Er zijn geen eenduidige oprichtingsmotieven voor het oprichten van een stichting of vereniging. Het oprichten van een stichting is namelijk per definitie een uitzonderingsgeval. Uit ervaring blijkt wel dat er in bepaalde situaties snel aan een stichtingsvorm gedacht wordt – wat niet wil zeggen dat een stichtingsvorm ook passend is. Hieronder worden deze situaties nader gespecificeerd.
Interbestuurlijke samenwerking
Medeoverheden richten soms ook stichtingen (of andere privaatrechtelijke rechtspersonen) op. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in 2023 een hernieuwde handleiding gepubliceerd voor privaatrechtelijke samenwerking voor decentrale overheden – waarvan stichtingen één onderdeel zijn. Soms worden stichtingen opgericht die (mede) tot doel hebben de samenwerking tussen verschillende bestuurslagen en/of tussen verschillende overheden en private partijen.
Aandachtspunten
Voordat de conclusie wordt getrokken dat er echt geen andere optie is dan de stichtingsvorm, is het belangrijk bij een stichting die gericht is op interbestuurlijke samenwerking om in ieder geval extra aandacht te hebben voor:
Er zijn publiekrechtelijke rechtsvormen voor interbestuurlijke samenwerking. De ambitie om voor interbestuurlijke samenwerking een stichtingsvorm te kiezen vereist dus argumentatie waarom dergelijke publiekrechtelijke rechtsvormen niet wenselijk zijn.
Bij samenwerking met medeoverheden waarbij het beoogde doel van de stichting is om taken of diensten uit te voeren middels “quasi-inbesteding”/”quasi-in house aanbesteding”, dient men rekening houden met de geldende regels en jurisprudentie hieromtrent. Dit heeft namelijk in alle waarschijnlijkheid gevolgen voor de vormgeving van de statuten en financiering.
Bij interbestuurlijke samenwerking moet rekening gehouden worden met ieders bevoegdheden. Samenwerking in een stichting kan geen vervanging zijn voor centralisering of decentralisering van bevoegdheden – dat moet bij wet geschieden.