I De Koning
GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 60,7

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 0,3

A. ALGEMEEN
1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening
AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hierbij bied ik het jaarverslag met betrekking tot de begroting van de Koning (I) over het jaar 2025 aan.
Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Algemene Zaken decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.
Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:
1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;
3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.
Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:
1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;
2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,R.A.A.Jetten
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
2. Leeswijzer
De begroting van de Koning geeft door middel van drie artikelen inzicht in de geraamde uitgaven ten behoeve van de uitoefening van het koningschap. Artikel 1 bevat de grondwettelijke uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis, zoals vastgelegd in de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH). Artikel 2 geeft inzicht in de functionele uitgaven die gepaard gaan met de uitoefening van het koningschap, die op declaratiebasis door de Dienst van het Koninklijk Huis namens de Koning bij de Minister-President worden ingediend en ten laste van deze begroting worden betaald. Artikel 3 geeft de doorbelaste uitgaven van andere begrotingen weer. Deze uitgaven hangen wel functioneel samen met het koningschap, maar lopen niet via de Dienst van het Koninklijk Huis.
Het jaarverslag van de Koning geeft de daadwerkelijke uitgaven op bovenstaande artikelen weer. In onderdeel B van dit jaarverslag zal per artikel worden ingegaan op de realisaties in 2025. Alle verschillen tussen budgettaire raming en realisatie zijn op artikelniveau toegelicht. In de toelichtende tabellen kan door afronding het totaal afwijken van de som der onderdelen.
Uitputting van de begroting vindt plaats via de verstrekking van voorschotten aan de Dienst van het Koninklijk Huis en aan het Ministerie van Defensie. Voor artikel 1 geschiedt de afrekening in het lopende begrotingsjaar. Voor de artikelen 2 en 3 vindt de afrekening van de voorschotten aan de Dienst van het Koninklijk Huis respectievelijk het Ministerie van Defensie in het volgende begrotingsjaar plaats, omdat na afloop van het begrotingsjaar de eindverantwoordingen worden ingediend. Uitgangspunt is dat de kas- verplichtingengegevens, zoals die uit de begrotingsregistratie blijken, bepalend zijn voor dit jaarverslag. Om inzicht te geven in de daadwerkelijk door de Dienst van het Koninklijk Huis gedeclareerde functionele kosten en de feitelijke uitgaven van het Militaire Huis wordt in de toelichting bij de begrotingsartikelen 2 en 3 gebruik gemaakt van de eindverantwoording van de Dienst van het Koninklijk Huis respectievelijk het Ministerie van Defensie. Om die reden wordt in de toelichting het verschil tussen de betaalde voorschotten (het geautoriseerde budget) en de eindverantwoording gepresenteerd. De ontvangsten bij de artikelen in dit jaarverslag hebben betrekking op ontvangsten uit hoofde van lagere ingediende declaraties ten opzichte van de verstrekte voorschotten van het voorgaande jaar. In de toelichting van artikel 2 wordt op totaalniveau ingegaan op de ontwikkeling van de bestemmingsreserves in 2025.
Begroting I valt onder de niet-departementale begrotingen. Vanwege een afwijkend regime hoeft geen apart centraal apparaatsartikel te worden opgenomen in de verantwoording. De begrotingsartikelen die worden opgenomen in deze verantwoording hebben het karakter van een niet- beleidsartikel. Dit is conform de Rijksbegrotingsvoorschriften.
Onderdeel C van dit jaarverslag bevat de jaarrekening met daarin de verantwoordingsstaat en de saldibalans met toelichting.
Onderdeel D van dit jaarverslag bevat de extracomptabele bijlagen met daarin de uitgaven bij andere ministeries die verband houden met het koningschap. Dit betreft de uitgaven met toelichting.
In de toelichtende tabellen kan door afronding het totaal afwijken van de som der onderdelen.
Grondslagen voor de vastlegging en de waardering
De verslaggevingsregels die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2026. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast.
Groeiparagraaf
Ten opzichte van vorig jaar en ten opzichte van de begroting 2025 zijn er geen aanpassingen.
B. BELEIDSVERSLAG
3. Niet-Beleidsartikelen
3.1 Artikel 1 Grondwettelijke uitkering aan leden van het Koninklijk Huis
Het verstrekken van de grondwettelijke uitkeringen krachtens artikel 1 van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH).
De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Koning (artikel 4.3 lid 1, Comptabiliteitswet 2016).
Niet van toepassing.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 8.829 | 10.869 | 11.368 | 12.043 | 12.452 | 12.422 | 30 |
Uitgaven | 8.829 | 10.869 | 11.368 | 12.043 | 12.452 | 12.422 | 30 | |
1.0 | Grondwettelijke uitkering aan de leden van het Koninklijk Huis | 8.829 | 10.869 | 11.368 | 12.043 | 12.452 | 12.422 | 30 |
Institutionele inrichting | 0 | 10.869 | 11.368 | 12.043 | 12.452 | 12.422 | 30 | |
Institutionele inrichting | 0 | 10.869 | 11.368 | 12.043 | 12.452 | 12.422 | 30 | |
Ontvangsten | 0 | 1.818 | 1.789 | 1.895 | 346 | 345 | 1 | |
Uitgaven
De grondwettelijke uitkeringen zijn opgebouwd uit twee componenten: een A-component, die het inkomensbestanddeel vormt, en een B-component die betrekking heeft op personele en materiële uitgaven.
De personele uitgaven binnen de B-component hebben met name betrekking op de hofhouding en een aantal andere personeelsleden die hun instructie rechtstreeks van de uitkeringsgerechtigde leden ontvangen. Tot de hofhouding behoren het management van de Dienst van het Koninklijk Huis en adviseurs. De materiële uitgaven hebben betrekking op activiteiten met een hoog representatief karakter die samenhangen met de functie van de Kroondrager.
Zoals vastgelegd in de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH) volgt het inkomensdeel van de uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis (de A-component) de ontwikkeling van de netto bezoldiging van de vicepresident van de Raad van State. De cao-ontwikkeling van de sector Rijk is hierbij het uitgangspunt. Het gedeelte van de B-component dat betrekking heeft op de personele uitgaven, en daarmee de salarissen van de hofhouding, volgt de salarisontwikkeling van de rijksambtenaren. Het gedeelte van de materiële uitgaven in de B-component wordt geindexeerd op basis van de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De verplichtingen en de uitgaven in dit begrotingsartikel betreffen de definitieve bedragen.
A | B | Totaal | |
|---|---|---|---|
De Koning | 1.166 | 6.104 | 7.270 |
De echtgenote van de Koning | 462 | 793 | 1.256 |
De Koning die afstand heeft gedaan van het koningschap | 659 | 1.310 | 1.969 |
De vermoedelijke opvolger van de Koning | 346 | 1.612 | 1.958 |
Totaal | 2.633 | 9.819 | 12.452 |
In de ontwerpbegroting van de Koning 2025 is voor de A-component, het feitelijke inkomen van de grondwettelijke uitkeringen in 2025, rekening gehouden met de cao-ontwikkeling zoals vastgelegd in de cao afspraken van de sector Rijk van CAO Rijk 2024-2025. Voor de B-component, de vergoeding voor personele en materiële uitgaven van de grondwettelijke uitkeringen, is de raming van de personele uitgaven ook geindexeerd op basis van de cao-ontwikkeling van de sector Rijk 2024-2025. De materiële uitgaven zijn geraamd op basis van de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De feitelijke realisatie van het inkomen (de A-component) wordt gebaseerd op de werkelijke ontwikkeling van de netto bezoldiging van de vicepresident van de Raad van State. De uitwerking van de cao-ontwikkeling voor de sector Rijk werkt ook door naar de personele uitgaven in de B-component.
De hogere realisatie van de grondwettelijke uitkeringen is het gevolg van een hogere consumentenprijsindex (CPI) van het CBS die doorwerkt naar de materiële uitgaven in de B-component.
Ontvangsten
Op 7 mei 2024 is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het besluit van de Prinses van Oranje dat zij met ingang van 1 januari 2025 zal stoppen met het terugstorten van de Grondwettelijke onkostenvergoeding (de B-component). Haar inkomensbestanddeel (de A-component) zal zij terug blijven storten tot het einde van haar studie (Kamerstukken II 2023/24, 36410 I, nr. 13).
De uitkering die de Prinses van Oranje in 2025 heeft ontvangen, is teruggestort.
3.2 Artikel 2 Functionele uitgaven van de Koning
Het verrichten van uitgaven die functioneel met het koningschap samenhangen krachtens artikel 3 van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH).
De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Koning (artikel 4.3 lid 1, Comptabiliteitswet 2016).
Niet van toepassing.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 31.167 | 32.188 | 36.668 | 38.406 | 39.806 | 38.406 | 1.400 |
Uitgaven | 31.167 | 32.188 | 36.668 | 38.406 | 39.806 | 38.406 | 1.400 | |
2.0 | Functionele uitgaven van de Koning | 31.167 | 32.188 | 36.668 | 38.406 | 39.806 | 38.406 | 1.400 |
Institutionele inrichting | 0 | 32.188 | 36.668 | 38.406 | 39.806 | 38.406 | 1.400 | |
Institutionele inrichting | 0 | 32.188 | 36.668 | 38.406 | 39.806 | 38.406 | 1.400 | |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Uitgaven
Begrotingsartikel 2 bevat de functionele uitgaven die te relateren zijn aan de uitoefening van het koningschap en die op declaratiebasis door de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH) namens de Koning worden ingediend bij de Minister-President en die ten laste van deze begroting worden betaald. Het begrotingsartikel bestaat uit een personele component, een materiële component en de dotatie aan de bestemmingsreserves. De uitputting van dit begrotingsartikel vindt plaats via de verstrekking van voorschotten aan de Dienst van het Koninklijk Huis. Ieder jaar vindt hierop controle plaats door een accountant met daarop een review door de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer.
Ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting is er een verschil bij de uitgaven. De hogere realisatie is het gevolg van de rijksbreed uitgekeerde loon- en prijsbijstelling van € 1,4 miljoen bij de 1e suppletoire begrotingswet (Kamerstukken II 2024/25, 36725-I, nr. 1). Indien hiermee rekening wordt gehouden sluit de realisatie aan op het geautoriseerd budget en is sprake van volledige uitputting.
De primaire taak van de Dienst van het Koninklijk Huis is de ondersteuning van Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima, de Prinses van Oranje, Prinses Beatrix en overige leden van het Koninklijk Huis bij hun werkzaamheden. De Dienst van het Koninklijk Huis bestaat uit het Civiele Huis en het Militaire Huis. De diverse hofdepartementen van het Civiele Huis kennen ieder hun eigen discipline. Leden van het Militaire Huis ondersteunen de coördinatie en de uitvoering van evenementen en diverse veiligheidsaspecten rondom het Koninklijk Huis.
Onderstaande tabel maakt het verloop van de verschillende onderdelen binnen dit begrotingsartikel inzichtelijk. De realisatie betreft de gegevens, zoals deze door de Dienst van het Koninklijk Huis zijn verantwoord in de eindafrekening over 2025. Om een volledig inzicht te geven in de uitputting worden deze gegevens afgezet tegen het geautoriseerde budget inclusief de suppletoire begrotingsmutaties.
Realisatie (1) | Geautoriseerde budget (2) | Verschil (1)-(2) | |
|---|---|---|---|
Personeel Dienst van het Koninklijk Huis | 24.090 | 22.661 | 1.429 |
Materieel Dienst van het Koninklijk Huis | 14.633 | 15.812 | ‒ 1.179 |
Materiële uitgaven faunabeheer | 249 | 303 | ‒ 54 |
Uitgaven voor luchtvaartuigen | 710 | 880 | ‒ 170 |
Bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk | 124 | 150 | ‒ 26 |
Totaal | 39.806 | 39.806 | 0 |
De functionele uitgaven over 2025 laten een volledige uitputting van het geautoriseerde budget zien. Per onderdeel van de functionele uitgaven wordt een nadere toelichting gegeven.
Personele uitgaven
De personele uitgaven hadden in 2025 betrekking op 242 fte. Dit is exclusief de leden van de hofhouding die worden betaald uit de vergoeding voor personele uitgaven van de grondwettelijke uitkeringen.
Materiële uitgaven
De materiële uitgaven hebben betrekking op uitgaven voor de diverse hofdepartementen. De specifieke materiële posten voor faunabeheer, uitgaven voor bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk en uitgaven voor luchtvaartuigen worden nader apart toegelicht.
Dotaties bestemmingsreserves
De Dienst van het Koninklijk Huis heeft bestemmingsreserves voor lange termijninvesteringen. Door te reserveren kan de Dienst van het Koninklijk Huis een planmatig financieel beleid voeren en worden incidentele hoge uitgaven bij langetermijninvesteringen voorkomen. Jaarlijks vinden dotaties aan en onttrekkingen van de bestemmingsreserves plaats waaraan een investeringsplan ten grondslag ligt. De dotaties bedroegen in 2025 € 3,5 miljoen en zijn onderdeel van de materiële en personele uitgaven.
Stand 31-12-2024 | 2.364 |
|---|---|
Onttrekkingen | ‒ 3.419 |
Dotaties | 3.550 |
Stand 31-12-2025 | 2.495 |
Hieronder worden de diverse posten binnen de materiële uitgaven, waaronder de werkzaamheden van de hofdepartementen, nog nader toegelicht.
Departement Intendance
Met ingang van 1 januari 2025 zijn de departementen Intendance (dagelijks beheer en onderhoud van de aan het Staatshoofd ter beschikking gestelde Koninklijke Paleizen, meubilair, tuinen en parken), Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) en de stafafdeling Personeel & Organisatie (P&O) samengevoegd tot één integraal departement op het terrein van de bedrijfsvoering. De naam Departement Intendance is hierbij gehandhaafd.
Deze organisatorische samenvoeging beoogt een versterkte samenwerking en een efficiëntere ondersteuning, waarbij tevens wordt gestreefd naar verdere kwaliteitsverbetering binnen en van de Dienst van het Koninklijk Huis. De bezetting van dit departement betreft circa 37 fte.
Departement Hofmaarschalk
Het departement van de Hofmaarschalk geeft vorm aan het Koninklijk onthaal en de logistieke uitvoering bij alle evenementen en ontvangsten in binnen- en buitenland waar leden van het Koninklijk Huis gastheer zijn. Ook zorgt het departement voor de dagelijkse operatie van de particuliere Koninklijke huishouding. De bezetting van dit departement betreft circa 118 fte.
Koninklijk Staldepartement
Het Koninklijk Staldepartement zorgt voor het vervoer van de leden van het Koninklijk Huis en de hofhouding. Dit gebeurt deels in eigen beheer, terwijl een ander deel wordt verzorgd in nauwe samenwerking met partners. De bezetting van dit departement betreft circa 39 fte. Binnen dit departement worden ook de kosten verantwoord die betrekking hebben op de uitgaven voor luchtvaartuigen. De uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis mogen, zoals bepaald in het Besluit gebruik van het regeringsvliegtuig en luchtvaartuigen van de krijgsmacht, gebruik maken van het regeringsvliegtuig. De raming is gebaseerd op ervaringscijfers van de afgelopen jaren. De realisatie kan door diverse omstandigheden gedurende het jaar afwijken.
De uitgaven voor luchtvaartzaken bedragen in 2025 € 710 duizend en hebben betrekking op de inzet van het regeringsvliegtuig (PH-GOV), de Gulfstream van de Koninklijke Luchtmacht, alsmede de inhuur van civiele helikopters en civiele luchtvaartuigen. De geconstateerde onderuitputting is het gevolg van een lager dan geraamd gebruik van het regeringsvliegtuig in het verslagjaar.
Departement Koninklijke Verzamelingen
Onder de Koninklijke Verzamelingen wordt verstaan het geheel aan cultureel erfgoed dat in de afgelopen eeuwen is bijeengebracht door en aangeboden aan leden van het Huis Oranje-Nassau. Hieronder vallen beeldende kunst en kunstnijverheid, maar ook fotografie en bibliotheek- en archiefbestanden. Het Departement Koninklijke Verzamelingen beheert de meeste collecties van het Huis Oranje-Nassau en draagt zorg voor de door diverse stichtingen, familieleden en de Staat toevertrouwde collecties. Daarnaast heeft het departement een taak bij het ontsluiten van de archieven, collecties en paleizen voor publiek. De bezetting van dit departement betreft circa 14 fte.
Departement Faunabeheer
Binnen het departement Faunabeheer wordt een bedrag geraamd voor het onderhoud van de wegen en de wildrasters, de zogenoemde infrastructurele kosten van het Kroondomein Het Loo. Daarnaast wordt een bedrag geraamd voor de exploitatie van de terreinauto’s en een bedrag voor reiskosten, opleidingen, accountantskosten, etc. De bezetting van dit departement betreft circa 4 fte.
Overige ondersteunende Departementen
Tot de overige ondersteunende departementen behoren het Bureau van de Grootmeester, het Algemeen Secretariaat, en de Thesaurie. Deze onderdelen zijn onder andere verantwoordelijk voor de algemene dagelijkse leiding, de invulling van het programma van de leden van het Koninklijk Huis, de coördinatie van (staats)bezoeken en evenementen en ondersteuning op het gebied van financiën. De bezetting van deze departementen betreft in totaal circa 30 fte. Het geheel van alle hofdepartementen valt onder de verantwoordelijkheid van de Grootmeester.
Bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk
De gerealiseerde uitgaven van € 124 duizend die samenhangen met bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk in de vorm van reis- en verblijfkosten (inclusief de vliegkosten) vormen ook een deel van de materiële uitgaven binnen dit begrotingsartikel. Het Caribisch deel van het Koninkrijk wordt niet elk jaar bezocht. De begroting is destijds gebaseerd op gemiddelde uitgaven en is sindsdien niet aangepast. De uitgaven voor bezoeken aan het Caribisch deel van het Koninkrijk zijn in 2025 volledig benut voor de bezoeken die in 2025 hebben plaatsgevonden.
Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix der Nederlanden bezocht dinsdag 18 november tot en met vrijdag 21 november Bonaire en Sint-Eustatius. Het bezoek stond in het teken van het werk van Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) en sociaal-maatschappelijke initiatieven op de eilanden. De Prinses is beschermvrouwe van DCNA.
3.3 Artikel 3 Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen
Het toerekenen van de uitgaven die niet via de Dienst van het Koninklijk Huis lopen, maar wel deel uitmaken van de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap.
Deze uitgaven ontstaan (en worden betaald) onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende minister. De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Koning (artikel 4.3 lid 1, Comptabiliteitswet 2016) en zorgt voor een adequate toerekening.
Niet van toepassing.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 6.448 | 6.970 | 8.161 | 8.038 | 8.482 | 8.068 | 414 |
Uitgaven | 6.448 | 6.970 | 8.161 | 8.038 | 8.482 | 8.068 | 414 | |
3.0 | Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen | 6.448 | 6.970 | 8.161 | 8.038 | 8.482 | 8.068 | 414 |
Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen | 6.448 | 6.970 | 8.161 | 8.038 | 8.482 | 8.068 | 414 | |
Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen | 6.448 | 6.970 | 8.161 | 8.038 | 8.482 | 8.068 | 414 | |
Ontvangsten | 269 | 108 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Uitgaven
Ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting zijn de uitgaven hoger dan begroot. Bij de 1e suppletoire begrotingswet 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 36725-I, nr. 1) is het budget verhoogd als gevolg van uitgekeerde loon- en prijsbijstelling voor het onderdeel communicatie Koninklijk Huis van de Rijksvoorlichtingsdienst en het het Kabinet van de Koning (€ 446 duizend).
Daarnaast is in de suppletoire begrotingswet september 2025 (Kamerstukken II 2025/26, 36820-I, nr. 1) het budget voor het Militair Huis verhoogd met de uitgekeerde loon- en prijsbijstelling (€ 115 duizend) en de eindafrekening Militair Huis over het jaar 2024 (€ 207 duizend).
De hiernavolgende tabel geeft inzicht in de verschillende onderdelen binnen dit begrotingsartikel, dat bestaat uit een personele en een materiële component. Om een volledig inzicht te geven in de uitputting worden deze gegevens afgezet tegen het geautoriseerde budget inclusief de suppletoire begrotingsmutaties in 2025.
Realisatie (1) | Geautoriseerde budget (2) | Verschil (1)-(2) | |
|---|---|---|---|
Doorbelaste personele uitgaven | 6.934 | 6.867 | 67 |
Doorbelaste materiële uitgaven | 1.570 | 1.561 | 9 |
Totaal | 8.504 | 8.428 | 76 |
waarvan RVD | 2.189 | 2.249 | ‒ 60 |
waarvan Militaire Huis | 2.980 | 2.7501 | 230 |
waarvan Kabinet van de Koning | 3.336 | 3.429 | ‒ 93 |
Voor het Militaire Huis betreft de realisatie de gegevens, zoals deze door het Ministerie van Defensie zijn verantwoord in de eindafrekening over 2025. De begroting is gebaseerd op realisatiecijfers van het Ministerie van Defensie per rang van het voorgaande jaar. De afrekening is op basis van de daadwerkelijke salarisbetaling per functionaris. Per saldo is bij het Militaire Huis een overschrijding van € 230 duizend door hogere personele uitgaven. De eindafrekening van deze hogere dan geraamde uitgaven van het Militaire Huis zal leiden tot een uitgave op artikel 3 van de begroting van de Koning in 2026, die bij de (1e) suppletoire begrotingswet zal worden verwerkt.
Rijksvoorlichtingsdienst
De afdeling Communicatie Koninklijk Huis (CKH) van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) verzorgt de communicatie over de Koning en de andere leden van het Koninklijk Huis. In 2025 betrof dit de volgende activiteiten:
1. Communicatievoorbereiding, advisering en inhoudelijke en organisatorische mediabegeleiding van circa 300 optredens en activiteiten in binnen- en buitenland. Het betrof onder andere de communicatie bij werkbezoeken en evenementen door heel Nederland. Zo waren er veel bezoeken in het teken van veiligheid en defensiesamenwerking, zoals tijdens de NAVO-top en bij het vieren en herdenken van 80 jaar vrijheid. Er waren vier uitgaande staatsbezoeken – aan Cyprus, Kenia, Tsjechië, en Suriname – en inkomende staatsbezoeken vanuit Oman en Finland. Daarnaast waren er bezoeken aan wijken, buurten, dorpen en steden in het kader van het vergroten van leefbaarheid en verbinding, diverse bezoeken van Koningin Máxima in het kader van financiële gezondheid, Meer Muziek in de Klas en mentale gezondheid van jongeren (MindUs) en de Prinses van Oranje werd ter gelegenheid van haar 21e levensjaar ontvangen in de hoofdstad, waar ze samen met het Koninklijk Paar later ook de slotviering van 750 jaar Amsterdam bijwoonde;
2. Woordvoering en beantwoording van mediavragen en strategisch communicatieadvies op thema’s;
3. Behandeling van interviewverzoeken en begeleiding van mediaproducties. Begeleiding bij mediaoptredens van de leden van het Koninklijk Huis en in voorkomende gevallen medewerkers van de Dienst van het Koninklijk Huis.
4. Opstellen en uitgeven van 342 persberichten over activiteiten van het Koninklijk Huis en publicatie van een digitaal jaaroverzicht Koninklijk Huis 2025;
5. Redactioneel beheer van de online communicatieactiviteiten via Instagram, Facebook, X, Threads, YouTube, LinkedIn en de website van het Koninklijk Huis.
Bij de uitvoering van deze activiteiten wordt zorggedragen voor een goed evenwicht tussen tijdige en feitelijke voorlichting enerzijds en bescherming van de persoonlijke levenssfeer anderzijds.
De personeelsinzet voor de uitvoering van deze activiteiten betrof 14,62 fte.
Militaire Huis
Het Militaire Huis (MH) is een integraal onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH). De activiteiten van het Militaire Huis betreffen onder meer:
1. het (mede-)organiseren van evenementen voor en begeleiding van de Koning en de leden van het Koninklijk Huis;
2. het coördineren van veiligheidsaspecten binnen de DKH en namens DKH met externe partners in de veiligheidsketen;
3. het onderhouden van de niet-politieke contacten tussen het Koninklijk Huis en het Ministerie van Defensie en
4. het verzorgen van het militaire ceremonieel aan het hof.
De personeelsinzet voor de uitvoering van deze activiteiten in 2025 betrof 15,1 fte.
Kabinet van de Koning
Het Kabinet van de Koning (KvdK) ondersteunt als kleine, eigenstandige overheidsorganisatie de Koning ten behoeve van de uitoefening van diens constitutionele taken en fungeert als schakel tussen de Koning en de overige leden van de regering en bestuurlijke autoriteiten. De taken van het Kabinet van de Koning omvatten met name:
1. informeren van de Koning ten behoeve van zijn gesprekken met binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, staats- en andere buitenlandse bezoeken, bezoeken aan andere landen van het Koninkrijk en binnenlandse bezoeken. Voorbeelden van ontvangsten zijn het aanbieden van geloofsbrieven door ambassadeurs van andere landen en het beëdigen van hoge functionarissen waarvoor in de wet is vastgelegd dat dit geschiedt ten overstaan van de Koning. Binnenlandse bezoeken van de Koning omvatten onder meer werkbezoeken met ministers en staatssecretarissen en streekbezoeken;
2. tijdig en in correcte vorm aan de Koning ter tekening voorleggen van alle door de ministeries en de Staten-Generaal aangeboden stukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie;
3. opstellen en overbrengen van boodschappen aan andere staatshoofden en aan internationale autoriteiten;
4. behandelen en doorgeleiden van aan de Koning gerichte verzoekschriften. Deze brieven worden bij KvdK aan de hand van een analyse van de onderhavige problematiek overgedragen aan de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein. Het Kabinet informeert de Koning over de afhandeling van ontvangen verzoekschriften en
5. registreren, bewaren en aan het Nationaal Archief overdragen van wetten en Koninklijke Besluiten.
De personele inzet voor de uitvoering van deze taken was 24,92 fte.
4. Bedrijfsvoeringsparagraaf
Paragraaf 1 - uitzonderingsrapportage voor de volgende verplichte onderdelen
1. Rechtmatigheid
Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties overschrijden.
2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.
3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering
Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.
4. Misbruik en oneigenlijk gebruik
Niet van toepassing.
5. Overige aspecten van bedrijfsvoering
Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.
6. Fraude- en corruptierisico's
Niet van toepassing
Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.
Paragraaf 3 – Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.
C. JAARREKENING
5. Verantwoordingsstaat
Art. | Omschrijving | (1) Vastgestelde begroting | (2) Realisatie | (3) = (2) - (1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | ||
Totaal | 58.896 | 58.896 | 345 | 60.740 | 60.740 | 346 | 1.844 | 1.844 | 1 | |
Niet-beleidsartikelen | ||||||||||
1 | Grondwettelijke uitkering aan leden van het Koninklijk Huis | 12.422 | 12.422 | 345 | 12.452 | 12.452 | 346 | 30 | 30 | 1 |
2 | Functionele uitgaven van de Koning | 38.406 | 38.406 | 0 | 39.806 | 39.806 | 0 | 1.400 | 1.400 | 0 |
3 | Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen | 8.068 | 8.068 | 0 | 8.482 | 8.482 | 0 | 414 | 414 | 0 |
6. Saldibalans
Activa1 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | Passiva | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Intra-comptabele posten | ||||||||||
1 | Uitgaven ten laste van de begroting | 60.740 | 58.487 | 2 | Ontvangsten ten gunste van de begroting | 346 | 1.895 | |||
3 | Liquide middelen | 0 | 0 | |||||||
4 | Rekening-courant RHB2 | 0 | 0 | 4a | Rekening-courant RHB | 60.394 | 56.592 | |||
5 | Rekening-courant RHB Begrotingsreserve | 0 | 0 | 5a | Begrotingsreserves | 0 | 0 | |||
6 | Vorderingen buiten begrotingsverband | 0 | 0 | 7 | Schulden buiten begrotingsverband | 0 | 0 | |||
8 | Kas-transverschillen | 0 | 0 | |||||||
Subtotaal intra-compatabel | 60.740 | 58.487 | Subtotaal intra-comptabel | 60.740 | 58.487 | |||||
Extra-compatbele posten | ||||||||||
9 | Openstaande rechten | 0 | 0 | 9a | Tegenrekening openstaande rechten | 0 | 0 | |||
10 | Vorderingen | 0 | 0 | 10a | Tegenrekening vorderingen | 0 | 0 | |||
11a | Tegenrekening schulden | 0 | 0 | 11 | Schulden | 0 | 0 | |||
12 | Voorschotten | 42.556 | 41.041 | 12a | Tegenrekening voorschotten | 42.556 | 41.041 | |||
13a | Tegenrekening garantieverplichtingen | 0 | 0 | 13 | Garantieverplichtingen | 0 | 0 | |||
14a | Tegenrekening andere verplichtingen | 0 | 0 | 14 | Andere verplichtingen | 0 | 0 | |||
15 | Deelnemingen | 0 | 0 | 15a | Tegenrekening deelnemingen | 0 | 0 | |||
Subtotaal extra-comptabel | 42.556 | 41.041 | Subtotaal extra-comptabel | 42.556 | 41.041 | |||||
Totaal | 103.296 | 99.528 | Totaal | 103.296 | 99.528 | |||||
Toelichting bij de saldibalans per 31 december 2025 van de Koning (I) (bedragen x € 1.000)
1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten
Verrekening van de begrotingsuitgaven en de begrotingsontvangsten 2025 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.
4a) Rekening-courant RHB van de begroting van de Koning
Voor de begroting van De Koning is de Rekening-courant € 60,4 miljoen. Dit betreft de saldering van de uitgaven en de ontvangsten. Samen met de Rekening-courant van het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) is de Rekening-courant RHB van de begroting van de Koning onder punt 4 opgenomen in de saldibalans van het Ministerie van Algemene Zaken voor € 64,1 miljoen.
12) Voorschotten
12a) Tegenrekening voorschotten
De betalingen die aan de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH) en aan het Militaire Huis (MH) zijn gedaan, worden onder de voorschotten opgenomen voor zover het betalingen betreft waarover de controlerende instantie nog geen verklaring heeft kunnen afgeven. In 2025 zijn de voorschotten over 2024 afgerekend. Het te verrekenen bedrag van de eindafrekening over 2025 van het Militair Huis wordt in 2026 verwerkt in de (1e) suppletoire begrotingswet van de Koning.
In 2025 is aan voorschotten verstrekt en afgerekend:
Ontstaansjaar | Stand 1-1-2025 | Verstrekt in 2025 | Afgerekend in 2025 | Stand 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|
2024 | 38.406 | 0 | ‒ 38.406 | 0 |
2025 | 0 | 39.806 | 0 | 39.806 |
Totaal | 38.406 | 39.806 | ‒ 38.406 | 39.806 |
Ontstaansjaar | Stand 1-1-2025 | Verstrekt in 2025 | Afgerekend in 2025 | Stand 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|
2024 | 2.635 | 0 | ‒ 2.635 | 0 |
2025 | 0 | 2.750 | 0 | 2.750 |
Totaal | 2.635 | 2.750 | ‒ 2.635 | 2.750 |
D. EXTRACOMPTABELE BIJLAGEN
Binnen de Rijksbegroting worden ook op begrotingen van andere ministeries uitgaven geraamd die in verband met het koningschap kunnen worden beschouwd. Het gaat om de begrotingen van Justitie en Veiligheid en Defensie voor de beveiliging, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor het ter beschikking stellen van paleizen en Buitenlandse Zaken voor uitgaande staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken van het Koninklijk Huis en inkomende bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders. De betreffende ministers zijn voor deze begrotingen verantwoordelijk. De begroting van de Koning en deze andere begrotingen vormen het stelsel van te ramen en te verantwoorden uitgaven die samenhangen met de uitoefening van het koningschap.
In bijlage 1 worden bovengenoemde uitgaven in het jaar 2025 gepresenteerd. Door deze uitgavenrealisaties op een integrale wijze bij het jaarverslag van de Koning te presenteren, wordt de vindbaarheid van en het inzicht in deze uitgaven vergroot. De extracomptabele bijlage brengt geen verandering in de ministeriële verantwoordelijkheid voor de respectievelijke begrotingsposten.
Naast de uitgaven die in verband met het koningschap kunnen worden beschouwd, zijn ook andere onderwerpen opgenomen in bijlage 2 «Overige onderwerpen». Dit betreft de in 2025 verantwoorde uitgaven voor het onderhoud aan de Groene Draeck, de subsidie voor Kroondomein Het Loo en een verwijzing naar de stichtingen die vermogensbestanddelen bevatten die functioneel zijn voor de uitoefening van het koningschap.
Bijlage 1: Gerealiseerde uitgaven die in verband met het koningschap kunnen worden beschouwd
De gerealiseerde uitgaven worden hieronder per begroting nader toegelicht.
Buitenlandse Zaken (begroting V, artikel 4), uitgaven ten behoeve van staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken van het Koninklijk Huis
Realisatie 2025 | Vastgestelde begroting 2025 | |
|---|---|---|
Buitenlandse Zaken | 2.987 | 2.500 |
In 2025 is een groot aantal Staatsbezoeken georganiseerd. Er waren Uitgaande Staatsbezoeken naar Kenia, Cyprus, Tsjechië en Suriname. Er waren Inkomende Staatsbezoeken van Oman en Finland. De Koning bracht werkbezoeken aan Japan (Expo 2025) en Frankrijk. De uiteindelijke uitgaven waren hoger dan verwacht. In dit verband is er een eenmalige verhoging van het budget geweest van € 0,5 miljoen ten tijde van de 2e suppletoire begrotingswet 2025.
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (begroting XXII, artikel 4), Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis
Realisatie 2025 | Vastgestelde begroting 2025 | |
|---|---|---|
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | 18.105 | 18.524 |
De bijdrage van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan het RVB voor de huisvesting (Paleizen) van het Koninklijk Huis bedroeg in 2025 € 18,1 mln.
Genoemd bedrag voor de paleizen bestaat uit een aantal componenten. In 2025 heeft het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) circa € 7,8 miljoen. in rekening gebracht voor rente en afschrijvingen en huur. De rente en afschrijvingen zijn voor investeringen die vanaf 2010 via de leenfaciliteit zijn gefinancierd en zijn geactiveerd op de balans van het RVB. Voor de vergoeding voor regulier dagelijks en planmatig onderhoud is circa € 8,5 miljoen afgerekend en voor vergoeding voor kleinere investeringen, functionele verbeteringen en projecten op basis van wet- en regelgeving circa € 1,8 miljoen.
Huis ten BoschIn 2025 zijn er geen renovaties of verbouwingen uitgevoerd.
Paleis NoordeindeIn 2025 zijn er geen renovaties of verbouwingen uitgevoerd.
Koninklijk Paleis AmsterdamIn 2025 zijn er geen renovaties of verbouwingen uitgevoerd. Wel vindt het groot onderhoud aan het dak, het timpaan en de toren plaats. Deze is gestart in 2023 en loopt tot en met 2026.
Defensie (begroting X, artikel 5), uitgaven bewaking koninklijke paleizen
De Minister van Defensie is beheersverantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de Koninklijke Marechaussee (KMar). De uitvoering is opgedragen aan de KMar. Het gezag over de KMar ligt niet alleen bij het ministerie van Defensie. Afhankelijk van de betreffende taak is dat het ministerie van Justitie en Veiligheid (het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), Asiel en Migratie, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie of de burgemeester. In artikel 4 van de Politiewet (2012) wordt de KMar opgedragen om onder meer te waken over de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, in samenwerking met andere daartoe aangewezen organen.
Justitie en Veiligheid (begroting VI, artikel 36)
Op basis van onder andere de Politiewet heeft de minister van Justitie en Veiligheid de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon- en werkverblijven. De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of het Koninklijk Huis. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.
Bijlage 2: Overige onderwerpen
Defensie (begroting X, artikel 2), uitgaven Groene Draeck
De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. De kosten voor het onderhoud aan de Groene Draeck worden begroot en verantwoord bij het Ministerie van Defensie zolang Prinses Beatrix gebruik maakt van de Groene Draeck. In de planperiode 2021 t/m 2025 was maximaal € 435.000 beschikbaar voor onderhoud, waarbij de daadwerkelijke uitgaven kunnen fluctueren over de jaren heen. Er is in de gehele planperiode in totaal € 434.999 aan onderhoudskosten voor het benodigde groot onderhoud gemaakt. De uitgaven voor 2025 bedroegen € 70.300. De planperiode 2021 t/m 2025 is beëindigd, om die reden is in 2025 een nieuwe verplichting aangegaan voor 2026 t/m 2031. Het onderhoud wordt door tussenkomst van de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH) bij een specialistische werf uitgevoerd. De meerkosten in de planperiode boven de € 435.000 voor het onderhoud aan de Groene Draeck komen voor rekening van de eigenaresse.
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (begroting XIV, artikel 22) subsidie Kroondomein Het Loo
Het Loo is een landgoed van circa 10.400 hectare en bestaat uit twee deelgebieden: de Staatsdomeinen bij Het Loo en het eigenlijke Kroondomein. Bij de Staatsdomeinen bij Het Loo zijn de baten en lasten voor rekening van de Staat. Het eigenlijke Kroondomein (6.700 hectare) wordt, zoals is vastgelegd in de Wet op het Kroondomein, geëxploiteerd door de Kroondrager, waarbij alle baten en lasten voor zijn rekening komen. Het juridisch eigendom berust bij de Staat. Het Rijk heeft voor de periode 2022-2027 een subsidie verstrekt aan de Kroondrager voor beheer- en inrichtingsmaatregelen van het Kroondomein. De uitgaven voor deze subsidie bedroegen € 0,745 miljoen in 2025.
Stichtingen
Op de website van het Koninklijk Huis is een overzicht van stichtingen opgenomen, waarin vermogensbestanddelen zijn ondergebracht die functioneel zijn voor het uitoefenen van het koningschap.
Te denken valt aan de stichting Kroongoederen van het Huis Oranje-Nassau, waarin bijvoorbeeld de Gouden Koets is ondergebracht, en de stichting Koninklijke Geschenken, die de geschenken beheert die aan de Koning zijn aangeboden bij bijvoorbeeld staatsbezoeken. Voor meer informatie over de stichtingen wordt verwezen naar de rubriek ‘Financiën Koninklijk Huis’ op www.koninklijkhuis.nl. In deze rubriek is informatie beschikbaar over diverse aan het Koninklijk Huis gerelateerde financiële onderwerpen, zoals de begroting van de Koning.