Base description which applies to whole site

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

A Algemene doelstelling

Een bijdrage leveren aan een goed functionerend openbaar bestuur en democratie.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het functioneren van het stelsel van het openbaar bestuur. Die verantwoordelijkheid richt zich op de bestuurlijke verhoudingen, het beheer van het Gemeentefonds en het interbestuurlijk toezicht. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de bestuurlijke organisatie (de Grondwet, de Gemeente- en Provinciewet, de Financiële verhoudingswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen). In het regeerakkoord zijn op dit vlak ambitieuze beleidsvoornemens geformuleerd. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de decentralisaties in het sociaal domein die door de Minister van BZK in hun onderlinge samenhang worden gecoördineerd en onder de verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Veiligheid en Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden uitgevoerd. In het verlengde hiervan voert de Minister van BZK een krachtig beleid gericht op het bewerkstelligen van voldoende uitvoeringskracht bij met name de gemeenten. Een tweede pijler van de legitimatie van het Nederlandse openbaar bestuur betreft het democratische en rechtsstatelijke gehalte van de publieke besluitvorming en beleidsvoering. In dat kader waarborgt de Minister van BZK het functioneren van het constitutionele bestel, waaronder het stelsel van de representatieve democratie. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de verkiezingen (de Kieswet) voor vertegenwoordigende lichamen op de verschillende bestuurlijke niveaus. De Minister van BZK zorgt er tevens voor dat de Kiesraad zijn wettelijke taken adequaat kan vervullen. Daarnaast voert de Minister van BZK de op 1 mei 2013 in werking getreden Wet financiering politieke partijen (Wfpp) en de op 1 juli 2015 in werking getreden Wet raadgevend referendum uit. Ook is hij sinds 1 april 2012 verantwoordelijk voor de procesvoering met betrekking tot het Europees Burgerinitiatief.

De Minister van BZK is als coördinerend bewindspersoon verantwoordelijk voor de totstandkoming van en het uitvoering geven aan de Agenda Stad die tot doel heeft de groei, leefbaarheid en innovatie van Nederlandse steden te versterken en de kracht van het Nederlandse stedennetwerk beter te benutten. De Minister van BZK is eveneens coördinerend bewindspersoon voor de Europese Urban Agenda, waarmee Nederland wil bijdragen aan het versterken van het internationaal concurrentievermogen en de leefbaarheid in Europese steden door een betere verankering van de stedelijke dimensie in het Europese beleid.

C Beleidsconclusies

Sociaal Domein

De Minister van BZK heeft zijn coördinerende rol bij de decentralisaties in het sociaal domein voortgezet. Dit heeft onder meer geresulteerd in een gezamenlijk beeld van de systeemverantwoordelijkheid in de brede regietafel van 22 juni 2016. Belangrijke kenmerken daarin zijn bestuurlijk partnerschap tussen het Rijk en gemeenten in het sociaal domein en een voortdurende dialoog tussen beide partijen over aspecten van het sociaal domein.

Door tal van activiteiten is een bijdrage geleverd aan de uitvoeringskracht van gemeenten op gebieden als privacybescherming, het omgaan met persoonsgegevens op de werkvloer, inkoop en aanbesteden en klachtafhandeling. Dit gebeurt samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Netwerk Directeuren Sociaal Domein (NDSD), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland), het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB), de Wethoudersvereniging en Raadslid.nu.

Onder regie van de Minister van BZK zijn in 2016 de voorbereidingen getroffen voor de Sociale Top van 23 januari 2017 in Eindhoven. Tijdens het congres zijn publieke en private partijen samengebracht om uitdagingen te formuleren en oplossingen te bedenken ten aanzien van de transformatievraagstukken van het sociaal domein.

In 2016 is de eerste stap gezet op weg naar een kostengeoriënteerde verdeling van de macrobudgetten in verband met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 en de Jeugdwet. Deze budgetten worden nu via een objectief verdeelmodel verdeeld binnen de integratie-uitkering Sociaal domein in plaats van een verdeling op historische grondslag (Kamerstukken II 2014–2015 34 000 B en C, nr. 26). Op dit moment loopt een onderzoek om te komen tot één geïntegreerd verdeelmodel voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en Wmo-begeleiding (het Wmo-deel in de integratie-uitkering sociaal domein), dat in het najaar van 2017 afgerond zal zijn.

In mei 2016 is de overall rapportage sociaal domein «Rondom de Transitie» naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2015–2016 34 477, nr. 1). De definitieve realisatiecijfers 2015 van het sociaal domein volgden in het najaar van 2016 (Kamerstukken II 2016–2017 34 477, nr. 7 en Kamerstukken II 2016–2017 34 477, nr. 8). Naar aanleiding van de Kamerbehandeling van de cijfers en de motie Voortman en Bergkamp zijn twee onderzoeken gestart naar de nadere duiding van deze financiële cijfers: een financieel-technisch onderzoek en een kwalitatief onderzoek gericht op de verklarende factoren van het cijferbeeld (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 XVI, nr. 68).

De Transitiecommissie Sociaal domein heeft op 30 september 2016 haar taken afgerond. Het Rijk en de gemeenten hebben in de kabinetsreactie op de vijfde en laatste rapportage van de Transitiecommissie Sociaal Domein aangekondigd de komende jaren een gezamenlijk programma sociaal domein uit te voeren (Kamerstukken II 2016–2017 34 477, nr. 6). Doel van het programma is om knellende vraagstukken samen op te pakken om van de transformatie een succes te maken, zodat betere zorg kan worden verleend en noodzakelijke nieuwe oplossingen versneld worden ontwikkeld.

Agenda Lokale Democratie

In 2016 is verder uitvoering gegeven aan de Agenda Lokale Democratie. Op 22 juni 2016 is de tweede voortgangsrapportage van de Agenda Lokale Democratie naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 VII, nr. 67). Deze bevat de stand van zaken over de ontwikkeling van zowel de participatieve als de representatieve democratie.

In 2016 is ruim gehoor gegeven aan de gezamenlijke oproep van de VNG en de Minister van BZK om in het kader van de Democratic Challenge experimenten aan te dragen op het gebied van democratische vernieuwing. Inmiddels zijn er verschillende publicaties verschenen6 over ruim 100 deelnemende projecten verdeeld over 13 thema’s. Deze initiatieven worden ondersteund, onderzocht en opgeschaald. In de Werkplaats Maak de Buurt – uitgevoerd met financiële steun van het Ministerie van BZK – zijn aan de hand van ervaringen van bewonersinitiatieven aanbevelingen geformuleerd aan de lokale overheid en de rijksoverheid over manieren waarop zij maatschappelijk initiatief structureel kunnen ondersteunen.7

Het G1000 platform heeft in 2016 verschillende kennisbijeenkomsten georganiseerd over burgertoppen. Tijdens deze bijeenkomsten zijn kennis, ervaring en wetenschappelijke inzichten gedeeld. Uit onderzoek naar de ervaringen met het G1000 platform en andere burgertoppen blijkt dat er veel enthousiasme is om dergelijke burgertoppen te houden, maar dat er ook aandachtspunten zijn, zoals de representativiteit van de gelote deelnemers en de follow-up van de bijeenkomsten.8

Vanuit het programma Lokale Democratie in Beweging (LDiB) is in 2016 verder gewerkt aan het doel om gemeentelijke organisaties, door samenspel met inwoners, bedrijven, medeoverheden en samenwerkingspartners, beter in staat te stellen in verbinding te zijn met de maatschappelijke omgeving en met elkaar als bestuurlijke partners. In dit kader hebben gesprekstafels plaatsgevonden over ambtelijk en bestuurlijk samenspel en zijn extra bijeenkomsten gehouden over het versterken van lokale driehoeken (burgemeester-gemeentesecretaris-griffier). Deze gesprekstafels hebben, naast een vergroot inzicht en begrip in elkaars rol en positie, geleid tot de publicatie «De tango van wethouder en ambtenaar». De bijeenkomsten voor de lokale driehoeken hebben geresulteerd in een zelf-assesment tool. De tool helpt de driehoeken te bepalen waar ze staan en waarin ze zichzelf verder kunnen versterken.

Gemeenten hebben behoefte aan experimenteerruimte in wet- en regelgeving, om maatschappelijke opgaven innovatiever aan te pakken. Daarom is het wetsvoorstel Experimentenwet Gemeenten voorbereid om experimenten van gemeenten mogelijk te maken waarbij tijdelijk wordt afgeweken van wettelijke bepalingen. Gemeenten zijn opgeroepen om met voorstellen voor experimenten te komen. Dat heeft geleid tot 75 voorstellen uit 35 gemeenten. In het traject is wel gebleken dat gemeenten geconstateerde belemmeringen vaak op andere wijze sneller kunnen wegnemen dan via experimenten.

Versterken regionaal economische samenwerking

Op 14 maart 2016 heeft de Minister van BZK het rapport van de Studiegroep Openbaar Bestuur «Maak verschil, krachtig inspelen op regionaal-economische opgaven» naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2015–2016 31 490, nr. 198). De Studiegroep heeft op verzoek van het kabinet aanbevelingen gedaan over hoe het openbaar bestuur – in inrichting en werkwijze – bij kan dragen aan de economische ontwikkeling. Zes geselecteerde proeftuinregio’s (Noordoost Fryslân, Metropoolregio Amsterdam, Drechtsteden, Zeeland, regio Zwolle en regio Eindhoven) toetsen de aanbevelingen van de Studiegroep Openbaar Bestuur in hun samenwerkingspraktijk. De proeftuinen «Maak verschil» zijn een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van BZK, de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Op 27 maart 2017 zijn de inzichten en ervaringen van de proeftuinen tijdens een conferentie gepresenteerd.

Eind 2015 heeft de Minister van BZK samen met de Minister van Economische Zaken een interbestuurlijk actieteam opgezet, waarin samen met grensgemeenten, VNG, Euregio's, grensprovincies, MKB-Nederland en het Rijk een impuls gegeven is aan de grensoverschrijdende economie en arbeid. In januari 2017 heeft het actieteam haar eindrapport opgeleverd met daarin 40 acties en daarnaast aanbevelingen voor de governance van de grensoverschrijdende samenwerking met Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen. Daarnaast heeft het Centraal Planbureau (CPB) onderzoek verricht naar «De arbeidsmarkt aan de grens met en zonder grensbelemmeringen». De resultaten van het CPB hebben het actieteam ondersteund in zijn opdracht om de grensoverschrijdende economie en arbeid een impuls te geven. Uitgaande van de hypothese dat er geen grensbelemmeringen meer zijn, stelt het CPB dat er baten zijn voor de werkgelegenheid, lonen en het Bruto Regionaal Product in grensregio’s.

De City Deal «Eurolab» sluit aan op de aanbevelingen van het actieteam. De City Deal beoogt een versnelling tot stand te brengen in de realisatie van een samenhangende, grensoverschrijdende arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur en economie in de Euregio Maas-Rijn. In de Eurolab werkplaats wordt onder andere gewerkt aan het aantrekken van meer toptalent van buiten de Europese Unie voor kennisinstellingen en innovatieve bedrijven in deze regio.

In 2016 heeft de Minister van BZK zijn coördinerende verantwoordelijkheid voor het interbestuurlijke programma Stad ingevuld door de uitwerking van zowel de (Nederlandse) Agenda Stad als de Urban Agenda for the EU (UAEU). In juli 2016 is een voortgangsrapportage van Agenda Stad en de Europese Agenda Stad aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2015–2016 34 139, nr. 17).

In het kader van Agenda Stad zijn inmiddels twaalf City Deals getekend en in uitvoering. Elk van deze City Deals betreft de ontwikkeling en uitvoering van innovatieve aanpakken van stedelijke transitievraagstukken door steden, hun partners en betrokken departementen.

Op Europees niveau heeft het programma Stad een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de UAEU, die is vastgelegd in het Pact van Amsterdam. Het Pact is op 30 mei 2016 aangenomen tijdens de informele ministersbijeenkomst onder het Nederlandse voorzitterschap (Kamerstukken II 2015–2016 34 139, nr. 14).

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde begroting

2016

Verschil

2016

Verplichtingen:

31.897

45.581

16.323

49.536

35.380

29.154

6.226

 

Uitgaven:

25.209

30.373

29.408

33.112

34.425

29.154

5.271

 

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

6.806

11.947

9.425

11.426

11.935

9.524

2.411

Subsidies

4.246

6.794

3.601

5.323

7.928

3.755

4.173

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

0

13

995

1.630

105

28

77

Diverse subsidies

1.600

605

13

518

4.312

553

3.759

Oorlogsgravenstichting (OGS)

2.646

6.176

2.593

3.175

3.511

3.174

337

Opdrachten

2.560

5.016

5.702

5.997

3.942

5.769

– 1.827

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

2.560

5.016

5.702

5.997

3.942

5.769

– 1.827

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

137

122

106

65

0

65

Bijdragen internationaal

0

137

122

106

65

0

65

 

1.2

Participatie

18.403

18.426

19.983

21.686

22.490

19.630

2.860

Subsidies

14.599

15.749

16.907

16.653

17.330

17.060

270

Politieke partijen

14.599

15.749

16.907

16.653

17.330

17.060

270

Opdrachten

3.803

2.677

2.918

4.047

3.167

2.570

597

Kiesraad

540

245

633

2.558

401

220

181

Raadgevend referendum

0

0

0

147

987

0

987

Verkiezingen

3.263

2.432

2.285

1.342

1.779

2.350

– 571

Bijdrage aan ZBO's / RWT's

0

0

0

0

1.639

0

1.639

Raadgevend referendum

0

0

0

0

1.639

0

1.639

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

158

943

350

0

350

Experiment centrale stemopneming

0

0

158

943

304

0

304

Verkiezingen

0

0

0

0

46

0

46

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

43

4

0

4

Kiesraad

0

0

0

43

4

0

4

 

Ontvangsten:

24.694

24.816

25.352

25.768

26.733

21.965

4.768

E Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

1.1 Bestuurlijke en financiële verhouding

Subsidies

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

In 2016 is de tweede termijn van de subsidie ten behoeve van de Thorbecke-leerstoel voldaan. Tevens is een subsidie verstrekt aan de Universiteit Twente.

Diverse subsidies

Kenniscentrum Europa Decentraal (KED)

De jaarlijkse subsidie is gebruikt voor de vaste taken van het kenniscentrum: voorlichting over Europese wet- en regelgeving en juridisch advies over Europeesrechtelijke onderwerpen zoals aanbesteden, staatssteun, informatiemaatschappij en milieu en klimaat. De doelgroep bestaat uit gemeenten, provincies en hun samenwerkingsverbanden en waterschappen. Daarnaast is subsidie verstrekt voor de ondersteuning van gemeenten en provincies bij het doen van kennisgevingen voor van melding vrijgestelde staatssteun, alsmede de jaarlijkse staatssteunrapportage over het jaar 2015.

Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)

Het COELO heeft een subsidie ontvangen voor informatieverstrekking over lokale lasten aan burgers en bedrijven, het actief bevorderen van het maatschappelijke debat en bewustwording over de lokale heffingen en tarieven en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar decentrale heffingen.

Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR)

De NVRR heeft een subsidie ontvangen voor de versterking van de lokale rekenkamers en de ondersteuning van het kwaliteitsbeleid. Het doel van de subsidie is een situatie te bereiken en in stand te houden waarin de gemeentelijke rekenkamer de gemeenteraad in hun gemeente op een adequate wijze ondersteunt.

Incidentele subsidie Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)

De VNG heeft in 2016 een subsidie ontvangen voor het project Ondersteuningsteam Asielzoekers Vergunninghouders (OTAV). Het OTAV ondersteunt gemeenten bij de opgaven met betrekking tot de (nood- en crisis)opvang, huisvesting, zorg, onderwijs, gezondheid en participatie van vluchtelingen en statushouders.

In de tweede helft van 2016 is de tweede tranche verleend voor een uitbreiding van de activiteiten van het OTAV met het project «Lokale preventieve aanpak gezondheidsbevordering statushouders» en het project «Congres Sociaal Domein» (de Sociale Top 2017). Het budget voor de tweede tranche was beschikbaar op het instrument opdrachten; dit is bij Slotwet 2016 gecorrigeerd en wordt daarom onder het instrument subsidies verantwoord.

Subsidie A&O fonds

In 2016 is een subsidie verstrekt aan het A&O-fonds voor een verkenning en de uitvoering van het opzetten van een Ondersteuningsprogramma Vakmanschap en Professionalisering Gemeenten. Doel van het programma van het A&O-fonds is het ondersteunen van ambtenaren bij de organisatorische en personele veranderopgaven in het sociaal en brede fysiek domein. Activiteiten van het Ondersteuningsprogramma zijn gericht op het ontwikkelen van de kennis en vaardigheden die nodig zijn om alle veranderopgaven effectief uit te voeren. Het budget was beschikbaar op het instrument opdrachten; dit is bij Slotwet 2016 gecorrigeerd en wordt derhalve verantwoord onder het instrument subsidies.

Subsidie pilots Maak Verschil

Samen met gemeenten (VNG) en provincies (IPO) is het Ministerie van BZK vanaf de zomer van 2016 in zes regio’s gestart met proeftuinen «Maak verschil». In deze proeftuinen wordt, aan de hand van de aanbevelingen in het rapport van de Studiegroep Openbaar Bestuur «Maak verschil», verkend hoe de regionaal economische samenwerking versterkt kan worden. Ten behoeve van de uitvoering van activiteiten in de proeftuinen (onderzoek, simulaties en bijeenkomsten) is bij de Najaarsnota 2016 extra geld beschikbaar gesteld.

Subsidie assistent in opleiding (aio) Thorbeckeleerstoel

Dit betreft de tweede termijn voor de financiering van een aio gelieerd aan de Thorbeckeleerstoel van de Universiteit Leiden.

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid beheert de Oorlogsgravenstichting wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan 50 landen, verspreid over vijf continenten. Indonesië heeft de meeste graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Ook verzorgt de stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. Naast de structurele subsidie is in 2016 een aanvullende incidentele subsidie verstrekt voor uitbreiding van het «Nationaal Ereveld Loenen» met een informatie-, educatie- en herinneringscentrum en het aanleggen van een begraafplaats voor veteranen.

Opdrachten

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

Op het terrein van het functioneren van het openbaar bestuur zijn publicaties, congressen en onderzoeken gefinancierd. Ook is in 2016 de monitor Sociaal Domein bekostigd. De lagere realisatie ten opzichte van de begroting is bij Slotwet 2016 toegelicht.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

Bijdrage Europe for Citizens Points (ECP)

Het programma «Europa voor de burger» biedt financiële ondersteuning aan burgers en organisaties die een actief Europees burgerschap bevorderen om zo het proces van Europese integratie te stimuleren en de kloof tussen de burger en de Europese Unie te verkleinen. Om het programma bekendheid te geven en belangstellenden bij te staan bij het indienen van subsidieaanvragen, faciliteert de Europese Commissie in samenwerking met de lidstaten Europe for Citizens Points (ECP). In Nederland is het ECP belegd bij Dutch Culture, waaraan een jaarlijkse bijdrage wordt verstrekt.

1.2 Participatie

Subsidies

Politieke partijen

Politieke partijen krijgen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). Een politieke partij komt voor subsidie in aanmerking als zij voldoet aan een aantal in deze wet genoemde voorwaarden. In 2016 ontvingen dertien politieke partijen subsidie.

De subsidie voor 2016 is voor 80% onderdeel van de totale uitgaven aan subsidies politieke partijen. Daarnaast hebben er in 2016 betalingen plaatsgevonden met betrekking tot de subsidies uit eerdere jaren en aanvullende Matra-subsidies 2016.

Tabel Subsidies politieke partijen

Partij

Waarde 2013

Waarde 2014

Waarde 2015

Waarde 20161

(in €)

(in €)

(in €)

(in €)

VVD

3.712.978

3.754.370

3.702.152

3.606.842

PvdA

3.592.723

3.614.965

3.558.735

3.400.247

SP

1.632.647

1.598.631

1.579.116

1.600.936

CDA

1.744.143

1.675.014

1.648.734

1.652.742

D66

1.528.924

1.566.367

1.570.213

1.586.014

CU

948.280

937.648

938.383

932.776

GL

866.898

821.782

821.108

810.649

SGP

868.102

902.235

908.654

903.874

PvdD

617.206

620.441

621.330

623.345

50PLUS

380.655

392.531

458.533

395.916

OSF

362.061

360.575

365.634

366.050

VNL

0

0

0

428.421

DENK

0

0

0

159.695

Totaal

16.254.618

16.244.559

16.172.592

16.467.507

1

Het betreft hier voorlopige bedragen. 80% daarvan is inmiddels uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd.

Opdrachten

Kiesraad

In 2016 bracht de Kiesraad negen adviezen uit, onder andere aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Veiligheid en Justitie en aan de Tweede Kamer. De Kiesraad valt deels onder de Kaderwet Zelfstandige Bestuursorganen en de Kaderwet Adviescolleges en stelt in de uitvoering daarvan jaarlijks een jaarverslag op. Alle adviezen van de Kiesraad worden gepubliceerd op de website: www.Kiesraad.nl. De besluiten die de Kiesraad neemt in zijn hoedanigheid van centraal stembureau zijn goeddeels in rechte toetsbaar.

Het jaar 2016 kenmerkte zich voor de Kiesraad vooral door de eerste toepassing van de Wet raadgevend referendum op 6 april 2016 over de Wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. De Kiesraad trad op als centraal stembureau en was daarmee verantwoordelijk voor de publicatie van de referendabele wet (en het verdrag), de beoordeling van het ontvangen inleidende en definitieve verzoek, alsmede voor de vaststelling van de uitslag van het referendum. Verder heeft de Kiesraad een applicatie ontwikkeld voor de controle van de ontvangen verzoeken en een specifieke module in Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV) voor de vaststelling van de uitslag. In verband met de uitvoering van taken, genoemd in de Wet raadgevend referendum, is de formatie van het secretariaat structureel uitgebreid (met twee fte’s) en het budget opgehoogd (met € 400.000). Uit de evaluatie van de Kiesraad is gebleken dat het stemproces met betrekking tot het referendum, waarvoor de Kiesraad verantwoordelijk is, goed is verlopen. De Kiesraad heeft de Minister van BZK geadviseerd om de Wet raadgevend referendum op een aantal plaatsen aan te passen en om elektronische indiening van verzoeken mogelijk te maken.

Raadgevend referendum en verkiezingen

Voorlichting verkiezingen

In 2016 heeft geen reguliere verkiezing plaatsgevonden, maar wel het eerste raadgevend referendum. In verband met het raadgevende referendum van 6 april 2016 heeft de regering een landelijke informerende campagne gevoerd en een groot deel van het budget voor de voorlichting van de verkiezingen is daaraan besteed. Daarnaast zijn de kosten voor de evaluatie van het referendum en het beschikbaar stellen van stemmaterialen uit dit budget betaald. Tevens waren er kosten voor het ontwikkelen van een nieuwe opzet van de informerende campagne voor de verkiezingen en referenda. De «look and feel» van de informerende campagne wordt om de paar jaar aangepast, de opzet van de huidige campagne dateert uit 2012.

Test internetstemmen voor kiezers in het buitenland

De test met internetstemmen voor kiezers in het buitenland is voorbereid. Daarvoor is onder meer nagegaan welke stemdiensten gebruikt kunnen worden in de test, uitgedacht hoe de test georganiseerd kan worden en er zijn Nederlanders in het buitenland benaderd met de vraag of men aan de test wil deelnemen. De start van de test is in december 2016 uitgesteld, omdat er meer tijd nodig is voor een zorgvuldige voorbereiding van de test (Kamerstukken II 2016–2017 33 829, nr. 17).

Elektronisch stemmen en tellen in het stemlokaal

De Deskundigengroep elektronisch stemmen en tellen in het stemlokaal heeft op 31 maart 2016 de specificaties afgerond voor de door de commissie Van Beek geadviseerde stemprinter en stemmenteller om in de stemlokalen elektronisch te stemmen en te tellen (Kamerstukken II 2015–2016 33 829, nr. 15). Op basis van deze specificaties is in opdracht van de Minister van BZK in 2016 een marktuitvraag uitgevoerd. De marktuitvraag had tot doel antwoord te krijgen op de volgende vragen:

  • kan de markt deze specificaties realiseren;

  • hoeveel kan de ontwikkeling, certificering, beheer en ondersteuning van de stemprinter en stemmenteller gaan kosten;

  • hoelang kan de ontwikkeling en certificering van de stemprinter en stemmenteller gaan duren.

Mede aan de hand van de uitkomsten van de marktuitvraag zal het kabinet bezien of de invoering van de stemprinter en de stemmenteller haalbaar is.

Bijdrage aan ZBO/RWT’s

Raadgevend referendum

De Referendumcommissie heeft een subsidieregeling vastgesteld. Conform deze subsidieregeling heeft de Referendumcommissie voor het raadgevend referendum op 6 april 2016 subsidies verstrekt voor activiteiten die het maatschappelijk debat over het onderwerp van het referendum stimuleren.

Bijdragen aan medeoverheden

Experiment centrale stemopneming

Invoering permanente registratie

De gemeente Den Haag heeft de taak om een permanente registratie voor Nederlandse kiezers in het buitenland te vormen. Daarmee wordt het voor kiezers buiten Nederland eenvoudiger om aan verkiezingen deel te nemen. De voorbereidingen voor deze permanente registratie zijn gestart in 2015 en verder uitgevoerd in 2016. De registratievoorziening moet per 1 april 2017 operationeel zijn.

Verkiezingen

Aan de drie BES-eilanden is een vergoeding verstrekt om het raadgevend referendum te organiseren.

Ontvangsten

Dit betreft de bijdrage van de waterschappen voor hun aandeel in de Waardering Onroerende Zaken kosten (WOZ-kosten) van de gemeenten en hun aandeel in de kosten van de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ). In 2016 is € 4,8 mln. meer ontvangen dan geraamd. Deze hogere ontvangsten zijn reeds toegelicht in de 1e suppletoire begroting (Kamerstukken II 34 485 VII, nr. 2) en 2e suppletoire begroting (Kamerstukken II 34 620 VII, nr. 2).

7

Zie «De werkplaats Maak de Buurt, Hoe maatschappelijke initiatieven zich echt kunnen ontwikkelen», Stichting Agora Europa, november 2016.

8

Zie «G 1000, ervaringen met burgertoppen», Geerten Boogaard, Ank Michiels e.a., Boom Bestuurskunde, 2016.

Licence