De Koninklijke Landmacht draagt op het land bij aan vrede, vrijheid en veiligheid in Nederland en daarbuiten. De landmacht doet dit met professionele en goed getrainde militairen en hoogwaardige technologie. Zij gaan door waar anderen moeten stoppen. Onder de zwaarste omstandigheden voeren zij gevechtsoperaties uit, bieden humanitaire hulp, ondersteunen bij rampen en ondersteunen dagelijks de civiele autoriteiten in Nederland.
De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de Koninklijke Landmacht alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. De landmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereed stellen en in stand houden van de eenheden. De landmacht is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken, worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de landmacht gereed gesteld. De landmacht zal zich inzetten om in de toekomst alle eenheden volledig operationeel gereed te kunnen stellen. Defensie rapporteert hierover aan de Kamer via de Stand van Defensie die twee keer per jaar wordt verzonden (begroting en jaarverslag).
Algemeen
De oorlog in Oekraïne en de veranderende veiligheidssituatie vereisten ook in 2024 een landmacht die was voorbereid op grootschalige gevechtsoperaties om bij te dragen aan militaire afschrikking en zo nodig de verdediging van Nederland en het NAVO-grondgebied. Het gevecht van verbonden wapens, met als hoeksteen het brigadeniveau, vormt de basis voor het tactische optreden. Om gevechtskracht, zelfstandigheid en aanpassingsvermogen te vergroten, bekwaamde de landmachteenheden zoals de brigades, het Korps Commandotroepen, het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando en het Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps zich in warfighting (hoofdtaak 1). De mens is en blijft ook daarbij te allen tijde het hart van de Koninklijke Landmacht.
Internationale inzet
De landmacht ondersteunde Oekraïne met trainingen en materieel. Met een gevechtseenheid in Litouwen voor de Enhanced Forward Presence (eFP) en een substantiële bijdrage aan de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) droeg de landmacht concreet bij aan de NAVO. Landmachteenheden namen daarnaast deel aan missies zoals de NATO mission in Iraq (NMI). Verder stonden eenheden continu gereed voor onvoorziene inzet.
Middelen
De investeringen in personeel en materieel beginnen langzaam zijn vruchten af te werpen. De dit jaar toegekende middelen hebben echter nog niet tot significante instroom van nieuw materieel geleid. De krapte op de arbeidsmarkt alsook de situatie binnen de Defensie-industrie zoals verhoogde mondiale vraag en langere levertijden vertraagden dit proces. Hoewel door tekorten van verschillende aard diverse eenheden verminderd inzetbaar zijn, is de weg naar boven ingezet. De ondersteuning van Oekraïne heeft consequenties voor de eigen gereedstelling en inzet, de landmacht neemt waar mogelijk maatregelen om deze gevolgen te mitigeren. Innovatieprojecten en concept development & experimentation (CD&E)-activiteiten waren de opmaat naar nieuwe manieren van optreden met onbemande systemen, ondersteund door kunstmatige intelligentie. Dergelijke systemen en technologie zijn randvoorwaardelijk voor de implementatie van nieuwe capaciteiten zoals het tankbataljon en het verhogen van de effectiviteit in militaire ketens.
Internationale Militaire Samenwerking
De verregaande samenwerking van de Nederlandse en Duitse landmacht is nog steeds uniek en een voorbeeld voor Europese samenwerking. Naast het integreren van eenheden, ging het dit jaar opnieuw om gezamenlijke kennis- en doctrineontwikkeling, operationele behoeftestellingen en verwerving. Samen met Duitsland droeg de landmacht bij aan de grotere formaties waar de NAVO om heeft gevraagd. Daarnaast werkte de landmacht samen met de andere strategische partners door onder andere gezamenlijk te trainen, kennis te delen en personeel uit te wisselen. Ook voerde de landmacht missies structureel uit in internationaal verband.
Nationale inzet en evenementen
Landmachteenheden voerden continu een veelvoud aan nationale operaties en steunverleningen uit in het kader van handhaving van de rechtsorde, openbare orde en veiligheid. In het kader van Host Nation Support (HNS) coördineerde en ondersteunde de landmacht onder andere de verplaatsingen van internationale troepen, zoals Amerikaanse rotaties ten behoeve van de Operatie Atlantic Resolve, over Nederlands grondgebied.
Gereedstelling
Grotere en veelal internationale oefeningen met een focus op het hoogste geweldsspectrum hebben, ondanks de tekorten, eenheden van de landmacht voorbereid op hun rol binnen de eerste hoofdtaak van de krijgsmacht. De planning en voorbereiding op het nieuwe NATO Force Model stond daarbij centraal. Daarnaast bleef de bijdrage aan overige inzet onverminderd belangrijk.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2024 | 2024 | ||
Art. | Verplichtingen | 1.576.567 | 1.402.621 | 1.611.486 | 1.745.807 | 2.013.456 | 1.787.470 | 225.986 |
Uitgaven | 1.594.098 | 1.368.102 | 1.599.669 | 1.748.423 | 2.008.261 | 1.789.143 | 219.118 | |
Apparaatsuitgaven | 1.248.689 | 1.316.611 | 1.515.327 | 1.666.884 | 1.912.009 | 1.692.959 | 219.050 | |
3.2 | Apparaatsuitgaven | 1.248.689 | 1.316.611 | 1.515.327 | 1.666.884 | 1.912.009 | 1.692.959 | 219.050 |
Personele uitgaven | 1.225.482 | 1.291.079 | 1.489.214 | 1.635.208 | 1.888.009 | 1.656.520 | 231.489 | |
Eigen personeel | 1.159.863 | 1.223.200 | 1.404.130 | 1.536.328 | 1.761.310 | 1.571.228 | 190.082 | |
Externe inhuur | 13.238 | 10.864 | 13.075 | 20.211 | 25.667 | 18.105 | 7.562 | |
Overige personele exploitatie | 52.381 | 57.015 | 72.009 | 78.669 | 101.032 | 67.187 | 33.845 | |
Materiële uitgaven | 23.207 | 25.532 | 26.113 | 31.676 | 24.000 | 36.439 | ‒ 12.439 | |
Instandhouding infrastructuur | 701 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Instandhouding IT | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige materiële exploitatie | 22.504 | 25.532 | 26.113 | 31.676 | 24.000 | 36.439 | ‒ 12.439 | |
Programmauitgaven | 345.409 | 51.491 | 84.342 | 81.539 | 96.252 | 96.184 | 68 | |
3.1 | Programmauitgaven | 345.409 | 51.491 | 84.342 | 81.539 | 96.252 | 96.184 | 68 |
Opdrachten | 345.409 | 51.491 | 84.223 | 81.169 | 96.059 | 96.184 | ‒ 125 | |
Gereedstelling | 46.560 | 51.491 | 84.223 | 81.169 | 96.059 | 96.184 | ‒ 125 | |
(Schade)vergoeding | 0 | 0 | 119 | 370 | 193 | 0 | 193 | |
Schadevergoeding overig | 0 | 0 | 119 | 370 | 193 | 0 | 193 | |
Ontvangsten | 8.662 | 5.967 | 11.521 | 6.720 | 7.189 | 8.054 | ‒ 865 |
Verplichtingen
De verplichtingen zijn € 226,0 miljoen hoger uitgevallen dan de vastgestelde begroting. Deze verhoging hangt nauw samen met de hogere uitgaven die hieronder worden toegelicht.
Uitgaven
De uitgaven zijn € 219,1 miljoen hoger ten opzichte van de vastgestelde ontwerpbegroting. Het belangrijkste verschil betreft de personele uitgaven.
De Personele uitgaven zijn in 2024 gestegen met € 231,5 miljoen, waarvan een stijging van € 190,1 miljoen binnen Eigen personeel. De stijging binnen eigen personeel wordt grotendeels verklaard door de invoering van nieuwe arbeidsvoorwaarden (AVW). Vanwege personeelstekorten vielen de uitgaven voor eigen personeel lager uit, hiermee is extra budget aangewend voor de inhuur van personeel. Daarnaast heeft Defensie, naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak, het verlof van reservisten met terugwerkende kracht over een periode van vijf jaar uitbetaald (€ 21,8 miljoen). Ook zijn er nabetalingen gedaan voor militairen in opleiding als onderdeel van een herstelactie voortvloeiend uit het arbeidsvoorwaardenakkoord 2021-2023. Ten slotte is in december de factuur voor pensioenafdrachten betaald (€ 12,9 miljoen), terwijl deze normaliter pas in januari 2025 zou worden betaald.
Binnen Overige personele uitgaven (€ 33,8 miljoen) is er voor € 20,1 miljoen meer uitgegeven als gevolg van het duurzaamheidsbudget voor het defensiepersoneel, dat eveneens onderdeel uitmaakte van de nieuwe AVW. Het resterende verschil van € 13,7 miljoen betreft voornamelijk hogere uitgaven als gevolg van oplopende reis- en verblijfskosten bij oefening en/of dienstreizen.
De Materiële uitgaven zijn € 12,4 miljoen lager uitgevallen dan geraamd. Dit is voornamelijk het gevolg van minder uitgaven in 2024 voor de huur van oefenterreinen door tragere facturering uit het buitenland.