Base description which applies to whole site

4.1 Beleidsartikel 1 Inzet

Algemene doelstelling

De krijgsmacht is er voor de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede voor de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde. Tevens ondersteunt de krijgsmacht civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de beschikbaarstelling en inzet van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet voor nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Opzet artikel

Onder Beleidsartikel 1 Inzet wordt een overzicht geboden van de gehele inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded Navo- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel is daartoe uitgebreid met één niet-financieel overzicht voor de structurele inzet voor nationale en koninkrijkstaken, bijvoorbeeld door de KMar, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) en de Kustwachten. In Beleidsartikel 1 is de verantwoording opgenomen van de additionele uitgaven voor inzet onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijkdrachten. In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering verantwoord voor zeestrijdkrachten, landstrijdkrachten, luchtstrijdkrachten, de marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1.

Beleidsconclusie

De krijgsmacht is in 2013 ondanks de ingrijpende veranderingen in de organisatie ingezet voor alle drie de hoofdtaken van de krijgsmacht in meerdere operaties op verscheidene plaatsen in de wereld. Defensie heeft in 2013, met enkele beperkingen, voldaan aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de begroting was reeds aangekondigd dat Defensie in 2013 alleen met beperkingen aan de inzetbaarheidsdoelstellingen zou kunnen voldoen. In bijlage 8 «Rapportage over inzetbaarheidsdoelstellingen in 2013» wordt hier nader op ingegaan.

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 1 Inzet (Bedragen x € 1.000)

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Realisatie 2011

Realisatie 2012

Realisatie 2013

Begroting 2013

Verschil

Verplichtingen

351.258

302.029

223.487

165.904

153.728

213.150

– 59.422

Programma-uitgaven

360.093

318.319

186.102

191.231

177.246

213.150

– 35.904

Opdracht Inzet

             

– waarvan crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

360.093

318.319

186.102

185.351

170.420

190.500

– 20.080

– waarvan financiering nationale inzet krijgsmacht

     

2.366

2.581

2.250

331

– waarvan overige inzet

     

3.514

4.245

20.400

-16.155

               

Ontvangsten

20.494

9.347

3.214

8.384

4.807

13.707

– 8.900

Programma-ontvangsten

             

– waarvan crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

20.494

9.347

3.214

4.286

1.603

1.407

196

– waarvan overige inzet

     

4.098

3.204

12.300

– 9.096

Toelichting algemeen

Binnen artikel 1 worden alleen uitgaven voor inzet begroot en verantwoord:

  • (1) Voor zover deze uitgaven additioneel zijn. Dit betekent dat vormen van inzet budgettair niet zichtbaar zijn in dit artikel indien geen sprake is van aanvullende uitgaven ten opzichte van de uitgaven voor gereedstelling en instandhouding binnen de artikelen van de operationele commando’s (bijvoorbeeld de inzet van helikopters voor Search and Rescue) of indien deze worden verrekend met tweeden of derden (bijvoorbeeld noodhulp die wordt verrekend met het Ministerie van Buitenlandse Zaken).

  • (2) Voor zover deze inzet onder directe verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten wordt uitgevoerd. Verschillende vormen van inzet zijn gemandateerd aan de operationele commando’s, zoals bijvoorbeeld de inzet voor de Kustwacht, en worden daarom in die artikelen begroot en verantwoord.

Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen op dit artikel valt € 59,4 miljoen lager uit dan begroot. In de begroting was € 51,5 miljoen voorzien voor nieuwe missies (HGIS). In 2013 is deze voorziening deels aangewend voor de financiering van de inzet Patriots in Turkije en EU NAVFOR ATALANTA, maar hiervan is € 20,1 miljoen niet nodig geweest voor missies en daardoor zijn er geen verplichtingen voor aangegaan. Het overige deel van de lagere realisatie op de verplichtingen wordt veroorzaakt door de kleinere inzet van VPD’s (– € 16,1 miljoen) en neerwaartse bijstelling van verplichtingen bij diverse overige missies (ISAF redeployment, GPM en missies algemeen).

Uitgaven

De uitgaven voor artikel 1 Inzet zijn met de ontwerpbegroting 2013 (Kamerstuk 33 400-X, nr. 2) vastgesteld op € 213,1 miljoen. In 2013 is voor het uitvoeren van crisisbeheersingsoperaties € 170,4 miljoen uitgegeven. Inclusief Contributies, Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) en Overige Inzet zijn de totale uitgaven in 2013 € 177,2 miljoen. De uitgaven per missie zien er als volgt uit:

Crisisbeheersingsoperaties

(Bedragen x € 1.000)

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Realisatie 2011

Realisatie 2012

Realisatie 2013

Begroting 2013

Verschil

Uitgaven missies

             

ISAF Redeployment

 

64.146

51.514

29.974

11.755

15.900

– 4.145

GPM

   

55.761

88.224

85.800

96.200

– 10.400

UNAMA

     

46

90

50

40

Ocean Shield

 

4.386

7.788

21.191

6.043

2.800

3.243

EU NAVFOR ATALANTA

5.951

11.049

3.297

6.188

21.148

0

21.148

EUFOR Althea

7.291

7.281

6.105

312

206

50

156

KFOR

713

538

561

489

452

 

452

CMF

256

196

244

265

164

250

– 86

NLTC

18

29

124

144

11

175

– 164

UNTSO

520

587

559

551

571

600

– 29

EULEX

376

588

606

501

598

 

598

NS2AU (voorheen AMIS)

12

8

 

49

54

 

54

UNMISS

     

1.266

1.514

1.400

114

Inzet Patriots Turkije

       

18.620

 

18.620

MFO

       

234

 

234

EUTM Somalië

       

372

 

372

EUAVSEC

       

59

 

59

EUTM Mali

       

43

 

43

UNDOF

       

30

 

30

MINUSMA

           

218

Missies Algemeen

3.349

1.398

1.825

2.608

2.316

5.500

– 3.184

Beëindigde missies

326.528

213.533

39.924

12.954

   

0

Totale uitgaven aan missies

345.014

303.739

168.308

164.762

150.299

122.925

27.374

Uitgaven contributies

15.079

14.580

17.794

20.589

20.121

16.000

4.121

Voorziening HGIS

         

51.575

– 51.575

Totale uitgaven HGIS

360.093

318.319

186.102

185.351

170.420

190.500

– 20.080

Hieronder worden de verschillen groter dan € 2,5 miljoen per missie toegelicht.

ISAF Redeployment

De realisatie op de redeployment ISAF is € 4,1 miljoen lager uitgekomen dan begroot, omdat er uiteindelijk minder materieel ter reparatie is aangeboden.

Geïntegreerde Politietrainingsmissie (GPM)

Met de tweede suppletoire begroting is het budget met € 14,5 miljoen neerwaarts bijgesteld van € 96,2 miljoen naar € 81,7 miljoen. Deze verlaging was het gevolg van het kabinetsbesluit om de GPM per 1 juli 2013 te beëindigen (Kamerstuk 27 925, nr. 480). De realisatie is € 85,8 miljoen, waarvan € 23,7 miljoen voor de redeployment GPM in 2013. Uiteindelijk is er een verschil met de begroting van € 10,4 miljoen. Een deel hiervan wordt naar 2014 doorgeschoven voor het herstel van het ingezette materieel.

Ocean Shield

De realisatie van de piraterijbestrijdingsmissies Ocean Shield is € 3,2 miljoen hoger uitgekomen dan begroot vanwege de verlenging van deze missie tot eind 2013. Op 7 december 2012 heeft het Kabinet de Tweede Kamer hierover geïnformeerd (Kamerbrief 29 521 X nr. 198). De additionele uitgaven voor deze verlenging werden geraamd op € 7,2 miljoen, waardoor de stand na de eerste suppletoire begroting werd verhoogd naar € 10 miljoen. Met de tweede suppletoire begroting is deze raming met € 1,2 miljoen neerwaarts bijgesteld naar € 8,8 miljoen. De uiteindelijke realisatie bedroeg € 6 miljoen. Deze daling ten opzichte van de tweede suppletoire begroting wordt verklaard door minder uitgaven op diverse posten van de Zr.Ms. Van Speijk.

EU NAVFOR ATALANTA

Op 7 december 2012 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de verlenging van EU ATALANTA tot einde 2013 (Kamerbrief 29 521-X, nr. 198). De additionele uitgaven voor deze verlenging zijn geraamd op € 22,9 miljoen. Met de tweede suppletoire begroting is deze raming met € 1 miljoen neerwaarts bijgesteld naar € 21,9 miljoen. De realisatie is € 21,1 miljoen.

Patriots in Turkije

Op 21 november 2012 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het verzoek van Turkije aan de Navo om bijstand voor het beschermen van de bevolking en het grondgebied van Turkije (Kamerstuk 32 623, nr.74) en op 7 december 2012 over het besluit van het kabinet om Nederlandse Patriot-systemen in Turkije te plaatsen (Kamerstuk 32 623, nr. 76). De additionele uitgaven die gemoeid zijn met de Nederlandse inzet van Patriot-systemen voor een periode van twaalf maanden, werden initieel geraamd op € 42 miljoen in 2013, maar zijn met de eerste suppletoire begroting, neerwaarts bijgesteld naar € 25 miljoen. Deze verlaging komt mede doordat minder personeel benodigd bleek dan voorzien en dat Turkije als gastland (host nation) maximale ondersteuning levert op het gebied van lokaal transport, legering, beveiliging en infrastructuur. Met de tweede suppletoire begroting werd de raming, als gevolg van een verdere verlaging van het personeelsplafond en de doorwerking op de kostenposten voeding, transport en brandstof, met € 6 miljoen neerwaarts bijgesteld naar € 19 miljoen (Kamerstuk 33 640-X, nr. 2). De realisatie is € 18,6 miljoen.

Missies Algemeen

De realisatie op de Missies Algemeen is € 3,2 miljoen lager uitgekomen dan begroot. Dit betreft lagere uitgaven voor diverse individuele kleine missies.

Uitgaven contributies

De realisatie op de Uitgaven contributies is € 4,1 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Het betreft deels een verhoging voor de bijdrage aan het budget Navo/AOM en deels de ontplooiing van trainingsmissies in Somalië en Mali door de EU.

Voorziening HGIS

Van de Voorziening HGIS (€ 51,6 miljoen) is in 2013 € 27,4 aangewend voor de hogere uitgaven aan missies. Verder is € 4,1 miljoen besteed aan de hogere uitgaven contributies. Het restant van € 20,1 miljoen valt vrij in de eindejaarsmarge HGIS.

Toelichting op ontvangsten

Ontvangsten HGIS

In 2013 is in totaal € 1,6 miljoen ontvangen. Dit betreft onder meer VN-, Navo- en EU-contributies, opbrengst van verkoop van materieel aan partnerlanden (ISAF) en ontvangsten van partnerlanden (EUFOR Althea).

Ontvangsten VPD’s (overige inzet)

Voor de inzet van VPD’s is in totaal € 3,2 miljoen van Nederlandse reders ontvangen. Deze ontvangst is € 9,1 miljoen minder dan begroot (€ 12,3 miljoen). Dit wordt veroorzaakt doordat er minder VPD’s zijn ingezet dan geraamd in de begroting.

Beleidsmatige informatie (uitgevoerde operaties)

In het kader van de levering van een bijdrage aan een duurzame internationale rechtsorde en stabiliteit heeft Nederland deelgenomen aan verscheidene operaties. Hieronder worden de desbetreffende operaties beschreven.

Toelichting missies

• International Security Assistance Force (ISAF)

ISAF heeft een VN-mandaat om de Afghaanse regering te assisteren bij het handhaven en verbeteren van de veiligheid, zodat de Afghaanse regering en ontwikkelingsorganisaties in een veilige omgeving kunnen opereren.

• Geïntegreerde Politiemissie (GPM)

Nederland heeft tot 1 juli 2013 de Afghaanse politie in de provincie Kunduz, Noord-Afghanistan getraind (Kamerstuk 27 925, nr. 415). Daarvoor zijn per rotatie (maximaal) 545 personen uitgezonden die primair in de provincie Kunduz en Mazar-e-Sharif en deels in de hoofdstad Kabul zijn gestationeerd. De GPM is tot 1 juli 2013 opgebouwd uit de volgende elementen:

Police Training Group (PTG)

De PTG was gestationeerd in Kunduz. Het betrof hier 225 civiele en militaire opleiders en trainers, en vijf justitiële experts. Duitse eenheden in het gebied zorgden voor hun bescherming. Voor de medische, logistieke en stafondersteuning van de politietrainers stonden 125 Nederlandse militairen ter beschikking. Na 1 juli 2013 is de PTG begonnen met de redeployment en was op 8 september al het personeel terug in Nederland. Het materiaal van de PTG is verplaatst naar Mazar-e-Shariff en het zal tot de zomer van 2014 duren voordat al het materiaal terug is in Nederland.

Air Task Force (ATF)

De ATF is opgericht ter ondersteuning van ISAF en omvat vier Nederlandse F-16 vliegtuigen en 120 militairen die permanent voor (PTG) ISAF in Mazar-e-Sharif zijn gestationeerd. Primair fungeert de ATF als nationale doorzettingsmacht voor de PTG. Na het vertrek van de PTG uit Kunduz ondersteunt de ATF ISAF en ANSF eenheden, indien deze in nood verkeren. Sinds november 2013 vervult de ATF geen Recce Lite verkenningstaken meer.

Bijdrage aan de hoofdkwartieren van ISAF

Nederland levert een personele bijdrage aan de hoofdkwartieren van ISAF, het daaronder geplaatste operationeel hoofdkwartier (ISAF Joint Command – IJC) en aan de trainingsmissie NATO Training Mission Afghanistan (NTM-A).

Overige eenheden ter ondersteuning van de missie in Afghanistan

European Union Police Mission (EUPOL)

In 2008 is begonnen met de EU Police Mission (EUPOL) in het zuiden van Afghanistan waarvoor de KMar een aantal functionarissen heeft geleverd. Deze functionarissen zijn ingezet voor de GPM. Daarnaast is personeel afkomstig van de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Buitenlandse Zaken (specialisten) en Veiligheid en Justitie (Rule of Law) werkzaam in de provincie Kunduz.

United Nations Assistance Mission in Afghanistan (UNAMA)

Nederland levert voor de VN-missie in Afghanistan sinds november 2011 een Police Advisor die is gestationeerd in Kunduz-stad. De Police Advisor is vanaf december 2013 teruggetrokken uit Kunduz en te werk gesteld in Kabul.

• Operatie Ocean Shield (OS)

In 2013 is Zr.Ms. van Speijk in de periode van 31 mei tot 11 augustus ingezet in de Navo-operatie Ocean Shield, gericht tegen piraterij in de omgeving van Somalië. (Kamerstuk 29 521, nr. 198). Nederland heeft daarmee bijgedragen aan het beschermen van koopvaardijschepen in de Golf van Aden en het patrouilleren in gebieden met een verhoogde dreiging van piraterij.

• United Nations Mission in the Republic of South Sudan (UNMISS)

UNMISS is opgericht na de Zuid-Soedanese onafhankelijkheid op 9 juli 2011. Resolutie 1996 (2011) geeft UNMISS het mandaat om de vrede en veiligheid te consolideren en de omstandigheden voor ontwikkeling te creëren in Zuid-Sudan. Met Resolutie 2109 (2013) is het mandaat van UNMISS met één jaar verlengd tot 15 juli 2014. De missie ondersteunt de Zuid-Soedanese autoriteiten met vredesconsolidatie, de bescherming van burgers door conflictpreventie en -beheersing, en de opbouw van de veiligheids- en justitiesector. UNMISS is een geïntegreerde missie waarin civiele en militaire inspanningen worden samengebracht en ingebed in de brede internationale inspanning in Zuid Sudan. De missie bestaat uit 7.000 militairen, 900 politiefunctionarissen en 900 civiele stafleden. Nederland draagt sinds april 2012 bij aan UNMISS (Kamerbrief 29 521, nr. 177 ). De Nederlandse bijdrage omvat zowel een militair als een civiel deel. Er is een politiek mandaat voor een Nederlandse bijdrage van maximaal dertig personen: vijftien marechaussees (UNPOL), vier civiele politiefunctionarissen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (UNPOL), twee tot drie civiele experts van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, twee militaire liaisonofficieren (MLO) en zeven stafofficieren. De Nederlandse bijdrage geldt voor de duur van twee jaar tot medio maart 2014.

• European Union Force (EUFOR)/Althea

Nederland leverde in 2013 drie militairen aan het trainingsgedeelte van de EU-missie EUFOR Althea in Bosnië-Herzegovina (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1306). De duur van het VN-mandaat is verlengd tot medio november 2014.

• United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO)

Nederland heeft in 2013 twaalf officieren geleverd voor verschillende waarnemersgroepen in Syrië, Israël en Libanon, en op het hoofdkwartier van UNTSO te Jeruzalem. De waarnemers hebben tot taak het toezien op de naleving van de bestaande bestandsafspraken. Nederland neemt al sinds 1956 deel aan deze VN-missie. De Nederlandse deelname aan deze missie is van onbeperkte duur (het Nederlands mandaat volgt het internationaal mandaat). De additionele uitgaven voor deze missie zijn, vanwege de onbeperkte duur, meerjarig in de raming voor crisisbeheersingsoperaties opgenomen.

• European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX Kosovo)

EULEX heeft tot doel het bestuur, de politie, justitie en de douane van Kosovo te ondersteunen om zo een bijdrage te leveren aan de bestendiging van de regionale vrede, veiligheid en stabiliteit en aan de ontwikkeling van duurzame en democratische lokale instellingen (Kamerstuk 27 476, nr. 8). De Nederlandse bijdrage aan EULEX Kosovo bestaat uit personeel van de KMar, politie, justitie, douane en enkele civiele experts. Het mandaat van de missie werd op 6 juli 2012 verlengd tot 14 juni 2014 (Kamerstuk 29 521, nr. 190).

• Kosovo Force (KFOR)

Ook in 2013 ondersteunde KFOR, naast het waarborgen van de stabiliteit en veiligheid in Kosovo, de opbouw van de Kosovo Security Forces (KSF). Zoals reeds gemeld (Kamerstuk 28 676, nr. 167, 1 november 2012) wordt de Nederlandse bijdrage aan KFOR heroverwogen zodra de gefaseerde reductie van KFOR aanvangt. Tot die tijd draagt Nederland bij met drie staffunctionarissen. De bijdragen aan zowel EULEX als KFOR worden ondersteund door een National Support Element (NSE) gevormd door twee marechaussees. Tevens was er in Pristina een National Intelligence Cell (NIC) gevormd door twee MIVD militairen. De regering heeft het mandaat in 2013 met een jaar verlengd tot 1 oktober 2014 (Kamerstuk 28 676, nr. 191).

• United States Security Coordinator (USSC)

De missie van USSC beoogt de Palestijnse veiligheidssector te professionaliseren, als basisvoorwaarde voor een levensvatbare toekomstige Palestijnse staat en om een veilige leefomgeving voor de Palestijnse burgers te creëren. Nederland leverde drie militairen. In november 2013 is het Nederlands mandaat voor een maximale bijdrage van vijf personen aan USSC met twee jaar verlengd tot 31 december 2015 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1316).

• European Union Border Assistance Mission Rafah (EUBAM Rafah – Gaza)

De EU Border Assistance Mission Rafah vormt de derde partij bij de grensovergang tussen Gaza en Egypte en heeft als taak om de grensbewaking van het Rafah Crossing Point door de Palestijnse Autoriteit te monitoren en begeleiden. Nederland leverde in 2013 voor deze missie drie marechaussees. Zij stonden stand-by in Nederland. In 2013 is er door de EU geen beroep gedaan op het Nederlandse personeel. Er heeft in 2013 dan ook geen realisatie plaatsgehad. De Nederlandse bijdrage is in juni 2013 verlengd tot 30 juni 2014 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1274).

• Combined Maritime Forces (CMF)

De CMF richten zich op de strijd tegen het internationale terrorisme en op piraterijbestrijding. Nederland levert twee militairen aan de staf van het hoofdkwartier van de CMF in Bahrein. Deze deelneming is gekoppeld aan de Nederlandse deelname aan Ocean Shield of EU NAVFOR Atalanta.

• European Naval Force (EUNAVFOR) / Operatie ATALANTA

In 2013 heeft Nederland een bijdrage geleverd aan anti-piraterijoperaties in de wateren omsloten door India, Afrika en het Arabisch schiereiland. In de periode van 7 februari tot 23 mei 2013 leverde Nederland een bijdrage met Zr.Ms. de Ruyter en van 4 augustus tot 6 december 2013 met Zr.Ms. Johan de Witt (Kamerstuk 29 521, nr. 198). Aan boord van Zr.Ms. Johan de Witt was de Nederlandse Force Commander, commandeur Lenselink, met zijn staf geëmbarkeerd en hij heeft in die periode het commando gevoerd over de eenheden van TF 465. Nederland heeft daarmee bijgedragen aan het beschermen van schepen van het VN World Food Program en de VN missie African Union Mission in Somalië, het beschermen van koopvaardijschepen in de Golf van Aden, en het patrouilleren in gebieden met een verhoogde dreiging van piraterij. Sinds oktober 2010 levert Nederland ook een personele bijdrage aan het Operationele Hoofdkwartier (OHQ) in Northwood in het Verenigd Koninkrijk.

• Security Sector Development Burundi (SSD)

Op 10 april 2009 hebben Nederland en Burundi een Memorandum of Understanding (MoU) ondertekend. Dit MoU is het strategisch kader voor een bilaterale, meerjarige samenwerking (vier fasen van twee jaar) op het gebied van Security Sector Development (SSD). Het SSD-programma bestaat uit drie pijlers: de verbetering van het democratische toezicht op de veiligheidssector (good governance), de verdere professionalisering van het Burundese leger en van de Burundese politie. De vaste Nederlandse defensiebijdrage bestaat uit twee officieren, waarvan één als strategisch adviseur binnen het Burundese Ministerie van Defensie werkt en één als adviseur/coach bij de Burundese projectorganisatie, die in het kader van het MoU defensieprojecten voorbereidt en uitvoert. Additioneel worden ter ondersteuning van projecten Nederlandse militairen voor korte periodes ingezet. Voor Fase II (2011–2013) zijn vier strategische assen gedefinieerd: Defence Review, gender, ethiek en militair juridisch systeem. In 2013 lag de focus op de verdere uitwerking van de Defence Review en op local ownership van het Burundese leger.

Toelichting nieuwe en overige missies

• Ballistic Missile Defense Task Force (BMDTF)

In 2013 heeft Nederland Patriot-systemen in Turkije gestationeerd met als doel de bevolking en het grondgebied van Navo-bondgenoot Turkije te beschermen, en bij te dragen aan de de-escalatie van de crisis langs de zuidoostelijke grenzen van het bondgenootschap (Kamerstuk 32 623, nr. 76). Nederland deelt de bezorgdheid van de Turkse regering over de dreiging van de Syrische ballistische raketten en heeft om die redenen, samen met Duitsland en de Verenigde Staten de Patriot-systemen ontplooid. De ontplooiing duurde in beginsel twaalf maanden, maar deze inzet is op verzoek van Turkije verlengd met twaalf maanden en zal nu duren tot eind januari 2015 (Kamerstuk 32 623, nr. 117)

• Multinational Force and Observers (MFO) Sinaï

De MFO missie is een observatiemissie die sinds 1982 in de Sinaï (Egypte) actief is. Het mandaat bij MFO berust op het Egyptisch-Israëlisch vredesverdrag van 26 maart 1979, en het daarbij behorende Protocol van 3 augustus 1981. De taken van MFO zijn observeren, rapporteren en verifiëren van schendingen van het vredesakkoord. Nederland nam eerder tot en met 1995 deel aan de missie. In 2012 is besloten per 1 februari 2013 weer aan deze missie deel te nemen. De bijdrage betreft vier militairen voor de initiële periode van 18 maanden (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1193).

• European Union Training Mission Somalia (EUTM Somalië)

De rechtsgrondslag voor EUTM Somalië wordt gevormd door uitnodigingen van Uganda en Somalië. Met twee brieven (18 november 2009 en 23 januari 2010) heeft de Transitional Federal Government (TFG) de oprichting van EUTM Somalië verwelkomd. In november 2012 heeft de Somali Federal Government (SNG) dit bevestigd. In de brief van 5 januari 2010 heeft Uganda de EU verzocht deel te nemen aan de opleidingsinspanning van de Somalische veiligheidstroepen in Uganda. De bijdrage van EUTM Somalië aan de training van Somalische veiligheidstroepen is door de VN-veiligheidsraad verwelkomd in resolutie 2036 (2012). Hoofdtaak van de missie is het trainen van Somalische veiligheidstroepen voor de versterking van de SFG. De missie bevordert met behulp van training-, mentor- en adviescapaciteit de ontwikkeling van de veiligheidssector van Somalië. EUTM heeft inmiddels ruim 3.600 militairen getraind in militaire vaardigheden. Door training van het hogere kader van de Somali National Army (SNA) en de staf van het Somalische Ministerie van Defensie ondersteunt EUTM de Somalische autoriteiten bij het versterken van de civiele controle over het leger. Deze activiteiten zijn om veiligheidsredenen niet in Somalië, maar in Oeganda uitgevoerd. Eind 2013 zijn de trainingsfaciliteiten in Uganda gesloten en wordt EUTM Somalië overgebracht naar Mogadishu (Somalië) en Nairobi (Kenia)(Kamerstuk 29 521, nr. 222) Vanaf april 2013 neemt Nederland deel aan de EUTM Somalië (Kamerstuk 29 521, nr. 205). De Nederlandse bijdrage bestond in 2013 uit negen militairen, waarvan vier trainers en vijf stafleden.

• European Union Aviation Security Mission (EUAVSEC)

Op 30 mei 2012 heeft Zuid-Soedan de EU uitgenodigd de European Union Aviation Security Mission in South Soedan (EUAVSEC South Sudan) op te zetten. Op 18 juni 2012 hebben de EU-lidstaten deze uitnodiging aanvaard en besloten tot een civiele missie onder het Gemeenschappelijke Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). Deze missie ondersteunt de Zuid-Soedanese autoriteiten bij de ontwikkeling van een adequaat en duurzaam veiligheidssysteem op de luchthaven van Juba. Nederland levert twee militairen van de KMar aan het hoofdkwartier in Zuid-Soedan (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1249). De Nederlandse inzet eindigt op 18 januari 2014.

• European Training Mission Mali (EUTM Mali)

In januari 2013 stemde de Raad Buitenlandse Zaken in met de oprichting van EUTM Mali. Met EUTM Mali levert de EU een bijdrage aan de bevordering van de capaciteit van operationele eenheden en de hervorming van de commandostructuur van het Malinese leger. Het mandaat van de missie loopt tot en met 19 mei 2014. Nederland levert vanaf juli 2013 een militair aan het Belgische detachement dat aan de trainingsmissie deelneemt (Kamerstuk 29 521, nr. 209). De bijdrage staat gepland tot het einde van het mandaat van de missie.

• United Nations Disengagement Observer Force (UNDOF)

Nederland levert sinds september 2013 twee stafofficieren aan UNDOF. UNDOF is een VN-waarnemingsmissie die sinds 1974 op de Golan toeziet op de handhaving van het staakt-het-vuren tussen Syrië en Israël (VNVR-resolutie 350). Daarnaast levert UNDOF bescherming aan de UNTSO missie waaraan Nederland waarnemers levert. De twee Nederlandse officieren die aan deze missie deelnemen zijn binnen de staf van UNDOF werkzaam op het gebied van liaison en onderhouden derhalve contacten met zowel de Syrische als Israëlische autoriteiten. Het Nederlands mandaat loopt tot en met 31 augustus 2014 (Kamerstuk 32 623, nr. 123).

• United Nations Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali (MINUSMA)

In november 2013 heeft de regering besloten om Nederlandse eenheden aan te bieden aan de VN-missie MINUSMA in Mali (Kamerstuk 29 521, nr. 213). De VN begeleidt Mali op weg naar een functionerende overheid die veiligheid en andere diensten aan de bevolking levert in het hele land. De Nederlandse bijdrage van 368 militairen ondersteunt de VN in de eerste fase van de VN-missie en levert een specifieke bijdrage om de VN-missie op de rails te krijgen. Met deze bijdrage, gericht op een militaire niche-capaciteit, te weten inlichtingen en verkenningen, kan Nederland voorzien in een kritieke behoefte van de VN. De Nederlandse bijdrage vergroot de effectiviteit (en daarmee de kans op succes) van de missie aanzienlijk. De Nederlandse bijdrage wordt in beginsel geleverd tot eind 2015, ervan uitgaande dat de VN Veiligheidsraad het mandaat van MINUSMA na 25 april 2014 verlengt.

• Africa Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA)

ACOTA is een door de Verenigde Staten geleid programma ter versterking van de capaciteit van Afrikaanse partnerlanden om VN/AU-gemandateerde vredesmissies in Afrika uit te voeren. Sinds 2008 steunt Nederland het programma financieel en sinds 2011 ook militair. In 2013 hebben militairen vijf trainingen in Uganda en zes in Burundi ondersteund.

Toelichting overige inzet

• Vessel Protection Detachments (VPD’s)

In 2013 hebben, behalve de eerder genoemde anti-piraterijoperaties in de hoorn van Afrika, ook de VPD’s hun bijdrage geleverd ter bescherming van koninkrijksgevlagde zeetransporten. In 2013 zijn in totaal 40 VPD’s ingezet en er waren geen kapingen. De financiële bijdrage die reders moeten betalen voor de inzet van een VPD is in 2013 constant gebleven. Er wordt planmatig rekening gehouden met de inzet van 175 VPD’s. In 2013 bleef het aantal aanvragen (64) en ook het aantal inzetten (40) achter bij dit planaantal. Daarom is tussentijds besloten om dit planaantal voor 2013 incidenteel bij te stellen naar 75 en later naar 60.

• FRONTEX

In 2013 heeft de KMar actief bijgedragen aan de Joint Operations onder coördinatie van het Europese Agentschap Frontex. De deelname was op nagenoeg alle terreinen: maritiem, lucht, land, opleidingen/trainingen, terugkeeroperaties, risicoanalyse en innovatieve ontwikkelingen. De operaties werden verricht op de grote EU luchthavens, de belangrijkste (land-zee)doorlaatposten en bij de cross border punten (grenzen van Italië, Spanje, Griekenland en Bulgarije). De KMar bekleedt permanent met twee vte’n het Frontex Nationaal Contact Point, waarlangs alle communicatie van en naar Frontex wordt georganiseerd en operationeel wordt aangestuurd. Het betreft de communicatie voor alle betrokken Nederlandse diensten (Ministerie van Defensie, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Veiligheid en Justitie (Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Dienst Terugkeer en Vertrek), de Nederlandse Politie Eenheid Zeehavenpolitie). Verder vertegenwoordigt CKMar Nederland in de Frontex Management vergadering en wordt hij ondersteund door een beleidsadviseur. Het Opleidings- en trainingscentrum KMar is een partnership Academy van Frontex. Dit houdt in dat diverse activiteiten worden verricht voor Frontex trainingen (didactisch en ontwikkeling). Voorts levert de KMar één vte in deeltijd voor deelname aan het Frontex Analyse Netwerk. Buiten de niet afzonderlijk meetbare uren van inzet voor vergaderingen, besprekingen, evaluaties en trainingen heeft de KMar in 2013 ongeveer 150 grenswachters ingezet in Frontex verband. De KMar heeft één vte permanent geplaatst bij het Hoofdkwartier van Frontex in Warschau.

Toelichting op Nationale inzet

• Structurele nationale taken

Defensie heeft in 2013 structureel een aantal taken voor civiele overheden uitgevoerd, waaronder de taken van het CKMar, de Kustwacht in Nederland en het Caribisch Gebied en de Bijzondere Bijstandseenheden. Er hoeft voor deze taken geen apart verzoek om bijstand of steunverlening te worden ingediend. De structurele nationale taken van Defensie zijn vastgelegd in wet- of regelgeving, of er zijn specifieke afspraken over gemaakt. De financiële middelen van deze structurele taken zijn opgenomen in de verschillende begrotingsartikelen van Defensie. In de volgende tabel is een overzicht van de realisatie van deze taken in 2013 opgenomen:

Taak

Realisatie van 2013

Artikel

Structurele taken ter ondersteuning van de civiele autoriteiten op grond van wetgeving en formele afspraken

Explosievenopruiming

Aantal ruimingen

1857

CLAS / FNIK

Patiëntenvervoer

Aantal uitgevoerde transporten

205

CLSK

Luchtruimbewaking

Aantal alerts (onbekend vliegtuig in Nederlands luchtruim)

11

CLSK

Aantal onderscheppingen

3

CLSK

Kustwacht Nederland

Inzet schepen in vaardagen

102

CZSK

Inzet vliegtuigen in vlieguren

1482

CLSK

Aantal helikopterinzetten voor Search and Rescue

39

CLSK

Kustwacht Caribisch gebied

Inzet stationsschip in vaardagen

103

CZSK

Incidentele militaire bijstand en steunverlening

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde (Politiewet 2012)

Aantal aanvragen

99

Alle krijgsmachtdelen/FNIK

Handhaving openbare orde (Politiewet 2012)

27

Alle krijgsmachtdelen/FNIK

Steunverlening in het openbaar belang

42

Alle krijgsmachtdelen/FNIK

Bijstand bij rampen en crisis (Wet Veiligheidsregio’s)

3

Alle krijgsmachtdelen/FNIK

Caribisch gebied (inclusief BES)

15

Alle krijgsmachtdelen/FNIK

• Militaire bijstand en steunverlening

Defensie is ook in 2013 veelvuldig ingezet ter ondersteuning van de civiele autoriteiten bij de handhaving van de openbare orde en veiligheid, of de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Daarnaast verleende de krijgsmacht in 2013 hulp in het kader van het openbaar belang, bijvoorbeeld in geval van een ramp of zwaar ongeval, of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Om de veelvoud aan inzet te illustreren zijn hieronder enkele concrete voorbeelden gegeven.

In januari kwamen duikers van de Defensie Duik Groep (DDG) in actie bij een zoektocht naar de zes nog vermiste opvarenden van de Baltic Ace. Dit schip zonk op 5 december 2012 na een aanvaring op de Noordzee. In die maand verleenden duikers van de DDG ook assistentie aan de recherche van Amsterdam bij een zoektocht naar bewijsmateriaal van een schietpartij. Het speuren leverde enkele relevante voorwerpen op, waaronder een vuurwapen. In januari assisteerde een Advanced Search Team (AST) de politie tijdens een doorzoeking in Eindhoven. Hierbij werden onder meer contanten, hennep en vuurwapens gevonden.

In februari ondersteunden opnieuw AST’s de politie en FIOD tijdens doorzoekingen. Met speciale apparatuur doorzochten deze teams woningen en loodsen. Hierbij werd onder andere een ondergrondse hennepkwekerij verkend en in kaart gebracht. In het Caribisch gebied hielp het ondersteuningsvaartuig Zr.Ms. Pelikaan de bevolking van Saba aan extra drinkwater. Het eiland kampte met een ernstig drinkwatertekort als gevolg van een lange periode van droogte en een defecte waterfabriek.

De maand mei was druk. Naast de inzet tijdens de troonswisseling en 4-5 mei, werden vooral veel zoekteams van Defensie ingezet. Zo ondersteunden combat trackers van het Korps Mariniers en militairen van de landmacht de politie in haar zoektocht naar twee vermiste kinderen. Ook een F-16, uitgerust met een Recce Lite systeem, is tijdens deze langdurige zoektocht ingezet. Andere zoekteams assisteerden de politie in meerdere onderzoeken naar hennepkwekerijen.

Tijdens de ruiming van een zware bom in de IJssel bij Westervoort werd in juli voor het eerst een onbemand Raven verkenningstoestel gebruikt. De politie hield met behulp van dit toestel de omgeving rond de bom in de gaten. Mede door deze inzet konden enkele personen uit de gevarenzone worden gehaald en kon het publiek op veilige afstand worden gehouden. De civiele autoriteiten hebben ook in de rest van 2013 veelvuldig een beroep gedaan op de steun van onbemande vliegtuigen. Zo is de Raven ingezet ter ondersteuning van de Politie bij onderzoeken naar illegale hennepkwekerijen, inbraken en brandstichtingen.

In oktober assisteerden specialisten van Defensie brandweer en politie bij een onderzoek naar gevaarlijke stoffen en oorlogsgassen. De chemicaliën waren opgeslagen in een kelder in Ede die toebehoorde aan een kort daarvoor overleden natuurkundedocent. Marineduikers van de DDG, ondersteund door Zr.Ms. Schiedam, borgen in deze maand twee stoffelijke overschotten uit het motorschip Maria. Dit schip was na een aanvaring op de Noordzee gezonken. Bij een spraakmakend onderzoek onderzochten militairen op verzoek van de politie een bosperceel op Voorne-Putten. In het bos troffen zij een ondergrondse, verborgen kelder aan.

Na de ontsporing van een goederentrein bij Borne in november, ondersteunden genisten van de Koninklijke Landmacht de bergingswerkzaamheden. Specialisten legden een noodweg aan zodat zwaar materieel ter plekke kon komen om de wagons te bergen.

In de laatste maand van 2013 ondersteunde een Oceangoing Patrol Vessel (OPV) op de Noordzee de politie bij de aanhouding van verschillende verdachten van drugssmokkel. Met behulp van twee motorboten probeerden de verdachten pakketten met cocaïne uit zee op te vissen die kort daarvoor door een containerschip over boord waren gezet. Naast de verdachten zijn enige honderden kilo’s cocaïne uit zee gevist.

Overzicht missies

Licence