Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

BIJLAGE 3.

Overzicht niet-financiële informatie over inschakeling van externe adviseurs en tijdelijk personeel (externe inhuur)

Het kabinet heeft besloten een sturingsinstrumentarium voor externe inhuur in te voeren (brief van de Minister van BZK van 24 juni 2009 (Kamerstukken II, 2008/09, 31 701, nr. 21)). De kern hiervan is een norm voor de uitgaven externe inhuur als percentage van de totale personele uitgaven. De norm heeft het karakter van «comply-or-explain». In de brief van de Staatssecretaris van BZK van 29 juni 2010 (Kamerstukken II, 2009/10, 31 701, nr. 32), met een nadere reactie op de motie-Roemer, heeft zij aangegeven dat een uitgavennorm van 10% geldt.

Ministerie van Infrastructuur en Milieu Verslagjaar 2013 (bedragen x € 1.000)

Programma- en apparaatskosten

 

1. Interim-management

2.918

2. Organisatie- en Formatieadvies

1.906

3. Beleidsadvies

3.197

4. Communicatieadvisering

2.867

Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)

10.888

   

5. Juridisch Advies

847

6. Advisering opdrachtgevers automatisering

41.395

7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

3.399

(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7)

45.641

   

8. Uitzendkrachten (formatie & piek) 1

174.581

Ondersteuning bedrijfsvoering

174.581

   

Totaal uitgaven inhuur externen

231.110

1

Deze categorie bestaat uit drie posten. (1) De uitzendkrachten van het ministerie (€ 13,0 miljoen); (2) de uitgaven externe inhuur ten behoeve van het primaire proces van de uitvoeringsorganisatie RWS opgenomen, die niet – of niet gemakkelijk – zijn onder te brengen onder de acht door BZK onderscheiden categorieën externe inhuur (€ 56,4 miljoen); (3) Inhuurcontracten voor dienstverlening die niet tot de kernactiviteiten van RWS behoren en naar aard van de activiteit de aanschaf van een product betreffen, maar onder de definitie van externe inhuur vallen (€ 105,1 miljoen).

Toelichting

In 2013 gaf het Ministerie van Infrastructuur en Milieu € 231,1 miljoen aan externe inhuur uit. De uitgaven voor het ambtelijke personeel bedroegen € 1,013,1 miljard. Het totaalbedrag komt op € 1,244,2 miljard uit. Het inhuurpercentage van Infrastructuur en Milieu, conform de Rijksbrede normering, komt op 18,6% uit. Hiermee overschrijdt het Ministerie van IenM de geldende 10%-norm. Het inhuurpercentage in 2013 zonder inhuur op niet-kerntaken is 11,1%.

Toelichting voor de overschrijding van de 10%-inhuurnorm bij IenM in 2013

Van de ruim € 231,1 miljoen die IenM in 2013 aan inhuur heeft uitgegeven, is € 210 miljoen aan Rijkswaterstaat toe te wijzen. De € 210 miljoen euro is 23% ten opzichte van het RWS-totaal van eigen personele kosten en kosten inhuur en is als volgt verdeeld:

  • ruim € 105 miljoen betreft inhuur op kerntaken

  • ruim € 105 miljoen betreft inhuur op niet-kerntaken

Tot en met 2011 werd alleen de inhuur op de kerntaken zelf en de inhuur voor de ondersteuning van twee van de vijf IPM49-toprolhouders, te weten de projectmanager en manager projectbeheersing (dit zijn zelf kerntaken) opgenomen. Door de bij Rijkswaterstaat striktere toepassing van de boekingsregels van BZK per 1 januari 2012 (conform de opmerkingen en adviezen van de ADR dienaangaande), moet ook de inhuur voor de ondersteuning van de andere drie IPM-toprollen op de infrastructurele aanleg- en onderhoudprojecten worden opgenomen. Aanvankelijk was de verwachting van RWS dat er, gezien de specialistische aard van deze inzet op niet-kerntaken, geen sprake zou zijn van directe aansturing ofwel inhuur onder de definitie van BZK. Deze verwachting bleek niet juist te zijn. Met het toepassen van deze boekingsregels worden de kosten van alle inhuurcontracten die voldoen aan de definitie van BZK, als inhuur geboekt.

Ook in 2013 is ruim de helft van de uitgaven ten behoeve van inhuur veroorzaakt door de inhuur op niet-kerntaken. De inhuur op niet-kerntaken hangt direct samen met de productieopgave (aanleg- en onderhoudsprojecten) die er voor Rijkswaterstaat ligt. Na de constatering vorig jaar dat nog te weinig productafspraken en te veel urenafspraken worden gemaakt voor de inzet van externen op niet-kerntaken, is RWS bezig om voor de inzet van externen op niet-kerntaken, meer en meer te gaan werken met op productafspraken gebaseerde contracten. Hierdoor zal de inhuur op niet-kerntaken de komende jaren weer gaan dalen. De effecten van de maatregelen bleven in 2013 achter bij de planning.

De hogere inhuur wordt in de tweede plaats veroorzaakt door de bij voorjaarsnota goedgekeurde omzetting van ingekochte ICT-diensten naar eigen personeel. Hierbij wordt een deel van de uitbesteding (€ 20 miljoen materiële kosten) via inhuur omgezet naar eigen personeel. Tijdelijk wordt dus op deze plekken ingehuurd tot deze volledig zijn bezet door eigen medewerkers.

Daarnaast is de stijging van inhuurkosten het gevolg van de snellere dan verwachte krimp van de bezetting ten opzichte van de formatie. Om te voorkomen dat de aan de Tweede Kamer toegezegde productiemijlpalen verschoven moeten worden, is ingehuurd om de opengevallen plaatsen tijdelijk te kunnen opvangen. RWS streeft ernaar om de inhuur van externen op kerntaken te vervangen door eigen medewerkers, vanuit het basisprincipe dat Rijkswaterstaat op kerntaken eigen mensen inzet, ter vermindering van de kwetsbaarheid en het verkleinen van de afhankelijkheid van externen. Hierdoor zal de inhuur op kerntaken de komende jaren gaan dalen.

Rapportage overschrijding maximumuurtarief externe inhuur buiten mantelcontracten

In onderstaande rapportage wordt weergegeven in hoeveel gevallen door het ministerie (in Nederland) buiten de mantelcontracten om er externe krachten zijn ingehuurd boven het voor de organisaties van het rijk afgesproken maximumuurtarief van € 225 (exclusief BTW). Het gaat hierbij om het aantal personen dat tegen een hoger dan het maximumuurtarief wordt ingehuurd.

Het aantal overschrijdingen binnen IenM van het maximumuurtarief bedroeg in 2013 twee.

In één geval gaat het om inzet van een advocaat, waarbij de benodigde specifieke deskundigheid niet via een mantelcontract is in te huren. Het betrof juridisch advies aan de Ondernemingsraad ILT inzake de juridische procedures die de OR wenst te voeren tegen het definitief besluit onderhoud vliegvaardigheid Inspecteurs.

Daarnaast is een topexpert ingehuurd op het gebied van architectuurvraagstukken rond industriële automatiering en tunnels. Het afgesproken tarief is gebaseerd op de unieke ervaring en kennis van deze persoon, daar vergelijkbare kennis niet binnen de bestaande mantelpartijen beschikbaar is.

Het betreft in beide gevallen maximaal 70 uur.

49

Integraal Project Management

Licence