraagt € 246 per m2 bruto vloeroppervlak (bvo), dit is lager dan de oorspronkelijke begroting.

Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere investeringen in hybride werken als gevolg van lagere kosten voor ontmoetingspleinen. Daarnaast is besloten de ontmoetingspleinen voorlopig niet volledig uit te rollen maar op te nemen in de integrale huisvestingsstrategie.

Klanttevredenheid

Het Werkomgeving Belevingsonderzoek (WoBo) wordt niet meer uitgevoerd. FHM ontwikkelt een model klantonderzoek om in de toekomst de klanttevredenheid toch te kunnen meten. Hierdoor zijn er op dit moment geen gegevens beschikbaar.

Tevredenheid specifieke dienstverlening

De klant waardeert de uitvoering van maatwerkprojecten gemiddeld met een 7,8. Deze score is boven de streefwaarde.

Gebleken is dat onze klanten de toegestuurde evaluaties veelal niet retourneren waardoor een representatieve score lastig is. Er wordt gewerkt aan een nieuwe werkwijze welke is gebaseerd op de PMC (projectmatig creëren) methodiek.

Medewerkerstevredenheid

De respons op het medewerkersonderzoek was hoog (72%) en hoger dan in 2023 (63%). FMH scoort beter op werkdruk, autonomie en samenwerking. Aandacht is nodig voor herstelbehoefte en ervaren regeldruk.

14. Jaarverantwoording agentschap Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT) per 31 december 2025

Inleiding

SSC-ICT is partner van en voor het Rijk. Samen met negen ministeries werkt SSC-ICT aan een eigentijdse en compacte Rijksdienst. Naast de werkplekautomatisering wordt gewerkt aan de ontwikkeling en het beheer van applicaties, housing en hosting, en ICT-infrastructuren voor rijksgebouwen en tijdens evenementen. 59.000 ambtenaren van 9 Ministeries werken via de ICT-omgeving. SSC-ICT beheert verder ruim 325 klantapplicaties (met back-office) en ondersteunt internationale missies.

Na beëindiging van het transitieprogramma is gestart met de transformatie in relatie tot de I-strategie-nota Rijk 2021-2025. Het doel is te werken aan het verhogen van de klantgerichtheid, het optimaliseren en moderniseren van de dienstverlening, het versterken van de digitale weerbaarheid en het verder ontwikkelen van talent en organisatie. In 2025 is het programma transformatie afgerond.

SSC-ICT werkt al meerdere jaren aan het versterken van agile werken binnen de organisatie. In 2025 is een belangrijke stap gezet door deze werkwijze verder te verankeren in de planning- en sturingscyclus. Dit sluit aan bij de in 2025 vernieuwde meerjarenstrategie, die richting geeft aan de verdere ontwikkeling van SSC-ICT. De vernieuwde meerjarenstrategie heeft als doel de strategische doelen beter te ondersteunen en de wendbaarheid en transparantie binnen de organisatie te vergroten.

Staat van baten en lasten

Tabel 60 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap SSC-ICT 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) vastgestelde begroting2025

(2) Realisatie 2025

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

(4)Realisatie 2024

Baten

    

- Omzet

432.478

430.701

‒ 1.777

384.003

waarvan omzet moederdepartement

119.618

131.252

11.634

117.693

waarvan omzet overige departementen

311.659

298.467

‒ 13.192

265.324

waarvan omzet derden

1.200

982

‒ 218

986

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

1.813

1.813

5.517

Bijzondere baten

0

0

0

52

Totaal baten

432.478

432.514

36

389.572

     

Lasten

    

Apparaatskosten

387.883

372.237

‒ 15.646

352.387

- Personele kosten

199.607

187.874

‒ 11.733

187.146

waarvan eigen personeel

114.572

131.859

17.287

117.574

waarvan inhuur externen

77.166

49.668

‒ 27.498

63.024

waarvan overige personele kosten

7.869

6.347

‒ 1.522

6.548

- Materiële kosten

188.276

184.363

‒ 3.913

165.241

waarvan apparaat ICT

149.676

157.885

8.209

143.209

waarvan bijdrage aan SSO's

27.887

24.536

‒ 3.351

20.372

waarvan overige materiële kosten

10.713

1.942

‒ 8.771

1.660

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

0

3.239

3.239

6.763

Rentelasten

799

2.001

1.202

1.989

Afschrijvingskosten

49.295

43.269

‒ 6.026

42.502

- Materieel

41.758

40.839

‒ 919

37.298

waarvan apparaat ICT

41.758

40.839

‒ 919

37.298

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

0

0

- Immaterieel

7.537

2.430

‒ 5.107

5.204

Overige lasten

0

3.747

3.747

6.829

waarvan dotaties voorzieningen

0

2.433

2.433

4.884

waarvan bijzondere lasten

0

1.314

1.314

1.945

Totaal lasten

437.978

424.493

‒ 13.485

410.470

Saldo van baten en lasten uit alle activiteiten

‒ 5.500

8.021

13.521

‒ 20.898

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

52

52

0

Saldo van baten en lasten na belastingen

‒ 5.500

8.073

13.573

‒ 20.898

Programmakosten transformatie SSC-ICT

0

6.025

6.025

16.779

Saldo van baten en lasten uit reguliere activiteiten

‒ 5.500

14.098

19.598

‒ 4.119

Toelichting

Baten

De realisatie van de totale baten voor 2025 komt uit op € 432,5 mln. tegen een begroting van € 432,5 mln. In de baten is een vrijval van voorzieningen van € 1,8 mln. opgenomen, terwijl de omzet uit producten en diensten € 1,8 mln. lager uitviel dan begroot.

Met ingang van 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen in werking getreden. Deze regeling biedt agentschappen de mogelijkheid om bekostiging toe te passen op basis van input en/of output. In dat kader is de indeling van de batencategoriën herzien en doorvertaald in de begroting 2026.

Waar in de jaarrekening 2025 de baten nog zijn verantwoord volgens de categorieën Generiek, Gemeenschappelijk en Klantspecifiek, wordt vanaf 2026 Generiek en Klantspecifiek verder uitgesplitst, terwijl Gemeenschappelijk wordt toegerekend aan concrete product- en dienstencategorieën. Deze wijziging vergroot de transparantie in de relatie tussen prestaties, kosten en tarieven en zorgt voor een betere aansluiting tussen begroting, realisatie en bekostigingssystematiek conform de nieuwe regeling.

Omzet

Het verschil van € 1,8 mln. wordt met name veroorzaakt door lagere generieke omzet, welke € 2,4 mln. lager was dan begroot.

Tabel 61 Omzet 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting 2025

Realisatie 2025

Realisatie 2024

Generiek

12.974

10.601

9.535

Gemeenschappelijk

380.580

381.401

343.297

Klantspecifiek

38.923

38.699

31.171

Totaal

432.478

430.701

384.003

Generiek betreft de bijdragen van de departementen voor de dekking van de exploitatiekosten van de rijksbrede ICT-voorzieningen: Rijksportaal, Samenwerkingsfunctionaliteit (SWF), Single Sign On Rijk (SSOn), DWR Infra (Rijksdirectory) en Alert. Deze bijdragen zijn vastgesteld door de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR). Gemeenschappelijk betreft de omzet uit de dienstverleningsafspraken (DVA’s). Klantspecifiek betreft hoofdzakelijk de omzet van maatwerk en overige klantspecifieke dienstverlening.

Omzet generiek

De generieke dienstverlening is € 2,4 mln. lager dan begroot doordat de notitie Kostenverdeling lager uitviel dan begroot.

Omzet gemeenschappelijk

De gemeenschappelijke omzet is € 0,8 mln. hoger dan begroot. Dat komt omdat er meer producten- en diensten zijn afgenomen dan begroot.

Omzet klant specifiek

De klantspecifieke omzet is € 0,2 mln. lager dan begroot.

Vrijval voorziening

De vrijval voorziening dubieuze debiteuren voor 2025 is € 0,9 mln. Dat komt met name omdat € 0,8 mln. wordt betaald. Daarnaast wordt € 0,1 mln. van de voorziening onttrokken omdat deze worden gecrediteerd. 

Tabel 62 Vrijval voorzieningen 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting 2025

Realisatie 2025

Realisatie 2024

Vrijval voorziening dubieuze debiteuren

0

927

3.765

Vrijval voorziening onderhoud licenties

0

886

1.752

Totaal

0

1.813

5.517

Lasten

Personele kosten

De realisatie van de personele lasten komt uit op € 187,9 mln. Dit is totaal € 11,7 mln. lager dan de begroting. Het verschil wordt met name verklaard door minder kosten voor extern personeel ( € 27,5 mln.). Het ambtelijk personeel is € 17,3 mln. hoger dan begroot.

Eigen personeel

Het eigen personeel is € 17,3 mln. hoger dan begroot. Dat komt met name omdat meer fte’s gerealiseerd zijn dan begroot (€ 8,7 mln.). Daarnaast zijn de kosten van Ambtelijk personeel hoger dan begroot (€ 8,6 mln.). Dat komt omdat in de begroting beperkt rekening was gehouden met de nieuwe CAO.

Inhuur externen

De realisatie van de kosten voor externe inhuur zijn € 27,5 mln. lager dan begroot. Dat komt met name omdat minder fte’s gerealiseerd zijn dan begroot (€ 24,9 mln.). Daarnaast zijn de kosten € 2,6 mln. hoger omdat extern personeel duurder was dan begroot.

Overige personeelskosten

De overige personeelskosten betreft voornamelijk reiskosten woon-werkverkeer en opleidingskosten.

Materiële kosten

Apparaat ICT en overige materiele kosten

De materiële kosten waarvan apparaat ICT en overige materiële kosten zijn € 159,8 mln. Dit is € 0,6 mln. lager dan begroot. Dit komt met name door lagere overige materiële kosten dan begroot (€ 8,8 mln.). Dit is hoofdzakelijk het gevolg van een onjuiste begrotingsindeling, waarbij ongeveer € 5,0 mln. was opgenomen onder overige materiële kosten in plaats van onder apparaat ICT.

Bijdrage aan SSO's

De kosten voor bijdrage aan SSO’s is lager dan begroot (€ 3,4 mln.). Dit komt met name omdat de kosten voor huren en vaste lasten lager is dan begroot (€ 3,7 mln.).

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten is € 3,2 mln. hoger dan begroot. Dat komt omdat de kosten onder overige materiële kosten waren begroot.

Rentelasten

Het ministerie van Financiën berekent per september 2022 rekening-courantrente. Ondanks voortdurende inzet om de liquiditeitspositie te verbeteren zijn de rentelasten over 2025 € 2,0 mln. Dit is met name hoger dan begroot door de hogere rente op de rekening courant positie.

Afschrijvingskosten

De realisatie van de afschrijvingslasten, materieel en immaterieel, komt uit op € 43,3 mln. In de begroting was hiervoor € 49,3 mln. begroot. Dat komt met name door lagere afschrijvingen op immateriële vaste activa (€ 5,1 mln.). Dat komt met name omdat investeringen zijn uitgesteld, waardoor afschrijving daarop nog niet heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn de afschrijvingen op materiële vaste activa € 0,9 mln. lager dan begroot).

Dotaties voorzieningen

In totaal is € 2,4 mln. gedoteerd aan de voorzieningen. Onderhoud licenties à € 2,2 mln. heeft betrekking op de licenties die per 31 december niet in eigen gebruik zijn genomen of in bruikleen zijn uitgegeven aan afnemers. Deze is hoger dan vorig jaar, omdat SSC-ICT overgaat op een driejaars-voorziening (in plaats van jaarlijks). Dat resulteert in € 1,3 mln. meer dotatie voorziening onderhoud de jaarlijkse voorziening. Daarnaast is € 0,2 mln. gedoteerd aan voorziening dubieuze debiteuren. Dit zijn drie facturen waarover een dispuut is ontstaan.

Bijzondere lasten

Hiervoor was in de begroting geen bedrag opgenomen. De realisatie van de bijzondere lasten komt uit op € 1,3 mln. Dit betreffen materiële desinvesteringen van voornamelijk laptops (€ 0,7 mln.), hosting (€ 0,4 mln.) en mobiele telefonie (€ 0,1 mln.).

Saldo van baten en lasten

In de jaarrekening worden, naast de reguliere activiteiten ook de kosten voor het Programma transformatie verantwoord terwijl de dekking hiervan via het eigen vermogen verloopt. Deze kosten zijn meegenomen in de begroting en realisatie van 2025. Het bestemmingsfonds is per 1-1-2024 komen te vervallen. Het financiële resultaat uit reguliere activiteiten komt uit op € 14,1 mln. positief. Het financiële resultaat uit alle activiteiten komt uit op € 8,1 mln. positief. Dat is inclusief programmakosten voor Transformatie (€ 6,0 mln.). Daarnaast worden € 5,5 mln. van de programmakosten voor transformatie gedekt via het eigen vermogen.

De realisatie van de totale baten voor 2025 komt uit op € 432,5 mln. tegen een begroting van € 432,5 mln. In de baten is een vrijval van voorzieningen van € 1,8 mln. opgenomen, terwijl de omzet uit producten en diensten € 1,8 mln. lager uitviel dan begroot.

De gerealiseerde totale lasten, inclusief transformatie, komen uit op € 424,5 mln. ten opzichte van de begrote € 438,0 mln. in de begroting. Dit is een verschil van € 13,5 mln. In de realisatie is € 6,0 mln. opgenomen voor de uitvoering van het transformatieprogramma. Deze worden gedekt middels het eigen vermogen. De totale kosten voor de reguliere activiteiten komen uit op € 418,5 mln. Dit is € 14,0 mln. lager dan begroot. Dat komt met name door de afschrijvingskosten € 6,0 mln. lager zijn dan begroot. Dat komt met name omdat een groot deel van de investeringen later hebben plaatsgevonden dan begroot.

Balans

Tabel 63 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Balans 2025

Balans 2024

Activa

  

Vaste activa

120.832

103.476

Immateriële vaste activa

7.182

4.114

Materiële vaste activa

113.650

99.362

waarvan machines en installaties

5.403

4.400

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

108.247

94.962

   

Vlottende activa

91.140

58.859

Voorraden

3.413

3.751

waarvan onderhanden projecten

3.413

3.751

vorderingen

87.727

55.108

waarvan debiteuren

13.385

14.909

waarvan overige vorderingen

22.487

1.486

waarvan overlopende activa

48.542

38.713

Liquide middelen

3.313

0

   

Totaal activa

211.972

162.335

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

23.873

10.300

Exploitatiereserve

15.800

31.198

Onverdeeld resultaat

8.073

‒ 20.898

Voorzieningen

2.217

886

Langlopende schulden

59.905

56.294

Leningen bij het Ministerie van Financiën

59.905

56.294

Kortlopende schulden

125.977

94.857

Crediteuren

40.608

14.037

Belastingen en premies sociale lasten

1.241

168

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

41.376

37.634

Liquide middelen

0

190

Overige schulden

17.071

23.160

Overlopende passiva

25.681

19.668

   

Totaal passiva

211.972

162.335

Toelichting

Debiteuren

De stand van de debiteuren kan als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 64 Debiteuren 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Debiteuren moederdepartement

6.438

5.110

Debiteuren overige departementen

7.262

8.076

Debiteuren derden

49

2.798

 

13.749

15.984

-/- Voorziening dubieuze debiteuren

‒ 364

‒ 1.075

Totaal

13.385

14.909

Per vordering wordt nagegaan of er een betalingsdispuut bestaat en in hoeverre het risico bestaat dat de vordering onbetaald blijft. Per eind 2025 komt het bedrag uit op € 0,4 mln, waar dit in 2024 nog € 1,1 mln bedroeg.

Overige vorderingen en overlopende activa

Tabel 65 Overige vorderingen en overlopende activa 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Overige vorderingen

22.487

1.486

Totaal

22.487

1.486

   
   
   

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Overige vorderingen en overlopende activa moederdepartement

6

0

Overige vorderingen en overlopende activa overige departementen

0

0

Overige vorderingen en overlopende activa derden

22.481

1.486

 

22.487

1.486

De overige vorderingen zijn ten opzichte van 2024 gestegen met € 21,0 mln. De stijging wordt met name veroorzaakt door vooruitbetaalde licenties voor 2026.

Eigen vermogen

Ontwikkeling van het eigen vermogen 2025

Het eigen vermogen is ten opzichte van 2025 gestegen met € 13,6 mln. Dat komt met name door het saldo van baten en lasten uit alle activiteiten over 2025 (€ 8,1 mln. positief). Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeeld resultaat uit het verslagjaar. Op grond van 5% van de gemiddelde omzet over de jaren 2023 tot en met 2025, bedraagt de maximaal toegestane stand van het eigen vermogen € 19,8 mln. Daarmee stijgt SSC-ICT boven de maximaal toegestane stand met € 4,1 mln.

Tabel 66 Ontwikkeling van het eigen vermogen 2025
 

2023

2024

2025

Saldo per 1 januari

30.952

28.422

10.300

Saldo van baten en lasten

‒ 2.598

‒ 20.898

8.073

    

Directe mutaties in het eigen vermogen

   

Uitkering aan het moederdepartement

‒ 11.480

‒ 10.707

0

Bijdrage door het moederdepartement

11.550

13.482

5.500

Bijdrage door overige departementen

0

0

0

Opheffen bestemmingsfonds

0

0

0

Saldo Programmakosten Transformatie SSC-ICT

0

0

0

    

Saldo per 31 december

28.422

10.300

23.873

    

Berekening surplus/tekort eigen vermogen

   

Saldo Programmakosten Transitie SSC-ICT

0

0

0

Saldo Programmakosten Transformatie SSC-ICT

14.803

0

0

Saldo Bestemmingsfonds per 31 december

‒ 15.966

0

0

Maximale exploitatiereserveop grond van 5% van de gemiddelde omzet over de jaren 2023 tot en met 2025

‒ 16.553

 

‒ 19.761

 

10.706

10.300

4.112

Voorzieningen

Tabel 67 Voorzieningen 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Stand per31-12-2024

Vrijval 2025

Dotatie 2025

Onttrekking 2025

Stand per31-12-2025

Voorziening onderhoud licenties

886

‒ 886

2.217

0

2.217

Totaal

886

‒ 886

2.217

0

2.217

De dotatie van € 2,2 mln. betreft de jaarnota over de periode 2026 tot en met 2028 voor het onderhoud van niet in gebruik zijnde licenties. Deze is hoger dan vorig jaar, omdat we overgaan op een drie jaars-voorziening (in plaats van jaarlijks). Dat resulteert in € 1,3 mln. meer dotatie voorziening onderhoud licenties in vergelijking tot de jaarlijkse voorziening. De ontvangen jaarnota van de leverancier is € 2,7 mln. Van dit bedrag is € 0,9 mln. als dotatie opgenomen in de voorziening onderhoud licenties als gevolg van een voorraad licenties die wachten op uitgifte.

Kortlopende schulden

Crediteuren

De post crediteuren betreft de gefactureerde bedragen die SSC-ICT nog moet betalen aan haar leveranciers. Het saldo van deze post heeft betrekking op de (per balansdatum) nog te betalen facturen.

De specificatie naar afnemersgroep is als volgt:

Tabel 68 Crediteuren 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

 

31-12-2025

31-12-2024

Crediteuren moederdepartement

 

1.606

685

Crediteuren overige departementen

 

178

2.155

Crediteuren derden

 

38.824

11.197

Totaal

 

40.608

14.037

Het totaalbedrag aan crediteuren is, t.o.v. 2024 gestegen met € 26,6 mln. Dit wordt met name veroorzaakt door een stijging van de crediteuren bij derden. De stijging wordt met name veroorzaakt door twee facturen van in totaal € 18,6 mln. die pas volgend jaar betaald zullen worden.

Overige schulden en overlopende passiva

De specificatie is als volgt:

Tabel 69 Overige schulden en overlopende passiva 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

 

Nog te ontvangen facturen

16.455

22.701

 

Vooruit gefactureerde bedragen

616

459

 

Totaal

17.071

23.160

 
    
    
    
  

31-12-2025

31-12-2024

Overige verplichtingen en overlopende passiva moederdepartement

 

8.816

11.720

Overige verplichtingen en overlopende passiva overige departementen

 

6.026

1.395

Overige verplichtingen en overlopende passiva derden

 

2.229

10.045

  

17.071

23.160

Nog te ontvangen facturen betreft kosten waarvan de activiteiten in 2025 zijn gerealiseerd maar de factuur nog niet is ontvangen. Daarvan betreft € 8,8 mln. te ontvangen facturen van het moederdepartement, € 2,2 mln. van derden en € 6,0 mln. van overige departementen.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen

In 2025 heeft SSC-ICT via intermediaire organisaties zelfstandigen ingehuurd. In een aantal gevallen is een potentieel risico op schijnzelfstandigheid geïdentificeerd. SSC-ICT heeft in 2025 acties ondernomen om deze risico’s te mitigeren. SSC-ICT kan een fiscaal risico lopen vanwege de Wet ketenaansprakelijkheid, al ligt de verantwoordelijkheid voor het voldoen van fiscale verplichtingen in basis bij een intermediaire organisatie.

Kasstroomoverzicht

Tabel 70 Kasstroomoverzicht over 2025 (bedragen x € 1.000)
  

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie 2025

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2025 + stand depositorekeningen

30.082

‒ 190

‒ 30.272

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

432.478

436.615

4.137

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 387.883

‒ 385.340

2.543

2.

Totaal operationele kasstroom

44.595

51.274

6.679

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 106.602

‒ 61.940

44.662

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

1.314

1.314

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 106.602

‒ 60.626

45.976

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

5.500

5.500

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 39.123

‒ 40.833

‒ 1.710

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

106.602

48.188

‒ 58.414

4.

Totaal financieringskasstroom

72.979

12.854

‒ 60.125

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2025 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4), de maximale roodstand is 0,5 miljoen €.

41.054

3.313

‒ 37.741

Toelichting

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bedroeg in 2025 € 51,3 mln., hetgeen € 6,7 mln. hoger is dan begroot. Dit verschil wordt voornamelijk verklaard door het positieve resultaat uit de reguliere bedrijfsvoering. Daarnaast hebben mutaties in het werkkapitaal de operationele kasstroom beïnvloed. Met name de stijging van de crediteurenpositie heeft een positief effect gehad op de kasstroom. Tegelijkertijd zijn de vlottende activa toegenomen, met name door hogere overige vorderingen en overlopende activa.

Investeringskasstroom

Het totaal van de investeringen in ICT-goederen (hard- en software) bedroeg in 2025 € 61,9 mln. Deze bestaan uit vaste bedrijfsmiddelen (€ 53,5 mln.), machines en installaties (€ 3,0 mln.), software en licenties (€ 3,6 mln.) en activa in ontwikkeling (€ 1,9 mln.). De investeringen zijn per saldo lager uitgevallen dan begroot. Dit komt enerzijds doordat de begroting te hoog was geraamd en anderzijds doordat een deel van de investeringen naar verwachting pas in 2026 zal worden gerealiseerd.

Het beroep op de leenfaciliteit is gekoppeld aan de investeringsbegroting, aangezien SSC-ICT elke investering financiert met een bijbehorende lening. Doordat de investeringen lager zijn uitgevallen dan begroot, is ook het beroep op de leenfaciliteit lager dan geraamd. Deze aansluiting is echter niet volledig één op één, omdat leningen veelal pas na activatie van de investering worden afgeroepen.

Financieringskasstroom

De storting door het moederdepartement betreft € 5,5 mln ten behoeve van het Transformatieprogramma.

SSC-ICT roept enkele keren per jaar de leningen af. In 2025 is € 40,8 mln. afgelost op de leenfaciliteiten. Voor 2025 bedraagt het beroep op de leenfaciliteit € 48,2 mln. De stand van de rekening courant RHB per 31 december 2025 ad € 3,3 mln. positief is de resultante van het behaalde resultaat en het saldo van de in de jaren opgebouwde vorderingen- en schuldenpositie.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 71 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025

Omschrijving generiek deel

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Vastgestelde begroting 2025

Fte-totaal (excl. Externe inhuur)

980,5

1.040,1

1.115,70

1.214,50

1.128,60

Aantal externe fte's in % van de totale fte's

23,4%

22,7%

21,3%

16,00%

21,90%

Saldo van baten en lasten (%)

0,7%

‒ 0,7%

1,2%

1,87%

0,00%

Klanttevredenheid (KTO)

   

6,8

7

Gebruikerstevredenheid beleving (GTO)

7,2

7,5

7,4

7,3

7

Medewerkertevredenheid (MTO)

 

6,8

  

7

      

Kostprijs

     

Digitale werkomgeving basis

850

1.245

1.276

1.555

955

Digitale werkomgeving online

595

535

521

784

681

Digitale werkomgeving light

270

255

263

254

351

Basis inrichting kantoorpand

66

63

71

74

71

Fatclient DWR special

845

975

993

975

914

Kiosk PC incl monitor

750

730

667

565

780

      

Omzet per productgroep (PxQ) (bedragen x € 1.000)

     

Generiek

8.839

9.930

9.535

10.601

12.974

Gemeenschappelijk

280.823

326.143

343.297

381.401

380.580

Klantspecifiek

34.023

34.886

31.171

38.699

38.923

      

Totaal

323.685

370.959

384.003

430.701

432.477

      

Omschrijving specifiek deel

     

Beschikbaarheid kernsystemen

99,60%

99,10%

100,00%

98,90%

98,00%

Grote incidenten

56

58

48

51

75

Geleverd binnen gestelde termijn

95,80%

84,00%

93,50%

95,90%

90,00%

Life Cycle Management hardware in support

90,00%

90,00%

94,50%

83,30%

80,00%

Life Cycle Management Software in Support

90,70%

60,60%

46,20%

43,80%

80,00%

Toelichting

Generiek deel

Fte-totaal en aantal externe fte’s in %

De gemiddelde bezetting van intern personeel over 2025 is 1.214,5 fte en voor externe inhuur 231,4 fte. Het aantal externen ten opzichte van de totale personele bezetting komt uit op een gemiddelde van 16,0%. Dat is 5,9% lager dan begroot. Dat komt met name omdat de fte’s voor externe inhuur de laatste maanden 2024 sterk zijn afgenomen, als gevolg van de wet DBA. Dit heeft blijvend effect gehad op 2025.

Saldo van baten en lasten

De realisatie van de baten over 2025 is € 432,5 mln. De lasten over 2025 voor de reguliere activiteiten komen uit op € 418,5 mln. Het saldo baten en lasten uit reguliere activiteiten is € 14,1 mln. positief. Het saldo van baten en lasten na belastingen (incl. Transformatie à € 6,0 mln.) komt uit op € 8,1 mln. positief.

Klant- en Medewerkerstevredenheid

Uit de resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek (KTO) blijkt een lichte vooruitgang in de tevredenheid van afnemers over de standaard- en klantspecifieke dienstverlening en de afhandeling van en communicatie rondom niet-standaard-klantverzoeken (NSK’s). Het overall cijfer dat afnemers ons geven is 6,8.

Gebruikerstevredenheid

In november 2025 heeft het Gebruikerstevredenheidsonderzoek plaatsgevonden. De gebruikerswaardering is een 7,3 voor onze gehele dienstverlening. Het generieke doel van het onderzoek is inzicht te krijgen over de diensten van SSC-ICT, zodat de dienstverlening verbeterd kan worden. De medewerkers van het departement kunnen aangeven hoe tevreden zij zijn met de dienstverlening van SSC-ICT van het pand of de locatie waar zij werkzaam zijn. Van de 839 respondenten heeft 133 van de eindgebruikers de enquête ingevuld. Onze eindgebruikers zijn met name tevreden over de telefonische Servicedesk, verleende service door de medewerkers aan de balie en de digitale werkomgeving thuis. Eindgebruikers zijn minder tevreden over handleidingen op de Selfserviceportal en Microsoft Teams.

Medewerkerstevredenheid

In 2025 is het medewerkersonderzoek BZK-VRO uitgevoerd. De uitkomsten van dit onderzoek hebben geleid tot de formulering van twee speerpunten, die zijn opgenomen in de meerjarenstrategie 2025–2028. Deze speerpunten richten zich met name op het verminderen van werkgerelateerde stressfactoren, zoals een hoge herstelbehoefte en ervaren regeldruk.

Kostprijzen

De Rijkswerkplekdiensten en de locatie gebonden services vallen onder de standaard dienstverlening. Deze producten worden geleverd als een nutsvoorziening met een jaarlijkse gebruikersvergoeding. Op basis van een inschatting c.q. planning van het gebruik, wordt hier vooraf met de klanten een inschatting gemaakt van de jaarkosten die op basis van het feitelijk gebruik worden afgerekend. In 2024 is de software CostPerform geïmplementeerd. Als gevolg van die software is ons kostprijsmodel transparanter en kan beter inzicht worden verkregen in de kosten van de producten en diensten van SSC-ICT.

Omzet

De realisatie van de totale omzet voor 2025 komt uit op € 430,7 mln. tegen een begroting van € 432,5 mln. Het verschil van € 1,8 mln. wordt met name veroorzaakt door lagere generieke omzet, welke € 2,4 mln. lager was dan begroot.

Specifiek deel

Beschikbaarheid kernsystemen

De beschikbaarheid van de basisinfra wordt gemeten over een vaste set aan kernsystemen, diensten en platforms. Dit betreft de beschikbaarheid van de Rijks Werkomgeving (RWO) 100%, Kritische panden 100%, Applicatieomgeving 95,5% en Datacenter Netwerk Diensten 100%. Het niet beschikbaar zijn van een kernsysteem leidt altijd tot een Major Incident waarbij wordt vastgelegd hoe lang een systeem niet beschikbaar is. Gemiddeld kwam de beschikbaarheid uit op 98,9%.

Grote incidenten

In 2025 hebben 51 grote incidenten plaatsgevonden. Deze zijn verdeeld naar 40 grote op de shared omgeving en 11 voor buitenlandse zaken. SSC-ICT heeft meerdere crisismomenten gehad in het jaar, waaronder een met rijksbrede impact op SharePoint. Vanwege de NAVO-top in 2025 is een change freeze geweest waardoor kans tot een verstoring verlaagd is. Crisismanagement heeft meer aandacht gekregen, ook vanuit het programma Business Continunity Management (BCM).

Geleverd binnen gestelde termijn

Het JIT (just in time) van bestellen tot uitleveren devices etc. is operationeel. Een uitgebreide rapportage wordt separaat verstuurd vanuit Logistiek. De uitleveringen van bestelling tot aan de klant ligt binnen de norm. Dit is echter niet uit deze KPI te zien doordat de KPI-berekening niet stopt op het moment van uitleveren aan de klant. De KPI komt uit op 95,9%.

LCM hardware

De norm is dat 80% van de gedefinieerde en geregistreerde hardware in support is bij de leverancier. Meting vindt plaats voor netwerkcomponenten, servers en storage. De realisatie komt uit op 83,3%. De server hardware in support blijft hiermee boven de afgesproken norm. Om deze KPI te verbeteren wordt gefocust op het versneld verwerken van de LCM achterstand, waarbij de afhankelijkheid van de te migreren applicaties de beperkte factor is.

LCM software

Dit betreft het percentage softwarecomponenten waarvoor de leverancier beveiliging updates (support) levert. De software-componenten worden hier bepaald als operating-systems (Windows, Linux), runtimes (Java, .net) en applicatie-componenten (incl. databases). Per applicatielandschap is gedefinieerd welke servers daaraan gekoppeld zijn. Per server is inzichtelijk welke softwarecomponenten daarop draaien en tot wanneer zij in support zijn. De norm is 80%. Over 2025 is de realisatie 43,8%. De scope van dit KPI is aanzienlijk breder is dan voorheen; ook alle kantoorapplicaties zijn in deze KPI opgenomen. Deze berekening vindt een betere aansluiting op de cijfers die ook aan de overlegtafel ‘modernisering en rationalisatie’ o.l.v. CIO Rijk worden besproken. De groei van de scope en het feit dat nu ook applicaties waarvan de supportstatus onbekend is als out-of-support worden aangemerkt, leiden tot een aanmerkelijk lager cijfer dan de handmatige berekeningen die voor 2023 werden gebruikt. In 2025 is het KPI beperkt gestegen. Het DAM project worden als één van de belangrijkste maatregelen gezien om het percentage software in support te verhogen.

17. Jaarverantwoording agentschap Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL) per 31 december 2025

Inleiding

Rijksbeveiliging (RB) en de Rijkslogistiek (RL) zijn ondergebracht in één zelfstandig agentschap, Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL).

Rijksbeveiliging (RB)

Rijksbeveiliging vervult een onmisbare functie binnen de Rijksoverheid. De dienst beveiligt 535 (rijks)locaties voor ruim 43 afnemers. Naast eigen rijksbeveiligers werkt de Rijksbeveiliging met particuliere beveiligingsorganisaties (PBO’s). Bij die samenwerking houdt de Rijksbeveiliging toezicht op voorwaarden en werkwijze. Er is een afspraak met de branche en bonden gemaakt om op bedrijfskritische locaties 100% ambtelijke bezetting te creëren. De rijkslocaties en afnemers zijn ministeries en uitvoeringsorganisaties, maar ook belangrijke waterkeringen. Naast de (rijks)locaties beveiligt de Rijksbeveiliging ook zo’n 300 (inter)nationale rijksevenementen.

Rijkslogisitiek (RL)

De Rijkslogistiek verzorgt transport- en koeriersdiensten voor ministeries en agentschappen. De dienst richt zich vooral op vertrouwelijke en gerubriceerde zendingen. Als wettelijke taak heeft de dienst het bezorgen van gerechtelijke brieven voor het Openbaar Ministerie. De Rijkslogistiek werkt met een vaste bezetting van medewerkers, waarbij er ook gebruik wordt gemaakt van een flexibele schil in de vorm van uitzendkrachten en een onderaannemer. Jaarlijks bezorgt Rijkslogistiek ongeveer op één miljoen adressen.

Financieel resultaat

De financiële situatie van RBL per ultimo 2025 toont een positief resultaat van € 5,5 mln. Dit resultaat kan voornamelijk worden verklaard door een hogere omzet dan begroot, onderuitputting op project- en innovatiebudget, opgelegde boetes aan particuliere beveiligingsorganisaties, een lagere bezetting op stafdiensten en lagere uitputting op de materiele budgetten opleidingen, wagenpark en communicatie.

Staat van baten en lasten

Tabel 72 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap RBL 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

2024 (4)

Baten

    

- Omzet

161.690

176.497

14.807

153.730

waarvan omzet moederdepartement

40.205

48.681

8.476

41.717

waarvan omzet overige departementen

121.381

127.062

5.681

111.150

waarvan omzet derden

104

754

650

863

Rentebaten

0

199

199

377

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

10

Totaal baten

161.690

176.696

15.006

154.117

     

Lasten

    

Apparaatskosten

97.850

104.558

6.708

87.307

- Personele kosten

79.552

84.821

5.269

70.657

waarvan eigen personeel

76.236

80.654

4.418

66.462

waarvan inhuur externen

217

2.621

2.404

2.385

waarvan overige personele kosten

3.099

1.546

‒ 1.553

1.810

- Materiële kosten

18.298

19.737

1.439

16.650

waarvan apparaat ICT

1.105

1.301

196

1112

waarvan bijdrage aan SSO's

12.900

15.761

2.861

13.176

waarvan overige materiële kosten

4.293

2.674

‒ 1.619

2.362

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

63.411

66.177

2.766

68.123

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

429

398

‒ 31

291

- Materieel

189

166

‒ 23

60

waarvan apparaat ICT

19

14

‒ 5

26

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

170

152

‒ 18

34

- Immaterieel

240

232

‒ 8

231

Overige lasten

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

161.690

171.132

9.442

155.721

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

5.564

5.564

‒ 1.604

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

15

15

0

Saldo van baten en lasten

0

5.549

5.549

‒ 1.604

Toelichting

Bij de vastgestelde begroting 2025 is uitgegaan van een gewogen loon- en prijsbijstelling van 5,2% voor RB en 4,8% bij RL. Bij het opstellen van het jaarplan 2025 (en realisatie) is uitgegaan van de tarieven 2024 geïndexeerd met een gewogen loon- en prijsbijstelling van 10,2% bij Rijksbeveiliging en 4,5% bij Rijkslogistiek. Het verschil bij RB werd veroorzaakt door een hogere prijsstijging van uitbesteding beveiligingsdiensten.

Baten

Omzet

Ten opzichte van de begroting 2025 is de omzet van RBL van € 161,7 mln. gerealiseerd naar € 176,5 mln. in 2025. De toename van € 14,8 mln. wordt verklaard door:

  • Tariefstijging 2025 bij RB als gevolg van een hogere indexatie op de tarieven 2025 (10,2%) dan was begroot (5,2%). Het effect van deze afwijking is € 6,9 mln.

  • Er is sprake van een stijging in de omzet van € 7,6 mln. Dit wordt veroorzaakt door stijgingen in omzet RB (€ 6,3 mln.) en RL (€ 1,3 mln.). Beide worden veroorzaakt door een stijging in de vraag naar dienstverlening en anderzijds een conservatieve begroting in 2025.

  • Er is sprake van een omzet voorgaande jaren (boekjaar 2024) van € 0,3 mln.

De afwijking bij omzet derden betreft voornamelijk dienstverlening voor het CBR bij Rijksdocumenten die hoger is dan begroot.

Omzet per product / dienstverlening

Tabel 73 Omzet per product / dienstverlening
 

Vastgestelde begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil 2025

Rijksbeveiliging

138.183

151.440

13.257

Structurele Dienstverlening

131.343

144.100

12.757

Extra Dienstverlening

5.292

4.155

‒ 1.137

Overige omzet

1.548

3.185

1.637

    

Rijkslogistiek

23.507

24.753

1.246

Rijksdocumenten

10.355

10.569

214

Koeriersdiensten

4.296

4.178

‒ 118

Transportdiensten

8.856

10.006

1.150

Subtotaal omzet

161.690

176.193

14.503

    

Nagekomen baten voorgaande jaren

0

304

304

Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek

161.690

176.497

14.807

Rijksbeveiliging

De gerealiseerde omzet Rijksbeveiliging over 2025 bedraagt € 151,4 mln., bestaande uit omzet Structurele Dienstverlening (€ 144,1 mln.), Extra Dienstverlening (€ 4,1 mln.) en overige omzet (€ 3,2 mln.). Dit is een afwijking van € 13,2 mln. ten opzichte van de vastgestelde begroting door een stijging in omzet bij RB voornamelijk door uitbereidingen op de Structurele Dienstverlening.

De overige omzet Rijksbeveiliging bestaan uit kleinere producten zoals Bureau Specials en alarmopvolgingen.

Rijkslogistiek

De gerealiseerde omzet Rijkslogistiek over 2025 bedraagt € 24,8 mln., bestaande uit omzet Rijksdocumenten (€ 10,6 mln.), Koeriersdiensten (€ 4,2 mln.), Transportdiensten (€ 10,0 mln.). Er is sprake van een stijging van € 1,2 mln. ten opzichte van de vastgestelde begroting voornamelijk door een toename bij Transportdiensten.

De financiële doorbelasting systematiek van RBL is prijs keer hoeveelheid (P*Q). RBL hanteert kostprijzen/tarieven per product die in rekening worden gebracht bij afnemers.

Omzet per departement

Tabel 74 Omzet per departement
 

Vastgestelde begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil

Moederdepartement

40.205

48.681

8.476

    

Overige departementen

   

Economische Zaken en Klimaat

657

629

‒ 28

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

2.199

2.309

110

Justitie en Veiligheid

51.160

53.884

2.724

Buitenlandse Zaken

801

751

‒ 50

Defensie

256

321

65

Financiën

34.130

35.371

1.241

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

51

51

0

Infrastructuur en Waterstaat

19.871

21.011

1.140

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

6.436

6.685

249

Algemene Zaken

3.929

4.122

193

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.887

1.925

38

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

5

3

‒ 2

Subtotaal overige departementen

121.381

127.062

5.681

Derden

104

754

650

Totaal

161.690

176.497

14.807

Het aandeel van het moederdepartement in de dienstverlening is € 48,7 mln., van overige departementen € 127,1 mln. en van derden € 0,7 mln.

De afwijking van de gerealiseerde omzet per departement ten opzichte van de ontwerpbegroting kan voornamelijk worden verklaard door de effecten van hogere indexatie op de verkooptarieven van RB.

Rentebaten

Als gevolg van de positieve ontwikkeling van de rekening courant verhouding met het ministerie van Financiën heeft RBL een rentebate van € 0,2 mln.

Lasten

Ten opzichte van de begroting 2025 zijn de lasten van RBL van € 161,7 mln. toegenomen naar € 171,1 mln.

Apparaatskosten

Personele kosten

Tabel 75 Personele kosten
 

Vastgestelde begroting 2025

Realisatie 2025

Ambtenaren in dienst

76.236

79.896

Gedetacheerde ambtenaren

0

758

Salariskosten regulier

76.236

80.654

Overige personele uitgaven

3.099

1.546

Externe inhuur

217

2.621

Totaal

79.552

84.821

Waarvan eigen personeel

De reguliere salariskosten zijn € 4,4 mln. hoger dan de vastgestelde begroting 2025. Deze toename is voornamelijk het gevolg van een stijging van het aantal fte bij Rijksbeveiliging.

Waarvan externe inhuur

De kosten voor externe inhuur stijgen met € 2,4 mln. Dit heeft te maken met meer inhuur op productie Rijkslogistiek, interim management en doorontwikkeling van de organisatie. De reden van de forse overuitputting is omdat het project- en innovatie budget en de post onvoorzien allen onder materiele lasten valt. Als er wordt ingehuurd op projecten, innovatie of door onvoorziene omstandigheden dan vallen deze kosten onder personele lasten, terwijl het budget bij materiele lasten staat. Dit zorgt voor een forse overuitputting van de personele kosten. RBL blijft overigens met 3% ruim onder de Roemernorm.

Waarvan overige personele kosten

De afname van de begrote overige personele kosten in 2025 met € 1,4 mln. ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 is grotendeels het gevolg van onderuitputting op de opleidingskosten.

Materiële kosten

De begrote materiële kosten in 2025 komen € 1,4 mln. hoger uit dan de vastgestelde begroting 2025. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere bijdrage aan SSO’s. Daarentegen zijn de overige materiële kosten lager.

Tabel 76 Materiële kosten
 

Vastgestelde begroting 2025

Realisatie 2025

PIOFACH diensten

12.900

15.761

ICT

1.105

1.301

Overig materieel

4.293

2.674

Totaal

18.298

19.737

Waarvan bijdrage aan SSO’s

De kosten voor SSO’s zijn gestegen met € 2,9 mln. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door hogere prijsstijgingen dan begroot maar ook deels door de stijging in aantal fte eigen personeel. Aangezien een deel van de kosten SSO’s gebaseerd zijn op het aantal fte/IAR stijgen deze kosten ook.

Waarvan overige materiële kosten

De overige materiele kosten zijn € 1,6 mln. lager dan begroot, dit wordt grotendeels veroorzaakt door een onderuitputting op het project- en innovatiebudget.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De kosten uitbesteed werk en andere externe kosten zijn 2,8 mln. hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door uitbesteding beveiligings- en logistieke diensten in verband met een hogere omzet.

Saldo van baten en lasten

Het positieve saldo van baten en lasten 2025 van € 5,5 mln. is ten gunste van de balanspost ‘onverdeeld resultaat’ gebracht.

Balans

Tabel 77 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Activa

  

Vaste activa

1.215

1.622

Immateriële vaste activa

594

832

Materiële vaste activa

621

790

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan machines en installaties

14

11

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

607

779

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

0

0

waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar

0

0

Vlottende activa

30.746

17.451

Voorraden

0

0

waarvan grond- en hulpstoffen

0

0

waarvan onderhanden werk

0

0

waarvan gereed product en handelsgoederen

0

0

waarvan vooruitbetaald op voorraaden

0

0

Vorderingen

9.671

6.499

waarvan debiteuren

1.768

1.841

waarvan overige vorderingen

0

0

waarvan overlopende activa

7.903

4.658

Liquide middelen

21.075

10.952

Totaal activa:

31.961

19.073

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

8.378

2.828

Bestemmingsfonds(en)

0

0

Pok / Wau reserve

0

0

Exploitatiereserve

2.829

4.432

Onverdeeld resultaat

5.549

‒ 1.604

Voorzieningen

0

0

Langlopende schulden

0

0

Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

23.583

16.245

Crediteuren

2.345

17

Belastingen en premies sociale lasten

24

0

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Overige schulden

0

0

Overlopende passiva

21.214

16.228

Totaal passiva

31.961

19.073

Toelichting

Activa

Vaste activa

Immateriële vaste activa

De opgenomen investering betreft kosten ten behoeve van de orderadministratie en het planningssysteem (TMS) bij RL. De beschikkingsmacht die RBL heeft over TMS vloeit voort uit licentieafspraken met de leverancier. Met de leverancier zijn contractuele afspraken gemaakt over het gebruiksrecht van de TMS-licenties tot 1 maart 2024 met een mogelijke verlenging tot 1 maart 2027. TMS is in 2023 in gebruik genomen, waarna de afschrijving is gestart rekening houdend met de termijn waarover RBL het gebruiksrecht heeft over de licenties.

Materiële vaste activa

De investering in 2025 betreft voornamelijk de aanschaf van een portofoonkast.

Vlottende activa

Debiteuren

De post debiteuren bestaat uit het moederdepartement € 0,6 mln., overige departementen € 1,1 mln. en derden € 0,04.

Overlopende activa

Het aandeel van het moederdepartement bedraagt € 1,0 mln., het aandeel overige departementen € 6,7 mln. en het aandeel derden € 0,2 mln. Dit betreft voornamelijk nog te factureren bedragen aan afnemers.

Liquide middelen

Alle tegoeden van RBL worden aangehouden bij de Rijkshoofdboekhouding.

Passiva

Eigen vermogen

Het verloop in het eigen vermogen is in 2025 als volgt:

Tabel 78 Eigen vermogen
 

POK/ Wau reserve

Exploitatie reserve

Onverdeeld resultaat

Totaal eigen vermogen

     

Stand 1 januari 2025

0

4.432

‒ 1.604

2.828

Verwerking onverdeeld resultaat 2024

0

‒ 1.604

1.604

0

Afstorting naar moederdepartement

0

0

0

0

Resultaat 2025

0

0

5.549

5.549

Stand 31 december 2025

0

2.828

5.549

8.377

Na verwerking van het resultaat 2025 resteert een positief eigen vermogen van € 8,4 mln. Het eigen vermogen van RBL is daarmee boven de norm van het in de regeling agentschappen voorschreven maximum eigen vermogen van 5% van de gemiddelde jaarlijkse baten dat wordt berekend over de laatste drie kalenderjaren. Op basis van dit maximum dient een bedrag van € 0,7 mln. teruggestort te worden aan het moederdepartement.

Kortlopende schulden

Crediteuren

De post crediteuren bestaat het moederdepartement € 2,0 mln. en derden € 0,3 mln. De stijging van het crediteurensaldo met € 2,3 mln. in 2025 wordt voornamelijk veroorzaakt door een reclassificatieboeking van inkoopfacturen per 31 december 2025. Alle in CIFAS geregistreerde inkoopfacturen met factuurdatum 2025 die op 6 januari 2026 waren ontvangen, maar nog niet in de financiële administratie waren verwerkt, zijn als crediteuren opgenomen.

Overlopende passiva

Het aandeel van het moederdepartement bedraagt € 11,0 mln., het aandeel van overige departementen € 5,0 mln. en het aandeel derden € 5,2 mln.

Dit betreft voornamelijk reserveringen voor nog te ontvangen kostenfacturen uitbesteed werk, inhuur en PIOFACH € 7,5 mln., personele reserveringen voor verlofuren en overwerk € 8,5 mln. en vooruit gefactureerde bedragen dienstverlening 2026 van € 5,2 mln.

Kasstroomoverzicht

Tabel 79 Kasstroomoverzicht over 2025 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

96

10.952

10.856

 

totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

161.690

173.525

11.835

 

totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 161.261

‒ 163.412

‒ 2.151

2.

Totaal operationele kasstroom

429

10.113

9.684

 

totaal investeringen (-/-)

‒ 150

‒ 9

141

 

totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

19

19

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 150

10

160

 

eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

375

21.075

20.700

Toelichting

Operationele kasstroom

Het positieve kasstroomresultaat wordt veroorzaakt doordat RBL werkt met voorschotfacturen aan afnemers en de uitgaven later worden gerealiseerd.

Investeringskasstroom

De investeringskasstroom betreft kleine aanschaffingen voor de operationele dienstverlening.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 80 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Rijksbeveiliging

2022

2023

2024*

2025

2025

Omschrijving Generiek Deel

     

Omzet per uur

nvt

€ 64,32

€ 153,30

€ 81,16

€ 78,15

Kostprijs per uur

nvt

€ 64,25

€ 153,30

€ 78,31

€ 78,15

Omzet per productgroep (PxQ) bedragen x € 1.000

     

Structurele Dienstverlening

nvt

€ 102.959

€ 121.347

€ 144.100

€ 131.344

Extra Dienstverlening

nvt

€ 4.352

€ 5.867

€ 4.155

€ 5.291

Overige omzet

nvt

€ 2.370

€ 2.942

€ 3.185

€ 1.548

      

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

nvt

545

686

849

783

Saldo van baten en lasten (%)

nvt

1%

‒ 1,3%

2,8%

0%

Kwaliteitsindicator 1 - MTO

nvt

nvt

nvt

nvt

>7

      

Rijkslogistiek

     

Omschrijving Generiek Deel

     

Omzet per fte

nvt

€ 136.446

€ 162,6

€ 165,7

€ 162,4

Kostprijs per fte

nvt

€ 140.734

€ 158,1

€ 157,0

€ 162,4

Omzet per productgroep (PxQ) bedragen x € 1.000

     

Koerier

nvt

€ 3.260

€ 3.881

€ 4.178

€ 4.296

Transport

nvt

€ 7.295

€ 9.825

€ 10.006

€ 8.856

Rijksdocumenten

nvt

€ 8.797

€ 10.009

€ 10.569

€ 10.355

Zelftesten

nvt

€ 400

0

0

0

      

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

nvt

145

145

149

145

Saldo van baten en lasten (%)

nvt

‒ 3,3%

1,0%

5,3%

0%

Kwaliteitsindicator 1 - MTO

nvt

nvt

nvt

6,8

>7

Toelichting Rijksbeveiliging (RB)

De omzet per uur is gestegen van € 78,15 naar € 81,16. Dit wordt veroorzaakt door de hogere indexatie op de verkooptarieven ten opzichte van de begroting. De kostprijs per uur is nagenoeg gelijk ten opzichte van de begroting, ondanks dat hier ook een hogere indexatie heeft plaatsgevonden. De reden dat de kostprijs niet evenredig stijgt met de omzet per uur is omdat de uitputting op indirecte kosten lager is uitgevallen.

De totale omzet bij RB is gestegen, dit wordt met name veroorzaakt door de stijging in de omzet Structurele Dienstverlening. Dit komt door een hogere indexatie in combinatie met nieuwe aansluitingen en een conservatieve begroting. De omzet extra Dienstverlening is gedaald doordat er wordt gestuurd op het omzetten van Extra Dienstverlening naar Structurele Dienstverlening. De overige omzet is gestegen door enerzijds een hogere indexatie en anderzijds een stijging in de omzet bij Bureau Specials.

Het aantal fte’s bij RB is gestegen. Dit vanwege de invulling van Het Nieuwe Evenwicht waarbij op bedrijfskritische locaties steeds meer 100% RB bezetting wordt gevraagd in plaats van een van de marktpartijen.

Rijkslogistiek

De omzet per fte is gestegen en de kostprijs per fte is licht gedaald ten opzichte van de begroting. De stijging van de omzet zorgt voor een efficiëntere inzet van eigen medewerkers en daarnaast wordt de stijgende dienstverlening grotendeels door de marktpartij uitgevoerd. Dit heeft een positief effect op de omzet en kosten per fte. Daarnaast is er hier ook sprake van lagere indirecte kosten waardoor de kostprijs per fte daalt.

De omzet is met name gestegen bij Transport van € 8,9 mln. naar € 10,0 mln. Dit wordt veroorzaakt door een toenemende vraag naar een breed scala aan transportdiensten.

Het aantal fte’s is licht gestegen van 145 in de begroting naar 149 fte. Dit vanwege de invulling van vacatures bij de stafdiensten.

Het saldo van baten en lasten bedraagt voor RB 2,8% en voor RL 5,3%. 

Het MTO bestaat uit 16 thema’s waarbij het gemiddelde 6,8 bedraagt. De scores variëren van 4,9 tot 8,7. Het thema zelfstandigheid heeft het laagst gescoord en dat is verklaarbaar aangezien die vragen niet passen bij een roosterorganisatie. Voor het overige zijn de uitslagen vergelijkbaar met de uitslagen binnen het DGVBR en BZK als geheel.

18. Saldibalans

Tabel 81 Saldibalans per 31 december 2025 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2025

 

31-12-2024

 

Passiva

31-12-2025

 

31-12-2024

          

Intra-comptabele posten

   

Intra-comptabele posten

   

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

4.437.533

 

10.925.271

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

1.707.134

 

1.155.263

3)

Liquide middelen

1.735

 

2.293

     

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

 

0

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

2.741.436

 

9.693.354

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

796.724

5a)

Begrotingsreserves

0

 

796.724

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

25.886

 

28.164

7)

Schulden buiten begrotingsverband

16.584

 

107.111

8)

Kas-transverschillen

0

 

0

     
          

Subtotaal intra-comptabel

4.465.154

 

11.752.452

Subtotaal intra-comptabel

4.465.154

 

11.752.452

          

Extra-comptabele posten

   

Extra-comptabele posten

   

9)

Openstaande rechten

0

 

0

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10)

Vorderingen

643.043

 

544.806

10a)

Tegenrekening vorderingen

643.043

 

544.806

11a)

Tegenrekening schulden

1.177

 

1.637

11)

Schulden

1.177

 

1.637

12)

Voorschotten

4.988.468

 

15.108.625

12a)

Tegenrekening voorschotten

4.988.468

 

15.108.625

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

2.500

 

27.569

13)

Garantieverplichtingen

2.500

 

27.569

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

2.380.049

 

2.017.038

14)

Andere verplichtingen

2.380.049

 

2.017.038

15)

Deelnemingen

0

 

0

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

          

Subtotaal extra-comptabel

8.015.237

 

17.699.675

Subtotaal extra-comptabel

8.015.237

 

17.699.675

          

Totaal

12.480.391

 

29.452.127

Totaal

 

12.480.391

 

29.452.127

Toelichting op de saldibalans per 31 december 2025 H VII

Waardedaling cijfers Hoofdstuk 7 per 1 januari 2025

Met ingang van het verantwoordingsjaar 2025 is vanwege politieke besluitvorming van het kabinet, de administratie van de VRO vanuit BZK overgegaan naar het Ministerie van VRO. Deze uitvlechting heeft ertoe geleid dat de balansstanden per 1 januari 2025 (aanzienlijk) afwijken van de eindstanden 2024. Dit betreft de navolgende balansposten met de navolgende bedragen (bedragen x € 1.000).

Tabel 82 Uitvlechting: Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).

VRO

 

Bedragen in €

BP 5a en 5

Begrotingsreserves

‒ 796.723.888

BP 10

Vorderingen

‒ 522.925.415

BP 12

Voorschotten

‒ 14.160.571.691

BP 13

Garantieverplichtingen

‒ 25.000.000

BP 14

Andere verplichtingen

‒ 1.367.833.269

Waardestijging cijfers Hoofdstuk 7 per 1 januari 2025

Met ingang van het verantwoordingsjaar 2025 is vanwege politieke besluitvorming van het kabinet, de administratie van Herstel Groningen vanuit Ministerie van Economische Zaken overgegaan naar BZK. Deze invlechting heeft ertoe geleid dat de balansstanden per 1 januari 2025 (aanzienlijk) afwijken van de eindstanden 2024. Dit betreft de navolgende balansposten met de navolgende bedragen (bedragen x € 1.000).

Tabel 83 Invlechting: Herstel Groningen

Herstel Groningen

 

Bedragen in €

BP 10

Vorderingen

594.648.316

BP 12

Voorschotten

2.944.464.145

BP 14

Andere verplichtingen

1.528.993.638

Ad 1. en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2025 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is ondere andere opgebouwd uit het saldo bij de banken en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders.

Tabel 84 Overzicht liquide middelen (bedragen in €)

Liquide middelen

Saldo

a) Kasbeheerders Rijksdiensten

1.733.592

b) Houders Kleine Kas

992

c) Overige liquide middelen

0

  

Totaal

1.734.584

Ad a) Kasbeheerders Rijksdiensten

Deze post is gebaseerd op de verantwoording van de kasbeheerder. Deze post bestaat uit het banksaldo van de kasbeheerder AIVD.

Ad b) Houders Kleine Kas

Het bedrag bestaat uit voorschotverstrekkingen aan houders van een kleine kas en is gebaseerd op saldoverklaringen.

Ad c) Overige liquide middelen

Het bedrag bestaat uit afgeschreven bedragen van de RHB welke nog moeten worden toe bedeeld.

Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de Rekening‑courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet van genoemd departement.

Tabel 85 Overzicht Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)

Rekening-courant

Saldo

a) Rekening-courant FIN/RHB

2.741.435.198

  

Totaal

2.741.435.198

Ad. 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 86 Overzicht vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Type vorderingen

Saldo

a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

1.950.555

b) Te vorderen van Ministeries en derden

17.514.478

c) Intra-comptabele voorschotten

6.419.942

d) Intra-comptabele debiteuren

554

  

Totaal

25.885.530

Ad a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

Dit bedrag is gebaseerd op de verantwoording van de kasbeheerder en bestaat uit vorderingen van de AIVD.

Ad b) Te vorderen van ministeries en derden

Dit bedrag bestaat uit aan diverse departementen door te berekenen posten over uitgevoerde dienstverleningsafspraken.

Ad c) Intra-comptabele voorschotten

Dit bedrag bestaat voornamelijk uit voorschotten aan personeel in verband met salaris en vergoedingen studiekosten.

Ad d) Intra-comptabele debiteuren

Dit bedrag heeft betrekking op nog met andere administraties BZK-kern te verrekenen bedrag van € 4,5 mln. en de te vorderen BTW.

Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 87 Overzicht schulden buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Schulden

Saldo

a) Schulden Kasbeheerders Rijksdiensten

800.328

b) Nog af te dragen loonheffing en Sociale premies

12.349

c) Overige intra-comptabele schulden

15.770.731

  

Totaal

16.583.408

Ad a) Schulden Kasbeheerders Rijksdiensten

Dit bedrag is gebaseerd op de verantwoording van de kasbeheerder. Het gaat om het saldo bij de kasbeheerder AIVD.

Ad b) Nog af te dragen loonheffing en sociale premies

Het gehele bedrag betreft voornamelijk nog af te dragen loonheffing en sociale premies over de maand augustus 2025

Ad c) Overige intra-comptabele schulden

Dit bedrag heeft voornamelijk betrekking op eigen risicodragerschap/WIA (€ 12,1 mln). Daarnaast heeft het bedrag onder andere af te dragen BTW (2,4 mln) en ontvangen waarborgsommen (€ 0,3 mln).

Ad 10. Vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening vorderingen

Het saldo per 31 december 2025 kan als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 88 Overzicht vorderingen naar ontstaansjaar (bedragen in €)

Ontstaansjaar

Saldo

t/m 2020

88.440

2021

219

2022

340.474.444

2023

126.219.076

2024

117.222.981

2025

59.036.969

Totaal

643.042.129

Tabel 89 Overzicht tegenrekening vorderingen per artikel per 31 december 2025 (bedragen in €)

Art.

Omschrijving

Saldo

1

Openbaar bestuur en democratie

127.514

2

Nationale veiligheid

3.185.035

5

Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

68.000

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

1.425.674

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

653.600

11

Centraal apparaat

34.970.744

12

Algemeen

0

14

Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

0

15

Een veilig Groningen met perspectief

602.611.562

Totaal

 

643.042.129

Naar mate van opeisbaarheid

Alle vorderingen zijn direct opeisbaar.

Toelichting

Artikel 1: Openbaar bestuur en democratie

Het betreft met name vorderingen op de Stichting CAOP (€ 55.000), de Provincie Groningen (€ 27.129) en het Rijksvastgoedbedrijf (€ 25.000).

Artikel 2: Nationale Veiligheid

Het betreft hier vorderingen met betrekking tot pensioenpremies van medewerkers welke gedetacheerd zijn bij Internationale Volkenrechtelijke organisaties van circa € 68.000, openstaande vorderingen betreffende veiligheidsonderzoeken circa € 2 mln. en openstaande vorderingen van detacheringen circa € 1 mln.

Artikel 5: Ruimtelijke ordering en Omgevingswet

Hierbij is er sprake van een vordering op de Dienst Justis (€ 68.000) voor de detachering van een medewerker.

Artikel 6: Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Dit betreft een vordering op de Algemene Pensioenfonds Groep (APG) (€ 0,6 mln.), een vordering op de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) van € 0,3 mln. voor onder andere ID-kaarten voor de BES-landen en de NL-Wallet. Daarnaast is er een vordering op het Landelijk Bureau Inning (€ 0,1 mln.).

Artikel 7: Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Dit betreft met name een vordering op de Belastingdienst (€ 0,4 mln.) en op de Rijksinkoopsamenwerking (€ 75.000) voor het beheer van de centrale inkoopinformatie rijk.

Artikel 11: Centraal apparaat

Er zijn twee vorderingen op de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), een herziene vordering van € 12,1 mln. en een voor apparaatsuitgaven van € 4,1 mln. Daarnaast zijn er vorderingen in het kader van projecten binnen het programma Dienstverleningsovereenkomst ICT (€ 5,2 mln.). Voor het politieteam staat een vordering van € 2,1 mln. geboekt. Voor de Rijksdienst van Identiteitsgegevens is een vordering opgenomen voor een verrekening van de bijdrage B&E jaaropdracht 2023.

Artikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

Voor de schade- en versterkingsoperatie in Groningen staat op de NAM in totaal een vordering open van € 589,7 mln. Een vordering voor een terug te ontvangen subsidie betaling zorgt voor een vordering van € 10 mln. op de Stichting Woonbedrijf Aardbevingsgebied.

Ad 11. Schulden

Ad 11a. Tegenrekening schulden

Tabel 90 Overzicht Schulden (bedragen in €)
 

Saldo

Schulden

1.176.221

  

Totaal

1.176.221

Dit betreft de voorziening VML-personeel VijfkeerBlauw. Deze heeft een looptijd van 8 jaar en wordt in 2030 volledig afgewikkeld.

Ad 12. Voorschotten

Ad 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2025 openstaande voorschotten en van de in 2025 afgerekende voorschotten worden hieronder per ontstaansjaar gespecificeerd:

Tabel 91 Overzicht voorschotten naar ontstaansjaar (excl. toeslagen) (bedragen in €)

Ontstaansjaar

Stand 01-01-2025

correctie beginstand VRO

correctie beginstand Herstel Groningen

gecorrigeerde beginstand 01-01-2025

Verstrekt 2025

Afgerekend 2025

Stand 31-12-2025

tm 2019

426.607.059

‒ 422.347.000

227.277.616

231.537.675

 

4.499

231.533.176

2020

628.290.215

‒ 615.807.992

129.804.901

142.287.124

 

4.760.750

137.526.374

2021

1.121.022.282

‒ 1.066.774.773

775.145.449

829.392.958

 

19.783.821

809.609.137

2022

977.318.993

‒ 903.598.140

779.015.365

852.736.218

 

27.477.525

825.258.693

2023

2.216.324.222

‒ 1.934.808.066

642.933.114

924.449.270

 

98.904.684

825.544.586

2024

2.461.387.595

‒ 1.939.522.698

390.287.700

912.152.597

 

415.723.395

496.429.202

2025

   

213.249

1.293.975.612

20.249.314

1.273.939.547

Totaal (excl. toeslagen en RVO)

7.830.950.366

‒ 6.882.858.669

2.944.464.145

3.892.769.091

1.293.975.612

586.903.988

4.599.840.715

        
 

Stand 01-01-2025

correctie beginstand VRO

correctie beginstand Herstel Groningen

gecorrigeerde beginstand 01-01-2025

Verstrekt 2025

Afgerekend 2025

Stand 31-12-2025

RVO

       

t/m 2024. Het verloop RVO wordt toegewezen naar het verslagjaar.

1.721.986.983

‒ 1.721.986.983

0

0

  

0

Totaal

1.721.986.983

‒ 1.721.986.983

0

0

0

0

0

        
 

Stand 01-01-2025

correctie beginstand VRO

correctie beginstand Herstel Groningen

gecorrigeerde beginstand 01-01-2025

Verstrekt 2025

Afgerekend 2025

stand 31-12-2025

RVO NCG

       

t/m 2025. Het verloop RVO wordt toegewezen naar het verslagjaar.

0

0

377.656.799

377.656.799

30.071.896

19.101.981

388.626.714

Totaal

0

0

377.656.799

377.656.799

30.071.896

19.101.981

388.626.714

        

Totaal

9.552.937.349

‒ 8.604.845.652

3.322.120.944

4.270.425.890

1.324.047.507

606.005.969

4.988.467.429

        
        
        
        
 

Stand 01-01-2025

correctie beginstand VRO

correctie beginstand Herstel Groningen

gecorrigeerde beginstand 01-01-2025

Verstrekt 2025

Afgerekend 2025

Stand 31-12-2025

Toeslagjaar 2025

426.390.083

‒ 426.390.083

     

Toeslagjaar 2024

4.912.372.896

‒ 4.912.372.896

     

Toeslagjaar 2023*

171.976.694

‒ 171.976.694

     

Toeslagjaar 2022

35.534.793

‒ 35.534.793

     

Toeslagjaar 2021

8.772.421

‒ 8.772.421

     

Toeslagjaar 2020

640.153

‒ 640.153

     

Toeslagjaar 2019

0

0

     

Totaal

5.555.687.040

‒ 5.555.687.040

0

0

0

0

0

        
        
 

Stand 01-01-2025

Uitvlechting VRO

Invlechting Herstel Groningen

gecorrigeerde beginstand 01-01-2025

Verstrekt 2025

Afgerekend 2025

Stand 31-12-2025

TOTAAL

15.108.624.389

‒ 14.160.532.692

3.322.120.944

4270425890

1.324.047.507

606.005.969

4.988.467.429

Tabel 92 Overzicht openstaande voorschotten per artikel (bedragen in €)

Art.

Omschrijving artikel

 

Saldo

1

Openbaar bestuur en democratie

 

92.473.919

2

Nationale veiligheid

 

6.385.524

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

 

824.934.345

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

 

150.377.344

11

Centraal apparaat

 

77.757

12

Algemeen

 

11.997.521

14

Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

 

7.992.727

15

Een veilig Groningen met perspectief

 

3.894.228.292

 

Totaal openstaande voorschotten

 

4.988.467.429

Toelichting

Artikel 1: Openbaar bestuur en democratie

Het betreft de subsidies aan politieke partijen in het kader van de Wet financiering politieke partijen (€ 25,2 mln.) en een openstaande voorschot van ProDemos (€ 9,9 mln.). Aan de Oorlogsgravenstichting is een voorschot verstrekt van € 6,7 mln welke nog openstaat. Voor de gemeente Zeeland betreft het een openstaande voorschotten € 14,1 mln. voor Evides en een compensatiepakket. Voor diverse programma's (Werk aan Uitvoering, POK-infrastructuur) heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een voorschot openstaan van € 7,9 mln.

Artikel 2: Nationale Veiligheid

Met betrekking tot het programma Arbeidsparticipanten 2025 is aan O&P Rijk een voorschot verstrekt van € 3,1 mln. Tevens heeft O&P Rijk voorschotten ontvangen van circa € 2 mln. voor uitvoering van activiteiten. Daarnaast staat er nog een voorschot open betreffende project 2025 van het ministerie van Defensie (circa € 1 mln.).

Artikel 6: Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

De openstaande voorschotten hebben met name betrekking op de bijdragen in het kader van de Generieke Digitale Infrastructuur, dit gaat om een bedrag van circa € 431 mln. Vanuit de GDI-middelen zijn voor in totaal € 343 mln. aan voorschotten verstrekt aan Logius en ICTU. Logius en ICTU hebben (naast bijdragen vanuit de GDI) ook andere bijdragen ontvangen van in totaal circa € 155 mln., onder andere in het kader van de realisatie van de Interbestuurlijke Data Strategie (IBDS), de Digitale Toegankelijkheid, het Burgerservicenummer (BSN) koppelregister en de herbouwtrajecten voor het Basiswettenbestand en Officiële Elektronische Publicaties.

Daarnaast heeft ook de RvIG voorschotten ontvangen van in totaal € 122 mln. met name bedoeld voor het beheer van diverse voorzieningen waaronder de Basis Registratie Personen (BRP) en het BSN. Ook zijn er voorschotten verstrekt aan de Rijksdienst voor indentiteitgegevens (RvIG) onder andere in het kader van het programma Toekomst BRP en het bestemmingsfonds Reisdocumentenstel.

Tot slot zijn er diverse voorschotten verstrekt, ondere andere specifieke uitkeringen aan gemeenten in het kader van de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) van in totaal circa € 35 mln.

Artikel 7: Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

De grootste voorschotten worden hieronder toegelicht.

Aan de Rijksdienst voor Informatiehuishouding (RODI) is een voorschot verstrekt van € 10,4 mln. voor de ontwikkeling van rijksbrede generieke voorzieningen voor Zoek en Vind, chatberichten, en veiligstellen social media berichten vertrekkende bewindspersonen. Voor de realisatie van het Platform Openbare Overheidsinformatie (PLOOI) zijn met name aan Logius en SSC-ICT voorschotten verstrekt (€ 4,5 mln.). Daarnaast is aan RODI een voorschot verstrekt van totaal € 10,0 mln. voor onder andere bijdrage RADIO, voor de Staat van de uitvoering en de i-functie Rijk. Aan de stichting ICTU is € 12 mln. uitgekeerd als voorschot voor de projecten de Staat van de uitvoering en voor de i-functie rijk. Daarnaast is aan de Stichting Electronic Commerce Platform Nederland (ECP) voor het programma Open Overheid € 3,0 mln aan voorschot verstrekt.

Voor de pensioenen van gepensioneerd personeel uit de overzeese gebieden is een voorschot verstrekt aan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen van € 4,5 mln.

Artikel 11: Centraal apparaat

Voor de Dienst ICT uitvoering staat een voorschot open van € 45.000. Voor RODI staat een voorschot van € 30.000 open.

Artikel 12: Algemeen

Dit betreft voornamelijk de nieuw verstrekte voorschotten voor de eigenaarsbijdrage aan SSC-ICT (€ 5,5 mln.) en RODI (€ 3,2 mln.).

Artikel 14: Slavernijverleden: Fonds en herdenkingscomité

Dit betreft een nieuw verstrekt voorschot aan de Stichting Herdenkingscomité (€ 7,6 mln.) en aan de Stichting Nationaal instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (€ 0,4 mln.)

Artikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

De grootste voorschotten worden hieronder toegelicht.

Voor de Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030 (Bestuurlijke Afspraken, blok A,C en E) is een voorschot verstrekt van € 959 mln. Verder voorschotten voor het Nationaal Programma Groningen (€ 647 mln.) en voor de waardevermeerderingsregeling van € 427 mln. Aan de Gemeente Eemsdelta is een voorschot verstrekt (€ 579 mln.) voor onder andere Batch 1588 en Clusterwoningen (Bestuurlijke Afspraken Blok B).

Ad 13. Garantieverplichtingen

Ad 13a. Tegenrekening garantieverplichtingen

De stand openstaande verplichtingen is al volgt opgebouwd:

Tabel 93 Overzicht garantie verplichtingen (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

27.568.067

 

Uitvlechting VRO

25.000.000

-/-

Gecorrigeerde stand per 1/1

2.568.067

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

0

+/+

 

2.568.067

 

Tot betaling gekomen in 2025

0

-/-

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

68.067

-/-

   

Totaal

2.500.000

 

Toelichting

De Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP) neemt deel aan het Schatkistbankieren bij het Agentschap van de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties staat daarbij garant voor een eventuele (tijdelijke) roodstand op de Rekening-Courant.

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

De stand openstaande verplichtingen is al volgt opgebouwd:

Tabel 94 Overzicht verplichtingen (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

2.017.039.629

 

Uitvlechting VRO

1.367.833.269

-/-

Invlechting Herstel Groningen

1.528.993.638

 

Invlechting Bureau HRM

1.012.931

 

Gecorrigeerde stand per 1/1

2.179.212.929

 
   

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

4.696.075.000

 
 

6.875.287.929

 

Tot betaling gekomen in 2025

4.437.533.000

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

57.706.003

-/-

   

Totaal

2.380.048.926

 

Toelichting

Met de uitvlechting van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordering en de invlechting van het dossier Herstel Groningen is er een gecorrigeerde stand op 1 januari 2025.

Er hebben geen omvangrijke negatieve bijstellingen op verplichtingen boven de € 25 mln. uit voorgaande boekjaren plaatsgevonden in 2025.

Niet in de balans opgenomen verplichting

In 2025 heeft BZK via intermediaire organisaties zelfstandigen ingehuurd. In een aantal gevallen is een potentieel risico op schijnzelfstandigheid geïdentificeerd. BZK heeft in 2025 acties ondernomen om deze risico’s te mitigeren. BZK kan een fiscaal risico lopen vanwege de Wet ketenaansprakelijkheid, al ligt de verantwoordelijkheid voor het voldoen van fiscale verplichtingen in basis bij een intermediaire organisatie.

19. WNT-verantwoording 2025 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigings‐ maximum bedraagt in 2025 € 246.000.

Tabel 95 Bezoldiging van topfunctionarissen

Naam instelling

Naam topfunctionaris1

Functie (s) (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum aanvang functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum einde functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender - mnd; > 12 kalender - mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (tussen haakjes bedrag 2024)

Motivering en bedrag(indien overschrijding)

BZK/TMG

Dhr. P.J. Aalbersberg

Nationaal Coördinator Terrrorismebestrijding en Veiligheid JenV. Vanaf 1-9-2025 Buitengewoon adviseur BZK (Nationaal Coördinator Terrrorismebestrijding en Veiligheid JenV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

210.046 (208.098)

23.304 (23.439)

233.350 (231.537)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M. van Aalst

Hoofddirecteur Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut IenW (Hoofddirecteur Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut IenW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

195.209 (184.107)

23.187 (23.284)

218.396 (207.391)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. J.A.M. van Aerle

Hoofddirecteur Financiën en Control DEF (Hoofddirecteur Financiën en Control DEF)

1-1-2025 (1-2-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

190.110 (165.449)

23.166 (21.343)

213.276 (186.792)

246.000 (213.265)

 

BZK/TMG

Dhr. E.S.M. Akerboom

DG BZK (DG BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.641 (209.398)

23.310 (23.473)

245.951 (232.871)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. G.J.C.M. Bakker

IG LVVN (IG LNV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

211.354 (204.498)

23.275 (23.384)

234.629 (227.882)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. H.E. Bakker

DG BZ (DG bZ)

1-1-2025 (1-10-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

168.879 (42.574)

23.104 (5.803)

191.983 (48.377)

246.000 (58.568)

 

BZK/TMG

Dhr. J.W.H.M. Beaujean

Buitengewoon adviseur BZK (Buitengewoon adviseur BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

204.547 (188.012)

23.209 (23.304)

227.756 (211.316)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. M.C. Beens

Buitengewoon adviseur BZK (Buitengewoon adviseur BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

180.499 (190.322)

23.233 (23.356)

203.732 (213.678)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.C. van den Berg

DG LVVN (DG LNV

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

202.435 (195.853)

23.244 (23.356)

225.679 (219.209)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. A.W.H. Bertram

DG JenV/SG AenM per 1 april 2025 (DG JenV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.658 (209.466)

23.336 (23.440)

245.994 (232.906)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. E.W. Bezem

DG JenV (DG JenV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

213.212 (205.492)

23.289 (23.379)

236.501 (228.871)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.R. de Boer

Plv. SG BZK (Plv. SG BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

190.040 (180.343)

23.176 (23.293)

213.216 (203.636)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. R.G. de Boer

IG SZW (IG SZW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

212.496 (205.550)

23.293 (23.375)

235.789 (228.925)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.P. Boots

DG EZ (DG EZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

187.866 (191.832)

23.234 (23.336)

211.100 (215.168)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. J. Brug

DG VWS (DG VWS)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.624 (209.427)

23.314 (23.420)

245.938 (232.847)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. G.J. Buitendijk

SG AZ (SG AZ)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

216.685 (209.504)

23.304 (23.411)

239.989 (232.915)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. C. van der Burg

DG IenW (DG VWS)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

205.778 (209.564)

23.302 (23.369)

229.080 (232.933)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. A. Choho

DG EZ (DG EZK )

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

194.272 (184.298)

23.215 (23.328)

217.487 (207.626)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. R.W.C. Clabbers

Buitengewoon adviseur BZK (DG IenW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

182.483 (186.157)

23.207 (23.310)

205.690 (209.467)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. M. Commelin

DG JenV

1-2-2025

31-12-2025 (31-12-2024)

1

nee

183.412

21.319

204.731

225.107

 

BZK/TMG

Mevr. G.E.A. van Craaikamp

ABDTOPconsultant BZK (ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.339 (209.495)

23.303 (23.432)

245.642 (232.927)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. A. van Dam

DG JenV (DG JenV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

208.904 (199.371)

23.265 (23.358)

232.169 (222.729)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. K.M. Davidse

DG DEF (DG DEF)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

208.904 (200.099)

23.265 (23.373)

232.169 (223.472)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. F.J. van Diepenbeek

Buitengewoon adviseur BZK (DG FIN. Vanaf 12-8-2024 Buitengewoon adviseur BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

188.831 (182.077)

23.193 (23.320)

212.024 (205.397)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. F. Diepstraten

Plv. SG SZW

1-11-2025

31-12-2025 (31-12-2024)

1

nee

32.539

3.868

36.407

41.112

 

BZK/TMG

Mevr. A.G. van Dijk

SG JenV (DG JenV. Vanaf 1-9-2024 SG JenV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

214.763 (183.031)

23.295 (23.355)

238.058 (206.386)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. A.T.A.J. van Dijk

IG EZ (IG EZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

189.100 (179.607)

23.187 (23.282)

212.287 (202.889)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. H. Docter

Plv. SG BZ

1-8-2025

31-12-2025 (31-12-2024)

1

nee

81.348

9.640

90.988

103.118

 

BZK/TMG

Dhr. J.H. Dronkers

SG IenW (SG IenW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

227.568 (214.647)

 

227.568 (214.647)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. B.E. van den Dungen

SG FIN (SG FIN)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.667 (209.483)

23.312 (23.439)

245.979 (232.922)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. E. den Dunnen - Heijblom

DG BZK (DG BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

215.539 (202.155)

23.265 (23.400)

238.804 (225.555)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. M.A.W. Eckenhausen

IG VWS (IG VWS)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

187.319 (175.994)

23.193 (23.310)

210.512 (199.304)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. A.J.I. van den Ende

SG VWS (DG BZ. Vanaf 1-10-2024 Buitengewoon adviseur BZK. Vanaf 1-12-2024 SG VWS)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

201.096 (182.410)

23.244 (23.310)

224.340 (205.720)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. E.J.H.S. Flipse

Plv. SG VWS

1-10-2025

31-12-2025 (31-12-2024)

1

nee

46.061

5.786

51.847

62.005

 

BZK/TMG

Dhr. A.F. Gaastra

SG EZ (SG EZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.562 (209.470)

23.337 (23.442)

245.899 (232.912)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. C. Goedhart

DG BZK (DG BZK)

1-1-2025 (1-9-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

191.208 (69.800)

23.197 (7.754)

214.405 (77.554)

246.000 (77.667)

 

BZK/TMG

Dhr. J.C. Goet

SG LVVN. Vanaf 15-6-2025 Buitengewoon adviseur BZK. Vanaf 11-12-2025 ABDTOPconsultant BZK (SG LNV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

212.677 (209.452)

23.330 (23.435)

236.007 (232.887)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. B. Goezinne

DG VWS (DG VWS)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

216.866 (205.991)

23.303 (23.372)

240.169 (229.363)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. P.M.M. Grotenhuis

DG BZ (DG BZ)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

187.942 (173.890)

23.160 (23.279)

211.102 (197.169)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. H.A. Harmsma

DG OCW (DG OCW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

182.840 (195.698)

23.256 (23.342)

206.096 (219.040)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. P.F. Hasekamp

Directeur Centraal Planbureau EZ (Directeur Centraal Planbureau EZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.672 (209.521)

23.310 (23.414)

245.982 (232.935)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.G. Heijdra

DG EZ (DG EZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

206.607 (197.001)

23.246 (23.340)

229.853 (220.341)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.P. Hekkert

Directeur Planbureau voor de Leefomgeving IenW (Directeur Planbureau voor de Leefomgeving IenW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

198.516 (191.991)

23.234 (23.396)

221.750 (215.387)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. P. Hennephof

ABDTOPconsultant BZK (ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

210.536 (194.123)

23.277 (23.386)

233.813 (217.509)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. C.A. Herstel

DG VWS (DG SZW. Vanaf 1-2-2024 DG VWS)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

206.093 (199.085)

23.259 (23.370)

229.352 (222.455)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. J.P.M. van Hienen

Algemeen Directeur Auditdienst Rijk FIN (Algemeen Directeur Auditdienst Rijk FIN)

1-1-2025 (15-4-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

198.723 (140.651)

23.271 (16.563)

221.994 (157.214)

246.000 (166.156)

 

BZK/TMG

Dhr. F.A. Hofman

DG OCW (DG OCW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

208.904 (202.154)

23.265 (23.375)

232.169 (225.529)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. A.C. Hogendoorn

DG FIN

14-7-2025

31-12-2025 (31-12-2024)

1

nee

93.151

10.793

103.944

115.249

 

BZK/TMG

Dhr. J.P. Hoogeveen

Buitengewoon adviseur BZK (Buitengewoon adviseur BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

193.016 (175.928)

23.223 (23.349)

216.239 (199.277)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. A.H. van Hout

DG BZK (DG BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

208.904 (198.263)

23.265 (23.357)

232.169 (221.620)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. P.H.A.M. Huijts

Buitengewoon adviseur BZK (SG BZ. Vanaf 12-8-2024 Buitengewoon adviseur BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

199.759 (203.725)

23.274 (23.439)

223.033 (227.164)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.L. Jaber el Meftahi

Plv. SG OCW

1-2-2025

31-12-2025 (31-12-2024)

1

nee

170.372

21.218

191.590

225.107

 

BZK/TMG

Mevr. M.H.T. Jansen

DG BZK (DG BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.628 (209.470)

23.339 (23.452)

245.967 (232.922)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. C. Kaatee

DG SZW (DG SZW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

188.864 (182.761)

23.193 (23.310)

212.057 (206.071)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. P. de Kam

Plv. SG LVVN (Plv. SG LNV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

182.679 (176.797)

23.167 (23.284)

205.846 (200.081)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. G.M. Keijzer - Baldé

Plv. SG EZ/SG KGG per 1 april 2025 (Plv. SG EZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

198.621 (183.657)

23.209 (23.326)

221.830 (206.983)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. E.J. van Kempen

ABDTOPconsultant BZK (ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

208.904 (202.154)

23.265 (23.375)

232.169 (225.529)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. A.B.C. de Klerck

Buitengewoon adviseur BZK (DG BZK. Vanaf 1-9-2024 Buitengewoon adviseur BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

203.972 (209.459)

23.315 (23.432)

227.287 (232.891)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. E.E. de Kleuver

IG JenV. Vanaf 1-6-2025 Buitengewoon adviseur BZK (IG JenV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

169.113 (166.870)

23.143 (23.246)

192.256 (190.116)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. C.C.P. Klijn

DG SZW (DG SZW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

178.887 (169.240)

23.211 (23.308)

202.098 (192.548)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. T.F. Kockelkoren

IG EZ (IG EZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

199.809 (184.927)

23.201 (23.288)

223.010 (208.215)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. E.B.K. van Koesveld

ABDTOPconsultant BZK (ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

211.499 (204.912)

23.277 (23.386)

234.776 (228.298)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.H.G. Konings

Plv. SG IenW

1-1-2025

31-12-2025

1

nee

183.789

23.115

206.904

246.000

 

BZK/TMG

Dhr. C.B.F. Kuijpers

DG BZK/SG VRO per 1 april 2025 (DG BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.643 (208.843)

23.298 (23.432)

245.941 (232.275)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. K. Kuipers

Plv. SG SZW (Plv. SG SZW)

1-1-2025 (1-1-2024)

11-8-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

135.490 (174.833)

14.132 (23.326)

149.622 (198.159)

149.622 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.J. Kuipers

Buitengewoon adviseur BZK (Buitengewoon adviseur BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

142.192 (126.670)

21.917 (20.277)

164.109 (146.947)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. R.P. Lapperre

DG BZK. Vanaf 1-9-2025 SG LVVN (DG BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.458 (209.554)

23.306 (23.427)

245.764 (232.981)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. J.P.M. Lazeroms

ABDTOPconsultant BZK (ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

213.219 (206.049)

23.295 (23.403)

236.514 (229.452)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. R.J.T. van Lint

ABDTOPconsultant BZK (ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

16-6-2025 (31-12-2024)

0,611 (0,61)

nee

61.844 (128.019)

6.514 (14.285)

68.358 (142.304)

68.358 (142.389)

 

BZK/TMG

Dhr. C.H.L.M. van de Louw

DG FIN (DG FIN)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

198.041 (191.004)

23.234 (23.344)

221.275 (214.348)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. P.G. Lugtenburg

DG FIN. Vanaf 1-6-2025 DG IenW (DG FIN)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

204.251 (195.422)

23.242 (23.354)

227.493 (218.776)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. R. Maas

DG JenV (DG JenV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

193.869 (184.381)

23.211 (23.310)

217.080 (207.691)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. L. Mulder

SG OCW (SG OCW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

216.379 (209.095)

23.309 (23.449)

239.688 (232.544)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. I. Nijhuis

DG AZ

1-5-2025

31-12-2025 (31-12-2024)

1

nee

131.652

15.458

147.110

165.123

 

BZK/TMG

Dhr. E.S. Nijsse

DG EZ (DG EZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

178.648 (166.560)

23.136 (23.254)

201.784 (189.814)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. A.I. Norville

Plv. SG VWS. Vanaf 20-2-2025 Buitengewoon adviseur BZK (Plv. SG VWS)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

33.613 (192.796)

4.398 (23.349)

38.011 (216.145)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. A. Oppers

IG OCW (IG OCW

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

219.220 (209.479)

23.318 (23.433)

242.538 (232.912)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. K.I. van Oudenhoven - van der Zee

Directeur Sociaal en Cultureel Planbureau VWS (Directeur Sociaal en Cultureel Planbureau VWS)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

213.734 (206.658)

23.291 (23.399)

237.025 (230.057)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. E.L. Özyenici

Plv. SG JenV (Hoofddirecteur Bedrijfsvoering JenV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

193.707 (174.678)

23.220 (23.264)

216.927 (197.942)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. H. Paul

ABDTOPconsultant BZK (ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

215.242 (207.983)

23.304 (23.411)

238.546 (231.394)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. E.W.E. Pijs

DG EZ (DG EZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

183.876 (174.192)

23.160 (23.264)

207.036 (197.456)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. G.A.M. Quak

Plv. SG FIN (Plv. SG FIN)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

198.519 (192.633)

23.222 (23.321)

221.741 (215.954)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. A.C.C. Rebergen

SG BZ (TG FIN. Vanaf 12-8-2024 SG BZ)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

220.998 (208.101)

23.307 (23.405)

244.305 (231.506)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. A.M.C. van Rijn

DG IenW (DG IenW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

198.533 (188.087)

23.211 (23.310)

221.744 (211.397)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. C.A. van Rijnsoever

Plv. SG BZ (Plv. SG BZ)

1-1-2025 (1-1-2024)

7-7-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

102.880 (187.622)

11.980 (23.326)

114.860 (210.948)

126.033 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. V.J.M. Roozen

SG BZK (SG BZK)

1-1-2025 (1-2-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

201.851 (179.564)

23.331 (21.481)

225.182 (201.045)

246.000 (213.265)

 

BZK/TMG

Dhr. M.A. Roscam Abbing

DG LVVN (DG LNV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

208.193 (202.235)

23.274 (23.324)

231.467 (225.559)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. L.M. Sanders

DG FIN (DG FIN)

1-1-2025 (14-11-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.366 (26.986)

23.325 (3.060)

245.691 (30.046)

246.000 (30.557)

 

BZK/TMG

Dhr. W.F. Saris

DG JenV (DG JenV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

205.471 (198.756)

23.256 (23.404)

228.727 (222.160)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. N.T. van Schelven

DG FIN (DG FIN)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

201.811 (205.469)

23.298 (23.379)

225.109 (228.848)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. S.A.E. Schrover

ABDTOPconsultant BZK (Buitengewoon adviseur BZK. Vanaf 1-10-2024 ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

212.499 (205.781)

23.292 (23.364)

235.791 (229.145)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.R. Schurink

SG DEF (SG DEF)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.587 (208.073)

23.304 (23.436)

245.891 (231.509)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. Y. Shitrit

ABDTOPconsultant BZK (ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

188.865 (192.377)

23.233 (23.310)

212.098 (215.687)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. D.L.M. Slangen

DG LVVN (DG LNV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

188.864 (182.761)

23.193 (23.310)

212.057 (206.071)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. J.H. Slootmaker

DG IenW (DG IenW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

192.415 (186.157)

23.222 (23.310)

215.637 (209.467)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. P.H. Smink

DG FIN (DG FIN)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.683 (209.485)

23.312 (23.439)

245.995 (232.924)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. B.A.W. Snels

IG FIN (IG FIN)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

182.657 (178.831)

23.176 (23.246)

205.833 (202.077)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. M. Sonnema

DG VWS (DG VWS)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

185.780 (178.952)

23.262 (23.373)

209.042 (202.325)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. G. van der Steenhoven

Buitengewoon adviseur BZK (Buitengewoon adviseur BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

211.824 (204.893)

23.277 (23.385)

235.101 (228.278)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. A.A.D. Sumter

DG SZW (DG SZW)

1-1-2025 (1-4-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

195.189 (140.942)

23.202 (17.426)

218.391 (158.368)

246.000 (175.068)

 

BZK/TMG

Dhr. P.M. Sweers

DG BZ (DG BZ)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

195.766 (176.765)

23.176 (23.279)

218.942 (200.044)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.J. de Vink

DG BZ (DG BZ)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

217.154 (202.017)

23.301 (23.373)

240.455 (225.390)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. A. van der Vlist

ABDTOPconsultant BZK (ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

188.807 (182.761)

23.193 (23.308)

212.000 (206.069)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. M. Vogelzang

DG JenV (DG JenV)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

209.778 (202.759)

23.281 (23.390)

233.059 (226.149)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. M.Y. Voslamber

ABDTOPconsultant BZK (ABDTOPconsultant BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,972 (1)

nee

168.960 (164.588)

22.576 (23.308)

191.536 (187.896)

239.112 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. I.J. Vossenaar

DG OCW (DG OCW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

212.088 (205.198)

23.278 (23.387)

235.366 (228.585)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. M. van Wallenburg

SG SZW (SG SZW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

204.019 (197.277)

23.257 (23.379)

227.276 (220.656)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.C. Wassenaar

IG IenW (IG IenW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

191.522 (181.725)

23.193 (23.293)

214.715 (205.018)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. J.K. Wesseling

TG FIN (DG FIN. Vanaf 12-8-2024 TG FIN)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.593 (207.252)

23.302 (23.438)

245.895 (230.690)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Dhr. M.H. Wijnen

DG IenW (DG IenW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

216.005 (208.946)

23.295 (23.400)

239.300 (232.346)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. V.J. de Witte

Plv. SG DEF (Plv. SG DEF)

1-1-2025 (16-9-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

182.028 (55.508)

23.144 (6.338)

205.172 (61.846)

246.000 (68.117)

 

BZK/TMG

Mevr. B. Wolfensberger

DG OCW (DG OCW)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

222.618 (209.492)

23.310 (23.439)

245.928 (232.931)

246.000 (233.000)

 

BZK/TMG

Mevr. Y.L. Wolring

DG BZK (DG BZK)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

196.550 (189.535)

23.225 (23.330)

219.775 (212.865)

246.000 (233.000)

 
            

BZK/Huis voor klokkenluiders

Mevr. MPA Bouman

Bestuurslid (Bestuurslid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,444 (0,44)

nee

76.973 (74.528)

10.286 (10.339)

87.259 (84.867)

109.224 (103.556)

 

BZK/Huis voor klokkenluiders

Mevr. NM Dane

Secretaris-Directeur (Secretaris-Directeur)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

137.843 (133.796)

23.015 (21.004)

160.858 (154.800)

246.000 (233.000)

 

BZK/Huis voor klokkenluiders

Dhr. JP van der Meij

Bestuurslid (Bestuurslid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,444 (0,44)

nee

76.973 (74.528)

10.286 (10.339)

87.259 (84.867)

109.224 (103.556)

 

BZK/Huis voor klokkenluiders

Dhr. WBM Tomesen

Voorzitter (Voorzitter)

1-1-2025 (1-1-2024)

12-10-2025 (31-12-2024)

0,778 (0,78)

nee

140.550 (137.809)

18.039 (18.130)

158.589 (155.939)

191.388 (181.222)

 

BZK/Huis voor klokkenluiders

Dhr. C van der Werf

Voorzitter

15-11-2025

31-12-2025

0,667

nee

11.977

2.576

14.553

20.229

 
            

Instituut Mijnbouwschade Groningen

Dhr. H.C.D. Korvinus

Bestuursvoorzitter

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,611(0,89)

nee

88.198 (133.841)

 

88.198 (133.841)

150.306 (207.370)

 

Instituut Mijnbouwschade Groningen

Mw. E.C.M. van Schie

Bestuurslid

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,380 (0,56)

nee

54.756 (89.062)

 

54.756 (89.062)

93.480 (130.480)

 

Instituut Mijnbouwschade Groningen

Dhr. B.J. Wieringa

Bestuurslid

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,667 (0,67)

nee

96.216 (103.582)

 

96.216 (103.582)

164.082(156.110)

 

Instituut Mijnbouwschade Groningen

Mw. S.F.M. Wortmann

Vicevoorzitter

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,444 (0,44)

nee

64.048 (66.243)

 

64.048 (66.243)

109.224 (102.520)

 
            

Garantiewet commissie

Dhr. L.H.G. Belleflamme**

Secretris, tevens waarnemend Lid

         

Garantiewet commissie

Mevr. N.J.M. Beuken**

Plv. Lid

         

Garantiewet commissie

Dhr. Th.G.M. Dahlmans**

Lid

         

Garantiewet commissie

Dhr. J.R.H. Fröhlings**

Plv. Voorzitter

         

Garantiewet commissie

Dhr. R.L.M.J Gielen**

Plv. Secretaris, tevens waarnemend lid

         

Garantiewet commissie

Dhr. A.J.M. Pierik**

Voorzitter

         
1

**Deze verantwoording heeft betrekking op topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder. Omdat de openbaarmaking van hun gegevens niet eerder heeft plaatsgevonden, worden deze conform artikel 5d van de Uitvoeringsregeling WNT, naast het jaar 2025 alsnog gerapporteerd over de afgelopen zeven jaar, van 2018 tot en met 2024.

Tabel 96 Cumulatie van dienstbetrekkingen als topfunctionaris

Naam topfunctionaris1

Naam andere WNT-instelling(en) in 2025 (+ tussen haakjes naam andere WNT instelling(en) in 2024)

Datum aanvang functievervulling (+ tussen haakjes gegevens 2024)

Gecumuleerde totale bezoldiging bij alle WNT-instellingen (+ tussen haaakjes de gegevens van 2024)

Het algemene bezoldigingsmaximum dan wel een voor de dienstbetrekking van toepassing zijnde hoger bezoldigingsmaximum (+ tussen haakjes de gegevens van 2024)

Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

Motivering en bedrag bij overschrijding

Dhr. R.L.M.J Gielen

SAIP

1-1-2025

8.202

42.600

  

Dhr. R.L.M.J Gielen*

SAIP

1-1-2024

9.114

23.300

  

Dhr. R.L.M.J Gielen*

SAIP

1-1-2023

8.271

22.300

  

Dhr. R.L.M.J Gielen*

SAIP

1-1-2022

8.072

21.600

  

Dhr. R.L.M.J Gielen*

SAIP

1-1-2021

7.904

20.900

  

Dhr. R.L.M.J Gielen*

SAIP

1-1-2020

7.995

20.100

  

Dhr. R.L.M.J Gielen*

SAIP

1-1-2019

6.471

19.400

  

Dhr. R.L.M.J Gielen*

SAIP

1-1-2018

2.502

9.528

  
1

*Aangezien de openbaarmaking van de gegevens van betrokkene niet eerder heeft plaatsgevonden, worden deze conform artikel 5d van de Uitvoeringsregeling WNT, naast het jaar 2025 alsnog gerapporteerd over de afgelopen zeven jaar, van 2018 tot en met 2024.

Tabel 97 Bezoldiging topfunctionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd, maar die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar worden aangemerkt als topfunctionaris

Naam instelling

Naam functionaris

Huidige functie functionaris (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum aanvang functievervulling 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum einde functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender - mnd; > 12 kalender - mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (+ tussen haakjes bedrag 2024)

Motivering en bedrag (indien overschrijding)

Aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk (datum)

Functie als topfunctionaris (+ indien van toepassing bij welk ander organisatieonderdeel van de Staat)

BZK/DGDOO

Mevr. H.J. Beentjes

Topmanager (Topmanager)

1-1-2025 (19-8-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

181.216 (65.415)

23.174 (8.573)

204.390 (73.988)

246.000 (85.943)

 

19-8-2028

Plv. SG IenW

Er zijn geen functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijk bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2025 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT moeten worden.

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Toezichtrelaties RWT's en ZBO's

Tabel 98 Overzichtstabel inzake RWT’s en ZBO’s van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (bedragen x € 1.000).

Naam rwt/zbo

Begrote bijdrage moederdepartement aan rwt/zbo

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan rwt/zbo

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

4.738

4.502

0

0

 

Huis voor klokkenluiders

5.803

5.968

0

0

 

Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB)

3.824

1.469

0

0

 

Instituut Mijnbouwschade Groningen

1.015.580

936.374

0

0

 

Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Toelichting

Deze tabellen geven de voortgang weer van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) over de begrotingen vanaf 2022. Een interactieve versie van de SEA is te vinden op www.rijksfinancien.nl

Tabel 99 SEA-thema: Goed functionerend openbaar bestuur

SEA-thema: Goed functionerend openbaar bestuur (Periodieke rapportage betreft 2022-2027)

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Aanpak Slagkracht

Ex durante

2027 ev.

Lopend1

1.1

 

Evaluatie instrumenten van de Actieagenda Goed Bestuur (deelprojecten)

Ex durante

2026 ev.

Lopend2

1.1

 

Reflexieve monitor Agenda Stad (deelprojecten)

Ex durante

2025 e.v.

Lopend3

1.1

 

Reflexieve monitor Agenda Stad (deelproject Achtergrondstudie Leren voor Verandering)

Ex durante

2025

Afgerond

1.1

Link naar onderzoek

Staat van het Bestuur 2024

Ex durante

2025

Afgerond

1.1.

Link naar onderzoek

Data Financiën Decentrale Overheden (jaarlijks)

Ex-durante

2022-2025

Afgerond4

1.1

Link naar onderzoek

Openbaar bestuur en democratie

Beleidsdoorlichting

2024

Afgerond

1.1

Link naar onderzoek

Onderzoek Publieke waardecreatie door Bestuurlijk Regionale Ecosystemen en opvolging (Eindanalyse)

Ex durante

2024

Afgerond

1.1

Link naar onderzoek

Staat van het Bestuur 2022

Ex durante

2023

Afgerond

1.1

Link naar onderzoek

Evaluatie Regio Deals (tussentijdse procesevaluatie)

Ex post

2023

Afgerond

1.1

Link naar onderzoek

Evaluatie DU groeiopgave Almere (2021)

Ex post

2022

Afgerond

1.1.

Link naar onderzoek

Evaluatie Subsidieregeling oorlogsgravenstichting (2021)

Ex-post

2022

Afgerond

1.1

Link naar onderzoek

Innovatiemonitor/evaluatie Agenda Stad en Regio

Overig

 

Afgerond5

1.1

n.v.t.

      
1

Passend bij de ontwikkeling van het traject Aanpak Slagkracht is het jaartal van de afronding geactualiseerd.

2

De Actieagenda Goed Bestuur zal leiden tot diverse evaluaties. Per SEA wordt aangegeven welke instrumenten een evaluatie gepland hebben. Zo staat op de SEA 2026 de evaluatie van de UDO vermeld.

3

De reflexieve monitoring (voorheen ook wel 'Community of Practice' genoemd) zoals opgenomen in de eerdere Jaarverslagen is geen eindproduct maar een methode om bij complexe (transitie)opgaven continue te leren en bijsturen. Afhankelijk van de trajecten binnen Agenda Stad zal deze methode in komende SEA's tot deelprojecten leiden.

4

Betreft jaarlijks onderzoek, de periode 2022-2025 is afgerond.

5

Dit onderdeel van de SEA is omgezet naar het opstellen van een handreiking voor monitoring bij innovatieve projecten. Deze vervalt hiermee als onderdeel van de SEA.

Tabel 100 SEA thema: Een sterke en weerbare democratische rechtsstaat

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Onderzoeksprogramma impact van desinformatie

Ex durante

2025-2026

Lopend1

1.2

 

Programma maatschappelijke onrust en ongenoegen

ex post

2026

Lopend1

1.2

 

Staat van het Bestuur 2024

Ex durante

2025

Afgerond

1.1 en 1.2

Link naar onderzoek

Nationale Wetenschapsagenda project Revitalized Democracy

Overig onderzoek (meerjarig)

2025

Anders2

1.2

Link naar onderzoek

Evaluatie subsidieregeling beroeps- en belangenverenigingen politieke ambtsdragers

Ex post

2025

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Onderzoek verloop aanbod sollicitanten burgemeestersvacatures

ex durante

2025

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Uitbreiding aantal decentrale volksvertegenwoordigers

Ex ante

2025

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Nadere verkenning effectieve en legitieme regionale samenwerking

ex durante

2025

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Thorbeckeleerstoel

Ex post

2025

Doorlopend

1.2

Link naar onderzoek

Openbaar bestuur en democratie

Beleidsdoorlichting

2024

Afgerond

1.1. en 1.2

Kamerstuk 30985, nr. 65

Evaluatie subsidieregeling Thorbecke Leerstoel

Ex post

2024

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Uitdaagrecht (burgerinitiatieven)

Overig onderzoek

2024

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Monitor Burgerparticipatie

Ex durante

2024

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Basismonitor Politieke Ambtsdragers, gemeenten tweede tranche

Ex durante

2024

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Ontwikkeling democratische kernwaarden jongeren

Ex ante

2024

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Lokaal kiezersonderzoek 2022

Ex post

2023

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Onderzoek naar de rekrutering van kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen

Ex durante

2023

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Promotieonderzoek raadsakkoorden

Overig onderzoek

2023

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Onderzoek naar gebiedsgerichte aanpak Leefbaarheid en Veiligheid

Ex durante

2023

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Staat van het Bestuur 2022

Ex durante

2023

Afgerond

1.1 en 1.2

Link naar onderzoek

Lokaal kiezersonderzoek 2022

Ex post

2023

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Promotieonderzoek raadsakkoorden

Overig onderzoek

2023

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Evaluatie Democratie in Actie

Ex-post

2022

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Monitor integriteit decentrale politieke ambtsdragers 2022

Ex-durante

2022

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Evaluatie Wet aanpak woonoverlast

Ex-post

2022

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Leefbaarometer

Ex-durante

2022

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Lokaal kiezersonderzoek 2021

Ex-post

2022

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

Onderzoek naar het gebruik van het wettelijk instrumentarium door raads- en statenleden

Overig onderzoek

2022

Afgerond

1.2

Link naar onderzoek

      
1

Dit onderzoek wordt opgeleverd in 2026.

2

Dit betreft een meerjarig project met meerdere resultaten en producten.

Tabel 101 Overig onderzoek Artikel 2: Nationale Veiligheid

Overig onderzoek Artikel 2: Nationale Veiligheid (Art.2 kent geen verplichte periodieke rapportage)

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

Vindplaats onderzoek

AIVD Jaarverslag

Jaarverslag

2025

Anders1

2

Link naar onderzoek

1

De jaarverslagen van de AIVD worden voor 1 mei gepubliceerd.

Tabel 102 SEA-thema: Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

SEA-thema: Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving (Periodieke rapportage 2026)

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

Vindplaats onderzoek

BSN-Koppelregister - evaluatie

Ex durante

20271

In uitvoering

6.2

 

Rathenau Dialoogprogramma

Ex durante

20272

Nog te starten

6.2

 

Periodieke rapportage 2026

Periodieke rapportage

2026

in uitvoering

6.2

 

DigiD in het Buitenland - evaluatie

Ex durante

2028

Nog te starten3

6.2

 

Evaluatie Wet Elektronische Publicaties (WEP)

Ex durante

2026

In uitvoering

6.2

 

Sdu-rapportages KOOP/Logius (Bekendmakingswet (BKW))

Ex durante

2026

Vervalt4

6.2

 

Interbestuurlijk Datastrategie / Werk aan Uitvoering - Evaluatie

Ex durante

2026

Afgerond

6.2

Link naar onderzoek

Beleidsevaluatie Algoritmekader

Ex post

2026

In uitvoering

6.2

 

Auditdienst Rijk-onderzoek vulling van het Algoritmeregister door de Rijksoverheid

Ex durante

2026

In uitvoering

6.2

 

ECP Begeleidingsethieksessies

Ex durante

20265

In uitvoering

6.2

 

SIDN Fonds

Ex post

20265

In uitvoering

6.2

 

Expertisecentrum Digitalisering en Welzijn

Ex durante

20265

In uitvoering

6.2

 

Financiering van datastelsel

Ex durante

2025

Afgerond

6.2

Link naar onderzoek

TNO onderzoek systeemfuncties Interbestuurlijke Datastrategie

Ex durante

2025

Afgerond

6.2

Link naar onderzoek

Staat van de Uitvoering 2024

Ex durante

2025

Afgerond

6.2

Link naar onderzoek

Uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets Cyberbeveiligingswe

Ex ante

2024

Afgerond

6.2

Link naar onderzoek

Digitale competenties

Overig onderzoek

2024

Afgerond

6.2

Link naar onderzoek

Monitor digitale overheid 2024

Ex durante

2024

Afgerond

6.2

Link naar onderzoek

Staat van de Uitvoering 2022

Ex durante

2023

Afgerond

6.2

Link naar onderzoek

Monitor digitale overheid 2022

Ex durante

2022

Afgerond

6.2

Link naar onderzoek

1

Verwachte afronding maart 2027.

2

Wegens governance-afspraken wordt de start van deze evaluatie herzien.

3

De aanpak van deze evaluatie wordt herzien waardoor de startdatum opschuift (2026/2027).

4

De opzet van deze evaluatie is herzien en wordt opgenomen in een bredere evaluatie van de aanleverkant van de publicatieketen van de Bekendmakingswet. Deze evaluatie is voorzien voor 2027/2028.

5

Afronding naar verwachting in april 2026.

Tabel 103 SEA-thema: Identiteitsstelsel

SEA-thema: Identiteitsstelsel (Periodieke rapportage 2025)

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Monitor identiteit 2025

Ex durante

20261

Afgerond

6.5

 

Periodieke rapportage 2025

Periodieke rapportage

20262

Afgerond

6.5

 

Evaluatie Wet wijziging Basisregistratie Personen in verband met briefadressen

Ex post

2025

Afgerond

6.5

Link naar onderzoek

Evaluatie ID kaart gedetineerden

Ex post

2025

Afgerond

6.5

kamerstuk 24 587, nr. 1058

Verbeteren Reisdocumentenstelsel en fraudemaatregelen: evaluatie efficiëntie dienstverlening

Ex post

2025

Afgerond

6.5

Link naar onderzoek

CBS onderzoek adreskwaliteit Basisregistratie Personen 2024

Ex durante

2025

Afgerond

6.5

Link naar onderzoek

Evaluatie experimenten Basisregistratie Personen: registratie tijdelijke verblijfsadressen niet-ingezetenen, registratie aantal ingezetenen op woonadres, data van burgers minimaliseren

Ex durante

2025

Afgerond

6.5

Link naar onderzoek

Landelijke Aanpak Adreskwaliteit

Invoeringstoets

2025

Afgerond

6.5

Link naar onderzoek

Monitor identiteit 2023

Ex durante

2024

Afgerond

6.5

Link naar onderzoek

CBS onderzoek adreskwaliteit BRP

Ex durante

2022

Afgerond

6.5

Link naar onderzoek

Monitor identiteit 2021

Ex durante

2022

Afgerond

6.5

Link naar onderzoek

1

Rapportage wordt begin 2026 gepubliceerd.

2

Rapportage wordt naar verwachting in april gepubliceerd.

Tabel 104 SEA-thema: Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI

SEA-thema: Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI (Periodieke rapportage betreft 2022-2027)

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

vindplaats onderzoek

subthema: Hoogwaardige dienstverlening één overheid

   

6.7

 

Aanpak Levensgebeurtenissen, ondernemersdomein - evaluatie

Ex durante

20261

Afgerond

6.7

 

subthema: Generieke Digitale Infrastructuur2

   

6.8

 
1

De rapportage wordt naar verwachting voorjaar 2026 gepubliceerd.

2

Voor dit subthema zijn met de SEA 2025 enkele onderzoeken gestart die in 2026 tot afronding zullen komen.

Tabel 105 SEA-thema: Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

SEA-thema: Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (Periodieke Rapportage in 2028)

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Periodieke rapportage

2025

Lopend

7

Kamerstuk 30985, nr. 67

      

ADR evaluatie Transitie DigiInkoop

Ex post

2025

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Inkopen met impact

Ex post

2025

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Evaluatie Uitvoeringsagenda ISV

Ex post

2026

Lopend

7

 

Regie op de Monitoring MVOI fase 2 en 3

Ex post

2026

Lopend

7

 

Subsidieregeling Center for People and Buildings

Ex post

2024

Afgerond

7

Link naar onderzoek

SSC-ICT

Agentschapsdoorlichting

2025

 

7

 

ADR evaluatie wendbaarheid ketens facilitair en ICT-dienstverlening

Ex ante

2024

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Rijksbreed Cloudbeleid 2022

Ex durante

2024

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021

Ex durante

2024

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Pilot mediation en juridische ondersteuning klokkenluiders sector Rijk

Ex durante

2024

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Monitor campagne veilig werk- en meldklimaat

Ex durante

2025

Afgerond

7

 

Invoeringstoets Wet bescherming klokkenluiders

Ex durante

2025

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk

Ex durante

2025

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Rapportage Rijkshuisvestingsstelsels

Ex durante

2025

Afgerond

7

 

Psychologische processen omtrent de bevordering van een veilig werk- en meldklimaat

Overig onderzoek

2025

 

7

 

Bestedingsplan Leiderschap, diversiteit en inclusiviteit (POK-middelen)

Ex post

2025

 

7

 

Monitor interne meldregelingen Wet bescherming klokkenluiders

Ex durante

Tweejaarlijks

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Evaluatie I-strategie Rijk 2021-2025

Ex post

2025

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Beleidsevaluatie I vakmanschap

Ex durante

2025

Afgerond

7

Link naar onderzoek

Tabel 106 SEA-thema: Slavernijverleden

SEA-thema: Slavernijverleden (Periodieke rapportage betreft 2023-2029)

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Kennisagenda slavernijverleden 2025-2035

Overig onderzoek

2024

Afgerond

14

Link naar onderzoek

Nationaal onderzoek slavernijverleden

Overig onderzoek

2023

Afgerond

14

Link naar onderzoek

Tabel 107 SEA-thema: Groningen

SEA-thema: Een veilig Groningen met perspectief (Periodieke rapportage betreft 2023 ‒ 2029)

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

Vindplaats onderzoek

subthema: Schadeafhandeling en versterking

     

Evaluatie Stichting Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen

Ex post

2025

Afgerond

15

Link naar onderzoek

Evaluatie Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG)

Ex post

20261

 

15

 

Evaluatie Subsidieregeling rechtsbijstand mijnbouwschade Groningen: tussenrapportages 2023, 2024 en 2025

Ex durante

2023-2025

Afgerond2

15

Link naar onderzoek

subthema: een veilig Groningen met perspectief

     

Evaluatie Subsidieregeling Woningverbetering & Verduurzaming (bestuurlijke afspraken)

Ex post

20263

 

15

 

Evaluatie Waardevermeerderingsregeling i.c.m. schademeldingen

Ex post

2025

Afgerond

15

Link naar onderzoek

overig

     

Monitor: Staat van Groningen en Noord-Drenthe 2025

Rapportage

2025

Afgerond

15

Link naar onderzoek

1

De evaluatie wordt in 2026 afgerond.

2

Betreft halfjaarlijkse tussenrapportages, de periode 2023-2025 is afgerond.

3

De regeling liep tot 31 december 2025. De evaluatie verschijnt in 2026.

Bijlage 3: Inhuur externen

Tabel 108 Ministerie van BZK en ministerie van VRO verslagjaar 2025 (bedragen x € 1.000)

Programma- en apparaatskosten

 

1. Interim-management

22.264

2. Organisatie- en Formatieadvies

5.481

3. Beleidsadvies

70.822

4. Communicatieadvisering

9.238

Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)

107.806

5. Juridisch Advies

6.236

6. Advisering opdrachtgevers automatisering

154.150

7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

8.650

(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7)

169.037

8. Uitzendkrachten (formatie & piek)

99.981

Ondersteuning bedrijfsvoering

99.981

  

Totaal uitgaven inhuur externen

376.824

Algemene toelichting op de tabel

Bovenstaand overzicht geeft een beeld van de uitgaven externe inhuur voor de ministeries van BZK (inclusief Koninkrijksrelaties) en VRO, die met twee ministeries één organisatie delen. Hierin zijn alle agentschappen inbegrepen van de ministeries van BZK en VRO, zoals deze ook terug te vinden zijn in de jaarverantwoordingen. De agentschappen verantwoorden de externe inhuur op basis van kosten.

Het totaal aan uitgaven externe inhuur door de ministeries van BZK en VRO was in 2025 € 376,8 mln. Hiervan was de inhuur voor beleidsgevoelige diensten 28,6%, voor (beleids)ondersteuning 44,9% en voor ondersteuning bedrijfsvoering 26,5%.

Tabel 109 Inhuurpercentage 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Heel BZK/VRO

Kern

Kasdiensten

Agentschappen

Uitgaven ambtelijk personeel

1.504.684

365.152

125.253

1.014.279

Uitgaven externe inhuur

376.824

34.977

116.809

225.039

Totaal personele uitgaven

1.881.509

400.129

242.062

1.239.318

     

Percentage inhuur 2025

20,0%

8,7%

48,3%

18,2%

Toelichting op het inhuurpercentage 2025

Bij vrijwel alle organisatieonderdelen van BZK/VRO is in 2025 minder ingehuurd dan het jaar ervoor. Als gevolg van de departementale herschikking van Herstel Groningen naar het ministerie van BZK wordt het positieve effect van het terugbrengen van inhuur niet weerspiegeld in het totale inhuurpercentage van BZK en VRO: 20,0% in 2025 ten opzichte van 21,1% in 2024. Zonder de inhuur van de tijdelijke organisatie Nationaal Coördinator Groningen (NCG) zou het inhuurpercentage 2025 van BZK/VRO 16,5% bedragen.

De agentschappen komen in 2025 uit op een inhuurpercentage van gemiddeld 18,2% (vorig jaar 22,8%). Het inhuurpercentage van de kern (DG’s en staf) was gemiddeld 8,7% in 2025 en van de kasdiensten 48,3%. Dit betreft de kasdiensten Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS), Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) en vanaf 2025 ook NCG. De kasdiensten onder Koninkrijksrelaties worden meegerekend onder dat directoraat-generaal (en tellen dus mee in het percentage kern).

Hieronder wordt voor het ministerie van BZK een toelichting gegeven voor de onderdelen met een inhuurpercentage boven de Roemernorm. Voor het ministerie van VRO wordt dit toegelicht in de bijlage externe inhuur van het jaarverslag van het ministerie van VRO (begrotingshoofdstuk XXII).

Toelichting bij de kern

Directoraat-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie (DGDOO)

Bij DGDOO is de externe inhuur met name hoog bij de digitale directies. Ondanks dat uitdagingen voor deze directies groot zijn, hebben zij de ambitie uitgesproken om voor 2029 weer op Roemernorm te zitten qua inhuur percentage. Hiervoor is een aantal maatregelen genomen in 2025. Dit heeft geleid tot een afname in externe inhuur bij DGDOO van 25% in 2024 naar 20% in 2025. Daarnaast wordt een afname voorzien omdat het DG nu nog beleid en projecten van tijdelijke aard heeft bij de directies Open Overheid en IFHR (Inkoop-, Faciliteiten- en Huisvestingsbeleid Rijk), die zullen aflopen.

Toelichting kasdiensten

Nationaal Coördinator Groningen (NCG)

Het inhuurpercentage van de NCG bedraagt in 2025 58,5% en ligt daarmee boven de Roemernorm. De NCG is een uitvoeringsorganisatie met een tijdelijke en unieke opgave, waarbij continuïteit richting bewoners en daarmee voortgang van de versterkingsopgave centraal staan. Capaciteitswisselingen of hiaten in sleutelposities raken direct het vertrouwen van bewoners en de uitvoerbaarheid van de opgave. Externe inhuur is daarmee noodzakelijk, onder meer vanwege de behoefte aan specialistische kennis, het borgen van deze kennis, de piekbelasting en het projectmatige en tijdelijke karakter van de werkzaamheden. Tevens speelt de arbeidsmarktpositie in Noord-Nederland hierin een rol. Desondanks stuurt NCG actief op het terugdringen van externe inhuur waar dit verantwoord mogelijk is. In 2025 is het inhuurpercentage voor het tweede jaar op rij gedaald. In 2025 betrof het percentage externe inhuur 58,5% ten opzichte van 61,7% in 2024. Deze daling is het resultaat van gerichte sturing op externe inhuur en bewuste keuzes in de inzet van capaciteit, in lijn met de ministeriebrede aanpak Grip op inhuur.

Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH)

Het inhuurpercentage van RvIHH was 34,8% in 2025. Ondanks een daling van bijna 10 procentpunt ten opzichte van 2024 is dit nog steeds boven de Roemernorm. De inhuur in 2025 was voor de inzet van tijdelijk personeel vanwege veranderingen in de structuur en positie van de organisatie bij de overgang van Doc-Direkt naar RvIHH. Daarnaast hing de inhuur samen met de tijdelijke aard van verschillende programma’s en projecten bij RvIHH. Tot slot maakt RvIHH gebruik van een flexibele schil van externe I-adviseurs die worden ingezet bij de afnemers.

De Rijksinkoopsamenwerking (RIS)

Het inhuurpercentage van RIS was 20% in 2025. De overschrijding van de Roemernorm hing deels samen met een aantal functies die naar verwachting komt te vervallen en daarom tijdelijk via inhuur is ingevuld. Daarnaast was er extra inhuur voor het inkoopbeleid (InkoopInzicht). InkoopInzicht is een specifieke ontwikkeling die buiten de reguliere bedrijfsvoering valt. De hiermee gemoeide externe inhuur bedroeg circa € 0,9 mln. Tot slot, waren er resterende inhuuruitgaven die samenhingen met de (hogere) inzet van inhuur in 2024. In de afgelopen jaren is bij RIS sprake van een structurele afname van de externe inhuur, van circa 35% begin 2022 naar 20% in 2025.

Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF)

De inhuur bij OBF is van 38% in 2024 gedaald naar 20% in 2025. Verdere afbouw van inhuur door verambtelijking, die in 2024 was ingezet, is in 2025 op grotere schaal voortgezet. De overschrijding van de 10%-norm in 2025 is grotendeels toe te schrijven aan de inbeheername van het nieuwe inkoopsysteem, waarvoor tijdelijk externe capaciteit noodzakelijk was. Dit programma is in 2025 afgerond.

Toelichting bij de agentschappen

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Het percentage externe inhuur is ten opzichte van 2024 gedaald, van 35% naar 31%. Echter heeft RvIG meerdere tijdelijke projecten, waarvoor externe inhuur gewenst is. Tevens heeft RvIG in 2025 te maken gehad met een vacaturestop vanwege de reorganisatie die gepland staat in 2026. Om de continuïteit te waarborgen is daarom gekozen voor het invullen van deze plekken met externe inhuur.

Logius

In lijn met de BZK/VRO aanpak Grip op inhuur heeft Logius actief ingezet op het verlagen van de uitgaven aan externe inhuur. Per saldo zijn de kosten van externe inhuur over geheel 2025 ten opzichte van 2024 met ruim € 14,5 mln. afgenomen, waarmee het percentage externe inhuur van de totale personeelsuitgave) is gedaald tot 38% (ten opzichte van 48% in 2024). Logius zet extern personeel met name in op ontwikkel- en projectmatig werk. Het aanbod van dergelijke projecten is grillig en wordt bemenst met externe medewerkers, omdat er geen structurele financiering voor is.

Shared Service Center-ICT (SSC-ICT)

Als agentschap verantwoordt SSC-ICT de externe inhuur op basis van kosten en niet op basis van kasuitgaven. Externe inhuur bij het SSC-ICT vindt plaats om dienstverlening aan meerdere ministeries te realiseren. Het heeft ieder jaar een aanzienlijk aantal externe medewerkers nodig vanwege tijdelijke werkzaamheden, behoefte aan specifieke expertise en de voortdurende krapte op de ICT-arbeidsmarkt. In 2025 is voor circa € 49,7 mln. ingehuurd. Dit is circa € 13 mln. minder dan in 2024. Het percentage externe inhuur is van 36% in 2024 gedaald naar 27%.

Organisatie en Personeel Rijk (O&P Rijk)

Het inhuurpercentage van O&P-Rijk van 12,8% is op te splitsen in een percentage externe inhuur ten behoeve van specifieke klantvragen (7,3%) en een percentage externe inhuur ten behoeve van interne projecten ter verbetering van de dienstverlening (5,5%). O&P Rijk heeft een verantwoordelijkheid richting haar afnemers om aan de (groeiende) klantvraag te voldoen en op het moment dat er binnen het ambtelijk personeel geen ruimte meer is moet dit worden opgevangen door inhuur van inhuur van externen. Daarnaast was er bij sommige onderdelen geen ruimte meer om extra ambtelijk personeel aan te nemen om aan de vraag te kunnen voldoen. In de loop van 2025 is er meer ruimte gekomen om personeel aan te nemen en is er gestart met het verambtelijken van externen.

Rapportage overschrijding maximumuurtarief externe inhuur buiten raamwerkovereenkomsten

De onderstaande tabel toont het aantal gevallen in 2025 waarin externe krachten zijn ingehuurd buiten de raamovereenkomsten boven het maximum uurtarief van € 235,- (exclusief BTW).

Tabel 110 Inhuur externen buiten raamovereenkomsten ministerie van BZK en ministerie van VRO
 

2025

Aantal overschrijdingen maximumuurtarief

0

Bijlage 4: Overzicht van de burgemeestersbenoemingen

Tabel 111 Overzicht verdeling Kroonbenoemde burgemeesters naar politieke kleur en man/vrouw verhouding per 31 december 2025

Partijen

Posten

%

Man

Vrouw

VVD

94

30,7 %

69

25

CDA

79

25,8 %

55

24

PvdA

41

13,4 %

25

16

D66

25

8,2 %

16

9

Geen

24

7,8 %

12

12

Overige

14

4,6 %

11

3

GL

7

2,3 %

2

5

SGP

8

2,6 %

8

0

CU

12

3,9 %

11

1

SP

2

0,7 %

1

1

Totaal

306

100,0 %

210

96

Tabel 112 Overzicht verdeling Kroonbenoemde burgemeesters naar politieke kleur en man/vrouw verhouding per 31 december 20241

Partijen

Posten

%

Man

Vrouw

VVD

100

31,3 %

71

29

CDA

81

25,3 %

57

24

PvdA

48

15,0 %

29

19

D66

25

7,8 %

15

10

Geen

25

7,8 %

13

12

Overige

12

3,8 %

9

3

GL

9

2,8 %

4

5

SGP

7

2,2 %

7

0

CU

11

3,4 %

10

1

SP

2

0,6 %

1

1

Totaal

320

100,0 %

216

104

1

Vanwege een wijziging in de administratie komen de cijfers van 2024 in dit jaarverslag niet overeen met de cijfers van 2024 uit jaarverslag 2024.

Bijlage 5: Overzicht Rijksuitgaven pakket Wind in de zeilen

In 2020 is tussen de Zeeuwse partijen en het kabinet het pakket Wind in de zeilen ofwel het bestuursakkoord Compensatiepakket marinierskazerne tot stand gekomen (Kamerstukken II 2019/20, 33358, nr. 28). Dit pakket heeft een omvang van circa € 651,9 mln. voor de periode van 2020 tot en met 2030. In artikel 2.10 van het bestuursakkoord is afgesproken dat de Rijksbijdrage aan de afgesproken maatregelen inzichtelijk wordt gemaakt in een overzicht bij de begroting en daarmee het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Onderstaand overzicht van het jaarverslag 2025 is opgesteld op basis van de verstrekte informatie van de betreffende departementen. In het overzicht is uitgegaan van de ontwerpbegroting 2025. Gedurende het jaar 2025 hebben er nog verschuivingen in de budgetten plaatsgevonden. In de elfde voortgangsrapportage van de uitvoeringsregisseur is het financieel overzicht van de ontwerpbegroting 2025 opgenomen Kamerstukken II 2024-2025, 36 600 VII, nr. 2 (bijlage 8).

Tabel 113 Overzicht Rijksuitgaven pakket Wind in de zeilen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Begroting

Artikel

Instrument

Realisaties

Begroting

Verschil

    

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

           

Totaal

   

30.630

12.430

15.721

14.154

14.098

25.255

‒ 11.157

           

1. Law Delta

 

980

1.100

2.304

2.000

2.000

2.000

0

Extra beveiligde inrichting (EBI)

JenV (VI)

34. Straffen en Beschermen

Bijdrage aan agentschappen

0

0

0

0

0

0

Hoogbeveiligde Zittingslocatie (HBZ)

JenV (VI)

32. Rechtspleging en rechtsbijstand

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

Beveiligde overnachtingslocatie

JenV (VI)

32. Rechtspleging en rechtsbijstand

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

Strategisch Kenniscentrum

JenV (VI)

33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Bijdrage aan medeoverheden

980

1.100

2.304

2.000

2.000

2.000

0

           

2. Bereikbaarheid

 

10.000

0

0

0

0

10.286

‒ 10.286

Aanpassing dienstregeling NS

IenW (MF)

11. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Reserveringen (Pakket Zeeland)

0

0

0

0

4.500

‒ 4.500

Verbetering bereikbaarheid

IenW (MF)

11. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Reserveringen (Pakket Zeeland)

0

0

0

0

4.786

‒ 4.786

Ontwikkeling stationsgebied Vlissingen

BZK (VII)

1. Openbaar bestuur en democratie

Bijdrage aan medeoverheden

5.000

0

0

0

0

0

0

Slimme mobiliteit

BZK (VII)

1. Openbaar bestuur en democratie

Bijdrage aan medeoverheden

5.000

0

0

0

0

0

0

Rail Gent - Terneuzen

IenW (MF)

11. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Reserveringen (Pakket Zeeland)

0

0

0

0

1.000

‒ 1.000

           

3. Delta Kenniscentrum

 

283

63

800

6.379

8.198

9.069

‒ 871

Toevoeging bekostiging opstartfase

OCW (VIII)

7. Hoger onderwijs

bekostiging

0

800

0

0

0

0

Kwartiermakersfase

OCW

16. Onderzoek en Wetenschapsbeleid

Opdrachten

283

63

0

0

0

0

0

Delta Kenniscentrum (DCC)

OCW

16. Onderzoek en Wetenschapsbeleid

Subsidies (regelingen)

0

0

6.379

8.198

9.069

‒ 871

           

4. Eerstelijnszorg

 

3.117

4.617

6.217

4.525

3.900

3.900

0

Toekomstgerichte zorginfrastructuur

VWS (XVI)

3. Langdurige zorg en ondersteuning

Subsidies (regelingen)

1.067

1.067

1.067

0

0

0

0

Huisartsen / Physical Assistant

VWS (XVI)

4. Zorgbreed beleid

Subsidies (regelingen)

800

2.300

3.900

3.900

3.900

3.900

0

Gezondheidscentrum Vlissingen/Walcheren

VWS (XVI)

3. Langdurige zorg en ondersteuning

Subsidies (regelingen)

1.250

1.250

1.250

625

0

0

0

           

5/6. Industrie en haven

 

0

400

150

0

0

0

0

Onderzoek industrie/haven

EZK (XIII)

2. Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Subsidies (regelingen)

0

150

0

0

0

0

Onderzoek industrie/haven

BZK (VII)

1. Openbaar bestuur en democratie

Bijdrage aan medeoverheden

400

0

0

0

0

0

           

7. Versterken Investeringsfonds Zeeland

 

10.000

5.000

5.000

0

0

0

0

Versterken Investeringsfonds Zeeland

EZK (XIII)

3. Toekomstfonds

Leningen

10.000

5.000

5.000

0

0

0

0

           
           

11. Ontvlechten Evides en PZEM

 

6.250

1.250

1.250

1.250

0

0

0

Evides

BZK (VII)

1. Openbaar bestuur en democratie

Bijdrage aan medeoverheden

6.250

1.250

1.250

1.250

0

0

0

Toelichting

1. Law Delta

Kenniscentrum ondermijning

Het Strategisch Kenniscentrum ondermijnende criminaliteit (SKC) heeft als doel het verkrijgen van een integraal, gezaghebbend strategisch beeld, dat inzicht geeft in de aard, omvang, trends en ontwikkelingen in fenomenen van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Voor het opstellen van dit strategisch beeld wordt geabstraheerde informatie gebruikt van opsporings-, handhavings- en toezichtdiensten en uit lokale, regionale, nationale en internationale informatiebronnen. In 2025 hebben de werkzaamheden van het SKC grotendeels in het teken gestaan van de ontwikkeling van het eerste Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland (DON) dat in 2026 verschijnt. De uitgaven voor 2025 die in het kader van Wind in de Zeilen zijn gerealiseerd, hebben betrekking op personeelskosten, van personeel wonend in Zeeland, huisvestingskosten en onderzoekskosten. Per eind 2025 wonen 19 van de in totaal 26 medewerkers van het SKC in Zeeland. Daarnaast werkt het SKC samen met de Hogeschool Zeeland en University College Roosevelt. Deze samenwerking betreft een lokale kennisuitwisseling en levert daarmee een positieve bijdrage aan de regionale ontwikkeling van Zeeland. In 2025 heeft verdere professionalisering van het SKC plaatsgevonden en zijn meer medewerkers in loondienst aangenomen om werkzaamheden structureel te borgen. Volledigheidshalve kan gemeld worden dat de in dit overzicht opgenomen realisatie van € 2 mln. slechts een deel betreft van de totale uitgaven voor het SKC.

2. Bereikbaarheid

Aanpassing dienstregeling NS

Om de NS te compenseren voor het aanbieden van de extra en versnelde trein, is € 4,5 mln. jaarlijks structureel vrijgemaakt vanuit het maatregelenpakket. Deze reeks is toegevoegd aan de subsidie die NS ontvangt voor de uitvoering van de concessie. Daarom is voor de concessieperiode 2025 tot en met 2033 € 40,5 mln. overgeboekt vanuit programma Wind in de Zeilen naar de beleidsbegroting van Infrastructuur en Waterstaat (HXII) , waar deze uitgaven verantwoord zullen worden.

Conform de planning zijn er in 2025 geen uitgaven aan infrastructuur gedaan, omdat ProRail al vóór 2025 beschikkingen heeft ontvangen om de benodigde inframaatregelen uit te werken. In de jaren ná 2025 worden deze maatregelen gerealiseerd en bijbehorende beschikkingen aan ProRail verleend. Hiermee wijkt dit niet af van de planning.

Verbetering bereikbaarheid/Rail Gent-Terneuzen

De zuidoostboog bij de Sluiskilbrug is één van de te verkennen infrastructurele maatregelen binnen het project Rail Gent-Terneuzen. Hiervoor zijn middelen binnen Wind in de Zeilen beschikbaar gesteld. De geraamde bedragen voor Wind in de Zeilen maken onderdeel uit van de totaal geraamde studiekosten, waarvoor ook vanuit het Nationaal Groeifonds en Europa middelen beschikbaar zijn gesteld. Deze bijdragen staan in het Mobiliteitsfonds en de kosten voor de MIRT-verkenning (en uiteindelijk realisatie) moeten uit de gezamenlijke totaalbijdrage worden gefinancierd. In totaal is er € 113,0 mln. beschikbaar. Het bedrag van € 14,1 mln. dat op het programma Wind in de Zeilen stond, is overgeboekt naar de de beleidsbegroting van Infrastructuur en Waterstaat (HXII) voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) verkenning Rail Gent Terneuzen, zodat alles op één budgetplaats komt te staan.

3. Delta Kenniscentrum

Delta Kenniscentrum (DCC)

Op 21 juni 2024 is het DCC officieel opgericht. De initiële planning was om het DCC eerder in 2024 op te richten. In 2025 heeft het DCC een instellingsubsidie van € 8,2 mln. ontvangen als penvoeder van het kenniscentrum. Zij wil impactvol bijdragen aan een duurzame, klimaatbestendige toekomst voor Zeeland en andere deltagebieden over de hele wereld. De andere partijen zijn Scalda, HZ University of Applied Sciences (HZ), Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), Universiteit Utrecht (UU), University College Roosevelt (UCR) en Wageningen Universiteit & Research (WUR). Het DCC heeft met de subsidie de plannen voor onderzoek, onderwijs en kennistoepassing verder uitgewerkt. Het verschil van € 0,9 mln. komt voort uit de aangepaste begroting van het consortium na de opstartfase.

4. Eerstelijnszorg

Huisartsen / Physical Assistant

In 2025 is het beoogde aantal plaatsen voor nieuwe PA's en AIO's gehaald en is de gehele € 3,9 mln. gerealiseerd.

Gezondheidscentrum Vlissingen/Walcheren

De investering in een gezondheidscentrum in Vlissingen met potentieel nog een satelliet gezondheidscentrum elders op Walcheren heeft als doel om de juiste zorg op de juiste plek te leveren, waarvan zoveel mogelijk zorg in de eerste lijn, door eerstelijns professionals. In 2024 bedroeg het bestede bedrag € 0,6 mln. in plaats van € 1,3 mln. Dit komt door vertraging in de uitvoering van het lopende project, waarvoor een verleningsverzoek bij VWS is neergelegd met gelijkblijvende kosten, welke later gerealiseerd worden. Hierdoor is € 0,6 mln. van het budget in 2024 doorgeschoven naar 2027. Verder staat dit budget op 0 omdat de regeling hiervoor loopt tot eind 2027. De looptijd is destijds verlengd tot en met 2027.

Bijlage 6: Voortgang van activiteiten ingevolge het rapport 'Ongekend Onrecht'

Middels deze bijlage wordt geapporteerd over de voortgang van de beleidsmaatregelen die zijn genomen als onderdeel van de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend Onrecht».

Tabel 114 Voortgang van activiteiten ingevolge het rapport «Ongekend Onrecht» van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Actie

Omschrijving

Stand van Zaken zoals gerapporteerd in

Hersteloperatie

12

Personen die op de zwarte lijst staan, waarvan niet altijd bekend is met wie en wanneer de gegevenszijn gedeeld, daarover informeren;(NR 21 Motie Marijnissen cs, deel 1)

Afgerond.

Responsieve dienstverlening

Signalen

20

Staat van de Uitvoering

In de toekomstspecial 2025 is een beeld geschetst van hoe de toekomstbestendige overheid er in 2035 uit moet zien. Ook de stappen om daar te komen zijn in het document geëxpliciteerd.

22

- Casusoverleg vast onderdeel maken van beleidsmakers, bestuurders en bewindspersonen- Casussen periodiek bespreken in og – on overleg- In gesprek met rijksinspecties, waaronder ook de nieuwe inspectie Belastingdienst, Toeslagen en Douane, No, hoogste bestuursrechters, advocatuur, cliëntenraden en de Raad voor de rechtspraak om te bezien hoe we aanvullend signalen kunnen krijgen over wet- en regelgeving en uitvoeringspraktijk, waardoor mensen in de knel komen.

Op verschillende wijzen werkt de overheid aan de verbetering van de overheidsdienstverlening. Het kabinet hecht hierbij aan een slagvaardige overheid die effectief levert en daadwerkelijke oplossingen biedt voor urgente maatschappelijke opgaven. We willen dat de overheid goed, efficiënt en eenvoudig werkt, en dat overheidsdienstverlening dingen makkelijker maakt in plaats van moeilijker. Uitvoering, beleid en politiek moeten nauw samenwerken om maatschappelijke opgaven aan te pakken, en daarbij dienstbaar zijn, mensgericht en gericht op maatschappelijke meerwaarde: de uitvoering moet niet alleen doeltreffend en doelmatig zijn, maar ook rechtvaardig, transparant en zorgvuldig. Hiertoe is de herijking van de bestaande kaders voor uitvoeringsorganisaties op afstand in volle gang. Hierin realiseren we een sterkere en gelijkwaardige positie van uitvoeringsorganisaties in het beleids- en wetgevingsproces, inclusief onderzoek naar een noodsignaal bij voorziene problemen. We betrekken vanaf het begin uitvoerders, medeoverheden en ondersteunende diensten bij beleid, zodat regels aansluiten op de praktijk en doenvermogen centraal staat. We organiseren tevens vaste trialogen tussen politiek, beleid en uitvoering voor snelle feedback en bijsturing. Zo streven we naar een hernieuwd samenspel tussen politiek, beleid, dienstverleners en medeoverheden. Ook wordt met ministeries, het Netwerk van Publieke Dienstverleners en de Inspectieraad werk gemaakt van de Periodieke Vereenvoudigingswet. Dit traject wordt jaarlijks herhaald met als doel wet- en regelgeving eenvoudiger en uitvoerbaarder te maken en terug te dringen.

Versterken dienstverlening van overheid

27

Brede evaluatie naar de kaders voor de organisaties op afstand (loopt)

De internetconsultatie van het wetsvoorstel Kaderwet Rijksinspectie heeft begin 2025 plaatsgevonden. De intentie is om op korte termijn het wetsvoorstel aan de Afdeling advisering van de Raad van State voor advies voor te leggen. Aan de herziening van de Kaderwet ZBO's wordt momenteel gewerkt, een voorontwerp zal naar verwachting dit jaar in procedure kunnen worden gebracht.

28

Breder en slimmer inrichten van de loketfunctie / Principe ‘er is geen verkeerde deur’; meer kennis over en betere samenwerking tussen uitvoeringsorganisaties

Sinds 2025 wordt op 28 fysieke plekken in het land door het gebruik van professionallijnen overheidsbrede dienstverlening geleverd, veelal bij gemeenten of gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Hiermee is de basis voor het leveren van overheidsbrede dienstverlening gelegd en worden de benodigde randvoorwaarden steeds duidelijker, zodat er naar een landelijke uitrol toegewerkt kan gaan worden. In het overheidsbreed projectteam is het gezamenlijk beeld voor 2030 en de werking van fysieke overheidsbrede dienstverlening (service blueprint) nader uitgewerkt. Ook is het plan van aanpak om te komen tot een strategie voor landelijke uitrol vorm gegeven. Daarnaast zijn de mogelijke oplossingsrichtingen voor het knelpunt van gegevensuitwisseling in nauwe samenwerking met de publieke dienstverleners en departementen opgesteld. Hierover volgt in 2026 nadere besluitvorming. Bij de uitvoering van de visie op lokale, fysieke dienstverlening en ondersteuning, de beleidsvisie Persoonlijk en Dichtbij, is gewerkt aan het versterken van het lokale ecosysteem van publieke dienstverlening. In 2025 zijn 3 proeftuinen gestart voor het vergroten van het bereik van mensen die hulp nodig hebben met hun regelzaken met de overheid. In 2026 wordt dit aantal uitgebreid naar 10 proeftuinen en worden de opgedane ervaringen omgezet in concrete implementatie, zodat daadwerkelijk meer mensen worden bereikt.In 2025 is gewerkt aan het plan van aanpak voor de doorontwikkeling van de online dienstverlening en informatievoorziening. De doorontwikkeling van Overheid.nl als wegwijzer gebeurt in co-creatie met publieke dienstverleners en burgers. Gezamenlijk wordt bepaald hoe de informatie op Overheid.nl overzichtelijk, toegankelijk en in een heldere relatie tot andere portalen kan worden aangeboden. Eind 2026 gaat de eerste versie van Overheid.nl als Wegwijzer live.

30

Generieke digitale infrastructuur

De Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) biedt een raamwerk van digitale componenten en diensten die de basis vormen voor een betrouwbare en efficiënte digitale dienstverlening van de overheid aan burgers en ondernemers. De GDI speelt een rol bij het realiseren van een uniforme, geïntegreerde en klantgerichte dienstverlening. Het streven is naar een omnichannel-aanpak, waarbij burgers en ondernemers via verschillende, op elkaar afgestemde, kanalen toegang hebben tot dezelfde diensten, ondersteund door de GDI. Burgers en ondernemers ervaren zo één Overheid. Door de GDI te gebruiken als basisinfrastructuur kan bijvoorbeeld MijnOverheid (het digitale portaal waar burgers hun persoonlijke overheidszaken overzichtelijk kunnen inzien) naar andere kanalen naadloos doorgaan om bij de dienstverlener zaken te kunnen regelen. Bovendien draagt de GDI bij aan het verminderen van complexiteit en het voorkomen van fouten in de dienstverlening doordat er meer eenduidigheid in de dienstverlening wordt bereikt. De architectuur digitale overheid 2030, zorgt voor een overkoepelend overzicht en richtlijnen die ervoor kunnen zorgen dat de ontwikkeling en implementatie van digitale diensten binnen de overheid op een gestructureerde en samenhangende wijze plaatsvinden. Daarnaast biedt de nieuwe Meerjarenvisie Digitale Overheid nog meer fundament om stappen te maken in de gezamenlijke vormgeving en ondersteuning van digitale dienstverlening van de overheid.

31

Leren van ervaringen meldpunt MFO

De GDI biedt een groot aanbod aan generieke digitale bouwstenen, standaarden en afspraken binnen een architecturaal kader die kunnen en steeds meer moeten bijdragen aan het verbeteren van de dienstverlening van de overheid. Ook het aantal bouwstenen groeit. Door gebruik te maken van de GDI kunnen we lessen uit de trajecten rondom de parlementaire onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag en Werk aan Uitvoering toepassen, en ervoor zorgen dat dienstverlening aan burgers en ondernemers betrouwbaarder, efficiënter en klantgerichter wordt. Jaarlijks wordt de GDI voorzien van een programmering, het GDI-Programmeringsplan. Het plan voor 2026 is eind 2025 (Kamerstuk 2025/26, 26643, nr. 1450) aan de Kamer aangeboden en is breed interbestuurlijk (Dienstverlenende organisaties, medeoverheden, departementen en opdrachtnemers) opgesteld en afgestemd. Het geeft aan welke concrete stappen worden gezet op de GDI-onderdelen. Daarbij is er zeer grote aandacht voor de leefwereld en wensen van burgers en ondernemers én wordt er op alle onderdelen goed gekeken naar de maakbaarheid ervan door de uitvoering.

35

- Strikt gebonden bevoegdheden in sectorale wetten waar nodig vervangen door bevoegdheden met beoordelingsruimte of hardheidsclausules (opnemen ‘veiligheidsventielen’ sluit aan bij Kabinetsreactie rapport Regels en Ruimte)- Als regel in wetgeving een hardheidsclausule opnemen(NR 37 motie van Brenk)

Geen verdere update.

36

Buiten twijfel stellen dat abbb leidend zijn en minder marginale toetsing bestuursrechter(NR 15 Motie Jette cs)

In 2024 vond de (internet)consultatie plaats bij het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb en zijn zo’n 60 uitvoeringstoetsen gedaan. In 2025 is over de gevolgen van de uitvoering een gespreksronde georganiseerd met een aantal grote uitvoeringsinstanties, de VNG en de rechtspraak. De uitkomsten hiervan en van de consultatie worden momenteel verwerkt in het wetsvoorstel. In Q1 2026 wordt de Kamer over de stand van zaken geïnformeerd.

37

Inventarisatie wetgeving die hardvochtig uitpakt(NR 24 Motie Ploumen/Jetten)Onder andere het actief inventariseren bij uitvoering, belangenorganisaties en No welke mogelijke hardheden er in wet en regelgeving zijn die de mensen in de knel kunnen brengen m.b.t. tot frauderegelgeving in invordering. Met aandacht voor invorderingsplicht bijstand, terugvorderingstermijn sociale zekerheid, wanbetalersregeling zorgpremie.

Geen verdere update.

RESPONSIEVE OVERHEID EN ANTIDISCRIMINATIE

Discriminatie en het gebruik van nationaliteit

51

Bij de invoeringstoets zal net zoals bij de uitvoeringstoets voorafgaand aan de inwerkingtreding van beleid aandacht worden besteed aan mogelijk (indirect) discriminerende aspecten.

Geen verdere update.

54

Met College voor de Rechten van de Mens (CvdRM) overleggen hoe cliënten van grote uitvoeringsorganisaties kunnen worden doorverwezen naar het college als de uitvoeringsorganisatie geen discriminatie heeft kunnen vaststellen.

Geen verdere update.

55

Bij doorverwijzing naar het college wordt gewezen op de mogelijkheid van ondersteuning door een meldpunt antidiscriminatie bij de gemeenten. Het in verband daarmee aanpassen van de regelgeving meldpunten antidiscriminatie.

De bijstand aan melders door klachtconsulenten van de antidiscriminatievoorzieningen is een doorlopende inzet. Melders die zelfstandig bij het CRM verzoeken om een oordeel, worden door het CRM proactief gewezen op de beschikbare ondersteuning vanuit een antidiscriminatievoorziening. Eén van de stappen die in de tussentijd is gezet, is dat er een aantal dagen per week een speciaal spreekuur is bij het CRM voor klachtenconsulenten van antidiscriminatievoorzieningen. Zowel tussen BZK en de landelijke vereniging van antidiscriminatievoorzieningen, Discriminatie.nl als tussen BZK en het CRM is doorlopend overleg.

56

Afspraken maken met het CvdRM over het geven van trainingen (eigen vooroordelen herkennen) bij

Geen verdere update.

57

Met CvdRM bezien of en hoe het gebruik van advies bij (wijziging) van beleidsregels omtrent mogelijk onderscheid, kan worden bevorderd.

Geen verdere update.

58

Verkenning Nationaal coördinator tegen discriminatie en racisme

Er is een nationaal coördinator tegen discriminatie en racisme (NCDR). Het huidige mandaat van de NCDR is in april 2025 verlengd tot 31 december 2029 (zie Kamerstukken II 2024/25, 30950, nr. 454).

59

Instellen Staatscommissie Discriminatie

De staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme heeft in 2025 enkele voortgangsrapportages uitgebracht. Het betreft de voortgangsrapportage ‘Keer op Keer. Inzichten in gestapelde discriminatie ervaringen in Nederland en Europa’ (21 maart 2025), de voortgangsrapportage ‘Gelijkheidsplicht Publieke Sector’ (4 september 2025) en de Preadviezen ‘Samen voor gelijkheid. Een toekomstvisie op het non-discriminatierecht’ (10 december 2025). Tevens is op 3 november 2025 de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening gelanceerd (www.discriminatietoets.nl). Het eindrapport van de staatscommissie verschijnt naar verwachting in juni 2026.

61

Discriminatietoets op alle wetsvoorstellen, maatregelen van bestuur, beleidsprotocollen en werkwijzen aan de voorkant(NR. 30 Motie Azarkan/Van Kooten-Arissen)

Sinds voorjaar 2023 is het Beleidskompas, de centrale werkwijze van de Rijksoverheid voor het maken van nieuw beleid en regelgeving, in gebruik. In 2025 is de handreiking Constitutionele toetsing met daarin een discriminatietoets herzien (Kamerstukken II 2025/25, 28362, nr. 86). Deze handreiking maakt onderdeel uit van het Beleidskompas.

62

Brede doorlichting op discriminatie en etnisch profileren van de werkwijze en organisatiecultuur van alle (semi)overheidsinstanties en uitvoeringsinstanties,(NR. 33 Motie Azarkan c.s)

Op 3 november 2025 heeft de staatscommissie de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening gelanceerd (www.discriminatietoets.nl). De Discriminatie­toets is een interactieve methode waarmee beleidsmakers en publieke dienstverleners zelf onderzoek kunnen doen naar risico’s op discriminatie in processen en werkpraktijken. De staatscommissie ondersteunt gedurende de rest van haar instellingsduur overheidsorganisaties die deze toets willen uitvoeren. Het ministerie van BZK zal daarna regie voeren op het gebruik van de discriminatietoets. Het eindrapport van de staatscommissie verschijnt naar verwachting in juni 2026.

INFORMATIEVOORZIENING EN POLITIEK AMBTELIJKE VERHOUDINGEN

Informatievoorziening aan parlement en samenleving

64

Vanaf 1 juli wordt een start gemaakt om bij elk stuk (wetsvoorstel, brief of nota) dat aan het parlement wordt gestuurd, onderliggende departementale nota’s die bewindspersonen hebben gebruik voor de besluitvorming actief openbaar te maken.

De eerste (kwantitatieve) fase van het onderzoek naar beslisnota's is afgerond. Deze fase bestond uit een enquête onder parlementsleden (en hun ondersteuning) en rijksambtenaren. Het onderzoek wordt in de eerste helft van 2025 afgerond.Actieve openbaarmaking van beslisnota’s wordt uitgevoerd op grond van de Beleidslijn actieve openbaarmaking nota’s 2022. Op 10 september 2025 heeft de Minister van BZK een onderzoek aan beide Kamers gezonden dat is uitgevoerd naar de ervaringen met het actief verstrekken van beslisnota’s. Daarbij is aangekondigd dat een kabinetsreactie op het onderzoek nog volgt.

65

Samen met de Kamers invulling geven aan een praktijk waarin veel vaker dan nu technische briefings, of tijdens commissievergaderingen technische toelichtingen door ambtenaren verzorgd worden

De minister van BZK heeft in de kabinetsreactie op het rapport «Grip op informatie» van 10 januari 2025 toegezegd in de Aanwijzingen inzake externe contacten te verduidelijken dat ambtenaren ook op eigen initiatief, via de parlementair contactpersoon, contact kunnen opnemen met Kamerleden. Deze gelegenheid zal ook worden benut om enkele andere zaken te verduidelijken, zoals dat binnen ministeriële verantwoordelijkheid past dat de minister niet steeds in een concreet geval specifiek toestemming voor het contact hoeft te geven, maar dat op voorhand ook afspraken kunnen worden gemaakt dat de parlementair contactpersoon dit eigenstandig kan beoordelen. Het doel van deze aanpassing is het bevorderen van een bestaande praktijk waarin de Kamers en ambtelijke organisatie op een effectieve manier met elkaar kunnen communiceren binnen ministeriële verantwoordelijkheid. De gewijzigde Aanwijzingen zullen eind Q1/begin Q2 worden gepubliceerd.

66

De grond ‘persoonlijke beleidsopvatting’ niet langer hanteren als invulling van de weigeringsgrond ‘belang van de staat’ uit artikel 68 Grondwet

Geen verdere update.

67

Indien een bewindspersoon voornemens is een stuk te weigeren met een beroep op de weigeringsgrond ‘belang van de staat’, zal de centrale juridische directie hierover een zelfstandig oordeel uitbrengen aan de minister.

Geen verdere update.

68

In samenspraak met de Kamer bezien op welke wijze advisering van de Kamer bij discussie over toepassing van de weigeringsgrond ‘belang van de staat’ bij een commissie of onafhankelijke instantie zou kunnen worden belegd.

Geen verdere update.

71

Uitvoeringstoets gevolgen openbaarmaking voor ambtelijke werk en ambtelijke organisaties

Vanaf 1 juli 2021 is er een start gemaakt met het openbaar maken van beslisnota's bij enkele categorieën Kamerstukken. Vervolgens is er eind 2021 door onderzoekers van Gateway Review een onderzoek gedaan naar de eerste ervaringen met het openbaar maken van beslisnota’s. Deze bevindingen zijn meegenomen in de beleidslijn die op 13 juni 2022 naar de Kamers is gestuurd (Kamerstukken II, 2021/22, 28 362, nr. 59).Op 10 september 2025 heeft de Minister van BZK een onderzoek aan beide Kamers gezonden dat is uitgevoerd naar de ervaringen met het actief verstrekken van beslisnota’s. Daarbij is aangekondigd dat een kabinetsreactie op het onderzoek nog volgt. In het onderzoek is nadrukkelijk ingegaan op de gevolgen voor het ambtelijke werk.

Informatiehuishouding: basis op orde

72

Opstellen van een Generiek actieplan informatiehuishouding, met kaders voor de informatiehuishouding voor het hele Rijk dat op 1 april klaar is

Het generiek actieplan Open op Orde, het eerste Meerjarenplan, ter verbetering van de informatiehuishouding, is op 6 april 2021 aan de Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2020/21, 29362, nr. 291). Op 19 december 2025 zijn de meerjarenplannen digitale informatiehuishouding 2026 ‒ 2030 aan de Kamer aangeboden (Kamerstukken II, 2025/26, 29362, nr. 393). Het actiepunt wordt hiermee als afgerond beschouwd.

73

Het opstellen van departementale actieplannen met een beschrijving van hoe de informatiehuishouding van de eigen organisatie eruitziet en een stappenplan om de rijksbrede doelen te bereiken. De plannen zijn uiterlijk 1 juli klaar.

Sinds de eerste volwassenheidsmeting , uitgevoerd in 2021, is rijksbreed een jaarlijkse groei in de volwassenheid van de Informatiehuishouding te zien.

74

Investeren in professionaliteit van ambtenaren op het gebied van informatiehuishouding als een belangrijk onderdeel van het werk van een ambtenaar

1) Het Leerhuis Informatiehuishouding (Nationaal Archief) biedt leer- en ontwikkelactiviteiten op het gebied van informatiehuishouding en bijbehorende ondersteuning aan rijksorganisaties voor de implementatie van deze activiteiten. In het kader van de afloop van het Programma Open Overheid zullen we eerst een evaluatie uitvoeren voordat we een besluit nemen over de structurele borging van het Leerhuis Informatiehuishouding. Naast het Leerhuis worden ook door de Rijksacademie voor Digitalisering en Informatisering Overheid (RADIO), via de Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie leeractiviteiten op het gebied van informatiehuishouding aangeboden.2) Geen verdere update.3) Begin 2025 is de introductiecampagne naar aanleiding van de nieuwe ambtseed ‘Wij doen ons werk Zorgvuldig & Open’ het koepelconcept gelanceerd om van collega naar collega te laten zien wat het betekent om ZO te werken. In een introductie-toolkit zijn diverse middelen zoals video’s, posters en podcasts ingezet om collega’s te inspireren en praktische handvatten te bieden. In 2026 starten twee nieuwe ZO-campagnes. Ten eerste een campagne gericht op leidinggevenden om hen te ondersteunen in hun rol bij het bevorderen van zorgvuldig en open gedrag binnen hun teams. Deze campagne bevat ook de ‘Woensdag ZO-dag’, een wekelijks aandachtmoment met praktische tools. Daarnaast loopt in de eerste helft van 2026 een campagne gericht op alle medewerkers rondom e-mailarchivering, met middelen, stappenplannen en templates om dit specifieke onderwerp goed in de dagelijkse praktijk te brengen.4) We volgen dezelfde lijn van het rijksbrede programma I-Vakmanschap in opdracht van CIO Rijk en Digitaliseringsbeleid i.o. (CRD i.o.) om de genoemde onderwijs- en onderzoeksinitiatieven op Informatiehuishouding van de Rijksoverheid te borgen als onderdeel van Digitaal Vakmanschap binnen (CRD i.o)

75

Implementatie Wet Open Overheid

In 2024 zijn belangrijke stappen gezet naar een opener overheid. Een belangrijk onderdeel van de Wet open overheid (Woo) is de verplichte actieve openbaarmaking van zeventien informatiecategorieën. Deze verplichting treedt stapsgewijs in werking. Sinds 1 november 2024 zijn bestuursorganen verplicht om de eerste vijf categorieën informatie actief openbaar te maken (Stcrt. 2024, 30890). In 2025 en 2026 zullen gefaseerd de andere twaalf informatiecategorieën volgen. Daarnaast zijn stappen gezet om de uitvoering en uitvoerbaarheid van de Woo te verbeteren. In de kabinetsreactie op de Woo-invoeringstoets is een pakket aan maatregelen aangekondigd die onder andere moeten leiden tot een verbeterde afhandeling van Woo-verzoeken (Kamerstukken II 2023/24, 32 802, nr. 94). Zo zetten we in op meer en eerder contact met informatieverzoekers, betere en efficiëntere afhandelingsprocessen, het sneller verstrekken van de meest relevante documenten bij omvangrijke verzoeken en betere monitoring en sturing.

76

Verplichte aansluiting rijk en decentrale overheden op Platform open overheidsinformatie (PLOOI )na inwerkingtreding WOO

Op 1 november ’24 is de eerste fase van de verplichte actieve openbaarmaking ingegaan (art. 3.3 Wet open overheid); bestuursorganen zijn sinds deze datum verplicht om informatie uit vijf categorieën actief openbaar te maken (Stcrt. 2024, 30890). De informatie wordt actief openbaar en doorzoekbaar gemaakt op de Woo-index door middel van een verwijzing naar de centrale vindplaats bij het desbetreffende bestuursorgaan. Op termijn wordt het verplicht om in totaal zeventien informatie categorieën actief openbaar te maken. Definitieve besluitvorming over de planning van de overige categorieën vindt begin 2025 plaats.

77

Adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding ingesteld met de inwerkingtreding van de Wet Open Overheid

Het Adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding (ACOI) is bij de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) ingesteld en is momenteel operationeel. In het afgelopen jaar heeft dit adviescollege haar eerste adviezen uitgebracht, waaronder een advies over het archiveren van chatberichten (Kamerstukken II 2022/23, 36 200 VII, nr. 152) en een onderzoek naar de ervaringen van journalisten met de Woo. Het adviesorgaan heeft ook haar eerste bemiddelingszaken afgerond.

78

Benoemen van een Regeringscommissaris informatiehuishouding onder verantwoordelijkheid van de minister van BZK ten behoeve van stevige coördinatie uitvoering van de plannen. Het streven is dat deze op 1 juli aan de slag gaat.

De Regeringscommissaris Informatiehuishouding heeft van 1 januari 2022 tot 2 juli 2024 gewerkt. Na afloop van de verlengde termijn voor de Regeringscommissaris Informatiehuishouding is besloten de termijn niet opnieuw te verlengen (Kamerstukken II 2023/24, 29 362, nr. 362). Hiermee beschouwen we deze actie als afgerond.

80

Opzetten van een algoritmeregister(NR. 16 Motie Klaver cs deel 2)

Het algoritmeregister bevat op moment van schrijven 1363 publicaties van 324 organisaties. Departementen hebben toegezegd voor eind 2025 alle hoog-risico AI-toepassingen, volgens de AI-verordening, te registreren, en hebben ook hun planningen voor impactvolle algoritmen in de zomer van 2025 doorgegeven aan de Kamer. Over de aantallen registraties zal worden gerapporteerd in de JBR 2025. Verdere details over de positionering van het algoritmeregister en de relatie van het register tot andere lopende trajecten op verantwoord algoritmegebruik bij de overheid is te vinden in de Kamerbrief ‘Doorontwikkeling Algoritmekader en -register’ van 9 september 2025

81

Voor 1 maart een voorstel hoe binnen overheidsinstellingen vervuilde data worden opgeruimd aan de Tweede Kamer zenden(NR. 21 Motie Marijnissen c.s. deel 2)Het gebruik van nationaliteit, etniciteit en geboorteplaats als datavariabele in alle risicomodellen, -profielen, -systemen, -selectie en zwarte lijsten die binnen het overheidswezen gebruikt worden, volledig uitsluiten; tevens verzekeren dat ook zelflerende algoritmen in risicoclassificatiemodellen deze indicatoren niet gebruiken(NR. 16 Motie Klaver c.s, deel 1)

Geen update, afgerond.

82

Wettelijke kader voor het gebruik van AI en algoritmes door uitvoeringsorganisaties(NR. 35 Motie Azarkan)

Verschillende bepalingen van de Europese AI-verordening zijn inmiddels van kracht. De inrichting van het toezicht op de AI-verordening is voorbereid. In het voorjaar van 2026 zal deze voor internetconsultatie worden aangeboden. Ook wordt er in het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie gewerkt aan een auditeerbaar kader voor alle normen waaraan overheidsorganisaties moeten voldoen bij de inzet van AI en algoritmes.

AMBTELIJK VAKMANSCHAP

83

Opzetten van een rijksbreed programma dat inzet op bewustwording en praktische uitwerking van nieuwe werkwijzen en op de benodigde opleiding en training van ambtenaren (beleidsambtenaren, uitvoerende ambtenaren en leidinggevenden)

Het programma Grenzeloos Samenwerken is in 2021 opgezet en eind 2025 afgerond. Dit programma heeft diverse instrumenten gemaakt om te werken aan bewustwording en praktische uitwerking van het opgavegericht worden. Concreet is in samenspraak met de departementen een Gids Ambtelijk Vakmanschap opgesteld met principes en bijbehorende waarden die cruciaal zijn voor het werk van iedere Rijksambtenaar. Verschillende interventies die opgavegericht werken bevorderen zijn samengebracht in een Doe Boek en in verschillende rijksbrede opleidingstrajecten wordt de manier waarop we ons werk doen (Ambtelijk Vakmanschap) of als rode draad of als onderdeel aangeboden. Daarnaast is met workshops, training, begeleiding bij grote opgaven en (morele) dialoogvorming gewerkt aan een andere werkwijze bij de overheid. Ook zijn er groeiende communities of practice opgezet om onderling kennis en ervaring te delen en zijn er gesprekleiders opgeleid bijvoorbeeld voor ethische reflectie. Met de ABD is er voor topambtenaren aanbod ontwikkeld dat het verankeren van een goede gesprekscultuur ondersteunt.‘Leer je Rijk’ is in 2025 gestart en bouwt aan Rijksbrede opleidingen Ambtelijk Vakmanschap die ambtenaren ondersteunen in de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden en werkwijzen.Naar aanleiding van het Ombudsmanrapport ‘Herstel bieden: een vak apart’ is in 2025 het programma Erkenning & Herstel gestart dat zich richt op de ondersteuning van ambtenaren en de politiek bij het geven van een passende reactie aan burgers die in de knel dreigen te raken of al gedupeerd zijn én die op de overheid moeten kunnen rekenen.Ook voor de komende jaren ligt er een opgave om het ambtelijk vakmanschap verder te versterken. Om aan die ambitie te werken is vanaf 2026 een programmadirectie Ambtelijk Vakmanschap ingericht waarin op vijf domeinen wordt gewerkt: Ambtelijk Vakmanschap, Dialoog & Ethiek, Opgavegericht Werken, Erkenning & Herstel, Leer je Rijk (basisopleiding). De financiering loopt via de structurele PO-middelen en de toegekende middelen voor Goed Bestuur.

84

Bij werving en selectie van topfuncties meer dan nu expliciet aandacht besteden aan wat gegeven de actuele maatschappelijke opgave nodig is om de functie, mede in relatie tot de samenstelling van het managementteam, goed te kunnen vervullen.

In de werving- en selectieprocessen voor topfuncties (die worden ondersteund door het DG Algemene Bestuursdienst van BZK) wordt nadrukkelijk stilgestaan bij de context van een functie (‘opgavegericht werven en selecteren’). Gekeken wordt wat er nodig is om een specifieke opgave verder te brengen, rekening houdend met de omgeving, de organisatie en het team waarbinnen iemand moet opereren. De opgave vormt samen met de rijksbrede visie op publiek leiderschap het uitgangspunt voor de werving en selectie. Hierbij staat de vraag centraal welke kennis, ervaring, vaardigheden en competenties in een specifieke context nodig zijn en waar het accent op moet liggen in het selectieproces. Het gaat om het vinden van de juiste match tussen de kandidaat, de opgave waar de organisatie voor staat en het team waar hij of zij in werkt.

OVERIG

85

Nader bekijken op welke manier de maatregelen uit de Kabinetsreactie rapport ‘Ongekend Onrecht’ vertaald kunnen worden naar Caribisch Nederland

Invoering Algemene wet bestuursrecht: Een werkgroep vanuit JenV en BZK werkt aan de wet. Het traject bevindt zich nog in de voorbereidende fase waarbij wordt verkend welke bepalingen uit de Awb worden overgenomen. In die gesprekken worden Bonaire, Sint Eustatius en Saba meegenomen. Wanneer duidelijk is welke bepalingen uit de Awb worden overgenomen, zal het formele wetstraject worden opgestart.Inventarisatie aanspreekpunten / loketten: De Rijksdienst voor Caribisch Nederland (RCN) en het Directoraat-Generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werken samen aan realisatie van de ambities van de WaU aanvraag ‘Verbetering (digitale)dienstverlening RCN vanuit de één-loket-gedachte’.In het kader van de verbetering van overheidsdienstverlening is er concrete vooruitgang geboekt. Onderzoek naar behoeften van burgers, ondernemers en medewerkers leverde inzicht in knelpunten op. Daarnaast volgden overheidsmedewerkers klantreistrainingen en er werden verschillende klantreizen uitgewerkt (bijv. 'Ik ga studeren', «Ik ga verhuizen» en 'Ik wil een onderneming starten'). Ook zijn dienstverleningsconcepten opgesteld voor rijksdiensten en de openbare lichamen en is er een prototype van de Online wegwijzer opgeleverd als basis voor een centrale online ingang bij de overheid.Invoering BSN op de BES-eilanden: Het kabinet acht het versterken van de digitale overheid en identiteitsinfrastructuur in Caribisch Nederland van groot belang. De invoering van het BSN op Bonaire, Sint Eustatius en Saba is succesvol verlopen. Sinds 11 november 2025 hebben alle inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba een BSN. Op die dag is de daarvoor benodigde wetgeving in werking getreden. [Stb. 2025, 326]. Het invoeren van het BSN is een eerste stap die het mogelijk maakt dat inwoners in de toekomst steeds meer gebruik kunnen maken van online overheidsdiensten. Zo is onder meer geregeld dat inwoners een DigiD kunnen aanvragen en dat overheidsorganen in Caribisch Nederland gerechtigd zijn het BSN te verwerken. Op dit moment gebruiken de inwoners nog een ID- en een CRIB-nummer in hun contact met de overheid, maar deze nummers zullen in de komende periode geleidelijk door het BSN worden vervangen.

86

Staatscommissie instellen die in brede zin het functioneren van de rechtsstaat analyseert en met voorstellen komt om deze te versterken, en de Kamer daarover te informeren(NR 12. Motie Omtzigt/Van Dam)

De kabinetsreactie is aan de Tweede Kamer gestuurd. Op dit moment wordt gewerkt aan de opvolging van de aanbevelingen in het rapport.

Licence