Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

1. BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding

Met de implementatie van de hervormingsagenda’s voor de woningmarkt en de rijksdienst heeft het kabinet in 2014 gewerkt aan een sterkere en stabielere woningmarkt en het vergroten van de slagvaardigheid en verbeteren van de dienstverlening van de rijksdienst. In 2014 heeft dit op het gebied van de woningmarkt zijn beslag gekregen door middel van een breed pakket aan maatregelen voor zowel de huur- als koopmarkt. Tevens is voortgang geboekt op het gebied van de rijksbrede bedrijfsvoering, zoals onder andere blijkt uit de samenvoeging van meerdere onderdelen tot één Rijksvastgoedbedrijf in 2014.

Wonen en Bouwen

In 2014 tekende het herstel van de woningmarkt, na jaren van crisis, zich voorzichtig af. De woningverkopen trokken aan en ook de huizenprijzen lieten een opgaande lijn zien. Daarbij is sprake van grote regionale verschillen; in veel gebieden is de woningmarkt nog kwetsbaar.

Met de implementatie van de afspraken uit het Woonakkoord en de Hervormingsagenda woningmarkt werkt het kabinet aan een sterkere en stabielere woningmarkt en een corporatiestelsel dat beter op de kerntaken is gericht. Daarnaast zijn in 2014 verschillende maatregelen van kracht geworden om de duurzaamheid van de woningvoorraad te verbeteren en is gewerkt aan modernisering van de wijze waarop de bouwkwaliteit van woningen wordt geborgd. Tenslotte zijn er nieuwe wettelijke instrumenten ontwikkeld om leefbaarheidsproblemen in wijken en buurten aan te pakken, heeft het kabinet de koers bepaald voor het omgaan met bevolkingsdaling, en is ingezet op mogelijkheden voor ouderen om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen.

Een sterke en stabiele woningmarkt

In april 2014 is een breed pakket aan maatregelen voor de huurmarkt gepresenteerd, dat de werking van de sociale huursector moet verbeteren en meer ruimte voor investeringen brengt in het vrije middensegment van de huurmarkt. De maatregelen zijn:

  • de WOZ-waarde van de woning wordt onderdeel van het woningwaarderingsstelsel (WWS). Invoering van het nieuwe WWS is voorzien per 1 oktober 2015;

  • de regels voor passende woningtoewijzing door corporaties worden in 2015 aangescherpt. Deze maatregel bevordert dat huishoudens met een inkomen binnen het bereik van de huurtoeslag gehuisvest worden in de voor hen betaalbare woningen;

  • de inkomensgrens voor toegang tot de sociale huursector wordt voor een periode van vijf jaar verhoogd en de liberalisatiegrens wordt met ingang van 2016 voor drie jaar bevroren.

De aanscherping van de toewijzingsregels, de verruiming van de inkomensgrens en de bevriezing van de liberalisatiegrens in de sociale huursector zijn onderdeel van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting, welke in 2014 door de Tweede Kamer is aangenomen en per 1 juli 2015 in werking zal treden.

Kernwaarden van het beleid zijn het borgen van de betaalbaarheid en toegankelijkheid van huisvesting voor de doelgroep. Het kabinet heeft daartoe in 2014 besloten om het instrument huurtoeslag ongemoeid te laten en extra geld uit te trekken om geconstateerde budgettaire tegenvallers voor de periode tot en met 2017 te compenseren. Zoals in de begroting was aangekondigd bestaat in de verhuurderheffing voor de periode 2014–2017 de mogelijkheid tot heffingsvermindering voor investeringen in krimpgebieden, in Rotterdam-Zuid en bij transformatie van kantoren naar woningen.

Op het terrein van de koopmarkt zijn maatregelen genomen om de (private)schuldenlast te verminderen. Zo is vanaf 1 januari 2014 de maximale hypotheekhoogte voor nieuwe hypotheken teruggebracht naar 104% van de woningwaarde. De maatregelen zijn genomen om te zorgen voor meer stabiliteit op de koopmarkt. Daarnaast wordt met deze stappen gestreefd naar een transparantere hypotheekmarkt die aantrekkelijker is voor nieuwe aanbieders; in 2014 zijn enkele nieuwe hypotheekaanbieders actief geworden.

In de nasleep van de crisis op de woningmarkt heeft een aanzienlijk aantal huiseigenaren te maken met dubbele lasten of restschulden. Het kabinet heeft besloten een aantal crisismaatregelen een permanent karakter te geven om deze huishoudens meer ruimte te bieden. Hierbij gaat het om de verhuisregeling, waarmee de hypotheekrente op een te koop staande voormalige eigen woning voortaan nog voor drie jaar kan worden afgetrokken. Tevens heeft de eigenaar van een te koop staande woning ook in de toekomst na afloop van een verhuurperiode opnieuw recht op hypotheekrenteaftrek. De fiscale aftrekbaarheid van restschulden is per 1 januari 2015 tijdelijk verlengd van 10 jaar naar 15 jaar.

In 2014 heeft het kabinet voor het eerst de rapportage Staat van de Woningmarkt opgesteld en aan de Tweede Kamer gestuurd. Met deze rapportage wordt de Kamer jaarlijks op overzichtelijke wijze geïnformeerd over de ontwikkelingen op de woningmarkt, in aanvulling op de reguliere overleggen met de Minister voor Wonen en Rijksdienst.

Corporaties terug naar de kern

De Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting is in december unaniem door de Tweede Kamer aangenomen. Met deze wet wordt het taakgebied van corporaties gericht op het huisvesten van lagere inkomens, het toezicht versterkt en de lokale invloed op en binding met de gemeente vergroot. Inmiddels is de implementatiefase gestart. De uitkomsten van de parlementaire enquête woningcorporaties zijn betrokken bij de Herzieningswet en worden betrokken bij de regelgeving die op basis van de wet tot stand komt.

In samenhang met de Herzieningswet is in 2014 in samenspraak met het veld gewerkt aan een Woonagenda sociale huursector. Deze agenda geeft richting en duiding aan wat van de corporaties verwacht wordt. In de Herzieningswet is een wettelijke basis gecreëerd voor de wooncoöperatie, waarbij huurders de mogelijkheid krijgen hun woning te kopen van de corporatie. Platform 31 is in opdracht van het Ministerie van BZK gestart met een programma om dit te ondersteunen. De Herzieningswet versterkt tevens de positie van de huurder.

Duurzaamheid en kwaliteit in de woningbouw

Om de energieprestatie van gebouwen te verbeteren zijn in 2014 verschillende afspraken uit het Energieakkoord uitgevoerd. Het Nationaal Energiebespaarfonds voor particuliere woningeigenaren en het Fonds Energiebesparing Huursector is geopend. De Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (STEP) voor energiebesparing bij huurwoningen onder de liberalisatiegrens is in werking getreden. Het programma Blok voor Blok voor energiebesparing in bestaande woningen is afgerond. De kennis en ervaringen zijn overgedragen aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die nieuwe lokale initiatieven financieel ondersteunt. Het Rijk heeft hiertoe 15 miljoen euro beschikbaar gesteld. De herziene Europese richtlijn Energieprestatie van gebouwen (EPBD) is in 2014 geïmplementeerd; begin 2015 is het voorlopige energielabel voor eigenaren-bewoners ingevoerd. De implementatie van de Europese richtlijn energie-efficiëntie (EED) zal in 2015 worden afgerond.

Er komt een nieuw stelsel voor kwaliteitsborging in de bouw. In lijn met de adviezen van de commissie-Dekker zijn de beleidsvoornemens voor een nieuw stelstel voor kwaliteitsborging uitgewerkt en aan de Tweede Kamer gestuurd 1. Het stelsel beoogt de kwaliteit gedurende het hele woningbouwtraject te verhogen en verbetert de positie van de bouwconsument. Deze beleidsvoornemens worden, na internetconsultatie, verwerkt in een wetsvoorstel en in 2015 aan de Raad van State aangeboden.

In 2014 heeft het Expertteam Eigenbouw 15 gemeenten geadviseerd en is het gestart met een nieuwe ronde bestuurlijke en ambtelijke contactgesprekken om met name gemeenten inzicht te geven in de laatste ontwikkelingen. Het aantal verleende bouwvergunningen voor koopwoningen in eigenbouw, als percentage van het totale aantal bouwvergunningen voor koopwoningen was, volgens cijfers van het CBS, over de eerste drie kwartalen van 2014 18%. Het Expertteam (kantoor)Transformatie heeft in 2014 gemeenten, eigenaren en overige betrokkenen ondersteund bij het komen tot het transformeren van leegstaande kantoren en maatschappelijk vastgoed naar woonruimte.

Om de bouwsector te ondersteunen bij het economische herstel is de verlaging van het Btw-tarief voor verbouwingen en renovaties een half jaar verlengd, tot 1 juli 2015.

Leefbare gebieden, steden en buurten

In 2014 is met verschillende partners gewerkt aan verbetering van de leefbaarheid van kwetsbare wijken en buurten. Het rijk heeft een ondersteunende rol. In 2014 zijn nieuwe wettelijke maatregelen van kracht geworden die lokale overheden meer armslag geven bij het voorkomen van overlast en verloedering. Er is een wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek aangenomen, waarmee het mogelijk wordt om gebiedsaanwijzingen extra te verlengen en woningsplitsing tegen te gaan, en zodoende de diversiteit van wijken te bevorderen. Een tweede wijziging van deze wet, die het mogelijk maakt om selectief woningen toe te wijzen bij overlast of criminaliteit, is in 2014 voor internetconsultatie voorgelegd. Daarnaast is een wijziging van de Woningwet aangenomen om onrechtmatige bewoning tegen te gaan.

Het Rijk heeft in 2014 haar visie gegeven op de demografische ontwikkelingen van de komende twintig jaar, de daaruit te verwachten voortvloeiende sociaaleconomische ontwikkelingen en de maatregelen die noodzakelijk zijn om een evenwichtige verdeling van welvaart en welzijn over het gehele land te borgen. Besloten is dat het aantal krimpgebieden wordt uitgebreid van zeven naar acht en dat het aantal anticipeergebieden wordt teruggebracht van zestien tot twaalf.

Inspelen op woonwensen van specifieke groepen

Huisvesting voor ouderen, studenten en arbeidsmigranten heeft in 2014 extra aandacht gekregen. Voor ouderen verandert er veel door de inzet om hen langer zelfstandig te laten wonen. Er is een transitieagenda opgesteld met acties om in te spelen op deze ontwikkeling. In samenwerking met de Staatssecretaris van VWS is het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen ingesteld om het regionaal delen van kennis en oplossingen te bevorderen. Ten aanzien van de woonsituatie van studenten, zijn de acties uit het Actieplan Studentenhuisvesting nader uitgewerkt. Afgesproken is dat er 16.000 extra woningen voor studenten worden gerealiseerd in de periode 2011–2016. In 9 prioritaire regio’s zijn in 2014 bestuurlijk afspraken gemaakt voor 31.000 nieuwe huisvestingsplekken voor EU-arbeidsmigranten. Deze worden de komende jaren uitgevoerd.

Rijksdienst

Hervorming rijksdienst: dienstverlenend, slagvaardig, kostenbewust

In 2014 is binnen de rijksdienst verder gewerkt aan de opgave om een forse taakstelling te combineren met hervormingen, die bijdragen aan een vergroting van de slagvaardigheid en verbetering van de dienstverlening. Het vergt een flinke inzet om het in internationaal perspectief hoge prestatieniveau van de rijksdienst te behouden, te innoveren en in te kunnen inspelen op de maatschappelijke vraag en politieke dynamiek. Zoals beschreven in de Hervormingsagenda Rijksdienst 2 gebeurt dit door toezicht, uitvoerende werkzaamheden en bedrijfsvoering voor ministeries gezamenlijk te doen, verder te digitaliseren, verantwoordelijkheden anders te beleggen en te investeren in de kwaliteit en de mobiliteit van het personeel.

Rijksbrede verandertrajecten

Op het gebied van beleid, uitvoering, toezicht en rijksbrede bedrijfsvoering is op tal van onderwerpen voortgang geboekt. Enkele voorbeelden:

  • In 2014 zijn verdere stappen gezet om de rijksbrede infrastructuur voor de bedrijfsvoering te realiseren. Verschillende departementen hebben zich aangesloten op rijksbrede shared serviceorganisaties: De (kern-)ministeries Algemene Zaken en Veiligheid en Justitie bij SSC-ICT, Buitenlandse zaken bij P-Direkt en Economische Zaken bij FM Haaglanden;

  • Het Rijksvastgoedbedrijf (fusie Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf, de Rijksgebouwendienst en de Dienst Vastgoed Defensie) is van start gegaan;

  • In 2014 is een convenant gesloten om het deurwaarderstraject voor een aantal grote uitvoeringsorganisaties te laten verzorgen door het Centraal Justitieel Incassobureau. De uitrol is inmiddels van start en loopt door tot 2016. Tevens is een visie op persoonsgerichte incasso ontwikkeld, die een startpunt vormt voor verdere verbetering van de samenwerking tussen rijksdiensten die een incassofunctie hebben;

  • De inspecties hebben op basis van een gezamenlijk werkprogramma in 2014 stappen gezet om meer als één inspectie naar buiten te treden en in de bedrijfsvoering samen op te trekken. Ook is gestart met de uitwerking van voorstellen om de positie van inspecties en hun (sanctie-) instrumentarium te harmoniseren.

De Haagse kernministeries zijn nagenoeg allemaal aangesloten op de shared service organisaties. Daarnaast is verder uitvoering gegeven aan de projecten van het uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst, dat is gericht op rijksbrede bedrijfsvoering en clustering van taken. Dit programma, waarvan een groot deel van de projecten inmiddels is afgerond, is per 31 december 2014 beëindigd. In de jaarrapportage bedrijfsvoering rijk 2014 is de verantwoording over het uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst opgenomen.

Binnen het Programma Herinrichting Governance Bedrijfsvoering Rijk zijn in 2014 kaders uitgewerkt voor een vereenvoudiging van de aansturing en bekostiging van de shared service organisaties en een eenduidig kwaliteitsstelsel dat door alle SSO’s zal worden gehanteerd. De SSO’s zullen worden aangestuurd door een bestuurlijk overleg en voor generieke dienstverlening zal zoveel mogelijk worden gewerkt met centrale bekostiging.

Zelfstandige Bestuursorganen (zbo’s)

In 2014 heeft het kabinet het zbo-beleid uitgewerkt, zoals dat in hoofdlijnen in het regeerakkoord is vastgelegd. De positionering van de zbo’s is opnieuw bekeken aan de hand van een grondige doorlichting. De plannen van het kabinet zijn aan de Kamer aangeboden 3. De hoofdconclusie van het kabinet is dat de zelfstandige status van het merendeel van de zbo’s gerechtvaardigd is. Wel is sanering gewenst: een aantal zbo’s kan opgeheven worden of fuseren. Verder heeft het kabinet aangekondigd zeer terughoudend te blijven met het toebedelen van publieke taken aan zbo’s of andere organisaties op afstand (stichtingen). Het beleid ten aanzien van de «governance» van zbo’s is uitgewerkt in een circulaire, die met de jaarlijkse brief over het verzelfstandigingsbeleid naar de Tweede Kamer wordt verstuurd.

Eind november 2014 is het wetsvoorstel tot wijziging van de Kaderwet zbo aangenomen 4. Daardoor is het mogelijk dat voltijds-zbo’s met eigen rechtspersoonlijkheid kunnen deelnemen aan voorzieningen van de rijksbrede bedrijfsvoeringsinfrastructuur. Voor zbo’s met regelgebonden taken kan de Minister voor Wonen en Rijksdienst, in overeenstemming met de Minister die de voorziening beheert en de ministers die verantwoordelijk zijn voor de betrokken zbo’s, de zbo verplichten tot deelname aan een gemeenschappelijke voorziening, als dit leidt tot een effectievere en efficiëntere overheid.

Personeelsbeleid

Voor het van-werk-naar-werk beleid (VWNW) dat van toepassing is op rijksambtenaren waarvan de functie verdwijnt of dreigt te verdwijnen als gevolg van reorganisaties is in aanvulling op de formalisatie van het beleid in het ARAR nog nadere regelgeving opgesteld. Deze regelgeving leidt er toe dat op basis van het afspiegelingsbeginsel overtolligheid kan worden vastgesteld.

In 2014 is een nieuwe regeling afgesproken voor substantieel bezwarende functies, dit zijn functies die op lichamelijk en/of geestelijk vlak in hoge mate belastend zijn. Deze regeling is eenvoudiger; langer doorwerken wordt gestimuleerd omdat dit een naar evenredigheid hogere uitkering oplevert.

Waar het gaat om de wens van het kabinet en de Tweede Kamer om in te zetten op verschillende doelgroepen, laten de eerste resultaten zien dat de in 2014 beoogde aantallen banen zijn behaald. In 2014 zijn er 125 trainees gestart in het Rijkstraineeprogramma. In de meer specialistische traineeprogramma’s zijn nog eens 110 trainees gestart. Ook het aantal stagiairs is (ruim) op het gewenste niveau gebleven.

Ook is in 2014 gewerkt aan de (externe) mobiliteit en flexibiliteit van het topmanagement. Daarbij past de dienstverlening aan publiekrechtelijke zbo’s en de structurele uitwisseling met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. In 2014 zijn de eerste uitwisselingen tussen topmanagers van de Algemene Bestuurdienst (ABD) en topmanagers en diplomaten van de dienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van start gegaan. Het aandeel vrouwen in topmanagementposities binnen het Rijk steeg in 2014 met 0,9 procentpunt naar 28,4%. Het kabinet heeft daarmee een stap gezet naar het doel van 30% in 2017.

De topmanagementgroep van het Rijk voldoet aan de gestelde bezoldigingsnorm zoals opgenomen in de WNT-1. Dit komt doordat er sinds enige jaren gestuurd wordt op een sober en beheerst beloningsbeleid.

Invulling taakstelling rijksdienst bij departementen

In het regeerakkoord is aanvullend een taakstelling voor de rijksdienst opgenomen van 1,1 miljard euro (structureel vanaf 2018). De wijze waarop departementen deze taakstelling hebben verwerkt is gepresenteerd in de begroting voor het jaar 2014. De uitvoering hiervan loopt. Daarnaast is in het afgelopen jaar nadere invulling gegeven aan de rol van de Minister voor Wonen en Rijksdienst om namens het kabinet de ontwikkeling van uitgaven voor personeel en materieel te monitoren.

Tijdelijke commissie ICT-projecten bij de overheid

In 2014 heeft de Tijdelijke commissie ICT-projecten bij de overheid (de commissie Elias) haar eindrapport gepresenteerd. Het kabinet heeft inmiddels gereageerd op het rapport 5 en bijna alle aanbevelingen overgenomen, zoals de oprichting van het Bureau ICT-toetsing (BIT), het inzichtelijker maken van de ICT-kosten, het verbeteren van de kwaliteit van de informatie over grote ICT-projecten op het Dashboard ICT, meer opleidingen voor medewerkers en de uitbreiding van de capaciteit van de interim pool met ervaren en flexibel inzetbare ICT projectleiders (I-Interim Rijk).

Rijksvastgoed

Het Rijksvastgoedbedrijf – de samenvoeging van de Rijksgebouwendienst, het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf, de directie Rijksvastgoed en de Dienst Vastgoed Defensie – is op 1 juli 2014 van start gegaan. In 2015 zal het traject om de onderliggende agentschappen samen te voegen verder worden uitgewerkt. Op 1 januari 2015 is de verantwoordelijkheid voor de Dienst Vastgoed Defensie overgegaan van het Ministerie van Defensie naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De rijksbrede vastgoedportefeuillestrategie is afgelopen jaar in het verlengde van departementale vastgoedportefeuillestrategieën per provincie verder uitgewerkt. Hiermee wordt beoogd de koppeling te leggen tussen beleidsdoelen en -projecten van het Rijk en van de medeoverheden in het fysieke domein enerzijds en het handelen met rijksvastgoed (aankoop, verkoop, beheer) anderzijds. In 2014 heeft het Rijksvastgoedbedrijf al een pilot uitgevoerd voor Flevoland. Daarover is overleg met de provincie gevoerd.

De vastgoedstrategie en de hierbij horende financiële opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf zelf, is onder meer gericht op het goed omgaan met de omvangrijke afstootopgave van gebouwen. Voor herbestemming en herontwikkeling is het Rijk aangewezen op de medewerking van de gemeenten. Daarom zijn in 2014 samenwerkingsovereenkomsten gesloten met de gemeenten Den Haag en Zwolle. De werkwijze en ambitie ten aanzien van afstoot zijn uiteengezet in een brief aan de Tweede Kamer van 28 augustus 2014. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft in 2014 160 verkopen gerealiseerd: ruim 400 hectare grond en circa 300.000 m2bruto vloeroppervlakte gebouwen of complexen. De totale opbrengst bedroeg ruim € 125 miljoen.

De mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie op rijksgronden, -gebouwen en -infra zijn in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en het Ministerie van Economische Zaken onderzocht. Op basis van deze «quick scan» is het realiseerbaar potentieel in 2020 gekwantificeerd van alle vormen van duurzame energieopwekking op rijksvastgoed. Afgesproken is dat het potentieel dat door de vastgoedhoudende diensten wordt gerealiseerd oploopt tot 8,7 petajoule in 2020.

Op 2 oktober 2014 hebben het Rijksvastgoedbedrijf, Rotterdam Cirkelstad (zeven private en publieke koplopers) en drie ministeries (EZ, IenM en BZK) de Green Deal Cirkelstad ondertekend. Deze Green Deal beoogt de keten voor bouw- en sloopafval circulair te maken, waarmee hergebruik wordt bevorderd. De Green Deal realiseert in twee jaar tijd een koplopersgroep onder gemeenten in Nederland die voor verdere uitrol moet zorgen. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft door het starten van een pilot op de penitentiaire inrichting Zeist in 2014 actief bijgedragen aan de circulaire economie.

Met EnergieRijk Den Haag heeft het Rijk in 2014 samen met de gemeente Den Haag een start gemaakt met een goedkopere en schonere energievoorziening. Dit project richt zich op panden van de rijksoverheid, de gemeente Den Haag en eventueel andere partijen op de «Haagse vierkante kilometer» rond station Den Haag CS. De opgedane ervaringen op het gebied van financiering, aanbesteding, techniek, organisatie en resultaat kunnen in de toekomst rijksbreed worden toegepast bij soortgelijke projecten.

Op het gebied van vernieuwing en versterking van de markt heeft het Rijksvastgoedbedrijf in 2014 onder meer ingezet op het volgende:

  • financieel-economische eisen aan opdrachtnemers zijn bij aanbestedingen volledig losgelaten waardoor er meer ruimte komt voor qua omvang verschillende marktpartijen;

  • bij «meervoudig onderhandse» aanbestedingen (met ten minste drie ondernemingen) wordt bij gunning expliciet aandacht besteed aan kleinere marktpartijen. Bij een aantal grote onderhoudscontracten is met hetzelfde doel de perceelomvang verkleind;

  • er wordt o.a. gebruik gemaakt van EMVI-aanbestedingen (Economisch Meest Voordelige Inschrijving) door middel van de methode «gunnen op waarde», waardoor marktpartijen meer mogelijkheden krijgen om hun innovatiekracht in te zetten;

  • in aansluiting op de inzet van geïntegreerde contracten werkt het Rijksvastgoedbedrijf in samenwerking met Rijkswaterstaat aan de ontwikkeling en uitrol van Systeemgerichte Contractbeheersing. Hiermee wordt in een vroeg stadium aandacht gegeven aan kritieke succesfactoren, kansen en risicobeheersing binnen een project. Dit resulteert onder andere in een betere grip op de door de marktpartijen te leveren prestaties;

  • als initiatiefnemer van De Bouwcampus werkt het Rijksvastgoedbedrijf samen met de markt en mede-opdrachtgevers aan vraagstukken die bijdragen aan het sturen op kwaliteit in de bouw.

Realisatie Beleidsdoorlichtingen

Realisatie

Artikel

Naam artikel

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Geheel artikel?

Artikel 1

Woningmarkt

                 

1.1

Betaalbaarheid

   

X

X

       

1)

1.2

Onderzoek en kennisoverdracht

               

1)

Artikel 2

Woonomgeving en bouw

                 

2.1

Energie en bouwkwaliteit

             

X

2)

2.2

Woningbouwproductie

               

3)

2.3

Kwaliteit woonomgeving

X

     

X

   

X

4)

Artikel 3

Kwaliteit Rijksdienst

             

X

5)

Artikel 6

Uitvoering rijksvastgoedbeleid

               

6)

6.1

Doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting

               

6)

6.2

Bijdrage materieel activa

               

6)

* zie ook de «Bijlage afgerond evaluatie- en overig onderzoek» voor de hyperlink naar de betreffende onderzoeken

** zie ook de begroting 2015 voor de meerjarige programmering http://www.rijksbegroting.nl/2015/voorbereiding/begroting,kst199394_4.html

Ad 1

In de begroting voor Wonen en Rijksdienst is voor 2015 een beleidsdoorlichting van artikel 1 opgenomen. De Tweede Kamer is inmiddels (bij brief van 5 februari 2015) over de opzet en vraagstelling van deze beleidsdoorlichting geïnformeerd.

Ad 2

De in 2014 uitgevoerde beleidsdoorlichting bestond uit afzonderlijke beleidsevaluaties op de thema's Energie en Bouwkwaliteit. De beleidsinstrumenten uit het Energieakkoord zijn niet in deze beleidsdoorlichting betrokken. Zoals is afgesproken in het Energieakkoord worden de hierin opgenomen beleidsinstrumenten in 2016 geëvalueerd.

Ad 3

In 2016 is een beleidsdoorlichting van artikelonderdeel 2.2 «Woningbouw» voorzien.

Ad 4

De in 2014 uitgevoerde beleidsdoorlichting betrof het Programma Bevolkingsdaling, vallend onder artikelonderdeel 2.3 «Kwaliteit woonomgeving». Dit artikelonderdeel bevat ook andere beleidsdoelen. Een deel hiervan is in eerdere beleidsdoorlichtingen aan de orde geweest. Zo heeft de visitatiecommissie Wijkenaanpak in 2011 de wijkenaanpak doorgelicht.

Ad 5

Daar artikel 3 het beleid voor de gehele bedrijfsvoering van het Rijk omvat, is een beleidsdoorlichting in 1 jaar niet afdoende om het gehele beleid te evalueren. Het beleid ten aanzien van personeel kent ook een andere cyclus dan bijvoorbeeld het beleid ten aanzien van inkoop. Voor 2014 is gekozen voor een beleidsdoorlichting op een bijdrage die een groot budgettair beslag heeft binnen het artikel. Uiteraard wordt beleid wel geëvalueerd en regelmatig wordt de Kamer hierover geïnformeerd, zie de bijlage afgerond evaluatie- en overig onderzoek. Tijdens de begrotingsbehandeling in het najaar 2014 is aan de Tweede Kamer toegezegd dat in de begroting 2016 het doel en de reikwijdte van dit artikel duidelijker zal worden verwoord.

Ad 6

De verplichtingen en uitgaven op artikel 6 hebben betrekking op de het terrein van de huisvesting en het onroerend goed van en voor het Rijk. Binnen artikel 6 wordt het rijkshuisvestingsstelsel en het beleid en de invulling van het opdrachtgeverschap met betrekking tot monumenten, Koninklijk Huis, AZ, en Hocosta’s geëvalueerd. Vanwege de introductie in 2016 van het nieuwe rijkshuisvestingsstelsel is de evaluatie van artikel 6 pas in 2018 gepland. Het deel van artikel 6 dat niet wordt betrokken bij de evaluatie van het rijkshuisvestingsstelsel bestaat uit uitgaven als zakelijke lasten en beheer- en plankosten. Vanwege het niet-beleidsmatige karakter hiervan worden deze niet meegenomen in deze doorlichtingen.

Hypotheekgarantie

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)
 

Omschrijving

Uitstaande garanties

Verleende garanties

Vervallen garanties

Uitstaande garanties

Garantie-plafond

Totaal plafond

Artikel 3

 

2013

2014

2014

2014

   

Kwaliteit Rijksdienst

Hypotheekgaranties

132

0

21

111

356

356

Toelichting

Het betreft de aflopende regeling Rijkshypotheekgaranties. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid geschapen om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. Er zijn nog 4 garanties geldig. De laatste garantie vervalt in 2020. Het theoretische risico bedraagt € 111.000,–

Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.

Er worden voor de jaren t/m 2016 geen uitgaven en ontvangsten op garanties verwacht.

Achterborgstelling WSW Sociale Woningbouw (bedragen x € mln.)

Achterborgstelling: Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
(bedragen x € 1 mld.)

Omschrijving

2012

2013

20141

Achterborgstelling

88,5

86,2

85,5

Bufferkapitaal

0,5

0,5

0,5

Obligo

3,3

3,2

3,2

1

Cijfers 2014 betreffen voorlopige cijfers.

Achterborgstelling WEW Nationale Hypotheekgarantie (bedragen x € 1 mln.)

Achterborgstelling: WEW Nationale Hypotheekgarantie
(bedragen x € 1 mld.)

Omschrijving

2012

2013

20141

Achterborgstelling

154

164

176

Bufferkapitaal

0,8

0,8

0,8

Obligo

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

1

Cijfers 2014 betreffen voorlopige cijfers.

Licence