Base description which applies to whole site

XIII Economische Zaken en Klimaat

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 3.485,5 mln.

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln). Totaal € 243,3 mln.

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G.Herbert

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft twee begrotingen:

  • 1. de beleidsbegroting (Hoofdstuk XIII van de Rijksbegroting) en

  • 2. de fondsbegroting van het Nationaal Groeifonds (NGF) (Hoofdstuk L van de Rijksbe­groting).

Voor u ligt de beleidsbegroting Hoofdstuk XIII.

1. Leeswijzer

De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

  • 1. Begrotingsstructuur;

  • 2. Prestatiegegevens;

  • 3. Groeiparagraaf;

  • 4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s..

1. Begrotingsstructuur

Beleidsagenda

De beleidsagenda begint met het onderdeel beleidsprioriteiten. Aansluitend bij de missie van EZK hebben de beleidsprioriteiten de volgende opbouw:

  • Inleiding;

  • Macro-economisch beeld;

  • Acties voor een productieve economie;

    • Innoveren;

    • Financieren en investeren;

    • Ruimte voor ondernemers;

  • Acties voor een weerbare economie en samenleving;

    • Economische veiligheid en weerbaarheid;

    • Digitale soevereiniteit, autonomie en weerbaarheid;

    • Versterken en beschermen van burgers en consumenten tegen risico’s in onze digitale samenleving;

    • Digitale overheid;

  • Europese en internationale samenwerking;

  • Slotparagraaf.

Na het onderdeel beleidsprioriteiten volgen: de belangrijkste begrotingsmutaties voor de uitgaven en de ontvangsten, de openbaarheidsparagraaf, de Strategische Evaluatie Agenda, het overzicht van de risicoregelingen en de paragraaf Slagvaardige Overheid.

Beleidsartikelen

Aansluitend op de beleidsagenda volgt de toelichting op de beleidsartikelen. Per beleidsartikel is een algemene doelstelling en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersonen opgenomen. Voor elk beleidsartikel zijn de belangrijkste beleidswijzigingen apart opgenomen onder het kopje «beleidswijzigingen». De financiële instrumenten zijn voorzien van een korte toelichting. Waar mogelijk wordt, voor een meer inhoudelijke en gedetailleerde beleidstoelichting, verwezen naar de relevante beleidsnota’s of brieven die al naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

In de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen zijn de financiële instrumenten onderverdeeld naar de volgende categorieën: subsidies, leningen, garanties, opdrachten, bijdrage aan agentschappen, bijdrage aan ZBO’s/RWT’s, bijdrage aan medeoverheden, bijdrage aan (inter-)nationale organisaties, storting begrotingsreserve en ontvangsten. Deze onderverdeling komt ook, indien relevant, terug in de structuur van het beleidsartikel.

In de begroting zijn verder de volgende bijlagen opgenomen: (bijlage 1) een overzicht van de ZBO’s/RWT’s vallend onder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, (bijlage 2) een overzicht met de specifieke uitkeringen van EZK, (bijlage 3) het subsidieoverzicht met hyperlinks naar de betreffende subsidie, de meest recent uitgevoerde evaluatie en geprogrammeerde eerstvolgende evaluatie en de geplande einddatum van de subsidie en (bijlage 4) een nadere uitwerking van de Strategische Evaluatie Agenda en de meest recent uitgevoerde en geprogrammeerde beleidsdoorlichtingen en evaluaties met hyperlinks naar de betreffende rapporten.

Informatievoorziening

EZK hecht aan hoogwaardige, betrouwbare informatievoorziening om de impact van haar beleid en de voortgang op doelen te monitoren. Uitvoeringsorganisaties worden aangestuurd om relevante monitoringsinformatie te verzamelen over de voortgang en impact van beleid voor burgers en bedrijven. Daarnaast zet EZK in op gebruik van onafhankelijke voortgangsinformatie zoals van het Planbureau voor de Leefomgeving, het Centraal Planbureau, de EU en de OESO. EZK communiceert thematisch over beleidsvoortgang op websites als www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl, dashboardklimaatbeleid.nl en dashboardgroningen.nl. Voor voortgang op brede welvaart publiceert het CBS de Monitor Brede Welvaart en Sustainable Development Goals. Daarnaast is informatie, zoals ook genoemd in de toelichting bij de beleidsartikelen, te vinden op websites van betreffende uitvoeringsorganisaties. Tot slot wordt op rijksfinancien.nl alle budgettaire data verzameld. Deze website biedt ook de mogelijkheid om gerelateerde informatie toe te voegen aan de reguliere begrotingsinformatie. Dat zijn bijvoorbeeld beleidsevaluaties, visualisaties van financiële tabellen, bijbehorende officiële stukken, en links naar aanvullende beleidsinformatie.

Begrotingsreserves

De EZK-begroting kent zeven reserves, specifiek voor garanties die worden afgegeven vanuit EZK onder de verschillende garantieregelingen. In de toelichting op de financiële instrumenten, onder onderdeel E van beleidsartikel 2 wordt verder ingegaan op de aard van deze instrumenten.

2. Prestatiegegevens

In de beleidsartikelen wordt onder de algemene doelstelling aangegeven waar de Minister van EZK voor verantwoordelijk is. Indien voor deze doelstellingen een directe relatie gelegd kan worden tussen het gevoerde beleid en de gewenste (maatschappelijke) uitkomst, zijn prestatie-indicatoren opgenomen. De voorwaarde voor het opnemen van een indicator is een (doen) uitvoerende rol van de Minister. Bij de doelstellingen waarbij EZK een belangrijke bijdrage kan leveren door de juiste randvoorwaarden te creëren en het resultaat afhankelijk is van externe factoren, is het niet of beperkt mogelijk om prestatie-indicatoren op te nemen en wordt volstaan met kengetallen over ontwikkelingen op het betreffende beleidsterrein. Daarnaast zijn, waar mogelijk, prestatie-indicatoren en kengetallen opgenomen op instrumentniveau, die inzicht geven in het bereiken van specifieke resultaten.

3. Groeiparagraaf

Met ingang van de Ontwerpbegroting 2027 zijn in de beleidsagenda, in het onderdeel beleidsprioriteiten, de hoofddoelen van het Ministerie van EZK voor het jaar 2027 opgenomen en waar mogelijk wordt ook ingegaan op risico’s. Op deze manier geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen worden geprioriteerd. Inzicht in en aandacht voor doelen, resultaten en risico’s is van belang om weloverwogen beleidskeuzes te kunnen maken. De belangrijkste budgettaire mutaties die samenhangen met de keuzes van kabinet zijn opgenomen in tabel 1 en 2 van deze begroting. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36 740, nr. 7), Hoogeveen (Kamerstuk 36 945, nr. 17) en Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36 740, nr. 8) over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken. De hoofddoelen en risico’s zijn nader uitgewerkt in de beleidsartikelen, met daarbij ook nadere toelichting op de voornemens op dat specifieke beleidsterrein.

Daarnaast wordt de beleidsagenda van de departementale begrotingen aangevuld met een paragraaf Slagvaardige Overheid. Dit mede tegen de achtergrond van motie Van der Maas c.s. (Kamerstuk 36 945, nr. 16) en de motie Van Dijck (Kamerstuk 36 945, nr. 27). In deze paragraaf wordt zoveel mogelijk ingegaan op de concrete maatregelen en resultaten gericht op een eenvoudiger, productiever en slagvaardiger functionerende overheid.

Met ingang van het begrotingsjaar 2027 worden de organisatorische aanpassingen effectief die het gevolg zijn van de portefeuilleverdeling tussen de Staatssecretaris van EZK en de Staatssecretaris van BZK, zoals vastgelegd in de koninklijke besluiten horende bij de start van kabinet Jetten I. In deze begroting zijn vooruitlopend daarop de voor EZK beoogde budgetten overgeheveld vanuit de begroting van BZK. Deze middelen worden verwerkt op beleidsartikel 9 Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid van de EZK-begroting.

In lijn met de Comptabiliteitswet (artikel 2.6), waarin is opgenomen dat de begrotingsstaat van een agentschap opgenomen dient te worden bij de begrotingsstaat van de departementale begroting van het ministerie waaronder het agentschap ressorteert, is het agentschap NEa vanaf de ontwerpbegroting 2027 opgenomen op de begroting van EZK en niet meer op de begroting van KGG. Voor begrotingsjaar 2026 staat de begrotingsstaat van de NEa nog opgenomen op de begroting van KGG, omdat deze begroting pas na de start van het kabinet Jetten is omgezet naar een programmabegroting.

4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw c.s. ingediend en aangenomen (Kamerstuk 2010-2011, 21 501-20, nr. 537). Deze motie zorgt ervoor dat de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland op grond van het Nederlands Nationaal Hervormingsprogramma een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen.

In de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland in 2026-2027 (COM(2026) 219 final) is in relatie tot de beleidsartikelen 1 en 2 van de EZK-begroting aanbevolen:

  • Zorgen voor continuïteit van de hervormingen en investeringen die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden uitgevoerd.

  • De uitvoeringsdynamiek in het kader van de cohesiebeleidsprogramma’s vasthouden, in voorkomend geval voortbouwend op de heroriëntatie naar strategische prioriteiten en de flexibiliteit in de tussentijdse evaluatie van het kader voor het cohesiebeleid.

  • De publieke en particuliere onderzoeks- en ontwikkelingsintensiteit vergroten door de steun te richten op investeringen in belangrijke strategische technologieën en op regionale innovatie ecosystemen. De financieringskloof aanpakken voor start-ups en scale-ups, onder meer door stimulansen te bieden om institutionele beleggers aan te trekken. Kleine en middelgrote ondernemingen ondersteunen met het oog op innovatie en toepassing van nieuwe technologieën, onder meer via rechtstreekse subsidies en fiscale stimulansen.

Landspecifieke afspraken Herstel- en Veerkrachtplan (HVP)

De uitvoering van het Nationaal Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) bevindt zich in de eindfase (Kamerstuk  21 501-07, nr. 2187). Binnen de beleidsartikelen 1 en 2 is het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verantwoordelijk voor de volgende vier investeringsmaatregelen uit het Nederlandse HVP:

  • 2.1I1 Quantum Delta NL

  • 2.1I2 AiNed

  • 4.2I1 Nationaal Onderwijslab AI

  • 5.1I4 Health RI

Dit zijn Nationaal Groeifondsprojecten die (gedeeltelijk) onder het HVP zijn opgenomen. De HVP-mijlpalen die onder deze Groeifondsprojecten vallen zijn inmiddels afgerond en ook inhoudelijk beoordeeld door de Europese Commissie. Het project Health R&I loopt in 2028 af. De overige drie projecten lopen langer door, met daarvoor beschikbare middelen op de artikelen 1 en 2 van de EZK-begroting t/m 2030 en voorts een voorwaardelijke toekenning aan het project Nationaal Onderwijslab AI voor de jaren t/m 2034 op de begroting van het Nationaal Groeifonds.

Hiermee wordt invulling gegeven aan de landspecifieke aanbeveling om investeringen die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden uitgevoerd te continueren. Er zijn geen hervormingsmaatregelen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit gerelateerd aan de beleidsartikelen 1 en 2.

In de beleidsartikelen 1 en 2 wordt aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de andere landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie.

Motie Hachchi c.s.

Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000 IV, nr. 28) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caribisch Nederland, uitgesplitst per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. De totale uitgaven op de EZK-begroting voor Caribisch Nederland in 2027 bedragen € 13,7 mln. Deze uitgaven zijn verdeeld over de beleidsartikelen 1, 2 en 9.

2. Beleidsagenda

Beleidsprioriteiten

Inleiding

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) staat voor een productieve, weerbare economie die brede welvaart creëert, kansen biedt en onze vrijheid beschermt – vandaag en morgen. Dat doen we door in te zetten op een sterke economie die structureel met 1,5% per jaar groeit door innovatie en digitalisering, ondernemerschap en weerbaarheid. Een economie die niet alleen onze welvaart, maar ook ons welzijn veiligstelt. Die zorgt voor goede banen en bestaanszekerheid, en voor de mogelijkheid om samen te blijven investeren in belangrijke publieke voorzieningen zoals gezondheidszorg, veiligheid, onderwijs en een sociaal zekerheidsstelsel.

Nederland staat voor grote uitdagingen. Door vergrijzing, geopolitieke spanningen, technologische versnelling en digitalisering, en klimaatverandering moeten we slimmer werken om met minder mensen hetzelfde of meer te doen. Alleen met een productieve én weerbare economie, een sterke digitale overheid en een sterk Europa houden we onze welvaart en vrijheid, voor de huidige én toekomstige generatie.

Met ingang van de Ontwerpbegroting 2027 worden in de begroting de hoofddoelen en de daarbij ingeschatte risico's van het Ministerie van EZK opgenomen.1Door het opnemen van de hoofddoelen geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen  prioriteit zijn.

Daarom werkt het kabinet hard aan de volgende doelen:

  • Een structurele economische groei van 1,5%. Om dit te bereiken zet het kabinet onder andere in op de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling, gericht innovatiebeleid, groei van de domeinen van het strategisch industriebeleid, reductie van regeldruk voor ondernemers en het op orde brengen van belangrijke randvoorwaarden voor economische groei.

    Risico: structurele economische groei komt voort uit productiever werken. Dat is geen knop waar de overheid direct aan kan draaien, maar vereist een structurele aanpak op verschillende terreinen. Daarnaast is de groei ook sterk afhankelijk van ontwikkelingen bij onze handelspartners en de wereldeconomie.

  • 3% van de Nederlandse economie (het bruto binnenlands product, bbp) in 2030 investeren in onderzoek en ontwikkeling (R&D). Daarvan moet het grootste deel van het bedrijfsleven komen, maar de overheid kan met publieke investeringen ook private investeringen aanjagen.

    Risico: randvoorwaarden, zoals ruimte, toegang tot het energienet, passende financiering, fiscale regels en voldoende talent, moeten op orde zijn om deze investeringen mogelijk te maken.

  • Het verhogen van de weerbaarheid van de digitale samenleving en overheid door innovatie en technologische ontwikkeling te stimuleren en digitale soevereiniteit en autonomie te versterken.

    Risico: onzekerheid wat betreft de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van digitale voorzieningen door geopolitieke ontwikkelingen, een digitale transitie kent hoge investeringskosten en vraagt om schaars technische expertise.

  • Het verminderen van afhankelijkheden en het vergroten van leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en (half)producten door het versneld uitvoeren van de Nationale Grondstoffenstrategie. Het kabinet ondersteunt de ontwikkeling van strategische projecten voor leveringszekerheid, zoals de opzet van raffinage en recycling van kritieke grondstoffen.

    Risico: de opbouw van nieuwe projecten vergt aanzienlijke investeringen, tijd en samenwerking. Samenwerking met Europese en internationale partners is vereist om de afhankelijkheden af te bouwen.

Dit doen we gezamenlijk met het bedrijfsleven, regio’s, publieke dienstverleners (uitvoering en toezicht), medeoverheden en internationale partners.

Macro-economisch beeld

De wereldwijde economie bevindt zich in een periode van onzekerheid, waarbij geopolitieke spanningen en de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten de economische vooruitzichten direct beïnvloeden. De hogere olie- en gasprijzen drijven de inflatie op en vertragen de economische groei.

In 2025 liet de Nederlandse economie ondanks internationale handelsspanningen en geopolitieke onrust een groei van 1,8 procent zien, wat wijst op veerkracht.2De wereldhandel groeide, mede door anticipatie op handelstarieven en handelsverlegging naar alternatieve routes.3Voor 2026 wordt een economische groei van 1,4 procent verwacht en voor 2027 1,2 procent, terwijl de inflatie naar verwachting stijgt tot 3,3 procent in 2026 en 2,7 procent in 2027.4De doorsnee koopkracht zal in 2026 naar verwachting stijgen met 0,6 procent en in 2027 dalen met 0,1 procent. Het conflict in het Midden-Oosten zorgt echter voor grote onzekerheid over de ontwikkeling van olie- en gasprijzen, en daarmee over inflatie, koopkracht en economische groei.

In 2025 was de groei van de arbeidsproductiviteit – de toegevoegde waarde per gewerkt uur – met 2,4 procent onverwachts hoog.5Over de afgelopen tien jaar steeg de arbeidsproductiviteit gemiddeld slechts met 0,3 procent, zelfs inclusief de hoge gemeten groei van 2025. Het CPB raamt voor 2026 productiviteitsgroei van 2,5 procent en voor 2027 1,2 procent. Hoewel de Nederlandse economie veerkrachtig is, staat onze toekomstige welvaart onder druk. Door de vergrijzing zullen relatief steeds minder mensen werken, terwijl we onze publieke voorzieningen zoals onderwijs en zorg betaalbaar en van goede kwaliteit willen houden. Om het welvaartsniveau te behouden of te verhogen, is een stijging van de arbeidsproductiviteit noodzakelijk.

Het concurrentievermogen van Nederlandse bedrijven is onder druk komen te staan door een combinatie van factoren. Relatief hoge energie- en loonkosten verzwakken de positie ten opzichte van andere landen. Daarnaast vormen belemmeringen in de fysieke leefomgeving, zoals een tekort aan ruimte op het elektriciteitsnet en beperkte milieuruimte, een rem op bedrijfsgroei en investeringen. Hoewel de spanning op de arbeidsmarkt afneemt, blijft deze hoog: in het eerste kwartaal van 2026 waren er voor elke 100 werklozen 91 vacatures.6

De stand van de Nederlandse economie is sterk afhankelijk van internationale ontwikkelingen. De geopolitieke onzekerheid leidt tot afnemend vertrouwen van bedrijven en consumenten zoals blijkt uit de laatste DNB Voorjaarsraming.7Omdat Nederland via handel en investeringen nauw verbonden is met het buitenland, is de economie gevoelig voor wereldwijde schokken inclusief geopolitieke ontwikkelingen. Het is daarom van belang te blijven investeren in een weerbare economie en samenleving, om strategische afhankelijkheid van het buitenland te verminderen en beter bestand te zijn tegen geopolitieke schokken.

Acties voor een productieve economie

Innoveren

Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)

In navolging van het succes van buitenlandse innovatie-agentschappen zoals DARPA (Defence Advanced Research Agency) in de Verenigde Staten kiest dit kabinet voor de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). NADI richt zich op het realiseren van oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen. Dit gebeurt via tijdelijke, probleemgedreven programma’s onder leiding van onafhankelijke programmamanagers, die parallelle R&D-teams aansturen op basis van scherpe mijlpalen, met een duidelijk transitiepunt richting toepassing of opschaling.

Strategisch industriebeleid

Met gericht industriebeleid zet het kabinet in op de verdere versterking van de Nederlandse positie op strategische markten. De Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat gaat daarbij, vergelijkbaar met de Beethoven aanpak, vanuit de overheid integraal oplossingen bieden voor de geïdentificeerde knelpunten indien de markt dat niet zelf kan. Denk hierbij aan regelgeving en marktcreatie. Voor digitale diensten en AI wordt in 2027 publiek privaat uitvoering gegeven aan het later dit jaar vast te stellen industrieprogramma.

Nationale Technologiestrategie (NTS)

Met de NTS kiest het kabinet voor tien prioritaire sleuteltechnologieën waar Nederland goed op gepositioneerd is om bij te dragen aan het toekomstig verdienvermogen, maatschappelijke uitdagingen en strategische autonomie. Met NTS wordt focus aangebracht in waar Nederland een technologische positie wil verkrijgen of versterken. Dit doet het kabinet door instrumenten goed aan te laten sluiten op de NTS en het veld te activeren met de gepubliceerde actieagenda's per technologie. De betrokken partijen gaan nu door als innovatiecoalities om opvolging te geven aan de actieagenda's. De sleuteltechnologieën moeten toegepast worden in de strategische markten van het industriebeleid.

Digitale infrastructuur en digitale innovaties

Nederland heeft een hoogwaardige en weerbare digitale infrastructuur, maar de positie als digitaal knooppunt staat onder druk door technologische vernieuwing en de opkomst van AI, (hybride) dreigingen en achterblijvende investeringen. In 2027 wordt verder ingezet op een meer geïntegreerde aanpak en een sterkere regierol voor de Rijksoverheid. Dit betreft het ontwikkelen van datacentercapaciteit, onderzoek naar de randvoorwaarden voor aanlanding van nieuwe strategische zeekabelroutes en de uitvoering van de gigabiteinfrastructuurverordening. Daarnaast vinden er Europese onderhandelingen plaats over de Digital Networks Act en de Cloud & AI development Act.

Het Ministerie van EZK continueert in 2027, in lijn met de Strategie Digitale Economie, de stimulatie van kennisontwikkeling op dit gebied zodat we alle kansen die digitale innovatie biedt ook benutten. Die kansen zitten op terreinen als AI, data, cloud, 6G en cybersecurity, via de Nationale Technologie Agenda’s. Zo realiseert het kabinet een AI-fabriek in Groningen, bestaande uit een AI-supercomputer en een expertisecentrum. Dit centrum richt zich op het ontwikkelen en testen van geavanceerde AI-modellen, waaronder op het gebied van veiligheid/defensie, zorg, landbouw, technische industrie, onderzoek/onderwijs en de (maak)industrie. Daarbij is speciale aandacht voor het mkb, de doorgroei van start-ups naar scale-ups, evenals het versterken van het AI-ecosysteem en de AI-infrastructuur. Het kabinet onderstreept het belang van een deelname aan de IPCEI AI waarmee het Nederlandse bedrijfsleven onderdeel gaat worden van een Europees ecosysteem van AI-innovatie.

Productiviteitsagenda

In juli 2026 heeft het kabinet de tweede Productiviteitsagenda gepresenteerd, een pakket aan maatregelen om de arbeidsproductiviteitgroei te verhogen. De Productiviteitsagenda laat zien hoe het kabinet stap voor stap werkt aan de structurele groeidoelstelling van 1,5% uit het coalitieakkoord. In de agenda staan acties gericht op het stimuleren van innovaties, voldoende bedrijfsfinanciering, een goed functionerende arbeidsmarkt, en goed functionerende markten. Deze acties worden samengebracht met beleid voor sterke kennis en vaardigheden van mensen, zoals goed onderwijs, goede basisvaardigheden en een leven lang ontwikkelen. Om de Productiviteitsagenda kracht bij te zetten is afgelopen jaar de Productiviteitsraad opgericht, met de wettelijke taak om het kabinet jaarlijks te adviseren over concrete maatregelen om de productiviteit te verhogen. Dit advies zal de basis vormen voor de jaarlijkse Productiviteitsagenda.

Actualisering mededingingsinstrumentarium

Mededingingsbeleid heeft als doel eerlijke concurrentie te bevorderen. Dit leidt tot transparante prijzen, meer efficiëntie en innovatie voor consumenten en bedrijven. Omdat concurrentie innovatie stimuleert, leidt het op de korte termijn tot voordelen in de vorm van consumentenwelvaart (eerlijke en transparante prijzen). Tegelijkertijd leidt het op de lange termijn tot voordelen in de vorm van toegenomen productiviteit door innovatie en technologische vooruitgang. Mededingingsbeleid en -toezicht is er daarnaast op gericht om marktmacht te voorkomen of negatieve effecten zoals kartels en machtsmisbruik aan te pakken.

Om het mededingingsinstrumentarium actueel en toekomstbestendig te houden wordt gewerkt aan de uitbreiding van het instrumentarium voor toezichthouder ACM. Met de inroepbevoegdheid kan de ACM fusies en overnames die de omzetdrempels voor verplichte melding bij de ACM niet overschrijden inroepen en zo toch beoordelen. Er zijn namelijk fusies en overnames die weldegelijk tot een significante belemmering van de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan kunnen leiden, ondanks dat deze niet verplicht gemeld hoeven te worden bij de ACM. Hiervoor is een initiatiefwetsvoorstel ingediend door Bushoff (PRO). MEZK heeft hier voor het zomerreces namens het kabinet positief op gereageerd, maar daarbij wel een aantal aandachtspunten rondom het verminderen van de regeldruk en het verbeteren van de rechtszekerheid genoemd. De plenaire behandeling van het initiatiefwetsvoorstel vond plaats op 2 en 3 september.

Financieren en investeren

Nationale Investeringsinstelling / Invest-NL

EZK is beleidsverantwoordelijk voor Invest-NL waarmee de financiering en ontwikkeling van de Nederlandse economie wordt versterkt. Vanuit EZK wordt een subsidie gegeven aan de business development tak van Invest-NL ter bevordering van de financiering markt, doet marktonderzoek en ontwikkelt financieringsinstrumenten.

Als opvolger van Invest-NL richt het kabinet een Nationale Investeringsinstelling (NII) op om financiering te verstrekken aan projecten en bedrijven die deze financiering niet zelfstandig op de private financieringsmarkt kunnen ophalen, bijvoorbeeld door hogere risico’s of gebrek aan beschikbaar durfkapitaal. De NII werkt op afstand van de politiek en opereert additioneel aan de markt door te investeren in projecten waarvan financiering nu niet tot stand komt maar die wel maatschappelijk gewenst en ook financieel rendabel zijn door hun positieve business case. De NII kan hier onder meer een rol spelen door privaat kapitaal te mobiliseren.

Ruimte voor ondernemers

Vereenvoudiging en vermindering van regels

Het kabinet blijft zich de komende jaren inzetten voor het verminderen van regeldruk, met name voor ondernemers en voor burgers, professionals en medeoverheden, onder coördinatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De ambitie van dit kabinet om 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen is dan ook geen eenmalige actie. Het kabinet brengt het aantal regels voor burgers en bedrijven terug en maakt ze eenvoudiger. Er wordt niet alleen naar afzonderlijke regels gekeken, maar ook naar hun uitwerking als geheel. Het kabinet werkt hierbij nauw samen met medeoverheden, publieke dienstverleners, toezichthouders en andere betrokken organisaties.

Start- en scale-ups en academische spin-offs

Start- en scale-ups zijn jonge innovatieve technologiebedrijven met groeiambitie. Met het start-up- en scale-up-beleid werken wij middels een integrale ecosysteemaanpak aan het verbeteren van het ondernemingsklimaat voor jonge innovatieve techbedrijven. Het vorige kabinet heeft hiervoor de actieagenda start-up- en scale-up-beleid gepresenteerd. Een onderdeel van deze agenda is de verlenging van het Techleap-programma als aanjager voor het ecosysteem. Het kabinet zet de aanpak uit deze agenda voort en voert deze agenda uit.

Daarbovenop zal het kabinet een impuls realiseren om valorisatie te versnellen, zodat er meer academische spin-offs op basis van publieke kennis worden opgericht. Daartoe zal het kabinet financiering voor academische-spin-off-creatie bieden en dit koppelen aan ondernemersvriendelijke randvoorwaarden.

Voldoende ruimte voor economie

De fysieke ruimte voor bedrijven en economische activiteiten, waar het merendeel van ons geld wordt verdiend, is schaars. Wanneer we geen actie ondernemen zullen er in de nabije toekomst in verschillende provincies geen vrij uitgeefbare bedrijventerreinen meer zijn. Dit terwijl er wordt verwacht dat richting 2050, 3,5 procent van ons grondverbruik aan economie besteed zal worden.8Als dit niet gerealiseerd wordt belemmert dit startende bedrijven en het lokale mkb. Samen met decentrale overheden werkt het Ministerie van EZK via het lopende uitvoeringsprogramma Ruimte voor Economie aan deze opgave.

Verzilveren economische kansen in Nederlandse regio’s

Elke regio telt. In alle Nederlandse regio’s zien we unieke kenmerken die maken dat bedrijven en mensen zich er vestigen en dagelijks werken aan een sterke Nederlandse economie. Met een gebiedsgerichte aanpak wil het kabinet kansen voor het regionale verdienvermogen verzilveren die van nationaal belang zijn. Het Ministerie van EZK wil daarbij interventies doen in regionale innovatieclusters. Dat vraagt naast het stimuleren van innovatie óók om het zorgen voor de juiste (fysieke) randvoorwaarden in onderlinge samenhang.

Stabiel, voorspelbaar en gunstig fiscaal vestigingsklimaat

Het kabinet kiest voor een stabiel, voorspelbaar en aantrekkelijk fiscaal vestigingsklimaat, in het bijzonder ten aanzien van fiscale regelingen zoals de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) en de innovatiebox. De voorspelbaarheid van de WBSO is onmisbaar voor een doeltreffende en doelmatige regeling en vormt tegelijkertijd een belangrijk instrument voor het stimuleren van R&D-uitgaven ten behoeve van de 3%-R&D-doelstelling. Het kabinet onderzoekt momenteel hoe de doeltreffendheid van de regeling verhoogd kan worden en hoe de administratieve lasten verlaagd kunnen worden.

Dienstverlening vanuit de overheid richting ondernemers

Het is belangrijk om de continuïteit van publieke dienstverlening goed te borgen. Er wordt de komende periode ingezet op vier leidende principes. Dit zijn 1) het centraal stellen van de maatschappelijke opgave bij beleidsontwikkeling, 2) vereenvoudiging van wet- en regelgeving, 3) het borgen van wendbaarheid en weerbaarheid van publieke organisaties en 4) benadering van vraagstukken vanuit één ICT-ecosysteem. Dit alles is ook nodig om, tegen de achtergrond van taakstellingen, heldere beleidskeuzes te maken en deze ook uitvoerbaar te maken en houden voor publieke dienstverleners.

Acties voor een weerbare economie en samenleving

Economische veiligheid en weerbaarheid

Economische veiligheid

Het kabinet wil risicovolle strategische afhankelijkheden verminderen en strategische posities in hoogtechnologische sectoren behouden en verder opbouwen. Om onze economische veiligheid te verhogen hanteert het kabinet de strategie ‘protect, promote, partner’: bescherming via wetgeving (zoals Wet vifo en Cyberbeveiligingswet), versterking door investeringen in sleutelsectoren, en samenwerking met bedrijven en internationale partners. Op 24 april jl. bood het kabinet een voortgangsbrief over economische veiligheid aan de Kamer aan. In het tweede kwartaal van 2026 biedt het kabinet een voortgangsbrief over economische veiligheid aan de Kamer aan.9Ook legde het kabinet op 9 juni jl. een Algemene Maatregel van Bestuur over het toepassingsbereik van de Wet vifo voor.10In het najaar van 2026 volgt een verkenning naar economische veiligheidsrisico’s bij subsidieverlening.

Kritieke grondstoffen

Het kabinet zet in op leveringszekerheid van kritieke grondstoffen onder de Nationale Grondstoffenstrategie en de Europese Critical Raw Materials Act.11Het kabinet brengt een scherpere focus aan op basis van een nationale grondstoffenlijst en concentratie op leveringszekerheid van permanente magneten, batterijen en de defensie-industrie. Daarnaast zet het kabinet in op een omslag naar meer uitvoering via het ondersteunen van de ontwikkeling van strategische projecten voor leveringszekerheid, zoals de opzet van raffinage en recycling van kritieke grondstoffen. De verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven zelf voor meer weerbare ketens blijft hierbij ook essentieel voor succes.

Europees voorkeursprincipe

Het kabinet wil als innovatief en stimulerend opdrachtgever gaan optreden. Het EU voorkeursprincipe kan worden ingezet om de weerbaarheid van de EU te versterken en, wanneer minder ingrijpende maatregelen of inzet van bestaande handelsinstrumenten ontoereikend zijn, om strategische markten te stimuleren die essentieel zijn voor de lange termijn weerbaarheid van de Unie. Daarbij hecht het kabinet eraan dat een eventuele inzet tijdelijk, proportioneel en in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de EU is. Vormgeving van een dergelijk principe zal gebeuren binnen de aankomende wettelijke kaders die momenteel in EU-verband worden opgesteld. Denk hierbij aan bundeling van inkoop van projecten waar de overheid nu al behoefte aan heeft, zoals AI-rekenkracht, en aan innovatieve digitale toepassingen voor scale-ups passend bij onze Europese waarden. Nederland heeft baat bij een sterke en onafhankelijke Europese technologiesector.

Digitale soevereiniteit, autonomie en weerbaarheid

Met de herverdeling van de digitaliseringsportefeuille binnen het nieuwe kabinet heeft het Ministerie van EZK een centrale coördinerende en kaderstellende rol gekregen in het digitaliseringsbeleid, waarbij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verantwoordelijk is voor de realisatie daarvan. Naast de verantwoordelijkheid die zij dragen voor de slagvaardige overheid en de daarmee samenhangende digitalisering. Dit betekent dus dat naast de eerder al bestaande verantwoordelijkheid voor de digitale economie het Ministerie van EZK ook een belangrijkere rol heeft bij het versterken van de digitale soevereiniteit en autonomie van Nederland, inclusief het beschermen van burgers en consumenten tegen risico’s in de digitale samenleving en het bevorderen van een goed functionerende digitale overheid.

Vanuit deze rol in het versterken van de digitale soevereiniteit zet het kabinet in op het verminderen van afhankelijkheden van niet-Europese digitale technologie en infrastructuur. Deze afhankelijkheden raken onze economie, samenleving en overheid en maken ons kwetsbaar. Geopolitieke ontwikkelingen zorgen voor meer onzekerheid voor wat betreft de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van digitale voorzieningen. Om deze strategische afhankelijkheden zo veel mogelijk tegen te gaan, zeggenschap te houden over onze digitale infrastructuur en democratische waarden te borgen is het nodig het versterken van onze digitale weerbaarheid en autonomie centraal te stellen.

Dat doet het Ministerie van EZK bijvoorbeeld door met de uitvoeringswet voor de Cyber Resilience Act (CRA) te regelen dat fabrikanten producten met digitale elementen cybersecure-by-design produceren, en deze de hele verwachte gebruiksduur veilig houden. We stellen onderzoeks- en onderwijsinstellingen en innovatieve bedrijven in staat om een bijdrage te leveren om in Nederland producten cybersecure-by-design te maken. Verder zet het Ministerie van EZK zich bij de Europese onderhandelingen over de herziening van de Cyber Security Act (CSA) in voor het verbeteren van het het Europese stelsel voor cybersecuritycertificering van ICT-producten, -diensten, processen en entiteiten, en een risico-gebaseerd Europees kader om cybersecurityrisico’s in ICT-toeleveringsketens effectief en proportioneel te kunnen adresseren. Daarnaast ontwikkelen we digitale gemeenschapsgoederen in Europees verband. Nederland is als voorzitter van de Digital Commons EDIC (Europees Consortium voor digitale infrastructuur) goed gepositioneerd om gezamenlijke alternatieven te ontwikkelen.

In 2026 is het rijksbrede cloudbeleid herzien met als doel de strategische afhankelijkheid van clouddiensten waarbij ook een risico van buitenlandse inmenging mogelijk is, te verminderen. Op basis daarvan gaan we met provincies, gemeente en waterschappen in gesprek om te komen tot een overkoepelend overheidsbreed cloudbeleid. Naast het verminderen van deze risico’s, biedt een dergelijk beleid ook meer kansen voor Nederlandse en Europese oplossingen. Ook verkent het kabinet de mogelijkheden voor het vergroten van de keuzemogelijkheden in het aanbod van AI via het Important Project of Common European Interest (IPCEI) AI. Als onderdeel van de NDS-prioriteit digitale weerbaarheid en autonomie wordt gewerkt aan een overheidsbrede routekaart en een referentiekader voor digitale autonomie, met vervolgactiviteiten voorzien in 2027.

Versterken en beschermen van burgers en consumenten tegen risico’s in onze digitale samenleving

Het kabinet heeft als doel een veilige en gezonde digitale samenleving waarin publieke waarden, grondrechten en digitale veiligheid centraal staan. Daarbij is specifieke aandacht voor de bescherming van kinderen en jongeren tegen online risico’s, zoals verslavende algoritmes, schadelijke content en gebrekkige moderatie. In dit kader wordt het bestaande online kinderrechtenbeleid geïntensiveerd, onder meer door de invoering van een minimumleeftijd van 15 jaar voor het gebruik van sociale media, zolang deze platforms als onveilig worden beschouwd.

Daarnaast acht het kabinet het van belang dat iedereen veilig en volwaardig kan deelnemen aan de digitale samenleving. Daarom wordt ingezet op digitaal burgerschap: de kennis en vaardigheden die nodig zijn om actief, kritisch en verantwoordelijk te participeren in de digitale omgeving. De ontwikkeling van digitale competenties in Nederland wordt gemonitord via de DigiQ2.0-monitor, die deze vaardigheden sinds 2025 in kaart brengt. In 2026 is tevens het onderzoek Grip op digitaal burgerschap van de Universiteit van Amsterdam opgeleverd, waarin wordt verkend hoe digitaal burgerschapsbeleid effectief kan worden vormgegeven. Op basis van de uitkomsten van de DigiQ2.0-monitor en het UvA-onderzoek wordt de Kamer begin 2027 geïnformeerd over nieuwe beleidsmaatregelen. Verder wordt het plan van aanpak tegen online discriminatie onverkort uitgevoerd. Daarvoor starten onder meer deze zomer met een landelijk gesprek over online discriminatie, zowel online als op fysieke locaties. Daarnaast laat het kabinet onderzoeken wat de juridische mogelijkheden zijn voor een concrete normstelling met betrekking tot platformontwerp en de daarbij behorende algoritmen.

Tot slot zet het kabinet in op het tegengaan van schadelijke content. De huidige inrichting van de online omgeving, met algoritmische aanbevelingssystemen en contentmoderatie, kan door kwaadwillende actoren worden benut om democratische processen te beïnvloeden, het vertrouwen in instituties te ondermijnen en maatschappelijke schade te veroorzaken. Daarom neemt het kabinet binnen Europa een actieve rol in de totstandkoming van de Digital Fairness Act, onder meer op het gebied van regulering van handelspraktijken in games en verslavend ontwerp, zoals in-game aankopen en buy-now-pay-latermechanismen.

Digitale overheid

De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) vormt de leidraad voor de versterking van de digitale overheid en de interbestuurlijke samenwerking die daaraan ten grondslag ligt. Om digitalisering effectief in te zetten, met digitale autonomie als centraal uitgangspunt, blijft de overheid als één geheel samenwerken.

Voor cloudbeleid wordt gewerkt aan de uitwerking van een koers richting meer soevereine overheidscloudvoorzieningen. In 2027 wordt beoogd binnen een federatief datastelsel bindende afspraken te maken over het delen van data, ten behoeve van betere dienstverlening aan burgers en ondernemers. Daarnaast wordt ingezet op het verhogen van de datavolwassenheid van overheidsorganisaties, het ontwikkelen van een systematiek om knelpunten in gegevensdeling structureel op te lossen, en het concreet maken hiervan via praktijkcasussen.

Ook ontwikkelt het kabinet kaders en richtlijnen voor een verantwoorde inzet van AI, zowel binnen de overheid als in de samenleving. Doel is de kansen van AI voor publieke dienstverlening, maatschappelijke opgaven en economische ontwikkeling te benutten, terwijl risico’s worden beheerst en publieke waarden, grondrechten en veiligheid worden gewaarborgd. Verder wordt gewerkt aan Europese digitale identiteitswallets. Burgers krijgen hiermee meer regie over hun eigen gegevens, indien zij dat wensen. Met de Europese Digitale Identiteitswallet kunnen gebruikers in de toekomst inloggen, zich authenticeren, gegevens delen en elektronische handtekeningen zetten bij publieke en private dienstverleners.

Ten slotte wordt in 2027 verder gewerkt aan de ontwikkeling van de Nederlandse Digitale Dienst (NDD), gericht op het leveren van meerwaarde voor burgers en ondernemers langs drie sporen: (1) een doorbraakfunctie voor prioritaire projecten, (2) het vaststellen van standaarden om de overheid als één geheel te laten opereren, en (3) het introduceren van richtlijnen voor moderne IT-ontwikkeling. Daarbij wordt gekozen voor een test- en leeraanpak met focus op concrete resultaten, op basis waarvan wordt bezien welke verdere taken de NDD zal oppakken. De startpositie van de NDD wordt geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.

Europese en internationale samenwerking

Het beleid van het Ministerie van EZK speelt zich af op een internationaal speelveld, waar geopolitieke onrust direct gevolgen kan hebben voor onze bedrijven en economie. In dit kader is het cruciaal om met Europese en internationale partners in gesprek te blijven en de samenwerking te blijven zoeken.

Een modern Meerjarig Financieel Kader met een ambitieus en gericht Europees Concurrentievermogen Fonds

Het Ministerie van EZK spant zich in voor een gemoderniseerd Meerjarig Financieel Kader (MFK) met een sterk Europees Concurrentievermogenfonds (ECF) en Horizon Europe waar selectie plaatsvindt in open en competitieve selectie op basis van excellentie en impact. Deze EU-programma’s moeten bijdragen aan het versterken van onderzoek, innovatie en concurrentievermogen in de EU. Waar Horizon Europe zich richt op onderzoek en innovatie, richt het ECF zich op de opschaling, valorisatie en commercialisatie van veelbelovende innovaties en technologieën.

De interne markt versterken en een industriebeleid gericht op verduurzaming

Het kabinet jaagt concrete acties voor versterking van de interne markt aan, zoals het harmoniseren van etikettering en één regime voor grensoverschrijdende detacheringen. Op industrie wil het kabinet de Nederlandse industrie in strategische markten versterken en de industrie verduurzamen onder andere door het stimuleren van lead markets, mede door effectieve, gebalanceerde instrumenten op te nemen in de Industrial Accelorator Act.

Het Ministerie van EZK levert een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de concurrentiekracht en interne markt van Europa, voor zowel burgers als bedrijven. Zo blijft het Ministerie van EZK inzetten op uitvoering van de geactualiseerde actieagenda voor de interne markt (Kamerstuk 22 112, nr. 4361). De focus ligt op het wegnemen van belemmeringen die ondernemers ervaren, het verbeteren van de toepassing van interne marktregels en het versterken van de weerbaarheid van de interne markt. Het Ministerie van EZK trekt voor het verbeteren van de interne markt samen op met andere departementen en lidstaten. Ondernemers worden ook betrokken. Het kabinet jaagt daarnaast de snelle uitvoering van het Draghi-, Letta- en Wennink rapport aan, met focus op acties uit de Europese interne-marktstrategie en de One Europe One Market roadmap, zoals de European Product Act (EPA). Ook is de aanstaande Circular Economy Act (CEA), onder de verantwoordelijkheid van en toegelicht in de beleidsbrief van de Minister van Klimaat en Groene Groei, in dit kader relevant.

Geïntegreerd Europees technologiebeleid

Het Ministerie van EZK zet in op een geïntegreerd EU-technologiebeleid. Het Tech Sovereignty Package en initiatieven rond innovatie en kwantum moeten in samenhang de Europese weerbaarheid versterken. Nederland streeft naar een integrale benadering waarin vraag- en aanbodmaatregelen binnen de technologiestack hand in hand gaan. Aan de aanbodzijde verbindt EZK Commissievoorstellen zoals de Chips Act 2.0 en de Cloud & AI Development Act om risicovolle afhankelijkheden te verminderen. Aan de vraagzijde zet EZK in op het stimuleren van Europese afzetmarkten voor deze kritieke technologieën. Tenslotte zet EZK in op internationale samenwerking op het gebied van AI via coalities van gelijkgezinde landen.

Tot slot

Met een sterke uitgangspositie leggen we de basis voor een toekomstbestendig Nederland. Door te investeren in productiviteit, innovatie, digitalisering en een weerbare economie en samenleving, bouwen we aan een land dat niet alleen welvarend, maar ook veerkrachtig is. Met gerichte acties zorgen we ervoor dat onze economie wendbaar blijft in een wereld vol geopolitieke onzekerheden. Samen met het bedrijfsleven, regio’s, publieke dienstverleners (uitvoering en toezicht), medeoverheden en internationale partners werken we aan een productieve en weerbare economie die onze welvaart en welzijn veiligstelt.

1

Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36 740, nr. 7), Hoogeveen (Kamerstuk 36 945, nr. 17) en Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36 740, nr. 8) over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken.

4

CPB (2026). Macro Economische Verkenning (MEV) 2027

8

Verwachting gebaseerd op het bodemgebruik van bedrijven en de trendmatige bevolkingsontwikkeling van het CBS.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Totaaloverzicht belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar

In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven van de belangrijkste mutaties die zijn opgetreden tussen de begroting 2026 (incl. amendementen en Nota’s van Wijziging) en de begroting 2027.

Tabel 1 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026 (inclusief NvW en amendementen)

 

3.320.871

2.884.890

2.702.605

2.554.948

2.490.199

 

Belangrijkste mutaties

       

CA 22. Toekomstfonds

3

  

‒ 72.000

‒ 7.000

‒ 50.000

‒ 41.000

CA 61. Efficiencytaakstelling

alle

 

‒ 4.025

‒ 7.710

‒ 13.638

‒ 19.828

‒ 18.884

CA 62. Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

40

   

‒ 22.214

‒ 56.023

‒ 53.355

CA 63. Subsidietaakstelling

2

 

‒ 6.257

‒ 6.257

‒ 6.257

‒ 6.257

‒ 2.464

Extrapolatie

alle

     

1.956.501

NGF - project 6G

1

25.120

43.000

35.000

29.000

11.750

250

NGF - project QuantumDeltaNL

2

38.893

6.354

‒ 11.282

‒ 31.355

‒ 55.992

74.553

NGF - project Oncode-PACT

2

37.000

9.000

‒ 8.000

‒ 18.000

‒ 20.000

 

NGF - project NXTGEN HIGH TECH

2

39.835

3.509

‒ 21.400

‒ 13.398

‒ 3.824

 

NWO-TTW

2

‒ 14.441

2.031

‒ 1.769

‒ 3.569

‒ 3.617

‒ 7.100

Ruimtevaart

2

18.825

20.000

20.000

25.000

  

Fund to Fund

3

‒ 11.905

‒ 11.905

‒ 11.905

‒ 132.844

  

ROM's

3

19.378

     

Eigen vermogen agentschappen

40

61.932

     

Loon- en prijsbijstelling

41

58.428

52.210

44.667

42.312

42.670

37.904

Kasschuiven

alle

‒ 89.545

52.076

97.546

‒ 46.189

‒ 10.081

‒ 20.402

Overige mutaties

alle

217.042

54.042

43.366

103.961

22.905

169.710

Totaal mutaties eerste suppletoire begroting 2026

 

400.562

220.035

100.256

‒ 94.191

‒ 148.297

2.095.713

Overboeking KF

2

1.000

4.000

4.000

3.000

3.000

 

Kasschuif

2

‒ 1.000

3.500

3.500

‒ 3.000

‒ 3.000

 

Mutaties Nota van Wijziging eerste suppletoire begroting 2026

 

0

7.500

7.500

0

0

0

IPCEI-AI

1

 

61.398

36.448

12.348

3.324

3.316

Europese & Internationale programma’s

2

 

31.000

29.113

56.072

74.532

74.532

Ruimte voor economie

2

 

6.650

12.650

24.650

24.650

24.650

Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent

2

 

52.322

71.542

13.625

  

PEGA - Ruimte voor economie

2

‒ 40.851

‒ 8.068

‒ 10.240

‒ 9.162

  

Stimulering academische spin-offcreatie

2

 

15.451

31.122

31.122

31.122

31.122

PEGA econonomische bedrijvigheid (lening)

2

40.851

8.068

10.240

9.162

  

Bijdrage aan TNO

2

39.943

4.573

3.752

1.598

1.524

870

Bijdrage aan TNO

2

26.061

     

PPS-Innovatieregeling

2

9.092

10.908

    

Nationaal Agentschap Disruptieve Innovatie (NADI)

2

 

10.000

25.000

75.000

75.000

75.000

Herverkaveling BZK

9

 

35.932

35.763

35.754

35.747

32.570

Versnellen taakstelling Slagvaardige Overheid en aanvullende taakstelling Rijk

40

  

‒ 11.292

‒ 10.954

 

‒ 10.654

Kasschuiven

alle

‒ 655.518

112.486

214.781

192.749

42.741

88.350

Overige mutaties

alle

94.721

32.399

38.621

28.382

20.397

12.557

Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027

 

‒ 485.701

373.119

487.500

460.346

309.037

332.313

Stand ontwerpbegroting 2027

 

3.235.732

3.485.544

3.297.861

2.921.103

2.650.939

2.428.026

Toelichting

Mutaties eerste suppletoire begroting

CA 22. ToekomstfondsIn het Coalitieakkoord is vastgelegd dat er taakstellend op het Toekomstfonds wordt omgebogen. Dit leidt tot een structurele verlaging van de uitgaven op het Innovatiekrediet, SEED-Capital, en Vroegefasefinanciering.

CA 61. EfficiencytaakstellingIn het Coalitieakkoord is afgesproken dat een efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt doorgevoerd met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Voor de begroting van EZK betekent dit een ombuiging van circa € 4,0 mln in 2027, oplopend tot € 18,8 mln in 2031.

CA 62. Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

In het Coalitieakkoord is afgesproken dat aanvullend op de efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid een additionele taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor de begroting van EZK betekent dit een ombuiging van circa € 22,2 mln in 2029, oplopend tot € 53,4 mln in 2031.

CA 63. SubsidietaakstellingIn het Coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd. Voor de begroting van EZK betekent dit een ombuiging van circa € 2,5 mln in 2031.

ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingshorizon 1 jaar uitgebreid.

NGF - project 6GDeze mutatie betreft de omzetting van de reservering voor het NGF-project op de NGF-begroting, naar een toekenning aan de EZK begroting. De focus van het project 6G Future Network Services ligt op intelligente radiocomponenten en antennes, intelligente netwerken en leidende toepassingen in maatschappelijk belangrijke sectoren. Het project werkt met verschillende lijnen, waarin verschillende onderdelen worden ontwikkeld waaronder de hardware voor de ontwikkeling van 6G, de benodigde software, specifieke toepassingen en een human capital agenda. 

NGF - project QuantumDeltaNLDeze mutatie betreft het opvragen van de eindejaarsmarge (€ 21,2 mln) en het actualiseren van de raming waarbij budget naar voren wordt gehaald (€ 17,7 mln).

NGF - project Oncode-PACTOp basis van uitvoeringsinformatie wordt de kasraming geactualiseerd.

NGF - project NXTGEN HIGH TECHDeze mutatie betreft het opvragen van de eindejaarsmarge (€ 4,7 mln) en het actualiseren van de raming waarbij budget naar voren wordt gehaald.

NWO-TTWDe NWO-TTW Perspectief is een subsidieregeling die publiek-private consortia ondersteunt die onderzoeksprojecten rondom nieuwe technologie uitvoeren op laag tot middel TRL-niveau. In de overkoepelende afweging van de instrumenten op de EZK-begroting is gekozen om deze regeling volledig om te buigen. Dit was een zeer lastig te nemen besluit, maar hiervoor is gekozen omdat bij de evaluatie van het instrument in 2022 nog geen duidelijke effecten geconstateerd konden worden. Hierom wordt de bijdrage na 2027 stopgezet en ingezet voor de onvermijdelijke en urgentie problematiek bij de 1e suppletoire begroting 2026. Bij de herziening van de PPS-innovatieregeling, waarbij de vernieuwde regeling in 2028 van start gaat, zal het effect van het stopzetten van het Perspectief programma worden meegewogen.

RuimtevaartDeze mutatie is het gevolg van de hogere inschrijving op de ESA-conferentie 2025. De dekking is gevonden in de latere jaren op Faciliteiten Toegepast Onderzoek.

Fund to FundDeze mutatie betreft dekking voor maatregel 22 uit het Coalitieakkoord van dit jaar over het Toekomstfonds.

ROM'sEr is een desaldering geboekt op ROM's (€ 19,4 mln) voor de herstructurering van ROM Impuls Zeeland door middel van eenaandelenswap met gesloten beurs. Momenteel is de Staat (EZK) aandeelhouder in de dochtermaatschappij van ROM Impuls Zeeland en heeft zij geen formele zeggenschap over bijvoorbeeld de benoeming van directieleden en commissarissen en over belangrijke strategische besluiten die de gehele ROM aangaan. De herstructurering heeft als doel om het aandeelhouderschap van EZK in de dochtermaatschappij over te hevelen naar de moedermaatschappij, zodat EZK formele zeggenschap in de moedermaatschappij verkrijgt en daarmee – zoals in de Nota Deelnemingenbeleid 2022 bepaald – als aandeelhouder het meest slagvaardig kan opereren en richting kan geven aan de borging van de publieke belangen. Bij de herstructurering worden de aandelen van EZK in de dochteronderneming volledig verkocht op basis van een fair market value van de aandelen per ultimo 2025, waarna de aandelen worden ingeleverd bij de moederonderneming. Hierbij wordt de koopprijs voor de aandelen in de dochteronderneming door de moederonderneming schuldig gebleven. De koopprijs van de aandelen wordt vervolgens verrekend met de door EZK verschuldigde volstortingsplicht op de aandelen die nieuw worden uitgegeven door de moederonderneming. Hierdoor is er sprake van een swap met gesloten beurs. Middels een ontvangstenmutatie van € 19,4 mln voor de verkoop van de aandelen in de dochteronderneming en corresponderende mutaties aan de uitgavenkant (verplichtingen en kas) voor de storting voor de aankoop van de aandelen in moederonderneming, wordt deze technische transactie verwerkt.

Eigen vermogen agentschappenOnder deze post wordt bovenmatig eigen vermogen van de agentschappen RVO, RDI en DICTU afgeroomd conform de regeling agentschappen. Deze middelen komen binnen aan de ontvangstenkant van de begroting en worden naar de uitgavenkant overgeheveld middels een desaldering.

Loon- en prijsbijstellingJaarlijks worden de middelen op de EZK-begroting gecorrigeerd voor de stijging in lonen en prijzen.

Kasschuiven

Deze mutatie betreft het actualiseren van de raming op diverse instrumenten.

Mutaties 1e Nota van Wijziging eerste suppletoire begroting 2026

In de Kamerbrief «Acties Weerbaarheid Energieschok» (d.d. 20 april 2026) worden enkele maatregelen aangekondigd, waarvoor onder andere middelen uit het Klimaatfonds worden ingezet. Voor duurzaamheidsleningen via Qredits voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) wordt € 15 mln versneld beschikbaar gesteld bovenop de reeds beschikbare € 10 mln. Via Qredits kunnen mkb-ondernemers een zakelijke lening afsluiten tegen een verlaagd rentetarief om te investeren in verduurzaming van hun bedrijf.

Mutaties ontwerpbegroting 2027

IPCEI-AI

In het Coalitieakkoord zijn additionele middelen aangekondigd voor EZK voor de uitvoering van de Nationale Technologiestrategie. Hiervan stelt het kabinet vanaf 2027 incidenteel € 120 mln ter beschikking voor deelname van bedrijven aan de door Duitsland geleide IPCEI-AI (Important Projects of Common European Interest). De IPCEI-AI vormt een geïntegreerd raamwerk dat innovatie, veiligheid, onafhankelijkheid en economische groei combineert. De IPCEI-AI bouwt voort op de eerdere IPCEI voor Clouddiensten en cloudinfrastructuur (CIS) en het daaruit voortkomende 8ra-initiatief. Hierover zal uw Kamer later conform artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet nader worden geïnformeerd.

Europese & Internationale programma’s

In het Coalitieakkoord zijn additionele middelen aangekondigd voor EZK om maximaal gebruik te maken van in Europa beschikbare middelen. Via deze mutatie worden deze middelen toegevoegd aan de EZK-begroting. Daarnaast wordt een eerdere taakstelling op onderzoek en wetenschapsmiddelen bij OCW teruggedraaid waardoor ook de korting op de middelen op de EZK-begroting voor onderzoek en wetenschap weer worden toegevoegd. Deze middelen worden toegevoegd voor Europese en Internationale samenwerkingen instrument. Vanuit dit instrument wordt onder andere Europese partnerschappen en nationale cofinanciering voor Europese programma’s betaald.

Ruimte voor economie

In lijn met de Nationale Technologiestrategie is in het Coalitieakkoord structureel € 100 mln toegezegd voor de versterking van regionale innovatieclusters. Een deel van dit budget wordt opgevraagd van de Aanvullende Post ten behoeve van de verdere ontwikkeling van innovatieclusters. Bij deze regeling wordt nauw samengewerkt met regionale overheden en ingezet op publieke cofinanciering. Hierover zal uw Kamer later conform artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet nader worden geïnformeerd.

Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent

Betreft een Aanvullende Post (AP) opvraag van € 137 mln voor fase 2 (2027-2028) van het Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent. Deze middelen worden in de vorm van subsidies verstrekt aan onderwijsinstellingen in de regio's Eindhoven, Twente, Noord-Nederland, Delft en Arnhem-Nijmegen met als doel het opleiden van extra technici voor de semicon-industrie.

PEGA - Ruimte voor economie / PEGA econonomische bedrijvigheid (lening)

Betreft een mutatie voor de overheveling van Budget Strategische Acquisitie (BSA), onderdeel van Nij Begun, van het subsidie- naar het leninginstrument om verschillende marktconforme leningen aan te kunnen gaan. Deze leningen richten zich op het aantrekken van strategische internationale en buiten-regionale acquisities en dragen op deze manier bij aan het lange termijn verdienvermogen van de regio Groningen en Noord-Drenthe.

Stimulering academische spin-offcreatie

In lijn met de Nationale Technologiestrategie is in het Coalitieakkoord structureel € 100 mln toegezegd voor de versterking van regionale innovatieclusters en Nationale Technologiestrategie. Een deel van dit budget wordt opgevraagd van de Aanvullende Post ten behoeve van een nieuwe subsidieregeling voor de stimulering van academische spin-offs. Academische spin-offs zijn de ontbrekende schakel tussen Nederlandse kennisexcellentie en een gezonde economische dynamiek. Het beoogde doel is het dichten van de kloof tussen excellente kenniscreatie en suboptimale economische valorisatie. Hierover zal uw Kamer later conform artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet nader worden geïnformeerd.

Bijdrage aan TNO

Als eigenaar en stelselverantwoordelijke voor de toegepaste onderzoeksinstellingen verstrekt EZK de Rijksbijdrage aan TNO. Deze mutaties bestaan o.a. uit bijdragen van andere departementen in het kader van de opdrachten die zij aan TNO verstrekken. De budgetten lopen via de begroting van EZK en worden vervolgens aan TNO beschikbaar gesteld.

Tot slot is er ook een technische mutatie om de Rijksbijdrage aan TNO op te schonen van infrastructuur subsidie, conform de afspraken die in 2021 met TNO zijn gemaakt. De middelen worden via een meerjarige beschikking aan TNO ter beschikking gesteld. 

PPS-Innovatieregeling

Betreft bijdrage van Defensie aan EZK ten behoeve van de ontwikkeling, uitvoering en financiering van calls for proposals door de TKI's waaronder HTSM, Dinalog, ChemistryNL en Digital Holland in het kader van Kennis en Innovatie Agenda (KIA) Veiligheid. Voor 2027 gaat het om € 10,9 mln.

Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)

Met het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) wordt beoogd de innovatiekracht van Nederland te versterken. Door gericht te investeren in veelbelovende innovaties vanuit onze excellente wetenschappelijke kennisbasis kunnen maatschappelijke problemen worden aangepakt. Daarom richt het kabinet NADI op: een organisatie die gericht R&D financiert en coördineert via tijdelijke, probleem gedreven programma's. De ambitie is om vanaf 2028 een wendbare organisatie die high-risk ontwikkeling kan financieren en naar de markt begeleidt op te richten. Vooruitlopend op de volledige start van NADI in 2028 wordt in 2027 gestart met een pilot programma.

Herverkaveling BZK

Dit betreft het overhevelen van middelen naar EZK in het kader van de portefeuilleverdeling die is vastgesteld in het constituerend beraad van het kabinet Jetten. Het betreft middelen die samenhangen met de overgedragen dossiers.

Versnellen taakstelling Slagvaardige Overheid en aanvullende taakstelling Rijk

In de augustusbesluitvorming is besloten de taakstelling Slagvaardige Overheid uit het Coalitieakkoord te versnellen in 2028 en 2029 en vanaf 2031 een aanvullende taakstelling Rijk door te voeren.

Kasschuiven

Deze mutatie betreft het actualiseren van de raming op diverse instrumenten.

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026 (inclusief NvW en amendementen)

 

472.320

250.934

266.298

447.797

238.582

 

Belangrijkste mutaties

       

Extrapolatie

alle

     

240.812

Fund to Fund

3

43.500

  

‒ 95.327

  

ROM's

3

19.378

     

ROM's

3

‒ 17.991

     

Eigen vermogen agentschappen

40

61.932

     

Overige mutaties

alle

‒ 473

‒ 7.646

4.674

7.318

7.436

11.002

Totaal mutaties eerste suppletoire begroting 2026

 

106.346

‒ 7.646

4.674

‒ 88.009

7.436

251.814

Diverse ontvangsten

2

26.061

     

Overige mutaties

alle

8.497

     

Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027

 

34.558

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2027

 

613.224

243.288

270.972

359.788

246.018

251.814

Toelichting

Mutaties eerste suppletoire begroting

ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingshorizon 1 jaar uitgebreid.

Fund to Fund

Betreft een actualisatie van de ontvangstenraming voor DVI. Dit bedrag stond oorspronkelijk voor 2029 geraamd. De DVI fondsen bij het EIF gaan richting het einde van hun investeringsperiode, waardoor de verhouding tussen aanvullende stortingen en terugkerende ontvangsten is verschoven en er per saldo meer uitbetalingen zijn dan stortingen. Hierdoor komen in 2026 de eerste ontvangsten binnen á € 43,5 mln. Deze middelen worden uit 2029 naar 2026 geschoven. Hiernaast wordt er in 2029 € 51,8 mln afgeboekt omdat deze ontvangsten niet meer gerealiseerd worden doordat er is gesaldeerd bij het EIF en OostNL. Hierdoor zal er in totaal minder worden ontvangen, doordat ontvangsten bij het EIF en OostNL zijn ingezet voor stortingen in de fondsen. De totale investering van € 230 mln voor DVI I en II is hiermee alsnog voldaan, er zullen alleen minder ontvangsten terugvloeien naar de EZ-begroting omdat er ook minder uitgaven gedaan zijn.

ROM's

Er is een desaldering geboekt op ROM's (€ 19,4 mln) voor de herstructurering van ROM Impuls Zeeland door middel van eenaandelenswap met gesloten beurs. Momenteel is de Staat (EZK) aandeelhouder in de dochtermaatschappij van ROM Impuls Zeeland en heeft zij geen formele zeggenschap over bijvoorbeeld de benoeming van directieleden en commissarissen en over belangrijke strategische besluiten die de gehele ROM aangaan. De herstructurering heeft als doel om het aandeelhouder schap van EZK in de dochtermaatschappij over te hevelen naar de moeder maatschappij, zodat EZK formele zeggenschap in de moedermaatschappij verkrijgt en daarmee – zoals in de Nota Deelnemingenbeleid 2022 bepaald - als aandeelhouder het meest slagvaardig kan opereren en richting kan geven aan de borging van de publieke belangen. Bij de herstructurering worden de aandelen van EZK in de dochteronderneming volledig verkocht op basis van een fair market value van de aandelen per ultimo 2025, waarna de aandelen worden ingeleverd bij de moederonderneming. Hierbij wordt de koopprijs voor de aandelen in de dochteronderneming door de moeder onderneming schuldig gebleven. De koopprijs van de aandelen wordt vervolgens verrekend met de door EZK verschuldigde volstortingsplicht op de aandelen die nieuw worden uitgegeven door de moederonderneming. Hierdoor is er sprake van een swap met gesloten beurs. Middels een ontvangstenmutatie van € 19,4 mln voor de verkoop van de aandelen in de dochteronderneming en corresponderende mutaties aan de uitgavenkant (verplichtingen en kas) voor de storting voor de aankoop van de aandelen in moederonderneming, wordt deze technische transactie verwerkt.

ROM's

De ontvangstenraming voor de Corona Overbrugingsleningen (COL's) wordt met € 18,0 mln verlaagd. De afgelopen jaren zijn de ontvangsten vanuit de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) op deze leningen eerder teruggekomen naar de EZK-begroting dan initieel was geraamd. In 2025 waren de gerealiseerde ontvangsten daardoor€ 18,0 mln hoger dan geraamd. Aangezien er een vast totaalbedrag terugkomt, wordt de raming nu met hetzelfde bedrag naar beneden bijgesteld.

Eigen vermogen agentschappen

Onder deze post wordt bovenmatig eigen vermogen van de agentschappen RVO, RDI en DICTU afgeroomd conform de regeling agentschappen. Deze middelen komen binnen aan de ontvangstenkant van de begroting en worden naar de uitgavenkant overgeheveld middels een desaldering.

Mutaties ontwerpbegroting 2027

Diverse ontvangsten

Dit betreft een technische mutatie om de Rijksbijdrage aan TNO op te schonen van infrastructuur subsidie, conform de afspraken die in 2021 met TNO zijn gemaakt. De middelen worden via een meerjarige beschikking aan TNO ter beschikking gesteld. 

Openbaarheidsparagraaf

Dit is de openbaarheidsparagraaf bij de begroting van 2027 van het Ministerie van EZK en de bijbehorende dienstonderdelen.12De Wet open overheid (Woo) ziet op openbaarmaking op verzoek en openbaarmaking uit eigen beweging. Om dit goed te kunnen doen, is een toegankelijke, betrouwbare en duurzaam beheerde informatiehuishouding randvoorwaardelijk. In deze paragraaf wordt weergegeven hoe EZK en LVVN hier in 2027 invulling aan geven.

De urgentie voor een transparante overheid blijft in 2027 onverminderd hoog. Zoals opgenomen in de ambtseed ligt er een sterkte nadruk op het werken in het algemeen belang van de samenleving met aandacht voor het zorgvuldig en open werken als ambtenaren. Het zorgvuldig omgaan met informatie en het bijdragen aan een open overheid zijn kernwaarden die ook doorklinken in de vormgeving van het beleid op openbaarheid en de bredere bewustwording hiervan bij de professionals binnen de Rijksoverheid.

Openbaarmaking

Vanaf 2027 stopt de programmaorganisatie van het programma Transparantie in Informatie (PTiI) en worden de taken ten aanzien van openbaarheid geborgd binnen een centrale directie Open Overheid (DOO). Hierdoor ontstaat binnen EZK een structurele openbaarmakingsvoorziening voor het kerndepartement. Deze directie wordt verantwoordelijk voor de operationele uitvoering van openbaarmaking op verzoek, actieve openbaarmaking, openbaarmaking van beslisnota’s en aanverwante openbaarheidsprocessen. Met de centralisatie wordt beoogd versnippering terug te brengen, eigenaarschap duidelijker te beleggen, werkprocessen te uniformeren en beter te sturen op voortgang, kwaliteit, prioriteiten en termijnen. Door de beschikbare mensuren en expertise uit de voorgaande jaren centraal te bundelen, kunnen piekbelastingen beter worden verdeeld en kan capaciteit gerichter worden ingezet op gezamenlijke prioriteiten van EZK en LVVN.

In 2027 werken we concreet aan de volgende activiteiten:

  • Passieve openbaarmaking. Voor het sneller en beter afhandelen van Woo-verzoeken zetten we in op verdere centralisatie van het proces in de organisatie. Een belangrijk onderdeel hiervan is het centraal zoeken en lakken door middel van informatiespecialisten. Daarnaast zetten we in op verdere automatisering (waar mogelijk en verantwoord met AI) en gerichter contact met de verzoeker om goed in te spelen op de informatiebehoefte. Tevens geven we uitvoering aan de uitkomsten van de interdepartementale werkgroepen m.b.t. een uniform Woo-proces, omvangrijke Woo-verzoeken, de Woo-contactpersoon en misbruik van de Woo.

  • Resultaatsverplichting actieve openbaarmaking met 17 informatiecategorieën. Afhankelijk van de ontwikkelingen en tijdspaden rondom het landelijke publicatieplatform wordt in 2027 verder gewerkt aan de openbaarmaking van de verplichte informatie categorieën. Binnen onze departementen doorlopen we hiervoor een zorgvuldig implementatieproces, met goede ondersteuning voor medewerkers, zodat wordt voldaan aan de Woo publicatie-eisen en standaarden. De inzet van de Generieke Woo-voorziening als aanlevermethode richting de centrale portal open.overheid.nl is uitgesteld tot 2029. Als tijdelijke oplossing worden de verplicht openbaar te maken documenten (met uitzondering van beschikkingen) vanaf medio 2027 verplicht op een eigen website of platform gepubliceerd, waarbij vrijwillige parallelpublicatie naar

    open.overheid.nl zoveel mogelijk in stand blijft als centrale vindplaats voor burger en maatschappij.

  • Inspanningsverplichting actieve openbaarmaking. In 2027 geven we verder vorm aan onze inspanningsverplichting op actieve openbaarmaking vanuit het principe van betekenisvolle actieve openbaarmaking. Daarbij kijken we naar welke informatie, in welke context, relevant en van toegevoegde waarde is om openbaar te maken. Op basis van een Rijksbrede richtlijn en de uitkomsten van de interdepartementale werkgroep op de inspanningsverplichting wordt afgewogen welke informatie in welke vorm in aanmerking komt voor proactieve openbaarmaking. EZK streeft ernaar om per DG op minimaal één topdossier waar veel maatschappelijke belangstelling voor is, informatie proactief openbaar te maken.

Informatiehuishouding als randvoorwaardeHet op orde zijn van de informatiehuishouding is randvoorwaardelijk om te kunnen voldoen aan de wettelijke openbaarmakings- en archiveringsverplichtingen. EZK heeft de ambitie om in 2027 informatie volledig, betrouwbaar en duurzaam toegankelijk te krijgen en te houden. Sinds 2024 werken we binnen het kerndepartement aan het verbeteren van de informatiehuishouding, waar middels het Groeiplan integraal op wordt gestuurd. Het Groeiplan loopt eind 2026 af, en het merendeel van de projecten is dan in de lijn belegd. De verwachting is dat er nog een aantal projecten doorlopen in 2027 en dat er nog coördinatie en regie op een aantal activiteiten nodig is. Het gaat hier onder andere om:

  • Chatarchivering

  • Emailarchivering

  • Sociale media archivering

  • Informatiebeheerplannen

Opleiding, bewustwording en professionele ontwikkeling De uitvoering van openbaarmaking vraagt juridische, bestuurlijke, documentaire, technische en communicatieve vaardigheden. Daarom wordt in 2027 verder gewerkt aan opleiding, kennisdeling en ondersteuning In 2026 is gestart met de organisatiebrede implementatie van het strategisch opleidingsplan. De eerste focus daarbij was het opleiden van beleidsmedewerkers zodat zij goed geëquipeerd zijn om openbaarheidsprocessen in de basis uit te voeren, onder meer via schrijven voor openbaarheid, onboarding en het breder aanbieden van trainingen. Inmiddels is het opleidingsplan verbreed door opleidingskansen buiten de beleidsmedewerkers te verkennen. Ook is gewerkt aan de ondersteuning van de Woo-unit bij het verbeteren van hun processen zoals het startgesprek en de brede werkwijze, het meetbaar maken van de Woo, het verbeteren van contact met de verzoeker en het onderzoeken van de inzet van AI in het Woo-proces. In 2027 wordt deze lijn voortgezet en verder uitgebouwd.

Financiële toelichting

Bovenstaande activiteiten die worden deels programmatisch uitgevoerd door het kerndepartement en de concernonderdelen en gefinancierd uit de POK-gelden en Woo-gelden. Naast deze gelden zijn er eigen/reguliere middelen en capaciteit vanuit de lijnorganisatie en ICT-investeringen. Het totale budget aan POK- en Woo-gelden voor 2027 bedraagt € 21,7 mln, waarvan € 7,9 mln reeds gealloceerd voor de inrichting van een structurele directie open overheid in oprichting. Daarnaast is een structurele reeks voor van € 0,81 mln voor informatiehuishouding ingeregeld.

Tabel 3 Financieel overzicht (bedragen x € 1.000)1
 

Totaal

POK-middelen

8.710

WOO-middelen

13.008

Totaal

21.718

1

De bovenstaande bedragen zijn totaalbedragen voor de ministeries van EZ, KGG en LVVN. Deze ministeries worden op de thema’s IHH en openbaarmaking bediend door één werkorganisatie.

12

De volgende diensten schrijven een eigen openbaarheidsparagraaf bij hun begroting: Kamer van Koophandel (KvK), Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO).

Strategische Evaluatie Agenda

Conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek 2022 (RPE 2022) is het overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). Voorheen waren beleidsdoorlichtingen primair gericht op de doorlichting van afzonderlijke begrotingsartikelen; in de SEA staan tegenwoordig de beleidsthema’s van de missie van EZK centraal. Daarmee komt het vizier meer te liggen op de integrale en samenhangende beleidsaanpak van een beleidsthema (zoals ondernemerschap of innovatie) en minder op de afzonderlijke beleidsonderdelen. Vanwege de overkomst van «Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid» van BZK naar EZK is ook hiervoor een nieuwe Periodieke Rapportage opgenomen. Met de SEA wordt tevens beoogd onderzoeken beter te laten aansluiten op de beleidscyclus en wordt meer recht gedaan aan ontwikkelingen op een beleidsveld. Op deze wijze kunnen ook leerervaringen benut worden om het beleid tussentijds bij te sturen als dat nodig blijkt.

Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

De SEA is gericht op onderstaande beleidsthema’s waarbij in onderstaande tabel wordt aangegeven op welke beleidsartikelen dit betrekking heeft. In bijlage 4 wordt toegelicht welke onderliggende evaluatieplanning hiermee samenhangt.

Tabel 4 Strategische Evaluatie Agenda

Thema/Periodieke rapportage

Eerstvolgende Periodieke rapportage

Begrotingsartikelen

   
  

1

2

3

9

Goed functionerende (digitale) economie en markten

2027

x

   

Steun- en herstelbeleid Corona

geen

 

x

x

 

Ondernemerschap

2031

 

x

x

 

Innovatiebeleid

2031

 

x

x

 

Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid

2032

   

x

Beschrijving SEA-thema's/budgettaire en beleidsmatige afbakening/inzichtbehoefteGoed functionerende (digitale) economie en marktenDe beleidsdoorlichting inzake beleidsartikel 1 goed functionerende economie en goed functionerende markten is in 2022 afgerond (Kamerstuk 30 991, nr. 37). Inmiddels is een groot deel van het digitale economie beleid samengebracht op artikel 1 van de EZK-begroting en is de evaluatieplanning aangepast. Daarnaast is de beleidsdoelstelling van het artikel opgesplitst in 3 doelstellingen (scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten, scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie en voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken). Beoogd is dat de eerstvolgende periodieke rapportage in 2027 onder andere antwoord geeft op de vraag in hoeverre het beleid doeltreffend en doelmatig is geweest in het bijdragen aan één of meerdere kenmerken van goed functionerende markten en een goed functionerende digitale economie, bijvoorbeeld op het gebied transparantie, consumentenbescherming- en vertrouwen, efficiëntie, weerbaarheid of toegankelijkheid. Voor de periodieke rapportage kan gebruik worden gemaakt van de afzonderlijke evaluaties in voorgaande jaren. In bijlage 4 wordt ingegaan op de evaluatieplanning en de stand van zaken van de afzonderlijke evaluaties.

Steun- en herstelbeleid CoronaDe overheid heeft meer dan 200 financiële steunmaatregelen getroffen om werkenden en bedrijven door de coronacrisis te helpen. De ministeries FIN, EZK en SZW hebben in 2025 een gezamenlijke synthesestudie afgerond op basis van het uitgevoerde (evaluatie)onderzoek. Omdat het tijdelijke steunmaatregelen betreft, wordt er geen nieuwe Periodieke Rapportage ingepland.

Het steunpakket was als geheel doeltreffend omdat doelen dankzij de maatregelen overwegend bereikt zijn. De maatregelen hebben bijgedragen aan het beperken van liquiditeits- en solvabiliteitsproblemen bij bedrijven en zelfstandigen, waarmee banen en waardeketens zijn behouden en armoede in grote mate is voorkomen. De indirecte gevolgen hiervan zijn dat vraaguitval en aanboduitval in grote mate zijn voorkomen, waarmee economische groei snel is teruggebracht tot het groeipad van voor het uitbreken van de coronacrisis.

De steun was deels doelmatig door de omvangrijke budgettaire kosten en het optreden van neveneffecten. De maatregelen zijn goed uitvoerbaar, met weinig gesignaleerd misbruik. Wel heeft er waarschijnlijk oneigenlijk gebruik plaatsgevonden. De kosteneffectiviteit was echter beperkt omdat de steun niet altijd in verhouding stond tot de geleden schade of noodzakelijk was om de pandemie door te komen. Ook heeft de steun de arbeidsdynamiek en bedrijvendynamiek tijdelijk verlaagd. Vanuit macro-economisch perspectief is de steun te lang voortgezet. De noodzaak om de economie te stabiliseren en om liquiditeitssteun te verlenen nam namelijk af, terwijl de verstorende werking van steun toenam.

OndernemerschapHet ondernemerschapsbeleid richt zich op het creëren van randvoorwaarden die bedrijven en ondernemers in staat stellen om te investeren, werkgelegenheid te creëren en nieuwe producten, diensten en processen te ontwikkelen. In 2025 is een Periodieke Rapportage uitgevoerd naar de thema's op het gebied van ondernemerschap, in samenhang met een Periodieke Rapportage van het Innovatiebeleid. De hoofdconclusie is dat het ondernemerschaps- en innovatiebeleid in het algemeen effectief en legitiem is. Het gevoerde beleid draagt bij aan een sterk verdienvermogen van Nederland, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een innovatieve, veerkrachtige economie.

Het ondernemerschapsbeleid specifiek kent sterke punten ten aanzien van toegang tot financiering, kennisbescherming- en veiligheid, het beperken van regeldruk en leveren van goede en toegankelijke dienstverlening aan ondernemers. Verbeterpunten zijn er bij fiscale ondernemerschapsregelingen, die deels niet doeltreffend en doelmatig zijn. Dit geldt ook voor regelingen op het terrein van menselijk kapitaal, die te klein zijn voor macro-economische impact en concurreren met beleid van andere ministeries.

In 2026 wordt een evaluatie van de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) uitgevoerd. Een volgende Periodieke Rapportage wordt gepland in 2031.

InnovatiebeleidHet innovatiebeleid heeft als doel bij te dragen aan innovatie en economische vernieuwing, wat op de lange termijn cruciaal wordt geacht voor duurzame economische groei en welvaart. In 2025 is een Periodieke Rapportage uitgevoerd naar de thema's op het gebied van Innovatiebeleid, in samenhang met een Periodieke Rapportage van het Ondernemerschapsbeleid. De hoofdconclusie is dat het ondernemerschaps- en innovatiebeleid in het algemeen effectief en legitiem is. Het gevoerde beleid draagt bij aan een sterk verdienvermogen van Nederland, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een innovatieve, veerkrachtige economie.

Innovatiebeleid is succesvol bij generieke regelingen gericht op het bevorderen van innovatie in het bedrijfsleven, het in stand houden van een hoogwaardig toegepast kennisstelsel en het vergroten van valorisatie van kennis en onderzoek. Missiegedreven innovatiebeleid adresseert systeem- en transitiefalen door innovatie te richten op maatschappelijke opgaven en past bij de noodzaak tot scherpere keuzes bij toenemende schaarsten. Aandachtspunten zijn, aldus de onderzoekers, schaal en samenhang voor het beleid gericht op valorisatie, startups en scale-ups, en de digitale transitie. Ook dient sectorspecifieke steun beter onderbouwd te worden. Deze kan vanuit strategische autonomie overigens verdedigbaar zijn, aldus de onderzoekers.

In 2026 wordt een evaluatie van het Missiegedreven Innovatiebeleid uitgevoerd. Een volgende Periodieke Rapportage wordt gepland in 2031.

Digitaliseringsbeleid samenleving en overheidMet de herverdeling van de digitaliseringsportefeuille binnen het nieuwe kabinet heeft het Ministerie van EZK een centrale coördinerende rol gekregen in het digitaliseringsbeleid, terwijl het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verantwoordelijk is voor de realisatie van digitalisering onder andere in het kader van de slagvaardige overheid. De onderwerpen die EZK sinds dit jaar op haar begroting heeft staan, worden ondergebracht op het begrotingsartikel 9 EZK. Omdat het gaat om een nieuw begrotingsartikel is hierop nog niet eerder een Periodieke Rapportage uitgevoerd. De eerste wordt gepland in 2032 en zal als doel hebben het evalueren van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op het gebied van digitale samenleving en digitale overheid en de nieuwe coördinerende rol op digitalisering. Omdat deze onderwerpen eerst op de begroting van BZK stonden, zijn deze wel geëvalueerd in de Periodieke Rapportage van het betreffende begrotingsartikel (6.2) van BZK. Deze Periodieke Rapportage in 2026 van BZK heeft als status lopend.

Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering zie Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda.

Voor het meest recente overzicht van afgeronde evaluaties en doorlichtingen, zie: Jaarverslag EZ 2025, bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek. Een interactieve weergave van de SEA is beschikbaar op www.rijksfinanciën.nl.

Overzicht risicoregelingen

Tabel 5 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande Garanties 2025

Geraamd te verlenen 2026

Geraamd te vervallen 2026

Uitstaande garanties 2026

Geraamd te verlenen 2027

Geraamd te vervallen 2027

Uitstaande Garanties 2027

Garantieplafond

Totaal plafond

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

BMKB

1.091.830

758.900

25.000

1.825.730

758.900

25.000

2.559.630

758.900

 

BMKB-Corona

4.980

 

4.980

0

 

0

0

 

735.000

Garantie Ondernemingsfinanciering

141.530

300.000

70.000

371.530

300.000

5.000

666.530

300.000

 

Garantie Ondernemingsfinanciering Corona

3.108

 

3.108

0

 

0

0

 

2.100.000

Groeifaciliteit

65.031

29.028

500

93.559

26.112

1.500

118.171

30.000

 

Klein Krediet Corona garantieregeling

1.504

 

1.200

304

 

260

44

 

250.000

Microkredieten

70.661

 

10.000

60.661

 

10.000

50.661

 

153.000

Garantie MKB financiering

24.500

 

4.500

20.000

 

5.000

15.000

 

268.200

Maatwerk garanties

70.000

 

0

70.000

 

0

70.000

 

70.000

 

Totaal

1.473.144

1.087.928

119.288

2.441.784

1.085.012

46.760

3.480.036

1.088.900

3.576.200

Tabel 6 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitgaven 2025

Ontvangsten 2025

Stand risicovoorziening 2025

Saldo 2025

Uitgaven 2026

Ontvangsten 2026

Stand risicovoorziening 2026

Saldo 2026

Uitgaven 2027

Ontvangsten 2027

Stand risicovoorziening 2027

Saldo 2027

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

BMKB

13.078

18.083

195.250

5.005

38.567

33.000

195.250

‒ 5.567

36.917

33.000

195.250

‒ 3.917

BMKB-Corona

933

187

14.264

‒ 746

  

14.264

0

  

14.264

0

Garantie Ondernemingsfinanciering

 

6.080

53.560

6.080

11.825

13.000

53.560

1.175

11.745

13.000

53.560

1.255

Garantie Ondernemingsfinanciering Corona

 

123

19.914

123

5.000

 

19.914

‒ 5.000

  

19.914

0

Groeifaciliteit

2.481

1.724

57.798

‒ 757

8.000

8.000

57.798

0

8.000

8.000

57.798

0

Klein Krediet Corona garantieregeling

392

53

11.641

‒ 339

  

11.641

0

  

11.641

0

Microkredieten

 

282

0

282

  

0

0

  

0

0

MKB financiering

325

291

23.051

‒ 34

  

23.051

0

  

23.051

0

Maatwerk garanties

  

30.000

0

920

1.000

30.000

80

1.000

1.000

30.000

0

 

Totaal

17.209

26.823

 

9.614

64.312

55.000

 

‒ 9.312

57.662

55.000

 

‒ 2.662

Toelichting

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

De BMKB biedt zowel banken als niet-bancaire financiers een borgstelling voor leningen aan midden- en kleinbedrijven (≤ 250 werknemers) voor zover deze bedrijven onvoldoende zekerheden kunnen bieden aan de bank. Het knelpunt dat met de BMKB wordt bestreden is het verschijnsel dat in de kern gezond mkb – met voldoende zicht op rentabiliteit en continuïteit – niet of onvoldoende in een kredietbehoefte kan voorzien door een tekort aan zekerheden (onderpand).

Er is een begrotingsreserve (risicovoorziening) voor de BMKB waardoor een verevening mogelijk is van premie-inkomsten en schade-uitgaven over een reeks van jaren. De regeling is conjunctuurgevoelig (in tijden van krimp en recessie hogere verliezen) waardoor uitgaven en inkomsten kunnen fluctueren. 

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

De garantieregeling GO is bestemd voor ondernemers die financiering willen aantrekken bij banken en is gericht op (middel)grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland en met bevredigende rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven. De GO is voor nieuwe bankleningen en/of bankgaranties van minimaal € 1,5 mln en maximaal € 150 mln met een garantie van 50% door de overheid. De overheid deelt mee in de opbrengsten uit zekerheden. De GO kent een jaarlijks garantieplafond van € 300 mln.

Er is een begrotingsreserve (risicovoorziening) voor de GO waardoor een verevening mogelijk is van premie-inkomsten en schade-uitgaven over een reeks van jaren. De regeling is conjunctuurgevoelig (in tijden van krimp en recessie hogere verliezen) waardoor uitgaven en inkomsten kunnen fluctueren.

Covid-regelingen (BMKB-C, GO-C, KKC).

Naast de BMKB en de GO zijn gedurende de COVID-crisis de BMKB-C, GO-C en KKC regelingen geopend. Deze zijn inmiddels gesloten en op deze posten resteert enkel nog uitfinanciering van bestaande garanties.

Groeifaciliteit

De regeling Groeifaciliteit hielp bedrijven bij het aantrekken van risicodragend vermogen door garanties te geven op achtergestelde leningen verstrekt door banken en op aandelen verstrekt door participatiemaatschappijen aan ondernemingen. De groeifaciliteit verliep 1 januari 2025 en er resteert alleen de uitfinanciering van de resterende garanties.

MKB-financiering

In het kader van het aanvullend actieplan mkb-financiering van 8 juli 2014 heeft het kabinet inmiddels € 268,2 mln aan garanties verstrekt om de funding van nieuwe aanbieders van mkb-financiering mogelijk te maken. Er is een begrotingsreserve voor de verevening van premie-inkomsten en schade-uitgaven.

Qredits

In het verleden heeft de Staat een garantie afgegeven op een lening van de EIB aan Qredits van € 20 mln (inclusief overige kosten totaal € 23 mln). Dit komt naast een eerdere garantie verstrekt aan de Europese Investeringsbank van € 86,7 mln op de funding van Qredits. Met deze middelen verstrekt Qredits kredieten aan het micro- en mkb-krediet. Voor deze garantie ontvangt de Staat een premie. Daarnaast is een garantie van € 13,3 mln verstrekt aan de Council of Europe Bank (CEB) voor de funding van Qredits met een bedrag van € 16,6 mln. Een garantie van € 25 mln is verstrekt aan het BNG voor € 50 mln funding van Qredits.

Maatwerkgaranties

De Staat heeft een maatwerkgarantie van € 70 mln afgegeven. Premieontvangsten worden in rekening gebracht ter compensatie voor het risico dat de Staat middels de afgifte van de garantie loopt. De premieontvangsten worden na aftrek van de uitvoeringskosten toegevoegd aan een risicovoorziening op de EZ-begroting.

Tabel 7 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Nummer

Artikel omschrijving

Leningnemer

Saldo 1-7-2026

Einddatum

1

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Microkrediet Ned (Qredits)

44.630

1-4-2045

2

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Microkrediet Ned (SZW)

270

onbepaald

3

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Qredits

1.765

1-2-2026

4

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

MARIN

6.807

1-1-2500

5

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Provincie Limburg (voorheen LIOF Swentibold)

15.882

31-12-2023

6

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Stichting Qredits Microfinanciering

47.500

15-6-2030

7

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

B.V. Finance Continuïteit IHC

5.000

1-1-2500

8

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Stichting Garantiefonds Reisgelden

61.662

8-4-2028

9

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Stichting Qredits Microfinanciering Nederland

10.000

21-5-2028

10

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

VZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A.

150

15-12-2026

11

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Stichting Qredits Microfinanciering Nederland

5.000

1-4-2030

12

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Smart Photonics Holding B.V.

60.000

20-2-2033

13

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

PhiX B.V.

4.549

31-12-2033

14

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter B.V.

3.500

1-1-2500

15

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

NOM MCPV

3.000

31-12-2030

16

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

NOM GDI

5.000

31-12-2031

17

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

INNL Publiek-Private Product Structurering B.V.

6.000

31-12-2033

18

Artikel 3 Toekomstfonds

NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen)

10.080

31-12-2032

19

Artikel 3 Toekomstfonds

Participatiemij Oost Nederland NV DVI-I

64.073

1-1-2030

20

Artikel 3 Toekomstfonds

Participatiemij Oost Nederland NV DVI-2

51.000

1-1-2035

21

Artikel 3 Toekomstfonds

StW 2014-2015

2.902

1-1-2500

22

Artikel 3 Toekomstfonds

StW 2016-2017

6.114

1-1-2500

23

Artikel 3 Toekomstfonds

Nedermaas Hightech Ventures

5.542

31-12-2028

24

Artikel 3 Toekomstfonds

LIOF (COL1/2)

9.691

31-12-2026

25

Artikel 3 Toekomstfonds

NOM (COL1/2)

13.668

31-12-2026

26

Artikel 3 Toekomstfonds

InnovationQuarter (COL1/2)

25.094

31-12-2026

27

Artikel 3 Toekomstfonds

NH Inwest (COL1/2)

16.089

31-12-2026

28

Artikel 3 Toekomstfonds

BOM Capital I B.V. (COL1/2)

10.063

31-12-2026

29

Artikel 3 Toekomstfonds

ROM Utrecht Region (COL1/2)

3.055

31-12-2026

30

Artikel 3 Toekomstfonds

Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Nederland N.V. (COL1/2)

17.822

31-12-2026

31

Artikel 3 Toekomstfonds

Impuls Zeeland (COL1/2)

167

31-12-2026

32

Artikel 3 Toekomstfonds

Horizon Flevoland (Col1/2)

4.567

31-12-2026

33

Artikel 3 Toekomstfonds

BOM Capital I B.V. (Smart Photonics)

20.000

30-6-2030

34

Artikel 3 Toekomstfonds

NWO-TTW 2018

6.709

31-12-2030

35

Artikel 3 Toekomstfonds

Innovation Quarter

6.700

31-12-2026

36

Artikel 3 Toekomstfonds

Invest-NL Capital N.V. DACI

50.000

31-12-2042

37

Artikel 3 Toekomstfonds

Invest-NL Capital N.V. Dutch Future Fund

24.970

31-12-2038

38

Artikel 3 Toekomstfonds

NWO 2022/2023/2024

9.700

31-12-2035

39

Artikel 3 Toekomstfonds

Invest-NL Deeptechfonds

155.000

15-8-2035

40

Artikel 3 Toekomstfonds

EIF European Investment Fund / ETCI

56.900

31-12-2043

41

Artikel 3 Toekomstfonds

Invest-NL BEV

122.735

31-12-2034

42

Artikel 3 Toekomstfonds

NWO VFF

3.000

31-12-2032

43

Artikel 3 Toekomstfonds

SecFund B.V.

100.000

31-12-2039

44

Artikel 3 Toekomstfonds

NWO VFF 2025

7.920

31-12-2035

45

Artikel 3 Toekomstfonds

NWO VFF 2026-2027

1.650

31-12-2037

Toelichting

1 Microkrediet Nederland (Qredits)

Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken van micro- en mkbkrediet aan ondernemers.

2 Microkrediet Nederland (Qredits SZW)

Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken van microkrediet aan ondernemers.

3 Qredits (pilot achtergestelde leningen fonds)

Dit betreft een subsidie met terugbetaalverplichting in het kader van de pilot achtergestelde leningenfonds van Qredits.

4 MARIN

De lening van € 6,8 mln is in 2003 tussen de Staat en MARIN vastgelegd in een aangepaste overeenkomst van geldlening, in verband met de in 2003 opgerichte MARIN Stakeholders Association (MSA). In deze overeenkomst is bepaald dat MARIN is vrijgesteld van aflossingsverplichting voor zover de MSA voor ten minste het bedrag van de lening deelnemersovereenkomsten heeft gesloten.

5 Provincie Limburg

Dit betreft een lening aan de Provincie Limburg in het kader van Industriepark Swentibold.

6 Stichting Qredits microfinanciering

Dit betreft een lening aan Qredits ten behoeve van het verstrekken van overbruggingskredieten aan ondernemers.

7 B.V. Financiering Continuïteit IHC

Dit betreft een vergoeding aan de Staat van € 5 mln voor een overbruggingslening voor de continuiteit van Koninklijke IHC. Deze vergoeding staat voor onbepaalde tijd uit als lening aan B.V. Financiering Continuiteit IHC.

8 Stichting Garantiefonds Reisgelden Voucherfonds

Het kabinet heeft in 2021 een faciliteit van € 400 mln aan SGR beschikbaar gesteld voor de verstrekking van liquiditeitsleningen (voucherkredieten) aan reisorganisaties, die tijdelijk onvoldoende middelen hebben om vouchers terug te betalen aan consumenten.

9 Stichting Qredits Microfinanciering Nederland Corona overbruggingskrediet starters

Dit betreft een lening aan Qredits ten behoeve van het verstrekken van overbruggingskredieten aan startende ondernemers ten tijde van de Coronacrisis.

10 VZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A.

Dit betreft een lening aan VZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A. in verband met verwacht extra beroep dat bedrijven in de reissector zullen doen op deze verzekering ten gevolge van de coronacrisis.

11 Stichting Qredits Microfinanciering Nederland TOA-krediet

Dit betreft een lening aan Qredits voor de uitvoering van de TOA-faciliteit. Dit is een faciliteit voor mkb-ondernemers die met gebruikmaking van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA), hun bedrijf willen doorstarten in de periode 2021-2024.

12 Smart Photonics Holding b.v.

Dit betreft een lening aan Smart Photonics als onderdeel van het NGF-project PhotonDelta.

13 PhiX B.V.

Dit betreft een lening aan Phix B.V. als onderdeel van het NGF-project PhotonDelta.

14 Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter B.V.

Dit betreft een lening aan InnovationQuarter ten behoeve van Airborne.

15 NOM MCPV

Dit betreft een lening aan de NOM voor MCPV Nederland BV. Het betreft een eenmalige bijdrage van maximaal € 3 mln uit het strategische acquisitiebudget Nij Begun Groningen (Economische Bedrijvigheid). MCPV Nederland BV heeft lening aangevraagd en ontvangen voor de voorbereidende fase van de realisatie van zonnecel- en moduleproductie in Veendam Groningen.

16 NOM GDI

Dit betreft een lening aan de NOM ten behoeve van Graphenix Development B.V.

17 INNL Publiek-Private Product Structurering B.V.

Dit betreft een lening aan Invest-nl waarmee gerichte bedrijfsleningen worden afgegeven.

18 NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2019, 2020 en 2021

Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroegefase-financiering.

19 Participatiemij Oost NL N.V. DVI

Dit betreft een lening aan Oost NL N.V. ten behoeve van het Dutch Venture Initiative.

20 Participatiemij Oost NL N.V. DVI-2

Dit betreft een lening aan Oost NL N.V. ten behoeve van het Dutch Venture Initiative II.

21 STW 2014-2015

Dit betreft een lening aan de Stichting Technische Wetenschappen voor het vertrekken van kredieten in het kader van de regeling Vroegefase-financiering.

22 STW 2016-2017

Dit betreft een lening aan de Stichting Technische Wetenschappen voor het vertrekken van kredieten in het kader van de regeling Vroegefase-financiering.

23 Nedermaas Hightech Ventures

Dit betreft een in 2009 aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF verstrekte lening ten behoeve van Nedermaas Hightech Ventures, een nieuw venture-capital fonds dat zich richt op de vroege financiering van hightech start up's in de Provincie Limburg.

24 LIOF (COL 1/2)

Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

25 NOM (COL 1/2)

Dit betreft een lening aan de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM B.V.) ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

26 Innovation Quarter (COL 1/2)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter voor de investering in Innoge­nerics B.V. ten behoeve van de overname van de geneesmiddelen fabrikant Apotex.

27 Noord Holland Inwest (COL 1/2)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Noord-Holland.

28 BOM Capital I B.V. (COL 1/2)

Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

29 Corona OverbruggingsLening Regio Utrecht B.V. (COL 1/2)

Dit betreft een lening aan COL RU ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

30 Oost NL N.V. (COL 1/2)

Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Oost. N.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

31 Investeringsfonds Zeeland B.V. (COL 1/2)

Dit betreffen leningen aan Investeringsfonds Zeeland B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

32 Horizon de Aanjager (COL 2)

Dit betreft een lening aan Horizon de Aanjager ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Flevoland.

33 BOM Capital I B.V. Smart Photonics

Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) ten behoeve van de investering in Smart Photonics, een Eindhovense scale-up voor de productie van fotonische chips.

34 NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2018

Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroegefase-financiering.

35 Innovation Quarter

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

36 Invest-NL Capital N.V.

Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Dutch Alternative Credit Instrument (DACI).

37 Invest-NL Capital N.V. Dutch Future Fund

Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Dutch Future Fund.

38 NWO 2022/2023/2024

Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroege fase financiering.

39 Invest-NL Capital N.V. Deeptechfonds

Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Deeptechfonds.

40 EIF European Investment Fund / ETCI

Dit betreft een lening aan EIF ten behoeve van European Tech Champions Initiative.

41 Invest-NL BEV

Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van de Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid (BEV).

42 NWO VFF

Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroege fase financiering.

43 SecFund B.V.

Dit betreft een lening aan de Brabantse Onwikkelingsmaatschappij (BOM) ten behoeve van Security Fund (SecFund). 

44 NWO VFF 2025

Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroege fase financiering.

45 NWO VFF 2026-2027

Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van de regeling Vroege fase financiering

Slagvaardige Overheid

Tabel 8 Overzicht Slagvaardige Overheid (bedragen x € 1 mln)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord

       

Efficiencytaakstelling

  

‒ 5.126

‒ 9.891

‒ 16.538

‒ 23.668

‒ 23.668

Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

    

‒ 25.663

‒ 64.687

‒ 64.687

Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor EZK gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat structureel oploopt tot circa € 88,4 mln. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

Om te komen tot een efficiëntere en effectievere overheid, neemt EZK uiteenlopende maatregelen. Zo zijn diverse AI-initiatieven gestart, waarmee onder andere het schrijven en redigeren van stukken vereenvoudigd wordt, maar waarmee bijvoorbeeld ook direct specifieke informatie verkregen kan worden over de Beatrixmijnen in Limburg. Ook is een dashboard ontwikkeld waarmee managementinformatie eenvoudig te vinden is.

Verder wordt binnen EZK gewerkt aan uniformering en het verminderen van regeldruk. Hierbij kan gedacht worden aan het samenvoegen van secretariaten en het gelijktrekken van inkoopprocessen binnen het concern. Zo worden verschillende interne onderhandse drempelbedragen gelijkgetrokken voor elke enkelvoudige inkoopaanvraag. Ook wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om omzetdrempels voor concentratiemeldingen te indexeren en te verhogen, wat naar verwachting zal leiden tot een aanzienlijke afname van het aantal verplichte meldingen.

Ook op personeelsvlak neemt EZK een aantal gerichte maatregelen. Een voorbeeld hiervan is gerichte vacaturesturing waarbij vacatures alleen worden ingevuld als deze bijdragen aan de prioritaire opgaven van EZK en binnen de taakstelling passen. Er wordt gewerkt aan een stevigere inrichting van de interne controleprocessen gericht op apparaatsuitgaven, waarmee de personeelsuitgaven van het kerndepartement beter beheerst en gestuurd kunnen worden. Daarbij hoort onder andere dat personele mutaties als onderdeel van de budgettaire besluitvorming expliciet worden besproken in de Bestuursraad. Daarnaast wordt ingezet op rijksbrede samenwerking, onder meer binnen de Interdepartementale Commisie Organisatie en Personeelsbeleid (ICOP), zodat niet ieder departement zelf het wiel uit hoeft te vinden.

Voor wat betreft de invulling van de taakstelling ‘Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid’ wordt vooralsnog gewacht op nadere concretisering van de te nemen maatregelen vanuit de Taskforce Slagvaardige Overheid.

3. Beleidsartikelen

Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten

Goed functionerende markten zijn een motor voor economische ontwikkeling, innovatie en brede welvaart. Dit geldt voor zowel de Nederlandse markt als de Europese interne markt. De Europese interne markt levert door de schaalgrootte nieuwe afzetmogelijkheden, de mogelijkheid om meer te specialiseren en voor nieuwe uitdagers de ruimte om snel op te schalen. Het kabinet zet zich daarom nationaal, Europees en internationaal in voor regels en afspraken die ervoor zorgen dat: (1) consumenten keuzevrijheid hebben, (2) bedrijven op een gelijk speelveld opereren en (3) markten open, eerlijk en transparant zijn. Hiermee wordt voorzien in belangrijke voorwaarden voor de in de beleidsagenda beschreven hoofddoelen van EZK.

Om dit te realiseren zet het Ministerie van EZK in op de volgende doelen:

  • 1. Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten;

  • 2. Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie;

  • 3. Het voorzien in maatschappelijke behoeften aan statistieken.

1. Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten

Het Ministerie van EZK zet zich in Europees verband sterk in voor het competitief houden van markten en voor eerlijke onderlinge verhoudingen in markten. Hierdoor wordt de concurrentie tussen bedrijven geborgd, het vrije verkeer van diensten en goederen bevorderd en consumenten beschermd. De Europese interne markt, met inbegrip van vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal, vormt een kernonderdeel van de Europese Unie en is cruciaal voor het Nederlandse verdienvermogen. Goed functionerende markten die concurrentie stimuleren en waar de consument goed wordt beschermd, leveren een belangrijke bijdrage aan economische groei en innovatie. Moderne en toekomstbestendig consumentenbeleid draagt bij aan een sterke positie van consumenten, gezonde concurrentie, keuzevrijheid en kwalitatief goede producten en diensten. Goedwerkend mededingingsbeleid is een belangrijke randvoorwaarde voor de economie als geheel en het generieke vestigingsklimaat in Nederland. Het hangt nauw samen met de rest van ons economische beleid en kan een belangrijke bijdrage leveren aan het mogelijk maken van de complexe transities waar bijvoorbeeld klimaat, energie en digitalisering om vragen. Daarnaast werkt EZK aan goede kaders om de toekomstbestendigheid van het aanbestedingsbeleid te verbeteren en in te zetten als strategisch beleidsinstrument om doelen als strategische autonomie en duurzaamheid te bevorderen.

2. Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende economie

Nederland moet koploper worden in digitalisering en verantwoorde innovatie. Dit is geen doel op zich, maar een belangrijke voorwaarde voor het vergroten van onze strategische autonomie, concurrentiekracht en duurzame economische groei (1,5%). Nederland heeft hiervoor een goede basis met een hoogwaardige digitale infrastructuur en een digitaal opgeleide bevolking, maar is tegelijkertijd ook kwetsbaar door hybride dreigingen. Derhalve is het noodzakelijk om onze hoogwaardige digitale infrastructuur te behouden en versterken in een geopolitieke turbulent wereld. Digitalisering versterkt onze welvaart, maar raakt ook aan onze kwetsbaarheid door afhankelijkheid van buitenlandse digitale technologie en infrastructuur. Onze strategische afhankelijkheid van niet-Europese digitale technologie brengt risico's met zich mee. Digitale soevereiniteit is een belangrijke voorwaarde om onze democratische waarden in het digitale tijdperk te beschermen. Dit vergt het creëren van de randvoorwaarden voor het opbouwen van Nederlandse en Europese digitale alternatieven en het versterken van de concurrentiekracht van de Nederlandse en Europese techsector.

De ambities, doelstellingen en acties van EZK op het gebied van de digitale economie richting 2030, staan beschreven in de Strategie Digitale Economie (Kamerstuk 26 643, nr. 941) en de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie (Kamerstuk 30 821, nr 228). Dit beleid is in lijn met het beleid van de Europese Commissie rond het digitaal decennium.

In lijn met de Beleidsbrief EZK werkt het kabinet in 2027 aan de volgende prioriteiten binnen artikel 1:

  • Digitale weerbaarheid en autonomie van Nederland versterken door meer overheidsregie;

  • Hoogwaardige en weerbare digitale infrastructuur als strategische voorziening behouden en uitbreiden;

  • Verdere bevordering van het AI-ecosysteem in Nederland en het bouwen aan een industrieprogramma voor digitale diensten en AI.

Voor nadere beleidsambities en -prioriteiten zal de staatssecretaris na Prinsjesdag een brief over haar strategische inzet sturen.

3. Het voorzien in maatschappelijke behoeften aan statistieken

Het Ministerie van EZK is systeemverantwoordelijk voor het in stand houden van de onafhankelijke productie van goede en betrouwbare statistieken, en voor rechtmatige en doelmatige besteding van publieke gelden die daarmee gemoeid zijn. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft als onafhankelijk kennisinstituut de taak om betrouwbare statistische informatie te leveren. Onafhankelijke en betrouwbare statistieken zijn van belang om meer inzicht te krijgen in de samenleving en maatschappelijke fenomenen. Deze informatie draagt bij aan het voeren van becijferde maatschappelijke debatten en inzichten voor beleid.

De Minister van EZK heeft als taak belemmeringen voor het goed functioneren van markten te verminderen of weg te nemen en innovatie te stimuleren. In dat verband is de minister systeemverantwoordelijk voor de Mededingingswet, de Aanbestedingswet en voor het functioneren van de Autoriteit Consument en Markt. Ook is de minister systeemverantwoordelijk voor de Dienstenwet, de Wet EU-beroepskwalificaties, de Metrologiewet, de Waarborgwet, de Postwet en het stelsel van normalisatie en accreditatie. Tot slot heeft de Minister van EZK een systeemverantwoordelijkheid voor de statistische informatievoorziening van rijkswege.

De Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit is onder andere verantwoordelijk voor het stellen van regels voor vaste en mobiele communicatienetwerken (Telecommunicatiewet) en voor de uitvoeringswetten voor EU-regelgeving die digitale markten reguleren zoals de Digitale dienstenverordening en de Dataverordening. De staatssecretaris is daarnaast beleidsverantwoordelijk voor de digitale infrastructuur. Onder de digitale infrastructuur verstaan we de hele keten die zorgt voor connectiviteit, van de telecomnetwerken, zee- en landkabels, datacenters, hosting en internet exchanges tot en met toegang tot de cloud.

Tabel 9 Kengetallen

Kengetallen

2022

2023

2024

2025

Ambitie 2030

Bron

1. Connectiviteit – beschikbaarheid vast breedband (1Gbps)

97,8%

98,3%

98,4%

98,8%

100%

DESI

2. Connectiviteit – beschikbaarheid mobiel breedband via 5G

99+%

100%

100%

100%

100%

DESI

3. Digitale intensiteit: %mkb met een basisniveau aan digitalisering

79,0%

82,7%

82,7%

88,8%

95,0%

DESI

4. ICT specialisten (% vd beroepsbevolking)

7,2%

6,9%

7,0%

7,2%

9,2%

DESI

In bovenstaande tabel staan kengetallen uit de recente gegevens van de Europese Commissie t.a.v. de beschikbaarheid van de digitale infrastructuur en economie. De cijfers tonen de beschikbaarheid voor het betreffende jaar. In de kolom ambitie 2030 staan de streefwaarden van EZK voor de genoemde indicatoren voor 2030. In het jaarlijkse landenrapport voor Nederland van het Digitaal Decennium constateert de Europese Commissie dat Nederland een sterke bijdrage levert aan de Digital Decade doelstellingen. De Europese Commissie wijst op een goede staat van connectiviteit in Nederland en het hoge niveau van digitale vaardigheden van de Nederlandse bevolking. Tegelijkertijd benoemt zij ook dat er belangrijke uitdagingen bestaan als het gaat om het tekort aan ICT-specialisten en dalende publieke investeringen in digitale innovatie.

IPCEI-AI

De sleuteltechnologie AI heeft de potentie om het toekomstig verdienvermogen van Nederland te vergroten en 1,5% economische groei dichterbij te brengen. Zolang wij structureel blijven innoveren en toepassingen van AI mogelijk maken die bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke en economische vraagstukken. Het kabinet stelt na een interessepeiling vanaf 2027 € 120 mln ter beschikking voor deelname van bedrijven aan de door Duitsland geleide IPCEI-AI (Important Projects of Common European Interest). De IPCEI-AI vormt een geïntegreerd raamwerk dat innovatie, veiligheid, onafhankelijkheid en economische groei combineert. De IPCEI-AI bouwt voort op de eerdere IPCEI voor Clouddiensten en cloudinfrastructuur (CIS) en het daaruit voortkomende 8ra-initiatief. In combinatie met integratie van de bestaande initiatieven draagt deze inzet bij aan het versterken van de Europese waardeketen voor AI. Ook draagt het bij aan de opbouw van een Europees ecosysteem van bedrijven, overheden en kennisinstellingen met grensoverschrijdende samenwerking op het terrein van innovatie van geavanceerde AI-technologie.

Pan-arctische zeekabel

Zeekabels zijn cruciaal voor de onafhankelijkheidspositie van Nederland en leveren op digitaal- en economisch vlak een belangrijke bijdrage aan Europese autonomie. Daarmee dragen nieuwe zeekabelaanlandingen bij aan veiligheid en weerbaarheid met routediversiteit en redundantie en een strategische verbinding om Nederland als digitaal knooppunt aantrekkelijk te houden. Het kabinet stelt € 18 mln ter beschikking voor het mogelijk maken van de Nederlandse aanlanding van de Pan-Arctische zeekabel. De financiering is voor zeebodemonderzoek naar de Nederlandse aanlanding van deze kabel en dragen in samenwerking met de Zeekabel Coalitie bij aan de werking van de business case voor een Nederlandse aanlanding.

Versterken randvoorwaarden digitale economie

EU digitale regels hebben de afgelopen jaren een stevig fundament geplaatst voor het realiseren van een weerbare en concurrerende digitale economie. In 2027 wordt verder geschaafd aan het optimaliseren van de regels in de digitale waardeketen. Dit is onder meer met de uitvoeringswet van de AI-verordening, de onderhandelingen over de Cloud and AI Development Act (CADA verordening), de positiebepaling van de toepassing van het Europees voorkeursprincipe en de uitwerking van de Digital Networks Act (DNA verordening).

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

518.601

473.022

573.647

431.454

358.445

353.717

354.287

        

Uitgaven

437.338

444.968

581.874

519.349

472.245

446.041

405.222

        

Subsidies (regelingen)

114.445

107.568

234.036

154.242

119.272

96.467

54.851

Cyber security

6.967

1.345

1.250

    

Subsidiemaatregel telecom Caribisch Nederland

4.772

7.680

8.420

3.500

3.500

3.500

3.500

EU-cofinanciering Digital Europe

6.131

8.047

8.826

11.115

1.031

  

Beter aanbesteden

9

      

AI-fabriek

5.600

481

351

 

17.330

18.294

30.257

PEGA - AI-fabriek

 

1.396

38.109

15.410

2.397

 

2.688

Kennisbasis beleidseconomie

  

172

172

172

172

 

IPCEI-AI

  

61.398

36.448

12.348

3.324

3.316

NGF - project AINED

16.911

22.777

37.231

29.974

27.889

16.175

3.387

NGF - project Nationaal Onderwijslab

7.695

10.258

6.310

7.443

14.312

31.857

 

NGF - project 6G Future Network Services

24.608

34.700

42.840

34.840

28.840

11.692

250

NGF - projecten subsidie route

22.067

20.831

20.201

15.340

11.453

11.453

11.453

Inkoopdomein

213

53

     

Digitale veiligheid

19.472

 

8.928

    
        

Opdrachten

20.313

27.387

42.837

59.185

50.064

50.647

50.890

Onderzoek & opdrachten

3.180

4.814

7.321

6.258

6.343

6.907

7.150

Beleidsvoorbereiding en evaluaties Veiligheid en Frequenties

4.088

5.258

4.463

7.370

5.282

5.282

5.282

Digital trust centre

610

380

4.105

3.536

3.744

3.744

3.744

Cyber security

5.279

6.464

11.196

12.117

12.410

12.347

12.347

ICT beleid

4.354

7.931

5.826

8.185

8.756

8.838

8.838

Terugbetaling boetes ACM

2.721

      

CSIRT - DSP

4

1.682

1.031

13.529

13.529

13.529

13.529

Nationaal Groeifonds

77

858

300

    

Arctische zeekabel

  

8.595

8.190

   
        

Bijdrage aan agentschappen

72.843

84.827

80.871

84.261

84.581

85.711

86.654

Bijdrage RVO

23.896

24.593

15.895

13.425

13.302

13.238

13.227

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)

48.947

60.234

64.976

70.836

71.279

72.473

73.427

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

225.468

219.534

219.175

216.764

213.426

208.312

207.923

Bijdrage Metrologie

19.332

13.801

14.101

13.918

13.920

13.919

13.608

Raad voor de Accreditatie

640

1.437

907

1.223

1.452

493

493

Bijdrage ACM

798

954

949

943

938

932

932

Bijdrage aan het CBS

204.698

203.342

203.218

200.680

197.116

192.968

192.890

        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

4.269

5.652

4.955

4.897

4.902

4.904

4.904

Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut

1.390

1.538

1.538

1.538

1.538

1.538

1.538

Bijdrage aan internationale organisaties

2.879

4.114

3.417

3.359

3.364

3.366

3.366

        

Ontvangsten

13.880

44.848

45.923

47.174

48.235

48.235

48.235

Ontvangsten ACM

162

162

162

162

162

162

162

Ontvangsten High Trust

2.194

42.450

43.575

44.700

44.700

44.700

44.700

Diverse ontvangsten

10.984

2.236

2.186

2.312

3.373

3.373

3.373

NGF ontvangsten

540

      

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 11 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

Juridisch verplicht

84%

Bestuurlijk gebonden

12%

Beleidsmatig gereserveerd

4%

Vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

  • Subsidies (regelingen): Een groot deel van de subsidie-instrumenten is volledig juridisch verplicht; voorbeelden zijn NGF-project AlNed AI-fabriek.

  • Opdrachten: Een aantal opdrachten is reeds voor meerdere jaren aangegaan en daarmee juridisch verplicht. Dit geldt voor o.a. de bemiddelingsdienst voor doven en slechthorenden.

  • Bijdragen aan agentschappen: De opdrachten worden voorafgaand aan het begrotingsjaar verstrekt en zijn daarmee 100% juridisch verplicht. Dit geldt bijvoorbeeld voor opdrachten aan RDI en RVO.

  • Bijdragen aan ZBO's en RWT's: Betreft wettelijke taken van o.a. VSL, RvA en CBS.

  • Bijdragen aan (Inter)nationale Organisaties: Betreft o.a. de bijdrage aan de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) en Commissie voor Aanbestedingsexperts.

Bestuurlijk gebonden

  • Betreft onder andere deelname aan de IPCEI AI vanaf 2027 en het zeebodemonderzoek voor de Arctische zeekabel.

Subsidies

Cybersecurity 

Er wordt subsidie verstrekt aan groepen van bedrijven in niet-vitale sectoren die op cybersecurityterrein willen samenwerken, in hun keten, regio of sector. Met het Cybersecurity Innovation Fund (CIF-NL) wordt innovatie van cyber security gestimuleerd door mkb'ers in staat te stellen om te werken aan innovatievecybersecurity-oplossingen.

Telecom Caribisch Nederland

De vaste lasten van essentiële diensten, zoals telecommunicatie en vast internet, zijn op Caribisch Nederland relatief hoog. Een beschikbaar, betaalbaar en betrouwbaar internet is noodzakelijk om volwaardig mee te kunnen doen in de (digitale) maatschappij. Daarom neemt het kabinet maatregelen om deze kosten te verlagen. Voor telecommunicatie stelt het kabinet 25 USD per aansluiting per maand beschikbaar op Bonaire en 35 USD per aansluiting per maand voor Saba en Sint Eustatius. Hiervoor is vanaf 2028 in totaal € 3,5 mln per jaar beschikbaar. Additioneel heeft het kabinet 15 USD per aansluiting per maand voor de BES eilanden in 2027 ter beschikking gesteld. Daarnaast wordt er incidenteel een investeringssubsidie beschikbaar gesteld voor de aanleg van snel en betrouwbaar (glasvezel)internet op Sint Eustatius.

EU-cofinanciering Digital Europe

Het Digital Europe Programme (DEP) is een programma binnen het huidige MFK (Meerjarig Financieel Kader van de EU) om het innovatie- en concurrentievermogen van de EU te verhogen en de strategische digitale capaciteiten te versterken. Dit is aanvullend op het Horizon Europe Programma, dat zich meer richt op onderzoek en innovatie. De voorgestelde prioriteiten binnen het programma zijn onder meer: artificiële intelligentie, cybersecurity en vertrouwen, digitale vaardigheden voor gevorderden, cloud data en European Digital Innovation Hubs.

(PEGA) AI-Fabriek

Met de realisatie van een nationale AI-fabriek kunnen bedrijven en onderzoekers gebruik maken van rekenkracht bij een AI-supercomputer, expertise en data. Dit vergroot de basis voor kennis, innovatie en talent voor de verantwoorde toepassing van AI in het bedrijfsleven, de wetenschap, het onderwijs en de overheid en draagt bij aan de concurrentiepositie van Nederland en Europa. De locatiekeuze voor Groningen draagt bij aan de Economische Agenda voor Groningen en Noord-Drenthe van Nij Begun. Ook sluit het aan bij de wens voor de aanwezigheid van een innovatief ecosysteem voor AI-onderzoek en innovatie, en beschikbare energie en ruimte. Hiervoor draagt de regio Groningen en Noord-Drenthe ook bij aan de realisatie van de AI-faciliteit. De investering komt deels voort uit de Economische Agenda Nij Begun.

Kennisbasis beleidseconomie

Dit instrument heeft als doel om de kennisbasis over beleidseconomie te ontwikkelen om de beleidskwaliteit te verhogen. Onder deze post valt een subsidie aan de stichting Instituut Financieel Economisch Beleid (IFEB). De stichting IFEB verzorgt BOFEB-traineeship waarmee financieel economische beleidsmedewerkers voor de Rijksoverheid worden opgeleid.

IPCEI-AI

De IPCEI-AI (Important Project of Common European Interest Artificial Intelligence) heeft als kerndoel om een Europees ecosysteem van bedrijven, overheden en kennisinstellingen met grensoverschrijdende samenwerking op het terrein van innovatie van geavanceerde AI-technologie op te bouwen. Inzet van de projecten is de ontwikkeling van een soeverein AI-continuüm met open en concurrerende basis-AI-modellen, efficiënte training- en inferentie-infrastructuur en energiezuinige AI-toepassingen. Daarnaast wordt gestandaardiseerde toegang tot industriële data binnen het kader van de Europese regelgeving gefaciliteerd. Tevens is het doel om AI-as-a-Service-oplossingen, open-source-oplossingen en brede integratie van AI in sectoren zoals energie, telecom, defensie, lucht- en ruimtevaart, maakindustrie en transport te stimuleren.

NGF-project AiNed

Het AiNed-programma wil de concurrentiepositie en strategische autonomie van Nederland op het gebied van AI versterken. AiNed versnelt de ontwikkeling en toepassing van AI in Nederland, zodat Nederland economisch en maatschappelijk kan blijven profiteren van AI en internationaal met de koplopers mee kan doen. Dankzij het AiNed-programma wordt Nederland gepositioneerd als een sterke AI-hub voor kennis en innovatie in Europa. Het programma pakt knelpunten aan voor de terreinen innovatie, kennisbasis, arbeidsmarkt, maatschappij en data delen. De focus ligt op sectoroverstijgende vraagstukken van groot gemeenschappelijk belang die veel overloop hebben naar verschillende toepassingsgebieden, zoals embedded AI en hybride AI-systemen.

NGF-project Nationaal Onderwijslab

Het Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI) stimuleert de verantwoorde inzet van kunstmatige intelligentie (AI) in het onderwijs. Het programma richt zich op innovatie, onderzoek en opschaling van AI-oplossingen die het leren en lesgeven verbeteren.

Het programma heeft 2 doelen:

  • 1. Het ontwikkelen van digitale intelligente onderwijsinnovaties, gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het primair en voortgezet onderwijs.

  • 2. Het inzichtelijk maken van de pedagogische, maatschappelijke en sociale gevolgen van digitale onderwijsinnovaties.

Het lab ontwikkelt prototypes voor concrete AI-toepassingen in het onderwijs. Zowel om het leerproces zelf te ondersteunen, als om leerkrachten te ondersteunen in hun werkzaamheden. Het project draagt bij aan het duurzaam verdienvermogen van Nederland door de kwaliteit en doelmatigheid van het funderend onderwijs te verbeteren.

NGF-project 6G Future Network Services

Dit programma streeft naar een toppositie voor Nederland in de ontwikkeling van 6G, de volgende generatie mobiele communicatie. Met een publiekprivate investering in onderzoek, innovatie en onderwijs (human capital) ontstaat in de periode 2024-2030 een sterk Nederlands 6G-ecosysteem. Het project vergroot de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven in de mondiale 6G-waardeketen. Ook versnelt het toepassingen in maatschappelijk belangrijke sectoren. In 2026 heeft het kabinet op advies van de adviescommissie NGF besloten om € 142 mln toe te kennen voor de uitvoering van de tweede fase van dit programma.

NGF-project Subsidieroute

Er zijn twee manieren waarop geld uit het NGF aan voorstellen kan worden verstrekt. Via een aanvraag bij de subsidieregeling en door overheveling van beleidsgeld naar een departementale begroting. De twee projecten die via de subsidieroute zijn goedgekeurd, worden rechtstreeks gefinancierd via de Subsidieregeling Nationaal Groeifonds, uitgevoerd door RVO, zonder eigenaarschap van een ministerie. Dit betreft middelen voor de uitfinanciering van deze NGF-projecten via de subsidieroute.

Opdrachten

Onderzoek en opdrachten

Dit betreft onderzoeksopdrachten die worden uitgevoerd ter ondersteuning van het beleid op het gebied van onder andere marktordening, mededinging, consumenten, aanbestedingen, Europese zaken, digitaal en de werking van de economie.

Beleidsvoorbereiding en evaluaties Veiligheid en Frequenties

De Beleidsvoorbereiding en evaluaties Veiligheid en Frequenties betreft opdrachten die gericht zijn op het bestemmen en verdelen van frequentiebanden, lokaal beleid en digitale connectiviteit, straling en gezondheid, regulering telecommarkt/telecomcode en nummerbeleid. Dit is allemaal gericht op een hoogwaardige digitale communicatie-infrastructuur die weerbaar is tegen diverse dreigingen voor de nationale veiligheid. Onder het laatste vallen sabotage of verstoring van vitale infrastructuur, weglekken van sensitieve technologie en kennis, en het ontstaan van risicovolle strategische afhankelijkheden binnen vitale infrastructuur of sensitieve technologie.

Cybersecurity

Om te zorgen dat bedrijven en consumenten de vruchten kunnen plukken van de digitale samenleving en economie is blijvende inzet nodig op het gebied van digitale weerbaarheid. Zo wordt blijvend ingezet op publieksvoorlichting via veiliginternetten.nl en in oktober de cybersecuritymaand. Door EU wet- en regelgeving zoals de Cyber Resilience Act te implementeren kunnen consumenten en bedrijven vertrouwen op digitale veilige producten. Ook wordt nationaal en Europees verder geïnvesteerd in cybersecurity kennisontwikkeling en innovatie via het Nationaal Coördinatiecentrum (NCC-NL) en de cybersecurityagenda onder de Nationale Technoglogiestrategie.

Digital Trust Center

Het Digital Trust Center (DTC) is er om het niet-vitale bedrijfsleven beter in staat te stellen hun eigen cyberweerbaarheid te organiseren (op basis van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven). Sinds 2026 is het DTC met het Nationaal Cyber Security Centrum geïntegreerd (NCSC) en is er één nationaal loket voor bedrijven. De structurele middelen voor onder andere het personeel, het beheer, de doorontwikkeling en gebruik van een online platform/community, kennisopbouw over cyberrisico's en kennisdeling met de doelgroep niet-vitaal bedrijfsleven zijnovergeheveld naar het NCSC. De middelen op de EZK-begroting zijn bestemd voor het organiseren, vormgeven en uitvoeren van de jaarlijkse activiteiten van het DTC.

ICT-beleid

Werkzaamheden met betrekking tot ICT-beleid bestaan onder meer uit het uitzetten van concrete kennis- en innovatie calls, die voortvloeien uit de Kennis- en Innovatie Agenda en Human Capital Agenda. Deze innovatie- en onderzoekscalls zullen mede worden vormgegeven door de (vak)departementen. Het in te zetten instrumentarium zal onder meer bestaan uit calls in samenwerking met NWO. Daarnaast heeft het kabinet als doel om in 2030 één miljoen geschoolde mensen werkzaam te hebben op de arbeidsmarkt t.b.v. ICT voor de digitale transitie van Nederland (Actieplan Groene en Digitale banen). Ter ondersteuning hiervan worden voor de jaren 2024-2027 middelen beschikbaar gesteld voor publiek en private samenwerking in de regio.

CSIRT - DSP

Het CSIRT voor digitale diensten (Computer Security Incident Response Team) is een gespecialiseerd team van professionals die snel kunnen handelen bij een computer of netwerk beveiligingsincident. Het CSIRT geeft, naast het nemen van maatregelen, advies bij incidenten en zorgt voor het opsporen en analyseren van dreigingen. Het CSIRT-DSP verzorgt de informatievoorziening voor clouddiensten, onlinezoekmachines en online-marktplaatsen en is met het NCSC geïntegreerd om één nationaal loket voor bedrijven te verwezenlijken. Het NCSC verricht in opdracht van EZK de sectorale CSIRT-taken in het kader van de Cyberbeveiligingswet.

Nationaal Groeifonds

Het opdracht- en onderzoeksbudget NGF is het budget voor de ondersteuning van de Adviescommissie Nationaal Groeifonds. Hieronder vallen onder andere de onkostenvergoedingen van de commissieleden, het uitvoeren van onderzoek en inhuur van expertise ter ondersteuning van en communicatie ten behoeve van de adviescommissie.

Arctische zeekabel

Bij amendement van het lid Dassen c.s. ter vervanging van nr. 5 over middelen voor zeebodem-onderzoek (Kamerstuk 36 915, XIII nr. 7) heeft de Tweede Kamer middelen vrijgemaakt voor zeebodem-onderzoek ten behoeve van de Nederlandse aftakking van de intercontinentale zeekabels die tussen Europa en Japan via het Arctisch gebied in Noord-Amerika moet lopen. De in de tabel opgenomen bedragen betreffen de middelen voor de uitvoering van dit zeebodemonderzoek

Bijdrage aan agentschappen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is als uitvoerende dienst van het Ministerie van EZK onder meer verantwoordelijk voor de voorlichting van ondernemers over de aanbestedingsregelgeving. Hieronder vallen ook de taken van PIANOo als expertisecentrum voor aanbestedende diensten en het daarbij behorende TenderNed, het systeem voor het elektronisch aanbesteden. Daarnaast is RVO verantwoordelijk voor o.a. opdrachten op het gebied van digitalisering en cybersecurity, zoals het National Contact Point Digital EU en National Coordination Centre voor digitale veiligheid. Ook voert RVO ondersteunende taken uit voor het NGF.

Rijksinspectie Digitale Infrastuctuur

De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) draagt onder meer zorg voor de toelating tot het frequentie spectrum en ziet toe op het juiste gebruik daarvan. De toezichtstaken hebben betrekking op onder meer toezicht op ondergrondse netten (WIBON), Metrologiewet, Waarborgwet, bevoegd aftappen en dataretentie. De RDI voert het toezicht uit op de Europese eIDAS-Verordening, de Cyber Security Act (CSA) en de NIS2- en CER-richtlijnen. De voornaamste uitvoeringstaken zijn voorlichting in het kader van het antennebeleid, juridische procedures en een bijdrage voor werkzaamheden in het kader van vergunningvrije toepassingen. Daarnaast draagt RDI bij aan het voorbereiden bij uitvoering van nieuw beleid, met name op technische onderwerpen.

Bijdrage aan ZBO's/ RWT's

Metrologie

Met de Metrologiewet worden nationale meetstandaarden beschikbaar gesteld, die de basis vormen voor een internationaal herleidbare metrologische infrastructuur. Het gebruik van gecontroleerde meetinstrumenten bij het leveren van goederen draagt onder andere bij aan eerlijke handel- en consumentenbescherming. VSL B.V. is het nationaal metrologisch instituut (NMI) van Nederland. VSL B.V. ontwikkelt, beheert en onderhoudt de nationale meetstandaarden in opdracht van EZK op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Raad voor Accreditatie

De Raad voor Accrediatie (RvA) is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) dat controleert of een laboratorium, keurings-, certificerings-, of inspectie-instantie aan de accreditatienormen voldoet. De taken van de RvA zijn vastgelegd in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie. De RvA ontvangt jaarlijks een bijdrage van de Staat voor Europese en internationale activiteiten die relevant zijn voor de accreditatiesector als geheel.

Autoriteit Consument en Markt

De Autoriteit Consumenten en Markt (ACM) voert wettelijke taken uit als het gaat om generieke mededingingstoezicht en consumentenbescherming via de Mededingingswet Wet handhaving consumentenbescherming. Daarnaast is ACM ook belast met de regulering van de telecommarkt en het sectorspecifieke markttoezicht in de sectoren energie, telecommunicatie, post en vervoer. De apparaatsuitgaven van de ACM staan op artikel 40 van de EZK-begroting, net als de kosten van de ACM die worden doorbelast naar marktorganisaties die onder het ACM-toezicht vallen. Het bedrag op artikel 1 betreft de geraamde kosten van de leden van het bestuur van de ACM.

Centraal Bureau voor de Statistiek

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is opgericht vanuit de behoefte aan onafhankelijke, betrouwbare informatie om maatschappelijke vraagstukken te begrijpen. Het CBS heeft als onafhankelijk kennisinstituut dan ook tot wettelijke taak het publiceren van betrouwbare en samenhangende statistische informatie, waardoor becijferde maatschappelijke debatten gevoerd kunnen worden. Informatie over het CBS en Caribisch Nederland treft u onder meer aan op Statline, de databank van het CBS.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Nederlands Normalisatie Instituut

Het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) ontvangt een bijdrage van de Staat voor het uitvoeren van werkzaamheden die voortvloeien uit de Europese Verordening voor normalisatie en de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen die gaat over het verstrekken van informatie over normen. Tevens is de bijdrage bedoeld voor het informeren van Nederlandse belanghebbenden over initiatieven van de Europese en mondiale normalisatie-instellingen. Daarnaast gebruikt het NEN een deel van de bijdrage voor haar verschuldigde contributies aan de Europese en mondiale normalisatie-instellingen voor de controle op actualiteit van verwijzingen naar normen in regel- en kennisgeving aan ministeries.

Internationale organisaties

De bijdragen aan internationale organisaties betreffen onder andere:

  • Universal Postal Union (UPU): een internationale organisatie die de verschillende postovergangen tussen UPU-lidstaten controleert. Elke lidstaat gaat dan ook akkoord met de regels voor het internationaal postverkeer. Het is formeel een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties. De UPU speelt een belangrijke rol in het optimaliseren van postdiensten. De hoofddoelen van de UPU zijn de promotie van het mondiale postverkeer, toename van het aantal verwerkte poststukken door te voorzien in moderne producten en diensten, en een hoge servicekwaliteit voor de consument.

  • International Telecommunication Union (ITU): binnen de ITU worden o.a. internationale afspraken gemaakt over wereldwijde toewijzing van radiofrequenties aan categorieën van diensten en over de toewijzing van (schaarse) ruimteposities aan satellietsystemen.

  • European Conference of Postal and Telecommunications Administrations (CEPT): De inzet in de UPU en ITU wordt regionaal voorbereid. Voor landen in Europa is daarvoor CEPT het aangewezen kanaal. EZK draagt jaarlijks bij aan de kosten van het permanente ondersteunende bureau (ERO) in Kopenhagen.

  • Internationale organisaties metrologie: Dit betreft bijdragen aan Organisation Internationale de Métrologie Légale (OIML), WELMEC en Bureau International des Poids et Mesures (BIPM). De bijdragen liggen vast in internationale verdragen.

  • European Telecommunications Standards Institute (ETSI): een onafhankelijke, niet-commerciële organisatie die standaarden ontwikkelt voor telecommunicatie, elektronica en netwerken die wereldwijd worden gebruikt.

Toelichting op de ontvangsten

High Trust

De Hight Trust ontvangsten hebben betrekking op boetes die toezichthouders van EZK opleggen en waar – in het kader van het zogenaamde High Trust-beleid – een meerjarige raming voor wordt aangehouden. Verreweg het grootste deel van de ontvangsten betreft boetes die opgelegd worden door de ACM.

Diverse ontvangsten

De post diverse ontvangsten betreft de ontvangsten voor de bemiddelingsdiensten voor eindgebruikers met een hoor- of spraakbeperking welke het Ministerie van EZK jaarlijks voorfinancieert. De geregistreerde aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken- en diensten dragen uiteindelijk de kosten.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de Btw-vrijstelling post. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen.

Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar het hoofdstuk ‘Kwalitatieve achtergrond informatie per fiscale regeling’ in de bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota.

Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Met het bedrijvenbeleid bouwt het Ministerie van EZK mee aan een sterke, productieve en weerbare economie die duurzame welvaart creëert en onze vrijheid en veiligheid waarborgt nu en in de toekomst. Bedrijven staan daarbij centraal. Zij dragen op een essentiële manier bij door werkgelegenheid te bieden, te innoveren en oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken. Ze spelen een cruciale rol in het vervullen van basisbehoeften zoals voedsel, medische zorg, huisvesting en mobiliteit, en dragen bij aan verduurzaming door investeringen in alternatieve energie en technologieën van de toekomst. Dit maakt bedrijven onmisbaar voor maatschappelijk vooruitgang en onze kwaliteit van leven.

Door ruimte te geven aan nieuwe ideeën ontstaan kansen voor bestaande en nieuwe bedrijvigheid. Dat gebeurt in partnerschap tussen bedrijven, Rijk, regionale overheden, Europa en met bilaterale internationale samenwerking. De overheid zorgt voor de randvoorwaarden van een sterk vestigingsklimaat en ondernemingsklimaat (hierna: ondernemingsklimaat). Onder andere door letterlijk ruimte te scheppen, op bedrijventerreinen en in de stad, door lastenluwe regelgeving te bewerkstelligen en te zorgen voor voldoende talent.

Dit kabinet heeft de ambitie om de sterkste economie van Europa te zijn en weer tot de top-5 van meest concurrerende landen wereldwijd te horen. In lijn met de in de beleidsagenda gestelde hoofddoelen van EZK streeft EZK daarvoor naar een structurele economische groei van 1,5%; naar investering in onderzoek en ontwikkeling (R&D) conform de 3%-doelstelling, naar verhoging van de weerbaarheid van de samenleving en naar vermindering van afhankelijkheden van kritieke grondstoffen.

Om dit te realiseren zet het Ministerie van EZK in op de volgende drie strategische doelen op het terrein van bedrijfsleven en innovatie:

  • 1. Het bevorderen van een innovatieve, concurrerende economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen met een sterke positionering op de groeimarkten van de toekomst.

  • 2. Een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap.

  • 3. Het vergroten van economische veiligheid en het voorbereiden op crises, terwijl Nederland een open economie blijft.

1. Het bevorderen van een innovatieve, concurrerende economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen met een sterke positionering op de groeimarkten van de toekomst

Innovatie is één van de belangrijkste bronnen voor economische groei, welvaart en vooruitgang op tal van maatschappelijke terreinen. Succesvolle innovaties creëren niet alleen toegevoegde waarde, maar bieden ook (deel)oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken, zoals op het gebied van veiligheid, energietransitie, zorg en landbouw. Door een combinatie van generiek beleid en specifiek industrie- en innovatiebeleid stimuleert het kabinet (private) investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D). Voor een innovatieve economie hanteert het kabinet de doelstelling om in 2030 3% van het bruto binnenlands product uit te geven aan publieke en private investeringen in R&D. In 2025 is een 3%-R&D-actieplan opgesteld om die doelstelling te kunnen realiseren (Kamerstuk 33 009, nr. 165). Investeren in R&D is een van de fundamenten voor ons innovatief vermogen, naast randvoorwaarden als een goed ondernemingsklimaat, een goede kennisinfrastructuur, kennissamenwerking, een goed werkende financieringsmarkt (zie hiervoor ook beleidsartikel 3 van deze begroting) en het beschikbaar zijn van bekwaam personeel. Het benutten van (publieke) kennis door bedrijven voor het ontwikkelen van producten en diensten en het vermogen van bedrijven daarin op te schalen wordt valorisatie genoemd. Het kabinet zet in op valorisatie van kennis bij publieke instellingen, het vergroten van innovatieve toepassingen door effectieve samenwerking in innovatie-ecosystemen, het versterken van het ecosysteem voor startups en scale-ups en het realiseren van een excellent toepassingsgericht kennisstelsel gericht op maatschappelijke en economische vooruitgang.

Met het missiegedreven innovatiebeleid worden R&D-investeringen van publieke en private partijen gericht op het vinden van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Dat gebeurt mede met behulp van inzet op sleuteltechnologieën en digitalisering, die een belangrijke rol vervullen bij het adresseren van maatschappelijke uitdagingen en voorts van groot belang zijn voor het economisch verdienvermogen van Nederland. Met de uitvoering van de Kennis- en Innovatieagenda’s en het daaraan gerelateerde Kennis- en Innovatieconvenant voor de periode 2024-2027 wordt invulling gegeven aan dit beleid door bedrijven, kennisinstellingen en overheids­ partijen (Kamerstuk 33 009, nr. 135).

De Nationale Technologiestrategie, NTS, (Kamerstuk 33 009, nr. 140) geeft bouwstenen voor een strategisch technologiebeleid door tien prioritaire sleuteltechnologieën te identificeren waar het Nederlandse kennisveld en het Nederlandse bedrijfsleven een positieve impact mee kunnen maken en waarin een unieke Nederlandse positie mogelijk is. Door de richting en focus die de NTS geeft, biedt deze een basis voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland en een autonome positie in technologische waardeketens. Het kabinet stimuleert uitvoering van de NTS; het instrumentarium van EZK wordt – waar opportuun – op de NTS toegespitst. In de context van de Kennis- en Innovatieagenda Sleuteltechnologieën zijn door het veld actieagenda’s opgesteld op de tien kansrijke technologieën uit de NTS (website ‘Actieagenda's (NTS)’).

In de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland in 2026-2027 (COM(2026) 219 final) zijn in relatie tot het bedrijvenbeleid van EZK aanbevelingen opgenomen. Hieronder worden deze toegelicht en wordt aangegeven hoe hier invulling aan wordt gegeven binnen het beleid op de artikelen 2 en 3 van de EZK-begroting.

De aanbevelingen zijn:

  • De uitvoeringsdynamiek in het kader van de cohesiebeleidsprogramma’s vasthouden, in voorkomend geval voortbouwend op de heroriëntatie naar strategische prioriteiten en de flexibiliteit in de tussentijdse evaluatie van het kader voor het cohesiebeleid.

  • De publieke en particuliere onderzoeks- en ontwikkelingsintensiteit vergroten door de steun te richten op investeringen in belangrijke strategische technologieën en op regionale innovatie ecosystemen. De financieringskloof aanpakken voor start-ups en scale-ups, onder meer door stimulansen te bieden om institutionele beleggers aan te trekken. Kleine en middelgrote ondernemingen  ondersteunen met het oog op innovatie en toepassing van nieuwe technologieën, onder meer via rechtstreekse subsidies en fiscale stimulansen.

De implementatie van de cohesieprogramma’s verloopt goed en nagenoeg het gehele beschikbare budget is reeds aan projecten toegewezen. Hoewel de ruimte voor herschikking en herprioritering van middelen beperkt is, worden bestaande kansen maximaal benut. Zo zijn de beheerautoriteiten van de cohesieprogramma’s gewezen op de mogelijkheden die de tussentijdse evaluatie/herziening biedt voor projecten met een focus op defensie en veiligheid. In april 2026 heeft het EFRO Zuid programma een specifieke call geopend voor projecten die de industriële capaciteit voor dual-use toepassingen en strategische dual-use technologieën versterken. Voorts is binnen het Just Transition Fund een deel van het budget geherprioriteerd naar projecten die passen binnen de doelstellingen van het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP-prioriteiten) (Staatscourant 2026, nr. 20470).

Middels de Nationale Technologiestrategie werkt het kabinet aan het gericht versterken van innovatie in Nederland, door in te zetten op specifieke sleuteltechnologieën (Kamerstuk 29 826, nr. 277). In het coalitieakkoord is er speciale aandacht voor beleid gericht op regionale innovatieclusters, onder andere met het aanwijzen van fysieke ruimte die van strategisch belang is rondom regionale innovatieclusters. Verder wordt met de EFRO-programma’s geïnvesteerd in regionale innovatie-ecosystemen. Het kabinet werkt aan verschillende initiatieven om financieringsknelpunten voor startups en scale-ups aan te pakken. Daarbij wordt ook ingezet op het mobiliseren van institutioneel kapitaal, zoals is beschreven in het 3%-R&D-actieplan (Kamerstuk 33 009, nr. 165) en in het coalitieakkoord. Technologie- en innovatiesteun aan mkb-bedrijven vindt structureel in sterke mate plaats met diverse subsidie- en financieringsregelingen en met de fiscale faciliteit WBSO. Ook co-financiert het kabinet de Smart Industry Productiviteitsagenda 2026-2028 van de FME, de Metaalunie en TNO, waarin onder andere innovatieve methodieken ontwikkeld worden om de productiviteit in de maakindustrie te verhogen.

2. Een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap

Hoewel het Nederlandse ondernemingsklimaat positief wordt beoordeeld in internationale ranglijsten, zijn er steeds meer zorgen over het ondernemings- en vestigingsklimaat. Het kabinet versterkt het verdienvermogen, het ondernemingsklimaat en de bestaanszekerheid. Knelpunten die ondernemers ervaren moeten worden aangepakt en opgelost, bijvoorbeeld via het terugdringen van regeldruk en het beter benutten van bedrijfsruimte. Een goed ondernemingsklimaat is essentieel voor het verdienvermogen in Nederland.

Bij het ontwikkelen van wet- en regelgeving is toetsing op werkbaarheid en uitvoerbaarheid voor met name het mkb steeds vaker de norm. Dit is belangrijk, aangezien regeldruk een veelgehoord knelpunt is voor ondernemers. In opschaling en uitrol van bijvoorbeeld nieuwe technologieën ondersteunt EZK enerzijds het bedrijfsleven onder andere door standaardisatie en het vastleggen van voorwaarden. Andere knelpunten waar ondernemers tegenaan lopen zien bijvoorbeeld toe op fiscaliteit en de energie-infrastructuur. Anderzijds helpt EZK bedrijven in het vernieuwen en toekomstbestendig maken van hun businessmodel door middel van wet- en regelgeving, onder meer ten aanzien van zaken als bescherming van intellectueel eigendom en het merkenrecht.

Ons concurrentievermogen valt of staat met voldoende talentvolle mensen met de juiste vaardigheden die willen en kunnen werken. Met name in kraptesectoren zoals de techniek, ‘groene’ banen en digitale banen. Toegang tot talent is cruciaal voor bedrijven om te kunnen ondernemen. Daartoe zet dit kabinet het Actieplan Groene en Digitale Banen voort, verkent het kabinet de opschaling van initiatieven, zoals het beleidsexperiment FRAIM en presenteert het kabinet binnenkort de Talentagenda.

EZK werkt verder aan een betere toegang tot financiering voor ondernemers, zodat zij kansen kunnen benutten om publieke en private middelen aan te trekken, waarmee zij kunnen ondernemen, groeien, vernieuwen, investeren in transities en periodes van tegenspoed kunnen overbruggen of daarvan herstellen.

Bovendien moet er voldoende fysieke ruimte komen voor bedrijven. Het nationaal programma Ruimte voor Economie en de Ruimtelijke Economische Visie13hebben een eerste fundament gelegd die nu wordt vertaald in een gezamenlijke uitvoeringsagenda van Rijk, decentrale overheden en bedrijfsleven. Om ook in de toekomst in de ruimtevraag van bedrijven te kunnen voorzien verwachten we dat richting 2050 zo’n 3,5% van het bodemgebruik voor economie nodig zal zijn tegen 2,8% in 2022.

Daarnaast stimuleert EZK duurzaam ondernemerschap door bedrijven, samen met het MVO-steunpunt bij RVO, te ondersteunen bij gepaste zorgvuldigheid en rapportage volgens de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), en bij het omgaan met wetgeving op het vlak van IMVO. Ook draagt EZK als adviserend lid van het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen bij aan toepassing van internationale normen voor verantwoord ondernemen.

3. Het vergroten van economische veiligheid en het voorbereiden op crises, terwijl Nederland een open economie blijft.

Het Nederlandse bedrijfsleven en specifiek onze industrie spelen een cruciale rol in het versterken van de weerbaarheid en het concurrentievermogen van Nederland. De ambitie is het behouden van een open, veilige en weerbare economie, met een sterk technologisch hoogwaardige industrie als belangrijk onderdeel daarvan. Hiervoor is naast het stimuleren van strategische markten en technologieën, ook het beschermen van onze economische veiligheid van belang.

Het economische veiligheidsbeleid heeft drie hoofddoelen: 1) het tegengaan van ongewenste kennis- en technologieoverdracht; 2) het verminderen en voorkomen van risicovolle strategische afhankelijkheden (inclusief de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen) en 3) het borgen van vitale processen. Hier wordt uitvoering aan gegeven in drie lijnen: Protect, Promote en Partner. Naast de drie doelen van het economisch veiligheidsbeleid werkt EZK ook aan het voorbereiden van het bedrijfsleven op crises.

Verder ontwikkelt en draagt EZK actief bij aan een strategisch, industriebeleid op nationaal, Europees en internationaal niveau. EZK zet met gericht industriebeleid in op de verdere versterking van de Nederlandse positie op halfgeleiders,14biotechnologie, aan de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (DSII) gerelateerde groeimarkten, digitale diensten (met name AI), machinebouw en innovatieve chemie (Kamerstuk 29 826, nr. 278). Ook wordt invulling gegeven aan het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden en het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, halffabricaten, (eind)producten en componenten die dergelijke grondstoffen bevatten.

De industrie vervult een centrale rol in de realisatie van een circulaire Nederlandse economie. In 2050 moet de industrie circulair zijn en worden er geen primaire grondstoffen (van niet-biogene oorsprong) meer gebruikt. De bijdrage die EZK levert aan de circulaire maakindustrie in het kader van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023-2030 draagt hier mede aan bij. EZK is daarnaast verantwoordelijk voor beleid gericht op de circulaire maakindustrie en circulariteit van kritieke grondstoffen, waaronder hergebruik, recycling en toepassing van substituten. Daarnaast versterkt het kabinet de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen via de Nationale Grondstoffenstrategie. De inzet op hergebruik van kritieke grondstoffen en de grondstoffentransitie is hier onderdeel van, in samenhang met het NPCE. Als randvoorwaarde wil het kabinet de concurrentiepositie van de industrie behouden en versterken, ook voor de weerbaarheid van Nederland. Verduurzaming en circulaire economie biedt immers grote kansen voor bedrijven die vooroplopen in de transitie.

Meer specifiek moeten we ons mkb en grootbedrijf beschermen en weerbaarder maken tegen buitenlandse dreigingen. Onze kenniseconomie maakt Nederland tot een aantrekkelijk doelwit voor landen die kennis en technologie willen vergaren ten gunste van hun eigen (technologische) positie. Geopolitieke spanningen verhogen de risico’s voor onze economische veiligheid. Dit vraagt om een aanpak van het versterken van het ondernemingsklimaat die óók deze risico’s adequaat ondervangt en de weerbaarheid van Nederland versterkt.

Kengetallen bedrijvenbeleid

In de aansluitende tabel staan de voornaamste kengetallen voor het bedrijvenbeleid. Het kabinet heeft de ambitie dat Nederland wereldwijd moet behoren tot de top 5 van de landen met een goede concurrentiepositie. Op basis van de meest recente World Competitiveness Ranking staat Nederland achtste. Verder wordt met het bedrijvenbeleid gestreefd naar een koppositie voor Nederland op de internationale ranglijsten van de arbeidsproductiviteitsniveau en het European Innovation Scoreboard.

Om – aanvullend op de begroting – het parlement te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website bedrijvenbeleidinbeeld.nl verdere informatie aan over de indicatoren en kengetallen.

Tabel 12 Kengetallen
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1. Arbeidsproductiviteitsniveau (positie NL)

9

9

10

10

10

10

10

11

n.n.b.

2. Global Competitiveness index / World Competitiveness Ranking (positie NL)

6

4

4

4

6

5

9

10

8

3. European Innovation Scoreboard (positie NL)

4

4

4

5

4

4

4

3

3

4. R&D intensiteit (in % van BBP)

2,10

2,14

2,27

2,22

2,18

2,23

2,29

n.n.b.

n.n.b.

5. Rapportcijfer ondernemingsklimaat door bedrijven

    

6,7

6,4

6,0

6,1

n.n.b.

6. Aandeel industrie in bbp (in %)

11,9

11,7

11,8

12,1

11,6

11,6

11,7

11,7

n.n.b.

Onderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de rollen en verantwoordelijkheden die de Minister van EZK heeft in het bedrijvenbeleid. In de tekst onder de tabel wordt verder toegelicht wat deze rollen en verantwoordelijkheden behelzen en op welke van de drie hierboven onderscheiden strategische doelen ze betrekking hebben.

Tabel 13 Rol en verantwoordelijkheid
 

Stimuleren

Financieren

Regisseren

(Doen) uitvoeren

Het bevorderen van een innovatieve, concurrerende economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen met een sterke positionering op de groeimarkten van de toekomst

 

Een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap

 

Het vergroten van economische veiligheid en het voorbereiden op crises, terwijl Nederland een open economie blijft

 

 

1. Het bevorderen van een innovatieve, concurrerende economie voortbouwend op de sterktes van de Nederlandse ecosystemen met een sterke positionering op de groeimarkten van de toekomst

Stimuleren

De minister stimuleert innovaties die bijdragen aan een innovatieve, concurrerende economie door private investeringen in R&D te bevorderen via onder meer de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Voor het stimuleren van private deelname aan publiek-private onderzoeksinitiatieven wordt onder meer de PPS Innovatieregeling ingezet vanuit de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s).

Financieren/regisseren

De minister is verantwoordelijk voor toegepast onderzoek en innovatie en werkt nauw samen met de Minister van OCW, die verantwoordelijk is voor het stelsel van (fundamenteel) onderzoek en wetenschap en de verwevenheid met onderwijs. De Minister van EZK coördineert en ontwikkelt het industriebeleid en het missiegedreven innovatiebeleid en financiert het ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking. Dit doet de minister onder meer door:

  • de TO2-instituten TNO, Deltares, MARIN en NLR te financieren;

  • gezamenlijke regie met OCW op de publiek-private samenwerking via NWO;

  • cofinanciering van de EFRO-programma’s (Europees Fonds Regionale Ontwikkeling) en het Fonds voor Rechtvaardige Transitie. Voor de EFRO- programma’s binnen Nederland draagt de minister systeemverantwoordelijkheid;

  • het bevorderen van innovatiegericht inkopen door overheden;

  • het stimuleren van strategische markten en technologieën met o.a. sectoragenda’s;

  • het bevorderen van de start en groei van startups naar scale-ups, o.a. door de inzet van TechLeap;

  • het ontwikkelen van strategisch industriebeleid op nationaal, Europees en internationaal niveau;

  • het versterken van het concurrentievermogen, waardecreatie en modernisering van strategische sectoren en industriële waardeketens.

2. Een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat met optimale randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap

Stimuleren

De minister stimuleert een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat door onder meer:

  • het aanbieden van een pakket van fiscale ondernemersstimulering gericht op zelfstandig ondernemerschap, bedrijfsoverdrachten en bedrijfsinvesteringen;

  • daarnaast biedt het bedrijvenbeleid een samenhangend aanbod van financieringsinstrumenten om gewenste investeringen in bedrijven en projecten mogelijk te maken die onvoldoende financiering in de markt kunnen aantrekken (zie ook beleidsartikel 3 van deze begroting);

  • het inrichten van een effectief en efficiënt werkend stelsel van intellectueel eigendom.

Regisseren

De minister regisseert en coördineert de randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap:

  • samenwerking met de relevante regionale netwerken en partners. Met ingang van 2027 versterken we deze samenwerking met een gebiedsgerichte aanpak gericht op interventies in regionale innovatieclusters;

  • informeren en ondersteunen van ondernemers (van het starten van een bedrijf tot het vinden van een opvolger) via de Kamer van Koophandel (KvK);

  • mkb-ondernemers meer bij wet- en regelgeving betrekken via de mkb-toets;

  • het regisseren en uitvoeren van het nieuwe ‘programma vermindering regeldruk ondernemers’.

(Doen) uitvoeren

De minister biedt overheids- en informatiediensten aan ter ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau door onder meer toegang tot overheidsdiensten (financieel en/of door middel van kennis) via:

  • de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • het aansturen van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) met als oogmerk het aantrekken van hoogwaardige buitenlandse investeerders, samen met de Minister voor BHOS;

  • het Innovatie Attaché Netwerk ter ondersteuning van sectoren, ondernemers en kennisinstellingen uit binnen- en buitenland bij hun internationale R&D- en innovatie-ambities.

3. Het vergroten van economische veiligheid en het voorbereiden op crises, terwijl Nederland een open economie blijft

Stimuleren

De minister stimuleert economische weerbaarheid van het brede bedrijfsleven tegen militaire en hybride dreigingen. De minister werkt daarnaast samen met Defensie aan het versterken, beschermen en internationaal positioneren van de Nederlandse Defensie Technologische & Industriële Basis. Dit gebeurt onder meer via het Commissariaat Militaire Productie en de uitvoering van het industriële participatiebeleid.

Regisseren

De minister bevordert de economische veiligheid door bij te dragen aan het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden en het beschermen van vitale belangen van bedrijven en sectoren. Ook draagt de minister zorg voor beleidsvorming en wetgeving op dit terrein (waaronder de Wet Vifo), en vervult een coördinerende rol bij de EZK-inbreng in bredere veiligheidsvraagstukken. Dit doet de minister onder meer door:

  • het beschermen van de economische veiligheid o.a. met de Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid en het ondernemersloket Economische Veiligheid;

  • het verminderen van risicovolle afhankelijkheden en het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, (eind)producten, halffabri­caten en componenten die deze kritieke grondstoffen bevatten.

Bedrijfsfinanciering

Met de actieagenda voor startups en scale-ups zet het kabinet in op beleidsinterventies die het verschil maken voor deze bedrijven (gamechangers) en wordt gewerkt aan verbinding van het technologie- en innovatiebeleid aan innovatief ondernemerschap. Een goed voorbeeld hiervan is de aangekondigde fiscale regeling voor medewerkersparticipatie en uitzondering voor aandelen in startups en scale-ups in box 3 (Kamerstuk 32 637, nr. 709).

Nationale talentstrategie

Het kabinet zet samen met werkgevers, werknemers, onderwijsinstellingen, studentenorganisaties, publieke dienstverleners en andere belanghebbenden in op het beter benutten van talent. Hiervoor heeft het kabinet een brede Talentstrategie opgezet, die beleid op het terrein van arbeidsmarkt, onderwijs, fiscaliteit en migratie met elkaar verbindt. Hiermee is de stap gezet om van losse sectorale aanpakken naar een samenhangende inzet voor een productievere, wendbare en weerbare beroepsbevolking, in lijn met het advies van de Staatscommissie Demografie en het rapport Wennink, te gaan. De strategie is opgebouwd langs de volgende lijnen: (1) Het kabinet zet erop in dat mensen relevante vaardigheden opdoen en sneller een baan vinden via opleidingen, om- en bijscholing en begeleiding naar (beter) werk; (2) dat meer mensen beschikbaar komen voor sectoren die cruciaal zijn voor onze brede welvaart via het beter benutten van onbenut arbeidspotentieel en gerichte werving van internationaal talent; (3) sectoren ondersteund worden in de uitdaging om meer met minder mensen te doen door investeringen in innovatie en productiviteitsgroei, het slimmer organiseren van werk en het verlagen van onwenselijke of onnodige arbeidsvraag.

Toegang mkb financiering

Voor het mkb dat wil starten, vernieuwen en groeien is de toegang tot mkb financiering cruciaal. Voor ondernemers die financiering nodig hebben tot € 1 mln is het relatief lastig en duur om die financiering te verkrijgen.15Om de toegang tot financiering onder de € 1 mln te verbeteren, breiden we de financiers die gebruik kunnen maken van de BMKB uit door ook crowdfunders toe te laten. Daarnaast zal de BMKB in 2027, in samenspraak met financiers, worden versimpeld om zo beter aan te sluiten op moderne kredietverlening. Deze stichting heeft tot doel non-bancaire mkb-financiers verder te professionaliseren en zal zorgen voor meer en strengere audits, kwaliteitscontroles en meer transparantie richting ondernemers. De impuls van de overheid moet de sector in staat stellen de zelfregulering duurzaam zelfstandig voort te zetten. De toegang tot financiering is ook cruciaal als bedrijven willen investeren in transities zoals verduurzaming en als ze periodes van tegenspoed moeten overbruggen. Om ondernemers tegemoet te komen die in de knel raken door de gestegen prijzen ten gevolge van de situatie in het Midden-Oosten is er een uitbreiding gekomen van de BMKB die onder andere voorziet in werkkapitaal. Verder zullen investeringen in duurzaamheid meer worden gestimuleerd door allereerst de rentekorting op duurzaamheidsleningen van Qredits verder te verhogen en komen er in 2027 extra middelen (€ 15 mln) uit het Klimaatfonds beschikbaar voor deze duurzaamheidsleningen.

Voldoende ruimte voor economie

De fysieke ruimte voor bedrijven en economische activiteiten, waar het merendeel van ons geld wordt verdiend, is schaars. Uit onderzoek blijkt dat als we geen actie ondernemen er in de nabije toekomst in verschillende provincies geen vrij uitgeefbare bedrijventerreinen meer zijn. We verwachten dat richting 2050 3,5% van ons grondverbruik voor economie nodig zal zijn. Daarom geven we voldoende ruimte aan de fysieke uitbreiding van bedrijven en tekenen we voldoende ruimte in voor bedrijventerreinen. Gemeenten die bedrijventerreinen opheffen of transformeren naar bijvoorbeeld woningbouw worden verzocht deze ruimte te compenseren met nieuwe ruimte voor bedrijven. Samen met decentrale overheden werk ik via het Uitvoeringsprogramma Ruimte voor Economie aan deze opgave. Uw Kamer wordt in het najaar van 2026 geïnformeerd over de stand van zaken van de Uitvoeringsagenda Ruimte voor Economie.

Verzilveren economische kansen in Nederlandse regio’s

Elke regio telt. In alle Nederlandse regio’s zien we unieke kenmerken die maken dat bedrijven en mensen zich er vestigen en dagelijks werken aan een sterke Nederlandse economie. Tegelijkertijd is het voor de lange termijn ook noodzakelijk de economische ontwikkeling door te zetten zodat we in de toekomst ook welvarend zijn. Met een integrale aanpak wil ik kansen voor het regionale verdienvermogen verzilveren en de randvoorwaarden hiervoor op orde te krijgen. Het kabinet stelt zich op als partner voor regionale stakeholders om zo oog te hebben voor de bevoegdheden, instrumenten en ideeën over de toekomst die leven buiten Den Haag. Als Minister van EZK ga ik aan de slag met een gebiedsgerichte aanpak en interventies in regionale innovatieclusters. Dat vraagt naast het stimuleren van innovatie óók om het zorgen voor de juiste (fysieke) randvoorwaarden. En dat in onderlinge samenhang te doen. Ik zet daar vanaf 2027 structureel middelen voor in, die oplopen tot € 25 mln. Hiermee herneemt EZK een regierol op het regionaal economisch beleid.

Ook neemt EZK een trekkende rol in regionale programma’s en ecosystemen die het verdienvermogen, en de randvoorwaarden daarvoor, versterken, zoals investeringen via de Economische Agenda Groningen, ontwikkeling van high-tech brandpunten, de Einstein Telescoop in Zuid-Limburg en de fotonicafabriek in Brainport. In het Caribisch deel van het Koninkrijk richt EZK zich op het versterken, diversifiëren en verduurzamen van de economie met gerichte keuzes en uitvoerbare investeringen. Recente uitspraken rondom het klimaatbeleid vergroten de urgentie om economische ontwikkeling en verduurzaming te verbinden in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Het op te richten Economisch Groeiplatform Carib zal hierin een cruciale rol vervullen.

Herstructurering winkelgebieden

Met de Regeling specifieke uitkering Impulsaanpak winkelgebieden konden gemeenten tussen 2022 en 2024 een specifieke uitkering ontvangen voor de gebiedsgerichte en integrale herstructurering en transformatie van (delen van) centrale winkel­ gebieden en binnenstedelijke winkelstraten. Het kabinet heeft in 4 openstellingsronden € 100 mln geïnvesteerd om het realiseren van toekomstbestendige winkelgebieden in vitale binnensteden mogelijk te maken. Bij de 2e suppletoire begroting 2025 van Economische Zaken is aanvullend € 6 mln beschikbaar gesteld voor de Impulsaanpak Winkelgebieden. Tenslotte heeft de Tweede Kamer in 2026 een amendement van lid Kisteman C.S. aangenomen om het bestaande budget incidenteel met € 4,7 mln te verhogen. Hierdoor kunnen tot 2034 in totaal 47 projecten worden gerealiseerd.

Pilot programma’s Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) 

Veelbelovende innovaties komen in Nederland niet tot wasdom bij gebrek aan een wendbare organisatie die high-risk ontwikkeling kan financieren en naar de markt begeleiden. Daarom richt het kabinet NADI op: een organisatie die gericht R&D financiert en coördineert via tijdelijke, probleem gedreven programma's. Vooruitlopend op de volledige start van NADI begin 2028 worden in 2027 drie pilotprogramma's uitgevoerd. Elk programma is € 30–50 mln en gericht op een van de prioritaire domeinen uit het coalitieakkoord: Digitalisering & AI, Veiligheid & Weerbaarheid, en Life Sciences & Biotech.

Stimuleringsprogramma academische spin-offs

Het aantal academische spin-offs is in Nederland laag vergeleken met andere landen, zoals ook in rapport Wennink staat. Om het aantal spin-offs vanuit academische instellingen te verhogen start het kabinet met structurele financiering voor academische spin-offcreatie gekoppeld aan ondernemersvriendelijke voorwaarden. Hiermee kunnen universiteiten een vijfjarige subsidie aanvragen om valorisatie-activiteiten uit te voeren, waarbij ook een cofinanciering vanuit de universiteit wordt gevraagd. Hiervoor stelt het kabinet oplopend tot € 30 mln structureel beschikbaar.

Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

2.339.684

3.178.963

2.808.560

2.143.484

2.233.830

2.321.893

2.294.460

        

Uitgaven

1.816.563

1.978.482

1.872.279

1.755.996

1.572.411

1.520.544

1.453.400

        

Subsidies (regelingen)

533.031

664.655

628.248

577.936

437.087

434.906

390.014

MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

4.640

2.999

8.577

11.300

18.783

19.440

19.440

Europese & Internationale programma’s

49.229

58.854

77.863

72.017

102.845

128.348

120.582

Bevorderen ondernemerschap

16.027

13.968

17.110

11.487

13.978

13.541

13.761

Bijdrage aan Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs)

12.710

13.941

13.924

11.184

11.247

11.248

11.248

Startup-beleid

6.053

6.025

4.911

4.901

3.790

  

Invest-NL

12.740

10.881

9.407

9.066

9.132

9.132

9.132

Tegemoetkoming vaste lasten

10.326

7.002

     

Europees Defensie Fonds cofinanciering

138

 

2.058

    

Herstructurering winkelgebieden

15.537

12.939

13.755

20.788

8.739

775

 

R&D mobiliteitssectoren

24.664

8.216

4.700

    

NGF - project Health-RI

11.000

11.000

8.467

5.000

   

NGF - project RegMed XB

5.959

2.271

821

1.661

2.292

  

NGF - project QuantumDeltaNL

54.780

70.000

70.409

59.928

30.148

42.980

74.553

NGF - project Oncode-PACT

58.543

31.875

31.000

31.000

29.000

0

 

NGF - project NXTGEN HIGH TECH

58.235

76.392

42.019

5.353

5.353

56.054

 

NGF - project PhotonDelta

47.993

86.964

50.000

35.720

10.000

10.000

10.263

NGF - project Opschaling PPS beroepsonderwijs

33.366

34.877

23.480

16.520

19.140

7.399

2.350

NGF - project Material Independence & Circular Batteries

17.120

45.851

32.241

36.927

16.858

8.776

 

IPCEI Cloudinfrastructuur en services

9.735

10.784

11.693

11.987

7.823

4.279

4.250

IPCEI Micro elektronica

20.660

81.378

21.637

44.951

17.053

525

975

Tegemoetkoming Energiekosten

341

2.703

     

Qredits

4.000

 

7.500

10.500

   

Actieplan Groene en Digitale Banen

4.932

253

4.188

4.188

4.188

4.188

7.995

Ruimte voor economie

587

929

16.503

13.650

24.650

24.650

24.650

Maritieme Maakindustrie

2.065

4.764

5.731

5.673

5.698

4.898

1.072

Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent

41.357

56.550

67.728

71.316

16.346

905

2.259

PEGA - Ruimte voor economie

1.700

2.100

21.600

1.600

1.200

1.300

 

IPCEI Advanced Semiconductor Technologies

  

22.500

32.500

32.500

32.500

40.000

Leveringszekerheid Kritieke Grondstoffen

1.060

3.120

9.890

7.640

7.107

6.510

6.510

Economische Veiligheid

1.385

1.330

6.203

4.250

3.716

2.392

642

TSH Vliegtuigmaakindustrie

4.044

5.975

6.114

5.290

3.960

13.525

8.791

Stimulering academische spin-offcreatie

  

15.451

31.122

31.122

31.122

31.122

Overig

2.105

714

768

417

419

419

419

        

Leningen

11.000

33.200

53.719

8.640

8.162

0

0

Bedrijfssteun

6.000

      

NGF - project PhotonDelta

 

14.200

14.200

    

PEGA - economische bedrijvigheid

5.000

19.000

39.519

8.640

8.162

  
        

Garanties

17.209

64.312

57.662

56.373

56.373

55.373

55.373

BMKB

14.011

38.567

36.917

35.628

35.628

35.628

35.628

Klein Krediet Corona garantieregeling

392

      

Groeifaciliteit

2.481

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Garantie Ondernemersfinanciering

 

11.825

11.745

11.745

11.745

11.745

11.745

Garantie Ondernemersfinanciering Corona

 

5.000

     

Maatwerk garanties

 

920

1.000

1.000

1.000

  

MKB Financiering

325

      
        

Opdrachten

8.857

9.806

14.398

27.404

12.393

12.389

11.388

Onderzoek en opdrachten

6.748

6.786

6.976

6.382

6.257

6.253

6.253

Caribisch Nederland

391

639

1.020

1.020

1.020

1.020

1.020

Regeldruk

962

936

3.736

2.336

2.450

2.450

2.450

Budget Samenwerking regio

756

1.445

2.666

17.666

2.666

2.666

1.665

        

Bijdrage aan agentschappen

149.105

146.629

112.125

105.130

103.778

102.082

102.016

Bijdrage RVO

148.457

145.815

111.322

104.338

102.994

101.302

101.237

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)

648

814

803

792

784

780

779

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

554.951

535.505

449.854

414.217

372.994

379.990

373.373

Bijdrage aan TNO

345.506

348.559

260.661

250.474

224.958

214.407

211.434

Kamer van Koophandel

187.115

170.628

165.753

143.986

127.693

145.438

145.292

Bijdrage aan NWO-TTW

22.330

16.318

23.440

19.757

20.343

20.145

16.647

        

Bijdrage aan medeoverheden

30.649

17.753

8.664

0

0

0

0

MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

30.649

17.753

8.664

    
        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

469.704

506.622

547.609

566.296

581.624

535.804

521.236

Internationaal Innoveren

51.861

66.132

72.448

75.295

83.613

71.312

77.194

PPS Innovatieregeling

191.229

200.732

192.389

190.761

187.367

187.013

149.883

TO2 (excl. TNO)

76.010

83.499

94.845

84.877

75.017

69.089

69.043

Topsectoren overig

1.344

1.896

732

600

600

600

600

Ruimtevaart (ESA)

94.933

117.491

115.007

117.328

112.537

82.693

80.668

Bijdrage NBTC

11.569

11.287

10.097

9.577

9.475

9.475

9.475

Overige bijdragen aan organisaties

10.953

12.170

12.586

7.967

7.797

8.797

8.797

Economische ontwikkeling en technologie

141

2.737

7.894

8.598

8.394

14.281

20.074

EU-cofinanciering JTF

14.232

3.825

4.156

156

156

156

156

Faciliteiten toegepast onderzoek TO2 en RKI

9.143

 

21.951

42.454

21.668

17.388

30.346

Nationaal Agentschap Disruptieve Innovatie (NADI)

  

10.000

25.000

75.000

75.000

75.000

NGF - project NXTGEN Ruimtevaart

8.289

6.853

5.504

3.683

   
        

Storting begrotingsreserve

42.057

0

0

0

0

0

0

Storting begrotingsreserve

42.057

      
        

Ontvangsten

416.078

251.359

127.744

153.624

128.401

127.401

130.045

Rijksoctrooiwet

53.885

48.235

49.347

51.040

51.040

51.040

51.040

Europese & Internationale programma’s

4.514

5.250

5.250

5.250

5.250

5.250

5.250

F-35

   

13.220

15.864

15.864

18.508

Diverse ontvangsten

60.455

92.641

1.247

1.247

1.247

1.247

1.247

Bedrijfssteun

33.653

39.033

5.700

16.667

   

BMKB

18.270

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

Onttrekking begrotingsreserves

216.300

      

Groeifaciliteit

1.724

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

NGF ontvangsten

1.789

      

Garantie Ondernemingsfinanciering

6.203

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

Maatwerkgaranties

 

1.000

1.000

1.000

1.000

  

Tegemoetkoming Energiekosten

19.285

11.200

11.200

11.200

   
Tabel 15 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

2.339.684

3.178.963

2.808.560

2.143.484

2.233.830

2.321.893

2.294.460

waarvan garantieverplichtingen

402.671

1.188.928

1.086.012

1.059.900

1.059.900

1.065.000

1.065.000

waarvan overige verplichtingen

1.937.013

1.990.035

1.722.548

1.083.584

1.173.930

1.256.893

1.229.460

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 16 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

Juridisch verplicht

91%

Bestuurlijk gebonden

6%

Beleidsmatig gereserveerd

3%

Vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

  • Subsidies: Een groot deel van de subsidie-instrumenten is juridisch verplicht; voorbeelden zijn bijdrages aan de ROM’s, Economische Bedrijvigheid en een aantal NGF-projecten.

  • Bijdragen aan ZBO's/RWT's: De bijdragen aan TNO en Kamer van Koophandel zijn juridisch verplicht.

  • Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: De budgetten voor bijdragen aan (inter)nationale organisaties zijn grotendeels juridisch verplicht. Voorbeelden van juridisch verplichte instrumenten zijn bijdragen aan Marin, Deltares en NLR.

Bestuurlijk gebonden

  • Subsidies: Een deel van de subsidies is bestuurlijk gebonden. Voorbeelden zijn Bevorderen Ondernemerschap en Qredits duurzaamheid.

  • Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Een deel van deze budgetten is bestuurlijk gebonden, zoals het budget voor het Nationaal Agentschap Disruptieve Innovatie (NADI) en Nationaal Programma Ruimtevaart.

Beleidsmatig gereserveerd

  • Subsidies: Een deel van subsidies is beleidsmatig gereserveerd. Voorbeelden zijn Pilots Verduurzaming Bedrijventerreinen en het budget gereserveerd voor co-financiering aan Europese partnerschappen.

  • Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: Enkele van deze kasbudgetten zijn beleidsmatig gereserveerd, zoals het budget gereserveerd voor de Faciliteiten Toegepast Onderzoek (FTO).

Subsidies

MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren

De regeling MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) richt zich op het bevorderen van innovatie bij het mkb. Ook stelt de regeling het mkb beter in staat zich via de Topsectoren aan te sluiten bij de door de Topsectoren opgestelde innovatieagenda’s, het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en de regionale innovatiestrategieën. Dit krijgt onder andere vorm door het stimuleren van samenwerking tussen MKB-bedrijven op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie en het gebruik van publiek gefinancierde kennis door het mkb. De regeling wordt in samenwerking met de provincies uitgevoerd en gefinancierd. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op de website van RVO.

Europese & Internationale programma's

Binnen het instrument Europese & Internationale programma's worden gezamenlijke projecten gefinancierd door de deelnemende landen en de EU. De regelingen op de EZK-begroting zijn onder andere Eurostars ter bevordering van grensoverstijgende samenwerking door het (innovatief) mkb. Daarnaast zijn er ook gerichte programma’s op specifieke industrieën zoals EuroHPC en EuroQCI waarmee Nederland participeert in Europese programma’s ter bevordering van de High Performance Computing en Quantum Communication Infrastructure. Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op de website van RVO.

Bevorderen ondernemerschap

Deze middelen zijn gereserveerd voor diverse initiatieven ter bevordering van het ondernemerschap, zoals de ondersteuning van de digitalisering van het mkb, het stimuleren van ondernemerschapsonderwijs en maatregelen ten behoeve van het programma Actieplan digitale en groene banen.

Bijdrage aan Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs)

Met deze middelen worden de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) ondersteund: NOM (Noord-Nederland), BOM (Noord-Brabant), LIOF (Limburg), Oost NL (Gelderland en Overijssel), Innovation Quarter (Zuid-Holland), Impuls Zeeland (Zeeland), ROM Regio Utrecht (Utrecht), Horizon Flevoland (Flevoland) en ROM InWest (Noord-Holland).

Deze middelen hebben tot doel de economische krachten in de regio te versterken en te bundelen met sectorale initiatieven en ander generiek beleid en daarnaast om de samenwerking tussen het (innovatieve) mkb en kennisinstellingen in de regio te bevorderen. In juli 2022 is de evaluatie van de ROM’s over de periode 2016-2020 aangeboden aan de Kamer (Kamerstuk 32 637, nr. 502, bijlage 1). In algemene zin schetst de evaluatie een positief beeld van de toegevoegde waarde van de ROM’s, waarbij de meerwaarde vooral zit in de geïntegreerde aanpak van investeren, innoveren en internationaliseren in de regio, waarbij verbindingen met landelijk beleid worden georganiseerd. In de Kamerbrief (Kamerstuk 32 637, nr. 502) is aangegeven hoe de aanbevelingen uit de evaluatie worden opgevolgd.

Startup-beleid

De Rijksoverheid helpt ambitieuze ondernemers en startups die snel willen doorgroeien. Startups zijn jonge innovatieve, technologiegedreven bedrijven. Ze werken aan een schaalbaar verdienmodel en hebben internationale groeiambitie. Als onderdeel van de startup en scale-up agenda wordt voor de periode van 2026 t/m 2029 € 14,8 mln beschikbaar gesteld aan Stichting Dutch StartHub voor de uitvoering van het Techleap-programma.

Het Ministerie van EZK heeft samen met Techleap en andere publieke en private stakeholders een verkenning uitgevoerd hoe de taken en rollen van Techleap na medio 2026 structureel ingevuld kunnen worden. Hieruit blijkt dat met name voor de deeptech activiteiten nog publieke financiering nodig is, omdat daar systeemveranderingen nodig zijn. Middels de beschikbaar gestelde middelen blijft Techleap haar rol als onafhankelijke aanjager voor deeptech-startups en scale-ups vervullen. Techleap zal zich daarbij expliciet richten op 1) meer succesvolle startups uit kennisinstellingen en 2) startups en scale-ups die prioritaire sleuteltechnologieën toepassen in groeimarkten.

Invest-NL

In 2027 is € 9,4 mln beschikbaar voor projectontwikkeling door de Business Development dochter van Invest-NL. Naast het verstrekken van financiering aan ondernemingen, heeft Invest-NL ook als taak het ontplooien van ontwikkelactiviteiten en het aangaan van samenwerking met nationale en internationale promotionele instellingen. Deze activiteiten dienen marktfalen te bestrijden, zodat er meer rendabele financieringsmogelijkheden ontstaan voor marktpartijen.

Europees Defensie Fonds cofinanciering

Het Europees Defensie Fonds stimuleert innovatie en samenwerking in de defensie-industrie. De Europese Commissie (EC) wil met het Europees Defensie Fonds (EDF) onderzoek en ontwikkeling voor het defensie-domein verder stimuleren. Het EDF staat ook open voor technologieën die voor andere doeleinden geschikt zijn (dual-use). Het programma loopt van 2021 tot 2027.

Herstructurering winkelgebieden

Het kabinet investeert hiermee in het realiseren van toekomstbestendige winkelgebieden en in vitale binnensteden. Met de Regeling specifieke uitkering Impulsaanpak winkelgebieden kunnen gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor de gebiedsgerichte en integrale herstructurering en transformatie van (delen van) centrale winkelgebieden en binnenstedelijke winkelstraten. Er zijn vier openstellingen geweest en in totaal nemen 47 gemeenten deel aan het programma. Komende jaren vindt de uitfinanciering plaatst.

R&D Mobiliteitssectoren

DR&D mobiliteitsectoren is bedoeld voor deelnemers van een samenwerkingsverband uit de luchtvaart, maritieme en automotive sectoren. Via publiek-private samenwerking kunnen bedrijven kennisinstellingen, zoals TO2-instellingen en universiteiten, betrekken. Deze regeling heeft acht R&D samenwerkingsverbanden gehonoreerd die bestaan uit 214 unieke organisaties.

NGF-project Health-RI

Het project Health-RI heeft in totaal € 69 mln toegekend gekregen. Dit project investeert in (1) de ontwikkeling van een geïntegreerde, nationale gezondheidsdata- en onderzoeksinfrastructuur, (2) het wegnemen van sociale en organisatorische belemmeringen door middel van een afsprakenstelsel, en (3) een centraal punt voor data-uitgifte. Het doel is om innovatie in de life sciences and health-sector te stimuleren door data van Nederlandse ziekenhuizen en zorgorganisaties, kennisinstellingen, organisaties in de publieke gezondheid, patiëntenorganisaties, gezondheidsfondsen en bedrijven te standaardiseren en met elkaar te verbinden. Het voorstel richt zich op het delen en gebruiken van (onderzoeks)data.  

NGF-project RegMed XB

Het project RegMed XB investeert in de bouw van een landelijke regenera tieve geneeskunde-pilotfabriek met gespecialiseerde locaties (pilotlijnen) voor de verdere ontwikkeling van regeneratieve gezondheidszorg. Regeneratieve geneeskunde is erop gericht nieuwe behandelingen te ontwikkelen die slim gebruik maken van het zelf-herstellend vermogen van ons lichaam. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van gen-, cel- en weefseltherapieproducten. Het doel van RegMed XB is enerzijds om op lange termijn chronische ziekten te kunnen voorkomen of genezen, en anderzijds het Nederlandse bedrijfsleven in staat te stellen om innovatieve producten en processen te ontwikkelen en in te spelen op een sterk groeiende buitenlandse markt. In totaal is voor dit NGF-project 56 mln toegekend.

NGF-project QuantumDeltaNL

Het project Quantum Delta NL (QDNL) heeft € 615,2 mln toegekend gekregen en richt zich op het versterken van het Nederlands quantum ecosysteem. Quantumtechnologie is een sleuteltechnologie die radicaal nieuwe producten en diensten mogelijk maakt. Quantumcomputers, quantumsimulators, quantumnetwerken en quantumsensoren kunnen straks dingen die «klassieke» apparaten niet kunnen. En kunnen voor nieuwe verdienmodellen en oplossingen voor maatschappelijke problemen zorgen. Nederland staat hiermee aan het begin van een technologierevolutie.

NGF-project Oncode-PACT

Het doel van Oncode-PACT is om een infrastructuur op te zetten met innovatieve modellen en methoden waarmee effectieve kandidaat-kankermedicijnen sneller en goedkoper ontwikkeld worden voor specifieke patiëntengroepen. Hierdoor trekt het project investeringen aan en brengt het nieuwe medicijnen die preciezer en eerder werken bij de juiste patiënt. Dit verbetert de kwaliteit van het leven van kankerpatiënten en versterkt het toekomstige verdienvermogen van Nederland. In totaal is voor dit NGF-project € 284 mln toegekend.

NGF-project NXTGEN HIGH TECH

NXTGEN HIGHTECH ontwikkelt een nieuwe generatie high tech equipment binnen zes toepassingsdomeinen: lasersatellietcommunicatie, biomedische productietechnologie, semiconductors, composieten, energie en agrifood. Daarnaast draagt het voorstel bij aan de versterking van het innovatie-ecosysteem, dat samenwerkt over wetenschappelijke disciplines en sectoren heen en heeft het voorstel een verdiepingsprogramma voor de doorontwikkeling van hightech apparatuur in nieuwe domeinen zoals plasmatechnologie en ‘thin films’. Voor dit programma is in totaal € 450 mln toegekend voor een periode van 7 jaar.

NGF-project PhotonDelta

Het doel van PhotonDelta is versnelling van de ontwikkeling van het Nederlandse fotonica-ecosysteem. Het voorstel bouwt voort op het Nationaal Plan Geïntegreerde Fotonica. Geïntegreerde fotonica houdt in dat chips met optische signalen werken in plaats van elektrische signalen. Communicatie via optische signalen kan meer informatie tegelijk versturen en ook over een langere afstand. In totaal is € 421 mln toegekend aan dit NGF-project waarvan € 50 mln voorwaardelijk.

NGF-project Opschaling PPS beroepsonderwijs

Het project Opschaling van succesvolle publiek private samenwerkingen in het beroepsonderwijs overbrugt de kloof tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt, met name het midden- en klein bedrijf, in relatie tot de klimaat- en digitale transitie. Dit gebeurt door talentontwikkeling van huidige en aankomende werknemers en door het versterken van het innovatievermogen van bedrijven. Het budget van € 68,9 mln voor 2027 t/m 2031 wordt besteed aan de opschaling van een kopgroep van 18 publiek private samenwerkingen (tussen vmbo, mbo, hbo, ondernemersverenigingen en bedrijven) in het beroepsonderwijs. Om de voortgang te monitoren en de kennis en ontwikkelingen van de pps’en te waarborgen, voert van Platform Bèta Techniek (via Katapult) een kennis- en ontwikkelingsprogramma uit.

NGF-project Material Independence & Circular Batteries

Material Independence & Circular Batteries richt zich op het versterken van de positie van de Nederlandse maakindustrie in de mondiale batterijketen, waarbij duurzaamheid en circulariteit centraal staan. Hierdoor wordt Nederland minder afhankelijk van internationale toeleveranciers van benodigde grondstoffen die niet altijd beschikbaar zijn en batterijonderdelen. Dit is essentieel om de klimaatdoelstellingen te behalen en draagt bij aan het duurzaam economisch verdienvermogen in Nederland. In totaal is € 157,9 mln toegekend.

IPCEI Cloudinfrastructuur en services

De Important Project of Common European Interest Cloud Infrastructure and Services (IPCEI CIS) heeft als doel om uiteindelijk een volledig nieuwe Europese gedecentraliseerde software-infrastructuur voor het geavanceerde gebruik van computerbronnen op het gebied van cloud en edge te bouwen. Drie aan het Europese IPCEI CIS ecosysteem deelnemende Nederlandse projecten krijgen op grond van de Nederlandse IPCEI subsidieregeling subsidie verstrekt.

IPCEI Micro-elektronica

De Important Project of Common European Interest Micro-elektronica (IPCEI ME/CT) is een grootschalig Europees consortium met als doel de Europese industrie toegang te garanderen tot moderne en duurzame micro/nano-elektronica, inclusief de benodigde software, door de huidige waardeketen verder te versterken en uit te bouwen. Bij IPCEI ME/CT gaat het om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten rond micro-elektronica en communicatietechnologie in de volledige waardeketen – van materialen en tools tot chipsontwerp en productieprocessen.

Inzet van deze projecten is het faciliteren van digitale en groene transformatie door innovatieve micro-elektronica- en communicatieoplossingen te creëren en energie-efficiënte en materiaalbesparende elektronicasystemen en productiemethoden te ontwikkelen. Deze projecten zullen bijdragen aan de technologische vooruitgang in diverse sectoren, zoals communicatie (5G en 6G), autonoom rijden, kunstmatige intelligentie en quantumcomputers. Ook ondernemingen die actief zijn in energieopwekking, -distributie en -gebruik, zullen steun krijgen bij het maken van hun groene transitie.

Qredits

Qredits verstrekt duurzaamheidsleningen aan het mkb. Het Klimaat- en energiefonds heeft additioneel € 15 mln aan middelen beschikbaar gesteld zodat Qredits duurzaamheidsleningen tot max. € 50.000 kan verstrekken. De € 15 mln van het Klimaat- en energiefonds wordt ingezet om een lening met een lage rente aan te kunnen bieden. Qredits zal hiermee ca. 1.700 leningen kunnen verstrekken aan ondernemers.

Actieplan Groene en Digitale Banen

Het Actieplan Groene en Digitale Banen zet in op het aanpakken van de tekorten aan technici en digitale professionals. Dit is randvoorwaardelijk voor de doelen van de groene en digitale transities, en voor een concurrerende weerbare economie. In het kader van het actieplan worden er middelen vrijgemaakt voor de opschaling van de omscholingstrajecten Twin Transition. Het doel van deze maatregel is om bestaande omscholingstrajecten van de netbeheerders op te schalen en uit te breiden. Een aparte focus ligt op statushouders, waarvoor een specifiek voorschakeltraject is ontwikkeld.

Ruimte voor Economie

Het Ministerie van EZK werkt aan een nationaal programma Ruimte voor Economie dat in de zomer van 2023 is gepubliceerd. Doel van het programma is het borgen van voldoende fysieke ruimte voor bedrijven op de juiste plek in kwantitatief en kwalitatief opzicht.

Het doel is om verduurzaming en herontwikkeling van bedrijventerreinen een impuls te geven en ervaring opdoen met het anders organiseren en financieren van het verduurzamen, toekomstbestendig maken en herontwikkelen van bestaande terreinen.

In 2025 is gestart met het ontwikkelen van 12 investeringsplannen om in kaart te brengen aan welke opgaven gewerkt moet worden om de bedrijventerreinen te verduurzamen en toekomstbestendig te maken en welke investeringen dat vraagt van zowel publieke als private partijen.

Onder Ruimte voor Economie valt tevens een nieuwe subsidieregeling voor de versterking van regionale innovatieclusters. Bij deze regeling wordt nauw samengewerkt met regionale overheden en ingezet op publieke cofinanciering. De regeling wordt de komende periode verder uitgewerkt.

Maritieme Maakindustrie

De Maritieme Maakindustrie richt zich op het ondersteunen maar de Maritieme sector via het maritiem innovatieprogramma (in samenwerking met het Ministerie van Defensie en Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) en de Duurzame innovatieve Scheepsbouw (SDS). Het doel van de SDS is het stimuleren van innovatieve, duurzaamheid bevorderende experimentele technologieën binnen de scheepsnieuwbouw- en ombouw.

Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent

De microchipindustrie is een van de belangrijkste pijlers van het huidige en het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Voor de verbetering van het vestigingsklimaat voor de microchipindustrie in Nederland is ruim € 2 mld beschikbaar vanuit de Rijksoverheid. Het doel van het Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent is om te zorgen voor een groei van technici voor de microchipindustrie. Voor deze sector wordt op korte termijn - tot en met 2030 - een groeiende talentvraag verwacht van 38.000 extra technisch opgeleide mensen. Specifiek voor de talentopgave is tot en met 2030 in totaal incidenteel € 450 mln beschikbaar gesteld voor EZK en OCW gezamenlijk. De middelen op de EZK-begroting worden ingezet in de regio's Eindhoven, Enschede Groningen, Delft en Arnhem-Nijmegen voor initieel bekostigd onderwijs, onderwijs top-ups en voorinvesteringen, institutionele randvoorwaarden (t.b.v. verbetering samenwerking tussen onderwijssectoren) om- en bijscholingsactiviteiten en activiteiten als kennisdeling, wervingsactiviteiten, beurzen etc.

PEGA: Ruimte voor economie

Het Ministerie van EZK heeft binnen het maatregelenpakket Nij Begun Groningen een budget van € 100 mln beschikbaar gesteld voor strategische (internationale) acquisities. Dit budget is specifiek gericht op het versterken van het lange termijn verdienvermogen van de regio Groningen en Noord-Drenthe door het aantrekken van strategische internationale en buitenregionale investeringen.

Het Budget Strategische Acquisitie (BSA) biedt een breed scala aan financiële instrumenten, waaronder subsidies in de vorm van marktconforme lening (achtergesteld en/of converteerbaar naar deelnemingen) en subsidies. Deze flexibiliteit maakt het mogelijk om maatwerk te bieden in situaties waar de markt zelf niet toereikend is, maar ondersteuning wel gewenst is.

Deze aanpak creëert een unieke kans voor zowel de regio als het Rijk. Het BSA fungeert als een krachtige hefboom om kapitaal en internationale bedrijven aan te trekken, met een specifieke focus op de proces- en maakindustrie. Zo draagt dit initiatief bij aan een duurzame en innovatieve economische groei in Groningen en Noord-Drenthe.

IPCEI Advanced Semiconductor Technologies

Via het Important Projects of Common European Interest (IPCEI) mechanisme biedt de Europese Commissie de mogelijkheid om tot maximaal 100% van de onrendabele top van een project te financieren in een strategische belangrijke sector of markt. De IPCEI Advanced Semiconductor Technologies (AST) heeft als doel om de Europese positie in de wereldwijde halfgeleiderindustrie te versterken door de Europese positie in de wereldwijde halfgeleidersector te versterken door middel van innovatie en schaalvergroting. IPCEI AST ondersteunt onderzoek, ontwikkeling en eerste toepassing in een productieomgeving van nieuwe generaties halfgeleiders, ontwerptechnieken, productietechnologieën en toepassingen. Het initiatief bevordert de samenwerking tussen verschillende Europese landen om gezamenlijk complexe technologische uitdagingen aan te pakken met als doel versterking van de industriële infrastructuur in Europa. Voor de Nederlandse deelname aan de IPCEI AST is er in totaal € 230 mln gereserveerd op de EZK-begroting waarvan € 200 mln op artikel 2.

Leveringszekerheid Kritieke Grondstoffen

Leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en materialen is belangrijk voor de Nederlandse welvaart en veiligheid. De middelen onder dit instrument zijn bedoeld voor initiatieven en instrumenten die hogere leveringszekerheid bevorderen of faciliteren, hoofdzakelijk in het kader van de Nationale Grondstoffenstrategie en de Europese Critical Raw Materials Act (CRMA). Dit instrument behelst onder meer de financiering van het Nederlands Materialen Observatorium (NMO) en overheidsondersteuning van ontwikkeling van strategische projecten.

Economische Veiligheid

De bedrijfslevenaanpak op het gebied van economische veiligheid heeft als doel het bedrijfsleven weerbaar te maken tegen dreigingen en de exclusiviteit van kennis en technologie te beschermen. Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is het Ondernemersloket Economische Veiligheid, dat een centrale rol speelt in het vergroten van de bewustwording bij bedrijven en fungeert als vraagbaak en adviespunt. Daarnaast zetten we in 2027 in op het continueren van de communicatie en outreach naar het bedrijfsleven over de thema’s economische veiligheid en weerbaarheid. Hiermee willen we enerzijds de bewustwording vergroten en anderzijds praktische en weerbaarheidsverhogende middelen aanbieden. Daarnaast worden handelingsopties voor bedrijven in kaart gebracht, zodat bedrijven zich beter kunnen voorbereiden op grootschalige verstoringen, zoals langdurige stroomuitval of een cyberaanval. Verder wordt het distributiesysteem voor noodsituaties vernieuwd, dat bijdraagt aan de weerbaarheid van Nederland en essentieel is om bij grote schaarste op grond van de Distributiewet goederen evenwichtig te verdelen onder de maatschappij.

TSH Vliegtuigmaakindustrie

Het doel van de subsidiemodule TSH Vliegtuigmaakindustrie is om onderzoeksprojecten te stimuleren die bijdragen aan verduurzaming van de luchtvaart en daarmee de relatie tussen Europees onderzoek en innovatie en nationale onderzoeksactiviteiten op het terrein van civiele vliegtuigontwikkeling te versterken. Door de TSH (TopSector High Tech)-regeling draagt Nederland hier aan bij en wordt er gewerkt aan het verdienvermogen van de maakindustrie, samen met de kennisinstellingen en belangrijke ketenpartners. Met deze regeling wordt de internationale positie van het Nederlandse luchtvaartecosysteem versterkt en vergroot daarmee de kans op Nederlandse deelname aan de ontwikkeling en bouw van een nieuwe generatie duurzame vliegtuigen.

Stimulering academische spin-offcreatie

Het kabinet wil met dit instrument investeren in de versterking van academische spin-offcreatie vanuit Nederlandse kennisinstellingen. Het doel is om meer wetenschappelijke kennis en technologie om te zetten in nieuwe innovatieve bedrijven en hoogwaardige werkgelegenheid. Hiermee wordt het verdienvermogen van Nederland versterkt en wordt bijgedragen aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. De maatregel geeft uitvoering aan de ambitie uit het coalitieakkoord om kennisvalorisatie en ondernemerschap vanuit de wetenschap te versnellen.

Overige

Deze post bevat onder andere het beleidsondersteunend budget voor de teams in het kader van het Topsectorenbeleid.

Leningen

PEGA econonomische bedrijvigheid (lening)

Het Budget Strategische Acquisitie (BSA), onderdeel van herstlplan Nij Begun, wordt onder andere ingezet in de vorm van marktconforme lening (achtergesteld en/of converteerbaar naar deelnemingen).

Garanties

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

De BMKB maakt mogelijk dat bedrijven met te weinig zekerheden (onderpand) toch financiering kunnen krijgen, doordat de overheid borg staat voor het deel van de lening waar het bedrijf geen onderpand voor heeft. De overheidsborg bedraagt 90% van het borgstellingskrediet van 50% van het totaal verstrekte krediet (voor starters en innovatieve bedrijven gelden in verhouding hogere borgstellingskredieten ten opzichte van het totaal verstrekte krediet).

Groeifaciliteit

De groeifaciliteit is per 1 januari 2025 beëindigd en er volgt in de komende jaren nog een uitfinanciering van bestaande verplichtingen. De Groeifaciliteit richtte zich op buffervermogen – zoals aandelenkapitaal van participatiemaatschappijen en achtergestelde leningen door banken – en is vooral gericht op de groei- en expansiefase van een bedrijf of voor opvolging/overnames. 

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

De GO geeft financiers de mogelijkheid om een garantie van 50% van de overheid te verkrijgen, indien zij vanwege het risicoprofiel niet zelfstandig of onvoldoende in staat zijn in de kerngezonde bedrijven te financieren. Jaarlijks kan voor maximaal € 300 mln aan garanties worden verleend, waarbij het gebruik afhankelijk is van de conjuncturele ontwikkeling. Het geraamde bedrag betreft de verwachte schades op de regeling. Tegenover de schades staan premieontvangsten en ontvangsten bij uitwinning van faillissementen. De GO is kostendekkend. Het totale garantieplafond voor de GO in 2027 bedraagt € 300 mln. De GO-corona (GO-C) module is vervallen op 30 juni 2022. Wel is er nog een kasbuffer aangehouden voor eventuele schades.

Maatwerk garanties

In het geval van maatwerkgaranties wordt een marktconforme premie in rekening gebracht, en worden uitvoeringskosten betaald. Deze worden op het maatwerkgaranties instrument geregistreerd. Premieontvangsten worden in rekening gebracht ter compensatie voor het risico dat de Staat middels de afgifte van de garantie loopt. De premieontvangsten worden na aftrek van de uitvoeringskosten toegevoegd aan een risicovoorziening op de EZK-begroting.

Opdrachten

Onderzoek en opdrachten

De middelen zijn gereserveerd ten behoeve van de monitoring, effectmeting en feitelijke onderbouwing van beleid (evidence based policy making), beleidsgerichte data-ontwikkeling, beleidsexperimenten en proefprojecten.

Caribisch Nederland

Het budget betreft onder meer de uitgaven voor de Rijksdienst Caribisch Nederland en de kosten van statistisch en beleidsonderzoek door onder andere het CBS voor Caribisch Nederland.

Regeldruk

Werkbaarheid, proportionaliteit en het zoveel mogelijk beperken van regeldruk van zowel voorgenomen als bestaande regelgeving staan centraal. Er is een regeldrukreductieprogramma dat gericht is op het merkbaar en meetbaar aanpakken van knellende wet- en regelgeving voor bedrijven, die met de mkb-indicatorbedrijvenaanpak voor verschillende sectoren in kaart zijn en worden gebracht. Met de aanpassing van de Bedrijfseffectentoets, de uitbreiding van het mandaat voor het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR), de bouw van het prototype WetWijzer voor bedrijven en aandacht voor regeldruk als gevolg van lokale en Europese regelgeving wordt aan de hand van de vier pijlers werkbaar, merkbaar, meetbaar en vindbaar het regeldrukprogramma verder vormgegeven.

Budget samenwerking regio

Dit budget heeft als doel de uitwisseling van ervaringen en kennis tussen Rijk en regio te stimuleren, en verbindingen te realiseren door partijen samen te brengen rondom EZK-thema’s als innovatie, ondernemerschap, digitalisering en ruimte voor economische activiteiten.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage RVO

Deze middelen zijn grotendeels voor de uitvoering van de financierings- en innovatie-instrumenten (zoals MKB Innovatiestimulering Topsectoren, Eurostars, Internationaal Innoveren, PPS-toeslag, WBSO, BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering). Dit betreft activiteiten als beoordeling van aanvragen, bedrijfscontroles, voorlichting over de instrumenten, de organisatie van innovatiemissies en het terugontvangen van kredieten.

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)

Met deze bijdrage verzorgt de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) de uitvoering, het toezicht en de handhaving van de bepalingen uit de Wet ruimtevaartactiviteiten. Het gaat om werkzaamheden die voortkomen uit aanvragen, toetsen en eventueel afgifte van een ruimtevaartvergunning, registreren van ruimtevaartvoorwerpen, deelname aan internationale gremia, en adviseren en voorlichting geven over ruimtevaartactiviteiten. Het wettelijke toezicht heeft betrekking op de afgifte van ruimtevaartvergunningen.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Bijdrage aan TNO

De Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) werkt samen met MARIN, Deltares, Wageningen Research en Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) in de federatie Toegepaste Onderzoek Organisaties (TO2). EZK investeert samen met een aantal andere ministeries in deze instituten, omdat hier onafhankelijk onderzoek in Nederland plaatsvindt dat kansen kan creëren voor innovatie en economische groei en dat een bijdrage levert aan de publieke kennis op terreinen van maatschappelijk belang. TNO bestrijkt een breed onderzoeksgebied op het terrein van meerdere topsectoren, met name HTSM en energie. Daarnaast ontwikkelt TNO-kennis op een aantal maatschappelijke thema’s, met name defensie, maatschappelijke veiligheid, arbeid en gezondheid. Tevens voert TNO wettelijke onderzoekstaken uit op het terrein van de mijnbouwwet en basisregistratie ondergrond. 

Kamer van Koophandel

De Kamer van Koophandel (KVK) voert wettelijke taken uit in het kader van ondernemerschapsbeleid: beheren van het Handelsregister, voorlichting en regiostimulering, innovatiestimulering en de ontwikkeling en het beheer van het digitale en de fysieke ondernemersplein(en). Daarnaast beheert KVK in het kader van het Wwft-beleid de registers van uiteindelijk belanghebbenden van juridische entiteiten en constructies zoals trusts.

Bijdrage aan NWO-TTW

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) financiert binnen het domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) technisch-wetenschappelijk onderzoek aan Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen. Met de bijdrage van EZK wordt met name het Perspectiefprogramma gefinancierd, dat is gericht op technologieontwikkeling binnen het Missiegedreven Innovatiebeleid.

In de overkoepelende afweging van de instrumenten op de EZK-begroting is gekozen om op deze regeling volledig om te buigen. Dit omdat de uitkomst van de evaluatie van het instrument in 2022 diffuus was. Hierom wordt de bijdrage na 2027 stopgezet en ingezet voor onvermijdelijke en urgente problematiek. Bij de herziening van de PPS innovatieregeling, waarbij de vernieuwde regeling in 2028 van start gaat, zal het effect van het stopzetten van het Perspectief programma worden meegewogen.

Bijdrage aan medeoverheden

MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

Dit betreft middelen voor de decentrale MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren regeling (MIT). De decentrale MIT-regeling wordt uitgevoerd door de provincies. Er is een apart instrument voor de decentrale MIT-regeling. De landelijke MIT wordt uitgevoerd door RVO.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Internationaal Innoveren

In het kader van het beleid voor Internationaal Innoveren is voor Nederlandse deelname aan publiek-private onderzoeksprogramma’s in Europees verband cofinanciering beschikbaar. Deze middelen worden ingezet voor Eureka (Eurostars, Global Stars, Eureka-clusters) en de Chips Joint Undertaking, dat is gelieerd aan Horizon Europe. Beide initiatieven ondersteunen innovatiesamenwerking van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen met partners uit de EU-lidstaten en EU-geassocieerde landen als partners buiten de EU. Op Volginnovatie.nl vindt u meer informatie over de ondersteunde projecten van Joint Technology Initiatives, Horizon Europe en Eureka.

PPS-innovatieregeling

In 2013 zijn de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) gestart met het bundelen en stroomlijnen van de onderzoeksprogrammering in de gehele kennisketen. Het doel hiervan is om meer privaat-publieke samen­ werkingsprogramma’s (PPS) vanuit de onderzoekagenda’s van de Topsectoren te genereren, die zich daarbij richten op economische kansen van de maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën onder het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid (MTIB). De TKI’s zijn daarbij programmerend en regisserend.

Na een grondige evaluatie in 2021 is de PPS-toeslagregeling in 2022 verlengd met vijf jaar (Kamerstuk 33 009, nr. 116). Tevens is de regeling in 2023 herzien en heeft het een nieuwe naam, de ‘PPS-Innovatieregeling’ (Staatscourant 2023, 28651). Hierin is de oude grondslag-systematiek vervangen door een vast budgetplafond per TKI op basis van de private inzet uit het verleden. Dit is noodzakelijk gebleken voor de budgettaire beheersbaarheid van de regeling. ‘Meer informatie over de ondersteunde projecten vindt u op www.rvo.nl/onderwerpen/volg-innovatie’.

TO2 (excl.TNO)

De middelen zijn gereserveerd voor de financiering van onderzoek en onderzoeksfaciliteiten in het kader van de Topsectoren, maatschappelijke thema’s en de daarbij behorende missies, sleuteltechnologieën, en voor onderzoek ten behoeve van (wettelijke) taken van de overheid. Met de subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (Staatscourant 2018, 5475) wordt bereikt dat het merendeel van de TO2-instellingen onder dezelfde voorwaarden de rijksbijdrage ontvangen. Naast TNO (zie "Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s") omvat TO2 de volgende instituten:

  • Deltares (Delta Research): Instituut op het gebied van deltatechnologie. Deltares levert ten behoeve van de overheid en de topsector Water en Maritiem bijdragen aan innovatieve oplossingen voor water-, ondergrond- en deltavraagstukken die het leven in delta’s, kust- en riviergebieden veilig, schoon en duurzaam maken. De bijdrage aan Deltares bedraagt in 2027 ruim € 36,04 mln.

  • MARIN (Maritiem Research Instituut Nederland): Instituut op het gebied van hydrodynamisch en nautisch onderzoek ten behoeve van schone, slimme en veilige schepen en een duurzaam gebruik van de zee. Het onderzoek van MARIN draagt bij aan de ambities van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Defensie en Economische Zaken en Klimaat en van de topsector Water en Maritiem. De bijdrage aan MARIN bedraagt in 2027 ruim € 16,2 mln.

  • NLR (Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum): Instituut op het gebied van militaire en civiele lucht- en ruimtevaart ten behoeve van de ministeries van Defensie, Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat en de topsectoren HTSM en Water en Maritiem. De bijdrage aan NLR bedraagt in 2027 ruim € 42,25 mln.

  • Wageningen-Research: De middelen voor deze TO2 zijn opgenomen in de begroting van het Ministerie van LVVN.

Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)

Met het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) wordt beoogd de innovatiekracht van Nederland te versterken. Door gericht te investeren in veelbelovende innovaties vanuit onze excellente wetenschappelijke kennisbasis kunnen maatschappelijke problemen worden aangepakt. Daarom richt het kabinet NADI op: een organisatie die gericht R&D financiert en coördineert via tijdelijke, probleem gedreven programma's. De ambitie is om vanaf 2028 een wendbare organisatie die high-risk ontwikkeling kan financieren en naar de markt begeleidt op te richten. Vooruitlopend op de volledige start van NADI in 2028 wordt in 2027 gestart met een pilot programma.

Topsectoren overig

Onder dit instrument valt voornamelijk de bijdrage aan de Venture Challenge (VC) regeling die door NWO-TTW wordt uitgevoerd. De regeling is in 2024 positief geëvalueerd waarna deze met 5 jaar is verlengd tot 1 januari 2030.

De VC-regeling richt zich op valorisatie van kennis in de Life Sciences & Health (LSH) sector. Het VC-programma coacht ondernemende onderzoekers die een bedrijf starten om onderzoeksresultaten sneller naar de markt te brengen.

Ruimtevaart (ESA)

Het ruimtevaartprogramma bestaat uit bijdragen aan verplichte programma’s en inschrijvingen in optionele programma’s van het Europese Ruimtevaartagentschap (ESA). Tijdens de Ministeriële Conferentie 2025 is de inzet van Nederland voor de periode 2026-2028 bepaald. Daarnaast vindt nog uitfinanciering van de eerdere projecten plaats. Deze middelen vloeien terug naar Nederland via opdrachten aan Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ter realisatie van de onderscheiden ruimtevaartprogramma’s ("Geo Return"- systeem). Daarnaast kent het ruimtevaartprogramma een (beperkt) nationaal flankerend programma, waarin onder andere de interactie van bedrijven en kennisinstellingen met ESTEC wordt bevorderd. Ook wordt daarmee technologieontwikkeling en de benutting van satellietdata door overheden gestimuleerd. Uitvoering van het beleid is opgedragen aan het Netherlands Space Agency (NLSA).

Bijdrage NBTC

EZK stelt op basis van meerjarenafspraken budget beschikbaar voor het Nederlands Bureau van Toerisme en Congressen (NBTC) voor bestemmingsmanagement, waaronder internationale «branding», ontwikkeling van aanbod, kennis en data, spreiding van toeristen en congressenwerving.

Overige bijdragen aan organisaties

Dit betreft onder meer de bijdrage aan het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de Staat van het mkb en de Koning Willem I Stichting (€ 0,37 mln, waarvan € 0,07 mln wordt bijgedragen door IenW), bijdragen aan Holst Centre en Wetsus uit hoofde van de SBO-regeling en een bijdrage ten behoeve van het eengemaakt octrooigerecht (Unified Patent Court, UPC).

Economische ontwikkeling en technologie

De veranderende geopolitieke omstandigheden vragen om keuzes in het innovatiebeleid om zo sterke, internationaal onderscheidende posities in het bedrijfsleven en de kennisinfrastructuur te creëren. Deze post bevat meerdere incidentele en structurele middelen ter bevordering van gerichte economische ontwikkeling en bevordering van economische groei door innovatie.

EU-Cofinanciering JTF

Dit fonds zal zich vooral richten op de economische diversificatie van de, door de klimaattransitie, zwaarst getroffen gebieden en op de omscholing en actieve inclusie van de werknemers en werkzoekenden in deze gebieden. De middelen zijn toebedeeld op COROP-niveau. EZK neemt de voor JTF vereiste cofinanciering deels voor zijn rekening voor projecten die bijdragen aan nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie en de energietransitie, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid (MTIB) en het nationale Klimaatakkoord. De in 2027 geraamde kasuitgaven bedragen ca. € 4 mln. Ook decentrale overheden en private partijen zullen bijdragen aan cofinanciering van JTF-projecten.

Faciliteiten toegepast onderzoek TO2 en RKI

Met een financieringsimpuls van ruim € 400 mln voor de periode tot 2031 beoogt dit instrument de achterstand in te lopen die in Nederland is ontstaan rond nieuwe onderzoeksfaciliteiten en de modernisering van bestaande faciliteiten. Het gaat hier om unieke en strategische, zowel instituutsgebonden (bijv. het onderzoek naar dierziektes of nieuwe zonnecellen) als ecosysteemdienende faciliteiten (bijv. voor testen en opschalen gericht op marktintroducties), en ook om nieuwe digitale onderzoeksmogelijkheden (Augmented Reality, Virtual Reality, Digital Twins) met de bijbehorende dataopslag en rekencapaciteit. Vanuit OCW is er in de periode 2027-2031 additioneel budget hiervoor vrijgemaakt. Vanaf 2032 komen er structurele middelen beschikbaar. De budgetten hiervoor zijn opgenomen in de begrotingen voor de komende jaren van EZK en de betreffende vakdepartementen.

NGF-project NXTGEN Ruimtevaart

Als onderdeel van het NXTGEN Hightech NGF-project worden ook onderdelen via de ESA besteed. Dit gaat om programma's op het gebied van de ontwikkeling van next-generation satelliettechnologie en aardobservatie.

Toelichting op de ontvangsten

Rijksoctrooiwet

De ontvangsten Rijksoctrooiwet 1995 betreffen de ontvangsten van Octrooicentrum NL, uit hoofde van procedure- en instandhoudingtaksen op basis van de Rijksoctrooiwet 1995. Daarin zijn begrepen de instandhoudingstaksen voor Europese octrooien, waarvoor geldt dat de hiervoor geraamde ontvangsten de helft zijn van de feitelijke ontvangsten uit taksen. De andere helft wordt afgedragen aan het Europees Octrooibureau.

Europese & Internationale programma's

De ontvangsten Eurostars betreft de Europese bijdrage aan Eurostars-projecten. De bijdrage bedraagt 25% van de nationale bijdrage.

Joint Strike Fighter

De ontvangsten F-35 betreffen de geraamde afdrachten door de defensie-industrie aan de Staat. Op basis van de medefinancieringsovereenkomst over de deelname van Nederland aan de ontwikkeling van de F-35 draagt de industrie 2% over de gerealiseerde omzet voor ontwikkeling en onderhoud van de F-35 af aan EZK.

Diverse ontvangsten

De post diverse ontvangsten betreft de ontvangsten voor diverse regelingen binnen Bedrijfsleven en Innovatie. De geraamde ontvangsten voor 2027 is € 1,3 mln. 

Bedrijfsteun

De ontvangsten betreft de aflossing op een leningsfaciliteit van € 150 mln die in 2020 beschikbaar is gesteld aan Stichting Garantiefons Reisgelden (SGR). Door deze leningsfaciliteit kan SGR consumenten schadeloos blijven stellen bij faillissement van aangesloten reisorganisaties. Onder de Bedrijfssteun vallen tevens de ontvangsten op de leningsfaciliteiten VZR Garant, voor kleinere garantiefondsen, en het Garantiefonds voor Gespecialiseerde Touroperators (GGTO).

BMKB, Groeifaciliteit, GO en maatwerkgaranties

De ontvangsten voor de BMKB, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en Maatwerkgaranties betreffen de premie-inkomsten in het kader van de verstrekte garanties. Bij de BMKB is daarnaast ook sprake van ontvangsten als gevolg van uitbetaalde maar later afgewezen verliesdeclaraties.

Tegemoetkoming Energiekosten

De geraamde ontvangsten voor de TEK betreffen € 11,2 mln in 2027. De TEK is vastgesteld in 2024 waarbij een deel van de uitgekeerde subsidie terugbetaald dient te worden.

Toelichting op de begrotingsreserves

De begrotingsreserves zijn bedoeld om inkomsten uit premies en uitgaven voor schades, die over de jaren kunnen fluctueren, te verevenen. De reserve wordt aangehouden om als buffer te dienen voor uitgaven door EZK indien bedrijven niet aan hun terugbetalingsverplichtingen kunnen voldoen inzake leningen bij financieringsinstellingen waarop EZK een borgstelling heeft afgegeven. Voor meer informatie over de ontwikkeling van de garanties en het verloop van de reserves wordt verwezen naar het overzicht van de risicoregelingen in het hoofdstuk Beleidsagenda van deze begroting.

Er zijn begrotingsreserves voor de BMKB (inclusief de BMKB-C), de BMKB-Groen, de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) (inclusief de GO-C), de Groeifaciliteit (GF) en de garanties voor nieuwe aanbieders van mkb-financiering. De BMKB, BMKB-G, GO, GF en de garanties voor alternatieve aanbieders van mkb-financiering betreffen kostendekkende garanties, waarvan de te realiseren premieontvangsten in principe toereikend zijn voor het afdekken van eventuele verliesdeclaraties. Ultimo 2027 wordt op basis van de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven vastgesteld of een onttrekking of storting dient plaats te vinden.

Tabel 17 Juridisch verplicht begrotingsreserves per 31 december 2025 (bedragen x € 1 mln)
  

Waarvan juridisch verplicht

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

 

100%

Borgstelling MKB-kredieten Groen (BMKB Groen)

 

100%

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

 

100%

Groeifaciliteit

 

100%

Garantie MKB-faciliteiten

 

100%

Klein Krediet Corona (KKC)

 

13%

Maatwerkgaranties

 

100%

Budgetflexibiliteit begrotingsreserves

BMKB

De begrotingsreserve dient ertoe om een discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen en als buffer voor het niet-kostendekkende deel van de regeling. Het uitstaand obligo van de BMKB was ultimo 2025 circa € 1,1 mld, waarmee de volledige begrotingsreserve juridisch verplicht is.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en de Groeifaciliteit (GF)

Bij de Garantie Ondernemingsfinanciering en de Groeifaciliteit is sprake van in opzet kostendekkende regelingen. Bij deze regelingen dient de begrotingsreserve ertoe de discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen. Bij deze regelingen kunnen relatief grote verliesdeclaraties worden ingediend, die de omvang van de in enig jaar te ontvangen provisies te boven gaan. Het uitstaande obligo voor deze regelingen was ultimo 2025 € 141 mln (GO) en € 71 mln (GF), de volledige reserves voor de GO en GF regeling is juridisch verplicht. 

MKB-faciliteiten

Dit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de fundinggaranties in het kader van het Aanvullend actieplan MKB-financiering. De begrotingsreserve dient ertoe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2025 van deze garanties is € 24 mln, waarmee de volledige voorziening juridisch is verplicht.

Klein Krediet Corona

Dit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC). De begrotingsreserve dient ertoe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2025 van deze garanties is € 1,5 mln. Deze is 13% juridisch verplicht.

Maatwerkgaranties

Dit betreft de begrotingsreserve voor maatwerkgaranties afgegeven door EZK. Op dit moment is de reserve € 30 mln tegenover een garantie van € 70 mln, waardoor deze 100% is juridisch verplicht.

Voorgenomen stortingen of onttrekkingen begrotingsreserves

Tabel 18 Overzicht geraamd verloop Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) (bedragen x € 1 mln)

Stand per 1/1/2026

Verwachte toevoegingen 2026

Verwachte onttrekkingen 2026

Verwachte stand per 1/1/2027

Verwachte toevoegingen 2027

Verwachte onttrekkingen 2027

Verwachte stand per 31/12/2027

196,5

  

196,5

  

196,5

Tabel 19 Overzicht geraamd verloop Borgstelling MKB-kredieten Groen (BMKB Groen) (bedragen x € 1 mln)

Stand per 1/1/2026

Verwachte toevoegingen 2026

Verwachte onttrekkingen 2026

Verwachte stand per 1/1/2027

Verwachte toevoegingen 2027

Verwachte onttrekkingen 2027

Verwachte stand per 31/12/2027

13,1

  

13,1

  

13,1

Tabel 20 Overzicht geraamd verloop Garantie Ondernemersfinanciering(GO) (bedragen x € 1 mln)

Stand per 1/1/2026

Verwachte toevoegingen 2026

Verwachte onttrekkingen 2026

Verwachte stand per 1/1/2027

Verwachte toevoegingen 2027

Verwachte onttrekkingen 2027

Verwachte stand per 31/12/2027

73,5

  

73,5

  

73,5

Tabel 21 Overzicht geraamd verloop Groeifaciliteit (GF) (bedragen x € 1 mln)

Stand per 1/1/2026

Verwachte toevoegingen 2026

Verwachte onttrekkingen 2026

Verwachte stand per 1/1/2027

Verwachte toevoegingen 2027

Verwachte onttrekkingen 2027

Verwachte stand per 31/12/2027

57,8

  

57,8

  

57,8

Tabel 22 Overzicht geraamd verloop MKB-faciliteiten (bedragen x € 1 mln)

Stand per 1/1/2026

Verwachte toevoegingen 2026

Verwachte onttrekkingen 2026

Verwachte stand per 1/1/2027

Verwachte toevoegingen 2027

Verwachte onttrekkingen 2027

Verwachte stand per 31/12/2027

23,1

  

23,1

  

23,1

Tabel 23 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Klein Krediet Corona (KKC) (bedragen x € 1 mln)

Stand per 1/1/2026

Verwachte toevoegingen 2026

Verwachte onttrekkingen 2026

Verwachte stand per 1/1/2027

Verwachte toevoegingen 2027

Verwachte onttrekkingen 2027

Verwachte stand per 31/12/2027

11,6

  

11,6

  

11,6

Tabel 24 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Maatwerk garanties (bedragen x € 1 mln)

Stand per 1/1/2026

Verwachte toevoegingen 2026

Verwachte onttrekkingen 2026

Verwachte stand per 1/1/2027

Verwachte toevoegingen 2027

Verwachte onttrekkingen 2027

Verwachte stand per 31/12/2027

30,0

  

30,0

  

30,0

Op basis van de daadwerkelijke verliesdeclaraties en premieontvangsten wordt ultimo boekjaar bepaald of voor deze reserves een aanvullende onttrekking of storting aan de reserves dient plaats te vinden. Dit geldt voor de begrotingsreserves van de BMKB, BMKB Groen, GO, GF, MKB-faciliteiten,KKC en Maatwerkgaranties.

Kengetallen

De financiële beleidsinstrumenten van het bedrijvenbeleid richten zich op het realiseren van de geformuleerde strategische doelen. Hieronder worden de kengetallen gepresenteerd behorend bij de beleidsinstrumenten. Een meer uitgebreide rapportage van kengetallen en indicatoren is te vinden op Bedrijvenbeleid in beeld.

Tabel 25 Kengetallen
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Bron

MIT

        

RVO

Aantal bedrijven dat deelneemt aan MIT

1.422

1.693

1.846

1.576

1.498

1.589

1.411

n.n.b.

 

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met MIT (x € 1 mln)

106

112

119

114

111

109

100

n.n.b.

 

Eurostars

        

RVO

Aantal Nederlandse deelnemers aan Eurostars

72

68

74

87

81

82

79

72

 

waarvan bedrijven

55

43

48

64

67

67

60

61

 

waarvan hightech MKB (%)

93%

88%

94%

95%

91%

90%

97%

93%

 

Door Eurostars ondersteunde private R&D-uitgaven van Nederlandse deelnemers (x € 1 mln)

36

30

33

40

39

41

38

40

 

PPS-Innovatieregeling1

        

RVO

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met PPS-toeslag (x € 1 mln)

164,4

83,4

126,9

118,5

120,3

139,6

132,4

n.n.b.

 

Aantal unieke organisaties dat deelneemt aan samenwerkingsprojecten binnen de PPS-toeslagregeling

721

861

957

1.225

1.051

990

1.145

n.n.b.

 

waarvan bedrijven (aantal)

554

610

710

905

780

720

923

n.n.b.

 

waarvan mkb (% van totaal aantal unieke organisaties)

50%

45%

38%

42%

44%

36%

58%

n.n.b.

 

Horizon Europe

        

RVO

Aantal Nederlandse deelnemers aan Horizon Europe

   

39

806

1.267

1.638

1.793

 

waarvan bedrijven

   

8

527

871

1.150

1.264

 

Omvang Horizon EU-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro)

   

34,5

1.365

3.124

4.307

4.963

 

waarvan aan bedrijven (%)

   

5%

19,7%

26,5%

25,8%

25,4%

 

Retourpercentage voor Nederland (%)

   

5,9%

9,0%

9,4%

9,0%

8,6%

 

WBSO

        

RVO

Aantal bedrijven (met S&O verklaring) dat gebruik maakt van WBSO

20.279

20.046

20.340

20.339

19.484

19.392

18.979

18.941

 

Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O-loon, x € 1 mln)

4.042

4.291

4.396

4.611

4.728

5.017

5.036

5.164

 

Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O- NIET-loonuitgaven, x € 1 mln)

2.746

2.831

2.857

3.150

3.494

3.689

3.331

3.494

 

TO2

         

Klanttevredenheid Deltares

8,7

9,2

9,1

8,7

9,1

9

9,1

9,2

Deltares

Klanttevredenheid MARIN

9

8,9

9,2

9,1

9,6

9,1

9,6

9,7

Marin

Klanttevredenheid NLR

8,7

8,7

8,7

8,9

8,9

8,9

8,8

8,8

NLR

Klanttevredenheid TNO

8,8

8,7

8,9

8,9

8,9

8,9

8,8

9

TNO

Kennisbenutting Deltares

95%

88%

82%

96%

93%

100%

100%

100%

Deltares

Kennisbenutting Marin

100%

97%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Marin

Kennisbenutting NLR

96%

97%

98%

96%

98%

97%

98%

98%

NLR

Kennisbenutting TNO

99%

96%

97%

97%

97%

98%

96%

n.n.b.

TNO

Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA)

        

ESA

Aantal Nederlandse bedrijven dat deelneemt aan ruimtevaartprogramma’s ESA

160

179

193

208

218

218

241

257

 

Ruimtevaart geo-return/retour (%)

1,11

1,13

1,07

1,09

1,08

1,08

1,04

1,07

 

BMKB

        

RVO

Verstrekte garanties BMKB, x € 1 mln (90%)

527

538

380

301

326

311

268

291

 

Totaal aantal verstrekte garanties

3.094

2.751

1.962

1.138

1.042

975

858

941

 

Groeifaciliteit

        

RVO

Verstrekte garanties Groeifaciliteit, x € 1 mln

19

10

3

10

8

6

25

4

 

Totaal aantal verstrekte garanties

10

9

7

7

7

6

23

6

 

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

        

RVO

Verstrekte garanties GO, x € 1 mln

56

45

158

34

11

41

36

8

 

Totaal aantal verstrekte garanties

54

31

15

6

6

11

33

15

 

Qredits

        

Qredits

Aantal verstrekte kredieten

3.557

4.277

4.988

4.155

3.835

4.546

3.800

3.954

 

Innovatie Attaché Netwerk

        

IAN/RVO

Geformaliseerde samenwerkingsverbanden

57

37

15

21

51

69

114

79

 

Klanttevredenheid

8

8,6

8,2

8,2

8,4

8,7

8,5

8,7

 

Netherlands Foreign Investment Agency

        

NFIA/RVO

Projecten

248

268

180

265

211

174

171

164

 

Werkgelegenheid (arbeidsplaatsen)

8.475

10.866

6.397

9.905

7.943

4.230

4.302

3.845

 

KvK2

        

KvK

Klanttevredenheid Kamer van Koophandel

     

80%

82%

82%

 
1

Cijfers van 2018 tot en met 2023 zijn met terugwerkende kracht aangepast in verband met een nieuwe wijze van berekenen van deze indicator.

2

De KvK houdt vanaf 2023 de ”Waardering Kamer van Koophandel” niet meer bij. Customer Satisfaction (CSAT) is in plaats gekomen. Dit is een score van 0 tot 100%, die aangeeft hoe tevreden klanten waren met een product, dienst, of kanaal.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid

  • Dividendbelasting vrijstelling inkoop van eigen aandelen

  • Fiscale regeling aandelenoptierechten

Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de paragraaf ‘Kwalitatieve achtergrond informatie per fiscale regeling’ in de bijlage ‘Fiscale regelingen’.

Tabel 26 Fiscale regelingen 2025–2027, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln)
 

2025

2026

2027

Zelfstandigenaftrek

655

306

234

Extra zelfstandigenaftrek starters

119

117

3

Meewerkaftrek

7

7

2

Stakingsaftrek

17

17

4

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk

4

4

4

Willekeurige afschrijving starters

1

1

1

Doorschuifregelingen IB-ondernemers

156

134

136

Schenk- en erfbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit

732

739

747

Innovatiebox

2.694

2.985

3.198

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

762

783

801

Dividendbelasting dooruitdelingskorting DB1

90

90

92

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk WBSO

1.491

1.817

1.959

Btw Verlaagd tarief Logiesverstrekking

1.422

217

227

MRB Verlaagd tarief bestelauto ondernemers2

1.251

1.393

1.270

OVB Vrijstelling bedrijfsoverdracht in familiesfeer3

30

30

30

1

Dividendbelasting

2

MRB = Motorrijtuigenbelasting

3

OVB = Overdrachtsbelasting

14

Interdepartementale Uitvoeringsagenda Biotechnologie 2026, Kamerstuk 27 428, Nr. 413

15

Interdepartementaal Beleidsonderzoek Bedrijfsfinanciering (Kamerstukk 32 637, nr. 646)

Beleidsartikel 3 Toekomstfonds

Het Toekomstfonds maakt deel uit van het bedrijvenbeleid, zoals beschreven in artikel 2. Het Toekomstfonds heeft als doel het toekomstig verdienvermogen te versterken door de innovatieve kracht van Nederland te vergroten. Dit gebeurt door het beschikbaar stellen van (revolverende) middelen voor valorisatie en financiering voor het innovatief en snelgroeiend mkb.

De Minister van EZK is rijksbreed verantwoordelijk voor de versterking van het innovatievermogen, in het bijzonder gericht op het bedrijfsleven, en voor het scheppen van voorwaarden voor een excellent ondernemings- en vestigingsklimaat.

Sinds de integratie (Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 97) heeft de Minister van EZK formeel, volledige zeggenschap over het Toekomstfonds. Beslissingen over investeringen in valorisatie en fundamenteel en toegepast onderzoek worden gezamenlijk genomen met de Minister van OCW (zie artikel 2). Vanuit deze verantwoordelijkheden heeft de Minister van EZK een financierende en faciliterende rol, zoals vermeld in artikel 2 van deze begroting.

Financieren/faciliteren

  • Het mede­financieren van investeringen in R&D en innovatie, waaronder investeringen gericht op kennisbenutting (valorisatie). Zie ook artikel 2;

  • Het faciliteren van de toegang tot financiering en (risico)kapitaal voor bedrijven.

Om – aanvullend op de begroting – het parlement te informeren over de voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen.

Budgettaire systematiek

Om de revolverendheid van het Toekomstfonds te borgen heeft het kabinet besloten tot een aantal aanvullende maatregelen die de budgettaire systematiek van het Toekomstfonds raken. Zo worden onverwachte meerontvangsten op de regelingen SEED, Innovatiekrediet, Vroegefasefinanciering en het leningdeel van de TTT na Miljoenennota 100% doorgeschoven naar het volgende begrotingsjaar middels een specifieke 100% eindejaarsmarge. Daarnaast worden de ramingen van het Toekomstfonds herzien om het risico op onderuitputting in het lopende jaar te beperken. Deze herzieningen worden in de (suppletoire) begrotingen verwerkt. De afspraken gelden in de periode 2026-2029.

Deep Tech Fonds

In 2023 werd het Deep Tech Fonds (DTF) opgericht door EZK en Invest-NL. Dit fonds biedt, additioneel aan de markt, durfkapitaal aan en richt zich daarbij op sleuteltechnologieën zoals fotonica, halfgeleiders, quantumtechnologie en kunstmatige intelligentie. Bij de oprichting heeft het kabinet € 175 mln vanuit het Toekomstfonds beschikbaar gesteld aan het DTF. Dit is aangevuld door Invest-NL met € 75 mln, voor een totale omvang van € 250 mln. Om te kunnen blijven investeren in deze belangrijke sector is in 2026 € 130 mln aanvullend beschikbaar gesteld vanuit de EZK-begroting voor de versterking van het DTF bij Invest-NL. Met een inleg van Invest-NL van € 230 mln groeit het totale fondsvermogen met € 360 mln naar € 610 mln.

Taakstelling kabinet

Het kabinet heeft in de Voorjaarsnota de taakstelling op het Toekomstfonds verwerkt. Dit leidt er toe dat voor de regelingen Innovatiekrediet, SEED Capital en Vroege Fase Financiering er met ingang van 2030 cumulatief € 41 mln structureel minder budget beschikbaar is. In de periode 2027 ‒ 2029 is de taakstelling verwerkt door incidentele flexibele ruimte binnen het Toekomstfonds in te zetten.

Tabel 27 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

359.315

330.527

657.907

165.790

152.053

152.644

119.595

        

Uitgaven

308.373

193.632

382.706

422.075

331.198

179.238

128.297

        

Subsidies (regelingen)

2.387

4.571

5.432

4.347

4.353

4.219

2.658

Thematisch Technology Transfer

2.387

4.571

5.432

4.347

4.353

4.219

2.658

        

Leningen

294.913

177.491

365.187

405.608

314.785

163.283

113.911

ROM's

2.247

33.857

2.800

    

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbeh

113

      

Onco research

4.423

4.189

5.715

2.899

2.521

3.065

2.604

Thematische Technology Transfer

3.800

6.813

7.942

9.764

9.455

10.712

4.869

Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten

221

437

3.559

5.573

6.475

5.485

4.410

Dutch Future Fund

1.999

      

Deep Tech Fund

50.000

20.000

50.000

45.000

35.000

  

Fonds Alternatieve Financiering

10.000

      

Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid

22.735

      

European Tech Champions Initiative (ETCI)

35.000

 

98.100

105.000

40.000

  

Secfund

75.000

      

Innovatiekrediet

40.457

60.642

51.550

55.000

61.500

61.500

40.659

Risicokapitaal Seed

31.564

36.361

41.325

46.170

52.438

52.583

41.694

Vroegefasefinanciering (VFF)

17.354

15.192

20.696

27.702

23.896

21.438

18.675

Start ups/MKB

  

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Blended finance faciliteit Invest-NL

  

75.000

100.000

75.000

  

IPCEI Advanced Semiconductor Technologies

  

7.500

7.500

7.500

7.500

 
        

Bijdrage aan agentschappen

11.073

11.570

12.087

12.120

12.060

11.736

11.728

Bijdrage RVO

11.073

11.570

12.087

12.120

12.060

11.736

11.728

        

Ontvangsten

86.276

221.043

36.387

36.372

152.171

40.125

43.277

ROM's

33.495

134.504

     

Dutch Venture Initiative (DVI)

 

43.500

  

115.073

  

Investeringen fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbehoud)

642

651

471

360

380

405

740

Thematische Technology Transfer

952

200

300

400

106

2.108

2.925

Smart industry

116

116

116

112

112

112

112

Innovatiekredieten

24.337

21.000

21.000

21.000

22.000

23.000

25.000

Risicokapitaal Seed

24.049

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

Vroegefasefinanciering (VFF)

2.685

8.072

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 28 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

Juridisch verplicht

96%

Bestuurlijk gebonden

0%

Beleidsmatig gereserveerd

4%

Vrij te besteden

0%

Juridisch Verplicht

  • Subsidies: Het subsidiebudget is in 2027 juridisch verplicht. Dit betreft de uitfinanciering van de verplichtingen in het kader van de regeling Thematische Technology Transfer (TTT).

  • Leningen: De verschillende leningen zijn grotendeels juridisch verplicht. Dit betreft onder andere het budget voor de SEED-Regeling en het Deep Tech Fund.

Beleidsmatig gereserveerd

  • Leningen: Een deel van de leningen is beleidsmatig gereserveerd. Dit betreft o.a. de uitgaven voor Vroegefasefinanciering (VFF) en IPCEI Advanced Semiconductor Technologies (AST).

Revolverendheid

Opbrengsten van succesvolle innovaties vloeien terug in het Toekomstfonds, zodat ze weer opnieuw kunnen worden ingezet. Het fonds is daarmee additioneel aan de markt: de overheid neemt het grootste risico, waardoor private investeerders kunnen mee-investeren in innovatieve ondernemingen. De overheid deelt mee in de opbrengsten van geslaagde innovaties, waardoor deze middelen opnieuw kunnen worden ingezet voor het vergroten van het beschikbare risicokapitaal voor innovatieve bedrijven.

Figuur 3 Verhouding uitgaven en ontvangsten Toekomstfonds (x € 1 mln)

In bovenstaande grafieken is voor de verschillende onderdelen van het Toekomstfonds weergegeven wat de verhouding is tussen de gerealiseerde en geraamde uitgaven van de diverse regelingen en de gerealiseerde en geraamde ontvangsten op verstrekte kredieten. Op basis van deze verhoudingen wordt de mate van revolverendheid van het Toekomstfonds inzichtelijk gemaakt. Doordat ontvangsten op de geïnvesteerde bedragen na verloop van een aantal jaar gerealiseerd worden, lopen deze in vergelijking tot de uitgaven achter, zoals ook te zien in de tabel. Deze ontvangsten komen echter over een langere tijdsperiode terug binnen het Toekomstfonds - gemiddeld over een looptijd tussen de 6 en 15 jaar. Bij instrumenten die relatief kort bestaan zijn hierdoor nog geen of nauwelijks ontvangsten gerealiseerd. In de komende jaren zullen naar verwachting de ontvangsten relatief gaan toenemen op de uitgaven wanneer grotere investeringen uit eerdere jaren uitgeïnvesteerd zijn en de eerste exits plaatsvinden.

De mate van revolverendheid verschilt per regeling. Ingeschat wordt dat de regelingen die zien op valorisatie (met name de Thematische Technology Transfer) uiteindelijk 48% tot 60% zullen revolveren (Kamerstuk 36 200-XIII, nr. 127). Enkele regelingen gefocust op de vroegere fase van mkb-financiering, zoals het Innovatiekrediet en de Vroege fase financiering (VFF) revolveren tussen de 35% en 60% (Kamerstuk 36410-XIII-100). De regelingen en fondsen gericht op mkb-financiering bij onder andere Invest-NL en EIF (zoals het Dutch Venture Initiative en Deep Tech Fund) revolveren volgens de laatste prognose informatie tussen de 100% en 157%.

De middelen in het Toekomstfonds worden revolverend ingezet voor de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven. Voorheen was het Toekomstfonds opgedeeld in een bedrijvendeel en een onderzoeksdeel. Met de Kamerbrief uit juni 2024 (Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 97) is het onderzoeksdeel geïntegreerd met het bedrijvendeel. Hierdoor vallen alle instrumenten onder de verantwoordelijkheid van de Minister van EZK. Tot en met 2024 had de Minister van OCW een gedeelde verantwoordelijkheid over het onderzoeksdeel.

De ramingen van het Toekomstfonds worden periodiek geactualiseerd in overleg met het Ministerie van Financiën en de uitvoering. Alle uitgaven en ontvangstenramingen zijn indien nodig geactualiseerd op basis van de meest recente uitvoeringsinformatie en beleidsdoelen.

Subsidies

Thematische Technology Transfer

De TTT-regeling heeft als doel het vergroten van de beschikbaarheid van risicofinanciering voor kennisstarters. Het subsidie-gedeelte van de TTT richt zich op de genoemde activiteiten van de thematische samenwerkingsverbanden gericht op kennisoverdrachtsactiviteiten op een bepaald thema, met als doel het helpen oprichten van kennisstarters.

Leningen

ROM's

De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) versterken het ecosysteem in hun regio door het delen van kennis en het samenbrengen van ondernemers, kennisinstellingen en overheden. Ze investeren (additioneel aan de markt)  in innovatieve en snelgroeiende bedrijven en stimuleren innovatie in het mkb dat een bijdrage levert aan maatschappelijke vraagstukken. De ROM’s zijn aanjager van innovatief ondernemerschap, gericht op startups én op het innovatieve mkb. Deze bedrijven worden geholpen in hun groei door de taken innoveren, investeren en internationaliseren. 

De ROM’s zijn een beleidsdeelneming van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK is medeaandeelhouder naast regionale aandeelhouders, zoals provincies) vanwege marktfalen in de vroege fase: private investeerders mijden risicovolle investeringen door asymmetrische informatie en hoge risico's, waardoor marktfinanciering uitblijft. De ROM's vervullen een bredere systeemrol als verbindende schakel tussen risicokapitaal, subsidie en andere publieke dienstverlening aan startups, scale-ups en innovatief mkb. In de vroege fase bouwen zij voort op instrumenten zoals de VFF, het Innovatiekrediet, de TTT-regeling en later begeleiden zij bedrijven richting vervolginstrumenten zoals Invest-NL of private groeifondsen.  Sinds de oprichting van de negende ROM InWest in 2021 is er een landsdekkend netwerk van regionale ontwikkelingsmaatschappijen ontstaan.  Onder dit instrument worden de kapitaalstortingen aan de ROM’s verantwoord.

Voor 2027 is een storting á € 2,7 mln aan de ROM Utrecht voorzien, welke onderdeel is van een grotere kapitaalstorting van in totaal € 12,8 mln waarmee in 2026 is gestart.

Oncode Research

Oncode Institute wordt mede gefinancierd uit het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds, gericht op excellent onderzoek en Thematische Technology Transfer. Oncode Institute is een pilot die zich richt op de toepassing van wetenschappelijk oncologisch onderzoek voor betaalbare oplossingen voor de patiënt.

Thematische Technology Transfer

Dit betreft het leningencomponent van de TTT. De TTT-regeling heeft als doel het vergroten van de beschikbaarheid van risicofinanciering voor kennisstarters. De investeringen van de fondsen hebben een looptijd van maximaal 9 jaar en na vervreemding vloeien de opbrengsten daarvan terug naar het Toekomstfonds.

Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten

Het instrument Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten financiert publiek-private samenwerkingen op het gebied van Regeneratieve geneeskunde. Met een revolverend financieel instrument worden deze middelen ingezet voor de financiering van projecten om innovatie en bottom-up samenwerking en valorisatie tussen het mkb en kennisinstellingen te stimuleren. Die projecten richten zich op het ontwikkelen van medische oplossingen op het gebied van regeneratieve geneeskunde, waarmee ook wordt bijgedragen aan de beheersing van zorgkosten. Van de beschikbare € 30 mln is € 15 mln afkomstig van de begroting van het Ministerie van VWS.

Deep Tech Fund

Het Deep Tech Fonds (DTF) betreft een fonds dat investeringen in bedrijven met innovatieve complexe technologie mogelijk kan maken. Voor innovatieve ondernemingen die zowel kennis- als kapitaalintensief zijn, is het vaak moeilijk om financiering te vinden. Vaak gaat het om nieuwe technologieën die zich nog niet hebben bewezen en waar relatief grote risico’s aan kleven. Het fonds is uitgewerkt als co-investeringsfonds en als separaat fonds ondergebracht bij Invest-NL. Bij oprichting van het fonds bedroeg de omvang € 250 mln, waarvan in 2022 € 175 mln door EZK is ingebracht en € 75 mln door Invest-NL. Om deze belangrijke sector te blijven ondersteunen leggen het Ministerie van EZK en financieringsinstelling Invest-NL € 360 mln extra in, waarvan € 130 mln van EZK. Het DTF groeit daarmee naar een fondsvermogen van € 610 mln.

European Tech Champions Initative (ETCI)

Het European Tech Champions Initiative (ETCI) heeft als doel het vergroten van de slagkracht van Europese risicokapitaalfondsen waardoor Europese innovatieve scale-ups minder afhankelijk worden van niet-Europees risicokapitaal. Het ETCI is belegd bij het Europees Investeringsfonds (EIF), Nederland neemt sinds 2023 deel aan ETCI voor in totaal € 100 mln.

Daarnaast heeft Nederland zich gecommitteerd om ook aan ETCI 2 mee te doen voor een totaalbedrag van € 200 mln. Deze middelen zullen vanaf 2027 worden ingezet via EIF.

Innovatiekrediet

Het Innovatiekrediet biedt toegang tot financiering voor met name het innovatieve mkb en startups, en helpt bij het aantrekken van risicokapitaal. In een fase waarin bancaire financiering niet of nauwelijks beschikbaar is, maakt het Innovatiekrediet onder voorwaarde van 50-75% eigen middelen innovatieprojecten mogelijk met een maximale ondersteuning van € 10 mln voor technische ontwikkelingsprojecten en € 5 mln voor klinische projecten.

Risicokapitaal SEED

Onder het instrument Risicokapitaal SEED valt de SEED Capital regeling en de SEED Business Angel regeling. De SEED Capital regeling ondersteunt innovatieve start-ups bij het verkrijgen van risicokapitaal door het verstrekken van een renteloze geldlening van maximaal € 10 mln per fonds aan investeringsfondsen om het ingebrachte private kapitaal te verdubbelen. De SEED Business Angel regeling faciliteert private investeringen in technische- en/of creatieve start-ups door renteloze geldleningen te verstrekken welke gelijk is aan het private inlegbedrag tot maximaal € 1 mln.

Vroege fase / informal investors

De regeling Vroegefasefinanciering (VFF) biedt financiering in de vorm van een geldlening aan academische en innovatieve starters in een vroege ontwikkelingsfase: van validatie en onderbouwing van een business case, van idee naar concept. Hierdoor wordt de toegang tot vervolgfinanciering gefaciliteerd. Dit initiatief wordt door RVO.nl en door NWO-TTW uitgevoerd. Ook bevat de regeling een regionale module, waarmee regionale financiers cofinanciering kunnen verkrijgen ten behoeve van het verstrekken van vroegefasefinanciering.

Startups / MKB

Het Startup/MKB instrument dient om aflopende instrumenten op het Toekomstfonds te financieren en voorspelbaar overheidsbeleid te kunnen realiseren. Revolverende ontvangsten van aflopende regelingen en investeringen keren terug op dit instrument en worden daarna opnieuw ingezet binnen het Toekomstfonds om zo de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven en voor fundamenteel en toegepast onderzoek te faciliteren.

Blended finance faciliteit Invest-NL

Uit het IBO bedrijfsfinanciering is gebleken dat er kansen zijn voor Invest-NL om haar huidige taak breder te in te vullen om hiermee beter knelpunten in de bedrijfsfinanciering te kunnen adresseren, in het bijzonder bij hoog-risico-projecten met hoge maatschappelijke baten waar de rendementsdoelstelling van Invest-NL knellend kan werken. Met deze blended finance faciliteit krijgt Invest-NL de mogelijkheid om effectiever te investeren in de doorgroei van risicovolle startups en scaleups en daarmee de opschaling van belangrijke innovaties. Hiermee nemen bovendien de mogelijkheden tot het mobiliseren van privaat kapitaal toe en wordt de slagkracht en maatschappelijke impact van Invest-NL vergroot.

IPCEI Advanced Semiconductor Technologies

Via het Important Projects of Common European Interest (IPCEI) mechanisme biedt de Europese Commissie de mogelijkheid om tot maximaal 100% van de onrendabele top van een project te financieren in een strategische belangrijke sector of markt. De IPCEI Advanced Semiconductor Technologies (AST) heeft als doel om de Europese positie in de wereldwijde halfgeleiderindustrie te versterken door de Europese positie in de wereldwijde halfgeleidersector te versterken door middel van innovatie en schaalvergroting. IPCEI AST ondersteunt onderzoek, ontwikkeling en eerste toepassing in een productieomgeving van nieuwe generaties halfgeleiders, ontwerptechnieken, productietechnologieën en toepassingen. Het initiatief bevordert de samenwerking tussen verschillende Europese landen om gezamenlijk complexe technologische uitdagingen aan te pakken met als doel versterking van de industriële infrastructuur in Europa. Onder de vlag van IPCEI AST wordt het innovatieve mkb (inclusief startups en scale-ups) nadrukkelijk de ruimte gegeven om ook met kleinere projecten mee te doen. Hiervoor is in totaal € 230 mln gereserveerd, waarvan € 30 mln binnen het Toekomstfonds.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage RVO

Dit betreft de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de uitvoering van diverse regelingen van het Toekomstfonds, zoals het Innovatiekrediet, de SEED Capital en SEED Bussiness Angels regeling, de regeling Vroegefasefinanciering, en de TTT-regeling.

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten van het Toekomstfonds betreffen de op de EZK-begroting geraamde terugbetalingen van kredieten (hoofdsom en rente indien van toepassing) in het kader van het Innovatiekrediet en Vroegefasefinanciering. Daarnaast worden de terugontvangsten van het Dutch Venture Initiative (DVI) en de SEED Capital en SEED Business Angels regelingen verantwoord. Deze ontvangsten bestaan uit de opbrengsten van rente, dividend en de verkoopwaarde van ondernemingen op het moment dat een fonds haar belangen daarin verkoopt.

Ook worden de ontvangsten in het kader van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen in het Toekomstfonds verantwoord. Dit betreft eventuele dividenden en opbrengsten van aandelenverkoop. Ook hebben de ontvangsten betrekking op de terugontvangst van de middelen die aan de ROM's ter beschikking zijn gesteld voor het verstrekken van de Corona-overbruggingsleningen (COL) aan bedrijven tussen 2020 en 2022.

Kengetallen

De financiële beleidsinstrumenten van het bedrijvenbeleid richten zich op het realiseren van de geformuleerde strategische doelen. Hieronder worden de kengetallen gepresenteerd behorend bij de beleidsinstrumenten. Een meer uitgebreide rapportage van kengetallen en indicatoren is te vinden op Bedrijvenbeleid in beeld.

Figuur 4

Tabel 29 Kengetallen
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Bron

Innovatiekrediet

        

RVO

Aantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruikt

31

29

27

19

16

22

26

23

 

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met een Innovatiekrediet (x € 1 mln)

173

139

167

97

116

134

105

153

 

Seed Capital en Fund of funds

        

RVO

Aantal participaties via SEED (vanaf 2018 incl. SEED Business Angels)

58

77

51

42

108

110

94

104

 

Omvang gestimuleerd risicokapitaal voor innovatieve bedrijven door SEED (x € 1 mln) (vanaf 2018 incl. SEED Business Angels)

47

54,6

52,8

69,6

79,4

88,3

74,1

63,8

 

Vroegefasefinanciering1

        

RVO

Aantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt

20

19

17

22

7

1

0

2

 

Aantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt bij de regionale fondsen

   

3

24

47

33

55

ROM's

Aantal Academische, HBO en TO2 starters dat Vroege Fase Financiering gebruikt

18

18

18

18

19

20

24

22

NWO

Thematische Technology Transfer (TTT) regeling

        

RVO

Het aantal nieuwe (initiële) participaties in het afgelopen kalenderjaar van TTT-fondsen

  

10

13

13

15

18

n.n.b.

 

Aantal startende bedrijven ten gevolgen van de valorisatieactiviteiten door een TTT-samenwerkingsverband

  

6

24

59

60

44

n.n.b.

 
1

Een deel van de uitvoering van de Vroege Fase Financiering loopt via TTW. TTW levert dit cijfer rechtstreeks aan het Ministerie van EZK. Het cijfer dat RVO aanlevert is dus alleen van RVO en de regionale loketten.

Beleidsartikel 9 Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid

Met de herverdeling van de digitaliseringsportefeuille binnen het nieuwe kabinet heeft het Ministerie van EZK een centrale coördinerende en kaderstellende rol gekregen in het digitaliseringsbeleid voor de samenleving en de overheid en digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de realisatie van het digitaliseringsbeleid van de rijksoverheid, naast de verantwoordelijkheid die het draagt voor de slagvaardige overheid en de daarmee samenhangende digitalisering. Dit betekent dat, naast de eerder al bestaande verantwoordelijkheid voor de digitale economie, het Ministerie van EZK nu ook verantwoordelijk is voor het beschermen van burgers en consumenten tegen risico’s in de digitale samenleving en het bevorderen van een goed functionerende digitale overheid.

Het Ministerie van EZK zet hierbij in op het realiseren van de volgende strategische doelen:

  • 1. Iedereen kan rekenen op een veilige, verantwoorde en inclusieve digitale samenleving;

  • 2. Iedereen kan vertrouwen op een samenhangende, toekomstbestendige en soevereine digitale overheid die werkt.

1. Iedereen kan rekenen op een veilige, verantwoorde en inclusieve digitale samenleving.

Er wordt ingezet op het borgen van een veilige, betrouwbare en inclusieve digitale samenleving in de digitale publieke ruimte. Deze opgave omvat onder meer het borgen van de grondrechten in de online omgeving, privacy, non‑discriminatie, verantwoorde inzet van AI, digitale weerbaarheid van de overheid en burgers en het beschermen van burgers tegen digitale risico’s.

2. Iedereen kan vertrouwen op een samenhangende, toekomstbestendige en soevereine digitale overheid die werkt.

Voor een samenhangende, toekomstbestendige en soevereine digitale overheid is het nodig om digitaal autonomer en minder afhankelijk te worden. Om dit doel te bereiken wordt ingezet op interoperabiliteit van digitale voorzieningen, veilige en efficiënte gegevensuitwisseling, digitale identiteit, autonome cloud-infrastructuur en modernisering van ketens. Bij het vergroten van digitale autonomie van de overheid gaat het om het vermogen van de Nederlandse overheid om (in Europees verband) eigen keuzes te maken over digitale infrastructuren, datastromen en technologie. Ook gaat het om het vaststellen van de beleidsmatige en technische randvoorwaarden die nodig zijn om die keuzes daadwerkelijk te kunnen maken. Tevens stimuleren we innovatie en samenwerking tussen markt en overheid door als overheid een rol als launching customer in te vullen.

De Minister van EZK is verantwoordelijk voor het maken van beleid en het opstellen van kaders voor een veilige digitale samenleving en een soevereine digitale overheid.

Stimuleren

De Minister van EZK:

  • stimuleert innovatie in de markt ter versterking van de concurrentiepositie van Nederland en de EU vanuit het kader van digitaliseringsbeleid samenleving en overheid;

  • stimuleert het gebruik van standaarden binnen de overheid door middel van het opstellen, beheren en actualiseren van overheidsbrede regelgeving en standaarden, architectuurprincipes en kwaliteitskaders en vormgeven van het toezicht daarop;

  • stimuleert internationale samenwerking voor het realiseren van overheidsdiensten over de grenzen heen met wet- en regelgeving die zowel recht doet aan de Nederlandse situatie als in Caribisch Nederland.

Regisseren

De Minister van EZK:

  • ontwikkelt strategisch digitaliseringsbeleid van overheid en samenleving en voert de interbestuurlijke coördinatie hierop inclusief periodieke herijking van de digitale beleidsagenda;

  • ontwikkelt de beleidskaders voor digitale overheid en de digitale samenleving (data, AI, cloud, digitaal burgerschap en nieuwe digitale ontwikkelingen) en voor de digitale autonomie en digitale soevereiniteit van de overheid;

  • borgt de naleving van beleidskaders en afspraken over de digitale publieke ruimte (waarin publieke waarden worden geborgd), interoperabiliteit, open standaarden en veilige gegevensuitwisseling;

  • draagt zorg voor het positioneren en strategisch aansturen van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en de strategische prioriteiten die daaruit voortkomen;

  • geeft de Nederlandse Digitale Dienst (NDD) vorm als overheidsbreed instrument voor kwaliteitsborging, standaarden en doorbraakprojecten;

  • ontwikkelt beleidsmatige kaders op het gebied van digitaliseringsbeleid voor privacy, de digitale publieke ruimte en grondrechten, inclusief de Nederlandse inzet in Europese onderhandelingen;

  • coördineert het AI-beleid en heeft een kaderstellende rol voor inzet van AI bij de overheid en ziet toe op een verantwoorde inzet van deze technologie.

Met ingang van het begrotingsjaar 2027 worden de organisatorische aanpassingen effectief die het gevolg zijn van de portefeuilleverdeling tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken – Digitale Economie en Soevereiniteit en de Staatssecretaris van BZK. In deze begroting zijn vooruitlopend daarop reeds de voor EZK beoogde budgetten overgeheveld vanuit de begroting van BZK.

Voor de beleidsambities- en prioriteiten die samenhangen met de budgetten van dit beleidsartikel wordt verwezen naar de kamerbrief 'Strategische inzet SEZ'. De brief wordt naar verwachting eind september aan uw Kamer gestuurd. Een deel van het beleid en de acties die in de brief worden uiteengezet komen nu of in de toekomst in enige vorm terug in dit beleidsartikel.

Niet alle ambities en beleidsdoelen zijn op dit moment direct herkenbaar in de budgettaire tabel van dit beleidsartikel. Dat wordt deels verklaard door het feit dat de verantwoordelijkheid voor coördinatie en kaderstelling relatief in mindere mate beleidsmiddelen vereist; veel van de digitaliseringsbudgetten op de begroting van BZK zijn bedoeld voor uitvoering en realisatie en beheer van infrastructuur en passen daarom bij de BZK-verantwoordelijkheid voor uitvoering en realisatie van een digitale, slagvaardige overheid. Een ander deel van de verklaring is dat de herverkaveling van verantwoordelijkheden en budgetten onvermijdelijk herijking van beleidsinzet en werkwijzen vereist. Dit wordt op dit moment concreet zichtbaar in de vorm van een nieuw Directoraat-Generaal Digitaliseringsbeleid Samenleving en Overheid. EZK werkt komend jaar toe naar een samenhangende beleidsinzet voor digitalisering en de bij dit artikel horende (sub)doelen en prestatie-indicatoren.

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

0

0

35.932

35.763

35.754

35.747

32.570

        

Uitgaven

0

0

35.932

35.763

35.754

35.747

32.570

        

Subsidies (regelingen)

0

0

2.032

2.029

2.029

2.029

2.028

Publieke waarden: Nieuwe technologie

  

477

476

476

476

476

Digitale weerbaarheid burgers

  

606

605

605

605

605

Digitale gemeenschapsgoederen

  

949

948

948

948

947

        

Opdrachten

0

0

15.753

15.601

15.598

15.597

12.423

Publieke waarden Kinderrechten online

  

2.693

2.672

2.672

2.671

2.668

Publieke waarden Online discriminatie

  

680

675

675

675

674

Caribisch Nederland

  

3.180

3.156

3.155

3.155

 

Weerbaarheidsbeleid overheid

  

9.200

9.098

9.096

9.096

9.081

        

Bijdrage aan agentschappen

0

0

172

171

167

160

160

Internationaal

  

172

171

167

160

160

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

17.975

17.962

17.960

17.961

17.959

ICTU

  

16.475

16.462

16.460

16.461

16.459

Wet- en regelgeving

  

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 31 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

Juridisch verplicht

18%

Bestuurlijk gebonden

57%

Beleidsmatig gereserveerd

25%

Vrij te besteden

0%

Juridisch Verplicht

  • Opdrachten: Een deel van het budget voor opdrachten is in 2027 juridisch verplicht om de digitale overheid in Caribisch Nederland te ontwikkelen vanuit WaU-middelen.

Bestuurlijk gebonden

  • Opdrachten: Een deel van het budget voor opdrachten is in 2027 bestuurlijk gebonden om de digitale overheid in Caribisch Nederland te ontwikkelen vanuit WaU-middelen.

  • Bijdrage aan ZBO's/RWT's: Een deel van het budget voor bijdrage aan ZBO's/RWT's is bestuurlijk gebonden in het kader van het realiseren van de ambitie en doelstellingen in de Interbestuurlijke Datastrategie en de doorontwikkeling van het Stelsel van Basisregistraties naar een Federatief Data Stelsel vanuit WaU-middelen.

Beleidsmatig gereserveerd

  • Opdrachten: Een deel van de opdrachten is beleidsmatig gereserveerd om de De Nationale Cryptostrategie verder te ontwikkelen en de verdere uitwerking van (Europese) wet- en regelgeving.

Subsidies

Publieke waarden: nieuwe technologie

Digitalisering heeft effect op publieke waarden en fundamentele rechten. In 2027 worden subsidies verstrekt om beleidsinstrumenten voor online kinderrechten, online desinformatie, online discriminatie en digitale gemeenschapsgoederen te ontwikkelen.

Digitale weerbaarheid burgers

Digitale weerbaarheid en digitale gemeenschapsgoederen zijn de fundamenten van een veilige en eerlijke digitale samenleving. Waar weerbaarheid gaat over bescherming tegen cyberdreigingen, draait het bij gemeenschapsgoederen om open, gedeelde digitale infrastructuur en opensourcesoftware die voor iedereen toegankelijk is. In 2027 worden subsidies verstrekt om beleidsinstrumenten voor digitale weerbaarheid van burgers te verbeteren.

Digitale gemeenschapsgoederen

Digitale weerbaarheid en digitale gemeenschapsgoederen zijn de fundamenten van een veilige en eerlijke digitale samenleving. Waar weerbaarheid gaat over bescherming tegen cyberdreigingen, draait het bij gemeenschapsgoederen om open, gedeelde digitale infrastructuur en opensourcesoftware die voor iedereen toegankelijk is. In 2027 worden subsidies verstrekt om beleidsinstrumenten op het gebied van digitale gemeenschapsgoederen verder te ontwikkelen.

Opdrachten

Publieke waarden: Kinderrechten

Digitalisering heeft effect op publieke waarden en fundamentele rechten. In 2027 worden opdrachten verstrekt om beleidsinstrumenten voor online kinderrechten, online desinformatie, online discriminatie en digitale gemeenschapsgoederen te ontwikkelen.

Publieke waarden: Online discriminatie

Digitalisering heeft effect op publieke waarden en fundamentele rechten. In 2027 worden opdrachten verstrekt om beleidsinstrumenten voor online kinderrechten, online desinformatie, online discriminatie en digitale gemeenschapsgoederen te ontwikkelen.

Caribisch Nederland

Voor de gezamenlijke ambitie om de digitale overheid in Caribisch Nederland te ontwikkelen wordt een bijzondere uitkering verstrekt aan de openbare lichamen. Deze uitkering is bedoeld om CIO-offices in te richten en hun eigen digitaliseringsagenda's te ontwikkelen, in lijn met de implementatie van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) in Caribisch Nederland. Hiervoor is € 3,1 mln beschikbaar vanuit Werk aan Uitvoering (WaU) tot en met 2030. Daarnaast ontvangt ICTU een bijdrage voor het onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringstrategie. Deze wordt ingezet om de cyberweerbaarheid op Caribisch Nederland te verhogen

Weerbaarheidsbeleid overheid

De Nationale Cryptostrategie (NCS) is het beleid van de Rijksoverheid om de nationale crypto-industrie te stimuleren en te zorgen dat de overheid kan beschikken over veilige, hoogwaardige informatiebeveiligingsmiddelen. Dit programma, (vanaf 2027) gecoördineerd door het Ministerie van EZK en de AIVD, richt zich onder meer op de overgang naar quantumveilige cryptografie. (Hiervoor zijn vanuit de NLCS structureel middelen beschikbaar gesteld van € 12 mln. € 3,1 mln heeft de AIVD al structureel ontvangen voor de loonkosten). Voor het programma is structureel € 8,9 mln beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

ICTU

Het EDI-stelsel (Europese Digitale Identiteit) is het nieuwe Europese raamwerk waarmee burgers en bedrijven zich veilig en eenvoudig digitaal kunnen identificeren en documenten kunnen delen. De NL-wallet is de Nederlandse publieke uitvoering hiervan. Hiervoor ontvangt ICTU in 2027 een bijdrage op het gebied van de Europese Digitale Identiteit. Deze bijdrage heeft betrekking op de implementatie van de herziene eIDAS verordening en de ontwikkeling van EDI-stelsel NL, zodat EDI-wallets in de praktijk veilig en betrouwbaar te gebruiken zijn.

Het Data Beleid binnen de overheid draait om de Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en de praktische realisatie ervan via het Federatief Datastelsel (FDS). Dit beleid regelt hoe overheden veilig, ethisch en betekenisvol data delen en beheren volgens het principe van data bij de bron. In 2027 worden opdrachten verleend vanuit het programma Interbestuurlijke Datastrategie, onder andere onderzoeken en adviezen, waarmee de overheid de volle potentie van data op een verantwoorde wijze kan benutten voor de samenleving. Daarnaast wordt een bijdrage gegeven voor de ondersteuning bij programma-activiteiten in het kader van het realiseren van de ambitie en doelstellingen in de Interbestuurlijke Datastrategie en de doorontwikkeling van het Stelsel van Basisregistraties naar een Federatief Data Stelsel. In totaal is in 2027 € 10,5 mln beschikbaar voor opdrachten en bijdragen. Deze middelen zijn beschikbaar vanuit Werk aan Uitvoering (WaU) en zijn beschikbaar tot en met 2031.

Tevens ontvangt ICTU een bijdrage voor de Single Digital Gateway. De SDG maakt digitale dienstverlening van overheden binnen de Europese Unie toegankelijker voor burgers en bedrijven. Via het portaal Your Europe vinden gebruikers betrouwbare informatie over rechten, regels en procedures in andere EU-lidstaten. Hiervoor is in 2027 € 1,8 mln beschikbaar. Deze middelen zijn beschikbaar vanuit Werk aan Uitvoering (WaU) en zijn beschikbaar tot en met 2031.

Wet- en regelgeving

Dit betreft middelen voor werkzaamheden en activiteiten die noodzakelijk zijn voor de tijdige en zorgvuldige voorbereiding van nieuwe (Europese) wet- en regelgeving.

4. Niet-beleidsartikelen

Artikel 40 Apparaat

Op dit artikel zijn de personele uitgaven, materiële uitgaven en ontvangsten van EZK geraamd, voor zover die betrekking hebben op de kerndepartementen EZK (Directoraten-Generaal en stafdirecties) en de diensten van EZK (ACM16, SodM en CPB). Enkele stafdirecties werken als gemeenschappelijke dienst voor EZK en LVVN. In deze begroting is enkel het EZK-aandeel van deze gedeelde stafdirecties geraamd, te weten 57%. De overige 43% van het budget staat op de LVVN-begroting geraamd. De personele uitgaven zijn onderverdeeld in uitgaven voor eigen personeel, inhuuruitgaven en overige personele uitgaven. De materiële uitgaven zijn onderverdeeld in ICT-uitgaven, bijdragen aan shared service organisaties (SSO's), bijdrage aan agentschap DICTU en overige materiële uitgaven.

Tabel 32 Apparaatsuitgaven kerndepartement en diensten Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

555.203

618.650

612.753

564.678

509.495

469.369

408.537

        

Uitgaven

555.203

618.650

612.753

564.678

509.495

469.369

408.537

        

Personele uitgaven

       

eigen personeel

367.384

388.330

426.962

396.555

357.046

318.903

266.300

inhuur externen

48.182

36.424

24.412

23.220

16.799

16.321

15.139

overige personele uitgaven

5.938

18.425

23.541

18.734

17.526

17.333

13.977

        

Materiële uitgaven

       

ICT

8.349

20.455

26.057

13.977

14.233

14.253

13.727

bijdrage aan SSO's

10.901

28.107

28.013

27.883

7.238

7.189

35.404

bijdrage aan agentschap DICTU

46.003

37.268

35.174

35.327

31.988

31.116

31.116

overige materiële uitgaven

68.446

89.641

48.594

48.982

64.665

64.254

32.874

        

Ontvangsten

57.560

95.974

33.234

33.802

30.981

30.257

30.257

Overig

57.560

95.974

33.234

33.802

30.981

30.257

30.257

Toelichting op de uitgaven

Personele uitgaven

De personele uitgaven betreffen alle personeelsuitgaven voor het kerndepartement en de diensten. De ramingen voor eigen personeel en externe inhuur zijn afzonderlijk gespecificeerd. Ook de «overige personele uitgaven» zijn apart gespecificeerd. Hieronder vallen onder andere het sociaal plan, wachtgelduitgaven en kosten voor de landsadvocaat.

Van de totale begrote personele uitgaven in 2027 betreft ongeveer € 21,2 mln het CPB, € 107,4 mln de ACM en € 30,8 mln het SodM.

Materiële uitgavenMateriële uitgaven betreffen alle materiële uitgaven van het kerndepartement en de diensten in het kader van de bedrijfsvoering. Dit omvat onder andere huisvesting, communicatie, ICT en de bijdrage aan het Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) dat gepositioneerd is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Vanaf de begroting 2014 zijn de uitgaven voor ICT en bijdrage aan shared service organisaties (SSO’s) apart zichtbaar gemaakt. ICT bevat zowel de uitgaven voor projecten als structurele uitgaven (onderhoud, licenties en vervanging). De bijdragen aan SSO’s betreffen onder andere uitgaven voor O&P Rijk en FMHaaglanden. De bijdrage aan DICTU is bestemd voor ICT-dienstverlening aan het kerndepartement. Het betreft hier werkplekservices, infrabeheer en applicatieservices.

Van de totale begrote materiële uitgaven in 2027 betreft ongeveer € 4,2 mln het CPB, € 29,6 mln de ACM en € 5,0 mln het SodM.

Toelichting op de ontvangsten

Onder «Overig» vallen de ontvangsten van kerndepartement en de diensten van EZK. De ontvangsten betreffen bij de ACM de bijdragen uit de markt voor de sectoren energie, telecommunicatie, vervoer en post alsook de vergoedingen voor fusiemeldingen (begroot op € 24,3 mln in 2027). Het CPB ontvangt gelden van ministeries en de Europese Commissie (begroot op € 1,6 mln in 2027). De ontvangsten van het SodM zijn in 2026 begroot op circa € 1,4 mln en betreffen retributieontvangsten. De overige ontvangsten ter grootte van € 5,9 mln in 2027 betreffen ontvangsten van het kerndepartement. Het gaat onder andere om retributieontvangsten voor mijnbouwvergunningen.

Externe inhuur

Voor 2027 wordt voor het concern EZK een percentage externe inhuur voorzien dat boven de Roemer-norm ligt (maximaal 10% van de personeelskosten voor externe inhuur). Onderstaande tabel geeft de percentages externe inhuur weer voor het kerndepartement en voor de taakorganisaties van EZK.

Tabel 33 Percentage externe inhuur
 

2025

2026

2027

Kerndepartement

11,1%

10,0%

12,3%

Autoriteit Consument & Markt

11,4%

11,0%

9,2%

Centraal Planbureau

1,4%

1,0%

1,5%

Staatstoezicht op de Mijnen1

22,8%

10,0%

14,0%

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

23,1%

22,7%

22,2%

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur

18,4%

21,9%

19,8%

Dienst ICT Uitvoering

46,3%

40,5%

22,4%

Nederlandse Emissieautoriteit

14,8%

13,2%

8,4%

Totaal

18,7%

16,3%

12,4%

1

Door invoer van programmabegrotingen voor KGG is de NEa overgegaan naar de departementale begroting van EZK.

  • De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voert opdrachten uit voor meer dan tien ministeries. Het opdrachtenpakket is sterk afhankelijk van de dynamiek in de politiek. Om te kunnen anticiperen op de vraag van opdrachtgevers is een flexibile schil noodzakelijk, bijvoorbeeld bij het onder politieke druk snel uitvoeren van een regeling. RVO heeft een personeelsbeleid waarbij wordt ingezet op het optimaliseren van deze flexibele schil. Hierbij wordt beoordeeld op welke functies wordt ingehuurd en waar mogelijk wordt ingezet op verambtelijking. Daarnaast speelt dat op sommige specialistische functies verambtelijking lastig is (bijvoorbeeld binnen het IV-domein).

  • Rijksinspectie Digitale Infrastructuur heeft hoofdzakelijk externe inhuur op de IV-functies (IT en Data) naast een aantal zeer specialistische functies op de werkvelden die vanuit Europese wet- en regelgeving opgedragen zijn (NIS, AI, CER, CRA enz.). De concurrentie op de arbeidsmarkt is hoog voor deze functies waardoor inhuur in veel gevallen de enige optie is. In sommige gevallen leidt ook de uitstel van wetgeving ertoe dat er met inhuurcontracten moet worden gewerkt. Jaarlijks herijkt RDI de verwachting rondom de benodigde inzet van de externe inhuur. Ook zet RDI bij gebleken geschiktheid en waar dat kan altijd in op het omzetten van extern personeel naar ambtelijk personeel.

  • DICTU is een IT-organisatie binnen de Rijksoverheid. Voor een IT-organisatie is de Roemer-norm van 10% niet realistisch.17Door structurele krapte op de arbeidsmarkt, complexiteit van rijks-IT en benodigde specialistische rollen, alsook projectmatige dynamiek maken dat een hogere externe inhuur onvermijdelijk is. Een meer genuanceerde, risicogestuurde norm past beter bij de realisateit en bij de ambities van digitale autonomie en continuïteit. Vanwege het huidige beeld is een fte-verhouding van 85/15 (intern/extern), oftewel een inhuurpercentage van 17,6%, bij DICTU als ultiem streven realistisch. Om de inhuur te beperken neemt DICTU de volgende maatregelen: actieve werving en branding, verscherpt toezicht op de duur van inhuur, verambtelijking en samenwerking met hogescholen en universiteiten en investeren in de kansen en ontwikkeling van medewerkers waarbij opleiding, omscholing en doorstroom worden bevorderd. Hiermee zet DICTU in op duurzame inzetbaarheid.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen, ZBO’s en RWT’s

De onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor EZK weer. Hierbij zijn de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de diensten alsook de apparaatskosten van de agentschappen en de ZBO’s en RWT’s (voor zover deze via de Rijksbegroting gefinancierd worden) weergegeven.

Tabel 34 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1. Totaal apparaatsuitgaven ministerie

555.203

618.650

612.753

564.678

509.495

469.369

408.537

Kerndepartement (beleid en staf)

377.804

419.304

414.697

387.383

344.763

310.492

258.318

        

Apparaatsuitgaven diensten

       

Centraal Planbureau (CPB)

25.082

24.947

25.347

22.946

21.488

20.133

19.633

Autoriteit Consument en Markten (ACM)

115.159

134.665

136.919

121.312

115.928

112.299

104.611

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)1

37.158

39.734

35.790

33.037

27.316

26.445

25.975

        

2. Totaal apparaatskosten agentschappen

       

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)

98.652

107.238

121.144

125.364

119.984

120.410

121.646

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

271.113

343.374

253.258

258.323

263.490

268.760

274.135

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

28.984

35.048

38.798

41.347

42.456

45.668

43.963

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

1.268.452

1.175.939

1.137.549

1.061.884

966.032

894.709

858.499

        

3. Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

2025

2026

     

Centraal Bureau voor de Statistiek

273.098

277.466

     

Stichting COVA

2.1132

2.227

     

Raad voor Accreditatie

15.018

16.400

     

Bestuur Autoriteit Consument en Markt

798

954

     

TNO

734.461

744.732

     

Kamer van Koophandel

295.2353

304.300

     
1

De ministeriële verantwoordelijkheid over de Staatstoezicht op de Mijnen is overgedragen aan de Minister van Klimaat en Groene Groei. In de begrotingsadministratie moet dit nog verwerkt worden.

2

Bij het jaarverslag 2025 was €2.070 opgenomen, omdat de realisatie 2025 nog niet bekend was.

3

Bij het jaarverslag 2025 was € 295.253 opgenomen, omdat de realisatie 2025 nog niet bekend was.

In de bovenstaande tabel zijn onder andere de personele en materiële apparaatskosten van de agentschappen, ZBO’s en RWT’s vermeld. Deze apparaatskosten worden niet alleen door EZK gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. In de betreffende agentschapsparagrafen en de bijlage ZBO’s en RWT’s wordt dit nader toegelicht.

Tabel 35 Tabel apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van het kerndepartement en diensten (bedragen x € 1.000)
 

2027

Totaal apparaat

612.753

DG Klimaat en Energie

37.215

DG Bedrijfsleven en Innovatie

41.201

DG Realisatie Groene Groei

56.355

DG Economie en Digitalisering

22.593

DG Digitaliseringsbeleid Samenleving en Overheid

18.170

Raden en diensten CPB, ACM en SodM

203.999

Personele budgetten stafdirecties (incl. EZK-aandeel gezamenlijke onderdelen EZK/LVVN)

103.214

Materiele en centrale budgetten kerndepartement

130.006

Bovenstaande tabel maakt onderscheid naar de personele uitgaven van de directoraat-generalen en de stafdirecties. De materiële en centrale budgetten van het kerndepartement zijn apart inzichtelijk gemaakt en bestaan ondere andere uit kosten voor in- en uitbesteding en bijdragen aan SSO's. Ook de apparaatsuitgaven van de raden en diensten worden separaat weergegeven.

16

De leden van het Bestuur ACM vormen een ZBO. De uitgaven voor dit ZBO zijn geraamd op beleidsartikel 1.

17

Grip op ICT-inhuur | Rijksoverheid.nl

Artikel 41 Nog onverdeeld

Tabel 36 Budgettaire gevolgen artikel 41 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

        

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 41 worden gedaan. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats.

5. Begroting agentschappen

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

De Dienst ICT Uitvoering (DICTU) is een van de grotere ICT-dienstverleners binnen de Rijksoverheid. DICTU ondersteunt met name de primaire processen van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en gelieerde uitvoeringsorganisaties.

Tabel 37 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

412.218

436.873

440.221

443.752

447.467

451.368

waarvan Applicatie Services

172.602

168.095

171.457

174.886

178.384

181.952

waarvan Ontwikkelopdrachten

48.269

62.107

63.349

64.616

65.908

67.226

waarvan Generieke Diensten

62.649

66.759

68.094

69.456

70.845

72.262

waarvan Werkplekservices

116.890

129.723

126.928

124.194

121.518

118.900

waarvan Overig

1.557

1.938

1.977

2.016

2.057

2.098

waarvan Generieke eBS

10.250

8.251

8.416

8.584

8.756

8.931

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan A

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan B

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan C

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

200

200

200

200

200

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

412.218

437.073

440.421

443.952

447.667

451.568

 

0

0

0

0

0

0

Lasten

0

0

0

0

0

0

Apparaatskosten

343.374

253.258

258.323

263.490

268.760

274.135

- Personele kosten

238.793

216.740

221.075

225.496

230.006

234.606

waarvan eigen personeel

136.897

162.665

165.919

169.237

172.622

176.074

waarvan inhuur externen

96.616

48.574

49.546

50.537

51.547

52.578

waarvan overige personele kosten

5.281

5.500

5.610

5.723

5.837

5.954

- Materiële kosten

104.581

36.518

37.249

37.994

38.754

39.529

waarvan apparaat ICT

2.319

4.863

4.961

5.060

5.161

5.264

waarvan bijdrage aan SSO's

28.236

27.934

28.493

29.062

29.644

30.237

waarvan overige materiële kosten

74.027

3.721

3.795

3.871

3.949

4.028

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

52.656

160.104

158.386

156.751

155.196

153.722

Rentelasten

760

924

925

925

925

925

Afschrijvingskosten

14.928

22.276

22.276

22.276

22.276

22.276

- Materieel

11.346

14.427

14.427

14.427

14.427

14.427

waarvan apparaat ICT

11.346

14.427

14.427

14.427

14.427

14.427

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

- Immaterieel

3.582

7.850

7.850

7.850

7.850

7.850

Overige lasten

500

510

510

510

510

510

waarvan dotaties voorzieningen

500

510

510

510

510

510

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

412.218

437.073

440.421

443.952

447.667

451.568

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de baten

Als gevolg van volume en prijseffecten is de omzet in 2027 hoger uitgekomen dan begroot in 2026. Vanaf 2028 wordt een daling verwacht van de werkplekservices door de afname van het aantal Rijksambtenaren als gevolg van het invullen van de taakstelling bij de afnemers van DICTU. De afname is in lijn met de besloten ontwikkeling van de personele budgetten binnen EZK.

Door een ingezette stijgende vraag naar ontwikkelopdrachten, onder andere naar ontwikkeling van websites, stijgt de post «Ontwikkelopdrachten» vanaf 2027. De post «Werkplekservices» neemt in 2027 nog toe doordat de verwachte daling naar de vraag van werkplekken door Rijksbrede taakstellingen nog niet is ingezet.

Als gevolg van bestuurlijke besluitvorming om de overstap van Generieke eBS naar de Cloud versie Fusion stop te zetten in het kader van soevereine overwegingen, is de post «Generieke EBS» verlaagd.

Tabel 38 Baten als tegenprestatie voor de levering van goederen en/of diensten (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten vanuit moederdepartement

260.722

279.484

281.626

283.885

286.262

288.758

Baten vanuit overige departementen

150.779

155.270

156.460

157.715

159.035

160.422

Baten vanuit partijen anders dan departementen

717

2.119

2.135

2.152

2.170

2.189

Totaal

412.218

436.873

440.221

443.752

447.467

451.368

Toelichting op de lasten

Personele Kosten

In 2027 zet DICTU onverminderd in op verambtelijking van het personeelsbestand, waardoor de bezetting uitkomt op de geplande formatie. De ambitie voor 2028 en verder komt uit op een verhouding intern/extern van 85/15 in FTE. De DICTU bedrijfsstrategie en de daarvan deel uitmakende sourcing strategie werkt toe naar een samenwerking met Rijkspartners en meer doen door en met marktpartijen. Dit leidt in 2027 en verder tot een verschuiving van uren (post «Inhuur externen») naar inkoop van diensten bij Rijkspartners dan wel marktpartijen (post «Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten»).

Materiele kosten

De taakstelling voor 2027 en verdere jaren is verwerkt in de post «Materiele kosten, waarvan bijdrage aan SSO’s».

Rentelasten

De hogere rentelasten worden veroorzaakt door hogere rentepercentages op leningen.

Afschrijvingskosten

De toename van de post «Immateriele Afschrijvingskosten» ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt door een grote investering in 2026 in soevereine platformen en Cloudoplossingen. De materiele afschrijvingskosten zijn met name hoger door hogere afschrijvingskosten servers.

Tabel 39 Kasstroomoverzicht over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

31.361

15.407

15.407

15.407

15.407

15.407

15.407

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

415.884

412.218

436.873

440.221

443.752

447.467

451.368

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 392.184

‒ 397.290

‒ 414.796

‒ 418.144

‒ 421.676

‒ 425.391

‒ 429.292

2.

Totaal operationele kasstroom

23.700

14.928

22.076

22.076

22.076

22.076

22.076

 

-/- totaal investeringen

‒ 12.565

‒ 20.000

‒ 66.500

‒ 25.000

‒ 20.000

‒ 20.000

‒ 20.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

29

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 12.536

‒ 20.000

‒ 66.500

‒ 25.000

‒ 20.000

‒ 20.000

‒ 20.000

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 6.794

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

135

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 17.906

‒ 14.928

‒ 22.076

‒ 22.076

‒ 22.076

‒ 22.076

‒ 22.076

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

14.861

20.000

66.500

25.000

20.000

20.000

20.000

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 9.704

5.072

44.424

2.924

‒ 2.076

‒ 2.076

‒ 2.076

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

32.821

15.407

15.407

15.407

15.407

15.407

15.407

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom geeft de kasstroom weer uit de reguliere bedrijfsuitoefening.

Investeringskasstroom

In 2027 is er een hoger investeringsniveau dan aanvankelijk begroot, als gevolg van investeringen in soevereine nieuwe platformdiensten. Op langere termijn verwacht DICTU op een lager investeringsniveau uit te komen vanwege de implementatie van de nieuwe platformdiensten.

Financieringskasstroom

DICTU begroot een financieringskasstroom welke aansluit bij het begrote investeringsniveau en het beroep op de leenfaciliteit.

Tabel 40 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Stand Slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Omschrijving generiek deel

       

Kostprijzen per product (groep)

       

a. Basistarief Cloud Werkplek (CW)

3.019

2.916

2.557

2.608

2.660

2.714

2.768

Tarieven/uur

       

a. Senior medewerker (ontwikkeling)

160

164

151

154

157

160

163

b. Medior medewerker (bouw)

126

129

119

122

124

127

129

c. Junior medewerker (test en beheer)

107

109

101

103

106

107

109

Indicatoren

       

Aantal Cloudwerkplekken

20.597

19.056

21.474

20.707

20.008

19.336

18.691

FTE-totaal (excl. externe inhuur)1

1.067

1.173

1.301

1.301

1.301

1.301

1.301

Aantal interne FTE’s in percentage van het totale aantal FTE’s

65,2%

71,6%

85,0%

85,0%

85,0%

85,0%

85,0%

Saldo van baten en lasten (%)

3,42%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Ziekteverzuim

5,8%

4,0%

4,0%

4,0%

4,0%

4,0%

4,0%

Klanttevredenheid

7,6

7

7

7

7

7

7

Beschikbaarheid applicaties

99,5%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

Aantal grote verstoringen2

3

max 5

max 5

max 5

max 5

max 5

max 5

Eindgebruikerstevredenheid afhandeling incidenten

8,7

7,0 ‒ 7,5

7,0 ‒ 7,5

7,0 ‒ 7,5

7,0 ‒ 7,5

7,0 ‒ 7,5

7,0 ‒ 7,5

Oplospercentage 1e lijn helpdesk

82%

75%

75%

75%

75%

75%

75%

Servicedesk; in 1 keer geholpen

81%

80%

80%

80%

80%

80%

80%

Servicedesk; dienstverleningsniveau volgens afspraken

66%

85%

85%

85%

85%

85%

85%

Betalingen aan crediteuren: min. 95% cf. betaaltermijn

98,7%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

1

Gemiddeld aantal FTE over het jaar.

2

Dit zijn nieuwe indicatoren. Een grote verstoring is minimaal een type C1 verstoring conform de prioriteitenmatrix Incidenten DICTU.

Basistarief Cloud Werkplek (CW)

In verband met een stelselwijziging in de doorrekening van de tarieven in combinatie met een besparingsdoelstelling, resulteert dit in een tariefsverlaging van de Cloud Werkplek van 12,3% in 2027.

Uurtarieven

In verband met een stelselwijziging in de doorrekening van de tarieven dalen de uurtarieven met gemiddeld 7,7% in 2027.

Aantal Cloudwerkplekken

Het aantal Cloud werkplekken is in 2025 en 2026 hoger dan vooraf ingeschat ondanks een verwachte daling van het aantal medewerkers van EZK en LVVN i.v.m. de Rijksbrede taakstellingen. Ook in 2027 zal de vraag naar het aantal werkplekken naar verwachting nog stijgen dan aanvankelijk begroot in de ontwerpbegroting 2027. Daarna zal de verwachte daling inzetten gezien ook de krimp in personele budgetten van EZK en LVVN.

Aantal interne FTE’s in percentage van het totale aantal FTE’s

Het percentage interne FTE’s stijgt vanaf 2026, dat heeft enerzijds te maken met de inzet op verambtelijking, anderzijds door de implementatie van een andere sourcingstrategie.

Ziekteverzuim

Het meerjarig streefgemiddelde ziekteverzuim is 4%.

Klanttevredenheid

Iedere maand ontvangt een aantal willekeurige eindgebruikers een vragenlijst, waarin een oordeel gegeven kan worden over de werkplek, kantoor applicaties en bedrijfsapplicaties.

Beschikbaarheid applicaties

De beschikbaarheid van frontend-applicaties wordt gemeten door middel van tooling (BSM). Er wordt per applicatie gemeten per maand over beschikbaarstellingsperiode, exclusief overeengekomen onderhoudsperioden. De in de doelmatigheidsindicatoren opgenomen percentages betreffen basis en basis 24, met als doel de beschikbaarheid van 98%. Bij basis gaat het om beschikbaarheid op werkdagen van 7.00 ‒ 18.00 uur. Bij basis 24 op alle dagen 00.00 ‒ 24.00 uur.

Aantal grote verstoringen

Een grote verstoring is minimaal een type C1 verstoring conform de prioriteitenmatrix Incidenten DICTU.

Eindgebruikerstevredenheid afhandeling incidenten

Iedere dag wordt aan een aantal willekeurig gekozen personen die een incident hebben ingediend dat de dag ervoor is opgelost, een uitnodiging voor een onderzoek gestuurd dat betrekking heeft op de afhandeling van incidenten. De respondent kan op een tienpuntschaal aangeven in hoeverre de respondent tevreden is over de afhandeling van het betreffende incident. De KPI wordt gemeten per kalendermaand.

Oplospercentage 1e lijn helpdesk

Geeft streefpercentage (75%) aan van de calls die worden opgelost door de 1e lijn.

In één keer geholpen

80% van elk contact van een gebruiker met de Servicedesk dient direct afgehandeld te worden.

Dienstverleningsniveau volgens afspraken

Percentage meldingen (85%) bij de Servicedesk van gebruikers die binnen afgesproken dienstverleningsniveaus afgehandeld moeten te worden.

Betalingen aan crediteuren

Minimaal 95% van de betalingen aan leveranciers dient binnen de wettelijke betaaltermijn te zijn voldaan.

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is de onafhankelijke nationale autoriteit voor de uitvoering van en het toezicht op marktinstrumenten die bijdragen aan een klimaatneutrale samenleving. De NEa ondersteunt de uitvoering van het Europese Emissiehandelssysteem (EU ETS) en de systematiek Energie voor Vervoer (EV) in Nederland en houdt daar toezicht op. Dat doet de NEa door bedrijven te informeren, te adviseren en door toezicht te houden.

Daarnaast is de NEa onder andere de uitvoerder van de nationale CO2-heffing en de Inframarginale Elektriciteitsheffing (IME) en ziet NEa toe op het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen. De uitvoering van de wettelijke taken van het agentschap NEa valt onder de eindverantwoordelijkheid van het bestuur van de NEa dat een ZBO is.

Tabel 41 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van input

38.202

42.683

44.517

45.357

48.393

46.594

waarvan Beprijzing uitstoot

19.480

20.320

18.985

18.705

19.446

18.566

waarvan Bevordering van de inzet van hernieuwbare energie

9.610

13.560

14.309

14.833

16.299

15.655

waarvan Tweedelijnstoezicht

1.869

2.752

3.635

4.092

4.560

4.609

waarvan reductiemaatregelen import

5.382

5.987

7.573

7.712

8.073

7.749

waarvan IME

1.861

64

15

15

15

15

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

38.202

42.683

44.517

45.357

48.393

46.594

       

Lasten

      

Apparaatskosten

35.048

38.798

41.347

42.456

45.568

43.963

- Personele kosten

27.611

27.596

30.205

30.985

31.838

31.934

waarvan eigen personeel

22.820

23.063

25.323

26.187

26.779

26.917

waarvan inhuur externen

3.653

2.306

2.532

2.619

2.678

2.692

waarvan overige personele kosten

1.138

2.227

2.350

2.179

2.381

2.325

- Materiële kosten

7.437

11.202

11.142

11.471

13.730

12.029

waarvan apparaat ICT

2.334

3.909

3.911

3.912

3.913

3.915

waarvan bijdrage aan SSO's

3.613

6.246

6.423

6.748

9.003

7.300

waarvan overige materiële kosten

1.490

1.046

809

811

813

814

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

1.571

1.769

1.860

1.809

1.891

2.020

Rentelasten

91

91

112

128

144

150

Afschrijvingskosten

1.492

2.025

1.198

963

790

461

- Materieel

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

- Immaterieel

1.492

2.025

1.198

963

790

461

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

38.202

42.683

44.517

45.357

48.393

46.594

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de baten

De baten van de NEa betreffen vergoedingen van drie ministeries voor gerealiseerde kosten voor de taken die de NEa uitvoert in opdracht van die drie ministeries.

De baten zijn verdeeld over activiteiten. De NEa voert 21 verschillende taken uit. Deze taken zijn in de begroting als volgt gebundeld in 5 soorten taken:

Tabel 42 Taken NEa

Soort taak

Taak

Beprijzing uitstoot

ETS1 stationair

ETS1 Zeevaart

ETS1 Luchtvaart / Corsia

ETS2 Gebouwen en vervoer

CO₂-heffing Industrie

CO₂-minimumprijs elektriciteit

CO₂-minimumprijs industrie

Bevordering van de inzet van hernieuwbare energie

RED2/RED3 vervoer

ReFuelEU Aviation

FuelEU Maritime

Bijmengverplichting groen gas

RED3 industrie (jaarverplichting hernieuwbare waterstof)

Tweedelijns toezicht

Toezicht duurzaamheidscertificering

Bij- en meestook biomassa

Carbon Removal Certification Framework

Duurzaamheidskader biogrondstoffen

Gasrichtlijn

Reductiemaatregelen import

Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)

Methaanverordening

Overige taken

Inframarginale electriciteitsheffing (IME)

Verbod kolenstook

Beprijzing uitstoot

Het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) is een marktinstrument waarmee de Europese Unie de uitstoot van broeikasgassen kosteneffectief wil verminderen om zo haar klimaatdoelstellingen te realiseren. De handel in emissierechten is de handel in emissieruimte: het recht om een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen uit te stoten. Doordat vragers en aanbieders handelen in emissierechten, krijgt broeikasgasuitstoot een prijs. ETS omvat industriële installaties, Luchtvaart, Zeevaart, gebouwde omgeving en transport. Er wordt voor deze taken in 2027 nog 1 extra medewerker aangenomen.

Bevordering van de inzet van hernieuwbare energie

Alle EU-lidstaten zijn verplicht om zich in te spannen voor een toenemend aandeel hernieuwbare energie in het vervoer met een oplopend percentage. Dit wordt uitgebreid van vervoer naar luchtvaart, zeevaart, binnenvaart en industrie. Ook volgt een bijmengverplichting voor groen gas. Deze uitbreidingen zorgen voor een stijging van de begroting.De groei volgt uit het aannemen van extra medewerkers, in 2027 4 extra fte, stijgend tot 15 extra fte in 2031. De uitbreiding van de fte is deels voor nieuwe wetgeving, waar nu de voorbereidende fase voor loopt, en deels voor bestaande taken. De doelgroep groeit jaarlijks nog steeds en dat vergt ook extra capaciteit.

Tweedelijnstoezicht

Voor een aantal taken voert NEa tweedelijnstoezicht uit of is NEa de beoogd toezichthouder. Dit betreft toezicht op duurzaamheid vaste biomassa voor energietoepassingen (de bijstookregeling), toezicht op certificeringsorganen voor de REDIII, Toezicht op duurzaamheidskader biogrondstoffen en toezicht op het certificeringskader voor koolstofverwijdering (het Carbon Removal Certification Framework) en de gasrichtlijn. De groei volgt uit het aannemen van extra medewerkers voor deze vier taken, in 2027 3 extra fte, stijgend tot 11 extra fte in 2031.

Reductiemaatregelen import

Om ervoor te zorgen dat er eerlijke concurrentie plaatsvindt tussen Europese bedrijven en bedrijven buiten de EU worden diverse maatregelen genomen, waaronder CBAM en de methaanverordening. Vanaf 1 januari 2026 moeten geregistreerde importeurs een prijs gaan betalen voor de CO2 die is uitgestoten bij de productie van de geïmporteerde CBAM-goederen. De Methaanverordening voorziet in verschillende verplichtingen voor importeurs, waaronder de rapportageverplichtingen en de verplichting om de methaanintensiteit van geïmporteerde goederen te rapporteren. De NEa is samen met de Douane verantwoordelijk voor de uitvoering van deze regelingen. In 2027 en in 2028 worden in totaal 10 medewerkers aangenomen, om het team CBAM te versterken. Ook voor methaan wordt een extra medewerker aangenomen in 2027.

Overige taken

De overige taken betreffen met name de inframarginale elektriciteitsheffing (IME). De Europese Commissie heeft op 6 oktober 2022 — als gevolg van de destijds uitzonderlijk hoge energieprijzen — een noodverordening uitgevaardigd die de Europese lidstaten verplicht een pakket aan noodmaatregelen te nemen, waaronder een heffing op de marktinkomsten van elektriciteitsproducenten boven een vastgesteld bedrag. Deze taak is nagenoeg afgerond waardoor dit daalt naar bijna € 0, er is rekening gehouden met afrondende werkzaamheden.

Tabel 43 Baten als tegenprestatie voor de levering van input (x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten vanuit moederdepartemen

24.965

27.055

27.009

27.402

29.077

28.028

Baten vanuit overige departementen

13.237

15.628

17.508

17.955

19.316

18.566

Baten vanuit partijen anders dan departementen

0

0

0

0

0

0

Totaal

38.202

42.683

44.517

45.357

48.393

46.594

Baten vanuit moederdepartement

De baten vanuit EZK zijn een vergoeding voor het leveren van producten en diensten betreffende wettelijke en niet wettelijke taken vanuit ETS, werkzaamheden voortkomend uit de Richtlijnen voor hernieuwbare energie en brandstoffenkwaliteit en werkzaamheden voor het project Inframarginale Elektriciteitsheffing (IME).

De baten zijn in 2026 aanzienlijk gestegen, als gevolg van nieuwe taken in het kader van beprijzing uitstoot. Vanaf 2027 stijgen de baten met name door stijging van werkzaamheden voor het tweedelijnstoezicht en de bevordering van inzet van hernieuwbare energie. De tijdelijke taak IME daalt bijna naar € 0, er is nog rekening gehouden met afrondende werkzaamheden.

Baten vanuit overige departementen

De baten vanuit overige departementen bestaan uit baten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en het Ministerie van Financiën.

De baten vanuit IenW (€ 11 mln in 2027) betreffen de wettelijke of daarmee sterk verbonden taken op het gebied van Hernieuwbare Energie. De baten stijgen, als gevolg van het aannemen van extra medewerkers voor de drie taken van IenW: Red3 Vervoer, Fuel EU Maritime en Refuel EU Aviation.

De baten van het Ministerie van Financiën (€ 4,6 mln in 2027) betreffen de uitvoering van Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de Europese buitengrens. De uitvoering van deze taak is gestart in 2025. De kosten stijgen als het gevolg van het aannemen van 6 medewerkers in 2027 en 4 in 2028. Deze medewerkers zullen taken uitvoeren die zijn ontstaan met het in werking treden van de definitieve periode voor CBAM op 1 januari 2026. Deze medewerkers worden in de loop van 2027 en 2028 aangenomen en tellen pas het jaar erna volledig mee in de kosten.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De stijging van de kosten van fte komt doordat er extra personeel wordt aangenomen voor nieuwe taken die in uitvoering worden genomen of uitbreiding van bestaande taken. In de periode van 2027 tot en met 2031 betreft dit ongeveer 52 nieuwe medewerkers.

De kosten van inhuur dalen in 2027, omdat de inhuur voor het tijdelijke project IME niet meer nodig is. In de begroting is wel rekening gehouden met de kosten voor reguliere inhuur. Dit is 10% van de kosten eigen personeel. Het percentage komt overeen met de Roemernorm.

De overige personele kosten stijgen in 2027 ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026 met € 1 mln, omdat in 2026 geen rekening is gehouden met de reservering vakantie- en IKB-uren. Verder stijgen de overige personele kosten mee in verhouding met de kosten van fte.

Materiele kosten

De ICT-kosten stijgen in 2027 met € 1,6 mln.

  • Dit betreft voor € 1,2 mln een stijging van de kosten voor beheer van systemen doordat er voor de nieuwe taken veel nieuwe systemen (portalen) zijn gebouwd in de afgelopen jaren.

  • Verder gaan de kosten voor de cloudserver € 0,3 mln omhoog, omdat NEa naar alle waarschijnlijkheid over gaat van een Amerikaanse naar een Europese provider.

  • Tot slot worden er vanaf 2026 kosten voor laksoftware in rekening gebracht voor € 0,1 mln die niet in de ontwerpbegroting zijn opgenomen.

De kosten van SSO’s stijgen in 2027 met € 2,6 mln en blijven stijgen de jaren erna. Dit betreft onder meer kosten voor huisvesting, kantoorautomatisering en administratie. De stijging heeft drie hoofdoorzaken:

  • Als gevolg van een noodgedwongen uitvaring van de ondersteuning van IenW op zowel inkoop, financieel als informatiehuishouding gebied, migreert de NEa in 2026 haar inkoopactiviteiten en document management systeem (DMS) en per 01-01-2027 haar financiële administratie. Dit veroorzaakt een structurele kostenstijging. Voor 2027 is dat van € 0,2 mln voor inkoop, € 0,8 mln voor het DMS en € 0,8 mln voor de administratie.

  • De SSO’s brengen steeds meer kosten in rekening die voorheen niet werden doorbelast. EZK gaat bijvoorbeeld kosten doorbelasten voor P-Direkt (€ 0,1 mln) en O&P (€ 0,1 mln). Ook de door SSC-ICT doorbelaste kosten stijgen flink, door gestegen tarieven en door extra posten die doorbelast worden (€ 0,3 mln).

  • De rest van de stijging is gerelateerd aan de stijging van fte bij de NEa.

In 2030 is een piek in de kosten. In dat jaar is de verhuizing van de NEa naar een nieuw pand gepland. Daaraan verbonden vindt in hetzelfde jaar een overstap plaats naar een andere SSO voor de kantoor gebonden ICT.

De overige materiele kosten dalen met name doordat een paar posten (met name bemonstering) uit de ontwerpbegroting voor in totaal € 0,4 ml. in 2027 zijn verplaatst naar kosten uitbesteed werk en overige externe kosten.

Kosten uitbesteed werk en overige externe kosten

Per saldo stijgen de kosten met € 0,2 mln.

  • Deze kosten stijgen ten eerste met € 0,4 mln doordat een paar posten uit de ontwerpbegroting zijn verplaatst naar kosten uitbesteed werk en overige externe kosten, zoals hierboven ook aangegeven.

  • Ten tweede stijgen de kosten voor uitbesteding van werkzaamheden voor beoordeling van de monitoringsplannen voor ETS2 en Zeevaart met € 0,1 mln.

  • De stijging wordt getemperd door een daling van de kosten van € 0,3 mln in verband met minder uitbesteding van CBAM-werkzaamheden. Na het opstellen van de ontwerpbegroting 2026 werd de wet- en regelgeving met betrekking tot CBAM aangepast, waardoor onder meer de uitbestedingskosten lager worden ingeschat dan waar in de ontwerpbegroting 2026 rekening mee werd gehouden. De kosten zijn lager geworden met name doordat minder bedrijven uiteindelijk onder de CBAM-regeling vallen dan oorspronkelijk was bedacht.

Rentelasten

Dit betreft kosten voor de leenfaciliteit.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten op immateriële activa zijn gebaseerd op de activering van kosten van de bouw van diverse portalen, zoals het Emissiehandel portaal (EHP), het CO2 Heffingsregister (CHeR) en het Register Energie voor Vervoer (REV). Vanwege ontwikkeling en ingebruikname van nieuwe portalen voor de nieuwe taken (o.a. ETS2 en ETS Lucht- en Zeevaart) nemen de afschrijvingskosten in 2026 tot en met 2028 toe, daarna dalen ze weer.

Tabel 44 Kasstroomoverzicht over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

9.943

3.094

3.137

3.974

3.725

3.193

2.383

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

37.080

38.202

42.683

44.517

45.357

48.393

46.594

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 26.459

‒ 36.711

‒ 40.658

‒ 43.319

‒ 44.394

‒ 47.603

‒ 46.133

2.

Totaal operationele kasstroom

10.621

1.491

2.025

1.198

963

790

461

 

-/- totaal investeringen

‒ 1.340

‒ 500

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 1.340

‒ 500

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 1.007

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 1.348

‒ 1.448

‒ 1.188

‒ 1.447

‒ 1.495

‒ 1.600

‒ 2.000

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

500

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 2.355

‒ 948

812

553

505

400

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

16.869

3.137

3.974

3.725

3.193

2.383

845

De beginstand van de Rekening courant RHB in de ontwerpbegroting 2026 wijkt af van de eindstand in de verantwoording 2025. Dit kan gebeuren doordat de ontwerpbegroting 2026 in mei 2025 is opgesteld, ver voor het opstellen van de eindverantwoording 2025. Het hogere saldo eind 2025 wordt met name veroorzaakt doordat de NEa niet alle ontvangen bedragen heeft uitgegeven. Deze onderuitputting wordt in 2026 terugbetaald aan de opdrachtgevers.

Toelichting

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen en vooruit ontvangen en vooruitbetaalde bedragen.

Investeringskasstroom

De investering betreft de (door)ontwikkeling van software en portalen voor diverse taken, waaronder Hernieuwbare energie, Red3-Industrie (hernieuwbare waterstof), CBAM, ETS2 en Fuel EU Maritime.

Financieringskasstroom

Het beroep op de leenfaciliteit wordt gedaan voor hierboven vermelde investeringen.

Tabel 45 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Stand Slotwet 2025

OB 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Algemeen

       

FTE-totaal (exclusief externe inhuur)

140,5

196,0

211,1

233,3

241,4

247,1

248,4

Financieel

       

Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming (%)

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Emissiehandel

       

Geaggregeerd % vergunningsaanvragen en -mutaties afgehandeld binnen wettelijke termijn

71%

≥80%

≥80%

≥80%

≥80%

≥80%

≥80%

Voortgang toezichtsprogramma Emissiehandel

86%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Hernieuwbare Energie voor Vervoer

       

Opleveringsdatum Rapportage Energie voor vervoer In Nederland jaar t-1

11-7-2025

< 15 juli

< 15 juli

< 15 juli

< 15 juli

< 15 juli

< 15 juli

Voortgang toezichtsprogramma Hernieuwbare Energie

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Toelichting

Uitgangspunt van de NEa is dat zij op een doelmatige wijze haar rol als bevoegd gezag voor emissiehandel, hernieuwbare energie voor vervoer en brandstofkwaliteit binnen Nederland vervult. In bovenstaande tabel zijn de indicatoren voor de komende jaren weergegeven.

FTE-totaal (exclusief externe inhuur)

Hier wordt de groei weergegeven van het aantal medewerkers, weergegeven in fte (full time equivalent, dus gecorrigeerd voor deeltijd werken). De groei is toegelicht bij de personele kosten.

Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming (%)

De NEa streeft ernaar om geen winst of verlies te maken en dus een resultaat van € 0 te halen. Hierbij is van belang om de bedragen in de opdrachtbevestiging vanuit de opdrachtgevers niet te overschrijden. Indien kosten boven of onder de bijdrage uit de opdrachtbevestiging uitkomen, dient de NEa dit tijdig, en voorzien van een goede onderbouwing, te communiceren richting de opdrachtgever zodat een afwijkende/aanvullende opdracht kan worden verstrekt.

Geaggregeerd % vergunningsaanvragen en -mutaties afgehandeld binnen wettelijke termijn

Het gaat hier om het percentage vergunningsaanvragen en -mutaties bij Emissiehandel dat binnen de wettelijke termijn van 4 maanden is afgehandeld. In 2025 is het streefpercentage niet gehaald, doordat twee vergunningsaanvragen en één intrekking de wettelijke termijn hebben overschreden. We merken dat de 4 maands-termijn krap is, aangezien de zienswijzeperiode hierbinnen valt en de vergunningszaken tegenwoordig vaak heel complex zijn. Dat betekent ook dat er wordt gekeken op welke punten de huidige norm moet worden aangepast op de gewenste praktijk.

Voortgang toezichtsprogramma Emissiehandel

Dit betreft de voortgang van het gepland toezicht, dat bestaat uit inspecties en bureautoezicht, voor de doelgroep van ETS1 stationair. Daarnaast voert het team handhavende interventies uit. Deze zijn van nature niet planbaar, maar hebben wel prioriteit. Hierdoor kan de voor toezicht beschikbare capaciteit variëren, wat kan leiden tot een aanpassing van de inspectieplanning.

Opleveringsdatum Rapportage Energie voor vervoer in Nederland jaar t-1

De NEa is wettelijk verplicht om jaarlijks de Rapportage Hernieuwbare Energie voor Vervoer in Nederland te publiceren. Deze rapportage bevat informatie over de totale hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie in het kader van Energie voor Vervoer in een kalenderjaar.

Voortgang toezichtsprogramma Hernieuwbare Energie

Dit betreft de voortgang van het gepland toezicht, dat bestaat uit inspecties en bureautoezicht.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Tabel 46 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

1.403.429

1.387.882

1.298.563

1.184.527

1.099.675

1.056.595

Omzet Lumpsumopdracht

395.378

667.500

644.938

613.502

563.572

550.435

Omzet Nacalculatieopdrachten

869.956

582.287

515.530

432.930

398.008

368.066

Omzet Gemeenschappelijke Informatievoorziening en Dienstverlening

138.095

138.095

138.095

138.095

138.095

138.095

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

20.400

14.900

14.200

14.200

14.200

14.200

Waarvan bijdrage WaU en POK/Woo

20.400

14.900

14.200

14.200

14.200

14.200

Rentebaten

5.700

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

1.429.529

1.407.782

1.317.763

1.203.727

1.118.875

1.075.795

       

Lasten

      

Apparaatskosten

1.175.939

1.159.436

1.083.771

987.919

916.596

880.386

- Personele kosten

910.137

897.364

838.803

764.617

709.415

681.390

waarvan eigen personeel

669.358

664.446

626.377

586.817

561.219

555.608

waarvan inhuur externen

206.167

199.437

181.171

149.366

121.861

100.513

waarvan overige personele kosten

34.612

33.482

31.255

28.434

26.334

25.269

- Materiële kosten

265.801

262.071

244.968

223.302

207.181

198.996

waarvan apparaat ICT

62.893

62.010

57.964

52.837

49.023

47.086

waarvan bijdrage aan SSO's

186.725

184.105

172.090

156.870

145.544

139.795

waarvan overige materiële kosten

16.183

15.956

14.915

13.596

12.614

12.116

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

223.076

219.945

205.592

187.408

173.879

167.009

Rentelasten

1.360

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Afschrijvingskosten

11.400

11.400

11.400

11.400

11.400

11.400

- Materieel

100

100

100

100

100

100

waarvan apparaat ICT

0

     

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

100

100

100

100

100

100

- Immaterieel

11.300

11.300

11.300

11.300

11.300

11.300

Overige lasten

17.754

16.000

16.000

16.000

16.000

16.000

waarvan dotaties voorzieningen

17.754

16.000

16.000

16.000

16.000

16.000

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

1.429.529

1.407.782

1.317.763

1.203.727

1.118.875

1.075.795

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de baten

Tabel 47 Baten als tegenprestatie voor de levering van goederen en/of diensten (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten vanuit moederdepartemen

218.352

210.329

207.199

200.844

199.406

199.385

Baten vanuit overige departementen

1.153.638

1.150.610

1.061.655

945.612

861.852

816.988

Baten vanuit partijen anders dan departementen

31.439

26.943

29.709

38.071

38.416

40.223

Totaal

1.403.429

1.387.882

1.298.563

1.184.527

1.099.675

1.056.595

Tabel 48 Baten als tegenprestatie voor de levering van input (bedragen x €1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten vanuit moederdepartemen

20.400

14.900

14.200

14.200

14.200

14.200

Baten vanuit overige departementen

0

0

0

0

0

0

Baten vanuit partijen anders dan departementen

0

0

0

0

0

0

Totaal

20.400

14.900

14.200

14.200

14.200

14.200

Vanaf 2026 dient de omzetsegmentatie van een agentschap aan te sluiten bij de resultaatsturing. RVO heeft in de eerste suppletoire begroting 2026 na afstemming met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Ministerie van Financiën een wijziging doorgevoerd in de omzetsegmentatie.

Met ingang van de ontwerpbegroting 2027 is de toerekening van de omzet aan de verschillende segmenten nader aangescherpt, zodat deze beter aansluit bij de geldende definities en de beoogde segmentatie. Als gevolg hiervan verschuiven omzetbedragen tussen de segmenten ten opzichte van de presentatie in de eerste suppletoire begroting 2026. Deze verschuiving betreft uitsluitend een gewijzigde toerekening binnen de segmentering; de totale begrote omzet blijft ongewijzigd. Hierdoor zijn de cijfers op segmentniveau tussen 2026 en 2027 niet één-op-één vergelijkbaar.

RVO voert opdrachten uit voor verschillende opdrachtgevers. De onderstaande toelichtingen bevatten een algemene beschrijving van opdrachten per opdrachtgever. De omzet fluctueert per jaar als gevolg van veranderingen in de opdrachtenpakketten.

Moederdepartement (EZK)

Het opdrachtenpakket van EZK bestaat voornamelijk uit opdrachten vanuit Bedrijfsleven en Innovatie, Economie en Digitalisering.

DG Bedrijfsleven en Innovatie (DG B&I)

De begrote omzet 2027 voor DG B&I is € 155,9 mln. Nederland heeft een onverminderd hoge ambitie voor een toekomstbestendige en digitale economie. Speerpunten voor de komende tijd zijn beschreven in het coalitieakkoord: economische veiligheid en weerbaarheid, het terugdringen van regeldruk en administratieve lasten, inzetten op talent en het stimuleren van innovatie en investeringen, met name in domeinen en markten die belangrijke zijn voor de Nederlandse economie. Internationale en vooral Europese samenwerking blijft belangrijk en internationale waardeketens en grondstoffen zijn van wezenlijk belang voor de positie van het Nederlandse bedrijfsleven. De opdrachten die RVO uitvoert voor DG Bedrijfsleven en Innovatie richten zich dan ook op deze thema's.

DG Economie en Digitalisering (DG E&D)

De begrote omzet 2027 voor DG E&D is € 23,2 mln. Bouwen aan een toekomstbestendige digitale economie vraagt om strategische keuzes en gerichte investeringen die onze economie productiever en weerbaarder maken. Daarom zet het kabinet in op het versterken van onze strategische digitale autonomie met soevereine technologie. Dit vraagt om het versterken van cybersecurity en het afbouwen van risicovolle afhankelijkheden. Ook is het van belang onze productiviteit te vergroten en daarvoor integraal te sturen op onderzoek, innovatie, adoptie en opschaling. RVO draagt bij aan de realisatie van deze beleidsdoelen en bouwt mee aan de economie van de toekomst, zoals op het gebied van de sleuteltechnologieën Cyber, AI, Cloud en Quantum. Dat doen we bijvoorbeeld middels inzet vanuit Nederlands Cybersecurity Coördinatiecentrum (NCC-NL) voor cyberinnovatie, het Nationaal Groeifonds (NGF) ten behoeve van AI en Quantum, en Important Projects of Common European Interest, Cloud Infrastructuur en Services (IPCEI CIS) voor soevereine Cloud in Europa. Ook met inzet van RVO-expertise, netwerken en instrumenten voor financiële regelingen, zoals de Wet Bevordering Speur en Ontwikkelingswerk (WBSO) en innovatiekredieten, én op het gebied van inkoop, zoals Professioneel en Innovatief Aanbesteden Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers (PIANOo) en TenderNed, kunnen innovatie en adoptie van soevereine digitale technologie in onderlinge verbondenheid versterkt worden, waarbij de overheid desgewenst als launching customer kan optreden.

Overig

De begrote overige omzet 2027 vanuit het moederdepartement is € 31,2 mln. Het Inkoopuitvoeringscentrum (IUC) EZK/LVVN is ondergebracht bij RVO en voert inkooptaken voor beide ministeries en hun dienstonderdelen uit. Daarnaast zijn de Rijksbrede categorieën ICT Werkplek Rijk (IWR), ICT Professionals (ICT Profs), en Consumptieve Dienstverlening bij het IUC ondergebracht. Informatievoorziening is een belangrijk onderdeel van goed bestuur. De Unit Omgevingskennis levert voor de Ministeries EZK inclusief KGG en LVVN op dagelijkse basis de actualiteit op de beleidsthema's van de ministeries.

Omzet overige departementen

De omzet van RVO bestaat sinds de herverkaveling voor een groot deel uit de omzet overige departementen. Er is begroot dat de totale omzet van RVO in 2027 voor 81,7% bestaat uit omzet overige departementen.

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)

De begrote omzet 2027 voor LVVN is € 366,8 mln. Vanuit een opgavegerichte houding voert RVO opdrachten uit voor LVVN in het kader van eerlijke en verantwoorde landbouw en visserij. Economisch perspectief, duurzaamheid en welzijn bij het produceren in verbondenheid door boeren, tuinders en vissers staan centraal. Belangrijk hierbij is het herstel en behoud van Nederlandse natuur. Een belangrijk doel is ook om de internationale koppositie van de agrarische sector te verstevigen met een nadruk op het benutten van kennis en innovatie. Daarmee draagt Nederland bij aan de aanpak van het wereldvoedselvraagstuk. Regelingen die worden uitgevoerd door RVO zijn onder andere het Europees Gemeenschappelijk Landbouw- en Visserijbeleid, de Mestwetgeving en het beleid met betrekking tot Visserij, Natuur en Dierenwelzijn & gezondheid. Samen met LVVN kijkt RVO dan ook vroegtijdig naar haalbaarheid, uitvoerbaarheid en doenbaarheid teneinde een zo groot mogelijk maatschappelijk effect te realiseren.

Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG)

De begrote omzet 2027 voor KGG is € 192,1 mln. In opdracht van het beleidsterrein Klimaat en Groene Groei (KGG) voert RVO opdrachten uit die bijdragen aan de ontwikkeling van een toekomstbestendig, duurzaam en robuust energiesysteem. Daarbij ligt de nadruk op betrouwbare en betaalbare energievoorziening, versterking en verduurzaming van de energie-infrastructuur, het bijdragen aan oplossingen van de netcongestieproblematiek, stimulering van energiebesparing, energie-innovatie en uitvoering van klimaatbeleid. De maatschappelijke opgaven zijn complex door de sterke verwevenheid van vraag stukken rondom energievoorziening, mobiliteit, gebouwde omgeving, industrie en regionale ontwikkeling. Goede communicatie en intensieve samenwerking met markt, mede-overheden en samenleving zijn essentieel om tot uitvoerbare en gedragen oplossingen te komen. RVO voert in dit kader voor KGG verschillende financiële regelingen uit, waaronder de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+), Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing (ISDE), de regelingen die voortvloeien uit het missiegedreven innovatiebeleid (Topsector Energie (TSE), Missie gedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) en Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI)) en de Energie-investeringsaftrek (EIA). Daarnaast voert RVO een breed palet aan opdrachten uit, waaronder de opdracht Mijnbouwschade Limburg. Ook zullen de opdrachten vallend onder de transitie naar een circulaire economie worden overgedragen vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ)

De begrote omzet 2027 voor BZ is € 140,0 mln. RVO voert activiteiten uit op de beleidsterreinen van BZ en Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Voor het DG Internationale Samenwerking (DGIS) is de expertise en inzet van RVO met name toegespitst op duurzame handel en investeringen, ontwikkeling van de private sector, duurzame productieketens, verbeterd waterbeheer, sanitatie en drinkwater, toegang tot duurzame energie en het tegengaan van klimaatverandering in ontwikkelingslanden. RVO voert voor het DG Buitenlandse Economische Betrekkingen (DG BEB) de opdracht Internationaal Ondernemen uit. Uitgangspunt bij deze opdracht is het bieden van een volledig pakket aan diensten (kennis & regelingen) aan ondernemers, hetgeen hen ondersteunt in alle opeenvolgende stappen die zij nemen bij het realiseren van omzet in dan wel met het buitenland.

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)

De begrote omzet 2027 voor VRO is € 36,5 mln. RVO’s inzet is grotendeels toegespitst op twee grote deelonderwerpen: woningbouw en verduurzaming bestaande bouw. De focus ligt op het versnellen van de woningbouw door (her)ontwikkeling, (ver)bouwen en transformatie én op de verduurzaming van de gebouwde omgeving. RVO draagt bij aan het realiseren van deze doelen door het uitvoeren van regelingen, onderzoeken en verkenningen, het uitbrengen van adviezen of het aanreiken van data en monitoringsinformatie.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)

De begrote omzet 2027 voor BZK is € 341,5 mln. Digitaal zaken doen is voor ondernemers en overheid niet meer weg te denken. Met digitale diensten en platforms ondersteunt RVO ondernemend Nederland en medeoverheden rondom maatschappelijke beleidsthema's van het Ministerie van BZK. Dit speelt zich af in een landschap dat volop in beweging is, mede door de ontwikkeling van AI die nieuwe mogelijkheden en behoeften met zich meebrengt. RVO helpt bij informatievoorziening over wet- en regelgeving, en voorziet ondernemers van informatie over maatschappelijk verantwoord en veilig inkopen. Ook beheert RVO systemen en websites voor e-factureren en het Digitaal Ondernemers Plein. Ten behoeve van het Caribisch Gebied voert RVO opdrachten uit op beleidsdoelstellingen rondom openbaar bestuur en democratie. Ook verricht RVO werkzaamheden voor onder meer het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) en de Nationaal Coordinator Groningen (NCG).

De werkzaamheden voor Groningen en Ondergrond dragen bij aan het bereiken van de energietransitie. De grootste opdrachten zijn Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG), Ondersteuning Mijnbouwprojecten (OMP), Commissie Mijnbouwschade en Secretariaat Adviesorganen Mijnbouwwet (SAM).

De aanvragen tot schadevergoedingen door bodembeweging in het Groningse gasveld worden vanaf 1 juli 2020 afgehandeld door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Het IMG neemt hiertoe ondersteunende diensten af bij RVO. Deze ondersteunende diensten betreffen o.a. het voeren van de financiële administratie en het inlenen van personeel ten behoeve van de uitvoeringsorganisatie van het IMG. De uitvoeringskosten voor RVO ten behoeve van de ondersteuning van het (Bureau) IMG worden door het IMG jaarlijks in de begroting van het IMG opgenomen. RVO ontvangt van BZK de benodigde middelen voor het uitvoeren van deze opdracht. Voor het jaar 2027 is dit een raming die is omgeven met de nodige onzekerheden, aangezien er veel onzekere variabelen aanwezig zijn zoals het aantal binnenkomende schademeldingen. In lijn met de meerjarenbegroting van IMG verwacht RVO in 2028 minder werk, maar dit is wel sterk afhankelijk van de ontwikkelingen in de afhandelingen van de komende jaren.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)

De begrote omzet 2027 voor IenW is € 53,0 mln. De opdrachten die RVO voor IenW uitvoert zijn samen te vatten in drie maatschappelijke opgaven: (i) transitie naar een circulaire economie, (ii) slimme en groene mobiliteit en (iii) klimaatadaptatie. De opdrachten vallend onder de transitie naar een circulaire economie worden overgedragen naar EZK. Voor slimme en duurzame mobiliteit ondersteunt RVO IenW met kennis, instrumenten en netwerken op alle modaliteiten van fiets tot luchtvaart. Aan klimaatadaptatie werkt RVO via bijvoorbeeld het programma Water as Leverage of Ruimte voor de Rivier 2.0. Met het oog op de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord, de structurele stikstofaanpak, de strategie klimaatneutrale en circulaire infraprojecten en het Klimaatakkoord stimuleert RVO ook de aanschaf van schone mobiele werktuigen en bouwvoertuigen.

Ministerie van Defensie

De begrote omzet 2027 voor het Ministerie van Defensie is € 3,0 mln. In september 2025 is er een gezamenlijke Letter of Intent getekend door het Ministerie van Defensie en RVO. Sinds 2026 is het Ministerie van Defensie een nieuwe opdrachtgever voor RVO, met de toekenning van de eerste opdrachten. Het doel van het partnerschap is het versterken van het defensiegerichte ecosysteem door publieke instrumentatie, innovatiekracht, industriële capaciteit en ruimtelijke ontwikkelopgaven in samenhang op te pakken. Door zo veel mogelijk gebruik te maken van bestaande netwerken en infrastructuur wordt beoogd om effectief en efficiënt snelle stappen te zetten die ook op de lange termijn goed ingebed zullen zijn.

Daarnaast voert RVO voor een aantal andere ministeries opdrachten uit met een totale begrote omzet van € 16,8 mln.

Derden

De begrote omzet 2027 voor derden is € 26,9 mln. De omzet derden heeft betrekking op opdrachten voor de Europese Unie, de provincies en een aantal kleinere opdrachtgevers. De opdracht voor de provincies bevat onder andere de omzet voor het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer, de afronding van het Plattelands-ontwikkelingsprogramma 3 (POP3) en het Nationaal strategisch plan van provincies en het Ministerie van LVVN. Namens de Europese Unie en ministeries voert RVO verschillende opdrachten uit gericht op transities in lijn met de beleidsdoelen van departementen.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

RVO zet actief in op verambtelijking van medewerkers. Daarnaast zal RVO bij een daling in de omvang van het opdrachtenpakket in eerste instantie streven naar een afname van inzet van externe inhuur.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn onder te verdelen in directe en indirecte materiële kosten. De bijdragen aan Shared Service Organisaties (SSO’s) bestaan uit kosten voor producten en diensten van DICTU en het Rijksvastgoedbedrijf voor de huisvestingskosten. Daarnaast zijn automatiseringskosten (niet zijnde DICTU kosten) begroot onder apparaat ICT.

Tabel 49 Kasstroomoverzicht over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2025

1e suppletoire begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

264.465

297.521

276.741

263.721

248.721

231.421

215.461

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

1.309.292

1.429.529

1.407.782

1.317.763

1.203.727

1.118.875

1.075.795

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 1.245.438

‒ 1.418.129

‒ 1.396.382

‒ 1.306.363

‒ 1.192.327

‒ 1.107.475

‒ 1.064.395

2.

Totaal operationele kasstroom

63.854

11.400

11.400

11.400

11.400

11.400

11.400

 

-/- totaal investeringen

‒ 26.063

‒ 34.200

‒ 34.200

‒ 34.200

‒ 34.200

‒ 34.200

‒ 34.200

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

3.066

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 22.997

‒ 34.200

‒ 34.200

‒ 34.200

‒ 34.200

‒ 34.200

‒ 34.200

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 7.221

‒ 37.000

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

27.500

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 21.480

‒ 22.680

‒ 24.420

‒ 26.400

‒ 28.700

‒ 27.360

‒ 34.200

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

20.900

34.200

34.200

34.200

34.200

34.200

34.200

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 7.801

2.020

9.780

7.800

5.500

6.840

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

297.521

276.741

263.721

248.721

231.421

215.461

192.661

De investeringen worden gefinancierd via de leenfaciliteit van Ministerie van Financiën. De aflossingen op leningen stijgen op termijn omdat RVO een hoger investeringsniveau verwacht in vergelijking met eerdere jaren. In 2027 wordt ook geen eenmalige uitkering aan moederdepartement of eenmalige storting door moederdepartement verwacht. Dit was eenmalig in 2026 ter afroming van het positieve resultaat van 2025 en ter vorming van een bestemmingsfonds.

Tabel 50 Overzicht doelmaigheidsindicatoren
 

Stand Slotwet 2025

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Inputindicatoren

88%

88%

88%

88%

88%

88%

88%

Verhouding direct/indirect personeel

       
        

Outputindicatoren

       

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

6.116

5.950

5.900

5.600

5.250

5.050

5.000

Saldo van baten en lasten (%)

3,7%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

        

Kwaliteitsindicatoren

       

Klanttevredenheid

7,9

7,7

7,7

7,7

7,7

7,7

7,7

Gehonoreerde bezwaarschriften

33%

25%

25%

25%

25%

25%

25%

RVO maakt zijn overhead inzichtelijk met de indicator die het percentage geeft van de directe personele kosten als onderdeel van de totale personele kosten. Hoe hoger dit percentage van directe personele kosten, hoe lager de overhead. RVO streeft voor het totaal van de organisatie naar een percentage van 88% (overhead: 12%). De ambtelijke bezetting zal afnemen in de komende jaren. De verwachting is dat het opdrachtenpakket zal dalen, en de ambtelijk bezetting deze trend zal volgen. De tariefindex en het saldo van baten en lasten zijn indicatoren die aangeven dat RVO werkt met een kostendekkende begroting. De klanttevredenheid van de afnemers van de diensten van RVO worden ieder kwartaal gemeten, waarbij gestreefd wordt naar het realiseren van een hoge klanttevredenheid over de jaren heen. RVO streeft er naar maximaal 25% van de ontvangen bezwaarschiften te honoreren.

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)

Tabel 51 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

111.794

128.514

134.210

130.370

130.733

131.730

waarvan Uitvoering Telecom en cybersecurity

10.413

9.087

9.087

9.087

9.087

9.087

waarvan Toezicht Telecom en cybersecurity

56.996

74.706

79.461

76.219

77.237

78.254

waarvan Uitvoering overige wetten

6.328

5.843

6.879

6.281

5.626

5.606

waarvan Toezicht overige wetten

7.086

7.919

7.919

7.919

7.919

7.919

waarvan Toezicht i.k.v. Regeling Vergoedingen

30.971

30.959

30.864

30.864

30.864

30.864

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

770

710

830

960

1.060

1.190

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

112.564

129.224

135.040

131.330

131.793

132.920

       

Lasten

      

Apparaatskosten

107.238

121.144

125.364

119.984

120.410

121.646

- Personele kosten

73.916

83.819

83.804

83.804

83.803

83.804

waarvan eigen personeel

54.148

63.482

63.482

63.482

63.482

63.482

waarvan inhuur externen

15.228

15.551

15.551

15.551

15.551

15.551

waarvan overige personele kosten

4.540

4.786

4.771

4.771

4.770

4.771

- Materiële kosten

33.321

37.325

41.560

36.180

36.607

37.842

waarvan apparaat ICT

1.523

2.754

2.754

2.754

2.754

2.754

waarvan bijdrage aan SSO's

16.968

20.298

20.298

20.298

20.298

20.298

waarvan overige materiële kosten

14.829

14.273

18.508

13.128

13.555

14.790

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

301

301

366

457

457

457

Afschrijvingskosten

4.950

7.704

9.235

10.814

10.851

10.743

- Materieel

2.600

2.600

2.600

2.600

2.600

2.600

waarvan apparaat ICT

650

650

650

650

650

650

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

1.950

- Immaterieel

2.350

5.104

6.635

8.214

8.251

8.143

Overige lasten

75

75

75

75

75

75

waarvan dotaties voorzieningen

75

75

75

75

75

75

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

112.564

129.224

135.040

131.330

131.793

132.920

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Het saldo baten en lasten geeft het beeld van een kostendekkende (meerjarige) agentschapsbegroting.

Om dit resultaat te realiseren is het een randvoorwaarde om het uurtarief 2027 nominaal te laten stijgen met 0,27%. Daarmee komt het uurtarief gemiddeld uit op €172,03. De prijsstijging volgens de CPB-raming van maart 2027 zit op 3,13%. Tezamen met de stijging van het uurtarief komt de gewogen loon- en prijsstijging neer op 1,74%. In de agentschapsparagraaf is de efficiencykorting van kabinet-Schoof, de aanvullende taakstelling OCW en de efficiencytaakstelling van kabinet-Jetten verwerkt. Dit is gerealiseerd door de externe inhuur te verlagen met 2%, niet uit te breiden op huisvesting en een nieuwe visie op extern vergaderen waardoor de RDI optimaler gebruik maakt van interne vergaderfaciliteiten.

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)

De structurele bijdragen moederdepartement zijn in overeenstemming met de opdrachtverstrekkingen.

De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur gaat ervan uit dat de budgetten zoals beschikbaar bij de opdrachtgever(s), met inachtneming van de nominale loon- en prijsstijging, hierop aansluiten.

De omzet toezichttaken neemt in 2027 toe in verband met het intensiveren van toezicht op de NIS2 en de Cyber Resilience Act (CRA) en door de nieuwe opdrachten AI-act en toezicht aan de grens.

Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)

De omzet overige departementen geeft inzicht in de bijdrage die de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur ontvangt voor de uit te voeren opdrachten vanuit overige departementen. In 2027 is de omzet vanuit het Ministerie van KGG hoger als gevolg van intensivering Energiemeterwissel (EMW) en de nieuwe taak Energiewet metrologie.

Omzet derden (bedragen x € 1.000)

Onder Omzet derden staan alle opbrengsten die voortvloeien uit de werkzaamheden in het kader van de Telecommunicatiewet en overige opbrengsten uit de markt. Bij de vaststelling van de tarieven voor de Markt voor 2027 kijkt RDI naar de meerjarige kostendekking per categorie en maakt op basis daarvan een keuze voor de tariefmutatie.

Tabel 52 Baten als tegenprestatie voor de levering van goederen en/of diensten (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten vanuit moederdepartement

57.734

69.138

74.939

75.358

75.721

76.718

Baten vanuit overige departementen

26.896

32.291

32.281

28.022

28.022

28.022

Baten vanuit partijen anders dan departementen

27.164

27.085

26.990

26.990

26.990

26.990

Totaal

111.794

128.514

134.210

130.370

130.733

131.730

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De verwachte bezetting voor 2027 is 608,9 fte (incl. externe inhuur). De gemiddelde loonkosten per FTE worden voor ambtelijk en niet-ambtelijk personeel begroot op €129.805. Het percentage externe inhuur is financieel meerjarig begroot op 20% als gevolg van inbedding van nieuwe gespecialiseerde taken en de huidige krappe arbeidsmarkt. Dit is een verlaging van 2% ten opzichte van 2026.

Materiële kosten

De bijdrage aan SSO’s wordt grotendeels gevormd door de bijdrage aan Dienst ICT en Uitvoering (DICTU) en Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor de jaarlijkse dienstverleningsovereenkomst en onze huisvestingskosten. De bijdrage aan DICTU is voor kosten werkplekservices, infraservices, regulier beheer en licenties.

Rentelasten

De rente betreft de vergoeding die de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur betaalt voor leningen bij het Ministerie van Financiën om investeringen in vaste activa, zoals elektronische apparatuur, voertuigen en antennes, te financieren.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten nemen toe als gevolg van ICT-ontwikkelingen, aanschaf van meetapparatuur en installaties.

Dotaties voorzieningen

Voor 2027 is de dotatie voorzieningen dubieuze debiteuren begroot op € 75.000.

Tabel 53 Kasstroomoverzicht over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

28.227

27.455

36.429

39.810

43.347

47.138

52.314

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

91.272

112.564

129.224

135.040

131.330

131.793

132.920

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 79.875

‒ 98.965

‒ 121.445

‒ 125.730

‒ 120.441

‒ 120.867

‒ 122.102

2.

Totaal operationele kasstroom

11.397

13.599

7.779

9.310

10.889

10.925

10.817

 

-/- totaal investeringen

‒ 472

‒ 8.000

‒ 10.922

‒ 10.592

‒ 10.592

‒ 10.592

‒ 10.592

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 472

‒ 8.000

‒ 10.922

‒ 10.592

‒ 10.592

‒ 10.592

‒ 10.592

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

 

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

 

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 4.372

‒ 4.727

‒ 4.398

‒ 5.773

‒ 7.098

‒ 5.750

‒ 5.750

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

8.000

10.922

10.592

10.592

10.592

10.592

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 4.372

3.273

6.525

4.820

3.494

4.842

4.842

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

34.780

36.327

39.810

43.347

47.138

52.314

57.381

Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

De investeringskasstroom bestaat uit investeringen in materiële vaste activa zoals elektronische apparatuur, (elektrische) auto’s, antennes en ICT-projecten.

Financieringsstroom

Voor de financiering van de begrote investeringen wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën.

Tabel 54 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Stand Slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Omschrijving Generiek Deel

       

Kostprijzen per product (reële stijging Regeling Vergoedingen)

‒ 2,67%

‒ 2,67%

‒ 2,14%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Tarieven/uur (reële stijging)

‒ 2,51%

‒ 2,51%

‒ 2,87%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

466,2

440,0

544,9

544,9

544,9

544,9

544,9

Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming (%)

4,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Loonkosten per fte

€ 123.842

€ 127.741

€ 129.805

€ 129.805

€ 129.805

€ 129.805

€ 129.805

Een randvoorwaarde voor een kostendekkende begroting is het nominaal stijgen van de loon-prijs in 2027 van 1,74%. Ten opzichte van de loon- en prijsbijstelling van 3,13% volgens CPB-raming maart 2026. De reële stijging van het uurtarief voor 2027 is daarmee ‒ 2,87%.

De personeelskosten per FTE bedragen € 129.805. Doordat de nieuwe opdrachten van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur zeer specialistisch (soms extern) personeel vergen, stijgen de kosten per FTE. Het percentage externe inhuur bedraagt 20%. Dit is 2% lager dan in 2026. De RDI blijft de ambitie behouden om, waar dit verantwoord en uitvoerbaar is, in te zetten op verambtelijking van inhuur met als doel het betreffende percentage te verlagen.

6. Bijlagen

Bijlage 1: ZBO's en RWT's

Tabel 55 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) (bedragen x € 1.000)

Naam organisatie

RWT/ZBO

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

Centraal Bureau voor de Statistiek

RWT/ZBO

1

203.218

Kamerstuk 25 268, nr. 209

2026

Edelmetaal Waarborg Nederland

RWT/ZBO

1

Geen bijdrage

Kamerstuk 27 879, nr. 89

2027

Examinerende instanties als bedoeld in artikel 19 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008

RWT

1

Geen bijdrage

Evaluatieplicht niet van toepassing

nvt

Keuringsinstanties als bedoeld in artikel 10.3 Telecommunicatiewet

ZBO

1

Geen bijdrage

Evaluatieplicht niet van toepassing

nvt

Raad voor de Accreditatie

RWT/ZBO

1

907

Kamerstuk 25 268, nr. 203

2026

Bestuur Autoriteit Consument en Markt

ZBO

1

949

Kamerstuk 25 268, nr. 195

PM

VSL

RWT

1

14.101

Evaluatieplicht niet van toepassing

nvt

De in het kader van de Metrologiewet art. 11 en 12 aangewezen instanties en erkende keurders

ZBO

1

Geen bijdrage

Kamerstuk 33 159, nr. 7

2027

WaarborgHolland

RWT/ZBO

1

Geen bijdrage

Kamerstuk 27 879, nr. 89

2027

Kamer van Koophandel

ZBO

2

159.4931

Kamerstuk 32 637, nr. 302

PM

TNO

RWT/ZBO

2

260.661

Evaluatieplicht niet van toepassing

nvt

1

Dit bedrag is exclusief budgetfinanciering van het Handelsregister groot € 6.260.000.

Tabel 56 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder andere ministeries) (bedragen x € 1.000)

Naam organisatie

Ministerie

RWT/ZBO

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

NWO-TTW

OCW

ZBO

2

23.440

Bijlage 2: Specifieke uitkeringen Ministerie van EZK

Als het Rijk bijdragen onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten verstrekt, is op basis van artikel 15a lid 1 Financiële-verhoudingswet sprake van een specifieke uitkering. In deze bijlage is voor het Ministerie van Economische Zaken (XIII) aangegeven welke specifieke uitkeringen uitgekeerd worden en welke voornemens er zijn voor specifieke uitkeringen. De voornemens worden aangeduid met een «V» onder het kopje SiSa nummer (Single information Single audit). Indien nodig wordt er onder de tabel een toelichting gegeven.

Tabel 57 Overzicht specifieke uitkeringen (SPUKS) (bedragen x € 1 mln)

SiSa nr.

Onderdeel

Toelichting

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

Naam

Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT)

8,90

8,90

    
 

Korte duiding

De MIT stimuleert innovatie bij het midden- en kleinbedrijf (mkb) over regiogrenzen heen. Bovendien stimuleert de MIT dat het mkb bijdraagt aan de kennis- en innovatie-agenda's van de Missies voor de toekomst. De MIT kent verschillende instrumenten: R&D-samenwerkingsprojecten, haalbaarheidsstudies en kennisvouchers. Daarnaast is er geld beschikbaar voor TKI-Netwerkactiviteiten en TKI-Innovatiemakelaars.

      
 

Juridische grondslag

Ministriele regeling: Stcrt. 2023, 8117

      
 

Maatschappelijke effecten

Het doel van de MIT-regelingen is om het mkb aan te laten sluiten bij één of meer maatschappelijke thema’s. Vanaf 2021 gaat de MIT niet meer op basis van de innovatieagenda’s van de topsectoren, maar op basis van de KIA’s (Kennis Innovatie Agenda’s). De thema’s zijn opgedeeld in zes maatschappelijke Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s):Energie & DuurzaamheidGezondheid & ZorgVeiligheidSleuteltechnologieënLandbouw, Water en VoedselMaatschappelijk Verdienvermogen

      
 

Ontvangende partijen

Provincie Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Utrecht, Overijssel, Gelderland, Groningen (in de vorm van SNN als vertegenwoordiging van de 3 noorderlijke provincies) en de provincie Noord-Brabant (in de vorm van Stimulus als vertegenwoordiger van de 3 zuidelijke provincies).

      
 

Artikel

Beleidsartikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

      
         
 

Naam

Impulsaanpak winkelgebieden

 

7,40

2,10

   
 

Korte duiding

De Impulsaanpak Winkelgebieden (IW) ondersteunt gemeenten bij het toekomstbestendig maken van binnenstedelijke winkelgebieden. Het programma stimuleert integrale gebiedsgerichte projecten door het delen van kennis en expertise en biedt financiële ondersteuning aan gemeenten die samenwerken met maatschappelijke partners en private investeerders. De aanpak richt zich op het aantrekkelijker maken van winkelgebieden voor bewoners, ondernemers en bezoekers, met aandacht voor het terugdringen van leegstand, het toevoegen van woningen, het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en het creëren van meer groen. Door gezamenlijke investeringen worden winkelstraten en -gebieden duurzaam vernieuwd en versterkt.

      
 

Juridische grondslag

Ministriele regeling: Stcrt. 2023, 8117

      
 

Maatschappelijke effecten

Het doel van de Impulsaanpak Winkelgebieden (IW) is om binnenstedelijke winkelgebieden toekomstbestendig te maken en de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van deze gebieden te vergroten. De regeling ondersteunt integrale gebiedsgerichte projecten waarbij gemeenten samenwerken met maatschappelijke partners en private investeerders. De maatschappelijke effecten richten zich op het versterken van de lokale economie, het verminderen van leegstand, het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het creëren van aantrekkelijke winkelgebieden voor bewoners, ondernemers en bezoekers. De effecten zijn gericht op:- Vitale en toekomstbestendige winkelgebieden- Versterking van lokale economie en ondernemerschap- Vermindering van leegstand en verloedering- Verbetering van de leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit- Aantrekkelijke en bereikbare binnensteden en dorpscentra

      
 

Ontvangende partijen

47 gemeenten

      
 

Artikel

Beleidsartikel 2: Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

      
         

Totaal

  

8,90

16,30

2,10

0,00

0,00

0,00

Bijlage 3: Subsidieoverzicht

In deze bijlage zijn de subsidies van EZK opgenomen. De subsidiedefinitie van de Algemene wet bestuursrecht wordt hierin gebruikt. Deze wet definieert een subsidie als volgt (artikel 4.21 Awb):

"De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten".

Per beleidsartikel zijn de subsidie(-regelingen) opgenomen. Het subsidieoverzicht sluit zoveel mogelijk aan op de Verantwoord Begroten-categorie «subsidies» in de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen uit de begroting.

In lijn met Verantwoord Begroten zijn de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s niet vermeld als subsidies. De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s zijn terug te vinden in de bijlage «ZBO’s en RWT’s».

Voor een aantal subsidies is (nog) geen volgende evaluatie gepland. In veel gevallen gaat het om nieuwe subsidies die nog worden vormgegeven of subsidies die al enige tijd geleden zijn gestopt, waardoor alleen nog sprake is van uitfinanciering.

De einddatum geeft het moment aan dat de laatste verlening plaatsvindt of heeft plaatsgevonden. Voor een aantal subsidies, waarbij sprake is van een structurele subsidierelatie met een jaarlijkse verlening, is als einddatum ‘Jaarlijks’ opgenomen. Als periodiek besluitvorming plaatsvindt over de verlening, bijvoorbeeld over een volgende programmaperiode, is dit aangeduid als ‘Periodiek’.

Tabel 58 Subsidies (bedragen x € 1.000)

Art.

Naam Subsidie (regeling)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum Subsidie- (regeling) (jaartal)

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

1

Cybersecurity

6.967

1.345

1.250

0

0

0

0

Geen

Geen

2027

1

Subsidiemaatregel telecom Caribisch Nederland (Corona)

4.772

7.680

8.420

3.500

3.500

3.500

3.500

Geen

2026

Jaarlijks

1

EU-cofinanciering Digital Europe

6.131

8.047

8.826

11.115

1.031

0

0

Geen

2026

2027

1

Beter aanbesteden

9

      

2023

Geen

2024

1

AI-fabriek

5.600

481

351

0

17.330

18.294

30.257

Geen

2029

2031

1

PEGA - AI-fabriek

0

1.396

38.109

15.410

2.397

0

2.688

Geen

2029

2031

1

Kennisbasis beleidseconomie

0

0

172

172

172

172

0

Geen

 

Jaarlijks

1

IPCEI-AI

0

0

61.398

36.448

12.348

3.324

3.316

Geen

  

1

NGF - project AiNed

16.911

22.777

37.231

29.974

27.889

16.175

3.387

Geen

2027

2027

1

NGF - project Nationaal Onderwijslab

7.695

10.258

6.310

7.443

14.312

31.857

0

Geen

2026

2028

1

NGF - project 6G Future Network Services

24.608

34.700

42.840

34.840

28.840

11.692

250

Geen

2031

2025

1

NGF - projecten subsidieroute

22.067

20.831

20.201

15.340

11.453

11.453

11.453

Geen

2030

2031

1

Inkoopdomein

213

53

     

Geen

Geen

Geen

1

Digitale veiligheid

19.472

 

8.928

    

Geen

Geen

Geen

1

Subtotaal

114.445

107.568

234.036

154.242

119.272

96.467

54.851

   
            

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

2

MKB Innovatieregeling Topsectoren (MIT)

4.640

2.999

8.577

11.300

18.783

19.440

19.440

2023

2028

2025

2

Europese & Internationale programma's

20.140

58.854

77.863

72.017

102.845

128.348

120.582

2025

2030

Jaarlijks

2

Bevorderen ondernemerschap

18.472

12.711

17.110

11.487

13.978

13.541

13.761

2025

2030

Jaarlijks

2

Bijdrage aan ROM's

12.710

13.941

13.924

11.184

11.247

11.248

11.248

2022

2026

Periodiek

2

Startup-beleid

6.053

6.025

4.911

4.901

3.790

0

0

2023

2028

2028

2

Invest NL

12.740

10.881

9.407

9.066

9.132

9.132

9.132

2022

2027

Periodiek

2

Tegemoetkoming vaste lasten

10.326

6.902

0

0

0

0

0

2025

Geen

2022

2

Europees Defensie Fonds cofinanciering

138

100

2.058

0

0

0

0

Geen

2026

2024

2

Herstructurering winkelgebieden

15.537

12.939

13.755

20.788

8.739

775

0

Geen

2027

2024

2

R&D mobiliteitssectoren

24.664

8.216

4.700

0

0

0

0

Geen

2026

2022

2

NGF - project Health RI

11.000

11.000

8.467

5.000

0

0

0

Geen

2029

2028

2

NGF - project RegMed XB

5.959

2.271

821

1.661

2.292

0

0

Geen

2029

2028

2

NGF - project QuantumDeltaNL

54.780

70.000

70.409

59.928

30.148

42.980

74.553

Geen

2029

2033

2

NGF - project Oncode-PACT

58.543

31.875

31.000

31.000

29.000

0

 

Geen

2033

2025

2

NGF - project NXTGEN HIGH TECH

58.235

76.392

42.019

5.353

5.353

56.054

0

Geen

2031

2029

2

NGF - project PhotonDelta

47.993

86.964

50.000

35.720

10.000

10.000

10.263

Geen

2029

2027

2

NGF - project Opschaling PPS beroepsonderwijs

33.366

34.877

23.480

16.520

19.140

7.399

2.350

2025

2031

2027

2

NGF - project Material Independence & Circular Batteries

17.120

45.851

32.241

36.927

16.858

8.776

 

Geen

2032

2032

2

IPCEI Cloudinfrastructuur en services

9.735

10.784

11.693

11.987

7.823

4.279

4.250

Geen

2029

Jaarlijks

2

IPCEI Micro elektronica

20.660

81.378

21.637

44.951

17.053

525

975

Geen

2027

Jaarlijks

2

Tegemoetkoming Energiekosten

341

2.703

     

2025

Geen

2023

2

Qredits

4000

 

7500

10500

   

2016

Geen

2028

2

Actieplan Groene en Digitale Banen

4.932

253

4.188

4.188

4.188

4.188

7.995

2025

2031

2030

2

Ruimte voor economie

87

929

16.503

13.650

24.650

24.650

24.650

Geen

2028

2027

2

Maritieme Maakindustrie

2.065

4.764

5.731

5.673

5.698

4.898

1.072

Geen

2028

2029

2

Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent

41.357

56.550

67.728

71.316

16.346

905

2.259

Geen

2026

periodiek

2

PEGA - Ruimte voor economie

2.200

2.100

21.600

1.600

1.200

1.300

 

Geen

2031

2030

2

IPCEI Advanced Semiconductor Technologies

  

22.500

32.500

32.500

32.500

40.000

Geen

2031

Jaarlijks

2

Leveringszekerheid Kritieke Grondstoffen

1.060

4.370

9.890

7.640

7.107

6.510

6.510

Geen

2030

Jaarlijks

2

Economische Veiligheid

1.385

1.337

6.203

4.250

3.716

2.392

642

Geen

2030

Jaarlijks

2

TSH Vliegtuigmaakindustrie

4.044

5.975

6.114

5.290

3.960

13.525

8.791

Geen

2026

Jaarlijks

2

Stimulering academische spin-offcreatie

  

15.451

31.122

31.122

31.122

31.122

Geen

2031

Jaarlijks

2

Overige subsidies

2.105

714

768

417

419

419

419

Geen

  

2

waarvan: Bijdrage NML

215

535

350

    

Geen

Geen

2027

2

Bijdrage aan overige instituten

1.890

179

418

417

419

419

419

Geen

Geen

Jaarlijks

 

Subtotaal

506.387

664.655

628.248

577.936

437.087

434.906

390.014

   
            

Artikel 3 Toekomstfonds

3

Thematische Technology Transfer

2.387

4.571

5.432

4.347

4.353

4.219

2.658

2023

2028

2026

 

Subtotaal

2.387

4.571

5.432

4.347

4.353

4.219

2.658

   
            
 

Totaal

623.219

776.794

867.716

736.525

560.712

535.592

447.523

   
Tabel 59 Subsidies geraamd onder categorie bijdrage aan (inter) nationale organisaties (bedragen x € 1.000)

Art.

Naam Subsidie (regeling)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum Subsidie- (regeling) (jaartal)

2

Internationaal Innoveren

51.861

66.132

72.448

75.295

83.613

71.312

77.194

2020

2029

2024

2

PPS-Innovatieregeling

191.229

200.732

192.389

190.761

187.367

187.013

149.883

2021

2026

2025

Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda

Conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek 2022 (RPE 2022) is het overzicht met een planning van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). In de afgelopen jaren is dat proces bij EZK tot stand gebracht. De overgang naar een SEA is nader toegelicht in de beleidsagenda, onderdeel ‘Strategische Evaluatieagenda’.

In deze ‘Bijlage Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda’ worden de beleidsthema’s in de SEA toegelicht en nader uitgewerkt met onderliggende instrumentevaluaties. Aanvullend volgt een overzicht met overige evaluaties die niet direct onder een beleidsthema zijn te plaatsen.

Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

De SEA is gericht op onderstaande beleidsthema’s die de EZK-begroting afdekken. Deels gaat het om het opzetten van monitors en deels om het verkrijgen van inzicht in effecten van belangrijke beleidsmaatregelen. Vanwege de overkomst van «Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid» van BZK naar EZK is ook hiervoor een nieuwe Periodieke Rapportage opgenomen. In deze evaluatiebijlage wordt toegelicht welke onderliggende evaluatieplanning hiermee samenhangt. Indien in de kolom «toelichting onderzoek» geen toelichting wordt vermeld, gaat het om reguliere periodieke evaluaties. In de kolom «vindplaats» staan bij afgeronde onderzoeken Kamerbrieven of relevante monitors die input vormen voor vervolgonderzoek en voor de «Periodieke Rapportage» (syntheseonderzoek) van het beleidsthema.

Tabel 60 SEA-uitwerking: Goed functionerende markten voor bedrijven en consumenten

Thema/instrumentevaluatie

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotings-artikel

Vindplaats

Goed functionerende (digitale) economie en markten

Periodieke Rapportage

2027

Te starten

 

1

 

Toelichting met stand van inzicht:

 

De beleidsdoorlichting inzake beleidsartikel 1 goed functionerende economie en goed functionerende markten is in 2022 afgerond (Kamerstuk 30 991, nr. 37). Inmiddels is een groot deel van het digitale economie beleid samengebracht op artikel 1 van de EZ-begroting en is de evaluatieplanning aangepast. Daarnaast is de beleidsdoelstelling van het artikel opgesplitst in 3 doelstellingen (scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten, scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie en voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken). Beoogd is dat de eerstvolgende periodieke rapportage in 2027 onder andere antwoord geeft op de vraag in hoeverre het beleid doeltreffend en doelmatig is geweest in het bijdragen aan één of meerdere kenmerken van goed functionerende markten en een goed functionerende digitale economie, bijvoorbeeld op het gebied transparantie, consumentenbescherming- en vertrouwen, efficiëntie, weerbaarheid of toegankelijkheid. Voor de periodieke rapportage kan gebruik worden gemaakt van de afzonderlijke evaluaties in voorgaande jaren. Onderstaand wordt ingegaan op de evaluatieplanning en de stand van zaken van de afzonderlijke evaluaties.

 

Instrumentevaluatie / monitor:

      

Evaluatie roadmap digitaal veilige hard- en software

ex-post

2022

Afgerond

 

1

Kamerstuk 26 643, nr. 867

Evaluatie subsidie ECP (DE-breed)

ex-post

2023

Afgerond

 

1

Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 92

Evaluatie bemiddelingsdienst doven en slechthorenden

ex-post

2027

Te starten

 

1

 

Nulmeting Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS, coordinatie JenV, WODC)

ex-ante

2023/2024

Afgerond

JenV neemt het voortouw.

1

Kamerstuk 26 643, nr. 1128

Tussentijdse Evaluatie Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS, coördinatie JenV, WODC)

ex-durante

2026

Lopend

JenV neemt het voortouw.

1

 

Evaluatie Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS, coördinatie JenV, WODC)

ex-post

2028

Te starten

JenV neemt het voortouw.

1

 

Evaluatie Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON)

ex-post

2023

Afgerond

 

1

Kamerstuk 34 739, nr. 12

Evaluatie Wet Ongewenste Zeggenschap Telecom (WOZT)

ex-post

2026

Afgerond

Evaluatie WOZT samen met Wet Vifo (zie thema ondernemerschap)

1

Kamerstuk 35 153, nr. 31

Evaluatie Nota Mobiele Communicatie. multibandveiling 2020 en 3,5 GHz-band veiling (2024)

ex-post

2026

Afgerond

 

1

Evaluatie Nota Frequentiebeleid 2016, Nota Mobiele Communicatie 2019, Multibandveiling 2020 en 3,5 GHz-veiling 2024

Evaluatie nota frequentiebeleid

ex-post

2026

Afgerond

 

1

Evaluatie Nota Frequentiebeleid 2016, Nota Mobiele Communicatie 2019, Multibandveiling 2020 en 3,5 GHz-veiling 2024

Evaluatie radiobeleid

ex-post

2026

Lopend

In deze evaluatie ligt de focus op de veiling van radiofrequenties in het licht van de opkomst van DAB+.

1

 

Evaluatie subsidie telecom Caribisch Nederland

ex-post

2026

Lopend

 

1

 

Evaluatie methodiek Regeling veiligheid en integriteit telecommunicatie

ex-post

2025

Afgerond1

 

1

n.v.t.

Evaluatie van de aangewezen instanties metrologiewet

ex-post

2024

Afgerond

 

1

Kamerstuk 33 159, nr. 7

Evaluatie van de aangewezen instanties metrologiewet

ex-post

2027

Te starten

 

1

 

Evaluatie van de instellingen onder de waarborgwet

ex-post

2027

Te starten

Betreft de vijfjaarlijkse ZBO-evaluatie.

1

 

Evaluatie Raad voor Accreditatie

ex-post

2026

Lopend

Betreft de vijfjaarlijkse ZBO-evaluatie.

1

 

Evaluatie Autoriteit Consument en Markt (ACM)

ex-post

2026

Lopend

 

1

 

Evaluatie Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

ex-post

2024

Afgerond

 

1

Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 94

Evaluatie Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

ex-post

2027/2028

Te starten

 

1

 

Evaluatie Ministeriële Regeling en beleidsregel CBS

ex-post

2023

Afgerond

 

1

Kamerstuk 36 200 XIII, nr. 131

Evaluatie doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het CBS

ex-post

2026

Lopend

Betreft de evaluatie van het CBS in de periode 2021-2025.

1

 

Evaluatie Gids Proportionaliteit

ex-post

2026

Lopend

 

1

 

Evaluatie PIANOo

ex-post

2026

Afgerond

 

1

Kamerstuk 26 485, nr. 461

Evaluatie digitaal PPS kennis en innovatie

ex-post

2025

Afgerond

Dutch Blockchain Coalitie, Commit2Data, Data Sharing Coalition, Taskforce diversiteit en Inclusie, Nederlandse AI Coalitie

1

Evaluatie PPS’en Kennis en Innovatie

Evaluatie Universele Postdienst

ex-post

2025

Afgerond

 

1

Kamerstuk 29 502, nr. 198

Evaluatie EU-cofinanciering Digital Europe

ex-post

2026

Lopend

 

1

 

Evaluatie Winkeltijdenwet

ex-post

2026

Lopend

 

1

 

NGF - Evaluatie project Nationaal onderwijslab

ex-durante

2026

Te starten

Midterm review met ook aandacht voor doeltreffendheid en doelmatigheid.

1

 

NGF - Evaluatie project Nationaal onderwijslab

ex-post

2033

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

1

 

NGF - Evaluatie project AiNed

ex-durante

2027

Te starten

Tussenevaluatie omdat de tijd tussen start en verwachte einddatum van het project langer dan zeven jaar bedraagt.

1

 

NGF - Evaluatie project AiNed

ex-post

2030

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

1

 

NGF - Evaluatie project 6G Future Network Services

ex-post

2031

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

1

 

IPCEI Cloud Infrastructuur en Services (CIS)

ex-post

2029

Te starten

 

2

 
1

Deze evaluatie wordt niet gepubliceerd omdat het rapport vertrouwelijke informatie bevat.

Tabel 61 SEA-uitwerking: Steun- en herstelbeleid Corona

Thema/instrumentevaluatie

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotings-artikel

Vindplaats

Steun- en herstelbeleid Corona

Periodieke Rapportage

2025

Afgerond

Dit beleid diende ter ondersteuning en herstel van het bedrijfsleven tijdens en na Covid-19. Hierbij is samen opgetrokken met FIN en SZW. Ieder departement heeft de verantwoordelijkheid voor de eigen maatregelen.

2 en 3

Kamerstuk 35 420, nr. 541

Toelichting met stand van inzicht:

 

De overheid heeft meer dan 200 financiële steunmaatregelen getroffen om werkenden en bedrijven door de coronacrisis te helpen. De ministeries FIN, EZK en SZW hebben in 2025 een gezamenlijke synthesestudie afgerond op basis van het uitgevoerde (evaluatie)onderzoek. Omdat het tijdelijke steunmaatregelen betreft, wordt er geen nieuwe Periodieke Rapportage ingepland.Het steunpakket was als geheel doeltreffend omdat doelen dankzij de maatregelen overwegend bereikt zijn. De maatregelen hebben bijgedragen aan het beperken van liquiditeits- en solvabiliteitsproblemen bij bedrijven en zelfstandigen, waarmee banen en waardeketens zijn behouden en armoede in grote mate is voorkomen. De indirecte gevolgen hiervan zijn dat vraaguitval en aanboduitval in grote mate zijn voorkomen, waarmee economische groei snel is teruggebracht tot het groeipad van voor het uitbreken van de coronacrisis.De steun was deels doelmatig door de omvangrijke budgettaire kosten en het optreden van neveneffecten. De maatregelen zijn goed uitvoerbaar, met weinig gesignaleerd misbruik. Wel heeft er waarschijnlijk oneigenlijk gebruik plaatsgevonden. De kosteneffectiviteit was echter beperkt omdat de steun niet altijd in verhouding stond tot de geleden schade of noodzakelijk was om de pandemie door te komen. Ook heeft de steun de arbeidsdynamiek en bedrijvendynamiek tijdelijk verlaagd. Vanuit macro-economisch perspectief is de steun te lang voortgezet. De noodzaak om de economie te stabiliseren en om liquiditeitssteun te verlenen nam namelijk af, terwijl de verstorende werking van steun toenam.

 

Instrumentevaluatie / monitor:

      

BMKB-C

ex-post

2026

Lopend

Ondersteunen ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de reguliere BMKB.

2

 

GO-coronamodule

ex-post

2025

Afgerond

Ondersteunen ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de reguliere GO-evaluatie.

2

Kamerstuk 32 637, nr. 702

Overbruggingskredieten en aflossing met rentekorting verschaft door Qredits

ex-post

2026

Lopend

Ondersteunen ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de Qredits evaluatie.

2

 

Corona Overbruggingslening (COL) verschaft door Regionale ontwikkelingsmaatschappijen

ex-post

2026

Lopend

Ondersteunen (innovatieve) ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de ROM's evaluatie.

2

 

Garantieregeling Kleine Kredieten Corona

ex-post

2026

Lopend

Ondersteunen kleine ondernemers. Zal geëvalueerd worden tezamen met de reguliere BMKB.

2

 

TVL/TOGS

ex-post

2025

Afgerond

Ondersteunen ondernemers MKB en later ook voor grote bedrijven. Zal tezamen met NOW-evaluatie van SZW geëvalueerd worden. Betreft een kwantitatief onderzoek naar de doeltreffendheid van de NOW-regeling en TVL/TOGS-regeling. Vanwege de grote overlap in gebruik van de regelingen, de doelstellingen en de doelgroep, worden de regelingen in samenhang bezien. Naast deze kwantitatieve evaluatie naar doeltreffendheid, worden de doelmatigheid van de NOW-regeling en TVL-regeling in separate evaluaties onderzocht.

2

Kamerstuk 35 420, nr. 540

Garantieregeling evenementen/tijdelijke subsidieregeling evenementen (TRSEC/SEG)

ex-post

2025

Afgerond

Ondersteunen specifieke doelgroep

2

Kamerstuk 35 420, nr. 542

TOA (Time Out Arrangement)

ex-post

2026

Lopend

Betreft een lening voor een doorstart die wordt verstrekt via Qredits. Gezien het beperkte gebruik wordt deze meegenomen in de evaluatie van Qredits (2026), uitvoerder van dit instrument.

2

 

Subsidieregeling R&D mobiliteitssectoren

ex-post

2027

Te starten

Ondersteunen specifieke doelgroep

2

 

Voucherkredietfaciliteit

ex-post

2027

Te starten

Ondersteunen specifieke doelgroep (via SGR)

2

 

Leningsfaciliteiten reissector

ex-post

2027

Te starten

Ondersteunen specifieke doelgroep (via SGR)

2

 
Tabel 62 SEA-uitwerking: Ondernemerschap

Thema/instrumentevaluatie

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotings-artikel

Vindplaats

Ondernemerschap

Periodieke Rapportage

2025

Afgerond

 

2 en 3

Kamerstuk 33 009, nr. 176

      

Kamerstuk 33 009, nr. 180

Ondernemerschap

Periodieke Rapportage

2031

Te starten

Nieuw ingeplande PR

2 en 3

 

Toelichting met stand van inzicht:

 

Het ondernemerschapsbeleid richt zich op het creëren van randvoorwaarden die bedrijven en ondernemers in staat stellen om te investeren, werkgelegenheid te creëren en nieuwe producten, diensten en processen te ontwikkelen. In 2025 is een Periodieke Rapportage uitgevoerd naar de thema's op het gebied van ondernemerschap, in samenhang met een Periodieke Rapportage van het Innovatiebeleid. De hoofdconclusie is dat het ondernemerschaps- en innovatiebeleid in het algemeen effectief en legitiem is. Het gevoerde beleid draagt bij aan een sterk verdienvermogen van Nederland, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een innovatieve, veerkrachtige economie.Het ondernemerschapsbeleid specifiek kent sterke punten ten aanzien van toegang tot financiering, kennisbescherming- en veiligheid, het beperken van regeldruk en leveren van goede en toegankelijke dienstverlening aan ondernemers. Verbeterpunten zijn er bij fiscale ondernemerschapsregelingen, die deels niet doeltreffend en doelmatig zijn. Dit geldt ook voor regelingen op het terrein van menselijk kapitaal, die te klein zijn voor macro-economische impact en concurreren met beleid van andere ministeries.In 2026 wordt een evaluatie van de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) uitgevoerd. Een volgende Periodieke Rapportage wordt gepland in 2031.

 

Instrumentevaluatie / monitor:

      

Aanpak toekomstigbestendige bedrijventerreinen

ex-durante

2029

Te starten

Tussenevaluatie van twaalf pilots (één per provincie) die zijn gestart in 2024 en een looptijd van zeker 8 jaar hebben, met mogelijk verdere uitloop. De middelen zijn opengesteld van 2024 tot en met 2027. Eindevaluatie voorzien voor 2034.

2

 

Project Beethoven

ex-durante

2027

Te starten

Tussentijdse evaluatie met een focus op dat deel van de projecten waar dit al relevant voor is en met aandacht voor de governance en de vraag of processen zodanig zijn ingericht dat het aannemelijk is dat de gestelde doelen doeltreffend en doelmatig gerealiseerd worden.

2

 

Beleidsexperiment Shaping the Future of Physical Work in SME’s

ex-post

2026

Lopend

Evaluatie volgens aanpak zoals opgenomen in de subsidieaanvraag. TNO voert deze monitoring en evaluatie uit als onderdeel van de projectgroep die dit beleidsexperiment uitvoert.

2

 

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

ex-post

2026

Lopend

Zal geëvalueerd worden tezamen met BMKB-C en het Kleine Krediet Corona (KKC)

2

 

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

ex-post

2031

Te starten

 

2

 

Garantiefaciliteit Ondernemersfinanciering

ex-post

2025

Afgerond

Zal geëvalueerd worden tezamen met GO-C

2

Kamerstuk 32 637, nr. 702

Garantiefaciliteit Ondernemersfinanciering

ex-post

2030

Te starten

 

2

 

Toerisme / NBTC

ex-post

2027

Te starten

 

2

 

Evaluatie NFIA

ex-post

2025

Afgerond

 

2

Kamerstuk 32 637, nr. 719

Evaluatie NFIA

ex-post

2030

Te starten

 

2

 

Fiscale regelingen gericht op bedrijfsopvolging

ex-post

2030

Te starten

Inclusief Vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfsoverdracht in familiesfeer. Er zijn nog aanpassingen aan de wetgeving geïmplementeerd die vanaf 2025 gelden. Vijf jaar vanaf dat moment is een goed evaluatiemoment.

2

 

Funding Garantie

ex-post

2026

Lopend

Kleinschalige, kwalitatieve evaluatie door EZ met ondersteuning van een onafhankelijke referent.

2

 

Maritieme Innovatie Impulsprojecten

ex-post

2028

Te starten

 

2

 

MIT-NL Program Fund

ex-durante

2029

Te starten

 

2

 

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's)

ex-post

2026

Lopend

Zal geëvalueerd worden tezamen met COL.

2

 

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's)

ex-post

2031

Te starten

 

2

 

Qredits

ex-post

2026

Lopend

Zal geëvalueerd worden tezamen met corona overbruggingskrediet starters, bestaande ondernemers en uitstel van aflossing met rentekorting en de Time Out Arrangement (TOA).

2

 

Qredits

ex-post

2031

Te starten

 

2

 

Regeldruk (ATR)

ex-durante

2027

Te starten

Tussenevaluatie twee jaar na de voorziene inwerkingtreding van de Instellingswet ATR. Inclusief Mkb-toets regeldruk.

2

 

Regeldruk (ATR)

ex-post

2029

Te starten

Eerste van de reeks reguliere vierjaarlijkse evaluaties. Inclusief Mkb-toets regeldruk.

2

 

MKB-!dee

ex-post

2025

Afgerond

 

2

Kamerstuk 36800-XIII, nr. 15

Evaluatie MKB-(digi)werkplaatsen

ex-post

2025

Afgerond

 

2

Kamerstuk 26 643, nr. 1309

Evaluatie Techleap

ex-post

2028

Te starten

 

2

 

Wet op KvK /ZBO KvK

ex-post

2026

Lopend

 

2

 

Wet op KvK /ZBO KvK

ex-post

2031

Te starten

 

2

 

Fiscale ondernemersregelingen

ex-post

2029

Te starten

 

2

 

Seed Capital regeling

ex-post

2029

Te starten

Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van Seed Capital, VFF en IK.

3

 

Vroege Fase Financiering (VFF)

ex-post

2029

Te starten

Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van Seed Capital, VFF en IK.

3

 

Meta-analyse risico-kapitaalinstrumenten

overig

2029

Te starten

 

2 en 3

 

Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief MKB (TEK)

ex-post

2025

Afgerond

 

2

Kamerstuk 36800-XIII, nr. 15

ADR-rapport evaluatie TEK

Evaluatie Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

ex-post

2026

Te starten

In samenwerking met FIN; EZ heeft het voortouw.

2

 

Evaluatie Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

ex-post

2031

Te starten

In samenwerking met FIN; EZ heeft het voortouw.

2

 

Evaluatie Kleine Ondernemersregeling (KOR)

ex-post

2026

Te starten

Interne evaluatie door FIN.

2

 

Evaluatie Kleine Ondernemersregeling (KOR)

ex-post

2031

Te starten

Interne evaluatie door FIN.

2

 

Impulsaanpak winkelgebieden

ex-durante

2027

Te starten

Verplaatst vanaf 2024 aangezien de subsidieontvangers op dit moment nog in de voorbereidende fase zitten en er nog geen (tussentijdse) resultaten zijn om te evalueren.

2

 

Invest-NL

overig

2027

Te starten

Deze evaluatie zal samen met Deeptech Fund en Dutch Future Fund plaatsvinden.

2

 

Dutch Alternative Credit Instrument (DACI)

ex-post

2026

Lopend

 

3

 

Dutch Future Fund (DFF)

ex-post

2027

Te starten

Deze evaluatie zal samen met InvestNL en Deeptech Fund plaatsvinden.

3

 

Evaluatie vrijstellingen OVB in de ondernemingssfeer en vrijstellingen van technische aard

ex-post

2028

Te starten

In samenwerking met FIN; FIN heeft het voortouw.

2

 

NGF-Midterm Review project Opschaling PPS in het beroepsonderwijs

ex-durante

2025

Afgerond

Midterm review met ook aandacht voor doeltreffendheid en doelmatigheid.

2

Midterm-review van het NGF-programma ‘Opschaling PPS'en’ | Rapport | Rijksoverheid.nl

NGF-Evaluatie project Opschaling PPS in het beroepsonderwijs

ex-post

2031

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

2

 

Wet Vifo

ex-post

2026

Afgerond

Evaluatie van de Wet Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames samen met de evaluatie van de Wet Ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Wozt) door directie Digitale Economie (DE) bij DG E&D.

2

Kamerstuk 35 153, nr. 31

Wet Vifo

ex-post

2031

Te starten

Evaluatie van de Wet Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames samen met de evaluatie van de Wet Ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Wozt) door directie Digitale Economie (DE) bij DG E&D.

2

 
Tabel 63 SEA-uitwerking: Innovatiebeleid

Thema/instrumentevaluatie

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotings-artikel

Vindplaats

Innovatiebeleid

Periodieke Rapportage

2025

Afgerond

 

2 en 3

Kamerstuk 33 009, nr. 176

      

Kamerstuk 33 009, nr. 180

Innovatiebeleid

Periodieke Rapportage

2031

Te starten

Nieuw ingeplande PR

2 en 3

 

Toelichting met stand van inzicht:

 

Het innovatiebeleid heeft als doel bij te dragen aan innovatie en economische vernieuwing, wat op de lange termijn cruciaal wordt geacht voor duurzame economische groei en welvaart. In 2025 is een Periodieke Rapportage uitgevoerd naar de thema's op het gebied van Innovatiebeleid, in samenhang met een Periodieke Rapportage van het Ondernemerschapsbeleid. De hoofdconclusie is dat het ondernemerschaps- en innovatiebeleid in het algemeen effectief en legitiem is. Het gevoerde beleid draagt bij aan een sterk verdienvermogen van Nederland, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een innovatieve, veerkrachtige economie.Innovatiebeleid is succesvol bij generieke regelingen gericht op het bevorderen van innovatie in het bedrijfsleven, het in stand houden van een hoogwaardig toegepast kennisstelsel en het vergroten van valorisatie van kennis en onderzoek. Missiegedreven innovatiebeleid adresseert systeem- en transitiefalen door innovatie te richten op maatschappelijke opgaven en past bij de noodzaak tot scherpere keuzes bij toenemende schaarsten. Aandachtspunten zijn, aldus de onderzoekers schaal en samenhang voor het beleid gericht op valorisatie, startups en scale-ups, en de digitale transitie. Ook dient sectorspecifieke steun beter onderbouwd te worden. Deze kan vanuit strategische autonomie overigens verdedigbaar zijn, aldus de onderzoekers.In 2026 wordt een evaluatie van het Missiegedreven Innovatiebeleid uitgevoerd. Een volgende Periodieke Rapportage wordt gepland in 2031.

 

Instrumentevaluatie / monitor:

      

Monitor Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid

ex-durante

Eerste resultaten in 2021

Lopend

De Monitoring en effectmeting (M&E) van het innovatiebeleid (Innovatiehelix, voorheen het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid) is in opbouw. Op deze wijze zullen eerste data verzameld worden. Zie de voortgangsrapportage van het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid in de afgelopen jaren (Kamerstuk 33 009, nr. 102). Dit kan later input vormen voor de evaluatie-aanpak die in de «Expertcommissie Evaluatiemethoden» wordt uitgewerkt.

2

zie: Monitor Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid

Eureka / Eurostars / JTI’s

ex-post

2025

Afgerond

 

2

Kamerstuk 21 501-07, nr. 2145

Eureka / Eurostars / JTI’s

ex-post

2030

Te starten

 

2

 

Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid

ex-durante

2025

Afgerond1

Een tussentijdse evaluatie twee jaar na de start van dit instrument is toegezegd aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 30 821, nr. 199).

2

n.v.t.

Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid

ex-post

2029

Te starten

 

2

 

Europees Defensiefonds (EDF)

ex-post

2026

Te starten

Europees instrument met Nederlandse cofinanciering

2

 

Brexit adjustment reserve

ex-post

2026

Lopend

 

2

 

European High Performance Computing (EuroHPC)

ex-post

2028

Te starten

In samenhang met EuroQCI evalueren

2

 

European Quantum Communication Infrastructure (EuroQCI)

ex-post

2028

Te starten

In samenhang met EuroHPC evalueren

2

 

Ruimtevaart

ex-post

2025

Afgerond

Inclusief Rijksdienst voor Digitale Infrastructuur (RDI).

2

Kamerstuk 24 446, nr. 101

Evaluatie Netherlands Space Agency (NLSA)

ex-post

2027

Te starten

 

2

 

Intellectueel Eigendomsbeleid

ex-post

2026

Afgerond

 

2

Kamerstuk 30 635, nr. 14

Intellectueel Eigendomsbeleid

ex-post

2030

Te starten

 

2

 

Evaluatie Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid

ex-post

2026

Lopend

 

2

 

Toegepast onderzoek; TO2-instellingen (TNO, Deltares, Marin, NLR, ECN, Wageningen Research)

ex-post

2025

Afgerond

 

2

Kamerstuk 32 637, nr. 694

Toegepast onderzoek; TO2-instellingen (TNO, Deltares, Marin, NLR, ECN, Wageningen Research)

ex-post

2029

Te starten

 

2

 

Strategisch Belangrijke Onderzoeksprogramma's (SBO)

ex-post

2027

Te starten

Subsidieregeling is inmiddels gesloten, maar looptijd subsidies is van 2023 tot 2027.

2

 

Subsidieregeling Regeneratief Geneeskundige Onderzoeksprojecten (SRGO)

ex-post

2029

Te starten

Regeling loopt van 2024 tot 2029

2

 

TSH Vliegtuigmaakindustrie

ex-post

2026

Lopend

 

2

 

Innovatiebox

ex-post

2030

Te starten

In samenwerking met FIN; FIN heeft het voortouw.

2

 

Thematische Technology Transfer (TTT)

ex-post

2028

Te starten

 

3

 

Oncode Research

ex-post

2028

Te starten

Evaluatie uit te voeren in combinatie met Thematische Technology Transfer, waar Oncode research een pilot van is.

3

 

Innovatiekrediet (IK)

ex-post

2024

Afgerond

Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van GF, Seed Capital, DVI, VFF en IK.

3

Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 97

    

Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 53

Innovatiekrediet (IK)

ex-post

2029

Te starten

Dit betreft een gezamenlijke evaluatie van Seed Capital, VFF en IK.

3

 

PPS-innovatieregeling (voorheen PPS-toeslag)

ex-post

2026

Lopend

Als onderdeel van de evaluatie van het Missiegedreven Innovatiebeleid.

2

 

NWO-TTW

ex-post

2027

Te starten

Betreft specifiek het EZ-gefinancierde deel NWO-TTW

2

 

Evaluatie MIT

ex-post

2028

Te starten

 

2

 

Evaluatie Rijkscofinanciering EFRO/Interreg (2014-2020)

ex-post

2025

Afgerond

 

2

Kamerstuk 27 813, nr. 37

Evaluatie Rijkscofinanciering EFRO/Interreg (2014-2020)

ex-post

2031

Te starten

 

2

 

WBSO

ex-post

2025

Afgerond

 

2

Kamerstuk 32 637, nr. 670

WBSO

ex-post

2030

Te starten

 

2

 

SBIR

overig

2026

Afgerond

 

2

Kamerstuk 33 009, nr. 177

Evaluatie Regeling Duurzame Scheepsbouw

overig

2024

Afgerond

 

42

Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 96

Evaluatie Regeling Duurzame Scheepsbouw

overig

2029

Te starten

 

2

 

Venture Challenge

ex-post

2029

Te starten

 

2

 

Midterm evaluatie Just Transition Fund (JTF)

ex-durante

2025

Afgerond

SZW heeft het voortouw.

2

Mid-term evaluatie JTF-programma Nederland: Procesevaluatie implementatie en uitvoering

Evaluatie Just Transition Fund (JTF)

ex-post

2029

Te starten

SZW heeft het voortouw.

2

 

Deep Tech Fund

ex-post

2027

Te starten

Deze evaluatie zal samen met InvestNL en Dutch Future Fund plaatsvinden.

3

 

IPCEI Microelektronica II (ME2)

ex-post

2028

Te starten

 

2

 

NGF - Evaluatie project RegMed XB

ex-post

2029

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

2

 

NGF - Evaluatie project Health RI

ex-post

2029

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

2

 

NGF - Evaluatie project QuantumDeltaNL

ex-post

2029

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

2

 

NGF - MTR project Oncode-PACT

ex-durante

2025

Afgerond

Midterm review met ook aandacht voor doeltreffendheid en doelmatigheid.

2

Midterm Evaluation Oncode Accelerator NGF 2025

NGF - Evaluatie project Oncode-PACT

ex-post

2033

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

2

 

NGF - Material Independence & Circular Batteries

ex-post

2032

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

2

 

NGF - MTR project NXTGEN HIGHTECH

ex-durante

2025

Afgerond

Midterm review met ook aandacht voor doeltreffendheid en doelmatigheid.

2

Nextgen Hightech Mid-term Rapportage 2025

NGF - Evaluatie project NXTGEN HIGHTECH

ex-post

2031

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

2

 

NGF - Evaluatie project Photon Delta

ex-post

2029

Te starten

Betreft een projectevaluatie als onderdeel van het Nationaal Groeifonds (NGF)

2

 
1

Deze evaluatie wordt niet gepubliceerd, omdat het rapport vertrouwelijke informatie bevat over de werking van het instrument waarvan het niet wenselijk is dat deze openbaar wordt.

2

Dit betrof artikel 4 van de 'oude' EZK-begroting.

Tabel 64 Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid

Thema/ instrumentevaluatie

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotings-artikel

Vindplaats

Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid

Periodieke Rapportage

2032

Te starten

 

9

 

Toelichting met stand van inzicht:

 

Met de herverdeling van de digitaliseringsportefeuille binnen het nieuwe kabinet heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een centrale coördinerende rol gekregen in het digitaliseringsbeleid, terwijl het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verantwoordelijk is voor de realisatie van digitalisering onder andere in het kader van de slagvaardige overheid. De onderwerpen die EZK sinds dit jaar op haar begroting heeft staan, worden ondergebracht op het begrotingsartikel 9 EZK. Omdat het gaat om een nieuw begrotingsartikel is hierop nog niet eerder een Periodieke Rapportage uitgevoerd. De eerste wordt gepland in 2032 en zal als doel hebben het evalueren van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op het gebied van digitale samenleving en de digitale overheid en de nieuwe coördinerende rol op digitalisering. Omdat deze onderwerpen eerst op de begroting van BZK stonden, zijn deze wel geëvalueerd in de Periodieke Rapportage van het betreffende begrotingsartikel (6.2) van BZK. Deze Periodieke Rapportage in 2026 van BZK heeft als status lopend.

 

Instrumentevaluatie / monitor:

   

Ervaren kwaliteit dienstverlening data.overheid.nl

Ex durante

2026

Lopend

 

9

 

Evaluatie Europese Digitale Identiteit

Ex post

2030

Te starten

De evaluatie wordt uitgevoerd als zowel de uitvoeringswet als de wijziging WDO in werking zijn getreden.

9

 

ECP Begeleidingsethieksessies

Ex durante

2026

Afgerond

 

9

Beleidsevaluatie inzet Aanpak Begeleidingsethiek

SIDN Fonds

Ex post

2026

Afgerond

 

9

Beleidsevaluatie inzet SIDN fonds Digitale Gemeenschapsgoederen

Expertisecentrum Digitalisering en Welzijn

Ex durante

2026

Afgerond

 

9

Beleidsevaluatie inzet Expertisecentrum Digitalisering en Welzijn

Meerjarenplanning van overige geplande evaluaties/doorlichtingen die niet of deels onder voornoemde thema's vallen:

Tabel 65 SEA-uitwerking: Overige evaluaties/doorlichtingen

Thema/overige evaluaties

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotings-artikel

Vindplaats

Doorlichting Agentschap RDI

overig

2027

Lopend1

 

1

 

Doorlichting Agentschap DICTU

overig

2027

Te starten

 

40

 

Doorlichting Agentschap RVO

overig

2027

Te starten

 

1,2 en 3

 
1

In afwachting van enkele interne onderzoeken is in overleg met FIN besloten om deze doorlichting in 2026 van start te laten gaan.

Lijst van afkortingen

  

ACM

Autoriteit Consument en Markt

ACVG

Adviescollege Veiligheid Groningen

AI

Kunstmatige intelligentie

AP

Autoriteit Persoonsgegevens

AST

Advanced Semiconductor Technologies

ATR

Adviescollege toetsing regeldruk

BAR

Brexit Adjustment Reserve

BBP

Bruto Binnenlands Product

BES

Bonaire, Sint Eustatius, Saba

BEV

Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid

BHO

Ministerie voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingshulp

BIPM

Bureau International des Poids en Mesures

BMKB

Borgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf

BMKB-C

Borgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf-Corona

BMKB-Groen

Borgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf-Groen

BOM

Brabantse Ontwikkelings Maatschappij

BPM

Belasting van personenauto's en motorrijwielen

BSA

Budget Strategische Acquisitie

BTW

Belasting over de toegevoegde waarde

BZ

Ministerie van Buitenlandse Zaken

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CADA

Cloud & AI Development Act

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

CCS

Carbon Capture and Storage

CEB

Council of Europe Bank

CEPT

Europese Conferentie van administraties voor Post en Telecommunicatie

CIF-NL

Cybersecurity Innovation Fund

COL

Corona Overbruggingslening

COVA

Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten

CPB

Centraal Planbureau

CRA

Europese cyberweerbaarheidsverordening

CRMA

Critical Raw Materials Act

CSA

Cyber Security Act

CSDDD

Corporate Sustainability Due Diligence Directive

CSIRT

Computer Security Incident Response Team

CSRD

Corporate Sustainability Reporting Directive

CvAE

Commissie van Aanbestedingsexperts

CW

Cloud Werkplek

DACI

Dutch Alternative Credit Instrument

DEI

Demonstratieregeling Energie-innovatie

DEP

Digital Europe Programme

DESI

Index Digitale Economie en Samenleving

DFF

Dutch Future Fund

DG B&I

Directoraat-Generaal Bedrijfsleven en Innovatie

DG E&D

Directoraat-Generaal Economie en Digitalisering

DG K&E

Directoraat-Generaal Klimaat en Energie

DGA

Datagovernanceverordening

DICTU

Dienst ICT Uitvoering

DMA

Digital Markets Act

DSA

Digital Services Act

DTC

Digitaal Trust Centre

DTF

Deep Tech Fund

DUKs

Directe Uitvoeringskosten

DUTO

Duurzame Toegankelijkheid van Overheidsinformatie

DVI

Dutch Venture Initiative

EBN

Energie beheer Nederland

EC

Europese Commissie

ECN

Energieonderzoek Centrum Nederland

EDIH's

European Digital Innovation Hubs

EFRO

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

EIA

Energie- investeringsaftrek

EIB

Europese Investeringsbank

EIF

Europees Investeringsfonds

ESA

European Space Agency

ESTEC

European Space Research and Technology Centre

ETCI

European Tech Champions Initiative

ETS

Emission Trading Scheme/System

EU

Europese Unie

EZ

Ministerie van Economische Zaken

EZK

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

FIN

Ministerie van Financiën

FTE

Fulltime-equivalent

GF

Groeifaciliteit

GGTO

Stichting Garantiefonds Gespecialiseerde Touroperators

GHz

Gigahertz

GIA

Gigabit Infrastructure Act

GID

Gemeenschappelijke Informatievoorziening en Dienstverlening

GO

Garantie Ondernemingsfinanciering

GO-C

Garantie Ondernemingsfinanciering-Corona

HBO

Hoger Beroeps Onderwijs

HER+

Hernieuwbare Energietransitie

HTSM

HighTech Systems & Materials

HVF

Nederlandse Herstel- en Veerkracht Faciliteit

HVP

Herstel- en Veerkrachtplan

IA

Innovatie Attachés

IAN

Innovatie Attaché Netwerk

IBO

Interdepartementaal Beleidsonderzoek

ICT

Informatie- en communicatietechnologie

IE

Intellectueel Eigendom

IenW

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

IHH

Informatiehuishouding

IMVO

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

INTERREG

Europese Territoriale Samenwerking

IPC

Innovatieprestatiecontracten

IPCEI

Important Project of Common European Interest

IPCEI AST

Important Project of Common European Interest Advanced Semiconductor Technologies

IPCEI CIS

Important Projects of Common European Interest Cloud Infrastructuur en Services

ISB

Incidentele Suppletoire Begroting

ISDE

Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing

ITU

International Telecommunications Union

IUC

Inkoop Uitvoeringscentrum

J&V

Ministerie van Justitie en Veiligheid

JTF

Just Transition Fund

JTI

Joint Technology Initiatives

KGG

Ministerie van Klimaat en Groene Groei

KIA

Kennis- en Innovatieagenda's

KKC

Garantieregeling Klein Krediet Corona

KNMI

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

KvK

Kamer van Koophandel

LIOF

De Limburgse industrie- en investeringsbank

LTR

Lange termijn Ruimtevaartagenda

LVVN

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

MARIN

Maritime Research Institute Netherlands

MBO

Middelbaar beroepsonderwijs

MFK

Meerjarig Financieel Kader

MHz

Megahertz

MIT

MKB Innovatiestimulering Topsectoren

MKB

Midden- en Kleinbedrijf

MOOI

Missie gedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie

MRB

Motorrijtuigenbelasting

MSA

MARIN Stakeholders Association

MTIB

Missiegedreven (Topsectoren- en) Innovatiebeleid

MVO

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

NBTC

Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen

NCG

Nationaal Coördinator Groningen

NCC-NL

Nationaal Coördinatiecentrum

NCSC

Nationaal Cyber Security Centrum

NEa

Nederlandse Emissieautoriteit

NEN

Nederlands Normalisatie Instituut

NFIA

Netherlands Foreign Investment Agency

NGF

Nationaal Groeifonds

NIS2

Europese Richtlijn voor Netwerk-en informatiebeveiliging

NLR

Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium

NMI

Nationaal Metrologisch Instituut

NML

Nederland Maritiem Land

NOLAI

Nationaal Onderwijslab AI

NOM

Investerings- en ontwikkelingsmaatschappij voor Noord - Nederland

NPB

National Productivity Board

NPCE

Nationaal Programma Circulaire Economie

NRG

Nuclear Research and consultancy Group

NSO

Netherlands Space Office

NTS

Nationale Technologie Strategie

NVWA

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

NWA Lijn 2

Nationale Wetenschapsagenda lijn 2

NWO

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

OCW

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

OESO

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OIML

Organisation Internationale de Métrologie Légale

OLEV

Ondernemersloket Economische Veiligheid

O&O

Onderzoek & Ontwikkeling

Oost NL

De ontwikkelingsmaatschappij van Oost-Nederland

OVB

Overdrachtsbelasting

PIANOo

Professioneel en Innovatief Aanbesteden Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers

POK

Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag

PPS

Publiek- Private Samenwerking

QDNL

Quantum Delta NL

RDI

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur

R&D

Research and Development

RED

Europese Richtlijn Radioapparaten

REV

Ruimtelijk Economische Verkenning

RHB

Rijks Hoofdboekhouding

RIVM

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

ROM

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

RvA

Raad voor de Accreditatie

RVB

Rijksvastgoedbedrijf

RVO.nl

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

RWS

Rijkswaterstaat

RWT

Rechtspersonen met een Wettelijke taak

SBA

Seed Business Angel

SBIR

Small Business Innovation Research

SDE+

Stimulering Duurzame Energieproductie

SEA

Strategische Evaluatie Agenda

SDS

Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw

SGR

Stichting Garantiefonds Reisgelden

S&O

Speur- en Ontwikkelingswerk

SodM

Staatstoezicht op de Mijnen

SRGO

Subsidiemodule Regeneratief Geneeskundig Onderzoek

SSO

Shared Service Organisatie

STEP

Platform voor strategische technologieën

STT

Stichting Toekomstbeeld der Techniek

STW

Stichting voor de Technische Wetenschappen

SZW

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

TEK

Tegemoetkoming energiekosten mkb

TKI's

Topconsortia voor Kennis en Innovatie

TNO

Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek

TO2

Toegepast Onderzoek Organisaties

TOGS

Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19

TSE

Tenderregeling Energie-innovatie

TTT

Thematische Technology Transfer

TTW

Toegepaste en Technische Wetenshappen

TVL

Tegemoetkoming vaste lasten

UPC

Unified Patent Court

UPU

Universal Postal Union

VFF

Vroegefasefinanciering

VN

Verenigde Naties

VRO

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

VSL

Van Swinden Laboratorium

VWS

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WaU

Werk aan Uitvoering

WBSO

Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk

WELMEC

Europese samenwerking op wettelijke Metrologie

WHOA

Wet Homologatie Onderhands Akkoord

WIBON

Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken

WODC

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Woo

Wet open overheid

WOZT

Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie

ZBO

Zelfstandig Bestuursorgaan

Licence