Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

A. Realisatie van de beleidsprioriteiten 2010

Bestuursakkoord en decentralisatie

Het bestuursakkoord Rijk-gemeenten van juni 2007 is gericht op het herstel van de bestuurlijke verhoudingen, meer beleidsvrijheid voor medeoverheden en decentralisatie van taken. Aanvullend op het bestuursakkoord heeft het Rijk in 2008 afspraken gemaakt met de gemeenten op basis van de adviezen van de Interbestuurlijke Taakgroep Gemeenten (Commissie d’Hondt).

Met een brief van 19 juli 2010 (Kamerstukken II 2009–2010, 32 123 VII, nr. 71) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van de bestuursakkoorden met zowel de gemeenten als de provincies. Een groot deel van de afspraken met gemeenten kan als «gerealiseerd» worden aangemerkt. Een ander deel van de afspraken ligt op koers. Dat wil zeggen dat de afspraken nog niet gerealiseerd zijn, maar dat naar verwachting eind 2011 wel zijn.

Met betrekking tot de Interbestuurlijke Taakgroep Gemeenten is actief werk gemaakt van de aangekondigde decentralisatievoorstellen. Een aantal daarvan is in 2010 gerealiseerd.

Eind 2009 hebben BZK, VNG en IPO afgesproken om de beoogde gezamenlijke evaluatie van de bestuursakkoorden versneld op te pakken in 2010. De evaluatie is als bijlage bij bovengenoemde brief van 19 juli 2010 meegezonden aan de Tweede Kamer. De belangrijkste conclusies voor het bestuursakkoord Rijk-gemeenten zijn dat:

  • het akkoord een omslag markeert in de verhoudingen tussen Rijk en gemeenten;

  • het akkoord aansluit bij zowel bij de doelstellingen van het Rijk als bij de inzet van de VNG;

  • de uitvoering van het akkoord vrij goed uit de verf komt;

  • het akkoord tot op zekere hoogte sturend is geweest voor het op gang brengen van activiteiten gericht op de aanpak van maatschappelijke problemen.

Goede financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten

Een goede bestuurlijke verhouding tussen Rijk en gemeenten is alleen dan mogelijk als ook in de financiële verhouding door een ieder gedragen afspraken worden gemaakt. De financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten heeft dan ook in 2010 de aandacht gekregen die het verdient. Daarbij kwamen de volgende kernpunten aan de orde:

  • Het Bestuurlijk overleg financiële verhouding (Bofv) met de VNG en het IPO heeft in 2010 drie keer plaatsgevonden. In april rond het verschijnen van de voorjaarsnota en in juni en juli twee extra bestuurlijke overleggen over de Wmo, de normeringssystematiek en de bestuursakkoorden. Het Bofv rond het verschijnen van de miljoenennota is vanwege de toen demissionaire status van het kabinet niet doorgegaan.

  • Het kabinet heeft artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet onverkort toegepast en nageleefd. De vakministers zijn primair verantwoordelijk voor het aangeven van de kosten en bekostigingswijze van taakwijzigingen van gemeenten. Daartoe treden zij tijdig in overleg met de fondsbeheerders en daarna – conform de Code interbestuurlijke verhoudingen – met de VNG.

  • Op 15 april 2009 is een pakket aanvullende afspraken op de bestuursakkoorden overeengekomen met VNG, IPO en Unie van Waterschappen. Aanleiding voor de aanvullende afspraken is de economische crisis. Een belangrijk gevolg van de afspraken is dat de normeringsystematiek (die uitgaat van het principe van «samen de trap op, samen de trap af») voor de periode 2009–2011 buiten werking is gesteld. In plaats daarvan is met de gemeenten en provincies voor deze jaren een reeks van nominale uitkeringen voor het gemeentefonds en het provinciefonds overeen gekomen. Ten aanzien van latere jaren is afgesproken dat de normeringssystematiek weer wordt ingevoerd. Het gevolg van het vastleggen van het accres is ook, dat de behoedzaamheidsreserve voorlopig buiten werking is gesteld.

Licence