Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 4. Openbaar vervoer en Spoor

Algemene beleidsdoelstelling

Reizigers en goederen veilig, betrouwbaar en snel te vervoeren, gericht op gemak en eenvoud, door zorg te dragen voor een optimaal OV-netwerk, optimaal goederenvervoer per spoor voor verladers en afnemers en een veilige en betrouwbare hoofdspoorweginfrastructuur dat op de toekomst gesneden is.

De doelen van het mobiliteitsbeleid:

  • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;

  • Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de reiziger en verlader voorop staan.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De implementatie van de uitvoeringsagenda van het kabinetsstandpunt ligt op schema. In 2012 zijn diverse maatregelen gerealiseerd.

Externe factoren

Ook in 2012 is economisch sprake geweest van een recessie. Dit heeft gevolgen voor de vraag naar vervoer.

Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)

04 Openbaar vervoer en Spoor

 

Realisatie

Vastgestelde begroting1

Verschil

 
 

2011

2012

2012

2012

 

Verplichtingen

85.953

41.321

27.340

13.981

1

Uitgaven

100.483

64.164

56.010

8.154

 

04.01 Spoor

56.475

54.881

43.043

11.838

 

04.01.01 Opdrachten

5.983

8.768

2.738

6.030

2

04.01.02 Subsidies

50.368

46.061

40.228

5.833

3

– -Subsidies Contractsector

32.251

25.000

25.000

0

 

– Subsidie bodemsanering NS percelen

9.076

9.076

9.076

0

 

– Overige subsidies

9.041

11.985

6.152

5.833

 

04.01.04 Bijdrage aan internationale organisaties en medeoverheden

124

52

77

– 25

 

04.02 Openbaar vervoer

44.008

9.283

12.967

– 3.684

 

04.02.01 Opdrachten

40.567

5.266

10.853

– 5.587

4

04.02.02 Subsidies

1.749

3.031

1.073

1.958

5

04.02.03 Bijdrage aan baten en lastendiensten

1.692

986

1.041

– 55

 

04.09 Ontvangsten

0

92

0

92

 
1

Het betreft hier de conversiestand bij 1e suppletoire begroting 2012. Zie ook de leeswijzer.

Ad 1) De hogere verplichtingenrealisatie komt doordat een omvangrijke meerjarige verplichting is aangegaan voor de pilot ERTMS. Deze verplichting is na de 2e suppletoire begroting vastgelegd, aangezien de exacte kostenraming en het gewenste kasritme nog niet duidelijk waren. Daarentegen worden de verplichtingen weer iets verlaagd doordat onder andere het project boordcomputer taxi en het programma Nationale Data Openbaar Vervoer is vertraagd. Het netto effect is een hogere verplichtingenrealisatie.

Ad 2) Deze overschrijding is met name veroorzaakt door de kosten voor de pilot ERTMS (Utrecht-Amsterdam). De meerjarige raming was pas eind 2012 in beeld.

Ad 3) Deze overschrijding is met name ontstaan door de uitvoering van het actieplan groei op het spoor. Dit actieplan bevindt zich voor een groot gedeelte in een afrondende fase.

Ad 4) Deze onderschrijding is met name veroorzaakt door de vertraging van het programma Nationale Data Openbaar Vervoer (NDOV), en enkele betalingen welke pas in 2013 worden gerealiseerd.

Ad 5) De overschrijding op dit budget wordt met name veroorzaakt door een aanvullende subsidie in het kader van het Toezicht in het openbaar vervoer.

04.01 Spoor

Artikelonderdeel

Doelbereiking

De belangrijkste prestaties in 2012 zijn geweest:

  • EU-richtlijnen in wet- en regelgeving

    Per 1 april 2012 zijn diverse spoorrichtlijnen (machinisten, interoperabiliteit, spoorwegveiligheid en liberalisering personenvervoer) geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving.

  • Voortgangsrapportages Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) inzake de problematiek van Stop Tonend Sein (STS) passages

    Aangezien de doelstelling voor 2010 (het aantal STS op jaarbasis te verlagen naar minder dan de helft van het aantal in 2003 en het risico op stoptonende seinpassages te verminderen tot 75% van het niveau in 2003) ook in 2012 nog niet is gehaald, heeft de Spoorbranche het Verbeterplan aanpak stoptonendseinpassages opgesteld en een Taskforce benoemd. Het Verbeterplan bestaat uit drie elkaar versterkende categorieën van maatregelen: 1.Verminderen van de kans op een rood sein door vereenvoudiging van de lay-out van de infrastructuur, planning en bijsturing; 2.Verminderen van de kans om door rood te rijden o.a. door alertering van machinisten 3.Verminderen van de gevolgen van door rood rijden via een extra investering in het vangnetsysteem Automatische Trein Beïnvloeding -Verbeterde versie (ATB-Vv) (Kamerstuk 29 893, nr. 133).

  • Eventuele herprioritering om risicovolle seinen te voorzien van ATB-Vv ((Kamerstuk 29 893, nr. 94 (Veiligheid van het railvervoer) en Kamerstuk 29 893, nr. 118 )).

    Bij brief van 4 mei 2012 (Kamerstuk 29 893, nr. 133) is de Kamer het Verbeterplan Stoptonendseinpassages aangeboden. In de kabinetsreactie op het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Onderhoud en Innovatie spoor (Commissie Kuiken) is het principebesluit tot implementatie van het Europese beveiligingssysteem ERTMS (European Rail Traffic Management Systeem) kenbaar gemaakt. Voor de korte termijn wordt het Verbeterplan Stoptonend seinpassages uitgevoerd (Kamerstuk 32 707, nr.16). ATB-Verbeterde versie is een onderdeel van het Verbeterplan (Kamerstuk 29 893, nr. 133 en kamerstuk 29 893, nr. 137).

Jaarlijkse analyse: Trends in de veiligheid van het spoorwegsysteem in Nederland.

  • Op 17 december is het «nationale jaarverslag over de ontwikkeling van de veiligheid op het spoor» ten behoeve van het Europese Spoorwegbureau (ERA21) aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 29 893, nr. 139). Dit is een verplichting die volgt uit de Europese Spoorwegveiligheidsrichtlijn. Om de Kamer tijdig over de ontwikkeling van de spoorwegveiligheid te informeren is op 9 juli 2012 het rapport «Railveiligheidsindicatoren 2011» aangeboden (Kamerstuk 29 893, nr 135). De indicatoren die in de begroting zijn opgenomen, komen overeen met de indicatoren in het nationale jaarverslag ten behoeve van de ERA.

Jaarrapportage Vermindering Suïcidaliteit 2010 (Kamerstuk 22 894, nr. 296)

  • De Derde Kadernota (Kamerstuk 29 984, nr. 306) hanteert als doelstelling het aantal zelfdodingen zo laag mogelijk te houden (oftewel ALARP, «As low as reasonably practicable»). Er is geen National Reference Value voor zelfdodingen. De nationale doelstelling ALARP wordt bepaald op basis van de genomen maatregelen van de afgelopen jaren. ProRail onderzoekt aanvullende maatregelen. In 2011 is het aantal suïciden (215) gestegen ten opzichte van 2010 (201). Over de laatste vijf jaar is een stijging van het aantal te zien (2011: 215; 2007: 193). Over 2012 zijn ten tijde van publicatie van dit Jaarverslag nog geen aantallen bekend. In 2012 heeft de spoorsector extra aandacht besteed aan de uitvoering van maatregelen om het aantal gevallen van zelfdodingen op het spoor te verminderen.

Beveiliging infrastructuur spoorwegen

Uitwerking en implementatie van het programma Security door ProRail.

  • De sector is aangesloten bij het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding. ProRail heeft het programma security afgerond en een start gemaakt het aspect security de komende jaren binnen de jaarplannen veiligheid van de bedrijfseenheden te borgen. In haar beleidsverklaring Veiligheid en Milieu heeft ProRail de definitie veiligheid uitgebreid met security, conform de Derde Kadernota voor de Railveiligheid. Dit kan als het startpunt worden gezien binnen het VeiligheidsManagementSysteem van ProRail.

Algemene strategie en beleidsontwikkeling

  • Met het winterweer op 3 en 4 februari 2012 bleken de door ProRail en NS ingezette acties voor verbetering bij grote verstoringen niet afdoende te zijn. Daarom hebben NS en ProRail in samenwerking met IenM in juni 2012 een Winterweerprogramma opgesteld en aan de Kamer toegezonden (Kamerstuk 29 984, nr 306). De overdracht van de reisinformatie van ProRail naar NS is in november 2012 geëffectueerd.

  • In oktober 2012 is een eerste uitwerking van de Lange Termijn Spooragenda (LTSA) aan de Kamer gezonden (Kamerstuk 29 984, nr. 313). Tegelijkertijd hebben NS en ProRail geconcludeerd dat de samenwerking tussen hen beide beter kan. Het gezamenlijke onderzoek van NS en ProRail hierover is aan de Kamer gezonden (Kamerstuk 29 984, nr 333). Dit onderzoek en de visie, ambitie en doelen van de Spooragenda vormen de basis voor een algehele fundamentele Verbeteraanpak van NS en ProRail, waarbij de hele spoorketen van infrastructuur, dienstregeling en planning van materieel en personeel geoptimaliseerd wordt.

Modernisering en harmonisering van de regelgeving voor lokaal spoor

  • De Wet lokaal spoor is in 2012 ingediend bij de Tweede Kamer.

Aanleg en beheer en instandhouding en Beheer conform Spoorwegwet

  • Met de beheerconcessie heeft ProRail tot 1 januari 2015 de zorg gekregen voor een doelmatig en doeltreffend beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Voor een toelichting op de uitgaven aan en bestedingen door ProRail alsmede de daarmee gerealiseerde prestaties wordt verwezen naar artikel 13 in de verantwoording over het Infrastructuurfonds.

Herstelplan Spoor, tweede fase

  • Een aantal projecten uit het programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten (onderdeel van de tweede fase herstelplan) loopt nog door na 2012. Het resterende budget hiervoor is, in lijn met aanbevelingen van de Tijdelijke Commissie Onderhoud en Innovatie Spoor, bij de begroting 2013 overgeheveld van artikel 13.02 beheer, onderhoud en vervanging naar artikel 13.03 aanlegprojecten realisatie. De rapportage over deze projecten loopt voortaan via de reguliere MIRT-systematiek.

Beheer overig

  • Dit betreft onderwerpen die niet vallen onder de hoofdspoorweginfrastructuur, maar wel door ProRail worden beheerd en uitgevoerd, zoals fietsenstallingen bij de stations, tankplaten, studies capaciteitsmanagement en onderhoud transferruimtes. Verder betreft dit de voorbereiding van het in beheer nemen van toekomstige hoofdspoorweginfrastructuur. De uitgaven die in dit kader worden gedaan maken onderdeel uit van de jaarlijkse subsidie die ProRail ontvangt voor onderhoud en vervanging en worden daaronder ook verantwoord (artikel 13 IF).

Vervoer

Toezicht op de naleving van de concessieovereenkomst met High Speed Alliance (HSA) over het vervoer op de HSL-Zuid en de vervoerconcessie met NS voor het hoofdrailnet (HRN).

  • Zowel met HSA als met NS zijn op basis van hun verantwoordingsrapportages regelmatig voortgangsoverleggen en kwartaaloverleggen gehouden. HSA heeft in 2012 de dienstregeling over de HSL-Zuid verder uitgebreid. Gelet op het feit dat HSA nog niet over alle V250-treinen beschikt en zich nog trein-baan-integratie issues (onder andere communicatie, ERTMS) voordoen, wordt nog niet volledig conform de concessie gehandhaafd op zaken als punctualiteit en uitval.

Actieplan Groei op het Spoor22

  • Het Actieplan Groei op het Spoor was voorzien eind 2012 afgerond te worden. Een aantal maatregelen kent een doorloop in 2013. De aanleg van PenR-parkeerplaatsen heeft in 2012 al het beoogde aantal aan te leggen plekken van 10.000 behaald, maar zal worden voortgezet, omdat de beschikbare financiële middelen nog niet zijn uitgeput. Dit komt door de grote bereidheid vanuit de decentrale overheden en de NS om financieel bij te dragen.

Decentralisatie contractsectordiensten

  • In 2012 is de decentralisatie van Zwolle-Enschede in gang gezet en zijn nadere afspraken met de decentrale overheid gemaakt. Eind 2012 heeft de Tweede Kamer het besluit genomen dat uitsluitend twee Limburgse stoptrein lijnen (Roermond – Maastricht Randwyck en Sittard – Heerlen) gedecentraliseerd mogen worden.

Betrouwbaar en veilig

Verbetering van de punctualiteit en capaciteit op negen gedecentraliseerde spoorlijnen

  • Op de lijn Arnhem-Winterswijk zijn in 2012 de perronverlengingen en de snelwissel bij Didam opgeleverd. Voor het traject Zutphen-Winterswijk zijn de planstudie- én de realisatiebeschikking «verhogen vertreksnelheid Zutphen» verleend. Voor het traject Arnhem-Doetinchem is in 2012 de realisatiebeschikking «Dubbelspoor Wehl» verleend.

  • Snel via het programma «Ruimte voor de fiets»23 zijn in 2012 ruim 30.000 fietsparkeerplaatsen bij stations aangepakt. Er zijn 23.000 nieuwe plaatsen opgeleverd, 4.000 vervangende plaatsen, en ongeveer 3.200 plaatsen zijn van een benuttingssysteem voorzien. De verwachting voor 2012 was circa 20.000 fietsparkeervoorzieningen bij stations, waarvan 15.000 capaciteitsuitbreiding zijn en 5.000 plekken vervanging met als doel kwaliteitsverbetering.

Beter Benutten

  • Het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS)24 is het spoorprogramma waarin Beter Benutten25 van het spoor een belangrijk onderdeel is. Voor nadere info over PHS verwijs ik naar de verantwoording over het Infrastructuurfonds 2012.

Logistieke efficiëntie spoorvervoer

  • Zie onder Optimalisering internationale spoorcorridors.

Implementatie in de nationale regelgeving van Technische Specificaties voor de Interoperabiliteit (TSI’s)

  • De regeling voor de indienststelling van Spoorvoertuigen is volledig geactualiseerd en aangepast aan de vigerende Europese, technische specificaties. Publicatie van de nieuwe regeling verscheen 1 april 2012. Daar zijn de nationale eisen voor ERTMS boordapparatuur per 1 november 2012 aan toegevoegd.

Bijdragen aan nieuwe EU-regelgeving door deelname aan werkgroepen van het spoorwegagentschap.

  • Er is aan de Europese Commissie advies uitgebracht over nagenoeg alle geïntegreerde versies conventioneel spoor en hogesnelheidsvervoer van de TSI’s. Op het gebied van veiligheid is er advies uitgebracht over het single safety certificate (onderdeel 4e spoorpakket), zijn er voorstellen gedaan voor aanpassing van de bijlagen van de machinistenrichtlijn, is voorgesteld af te zien van het gebruik van smart cards voor de machinistenvergunning en is er gewerkt aan een herziening van de CSM-Risico-analyse (Common Safety Methods)26 Nederland is in 2012 vicevoorzitter van het Bestuur geworden en heeft belangrijke bijdragen geleverd aan de totstandkoming van een meerjaren strategie van het Spoorweg Agentschap ERA. Medio 2012 zijn de onderhandelingen over de herziening van het 1e spoorpakket afgerond. De publicatie heeft in december 2012 plaats gevonden (EU Rl 2012/34).

Optimalisering internationale spoorcorridors

  • In 2012 zijn op ministerieel niveau afspraken tot stand gekomen voor de corridors Rotterdam-Genua en Rotterdam-Lyon voor het capaciteitsverdelingsproces en de oprichting van de «one-stop-shop» voor deze corridors. Beide corridors krijgen één loket waar doorlopende internationale goederenpaden kunnen worden aangevraagd. De bovengenoemde corridors hebben gewerkt aan de uitwerking van de spoorgoederencorridor-verordening. Onder meer wordt per corridor een implementatieplan uitgewerkt. Voor de corridors Rotterdam-Genua, Rotterdam-Lyon en Rotterdam-Polen/Litouwen is een marktstudie in gang gezet.

Exploitatie van de Betuweroute na september 2013

  • In 2012 hebben de aandeelhouders van Keyrail, zijnde ProRail, Havenbedrijf Rotterdam en Haven Amsterdam, in afstemming met IenM gewerkt aan een voorstel voor de nieuwe opdracht aan Keyrail. Dat voorstel is in november aangeboden aan de staatssecretaris en positioneert Keyrail als enig loket voor het spoorgoederenvervoer in Nederland.

Opwaardering van het European Rail Traffic Management System (ERTMS) van de Betuweroute naar versie 2.3.0d, die interoperabel is met het Europese net en de toekomstige ERTMS-locomotieven.

  • De software van de ERTMS in de infrastructuur van de A-15 van de Betuweroute is succesvol geüpgrade per 31 juni 2012. De ERTMS van de Betuweroute is nu ook geschikt om de locomotieven, die in te toekomst uitgerust worden met nieuwe software te ontvangen.

Gebruik en imago van het goederenvervoer

  • Om het spoorgoederenvervoer aantrekkelijk te houden gold voor 2012 een korting op de gebruiksvergoeding (ingroeiregeling). Daarnaast is een subsidieregeling gepubliceerd waarop partijen konden inschrijven om bundelingsvoorstellen te doen. Er is een groot aantal aanvragen ingediend. De beoordeling hiervan loopt.

Duurzaam personen- en goederenvervoer

Wijziging van de Wet Geluidhinder.

  • De wijziging van de Wet milieubeheer waarin deze wijzigingen zijn geïncorporeerd, is op 1 juli 2012 in werking getreden.

Uitvoeren van het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO)27 voor spoorwegen in de periode 2007 t/m 2018

  • In 2012 zijn de knelpunten Breukelen en Lievelde opgelost. Daarnaast is het eerste cluster kleine faunavoorzieningen aanbesteed en gegund.

Meerjarenprogramma geluidsanering spoor

  • ProRail is in 2012 gestart met de uitvoering van het Meerjarenprogramma geluidsanering spoor (MJPG spoor28).

Innovatieprogramma Geluid (IPG, Innovatie programma Geluid (fluistertrein), Life Cycle Costs (LCC) LL-blokken

  • In 2012 is de uitvoering voortgezet van het in 2007 afgeronde Innovatieprogramma Geluid (IPG, (fluistertrein)) waaronder:

  • Nieuwe maatregelen voor geluidsreductie als aantrekkelijk alternatief voor geluidsschermen.

  • In 2012 lag de focus voornamelijk op de internationale lobby, werkzaamheden in verscheidene werkgroepen van het International Union of Railways (UIC) alsmede de verwerking van de resultaten van het project EuropeTrain.

    Het vervolg van het uitvoeringsprogramma geluid emplacementen is opgenomen in het Beheerplan van ProRail en wordt naar aanleiding van adviezen van de commissie Kuiken vanaf 2013 opgenomen in het MIRT in plaats van in het Beheerplan.

Meetbare gegevens

Spoorveiligheid

Nr.

Risicodrager

Omschrijving indicator

Streefwaarde

NRV 2010

NRV 2011

MWA 2011

NRV 2012

MWA 2012

1.1

Reiziger

Aantal FWSI*[1] bij reizigers per jaar / jaarlijks aantal mld reizigertreinkilometers

Permanente verbetering

6,16

3,43

3,04

   

1.2

Reiziger

Aantal FWSI bij reizigers per jaar / jaarlijks aantal mld reizigerkilometers

Permanente verbetering

0,05

0,03

0,02

   

2

Personeel

Aantal FWSI bij personeel per jaar / jaarlijks aantal mld treinkilometers

Permanente verbetering;

Structureel top 4 in EU

4,52

1,27

1,15

   

3.1

Overweggebruiker

Aantal FWSI bij overweggebruikers per jaar / jaarlijks aantal mld treinkilometers

Permanente verbetering

114,5

106,92

85,79

   

3.2

Overweggebruiker

Aantal FWSI bij overweggebruikers / [(Aantal treinkilometers per jaar * aantal spoorwegovergangen) / lijnkilometers]

Permanente verbetering

123,7

117,02

94,79

   

4

Anderen

Aantal FWSI bij anderen per jaar / jaarlijks aantal mld treinkilometers

Permanente verbetering

0,21

2,38

8,72

   

5

Onbevoegden

Aantal FWSI bij onbevoegden per jaar / jaarlijks aantal mld treinkilometers

Permanente verbetering

7,2

4,09

4,22

   

6

Maatschappij (derden)

Aantal FWSI per jaar in totaal / jaarlijks aantal mld treinkilometers

Permanente verbetering

133

120,9

98,85

   

– FWSI = Fatalities and Weighted Serious Injuries = aantal doden + 0,1*aantal zwaargewonden

Toelichting:

De cijfers over 2012 zijn ten tijde van het opstellen van het jaarverslag nog niet bekend. Deze worden later apart aan de Tweede Kamer toegezonden.

[Onderstaande indicator vervangt met ingang van 2012 de indicator Beschikbaarheid hoofdspoorweginfrastructuur uit voormalig art 34.03, zie Begroting 2013, art. 16]

Indicator: Geleverde treinpaden
 

2007

2008

2009

2010

2011

Grenswaarde 2012

Realisatie 2012

Beschikbaarheid infrastructuur

99,40%

99,62%

99,51%

99,55%

99,39%

   

Geleverde treinpaden

     

97,80%

98,70%

98%

98,1%

Bron: ProRail, 2012

Toelichting:

Vanaf 1 januari 2008 wordt ProRail aangestuurd op output. Dat betekent dat de minister van IenM afspraken maakt met ProRail over de te realiseren prestaties op basis van een resultaatsverplichting. Die prestaties worden jaarlijks opgenomen in het Beheerplan29 van ProRail. De minister van IenM moet instemmen met onderdelen van het Beheerplan, waaronder de prestaties, en bespreekt het Beheerplan met de Tweede Kamer. De voor 2012 overeengekomen prestatie is gerealiseerd.

Indicator: Punctualiteit Hoofdrailnet (HRN)
 

Basiswaarde 2003

2007

2008

2009

2010

Grenswaarde Vervoerplan 2011

Realisatie 2011

Grenswaarde Vervoerplan 2012

Realisatie 2012

Indicator: 3 minuten punctualiteit HRN1

83,1%

87,0%

86,8%

86,6%

86,5%

is voor 2011 niet meer bepaald

89,6%

 

88,5%

Indicator: 5 minuten punctualiteit HRN

   

93%

92,8%

92,5%

93,0%

94,7%

93%

94,2%

Reizigerspunctualiteit

         

90%

91,5%

90%

91,5%

Klantoordeel op tijd rijden (% dat een 7 of hoger geeft)

         

52%

51%

53,0%

48,9%

Bron: Nederlandse Spoorwegen

1

De 3-minuten-punctualiteit wordt nog wel gemeten, maar niet meer voorzien van een grenswaarde om NS op af te rekenen.

Toelichting:

NS heeft de prestatie-afspraken m.b.t. de feitelijke punctualiteit gehaald. Het klantoordeel is echter achtergebleven bij de betreffende prestatie-afspraak. Conform de handhavingssystematiek uit de Vervoerconcessie heeft IenM hiervoor een voorlopige boete opgelegd. NS krijgt de gelegenheid om in 2013 alsnog de afgesproken waarde te realiseren. Als dit niet lukt, moet NS de boete daadwerkelijk betalen.

Indicator Leefomgeving spoorwegen
 

Basiswaarde peildatum

Waarde 2006

Waarde 2007

Waarde 2008

Waarde 2009

Waarde 2010

Waarde 2011

Realisatie 2012

Streefwaarde peildatum 2

Geluidknelpunten langs spoorwegen

12.500 woningen

7.500 woningen

8.900 woningen

7.200 woningen

1

1

1

1

0 (in 2020)

Bron: ProRail

                 

Aantal opgeloste MJPO-knelpunten

0 in 2004

0

0

0

3

2

2

22

79 (in 2018)

Bron: RWS/DVS

                 
1

Tot 2008 verschafte ProRail jaarlijks cijfers over de aantallen woningen die binnen de zones 70 dB of hoger lagen. Omdat er nog geen programma liep om deze knelpunten structureel aan te pakken werden daarna deze gegevens niet langer opgenomen. Rapportage zou pas plaatsvinden zodra het MJPG in werking zou treden. De wijziging van de Wet milieubeheer is per 1 juli 2012 in werking getreden (SWUNG 2) (Staatsblad, 2012, nr. 267) en het MJPG is op die datum formeel van start gegaan. Vanaf 2013 zal de indicator een goed beeld geven van de inspanningen om de geluidoverlast terug te dringen en kan deze weer worden opgenomen.

2

De knelpunten Breukelen en Lievelde zijn opgelost

Toelichting:

Indicator: Aantal treinbewegingen per week op A 15-tracé van Betuwelijn

2009

2010

2011

Streefwaarde 2012

Realisatie 2012

Streefwaarde 2013

Aantal treinbewegingen

220

400

450

600

480

800

Bron: KeyRail

Toelichting

De realisatie ten opzichte van de streefwaarde is als gevolg van de stagnerende economie niet gehaald.

Kengetal Sociale veiligheid NS

2007

2008

2009

2010

2011

Realisatie 2012

Klantoordeel veiligheid reizigers1, in %

76

78

78

78

79,1

78,3

Reizigers die slachtoffer/ooggetuige zijn geweest van tenminste één incident

28

26

24

28

25

2

Percentage NSR-medewerkers dat haar/zijn gevoel van veiligheid overdag in de werkomgeving met een 7 of hoger beoordeelt

91

3

91

3

4

4

Percentage NSR-medewerkers dat haar/zijn gevoel van veiligheid 's avonds in de werkomgeving met een 7 of hoger beoordeelt

63

3

60

3

4

4

Percentage NSR-medewerkers dat één of meerdere incidenten heeft meegemaakt

19

20

20

20

20

21

Bron: Nederlandse Spoorwegen, 2013

1

In het Vervoerplan van de NS wordt voor sociale veiligheid, net als voor diverse andere zorggebieden, het klantoordeel gebruikt. Het klantoordeel veiligheid geeft een percentage en niet een cijfer. Het klantoordeel is het gewogen gemiddelde van de klantoordelen overdag en ’s avonds in de trein en overdag en ’s avonds op stations.

2

Wordt niet jaarlijks door NS gemeten. NS houdt gemiddeld een keer per twee jaar een enquête onder medewerkers. Sociale veiligheid is een van de onderwerpen die aan bod komen.

3

Ten tijde van het ter perse gaan van dit jaarverslag is realisatie 2012 nog niet beschikbaar. Komt medio mei 2013.

4

Het percentage NSR-medewerkers dat haar/zijn gevoel van veiligheid ’s avonds en overdag in de werkomgeving met een 7 of hoger beoordeelt wordt door NS onderzocht in de enquête die gemiddeld een keer per twee jaar onder haar medewerkers wordt gehouden. De enquête wordt nog wel uitgevoerd, maar op een andere wijze waarin hierboven genoemde vraagstellingen niet meer voorkomen. IenM zal deze percentages daarom in het vervolg niet meer in deze tabel opnemen.

04.02 Openbaar vervoer

Artikelonderdeel

Doelbereiking

De belangrijkste prestaties in 2012 zijn geweest:

Kennisdeling ten aanzien van maatregelen met decentrale overheden (KpVV).

  • Het kennisplatform Verkeer en Vervoer30 (KpVV) heeft ook in 2012 uitvoering gegeven aan kennisdeling met decentrale overheden. In 2012 is de Beleidsimpuls Verkeersveiligheid van het ministerie van IenM en decentrale overheden vastgesteld in het Bestuurlijk Koepeloverleg. De Beleidsimpuls is onder regie van het ministerie tot stand gekomen. De resultaten van de monitoring en toetsing door de SWOV zijn gebruikt bij de uitwerking van de Beleidsimpuls en de keuze voor maatregelen. Het KpVV helpt de decentrale overheden met kennis en best-practices om de verkeersveiligheid te verbeteren.

Algemene strategie- en beleidsontwikkeling/Uitvoeren beleidskader Sociale Veiligheid OV (SVOV)

  • Voor het stads- en streekvervoer zijn de decentrale OV-autoriteiten primair verantwoordelijk. Er is verder uitvoering gegeven aan het vervolg Aanvalsplan Sociale Veiligheid OV. Er is tussen stads- en streekvervoerders, OV-autoriteiten en vakbonden een convenant sociale veiligheid ondertekend in juli 2012. De Taskforce Veiliger OV is op 9 juli 2012 opgeheven nu vrijwel alle zestien maatregelen zijn geïmplementeerd. Enkele initiatieven van de taskforce lopen nog langer door, zoals de pilot verbeterd toezicht waarbij toezichthouders flexibel en concessiegrensoverschrijdend zijn ingezet.

Algemene strategie en beleidsvorming

  • Eind 2012 zijn de concessies voor de Waddenveren nog niet definitief.

Experiment verlaging minimumleeftijd buschauffeurs

  • Het experiment is in het derde jaar. Voor de monitoring is een tweede tussenrapportage opgesteld.

Betrouwbaar en veilig

  • De Tweede Kamer is in oktober 2012 geïnformeerd over het voornemen om ILT te mandateren als handhavingsinstantie voor de Europese verordening voor passagiersrechten, die in 2013 in werking treedt. Het besluit van de minister van Justitie over de aansprakelijkheid is in procedure gebracht.

Borging van de publieke belangen in het taxivervoer

  • De nieuwe Taxiwet is van kracht. In 2012 heeft Amsterdam zijn gemeentelijke verordening gepubliceerd, die met ingang van mei 2013 van kracht zal worden. Ook Den Haag heeft zijn verordening gepubliceerd. IenM heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van deze verordeningen. IenM heeft regelmatig overleg gevoerd met Koninklijk Nederlands Vervoer Taxi (KNV Taxi).

Gemakkelijk en comfortabel in gebruik

OV-chipkaart

  • In november 2011 is de nationale strippenkaart afgeschaft. Sinds die datum wordt de OV-chip overal in Nederland in het OV gebruikt. Ook bij de NS kan de OV-Chip gebruikt worden. Er is nog geen definitieve datum vastgesteld wanneer het papieren treinkaartje wordt afgeschaft en de poortjes op de stations worden gesloten. In 2012 is gewerkt aan een oplossing voor het «dubbelopstaptarief» en «enkelvoudig in- en uitchecken».

Project Nationale Data OV-gegevens (NDOV31)

  • De beschikbaarheid van de ov-data wordt door IenM gefaciliteerd. De actuele ov-data zullen naar verwachting begin 2013 beschikbaar komen.

Meetbare gegevens

Kengetallen Sociale veiligheid in het stads- en streekvervoer1
 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Streefwaarde

Waardering veiligheidsgevoel in het voertuig als rapportcijfer

             

– Reizigers2

7,8

7,9

7,9

7,9

7,9

 

7,5

– Personeel3

nb

6,3

nb

6,5

nb

 

Onveiligheidsincidenten in en rond het OV in %

             

– Reizigers4

23

23

24

23

21

   

– Personeel5

nb

69

nb

64

nb

   
1

Alle gegevens in de tabel hebben betrekking op het stads- en streekvervoer.

2

Bron: KpVV – Klantenbarometer 2011

3

Bron: KpVV – Reizigersmonitor, 2010

Dit cijfer betreft het veiligheidsgevoel van het personeel zowel in als rond het voertuig.

4

Dit is het ongewogen gemiddelde van de bus-, tram-, metro- en regionale treinreizigers, die ooggetuige en/of slachtoffer zijn geweest van één of meerdere incidenten.

5

De cijfers over 2012 zijn ten tijde van het opstellen van het jaarverslag nog niet bekend

Kengetal Klanttevredenheid regionaal openbaar vervoer
 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Algemeen oordeel

7,0

7,2

7,2

7,2

7,2

7,4

Informatie en veiligheid

7,3

7,5

7,5

7,5

7,5

7,6

Rijcomfort

7,0

7,2

7,2

7,2

7,3

7,4

Tijd en doorstroming

6,0

6,2

6,5

6,5

6,6

6,8

Prijs

6,3

6,5

6,3

6,3

5,9

6,2

Toelichting

De OV-Klantenbarometer heeft betrekking op al het openbaar vervoer dat wordt aangestuurd door de twaalf provincies en de zeven stadsregio’s.

Indicator Aanbestedingsgraad regionaal OV

Basiswaarde 2002

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Streefwaarde

Aanbestedingsgraad regionaal Openbaar Vervoer (excl. G3)

5%

56%

72%

92%

92%

92%

100%

100%

100%

G3-steden (A'dam, R'dam, Den Haag)

               

n.v.t.

Op 2 oktober 2012 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de initiatiefwet «Aanbestedingsvrijheid OV grote steden». De wet treedt op 1 januari 2013 in werking en biedt de stadsregio’s die de grote steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht omvatten, de keuze tussen openbare aanbesteding of inbesteding (aan een eigen vervoerbedrijf).

Op 14 maart 2012 heeft de stadsregio Rotterdam de concessie voor het busvervoer gegund aan RET met 9 december 2012 als ingangsdatum.

Het stadsgewest Haaglanden heeft op 23 mei 2012 de concessie voor het stedelijke busvervoer gegund aan HTMBuzz met als ingangsdatum 9 december 2012.

Kengetal Overzicht reizigerskilometers regionaal OV (x 1 miljard)

2007

2008

2009

2010

20111

Stadsregio's

3,6

3,6

3,7

3,9

4,1

Provincies

2,9

2,8

2,8

2,8

2,9

Totaal

6,5

6,4

6,5

6,7

7,0

Bron: WROOV (Werkgroep Reizigers Omvang en Omvang Verkopen)

1

Cijfer 2011 nog gebaseerd op een raming

Toelichting

Alle cijfers zijn gebaseerd op modelmatige berekeningen. Pas na volledige invoering van de ov-chipkaart kunnen echte realisaties worden geteld.

De dip in de reizigerskilometers in 2008 heeft te maken met de acties en staking in het streekvervoer.

Het totaal aantal reizigerskilometers vertoont vanaf 2010 een positieve ontwikkeling. De groei is mede een gevolg van de invoering van de ov-chipkaart: minder zwartrijden in de metro en mogelijk ook minder «grijs» rijden (minder strippen afstempelen dan vereist).

Kengetallen taxi

Output

Verwachte ontwikkeling

Landelijke ontwikkeling relatief

4 grote steden

1. Waardering consument1 (gebruikers)

Verbetering

Constant hoog:

Iets lager dan het landelijk gemiddelde

       
   

2005: 7,2 (precies: 7,16)

2005: niet gemeten

   

2006: 7,2 (precies: 7,22)

2006: 7,2

   

2007: 7,2

2007: 7,1

   

2008: 7,3

2008: 7,4

   

2009: 7,2

2009: 7,2

   

2010: 7,5

2010: 7,2

   

2011: 7,8

2011: 7,1

   

2012: niet gemeten

2012: niet gemeten

       

2. Prijsontwikkeling

(straattaxi)2

Prijsdaling

   
   

2005: +1,7%

2005: + 1,6%

   

2006: + 1,9%

2006: + 2,6%

   

2007: + 3,9%

2007: + 3,6%

   

2008: 1,2 %

2008: – 24,6% tot + 6%

   

2009: varieert van 1,2% voor stadsrit en 1,1% voor buitenrit (2)

2009: varieert van 0,1% voor stadsrit en – 0,1% voor buitenrit (2)

   

2010: varieert van + 1,2% voor stadsrit en + 1,1 % voor buitenrit

2010: +0,2% voor een stadsrit en +0,4% voor een buitenrit

   

2011: stadsrit + 2,6%

buitenrit + 2,2,%

2011: stadsrit 0,0%

buitenrit – 0,4%

 

2012: niet gemeten

2012: niet gemeten

1

Waardering consument:

–  Vier grote steden: Mysteryshopper Onderzoek 2011; TNS Consult.

–  Landelijke ontwikkeling: taximonitor gebruikers 2011; I&O Research.

2

Prijsontwikkeling: Taxitarieven 2011: De ontwikkeling van de taxitarieven in de Nederlandse taximarkt in de periode 2007–2011; TNS Consult.

Toelichting

Jaarlijks heeft onderzoek plaatsgevonden naar zowel de waardering van de consument als de prijsontwikkeling van het taxivervoer. In 2012 hebben deze onderzoeken niet plaatsgevonden. De onderzoeken uit voorgaande jaren geven aan dat de verschillen van jaar op jaar betrekkelijk gering zijn.

Extracomptabele verwijzingen

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € mln)

Art. Omschrijving

realisatie 2012

Art 13 Spoorwegen

2.185

Art 13 AKI-plan en veiligheidsknelpunten

6

Art 13.03 Ontsnippering

7

Art 13.03 Geluid sanering spoorwegen

0

Art 17.02 Betuweroute (realisatie)

9

Art 17.03 Hogesnelheidslijn

16

Art 17.04 Anders Betalen voor Mobiliteit

0

Overzicht afgeronde onderzoeken
 

Titel/onderwerp

Artikelonderdeel

Start

Afgerond

Vindplaats

1. onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

     

1a. Beleidsdoorlichting

BDU Verkeer en Vervoer

04.02

2010

2011

De evaluatie is uitgesteld, omdat de randvoorwaarden van de BDU in de kabinetsformatie zijn gewijzigd; zowel financieel als betreffende de bestuurlijke organisatie op decentraal niveau.

2. Overig onderzoek

Spoorveiligheid

04.01

jaarlijkse monitoring

www.ilent.nl/onderwerpen/transport/rail/publicaties/jaar_en_kwartaalrapporten/

 

OV-Klantenbarometer

04.02

jaarlijkse monitoring

www.ov-klantenbarometer.info

Spoorveiligheid

De conclusies naar aanleiding van het rapport «Railveiligheidsindicatoren 2011» zijn verwoord in de brief aan de Tweede Kamer van 9 juli 2012 (Kamerstuk 29 893, nr. 135). Op 17 december is het «nationale jaarverslag over de ontwikkeling van de veiligheid op het spoor» ten behoeve van het Europese Spoorwegbureau (ERA32) aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 29 893, nr. 139). Dit is een verplichting die volgt uit de Europese Spoorwegveiligheidsrichtlijn.

OV-klantenbarometer

De conclusies van de OV-klantenbarometer zijn de verantwoordelijkheid van de decentrale overheden.

Licence