Base description which applies to whole site

IIA Staten-Generaal

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 278.502.000,-

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 17.158.000,-

A. ALGEMEEN

1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik u het jaarverslag van de begroting van de Staten-Generaal (IIA) over het jaar 2025 aan. Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E.Heerma

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten- Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Voor u ligt het jaarverslag 2025 van de Staten-Generaal.

Het jaarverslag 2025 is als volgt opgebouwd:

A. een algemeen deel met de dechargeverlening;

B. het beleidsverslag met de artikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf;

C. de jaarrekening met de verantwoordingsstaat, de saldibalans en de WNT-verantwoording 2025;

D. De bijlage toezichtrelaties ZBO's en RWT's.

Specificatie apparaatsuitgaven

De begroting van de Staten-Generaal heeft geen apart centraal apparaats-artikel. In de beleidsartikelen is bij de toelichting onder de tabel budgettaire gevolgen van beleid een uitsplitsing van de apparaatsuitgaven opgenomen.

Groeiparagraaf

Ten opzichte van het jaarverslag van vorig jaar zijn in dit jaarverslag geen wijzigingen te melden.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften. Voor de begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast.

Focusonderwerp

Het focusonderwerp voor de verantwoording 2025 heeft geen betrekking op het jaarverslag van de Staten-Generaal.

Beleidsverslag

Beleidsprioriteiten

Een college dient, conform de Comptabiliteitswet 2016, artikel 2.1 lid 7 betreffende een niet-departementale begroting, enkel haar taken en bedrijfsvoering weer te geven. Derhalve bevat de niet-departementale begroting – in vergelijking met departementale begrotingen waarbij wel een weergave van het beleid wordt opgenomen – geen beleidsprioriteiten. In aansluiting hierop worden geen beleidsprioriteiten opgenomen in het beleidsverslag.

Beleidsartikelen

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

A. Algemene doelstelling;

B. Rol en verantwoordelijkheid;

C. Beleidsconclusies;

D. Budgettaire gevolgen van beleid;

E. Toelichting op de financiële instrumenten.

Het niet-beleidsartikel is opgebouwd uit de tabel budgettaire gevolgen en de toelichting op de tabel.

Toelichting op de financiële instrumenten

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt een toelichting gegeven bij verschillen tussen de vastgestelde begroting 2025 en de realisatie 2025. Indien van toepassing wordt hierbij verwezen naar de eerste en tweede suppletoire begroting 2025. Het uitgangspunt is om daar de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrens (staffel) op basis van de Rijksbegrotingsvoorschriften

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Wetgeving en controle Eerste Kamer

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

3. Wetgeving en controle Tweede Kamer

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

Voor de Eerste Kamer en Tweede Kamer is een afzonderlijke bedrijfsvoeringsparagraaf opgenomen.

Jaarrekening

Verantwoordingsstaat

In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de Staten-Generaal.

Saldibalans

In de jaarrekening wordt de saldibalans opgenomen met de bijbehorende toelichting.

WNT-verantwoording

Het jaarverslag wordt afgesloten met de verantwoording van de Wet Normering Topinkomens (WNT) van de Staten-Generaal.

B. BELEIDSVERSLAG

Beleidsprioriteiten

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1. Wetgeving en controle Eerste Kamer

De Eerste Kamer vormt samen met de Tweede Kamer de Staten-Generaal. De voorzitter van de Eerste Kamer is ook de voorzitter van de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal, zoals de vergadering op Prinsjesdag waarin de koning de troonrede voorleest.

De kerntaken van de Eerste Kamer zijn het toetsen van voorgenomen wetgeving als medewetgever en het controleren van het regeringsbeleid. De Eerste Kamer heeft als doel goede wetgeving en controle tot stand brengen. Dit vertaalt zich in:

  • deugdelijke toetsing van de kwaliteit, de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van nationale en Europese ontwerpwet- en regelgeving;

  • adequate controle van het Nederlandse regeringsbeleid;

  • transparantie over de uitoefening van haar eigen taken en bevoegdheden en de uitvoering daarvan, en toereikende voorzieningen in een effectieve en efficiënte ondersteunende organisatie: de griffie;

  • De Eerste Kamer vormt de voorlaatste schakel in de keten van het wetgevingsproces. Na aanvaarding door de Eerste Kamer bekrachtigt het staatshoofd wet- en regelgeving.;

  • De controle op het regeringsbeleid gebeurt in interactie met de regering. De Eerste Kamer is betrokken bij de voorbereiding van zowel nationale als Europese wetgevings- en beleidsvoorstellen.

De bevoegdheden van de Eerste en Tweede Kamer op Europees terrein zijn dezelfde als op nationaal terrein. De Eerste Kamer

  • voert onder andere overleg met de regering over de regeringsinzet bij de voorbereiding van Europese wetgeving;

  • participeert in het kader van internationale samenwerking en parlementaire diplomatie in parlementaire assemblees van internationale organisaties;

  • onderhoudt contacten met parlementen en regeringen van andere Europese lidstaten.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4, lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Het beleid van de Eerste Kamer is in 2025 niet gewijzigd.

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1. Wetgeving en controle Eerste Kamer (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

20.837

20.432

22.204

26.224

29.662

25.634

4.028

         
 

Uitgaven

21.904

21.178

22.595

25.531

28.599

25.634

2.965

         

1.0

Wetgeving en controle Eerste Kamer

21.904

21.178

22.595

25.531

28.599

25.634

2.965

 

Institutionele inrichting

17.081

15.701

16.942

19.548

21.998

19.828

2.170

 

Apparaat Eerste Kamer

17.081

15.701

16.942

19.548

21.998

19.828

2.170

 

Personele uitgaven

4.661

4.910

5.137

5.495

5.761

5.327

434

 

Vergoedingen voorzitter/leden Eerste Kamer

4.661

4.910

5.137

5.495

5.761

5.327

434

 

Materiële uitgaven

162

567

516

488

840

479

361

 

Verenigde vergadering

162

567

516

488

840

479

361

         
 

Ontvangsten

151

342

262

135

270

140

130

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Apparaat Eerste Kamer

Naast de uitgaven voor de ondersteuning van de Eerste Kamer, huisvesting en overige bedrijfsvoeringskosten, zijn de middelen ingezet voor de regeling ondersteuningsbudget fracties. Daarnaast is gestart met de implementatie van het nieuwe parlementaire systeem (€ 1,6 mln.). Totale kosten artikel apparaat (€ 22 mln.).

Personele uitgaven

Vergoeding voorzitter/leden Eerste Kamer

De vergoedingen aan de voorzitter en leden van de Eerste Kamer zijn volgens beleid en wetgeving vergoed (€ 5,8 mln.).

Materiële uitgaven

Verenigde Vergadering

In 2025 heeft de Verenigde Vergadering ter gelegenheid van de opening van het parlementaire jaar op Prinsjesdag voor de vierde keer plaatsgevonden in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Dit vanwege de renovatie van het Binnenhof en in plaats van de gebruikelijke locatie in de Ridderzaal. De organisatie van Prinsjesdag is bekostigd door de Eerste Kamer (€ 0,5 mln.).

Daarnaast is in het teken van 80 jaar vrijheid een bijzondere Verenigde Vergadering gehouden in de Grote Kerk (€ 0,3 mln.). Hiervoor is bij Najaarsnota budget toegekend.

Tabel 3 Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2025

Totaal apparaat

28.599

waarvan personeel

9.434

Eigen personeel

8.346

Externe inhuur

999

Overig personeel

89

  

waarvan materieel

12.564

waarvan overig (leden EK)

5.761

waarvan overig (Prinsjesdag)

840

Ontvangsten

In 2025 is € 0,3 mln. aan ontvangsten gegenereerd. De ontvangsten betreffen de afwikkeling van voorschotten die verstrekt zijn aan de fracties voor hun ondersteuning over 2024.

3.2 Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer

Onder dit artikel worden rechtspositionele uitgaven aan leden en oud-leden van de Tweede Kamer, alsmede hun nagelaten betrekkingen, geschaard.

De Tweede Kamer draagt ingevolge de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers zorg voor de uitgaven ten behoeve van:

  • de schadeloosstelling van de leden van de Tweede Kamer;

  • de reis- en overige kostenvergoedingen van de leden van de Tweede Kamer;

  • de wachtgelden van oud-leden van de Tweede Kamer;

  • de pensioenen van oud-leden van de Tweede Kamer en hun nabestaanden;

Tabel 4 Aantal deelgerechtigden pensioenen en wachtgelden oud-leden
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Pensioenen oud-leden

432

451

448

470

471

477

Wachtgelden oud-leden

14

58

48

103

118

155

Totaal

446

509

496

573

589

632

Tabel 5 Gemiddelde uitgaven per Kamerzetel (x 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Schadeloosstelling

24.393

23.515

25.054

26.461

28.390

29.544

Gemiddeld per lid Tweede Kamer

163

157

167

176

189

197

Pensioenen en wachtgelden

9.468

11.918

10.275

12.372

15.899

14.745

Totaal

33.861

35.433

35.329

38.833

44.289

44.289

Gemiddeld per lid Tweede Kamer

226

236

236

259

295

 

Schadeloosstelling leden Europarlement

0

0

0

0

0

0

Gemiddeld per lid Europees Parlement

0

0

0

0

0

0

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in de Comptabiliteitswet 2016 (artikel 4.4, lid 4) afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor wat betreft de uitvoering en de beoogde resultaten deden zich geen bijzonderheden voor.

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

34.885

36.903

41.088

48.514

44.582

43.423

1.159

         
 

Uitgaven

35.434

35.329

38.833

44.289

44.289

43.423

866

         

2.0

Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer

35.434

35.329

38.833

44.289

44.289

43.423

866

 

Institutionele inrichting

23.516

25.054

26.461

28.390

29.544

27.551

1.993

 

Schadeloosstelling

23.516

25.054

26.461

28.390

29.544

27.551

1.993

 

Personele uitgaven

11.918

10.275

12.372

15.899

14.745

15.872

‒ 1.127

 

Pensioenen en wachtgelden

11.918

10.275

12.372

15.899

14.745

15.872

‒ 1.127

         
 

Ontvangsten

46

43

48

58

104

86

18

         

Uitgaven

Institutionele inrichting

Schadeloosstelling

De uitgaven aan schadeloosstelling zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen. Dit heeft te maken met de toevoeging van middelen bij de eerste en september suppletoire begrotingen. De uitgaven zijn ten opzichte van de tweede suppletoire begroting lager uitgevallen.

Personele uitgaven

Pensioenen en wachtgelden

Ten opzichte van 2024 is het aantal politieke pensioenen licht gestegen van 471 naar 477 eind 2025. Het aantal wachtgeldgerechtigden is gestegen van 118 naar 155 eind 2025 als gevolg van de verkiezingen van 29 oktober.

De uitgaven van wachtgelden zijn lager ten opzichte van de begroting. Het budget voor de wachtgeldregeling was minder sterk aangesproken door voormalige Kamerleden. Bij eerste suppletoire begroting is hiermee rekening gehouden en is de begroting naar beneden bijgesteld. De realisatie van de pensioenen sluit nagenoeg aan bij de begroting.

Tabel 7 Pensioenen en wachtgelden (x 1.000)
 

Uitgaven 2024

Uitgaven 2025

Verschil

Pensioenen

7.299

8.179

880

Wachtgelden

5.882

5.534

‒ 348

Outplacement

1.952

289

‒ 1.663

Uitvoeringskosten

766

743

‒ 23

Totaal

15.899

14.745

‒ 1.154

Ontvangsten

De ontvangsten hebben betrekking op de verrekening van neveninkomsten van de leden.

3.3 Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer

Volksvertegenwoordiging

Als volksvertegenwoordiging heeft de Tweede Kamer twee hoofdtaken: controle van de regering en (mede)wetgeving. Deze taken vloeien voort uit de artikelen 50 (vertegenwoordiging van het gehele Nederlandse volk), 65 tot en met 72 (werkwijze), 81 tot en met 87 (wetten en andere voorschriften), 105 (begrotingen), 137 en 138 (grondwetgeving) van de grondwet en enkele andere (grond)wetsartikelen.

De ambtelijke diensten

Het ondersteunen van het constitutioneel proces. Dit doen de ambtelijke diensten door middel van het bieden van een politiek neutrale, adequate en innovatieve ondersteuning van de Kamerleden in alle facetten van hun werk als volksvertegenwoordiger. De politieke prioriteiten, zoals door de Kamer bepaald, zijn daarbij leidend.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4, lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Werkwijze Tweede Kamer

Medio 2024 is de werkgroep ‘Voor een Kamer die Werkt’ ingesteld naar aanleiding van de motie-Kamminga c.s. (Kamerstuk 35 867 nr. 10). Deze motie verzocht het Presidium een werkgroep in te stellen die inzichtelijk maakt wat de stand van zaken is met betrekking tot de aanbevelingen van een vijftal bij naam genoemde en andere relevante rapporten die sinds het rapport ‘Versterking functies Tweede Kamer’ zijn verschenen. Het doel was een integraal beeld te krijgen van de opvolging en samenhang, en indachtig de aanbevelingen en lessen uit dit rapport om tot aanbevelingen te komen hoe de werkwijze van de Kamer verder versterkt kan worden versterkt. Deze werkgroep, onder voorzitterschap van het lid Kamminga, bracht in april 2025 verslag uit en deed een aantal nadere aanbevelingen op het terrein van medewetgeving, controle, vertegenwoordiging, informatievoorziening en de werkwijze van de Kamer (Bijlage bij Kamerstuk 36673, nr. 4). Het eindverslag is op 20 mei 2025 behandeld door de commissie voor de Werkwijze. 

De commissie voor de Werkwijze heeft besloten om een groot deel van de aanbevelingen uit het eindverslag door te geleiden aan de vaste commissies, een deel aan de Kamer als geheel voor te leggen en een deel zal aan het Presidium worden doorgeleid. Daarnaast heeft het lid Grinwis (ChristenUnie) tijdens de behandeling van de Raming aanvullend hierop een motie (Kamerstuk 36714, nr. 16.) ingediend (aangenomen) over het overnemen van de aanbevelingen uit het eindrapport van deze werkgroep.

Medewetgevende taken en controlerende

De tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing is in november 2024 ingesteld voor de duur van de parlementaire periode met primair een adviserende rol (het signaleren van en adviseren over de grondrechtelijke en constitutionele aspecten van regelgevende voorstellen ten behoeve van de verdere behandeling door de vaste Kamercommissies en de Kamer) en secundair een informerende en aanjagende rol (het vergroten van de aandacht voor en kennis van grondrechten en constitutionele aspecten in de Kamer). De tijdelijke commissie heeft in het kader van haar primaire rol in ruim een half jaar tijd 10 adviezen opgesteld en haar werkwijze in de praktijk verder uitgewerkt. Daarnaast had de tijdelijke commissie een aantal zaken en activiteiten uitgewerkt in het kader van haar secundaire rol, maar vanwege de val van het kabinet en dus het eerdere einde van de parlementaire periode zijn deze uiteindelijk niet tot uitvoering gebracht. Op 24 september 2025 bracht de tijdelijke commissie verslag uit van haar werkzaamheden. Het Presidium deed daarbij een voorstel aan de nieuwe Kamer om de termijn van de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing te verlengen, zodat meer ervaring kon worden opgedaan met deze nieuwe werkwijze. Op 12 november 2025 nam de Kamer dit advies over en werd de tijdelijke commissie opnieuw ingesteld voor de komende parlementaire periode. De tijdelijke commissie zal weer één keer per twee weken vergaderen en is begonnen op 4 december 2025. De tijdelijke commissie bestaat nu uit tien Kamerleden: Faber (PVV), Sneller (D66), Ellian (VVD), Bushoff (GroenLinks-PvdA), Tijs van den Brink (CDA), Van Meijeren (FVD), Ergin (DENK), Diederik van Dijk (SGP), Bikker (ChristenUnie) en Teunissen (PvdD).  Zeven van de tien leden waren tijdens de eerste zittingsperiode van de tijdelijke commissie ook al lid van de commissie.

Onderzoeksinstrumenten Kamer

De werkgroep Voor een Kamer die Werkt presenteert in haar eindverslag (april 2025, ‘Voor een Kamer die Werkt’, bijlage van Kamerstuk 36 673, nr. 4) een reeks praktische aanbevelingen voor de Kamer, vaste commissies en individuele Kamerleden waarmee zij de effectiviteit van hun werk kunnen verbeteren en de positie van de Kamer als geheel kunnen versterken.

De parlementaire enquêtecommissie Corona werkt sinds februari 2024 en kent een looptijd tot december 2026. Op 28 mei 2025 verscheen een brief van het Presidium over een voortgangsbericht van de parlementaire enquêtecommissie Corona inzake de stand van zaken van het onderzoek van de enquêtecommissie. De enquête ligt qua planning op schema. Afgelopen periode hebben de besloten voorgesprekken plaatsgevonden. De parlementaire enquête is het zwaarste onderzoeksinstrument van de Tweede Kamer. Het Presidium vindt het van groot belang dat dit instrument op een effectieve manier wordt ingezet. Met enige regelmaat laat het Presidium zich door de ambtelijke ondersteuning informeren over de voortgang van het enquêteproces.

De commissie Infrastructuur en Waterstaat heeft een parlementaire verkenning uitgevoerd naar de technische mogelijkheden, de tarieven en mogelijke effecten van een systeem van betalen naar gebruik voor automobilisten.  De werkgroep Voor een Kamer die Werkt heeft in haar eindverslag geconcludeerd dat de ervaringen met de parlementaire verkenning positief zijn en dat het instrument in een behoefte lijkt te voorzien. De werkgroep doet een aantal aanbevelingen om te leren van ervaringen, bijvoorbeeld door te zorgen voor een brede voorbereidingsgroep uit de commissie, te spreken met hogere ambtenaren, een openbaar rapport te publiceren en na afloop een evaluatie uit te voeren.

Sociale veiligheid

Het conceptprogramma sociale veiligheid werd op 8 december 2025 definitief vastgesteld door de Directie en wordt doorgeleid naar de Ondernemingsraad (OR) voor advisering. Gedurende 2025 zijn de volgende onderdelen gerealiseerd op de pijlers cultuur, structuur en systemen volgens het onderzoeksrapport «Kracht zonder tegenkracht» door de Universiteit van Utrecht.

Cultuur

Een interactieve lezingenreeks sociale veiligheid is structureel ingericht, met een jaarplanning waarbij ook fracties deelnemen. Ook is gewerkt aan leiderschapsontwikkeling en is een aantal lezingen hierover gegeven.

Ook zijn maatwerktrainingen aan teams aangeboden om de verantwoordelijkheid binnen diensten te versterken. Daarnaast is een pilot intervisie gestart voor teamleiders, gericht op professionele uitwisseling rond sociale veiligheid. Tot slot is de omstanderinterventietraining opnieuw opgepakt.

Structuur

Het aantal externe vertrouwenspersonen is uitgebreid van één naar drie. Het 1-loket voor vragen, meldingen en klachten is succesvol ingericht en laat een stijgende lijn in meldingen zien. Een communicatiestrategie is in ontwikkeling met als kernboodschap «sociale veiligheid is geen ‘soft issue’, maar keihard noodzaak voor een sterke, weerbare en prettige organisatie en werkomgeving». 

Systeem

Binnen het programma sociale veiligheid is de ambtelijk-politieke dialoog en een mogelijke gedragscode verkend in overleg met Kamerleden, fracties en ambtelijke staf, conform Kracht zonder tegenkracht, met aansluiting bij de Eerste Kamer en andere Europese parlementen. Dit in aansluiting op de aangenomen motie Grinwis (Kamerstuk 36714, nr. 15).

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

172.136

153.654

177.257

216.408

204.984

196.021

8.963

         
 

Uitgaven

153.833

157.556

174.909

199.874

203.170

196.021

7.149

         

3.0

Wetgeving en controle Tweede Kamer

153.833

157.556

174.909

199.874

203.170

196.021

7.149

 

Institutionele inrichting

105.869

108.161

122.630

138.488

145.517

141.244

4.273

 

Apparaat Tweede Kamer

105.253

107.876

122.123

138.080

145.277

139.866

5.411

 

Onderzoeksbudget

616

285

507

408

240

1.378

‒ 1.138

 

Materiële uitgaven

47.964

49.395

52.279

61.386

57.653

54.777

2.876

 

Drukwerk

1.251

830

1.898

1.562

1.808

2.209

‒ 401

 

Fractiekosten

43.303

42.936

44.344

54.987

49.809

46.868

2.941

 

Uitzending leden

54

262

354

330

435

532

‒ 97

 

Parlementaire enquêtes

1.223

3.170

3.320

2.048

3.035

2.700

335

 

Bijdrage ProDemos

2.133

2.197

2.363

2.459

2.566

2.468

98

         
 

Ontvangsten

6.105

11.746

9.492

8.575

16.784

3.639

13.145

         

Overzicht van risicoregelingen

Tabel 9 Overzicht garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2024

Verleend 2025

Vervallen 2025

Uitstaande garanties 2025

Garantie- plafond

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening

3

Fractiekosten

5.452

 

51

5.401

0

5.401

0

Eind 2024 was sprake van een bedrag van € 5,45 mln. aan uitstaande garanties. In 2025 is een bedrag van € 50.900 aan garanties tot betaling gekomen. Het totaal aan uitstaande garanties aan de fracties per 31-12-2025 heeft een omvang van € 5,4 mln.

Uitgaven

Tabel 10 Specificatie apparaatsuitgaven artikel 3 (bedragen x € 1.000)
 

2025

Totaal apparaat

145.277

waarvan personeel

77.962

Eigen personeel

77.162

(Ambtelijke) Detacheringen

800

  

Externe inhuur

13.054

Overig personele kosten (vorming & opleiding)

1.307

  

waarvan materieel

52.954

Institutionele inrichting

Apparaat Tweede Kamer

De vastgestelde begroting 2025 bedroeg € 140 mln. Bij de eerste suppletoire begroting 2025 is extra budget toegevoegd. Het totaal bedrag dat aan de begroting is toegevoegd is per saldo € 16 mln. Hiervan is € 10,5 mln. als extra aanvulling voor de ondersteuning van de Tweede Kamer toegekend, voor het uitvoeren van moties, uitwerking Hoofdlijnen Akkoord, integrale veiligheid, bedrijfsvoering en projecten. Daarnaast is de begroting nog opgehoogd met € 7,2 mln. als gevolg van loon- en prijsontwikkeling en eindejaarsmarge. Tot slot is er nog een kasschuif van € 1,5 mln. geweest van 2025 naar 2026 met betrekking tot inrichting van werkplekken. De stand na de tweede suppletoire begroting 2025 bedroeg € 156 mln. Er is € 10,8 mln. niet besteed, grotendeels heeft dit te maken met vertraging op verschillende projecten en aanbestedingstrajecten.

Externe inhuur (Roemernorm)

In de motie-Roemer (Kamerstukken II 2009/10, 32360, nr. 5) worden de uitgaven binnen het Rijk aan niet-formatief personeel begrensd op 10% van de gezamenlijke uitgaven op alle artikelen voor formatief en niet-formatief personeel. Daarbij is aangegeven dat de norm van 10% het karakter heeft van «comply-or-explain» en dan ook gezien wordt als richtinggevend en niet als afdwingbaar.

In 2025 is € 13 mln. uitgegeven aan niet-formatief personeel. De totale personele uitgaven over 2025 bedragen € 93,5 mln. Dit leidt tot een percentage externe inhuur van 13,97% (2024: 16,5%).

Ondanks de daling van het aandeel externe inhuur, is de externe inhuur in 2025 nog steeds hoger dan de norm, vanwege een nog steeds krappe arbeidsmarkt, met name voor specialistische functies waar de juiste kennis moeilijk te vinden is (informatiebeveiliging, IT kennis). Hierdoor zijn vacatures lastig in te vullen.

Tabel 11 Roemernorm (bedragen x € 1.000)

Uitgaven aan formatief personeel

79.306

Uitgaven aan detacheringen

1.094

Uitgaven aan niet-formatief personeel

13.054

Totaal (A)

93.454

Niet-formatief personeel (B)

13.054

Roemernorm (B als % van A)

14,0%

Onderzoeksbudget

Dit betreft de uitgaven aan kennisactiviteiten van de Kamercommissies. Commissies programmeren deze activiteiten op basis van de kennisagenda die ze jaarlijks op-/bijstellen. De kennisagenda is het afgelopen jaar maar deels uitgevoerd. Dit komt voornamelijk door de val van het kabinet in juni begin en de wisseling van de Kamer begin november. Hierdoor is de Kamer minder dan gebruikelijk in de gelegenheid om bestaande, net geformuleerde kennisthema’s af te ronden en nieuwe kennisthema’s te formuleren. De oorspronkelijke begroting bedroeg € 1,4 mln., deze is bij de tweede suppletoire begroting 2025 naar beneden bijgesteld tot € 0,7 mln. Ten opzichte van de laatste stand resteert € 0,5 mln.

Materiële uitgaven

Drukwerk

Op dit artikel worden de uitgaven voor de publicatie van de handelingen en officiële publicaties op www.overheid.nl. geboekt. De uitgaven in 2025 zijn lager dan begroot (€ 0,4 mln.), omdat het aantal geproduceerde pagina’s bij het SDU (Staatsdrukkerij en Uitgeverij) lager zijn uitgevallen. Bij tweede suppletoire begroting is hiermee rekening gehouden en is de begroting naar beneden bijgesteld.

Fractiekosten

De realisatie van de fractiekosten in 2025 zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen met € 2,9 mln. Dit houdt verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling bij PM suppletoire begroting. De middelen zijn ingezet voor nabetalingen van fractiegelden als gevolg van CAO-wijzigingen en de impact van de Tweede Kamerverkiezingen.

Uitzending Leden

In 2025 hebben de verschillende commissies iets minder dan begroot gebruik gemaakt van de mogelijkheid om op werkbezoek te gaan aan het buitenland. Dit resulteert in een onderbenutting van € 0,1 mln.

Parlementaire enquêtes

De parlementaire enquêtecommissie Corona werkt sinds februari 2024 en kent een looptijd tot begin 2027. De uitgaven zijn in 2025 iets hoger dan begroot. De personeelskosten zijn als gevolg van CAO wijzigingen hoger uitgevallen.

Bijdrage aan ProDemos

De Tweede Kamer betaalt een bijdrage aan ProDemos voor de uitvoering van educatieve activiteiten. De uitgaven in 2025 zijn in lijn met de begroting.

Ontvangsten

De totale ontvangsten zijn € 13,2 mln. hoger uitgevallen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. In de financiële verantwoording over 2024 hebben meerdere fracties het maximale plafond van hun egalisatiereserve van € 5 mln. bereikt. Het daardoor ontstane overschot aan fractiegelden, is in 2025 terugbetaald aan de Tweede Kamer. Daarnaast zijn er diverse ontvangsten van UWV ontvangen. Dit tezamen heeft geleid tot een overschot op de ontvangsten. Bij tweede suppletoire begroting is hiermee rekening gehouden en is de begroting naar boven bijgesteld.

3.4 Artikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

Het onder dit artikel opgenomen budget ten behoeve van wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer betreft de kosten van interparlementaire activiteiten.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4, lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor wat betreft de uitvoering en de beoogde resultaten deden zich geen bijzonderheden voor.

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

891

1.031

1.380

1.418

3.151

1.661

1.490

         
 

Uitgaven

891

948

1.456

1.180

2.444

1.661

783

         

4.0

Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

891

948

1.456

1.180

2.444

1.661

783

 

Materiële uitgaven

891

948

1.456

1.180

2.444

1.661

783

 

Interparlementaire betrekkingen

891

948

1.456

1.180

2.444

1.661

783

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Uitgaven

Materiële uitgaven

Interparlementaire betrekkingen

De uitgaven voor interdepartementale betrekkingen zijn in 2025 € 0,8 mln. hoger uitgevallen dan de oorspronkelijke begroting. De Staten-Generaal organiseert in juli 2026 de jaarlijkse vergadering («Annual Session») in Nederland van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) Parlementaire Assemblee. Het betreft een vijfdaags vergadercongres voor ongeveer 700 deelnemers. De voorbereidingen hiervoor hebben in 2025 geleid tot hogere kosten. Bij eerste suppletoire begroting is hiermee rekening gehouden en is de begroting naar boven bijgesteld.

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 13 Budgettaire gevolgen artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

         

10.0

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

5. Bedrijfsvoeringsparagraaf

5.1 Bedrijfsvoeringsparagraaf Eerste Kamer

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage voor vier verplichte onderdelen

1. Rechtmatigheid

De geconstateerde onrechtmatigheden zijn beperkt en blijven binnen de vastgestelde grenzen.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

De Algemene Rekenkamer (AR) constateerde over 2025 geen onvolkomenheden met betrekking tot de bedrijfsvoering.

4. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

6. Fraude- en corruptierisico’s

Er zijn beperkt mogelijkheden tot fraude en corruptie.

De maatregelen die hiervoor o.a. worden getroffen zijn:

  • Uitvoering van het integriteitsbeleid met hierin aandacht voor het voorkomen van fraude en corruptie;

  • Voor financiële boekingen geldt minimaal het 4-ogen principe;

  • Er worden structureel controles uitgevoerd m.b.t. betalingen en het wijzigen van stamgegevens van crediteuren en debiteuren.

Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er zijn verdere verbeteringen doorgevoerd in de informatiebeveiliging.

5.2 Bedrijfsvoeringsparagraaf Tweede Kamer

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage voor vier verplichte onderdelen

1. Rechtmatigheid

Er zijn geen overschrijdingen van de rapporteringstoleranties geconstateerd.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

In 2025 heeft de Tweede Kamer verder geïnvesteerd in het verbeteren van het financieel beheer. Zo heeft de Tweede Kamer de interne controle functie verbeterd. In 2025 is ook gestart met de implementatie van het multi compliancy framework (MCF). Dit is een tool die de interne controle functie ondersteunt in het uitvoeren van verschillende controles.

Uit het verantwoordingsproces 2024 zijn geen specifieke aandachtspunten naar voren gekomen waar de Tweede Kamer in kan verbeteren.

4. Misbruik en oneigenlijk gebruik

De Tweede Kamer heeft ten aanzien van IT-beheersmaatregelen, gericht op het financiële informatiesysteem, verdere stappen gezet in het mitigeren van de risico’s en worden verschillende controles uitgevoerd om het misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen.

5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Kunstbeheer

In overeenstemming met de procedure Kunstbeheer heeft de interne auditor een deelwaarneming op de kunstcollectie uitgevoerd. Deze audit betrof zowel de list-to-floor als de floor-to-list beoordeling. De audit heeft geen noemenswaardige bevindingen opgeleverd.

De Tweede Kamer heeft verder geïnvesteerd in zowel beleidsmatige als beheersmatige aspecten van het kunstbeheer. De Kunstcommissie (bestaande uit Kamerleden) heeft het collectieplan goedgekeurd en daarmee de definitie voor kunst vastgesteld. De Tweede Kamer was voornemens om in 2025 de kunstcollectie te taxeren en een nulmeting te houden. Mede door de verkiezingen en daarmee gepaarde verhuisbewegingen, waaronder de kunstcollectie, is dit niet gerealiseerd in 2025.

6. Fraude- en corruptierisico’s

In 2025 zijn er geen signalen geweest op het gebied van fraude en corruptie binnen de Tweede Kamer. De Tweede Kamer werkt conform het eigen frauderisicobeleid, hierin zijn verschillende maatregelen getroffen om de risico’s te mitigeren op gebied van fraude, zoals vierogen principes, functiescheidingen en ICT-beheersmaatregelen. Het voorkomen van fraude is en blijft een actueel thema voor de Tweede Kamer, zo is in 2025 een frauderisicoassessment gehouden binnen de HR processen.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Audit Committee

Het Audit Committee is in 2025 vier keer bijeengekomen (conform beoogde vergadercyclus) onder leiding van de Griffier. De samenstelling van het Audit Committee is voltallig en is aangevuld met externe leden. Ook participeren de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer in het Audit Committee.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

De Tweede Kamer heeft in 2025 een aanbesteding succesvol afgrond voor de verwerving van een nieuw financieel informatiesysteem (FIS). De aanbesteding is voor alle Hoge Colleges van Staat, waaronder de Tweede kamer, afgerond. Doel is om een toekomstbestendig financieel informatiesysteem voor de Hoge Colleges van Staat te realiseren.

C. JAARREKENING

6. Verantwoordingsstaat

Tabel 14 Verantwoordingsstaat 2025 van de Staten-Generaal (IIA) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

266.739

266.739

3.865

282.379

278.502

17.158

15.640

11.763

13.293

           
 

Beleidsartikelen

         

1

Wetgeving en controle Eerste Kamer

25.634

25.634

140

29.662

28.599

270

4.028

2.965

130

2

Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer

43.423

43.423

86

44.582

44.289

104

1.159

866

18

3

Wetgeving en controle Tweede Kamer

196.021

196.021

3.639

204.984

203.170

16.784

8.963

7.149

13.145

4

Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

1.661

1.661

0

3.151

2.444

0

1.490

783

0

           
 

Niet-beleidsartikelen

         

10

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

0

0

7. Saldibalans

Tabel 15 Saldibalans per 31 december 2025 van de Staten-Generaal (IIA) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2025

31-12-2024

  

Passiva

31-12-2025

 

31-12-2024

 
            

Intra-comptabele posten

    

Intra-comptabele posten

    

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

278.502

270.874

  

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

17.158

 

8.768

 

3)

Liquide middelen

2

2

        

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding1

0

0

  

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

255.392

 

256.397

 

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

0

  

5a)

Begrotingsreserves

0

 

0

 

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

247

314

  

7)

Schulden buiten begrotingsverband

6.201

 

6.025

 

8)

Kas-transverschillen

0

0

        
            

Subtotaal intra-comptabel

 

278.751

271.190

  

Subtotaal intra-comptabel

 

278.751

 

271.190

 
            

Extra-comptabele posten

     

Extra-comptabele posten

     

9)

Openstaande rechten

0

0

  

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

 

10)

Vorderingen

490

128

  

10a)

Tegenrekening vorderingen

490

 

128

 

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

  

11)

Schulden

0

 

0

 

12)

Voorschotten

68.977

75.333

  

12a)

Tegenrekening voorschotten

68.977

 

75.333

 

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

5.402

5.453

  

13)

Garantieverplichtingen

5.402

 

5.453

 

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

45.324

51.525

  

14)

Andere verplichtingen

45.324

 

51.525

 

15)

Deelnemingen

0

0

  

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

 
            

Subtotaal extra-comptabel

 

120.193

132.439

  

Subtotaal extra-comptabel

 

120.193

 

132.439

 
            

Totaal

 

398.944

403.629

  

Totaal

 

398.944

 

403.629

 
1

Rijkshoofdboekhouding

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS per 31 december 2025

Algemeen

Het intracomptabele deel van de saldibalans (financiële posten 1 t/m 13) bevat het resultaat van de financiële transacties in de departementale administratie die een directe relatie hebben met de kasstromen. Deze kasstromen worden via de rekening-courant met het ministerie van Financiën bijgehouden.

Het extracomptabele deel bevat het saldo van de overige rekeningen die met sluitrekeningen in evenwicht worden gehouden.

De cijfers in de saldibalans zijn vermeld in duizendtallen en afgerond naar boven. Hierdoor kunnen bij het subtotaal en het totaal afrondingsverschillen optreden.

De maandverantwoordingen van de kasbeherende diensten van de Eerste en Tweede Kamer zijn tot en met 31 december 2025 verwerkt in deze rapportage.

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2025 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders. Het totaalbedrag ad € 1.250,- is als volgt opgebouwd:

Tabel 16 Liquide middelen (bedragen in €)

Liquide middelen

Saldo

a) Eerste Kamer

1.250

b) Tweede Kamer

0

Totaal

1.250

Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de Rekening‑courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) wordt de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet. De volgende Rekening-courantverhouding is opgenomen in de balans:

Tabel 17 Overzicht Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)

Rekening-courant

Saldo

a) Rekening-courant FIN/RHB

255.391.817

  

Totaal

255.391.817

Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 18 Overzicht vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen x €)

Intra-comptabele vorderingen

Saldo

a) Vorderingen Kasbeheerders

 

Eerste Kamer

3.728

Tweede Kamer

243.216

  

Totaal

246.944

Ad a) Vorderingen kasbeheerders

Eerste Kamer

De vorderingen van de Eerste Kamer hebben betrekking op openstaande creditnota’s (€ 3.728).

Tweede Kamer

De vorderingen van de Tweede Kamer hebben betrekking op openstaande reisvoorschotten (€ 100.503), openstaande loonvoorschotten (€ 34.306), door te belasten facturen (€ 101.387) en kruisposten (€ 9.020).

Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 19 Overzicht schulden buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Intra-comptabele schulden

Saldo

a) Eerste Kamer

11.678

b) Tweede Kamer

6.188.928

Totaal

6.200.605

Eerste Kamer

De schulden van de Eerste Kamer bestaan uit lunchkosten voorzitter (€ 239) en intercompany schuld met het ministerie van BZK (€ 11.438).

Tweede Kamer

De schulden van de Tweede Kamer bestaan voornamelijk uit nog af te dragen loonheffingen (€ 5,0 mln.) en pensioenpremies (€ 1,1 mln.). De afwikkeling hiervan vind in januari 2026 plaats. Het overige openstaande bedrag bestaat uit kruisposten (€ 48.074) en verlegde btw (€ 52.360).

Ad 10. Vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening vorderingen

Het totaalbedrag is als volgt opgebouwd:

Tabel 20 Overzicht vorderingen (bedragen in €)

Type vordering

Saldo

a) Vorderingen Kasbeheerders

 

Eerste Kamer

0

Tweede Kamer

489.925

  

Totaal

489.925

Het saldo van de Tweede Kamer betreft debet nota´s.

Ad 12. Voorschotten

Ad 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2025 openstaande voorschotten en van de in 2025 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:

Tabel 21 Overzicht openstaande voorschotten per 31 december 2025 (bedragen in €)

Voorschotten openstaand

Saldo

Eerste Kamer

2.323.913

Tweede Kamer

66.652.136

  

Totaal

68.976.049

Ad a) Eerste Kamer

Het saldo openstaande voorschotten van de Eerste Kamer bestaat uit verstrekte voorschotten aan de fractie-ondersteuning van (€ 2,1 mln.), de uitvoeringskosten Algemene Pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (APPA) van oud voorzitters (€ 55.685) en openstaande voorschotten leveranciers (€ 97.077).

Ad b) Tweede Kamer

Het saldo van openstaande voorschotten van de Tweede Kamer bestaat uit verstrekte voorschotten aan fracties in 2024 (€ 49,8 mln.), de voorschotten aan ProDemos uit 2024 (€ 2,3 mln.) en de voorschotten aan PROambt advies ( € 14,6 mln.).

Tabel 22 Overzicht openstaande voorschotten Eerste Kamer naar ontstaansjaar (bedragen in €)

Ontstaansjaar

Stand 01-01-2025

verstrekt 2025

afgerekend 2025

stand 31-12-2025

2022

0,00

0,00

0,00

0,00

2023

37.495

0,00

37.494,62

0,00

2024

2.320.141

0,00

2.285.057

35.084

2025

0

2.517.037

228.208

2.288.829

Totaal

2.357.636

2.517.037

2.550.759

2.323.913

Tabel 23 Overzicht openstaande voorschotten Tweede Kamer naar ontstaansjaar (bedragen in €)

Ontstaansjaar

stand 01-01-2025

verstrekt 2025

afgerekend 2025

stand 31-12-2025

2022

0

0

0

0

2023

1.006.395

0

1.006.395

0

2024

71.968.522

246.800

72.215.322

0

2025

0

66.652.136

0

66.652.136

Totaal

72.974.916

66.898.936

73.221.716

66.652.136

Ad 13. Garantieverplichtingen

Ad 13a. Tegenrekening garantieverplichtingen

Tabel 24 Overzicht garantieverplichting (bedragen in €)
   

Verplichtingen per 1/1

5.452.127

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

0

+/+

 

5.452.127

 
   

Tot betaling gekomen in 2025

50.939

-/-

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit voorgaande jaren

0

-/-

   

Totaal

5.401.188

 

De garanties van de Tweede Kamer vloeien voort uit het gestelde in de regeling «Tegemoetkoming in de kosten van de fracties».

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

Tabel 25 Overzicht openstaande verplichtingen BiBBV (bedragen in €)
   

Verplichtingen per 1/1

51.527.528

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

282.379.000

+/+

 

333.906.528

 

Tot betaling gekomen in 2025

278.451.061

-/-

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

10.131.322

-/-

   

Totaal

45.324.145

 

8. WNT-verantwoording 2025 Staten-Generaal

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigings­maximum bedraagt in 2025 € 246.000.

Tabel 26 Bezoldiging van topfunctionarissen

Naam instelling

Naam topfunctionaris

Functie (s) (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum aanvang functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum einde functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender - mnd; > 12 kalender - mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn(+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (tussen haakjes bedrag 2024)

Motivering en bedrag(indien overschrijding)

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Dhr. R. Nehmelman

Griffier (Griffier)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1(1)

nee

219.595 (213.058)

23.311 (23.427)

242.906 (236.485)

246.000 (233.000)

 

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Dhr. P. Oskam

Griffier (Griffier)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

194.894 (189.129)

23.193 (24.096)

218.087 (213.225)

246.000 (233.000)

 

Er zijn geen functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijk bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2025 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT moeten worden gerapporteerd.

Licence