Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Beleidsartikel 29: Inspectie Openbare Orde en Veiligheid

29 Algemene doelstelling

Een bijdrage leveren aan een veilige samenleving en het vertrouwen van de burger in de overheid vergroten door onafhankelijk toezicht en onafhankelijk onderzoek en het doen van aanbevelingen die verantwoordelijken in staat stellen de veiligheid te verbeteren.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV) heeft, op basis van haar werkplan 2010, onderzoek verricht naar (aspecten van) de kwaliteit waarmee brandweer-, Geneeskundige Hulverlening bij Ongevallen en Rampen- (GHOR), politie-, rampenbestrijdings- en crisisbeheersingstaken worden uitgevoerd. De rapportages bevatten conclusies en aanbevelingen die verantwoordelijken in staat hebben gesteld de kwaliteit van de uitvoering van hun veiligheidstaken te verbeteren. Daarnaast heeft de Inspectie OOV op verzoek van besturen onderzoek uitgevoerd naar aanleiding de brand in de Kerkstraat in Veendam en naar aanleiding van de inzet van het USAR.nl team in Haïti. In 2010 is de Inspectie OOV eveneens op verzoek van het bestuur gestart met onderzoek rondom de Stabrechtse Heidebrand.

Budgettaire gevolgen van beleid

29.1 Inspectie IOOV

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Verplichtingen

    

5 538

5 231

307

        

Uitgaven

4 316

5 224

5 719

5 674

5 540

5 231

309

29.25 Apparaat

    

4 726

4 279

447

29.1 Toezicht, onderzoek en aanbevelingen

    

814

952

– 138

        

Ontvangsten

    

0

0

0

Externe factoren

Door middel van een jaarlijkse risicoanalyse kijkt de Inspectie OOV waar zij optimaal toegevoegde waarde kan realiseren en op welke wijze de beoogde effecten van wet- en regelgeving en gevoerd beleid vergroot kan worden. Hierbij gaat de Inspectie OOV uit van vigerende wet- en regelgeving en gevoerd beleid. Daarnaast worden stakeholders geconsulteerd over hun perceptie van knelpunten. Na analyse van de geschatte veiligheidsrisico’s enerzijds en de toegevoegde waarde van toezicht anderzijds worden prioriteiten gesteld en stelt de Inspectie OOV haar werkplan op. Dit werkplan is mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer aangeboden.

De rapportages van de Inspectie OOV zijn, voorzien van een beleidsmatige reactie van de Minister(s) van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (en van Veiligheid en Justitie), aangeboden aan de Tweede Kamer en de verantwoordelijke besturen op provinciaal, regionaal en lokaal niveau. De rapportages zijn eveneens aangeboden aan de bijbehorende democratische controleorganen (bv. College van B&W, gemeenteraden, Provinciale Staten (PS) en Gedeputeerde Staten (GS). De Inspectie OOV heeft daarmee beoogd het politiek-bestuurlijke debat over de kwaliteit van de taakuitvoering te voeden.

Willen de door de Inspectie OOV voorgestelde verbeteringen effect hebben, dan moeten de verantwoordelijke besturen en organisaties op het terrein van de openbare orde en veiligheid ook daadwerkelijk aandacht en bestuurlijke kracht opvatten om met deze verbeteringen aan de slag te gaan.

Realisatie meetbare gegevens

Meetgegevens ten aanzien van de resultaten van het toezicht door de Inspectie OOV zijn vooraf moeilijk te formuleren. Het daadwerkelijke effect van toezicht is niet gelegen in het aantal rapporten, maar in kwaliteitsverbetering van de taakuitvoering in de praktijk. De Inspectie OOV investeert daar waar mogelijk in effectmeting van haar toezichtactiviteiten door middel van follow-up onderzoek (naar de opvolging van aanbevelingen) en evaluaties van toezichtmethoden. Over de uitkomsten van deze onderzoeken wordt aan de Tweede Kamer gerapporteerd.

29 Operationele doelstelling 1

Het vergroten van de kwaliteit van de taakuitvoering en de organisatie van politie, brandweer, Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) en rampenbestrijdings- en crisisbeheersingsorganisaties door toezicht en onderzoek.

Doelbereiking

Het bevorderen van veiligheid is een verantwoordelijkheid van de overheid. Een van de doelstellingen van het kabinet is daarom het verder verbeteren van de organisatie van politie, brandweer, Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing (Veiligheidsregio’s). De activiteiten in het Werkplan 2010 van de Inspectie OOV zijn afgeleid van deze beleidsdoelstelling van het kabinet.

Een belangrijk aandachtspunt bij het toezicht van de Inspectie OOV is selectief en slagvaardig toezicht, intensief waar nodig en op afstand waar mogelijk. De Inspectie OOV houdt toezicht door systematische en thematische onderzoeken. Tevens kan de Inspectie OOV besluiten onderzoek te doen naar aanleiding van een incident, ongeval of ramp.

Systematisch onderzoek

Begin 2010 heeft de Inspectie OOV gerapporteerd over de stand van zaken in de Veiligheidsregio’s op de onderwerpen uit de Wet Veiligheidsregio’s en de kwaliteits-AMvB (basisvereisten). Als gevolg van dit onderzoek heeft de Inspectie OOV in samenspraak met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Veiligheid en Justitie zich gecommitteerd aan het monitoren van de veiligheids- en politieregio’s. Gevolg hiervan is dat de Inspectie OOV door middel van systematisch onderzoek zal rapporteren over de staat van de rampenbestrijding, de staat van de politie en de staat van het politieonderwijs.

In het kader van systematisch onderzoek hebben de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Veiligheid en Justitie in 2010 de volgende rapportages aan de Tweede Kamer aangeboden:

  • rampenbestrijding op orde Eindrapportage maart 2010 (Kamerstukken II, 2009–2010, 29 517, nr. 40);

  • samenwerkingsafspraken 2008, stand van zaken 2010 (Kamerstukken II, 2009–2010, 29 628, nr. 217).

Thematisch onderzoek

In 2010 heeft de Inspectie OOV een aantal onderzoeken uitgevoerd die inzicht verschaffen in de kwaliteit van (deelaspecten van) de brandweerzorg, GHOR, politiezorg en -onderwijs. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in 2010 de volgende rapportages aan de Tweede Kamer aangeboden:

  • politieonderwijs, kwaliteit afgestudeerden geborgd? (Kamerstukken II, 2009–2010, 29 628, nr. 220);

  • Kwaliteitsonderzoek school voor handhaving, leergang politiële verkeersspecialist, leergang politiële milieuspecialist (Kamerstukken II, 2009–2010, 29 628, nr. 189);

  • Kwaliteitsonderzoek School voor Politiekunde Locatie Apeldoorn (Kamerstukken II, 2009–2010, 29 628, nr. 165);

  • Civiel-militaire samenwerking Tussenmeting 2009 (Kamerstukken II, 2009–2010, 26 956, nr. 72);

  • Doorschakelen! (Kamerstukken II, 2009–2010, 29 628, nr. 186).

Incidenteel onderzoek en advisering

De Inspectie OOV heeft in 2010 onderzoek gedaan naar:

  • Calamiteit in de Schiphol spoortunnel (Kamerstukken II, 2009–2010, 29 893, nr. 101).

Daarnaast heeft de Inspectie OOV rechtstreeks naar betrokkenen gerapporteerd over:

  • Brand in de Kerkstraat in Veendam;

  • USAR.nl in Haïti;

  • Politie en Veilige Publieke Taak (Inspectiebericht);

  • Afhandeling in beslaggenomen drugs;

  • Continuïteitsplannen Grieppandemie;

  • Toezichtkader zelfredzaamheid;

  • Hoogwater en overstromingen.

Een aantal onderzoeken is in 2010 gestart. Deze worden in 2011 afgerond. Het gaat om de onderzoeken:

  • Politie en veilige publieke taak;

  • Stabrechtse Heidebrand;

  • Natuurbranden;

  • Brandveiligheid Justitiële instellingen;

  • Evaluatie wet BIBOB;

  • Veiligheid Spoortunnels;

  • Kwaliteit vergunningverlening publieksevenementen;

  • Operationele Informatievoorziening Brandweer;

  • Inbeslagname verdovende middelen;

  • Valideringsonderzoek leergang operationeel leidinggevende;

  • Kwaliteitsonderzoek locatie Rotterdam.

Verder is een aantal onderzoeken in 2010 uitgesteld of vervallen. Het gaat om de volgende onderzoeken:

  • Kwaliteit van de opsporing. In goed overleg met het programma Verbetering opsporing en vervolging is dit onderzoek uitgesteld tot 2011;

  • Operationeel presterend vermogen van de GHOR. Dit onderzoek wordt mogelijk uitgevoerd in 2011;

  • Risico en crisiscommunicatie. Dit onderzoek wordt mogelijk uitgevoerd in 2011;

  • Grensoverschrijdend multidisciplinair opleiden en oefenen. Op basis van een oriënterend onderzoek heeft de Inspectie OOV besloten dat nader onderzoek op dit moment geen aanvullende waarde heeft;

  • C2000. Dit onderzoek wordt mogelijk uitgevoerd in 2011.

Licence