Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 22 Externe veiligheid en risico’s

Algemene doelstelling

Mens en milieu beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte milieu- en gezondheidsrisico’s.

Regisseren

Rol en verantwoordelijkheden

De Minister is verantwoordelijk voor de integrale kaderstelling rond activiteiten die risico’s kunnen veroorzaken voor het milieu en de gezondheid van de mens. Deze regisserende rol komt naar voren in:

  • De normstelling waaraan bedrijven en overheden zich bij de uitoefening van hun activiteiten moeten houden.

  • De vastlegging van het beschermingsniveau op (pan-)Europees of internationale niveau. Deze afspraken worden zonder «nationale kop» geïmplementeerd, waardoor een level playing field bereikt wordt. De veiligheid van mens en milieu bij handelingen met genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) en de ontwikkeling en implementatie van regelgeving op het gebied van chemische stoffen (REACH) en het transport van gevaarlijke stoffen (water, rail, weg en buisleidingen) zijn voorbeelden waarbij dit in de vorm van wet- en regelgeving gebeurt.

    • Voor deze dossiers geldt dat Nederland een actieve bijdrage levert aan de Europese processen die leiden tot verdere verbetering van deze Europese regels.

    • Waar Europese regels ontbreken, maar specifieke omstandigheden in Nederland het stellen van regels noodzakelijk maakt, het in dialoog met stakeholders zoeken naar een optimum tussen de te bereiken doelen (en dus baten in termen van milieu en gezondheidswinst) en de lasten die deze regels veroorzaken. Dit is onder meer aan de orde bij het wetsvoorstel «Basisnet» waarmee een balans wordt gezocht tussen de belangen van vervoer, ruimte en veiligheid.

  • De reductie van administratieve lasten voor bedrijven door de vereenvoudiging van de bestaande wet- en regelgeving. Het Activiteitenbesluit is hiervan het belangrijkste voorbeeld. Dit besluit is er onder meer op gericht de vergunningplicht te vervangen door algemene regels. Reductie van de regeldruk wordt ook nagestreefd door een betere kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De vorming van Regionale Uitvoeringsdiensten is hierbij van belang.

    • Het verlenen van vergunningen met als doel bescherming van mens en milieu voor activiteiten met GGO’s, bijvoorbeeld in geval van gentherapie proeven bij patiënten of veldproeven met genetisch gemodificeerde aardappelen. Het verlenen van vergunningen voor defensie inrichtingen waarvoor een strikt geheimhoudingsregime geldt. Hetzelfde geldt voor een beperkt aantal bedrijven (vooralsnog twee) met een verhoogd risico voor de externe veiligheid op de eilanden van Caribisch Nederland.

Stimuleren

Het is primair de verantwoordelijkheid van bedrijven die risico’s voor mens en milieu veroorzaken om deze risico’s te identificeren en deze te voorkomen of te beperken. Dit geldt ook voor overheden die – bijvoorbeeld in de ruimtelijke ordening – keuzen maken die invloed hebben op veiligheid en risico’s. De Minister stimuleert:

  • Het dragen van en het invulling geven aan de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en overheden onder andere door openheid te geven ten aanzien van feitelijke risico’s. Het ontwikkelen van de Risicokaart (in overleg met het Ministerie van VenJ) en de Atlas Leefomgeving zijn hiervan voorbeelden. Op basis van deze informatie kunnen burgers nagaan hoe het is gesteld met de kwaliteit van hun directe leefomgeving.

  • Het in beeld brengen van bestaande of nieuwe risicosituaties en het vermijden of beperken hiervan. Dit geschiedt door inventarisaties van deze risico’s, zoals bijvoorbeeld gebeurt bij asbest in scholen en met betrekking tot de kwaliteit van het binnenklimaat in woningen, door het in beeld brengen van de risico’s van nieuwe technologieën zoals nanotechnologie en door het ontwikkelen van beleid ten aanzien van onzekere risico’s zoals elektromagnetische velden.

  • Het nemen van maatregelen ter bescherming van mens en maatschappij tegen moedwillige verstoring van onderdelen van de vitale infrastructuur door te bevorderen dat de risico’s op moedwillige verstoring (bijvoorbeeld terroristische aanslagen) worden geïdentificeerd en waar mogelijk beperkt. Het betreft hier onder andere chemische bedrijven en buisleidingen.

Tenslotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de Inspectie Leefomgeving en Transport op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht).

Kengetallen en indicatoren

Zoals in de begroting 2013 aangekondigd, heeft het RIVM onderzocht of er kengetallen te construeren zijn die een representatief beeld geven van de milieu-impact van het stoffenbeleid specifiek voor de Nederlandse situatie. Hieruit blijkt dat een deel van deze gegevens al wordt meegenomen in de monitoring van de kwaliteit van lucht en water en dat aanvullende dataverzameling beperkt meerwaarde heeft bovenop de monitoring van REACH in Europees verband en te veel kosten met zich mee zou brengen in het geval van jaarlijkse monitoring. Daarom wordt er in de begroting en in dit jaarverslag geen aanvullend kengetal opgenomen.

Kengetallen REACH jaarverantwoording 2008 t/m 2013
   

2008

 

2009

 

2010

 

2011

 

2012

 

2013

 
   

NL inbreng

Hele EU*

NL inbreng

Hele EU

NL inbreng

Hele EU

NL inbreng

Hele EU

NL inbreng

Hele EU

NL inbreng

Hele EU

1

Beoordelingen ontwerpbesluiten ECHA t.a.v. registratiedossiers en testvoorstellen van Europese bedrijven

0

0

1

1

12

24

40

162

104

231

192

379

2

Door Nederland uitgevoerde en becommentarieerde stofevaluaties 1

4

nvt

0

nvt

8

nvt

14

nvt

20 (4)

34

22 (3)

46

3

Door Nederland ingediende en becommentarieerde RMO-analyses en informatieverzoeken 2

   

5 (4)

 

24 (4)

 

54 (29)

 

19 (6)

 

14 (5)

 

4

Door Nederland ingebrachte en becommentarieerde Annex XV dossiers t.a.v. zeer ernstige zorgstoffen 3

15 (1)

16

14 (1)

15

15 (4)

19

28

28

24 (5)

67

14 (3)

17

5

Door Nederland ingebrachte en becommentarieerde restrictiedossiers4

 

0

0

0

4

9

9

11

8

12

5 (1)

5

6

Door Nederlandse ingebrachte en becommentarieerde voorstellen voor geharmoniseerde classificatie & labelling 5

1 (1)

1

8 (3)

8

22 (5)

22

49 (7)

38

45 (4)

30

54 (6)

37

7

Behandelde vragen door de REACH helpdesk

3542

nvt

1510

nvt

992

nvt

528

nvt

320

nvt

393

nvt

* het aantal dossiers dat in de Europese Unie is ingebracht.

Bron: Jaarrapportage RIVM 2013

Toelichting

Ad 1) Onder stofevaluaties vallen ook de transitiedossiers van de vorige wetgeving voor nieuwe stoffen (67/548EEG) en bestaande stoffen (793/93/EG), de zogenaamde Notification Of New Substances (ONS) dossiers en Persistant Bioaccumulative and Toxic (PBT)-dossiers. In 2012 is het proces van stofevaluaties van start gegaan (het getal tussen haakjes geeft aan hoeveel stofevaluaties door Nederland zijn uitgevoerd). In 2012 zijn 2 en in 2013 is 1 stofevaluatie op het conto van IenM uitgevoerd. Na de stofevaluatie volgt nog follow-up van de stofevaluaties (van 2012 en 2013). In deze rij is niet verwerkt het werk met betrekking tot de screening om tot de selectie te komen voor de kandidaten voor stofevaluaties in de komende jaren.

Ad 2) Met tussen haakjes de door Nederland ingediende Risk Management Options (RMO)-analyses.

Ad 3) Nederland heeft, naast de zelf ingediende Substance of Very High Concern (SVHC) dossiers, op alle door andere lidstaten en Eurpopean Chemicals Agency (ECHA) ingediende SVHC dossiers commentaar geleverd, behalve de 38 SVHC stoffen die ECHA namens de Commissie heeft ingediend in 2012. De getallen tussen haakjes geven het aantal Nederlandse dossiers weer.

Ad 4) Met tussen haakjes het door Nederland ingediende restrictiedossier.

Ad 5) In de tabel is het totale aantal door Nederland ingediende dan wel becommentarieerde Classification and Labelling Harmonisation (CLH) stoffen opgenomen. 80% van deze dossiers is gerealiseerd. Onder de becommentariëring valt zowel reacties op publieke consultatie als ontwerp opinies van het Committee for Risc Assessment (RAC), welke volgtijdelijk voor hetzelfde dossier ingediend kunnen worden. Dit verklaart het hogere getal in de kolom «NL inbreng» in relatie tot de kolom «Hele EU», alwaar het totaal aantal dossiers is opgenomen. Tussen haakjes is het aantal door Nederland ingediende dossiers weergegeven.

Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals gemeld in de begroting. Er zijn geen grote beleidsmatige afwijkingen of een noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen. Budgettair is van belang dat in 2013 een schadevergoeding is verstrekt aan de provincie Limburg (inzake Componenta B.V.) en een toezegging is gedaan aan onder andere de gemeente Roosendaal ten behoeve van Basisnet.

In 2013 heeft het landelijke netwerk van regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s) vorm gekregen. Daarmee is een randvoorwaarde voor betere uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) door de overheid vervuld. Het wetsvoorstel VTH-taken voorziet in kwaliteitscriteria, uniforme interventiestrategieën en optimale informatie-uitwisseling. Alle RUD’s zijn per 1 januari 2014 opgericht dan wel operationeel geworden.

Samen met de andere betrokken departementen werd in 2013 aandacht gegeven voor de problemen met betrekking tot asbest. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft een onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop scholen met asbest omgaan, dit heeft ertoe geleid dat veel scholen hun actuele asbestsituatie hebben doorgegeven voor de Atlas Leefomgeving. In 2013 zijn de provinciale regelingen voor de sanering van asbestdaken en zonnepanelen van start gegaan.

Budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)

22

Externe veiligheid en risico's

   

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

 
   

2011

2012

2013

2013

2013

 

Verplichtingen

   

34.184

12.122

22.062

1

Uitgaven

   

29.451

17.233

12.218

 

22.01

Veiligheid chemische stoffen

   

12.470

4.136

8.334

 

22.01.01

Opdrachten

   

6.510

3.736

2.774

2

22.01.02

Subsidies

   

4.882

0

4.882

3

22.01.03

Bijdrage aan agentschappen

   

779

0

779

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

   

779

0

779

4

22.01.05

Bijdragen aan internationale organisaties

   

299

400

– 101

 

22.02

Veiligheid GGO's

   

1.877

2.708

– 831

 

22.02.01

Opdrachten

   

1.779

2.608

– 829

 

22.02.05

Bijdragen aan internationale organisaties

   

98

100

– 2

 

22.03

Externe veiligheid inrichtingen en transport

   

15.104

10.389

4.715

 

22.03.01

Opdrachten

   

4.601

6.057

– 1.456

 

22.03.02

Subsidies

   

4.160

2.000

2.160

5

22.03.03

Bijdrage aan agentschappen

   

2.438

486

1.952

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

   

2.438

486

1.952

6

22.03.04

Bijdragen aan medeoverheden

   

3.870

1.746

2.124

7

 

– Bijdragen asbestsanering

   

570

0

570

 
 

– Bijdragen programma EV

   

0

3

– 3

 
 

– Overige bijdragen

   

3.300

1.743

1.557

 

22.03.05

Bijdragen aan internationale organisaties

   

35

100

– 65

 
 

Ontvangsten

   

16.919

0

16.919

8

Verplichtingen (ad 1)

Toelichting op de financiële instrumenten

Het verschil in de verplichtingen wordt verklaard door diverse verhogingen van het verplichtingenbudget die bij Miljoenennota 2014 en bij 2e suppletoire begroting 2013 zijn verantwoord. Het betreffen onder andere verhogingen ten behoeve van het EU-project A Common Aproach to the Regulatory Testing of Nanomaterials (NANoREG) (€ 10,2 miljoen), het herstellen van het evenwicht in de meerjarige verplichtingen- en uitgavenreeksen (€ 11,6 miljoen), de Rijkswaterstaat-opdracht inzake Monitoring basisnetten weg en water (€ 1,2 miljoen) en de toekenning van een schadevergoeding aan de provincie Limburg (€ 3,3 miljoen).

22.01 Veiligheid chemische stoffen
22.01.01 Opdrachten (ad 2)

Bij Miljoenennota 2014 is het kasbudget opgehoogd om te kunnen voldoen aan lopende verplichtingen. De middelen zijn voortgekomen uit een IenM-brede herschikking, tevens zijn in dit kader ook middelen uit latere jaren naar voren gehaald. Het gaat hier onder andere om opdrachten op het gebied van uitvoering NANoREG, binnenmilieu scholen en elektromagnetische velden.

Opdrachten in het kader van het stoffenbeleid, het Landelijk Asbest Volg Systeem (LAVS) en aan de Gezondheidsraad (adviezen) zijn verstrekt ter uitvoering van wettelijke taken. Verder wordt onder meer de meerjarige opdracht voor de het onderzoekprogramma elektromagnetische velden (EMV) uitgevoerd.

22.01.02 Subsidies (ad 3)

Het verschil wordt verklaard door de uitgaven aan het RIVM voor het EU-project NANoREG. Deze uitgaven zijn mogelijk gemaakt door een ontvangst van de Europese Commissie en stonden daarom niet geraamd in de begroting.

22.01.03 Bijdrage aan agentschappen (ad 4)

Rijkswaterstaat, Unit Leefomgeving voert in opdracht van IenM werkzaamheden uit. De benodigde middelen zijn binnen het artikelonderdeel 22.01 bij Miljoenennota 2014 vanuit het budget voor de Opdrachten overgeheveld naar de Bijdrage agentschappen. De middelen zijn bestemd voor onder meer de uitvoering van het beleidsonderwerp asbest door Infomil.

22.01.05 Bijdrage aan internationale organisaties

In het kader van het mondiale stoffenbeleid zijn, voor de jaarlijkse verplichtingen die samenhangen met de Internationale Strategie Chemie en diverse verdragsverplichtingen (Verdrag van Stockholm, Verdrag van Rotterdam), bijdragen toegekend.

22.02 Veiligheid GGO’s
22.02.01 Opdrachten

De jaarlijkse opdracht aan de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) is verstrekt. Het gaat dan over beoordelingen/monitoring van risico’s verbonden aan werkzaamheden met GGO’s en vergunningverlening.

22.02.05 Bijdrage aan internationale organisaties

In het kader van het Biosafety Protocol zijn bijdragen toegekend voor de ratificatie en implementatie van het supplementair protocol aansprakelijkheid en verhaal van GGO’s.

22.03 Externe veiligheid inrichtingen en transport
22.03.01 Opdrachten

De opdrachten betreffen de BRIKS (Bouwen, Reclame, Inrit, Kap en Sloop) -vergunningverlening (ook voor defensie-inrichtingen), de CIV (Centrale Informatievoorziening van RWS)-tellingen in het kader van het vervoer gevaarlijke stoffen en het ontwikkelen en onderhouden van de rekenmethoden en modellen ten behoeve van basisnetten en buisleidingen.

22.03.02 Subsidies (ad 5)

Het verschil betreft hoofdzakelijk de verhoging van het kasbudget ten behoeve van het honoreren van aanvragen in het kader van de Regeling Tegemoetkoming Niet-loondienst gerelateerde Slachtoffers van mesothelioom (TNS-regeling). Deze verhoging is binnen de budgettaire ruimte van dit artikel gecompenseerd.

22.03.03 Bijdrage aan agentschappen (ad 6)

Rijkswaterstaat, Unit Leefomgeving voert in opdracht van IenM werkzaamheden uit. De benodigde middelen zijn binnen het artikelonderdeel 22.03 bij Miljoenennota 2014 vanuit het budget voor Opdrachten overgeheveld naar de Bijdrage aan agentschappen. De middelen zijn bestemd voor de ondersteuning bij de uitvoering van de beleidsonderwerpen vervoer gevaarlijke stoffen en basisnetten en voor de kennisoverdracht door Infomil op de beleidsonderwerpen veiligheid inrichtingen, VTH-stelsel en Activiteitenbesluit.

22.03.04 Bijdrage aan medeoverheden (ad 7)

De hogere realisatie van de uitgaven betreft de afrekening met de Dienst Landelijk Gebied voor de uitvoering van het project 3e fase sanering asbestwegen en de betaling aan de provincie Limburg van € 3,3 miljoen voor het uitkeren van een schadevergoeding in het kader van de Wet milieubeheer. Zoals bij 2e suppletoire begroting 2013 is toegelicht wordt de overschrijding van het kasbudget vanuit onderschrijdingen binnen dit artikel gecompenseerd. Daarnaast is in het kader van de Wet milieubeheer een schadevergoeding uitbetaald en is bij slotwet 2013 € 5 miljoen overgeheveld naar het Gemeentefonds in verband met de toegekende bijdrage beheersing veiligheidrisico’s bij het tracé Roosendaal-Moerdijk; dit naar aanleiding van een toezegging van de Staatssecretaris aan de Eerste Kamer.

22.03.05 Bijdrage aan internationale organisaties

Een bijdrage (contributie) is verstrekt aan de OECD voor het Chemical accidents Programme.

Ontvangsten (ad 8)

De ontvangsten betreffen onder andere de bedragen die de Europese Commissie voor het Europese Unie-project NANoREG ter beschikking heeft gesteld en de middelen die de Inspectie Leefomgeving en Transport op dit artikel heeft gestort (ten behoeve van IenM-brede herschikking).

Licence