Base description which applies to whole site

Bijlage 4: Focusonderwerp 2020, naleving CW 3.1

De Operatie Inzicht in Kwaliteit kent als één van de focuspunten om de resultaatgerichtheid te verbeteren en daarmee ook een impuls te geven aan de kwaliteit van beleid en uitvoering. Artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet (CW 3.1) biedt bij dit streven houvast.

In de CW 3.1 is opgenomen dat voorstellen, voornemens en toezeggingen een toelichting moeten bevatten waarin wordt ingegaan op drie elementen:

  • 1. de doelstellingen, de doeltreffendheid en de doelmatigheid die worden nagestreefd;

  • 2. beleidsinstrumenten die worden ingezet;

  • 3. financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren.

Vakministers zijn verantwoordelijk voor de naleving.

Deze elementen behoren terug te komen in kamerbrieven waarin beleid met financiële impact wordt toegelicht. Sinds 1 juni van het verslagjaar is het verplicht om een afzonderlijke bijlage ‘Onderbouwing en evaluatie (CW3.1)’ op te nemen bij kamerbrieven inzake beleid met impact van meer dan € 20 miljoen.

Hieronder is een overzicht opgenomen van de voorstellen welke sedertdien van een dergelijke bijlage zijn voorzien. Het gaat om een tweetal waarbij het beleid een gevolg is van de coronacrisis en twee die daar los van staan.

Tabel 133 Overzichtstabel voorstellen pilot CW 3.1

Voorstel

Vindplaats

 

Beschikbaarheidsvergoeding OV*

Bijlage bij Kamerstukken II, 2020-2021, 35 490 nr. 6

 

Steunpakket vuurwerksector*

Bijlage bij Kamerstukken II, 2020-2021, 28684 nr. B

 

Uitvoeringsprogramma Circulaire economie 2020-2023

Bijlage bij Kamerstukken II, 2020-2021, 32 582 nr. 130

 

Luchtvaartbeleid

Bijlage bij Kamerstukken II, 2020-2021, 31 936 nr. 820

 

*: beleid als gevolg van de coronacrisis

Toelichting

Het mag worden aangenomen dat de extra aandacht stimulerend is voor het bewustzijn en louterend werkt voor betrokkenen. Toch is moeilijk vast te stellen in hoeverre het opstellen van de afzonderlijke bijlage toepassing en naleving van CW 3.1 tot de beoogde kwaliteitsimpuls leidt. De elementen van CW 3.1 zijn na de markering als focusonderwerp en start van de pilot in juni niet op een wezenlijk andere manier toegepast dan daarvoor gebruikelijk was. Dat geldt ook voor de evaluatieparagraaf. Al langere tijd geldt bij het schrijven van voorstellen de toepassing van het Integraal Afwegingskader (IAK) voor nieuw beleid en regelgeving, waaraan CW 3.1 nauw is gelieerd als leidraad. In dit kader krijgen te beantwoorden vragen rond bijvoorbeeld doel, instrument en gevolgen al langer aandacht. Sinds het begin van deze kabinetsperiode bovendien aangejaagd door de Operatie Inzicht in Kwaliteit.

Dat zou in beginsel al voldoende inzicht moeten bieden om de daaraan verwante elementen van CW 3.1 te kunnen formuleren en in de brief op te nemen. Wel is het zo dat in de periode vóór de pilot sommige CW 3.1 elementen in een brief wat moeilijker vindbaar zijn, nogal gecomprimeerd zijn weergegeven of meer impliciet worden opgenomen. Met de introductie van de sinds 1 juni verplichte bijlage worden die aspecten meer expliciet.

Een steun in de rug is verder nog de nieuwe beleidsevaluatiecommissie. Daar worden IAK voorstellen en –reviews behandeld waarbij tevens deskundigen van buiten het ministerie zijn aangesloten.

Een verstorende factor bij een eventuele vergelijking inzake naleving vóór en sinds de pilotperiode is de tijdsdruk waaronder de brieven naar aanleiding van de coronacrisis tot stand moesten komen. Dit kan ten koste gaan van de specificering van de doelstelling, soms ook omdat het in gang zetten van maatregelen mede op verzoek van de Tweede Kamer geen uitstel kon verdragen. Voorbeeld is de OV-vergoeding. Deze tekortkoming is gecompenseerd door tussentijdse monitoring en zeer regelmatige informatieverstrekking.

Licence