Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 3. Kwaliteit Rijksdienst

A Algemene doelstelling

Een goed presterende rijksoverheid op het gebied van bedrijfsvoering en het bevorderen van de kwaliteit van het management van de Rijksdienst.

B Rol en verantwoordelijkheid

Voor een optimale beleidsvoorbereiding en -uitvoering moet de interne beheersing en sturing van de bedrijfsprocessen in rijksbreed verband op orde zijn. Deze bedrijfsprocessen moeten naast dienstbaar aan het beleid, ook effectief en doelmatig zijn. Daarvoor zijn heldere kaders nodig. De Minister voor Wonen en Rijksdienst regisseert, in samenwerking met de andere Ministeries, de totstandkoming van deze kaders en brengt daarin meer samenhang, met als doel een beter bestuurbare en meer efficiënte bedrijfsvoering binnen de Rijksdienst.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst is verantwoordelijk voor de primaire arbeidsvoorwaarden van het Rijk. Daarnaast is de Minister eerstverantwoordelijke voor het rijksbrede beleid van de rijksbrede kaders op de terreinen: personeel, ICT, organisatie, huisvesting, inkoop, facilitaire dienstverlening en beveiliging. Binnen die kaders zijn de afzonderlijke Ministeries zelf verantwoordelijk voor hun bedrijfsvoering.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst maakt werk van een kostenbewuste, dienstverlenende en slagvaardige overheid. De Minister toetst de intensiveringen op deze uitgaven om zo invulling te geven aan zijn verantwoordelijkheid voor beheersing hiervan.

Bureau ABD ondersteunt de departementen bij de kabinetsopdracht om in 2017 ten minste 30% vrouwen vertegenwoordigd te hebben binnen de ABD. Daarnaast verleent het bureau diensten aan nieuwe doelgroepen, zoals publiekrechtelijke ZBO’s en gemeenten (G4) en wordt verder vormgegeven aan de structurele uitwisseling met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook verzorgt Bureau ABD enkele HR-diensten aan de kabinetsleden, waaronder de salarisadministratie.

Bovendien is de Minister voor Wonen en Rijksdienst werkgever voor de circa 70 managers op het hoogste niveau, daar waar het gaat om benoeming, arbeidsvoorwaarden en ontslag.

C Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar grotendeels conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting en de op 22 mei 2013 aan de Tweede Kamer aangeboden Hervormingsagenda Rijksdienst (Kamerstukken II, 31 490 nr. 119). In het beleidsverslag zijn de belangrijkste aktiviteiten in 2015 uit de Hervormingsagenda Rijksdienst opgenomen.

De uitgaven op dit artikel zijn hoger dan oorspronkelijk geraamd vanwege een incidentele bijdragen aan het agentschap UBR in de vorm van een aanvulling op het negatieve Eigen Vermogen ultomo 2014 en een bijdrage in het kader van het Lage Lonenschalenbeleid. Daarnaast wordt gedurende het begrotingsjaar de budgettaire raming van dit begrotingsartikel aangepast als gevolg van bijdragen van andere departementen.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2011

2012

2013

2014

Realisatie

2015

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2015

Verschil 2015

Verplichtingen:

0

0

18.880

32.104

28.862

18.333

10.529

                 

Uitgaven:

0

0

20.959

30.006

29.318

18.333

10.985

                 

3.1

Kwaliteit Rijksdienst

0

0

20.959

30.006

29.318

18.333

10.985

 

Subsidies

0

0

3.698

3.641

3.680

3.400

280

 

Fysieke Werkomgeving Rijk

0

0

298

241

180

0

180

 

Subsidie A&O-fonds

0

0

3.400

3.400

3.400

3.400

0

 

Subsidie Qiy

0

0

0

0

100

0

100

 

Opdrachten

0

0

9.108

8.015

11.556

8.920

2.636

 

Bedrijfsvoering Rijk

0

0

9.108

8.015

11.556

8.920

2.636

 

Bijdragen aan baten-lastenagentschappen

0

0

8.153

18.350

14.012

6.013

7.999

 

Arbeidsmarkt Communicatie

0

0

5.653

6.293

6.013

6.013

0

 

Baten-lastenagentschap UBR

0

0

0

0

2.750

0

2.750

 

Bedrijfsvoering Rijk

0

0

0

0

699

0

699

 

Doc-Direkt

0

0

0

5.257

0

0

0

 

Eigenaarsbijdrage

0

0

2.500

6.800

4.550

0

4.550

 

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

70

0

70

 

Bedrijfsvoering Rijk

0

0

0

0

70

0

70

                 

Ontvangsten:

0

0

828

8.207

1.334

0

1.334

E Toelichting op de financiële instrumenten

3.1 Kwaliteit Rijksdienst

Subsidies

Fysieke Werkomgeving Rijk

De Minister voor Wonen en Rijksdienst heeft in 2015 een subsidie verstrekt aan het kennisinstituut Center voor People and Buildings voor Fysieke werkomgeving Rijk. De Fysieke Werkomgeving Rijk (FWR) is een concept voor een werkomgeving voor rijksambtenaren dat flexibel, tijd- en plaatsonafhankelijk (samen-)werken mogelijk maakt. De subsidie heeft de generieke ontwikkeling van toepasbare kennis in het domein van de kantoorhuisvesting tot doel.

Subsidie A&O-fonds

Het A+O Fonds Rijk heeft in 2015 een subsidie ontvangen die onderdeel is van de Cao-afspraken. Het bestuur dat bestaat uit Sociale Partners heeft in 2015 o.a. ingezet op instroom en behoud van arbeidsbeperkten en op instrumenten voor de medewerker ter ondersteuning van zijn duurzame inzetbaarheid. Er zijn drie zogenaamde Summerschools georganiseerd, waar ca. 300 medewerkers de kans kregen kennis te maken met het aanbod dat vanuit het A+O fonds. Ook is er een leergang voor managementondersteuners ontwikkeld die vanuit de BelastingdienstAcademie rijksbreed wordt aangeboden.

Subsidie Qiy

De Minister voor Wonen en Rijksdienst heeft in 2015 een subsidie verstrekt aan Qiy Foundation ten behoeve van een verdere uitwerking van het Qiy concept voor gegevensdeling op basis van open standaarden, waarmee burgers en bedrijven de regie (terug-)krijgen over hun gegevens in het digitale domein. In 2015 is de eerste uitwerking opgeleverd.

Opdrachten

Bedrijfsvoering Rijk

Om de kwaliteit van de Rijksdienst te verbeteren is in 2015 op het terrein van organisatie en personeel verder gewerkt aan het realiseren van in-, door- en uitstroom van rijksambtenaren. Zo heeft de Minister voor Wonen en Rijksdienst het beleid gericht op mobiliteit en flexibele inzet van personeel bij het Rijk in 2015 een nieuwe impuls gegeven. De plannen hiervoor zijn in november 2015 aan de Tweede Kamer gestuurd en worden inmiddels (zoveel mogelijk in interdepartementale samenwerking) ten uitvoer gebracht. Over de voortgang wordt jaarlijks in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering gerapporteerd.

Op 2 oktober 2015 is een nieuwe CAO Rijk tot stand gekomen op basis van de Loonruimteovereenkomst publieke sector 2015–2016, met een looptijd tot ultimo 2016. Naast een inkomensverbetering bevat de nieuwe CAO afspraken over het verlengen van het van werk-naar-werk-beleid tot ultimo 2016, zodat er gelegenheid is hierover uiterlijk 1 oktober 2016 meer structurele afspraken te maken. Daarnaast is in de nieuwe CAO afgesproken om te komen tot een agenda strategisch personeelsbeleid Rijk 2025 met als doel om zonder taboes alle gewenste onderwerpen aan de orde te stellen. Hieruit voortvloeiend kunnen dan bij de volgende CAO vernieuwende afspraken gemaakt worden die passen bij een wendbare en kwalitatief hoogstaande rijksdienst die recht doen aan de professionele medewerkers en hun duurzame inzetbaarheid.

Eind januari 2015 werd de reactie van het kabinet op het Eindrapport van de Tijdelijke commissie ICT-projecten aan de Tweede Kamer aangeboden. De kabinetsreactie (Kamerstukken II 33 326, nr. 13) bevat een groot aantal maatregelen om de beheersing van ICT-projecten en de informatievoorziening aan de Kamer te verbeteren. De eerste rapportage over de uitvoering daarvan is de Kamer bij brief d.d. 10 juli 2015 (Kamerstukken II 26 643, nr. 365) aangeboden. Een belangrijk onderdeel van de kabinetsreactie betreft de inrichting van het Bureau ICT-toetsing (BIT). In 2015 is een toetskader voor het BIT vastgesteld, is de Toetsingsraad BIT ingesteld en heeft het BIT, in een pilotperiode, drie adviezen uitgebracht. Ook het ICT-dashboard is aangepast; het dashboard bevat nu alle projecten met een ICT-component van meer dan € 5 miljoen. De departementale CIO’s zijn inmiddels lid van de bestuursraad van hun Ministerie. Verder is op het gebied van personeel nu de uitbreiding van I-Interim Rijk in uitvoering alsook de opbouw van een ICT-rijkstraineeprogramma. Daarnaast is in 2015 ook verder gewerkt aan de afronding van de ambities uit de I-strategie Rijk (Kamerstukken II, 26 643, nr. 216) zoals gemeld in de bovengenoemde kabinetsreactie.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst heeft de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst (BIR) door de departementen intensief gevolgd en gestimuleerd. Het onderwerp stond hoog op de agenda en in samenwerking met de CIO’s, de Auditdienst Rijk (ADR) en de Algemene Rekenkamer is aan de Ministeries het model aangeleverd voor de In Control Verklaring (ICV) over 2015 op de BIR implementatie. In deze ICV staan de risico’s voor de kritieke systemen centraal, alsook de wijze hoe hierop gestuurd wordt vanuit het departement.

Het 4e en laatste (rijks)overheidsdatacenter, ODC Haaglanden, is begin 2015 opgeleverd. Er zijn nu 4 ODC’s operationeel. De migraties van 64 oude datacenters naar de vier nieuwe ODC’s van het Rijk is in volle gang. Ultimo 2015 zijn er 28 datacenters gemigreerd naar één van de vier ODC’s. Om de interconnectiviteit van de ODC’s te realiseren, wordt elke ODC aangesloten op het NAFIN, het beveiligd glasvezelnetwerk van Defensie. Zodoende wordt een samenhangende Datacentervoorziening gerealiseerd die de basis vormt voor de Rijkscloud. Twee van de vier ODC’s zijn in 2015 op NAFIN aagesloten. Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) gaat inhuizen bij ODC Noord en is daarmee het eerste ZBO dat aansluit op de de Datacentervoorziening van de rijksoverheid met gebruikmaking van de herziening van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Op het gebied van inkoop streeft het Rijk met een compacte inkooporganisatie naar professioneel en verantwoord inkopen. 2015 stond geheel in het teken van het doorontwikkelen van een effectieve en efficiënte inkoopdienstverlening voor de gebruikers bij de departementen. Op basis van haalbaarheidstudies voor de nieuwe inkoopcategorieën is besloten om uiteindelijk voor 32 inkoopcategorieën daadwerkelijk rijksbreed categoriemanagement te gaan voeren. De rijksoverheid toetst doorlopend haar integriteitsmanagement. Uit een in begin 2015 door de Auditdienst Rijk (ADR) uitgevoerd onderzoek blijkt dat in beginsel het huidige stelsel van rijkswaarborgen in de praktijk werkt en de randvoorwaarden voor integer inkopen aanwezig zijn. Het onderzoek maakte duidelijk dat er voldoende waarborgen (regels) zijn, maar dat er ook enkele kwetsbaarheden zijn. In 2015 is gestart met het verbeteren van de toepassing, de effectiviteit en de communicatie over de regels. Dit om niet-integer gedrag bij inkoop zoveel mogelijk tegen te gaan.

Daarnaast maken milieucriteria, sociale voorwaarden en social return onderdeel uit van de rijksbrede inkooppraktijk. In september 2015 is het samen met EZ, SZW, BZ en IenM opgestelde plan van aanpak maatschappelijk verantwoord inkopen naar de Tweede Kamer gestuurd.

De masterplannen kantoorhuisvesting zijn in 2015 geactualiseerd en geven een meerjarig beeld van de ontwikkeling van de vraag naar huisvesting bij de Rijksdienst. Dat beeld is aangevuld met de meerjarige vraagontwikkeling bij andere sectoren binnen het Rijk, zoals Defensie, Politie en gevangeniswezen. Begin 2016 wordt de Kamer over dat beeld geïnformeerd.

De rijksbrede kengetallen over de bedrijfsvoering staan vermeld in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk.

Bijdragen aan baten-lastenagentschappen

Arbeidsmarkt Communicatie

Het Expertisecentrum Organisatie & Personeel (EC O&P) van Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk voert de rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie uit. Daarnaast verzorgt EC O&P het functioneel beheer van de carrièresites overheid (CSO platform) en de regie over het technisch- en applicatiebeheer.

Bijdrage UBR: Voor de uitvoering van het Lage Lonenschalenbeleid heeft het agentschap Uitvoeringsbedrijf Bedrijfsvoering Rijk (UBR) een bijdrage van € 2,7 mln. van BZK ontvangen.

Eigenaarsbijdrage UBR: Dit betreft een budgettaire aanvulling in 2015 op het negatieve Eigen Vermogen van UBR ultimo 2014.

Licence