Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4.3.1 Rijkswaterstaat

Staat van baten en lasten van de baten-lastenagentschap Rijkswaterstaat (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

(4) Realisatie 2018

Baten

    

Omzet

2.454.832

2.757.301

302.469

2.575.4201

Waarvan omzet moederdepartement

2.238.924

2.466.663

227.739

2.445.757

Waarvan omzet overige departementen

31.251

66.107

34.856

63.608

Waarvan omzet derden

184.657

217.087

32.430

221.723

Waarvan omzet nog uit te voeren werkzaamheden

0

7.444

7.444

‒ 155.668

Vrijval voorzieningen

0

3.595

3.595

15.227

Bijzondere baten

3.000

4.083

1.083

2.093

Rentebaten

0

0

0

0

Totaal baten

2.457.832

2.764.979

307.147

2.592.740

     

Lasten

    

Apparaatskosten

1.060.001

1.162.277

102.276

1.082.677

Personele kosten

818.108

922.573

104.465

847.366

Waarvan eigen personeel

752.691

837.750

85.059

772.701

Waarvan inhuur externen

63.917

84.823

20.906

74.665

Waarvan overige personele kosten

1.500

0

‒ 1.500

0

Materiële kosten

241.893

239.704

‒ 2.189

235.311

Waarvan apparaat ICT

30.000

37.120

7.120

38.457

Waarvan bijdrage aan SSO's

56.000

64.178

8.178

51.648

Waarvan overige materiële kosten

155.893

138.406

‒ 17.487

145.206

Beheer en Onderhoud

1.342.978

1.550.857

207.879

1.437.526

Afschrijvingskosten

39.975

24.308

‒ 15.667

26.482

Materieel

38.500

23.605

‒ 14.895

25.310

Waarvan apparaat ICT

6.000

4.847

‒ 1.153

3.621

Waarvan overige materiële afschrijvingskosten

32.500

18.758

‒ 13.742

21.689

Immaterieel

1.475

703

‒ 772

1.172

Dotaties voorzieningen

0

4.831

4.831

2.548

Overige kosten

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

198

198

2.329

Rentelasten

5.878

771

‒ 5.107

3.673

Totaal lasten

2.448.832

2.743.242

294.410

2.555.235

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

9.000

21.737

12.737

37.505

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

‒ 23.155

‒ 23.155

16.158

Saldo van baten en lasten

9.000

44.892

35.892

21.347

Dotatie aan reserve Rijksrederij

9.000

10.182

1.182

8.165

Nog te verdelen resultaat

0

34.710

34.710

13.182

1

Om het inzicht in de Omzet te verbeteren is de weergave van de onderverdeling van de Omzet gewijzigd. De post 'waarvan omzet nog uit te voeren werkzamheden' is geïntroduceerd, waardoor in de realisatie 2018 ook toedeling aan de omzet moederdepartement en overige departementen is aangepast.

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

Omzet moederdepartement € 2.466.663

  • Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten € 2.466.663

    • Waarvan apparaat Hoofdwegennet €493.385

    • Waarvan programma Hoofdwegennet € 756.645

    • Waarvan apparaat Hoofdvaarwegennet € 297.615

    • Waarvan programma Hoofdvaarwegennet € 347.938

    • Waarvan apparaat Hoofdwatersysteem € 263.196

    • Waarvan programma Hoofdwatersysteem € 240.608

    • Waarvan apparaat Overig € 38.236

    • Waarvan programma Overig € 29.04

  • Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement € 0

De hogere omzet moederdepartement ten opzichte van de begroting 2019 ad. € 227,7 miljoen wordt met name veroorzaakt door de uitkering van de loon- en prijsbijstelling 2019 (€ 53,8 miljoen), een vergoeding voor de gemaakte kosten t/m 2019 van de Landelijke Tunnelregisseur (€ 37,3 miljoen), dekking voor de invoering van verbeterde areaalsystemen (€ 22,7 miljoen), de toekenning van middelen voor de eerste en tweede tranche van de korte termijn fileaanpak (€ 20,8 miljoen), een vergoeding voor de gemaakte kosten bij de uitvoering van het project Beveiligd Werken RWS (€ 16,9 miljoen), een vergoeding voor het niet volledig kunnen verhalen van schade bij schadevaren en -rijden (€ 14,8 miljoen), de toekenning van middelen voor de uitvoering van de opdracht Duurzaam voor Elkaar (€ 14,2 miljoen), een overboeking vanuit het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat t.b.v. het Maritiem Informatievoorziening Servicepunt (€ 12,4 miljoen), de terugboeking van de middelen voor het nog uit te voeren onderhoud herstel betonschade objecten Afsluitdijk en steenbekleding IJsselmeerzijde van het projectbudget van de Afsluitdijk naar het budget voor Beheer en Onderhoud (€ 7,6 miljoen), een vergoeding voor de gemaakte kosten in 2018 met betrekking tot de droogtemaatregelen (€ 5,2 miljoen) en een bijdrage vanuit de klimaatenveloppe tranche 2019 voor de opdracht Circulaire Economie: Recycling en hergebruik van asfalt, beton en staal in de infrastructurele sector (€ 5,0 miljoen).

De omzet moederdepartement van € 2.466,7 miljoen bestaat voor € 2.460,5 miljoen uit de agentschapsbijdrage en voor € 6,2 mln. uit verrekeningen voor specifiek met het moederdepartement overeengekomen werkzaamheden welke middels facturen bij het moederdepartement in rekening zijn gebracht. In onderstaande tabel is de agentschapsbijdrage uitgesplitst naar begrotingsartikel.

Specificatie omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)
  

Begroting 2019

Realisatie 2019

Verschil realisatie en begroting

Realisatie 2018

Deltafonds

440.879

487.259

46.380

475.444

Artikel 1

Investeren in waterveiligheid

256

363

107

226

Artikel 3

Beheer, onderhoud en vervanging

143.427

170.939

27.512

168.925

Artikel 5

Netwerkgebonden kosten en overig

296.407

312.908

16.501

305.121

Artikel 7

Waterkwaliteit

789

3.049

2.260

1.172

Infrastructuurfonds

1.750.530

1.916.777

166.247

1.911.613

Artikel 12

Hoofdwegennet

1.157.960

1.267.042

109.082

1.305.119

Artikel 15

Hoofdvaarwegennet

592.570

649.735

57.165

606.494

Hoofdstuk XII

47.515

56.448

8.933

53.320

Artikel 11

Waterkwaliteit

14.440

14.707

267

14.541

Artikel 13

Bodem en ondergrond

5.926

6.155

229

7.057

Artikel 14

Wegen en verkeersveiligheid

8.155

11.694

3.539

7.812

Artikel 16

Spoor

894

919

25

891

Artikel 17

Luchtvaart

1.640

4.635

2.995

4.230

Artikel 18

Scheepvaart en havens

988

1.498

510

1.212

Artikel 19

Uitvoering milieubeleid en internationaal

205

337

132

333

Artikel 20

Lucht en geluid

1.530

1.372

‒ 158

921

Artikel 21

Duurzaamheid

7.247

7.861

614

9.349

Artikel 22

Externe veiligheid en risico's

3.858

4.564

706

4.343

Artikel 97

Algemeen departement

2.632

2.706

74

2.631

Totaal

2.238.924

2.460.484

221.560

2.440.377

Van totaal omzet IenW

    

*apparaats- en afschrijvingskosten en rentelasten

1.035.646

1.087.648

52.002

1.030.004

*programma

1.203.278

1.372.836

169.558

1.410.373

Omzet overige departementen

De hogere omzet overige departementen ten opzichte van de begroting 2019 ad. € 34,9 miljoen wordt met name veroorzaakt door de bijdrage van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voor het uitvoeren van de werkzaamheden voor het programma Aan de slag met de Omgevingswet (€ 18,1 miljoen), deze opdracht is na het opstellen van de begroting 2019 door BZK aan RWS verstrekt, en de vergoedingen van diverse ministeries voor het door RWS ter beschikking stellen van kennis, expertise en materieel in het kader van Werken voor en met Partners (€ 10,9 miljoen).

Specificatie omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)
 

Begroting 2019

Realisatie 2019

Verschil realisatie en begroting

Realisatie 2018

Ministerie van Defensie

14.740

16.321

1.581

14.851

Ministerie van Financiën

2.474

2.399

‒ 75

907

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

8.822

14.513

5.691

11.226

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

5.214

28.820

23.606

33.015

Ministerie van Justitie en Veiligheid

0

2.904

2.904

2.590

Overige departementen

0

1.150

1.150

1.019

Totaal

31.251

66.107

34.856

63.608

Omzet derden

De hogere omzet derden ten opzichte van de begroting 2019 ad. € 32,4 miljoen wordt met name veroorzaakt door hogere opbrengsten uit de pacht van benzinestations, de ingebruikgeving van RWS areaal (huur, pacht) en incidentele verkoop van RWS areaal (€ 20,6 miljoen). Deze opbrengsten worden via het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) ontvangen. De hogere opbrengsten uit de ingebruikgeving van RWS areaal is met name het gevolg van de administratieve verwerking van correcties in de kadastrale tenaamstelling van contracten (o.a. Grote Wateren) en de extra opbrengsten uit de grond huur voor windturbines op RWS grond. Verder zijn ten opzichte van de begroting 2019 de uitkeringen van verzekeraars in het kader van Schaderijden en Schadevaren ter dekking van de kosten van reparatiewerkzaamheden gestegen (€ 8,5 miljoen).

Specificatie omzet derden (bedragen x € 1.000)
 

Begroting 2019

Realisatie 2019

Verschil realisatie en begroting

Realisatie 2018

Beheer en Onderhoud

45.000

42.243

‒ 2.757

38.772

Schaderijden en Schadevaren

26.400

34.897

8.497

38.681

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

39.700

60.251

20.551

53.749

Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBD)

22.685

22.950

265

33.758

Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW)

1.150

6.690

5.540

4.668

Werken voor en met Partners

19.222

22.590

3.368

21.849

Waterwet

17.500

17.846

346

18.020

Overig

13.000

9.620

‒ 3.380

12.226

Totaal

184.657

217.087

32.430

221.723

Omzet nog uit te voeren werkzaamheden

De kosten beheer en onderhoud zijn bijna € 7,5 miljoen hoger dan het programmadeel van de omzet moederdepartement, overige departementen en derden. Dit bedrag is onttrokken aan de balanspost nog uit te voeren werkzaamheden (NUTW). Deze balanspost betreft het saldo van de kosten en opbrengsten betreffende beheer en onderhoud van de infrastructurele netwerken en is bedoeld om schommelingen in het productievolume en de financiering van de productie tussen jaren op te vangen. De NUTW daalt door de onttrekking van bijna € 7,5 miljoen van € 524,2 miljoen ultimo 2018 naar € 516,7 miljoen ultimo 2019. In de instandhoudingsbijlage van de jaarverslagen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds is de opbouw van de NUTW per ultimo 2019 weergegeven.

Vrijval voorzieningen

De voorzieningen die op de balans zijn opgenomen worden jaarlijks geactualiseerd. Ultimo 2019 heeft deze actualisatie ertoe geleid dat een totaal van € 3,6 miljoen uit de voorzieningen is vrijgevallen. De vrijval is als baten in de exploitatierekening verwerkt en bestaat uit:

  • Vrijval reorganisatievoorziening, onderdeel verwachte toekomstige salariskosten VWNW-kandidaten (€ 3,5 miljoen): deze vrijval is ontstaan doordat voor een deel van de kandidaten gedurende 2019 een passende maatregel is getroffen;

  • Vrijval milieuvoorziening (€ 0,01 miljoen): deze vrijval is ontstaan doordat een deel van de benodigde saneringen is meegenomen bij reguliere onderhoudswerkzaamheden en/of verbouwingen;

  • Vrijval voorziening dubieuze debiteuren (€ 0,04 miljoen).

Bijzondere baten

De bijzondere baten ad. € 4,1 miljoen bestaan met name uit de verrekening van de BTW suppletie over 2015 (€ 3,1 miljoen) en de boekwinsten op de verkoop van vaste activa (€ 1,0 miljoen). De boekwinsten over 2019 zijn met name gerealiseerd door het inruilen van financial lease auto’s (eigendom RWS, aflopend contract) bij de leverancier (tegen vooraf vastgestelde inruilwaarde).

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

Specificatie personele kosten (bedragen x € 1.000)
 

Begroting 2019

Realisatie 2019

Verschil realisatie en begroting

Realisatie 2018

Eigen personeel

752.691

837.750

85.059

772.701

Inhuur externen

63.917

84.823

20.906

74.665

Overige personele kosten

1.500

0

‒ 1.500

0

Totaal personele kosten

818.108

922.573

104.465

847.366

FTE formatie

8.845

9.110

265

8.876

De personele kosten bestaan uit de kosten van het eigen personeel en de kosten van de ingehuurde capaciteit voor de uitvoering van kerntaken. 

De hogere kosten eigen personeel ten opzichte van de begroting 2019 ad. € 85,1 miljoen zijn met name het gevolg van de CAO loonstijging per 1 juli 2018 van 3%, de ABP pensioenpremiestijging per 1 januari 2019 van 1,4%, de CAO loonstijging per 1 juli 2019 van 2% en de eenmalige bruto uitkering van € 450 per FTE in januari 2019. Daarnaast worden de hogere personele kosten veroorzaakt door het aantrekken van capaciteit voor de toegenomen productieopgave van RWS.

De formatie in 2019 in de begroting 2019 is gedurende het jaar opgehoogd van 8.845 FTE naar 9.110 FTE als gevolg van onderstaande ontwikkelingen:

  • Korte termijn fileaanpak: deze aanpak bestaat uit twee pakketten maatregelen die moeten leiden tot het verminderen, voorkomen en kunnen vermijden van files. Voor de uitvoering van deze aanpak is de capaciteit van RWS in 2019 met 75 FTE verhoogd;

  • Opdracht Duurzaam voor Elkaar: deze opdracht bestaat uit een pakket activiteiten die bedoeld is om RWS verder te verduurzamen en om prestatiemanagement voor duurzaamheid te ontwikkelen. Voor de uitvoering van deze opdracht is de capaciteit van RWS in 2019 met 36 FTE verhoogd;

  • Banenafspraak arbeidsbeperkten: de formatie in 2019 is gedurende het jaar met 120 FTE opgehoogd voor de instroom van arbeidsbeperkten in het kader van de banenafspraak;

  • Diverse: het restant van 34 FTE wordt met name verklaard door extra capaciteit in het kader van beleidsondersteuning en -advisering.

De bezetting ultimo 2019 bedraagt 9.333 FTE en ligt hiermee ruim boven de formatie ultimo 2019 van 9.110 FTE. Deze overbezetting wordt veroorzaakt door FTE die kennis en expertise ter beschikking stellen aan overige departementen en derden in het kader van Werken voor en met Partners. Deze FTE zitten niet in de formatie en worden gefinancierd vanuit de opbrengsten Werken voor en met Partners.

Specificatie kosten inhuur (bedragen x € 1.000)

Specificatie

Begroting 2019

Realisatie 2019

Verschil realisatie en begroting

Realisatie 2018

Inhuur apparaat (kerntaken)

63.917

84.823

20.906

74.665

Inhuur programma (niet-kerntaken)

96.385

103.813

7.428

105.255

Totaal inhuur

160.302

188.636

28.334

179.920

De afname van de inhuur op apparaat (kerntaken) heeft zich dit jaar niet verder voortgezet. Dit is met name het gevolg van de hogere productieopgave van RWS, waardoor ook de kosten voor eigen personeel van RWS zijn toegenomen. Daarnaast blijft het door krapte op de arbeidsmarkt voor specialistische functies moeilijk om de benodigde capaciteit op kerntaken volledig te kunnen invullen met eigen personeel. De hogere productieopgave van RWS heeft ook als gevolg dat de inhuur op programma (niet-kerntaken) minder is afgenomen dan begroot.

Beheer en onderhoud

De hogere kosten beheer en onderhoud ad. € 207,9 miljoen worden met name veroorzaakt doordat een deel van de werkzaamheden die in eerdere jaren waren gepland dit jaar in uitvoering zijn genomen, door de prijsstijgingen in de markt en de opdracht Duurzaam voor Elkaar. Voor een specifieke toelichting op beheer en onderhoud wordt verwezen naar de instandhoudingsbijlage van de jaarverslagen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Afschrijvingskosten

Dit betreft de reguliere afschrijvingskosten van zowel materiële als immateriële vaste activa. De afschrijvingskosten zijn € 15,7 miljoen lager dan begroot, omdat in 2019 en eerdere jaren minder is geïnvesteerd dan van tevoren gepland.

Dotaties voorzieningen

De dotaties aan de voorzieningen ad. € 4,8 miljoen hebben betrekking op de reorganisatievoorziening (€ 4,6 miljoen) en de voorziening dubieuze debiteuren (€ 0,2 miljoen).

De dotatie aan de reorganisatievoorziening is het gevolg van het aanpassen van de disconteringsvoet voor de contante waarde berekening aan de actuele rentestanden en een herijking van het verwachtingspercentage van de kandidaten die gebruik zullen maken van de maximale doorlooptijd die de voorziening biedt.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten ad. € 0,2 miljoen bestaan met name uit de boekwaarden van verschrootte vaste activa en de boekverliezen op de verkoop van vaste activa.

Rentelasten

Dit betreft de kosten van rentedragende leningen die bij het Ministerie van Financiën zijn afgesloten, De rentekosten zijn lager dan begroot, omdat in 2019 en eerdere jaren minder is geïnvesteerd dan van tevoren gepland en er sprake is van lagere rentepercentages.

Agentschapsdeel Vpb-lasten

Het Agentschap RWS verzorgt activiteiten die tot het departement IenW horen en voor anderen. Voor een aantal activiteiten is RWS belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting (Vpb). De hiermee samenhangende Vpb-last is, voor zover op voorlopige aangifte voldaan, afzonderlijk in de Staat van Baten en Lasten weergegeven onder het Agentschapsdeel Vpb lasten.

In 2019 is in overleg met de Belastingdienst komen vast te staan dat over het overgrote deel van de opbrengsten uit ingebruikgevingen over de jaren 2016 tot en met 2019 (waarover reeds aangiftes zijn gedaan) geen Vpb betaald hoeft te worden. Op basis hiervan zijn de voorlopige Vpb-aangiften over de jaren 2016 t/m 2019 herzien. De totale Vpb-last van ‒ € 23,2 miljoen heeft betrekking op:

  • Voorlopige Vpb-aangifte 2019 inclusief rente vergoeding (€ 8,3 miljoen);

  • Schatting (exclusief rente vergoeding) herziening aangiftes 2016 ‒ 2019 (- € 31,5 miljoen);

    • Voorlopige Vpb-aangifte 2019 (- € 8,3 miljoen);

    • Voorlopige Vpb-aangifte 2018 (- € 8,8 miljoen);

    • Voorlopige Vpb-aangifte 2017 (- € 7,8 miljoen);

    • Voorlopige Vpb-aangifte 2016 (- € 6,6 miljoen).

Dotatie aan reserve en voorziening Rijksrederij

De dotatie aan de reserve Rijksrederij ad. € 10,2 miljoen betreft het verschil tussen de doorbelaste rente en afschrijvingskosten voor de vaartuigen van de Rijksrederij op basis van vervangingswaarde (waarop de tarieven worden gebaseerd) en de afschrijvings- en rentekosten op basis van de historische kostprijs (waarop de vaartuigen worden gewaardeerd).

Nog te verdelen resultaat

Het positieve resultaat ad. € 34,7 miljoen wordt met name veroorzaakt door de herziening van de voorlopige Vpb-aangiften over de jaren 2016 t/m 2019 (€ 31,5 miljoen).

Balans per 31 december 2019 (bedragen x € 1.000)
 

Balans 2019

Balans 2018

Activa

  

Vaste activa

148.813

153.641

Immateriële vaste activa

410

1.113

Materiële vaste activa

148.403

152.528

waarvan grond en gebouwen

91.678

96.893

waarvan installaties en inventarissen

13.287

11.142

waarvan projecten in uitvoering

  

waarvan overige materiële vaste activa

43.438

44.493

Financiële vaste activa

25.600

34.200

Onderhanden werk

7.649.579

6.922.264

Vlottende activa

888.251

872.378

Voorraden en onderhanden projecten

  

Debiteuren

49.512

54.150

Overige vorderingen en overlopende activa

80.085

45.990

Liquide middelen

758.654

772.238

Totaal activa

8.712.243

7.982.483

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

155.333

124.988

Exploitatiereserve

91.447

79.308

Onverdeeld resultaat

34.710

13.182

Reserve Rijksrederij

29.176

32.498

Voorzieningen

20.746

18.740

Langlopende schulden

96.530

95.736

Leningen bij het Ministerie van Financiën

96.530

95.736

Op te leveren projecten

7.649.579

6.922.264

Kortlopende schulden

790.055

820.755

Crediteuren

55.609

59.363

Belastingen en premies sociale lasten

0

5.271

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

15.800

16.630

Overige schulden en overlopende passiva

201.915

215.316

Nog uit te voeren werkzaamheden

516.731

524.175

Totaal passiva

8.712.243

7.982.483

Activa

Vaste activa

Immateriële activa

Onder de immateriële vaste activa zijn licenties geactiveerd voor het Content Management systeem. Dit systeem wordt in de bedrijfsvoering van RWS gebruikt voor het beheren en delen van documenten.

Materiële vaste activa

De afname van de materiële vaste activa is met name het gevolg van de afschrijvingen op grond en gebouwen. De overige materiële vaste activa bestaat met name uit de voer- en vaartuigen van RWS.

Financiële vaste activa

Onder de financiële vaste activa is het langlopende deel van de vordering op het Ministerie van IenW opgenomen, die ontstaan is bij de vorming van het agentschap in 2006. In 2008 zijn er afspraken gemaakt over de afwikkeling van deze vordering. Resultaat hiervan is dat het restant van de vordering ultimo 2008 in 15 jaar wordt afgebouwd. Het kortlopende deel van deze vordering (aflossing 2020) is opgenomen onder debiteuren.

Onderhanden werk

Onder de post onderhanden werk is de som van de uitgaven op lopende MIRT-projecten tot en met de balansdatum opgenomen. Hier tegenover staat aan passivazijde eveneens de post op te leveren projecten voor hetzelfde bedrag. Voor een specifieke toelichting op de aanlegprojecten van RWS wordt verwezen naar de jaarverslagen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Vlottende activa

Debiteuren

De afname van de post debiteuren is heeft met name betrekking op de energieafrekening 2016 t/m 2018 voor de gebouwen in eigendom van het RVB.

Overige vorderingen en overlopende activa

De toename van de post overige vorderingen en overlopende activa heeft met name betrekking op de met de Belastingdienst te verrekenen post voor de (voorlopige) Vpb aangiftes over 2016 tot en met 2019 en de verrekening van de BTW suppletie over 2015.

Liquide middelen

Onder de liquide middelen worden de kasvoorschotten en het saldo op de rekening-courant bij het ministerie van Financiën verantwoord. Alle liquide middelen staan ter vrije beschikking van RWS. De afname van de liquide middelen wordt toegelicht in het kasstroomoverzicht.

Passiva

Eigen Vermogen

Het Eigen Vermogen bestaat naast een exploitatiereserve en een nog te verdelen resultaat, ook uit de reserve Rijksrederij. Deze reserve wordt opgebouwd vanuit het tarief voor het gebruik van de vaartuigen van de Rijksrederij en is bestemd voor de aanschaf van nieuwe vaartuigen.

Eigen Vermogen (bedragen x € 1.000)
 

Exploitatie-reserve

Nog te verdelen resultaat

Eigen Vermogen Exploitatie RWS

Reserve Rijksrederij

Totaal Eigen Vermogen

      

Stand per 31/12/2018

79.308

13.182

92.490

32.498

124.988

      

Mutaties 2019

     

- Toevoeging 2019

13.182

0

13.182

10.182

23.364

- Onttrekking 2019

‒ 1.043

‒ 13.182

‒ 14.225

‒ 13.504

‒ 27.729

- Resultaat boekjaar

0

34.710

34.710

0

34.710

Totaal mutaties 2019

12.139

21.528

33.667

‒ 3.322

30.345

      

Stand per 31/12/2019

91.447

34.710

126.157

29.176

155.333

Exploitatiereserve

De toevoeging aan de exploitatiereserve ad. € 13,2 miljoen betreft het nog te verdelen resultaat 2018. De onttrekking ad. € 1,0 miljoen betreft een terugbetaling aan het moederdepartement in verband met het over 2018 gerealiseerde surplus op de grens van het Eigen Vermogen.

Nog te verdelen resultaat

Het nog te verdelen resultaat 2018 ad. € 13,2 miljoen is toegevoegd aan de exploitatiereserve. Het nog te verdelen resultaat 2019 bedraagt € 34,7 miljoen.

Reserve Rijksrederij

De toevoeging aan de reserve Rijksrederij ad. € 10,2 miljoen betreft het verschil tussen de doorbelaste rente en afschrijvingskosten voor de vaartuigen van de Rijksrederij op basis van vervangingswaarde (waarop de tarieven worden gebaseerd) en de afschrijvings- en rentekosten op basis van de historische kostprijs (waarop de vaartuigen worden gewaardeerd). De onttrekking ad. € 13,5 miljoen is voor € 7,0 miljoen als gevolg van nieuwe verslaggevingsvoorschriften. Per jaareinde is het deel dat zal worden aangewend voor groot, levensduur verlengend, onderhoud afgesplitst uit de reserve en voor € 7,0 miljoen toegevoegd aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen. Het vertragen van het vlootvervangingsprogramma betekent dat de huidige vloot langer in de vaart moet worden gehouden wat leidt tot extra levensduur verlengend onderhoud. In 2019 is voor de in aanbouw zijnde Multi Purpose Vessels vaartuigen en aan levensduur verlengend onderhoud € 6,5 miljoen besteed.

Het Eigen Vermogen van een baten-lastenagentschap is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. Het Eigen Vermogen per 31 december 2019 bedraagt 6,00% van die gemiddelde jaaromzet. Dit betekent een surplus van € 25,9 miljoen. Overeenkomstig de regeling agentschappen dient het surplus aan Eigen Vermogen uiterlijk bij de eerste suppletoire begroting te zijn uitgekeerd aan de eigenaar.

Ontwikkeling Eigen Vermogen (bedragen x €1.000)

Jaar

Gemiddelde jaaromzet

Eigen Vermogen

%

2019

2.587.849

155.333

6,00%

2018

2.478.907

124.988

5,04%

2017

2.435.419

134.151

5,51%

Voorzieningen

Specificatie voorzieningen (bedragen x € 1.000)
 

Reorganisatie-voorziening

Voorziening milieusanering

Voorziening groot onderhoud vaartuigen

Totaal

     

Stand per 31/12/2018

17.450

1.290

0

18.740

     

Mutaties 2019

    

- Aanwending reserve Rijksrederij

  

7.009

7.009

- Dotatie 2019

4597

  

4.597

- Onttrekking 2019

‒ 5.899

‒ 142

 

‒ 6.041

- Vrijval 2019

‒ 3.548

‒ 11

 

‒ 3.559

Totaal mutaties 2019

‒ 4.850

‒ 153

7.009

2.006

     

Stand per 31/12/2019

12.600

1.137

7.009

20.746

Reorganisatievoorziening

In 2012 is voor RWS een reorganisatievoorziening getroffen gebaseerd op de besluitvorming over het ondernemingsplan RWS (OP 2015).

Ultimo 2019 valt de reorganisatievoorziening uiteen in drie gedeelten:

  • Verwachte toekomstige wachtgeldkosten ad. € 6,0 miljoen (verwachte looptijd tot en met 2027);

  • Verwachte toekomstige maatwerkkosten ad. € 2,3 miljoen (verwachte looptijd tot en met 2022);

  • Verwachte toekomstige salariskosten VWNW-kandidaten ad € 4,3 miljoen (verwachte looptijd tot en met 2028).

Voorziening milieusanering

Ultimo 2014 is wettelijk geregeld dat asbest(daken) in Nederland vanaf 2024 verboden zijn. Het verbod beschermt mens en milieu tegen de gevaren van blootstelling aan asbest. RWS heeft een groot aantal gebouwen in eigendom welke nog niet aan deze strengere milieueisen voldoen. Tot uiterlijk 2024 zullen voor al deze gebouwen –indien van toepassing– de daarop aanwezige asbestdaken en daarin aanwezige overige gevaarlijke asbesttoepassingen fasegewijs worden gesaneerd.

Een eerste inschatting aan verwachte saneringskosten is in 2015 gedoteerd aan een daartoe gevormde voorziening milieusanering. In 2016 heeft RWS uitvoering gegeven aan een meer gedetailleerde inventarisatie van het aantal te saneren m2 aan asbestdaken in de gebouwen van RWS en de kosten van de sanering. Hiervoor zijn middels deskreview 660 gebouwen in een risicoanalyse bekeken. Naar aanleiding daarvan zijn 198 gebouwen met vermoedelijke asbestdaken onderzocht.

De voorziening heeft betrekking op de reguliere apparaat gebonden objecten, exclusief dienstwoningen en vuurtorens. De uitgaven voor de infrastructuur gebonden objecten worden via de budgetten voor beheer en onderhoud opgevangen.

Voorziening groot onderhoud vaartuigen

Als gevolg van nieuwe verslaggevingsvoorschriften is per ultimo 2019 het bedrag ad. € 7,0 miljoen vastgesteld dat naar verwachting in 2020 zal worden aangewend voor groot, levensduur verlengend, onderhoud vaartuigen. Dit bedrag is vanuit de reserve Rijksrederij afgesplitst ten gunste van de nieuw gevormde voorziening groot onderhoud vaartuigen.

Langlopende schulden

Leningen bij het Ministerie van Financiën

Onder de langlopende schulden zijn de leningen verantwoord die zijn afgesloten bij het Ministerie van Financiën in het kader van de leenfaciliteit voor agentschappen. De leningen worden gebruikt ter financiering van de investeringen in vaste activa. Het gedeelte van de leningen dat wordt afgelost in het komende jaar is gepresenteerd onder de kortlopende schulden.

Op te leveren projecten

Onder de post op te leveren projecten is de som van de uitgaven op lopende MIRT-projecten tot en met de balansdatum opgenomen. Hier tegenover staat aan activazijde eveneens de post onderhanden werk voor hetzelfde bedrag. Voor een specifieke toelichting op de aanlegprojecten van RWS wordt verwezen naar de jaarverslagen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Kortlopende schulden

Crediteuren

Nagenoeg het gehele crediteurensaldo is jonger dan een halfjaar, waarvan 81% korter dan dertig dagen open staat. In 2019 is 97% van de facturen binnen 30 dagen na ontvangst betaald. De hoogte van het crediteurensaldo is afhankelijk van operationele activiteiten, het moment van prestatie verklaren en de voortgang van het betalingsproces.

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

Dit betreft het gedeelte van de leningen dat wordt afgelost in het komende jaar.

Overige schulden en overlopend passiva

De overige schulden en overlopende passiva hebben voornamelijk betrekking op derden (leveranciers) en personeel (vakantiegeld, eindejaarsuitkering, openstaand verlofsaldo). De hoogte van de overige schulden en overlopende passiva is afhankelijk van de operationele activiteiten, het moment van prestatie verklaren en de voortgang van het betalingsproces.

Nog uit te voeren werkzaamheden

De post nog uit te voeren werkzaamheden (NUTW) betreft het saldo van de kosten en opbrengsten betreffende beheer en onderhoud van de infrastructurele netwerken. Deze post is bedoeld om schommelingen in het productievolume en de financiering van de productie tussen jaren op te vangen. 

In 2019 zijn werkzaamheden uitgevoerd die ultimo 2018 (en begin 2019) op de balans stonden. In 2019 zijn meer beheer- en onderhoudskosten gemaakt, dan hiervoor aan opbrengsten zijn ontvangen. Hierdoor resteert eind 2019 een saldo van nog uit te voeren werkzaamheden van € 516,7 miljoen (ultimo 2018 € 524,2 miljoen). Dit bedrag is gepassiveerd op de balans ultimo 2019 en wordt in 2020 en verder gebruikt om aan RWS opdragen beheer- en onderhoud en overige activiteiten uit te voeren. In de instandhoudingsbijlage van de jaarverslagen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds is de opbouw van de NUTW ultimo 2019 weergegeven.

In onderstaande tabel is voor de vorderingen en schulden aangeven welk deel ultimo 2019 betrekking heeft op het moederdepartement, de overige departementen (inclusief agentschappen) en derden.

Specificatie vorderingen en schulden (bedragen x € 1.000)
 

RWS-IenW

Overige departementen (inclusief agentschappen

Derden

Totaal

Debiteuren1

10.983

15.491

25.789

52.263

Nog te ontvangen bedragen

‒ 667

41.295

39.457

80.085

Liquide middelen

0

758.654

0

758.654

Crediteuren

637

1.756

53.216

55.609

Nog te betalen bedragen

7.300

34.685

692.461

734.446

- Waarvan nog uit te voeren werkzaamheden

0

0

516.731

516.731

- Waarvan overige schulden en overlopende passiva

7.300

18.886

175.730

201.915

Waarvan kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

 

15.800

 

15.800

1

exclusief de voorziening voor dubieuze debiteuren

Kasstroomoverzicht over 2019

Kasstroomoverzicht over 2019 (bedragen x € 1.000)
  

(1) Vastgestelde begroting 2019

(2) Realisatie 2019

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2019 + stand depositorekeningen

303.413

772.238

468.825

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

2.457.832

2.753.589

295.757

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 2.408.857

‒ 2.756.018

‒ 347.161

2.

Totaal operationele kasstroom

48.975

‒ 2.429

‒ 51.404

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 108.110

‒ 19.781

88.329

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen inclusief saldo boekwinsten (+)

 

1.106

1.106

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 108.110

‒ 18.675

89.435

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

 

‒ 1.043

‒ 1.043

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

8.600

8.600

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 19.686

‒ 17.127

2.559

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

71.381

17.090

‒ 54.291

4.

Totaal financieringskasstroom

60.295

7.520

‒ 52.775

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2019 + stand depositorekeningen  (=1+2+3+4), de maximale roodstand is € 0,5 miljoen.

304.573

758.654

454.081

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de ontvangsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfsvoering. De hogere ontvangsten operationele kasstroom ten opzichte van de begroting 2019 ad. € 295,8 miljoen worden met name veroorzaakt door de hogere ontvangsten van het moederdepartement, overige departementen en derden. De hogere uitgaven operationele kasstroom ten opzichte van de begroting 2019 ad € 347,2 miljoen worden met name veroorzaakt door hogere betalingen aan leveranciers als gevolg van de toegenomen productieopgave en hogere betalingen aan werknemers als gevolg van de toegenomen bezetting.

Investeringskasstroom

Hieronder vallen de investeringen in nieuwe en bestaande activa en de boekwaarden, boekwinsten en boekverliezen van de verschrootte en verkochte vaste activa.

De lagere investeringen ten opzichte van de begroting 2019 ad. € 88,3 miljoen worden met name veroorzaakt door het besluit van RWS om in het vlootvervangingsprogramma van de Rijksrederij een pas op de plaats te maken en zeker te stellen dat de vaartuigen bij oplevering voldoen aan de gestelde eisen. Daarnaast schuiven een aantal verbouwingen aan steunpunten door naar latere jaren.

De investeringen ad. € 19,8 miljoen hebben met name betrekking op:

  • Diverse steunpunten (€ 0,8 miljoen);

  • Kantoormeubilair en scheidingswanden (€ 1,3 miljoen);

  • Opzetten voor zoutstrooiers en ploegbladen voor sneeuwploegen (€ 6,4 miljoen);

  • Hardware zoals laptops, printers, scanners, monitors en tablets (€ 7,7 miljoen);

  • Diverse technische installaties en laboratorium apparatuur (€ 3,1 miljoen).

Financieringskasstroom

Hieronder vallen alle geldstromen die te relateren zijn aan de financiering van RWS, te weten:

  • Terugbetaling aan het moederdepartement van € 1,0 miljoen in verband met het over 2018 gerealiseerde surplus op de grens van het Eigen Vermogen;

  • Storting van moederdepartement van € 8,6 miljoen, dit is de aflossing van de vordering op het moederdepartement;

  • Aflossingen op leningen ten behoeve van investeringen in activa van € 17,1 miljoen;

  • Beroep op de leenfaciliteit ten behoeve van investeringen in activa van € 17,1 miljoen. Het lagere beroep op de leenfaciliteit ten opzichte van de begroting 2019 ad. € 54,3 miljoen is het gevolg van de hierboven genoemde lagere investeringen.

Doelmatigheidsindicatoren

Doelmatigheidsindicatoren

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

Begroting 2019

      

Apparaatskosten per eenheid areaal (x € 1.000)

     

Hoofdwegennet (HWN)

26,58

26,27

26,49

27,61

27,19

Hoofdvaarwegennet (HVWN)

25,92

25,96

26,55

27,48

26,56

Hoofdwatersystemen (HWS)

1,15

1,18

1,27

1,31

1,26

      

% Apparaatskosten ten opzichte van de omzet

     

% Apparaatskosten ten opzichte van de omzet

24%

24%

25%

26%

19%

      

Tarieven per FTE

     

Kosten per FTE

118.105

121.645

125.375

130.335

122.856

Met prijspeilcorrectie

117.471

120.190

122.850

122.671

 
      

Omzet agentschap per product (x € 1.000)

     

Hoofdwatersystemen

486.599

476.810

488.060

497.471

440.879

Hoofdwegennet

1.104.007

1.125.493

1.172.313

1.338.431

1.157.960

Hoofdvaarwegennet

601.597

557.416

600.535

593.652

592.570

Overig

42.978

53.114

23.800

44.553

47.515

TOTAAL

2.235.181

2.212.833

2.284.709

2.474.107

2.238.924

      

Bezetting

     

FTE formatie

8.685

8.741

8.876

9.110

8.845

FTE bezetting

8.618

8.797

8.866

9.333

 

% overhead

14,76%

14,43%

14,50%

13,60%

13%

      

Exploitatiesaldo (% van de omzet)

     

Exploitatiesaldo (% van de omzet)

3,00%

1,30%

0,80%

1,60%

0%

      

Gebruikerstevredenheid

     

Publieksgerichtheid

41%

Zie toelichting

70%

Gebruikerstevredenheid HWS

Zie toelichting

70%

Gebruikerstevredenheid HWN

81%

85%

88%

80%

Gebruikerstevredenheid HVWN

69%

69%

75%

74%

75%

      

Ontwikkeling PIN-waarden

     

Hoofdwatersystemen

  

96

100

100

Hoofdwegennet

  

103

100

100

Hoofdvaarwegennet

  

108

100

100

Apparaatskosten per eenheid areaal

Deze indicator geeft informatie over hoe de kosten die het apparaat van Rijkswaterstaat maakt voor Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud zich ontwikkelen ten opzichte van het areaal. Deze kosten zijn in 2019 met name gestegen als gevolg van de CAO loonstijgingen en de ABP pensioenpremiestijging. Met een nagenoeg gelijkblijvend areaal, leidt dit tot hogere apparaatskosten per eenheid areaal ten opzichte van 2018 en de begroting 2019.

Percentage apparaatskosten ten opzichte van de omzet

Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de kosten van het apparaat en de totale omzet (inclusief GVKA-gelden) van Rijkswaterstaat. De stijging van dit percentage ten opzichte van de begroting 2019 is met name het gevolg van de CAO loonstijgingen en de ABP pensioenpremiestijging. Door de verhoogde totale omzet in 2019 is de stijging ten opzichte van 2018 minder groot.

Tarieven per FTE

Deze indicator geeft de ontwikkeling weer van de kosten (personele kosten, materiële kosten, rentekosten en afschrijvingskosten) per formatieve ambtelijke FTE. De stijging van de kosten per FTE ten opzichte van de begroting 2019 is met name het gevolg van de CAO loonstijgingen, de ABP pensioenpremiestijging en de overbezetting. De kosten per FTE op basis van de bezetting ultimo 2019 bedragen € 127.221

De kosten per FTE met prijspeilcorrectie is gedaald ten opzichte van 2018. De totale materiele kosten, rentekosten en afschrijvingskosten zijn ten opzichte van 2018 niet gestegen terwijl het aantal formatieve ambtelijke FTE ten opzichte van 2018 met 234 FTE is toegenomen.

Omzet agentschap per product

In deze tabel is de omzet moederdepartement (inclusief de omzet nog uit te voeren werkzaamheden) uitgesplitst naar de verschillende netwerken.

Bezetting

Deze voorgeschreven indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van Rijkswaterstaat zich ontwikkelt. Op zichzelf zegt dit kengetal niets over de doelmatigheid van de organisatie, maar moet dit worden bezien in relatie tot de omvang van het werkpakket.

De formatie in 2019 in de begroting 2019 is gedurende het jaar opgehoogd van 8.845 FTE naar 9.110 FTE. Deze ophoging is toegelicht onder de personele kosten.

De bezetting ultimo 2019 bedraagt 9.333 FTE en ligt hiermee ruim boven de formatie ultimo 2019 van 9.110 FTE. Deze overbezetting wordt veroorzaakt door FTE die kennis en expertise ter beschikking stellen aan overige departementen en derden in het kader van Werken voor en met Partners. Deze FTE zitten niet in de formatie en worden gefinancierd vanuit de opbrengsten Werken voor en met Partners.

Exploitatiesaldo (% van de omzet)

Deze voorgeschreven indicator toont de ontwikkeling van het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten. Een positief percentage duidt op een positief saldo van baten en lasten. Het saldo van baten en lasten is ten opzichte van 2019 met € 23,5 miljoen gestegen en de totale baten zijn met € 172,2 miljoen gestegen.

Gebruikerstevredenheid

Het reputatieonderzoek wordt in 2020 uitgevoerd in een hele nieuwe opzet.

Het automobilistenonderzoek heeft in 2019 weer plaatsgevonden. De tevredenheid onder automobilisten over de kwaliteit van het Hoofdwegennet bedraagt 88% (zeer) tevreden. In 2019 heeft het onderzoek onder recreatievaart plaatsgevonden. De tevredenheid onder recreatievaart over de kwaliteit van het Hoofdvaarwegennet bedraagt 83% (zeer) tevreden. De gebruikerstevredenheid op het Hoofdvaarwegennet is een gemiddelde van alle onderzoeken op dit netwerk en bedraagt 74%. Voor het Hoofdwatersysteem bestaat geen regulier onderzoek.

Ontwikkeling PIN-waarden

Deze indicator geeft de ontwikkeling weer van de PIN-waarden (prestatie-indicatorwaarden) per netwerk. In de berekening van de PIN-waarden wordt het verslagjaar als basisjaar genomen en worden de voorgaande jaren hierop aangepast. Als gevolg van de nieuwe SLA 2018-2021, is alleen de vergelijking met 2018 gemaakt.

Licence