Base description which applies to whole site

XVI Volksgezondheid Welzijn en Sport

INLEIDING

De uitgaven binnen de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bestaan uit begrotingsgefinancierde uitgaven en premiegefinancierde zorguitgaven.

De begrotingsgefinancierde uitgaven bedragen in 2027 naar verwachting € 7,3 miljard (netto). Om dubbeltellingen te voorkomen is gecorrigeerd voor de Rijksbijdragen en de Zorgtoeslag.1 Deze uitgaven zijn opgenomen op de beleids- en niet-beleidsartikelen van de VWS-begroting en vallen onder het budgetrecht van de Staten-Generaal. Dit betekent dat de Staten-Generaal deze uitgaven jaarlijks autoriseren via de begrotingswet en de Tweede Kamer de mogelijkheid heeft om door middel van amendementen wijzigingen in de begroting voor te stellen. De Rijksbijdragen en zorgtoeslag (beleidsartikel 8) zijn niet amendeerbaar.

De premiegefinancierde zorguitgaven, bestaande uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz), bedragen in 2027 naar verwachting € 110,7 miljard (netto). Deze uitgaven vallen buiten het reguliere budgetrecht van de Staten-Generaal en worden gefinancierd uit premie-inkomsten, eigen bijdragen en rijksbijdragen die via de zorgfondsen worden beheerd. De zorguitgaven volgen uit de zorgplicht van zorgverzekeraars en zorgkantoren, recht op zorg van de patiënt of cliënt en pakkettoelating op stand van wetenschap en praktijk. Het Parlement kan via die wettelijke regels sturen op de ontwikkeling van de zorguitgaven. Omdat deze uitgaven een substantieel deel vormen van de collectieve uitgaven, wordt in deze begroting inzicht gegeven in de omvang en ontwikkeling ervan.

De totale uitgaven binnen het VWS-domein komen daarmee in 2027 uit op € 118,0 miljard (netto).

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is verantwoordelijk voor het beleid binnen het VWS-domein. Deze verantwoordelijkheid heeft betrekking op zowel de begrotingsgefinancierde uitgaven als de premiegefinancierde zorguitgaven. De minister van VWS is er ook verantwoordelijk voor dat de zorguitgaven zich ontwikkelen binnen de daarover gemaakte financiële afspraken. Daarom wordt in deze begroting gerapporteerd over beide categorieën. Op deze manier wordt een integraal beeld gegeven van de financiële ontwikkelingen binnen het VWS-domein.

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 40.702,3

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 801,4

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,SophieHermans

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Voor u ligt de begroting 2027 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Beleidsagenda

  • Beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen

  • Begroting agentschappen

  • Premiegefinancierde zorguitgaven

  • Diverse bijlagen

De budgettaire verwerking van de beleidsprioriteiten met betrekking tot de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz) worden vermeld in de paragraaf Premiegefinancierde zorguitgaven (PZ).

Groeiparagraaf

Voor het opstellen van de begroting gelden de Rijksbegrotings-voorschriften van het Ministerie van Financiën. De begroting 2027 bouwt voort op de ontwikkeling van de begroting 2026 van VWS. De begroting 2027 bevat een aantal (kleine) wijzigingen ten opzichte van 2026.

De belangrijkste wijziging is dat de verdiepingsbijlage (paragraaf 6.5) is toegevoegd. Hierin worden de premiegefinancierde zorguitgaven en - ontvangsten toegelicht. Om de informatie in de verdiepingsbijlage eenduidig te verschaffen wordt met ingang van Ontwerpbegroting 2027 aangesloten bij de rijksbrede voorschriften omtrent budgettaire tabellen.

Toelichting Budgettaire tabel

Afzonderlijke posten in de budgettaire tabellen in de beleidsartikelen worden toegelicht als de mutaties groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel conform de Rijksbegrotingsvoorschriften. Daar waar het kleinere bedragen betreft worden deze alleen toegelicht indien deze politiek relevant zijn.

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

Gezondheid en zorg vragen beide continu onze aandacht. Het kabinet wil meters maken op de opgaven die ons verbinden: we werken aan de gezondste generatie ooit, we brengen de beweging van zorg naar gezondheid in de praktijk en we organiseren het zo dat zorgverleners zich kunnen richten op de zorg die past bij wat mensen echt nodig hebben. Zo maken we Nederland gezonder, houden we de zorg goed en blijft de zorg toegankelijk voor iedereen die het nodig heeft. Dat doen we in samenwerking met de mensen die iedere dag werken aan gezondheid en zich inzetten voor deskundige en liefdevolle zorg en ondersteuning. En in open en constructief overleg met de Kamer.

Nederland heeft veel om trots op te zijn: de zorg is hier goed en toegankelijk. Elke dag weer mogen we rekenen op al die deskundige medewerkers in zorg en welzijn, net zoals op mantelzorgers en vrijwilligers. Zij staan klaar om mensen van zorg en ondersteuning te voorzien. De houdbaarheid en toegankelijkheid van de zorg staat echter onder druk. Er zijn simpelweg niet genoeg zorgprofessionals om in alle zorg en ondersteuning te voorzien waar om gevraagd wordt. In 2035 wordt een tekort geraamd van bijna 301 duizend personen. En de zorguitgaven bedragen een steeds groter deel van het bruto binnenlands product (bbp). In 2025 bedroegen de zorguitgaven volgens het Centraal Planbureau (CPB) circa 10% van het bbp. Uit een raming van het CPB komt de verwachting dat de zorguitgaven verder zullen stijgen naar ongeveer 17% van het bbp in 2060.2

Het liefst voorkomen we dat je ziek wordt. Door in te zetten op gezondheid. Maar als het onverhoopt toch gebeurt, dan moet de zorg die je nodig hebt er zijn. En het kan zijn dat je altijd zorg en ondersteuning nodig hebt, omdat je chronisch ziek bent of een beperking hebt. Die zorg en ondersteuning regelen we goed. Toegankelijk, betaalbaar en van hoge kwaliteit. Voor iedereen. Dus is het kabinet ook kritisch en zullen er keuzes gemaakt moeten worden. Niet alle zorg is passende zorg: soms is zorg niet het passende antwoord op de hulpvraag, soms heeft behandelen geen meerwaarde. Juist dan is het belangrijk om te kijken naar wat wél bijdraagt aan de kwaliteit van leven. Daarom gaat het kabinet samen met de partijen verder met de uitvoering van de zorgakkoorden om de beweging verder te stimuleren langs een aantal lijnen.

Om te komen tot de gezondste generatie ooit wordt geïnvesteerd in preventie en welzijn. In het preventiebeleid staat gezondheid voorop. Daarbij beginnen we met de jeugd. Kinderen moeten in Nederland de kans krijgen om gezond op te groeien. En ook volwassenen moeten fysiek en mentaal gezond kunnen leven en deel kunnen nemen aan de maatschappij.

1.1 Een sterke basis voor de jeugd en mentale gezondheid

Een goede gezondheid vormt de basis om mee te kunnen doen in de samenleving. Daarom blijft het beleid gericht op het versterken van de gezondheid, kansengelijkheid en het welzijn van met name kinderen, jongeren en gezinnen. Gezondheid is daarbij meer dan alleen niet ziek zijn. Naast fysieke en mentale gezondheid gaat het ook om een gezonde leefomgeving, bestaanszekerheid, sociale relaties en de mogelijkheid om veilig en kansrijk op te groeien.

Preventie speelt hierin een belangrijke rol. Door vroegtijdig te investeren in gezondheid en welzijn kunnen gezondheidsproblemen op latere leeftijd worden voorkomen of beperkt. Daarbij blijft de inzet gericht op een samenhangende, effectieve aanpak van informeren, stimuleren en normeren. Gezonde keuzes worden ondersteund met voorlichting en programma’s, maar ook met duidelijke normen, afspraken en waar nodig regelgeving en handhaving. Daarbij is het van belang dat kinderen en jongeren al op jonge leeftijd worden bereikt en dat via een wijkgerichte aanpak ook mensen in kwetsbare situaties worden ondersteund. Deze inzet is daarmee ook gericht op het verkleinen van gezondheidsachterstanden.

Daarnaast beoogt het kabinet de inzet op gezondheid en preventie minder vrijblijvend te maken. Daarom verkennen we de wettelijke verankering van gezondheidstaken voor gemeenten, bijvoorbeeld voor de inzet op kansrijke start, valpreventie en seksuele gezondheid. Ook wordt geregeld dat gemeenten, in omgevingen waar veel kinderen en jongeren komen, maatregelen kunnen nemen om hen te helpen gezond te kiezen.

Het kabinet werkt zowel aan een omzetting van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken naar een gedifferentieerde verbruiksbelasting op suikergehalte als aan een suikerbelasting op eetwaren. Voor beide maatregelen werkt het kabinet toe naar een wetgevingspakket dat naar verwachting in 2027 naar de Tweede Kamer zal worden gestuurd.

Er wordt verder gewerkt aan het wetsvoorstel om de marketing van ongezonde voedingsmiddelen gericht op kinderen te beperken. Daarnaast is het de ambitie van het kabinet om schoolfruit in het PO en VO aan te bieden en verschillende preventie programma’s in de schoolomgeving zoals Gezonde School, Gezonde Kinderopvang en Gezonde Schoolkantine te intensiveren. Ook wordt gewerkt aan de regionale en lokale verdere ontwikkeling en implementatie van de ketenaanpakken overgewicht en obesitas voor kinderen en volwassenen, alsook relevante nationale randvoorwaarden.

Tot slot helpen akkoorden zoals het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) bij minder vrijblijvendheid. Met het AZWA werken gemeenten en zorgpartijen in 2027, in samenwerking met VWS, aan de inkoop van aanbod en inzet van professionals voor de uitvoering van valpreventie, sociaal verwijzen, overgewicht volwassenen, kansrijke start en laagdrempelige steunpunten voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. Het doel is een landelijk dekkend aanbod van deze zogenoemde basisfunctionaliteiten in 2030.

Het kabinet zet € 25 miljoen in 2027 oplopend tot € 62 miljoen structureel in voor de gemeentelijke en maatschappelijke ondersteuning van kwetsbare gezinnen middels het programma Kansrijke Start. De eerste 1.000 dagen van een kind zijn van groot belang voor een gezonde ontwikkeling later in het leven. Daarom wordt blijvend ingezet op de aanpak Kansrijke Start. De inzet blijft gericht op het ondersteunen van kinderen en (aanstaande) ouders, onder meer door vroegsignalering, een gezonde zwangerschap, een goede voorbereiding op het ouderschap en passende ondersteuning waar nodig. Samenwerking tussen gemeenten, de jeugdgezondheidszorg, geboortezorg, het sociaal domein en andere betrokken partijen blijft hierbij essentieel. Ook wordt de verbinding met andere beleidsterreinen, zoals armoede, mentale gezondheid en de sociale basis, verder versterkt. Gemeenten ontvangen middelen vanuit het Rijk om hun lokale en/of regionale aanpak vorm te geven en verder te versterken. Via landelijke ondersteuning bieden we kennis, handvatten en begeleiding aan gemeenten en professionals bij de implementatie van de aanpak Kansrijke Start.

Daarnaast blijft aandacht bestaan voor het bevorderen van een gezonde leefstijl en het voorkomen van middelengebruik onder jongeren. De inzet op een rookvrije generatie wordt voortgezet en verder versterkt. Zo wordt de leeftijdsgrens voor tabak verhoogd naar 21 jaar, wordt het in voorraad houden van illegale vapes verboden en krijgt de NVWA meer mensen en mogelijkheden om effectiever tegen de illegale handel in vapes op te treden. Meer kindomgevingen worden rookvrij gemaakt en het reclameverbod wordt aangescherpt. Er wordt geïnvesteerd in stoppen met vapen en roken, onderzoek, communicatie en publieksinformatie. Verder zal het tabaksbeleid voor Caribisch Nederland worden versterkt. Ook wordt in 2027 ingezet op denormalisering van harddrugs en het voorkomen en terugdringen van drugsgebruik onder jongeren. Zo wordt er onder andere in samenwerking met het ministerie van Jusitie en Veiligheid gevolg gegeven aan de campagne die jongeren bewust maakt van de gevolgen van drugsgebruik op de maatschappij, gezondheid en het milieu.

Tegelijkertijd staat de houdbaarheid van het jeugdstelsel onder toenemende druk. De vraag naar ondersteuning en zorg blijft groeien en niet alle kinderen en gezinnen ontvangen tijdig passende hulp. Daarom wordt in 2027 verder gewerkt aan de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd en aan het versterken van de jeugdhulp. Het uitgangspunt blijft om kinderen, jongeren en gezinnen sneller passende ondersteuning te bieden, de kwaliteit van de hulp te verbeteren en het stelsel toekomstbestendig en financieel houdbaar te maken. De opgaven in het jeugdstelsel vragen om een brede benadering. Niet alleen de inrichting van de jeugdhulp is van belang, maar ook factoren in andere domeinen, zoals armoede, schulden, huisvesting en de mentale gezondheid van ouders, hebben invloed op de ondersteuningsvraag van gezinnen. De Hervormingsagenda benadrukt daarom het belang van samenhang tussen het sociaal domein, de zorg en andere beleidsterreinen. De inzet blijft gericht op het versterken van de sociale basis en het verstevigen van lokale teams, zodat problemen eerder worden gesignaleerd en hulp dichterbij en laagdrempelig kan worden geboden. Daarmee wordt beoogd om zwaardere vormen van jeugdhulp waar mogelijk te voorkomen en de toegankelijkheid van passende hulp te verbeteren. Daarnaast wordt verder gegaan met het wetstraject Reikwijdte, waarmee de beweging naar stevige lokale teams wettelijk wordt geborgd en nadere keuzes in de afbakening, toeleiding en de inzet op (bewezen) effectieve zorg wordt gemaakt. Het is daarbij ook nodig om, samen met gemeenten, met behulp van financiële instrumenten gericht te sturen op afname van het gebruik van individuele specialistische jeugdhulp. Eén van de zaken die wordt verkend is de mogelijkheid om te komen tot een betere sturing op het macrobudget voor jeugdhulp. Dit houdt in dat we gaan kijken of gemeenten meer handvatten kunnen krijgen om de schaarste van mensen en middelen in de sector nadrukkelijker te betrekken in de wijze waarop zij de jeugdzorg inkopen en organiseren. Als specialistische jeugdhulp nodig is, dan wordt er gestreeft naar liefdevolle zorg, passend bij de zorgvraag, in een zo thuis mogelijke omgeving. In dat kader wordt toegewerkt naar zo min mogelijk uithuisplaatsingen en gesloten plaatsingen in 2030, onderdeel hiervan is te werken aan alternatieven voor de gesloten jeugdhulp.

Ook mentale gezondheid vraagt in alle leeftijdsgroepen om blijvende aandacht. Steeds meer mensen ervaren mentale klachten. De toename in mentale klachten leidt tot een groeiend beroep op professionele ondersteuning en zorg. De domeinen en sectoren die ondersteuning of zorg leveren aan mensen met mentale klachten staan in stijgende mate voor grote uitdagingen, zoals een grote instroom en het stokken van de door- en uitstroom. Niet iedereen vindt daarbij tijdig passende hulp. Dat geldt vooral voor mensen met complexere problemen. Door zo vroeg mogelijk in te grijpen, is het doel om zwaardere problemen en zorg later te voorkomen. De ambitie is om te werken aan een mentaal gezonde samenleving, waarin mensen veerkrachtig zijn, steun ervaren, goed kunnen omgaan met dagelijkse stress, tegenslagen en uitdagingen en wanneer er meer zorg nodig is, is tijdige en passende geestelijke gezondheidszorg beschikbaar. In 2027 werkt het kabinet langs drie lijnen, door (1) in te zetten op het versterken van de mentale veerkracht van jongeren en volwassenen (2) door met tijdige hulp en ondersteuning te voorkomen dat mentale problemen of lichte psychische klachten groter worden en (3) het onder andere met een routekaart passende zorg in de ggz ervoor te zorgen dat er meer capaciteit beschikbaar komt voor de doelgroep met complexe problematiek. Daarmee wordt voortgebouwd op afspraken uit het AZWA. Het kabinet gaat onverminderd en met volle kracht voort met het programma personen met verward/onbegrepen gedrag. Het is belangrijk dat er proactief bemoeizorg wordt ingezet voor kwetsbare mensen die zelf geen hulp zoeken. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de ministeries van BZK, JenV, VRO en SZW. Daarbij draait het om een brede aanpak vanuit zorg, veiligheid, bestaanszekerheid en om passende huisvesting. Samen met het veld werken we aan meer woon(zorg)plekken, minder handelingsverlegenheid door gegevensuitwisseling, landelijke regie met lokale uitwerking en structurele en betrouwbare financiering. Onderdeel van de gezamenlijke aanpak is de aansluiting reguliere – forensische zorg. Daarnaast beoogt het kabinet het wetsvoorstel in te dienen waarmee de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) worden gewijzigd. Zo willen we de zorg verbeteren.

1.2 Sport en bewegen voor iedereen

Met het oog op ‘de gezondste generatie ooit’ willen wij sport en bewegen in het dagelijks leven stimuleren, voor mensen met én zonder handicap. Sporten draagt bij aan zowel de fysieke als mentale gezondheid: je zit beter in je vel, maakt vrienden en leert omgaan met winst, verlies en prestatiedruk. Daarom investeren we in lokale uitvoeringskracht via functionarissen binnen de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC), ruimte, accommodaties en speelplekken om aan te sluiten bij wat mensen in het dagelijks leven kan helpen meer te sporten en bewegen. Zo investeren we in renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties, bijvoorbeeld door het budget voor de BOSA te verhogen. Ook sportverenigingen spelen een belangrijke rol, evenals de vrijwilligers die zich week in, week uit inzetten om deze verenigingen draaiende te houden. Hun inzet is van onschatbare waarde. Daarom werkt het kabinet samen met gemeenten en andere betrokken partijen aan een solide en toekomstbestendige sport- en beweegsector. Door al op jonge leeftijd te sporten, is de kans groter dat mensen ook op latere leeftijd actief blijven. Daarmee verbeteren we de kwaliteit van leven van jong tot oud.

1.3 Laagdrempelige medische preventie

Met medische preventie wordt ervoor gezorgd dat mensen minder snel ziek worden en dat ziekten eerder ontdekt en behandeld kunnen worden. Het is aan mensen zelf om daar wel of niet gebruik van te maken. Een optimaal gebruik van het aanbod zorgt voor een gezondere samenleving en een lagere druk op de zorg. Daarom wil het kabinet dit zo laagdrempelig en toegankelijk mogelijk maken. Met een wijkgerichte aanpak (WGA) zetten we in op het verhogen van de vaccinatiegraad en van de deelname aan bevolkingsonderzoeken. Dit bouwt voort op de eerste, positieve resultaten die hiermee in de vier grote steden zijn geboekt.

Met maatwerk gericht op verschillende doelgroepen en samenhangende interventies wordt gebouwd aan vertrouwen en lijkt, in de betreffende wijken, een trendbreuk te ontstaan in de daling van de vaccinatiegraden van het RVP. Een stijging in opkomst en aantal gezette vaccinaties in Den Haag3 en Amsterdam4, gemeenten die al een aantal jaar bezig zijn met de aanpak, stemt hoopvol en is veelbelovend voor een meerjarige aanpak. Daarom investeert het kabinet in een uitbreiding van de aanpak naar meer gemeenten. Dankzij een amendement van de leden Klaver en Vliegenthart (PRO)5 op de VWS-begroting voor 2026, zijn dit jaar middelen beschikbaar voor de voortzetting van de aanpak in de G4 en een eerste uitbreiding naar zes andere gemeenten waar, na de G4, de urgentie om deze aanpak in te zetten het hoogst is. Het betreft de gemeenten Almere, Barneveld, Ede, Eindhoven, Tilburg en Zaanstad. In 2027 wordt de WGA, met middelen uit het coalitieakkoord, uitgebreid naar een groter aantal gemeenten. Beoogd is de WGA vanaf 2028 beschikbaar te maken in alle gebieden waar vaccinatiegraden achterblijven.

1.4  Start gordelroosvaccinaties

Het streven is om in 2027 te beginnen met de vaccinatie van 60-jarigen tegen gordelroos. Gordelroos wordt veroorzaakt door het varicellazostervirus, hetzelfde virus dat waterpokken veroorzaakt. Na een doorgemaakte waterpokkeninfectie blijft het virus in het lichaam aanwezig en kan het op latere leeftijd, met name wanneer de weerstand afneemt, opnieuw actief worden. Dit kan leiden tot gordelroos waarbij mensen gedurende enkele weken last hebben van een pijnlijke huiduitslag en (soms langdurige) zenuwpijn. Na een serie van twee vaccinaties zijn mensen jarenlang beschermd tegen gordelroos.

Vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is voor gordelroosvaccinatie van 2027 t/m 2029 € 47 miljoen per jaar, van 2030 t/m 2039 € 53 miljoen per jaar en vanaf 2040 (structureel) € 39 miljoen per jaar beschikbaar. Aangezien dit budget niet voldoende is om iedereen van 60 jaar en ouder te vaccineren, is op basis van advies van het RIVM besloten om de vaccinatie aan te bieden aan 60-jarigen.6 Het RIVM adviseert deze leeftijdsgroep, omdat vaccinatie op 60-jarige leeftijd de grootste gezondheidswinst oplevert en binnen de beschikbare middelen het meest kosteneffectief is. Daarnaast reserveert het kabinet voor 2028 t/m 2031 incidentele middelen voor een vierjarige inhaalcampagne van de gordelroosvaccinatie voor 61- tot 69-jarigen.

De invoering van gordelroosvaccinatie past binnen de inzet op preventie: door ziekte en complicaties te voorkomen blijft de gezondheid van ouderen langer behouden en wordt de druk op de zorg verminderd.

1.5 Voorbereid op crises en gezondheidsbedreigingen

Het ministerie van VWS versterkt de publieke en curatieve gezondheidszorg vanwege de toenemende mondiale dreigingen, waaronder militaire en hybride dreigingen, en trekt daarbij lessen uit ervaringen uit het verleden. De gezondheidszorg is aangewezen als prioritair thema: de continuïteit en beschikbaarheid van zorg zijn essentieel voor het functioneren van de samenleving. Investeringen in gezondheid zorgen ervoor dat de samenleving beter bestand is tegen conflicten en gezondheidsdreigingen, zoals pandemieën. Gezien de mondiale en geopolitieke ontwikkelingen is dit van groot belang.

In dat licht heeft de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de VWS-begroting 2026 en eerder via onder andere de motie-Bikker c.s. – aandacht gevraagd voor het versterken van de (pandemische) paraatheid. Het kabinet deelt dit belang en heeft daarom middelen beschikbaar gesteld om de versterking van de publieke en curatieve gezondheidszorg voort te zetten.

Voor de voortzetting van het programma pandemische paraatheid wordt structureel € 162 miljoen beschikbaar gesteld. Deze investering is gericht op de versterking van de keten van infectieziektebestrijding en heeft als doel de zorg beter voor te bereiden op toekomstige gezondheidscrises. Onderdeel hiervan is een structurele investering van € 122 miljoen in onder andere de versterking van de GGD’en, de voortzetting van programma’s van het RIVM en het continueren van de Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI). Daarmee kunnen de belangrijkste onderdelen van de basisnoodzorg in Nederland paraat worden gehouden en verder worden versterkt.

Concrete resultaten in 2027 zijn onder andere de afronding van de implementatie van de LFI, de behandeling van de Tweede tranche wijziging Wpg waarmee een directie sturingsbevoegdheid van de minister van VWS op de directeuren Publieke Gezondheid van de GGD’en wordt geïntroduceerd en de ontwikkeling in lagere regelgeving (AMvB) van kaders voor de uniforme pandemische voorbereiding bij GGD’en. In 2027 zal de versterking van de GGD’en die de afgelopen jaren is ingezet, worden gecontinueerd en vanaf 2028 structureel verankerd worden met de bovengenoemde AMvB en bijbehorende specifieke financiering. Ook wordt er op ingezet de Derde tranche wijziging Wpg die ziet op het versterken van de informatie-uitwisseling in de keten van infectieziektebestrijding aan de Kamer aan te bieden.

In 2027 zal de volgende internationale evaluatie van de Nederlandse paraatheid door het Europees centrum voor ziektepreventie- en bestrijding (ECDC) plaatsvinden. In deze Public Health Emergency Preparedness Assessment zal de voortgang worden beoordeeld van het plan van aanpak dat n.a.v. de eerdere externe evaluatie in 2025 is opgesteld.

Op mondiaal niveau worden de onderhandelingen over het pandemieverdrag voortgezet en de resultaten voorgelegd aan de WHA in mei 2027. De wijzigingen van de Internationale gezondheidsregeling die in 2024 zijn aangenomen door de lidstaten van de WHO, worden via de uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsbehandeling behandeld in de Kamer.

Ondanks de inzet op de basis noodzorg, waaronder de hierboven omschreven inzet op de publieke gezondheidszorg, blijft onvermijdelijk dat in tijden van crisis en conflict scherpe keuzes moeten worden gemaakt die impact hebben op de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg. Het kabinet wil het mogelijk maken dat de minister in extreme omstandigheden sterkere regie en sturingsmogelijkheden heeft in de zorg, bijvoorbeeld om waar nodig bindende instructies te kunnen geven voor de spreiding van patiënten over ziekenhuizen of voor de optimale inzet van schaarse hulpmiddelen. Daarnaast zal het kabinet bij concrete dreiging van crisis en conflict inzetten op de aanleg van strategische voorraden (mensen en middelen) die binnen het systeem niet vanzelf tot stand komt.

Zoals beschreven in de Defensienota 2026 werkt VWS samen met het ministerie van Defensie in 2027 verder aan het vergroten van de weerbaarheid van de gezondheidszorg. Deze civiel-militaire samenwerking7 heeft tot doel dat de Nederlandse gezondheidszorg indien nodig grote aantallen gewonde militairen kan ontvangen. Dit vergt onder meer adequate opschaalbare noodzorg.

De zorg kan in crisistijd alleen toegankelijk blijven als de samenleving zelfredzaam en samenredzaam blijft. Dit raakt veel facetten van de zorg en van de bestaande (decentrale) inzet in het sociaal domein en publieke gezondheidszorg. VWS werkt in 2027 verder aan het in kaart brengen van mogelijke additionele inzet conform de toezegging die is gedaan.8

2.1 Voor de gezondste generatie ooit, met passende zorg als het nodig is

Hoe gezond een generatie ook, iedereen kan zorg nodig hebben. Wanneer het lot jou treft, dan moet de zorg die je krijgt passend zijn. Geen behandeling omdat het kan, maar zorg omdat die je kwaliteit van leven geeft. We moeten stoppen met behandelen wanneer behandelen weinig tot niets toevoegt. Soms is zorg niet het juiste antwoord. En dat weten we eigenlijk allemaal. De zorg wordt beter als hij echt bij jou past. Bijvoorbeeld als de wijkverpleegkundige je leert hoe je zelf een steunkous aantrekt of je ogen druppelt, in plaats van je dat uit handen te nemen. Bijvoorbeeld door samen met je behandelaar te beslissen wat voor jou kwaliteit van leven is in de laatste fase van jouw leven. Of als wat je echt nodig hebt sociale verbinding en ondersteuning is, in plaats van (ggz-)zorg.

Zorg moet passend zijn: geen behandeling omdat het kan, maar zorg die bijdraagt aan gezondheid, functioneren en kwaliteit van leven. Om goede zorg ook in de toekomst beschikbaar en toegankelijk te houden voor iedereen, is het noodzakelijk dat alle betrokken partijen zich richten op zorg die aansluit bij wat mensen daadwerkelijk nodig hebben. Passende zorg stelt gezondheid en kwaliteit van leven centraal en kijkt niet alleen naar ziekte en behandeling. Dat betekent dat zorg aantoonbaar effectief moet zijn en meerwaarde moet hebben voor de patiënt, met een doelmatige inzet van mensen, middelen en materialen. Tegelijkertijd betekent passende zorg ook dat zorg samen met en rondom de patiënt wordt georganiseerd, gericht is op zelfredzaamheid en op de juiste plek tegen een redelijke prijs wordt geleverd.

Er is al een sterke beweging die passende zorg centraal stelt. Onder de vlag van het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) hebben zorg- en welzijnsprofessionals, zorg- en welzijnsaanbieders, zorg- en welzijnsinkopers en patiëntenorganisaties samengewerkt om passende zorg de standaard te maken. Het kabinet gaat samen met al deze partijen onverkort verder met de uitvoering van de zorgakkoorden.

Het ministerie van VWS wil daarnaast de stap zetten naar de volgende fase. Het kabinet maakt passende zorg altijd en overal de norm. Daarbij worden voorlopers en volgers in de beweging naar passende zorg ondersteund en bevestigd in hun handelen, terwijl waar nodig wordt bijgestuurd om de ontwikkeling naar passende zorg verder te bevorderen. Daarom wil het kabinet de uitgangspunten van de randvoorwaarden voor passende zorg verankeren. Daartoe komt het kabinet eind 2027 met een samenhangend pakket aan wet- en regelgeving dat passende zorg altijd en overal de norm maakt. Dat doen we langs de volgende drie lijnen:

  • Goede zorg is die past (paragraaf 2.2);

  • Een zorglandschap dat past (paragraaf 2.3);

  • Zekerheid dat passende zorg er is (paragraaf 2.4).

2.2 Goede zorg die past

Het ministerie van VWS wil dat beroepsbeoefenaren duidelijk zijn over welke zorg passend is en welke zorg niet en dat zij alleen nog passende zorg verlenen. Via wet- en regelgeving gaan we strengere eisen stellen aan de voorwaarden, kwaliteit en (snelheid van) totstandkoming van beroepsrichtlijnen en kwaliteitsdocumenten. De beroepsgroepen moeten zelf duidelijke inhoudelijke normen vaststellen wat in welke omstandigheden passende zorg is en wat niet, aansluitend op het proces en de kaders van het Zorginstituut over pakketwaardigheid van zorg. Als er een gelijkwaardig alternatief is dat minder arbeidsintensief of meer kosteneffectief is, heeft dat voorrang. Bovendien moeten de beroepsgroepen hun beroepsrichtlijnen en kwaliteitsdocumenten regelmatig actualiseren, en snel implementeren in de praktijk. Het Zorginstituut krijgt een stevigere rol in het toetsen op de verantwoorde-lijkheid van de beroepsgroepen om te komen tot goede en actuele beroepsrichtlijnen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet daarbij met haar toezichtscapaciteit toe op de daadwerkelijke implementatie van de richtlijnen en de standaarden in de praktijk.

Het kabinet vergoedt geen zorg die geen meerwaarde heeft voor de patiënt. Daartoe is passende zorg ook in de aanspraak de norm. Niet alleen bij de introductie van nieuwe behandelingen, maar ook daarna, in de praktijk. Hierbij worden scherpere eisen aan pakketwaardigheid van zorg gesteld en wordt geregeld dat het Zorginstituut, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en zorgverleners die eisen daadwerkelijk kunnen toepassen in hun rol. Het kabinet laat de beschikbaarheid van mensen en middelen en kosteneffectiviteit zwaarder wegen. Daarmee krijgt het Zorginstituut een stevigere rol in het toetsen en sturen op pakketwaardigheid. Net als bij extramurale geneesmiddelen besluit de minister voortaan ook bij alle intramurale geneesmiddelen over de pakketwaardigheid.

2.3 Een zorglandschap dat past

Het kabinet wil dat zorgaanbieders zich zo in een regio organiseren dat inwoners de best passende zorg op de beste plek krijgen wanneer dat nodig is. VWS gaat erop sturen dat zorgaanbieders en zorginkopers, na overleg met inwoners en patiënten en hun inbreng meewegend, in elke regio keuzes maken waar welke zorg verleend wordt en waar welke zorg niet verleend wordt omdat dat beter ergens anders kan. Zodat basiszorg dichtbij is, bijvoorbeeld met hechte wijkverbanden die door nauwe samenwerking met het sociaal domein onnodige medicalisering van hulpvragen voorkomen, en met verloskundige samenwerkingsverbanden voor goede zorg rond zwangerschap en bevalling. Terwijl specialistische zorg zich concentreert waar dat vanuit kwaliteit en doelmatigheid beter is. Soms betekent dit dat zorg op de ene plek moet worden afgebouwd, zodat deze op een andere plek beter en duurzamer kan worden ingericht. Die keuzes zijn nodig zodat het zorglandschap goed aansluit op de vraag naar passende zorg.

Maar die keuzes worden nu niet altijd, of niet voldoende gemaakt – ondanks de afspraken in de zorgakkoorden. Om echte doorbraken te realiseren is het nodig dat zorgaanbieders daarbij constructief en gedegen deelnemen aan het opstellen en uitvoeren van regionale plannen voor een passend zorglandschap. En dat aanbieders afspraken maken over het gezamenlijk organiseren van zorg waaraan een partij zich niet zomaar kan onttrekken.

Daarom wordt actiever gestuurd op de organisatie van zorg in de regio:

  • Het verscherpen en verduidelijken van de landelijke kaders en minimale eisen voor zorgaanbieders. Deze eisen zijn helder, toetsbaar en gelden voor alle zorgaanbieders, ongeacht de regionale context. Denk hierbij aan deelname aan samenwerkingsverbanden en aan cruciale functies zoals de avond-, nacht- en weekendzorg.

  • Het wettelijk vastleggen dat zorgaanbieders in samenspraak met zorginkopers verplicht zijn om constructief en gedegen deel te nemen aan het opstellen en uitvoeren van regionale plannen voor een passend zorglandschap. Wat onder constructieve en gedegen deelname wordt verstaan, wordt uitgewerkt in procesvoorwaarden.

  • Er wordt voor gezorgd dat regionale plannen over het zorglandschap daadwerkelijk richting geven aan alle zorgaanbieders in de regio. En we borgen dat die richting niet vrijblijvend is.

Voor partijen moet de samenwerking aan passende zorg lonend zijn. Daarom wordt tegelijkertijd gekeken of de bekostiging en andere randvoorwaarden voldoende aansluiten bij wat we van partijen vragen. Waar nodig passen we deze aan. Zo start VWS, samen met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), met budgetbekostiging van de spoedeisende hulp. Daarnaast wordt de financiering en organisatie van de geestelijke gezondheidszorg hervormd, zodat er capaciteit in menskracht en budget beschikbaar komt voor complexe zorg.

2.4 Zekerheid dat passende zorg er is

Van zorgverzekeraars wordt verwacht dat zij sterker sturen op de beschikbaarheid van passende zorg. Daarom wordt de zorgplicht van zorgverzekeraars aangescherpt, inclusief hun rol bij regionale transformaties. Daarmee wordt expliciet gemaakt dat deze zorgplicht niet alleen betrekking heeft op de huidige situatie, maar ook op de toekomstige beschikbaarheid en toegankelijkheid van zorg. De NZa houdt toezicht op de naleving hiervan, onder meer via de beleidsregel Toezichtkader zorgverzekeraars Zvw en het document De zorgplicht: handvatten voor zorgverzekeraars.

Zorgverzekeraars moeten zorgaanbieders contracteren wanneer dat nodig is om de toegankelijkheid van passende zorg voor hun verzekerden te waarborgen. Dat geldt ook voor aanbieders die momenteel nog niet gecontracteerd zijn of die met nieuwe, beter passende vormen van zorg bijdragen aan de regionale opgaven.

Bij transformaties in het zorglandschap, zoals opgenomen in regioplannen, is het onwenselijk dat zorgverzekeraars verschillende richtingen kiezen. Daarom creëert het kabinet randvoorwaarden om gelijkgericht handelen van zorgverzekeraars te bevorderen en te voorkomen dat verzekeraars meeliften (‘free-riding’) op investeringen van andere verzekeraars in de regio.

Daarnaast moeten zorgverzekeraars voldoende mogelijkheden hebben om te sturen op passende zorg. Het kabinet gaat daartoe regelen dat zorgverzekeraars de juiste instrumenten hebben om niet-passende zorg niet meer te hoeven vergoeden. De huidige verplichting om ook niet-gecontracteerde zorg te vergoeden beperkt namelijk hun belangrijkste sturingsinstrument: contractering. Het moet worden voorkomen dat aanbieders van passende zorg concurreren met aanbieders die inkomsten genereren uit niet-passende zorg. Via gerichte contractering moeten zorgverzekeraars kunnen waarborgen dat passende zorg nu en in de toekomst toegankelijk blijft. Daarom wil het kabinet stoppen met de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg, met inachtneming van de Europese patiëntenrichtlijn.

Daarnaast wil het kabinet de informatiepositie van zorgverzekeraars versterken, zodat zij beter onderscheid kunnen maken tussen aanbieders die wel of juist geen passende zorg leveren. Zo wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe zorgverzekeraars, met waarborgen voor privacy, bestaande declaratiegegevens kunnen gebruiken om aanbieders te identificeren die mogelijk geen passende zorg leveren en hierover het gesprek aan te gaan. Ook wil het kabinet zorgverzekeraars geautomatiseerd inzicht geven in wachtlijsten. Daarmee kunnen zij gerichter contracteren en verzekerden beter bemiddelen naar aanbieders met kortere wachttijden.

In 2026 wordt een wetsvoorstel (in samenhang met andere passende zorg maatregelen) ontwikkeld dat zorgverzekeraars versterkt in hun rol van inkoper van passende zorg. Dit wetsvoorstel wordt in 2027 aangeboden aan de Tweede Kamer en gelijktijdig worden de technische, organisatorische en beveilings- en privacyrandvoorwaarden voor de overdracht van informatie aan zorgverzekeraars uitgewerkt.

2.5 Toegang tot geneesmiddelen

De beschikbaarheid van geneesmiddelen blijft ook in 2027 een prioriteit. Ondanks dat het aantal tekorten gelukkig is afgenomen, is dit voor veel patienten nog steeds een probleem. Daarom wordt gezorgd voor uitbreiding van de voorraden van geneesmiddelen. Ook wordt verder gewerkt aan het in kaart brengen van of en hoe we prijs- en vergoedingsinstrumenten van het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) en de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp) meer ruimte kunnen geven om mee te bewegen met (geopolitieke) veranderingen in de internationale markt. Het kabinet versterkt de lange termijn beschikbaarheid van genees- en hulpmiddelen. Productieketens die puur ‘just-in-time’ zijn, zijn te kwetsbaar voor verstoringen. De inzet van het kabinet is om als Europa onze afhankelijkheden te verminderen van derde landen voor onze ge-neesmiddelenvoorziening. Dit wordt gedaan door de Europese productie van geneesmiddelen te stimuleren, zoals het opzetten van strategische projecten en gezamenlijke inkoop. Nationaal zijn ook maatregelen genomen, waaronder een subsidie ten behoeve van de productie van bepaalde geneesmiddelen zodat deze weer in Europa kunnen worden geproduceerd. Tot slot wordt met Europa samengewerkt aan (implementatie van) Europese wetgeving op het gebied van (kritische) geneesmiddelen, biotech, medische hulpmiddelen en in vitro diagnostica, en bevorderen we dat innovaties die passendere zorg zijn of passende zorg ondersteunen, snel de patiënt bereiken.

Regie hebben en houden over het eigen leven en zelfstandig kunnen deelnemen aan de samenleving is een belangrijk streven voor mensen. Deel uitmaken van de samenleving, sociale contacten onderhouden en activiteiten doen die energie en voldoening geven, zijn daarbij belangrijke voorwaarden. Daarom zet VWS zich in om dit voor zoveel mogelijk mensen met een zorgbehoefte mogelijk te maken, zodat hun zelfstandigheid en autonomie, ondanks een fysieke, verstandelijke of psychische beperking, zoveel mogelijk behouden blijven.

Liefdevolle zorg vindt overal plaats: binnen en buiten zorginstellingen, in buurten en bij en door mensen thuis, waar zorgzame gemeenschappen een belangrijke rol spelen. Deze brede basis vormt het vertrekpunt voor passende zorg en ondersteuning en de beweging van zorg naar gezondheid en welzijn.

3.1 Veiligheid staat voorop

Vrouwen en meisjes moeten overal veilig kunnen zijn. Dat vergt een daadkrachtige aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Hierbij valt te denken aan kindermishandeling, vrouwelijke genitale verminking en intieme terreur. Het kabinet heeft daarom een nationaal coördinator aangesteld, voor een nationaal actieplan met een duidelijke, kabinetsbrede inzet, met gemeenten en uitvoeringsorganisaties. Daarnaast wordt door de ministeries van JenV en VWS in samenwerking met de ministeries van OCW en SZW gewerkt aan de implementatie van de EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld waarvoor een wetsvoorstel in voorbereiding is. Dit wetsvoorstel dient in juni 2027 van kracht te zijn. In situaties van acute onveiligheid is het van belang dat er opvang is voor slachtoffers van huiselijk geweld. Met ingang van 2026 zijn aanvullende middelen beschikbaar voor de uitbreiding van het aantal plekken in de vrouwenopvang. Daarnaast stelt het kabinet met ingang van 2027 tot en met 2029 jaarlijks 2 miljoen euro beschikbaar voor het centrum seksueel geweld en 10 miljoen voor de Filomena-aanpak. Dit zal aankomende periode nader worden uitgewerkt.

3.2 Een sterke sociale basis en ondersteuning dichtbij

Mensen met een hulpvraag moeten kunnen rekenen op toegankelijke ondersteuning, nu en ook in de toekomst. Daarom werkt het kabinet een brede agenda uit om de houdbaarheid van de Wmo te waarborgen, zodat ook toekomstige generaties kunnen blijven vertrouwen op toegankelijke ondersteuning. Mede door de dubbele vergrijzing neemt de vraag naar maatschappelijke ondersteuning de komende jaren toe terwijl personeel steeds schaarser wordt. De afgelopen jaren is het gebruik van huishoudelijke hulp sterk toegenomen, vooral door mensen die de hulp zelf kunnen betalen. Daarom kiest het kabinet ervoor de huishoudelijke hulp niet meer als Wmo-maatwerkvoorziening aan te bieden. We zorgen voor een vangnet voor de mensen die niet zelf in deze hulp kunnen voorzien. Het kabinet werkt dit samen met gemeenten en betrokken partijen uit, in samenhang met de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo. Naast dit actiepunt werkt het kabinet aan verdere maatregelen om de houdbaarheid van de Wmo te versterken, op basis van de aanbevelingen uit het Houdbaarheidsonderzoek Wmo (waaronder de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage, een maatregel die ook in het coalitie akkoord is opgenomen).

Het kabinet wil een samenhangende aanpak van sociale problematiek om de beweging van zorg naar gezondheid en welzijn te versterken. Het kabinet investeert in zorgzame buurten en wijken en gemeenschapsvorming. Zo versterken we lokale netwerken waarbinnen mensen elkaar kunnen helpen. Om boodschappen te doen, een keer te helpen bij de tuin of een keer te helpen bij vervoer naar de arts. Dit biedt zingeving en voorkomt eenzaamheid. Professionele zorg blijft beschikbaar waar dat nodig is en is erop gericht de zelfredzaamheid van mensen te versterken en hun sociale netwerk te ondersteunen. Het kabinet zet in op stevige lokale teams die laagdrempelig en dichtbij inwoners kunnen opereren. En op een structurele samenwerking tussen het medisch en het sociaal domein. Zo kan zwaardere zorg vaker voorkomen worden.

Een van de acties in 2027 is de uitwerking een bestuurlijke afspraak in het AZWA: gemeenten versterken o.a. inloopvoorzieningen en laagdrempelige steunpunten in de wijk en maken afspraken in de regio met zorgverzekeraars om inwoners passend te ondersteunen waar nodig. Verder wordt ingezet op versterking lokale teams in de wijk en wordt dat op landelijk niveau ondersteund door een convenant. In het convenant spreken gemeenten, het rijk en uitvoeringspartners af om de werkwijze van lokale teams meer te uniformeren en te versterken. Het kabinet onderzoekt of het samen met de VNG de inzet van buurtverbinders kan stimuleren. De verbindingen in de wijk kunnen ook de gemeenschapsvorming in woonvormen versterken (zie verderop). Ook wordt verbinding gezocht met het gemeenschapsfonds van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Daarnaast komt het kabinet, conform de motie Struijs c.s., met een plan om mantelzorgers te ondersteunen. Mantelzorgers dragen in belangrijke mate bij aan het dagelijks functioneren, de zelfstandigheid en het welzijn van hun naasten, en vormen daarmee een belangrijke rol voor mensen met ziekte of een beperking. Het is belangrijk dat mantelzorgers ondersteund worden bij de zorg die zij bieden aan hun naaste om zo overbelasting te voorkomen, bijvoorbeeld met respijtzorg of door de combinatie van werk en mantelzorg te faciliteren. Het kabinet geeft met een nieuwe mantelzorgagenda, samen met veldpartijen, invulling aan dit plan ter ondersteuning van mantelzorgers. Met de Mantelzorgagenda 2027-2030 wordt tevens uitwerking gegeven aan het SER-advies ‘Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving’.     

3.3 Langer zelfstandig en volwaardig meedoen

De voorkeuren van ouderen veranderen en het aanbod van zorg en ondersteuning past zich daar in hoog tempo op aan. Het aanbod richt zich steeds meer op behoud van zelfstandigheid, samenwerking met het netwerk en de inzet van (digitale) hulpmiddelen. Het kabinet wil samenwerken aan wat hiervoor nodig. Zo wordt doorgegaan met de bouw van 290.000 woningen voor ouderen in de periode tot en met 2030. Om dit doel te bereiken is een intensivering van de inspanningen nodig. Daarbij wordt gewerkt langs de lijn van bestuurlijke afspraken met gemeenten en provincies samen met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, met als inzet om de prestatieafspraken aan te scherpen en de omslag te maken van planvorming naar realisatie.

Er ontstaan nieuwe woonvormen waarin mensen met en zonder zorgvraag samenleven en elkaar waar mogelijk ondersteunen. Samen met de sector werken we aan een toekomstbestendige ouderenzorg, met inzet op passende zorg, het verder scheiden van wonen en zorg en flankerende investeringen in een sterke samenleving. Met reablement, een persoonsgerichte aanpak die uitgaat van wat mensen zelf kunnen en (opnieuw) kunnen leren, wordt de eigen regie van mensen versterkt. Het kabinet wil samen met betrokken partijen verkennen hoe deze beweging kan worden versneld en verbreed. Met de partijen die het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg hebben ondertekend worden aanvullende afspraken opgesteld, waarbij ook de gemeenschapsvorming in geclusterde woonvormen wordt betrokken.

Dat doen we niet alleen om de uitgavengroei af te remmen, maar vooral omdat het goed is voor ouderen en voor de samenleving als we de zorg voor ouderen meer in de wijk/eigen omgeving organiseren. Deze ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van ouderen en het verminderen van de druk op zorgverleners, zodat zij zich kunnen richten op het bieden van passende zorg aan degenen die dat het meest nodig hebben. Ook kan hierdoor de druk op de instellingszorg worden verlaagd.

3.4 VN-verdrag Handicap

Het kabinet werkt aan de uitvoering van het VN-verdrag Handicap, zodat mensen met een beperking, van kinds af aan, volop kunnen meedoen in de samenleving. Dit gebeurt onder meer via de nationale strategie voor mensen met een beperking (2024) en de eerste werkagenda VN-verdrag Handicap 2025–2030. Ook voor mensen met een handicap staan eigen regie en zelfredzaamheid centraal, met passende en kwalitatief goede ondersteuning. Die ambitie is nog geen realiteit, mede doordat het huidige arbeidsmarkttekort alleen maar toeneemt en steeds meer mensen een beroep doen op zwaardere zorg. Juist voor gezinnen en mensen met een beperking is passende zorg van groot belang, omdat daarmee kan worden voorkomen dat zorgvragen verzwaren. Dit vraagt wel om echte veranderingen in de organisatie van zorg, en een beweging van zorg naar gezondheid en welzijn. Gelukkig zijn er voorbeelden die laten zien dat dat kán. Het kabinet gaat met de cliëntenorganisaties, professionals, zorgaanbieders, zorgkantoren en gemeenten aan de slag om een gezamenlijk toekomstperspectief te formuleren en te komen tot bestuurlijke afspraken om daar naartoe te werken. Daarbij wordt aangesloten op de beweging van de overige zorgakkoorden, zonder bij de maatregelen de eigenheid van de sector – zoals het feit dat mensen soms decennia in een instelling wonen en dat verwanten van mensen met een beperking langdurig een rol blijven spelen – uit het oog te verliezen.

Onze zorg is gebouwd op solidariteit. Gezonde mensen betalen mee aan de zorgkosten van mensen die ziek zijn of langdurig afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning. Mensen met een hoog inkomen betalen meer dan mensen met een laag inkomen, terwijl we onder andere via de zorgtoeslag de zorg betaalbaar houden voor lagere inkomens.

Het verplicht eigen risico bedraagt sinds 2016 € 385 en is de afgelopen jaren niet meer meegegroeid met de zorgkostenontwikkeling. Hierdoor is de nominale premie harder gestegen en doet het eigen risico minder dan waarvoor het bedoeld is. Om de zorg houdbaar en betaalbaar te houden wil het kabinet dat het verplicht eigen risico weer meebeweegt met de zorgkostenontwikkelingen. Daarnaast wil het kabinet middels een verhoging het verplicht eigen risico ook beter aan laten sluiten bij het niveau van de zorguitgaven. Het kabinet heeft besloten de verhoging van het verplicht eigen risico met € 60 uit te stellen naar 2028. Het verplicht eigen risico komt in 2028 niet hoger uit dan wanneer het verplicht eigen risico de afgelopen jaren jaarlijks geïndexeerd zou zijn. Tegelijkertijd wil dit kabinet dat mensen die medisch-specialistische zorg nodig hebben niet in één keer het hele verplicht eigen risico kwijt zijn. Daarom worden in 2027 de voorbereidingen getroffen om het verplicht eigen risico te trancheren tot maximaal € 150 per behandelprestatie in de medisch-specialistische zorg. Vanwege de implementatieperiode van een jaar zal de tranchering per 2028 worden ingevoerd. Een deel van de verzekerden zal daardoor minder eigen risico gaan betalen, bijvoorbeeld omdat zij in een jaar slechts één behandelprestatie aan medisch-specialistische zorg afnemen en in dat jaar weinig andere zorg nodig hebben.

Om de zorgkosten beheersbaar te houden en de solidariteit binnen het zorgstelsel te waarborgen, voert het kabinet een eigen bijdrage in de jeugdhulp en de wijkverpleging in. Ook de keuze om de huishoudelijke hulp per 2029 niet meer als maatwerkvoorziening aan te bieden draagt bij aan deze doelen. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien.

Daarnaast heeft en houdt het kabinet oog voor mensen die ondanks deze ondersteuning in de knel blijven komen. Dit krijgt vorm bij de keuzes die nog gemaakt moeten worden over de vormgeving van verschillende maatregelen uit het coalitieakkoord en binnen het bredere inkomensbeleid.

Verder heeft het kabinet besloten om de maximering van de eigen bijdrage voor extramurale geneesmiddelen van € 250 per kalenderjaar te verlengen tot en met 2027.

Bij politieke besluitvorming met betrekking tot medisch-ethische dilemma’s gaat voor het kabinet zorgvuldigheid boven snelheid. Hierbij spelen meerdere waarden een rol, zoals autonomie, de beschermwaardigheid van het leven en de medisch-wetenschappelijke vooruitgang. Het wegen van deze waarden vergt een zorgvuldig en respectvol debat, waarbij gebruik gemaakt wordt van maatschappelijke dialogen, adviezen van de Gezondheidsraad, ethische reflecties en (wets)evaluaties.

De Gezondheidsraad heeft in 2023 geadviseerd om de veertiendagengrens in de Embryowet aan te passen naar 28 dagen. In 2027 zal het kabinet een maatschappelijke dialoog houden over het advies van de Gezondheidsraad over de veertiendagengrens in de Embryowet, conform het advies van het Rathenau Instituut. Daarna zal het kabinet met een kabinetsreactie komen over dit advies.

Voor Caribisch Nederland wordt verder gewerkt aan voorzieningen voor zorg, voor de jeugd en de ondersteuning die gelijkwaardig is aan die in Europees Nederland. Daarbij blijft aandacht nodig voor het versterken van voorzieningen die nog niet het gewenste niveau hebben bereikt en voor het realiseren van voorzieningen die momenteel nog ontbreken.

Net als in Europees Nederland wordt daarbij in het bijzonder extra aandacht gegeven aan preventie. Samen met de openbare lichamen wordt gewerkt aan het bevorderen van bewegen, gezondheid en een gezonde leefstijl, zodat dit voor inwoners steeds meer onderdeel wordt van het dagelijks leven. Denk hierbij aan het creëren van meer speel- en ontmoetingsplekken, meer sport- en beweegactiviteiten voor scholieren, jeugdgezondheidszorg die aan het basispakket voldoet en de implementatie van de NIX18-campagne.

In het verlengde van de inzet op preventie, wordt het zorgaanbod in Caribisch Nederland versterkt en beter toegankelijk gemaakt. Het kabinet zet in op een zorgstelsel op maat dat aansluit bij de kleinschalige en unieke context van de eilanden. Het uitgangspunt dat hierbij gehanteerd wordt is: zo dicht mogelijk bij huis, digitaal waar het kan en verder weg als het moet. Hiervoor wordt ingezet op een sterke eerstelijnszorg, toekomstbestendige zorginstellingen en een betere samenwerking tussen zorgaanbieders op de eilanden. Het kabinet zet de ingezette digitalisering van de zorg voort, door te investeren in veilige en betrouwbare elektronische gegevensuitwisseling en e-health toepassingen. Tevens wordt de organisatie en dienstverlening rondom medische uitzendingen, klantgericht en digitaal conform de wensen van deze tijd verbeterd, zodat inwoners goed geïnformeerd en ondersteund worden gedurende het traject.

Daarnaast wordt samen met de openbare lichamen verder gewerkt aan de versterking van maatschappelijke ondersteuning, de aanpak van huiselijk geweld, geweld tegen vrouwen en kindermishandeling en ratificatie van het VN-Verdrag Handicap. Het kabinet blijft investeren in een passend aanbod voor kinderen en jongeren met complexe problematiek, waaronder de verdere ontwikkeling van de residentiële jeugdzorg.

De komende jaren ligt de prioriteit op het verder verbeteren van de basis en het duurzaam versterken van het stelsel. Ook worden de randvoorwaarden op orde gebracht: een toekomstbestendige arbeidsmarkt met voldoende en goed toegerust personeel, een betaalbaar en financieel toegankelijk stelsel, goede huisvesting van zorg- en welzijnsinstellingen, zoals verpleeghuizen, en onderhoud van faciliteiten.

7.1 Werken in zorg en welzijn

De medewerkers in zorg en welzijn vormen de ruggengraat van ons stelsel. Binnen zorg en welzijn is er sprake van krapte op de arbeidsmarkt, en die krapte zal de komende jaren toenemen. Om de krapte tegen te gaan wordt ingezet op drie sporen. Allereerst is het van belang om meer, sneller en beter op te leiden voor de zorg van de toekomst. Dat betekent dat er opgeleid moet worden daar waar de tekorten het grootst zijn én waar de beweging naar de voorkant om vraagt. In 2027 biedt het kabinet zorg- en welzijnsorganisaties buiten het ziekenhuis (zoals eerstelijns zorg, sociaal domein en ouderenzorg) financiële ondersteuning bij het opleiden van nieuwe instroom en doorstroom en het bij- en nascholen van medewerkers op de thema’s uit het AZWA. Deze thema’s betreffen technologische innovaties, individuele en collectieve preventie, passende zorg, palliatieve zorg, samenwerking met het informele netwerk en samenwerking tussen zorg en het sociaal domein.

In 2026 is de Visie ‘Samen leven tot het laatst’ gepresenteerd inclusief een Toekomstagenda palliatieve zorg en ondersteuning 2027 ‒ 2031. Uitgangspunt is dat palliatieve zorg en ondersteuning een vanzelfsprekend onderdeel moeten worden van de reguliere zorg én het sociaal domein. In 2026 worden ook een visie en agenda voor de hospicezorg van de toekomst opgesteld, samen met alle betrokken partijen.

Met het tweede spoor zet het kabinet in op het benutten van het arbeidspotentieel. Door zorg en ondersteuning slimmer te organiseren met minder administratieve lasten en meer ruimte voor innovatie, wordt de schaarse personeelscapaciteit zo optimaal mogelijk ingezet. Anderzijds zet het kabinet in op het aanspreken van arbeidsmarktpotentieel van mensen die nu nog niet in de sector werkzaam zijn, door het verder brengen van een skillsgerichte arbeidsmarkt. Daarnaast werkt het kabinet samen met het veld aan mogelijkheden om de overstap van zorgmedewerkers tussen de zorgdomeinen te vereenvoudigen.

Tot slot wordt ingezet op het behoud van personeel door werkgevers te ondersteunen bij het blijven borgen van het werkplezier van hun medewerkers. Hiertoe worden kennis en goede voorbeelden gedeeld rond thema’s als professionele autonomie en zeggenschap, voorkomen van verzuim en verloop via het Preventieplan Zorg en Welzijn, agressie en nieuwe arbeidsrelaties zoals vormen van regionaal werkgeverschap.

7.2 Geld voor de zorg, blijft in de zorg

Het kabinet wil zorgfraude voorkomen, sneller stoppen en waar nodig bestraffen. Zo zorgen we ervoor dat elke zorgeuro goed terecht komt en de toegankelijkheid, kwaliteit en het belang van patiënten altijd voorop staan. Met de brief van 8 juni jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over de versterkte aanpak van zorgfraude.9 In 2027 wordt verder gewerkt aan een breed pakket maatregelen, waarmee we al aan de slag zijn.

Zo werkt het kabinet aan een wetsvoorstel om de eisen voor toetreding tot de zorg te versterken. De verwachting is dat dit wetsvoorstel in 2028 kan worden aangeboden aan de Tweede Kamer. Naar verwachting treedt per 1 oktober 2026 al de wijziging van het Besluit controle op rechtspersonen (Bcr) in werking. Daarmee wordt mogelijk gemaakt dat de NZa en IGJ risicomeldingen over rechtspersonen van Justis ontvangen en ten behoeve van de Wtza-vergunningprocedure aan het CIBG kunnen verstrekken.

Ook zet het kabinet in op een meer structurele en risicogerichte toepassing van de Wet Bibob om malafide partijen beter uit de zorg te weren. Dat wordt breed bezien en gaat om toepassing door het CIBG bij de Wtza-vergunningprocedure en door gemeenten en zorgkantoren bij de inkoopprocedure. Gemeenten hebben de afgelopen jaren, onder meer via de Proeftuin Aanpak Zorgfraude, ervaring opgedaan met de inzet van Bibob binnen het zorgdomein.

Daarnaast zet het kabinet in op fysieke toetsing op integriteit en voorlichting bij (risicovolle) nieuwe en herstartende zorgaanbieders voorafgaand aan vergunningverlening. Dit betreffen onder andere ‘Welkom in de zorg’- gesprekken bij nieuwe aanbieders. Er wordt samen met betrokken instanties al hard gewerkt aan de voorbereidingen om in 2027 met dit traject van start te kunnen gaan. Ook wordt in 2027 de capaciteit bij toezichthouders en opsporingsinstanties uitgebreid en de bestuurs- en strafrechtelijke aanpak geïntensiveerd.

Daarnaast wil het kabinet normen voor verantwoord ondernemerschap in de zorg aanscherpen, waaronder het inperken van de uitwassen van private equity. Hiervoor is al wetgeving in gang gezet zoals de Wet integere bedrijfsvoering zorg (Wibz) die nog moet worden behandeld in beide Kamers.

7.3 Administratieve lasten

Administratietijd gaat ten koste van tijd voor de patiënt. Om zorgverleners effectiever in te zetten en te ontzien van administratieve lasten worden nieuwe technologieën en digitale consulten benut omdat die bijdragen aan betere diagnostiek en slimmere zorg, zodat professionals meer tijd hebben voor cliënten, patiënten en gezinnen.

Ook verminderen te veel regels autonomie, werkplezier en aantrekkelijkheid van werken in de zorg. Regeldrukvermindering is essentieel voor de toegankelijkheid van zorg. De Regiegroep Aanpak Regeldruk werkt samen met alle betrokken partijen uit de verschillende zorgakkoorden en sectoren naar het gezamenlijke doel dat zorgverleners per 2030 maximaal 20% van hun tijd aan administratie besteden. Die norm is in het AZWA omarmd en wordt in 2027 en verder met concrete maatregelen ondersteund, zoals het opschalen van doorbraakprojecten en vermindering van regeldruk als gevolg van machtigingen, verklaringen en (verschillen tussen) inkoop- en verantwoordingseisen. Ook wordt er ingezet op het opschalen van AI, toepassingen zoals spraak-gestuurd rapporteren en versnelling van de inrichting van het gezondheidsinformatiestelsel, zodat gezondheidsinformatie efficiënt gebruikt wordt en in het zorgproces beschikbaar is op het moment dat die nodig is.

7.4 Samenwerking met medeoverheden

Dit kabinet zet in op een betere samenwerking met medeoverheden, ook op het terrein van zorg, gezondheid, welzijn en zorg. Om de samenwerking met gemeenten verder te stimuleren zal het kabinet ervoor zorgdragen dat bij alle nieuwe trajecten die medeoverheden betreffen er een volledig UDO-proces (uitvoerbaarheid decentrale overheid) zal worden doorlopen. In 2027 is het streven om de UDO aan de voorkant in het proces al een plaats te geven en hier voldoende aandacht te besteden. Verder blijft VWS zich samen met de andere departementen inspannen om tot een goede samenwerking met medeoverheden te komen. Dit zal bijvoorbeeld vorm gaan krijgen met de middelen voor de SPUK AZWA waarin VWS samen met medeoverheden de beweging naar de voorkant wil gaan vormgeven.

7.5 Doorontwikkeling gezondheidsinformatiestelsel

Om de groeiende en veranderende zorgvraag aan te kunnen, het arbeidsmarkttekort af te wenden en de zorg voor iedereen goed, toegankelijk en betaalbaar te houden, wordt een toekomstbestendig en veilig gezondheidsinformatiestelsel (GIS) ontwikkeld. Er wordt daarom de regie gepakt om samen met het zorg- en ICT-veld doelgericht te bouwen aan een toekomstbestendig gezondheidsinformatiestelsel dat werkt voor zorg, welzijn en preventie. Daarbij wordt aansluiting bij de ontwikkelingen in Europa gezocht, waaronder de implementatie van de European Health Data Space (EHDS).

Door versterkte regie, harmonisatie van afspraken, implementatie van technische voorzieningen en aansluiting op Europese kaders wordt gewerkt aan een stelsel waarin databeschikbaarheid centraal staat. Na beleidsontwikkeling volgt de fase waarin staand beleid wordt uitgevoerd en geimplementeerd. In 2027 wordt invulling gegeven aan:

  • De uitvoeringswetgeving van de EHDS wordt nader uitgewerkt voor wetgeving, inclusief elementen die nodig zijn voor uitvoering van het stelsel;

  • De oprichting en inrichting van de Gezondheidsdata Autoriteit (GDA), als verplichting vanuit de EHDS. De GDA gaat regie voeren op het primair en secundair gebruik van digitale gezondheidsgegevens en is de markttoezichtautoriteit gericht op regulering van de EPD-markt. De GDA moet in 2027 wettelijk zijn aangewezen en uiterlijk 26 maart 2029 operationeel zijn.

  • De uitwerking van het mogelijk verplicht stellen van componenten van het GIS. Hierbij kan worden gedacht aan (onderdelen van) het landelijk dekkend netwerk, generieke functies, standaarden etc. In 2027 wordt zorgvuldig bepaald welke onderdelen juridisch en praktisch verplicht kunnen worden. Zodra dit duidelijk is, wordt aangesloten bij bijvoorbeeld tranche 2 van de EHDS die op 26 maart 2029 in werking treedt.

  • De landelijke implementatiestrategie, een afspraak uit het AZWA, waarmee een gestructureerde en gecoördineerde aanpak is uitgewerkt die in de komende jaren leidt tot daadwerkelijke gegevensuitwisseling en daarmee tot realisatie van de maatschappelijke en financiële opbrengst van het GIS. 

  • Naast deze implementatie- en verplichtingvraagstukken bereiden we ons voor op plateau 2 van de Nationale Visie en Strategie (gericht op interoperabiliteit en netwerkzorg).

2

Centraal Planbureau, De Nederlandse overheidsschuld op lange termijn, juli 2025.

5

Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XVI, nr. 35

6

Kamerstukken II 32 793, nr. 882

7

Kamerstukken II, vergaderjaar 2026–2027, 36 800 XVI, nr. 5

8

Kamerstukken II, vergaderjaar 2025-2026, 30 821 XVI, nr. 326

9

Kamerbrief «Versterkte en samenhangende aanpak van zorgfraude» (Kamerstukken 2025/2026, 28 828, nr. 163).

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Bij beleidsmatige intensiveringen met een budgettaire omvang van € 20 miljoen of meer in enig jaar wordt verwezen of vooruitgewezen naar een stuk met daarin de door de Kamer te ontvangen informatie conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1).

Tabel 1 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Uitgaven 2028

Uitgaven 2029

Uitgaven 2030

Uitgaven 2031

Stand begroting 2026

 

39.817.895

41.741.697

43.269.224

45.241.280

47.196.015

0

        

Eerste suppletoire begroting

 

‒ 366.479

589.336

‒ 233.450

‒ 75.334

‒ 257.720

49.298.826

Mutaties coalitieakkoord

       

1. 61. Efficiency

1, 2, 3, 4, 5, 6, 9 en 10

0

‒ 8.400

‒ 16.248

‒ 24.732

‒ 32.630

‒ 32.630

2. 62. Vernieuwing Rijksdienst

1, 2, 3, 4, 5, 6, 9 en 10

0

0

0

‒ 33.923

‒ 82.127

‒ 82.127

3. 63. Subsidietaakstelling

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7

0

‒ 29.575

‒ 29.575

‒ 29.575

‒ 29.575

‒ 29.575

        

Belangrijkste suppletoire mutaties

       

4. (Pandemische) Paraatheid

1, 2, 4, 10 en H41

32.000

88.996

96.018

183.684

138.084

138.084

5. COVID-19 Vaccinaties

1

0

143.000

0

0

0

0

6. PAIS

1

0

2.500

0

0

0

0

7. Bestrijding Exotische Muggen

1

0

2.000

2.000

0

0

0

8. Besparingsverlies SOV

2

0

35.000

0

0

0

0

9. Uitvoering EU-richtlijn Geweld Tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld

3

1.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

10. Realisatie Gezinshuis Bonaire (Rosa di Sharon)

4

426

682

650

640

634

624

11. Erkenningsmaatregelen Gesloten Jeugdzorg

5

1.000

2.500

3.000

3.000

2.500

0

12. Overige mutaties

 

‒ 400.905

350.633

‒ 291.295

‒ 176.428

‒ 256.606

49.302.450

        

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

39.451.416

42.331.033

43.035.774

45.165.946

46.938.295

49.298.826

        

Mutaties begroting 2027

 

‒ 923.636

‒ 1.628.751

161.552

236.388

43.512

‒ 90.717

Mutaties coalitieakkoord

       

1. 29. Jeugd en School

1 en 4

0

23.225

75.782

73.209

72.442

72.950

2. 30. Sport

6

0

25.567

42.262

41.230

40.977

41.180

3. 31. Versterken wijken en buurten

1, 3 en 4

0

40.000

20.000

20.000

0

0

4. 32. Medische preventie

1

0

25.567

29.583

28.861

28.684

28.826

        

Belangrijkste mutaties

       

5. Kansrijke start: gemeentelijke en maatschappelijke ondersteuning kwetsbare gezinnen

1

0

25.000

60.000

60.000

60.000

61.000

6. Inhaalcampagne gordelroos vaccinatie (leeftijd 61-69 jaar)

1

0

0

100.000

100.000

100.000

100.000

7. Post-COVID

1

0

0

1.000

1.000

1.000

1.000

8. Compensatie Afschaffing RDAH voor pgb-budgethouders binnen de Zvw

2

0

1.000

1.000

0

0

0

9. Kasschuif PALLAS

2

‒ 78.271

‒ 191.397

‒ 29.769

166.855

76.420

56.162

10. Bestaanszekerheid Ouders pgb-budgethouders binnen de Zvw en Wlz

2 en 3

0

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

11. Opvang slachtoffers mensenhandel

3

0

2.500

4.000

5.500

7.000

7.000

12. Vrouwenopvang/Filomena

3

0

10.000

10.000

10.000

0

0

13. 24/7 chatfunctie veilig thuis

3

0

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

14. Standaardisatie gegevensuitwisseling

3, 4 en 10

0

59.339

141.866

18.500

0

0

15. Opvolgen advies capaciteitsorgaan opleiding PA/VS

4

0

1.240

4.960

7.710

7.850

7.850

16. VWS bijdrage EU-voorzitterschap

9

0

‒ 4.030

‒ 4.031

‒ 4.031

‒ 4.031

‒ 4.031

17. Aanpak zorgfraude

11

0

‒ 25.000

‒ 50.000

‒ 50.000

‒ 50.000

‒ 50.000

18. Overige mutaties

 

‒ 845.365

‒ 1.626.362

‒ 249.701

‒ 247.046

‒ 301.430

‒ 417.254

        

Stand ontwerpbegroting 2027

 

38.527.780

40.702.282

43.197.326

45.402.334

46.981.807

49.208.109

Toelichting

Mutaties eerste suppletoire begroting 2026

  • 1. Mutaties coalitieakkoord

Het coalitieakkoord «Aan de slag» bevat een taakstelling op de uitgaven van de Rijksoverheid (kerndepartementen en uitvoering). De korting bestaat uit een efficiencytaakstelling, een taakstelling gericht op de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid, en een taakstelling gericht op subsidies. De kortingen zijn rijksbreed naar rato van de uitgaven verdeeld. De betreffende budgettaire taakstellingen leiden tezamen structureel tot een korting op de begroting van € 144,3 miljoen.

  • 1. Maatregel 61. Efficiency: € 32,6 miljoen structureel.

  • 2. Maatregel 62. Vernieuwing Rijksdiensttaakstelling: € 82,1 miljoen structureel.

  • 3. Maatregel 63. Subsidietaakstelling: € 29,6 miljoen structureel.

2. Belangrijkste suppletoire mutaties

(Pandemische) Paraatheid

De middelen voor (pandemische) paraatheid zijn gericht op het borgen van de lessen uit de coronacrisis in het infectieziektebestrijdingsstelsel en de curatieve zorg in Nederland. Dit is niet alleen van belang voor de gezondheidszorg, maar voor de gehele samenleving. Tijdens de vorige pandemie hebben we gezien dat het niet snel kunnen aanpakken van negatieve effecten van gezondheidscrises impact heeft op alle sectoren in de maatschappij. In het Hoofdlijnenakkoord van het Kabinet-Schoof is een verlaging vastgesteld van de intensiveringen binnen de publieke gezondheid en infectieziektebestrijding. Bij de voorjaarsbesluitvorming zijn structurele middelen oplopend tot € 138 miljoen in 2031 toegekend voor (pandemische) paraatheid, evenals voor de overige onderdelen van het voormalige programma pandemische paraatheid. Deze structurele middelen zijn ook beschikbaar gesteld voor de BES-eilanden. Met deze inzet wordt beoogd de zorg beter voor te bereiden op toekomstige gezondheidscrises en andere verstoringen.

COVID-19 Vaccinaties

Om ook in 2027 een vaccinatieronde tegen COVID-19 mogelijk te maken is € 143 miljoen beschikbaar gesteld. Op advies van de Gezondheidsraad kunnen 70+'ers en risicogroepen gevaccineerd worden.

PAIS

In 2027 komt er incidenteel € 2,5 miljoen extra beschikbaar voor beleid ten aanzien van PAIS (Post-Acuut Infectieus Syndroom).

Bestrijding Exotische Muggen

Het Ministerie van VWS is sinds 2018 wettelijk verantwoordelijk voor de preventie en bestrijding van invasieve exotische muggen, waaronder de tijgermug. De NVWA voert deze taak uit. Om de huidige bestrijding voor te zetten, nieuwe uitbraken adequaat af te handelen en de wettelijke taak volledig en verantwoord uit te voeren, is in 2027 en 2028 € 2 miljoen beschikbaar gesteld.

Besparingsverlies SOV

Het kabinet Schoof heeft besloten tot een structurele taakstelling op de SOV van € 40 miljoen vanaf 2027. In 2027 kan deze taakstelling voor € 5 miljoen ingevuld worden met maatregelen gericht op de aanpak van fraude binnen de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV). Er resteert een incidenteel besparingsverlies van € 35 miljoen in 2027.

Uitvoering EU-richtlijn Geweld Tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld

De EU-Richtlijn geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld is aangenomen en moet op 14 juni 2027 geïmplementeerd zijn. Voor de verplichtingen voortkomend uit deze richtlijnen is € 1 miljoen in 2026 beschikbaar gesteld, oplopend tot € 2 miljoen vanaf 2027 structureel.

Realisatie Gezinshuis Bonaire (Rosa di Sharon)

Op de BES-eilanden ontbreekt momenteel een passend en toereikend aanbod voor jeugdzorg, met name voor jonge kinderen met een te complexe zorgvraag voor pleegzorg en een langdurig perspectief binnen een residentiële setting. Dit leidt ertoe dat sommige kinderen moeilijk of niet plaatsbaar zijn, naar Europees Nederland uitwijken voor jeugdzorg en/of (te) lang gebruik blijven maken van beschikbare plekken in andere voorzieningen. Met de realisatie van het gezinshuis Rosa di Sharon wordt gewerkt aan het verbeteren van de jeugdzorg op de BES-eilanden voor deze doelgroep. Hiervoor wordt in 2026 € 426.000 beschikbaar gesteld voor de bouw en opstart, oplopend tot € 624.000 structureel vanaf 2031.

Erkenningsmaatregelen Gesloten Jeugdzorg

Voor de periode 2026–2030 is incidenteel budget beschikbaar gesteld, oplopend van € 1 miljoen tot € 3 miljoen. Dit budget wordt ingezet voor het uitvoeren van de Erkenningsmaatregelen Gesloten Jeugdzorg naar aanleiding van de misstanden die plaatsvonden in de Gesloten Jeugdzorg.

Mutaties ontwerpbegroting 2027

  • 1. Mutaties coalitieakkoord

CA 29 Jeugd en School

Vanuit het coalitieakkoord zijn onder andere middelen beschikbaar gesteld om kinderen in het primair en voortgezet onderwijs gratis schoolfruit aan te bieden. Hiervoor wordt vanaf 2027 € 23,2 miljoen beschikbaar gesteld, oplopend tot € 80 miljoen structureel vanaf 2032.

CA 30 Sport

Voor de uitvoering van het coalitieakkoord wordt in 2027 € 25,5 miljoen gereserveerd, oplopend tot € 41 miljoen structureel vanaf 2032. Hiermee wordt geinvesteerd in bijvoorbeeld de renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties, onder andere door verhoging van het budget voor de BOSA van € 20 miljoen in 2027.

CA 31 Versterken wijken en buurten

Voor de coalitieakkoordmaatregel Versterken wijken en buurten is in 2027 € 40 miljoen gereserveerd. Deze maatregel zorgt ervoor dat gezonde keuzes via een wijkgerichte aanpak ook kwetsbare groepen bereiken. Zo wordt er gebouwd aan zorgzame wijken en buurten door te investeren in de sociale cohesie.

CA 32 Medische preventie

In het coalitieakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor medische preventie. Dit gaat om € 25,6 miljoen in 2027 oplopend tot € 29 miljoen structureel. Om de vaccinatiegraad te verhogen wordt er geïnvesteerd in de uitbreiding van de wijkgerichte aanpak vaccinatie.

2. Belangrijkste suppletoire mutaties

Kansrijke start: Gemeentelijke en maatschappelijke ondersteuning kwetsbare gezinnen

Het kabinet zet € 25 miljoen in 2027 oplopend tot € 62 miljoen structureel in voor de gemeentelijke en maatschappelijke ondersteuning van kwetsbare gezinnen middels het programma Kansrijke Start.

Inhaalcampagne gordelroos vaccinatie (leeftijd 61 ‒ 69 jaar)

Het kabinet reserveert voor 2028 tot en met 2031 per jaar € 100 miljoen voor een vierjarige inhaalcampagne van de gordelroosvaccinatie voor 61- tot 69-jarigen. Voor mensen van 70 jaar en ouder blijft de gordelroosvaccinatie op eigen kosten.

Post-COVID

Post-COVID expertisecentra hebben financiële middelen gekregen voor een looptijd van twee jaar (2025 en 2026). Met het amendement Bushoff10 hebben de post-COVID expertisecentra financiële middelen gekregen in 2027. Om de inzet op de weerbaarheid van de zorg voort te zetten worden er aanvullende middelen voor post-COVID van structureel € 1 miljoen vanaf 2028 vrijgemaakt.

Compensatie Afschaffing RDAH voor pgb-budgethouders binnen de Zvw

Vanaf 1 januari 2026 valt het pgb niet meer onder de Regeling Dienstver- lening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders, afhankelijk van het type arbeidscontract, zowel de premieafdrachten als de doorbetalingen bij ziekte binnen hun pgb-budget moeten bekostigen. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat het pgb-budget van de budgethouder niet toereikend is. Voor de Zvw, zoals dit eerder ook is voorzien voor de andere domeinen, worden betrokken budgethouders tijdelijk gecompenseerd. Voor 2026 en 2027 is hiervoor € 1 miljoen beschikbaar voor de groep budgethouders die reeds bekend is bij de SVB en onder de wetswijziging valt. Ook voor de Zvw-budgethouders die later te maken krijgen met het vervallen van de RDAH uitzondering wordt tijdelijk voor 2027 en 2028 rekening gehouden in de begroting met compensatie van de werkgeverslasten. De raming hiervoor is eveneens € 1 miljoen voor 2027 en 2028.

Kasschuif PALLAS

Het is gebruikelijk bij grote en langdurige projecten dat de begroting regelmatig wordt aangepast aan de actuele inzichten in het verloop van het project. Dat is ook bij het PALLAS-nieuwbouwprogramma het geval. Zoals gemeld in de derde voortgangsrapportage is er sprake van vertraging bij het detailed design (detailontwerp) van de reactor. Als gevolg hiervan heeft bij NRG PALLAS een verschuiving van de financieringsbehoefte naar achteren plaatsgevonden. De meerjarige begroting is hiermee in lijn gebracht: er wordt voor circa € 300 miljoen geld doorgeschoven uit 2026 tot en met 2028 naar latere jaren. Het verwachte jaar van de commerciële inbedrijfname van de PALLAS-reactor blijft ongewijzigd op 2032 (conform tabel 3 van de derde voortgangsrapportage).

Bestaanszekerheid Ouders pgb-budgethouders binnen de Zvw en Wlz

Er is voor de periode 2027 t/m 2031 € 2 miljoen per jaar gereserveerd zodat er een regeling opgezet kan worden voor een financiële tegemoetkoming «bestaanszekerheid voor ouders van zorgintensieve kinderen met een Zvw- of Wlz-pgb die hun baan hebben opgezegd om voor hun kind te zorgen en waarvan het kind is overleden». Het overlijden van deze kinderen raakt ouders in hun bestaanszekerheid, omdat het pgb bij overlijden van het kind stopt en er geen financieel vangnet is voor deze ouders. Met deze tegemoetkoming geven we ouders de ruimte om het overlijden te verwerken en het leven weer op te pakken en inkomen te verkrijgen.

Opvang slachtoffers mensenhandel

Op basis van de herziene EU-richtlijn mensenhandel dient Nederland te voorzien in voldoende en goed toegankelijke opvang voor slachtoffers van mensenhandel. Om aan deze richtlijn te voldoen stelt VWS vanaf 2027 € 2,5 miljoen oplopend tot structureel € 7 miljoen in 2030 beschikbaar voor uitbreiding van de opvangcapaciteit voor slachtoffers van mensenhandel, waarvan het merendeel via de Decentralisatie-Uitkering Vrouwenopvang (DUVO) loopt.

Vrouwenopvang/Filomena

Voor de jaren 2027 t/m 2029 stelt het kabinet per jaar € 10 miljoen beschikbaar voor vrouwenopvang.

24/7 chatfunctie veilig thuis

Bij de begrotingsbehandeling is het amendement van Coenradie11 gericht op de structurele 24/7 bereikbaarheid van de chatfunctie van Veilig thuis (VT), door de Kamer aangenomen. Om structurele uitvoering van dit amendement te borgen, wordt vanaf 2027 jaarlijks structureel € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld. De middelen voor 2026 zijn al verwerkt in de VWS-begroting 2026.

Standaardisatie gegevensuitwisseling

Door het kabinet Rutte IV zijn middelen beschikbaar gesteld om te komen tot een landelijke elektronische gegevensuitwisseling, waaronder standaardisatie van gegevens, de totstandkoming van generieke functies en verbinding van de infrastructuren. Daarnaast wordt ingezet op een goed werkend Persoonlijke Gezondheid Omgeving (PGO). Deze middelen worden overgeheveld naar de begroting van VWS, waardoor het budget wordt opgehoogd met € 59,8 miljoen in 2027.

Opvolgen advies capaciteitsorgaan opleiding PA/VS

Het Capaciteitsorgaan heeft in haar instroomadviezen aangegeven dat een verhoging van het aantal instroomplekken voor de opleiding tot physician assistant (PA) en verpleegkundig specialist (VS) nodig is om de toekomstige zorgvraag op te kunnen vangen. Om het advies per 2027 op te kunnen volgen worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld op de begroting. Het gaat om een bedrag van circa € 1,2 miljoen in 2027 oplopend naar circa € 7,9 miljoen structureel per 2030.

EU-voorzitterschap

In de tweede helft van 2029 zal Nederland het voorzitterschap van de Raad voor de Europese Unie op zich nemen. Dit voorzitterschap wordt gecoördineerd door Buitenlandse Zaken, maar doordat alle departementen gebruik zullen maken van het voorzitterschap worden de kosten via een verdeelsleutel verdeeld. Dit betekent voor VWS dat zij een bijdrage dient te leveren van zo'n € 4 miljoen, startend in 2027 tot en met 2031.

Aanpak zorgfraude

De aanpak van zorgfraude moet taakstellend 50 miljoen euro structureel opleveren. De uitwerking wordt nog nader bepaald.

10

Kamerstukken 36 915 XVI, nr. 38

11

Kamerstukken 36 800 XVI, nr. 32

2.3 Openbaarheidsparagraaf

Inleiding

In de samenleving en binnen het Rijk groeit de behoefte aan gerichte informatie en transparantie. De overheid streeft ernaar om een open overheid te zijn. Door informatie actief openbaar te maken, krijgt de samenleving beter zicht op keuzes van de overheid en afwegingen hierbij. Ook is bij een open overheid meer ruimte om samen met burgers beleid te maken. Een goede digitale informatiehuishouding is hierbij een randvoorwaarde.

Binnen het ministerie van VWS lopen trajecten in het kader van een open overheid. Daaronder ook het vijf jaar durende programma VWS Open op Orde (2021-2026).

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. De Woo legt het ministerie van VWS de verplichting op van zowel passieve (op verzoek) als actieve openbaarmaking. Bij openbaarmaking op verzoek gaat het om Woo-verzoeken waarbij een verzoek ingediend wordt om informatie openbaar te maken binnen een vaste termijn. Bij actieve openbaarmaking is VWS verplicht om bepaalde categorieën informatie (cf. koninklijk besluit) uit eigen beweging openbaar te maken. Ook wordt informatie uit maatschappelijke relevante dossiers steeds vaker actief geopenbaard.

Om openbaarmaking structureel en duurzaam te kunnen organiseren, is het van belang dat de informatiehuishouding van VWS op orde is. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden en schrijft maatregelen voor om digitale documenten duurzaam toegankelijk te maken. Sinds de inwerkingtreding van de Woo is het aantal verzoeken overheidsbreed toegenomen en wordt de uitvoering complexer. Hierbij loopt VWS tegen diverse uitvoeringsproblemen aan. Dit betekent dat VWS haar organisatie zodanig moet inrichten dat actieve openbaarmaking en openbaarmaking op verzoek zo optimaal mogelijk gerealiseerd kunnen worden. Dit geldt niet alleen op grond van de Wet open overheid (Woo), maar ook naar aanleiding van parlementaire enquêtes. Dit geldt in het bijzonder voor de parlementaire enquête COVID-19.

Actieve openbaarmaking

Sinds de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) werkt het ministerie van VWS aan de stapsgewijze implementatie van de verplichte informatiecategorieën voor actieve openbaarmaking. Inmiddels zijn verschillende categorieën structureel ingericht en onderdeel geworden van de reguliere werkprocessen. Waar deze documenten openbaar gemaakt zijn, is terug te vinden in de actuele Woo-index.

In 2027 zal de focus liggen op het actief openbaar maken van de laatste informatiecategorieën zoals klachten en de puntjes op de i te zetten voor wat betreft de termijnen van openbaarmaking en de volledigheid.

Naast het openbaar maken van de informatiecategorieën werkt het ministerie van VWS ook aan proactieve of betekenisvolle openbaarmaking uit eigen beweging. Betekenisvol openbaar maken betekent dat we met de doelgroep voor ogen bepalen welke informatie aansluit bij de behoefte. Documenten met onvoldoende context leiden niet automatisch tot inzicht. Wij redeneren vanuit de vraag: Welke informatie heeft de ontvanger nodig om ons handelen te begrijpen? We denken in termen van informatie, niet in documenten. In 2027 zullen we minimaal 1 dossier betekenisvol openbaar maken.

Bij alle vormen van openbaarmaking maken we zorgvuldige afwegingen tussen openbaarheid, privacy van medewerkers en betrokkenen en publieke veiligheid en zijn daar transparant over. Hiervoor zetten we innovatieve middelen in, zoals de datalekdetector, de handtekeningendetector en een ontdubbelaar van stukken.

Openbaarmaking op verzoek

Met ingang van 1 april 2025 behandelt de centrale directie Open Overheid (DOO) alle reguliere Wet open overheid verzoeken van VWS én alle Wob/Woo-verzoeken die betrekking hebben op de COVID-19 periode. De directie voert sinds 1 juli 2025 ook de Bezwaar en Beroepzaken voor de Woo uit.

De centrale directie ondersteunt het ministerie van VWS bij het maximaal transparant maken van informatie voor de samenleving. De informatie die VWS openbaar maakt is goed toegankelijk, vindbaar, doorzoekbaar en begrijpelijk. Tot slot draagt de directie Open Overheid zorg voor een eenduidige werkwijze voor het kerndepartement voor zowel de openbaarmaking op verzoek als de actieve openbaarmaking van informatie.

Op deze manier krijgen journalisten en geïnteresseerde burgers inzicht in de beleidsvorming van het kerndepartement en de afwegingen die daarbij zijn gemaakt. Zo worden zij in staat gesteld om geïnformeerd te worden, VWS te controleren en indien nodig tot verantwoording te roepen. Het houdt het departement scherp en draagt daarom bij aan de werking van ons democratisch stelsel.

Slagvaardig innovatief

Het ministerie van VWS ontwikkelde ten tijde van- en na de coronacrisis instrumenten om de grote hoeveelheden documenten en informatie voor verzoekers vindbaar, begrijpelijk en doorzoekbaar te maken.

De directie Open Overheid bouwt voort op wat in crisistijd is gestart. VWS levert daarmee haar bijdrage aan het realiseren van de strategieën geformuleerd in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (2025). De innovaties van DOO maken het makkelijker om overheidsinformatie digitaal te verwerken, categoriseren, archiveren, anonimiseren en (actief) openbaar te maken. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Het Publicatieplatform met chatbot-functionaliteit en persoonlijke link (Het publicatieplatform stelt VWS ook ter beschikking aan andere overheidsinstanties).;

  • Een Ontdubbelings-mechanisme voor chatberichten;

  • De Excel Standardiser om Excel-bestanden leesbaar, bruikbaar actief openbaar te maken;

  • Autoredactieregels in ZyLAB (LLM);

  • Het Zaakvolgsysteem waarmee de voortgang en status van Woo-verzoeken en bezwaar- en beroepszaken wordt gevolgd;

  • De Datalek-detecteertool die geautomatiseerd datalekken opspoort;

  • Persoonlijk dossier ZyLAB. Een persoonlijk dossier is een gepersonaliseerde en gecategoriseerde webpagina waarmee alle documenten in de persoonlijke omgeving door verzoekers te raadplegen zijn.

Naast deze innovaties werkt DOO ook aan:

  • Een visie op Open Overheid VWS.

  • Het verder oppakken van de coronaverzoeken achterstand;

  • Het verder oppakken van de bezwaar en beroep achterstanden waarbij het streven is om dwangsommen en griffiekosten te minimaliseren;

  • Het oppakken van reguliere verzoeken, die momenteel qua aantallen sterk stijgend is, waarbij de beschikbare capaciteit in lijn gebracht moet worden met de werkvoorraad;

  • Vaker inzetten van ‘misbruik van procesrecht;

  • Responsieve en betekenisvolle openbaarmaking, door middel van:

    • Procesoptimalisatie en harmonisatie, gericht op sneller en meer contact met de verzoeker;

    • Kwalitatieve en betekenisvolle informatie of besluiten, door een goede intake en precisering. Bij binnenkomst van een Woo- of informatieverzoek wordt verzoeker in dezelfde week gebeld;

    • Een helder documentbegrip en het hanteren van een selectielijst;

    • Interdepartementale samenwerking o.h.g.v. het publicatieplatform en andere middelen.

Verbetering van de informatiehuishouding

Om informatie (actief) beschikbaar te kunnen stellen, te kunnen verantwoorden en de bedrijfsprocessen goed te laten verlopen is het belangrijk om overheidsinformatie goed op te slaan. Als we onze informatie op orde hebben, kunnen we als ministerie van VWS goed samenwerken, open, transparant en betrouwbaar zijn.

In de jaren is binnen het programma Open op Orde VWS (2021-2026) gewerkt aan het op orde brengen van de informatiehuishouding. Met het aflopen van dit programma zijn de restpunten overgebracht naar de lijn en worden in samenwerking met andere departementen verder opgepakt. Hierbij gaat het om de trajecten rondom het archiveren van chatberichten en het archiveren van e-mailberichten en social media.

In 2027 treedt de nieuwe Archiefwet in werking. Deze wet is een belangrijke basis voor transparantie en  verantwoording en vereist ‘archiving by design’ waarbij aan de voorkant wordt gekeken naar de duurzame toegankelijkheid van informatie. Om compliant te zijn aan de nieuwe wet en -regelgeving is een implementatietraject in gang gezet.

Na het beëindigen van het programma Beter Samen Werken (BSW) is onderzocht welke alternatieven er zijn voor de toekomst van het documentmanagementsysteem (DMS) van VWS. In voorbereiding op de DMS-ontwikkelingen is een traject gestart waarmee informatie vanaf de netwerkschijven wordt geschoond en opgenomen in het huidige DMS. Dit traject heeft tot doel om nog meer grip te krijgen op de informatiehuishouding. Het levert een bijdrage aan de beschikbaarheid en duurzame toegankelijkheid en borging van informatie, zorgt voor noodzakelijk informatiebeheer en draagt bij aan een efficiënter Woo-proces.

Om te blijven groeien in het volwassenheidsniveau van de informatiehuishouding wordt de informatiehuishouding gemonitord. Hiervoor wordt een rijksbreed normenkader ontwikkeld en rijksbrede KPI’s opgesteld.

2.4 Strategische Evaluatie Agenda

De Strategische Evaluatie Agenda (SEA) geeft weer hoe het ministerie van VWS in de periode 2027-2031 inzicht verkrijgt in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van zijn beleid, waaronder kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. Door voldoende en goede evaluaties uit te voeren neemt het aantal bruikbare inzichten toe en kunnen deze worden benut om een hogere maatschappelijke toegevoegde waarde van beleid te realiseren. De opzet van de SEA ondersteunt het streven om leren en evalueren als integraal onderdeel van het beleidsproces goed in te bedden.

De belangrijke thema’s van het gezondheidszorgstelsel vormen de beleidsinhoudelijke basis van de SEA. De programmering van onderliggende evaluaties is opgenomen in Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda.

Voor elk van de SEA-thema’s beschrijft dit hoofdstuk:

  • De inzichtbehoefte. Voor elk thema wordt beschreven welke kennis momenteel ontbreekt om beleid te kunnen evalueren, rekening houdend met actuele ontwikkelingen en besluitvormingsmomenten.

  • De periodieke rapportage. Aan het einde van de looptijd van een SEA-thema (4-7 jaar) wordt een periodieke rapportage opgesteld. Hierin worden de uitkomsten uit afzonderlijke evaluaties samengebracht om inzicht te verschaffen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op dat thema.

In tabel 3 is de planning van de periodieke rapportages opgenomen. Voor beleid dat onder artikelen 7 en 8 valt, worden geen periodieke rapportages opgesteld. De evaluatie-inspanningen voor deze artikelen worden onder «Overige evaluaties» beschreven. Voor het meest recente overzicht van de realisatie van periodieke rapportages, klik op deze link: Ingeplande en uitgevoerde periodieke rapportages.

Tabel 2 Planning Strategische Evaluatie Agenda
  

Begrotingsartikelen

 

Thema/ Periodieke rapportage

Eerstvolgende Periodieke rapportage

1

2

3

4

5

6

7

8

PZ

Volksgezondheid, Sport en Bewegen

2028

x

    

x

   

Curatieve eerste- en tweedelijnszorg

2027

 

x

       

Geestelijke gezondheidszorg

2028

 

x

x

 

x

    

Geneesmiddelen en medische technologie

2031

        

x

Jeugd

2030

    

x

    

Maatschappelijke ondersteuning

2027

  

x

      

Ouderenzorg, dementiezorg en palliatieve zorg en ondersteuning

2028

  

x

      

Gehandicaptenzorg

2027

  

x

      

Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn

2031

   

x

     

2.4.1 Ontwikkeling van de evaluatiefunctie binnen het ministerie van VWS

Sinds de pilot Lerend Evalueren (2018-2022) is het departement continu bezig met de doorontwikkeling van de evaluatiefunctie. In 2026 heeft VWS de evaluatieagenda verder ontwikkeld door:

  • De opvolging van aanbevelingen in kaart te brengen. Sinds 2025 publiceren departementen de kamerbrief ‘Opvolging in beeld’. Met deze brief wordt de Kamer jaarlijks geïnformeerd over de opvolging van de bevindingen en aanbevelingen van periodieke rapportages. Voor VWS is dit jaar voor het eerst een kamerbrief ‘Opvolging in beeld’ gepubliceerd, namelijk over de periodieke rapportages ‘Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn’ en ‘Beschikbaarheid in Perspectief, Beschikbaarheid medische producten, 2017 t/m 2023’.12 Hierdoor kunnen bevindingen en aanbevelingen worden meegenomen in de (door)ontwikkeling van beleid. De brief gaat ook in op de besparingsvarianten die in de periodieke rapportages zijn onderzocht.

  • Het Expertisecentrum Evaluatie & Onderzoek (EE&O) verder te ontwikkelen. Het EE&O bestaat sinds 2023 en biedt ondersteuning bij de opzet en uitvoering van evaluaties. In 2026 is aandacht voor de ontwikkeling van producten zoals leidraden voor beleidsmedewerkers, de versterking met andere expertisecentra van het departement en het opzetten van een interne evaluatiemonitor.

  • Te blijven investeren in de financieel-economische kennisontwikkeling van het departement. Vier keer per jaar wordt al de cursus Strategisch Onderzoek en Beleidsevaluatie aangeboden. Deze cursus biedt beleidsmedewerkers handvatten om evaluaties strategisch in te zetten en te verbinden aan bredere kennis- en sturingsvragen met aandacht voor het gebruik van het beleidskompas. In 2026 is daarnaast een brede interne e-learning Financieel Bewust Beleid Maken ontwikkeld om beleidsmedewerkers meer grip te geven op de financiële kant van beleid maken, inclusief de plek van evaluaties daarin.

2.4.2 SEA-thema’s

In de volgende paragrafen wordt per SEA-thema de inzichtbehoefte en de focus van de periodieke rapportage nader toegelicht.

Thema 1: Volksgezondheid, Sport en Bewegen

Context

Dit SEA-thema is onderdeel van artikel 1 en 6 van de begroting van VWS. Volksgezondheid is de gezondheidstoestand van de bevolking en het geheel aan activiteiten ter bevordering van de gezondheid van de bevolking. Het gaat dan vooral om collectieve maatregelen voor de publieke gezondheid, zoals het voorkomen van ziekten en mensen in een goede gezondheid te laten leven. Het beleid van VWS richt zich dan ook op een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk blootstaan aan gezondheidsdreigingen. Sport en bewegen dragen in belangrijke mate bij aan een betere gezondheid, aan het verbeteren van leefbaarheid en veiligheid, sociale samenhang en integratie en aan het verbeteren van de schoolprestaties. Het stimuleren van sport en bewegen op alle niveaus is daarom een belangrijk doel van VWS.

Periodieke rapportage – Volksgezondheid, Sport en Bewegen

De periodieke rapportage heeft als doel inzicht te bieden in de mate waarin het VWS-beleid op het terrein van volksgezondheid, sport en bewegen bijdraagt aan de beoogde maatschappelijke effecten, en welke lessen daaruit getrokken kunnen worden voor huidig en toekomstig beleid. Om deze vragen te kunnen beantwoorden worden de volgende deelvragen onderzocht:

  • In hoeverre draagt gemeentelijk beleid (o.a. middels GALA, Sportakkoord en IZA) bij aan het bereiken van landelijke beleidsdoelstellingen?

  • In hoeverre zijn de doelgroepen van het beleid bereikt?

  • In hoeverre zijn huidige (financierings)instrumenten effectief en efficiënt in het bereiken van beleidsdoelstellingen?

  • In hoeverre is Gezondheid in alle Beleidsdomeinen (GiaB) effectief geïmplementeerd in het beleid van VWS?

In de periodieke rapportage wordt voor zover mogelijk een invalshoek gekozen die relevant is voor het hele volksgezondheidsdomein. De publieke waarden kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid worden meegenomen. De bevindingen uit de afzonderlijke evaluaties onder artikel 1 en 6 worden door middel van een synthesebenadering in samenhang bezien. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de effectiviteit van preventiemaatregelen en de bredere maatschappelijke opbrengsten van investeren in gezondheid Dit gebeurt niet alleen in termen van gezondheidswinst, maar ook wat betreft participatie, welzijn en houdbaarheid van het zorgstelsel. De periodieke rapportage beziet het beleid in samenhang met de relevante akkoorden, namelijk GALA13, AZWA14, de samenhangende preventiestrategie15 en het Sportakkoord16. Deze akkoorden vormen een belangrijk onderdeel van de context waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd en geëvalueerd. De nieuwe inzichten over preventiemaatregelen zullen worden gebruikt om in de toekomst de juiste instrumentkeuzes te maken bij nieuwe interventies. De periodieke rapportage geeft op deze manier richting aan het versterken van huidig beleid en het opzetten van toekomstig beleid.

Thema 2: Curatieve eerste- en tweedelijnszorg

Context

Dit SEA-thema is onderdeel van artikel 2 van de begroting van VWS. Dit heeft betrekking op de curatieve zorg, waaronder de eerste- en tweedelijnszorg. Bij de eerstelijnszorg kan een patiënt direct terecht. Denk hierbij aan de huisartsenzorg, wijkverpleging en apotheekzorg. Voor de tweedelijnszorg heeft de patiënt een verwijzing van de huisarts nodig. De meeste ziekenhuiszorg valt hieronder.

In 2022 is het Integraal Zorgakkoord (IZA) afgesloten.17Met deze afspraken ligt er een integraal akkoord over de medische domeinen heen, met aansluiting van het sociaal domein. In tegenstelling tot de eerdere sectorale hoofdlijnenakkoorden is het akkoord niet primair gericht op financiële houdbaarheid, maar op het verbeteren van de toegankelijkheid van zorg en ondersteuning, met behoud van kwaliteit. Hiermee is een brede beweging ingezet naar ‘passende zorg’, naar samenwerking in de regio en naar een focus op gezondheid in plaats van ziekte.

Deze beweging is inmiddels voortgezet en verdiept in het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA), dat in 2025 is gesloten. Voor de komende SEA is het daarom van belang om te beoordelen in hoeverre de doelstellingen van het IZA hun uitwerking hebben gehad en hoe deze aansluiten bij de ambities van het AZWA. Concreet gaat het om de vraag of de toegankelijkheid van de zorg is verbeterd, de kwaliteit behouden en de zorg betaalbaar is gebleven.

Periodieke rapportage – Passende zorg

Als gevolg van de vergrijzing, de beweging naar passende zorg en omdat mensen langer thuis blijven wonen, zullen steeds meer mensen voor complexere zorgvragen een beroep doen op eerstelijnszorg. Voor de periodieke rapportage staat de vraag centraal of de beweging van tweede- naar eerstelijnszorg met aansluiting van het sociaal domein op de juiste manier ingezet is en hoe deze beweging verder kan worden verstevigd.

Door middel van syntheseonderzoek in 2027 wordt geëvalueerd welke drempels en prikkels de transitie (beweging naar voorkant) beïnvloeden. De periodieke rapportage brengt in kaart in hoeverre het zorgstelsel passende zorg daadwerkelijk mogelijk maakt. Onderdeel hiervan is organisatie en informatievoorziening. Daarbij is aandacht voor structurele barrières, zoals versnippering of onvoldoende samenwerking, én voor stimulerende prikkels, zoals beloningen voor preventie, domein overstijgende samenwerking en betere keuze-informatie.

Het IZA betekende een fundamentele verandering in de benadering van zorg. Het is dan ook zaak goed zicht te houden op de impact die deze verandering heeft op de toegankelijkheid en kwaliteit van ons zorgstelsel. Door de uitwerking van het IZA en het AZWA te evalueren, kan tijdig worden ingegrepen wanneer de gewenste effecten uitblijven.

Thema 3: Geestelijke gezondheidszorg

Context

Dit SEA-thema is onderdeel van de artikelen 2, 3 en 5 van de begroting van VWS. Wanneer iemand problemen van psychische aard ervaart, kan die persoon voor behandeling terecht komen in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). De overheid wil dat mensen met psychische problemen passende hulp krijgen via de huisarts, gemeenten, basis ggz of gespecialiseerde ggz. Ggz wordt geleverd in verschillende domeinen en dus vanuit verschillende wetten en financieringsstromen. De wetten die een rol spelen in de ggz zijn de Wet publieke gezondheid (Wpg), Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet verplichte ggz (Wvggz), Wet zorg en dwang (Wzd) en Jeugdwet. Hierdoor zijn zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten verantwoordelijk voor verschillende delen van de ggz-zorg.

Steeds meer mensen hebben mentale klachten en/of psychische aandoeningen.18De toename in mentale klachten leidt, samen met andere ontwikkelingen zoals aanbod-geïndiceerde vraag, tot een toenemend beroep op professionele ondersteuning en zorg. De domeinen en sectoren die ondersteuning of zorg leveren aan mensen met mentale klachten staan in toenemende mate voor grote uitdagingen; zoals grote instroom en het stokken van de door- en uitstroom.

Onder meer door de toegenomen instroom zijn de uitgaven aan zorg en ondersteuning voor mensen met mentale klachten en psychische aandoeningen de afgelopen jaren toegenomen. Deze uitgaven zullen naar verwachting verder groeien. De personele, financiële en maatschappelijke houdbaarheid van de ondersteuning en zorg staat hierdoor onder druk. Tegelijkertijd heeft een slechte mentale gezondheid effect op andere delen van de maatschappij; zo kan het bijvoorbeeld zorgen voor verminderde arbeidsproductiviteit of onderwijsdeelname/prestaties, (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, verhoogde criminaliteit en extra druk op de politie. Investeringen in mentale gezondheid kunnen daardoor voor positieve maatschappelijke opbrengsten zorgen. Andersom kunnen ontwikkelingen in de maatschappij zorgen voor een verslechterde mentale gezondheid. Dit is nader onderzocht in het IBO Mentale gezondheid en ggz, dat in 2025 is uitgevoerd en aan de Kamer is aangeboden.19

Periodieke rapportage – ggz

Gezien het domeinoverstijgende karakter van de ggz ligt de focus van de periodieke rapportage op het samenbrengen van de beelden voor de toekomstbestendigheid van de ggz, voor wat betreft kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. Het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) ‘Uit balans’ biedt belangrijke bouwstenen voor de periodieke rapportage. Dit IBO gaat over de ondersteuning en zorg rondom mentale klachten en psychische aandoeningen die geleverd worden in de Zvw, Wlz, Wmo, Jeugdwet en de Wpg. Het brengt beleidsopties in kaart ter voorkoming en beperking van mentale klachten en psychische problemen en voor het oplossen van de structurele problemen in de toegang en inrichting van de ondersteuning en zorg. In het derde kwartaal van 2026 wordt een kabinetsreactie op het rapport aan de Kamer aangeboden. Het IBO signaleert ook witte vlekken. Het is daarom belangrijk om de periode tussen het IBO en de periodieke rapportage in 2028 te benutten om deze kennis te vergaren. Dit om zo een goed beeld te hebben over het kunnen borgen van de publieke waarde van de ggz ten tijde van de periodieke rapportage.

Thema 4: Geneesmiddelen en medische technologie

Context

Dit SEA-thema is onderdeel van de premiegefinancierde zorguitgaven (PZ) van de begroting van VWS. De overheid heeft een bijzondere verantwoordelijkheid in het borgen van de toegang tot werkzame en betaalbare genees- en hulpmiddelen, voor nu en voor morgen. Hiervoor schept het voorwaarden voor de beschikbaarheid en leveringszekerheid, de toegankelijkheid, de veiligheid, de kwaliteit en de betaalbaarheid van medische producten die aan de eisen van de tijd voldoen en doelmatig worden gebruikt.

Het beleidsterrein kent diverse raakvlakken met de ‘markt’ – met innovatie en wereldwijd opererende bedrijven en productie- en leveringsketens. Belangrijke aandachtsgebieden voor de komende periode hierbij zijn:

  • 1. De beschikbaarheid van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en lichaamsmateriaal.

  • 2. De productie en toeleveringsketen weerbaarder maken en tekorten ondervangen.

De kabinetsreactie op de vorige periodieke rapportage is in het tweede kwartaal van 2026 aan de Kamer aangeboden.20 Deze rapportage richtte zich primair op beschikbaarheid (punt 1). Voor de komende periode verschuift de focus richting punt 2.

Periodieke rapportage – Medische producten

De inzichtbehoefte voor de in 2031 op te leveren periodieke rapportage op het terrein van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en lichaamsmateriaal richt zich op de inkoop van medische producten in het reguliere proces door marktpartijen. Deze inkoop vindt plaats op verschillende niveaus (decentraal, centraal en/of Europees). De keuzes die marktpartijen maken en het beleidsinstrumentarium van VWS op het terrein van medische producten hebben effecten op het zorgstelsel. De periodieke rapportage moet antwoord geven op de vraag of het beleidsinstrumentarium van VWS op het gebied van inkoop doeltreffend en doelmatig is.

Thema 5: Jeugd

Context

Dit SEA-thema is onderdeel van artikel 5 van de begroting van VWS. Kinderen hebben het recht om veilig en gezond op te groeien. Alleen op die manier kunnen zij hun talenten ontwikkelen en volwaardig meedoen in de samenleving. Om dit te realiseren is de Rijksoverheid verantwoordelijk voor het stelsel van preventie en jeugdzorg, zoals in de Jeugdwet is vastgelegd. Gemeenten zijn binnen dit stelsel bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor het leveren van passende voorzieningen. Hoewel het met veel kinderen in Nederland goed gaat, krijgt een groeiend aantal kinderen, jongeren en hun ouders of verzorgers te maken met zorgen en hulpvragen. En doet een groeiend aantal kinderen een beroep op ondersteuning. Tegelijkertijd heeft dit tot op heden niet geleid tot meer welbevinden. Het moet dus anders.

Om de jeugdzorg toekomstbestendig te maken, is de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 opgesteld. Deze is op 19 juni 2023 door gemeenten, aanbieders, professionals, cliënten en het Rijk ondertekend.21 De agenda bevat afspraken die zijn gericht op verbeteringen over de volle breedte van het stelsel. Het doel is dat jongeren weerbaar opgroeien, kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties tijdige en passende hulp krijgen en een beheersbaar en duurzaam jeugdhulpstelsel wordt gecreëerd. Gedurende de looptijd van de Hervormingsagenda brengt de Deskundigencommissie twee keer een zwaarwegend advies uit, in relatie tot de samenhang tussen uitvoering van de maatregelen, de gepleegde inspanningen en uitgavenontwikkeling. Zij heeft in 2025 reeds advies uitgebracht.22 In 2027 volgt een tweede advies. In haar eerste advies gaf de Deskundigencommissie aan dat de richting van de Hervormingsagenda goed is, maar dat de maatregelen wel scherper en concreter moeten worden en dat duidelijker prioriteiten gesteld moeten worden. Om dit doel te bereiken is – conform het advies van de Deskundigencommissie – door betrokken partijen in een routekaart gezet met welke prioriteiten VWS de komende periode aan de slag gaat. Daarin staan de volgende prioriteiten:

  • 1. Versterken ouderschap door een sterke sociaal pedagogische basis te faciliteren en te ondersteunen.

  • 2. Stevige lokale teams die zelf ondersteuning en (collectieve) hulp bieden.

  • 3. Terugdringen van het gebruik van aanvullende jeugdhulp.

  • 4. Minder uithuisplaatsingen en minder gesloten jeugdhulp.

  • 5. Kwaliteitsverbetering van de jeugdzorg.

Een belangrijk advies van de Deskundigencommissie is daarnaast om de sturingsinformatie te verbeteren, een thema dat door verschillende van de hierboven genoemde prioriteiten heen loopt. Daarom intensiveren wij de afspraken die hierover al in de Hervormingsagenda zijn gemaakt.

In het kader daarvan zetten wij in op:

  • Centrale monitor: Om structureel beter inzicht te krijgen in het functioneren van het jeugdstelsel gaan wij door met het volgens afspraken in de Hervormingsagenda inrichten van een centrale monitor van het jeugdstelsel en verbeteren wij via verschillende trajecten de beschikbaarheid en kwaliteit van data.

  • Beter gebruik maken van lokale data: om ook op kortere termijn inzichten te verkrijgen, zet VWS aanvullend in op het beter gebruik maken van lokale data en zet VWS aanvullende onderzoeken uit (o.a. uitgavenonderzoek) om landelijk een beter beeld te krijgen. In aanvulling hierop is een beperkte selectie van indicatoren samengesteld om beter inzichtelijk te maken hoe de hoofdbewegingen van de Hervormingsagenda zich conform de prioritaire lijnen in de routekaart ontwikkelen.

Periodieke rapportage – Jeugd

De periodieke rapportage Jeugd wordt in 2030 opgesteld en baseert zich op de inzichten uit verschillende monitoring- en onderzoekstrajecten. Een belangrijk ijkpunt is het advies van de Deskundigencommissie in 2027, samen met resultaten uit onder meer de monitoring van de voortgang van de afspraken, verschillende onderzoeken (waaronder het uitgavenonderzoek) en de monitoring van het jeugdstelsel. Ook de leefwereldtoets levert waardevolle informatie op; dit instrument geeft zicht op zowel de systeemwereld als de leefwereld van jeugdigen en gezinnen, en helpt bepalen welke kennisvragen en beleidsaccenten prioriteit moeten krijgen in de jaren na 2028.

Samen laten deze trajecten zien in hoeverre de doelstellingen van de Hervormingsagenda zijn bereikt, of de bewegingen die VWS wil bewerkstelligen om de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de jeugdhulp te verbeteren worden gerealiseerd, en waar bijsturing nodig is. Deze inzichten gebruikt VWS om de publieke waarde van het jeugdstelsel te borgen en gericht bij te dragen aan een beter functionerende en toekomstbestendige jeugdzorg.

Thema 6: Maatschappelijke ondersteuning

Context

Dit SEA-thema is onderdeel van artikel 3 van de begroting van VWS. De burger participeert vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht in de samenleving. Daar waar dat niet lukt bieden gemeenten en veldpartijen ondersteuning met als doel de burger zoveel en zolang mogelijk te laten deelnemen aan de samenleving. Gemeenten dragen sinds de hervorming van de langdurige zorg in 2015 de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het Rijk is daarbij verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel. Het draagt hierbij zorg voor de financiering en voert regie op de uitvoering van de Wmo 2015 door het vaststellen van de wettelijke kaders en het monitoren en evalueren van de werking van specifieke onderdelen van deze wet.

Periodieke rapportage – Maatschappelijke ondersteuning

De periodieke rapportage evalueert de Wmo 2015 over de periode 2015-2024.23De centrale vraag luidt: Hoe doeltreffend en doelmatig was het stelsel van maatschappelijke ondersteuning in de periode 2015-2024? De periodieke rapportage betreft in de basis een synthese van bestaand (evaluatie)onderzoek. Het belangrijkste onderdeel hiervan betreft het recent afgeronde ‘Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015’ en de daarvoor gemaakte deelrapporten. Het concepteindrapport wordt verwacht in februari 2027.

Thema 7: Ouderenzorg, dementiezorg en palliatieve zorg en ondersteuning

Context

Dit SEA-thema is onderdeel van artikel 3 van de begroting van VWS. De samenleving vergrijst in rap tempo. In 2040 zijn er twee keer zoveel 80-plussers als in 2020. Dit leidt tot een stijgende zorgvraag, oplopende zorguitgaven en toenemende arbeidsmarkttekorten, terwijl het potentieel aan mantelzorgers afneemt. Ook is er een tekort aan geschikte woonplekken voor ouderen. Daarom is het van groot belang om aandacht te besteden aan de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg en ondersteuning voor ouderen. Binnen dit thema worden drie inhoudelijke aandachtsgebieden onderscheiden: ouderenzorg, dementiezorg en palliatieve zorg en ondersteuning. Voor elk van deze aandachtsgebieden worden diverse monitorings- en evaluatietrajecten uitgevoerd.

Ouderenzorg

Voor de zorg en ondersteuning van ouderen is een integrale en domeinoverstijgende aanpak nodig, met bijzondere aandacht voor kwetsbare ouderen die niet zelfstandig kunnen wonen. Dit vraagt om een herinrichting van het zorgproces, met vermindering van administratieve lasten en bevordering van digitale en informele zorg, als antwoord op de arbeidsmarkttekorten. Daarnaast is het vergroten van het aanbod van geschikte woonvormen essentieel. Belangrijke randvoorwaarden zijn een sterke basiszorg voor ouderen en aandacht voor het gezamenlijk vitaal ouder worden.

Om de beschreven doelen te bereiken is medio 2025 het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) afgesloten met 16 partijen die betrokken zijn bij de ouderenzorg (zorgaanbieders, ouderenbonden, cliëntvertegenwoordigers, zorgkantoren, zorgprofessionals, gemeenten, team overheid).24 Naar aanleiding van het coalitieakkoord zullen in de loop van 2026 aanvullende afspraken worden gemaakt met de HLO-partijen. Deze aanvullende afspraken liggen in het verlengde van de HLO-afspraken maar er zal ook aandacht worden besteed aan de financiële kaders die tot en met 2031 beschikbaar zijn voor de langdurige zorg.

Dementiezorg

Het beleid rondom dementie is gebundeld in de Nationale Dementiestrategie (2021–2030) en is in 2025 geactualiseerd.25 De missie van de Nationale Dementiestrategie is: ‘Mensen met dementie en hun naasten kunnen als waardevol lid van onze samenleving functioneren en goede ondersteuning en zorg ontvangen. Er wordt daartoe relevant wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek gedaan naar mogelijke preventie, vroegdiagnostiek, behandeling van symptomen en genezing van dementie’. De geactualiseerde strategie kent drie hoofdthema’s:

  • dementieonderzoeken

  • een dementievriendelijke samenleving

  • leven met dementie

Palliatieve zorg en ondersteuning

Palliatieve zorg en ondersteuning richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen van alle leeftijden die ongeneeslijk ziek zijn of voor wie het levenseinde nadert. Deze fase kan maanden of zelfs jaren duren. Door vroegtijdige signalering en proactieve zorgplanning, in overleg met patiënten en naasten, ontstaat passende zorg en ondersteuning in de laatste levensfase. Dit voorkomt onnodige zorg, vermindert klachten, verbetert de kwaliteit van leven en maakt sterven op de plek van voorkeur vaker mogelijk.

Door vergrijzing, medische vooruitgang en de toename van chronische aandoeningen groeit de behoefte aan palliatieve zorg en ondersteuning. Het gaat daarbij niet alleen om medische zorg, maar (vooral) om psychische zorg en ondersteuning, sociale ondersteuning en ondersteuning bij zingevingsvragen. In 2026 is het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II) afgerond. Het ZonMw-programma Palliantie II loopt door tot en met 2031. De subsidieregeling Palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis is in 2026 geëvalueerd en met een jaar verlengd. Met ingang van 2027 wordt de Toekomstagenda palliatieve zorg en ondersteuning 2027-2031 uitgevoerd.

Periodieke rapportage – Ouderenzorg

De periodieke rapportage Ouderenzorg vormt in 2028 het centrale document waarin inzichten over ouderenzorg worden gebundeld. Deze rapportage richt zich op de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van zorg voor ouderen, met specifieke aandacht voor de samenhang tussen de Wlz, Wmo en Zvw. Het HLO vormt hierbij het inhoudelijk kompas.

De voortgangsrapportage van de Nationale Dementiestrategie en de verschillende evaluaties van palliatieve zorg en ondersteuning worden benut als bouwstenen voor toekomstgericht beleid. De verzamelde inzichten moeten antwoord geven op vragen als: werkt de huidige inzet voor ouderen, mensen met dementie en palliatieve zorgdoelen? Is de zorg voldoende toekomstbestendig? Verwacht wordt te leren in hoeverre de ingezette hervormingen bijdragen aan het versterken van de zorginfrastructuur voor ouderen, het verminderen van ongewenste ziekenhuisopnames in de palliatieve fase, en het bevorderen van passende woon-zorgcombinaties. Ook ontstaat meer zicht op de leefwereld van ouderen en hun naasten. Deze inzichten geven richting aan de toekomstige inrichting van het zorgstelsel en helpen bij het realiseren van een houdbare en inclusieve ouderenzorg.

Thema 8: Gehandicaptenzorg

Context

Dit SEA-thema is onderdeel van artikel 3 van de begroting van VWS. In Nederland leven circa 2 miljoen mensen met een beperking. Minder dan 10% van deze groep woont in een zorginstelling. De overige 90% woont en leeft, met meer of minder ondersteuning, thuis. Dit is een zeer diverse groep mensen met verschillende leeftijden en achtergronden, zowel jeugdigen als volwassenen.

We werken naar een inclusieve samenleving waar iedereen naar wens en vermogen kan meedoen. Mensen met een beperking ervaren drempels om mee te kunnen doen. Het wegnemen van deze drempels vraagt om een inspanning vanuit alle levensdomeinen, want dit maatschappelijk vraagstuk overstijgt de zorg. Daarom gaan we in 2027 verder met de uitvoering van de rijksbrede Werkagenda VN-verdrag Handicap I 2025 ‒ 2030 om stappen te zetten naar een inclusieve samenleving. Voor het levensdomein Gezondheid en ondersteuning zetten we er onder andere op in dat mensen met een beperking de zorg en ondersteuning krijgen die aansluit bij hun context en behoefte en dat de toegang van zorg en ondersteuning eenvoudig en transparant is. We werken er ook aan dat professionals in de toegang deskundig zijn ten aanzien van mensen met een beperking en hun naasten.

Daarnaast neemt de problematiek toe rond zorg voor mensen met een beperking en gedragsproblematiek. Er zijn dan ook een andere inzet van expertise, vakmanschap en vormen van samenwerking nodig dan voorheen, zoals tussen de gehandicaptenzorg en de GGZ. Tegelijkertijd zien we voorbeelden ontstaan waar sociale en technologische vernieuwingen dit doorbreken en tot nieuwe inzichten leiden over hoe het anders en beter kan. Binnen de Toekomstagenda ‘zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’ is daarom in de periode 2022 t/m 2026 ingezet om deze vernieuwingen beter te faciliteren, samenwerking te stimuleren en implementatie te versnellen.

Het kabinet is in gesprek met vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, zorgprofessionals, zorgaanbieders, zorgkantoren en gemeenten om te komen tot bestuurlijke afspraken over concrete oplossingen voor de opgaven voor de gehandicaptenzorg voor de komende jaren. Daarbij wordt nadrukkelijk niet alleen gekeken naar onderwerpen die in het hier en nu knelpunten veroorzaken, zoals de complexe zorg en de arbeidsmarkt, maar ook naar de opgaven op langere termijn. De resultaten en lessen van de Toekomstagenda zijn daarbij behulpzaam.

Periodieke rapportage – Gehandicaptenzorg

De periodieke rapportage gaat over het komen tot een meer toekomstbestendige gehandicaptenzorg door het gezamenlijk (met alle betrokken partijen) uitvoeren van een Toekomstagenda. De monitor van deze Toekomstagenda, die loopt tot eind 2026, is de belangrijkste bouwsteen van deze periodieke rapportage.26 Dit betekent dat de periodieke rapportage in 2027 beschikbaar komt. De evaluatie is bedoeld om inzicht te krijgen in hoe zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking zich ontwikkelt. Dit moet aanknopingspunten opleveren voor vervolgbeleid.

Thema 9: Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn

Context

Dit SEA-thema is onderdeel van artikel 4 van de begroting van VWS. Dit beleidsartikel gaat over opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt. Het gros van de middelen zit in regelingen, project- en instellingssubsidies.

De rol van VWS is om de werking van het stelsel te bevorderen. Binnen dit SEA-thema komt dat tot uiting in beleid dat er op gericht is de juiste randvoorwaarden te creëren voor werkgevers om voldoende en kwalitatief goed personeel aan te trekken en daarnaast te behouden. Het is daarbij aan werkgevers om beleid omtrent werving, behoud, arbeidsvoorwaarden en opleiding vorm te geven. De sterk stijgende zorgvraag in combinatie met de stagnerende beroepsbevolking, maakt het hiernaast noodzakelijk dat het arbeidsmarktbeleid van VWS een transitie faciliteert naar anders werken en het anders organiseren van werk in zorg en welzijn. Hierbij spelen onder andere technologische en sociale innovatie een rol. Het opleidingsbeleid ondersteunt deze transitie om twee redenen: enerzijds omdat ook het leren op een andere manier georganiseerd moet en kan worden en anderzijds omdat toekomstige zorgmedewerkers moeten worden voorbereid op nieuwe ontwikkelingen in de zorg en op de noodzaak om anders te gaan werken. Voor medische vervolgopleidingen geldt dat VWS opleidingsplaatsen beschikbaar stelt en financiert. VWS biedt daarnaast een aantal subsidies aan voor bij- en nascholing van zorgmedewerkers in het kader van strategisch opleiden en een Leven Lang Ontwikkelen. Daar komt bij dat initiële zorgopleidingen – het grootste deel van de opleidingen voor werken in de sector zorg en welzijn – onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) vallen.

Een doeltreffend en doelmatig arbeidsmarkt- en opleidingsbeleid ziet zowel op de randvoorwaarden voor het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerd personeel als op de momenteel gewenste transitie naar anders werken en leren in de sector zorg en welzijn. Deze transitie is noodzakelijk om de krapte op te vangen die gaat ontstaan door een stijgende zorgvraag gecombineerd met een stagnerende beroepsbevolking. Dit zodat de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de gezondheidszorg voor de burger gewaarborgd blijft.

Eind 2025 is de periodieke rapportage van dit thema aan de Tweede Kamer aangeboden, waarin onderzocht is hoe arbeidsmarkt- en opleidingsbeleid in de toekomst doeltreffender en doelmatiger kan worden uitgevoerd met als doel om de beleidsketen te versterken.27[1] Hierbij is zoals verzocht rekening gehouden met de rol die het ministerie van VWS hierin kan en hoort te spelen. Deze periodieke rapportage concludeert dat, gegeven de beperkte doeltreffendheid en doelmatigheid van een groot deel van de subsidieregelingen, het in de rede ligt om de verantwoordelijkheid voor het opleiden en goed werkgeverschap meer terug te leggen bij de werkgever. Werkgevers zijn beter dan de overheid op de hoogte van veranderende behoefte aan vaardigheden en kunnen hier sneller en gerichter op inspelen. Voor het ministerie van VWS is primair een coördinerende rol weggelegd, om de juiste randvoorwaarden te scheppen om opleiden en goed werkgeverschap te faciliteren en de prikkel om te investeren in personeel te versterken. In het geval van overduidelijk marktfalen blijft sturing door middel van specifieke subsidieregelingen een optie. De onderzoekers van SEO doen een aantal concrete aanbevelingen:

  • 1. Overweeg alternatieve instrumenten naast subsidies om de verantwoordelijkheid van het opleiden en goed werkgeverschap (deels) bij het veld zelf neer te leggen.

  • 2. Richt beleid primair op het scheppen van de juiste randvoorwaarden om de arbeidsmarkt en het opleidingsstelsel binnen de zorg goed te laten functioneren.

  • 3. Bestendig de faciliterende rol die het ministerie de laatste jaren ten aanzien van de arbeidsmarkt heeft aangenomen, te denken valt dan aan het versterken van de regionale samenwerking, het stimuleren van overlegstructuren en het realiseren van betere informatievoorziening.

  • 4. Ondersteun voorlopers bij de toepassing van technologie en nieuwe werkvormen om zo een cultuuromslag richting meer innovatie binnen de sector te realiseren.

  • 5. Formuleer bij toekomstig te ontwikkelen beleid concrete, meetbare doelstellingen die voortkomen uit een expliciete beleidstheorie. Vervolgens dient aan de voorkant helder te worden gemaakt hoe het nieuwe beleid wordt geëvalueerd.

  • 6. Daar waar resultaten van beleid wel met min of meer eenduidige indicatoren te vatten zijn, zou het streven moeten zijn om het instrument (of samenhang van instrumenten) door een onafhankelijke partij te evalueren middels een (quasi-experimenteel) effectonderzoek.

Periodieke rapportage – Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn

De eerste vijf aanbevelingen zullen worden overgenomen en sluiten aan bij de gemaakte afspraken uit IZA, het AZWA en het Coalitieakkoord. Centraal doel van deze afspraken is het waarborgen van de houdbaarheid en toegankelijkheid van zorg en welzijn door het stijgende arbeidsmarkttekort af te remmen. De afspraken richten zich op drie pijlers: 1) opleiden en ontwikkelen met focus op daar waar tekorten het grootst zijn én waar de beweging naar de voorkant om vraagt, zoals de eerstelijnszorg en het sociaal domein; 2) arbeidspotentieel beter benutten, onder andere via inzet van arbeidsbesparende innovatie; en 3) behoud van personeel. Deze drie pijlers vormen de focus van de volgende periodieke rapportage en zullen een belangrijke plaats krijgen in de SEA in de komende jaren. De zesde aanbeveling wordt meegenomen in het evaluatiebeleid.

Overige evaluaties

De SEA kent ook onderwerpen die niet onder een thema vallen. De evaluaties van deze onderwerpen hoeven niet te worden voorzien van een periodieke rapportage vanwege onvoldoende onderlinge samenhang. Wel kunnen de evaluaties bouwstenen opleveren voor reeds geprogrammeerde periodieke rapportages. Hieronder wordt een aantal van deze onderwerpen apart beschreven.

Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II (OHW)

Dit onderwerp valt onder artikel 7 van de begroting van VWS. Het richt zich op de financiële en maatschappelijke ondersteuning van verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen van de Tweede Wereldoorlog, en op het levend houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. De evaluaties binnen dit onderwerp zijn divers van aard. Ten aanzien van de zorg en ondersteuning aan oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers staat het vervullen van de ereschuld die de Nederlandse samenleving ten aanzien van hen heeft, centraal.

Zorgtoeslag

Dit onderwerp valt onder artikel 8 van de begroting van VWS. De zorgtoeslag is een tegemoetkoming die de zorg via de Zorgverzekeringswet financieel toegankelijk houdt voor huishoudens met lagere inkomens. De hoogte is afhankelijk van het huishoudinkomen en de standaardpremie. Het tijdstip en de invulling van de evaluatie van de zorgtoeslag zullen de komende periode nader worden vastgesteld.

Caribisch Nederland/BES

Dit onderwerp valt onder de artikelen 1 en 4 van de begroting van VWS. Vanuit het Rijk worden middelen ingezet voor jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning, preventie en de versterking van de publieke gezondheidsinfrastructuur. De kleinschalige context van Caribisch Nederland vraagt om een specifieke aanpak die aansluit bij de lokale omstandigheden. Vooralsnog zijn er geen evaluaties geagendeerd; het tijdstip en de invulling daarvan zullen in de volgende SEA worden vastgesteld.

Persoonsgebonden budget (pgb)

Dit onderwerp valt onder artikel 3 van de begroting van VWS. Gedurende de afgelopen jaren heeft de focus bij het pgb gelegen op het oplossen van voorkomende problematiek in de uitvoering. Er is hierbij nauw samengewerkt met de Sociale Verzekeringsbank, de pgb-verstrekkers en belangenverenigingen. In deze setting was de terugkoppeling kort en direct en zijn uitvoeringsproblemen kort-cyclisch opgelost. Er is dan ook nadrukkelijk niet ingezet op grotere stelselwijzigingen waarvoor evaluaties zijn uitgevoerd. Vooruitkijkend worden er wel grotere aanpassingen aan het pgb-instrument voorzien. Dit kabinet zet nadrukkelijk in op het pgb als bewuste keuze voor de eigen regie, en op het vereenvoudigen van het werkgeverschap. Deze onderwerpen bevinden zich in de vormende fase van de beleidscyclus. Verwachting is dat deze op een later moment geëvalueerd kunnen worden.

Informatiebeleid

Dit onderwerp valt onder artikel 4 van de begroting van VWS. Vanuit het coalitieakkoord 2021-2025 wordt ingezet om te komen tot landelijke elektronische gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid in de zorg, waaronder standaardisatie van gegevens en de totstandkoming van een landelijk dekkend netwerk (inclusief generieke functies) voor het verbinden van infrastructuren. Daarnaast wordt ingezet op een goed functionerend stelsel voor de ontsluiting van data naar burgers ter voorbereiding op verplichtingen vanuit de Europese gezondheidsdata­ruimte (EHDS).

Agentschappen en zelfstandige bestuursorganen (zbo’s)

Dit onderwerp valt onder diverse artikelen van de begroting van VWS. Op grond van de Regeling agentschappen en de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt respectievelijk elk agentschap en zbo eens per vijf jaar doorgelicht op doeltreffendheid en doelmatigheid. De bevindingen van deze evaluaties worden meegenomen in periodieke rapportages.

12

Kamerstukken II 2025/26, 32 772, nr. 39

13

Kamerstukken II 2022/23, 32 793, nr. 653

14

Kamerstukken II 2025/26, 31 765, nr. 943.

15

Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 846

16

Kamerstukken II 2022/23, 30 234, nr. 332

17

Kamerstukken II 2022/23, 31 765, nr. 655

18

Mentale gezondheid | Mentale problemen | Volksgezondheid en Zorg (vzinfo.nl) StatLine - Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken (cbs.nl)

19

Kamerstukken II 2025/26, 25 424, nr. 769

20

Kamerstukken II 2025/26, 29 477, nr. 970

21

Kamerstukken II 2022/23, 31 839, nr. 964

22

Kamerstukken II 2024/25, 31 839, nr. 1063

23

Kamerstukken II 2025/26, 29 538, nr. 377

24

Kamerstukken II 2024/25, 29 389, nr. 152

25

Kamerstukken II 2024/25, 25 424, nr. 766

26

Kamerstukken II 2024/25, 24 170, nr. 354

27

Kamerstukken II 2025/26, 29 282, nr. 616

2.5 Overzicht risicoregelingen

In reactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen heeft het kabinet in 2013 voor nieuwe en bestaande risicoregelingen een garantiekader opgesteld (Kamerstukken II 2013/14, 33750, nr. 13). In lijn met het beleid gaat VWS terughoudend om met het gebruik van risicoregelingen. Conform de gemaakte afspraken worden in deze paragraaf de garanties en achterborgstelling van VWS uitgebreid toegelicht.

Tabel 3 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

o.g.v.

Uitstaande garanties 2025

Geraamd te verlenen 2026

Geraamd te vervallen 2026

Uitstaande garanties 2026

Geraamd te verlenen 2027

Geraamd te vervallen 2027

Uitstaande Garanties 20271

Garantie plafond

Totaal plafond

2

Voorzieningen tbv De Hoogstraat

Begrotingswet

3.047

 

833

2.214

 

833

1.382

 

2.214

2

Voorzieningen tbv Ziekenhuizen

Regeling 1958

44.863

 

10.684

34.179

 

8.586

25.593

 

34.179

3

Voorzieningen tbv Verpleeghuizen

Financiering

1.538

 

459

1.079

 

426

653

 

1.079

3

Voorzieningen tbv Psychiatrische instellingen

Regeling 1958

3.765

 

1.088

2.677

 

1.088

1.589

 

2.677

3

Voorzieningen tbv Zwakzinnigen inrichtingen

Regeling 1958

527

 

181

346

 

69

277

 

346

3

Voorzieningen tbv Instellingen gehandicapten

Regeling 1958

3.645

 

913

2.732

 

913

1.819

 

2.732

3

Voorzieningen tbv Zwakzinnigen inrichtingen

Rijksregeling

1.640

 

173

1.467

 

173

1.294

 

1.467

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

Rijksregeling

18.304

 

1.957

16.347

 

1.939

14.408

 

16.347

2

Garantie NRG Petten22

 

29.209

1.197

0

30.406

0

30.406

0

 

30.406

1

Bestuurs-aansprakelikheid SON

 

2.500

 

0

2.500

 

0

2.500

 

2.500

            
 

Totaal

 

109.038

1.197

16.288

93.947

0

44.433

49.513

 

93.947

1

Door afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

2

Betrof in 2019 geen nieuwe verlening maar een gedeeltelijke overheveling van een bestaande garantie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat naar het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Tabel 4 Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1 mln.)
 

2025

2026

2027

Achterborgstelling (incl. failliete deelnemers)

5.688,7

5.525,8

5.414,0

Bufferkapitaal

302,0

311,9

321,7

Obligo

170,3

165,5

162,2

Doel en werking garantieregeling

De bovenstaande tabel is gebaseerd op gegevens van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het WFZ verstrekt garanties aan financiële instellingen voor leningen van de bij het WFZ aangesloten leden. De Staat is achterborg voor het WFZ. Het WFZ is voortgekomen uit de financieringsproblemen voor zorginstellingen die ontstonden begin jaren '90 van de vorige eeuw. Het WFZ is door de koepels in de sector opgericht om de financiering voor zorginstellingen te vergemakkelijken en daarmee de continuïteit van de zorg veilig te stellen. Het totaalbedrag aan uitstaande verplichtingen is volgens de raming van het WFZ € 5,4 miljard in 2027.

Beheersing risico’s en versobering

De risico’s voor het ministerie van VWS van de achterborg worden beperkt door een aantal maatregelen. Allereerst kent het WFZ een selectieve toelating. Voor deelname aan het WFZ moeten zorginstellingen hun financiële situatie voldoende op orde hebben. Daarnaast worden garanties alleen verstrekt aan vertrouwenwekkende investeringen.Te risicovolle projecten worden niet geborgd.

Verder zijn aangesloten leden gebonden Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 2 47 aan het reglement van het WFZ en de daarin omschreven risicobeperkende bepalingen. Een deelnemer mag bijvoorbeeld niet zonder toestemming van het WFZ gebruik maken van rentederivaten. In het kader van het beleid van versobering van risicoregelingen heeft een evaluatieonderzoek van het WFZ plaatsgevonden.

Premiestelling en kostendekkendheid

Het ministerie van VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. Zorginstellingen betalen een eenmalige premie (disagio) voor de garantstelling aan het WFZ. Hiermee bouwt het WFZ een risicovermogen op waarmee eventuele claims kunnen worden gedekt. Als dit risicovermogen onvoldoende zou zijn om eventuele schades te dekken, kunnen de deelnemers aan het WFZ via de zogenaamde obligo worden verplicht een financiële bijdrage te leveren van maximaal 3% van de uitstaande garanties van de instelling. Als het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van de deelnemers tezamen niet voldoende zijn voor het WFZ om aan zijn verplichtingen richting geldverstrekkers te kunnen voldoen, kan het WFZ zich richting VWS beroepen op de achterborg. Dit houdt in dat op dat moment VWS het WFZ van een lening zal voorzien zodat het WFZ aan zijn verplichtingen kan voldoen. Het WFZ heeft nog nooit een beroep hoeven doen op de obligoverplichting van de WFZ-deelnemers.

Begrotingsreserve

Het is nog nooit nodig geweest voor het WFZ om de achterborg van het Rijk in te roepen. Niettemin is besloten om in het kader van de verdere beperking van de risico’s vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg. Deze begrotingsreserve is opgenomen onder artikel 9.

2.6 Slagvaardige Overheid

Tabel 5 Overzicht Slagvaardige Overheid (bedragen x € 1 miljoen)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord

0

‒ 8,4

‒ 16,2

‒ 58,4

‒ 114,2

‒ 114,2

Efficiencytaakstelling

0

‒ 8,4

‒ 16,2

‒ 24,7

‒ 32,5

‒ 32,5

Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

0

0

0

‒ 33,7

‒ 81,7

‒ 81,7

Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat structureel oploopt tot ruim € 114 miljoen. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

Op dit moment is de taakstelling voor 2028 en verder enkel technisch verwerkt op de VWS-begroting en daarmee nog niet inhoudelijk geladen. VWS zal zodra de kaders vanuit de Taskforce Slagvaardige Overheid duidelijk zijn aan de slag gaan met de inhoudelijk invulling van deze taakstelling.

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1 Volksgezondheid

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk blootstaan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij in gezondheid leven.

Een belangrijke beleidsopgave voor de minister is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Mensen zijn in eerste instantie echter wel zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en dienen zichzelf – indien mogelijk – te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.

De minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren: van het maken van gezonde keuzes, van de beschikbaarheid van betrouwbare informatie over gezonde keuzes, en van een gezonder aanbod van voeding.

Financieren: van (bevolkings-)onderzoeken/screeningen, van diverse nationale programma’s, projecten en organisaties die zich bezig houden met de bescherming en bevordering van de gezondheid van burgers en preventie van ziekten.

Regisseren: het opstellen van wettelijke kaders om op verschillende manieren burgers te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.

Een sterke basis voor de jeugd

Kinderen moeten in Nederland de kans krijgen om gezond op te groeien. Door vroegtijdig te investeren in gezondheid en welzijn kunnen gezondheidsproblemen op latere leeftijd worden voorkomen of beperkt. De inzet blijft gericht op een samenhangende, effectieve aanpak van informeren, stimuleren en normeren. Gezonde keuzes worden ondersteund met voorlichting en programma’s, maar ook met duidelijke normen, afspraken en waar nodig regelgeving en handhaving. Daarnaast is het de ambitie van het kabinet om schoolfruit in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs aan te bieden.

Inzet op gezondheid en preventie minder vrijblijvend

Het kabinet beoogt de inzet op gezondheid en preventie minder vrijblijvend te maken. Daarom verkennen we de wettelijke verankering van gezondheidstaken voor gemeenten, bijvoorbeeld voor de inzet op kansrijke start, valpreventie en seksuele gezondheid. Daarnaast helpen akkoorden zoals het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) bij minder vrijblijvendheid. Met het AZWA werken gemeenten en zorgpartijen in 2027, in samenwerking met VWS, aan een breed aanbod en inzet van professionals voor de uitvoering van valpreventie, sociaal verwijzen, overgewicht volwassenen, kansrijke start en laagdrempelige steunpunten voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. Het doel is een landelijk dekkend aanbod van deze zogenoemde basisfunctionaliteiten in 2030.

Versterken Kansrijke Start

De eerste 1.000 dagen van een kind zijn van groot belang voor een gezonde ontwikkeling later in het leven. Daarom wordt blijvend ingezet op de aanpak Kansrijke Start. De inzet blijft gericht op het ondersteunen van kinderen en (aanstaande) ouders, onder meer door vroegsignalering, een gezonde zwangerschap, een goede voorbereiding op het ouderschap en passende ondersteuning waar nodig. Samenwerking tussen gemeenten, de jeugdgezondheidszorg, geboortezorg, het sociaal domein en andere betrokken partijen blijft hierbij essentieel.

Bevorderen van een gezonde leefstijl en voorkomen van middelengebruik

Het kabinet blijft inzetten op een gezonde leefstijl en het voorkomen van middelengebruik onder jongeren. In 2027 wordt de inzet op een rookvrije generatie voortgezet en verder versterkt, onder meer via strengere handhaving en toezicht. Ook wordt in 2027 ingezet op denormalisering van harddrugs en het voorkomen en terugdringen van drugsgebruik onder jongeren.

Uitbreiding wijkgerichte aanpak

Met medische preventie wordt ervoor gezorgd dat mensen minder snel ziek worden en dat ziekten eerder ontdekt en behandeld kunnen worden. Met een wijkgerichte aanpak (WGA) zetten we in op het verhogen van de vaccinatiegraad en van de deelname aan bevolkingsonderzoeken. In 2027 wordt de WGA, met middelen uit het coalitieakkoord, uitgebreid naar een groter aantal gemeenten. Beoogd is de WGA vanaf 2028 beschikbaar te maken in alle gebieden waar vaccinatiegraden achterblijven.

Gordelroosvaccinaties

Het streven is om in 2027 te beginnen met de vaccinatie van 60-jarigen tegen gordelroos. Gordelroos wordt veroorzaakt door het varicellazostervirus, hetzelfde virus dat waterpokken veroorzaakt. Na een doorgemaakte waterpokkeninfectie blijft het virus in het lichaam aanwezig en kan het op latere leeftijd, met name wanneer de weerstand afneemt, opnieuw actief worden. De invoering van gordelroosvaccinatie past binnen de inzet op preventie: door ziekte en complicaties te voorkomen blijft de gezondheid van ouderen langer behouden en wordt de druk op de zorg verminderd. Daarnaast wordt vanaf 2028 tot en met 2031 jaarlijks € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor een vierjarige inhaalcampagne van de gordelroosvaccinatie voor 61 tot 69-jarigen.

Voorbereid op crises en gezondheidsbedreigingen

Voor de voortzetting van het programma pandemische paraatheid wordt structureel € 162 miljoen beschikbaar gesteld. Onderdeel hiervan is een structurele investering van € 122 miljoen in onder andere de versterking van de GGD’en, de voortzetting van programma’s van het RIVM en het continueren van de Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI).

Concrete acties voor 2027 zijn onder andere de afronding van de implementatie van de LFI, de behandeling van de Tweede tranche wijziging Wpg waarmee een directe sturingsbevoegdheid van de minister van VWS op de directeuren Publieke Gezondheid van de GGD’en wordt geïntroduceerd en de ontwikkeling in lagere regelgeving (AMvB) van kaders voor de uniforme pandemische voorbereiding bij GGD’en. In 2027 zal de versterking van de GGD’en die de afgelopen jaren is ingezet, worden gecontinueerd en vanaf 2028 structureel verankerd worden met de bovengenoemde AMvB en bijbehorende specifieke financiering. Ook wordt er op ingezet de Derde tranche wijziging Wpg aan de Kamer aan te bieden. Deze ziet op het versterken van de informatie-uitwisseling in de keten van infectieziektebestrijding.

In de beleidsagenda zijn de bovenstaande beleidswijzigingen uitgebreider toegelicht.

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Volksgezondheid (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

2.357.426

2.021.325

1.435.560

1.776.134

1.672.438

1.596.156

1.585.853

         
 

Uitgaven

2.335.822

2.201.067

2.048.672

1.940.286

1.820.291

1.736.555

1.727.028

         

1.10

Gezondheidsbeleid

977.950

949.935

668.369

652.775

572.214

516.374

503.292

 

Subsidies (regelingen)

47.908

51.763

84.297

119.229

118.543

118.585

119.748

 

(Lokaal) gezondheidsbeleid

47.908

51.763

84.297

119.229

118.543

118.585

119.748

 

Opdrachten

1.308

2.458

3.776

6.250

4.215

4.215

4.215

 

(Lokaal) gezondheidsbeleid

1.308

2.458

3.776

6.250

4.215

4.215

4.215

 

Bijdrage aan agentschappen

192.000

203.720

198.724

202.068

196.613

191.497

189.671

 

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

151.140

161.406

166.641

173.379

169.097

165.020

163.465

 

RIVM: Wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

40.560

42.301

31.243

27.831

26.650

25.604

25.342

 

Overige

300

13

840

858

866

873

864

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

426.258

418.844

366.618

307.535

235.795

193.029

180.610

 

ZonMw: Programmering

425.871

418.419

366.195

307.119

235.390

192.635

180.220

 

Overige

387

425

423

416

405

394

390

 

Bijdrage aan medeoverheden

310.476

273.150

14.954

17.693

17.048

9.048

9.048

 

Lokale aanpak

310.476

272.994

14.797

17.536

16.891

8.891

8.891

 

Overige

0

156

157

157

157

157

157

1.20

Ziektepreventie

1.144.988

1.082.464

1.173.745

1.036.508

1.008.210

981.825

987.089

 

Subsidies (regelingen)

445.789

416.766

438.996

385.263

386.183

409.024

404.819

 

Ziektepreventie

93.509

53.026

66.389

11.342

9.374

9.374

9.374

 

Bevolkingsonderzoeken

271.904

279.385

285.758

286.552

288.798

305.123

306.347

 

Vaccinaties

80.376

84.355

86.849

87.369

88.011

94.527

89.098

 

Opdrachten

11.137

32.555

16.751

10.281

3.528

3.525

3.995

 

Ziektepreventie

9.116

31.677

2.274

4.139

1.528

1.525

1.995

 

Pandemische paraatheid

2.021

878

14.477

6.142

2.000

2.000

2.000

 

Bijdrage aan agentschappen

580.273

535.863

618.117

590.429

567.600

517.452

522.375

 

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

367.161

310.193

197.134

108.027

102.901

99.230

96.174

 

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

62.003

57.187

61.945

61.175

60.242

59.720

60.193

 

RIVM: Vaccinaties

151.109

159.953

237.439

346.007

331.273

284.602

292.859

 

Pandemische paraatheid

0

8.530

121.599

75.220

73.184

73.900

73.149

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

600

8.016

8.138

8.899

9.824

12.400

 

Ziektepreventie

0

600

8.016

8.138

8.899

9.824

12.400

 

Bijdrage aan medeoverheden

107.789

96.680

91.865

42.397

42.000

42.000

43.500

 

Pandemische paraatheid

42.117

42.563

33.365

33.897

33.500

33.500

33.500

 

Overige

65.672

54.117

58.500

8.500

8.500

8.500

10.000

1.30

Gezondheidsbevordering

166.964

118.916

154.908

199.522

188.437

186.258

184.318

 

Subsidies (regelingen)

87.372

57.595

78.783

107.317

103.965

101.814

99.871

 

Preventie van schadelijk middelengebruik

32.071

17.064

22.428

24.510

23.723

23.519

21.469

 

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

32.205

19.895

33.078

56.050

55.604

54.446

54.446

 

Letselpreventie

8.614

7.129

5.315

5.345

5.301

5.301

5.301

 

Bevordering van seksuele gezondheid

13.217

12.469

14.801

14.799

13.366

13.367

13.342

 

Overige

1.265

1.038

3.161

6.613

5.971

5.181

5.313

 

Opdrachten

8.544

6.315

9.548

11.642

10.864

10.864

10.877

 

Gezondheidsbevordering

8.544

6.315

9.548

11.642

10.864

10.864

10.877

 

Bijdrage aan agentschappen

3.187

1.917

2.056

325

323

319

318

 

Overige

3.187

1.917

2.056

325

323

319

318

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

82

926

911

890

866

857

 

Overige

0

82

926

911

890

866

857

 

Bijdrage aan medeoverheden

67.861

52.807

63.545

79.077

72.145

72.145

72.145

 

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

15.836

76

2.080

15.587

14.997

14.997

14.997

 

Seksuele gezondheid

52.025

52.731

61.465

63.490

57.148

57.148

57.148

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

0

200

50

250

250

250

250

 

VGP Internationaal

0

200

50

250

250

250

250

1.40

Ethiek

45.920

49.752

51.650

51.481

51.430

52.098

52.329

 

Subsidies (regelingen)

41.544

44.339

46.424

46.311

46.336

47.084

47.341

 

Abortusklinieken

26.932

30.150

31.901

31.872

31.923

31.825

32.082

 

Medische ethiek

14.612

14.189

14.523

14.439

14.413

15.259

15.259

 

Opdrachten

1.605

2.475

2.398

2.398

2.400

2.400

2.400

 

Medische ethiek

1.605

2.475

2.398

2.398

2.400

2.400

2.400

 

Bijdrage aan agentschappen

2.771

2.938

2.828

2.772

2.694

2.614

2.588

 

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

2.771

2.938

2.828

2.772

2.694

2.614

2.588

         
 

Ontvangsten

246.677

145.612

83.572

58.251

58.371

58.371

58.371

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 7 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1
 

2027

juridisch verplicht

89,3%

bestuurlijk gebonden

8,1%

beleidsmatig gereserveerd

2,6%

Subsidies

Het budget van € 648,5 miljoen is voor 87,4% juridisch verplicht en voor 6,0% bestuurlijk gebonden. Daarnaast is 6,7% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit verplichtingen voor instellingssubsidies aan Bevolkingsonderzoek Nederland (BVO NL), Stichting Nationaal Programma Grieppreventie (SNPG) en subsidies aan abortusklinieken.

Opdrachten

Het budget van € 32,5 miljoen is voor 48,6% juridisch verplicht en voor 40,5% bestuurlijk gebonden. Daarnaast is 11,0% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit verplichtingen aan het RIVM voor Gezonde Kinderopvang en Gezonde School. Ook zijn er verplichtingen voor opdrachten op het gebied van zoönosen en vaccinaties.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget van € 821,7 miljoen is voor 88,7% juridisch verplicht en voor 11,3% bestuurlijk gebonden. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit verplichtingen die aangegaan zijn met het RIVM, onder meer voor de uitvoering van bevolkingsonderzoeken, en met de NVWA.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Het budget van € 375,6 miljoen is voor 100% juridisch verplicht. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit verplichtingen die aangegaan zijn met ZonMw, waaronder voor programma's rondom antimicrobiële resistentie (AMR) en Post-Acuut Infectieus Syndroom (PAIS).

Bijdragen aan medeoverheden

Het budget van € 170,4 miljoen is voor 84,2% juridisch verplicht en voor 11,8% bestuurlijk gebonden. Daarnaast is 4,0% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit SPUK's omtrent COVID-19, Versterking GGD'en (VGGD) en Aanvullende Seksuele Gezondheid (ASG).

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Het budget van € 50 duizend is voor 100% beleidsmatig gereserveerd.

10. Gezondheidsbeleid

Subsidies

In 2027 wordt er in totaal voor € 84,3 miljoen aan middelen beschikbaar gesteld op het instrument subsidies.

CA 29 Jeugd en school

Om te komen tot de gezondste generatie focussen we op de gezondheid van kinderen. Onder andere krijgen kinderen in het primair en voortgezet onderwijs gratis schoolfruit. Voor de maatregelen rondom jeugd en school wordt € 80 miljoen structureel gereserveerd, dit bedrag is verdeeld over Gezondheidsbeleid (art. 1.10) en Gezondheidsbevordering (art. 1.30).

(Lokaal) gezondheidsbeleid

In 2027 geeft VWS verder uitwerking aan de voornemens die zijn opgenomen in de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid. De Landelijke Nota Gezondheidsbeleid, die vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) iedere vier jaar wordt opgesteld, beschrijft de landelijke prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid en is richtinggevend voor het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten.

Kansrijke Start

Het kabinet zet € 25 miljoen in 2027 oplopend tot € 62 miljoen structureel in voor de gemeentelijke en maatschappelijke ondersteuning van kwetsbare gezinnen middels het programma Kansrijke Start. Daarnaast zet de vervolgaanpak van Kansrijke Start in in op het versterken, uitbouwen en het verkennen van het structureel verankeren van de lokale Kansrijke Start aanpak. Hiervoor is structrureel circa € 2 miljoen beschikbaar.

Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg.

De Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk om de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden te verbeteren. Het gaat daarbij om mensen die minder vaardig zijn in het verkrijgen, begrijpen en gebruiken van informatie over (hun) gezondheid bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen. Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken.

Tabel 8 Absolute levensverwachting1en waarvan jaren in goed ervaren gezondheid2
 

1980

2000

2010

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1. Absolute levensverwachting in jaren:1

             

- mannen

72,5

75,5

78,8

79,9

80,1

80,2

80,5

79,7

79,7

80,1

80,3

80,5

80,7

- vrouwen

79,2

80,6

82,7

83,1

83,3

83,3

83,6

83,1

83,0

83,1

83,3

83,3

83,5

              

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:2

             

- mannen

-

61,5

63,9

64,9

65,0

64,2

64,8

66,4

65,4

63,2

64,1

63,5

-

- vrouwen

-

60,9

63,0

63,3

63,8

62,7

63,2

65,8

65,1

62,3

62,4

62

-

              

1

Dit kerncijfer betreft het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.

2

Dit kerncijfer betreft het aantal jaren dat een persoon naar verwachting in goede gezondheid zal leven, onder de aanname dat de huidige kansen op sterfte en ongezondheid gelijk blijven.

Forensische geneeskunde

Voor de financiering van de opleiding voor forensische artsen is in 2027 circa € 9 miljoen beschikbaar. Dit is inclusief de uitbreiding van de opleiding voor de komende jaren als gevolg van een acuut tekort aan forensisch artsen. Daarnaast zijn middelen beschikbaar om het toezichthouden op de lijkschouw zoals deze uitgevoerd wordt door gemeentelijk lijkschouwers en behandelend artsen, wettelijk te borgen. Het capaciteitsorgaan adviseert om 25 artsen per jaar te werven. Het aantal opleidingsplaatsen dat elk jaar gevuld wordt is een mix van instroom en doorstroom, en afhankelijk van animo onder artsen. Er zijn lange tijd veel te weinig artsen geworven. Met het beschikbaar stellen van middelen en een actieve arbeidsmarktcampagne is de inzet erop gericht dat we groeien naar een situatie waar er voldoende capaciteit is.

Suïcidepreventie

De Wet integrale suïcidepreventie is per 1 januari 2026 in werking getreden. De middelen die er met de wet gekomen zijn en de reeds beschikbare middelen zijn als volgt verwerkt in de begroting:

Gemeenten ontvangen via een algemene uitkering vanaf 2026 jaarlijks € 10 miljoen voor hun taak om integrale suïcidepreventie lokaal vorm te geven.

Voor de instellingssubsidie van Stichting 113 Zelfmoordpreventie is in 2027 € 17,2 miljoen beschikbaar voor activiteiten op het terrein van hulpverlening, onderzoek, opleiding en communicatie. Daarnaast is in 2027 € 4,5 miljoen beschikbaar voor de uitvoering en activiteiten van de vierde landelijke agenda suïcidepreventie (2026-2030). In 2027 gaan de landelijke monitor suïcidepreventie en een nieuw onderzoeksprogramma suïcidepreventie bij ZonMw van start.

Tabel 9 Sterfte: zelfdoding1
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Sterfte door zelfdoding

1.893

1.917

1.829

1.811

1.823

1.862

1.916

1.863

1.849

1

Dit kerncijfer betreft alle inwoners van Nederland die in het verslagjaar zijn overleden door zelfdoding. 

Valpreventie

Gemeenten en zorgprofessionals worden ondersteund bij de implementatie van de valpreventieketen, met name door Veiligheid.nl. Daarnaast vinden er activiteiten plaats op het bewustmaken van ouderen van hun valrisico en hun handelingsperspectief, onder andere door een campagne. Er gaat ook aandacht naar inzet van technologie in de keten om de professional te ontlasten. Om de effectiviteit van de keten te evalueren wordt jaarlijks een monitor uitgevoerd door het RIVM.

Jeugdgezondheidszorg

De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) is een van de pijlers van de publieke gezondheid. De JGZ signaleert en geeft kinderen en hun ouders voorlichting, advies, instructie en lichte ondersteuning en adviseert gemeenten over collectieve maatregelen. Als er een risico wordt gesignaleerd, waarvoor er meer intensieve ondersteuning nodig is, dan voert de JGZ deze uit op grond van preventie in het kader van de Jeugdwet.

Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) ontvangt subsidie voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk. Hiervoor is circa € 2 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

In 2027 wordt er in totaal voor € 3,8 miljoen aan middelen beschikbaar gesteld voor opdrachten.

(Lokaal) gezondheidsbeleid

Er is circa € 3,8 miljoen beschikbaar voor opdrachten lokaal gezondheidsbeleid. Hier onder vallen onder andere mentale gezondheid, valpreventie, het investeringsmodel preventie, gezonde leefomgeving en Product- en Voedselveiliheid.

Monitoring RIVM voedselinfecties

De voortgang van de aanpak om voedselinfecties te voorkomen, wordt door het RIVM gemonitord via de vaststelling van zogenoemde DALYs (disability adjusted life year). In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties, veroorzaakt door de verschillende pathogenen, zich ontwikkelt.

Tabel 10 Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland gegevens 2021-2025 (DALY=Disability Adjusted Life Year)12

Micro-organismen

2021

2022

2023

2024

2025

Campylobacter

1.200

1.400

1.500

1.600

1.400

STEC O157

73

73

73

73

74

Salmonella

360

440

590

690

710

Listeria monocytogenes

390

250

240

310

280

Bacillus Cereus

24

23

25

24

25

Clostridium perfringens

140

140

140

140

140

Staphylococcus aureus

170

170

170

170

170

Norovirus

140

190

230

280

290

Rotavirus

25

41

27

25

23

Hepatitis-A virus

8

9

15

        24

24

Hepatitis-E virus

210

200

260

150

260

C.ryptosporidium SPP.

14

24

50

16

14

Giardia SPP.

29

32

35

35

40

Toxoplasma gondii

1.300

1.300

1.300

1.200

1.200

Totaal

4.100

4.300

4.600

4.700

      4.700

1

2

De gepresenteerde cijfers zijn afgerond: ≥ 100.000 tot drie significante cijfers (bijvoorbeeld 123.256 = 123.000); tussen <100.000 en ≥10 tot twee significante cijfers (bijvoorbeeld 1.325 = 1.300); en <10 tot één significant cijfer (bijvoorbeeld 0,0023 = 0,002). De gepresenteerde cijfers zijn schattingen die gebaseerd zijn op jaarlijkse surveillancedata, waarbij is gecorrigeerd voor: i) dekking (waar van toepassing); ii) onder diagnose en onder rapportage; iii) en onder detectie (bijv. ziek zijn zonder medische hulp nodig te hebben).

Bijdrage aan agentschappen

Voor bijdrage aan agentschappen is in 2027 € 198,7 miljoen beschikbaar.

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)De minister van VWS is opdrachtgever van het agentschap NVWA voor de VWS-domeinen. De NVWA heeft als toezichthouder een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van wettelijke normen. Ook heeft de NVWA toezichtstaken voor de handhaving van de Drank- en Horecawet en de Tabaks- en rookwarenwet. Voor de versterking van de NVWA is voor deze taken in 2027 in totaal circa € 166,6 miljoen beschikbaar.

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM vormt tevens samen met een zevental kennisinstellingen een consortium, dat verantwoordelijk is voor de Staat van Volksgezondheid en Zorg. De Staat van Volksgezondheid en Zorg bevat kerncijfers voor het zorgbeleid. Via deze webportal worden actuele en eenduidige cijfers beschikbaar gesteld over de domeinen van het ministerie van VWS. De kerncijfers, zoals opgenomen in de Staat, vormen een belangrijke basis voor de VWS-monitor.

Verder voert het RIVM opdrachten uit op terrein van sport, geneesmiddelen en medische technologie en risicoschatting en beoordeling voor beleid. In totaal is voor het RIVM voor deze taken in 2027 € 31,2 miljoen beschikbaar.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

In 2027 wordt er in totaal voor € 366,6 miljoen middelen beschikbaar gesteld op het instrument bijdrage aan ZBO's/RWT's.

ZonMw Programmering

ZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit, relevantie en samenhang. In onderstaande tabel zijn de activiteiten uitgesplitst naar de verschillende beleidsterreinen waarop de programma’s bij ZonMw betrekking hebben.

Tabel 11 Overzichtstabel geraamde programma-uitgaven ZonMw 2027 ‒ 2030 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal

366.195

307.398

236.017

192.635

180.409

Artikel 1 Volksgezondheid: Onder andere programma's Preventie, Infectieziektebestrijding, Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap, Gezondheidsonderzoek bij Rampen, Data en Veerkracht, Pluripotent stamcelonderzoek ME/CVS, Pandemische paraatheid en COVID-19 Onderzoek

31.862

32.034

30.647

25.494

21.657

Artikel 2 Curatieve zorg: Onder andere programma's Doelmatigheidsonderzoek, Goed Gebruik Geneesmiddelen, Grip op Onbegrip, Zwangerschap en geboorte, Expertisefunctie Zintuigelijk Gehandicapten, Kwaliteitsrichtlijnen wijkverpleging, Kwaliteitsgelden, Topspecialistische Zorg en Onderzoek, Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg, Kennisprogramma huisartsgeneeskunde, Paramedische zorg, Passende Zorg, Citrienfonds, Versnellers in de GGz, Stimulerings- en ondersteuningsprogramma voor versterking van VSV’s, Versterking organisatie eerstelijnszorg , Programma Ondersteuning regionale samenwerking, Programma MedZO en Onderzoeksprogramma GGz

263.620

216.667

138.575

112.034

109.931

Artikel 3 Maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg: Onder andere programma's Palliantie II, Onderzoeksprogramma Dementie, Academische werkplaatsen ter versterking kennisinfrastructuur langdurige zorg, Langdurige Zorg en ondersteuning, Academische werkplaatsen Verstandelijke beperking, Gewoon bijzonder, Kenniscentra voor Specifieke doelgroepen én Zingeving en Geestelijke verzorging

51.895

43.854

49.833

42.144

36.630

Artikel 4 Zorgbreed beleid: Onder andere programma's Verpleging en Verzorging en IOC duurzame zorginitiatieven

0

0

0

0

0

Artikel 5 Jeugd: Onder andere programma's Wat werkt voor de jeugd en Regionale Kenniswerkplaatsen Jeugd

3.433

4.263

7.719

6.831

6.093

Artikel 6 Sport en bewegen: Onder andere programma's Sportinnovator, Missiegredreven onderzoek en innovatie sport en bewegen en het Programma Topsportevenementen

2.513

390

390

390

390

Andere ministeries: Onder andere programma's Meer Kennis met Minder Dieren (LVVN), Verbetering kwaliteit poortwachtersproces (SZW), Vakkundig aan het Werk (SZW) , Verbetering re-integratie 2e spoor (SZW) en programma Grip op Onbegrip (JenV)

12.905

10.187

8.850

5.740

5.705

20. Ziektepreventie

Subsidies

Voor subsidies ziektepreventie is in 2027 totaal circa € 439 miljoen beschikbaar.

Ziektepreventie

Van deze middelen ontvangt onder andere Lareb een instellingssubisidie en verschillende projectsubsidies voor de tijdelijke monitoring van specifieke vaccins. Daarnaast ontvangt de GGD GHOR een subsidie voor de landelijke coördinatie van covid-vaccinaties en beheerstaken voor de IV-voorzieningen. Verder is in 2027 circa € 11 miljoen beschikbaar voor onderzoek naar PAIS en de zorg en ondersteuning van PAIS-patiënten. Hiervan is € 6 miljoen beschikbaar gesteld op basis van het amendement Bushoff28. Totaal is voor subsidies Ziektepreventie € 66,4 miljoen beschikbaar.

Bevolkingsonderzoeken

In 2027 is € 285,8 miljoen beschikbaar voor: het uitvoeren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker; het uitvoeren van de prenatale screening; het financieren van de niet-invasieve prenatale test (NIPT), de 13-weken én de 20-weken echo inclusief counseling.

Tabel 12 Kengetallen deelname aan bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten 1234567
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Deelname bevolkingsonderzoek borstkanker1

76,9%

76,9%

76,0%

64,0%

68,3%

66,7%

66,7%

65,3%

 

Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker2

57,0%

57,1%

55,6%

49,2%

54,3%

45,7%

49,7%

54,4%

 

Deelname bevolkingsonderzoek darmkanker3

73,0%

73,0%

70,6%

69,6%

69%

66,9%

66,5%

67,1%

 

Deelname hielprik4

99,2%

99,1%

99,3%

99,4%

99,2%

98,9%

98,8%

98,7%

 

Deelname aan NIPT5

41,1%

46,3%

48,3%

52,0%

55,3%

57,8%

67,8%

73,5

 

Deelname 20 weken echo6

82,1%

82,8%

86,6%

86,4%

85,7%

85,6%

86,6%

86,9%

 

Deelname bloedonderzoek bij zwangere vrouwen7

99,0%

100%

99,0%

100%

99,0%

99,0%

100%

  
1

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De doelgroep van het bevolkingsonderzoek bestaat uit vrouwen van 50 tot 75 jaar.

2

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30-60 jarige vrouwen.

3

Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek dikke darmkanker. De doelgroep van dit bevolingsonderzoek bestaat uit 55-75-jarige personen.

4

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen dat gescreend is.

5

Deelname NIPT vanaf april 2017. Dit kerncijfer betreft het percentage zwangere vrouwen dat deelneemt aan de NIPT ter bepaling van een eventuele verhoogde kans op een kind met het downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom.

6

Dit kerncijfer betreft het percentage van zwangere vrouwen dat deelneemt aan de 20-wekenecho.

7

Dit Kerncijfer betreft het percentage zwangere vrouwen dat deelneemt aan de bloedonderzoek PSIE.

Vaccinaties

De beschikbare middelen voor de vaccinatieprogramma's staan deels onder het instrument Subsidies en deels onder Bijdrage aan agentschappen, afhankelijk van de wijze van financiering. Het RIVM draagt zorg voor onder andere de aanschaf van vaccins en een goede uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma, de HPV-vaccinatie, het Nationaal Programma Grieppreventie, de Pneumokkokkenvaccinatie, de Covidvaccinaties, de RS-vaccinatie, invoering Gordelroosvaccinatie, en de Maternale kinkhoestvaccinatie. Ook is er € 26 miljoen beschikbaar voor wijkgerichte aanpak voor de verhoging van de vaccinatiegraad. In totaal is er voor vaccinaties in 2027 circa € 324,2 miljoen beschikbaar, waarvan € 86,8 miljoen via subsidies worden verstrekt en € 237,4 miljoen gefinancierd wordt via het RIVM.

Tabel 13 Kengetallen deelname aan vaccinatieprogramma 123
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Rijksvaccinatieprogramma1

91,2%

90,2%

90,2%

90,8%

91,3%

90,6%1

84,2%

83,7%

85,4%

Nationaal Programma Pneumokokkenvaccinatie Volwassenen (NPPV)3

   

73%

74,1%

63%

56,4%

45,4%

 

Nationaal programma Grieppreventie2

49,9%

51,3%

52,6%

54,0%

58,3%

56,8%

55,2%

54,2%

 
1

Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2018 dat alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend heeft gekregen vóór het bereiken van de leeftijd van 2 jaar.

2

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de GR in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza.

3

Dit betreft het percentage mensen van 60 jaar en ouder dat zich laat vaccineren tegen pneumokokken.

Opdrachten

Voor opdrachten is in 2027 totaal € 16,8 miljoen beschikbaar. Het gaat onder meer om diverse opdrachten voor de aanschaf van vaccins en bijdragen aan diverse organisaties.

Pandemische Paraatheid

Op het instrument opdrachten is voor de versterking van het infectieziektebeleid en de bestrijding van toekomstige pandemieën in 2027 circa € 14,5 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan agenschappen

Voor bijdragen aan agentschappen is in 2027 totaal circa € 618,1 miljoen beschikbaar.

CA 32 Medische Preventie

Voor medische preventie wordt € 31 miljoen structureel gereserveerd. Om de vaccinatiegraad te verhogen investeren we in uitbreiding van de wijkgerichte aanpak vaccinatie.

RIVM: opdrachtverlening aan kenniscentra

Het RIVM heeft het doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM doet dit door middel van het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek, advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid. Met de opdrachtgeving aan kenniscentra is in totaal circa € 197,1 miljoen gemoeid. Dit bedrag zal gedurende het jaar nog toenemen naar mate er vanuit andere directies opdrachten aan de kenniscentra worden verleend.

Binnen het RIVM zijn verschillende centra actief, zoals:

  • Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) ontvangt financiële middelen voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten. Daarbij is specifiek aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie.

  • Het Centrum Regie op Preventieprogramma's en Opschaling (RPO) ontvangt financiële middelen voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken rond de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie, de pneumokokkenvaccinatie, pre- en neonatale screeningen, PSIE (oftewel het bloedonderzoek bij zwangere vrouwen) en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen zelfstandig een goed geïnformeerde keuze maken om aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen.

  • Het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) ontvangt financiële middelen om het ministerie van VWS en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek, risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders.        

  • De Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) zorgt ervoor dat er voldoende goede en betaalbare vaccins, antisera en slecht verkrijgbare medicijnen beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten. Daarnaast zijn hier de kosten voor de uitvoering van de Rotavirusvaccinatie ondergebracht.

  • Het Centrum Gezond Leven (CGL) ontvangt financiële middelen met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen.

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

Dit betreft de kosten voor de uitvoering van de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE, oftewel het bloedonderzoek bij zwangere vrouwen) en de neonatale hielprikscreening. In totaal gaat het hierbij om € 61,9 miljoen.

RIVM: Vaccinaties

De beschikbare middelen voor de vaccinatieprogramma's staan deels onder het instrument Subsidies en deels onder Bijdrage aan agentschappen, afhankelijk van de wijze van financiering. Het RIVM draagt zorg voor onder andere de aanschaf van vaccins en een goede uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma, de HPV-vaccinatie, het Nationaal Programma Grieppreventie, de Pneumokkokkenvaccinatie, de COVID-vaccinaties, de RS-vaccinatie, en de Maternale kinkhoestvaccinatie. Daarnaast is vanaf 2027 € 38,5 miljoen oplopend tot € 43 miljoen in 2031 beschikbaar voor de start van het vaccineren van 60-jarigen tegen gordelroos. Bovendien wordt vanaf 2028 tot en met 2031 jaarlijks € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor een vierjarige inhaalcampagne van de gordelroosvaccinatie voor 61- tot 69-jarigen.

Ook is er € 26 miljoen beschikbaar voor wijkgerichte aanpak vaccinatie. In totaal is er voor vaccinatie in 2027 circa € 324,2 miljoen beschikbaar, waarvan € 86,8 miljoen via subsidies wordt verstrekt en € 237,4 miljoen gefinancierd wordt via het RIVM.

Pandemische Paraatheid

Voor het inrichten van de landelijke functionaliteit infectieziektebestrijding (LFI), monitoring en surveillance, aansluiting op internationale trajecten, Zoönosen, Informatievoorziening Infectieziektebestrijding en versterken van de kennisbasis van het RIVM is in 2027 circa € 121,6 miljoen beschikbaar.

De ontwikkeling van het toekomstige IV-landschap is vertraagd. Om de ontwikkeling in 2027 te bekostigen, worden de middelen van 2026 naar 2027 verschoven. Dit gaat om € 42,5 miljoen.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Voor bijdragen aan ZBO's/RWT's is in 2027 totaal circa € 8 miljoen beschikbaar.

Ziektepreventie

Post-COVID expertisecentra hebben financiële middelen gekregen voor een looptijd van twee jaar (2025 en 2026). Met het amendement Bushoff29 hebben de post-COVID expertisecentra financiële middelen gekregen in 2027. Om de inzet op de weerbaarheid van de zorg voort te zetten worden er aanvullende middelen voor post-COVID van structureel € 1 miljoen vanaf 2028 vrijgemaakt.

Bijdragen aan medeoverheden

Voor bijdragen aan medeoverheden is in 2027 totaal circa € 91,9 miljoen beschikbaar.

Pandemische Paraatheid

De middelen worden ingezet voor de SPUK VGGD (Versterking GGD'en) met als doel om de publieke gezondheid blijvend te versterken en opschaling in tijden van een pandemie mogelijk te maken. Totaal is hiervoor in 2027 € 33,4 miljoen beschikbaar.

Overig

Voor uitvoering van de COVID-19-vaccinaties door de GGD’en is € 50 miljoen beschikbaar. Daarnaast is € 8,5 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van gordelroosvaccinaties door de GGD’en in 2027. Totaal is in 2027 € 58,5 miljoen beschikbaar.

30. Gezondheidsbevordering

Subsidies

In totaal is in 2027 voor € 78,8 miljoen aan middelen beschikbaar voor subsidies.

CA 29 Jeugd en school

Om te komen tot de gezondste generatie focussen we op de gezondheid van kinderen. Onder andere krijgen kinderen in het primair en voortgezet onderwijs gratis schoolfruit. Voor de maatregelen rondom jeugd en school wordt € 80 miljoen structureel gereserveerd, dit bedrag is verdeeld over Gezondheidsbeleid (art. 1.10) en Gezondheidsbevordering (art. 1.30).

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

In 2027 worden diverse subsidies verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op preventie van alcohol-, tabaks- en drugsgebruik. Hiervoor is circa € 22,4 miljoen beschikbaar. Een van de organisaties die uit deze middelen wordt gesubsidieerd is het Trimbos-instituut. Trimbos zet zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te verzamelen en te vertalen naar concrete richtlijnen, preventieprogramma’s en objectieve informatie voor zowel burgers als professionals. Voorbeelden zijn de uitvoering van de Nationale Drug Monitor (NDM), het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS), het Nationaal Expertise centrum Tabaksontmoediging (NET), het Expertise centrum Alcohol en de infolijnen roken, alcohol en drugs. Op het terrein van alcohol wordt er verder onder meer subsidie verstrekt aan het Samenwerkingsverband Vroegsignalering Alcohol.

Tabel 14 Schadelijke middelen gebruik

Schadelijke middelen gebruik

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Roken (volwassenen)1

26,3%

24,1%

23,1%

22,4%

21,7%

20,2%

20,6%

18,9%

19%

18,2%

17,8%

Roken (jongeren tussen 12 t/m 16 jaar)2

10,6%

 

7,8%

 

7,7%

 

9,5%

 

8,5%

  

Roken (zwangere vrouwen)3

 

8,6%

 

7,4%

  

7,7%

 

6,3%

  
            

Elektronische sigaret: gebruik volwassenen4

      

1,4%

2,8%

3,9%

3,1%

2,4%

Elektronische sigaret: gebruik jongeren5

           

- Jongens

          

11,4%

- Meisjes

          

17,2%

            

Overmatig alcohol gebruik (volwassenen)6

9,5%

8,8%

9,2%

8,2%

8,5%

6,9%

7,3%

6,5%

6,7%

5,5%

5,5%

Zwaar alcohol gebruik (volwassenen)7

10%

8,5%

9%

9%

8,5%

7,7%

8,3%

8,3%

7,9%

7,2%

6,7%

Alcohol gebruik onder jongeren 12 t/m 16 jaar8

25,5%

 

25%

 

26,2%

 

27,8%

 

22%

  

Alcoholgebruik tijdens zwangerschap (vrouwen die niet weten dat ze zwanger zijn)9

      

24,4

 

26,9

  
            

Drugsgebruik (volwassenen)10

4,1%

4,1%

4,3%

4,1%

4,6%

4,8%

5,1%

5,7%

5,7%

6,1%

6,4 %*

1

Dit kerncijfer betreft het percentage van 18 jaar of ouder in de bevolking dat aangeeft wel eens te roken.

2

Dit kerncijfer betreft het percentage jongeren van 12 tot en met 16 dat aangeeft in de maand voorafgaand aan het onderzoek sigaretten of shag te hebben gerookt.

3

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen dat op enig moment tijdens de zwangerschap heeft gerookt. Enig moment tijdens de zwangerschap betreft vrouwen die tijdens één of meerdere trimesters van de zwangerschap hebben gerookt.

4

n. Dit kerncijfers betreft het percentage volwassenen dat gebruikt maakt van een vape of e-sigaret.

5

. Dit kerncijfer betreft het percentage jongeren dat gebruikt maakt van een vape of e-sigaret.

6

Dit kerncijfer betreft het percentage van de bevolking van 18 jaar en ouder dat drinkt overmatig.

7

Dit kerncijfer betreft het percentage van de bevolking van 18 jaar en ouder dat meer dan 21 glazen alcohol per week (mannen) of meer dan 14 glazen alcohol per week (vrouwen) drinkt.

8

Dit kerncijfer betreft het percentage jongeren van 12 tot en met 16 jaar dat aangeeft in de maand voorafgaand aan het onderzoek alcohol te hebben gedronken.

9

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen dat zwanger is zonder daarvan op de hoogte te zijn.

10

Dit kerncijfer betreft het percentage van de bevolking van 18 jaar en ouder dat andere drugs dan cannabis heeft gebruikt.

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

In het kader van o.a. Samenhangende Preventiestrategie en het AZWA krijgt de inzet op gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht ook in 2027 extra aandacht. Hiervoor is in totaal circa € 33,1 miljoen beschikbaar. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij effectieve en bestaande programma lijnen. Er worden diverse subsidies verstrekt. Dit zijn onder andere:

  • Subsidie aan het Voedingscentrum om te voorzien in onafhankelijke informatie over gezonde en veilige voeding voor burgers en professionals, en de kennis en data die hieraan ten grondslag liggen. Onderdeel daarvan is aandacht voor het ondersteunen van een gezonde start en het stimuleren van een gezonde schoolomgeving waar de gezonde voedselkeuze vanzelfsprekend is.

  • Subsidie aan de Stichting JOGG om gemeenten te ondersteunen bij het creëren van een gezonde(re) (leef)omgeving en daarmee te streven naar een gezond(er) gewicht onder jongeren door inzet op voeding, bewegen en slaap, en de implementatie van het programma Kind naar Gezonder Gewicht in relatie tot de ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas.

  • Subsidies en opdrachten aan GGD-GHOR Nederland, het RIVM, en het Voedingscentrum voor programma’s Gezonde School en Gezonde Kinderopvang waarmee een preventie-infrastructuur wordt neergezet om de gezondheid(svaardigheden) van kinderen in deze omgevingen te bevorderen. Concreet betekent dit dat in nauwe samenwerking met de ministeries van OCW, LVVN en SZW de kinderen in voorschoolse voorzieningen, het basis- en voortgezet onderwijs en mbo worden gestimuleerd tot gezond leven en een gezonde leefstijl.

  • Subsidie aan het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON) voor de ketenaanpak volwassenen. Deze netwerkaanpak heeft als doel dat mensen met overgewicht en obesitas passende zorg en ondersteuning krijgen.

Tabel 15 Overgewicht
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Overgewicht (volwassnen)1

49,2%

48,7%

50,2%

50,1%

50,0%

50,0%

50,2%

50,0%

50,4%

50,6

Overgewicht (jongeren 4-17)2

13,6%

13,5%

11,7%

13,2%

14,7%

15,9%

12,9%

12,7%

14,2%

12,4

1

Dit kerncijfer betreft het percentage van de bevolking van 18 jaar en ouder met overgewicht. Het gaat hier zowel om matig overgewicht als ernstig overgewight (obesitas).

2

Dit kerncijfer betreft het percentage personen van 4 t/m 17 jaar met overgewicht. Het gaat hier zowel om matig overgewicht als ernstig overgewicht (obesitas).

Tabel 16 Problematisch social-media gebruik jongeren1
 

2017

2019

2021

2023

Problematisch social-media gebruik jongeren

3,8%

3,3%

5,3%

4,8%

1

Dit kerncijfer betreft het percentage jongeren van 12 tot en met 16 jaar dat ervaringen rapporteert die duiden op problematisch gebruik van sociale media.

Letselpreventie

Voor letselpreventie is in 2027 circa € 5,3 miljoen beschikbaar voor een instellingssubsidie aan de Stichting VeiligheidNL voor het uitvoeren en monitoren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie, via thema’s als kinderveiligheid, preventie gehoorschade en valpreventie ouderen. De inzet van VeiligheidNL binnen deze inhoudelijke thema’s richt zich vooral op het ontwikkelen en verspreiden van kennis aan professionals en burgers om veilig gedrag te stimuleren en letsel te voorkomen.

Tabel 17 Aantal SEH-bezoeken vanwege letsel1
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Aantal SEH-bezoeken vanwege letsel

656.000

665.000

670.000

659.000

567.000

582.000

661.000

615.000

627.000

1

Dit kerncijfer betreft het aantal mensen in de Nederlandse bevolking dat in het verslagjaar de spoedeisende hulp bezoekt in verband met letsel.

Bevordering van seksuele gezondheid

Om de seksuele gezondheid te bevorderen worden subsidies verstrekt aan diverse instellingen die zich bezighouden met gezondheidsbevordering. Dit betreft onder andere Rutgers, Soa-Aids Nederland, Stichting hiv-monitoring en de hiv-vereniging Nederland. In totaal is een bedrag van circa € 14,8 miljoen beschikbaar.

Tabel 18 Condoomgebruik1, Aantal nieuwe HIV-diagnoses2
 

2012

2020

2021

2022

2023

Aantal jongeren dat nooit een condoom gebruikt

     

- Mannen

25%

   

40%

- Vrouwen

36%

   

46%

      

Aantal nieuwe HIV-diagnoses

1021

437

420

438

464

1

Dit betreft het percentage mannen/vrouwen dat nooit een condoom gebruikt.

2

Dit betreft aantal nieuwe HIV-diagnoses

Opdrachten

In 2027 is € 9,5 miljoen beschikbaar voor opdrachten.

Gezondheidsbevordering

Er worden in 2027 diverse opdrachten verstrekt in het kader van gezondheidsbevordering voor de volgende thema’s: de preventie van alcohol, drugs en tabak, letselpreventie en gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht. Hier is circa € 9,5 miljoen voor beschikbaar.

Bijdrage aan medeoverheden

In 2027 is € 63,5 miljoen beschikbaar voor bijdrage aan medeoverheden.

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

Er is een financiële bijdrage van € 13,5 miljoen verstrekt aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling aan een beperkte groep langdurige opiaatverslaafden voor wie behandeling met methadon onvoldoende effect had. Voor deze behandeling wordt medicinale heroïne verstrekt. Het resterende bedrag op de VWS-begroting (circa € 2,1 miljoen) wordt ingezet voor de medicatie voor medische heroïnebehandeling.

Seksuele gezondheid

In 2027 is € 61,5 miljoen beschikbaar voor soa-onderzoek, aanvullende seksuele gezondheidszorg en van het aanbieden van hiv-remmers - Pre Expositie Profylaxe (PrEP) - aan de hoogrisicogroep van mannen die seks hebben met mannen (MSM).

40. Ethiek

Subsidies

In 2027 is € 46,4 miljoen beschikbaar voor het instrument subsidies.

Abortuszorg

De subsidiëring van de abortuszorg vindt plaats via de Subsidieregeling abortusklinieken en de Subsidieregeling publieke gezondheid (specifiek voor abortuszorg via de huisarts). Daarnaast is er de Subsidieregeling opleidingskosten abortusartsen. Voor subsidiëring van de abortuszorg is € 31,9 miljoen beschikbaar in 2027.

Medische ethiek

Voor de overige subsidies op het terrein van medische ethiek is in 2027 € 14,5 miljoen beschikbaar. Hieronder vallen onder andere de uitvoering van de Subsidieregeling kunstmatige inseminatie met donorsemen (KID) en de instellingssubsidie voor Fiom (het expertisecentrum op het gebied van ongewenste zwangerschap, verwantschapsvragen en adoptie).

Ontvangsten

Voor 2027 worden de totale ontvangsten op dit artikel geraamd op € 83,6 miljoen. De ontvangsten hebben hoofdzakelijk betrekking op afrekening van eerder verstrekte (subsidie)voorschotten aan onder andere het RIVM. In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit, ook hieruit vloeien ontvangsten voort.

3.2 Artikel 2 Curatieve zorg

Een kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar aanbod voor curatieve zorg.

De minister is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor de curatieve zorg. De Zvw vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi), de wettelijke basis van dit stelsel. Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de minister de volgende rollen:

Stimuleren van kwaliteit, veiligheid en innovatie in de curatieve zorg, de beschikking over de benodigde materialen, de toegankelijkheid en betaal­ baarheid van de curatieve zorg, de werking van het zorgverzekerings-stelsel en informatievoorziening over het zorgverzekeringsstelsel.

Beschikbaarheid geneesmiddelen

Een gelijkwaardigere toegang tot zorg betekent ook dat burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat zij de geneesmiddelen krijgen die zij nodig hebben. De beschikbaarheid van geneesmiddelen blijft ook in 2027 een prioriteit.

Hoewel het aantal gemelde geneesmiddelentekorten in Nederland de afgelopen twee jaar is afgenomen, ondervinden veel patiënten hiervan nog altijd de gevolgen. We blijven ons daarom inzetten voor het versterken van de beschikbaarheid en leveringszekerheid van geneesmiddelen.

Naast de al ingezette maatregelen nemen we aanvullende stappen om tekorten zoveel mogelijk te voorkomen. Zo verbeteren we de informatie-uitwisseling over mogelijke leveringsonderbrekingen, zodat partijen in de geneesmiddelenketen tijdig kunnen anticiperen op risico’s. Ook blijven we zorgen voor voldoende voorraden van (kritieke) geneesmiddelen en besteden we aandacht aan het behoud van registraties van geneesmiddelen waarvoor geen of onvoldoende alternatieven beschikbaar zijn.

Geopolitieke spanningen, pandemieën en andere crises kunnen de beschikbaarheid van geneesmiddelen onder druk zetten. Daarom brengen we in kaart welke geneesmiddelen noodzakelijk zijn in verschillende crisisscenario’s. Daarnaast verkennen we de mogelijkheden voor strategische weerbaarheidsvoorraden en onderzoeken we hoe opschaalbare productie kan bijdragen aan de beschikbaarheid van geneesmiddelen in crisissituaties.

Ook zetten we in op een tijdige en zorgvuldige implementatie van Europese wet- en regelgeving op het terrein van geneesmiddelen. Daarmee dragen we bij aan een sterkere Europese geneesmiddelenmarkt en een grotere leveringszekerheid. Tegelijkertijd erkennen we dat de afhankelijkheid van internationale productieketens voorlopig blijft bestaan. Daarom blijven we investeren in Europese samenwerking en internationale relaties, zodat patiënten ook op de lange termijn verzekerd zijn van toegang tot geneesmiddelen.

Beschikbaarheid van medische technologie, AI en het ziekenhuis van de toekomst

Medische technologie is onmisbaar in ons zorgsysteem. Veel Nederlanders gebruiken hulpmiddelen thuis, bijvoorbeeld incontinentie-materiaal en diabeteshulpmiddelen. Bij vrijwel elke behandeling worden mondmaskers, gaasjes, schorten of medische apparatuur gebruikt. Geopolitieke spanningen, pandemieën en andere crises kunnen de beschikbaarheid van medische hulpmiddelen onder druk zetten. Het is daarom van belang om ons ook in 2027 in te blijven zetten voor de toegankelijkheid en beschikbaarheid van medische hulpmiddelen.

We bouwen voort op de acties uit vorige jaren. In 2026 is de Europese meldplicht, die fabrikanten sinds 2025 verplicht om lidstaten tijdig te informeren over leveringsonderbrekingen, nationaal verder geïmplementeerd. De Wet medische hulpmiddelen is in 2026 gewijzigd waardoor de meldingen kunnen worden gepubliceerd, zodat informatie over meldingen vanuit de Europese meldplicht voor de gehele zorgsector beschikbaar is. Daarnaast zijn we op Europees niveau betrokken bij de wijziging van de Medical Device Regulation (MDR), waar we naast veiligheid ook oog houden voor toegankelijkheid en beschikbaarheid. Ook treedt vanaf 2 augustus 2027 de AI-verordening in werking voor ‘AI-systemen met een hoog risico’, de verordening bevordert innovatie én verbetert de veiligheid van medische hulpmiddelen met AI-systemen.

We zetten ook landelijk in op het beschikbaar, betaalbaar en toegankelijk houden van medische technologie. Zo werken we samen met partners aan een crisisstructuur om beter voorbereid te zijn en sneller te kunnen reageren op acute tekorten van kritische medische hulpmiddelen. We brengen in kaart welke medische hulpmiddelen noodzakelijk zijn in verschillende crisisscenario’s. Daarnaast verkennen we de mogelijkheden voor strategische weerbaarheidsvoorraden en onderzoeken we hoe opschaalbare productie kan bijdragen aan de beschikbaarheid van kritische medische hulpmiddelen in crisissituaties.

Tot slot werken we samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aan een gezamenlijke beleidsagenda voor de Nederlandse MedTech sector die samen met het veld vormgeven wordt. Daarin zijn een centrale ambitie en actielijnen richting 2035 geformuleerd. De ambitie is dat Nederland in 2035 het sterkste MedTech-ecosysteem in Europa heeft, waarin onderzoek, zorg en industrie naadloos samenwerken aan een toekomstbestendig en passend zorgsysteem voor Nederland en economische impact. Daarvoor investeren we de komende jaren gezamenlijk onder meer in de ontwikkeling van de nieuwe generatie AI en robotica voor beeldgestuurde therapieën en de ontwikkeling, validatie, implementatie en opschaling van technologieën benodigd voor de ziekenhuizen van de toekomst.

Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Curatieve Zorg (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

1.951.260

570.763

628.664

711.104

656.289

642.692

603.507

         
 

Uitgaven

867.541

827.003

1.123.262

1.088.099

1.065.411

844.409

669.526

         

2.10

Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

239.425

325.571

412.248

380.921

315.147

278.155

266.100

 

Subsidies (regelingen)

193.399

218.125

313.132

305.560

245.156

214.086

203.168

 

Medisch specialistische zorg

84.947

86.095

78.911

75.672

72.887

77.133

75.415

 

Curatieve ggz

10.476

11.842

22.895

22.935

21.545

20.439

20.553

 

Eerstelijnszorg

4.146

6.270

6.442

2.122

5.851

6.897

6.897

 

Lichaamsmateriaal

25.914

24.518

25.102

25.304

25.559

25.559

25.559

 

Medische producten

67.916

89.400

179.782

179.527

119.314

84.058

74.744

 

Inkomensoverdrachten

0

28.635

18.677

18.282

18.479

18.479

18.636

 

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

0

28.534

18.576

18.181

18.378

18.378

18.535

 

Overige

0

101

101

101

101

101

101

 

Opdrachten

13.567

25.599

24.324

25.304

23.698

21.849

21.181

 

Medisch specialistische zorg

7.874

11.856

11.010

10.003

7.982

7.992

8.013

 

Curatieve ggz

815

1.080

3.067

5.492

5.290

5.290

5.290

 

Eerstelijnszorg

127

314

986

841

1.506

1.506

1.510

 

Lichaamsmateriaal

524

580

478

478

484

484

754

 

Medische producten

4.227

11.769

8.783

8.490

8.436

6.577

5.614

 

Bijdrage aan agentschappen

26.713

26.626

32.679

24.242

24.729

23.241

22.615

 

aCBG

7.761

7.068

5.387

5.581

6.584

5.690

5.281

 

CIBG

18.623

19.293

27.240

18.661

18.145

17.551

17.334

 

Overige

329

265

52

0

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

4.716

25.586

22.436

6.533

2.585

0

0

 

Overige

4.716

25.586

22.436

6.533

2.585

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.030

1.000

1.000

1.000

500

500

500

 

Overig

1.030

1.000

1.000

1.000

500

500

500

2.34

Ondersteuning van het zorgstelsel

260.791

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

135.591

0

0

0

0

0

0

 

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.783

0

0

0

0

0

0

 

Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden

102.808

0

0

0

0

0

0

 

Regeling veelbelovende zorg

23.956

0

0

0

0

0

0

 

Medisch specialistische zorg

6.061

0

0

0

0

0

0

 

Curatieve ggz

172

0

0

0

0

0

0

 

Eerstelijnszorg

141

0

0

0

0

0

0

 

Overige

670

0

0

0

0

0

0

 

Bekostiging

66.991

0

0

0

0

0

0

 

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

66.991

0

0

0

0

0

0

 

Inkomensoverdrachten

36.823

0

0

0

0

0

0

 

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

36.731

0

0

0

0

0

0

 

Overige

92

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

3.320

0

0

0

0

0

0

 

Risicoverevening

1.753

0

0

0

0

0

0

 

Uitvoering zorgverzekeringsstelsel

69

0

0

0

0

0

0

 

Medisch specialistische zorg

3

0

0

0

0

0

0

 

Curatieve ggz

765

0

0

0

0

0

0

 

Passende Zorg

415

0

0

0

0

0

0

 

Overige

315

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

9.254

0

0

0

0

0

0

 

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

9.254

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

8.812

0

0

0

0

0

0

 

Sociale Verzekeringsbank: Onverzekerden

8.682

0

0

0

0

0

0

 

Overige

130

0

0

0

0

0

0

2.50

NRG Pallas

367.325

145.000

335.000

358.954

411.136

191.952

56.162

 

Leningen

23.654

14.500

33.500

35.895

41.114

19.195

9.827

 

Pallas nieuwbouw programma

23.654

14.500

33.500

35.895

41.114

19.195

9.827

 

Vermogensverschaffing/-onttrekking

343.671

130.500

301.500

323.059

370.022

172.757

46.335

 

Pallas nieuwbouw programma

267.410

130.500

301.500

323.059

370.022

172.757

46.335

 

Instandhouding NRG

76.261

0

0

0

0

0

0

2.60

Zorgverzekeringsstelsel

0

356.432

376.014

348.224

339.128

374.302

347.264

 

Subsidies (regelingen)

0

151.520

145.990

112.767

102.257

105.757

105.757

 

Uitvoering Zorgverzekeringsstelsel

0

2.790

7.173

7.176

2.681

1.681

1.681

 

Uitvoering Regionale Samenwerking en Zorgvernieuwing

0

1.612

617

617

0

0

0

 

Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden

0

118.533

116.271

83.521

88.021

92.521

92.521

 

Regeling Veelbelovende Zorg

0

28.585

21.929

21.453

11.555

11.555

11.555

 

Bekostiging

0

73.706

81.714

85.221

88.226

92.226

92.226

 

Regeling zorgkosten onverzekerbare vreemdelingen

0

73.706

81.714

85.221

88.226

92.226

92.226

 

Inkomensoverdrachten

0

1.000

2.000

2.000

1.000

1.000

1.000

 

Ondersteuning Zvw

0

1.000

2.000

2.000

1.000

1.000

1.000

 

Opdrachten

0

10.039

39.979

46.773

58.683

87.941

61.222

 

Uitvoering Zorgverzekeringsstelsel

0

3.639

10.973

11.097

5.806

4.801

4.809

 

Uitvoering Regionale Samenwerking en Zorgvernieuwing

0

1.548

12.554

13.157

4.206

4.204

4.205

 

Passende Zorg

0

4.852

16.452

22.519

48.671

78.936

52.208

 

Bijdrage aan agentschappen

0

9.454

9.940

9.672

9.451

9.200

9.108

 

Onverzekerden en wanbetalers (CJIB)

0

9.454

9.940

9.672

9.451

9.200

9.108

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

110.713

96.391

91.791

79.511

78.178

77.951

 

Uitvoering zorgverzekeringsstelsel

0

1.079

1.132

1.124

1.095

1.064

1.053

 

Onverzekerden (Sociale Verzekeringsbank)

0

13.292

8.479

8.477

8.500

8.500

8.500

 

Zorginstituut Nederland

0

96.342

86.780

82.190

69.916

68.614

68.398

         
 

Ontvangsten

102.099

100.949

85.070

81.017

74.771

79.445

74.771

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 20 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 2
 

2027

juridisch verplicht

84,1%

bestuurlijk gebonden

6,9%

beleidsmatig gereserveerd

9,0%

Subsidies

Het budget van € 459,1 miljoen is voor 68,1% juridisch verplicht en voor 12,4% bestuurlijk gebonden. Daarnaast is 19,5% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit verplichtingen voor instellingssubsidies aan het Nederlands Kanker Instituut (NKI), het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) en Perined.

Opdrachten

Het budget van € 64,3 miljoen is voor 57,8% juridisch verplicht en voor 32,1% bestuurlijk gebonden. Daarnaast is 10,0% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit verplichtingen voor opdrachten op het gebied van de Nationale Zorgreserve, de geboortezorg en de Wet verplichte ggz (Wvggz).

Bijdragen aan agentschappen

Het budget van € 42,6 miljoen is voor 89,9% juridisch verplicht. Daarnaast is 10,1% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit aangegane verplichtingen met het CIBG.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’S

Het budget van € 118,8 miljoen is voor 99,1% juridisch verplicht en voor 0,9% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit verplichtingen die aangegaan zijn met de SVB en ZiNL.

Bijdragen aan (inter)nationale organisatie

Het budget van € 1 miljoen is voor 100% juridisch verplicht in verband met internationale samenwerking op het gebied van antimicrobiële resistentie (AMR).

Inkomensoverdrachten

Het budget van € 20,7 miljoen is voor 100% juridisch verplicht voor onder andere de FLO/VUT-regeling.

Leningen

Het budget van € 33,5 miljoen is voor 100% juridisch verplicht vanwege de financieringsovereenkomsten met NRG PALLAS B.V.

Vermogensverschaffing/-onttrekking

Het budget van € 301,5 miljoen is voor 100% juridisch verplicht vanwege de financieringsovereenkomsten met NRG PALLAS B.V.

Bekostiging

Het budget van € 81,7 miljoen is voor 100% juridisch verplicht in verband met reeds aangegane verplichtingen voor de OVV-regeling.

De budgettaire wijzigingen voor de Zorgverzekeringswet zijn te vinden in paragraaf 6.2 (Premiegefinancierde zorguitgaven).

10. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Subsidies (regelingen)

In 2027 wordt er in totaal voor € 313,1 middelen beschikbaar gesteld op het instrument subsidies.

Medisch specialistische zorg

VWS stelt in 2027 € 78,9 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de medische specialistische zorg.

Voor oncologie is in 2027 in totaal € 60,8 miljoen beschikbaar voor:

  • het verbeteren van de oncologische en palliatieve zorg door het verzamelen van gegevens, het bewaken van kwaliteit, het faciliteren van samenwerkingsverbanden en bij- en nascholing;

  • het bevorderen van fundamenteel, translationeel en klinisch kankeronderzoek ten behoeve van verbetering van de overleving van kanker en het bevorderen van kwaliteit van leven van de patiënt;

  • de registratie van alle pathologie-uitslagen, het beheer hiervan in een landelijke databank en het computernetwerk voor de gegevensuitwisseling met alle pathologielaboratoria in Nederland. Deze gegevens vormen de basis voor de landelijke kankerregistratie, zijn onmisbaar voor de evaluatie en monitoring van de bevolkingsonderzoeken, ondersteunen de patiëntenzorg en worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.

Tabel 21 Relatieve 5-jaarsoverleving vanaf diagnose1
 

1995-1999

2000-2004

2005-2009

2010-2014

2015-2019

2020-2024

Relatieve 5-jaarsoverleving vanaf diagnose

52%

56%

61%

65%

69%

71%

1

Voor de aanpak van Antimicrobiële resistentie (AMR) in de zorg is in 2027 € 9,3 miljoen beschikbaar. Op grond van de beleidsregel subsidiëring regionale zorgnetwerken antimicrobiële resistentie kunnen de tien regionale zorgnetwerken AMR-subsidie aanvragen voor activiteiten om antimicrobiële resistentie tegen te gaan en infectiepreventie te bevorderen. Het RIVM verstrekt de subsidies in opdracht van het ministerie van VWS.

Voor geboortezorg is in 2027 in totaal € 3,4 miljoen beschikbaar voor het doorvoeren van verdere verbetering, met name in de informatievoorziening voor kwaliteitsbewaking en -verbetering in de geboortezorg. Dit heeft als doel het terugdringen van de perinatale sterfte en morbiditeit en het bewerkstellingen van een goede start voor moeder en kind.

Tabel 22 Foetale sterfte, neonatale sterfte, vroeggeboorte en laaggeboortegewicht
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Foetale sterfte1

3,1

2,8

2,6

2,8

2,9

2,9

3,2

-

-

-

Neonatale sterfte23

2

2

2,3

2,4

2,2

2,4

1,7

-

-

-

Vroeggeboorte4

7

6,8

6,9

6,8

6,7

6,7

6,6

6,6

6,6

6,7

Laaggeboortegewicht4

6,1

5,8

6,0

5,8

5,7

5,7

5,7

5,8

5,8

5,8

1

2

Gaat om aantal overledenen t/m 28 dagen na geboorte na zwangerschapsduur van >24 weken, per 1000 geboren.

3

4

In het kader van acute zorg is in 2027 in totaal € 2,6 miljoen beschikbaar. Dit is beschikbaar voor de verbetering van inzet van AED’s door burgerhulpverleners, met als doel de kans op overleving verhogen. Dit wordt gehandhaafd door de borging van een database met vrijwilligers en nazorg. Er wordt een fijnmazig systeem geïmplementeerd voor het inzetten van AED’s door burgerhulpverleners. Daarnaast zijn er middelen beschikbaar voor de implementatie van Zorgcoördinatie.

Op begrotingsartikel 1 Volksgezondheid is voor de periode 2027-2030 in totaal € 116,9 miljoen beschikbaar voor het Expertiseprogramma Zintuiglijk Gehandicapten. Doel van het programma is het ontwikkelen van kennis én het maximaal inzetten van deze kennis ter bevordering van de best mogelijke zorg én ondersteuning aan mensen met een zintuiglijke beperking.

Er is € 31 miljoen beschikbaar over de periode 2024-2028 voor onderzoek naar en implementatie van mogelijkheden om in tijden van crisis meer reguliere zorg doorgang te laten vinden. Daarnaast worden de programma’s Topzorg en Citrien gedurende de looptijd van het Integraal Zorgakkoord (IZA) voortgezet. De vervolgprogramma’s sluiten aan bij de inhoudelijke, domein overstijgende doelen van het IZA. Voor de voortzetting van deze programma’s is in totaal € 68 miljoen beschikbaar.

Tot slot is in totaal € 15 miljoen in de periode 2024-2029 beschikbaar voor het onderzoeksprogramma vrouwspecifieke aandoeningen. Dit richt zich op het verbeteren van kennis over het vrouwenlichaam.

Tabel 23 Opkomst burgernetwerk bij 112-reanimatiemelding1
 

2019

2020

2021

2022

2023

% Acceptatie door een first responder

54,9

73,5

84,2

83,6

88,9

1

Curatieve ggz

Het ministerie van VWS stelt in 2027 € 22,9 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve geestelijke gezondheidszorg.

De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is op 1 januari 2020 in werking getreden. Voor de uitvoering van de Wvggz, en voor de implementatie van het wetsvoorstel Evaluatiewet Wvggz en Wzd (Wet zorg en dwang), is in 2027 circa € 11 miljoen beschikbaar. Het grootste deel van dit budget gaat naar de instellingssubsidies voor vertrouwenspersonen. Dat maakt mogelijk dat vertrouwenswerk in de ggz geborgd is en dat er bij verplichte zorg een beroep kan worden gedaan op de patiëntvertrouwenspersoon (pvp) en de familievertrouwenspersoon (fvp). De werkzaamheden van de pvp en fvp hebben hun wettelijke basis in de Wvggz.

Van het beschikbare budget gaat verder € 3,7 miljoen naar de afspraken die voortvloeien uit het AZWA, dat aanvullend is op het IZA, ter versterking van de samenwerking tussen het sociaal domein, de huisartsen en de ggz. Hiermee wordt onder andere de totstandkoming van (een netwerk van) goed vindbare, betrouwbare eCommunities beoogd, waar volwassenen met mentale problemen of psychische stoornissen contact met elkaar kunnen leggen, betrouwbare informatie kunnen vinden en (tips voor) ondersteuning kunnen krijgen,

Voor de aanpak van verwarde personen is in 2027 € 4,9 miljoen beschikbaar. Hieronder valt onder andere de bijdrage aan de aanpak van problematiek van mensen die het meest kwetsbaar zijn binnen de groep van verwarde personen, genaamd de levensloopaanpak. Daarnaast worden er vanuit de curatieve ggz middelen beschikbaar gesteld voor complexe casuïstiek binnen het dossier van verwarde personen.

Een bedrag van € 1,5 miljoen is gereserveerd voor de opstelling van regionale plannen van aanpak en implementatie van de gespreksleidraad cruciale ggz. Dit is een van de opvolgingen van de handreiking cruciale ggz waarbij o.a. het doel is om inzicht te verkrijgen in de aanbodkant van ggz.   

Er is € 1,3 miljoen beschikbaar voor Nemesis 3. Dit is de derde uitvoering van een meerjarige studie gericht op het verkrijgen van actuele informatie over de prevalentie, incidentie en het beloop van psychische aandoeningen van personen tussen 18-75 jaar en om aan te tonen wat investeren in de psychische gezondheid oplevert voor de maatschappij.

Op artikel 1 Volksgezondheid is tot slot voor de periode 2021-2027 in totaal € 116 miljoen beschikbaar bij ZonMw voor het programma Grip op Onbegrip. Het doel van het actieprogramma is het versterken van een lerende omgeving en verbetercyclus in de regio ten behoeve van een persoonsgerichte aanpak voor mensen met onbegrepen gedrag. De focus van het Actieprogramma Grip op Onbegrip is sterke netwerken voor mensen die de grip op hun leven kwijt zijn.

Tabel 24 Ggz: aantal patiënten curatieve ggz1
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Ggz: aantal patiënten met zorg vanuit de Zvw

1.426.581

1.402.548

1.428.907

1.437.526

1.498.620

1.544.288

1

Tabel 25 Aantal wachtplekken ggz buiten Treeknorm12
 

2022

2023

2024

Aantal wachtplekken

44.179

50.904

62.598

1

De Treeknorm is de maximum aanvaardbare wachttijd; 4 weken voor een eerste intakegesprek en 10 weken voor begin van de behandeling.

2

Eerstelijnszorg

Het ministerie van VWS stelt in 2027 € 6,4 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de eerstelijnszorg.

VWS stelt € 2 miljoen beschikbaar voor het versterken van de samenwerking en organisatie binnen en tussen beroepen in de eerstelijn, alsook voor de monitoringswerkzaamheden binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Dit betreffen transformatiemiddelen die beschikbaar zijn gesteld vanuit het IZA en het AZWA. Voor gegevensuitwisseling en dataverzameling in de paramedie is in 2026 € 1,9 miljoen beschikbaar.

In het kader van het IZA is een groot aantal onderzoeksprogramma’s bij ZonMw gestart op het gebied van de eerstelijnszorg, waarvoor de middelen reeds op artikel 1 Volksgezondheid staan. Dit betreft de volgende programma’s:

  • een onderzoeksprogramma voor onderzoek en kwaliteit in het eerstelijnsverblijf, geriatrische revalidatiezorg en gezondheidszorg voor specifieke patiëntgroepen (meerjarig in totaal € 15 miljoen);

  • een kennisprogramma voor academische werkplaatsen in de huisartsenzorg (meerjarig € 18,9 miljoen);

  • een programma voor het opleiden van klinische onderzoekers huisartsengeneeskunde, ouderengeneeskunde en arts verstandelijk gehandicapten (€ 9,2 miljoen meerjarig);

  • een programma voor kennis en kwaliteit in de paramedische zorg (€ 10 miljoen meerjarig);

  • een programma voor academische werkplaatsen in de wijkverpleging (€ 10 miljoen);

  • kwaliteitsverbetering in de wijkverpleging (€ 63 miljoen meerjarig), dit valt uiteen in meerdere sub-programma’s.

Lichaamsmateriaal

Het ministerie van VWS stelt in 2027 € 25,1 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ten behoeve van de beschikbaarheid, veiligheid en kwaliteit van lichaamsmaterialen. Aan de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) wordt in 2027 een subsidie verstrekt van € 17,8 miljoen voor het uitvoeren van wettelijke taken als orgaancentrum, het ondersteunen van ziekenhuizen bij de donatiezorg en het informeren van de bevolking over orgaandonatie. Hiernaast ontvangen 26 ziekenhuizen met een functie binnen de orgaanketen, een subsidie van in totaal € 5,7 miljoen op grond van de subsidieregeling donatie in ziekenhuizen. Doel van de subsidieregeling is het stimuleren van orgaan- en weefseldonatie in ziekenhuizen.

Medische producten

Het ministerie van VWS stelt in 2027 € 179,7 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies medische producten.

Ter versterking van de (pandemische) paraatheid van de zorg wordt in 2027 een aanvullende investering gedaan. In totaal is € 86,5 miljoen beschikbaar voor onderzoek, de aanleg en het beheer van weerbaarheidsvoorraden van medische producten, én voor het stimuleren van stand-byproductie.

Daarnaast wordt een deel van de middelen die in 2026 beschikbaar waren voor (pandemische) paraatheid doorgeschoven naar 2027. Dit gaat om een bedrag van € 20 miljoen. De aanbestedingstrajecten zijn in gang gezet, maar de verwachting is dat de betalingen voor stand-by productie en het aanleggen van de voorraden van actieve farmaceutische ingrediënten (API's) gedeeltelijk in 2027 zullen plaatsvinden.

In 2027 is een bedrag van € 35,6 miljoen beschikbaar voor het landelijke programma Medicatieoverdracht. De beschikbare middelen zijn bedoeld voor de landelijke coördinatie door Nictiz, de ondersteuning van de sectoren, de Kickstart Medicatieoverdacht, de aanvulling op de Kickstart voor de huisartsenposten, en verdere ICT-ontwikkeling. De implementatie van medicatieoverdracht zal uiteindelijk leiden tot de beschikbaarheid van actuele en volledige medicatieoverzichten en toedienlijsten voor zorgverleners en patiënten/cliënten. Verder is er in 2027 € 14,7 miljoen beschikbaar voor het programma Versnelling Informatie-uitwisseling Patiënt en Professioneel Farmacie (VIPP Farmacie). VIPP Farmacie heeft als doel de farmaceutische patiëntenzorg veiliger en efficiënter te maken en de positie van de patiënt te versterken.

Ook in 2027 worden middelen beschikbaar gesteld voor maatregelen die bijdragen aan een betere beschikbaarheid van geneesmiddelen. Voor de subsidie voor het aanhouden van een voorraad kritieke geneesmiddelen is € 8,7 miljoen beschikbaar. Daarnaast ontvangt het Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen € 3 miljoen voor het monitoren van de vraag naar en het aanbod van essentiële geneesmiddelen. Voor IPCEI Health ontvangen de drie gehonoreerde programma’s in 2027 in totaal € 5,3 miljoen.

In het AZWA zijn voor 2027 middelen vrijgemaakt voor het stimuleren van innovatie van arbeidsbesparende medische technologie (€ 5 miljoen) én het verbeteren van toegang tot bestaande geneesmiddelen (€ 1,4 miljoen).

In 2027 zijn tevens middelen beschikbaar voor het Zorginkoopnetwerk Nederland (ZINN) voor het monitoren van de vraag naar en het aanbod van medische hulpmiddelen in crisissituaties (€ 1,8 miljoen). Daarnaast is er € 1 miljoen beschikbaar voor een pilot voor de International Horizonscanning Initiative (IHSI) op het gebied van medische technologie.

Van 2028 tot en met 2036 wordt jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar gesteld voor uitvoering van de gezamenlijke beleidsagenda medische technologie van VWS en EZK. Vanuit de beleidsagenda wordt geïnvesteerd in initiatieven die het Nederlandse MedTech-ecosysteem versterken. De ambitie is dat Nederland in 2035 het sterkste MedTech-ecosysteem in Europa heeft, waarin onderzoek, zorg en industrie naadloos samenwerken aan een toekomstbestendig en passend zorgsysteem voor Nederland en economische impact.

Tabel 26 Aantal gebruikers extramurale geneesmiddelen12
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Aantal gebruikers

11.471

11.389

11.570

11.568

11.134

11.199

11.604

11.801

11.848

1

Aantal gebruikers x1000

2

Inkomensoverdrachten

In 2027 wordt € 18,7 miljoen beschikbaar gesteld voor het instrument inkomensoverdrachten.

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

Bij de afschaffing van de regelingen rond Functioneel Leeftijdsontslag/ Vervoegde Uittreding (FLO/VUT) zijn afspraken gemaakt over de vergoeding van het overgangsrecht ouderenregelingen voor de verschillende ambulancediensten. Hiermee werd de continuïteit van ambulancezorg gegarandeerd en om zo een ongelijk speelveld tussen de verschillende soorten ambulancediensten (publiek, B3 en particulier) te voorkomen. De kosten van het overgangsrecht zijn in de tarieven voor de ambulancediensten verwerkt. Met de ambulancediensten is een overeenkomst gesloten, waarin is geregeld dat een groot deel van de kosten bij VWS gedeclareerd kan worden. Om verschillen in de tariefstelling ten gevolge van de ouderenregelingen te voorkomen, is ervoor gekozen de betalingen van alle drie deze regelingen via de begroting van VWS te laten verlopen. In 2027 is hiervoor een bedrag van € 18,6 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

Op het instrument opdrachten is in 2027 € 24,3 miljoen beschikbaar ten behoeve van het verbeteren van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg.

Medisch-specialistische zorg

In 2027 is in totaal € 11 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van opdrachten ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid in de medisch specialistische zorg.

Er is in 2027 € 6,2 miljoen beschikbaar voor het programma Weerbare zorg. Deze middelen worden ingezet voor vraagstukken die voor VWS en het zorgveld voortvloeien uit actuele en potentiële dossiers op het vlak van crisis, conflict en ontwrichting. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de bestaande crisis in Oekraïne, maar ook om het voorbereid zijn op een dreigend conflict binnen de grenzen van de NAVO en de civiel militaire samenwerking die in zo’n situatie van de Nederlandse zorg zal worden gevraagd. Ook wordt met deze middelen de Nationale Zorgreserve gefinancierd, met als doel om in tijden van crisis, wanneer de zorgcontinuïteit in gevaar is, te kunnen voorzien in de tijdelijke inzet van zorgreservisten en op deze wijze het zorgpersoneel bij zorgaanbieders in nood te ontlasten en het afschalen van zorg zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen.

Bovendien is er in 2027 € 1,5 miljoen beschikbaar voor het beoordelen van erkenningen van centra voor zeldzame aandoeningen, met als doel een netwerk van expertisecentra op te zetten. Dit borgt niet alleen kennis, expertise en de juiste zorg, maar ook zichtbaarheid waardoor de patiënt weet waar diegene terecht kan.

Tot slot is er € 2,6 miljoen in 2027 beschikbaar voor communicatie- en monitoringswerkzaamheden in het kader van het AZWA.

Tabel 27 Ziekenhuisopnamen1
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Astma en COPD2

25,1

23,5

22,4

22

13,7

12,4

15,4

16,9

Diabetes3

6

5,9

5,5

5,3

4,7

4,5

4,4

4,2

Hartfalen4

16,2

16

15,2

16

14,1

14,6

15,1

15,2

1

Aantal opnamen per 10.000 personen van 15 jaar en ouder

2

3

4

Eerstelijnszorg

Naar aanleiding van het coalitieakkoord van Rutte IV zijn in de periode 2023-2026 middelen beschikbaar gesteld voor het versterken van de organisatiegraad in de basiszorg. Hiermee wordt ingezet op de (door)ontwikkeling van lokale en regionale organisaties die professionals in de basiszorg ontzorgen en ondersteunen in de samenwerking met andere partijen en domeinen. Deze beleidsinzet en investeringen moeten leiden tot meer en beter afgestemde zorg voor kwetsbare patiëntengroepen, meer werkplezier voor professionals, een betere benutting van personele capaciteit en budgetten en meer innovatiekracht. De versterking van de basiszorg ondersteunt de afspraken in het IZA en het programma WOZO. Op artikel 1 Volksgezondheid is € 115,7 miljoen beschikbaar voor het ZonMw programma professionalisering VSV’s en voor het ZonMw programma (door)ontwikkeling van lokale en regionale organisatievormen.

Medische Producten

Het ministerie van VWS stelt in 2027 € 8,7 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van opdrachten medische producten. Dit wordt voornamelijk ingezet voor een informatiesysteem voor de toekomstbestendigheid  van het geneesmiddelenstelsel (€ 2 miljoen). Dit systeem faciliteert dat er sneller en intensiever samengewerkt kan worden tussen de zorgverzekeraars, de beroepsgroep en patiënten. Daarmee draagt dit systeem bij aan meer beoordelingen van geneesmiddelen op effectiviteit en kosteneffectiviteit. Daarnaast wordt er geld beschikbaar gesteld voor het aanhouden van opschaalbare productiecapaciteit van persoonlijke beschermingsmiddelen (€ 0,8 miljoen).

Daarnaast wordt het rescEU-programma verlengd van 2026 naar 2029, wat leidt tot extra uitgaven en extra ontvangsten vanuit de EU. RescEU is een Europees noodprogramma en crisisreserve die landen helpt bij rampen wanneer de eigen middelen niet voldoende zijn. Hiervoor wordt in 2027 € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld, oplopend tot € 1,8 miljoen in 2029.

Bijdrage aan agentschappen

In 2027 wordt € 32,7 miljoen beschikbaar gesteld voor de bijdrage aan agentschappen.

aCBG

Het ministerie van VWS stelt in 2027 € 5,4 miljoen beschikbaar voor een bijdrage aan het aCBG. Dit betreft voor € 2,9 miljoen middelen voor het programma Werk aan Uitvoering (WaU). Via dit programma wordt gewerkt aan de overheidsdoelstellingen om betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig te zijn. Onderdeel hiervan is de verbetering van informatiesystemen bij het aCBG die onder andere de beoordeling en het beheer van medicijndossiers ondersteunen.

CIBG

Het ministerie van VWS stelt in 2027 € 27,2 miljoen beschikbaar voor een bijdrage voor diverse aan het CIBG opgedragen taken. Het gaat bijvoorbeeld om het uitvoeren van taken voor het Donorregister (€ 4,5 miljoen), de Wgp (€ 2 miljoen), het GVS (€ 1,8 miljoen), en ook het verlenen van vergunningen, ontheffingen, notificaties en exportverklaringen (€ 3,6 miljoen).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Overige

Er is in 2027 € 22,4 miljoen beschikbaar voor PharmaNL, een initiatief van en voor de Nederlandse farmaceutische sector. ZonMw coordineert dit Groeifonds-programma, dat als doel heeft een duurzame impuls te geven aan het benutten van het economisch en maatschappelijk potentieel van innovatieve farmaceutische producten en productietechnologieën.

50. NRG Pallas

Leningen

Pallas nieuwbouw programma

Voor de totstandkoming van het PALLAS-nieuwbouwprogramma wordt de komende jaren € 154 miljoen aan vreemd vermogen ter beschikking gesteld in de vorm van rentedragende leningen. Het belangrijkste onderdeel van het PALLAS-nieuwbouwprogramma is de PALLAS-reactor, waarmee radioactieve stoffen worden ontwikkeld voor diagnose en therapie.

Zoals gemeld in de derde voortgangsrapportage over het PALLAS-nieuwbouwprogramma is er sprake van vertraging bij het detailed design (detailontwerp) van de reactor. Als gevolg hiervan heeft bij NRG PALLAS een verschuiving van de financieringsbehoefte naar achteren plaatsgevonden. De meerjarige begroting is hiermee in lijn gebracht: er worden gereserveerde middelen doorgeschoven naar 2029 tot en met 2031. Van het beschikbare budget voor leningen wordt € 20,2 miljoen uit 2027 doorgeschoven. In totaal blijft in 2027 € 33,5 miljoen beschikbaar op dit instrument. Het verwachte jaar van de commerciële inbedrijfname van de PALLAS-reactor blijft ongewijzigd op 2032 (conform tabel 3 van de derde voortgangsrapportage).

Vermogensverschaffing/-onttrekking

Pallas nieuwbouw programma

Voor de realisatie van het PALLAS-nieuwbouwprogramma wordt de komende jaren € 1.344 miljoen aan eigen vermogen verschaft. Voor 2027 betreft dit € 301,5 miljoen.

Zoals gemeld in de derde voortgangsrapportage over het PALLAS-nieuwbouwprogramma is er sprake van vertraging bij het detailed design (detailontwerp) van de reactor. Als gevolg hiervan heeft bij NRG PALLAS een verschuiving van de financieringsbehoefte naar achteren plaatsgevonden. De meerjarige begroting is hiermee in lijn gebracht: er worden gereserveerde middelen doorgeschoven naar 2029 tot en met 2031. Van het beschikbare budget voor vermogensverschaffingen wordt € 171,1 miljoen uit 2027 doorgeschoven. Het verwachte jaar van de commerciële inbedrijfname van de PALLAS-reactor blijft ongewijzigd op 2032 (conform tabel 3 van de derde voortgangsrapportage).

60. Zorgverzekeringsstelsel
Tabel 28 Aantal onverzekerden1
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Aantal onverzekerden

24.269

22.960

17.424

24.205

24.870

20.260

23.876

25.024

28.584

25.821

19.560

1

Subsidies

In totaal is in 2027 € 146 miljoen beschikbaar gesteld voor het instrument subsidies.

Regeling Veelbelovende Zorg

Het Zorginstituut voert de subsidieregeling Veelbelovende Zorg uit in samenwerking met ZonMw. De regeling is per 1 januari 2026 gestopt. Het doel van de subsidieregeling was het versnellen van de toegang van de patiënt tot potentieel veelbelovende zorg doordat veelbelovende zorg al in een vroeg stadium (tijdens het onderzoek) beschikbaar komt voor patiënten. De betalingsverplichtingen, voortvloeiend uit reeds verleende subsidies, lopen door tot en met 2033. De uitgaven lopen af naar € 0 in 2034. In 2027 is er € 21,9 miljoen euro beschikbaar voor de reeds verleende subsidies.

Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden

Zorgaanbieders kunnen de medisch noodzakelijke zorg die zij aan onverzekerden hebben verleend declareren bij het CAK indien de kosten daarvan niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. De uitgaven in het kader van deze regeling worden voor 2027 geraamd op € 116,3 miljoen. Dit bedrag is inclusief € 2,3 miljoen voor de onder deze regeling te declareren zorgkosten voor ontheemden uit Oekraïne. De uitvoeringskosten van deze regeling zijn opgenomen op artikel 4 Zorgbreed beleid. De uitgaven zijn de laatste jaren gestegen door met name de algehele stijging van de zorgkosten, meer bekendheid van de regeling en een toegenomen aantal onverzekerde personen voor wie zorgkosten zijn gedeclareerd bij het CAK. De verwachte kostenontwikkeling blijft altijd een mate van onzekerheid houden. Vanaf 2028 geldt er een taakstelling van € 40 miljoen. Voor de invulling van deze taakstelling wordt er gewerkt aan maatregelen, zoals het verminderen van onverzekerdheid en de aanpak van fraude met de SOV en OVV. Ook wordt gewerkt aan een nieuwe regeling zorgkosten onverzekerden, waarin de SOV en de OVV worden samengevoegd.

Bekostiging

Regeling zorgkosten onverzekerbare vreemdelingen

Zorgaanbieders kunnen een bijdrage vragen aan het CAK als zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen en de kosten daarvan niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor compensatie uit collectieve middelen onder in de wet (Zvw, art. 122a) gestelde voorwaarden. In 2027 is € 81,7 miljoen beschikbaar voor deze regeling. De uitvoeringskosten van deze regeling zijn opgenomen op artikel 4 Zorgbreed beleid. De uitgaven zijn de laatste jaren gestegen door met name de algehele stijging van de zorgkosten, meer bekendheid van de regeling en er zijn signalen dat de zorgbehoefte van de groep onverzekerbare vreemdelingen is toegenomen. De uitgaven lijken zich nu te stabiliseren. De verwachte kostenontwikkeling blijft altijd een mate van onzekerheid houden.

Opdrachten

In 2027 is voor het instrument opdrachten € 40 miljoen beschikbaar gesteld.

Uitvoering Zorgverzekeringsstelsel

Voor opdrachten in het kader van de uitvoering van het zorgverzekeringsstelsel is € 10,9 miljoen beschikbaar in 2027. Het grootste deel hiervan (€ 6,5 miljoen) is beschikbaar vanuit het onderhandelingsakkoord van het AZWA voor arbitrage. Dit is bestemd voor arbitrage, stimulering van praktische samenwerking tussen domeinen, sectoren en bestuurslagen en procesverbetering, zoals domeinoverstijgend indiceren.

Er is voor de periode 2027 t/m 2031 € 2 miljoen per jaar gereserveerd zodat er een regeling opgezet kan worden voor een financiële tegemoetkoming «bestaanszekerheid voor ouders van zorgintensieve kinderen met een Zvw- of Wlz-pgb die hun baan hebben opgezegd om voor hun kind te zorgen en waarvan het kind is overleden». Het overlijden van deze kinderen raakt ouders in hun bestaanszekerheid, omdat het pgb bij overlijden van het kind stopt en er geen financieel vangnet is voor deze ouders. Met deze tegemoetkoming geven we ouders de ruimte om het overlijden te verwerken en het leven weer op te pakken en inkomen te verkrijgen.

Uitvoering Regionale Samenwerking en Zorgvernieuwing

Voor de uitvoering van Regionale Samenwerking en Zorgvernieuwing is in 2027 € 12,6 miljoen beschikbaar. Met ingang van de Ontwerpbegroting 2027 zijn de budgetten voor Innovatie en Zorg (artikel 4, informatiebeleid) en Juiste Zorg op de Juiste Plek (artikel 2 overige) samengevoegd binnen het nieuwe onderdeel Regionale Samenwerking en Zorgvernieuwing (artikel 2). Reden voor deze samenvoeging is de samenhang tussen de onderwerpen, zowel vanuit inhoudelijk als organisatorisch oogpunt. Regionale samenwerking en zorgvernieuwing zijn beide instrumenten om de zorg ook op de lange termijn toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit te houden. Verder leidt deze samenvoeging tot een meer geïntegreerde inzet van middelen op de thema’s regionale samenwerking en zorgvernieuwing.

De verplichtingen en uitgaven onder het artikel hebben betrekking op opdrachten die bijdragen aan het ondersteunen en bevorderen van (domeinoverstijgende) samenwerking in de regio en zorgvernieuwingsinitiatieven (zoals digitale en hybride zorg). Hiervoor worden bijvoorbeeld verplichtingen aangegaan voor activiteiten op het gebied van kennisontwikkeling, monitoring en evaluatie. De verplichtingen dragen bij aan de transformatie naar passende en toekomstbestendige zorg.

Passende Zorg

In 2027 wordt € 16,5 miljoen beschikbaar gesteld voor het verstrekken van opdrachten, subsidies en bijdrages aan het Zorginstituut en ZonMw ten behoeve van passende zorg. Doel hiervan is het bereiken van zoveel mogelijk effectieve en kwalitatief hoogwaardige zorg voor de patiënt of cliënt.

Passende zorg is de norm. Dat betekent allereerst dat zorg aantoonbaar effectief is en meerwaarde heeft voor de patiënt, met daarnaast een doelmatige inzet van mensen, middelen en materialen. Passende zorg betekent meer. Het betekent ook dat zorg gericht is op gezondheid, functioneren en kwaliteit van leven, dat de zorg samen met en rondom de patiënt tot stand komt en dat de zorg op de juiste plek geleverd wordt.

Deze middelen worden ingezet voor:

  • het versterken van de overheid (onder andere het Zorginstituut) om passende zorg te bereiken;

  • stimulering van kennisontwikkeling over en inzicht in effectiviteit en kwaliteit van zorg, waaronder ook vraagstukken rondom de organisatie van zorg, en;

  • activeren van de zorgpraktijk en het vertalen en implementeren van bovenstaande kennis en inzichten naar de praktijk.

Inkomensoverdrachten

Ondersteuning Zvw

Vanaf 1 januari 2026 valt het pgb niet meer onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders, afhankelijk van het type arbeidscontract, zowel de premieafdrachten als de doorbetalingen bij ziekte binnen hun pgb-budget moeten bekostigen. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat het pgb-budget van de budgethouder niet toereikend is. Voor de Zvw, zoals dit eerder ook is voorzien voor de andere domeinen, worden betrokken budgethouders tijdelijk gecompenseerd. Voor 2026 en 2027 is hiervoor € 1 miljoen beschikbaar voor de groep budgethouders die reeds bekend is bij de SVB en onder de wetswijziging valt. Ook voor de Zvw-budgethouders die later te maken krijgen met het vervallen van de RDAH uitzondering wordt tijdelijk voor 2027 en 2028 rekening gehouden in de begroting met compensatie van de werkgeverslasten. De raming hiervoor is eveneens € 1 miljoen voor 2027 en 2028, waardoor in 2027 in totaal € 2 miljoen beschikbaar is.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Voor het instrument bijdrage aan ZBO's/RWT's is in 2027 € 96,4 miljoen beschikbaar gesteld.

Zorginstituut Nederland

In totaal is in 2027 € 86,8 miljoen beschikbaar voor het Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut). Met ingang van 2027 zijn de middelen overgeheveld naar dit onderdeel (van artikel 4 naar artikel 2), omdat de werkzaamheden inhoudelijk beter aansluiten bij de beleidsdoelstellingen op dit artikelonderdeel. Het Zorginstituut voert diverse wettelijke taken uit: adviseren over het verzekerde Zvw- en Wlz-pakket, het stimuleren van de verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland, er voor zorgen dat iedereen toegang heeft tot begrijpelijke en betrouwbare informatie over de kwaliteit van geleverde zorg, adviseren over de gewenste ontwikkeling van beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg, fondsbeheerder van het Zorgverzekeringsfonds (inclusief uitvoering van de risicoverevening) en het Fonds langdurige zorg; bevorderen van de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz en het adviseren of het wenselijk is dat een nieuw beroep of specialisme in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg moet worden gereguleerd.

Ontvangsten

Voor 2027 worden de totale ontvangsten op dit artikel geraamd op € 85 miljoen. De ontvangsten hebben hoofdzakelijk betrekking op afrekening van eerder verstrekte subsidievoorschotten, en ontvangsten in het kader van de aanpak van zowel wanbetalers als onverzekerden.

Daarnaast leidt de verlenging van het rescEU-programma van 2026 naar 2029 tot hogere ontvangsten vanuit de EU. Hiervoor wordt de ontvangstenraming in 2027 naar boven bijgesteld met € 1,6 miljoen.

Tabel 29 Financiële toegankelijkheid
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Afzien van zorg vanwege de kosten1

16%

11%

8%

9%

7%

8%

8%

11%

8%

6%

Aantal personen met betalingsachterstand zorgpremie2

277.023

249.044

223.714

202.702

189.652

170.221

170.541

178.916

184.861

187.425

1

2

3.3 Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat:

  • 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en

  • 2. wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg geboden die passend is en aansluit op de leefwereld van mensen en wat ze zelf nog kunnen samen met hun naasten en mensen in de gemeenschap waar ze onderdeel van zijn. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de mensen staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

De minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen. Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wmo 2015. Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wlz beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • en aanjagen van een adequate uitvoering van betreffende wetten en vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.

  • van de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren:

  • van de Wmo 2015 en de Wlz.

  • van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel.

Regisseren:

  • vaststellen van de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz en sturen door het maken van bestuurlijke afspraken en door gebruik te maken van de bevoegdheid van interbestuurlijk toezicht.

  • monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.

EU Richtlijn geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

Op 7 mei 2024 is Richtlijn (EU) 2024/1385 inzake de bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze richtlijn stelt minimumnormen vast voor de strafbaarstelling van specifieke vormen van gender gerelateerd geweld en huiselijk geweld, de bescherming van slachtoffers en de coördinatie van preventieve maatregelen. De lidstaten moeten deze richtlijn op 14 juni 2027 hebben geïmplementeerd. De ministeries JenV, VWS, OCW en SZW werken samen aan de implementatie van deze richtlijn. Op de begrotingen van VWS, J&V en OCW zijn middelen vrijgemaakt voor onder andere het aanstellen van een Nationaal Coördinator geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, een nationaal actieplan en het instellen van een onafhankelijk adviesorgaan.

European Disability Card (EDC)

Binnen alle lidstaten van de EU wordt op grond van een richtlijn een European Disabilitiy Card (EDC) ingevoerd. De kaart moet in de gehele EU worden erkend en het makkelijker maken voor personen met een beperking om binnen de EU te reizen en gebruik te maken van bijzondere voorwaarden en voorkeursbehandelingen voor mensen met een beperking in andere lidstaten. De richtlijn dient uiterlijk 5 juni 2027 te zijn omgezet in nationale wetgeving. Het wetsvoorstel maakt invoering van de EDC in Nederland mogelijk. Vanaf 5 juni 2028 moet het mogelijk zijn de EDC kosteloos aan te vragen. De implementatie gebeurt in samenwerking met andere ministeries, acceptantenorganisaties, en ervaringsdeskundigen en hun vertegenwoordigende organisaties.

Toekomst Wmo en Inkomens- en Vermogensafhankelijke Eigen Bijdrage (IVB)

De invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo 2015 ter vervanging van het abonnementstarief ligt in de Tweede Kamer. Dit moet een bijdrage leveren aan de houdbaarheid en toegankelijkheid van de Wmo 2015. De beoogde inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is 1 januari 2028. Deze maatregel leidt tot een structurele besparing van € 225 miljoen in het gemeentefonds vanaf 2028.

AZWA

Beweging naar gezondheid en ondersteuning

In 2026 is het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) gesloten. De afspraken D5 en D6 uit het AZWA versterken de samenwerking tussen zorg- en sociaal domein, als vervolg op IZA en GALA. Afspraak D5 richt zich op de basisfunctionaliteiten, zoals laagdrempelige steunpunten, sociaal verwijzen, valpreventie en ketenaanpakken rond overgewicht en Kansrijke Start. Hiervoor worden op landelijk niveau kaders en handreikingen meegegeven, die dit jaar vertaald worden in regionale afspraken door de regio’s zelf. Afspraak D6 ziet op de benodigde basisinfrastructuur in de gemeenten, zoals inloopvoorzieningen en stevige lokale teams. Vanaf 2027 zijn de middelen vanuit het AZWA beschikbaar voor gemeenten en regio’s om de D5 en D6 afspraken volgend uit het AZWA uit te voeren via de Regeling specieke uitkering AZWA en HLO (SPUK AZWA).

Palliatieve zorg en ondersteuning

Bij palliatieve zorg en ondersteuning draait het om kwaliteit van leven van mensen die ongeneeslijk ziek zijn en hun naasten. Ook de evaluatie van de huidige regeling geeft aanleiding om de verschillende onderdelen van de regeling aan te laten sluiten bij de toekomstagenda. Er is voor 2027 € 55,4 miljoen beschikbaar.

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Langdurige Zorg en ondersteuning (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

816.986

1.038.601

2.307.574

734.274

587.735

978.753

1.006.240

         
 

Uitgaven

881.800

1.049.572

1.489.728

1.355.303

1.184.181

1.049.669

1.079.921

         

3.10

Participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare groepen

377.732

569.617

875.744

792.046

743.314

639.900

674.279

 

Subsidies (regelingen)

96.395

90.208

89.854

67.524

57.532

43.753

49.653

 

Toegang tot zorg en ondersteuning

20.244

18.837

23.516

14.774

11.271

11.198

11.134

 

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

3.069

0

0

0

0

0

0

 

Inclusieve samenleving

35.901

37.625

26.574

17.150

11.460

7.548

13.576

 

Kennis en informatiebeleid

37.181

33.746

39.764

35.600

34.801

25.007

24.943

 

Opdrachten

77.529

85.340

83.724

80.679

79.924

79.999

79.936

 

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

67.579

73.247

71.811

71.703

71.670

71.670

71.670

 

Overige

9.950

12.093

11.913

8.976

8.254

8.329

8.266

 

Bijdrage aan agentschappen

11.645

13.036

13.109

17.069

15.769

14.085

12.378

 

Overige

11.645

13.036

13.109

17.069

15.769

14.085

12.378

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

20.723

23.319

31.115

31.489

29.237

28.915

28.836

 

Doventolkvoorzieningen

20.723

22.800

20.672

20.672

20.672

20.672

20.672

 

Participatie en zelfredzaamheid kwetsbare groepen

0

519

10.443

10.817

8.565

8.243

8.164

 

Bijdrage aan medeoverheden

171.440

357.714

657.942

595.285

560.852

473.148

503.476

 

Oekraïne

0

37.641

9.410

0

0

0

0

 

Overige

171.440

320.073

648.532

595.285

560.852

473.148

503.476

3.21

Langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

504.068

479.955

613.984

563.257

440.867

409.769

405.642

 

Subsidies (regelingen)

254.248

243.194

340.395

308.278

198.239

174.400

171.667

 

Zorg merkbaar beter maken

143.428

132.764

232.655

201.413

88.398

66.597

63.839

 

Kennis, informatie en innovatiebeleid

30.045

30.087

26.136

25.650

23.739

23.730

23.736

 

Palliatieve zorg en ondersteuning

80.775

80.343

81.604

81.215

86.102

84.073

84.092

 

Opdrachten

21.268

20.931

39.241

22.614

16.098

16.096

15.162

 

Zorgdragen voor langdurige zorg

21.268

20.931

39.241

22.614

16.098

16.096

15.162

 

Bijdrage aan agentschappen

778

518

511

497

481

469

464

 

Algemeen

778

518

511

497

481

469

464

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

202.088

215.220

223.852

221.935

216.139

208.898

208.440

 

Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank

52.348

55.503

61.995

59.764

56.323

52.326

51.797

 

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

149.740

159.717

161.857

162.171

159.816

156.572

156.643

 

Bijdrage aan medeoverheden

25.686

92

9.985

9.933

9.910

9.906

9.909

 

Overige

25.686

92

9.985

9.933

9.910

9.906

9.909

         
 

Ontvangsten

86.429

12.582

10.060

9.770

9.793

9.793

9.793

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 31 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 3
 

2027

juridisch verplicht

93,9%

bestuurlijk gebonden

2,4%

beleidsmatig gereserveerd

3,6%

Subsidies

Het budget van € 430,2 miljoen is voor 92,3% juridisch verplicht en voor 3,9% bestuurlijk gebonden. Daarnaast is 3,8% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit reeds aangegane verplichtingen voor de Nationale Dementie Strategie en diverse stimuleringsregelingen, waaronder die voor Zorggeschikte Woningen (SZGW), Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ) en E-health Thuis (SET).

Opdrachten

Het budget van € 123 miljoen is voor 80,6% juridisch verplicht en voor 10,0% bestuurlijk gebonden. Daarnaast is 9,4% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit een aanbesteding voor bovenregionaal vervoer en voor het beheer en de ontwikkeling van PGB 2.0.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget van € 13,6 miljoen is voor 73,1% juridisch verplicht. Daarnaast is 26,9% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit verplichtingen met betrekking tot de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Het budget van € 255 miljoen is voor 95,9% juridisch verplicht. Daarnaast is 4,1% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit de doventolkvoorziening van het UWV en het uitvoeringsbudget van de SVB voor trekkingsrechten pgb en projecten rondom PGB2.0.

Bijdragen aan medeoverheden

Het budget van € 667,9 miljoen is voor 97,1% juridisch verplicht en voor 1,1% bestuurlijk gebonden. Het juridisch verplichte deel betreft onder andere de SPUK IZA, de SPUK AZWA en overdrachten binnen het BTW-compensatiefonds (BCF). Daarnaast is 1,8% beleidsmatig gereserveerd. Hiervan is een deel gereserveerd voor vrouwenopvang/Filomena.

De budgettaire wijzigingen voor de Wet langdurige zorg zijn te vinden in paragraaf 6.3 (Premiegefinancierde zorguitgaven).

10. Participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare groepen

Figuur 3 De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking en de algemene bevolking in 2024 (percentages)

Subsidies

Voor het instrument subsidies is in 2027 € 89,9 miljoen beschikbaar gesteld.

Toegang tot zorg en ondersteuning

Deze subsidie bevat de thema’s opvangplekken mensenhandel, 24/7 Chatfunctie Veilig thuis, Amendement verbetering toegang zorg, het aanjagen kennis en handvatten binnen gemeenten voor mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) en autisme, de levensloopregeling, de Ethos telling ten behoeve van het in beeld brengen van dakloosheid en de Gratis VOG.

De herziene EU-richtlijn mensenhandel verplicht Nederland te voorzien in voldoende en goed toegankelijke opvang voor slachtoffers van mensenhandel. De herziene EU-richtlijn is vanaf juli 2026 van kracht. De verantwoordelijkheid voor het organiseren en inkopen van opvang voor slachtoffers mensenhandel met rechtmatig verblijf ligt bij gemeenten. Om te voldoen aan de richtlijn en de opvangcapaciteit uit te breiden wordt in 2027 € 2,5 miljoen oplopend tot structureel € 7 miljoen in 2030 beschikbaar gesteld, waarvan het merendeel via de Decentralisatie-Uitkering Vrouwenopvang (DUVO) loopt.

Bij de begrotingsbehandeling is het amendement van Coenradie30 gericht op de structurele 24/7 bereikbaarheid van de chatfunctie van Veilig thuis (VT), door de Kamer aangenomen. Om structurele uitvoering van dit amendement te borgen, wordt vanaf 2027 jaarlijks structureel € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld.

Voor de organisatie van het WK voor daklozen (Homeless cup) in 2028 wordt in 2027 en 2028 in totaal € 2 miljoen beschikbaar gesteld.

In totaal is op dit budget in 2027 € 23,5 miljoen beschikbaar.

Inclusieve samenleving

Deze subsidie bevat de thema’s Inclusiepact, stimuleren aanpak toegankelijke speeltuinen, Ondersteuning regionale netwerken gemeenten en kennisontwikkeling eenzaamheid, STOZ en SET regeling, Kennisprogramma leefomgeving CROW en Wonen en Zorg voor ouderen, HLO middelen. In totaal is er op dit budget in 2027 € 26,6 miljoen beschikbaar.

Kennis en informatiebeleid

Onder deze subsidie vallen de instellingsubsidies aan Mind Hulplijn, Luisterlijn, Vereniging de Zonnebloem, Mantelzorg NL, Vrijwilligerswerk NL en de Rode Kruis. Verder valt hier ook de HLO middelen Kennisverspreiding & Burgerinitiatieven onder. In totaal is er op dit budget in 2027 € 39,8 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

Voor het instrument opdrachten is in 2027 € 83,7 miljoen beschikbaar gesteld.

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

Voor mensen met een mobiliteitsbeperking is bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer beschikbaar. Voor deze voorziening is een budget van € 71,8 miljoen in 2027 vrij gemaakt. Omdat het BRV-gehandicaptenvervoer vraag gestuurd is, wordt het gebruik mede bepaald door factoren als de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, weersomstandigheden en de gezondheidssituatie van pashouders. Deze factoren kunnen daardoor van invloed zijn op het aantal gereden kilometers.

Figuur 4: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer.

Bron: Klantervaringsonderzoek Valys 2025

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

Overige

Onder de overige middelen vallen thema’s zoals: diverse werkagenda’s, Publieke communicatietraject Doe onbeperkt mee, EU- Richtlijn, VN verdrag Handicap, Landschap steun hulp en meldpunten, communicatie NAD, Regiobeeld psychische problematiek, versterking samenwerking eerstelijns, levensloopbegeleiding, uitvoering communicatiestrategie Mantelzorg, Logeerzorg, Ontwikkeltaken en verkenning vergunningplicht Wmo 2015. In totaal is er op dit budget voor 2027 € 11,9 miljoen beschikbaar.

Tabel 32 (Zeer sterke) eenzaamheid naar leeftijd (%)1
 

202023

2022

2024

Leeftijd:18 ‒ 34 jaar eenzaam

46

49,4

47

Leeftijd:18 ‒ 34 jaar sterk eenzaam

10,7

15,4

14,1

Leeftijd: 35 ‒ 49 jaar eenzaam

45

47,7

46,7

Leeftijd: 35 ‒ 49 jaar sterk eenzaam

11,3

15,4

15,2

Leeftijd: 50 ‒ 64 jaar eenzaam

46

47,7

44,6

Leeftijd: 50 ‒ 64 jaar sterk eenzaam

11,5

14,5

13,1

Leeftijd: 65 ‒ 74 jaar eenzaam

44,6

46

42,7

Leeftijd: 65 ‒ 74 jaar sterk eenzaam

8,2

10,7

9,7

Leeftijd: 75 ‒ 84 jaar eenzaam

53,6

52,3

49,2

Leeftijd: 75 ‒ 84 jaar sterk eenzaam

11,2

11,9

10,7

Leeftijd: > 85 jaar eenzaam

65,9

62,6

60,2

Leeftijd: > 85 jaar sterk eenzaam

14,3

15,6

14,2

1

2

In 2020 brak de coronapandemie uit. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het interpreteren van de trends.

3

De Gezondheidsmonitor Volwassenen meet vanaf 2020 vanaf 18 jaar i.p.v. 19 jaar en ouder.

Bijdrage aan agentschappen

Voor het instrument bijdrage aan agentschappen is in 2027 € 13,1 miljoen beschikbaar gesteld.

Overige

Deze middelen zijn ingezet voor de invoering van de European Disability Card, structurele kosten toezicht RDI Europese toegang, uitvoerings- en GID kosten RVO, ZonMw programma, Gratis VOG via Dienst Justis en opdracht CIBG. In totaal is er op dit budget voor 2027 € 13,1 miljoen beschikbaar

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Voor het instrument bijdrage aan ZBO's/RWT's is in 2027 € 31,1 miljoen beschikbaar gesteld.

Doventolkvoorzieningen

Het UWV is de uitvoerder voor de doventolkvoorziening en hiervoor is € 20,7 miljoen beschikbaar. Deze voorziening is voor mensen met een auditieve beperking.

Participatie en zelfredzaamheid kwetsbare groepen

Deze post bevat middelen ten behoeve van de invoering van de IVB voor de beheerskosten en implementatiekosten. In totaal is er op dit budget voor 2027 € 10,4 miljoen beschikbaar.

Bijdrage aan medeoverheden

Voor het instrument bijdrage aan medeoverheden is in 2027 € 657,9 miljoen beschikbaar gesteld.

Oekraïne

Voor de toestroom van de Oekraïense ontheemden in het gemeentelijke zorgdomein (Wmo 2015, Jeugdwet, Wet Publieke Gezondheid) is in 2027 € 9,4 miljoen gereserveerd.

Overige

Onder bijdrage aan medeoverheden vallen de middelen voor de SPUKS HGKM, Wet versterking regie op de volkshuisvesting, Bijdrage Nationale Wetenschapsagenda, SPUK Respijtzorg, SPUK IZA, SPUK IZA-T en AZWA.

Daarnaast stelt het kabinet met ingang van 2027 tot en met 2029 jaarlijks 2 miljoen euro beschikbaar voor het centrum seksueel geweld en 10 miljoen voor de Filomena-aanpak. Dit zal aankomende periode nader worden uitgewerkt.

In totaal is er op dit budget voor 2027 € 648,5 miljoen beschikbaar.

21. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

De Wlz regelt de langdurige zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een beperking en mensen met een psychische aandoening. Ter ondersteuning aan de Wlz worden vanuit de begroting beleidsartikel drie verschillende subsidie-initiatieven ondersteund.

Subsidies

Voor het instrument subsidies is in 2027 € 340,4 miljoen beschikbaar gesteld.

Zorg merkbaar beter maken

In 2027 is voor gespecialiseerde cliëntondersteuning € 18,2 miljoen beschikbaar.

Middels het Groninger Zorgakkoord worden zorginstellingen in staat gesteld om een deel van hun huisvesting te vernieuwen of te versterken. Zorginstellingen kunnen zo duurzaam anticiperen op de veranderende demografie, zorgvraag en de beschikbaarheid van personeel. Hiervoor is in de periode 2027-2030 € 38 miljoen beschikbaar (waarvan € 18,8 miljoen in 2027).

Er is € 126,7 miljoen beschikbaar in 2027 voor het uitvoeren van de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen.

Voor het programma waardigheid en trots is voor 2027 € 19,8 miljoen beschikbaar.

Voor de overgang van personeel, cliënten en activiteiten van de gehandicaptenzorginstelling De Trans naar zorgaanbieders Cosis en Vanboeijen is er in 2027 € 9,5 miljoen beschikbaar.

Voor de instellingssubsidie van Centrum Consultatie en Expertise (CCE) € 22,4 miljoen beschikbaar in 2027. De subsidie is bedoeld om vastgelopen situaties in de zorg, bij mensen die een langdurig beroep doen op professionele zorg en ondersteuning in alle sectoren, te doorbreken. Dit wordt gedaan door samen met zorgprofessionals, cliënten en naasten te zoeken naar nieuwe perspectieven bij ernstig probleemgedrag of complexe zorgvragen in de vorm van consultaties. Naast het uitvoeren van consultaties geeft CCE ook adviezen voor PGB-meerzorg en zet CCE in op het ontwikkelen en delen van expertise, die is opgedaan bij de consultaties en meerzorg adviezen. Deze kennis en expertise stelt CCE voor iedereen beschikbaar.

Binnen de begroting zijn middelen gereserveerd voor de uitvoering van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). In totaal gaat het om € 80 miljoen. De afspraken in het HLO richten zich op 1) het verminderen van de personeelstekorten in de zorg om zo de zorg toegankelijk te houden en 2) op de aansluiting van voorkeuren van ouderen op zorg en ondersteuning. De HLO-middelen op dit instrument (totaal € 17,3 miljoen) wordt ingezet voor:

  • Bijeenkomsten met senioren om hen voor te bereiden op ouder worden. Hiervoor krijgen de Seniorencoalitie, het Senioren Netwerk en MantelzorgNL € 1,8 miljoen;

  • Voor de ontwikkeling van richtlijnen gaat € 2 miljoen naar het programma Richtlijnen artsen langdurige zorg (RAILZ);

  • Het beter benutten van technologie in zorg en ondersteuning (€ 7 miljoen);

  • De uitvoering van de geactualiseerde Nationale Dementiestrategie (€ 6,5 miljoen) gericht op onderzoek naar dementie, een dementievriendelijke samenleving en passende zorg en ondersteuning. Als onderdeel daarvan gaan in het kader van zorg en ondersteuning middelen naar de (door)ontwikkeling van de basisfunctionaliteit dementie, de implementatie van de geactualiseerde Zorgstandaard Dementie en Dementie in Kaart;

Tot slot is er ruim € 1 miljoen gereserveerd voor kleinere subsidie-initiatieven.

Er is voor 2027 in totaal 232,7 miljoen beschikbaar op dit budget.

Kennis, informatie en innovatiebeleid

Kennis, informatie en innovatie dragen bij aan juiste, passende en efficiënte zorg. Het doel is om de kwaliteit van de geboden zorg te verbeteren door continu het kennisniveau van zorgverleners en cliënten te vergroten almede het uitvoeren van de werkagenda passende zorg. De uitgaven betreffen onder andere:

  • De subsidie van € 14,4 miljoen die Vilans jaarlijks ontvangt. Daarmee kan Vilans onder andere de in de langdurige zorg beschikbare kennis ontsluiten via haar kennispleinen die jaarlijks miljoenen keren worden bezocht.

  • Ten behoeve van data beschikbaarheid waarmee onderzoek mogelijk wordt, wordt € 3,6 miljoen besteed. Naast onderzoeksmogelijkheden draagt dit ook bij aan monitoring van bijvoorbeeld infectieziekten in zowel de ouderen- als de gehandicaptenzorg.

  • Voor richtlijnontwikkeling door de Stichting Kwaliteitsimpuls langdurige zorg wordt in 2027 € 1,3 miljoen beschikbaar gesteld.

  • Voor de kenniscentra voor specifieke groepen, zoals de laag volume hoog complexe groepen (alsmede de ZEVMB en jonge mensen met dementie) is € 5,7 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt structureel overgeheveld naar het artikel waarop de middelen staan die via ZonMW worden besteed.

In 2027 is in totaal € 26,1 miljoen beschikbaar.

Palliatieve zorg en ondersteuning

In 2027 is er € 55,4 miljoen beschikbaar voor de Subsidieregeling Palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis. Via deze subsidieregeling stelt het kabinet jaarlijks subsidie beschikbaar om:

  • De inzet van deskundige vrijwilligers in de palliatieve terminale zorg, bij mensen thuis of in een hospice, te stimuleren;

  • De inzet van geestelijke verzorging en rouw- en verliesbegeleiding in de thuissituatie te stimuleren voor mensen in de palliatieve fase en hun naasten;

  • De coördinatie van netwerken voor palliatieve zorg en netwerken integrale kindzorg te faciliteren, zodat een samenhangend aanbod van palliatieve zorg en ondersteuning in de regio wordt gecreëerd.

Ook is er in 2027 € 26,2 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de Toekomstagenda palliatieve zorg en ondersteuning en voor de lopende instellingssubsidies voor Stichting Palliatieve Zorg Nederland (PZNL), Agora, Vrijwilligers Palliatieve Zorg Nederland (VPTZ) en Kenniscentrum Kinderpalliatieve zorg.

In totaal is er op dit budget voor 2027 € 81,6 miljoen beschikbaar.

Tabel 33 % Aandeel mensen met indicatie naar gebruik Wlz-zorg; indicatie; leveringsvorm; zzp

Leveringsvorm zorg

2021

2022

2023

2024

Totaal leveringsvorm zorg

1,95

2,01

2,07

2,1

Zin verblijf

1,23

1,23

1,24

1,23

Zin volledig pakket thuis (vpt)

0,1

0,12

0,14

0,17

Zin modulair pakket thuis (mpt)

0,3

0,33

0,35

0,36

Zin leveringsvorm onbekend

0

0

0

0

Uitsluitend zin

1,54

1,59

1,63

1,64

Uitsluitend pgb

0,23

0,24

0,24

0,25

Totaal combinatie zin/pgb

0,09

0,1

0,11

0,11

Geen Wlz-zorg

0,09

0,09

0,09

0,1

Opdrachten

Voor het instrument opdrachten is in 2027 € 39,2 miljoen beschikbaar gesteld.

Zorgdragen voor langdurige zorg

Voor opdrachten binnen de langdurige zorg is er in 2027 € 39,2 miljoen beschikbaar. Hieronder vallen onder meer kosten voor de beleidsonderdelen verpleeghuiszorg, de Toekomstagenda Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking, dementie, elektronische gegevensuitwisseling (€ 22,2 miljoen) en het beheer en de doorontwikkeling van het PGB 2.0-systeem (€ 33,1 miljoen). Voor de doorontwikkeling van PGB 2.0 systeem is € 16,5 miljoen geboekt naar DICIO (I-realisatie). Het resterende bedrag (16,6 miljoen) staat bij LZ op de begroting.

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

Voor het instrument ZBO/RWT's is in 2027 € 223,9 miljoen beschikbaar gesteld.

Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank (SVB)

De SVB verzorgt de uitvoering van het trekkingsrecht persoonsgebonden budget en een aantal projecten in het kader van het PGB 2.0-systeem. Via de begroting gefinancierde middelen is hier in 2027 € 62 miljoen voor beschikbaar.

Er is voor de periode 2027 t/m 2031 € 2 miljoen per jaar gereserveerd zodat er een regeling opgezet kan worden voor een financiële tegemoetkoming «bestaanszekerheid voor ouders van zorgintensieve kinderen met een Zvw- of Wlz-pgb die hun baan hebben opgezegd om voor hun kind te zorgen en waarvan het kind is overleden». Het overlijden van deze kinderen raakt ouders in hun bestaanszekerheid, omdat het pgb bij overlijden van het kind stopt en er geen financieel vangnet is voor deze ouders. Met deze tegemoetkoming geven we ouders de ruimte om het overlijden te verwerken en het leven weer op te pakken en inkomen te verkrijgen.

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

De toegang tot zorg moet goed en onafhankelijk geregeld zijn. Het CIZ heeft de wettelijke taak om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz via onafhankelijke indicatiestelling. In 2027 is er € 161,9 miljoen beschikbaar voor deze taakuitvoering.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige

In het kader van het HLO wordt dit budget besteed aan monitoring, communicatie en uitvoeringskosten voor HLO-partijen (€ 10 miljoen).

Ontvangsten

Voor 2027 worden de totale ontvangsten op dit artikel geraamd op € 10,1 miljoen. Er wordt rekening gehouden met ontvangsten die voortvloeiend zijn uit de bevoorschotting van subsidies.

30

Kamerstukken 36 800 XVI, nr. 32

3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid

Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel verder te optimaliseren zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger gewaarborgd blijft.

De minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan. Daar waar publieke belangen in het geding zijn die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de minister dat deze belangen worden behartigd.

De minister is verantwoordelijk voor:

  • Stimuleren: van een stevige positie van de cliënt in het zorgstelsel en transparantie van zorg, een logische beroepenstructuur die aansluit op de huidige en toekomstige zorg- en ondersteuningsvraag en van beschik­ baarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel (het aantal werkenden minder meer laten groeien, om ook voldoende mensen beschikbaar te hebben voor andere maatschappelijke sectoren en via behoud van de huidige zorgmedewerkers door goed werkgeverschap en zeggenschap), van andere manieren van werken en voldoende opleidingsplaatsen, van innovaties en (digitale) vaardigheden in de zorg en de ontwikkeling hiervan, alsmede betrouwbaar informatiebeleid en van vertrouwen in datagebruik in de zorg, en van een gezonde leefstijl voor de mensen woonachtig in Caribisch Nederland.

  • Financieren: de minister draagt bij aan de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door middel van het financieren van organisaties gemoeid met patiënten, zoals gehandicaptenorganisaties en ZBO’s of agentschappen. Tevens financiert de minister projecten en onderzoeken uitgevoerd door ZonMw, opleidings- en bijscholingsinstrumtenten, de zorg in Caribisch Nederland, en financiert instrumenten voor PGO's om het gebruik te stimuleren.

  • Regisseren: van wet- en regelgeving die zorgen voor een stevige positie van de patiënt in het zorgstelsel, verlagen van de regeldruk in de zorg, voorkomen van systeemrisico’s bij financiering in de zorg, regisseren van een duurzaam informatiestelsel.

Gegevensuitwisseling

De beschikking over juiste gegevens op het juiste moment op de juiste plaats is cruciaal voor het verlenen van goede zorg en de beweging van zorg naar preventie en gezondheid. Met de Nationale Visie en Strategie als leidraad zetten we de ontwikkeling naar een toekomstbestendig gezondheidsinformatiestelsel voort.

European Health Data Space

We staan aan de lat om de European Health Data Space (EHDS) te implementeren. Onderdeel hiervan is onder andere het aanwijzen van een Autoriteit Digitale Gezondheid en Health Data Access Body. VWS brengt dit onder in één nieuw op te richten zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Dit zbo zal de Gezondheidsdata-autoriteit (GDA) heten. Daarnaast richten we ons op een nieuwe stelselwet voor gegevensuitwisselingen in de zorg: de Wet op het Gezondheidsinformatiestelsel (Wet GIS). Bij de ontwikkeling van deze belangrijke stelselwet informeert VWS veldpartijen over dit nieuwe kader. Om deze rol goed uit te voeren, wordt meer ingezet op intern juridisch beleidsonderzoek. Hierdoor wordt kennis over het juridisch kader ontwikkeld en geborgd.

Landelijke implementatiestrategie

Wat betreft de ontwikkeling en inrichting van het gezondheidsinformatiestelsel (GIS) komen we nu in de fase waarin we staand beleid uitvoeren en implementeren. In het in september 2025 ondertekende Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is afgesproken dat een landelijke implementatiestrategie wordt opgesteld om het daadwerkelijke gebruik van onderdelen van het GIS te borgen. Deze strategie is inmiddels vastgesteld en richt zich op een gestructureerde en gecoördineerde aanpak die efficiënter moet leiden tot daadwerkelijke gegevensuitwisseling en verdere vertraging moet voorkomen. Binnen de implementatiestrategie krijgen landelijke programma’s, brancheorganisaties en regionale samenwerkingsverbanden (RSV’s) een duidelijke rol in de uitvoering. Die rol verschilt per fase van de implementatie, afhankelijk van de aard en schaal van de uitrol. De insteek is dat deze strategie helpt om het absorptievermogen in het veld te vergroten, zodat het daadwerkelijke gebruik van het GIS kan worden gerealiseerd.

Opleiding, bij- en nascholing in zorg en welzijn

Overheveling opleidingsbudgetten naar premiekader medisch specialistische zorg en wijkverpleging

De middelen voor bij- en nascholing in de medisch-specialistische zorg – tot en met 2026 beschikbaar gesteld via de subsidieregeling strategisch opleiden medisch-specialistische zorg (SO-MSZ) worden per 1 januari 2027 overgeheveld naar het premiekader medisch specialistische zorg. Met deze overheveling kunnen de organisaties die medisch-specialistische zorg leveren de bij- en nascholing van hun personeel betrekken bij de afspraken die zij maken met zorgverzekeraars.

De middelen voor opleiden in de wijkverpleging worden per 1 januari 2028 overgeheveld naar het premiekader wijkverpleging. Met deze overheveling kunnen zorgaanbieders in de wijkverpleging de werkgeverskosten voor opleiden en begeleiden van nieuwe (zij-)instroom betrekken in de reguliere contractonderhandelingen met zorgverzekeraars. In 2027 vinden er gesprekken plaats met de betrokken partijen om tot afspraken te komen voor de nadere invulling hiervan.

AZWA-afspraak B3: versterken van de lerende omgeving.

In 2027 is € 85,8 miljoen beschikbaar voor het versterken van de lerende omgeving op basis van afspraak B3 uit het AZWA. In 2027 wordt € 4,6 miljoen hiervan ingezet voor het voortzetten en integreren van de loopbaaninstrumenten, met als doel de loopbaanoriëntatie en het ontwikkelperspectief voor studiekiezers, studenten, werkenden, herintreders en zij-instromers in zorg en welzijn te verbeteren. Het resterende budget wordt ingezet met het doel om de instroom in sectoren buiten het ziekenhuis zoals eerstelijnszorg, sociaal domein en de ouderenzorg te verstevigen en medewerkers voor te bereiden op de zorg van de toekomst.

Subsidieregeling Stageplaatsen Zorg (Stagefonds)

Eerder is besloten om de subsidieregeling Stageplaatsen Zorg II (Stagefonds) niet te verlengen na 2027. Dat betekent dat 2027 het laatste jaar is dat organisaties in zorg en welzijn via deze subsidieregeling een financiële bijdrage konden ontvangen voor het aanbieden van stageplaatsen in de zorg. Vanaf 2027 kunnen sommige organisaties voor een deel van deze activiteiten een aanvraag doen op de middelen die vanuit het AZWA beschikbaar zijn gesteld voor opleiding en scholing buiten het ziekenhuis.

Subsidieregeling Vaccinatie stageplaatsen zorg

De subsidieregeling Vaccinatie stageplaatsen zorg loopt in 2027 af. Mede doordat de vaccinatie tegen hepatitis B – waarvoor deze regeling voorziet in een tegemoetkoming in de kosten die onderwijspartijen hiervoor maken – eerder in het Rijksvaccinatieprogramma is opgenomen is besloten om deze regeling niet opnieuw te verlengen. Dat betekent dat onderwijspartijen tot en met het schooljaar 2026-2027 via deze subsidieregeling een tegemoetkoming in deze kosten kunnen aanvragen.

Subsidieregeling Opleidingsactiviteiten arts internationale gezondheid (AIG)

De subsidieregeling opleidingsactiviteiten arts internationale gezondheid (AIG) liep af en is in 2026 met één jaar verlengd om ruimte te creëren voor een evaluatie. Mocht hier aanleiding toe zijn kunnen de uitkomsten van deze evaluatie gebruikt worden bij het toekomstige beleid van VWS ten aanzien van deze opleiding. De verlenging met één jaar betekent dat artsen in opleiding tot en met 2027 gebruik kunnen maken van deze subsidie voor een tegemoetkoming in de kosten voor het onderdeel van hun opleiding dat zij in het buitenland volgen.

Regionaal arbeidsmarktbeleid

Het kabinet ondersteunt tot en met 2029 het regionaal arbeidsmarktbeleid door een subsidie aan Regioplus voor het programma ‘Samenwerken en Innoveren’. De structurele reeks voor regionaal arbeidsmarktbeleid zal per 2030 – na aflopen van voornoemde subsidie – bijgesteld worden tot € 9 miljoen per jaar.

Tarieven producten en diensten BIG-register

In de Kamerbrief van 25 november 2025 heeft het kabinet aangegeven nieuwe tarieven in te voeren voor diverse producten en diensten die het CIBG in het kader van de uitvoering van het BIG-register afgeeft en verricht31. Aanleiding hiervoor is dat deze producten en diensten al gedurende lange tijd grotendeels zijn bekostigd met een bijdrage vanuit het Rijk, mede door het uitblijven van een indexering sinds 2013. Met deze wijzigingen wordt een eerste stap gezet richting kostendekkende tarieven voor de producten en diensten van het BIG-register.

Het gaat veelal om verhoging van reeds geheven tarieven voor de inschrijvingen in het BIG-register én de beroepsinhoudelijke toets voor buitenslands gediplomeerde verpleegkundigen. Daarnaast gaat het om tarieven waar momenteel nog géén kosten voor in rekening worden gebracht, zoals verklaringen over het BIG-register op gewaarmerkt papier of digitaal, de erkenning beroepskwalificaties, verklaring van vakbekwaamheid, automatische erkenning en de Europese Beroepskaart. Deze nieuwe en verhoogde tarieven gelden vanaf 1 januari 2027.

Ook de eigen bijdragen voor de beroepsinhoudelijke toets voor buitenslands gediplomeerde tandartsen en artsen zal worden verhoogd. In afwachting van de afronding van de aanbestedingsprocedure met de betrokken onderwijsinstellingen die de BI-toets voor deze twee beroepen uitvoeren, zullen de tarieven voor deze toetsen per 1 maart 2027 worden bepaald.

Tabel 34 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Zorgbreed beleid (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

1.462.031

938.177

1.251.306

1.191.022

1.029.606

995.238

1.015.102

         
 

Uitgaven

1.311.179

1.336.879

1.308.424

1.234.452

1.070.936

1.018.448

1.016.312

         

4.10

Positie cliënt en transparantie van zorg

62.352

64.398

65.570

89.947

97.420

125.166

125.696

 

Subsidies (regelingen)

48.108

48.595

48.771

73.866

82.630

110.451

111.081

 

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

31.186

37.701

36.397

42.055

46.812

49.146

49.776

 

Transparantie van zorg

11.206

10.894

12.374

31.811

35.818

61.305

61.305

 

Overige

5.716

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

3.082

5.088

6.184

5.678

4.685

4.884

4.884

 

Transparantie van zorg

2.186

3.361

3.519

3.629

3.651

3.851

3.851

 

Overige

896

1.727

2.665

2.049

1.034

1.033

1.033

 

Bijdrage aan agentschappen

11.162

10.715

10.615

10.403

10.105

9.831

9.731

 

CIBG

11.162

10.715

10.615

10.403

10.105

9.831

9.731

4.20

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

534.568

605.054

456.710

371.524

365.556

354.213

354.201

 

Subsidies (regelingen)

508.377

577.335

431.866

346.852

341.083

331.385

331.551

 

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

318.548

379.789

369.303

285.488

285.857

276.233

276.311

 

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

179.594

189.072

61.946

61.364

55.226

55.152

55.240

 

Overige

10.235

8.474

617

0

0

0

0

 

Opdrachten

8.930

8.366

5.916

4.695

4.895

4.395

4.395

 

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

8.930

8.366

5.916

4.695

4.895

4.395

4.395

 

Bijdrage aan agentschappen

16.860

16.961

16.986

17.023

16.625

16.176

16.012

 

Overig

16.860

16.961

16.986

17.023

16.625

16.176

16.012

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

1.707

1.546

2.558

2.557

1.861

1.847

 

Overig

0

1.707

1.546

2.558

2.557

1.861

1.847

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

401

685

396

396

396

396

396

 

OECD

401

685

396

396

396

396

396

4.30

Informatiebeleid

133.008

178.327

304.675

302.131

146.883

86.498

86.244

 

Subsidies (regelingen)

85.175

96.426

133.188

133.983

75.267

46.426

46.426

 

Informatiebeleid

78.969

91.509

133.188

133.983

75.267

46.426

46.426

 

Overige

6.206

4.917

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

23.600

30.068

130.056

136.034

46.706

15.271

15.271

 

Informatiebeleid

23.010

30.068

130.056

136.034

46.706

15.271

15.271

 

Overige

590

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

24.140

51.065

30.319

21.936

14.762

14.552

14.405

 

Informatiebeleid

24.140

51.065

30.319

21.936

14.762

14.552

14.405

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

93

768

11.112

10.178

10.148

10.249

10.142

 

Overige

93

768

11.112

10.178

10.148

10.249

10.142

4.40

Inrichting zorgstelsel

338.180

251.764

238.690

233.436

225.181

212.925

210.031

 

Opdrachten

609

637

620

620

622

622

622

 

Overige

609

637

620

620

622

622

622

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

337.571

251.127

238.070

232.816

224.559

212.303

208.659

 

CAK

157.099

159.830

147.007

143.943

139.348

129.116

126.314

 

NZa

80.775

86.438

85.399

83.425

79.668

77.774

76.978

 

ZiNL

94.206

0

0

0

0

0

0

 

CSZ

1.500

1.478

1.463

1.433

1.389

1.349

1.335

 

Overige

3.991

3.381

4.201

4.015

4.154

4.064

4.032

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

0

750

 

EZ: ACM

0

0

0

0

0

0

750

4.50

Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

243.071

237.336

242.779

237.414

235.896

239.646

240.140

 

Subsidies (regelingen)

5.230

6.890

6.841

6.686

5.830

5.802

5.729

 

Algemeen

5.230

6.890

6.841

6.686

5.830

5.802

5.729

 

Bekostiging

225.625

214.089

210.448

208.103

211.585

217.427

218.034

 

Jeugd, Welzijn en Sport

5.928

4.532

4.587

4.672

4.833

5.304

5.380

 

Zorg

219.697

209.557

205.861

203.431

206.752

212.123

212.654

 

Opdrachten

1.199

6.236

10.815

8.006

7.375

7.297

7.319

 

Zorg

412

4.826

9.756

6.948

6.318

6.317

6.316

 

Welzijn

787

1.410

1.059

1.058

1.057

980

1.003

 

Bijdrage aan medeoverheden

11.017

10.095

14.212

14.120

11.106

9.120

9.058

 

Overige

11.017

10.095

14.212

14.120

11.106

9.120

9.058

 

(Schade)vergoeding

0

26

463

499

0

0

0

 

Overige

0

26

463

499

0

0

0

         
 

Ontvangsten

74.998

33.467

13.074

13.074

13.074

13.074

13.074

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 35 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 4
 

2027

juridisch verplicht

77,8%

bestuurlijk gebonden

21,5%

beleidsmatig gereserveerd

0,7%

Subsidies

Het budget van € 620,7 miljoen is voor 80,3% juridisch verplicht en voor 19,2% bestuurlijk gebonden. Daarnaast is 0,5% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit de subsidies voor het Stagefonds, opleidingen voor physician assistants en verpleegkundig specialisten. Ook omvat dit de instellingssubsidies voor MedMij en Nictiz.

Opdrachten

Het budget van € 153,6 miljoen is voor 4,7% juridisch verplicht en voor 92,2% bestuurlijk gebonden. Daarnaast is 2,8% beleidsmatig gereserveerd en 0,3% vrij te besteden. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit de opdrachtovereenkomsten voor arbeidsmarktinformatie en -monitoring, en de uitvoeringsovereenkomst van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) Stagefonds.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget van € 57,9 miljoen is voor 100% juridisch verplicht, onder andere voor de bijdrage aan het CIBG voor de uitvoering van opdrachten in het kader van de Wet toetreding zorgaanbieders (WTZa) en het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa).

Bijdragen aan ZBO’s/ RWT’s

Het budget van € 250,7 miljoen is voor 100% juridisch verplicht. Dit omvat onder andere de middelen die vanuit Z-CERT benodigd zijn ter uitvoering van de wettelijke taken. Ook vallen hier de bijdrages aan het CAK en de NZa onder.

Bijdragen aan medeoverheden

Het budget van € 14,2 miljoen is voor 100% bestuurlijk gebonden.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Het budget van € 396 duizend is voor 100% juridisch verplicht, onder meer voor de verplichte bijdrage aan de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) en aan het Commonwealth Fund.

Bekostiging

Het budget van € 210,4 miljoen is voor 96,8% juridisch verplicht en voor 2,7% bestuurlijk gebonden. Daarnaast is 0,5% beleidsmatig gereserveerd. Het juridisch verplichte deel bestaat onder andere uit de uitvoering van de Regeling aanspraken zorgverzekering BES (RazBES) en voor de uitvoering van de jeugdzorg, welzijn en sport op de BES-eilanden.

(Schade)vergoedingen

Het budget van € 463 duizend is voor 100% juridisch verplicht ter compensatie van de ontstane schade bij enkele inwoners van Bonaire na rugoperaties in Colombia.

10. Positie cliënt en transparantie van zorg

Subsidies

Voor het instrument subsidies is in 2027 € 48,8 miljoen beschikbaar gesteld.

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

De drie landelijke pg-koepels en circa 200 landelijke pg-organisaties ontvangen een instellingssubsidie voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van informatievoorziening, lotgenotencontact en belangenbehartiging (€ 29,5 miljoen).

Samenwerking op aandoeningsoverstijgende thema’s wordt gefaciliteerd door een instellingssubsidie voor federatieve samenwerkingsverbanden (€ 2,1 miljoen).

PG-organisaties die reeds een instellingssubsidie ontvangen en die specifiek gericht zijn op het vergroten van de impact en het bereik kunnen in aanmerking komen voor een projectsubsidie (hiervoor is in totaal € 1,5 miljoen beschikbaar).

Aan Involv, een onafhankelijke netwerkorganisatie die versterking en ondersteuning biedt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, wordt een instellingsubsidie verstrekt voor de ondersteuning van de cliëntenorganisaties (€ 5,5 miljoen).

De middelen voor patiëntenparticipatie zijn structureel gekort met € 2 miljoen.

In totaal is € 36,4 miljoen beschikbaar in 2027.

Transparantie van zorg

Voor onderzoek naar de effectiviteit en de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en (de relatie tussen) de verschillende partijen in de zorg wordt subsidie verleend (€ 7,1 miljoen) aan het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel). Het Nivel ontwikkelt en beheert hiertoe databases, panels en monitors.

Het kabinet komt met een pakket maatregelen om zorgfraude en ondermijnende criminaliteit in de zorg harder aan te pakken32. Met de afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) wordt in 2027 € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor de aanpak van zorgfraude. Hiermee wordt onder andere extra capaciteit beschikbaar gesteld voor de recherche zorgfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie en het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Daarnaast wordt ook het toezicht uitgebreid zodat de bestuursrechtelijke handhaving kan worden verstevigd.

Tot slot is op dit budget de raming naar beneden bijgesteld met € 5 miljoen structureel in verband met verwachte lagere uitgaven, dit heeft verder geen inhoudelijke consequenties voor de hierboven beschreven beleidsvoornemens

Tezamen is voor transparatie van zorg € 12,4 miljoen beschikbaar in 2027.

Opdrachten

Voor het instrument opdrachten is in 2027 € 6,2 miljoen beschikbaar gesteld.

Overige

Middels de Kamerbrief «Voorbereiding instelling Staatscommissie Zorg» is de Kamer geïnfomeerd over de Staatscommissie zorg. De commissie gaat zich voor de duur van twee jaar buigen over een VWS-breed vraagstuk dat raakt aan de beleidsterreinen van onder andere SZW, JenV, EZK, BZK en Financiën.

Bijdragen aan agentschappen

Voor het instrument bijdrage aan agentschappen is in 2027 € 10,6 miljoen beschikbaar gesteld.

CIBG

Het CIBG voert onder andere onderstaande taken uit:

  • In beginsel dienen alle zorg- en jeugdhulpaanbieders aan de meldplicht te voldoen. Daarbij dienen bepaalde zorgaanbieders op grond van de Wet toetreding zorgaanbieders over een toelatingsvergunning te beschikken. De melding en aanvraag van de toelatingsvergunning vinden plaats bij het CIBG.

  • Het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa) is een landelijk en openbaar register van zorgaanbieders. Dit register maakt duidelijk wie, waar, welke zorg verleent en draagt bij aan de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

  • Via de Jaarverantwoording Zorg verantwoorden zorgaanbieders zich jaarlijks over de geleverde (financiële) prestaties. Alle partijen die een rol spelen binnen het zorgstelsel.

Voor het uitvoeren van bovenstaande taken is € 10,6 miljoen beschikbaar.

20. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Subsidies

Voor het instrument subsidies is in 2027 € 431,9 miljoen beschikbaar gesteld.

Opleidingen

Het ministerie van VWS is stelselverantwoordelijk voor een goede, betaalbare en toegankelijke zorg. Daarvoor is het noodzakelijk dat er voldoende, goed toegeruste zorgmedewerkers worden opgeleid en daarom investeert het ministerie van VWS om het zorgwerkgevers mogelijk te maken om voldoende en kwalitatief hoogstaande opleidingsplekken en bij- en nascholing te kunnen aanbieden.  Hiertoe worden financiële middelen beschikbaar gesteld om stageplekken aan te bieden voor initiële opleidingen, voor de bekostiging van medische vervolgopleidingen en voor (strategische) bij- en nascholing.

Kwalificerende beroepsopleidingen, bij- en nascholing in zorg en welzijn

In 2027 is € 85,8 miljoen beschikbaar voor het versterken van de lerende omgeving op basis van afspraak B3 uit het AZWA. In 2027 wordt € 4,6 miljoen hiervan ingezet voor het voortzetten en integreren van de loopbaaninstrumenten. Het resterende budget wordt odner andere ingezet met het doel om de instroom in sectoren buiten het ziekenhuis zoals eerstelijnszorg, sociaal domein en de ouderenzorg te verstevigen en medewerkers in zorg en welzijn voor te bereiden op de zorg van de toekomst door middel van strategische scholing.

Met de subsidieregeling Stageplaatsen Zorg II (het Stagefonds) worden zorgaanbieders gestimuleerd tot het aanbieden van kwalitatief goede stageplaatsen. In de uitvoering voor het schooljaar 2025-2026 is het lastig gebleken dat het budget hiervoor verdeeld staat over twee jaren. Met een kasschuif worden de middelen daarom van 2027 naar 2026 geschoven zodat de uitbetaling in december 2026 in één keer gedaan kan worden. Daarmee wordt het budget in 2027 met € 54,6 miljoen verlaagd. Het totale beschikbare budget voor de regeling wijzigt hiermee niet. Voor het schooljaar 2026-2027, waarvoor de subsidie in zijn geheel in 2027 wordt uitgekeerd, bedraagt het budget € 136,6 miljoen.

Met de subsidieregeling Werkgeverskosten Opleiden Wijkverpleging (WOW) kunnen zorgaanbieders in de wijkverpleging een tegemoetkoming ontvangen in de kosten van het opleiden en begeleiden van leerling-werknemers. De beschikbare middelen worden per 2028 overgeveld naar de premiegefinancierde zorguitgaven. De huidige subsidieregeling loopt tot en met subsidiejaar 2026 en moet verlengd worden om geen gat te laten ontstaan in de financiering van deze opleidinge in 2027. De subsidie wordt uitgekeerd na afloop van het jaar waarin de activiteiten zijn uitgevoerd. Om een verlenging mogelijk te maken vindt er daarom een kasschuif plaats van € 60 miljoen van 2027 naar 2028.

Medische- en GGZ-vervolgopleidingen

Voor zorgopleidingen in het kader van de Wet publieke gezondheidszorg (Wpg) zijn middelen beschikbaar voor de profielopleidingen tot arts maatschappij en gezondheid: arts infectieziektenbestrijding, arts tuberculosebestijding, arts jeugdgezondheidszorg, arts medische milieukunde en donorarts. Hiervoor wordt een subsidie verstrekt aan de SBOH – die als werkgever optreedt van deze artsen in opleiding (AIOS) – waarvoor in 2027 een bedrag van € 51 miljoen beschikbaar is.

Voor het financieren van vervolgopleidingen in jeugd-ggz instellingen is in 2027 € 5 miljoen beschikbaar. Het betreft de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, psychiater, psychotherapeut, klinisch neuropsycholoog en de driejarige opleiding tot verpleegkundig specialist ggz.

Opleiden physician assistants en verpleegkundig specialisten.

Physician asisistants (PA) en verpleegkundig specialisten (VS) worden opgeleid om de minder complexe taken van de huisarts of andere medisch specialisten over te nemen. Deze taakherschikking draagt bij aan het toegankelijk en betaalbaar houden van de zorg. Voor een bijdrage in de kosten die werkgevers maken voor het opleiden van PA en VS is 2027 € 43,1 miljoen beschikbaar.

Voor het extra opleiden van physician assistants (PA) en verpleegkundig specialisten (VS) in de huisartsenzorg is in 2027 een bedrag van € 3 miljoen beschikbaar. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld in het kader voor meer tijd voor de patiënt (MTVP) in de huisartsenzorg.

Doorontwikkeling medische vervolgopleidingen

In 2023 is de Federatie Medisch Specialisten gestart met het project doorontwikkeling medisch-specialistische vervolgopleidingen. Dit project loopt van juli 2023 tot juli 2027. In het integraal zorgakkoord (IZA) is afgesproken dat er € 4,4 miljoen uit de transformatiemiddelen beschikbaar wordt gesteld voor dit doel. Hiervan is € 0,6 miljoen beschikbaar voor 2027. In het project zorgt de beroepsgroep ervoor – in samenwerking met andere artsenorganisaties, andere zorgberoepen en stakeholders – dat de medisch specialist in opleiding wordt voorbereid op de veranderende rollen en taken die de passende zorg van de toekomst van de medisch specialist vraagt.

Innovatief leren

Het Nationaal Groeifonds (NGF) project Digital United Training Concepts for Healthcare (DUTCH) is gericht op innovatie van bij- en omscholing van zorgprofessionals via digitale leermiddelen en simulatie. Hierdoor zal er aanzienlijk minder fysieke- en begeleidingscapaciteit nodig zijn en worden er sneller meer mensen opgeleid. In eerste instantie richt het project zich op de tekortberoepen operatieassistent, anesthesiemedewerker en radiodiagnostisch laborant. In 2027 is hiervoor een bedrag van circa € 21 miljoen beschikbaar.

Capaciteitsramingen medische vervolgopleidingen

Het Capaciteitsorgaan ontvangt een instellingssubsidie om onafhankelijke ramingen op te stellen van de benodigde opleidingscapaciteit bij de medische en tandheelkundige vervolgopleidingen, FZO- en GGZ-vervolgopleidingen. In 2027 is hiervoor een bedrag van € 2,7 miljoen beschikbaar.

Overige

Voor de uitvoering van motie 35300 XVI nr.72 Dik-Faber om het opleiden van artsen internationale geneeskunde te subsidiëren en gestructureerde overdracht van door hen in het buitenland opgedane kennis te stimuleren is in 2027 € 1,7 miljoen beschikbaar. Uit deze middelen worden de subsidieregeling Opleidingsactiviteiten arts internationale gezondheid (AIG) - een tegemoetkoming in de kosten van het onderdeel 'buitenland'van de opleiding - en instellingssubsidies voor het Opleidingsinstituut Internationale Gezondheidszorg (OIG) en het Kenniscentrum Global Health (KCGH) gefinancierd.

Arbeidsmarkt

Versterking regionaal arbeidsmarktbeleid

Met de subsidie aan RegioPlus voor de uitvoering van het beleidsprogramma Samenwerken en Innoveren in de Regio (SIR) investeert VWS in de periode 2025-2029 in de regionale arbeidsmarktinfrastructuur. Hiervoor is in 2027 € 10 miljoen beschikbaar.

Loopbaaninstrumenten

Vanuit de middelen dia vanuit het AZWA beschikbaar zijn gesteld voor het versterken van de lerende omgeving (afspraak B3) wordt € 4,6 miljoen ingezet voor het voortzetten en integreren van de loopbaaninstrumenten binnen het platform Zowi, met als doel de loopbaanoriëntatie en het ontwikkelperspectief voor studiekiezers, studenten, werkenden, herintreders en zij-instromers in zorg en welzijn te verbeteren.

Overige

Uitvoeringskosten

Voor de uitvoeringskosten van diverse subsidieregelingen is in 2027 een bedrag van € 5,2 miljoen beschikbaar.

Tabel 36 Arbeidsmarkt1
 

2017-4

2018-4

2019-4

2020-4

2021-4

2022-4

2023-4

2024-4

2025-4

2026-4

Uitstroompercentage uit de sector zorg en welzijn exclusief pensionering in meest recente kwartaal per jaar1

8,7%

8,6%

8,3%

7,8%

8,5%

9,7%

9,5%

8,8%

8,6%

 

Aandeel ZZP'ers werkzaam in zorg en welzijn (%)1

7,2%

6,7%

7,3%

8,4%

7,4%

8,3%

9,0%

9,2%

8,1%

 

Ziekteverzuim1

5,6%

5,8%

5,9%

6,9%

7,5%

7,9%

7,6%

7,4%

7,9%

8,2%2

Vacaturegraad in laatst bekende kwartaal per jaar (openstaande vacatures per 1.000 banen)1

-

25

27

25

37

41

41

42

41

 

Percentage medewerkers binnen zorg en welzijn dat (zeer) tevreden is1

-

-

77,7%

80,9%

76,8%

76,6%

77,9%

78,8%

78,7%

 

Deeltijdfactor1

0,68

0,68

0,68

0,68

0,68

0,69

0,69

0,68

0,69

 
1

Dit betreft kerncijfers uit het interactieve dashboard van het CBS en maakt onderdeel uit van het AZW-programma

2

Dit betreft het cijfer over het 1e kwartaal van 2026

Opdrachten

Voor het instrument opdrachten is in 2027 € 5,9 miljoen beschikbaar gesteld.

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Kennisontwikkeling arbeidsmarkt en houdbaarheid van de zorg

Er worden middelen ingezet voor de ontwikkeling van kennis en expertise op het terrein van de zorg, voor beleid en de praktijk. Daarbij gaat het onder meer om het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg En Welzijn (AZW) en om onderzoeken ten behoeve van de houdbaarheid van de zorg.

Bijdrage aan agentschappen

Voor het instrument bijdrage aan agentschappen is in 2027 € 17 miljoen beschikbaar gesteld.

Overig

CIBG

Het CIBG is verantwoordelijk voor het beheer van het BIG-register, de uitvoering van diverse besluiten en regelingen met betrekking tot de uitoefening van medische beroepen op de BES eilanden, de erkenning van buitenlandse diploma’s en toezicht en handhaving WNT en informatieverstrekking hieromtrent. In totaal is voor deze taken in 2027 circa € 16,6 miljoen gereserveerd.

RIVM

Voor opdrachten aan het RIVM in het kader van (internationaal vergelijkend) onderzoek naar de (kosten van) zorg en duurzaamheid in de zorg is in 2027 circa € 0,4 miljoen beschikbaar.

Bijdrage aan ZBO's / RWT's

Voor het instrument bijdrage aan ZBO's/RWT's is in 2027 € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld.

Overig

CBS

Voor dataverzameling door het CBS in het kader van de Gezondheidsenquete, Sociale Samenhang & Welzijn en Belevingen is in 2027 in totaal € 1,5 miljoen beschikbaar

30. Informatiebeleid

Subsidies (regelingen)

Voor het instrument subsidies is in 2027 € 133,2 miljoen beschikbaar gesteld.

Informatiebeleid

De middelen uit het coalitieakkoord Rutte IV voor standaardisatie gegevenswisseling worden overgeheveld naar de VWS begroting. Grotendeels worden deze ingezet voor dossier Landelijk Dekkend Netwerk. Hiervoor is in 2027 voor € 64,2 miljoen beschikbaar ten behoeve van een veilig communicatienetwerk en de inrichting van de data-en integratielaag.

Voor het ontsluiten van informatie voor de patiënt, cliënt of burger wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Vanuit een tijdelijke impuls is hiervoor in 2027 € 31,3 miljoen en in 2028 € 7,1 miljoen beschikbaar voor inzet van Stichting MedMij en ondersteuning van zorgaanbieders.

Om de zorgsector te ondersteunen bij de efficiënte inzet van standaarden en informatie, analyseert en duidt het Nationaal ICT Instituut in de Zorg (Nictiz) ontwikkelingen in het gebruik van ICT in de zorg. Ook fungeert Nictiz als nationaal en internationaal kennis- en expertisecentrum.

Opdrachten

Voor het instrument opdrachten is in 2027 € 130,5 miljoen beschikbaar gesteld.

Informatiebeleid

Voor de versnelling standaardisatie gegevensuitwisseling is voor het realiseren van de projecten (waaronder Landelijk Dekkend Netwerk, Generieke Functies, EHDS, PGO) € 77,6 miljoen in 2027 beschikbaar. Daarnaast zijn de middelen uit het coalitieakkoord Rutte IV voor standaardisatie gegevenswisseling overgeheveld naar de VWS begroting, wat resulteert in een ophoging van € 46,6 miljoen in 2027.

Daarnaast is in 2027 € 6,3 miljoen beschikbaar voor onder andere vastlegging van nationale afspraken in NEN-normen; implementatie en opschalen van passende AI-toepassingen (De Europese Commissie stelt veilige en verantwoorde AI voor burgers centraal); het ondersteunen van het veld met de aanscherping van de wettelijk verplichte informatiebeveiligingsnormen; en inzet om meer duidelijkheid te bieden over grondslagen voor gegevensuitwisseling.

In totaal is er in 2027 € 130,5 miljoen beschikbaar gesteld.

Bijdrage aan agentschappen

Voor het instrument bijdrage aan agentschappen is in 2027 € 30,3 miljoen beschikbaar gesteld.

Informatiebeleid

Jaarlijks is er een bijdrage voor het CIBG ten behoeve van de Sectorale Berichtenvoorziening in de zorg (SBV-Z), het UZI-register en het Nationaal Contactpunt voor e-Health Nederland (NCPeH). Ook zijn er middelen beschikbaar gesteld voor het toekomstbestendig maken van de UZI-middelen en DIAZ (ontwikkeling en beheer).

Veilig inloggen door burgers en zorgverleners is een belangrijke randvoorwaarde voor veilige digitalisering (Wet digitale overheid). In 2027 wordt er budget beschikbaar voor het verder ontwikkelen, implementeren en stimuleren van het gebruik van veilige identificatie en authenticatie in de zorg (DEZI).

TVS - Programma Toegang (wet Digitale Overheid en de Europese verordening eIDAS) stond op opdrachten en is nu meerjarig overgeboekt naar Agentschappen (BAG).

In totaal is er in 2027 € 30,3 miljoen beschikbaar gesteld.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Voor het instrument bijdragen aan ZBO/RWT's is in 2027 € 11,1 miljoen beschikbaar gesteld.

Overige

Z-CERT is de sectorale organisatie die zich inzet voor informatiebeveiliging in de zorg. Z-CERT zal als rechtspersoon met een wettelijke taak (RWT) de implementatie van Cyberbeveiligingswet (Cbw) ter hand nemen. Hiervoor is structureel € 10,4 miljoen beschikbaar voor de ondersteuning van digitale en fysieke weerbaarheid in de zorgsector.

40. Inrichting zorgstelsel

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Voor het instrument bijdrage aan ZBO's/RWT's is in 2027 € 238,1 miljoen beschikbaar gesteld.

CAK

Het CAK voert diverse wettelijke taken uit, waaronder het betalen van gelden aan zorginstellingen voor langdurige zorg, het opleggen, innen en incasseren van de eigen bijdragen voor de Wlz en de Wmo, de uitvoering van de burgerregelingen (waaronder de regelingen voor de wanbetalers, de gemoedsbezwaarden en de onverzekerden), de buitenlandtaak, de uitvoering van de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden, de vergoeding van zorg aan onverzekerbare vreemdelingen en het verstrekken van Schengen- en Engelstalige verklaringen. In de afgelopen jaren heeft het CAK haar organisatiestructuur aangepast en is zij gestart met een meerjarige veranderopgave om haar uitvoering te verbeteren.

In 2027 is € 147 miljoen beschikbaar voor het CAK.

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

De NZa ziet toe op een rechtmatige uitvoering van de Zvw en de Wlz en reguleert tarieven en prestaties in de zorg. Tevens ziet zij toe op naleving van de Wmg. Inclusief de per 1 januari 2026 overgegane taken van de (inmiddels opgeheven) Jeugdautoriteit voor onderzoek naar de beschikbaarheid van jeugdzorg, vroegsignalering van risico’s voor een toereikend aanbod van specialistische jeugdzorg en toezicht op een transparante financiële bedrijfsvoering en openbare jaarverantwoording (€ 4,6 miljoen) bedraagt het totale beschikbare budget in 2027 € 85,4 miljoen.

50. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Subsidies (regelingen)

Voor het instrument subsidies is in 2027 € 6,8 miljoen beschikbaar gesteld.

Algemeen

Voor de uitvoering van jeugdzorg en activiteiten in het kader van het sport- en preventieakkoord is een subsidiebudget begroot van € 6,8 miljoen in 2027 aflopend tot structureel € 5,7 miljoen vanaf 2031

Bekostiging

Voor het instrument bekostiging is in 2027 € 210,5 miljoen beschikbaar gesteld.

Jeugd, Welzijn en Sport

Voor de uitvoering van tweedelijns jeugdzorg (inclusief pleegzorg), maatschappelijk ondersteuning, preventie en sport is een budget van € 4,6 miljoen begroot.

Zorg

Voor de zorg die voortvloeit uit het Besluit Zorgverzekering BES wordt € 204,1 miljoen ingezet. Daarnaast is een budget van € 1,8 miljoen beschikbaar voor de standaardisatie van gegevensuitwisseling in de zorg.

In totaal is er een budget van € 205,9 miljoen beschikbaar in 2027.

Opdrachten

Voor het instrument opdrachten is in 2027 € 10,8 miljoen beschikbaar gesteld.

Zorg

Voor de zorg op de BES-eilanden is een opdrachtenbudget van in totaal € 9,8 miljoen begroot. Hiervan is € 2,5 miljoen bedoeld voor het versterken van de pandemische paraatheid op de BES-eilanden, namelijk voor de regionale International Health Regulations hub (IHR-hub). De IHR-hub heeft als doel de publieke gezondheidszorg en infectieziektebestrijding in het Caribisch deel van het Koninkrijk te versterken en de expertise en innovatie kracht in de regio te vergroten. Daarnaast is € 0,5 miljoen begroot voor het versterken van de weerbaarheid binnen de zorgsector.

Verder is een budget van € 3 miljoen beschikbaar voor de standaardisatie van gegevensuitwisseling in de zorg.

Tot slot is in 2027 € 3,8 miljoen begroot voor diverse kleine posten zoals beleidsontwikkeling en onderzoeken.

Welzijn

Voor opdrachten in het sociaal domein is in 2027 een budget van € 1 miljoen gereserveerd. Deze middelen worden onder meer ingezet ter bestrijding van Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, voor sport, publieke gezondheid en preventie.

Bijdrage aan medeoverheden

Voor het instrument bijdragen aan medeoverheden is in 2027 € 14,2 miljoen beschikbaar gesteld.

Overige

VWS verstrekt jaarlijks bijzondere uitkeringen aan de openbare lichamen op basis van artikel 92 lid 2 sub c Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Deze uitkeringen zijn bestemd voor de opbouw en uitvoering van verschillende activiteiten op het VWS domein, zoals het bestrijden van Huiselijk geweld en Kindermishandeling, voor Publieke Gezondheid en preventie. In 2027 is hiervoor € 4,2 miljoen beschikbaar. Verder is een budget van € 4,8 miljoen gereserveerd voor sport en voor het creëren van naschools activiteitenaanbod in Caribisch Nederland. Daarnaast wordt in 2027 € 0,7 miljoen ingezet voor het versterken van de GGD’en in Caribisch Nederland.

CA 29 Jeugd en school

Voor gratis schoolfruit op het primair en voortgezet onderwijs is er een budget van structureel € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld.

CA 31 Versterken wijken en buurten

Voor het versterken wijken en buurten in Caribisch Nederland is een incidenteel budget van € 2 miljoen per jaar beschikbaar gesteld in de periode 2027 tot en met 2029.

Ontvangsten

Voor 2027 worden de totale ontvangsten op dit artikel geraamd op € 13,1 miljoen. De ontvangsten hebben hoofdzakelijk betrekking op afrekening van eerder verstrekte subsidievoorschotten en eerder verstrekte bijdragen aan agentschappen en ZBO's/RWT's.

31

Kamerstukken II 2025/26, 29282, nr. 615.

32

Kamerstukken II 2025/26, 28 828, nr. 163

3.5 Artikel 5 Jeugd

Kinderen in Nederland moeten gezond en veilig kunnen opgroeien.

Ouders/verzorgers zijn verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Als ouders, met waar nodig hulp van hun ondersteunende sociale netwerk, dat niet of niet alleen kunnen, is er een taak weggelegd voor de overheid om jeugdigen met hulp op maat naar een zelfstandige toekomst te begeleiden. Kinderen wiens veiligheid in het geding is of die in hun ontwikkeling worden bedreigd, moeten passende bescherming krijgen.

Met de invoering van de Jeugdwet op 1 januari 2015 zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. De ministers van VWS en Justitie en Veiligheid (JenV) zijn verantwoordelijk voor het gedecentraliseerde stelsel van jeugdzorg, waaronder het wettelijk kader (de Jeugdwet).

De minister is verantwoordelijk voor:

  • Regisseren: van het wettelijk kader. De Jeugdwet bevat regels voor de inrichting van het jeugdstelsel waaraan gemeenten, jeugdhulpaanbieders en andere betrokken partijen moeten voldoen. Onder andere is dit op het gebied van toegang, kwaliteit en beleidsinformatie. De minister voert bestuurlijk overleg met de relevante actoren gericht op het realiseren van de maatschappelijke doelen van het jeugdstelsel. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie van Justitie en Veiligheid (JenV) zijn verantwoordelijk voor onafhankelijk toezicht op kwaliteit en veiligheid van de hulp geboden door jeugdhulpaanbieders en van de inzet door gecerticificeerde instellingen. De NZA houdt toezicht op de wettelijke bepalingen die zien op een transparante financiële bedrijfsvoering en heeft een onderzoekende en signalerende rol op de ontwikkeling van de beschikbaarheid van jeugdzorg en het vroegtijdig in beeld brengen van mogelijke beschikbaarheidsrisico’s zodat deze nog kunnen worden afgewend of zo snel mogelijk opgelost. De minister is bovendien verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de werking van het jeugdstelsel.

  • Financieren: van de gemeenten via het gemeentefonds en uitkeringen om hun verantwoordelijkheid voor jeugdhulp op grond van de Jeugdwet waar te kunnen maken. Daarnaast ook het uitvoeren van diverse subsidies om jeugdzorg te voorkomen of betere hulp te organiseren voor de meest kwetsbare kinderen.

  • Stimuleren: de minister werkt integraal samen binnen de Rijksoverheid en met partijen aan het gezond en veilig opgroeien van kinderen en jongeren en het voorkomen van jeugdzorg en het bevorderen dat de jeugdhulp kwalitatief goed, tijdig en passend is voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen. Daarnaast zorgt de minister voor verbetering van de samenhang tussen beleid en uitvoering van jeugdzorg binnen het bredere kader van het sociaal domein. Als laatste zorgt hij voor een landelijke kennisinfrastructuur voor beleidsontwikkeling en implementatie.

In juni 2023 hebben jongeren- en cliëntenorganisaties, gemeenten, aanbieders, professionals en het Rijk de Hervormingsagenda Jeugd ondertekend. Daarmee wordt gestimuleerd dat jongeren weerbaar opgroeien, dat jongeren en ouders in een kwetsbare positie tijdige, passende jeugdzorg ontvangen, en wordt gewerkt aan een houdbaar stelsel. Naast deze inhoudelijke verbeteringen is aan de Hervormingsagenda ook een structurele besparingsopgave gekoppeld, oplopend tot circa € 1,5 miljard (vanaf 2028).

De implementatie van de Hervormingsagenda is in volle gang. Er wordt stevig ingezet op het verbeteren van het inzicht in de werking van het stelsel en strakker gestuurd op de voortgang van de Hervormingsagenda Jeugd. Mede op basis van het waardevolle advies van de Deskundigencommissie is gekozen voor de volgende vijf lijnen om op te sturen (routekaart):

  • 1. We faciliteren en ondersteunen een sterke sociaal-pedagogische basis;

  • 2. We creëren stevige lokale teams die zelf hulp bieden;

  • 3. We dringen het gebruik van aanvullende jeugdhulp terug;

  • 4. We zorgen voor minder uithuisplaatsingen en minder gesloten jeugdhulp;

  • 5. We verbeteren de kwaliteit van de jeugdzorg.

Deze vijf lijnen zijn geen nieuwe doelstellingen: het gaat om aanscherping, concretisering en intensivering van de acties uit de Hervormingsagenda waarvan we verwachten dat ze – in samenhang – het meest (kunnen) bijdragen aan de transformatie in het jeugddomein. Op basis van in 2026 geformuleerde indicatoren in de routekaart wordt de voortgang op de verschillende lijnen van de Hervormingsagenda zorgvuldig gevolgd en waar nodig bijgestuurd. Daarnaast wordt stevig doorgewerkt aan een centrale monitor van het jeugdstelsel en het verbeteren van de beschikbaarheid en kwaliteit van data.

In 2026 is ingezet op de doorontwikkeling van stevige lokale teams die de toegang tot hulp verbeteren en zelf (integrale) hulp bieden. Zo is begin 2026 het convenant hierover ondertekend. Het wetsvoorstel Reikwijdte, waarin hun positie is verankerd, is begin 2026 in internetconsultatie gebracht.

Om de transformatie van de gesloten jeugdhulp te versnellen hebben de ministeries van VWS, JenV en OCW met gemeenten en aanbieders bestuurlijke afspraken gemaakt en een plan van aanpak opgesteld. Om aan deze transformatie van de gesloten jeugdhulp een impuls te geven is er een regeling ter dekking van de frictiekosten in werking getreden. Daarnaast worden de landsdelen ondersteund in deze transformatie. Voor de regeling en de ondersteuning is circa € 180 miljoen beschikbaar. Onderdeel hiervan is een landelijk ondersteuningsprogramma voor gemeenten en aanbieders.

In 2025 is het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg in de Tweede Kamer aangenomen. De aangewezen jeugdhulpregio’s moeten in 2026 aan de slag met de implementatie van deze wet. Per 1 januari 2027 moeten zij voldoen aan de regels rond regionale samenwerking en beschikken over een Gemeenschappelijke Regeling en regiovisie die voldoet aan de eisen in de wet en lagere regelgeving. Lopende inkoopcontracten voor jeugdhulp mogen worden uitgediend.

Daarnaast hebben VNG en VWS afgesproken om in 2026 met elkaar te verkennen op welke manier de zorg en ondersteuning voor kwetsbare jongeren en gezinnen versterkt én beperkt kan worden om tot een houdbaar stelsel te komen. In 2027 zetten we verder in, op basis van de uitkomsten van deze verkenning en gezamenlijke besluitvorming hierover, op meer grip en sturing op het jeugdstelsel.

Opdracht eindrapport Deskundigencommissie 2027

De commissie van deskundigen (o.l.v. Tamara van Ark) zal in januari 2027 een zwaarwegend maatgevend advies uitbrengen aan de partijen van de Hervormingsagenda over de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen uit de Hervormingsagenda, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling. Daarin neemt zij ook de uitvoering van de intensivering van de Hervormingsagenda, en de aanvullende afspraken mee, zoals deze zijn gemaakt in de zogenoemde Routekaart. Daarnaast betrekt de commissie bij haar oordeel ook voorstellen hoe te komen tot een houdbaar stelsel. De aanhoudende stijging van de jeugdzorguitgaven zoals we die de afgelopen jaren hebben gezien is immers niet wenselijk noch houdbaar voor de toekomst. Besluitvorming over de opvolging van het advies loopt mee met de voorjaarsbesluitvorming in 2027.

Tabel 37 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Jeugd (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

234.354

217.146

155.405

138.494

113.806

113.230

110.736

         
 

Uitgaven

175.090

241.261

183.375

138.494

113.806

113.230

110.736

         

5.30

Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

175.090

241.261

183.375

138.494

113.806

113.230

110.736

 

Subsidies (regelingen)

85.724

86.640

86.508

78.894

79.358

78.838

76.352

 

Kennis en informatiebeleid

25.434

23.839

13.431

13.366

13.381

13.376

13.379

 

Jeugdbeleid

24.792

29.767

40.576

33.526

33.950

33.449

30.950

 

Jeugdstelsel

35.498

33.034

32.501

32.002

32.027

32.013

32.023

 

Opdrachten

3.449

10.579

9.726

5.706

5.839

5.838

5.838

 

Kennis en informatiebeleid

1.363

3.011

2.556

2.542

2.544

2.543

2.543

 

Jeugdbeleid

1.907

7.485

7.105

3.100

3.229

3.229

3.229

 

Jeugdstelsel

179

83

65

64

66

66

66

 

Bijdrage aan agentschappen

2.336

1.751

1.727

1.613

1.564

1.521

1.505

 

Overige

2.336

1.751

1.727

1.613

1.564

1.521

1.505

 

Bijdrage aan medeoverheden

83.581

142.027

85.151

52.019

26.783

26.771

26.779

 

Overige

83.581

142.027

85.151

52.019

26.783

26.771

26.779

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

264

263

262

262

262

262

 

Overige

0

264

263

262

262

262

262

         
 

Ontvangsten

6.730

2.515

2.515

2.515

2.515

2.515

2.515

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 38 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 5
 

2027

juridisch verplicht

46,2%

bestuurlijk gebonden

50,9%

beleidsmatig gereserveerd

2,9%

Subsidies

Van het beschikbare budget 2027 van € 87 miljoen is 63,9% juridisch verplicht en 36,1% bestuurlijk gebonden. Dit betreft aangegane verplichtingen voor instellingssubsidies en (meerjarige) projectsubsidies. Het betreft hier onder andere financiering van de schippersinternaten, het Nederlands jeugdinstituut, de Nationale jeugdraad, LOC, de Nederlandse vereniging pleeggezinnen, Kinderrechtencollectief, GGD GHOR, het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK), Kindertelefoon en Jeugdstem (voorheen bekend als Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ)). Daarnaast worden er ook een aantal projectsubsidies gefinancierd rondom de thema's kindermishandelingen huiselijk geweld, gepaste zorg, zorg voor de jeugd, jeugdzorg plus, pleegzorg, professionalisering en de hervormingsagenda.

Opdrachten

Van het beschikbare budget in 2027 van € 9,7 miljoen is 8,6% juridisch verplicht, 37,2% bestuurlijk gebonden en 54,2% beleidsmatig gereserveerd. Dit betreft onder andere de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld, professionalisering, vakmanschap, gepaste zorg, gezond opgroeien, Zo thuis mogelijk, kinderrechten en kennis- en informatiebeleid.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget van € 1,7 miljoen is 100% juridisch verplicht voor kosten die het CIBG maakt voor de uitvoering van de dienstverlening.

Bijdragen aan medeoverheden

Van het beschikbare bedrag van € 85,2 miljoen is 31,3% juridisch verplicht en 68,7% bestuurlijk gebonden. Het betreft hier de middelen voor de randvoorwaardelijke functies jeugdhulp ( de expertisenetwerken jeugdhulp, de academisch centrum kinder- en jeugdpsychiatrie en de plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp) en voor de transformatie gesloten jeugdhulp.

Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare bedrag van € 263 duizend is 100% juridisch verplicht. Het betreft hier budget ten behoeve van het ministerie van OCW voor de NICAM Kijkwijzer.

30. Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

Subsidies en opdrachten

Voor de instrumenten subsidies en opdrachten is in totaal voor 2027 € 87 miljoen beschikbaar gesteld.

Kennis en informatiebeleid

Er is circa € 16 miljoen beschikbaar voor opdrachten en subsidies. De middelen zijn onder andere beschikbaar voor het verzamelen van gegevens ten behoeve van beleidsinformatie jeugd door het CBS. Het CBS publiceert twee keer per jaar statistieken en rapportages over het jeugdhulpgebruik per gemeente. Op basis van de halfjaarlijkse rapportages wordt jaarlijks een aantal nadere onderzoeken uitgezet, om verschillende scores op het jeugdhulpgebruik bij gelijksoortige gemeenten te verklaren. Daarnaast wordt het CBS gevraagd om maatwerktabellen te maken. Maatwerktabellen leggen verbanden tussen cijfers en kunnen antwoorden geven op beleidsvragen. De Jeugdmonitor wordt eenmaal per jaar gepubliceerd om de situatie te laten zien van de jeugd aan de hand van maatschappelijke indicatoren die het brede jeugdveld bestrijken. De indicatoren zijn: wonen, school, werken, middelengebruik, politiecontacten en kindermishandeling. Tot slot werkt CBS sinds 2026 aan de data-infrastructuur van een centrale monitor van het jeugdstelsel, die cijfers zal laten zien over de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van jeugdzorg en de staat van de jeugd. Een eerste versie van de monitor wordt in najaar 2026 gepubliceerd en zal verder uitgebouwd worden op basis van de beschikbaarheid van data.

Daarnaast heeft het Nederlands Jeugdinstituut een publieke kennistaak voor het jeugdveld om actuele kennis over opgroeien te verzamelen, duiden en delen. De kennis verder onder de aandacht te brengen en te helpen om deze kennis te gebruiken. Hiervoor krijgt het Nederlands Jeugdinstituut jaarlijks een instellingssubsidie van circa € 10,8 miljoen om betrouwbare kennis over jeugd, vakmanschap en de organisatie van het jeugdveld aan eenieder en om niet aan te kunnen bieden.

Jeugdbeleid

Voor de opdrachten en subsidies is in totaal circa € 48,2 miljoen beschikbaar in 2027. Voor de verschillende onderdelen in de aanpak van kindermishandeling en het beschermen van kinderen en gezinnen is circa € 8,1 miljoen beschikbaar. Dit wordt ingezet middels subsidies en opdrachten.

Tabel 39 Jongeren met jeugdhulp , jeugdhulptrajecten
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025*

Jongeren met jeugdhulp12

        

Totaal jeugdhulp (PGB & natura)

417.765

430.990

423.400

459.140

466.980

481.260

482.740

469.065

         

Jongeren met jeugdhulp in natura34

        

Totaal jeugdhulp

410.875

424.665

416.740

453.200

461.870

476.415

478.655

465.265

Totaal jeugdhulp zonder verblijf

392.035

405.710

397.680

433.835

443.695

458.900

461.890

448.840

Totaal jeugdhulp met verblijf

42.770

43.345

42.470

45.580

43.630

43.015

41.775

39.190

         

Begonnen Jeugdhulptrajecten56

        

Totaal begonnen jeugdhulptrajecten

335.695

281.810

269.020

304.760

309.615

326.450

323.860

288.685

Herhaald beroep bij start traject

27,4%

28,5%

23,6%

26,1%

25,9%

25,5%

26,0%

26,8%

         

Beëindigde Jeugdhulptrajecten 78

        

trajecten voortijdig door cliënt beëindigd

3,8%

3,5%

3,5%

2,4%

2,6%

2,5%

2,2%

 
1

2

3

4

5

6

7

8

NB: trendbreuk tussen 2020-2021 door identificeren extra jeugdhulpaanbieders door CBSNB: % cijfers zijn berekend in Excel en niet te raadplegen via StatLine (daar staan alleen aantallen)NB: een jongere kan tegelijkertijd jeugdhulp met verblijf en zonder verblijf ontvangen*Voorlopige cijfers

Zorg voor de jeugd

In 2027 is circa € 38 miljoen gereserveerd voor subsidies en € 6,6 miljoen voor opdrachten. Onder dit budget wordt een aantal deelactiviteiten onderscheiden die onder andere bijdragen aan uitvoering van de Hervormingsagenda:

Oplossen en leren van complexe casuïstiek

Elke jeugdhulpregio heeft een regionaal expertteam (RET). De belangrijkste taken van het RET zijn:

  • Voor iedere jeugdige en het gezin uit de regio een passende oplossing met perspectief, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag;

  • Een bijdrage leveren aan een lerend jeugdstelsel door te leren van casuïstiek.

Met het wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is wettelijk vastgelegd dat elke jeugdhulpregio een dergelijk team moet organiseren (voor zover dit nog niet het geval is). Daarnaast zijn er acht bovenregionale Expertisenetwerken (BENs). Deze zijn tot stand gekomen via het amendement Klaver en Westerveld. De BENs zijn er om voor jeugdigen met complexe zorgvragen tot passende zorg te komen waar dat nog niet voldoende is gelukt. De BENs zorgen voor (door)ontwikkelen van de zorg en het zorglandschap doordat zij bijdragen aan het organiseren, stimuleren en faciliteren van (nieuw) zorgaanbod of initiatieven. Zij zorgen ervoor dat het jeugdzorgveld beter wordt in het oplossen van (complexe) zorgvragen door kennisontwikkeling en te leren van vastgelopen casuïstiek. Zij ondersteunen ook de RETs bij oplossingen voor jeugdigen waarvoor het lastig is tot passende zorg te komen.

Er is vanaf 2021 structureel geld beschikbaar voor de bovenregionale expertisenetwerken jeugdhulp. Vanaf 2026 is dit € 22,5 miljoen dat direct wordt uitgekeerd aan acht coördinerende gemeenten via de specifieke uitkering randvoorwaardelijke functies jeugdhulp. Er is € 1 miljoen beschikbaar voor de ondersteuning van de expertisenetwerken en de landelijke kennis-en leerfunctie. De middelen voor de specifieke uitkering zijn budgettair opgenomen onder het budget Bijdrage aan medeoverheden, en worden daar ook kort benoemd.

Uitvoering Hervormingsagenda

Een deel van de middelen die met de Hervormingsagenda aanvullend beschikbaar zijn gekomen worden via de VWS-begroting besteed aan de uitvoering van de Hervormingsagenda. Hierbij gaat het om maatregel specifieke investeringen van in totaal € 82,7 miljoen, waarvan:

  • € 13 miljoen voor Kwaliteit en Blijvend Leren

  • € 2 miljoen voor de uitvoering van maatregelen op het terrein van standaardisatie

  • € 67,7 miljoen voor de transformatie van residentiële jeugdhulp, inclusief gesloten Jeugdhulp. (een deel van dit budget (€ 58,5 miljoen) is opgenomen onder het instrument bijdrage aan medeoverheden)

Deze middelen worden in lijn met de met betrokken partijen gemaakte afspraken besteed, onder andere via de specifieke uitkering Transformatie Gesloten Jeugdhulp.

Daarnaast is er voor de overkoepelende uitvoering van de Hervormingsagenda € 9 miljoen per jaar beschikbaar gedurende de looptijd. Hierbij gaat het onder andere om de versterking van de slagkracht van de uitvoerende partijen betrokken bij de HA, zoals het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ), cliëntenorganisaties en het samenwerkingsverband professionals en de jeugdhulpaanbieders.

Overig

Verder is er voor de jaren 2027-2029 € 5 miljoen per jaar beschikbaar gesteld voor een pilot crisisteam Kindveiligheid. Bij acute, ernstige en complexe zaken van kindermishandeling zijn meerdere instanties en expertises nodig om direct adequaat op te treden. Samenwerking, het goed beleggen van verantwoordelijkheid en regie is essentieel voor snelle en zorgvuldige opvolging.

Jeugdstelsel

Er is in 2027 € 32,5 miljoen beschikbaar voor subsidies en € 0,1 miljoen voor opdrachten. Middels het beschikbare budget worden diverse activiteiten gefinancierd. Voor de opvang en verzorging van minderjarige kinderen van binnen schippers, kermisexploitanten en circusartiesten ontvangen internaten subsidie waarvoor circa € 15,7 miljoen jaarlijks beschikbaar is. Voor de wettelijke gecentraliseerde taak van de luisterlijn, de Kindertelefoon en Jeugdstem is in de begroting een bedrag van circa € 16,8 miljoen aan subsidiemiddelen beschikbaar.

Bijdrage aan medeoverheden

Voor het instrument bijdragen aan medeoverheden is in 2027 € 85,2 miljoen beschikbaar gesteld.

Overige

Er is in 2027 € 85,2 miljoen beschikbaar voor bijdragen aan medeoverheden, ten behoeve van diverse beleidsthema’s en doelen. Het betreft hier de middelen voor de randvoorwaardelijke functies jeugdhulp (de expertisenetwerken jeugdhulp, de academisch centrum kinder- en jeugdpsychiatrie en de plaatsingscoördinatie gesloten jeugdhulp) en voor de transformatie gesloten jeugdhulp.

Ontvangsten

De ontvangsten in 2027 betreffen voornamelijk middelen vanuit niet volledig uitgeputte subsidies. Deze ontvangsten worden voor 2027 geraamd op € 2,5 miljoen.

3.6 Artikel 6 Sport en bewegen

Een sportieve samenleving waarbij plezier in sport en bewegen belangrijk is, waarin voor iedereen passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden aanwezig zijn en topsport mensen inspireert en samenbrengt.

De minister is verantwoordelijk voor het landelijke sportbeleid. Sport en bewegen dragen in belangrijke mate bij aan een betere gezondheid, aan het verbeteren van leefbaarheid en veiligheid, sociale samenhang en integratie, aan het verbeteren van de schoolprestaties en het verminderen van schooluitval.

Daarnaast erkent de minister de intrinsieke waarde van sport en het belang van sportevenementen. Vanuit die verantwoordelijkheid vervult de minister de volgende rollen:

Stimuleren: van samenwerking tussen relevante partijen om op lokaal niveau sportmogelijkheden te bewerkstelligen, van bevorderen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

Financieren: van programma’s die bijdragen aan voor iedereen passende en veilige sport- en beweeginfrastructuur, van internationaal aansprekende sportevenementen, van topsport vanuit een gezamenlijke strategie met betrekking tot het zichtbaar maken en vergroten van de maatschappelijke waarde van topsport, van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

Regisseren: het bijeenbrengen van gemeenten, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en provincies om tot een gezamenlijke beleidsagenda te komen.

Werken vanuit maatschappelijke opgaven

De huidige inrichting van de sport- en beweegsector is hoofdzakelijk ontstaan vanuit de samenleving. Mensen bepalen daarbij zelf hun doelen, ambities en spelregels, gebaseerd op het recht tot vereniging. Sinds enkele decennia spelen ook ondernemende sportaanbieders een steeds grotere rol bij het organiseren van mogelijkheden om te sporten en bewegen. Tegelijkertijd neemt de druk op de sport- en beweegsector toe, o.a. door demografische veranderingen, individualisering en druk op de (openbare) ruimte. Een solide sport- en beweegsector is belangrijk om aan deze uitdagingen en maatschappelijke veranderingen het hoofd te bieden.

In 2027 wordt ingezet op het bevorderen van een toegankelijk, veilig en toekomstbestendig sportstelsel. We stimuleren een omgeving die uitnodigt tot bewegen en we vergroten de kansengelijkheid voor sport- en beweegdeelname. Daarnaast dragen we bij aan het creëren van voorwaarden voor de ontplooiing en het presteren van talenten en topsporters. Samen met partners bouwen we aan een sport- en beweegsector waarin sociale veiligheid en eerlijkheid vanzelfsprekend zijn en sport- en beweegmogelijkheden breed beschikbaar zijn. Op die manier dragen we bij aan het creëren van randvoorwaarden om de maatschappelijke waarde van sport en bewegen te maximaliseren.

Tabel 40 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Sport en bewegen (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

464.920

390.532

501.928

485.378

485.546

457.827

381.621

         
 

Uitgaven

452.969

414.132

503.603

485.378

485.546

467.027

459.021

         

6.40

Sport verenigt Nederland

452.969

414.132

503.603

485.378

485.546

467.027

459.021

 

Subsidies (regelingen)

225.560

188.162

232.165

213.298

213.550

209.242

204.445

 

Sportakkoord

137.883

125.393

135.909

144.077

144.087

139.779

134.982

 

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

73.140

49.626

78.805

51.272

51.447

51.447

51.447

 

Kennis en innovatie

14.537

13.143

17.451

17.949

18.016

18.016

18.016

 

Opdrachten

2.654

2.090

3.850

4.316

4.320

4.320

1.143

 

Sportakkoord

2.153

1.599

3.550

4.066

4.069

4.069

892

 

Kennis en innovatie

460

491

300

250

251

251

251

 

Overige

41

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

4.674

4.990

4.947

4.874

4.779

4.690

4.658

 

Dopingautoriteit

4.674

4.990

4.947

4.874

4.779

4.690

4.658

 

Bijdrage aan medeoverheden

219.440

218.317

262.068

262.317

262.315

183.088

183.088

 

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

219.440

218.317

0

0

0

183.088

183.088

 

Sportakkoord

0

0

262.068

262.317

262.315

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

556

500

500

500

500

500

500

 

Dopingbestrijding

556

500

500

500

500

500

500

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

85

73

73

73

82

65.187

65.187

 

Sportakkoord

85

73

73

73

82

65.187

65.187

         
 

Ontvangsten

143.680

48.168

10.432

9.630

9.532

9.532

9.532

         

Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de ‘Btw-vrijstelling sport’. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de paragraaf ‘Kwalitatieve achtergrond informatie per fiscale regeling’ in de bijlage ‘Fiscale regelingen’ van de Miljoenennota.

Budgetflexibiliteit

Tabel 41 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 6
 

2027

juridisch verplicht

88,8%

bestuurlijk gebonden

10,7%

beleidsmatig gereserveerd

0,5%

SubsidiesVan het beschikbare budget voor 2027 van € 232,2 miljoen is 99,1% juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden in verband met de aangegane verplichtingen voor instellingssubsidies en (meerjarige) projectsubsidies. Het betreft onder meer de instellingssubsidies aan NOC*NSF, het Instituut Sportrechtspraak, het Kenniscentrum sport, Mulier Instituut en de Koningspelen. Bij de projectsubsidies betreft het onder meer de subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties, de subsidieregeling topsportevenementen, subsidies voor kansengelijkheid, bewegen, en veilige sport en een subsidie voor het Stipendium en Kostenvergoeding voor Topsporters.

OpdrachtenVan het beschikbare budget voor 2027 van € 3,9 miljoen is 89,7% juridisch verplicht. Dit betreft onder andere de vervoersregeling voor sporters met een beperking en verduurzaming.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s Van het beschikbare budget voor 2027 van € 4,9 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de bijdrage aan de Dopingautoriteit en de commissie voor beroep en bezwaar.

Bijdragen aan medeoverhedenVan het beschikbare budget voor 2027 van € 262,1 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de Specifieke Uitkering (SPUK) Stimulering Sport voor investeringen in sportinfrastructuur en de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC) om professionals zoals buurtsportcoaches in te zetten.

Bijdragen aan (inter)nationale organisatiesVan het beschikbare budget voor 2027 van € 500 duizend is 100% bestuurlijk gebonden in verband met een bijdrage aan de World Anti-Doping Agency (WADA) en UNESCO.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken Van het beschikbare budget voor 2027 van € 73 duizend is 100% bestuurlijk gebonden in verband met een bijdrage voortvloeiend uit de European Partial Agreement in Sports (EPAS).

In de budgettaire tabel staat bij een aantal instrumenten nog de term «Sportakkoord» vermeld terwijl het beleid vanuit de maatschappelijke opgaven is vormgegeven. Het gebruik van de term Sportakkoord is een gevolg van onderliggende administratieve codering.

40. Sport verenigt Nederland

Subsidies en opdrachten

Voor de instrumenten subsidies en opdrachten is in totaal voor 2027 circa € 236 miljoen beschikbaar gesteld.

CA 30 Sport

Voor sport wordt € 41 miljoen structureel gereserveerd. We investeren onder meer in renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties, onder andere door verhoging van het budget voor de BOSA.

Maatschappelijke opgaven Sport en BewegenSport en bewegen zijn van grote maatschappelijke waarde. Mensen die voldoende sporten en bewegen hebben minder kans op gezondheidsklachten. Deze mensen zijn over het algemeen niet alleen lichamelijk en mentaal fitter, zij hebben ook minder kans op depressie en hart- en vaatziekten, diabetes en bepaalde soorten kanker. Sport en bewegen verbeteren zodoende de kwaliteit van leven.

Daarnaast volgen en beleven veel Nederlanders (top)sport. Sport is daardoor een maatschappelijk bindmiddel dat mensen bij elkaar brengt en bijdraagt aan de sociale cohesie. Bovendien kan sport en bewegen worden ingezet bij maatschappelijke vraagstukken zoals het tegengaan van eenzaamheid, het bevorderen van weerbaarheid en integratie en re-integratie.

In 2027 zet VWS via subsidies (€ 232,2 miljoen) en opdrachten (€ 3,9 miljoen) in op de ambities om de sport- en beweegsector verder te versterken, de kansengelijkheid om mee te doen met sport te vergroten en daarnaast het bewegen in het dagelijks leven te bevorderen. Het gaat hierbij om:

Programma's en projecten gericht op versterken van het sportstelsel, op professionalisering, (financiële) toegankelijkheid en kansengelijkheid en een (sociaal) veilige en eerlijke sportWe versterken het sportstelsel gericht op de continuering en bevordering van een divers, samenhangend en veerkrachtig sportsysteem van infrastructuur, ruimte, menskracht en samenwerking. Dat doen we onder andere door te investeren in een toekomstbestendige infrastructuur voor sportaccommodaties en ruimte voor sport en bewegen. Om de menskracht te versterken herijken we komend jaar de Brede Regeling Combinatiefuncties. Om sportverenigingen toekomstbestendig te houden investeren we in clubondersteuning door een landelijk dekkend netwerk van sport- en beweegloketten in te richten en te versterken. Om het fundament van sport op orde te houden investeren we in de uitvoeringskracht bij sportbonden, zodat de sportsector in staat blijft om passend sportaanbod te organiseren en bekwaam sportkader op te leiden in een veranderende samenleving.

Ondanks alle (beleids)inspanningen om de verschillen in sport- en beweeggedrag naar sociaaleconomische status te verkleinen, is de ongelijkheid de afgelopen twintig jaar toegenomen. Op basis van verschillende onderzoeken is bekend dat mensen met lage inkomens/ vmbo en mbo opleiding minder vaak sporten dan mensen met hoge inkomens / havo en vwo opleiding. Het streven is dat mensen die wel willen sporten en bewegen deze kans en mogelijkheid krijgen en hierdoor actief deel kunnen nemen aan de samenleving, wat bijdraagt aan hun fysieke en mentale gezondheid, sociale contacten en zelfvertrouwen. Om dit te bereiken wordt samengewerkt met verschillende maatschappelijke organisaties en met de Jeugdfonds Sport en Cultuur en het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Daarnaast lopen er pilots in drie gemeenten om de mogelijke effecten van een sportpas voor de jeugd van 12 tot 23 jaar in kaart te brengen.

Een (sociaal) veilige en eerlijke sportomgeving is essentieel voor iedereen om met plezier te kunnen sporten. Het realiseren van een sociaal veilige sport en het zo veel als mogelijk voorkomen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag, waaronder racisme en discriminatie, seksueel, emotioneel en fysiek geweld vraagt om aandacht van iedereen. Hoewel de sport zelf primair verantwoordelijk is voor een veilige en integere sport, wil de overheid de sport versterken en ondersteunen. Zo wordt bijvoorbeeld ingezet op een goede infrastructuur voor het melden van integriteitsschendingen in de sport en opvolging daarvan met de totstandkoming van het wetsvoorstel Wet integere sport. Hiermee wordt onder meer een onafhankelijk integriteitscentrum, Integere Sport Nederland (ISN) ingesteld. Ook wordt gewerkt aan verdere professionalisering van het Instituut Sport Rechtspraak (ISR). Daarnaast stimuleert VWS dat sportaanbieders werken met de basiseisen sociale veiligheid en wordt de aanpak tegen discriminatie, racisme en antisemitisme in de sport voortgezet in 2027.

BewegenSamen met partners zet VWS in op het stimuleren en agenderen van één extra beweegmoment per week. Dit heeft een grote positieve bijdrage aan de gezondheid van Nederlanders. Om bewegen door de dag vanzelfsprekend te maken, wordt de focus hierbij gelegd op beweegvormen die het meest eenvoudig in de dagelijkse structuur van Nederlanders passen, namelijk wandelen, fietsen en buitenspelen. Dit betekent dat VWS blijft inzetten op een leefomgeving die uitnodigt om te sporten, te bewegen en buiten te spelen. Dit sluit aan bij de visie dat voor daadwerkelijke gedragsverandering, naast voldoende tijd, ook een bredere benadering vanuit verschillende beleidsdomeinen noodzakelijk is.

Ook wordt het gebruik van erkende interventies gestimuleerd, zodat organisaties en gemeenten die meer bewegen willen stimuleren, weten welke aanpakken effectief zijn. Bijvoorbeeld door te zorgen dat meer interventies die gericht zijn op duurzaam sport- en beweeggedrag minimaal de erkenning ‘goed onderbouwd’ krijgen.

Tabel 42 Zitgedrag1, bewegingsgedrag2 en wekelijks sporten3
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Zitgedrag (uren)

Leeftijd

         

4 t/m 11 jaar

7,3

-

7

-

7,2

-

7,3

-

7,3

12 t/m 17 jaar

10,1

-

9,6

-

9,7

-

10,4

-

10,1

18 t/m 64 jaar

9,4

-

9,3

-

9,6

-

9,7

-

9,6

65 jaar en ouder

8,1

-

8,2

-

8,4

-

8,3

-

8,7

          

Geslacht

Mannen/jongens

9,2

-

9

-

9,3

-

9,3

-

9,3

Vrouwen/meisjes

8,8

-

8,8

-

8,9

-

9

-

9,1

          

Opleidingsniveau

Basisonderwijs, vmbo, mbo1

8,2

-

8,2

-

8,4

-

8,2

-

8,5

Havo, vwo, mbo 2-4

9

-

8,9

-

9,2

-

9

-

9,6

Hbo, wo

9,7

-

9,6

-

9,7

-

10

-

10

          

Voldoet aan de beweegrichtlijn (%)

Leeftijd

         

4 t/m 11 jaar

55,5

55,4

55,9

60,7

62,3

56,8

60,4

61,5

60,3

12 t/m 17 jaar

31

33,9

40,5

41,2

36

33

39,3

41,5

41,3

18 t/m 64 jaar

50

50,1

51,7

56,3

48

45,8

45,4

47,1

47,8

65 jaar en ouder

36,6

37

40,3

41,9

42,3

38,2

39,8

38,9

41,1

          

Geslacht

Vanaf 4 jaar Mannen/Jongens

48

49,2

51,1

55,1

49,2

45,8

47,7

49,4

49,7

Vanaf 4 jaar Vrouwen/Meisjes

45,1

44,5

47

50,4

45,2

42,9

42,5

43

44,3

Vanaf 12 jaar Mannen/Jongens

47,1

48,1

50,6

54

47,7

44,3

45,8

47,9

48,5

Vanaf 12 jaar Vrouwen/Meisjes

44,2

43,9

46,2

49,9

43,9

42

41,6

41,7

43,1

          

Opleidingsniveau

Basisonderwijs, vmbo, mbo1

35,3

34,3

36,4

38,8

38,3

34,9

32,9

32,8

32,6

Havo, vwo, mbo 2-4

45,7

45,5

47,8

52,1

44,3

43,3

40,4

43,7

43,3

Hbo, wo

54,8

56,5

56,5

62

53,1

49

51

51,3

53,1

          

Sport wekelijks (%)

Leeftijd

         

4 t/m 11 jaar

63,3

60

63,2

64,5

60,3

58,4

61,8

64,4

63,5

12 t/m 17 jaar

75,3

75

71,3

69,9

74,3

72,1

75,7

72,5

75,5

18 t/m 64 jaar

56

54,9

56

56,9

56,1

54,3

57,5

59,1

61,3

65 jaar en ouder

38,1

36,7

35,4

37,8

37,3

38,5

39,9

40,2

41,2

          

Geslacht

         

Vanaf 4 jaar Mannen/Jongens

56,2

54,3

54,6

56

56

54,6

57

58,3

60,5

Vanaf 4 jaar Vrouwen/Meisjes

53,3

52,6

52,9

53,5

52,1

50,8

54,3

55

56

Vanaf 12 jaar Mannen/Jongens

55,4

54,4

53,7

55,2

55,8

54

56,7

57,8

59,9

Vanaf 12 jaar Vrouwen/Meisjes

52,4

51,2

52

52,4

51,1

50,3

53,5

54

55,7

          

Opleidingsniveau

         

Basisonderwijs, vmbo, mbo1

31,9

30,2

29,6

29,7

30,4

30

31,6

31,3

32,4

Havo, vwo, mbo2-4

48

47,6

48,4

48,7

46,4

45,4

49,4

49,8

51,2

Hbo, wo

68,7

66,3

65,6

68,3

67

65,2

65,7

68,6

70,1

1

2

3

Maatschappelijke waarde van topsportTopsport kan vele Nederlanders op veel manieren inspireren. Topsport en topsportprestaties zijn van waarde voor de samenleving en deze waarde is in het landelijke topsportbeleid het centrale uitgangspunt. Met de sport, gemeenten en overheid wordt vanuit een gezamenlijke strategie gewerkt aan het zichtbaar maken en vergroten van de maatschappelijke waarde van topsport. VWS stelt middelen beschikbaar om de topsport in Nederland toekomstbestendig te houden, waarbij topsport op verantwoorde wijze wordt georganiseerd, er een breed palet aan waardevolle prestaties gestimuleerd wordt en meer mensen bereikt worden met de waarde van topsport. Een indicator voor bereik is het aandeel dat sportfan is via media.

Daarnaast stelt VWS via het Fonds voor de Topsporter middelen beschikbaar voor het uitkeren van een stipendium aan A- en High Potential topsporters die financieel gezien niet - via hun sport, dan wel op een andere manier - in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het Fonds voor de Topsporter zorgt daarnaast voor het uitkeren van kostenvergoedingen aan topsporters. Zo kunnen zij zich volledig richten op hun sportcarrière.

Het kabinet wil meer maatschappelijke waarde uit topsportevenementen halen door onder meer het bereik te vergroten en de evenementen verantwoord te organiseren33. Daarvoor werkt VWS nauw samen met sportbonden, provincies en gemeenten. Er wordt ingezet op een aantal concrete beleidsinstrumenten: het Coördinatie- en Informatiepunt Topsportevenementen, een onderzoeks- en innovatieprogramma, een Maatschappelijk activatieprogramma en een subsidieregeling voor de organisatie van topsportevenementen. Ook zijn middelen gereserveerd voor de bijdrage in de kosten van het organiseren van de Olympische Winterspelen 2030 in Thialf.

Tabel 43 Sportfan via media (%)1
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Sportfan via media (%)

        

Leeftijd

        

6 t/m 11 jaar

-

46

-

41

-

41

-

32

12 t/m 17 jaar

-

61

-

49

-

60

-

59

18 t/m 64 jaar

-

56

-

54

-

56

-

55

65 jaar en ouder

-

65

-

64

-

68

-

66

         

Geslacht

        

Mannen/jongens

-

70

-

65

-

70

-

68

Vrouwen/meisjes

-

45

-

44

-

46

-

45

1

Duurzame en toegankelijke sportaccommodatiesHet Rijk zet zich met gemeenten in, om investeringen in sportaccommodaties en sportmaterialen te ondersteunen. Dat gaat onder andere via de subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties. Amateursportorganisaties kunnen een subsidie aanvragen voor de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties of voor de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen. Hierbij is in 2027 een mogelijkheid tot een aanvullende subsidie voor investeringen in circulariteit, klimaatadaptatie en toegankelijkheid van sportaccommodaties.

Kennis en innovatie sportbeleidVWS bevordert kennis en innovatie in de sport- en beweegsector. Daarom investeert VWS in de ‘Missiegedreven Ontwikkeling van Onderzoek en Innovatie Sport en Bewegen’. De middelen worden ingezet in partnerschap met ZonMw en NOC*NSF. Er wordt binnen het programma geïnvesteerd in inhoudelijk onderzoek, implementatie en in de (bestaande) kennisinfrastructuur.

Ook investeert VWS in het bevorderen van sportinnovatie via het initiatief Sportinnovator. Sportinnovator jaagt innovaties aan die ervoor zorgen dat sporten en bewegen voor iedereen toegankelijk is. In Nederland is er inmiddels een sterk netwerk voor sportinnovatie.

Daarnaast wordt ingezet op het valideren van kansrijke sport- en beweeg-interventies en op het borgen en verspreiden van beschikbare kennis via het Kenniscentrum Sport en Bewegen.

Het Mulier Instituut, het RIVM en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) krijgen subsidie en opdrachten om de monitoring van sportbeleid uit te voeren. RIVM coördineert namens VWS de kernindicatoren sport en bewegen. Zowel Mulier Instituut als het RIVM zijn verantwoordelijk voor verschillende beleidsmonitors op de Strategische Evaluatie Agenda van VWS. Het Kenniscentrum Sport en Bewegen is de kennispartner die de resultaten van die monitoring breed ontsluit onder relevante partijen.

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

Voor het instrument bijdragen aan ZBO's/RWT's is in totaal voor 2027 € 4,9 miljoen beschikbaar gesteld.

DopingautoriteitVoor het tegengaan van dopinggebruik wordt aan de Dopingautoriteit een bijdrage beschikbaar gesteld. Ook zijn middelen beschikbaar voor beroep- en bezwaarzaken. Hiervoor is € 4,9 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan medeoverheden

Voor het instrument bijdragen aan medeoverheden is in totaal voor 2027 € 262,1 miljoen beschikbaar gesteld.

Specifieke uitkering Sport en Bewegen De Specifieke Uitkering (SPUK) Stimulering Sport wordt ingezet voor investeringen in sportinfrastructuur. De SPUK Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC) wordt door gemeenten benut om professionals (zoals onder andere buurtsportcoaches) in te zetten om sport, bewegen en cultuur structureel te verbinden met andere sectoren, zoals onderwijs, zorg en welzijn. Met het samenvoegen van de twee SPUK's tot een nieuwe SPUK Sport en Bewegen wordt een aanzet gedaan om de onderliggende thema's (bemensing en infrastructuur) op lokaal niveau meer in samenhang te organiseren. In totaal is hiervoor in 2027 maximaal € 262,1 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Voor het instrument bijdragen aan (inter) nationale organisaties is in totaal voor 2027 € 0,5 miljoen beschikbaar gesteld.

DopingbestrijdingJaarlijks wordt een bijdrage beschikbaar gesteld voor de kosten die de WADA aan de deelnemende landen doorberekend. Daarnaast vindt een contributie aan het «Anti-doping Fund» van UNESCO plaats. In totaal is € 0,5 miljoen beschikbaar.

Ontvangsten

De ontvangsten in 2027 betreffen terugbetalingen door gemeenten als gevolg van de vaststellingen op de ‘Regeling specifieke uitkering stimulering sport’ 2025. Daarnaast worden ontvangsten verwacht van niet volledig uitgeputte subsidies. In totaal worden de ontvangsten geraamd op € 10,4 miljoen.

33

Kamerstukken II 2020/2021, 30234 nr. 257

3.7 Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II

De zorg voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit de Tweede Wereldoorlog (WO II) is geborgd en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.

De Nationale Herdenking wordt nog altijd bijzonder belangrijk gevonden. 79% vindt de herdenking belangrijk of heel belangrijk, dit is niet gewijzigd ten opzichte van vorig jaar (2025: 80%). De meeste mensen hechten ook (veel) waarde aan Bevrijdingsdag, ook al is deze dag met 71% net iets minder belangrijk voor de Nederlandse bevolking dan de herdenking. Voor mensen die (zelf of via familie) te maken hebben gehad met vervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog vanwege een Joodse achtergrond is de Nationale Herdenking nog net iets belangrijker: 90% vindt de herdenking belangrijk, waarvan een groot deel zegt het heel belangrijk te vinden. Ook Bevrijdingsdag wordt binnen deze groep belangrijker gevonden ten opzichte van de rest van de bevolking: 82% vindt het vieren van de bevrijding op 5 mei (heel) belangrijk. Wanneer mensen in het monitoronderzoek wordt gevraagd of hun mening over de herdenking op 4 mei is veranderd het afgelopen jaar, geven de meeste aan dat deze onveranderd is (82%). Men geeft eerder aan de herdenking belangrijker te zijn gaan vinden (13%) dan minder belangrijk (5%). Redenen waarom men de herdenking belangrijker is gaan vinden hebben veelal betrekking op de actualiteit: de oorlogen die gaande zijn, toenemend antisemitisme. Mensen die de herdenking minder belangrijk zijn gaan vinden wijzen ook naar de actuele oorlogen: zij vinden dat het stilstaan bij de slachtoffers toch niets verandert, of hebben moeite met de houding van de overheid ten aanzien van de situatie in Gaza. Daarnaast vinden sommigen de Tweede Wereldoorlog te lang geleden.

Nationaal Vrijheidsonderzoek 2026

De minister is verantwoordelijk voor de continuïteit, kwaliteit, effectiviteit en toekomstgerichtheid van specifieke zorg en het stelsel van pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II. Het is belangrijk om de herinnering aan WO II levend te houden en te borgen dat blijvend betekenis kan worden gegeven aan het verhaal. De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren: van het blijvend betekenis laten houden aan de herinnering aan WO II.

Financieren: van begeleidende instellingen voor maatschappelijk werk en sociale dienstverlening aan erkende deelnemers aan het voormalig verzet en oorlogsgetroffenen, van instellingen die de herinnering aan de WO II levend houden.

Regisseren: het in stand houden en ondersteunen van een infrastructuur die het mogelijk maakt de zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II te garanderen en de herinnering aan WO II blijvend betekenis te laten houden, actueel houden van de wet- en regelgeving voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II.

Uitvoeren: opdrachtgever en toezichthouder van diverse ZBO’s en het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Backpay

Bij Voorjaarsnota 2025 heeft het toenmalig kabinet Schoof eenmalig geld gereserveerd in de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van een backpay voor weduwen van voormalig KNIL-militairen en ambtenaren in Nederlands-Indië. De onderhavige backpay-regeling voor weduwen en weduwnaars houdt verband met de Uitkeringsregeling Backpay uit 201534. Achtergrond van de backpay-kwestie is dat aan ambtenaren en militairen die in de Tweede Wereldoorlog ten tijde van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië/Indonesië, in dienst waren van het Nederlands-Indisch gouvernement, geen (volledig) salaris is uitbetaald. Conform planning is de verwachting dat in 2027 zal worden gestart met de uitvoering van de backpay-regeling voor weduwen.

Tabel 44 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnerring WO II (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

29.949

383.122

37.162

165.236

148.268

133.931

119.931

         
 

Uitgaven

205.873

216.203

204.081

165.236

148.268

133.931

119.931

         

7.10

De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeeln. en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WOII

27.444

40.718

39.466

31.882

32.404

32.477

32.477

 

Subsidies (regelingen)

27.019

40.284

39.047

31.463

31.984

32.057

32.057

 

Nationaal Comité

8.411

8.228

8.033

8.070

8.169

8.169

8.169

 

Nationale herinneringscentra

4.820

8.191

8.112

7.918

7.913

7.913

7.913

 

Herinnering Indisch Molukse Doelgroep

1.675

1.306

1.131

1.131

1.121

1.121

1.121

 

Zorg- en dienstverlening

6.260

6.665

6.745

7.045

6.832

6.385

6.769

 

Overige

5.853

15.894

15.026

7.299

7.949

8.469

8.085

 

Bekostiging

182

200

200

200

200

200

200

 

Overige

182

200

200

200

200

200

200

 

Opdrachten

154

135

120

120

121

121

121

 

Overige

154

135

120

120

121

121

121

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

89

99

99

99

99

99

99

 

Overige

89

99

99

99

99

99

99

7.20

Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeeln. en oorlogsgetroffenen WOII

178.429

175.485

164.615

133.354

115.864

101.454

87.454

 

Inkomensoverdrachten

168.422

165.014

154.613

123.470

106.006

91.630

77.630

 

Wetten/regelingen verzetsdeelnemers/oorlogsgetroffenen

168.422

165.014

154.613

123.470

106.006

91.630

77.630

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

10.007

10.471

10.002

9.884

9.858

9.824

9.824

 

Sociale Verzekeringsbank

10.007

10.044

9.663

9.663

9.664

9.664

9.664

 

Pensioen- en Uitkeringsraad

0

427

339

221

194

160

160

         
 

Ontvangsten

2.220

3.339

3.339

3.339

3.339

3.339

3.339

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 45 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 7
 

2027

juridisch verplicht

90,8%

bestuurlijk gebonden

8,7%

beleidsmatig gereserveerd

0,4%

Subsidies

Van het beschikbare budget van € 39 miljoen is 82,3% juridisch verplicht en 15,9% bestuurlijk gebonden. Het betreft de financiering van aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling VWS-subsidies. Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies die meerjarig kunnen zijn. 1,3% is beleidsmatig gereserveerd.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van € 200 duizend is 91,0% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van wachtgelden, de vervoerskosten en de niet op grond van een wettelijke regeling of ziektekostenregeling vergoede kosten van behandeling door stichting Centrum’45, inclusief de noodzakelijke verblijfskosten. 9,0% is vrij te besteden.

Opdrachten

Van het beschikbare budget van € 120 duizend is 31,8% juridisch verplicht en 68,2% beleidsmatig gereserveerd.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Van het beschikbare budget van € 99 duizend is 100% bestuurlijk verplicht. Het betreft de jaarlijkse bijdrage aan International Holocaust Remembrance Association.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget van € 154,6 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van de pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget van € 10 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdragen aan de SVB en de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR).

10. De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WO II

Subsidies

Voor het instrument subsidies is in totaal voor 2027 € 39 miljoen beschikbaar gesteld.

Nationaal Comité 4 en 5 mei

Het ministerie van VWS verleent in 2027 een instellingssubsidie van circa € 6,8 miljoen aan het Nationaal Comité voor met name de organisatie van de nationale herdenking op 4 mei en de viering op 5 mei. Ook de bijdrage van het ministerie van VWS aan de Bevrijdingsfestivals gaat vanuit dit budget. In totaal is er € 8 miljoen beschikbaar voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Nationale herinneringscentra

Het ministerie van VWS verleent instellingssubsidies (circa € 5 miljoen) aan de vijf nationale herinneringscentra: Kamp Vught, Kamp Westerbork, Kamp Amersfoort, het Indisch Herinneringscentrum en het Oranjehotel. Deze spelen een belangrijke rol bij de blijvende betekenis van en de collectieve herinnering aan WO II. Daarnaast verleent het ministerie van VWS instellingssubsdie (circa 1,7 miljoen) aan het Nationaal Holocaust Museum. De middelen voor de renovatie van het kampterrein van Kamp Westerbork zijn verplaatst en staan onder Overige.

Zorg- en dienstverlening

Na WO II is in Nederland voor de deelnemers aan het voormalig verzet en de oorlogsslachtoffers geleidelijk een stelsel van pensioenen, uitkeringen en hulp- en dienstverlening ontstaan. Dit komt voort uit de principes van ereschuld tegenover de deelnemers aan het voormalig verzet en bijzondere solidariteit tegenover de oorlogsslachtoffers. Het aantal voormalig verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen neemt gestaag af. Deze afname wordt enigszins geremd door de omstandigheid dat tweede generatie oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers via het convenant «Convenant Vindbaar en toereikende ondersteuning voor de tweede generatie oorlogsgetroffenen» in aanmerking komen voor ondersteuning. Gezien deze ontwikkelingen moeten ook de uitvoeringsorganisaties zich aanpassen. Het is belangrijk dat dit op een verantwoorde manier gebeurt, zodat continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening zijn gewaarborgd. Het ministerie van VWS begeleidt en faciliteert deze ontwikkeling. Om zorg- en dienstverlening (maatschappelijk werk, sociale dienstverlening) aan (erkende) verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen mogelijk te maken, worden onder andere subsidies (in totaal € 6,7 miljoen) verleend aan gespecialiseerde instellingen zoals Joods Maatschappelijk Werk, Stichting Arq en Nederlands Veteranen Instituut.

Overige

Dit betreft subsidies om de noodzakelijke samenhang en samenwerking aan te brengen in het educatieve/kennisaanbod, de digitalisering en het museale aanbod over WOII. In 2027 voert de stichting WO2Net activiteiten uit om deze samenhang te bevorderen en samenwerking te initiëren en te stimuleren (€ 2,1 miljoen). Aan het Nationaal Monument Kamp Westerbork wordt een subsidie verleend voor gastsprekers op scholen (€ 0,3 miljoen). Gastsprekers vertellen elk hun eigen verhaal over de WOII in Nederland of Nederlands-Indië, of over recente conflicten en vredesmissies. Tevens ontvangen de Anne Frank Stichting (€ 0,6 miljoen) en het Niod subsidie (€ 0,8 miljoen) voor het uitvoeren van educatieve activiteiten en verrichten van wetenschappelijk onderzoek over WOII. De middelen voor de renovatie van het kampterrein van Nationaal Monument Westerbork zijn naar dit budget verplaatst. Tot slot ontvangen diverse musea gerelateerd aan de herinnering van de Tweede Wereldoorlog subsidie vanuit dit budget. In totaal is er in 2027 € 15 miljoen beschikbaar.

20. Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II

Inkomensoverdrachten

Voor het instrument inkomensoverdrachten is in totaal voor 2027 € 154,6 miljoen beschikbaar gesteld.

Wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen

De wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen worden alleen nog bijgesteld als wijzigingen in aanpalende wetten dat noodzakelijk maken, bijvoorbeeld op het terrein van zorg en sociale zekerheid. In het kader van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit WO II (Wuv, Wubo en Wbp) worden onder andere tegemoetkomingen (inkomensafhankelijk) en vergoedingen (inkomensonafhankelijk) voor bijzondere voorzieningen toegekend als onderdeel van de totale uitkering. Het betreft met name uitgaven voor medische voorzieningen, huishoudelijke hulp, deelname maatschappelijk verkeer en overige voorzieningen zoals vervoer. Voor 2027 is voor de lopende wetten en regelingen € 138,3 miljoen beschikbaar, waarvan het merendeel voor de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (€ 86,6 miljoen). Voor de Wubo en de Wbp is in 2026 respectievelijk € 33,3 miljoen en € 12 miljoen beschikbaar. Daarnaast wordt er op het instrument inkomensoverdrachten € 11,5 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitbetaling en uitvoering van de beleidsregel backpay-uitkering weduwen en weduwnaars

Kengetal: Uitkeringen aan Oorlogsgetroffenen WO II op basis begroting SVB 2026 (bedragen x €1.000.000)

Bron: SVB Jaarplan en Begroting Zorg 2026 SVB

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Voor het instrument bijdragen aan ZBO's/RWT's is in totaal voor 2027 € 10 miljoen beschikbaar gesteld.

Sociale Verzekeringsbank (SVB) en Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)

Om pensioenen, uitkeringen en bijzondere voorzieningen te kunnen toekennen aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen, is in 2027 € 10 miljoen beschikbaar voor de SVB en de PUR.

Prestatie-indicator: percentage eerste aanvragen dat door de PUR en de SVB binnen de (verlengde) wettelijke termijn is afgehandeld.

Bron: Tertiaalverslag T2 2025 van de SVB

3.8 Artikel 8 Tegemoetkomingen en Rijksbijdragen

De zorg financieel toegankelijk houden.

De zorgtoeslag is een tegemoetkoming om de zorg die geleverd wordt via de Zvw financieel toegankelijk te maken. De hoogte van de zorgtoeslag is afhankelijk van het huishoudinkomen en van de standaardpremie. De standaardpremie is het gemiddelde van de nominale premies die de zorgverzekeraars in rekening brengen, vermeerderd met het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt. De Wet op de zorgtoeslag waarborgt dat niemand een groter deel van zijn inkomen aan standaardpremie hoeft te betalen dan wat aan de hand van de wet als aanvaardbaar wordt beschouwd. Het bedrag dat een huishouden geacht wordt aan zorg te betalen, de normpremie, wordt berekend als een percentage van het minimumloon plus een percentage van het inkomen van het huishouden dat het minimumloon te boven gaat. De hoogte van de zorgtoeslag is het verschil tussen de standaardpremie en de normpremie.

De Zorgverzekeringswet en de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) kennen rijksbijdragen ter medefinanciering van respectievelijk de zorgverzekering en de langdurige zorg.Voor de financiering van de zorgverzekeringspremie voor kinderen van 0 tot 18 jaar wordt een premievervangende rijksbijdrage gestort in het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). De langdurige zorg kent een specifieke rijksbijdrage aan het Fonds langdurige zorg (Flz) die compenseert voor premiederving door fiscale heffingskortingen. Daarnaast is er sprake van een algemene rijksbijdrage om de tekorten in het Flz aan te vullen die ontstaan doordat de Wlz-premie op een constant niveau wordt gehouden.

De minister is verantwoordelijk voor:

Financieren van de zorgtoeslag, inclusief het vaststellen van de hoogte van de zorgtoeslag en de vormgeving van het stelsel van wet- en regelgeving over de zorgtoeslag; Financieren van de tegemoetkoming specifieke zorgkosten voor personen die in de inkomstenbelasting hun uitgaven voor specifieke zorgkosten als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel kunnen inzetten;Financieren van de premievervangende rijksbijdrage voor kinderen van 0 tot 18 jaar aan het Zorgverzekeringsfonds;Financieren van de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) aan het Fonds langdurige zorg (Flz) ;Financieren van de rijksbijdrage Wlz aan het Fonds langdurige zorg (Flz).

Jaarlijks worden in september de percentages vastgelegd die de normpremie van het komende jaar bepalen. Voor 2027 zijn de percentages uitgekomen op 1,930% (zonder partner) en 4,307% (met partner) voor het inkomen tot aan het minimumloon en 13,76% (met of zonder partner) voor het inkomen boven het minimumloon. Het inkomen boven het minimumloon leidt daarmee tot 13,76% lagere zorgtoeslag. Deze percentages lopen tot 2040 conform besluitvorming uit 2010 jaarlijks iets op (Kamerstuk 32123-XVI-116).

Gegeven de geraamde standaardpremie van € 2.277 is de verwachte maximale zorgtoeslag in 2027 voor alleenstaanden € 1.680 en voor paren € 3.223. Ten opzichte van 2026 betreft dit voor alleenstaanden een stijging van € 130 en voor paren € 260. Het gaat hier om jaarbedragen. Het bedrag dat alleenstaanden met een minimuminkomen gemiddeld zelf geacht worden te betalen voor de nominale premie en het eigen risico bedraagt naar verwachting € 597.

Ter vereenvoudiging van het toeslagenstelsel zijn afgelopen jaren diverse aanpassingen gedaan aan het partnerbegrip (Fiscale verzamelwet 2025, art. VIII en Wet verbetermaatregelen toeslagen). Naast wat kleinere aanpassingen, is beoogd in 2027 het zogenoemde samengesteld gezin criterium af te schaffen (Wetsvoorstel vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen). Ter dekking van de extra uitgaven aan toeslagen wordt de vermogensgrens voor de zorgtoeslag en het kindgebondenbudget, die aan elkaar gelijk is, met ingang van 2027 met € 30.686 verlaagd. Vanaf 2028 is, zoals opgenomen in het coalitieakkoord, beoogd de vermogensgrens voor de zorgtoeslag te verlagen tot het heffingvrije vermogen.

Nabetalingen over uitkeringen kunnen leiden tot een piekinkomen in het jaar van de nabetaling. Dit piekinkomen kan zorgen voor lagere inkomensafhankelijke inkomensondersteuning en (hogere) terugvorderingen. Om deze ongewenste keteneffecten te verhelpen, is het kabinet voornemens om nabetalingen vanaf 2029 die na het kalenderjaar plaatsvinden waarop de nabetaling betrekking heeft niet langer mee te nemen in het toetsingsinkomen. Dit zorgt voor hogere uitkeringslasten bij verschillende inkomensafhankelijke regelingen, waaronder de zorgtoeslag. Ook leidt dit tot hogere uitvoeringskosten, inclusief implementatiekosten. Om deze maatregel te dekken is besloten om de verschillende toeslagen voor iedereen te verlagen. Voor de zorgtoeslag gaat dit in 2027 om ongeveer € 1,24 lagere zorgtoeslag per huishouden op jaarbasis. Dit bedrag loopt op tot ongeveer € 1,60 lagere zorgtoeslag per huishouden op jaarbasis in 2028. Dit is vormgegeven doordat bovenstaande normpercentages structureel met 0,004%-punt zijn verhoogd. In 2028 is dit in verband met de implementatiekosten eenmalig 0,005%-punt.

In het coalitieakkoord is opgenomen om per 2028 de regeling aftrek specifieke zorgkosten (ASZ) af te schaffen. Door afschaffing van de ASZ vervalt ook de tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ).

Tabel 46 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 Tegemoetkomingen en Rijksbijdragen (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

32.455.600

32.465.649

36.333.549

38.898.549

40.889.335

43.363.404

45.932.973

         
 

Uitgaven

27.926.800

31.543.149

33.198.749

36.264.049

39.042.635

41.174.504

43.588.573

         

8.10

Tegemoetkoming specifieke kosten

7.455.200

7.474.449

8.207.549

8.138.049

8.282.135

8.567.304

8.792.473

 

Inkomensoverdrachten

7.455.200

7.474.449

8.207.549

8.138.049

8.282.135

8.567.304

8.792.473

 

Zorgtoeslag

7.360.240

7.386.500

8.119.600

8.050.100

8.261.100

8.560.800

8.790.600

 

Tegemoetkoming specifieke kosten

94.960

87.949

87.949

87.949

21.035

6.504

1.873

8.40

Rijksbijdragen

20.471.600

24.068.700

24.991.200

28.126.000

30.760.500

32.607.200

34.796.100

 

Bekostiging

20.471.600

24.068.700

24.991.200

28.126.000

30.760.500

32.607.200

34.796.100

 

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds 18-

3.397.700

3.449.400

3.646.300

3.744.000

3.817.100

3.930.800

4.028.900

 

Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

6.073.900

6.269.300

6.094.900

6.232.000

6.343.400

6.476.400

6.617.200

 

Bijdrage Wlz

11.000.000

14.350.000

15.250.000

18.150.000

20.600.000

22.200.000

24.150.000

         
 

Ontvangsten

612.576

609.400

584.200

625.600

644.700

664.100

685.200

         

Extracomptabele fiscale regelingen

Aftrek specifieke zorgkosten (ASZ)

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regeling vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota.

Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de paragraaf ‘Kwalitatieve achtergrond informatie per fiscale regeling’ in de bijlage ‘Fiscale regelingen’.

Tabel 47 Fiscale regelingen 2025 ‒ 2027, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € 1 miljoen)
 

2025

2026

2027

Aftrek specifieke zorgkosten

351

351

359

Budgetflexibiliteit

Tabel 48 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 8
 

2027

juridisch verplicht

100%

Inkomensoverdrachten

Het budget van € 8,2 miljard is voor 100% juridisch verplicht, onder andere voor de Tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ) en de Zorgtoeslag.

Bekostiging

Het budget van € 25,0 miljard is voor 100% juridisch verplicht, onder andere voor de rijksbijdrage Wlz, de rijksbijdrage 18- en de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK).

1. Tegemoetkoming specifieke kosten

Inkomensoverdrachten

Voor het instrument inkomensoverdrachten is in totaal voor 2027 € 8,2 miljard beschikbaar gesteld.

Zorgtoeslag

Dienst Toeslagen keert in opdracht van het ministerie van VWS de zorgtoeslag uit aan alle huishoudens die de toeslag aanvragen en die daar recht op hebben. De raming voor de uitgaven aan zorgtoeslag in 2027 is circa € 8,1 miljard. Dit betreft de verwachte uitgaven in 2027 over zowel het lopende toeslagjaar 2027 als uitgaven door nabetalingen over eerdere toeslagjaren. De raming van de ontvangsten vanwege terugvordering in 2027 betreft circa € 0,6 miljard. Ten opzichte van 2026 stijgen de uitgaven aan zorgtoeslag in 2027 vanwege een stijgende zorgpremie. In 2026 waren de uitgaven aan zorgtoeslag vergelijkbaar met de uitgaven in 2025, doordat de zorgpremie nagenoeg gelijk bleef door een eenmalig fors fondsoverschot in het zorgverzekeringsfonds. De uitgaven aan zorgtoeslag lopen vervolgens jaarlijks op, vanwege de verwachte stijgende zorgpremie.

Figuur 4 Het aantal eenpersoons en tweepersoonshuishoudens met een (voorlopige) toekenning Zorgtoeslag

* Voor 2025 betreffen dit nog voorlopige aantallen. Deze kunnen naar aanleiding van definitieve toekenningen nog wijzigen.

** De aantallen voor 2026 en 2027 zijn gebaseerd op ramingen en kunnen nog veranderen.

Bron: Toeslagen

Tegemoetkoming specifieke kosten

Bij de aangifte inkomstenbelasting bestaat de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen specifieke zorgkosten af te trekken. Personen die mede als gevolg van heffingskortingen deze aftrek niet (geheel) kunnen gebruiken, ook wel verzilvering genoemd, ontvangen het onbenutte deel via de TSZ-regeling. De uitgaven aan de regeling worden beïnvloed door een combinatie van factoren. De hoogte van de heffingskortingen en de ouderenkorting zijn daar voorbeelden van. De verwachte uitgaven in 2027 bedragen € 87,9 miljoen.

4. Rijksbijdragen

Bekostiging

Voor het instrument bekostiging is in totaal voor 2027 € 25,0 miljard beschikbaar gesteld.

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds 18-

Kinderen tot 18 jaar betalen geen nominale Zvw-premie aan hun zorgverzekeraar. De Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds 18- voorziet in de financiering van de kosten voor deze verzekerden. De Rijksbijdrage voor 2027 komt uit op € 3,6 miljard en wordt vastgesteld op het bedrag in deze begroting. De hoogte van de Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds 18- wordt nader toegelicht in paragraaf 6.4.3.1. van de Premiegefinancierde Zorguitgaven.

Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een Rijksbijdrage die is ingesteld bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001. Bij die belastingherziening werden aftrekposten omgezet in heffingskortingen, waardoor de opbrengst van de premies volksverzekeringen daalde. Het Fonds langdurige zorg (voor de Wlz), het Ouderdomsfonds (voor de AOW) en het Nabestaandenfonds (voor de ANW) worden via de BIKK gecompenseerd voor de gevolgen van deze veranderingen in de systematiek van de belasting en premieheffing. De wijze waarop de hoogte van de BIKK wordt berekend is vastgelegd in de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). De raming van de BIKK voor de Wlz in 2027 bedraagt € 6,1 miljard. Ten opzichte van 2026 daalt de BIKK doordat de premiederving door heffingskortingen lager wordt als gevolg van fiscale maatregelen.

Bijdrage Wlz

Met ingang van 2019 wordt het negatieve saldo van het Fonds Langdurige Zorg (Flz) jaarlijks gecompenseerd door middel van een Rijksbijdrage aan het Flz. De hoogte van de Rijksbijdrage Wlz wordt zodanig vastgesteld, dat het fondssaldo aan het einde van het jaar naar verwachting op nul uitkomt. De Rijksbijdrage Wlz is ingevoerd om - bij jaarlijks stijgende Wlz-uitgaven - de Wlz-premie op een constant niveau te houden en tegelijkertijd structurele tekorten in het Flz te voorkomen. De Rijksbijdrage heeft hierdoor een administratief karakter. De raming van de Rijksbijdrage Wlz in 2027 bedraagt € 15,3 miljard. De hoogte van de Rijksbijdrage Wlz wordt nader toegelicht in paragraaf 6.4.3.2. van de Premiegefinancierde Zorguitgaven.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen terugbetalingen over voorgaande toeslagjaren, die veelal worden verklaard doordat rechthebbenden achteraf een hoger inkomen bleken te hebben dan waarop het voorschot was gebaseerd. Voor 2027 wordt rekening gehouden met een ontvangst van € 584,2 miljoen.

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 9 Algemeen

In dit niet-beleidsartikel worden de departementsbrede uitgaven vermeld die niet zinvol kunnen worden toegerekend aan een beleidsartikel.

Internationaal beleid

Het beleidsdomein van VWS wordt sterk beïnvloed door ontwikkelingen elders op de wereld, een wereld die op veler vlak nadrukkelijk in beweging is. Geopolitieke ontwikkelingen zijn van invloed op ons vermogen om ons volksgezondheids- en sportbeleid toegankelijk, weerbaar, betrouwbaar, betaalbaar, duurzaam en innovatief te maken. Weerbaarheid en paraatheid zijn centrale thema’s voor ons internationale beleid. Of het nu gaat om het tegengaan en bestrijden van besmettelijke ziekten en antimicrobiële resistentie, ons inzetten voor de beschikbaarheid van medische  producten, werken aan klimaat- en crisisbestendigheid van de gezondheidssector, of ons technologisch vermogen ontwikkelen of desinformatie bestrijden, we zijn afhankelijk van andere landen en dit vraagt om strategische, internationale samenwerkingsrelaties. Dit doen we zowel in bilateraal, Europees, als mondiaal verband. Direct met andere landen, of via internationale organisaties

Prioriteiten 2027

Belangrijke internationale thema’s voor 2027 zijn het terugdringen van onze strategische afhankelijkheden ten aanzien van geneesmiddelen, het bestrijden van besmettelijke ziekten op de wereld en het versterken van onze paraatheid bij uitbraken; het versterken van onze internationale crisisparaatheid en onze economische veiligheid.

De samenwerking binnen de Europese Unie wordt hiertoe steeds belangrijker, waarbij we ook starten met onze voorbereiding op het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in 2029. Tegelijk kiest het kabinet ook voor een sterke multilaterale wereldorde en we zetten ons daarom in voor een effectieve mondiale gezondheidsarchitectuur, met de WHO als centrale actor. En ten slotte zetten we strategisch in op het verder versterken van onze bilaterale relaties met strategische partners over de wereld. Een effectieve implementatie van onze EU- en Mondiale gezondheidsstrategie, is hiertoe van belang en nauwe samenwerking met de andere departementen noodzakelijk.

De hiertoe noodzakelijke personele en materiële uitgaven met betrekking tot internationale samenwerking staan, vermeld op artikel 10 Apparaatsuitgaven.

Tabel 49 Budgettaire gevolgen artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

31.763

58.898

43.164

31.455

35.197

33.466

31.118

         
 

Uitgaven

42.021

58.468

51.460

37.794

37.197

33.466

31.118

         

9.10

Internationale samenwerking

14.700

17.061

13.453

13.325

12.946

10.430

8.268

 

Opdrachten

0

85

0

0

0

0

0

 

Overige

0

85

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

1.687

1.972

2.523

1.671

0

0

0

 

Overige

1.687

1.972

2.523

1.671

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

13.013

15.004

10.930

11.654

12.946

10.430

8.268

 

World Health Organization

4.573

2.668

2.668

2.668

3.868

3.868

3.868

 

EMA

3.789

3.937

3.844

3.703

3.414

2.898

2.706

 

Overige

4.651

8.399

4.418

5.283

5.664

3.664

1.694

9.30

Eigenaarsbijdrage

22.321

36.407

34.456

21.873

21.225

20.618

20.411

 

Bijdrage aan agentschappen

22.321

36.407

34.456

21.873

21.225

20.618

20.411

 

Eigenaarsbijdrage RIVM

22.321

36.407

34.456

21.873

21.225

20.618

20.411

9.40

Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties

5.000

5.000

3.551

2.596

3.026

2.418

2.439

 

Garanties

5.000

5.000

3.551

2.596

3.026

2.418

2.439

 

Overige

5.000

5.000

3.551

2.596

3.026

2.418

2.439

         
 

Ontvangsten

22.531

0

0

0

0

0

0

         
10. Internationale samenwerking

Bijdragen aan agentschappen

Voor het instrument bijdragen aan agentschappen is in totaal voor 2027 € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld.

Overige

In het kader van het meerjarig partnerschapsprogramma met de WHO, wordt conform de overeenkomst voor de periode 2024 t/m 2028, jaarlijks vanuit de HGIS een bijdrage van € 1,2 miljoen ter beschikking gesteld voor het RIVM. Tevens wordt op dit artikel in het kader van het Global Health Partnershaps Programma € 863 duizend voor 2027 en € 470 duizend voor 2028 beschikbaar gesteld. Deze laatste komt uit het budget voor de Mondiale gezondheidsstrategie.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Voor het instrument bijdragen aan (inter)nationale organisaties is in totaal voor 2027 € 10,9 miljoen beschikbaar gesteld.

World Health Organization

In het kader van het meerjarig partnerschapsprogramma met de WHO, wordt conform de overeenkomst voor de periode 2024 t/m 2028, jaarlijks vanuit de HGIS een bijdrage van € 2,7 miljoen ter beschikking gesteld. Hier valt ook de jaarlijkse contributie van € 755 duizend in 2027 aan het International agency for research on cancer onder.

EMA

De bijdrage van € 3,8 miljoen aan de European Medicines Agency (EMA) betreft de bijdrage aan de huurkosten en het gebruikersonderhoud van het EMA-gebouw.

Overige

In de tweede helft van 2029 zal Nederland het voorzitterschap van de Raad voor de Europese Unie op zich nemen. Dit voorzitterschap wordt gecoördineerd door Buitenlandse Zaken, maar doordat alle departementen gebruik zullen maken van het voorzitterschap worden de kosten via een verdeelsleutel verdeeld. Dit betekent voor VWS dat zij een bijdrage dient te leveren van zo'n € 4 miljoen, startend in 2027 tot en met 2031. Vanwege een technische verwerking is het budgettaire effect op artikel 9 saldoneutraal.

Vanuit de HGIS wordt voor de periode 2026 t/m 2030 jaarlijks € 2,1 miljoen ODA budget beschikbaar gesteld voor de Mondiale gezondheidsstrategie (MGS) in ODA landen en € 200 duizend non-ODA budget ter bevordering van de G2G samenwerking in non-ODA landen langs de lijnen van de MGS.

In het kader van de Mondiale Gezondheidsstrategie wordt ter bestrijding van antibioticaresistentie, vanuit de HGIS-middelen voor de periode 2026 t/m 2029, een bedrag van € 2 miljoen bijgedragen aan het Multi Partner Trust Fund (MPTF).

In totaal is in 2027 € 4,4 miljoen beschikbaar voor overige bijdragen op het instrument (inter)nationale organisaties.

30. Eigenaarsbijdrage

Bijdrage aan agentschappen

Voor het instrument bijdragen aan agentschappen is in totaal voor 2027 € 34,5 miljoen beschikbaar gesteld.

Eigenaarsbijdrage RIVM

Het RIVM is een agentschap van het ministerie van VWS en doet projectmatig onderzoek voor zijn primaire opdrachtgevers: de ministeries van VWS, IenW, EZ, LVVN, SZW, BZK, KGG en Defensie. Op dit artikel worden middelen voor het Strategisch Programma RIVM (SPR) en een aantal overige specifieke eigenaarsbijdragen geraamd (€ 17 miljoen). Het SPR bestaat uit strategisch onderzoek en andere werkzaamheden die het RIVM uitvoert om de kennis en expertise te ontwikkelen die nodig zijn voor de continuïteit van het instituut.

De Wet op het RIVM vormt de wettelijke basis voor het SPR. Deze wet bepaalt dat de directeur-generaal RIVM een strategisch onderzoeksprogramma opstelt. Hierin beschrijft hij welke inzichten het instituut moet verwerven om zijn taken adequaat te kunnen uitvoeren. Het programma is gericht op de continuïteit van het RIVM op de langere termijn, bedoeld om te kunnen anticiperen op nieuwe kennisvragen van de opdrachtgevers op de middellange en lange termijn en om de positie van het RIVM in het wetenschappelijk veld te handhaven en waar nodig te versterken. Met deze wettelijke bepaling laat de wetgever zien dat het RIVM professioneel zelfstandig is. In het licht van de betekenis van het SPR voor de toekomstige kennispositie van het RIVM is het budget hiervoor belegd bij de plaatsvervangend secretaris-generaal van VWS, als eigenaar van het agentschap RIVM. Om deze reden worden deze middelen bekostigd vanuit dit niet-beleidsartikel. In de totale bijdrage is ook een bijdrage opgenomen ten behoeve van internationaal onderzoek.

Ingaande 2023 is aanvullend op bovenstaande middelen vanuit het ministerie van OCW een meerjarige overheveling gedaan. Dit in verband met middelen vanuit het Wetenschapsfonds ten behoeve van de RIVM-kennisbasis, in 2027 bedraagt deze € 5 miljoen en is € 1 miljoen beschikbaar voor het stimuleren van Europees onderzoek.

Tenslotte is in verband met kosten samenhangend met de verhuizing van het RIVM voor 2027 € 4,7 miljoen aan dit artikel toegevoegd.

4.2 Artikel 10 Apparaat Kerndepartement

In dit niet-beleidsartikel worden de personele en materiële uitgaven vermeld die betrekking hebben op het kerndepartement en de (grote) uitvoeringsorganisaties. De efficiencytaakstelling en taakstelling in het kader van vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid, voor VWS oplopend van circa € 8 miljoen in 2027 naar structureel circa € 114 miljoen vanaf 2030, is bij voorjaarsnota 2026 verwerkt in de begroting. De beide taakstellingen zijn vanaf 2028 voorlopig technisch verdeeld over het apparaatsartikel en op de instrumenten Bijdrage aan agentschappen en Bijdrage aan ZBO's/RWT’s van de beleidsartikelen naar rato van de begrotingsomvang. Momenteel wordt gewerkt aan nadere besluitvorming over de taakstellingen, welke mogelijk leiden tot een andere indeling binnen de begroting.

Tabel 50 Apparaatsuitgaven Kerndepartement Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

        

Verplichtingen

639.536

635.924

600.649

533.870

474.222

457.295

452.670

        

Uitgaven

631.261

638.219

600.786

533.870

474.222

457.295

452.670

        

Personele uitgaven

517.382

515.778

478.862

421.569

372.711

360.205

356.304

waarvan eigen personeel

417.773

419.294

396.575

371.597

351.833

341.717

336.429

waarvan externe inhuur

90.097

89.571

74.921

43.157

14.178

11.814

13.251

waarvan overige personele uitgaven

9.512

6.913

7.366

6.815

6.700

6.674

6.624

Materiële uitgaven

113.879

122.441

121.924

112.301

101.511

97.090

96.366

waarvan ICT

15.988

26.553

31.233

22.277

19.397

17.846

17.840

waarvan bijdrage SSO's

76.781

74.615

68.524

67.713

62.040

59.392

57.778

waarvan overige materiële uitgaven

21.110

21.273

22.167

22.311

20.074

19.852

20.748

Ontvangsten

11.233

12.469

9.166

9.044

8.771

8.526

8.436

Tabel 51 Budgettaire gevolgen artikel 10 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

639.536

635.924

600.649

533.870

474.222

457.295

452.670

         
 

Uitgaven

631.261

638.219

600.786

533.870

474.222

457.295

452.670

         

10.30

Kerndepartement

453.052

458.265

420.694

366.673

315.524

303.346

300.154

 

Personele uitgaven

368.790

368.026

336.872

286.088

242.449

233.428

230.868

 

Eigen personeel

276.105

277.517

257.390

236.253

221.691

214.813

211.215

 

Eigen personeel

2.109

2.534

2.316

2.076

2.030

1.988

1.620

 

Externe inhuur

81.242

81.362

70.097

41.235

12.311

10.228

11.681

 

Inhuur deskundigen

4.543

3.968

4.025

3.534

3.542

3.621

1.979

 

Overige

4.791

2.645

3.044

2.990

2.875

2.778

4.373

 

Materiële uitgaven

84.262

90.239

83.822

80.585

73.075

69.918

69.286

 

ICT

9.994

9.805

8.445

6.290

5.832

5.652

5.580

 

Bijdrage SSO's

64.342

69.674

63.270

62.650

57.005

54.461

52.899

 

Overige

9.926

10.760

12.107

11.645

10.238

9.805

10.807

10.40

Inspecties

135.430

134.103

135.739

125.020

119.220

115.626

114.408

 

Personele uitgaven

112.885

110.660

106.303

102.609

99.970

96.917

95.699

 

Eigen personeel

107.235

106.277

103.768

101.080

98.485

95.476

94.273

 

Externe inhuur

5.485

4.083

2.238

1.238

1.202

1.166

1.154

 

Overige

165

300

297

291

283

275

272

 

Materiële uitgaven

22.545

23.443

29.436

22.411

19.250

18.709

18.709

 

ICT

4.378

15.096

21.204

14.368

11.978

11.775

11.848

 

Bijdrage SSO's

11.894

3.910

3.890

3.834

3.712

3.609

3.571

 

Overige

6.273

4.437

4.342

4.209

3.560

3.325

3.290

10.50

SCP en Raden

42.779

45.851

44.353

42.177

39.478

38.323

38.108

 

Personele uitgaven

35.707

37.092

35.687

32.872

30.292

29.860

29.737

 

Eigen personeel

32.324

32.966

33.101

32.188

29.627

29.440

29.321

 

Externe inhuur

3.370

4.126

2.586

684

665

420

416

 

Inhuur deskundigen

13

0

0

0

0

0

0

 

Materiële uitgaven

7.072

8.759

8.666

9.305

9.186

8.463

8.371

 

ICT

1.616

1.652

1.584

1.619

1.587

419

412

 

Bijdrage SSO's

545

1.031

1.364

1.229

1.323

1.322

1.308

 

Overige

4.911

6.076

5.718

6.457

6.276

6.722

6.651

         
 

Ontvangsten

11.233

12.469

9.166

9.044

8.771

8.526

8.436

         
Tabel 52 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten agentschappen en zbo's/rwt's (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal apparaatsuitgaven Agentschappen

806.862

1.038.527

928.694

862.201

842.250

851.834

821.141

860.046

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

76.297

76.627

79.484

83.423

82.343

81.896

81.886

81.574

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

118.710

117.200

92.010

93.478

97.808

98.538

101.555

104.672

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

611.855

844.700

757.200

685.300

662.100

671.400

637.700

673.800

         

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

561.982

597.463

580.518

598.358

588.818

565.203

548.368

544.579

Zorg Onderzoek Nederland/ Medische Wetenschappen (ZonMw)

62.986

79.177

79.177

79.177

79.177

79.177

79.177

79.177

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

138.808

150.176

154.371

161.857

162.171

159.816

156.572

156.643

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

149.201

158.156

146.704

147.007

143.943

139.348

129.116

126.314

Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)

0

645

483

339

221

194

160

160

Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

9.709

13.673

13.959

13.659

13.654

13.406

13.406

13.406

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

80.874

76.560

76.105

85.399

83.425

79.668

77.774

76.978

Zorginstituut Nederland (ZiNL)

97.526

95.731

85.950

86.780

82.190

69.916

68.614

68.398

College Sanering Zorginstellingen (CSZ)

1.500

1.442

1.442

1.463

1.433

1.389

1.349

1.335

College Ter Beoordeling van Geneesmiddelen

688

763

761

761

761

761

761

761

Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS)

16.737

16.278

16.696

16.969

16.969

16.749

16.749

16.749

Dopingautoriteit

3.953

4.862

4.870

4.947

4.874

4.779

4.690

4.658

Personele uitgaven

Onder het instrument personele uitgaven vallen de uitgaven aan eigen personeel, externe inhuur en overige uitgaven. In verband met de apparaatstaakstellingen zal bij het verminderen van de organisatiekosten vooral op de personeelskosten bezuinigd moeten worden. Een van de aandachtspunten hierbij is de externe inhuur. De uitgaven voor externe inhuur zijn op voorhand moeilijk te ramen. Daarnaast kan het budget (en de realisatie) voor externe inhuur in de loop van het begrotingsjaar wijzigen, ook door tussentijdse interne herschikking van budgetten binnen het apparaatsbudget (bijvoorbeeld van budget voor eigen personeel naar budget voor de inhuur van externen).

In totaal is er in 2027 € 336,9 miljoen beschikbaar voor personele uitgaven aan het kerndepartement, waarvan € 259,5 miljoen voor eigen personeel en € 70,1 miljoen voor externe inhuur. Voor inspecties is het totaal € 106,3 miljoen beschikbaar, waarvan € 103,8 miljoen voor eigen personeel en € 2,2 miljoen voor externe inhuur. Voor SCP en Raden is het totaal € 35,7 miljoen, waarvan € 33,1 miljoen eigen personeel, en € 2,6 miljoen externe inhuur.

Materiële uitgaven

Onder materiële uitgaven vallen ICT-uitgaven, bijdrage aan Shared Service Organisaties (SSO's) en overige uitgaven. In het kader van de apparaatstaakstellingen zal ook op de materiële uitgaven worden bespaard. De afname is verwerkt in de Ontwerpbegroting 2027.

In 2027 is er voor het kerndepartement € 83,8 miljoen beschikbaar voor de materiële uitgaven. Hiervan wordt het merendeel besteed aan SSO's (€ 63,3 miljoen), en het restant aan ICT (€ 8,4 miljoen) en overige uitgaven (€ 12,1 miljoen). Voor inspecties is het totaal aan materiële uitgaven € 29,4 miljoen, waarvan € 21,2 miljoen aan ICT wordt uitgegeven. De materiële uitgaven voor SCP en Raden bedragen in 2027 € 8,7 miljoen.

Tabel 53 Apparaatsuitgaven kernministerie 2027 onderverdeeld naar Directoraat-Generaal (Bedragen x € 1.000)

Directoraat-generaal Volksgezondheid

55.162

Directoraat-generaal Curatieve zorg

40.695

Directoraat-generaal Langdurige zorg

40.492

Totaal beleid

136.350

Secretaris-generaal / (plaatsvervangend) secretaris-generaal

284.344

Totaal apparaatsuitgaven kerndepartement

420.694

  

Uitsplitsing

 

Totaal DUS-I

28.484

Totaal SG

21.348

Totaal pSG

234.512

Totaal

284.344

4.3 Artikel 11 Nog onverdeeld

Dit niet-beleidsartikel heeft een technisch-administratief karakter. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegedeeld.

Tabel 54 Budgettaire gevolgen artikel 11 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

0

321

‒ 9.924

‒ 45.635

‒ 40.159

‒ 46.727

‒ 46.727

         
 

Uitgaven

0

1.827

‒ 9.858

‒ 45.635

‒ 40.159

‒ 46.727

‒ 46.727

         

11.4

Nog onverdeeld

0

1.827

‒ 9.858

‒ 45.635

‒ 40.159

‒ 46.727

‒ 46.727

 

Nog te verdelen

0

1.827

‒ 9.858

‒ 45.635

‒ 40.159

‒ 46.727

‒ 46.727

 

Taakstellingen

0

0

‒ 25.000

‒ 50.000

‒ 50.000

‒ 50.000

‒ 50.000

 

Overige

0

1.827

15.142

4.365

9.841

3.273

3.273

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Nog te verdelen

Taakstellingen

De aanpak van zorgfraude moet taakstellend € 50 miljoen euro structureel opleveren. De uitwerking wordt nog nader bepaald en wordt daarom tijdelijk op artikel 11 geplaatst. Tijdens de voorjaarsbesluitvorming 2027 wordt deze maatregel overgeheveld naar de premiegefinancierde uitgaven.

Overige

De resterende middelen van de loon- en prijsbijstelling zijn doorgeschoven van 2026 naar latere jaren.

5. Begroting agentschappen

5.1 College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG)

5.1.1 Inleiding

Als onafhankelijke medicijnautoriteit adviseert en beoordeelt het (a)CBG de effectiviteit, veiligheid en kwaliteit van medicijnen voor mens en dier. Het beoordelen van aanvragen voor registratie van medicijnen is één van de wettelijke taken. Net zoals het vaststellen van gebruiks- en productinformatie van geneesmiddelen, de afleverstatus van zelfzorggeneesmiddelen, het bewaken van de bijwerkingen en risico’s en het geven van wetenschappelijk advies aan medicijnbedrijven of academische onderzoeksgroepen. Uit deze wettelijke taken komt ook een extra taak voort: het stimuleren van het goed gebruik van medicijnen.

Daarnaast coördineert het aCBG samen met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) het Meldpunt Geneesmiddelentekorten en -defecten.

Het gaat in het werk van het aCBG zowel om traditionele als geheel nieuwe middelen. Voor de medicijnen in Nederland en - samen met Europese collega’s - voor de medicijnen in Europa. In alles wat het aCBG doet staan een aantal kernwaarden centraal. Die geven weer waar het aCBG als organisatie voor staan: wetenschappelijk, waakzaam en in verbinding. Patiënten en zorgverleners kunnen vertrouwen op de beschikbare medicijnen en bijbehorende (gebruiks)informatie.

Het College (CBG) is een zelfstandig bestuursorgaan. Het baten en lasten agentschap (aCBG) ondersteunt het CBG en bereidt de Nederlandse inbreng voor de Europese besluitvorming over toelating van geneesmiddelen voor. De Nederlandse vertegenwoordigers in de comités bij het Europees medicijnagentschap EMA maken deel uit van het agentschap. Het aCBG valt – waar het om medicijnen voor mensen gaat – onder het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en staat inhoudelijk onder het gezag van het CBG (met uitzondering van centrale Europese aanvraagprocedures en diergeneesmiddelen). Bureau Diergeneesmiddelen maakt onderdeel uit van het agentschap (aCBG) en beoordeelt en bewaakt geneesmiddelen voor dieren in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).

Informatie over de organisatiestructuur, de samenstelling van het College en achtergrond­informatie over processen en procedures van het CBG is te vinden op de website: www.cbg-meb.nl.

5.1.2 Budgettaire gevolgen van beleid aCBG

Tabel 55 Begroting van baten-lastenagentschap aCBG voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

89.133

91.140

89.289

88.328

88.358

88.019

waarvan Europese Centrale Procedure Humaan en Veterinair

14.600

14.970

14.820

14.850

14.990

14.990

waarvan overige Europese Procedures en Nationale procedures Humaan

17.500

19.720

19.570

19.880

19.880

19.880

waarvan overige Europese Procedures en Nationale procedures Veterinair

3.500

3.920

3.920

3.920

3.920

3.920

waarvan jaarvergoedingen Centrale Europese procedures Humaan en Veterinair

9.800

10.520

10.620

10.620

10.620

10.620

waarvan overige jaarvergoedingen Humaan

27.410

30.240

30.240

30.240

30.240

30.240

waarvan overige jaarvergoedingen Veterinair

1.527

1.650

1.650

1.650

1.650

1.650

waarvan opdrachten moederdepartement

13.563

8.845

7.459

6.158

6.283

5.944

waarvan opdrachten overige departementen

771

770

770

770

770

770

waarvan overige opdrachten

463

505

240

240

5

5

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

Rentebaten

600

600

600

600

600

600

Vrijval voorzieningen

     

Bijzondere baten

     

Totaal baten

89.733

91.740

89.889

88.928

88.958

88.619

       

Lasten

      

Apparaatskosten

79.484

83.423

82.343

81.896

81.886

81.574

- Personele kosten

67.255

70.232

69.216

68.686

68.624

68.325

waarvan eigen personeel

59.932

64.214

63.609

63.293

63.249

63.060

waarvan inhuur externen

4.833

3.645

3.244

3.030

3.012

2.902

waarvan overige personele kosten

2.490

2.373

2.363

2.363

2.363

2.363

- Materiële kosten

12.229

13.191

13.127

13.210

13.262

13.249

waarvan apparaat ICT

6.238

7.041

7.041

7.174

7.230

7.230

waarvan bijdrage aan SSO's

waarvan overige materiële kosten

5.991

6.151

6.087

6.037

6.033

6.020

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

8.918

7.014

6.243

5.729

5.769

5.741

Zbo

761

798

798

798

798

798

Rentelasten

1

Afschrijvingskosten

570

505

505

505

505

505

- Materieel

570

505

505

505

505

505

waarvan apparaat ICT

565

500

500

500

500

500

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

5

5

5

5

5

5

- Immaterieel

     

Overige lasten

waarvan dotaties voorzieningen

waarvan bijzondere lasten

Totaal lasten

89.733

91.740

89.889

88.928

88.958

88.619

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

Agentschapsdeel Vpb-lasten

 

Saldo van baten en lasten

Toelichting begroting van baten en lasten

Baten aCBG

Omzet uit procedures en jaarvergoedingen

Als baten en lasten agentschap rekent het aCBG kosten en opbrengsten toe aan het jaar waarop deze betrekking hebben. Voor de opbrengsten uit procedures met een doorlooptijd die de jaargrens overschrijdt, wordt de omzet begroot al naar gelang de fase van de beoordeling van de aanvraag.

De opbrengsten uit jaarvergoedingen en procedures stijgen met € 6,7 miljoen ten opzichte van de (suppletoire) begroting van 2026. De bedragen zijn gebaseerd op de verwachte instroom, waarbij er is gerekend met een tariefstijging van 1,3% voor Europese centrale procedures en jaarvergoedingen en een tariefstijging van 7,9% voor overige Europese en nationale procedures en jaarvergoedingen. Voor de Europese centrale aanvragen en jaarvergoedingen is sinds 1 januari 2025 de nieuwe ‘fee regulation’ in werking getreden. Deze wijziging in de tariefstructuur heeft ertoe geleid dat kosten en opbrengsten beter in evenwicht zijn. In 2026 zijn de tarieven niet geïndexeerd. Voor 2027 zal een indexatie worden toegepast o.b.v. de Eurostat index over 2025 (2,3%) gecorrigeerd voor de te hoge tariefstijging verwerkt in de tarieven voor 2025 (-/- 1,0%) .

Bij het bepalen van de nieuwe tarieven voor de overige procedures en jaarvergoedingen is gerekend met een generieke tariefstijging van 7,9% gebaseerd op de CPB raming voor de stijging van loonvoet sector overheid en de materiële overheidsconsumptie, de stijging als gevolg van IKB en de structurele stijging van de ICT beheerskosten. De gehanteerde tarieven per procedure en voor de jaarvergoedingen zijn gebaseerd op de regeling Geneesmiddelenwet en de Diergeneesmiddelenregeling.

De realisatie van de in de begroting opgenomen bedragen is sterk afhankelijk van externe ontwikkelingen in de farmaceutische markt(en) die van invloed zijn op de werkelijke hoeveelheid aanvragen (procedures) die het aCBG ontvangt. De omzet uit jaarvergoedingen laat een stabieler beeld zien, maar een hogere of lagere hoeveelheid aanvragen leidt op de langere termijn tot meer of minder registraties en werkt te zijner tijd ook door in deze omzetcategorie.

Om capaciteit vrij te spelen voor diverse grote trajecten die voor 2027 staan gepland (intern de uitrol van het nieuwe zaaksysteem en overige ICT projecten, extern de voorbereiding op de nieuwe EU Farmawetgeving) zal het nodig zijn om waar mogelijk een rem te zetten op de instroom van zowel centrale als decentrale procedures Humaan. De bedoeling hiervan is om het onderhanden werk niet te sterk te laten oplopen en te kunnen blijven voldoen aan wettelijke termijnen.

Beoordelen van Europese aanvragen: Centrale Procedure Humaan en Veterinair

Bepaalde categorieën geneesmiddelen voor mensen en dieren kunnen alleen in lidstaten van de Europese Unie op de markt komen via de Centrale Europese procedure. Hierbij wordt op advies van het European Medicines Agency (EMA) door de Europese Commissie de handelsvergunning afgegeven. Voor geneesmiddelen die niet tot deze categorieën behoren staat de Centrale Procedure open op basis van vrijwilligheid. Bij een positieve beslissing krijgt de fabrikant een handelsvergunning die in alle EU-lidstaten geldig is. De coördinatie van de centrale procedure berust bij het EMA. De feitelijke beoordeling wordt door de organisaties uit de lidstaten gedaan.

De omzet voor deze productgroep laat in 2027 nog een lichte stijging zien van € 0,3 miljoen ten opzichte van de begroting 2026, maar daalt in 2028 als gevolg van de verwachte lagere instroom Humaan in 2027.

Beoordelen van nationale aanvragen Humaan

Het beoordelingsproces van een nationale aanvraag betreft de aanvraag van een handelsvergunning voor een nieuw op de Nederlandse markt te brengen geneesmiddel voor mensen. De handelsvergunning wordt door het aCBG afgegeven.

De instroom voor deze productgroep is stabiel. De omzetstijging in 2027 is het resultaat van de tariefstijging.

Beoordelen van Europese aanvragen: MRP (Mutual Recognition Procedure) Humaan

Een MRP-procedure kan door de fabrikant worden gebruikt om een verstrekte nationale handelsvergunning uit te breiden naar andere lidstaten. De fabrikant kan een EU-lidstaat van zijn keuze vragen om het beoordelingsproces te verrichten. Deze lidstaat wordt dan Reference Member State (RMS). De gepresenteerde omzet betreft alleen humane aanvragen.

Voor de productgroep ‘Beoordelen van Europese aanvragen: MRP Humaan’ is de instroom in 2024 en de eerste helft van 2025 als gevolg van gewijzigde regelgeving tijdelijk hoger geweest. Inmiddels zijn de instroomaantallen weer op het niveau van voorgaande jaren en de verwachting is dat dit voor 2027 en volgende jaren zo blijft.

Beoordelen van Europese aanvragen: DCP (Decentrale Procedure) Humaan

Een Decentrale Procedure kan door de fabrikant worden gebruikt om een handelsvergunning in meerdere lidstaten tegelijkertijd te verkrijgen alsnog in geen enkel land een handelsvergunning is verkregen. De fabrikant kan één EU-lidstaat vragen om het beoordelingsproces te verrichten. Deze lidstaat is dan Reference Member State (RMS) en beoordeelt namens de andere landen waarvoor de handelsvergunning is aangevraagd. De andere landen zijn dan Concerned Member State (CMS). De gepresenteerde omzet betreft alleen humane aanvragen.

Voor de productgroep ‘Beoordelen van Europese aanvragen: DCP Humaan’ zijn de afgelopen jaren maatregelen genomen om de instroom te beperken en de werkvoorraad én de werkdruk op een acceptabel niveau te houden. Door formatieuitbreiding in 2024 en 2025 is de capaciteit voldoende om de inschrijfmogelijkheden voor 2026 te vergroten. De hogere instroom en tariefstijging in 2026 leidt tot een omzetstijging in 2027, maar daalt opnieuw in 2028 door lagere instroom in 2027.

Beoordeling van homeopathische aanvragen en kruiden

Het CBG beoordeelt ook homeopathische geneesmiddelen en kruiden die in Nederland verkocht worden. Dit gaat om kleine aantallen en lage bedragen.

Beoordelen Veterinaire aanvragen

Het Bureau Diergeneesmiddelen beoordeelt en verleent handelsvergunningen en vergunningen voor de productie en distributie van diergeneesmiddelen. Dit betreft naast Europese aanvragen (verantwoord onder Europese Centrale procedures), nationale aanvragen, MRP’s en DCP’s.

Voor 2027 en volgende jaren wordt uitgegaan van een stabiele instroom.

Jaarvergoedingen (Humaan en Veterinair)

Om een geneesmiddel in het handelsregister opgenomen te houden, dient de registratiehouder jaarlijks een vergoeding te betalen. Deze vergoeding gebruikt het aCBG om het onderhoud op de registraties te bekostigen. Dit betreft onder meer het beoordelen en verwerken van wijzigingen (variaties) die fabrikanten regelmatig (moeten) indienen.

In de begroting wordt uitgegaan van een stabiele hoeveelheid registraties, waarbij nieuwe registraties en ingetrokken registraties in evenwicht zijn. De centrale registraties zijn hierop een uitzondering; deze nemen jaarlijks toe en als gevolg daarvan ook de opbrengsten uit jaarvergoedingen centrale Europese procedures.

Opbrengsten uit opdrachten moederdepartement

Vanuit het moederdepartement ontvangt het aCBG de volgende structurele bijdragen:

  • Een financiële bijdrage voor beleidsmatige en overige niet door derden gefinancierde publieke taken van € 1,5 miljoen.

  • Een vergoeding voor werkzaamheden met betrekking tot de beoordeling van nieuwe voedingsmiddelen van € 0,3 miljoen.

  • Voor de werkzaamheden in het kader van Informatiehuishouding op Orde is een bedrag van € 0,3 miljoen opgenomen.

Daarnaast ontvangt het aCBG bijdragen voor de uitvoering van werkzaamheden waarvoor op basis van offertes en opdrachtbrieven afspraken worden gemaakt met de opdrachtgever:

  • Voor het meerjarige programma Werk aan Uitvoering (WaU) met als grootste project de vervanging van het kernsysteem, is voor 2027 een bedrag begroot van € 5,1 miljoen. Voor de jaren 2028 tot en met 2031 is hiervoor totaal € 12,2 miljoen in de begroting opgenomen. Hiervan heeft € 10,1 miljoen betrekking op het ontsluiten van data en data governance.

  • Een vergoeding van € 0,8 miljoen voor werkzaamheden in het kader van het programma beschikbaarheid en leveringszekerheid van geneesmiddelen.

  • Voor de uitvoering van de nieuwe EU Farmawetgeving is een bijdrage van € 0,3 miljoen begroot in 2027 specifiek voor implementatie van regelgeving in relatie tot geneesmiddelentekorten.

  • Een vergoeding voor het project Ephor (Expertisecentrum Pharmacotherapie bij Ouderen) van € 0,3 miljoen.

  • Subsidies voor totaal € 0,2 miljoen ter bevordering van toegankelijke en begrijpelijke patiëntinformatie (programma Goed Gebruik).

De opbrengsten moederdepartement dalen ten opzichte van 2026 met € 4,7 miljoen. Voor de jaren 2028 tot en met 2031 zijn alleen structurele bijdragen begroot en de meerjarige trajecten waarvoor op dit moment al financiële toezeggingen zijn gedaan.

Opbrengst uit opdrachten overige departementen

Het Bureau Diergeneesmiddelen van het aCBG verricht voor het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) beleidsondersteunende activiteiten. Hiervoor is een bedrag begroot van € 0,8 miljoen.

Subsidie opbrengsten derden

Vanuit de Europese commissie worden een aantal onderzoeks- en samenwerkingsprojecten gefinancierd. Hiervoor is in 2027 een bedrag begroot van € 0,5 miljoen.

Lasten aCBG

De personele kosten stijgen per saldo met € 3 miljoen door een stijging van de kosten van eigen personeel (inclusief overige personele kosten en een stijging van de kosten voor IKB uren) met € 4,2 miljoen en een daling van de inhuur externen van € 1,2 miljoen. Dit is enerzijds het gevolg van een verder verambtelijking en anderzijds van een daling van de inhuur voor programma’s en projecten. In 2028 en de jaren daarna wordt rekening gehouden met een daling van kosten als gevolg van lagere incidentele projectbijdragen.

De post materiële kosten stijgt als gevolg van de toenemende ICT beheerslasten.

Onderdeel van de begrote kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten is de financiering van het Bijwerkingencentrum Lareb. Het aCBG heeft aan Lareb de opdracht verleend tot uitvoering van een deel van haar wettelijke taak op het gebied van geneesmiddelenbewaking. Dit betreft het verzamelen en analyseren van meldingen over bijwerkingen door patiënten en medische beroepsbeoefenaren. Ook de kosten voor de ontwikkeling en implementatie van het nieuwe kernsysteem vallen in deze categorie. Na 2027 zullen de kosten dalen in lijn met het afronden van dit programma.

Voor 2028 tot en met 2031 zijn de totale lasten afgestemd op de daling van de begrote bijdragen voor programma’s en projecten. Daarnaast zal de beoogde efficiency van het nieuwe kernsysteem op termijn leiden een lagere bezetting en lagere inhuur ten behoeve van het oude kernsysteem. De reguliere ICT beheerkosten zullen naar verwachting de komende jaren blijven stijgen. Overige vaste kosten zoals huisvesting worden stabiel verondersteld. Zowel de kosten als opbrengsten kennen een grote mate van onzekerheid, waarbij tegenvallers in de vorm van het uitlopen van projecten of capaciteitsknelpunten kunnen leiden tot hogere kosten.

5.1.3 Kastroomoverzicht aCBG

Tabel 56 Kasstroomoverzicht aCBG over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

24.542

28.628

28.598

28.603

28.607

28.612

28.617

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

90.917

89.733

91.740

89.889

88.928

88.958

88.619

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 85.517

‒ 89.163

‒ 91.235

‒ 89.384

‒ 88.423

‒ 88.453

‒ 88.114

2.

Totaal operationele kasstroom

5.400

570

505

505

505

505

505

 

-/- totaal investeringen

‒ 1.314

‒ 600

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 1.314

‒ 600

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

 

-/- aflossingen op leningen

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

4.

Totaal financieringskasstroom

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

28.628

28.598

28.603

28.607

28.612

28.617

28.621

Toelichting kasstroomoverzicht

Voor de investeringen geldt de verwachting dat de afschrijvingslasten de komende jaren ongeveer gelijk zullen zijn aan de investeringen. Hierdoor zal het saldo rekening-courant de komende jaren ongeveer gelijk blijven.

5.1.4 Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 57 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Omschrijving

       

Klanttevredenheid

8,9

8,0

8,0

8,0

8,0

8,0

8,0

Aantal nieuwe handelsvergunningen per jaar

1.104

1.100

1.050

1.050

1.050

1.100

1.100

Aantal (co-)rapporteurschappen

27

24

20

24

24

24

24

Tarieven per uur

126

122

128

128

128

128

128

Aantal fte totaal (excl. externe inhuur)

499

506

506

501

499

498

497

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 0,6%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Gegronde klachten

6

< 15

< 15

< 15

< 15

< 15

< 15

Percentage externe inhuur t.o.v. totale personele kosten

8,5%

7,2%

5,2%

4,7%

4,4%

4,4%

4,2%

Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

98,0%

> 95%

> 95%

> 95%

> 95%

> 95%

> 95%

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Het aCBG heeft de huidige doelmatigheidsindicatoren geïnventariseerd en een aantal indicatoren toegevoegd die een indicatie geven over de doelmatigheid van het aCBG.

Klanttevredenheid (nieuw)

Het aCBG meet de klanttevredenheid door maandelijks een enquête uit te sturen naar firma’s waarvan een procedure is afgerond. De enquête is gebaseerd op de NPS-methode (Net Promotor Score) waarmee onze firma’s (klanten) het aCBG  beoordelen met een rapportcijfer. Daarnaast hebben de firma’s de mogelijkheid om het aCBG complimenten en verbeterpunten mee te geven. Het respons percentage de afgelopen jaren bedraagt ca. 20%-23%.

Aantal nieuwe handelsvergunningen per jaar (nieuw)

Het aantal nieuwe handelsvergunningen (humaan en veterinair) per jaar biedt zicht op de ontwikkeling van de baten met betrekking tot de (toekomstige) jaarvergoedingen, maar geeft ook een indicatie of aCBG (Nederland) door firma’s gezien wordt als een betrouwbare geneesmiddelen beoordelaar. Een daling of stijging kan een indicator zijn met betrekking tot de waardering van de kwaliteit, effectiviteit en tijdigheid van het beoordelingsproces.

Aantal (co-)rapporteurschappen (nieuw)

Dit zijn belangrijke Europese beoordelingen (humaan en veterinair) waarbij aCBG als rapporteur of co-rapporteur optreedt. Een af- of toename is een indicator in de erkenning die vanuit de EMA en andere EU-landen wordt gegeven aan de expertise van het aCBG.

Tarieven per uur

Deze indicator is een gemiddelde over alle functies in het primaire proces exclusief onderzoekskosten. In de begroting 2026 is uitgegaan van een nullijn voor de ambtenarensalarissen. Door de nieuwe cao en aangroei van de IKB verlofreservering zullen de uurtarieven in 2027 stijgen.

Aantal fte totaal

Het totaal aantal fulltime equivalenten werkzaam bij het agentschap per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur. De mogelijk tijdelijke uitbreiding in 2027 en 2028 in verband met extra werkzaamheden met betrekking tot de nieuwe EU farmawetgeving zijn niet opgenomen. De daling na 2027 is het gevolg van het afnemen van projectactiviteiten (met externe financiering) en de daarvoor benodigde interne capaciteit. Zonder aanvullende maatregelen is de verwachting dat het aantal fte minder snel afneemt dan de afbouw van de projectactiviteiten.

Percentage externe inhuur

Het afnemen van met extern gefinancierde activiteiten na 2027 en het uitfaseren van het huidige zaaksysteem zal leiden tot een daling van de externe inhuur.

Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

Het percentage (facturen betaald binnen 30 dagen) wordt bijgehouden om te bewaken dat facturen binnen de wettelijke termijn van 30 dagen worden betaald. Het aCBG hanteert hiervoor de rijksnorm van 95%.

5.2 Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG)

5.2.1 Inleiding

Het CIBG vertaalt, samen met ketenpartners, beleid in tastbare en toegankelijke uitvoering voor burgers, professionals en organisaties op het gebied van registers, data en informatie. Als agentschap van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport richt het CIBG zich primair op het VWS beleidsterrein. We dragen zorg voor een integrale dienstverlening, gericht op wat de samenleving nodig heeft. De focus hierbij ligt op transparantie en betrouwbaarheid, het bewust omgaan met kapitaal, kosten en kwaliteit. We investeren met onze partners in de keten in samenwerking en kennisdeling. Het CIBG heeft een breed takenpakket zoals het BIG-register, het Donorregister en het UZI-register. Meer informatie over de organisatie en taken van het CIBG is te vinden op: www.cibg.nl

5.2.2 Budgettaire gevolgen van beleid CIBG

Tabel 58 Begroting van baten-lastenagentschap CIBG voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

60.872

64.355

68.555

68.068

70.228

71.828

waarvan productcategorie BMC

31.835

36.971

41.171

40.684

42.844

44.444

waarvan productcategorie Ontheffingen en vergunningen

11.728

12.152

12.152

12.152

12.152

12.152

waarvan productcategorie Overig

11.272

8.140

8.140

8.140

8.140

8.140

waarvan productcategorie Toezicht

3.608

3.807

3.807

3.807

3.807

3.807

waarvan productcategorie Registers

2.429

3.285

3.285

3.285

3.285

3.285

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

45.675

39.984

40.959

41.909

42.935

44.624

waarvan bijdrage aan productcategorie Registers

20.187

18.319

19.294

20.244

21.270

22.959

waarvan bijdrage aan productcategorie Prijsvorming

11.498

9.592

9.592

9.592

9.592

9.592

waarvan bijdrage aan productcategorie Toezicht

6.887

5.908

5.908

5.908

5.908

5.908

waarvan bijdrage aan productcategorie Ontheffingen en vergunningen

5.804

4.999

4.999

4.999

4.999

4.999

waarvan bijdrage aan productcategorie Uitwisseling gegevens

797

693

693

693

693

693

waarvan bijdrage aan productcategorie Overig

502

473

473

473

473

473

Rentebaten

850

300

300

300

300

300

Vrijval voorzieningen

Bijzondere baten

Totaal baten

107.397

104.639

109.814

110.277

113.463

116.752

       

Lasten

      

Apparaatskosten

92.010

93.478

97.808

98.538

101.555

104.672

- Personele kosten

52.047

46.964

50.120

49.952

51.900

53.924

waarvan eigen personeel

38.863

39.627

42.306

43.156

44.840

46.588

waarvan inhuur externen

10.124

4.383

3.466

3.301

3.430

3.564

waarvan overige personele kosten

3.060

3.253

4.348

3.494

3.630

3.772

- Materiële kosten

39.963

46.214

47.687

48.586

49.655

50.748

waarvan apparaat ICT

10.558

15.567

16.570

16.785

17.154

17.532

waarvan bijdrage aan SSO's

8.509

9.453

9.661

9.874

10.091

10.313

waarvan overige materiële kosten

20.896

21.194

21.456

21.928

22.410

22.903

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

12.471

7.342

7.503

7.668

7.836

8.009

Rentelasten

1

Afschrijvingskosten

2.915

3.820

4.504

4.071

4.071

4.071

- Materieel

2.915

3.820

4.504

4.071

4.071

4.071

waarvan apparaat ICT

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

- Immaterieel

Overige lasten

waarvan dotaties voorzieningen

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

107.397

104.639

109.814

110.277

113.463

116.752

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toelichting staat van baten en lasten

Begroting 2027

De begroting 2027 is nagenoeg vergelijkbaar met de begroting 2026 en omvat marginale verschillen met een gemiddelde indexering van 3,25%.

Daarnaast is de taakstelling Kabinet Schoof voor 2027, ter grootte van € 0,2 mln. in mindering gebracht op de totale kosten. Cumulatief bedraagt de taakstelling Schoof tot en met 2027 € 0,7 mln. en wordt ingevuld door minder externe inhuur en het verambtelijken van personeel.

Resultaat 2027

Het resultaat in de tariefnotitie 2027 is nihil. De kosten en opbrengsten in de tariefnotitie 2027 zullen naar verwachting in evenwicht zijn.

Lasten CIBG

De totale kosten van de tariefnotitie 2027 bedragen €104,6 mln. en zijn daarmee €2,8 mln. lager dan in de tariefnotitie 2026. Dit wordt veroorzaakt door:

  • Overige materiële kosten (+€6,3 mln.). Het gaat hierbij om de stijging kosten voor generieke applicaties bij partijen als SSC-ICT, KPN, RVIHH en PWC. Daarnaast nemen de kosten toe als gevolg van compliance en eisen die gesteld worden aan onze ICT waardoor het nodig is te intensiveren op ICT-security.

  • Externe inhuur (-€5,7 mln.).Door inzet van werving en selectie willen we de externe inhuur verlagen verambtelijken, externe inhuur wordt zoveel als mogelijk ingezet op projecten. Hierdoor nemen de kosten af.

  • Kosten eigen personeel (+0,8 mln.)

Door het verder verambtelijken van externe inhuur nemen de kosten van eigen personeel toe. Daarnaast neemt de inzet op projecten toe, waardoor de activering toeneemt en de personeelskosten lager worden;

  • Afschrijvingen (+€0,9 mln.).

Baten CIBG

De baten als tegenprestatie voor levering van input (voorheen bijdrage van het moederdepartement en bijdrage overige departementen) bedraagt ca. € 40 mln. en zijn daarmee ca. €5,7 mln. lager dan in de tariefnotitie 2026.

De baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten (voorheen baten van derden en bijzondere baten) bedraagt ca. €64,4 mln. en stijgt t.o.v. de tariefnota 2026 met ca. €3,5 mln.. De voornaamste stijging wordt veroorzaakt door voor het product UZI en NCPeH.

De bijdrage moederdepartement betreft tariefdemping door het moederdepartement. Hierbij gaat het om bijdragen van het moederdepartement om de baten van het agentschap te ondersteunen doordat doorberekende tarieven aan derden gemaximeerd zijn. Bij het CIBG gaat het met name om de producten BIG, BMC, UZI en Erkenning buitenlandse diploma’s, Landelijke commissie Sociale Hygiëne en Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza). De totale baten zijn gestegen door het toepassen van loon- en prijsindexaties.

Tabel 59 Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
 

Opdrachtgever

Moeder-departement

Overige departementen

Partijen anders

Totaal

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

     

waarvan productcategorie BMC

     
 

GMT

5.218.000

 

2.922.000

8.140.000

waarvan productcategorie Ontheffingen en vergunningen

     
 

GMT

858.000

 

2.503.000

3.361.000

 

VGP

235.000

 

211.000

446.000

waarvan productcategorie Overig

     
 

GMT

2.657.000

 

628.000

3.285.000

waarvan productcategorie Registers

     
 

DI-CIO

9.427.000

 

10.282.000

19.709.000

 

MEVA

4.725.000

 

9.735.000

14.460.000

 

VGP

1.859.000

 

943.000

2.802.000

waarvan productcategorie Toezicht

     
 

MEVA

6.525.000

 

832.000

7.357.000

 

PZo

3.707.000

 

1.088.000

4.795.000

Totaal Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

 

35.211.000

 

29.144.000

64.355.000

Tabel 60 Baten als tegenprestatie voor levering van input
 

Opdrachtgever

Moeder-departement

Overige departementen

Partijen anders

Totaal

Baten als tegenprestatie voor levering van input

     

waarvan bijdrage aan productcategorie Ontheffingen en vergunningen

     
 

GMT

593.000

  

593.000

 

MEVA

100.000

  

100.000

waarvan bijdrage aan productcategorie Overig

     
 

CIBG

242.000

  

242.000

 

GMT

231.000

  

231.000

waarvan bijdrage aan productcategorie Prijsvorming

     
 

GMT

4.999.000

  

4.999.000

waarvan bijdrage aan productcategorie Registers

     
 

DJ

1.493.000

  

1.493.000

 

DMO

903.000

  

903.000

 

GMT

4.886.000

  

4.886.000

 

IGJ

1.306.000

  

1.306.000

 

LVVN

 

3.388.000

 

3.388.000

 

LZ

469.000

  

469.000

 

PG

3.049.000

  

3.049.000

 

PZo

2.825.000

  

2.825.000

waarvan bijdrage aan productcategorie Toezicht

     
 

DJ

1.016.000

  

1.016.000

 

GMT

585.000

  

585.000

 

IGJ

1.600.000

  

1.600.000

 

MEVA

2.371.000

  

2.371.000

 

PZo

4.020.000

  

4.020.000

waarvan bijdrage aan productcategorie Uitwisseling gegevens

     
 

DI-CIO

5.908.000

  

5.908.000

Totaal Baten als tegenprestatie voor levering van input

 

36.596.000

3.388.000

 

39.984.000

Toelichting meerjarenraming 2027–2031

In de meerjarenraming zijn onderstaande uitgangspunten verwerkt:

  • Gekozen is voor een ontwikkelbudget t.b.v. innovaties van €5 mln.;

  • Bij de interne bedrijfsvoering van het CIBG wordt meer ingezet op werven van capaciteit, externe inhuur terug te dringen en externen te verambtelijken op formatieplekken;

  • Bij omzet derden en bijzondere baten is sprake van jaarlijkse schommelingen vanwege wisselende productievolumes voor met name BIG en UZI;

  • De verwachting is dat in 2027 €12 mln. aan investeringen op het gebied van ICT nodig zijn. De verwachte investeringen zijn:

    • Nieuwbouw BIG

    • Programma DIAZ

    • Nieuwbouw Notis-Nexus

    • Project Cobra Migratie

  • Vanuit het programma Werk aan Uitvoering heeft het CIBG middelen ter beschikking gekregen van in totaal €16,3 mln. t/m 2031. Voor de jaren 2024 t/m 2027 gaat het om €10,9 mln. voor ‘Open op Orde’ en het Programma Doorontwikkeling Informatieveiligheid. De additionele kosten en aanvullende financiering zijn verwerkt in de meerjarenraming.

5.2.3 Kastroomoverzicht

Tabel 61 Kasstroomoverzicht CIBG over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

18.201

21.885

20.651

12.471

6.975

6.046

5.118

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

120.885

107.611

104.639

109.814

110.277

113.463

116.752

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

117.201

104.696

100.819

105.310

106.206

109.392

112.681

2.

Totaal operationele kasstroom

3.684

2.915

3.820

4.504

4.071

4.071

4.071

 

-/- totaal investeringen

5.031

8.900

12.000

10.000

5.000

5.000

5.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 5.031

‒ 8.900

‒ 12.000

‒ 10.000

‒ 5.000

‒ 5.000

‒ 5.000

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

 

-/- aflossingen op leningen

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

5.031

4.

Totaal financieringskasstroom

5.031

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

21.885

15.900

12.471

6.975

6.046

5.118

4.189

Toelichting kasstroomoverzicht

De operationele activiteiten leiden tot een positieve kasstroom van € 3,82 mln. in 2027 en toont aan dat het CIBG voldoende liquide middelen heeft uit de reguliere bedrijfsvoering. De investeringsactiviteiten resulteren in een negatieve kasstroom als gevolg van ICT projecten.

De investeringen behoren tot de immateriële vaste activa. Er wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van vijf jaar. Voor de financiering van deze activa wordt gebruik gemaakt van eigen middelen.

5.2.4 Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 62 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Generiek

       

1. Kostprijzen per product (groep)

       

- Beschikking BIG-register

334

327

112

107

185

258

258

- Vakbekwaamheidverklaring

4.606

4.987

5.654

4.963

4.963

4.963

4.963

- Vergunning Farmatec

1.832

1.809

1.918

1.778

1.778

1.778

1.778

- UZI-pas/certificaat

445

546

540

436

641

614

614

- Wilsbeschikking donorregister

8

8

8

16

8

8

8

        

2. Omzet per productgroep (x € 1.000)

       

- BIG en herregistratie

14.684

12.299

14.460

16.500

13.900

12.900

12.900

- Vakbekwaamheid

6.218

6.733

7.350

6.700

6.700

6.700

6.700

- Farmatec

4.062

4.074

4.376

4.005

4.005

4.005

4.005

- UZI-pas/certificaat

19.567

17.206

19.710

19.200

20.200

21.200

21.200

- Donorregister

4.197

4.016

4.476

7.900

4.200

4.100

4.100

        

3. Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

405

429

465

465

465

465

465

        

4. Saldo van baten en lasten

        

Specifiek

       

1. Productievolume

       

- Beschikking BIG-register

44.000

37.600

128.600

153.996

75.000

50.000

50.000

- Vakbekwaamheidverklaringen

1.350

1.350

1.300

1.350

1.350

1.350

1.350

- Verleende vergunningen Farmatec

2.217

2.252

2.282

2.252

2.252

2.252

2.252

- UZI-passen en certificaten

44.000

31.500

36.500

44.000

31.500

34.500

34.500

- Wilsbeschikkingen donorregister

555.000

520.000

565.000

500.000

500.000

500.000

500.000

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Het CIBG streeft ernaar de dienstverlening op een constant hoogwaardig niveau aan te bieden. Dit vraagt investeringen en ontwikkeling van systemen.

5.3 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Millieu (RIVM)

5.3.1 Inleiding

Sinds 1 januari 2004 is het RIVM een baten-lasten agentschap van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gevestigd in Bilthoven. Het RIVM staat voor een gezonde bevolking en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving voor huidige en toekomstige generaties. Het RIVM is het kenniscentrum van de Rijksoverheid op het gebied van volksgezondheid en milieu. Het RIVM verricht niet alleen zelf onderzoek, maar verzamelt ook wereldwijd kennis en past die kennis toe. Het onderzoek en de advisering hebben betrekking op:

  • Het verrichten van monitoring, surveillance en onderzoek gericht op ondersteuning van beleidsontwikkeling, beleidsuitvoering, bewaking van veiligheid en uitoefening van toezicht op het gebied van volksgezondheid en milieu.

  • Het periodiek rapporteren over toekomstige ontwikkelingen op de kennisgebieden van het RIVM.

  • Het uitvoeren van de landelijke aansturing en begeleiding van preventieprogramma’s.

  • Het deelnemen aan internationale samenwerkingsverbanden en onderzoek.

Het RIVM voert haar werkzaamheden voornamelijk uit voor het moederdepartement VWS en de ministeries van IenW, LVVN, EZK en SZW. Ook werkt het RIVM in opdracht voor (nationale en internationale) organisaties als de ANVS, Europese Commissie, WHO en decentrale overheden. Informatie over de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en adviezen is te vinden via de thematische ingangen van de website www.rivm.nl.

5.3.2 Budgettaire gevolgen van beleid RIVM

Tabel 63 Begroting van baten-lastenagentschap RIVM voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

835.600

752.400

736.200

747.400

713.700

749.800

waarvan onderzoek en advies

544.100

541.300

526.000

525.700

522.400

518.300

waarvan uitvoering preventieprogramma's

291.500

211.100

210.200

221.700

191.300

231.500

       

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan A

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan B

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan C

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Vrijval voorzieningen

8.200

8.900

1.900

Bijzondere baten

Totaal baten

851.800

769.300

746.100

755.400

721.700

757.800

       

Lasten

      

Apparaatskosten

757.200

685.300

662.100

671.400

637.700

673.800

- Personele kosten

355.100

340.800

325.400

323.900

315.300

314.600

waarvan eigen personeel

276.700

275.700

270.500

269.900

269.700

269.100

waarvan inhuur externen

65.700

51.000

41.000

40.100

31.700

31.600

waarvan overige personele kosten

12.700

14.100

13.900

13.900

13.900

13.900

- Materiële kosten

402.100

344.500

336.700

347.500

322.400

359.200

waarvan apparaat ICT

52.300

42.400

42.400

42.400

42.400

42.400

waarvan bijdrage aan SSO's

8.000

16.000

16.000

16.000

16.000

16.000

waarvan overige materiële kosten

341.800

286.100

278.300

289.100

264.000

300.800

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

88.800

78.000

78.000

78.000

78.000

78.000

Rentelasten

Afschrijvingskosten

5.800

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

- Materieel

5.800

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

waarvan apparaat ICT

3.900

4.400

4.400

4.400

4.400

4.400

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

1.900

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

- Immaterieel

Overige lasten

waarvan dotaties voorzieningen

waarvan bijzondere lasten

Totaal lasten

851.800

769.300

746.100

755.400

721.700

757.800

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toelichting van baten en lasten

Algemeen

Taakstellingen bij VWS

De uit het regeerakkoord Schoof volgende taakstellingen zijn gestart in 2025, en zullen uiteindelijk moeten oplopen tot een structurele korting van € 29,4 mln. op het werkpakket bij het moederdepartement VWS in 2029. Deze opgave is ook als zodanig verwerkt in de meerjarenbegroting van het RIVM.

Van de afgekondigde vier taakstellingen van het kabinet Jetten wordt het RIVM in ieder geval geraakt door de efficiencytaakstelling voor 2027 (€ 2,5 mln. structureel). Hoe de efficiencytaakstelling voor de jaren 2028 en daarna ingevuld gaat worden, is nog niet bekend. Ditzelfde geldt voor de taakstelling m.b.t. de vernieuwing van de Rijksdienst en een slagvaardige overheid. Ook hierover moet nog nadere besluitvorming volgen, voordat duidelijk is of dit verdere gevolgen heeft voor het RIVM.

Sluitende begroting, maar met de nodige uitdagingen

Ondanks de taakstellingen laat het RIVM een sluitende begroting zien. Dat wil niet zeggen dat dit zonder zorgen is. Ten eerste zal een dalend werkpakket, zeker van deze omvang, effect hebben op de omvang van de personele bezetting bij het RIVM.

Ten tweede zal een dalend werkpakket betekenen dat er voor het gehele RIVM minder middelen beschikbaar zijn, terwijl niet alle kosten variabel zijn. Daarnaast vragen de ontwikkelingen rondom de ICT, (het werken met) data, de implementatie van het nieuwe ERP systeem (SAP4Hana) en de voorbereiding op de verhuizing (zie hieronder) ook de nodige aandacht. Net als nieuwe wetgeving waaronder EHDS.

Verhuizing RIVM

Op 10 april 2026 is de nieuwbouw van het RIVM opgeleverd aan de Staat. Enkele maanden daarna zijn nodig om daadwerkelijk te starten met de verhuizing van medewerkers van Bilthoven naar Utrecht. De huidige planning is dat het RIVM na de zomer 2026 start met de verhuizing, en dat die in 2027 nagenoeg afgerond zal zijn. Hoe dit daadwerkelijk gaat verlopen en welke extra inzet daarvoor nog nodig is, zal nog moeten blijken. Überhaupt laten de incidentele kosten rondom de voorbereiding en de daadwerkelijke overgang naar het nieuwe pand zich niet altijd goed voorspellen, zowel qua omvang als qua timing. Na afloop van de verhuizing zal ook moeten blijken of de eerder aangelegde voorzieningen voor dubbele huurlasten en het leeg opleveren van het terrein en de toegekende claim via de eigenaar voor extra huisvestingskosten hiervoor voldoende is geweest.

Ruimte voor generieke kennisbasis in de tarieven

In samenspraak met de opdrachtgevers is het gelukt om aanvullende gelden vrij te maken voor (het generieke deel van) het versterken van de Kennisbasis. De tarieven van het RIVM stijgen vanaf 2026 ieder jaar met 1 euro, oplopend tot in totaal 4 euro in 2029. Het RIVM blijft met de eigenaar en zijn opdrachtgevers in gesprek om structurele financiering te verkrijgen voor innovatie en ontwikkeling binnen de opdrachten.

Strategie RIVM2030

Eind 2024 is de nieuwe meer-jaren strategie vastgesteld, RIVM2030. De strategie RIVM2030 is uitgewerkt langs de lijnen van 5 inhoudelijke, samenhangende prioriteiten, te weten: 1) opgave gericht werken, 2) verbinding wetenschap, praktijk en beleid, 3) kwaliteit als kompas, 4) nationale en internationale samenwerking en 5) lerende organisatie. Naast de vijf strategische prioriteiten zijn vier randvoorwaarden geformuleerd, waaronder een solide financiering. Samen met de missie, visie en kernwaarden, vormen de strategische prioriteiten en randvoorwaarden de strategie voor het RIVM richting 2030.

Baten

Sinds de nieuwe regeling agentschappen worden de baten van agentschappen onderverdeeld in «baten als tegenprestatie voor de levering van producten en diensten» en «baten als tegenprestatie voor de levering input». Voor het RIVM geldt dat haar baten vallen onder «baten als tegenprestatie voor de levering van producten en diensten». Om duidelijk te maken welke producten en diensten het RIVM levert, zijn deze verder onderverdeeld naar «onderzoek en advies» en «uitvoering preventieprogramma's». Onder deze laatste categorie vallen de bijvoorbeeld de uitvoering van de bevolkingsonderzoeken en het Rijksvaccinatieprogramma.

De omzetten zijn begroot op grond van de verwachte meerjarige opdrachtvolumes. De werkelijke hoogte van de omzet is afhankelijk van de aard en omvang van de te verrichten activiteiten en daarmee samenhangende in rekening te brengen kosten (uren x tarief plus directe projectgebonden materiële kosten).

Tabel 64 Begroting van baten en lastenagentschap RIVM voor het jaar 2027 ‒ 2031 (bedragen x € 1000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Onderzoek en advies

       

Opbrengst eigenaar

4.810

26.297

14.646

4.690

4.690

890

890

Opbrengst SPR

15.626

17.328

17.642

17.642

17.642

17.642

17.642

VWS-opdrachtgevers

326.532

347.864

325.192

320.725

320.524

321.391

318.602

Opbrengst I&W

82.024

88.248

88.225

88.225

88.225

88.225

88.225

Opbrengst LVVN

31.328

34.632

36.110

36.109

36.268

36.413

35.110

Opbrengst EZK

1.701

1.552

1.637

1.637

1.637

1.637

1.637

Opbrengst SZW

12.115

13.365

13.290

13.290

13.290

13.290

13.290

Opbrengst overige departementen

2.729

391

441

281

241

241

241

Opbrengst derden

43.183

44.270

44.153

43.426

43.184

42.684

42.684

 

520.048

573.947

541.334

526.024

525.700

522.412

518.320

Uitvoering preventieprogramma's

       

VWS-opdrachtgevers

266.705

233.402

211.105

210.176

221.668

191.320

231.523

 

266.705

233.402

211.105

210.176

221.668

191.320

231.523

        

Rentebaten

10.590

10.000

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Vrijval voorzieningen

3.226

8.910

8.910

1.949

Totaal baten

800.570

826.259

769.349

746.149

755.368

721.732

757.844

Onderzoek en advies

Binnen onderzoek en advies bestaat de geraamde omzet van het moederdepartement in 2027 uit baten van VWS-eigenaar (€ 32,3 miljoen) en VWS-opdrachtgever (€ 325,2 miljoen). Van de geraamde omzet van VWS-eigenaar is de komende jaren € 17,6 miljoen bestemd voor het strategisch programma van het RIVM, € 3,8 miljoen beschikbaar uit de bijdrage uit het (OCW) Wetenschapsfonds en € 0,9 miljoen voor het stimuleren van Europees onderzoek. Daarbovenop komt voor 2027 nog een incidentele post die betrekking heeft op de verhuizing van het RIVM, te weten de in de Voorjaarsbesluitvorming van 2024 toegekende claim voor de dubbele huisvestingskosten van €4,3 miljoen, plus € 5,7 die doorschuift uit 2026 vanwege de latere verhuizing.

De geraamde omzet van VWS-opdrachtgevers (€ 325,2 miljoen) heeft betrekking op de programma’s die het RIVM uitvoert voor beleidsdirecties van VWS. Ten opzichte van 2026 is hier een daling te zien voor de komende jaren, die voor een belangrijk deel verklaard wordt door de eerder genoemde taakstellingen. De verwachte omzetten bij de overige departementale opdrachtgevers IenW, LVVN, EZK, SZW, BZK en Defensie laten voorlopig nog een stabiel beeld zien. Dit geldt ook voor de omzet van derden, dat bestaat uit opdrachten die het RIVM uitvoert voor (internationale) organisaties, ZBO’s (waaronder de ANVS) en decentrale overheden.

Uitvoering preventieprogramma's

In de AGP gaat het hier om de PPG programma’s 22, Griep, hielprikscreening, Pneumokokken

PSIE en het Rijksvaccinatieprogramma. Voor 2027 wordt dit in totaal geraamd op € 211,1 miljoen.

Ook deze programma’s worden geraakt door de taakstellingen Schoof en Jetten. Inmiddels zijn er in overleg met de opdrachtgever al inhoudelijk keuzes gemaakt over wat wel en wat niet meer te doen vanuit de taakstelling Schoof; over de invulling van taakstelling Jetten 2027 zijn gesprekken gaande.

De éénmalige lagere baten in 2030 worden verklaard doordat de aangeschafte vaccins voor pneumokokken een lagere houdbaarheidsdatum hebben. In 2030 zal de huidige voorraad verbruikt zijn, zodat in dat specifieke jaar ook minder aangeschaft hoeft te worden. Voor 2031 zullen er weer nieuwe vaccins ingekocht moeten worden.

Overige baten

Ten slotte is voor de rente baten in 2027 en verder een onzekere inschatting van € 8 miljoen opgenomen en heeft de vrijval voorzieningen te maken met de verhuizing van het RIVM. In zowel 2026 als 2027 vallen er eerder opgenomen voorzieningen vrij voor dubbele huurlasten en het leeg opleveren van de gebouwen in Bilthoven.

Lasten

De personele kosten bedragen voor 2027 € 340,8 miljoen, waarin € 275,7 miljoen inbegrepen is voor het ambtelijk personeel. In de jaren daarna volgen de kosten van het eigen personeel de verwachtingen omtrent het werkpakket. In 2027 zijn de kosten voor de daarnaast benodigde externe inhuur € 51 miljoen. Dit is lager dan in 2025, maar hoger dan de norm van 10%. Door kortjarige financiering van opdrachten en moeilijk vervulbare vacatures, zoals op ICT gebied, kan het RIVM niet altijd structurele personeelskosten kan opnemen. Op dit moment in het inhuurpercentage nog iets boven de 20%. Voor 2027 zet het RIVM in op een percentage externe inhuur van 15%, en streeft ernaar om in de komende jaren verder te dalen naar 10%, door - daar waar het kan - inhuur zoveel mogelijk om te zetten naar vast en/of tijdelijk eigen personeel. Hierbij is het onder meer afhankelijk van het toekennen van structurele financiering, zoals inmiddels is gebeurd voor pandemische paraatheid.

Ook de materiele kosten zijn sterk afhankelijk van de beschikbare budgetten bij de opdrachtgevers. Dit geldt vooral voor de overige m-kosten, waar bijvoorbeeld ook de aanschaf van vaccins onder opgenomen zijn. Een ander belangrijk deel heeft betrekking op de incidentele kosten in relatie tot de verhuizing. Deze komen wel voor in 2026 en 2027, maar vervallen in 2028 en verder. De omvang van de ICT gerelateerde materiële kosten wordt voor ca. 60% bepaald door de IV-organisatie bij het RIVM, de rest wordt elders binnen het RIVM gemaakt.

Ten slotte zijn voor de kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten de verhoudingen ten opzichte van de materiële kosten aangehouden zoals die nu ook in de realisatie zichtbaar worden, en zijn de afschrijvingskosten gebaseerd op de verwachte (vervangings-) investeringen.

5.3.3 Kasstroomoverzicht

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De begrote ontvangsten zijn gebaseerd op de geplande opbrengsten van uit te voeren opdrachten. De begrote uitgaven bestaan uit de met de opbrengsten samenhangende uitgaven en uitgaven die ten laste van de getroffen voorzieningen worden gedaan. Onderdeel van de (hogere) kasstroom zijn in 2026 en 2027 de incidentele uitgaven die samenhangen met de overgang naar de nieuwe huisvesting, en met de uitputting van de daarvoor getroffen voorzieningen daarvoor.

Investeringskasstroom

De investeringen in laboratoriumapparatuur en ICT die samenhangen met het betrekken van de nieuwe huisvesting, zijn met name al in 2025 en 2026 gedaan. De jaarlijkse investeringen vanaf 2027 hebben met name betrekking op vervangingsinvesteringen.

Financieringskasstroom

De éénmalig uitkering aan de eigenaar in 2025 staat voor het terugstorten van het surplus van het Eigen Vermogen.

Voor investeringen wordt geen beroep gedaan op de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën.

Tabel 65 Kasstroomoverzicht RIVM over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

429.582

329.540

321.340

312.440

310.540

310.540

310.540

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

937.879

843.600

760.400

744.200

755.400

721.700

757.800

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 945.274

‒ 846.000

‒ 763.300

‒ 740.100

‒ 749.400

‒ 715.700

‒ 751.800

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 7.395

‒ 2.400

‒ 2.900

4.100

6.000

6.000

6.000

 

-/- totaal investeringen

‒ 11.245

‒ 5.800

‒ 6.000

‒ 6.000

‒ 6.000

‒ 6.000

‒ 6.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 11.245

‒ 5.800

‒ 6.000

‒ 6.000

‒ 6.000

‒ 6.000

‒ 6.000

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 9.972

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

 

-/- aflossingen op leningen

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 9.972

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

400.970

321.340

312.440

310.540

310.540

310.540

310.540

5.3.4. Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 66 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Omschrijving

       

1. Uurtarieven:

       

- Gewogen uurtarief in €

159

164

170

171

172

172

172

- Ontwikkeling uurtarief

100

103%

107%

107%

108%

108%

108%

(2025 = 100)

       

2. Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

2.526

2.608

2.488

2.445

2.442

2.440

2.435

3. Saldo van baten en lasten (%)

0,2%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

        

Omschrijving specifiek deel

       

1. Liquiditeit

1,1

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

(current ratio; norm: > 1,0)

       

2. Solvabiliteit (debt ratio)

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

3. Rentabiliteit eigen vermogen

4,1%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

4. Percentage externe inhuur t.o.v. totale personele kosten

22,2%

20,0%

15,0%

12,6%

12,4%

10,1%

10,0%

5. Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

94,8%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

6. Declarabiliteit % primair proces

64,7%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

7. FTE overhead als % totaal aantal FTE

16,8%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

8. Ziekteverzuim

5,4%

5,0%

5,0%

5,0%

5,0%

5,0%

5,0%

9. % medewerkers met een volledig afgeronde p-gesprekscyclus

73,7%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Generieke indicatoren

  • 1. Uurtarieven: Het RIVM hanteert als indicator voor doelmatigheid het gemiddeld gewogen uurtarief. De uurtarieven worden jaarlijks door de eigenaar in juni vastgesteld. De hoogte van de tarieven wordt onder meer bepaald door de ontwikkeling van de loonkosten, de materiële kosten en het aantal te declareren uren per medewerker. In 2027 is de voorgestelde indexatie van de tarieven verwerkt, en extra € 1 voor de kennisbasis. Dit laatste is ook zichtbaar voor 2027 en 2028 (de laatste twee jaren waarin hiervoor een extra stijging opgenomen wordt).

  • 2. Aantal FTE totaal (exclusief externe inhuur): Opgenomen is het aantal fulltime equivalenten (FTE) werkzaam bij het RIVM per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur. De ontwikkeling van het aantal verwachte FTE hangt samen met de ontwikkelingen van het opdrachtenpakket.

  • 3. Saldo van baten en lasten: Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten.

Specifieke indicatoren

  • 1. Liquiditeit: De kortlopende vorderingen ten opzichte van de kortlopende schulden.

  • 2. Solvabiliteit: Het totaal van de schulden ten opzichte van het balanstotaal.

  • 3. Rentabiliteit eigen vermogen: Het onverdeeld resultaat als percentage van het totaal eigen vermogen.

  • 4. Percentage externe inhuur t.o.v. totale personele kosten: Het huidige percentage externe inhuur in 2026 bedraagt rond de 20%. Binnen deze AGP is de ambitie via 15% in 2027 naar 10% toe te werken in 2030 en verder.

  • 5. Percentage facturen betaald binnen 30 dagen: De norm van 95% is gebaseerd op de Rijksbrede afspraken.

  • 6. Declarabiliteit % primair proces: De norm binnen het RIVM bedraagt 65%. De declarabiliteit geeft inzicht in de productiviteit die binnen het RIVM wordt behaald.

  • 7. FTE overhead als % totaal aantal FTE: Het percentage overhead uitgedrukt in FTE ten opzichte van het totaal aantal FTE binnen het RIVM.

  • 8. Ziekteverzuim: De gehanteerde norm voor het RIVM is de Verbaan-norm van 2,6%. Gezien de afgelopen jaren lijkt deze norm niet haalbaar; gestreefd wordt om het ziekteverzuim in 2026 verder terug te brengen naar maximaal 5%. Een aantal acties worden in gang gezet of worden vervolgd die gericht zijn op het verlagen en verder voorkomen van ziekteverzuim binnen het RIVM.

  • 9. % Medewerkers met een volledig afgeronde p-gesprekscyclus: De overeengekomen norm met de eigenaar is, dat minimaal 80% van de medewerkers een vastgesteld P-verslag in P-direkt heeft.

Voor wat betreft de specifieke doelmatigheidsindicatoren steunt het RIVM op de gangbare bedrijfseconomische indicatoren, zoals vermeld in bovenstaande tabel. Over de geleverde prestaties legt het RIVM periodiek verantwoording af richting de opdrachtgevers en eigenaar. Aan de primaire opdrachtgevers vindt verantwoording plaats door middel van voortgangsrapportages inclusief een overzicht met de uitputting van de budgetten. Deze rapportages worden door de opdrachtgevers vastgesteld. Aan de overige opdrachtgevers wordt verantwoording afgelegd bij tijdige oplevering van de afgesproken producten en diensten. Aan de eigenaar wordt verantwoording afgelegd door middel van voortgangsrapportages, waarin tevens wordt gereflecteerd op de organisatie brede doelstellingen uit het jaarplan RIVM.

Audits en benchmarkonderzoeken vinden periodiek plaats. Over (wetenschappelijke) audits op onderdelen van de primaire processen wordt gerapporteerd aan de Commissie van Toezicht. Audits worden gepubliceerd op de website van het RIVM.

6. Premiegefinancierde zorguitgaven (PZ)

6.1 Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de premiegefinancierde zorguitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz).

Het PZ-hoofdstuk bestaat uit de volgende paragrafen:

Paragraaf 6.1: Inleiding

Deze paragraaf bevat:

  • 1. een totaaloverzicht van de premiegefinancierde zorguitgaven (Zvw en Wlz)

  • 2. de wijzigingen in de opzet van de ontwerpbegroting

  • 3. een leeswijzer

Paragraaf 6.2: Zorgverzekeringswet

Deze paragraaf geeft een overzicht van:

  • 1. de algemene doelstelling

  • 2. rol en verantwoordelijkheid bewindspersonen

  • 3. de budgetten voor de jaren 2025-2031

Paragraaf 6.3: Wet langdurige zorg

Deze paragraaf geeft een overzicht van:

  • 1. de algemene doelstelling

  • 2. rol en verantwoordelijkheid bewindspersonen

  • 3. de budgetten voor de jaren 2025-2031

Paragraaf 6.4: Financiering van de zorguitgaven

Deze paragraaf gaat in op de financiering van de zorguitgaven.

Paragraaf 6.5: Verdiepingingsparagraaf Zvw en Wlz in deelsectoren

De verdiepingsparagraaf geeft voor alle deelsectoren een overzicht van alle mutaties sinds ontwerpbegroting 2026. Deze informatie wordt ook als open data beschikbaarbaar gesteld op Overzicht Datasets | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl).

Tabel 67 Totaaloverzicht premiegefinancierde zorguitgaven (Zvw en Wlz) voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Zorgverzekeringswet (Zvw)

       

Bruto uitgaven

65.947.353

69.428.486

73.262.098

74.860.031

76.843.068

79.587.823

82.600.518

Ontvangsten

3.395.217

3.442.669

3.648.200

4.007.300

4.117.700

4.269.300

4.419.100

Netto uitgaven

62.552.136

65.985.817

69.613.898

70.852.731

72.725.368

75.318.523

78.181.418

        

Wet langdurige zorg (Wlz)

       

Bruto uitgaven

38.618.971

41.207.521

43.987.242

46.534.709

49.698.367

52.461.589

55.492.389

Ontvangsten

2.569.900

2.776.700

2.894.500

3.028.300

3.155.900

3.254.300

3.371.400

Netto uitgaven

36.049.071

38.430.821

41.092.742

43.506.409

46.542.467

49.207.289

52.120.989

        

Totaal (Zvw + Wlz)

       

Bruto uitgaven

104.566.324

110.636.007

117.249.340

121.394.740

126.541.435

132.049.412

138.092.907

Ontvangsten

5.965.117

6.219.369

6.542.700

7.035.600

7.273.600

7.523.600

7.790.500

Netto uitgaven

98.601.207

104.416.638

110.706.640

114.359.140

119.267.835

124.525.812

130.302.407

        

Netto uitgaven / BBP (in mld.)

       

Netto uitgaven (Zvw + Wlz)

99

104

111

114

119

125

130

BBP

1.187

1.224

1.278

1.332

1.382

1.433

1.480

Netto uitgaven / BBP

8%

9%

9%

9%

9%

9%

9%

De groei van de totale netto zorguitgaven (inclusief loon- en prijsontwikkeling (LPO) en volumegroei) komt voornamelijk door de gereserveerde tranches voor de loon- en prijsontwikkelingen en de volumegroei.

De netto-uitgaven afgezet tegen het bbp is de komende jaren stabiel rond de 9%.

De premiegefinancierde zorguitgaven en -ontvangsten worden niet primair gefinancierd via de Rijksbegroting, maar via premiemiddelen in beheer van sociale fondsen. Omdat de premiegefinancierde zorguitgaven een groot onderdeel zijn van de totale collectieve uitgaven, wordt via deze paragraaf informatie verschaft over de ontwikkeling van deze uitgaven. Om deze informatie eenduidig te verschaffen wordt met ingang van Ontwerpbegroting 2027 aangesloten bij de rijksbrede voorschriften omtrent budgettaire tabellen. Hiermee ontstaat een betere vergelijkbaarheid tussen de uitgaven op de begrotingsartikelen en de premiegefinancierde zorguitgaven. Deze opzet gaat gelden voor alle budgettaire stukken na Ontwerpbegroting 2027 en geldt dus ook voor het jaarverslag 2026.

In deze leeswijzer staat meer informatie over de zorguitgaven.

Premiegefinancierde zorguitgaven en -ontvangsten

Dit zijn de zorguitgaven en -ontvangsten die vallen onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz).

Bruto- en netto zorguitgaven

De bruto zorguitgaven zijn de premiegefinancierde zorguitgaven van de Zvw en Wlz. Naast de bruto zorguitgaven zijn er ook ontvangsten: het eigen risico Zvw en de eigen bijdragen Wlz, die samen worden gerekend tot de niet-belastingontvangsten. De totale bruto zorguitgaven minus de niet-belastingontvangsten zijn de netto zorguitgaven.

Financiering van de zorguitgaven en de sociale fondsen

Het grootste deel van de zorguitgaven betreft premiegefinancierde zorguit­gaven in het kader van de Zvw en de Wlz.

De collectieve zorguitgaven worden gefinancierd uit premies (nominale Zvw-premie, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw- en Wlz-premie), belastingmiddelen vanuit de begroting (rijksbijdrage voor de financiering van de verzekering voor jongeren onder de 18 jaar, bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) en rijksbijdrage Wlz), het eigen risico in de Zvw en de eigen bijdragen in de Wlz.

De Zvw en de Wlz zijn verzekeringen waar iedere volwassen ingezetene in Nederland verplicht premie voor betaalt en aanspraken aan ontleent. Een deel van de financiering loopt via de sociale fondsen, het Zorgverzekerings­fonds (Zvf) en het Fonds langdurige zorg (Flz). Deze fondsen maken geen onderdeel uit van de rijksbegroting, maar behoren wel tot de overheid. Veranderingen in de financiële positie van de fondsen hebben daarom invloed op het EMU-saldo. De fondsen worden gefinancierd met premies die door het kabinet worden vastgesteld (de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en de Wlz-premie) en de rijksbijdragen. Het exploitatiesaldo van de fondsen telt mee in het EMU-saldo en de EMU-schuld van het Rijk. Het Rijk moet hiervoor (meer of minder) lenen. Een eventueel exploitatietekort in het Zvf of Flz kan worden gezien als financiering van de zorguitgaven.

De nominale Zvw-premie wordt niet door het kabinet vastgesteld, maar door de zorgverzekeraars zelf en wordt rechtstreeks door burgers aan hen betaald. In paragraaf 6.4 is wel een raming opgenomen van de nominale premie. Het Zvf werkt als een vereveningsfonds voor zorgverzekeraars, dat moet zorgen voor een gelijk speelveld. Uit het Flz worden de aanspraken betaald die burgers en instellingen hebben op grond van de Wlz. In paragraaf 6.4 wordt nader ingegaan op de financiering van de zorguitgaven.

6.2 Zorgverzekeringswet

Een kwalitatief goed en toegankelijk stelsel voor curatieve zorg tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

De bewindspersonen van VWS zijn verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor curatieve zorg en voor de beheersing van de collectieve zorguitgaven.

Dit betekent dat zij zorgen dat er in het samenspel tussen zorgverzekeraars, zorgaanbieders, patiënten en verzekerden duidelijke zorginhoudelijke en financiële kaders zijn en dat er prikkels voor partijen zijn om zich optimaal in te zetten voor kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg.   

Daartoe stellen de bewindspersonen onder andere eisen aan de kwaliteit van zorg en zorgen zij voor het opstellen en handhaven van de wettelijke kaders waarbinnen het zorgstelsel functioneert. Het wettelijk kader wordt onder meer gevormd door de Zvw, de Wet bijzondere medische verrichtingen, de Wmg, de Wgp, de Wet toetreding zorgaanbieders en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

De bewindspersonen hebben sturingsmogelijkheden door invloed op de samenstelling van het verplicht verzekerde pakket (het basispakket) en de vrijheden in bekostiging. Tevens streven de bewindspersonen naar het bevorderen van een optimale balans tussen kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid door bijvoorbeeld het maken van afspraken met het veld en het stimuleren van passende zorg. De bewindspersonen worden in deze rol ondersteund door de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ), Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De IGJ houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit van de zorg in Nederland.

Zorginstituut Nederland en de NZa spelen een belangrijke rol bij de beweging naar passende zorg en de beheersing van de zorguitgaven. Zorginstituut Nederland adviseert de bewindspersonen over de samenstelling van het verzekerde pakket en beheert het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). De NZa reguleert zorgverzekeraars en zorgaanbieders zodat zij in het belang van de patiënt en verzekerde handelen. Zij houdt in dat kader ook toezicht. De NZa adviseert de bewindspersonen desgevraagd over voorgenomen beleid en regelgeving. Ook stelt de NZa waar nodig op aanwijzing van de bewindspersonen regels, budgetten en tarieven vast.

Zorginstituut Nederland en de NZa brengen de omvang van de zorguit­ gaven in kaart. Zij baseren zich daarbij op informatie van zorgverzekeraars en instellingen, die na afloop van het jaar door externe accountants wordt gecontroleerd. Op basis van de rapportages van Zorginstituut Nederland en de NZa leggen de bewindspersonen verantwoording af aan de Tweede Kamer.

Verder ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) er op basis van de Mededingingswet op toe dat partijen zich aan de mededingingsregels houden. De ACM beoordeelt fusies in de zorg en controleert of samenwerkende of machtige zorgaanbieders en zorgverzekeraars geen afspraken maken die onvoldoende in het belang van patiënten en verzekerden zijn.

De uitvoering van het zorgstelsel is in handen van private partijen. Private zorgverzekeraars sluiten contracten met een veelheid aan private, over het land verspreide zorgaanbieders waaronder: ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en vrijge­ vestigde beroepsbeoefenaren, zoals huisartsen, apothekers en paramedici. Zorgverzekeraars kunnen zich onderscheiden door een zo goed mogelijke prijs/kwaliteitverhouding in het aanbod voor verzekerden na te streven. De zorg die aanbieders verlenen en de uitgaven die daarmee gemoeid zijn, vloeien voort uit de aanspraken volgens de Zvw. De zorgsector is privaat binnen publieke randvoorwaarden.

Tabel 68 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties Zvw (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand Ontwerpbegroting 2026

69.790.187

73.887.354

77.299.645

80.432.369

83.864.429

83.864.429

       

Mutaties coalitieakkoord

0

‒ 1.472.500

‒ 2.029.800

‒ 3.486.700

‒ 3.720.500

‒ 3.758.300

CA 34 Eigen risico niet verlagen en index per 2027

 

‒ 1.698.000

‒ 1.782.000

‒ 1.882.000

‒ 1.882.000

‒ 1.882.000

CA 35 Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027

 

‒ 583.500

‒ 618.800

‒ 619.700

‒ 622.500

‒ 592.300

CA 36 Tranchering eigen risico op 150 euro

  

‒ 318.000

‒ 318.000

‒ 318.000

‒ 318.000

CA 37 Passende zorg

   

‒ 112.000

‒ 198.000

‒ 266.000

CA 38 Versterken informatieplicht zorgverzekeraars

    

‒ 110.000

‒ 110.000

CA 39 Afschaffen vergoeding ongecontracteerde zorg

   

‒ 150.000

‒ 150.000

‒ 150.000

CA 40 Uitvoerings afspraken AZWA

 

794.000

709.000

230.000

230.000

230.000

CA 41 Selectie geneesmiddelen uit basispakket

  

‒ 35.000

‒ 115.000

‒ 150.000

‒ 150.000

CA 44 Huishoudeijke hulp uit Wmo met vangnet

   

‒ 85.000

‒ 85.000

‒ 85.000

CA 46 Eigen bijdrage wijkverpleging

 

15.000

15.000

‒ 225.000

‒ 225.000

‒ 225.000

CA 48 Vervolgopleiding medisch-specialisten

   

‒ 110.000

‒ 110.000

‒ 110.000

CA 49 Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

   

‒ 100.000

‒ 100.000

‒ 100.000

       

Belangrijkste suppletoire mutaties

‒ 586.474

‒ 557.279

‒ 952.826

‒ 912.730

‒ 1.404.274

1.595.703

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

‒ 598.518

‒ 581.517

‒ 581.517

‒ 581.517

‒ 581.517

‒ 581.517

(Pandemische) paraatheid

   

11.700

16.100

16.100

Onafhankelijke indicatiestelling wijkverpleging

 

85.000

    

Besparingsverlies zelfzorgmiddelen

 

40.000

    

Informatiepositie zorgverzekeraars vervroegen

   

‒ 110.000

‒ 10.000

‒ 10.000

Structurele bekostiging VSV's

 

23.150

20.424

17.651

14.801

14.801

Uitbreiding MMT (amendement)

200

2.100

8.500

13.500

14.400

14.700

Kasschuif transformatiemiddelen

200.000

40.000

‒ 240.000

   

Spuk IZA transformatiemiddelen

‒ 145.575

‒ 133.180

‒ 15.201

   

Aanpassing loon-en prijsontwikkeling o.b.v. CEP

‒ 32.852

‒ 54.430

‒ 137.383

‒ 344.856

‒ 490.192

‒ 479.179

Verwerking MLT 2027-2031

 

‒ 211.866

‒ 205.204

‒ 201.508

‒ 344.198

‒ 760.139

Doorbraakmiddelen

 

400.000

400.000

   

Kasschuif doorbraakmiddelen

 

‒ 200.000

‒ 100.000

300.000

  

Besparingsverlies taakstelling medisch specialist

 

150.000

    

Extrapolatie

     

3.485.905

Overig

‒ 9.729

‒ 116.536

‒ 102.445

‒ 17.700

‒ 23.668

‒ 104.968

       

Stand 1e suppletoire begroting 2026

69.203.713

71.857.575

74.317.019

76.032.939

78.739.655

81.701.832

       

Belangrijkste mutaties begroting 2027

224.773

1.404.523

543.012

810.129

848.168

898.686

Loon- en prijsontwikkeling

 

741.814

562.055

600.629

596.717

609.489

Verwerking MLT 2027-2031

 

‒ 1.300

‒ 25.115

‒ 20.914

‒ 22.614

11.985

Actualisatie Q2 niet-IZA

150.361

‒ 57.595

‒ 60.149

‒ 66.716

‒ 31.908

‒ 28.783

Actualisatie Q2 IZA

6.477

     

Actualisatie Q2 transformatiemiddelen IZA

  

‒ 128.900

   

Correctie beschikbaarheidbijdrage opleidingen

48.000

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Overgang budgetbekostiging SEH

 

‒ 7.200

    

Verwerking kabinetsreactie instroomadviezen Capaciteitsorgaan

 

‒ 10.680

‒ 14.782

‒ 18.158

‒ 9.315

‒ 9.293

Overheveling middelen bij-en nascholing msz

 

247.288

247.288

247.288

247.288

247.288

Overheveling opleidingsmiddelen wijkverpleging

  

60.000

60.000

60.000

60.000

Overheveling spuk IZA transformatiemiddelen

19.935

‒ 28.804

‒ 5.385

   

Overheveling doorbraakmiddelen sociaal domein

 

‒ 100.000

‒ 100.000

   

Uitstel naar 2028 van CA 35 (Verhoging eigen risico met 60 euro)

 

613.000

    
       

Stand Ontwerpbegroting 2027

69.428.486

73.262.098

74.860.031

76.843.068

79.587.823

82.600.518

Toelichting

Mutaties coalitieakkoord en suppletoire mutaties

Deze mutaties zijn toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2026. De grootste mutaties hebben betrekking op:

  • 1. de verwerking van het coalitieakkoord Jetten (totaal € -3.758 miljoen in 2031);

  • 2. Zvw-actualisaties op basis van de meest recente informatie van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (€ -582 miljoen in 2031);

  • 3. de ramingen voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen vanaf 2027 geactualiseerd op basis van de recente middellange-termijnverkenning (MLT) 2027-2031 van het Centraal Planbureau (€ -760 miljoen in 2031).

Belangrijkste mutaties begroting 2027

Loon- en prijsontwikkeling

De ramingen voor loon- en prijsontwikkelingen zijn geactualiseerd op basis van de recente macro-economische inzichten in de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB.

Verwerking MLT 2027-2031

De raming voor de volumeontwikkeling is voor de jaren 2027-2031 aangepast om volledig aan te sluiten op de raming van het Centraal Planbureau.

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor de sectoren die geen onderdeel uitmaken van de financiele afspraken in het IZA.

Actualisatie Q2 IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Het gaat hier alleen om actualisatie van het lopende jaar voor de sectoren waar financiele afspraken mee zijn gemaakt in het IZA.

Actualisatie Q2 transformatiemiddelen IZA

De uitgaven aan transformatiemiddelen zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van Zorgverzekeraars Nederland. Dit leidt tot verschuivingen tussen jaren, maar het totaalbedrag blijft gelijk. Het minbedrag is hier niet te zien omdat dit betrekking heeft op jaren voor 2026, die niet in deze tabel worden gepresenteerd.

Correctie beschikbaarheidbijdrage opleidingen

Bij de eerste suppletoire wet is per abuis een verkeerde reeks geboekt bij de medische vervolgopleidingen. Deze wordt hiermee gecorrigeerd.

Overgang budgetbekostiging SEH

Per 2027 wordt de budgetbekostiging SEH ingevoerd. De middelen die betrekking hebben op de beschikbaarheidbijdrage SEH worden daarom overgeheveld van het kader beschikbaarheidbijdragen naar het kader MSZ.

Verwerking kabinetsreactie instroomadviezen Capaciteitsorgaan

Door de verwerking van de kabinetsreactie op het capaciteitsplan 2027-2030, waarin het Capaciteitsorgaan een advies uitbrengt over het aantal beschikbaar te stellen opleidingsplekken voor een groot aantal (medische) vervolgopleidingen en een aantal initiële opleidingen, ontstaat ruimte binnen het budget voor de beschikbaarheidsbijdrage medische vervolgopleidingen. Deze wordt benut voor het volledig opvolgen van het instroomadvies voor de opleidingen tot physician assistant en verpleegkundige specialist – waarvan de werkgeverskosten worden gefinancierd via een subsidieregeling vanaf de VWS-begroting - en voor een interne herschikking van budgetten.

Overheveling middelen bij- en nascholing medisch-specialistische zorg

De middelen voor bij- en nascholing in de medisch-specialistische zorg – tot en met 2026 beschikbaar gesteld via de subsidieregeling strategisch opleiden medisch-specialistische zorg (SO-MSZ) worden per 1 januari 2027 overgeheveld naar het premiekader medisch specialistische zorg. Met deze overheveling kunnen de organisaties die medisch-specialistische zorg leveren de bij- en nascholing van hun personeel betrekken bij de afspraken die zij maken met zorgverzekeraars.

Overheveling opleidingsmiddelen wijkverpleging

De middelen voor opleiden in de wijkverpleging worden per 1 januari 2028 overgeheveld naar het premiekader wijkverpleging. Met deze overheveling kunnen zorgaanbieders in de wijkverpleging de werkgeverskosten voor opleiden en begeleiden van nieuwe (zij-)instroom betrekken in de reguliere contractonderhandelingen met zorgverzekeraars. In 2027 vinden er gesprekken plaats met de betrokken partijen om tot afspraken te komen over de nadere invulling hiervan.

Overheveling spuk IZA transformatiemiddelen

De Regeling specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA 2024-2027 (hierna: de Regeling) ondersteunt gemeenten bij de uitvoering van transformatieplannen in de zorg, in lijn met de doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord (IZA). Het aantal door zorgverzekeraars goedgekeurde transformatieplannen van gemeenten en ingediende SPUK-aanvragen geeft aanleiding om het huidige budgetplafond van de Regeling te verhogen. Deze middelen worden gefinancierd door transformatiemiddelen op de premiegefinancieerde zorguitgaven over te boeken naar de begrotingsgefinancieerde uitgaven.

Overheveling doorbraakmiddelen sociaal domein

Een deel van de doorbraakmiddelen (€ 200 miljoen) wordt uitgegeven door gemeenten. Deze middelen worden ingezet om de basisfunctionaliteiten uit het AZWA sneller te laten starten.

Uitstel naar 2028 van CA 35 (Verhoging eigen risico met € 60)

Het kabinet heeft besloten om de verhoging van € 60 van het verplicht eigen risico in de Zvw uit te stellen van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt vanaf 2028 technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico. Voor 2027 wordt dit bedrag tegengeboekt.

Tabel 69 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties Zvw (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

3.442.669

1.583.175

1.600.533

1.616.837

1.675.437

1.675.437

       

Mutaties coalitieakkoord

 

2.443.500

2.432.200

2.537.300

2.634.500

2.764.700

CA 34 Eigen risico niet verlagen en index per

 

2.007.000

2.144.000

2.245.000

2.340.000

2.435.000

CA 35 Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027

 

436.500

406.200

410.300

412.500

447.700

CA 36 Tranchering eigen risico op 150 euro

  

‒ 118.000

‒ 118.000

‒ 118.000

‒ 118.000

       

Belangrijkste suppletoire mutaties

 

18.300

15.900

‒ 25.900

‒ 29.200

‒ 8.437

Extrapolatie

     

59.063

Bijstelling op basis van CEP

 

‒ 40.900

‒ 41.400

‒ 42.600

‒ 44.400

‒ 83.000

Update eigen risicomodel

 

62.500

64.900

66.100

68.500

71.500

Interactie met de CA-maatregelen

 

‒ 3.300

‒ 7.600

‒ 49.400

‒ 53.300

‒ 56.000

       

Stand 1e suppletoire begroting 2026

3.442.669

4.047.175

4.049.433

4.126.937

4.280.537

4.430.000

       

Belangrijkste mutaties begroting 2027

 

‒ 398.975

‒ 42.133

‒ 9.237

‒ 11.237

‒ 10.900

Bijstelling op basis van MEV

 

38.900

39.200

38.100

38.500

38.700

Actualisatie eigen risico

 

‒ 1.375

‒ 80.833

‒ 47.037

‒ 49.537

‒ 50.000

Uitstel naar 2028 van CA 35 (Verhoging eigen risico met 60 euro)

 

‒ 436.500

    

Overig

  

‒ 500

‒ 300

‒ 200

400

       

Stand Ontwerpbegroting 2027

3.442.669

3.648.200

4.007.300

4.117.700

4.269.300

4.419.100

Mutaties coalitieakkoord en suppletoire mutaties

Deze mutaties zijn toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2026. De grootste mutaties hebben betrekking op:

  • 1. de verwerking van het coalitieakkoord Jetten (€ 2.765 miljoen in 2031). Enkele CA-reeksen hebben ook effect op de ontvangsten;

  • 2. bijstellingen op basis van het Centraal Economisch Plan (€-83 miljoen in 2031);

Belangrijkste mutaties begroting 2027

Bijstelling op basis van MEV

De raming van de ontvangsten eigen risico in de Zvw is geactualiseerd op basis van de recente macro-economische inzichten in de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB (€ 46 miljoen in 2027 oplopend tot € 47 miljoen in 2031). Daarnaast is op basis van de nieuwe verzekerdenraming de raming van de ontvangsten eigen risico neerwaarts bijgesteld (-/- € 7 miljoen in 2027 oplopend tot -/- € 8 miljoen in 2031).

Actualisatie eigen risico

De mutaties in de uitgavenramingen voor de Zvw leiden samen tot een neerwaartse bijstelling van de opbrengsten van het eigen risico vanaf 2027.

Uitstel verhoging ER met € 60 naar 2028 (CA35)

Het kabinet heeft besloten om de verhoging van € 60 van het verplicht eigen risico in de Zorgverzekeringswet uit te stellen van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Dit betekent dat de opbrengst van het verhogen van het eigen risico pas vanaf 2028 optreedt.

Overig

De raming is voor de jaren 2027-2031 aangepast om volledig aan te sluiten op de raming van het Centraal Planbureau.

Tabel 71 bevat de horizontale ontwikkeling van de Zvw-sectoren over de jaren 2025-2031.

Tabel 70 Budgettaire gevolgen van beleid Zvw (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Uitgaven

65.947.353

69.428.486

73.262.098

74.860.031

76.843.068

79.587.823

82.600.518

        

Eerstelijnszorg

8.825.191

9.439.971

9.755.246

9.864.188

9.865.712

9.867.296

9.864.996

Huisartsenzorg

4.642.105

4.977.969

5.161.547

5.309.923

5.309.891

5.309.891

5.309.891

Multidisciplinaire zorg

964.058

1.042.061

1.173.695

1.206.170

1.206.163

1.206.163

1.206.163

Tandheelkundige zorg

1.031.120

1.047.808

1.054.403

1.036.580

1.036.572

1.036.572

1.035.572

Paramedische zorg

1.214.003

1.312.213

1.289.113

1.237.753

1.237.743

1.237.743

1.236.743

Verloskundige zorg

319.773

352.065

360.262

360.755

361.247

361.740

361.740

Kraamzorg

412.555

452.109

455.258

456.349

457.440

458.531

458.531

Zorg voor zintuiglijk gehandicapten

241.577

255.746

260.968

256.658

256.656

256.656

256.356

Tweedelijnszorg

35.446.398

37.159.419

37.209.950

36.633.775

36.538.175

36.533.313

36.497.976

Medisch-specialistische zorg

31.802.135

33.266.995

33.431.671

32.895.279

32.895.139

32.890.704

32.859.604

Geriatrische revalidatiezorg

1.042.818

1.102.516

1.143.274

1.121.134

1.119.956

1.118.788

1.115.451

Eerstelijnsverblijf

443.094

487.203

504.680

497.656

497.653

497.653

497.253

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

1.057.007

1.117.397

1.126.058

1.126.058

1.026.058

1.026.058

1.026.058

Beschikbaarheidbijdragen curatieve zorg

248.661

260.282

205.809

211.326

216.975

217.716

218.016

Overig curatieve zorg

852.683

925.026

798.458

782.322

782.394

782.394

781.594

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

5.904.260

6.341.603

6.086.279

6.012.494

6.012.453

6.012.453

6.006.753

Apotheekzorg en hulpmiddelen

8.124.573

8.622.791

8.643.550

8.419.157

8.383.277

8.384.445

8.374.882

Apotheekzorg

5.999.512

6.372.492

6.347.570

6.160.184

6.124.321

6.125.489

6.118.026

Hulpmiddelen

2.125.061

2.250.299

2.295.980

2.258.973

2.258.956

2.258.956

2.256.856

Wijkverpleging

3.238.323

3.225.624

3.666.767

3.722.248

3.661.436

3.605.298

3.586.899

Ziekenvervoer

1.115.354

1.183.593

1.204.124

1.183.829

1.183.820

1.183.820

1.182.620

Ambulancevervoer

999.369

1.070.110

1.089.122

1.070.647

1.070.639

1.070.639

1.070.039

Overige ziekenvervoer

115.985

113.483

115.002

113.182

113.181

113.181

112.581

Opleidingen

1.863.370

2.052.337

2.156.900

2.177.756

2.092.434

2.131.215

2.134.362

Buitenland

1.050.318

1.148.459

1.025.760

1.015.658

1.015.654

1.015.655

1.015.055

Grensoverschrijdende zorg

589.298

607.459

626.142

616.040

616.036

616.037

615.437

Internationale verdragen

461.020

541.000

399.618

399.618

399.618

399.618

399.618

Transformatiemiddelen IZA

379.566

254.524

460.426

224.416

   

Nominaal en onverdeeld Zvw

 

165

3.053.096

5.606.510

8.090.107

10.854.328

13.936.975

        

Ontvangsten

3.395.217

3.442.669

3.648.200

4.007.300

4.117.700

4.269.300

4.419.100

6.3 Wet langdurige zorg

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat:

  • 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en,

  • 2. wanneer dit nodig is thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

De Minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

De uitvoering van de Wlz is in handen van de zorgkantoren. De Wlz geeft recht op zorg aan verzekerden met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. Om in aanmerking te komen voor zorg vanuit de Wlz moet een verzekerde een Wlz-indicatie hebben, welke door het Centrum Indicatiesteling Zorg (CIZ) verstrekt wordt. Wlz-uitvoerders sluiten overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, volledig pakket thuis (vpt), modulair pakket thuis (mpt) of een persoonsgebonden budget (pgb). De verzekerde bepaalt zoveel mogelijk zelf waar en hoe hij zorg krijgt.

De Minister wordt ondersteund door de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ), Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De IGJ houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van de zorg in Nederland. Zorginstituut Nederland en de NZa spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Zorginstituut Nederland adviseert de Minister over de samenstelling van het verzekerde pakket, stimuleert de continue kwaliteitsverbetering en beheert het Fonds langdurige zorg (Flz). De NZa houdt toezicht op zorgaanbieders en Wlz-uitvoerders. De NZa adviseert de bewindspersonen over beleid en regelgeving en de toereikendheid van het budgettair kader. Daarnaast stelt de NZa op aanwijzing van de bewindspersonen regels, budgetten en tarieven vast. De minister stelt het budgettaire kader voor de langdurige zorg vast.

Verder ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toe op de naleving van wetten en regels op het gebied van concurrentie en marktwerking op basis van de Mededingingswet. Ook beoordeelt de ACM fusies in de zorg.

Tabel 71 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties Wlz (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand Ontwerpbegroting 2026

41.915.960

44.339.494

47.209.519

50.079.822

53.115.831

53.115.831

       

Mutaties coalitieakkoord

 

‒ 130.000

‒ 345.000

100000

‒ 115.000

‒ 330.000

CA 42 Bestuurlijk akkoord Wlz/Scheiden wonen zorg

 

‒ 130.000

‒ 345.000

‒ 560.000

‒ 775.000

‒ 990.000

CA 44 Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet

   

660.000

660.000

660.000

       

Belangrijkste suppletoire mutaties

‒ 697.780

‒ 381.032

‒ 360.131

‒ 433.289

‒ 395.976

2.938.435

Actualisatie Wlz-uitgaven

‒ 602.000

‒ 250.000

‒ 250.000

‒ 250.000

‒ 250.000

‒ 250.000

Aanpassing loon -en prijsontwikkeling o.b.v. CEP

 

‒ 4.328

‒ 23.683

11.197

‒ 14.762

210.750

Verwerking MLT 2027-2031

‒ 1.823

‒ 10.633

27.967

‒ 79.674

‒ 56.269

‒ 193.914

Overboeking LPO Wmo

‒ 66.498

‒ 66.498

‒ 66.498

‒ 66.498

‒ 66.498

‒ 66.498

Preventieve maatregelen op grond van de Wet DOS

 

‒ 47.000

‒ 47.000

   

Actualisatie nominaal en onverdeeld

  

‒ 17.891

‒ 18.150

‒ 18.150

‒ 18.150

Reservering middelen vervanging abonnementstarief

  

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 15.000

Extrapolatie

     

3.281.290

Overig

‒ 27.459

‒ 2.573

31.974

‒ 15.164

24.703

‒ 10.043

       

Stand 1e suppletoire begroting 2026

41.218.180

43.828.462

46.504.388

49.746.533

52.604.855

55.724.266

       

Belangrijkste mutaties begroting 2027

‒ 10.659

158.780

30.321

‒ 48.166

‒ 143.266

‒ 231.877

Loon- en prijsontwikkeling

 

291.475

202.207

205.891

212.969

210.084

Actualisatie Wlz-kader

29.833

29.833

29.833

29.833

29.833

29.833

Actualisatie Wlz buiten kader

‒ 29.831

‒ 29.831

‒ 29.831

‒ 29.831

‒ 29.831

‒ 29.831

Vrijval risicoreservering kostenonderzoeken

 

‒ 51.000

    

Overheveling LPO en volume beschermd wonen

 

‒ 79.491

‒ 168.182

‒ 248.853

‒ 349.531

‒ 435.257

Overig

‒ 10.661

‒ 2.206

‒ 3.706

‒ 5.206

‒ 6.706

‒ 6.706

       

Stand Ontwerpbegroting 2027

41.207.521

43.987.242

46.534.709

49.698.367

52.461.589

55.492.389

Toelichting

Mutaties coalitieakkoord en suppletoire mutaties

Deze mutaties zijn toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2026. De grootste mutaties hebben betrekking op:

  • 1. de verwerking van het coalitieakkoord Jetten (per saldo €-330 miljoen in 2031);

  • 2. actualisaties op basis van de meest recente informatie van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (€ -250 miljoen in 2031);

  • 3. de ramingen voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen zijn vanaf 2027 geactualiseerd op basis van de middellange-termijnverkenning (MLT) 2027-2031 van het CPB (oplopend tot -/- € 194 miljoen in 2031);

  • 4. de raming van de loon- en prijsontwikkeling is voor 2027 en verder aangepast op basis van de macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB (oplopend tot € 211 miljoen in 2031).

Belangrijkste mutaties begroting 2027

Algemeen

Voor de Wlz per saldo neutrale mutaties worden in tabel 72 niet zichtbaar. Ze zijn wel opgenomen in de verdiepingsparagraaf (6.5.2). Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan de verhoging van de taakstelling bestuurlijk akkoord Wlz vanaf 2028 als gevolg van het structureel schrappen van tariefmaatregelen.

Loon- en prijsontwikkeling

De ramingen voor loon- en prijsontwikkelingen zijn geactualiseerd op basis van de recente macro-economische inzichten in de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB.

Actualisatie Wlz-kader

De raming van de uitgaven op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) binnen het Wlz-kader is geactualiseerd op basis van de julibrief van de NZa. De uitgaven vallen thans € 30 miljoen hoger uit dan de meevaller van € 602 miljoen die in de eerste suppletoire begroting 2026 was verwerkt op basis van de februaribrief van de NZa.

Actualisatie Wlz buiten kader

De geraamde uitgaven voor onderdelen van de Wlz die buiten het vastgestelde kader vallen, zijn geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut en vallen € 30 miljoen lager uit dan verwacht (dit betreft voornamelijk hulpmiddelen).

Vrijval risicoreservering kostenonderzoeken

In de eerste suppletoire begroting VWS 2026 is rekening gehouden met mogelijk hogere uitgaven op grond van lopende kostenonderzoeken van de NZa en andere risico's. Door de implementatie van een onderzoek van de NZa naar de kosten van het aanhouden van eigen vermogen in de tarieven uit te stellen, is deze reservering van € 352 miljoen voor 2027 niet nodig. In 2027 is de risicoreservering voor € 130 miljoen ingezet als alternatieve invulling van de taakstelling bestuurlijk akkoord Wlz en voor € 171 miljoen omdat eerder ingeboekte tariefmaatregelen niet worden doorgevoerd.

Overheveling LPO en volume beschermd wonen

Vanaf 2027 verandert de manier waarop de compensatie voor prijs- en volumestijgingen van het budget voor Wmo Beschermd Wonen (BW) wordt uitgekeerd. Budgettair is afgelopen jaar reeds bij het accres (de algemene ontwikkeling van het gemeentefonds) aangesloten voor de berekening van de prijs- en volumestijging. Om de aansluiting met de reguliere accres-systematiek te voltooien worden de middelen overgeheveld naar het accres-hoofdstuk.

Overig

Hieronder vallen vier mutaties met een bedrag kleiner dan € 10 miljoen. Deze mutaties worden wel toegelicht in de verdiepingsparagraaf (6.5.2).

Tabel 72 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties Wlz (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

2.760.100

2.872.300

3.001.000

3115200

3.241.700

3.241.700

       

Belangrijkste suppletoire mutaties

21.700

24.700

28.500

13000

14.800

131.900

Eigen bijdragen actualisatie

13.300

10.600

4.700

‒ 13.500

‒ 9.100

‒ 17.700

Eigen bijdrage a.g.v. CEP

8.400

14.100

23.800

26.500

23.900

23.800

Extrapolatie

     

125.800

       

Stand 1e suppletoire begroting 2026

2.781.800

2.897.000

3.029.500

3.128.200

3.256.500

3.373.600

       

Belangrijkste mutaties begroting 2027

‒ 5.100

‒ 2.500

‒ 1.200

27.700

‒ 2.200

‒ 2.200

Actualisatie eigen bijdragen

‒ 5.100

‒ 4.800

‒ 4.600

‒ 4.200

‒ 8.300

‒ 8.500

Eigen bijdrage MEV

 

2.300

3.400

31.900

6.100

6.300

       

Stand Ontwerpbegroting 2027

2.776.700

2.894.500

3.028.300

3.155.900

3.254.300

3.371.400

Toelichting

Belangrijkste suppletoire mutaties

Deze mutaties zijn toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2026. De grootste mutatie heeft betrekking op de extrapolatie van het budget in 2031. Dit houdt in dat het begrotingsjaar 2031 wordt toegevoegd aan de meerjarenraming.

Belangrijkste mutaties begroting 2027

Actualisatie eigen bijdragen

De raming van de opbrengst eigen bijdragen is op basis van informatie van het Zorginstituut geactualiseerd.

Eigen bijdragen MEV

De raming van de opbrengst eigen bijdragen is geactualiseerd op basis van de recente inzichten in de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB.

Tabel 73 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
        
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Uitgaven

38.618.971

41.207.521

43.987.242

46.534.709

49.698.367

52.461.589

55.492.389

        

Zorg in Natura

33.727.718

36.059.742

36.978.527

36.785.933

36.548.231

36.356.730

36.302.062

Ouderenzorg

19.774.182

21.034.396

21.519.898

21.327.304

21.089.602

20.898.101

20.843.433

Gehandicaptenzorg

11.538.603

12.446.601

12.782.738

12.782.738

12.782.738

12.782.738

12.782.738

Langdurige geestelijke gezondheidszorg

2.414.933

2.578.745

2.675.891

2.675.891

2.675.891

2.675.891

2.675.891

Persoonsgebonden budgetten

3.831.695

3.951.596

4.083.345

4.071.162

4.071.590

4.068.935

4.065.002

Ouderenzorg

914.891

923.058

969.275

957.092

957.520

954.865

950.932

Gehandicaptenzorg

2.592.129

2.666.672

2.738.590

2.738.590

2.738.590

2.738.590

2.738.590

Langdurige geestelijke gezondheidszorg

324.675

361.866

375.480

375.480

375.480

375.480

375.480

Overige Wlz-uitgaven

1.059.558

1.196.183

1.231.873

1.231.873

1.184.874

1.184.874

1.184.997

Beheerskosten

357.691

455.593

468.140

468.140

421.141

421.141

421.140

Uitgaven buiten contracteerruimte

701.867

740.590

763.733

763.733

763.733

763.733

763.857

Nominaal en onverdeeld

  

1.693.497

4.445.741

7.893.672

10.851.050

13.940.328

        

Ontvangsten eigen bijdragen

2.569.900

2.776.700

2.894.500

3.028.300

3.155.900

3.254.300

3.371.400

6.4 Financiering van de zorguitgaven

Deze paragraaf gaat in op de financiering van de zorguitgaven in de Zvw en de Wlz, de zorglasten voor burgers en bedrijven en extracomptabele fiscale regelingen op het terrein van VWS.

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) loopt via zorgverzekeraars. Zij betalen zorgaanbieders voor de zorg die is geleverd aan hun verzekerden. Een beperkt deel van de Zvw-uitgaven wordt rechtstreeks aan zorgaanbieders betaald vanuit het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). Dit zijn vooral de beschikbaarheidbijdragen voor zorgprestaties waarbij het niet mogelijk of wenselijk is de kosten aan individuele verzekerden toe te rekenen. De grootste posten zijn de beschikbaarheidsbijdragen voor medische vervolgopleidingen en voor academische zorg. Daarnaast gaat het om enkele kleinere bijdragen voor onder andere gespecialiseerde brandwondenzorg, traumazorg, spoedeisende hulp en acute verloskunde. Naast de beschikbaarheidbijdragen worden vanuit het Zvf ook de kosten van zogenoemde burgerregelingen voor specifieke groepen betaald. De burgerregelingen hebben onder meer betrekking op (een deel van) de kosten van grensoverschrijdende zorg en de compensatie voor gederfde premie-inkomsten als gevolg van wanbetalers.

De zorguitgaven in de Zvw worden betaald door burgers en bedrijven via de nominale premie, de inkomenafhankelijke bijdrage (IAB), het eigen risico en belastingen (voor de premievervangende rijksbijdrage voor kinderen). Dit zijn de opbrengsten voor de Zvw. In de Zvw is vastgelegd dat de helft van alle opbrengsten via de IAB worden opgehaald en de helft via de nominale premie, de eigen betalingen en de premievervangende rijksbijdrage voor kinderen samen. Dit wordt de 50/50-verdeling genoemd. Het kan voorkomen dat achteraf blijkt dat opbrengsten voor de Zvw niet volgens de 50/50-verdeling zijn opgehaald. Als er afwijkingen zijn van de 50/50-verhouding, dan wordt dat in de jaren erna gecorrigeerd in de premiestelling zodat de verdeling weer op 50/50 uitkomt. Als bijvoorbeeld blijkt dat de opbrengst vanuit de IAB groter is geweest dan 50%, dan wordt in jaren erna een correctie toegepast door de IAB te verlagen en de rekenpremie te verhogen.

De opbrengsten uit de IAB en de premievervangende rijksbijdrage voor kinderen worden in het Zvf gestort. Vanuit het Zvf worden vervolgens de beschikbaarheidbijdragen en de uitgaven aan burgerregelingen betaald. Daarnaast ontvangt elke zorgverzekeraar een vereveningsbijdrage uit het Zvf. Dit is een bijdrage vanuit het Zvf voor de zorguitgaven van zorgverzekeraars. De hoogte van de vereveningsbijdrage per zorgverzekeraar houdt rekening met het risicoprofiel van de verzekerdenpopulatie van de zorgverzekeraar en zorgt daarmee voor een gelijk speelveld tussen zorgverzekeraars. Dat is nodig omdat zorgverzekeraars zich moeten houden aan de wettelijke acceptatieplicht, het verbod op premiedifferentiatie en het vastgestelde basispakket. Ook ontvangen zorgverzekeraars uit het Zvf een tegemoetkoming voor de beheerskosten voor verzekerde kinderen tot 18 jaar in hun verzekerdenpopulatie en een compensatie voor derving van inkomsten als gevolg van wanbetaling.

In de Zvw is geregeld dat het Zvf geen structureel tekort of overschot mag hebben. Een positief fondsvermogen leidt daarom tot een verlaging van de IAB – aan de inkomstenkant van het fonds - en een verhoging van de vereveningsbijdrage – aan de uitgavenkant van het fonds. Een negatief fondsvermogen leidt op dezelfde manier tot een verhoging van de IAB en een verlaging van de vereveningsbijdrage. De aanpassing van de vereveningsbijdrage, naast aanpassing van de IAB, is nodig om ervoor te zorgen dat de opbrengsten uit de IAB en de nominale premie in verhouding blijven. De nominale premie wordt immers vastgesteld door zorgverzekeraars en kan alleen indirect, via de vereveningsbijdrage, worden beïnvloed.

De nominale premie en de eigen betalingen, zoals het wettelijk eigen risico, worden direct aan de zorgverzekeraar betaald. De nominale premie bestaat uit twee delen: de rekenpremie, die door het Ministerie van VWS wordt vastgesteld en die voor alle zorgverzekeraars hetzelfde is, en een opslagpremie die elke zorgverzekeraar zelf vaststelt. De rekenpremie wordt zo vastgesteld zodat zorgverzekeraars met de vereveningsbijdrage uit het Zvf, het eigen risico en de rekenpremie naar inschatting van VWS alle (zorg)kosten kunnen dekken. De opslagpremie wordt door zorgverzekeraars gebruikt om vooral de beheerskosten te financieren. Ook als individuele zorgverzekeraars een andere inschatting van hun zorguitgaven hebben dan de rekenpremie veronderstelt, kunnen zij dat verschil meenemen in de opslagpremie. Tot slot kunnen zorgverzekeraars via de opslagpremie de premiestijging voor hun verzekerden dempen, door een deel van hun reserves in te zetten en zo met andere zorgverzekeraars te concurreren om de gunst van verzekerden, of juist om reserves op te bouwen om te voldoen aan de solvabiliteitseisen van De Nederlandsche Bank (DNB).

De overheid betaalt een zorgtoeslag aan huishoudens met lage inkomens en middeninkomens als gedeeltelijke compensatie voor de kosten van de nominale premie en het (gemiddelde) eigen risico. De zorgtoeslag waarborgt dat geen enkel huishouden een groter deel van zijn inkomen aan zorgpremie en eigen risico hoeft te betalen dan wat op grond van de wet als aanvaardbaar wordt beschouwd. De hoogte van de zorgtoeslag is afhankelijk van het huishoudinkomen en van de standaardpremie. De standaardpremie is het gemiddelde van de nominale premies die de zorgverzekeraars in rekening brengen, vermeerderd met het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt. De standaardpremie wordt elk jaar berekend door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op basis van gegevens van zorgverzekeraars.

De uitgaven aan zorgtoeslag worden betaald uit de VWS-begroting, maar zij maken geen onderdeel uit van de PZ. De zorgtoeslag telt, net als de zorgpremies, mee in het inkomstenkader in de Miljoenennota.

De Wet langdurige zorg (Wlz)

De Wlz wordt gefinancierd vanuit het Fonds langdurige zorg (Flz). De uitgaven van het Flz omvatten naast de uitgaven aan langdurige zorg ook uitgaven voor beschikbaarheidbijdragen, beheerskosten en rentelasten van het fonds. Het overgrote deel van de zorguitgaven uit het Flz heeft betrekking op zorg in natura. Circa 10% heeft betrekking op zorg via persoonsgebonden budgetten (pgb’s). De financiering van zorg in natura loopt in opdracht van zorgkantoren, via het CAK, naar zorgaanbieders. Het CAK ontvangt hiervoor middelen uit het Flz. De financiering van de pgb’s loopt langs een andere route. Daarbij krijgen burgers op grond van hun zorgbehoefte een trekkingsrecht, het pgb, om zelf zorg in te kopen. Het geld wordt vervolgens door de Sociale Verzekeringsbank (SVB), in opdracht van de burgers, overgemaakt naar de zorgverleners die zij zelf inschakelen. De SVB ontvangt hiervoor middelen uit het Flz. De verantwoording van de pgb-uitgaven gebeurt door de zorgkantoren, omdat zij ook de pgb’s toekennen.

Het Flz ontvangt ter financiering van zijn uitgaven de Wlz-premie. De Wlz-premie wordt door de belastingdienst geheven als percentage over de grondslag van de eerste schijf loon- en inkomstenbelasting tot aan de premiegrens voor de volksverzekeringen, na aftrek van een deel van de heffingskortingen. Deze heffingskortingen, die bestaan sinds de belasting­ herziening in 2001, beperken de te betalen inkomsten- en loonbelasting en premies volksverzekeringen (Wlz, AOW en ANW). Het Flz ontvangt van de overheid een bijdrage in de kosten van (heffings)kortingen (BIKK) ter compensatie van het drukkend effect op de Wlz-premies dat uitgaat van de belastingherziening 2001. Het Flz ontvangt daarnaast van burgers (via het CAK) de eigen bijdrage Wlz en betaalt of ontvangt rente over het saldo van het fonds. Sinds 2019 ontvangt het fonds een rijksbijdrage Wlz via de begroting van VWS, omdat de premie-inkomsten niet meer aansloten bij de uitgaven. Deze rijksbijdrage is bedoeld om een vermogenstekort in het Flz te voorkomen.

6.4.3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)

Tabel 74 geeft een overzicht van de opbouw van de financieringslast van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de uitsplitsing naar de verschillende financieringsbronnen.

Tabel 74 Financiering Zvw (bedragen x € 1 miljard)1
 

2025

2026

2027

Uitgaven ten laste van de macropremielast

   

Zorguitgaven zorgverzekeraars

62,3

65,5

69,1

Rechtstreekse uitgaven Zorgverzekeringsfonds

3,6

4,0

4,1

Totaal Zvw-uitgaven

65,9

69,4

73,3

Beheerskosten/mutatie reserves zorgverzekeraars

2,1

1,5

1,1

Overige baten Zorgverzekeringsfonds

‒ 0,2

‒ 0,1

‒ 0,1

Exploitatiesaldo Zorgverzekeringsfonds

0,5

‒ 2,5

‒ 0,7

Totaal te financieren lasten

68,4

68,4

73,6

Inkomsten uit financiering

   

Inkomensafhankelijke bijdrage (IAB)

34,2

33,9

36,4

Nominale premie

27,4

27,6

29,9

Rijksbijdrage kinderen tot 18 jaar

3,4

3,4

3,6

Eigen risico

3,4

3,4

3,6

Totaal aan financiering

68,4

68,4

73,6

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Bron: De kolom 2027 bestaat uit de raming door VWS. De meeste cijfers in de kolommen 2025 en 2026 zijn afkomstig van of afgeleid van informatie van het Zorginstituut. De rechtstreekse uitgaven van het Zvf en de zorguitgaven van zorgverzekeraars zijn gebaseerd op Zorginstituut informatie van augustus 2026. De realisatie IAB is voor 2025 overgenomen van het CPB en voor 2026 gebaseerd op de cijfers van de Belastingdienst. De opbrengst van de nominale premie is voor 2025 en 2026 bepaald als de gemiddelde nominale premie zoals bepaald door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vermenigvuldigd met het aantal verzekerden uit de opgave van het Zorginstituut. De rijksbijdrage is gebaseerd op de vaststelling in de begroting. De post overige baten (rentebaten, wanbetalers, onverzekerden verdragsgerechtigden) is een extrapolatie gebaseerd op de augustuscijfers van het Zorginstituut

De verwachte te financieren lasten in de Zvw over 2027 bedragen € 73,6 miljard. Dit is een stijging van € 5,2 miljard ten opzichte van de voorlopige realisatie over 2026. In 2026 werden de te financieren lasten eenmalig gedempt door een fors weg te werken overschot in het Zorgverzekeringsfonds. Omdat dit effect eenmalig was, stijgt de financieringslast weer in 2027.

De grootste posten in de te financieren lasten zijn de verwachte zorguitgaven van zorgverzekeraars en de verwachte rechtstreekse uitgaven van het Zorgverzekeringsfonds. Deze uitgaven nemen toe met € 3,8 miljard in 2027 ten opzichte van de realisatie in 2026. De totale verwachte premiegefinancierde Zvw-uitgaven komen daardoor uit op € 73,3 miljard in 2027. De ontwikkeling van de zorguitgaven in de Zvw is toegelicht in paragraaf 6.2.3.

De beheerskosten en reserveontwikkeling van zorgverzekeraars komen naar verwachting uit op € 1,1 miljard in 2027. Dit is € 0,5 miljard lager dan de voorlopige realisatie in 2026. In de raming is rekening gehouden met de verwachting dat zorgverzekeraars € 0,6 miljard aan reserves inzetten om de premiestijging van 2027 te dempen. Het is echter aan zorgverzekeraars zelf om te bepalen of en hoeveel reserves zij inzetten. De post beheerskosten en mutatie reserves zorgverzekeraars voor 2025 en 2026 is hier technisch berekend als het verschil in de geraamde inkomsten van zorgverzekeraars uit de nominale premie, het eigen risico en de vereveningsbijdrage en de geraamde zorguitgaven van zorgverzekeraars.

Het verwachte vermogenssaldo van het Zorgverzekeringsfonds aan het eind van een kalenderjaar wordt verrekend in de financieringslast en in de premies van het daaropvolgende jaar. Naar huidige inschatting heeft het Zorgverzekeringsfonds eind 2026 een positief vermogenssaldo van € 0,7 miljard. Dit beperkt de te financieren lasten over 2027. Het fondsoverschot heeft de volgende oorzaken:

  • De gerealiseerde opbrengsten uit de IAB zijn in 2024 en 2025 hoger uitgevallen dan eerder verwacht. In 2026 vallen de IAB-opbrengsten lager uit dan eerder verwacht. Per saldo leiden deze realisaties tot een meevaller in het Zorgverzekeringsfonds van € 0,3 miljard.

  • Er zijn meevallers in het fonds omdat het saldo van de overige kosten en baten van het fonds lager zijn uitgevallen dan eerder verwacht. Deze meevaller is ongeveer € 0,3 miljard. Het grootste deel van de meevaller betreft hogere renteopbrengsten voor het fonds.

  • Uit herberekeningen van de vereveningbijdrage, die vanuit het fonds aan zorgverzekeraars wordt betaald, blijkt dat de som van betalingen over de afgelopen jaren lager uitkomt dan eerder verwacht. Dit leidt tot een meevaller in het fonds van € 0,1 miljard.

  • Er is een kleine tegenvaller in de rechtreekse uitgaven van het fonds, met name in 2024. Dit leidt tot een € 0,1 miljard lager fondsoverschot.

De Zvw gaat uit van lastendekkende financiering. Dat betekent dat de verwachte te financieren lasten gelijk zijn aan de verwachte opbrengst uit de financieringsbronnen. Doordat de te financieren lasten toenemen, neemt ook de benodigde opbrengst uit de verschillende financieringsbronnen toe. Beide zijn € 73,6 miljard in 2027.

De benodigde IAB-opbrengst over 2027 komt uit op € 36,4 miljard. Het nominale deel van de financiering (dat is het totaal van de benodigde nominale premie, rijksbijdrage kinderen en de opbrengst verplicht eigen risico) komt uit op € 37,2 miljard. In de Zvw is vastgelegd dat 50% van de opbrengsten wordt opgehaald met de IAB en 50% uit het totaal van de nominale premie, rijksbijdrage kinderen en de opbrengst verplicht eigen risico. Uit realisaties blijkt echter dat er in het verleden cumulatief € 3,2 miljard meer IAB is opgehaald dan financiering uit het nominale deel. Om dit historische verschil te corrigeren moet de komende jaren relatief minder IAB worden opgehaald dan financiering uit het nominale deel. Gerealiseerde afwijkingen in het verleden worden in de vier daaropvolgende jaren verrekend in de IAB en de rekenpremie zodat gemiddeld over alle jaren de IAB weer 50% van de totale financiering is. Vanwege deze correctie is in 2027 de financiering uit de IAB € 0,8 miljard lager dan de financiering uit het nominale deel.

Het Zorgverzekeringsfonds (Zvf)

In tabel 75 staan de uitgaven en inkomsten van het Zorgverzekeringsfonds en de zorgverzekeraars. De cijfers in deze tabel sluiten aan bij de macropremielast en de macrofinanciering uit tabel 74.

Tabel 75 Exploitatie en premiestelling Zvw (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2025

2026

2027

Zorgverzekeringsfonds

   

Uitgaven

37.238,0

39.961,9

40.803,7

- Uitkering aan zorgverzekeraars voor zorg

33.471,6

35.854,3

36.539,9

- Uitkering voor beheerskosten kinderen

132,1

132,0

131,3

- Rechtstreekse uitgaven Zvf

3.634,4

3.975,6

4.132,4

Inkomsten

37.772,3

37.463,3

40.111,6

- Inkomensafhankelijke bijdrage (IAB)

34.213,2

33.936,9

36.395,4

- Rijksbijdrage kinderen tot 18 jaar

3.397,7

3.449,4

3.646,3

- Overige baten

161,4

77,0

69,9

Exploitatiesaldo Zvf

534,3

‒ 2.498,6

‒ 692,1

Vermogen Zvf

2.792,9

294,2

‒ 397,9

Vermogensnorm

‒ 369,6

‒ 369,6

‒ 369,6

Vermogenssaldo Zvf

3.162,5

663,8

‒ 28,3

Zorgverzekeraars

   

Uitgaven

64.418,5

66.999,6

70.222,7

- Zorg

62.313,0

65.452,9

69.129,7

- Beheerskosten/exploitatiesaldo

2.105,5

1.546,7

1.093,0

Inkomsten

64.418,5

66.999,6

70.222,7

- Uitkering van Zvf voor zorg

33.471,6

35.854,3

36.539,9

- Uitkering van Zvf voor beheerskosten kinderen

132,1

132,0

131,3

- Nominale rekenpremie

26.338,0

26.587,5

28.941,5

- Nominale opslagpremie

1.081,6

983,1

961,7

- Eigen risico

3.395,2

3.442,7

3.648,2

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Bron: VWS

De grootste uitgavenpost van het Zorgverzekeringsfonds is de vereveningsbijdrage: de uitkering van het fonds aan zorgverzekeraars ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten. Deze vereveningsbijdrage is zo vastgesteld dat zorgverzekeraars met de rekenpremie, het eigen risico en de vereveningsbijdrage hun verwachte zorgkosten kunnen financieren. De vereveningsbijdrage voor 2027 komt uit op € 36,5 miljard. Dit is een beperkte stijging ten opzichte van 2026. De beperkte stijging komt vooral doordat de vereveningsbijdrage 2026 eenmalig hoger is vastgesteld. In 2026 is een relatief groot fondsoverschot weggewerkt via de premiestelling. Een fondsoverschot verlaat het fonds via een eenmalig hogere vereveningsbijdrage (meer geld het fonds uit) en een eenmalig lagere vaststelling van de IAB (minder geld het fonds in). Op deze wijze wordt beoogd het fondsoverschot terug te brengen naar nihil. De overige ontwikkeling van de vereveningsbijdrage volgt de verwachte stijging van de zorguitgaven van zorgverzekeraars.

De rechtstreekse uitgaven van het Zorgverzekeringsfonds nemen toe met € 0,2 miljard. Dit volgt voornamelijk uit een stijging van de beschikbaarheidbijdrage voor medische vervolgopleidingen, een daling bij de uitgaven voor grensoverschrijdende zorg en de doorwerking van de loon- en prijsontwikkeling op de uitgaven.

De grootste inkomstenbron voor het Zorgverzekeringsfonds is de IAB. De benodigde opbrengst van de IAB stijgt in 2027 met € 2,5 miljard. De IAB is in 2026 eenmalig lager vastgesteld om het eerder beschreven fondsoverschot weg te werken. Door het vervallen van het fondsoverschot moet de IAB in 2027 weer toenemen. De benodigde IAB is zo vastgesteld dat het gelijk is aan 50% van de te financieren lasten in 2027 minus de correcties voor de realisaties van de IAB van oudere jaren.

De rijksbijdrage voor kinderen tot 18 jaar stijgt met € 0,2 miljard. De hoogte van deze rijksbijdrage is afhankelijk van het verwachte aantal verzekerde kinderen en de gemiddelde nominale premie plus het gemiddelde eigen risico. Het aantal verzekerde kinderen daalt naar verwachting in 2027. Daartegenover staat een stijging van de verwachte nominale premie plus het gemiddelde verplichte eigen risico. Per saldo leidt dat tot een stijging van de rijksbijdrage. De rijksbijdrage 2027 wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in deze begroting.

Als laatste is de post overige baten van het fonds opgenomen. Hieronder vallen alle overige inkomsten en uitgaven die direct via het fonds lopen. Dit zijn onder andere de rentebaten, premievervangende bijdragen verdragsgerechtigden, kosten en opbrengsten wanbetalers en kosten en opbrengsten onverzekerden. Deze worden bij de inkomsten geboekt omdat ze niet relevant zijn voor het uitgavenplafond van de overheid maar wel voor de te financieren lasten in de Zvw. De ontwikkeling van de overige baten voor het fonds zijn stabiel. Voor 2027 wordt verwacht dat de overige baten € 0,1 miljard zijn.

Het vermogenssaldo (het saldo van het feitelijk vermogen en het normver-mogen)35 van het Zorgverzekeringsfonds komt eind 2026 naar verwachting uit op een overschot van € 0,7 miljard. De oorzaak van dit overschot is hierboven toegelicht. Dit overschot dient in 2027 te worden weggewerkt volgens de 50/50 verdeling. Dit gebeurt door het IAB-percentage te verlagen en door de vereveningsbijdrage te verhogen. Daardoor komt er in 2027 relatief minder geld binnen in het fonds en verlaat er meer geld het fonds. Dit leidt tot een negatief verwacht exploitatiesaldo over 2027 van € 0,7 miljard, met als doel een nihil vermogenssaldo eind 2027

De zorgverzekeraars

De Zvw-uitgaven van de zorgverzekeraars bestaan uit de uitgaven aan zorg, de beheerskosten ten behoeve van het uitvoeren van de verzekering en de reserveontwikkeling. De verwachte uitgaven voor zorgverzekeraars in 2027 komen uit op € 70,2 miljard. Dit is een toename van € 3,2 miljard ten opzichte van de voorlopige realisatie in 2026. Het grootste deel van deze stijging is het gevolg van de verwachte stijging in de zorguitgaven van zorgverzekeraars. Deze stijgen naar verwachting met € 3,7 miljard. De verwachte beheerskosten/exploitatiesaldo van verzekeraars neemt af met € 0,5 miljard.

Zorgverzekeraars moeten deze uitgaven bekostigen door € 70,2 miljard aan inkomsten op te halen. Deze inkomsten bestaan uit de bijdragen vanuit het Zorgverzekeringsfonds, de nominale premie (opgedeeld in de rekenpremie en de opslagpremie) en de opbrengsten uit het verplichte eigen risico. De vergoeding uit het Zorgverzekeringsfonds neemt, zoals hierboven toegelicht, toe met € 0,7 miljard. Mede door de indexatie van de hoogte van het verplichte eigen risico nemen de opbrengsten uit het eigen risico voor zorgverzekeraars toe met € 0,2 miljard. Dat betekent dat zorgverzekeraars de overige € 2,4 miljard aan uitgavenstijging moeten ophalen via de nominale premie.

De nominale premies en inkomensafhankelijke bijdragen

Tabel 76 toont de ontwikkeling van de hoogte van de verwachte nominale premie en het IAB-percentage van 2026 op 2027. De nominale premie is opgedeeld in het deel rekenpremie en de verwachte opslagpremie. De rekenpremie wordt vastgesteld door VWS op basis van deze begroting. De opslagpremie wordt, net als de nominale premie, door zorgverzekeraars vastgesteld. De tabel hieronder beschrijft de verwachting voor de nominale premie en de opslagpremie 2027.

Het IAB-percentage voor 2027 wordt vergeleken met het IAB-percentage in 2026 zoals vastgesteld op basis van de begroting. De verwachte nominale premie voor 2027 wordt vergeleken met de gemiddelde nominale premie 2026 zoals vastgesteld door zorgverzekeraars.

Het IAB-percentage voor 2027 komt uit op 6,27%. Dit is een stijging van 0,17 procentpunt ten opzichte van 2026. De verwachte nominale premie voor 2027 komt uit op € 2.029 per jaar (dit is € 169 per maand). Dit is een verwachte stijging op jaarbasis van € 150 ten opzichte van 2026.

De verwachte premiestijging 2027 ligt hoger dan de premiestijging in 2026. Vorig jaar is de premie met slechts € 3 op jaarbasis gestegen. Dat kwam vanwege een groot incidenteel fondsoverschot eind 2025 wat de hoogte van de premie 2026 eenmalig fors verlaagde. Zonder dat fondsoverschot had de premie vorig jaar € 73 hoger geweest. Dit was een eenmalig voordeel voor de premiebetaler. In 2027 vervalt dat eenmalige effect, waardoor de premiestijging van vorig jaar die zou zijn opgetreden zonder dat fondsoverschot alsnog moet worden ingelopen in 2027. Dat zorgt ervoor dat de premiestijging van 2026 op 2027 hoger is.

Hieronder worden de oorzaken van de verwachte premiestijging 2027 toegelicht. De tabel toont de partiële effecten op de verwachte premies. Daarbij wordt de ontwikkeling gepresenteerd ten opzichte van voorgaand jaar. Als wordt gesproken over een daling of stijging is dit ten opzichte van de premies 2026.

Tabel 76 Oorzaken premieontwikkeling 2027 (in euro’s (nominale premie) en procentpunten (IAB))
 

IAB

Nominale premie

Reken- premie

Opslag- premie

Premies in 2026

6,10%

1.879

1.812

67

a. Groei zorguitgaven

    

w.v. ontwikkeling lonen en prijzen

0,26%

89

89

0

w.v. overige uitgavenontwikkeling

0,04%

17

17

0

b. Saldo Zorgverzekeringsfonds

0,15%

52

52

0

c. Eigen risico

0,00%

‒ 13

‒ 13

0

d. Reserveontwikkeling verzekeraars

‒ 0,04%

‒ 4

4

‒ 8

e. Rechttrekken 50/50-verhouding

0,00%

0

0

0

f. Grondslag IAB

    

w.v. grondslag 2026

0,08%

   

w.v. ontwikkeling 2026 op 2027

‒ 0,31%

   

g. Overige en afronding

‒ 0,01%

9

1

7

Totaal

0,17%

150

152

‒ 2

Premies in 2027

6,27%

2.029

1.964

65

A. Groei zorguitgaven

De verwachte zorguitgaven in 2027 komen hoger uit dan de zorguitgaven 2026 zoals opgenomen in de VWS-begroting 2026. Deze stijging van de zorguitgaven wordt voor de helft via de IAB gefinancierd. Dat zorgt ervoor dat het IAB-percentage met 0,29 procentpunt moet stijgen. Het grootste deel van deze stijging, 0,26 procentpunt, is het gevolg van de ontwikkeling van de lonen en prijzen in de zorg. De overige stijging komt door de ontwikkeling van het volume of door beleid.

De stijging van de zorguitgaven zorgt er ook voor dat de verwachte nominale premie stijgt. De ontwikkeling van de lonen en prijzen werkt door in een € 89 hogere nominale premie. De overige uitgavenstijging zorgt een verdere toename met € 17. De ontwikkeling van de zorguitgaven werkt volledig door op rekenpremie die door VWS wordt vastgesteld en heeft geen gevolgen voor de opslagpremie.

B. Saldo Zorgverzekeringsfonds

In 2026 is een relatief groot fondsoverschot weggewerkt via de premiestelling. Het IAB-percentage 2026 is daardoor lager vastgesteld en ook hoefde de nominale premie 2026 minder hard te stijgen. Dit was een eenmalig voordeel voor de premiebetaler. In het afgelopen jaar is een nieuw fondsoverschot ontstaan, dat moet worden weggewerkt in de premiestelling voor komend jaar. Dat fondsoverschot is echter minder groot dan in 2026.

In de premiestelling van 2026 is een fondsoverschot van € 2,4 miljard weggewerkt. In de premiestelling voor komend jaar wordt een fondsoverschot van € 0,7 miljard weggewerkt. Er is in de premiestelling 2027 ongeveer € 1,7 miljard minder premiedemping dan in de premiestelling 2026. Dat betekent dat de premie in 2027 moet stijgen. Het effect op het vast te stellen IAB-percentage in 2027 is 0,15 procentpunt. Het effect op de verwachte nominale premie is € 52. Het wegwerken van het fonds-overschot werkt volledig door in de rekenpremie en heeft geen gevolgen voor de opslagpremie.

C. Stijging gemiddelde eigen risico

In 2027 wordt het verplicht eigen risico geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van de zorguitgaven. Een hoger eigen risico zorgt voor meer inkomsten voor verzekeraars, waardoor zij minder hoeven op te halen via de nominale premie. Ook leidt de ontwikkeling van de zorguitgaven tot een hoger gemiddeld betaald eigen risico en daardoor een lagere premie. De hogere opbrengst uit het verplicht eigen risico werkt door in een € 13 lagere nominale premie in 2027. Dit effect wordt volledig verwerkt in de rekenpremie. Een hogere opbrengst uit het eigen risico werkt niet door in de IAB.

D. Reserveontwikkeling zorgverzekeraars

Voor de premiestelling van 2027 zetten zorgverzekeraars naar verwachting € 0,6 miljard aan reserves in om de stijging van de premie te dempen. Dat zorgt ervoor dat de premie € 17 lager kan worden vastgesteld dan zonder de reserve-inzet het geval zou zijn. Deze verwachte reserve inzet is hoger dan vorig jaar, toen zorgverzekeraars € 0,4 miljard aan reserves hebben afgebouwd. Per saldo wordt de premie in 2027 met € 4 meer gedempt dan vorig jaar.

De hogere reserveafbouw werkt volledig door in een € 8 lagere verwachte opslagpremie van zorgverzekeraars. Omdat de hogere reserveafbouw onderdeel is van de financieringslast, slaat de hogere reserveafbouw voor de helft neer in de IAB en voor de andere helft in de nominale premie. Dit gebeurt door de rekenpremie met de helft van dit bedrag (€ 4) hoger vast te stellen. Hierdoor daalt de vereveningsbijdrage van het Zorgverzekeringsfonds aan zorgverzekeraars waardoor de IAB-inkomsten van het zorgverzekeringsfonds kunnen dalen. Per saldo is de nominale premie dan € 4 lager. Het IAB-percentage daalt met 0,04 procentpunt.

E. Rechttrekken 50/50-verhouding

Uit realisaties van de inkomstenbronnen van de Zvw uit voorgaande jaren blijkt dat de IAB-opbrengsten in het verleden meer dan 50% van het totaal bedragen. Daarom wordt het IAB-percentage komend jaar relatief lager vastgesteld en de nominale premie hoger zodat dit verschil wordt ingelopen.

In de premiestelling van 2026 werd beoogd om € 0,8 miljard aan verschil in te lopen. Uit realisaties blijkt dat de nominale premie lager is vastgesteld dan bij de begroting 2026 werd verwacht en dat de opbrengsten IAB hoger zijn uitgevallen. Hierdoor is het verschil niet ingelopen, waardoor ook in de premiestelling van 2027 wordt beoogd om een verschil van € 0,8 miljard in te lopen. Het effect op de premie-ontwikkelling is daardoor nihil.

F. Grondslag IAB

De grondslag waarover IAB wordt afgedragen is in 2026 lager uitgevallen dan werd verwacht bij de begroting 2026. Deze lagere grondslag in 2026 werkt ook door op de grondslag in 2027. Hierdoor moet het IAB-percentage met 0,08 procentpunt stijgen. Daarnaast neemt de grondslag toe van 2026 op 2027 door onder andere de ontwikkeling van de lonen. Hierdoor kan het IAB-percentage dalen met 0,31 procentpunt.

G. Overige posten en afronding

Zorgverzekeraars gingen bij de premiestelling 2026 uit van lagere zorguitgaven, een hogere inzet van reserves en beperkt hogere overige uitgaven dan waarmee in de ontwerpbegroting 2026 was gerekend. Dat heeft ertoe geleid dat zorgverzekeraars de premie lager hebben vastgesteld dan waar in de ontwerpbegroting vanuit werd gegaan. Omdat de rekenpremie al was vastgesteld in de ontwerpbegroting zijn deze afwijkende inschattingen alleen verwerkt in de opslagpremie. Dit wordt gecorrigeerd in de premiestelling 2027 via een herschikking tussen de opslagpremie en de rekenpremie.

De ontwikkelingen bij de overige posten (beheerskosten, overige lasten zorgverzekeraars en overige baten van het fonds) leiden per saldo tot kleine bijstellingen van de nominale premie en de IAB.

Overzicht van de premies

Tabel 77 geeft een samenvattend overzicht van de premies. De ontwikkeling van het IAB-percentage, nominale premie, rekenpremie en opslagpremie zijn hierboven toegelicht. Verder toont de tabel dat het eigen risico in 2027 toeneemt naar € 400 vanwege de indexatie van het eigen risico. De raming van de standaardpremie neemt toe tot € 2.277 in 2027. Dit is de som van de verwachte gemiddelde nominale premie en het gemiddelde eigen risico. De standaardpremie wordt gebruikt voor de bepaling van de hoogte van de zorgtoeslag. De definitieve standaardpremie voor 2027 wordt in november vastgesteld door de NZa op basis van de gemiddelde gerealiseerde premiestelling door zorgverzekeraars. Hierna wordt ook de definitieve hoogte van de zorgtoeslag voor 2027 bepaald.

Tabel 77 Premieoverzicht Zvw1
 

2025

2026

2027

Inkomensafhankelijke bijdrage normaal (in %)

6,51%

6,10%

6,27%

Inkomensafhankelijke bijdrage verlaagd (in %)2

5,26%

4,85%

5,02%

Nominale rekenpremie

1.802

1.812

1.964

Nominale opslagpremie (gemiddeld)

74

67

65

Nominale premie totaal (gemiddeld)

1.876

1.879

2.029

Nominale premie totaal 18-

0

0

0

Verplicht eigen risico (maximaal)

385

385

400

Standaardpremie3

2.112

2.119

2.277

Maximale zorgtoeslag eenpersoonshuishouden

1.573

1.550

1.680

Maximale zorgtoeslag meerpersoonshuishouden

3.010

2.963

3.223

1 Afgezien van de IAB betreft dit jaarbedragen in euro.

2 Zelfstandigen en gepensioneerden betalen de verlaagde IAB.

3 Het cijfer 2027 betreft een raming

Bron: VWS

6.4.3.2 Wet langdurige zorg (Wlz)

De uitgaven in het kader van de Wlz worden gefinancierd uit het Fonds Langdurige Zorg (Flz). Tabel 78 geeft een overzicht van de uitgaven en inkomsten van dit fonds. De uitgaven en eigen bijdragen in deze tabel sluiten aan bij de Wlz-uitgaven in tabel 73. De rijksbijdragen sluiten aan bij de bedragen in tabel 46.

Tabel 78 Exploitatie en premiestelling Wlz (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2025

2026

2027

FONDS LANGDURIGE ZORG

   

Uitgaven

38.619,0

41.207,5

43.987,2

- Zorguitgaven

38.261,3

40.751,9

43.519,1

- Beheerskosten

357,7

455,6

468,1

Inkomsten

37.632,8

39.705,6

43.971,4

- Procentuele premie

17.989,0

16.323,0

19.732,0

- Eigen bijdragen

2.569,9

2.776,7

2.894,5

- Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

6.073,9

6.269,3

6.094,9

- Rijksbijdrage Wlz

11.000,0

14.350,0

15.250,0

- Overige baten

0,0

‒ 13,4

0,0

Exploitatiesaldo

‒ 986,2

‒ 1.501,9

‒ 15,9

Vermogen Fonds Langdurige Zorg2

1.514,8

12,9

‒ 3,0

Procentuele premie (in %)

9,65%

9,65%

9,65%

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

2 Het fondssaldo in 2026 en 2027 komt niet exact uit op 0 omdat de rijksbijdrage Wlz wordt afgerond op € 50 mln

Bron: VWS

De inkomsten van het Flz worden gevormd door de premie-inkomsten, de eigen bijdragen, de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK), de rijksbijdrage Wlz en overige baten i.v.m. rentebetalingen en renteont-vangsten over het saldo van het fonds. De Wlz-premie wordt constant gehouden op 9,65%. Verwachte tekorten in het Flz worden sinds 2019 opgevangen via de rijksbijdrage Wlz.

De actuele inschatting van de financiële positie van het Flz ultimo 2025 is niet gewijzigd ten opzichte van het jaarverslag 2025. Over 2025 wordt een fondsoverschot geraamd van € 1,5 miljard. Dit overschot wordt betrokken bij de vaststelling van de rijksbijdrage Wlz voor 2026. Het definitieve fondssaldo 2025 wordt bepaald op basis van het financieel jaarverslag van het Flz dat eind 2026 wordt vastgesteld.

De raming van de premieontvangsten over 2026 is circa € 1,3 miljard neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026. De uitgaven uit het fonds komen naar verwachting € 0,6 miljard lager uit dan in de ontwerpbegroting 2026. De BIKK valt circa € 0,1 miljard lager uit als gevolg van de geraamde ontwikkeling van de heffingskortingen. Samen met het verwachte fondsoverschot over 2025 leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van de rijksbijdrage Wlz in 2026. Om aan het einde van 2026 op een nihil fondssaldo uit te komen is naar verwachting een rijksbijdrage van € 14,4 miljard nodig. De raming van de rijksbijdrage in de ontwerpbegroting 2026 bedroeg € 15,2 miljard. De totale neerwaartse bijstelling van de rijksbijdrage Wlz in 2026 bedraagt daarmee € 0,8 miljard.

Voor 2027 wordt de rijksbijdrage Wlz geraamd op € 15,3 miljard. De BIKK daalt met € 0,2 miljard als gevolg van diverse fiscale maatregelen. Ten opzichte van 2026 is de stijging van de rijksbijdrage Wlz met € 0,9 miljard beperkt, hoewel de verwachte Wlz-uitgaven met € 2,8 miljard stijgen. Dit komt doordat de premieinkomsten in 2027 naar verwachting weer omhoog gaan, na een tijdelijke afname in 2026. De volatiliteit in de geraamde premie-ontvangsten heeft een technische oorzaak en komt doordat de premies volksverzekeringen samen met de loonbelasting en de inkomstenbelasting worden geheven als één gecomineerde heffing, waarvan de opbrengst volgens wettelijke regels wordt verdeeld. Wijzigingen in belastingtarieven en verwachte belastingopbrengsten hebben daardoor automatisch ook effect op de geraamde premie-ontvangsten in de Wlz.

In 2019, het jaar van invoering, bedroeg de rijksbijdrage Wlz € 2 miljard. Sindsdien vertoont de rijksbijdrage een stijgende lijn omdat de Wlz-uitgaven sneller stijgen dan de premieontvangsten en de opbrengsten van de eigen bijdragen.

6.4.3.3 Verdeling van de zorglasten
Tabel 79 Verdeling van de zorglasten (bedragen x € 1 miljard)1
 

2025

2026

2027

Burgers (Nominale premie Zvw, Wlz-premie, eigen betalingen, deel IAB)

57,6

56,3

62,9

Compensatie burgers door zorgtoeslag

‒ 6,7

‒ 6,8

‒ 7,5

Burgers totaal

50,9

49,5

55,4

Werkgevers (IAB)

28,0

27,8

29,7

Burgers en bedrijven (uit belastingen)

27,2

30,8

32,5

Totaal

106,1

108,1

117,6

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, CPB.

Figuur 7 laat zien dat een volwassene in 2026 gemiddeld € 7.369 en in 2027 gemiddeld € 7.978 betaalt aan collectief gefinancierde zorg36. Het meest zichtbare deel hiervan zijn de nominale Zvw-premie en de eigen betalingen voor de Zvw en de Wlz. Burgers betalen daarnaast ook Wlz-premie en de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) voor de Zvw. De IAB-Zvw wordt voor een beperkt deel rechtstreeks door burgers betaald (gepensioneerden en zelfstandigen) en voor het grootste deel door werkgevers. Voor het deel dat de werkgevers betalen beïnvloedt de IAB de beschikbare loonruimte. Daarom wordt dit deel ook meegenomen in de totale som van de individuele uitgaven aan collectieve zorg. Via de zorgtoeslag ontvangt de gemiddelde burger een bedrag dat gedeeltelijk compenseert voor de nominale Zvw-premie en het betaalde eigen risico. Als laatste is het bedrag meegenomen dat via belastingen wordt opgebracht ter dekking van de rijksbijdragen aan het Zorgverzekeringsfonds en het Fonds langdurige zorg en de uitgaven aan zorgtoeslag37. De belastinggefinancierde rijksbijdragen aan het Fonds langdurige zorg en de premie-ontvangsten Wlz in het fonds werken daarbij als communicerende vaten voor de dekking van de Wlz-uitgaven.

De gemiddelde stijging van de lasten tussen 2026 en 2027 bedraagt € 609. Dit is veel groter dan de stijging tussen 2025 en 2026, die in de ontwerpbegroting 2026 werd geraamd op € 362. Dit verschil komt met name doordat de nominale premiestijging en de IAB in de Zvw in 2026 sterk gedempt werden door een incidentele meevaller in het Zorgverzekeringsfonds. In 2027 vervalt dit effect waardoor de nominale premie en de IAB alsnog moeten stijgen. In paragraaf 6.4.3.1 is dit nader toegelicht.

Figuur 7: Lasten per volwassene aan zorg

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de begrotings- en premiegefinancierde zorguitgaven, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op het beleidsterrein van de zorg. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota.

Naast de regelingen die in onderstaande tabel zijn opgenomen, is er ook de fiscale regeling ‘Btw-vrijstellingen voor medische zorg’. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de paragraaf ‘Kwalitatieve achtergrond informatie per fiscale regeling’ in de bijlage ‘Fiscale regelingen’.

Tabel 80 Fiscale regelingen 2025-2027, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2025

2026

2027

BTW Laag tarief geneesmiddelen en hulpmiddelen

1.701

1.780

1.860

MRB Verlaagd tarief bestelauto gehandicapten1

19

20

20

ASB Vrijstelling ziekte- en ziektekostenverzekering, zorgverzekering Zvw2

5.754

5.796

6.111

1 MRB = Motorrijtuigenbelasting

2 ASB = Assurantiebelasting

35

In het normvermogen is gecorrigeerd voor maatregelen die leiden tot een ander kasritme van de inkomsten en uitgaven van het fonds zonder dat de onderliggende opbrengsten of zorgkosten veranderen. Deze correctie voorkomt dat een ander kasritme van betalingen leidt tot stevige fluctuaties in de premie. Ten eerste is het normvermogen verlaagd voor uitgestelde IAB-afdrachten. Werkgevers konden in de coronacrisis hun belasting- en premie afdrachten uitstellen. Dit zorgt ervoor dat het Zorgverzekeringsfonds een deel van de IAB-ontvangsten uit 2020 tot en met 2022 pas in latere jaren ontvangt in de kas. In het normvermogen is rekening gehouden met dat er vanaf 2025 nog € 658 aan uitgestelde betalingen kasmatig worden ontvangen. Voor 2025 en 2026 is de IAB-raming al gecorrigeerd voor dit effect. Ten tweede is het normvermogen gecorrigeerd voor kasmatige effecten in de uitgaven sinds de start van de Zvf. Deze correcties zijn het gevolg van de introductie van dbc’s in de ggz in 2008 (-€ 1.637 miljoen), de introductie van dbc’s in de geriatrische revalidatie in 2013 (- € 83 miljoen), het afschaffen van dbc’s in de jeugd-ggz bij overheveling naar de gemeenten in 2014 (+€ 346 miljoen), de dbc-duurverkorting in de MSZ in 2015 (+ € 685 miljoen), de afschaffing van de dbc’s in de ggz in 2021 (+ € 1.247 miljoen) en de kas/transactiehobbel bij de grens overschrijdende zorg (- € 270 miljoen). Cumulatief heeft dit een effect van ‒ € 370 miljoen op het normvermogen.

36

Vanaf Ontwerpbegroting 2027 zijn de middelen voor Wmo beschermd wonen en de middelen op de aanvullende post (AP) niet meer opgenomen in de Premiegefinancierde Zorguitgaven (PZ). Deze middelen worden daarom ook niet meer meegenomen bij de zorglasten in figuur 7. De figuur heeft nu alleen nog betrekking op de financiering van de Zvw en Wlz. Ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2026 zijn de lasten per verzekerde in de figuur daardoor circa € 125 verlaagd.

37

De zorgtoeslag dempt de individuele uitgaven aan zorg, maar vormt ook een kostenpost voor de gemiddelde burger omdat de begrotingsgefinancierde uitgaven betaald worden uit de belastingopbrengsten. Per saldo heeft de zorgtoeslag daardoor geen effect op de gemiddelde zorglasten, maar alleen op de verdeling van de zorglasten tussen mensen met hogere en met lagere inkomens.

6.5 Verdiepingsparagraaf

De verdiepingsbijlage geeft voor elke sector binnen de Zorgverzekeringswet een overzicht van alle mutaties sinds Ontwerpbegroting 2026.

Tabel 82 geeft het totaal aan budget voor de sectoren weer.

Tabel 81 Totaal Zvw (Bedragen x € miljoen)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Uitgaven

65.947

69.428

73.262

74.860

76.843

79.588

82.601

        

Eerstelijnszorg

8.825

9.440

9.755

9.864

9.866

9.867

9.865

Huisartsenzorg

4.642

4.978

5.162

5.310

5.310

5.310

5.310

Multidisciplinaire zorg

964

1.042

1.174

1.206

1.206

1.206

1.206

Tandheelkundige zorg

1.031

1.048

1.054

1.037

1.037

1.037

1.036

Paramedische zorg

1.214

1.312

1.289

1.238

1.238

1.238

1.237

Verloskundige zorg

320

352

360

361

361

362

362

Kraamzorg

413

452

455

456

457

459

459

Zorg voor zintuiglijk gehandicapten

242

256

261

257

257

257

256

Tweedelijnszorg

35.446

37.159

37.210

36.634

36.538

36.533

36.498

Medisch-specialistische zorg

31.802

33.267

33.432

32.895

32.895

32.891

32.860

Geriatrische revalidatiezorg

1.043

1.103

1.143

1.121

1.120

1.119

1.115

Eerstelijnsverblijf

443

487

505

498

498

498

497

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

1.057

1.117

1.126

1.126

1.026

1.026

1.026

Beschikbaarheidbijdragen curatieve zorg

249

260

206

211

217

218

218

Overig curatieve zorg

853

925

798

782

782

782

782

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

5.904

6.342

6.086

6.012

6.012

6.012

6.007

Apotheekzorg en hulpmiddelen

8.125

8.623

8.644

8.419

8.383

8.384

8.375

Apotheekzorg

6.000

6.372

6.348

6.160

6.124

6.125

6.118

Hulpmiddelen

2.125

2.250

2.296

2.259

2.259

2.259

2.257

Wijkverpleging

3.238

3.226

3.667

3.722

3.661

3.605

3.587

Ziekenvervoer

1.115

1.184

1.204

1.184

1.184

1.184

1.183

Ambulancevervoer

999

1.070

1.089

1.071

1.071

1.071

1.070

Overige ziekenvervoer

116

113

115

113

113

113

113

Opleidingen

1.863

2.052

2.157

2.178

2.092

2.131

2.134

Buitenland

1.050

1.148

1.026

1.016

1.016

1.016

1.015

Grensoverschrijdende zorg

589

607

626

616

616

616

615

Internationale verdragen

461

541

400

400

400

400

400

Transformatiemiddelen IZA

380

255

460

224

   

Nominaal en onverdeeld Zvw

  

3.053

5.607

8.090

10.854

13.937

        

Ontvangsten

3.395

3.443

3.648

4.007

4.118

4.269

4.419

        

Netto Zvw-uitgaven

62.552

65.986

69.614

70.853

72.725

75.319

78.181

6.5.1.1 Huisartsenzorg

Dit zijn de uitgaven voor vergoedingen voor inschrijftarieven, consulttarieven (ook voor de poh ggz en poh somatische zorg), avond- nacht en weekenddiensten, overige tarieven, bijzondere betalingen, resultaatbeloning & zorgvernieuwing huisartsen, verloskundige hulp door huisartsen en het deel van de kwaliteitsgelden dat betrekking heeft op ondersteuning van de eerstelijnszorg (middelen voor de Regionale Ondersteuningsstructuren).

Tabel 82 Huisartsenzorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

3.580

3.967

4.428

4.568

4.860

5.086

5.273

5.273

5.273

5.273

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 4

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 4

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

0

‒ 1

‒ 36

13

      

Actualisatie Q4 2025

 

0

‒ 3

13

      

Correctie jaarovergang

0

‒ 1

‒ 33

       

Stand Jaarverslag 2025

3.580

3.966

4.392

4.577

4.860

5.086

5.273

5.273

5.273

5.273

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

127

67

36

36

36

36

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

187

195

202

202

202

202

Overheveling voor Thuisarts.nl

     

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 60

‒ 60

‒ 60

‒ 60

‒ 60

‒ 60

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 66

‒ 104

‒ 104

‒ 104

‒ 104

Stand 1e suppletoire 2026

3.580

3.966

4.392

4.577

4.987

5.153

5.310

5.310

5.310

5.310

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 1

1

65

‒ 9

9

    

Actualisatie Q2 IZA

 

‒ 1

1

65

‒ 9

     

Verdeling middelen valpreventie

     

9

    

Stand Ontwerpbegroting 2027

3.580

3.965

4.392

4.642

4.978

5.162

5.310

5.310

5.310

5.310

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.      

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Overheveling voor Thuisarts.nl

Per 2027 zal, conform de afspraken in het AZWA, de structurele financiering van de borging en doorontwikkeling van Thuisarts worden geregeld via de contractering door zorgverzekeraars. De kosten die op deze prestatie worden gedeclareerd worden tot op heden verantwoord onder ‘overig curatieve zorg’. Hiervoor wordt 50% van het benodigde budget vanuit de medisch-specialistische zorg overgeheveld en 50% vanuit de huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Conform de afspraken van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) kunnen vanaf de 1e suppletoire begroting 2026 bij onderschrijding de budgettaire kaders van de IZA-sectoren meerjarig worden bijgesteld in de begroting van VWS. Bij de huisartsenzorg is dit deels gebeurd. 

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Actualisatie Q2 IZA

De geraamde uitgaven zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Verdeling middelen valpreventie

Om eraan bij te dragen dat ouderen gezond ouder kunnen worden in hun eigen of passende omgeving, wordt ingezet op het ontwikkelen en aanbieden van valpreventieprogramma’s. Vanuit de sector Nominaal en onverdeeld Zvw zijn middelen naar deze sector overgeheveld om te kunnen investeren in de ketenaanpak

6.5.1.2 Multidisciplinaire zorgverlening

Dit zijn de uitgaven voor ketenzorg en geïntegreerde eerstelijnszorg. Binnen de ketens wordt zorg verleend waarbij zorgaanbieders van diverse disciplines de zorgonderdelen in samenhang en in samenwerking met de betreffende patiënt leveren.

Tabel 83 Multidisciplinaire zorgverlening (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

714

808

909

968

1.060

1.176

1.233

1.233

1.233

1.233

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 9

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 9

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

0

‒ 6

‒ 10

3

      

Actualisatie Q4 2025

 

‒ 2

‒ 5

3

      

Correctie jaarovergang

0

‒ 5

‒ 5

       

Stand Jaarverslag 2025

714

802

899

961

1.060

1.176

1.233

1.233

1.233

1.233

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

‒ 9

‒ 21

‒ 27

‒ 27

‒ 27

‒ 27

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

38

42

45

45

45

45

Overheveling voor Thuisarts.nl

     

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 14

‒ 22

‒ 22

‒ 22

‒ 22

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 47

‒ 47

‒ 47

‒ 47

‒ 47

‒ 47

Stand 1e suppletoire 2026

714

802

899

961

1.051

1.155

1.206

1.206

1.206

1.206

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

3

3

3

‒ 9

19

    

Verdeling middelen valpreventie

     

19

    

Actualisatie Q2 IZA

 

3

3

3

‒ 9

     

Stand Ontwerpbegroting 2027

714

805

902

964

1.042

1.174

1.206

1.206

1.206

1.206

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren. 

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Overheveling voor Thuisarts.nl

Per 2027 zal, conform de afspraken in het AZWA, de structurele financiering van de borging en doorontwikkeling van Thuisarts worden geregeld via de contractering door zorgverzekeraars. De kosten die op deze prestatie worden gedeclareerd worden tot op heden verantwoord onder ‘overig curatieve zorg’. Hiervoor wordt 50% van het benodigde budget vanuit de medisch-specialistische zorg overgeheveld en 50% vanuit de huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Conform de afspraken van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) kunnen vanaf de 1e suppletoire begroting 2026 bij onderschrijding de budgettaire kaders van de IZA-sectoren meerjarig worden bijgesteld in de begroting van VWS. Bij de MDZ is dit gebeurd.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Verdeling middelen valpreventie

Om eraan bij te dragen dat ouderen gezond ouder kunnen worden in hun eigen of passende omgeving, wordt ingezet op het ontwikkelen en aanbieden van valpreventieprogramma’s. Vanuit de sector Nominaal en onverdeeld Zvw zijn middelen naar deze sector overgeheveld om te kunnen investeren inde ketenaanpak.

Actualisatie Q2 IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

6.5.1.3 Tandheelkundige zorg

Dit zijn de uitgaven voor eerstelijns tandheelkundige zorg.

Tabel 84 Tandheelkundige zorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

837

922

987

1.038

1.041

1.059

1.062

1.062

1.062

1.062

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 7

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 7

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 2

‒ 1

‒ 8

1

      

Actualisatie Q4 2025

 

‒ 0

0

1

      

Correctie jaarovergang

‒ 2

‒ 1

‒ 8

       

Stand Jaarverslag 2025

834

921

979

1.032

1.041

1.059

1.062

1.062

1.062

1.062

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

30

13

4

4

4

4

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

36

37

37

37

37

37

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 18

‒ 27

‒ 27

‒ 27

‒ 27

Stand 1e suppletoire 2026

834

921

979

1.032

1.071

1.072

1.066

1.066

1.066

1.066

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 0

0

‒ 1

‒ 23

‒ 18

‒ 30

‒ 30

‒ 30

‒ 31

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

6

6

6

6

6

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 12

‒ 12

‒ 12

‒ 13

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

‒ 0

0

‒ 1

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

Stand Ontwerpbegroting 2027

834

921

979

1.031

1.048

1.054

1.037

1.037

1.037

1.036

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.    

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon-en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

Actualisatie Q2 niet-ZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

6.5.1.4 Paramedische zorg

Dit zijn de uitgaven voor fysiotherapie, oefentherapie Caesar, oefentherapie Mensendieck, logopedie, ergotherapie en dieetadvisering.

Tabel 85 Paramedische zorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

1.005

1.065

1.140

1.184

1.196

1.191

1.194

1.194

1.194

1.194

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

17

      

Actualisatie Q3 2025

   

17

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

0

‒ 0

‒ 2

9

      

Actualisatie Q4 2025

 

‒ 0

‒ 1

9

      

Correctie jaarovergang

0

‒ 0

‒ 1

       

Stand Jaarverslag 2025

1.005

1.065

1.138

1.210

1.196

1.191

1.194

1.194

1.194

1.194

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

71

51

40

40

40

40

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

45

44

44

44

44

44

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

26

26

26

26

26

26

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 20

‒ 30

‒ 30

‒ 30

‒ 30

Stand 1e suppletoire 2026

1.005

1.065

1.138

1.210

1.267

1.242

1.234

1.234

1.234

1.234

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 0

0

4

45

48

3

3

3

2

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

17

17

17

17

17

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

‒ 0

0

4

45

     

Verdeling middelen valpreventie

     

30

    

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 14

‒ 14

‒ 14

‒ 15

Stand Ontwerpbegroting 2027

1.005

1.065

1.138

1.214

1.312

1.289

1.238

1.238

1.238

1.237

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd. 

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.                                                                                  

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon-en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van de meest recente informatie van het Zorginstituut.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027. De groeiruimte op deze sector is verlaagd met het veronderstelde aandeel van deze sector in de besparing van de maatregel ‘Valpreventie bij 65-plussers’.

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Verdeling middelen valpreventie

Om eraan bij te dragen dat ouderen gezond ouder kunnen worden in hun eigen of passende omgeving, wordt ingezet op het ontwikkelen en aanbieden van valpreventieprogramma’s. Vanuit de sector Nominaal en onverdeeld Zvw zijn middelen naar deze sector overgeheveld om te kunnen investeren in de ketenaanpak.

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

 

6.5.1.5 Verloskundige zorg

Dit zijn de uitgaven voor de extramuraal verstrekte verloskundige zorg. De verloskundige zorg verricht door huisartsen is bij de sector huisartsenzorg opgenomen.

Tabel 86 Verloskundige zorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

279

301

299

329

342

342

342

342

342

342

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 4

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 4

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

0

1

1

‒ 6

      

Correctie jaarovergang

0

1

1

       

Actualisatie Q4 2025

 

‒ 0

‒ 0

‒ 6

      

Stand Jaarverslag 2025

280

302

300

319

342

342

342

342

342

342

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

3

3

4

4

5

5

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

13

13

13

13

13

13

Structurele bekostiging VSV's

      

0

1

1

1

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

Stand 1e suppletoire 2026

280

302

300

319

345

345

345

346

346

346

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

0

0

1

7

15

15

15

15

15

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

0

0

1

7

7

7

7

7

7

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

8

8

8

8

8

Stand Ontwerpbegroting 2027

280

302

300

320

352

360

361

361

362

362

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.        

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Structurele bekostiging VSV's

De Verloskundige SamenwerkingsVerbanden (VSV’s) worden vanaf 2027 bekostigd vanuit de Zvw. Dit leidt tot een kleine verschuiving van zorg vanuit de tweedelijnsverloskunde naar eerste lijn.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

6.5.1.6 Kraamzorg

De kraamzorg is tweeledig. Allereerst houdt deze de partusassistentie in: de ondersteuning bij de bevalling door de verloskundige. Daarnaast levert de kraamverzorgende hulp gedurende de eerste dagen na de bevalling en geeft zij advies met betrekking tot de verzorging van de pasgeborene en de kraamvrouw.

Tabel 87 Kraamzorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

348

383

404

426

441

441

441

441

441

441

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 3

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 3

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 0

‒ 0

‒ 3

‒ 11

      

Correctie jaarovergang

‒ 0

‒ 0

‒ 3

       

Actualisatie Q4 2025

 

0

‒ 1

‒ 11

      

Stand Jaarverslag 2025

348

383

400

413

441

441

441

441

441

441

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

5

5

6

7

8

8

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

18

18

18

18

18

18

Structurele bekostiging VSV's

      

1

2

3

3

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

Stand 1e suppletoire 2026

348

383

400

413

446

446

447

448

449

449

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 0

0

‒ 0

6

9

9

9

9

9

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

‒ 0

0

‒ 0

6

6

6

6

6

6

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

3

3

3

3

3

Stand Ontwerpbegroting 2027

348

383

401

413

452

455

456

457

459

459

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.                                                                            

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon-en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Structurele bekostiging VSV's

De Verloskundige SamenwerkingsVerbanden (VSV’s) worden vanaf 2027 bekostigd vanuit de Zvw. Dit leidt waarschijnlijk tot een kleine toename in het gebruik van kraamzorg.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

6.5.1.7 Zorg voor zintuiglijk gehandicapten

Dit zijn de uitgaven aan auditief en/of communicatief beperkten, visueel beperkten en doofblinden vanuit de Zorgverzekeringswet. 

Tabel 88 Zorg voor zintuiglijk gehandicapten (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

194

210

234

249

254

258

259

259

259

259

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 3

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 3

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 0

‒ 1

‒ 2

‒ 2

      

Actualisatie Q4 2025

 

1

‒ 1

‒ 2

      

Correctie jaarovergang

‒ 0

‒ 1

‒ 1

       

Stand Jaarverslag 2025

194

209

232

243

254

258

259

259

259

259

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

4

‒ 0

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

9

9

9

9

9

9

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 4

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

‒ 6

Stand 1e suppletoire 2026

194

209

232

243

258

258

257

257

257

257

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 0

0

‒ 2

‒ 2

3

0

0

0

‒ 0

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

5

5

5

5

5

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 3

‒ 3

‒ 3

‒ 3

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

‒ 0

0

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

Stand Ontwerpbegroting 2027

194

209

232

242

256

261

257

257

257

256

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.  

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.  

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 6 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

 

6.5.1.8 Medisch-specialistische zorg

Dit zijn de uitgaven aan medisch-specialistische zorg.

Tabel 89 Medisch-specialistische zorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

26.276

28.049

30.157

31.734

31.988

32.427

32.514

32.514

32.514

32.514

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

63

      

Actualisatie Q3 2025

   

63

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 14

47

32

‒ 52

      

Actualisatie Q4 2025

 

49

59

‒ 52

      

Correctie jaarovergang

‒ 14

‒ 2

‒ 26

       

Stand Jaarverslag 2025

26.262

28.095

30.189

31.745

31.988

32.427

32.514

32.514

32.514

32.514

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

1.157

714

452

448

443

443

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

1.157

1.173

1.176

1.176

1.176

1.176

Besparing RSV risicokinderen

     

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

Overheveling voor Thuisarts.nl

     

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 5

Structurele bekostiging VSV's

      

‒ 4

‒ 9

‒ 13

‒ 13

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 453

‒ 714

‒ 714

‒ 714

‒ 714

Stand 1e suppletoire 2026

26.262

28.095

30.189

31.745

33.145

33.140

32.966

32.961

32.957

32.957

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

22

‒ 11

57

122

291

‒ 71

‒ 66

‒ 66

‒ 97

Overheveling middelen bij- en nascholing msz

     

247

247

247

247

247

Overheveling budgetbekostiging SEH

     

60

60

60

60

60

Actualisatie Q2 IZA

 

22

‒ 11

57

122

     

Overgang budgetbekostiging SEH

     

‒ 7

    

Bijstelling voorwaardelijke toelating

     

‒ 8

‒ 5

   

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 373

‒ 373

‒ 373

‒ 404

Stand Ontwerpbegroting 2027

26.262

28.118

30.178

31.802

33.267

33.432

32.895

32.895

32.891

32.860

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.  

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.         

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Besparing RSV risicokinderen

Betreft overheveling van de RS vaccinatie voor risicogroepen tot 2 jaar naar het Rijksvaccinatieprogramma.

Overheveling voor Thuisarts.nl

Per 2027 zal, conform de afspraken in het AZWA, de structurele financiering van de borging en doorontwikkeling van Thuisarts worden geregeld via de contractering door zorgverzekeraars. De kosten die op deze prestatie worden gedeclareerd worden verantwoord onder ‘overig curatieve zorg’. Hiervoor wordt 50% van het benodigde budget vanuit de medisch-specialistische zorg overgeheveld en 50% vanuit de huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg.

Structurele bekostiging VSV's

De Verloskundige SamenwerkingsVerbanden (VSV’s) worden vanaf 2027 bekostigd vanuit de Zvw. Dit leidt tot een besparing in de MSZ .

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Overheveling middelen bij- en nascholing medisch-specialistische zorg

De subsidie strategisch opleiden binnen de MSZ loopt in 2026 ten einde en wordt niet verlengd. In plaats daarvan is in een bestuurlijk overleg met veldpartijen besloten om de middelen over te hevelen naar de premiegefinancierde begroting. Hiermee ondersteunt VWS als stelselverantwoordelijke partij nog steeds de beweging naar strategisch opleiden maar komt de invulling bij werkgevers te liggen, die ook verantwoordelijk zijn voor opleiden.

Overheveling budgetbekostiging SEH

Per 2027 wordt de budgetbekostiging SEH ingevoerd. De middelen die betrekking hebben op de beschikbaarheidbijdrage SEH worden daarom overgeheveld van het kader beschikbaarheidbijdragen naar het kader MSZ.

Actualisatie Q2 IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Overgang budgetbekostiging SEH

Bij de invoering van budgetbekostiging ontstaat in 2027 een gedeeltelijke dubbele bekostiging omdat in de DBC's 2026 ook de vergoeding zit voor activiteiten die doorlopen in 2027. Hiervoor wordt een incidentele technische correctie doorgevoerd in 2027.

Bijstelling voorwaardelijke toelating

De geraamde totale uitgaven voor Voorwaardelijke Toelating binnen de MSZ vallen in 2027 en 2028 lager uit.

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

 

6.5.1.9 Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf

Dit zijn uitgaven voor met name kwetsbare ouderen met meerdere aandoeningen, die in het ziekenhuis een medisch-specialistische behandeling hebben ondergaan. Verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg valt onder de Zorgverzekeringswet. Verblijf in verband met zorg zoals huisartsen die plegen te bieden – het zogenoemde eerstelijnsverblijf – is onder deze aanspraak mogelijk.

Tabel 90 Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

1.142

1.246

1.342

1.502

1.564

1.584

1.588

1.588

1.588

1.588

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 14

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 14

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

0

‒ 4

‒ 16

‒ 6

      

Actualisatie Q4 2025

 

2

3

‒ 6

      

Correctie jaarovergang

0

‒ 6

‒ 19

       

Stand Jaarverslag 2025

1.143

1.242

1.326

1.481

1.564

1.584

1.588

1.588

1.588

1.588

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

33

9

‒ 5

‒ 6

‒ 7

‒ 10

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

56

57

57

57

57

57

Technische schuif experiment kortdurende zorg

    

‒ 3

‒ 3

‒ 4

‒ 5

‒ 6

‒ 9

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 21

‒ 21

‒ 21

‒ 21

‒ 21

‒ 21

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 25

‒ 38

‒ 38

‒ 38

‒ 38

Stand 1e suppletoire 2026

1.143

1.242

1.326

1.481

1.597

1.592

1.583

1.582

1.581

1.579

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 0

4

5

‒ 7

55

36

36

36

34

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

60

60

60

60

60

Verdeling middelen valpreventie

     

3

    

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

‒ 0

4

5

‒ 7

‒ 7

‒ 7

‒ 7

‒ 7

‒ 7

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 17

‒ 17

‒ 17

‒ 18

Stand Ontwerpbegroting 2027

1.143

1.242

1.331

1.486

1.590

1.648

1.619

1.618

1.616

1.613

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.        

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Technische schuif experiment kortdurende zorg

Uit een conceptadvies van het Zorginstituut met betrekking tot de modulaire bekostiging in de kortdurende zorg volgt dat geneesmiddelen die worden voorgeschreven in de medisch-generalistische zorg, zoals het eerstelijnsverblijf (ELV) en de geriatrische revalidatiezorg (GRZ), moeten vallen onder de aanspraak op de farmaceutische zorg. Hiervoor is van belang dat sprake is van zorg zoals huisartsen of specialisten ouderengeneeskunde (SO) die plegen te bieden. Er is dan geen verschil tussen de aanspraak op geneesmiddelen die thuis of in een instelling worden voorgeschreven bij deze zorg. In het experiment modulaire bekostiging wordt dit conceptadvies al overgenomen: hiervoor is een technische schuif van het kader ELV/GRZ/GZSP naar het kader Apotheekzorg nodig. De geneesmiddelen vallen daarmee buiten de modulaire bekostiging van het experiment. De oploop in de reeks heeft te maken met het aantal zorgaanbieders dat meedoet aan het experiment, van 16 in het eerste jaar naar 50 in totaal.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027. De groeiruimte op deze sector is verlaagd met het veronderstelde aandeel van deze sector in de besparing van de maatregel ‘Valpreventie bij 65-plussers’.

Verdeling middelen valpreventie

Om eraan bij te dragen dat ouderen gezond ouder kunnen worden in hun eigen of passende omgeving, wordt ingezet op het ontwikkelen en aanbieden van valpreventieprogramma’s. Vanuit de sector Nominaal en onverdeeld Zvw zijn middelen naar deze sector overgeheveld om te kunnen investeren in de ketenaanpak.

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut .

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

6.5.1.10 Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

Dit zijn de uitgaven van ziekenhuizen voor het leveren van top referente zorg en onderzoek en innovatie, alsmede daarmee samenhangende kapitaallasten.

Tabel 91 Beschikbaarheidbijdrage academische zorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

897

960

1.006

1.057

1.065

1.065

1.065

1.065

1.065

1.065

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

          

Bijstellingen jaarverslag 2025

  

9

       

Actualisatie Q4 2025

  

9

       

Stand Jaarverslag 2025

897

960

1.015

1.057

1.065

1.065

1.065

1.065

1.065

1.065

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

52

52

52

‒ 48

‒ 48

‒ 48

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

39

39

39

39

39

39

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

13

13

13

13

13

13

CA 49 Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

       

‒ 100

‒ 100

‒ 100

Stand 1e suppletoire 2026

897

960

1.015

1.057

1.117

1.117

1.117

1.017

1.017

1.017

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

     

9

9

9

9

9

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

9

9

9

9

9

Stand Ontwerpbegroting 2027

897

960

1.015

1.057

1.117

1.126

1.126

1.026

1.026

1.026

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.            

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon-en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

CA 49 Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

De beschikbaarheidbijdrage academische zorg wordt verlaagd met € 100 miljoen met ingang van 2029.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Tranche 2027 van de groeiruimte is overgeboekt naar de Zvw-sectoren.

6.5.1.11 Beschikbaarheidbijdrage overig medisch-specialistische zorg

Dit zijn de uitgaven ten behoeve van de spoedeisende hulp, Calamiteitenhospitaal, MMT (mobiele medische teams) met helikopter en voertuig, ambulancehelikopter Waddeneilanden, coördinatie traumazorg en ROAZ, gespecialiseerde brandwondenzorg, OTO (opleiden, trainen en oefenen), acute verloskunde, post mortem orgaanuitname en weefseluitnameteams. De beschikbaarheidbijdragen academische zorg (incl. kapitaallasten academische zorg) en opleidingen worden apart gepresenteerd.

Tabel 92 Beschikbaarheidbijdrage overig medisch-specialistische zorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

142

214

232

250

254

252

251

241

236

236

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 5

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 5

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

 

0

1

       

Actualisatie Q4 2025

  

1

       

Correctie jaarovergang

 

0

        

Stand Jaarverslag 2025

142

215

233

245

254

252

251

241

236

236

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

7

8

15

31

36

37

Uitbreiding MMT (amendement)

    

0

2

9

14

14

15

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

9

9

9

9

9

9

(Pandemische) paraatheid

       

12

16

16

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 3

‒ 3

‒ 3

‒ 3

‒ 3

‒ 3

Stand 1e suppletoire 2026

142

215

233

245

260

261

266

272

273

273

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

   

4

‒ 0

‒ 55

‒ 55

‒ 55

‒ 55

‒ 55

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

5

5

5

5

5

Actualisatie Q2 niet-IZA

   

4

‒ 0

‒ 0

‒ 0

‒ 0

‒ 0

‒ 0

Overheveling budgetbekostiging SEH

     

‒ 60

‒ 60

‒ 60

‒ 60

‒ 60

Stand Ontwerpbegroting 2027

142

215

233

249

260

206

211

217

218

218

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.     

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Uitbreiding MMT (amendement)

Het Mobiel Medisch Team (MMT), bekostigd via de beschikbaarheid-bijdrage, wordt uitgebreid met een extra traumahelikopter en grondgebonden MMT.

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

(Pandemische) paraatheid

Betreft de benodigde financiële middelen voor de structurele inbedding van de regionale en landelijke functies van inzicht in capaciteit en patiëntenspreiding en de benodigde financiële middelen voor de instandhouding van de ROAZ taken.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van de meest recente informatie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Overheveling budgetbekostiging SEH

Per 2027 wordt de budgetbekostiging SEH ingevoerd. De middelen die betrekking hebben op de beschikbaarheidbijdrage SEH worden daarom overgeheveld van het kader beschikbaarheidbijdragen naar het kader MSZ.

6.5.1.12 Overig curatieve zorg

Dit zijn de uitgaven voor onder andere de huisartsenlaboratoria, trombosediensten, de uitgaven op basis van de beleidsregel innovatie en de uitgaven voor de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI).

Tabel 93 Overig curatieve zorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

580

691

757

800

814

689

689

689

689

689

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

11

      

Actualisatie Q3 2025

   

11

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 6

‒ 1

4

14

      

Actualisatie Q4 2025

 

‒ 0

‒ 3

14

      

Correctie jaarovergang

‒ 6

‒ 1

7

       

Stand Jaarverslag 2025

574

689

761

825

814

689

689

689

689

689

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

55

68

61

61

61

61

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

29

25

25

25

25

25

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

25

25

25

25

25

25

Structurele bekostiging VSV's

     

23

23

23

23

23

Overheveling voor Thuisarts.nl

     

9

9

9

9

9

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 15

‒ 22

‒ 22

‒ 22

‒ 22

Stand 1e suppletoire 2026

574

689

761

825

869

757

750

750

750

750

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

4

5

27

56

41

32

32

32

31

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

4

5

27

56

26

26

26

26

26

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

15

15

15

15

15

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 9

‒ 9

‒ 9

‒ 10

Stand Ontwerpbegroting 2027

574

693

766

853

925

798

782

782

782

782

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.  

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van de meest recente informatie van het Zorginstituut. Voor 2025 en 2026 is dit inclusief uitgaven van verzekeraars aan opleiden binnen de MSZ, die vallen onder de beheerskosten van verzekeraars.

Structurele bekostiging VSV's

De Verloskundige SamenwerkingsVerbanden (VSV’s) worden vanaf 2027 bekostigd vanuit de Zvw.

Overheveling voor Thuisarts.nl

Per 2027 zal, conform de afspraken in het AZWA, de structurele financiering van de borging en doorontwikkeling van Thuisarts worden geregeld via de contractering door zorgverzekeraars. De kosten die op deze prestatie worden gedeclareerd worden tot op heden verantwoord onder ‘overig curatieve zorg’. Hiervoor wordt 50% van het benodigde budget vanuit de medisch-specialistische zorg overgeheveld en 50% vanuit de huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

6.5.1.13 Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

Dit zijn de uitgaven voor de geneeskundige GGZ en tot en met 2024 de beschikbaarheidsbijdragen GGZ. Vanaf 2025 vallen deze beschikbaarheidbijdragen namelijk niet meer onder het MBI-kader GGZ. Hiervoor is gekozen, omdat de financiering van beschikbaarheidsbijdragen via de NZa loopt wat betekent dat IZA-partijen geen invloed of zeggenschap hebben op verleningen en vaststellingen.

Tabel 94 Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

4.595

5.045

5.563

5.920

5.871

5.934

5.973

5.973

5.973

5.973

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

2

      

Actualisatie Q3 2025

   

2

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 4

‒ 13

‒ 5

‒ 11

      

Correctie jaarovergang

‒ 4

‒ 15

4

       

Actualisatie Q4 2025

 

2

‒ 9

‒ 11

      

Stand Jaarverslag 2025

4.592

5.031

5.558

5.910

5.871

5.934

5.973

5.973

5.973

5.973

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

232

152

107

107

107

107

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

232

234

236

236

236

236

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 82

‒ 129

‒ 129

‒ 129

‒ 129

Stand 1e suppletoire 2026

4.592

5.031

5.558

5.910

6.103

6.086

6.080

6.080

6.080

6.080

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 6

‒ 5

‒ 6

239

 

‒ 68

‒ 68

‒ 68

‒ 74

Actualisatie Q2 IZA

 

‒ 6

‒ 5

‒ 6

239

     

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 68

‒ 68

‒ 68

‒ 74

Stand Ontwerpbegroting 2027

4.592

5.026

5.553

5.904

6.342

6.086

6.012

6.012

6.012

6.007

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon-en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Actualisatie Q2 IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

6.5.1.14 Apotheekzorg

Dit zijn de uitgaven voor apotheekzorg.

Tabel 95 Apotheekzorg (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

5.178

5.316

5.701

6.051

6.240

6.274

6.289

6.284

6.284

6.284

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 45

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 45

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 1

4

‒ 10

‒ 1

      

Correctie jaarovergang

‒ 1

1

‒ 4

       

Actualisatie Q4 2025

 

2

‒ 6

‒ 1

      

Stand Jaarverslag 2025

5.177

5.319

5.691

6.005

6.240

6.274

6.289

6.284

6.284

6.284

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

104

39

‒ 53

‒ 52

‒ 51

‒ 49

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

148

149

149

149

149

149

Besparingsverlies zelfzorgmiddelen

     

40

    

Technische schuif experiment kortdurende zorg

    

3

3

4

5

6

9

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 47

‒ 47

‒ 47

‒ 47

‒ 47

‒ 47

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 106

‒ 160

‒ 160

‒ 160

‒ 160

Stand 1e suppletoire 2026

5.177

5.319

5.691

6.005

6.344

6.312

6.236

6.232

6.233

6.235

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 3

‒ 6

‒ 5

28

35

‒ 76

‒ 107

‒ 107

‒ 117

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

61

61

61

61

61

Voorwaardelijke toelating

    

3

8

8

13

13

9

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

‒ 3

‒ 6

‒ 5

26

     

Verdeling middelen valpreventie

     

4

    

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 71

‒ 71

‒ 71

‒ 77

Overboeking standaardisatie gegevensuitwisseling

     

‒ 37

‒ 73

‒ 110

‒ 110

‒ 110

Stand Ontwerpbegroting 2027

5.177

5.317

5.685

6.000

6.372

6.348

6.160

6.124

6.125

6.118

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Besparingsverlies zelfzorgmiddelen

De doorlooptijden met betrekking tot pakketadviezen zelfzorgmiddelen zijn langer dan gedacht. De besparing uit de 1e suppletoire begroting 2025 wordt daarom in 2027 niet geheel gerealiseerd. De maatregel wordt gedeeltelijk (voor € 30 miljoen structureel) ingevuld door een aanpassing van de vergoedingsvoorwaarden voor allergiemiddelen.

Technische schuif experiment kortdurende zorg

Uit een conceptadvies van het Zorginstituut met betrekking tot de modulaire bekostiging in de kortdurende zorg volgt dat geneesmiddelen die worden voorgeschreven in de medisch-generalistische zorg, zoals het eerstelijnsverblijf (ELV) en de geriatrische revalidatiezorg (GRZ), moeten vallen onder de aanspraak op de farmaceutische zorg. Hiervoor is van belang dat sprake is van zorg zoals huisartsen of specialisten ouderengeneeskunde (SO) die plegen te bieden. Er is dan geen verschil tussen de aanspraak op geneesmiddelen die thuis of in een instelling worden voorgeschreven bij deze zorg. In het experiment modulaire bekostiging wordt dit conceptadvies al overgenomen: hiervoor is een technische schuif van het kader ELV/GRZ/GZSP naar het kader Apotheekzorg nodig. De geneesmiddelen vallen daarmee buiten de modulaire bekostiging van het experiment. De oploop in de reeks heeft te maken met het aantal zorgaanbieders dat meedoet aan het experiment, van 16 in het eerste jaar naar 50 in totaal.

Actualisatie 2026-2031 op basis van Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van de meest recente informatie van het Zorginstituut.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027. De groeiruimte op deze sector is verlaagd met het veronderstelde aandeel van deze sector in de besparing van de maatregel ‘Doelmatige inkoop geneesmiddelen’.

Voorwaardelijke toelating

De komende jaren wordt meer gebruik gemaakt van het instrument Voorwaardelijke toelating dan geraamd. Daarom wordt budget overgeheveld van de sector Nominaal en onverdeeld Zvw naar de sector apotheekzorg.

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Verdeling middelen valpreventie

Om eraan bij te dragen dat ouderen gezond ouder kunnen worden in hun eigen of passende omgeving, wordt ingezet op het ontwikkelen en aanbieden van valpreventieprogramma’s. Vanuit de sector Nominaal en onverdeeld Zvw zijn middelen naar deze sector overgeheveld om te kunnen investeren in meer valrisicotesten, valanalyses en beweeginterventies.

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

Overboeking standaardisatie gegevensuitwisseling

De besparingsopgave standaardisatie gegevensuitwisseling in de apotheekzorg wordt overgeheveld naar het desbetreffende kader.

6.5.1.15 Hulpmiddelen

Dit zijn de uitgaven voor extramurale hulpmiddelen die verstrekt worden krachtens de Regeling hulpmiddelen.

Tabel 96 Hulpmiddelen (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

1.765

1.886

2.022

2.127

2.174

2.211

2.218

2.218

2.218

2.218

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 4

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 4

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 0

1

‒ 9

1

      

Actualisatie Q4 2025

 

0

2

1

      

Correctie jaarovergang

‒ 0

0

‒ 11

       

Stand Jaarverslag 2025

1.765

1.886

2.014

2.123

2.174

2.211

2.218

2.218

2.218

2.218

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

44

8

‒ 11

‒ 11

‒ 11

‒ 11

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

44

45

45

45

45

45

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 37

‒ 56

‒ 56

‒ 56

‒ 56

Stand 1e suppletoire 2026

1.765

1.886

2.014

2.123

2.218

2.219

2.207

2.207

2.207

2.207

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

0

‒ 1

2

32

77

52

52

52

50

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

44

44

44

44

44

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

0

‒ 1

2

32

32

32

32

32

32

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 25

‒ 25

‒ 25

‒ 27

Stand Ontwerpbegroting 2027

1.765

1.887

2.012

2.125

2.250

2.296

2.259

2.259

2.259

2.257

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op derealisatiejaren.                                                                 

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027. De groeiruimte op deze sector is verlaagd met het veronderstelde aandeel van deze sector in de besparing van de maatregel ‘Doelmatige inkoop geneesmiddelen’.

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

 De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

6.5.1.16 Wijkverpleging

Dit zijn de uitgaven voor zowel verpleging als verzorging. Hierbij gaat het om verpleegkundige handelingen zoals wondverzorging, injecties en catheterisaties en verzorgende handelingen zoals wassen en aankleden. Binnen de aanspraak wijkverpleging zijn naast de (wijk)verpleegkundige ook verzorgenden en gespecialiseerde verpleegkundigen werkzaam. Financiering kan ook plaatsvinden via een persoonsgebonden budget.

Tabel 97 Wijkverpleging (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

3.097

3.217

3.340

3.266

3.799

3.849

3.934

3.876

3.822

3.822

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 22

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 22

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 0

4

‒ 30

‒ 2

      

Actualisatie Q4 2025

 

2

2

‒ 2

      

Correctie jaarovergang

‒ 0

2

‒ 32

       

Stand Jaarverslag 2025

3.097

3.221

3.309

3.242

3.799

3.849

3.934

3.876

3.822

3.822

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

‒ 237

‒ 184

‒ 272

‒ 274

‒ 276

‒ 295

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

150

152

155

153

151

150

Onafhankelijke indicatiestelling wijkverpleging

     

85

    

Extrapolatie

         

‒ 18

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 34

‒ 40

‒ 41

‒ 41

‒ 41

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 387

‒ 387

‒ 387

‒ 387

‒ 387

‒ 387

Stand 1e suppletoire 2026

3.097

3.221

3.309

3.242

3.562

3.665

3.662

3.601

3.545

3.527

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 1

4

‒ 4

‒ 336

2

60

60

60

60

Overheveling opleiden in de wijkverpleging

      

60

60

60

60

Verdeling middelen valpreventie

     

2

    

Actualisatie Q2 IZA

 

‒ 1

4

‒ 4

‒ 336

     

Stand Ontwerpbegroting 2027

3.097

3.220

3.313

3.238

3.226

3.667

3.722

3.661

3.605

3.587

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Onafhankelijke indicatiestelling ongecontracteerde wijkverpleging

In het Regeerakkoord Schoof is besloten tot een structurele taakstelling van € 85 miljoen vanaf 2027. Inmiddels is er een nieuw regeerakkoord waarin via een ander wettelijk instrument ongecontracteerde zorg Zvw-breed wordt teruggedrongen. Er ontstaat een besparingsverlies in 2027 van € 85 miljoen.

Extrapolatie

In de meerjarige begroting zijn de begrotingsstanden van 2030 geëxtrapoleerd naar 2031. Daarbij is rekening gehouden met technische aanpassingen zoals verwachte volumegroei, loon- en prijsontwikkelingen en de verwachte effecten van bestaand beleid.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

Conform de afspraken van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) kunnen vanaf de 1e suppletoire begroting 2026 bij onderschrijding de budgettaire kaders van de IZA-sectoren meerjarig worden bijgesteld in de begroting van VWS. Bij de Wijkverpleging is dit gebeurd.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Overheveling opleiden in de wijkverpleging

De middelen voor opleiden in de wijkverpleging worden per 1 januari 2028 overgeheveld naar het premiekader wijkverpleging. Met deze overheveling kunnen zorgaanbieders in de wijkverpleging de werkgeverskosten voor opleiden en begeleiden van nieuwe (zij-)instroom betrekken in de reguliere contractonderhandelingen met zorgverzekeraars. In 2027 vinden er gesprekken plaats met de betrokken partijen om tot afspraken te komen over de nadere invulling hiervan.

Verdeling middelen valpreventie

Om eraan bij te dragen dat ouderen gezond ouder kunnen worden in hun eigen of passende omgeving, wordt ingezet op het ontwikkelen en aanbieden van valpreventieprogramma’s. Vanuit de sector Nominaal en onverdeeld Zvw zijn middelen naar deze sector overgeheveld om te kunnen investeren in de ketenaanpak.

Actualisatie Q2 IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

6.5.1.17 Ambulancevervoer

Dit zijn de uitgaven voor spoedvervoer en besteld vervoer. Daarnaast staan ambulances ook paraat voor geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen. Op deze sector worden tevens de uitgaven Centrale Posten Ambulancevervoer (CPA) verantwoord.

Tabel 98 Ambulancevervoer (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

776

851

928

988

1.014

1.031

1.034

1.034

1.034

1.034

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 4

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 4

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

4

3

‒ 3

13

      

Actualisatie Q4 2025

 

‒ 0

‒ 6

13

      

Correctie jaarovergang

4

3

3

       

Stand Jaarverslag 2025

780

854

925

997

1.014

1.031

1.034

1.034

1.034

1.034

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

64

48

39

39

39

39

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

41

42

42

42

42

42

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

23

23

23

23

23

23

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 17

‒ 26

‒ 26

‒ 26

‒ 26

Stand 1e suppletoire 2026

780

854

925

997

1.078

1.079

1.073

1.073

1.073

1.073

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 0

3

3

‒ 8

10

‒ 3

‒ 3

‒ 3

‒ 3

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

18

18

18

18

18

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

‒ 0

3

3

‒ 8

‒ 8

‒ 8

‒ 8

‒ 8

‒ 8

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 14

Stand Ontwerpbegroting 2027

780

854

928

999

1.070

1.089

1.071

1.071

1.071

1.070

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027. De groeiruimte op deze sector is verlaagd met het veronderstelde aandeel van deze sector in de besparing van de maatregel ‘Valpreventie 65+’.

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

6.5.1.18 Overige ziekenvervoer

Dit zijn de uitgaven voor het vervoer van patiënten van en naar zorgaanbieders. Hiervoor in aanmerking komen verzekerden die chemo- of radiotherapie ondergaan, nierdialyse ondergaan, zich uitsluitend in een rolstoel kunnen verplaatsen, zeer slechtziend zijn of van hun zorgverzekeraar hiervoor toestemming hebben gekregen. Het betreft zowel commercieel vervoer als vergoeding van de kosten van openbaar vervoer. Per 1 januari 2019 wordt aan de aanspraak voor ziekenvervoer het vervoer ten behoeve van consulten, (na)controles en (bloed)onderzoek toegevoegd, indien deze als onderdeel van de primaire behandeling noodzakelijk zijn.

Tabel 99 Overige ziekenvervoer (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

117

129

129

116

119

121

122

122

122

122

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 1

      

Actualisatie Q3 2025

   

‒ 1

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 0

‒ 0

‒ 2

1

      

Actualisatie Q4 2025

 

‒ 0

0

1

      

Correctie jaarovergang

‒ 0

‒ 0

‒ 2

       

Stand Jaarverslag 2025

117

128

128

116

119

121

122

122

122

122

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

5

3

2

2

2

2

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

5

5

5

5

5

5

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

0

0

0

0

0

0

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 2

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 4

Stand 1e suppletoire 2026

117

128

128

116

124

124

123

123

123

123

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 0

‒ 0

‒ 0

‒ 10

‒ 9

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 11

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

1

1

1

1

1

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 2

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

‒ 0

‒ 0

‒ 0

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

‒ 10

Stand Ontwerpbegroting 2027

117

128

128

116

113

115

113

113

113

113

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut.

6.5.1.19 Opleidingen

Dit zijn de uitgaven voor de specialistische vervolgopleidingen uit het zogenaamde opleidingsfonds (inclusief de opleiding tot huisarts) en een aantal ggz-opleidingen via een beschikbaarheidbijdrage op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) gefinancierd. De uitvoering geschiedt door de NZa. De betalingen lopen via het Zorginstituut Nederland.

Tabel 100 Opleidingen (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

1.505

1.589

1.708

1.877

2.094

2.155

2.182

2.215

2.210

2.210

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

          

Bijstellingen jaarverslag 2025

 

0

‒ 40

‒ 14

      

Correctie jaarovergang

 

‒ 0

        

Actualisatie Q4 2025

 

0

‒ 40

‒ 14

      

Stand Jaarverslag 2025

1.505

1.589

1.668

1.863

2.094

2.155

2.182

2.215

2.210

2.210

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

‒ 70

22

23

‒ 86

‒ 86

‒ 86

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

76

78

79

80

80

80

Actualisatie opleidingen

    

‒ 8

‒ 8

‒ 8

‒ 8

‒ 8

‒ 8

CA 48 Vervolgopleiding medisch-specialisten

       

‒ 110

‒ 110

‒ 110

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

‒ 138

‒ 48

‒ 48

‒ 48

‒ 48

‒ 48

Stand 1e suppletoire 2026

1.505

1.589

1.668

1.863

2.023

2.177

2.204

2.129

2.124

2.124

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 0

‒ 0

 

29

‒ 20

‒ 27

‒ 37

7

10

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

41

41

41

41

41

Correctie beschikbaarheidbijdrage opleidingen

    

48

8

8

8

8

8

Verwerking kabinetsreactie instroomadviezen Capaciteitsorgaan

     

‒ 11

‒ 15

‒ 18

‒ 9

‒ 9

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

‒ 0

‒ 0

 

‒ 19

‒ 58

‒ 61

‒ 68

‒ 33

‒ 30

Stand Ontwerpbegroting 2027

1.505

1.589

1.668

1.863

2.052

2.157

2.178

2.092

2.131

2.134

Bijstellingen jaarverslag 2025

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Actualisatie opleidingen

De totale instroom voor de opleiding van gz-psychologen is begrensd door het totaal aan beschikbare opleidingsplekken. Omdat de opleidingen voor gz-psychologen die ten laste van Wlz-instellingen komen stijgen (€ 8 miljoen), dalen deze uitgaven bij de Zvw met € 8 miljoen.

CA 48 Vervolgopleiding medisch-specialisten

De beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen wordt verlaagd met € 110 miljoen per jaar met ingang van 2029.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie vande Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

Correctie beschikbaarheidbijdragen opleidingen

Bij de eerste suppletoire wet is per abuis een verkeerde reeks geboekt bij de medische vervolgopleidingen. Deze wordt hiermee gecorrigeerd.

Verwerking kabinetsreactie instroomadviezen Capaciteitsorgaan

In de kabinetsreactie op het capaciteitsplan 2027-2030, waarin het Capaciteitsorgaan een advies uitbrengt over het aantal beschikbaar te stellen opleidingsplekken voor een groot aantal (medische) vervolgopleidingen en een aantal initiële opleidingen, is de keuze gemaakt om niet het volledige aantal geadviseerde opleidingsplekken voor GZ-psychologen over te nemen. Dit levert ruimte op binnen de beschikbaarheidsbijdrage.

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

6.5.1.20 Buitenland

Dit zijn de uitgaven binnen en buiten het macroprestatiebedrag (mpb). Binnen het mpb betreft het zorgkosten gemaakt in het buitenland door verzekerden bij Nederlandse zorgverzekeraars.

De grensoverschrijdende zorg buiten het mpb betreft de lasten van internationale verdragen. Het gaat om kosten van zorg aan personen die buiten Nederland wonen en niet aan Nederlandse sociale verzekeringswetgeving zijn onderworpen, maar die op grond van een Europese verordening of een door Nederland gesloten verdrag inzake sociale zekerheid recht hebben op geneeskundige zorg ten laste van Nederland. Het betreft ook de kosten van medische zorg voor personen die verzekerd zijn in het buitenland en langdurig of kortdurend verblijven in Nederland. Deze kosten worden doorberekend aan de internationale verdragspartners. Deze baten worden in mindering gebracht op de lasten.

Tabel 101 Buitenland (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

1.092

840

828

1.071

1.016

1.026

1.027

1.027

1.027

1.027

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

9

      

Actualisatie Q3 2025

   

9

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

‒ 21

‒ 26

13

‒ 23

      

Actualisatie Q4 2025

 

‒ 15

15

‒ 23

      

Correctie jaarovergang

‒ 21

‒ 11

‒ 2

       

Stand Jaarverslag 2025

1.071

813

841

1.056

1.016

1.026

1.027

1.027

1.027

1.027

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

85

2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

34

35

35

35

35

35

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4

    

50

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

‒ 10

‒ 15

‒ 15

‒ 15

‒ 15

Stand 1e suppletoire 2026

1.071

813

841

1.056

1.100

1.028

1.025

1.025

1.025

1.025

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

‒ 24

25

‒ 6

48

‒ 2

‒ 9

‒ 9

‒ 9

‒ 10

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

18

18

18

18

18

Actualisatie Q2 niet-IZA

 

‒ 24

25

‒ 6

48

‒ 20

‒ 20

‒ 20

‒ 20

‒ 20

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

      

‒ 7

‒ 7

‒ 7

‒ 8

Stand Ontwerpbegroting 2027

1.071

789

866

1.050

1.148

1.026

1.016

1.016

1.016

1.015

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie Q3 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven binnen het mpb geactualiseerd. De uitgaven buiten het mpb zijn gebaseerd op de lasten internationale verdragen van het CAK.          

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Q4 2025

Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn de Zvw-uitgaven binnen het mpb geactualiseerd. De uitgaven buiten het mpb zijn gebaseerd op de lasten internationale verdragen van het CAK.   

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.       

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Actualisatie 2026-2031 o.b.v. Q4 2025

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut en het CAK.

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

Actualisatie Q2 niet-IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van het Zorginstituut en het CAK.

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

 

6.5.1.21 Transformatiemiddelen IZA

Dit zijn de gereserveerde uitgaven voor de transformatiemiddelen. Op grond van het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn in de jaren 2023-2027 zogenoemde transformatiemiddelen beschikbaar om de noodzakelijke transformatie naar arbeidsbesparende, passende zorg te realiseren en/of te versnellen. Met de transformatiemiddelen kunnen individuele, lokale, regionale of landelijke initiatieven worden ondersteund die bijdragen aan de verwezenlijking van de inhoudelijke doelen en financiële opgave van het IZA. De transformatiemiddelen worden grotendeels toegekend via de zorgverzekeraars. Daarvan kan worden afgeweken als financiering via VWS logischer is.

Tabel 102 Transformatiemiddelen IZA (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

 

31

224

262

111

527

612

   

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

          

Bijstellingen jaarverslag 2025

 

‒ 6

‒ 88

       

Correctie jaarovergang

 

‒ 6

‒ 88

       

Stand Jaarverslag 2025

 

25

137

262

111

527

612

   

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

124

‒ 38

‒ 254

   

Kasschuif transformatiemiddelen

    

200

40

‒ 240

   

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

7

22

23

   

Overheveling IZA transformatiemiddelen naar premie

    

5

     

Extensivering LPO transformatiemiddelen

    

‒ 7

‒ 22

‒ 23

   

SPUK IZA transformatiemiddelen

    

‒ 81

‒ 78

‒ 14

   

Stand 1e suppletoire 2026

 

25

137

262

235

489

359

   

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

 

23

‒ 12

118

20

‒ 29

‒ 134

   

Overheveling SPUK IZA transformatiemiddelen

    

20

‒ 29

‒ 5

   

Actualisatie Q2 transformatiemiddelen IZA

 

23

‒ 12

118

  

‒ 129

   

Stand Ontwerpbegroting 2027

 

48

124

380

255

460

224

   

Bijstellingen jaarverslag 2025

Correctie jaarovergang

Dit betreft een administratieve correctie in de achterliggende financiële administratie. Per saldo heeft dit geen effect op de realisatiejaren.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Kasschuif transformatiemiddelen

Op basis van actuele verwachtingen over de inzet van transformatiemiddelen worden met deze kasschuif de middelen in de juiste jaren geplaatst.

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Overheveling IZA transformatiemiddelen naar premie

Transformatiemiddelen die niet nodig zijn op de VWS-begroting worden overgeheveld naar de premiegefinancierde zorguitgaven zodat ze beschikbaar zijn voor impactvolle transformaties.

Extensivering LPO transformatiemiddelen

De LPO over transformatiemiddelen wordt alternatief ingezet ter dekking van knelpunten.

SPUK IZA transformatiemiddelen

De Regeling specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA 2024-2027 (hierna: de Regeling) ondersteunt gemeenten bij de uitvoering van transformatieplannen in de zorg, in lijn met de doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord (IZA). Het aantal goedgekeurde transformatieplannen (door de verzekeraars) van gemeenten en ingediende SPUK-aanvragen geeft aanleiding om het huidige budgetplafond van de Regeling te verhogen. Alleen bij tussentijdse aanpassing kunnen we de voortgang van goedgekeurde plannen blijven waarborgen.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Overheveling SPUK IZA transformatiemiddelen

De Regeling specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA 2024-2027 (hierna: de Regeling) ondersteunt gemeenten bij de uitvoering van transformatieplannen in de zorg, in lijn met de doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord (IZA). Het aantal goedgekeurde transformatieplannen (door de verzekeraars) van gemeenten en ingediende SPUK-aanvragen geeft aanleiding om het huidige budgetplafond van de Regeling te verhogen. Deze middelen worden gefinancierd door transformatiemiddelen op de premiegefinancieerde zorguitgaven over te boeken naar de begrotingsgefinancieerde uitgaven.

Actualisatie Q2 transformatiemiddelen IZA

De geraamde uitgaven binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn geactualiseerd op basis van recente informatie van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Dit leidt tot verschuivingen tussen jaren, maar het totaalbedrag blijft gelijk.

6.5.1.22 Nominaal en onverdeeld Zvw

Dit is een technisch-administratieve post voor overboekingen van loon- en prijsbijstelling en groeiruimte. Daarnaast worden extra middelen of taakstellingen hier geparkeerd totdat deze worden toegedeeld aan de deelsectoren.

Tabel 103 Nominaal en onverdeeld Zvw (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

   

8

2.409

5.134

7.993

11.781

15.276

15.276

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

          

Bijstellingen jaarverslag 2025

   

‒ 8

      

Vrijval nominaal en onverdeeld Zvw

   

‒ 8

      

Stand Jaarverslag 2025

    

2.409

5.134

7.993

11.781

15.276

15.276

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

‒ 2.407

‒ 2.995

‒ 3.196

‒ 4.670

‒ 5.395

‒ 2.415

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA

     

903

1.391

1.392

1.392

1.392

Extrapolatie

         

3.504

CA 40 Uitvoerings afspraken AZWA

     

794

709

230

230

230

Overheveling doorbraakmiddelen

     

400

400

   

Besparingsverlies taakstelling medisch specialist

     

150

    

Kasschuif doorbraakmiddelen

     

‒ 200

‒ 100

300

  

LPO doorbraakmiddelen

     

14

14

   

Kasschuif MTVH dekking MMT

     

3

‒ 9

6

  

Bijstelling voorwaardelijke toelating

     

‒ 8

‒ 5

   

Extensivering LPO doorbraakmiddelen

     

‒ 14

‒ 14

   

Dekking intensivering programma IV IZB

     

‒ 4

‒ 8

‒ 8

‒ 8

‒ 8

Extensivering MTVH

    

‒ 0

‒ 2

‒ 10

‒ 14

‒ 16

‒ 16

Wijziging remgeld door verhoging ER

     

‒ 30

6

7

10

‒ 72

AZWA onderdeel B4 medische preventie

     

‒ 45

‒ 45

   

Informatiepositie zorgverzekeraars vervroegen

       

‒ 110

‒ 10

‒ 10

CA 38 Versterken informatieplicht zorgverzekeraars

        

‒ 110

‒ 110

CA 44 Huishoudeijke hulp uit Wmo met vangnet

       

‒ 85

‒ 85

‒ 85

CA 39 Afschaffen vergoeding ongecontracteerde zorg

       

‒ 150

‒ 150

‒ 150

CA 41 Selectie geneesmiddelen uit basispakket

      

‒ 35

‒ 115

‒ 150

‒ 150

CA 37 Passende zorg

       

‒ 112

‒ 198

‒ 266

CA 46 Eigen bijdrage wijkverpleging

     

15

15

‒ 225

‒ 225

‒ 225

CA 36 Tranchering eigen risico op 150 euro

      

‒ 318

‒ 318

‒ 318

‒ 318

Loon- en prijsontwikkeling

    

‒ 33

‒ 54

‒ 137

‒ 345

‒ 490

‒ 479

Verwerking MLT 2027-2031

     

‒ 212

‒ 205

‒ 202

‒ 344

‒ 760

CA 35 Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027

     

‒ 584

‒ 619

‒ 620

‒ 623

‒ 592

CA 34 Eigen risico niet verlagen en index per 2027

     

‒ 1.698

‒ 1.782

‒ 1.882

‒ 1.882

‒ 1.882

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

‒ 2.374

‒ 2.424

‒ 2.444

‒ 2.420

‒ 2.417

‒ 2.416

Stand 1e suppletoire 2026

    

3

2.139

4.797

7.111

9.881

12.861

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

    

‒ 3

914

809

979

973

1.076

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

     

613

613

613

613

664

Loon- en prijsontwikkeling

     

742

562

601

597

609

Overboeking standaardisatie gegevensuitwisseling

     

37

73

110

110

110

Bijstelling voorwaardelijke toelating

     

8

5

   

Verwerking MLT 2027-2031

     

‒ 1

‒ 25

‒ 21

‒ 23

12

Voorwaardelijke toelating

    

‒ 3

‒ 8

‒ 8

‒ 13

‒ 13

‒ 9

Verdeling middelen valpreventie

     

‒ 66

    

Overheveling doorbraakmiddelen sociaal domein

     

‒ 100

‒ 100

   

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

‒ 311

‒ 311

‒ 311

‒ 311

‒ 311

Stand Ontwerpbegroting 2027

    

0

3.053

5.607

8.090

10.854

13.937

Bijstellingen jaarverslag 2025

Vrijval nominaal en onverdeeld

Op de sector Nominaal en onverdeeld Zvw staan zowel tijdelijke middelen gereserveerd als ook taakstellingen geparkeerd die op een later moment worden overgeboekt naar andere sectoren. Ook wordt op deze sector de beschikbare groeiruimte voor niet-IZA-sectoren tijdelijk gezet alvorens deze op een later moment wordt verdeeld over die sectoren. Een deel van deze middelen is in 2025 niet benodigd en valt vrij.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

CA 34, CA 36 en CA 40 eigen risico en AZWA         

De maatregelen CA-34 (terugdraaien van de voorgenomen verlaging van het eigen risico), CA-36 (trancheren eigen risico per 2028) en CA-40 (dekking uitvoeren afspraken AZWA) uit het coalitieakkoord zijn gesaldeerd geboekt. Voor de verdeling over betrokken sectoren is aangesloten bij de wijze waarop de voorgenomen verlaging en tranchering van het eigen risico en de AZWA-afspraken waren ingeboekt.

Extrapolatie   

In de meerjarige begroting zijn de begrotingsstanden van 2030 geëxtrapoleerd naar 2031. Daarbij is rekening gehouden met technische aanpassingen, zoals verwachte volumegroei- en loon- en prijsontwikkelingen alsmede met de verwachte effecten van bestaand beleid.

CA 40 Uitvoerings afspraken AZWA              

Het kabinet reserveert tot en met 2035 middelen om de afgesproken intensiveringen van het aanvullend zorg en welzijnsakkoord (AZWA) uit te voeren. De doorbraakmiddelen in 2027 en 2028 en de overige afspraken uit het akkoord blijven in stand.

Overheveling doorbraakmiddelen

De doorbraakmiddelen stonden tijdelijk geparkeerd op de Aanvullende Post bij Financiën. Met deze overheveling komen de middelen weer terug bij VWS.

Besparingsverlies taakstelling medisch specialisten             

De taakstelling beloning medisch specialisten (naar aanleiding van wijziging OCW begroting) is ingeboekt vanaf 2027. De beoogde uitwerking van deze taakstelling via het transparant maken en vervolgens normeren van de inkomens van medisch specialisten leidt pas later tot een besparing. Op dit moment wordt het besparingsverlies voor 2027 verwerkt.

Kasschuif doorbraakmiddelen         

De doorbraakmiddelen worden kasgeschoven waardoor ze in een realistischer ritme komen te staan en ook uitgaven in 2029 kunnen plaatsvinden.

LPO doorbraakmiddelen      

De doorbraakmiddelen die geparkeerd stonden op de Aanvullende Post bij Financiën zijn geïndexeerd met loon- en prijsbijstelling. Vervolgens zijn deze middelen overgeheveld naar VWS.

Kasschuif MTVH dekking MMT         

Middelen voor Meer Tijd voor Huisartsen worden ingezet voor het structureel dekken van het ingediende amendement ten behoeve van het uitbreiden van de beschikbaarheidsbijdrage Mobiel Medisch Team (MMT) met een 24/7 helikopter en grondgebonden MMT. Het gaat om € 0,2 miljoen in 2026 oplopend naar € 14,7 miljoen structureel in 2031. In 2027 ontstaat er echter, na deze inzet, een tekort van € 1,2 miljoen op het MTVH-budget, terwijl er in 2028 nog voldoende middelen over zijn. Een schuif van 2028 naar 2027 is benodigd.

Bijstelling voorwaardelijke toelating            

De geraamde, beschikbare bedragen voor voorwaardelijke toelating in 2027 en 2028 worden neerwaarts bijgesteld.

Extensivering LPO doorbraakmiddelen      

De doorbraakmiddelen stonden tijdelijk geparkeerd op de Aanvullende Post bij Financiën. Met deze overheveling komen de middelen weer terug bij VWS. De loon en prijsbijstelling (LPO) over de doorbraakmiddelen van het AZWA wordt alternatief ingezet ter dekking van knelpunten.

Dekking intensivering programma IV IZB      

Middelen voor Meer Tijd voor Huisartsen worden ingezet voor het structureel dekken van het programma IV IZB.

Extensivering MTVH

Het resterende budget uit Meer Tijd voor de Huisartsen wordt benut voor verschillende beleidsmatige intensiveringen. Dit loopt op tot € 23,2 miljoen structureel.

Wijziging remgeld door verhoging ER           

Het remgeldeffect van de verhoging van het Eigen risico (CA 35) is geactualiseerd.

AZWA onderdeel B4 medische preventie  

In het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) is onder onderdeel B4 medische preventie opgenomen. Met medische preventie wordt het zorggebruik verminderd door vroege signalering of medische behandeling/vaccinatie ter voorkoming van (verspreiding van) ziekte. Het kan gaan om nieuwe maatregelen of intensiveringen van bestaande maatregelen, mits ze aantoonbaar de kwaliteit van leven verbeteren en tot een besparing leiden van zorg(kosten) in het Zvw-kader in de toekomst. De maatregelen verdienen zichzelf individueel of als pakket terug, er kan ook echter sprake zijn van een onrendabele top. Binnen deze financieringsronde van B4 is in totaal € 90 miljoen in 2027 en 2028 (€ 45 miljoen per jaar) beschikbaar gesteld om maatregelen die op de ontwikkelagenda staan (en/of andere maatregelen die voldoen aan de gestelde criteria) een kickstart te geven, waarvan € 35 miljoen naar covid vaccinatie in 2027 en 2028. Dit budget staat bij de Zvw uitgavenkant op de begroting, dit betreft de overboeking naar de VWS-begroting. Over de eventuele structurele voortzetting van deze maatregelen is nog budgettaire besluitvorming nodig binnen de reguliere begrotingsprocessen. Hiervoor dient eerst voldoende bewijslast verzameld te worden over de effecten van de maatregelen conform de richtlijn passend bewijs voor preventie.

Informatiepositie zorgverzekeraars vervroegen    

De maatregel informatiepositie zorgverzekeraars wordt één jaar eerder gestart dan in het Coalitieakkoord was opgenomen. De besparing loopt op van € 110 miljoen in 2029 naar € 190 miljoen in 2038.

CA 38 Versterken informatieplicht zorgverzekeraars         

Er komt een wettelijk instrumentarium gericht op zorgaanbieders, zodat zorgverzekeraars beter kunnen sturen op de inkoop van passende zorg. De informatiepositie van zorgverzekeraars ten opzichte van zorgaanbieders wordt versterkt.

CA 44 Huishoudeijke hulp uit Wmo met vangnet

Mensen die dat kunnen moeten zelf gaan betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo 2015 wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Dit heeft ook weglekeffecten in de Zvw (en Wlz) als gevolg.

CA 39 Afschaffen vergoeding ongecontracteerde zorg    

Om samenwerking en contractering in de zorg te verbeteren wordt de verplichte vergoeding van ongecontracteerde zorg afgeschaft met ingang van 1 januari 2029.

CA 41 Selectie geneesmiddelen uit basispakket

Een selectie van zelfzorggeneesmiddelen wordt uit het basispakket gehaald. In het bijzonder gaat het daarbij om middelen die betaalbaar zijn en beschikbaar in de vrije verkoop. Het pakketbeheer voor dure geneesmiddelen in de apotheekzorg en de medisch-specialistische zorg wordt aangescherpt om doelmatigheid te verhogen.

CA 37 Passende zorg              

Passende zorg wordt bevorderd met een pakket van maatregelen. Dit leidt tot een besparing oplopend van € 112 miljoen in 2029 naar € 548 miljoen vanaf 2035.

CA 46 Eigen bijdrage wijkverpleging             

Het kabinet introduceert een eigen bijdrage in de wijkverpleging.

CA 36 Tranchering eigen risico op 150 euro            

Het eigen risico in de Zorgverzekeringswet wordt met ingang van 1 januari 2028 getrancheerd op maximaal € 150 per behandeling in de medisch-specialistische zorg. Dit betekent dat verzekerden per behandeling niet meer dan € 150 kwijt zijn aan hun eigen risico. De hoogte van de tranchering wordt in de komende jaren samen met het eigen risico geïndexeerd.

Deze maatregel leidt er toe dat de zorgvraag daalt ten opzichte van de eerdere situatie (een hoger eigen risico «remt» de zorgvraag; het zogenoemde remgeldeffect). Hierdoor wordt verwacht dat er sprake zal zijn van lagere zorguitgaven. Hier tegenover staan ook een lagere opbrengst van het eigen risico (€ 118 miljoen), waardoor per saldo sprake is van een structurele besparing van € 200 miljoen.

Loon- en prijsontwikkeling  

De raming van de loon- en prijsontwikkeling is voor 2026 en verder aangepast op basis van macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) . Daarnaast is de raming van de loon- en prijsontwikkeling aangepast op basis van de jaarlijkse technische aanpassing van de grondslag van de loon- en prijsontwikkeling. De grondslag is nu verlegd van de stand ontwerpbegroting 2026 naar de stand incl. het coalitieakkoord.

Verwerking MLT 2027-2031

De ramingen voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen zijn vanaf 2027 geactualiseerd op basis van de recente middellange-termijnverkenning (MLT) 2027-2031 van het CPB.

CA 35 Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027           

Het eigen risico in de Zorgverzekeringswet wordt met 1 januari 2027 verder verhoogd met een taakstellende opbrengst van € 1 miljard. Naar verwachting stijgt het eigen risico hierdoor met € 60. In combinatie met het afzien van het verlagen van het eigen risico en het indexeren per 2027 leidt dit naar verwachting tot een eigen risico van € 455 in 2027.

CA 34 Eigen risico niet verlagen en index per 2027            

Het coalitieakkoord ziet af van het verlagen van het eigen risico in de Zorgverzekeringswet en het eigen risico wordt met ingang van 1 januari 2027 jaarlijks geïndexeerd. Naar verwachting stijgt het huidige eigen risico door de indexatie van € 385 naar € 395 in 2027.

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026  

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

CA 35 Verhoging eigen risico met € 60

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Als gevolg van dit uitstel wordt verwacht dat de zorguitgaven voor de Zvw als geheel pas in 2028 met circa € 600 miljoen afnemen. Dit wordt technisch verdeeld over de sectoren binnen de Zvw die vallen onder het eigen risico.  

Loon-en prijsontwikkeling

De ramingen voor loon- en prijsontwikkelingen zijn geactualiseerd op basis van de recente macro-economische inzichten in de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB. Daarnaast is de raming van de loon- en prijsontwikkeling aangepast op basis van de jaarlijkse technische aanpassing van de grondslag van de loon- en prijsontwikkeling. De grondslag is verlegd naar de stand ontwerpbegroting 2027.

Overboeking standaardisatie gegevensuitwisseling

De besparingsopgave standaardisatie gegevensuitwisseling in de apotheekzorg wordt overgeheveld naar het desbetreffende kader.

Bijstelling voorwaardelijke toelating

De beschikbare bedragen voor voorwaardelijke toelating binnen het kader medisch-specialistische zorg in 2027 en 2028 zijn in de 1e suppletoire begroting 2026 neerwaarts bijgesteld. Deze bijstelling wordt nu daadwerkelijk afgeboekt van het kader medisch-specialistische zorg en niet langer vanuit de post nominaal en onverdeeld.

Verwerking MLT 2027-2031

De raming voor de volumeontwikkeling is voor de jaren 2027-2031 aangepast om volledig aan te sluiten op de raming van het Centraal Planbureau.

Voorwaardelijke toelating

De komende jaren wordt meer gebruik gemaakt van het instrument Voorwaardelijke toelating dan geraamd. Daarom wordt budget overgeheveld van nominaal en onverdeeld naar de sector apotheekzorg.

Verdeling middelen valpreventie

Om eraan bij te dragen dat ouderen gezond ouder kunnen worden in hun eigen of passende omgeving, wordt ingezet op het ontwikkelen en aanbieden van valpreventieprogramma’s. Vanuit de sector Nominaal en onverdeeld Zvw zijn middelen naar diverse sectoren overgeheveld om te kunnen investeren in de ketenaanpak.

Overheveling doorbraakmiddelen sociaal domein

Een deel van de doorbraakmiddelen (€ 200 miljoen) wordt uitgegeven door gemeenten. Deze middelen worden ingezet om de basisfunctionaliteiten uit het AZWA sneller te laten starten.

Toedeling groeiruimte

Tranche 2027 van de groeiruimte is overgeboekt naar de Zvw-sectoren.

6.5.1.23 Ontvangsten

Dit zijn de opbrengsten van het eigen risico binnen de Zvw.

Tabel 104 Ontvangsten (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

3.167

3.338

3.418

3.395

3.443

1.583

1.601

1.617

1.675

1.675

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

          

Bijstellingen jaarverslag 2025

          

Stand Jaarverslag 2025

3.167

3.338

3.418

3.395

3.443

1.583

1.601

1.617

1.675

1.675

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

     

2.464

2.449

2.510

2.605

2.755

CA 34 Eigen risico niet verlagen en index per

     

2.007

2.144

2.245

2.340

2.435

CA 35 Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027

     

437

406

410

413

448

Update eigen risicomodel

     

63

65

66

69

72

Extrapolatie

         

59

Actualisatie eigen risico

     

2

1

‒ 1

‒ 0

‒ 2

Interactie met de CA-maatregelen

     

‒ 3

‒ 8

‒ 49

‒ 53

‒ 56

Bijstelling op basis van CEP

     

‒ 41

‒ 41

‒ 43

‒ 44

‒ 83

CA 36 Tranchering eigen risico op 150 euro

      

‒ 118

‒ 118

‒ 118

‒ 118

Stand 1e suppletoire 2026

3.167

3.338

3.418

3.395

3.443

4.047

4.049

4.127

4.281

4.430

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

     

‒ 399

‒ 42

‒ 9

‒ 11

‒ 11

Bijstelling op basis van MEV

     

39

39

38

39

39

Verwerking MLT 2027-2031

      

‒ 1

‒ 0

‒ 0

0

Actualisatie Zvw eigen risico

     

‒ 1

‒ 81

‒ 47

‒ 50

‒ 50

CA 35 Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027

     

‒ 437

    

Stand Ontwerpbegroting 2027

3.167

3.338

3.418

3.395

3.443

3.648

4.007

4.118

4.269

4.419

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Update eigen risicomodel

Jaarlijks wordt de raming van de opbrengsten van het Eigen risico in de VWS-begroting geüpdatet met de nieuwste verdeling van zorgkosten en geijkt aan de raming van het eigen risico uit het onderzoek naar de risicoverevening. Beide gebeuren op basis van data van de Erasmus Universiteit. Tevens wordt een kleine technische correctie verwerkt. Hierdoor ontstaat in totaal een structurele meevaller van ca. € 20 miljoen.

Actualisatie eigen risico

De voorjaarsmutaties in de uitgavenramingen voor de Zvw leiden in 2027 en 2028 tot een opwaartse bijstelling van de opbrengsten van het eigen risico en vanaf 2029 tot neerwaartse bijstellingen.

Bijstelling op basis van CEP

De raming van de opbrengst van het eigen risico in de Zvw is geactualiseerd op basis van recente macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB.

CA 34 Eigen risico niet verlagen en index per 2027

De coalitieakkoordmaatregelen op het eigen risico leiden samen met de overige coalitieakkoordmaatregelen binnen de Zvw tot lagere zorgpremies, en daarmee tot lagere inkomsten. Om te zorgen dat de coalitie akkoord maatregelen binnen de Zorgverzekeringswet en het eigen risico leiden tot een verbetering van het EMU-saldo, zal een compenserende lastenverzwaring voor burgers en bedrijven plaatsvinden die de lagere inkomsten uit de premies compenseert

CA 35 Verhoging eigen risico met 60 euro per 2027

Het eigen risico in de Zorgverzekeringswet wordt met 1 januari 2027 verder verhoogd met een taakstellende opbrengst van € 1 miljard. Naar verwachting stijgt het eigen risico hierdoor met € 60. In combinatie met het indexeren per 2027 leidt dit naar verwachting tot een eigen risico van € 455 in 2027. Dit levert hogere opbrengsten van het eigen risico op.

Extrapolatie

In de begroting zijn de begrotingsstanden van 2030 geëxtrapoleerd naar 2031. Daarbij is rekening gehouden met technische aanpassingen zoals verwachte volumegroei, loon- en prijsontwikkelingen en de verwachte effecten van bestaand beleid.

Interactie met de CA-maatregelen

De in het coalitieakkoord opgenomen maatregelen leiden per saldo tot lagere uitgaven en hebben ook een effect op de opbrengst van het eigen risico.

CA 36 Tranchering eigen risico op 150 euro

Het eigen risico in de Zorgverzekeringswet wordt met ingang van 1 januari 2028 getrancheerd op maximaal € 150 per behandeling in de medisch-specialistische zorg. Dit betekent dat mensen per behandeling niet meer dan € 150 kwijt zijn van hun eigen risico. De hoogte van de tranchering wordt de komende jaren samen met het eigen risico geïndexeerd.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Bijstelling op basis van MEV

De raming van de opbrengst van het eigen risico in de Zvw is geactualiseerd op basis van de recente macro-economische inzichten in de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB (€ 46 miljoen in 2027 oplopend tot € 47 miljoen in 2031). Daarnaast is op basis van de nieuwe verzekerdenraming de raming van het eigen risico neerwaarts bijgesteld (-/- € 7 miljoen in 2027 oplopend tot -/- € 8 miljoen in 2031).

Verwerking MLT 2027-2031

De raming is voor de jaren 2027-2031 aangepast om volledig aan te sluiten op de raming van het Centraal Planbureau.

Actualisatie Zvw eigen risico

De mutaties in de uitgavenramingen voor de Zvw leiden samen tot een neerwaartse bijstelling van de opbrengsten van het eigen risico vanaf 2027.

Uitstel naar 2028 van CA 35 (verhoging eigen risico met 60 euro)

De verhoging van het eigen risico met € 60 wordt met een jaar uitgesteld. Dit betekent dat de opbrengst van het verhogen van het eigen risico pas vanaf 2028 optreedt.

De verdiepingsbijlage geeft voor elke sector binnen de Wet langdurige zorg een overzicht van alle mutaties sinds de ontwerpbegroting 2026.

Tabel 105 Totaal Wlz (Bedragen x € 1 miljoen)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Uitgaven

38.619

41.208

43.987

46.535

49.698

52.462

55.492

        

Zorg in Natura

33.728

36.060

36.979

36.786

36.548

36.357

36.302

Ouderenzorg

20.689

21.957

22.489

22.284

22.047

21.853

21.794

Gehandicaptenzorg

14.131

15.113

15.521

15.521

15.521

15.521

15.521

Langdurige geestelijke gezondheidszorg

2.740

2.941

3.051

3.051

3.051

3.051

3.051

Persoonsgebonden budgetten

3.832

3.952

4.083

4.071

4.072

4.069

4.065

Ouderenzorg

20.689

21.957

22.489

22.284

22.047

21.853

21.794

Gehandicaptenzorg

14.131

15.113

15.521

15.521

15.521

15.521

15.521

Langdurige geestelijke gezondheidszorg

2.740

2.941

3.051

3.051

3.051

3.051

3.051

Overige Wlz-uitgaven

1.060

1.196

1.232

1.232

1.185

1.185

1.185

Beheerskosten

358

456

468

468

421

421

421

Uitgaven buiten contracteerruimte

702

741

764

764

764

764

764

Nominaal en onverdeeld

0

0

1.693

4.446

7.894

10.851

13.940

        

Ontvangsten eigen bijdragen

2.570

2.777

2.895

3.028

3.156

3.254

3.371

        

Netto Wlz-uitgaven

36.049

38.431

41.093

43.506

46.542

49.207

52.121

6.5.2.1 Zorg in natura binnen de contracteerruimte

Onder de contracteerruimte voor zorg in natura valt de Wlz-zorg die zorgkantoren bij gecontracteerde zorgaanbieders inkopen en die rechtstreeks vanuit de Wlz wordt bekostigd. Het gaat om zorg aan cliënten met een Wlz-indicatie, binnen de zorgprofielen voor onder meer de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en langdurige ggz. Deze zorg kan worden geleverd in verschillende leveringsvormen, zoals zorgzwaartepakket (zzp), volledig pakket thuis (vpt) en modulair pakket thuis (mpt).

Tabel 106 Zorg in natura binnen de contracteerruimte (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

26.390

29.097

32.161

33.728

35.302

34.792

34.576

34.318

34.074

34.074

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

          

Bijstellingen jaarverslag 2025

  

‒ 169

       

Actualisatie Wlz-uitgaven

  

‒ 169

       

Stand Jaarverslag 2025

26.390

29.097

31.993

33.728

35.302

34.792

34.576

34.318

34.074

34.074

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

728

1.074

1.067

1.011

1.038

974

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

1.271

1.253

1.245

1.236

1.227

1.226

Preventieve maatregelen op grond Wet DOS

     

47

47

   

Correctie regiobudgetten

        

36

 

Extrapolatie

         

‒ 26

Actualisatie Wlz-uitgaven

    

‒ 543

‒ 225

‒ 225

‒ 225

‒ 225

‒ 225

Stand 1e suppletoire 2026

26.390

29.097

31.993

33.728

36.030

35.866

35.643

35.329

35.111

35.048

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

    

30

1.112

1.143

1.219

1.245

1.254

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

1.312

1.312

1.312

1.312

1.312

Schrappen tariefmaatregelen GHZ/GGZ

     

171

197

226

252

261

Actualisatie Wlz-kader

    

30

30

30

30

30

30

Actualisatie Wlz logeertarieven per 2027

     

4

4

4

4

4

Verlengen EMB-regeling in 2027

     

‒ 5

    

Preventieve maatregelen

     

‒ 47

‒ 47

   

Overheveling risicoreservering kostenonderzoeken

     

‒ 352

‒ 352

‒ 352

‒ 352

‒ 352

Stand Ontwerpbegroting 2027

26.390

29.097

31.993

33.728

36.060

36.979

36.786

36.548

36.357

36.302

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie

De geraamde uitgaven voor onderdelen van de Wlz die buiten het vastgestelde kader vallen zijn voor 2024 geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut en de NZa.                                                 

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Preventieve maatregelen op grond van de Wet DOS

Op grond van de Wet Domeinoverstijgende samenwerking (DOS) kunnen zorgkantoren investeren in preventieve maatregelen. Deze maatregelen moeten een minstens net zo grote besparing opleveren in de Wlz door uitstel van zorg of door een verschuiving naar goedkopere zorg. Hiervoor wordt binnen het Wlz-kader in 2027 en 2028 jaarlijks € 47 miljoen beschikbaar gesteld vanuit de groeiruimte.

Correctie regiobudgetten

Bij de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2026 is ten onrechte verondersteld dat in 2030 een bedrag beschikbaar is voor regiobudgetten. De raming van de volumegroei in 2030 in het meerjarige Wlz-kader is toentertijd verlaagd en wordt thans gecorrigeerd.

Extrapolatie

In de meerjarige begroting zijn de begrotingsstanden van 2030 geëxtrapoleerd naar 2031. Daarbij is rekening gehouden met technische aanpassingen zoals verwachte volumegroei, loon- en prijsontwikkelingen en de verwachte effecten van bestaand beleid.

Actualisatie Wlz-uitgaven

De raming van de uitgaven op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) binnen het Wlz-kader is geactualiseerd op basis van de februaribrief van de NZa. In het Wlz-kader voor 2026 was bij de definitieve kaderbrief Wlz 2026 rekening gehouden met een maximale groei van afgerond € 3,2 miljard, waarvan € 390 miljoen was gereserveerd als mogelijk op een later moment in te zetten herverdelingsmiddelen (zie Kamerstukken II, 2025–2026, 34104, nr. 450). Uit de februaribrief van de NZa blijkt dat de verwachte uitgaven in 2026 € 0,6 miljard lager zijn dan waarmee in de kaderbrief rekening is gehouden. Rekening houdend met mogelijke hogere uitgaven op grond van lopende kostenonderzoeken van de NZa en andere risico’s wordt de meerjarenraming vanaf 2027 met € 0,25 miljard verlaagd. Deze bijstelling heeft geen effect op het beschikbaar gestelde Wlz-kader voor de zorginkoop door zorgkantoren. Dit blijft voor 2026 ongewijzigd gelijk aan afgerond € 41,1 miljard, waarmee ten opzichte van het beschikbaar gestelde Wlz-kader voor 2025 (€ 39 miljard) nog steeds afgerond € 2,2 miljard aan extra middelen beschikbaar zijn. Verder blijft de meerjarenraming vanaf 2027 gebaseerd op een realistisch uitgavenniveau, waaraan jaarlijks groeiruimte en loon- en prijsbijstelling wordt toegevoegd.

De neerwaartse bijstelling voor 2026 wordt voor € 543 miljoen verwerkt op Zorg in natura en voor € 59 miljoen op Persoonsgebonden budgetten. De neerwaartse bijstelling vanaf 2027 wordt voor € 225 miljoen verwerkt op Zorg in natura en voor € 25 miljoen op Persoonsgebonden budgetten."

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

Schrappen tariefmaatregelen gehandicaptenzorg/langdurige ggz

De maatregelen Wlz-behandeling (Rutte IV) en opschaling digitale zorg (Schoof) voor de gehandicaptenzorg en de maatregel meerjarig contracteren en budgetafspraken (Rutte IV) voor de gehandicaptenzorg en langdurige geestelijke gezondheidszorg gaan niet door38. Dit wordt voor 2027 gedekt vanuit de middelen die bij eerste suppletoire begroting 2026 zijn gereserveerd voor lopende kostenonderzoeken en andere risico's. De budgettaire opgave vanaf 2028 wordt betrokken bij de bestuurlijke akkoorden, die op grond van het coalitieakkoord worden gesloten. De financiële taakstelling die samenhangt met deze bestuurlijke akkoorden wordt daarmee groter.

Actualisatie Wlz-kader

De raming van de uitgaven op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) binnen het Wlz-kader is geactualiseerd op basis van de julibrief van de NZa. De uitgaven vallen thans € 30 miljoen hoger uit ten opzichte van de meevaller van € 602 miljoen die in de eerste suppletoire begroting 2026 was verwerkt op basis van de februaribrief van de NZa.

Actualisatie Wlz logeertarieven per 2027

De NZa heeft op grond van een kostenonderzoek de logeertarieven vanaf 2027 verhoogd. Daardoor stijgen de uitgaven met € 3,5 miljoen vanaf 2027.

Verlenging EMB-regeling 2027

Dit betreft een overboeking naar het ministerie van OCW voor de EMB-regeling. Deze regeling draagt bij aan de toegankelijkheid van speciaal onderwijs voor leerlingen met een ernstige en meervoudige beperking. De regeling wordt in 2027 verlengd.

Preventieve maatregelen

Onderdeel van het budget voor de beheerskosten zijn de overige uitvoeringskosten. Omdat de preventieve maatregelen op grond van de Wet DOS onderdeel zijn van de overige uitvoeringskosten, is het betreffende budget overgeheveld van Zorg in natura naar de beheerskosten. Bij de eerste suppletoire begroting zal besloten worden hoe de overige uitvoeringskosten beter inzichtelijk gemaakt worden in de begroting.  

Overheveling risicoreservering kostenonderzoeken

In de eerste suppletoire begroting 2026 is rekening gehouden met mogelijk hogere uitgaven op grond van lopende kostenonderzoeken van de NZa en andere risico's. De toenmalige meevaller is voor een bedrag van € 352 miljoen alleen incidenteel in 2026 verwerkt. De reservering  wordt binnen de Wlz vanuit Zorg in natura overgeheveld naar Nominaal en onverdeeld Wlz.

6.5.2.2 Persoonsgebonden budgetten

Dit zijn de uitgaven voor de persoonsgebonden budgetten.

Tabel 107 Persoonsgebonden budgetten (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

2.819

3.122

3.466

3.832

3.850

3.824

3.812

3.812

3.806

3.806

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

          

Bijstellingen jaarverslag 2025

          

Stand Jaarverslag 2025

2.819

3.122

3.466

3.832

3.850

3.824

3.812

3.812

3.806

3.806

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

102

135

135

135

138

134

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

161

160

159

159

159

159

Correctie regiobudgetten

        

4

 

Actualisatie Wlz-uitgaven

    

‒ 59

‒ 25

‒ 25

‒ 25

‒ 25

‒ 25

Stand 1e suppletoire 2026

2.819

3.122

3.466

3.832

3.952

3.959

3.946

3.947

3.944

3.940

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

     

125

125

125

125

125

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

125

125

125

125

125

Stand Ontwerpbegroting 2027

2.819

3.122

3.466

3.832

3.952

4.083

4.071

4.072

4.069

4.065

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Correctie regiobudgetten

Bij de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2026 is ten onrechte verondersteld dat in 2030 een bedrag beschikbaar is voor regiobudgetten. De raming van de volumegroei in 2030 in het meerjarige Wlz-kader is toentertijd verlaagd en wordt thans gecorrigeerd.

Actualisatie Wlz-uitgaven

De raming van de uitgaven op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) binnen het Wlz-kader is geactualiseerd op basis van de februaribrief van de NZa. In het Wlz-kader voor 2026 was bij de definitieve kaderbrief Wlz 2026 rekening gehouden met een maximale groei van afgerond € 3,2 miljard, waarvan € 390 miljoen was gereserveerd als mogelijk op een later moment in te zetten herverdelingsmiddelen (zie Kamerstukken II, 2025–2026, 34104, nr. 450). Uit de februaribrief van de NZa blijkt dat de verwachte uitgaven in 2026 € 0,6 miljard lager zijn dan waarmee in de kaderbrief rekening is gehouden. Rekening houdend met mogelijke hogere uitgaven op grond van lopende kostenonderzoeken van de NZa en andere risico’s wordt de meerjarenraming vanaf 2027 met € 0,25 miljard verlaagd. Deze bijstelling heeft geen effect op het beschikbaar gestelde Wlz-kader voor de zorginkoop door zorgkantoren. Dit blijft voor 2026 ongewijzigd gelijk aan afgerond € 41,1 miljard, waarmee ten opzichte van het beschikbaar gestelde Wlz-kader voor 2025 (€ 39 miljard) nog steeds afgerond € 2,2 miljard aan extra middelen beschikbaar zijn. Verder blijft de meerjarenraming vanaf 2027 gebaseerd op een realistisch uitgavenniveau, waaraan jaarlijks groeiruimte en loon- en prijsbijstelling wordt toegevoegd.

De neerwaartse bijstelling voor 2026 wordt voor € 543 miljoen verwerkt op Zorg in natura en voor € 59 miljoen op Persoongsgebonden budgetten. De neerwaartse bijstelling vanaf 2027 wordt voor € 225 miljoen verwerkt op Zorg in natura en voor € 25 miljoen op Persoonsgebonden budgetten.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

6.5.2.3 Beheerskosten

De beheerskosten Wlz betreffen de kosten die samenhangen met de uitvoering en het beheer van de Wlz door de zorgkantoren, Wlz-uitvoerders en de SVB. Het gaat onder meer om kosten voor zorginkoop en -contractering, administratie en declaratieverwerking, controle en fraudebestrijding, informatievoorziening en overige uitvoerings- en beheerstaken die nodig zijn om de Wlz doelmatig en rechtmatig uit te voeren.

Tabel 108 Beheerskosten (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

291

307

332

388

441

394

394

394

394

394

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

‒ 31

      

Actualisatie Wlz-uitgaven

   

‒ 4

      

Actualisatie eigen bijdragen

   

‒ 27

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

          

Stand Jaarverslag 2025

291

307

332

358

441

394

394

394

394

394

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

15

9

9

9

9

9

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

16

14

14

14

14

14

Actualisatie beheerskosten

    

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

Overige mutaties

     

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 4

‒ 4

Stand 1e suppletoire 2026

291

307

332

358

456

403

403

403

403

403

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

     

65

65

18

18

18

Preventieve maatregelen

     

47

47

   

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

18

18

18

18

18

Stand Ontwerpbegroting 2027

291

307

332

358

456

468

468

421

421

421

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie

De geraamde uitgaven voor onderdelen van de Wlz die buiten het vastgestelde kader vallen, zijn voor 2025 geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut en de NZa.                                      

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Actualisatie beheerskosten

Op basis van een actualisatie van de middelen op beheerskosten vallen deze middelen vrij.

Overige mutaties

Deze post is het saldo van kleine mutaties.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Preventieve maatregelen

Onderdeel van het budget voor de beheerskosten zijn de overige uitvoeringskosten. Omdat de preventieve maatregelen op grond van de Wet DOS onderdeel zijn van de overige uitvoeringskosten, is het betreffende budget overgeheveld van Zorg in natura naar de beheerskosten. Bij de eerste suppletoire begroting zal besloten worden hoe de overige uitvoeringskosten beter inzichtelijk gemaakt worden in de begroting.

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

6.5.2.4 Overig buiten contracteerruimte         

Dit zijn de uitgaven voor de bovenbudgettaire vergoedingen voor individueel aangepaste hulpmiddelen, tandheelkunde Wlz, instellingen voor medisch-specialistische zorg Wlz, transitiekosten bedrijfsvoering verpleeghuiszorg, ADL, extramurale behandeling, zorginfrastructuur, innovatie en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

Tabel 109 Overig buiten contracteerruimte (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

505

572

626

682

734

729

729

729

729

729

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

10

      

Actualisatie eigen bijdragen

   

10

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

   

10

      

Actualisatie eigen bijdragen

   

10

      

Stand Jaarverslag 2025

505

572

626

702

734

729

729

729

729

729

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

36

36

36

36

36

36

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

26

26

26

26

26

26

Actualisatie opleidingen

    

8

8

8

8

8

8

ADL nieuwe aanbieder

    

2

2

2

2

2

2

Stand 1e suppletoire 2026

505

572

626

702

770

766

766

766

766

766

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

    

‒ 30

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

28

28

28

28

28

Actualisatie Wlz buiten kader

    

‒ 30

‒ 30

‒ 30

‒ 30

‒ 30

‒ 30

Stand Ontwerpbegroting 2027

505

572

626

702

741

764

764

764

764

764

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie

De geraamde uitgaven voor onderdelen van de Wlz die buiten het vastgestelde kader vallen, zijn voor 2025 geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut en de NZa.

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie

De geraamde uitgaven voor onderdelen van de Wlz die buiten het vastgestelde kader vallen, zijn voor 2025 geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut en de NZa.

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Actualisatie opleidingen

De uitgaven op grond van de beschikbaarheidbijdragen opleidingen vallen voor de Wlz structureel € 8 miljoen hoger uit dan eerder geraamd, met name door een hogere instroom voor de opleiding van gz-psychologen binnen de Wlz.

ADL nieuwe aanbieder

Het budgetplafond in de subsidieregeling ADL-assistentie (algemene dagelijkse levensverrichtingen) moet met € 2 miljoen worden verhoogd, omdat vanaf 2026 een extra aanbieder voor 16 cliënten een beroep doet op de subsidieregeling en voldoet aan de criteria die gelden voor ADL-aanbieders.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

Actualisatie Wlz buiten kader

De geraamde uitgaven voor zorg buiten de contracteerruimte zijn geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut en vallen € 30 miljoen lager uit dan verwacht (voornamelijk hulpmiddelen).

6.5.2.5 Nominaal en onverdeeld

Dit is een technisch-administratieve post voor overboekingen van loon- en prijsbijstelling en groeiruimte. Daarnaast worden extra middelen of taakstellingen hier geparkeerd totdat deze worden toegedeeld aan de deelsectoren.

Tabel 110 Nominaal en onverdeeld (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

564

68

 

6

1.590

4.601

7.698

10.826

14.113

14.113

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

          

Bijstellingen jaarverslag 2025

  

38

‒ 6

      

Actualisatie Wlz-uitgaven

  

38

       

Vrijval nominaal en onverdeeld Wlz

   

‒ 6

      

Stand Jaarverslag 2025

564

68

38

 

1.590

4.601

7.698

10.826

14.113

14.113

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

‒ 1.579

‒ 1.766

‒ 1.952

‒ 1.524

‒ 1.733

1.454

Extrapolatie

         

3.308

CA 44 Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet

       

660

660

660

Loon- en prijsontwikkeling

    

‒ 23

‒ 5

‒ 24

10

‒ 16

215

Meevaller wet ivb

     

‒ 35

    

Reservering middelen vervanging abonnementstarief

      

‒ 15

‒ 15

‒ 15

‒ 15

Actualisatie nominaal en onverdeeld

      

‒ 18

‒ 18

‒ 18

‒ 18

Preventieve maatregelen op grond Wet DOS

     

‒ 47

‒ 47

   

Groeiraming beschermd wonen 2026

    

‒ 13

‒ 20

‒ 20

‒ 20

‒ 20

‒ 20

Verwerking MLT 2027-2031

    

‒ 2

‒ 11

28

‒ 80

‒ 56

‒ 194

CA 42 Bestuurlijk akkoord Wlz/Scheiden wonen zorg

     

‒ 130

‒ 345

‒ 560

‒ 775

‒ 990

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

    

‒ 1.541

‒ 1.519

‒ 1.511

‒ 1.502

‒ 1.493

‒ 1.492

Stand 1e suppletoire 2026

564

68

38

 

11

2.834

5.746

9.302

12.380

15.567

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

    

‒ 11

‒ 1.141

‒ 1.301

‒ 1.408

‒ 1.529

‒ 1.627

Overheveling risicoreservering kostenonderzoeken

     

352

352

352

352

352

Loon- en prijsontwikkeling

     

291

202

206

213

210

Alternatieve invulling CA-taakstelling bestuurlijk akkoord Wlz

     

130

    

Dekking alternatieve invulling CA-taakstelling bestuurlijk akkoord Wlz

     

‒ 130

    

Actualisatie Wlz vrijval scheiden wonen en zorg

    

‒ 3

     

Restant volumeplak beschermd wonen 2026

    

‒ 7

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

Extensivering uitvoeringskosten IVB

      

‒ 7

‒ 8

‒ 10

‒ 10

Vrijval risicoreservering kostenonderzoeken

     

‒ 51

    

Dekking schrappen tariefmaatregelen GHZ/GGZ

     

‒ 171

‒ 197

‒ 226

‒ 252

‒ 261

Overheveling LPO en volume beschermd wonen

     

‒ 79

‒ 168

‒ 249

‒ 350

‒ 435

Toedeling groeiruimte tranche 2027

     

‒ 1.482

‒ 1.482

‒ 1.482

‒ 1.482

‒ 1.482

Stand Ontwerpbegroting 2027

564

68

38

  

1.693

4.446

7.894

10.851

13.940

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie Wlz-uitgaven

De financieringsmutatie is het resultaat van het verschil tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking daarvan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Er is over 2024 voor € 38,2 miljoen minder gefinancierd dan waar in het jaarverslag over 2024 vanuit werd gegaan.        

Vrijval nominaal en onverdeeld Wlz

Een klein gedeelte van de onverdeelde maatregelen is in 2025 vrijgevalen.                                              

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Extrapolatie

In de meerjarige begroting zijn de begrotingsstanden van 2030 geëxtrapoleerd naar 2031. Daarbij is rekening gehouden met technische aanpassingen, zoals verwachte volumegroei- en loon- en prijsontwikkelingen alsmede met de verwachte effecten van bestaand beleid.

CA 44 Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet

Mensen die dat kunnen gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo 2015 wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Dit heeft ook weglekeffecten in de Wlz (en Zvw) tot gevolg. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien, waarbij geldt dat de beoogde besparing taakstellend is.

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de loon- en prijsontwikkeling is voor 2026 en verder aangepast op basis van macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) . Daarnaast is de raming van de loon- en prijsontwikkeling aangepast op basis van de jaarlijkse technische aanpassing van de grondslag van de loon- en prijsontwikkeling. De grondslag is nu verlegd van de stand ontwerpbegroting 2026 naar de stand incl. het coalitieakkoord.

Meevaller wet inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage Wmo

Ten behoeve van de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 (zie Voorjaarsnota 2023, pagina 144.) zijn middelen gereserveerd onder de zorguitgaven. Deze middelen vallen in 2027 vrij in verband met de vertraging van de invoering van de Wet vervanging abonnementstarief Wmo 2015.

Reservering middelen vervanging abonnementstarief

Ten behoeve van de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 (zie Voorjaarsnota 2023, pagina 144) zijn middelen onder de zorguitgaven gereserveerd. Deze raming wordt vanaf 2028 neerwaarts bijgesteld ten behoeve van verscheidene beleidsvoornemens op de VWS-begroting.

Actualisatie nominaal en onverdeeld

Op basis van een actualisatie van de middelen op nominaal en onverdeeld vallen deze middelen vrij.

Preventieve maatregelen op grond van de Wet DOS

Op grond van de Wet Domeinoverstijgende samenwerking (DOS) kunnen zorgkantoren investeren in preventieve maatregelen. Deze maatregelen moeten een minstens net zo grote besparing opleveren in de Wlz door uitstel van zorg of door een verschuiving naar goedkopere zorg. Hiervoor wordt binnen het Wlz-kader in 2027 en 2028 jaarlijks € 47 miljoen beschikbaar gesteld vanuit de groeiruimte.

Groeiraming beschermd wonen 2026

De resterende ruimte van de groeiraming beschermd wonen 2026 is ingezet ter dekking van verscheidene beleidsvoornemens op de VWS-begroting, waaronder voor het programma Informatievoorziening Infectie Ziekte Bestrijding.

Verwerking MLT 2027-2031

De ramingen voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen zijn vanaf 2027 geactualiseerd op basis van de recente middellange-termijnverkenning (MLT) 2027-2031 van het CPB.

CA 42 Bestuurlijk akkoord Wlz/Scheiden wonen zorg

Er wordt een bestuurlijk akkoord gesloten voor alle drie de sectoren uit de Wet langdurige zorg (ouderenzorg, gehandicaptenzorg, ggz-wonen). Dit akkoord beperkt de jaarlijkse uitgavengroei tot en met 2031. Dit akkoord zet in op passende persoonsgerichte zorg, het verder ontwikkelen van het scheiden van wonen en zorg en maakt zorg in natura voorliggend op het persoonsgebonden budget (pgb).

Loon- en prijsontwikkeling tranche 2026

De loon- en prijsontwikkeling tranche 2026 is overgeheveld naar de sectoren.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Overheveling risicoreservering kostenonderzoeken

In de eerste suppletoire begroting VWS 2026 is rekening gehouden met mogelijk hogere uitgaven op grond van lopende kostenonderzoeken van de NZa en andere risico's. De toenmalige meevaller is voor een bedrag van € 352 miljoen alleen incidenteel in 2026 verwerkt. De reservering  wordt binnen de Wlz overgeheveld vanuit Zorg in natura naar Nominaal en onverdeeld Wlz.

Loon- en prijsontwikkeling

De ramingen voor loon- en prijsontwikkelingen zijn geactualiseerd op basis van de recente macro-economische inzichten in de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB.

Alternatieve invulling CA-taakstelling bestuurlijk akkoord Wlz

De taakstelling bestuurlijk akkoord Wlz/scheiden wonen en zorg wordt voor het jaar 2027 alternatief ingevuld, zodat voldoende tijd en ruimte beschikbaar zijn om via een zorgvuldig proces bestuurlijke afspraken te maken39.

Dekking alternatieve invulling CA-taakstelling bestuurlijk akkoord Wlz

Dekking voor de alternatieve invulling van de taakstelling bestuurlijk akkoord Wlz/scheiden wonen en zorg is gevonden binnen de middelen die in de eerste suppletoire begroting 2026 zijn gereserveerd voor mogelijke hogere uitgaven op grond van lopende kostenonderzoeken van de NZa en andere risico’s. Door de implementatie van een onderzoek van de NZa naar de kosten van het aanhouden van eigen vermogen in de tarieven uit te stellen is deze reservering voor 2027 niet meer nodig40.

Actualisatie Wlz vrijval scheiden wonen en zorg

Incidentele vrijval van € 3 miljoen omdat middelen voor scheiden wonen en zorg niet nodig zijn in 2026.

Restant volumeplak beschermd wonen 2026

Op de VWS-begroting staat nog resterende incidentele ruimte vanuit volumeplak beschermd wonen 2026 in het jaar 2026. Deze middelen worden doorgeschoven naar 2027 en ingezet voor budgettaire problematiek in de VWS-begroting. Daarnaast is er nog een structureel bedrag van € 0,7 miljoen dat beleidsmatig vrijvalt.

Extensivering uitvoeringskosten IVB

Ten behoeve van de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 zijn middelen onder de zorguitgaven gereser veerd. Deze raming wordt vanaf 2028 neerwaarts bijgesteld.

Vrijval risicoreservering

In 2027 is de risicoreservering van € 352 miljoen voor € 130 miljoen ingezet als alternatieve invulling van de taakstelling bestuurlijk akkoord Wlz en voor € 171 miljoen omdat eerder ingeboekte tariefmaatregelen niet worden doorgevoerd. De resterende € 51 miljoen valt in 2027 vrij.

Dekking schrappen tariefmaatregelen GHZ/GGZ

Eerder vanaf 2027 ingeboekte tariefmaatregelen worden niet doorgevoerd en daarom tegengeboekt (op Zorg in natura). Het betreft de maatregelen Wlz-behandeling (Rutte IV) en opschaling digitale zorg (Schoof) voor de gehandicaptenzorg en de maatregel meerjarig contracteren en budgetafspraken (Rutte IV) voor de gehandicaptenzorg en langdurige geestelijke gezondheidszorg41. Dit wordt voor 2027 gedekt vanuit de middelen die zijn gereserveerd voor lopende kostenonderzoeken en andere risico's. De budgettaire opgave vanaf 2028 wordt betrokken bij de bestuurlijke akkoorden, die op grond van het coalitieakkoord worden gesloten. De financiële taakstelling die samenhangt met deze bestuurlijke akkoorden wordt daarmee groter42.

Overheveling Wmo BW naar gemeentefonds

Vanaf 2027 verandert de manier waarop de compensatie voor prijs- en volumestijgingen van het budget voor Wmo Beschermd Wonen (BW) wordt uitgekeerd. Budgettair is afgelopen jaar reeds bij het accres (de algemene ontwikkeling van het gemeentefonds) aangesloten voor de berekening van de prijs- en volumestijging. Om de aansluiting met de reguliere accres-systematiek te voltooien worden de middelen overgeheveld naar het accres hoofdstuk.

Toedeling groeiruimte tranche 2027

Dit betreft de toedeling van de beschikbare groeiruimte tranche 2027.

6.5.2.6 Ontvangsten

Dit zijn de opbrengsten van de eigen bijdragen binnen de Wlz.

Tabel 111 Ontvangsten (Bedragen x € 1 miljoen)
 

(Voorlopige) realisaties 2022-2025

Begroting 2026-2031

 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand ontwerpbegroting 2026

2.115

2.233

2.328

2.560

2.760

2.872

3.001

3.115

3.242

3.242

Bijstellingen 2e suppletoire 2025

   

4

      

Actualisatie eigen bijdragen

   

4

      

Bijstellingen jaarverslag 2025

   

6

      

Actualisatie eigen bijdragen

   

6

      

Stand Jaarverslag 2025

2.115

2.233

2.328

2.570

2.760

2.872

3.001

3.115

3.242

3.242

Bijstellingen 1e suppletoire 2026

    

22

25

29

13

15

132

Extrapolatie

         

126

Eigen bijdrage a.g.v. CEP

    

8

14

24

27

24

24

Actualisatie eigen bijdragen

    

13

11

5

‒ 14

‒ 9

‒ 18

Stand 1e suppletoire 2026

2.115

2.233

2.328

2.570

2.782

2.897

3.030

3.128

3.257

3.374

Bijstellingen ontwerpbegroting 2027

    

‒ 5

‒ 3

‒ 1

28

‒ 2

‒ 2

Eigen bijdrage MEV

     

2

3

32

6

6

Actualisatie eigen bijdrage

    

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 4

‒ 8

‒ 9

Stand Ontwerpbegroting 2027

2.115

2.233

2.328

2.570

2.777

2.895

3.028

3.156

3.254

3.371

Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025

Actualisatie

De geraamde eigen bijdragen Wlz zijn voor 2025 op basis van informatie van het Zorginstituut geactualiseerd. Dit leidt tot een meevaller van € 3,8 miljoen bij de eigen bijdragen binnen de Wlz ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026.  

Bijstellingen jaarverslag 2025

Actualisatie

De geraamde eigen bijdragen Wlz zijn op basis van informatie van het Zorginstituut geactualiseerd. Dit leidt tot een meevaller van € 6,2 miljoen bij de eigen bijdragen binnen de Wlz ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026.                         

Bijstellingen 1e suppletoire begroting 2026

Extrapolatie

In de meerjarige begroting zijn de begrotingsstanden van 2030 geëxtrapoleerd naar 2031. Daarbij is rekening gehouden met technische aanpassingen zoals verwachte volumegroei, loon- en prijsontwikkelingen en de verwachte effecten van bestaand beleid.

Eigen bijdragen a.g.v. CEP

De raming van de eigen bijdragen in de Wlz is geactualiseerd op basis van de macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB.

Actualisatie eigen bijdragen

De geraamde eigen bijdragen Wlz zijn op basis van informatie van het Zorginstituut geactualiseerd. Ook is er voor het eerst een nieuwe ramingsmethode gebruikt waarmee de volume- en prijsgroei nauwkeuriger geraamd wordt voor de verschillende leveringsvormen en sectoren.

Bijstellingen Ontwerpbegroting 2027

Eigen bijdragen MEV

De raming van de eigen bijdrage is geactualiseerd op basis van de inzichten in de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB.

Actualisatie eigen bijdragen

De raming van de eigen bijdragen Wlz is op basis van informatie van het Zorginstituut geactualiseerd.

38

Zie Kamerstukken II, 2025-2026, 36800 XVI, nr. 196.

39

Zie Kamerstukken II, 2025-2026, 34104, nr. 473

40

Zie Kamerstukken II, 2025-2026, 34104, nr. 473

41

Zie Kamerstukken II, 2025-2026, 36800 XVI, nr. 196

42

Zie Kamerstukken II, 2025-2026, 34104, nr. 473

7. Bijlagen

Bijlage 1: ZBO's en RWT's

Tabel 112 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Naam organisatie

ZBO/RWT

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

CBG

ZBO

Agentschappen

Wordt bekostigd uit het budget van het agentschap aCBG

Doorlichtingsrapport College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG)

2029 (agentschapsdoorlichting aCBG)

CAK

ZBO en RWT

4

147.682

Goed op weg

2029

CCMO

ZBO

10

 

WMO evaluatie en Kaderwetevaluatie CCMO

2028. In de WMO en Kzbo staat dat de CCMO drie evaluaties moet uitvoeren: Zelfevaluatie (art. 27 WMO), WMO evaluatie (art. 39 WMO), en een Kaderwetevaluatie (art. 39 Kzbo). Deze evaluaties moeten volgordelijk plaatsvinden en als één pakket worden opgeleverd om zo op efficiënte wijze vijfjaarlijks één algehele evaluatie te laten plaatsvinden.

CIZ

ZBO en RWT

3

161.857

Het CIZ leert door Kaderwetevaluatie van het centrum indicatiestelling zorg

2027

CSZ

ZBO en RWT

4

1.463

 

Evaluatieplicht niet van toepassing.

Dopingautoriteit

ZBO en RWT

6

4.947

evaluatie-wet-uitvoering-antidopingbeleid-en-het-bredere-antidopingbeleid

2027

NZa

ZBO en RWT

4

85.399

Op weg naar meer stevigheid

2028

PUR

ZBO en RWT

7

339

Evaluatie doeltreffendheid en doelmatigheid PUR

2029

ZiNL

ZBO en RWT

4

86.780

Evaluatie Zorginstituut Nederland

2026

ZonMw

ZBO en RWT

1

371.565

Zonmw realiseert impact met kennis

2028

FMMU

ZBO

3

 

evaluatieplicht niet van toepassing

evaluatieplicht niet van toepassing

NTS

ZBO en RWT

2

 

Evaluatie Nederlandse Transplantatie Stichting

2026

St. IKZ

RWT

4

4.043

Gestart per 1-1-2025

2027

Tabel 113 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder andere ministeries)

Naam organisatie

Ministerie

ZBO/RWT

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

SVB

SZW

ZBO

2,3 en 7

82,1

UWV

SZW

ZBO

3

20,7

Bijlage 2: Specifieke uitkeringen per departement

Evaluatie Specifieke Uitkeringen

Tabel 114 Overzicht specifieke uitkeringen (SPUKs) (bedragen x €1000)

SiSa nr.

Onderdeel

Toelichting

2026

2027

2028

2029

2030

2030

 

Naam

Aanpak Huiselijk geweld

11.500

11.700

12.200

12.200

12.200

12.200

 

Korte duiding

Specialistische functies aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

      
 

Juridische grondslag

wetten.nl - Regeling - Regeling specifieke uitkering specialistische functies aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling - BWBR0050349 (overheid.nl)

      
 

Maatschappelijke effecten

Structurele bijdrage aan de aanpak huiselijk geweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling en mensenhandel.

      
 

Ontvangende partijen

Centrumgemeenten

      
 

Artikel

3. Langdurige zorg en ondersteuning

      
 

Naam

Aanvullende seksuele gezondheidszorg

52.256

60.653

62.375

55.885

55.862

55.887

 

Korte duiding

Deze specifieke uitkeeing betreft soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en PrEP-zorg

      
 

Juridische grondslag

https://wetten.overheid.nl/BWBR0049474/2025-05-02; https://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/2025-07-05#HoofdstukII (artikel 6, eerste en negende lid)

      
 

Maatschappelijke effecten

Bieden van (aanvullende) seksuele gezondheidszorg, voorkomen en doorbreken van soa-transmissieketens (waaronder hiv), bijdragen aan landelijke surveillance ogv soa's zodat soa's gericht kunnen worden bestreden(wettelijke taak RIVM)

      
 

Ontvangende partijen

8 coördinerende GGD'en

      
 

Artikel

1. Volksgezondheid

      
 

Naam

Versterking GGD'en

41.740

34.750

33.500

33.500

33.500

33.500

 

Korte duiding

Deze specifieke uitkering heeft als doel om de publieke gezondheid blijvend te versterken en opschaling in tijden van een pandemie mogelijk te maken. En daarnaast te kunnen voldoen aan de regels en kaders van een uniforme werkwijze zoals zullen worden opgenomen in de amvb die voortvloeit uit de Tweede tranche wijziging Wet publieke gezondheid .

      
 

Juridische grondslag

https://wetten.overheid.nl/BWBR0047876/2024-04-12/0

      
 

Maatschappelijke effecten

Doordat GGD'en de basis voor de infectieziektebestrijding op orde hebben zijn zij in staat op een kwalitatief goede manier te voldoen aan de eisen die gesteld worden in de Wpg en zijn zij beter voorbereid op een epidemie of een volgende pandemie.

      
 

Ontvangende partijen

GGD'en

      
 

Artikel

1. Volksgezondheid

      
 

Naam

SPUK AZWA

 

443.000

547.000

532.000

  
 

Korte duiding

Investeren in de samenwerking op het snijvlak van het medisch- en het sociaal domein en in het versterken van de gezonde en socialebasisinfrastructuur (waaronder ook sport en bewegen) in wijken en buurten.

      
 

Juridische grondslag

https://www.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-25830.html

      
 

Maatschappelijke effecten

Stimuleren van de 'beweging naar de voorkant'en het gelijkwaardiger toegankelijk maken van de zorg in Nederland en het terugdringen van het stijgende arbeidsmarkttekort in de zorg

      
 

Ontvangende partijen

(Mandaat)gemeenten en in 2027 GGD-en

      
 

Artikel

3. Langdurige zorg en ondersteuning

      
 

Naam

Randvoorwaardelijke functies jeugdhulp

27.970

27.970

    
 

Korte duiding

Inkoop en organisatie randvoorwaardelijke functies jeugdhulp

      
 

Juridische grondslag

https://wetten.overheid.nl/BWBR0047609

      
 

Maatschappelijke effecten

Betere organisatie randvoorwaardelijke functies jeugdhulp

      
 

Ontvangende partijen

Coördinerende gemeenten

      
 

Artikel

5. Jeugd

      
 

Naam

SPUK Stimulering Sport en BRC-regeling

 

261.500

261.500

261.500

  
 

Korte duiding

Met deze SPUK-regeling worden gemeenten gecompenseerd voor de btw die zij (sinds 2019) niet meer kunnen terugvragen bij investeringen in sport. Ook regelt het de (co)financiering van verschillende functionarissen die in gemeenten doelgroepen laten deelnemen aan sport en bewegen en culturele activiteiten.

      
 

Juridische grondslag

NNB. Regeling wordt nog uitgewerkt

      
 

Maatschappelijke effecten

Stimulering van ontwikkeling en instandhouding van gemeentelijke sportaccommodaties, en versterken van de lokale sport- en cultuurstructuur door de inzet van professionals, zoals buurtsportcoaches en cultuurcoaches.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

6. Sport

      
 

Naam

SPUK niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf in gemeenten

60.000

     
 

Korte duiding

Uitkering op aanvraag aan een gemeente die op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk is voor de bekostiging van aaneengesloten jeugdhulp met verblijf en de daarmee samenhangende kosten, die zijn ontstaan na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel.

      
 

Juridische grondslag

https://wetten.overheid.nl/BWBR0049074/2024-01-01/0

      
 

Maatschappelijke effecten

Compensatie gemeenten voor niet-beoogde bekostiging van jeugdhulp met verblijf en de daarmee samenhangende kosten voor een jeugdige.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

5. Jeugd

      
 

Naam

Transitie gesloten Jeugdhulp

11.670

11.670

    
 

Korte duiding

Betreft aanvullend aan te vragen middelen in de jaren 2026 en 2027 via herzieningsverzoek t.b.v. de transformatie gesloten jeugdhulp

      
 

Juridische grondslag

wetten.nl - Regeling - Regeling specifieke uitkering transformatie gesloten jeugdhulp - BWBR0050438

      
 

Maatschappelijke effecten

De specifieke uitkering transformatie gesloten jeugdhulp ondersteunt coördinerende gemeenten om de gesloten jeugdhulp af te bouwen en tot een passend alternatief te komen.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

5. Jeugd

      
 

Naam

SPUK Covid vaccinaties

50.000

50.000

    
 

Korte duiding

GGD'en ontvangen een uitkering voor het toedienen van COVID-19-vaccinaties. Op basis van het advies van de Gezondheidsraad worden doelgroepen op basis van leeftijd en medische risico's gevaccineerd. Daarnaast kunnen mensen door hun behandelend arts worden doorverwezen voor vaccinatie. De inzet bestaat voornamelijk uit de intensieve najaarscampagne. Buiten deze campagne worden gedurende het hele jaar in beperkte mate COVID-19-vaccinaties toegediend.

      
 

Juridische grondslag

wetten.nl - Regeling - Regeling specifieke uitkering COVID-19-vaccinatie - BWBR0048308

      
 

Maatschappelijke effecten

Sinds 2021 wordt er jaarlijks gevaccineerd tegen COVID-19 op basis van GR-advies. Het vaccinatieprogramma COVID-19 dient om ernstige ziekte en sterfte te voorkomen en daarmee zorgkosten te besparen en druk op de zorg te verminderen.

      
 

Ontvangende partijen

GGD'en

      
 

Artikel

1. Volksgezondheid

      

Totaal

  

255.136

901.243

916.575

895.085

101.562

101.587

Bijlage 3: Subsidieoverzicht

Tabel 115 Subsidieoverzicht artikel 1 Volksgezondheid (bedragen x € 1.000)

Artikel

Subsidie (bedragen x €1000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

01 Volksgezondheid

605.293

604.399

548.082

511.374

507.430

506.856

502.263

  

11 Gezondheidsbeleid

42.285

39.916

36.687

33.206

29.717

29.710

25.217

  

1.Instelling

 

25.834

26.376

26.272

25.217

25.217

25.217

25.217

  
 

Stichting 113 Zelfmoordpreventie

17.215

17.215

17.215

17.215

17.215

17.215

17.215

  
 

Stichting Nederlands Centrum Jeugdgezondheid

2.088

2.341

2.341

2.341

2.341

2.341

2.341

  
 

Stichting Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg

238

238

238

238

238

238

238

  
 

Stichting Pharos Expertisecentrum Gezondheidsverschillen

6.294

6.583

6.479

5.424

5.424

5.424

5.424

  

2.Regeling

 

513

533

       
 

Nader Onderzoek Doodsoorzaak bij Kinderen

513

533

     

2023

2028

 

Preventiecoalitie

       

2022

 

3.Project

 

15.938

13.007

10.415

7.990

4.500

4.494

   
 

Kansrijke Ontmoetingen 2.0

         
 

pilot landelijk toetsingska

         
 

Actieplan jong volwassenen

157

        
 

Alles is Gezondheid

1.490

1.300

       
 

Coalitie Preventie in de Foodvalley

         
 

Friese preventieaanpak

         
 

Gezond Zwanger Worden

1.000

        
 

Het Meerjarenprogramma Depressiepreventie

         
 

inventarisatie, kennisontwikkeling & pre-waardeb

82

58

       
 

Inventarisatie, kennisontwikkeling & pre-Val

         
 

IS-V-JGZ

51

165

       
 

JA Mentor

38

37

46

      
 

Kader

         
 

Kans vd Veenkolonien 3e

         
 

Kansrijk Verankeren

220

        
 

Kansrijke Start Coalities

717

        
 

Kennisd. bew. Mentale gezondheid 5

500

250

       
 

Kennisrol Mentale Gezondheid

266

        
 

KS: Strategisch Publiek Privaat Partnerschap

148

        
 

LA 4

 

4.500

4.500

4.500

4.500

4.494

   
 

Landelijke Agenda Suïcidepreventie 3

5.011

        
 

Leer-infrastr. Kansrijke Start

358

        
 

Lifelines 4e onderzoeksronde Biobanken

1.860

3.591

3.623

3.490

     
 

Lokale Preventieakk

         
 

Meerjarenplan Psychisch Kwetsbaren

         
 

Nu Niet Zwanger Stg Projec

2.316

2.117

2.187

      
 

Ondersteuningsprogr. Gezond en Actief leven

739

        
 

Ondersteuningsprogramma suicidepreventie ‒ 202

253

642

       
 

Opleiding tot Forensische arts

         
 

Opstart & uitv. best. afspraken AZWA

 

140

60

      
 

Plan van aanpak: Naar een ketenaanpak mentale gezondheid

85

45

       
 

Positief Sittard-Geleen 2020-

         
 

Preventiecoaltie Reg. Zorgall

         
 

Samen voor Heerlen

         
 

Strategisch personeelsbeleid MM

384

128

       
 

Taalschatten

100

33

       
 

Versterken en Opschalen van INF

164

        
 

Versterking MMK

         
 

Vitaal Bedrijf

         

12 Ziektepreventie

445.929

473.590

457.616

426.830

426.628

426.238

426.238

  

1.Instelling

 

3.834

86.195

82.537

82.537

82.537

82.537

82.537

  
 

* Instellingssubsidie RIVM NPG-NPPV 2026-2027

 

78.024

78.024

78.024

78.024

78.024

78.024

  
 

Academisch Ziekenhuis Maastricht

         
 

Beheerstichting Support Postinfectieuze Aandoeningen

 

3.668

       
 

Bijwerkingencentrum Lareb

2.097

2.783

2.783

2.783

2.783

2.783

2.783

  
 

Stichting ERFO-centrum

310

301

310

310

310

310

310

  
 

UMCG Eurocat Afdeling Genetica HPC CB52

709

708

708

708

708

708

708

  
 

Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG)

719

711

711

711

711

711

711

  

2.Regeling

 

352.307

343.702

343.702

343.702

343.702

343.702

343.702

  
 

COVID-19-Vaccinatie door Ziekenhuizen

         
 

Opschaling Curatieve Zorg COVID-19

         
 

Publieke Gezondheid (bevolkingsonderzoeken)

234.706

228.628

228.628

228.628

228.628

228.628

228.628

2022

2027

 

Regionale Centra voor Prenatale Screening

117.601

115.073

115.073

115.073

115.073

115.073

115.073

 

2023

3.Project

 

89.787

43.693

31.377

592

390

    
 

Monitoring gezondheid omgeving geitenhouderijen

 

219

256

      
 

Veiligheidsbewaking HPV gardasil

 

262

395

379

151

    
 

HPV18+ Campagne

         
 

Activiteiten Q-Support

2.194

        
 

BMR 9 naar 3 jaar extra vaccintaken

126

126

126

      
 

Childhood CRP

666

444

       
 

COVID-19 dienstverlening GGD GHOR Nederland

42.500

33.520

29.000

      
 

C-support

8.200

6.272

       
 

GGD GHOR databewaarplicht HPV

107

200

       
 

Governance Informatiestandaarden en Info

         
 

Huidkankerpreventiecampagne

1.700

        
 

Immune Patrol onderzoek

63

155

66

      
 

Informatiestandaard Vaccinatie

         
 

lareb bijwerkingen cohort rvp

43

11

       
 

Lareb monitoring covid-vaccins

 

342

340

      
 

maternale kinkhoestvaccn

         
 

Mon. progrwiajz. BMR/DKT in RVP cohort

95

25

       
 

Monitor HPV in cohort RVP 2

24

        
 

Nederlands Lymeziekte expertisecentrum

267

        
 

NIPT

         
 

NL Lymziekte expertise centrum

         
 

Ondersteuning Orgaan A/202

174

        
 

Pandemische Paraatheid IV-IZB(GGD-GHOR)

31.057

        
 

Pilot infra. verv. onderzoek veiligheidssign

         
 

Programma Pandemisch Paraat IV

         
 

Realisatie Gegevensuitwisseling JGZ-RIVM RVP

 

481

68

      
 

Richtlijn ME/CVS

33

        
 

Tubercul. Vacc Initiative

200

200

200

      
 

Veiligheidsbew. rotavirusvacc.

406

        
 

Veiligheidsbewaking COVID-19 vaccins

760

        
 

Veiligheidsbewaking maternale griepvaccinatie

185

185

123

      
 

Veiligheidsbewaking maternale vaccinaties

123

119

204

213

239

    
 

Veiligheidsbewaking RSV immunisatie

331

331

334

      
 

Veneuze trombose covid

         
 

Voortzetting opbouw basisinfrastructuur zorginnov

533

800

267

      

13 Gezondheidsbevordering

78.521

51.219

47.599

45.157

44.903

44.726

44.626

  

1.Instelling

 

52.716

48.000

47.295

45.137

44.903

44.726

44.626

  
 

Aidsfonds - Soa Aids Nederland

4.245

4.245

4.245

4.245

4.245

4.245

4.245

  
 

HVN

322

322

322

322

322

322

322

  
 

Koninklijke Nederlandse Centrale Vereniging tot Bestrijding der

298

298

298

298

298

298

298

  
 

stichting hiv monitoring (SHM)

4.722

4.752

4.752

4.752

4.752

4.752

4.752

  
 

Stichting Informatie Voorziening Zorg

964

964

964

964

964

964

964

  
 

Stichting JOGG

10.809

7.861

6.524

6.574

6.814

6.814

6.814

  
 

Stichting Mainline, Gezondheids en Preventiewerk Druggebruikers

302

202

       
 

Stichting Rutgers

2.726

2.976

2.976

2.976

2.976

2.976

2.976

  
 

Stichting Trimbos-Instituut, Netherlands Institute of Mental Health and Addiction

14.590

14.232

14.607

12.499

12.125

11.948

11.948

  
 

Stichting VeiligheidNL

8.564

6.827

6.447

6.347

6.247

6.247

6.147

  
 

Stichting Verslavingskunde Nederland

597

400

400

400

400

400

400

  
 

Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid

638

638

638

638

638

638

638

  
 

Voedingscentrum Nederland

3.940

4.283

5.122

5.122

5.122

5.122

5.122

  

3.Project

 

25.804

3.220

304

20

     
 

Gezond Veilig en Fit werken

         
 

Alcoholpreventie

210

50

       
 

Antenne Nederland

70

        
 

Campagne Ikstopnu

         
 

Campagne «op je gezondheid»

300

        
 

DAP Plus

289

        
 

Dry January en IkPas

         
 

Eenmalige intensivering harm reduction

         
 

FLY KIDS Digitalisering tbv implementatie

452

        
 

Food4Health Community

151

152

142

      
 

Gezonde RenS onderwijs 2de tranche

2.769

        
 

Goede zorg proef je

         
 

HBSC

355

243

50

      
 

Herinrichting en uitb Kwaliteitsregister

83

        
 

Ikpas Campagne

500

        
 

Inrichten kennisf en uitvoeren samenw

119

        
 

Internet-based CANnabis interventie (ICAN) -

         
 

Kenniscampagne Op je gezondheid

         
 

Kennisfunctie - aandeel PON

122

        
 

Landel. camp. Zien drinken doet drinken

         
 

Landelijk samenwerk alcoholprev student

 

190

       
 

MBO-Middelenmonitor

166

45

       
 

Monitor Zwangerschap

134

40

       
 

Nat. Prev.akk. meerjarenplan

         
 

Netwerkaanpak overgew en obesitas volw

1.250

        
 

Onderzoeksvoorstel VERPLICHT

 

44

62

20

     
 

Ontwikkelen digitale screening

         
 

OPAAK

         
 

Opgroeien in kansrijke omgeving

1.375

        
 

Peilstationsonderzoek scholieren

9

15

       
 

Post-HBO SSGS PO, VO en MBO

         
 

preventie,vroegsig- en zorgketen

         
 

Preventieakk. TABAK

         
 

Programma 2diabeat

1.500

        
 

Projectplan Richtlijn Verslavingspreventie -

73

76

       
 

Realisatie Gezonde Buurten

1.800

        
 

RIVM Seks onder je 25e IV

         
 

Rookvrije Kleinschalige Zorg

65

        
 

Rookvrije organiatie 2.0

65

        
 

Rookvrije zorg

60

80

       
 

Samen voor een Voedselvaardig Nederland

4.612

        
 

Samenw.verband Vroegsignalering Alcoholprob

         
 

Schemabeheer onder het WAAS

50

100

50

      
 

Seksuele opvoeding door ouders

267

        
 

Sluiting rookruimtes specifieke doelgr.

         
 

Stoptober

800

        
 

Subsverl. Drugs wat doet het met jou

         
 

TestJeLeefstijl

         
 

Vape Campagne

         
 

Ver ondersteuningstraject rookvrije omgeving

861

        
 

Verantwoorde alcoholconsumptie door studenten

35

        
 

Verslavingszorg voor Rokers

         
 

Vervolg kenniscampagne Op je gezondheid?

900

        
 

Voeding- en Leefstijlinstrument

         
 

Voedselvaardige generatie gezonde omgeving

 

2.185

       
 

Vrij Veilige Dating Show

19

        
 

Wijkaanpak GGD Stoppen met roken

5.296

        
 

Wijkaanpak Stoppen met Roken voor iedereen

1.048

        
 

Zien drinken doet drinken

         

14 Ethiek

38.558

39.674

6.181

6.181

6.181

6.181

6.181

  

1.Instelling

 

5.259

6.181

6.181

6.181

6.181

6.181

6.181

  
 

Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst

940

983

983

983

983

983

983

  
 

Nederlands Genootschap van Abortusartsen

184

184

184

184

184

184

184

  
 

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

70

72

72

72

72

72

72

  
 

Stichting Fiom / INEA

4.065

4.942

4.942

4.942

4.942

4.942

4.942

  

2.Regeling

 

32.852

33.389

       
 

Abortusklinieken

26.139

26.635

     

2025

2030

 

Kunstmatige Inseminatie met Donorsemen

6.117

6.397

     

2024

2029

 

Opleiding Abortusartsen

595

357

     

2025

2030

3.Project

 

447

103

       
 

CTR transitiefase

         
 

Health-RI Implementatie nWMO Toetsingskader

101

        
 

Netwerk Pers doodw & euthan

81

103

       
 

NVMETC toetssys v med-ethisch wet. onderz.

36

        
 

Verbetering begeleiding onbedoelde zwangerschap i

         
 

Weten hoe het echt zit?

230

        
Tabel 116 Subsidieoverzicht artikel 2 Curatieve Zorg (bedragen x € 1.000)

Artikel

Subsidie (bedragen x €1000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

02 Curatieve Zorg

311.578

320.307

163.275

138.840

122.869

115.878

114.271

  

21 Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van

175.858

177.019

141.333

116.674

111.318

104.327

102.720

  

1.Instelling

 

107.932

109.679

104.901

104.733

102.593

102.593

102.593

  
 

Federatie Medisch Specialisten

 

1.296

1.296

1.296

1.296

1.296

1.296

  
 

IKNL

43.436

43.986

40.316

40.316

38.176

38.176

38.176

  
 

Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen

1.638

1.638

1.638

1.638

1.638

1.638

1.638

  
 

Stichting College Perinatale Zorg

1.941

1.750

857

857

857

857

857

  
 

Stichting Geneesmiddelenbulletin

797

        
 

Stichting HartslagNu

1.426

1.544

1.544

1.544

1.544

1.544

1.544

  
 

Stichting Het Nederl. Kanker Instituut Antoni van Leeuwenhoek Zkh.

20.044

20.464

20.464

20.464

20.464

20.464

20.464

  
 

Stichting Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik

1.019

864

864

864

864

864

864

  
 

Stichting Kwaliteitsraad Hulpmiddelen & Zorg

820

819

819

819

819

819

819

  
 

Stichting Landelijk Coordinatiecentrum Geneesmiddelen

3.063

2.988

2.988

2.988

2.988

2.988

2.988

  
 

Stichting Matchis

200

        
 

Stichting Nederlands Kenniscentrum Farmacotherapie bij Kinderen

345

400

400

400

400

400

400

  
 

Stichting NTS h.o.d.n. Nederlandse Transplantatie St.

17.597

17.465

17.465

17.465

17.465

17.465

17.465

  
 

Stichting Pathologisch Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief

5.421

5.518

5.303

5.303

5.303

5.303

5.303

  
 

Stichting PeriNed

2.316

2.311

2.311

2.311

2.311

2.311

2.311

  
 

Stichting PVP vertrouwenspersonen in de geestelijke gezondheidszorg

7.614

7.614

7.614

7.614

7.614

7.614

7.614

  
 

Stichting TRIP Tranfusie-en transplantatiereacties in patienten

254

1.021

1.021

854

854

854

854

  

2.Regeling

 

18.399

16.597

16.086

374

413

395

127

  
 

Borstprothesen transvrouwen

483

165

     

2023

2028

 

Donatie in ziekenhuizen

5.845

5.713

5.713

     

2026

 

Kickstart Medicatieoverdracht

2.692

1.261

630

     

2027

 

Opleidingsmodule Basis Acute Zorg

266

319

53

    

2025

 
 

PharmaNL

373

361

389

374

413

395

127

  
 

Regionale Zorgnetwerken Antimicrobiële Resistentie

8.742

8.779

9.300

      

3.Project

 

49.527

50.743

20.346

11.567

8.312

1.339

   
 

«Eigen Regie in de Wvggz »

199

        
 

ABR Zorgnetwerk

         
 

ABR Zorgnetwerk amphia

         
 

Activiteiten MESO

         
 

Addendum XIII nieuwbouwprogr. Q2

11.019

        
 

Begeleiding Piots zorgcoordinatie -

         
 

Besluit bij addendum IX: aanvullende financiering

         
 

Bezwaarschrift Machineperf donorlevers

         
 

Cariben

934

198

223

      
 

Cruciale ggz

         
 

DCD Hartdonatie

         
 

Doelmatigheidsstudie PLANET

1.882

574

627

627

562

    
 

Doorstart MVH *

100

        
 

duurzaam inkopen medische producten*

410

273

       
 

Essentiële antibiotica&Salbutamol Aerosolen

17.141

32.729

8.742

7.396

5.602

    
 

Europese Transplantatiespelen

250

350

       
 

Gegevensuitwisseling *

         
 

Gegevensuitwisseling Paramedie *

1.945

1.945

1.945

486

     
 

Geneesmiddelencommissies

1.015

        
 

Geneesmiddelencommissies wetenschappe

         
 

HI-NL Innovatie medische hulpmiddelen

350

150

100

      
 

ieining Thema Organisatiegraad BAPZ2020-

         
 

Implementatieondersteuning

         
 

IPCEI Health

5.869

5.248

5.059

2.407

2.123

1.339

   
 

Joint Action to Support for Member States' implem

         
 

Kennisdocumenten minderen en stoppen

         
 

Kraamzorg op maat -

         
 

Kwartiermakersfase eCommunities

 

188

       
 

Landelijk Platform Transgenderzorg

125

151

151

151

25

    
 

LCG *

         
 

Legio

         
 

Monitoring van de beweging..

369

369

       
 

MP9 Leveranciers stichting Legio

1.948

2.458

1.083

      
 

Nationale Hulpkaart

20

        
 

Normotherme Regionale Perfusie abdominaal

         
 

Normotherme Regionale Perfusie abdominaal in DCD

         
 

Ondersteuning VSV's Basiskader *

         
 

Ondersteuning VSV's door Federatie bij

797

1.920

       
 

Onderzoeken en activering niet-westerse donoren

138

        
 

Ontwikkeling Kwaliteitsstandaard

         
 

Operatie Qocon

         
 

Oprichting Nationaal Farmaceutisch Kenniscentrum

         
 

Opschalen hybride zorg in de ggz

427

427

       
 

Opstart uitvoering bestuurlijke afs

         
 

Opstellen normenkader budgetbekostiging HIC/IHT

 

145

       
 

Pilot Monitor Voorschr.prakt huisarts

         
 

Pilot organisatie weefseldonatie

         
 

Pilot 'Vroegtijdige ondersteuning bij Orgaandonat

         
 

Programma mentale gezondheidscentra en verkennend

         
 

Programma Tijd voor Verbinding

         
 

PZ-Dataverzameling

78

        
 

Resistance Benchmark

         
 

Samen Besliss Huisartsenz

         
 

Structurele inbedding zorgcoördinatie

         
 

Terugdringen oneigenlijk gebruik ADHD medicatie

         
 

Toegankelijkheid en wachttijden GGZ

578

        
 

Trans en Jong

33

        
 

Transplantatiezorg *

         
 

Uitv Kwal Wijkverpleging

         
 

Uitvoering Onderz Praktijkvar.Wijkverpl.

         
 

Vaccine Knowledge Center

500

500

500

500

     
 

Verbetertraject Kindzorg *

139

139

92

      
 

Vervolgimplementatie Handreiking Kwetsb.

722

619

       
 

Vliegwiel in de wijkverpleging

         
 

Werving van donoren met een niet-westerse migratieachtergrond

         
 

Wijkkliniek

63

        
 

ZINN monitoring vraag en aanbod medische technologie in crisistijd

2.477

2.360

1.824

      

23 Ondersteuning van het zorgstelsel

7.152

626

20

720

     

1.Instelling

          
 

Stichting Gezondheidscentrum Amstelkwartier

         

2.Regeling

 

6.587

626

20

720

     
 

VIPP Babyconnect

1.941

239

     

2023

2028

 

Bonus Zorgprofessionals COVID-19

379

13

       
 

Coronabanen in de Zorg

47

95

     

2025

 
 

Overgang Integrale Tarieven Medisch-Specialistische Zorg

100

280

20

720

     
 

VIPP5

4.120

        

3.Project

 

565

        
 

Bruikbare wachttijden Zorgkaart Nederland '22-'24

         
 

centrale PharmaNL organisatie

         
 

Eigen regie mensen met psychische en/of psychosoc

172

        
 

Mijding mondzorg

251

        
 

Voorschot VIPP open Legio

         
 

XIS Keurmerk

141

        

26 Zorgverzekeringsstelsel

128.568

142.662

21.922

21.446

11.551

11.551

11.551

  

1.Instelling

 

1.532

1.534

       
 

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.532

1.534

       

2.Regeling

 

126.787

140.878

21.922

21.446

11.551

11.551

11.551

  
 

Medisch Noodzakelijke Zorg aan Onverzekerden

96.000

107.435

     

2021

2026

 

SOV Oekraïne

6.831

5.000

      

2027

 

Veelbelovende Zorg

23.956

28.443

21.922

21.446

11.551

11.551

11.551

  

3.Project

 

250

250

       
 

Kinderbrillen

250

250

       
Tabel 117 Subsidieoverzicht artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning (bedragen x € 1.000)

Artikel

Subsidie (bedragen x €1000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

03 Langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning

338.418

320.514

195.547

122.484

84.865

78.401

77.383

  

31 Participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare grpn

96.034

82.532

56.540

32.746

23.226

20.157

19.239

  

1.Instelling

 

24.402

24.084

14.036

13.989

13.989

13.989

13.989

  
 

CoMensha

 

355

355

355

355

355

355

  
 

Het Nederlandse Rode Kruis

646

646

581

581

581

581

581

  
 

MantelzorgNL

3.604

4.055

4.054

4.054

4.054

4.054

4.054

  
 

Nationale Vereniging De Zonnebloem

254

254

228

228

228

228

228

  
 

Stichting de Luisterlijn

7.095

7.083

       
 

Stichting MIND

1.443

1.443

       
 

Stichting MOVISIE

10.377

9.063

8.157

8.157

8.157

8.157

8.157

  
 

Vereniging Vrijwilligerswerk NL

983

1.185

661

614

614

614

614

  

2.Regeling

 

35.606

34.858

21.074

11.482

6.069

3.000

3.000

  
 

Gratis VOG

743

746

771

      
 

Intergenerationeel Wonen

384

231

370

232

    

2028

 

Levensloopregeling

 

1.630

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

  
 

Stimuleringsregeling E-Health Thuis (SET)

2.460

2.486

       
 

Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ)

23.110

26.718

16.933

8.250

3.069

    
 

Stimuleringsregeling Wonen en Zorg (SWZ)

250

        
 

Werkplaats Ondersteuning ouderen 2023-2025

2.626

        
 

Werkplaats Sociaal Domein

6.033

3.047

       

3.Project

 

36.026

23.590

21.430

7.274

3.168

3.168

2.250

  
 

Aanpak stalking bij huiselijk geweld(AWARE)

         
 

Bemoeizorg in de praktijk

65

        
 

Benuttingstraject kennis HGKM

         
 

BeterOud

218

        
 

Bevordering Jonge Mantelzorg bewustwor. & onders.

425

341

       
 

Borg.bas.infrastr.Mijnkwaliteitvanleven.nl

         
 

Continuering subsidie Werkplaatsen Sociaal Domein

  

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

  
 

Corona HerstelFonds-werkgeb. eenzaamheid

         
 

De kracht van diversiteit

         
 

Deskundigheidsbevordering Schadelijke Praktijken

268

        
 

Digitaal sociaal werk versterken (122)

15

70

55

      
 

Digitale zorg *

383

625

       
 

Duurzaam in goede banen

36

        
 

Duurzame verandering door innovatieve verbinding

188

        
 

Eerst een thuis

1.731

400

       
 

Emma at Work inclusiepact - Gewoon meedoen ‒ 2

 

250

250

      
 

Externe review Movisie 8-24 tm 2012-

         
 

Good Busy

329

125

125

      
 

Helpdesk Digitale Zorg

317

129

       
 

Iedereen doet mee! - deel 2

395

395

395

      
 

Implementatie Levensloopbegeleiding VAB

1.004

198

       
 

Impuls interventies Eenzaamheid

300

        
 

Impuls Versterking Vrijwillige Inzet

292

292

292

28

     
 

Inclusiepact dierentuinen ‘Natuurlijk Gastvrij!’

77

123

       
 

INCLUSIEPACT ‘SOCIALE REVALIDATIE’ *

461

        
 

Inclusiepact: Eerste Inclusieve Generatie

284

300

158

      
 

Inclusiepacten

73

        
 

IVB Kosten training en opleiden personeel gemeenten en overige implementatie- en beheerskosten gemeenten

 

250

750

500

     
 

Join Us online landelijke dekking en community 20

282

        
 

Kennisdeling eenzaamheid jongeren

319

        
 

Kennisfunctie onafhankelijke cliëntonderst.

325

122

       
 

Kernpartner in de sociale basis

622

65

       
 

ketenbureau

3.590

3.594

3.608

      
 

Land. netwerk zorgzame gemeensch.

         
 

Landelijk Netwerk Veilig Thuis

1.428

1.791

       
 

Landelijk netwerk zorgzame gemeenschappen

667

467

467

      
 

Landelijk Platform Belangenbehartigers Daklooshei

 

500

500

500

     
 

Landelijk Platform Odensehuizen *

140

133

123

      
 

Landelijk telefoonnummer Veilig Thuis

40

67

       
 

Landelijke opschaling Mantelzorgtest

         
 

LVB in de gemeente

207

        
 

Met ouderen, niet over ouderen

156

156

104

      
 

-MOV099-25 BPSW Stimuleringsprogramma Sociaalwerk

500

1.000

1.000

500

     
 

Nationale Vrijwilligersprijzen

219

243

220

250

     
 

Netwerk Vitaliteit

         
 

NOOZO *

443

332

332

      
 

NOV Int Jaar van de Vrijwilliger

50

350

       
 

Onbeperkt Meedoen Zwolle

38

32

       
 

Ondersteuning Straatzorgnetwerk (187)

296

        
 

One-size does not fit all

124

106

106

89

     
 

Ontwikkelagenda Vrouwenopvang

         
 

Ontwikkeling Leerstoel Sociaal Werk

79

63

       
 

Ontwikkelpro Housing First *

171

270

       
 

Ontwikkelprogramma Housing First

         
 

Opleiding tot vertrouwensarts

         
 

opleiding vertrouwensartsen cohort

4.650

489

4.337

      
 

Platform Landelijke Belangbehart.Dakloosh.

500

        
 

PPS huisv. dak- en thuislozen ea

         
 

Preventie Alliantie

150

        
 

Profs voor jonge mantelzorgers

         
 

Programma Mantelzorg vriendelijk werkt!

479

        
 

Projectvoorstel Wonen Zorg vier provinciale KBO-b

499

705

       
 

RvO: Met ouderen, niet over ouderen

60

        
 

Samen Dementievriendelijk

1.000

918

918

918

918

918

   
 

Samen Ouder Worden

1.743

1.293

       
 

SamenSpeelNetwerk

536

        
 

Schadelijke praktijken2 in Nederland

408

        
 

solide basis opschalen bij(gezondheids)crisis

2.509

2.010

2.010

1.173

     
 

Stem van Ouderen - Region.Ouderennetwerken

197

198

132

      
 

Stimuleringsprogramma vrijwilligerswerk

701

701

842

      
 

Structurele onder en borging kennis eenzaamheid*

449

997

997

1.004

     
 

Toegang & Lokale teams Wmo / Volwaszorg *

300

498

       
 

Toegang, lokale teams en integrale dienstverlenin

         
 

Toegankelijke digitale zorg en welzijn dichtbij 2

 

623

       
 

Toek.best.org.enfin.inf.psysoc.z.bij kanker

154

        
 

Uitvoering Actieagenda Schadel. Praktijken

         
 

Veranderende rol van cliëntondersteuners

 

199

199

      
 

Verandering door verbinding met sleutelpers.

         
 

Verbeteren kwaliteitstoezicht Wmo (Stimuleringspr

300

200

       
 

Vergrot impact eenzmhdsbestrij

         
 

Vergroten bekendh.cliëntonderst.gemeent

17

        
 

Vergroten bewustwording d.m.v. ETHOS tellingen*

250

480

480

      
 

verminderen eenzaamheid

1.663

297

13

28

     
 

Versterk.kwal. en vindbaarh.cliëntonders.

158

        
 

Versterken doorwerking en synergie WSD

 

250

       
 

Versterken ondersteuning zorg zelfstandig wonende

500

        
 

Versterken van de inloopfunctie

         
 

Versterking Bereikbaarheid,Toegankelijkheid en i*

559

        
 

Vertegenwoordigen en bekendheid vergroten

106

106

       
 

Vervolgproject MKB Toegankelijk

974

730

730

      
 

Vitaal en verbonden door Creatief leven

155

        
 

VNG meerjarenagenda Wmo

153

72

       
 

Voorlichtingscampagne Huiselijk geweld en geweld

262

        
 

Voortzetting subsidie Associatie Werkplaatsen Sociaal Domein

  

250

250

250

250

250

  
 

VT-verrijkingsverzoeken in de rol van ver

37

37

37

37

     
 

Zorgvernieuwing in Versnelling

         

32 Zorgdragen voor langd zorg t maatschap aanv kstn

242.384

237.982

139.007

89.738

61.639

58.243

58.143

  

1.Instelling

 

57.284

57.632

56.388

58.143

58.143

58.143

58.143

  
 

Arkin | Jellinek | Mentrum | Inforsa | PuntP | Spoedeisende Psychiatrie

878

878

 

1.755

1.755

1.755

1.755

  
 

Federatie COC Nederland

130

130

125

125

125

125

125

  
 

Landelijke Vereniging Mentorschap Netwerk Nederland

358

358

346

346

346

346

346

  
 

mr L.E. Visserhuis St. Joods Bejaardencentrum Den Haag

135

135

135

135

135

135

135

  
 

Per Saldo

2.207

2.111

2.123

2.123

2.123

2.123

2.123

  
 

Rumah Saya Stichting Nusantara Zorg

152

152

152

152

152

152

152

  
 

STG RAFFY / EGALA ZORG

70

70

70

70

70

70

70

  
 

Stichting Agora

1.676

1.676

1.661

1.661

1.661

1.661

1.661

  
 

Stichting Centrum voor Consultatie en Expertise

22.220

22.808

22.808

22.808

22.808

22.808

22.808

  
 

Stichting Cordaan Groep

680

680

680

680

680

680

680

  
 

Stichting Kenniscentrum Kinder- palliatieve Zorg

880

880

880

880

880

880

880

  
 

Stichting Landelijk Overleg Hersen Letsel

695

695

695

695

695

695

695

  
 

Stichting Palliatieve Zorg Nederland

7.924

7.924

7.647

7.647

7.647

7.647

7.647

  
 

Stichting Roze 50+

130

130

130

130

130

130

130

  
 

Stichting Vilans

16.812

16.812

16.812

16.812

16.812

16.812

16.812

  
 

Stichting Zorggroep Elde Maasduinen

66

66

66

66

66

66

66

  
 

Verpleeghuis Oranje Nassau's Oord Stichting Zinzia Zorggroep

135

135

135

135

135

135

135

  
 

Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg Nederland

2.138

1.995

1.925

1.925

1.925

1.925

1.925

  

2.Regeling

 

125.763

129.631

50.306

25.796

150

    
 

(Ont)regelprojecten Zorgaanbieders

518

        
 

Aardbevingsbestendige Zorg

46.862

43.382

32.155

17.796

150

  

2026

2031

 

Gespecialiseerde Cliëntondersteuning

9.884

19.536

18.151

8.000

    

2028

 

Palliatieve Terminale Zorg en Geestelijke Verzorging Thuis

67.410

65.334

     

2026

2031

 

Persoonsgebonden Budget

1.088

1.379

       

3.Project

 

59.337

50.718

32.312

5.798

3.345

100

   
 

(G)ouden Schakel Veerkracht Vakmanschap ouder 25

161

        
 

Academ.Werkpl. in de LZ

51

        
 

Academische werkplaats langdurige ggz

 

751

       
 

Activiteiten Inzicht

         
 

Benutting ervaringsdeskundigheid

         
 

Bijdrage bouwimpuls overname De Trans

 

25.798

       
 

BIND

100

50

       
 

Casemanagement Hersenletsel

         
 

Clienperspectief bij Implem.vd WZD

113

64

       
 

Continuering Kenniscentrum Dementie

148

200

       
 

Continuiteitsplan Arduin

         
 

Data-geïnformeerd werken in de langdurige zorg 2

187

21

       
 

De ontbrekende schakel Kennisinfrastruct.

         
 

Derde Leergang Ambassadeurs GHZ

         
 

DMZ naar beschikb.van med.gen.z.in de regio

  

2.008

      
 

DNN

 

389

540

      
 

Doorontw. indic. basisveiligheid Kwal.k.vpz.

136

        
 

Doorontwikkeling en verrijking monitoringstool

106

30

       
 

Eenh van taal en cont.zorgreg.spec.oudereng.

         
 

E-Overdracht

         
 

Erkenningstraject Interventies Langdurige GGZ 202

28

172

       
 

Ervaringsdeskundigheid naasten

20

        
 

Expertisecentrum/Juiste Loket

         
 

Gezondheidscentra Vlissingen

  

625

      
 

Goed ouder worden, ouderen zelf aan het woord

1.023

767

       
 

Governancestructuur #

891

74

       
 

GVA Groningen

         
 

Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg

 

855

675

690

     
 

HWegwijzer complexe zorg- en onderst.vragen

         
 

Imp kwaliteitskader wz in de langdurige ggz

274

222

186

      
 

Implementatie Specialisaties STERKopleiding -

37

167

45

      
 

Implementatie STERKopleiding

190

        
 

Implementatie Zorgstandaard Dementie

2.137

1.628

       
 

Inclusief onderzoek naar het welzijn van autistis

30

30

30

30

15

    
 

Informatiestructuur voor autisme,hersenletsel en

501

499

501

498

     
 

Innovatie-impuls Gehandicaptenzorg II

3.323

3.264

       
 

Integr.clientvertr.pers. in beroepsver.LVV

         
 

Integrale aanpak

30

30

30

30

     
 

Integrale Vroeghulp *

235

        
 

iZi

365

69

       
 

Jaarlijks cliëntencongres

250

250

       
 

Kaderproject Zorgvernieuwing in Versnelling

285

        
 

Kennis en expertise doelgroepen EVB+ en LVB+

428

609

51

      
 

Kennisinfrastructuur EVB+ en LVB+

         
 

Kennisontwikkeling en Kennisverspreiding

188

63

       
 

Kenniswerkplaats Ben Sajet Centrum

600

        
 

Kwaliteitskader

412

358

       
 

Kwaliteitskader ouderenzorg

         
 

Kwaliteitstoets CVP-Wzd

         
 

Landelijke uitrol Opschalen en professi

735

700

700

      
 

LASA

840

798

756

756

756

    
 

Leergang Ambassadeurs Gehandicaptenzorg

         
 

Leernetwerken diversiteitssensitief werken

59

        
 

Leren van Data II

1.900

1.805

1.710

1.710

1.710

    
 

Leren van data voor toekomstbestendige gehandicap

613

470

       
 

LHBTI Ouderen

         
 

Longitudinal Aging Study Amsterdam

         
 

LVB in de spotlight

         
 

Meerjarenperspectief Ben Sajet Centrum

 

600

600

600

600

    
 

Monitoring III

1.908

1.908

1.908

954

     
 

Naar de top

         
 

Narratieve methoden kwali. verbetering

         
 

Netwerk Inclusie en eigenheid in de zorg

64

        
 

Niet-reanimerenpenning

         
 

NNIZ-netwerkproj Incl in Langdurig Zorg *

65

65

50

      
 

Ondersteuningsprogramma Toekomstagenda zorg en on

1.417

119

       
 

Onderwijsplan Zingeving in zorg en soc. dom.

61

        
 

Ontwikkeltraject Praktijkwijs: kennis in actie! 2

489

180

108

36

     
 

Pilot casemngmnt mensen verstand. beperk.

         
 

Pilot copiloten voor gezinnen met ZEVMB

         
 

Pilot Onafh. integrale levenslbeg

         
 

Pilot Toerusting (kandidaat) Wlz budgeth.

         
 

Praat vandaag over morgen

511

544

       
 

Praktijkvoering artsen VG

68

72

       
 

Pro Programma Paradigmashift

         
 

Profess.en uitbouw land.netw.dementie

515

198

       
 

Professionalisering NVAVG

188

141

109

      
 

Projectorganisatie Aardbevbest. Zorg Gron.

1.039

2.072

328

365

165

    
 

Radicale vernieuwing Langdurige GGZ

         
 

Regionale Capaciteit Raming DMZ

         
 

Richtlijnen artsen langdurige zorg

1.517

1.559

993

      
 

Samen Sterk 010

         
 

Samen voor Toegankelijke Informatie

28

29

29

29

     
 

Samen werken aan kwaliteit van bestaan

 

508

381

      
 

SKILZ

1.333

1.123

       
 

STERK in onderwijs

         
 

STERKopleiding 2.0

         
 

Structurele monitoring-II

         
 

Stuurgr. Kwal.kader Verpleeghuisz.

35

        
 

Techno….logisch, toch?

127

104

       
 

Technologie Scouts

104

107

       
 

Toekomstagenda Gehandicaptenzorg

441

393

       
 

Toekomstagenda Zorg en ondersteuning voor mensen

52

        
 

Toekomstbestendige zorginfrastr. Zeeland

         
 

Toepassing sociocognitieve kennismodel ‒ 2031

 

100

100

100

100

100

   
 

Transitie Care Unit Experiment 2025

313

        
 

Twinning vervolgprogr. Indonesië - Nederl.

         
 

Uitwerking en concretisering Generiek Kompas

         
 

Vanuit autisme bekeken 10 jaar

         
 

Verbeteren infectieprev.en hygiën.werken GHS

913

        
 

Verhuizen binnen de verpleeghuiszorg

78

        
 

Vilans programma Wzd

498

        
 

Waardigheid en Trots Op Locatie

         
 

Waardigheid en Trots voor de Toekomst

30.000

 

19.816

      
 

ZEVMB-Kenniscentrum *

661

661

       
 

Zonder Stempel

         
 

Zorgprofessionals aan zet

515

103

34

      
 

Zorgverzekeraars Nederland

         
Tabel 118 Subsidieoverzicht artikel 4 Zorgbreed beleid (bedragen x € 1.000)

Artikel

Subsidie (bedragen x €1000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

04 Zorgbreed beleid

635.719

392.070

203.765

189.482

149.396

129.961

129.439

  

41 Positie cliënt en transparantie van zorg

38.418

46.855

47.776

47.064

14.086

12.797

12.276

  

1.Instelling

 

5.716

12.981

12.537

12.181

12.181

12.181

12.181

  
 

Stichting Nederlands Instituut voor Onderzoek vande Gezondheidszor

 

7.819

7.037

6.681

6.681

6.681

6.681

  
 

Stichting PGOsupport (Involv)

5.716

5.163

5.500

5.500

5.500

5.500

5.500

  

2.Regeling

 

31.571

30.358

33.053

33.053

     
 

Patiënten- en Gehandicaptenorganisaties

31.571

30.358

33.053

33.053

    

2028

3.Project

 

1.131

3.515

2.186

1.829

1.904

616

95

  
 

Aanpak Proeftuinen en Fieldlab Zorgfraude -

294

        
 

Coronaplein.nu *

         
 

Dwangsom

         
 

Dwangsom € 1.442 + Griffierecht € 365

         
 

Gezondheidsvaardige organisaties ‒ 2031*

 

1.079

1.761

1.829

1.904

616

95

  
 

Implementatie van PROMIS in Nederlandse ziekenhui

304

591

       
 

Ondersteuning kerntaken VSOP

         
 

Programma Uitkomstgerichte zorg

         
 

Transparante oncologische netwerkzorg

         
 

Transparantiemonitor

         
 

Uitkomstgericht Werken

266

240

       
 

Uitkomstgerichte zorg

         
 

Uitkomstgerichte Zorg fase II

226

464

       
 

Uitkomstgerichte zorg fase II 2025- UMCNL

 

190

       
 

Wtza-intern toezicht 331993

42

        
 

ZInvolle REgistratie

 

425

425

      
 

Zorginstituut Nederland- *3702213-1054807-PZO

 

526

       

42 Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

513.992

257.618

87.691

77.576

70.669

52.669

52.669

  

1.Instelling

 

59.595

51.481

57.819

57.819

52.669

52.669

52.669

  
 

Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten

358

325

325

325

325

325

325

  
 

Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (advies)

123

117

123

123

123

123

123

  
 

Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (college)

704

710

710

710

710

710

710

  
 

Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie

125

125

125

125

125

125

125

  
 

Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde

50

48

50

50

50

50

50

  
 

Stichting Capaciteitsorgaan

2.689

2.630

2.630

2.630

2.630

2.630

2.630

  
 

Stichting College Zorgopleidingen

365

411

411

411

411

411

411

  
 

Stichting Kenniscentrum Global Health

390

395

395

395

395

395

395

  
 

Stichting Opleidingsinstituut Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde

859

866

883

883

883

883

883

  
 

Stichting Radboud universitair medisch centrum

314

326

       
 

Stichting Radboud universitair medisch centrum | Radboud umc | Radboud

         
 

Stichting SBOH Maatschappij en Gezondheid

52.646

44.577

51.216

51.216

46.066

46.066

46.066

  
 

Stichting Toewijzend Overleg opleidings Plaatsen (TOP)

490

497

497

497

497

497

497

  
 

UMCNL (BOLS)

273

249

249

249

249

249

249

  
 

Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN)

209

207

207

207

207

207

207

  

2.Regeling

 

307.732

168.225

17.031

1.092

     
 

Behoud Langdurig Zieke Zorgwerknemers

         
 

Inrichten Opleidingsstructuur Helpenden, Verzorgenden en Verpleegkundigen (IOHVV)

4.778

425

       
 

Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging

         
 

Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuiszorg (KiPZ)

       

2022

 
 

Opleiding tot Advanced Nurse Practitioner (ANP) en Physician Assistant (PA)

37.352

31.723

16.181

1.092

   

2022

2027

 

Opleidingen in een Jeugd GGZ-Instelling

3.567

4.593

285

    

2025

 
 

Opleidingsactiviteiten Arts Internationale Gezondheid en Tropengeneeskunde

629

187

      

2026

 

Specifieke Uitkering Integraal Zorgakkoord

1.146

1.139

554

      
 

Stagefonds Zorg

133.004

50

     

2025

 
 

Strategisch Opleiden Medisch-Specialistische Zorg (SO-MSZ)

119.198

123.645

       
 

Vaccinatie Stageplaatsen Zorg

5.173

5.342

     

2021

2026

 

Veerkracht en Zeggenschap

2.190

1.075

10

      
 

Zorgmedewerkers met Langdurige Post-COVID Klachten

696

48

       

3.Project

 

146.665

37.912

12.841

18.665

18.000

    
 

Ambassadeurs van de Zorg 2.0

134

        
 

AZW programma

404

419

435

      
 

Beroepenstructuur Psychologische Zorg

         
 

Branchegerichte aanpak agressie en ongewenst gedrag

         
 

Campagne Next Level Dokter 2026-2028

 

600

600

600

     
 

Centrale coördinatie programma adaptieve psychologische vervolgopleidingen (APV)

276

276

138

      
 

Contractuitbreiding in de Zorg

         
 

Coördineren en begeleiden uitvoering Green Deal Duurzame Zorg 3.0

155

76

       
 

CZO Flex level Fase B

         
 

Digivaardig in de zorg

124

125

       
 

Doorontwikkeling medisch-specialistische vervolgopleidingen (TOKIO )

         
 

Doorontwikkeling ziekenhuisopleidingen

200

71

       
 

DUTCH Werkstroom 1-5

13.586

15.514

327

      
 

Frictiekosten huisartsopleiding

         
 

Fries in de Zorg (BFTK)

78

83

75

65

     
 

Impuls opleiden verpleegkundig specialisten in de wijkverpleging

1.383

933

       
 

Integratie studiekeuze- en loopbaaninstrimenten

2.188

        
 

Joint Action Heroes

30

2

       
 

Landelijk Actieplan Zeggenschap

1.307

688

       
 

Landelijk Opleidingsplan (LOP) voor (profiel)artsen maatschappij en gezondheid

106

        
 

Landelijke en regionale uitvoeringskosten SectorplanPlus 2023-2024 en 2024-2025

1.598

1.598

666

      
 

Nationale Zorgreserve

         
 

Opleiden Sociaal-Psychiatrisch Verpleegkundigen (SPV)

         
 

Opleiden ziekenhuisartsen cohort 7 en 8

         
 

Opzetten kwaliteitsregister GZ-psychologen

131

        
 

Panel aanpak discriminatie en gelijke kansen

         
 

Pilot Eerder Verworven Competenties (EVC) opleiding tot gz-psycholoog

         
 

Platform aanpak discriminatie en gelijke kansen in de zorg 2025

125

        
 

Preventieplan Arbeidsmarkt Zorg

422

        
 

Programma adaptieve psychologische vervolgopleidingen (APV) fase II

         
 

Promotie artsenberoepen buiten het ziekenhuis 2023

         
 

Promotie The Next Level Dokter 2024

         
 

Regionaal zorg traineeship DeRotterdamseZorg

205

211

       
 

Regionaal zorg traineeship Oost-Nederland

266

67

       
 

Samen Regionaal Sterk 2020-2024

         
 

Samenwerken en Innoveren in de Regio (SIR)

19.592

10.000

10.000

18.000

18.000

    
 

SectorplanPlus 2017-2021

         
 

SectorplanPlus 2017-2021 uitvoeringskosten

         
 

SectorplanPlus 2022-2024

         
 

SectorplanPlus 2024-2025

91.876

        
 

SectorplanPlus-TAZ 2023-2024

         
 

Subsidies uitvoering Green Deal Duurzame Zorg

8.863

7.247

600

      
 

Verkenning kosten en baten opleiden in de wijkverpleg

         
 

Versterken opleiden verpleegkundig specialisten en physician assistants in de huisartsenzorg 2019-2023

         
 

Versterken opleiden verpleegkundig specialisten en physician assistants in de huisartsenzorg 2020-2024

         
 

Versterken opleiden verpleegkundig specialisten en physician assistants in de huisartsenzorg 2021-2025

160

        
 

Vervolg platform verpleegkundig specialisten en physician assistants 2022-2023

         
 

Voorkomen & aanpak agressie tegen zorgmedewerkers

263

        
 

Voorlichtings- en infomateriaal Tuchtrecht

         
 

YouChooz 2023

         
 

YouChooz 2024

         
 

YouChooz 2025

227

        
 

Zorg voor jezelf, sta sterker in je werk

2.515

        
 

Zorginspirator

449

        

43 Informatiebeleid

78.079

80.772

62.624

59.605

59.605

59.605

59.605

  

1.Instelling

 

56.939

59.605

59.605

59.605

59.605

59.605

59.605

  
 

Stichting MedMij

24.356

26.962

26.962

26.962

26.962

26.962

26.962

  
 

Stichting Nationaal ICT Instituut in de Zorg

32.583

32.643

32.643

32.643

32.643

32.643

32.643

  

3.Project

 

21.141

21.168

3.019

      
 

Digitale Wallet en Toegang

550

783

       
 

eID Nictiz

         
 

Health Data Access Body (HDAB)

497

497

504

      
 

Impactanalyse en transformatieplan VVT *

         
 

Implemen Mitz apoth, ambul & GGZ

400

        
 

Implementatie Generieke Functies

331

2.007

2.516

      
 

Implementatie SNOMED en scholing

         
 

Med. voorgesch. irt ZIB gegevensuitwis.

         
 

Nulmeting SNOMED *

         
 

Ontwikkeling Eenheid van Taal *

         
 

Pilot Tijdlijn Landelijke Beeldbeschikbaarheid*

1.806

525

       
 

Platform Transformatie digitale en hybride zorg

3.179

3.068

       
 

Programma Informatieveilig gedrag in de zorg

868

723

       
 

Proof of concept Mitz en Nuts scenario 1 -

         
 

Twiin Afsprakenstelsel

 

1.066

       
 

Vliegwiel voor digitale transformatie

3.027

3.083

       
 

Vooronderzoek SNOMED

         
 

Z-CERT activiteiten

10.482

9.416

       

44 Inrichting Zorgstelsel

         

3.Project

          
 

De Groene OK

         
 

Reductie Inhalatie anesthetica

         

45 Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

5.230

6.825

5.675

5.238

5.038

4.890

4.890

  

1.Instelling

 

4.001

4.890

4.890

4.890

4.890

4.890

4.890

  
 

Fundashon Rosa di Sharon

722

849

849

849

849

849

849

  
 

Stichting Jeugdwerk Jong Bonaire

884

1.204

1.204

1.204

1.204

1.204

1.204

  
 

Stichting Project

2.396

2.838

2.838

2.838

2.838

2.838

2.838

  

3.Project

 

1.229

1.935

785

348

147

    
 

Advancing active mobility Bonaire

50

50

50

      
 

Fietsactieplan Bonaire

175

        
 

Fundashon Rosa di Sharon

 

529

31

      
 

Ieder-In

 

131

174

174

44

    
 

JeugdzorgPlus Carib jeugd BES

92

95

98

101

104

    
 

Jongeren CN Jeugzorgplus Ned

         
 

Next Level Sint Eusta Sports Foundation

9

102

100

72

     
 

Ontw. Basketballsport op de BES

303

202

       
 

Ontw. Honkbal softbal Bonaire

189

189

       
 

Ontwikkeling atletieksport Bonaire

125

125

83

      
 

Programma Sportontwikkeling Bonaire

203

183

193

      
 

Stichting Jeugdwerk Jong Bonaire

 

245

       
 

Stichting Leren is Leuk

83

83

56

      
 

Voetbalontw. Bonaire

         

Artikel

Subsidie (bedragen x €1000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

Tabel 119 Subsidieoverzicht artikel 5 Jeugd (bedragen x € 1.000)

05 Jeugd

92.866

75.239

70.688

63.970

62.152

62.152

62.152

  

53 Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

92.866

75.239

70.688

63.970

62.152

62.152

62.152

  

1.Instelling

 

54.566

48.470

48.470

48.470

48.470

48.470

48.470

  
 

Jeugdstem - vertrouwenspersonen AKJ

12.890

12.609

12.609

12.609

12.609

12.609

12.609

  
 

Nationale Jeugdraad (NJR)

2.695

2.695

2.695

2.695

2.695

2.695

2.695

  
 

Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen

545

545

545

545

545

545

545

  
 

Stichting De Kindertelefoon locatie Utrecht

7.815

7.815

7.815

7.815

7.815

7.815

7.815

  
 

Stichting Defence for Children International Nederland - ECPAT

509

509

509

509

509

509

509

  
 

Stichting Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK)

1.525

1.531

1.531

1.531

1.531

1.531

1.531

  
 

Stichting LOC Waardevolle zorg

465

376

376

376

376

376

376

  
 

Stichting Nederlands Jeugdinstituut/NJi

19.878

21.288

21.288

21.288

21.288

21.288

21.288

  
 

Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland

8.243

1.101

1.101

1.101

1.101

1.101

1.101

  

2.Regeling

 

14.793

13.683

13.683

13.683

13.683

13.683

13.683

  
 

Continuïteit Cruciale Jeugdzorg

       

2024

2029

 

EVC Jeugd- en Gezinsprofessional

         
 

Opvang Kinderen van Ouders met een Trekkend/Varend Bestaan

14.793

13.683

13.683

13.683

13.683

13.683

13.683

2026

2031

3.Project

 

23.507

13.086

8.535

1.818

     
 

Aanpak Wachttijden

2.973

        
 

Activiteiten Expex

118

        
 

Associatie Wijkteams *

434

460

473

489

     
 

Beheerkosten TLS, Centrale plaatsingscoördinatie

186

178

200

      
 

DOORONTWIKKELING NETWERK MET ANDERE OGEN *

930

602

602

      
 

Drakentemmers :Expertiseplatform Trau

14

        
 

DROP IN Actie-onderzoek Aanpak Ondermijnende crim

1.003

        
 

Hervormingsagenda ondersteuning BGZJ en Jeugd....

400

150

       
 

Het pleeggezin centraal in region.l beleid

         
 

Impl.Verbet.Aansl .Onderw.Zorg.Jeugd

         
 

Inzet ervaringskennis t.b.v. Hervormingsagenda J..

50

59

59

59

     
 

Inzet ervaringskennis van MIND t.b.v. Hervormings

66

67

67

67

     
 

Inzet van veiligbevorderende maatre *.

375

268

45

      
 

Jeugdhulp. Alles in het werk deel 2

810

286

       
 

Jongensslachtoffers van seksuele uitbuiting: ke...

         
 

JongWijs

104

        
 

K-EET

470

157

       
 

Kwartiermakersfase Samenwerkingsplatform SD

         
 

Leernetwerk veiligheid

         
 

Leren en ontwikkelen van kleinschaligheid

330

330

330

82

     
 

Lerende beweging in de pleegzorg

80

        
 

MIND Us *

 

300

300

300

     
 

Minderjarige Terugkeerders&zorgteam LAT/LI

         
 

Ondersteuningsnetwerk Jeugd en Gezin (OGJ)

3.217

4.190

4.197

      
 

Ontwikkeling nationale jeugdstrategie

884

        
 

Opb. landelijk platform ExpEx plus Corona

         
 

Panelapp en dashboard StroomOP

100

        
 

Programma Erasmus+ Jeugd & Sport en European Soli

         
 

Programmaplan MIND Us

738

        
 

Samen voor kind en maatschappij

347

        
 

SAR

         
 

Terugdringen vrijheidsbeperkende maatrgln

         
 

Toekomstbestendig maken Professioneel Toezicht

1.500

        
 

Transformatie Gesloten Jeugdhulp *

3.912

3.525

       
 

UITVOERING PROGRAMMA’S ERASMUS+ JEUGD en SPORT

1.467

1.472

1.546

      
 

Uitvoeringsagenda

         
 

Veiligheid in Pleeggezinnen *

87

87

       
 

Verb.hulpaanb.slachtof.geweld jeugdz.

         
 

Verbeteren zichtbaarheid en ondersteuning van Kind

         
 

Voor de Jeugd dag

         
 

Voorkomen kindermish.en huiselijk gew.

         
 

Voorkomen uithuisplaatsing

934

100

       
 

Vormgeving Hervormingsagenda Jeugd *

742

756

718

819

     
 

Welbevinden op School

872

        
 

Werving en behoud van pleegouders

364

100

       

Artikel

Subsidie (bedragen x €1000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

Tabel 120 Subsidieoverzicht artikel 6 Sport en Bewegen (bedragen x € 1.000)

06 Sport

210.411

143.958

86.250

73.475

68.500

67.324

67.324

  

64 Sport verenigt Nederland

210.411

143.958

86.250

73.475

68.500

67.324

67.324

  

1.Instelling

 

70.124

67.911

67.324

67.324

67.324

67.324

67.324

  
 

NOC*NSF

54.026

53.050

53.050

53.050

53.050

53.050

53.050

  
 

Stichting Instituut Sportrechtspraak

1.662

1.662

1.662

1.662

1.662

1.662

1.662

  
 

Stichting Kenniscentrum Sport en Bewegen

9.274

8.046

8.046

8.046

8.046

8.046

8.046

  
 

Stichting Mulier Instituut

5.162

4.566

4.566

4.566

4.566

4.566

4.566

  
 

Stichting Richard Krajicek Foundation

 

587

       

2.Regeling

 

82.643

23.893

12.778

4.189

1.036

    
 

Stimulering Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties

73.441

15.644

7.287

2.582

536

  

2023

2028

 

Tegemoetkoming Amateursportorganisaties

         
 

Topsportevenementen

9.202

8.249

5.491

1.607

500

   

2028

 

Topsportwedstrijden en Topsportevenementen Inkomstenderving Kaartverkoop COVID-19

       

2025

 

3.Project

 

57.644

52.154

6.148

1.963

140

    
 

5e Sportakkoord 2.0

19.207

11.724

       
 

Actieplan Ons voetbal i/v iedereen

         
 

Activiteiten VA

127

        
 

Activiteiten Vechtsportautoriteit

108

215

215

      
 

Beweegalliantie

2.600

1.750

       
 

Beweegcirkel Vitaal Mbo

139

        
 

Beweegmeter onderzoek Active Life

100

100

100

100

100

    
 

Beweegrijke jeugd

40

159

       
 

Beweegwijsheid

132

55

       
 

Bijdrage Stipendium en Kostenvergoeding

3.969

19.200

       
 

Bouwen aan een vitale bevolking

1.437

1.565

       
 

Buitenspeelcoalitie

1.557

        
 

De Roze draad

114

        
 

EJK dansen

         
 

EPC

         
 

Erkenning Bewezen Effectieve interventies

164

        
 

European Baseball Champions Cup

         
 

Europees Eventing Kampioenschap Jeugd

  

274

      
 

FIBA 3x3 Women

         
 

FIM Motocross of Nations

 

575

575

      
 

Gezonde Schoolpleinen

3.047

        
 

Groei van Fietsmaatjes in Ned.

         
 

Heroes in beweging

1.280

600

       
 

Herstart Energiecoach regeling voor sportclubs

2.750

4.000

1.675

      
 

HerVeilige en Integere Sport

2.155

2.042

       
 

Inclusie Kinderen en Jongeren

1.550

1.050

       
 

Innovatieprogramma Active-Living

         
 

Inzet Burgermotorverkeersregelaars in wielerwedst

125

88

       
 

Koningsspelen

687

        
 

Landelijk «Het Strand Veilig»

         
 

Life Goals

138

        
 

Life Goals Nl incl. sporten en bewegen

         
 

Lokale aanpak Buitenspelen

         
 

Maatschappelijk Activerings Programma Sport

397

300

       
 

Meedoen in Sport en Bewegen

349

366

124

      
 

Nat.Diab.Chal. voor migrantgrp.

1.082

        
 

Nationaal Plan Zwemveiligheid

431

328

317

323

     
 

Nationale Spelen Breda/Tilburg

         
 

NPZ uitvoeringsplan

         
 

OldStars Sport

         
 

Ondersteuningsstructuur VSG en BSC

         
 

Ongehoord en Zichtbaar Sportief

185

190

190

      
 

Ons Voetbal Is Van Iedereen (OVIVI)

 

1.310

       
 

Ontw. train-de-trainer cursus Dynam.School

         
 

ontwikkelen MAP

         
 

organisatie Jeud Olympiade

         
 

OVIVI 2

1.750

        
 

Play Unified en G-sporters

115

115

       
 

PlayUnified

         
 

Pva MEE NL Sporten en bewegen voor ied

         
 

Rol en positie BSCN in Sportlandschap

 

118

       
 

Ruimte voor sport, spelen en bewegen

240

190

183

      
 

SAM

171

205

205

      
 

SamenSpeelFonds

1.036

        
 

Solheim Cup

1.250

1.250

       
 

Special Olympics Nationale Spelen Haarlem

100

100

       
 

Sportakkoord II,

4.380

1.652

       
 

Sporten voor iedereen

         
 

Sporthelden op School

233

        
 

Sportkracht12 inclusief sporten

         
 

Sportvervoersvoorziening

140

        
 

Strand Veilig

240

240

240

240

40

    
 

Trainingen Sport en Gedrag

304

152

       
 

Uitvoer.alliiantie sporten

         
 

Uitvoer.en verbred.train.Sport en Gedrag

         
 

Uitwerking Sportakk. De Sportlijn

         
 

Uniek Sporten

2.728

2.146

2.050

1.300

     
 

vergroten impact fitness smalle brs

         
 

Versterk.Centr.Veilige.Sport NL.

         
 

VO Jongeren in beweging

56

        
 

Volwas.fonds Sport&Cultuur

         
 

Volwassenenfonds

370

370

       
 

Voorzien.Talentvolle sporters armoede

80

        
 

Werken in Beweging en Veilige Beweegvriendelijke

583

        
 

Wk Cyclo-cross Hoogerheide

         

Artikel

Subsidie (bedragen x €1000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

Tabel 121 Subsidieoverzicht artikel 7 Oorlogsgetroffenen en herinnering WOII (bedragen x € 1.000)

Artikel

Subsidie (bedragen x €1000)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

07 Oorlogsgetroffenen en herinnering WOII

26.747

37.066

34.870

26.527

26.480

26.195

26.065

  

71 Zorg- en dienstverl. WOII en herr. WOII

26.747

37.066

34.870

26.527

26.480

26.195

26.065

  

1.Instelling

 

21.972

23.999

25.322

25.386

25.465

25.315

25.315

  
 

Anne Frank Stichting

638

668

638

638

638

638

638

  
 

Nationaal Onderduikmuseum

  

58

58

58

58

58

  
 

NIOD instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocide studies

624

825

799

799

799

799

799

  
 

St. Nationaal Comite 4 en 5 Mei

6.281

6.744

6.896

7.081

7.276

7.276

7.276

  
 

Stichting Airborne Museum

  

152

152

152

152

152

  
 

Stichting ARQ | ARQ | ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum

2.629

2.700

2.862

2.798

2.736

2.586

2.586

  
 

Stichting beheer Sophiahof | Museum Sophiahof

531

657

642

642

642

642

642

  
 

Stichting Bevrijdingsmuseum Zeeland

  

70

70

70

70

70

  
 

Stichting Fries Verzets Museum

  

61

61

61

61

61

  
 

Stichting Herinneringscentrum Kamp Westerbork

1.178

1.244

1.228

1.228

1.228

1.228

1.228

  
 

Stichting Indisch Herinneringscentrum

787

792

1.037

1.037

1.037

1.037

1.037

  
 

Stichting Joods Maatschappelijk Werk

1.863

1.872

1.908

1.908

1.908

1.908

1.908

  
 

Stichting Joods Museum | Museumshop Joods Historisch Museum | Joods

1.566

1.785

1.669

1.669

1.669

1.669

1.669

  
 

Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort

836

1.007

986

986

986

986

986

  
 

Stichting Nationaal Monument Kamp Vught

758

914

908

908

908

908

908

  
 

STICHTING NATIONAAL MONUMENT ORANJEHOTEL

578

739

728

728

728

728

728

  
 

Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945

476

471

451

451

451

451

451

  
 

Stichting Nederlands Auschwitz Comite

29

107

75

75

75

75

75

  
 

Stichting Nederlands Nationaal oorlogs- en verzetsmuseum

  

239

239

239

239

239

  
 

Stichting Nederlands Veteraneninstituut

1.546

1.567

1.487

1.431

1.376

1.376

1.376

  
 

Stichting Vrijheidsmuseum

  

103

103

103

103

103

  
 

Stichting WO2NET

1.650

1.911

2.150

2.150

2.150

2.150

2.150

  
 

Verzetsmuseum Amsterdam

  

174

174

174

174

174

  

2.Regeling

 

774

1.064

504

391

266

130

   
 

Collectieve Erkenning van Indisch en Moluks Nederland

606

348

250

100

   

2024

 
 

Twee Wereldoorlog Herinneringssector

136

477

      

2030

 

Verbetering Participatie en Emancipatie Sinti en Roma

32

239

254

291

266

130

   

3. Project

  

7.500

7.500

      
 

Dekkingsplan Fase 1 vernieuwing Kamp Westerbork 2026 ‒ 2027

 

7.500

7.500

      

3.Project

 

4.001

4.503

1.544

750

750

750

750

  
 

3CE: Dialoogtafels Pelita

37

37

       
 

Activiteiten SMH40-45

         
 

Archeol.vd vernietiging. Opgrav.Sobibor

         
 

Befrijdingsfestival Fryslân

         
 

Beheren en bewaren en openbaren vd toekomst

         
 

Belangenbeh.en repres.SMH binnen sector

78

        
 

Bevrijdingsfestival

 

750

750

750

750

750

750

  
 

Bezoekerscentrum Sovjet Ereveld

         
 

Caribisch Denkboek

15

        
 

Contextgeb.en cultuursens.zorgnetw.

20

        
 

Deskundigheidsbevordering reguliere zorg

         
 

Doorontw Nationaal Onderduikmuseum

 

58

       
 

Doorwerking van collaboratie Deelproject 1

81

73

       
 

Duurzaam Collectiebeheer, digitalisering & vrijwi

 

70

       
 

Educatief Nat.Kinderherdenking 4 mei

 

91

110

      
 

Educatieve tentoonstelling Spiegelbeeld *

55

18

       
 

Geopolitiek, polarisatie en moreel kompas: de act

 

49

       
 

Impactanalyse Holocausteducatie 9- tm 9-2026

39

26

       
 

Indisch Erfgoed Digitaal-onderdeel 2

         
 

Indisch Erfgoed Digitaal-Onderdeel 3

         
 

Informatievoorziening en Kennisoverdracht

396

395

       
 

Kader CIC Internationale conferentie

50

23

       
 

kwart.maker tbv St Kennis en Innovatie WO2

         
 

Kwartiermaker Versterking kennis geschiedenis Nede

140

146

       
 

Levensverhalen op het kruispunt

103

        
 

Liefdevolle plicht II 2001-2001- tm 2031-2012-2024

         
 

LSG

52

52

       
 

Luchtoorlog boven NL in WO2 plus gevolgen

         
 

Lustrum 80 jaar vrijheid

500

        
 

Namen Lezen 2001-

80

        
 

Nat Herdenking Vervolging S & R

92

        
 

Nat. Herdenken en Voorlicht.Coll.Erken.24

         
 

Nat.Herdenken en Voorlicht.Coll.Erken.23

         
 

Niet vergoede vervoers- en hotelkosten

151

16

       
 

Niet-vergoede behandel- en vervoerskosten

29

        
 

Oorlog in mijn Buurt

 

141

141

      
 

Oorlogsmuseum Overloon

 

236

       
 

Pas.mantelz.onderst.Ind.en Mol.mantelz

         
 

Pilot basisinfra.Oorlogsgetr.en HerdenkW02

         
 

Pilot Co-creatie

         
 

Pilot Impactmeting Educatie

         
 

Pilot Internationale conferentie

         
 

Pilot Publieksger. Ontsluit.WO2 data: m.e.r.

         
 

Pilot Versterken Tweedewereldoorlog.nl

         
 

Programma Indisch Erfgoed Digitaal (PIED)

155

161

       
 

Reguliere activiteiten Stichting Gastdocenten

8

        
 

Reizende tentoonst. voormalige Nlse kolonië

 

174

       
 

Scholierenreis Sobibor

6

20

       
 

Stichting Nationale Kinderherdenking 4 mei

         
 

Theater Na de Dam *

 

170

170

      
 

Themajaar Leven met Oorlog

         
 

Tweeluik herstel rechtsstaat na de WO2

332

190

124

      
 

Verhalen van Indische Groningers

         
 

Verkenningsfase Uitbreiding Educatie Webp fase 1

454

474

       
 

Vernieuwing HCKW plus conserv.kampterrein

         
 

Versterking educatieve functie

 

152

       
 

Versterking Holocausteducatie+kwaliteitskaders

200

200

       
 

Versterking Indisch immaterieel erfgoed

95

        
 

Versterking Museum Sophiahof

132

        
 

Versterking WO2-sector

 

104

       
 

Versterking WOII sector Nederland

 

250

250

      
 

Vertaling IHRA Recommendations

 

25

       
 

Vieren & Onderhouden van Vrijheid

700

        
 

Voorbereiding Lustrum 80 jaar vrijheid

         
 

Wat doet het veld mooie dingen

         
 

website Tweedewereldoorlog.nl

 

400

       

Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda

Tabel 122 Thema 1: Volksgezondheid, Sport en Bewegen

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage Volksgezondheid, Sport en Bewegen

EP evaluatie

2028

te starten

De periodieke rapportage heeft als doel inzicht te bieden in de mate waarin het VWS-beleid op het terrein van volksgezondheid, sport en bewegen bijdraagt aan de beoogde maatschappelijke effecten, en welke lessen daaruit getrokken kunnen worden voor huidig en toekomstig beleid. Om deze vragen te kunnen beantwoorden worden verschillende deelvragen onderzocht. Allereerst wordt gekeken in hoeverre gemeentelijk beleid, onder andere via het GALA, het Sportakkoord en het IZA, bijdraagt aan het bereiken van landelijke beleidsdoelstellingen. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre de doelgroepen van het beleid daadwerkelijk zijn bereikt, en in hoeverre de huidige (financierings)instrumenten effectief en efficiënt zijn in het realiseren van de beleidsdoelstellingen. Ten slotte wordt nagegaan in hoeverre Gezondheid in alle Beleidsdomeinen (GiaB) effectief is geïmplementeerd in het beleid van VWS.

1, 6

GALA midterm review

ED evaluatie

2027

lopend

In 2026 heeft het RIVM de derde voortgangsrapportage GALA gepubliceerd. De financiering van het GALA voor gemeenten met de brede SPUK GALA en Sportakkoord II eindigt in 2026. In 2027 volgt daarom de laatste voortgangsrapportage. Met het AZWA (aanvullend zorg- en welzijnsakkoord) worden de afspraken doorgezet die gaan over samenwerking zorg en sociaal domein (de basisfunctionaliteiten, in het GALA ketenaanpakken genoemd). Lerend van de ervaringen uit het GALA zijn de afspraken verder uitgewerkt (bijvoorbeeld op aanspreekbaarheid). Waarbij een belangrijk deel van de ketenaanpakken waar destijds tijdelijke middelen voor waren vanuit het GALA, met het AZWA structureel gefinancierd worden. Ook zijn aanpakken toegevoegd in een ontwikkelagenda waarvoor gemeenten tijdelijke middelen krijgen. De monitoring van het AZWA op deze afspraken wordt in 2026 en 2027 geconstrueerd. Hiervoor wordt voortgebouwd op de monitoring van het GALA.

1

Monitor kidsmarketing

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

In dit rapport staat in welke mate kinderen met reclame voor voedingsmiddelen in aanraking komen en in hoeverre de reclamers lijken te voldoen aan de reclamecode voor voedingsmiddelen (RvV)

1

Aanpak overgewicht GALA/AZWA deelmonitor

ED evaluatie

2026

lopend

Inzicht in de invloed van GALA/SPUK op de voortgang van implementatie en broging van de aanpak Kind naar gezonder gewicht en de ketenaanpak volwassenen. Daarnaast in beeld brengen van belemmerende en bevorderende factoren voor de implementatie en borging

1

Monitor Preventiestrategie

ED evaluatie

jaarlijks

te starten

RIVM voert deze monitor jaarlijks t/m 2040 uit.

1

Monitor convenant gehoorschade

ED evaluatie

2026

lopend

In het convenant Preventie Gehoorschade Versterkte Muziek (2024-2027) hebben 12 partijen afspraken gemaakt om schade aan het gehoor te voorkomen bij beokers en werknemers van muziekactiviteiten. In deze monitor wordt de voortgang van die afspraken onderzocht.

1

Rijksvaccinatiebeleid

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) beschermt tegen twaalf ernstige infectieziekten. Het programma heeft een monitor die elk halfjaar verschijnt en aangeeft of de doelen van het RVP worden gehaald. Deze worden met een beleidsbrief aan de Kamer aangeboden, waarin eventueel aanpassingen van beleid wordt voorgesteld als de beleidsdoelen niet worden behaald.

1

Bevolkingsonderzoeken

EP evaluatie

jaarlijks

lopend

De bevolkingsonderzoeken naar baarmoederhalskanker, borstkanker en darmkanker betreffen medische onderzoeken bij mensen zonder klachten, met als doel gezondheidswinst door een minder zware behandeling en het voorkomen van kankergerelateerde sterfte. De programma’s worden jaarlijks gemonitord. De uitkomsten kunnen aanleiding geven tot aanpassingen of verder onderzoek. Deze monitors worden aan de Kamer aangeboden waarbij ontwikkelingen worden geduid en voorgenomen aanpassingen worden gemeld.

1

RIVM

EP evaluatie

2027

te starten

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zet zich in voor een gezonde bevolking en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving. Dit doen ze op basis van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Het RIVM is een agentschap. In de Regeling Agentschappen is bepaald dat elke agentschap eens per vijf jaar geëvalueerd moet worden. De volgende evaluatie staat gepland voor 2027. In de evaluatie worden de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het agentschap beoordeeld.

1

ZonMw

EP evaluatie

2028

te starten

ZonMw ontwerpt programma’s en financiert onderzoek en vernieuwing in gezondheid en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis. Ook signaleren zij wanneer meer kennis nodig is. ZonMw is een zelfstandig bestuursorgaan. Conform de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt de organisatie ZonMw elke vijf jaar geëvalueerd. De eerstvolgende evaluatie staat gepland voor 2028.

1

Topsport in Nederland

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

Sinds 2024 wordt monitoring en onderzoek op het gebied van topsport in Nederland gebundeld in de monitor Topsport in Nederland (TiN). Met jaarlijkse rapportages worden ontwikkelingen op de belangrijkste indicatoren binnen de Nederlandse topsport gemonitord. De indicatoren voor de TiN monitor zijn opgesteld aan de hand van (de monitoring van) het Nationaal Sportakkoord I en II, het Strategisch Kader Topsport 2032 en de Sportagenda 2032 van NOC*NSF. De monitoring kan meebewegen met veranderingen in de topsport en het topsportbeleid. Dit betekent dat indicatoren gaandeweg aanpast kunnen worden aan de hand van relevante ontwikkelingen in de topsport. Hiervoor wordt data verzameld zowel binnen de topsport (zoals sporters, coaches en technisch directeuren), topsportomgevingen (zoals gemeenten, provincies, topsportverenigingen, TeamNL centra, commerciële topsport) als onder de Nederlandse bevolking.

6

Monitor «Ons Voetbal Is Van Iedereen» (OVIVI) / «Onze Club Is Van Iedereen» (OCIVI)

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

Mulier Instituut monitort de uitvoering van de maatregelen uit het actieplan OVIVI langs de drie pijlers: (1) voorkomen, (2) signaleren en (3) sanctioneren. Ook wordt de voortgang op de doorsnijdende lijn van samenwerking gevolgd. Daarnaast volgt Mulier Instituut de uitrol van een deel van de maatregelen in andere sporten vanuit het programma OCIVI.

6

Monitor strategie sporten voor mensen met een handicap

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

Volgens de Strategie 2030 moet sporten voor mensen met een handicap in 2030 vanzelfsprekend zijn. De monitor van Mulier Instituut volgt de concrete maatregelen die daarvoor zijn genomen en welke resultaten te zien zijn.

6

Monitoring en Evaluatie Beweegbeleid

ED evaluatie

2027

lopend

Het doel van deze monitor is te bepalen wat het effect is op het beweegsysteem van de ondernomen inspanningen en activiteiten vanuit de drie actielijnen uit het Actieplan Nederland Beweegt en het vervolgprogramma ‘Geef bewegen de ruimte’ in 2026. De evaluatie zal enerzijds gaan over het in kaart brengen van de middellange termijn uitkomsten van de inzet die tot en met 2025 is gepleegd vanuit het Actieplan. Anderzijds zal de evaluatie zich richten op het volgen van de nieuwe inzet vanuit het vervolgprogramma.

6

Evaluatie BOSA

EP evaluatie

2028/2029

te starten

Onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA)

6

Evaluatie SPUK

EP evaluatie

2028/2029

te starten

Onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de subsidieregeling Specifieke uitkering stimulering sport

6

Evaluatie Lcsh

EP evaluatie

2028

te starten

De Landelijke commissie sociale hygiëne (Lcsh) is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) zonder eigen rechtspersoonlijkheid en voert het Register Sociale Hygiëne, geeft Verklaring Sociale Hygiëne uit en erkent diploma’s Sociale Hygiëne. Op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt elke vijf jaar een evaluatie uitgevoerd. De Lcsh zal in 2028 voor de eerste keer worden geëvalueerd.

1

Evaluatie Dopingautoriteit

EP evaluatie

2027

te starten

De Dopingautoriteit is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) en is dé onafhankelijke anti-dopingorganisatie in Nederland. De missie van de Dopingautoriteit is het realiseren van een dopingvrije sport in Nederland. Op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt elke vijf jaar een evaluatie uitgevoerd. De eerstvolgende Kaderwetevaluatie dient in 2027 plaats te vinden gelijktijdig in één onderzoek met de Wet uitvoering antidopingbeleid (Wuab) evaluatie.

6

Evaluatie BDz

EP evaluatie

2029

te starten

De Beoordelingscommissie dopingzaken (BDz) is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) en als beroepsorgaan belast met het beroep tegen besluiten van de Dopingautoriteit. In de Regeling Agentschappen is bepaald dat elke agentschap eens per vijf jaar geëvalueerd moet worden. In 2029 zal de BDz voor het eerst worden geëvalueerd.

6

Tabel 123 Thema 2: Curatieve 1e en 2e lijnszorg

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage Passende zorg

EP evaluatie

2027

te starten

Door middel van syntheseonderzoek wordt geëvalueerd welke drempels en prikkels deze transitie beïnvloeden. De rapportage brengt in kaart in hoeverre het zorgstelsel waaronder bekostiging, organisatie en informatievoorziening passende zorg daadwerkelijk mogelijk maakt. Daarbij is aandacht voor structurele barrières, zoals versnippering of onvoldoende samenwerking, én voor stimulerende prikkels, zoals beloningen voor preventie, domein overstijgende samenwerking en betere keuze-informatie. Tevens gaat er gekeken worden naar de doeltreffend en doelmatigheid van de beweging.

2

Monitoring IZA

ED evaluatie

2028

lopend

De IZA monitor bestaat uit de input, output en outcome monitor. De monitors zullen, waar nodig, worden uitgebreid met AZWA-afspraken. Elk kwartaal wordt de voortgang in kaart gebracht die specifiek ingaat op de planvorming en uitvoering van gemaakte IZA-afspraken, de input. Deze rapportage wordt momenteel doorontwikkeld en uitgebreid. Hiernaast worden ook de cruciale veranderingen in het zorgveld (output) en het effect van de IZA afspraken voor de gezondheid van verschillende doelgroepen inwoners en patiënten (outcome) gemonitord. De cruciale veranderingen zijn: passende zorg als norm, meer hybride zorg, meer regionale samenwerking en versterking eerstelijnszorg. Na het zomerreces zal de volledige rapportage (2-meting) van de IZA monitor worden opgeleverd als vervolg op de 1-meting van vorig jaar.

2

Diverse monitors NZa

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

De NZa monitort jaarlijks verschillende ontwikkelingen per beleidssector middels de zo benoemde marktscans. Voor de eerste- en tweedelijnszorg zijn dit: monitor zorgverzekeringsmarkt, monitor medisch specialistische zorg, monitor toegankelijkheid van zorg en monitor contractering wijkverpleging.

2

Monitor mondgezondheid

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

Het RIVM monitort jaarlijks verschillende indicatoren om de mondgezondheid in Nederland in kaart te brengen.

2

Programma ‘Zorgevaluatie en Gepast Gebruik’

ED evaluatie

periodiek

lopend

Mensen in Nederland moeten kunnen rekenen op kwalitatief hoogwaardige en betaalbare zorg. Nu, en in de toekomst. Zorgevaluatie kan daarbij helpen. Met zorgevaluatie wordt antwoord gegeven op de vraag welke zorg, voor welke patiënten het meest zinnig is. Het doel van het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik is het realiseren van gepast gebruik van zorg door het verbinden van partijen. In deze evaluatie wordt onderzocht of het programma heeft bijgedragen aan het gepast gebruik en op welke manier dat is gebeurd.

2

Monitor Nivel

ED evaluatie

periodiek

lopend

Patiëntveiligheid: monitor zorggerelateerde schade ziekenhuizen en ZBCs

2

Onderzoek kortdurende paramedie

EA evaluatie

2027

lopend

Onderzoek naar tereinbeschrijving paramedische, kortdurendezorg, uitwerking van specifieke casussen leidend tot handelingsperpectieven voor de toekomst

2

Perinatale Monitoringsfunctie 1e 1000 dagen

ED evaluatie

2027

lopend

Continue monitoring van de perinatale uitkomsten, daarnaast ruimte voor adhoc vragen en kwalitatieve onderzoeken tbv kwaliteitsverbetering in de geboortezorg

2

Vervolgonderzoek kraamzorg

EA evaluatie

2027

te starten

Vervolgonderzoek door het RIVM naar de redenen dat gezinnen in een kwetsbare situatie geen of minder kraamzorg ontvangen en welke gerichte gedragsinterventies evt. binnen de doelgroeptoegepast kunnen worden.

2

Marktonderzoek paramedische zorg

Overig

2027

lopend

Onderzoek naar de marktwerking binnen de paramedische zorg

2

Kennisvraag Nivel: directe toegang of verwijzing in paramedische zorg en consult bij de huisarts

Overig

2026

lopend

Onderzoek naar effect directe toegang paramedische zorg in relatie tot consult huisarts

2

TNO mondgezondheid studie

Overig

2026

lopend

Een onderzoek naar de mondgezondheid van adolescenten

2

Evaluatie Zorginstituut

EP evaluatie

2026

lopend

Het Zorginstituut werkt aan de toegang tot goede zorg voor iedereen in Nederland. Het Zorginstituut (ZiNL) is een zelfstandig bestuursorgaan. Conform de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt de organisatie ZiNL elke vijf jaar geëvalueerd. De afgelopen Evaluatie van het Zorginstuut is in 2020 uitgevoerd. Momenteel loopt er een Kaderwetevaluatie. Oplevering zal in 2026 plaatsvinden.

4

Evaluatie NZa

EP evaluatie

2028

te starten

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt toezicht op partijen in de zorg, stelt regels omtrent de prestaties en tarieven in de zorg en adviseert desgevraagd het ministerie van VWS over de uitvoerbaarheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid. De NZa is een zelfstandig bestuursorgaan. Conform de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt de organisatie NZa elke vijf jaar geëvalueerd. In oktober 2023 is het evaluatierapport Op weg naar meer stevigheid – Kaderwet evaluatie NZa 2018- 2022 opgeleverd. De volgende evaluatie staat voor 2028 gepland.

4

Tabel 124 Thema 3: Geestelijke gezondheidszorg

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage Ggz

EP evaluatie

2028

te starten

Gezien het domeinoverstijgende karakter van de ggz ligt de focus van de periodieke rapportage op het samenbrengen van de beelden voor de toekomstbestendigheid van de ggz, voor wat betreft kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. Het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) ‘Uit balans’ biedt belangrijke bouwstenen voor de periodieke rapportage en signaleert witte vlekken. Het is daarom belangrijk om de periode tussen het IBO en de periodieke rapportage in 2028 te benutten om deze kennis te vergaren. Dit om zo een goed beeld te hebben over het kunnen borgen van de publieke waarde van de ggz ten tijde van de periodieke rapportage.

2, 3, 5

Kerncijfers ggz NZa

ED evaluatie

periodiek

lopend

De NZa brengt periodiek de ontwikkeling van de ggz in beeld uitgedrukt in kosten (per sector), aantal patiënten, groei en het aantal aanbieders.

2, 3, 5

Ggz-dashboard

ED evaluatie

periodiek

lopend

Met de NZa zal VWS bezien hoe meer inzicht genereerd kan worden in de instroom, doorstroom en uitstroom van patiënten in de ggz. Daarnaast werkt VWS met deNLggz, ZN en de NZa aan regionaal inzicht in de ggz middels regionale wachttijden die in een dashboard zullen worden weergegeven. Hiermee wordt meer zicht en grip op de vraag naar- en het aanbod van zorg in de ggz verkregen.

2, 3, 5

Monitoring wachttijden ggz Nza

ED evaluatie

halfjaarlijks

lopend

De NZa houdt de gemiddelde wachttijden per hoofddiagnosegroep voor de curatieve ggz bij en publiceert die op hun eigen website.

2, 3, 5

Monitor zorggebruik ggz-wonen cliënten in Wlz

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

Sinds 2021 hebben mensen met psychische problematiek direct toegang tot de Wlz. Dit kan effect hebben op de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de langdurige zorg. De jaarlijkse monitor kent steeds een verschillend hoofdthema.

2, 3, 5

Monitor psychische problematiek

ED evaluatie

periodiek

lopend

De belangrijkste doelstelling van de Monitor Psychische Problematiek is om een verbeterd zicht te krijgen op relevante ontwikkelingen en trends in de ambulantisering van de curatieve en langdurige ggz en het sociale domein de behoeften van de mensen om wie het gaat en het aanbod van passende ondersteuning en zorg op zowel regionaal als landelijk niveau. Daarnaast biedt de monitor tools om in de regio het gesprek aan te gaan om deze passende ondersteuning en zorg te kunnen realiseren. De monitor wordt gedaan door KPMG en Kenniscentrum Phrenos. In samenwerking met het RIVM wordt gekeken op welke wijze de monitor psychische problematiek via regiobeeld.nl beschikbaar gesteld kan worden. Hiermee kunnen de gegevens uit de monitor ook gebruikt worden voor het opstellen van de IZA basisbeelden. De monitor wordt de komende jaren uitgebreid met gegevens uit het gemeentelijk niveau.

2, 3, 5

Evaluatie Wzd en Wvggz

ED evaluatie

2027

te starten

Op 1 januari 2020 traden de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang voor psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd) in werking. Het wetsvoorstel naar aanleiding van de eerste wetsevaluatie over de jaren 2020 en 2021 zal in 2027 worden ingediend bij de Kamer. De volgende evaluatie van de Wvggz en Wzd zal gaan over de jaren 2022 tot en met 2026.

2, 3, 5

Tabel 125 Thema 4: Geneesmiddelen en medische technologie

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage Inkoop van medische producten

EP evaluatie

2031

te starten

De inkoop van medische producten in het reguliere proces door marktpartijen vindt plaats op verschillende niveaus (decentraal, centraal en/of Europees). De keuzes die marktpartijen daarbij maken hebben effecten op de vier pijlers van het stelsel: kwaliteit, toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Het beleidsinstrumentarium van VWS op het terrein van medische producten oefent ook invloed uit op de vier pijlers. De periodieke rapportage moet antwoord geven op de vraag of dit doeltreffend en doelmatig is.

2, PZ

Evaluatie preferentiebeleid

EP evaluatie

2026

lopend

Zorgverzekeraars hebben sinds 2008 de ruimte om preferentiebeleid te voeren. De kosten en baten zijn nooit van overheidswege geëvalueerd. Sinds enkele jaren is er in toenemende mate sprake van geneesmiddelentekorten. Die ontwikkeling heeft geleid tot besef van de impact van het preferentiebeleid op de farmaceutische zorg en markt. De bedoelde en onbedoelde impact op betaalbaarheid, beschikbaarheid en het werk in de apotheek springen daarbij het meest in het oog. Met deze evaluatie worden de kosten en baten van dit beleid nader onderzocht en daarbij tevens uitwerking gegeven aan de Motie Jansen en Tielen (TK 2025D17367, Motie over de verhouding tussen de baten van het preferentiebeleid en de kosten die voortkomen uit geneesmiddelentekorten).

PZ

Programma Medische Isotopen

ED evaluatie

2027

te starten

Deze evaluatie gaat in op in hoeverre het beleid heeft bijgedragen aan het versterken van de nucleaire kennisinfrastructuur.

PZ

Evaluatie aCBG

EP evaluatie

2029

te starten

Het aCBG ondersteunt het College (CBG) bij het voorbereiden en uitvoeren van besluiten en adviezen over geneesmiddelen. Daarnaast houdt het aCBG toezicht op de veiligheid van medicijnen en biedt het ondersteuning aan Nederlandse comitéleden die deelnemen aan wetenschappelijke comités van het Europese geneesmiddelenagentschap (EMA). Het aCBG is een Agentschap. In de Regeling Agentschappen is bepaald dat elke agentschap eens per vijf jaar geëvalueerd moet worden. In de evaluatie worden de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het agentschap beoordeeld.

Agentschap

Evaluatie CCMO

EP evaluatie

2028

te starten

De Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) (onderdeel staat) en beschermt de belangen van deelnemers aan medisch-wetenschappelijk onderzoek door middel van medisch-ethische toetsing en bevordert hiermee de kwaliteit van het klinisch onderzoek in Nederland. In 2028 dient de kaderwetevaluatie plaats te vinden. Deze evaluatie vindt gelijktijdig en in één onderzoek plaats met de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) evaluatie.

10

Tabel 126 Thema 5: Jeugd

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage Jeugd

EP evaluatie

2030

te starten

De periodieke rapportage Jeugd wordt in 2030 opgesteld en baseert zich op de inzichten uit verschillende monitoring- en onderzoekstrajecten. Een belangrijk ijkpunt is het advies van de Deskundigencommissie in 2027. Dit advies, samen met resultaten uit onder meer de monitoring van de voortgang van de afspraken, het uitgavenonderzoek en t.z.t. de centrale monitor van het jeugdstelsel, laat zien in hoeverre de doelstellingen van de Hervormingsagenda zijn bereikt en waar bijsturing nodig is. Daarnaast leveren ook de leefwereldtoets, de Jeugdmonitor en de Beleidsinformatie Jeugd waardevolle informatie op. Deze instrumenten geven zicht op zowel de systeemwereld als de leefwereld van jeugdigen en gezinnen, en helpen bepalen welke kennisvragen en beleidsaccenten prioriteit moeten krijgen in de jaren na 2028. Zo ontstaat een samenhangend beeld dat de basis vormt voor de inhoudelijke invulling van de rapportage.

5

Uitgavenonderzoek

ED evaluatie

periodiek

lopend

Dit onderzoek brengt in beeld wat de uitgaven van gemeenten zijn aan jeugdzorg in een bepaald jaar, waar het voorliggend veld ook een onderdeel van uitmaakt.

5

Adviezen Deskundigencommissie

EP evaluatie

2027

lopend

De Deskundigencommissie geeft gedurende de uitrol van de Hervormingsagenda Jeugd tweemaal (in 2025 en 2027) een zwaarwegend advies aan het bestuurlijk overleg ten aanzien van de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling («mid-term review»). De rapportages op basis (van ondergenoemde) monitoringsinstrumenten rondom de Hervormingsagenda vormen hier mede input voor.

5

Centrale monitor Jeugdstelsel

ED evaluatie

2026

lopend

Deze monitor wordt op dit moment ontwikkeld met het doel adequaat zicht te krijgen op het functioneren van het jeugdstelsel over de jaren heen op lokaal, regionaal en landelijk niveau op de doelen kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid, opdat tijdig kan worden bijgestuurd en een leeromgeving ontstaat.

5

Monitoring afspraken Hervormingsagenda

ED evaluatie

periodiek

lopend

Om gaandeweg zicht en grip te houden op de voortgang van de gemaakte afspraken in de Hervormingsagenda en deze te evalueren, wordt gedurende de looptijd van de Hervomingsagenda periodiek in beeld gebracht of de gemaakte afspraken in de Hervormingsagenda worden nagekomen.

5

Leefwereldtoets

ED evaluatie

periodiek

lopend

De leefwereldtoets wordt ingezet om na te gaan in hoeverre de maatregelen van de HA leiden tot merkbare verbeteringen in de leefwereld van jeugdigen en hun gezinnen. Ook wordt de toets gebruikt voor het ophalen van input vanuit dit perspectief bij beleidsvoornemens. De methodiek van de leefwereld is ontworpen door het OZJ, samen met cliëntorganisaties

5

Jeugdmonitor

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

De Landelijke Jeugdmonitor betreft een structureel instrument en beschrijft aan de hand van thema’s als jeugdzorg, opgroeien in ongelijke omstandigheden, onderwijs, werk, middelengebruik, criminaliteit en welzijn de staat van de jeugd in Nederland. De resultaten van de Jeugdmonitor worden mede ontsloten met een jaarlijkse rapportage.

5

Beleidsinformatie Jeugd

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

Beleidsinformatie Jeugd betreft een structureel instrument en levert beleidsinformatie over jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Met deze halfjaarlijkse publicatie kunnen gemeenten en het rijk monitoren hoe de jeugdzorg zich ontwikkelt.

5

Tabel 127 Thema 6: Maatschappelijke ondersteuning

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage Maatschappelijke ondersteuning

EP evaluatie

2027

te starten

De periodieke rapportage evalueert de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Wmo 2015 over de periode 2015-2024. De centrale vraag luidt: Hoe doeltreffend en doelmatig was het stelsel van maatschappelijke ondersteuning in de periode 2015-2024? De rapportage bouwt voort op het Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015, dat de Kamer in november 2025 ontving. Daaruit blijkt dat factoren buiten de wet zelf (zoals dubbele vergrijzing, een groeiende zorg- en hulpvraag en een toenemend aantal mantelzorgvragers terwijl het aantal mantelzorggevers afneemt) bepalend zijn voor de houdbaarheid van de Wmo. Onderdeel van de rapportage is tevens het uitwerken van een 20%-besparingsvariant op basis van de Wmo-uitgaven aan maatwerkvoorzieningen in 2024 (6 miljard euro). Het concepteindrapport wordt verwacht in februari 2027.

3

Doelmatigheid Wmo

ED evaluatie

2026

lopend

Onderzoek naar inzetten op het bevorderen van de analyse en synthese van (wetenschappelijke) kennis voor het sociaal domein, zoals de vindbaarheid en toepassing door professionals in het sociaal domein (faciliteren van samen evalueren en leren). Tevens wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van nieuwe aanpakken en interventies.

3

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

EP evaluatie

2024-2026

lopend

Onafhankelijk onderzoek naar de voortgang op het actieplan en de daaraan gekoppelde doelstelling uit de Verklaring van Lissabon, inclusief de benodigde financiële middelen om in 2030 de doelstelling van nul dakloze mensen te behalen (motie Westerveld). Dit onderzoek in 2025 zal worden benut als tussentijdse evaluatie om de voortgang op de doelstellingen uit het actieplan te evalueren en indien nodig bij te sturen. Daarnaast wordt gewerkt aan het verbeteren van de monitoring van het aantal dakloze personen op basis van de Ethos-light definiëring van dakloosheid via regionale tellingen en een kwantitatieve monitor.

3

Rapportage cliëntervaringsonderzoek Wmo

ED evaluatie

continu

lopend

Gemeenten voeren jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek (CEO) uit onder hun inwoners die gebruik maken van ondersteuning uit de Wmo. Deze rapportage beschrijft de uitkomsten van dit onderzoek. Gemeenten reflecteren zelf op de uitkomsten van hun gemeente.

3

Monitor gemeentelijk sociaal domein

ED evaluatie

continu

lopend

De Monitor Gemeentelijk Sociaal Domein is een instrument dat wordt gebruikt om de prestaties en resultaten van gemeenten op het gebied van het sociaal domein te meten en te volgen. De gemeenten kunnen zichzelf vergelijken met andere gemeenten. De monitor geeft inzicht in indicatoren op het gebied van individuele voorzieningen en het cliëntervaringsonderzoek Wmo.

3

Evaluatie PUR

EP evaluatie

2029

te starten

De Pensioen-en Uitkeringsraad (PUR) is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) en is verantwoordelijk voor de wetstoepassing van de regelingen die financiële ondersteuning bieden aan (nabestaanden van) verzetsdeelnemers en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. De laatste evaluatie is eind 2024 opgeleverd en in 2025 met de kamer gedeeld. De eerstvolgende evaluatie staat gepland voor 2029.

7

Tabel 128 Thema 7: Ouderenzorg en palliatieve zorg

Subthema 7a: Ouderenzorg

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage Ouderenzorg

EP evaluatie

2028

te starten

De periodieke rapportage Ouderenzorg vormt in 2028 het centrale document waarin inzichten over ouderenzorg worden gebundeld. Deze rapportage richt zich op de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van zorg voor ouderen, met specifieke aandacht voor de samenhang tussen de Wlz, Wmo en Zvw. Het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) vormt hierbij het inhoudelijk kompas. De voortgangsrapportage van Nationale Dementiestrategie en de verschillende evaluaties van palliatieve zorg worden benut als bouwstenen voor toekomstgericht beleid. De opbrengsten van deze trajecten geven zicht op benodigde beleidsaanpassingen en vervolgstappen. De verzamelde inzichten moeten antwoord geven op vragen als: werkt de huidige inzet voor ouderen, mensen met dementie en palliatieve zorgdoelen? Is de zorg voldoende toekomstbestendig? Worden publieke waarden geborgd?

3

Monitor Langdurige zorg

ED evaluatie

periodiek

lopend

De Monitor Langdurige Zorg geeft cijfers weer over de langdurige zorg. Het gaat dan om de verpleging en verzorging van ouderen en chronisch zieken, de zorg voor gehandicapten en de langdurige geestelijke gezondheidszorg. Thema’s die in de monitor naar voren komen zijn bevolking, indicatie, gebruik, uitgaven en volume, eigen bijdrage en toegankelijkheid.

3

Kerncijfers Langdurige Zorg

ED evaluatie

periodiek

lopend

De NZa presenteert periodiek kerncijfers over de langdurige zorg. Voorbeelden van kerncijfers zijn aantal declaraties, persoonsgebonden budget per sector, totale kosten per sector en uitstaande indicaties.

3

Monitor Ouderenzorg

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

De doelstellingen van het oudererenzorgbeleid worden gemonitord. In de periode 2022-2025 staat het WOZO-programma centraal. Vanaf medio 2025 zijn de HLO-afspraken van kracht. De WOZO-resultaatmonitor is als bijlage bij de voortgangsrapportages WOZO aan de Tweede Kamer aangeboden in 2024 en 2025. Vanaf 2025 zal er een HLO-monitor worden opgesteld. Deze omvat ook een synthese van de bereikte doelen en zal door het RIVM worden opgesteld.

3

Academische werkplaatsen ouderen, gehandicapten

EP evaluatie

2027

te starten

In 2027 wordt de evaluatie van het programma financiering Academische Werkplaatsen ouderen en gehandicapten door ZonMw opgeleverd.

3

Subthema 7b: Dementie

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Monitor Nationale Dementiestrategie

ED evaluatie

periodiek

lopend

Van 2021 tot 2030 zet VWS zich in voor dementie via de Nationale Dementiestrategie. De resultaten hiervan worden gemonitord en jaarlijks aan de Kamer aangeboden.

3

Subthema 7c: Palliatieve zorg

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Evaluatie NPPZ II

ED en EP evaluatie

2027

te starten

In 2027 zal een ex-post evaluatie van het programma plaatsvinden. Doelen van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg (NPPZ II) zijn het vergroten van maatschappelijke bewustwording over palliatieve zorg en het inzetten op proactieve zorgplanning. De Stichting Palliatieve Zorg Nederland (PZNL) is hoofuitvoerder van het programma. Om de uitvoering van het NPPZ II te monitoren en bij te sturen is een stuurgroep ingericht. Middels cyclisch monitoren en evalueren worden de uitkomsten navolgbaar en transparant in kaart gebracht. Ook wordt samengewerkt met het ZonMw programma Palliantie II.

3

Tabel 129 Thema 8: Gehandicaptenzorg

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage Gehandicaptenzorg

EP evaluatie

2027

te starten

De periodieke rapportage gaat over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid om te komen tot een meer toekomstbestendige gehandicaptenzorg door het gezamenlijk (met alle betrokken partijen) uitvoeren van een Toekomstagenda. De monitor van deze Toekomstagenda, die loopt tot eind 2026, is de belangrijkste bouwsteen van deze Periodieke rapportage. Dit betekent dat de Periodieke rapportage in 2027 beschikbaar komt.

3

Monitor ZZP Gehandicaptenzorg (CBS)

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

Monitor van personen met indicatie naar gebruik Wlz-zorg; indicatie, leveringsvorm, zzp.

3

Toekomstagenda gehandicaptenzorg

ED evaluatie

2027

lopend

In 2022 is de ‘Toekomstagenda: zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking 2023-2026’ naar de Kamer gestuurd. Er wordt een monitor uitgevoerd naar het doel van de Toekomstagenda, namelijk de beweging richting toekomstbestendigheid binnen de ‘zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’. In 2024 heeft het RIVM hiervoor indicatoren ontwikkeld. De monitor wordt uitgevoerd in 2025 en 2026, Vervolgens zal de monitor tweejaarlijks worden herhaald. In 2027 zal mede op basis van de uitkomsten van de monitor een evaluatie naar de Toekomstagenda plaatsvinden met de volgende onderzoeksvraag: Op welke manier heeft de Toekomstagenda bijgedragen aan de beweging naar toekomstbestendige zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking?

3

Subsidie gespecialiseerde cliëntondersteuning

EP evaluatie

2026

te starten

De pilots GCO zijn positief gewaardeerd. De subsidieregeling Gespecialiseerde cliëntondersteuning wordt uitgevoerd van juli 2023 tot en met juni 2028. Uit evaluatieonderzoek van Significant blijkt de meerwaarde van GCO voor cliënten, naasten en cliëntondersteuners. Middels een prognosemodel is inzichtelijk gemaakt dat de omvang van GCO sterk kan variëren, afhankelijk van beleidskeuzes en externe ontwikkelingen. In 2026 en 2027 zal de structurele borging van GCO verder vorm krijgen. Uitgangspunt is dat voor specifieke groepen met complexe, langdurige en levensbrede problematiek extra ondersteuning nodig en beschikbaar zal blijven.

3

Tabel 130 Thema 9: Arbeidsmarkt en opleidingen zorg

Subthema 9a: Arbeidsmarkt

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn

EP evaluatie

2031

te starten

De periodieke rapportage zal zich focussen op de volgende drie pijlers: 1) opleiden en ontwikkelen met focus op daar waar tekorten het grootst zijn én waar de beweging naar de voorkant om vraagt, zoals de eerstelijnszorg en het sociaal domein; 2) arbeidspotentieel beter benutten, onder andere via inzet van arbeidsbesparende innovatie; en 3) behoud van personeel.

4

Monitor arbeidsmarkteffecten (incl. monitoring IZA/AZWA)

ED evaluatie

periodiek

lopend

Het arbeidsmarktbeleid wordt gemonitord door het meten van effecten op de arbeidsmarkt. Dit wordt gedaan op basis van een aantal indicatoren op basis van het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn. Deze indicatoren geven aan op welke aspecten het goed of juist minder goed gaat en waar dus mogelijk extra inzet nodig is.

4

Loopbaaninstrument: NextLevelDokter

EP evaluatie

2029

te starten

NextLevelDokter is een online platform waarin geneeskundestudenten en basisartsen zich kunnen laten inspireren en orienteren op de verschillende artsenberoepen. Het biedt hen de informatie die ze nodig hebben om te ontdekken of een artsenberoep buiten het ziekenhuis bij hen past. NextLevelDokter zal geëvalueerd worden in 2029.

4

Loopbaaninstrument: ZOWI

EP evaluatie

2029

te starten

Zowi is een digitale assistent die helpt bij het ontdekken en waarmaken van een stap in zorg en welzijn. Zowi geeft persoonlijke suggesties tot actuele informatie over functies, doorgroeimogelijkheden en opleidingen. Zowi geeft concrete antwoorden en helpt gebruikers vooruit. Zowi zal in 2029 extern geëvalueerd worden.

4

Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ)

EP evaluatie

2029

te starten

De Stimuleringsregeling technologie in ondersteuning en is er om zorgtechnologie succesvol in te zetten in de dienstverlening van zorgorganisaties. De regeling zal 2029 geëvalueerd worden.

4

Subthema 9b: Opleidingen

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Werkgeverskosten opleiden wijkverpleging (WOW)

EP evaluatie

2030

te starten

Met deze subsidie kunnen zorgaanbieders in de wijkverpleging een tegemoetkoming krijgen voor de kosten van het opleiden en begeleiden van leerling-werknemers. De regeling moet helpen om meer mensen te begeleiden en op te leiden voor werk in de wijkverpleging. Dat is belangrijk, omdat er meer zorg nodig is en er tegelijk een tekort aan personeel ontstaat. Deze subsidie wordt in 2030 geëvalueerd.

4

Beschikbaarheidbijdrage Medische Vervolgopleidingen

EP evaluatie

periodiek

lopend

Met deze subsidie kan de organisatie die de (medische) vervolgopleiding verzorgt alle kosten betalen. De beschikbaarheidbijdrage Medische Vervolgopleidingen wordt periodiek geëvalueerd.

4

Subsidie AZWA buiten het ziekenhuis

EP evaluatie

2031

te starten

Subsidie voor strategisch opleiden in Zorg en Welzijn. Deze zal na 2027 een andere naam krijgen en worden geëvalueerd in 2031.

4

Tabel 131 Overige evaluaties

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

OHW Subdidieregelingen

EP evaluatie

continu

lopend

Periodiek worden onderdelen van beleid binnen artikel 7 van de begroting VWS ‘Oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII’ daar waar relevant op doeltreffendheid en doelmatigheid geëvalueerd. Zo worden subsidieregeling CEWIN en de subsidieregeling ter versterking van de Tweede Wereldoorlog Herinneringssector periodiek geëvalueerd.

7

OHW Pensioenen en Uitkeringen

EP evaluatie

continu

lopend

De pensioenen en uitkeringen aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II worden verstrekt via de SVB. Zij doen periodiek klanttevredenheidsonderzoek. Daarnaast wordt de wijze van uitvoering van de regelingen periodiek geanalyseerd. Naar aanleiding van die bevindingen is in 2026 het kostprijsmodel opnieuw vastgesteld.

7

OHW Versterkingsprogramma WOII

EP evaluatie

continu

lopend

In 2025 is samen met veldpartijen een versterkingsprogramma in gang gezet voor de aankomende vijf jaar. Vanaf 2026 start een monitor om allereerst kwantitatieve gegevens op te halen bij alle partijen die een bijdrage leveren aan dit programma, zodat in kaart kan worden gebracht hoeveel mensen worden bereikt. Dit wordt stapsgewijs uitgebreid met een kwalitatieve component. Vanaf 2028 wordt ook een bredere evaluatie van het versterkingsprogramma in gang gezet.

7

OHW Nationaal Plan Holocausteducatie

EP evaluatie

continu

lopend

Het ministerie van VWS, OCW en SZW voeren sinds 2024 het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie uit in samenwerking met de Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding. In 2027 voeren de betrokken departementen een tussentijdse evaluatie uit van het plan.

7

OHW Zorg en Ondersteuning

EP evaluatie

continu

lopend

Voor het convenant ten aanzien van de zorg en ondersteuning van de 2e generatie oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers vindt naar verwachting in 2028 de eindevaluatie plaats.

7

Caribisch NL/BES eilanden

n.t.b.

n.t.b.

te starten

Vooralsnog zijn er geen evaluaties geagendeerd; het tijdstip en de invulling daarvan zullen komende periode nader worden vastgesteld.

1, 4

Persoonsgebonden budget i.r.t. Leveringsvormen Wlz

EP evaluatie

2026

te starten

Dit onderzoek richt zich op het kennishiaat ten aanzien van pgb versus zin te verkleinen door op systematische wijze de totale collectieve kosten van cliënten met een Wlz-indicatie per leveringsvorm in kaart te brengen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de directe zorgkosten, maar nadrukkelijk ook naar kosten in aanpalende domeinen, verschillen in populatiesamenstelling en contextuele factoren zoals leefsituatie. De uitkomsten van dit onderzoek moeten bijdragen aan beleidsontwikkeling gericht op doelmatigheid en verantwoorde inzet van publieke middelen in de langdurige zorg.

diverse

Verduurzaming (publieke) zorg en welzijn

ED evaluatie

2026

lopend

Om mensen gezond(er) te maken en kwaliteit van leven te bieden gebruiken zorgaanbieders veel energie, voedsel en grondstoffen. Daarmee draagt de zorg bij aan vervuiling van het milieu en verandering van het klimaat, wat weer schadelijk is voor de volksgezondheid. De afgelopen jaren zijn de eerste belangrijke stappen gezet in het verduurzamen van (publieke) zorg en welzijn om deze paradox te doorbreken. In 2025 is de eerste rapportage over de voortgang van de verduurzaming van (publieke) zorg en welzijn uitgekomen gemaakt door het RIVM, genaamd Monitor Duurzaamheid en Gezondheid. In 2026 verschijnt de tweede Monitor Duurzaamheid en Gezondheid. Dit betreft ex durante monitoring op de voortgang. In 2027 zal de derde rapportage van deze monitor verschijnen. In 2026 zal ook de tweede meting van de milieuvoetafdruk van de Nederlandse zorg verschijnen van het RIVM.

1-11

Standaardisatie gegevensuitwisseling

ED evaluatie

2027

te starten

In 2027 gaan we van start met activiteiten op het tweede plateau (2027-2030) van de Nationale Visie op het Gezondheidsinformatiestelsel, conform de tijdlijnen van de EHDS. De voortgang op de beleidsdoelstellingen worden zowel financieel als inhoudelijk op reguliere basis gemonitord. Daarnaast is eind 2025 een vooronderzoek uitgevoerd waarin we advies op hebben gehaald hoe we voor de NVS plateau 2 een ex durante onderzoek vorm kunnen geven. Dit onderzoek zal naar verwachting medio 2027 worden opgeleverd.

4

Evaluatie subsidieregeling Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

EP evaluatie

2028

te starten

Evaluatie van de subsidieregeling Patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2024-2028. De regeling subsidieert pg-organisaties, federatieve samenwerkingsverbanden en de drie landelijke koepels (Patiëntenfederatie Nederland, MIND en Ieder(in)) met als doel de patiëntenbeweging te versterken en te professionaliseren. Pg-organisaties vervullen drie publieke taken: lotgenotencontact, patiëntgerichte informatievoorziening en onafhankelijke belangenbehartiging. De evaluatie beoordeelt in hoeverre de regeling doeltreffend en doelmatig heeft bijgedragen aan meer impact, bereik en differentiatie binnen de patiëntenbeweging.

4

Evaluatie ervaren regeldruk en administratieve lasten onder zorgpersoneel

ED evaluatie

jaarlijks

lopend

Dit betreft een jaarlijkse meting door het CBS (onderzoeksprogramma AZW - Arbeidsmarkt, Zorg en Welzijn) door middel van een enquête. Hierin worden vragen gesteld aan zorgmedewerkers over de tijd die zij besteden aan registreren van informatie voor organisatie, management en/of beleid en aan verslaglegging over de verlening van zorg en/of ondersteuning aan cliënten.

4

Evaluatie CIZ

EP evaluatie

2027

te starten

Het CIZ is een zelfstandig bestuursorgaan van VWS en verzorgt de indicatiestelling van cliënten in de Wlz. Conform de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt de organisatie CIZ elke vijf jaar geëvalueerd. De eerstvolgende evaluatie is beoogd voor 2027.

3

Evaluatie CAK

EP evaluatie

2029

te starten

Het CAK is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) dat in opdracht van het ministerie van VWS regelingen uitvoert. De taken van het CAK zijn voor het merendeel gerelateerd aan de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt elke vijf jaar een evaluatie uitgevoerd. Het meest recente onderzoek is eind 2024 opgeleverd en begin 2025 aan beide Kamers aangeboden. De eerstvolgende evaluatie wordt in 2029 verwacht.

4

Evaluatie CIBG

EP evaluatie

2026

lopend

Het CIBG biedt burgers, professionals en organisaties transparante en betrouwbare data en informatie in zorg en welzijn. Het CIBG is een agentschap. In de Regeling Agentschappen is bepaald dat elke agentschap eens per vijf jaar geëvalueerd moet worden. De eerstvolgende evaluatie loopt momenteel en wordt in 2026 opgeleverd. In de evaluatie worden de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het agentschap beoordeeld.

Agentschap

Bijlage 5: Lijst van afkortingen

Tabel 132 Lijst van afkortingen

Afkorting

Betekenis

aCBG

Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

ACM

Autoriteit Consument en Markt

AED

Automatische Externe Defibrillator

AI

Artificial Intelligence

AIG

Arts internationale gezondheid

AIOS

Arts in opleiding tot Specialist

AKJ

Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg

AMR

Antimicrobiële resistentie

AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur

ANVS

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming

ANW

Algemene nabestaandenwet

AOW

Algemene Ouderdomswet

AP

Aanvullende Post

ASZ

Aftrek specifieke zorgkosten

AWARE

Aanpak stalking bij huiselijk geweld

AZW

Arbeidsmarkt Zorg En Welzijn

AZWA

Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord

Bcr

Besluit controle op rechtspersonen

BENs

Bovenregionale Expertisenetwerken

BES

Bonaire, Estatius en Saba

BIG

Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

BIKK

Bijdrage in de kosten van kortingen

BMO

Bijdrage aan medeoverheden

BBP

Bruto binnenlands product

BRC

Brede Regeling Combinatiefuncties

BRV

Bovenregionale gehandicaptenvervoer

BSW

Beter Samen Werken

BTW

Belasting Toegevoegde Waarde

BW

Beschermd Wonen

BZK

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ministerie van -

CA

Coalitieakkoord

CAK

Centraal Administratie Kantoor

CBG

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

Cbw

Cyberbeveiligingswet

CCE

Centrum Consultatie en Expertise

CCMO

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek

CEP

Centraal Economisch Plan

CGL

Centrum Gezond Leven

CGM

Centrum voor Gezondheid en Milieu

Cib

Centum voor Infectieziektebestrijding

CIBG

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

CIZ

Centrum Indicatiestelling Zorg

CJIB

Centraal Justitieel Incasso Bureau

CMS

Concerned Member State

CPA

Centrale Posten Ambulancevervoer

CPB

Centraal Planbureau

CSZ

College Sanering Zorginstellingen

CTR

Centraal Testamentenregister

DALY

disability adjusted life year

DCP

Decentrale Procedure

DEF

Defensie

DEZI

Digitale Europese Zorgidentiteit

DIAZ

Digitale identificatie in de Zorg

DIMS

Drugs Informatie en Monitoring Systeem

DMS

Documentmanagementsysteem

DNB

De Nederlansche Bank

DOO

Directie Open Overheid

DOS

Wet Domeinoverstijgende samenwerking

DUTCH

Digital United Training Concepts for Healthcare

DVP

Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s

ECDC

Europees centrum voor ziektepreventie- en bestrijding

EDC

European Disability Card

EE&O

Expertisecentrum Evaluatie & Onderzoek

EHDS

European Health Data Space

ELV

Eerstelijnsverblijf

EMA

European Medicines Agency

EMU

Europese Monetaire Unie

EPAS

European Partial Agreement in Sport

ER

Eigen risico

EU

Europese Unie

FLO

Functioneel Leeftijdsontslag

Flz

Fonds Langdurige Zorg

FFMU

Forensisch Medische Maatschappij Utrecht

FTE

Fulltime Equivalent

fvp

familievertrouwenspersoon

FZO

Fonds Ziekenhuis Opleidingen

GALA

Gezond en Actief Leven Akkoord

GDA

Gezondheidsdata-autoriteit

GGD

Gemeentelijke gezondheidsdienst

GGZ

Geestelijke gezondheidszorg

GHOR

geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio

GiaB

Gezondheid in alle Beleidsdomeinen

GIS

Gezondheidsinformatiestelsel

GLI

Gecombineerde Leefstijl Interventie

GRZ

Geriatrische revalidatiezorg

GVS

Geneesmiddelenvergoedingssysteem

HDAB

Health Data Acces Body

HLA

Hoofdlijnenakkoord

HLO

Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg

HVN

Hersenletsel Vereniging Nederland

IAB

Inkomenafhankelijke bijdrage

IBO

Interdepartementale beleidsonderzoek

IC

Intensive Care

ICAN

Internet-based CANnabis interventie

ICT

Informatie- en communicatietechnologie

IGJ

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

IHSI

International Horizonscanning Initiative

IHR

International Health Regulations

IKNL

Integraal Kankercentrum Nederland

IOC

Implementatie- en opschalingscoaching

IOW

Investeringsakkoord opleiden wijkverpleging

ISN

Integere Sport Nederland

ISR

Instituut Sport Rechtspraak

IT

Informatietechnologie

IVB

Inkomens- en Vermogensafhankelijke Eigen Bijdrage

IZA

Integraal Zorgakkoord

IZB

Infectieziektebestrijding

JenV

Justitie en Veiligheid, Ministerie van -

JGZ

Jeugdgezondheidszorg

JOGG

Jongeren op Gezond Gewicht aanpak

KCHG

Kenniscentrum Global Health

KID

kunstmatige inseminatie met donorzaad

LAZ

Landelijk Actieplan Zeggenschap

LFI

landelijke functionaliteit infectieziektebestrijding

LECK

Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling

LLM

Large Language Model

LOC

Landelijke Organisatie Cliëntenraden

LPO

Loon-en prijsontwikkeling

LRZa

Landelijk Register Zorgaanbieders

LVVN

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van -

MDR

Medical Device Regulation

MDZ

multidisciplinaire zorgverlening

MedZO

Medisch specialistiche Zorg en Onderzoek

MEVA

Macro-Economische Vraagstukken en arbeidsmarkt

MGS

Mondiale gezondheidsstrategie

MLT

Middellange-termijnverkenning

MMT

Mobiele medische teams

Mpb

macroprestatiebedrag

Mpt

Modulair pakket thuis

MPTF

Multi-Party Trustfund

MRP

Mutual Recognition Procedure

MSM

Mannen die seks hebben met mannen

MSZ

Medisch specialistische zorg

MTVP

Meer tijd voor de patiënt

NAVO

Noord-Atlantische verdragsorganisatie

NCJ

Nederlands Centrum Jeugdgezondheid

NCPeH

Nationaal Contactpunt voor e-Health Nederland

NDM

Nationale Drugs Monitor

NEN

Nederlandse Normalisatie-normen

NET

Nationaal Expertise centrum Tabaksontmoediging

NGF

Nationaal Groeifonds

NIPT

Niet-invasieve prenatale test

NOC*NSF

Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie

NPG

Nationaal Programma Grieppreventie

NPPV

Nationaal Programma Pneumokokkenvaccinatie Volwassenen

NPPZ II

Nationaal Programma Palliatieve Zorg

NRG Petten

Nuclear Research and Consultancy Group

NTS

Nederlandse Transplantatie Stichting

NVMETC

Nederlandse Vereniging van Medisch-Ethische Toetsingscommissies

NvW

Nota van Wijziging

NVWA

Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit

NZa

Nederlandse Zorgautoriteit

OCW

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ministerie van -

OHW

Oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII

OIG

Opleidingsinstituut Internationale Gezondheidszorg

OTO

Opleiden, trainen en oefenen

OVV

Onverzekerbare vreemdelingen

OZJ

Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd

PA

Physical assistants

PG

Publieke Gezondheid

pgb

Persoonsgebonden budget

PGO

Patiënten- en Gehandicaptenorganisaties

PON

Partnerschap Overgewicht Nederland

PrEP

Pre Expositie Profylaxe

PRO

Progressief Nederland

PSIE

Prenatale screening van infectieziekten en erytrocytenimmunisatie

PUR

Pensioen- en Uitkeringsraad

Pvp

Patiëntvertrouwenspersoon

PZ

Premiegefinancierde zorguitgaven

PZNL

Palliatieve Zorg Nederland

RAILZ

Richtlijnen artsen langdurige zorg

RET

Regionaal expertteam

RIVM

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

RMS

Reference Member State

ROAZ

Regionaal Overleg Acute Zorgketen

RPO

Regie op Preventieprogramma's en Opschaling

RSV's

Regionale samenwerkingsverbanden

RSV

Respiratoir syncytieel virus

RVP

Rijksvaccinatieprogramma

RWT

Rechtspersoon met een wettelijke taak

SBOH

Stichting Beroepsopleidingen Huisartsen

SBV-Z

Sectorale Berichtenvoorziening in de zorg

SCP

Sociaal en Cultureel Planbureau

SEA

Strategische Evaluatie Agenda

SET

Stimuleringsregeling E-Health Thuis

SHM

Stichting hiv monitoring

SIR

Samenwerken in de Regio

SKILZ

Stichting Kwaliteitsimpuls langdurige zorg

SPR

Strategisch Programma RIVM

SO

Specialisten ouderengeneeskunde

SPUK

Specifieke Uitkering

SSO

Shared Service Organisatie

St IKZ

Stichting Informatieknooppunt Zorgfraude

STOZ

Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg

SVB

Sociale Verzekeringsbank

SZW

Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Ministerie van -

TK

Tweede Kamer

TSZ

Tegemoetkoming specifieke zorgkosten

TVS

ToegangVerleningService

UMC

Universitair Medisch Centrum

UMCG

Universitair Medisch Centrum Groningen

UMCNL

Universitair Medische Centra Nederland

UNESCO

United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization

VIPP

Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional

VN

Verenigde Naties

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VOG

Verklaring Omtrent Gedrag

Vpt

Volledig pakket thuis

VPTZ

Vrijwilligers Palliatieve Zorg Nederland

VS

Verpleegkundig Specialisten

VSG

Vereniging Sport en Gemeenten

VSV

Vroegtijdig schoolverlaten

VUT

Vervroegde Uittreding

VWS

Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ministerie van -

WADA

World Anti-Doping Agency

WaU

Werk aan Uitvoering

Wbp

Wet buitengewoon pensioen

Wet GIS

Wet op het Gezondheidsinformatiestelsel

Wfsv

Wet financiering sociale verzekeringen

WFZ

Waarborgfonds voor de Zorgsector

WGA

Wijkgerichte aanpak

WHO

World Health Organization – Wereldgezondheidsorganisatie

Wkkgz

Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg

Wlz

Wet langdurige zorg

Wmg

Wet marktordening gezondheidszorg

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning

WNT

Wet normering topinkomens

WO II

Tweede wereldoorlog

Woo

Wet open overheid

WOZO

Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen

Wpg

Wet publieke gezondheid

WTZi

Wet Toelating Zorginstellingen

Wubo

Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers

Wuv

Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers

Wvggz

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Wzd

Wet zorg en dwang

ZBO

Zelfstandig bestuursorgaan

Z-CERT

Zorg Computer Emergency response Team

ZEVMB

Zeer Ernstige Verstandelijke en Meervoudige Beperkingen

ZIN

Zorg in natura

ZiNL

Zorginstituut Nederland

ZonMw

Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen

Zvf

Zorgverzekeringsfonds

Zvw

Zorgverzekeringswet

Licence