Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3. BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu staat voor een leefbaar, bereikbaar en veilig Nederland. In 2014 heeft IenM volop gewerkt aan oplossingen voor de grote uitdagingen waar Nederland voor staat, zoals klimaatverandering, waterveiligheid, milieu, ruimtelijke inrichting en bereikbaarheid. In dit beleidsverslag worden de belangrijkste resultaten uit 2014 toegelicht.

Ruimte en bereikbaarheid

Omgevingswet

Het kabinet heeft in juni 2014 het wetsvoorstel Omgevingswet1 ingediend bij de Tweede Kamer. De bestuurlijke koepels IPO, VNG en UvW hebben aangegeven vertrouwen te hebben in het wetsvoorstel. Op 18 februari heeft de Minister van IenM, mede namens de betrokken bewindspersonen, de Nota naar aanleiding van het verslag2 aan de Tweede Kamer aangeboden.

De Tweede Kamer is bij indiening van het wetsvoorstel bij brief3 geïnformeerd over de hoofdlijnen en de planning van de uitvoeringsregelgeving bij dit wetsvoorstel en de implementatie van de stelselherziening (de invoeringsbegeleiding en de digitalisering van de Omgevingswet). De uitwerking van het wetsvoorstel in algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) is in volle gang en loopt nog door tot eind 2015. In 2014 is tevens gestart met de voorbereidingen voor de invoeringswet- en regelgeving.

Vooruitlopend op de Omgevingswet doen overheden nu al ervaring op met de filosofie achter de Omgevingswet. Onder de noemer «Nu al Eenvoudig Beter» wordt met de Crisis- en herstelwet (Chw) mogelijk gemaakt dat, vooruitlopend op de Omgevingswet, gewerkt kan worden met het omgevingsplan. Van deze mogelijkheid wordt veelvuldig gebruik gemaakt. In totaal hebben zevenentwintig gemeenten zich aangemeld voor dit experiment. Begin 2015 hebben het kabinet en Bouwend Nederland de website houdheteenvoudig.nl gelanceerd.

In 2014 zijn de 7e en 8e tranches Crisis en herstelwet (Chw) in werking getreden. Het ontwerpbesluit 9e tranche is na behandeling in de Tweede Kamer aan de Raad van State aangeboden. In 2014 is de mijlpaal van 100 experimenten bereikt. Op 1 november 2014 is de permanente Chw in werking getreden. De Chw wordt verlengd totdat deze opgaat in de Omgevingswet. Hiermee zijn een aantal quick wins ingeboekt, zoals de verruimde mogelijkheden voor vergunningvrije bouwwerken.

MIRT en Gebiedsagenda’s

Het programma Vernieuwing MIRT maakt het MIRT klaar voor de toekomst. Om dit einddoel te bereiken worden acties ontplooid binnen drie pijlers: samenwerken, «brede blik» en maatwerk in besluitvorming.

Als concrete uitwerking van deze pijlers hebben onder andere de Bestuurlijk Overleggen MIRT (BO’s MIRT) in 2014 in de regio plaatsgevonden. Hierdoor is het mogelijk om een actuele opgave die op de bestuurlijke tafel ligt te bezoeken en daarover met betrokken private en maatschappelijke partijen in gesprek te gaan. Bovendien waren de gesprekken meer strategisch van aard. Rijk en Regio hebben onder andere gesproken over de koppeling van de opgaven uit gebiedsagenda’s met de nationale energieopgave en de gebiedsgerichte besluiten in het kader van het Deltaprogramma. Als direct resultaat van de BO’s MIRT op locatie zijn bijvoorbeeld in de Zuidvleugel afspraken gemaakt tussen Rijk, Regio en het bedrijfsleven over het opstellen van een regionale energievisie en uitvoeringsstrategie. In Noord Nederland is een MIRT onderzoek ruimtelijke inpassing van nieuwe energiesystemen afgesproken, dat wordt opgezet door Rijk, Regio en kennisinstellingen. Zie voor een compleet overzicht van de uitkomsten van de BO’s de brief van de Minister en Staatssecretaris van IenM van 17 november 20144.

In de loop van 2014 is een aantal brede MIRT onderzoeken rond bereikbaarheidsopgaven gestart. Deze brede en gezamenlijke aanpak past als onderdeel van de Vernieuwing van het MIRT en Meer Bereiken, ook bij de werkwijze en ervaringen van Beter Benutten. De looptijd van deze MIRT onderzoeken is naar verwachting 2 jaar.

Structuurvisie Ondergrond

Het Ministerie van IenM en decentrale overheden hebben in het kader van het Programma STRONG (Structuurvisie Ondergrond) de (beleids)opgaven voor de ondergrond in beeld gebracht. Dit heeft in juni 2014 geresulteerd in het document «Probleemstelling STRONG – opgaven voor de ondergrond». De hierin beschreven opgaven vormen het vertrekpunt voor verdere uitwerkingen door Rijk en decentrale overheden. Het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de uit te voeren planMER via een Europese aanbesteding en het meer ruimte geven voor publieke participatie middels een formele zienswijze procedure betekenen dat de ontwerp Structuurvisie Ondergrond naar verwachting najaar 2015 naar de Tweede Kamer kan worden gezonden.

Beter Benutten

Het programma Beter Benutten beoogt de files op specifieke drukke trajecten met 20% te verminderen. Van de in totaal ruim 350 maatregelen was eind 2014 het merendeel gerealiseerd. De laatste tussenmeting (peildatum 1 oktober 2014) laat een effect zien van ca. 9%. Dit was bij de meting begin 2014 nog 4%. Hiermee is bijna de helft van de programmadoelstelling van 20% gehaald.

In maart 2014 zijn per regio bestuurlijke afspraken gemaakt maken over de invulling van het vervolg van Beter Benutten.

Wegen

Wegenprojecten

Eind 2013 is de rijksstructuurvisie Blankenburgverbinding vastgesteld en is de planuitwerking gestart. Het OTB staat gepland voor 2015. In het voorjaar van 2014 is de voorkeursvariant voor de Ring Utrecht vastgesteld en is de MKBA in het MIRT-overleg met de Kamer besproken. Het OTB zal naar verwachting in 2016 worden vastgesteld. Van de overige projecten zijn o.a. de voorkeurvariant A27 Houten-Hooipolder, het TB A27/A1, het TB Zuidelijke Ringweg Groningen en de OTB’s Rijnlandroute (inclusief A4 en A44) en A4-Vlietland-N14 vastgesteld.

Verkeersveiligheid

Ongeveer 70 procent van de gemeenten heeft in 2014 een lokale aanpak veilig fietsen opgesteld of werkt hieraan. Uit fietsveiligheidsonderzoeken is gebleken dat oudere fietsers vaak niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden zelf de kans op een fietsongeval te beperken. Samen met decentrale overheden werkt IenM aan maatregelen om oudere fietsers zich hier meer bewust van te maken. Het wetsvoorstel T-rijbewijs5 is in 2014 door het parlement aangenomen en zal per 1 juli 2015 in werking treden.

Innovatie Rijkswaterstaat

RWS heeft in 2014 een Innovatieagenda samengesteld in samenwerking met marktpartijen, kennispartijen en andere overheden. Met deze agenda wordt een totaaloverzicht gegeven van wat RWS wil op gebied van innoveren en wat de innovatievragen van de (nabije) toekomst zijn. De Innovatieagenda komt hiermee tegemoet aan de vraag van marktpartijen die inzicht wilden in de innovatiebehoefte van RWS. De innovatieagenda wordt uitgevoerd in samenwerking met markt- en kennispartijen. Successen zijn onder meer behaald op gebied van:

  • duurzamer asfalt, stille voegovergangen en energiezuinige verlichting

  • dijkversterkingsmaatregelen, waarbij «nature based solutions» worden toegepast door dijken met zand te versterken

  • toepassen van effectiever en efficiënter zoet-zoutscheidingssysteem voor schutsluizen.

De nieuwe innovatie-agenda van Rijkswaterstaat geeft de komende jaren een extra impuls aan deze en andere innovaties.

Verkeersmanagement

«Connecting Mobility», het uitvoeringsprogramma voor de routekaart Beter Geïnformeerd Op Weg, is in januari 2014 gestart. Hierin werken bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden samen aan de uitvoering van innovatieve mobiliteit. Prioriteit voor 2014 was het uitvoeren van enkele vooraanstaande «routeprojecten». Zo is gestart met de realisatie van de Innovatiecentrale Helmond en is de eerste fase van de Praktijkproef Amsterdam afgerond.

Door inspanningen van het programma Beter Benutten op het gebied van ITS kunnen reizigers sinds begin 2014 gebruik maken van vijf multimodale planners en vijf nieuwe reisinformatiediensten die actueel zijn en gericht op hun persoonlijke voorkeur. Zij ontvangen hiermee zowel voorafgaand als tijdens de reis real time reisinformatie, zoals de geldende maximumsnelheden, wegwerkzaamheden en incidenten Om deze verbeterde diensten mogelijk te maken ontsluiten wegbeheerders de hiervoor benodigde publieke data. Op de A67 kunnen reizigers gebruik maken van persoonlijk rijstrookadvies en is door het project «Spookfiles» sinds het laatste kwartaal van 2014 een persoonlijk snelheidsadvies verkrijgbaar op de A58.

Spoor

In 2014 is de Lange termijn spooragenda deel 2 (LTSA2)6 uitgebracht en besproken met de Tweede Kamer. Een optimale deur-tot-deur reis is de kern van de ambitie uit LTSA2. Om dit te bereiken is een intensieve samenwerking tussen alle betrokken partijen in de OV-keten nodig. Deze samenwerking komt onder meer tot stand door de landsdelige en landelijke OV- en Spoortafels die twee keer per jaar plaatsvinden.

Voor de deur-tot-deur reis is de kwaliteit van het gehele OV-netwerk bepalend. Het hoofdrailnet vormt de ruggengraat van die keten. ProRail en NS hebben voor de LTSA2 gezamenlijk een operationeel spoorconcept uitgewerkt, als basis voor een meerjarige verbeteraanpak. Deze verbeteraanpak, vastgelegd in «Beter en Meer», is een ontwikkelfilosofie: eerst gericht werken aan het voorkomen van negatieve uitschieters en de betrouwbaarheid verder verbeteren («Beter»), om daarna de frequenties te verhogen («Meer»).

Eind 2014 zijn de beheer- en vervoersconcessie aan respectievelijk ProRail en NS gegund. Hiermee is invulling gegeven aan een belangrijk deel van de vernieuwing van de sturing op ProRail en NS zoals in de LTSA2 is opgenomen. De concessies bieden de mogelijkheid om actief te sturen op de prestatieverbetering die noodzakelijk is voor de gehele spoorsector. De herijking van projecten en programma’s aan de doelstellingen van de LTSA zal in 2015 worden afgerond.

Aanleg en beheer, onderhoud en vervanging

In 2014 is gestart met de uitvoering van het Doorstroomstation Utrecht en is voortgegaan met de korte termijnmaatregelen OV SAAL. Daarnaast zijn richtinggevende besluiten genomen voor PHS-Amsterdam en Meteren-Boxtel, inclusief de inpassing Vught. ProRail heeft daarnaast gewerkt aan de belangrijke knooppuntstations Den Haag, Rotterdam, Utrecht CS, Breda, Arnhem, Spoortunnel Delft en de Knoop Zwolle. Andere relevante dossiers waarvoor richtinggevende besluiten zijn genomen zijn het project Bleizo, het Grensoverschrijdend project Heerlen-Aken, elektrificatie van de Maaslijn en Zwolle-Enschede.

Veiligheid

De Staatssecretaris van IenM heeft in april 2014 de voorkeurbeslissing ERTMS7 genomen. De ERTMS pilot op het baanvak Amsterdam-Utrecht is verlengd tot het eerste kwartaal 2015.

Het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO), bedoeld om het aantal incidenten bij spoorwegovergangen verder te verminderen, is in 2014 gestart. Projecten voor de eerste tranche maatregelen zijn geselecteerd. Zie voor uitgebreide informatie het programmaplan LVO dat de Staatssecretaris van IenM op 12 juni 2014 aan de Tweede Kamer heeft aangeboden8.

HSL Zuid/Fyra V250

Het kabinet heeft in september 2013 een standpunt ingenomen over het alternatief voorstel om de reiziger verbindingen tussen Nederland en België te bieden9. Als gevolg van dit alternatief worden in totaal (internationaal en nationaal) in het eindbeeld meer treinen gereden over de HSL-Zuid. Hiervoor worden echter minder hogesnelheidstreinen ingezet dan oorspronkelijk was voorzien. Londen, Lille en luchthaven Zaventem worden de komende jaren als bestemmingen toegevoegd. In april 2014 zijn de twee extra Thalys treinen gaan rijden naar Lille, via Brussel. In december 2014 is de frequentie van de IC Brussel verhoogd naar 16 keer per dag en rijdt de trein weer van en naar Amsterdam (in plaats van Den Haag). Deze trein stopt nu ook te Zaventem.

OV-chipkaart

Het Nationaal OV Beraad (NOVB) is eind 2013 van start gegaan en heeft reeds een aantal resultaten bereikt, zoals afspraken over incomplete transacties («vergeten uit te checken») en reizen op rekening voor blinden en slechtzienden. Het wetsvoorstel OV-Chipkaart is in september 2014 aan de Tweede Kamer aangeboden10. Daarnaast werken de concessiehoudende vervoerders gezamenlijk aan de herpositionering en de herfinanciering van TLS die de OV-chipkaart uitgeeft. Alle betrokkenen hebben een intentieverklaring getekend over de governance en financiering van TLS in de toekomst. Daarmee gaan alle vervoerders deelnemen aan de coöperatie die eigenaar wordt van TLS.

Luchtvaart

De voorbereidingen om te komen tot luchthavenbesluiten voor de luchthavens Rotterdam, Eelde en Maastricht zijn gestart. De ontwerp-luchthavenbesluiten zullen naar verwachting in de loop van 2015 in procedure gebracht kunnen worden.

In 2014 zijn voorbereidingen getroffen voor de oprichting van de Omgevingsraad Schiphol (ORS) per 1 januari 2015. Er zijn onder andere verkiezingen voor bewonersvertegenwoordigers gehouden. De Commissie Regionaal Overleg Schiphol (CROS) en de Alderstafel werken sinds 1 januari 2015 als Omgevingsraad. Voor de overige civiele luchthavens worden Commissies Regionaal Overleg (CRO’s) opgericht, waarbinnen overleg plaatsvindt tussen de luchtvaartsector en de directe omgeving over het gebruik van de luchthaven. Voor Eelde, Maastricht en Rotterdam zijn deze al in 2013 opgericht. De CRO voor Lelystad volgt nadat het Luchthavenbesluit is geslagen.

Naar aanleiding van het advies van de Commissie Shared Vision is in 2014 het wetsvoorstel exploitatie van de luchthaven Schiphol opgesteld en voor advies aan de Raad van State gezonden. Het wetsvoorstel zal in 2015 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Eind 2014 is, naar aanleiding van het Aldersadvies van 8 oktober 2013, het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer gezonden waarmee het nieuwe normen- en handhavingsstelsel wordt verankerd.

Op 22 oktober 2014 heeft overleg tussen de delegatieleiders van de partijen aan de Alderstafel plaatsgevonden, waarin de vertegenwoordigers van de luchtvaartsector hebben gemeld dat zij er op dat moment in ontoereikende mate in slagen een substantiële bijdrage te leveren aan het oplossen van het knelpunt met de regel voor de inzet van de vierde baan op Schiphol. In de periode daarna heeft aan de Alderstafel intensief overleg plaatsgevonden waarin gezamenlijk een oplossing is verkend die op draagvlak kan rekenen bij alle partijen aan de Alderstafel. Dit advies is 29 januari 2015 aan de Tweede Kamer gezonden11. In 2015 zal het kabinet een reactie op dit advies formuleren, waarbij ook zal worden ingegaan op de gevolgen die dit advies heeft voor het traject en de precieze invulling van het reeds bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel inzake het nieuwe normen- en handhavingstelsel, het onderliggende Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) en de m.e.r.-procedure.

Internationaal zet Nederland in op mondiale maatregelen om de uitstoot van CO2 terug te dringen en om het level playing field voor de luchtvaart te borgen. In EU-verband heeft in 2014 aanpassing van het ETS voor de luchtvaart plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in een beperking van de geografische reikwijdte van het systeem. Voor de periode 2013 tot en met 2016 vallen alleen vluchten binnen Europa onder het systeem.

Maritiem Beleid

In 2014 is tussen de ministers van IenM en EZ, de vijf zeehavens van nationaal belang en het zeehavenbedrijfsleven een werkprogramma zeehavens 2014–201612 vastgesteld. Het werkprogramma heeft als doel de internationale concurrentiepositie te verstevigen door er gezamenlijk voor te zorgen dat de Nederlandse haveninfrastructuur de beste van de wereld blijft, het marktaandeel van de Nederlandse havens in de Hamburg-Le Havre range groeit en dat de toegevoegde waarde van de Nederlandse zeehavens toeneemt. Dit werkprogramma is sindsdien in uitvoering.

In het kader van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam zijn de eerste terminals op de Tweede Maasvlakte in 2014 getest.

De binnenvaart is goed aangesloten op het Beter Benutten proces. Met diverse partijen uit de sector is in 2014 gewerkt aan de voorbereiding van plannen voor het benutten van de binnenvaart aan het verminderen van de meest vertraagde ritten op de weg. Voor de zomer van 2015 wordt besluitvorming over deze plannen verwacht.

Op verschillende thema’s wordt in CCR-verband (Centrale Commissie voor de Rijnvaart) gewerkt aan modernisering van regelgeving en vermindering van regeldruk. Op het gebied van de technische eisen zijn de meest knellende bepalingen die in 2015 van kracht zouden worden, uitgesteld. Ze worden opnieuw bezien. In de CCR is verder regelgeving in voorbereiding die het gebruik van LNG als brandstof in de binnenvaart mogelijk maakt. De regels zullen naar verwachting in 2015 in werking kunnen treden. In 2014 is de EU-richtlijn «Clean power for transport» aangenomen, die de lidstaten verplicht een netwerk van LNG-bunkerstations in havens te realiseren. In de IMO (International Maritime Organization) is een principe-overeenkomst bereikt over de zogenoemde IGF Code, die uniforme veiligheidseisen stelt voor LNG als brandstof voor zeeschepen. Deze regels zullen op termijn dienen als uitgangspunt voor regulering van het gebruik van LNG in de binnenvaart.

Topsector Logistiek

Het Neutraal Logistiek Informatie Platform (NLIP) is verder uitgewerkt, onder meer in standaarden voor papierloos transport, zodat het logistieke bedrijfsleven de informatiestromen meer kan digitaliseren in elektronische transportopdrachten, vrachtbrieven en facturen.

Uit de actie kernnetwerk is de beslissing voortgekomen voor brede MIRT-onderzoeken van twee multi-modale goederencorridors: de A15-Betuweroute-Waal corridor vanuit Rotterdam («corridor Oost») en de corridor Rotterdam-Brabant-Limburg-Duitsland («corridor Zuid»). Deze brede MIRT-onderzoeken zijn in 2014 van start gegaan met de eerste fase.

Synchromodaal vervoer, onder andere via de «Cool Port Control Tower», is in 2014 meer ingeburgerd geraakt bij bedrijven, onder andere ingegeven door de langere aanvoerroute vanaf de Tweede Maasvlakte, het toenemende volume en het vermijden van files op de A15.

Transport Internationaal

IenM heeft in 2014 diverse internationale activiteiten op transportgebied ondernomen. Naast consolidatie van relaties met Turkije, Mexico, Nicaragua, Brazilië en Hong Kong hebben de Minister en Staatssecretaris bezoeken afgelegd aan respectievelijk Indonesië en Brazilië. Delegaties uit de haven- en transportsector sloten zich hierbij aan. Verder zijn hoogwaardige inkomende bezoeken vanuit Oman en Egypte door de bewindspersonen ontvangen.

Nederland ligt op drie corridors van het Europese kernnetwerk voor transport (TEN-T). Dit betekent dat investeringen hierin, van zowel overheden als private partijen, vaak een Europese meerwaarde hebben. Dit is in 2014 ook vanuit Brussel onderkend, door een bijdrage van ruim 90 miljoen euro aan subsidie voor projecten met Nederlandse (lead) partners, waaronder IenM.

De Europese transportagenda werd in 2014 gedomineerd door luchtvaart- en spoordossiers. Goede voortgang is geboekt met de technische onderdelen van het Vierde Spoorpakket. Het bereiken van overeenstemming over de zogenoemde «politieke pijler», die ziet op liberalisering en organisatie van de spoorsector, zal nog geruime tijd vergen. Door een bilateraal politiek geschil tussen lidstaten is besluitvorming over luchtvaartdossiers (passagiersrechten, Single European Sky) in 2014 geblokkeerd geraakt.

Leefomgeving en milieu

Op 10 maart 2014 is de brief Modernisering Milieubeleid13 aan de Tweede Kamer gestuurd. Het kabinet maakt daarin duidelijk dat modernisering van werkwijze en aanpak essentieel is om te zorgen voor een beter milieu, gezondheid en duurzaamheid. Zoals de Staatssecretaris van IenM heeft toegelicht in de Tweede Kamer zijn Zero waste, beperking van de effecten van klimaatverandering en zorgen voor de meest veilige en gezonde leefomgeving van Europa, de belangrijkste doelen van de Modernisering Milieubeleid. Gezondheid en veiligheid worden als centraal thema gepositioneerd. Alle acties uit de brief zijn in uitvoering (o.a. afwegingskader Bewust omgaan met Veiligheid, afwegingskader Gezondheid, website Duurzaam Doen en projecten als Slimme en Gezonde Stad en Safety Deals).

Klimaat

Op 4 oktober 2013 is de Klimaatagenda «weerbaar, welvarend en groen»14 aan de Tweede Kamer gestuurd. De Klimaatagenda biedt met name maatregelen voor sectoren die buiten het SER-energieakkoord vallen en zet een nieuwe stip op de horizon voor 2030.

Het kabinet heeft zich ingezet voor het op Europees niveau vastleggen van ambitieuze doelen voor CO2-reductie, hernieuwbare energie en energiebesparing. In de Europese Raad van oktober 2014 heeft de EU zich vastgelegd op de volgende doelen voor 2030: ten minste 40% CO2-reductie (t.o.v. 1990), 27% hernieuwbare energie en 27% energiebesparing (indicatief)15. Met het 40%-doel neemt de EU internationaal het voortouw in de aanloop naar «Parijs» waar in december 2015 een nieuw mondiaal klimaatakkoord moet worden bereikt. Begin december 2014 is in Lima de VN-Klimaatconferentie (COP20) gehouden. Nederland heeft zich daar onder meer ingezet voor brede participatie; voor een effectief mondiaal klimaatbeleid is een sterke rol voor steden, bedrijven en het maatschappelijk middenveld onmisbaar. In dat licht heeft IenM voorafgaand aan «Lima» een stakeholderbijeenkomst georganiseerd om de Nederlandse inzet mede vorm te geven16.

Duurzame mobiliteit

De Nederlandse inzet in Europees verband voor de sector mobiliteit en transport is in de eerste plaats gericht op het nastreven van steeds scherpere CO2-emissienormen. Daarnaast kan nationaal beleid de introductie van alternatieve energiebronnen (zoals elektrisch en waterstof) in mobiliteit en transport ondersteunen, onder meer door te zorgen voor de benodigde tank- en oplaadinfrastructuur. In september 2014 heeft Staatssecretaris Mansveld het eerste openbare waterstoftankstation in Rhoon geopend. Op 21 november 2014 heeft zij in Groningen de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek ondertekend. Doel hiervan is om steden schoner en veiliger te maken door in 2025 zoveel mogelijk soorten vervoer op de weg te hebben die geen schadelijke stoffen uitstoten.

In juni 2014 is de duurzame brandstofvisie overhandigd aan Staatssecretaris Mansveld en de voorzitter van het SER-uitvoeringsoverleg Mobiliteit en Transport, dhr. Van Geel. In deze visie worden diverse ontwikkelpaden beschreven waarmee de doelen uit het SER-Energieakkoord voor de sector mobiliteit behaald kunnen worden. Samen met de SER-partners wordt gewerkt aan een actieplan met daarin concrete afspraken en initiatieven voor de korte termijn om uiteindelijk de doelen voor de lange termijn te behalen.

Ruimte voor duurzame energie

De Structuurvisie Windenergie op Land (SvWOL) is op 31 maart 2014 vastgesteld. In september is de pilot geluid voor een kennisplatform windenergie van het RIVM van start gegaan.

Van Afval Naar Grondstof

Het programma Van Afval naar Grondstof heeft als hoofddoel het bevorderen van een circulaire economie. Het programma wordt uitgewerkt via acht operationele doelstellingen. De uitwerking van deze doelstellingen is in januari 2014 aan de Tweede Kamer gezonden17. De daarin aangekondigde acties zijn opgestart. In maart 2015 is een eerste voortgangsrapportage aan de Kamer gestuurd.

Het kunststof ketenakkoord is een succes doordat meer dan 75 partijen uit bedrijfsleven, wetenschap, NGO’s en overheden met elkaar samenwerken, gericht op concrete duurzame innovaties om de kunststofkringloop te sluiten. Het betreft innovaties in aanpak, in vormen van inzameling op land en op zee, recycling en duurzaam ontwerp van kunststof producten. Enkele specifieke Green Deals zijn ondertekend zoals die rond de havenontvangstvoorzieningen, de visserij en de stranden.

Met gemeenten wordt goed samengewerkt om te komen tot verhoging van de recycling van huishoudelijk afval. Zie voor meer informatie de brief van de Staatssecretaris van IenM van 1 december 201418.

Veiligheid Leefomgeving

Op 18 december 2014 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de concrete beleidsvoornemens inzake de modernisering van omgevingsveiligheid19. In het bijbehorende Uitvoeringsprogramma 2015–2018 is ook de samenhang en afstemming met de Omgevingswet vastgelegd. De eerste aanzet om het beleid transparanter, eenvoudiger en robuuster te maken is daarmee gegeven. Om het besluitvormingsproces beter aan te laten sluiten op de praktijk van de ruimtelijke ordening wordt een alternatieve invulling van het groepsrisico onderzocht.

In 2014 is het landsdekkend stelsel van 29 Regionale Omgevingsdiensten (OD’s; voorheen regionale uitvoeringsdiensten, RUD’s) tot stand gekomen. De OD’s voeren voor gemeenten en provincies de vergunningverlening, toezicht en handhaving ten aanzien van milieutaken uit. Het functioneren van de omgevingsdiensten wordt nauwlettend gevolgd en geëvalueerd. Het evaluatierapport zal medio 2015 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

De Europese Commissie heeft in 2014 stappen gezet om de informatievereisten voor nanomaterialen te verduidelijken en is een effectenbeoordeling gestart naar mogelijke manieren om op Europees niveau inzichtelijk te maken waar nanomaterialen worden toegepast. Vanwege het gebrek aan voortgang op dit dossier en op het gebied van duidelijkheid over hormoonverstorende stoffen en de beoordeling van combinatie-effecten, heeft Nederland zich met 6 andere lidstaten aangesloten bij een Deens initiatief REACH-UP. Dit initiatief heeft tot doel om de Europese Commissie te stimuleren om conform afspraken voorstellen tot verbetering van de regelgeving inzake stoffen aan de lidstaten voor te leggen. Nederland heeft hierbij tevens aandacht gevraagd voor de kosten voor met name het MKB.

Het landelijk asbestvolgsysteem (LAVS) voorziet sinds 2014 alle betrokken ketenpartijen van de nodige informatie. De zogenoemde «dynamische koppeling» waarmee een deel van de informatie uit dit systeem zichtbaar wordt gemaakt op de Atlas Leefomgeving komt in de zomer van 2015 beschikbaar.

Waterbeleid

Waterveiligheid

In september 2014 heeft de deltacommissaris het voorstel neergelegd voor een nieuw waterveiligheidsbeleid gebaseerd op de overstromingskans-benadering. Het kabinet heeft dit voorstel overgenomen en vastgelegd in de tussentijdse herziening van het Nationaal Waterplan20. Het nieuwe beleid dient als grondslag voor de wijziging van de Waterwet, waarmee in het najaar van 2014 is gestart. Ook het wettelijk toetsinstrumentarium wordt gebaseerd op het nieuwe beleid.

Het programma Ruimte voor de Rivier is ook in 2014 in volle vaart doorgegaan. Door het programma is het beoogde veiligheidsniveau langs de Rijntakken en het benedenstroomse deel van de Maas op vier plekken gerealiseerd. Daarbij is ook de ruimtelijke kwaliteit versterkt. De laatste aanbestedingen zijn afgerond. Het programma Maaswerken is in 2014 voortgezet. Twee locaties van het Grensmaasproject, te weten Borgharen en Aan de Maas, zijn afgerond. Daarnaast is cluster D van de prioritaire sluitstukkademaatregelen Roer en Overmaas afgerond.

Het tweede Hoogwaterbescheringsprogramma (HWBP-2) is in 2014 volop voortgezet. Het laatste onderdeel van de kustversterking Noordzeekust (Zwakke schakels) is vrijwel gereed: de Hondsbossche en Pettemer zeewering. Daarmee is de gehele versterking van de Noordzeekust afgerond. Voor de Markermeerdijken is de aanbesteding via een innovatieve marktbenadering gestart. In 2014 is ook een onderzoek uitgevoerd naar een nieuw rekeninstrumentarium voor dijken op veen. Conclusie is dat met dit nieuwe instrumentarium een aanzienlijke kostenbesparing kan worden gerealiseerd doordat dijken op veen sterker blijken te zijn dan eerder was aangenomen. De dijkversterking kan daardoor minder zwaar en daarmee goedkoper worden uitgevoerd. In 2015 wordt een besluit genomen of daadwerkelijk gebruik zal worden gemaakt van deze methode.

Zoetwater

In de deltabeslissing Zoetwater staan concrete maatregelen, alsook de aanpak van het voorzieningenniveau. Door middel van een herziening van het Nationaal Waterplan 1 zijn de deltabeslissingen verankerd in beleid.

Waterkwaliteit

In 2014 heeft IenM de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen in het hoofdwatersysteem voortgezet, conform de toezeggingen in de stroomgebiedbeheerplannen van 2009. Daarnaast zijn ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen 2016–2021 opgesteld voor de stroomgebieden Rijn, Maas, Eems en Schelde. Deze zijn eind 2014 in de inspraak gegaan en liggen tot en met 22 juni 2015 ter inzage als bijlagen van het 2e Nationaal Waterplan. Verder is de structurele financiering van de inrichtingsmaatregelen in het hoofdwatersysteem van 2016 tot en met 2027 geborgd.

Water Internationaal (topsector Water)

De Minister van IenM heeft in 2014 diverse internationale activiteiten op watergebied ondernomen. In 2014 zijn de relaties met de 7 Deltalanden (Vietnam, Indonesië, Egypte, Myanmar, Bangladesh, Colombia en Mozambique) geconsolideerd, waarbij de Minister bezoeken heeft afgelegd aan Myanmar, Egypte en Indonesië. Delegaties uit de watersector sloten zich hierbij aan, waarbij het Kernteam Export en Promotie van de Topsector Water een actieve en ondersteunende rol vervulde. Verder zijn hoogwaardige inkomende bezoeken vanuit Vietnam, Egypte, Myanmar, Indonesië en Bangladesh door de Minister ontvangen, waarbij directe betrokkenheid was van het Nederlandse bedrijfsleven. De Minister opende in september de Deltaconferentie te Rotterdam waarbij 1.300 buitenlandse deelnemers aanwezig waren. Voorts nam de Minister deel aan Verenigde Naties (UNSGAB) sessies op het gebied van water, en voerde zij gesprekken met de Wereldbank over de internationale water-inzet.

Dankzij het Partners voor Water programma hebben uitvoerders de afgelopen jaren met en voor de sector vele activiteiten kunnen uitvoeren die bijdragen aan de internationale positionering van de Nederlandse watersector. In 2014 is besloten de samenwerking tussen IenM, BZ en EZ ten aanzien van internationale wateractiviteiten te intensiveren. Het programma Partners voor Water is een belangrijk uitvoeringsprogramma voor deze samenwerking. De voorbereidingen voor een vervolgprogramma, na het aflopen van het huidige programma in 2015, zijn opgestart.

Beheersing frauderisico’s

Een groot deel van de aanleg en het beheer en onderhoud van infrastructuur besteedt IenM/Rijkswaterstaat uit aan de markt. Hierbij doen zich mogelijke risico’s voor op omkoping, fraude, marktverdeling of prijsafspraken. Om deze risico’s af te dekken wordt met interne procedures de onafhankelijkheid van derden en scheiding van verantwoordelijkheden geborgd. RWS heeft onder meer een Gedragscode Publiek Opdrachtgeverschap ontwikkeld en een centraal meldpunt ingesteld waar opdrachtnemers met eventuele klachten terecht kunnen.

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Artikel

Realisatie

Geheel artikel?

Vindplaats

   

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

   

11

Waterkwantiteit

           

x

Ja

 

12

Waterkwaliteit

     

x

     

Ja

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–1.html

13

Ruimtelijke ontwikkeling

           

x

Ja

 

14

Wegen en verkeersveiligheid: leefomgeving

   

x

       

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–3.html

15

Openbaar vervoer

           

x

Ja

 

16

Spoor: railveiligheid

   

x

       

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29893–106.html

17

Luchtvaart

                 

18

Scheepvaart en havens: zeehavens

       

x

   

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–2.html

19

Klimaat: sloopregeling, vrachtautozonnering

   

x

       

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31305–188.html

20

Geluid en lucht: verzuringsbeleid

   

x

       

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28663–54.html

21

Duurzaamheid

           

x

Ja

 

22

Externe veiligheid en risico’s: besluit externe veiligheid inrichtingen

           

x

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–4.html

23

Meteorologie, Seismologie en aardobservatie

                 

24

Handhaving en toezicht

                 

Toelichting op de tabel

De herstructurering van de artikelindeling heeft er bij de meeste artikelen toe geleid dat het artikel gedeeltelijk is doorgelicht; het overige deel staat geprogrammeerd voor een doorlichting in de komende jaren. Bij beleidsartikel 20 worden de onderdelen geluid en lucht separaat doorgelicht.

Link naar de meerjarenplanning uit de meest recente begroting: http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties/evaluaties-en-beleidsdoorlichtingen/2015/planning-beleidsdoorlichtingen/xii-infrastructuur-milieu

In dit jaarverslag is een bijlage «afgerond evaluatie-en overig onderzoek» opgenomen.

Garanties

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft één garantieregeling, te weten de te weten de Regeling Bijzondere Financiering (Bodemsanering). Het betreft de mogelijkheid voor een ondernemer in het midden- en kleinbedrijf, met onvoldoende middelen of te weinig zekerheden voor krediet bij een bank, om een borgstelling voor een gedeelte van het benodigde budget voor bodemsanering te krijgen. Dit om de aanpak van bodemverontreinigingen op bedrijventerreinen te stimuleren. Om deze stimulans zo groot mogelijk te houden is in de regeling geen premie opgenomen.

Een garantie is een voorwaardelijke financiële verplichting van de overheid aan een derde buiten de overheid, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Er is in 2014 geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

Invulling aangescherpte garantiekader

In de kabinetreactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen is het garantiekader aangescherpt (Kamerstukken II, 2013/14, 33 750, nr. 13). Een van de doelen is het afbouwen van niet-gebruikte plafonds en het stopzetten van slapende regelingen. Bij de Regeling Bijzondere Financiering (Bodemsanering) was sprake van een verplichtingenplafond van € 65,3 miljoen. Gebleken is dat er weinig gebruik wordt gemaakt van deze regeling. Het gebruik steeg van ruim € 60.000 in 2008 tot ruim € 650.000 in 2010, om daarna gestaag af te nemen tot de huidige € 515.000. Vanwege het beperkte gebruik is – in lijn met de kabinetsreactie – het verplichtingenplafond verlaagd naar € 15 miljoen bij 1e suppletoire wet 2014 IenM. In 2014 is een beleidsdoorlichting uitgevoerd op artikel 13.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen in € 1.000)

Artikel en naam

Omschrijving

Uitstaande garanties 2013

Verleende garanties 2014

Vervallen garanties 2014

Uitstaande garanties 2014

Garantieplafond 2014

Totaal plafond

13 Ruimtelijke ontwikkeling

Regeling Borgstelling MKB

515

0

39

476

0

15.000

 

Totaal

515

0

39

476

0

15.000

Licence