Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 11 Waterkwantiteit

Algemene doelstelling

Het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland droge voeten heeft en over voldoende zoetwater beschikt.

(Doen) uitvoeren

Rol en verantwoordelijkheden

Vanuit de Begroting hoofdstuk XII artikel 26.02 wordt een bijdrage gedaan aan het Deltafonds. Vanuit het Deltafonds worden maatregelen en voorzieningen op het gebied van waterveiligheid (artikel 1) en zoetwatervoorziening (artikel 2) bekostigd. De rol (Doen) uitvoeren heeft betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwantiteit:

  • Het waarborgen van de bescherming door primaire waterkeringen langs het kust- en IJsselmeergebied en rivierengebied volgens het wettelijk niveau; alsmede het dynamisch handhaven van de kustlijn op het niveau van 2001 (basiskustlijn).

  • Het (doen) uitvoeren van verkenningen en planuitwerkingen ten behoeve van waterveiligheid en zoetwatervoorziening.

  • Het (doen) uitvoeren van aanlegprojecten, zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma, Ruimte voor de Rivier en de Maaswerken (waterveiligheid).

  • Het (doen) uitvoeren van beheer en onderhoud (waterveiligheid en waterkwantiteit).

Regisseren

De Minister van IenM is verantwoordelijk voor de vormgeving van het integrale waterbeleid, voor het deltaprogramma en het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. Ook is de Minister verantwoordelijk voor het verbeteren van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium ten behoeve van het waterbeleid. Daarnaast regisseert de Minister de afstemming van het waterbeheer met de landen rondom de Noordzee en met de buurlanden bovenstrooms gelegen in de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems.

De rol Regisseren heeft op dit artikel ook betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterkwantiteit en innovatie:

  • Waterkwantiteit. Het realiseren van een maatschappelijk afgewogen waterverdeling en daarvoor het hoofdwatersysteem zo te beheren dat wateroverlast en -tekort worden voorkomen. Het zorgen voor kaders en instrumentarium voor regionale afwegingen om het regionale watersysteem op orde te brengen en te houden. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2009–2015 (Hoofdstuk 4 «Waterbeleid in thema’s») en het Programma Rijkswateren 2010–2015.

  • Innovatie. Het beleid op de topsector Water is gericht op het versterken van de concurrentiekracht van de Nederlandse watersector. Het gaat onder meer om het organiseren en uitvoeren van bilaterale handelsmissies en het ontvangen van buitenlandse delegaties.

Het zorgen voor het ontwikkelen en implementeren van integraal waterbeleid door een aanpak gericht op de gebieden met grote rijkswateren. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2009–2015 (Hoofdstuk 3 «Samenwerken aan realisatie van het waterbeleid» en Hoofdstuk 5 «Waterbeleid in gebieden»), het Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2010–2015 en het Programma Rijkswateren 2010–2015.

Tot slot is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht).

Indicatoren en kengetallen

Hieronder zijn de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor waterkwantiteit opgenomen. Onderstaande indicatoren geven weer hoe het is gesteld met het aantal kilometers dijken en duinen en het aantal kunstwerken die zorgen voor waterveiligheid in Nederland. De cijfers zijn gebaseerd op de toetsronden uit 2001, 2006 en 2011.

Conform de Waterwet wordt periodiek getoetst of de primaire waterkeringen voldoen aan de wettelijke veiligheidsnormen. Deze toetsing wordt door de beheerder uitgevoerd volgens het door de Minister vastgestelde wettelijk toetsinstrumentarium. In 2017 start de volgende toetsronde. Over de resultaten van deze toetsing wordt in 2023 gerapporteerd aan de Eerste en Tweede Kamer. Zie voor meer informatie hierover onder Beleidswijzigingen. In 2013 is de Verlengde Derde Toetsronde Primaire Waterkeringen (LRT3+) gehouden. Deze toetsing kwam voort uit de derde toetsing uit 2011, met als bedoeling om zoveel mogelijk de categorie die bij de derde toetsing het oordeel «nader onderzoek nodig» had gekregen weg te werken. In 2014 is hierover aan de Tweede Kamer gerapporteerd met als belangrijkste conclusie dat voor circa 80% van de dijken en duinen het oordeel «nader onderzoek nodig» nu is omgezet in een definitief oordeel, wat eveneens geldt voor bijna 70% van de kunstwerken (Kamerstukken II, 2013/14, 31 710, nr. 32).

Dijken en duinen (in kilometers)

Dijken en duinen (in kilometers)

Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2014

Kunstwerken (aangemerkt als primaire waterkering in aantallen)

Kunstwerken (aangemerkt als primaire waterkering in aantallen)

Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2014

Ongeveer zestig procent van ons land zou regelmatig onder water staan als er geen dijken en duinen zouden zijn. In dit gebied wonen negen miljoen mensen en wordt zeventig procent van ons BNP verdiend. Maatschappelijk gezien is aandacht voor de waterveiligheid dus van cruciaal belang voor de leefbaarheid en de economie van Nederland (Kamerstukken II, 2012/13, 33 400, nr. 19).

Ten behoeve van een goede verdeling van water wordt peilbeheer op het hoofdwatersysteem toegepast. Hiervoor dienen de streefpeilen van drie belangrijke watersystemen (het IJsselmeer, Amsterdam-Rijnkanaal/ Noordzeekanaal en het Haringvliet) op het afgesproken niveau te worden gehouden. Stuwen en spuien/gemalen zijn nodig om dit peil te beïnvloeden.

   

Norm

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Indicator

Eenheid

 

20121

2013

2014

Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/ Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet

%

90%

n.v.t.

100%

100%

1

Deze indicator wordt gebruikt vanaf 2013. Hierdoor zijn geen oudere realisaties beschikbaar.

De norm is dat negentig procent van de (24-uursgemiddelde) tijd de afgesproken (streef)peilen, onder normale omstandigheden, binnen de operationele marge worden gerealiseerd. De streefpeilen van het Haringvliet, Amsterdam-Rijnkanaal, Noordzeekanaal en IJsselmeer (alleen zomerpeil telt mee) waren in 2014 de gehele periode binnen de marge.

Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting. Er zijn geen grote afwijkingen of noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen.

De Deltacommissaris heeft in 2014 nieuwe normen voorgesteld voor de waterkeringen. Naast een basisbeschermingsniveau voor iedere Nederlander, wordt er gekeken naar extra bescherming voor plekken waar veel slachtoffers vallen of veel schade ontstaan. Het voorstel voor de nieuwe normen is door het kabinet overgenomen en vastgelegd in de tussentijdse wijziging van het Nationaal Waterplan 2009–2015. De normen zullen de komende twee jaar ook wettelijke verankerd worden.

Per 1 januari 2014 is een extra doelmatigheidskorting van € 50 mln op waterveiligheid in werking getreden als gevolg van de laatste wijziging van de Waterwet. Deze loopt op tot € 100 mln structureel vanaf 2015. Samen met de eerder in werking getreden korting van € 81 mln op de begroting van IenM tengevolge van de «Spoedwet € 100 mln» is de totale bezuiniging op waterveiligheid op de begroting van IenM vanaf 2015 structureel € 181 mln. Deze bezuiniging maakt deel uit van een totaalpakket aan maatregelen gericht op het vergroten van de doelmatigheid in het waterbeheer, resulterend in een doelmatigheidswinst die tot 2020 geleidelijk oploopt tot jaarlijks € 750 mln ten opzichte van 2010. Van deze doelmatigheidswinst wordt 200 miljoen euro in het watersysteem gebruikt om de rijksuitgaven op het gebied van waterveiligheid te verminderen zoals afgesproken is in het regeerakkoord. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het Bestuursakkoord Water (2011). Over de voortgang wordt jaarlijks gerapporteerd in «Water in Beeld». Belangrijk onderdeel van het Bestuursakkoord Water zijn de afspraken om te komen tot een beheersbaar en structureel gefinancierd programma voor de versterking van de primaire waterkeringen (het vernieuwde Hoogwaterbeschermingsprogramma). Kernelementen zijn de cofinanciering van de aanleg en verbetering van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen door rijk en waterschappen gezamenlijk en de verbetering van de programmering en toetsing. Dit vernieuwde Hoogwaterbeschermingsprogramma is per 1 januari 2014 formeel van start gegaan.

In 2014 is, conform de toezegging aan de Tweede Kamer, de beleidsdoorlichting van Artikel 11, Waterkwantiteit, van de begroting van IenM opgeleverd. De uitkomsten en beleidsreactie zijn op 19 december 2014 (Kamerstukken II, 2014/15, 32 861, nr. 6) aan de Tweede Kamer aangeboden. In de beleidsdoorlichting wordt geconstateerd dat de voortgang goed wordt gemonitord, onder andere via «Water in Beeld», maar dat in mindere mate de doeltreffendheid wordt geëvalueerd. Naar voren komt dat er vrijwel geen evaluatieonderzoeken naar de doelmatigheid van het beleid in de periode 2008–2013 beschikbaar zijn. Conclusies trekken over de doelmatigheid van het beleid is daarom niet mogelijk. Wel wordt geconcludeerd dat de aandacht voor doelmatigheid in de geëvalueerde periode is toegenomen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)

11

Waterkwantiteit

   

Realisatie

Begroting

Verschil

 
   

2012

2013

2014

2014

2014

 

Verplichtingen

 

37.457

40.756

34.814

5.942

1)   

Uitgaven

 

41.021

40.075

39.731

344

 

11.01

Algemeen waterbeleid

 

35.591

34.016

34.564

– 548

 

11.01.01

Opdrachten

 

1.812

1.527

2.436

– 909

 

11.01.02

Subsidies

 

12.259

11.809

10.712

1.097

 
 

– Partners voor Water (HGIS)

 

11.615

11.788

10.500

1.288

 
 

– Overige subsidies

 

644

21

212

– 191

2)

11.01.03

Bijdrage aan agentschappen

 

20.993

19.908

19.416

492

 
 

– waarvan bijdrage aan KNMI

 

728

558

473

85

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

 

20.265

19.350

18.943

407

 

11.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

 

527

772

2.000

– 1.228

3)

11.02

Waterveiligheid

 

3.338

3.225

2.860

365

 

11.02.01

Opdrachten

 

3.338

3.225

2.860

365

 

11.03

Grote oppervlaktewateren

 

2.092

2.834

2.307

527

 

11.03.01

Opdrachten

 

2.092

2.834

1.992

842

 

11.03.05

Bijdrage aan internationale organisaties

   

0

315

– 315

4)

 

Ontvangsten

 

78

73

30

43

5)

Verplichtingen (ad 1)

Toelichting op de financiële instrumenten

De hogere verplichtingen worden op dit artikel veroorzaakt door het programma Partners voor Water (HGIS). Het niet gerealiseerde verplichtingenbudget uit 2013 is in 2014 opgevraagd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken (HGIS) voor de uitvoering van het programma Partners voor Water 2014 en is in 2014 aan de begroting van het Ministerie van IenM toegevoegd.

11.01 Algemeen waterbeleid
11.01.01 Opdrachten

Het in mei 2011 getekende Bestuursakkoord Water (Kamerstukken II, 2010/11, 27 625, nr. 204) was in 2014 in uitvoering. Over de tussenevaluatie van het Bestuursakkoord Water, inclusief de monitoring van de financiële doelmatigheid, is aan de Tweede Kamer gerapporteerd in «Water in Beeld» (Kamerstukken II, 2013/14, 27 625 nr. 317). Daarbij zijn ook de tussenresultaten van het inmiddels opgeleverde eindrapport van de Visitatiecommissie Waterketen betrokken.

In 2014 is het ontwerp Nationaal Waterplan (NWP) 2016–2021 opgesteld, dat op 23 december 2014 de inspraak is ingegaan. Onderdeel van het NWP zijn de beleidsmatige verankering van de Deltabeslissingen in de partiële herziening van het eerste NWP in 2014, de waterkwaliteit, het Noordzeebeleid, de verbinding van water en ruimte, de financiering en de geactualiseerde plannen en maatregelen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en het mariene milieu. Om te komen tot een toekomstig duurzame financiering van het waterbeheer is in 2014 een beleidsonderzoek gestart.

Sinds 2012 is het «waterloket» onderdeel van het Omgevingsloket Online (OLO). Daarin kunnen burgers en bedrijven online watervergunningen aanvragen of een melding doen. In 2014 is versie 2.10 afgerond en in gebruik genomen.

Ook in 2014 is door de Helpdesk Water gewerkt aan het up-to-date houden van de informatie op de website van de Helpdesk. Daarbij is technische ondersteuning verleend aan het Omgevingsloket.

Voor de uitvoering van de Human Capital Agenda zijn in 2014 weer stappen gezet. Ten aanzien van het vergroten van instroom en het versterken van het imago van de watersector is de pilot studiebeurzen Topsector Water voortgezet en verbreed. Voor de periode 2013–2015 zijn vijf beurzen uitgereikt aan studenten met een watermanagement of waterbouwopleiding van de TU Delft. Voor de periode 2014–2016 is inmiddels een achttal beurzen uitgereikt, respectievelijk zes voor de TU Delft en twee voor de Universiteit Twente. Naar verwachting zal IenM ook nog drie beurzen op hbo-niveau verstrekken. Tevens wordt het waterbewustzijn onder scholieren vergroot, om in de toekomst de instroom naar de arbeidsmarkt te borgen. Er wordt hierbij samengewerkt met scholen waarbij onder andere projecten worden opgezet en uitgevoerd om de belangstelling van scholieren te vergroten. Zo wordt gewerkt met de site «Ons Water», gericht op vergroten van het bewustzijn en met sites als watereducatie.nl en waterwonderen.nl. voor de arbeidsmarkt en educatieperspectief. Ook zijn evenementen georganiseerd als het Wereld Water College (november 2014), de Geoweek (april 2014) en is samen met het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) het lespakket waterveiligheid ontwikkeld dat nu wordt getest in drie pilotgebieden. Verder zijn contacten gelegd met het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA en zijn samen met de Unie van Waterschappen voorbereidingen getroffen om regionale focuspunten, waarin overheid, bedrijfsleven en onderwijs samenwerken, op te starten. Naar verwachting zal dit in 2015 resulteren in drie pilots.

11.01.02 Subsidies

HGIS Partners voor Water

Voor de internationale water activiteiten gericht op het combineren van het leveren van een bijdrage aan de mondiale waterproblematiek en het bevorderen van de export van de Nederlandse Watersector, werkt IenM nauw samen met de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken. In 2014 is besloten om deze samenwerking te intensiveren. Het programma Partners voor Water is een belangrijk uitvoeringsprogramma voor deze samenwerking. Het programma Partners voor Water loopt tot en met 2015. De voorbereidingen voor de start van een vervolg van dit uitvoeringsprogramma zijn gestart om een soepele overgang van Partners voor Water 3 naar het nieuwe uitvoeringsprogramma mogelijk te maken.

Kenniscoaches RIONED (ad 2)

De lagere realisatie op dit artikelonderdeel betreft de overboeking van de middelen bestemd voor Stichting Riolering Nederland (RIONED) inzake het project kenniscoaches naar artikel 12.01.02. De regie en aansturing van deze subsidietoekenning vindt plaats vanaf artikel 12.01.02 en om deze reden naar dat artikel overgeboekt.

In het Bestuursakkoord Water (BAW) is afgesproken in de regio samen te werken bij de uitvoering van de beheertaken van het stedelijk watersysteem en de waterketen. Kenniscoaches kunnen dit proces faciliteren. Het programma Kenniscoaches is in december 2011 gestart en wordt uitgevoerd door stichting RIONED en financieel ondersteund door het Ministerie van IenM. Er zijn vijftien kenniscoaches aangesteld en getraind in het coachen van het bevorderen van samenwerking in de waterketen. Voorts heeft het programma Kenniscoaches in 2014 bijgedragen aan tal van bijeenkomsten die in het kader van samenwerken in de waterketen zijn georganiseerd. Het programma loopt tot en met december 2016.

11.01.03 Bijdrage aan agentschappen

De bijdrage aan RWS heeft betrekking op de beleidsondersteunende en beleidsadviserende activiteiten (BOA) in 2014. Hiervoor wordt jaarlijks een opdracht aan RWS verstrekt. Tot deze opdracht behoren ook de bijdragen aan de uitwerking van de deelprogramma’s in het kader van het Deltaprogramma, zoals de deelprogramma’s veiligheid, zoetwater, rivieren en kust.

In 2014 zijn aan het KNMI diverse onderzoeken en analyses gevraagd omtrent neerslagpatronen, het gedrag van extreme stormen, verbeterde windmodellen, het weer in de toekomst en risicoanalyses ten aanzien van het samenvallen van extreme weerssituaties. De resultaten van deze analyses dragen bij aan de onderbouwing van het wettelijke toetsinstrumentarium voor de primaire waterkeringen en het waterveiligheidsbeleid in het algemeen.

11.01.04 Bijdrage aan medeoverheden (ad 3)

Subsidieregeling compensatie kwijtschelding waterschappen

Er zijn door IenM afspraken gemaakt met het Ministerie van SZW over compensaties in relatie tot de kinderopvang voor de waterschappen. Die afspraak behelst het laten meelopen van deze compensaties met de geldstroom van IenM richting de waterschappen. Daartoe zijn budgetten van SZW overgeboekt naar IenM.

De lagere realisatie betreft de subsidieregeling met betrekking tot de kinderopvang, waarvoor minder aanvragen zijn ontvangen dan begroot. In 2014 hebben in dit kader twee waterschappen een subsidie aangevraagd en toegekend gekregen (voor de duur van de subsidieregeling tot en met 2017). Het betreft het waterschap Scheldestromen en het waterschap Hollands Noorderkwartier. Ook is aan waterschap Aa en Maas een subsidie verleend voor de periode 2014 tot en met 2017 op basis van een subsidieverzoek uit 2013. De niet gebruikte middelen zijn teruggeboekt naar het Ministerie van SZW.

Bijdrage secretariaat commissie BBV

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van BZK is een commissie BBV ingesteld. Deze commissie draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het besluit, en voor een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring van gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, waterschappen en provincies. Sinds 2014 draagt het Ministerie van IenM de helft bij vanwege de betrokkenheid van de commissie met de waterschappen. De bijdrage bedraagt € 29.000 per jaar, lopend tot en met 2019.

11.02 Waterveiligheid
11.02.01 Opdrachten

In 2014 is in een samenwerkingsverband tussen Rijk en decentrale overheden uitvoering gegeven aan het vervolmaken van de overstromingsrisicobeheerplannen voor de vier stroomgebieden Eems, Rijn, Maas en Schelde.

Op basis van de derde ronde toetsing op veiligheid is ook in 2014 gewerkt aan de programmering van de verbetermaatregelen van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Daarnaast is in 2014 gewerkt aan de voorbereiding van de vierde Toetsronde Primaire Waterkeringen (start in 2017).

In 2014 is tevens gewerkt aan de actualisatie van het wettelijk toetsinstrumentarium, te weten de Hydraulische Randvoorwaarden en het Voorschrift Toetsen op Veiligheid. Op basis van technische ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht wordt het toetsinstrumentarium geactualiseerd. De nieuwe normering speelt ook hierbij een grote rol. Hiervoor zijn opdrachten gegeven voor onderzoek, kwaliteitsborging en het organiseren van kennisuitwisseling. In 2014 is het besluit genomen om de oplevering van het instrumentarium te faseren en daarmee een deel versneld eind 2015 op te kunnen leveren.

Voor het realiseren van de mijlpaal Deltabeslissing zijn in 2014 diverse opdrachten via RWS aan Deltares en verschillende marktpartijen verstrekt.

11.03 Grote oppervlaktewateren
11.03.01 Opdrachten

In 2014 is gewerkt aan het opstellen van een samenwerkingsagenda voor het beheer van de Waddenzee. Medio 2014 is het Plan van Aanpak «Verbetering beheer Waddenzee» aangeboden aan de Kamer (Kamerstukken II, 2013/14, 29 684, nr. 112). Maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water zijn verder in uitvoering gebracht. De voorkeursstrategie van het onderdeel Wadden van het Deltaprogramma is in 2014 vastgesteld en is de uitvoeringsfase ingegaan.

De Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee, de haalbaarheidsstudie en de routekaart voor windenergie op zee zijn op 26 september 2014 aan de Eerste en Tweede Kamer verzonden (Kamerstuk II, 2014/15, 33 561, nr. 11). De Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee is vastgesteld. Daarmee zijn de windenergiegebieden Hollandse Kust en de gebieden ten noorden van de Waddeneilanden aangewezen. Tevens is het ontwerp Nationaal Waterplan 2016–2021 met als bijlage de ontwerp Beleidsnota Noordzee 2016–2021 op 12 december 2014 aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II, 2014/15, 31 710, nr. 35). De Noordzee 2050 Gebiedsagenda die op 28 juli 2014 is aangeboden, heeft een plaats gekregen binnen de ontwerp Beleidsnota Noordzee 2016–2021. Met de Noordzeelanden is de samenwerking versterkt binnen het proces dat heeft geleid tot het vaststellen van de Europese richtlijn voor maritieme planning, die in september 2014 van kracht is geworden. Het Noordzeeloket is in 2014 aangepast aan de Rijkshuisstijl.

De ontwerp rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer (VZM) is op 10 oktober 2014 aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2014/15, 33 531, nr. 2). Hierin is een ontwikkelperspectief opgenomen dat zicht biedt op terugkeer van getij op de Grevelingen en een weer zout VZM. Omdat er nog inspanning nodig is voor de dekking van de hiermee gemoeide kosten, is hieraan de randvoorwaarde verbonden dat er eind 2015 een robuust financieel plan moet liggen. Regio en Rijk zijn hiertoe een gezamenlijk programma Gebiedsontwikkeling 2e fase gestart.

Uit de evaluatie van de Watertoets is gebleken dat de watertoets een nuttig instrument is om vroegtijdige betrokkenheid van de waterbeheerder bij ruimtelijke ordeningsprocessen te borgen. Om het functioneren van de Watertoets in de praktijk op bepaalde punten te versterken (bijvoorbeeld strategische planvorming), is in 2014 een visie en actieprogramma opgesteld en uitgevoerd met als onderdeel praktijkgerichte regionale leergemeenschappen. In 2014 is voorts bestuurlijke overeenstemming bereikt over de borging van de watertoets in de Omgevingswet.

11.03.05 Bijdrage aan internationale organisaties (ad 4)

Bij 2de suppletoire wet is het jaarlijkse DGRW aandeel in de kosten van de Vlaams Nederlandse Schelde Commissie (VNSC) budget overgeboekt naar het uitvoerende onderdeel van RWS (Zee en Delta).

Ontvangsten (ad 5)

Het verschil betreft vorderingen uit voorgaande jaren in het kader van «Tijdelijke regeling eenmalige uitkering stedelijke synergieprojecten kaderrichtlijn water». Daarnaast is in 2014 een hoger bedrag ontvangen van de EU voor de afrekening van het waterkwaliteitproject ScaldWIN.

Extracomptabele verwijzingen

Extracomptabele verwijziging naar artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds (x € 1.000)
   

2014

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds

670.562

Andere ontvangsten van artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds

151.020

Totale uitgaven op artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds

821.582

waarvan

 

1.01

Grote projecten waterveiligheid

700.046

1.02

Overige aanlegprojecten waterveiligheid

115.248

1.03

Studiekosten

6.288

Extracomptabele verwijziging naar artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds (x € 1.000)
   

2014

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

3.577

Andere ontvangsten van artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

1.049

Totale uitgaven op artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

4.626

waarvan

   

2.01

Aanleg waterkwantiteit

0

2.02

Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening

1.435

2.03

Studiekosten

3.191

Extracomptabele verwijziging naar artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds (x € 1.000)
   

2014

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

174.535

Andere ontvangsten van artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

 

Totale uitgaven op artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

174.535

waarvan

   

3.01

Watermanagement

11.530

3.02

Beheer, onderhoud en vervanging

163.005

Licence