Base description which applies to whole site

B Gemeentefonds

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 47.701.568.000

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 47.701.568.000

A. ALGEMEEN

1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bieden wij het jaarverslag van het gemeentefonds (B) over het jaar 2025 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoeken wij de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties én de Staatssecretaris van Financiën decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E.Heerma

De Staatssecretaris van Financiën,E.Eerenberg

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt het jaarverslag 2025 van het gemeentefonds.

Gemeentefonds

Het jaarverslag van het gemeentefonds maakt onderdeel uit van de financiële verantwoording van het Rijk, maar heeft daarbinnen een eigen bijzonder karakter. Het jaarverslag van het gemeentefonds kent in tegenstelling tot een departementaal jaarverslag slechts één beleidsartikel: het gemeentefonds. Het beleid dat wordt gevoerd ter realisatie van de algemene beleidsdoelstelling is direct verbonden met dit ene beleidsartikel. De apparaatsuitgaven in de zin van materiële en personele uitgaven van de medewerkers bij de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën die betrokken zijn bij het fondsbeheer, zijn niet in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid opgenomen. Deze kosten worden in de respectievelijke departementale begrotingen verantwoord. Dit geldt eveneens voor het algemene beleid inzake decentrale overheden, waarbij deze uitgaven zijn terug te vinden in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Toelichting verschillen

Dit jaarverslag zal de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2025 van het gemeentefonds als uitgangspunt nemen. De gehanteerde norm voor de toelichting bij verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar, is dat alle verschillen worden toegelicht. De toelichting is op hoofdlijnen met verwijzingen naar de relevante suppletoire begrotingen.

Indeling

Het jaarverslag is verdeeld in twee onderdelen: het beleidsverslag en de jaarrekening. Het beleidsverslag is een terugblik op het gevoerde beleid in 2025. Hierin komt de realisatie van de beleidsprioriteiten aan bod, worden de budgettaire gevolgen van het gevoerde beleid in beeld gebracht en worden beleidsmatige conclusies ten aanzien van de beleidsprioriteiten getrokken. Hier wordt ook de toelichting gegeven op het verschil tussen de oorspronkelijke vastgestelde begroting en realisatie. De verschillen worden daarbij absoluut weergegeven en toegelicht. Daarna volgt in de bedrijfsvoeringsparagraaf informatie over de rechtmatigheid. De jaarrekening geeft het financiële beeld van het begrotingsjaar 2025 wat betreft het gemeentefonds. In dit onderdeel worden de verantwoordingsstaat en de saldibalans gepresenteerd.

Groeiparagraaf

Ten opzichte van het jaarverslag 2024 zijn er geen wijzigingen doorgevoerd.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Rijksbegrotingsvoorschriften. Voor de begrotingsadministratie van het gemeentefonds wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast.

Focusonderwerp

Voor het focusonderwerp «risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld» dat door de Tweede Kamer voor de verantwoording over 2025 als focusonderwerp is gekozen wordt verwezen naar het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Bijlagen

Er zijn geen bijlagen opgenomen.

Voor de bijlage afgerond evaluatie- en overig onderzoek wordt verwezen naar het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (VII)

Slotopmerking

Als gevolg van afronding kan in tabellen het totaal afwijken van de som der delen.

B. BELEIDSVERSLAG

3. Beleidsprioriteiten

Dit jaarverslag gaat in op de in 2025 gerealiseerde beleidsprioriteiten. Uitgangspunt daarbij is in de eerste plaats de oorspronkelijk in de begroting 2025 geformuleerde beleidsprioriteiten.

Eerst wordt de realisatie van de beleidsprioriteiten in 2025 beschreven. Daarna besteden we aandacht aan de onderuitputting. Tot slot worden de budgettaire en financiële consequenties van de beleidsprioriteiten weergegeven.

De tabel realisatie beleidsdoorlichtingen en het overzicht risicoregelingen zijn voor het gemeentefonds niet van toepassing. De tabel met opgave Oekraïne is opgenomen in tabel 1.

Realisatie van de beleidsprioriteiten 2025

EvenwichtGemeenten hadden de afgelopen jaren met name zorgen over de uitgaven in de Jeugdzorg en de Wmo. Bij de Voorjaarsnota 2025 is voor de jaren 2025-2027 cumulatief circa € 3 mld. beschikbaar gesteld voor gemeenten voor zowel jeugdzorg als voor de terugval in 2026 in het Gemeentefonds. Daarnaast is er bij Miljoenennota 2026 een bedrag van € 728 mln. aan het gemeentefonds toegevoegd ter compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Voor 2028 en verder worden de beheers- en inhoudelijke maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen door het Rijk samen met gemeenten uitgewerkt. De VNG heeft ons laten weten dat hiermee op een goede wijze financieel, invulling is gegeven door het Rijk aan het rapport Van Ark en dat er op dit moment een werkbare financiële situatie is voor gemeenten.Voor gemeenten is, in verband met een onderzoek naar alternatieve financieringsvormen van de Wmo, die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/vergrijzing, bij Voorjaarsnota 2024 vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van € 75 mln. aan het gemeentefonds toegevoegd, oplopend naar € 300 mln. in 2029. Het kabinet heeft hier bij Voorjaarsnota 2025 voor 2030 een extra tranche van € 75 mln. aan toegevoegd. Voor 2030 en verder is daarmee nu € 375 mln. structureel beschikbaar.

VerdeelmodelAanpassing en doorontwikkeling van het verdeelmodel middels de onderzoeksagenda is noodzakelijk. Begin 2025 zijn de rapporten naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2024/25 36600 B, nr. 24). Zoals in de brief gedeeld is ook in 2025 doorgewerkt aan verdere verbetering. De resultaten zijn begin 2026 naar de ROB gestuurd ter advisering en ter informering aan uw Kamer (Kamerstukken II 2025/26 36800 B, nr. 17)UitkeringsstelselAan de aanpassing van het uitkeringsstelsel is verder gewerkt. In 2025 is het wetsvoorstel herziening van de Financiële-verhoudingswet in consultatie geweest en het wetsvoorstel ligt begin 2026 voor advies bij de Raad van State. Belangrijk onderdeel van de aanpassing van het uitkeringsstelsel is het omzetten van de decentralisatie-uitkering in de Bijzondere Fondsuitkering (BFU), die een goed alternatief moet vormen voor de specifieke uitkering.

Aan het omzetten van specifieke uitkeringen in uitkeringen die via het gemeentefonds en het provinciefonds worden verstrekt is eveneens verder gewerkt. De uitkomsten van dit de omzetting zijn gecommuniceerd in de Kamerbrief Uitkomst Specifieke Uitkeringen (Kamerstukken II 2024/25 36600 B, nr. 45).

Overzicht uitgaven Oekraïne

Tabel 1 Budgettair overzicht Oekraïne (bedragen x € 1.000)

Artikelnummer

Artikelnaam

Maatregel

Verplichtingen 2025

Uitgaven 2025

Ontvangsten 2025

Relevante Kamerstukken

1

Gemeentefonds

Meerkosten Oekraïne sociaal domein

33.021

33.021

0

Kamerstukken II 2025/26 36850 B nr. 2

Onderuitputting

In tabel 2 wordt de totale onderuitputting gepresenteerd. Daarbij worden de grootste en/of belangrijkste meevallende realisaties apart toegelicht.

Tabel 2 Grootste posten met onderuitputting in 2025 (in miljoenen euro's)

Onderwerp

Bedrag (in miljoenen euro's)

Als % van de vastgestelde begroting

Wijziging betalingsverloop Algemene uitkering

‒ 134,2

‒ 0,3%

Overige meevallers

‒ 2,3

0,0%

Totaal

‒ 136,5

‒ 0,3%

Toelichting 2025

Op de algemene uitkering is in 2025 minder uitbetaald dan de omvang van het beschikbare budget. Dit betreft de wijziging betalingsverloop waarmee betalingen worden doorgeschoven naar het volgende begrotingsjaar (zie toelichting algemeen hieronder).

Toelichting algemeen

Bij het gemeentefonds is op de verschillende uitkeringen per definitie geen sprake van onderuitputting. Bij het gemeentefonds zijn voor de verschillende uitkeringen de verplichtingen leidend. Hetgeen betekent dat ze altijd volledig tot uitbetaling zullen komen. Bedragen die in het betreffende begrotingsjaar niet tot uitbetaling zijn gekomen, zullen in een volgend begrotingsjaar alsnog tot uitbetaling komen. Dit noemen we de wijziging betalingsverloop.

Van een jaarsaldo, zoals voorkomt bij investeringsfondsen is geen sprake, doordat de ontvangsten en de uitgaven over een begrotingsjaar altijd aan elkaar gelijk zijn.

Budgettaire en financiële consequenties van de beleidsprioriteiten 2025

Voor alle taken van medeoverheden geldt dat het van belang is dat taken en middelen, als ook de bevoegdheden en uitvoeringskracht om die taken uit te voeren en de risico’s die zij daarbij lopen, in balans zijn. Dit geldt zowel voor de medebewindstaken, waarin medeoverheden weinig beleidsvrijheid hebben, als autonome taken, waarin zij die beleidsvrijheid wel hebben. Dit is een verantwoordelijkheid voor alle overheden samen, waarbij ook uw Kamer een belangrijke rol heeft. Voor nieuwe taken worden de gevolgen voor medeoverheden door middel van een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) in kaart gebracht. Door middel van de UDO worden niet alleen de financiële gevolgen onderzocht, maar ook de gevolgen op het gebied van effectiviteit en uitvoerbaarheid. De beleidsinitiërende minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van de UDO. BZK adviseert hierin en met de betrokken medeoverheden vindt overleg plaats hierover.

4. Beleidsartikelen

Artikel 1 Gemeentefonds

Via het gemeentefonds wordt bewerkstelligd dat de gemeenten middelen krijgen toebedeeld om hun taken naar behoren uit te voeren. Deze doelstelling valt uiteen in twee beleidsthema’s:

1. gemeenten via het gemeentefonds voorzien van voldoende financiële middelen voor de uitvoering van hun taken;

2. een verdeling van de beschikbare financiële middelen over gemeenten die elk van de gemeenten in staat stelt om hun inwoners een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lastendruk te kunnen leveren.

De fondsbeheerders, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Financiën, namens deze de Staatssecretaris van Financiën, hebben een regisserende en financierende rol ten aanzien van het gemeentefonds. De fondsbeheerders zijn op basis van de Financiële-verhoudingswet verantwoordelijk voor de financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten. Zij dragen daarbij zorg voor een adequate omvang alsmede een goede werking van de verdeelsystematiek van het gemeentefonds. Tevens zorgen zij voor een adequate uitbetaling en vaststelling van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen aan de verschillende gemeenten.

Van tijd tot tijd kunnen vragen opkomen of gemeenten als collectiviteit andere prioriteiten zouden kunnen stellen, bijvoorbeeld ter ondersteuning van gezamenlijk onderschreven maatschappelijke opgaven. Naast de fondsbeheerders hebben hierbij ook de desbetreffende vakministers een rol.

Voor de realisatie van de beschreven beleidsthema's is er een aantal instrumenten en activiteiten.

Beleidsthema 1: gemeenten via het gemeentefonds voorzien van voldoende financiële middelen voor de uitvoering van hun taken.

A) Normeringssystematiek

De jaarlijkse ontwikkeling van de omvang van de algemene uitkering van het gemeentefonds wordt – naast taakmutaties – bepaald door de normeringssystematiek. De normeringssystematiek houdt in dat de ontwikkeling van het fonds sinds 2024 gekoppeld is aan de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product. De indexatie wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van het fonds is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het fonds reëel ‘op niveau’ blijft. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds die voortvloeit uit de koppeling aan het bbp, wordt het accres genoemd. Het betreft een generieke indexatie die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet. De normeringssystematiek berust op een bestuurlijke afspraak tussen het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO).

B) Artikel 2 Financiële-verhoudingswet

Er zijn jaarlijks diverse specifieke taakmutaties die tot toevoegingen en/of onttrekkingen aan het gemeentefonds kunnen leiden. Uitgangspunt hierbij is artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet. Dit artikel geeft aan dat indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door gemeenten, in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen wordt omkleed en met kwantitatieve gegevens wordt gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de gemeenten zijn. Tevens wordt aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor de gemeenten kunnen worden opgevangen.

C) Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen

Het Bestuurlijk overleg financiële verhouding (Bofv) tussen de fondsbeheerders, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen (UvW) vindt twee keer per jaar plaats: rond het verschijnen van de Voorjaarsnota en de Miljoenennota. Iedere partij kan agendapunten inbrengen. Zo nodig kunnen ook andere bewindspersonen dan de fondsbeheerders aan het overleg deelnemen.

D) Benchmark woonlasten

De OZB-opbrengsten van gemeenten werd tot en met 2019 op macroniveau gemaximeerd door jaarlijks een percentage vast te stellen waarmee de som van de OZB-opbrengsten van alle gemeenten mocht groeien. Met ingang van 2020 is een benchmark woonlasten geïntroduceerd ter vervanging van de macronorm OZB.

E) Artikel 12 gemeenten

Indien een gemeente grote financiële tekorten op de begroting heeft over langere tijd, dan kan de gemeente om een extra uitkering uit het gemeentefonds vragen. De gemeente krijgt dan een artikel 12-status en komt onder toezicht te staan van de provincie. Het aantal gemeenten dat een beroep doet op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet is een indicator van de financiële positie van gemeenten.

F) Monitoring nieuwe middelen sociaal domein

Het College van Burgemeester en Wethouders legt over de besteding van de middelen sociaal domein uitsluitend financiële verantwoording af aan de gemeenteraad. Het Rijk vraagt geen verantwoording over de rechtmatigheid van de besteding door gemeenten. Wel monitort het Rijk de uitvoering van de taken van het sociaal domein, om de systeemverantwoordelijkheid van vakministers en fondsbeheerders te kunnen borgen. Het Rijk ontvangt daartoe via het informatiesysteem Informatie voor derden (Iv3) per gemeente informatie over de uitgaven in het sociaal domein. Iv3 is geen verantwoordingsinformatie en op basis van Iv3 kan niet worden teruggevorderd.

Beleidsthema 2: een verdeling van de beschikbare financiële middelen over gemeenten die elk van de gemeenten in staat stelt om hun inwoners een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lastendruk te kunnen leveren.

G) Verdeelmaatstaven

Het budget van de algemene uitkering van het gemeentefonds wordt over de gemeenten verdeeld via een systeem van verdeelmaatstaven. De fondsbeheerders zijn verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van het systeem van verdeelmaatstaven. Dit verdeelsysteem heeft als doel gemeenten in staat te stellen hun voorzieningen op een onderling gelijkwaardig niveau te brengen tegen globaal gelijke lastendruk en rekening houdend met de structuurkenmerken van de gemeenten.

Zolang voor een uitkeringsjaar de voor de verdeelmaatstaven noodzakelijke statistische gegevens nog niet bekend of definitief zijn, worden de gemeenten bevoorschot op basis van voorlopige cijfers. Hierbij wordt ernaar gestreefd de voorschotten zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de algemene uitkering waarop een gemeente uiteindelijk recht heeft, nadat de statistische gegevens definitief zijn vastgesteld.

Dit streven geldt ook voor integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Als er gedurende en na afloop van het uitkeringsjaar definitieve volumegegevens beschikbaar komen, leidt dit tot bijstellingen in de bevoorschotting. Aangezien voor het gemeentefonds de verplichtingen leidend zijn, zullen deze altijd tot uitkering komen.

H) Periodiek onderhoudsrapport

Voor de verdeling van de financiële middelen is het Periodiek onderhoudsrapport (POR) de belangrijkste indicator. Daarin wordt door de fondsbeheerders bijgehouden of de verdeling nog adequaat is. De verdeling is adequaat als deze nog voldoende aansluit bij de daadwerkelijke uitgaven, zoals blijkt uit de gemeentelijke begrotingen. Het POR verschijnt in principe jaarlijks als bijlage bij de begroting.

Vanuit het gemeentefonds hebben gemeenten in 2025 middelen toebedeeld gekregen om hun taken uit te voeren. Daarbij hebben de fondsbeheerders het bestaande verdeelmodel toegepast voor de algemene uitkering.

Per 1 januari 2023 is het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering van het gemeentefonds ingevoerd. In paragraaf 3 is informatie opgenomen over de doorontwikkeling van het verdeelmodel.

In onderstaande tabel worden de budgettaire gevolgen van beleid weergegeven.

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 gemeentefonds (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

35.128.367

40.376.061

41.410.629

44.107.822

47.701.991

44.896.000

2.805.991

        

Uitgaven

35.028.123

39.981.438

42.204.703

43.835.927

47.701.568

44.896.000

2.805.568

        

Financiering gemeenten

       

Bijdrage aan medeoverheden

35.026.970

39.980.060

42.204.053

43.834.704

47.700.661

44.894.039

2.806.622

Algemene uitkering en de aanvullende uitkeringen

29.139.098

33.721.227

36.341.095

38.751.785

42.182.130

40.147.299

2.034.831

Decentralisatie-uitkeringen

1.645.290

1.967.441

2.228.001

1.281.016

1.560.690

1.041.504

519.186

Integratie-uitkering Voogdij 18+

731.492

742.059

59.518

0

0

0

0

Integratie-uitkering Beschermd wonen

1.488.899

1.498.275

1.641.470

1.730.992

1.833.044

1.745.850

87.194

Integratie-uitkering Participatie

1.982.603

1.965.262

1.933.969

2.070.911

2.124.797

1.959.386

165.411

Integratie-uitkeringen Overig

39.588

85.796

0

0

0

0

0

Niet meer bestaand

       
        

Kosten Financiële verhoudingswet

       

Opdrachten

456

476

183

565

327

1.361

‒ 1.034

Onderzoeken verdeelsystematiek

456

476

183

565

327

1.361

‒ 1.034

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

697

902

467

658

580

600

‒ 20

Onderzoeken verdeelsystematiek

697

902

467

658

580

600

‒ 20

Bijdragen aan agentschappen

0

0

0

0

0

0

0

Onderzoeken verdeelsystematiek

0

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

35.028.123

39.981.438

42.204.703

43.835.927

47.701.568

44.896.000

2.805.568

Verplichtingen

Ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting zijn de verplichtingen met € 2.806 mln. opwaarts bijgesteld. Deze bijstelling betreft het saldo van diverse mutaties door het jaar heen, waaronder de toekenning van de voorlopige ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF), de toekenning van accres tranches, de toekenning van loon- en prijsontwikkeling (LPO) en de toevoeging van nieuwe decentralisatie-uitkeringen in de loop van het jaar. Een toelichting op deze mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de verschillende suppletoire begrotingen (Kamerstukken II 2024/25, 36 725 B, nr. 2, Kamerstukken II 2025/26, 36820-B, nr. 2 en Kamerstukken II 2025/26, 36850 B, nr. 2) en in de slotwet 2025.

Uitgaven

Bijdragen aan medeoverheden

Algemene uitkering

De uitgaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds worden ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting bijgesteld met € 2.034,8 mln. en komen daarmee in totaal op € 42.182,1 mln. De hogere uitgaven zijn met name een gevolg van de toekenning van de voorlopige ruimte onder het plafond van het BTW Compensatiefonds over 2025 en de hervormingsagenda Jeugd. Een toelichting op deze mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de verschillende suppletoire begrotingen (Kamerstukken II 2024/25, 36 725 B, nr. 2, Kamerstukken II 2025/26, 36820-B, nr. 2 en Kamerstukken II 2025/26, 36850 B, nr. 2) en in de slotwet 2025.

Decentralisatie-uitkeringen

De uitgaven van de decentralisatie-uitkeringen van het gemeentefonds worden ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting bijgesteld met € 519,2 mln. en komen daarmee in totaal op € 1.281,1 mln. De hogere uitgaven zijn vooral een gevolg van het toevoegen van nieuwe decentralisatie-uitkeringen in de loop van 2025. Een toelichting op deze mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de verschillende suppletoire begrotingen (Kamerstukken II 2024/25, 36 725 B, nr. 2, Kamerstukken II 2025/26, 36820-B, nr. 2 en Kamerstukken II 2025/26, 36850 B, nr. 2) en in de slotwet 2025.

Integratie-uitkering Voogdij 18+

De uitgaven van de integratie-uitkering Voogdij 18+ blijven ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting op € 0 mln. Dit hangt samen met het overhevelen van de middelen voor de integratie-uitkering Voogdij 18+ naar de algemene-uitkering in 2024. Een toelichting op deze mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de verschillende suppletoire begrotingen (Kamerstukken II 2024/25, 36 725 B, nr. 2, Kamerstukken II 2025/26, 36820-B, nr. 2 en Kamerstukken II 2025/26, 36850 B, nr. 2) en in de slotwet 2025.

Integratie-uitkering Beschermd wonen

De uitgaven van de integratie-uitkering Beschermd wonen worden ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting bijgesteld met € 87,2 mln. en komen daarmee in totaal op € 1.833 mln. Deze verhoging hangt samen met het uitkeren van de loon- en prijsbijstelling over 2025. Een toelichting op deze mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de verschillende suppletoire begrotingen (Kamerstukken II 2024/25, 36 725 B, nr. 2, Kamerstukken II 2025/26, 36820-B, nr. 2 en Kamerstukken II 2025/26, 36850 B, nr. 2) en in de slotwet 2025.

Integratie-uitkering Participatie

De uitgaven van de integratie-uitkering Participatie worden ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting bijgesteld met € 165,4 mln. en komen daarmee in totaal op € 2.124,7 mln. Deze verhoging hangt onder meer samen met het uitkeren van de loon- en prijsbijstelling over 2025. Een toelichting op deze mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de verschillende suppletoire begrotingen (Kamerstukken II 2024/25, 36 725 B, nr. 2, Kamerstukken II 2025/26, 36820-B, nr. 2 en Kamerstukken II 2025/26, 36850 B, nr. 2) en in de slotwet 2025.

Opdrachten

Onderzoeken verdeelsystematiek

Het gerealiseerde bedrag komt € 1 mln. lager uit dan in de ontwerpbegroting 2025 werd geraamd. Het gerealiseerde bedrag voor de kosten Financiële-verhoudingswet onder opdrachten komt hiermee op € 0,3 mln. Een toelichting op de mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de verschillende suppletoire begrotingen (Kamerstukken II 2024/25, 36 725 B, nr. 2, Kamerstukken II 2025/26, 36820-B, nr. 2 en Kamerstukken II 2025/26, 36850 B, nr. 2) en in de slotwet 2025.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Onderzoeken verdeelsystematiek

Het gerealiseerde bedrag komt € 0,1 mln. hoger uit dan in de ontwerpbegroting 2025 werd geraamd. Het gerealiseerde bedrag voor de kosten Financiële-verhoudingswet onder opdrachten komt hiermee op € 0,6 mln. Een toelichting op de mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de verschillende suppletoire begrotingen (Kamerstukken II 2024/25, 36 725 B, nr. 2, Kamerstukken II 2025/26, 36820-B, nr. 2 en Kamerstukken II 2025/26, 36850 B, nr. 2) en in de slotwet 2025.

Bijdragen aan agentschappen

Onderzoeken verdeelsystematiek

Het gerealiseerde bedrag komt overeen met wat in de ontwerpbegroting 2025 werd geraamd. Het gerealiseerde bedrag voor de kosten Financiële-verhoudingswet onder opdrachten komt hiermee op € 0 mln. Een toelichting op de mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de verschillende suppletoire begrotingen (Kamerstukken II 2024/25, 36 725 B, nr. 2, Kamerstukken II 2025/26, 36820-B, nr. 2 en Kamerstukken II 2025/26, 36850 B, nr. 2) en in de slotwet 2025.

Ontvangsten

Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de inkomsten over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting van het gemeentefonds voor 2025 worden de ontvangsten, overeenkomstig artikel 4 van de Financiële-verhoudingswet, met € 2.806,6 mln. verhoogd tot € 47.700,7 mln.

5. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Paragraaf 1 - Rapportage voor de volgende verplichte onderdelen:

Rechtmatigheid

Er hebben zich over 2025 geen overschrijdingen van de tolerantiegrenzen voorgedaan bij het gemeentefonds.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn over 2025 geen bijzonderheden te melden voor het gemeentefonds.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en materiële bedrijfsvoering

Er is sprake van financieel beheer bij het gemeentefonds. Er zijn over 2025 geen bijzonderheden te melden voor het gemeentefonds.

Misbruik en oneigenlijk gebruik

De kans op misbruik en oneigenlijk gebruik zijn bij het gemeentefonds zeer gering. Er zijn over 2025 geen bijzonderheden te melden voor het gemeentefonds.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn over 2025 geen bijzonderheden te melden voor het gemeentefonds.

Fraude- en corruptierisico's

Er zijn binnen het gemeentefonds beheersmaatregelen genomen om het risico op fraude of corruptie tegen te gaan. Er zijn over 2025 geen bijzonderheden te melden voor het gemeentefonds.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er zijn over 2025 geen bijzonderheden te melden voor het gemeentefonds.

Voor een algemeen beeld van de bedrijfsvoering binnen het ministerie van BZK wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

C. JAARREKENING

6. Verantwoordingsstaat van het gemeentefonds

Tabel 4 Verantwoordingsstaat 2025 van het gemeentefonds (B) (Bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

01

Gemeentefonds

44.896.000

44.896.000

44.896.000

47.701.991

47.701.568

47.701.568

2.805.991

2.805.568

2.805.568

7. Saldibalans

Tabel 5 Saldibalans per 31 december 2025 van het gemeentefonds (B) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2025

31-12-2024

 

Passiva

31-12-2025

31-12-2024

       

Intra-comptabele posten

      

1) Uitgaven ten laste van de begroting

47.701.568

43.835.927

 

2) Ontvangsten ten gunste van de begroting

47.701.568

43.835.927

3) Liquide middelen

0

0

    

4) Rekening-courant RHB1

0

0

 

4a) Rekening-courant RHB

0

0

5) Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

0

 

5a) Begrotingsreserves

0

0

6) Vorderingen buiten begrotingsverband

0

0

 

7) Schulden buiten begrotingsverband

0

0

8) Kas-transverschillen

0

0

    

Subtotaal intra-comptabel

47.701.568

43.835.927

 

Subtotaal intra-comptabel

47.701.568

43.835.927

       

Extra-comptabele posten

      

9) Openstaande rechten

0

0

 

9a) Tegenrekening openstaande rechten

0

0

10) Vorderingen

0

0

 

10a) Tegenrekening vorderingen

0

0

11a) Tegenrekening schulden

0

0

 

11) Schulden

0

0

12) Voorschotten

208.590.990

187.793.979

 

12a) Tegenrekening voorschotten

208.590.990

187.793.979

13a) Tegenrekening garantieverplichtingen

0

0

 

13) Garantieverplichtingen

0

0

14a) Tegenrekening andere verplichtingen

135.435

135.012

 

14) Andere verplichtingen

135.435

135.012

15) Deelnemingen

0

0

 

15a) Tegenrekening deelnemingen

0

0

Subtotaal extra-comptabel

208.726.425

187.928.990

 

Subtotaal extra-comptabel

208.726.425

187.928.990

       

Totaal

256.427.993

231.764.917

 

Totaal

256.427.993

231.764.917

1

Rijkshoofdboekhouding

Toelichting behorende bij de saldibalans per 31 december 2025 van het gemeentefonds

Hierna worden de saldibalansposten toegelicht. De nummering van de toelichting komt overeen met die van de saldibalansposten.

Ad 1. Uitgaven ten laste van de begroting en Ad 2. Ontvangsten ten gunste van de begroting

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten voor 2025 zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2025 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 12. Voorschotten

Hieronder zijn de betaalde voorschotten opgenomen voor nog niet definitief vastgestelde uitkeringen aan gemeenten. De gemeenten ontvangen, als gevolg van de wet, voorschotten tot het bedrag waar ze vermoedelijk recht op hebben. Uitkeringen aan de gemeenten worden enkele jaren na afloop van het uitkeringsjaar via beschikkingen en een algemene maatregel van bestuur definitief vastgesteld. Het totaalbedrag van de betaalde voorschotten bestaat met name uit voorschotten aan gemeenten op de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen. Het bedrag is in tabel 5 gespecificeerd en daaronder nader toegelicht.

Tabel 6 Specificatie voorschotten gemeentefonds (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2025

31-12-2024

   

Onderzoek en bijdragen organisaties

  

2021

108

108

2022

168

168

2023

112

112

2024

116

117

2025

272

0

subtotaal

776

505

   

Algemene uitkering

  

2020

0

26.903.920

2021

29.237.804

29.237.804

2022

34.111.494

34.098.781

2023

35.524.169

35.512.681

2024

39.001.033

38.957.089

2025

42.113.984

0

subtotaal

179.988.485

164.710.275

   

Integratie-uitkeringen / decentralisatie-uitkeringen

  

2021

5.888.789

5.888.789

2022

6.248.707

6.248.707

2023

5.862.783

5.862.783

2024

5.082.919

5.082.919

2025

5.518.531

0

subtotaal

28.601.730

23.083.199

   

TOTAAL

208.590.990

187.793.979

Algemene uitkering

Dit onderdeel van de tabel vergelijkt voor de algemene uitkering de voorschotten per 31 december 2025 waarvoor per uitkeringsjaar de beschikking nog niet definitief is opgemaakt met de voorschotten waarvoor geldt dat de definitieve beschikking voor het desbetreffende uitkeringsjaar per 31 december 2024 nog niet was opgemaakt.

Integratie-uitkeringen / decentralisatie-uitkeringen

De voorschotten voor de integratie- en decentralisatie-uitkeringen op de saldibalans van het gemeentefonds hebben veelal een bijzonder karakter. Bij een beperkt aantal uitkeringen staat de hoogte van de uitkering niet vooraf vast of dient over de betaling nog een afrekening plaats te vinden. Bij een groot deel van deze uitkeringen wordt echter vooraf door het beleidsdepartement precies bepaald welke bedragen aan welke begunstigden worden uitbetaald. De begunstigden hoeven geen verantwoording af te leggen over de (wijze van) besteding van de uitkering. Het gemeentefonds is hierbij slechts een loket waarlangs de verstrekkingen lopen. Desondanks worden alle betalingen uit hoofde van deze uitkeringen op de saldibalans van het gemeentefonds als voorschot verantwoord tot het moment waarop de verdeling over medeoverheden definitief wordt vastgesteld door middel van een AMvB.

Tabel 7 Mutatieoverzicht voorschotten gemeentefonds (bedragen x € 1.000)

Voorschotten per 01-01-2025

187.793.979

  

Ontstaan in 2025

47.700.933

Afgerekend in 2025

26.903.921

  

Voorschotten per 31-12-2025

208.590.990

De stand openstaande voorschotten is toegenomen ten opzichte van de stand ultimo 2024. Ten eerste zijn de voorschotten voor de verschillende uitkeringen over 2025 aan de stand voorschotten toegevoegd. Deze voorschotten zijn ontstaan in 2025 voor een bedrag van € 47,7 mld.

Ad 14. Andere verplichtingen

Onder deze post zijn de openstaande betalingsverplichtingen uit hoofde van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, openstaande betalingsverplichtingen uit hoofde van de integratie- en decentralisatie-uitkeringen, en openstaande betalingsverplichtingen uit hoofde van onderzoek en bijdragen organisaties opgenomen. Het bedrag is in tabel 7 gespecificeerd en daaronder nader toegelicht.

Tabel 8 Verloop van de openstaande verplichtingen gemeentefonds (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Openstaande verplichtingen per 1-1-2025

Aangegane verplichtingen in 2025

Tot betaling gekomen in 2025

Bijstellingen van aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

Openstaande verplichtingen per 31-12-2025

      

Onderzoek en bijdragen organisaties

827

1.068

907

0

988

Algemene uitkering

133.911

42.182.379

42.182.130

0

134.160

Integratie- en decentralisatie-uitkeringen

274

5.518.544

5.518.531

0

287

      

Totaal

135.012

47.701.991

47.701.568

0

135.435

Licence