Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

7.3 Saldibalans per 31 december 2014 van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) en de bij die saldibalans behorende toelichting (bedragen x € 1.000).

Activa:

 

2014

 

2013

 

Passiva:

 

2014

 

2013

Begrotingsuitgaven

9.899.481

9.857.315

 

Begrotingsontvangsten

214.963

220.575

Liquide middelen

– 

0

– 

0

 

Rekening-courant RHB

– 

9.666.685

– 

9.608.504

Intra-comptabele vorderingen

– 

5.901

– 

3.397

 

Intra-comptabele schulden

– 

37.511

– 

41.823

Extra-comptabele vorderingen

– 

6.003

– 

11.029

 

Tegenrek. extra-comptabele vorderingen

– 

6.003

– 

11.029

Deelnemingen

– 

0

– 

0

 

Tegenrekening deelnemingen

– 

0

– 

0

Leningen u/g1

– 

6.646

– 

6.645

 

Tegenrekening leningen u/g

– 

6.646

– 

6.645

Voorschotten

– 

6.793.260

– 

8.436.715

 

Tegenrekening voorschotten

– 

6.793.260

– 

8.436.715

Tegenrek. openstaande verplichtingen

– 

2.626.236

– 

2.784.347

 

Openstaande verplichtingen

– 

2.626.236

– 

2.784.347

Tegenrek. openstaande garantieverplichtingen

– 

117.526

– 

109.062

 

Openstaande garantieverplichtingen

– 

117.526

– 

109.062

Sluitrekening Infrastructuurfonds

   

– 

12.260

 

Sluitrekening Infrastructuurfonds

– 

24.166

– 

 

Sluitrekening Deltafonds

– 

37.943

     

Sluitrekening Deltafonds

   

– 

2.070

Totaal-activa

19.492.996

21.220.770

Totaal-passiva

19.492.996

21.220.770

1

Wijkt af ten opzichte van vorig jaar door gewijzigde afrondingsregel in de Rijksbegrotingsvoorschriften

7.3.1 Inleiding

Samenstelling

Als een Minister meer dan één begroting beheert, in dit geval Infrastructuur en Milieu (XII), het Infrastructuurfonds en het Deltafonds, wordt per begroting een saldibalans opgesteld. Daarom zijn er drie overzichten opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van de in de begrotingsadministratie van het SAP vastgelegde gegevensstructuur, waarin voor iedere begroting afzonderlijk een hoofdstuknummer is opgenomen.

Voor de begroting van Hoofdstuk XII, het Infrastructuurfonds en het Deltafonds worden geen gescheiden administraties gevoerd waardoor posten die niet zonder meer toewijsbaar zijn aan een bepaalde begroting, zijn opgenomen in de saldibalans van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII).

Daarmee is de saldibalans volgens het gestelde in de RDB samengesteld.

Uitzonderingen daarop zijn de leningen u/g en de openstaande garantieverplichtingen. Hoewel deze een onderdeel vormen van de extra-comptabele vorderingen respectievelijk de openstaande verplichtingen zijn deze omwille van de inzichtelijkheid afzonderlijk gepresenteerd.

7.3.2 Activa
7.3.2.1 Begrotingsuitgaven € 9.899.481

Grondslag

De begrotingsuitgaven van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) sluiten aan op de Rekening. Ze zijn artikelsgewijs verdeeld in kolom 2 (realisatie) van de Rekening van het ministerie welke Rekening als verantwoordingsstaat bij de financiële verantwoording behoort.

7.3.2.2 Intra-comptabele vorderingen € 5.901

De cijfers

Tabel 1 geeft een nadere detaillering in aantallen en openstaande bedragen per 31 december 2014 verdeeld naar ouderdom. Daarnaast is een meerjarig perspectief gegeven door de jaren 2012 en 2013 te vermelden.

Tabel 1: Intra-comptabele vorderingen (bedragen x € 1.000)

Openstaand

2014

2013

2012

 

aantal

bedrag

aantal

bedrag

aantal

bedrag

posten < 1 jaar

90

4.349

115

2.461

155

6.051

posten > 1 jaar

45

1.552

210

936

180

862

Totaal

135

5.901

325

3.397

335

6.913

Toelichting

Alle intra-comptabele vorderingen zijn als direct opeisbaar beschouwd.

7.3.2.3 Extra-comptabele vorderingen € 6.003

De cijfers

Tabel 2 geeft een nadere detaillering in aantallen en openstaande bedragen per 31 december 2014 verdeeld naar ouderdom. Daarnaast is een meerjarig perspectief gegeven door de jaren 2012 en 2013 te vermelden.

Tabel 2: Extra-comptabele vorderingen (bedragen x € 1.000)

Openstaand

2014

2013

2012

 

aantal

bedrag

aantal

bedrag

aantal

bedrag

posten < 1 jaar

30

1.025

75

3.230

50

1.243

posten > 1 jaar

25

4.978

100

7.799

115

14.006

Totaal

55

6.003

175

11.029

165

15.249

Toelichting

De extra-comptabele vorderingen zijn grotendeels direct opeisbaar. Daar waar sprake is van dubieuze vorderingen of op termijn opeisbare vorderingen, is dat expliciet vermeld.

7.3.2.4 Deelnemingen € 0

Grondslag

De verworven aandelen door de Staat der Nederlanden in privaatrechtelijke ondernemingen en nationale instellingen zijn, conform de RDB, tegen de oorspronkelijke aankoopprijs extra-comptabel vastgelegd.

De cijfers

Tabel 3 geeft de deelnemingen weer per privaatrechtelijke onderneming of nationale instelling.

Tabel 3: Deelnemingen (x € 1.000)

Naam

Bedrag

NAATC NV

0

Winair NV St. Maarten

0

Totaal

0

Toelichting

Bij het opheffen van het land Nederlandse Antillen zijn middels het Rijksbesluit rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillen afspraken gemaakt over de overgang van de aandelen naar de rechtsopvolger(s).

De Nederlandse Staat heeft een belang verkregen in een drietal deelnemingen. Voor de deelnemingen in Netherlands Antilles Air Traffic Control (NAATC) NV en Winair NV St. Maarten is het Ministerie van IenM beleidsverantwoordelijk.

Het aandelenkapitaal van Winair NV St. Maarten bedraagt 560.000 US dollar en van Netherlands Antilles Air Traffic Control (NAATC) NV 100 Antilliaanse guldens. Het deelnemingspercentage in beide ondernemingen bedragen 7,95 en zijn «om niet» verkregen.

7.3.2.5 Leningen u/g € 6.646

Grondslag

De door IenM verstrekte geldleningen (niet zijnde voorschotten) zijn afzonderlijk weergegeven. Deze leningen zijn, gezien het specifieke karakter, zowel op korte termijn opeisbare vorderingen, als op lange termijn opeisbare vorderingen beschouwd.

De cijfers

Tabel 4 geeft de openstaande bedragen van de verstrekte geldleningen per geldnemer weer.

Tabel 4: Leningen u/g (x € 1.000)

Naam

Bedrag

Luchtverkeersleiding Nederland

6.646

Totaal

6.646

Toelichting

Bij de verzelfstandiging per 1 januari 1993 van de directie Luchtverkeersbeveiliging, vanaf 2000 LVNL geheten, is onder meer afgesproken, dat het saldo van de over te dragen activa en passiva wordt gefinancierd door een door de Staat der Nederlanden aan de LVNL te verstrekken lening. Deze lening was opgebouwd uit drie onderdelen. Echter met het oog op een maximale kostenbesparing voor de LVNL is in 1998 overgegaan tot een vervroegde aflossing van twee van de drie onderdelen. Nu resteert nog slechts het derde onderdeel met een bedrag van circa € 7 miljoen. Dit onderdeel is niet rentedragend, niet aflosbaar en direct opeisbaar bij een voorgenomen opheffing, overname of fusie van de LVNL.

7.3.2.6 Voorschotten € 6.793.260

Grondslag

De voorschotten betreffen betalingen waarvan nog niet is vastgesteld dat aan alle relevante voorwaarden is voldaan en gaat met name om subsidies en bijdragen.

De cijfers

Tabel 5 geeft een nadere detaillering in aantallen en openstaande bedragen per 31 december 2014 verdeeld naar ouderdom. Daarnaast is een meerjarig perspectief gegeven door de jaren 2013 en 2012 te vermelden.

Tabel 5: Voorschotten (bedragen x € 1.000)

Openstaand

2014

2013

2012

 

aantal

bedrag

aantal

bedrag

aantal

bedrag

posten < 1 jaar

205

2.378.422

305

4.772.263

530

3.699.145

posten > 1 jaar

310

4.414.838

355

3.664.452

305

5.432.581

Totaal

515

6.793.260

660

8.436.715

835

9.131.726

Tabel 6 verstrekt informatie over de in 2014 afgerekende voorschotten.

Tabel 6: Afgerekende voorschotten (x € 1.000)

Stand per 1 januari 2014

8.436.715

Overname voorschotten RVO in 2014

280.471

Overname voorschotten RIVM in 2014

43.355

 

8.760.541

In 2014 vastgelegde voorschotten

6.774.121

 

15.534.662

In 2014 afgerekende voorschotten

– 8.741.402

Openstaand per 31 december 2014

6.793.260

Artikel 11 Waterkwantiteit

Toelichting

In het kader van integraal waterbeleid zijn voorschotten verstrekt van circa € 18 miljoen om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium van het waterbeleid te verbeteren. Zo is aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voor het programma Partners voor Water circa € 13 miljoen en in 2011 aan het Waterschap Brabantse Delta van ruim € 5 miljoen verstrekt. De afrekeningen worden in 2015/2016 verwacht.

Artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling

In het kader van de Nota Ruimte zijn voorschotten verstrekt aan diverse gemeenten van ruim € 378 miljoen ten behoeve van het project Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK) ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de stedelijke gebieden en het project Nieuwe Sleutel Projecten (NSP) ter ontwikkeling en versterking van centra’s in nationale stedelijke netwerken door de (her)ontwikkeling van Hogesnelheidslijnstations en omgeving. Afwikkeling verwacht in de jaren 2015/2020.

In het kader van het meerjarenplan Wet Bodembescherming zijn voorschotten verstrekt van circa € 50 miljoen. Zo is voor de uitvoering van de bodemsanering aan provincies en gemeenten ruim € 37 miljoen verstrekt en is voor de aanleg van een rioolwaterzuiveringsinstallatie en rioolaansluitingen op Bonaire door het ministerie ruim € 12 miljoen aan de Uitvoeringsorganisatie Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen(USONA) beschikbaar gesteld.

Voor het realiseren van een duurzaam gebruik van bodem, ondergrond en grondwater zijn op grond van de Wet Bodemsanering voorschotten verstrekt van circa € 70 miljoen. Zo zijn voorschotten verstrekt aan de Stichting Bosatex, gespecialiseerd in saneringen op verontreinigingen in de textielverzorgingsbranche circa € 24 miljoen, aan de Stichting Bodemcentrum circa € 20 miljoen en aan de Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem (SKB) voor het uitvoeringprogramma Bodemconvenant voorschotten van ruim € 9 miljoen verstrekt. Verwacht wordt dat de afwikkeling in de jaren 2015/2018 zal plaatsvinden.

Voorschotten met een gezamelijk bedrag van ruim € 44 miljoen zijn verstrekt aan de Stichting Kennis voor Klimaat voor de onderzoeksprogramma’s Kennis voor Klimaat. Vermoedelijke afwikkeling zal in 2015 plaatsvinden.

Aan het landelijk samenwerkingsverband Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN) en aan de Stichting SVB-BGT zijn voorschotten verstrekt van ruim € 14 miljoen ten behoeve van de vorming van een nieuwe basisregistratie voor grootschalige topografie.

Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid

In het kader van de reductie van verkeersslachtoffers is ter verbetering van de verkeersveiligheid een gezamenlijk bedrag van circa € 20 miljoen verstrekt aan onder andere het CBR, de SWOV, VVN, Team Alert en Stichting Landelijk Samenwerkingsverband GBKN

Artikel 16 Spoor

In het kader van de verbetering en bereikbaarheid van de personenvervoermarkt zijn met de inwerkingtreding van de vervoerconcessies, subsidiebeschikkingen verleend aan de Nederlandse Spoorwegen. Er is voor een totaalbedrag van ruim € 153 miljoen aan voorschotten verstrekt waarvan de afwikkeling in 2015/2016 wordt verwacht.

Artikel 17 Luchtvaart

Vanaf 2002 is voor een gezamenlijk bedrag van ruim € 42 miljoen voorschotten verstrekt aan de regionale luchthavens Maastricht Aachen Airport, Enschede Airport Twente en Groningen Airport Eelde. Deze voorschotten hebben betrekking op investeringen en om tekorten op te vangen in de exploitatiebegroting. Afwikkeling vermoedelijk in 2015/2016.

Artikel 19 Klimaat

Door de ontwikkeling naar kerndepartementen is de beleidsuitvoering uitbesteed aan de externe uitvoeringsorganisatie RIVM waarop voorschotten open staan van ruim € 161 miljoen. Afwikkeling in 2015/2020.

Voor de uitvoering van het Clean Development Mechanism (CDM) zijn aan de (inter-)nationale organisatie voor circa € 18 miljoen aan voorschotten verstrekt. De afwikkeling vindt vermoedelijk plaats in de jaren 2015/2018.

Artikel 20 Lucht en geluid

Aan provincies en gemeenten zijn in het kader van het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (NSL) in de jaren 2006/2014 voorschotten betaald van ruim € 312 miljoen ter verbetering van de lokale luchtkwaliteit.

In het kader van de sanering van geluidslawaai zijn aan het Bureau Sanering Verkeerslawaai voorschotten verstrekt van circa € 82 miljoen om de geluidsbelasting veroorzaakt door verkeer (waaronder ook luchtvaart) en bedrijvigheid te verminderen. Afwikkeling zal plaatsvinden in de jaren 2015/2020.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)(voorheen Agenschap NL) heeft circa € 11 miljoen aan voorschotten ontvangen ten behoeve van de uitvoering van de subsidieregelingen emissiearme taxi’s en bestelauto’s en emissieverminderende voorzieningen voor vrachtauto’s en bussen. Afwikkeling conform raamovereenkomst tussen AGNL en IenM.

Artikel 21 Duurzaamheid

Ten laste van dit artikel staan verstrekte voorschotten open uit de jaren 2007 tot en met 2012 aan de Stichting Afvalfonds voor de aanpak van verpakkings- en zwerfafval van ruim € 499 miljoen. Afwikkeling wordt in 2015 verwacht.

Artikel 22 Externe veiligheid en risico’s

In het kader van externe veiligheid, inrichtingen en transport zijn voorschotten verstrekt van ruim € 176 miljoen. Zo zijn voor de uitvoering van de saneringsregeling astbestwegen aan de Dienst Landelijk Gebied voorschotten verstrekt van ruim € 84 miljoen. Aan DSM Agro is als voortvloeisel van het gesloten Amoniak convenant voor de beeindiging van de amoniaktransporten een schadevergoeding verstrekt van circa € 48 miljoen. Aan de regionale brandweer Zuid-Holland zuid is ruim € 15 miljoen verstrekt voor de spoorzone Drechtsteden. Hiermee worden maatregelen op het gebied van veiligheid, zoals calamiteitenbestrijdings-, waarschuwings- en communicatiesystemen, gerealiseerd. Tenslotte zijn op het beleidsterrein Verantwoorde toepassing van genetisch gemodificeerde organismen voorschotten verstrekt van ruim € 9 miljoen aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) voor het Ecologisch Onderzoeksprogramma Biotechnologie. Afwikkeling van deze voorschotten zal tussen 2015 en 2020 plaatsvinden.

Artikel 25 Brede Doeluitkering

Op grond van de Wet Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer, die als doel heeft om op decentraal niveau maatwerk oplossingen mogelijk te maken voor verkeer- en vervoervraagstukken, zijn tot en met 2014 voorschotten verstrekt.

De openstaande voorschotten van circa € 4.635 miljoen hebben betrekking op onder andere de provincies (€ 1.988 miljoen), Stadsregio Amsterdam voorheen Regionaal Orgaan Amsterdam (ROA) (€ 912 miljoen), de Stadsregio Rotterdam (€ 706 miljoen), het Stadsgewest Haaglanden (€ 299 miljoen), het Bestuur Regio Utrecht (€ 214 miljoen), het samenwerkingsverband KAN (€ 212 miljoen), de regio Eindhoven (€ 182 miljoen) en de regio Twente (€ 122 miljoen).

Afwikkeling van deze voorschotten vindt in de jaren 2016/2018 plaats nadat de goedkeurende accountantsverklaringen zijn ontvangen.

Artikel 98 Apparaatuitgaven kerndepartement

Voor diverse wachtgelduitkeringen zijn aan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) in 2012 tot en met 2014 voor ruim € 43 miljoen aan voorschotten verstrekt. Deze worden, eerst nadat de goedkeurende accountantsverklaringen zijn ontvangen afgewikkeld.

7.3.2.7 Tegenrekeningen € 2.743.762

Grondslag

Voor de extra-comptabele rekeningen aan de passiva-zijde worden uit het oogpunt van het evenwichtsverband verscheidene tegenrekeningen gebruikt. Deze tegenrekeningen hoeven geen nadere toelichting.

7.3.2.8 Sluitrekening Deltafonds € 37.943

Grondslag

Deze rekening dient als sluitrekening met de saldibalans, behorend tot de begroting van het Deltafonds, omdat voor dit fonds géén gescheiden administratie wordt gevoerd.

7.3.3 Passiva
7.3.3.1 Begrotingsontvangsten € 214.963

Grondslag

De begrotingsontvangsten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) sluiten aan op de Rekening. Deze zijn artikelsgewijs verdeeld in kolom 2 (realisatie) van de Rekening van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII), welke Rekening als verantwoordingsstaat bij de financiële verantwoording behoort.

7.3.3.2 Rekening-courantverhouding RHB € 9.666.685

Grondslag

Deze rekening geeft de vordering-/schuldverhouding weer tussen de ministeries van Financiën en IenM. Het saldo is gelijk aan het Saldobiljet per 31 december 2014, welke door het Ministerie van Financiën met aanmaakdatum 23 januari 2015 aan het ministerie kenbaar is gemaakt.

7.3.3.3 Intra-comptabele schulden € 37.511

De cijfers

Tabel 7 geeft een nadere detaillering in aantallen en openstaande bedragen per 31 december 2014 verdeeld naar ouderdom. Daarnaast is een meerjarig perspectief gegeven door de jaren 2012 en 2013 te vermelden.

Tabel 7: Intra-comptabele schulden (bedragen x € 1.000)

Openstaand

2014

2013

2012

 

aantal

bedrag

aantal

bedrag

aantal

bedrag

posten < 1 jaar

20

37.002

35

41.311

90

38.633

posten > 1 jaar

5

509

5

513

0

0

Totaal

25

37.511

40

41.824

90

38.633

Toelichting

Indien niet expliciet vermeldt, zijn de intra-comptabele schulden als op korte termijn opeisbare schulden beschouwd.

Noemenswaardige bedragen zijn de ingehouden loonheffing op de salarissen en het werknemersdeel pensioenpremie over de maand december 2014. Deze bedragen, respectievelijk ruim € 22 miljoen en circa € 13 miljoen, zijn in januari 2015 aan de Belastingdienst en het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds afgedragen.

7.3.3.4 Openstaande verplichtingen € 2.626.236

Grondslag

Het saldo openstaande verplichtingen per 31 december 2014 is opgebouwd uit de in het dienstjaar 2014 aangegane verplichtingen en de in voorgaande jaren aangegane en nu nog lopende verplichtingen, welke niet tot een kaseffect in het dienstjaar 2014 hebben geleid.

De cijfers

Tabel 8 geeft de samenstelling van de openstaande betalingsverplichtingen weer.

Tabel 8: Openstaande verplichtingen (x € 1.000)

Stand per 1 januari 2014

2.784.347

Aangegaan in 2014

9.741.369

 

12.525.716

Tot betaling gekomen in 2014

– 9.899.480

Openstaand per 31 december 2014

2.626.236

In de Rijksbegrotingsvoorschriften wordt ingegaan op de zogenoemde «Niet uit de saldibalans blijkende bestuurlijke verplichtingen» (NUBBBV), bijvoorbeeld in geval van door het Rijk gesloten bestuursovereenkomsten of – convenanten met decentrale overheden. Dergelijke bestuurlijke verplichtingen kunnen niet altijd als juridische verplichtingen worden aangemerkt en maken daardoor geen deel uit van de openstaande verplichtingen, zoals opgenomen in de saldibalans.

Dit is ook bij IenM het geval. Met name in het kader van infrastructurele werken op het terrein van regionale en lokale infrastructuur, maar ook op het terrein van het waterbeheer, het hoofdwegen- en spoorwegennet worden bestuurlijke afspraken gemaakt. Deze afspraken staan in het MIRT Projectenboek, welke jaarlijks als bijlage bij de begroting Infrastructuurfonds wordt uitgebracht.

In het kader van de NUBBBV zijn de bestuurlijke afspraken geïnventariseerd voor zover al niet deel uitmakend van de juridische verplichtingen, zoals opgenomen in de financiële administratie. Deze bestuurlijke afspraken zijn zeer divers in aard en omvang. Soms zijn bestuurlijke afspraken enkel samenwerkingsafspraken, soms in meer of mindere mate concrete afspraken over te realiseren projecten of beleidsdoelstellingen, waarvoor het financieel belang nog niet is gekwantificeerd, ofwel sprake is van een raming, dan wel een maximum of van een zeker bedrag. Gezien de bestuurlijke toezeggingen in financiële termen in hardheid verschillen zijn deze niet optelbaar. Hierdoor is geen totaalbedrag aan bestuurlijke toezeggingen te geven. Indien sprake is van een zekere hardheid – en bovendien juridisch gebonden – worden deze toezeggingen als aangegane verplichting in de financiële administratie opgenomen.

7.3.3.5 Openstaande garantieverplichtingen € 117.526

Grondslag

In situaties waarbij geen bijdrage wordt verleend voor ondersteuning van op zichzelf wel wenselijk geachte activiteiten, verleent het ministerie garanties aan instellingen of particulieren. Met deze staatsgarantie achter zich, zijn deze in staat leningen af te sluiten en kunnen bepaalde zaken worden gefinancierd.

Toelichting

Ten opzichte van de saldibalans 2013 heeft een aantal wijzigingen plaatsgevonden.

Het saldo van de rekening-courantkredieten aan de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) is verlaagd met € 2,5 miljoen naar € 27,5 miljoen. Daarnaast is door het Ministerie van Financiën in 2014 aan de LVNL twee leningen onder garantstelling verstrekt met een totaal bedrag van € 2,677 miljoen.

Het saldo van de rekening-courantkredieten aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) is met ingang van 1 januari 2014 verlaagd van € 12 miljoen naar € 10 miljoen en is door het Ministerie van Financiën aan het CBR een lening onder garantstelling verstrekt van € 10,326 miljoen.

Tenslotte is het garantiebedrag, zijnde 90% van de verstrekt leningen conform het Besluit Borgstelling Midden en Klein Bedrijfskredieten (MKB), door aflossingen van leningen verlaagd met € 0,04 miljoen. Deze garantiestelling is niet verstrekt in het kader van schatkistbankieren/leenfaciliteit.

De cijfers

Tabel 9 geeft de samenstelling van het uiteindelijke risico weer, op grond van de uitstaande garantieverplichtingen per 31 december 2014.

Tabel 9: Garantieverplichtingen (x € 1.000)

Jaar

Looptijd

Organisatie

Aard garantstelling

Bedrag

2005

n.n.b.

LVNL

RC krediet

10.000

2009

n.n.b.

MKB

Lening

476

2009

n.n.b.

Kadaster

RC krediet

25.000

2009

n.n.b.

LVNL

RC krediet

17.500

2010

n.n.b.

Dienst Zuid-As

Lening

2.547

2010

2028

LVNL

Lening

29.000

2011

2018

RDW

RC krediet

5.000

2013

2021

LVNL

Lening

5.000

2014

2039

LVNL

Lening

2.215

2014

2019

LVNL

Lening

462

2014

n.n.b.

CBR

RC krediet

10.000

2014

2020

CBR

Lening

10.326

   

Openstaand per 31 december 2014

117.526

Tabel 10 geeft de mutaties in het verantwoordingsjaar weer.

Tabel 10: Mutaties Garantieverplichtingen (x € 1.000)

Stand per 1 januari 2014

109.062

Nieuw verstrekt in 2014

13.003

 

122.065

Afname van het risico in 2014

– 4.539

Openstaand per 31 december 2014

117.526

7.3.3.6 Tegenrekeningen € 6.805.909

Grondslag

Voor extra-comptabele rekeningen aan de activa-zijde worden uit het oogpunt van het evenwichtsverband verscheidene tegenrekeningen gebruikt. Deze tegenrekeningen hoeven geen nadere toelichting.

7.3.3.7 Sluitrekening Infrastructuurfonds € 24.166

Grondslag

Deze rekening dient als sluitrekening met de saldibalans, behorend tot de begroting van het Infrastructuurfonds, omdat voor dit fonds géén gescheiden administratie wordt gevoerd.

Licence