Base description which applies to whole site

IIB Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 202.254.000,-

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 11.930.000,-

A. ALGEMEEN

1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik u het jaarverslag van het de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) over het jaar 2025 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E.Heerma

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt het jaarverslag 2025 van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Het jaarverslag 2025 is als volgt opgebouwd:

A. een algemeen deel met de dechargeverlening;

B. het beleidsverslag met de artikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf;

C. de jaarrekening met de verantwoordingsstaat, de saldibalans en de WNT-verantwoording 2025;

D. De bijlage toezichtrelaties ZBO's en RWT's.

Specificatie apparaatsuitgaven

De begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad heeft geen apart centraal apparaatsartikel. In de beleidsartikelen is bij de toelichting onder de tabel budgettaire gevolgen van beleid een uitsplitsing van de apparaatsuitgaven opgenomen.

Groeiparagraaf

Ten opzichte van het jaarverslag van vorig jaar zijn in dit jaarverslag geen wijzigingen te melden.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften. Voor de begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast.

Focusonderwerp

Het focusonderwerp voor de verantwoording 2025 heeft geen betrekking op het jaarverslag van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Beleidsverslag

Beleidsprioriteiten

Een Hoog College van Staat dient, conform de Comptabiliteitswet 2016, artikel 2.1 lid 7 betreffende een niet-departementale begroting, enkel haar taken en bedrijfsvoering weer te geven. Derhalve bevat de niet-departementale begroting – in vergelijking met departementale begrotingen waarbij wel een weergave van het beleid wordt opgenomen – geen beleidsprioriteiten. In aansluiting hierop worden geen beleidsprioriteiten opgenomen in het jaarverslag.

Beleidsartikelen

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

A. Algemene doelstelling;

B. Rol en verantwoordelijkheid;

C. Beleidsconclusies;

D. Budgettaire gevolgen van beleid;

E. Toelichting op de financiële instrumenten.

Het niet-beleidsartikel is opgebouwd uit de tabel budgettaire gevolgen en de toelichting op de tabel.

Toelichting op de financiële instrumenten

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt een toelichting gegeven bij verschillen tussen de vastgestelde begroting 2025 en de realisatie 2025. Indien van toepassing wordt er verwezen naar de eerste en tweede suppletoire begroting 2025. Het uitgangspunt is om daar de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrens (staffel) op basis van de Rijksbegrotingsvoorschriften

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Raad van State

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2. Algemene Rekenkamer

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

3. De Nationale ombudsman

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

4. Kanselarij der Nederlandse Orden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

6. Kabinet Gouverneur van Aruba

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

7. Kabinet Gouverneur van Curaçao

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

8. Kabinet Gouverneur van Sint Maarten

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

9. Kiesraad

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

10. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

Voor de overige Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad is een afzonderlijke bedrijfsvoeringsparagraaf opgenomen.

Jaarrekening

Verantwoordingsstaat

In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Saldibalans

In de jaarrekening wordt de saldibalans opgenomen met de bijbehorende toelichting.

WNT-verantwoording

De paragraaf voor de jaarrekening wordt afgesloten met de verantwoording van de Wet normering topinkomens (WNT) van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

De bijlagen

In het jaarverslag voor de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad is de bijlage Toezichtrelaties zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en rechtspersonen met een wettelijke Taak (RWT’s) opgenomen.

B. BELEIDSVERSLAG

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1. Raad van State

Als adviseur voor wetgever en bestuur en als hoogste algemene bestuursrechter bijdragen aan behoud en versterking van de democratische rechtsstaat en daarbinnen aan de eenheid, legitimiteit en kwaliteit van het openbaar bestuur in brede zin, alsmede aan de rechtsbescherming van de burger.

De Grondwet en de Wet op de Raad van State vormen het wettelijk kader, waarbinnen de Raad van State zijn taken verricht. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vormt de grondslag voor zijn werkzaamheden als Raad van State van het Koninkrijk.

De Afdeling advisering van de Raad van State is belast met het onafhankelijk toezicht op de naleving van de (Europese) begrotingsregels, als bedoeld in het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB) en artikel 5 van Verordening (EU) 473/2013. De Afdeling advisering is krachtens de artikelen 5 en 7 van de Klimaatwet belast met de toetsing van het klimaatbeleid van de regering. Zij adviseert over de jaarlijkse Klimaatnota en het vijfjaarlijks Klimaatplan.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

De Afdeling advisering

De taak van de Afdeling advisering is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen adviesaanvragen. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid zijn daarbij belangrijke kernbegrippen. In de onderstaande tabel zijn de realisaties voor de jaren 2022 ‒ 2025 weergegeven. Voor het jaar 2025 is een vergelijking gemaakt tussen ontwerpbegroting en de realisatie (afgedaan).

Tabel 2 Instroom en afhandeling van adviesaanvragen
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2022

2023

2024

2025

2025

Ingekomen

396

342

330

344

400

Afgedaan

377

349

351

312

400

De Afdeling bestuursrechtspraak

De taak van de Afdeling Bestuursrechtspraak is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen zaken. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid, bruikbare rechtsvorming en individuele rechtsbescherming zijn daarbij belangrijke aspecten. De Afdeling bestuursrechtspraak bestaat uit drie kamers: de Algemene kamer, de Vreemdelingenkamer en de Omgevingskamer. In de onderstaande tabel is de realisatie van de afhandeling van zaken door de Afdeling bestuursrechtspraak weergegeven. De gemiddelde doorlooptijden van alle afdoeningen (hoofdzaken en Voorlopige Voorzieningen) zijn weergegeven.

Tabel 3 Doorlooptijden in weken
 

Norm doorlooptijd

Realisatie 2025 gemiddelde doorlooptijd

Realisatie 2024 gemiddelde doorlooptijd

Omgevingskamer

52

62

52

Algemene kamer

40

56

54

Vreemdelingenkamer

23

17

19

Tabel 4 Instroom en afhandeling van zaken van de Afdeling bestuursrechtspraak (hoofdzaken en voorlopige voorzieningen)
 

Afgedaan

Ingekomen

Vastgestelde begroting

 

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Omgevingskamer

2.242

2.262

2.507

2.489

2.388

2.800

Algemene kamer

1.333

1.599

1.806

2.459

2.329

2.100

Vreemdelingenkamer

5.084

5.450

6.210

5.934

5.992

6.441

Totaal bestuursrechtspraak

8.659

9.311

10.523

10.882

10.709

11.341

De in de begroting opgenomen instroomverwachtingen van de Omgevingskamer en de Algemene kamer zijn gebaseerd op meerjarige ervaringsgegevens. De prognoses van de instroom en de uitstroom van de Vreemdelingenkamer zijn gebaseerd op de Meerjarige Productie Prognose (MPP) die in het overleg van de partners in de vreemdelingenketen wordt vastgesteld. De instroom van zaken binnen de Vreemdelingenkamer is grotendeels de uitkomst van de instroom, doorstroom en uitstroom bij de genoemde ketenpartners. Voor 2025 was de instroom geraamd conform MPP 2024-2. De Afdeling bestuursrechtspraak is na de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de rechtbanken de laatste schakel in de vreemdelingenketen. De verwerking van de budgettaire gevolgen van deze actualisatie vindt plaats bij gelegenheid van de suppletoire begrotingen. In 2025 was het aanbod aan nieuwe zaken 10.690. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in 2025 10.882 zaken afgedaan. De gemiddelde doorlooptijd van alle afgedane zaken in 2025 is 36 weken. De stijging van de gemiddelde doorlooptijd ten opzichte van 2024 is het gevolg van de stijgende moeilijkheidsgraad van de zaken en een groot tekort aan juristen binnen de directie Bestuursrechtspraak. De verwachting die vanaf het jaarverslag 2022 is uitgesproken, namelijk dat er rekening moest worden gehouden met een te beperkte afdoeningscapaciteit en daardoor oplopende doorlooptijden, is helaas ook dit jaar uitgekomen.

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1. Raad van State (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

74.126

75.528

83.372

87.392

100.625

89.537

11.088

         
 

Uitgaven

73.037

76.467

85.301

90.083

94.386

89.537

4.849

         

1.0

Raad van State

73.037

76.467

85.301

90.083

94.386

89.537

4.849

 

Institutionele inrichting

73.037

76.467

85.301

90.083

94.386

89.537

4.849

 

Advisering

7.204

6.978

7.189

7.909

8.086

7.876

210

 

Bestuursrechtspraak

31.500

32.724

36.140

39.160

42.548

42.478

70

 

Raad van State gemeenschappelijke diensten

34.333

36.765

41.972

43.014

43.752

39.183

4.569

         
 

Ontvangsten

1.286

1.699

1.486

1.720

1.993

1.950

43

         
Tabel 6 Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2025

Totaal apparaat

94.386

waarvan personeel

79.027

Eigen personeel

70.437

Externe inhuur

5.972

Overig personeel

2.618

  

waarvan materieel

15.359

Het bedrag van de aangegane verplichtingen is € 11,1 mln. hoger dan bij de vastgestelde begroting werd geraamd. Bij de eerste suppletoire begroting is € 6,5 mln. toegevoegd, dit betreft de gevolgen van een normtijdenonderzoek en de eindejaarsmarge. Bij de september suppletoire begroting is € 3,9 mln. toegevoegd, dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstellng tranche 2025. Ter compensatie van negatieve bijstelling van verplichtingen uit het verleden is bij de tweede suppletoire begroting het verplichtingenbudget opgehoogd met € 6,5 mln. Het uiteindelijke resultaat is een overschot van € 5,92 mln.

Uitgaven

Institutionele inrichting

Advisering

Bij gelegenheid van de september suppletoire begroting is het bedrag van de loon- en prijscompensatie aan de raming toegevoegd. De gerealiseerde uitgaven zijn als gevolg van enkele vacatures die in 2025 niet zijn vervuld of later ingevuld zijn dan verwacht circa € 0,2 mln. lager dan begroot.

Bestuursrechtspraak

Bij gelegenheid van de eerste suppletoire begroting is naar aanleiding van een normtijdenonderzoek € 5,7 mln. toegevoegd. Bij de september suppletoire is het bedrag van de loon- en prijscompensatie aan de raming toegevoegd. Daarnaast heeft er een reallocatie van Bestuursrechtspraak (€ 2,1 mln.) naar Raad van State gemeenschappelijke diensten plaats gevonden. De gerealiseerde uitgaven zijn als gevolg van vacatures die in 2024 niet zijn vervuld circa € 4,5 mln. lager dan begroot.

Gemeenschappelijke diensten

Bij gelegenheid van de eerste suppletoire begroting is de eindejaarsmarge aan de raming toegevoegd. Bij de september suppletoire is het bedrag voor de loon- en prijscompensatie aan de raming toegevoegd en zijn er middelen overgeheveld van Bestuursrechtspraak naar Gemeenschappelijke diensten. De uitgaven voor onder andere informatievoorziening en ICT bleken in 2025 uiteindelijk € 0,2 mln. hoger dan geraamd.

Ontvangsten

De ontvangsten uit met name griffierechten zijn iets hoger dan de raming.

3.2 Artikel 2. Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer is belast met het onderzoek van de ontvangsten en uitgaven van het Rijk. Zij heeft als doel het rechtmatig, doelmatig, doeltreffend en integer functioneren van het Rijk en de daarmee verbonden organen te toetsen en te helpen verbeteren. Daarbij toetst zij ook de nakoming van verplichtingen die Nederland in internationaal verband is aangegaan.

De wettelijke taak van de Algemene Rekenkamer als Hoog College van Staat is vastgelegd in artikel 76 en artikel 105.3 van de Grondwet en in de Comptabiliteitswet 2016.

Hierin ligt de basis van de wettelijke opdracht om jaarlijks de rechtmatigheid te onderzoeken van het financieel beheer van het Rijk en een goedkeurende verklaring te geven bij de Rijksrekening. Daarnaast bevat het wettelijk kader de opdracht om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gevoerde beleid te onderzoeken. De taken van de Algemene Rekenkamer vereisen dat zij een grondwettelijk geborgde, onafhankelijke positie heeft ten opzichte van de regering en het parlement. Behalve een degelijke wettelijke basis, vraagt dat om een bestendige financiële basis, die de ruimte om in onafhankelijkheid keuzes te kunnen maken ondersteunt.

De Algemene Rekenkamer dient geen ander belang dan het goed en integer functioneren en presteren van het openbaar bestuur. De Algemene Rekenkamer laat op onpartijdige wijze zien hoe de rijksoverheid, inclusief de daaraan verbonden organen, in de praktijk functioneert en presteert. Zij laat bovendien zien welke verbeteringen mogelijk zijn, ongeacht de samenstelling van het parlement en het kabinet. Daarmee wil zij ook een bijdrage leveren aan het vertrouwen van burgers dat de overheid zorgvuldig, zuinig en zinnig omgaat met publiek geld.

De Algemene Rekenkamer voorziet de regering, de Staten-Generaal en degenen die verantwoordelijk zijn voor de aan het Rijk verbonden organen van bruikbare en relevante informatie. Aan de hand daarvan kunnen deze bepalen of het beleid van een minister rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is uitgevoerd. Deze informatie bestaat uit onderzoeksbevindingen, oordelen en aanbevelingen over organisatie, beheer en beleid. Zij is in principe voor het publiek toegankelijk. De Algemene Rekenkamer bepaalt zelf welke informatie zij openbaar maakt en welke rapporten zij publiceert. Op de website van de Algemene Rekenkamer staat de actuele onderzoeksagenda.

Daarnaast rekent zij het tot haar verantwoordelijkheden om een bijdrage te leveren aan internationale vakkundigheid en governance op het gebied van Supreme Audit Institutions, o.a. door kennisuitwisseling en samenwerking in binnen- en buitenland. Hoofdstuk 7 van de Comptabiliteitswet 2016 verschaft een wettelijke basis voor het uitvoeren van internationale werkzaamheden die aansluiten bij de wettelijke taken van de Algemene Rekenkamer.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Strategie

Eind 2024 heeft de Algemene Rekenkamer besloten om haar strategie «Vertrouwen in Verantwoording» te verlengen tot 2028. Vanuit het project PulsAR is gewerkt aan het aanscherpen en concretiseren van de strategische prioriteiten van de Algemene Rekenkamer:

  • We zijn de onafhankelijke controleur van publiek geld;

  • We zijn scherp op resultaten voor burgers en bedrijven;

  • We willen eraan bijdragen dat de (rijks)overheid beter presteert en functioneert.

Wij geven ook vaker een oordeel over de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Bovendien krijgen IT en databeheer een steeds prominentere plek in onze onderzoeken. Daarvoor maken wij steeds meer gebruik van nieuwe methoden en technieken van onderzoek.

Strategische programmering

De afgelopen jaren heeft de Algemene Rekenkamer een aantal onderwerpen en thema’s aangewezen die centraal staan in de onderzoeksprogrammering. Hierbij gaat het om de thema’s veiligheid, gezondheid, klimaat & milieu en digitalisering. Het programma Energietransitie is in 2025 afgerond. Het onderzoeksprogramma Digitalisering loopt door in 2026 en wordt dan geëvalueerd.

Resultaten

Wij hebben resultaten geboekt met de voor 2025 in de begroting van de Rekenkamer gestelde doelen. Zo heeft de Algemene Rekenkamer in 2025 in totaal 61 publicaties opgeleverd.

  • Financial audits (verantwoordingsonderzoek (21);

  • Performance audits (14);

  • Overige audits (26).

Onze onderzoeksrapporten, brieven aan de Tweede Kamer en de jaarlijkse Verslagen publiceren we op www.rekenkamer.nl. Daar zijn ook diverse webdossiers te vinden.

In 2025 zijn minder publicaties verschenen (61) dan in 2024 (70). Dit komt vooral omdat in het verantwoordingsonderzoek een aantal publicaties zijn samengevoegd. Verder zijn in verband met de verkiezingen voor de Tweede Kamer (29 oktober 2025) enkele publicaties doorgeschoven naar 2026.

Naast onze publicaties hebben we ook andere activiteiten verricht die bijdragen aan een beter presterende overheid. Zo vergroten we onder meer de impact van onze onderzoeken door interviews te geven en artikelen in de media te publiceren. Door samen te werken met de Vereniging van Rekenkamers vergroten wij de impact en bekendheid van zowel de Algemene Rekenkamer, als de rekenkamers bij gemeenten, provincies en waterschappen.

Controlebestel

Vorig jaar rapporteerde de Algemene Rekenkamer dat een scenario waarin de certificerende taak van de Auditdienst Rijk (ADR) wordt overgebracht naar de Algemene Rekenkamer, het meest conform de internationale standaard van onafhankelijke controle op publiek geld is: het snelst, meest doelmatig, toekomstbestendig en onafhankelijk.

Namens de Eerste Kamer is in november 2025 een brief aan de minister van Financiën gestuurd over het controlebestel. Hierin wordt gevraagd om een schriftelijke verkenning van de governance-en transitiestappen die noodzakelijk zijn voor de integratie van de financiële audit in de Algemene Rekenkamer. Het rapport van de Commissie Slootweg dient daarbij als uitgangspunt. De Tweede Kamer heeft in vervolg hierop de minister van Financiën gevraagd in overleg met de Algemene Rekenkamer een transitieplan uit te werken, met inachtneming van de aandachtspunten aangedragen door de Eerste Kamer. Voor de brieven van de Algemene Rekenkamer over dit onderwerp verwijzen we naar onze website.

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 2. Algemene Rekenkamer (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

34.640

39.956

41.139

46.484

51.468

48.868

2.600

         
 

Uitgaven

34.035

37.601

41.875

47.053

49.559

48.868

691

         

2.0

Algemene Rekenkamer

34.035

37.601

41.875

47.053

49.559

48.868

691

 

Institutionele inrichting

34.035

37.601

41.875

47.053

49.559

48.868

691

 

Recht- en doelmatigheidsbevordering

34.035

37.601

41.875

47.053

49.559

48.868

691

         
 

Ontvangsten

1.240

1.092

1.709

1.679

1.585

1.017

568

         
Tabel 8 Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2025

Totaal apparaat

49.559

waarvan personeel

41.029

Eigen personeel

37.792

Externe inhuur

3.237

Overig personeel

 
  

waarvan materieel

8.530

ICT

4.300

Bijdrage aan SSO's

1.648

Overig materieel

2.582

Uitgaven

Institutionele inrichting

Recht- en doelmatigheidsbevordering

Zoals is aangegeven in budgettaire tabel bedroeg de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2025 voor de verplichtingen € 48,9 mln. Er zijn in 2025 meer verplichtingen aangegaan als gevolg van de loon- en prijsontwikkeling en door meerjarige verplichtingen voor nieuwe ICT-, inhuur en leasecontracten.

De oorspronkelijke uitgavenbegroting 2025 bedroeg € 48,9 mln. Bij de eerste en tweede suppletoire begroting 2025 is extra budget toegevoegd in verband met onder andere de loon- en prijsontwikkeling en de ambtelijke ondersteuning van de dialoog tussen de staatsmachten. De stand na de tweede suppletoire begroting 2025 bedroeg € 49,8 mln. Het financiële resultaat ten opzichte van de tweede suppletoire begroting bedraagt afgerond € 0,2 mln.

Ontvangsten

De ontvangstenbegroting voor 2025 bedroeg € 1 mln. De gerealiseerde ontvangsten waren afgerond € 1,6 mln., en hebben betrekking op internationale projecten en uitdetacheringen.

3.3 Artikel 3. De Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman komt in beeld als burgers er niet in slagen om er uit te komen met de overheid. Als het misgaat tussen de burger en de overheid, kan de ombudsman tussenbeide komen, bemiddelen of een onderzoek instellen. Ook kan de ombudsman op eigen initiatief structurele problemen aandacht geven.

In het werk van de Nationale ombudsman staat de vraag centraal of burgers behoorlijk behandeld worden door de overheid. Handelt de overheid eerlijk, communiceert zij begripvol met burgers en is er voldoende oog voor de menselijke maat?

Enerzijds helpt de Nationale ombudsman burgers als het misgaat tussen hen en de overheid:

  • Door burgers de weg te wijzen naar het juiste loket;

  • Door ze te ondersteunen met adviezen en tools;

  • Door op een effectieve manier onderzoek te doen.

Anderzijds wil de Nationale ombudsman overheden uitdagen anders te kijken naar diensten, processen en innovaties. Daarom kijken we naar wat de overheid doet. Denken we na over manieren waarop het anders en beter kan. Om overheden hier vervolgens op aan te spreken en ze te vragen om zaken te verbeteren en zich meer te verplaatsen in de burger.

De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman hebben tot doel te bevorderen dat de rechten van respectievelijk jeugdigen en veteranen worden geëerbiedigd door bestuursorganen en door privaatrechtelijke organisaties. De Kinderombudsman en de Veteranenombudsman zijn onderdeel van de Nationale ombudsman.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Naast het op weg helpen van de burger en het behandelen van individuele klachten speelt de Nationale ombudsman ook een cruciale rol in het signaleren en agenderen van structurele problemen en het verbeteren van de dienstverlening door de overheid. Dit doet hij met een breed scala aan activiteiten. De Nationale ombudsman doet regelmatig onderzoek naar structurele knelpunten tussen burger en overheid en adviseert de overheid over de aanpak hiervan. Zo luidde de Nationale ombudsman in 2025 samen met de Kinderombudsman de noodklok over de menswaardigheid van de opvang van Oekraïense kinderen, vroeg hij aandacht voor de gevolgen van de wetsvoorstellen Asielnoodmaatregelwet en Wet invoering tweestatusstelsel voor de samenleving en sloeg hij alarm over de gebrekkige postbezorging door de overheid.

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3. De Nationale ombudsman (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

23.666

29.717

25.291

30.904

31.836

28.985

2.851

         
 

Uitgaven

23.099

26.988

25.954

30.903

31.721

28.985

2.736

         

3.0

De Nationale ombudsman

23.099

26.988

25.954

30.903

31.721

28.985

2.736

 

Institutionele inrichting

20.009

23.240

21.872

26.656

27.176

26.462

714

 

Taakuitoefening Nationale Ombudsman

20.009

23.240

21.872

26.656

27.176

26.462

714

 

Materiële uitgaven

3.090

3.748

4.082

4.247

4.545

2.523

2.022

 

Taakuitoefening medeoverheden

3.090

3.748

4.082

4.247

4.545

2.523

2.022

         
 

Ontvangsten

2.791

2.952

3.790

4.118

3.764

2.539

1.225

         
Tabel 10 Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2025

Totaal apparaat

31.721

waarvan personeel

26.707

Eigen personeel

23.546

Externe inhuur

1.660

Overig personeel

1.501

  

waarvan materieel

5.014

Uitgaven

Institutionele inrichting

Taakuitoefening Nationale ombudsman

Dit betreft de uitgaven voor klachtbehandeling door de Nationale ombudsman waaronder ook het werk op eigen initiatief. Daarnaast betreft dit ook uitgaven voor de uitvoering van taken van de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman. De uitgaven op dit instrument bedragen circa € 31,7 mln.

Het budget voor dit instrument was bij de begroting circa € 26,4 mln. Gedurende het jaar is in totaal circa € 1,5 mln. aan de begroting toegevoegd.

De Nationale ombudsman helpt burgers als het misgaat tussen hen en de overheid en zet zich ervoor in dat het burgerperspectief geborgd is in alles wat de overheid in Europees en Caribisch Nederland doet. De Nationale ombudsman helpt de burger verder op weg, en fungeert als vraagbaak voor ambtenaren, medewerkers van uitvoeringsinstanties, intermediairs en andere professionals, zodat zij burgers met een hulpvraag beter kunnen helpen. De Nationale ombudsman behandelt verder klachten over de overheid, door het plegen van interventies, het schrijven van rapporten, het doen van aanbevelingen en het bemiddelen in conflictsituaties.

De Kinderombudsman zet zich in voor een samenleving waarin het welzijn en de ontwikkeling van alle kinderen in Europees en Caribisch Nederland centraal staat. Dat doet de Kinderombudsman door te bevorderen dat alle kinderrechten, zoals vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind en andere verdragen in Nederland, worden nageleefd en de stem van jeugdigen wordt gehoord en zij ruimte en invloed krijgen bij beslissingen die hen raken. De Kinderombudsman draagt hieraan bij door gevraagd en ongevraagd advies te geven aan de regering en het parlement over wetgeving en beleid dat de rechten van jeugdigen raakt en geeft voorlichting over de rechten van jeugdigen. Daarnaast doet de Kinderombudsman onderzoek naar de naleving van kinderrechten, naar aanleiding van individuele klachten of uit eigen beweging. De Kinderombudsman betrekt jeugdigen bij haar activiteiten, om zo de problematiek vanuit hun mening, belangen en belevingswereld zichtbaar te maken. In 2025 publiceerde de Kinderombudsman onder andere een onderzoek over kinderen in armoede in de afgelopen tien jaar, vroeg aandacht voor het welzijn van kinderen uit vlogfamilies en riep het op tot verbetering van de situatie van kinderen in de asielopvang. De Kinderombudsman houdt ook toezicht op de wijze waarop klachten van jeugdigen of hun wettelijke vertegenwoordigers door de daartoe bevoegde instanties worden behandeld.

De Veteranenombudsman zet zich ervoor in dat het perspectief van veteranen, (voormalig) militairen en hun relaties geborgd is in alles wat de overheid doet. Dat doet de Veteranenombudsman door vragen, signalen en klachten van veteranen over de overheid of organisaties die taken uitvoeren voor veteranen te behandelen. Ook is de Veteranenombudsman een vraagbaak voor ambtenaren, medewerkers van uitvoeringsinstanties, intermediairs en andere professionals, opdat zij veteranen, (voormalig) militairen en hun relaties met een hulpvraag beter kunnen helpen. Daarnaast adviseert hij gevraagd én ongevraagd de regering en Tweede Kamer over de uitvoering van de Veteranenwet en over beleid dat een behoorlijke behandeling van veteranen raakt. Bij structurele aandachtspunten doet de Veteranenombudsman onderzoek uit eigen beweging en monitort wat er is gedaan met eerdere rapporten en aanbevelingen. In 2025 publiceerde de Veteranenombudsman een vervolgonderzoek naar de behandeling van letselschadeclaims van veteranen.

De ombudsmannen en de medewerkers wachten niet tot mensen aankloppen met een klacht, maar gaan actief in gesprek met burgers, jeugdigen, veteranen, overheden en andere instanties. Dat doen ze tijdens de halfjaarlijkse provincietour, maar ook door regelmatig in gesprek te gaan met (overheids-) instanties, initiatieven te bezoeken en bij structurele problemen ook ter plaatse op werkbezoek te gaan en door met bestuurders te spreken. Een belangrijke manier van proactief werken is het uitvoeren van onderzoek uit eigen beweging naar structurele knelpunten. Aanleiding voor een onderzoek uit eigen beweging kan zijn dat de ombudsman over een bepaald onderwerp vele klachten ontvangt, of signalen en actualiteiten vanuit de samenleving. Vaak is het een combinatie van beide. De organisatie stelt hiervoor een Ombudsagenda op. Deze agenda bestaat uit thema's die nauw aansluiten bij actualiteiten in de samenleving en de duizenden klachten en signalen die de organisatie jaarlijks ontvangt over de relatie tussen burgers en overheid. De Ombudsagenda vormt daarmee een strategisch kompas voor het werk van de ombudsman.

Materiële uitgaven

Taakuitoefening medeoverheden

Naast de provincies, de waterschappen en bijna alle gemeenschappelijke regelingen is 83 % van de 342 (stand per 1 januari 2025) gemeenten aangesloten bij de Nationale ombudsman voor hun klachtbehandeling. Mede door deze hoge dekkingsgraad fungeert de Nationale ombudsman als kenniscentrum voor klachtbehandeling door medeoverheden.

Op dit artikelonderdeel worden alle uitgaven van de klachtbehandeling voor de medeoverheden zichtbaar.

Het budget op dit instrument was bij de begroting circa € 2,5 mln. Gedurende het jaar is circa € 1,1 mln. aan de begroting toegevoegd. De desaldering betreft de jaarlijkse indexatie op de tarieven die gesteld worden voor de medeoverheden. De middelen worden tevens ingezet voor de taakuitoefening medeoverheden van de Nationale ombudsman. De totale uitgaven op dit artikelonderdeel bedragen circa € 4,5 mln.

In het jaarverslag van de Nationale ombudsman over 2025 wordt ingegaan op alle activiteiten van zowel de Nationale ombudsman, de Kinderombudsman als de Veteranenombudsman.

Ontvangsten

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de activiteiten van de Nationale ombudsman in opdracht van provincies, waterschappen en gemeenten. Door de jaarlijkse aanpassing van de bedragen genoemd in het Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006 is ca. € 1,1 mln. aan de begroting toegevoegd.

3.4 Artikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden

De Kanselarij der Nederlandse Orden (KNO) is bij Koninklijk Besluit (KB) van 3 juni 1844 ingesteld. De Kanselarij der Nederlandse Orden is de organisatie die:

  • het Kapittel der Militaire Willems-Orde en het Kapittel voor de Civiele Orden faciliteert en ambtelijk ondersteunt in hun advisering over de voorstellen tot decoratieverlening;

  • zorg draagt voor het beheer van de versierselen van de onderscheidingen en voor de correcte verzending ervan aan de betrokken gemeenten;

  • zorgt dat door het Koninkrijk der Nederlanden koninklijk onderscheiden personen in registers worden opgenomen.

Kapittel der Militaire Willems-Orde

Het Kapittel der Militaire Willems-Orde doet onderzoek naar en adviseert de minister van Defensie over de voordrachten voor benoeming of bevordering in of ontslag uit de Orde. Daarnaast houdt het registers aan voor elk der vier klassen van ridders alsmede de aantekening van verlening van het ordeteken aan onderdelen van de krijgsmacht.

Kapittel voor de Civiele Orden

Het Kapittel voor de Civiele Orden beoordeelt de voordrachten voor een Koninklijke onderscheiding in de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau. Tevens beoordeelt het voordrachten voor de Erepenning Menslievend Hulpbetoon. Uit de beoordeling volgt een advies aan de minister die het aangaat. Daarnaast geeft het Kapittel voorlichting over de werking van het decoratiestelsel.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Er zijn in 2025 geen bijzonderheden te melden.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 4. Kanselarij der Nederlandse Orden (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

5.571

4.880

5.287

6.139

5.943

6.193

‒ 250

         
 

Uitgaven

5.337

5.264

5.703

5.518

5.766

6.193

‒ 427

         

4.0

Kanselarij der Nederlandse Orden

5.337

5.264

5.703

5.518

5.766

6.193

‒ 427

 

Institutionele inrichting

3.668

3.476

3.562

3.861

3.892

4.320

‒ 428

 

Apparaat

3.668

3.476

3.562

3.861

3.892

4.320

‒ 428

 

Materiële uitgaven

1.669

1.788

2.141

1.657

1.874

1.873

1

 

Decoraties

1.669

1.788

2.141

1.657

1.874

1.868

6

 

Riddertoelagen

0

0

0

0

0

5

‒ 5

         
 

Ontvangsten

390

352

346

386

378

199

179

         
Tabel 12 Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2025

Totaal apparaat

3.892

waarvan personeel

2.581

Eigen personeel

2.192

Externe inhuur

389

Overig personeel

0

  

waarvan materieel

1.311

ICT

355

Bijdrage aan SSO's

354

Overig

602

Uitgaven

Institutionele inrichting

Apparaat

Het budget op apparaat was bij de begroting circa € 4,3 mln. Gedurende het jaar is circa € 0,3 mln. aan de begroting toegevoegd. Dit betreft de eindejaarsmarge en de LPO (Loon- en prijsontwikkeling). De onderuitputting van circa € 0,7 mln. heeft o.a. te maken met een spreiding van de planning van een project voor het professionaliseren van de crisismanagementorganisatie bij de Kanselarij der Nederlandse Orden. Daarnaast is er bij het project om papieren archieven over te dragen meer tijd nodig om een zorgvuldige overdracht te realiseren. Ook zijn er gedurende het jaar vacatures ontstaan waardoor het enige tijd heeft gekost om die op te vullen.

Materiële uitgaven

Decoraties

De uitgaven voor decoraties hebben betrekking op ingekochte versierselen en toebehoren (zoals verpakkingen en oorkondes). In 2025 is er in het kader van een Europese aanbesteding voor het vervaardigen van verpakkingscassettes voor Koninklijke onderscheidingen een marktconsultatie uitgevoerd.

Riddertoelagen

Aan de in leven zijnde Ridders Militaire Willems-Orde, de weduwen/weduwnaars van de Ridders Militaire Willems-Orde of de minderjarige kinderen van Ridders Militaire Willems-Orde wordt van rechtswege een jaarlijkse riddertoelage uitgekeerd. Daar er nog maar weinig weduwen/weduwnaars in leven zijn, wordt er minder uitgekeerd dan voorheen.

Ontvangsten

Er zijn in 2025 meer borgsommen ontvangen voor het voor onbepaalde tijd in bruikleen houden van Koninklijke onderscheidingen door gedecoreerden of erven van gedecoreerden dan was begroot. Dit heeft onder andere te maken met gestegen goud- en zilverprijzen.

3.5 Artikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba heeft tot taak het ondersteunen van de Gouverneur van Aruba in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van Aruba en in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk. Gezien deze ondersteunende rol zijn de taken van het Kabinet een afgeleide van de taken en bevoegdheden van de Gouverneur, die voornamelijk zijn geregeld in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Aruba en het Reglement voor de Gouverneur van Aruba. Het kabinet heeft ook tot taak het behandelen van consulaire aangelegenheden aangezien de gouverneur tevens bevoegdheden heeft in het kader van de verkrijging van het Nederlanderschap en de verstrekking van paspoorten en visa aan personen die woonachtig zijn in Aruba.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Voor het handelen van de gouverneur als landsorgaan leggen de ministers van Aruba verantwoording af aan de Staten van Aruba. De gouverneur is als Koninkrijksorgaan verantwoordelijk aan de regering van het Koninkrijk.

De gouverneur onderhoudt contacten met de minister-president en overige Ministers van Aruba, de Staten, maatschappelijke organisaties en met ministers en andere bestuurders van de andere landen van het Koninkrijk. De gouverneur onderhoudt ook contacten met ambassadeurs van het Koninkrijk en van andere staten in de regio. De relaties met de Gouverneurs van Sint Maarten en Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Het kabinet onderhoudt contacten met andere organen van de overheid, zowel binnen als buiten het Koninkrijk. Bij de uitvoering van rijksregelgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten van Nederland.

Er zijn in 2025 geen beleidswijzigingen geweest.

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 6. Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

2.338

2.480

2.582

2.781

2.705

2.307

398

         
 

Uitgaven

2.338

2.480

2.582

2.781

2.687

2.307

380

         

6.0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

2.338

2.480

2.582

2.781

2.687

2.307

380

 

Institutionele inrichting

2.338

2.480

2.582

2.781

2.687

2.307

380

 

Kabinet Gouverneur Aruba

2.338

2.480

2.582

2.781

2.687

2.307

380

         
 

Ontvangsten

96

93

128

138

163

60

103

         
Tabel 14 Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2025

Totaal apparaat

2.687

waarvan personeel

2.020

Eigen personeel

1.858

Externe inhuur

5

Overig personeel

157

  

waarvan materieel

667

ICT

154

Overig materieel

513

Uitgaven

Institutionele inrichting

De vastgestelde begroting bedroeg in 2025 (€ 2,3 mln.). Hieraan werd bij de eerste suppletoire begroting € 0,6 mln. toegevoegd vanwege een prijsbijstelling en een verhoging vanwege hogere gebudgetteerde ontvangsten (€ 0,06 mln.). In de suppletoire begroting september is € 0,1 mln. toegevoegd, waarbij de begroting in 2025 uitkwam op € 3 mln. in 2025.

De realisatie is in 2025 € 2,7 mln. en daarmee blijft het Kabinet van de Gouverneur van Aruba binnen de toegekende begroting.

In voorliggende jaren heeft het Kabinet van de Gouverneur haar wens kenbaar gemaakt te willen verhuizen naar meer geschikte kantoorhuisvesting. In de Voorjaarsnota 2024 is dit opgenomen als reservering voor het Kabinet van de Gouverneur in 2026. Gezien het voornemen om te verhuizen wordt beperkt geïnvesteerd in het onderhoud van de gebouwen en dat is mede de oorzaak dat het Kabinet van de Gouverneur van Aruba binnen de begroting is gebleven.

De activiteiten van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba bestaan uit:

Ondersteunen van de Gouverneur

Het kabinet informeert de Gouverneur inzake politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen, doch vormt geen beleid. Het draagt tevens zorg voor de doorgeleiding aan de Gouverneur gerichte correspondentie en handelt deze af. Voorts bereidt het kabinet de binnen- en buitenlandse bezoeken van de Gouverneur voor en begeleidt deze hierin.

Landsbesluiten en landsverordeningen

De Gouverneur stelt alle landsregelgeving en landsbesluiten vast. Het kabinet staat de Gouverneur bij in de uitoefening van deze taak met het oog op de kwaliteit van de besluitvorming.

Uitvoeringstaken

Het kabinet zorgt namens de Gouverneur voor afkondigingen van rijkswetten en algemene maatregelen van bestuur. Ingevolge rijkswetten en verdragen is vastgesteld dat de Gouverneur is belast met de afgifte van paspoorten, nooddocumenten en visa en met de registratie, beoordeling en indien nodig van doorgeleiding van naturalisatieverzoeken. Het kabinet draagt hier namens de Gouverneur de zorg voor. Ook beoordeelt het kabinet aanvragen voor toestemming aan vreemde (militaire) schepen en vliegtuigen, die Aruba willen aandoen of de Arubaanse wateren respectievelijk het Arubaanse luchtruim wensen te doorkruisen.

Paspoortafgifte aan ingezetenen van Aruba

De Gouverneur heeft de afgifte van paspoorten aan ingezetenen van Aruba gemandateerd aan de Directie Bevolking (Censo) van Aruba, echter het kabinet heeft (namens de Gouverneur) de eindverantwoordelijkheid voor de afgifte van reisdocumenten.

Ontvangsten

De ontvangsten zijn in eerste instantie begroot op € 0,06 mln. en bij de eerste suppletoire structureel verhoogd naar € 0,1 mln. De realisatie is € 0,1 mln. door toegenomen vraag naar consulaire producten.

3.6 Artikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao is het optimaal ondersteunen van de gouverneur in de uitoefening van zijn taken in zijn beide hoedanigheden: als het hoofd van de regering van het land Curaçao en als orgaan van het Koninkrijk. De taken van het kabinet zijn afgeleid van de wettelijke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Gouverneur. De belangrijkste taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Curaçao zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Curaçao, verschillende (organieke) Curaçaose landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement van de Gouverneur van Curaçao.

Aan het feit dat de gouverneur het bevoegde orgaan is in de uitvoeringsregelingen van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur dienstverlenende, uitvoerende consulaire werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Er zijn geen beleidswijzigingen geweest.

Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 7. Kabinet van de Gouverneur van Curaçao (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

2.422

2.804

2.924

3.294

3.323

3.489

‒ 166

         
 

Uitgaven

2.422

2.804

2.924

3.294

3.323

3.489

‒ 166

         

7.0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

2.422

2.804

2.924

3.294

3.323

3.489

‒ 166

 

Institutionele inrichting

2.422

2.804

2.924

3.294

3.323

3.489

‒ 166

 

Kabinet Gouverneur Curaçao

2.422

2.804

2.924

3.294

3.323

3.489

‒ 166

         
 

Ontvangsten

142

147

246

99

249

200

49

         
Tabel 16 Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2025

Totaal apparaat

3.323

waarvan personeel

2.483

Eigen personeel

2.408

Externe inhuur

75

Overig personeel

0

waarvan materieel

840

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur Curaçao

Het project voor de installatie van de nieuwe HVAC-installatie in het Gouverneurshuis kon niet volledig worden afgerond vanwege vertragingen in de levering van materialen. Daarnaast heeft de doorbelasting van een deel van de loonkosten van uitgezonden personeel niet tijdig plaatsgevonden. De ICT-uitgaven waren ook dit jaar relatief hoog als gevolg van noodzakelijke verbeteringen in de ICT-infrastructuur. In verband met het aantreden van de nieuwe Gouverneur in november 2025 was er sprake van een stijging van de reis- en representatiekosten.

Ontvangsten

Het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao heeft behalve de ontvangsten uit consulaire producten, geen eigen inkomsten. De consulaire producten die een opbrengst (leges) genereren zijn naturalisaties en opties, nationale paspoorten, nooddocumenten en visa. Deze opbrengsten lagen in 2025 iets boven de geplande begroting van € 0,2 mln.

3.7 Artikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten is het ondersteunen van de gouverneur in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Koning als hoofd van de regering van het land Sint Maarten en als vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk.

De taken en bevoegdheden van de Gouverneur van Sint Maarten zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van Sint Maarten, verschillende (organieke) Sint Maartense landsverordeningen, Koninkrijkswetgeving en het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten.

Aan het feit dat de gouverneur bevoegd orgaan is tot uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Rijkswet Paspoortwet ontleent het Kabinet van de Gouverneur veel dienstverlenende, uitvoerende werkzaamheden. De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, evenals in een organisatie- en formatieplan.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

De bestuurlijke rol van de gouverneur zowel binnen Sint Maarten als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat door het kabinet ten behoeve van de Gouverneur op het gehele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden met de Staten van Sint Maarten, met ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Sint Maarten en Nederland. De relaties met de Gouverneurs van Aruba en van Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Met name bij de uitvoering van (rijks-)wetgeving werkt het kabinet samen met verschillende ministeries, agentschappen en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Binnen het land Sint Maarten heeft het kabinet intensief contact met de Staten, de Raad van Ministers, de Hoge Colleges van Staat en met overige landsdiensten. De Gouverneur van Sint Maarten heeft de procedure van de aanvraag en uitgifte van nationale paspoorten aan ingezetenen van Sint Maarten deels gemandateerd aan de landsdienst voor Burgerzaken (Census Office).

Er zijn in 2025 geen beleidswijzigingen geweest.

Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 8. Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

2.195

10.423

2.879

2.760

3.189

2.536

653

         
 

Uitgaven

2.195

10.423

2.879

2.760

3.189

2.536

653

         

8.0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

2.195

10.423

2.879

2.760

3.189

2.536

653

 

Institutionele inrichting

2.195

10.423

2.879

2.760

3.189

2.536

653

 

Kabinet Gouverneur Sint Maarten

2.195

10.423

2.879

2.760

3.189

2.536

653

         
 

Ontvangsten

114

86

231

92

214

75

139

         
Tabel 18 Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2025

Totaal apparaat

3.189

waarvan personeel

2.543

Eigen personeel

2.280

Externe inhuur

16

Overig personeel

247

  

waarvan materieel

646

ICT

316

Bijdrage aan SSO's

330

Uitgaven

Institutionele inrichting

Kabinet Gouverneur van Sint Maarten

Het jaar 2024 stond in het teken van de afronding en oplevering van de verbouwing en verhuizing die in 2022 is gestart. In 2025 zijn enkele gebreken in de constructie van het pand geconstateerd, waarvan een deel inmiddels is verholpen. Hierdoor zijn de huisvestingskosten hoger uitgevallen dan begroot. De geplande vervanging van een deel van het wagenpark van de Gouverneur (met een beoogde inkrimping van 20%) is niet gerealiseerd; de hiervoor gereserveerde middelen zijn deels aangewend voor reparaties aan de dakconstructie.

De representatiekosten zijn 30% hoger uitgevallen dan geraamd, voornamelijk als gevolg van het feestelijke symposium ter gelegenheid van het 15-jarig jubileum van Sint Maarten. De reiskosten, daarentegen, zijn lager uitgevallen dan verwacht, doordat de voorjaarsdienstreis van de Gouverneur en zijn gezelschap in 2026 niet in het najaar van 2025 is geboekt, zoals in voorgaande jaren gebruikelijk was. In de begroting van vorig jaar is reeds aangegeven dat wij inzetten op een veilige en duurzame werkomgeving voor onze medewerkers; de hiermee samenhangende (opleidings)kosten bleken hoger dan voorzien.

De vastgestelde begroting voor 2025 bedroeg € 2,5 mln. Na de eerste suppletoire begroting is dit aangepast naar € 3,3 mln., waarmee een correctie voor loon- en prijsbijstellingen is doorgevoerd. De gerealiseerde uitgaven bedragen € 3,1 mln.

In 2025 zijn onverwachte kosten gemaakt om de constructie van het kantoorpand op orde te brengen. Daarnaast is de vernieuwing van het wagenpark uitgesteld.

Ondersteunen van de Gouverneur

Het kabinet verzamelt informatie aangaande politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen en informeert de Gouverneur daarover. Het Kabinet is geen beleidsvormend orgaan. Het Kabinet voert de correspondentie namens de Gouverneur en begeleidt deze bij binnenlandse en buitenlandse bezoeken. Voorts behandelt en geleidt het Kabinet de aan de Gouverneur verrichte verzoekschriften door.

Bekrachtigen landsverordeningen en Landsbesluiten

De Gouverneur stelt alle landsregelgeving en landsbesluiten vast. Het Kabinet staat de Gouverneur bij in de uitoefening van deze taak met het oog op de kwaliteit van de besluitvorming.

Uitvoeringstaken

Het Kabinet draagt zorgt voor afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur. In diverse verdragen en rijkswetten is bepaald dat de Gouverneur belast is met de uitvoering daarvan. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de Paspoortwet, het Verdrag van Schengen en de Rijkswet op het Nederlanderschap. Zo geeft het Kabinet paspoorten, laissez-passers en visa uit, beoordeelt en besluit op optieverklaringen, registreert en geleidt naturalisatieverzoeken door en organiseert de naturalisatieceremonies. Ook behandelt het Kabinet aanvragen voor militaire bijstand van de landsregering en aanvragen voor toestemming van vreemde militaire schepen en militaire luchtvaartuigen die de Sint Maartense wateren respectievelijk het luchtruim willen bezoeken dan wel willen doorkruisen.

Paspoortuitgifte aan ingezetenen Sint Maarten

De Voortgangscommissie Sint Maarten heeft zich in haar rapporten opeenvolgend positief uitgelaten over de bereikte resultaten bij de Burgeradministratie. Dit heeft ertoe geleid dat de Gouverneur de uitgifte van paspoorten aan ingezeten van Sint Maarten met ingang van 10 oktober 2011 heeft gemandateerd aan het Hoofd van de Burgeradministratie. Tegelijkertijd blijft het op 10 oktober 2010 gesloten convenant, en het daarin opgenomen toezichtinstrument, onverkort van kracht. Op basis daarvan vindt, aan de hand van maandrapportages, maandelijks overleg plaats tussen het hoofd Burgeradministratie en de directeur van het Kabinet van de Gouverneur.

Ontvangsten

Het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten heeft ontvangsten uit consulaire producten, naturalisaties en opties, nationale paspoorten, nooddocumenten en visa.

3.8 Artikel 9. Kiesraad

De Kiesraad is de onafhankelijke autoriteit op het gebied van verkiezingen. De Kiesraad staat voor een eerlijk, transparant en controleerbaar verkiezingsproces.

De Kiesraad heeft de volgende wettelijke taken:

  • De Kiesraad is het centraal stembureau bij de verkiezingen van de Eerste en Tweede Kamer en van de Nederlandse leden van het Europees Parlement. Bij deze verkiezingen vervult de Kiesraad taken op het gebied van registratie, kandidaatstelling, uitslagvaststelling en benoemingen;

  • De Kiesraad geeft de regering en het parlement gevraagd en ongevraagd advies;

  • De Kiesraad bevordert de kwaliteit van de uitvoering van verkiezingen door gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van hun taken. Vanaf 2026 krijgt de Kiesraad ook een kwaliteitsbewakende rol;

  • De Kiesraad is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen, de betrouwbare werking en de beveiliging van de programmatuur die in de hele verkiezingsketen wordt gebruikt bij het berekenen en vaststellen van verkiezingsuitslagen. Het gebruik van deze programmatuur is verplicht voor gemeenten;

  • De Kiesraad beheert de Databank Verkiezingsuitslagen met (historische) verkiezingsuitslagen.

De Kiesraad heeft de volgende niet-wettelijke taken:

  • De Kiesraad ontwikkelt en beheert de verkiezingssoftware die gebruikt wordt voor de kandidaatstelling;

  • De Kiesraad biedt kennis en informatie over kiesrecht en verkiezingen;

  • De Kiesraad verstrekt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inlichtingen over kiesrechtelijke geschillen waarbij de Kiesraad niet zelf partij is.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4 lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.

Centraal stembureau bij Tweede Kamerverkiezing

Voor de verkiezing van de leden voor de Tweede Kamer op 29 oktober 2025 was de Kiesraad het centraal stembureau en voerde als zodanig taken uit op het terrein van registratie, kandidaatstelling en uitslagvaststelling.

Registratie aanduidingen

De Kiesraad registreerde 27 aanduidingen in het register voor de Tweede Kamerverkiezingen. Bij 23 van deze aanduidingen werd ook een logo geregistreerd. Daarnaast werd bij 6 reeds geregistreerde aanduidingen een (nieuw) logo geregistreerd. In totaal waren er voor de Tweede Kamerverkiezing 54 aanduidingen van politieke groeperingen geregistreerd.

In het register voor de verkiezingen van het Europees Parlement zijn 4 nieuwe aanduidingen geregistreerd. Bij 3 van deze aanduidingen is ook een logo geregistreerd. In het register voor de Eerste Kamerverkiezingen werden geen nieuwe aanduidingen geregistreerd.

Uit het register voor de Tweede Kamerverkiezingen zijn 26 aanduidingen geschrapt. Dit betrof aanduidingen waarvoor bij de Tweede Kamerverkiezing geen geldige kandidatenlijst is ingeleverd.

Kandidaatstelling

Bij de Kiesraad leverden 32 partijen kandidatenlijsten in. 16 partijen hadden herstelbare verzuimen. Niet al deze verzuimen zijn hersteld. In totaal zijn van 5 partijen de kandidatenlijsten ongeldig verklaard.

Uiteindelijk namen 27 politieke partijen deel aan de Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober 2025. Op de lijsten stonden in totaal 1.166 kandidaten.

18 partijen namen deel in alle 20 kieskringen. De overige 9 partijen namen deel in een aantal kieskringen.

Uitslagvaststelling

Na het doorlopen van alle controlestappen voor de procedure van uitslagvaststelling, stelde de Kiesraad op 7 november 2025 de officiële uitslag van de Tweede Kamerverkiezing vast.

Benoemingen

De Kiesraad benoemt nieuwe leden wanneer er vacatures ontstaan in de Eerste Kamer, de Tweede Kamer en het Europees Parlement.

In 2025 heeft de verkiezing voor de Tweede Kamer plaatsgevonden, waarna op basis van de verkiezingsuitslag kandidaten zijn benoemd. Dit betrof de benoeming van 150 leden. 2 leden zijn benoemd na het vaststellen van de verkiezingsuitslag, nadat 2 kandidaten hun benoeming tot lid niet wensten aan te nemen.

Naast reguliere benoemingen kan er ook tijdens de zittingsperiode een vacature ontstaan. De Kiesraad benoemt voor deze ontstane vacatures ook kandidaten. In 2025 werden 15 Tweede Kamerleden benoemd in een niet-reguliere benoeming, alle benoemingen betroffen benoemingen in tussentijdse vacatures.

In de Eerste Kamer vonden 6 benoemingen plaats. Dit waren alle tussentijdse vacatures. In het Europees Parlement benoemde de Kiesraad 1 lid in een tussentijdse vacature.

Aantal tussentijdse en tijdelijke benoemingen

Tabel 19 Aantal benoemingen in vacatures
 

2021

2022

2023

2024

2025

Tweede Kamer

15

26

24

21

15

Eerste Kamer

19

5

5

3

6

Europees Parlement

4

1

1

1

1

Totaal

38

32

30

25

22

Ondersteuning gemeenten

De Kiesraad heeft gemeenten ondersteund bij de organisatie van de Tweede Kamerverkiezing en in voorbereiding op de gemeenteraads-verkiezingen in maart 2026. De Kiesraad heeft een geheel nieuwe toolkit voor verkiezingen ontwikkeld met instructiematerialen en onderhoudt op verschillende manieren contact met de gemeenten. Ook zijn er materialen ontwikkeld die gemeenten beschikbaar kunnen stellen aan politieke groeperingen voor registratie en kandidaatstelling voor de gemeenteraadsverkiezingen.

De Kiesraad heeft een aantal nieuwe modellen vastgesteld in het kader van de Wet programmatuur verkiezingsuitslagen. Verder werkt de Kiesraad continu aan het verbeteren van de modellen en adviseert de minister van BZK hierover.

Informatiepunt Verkiezingen

Bij het Informatiepunt Verkiezingen kunnen gemeenten, politieke partijen, kiezers en anderen terecht met vragen over kiesrecht en verkiezingen. Met de verbreding van de taken van de Kiesraad krijgt het Informatiepunt meer vragen, over meer verschillende onderwerpen. Bijvoorbeeld over de software die wordt gebruikt bij verkiezingen. De meeste vragen kwamen van gemeenten en gingen over de organisatie van verkiezingen, zowel de gemeenteraadsverkiezingen als de Tweede Kamerverkiezing.

Adviezen

De Kiesraad heeft in 2025 een eerste advies uitgebracht over de mogelijkheden om de termijn te versnellen waarop een tussentijdse Tweede Kamerverkiezing kan worden georganiseerd. Ook heeft de Kiesraad geadviseerd over de evaluatie van de nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen (NPVV) en de Wet Stroomlijning verkiezingsproces. Daarnaast is een uitvoeringstoets gedaan voor de versterking van de kandidaatstellingsprocedure.

Beroepszaken

Partijen en kiezers konden bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in beroep gaan tegen zowel registratiebesluiten als het besluit over de vaststelling van de kandidatenlijsten voor de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober 2025 door de Kiesraad. Verschillende partijen en kiezers hebben dat gedaan. Al deze 10 beroepen zijn ongegrond of niet ontvankelijk verklaard.

Daarnaast was de Kiesraad als extern deskundige betrokken bij 4 andere beroepszaken. Hierbij verstrekte de Raad inlichtingen op verzoek van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Verkiezingssoftware

Bij de verkiezingen maken politieke partijen, gemeenten, hoofdstembureaus en centraal stembureaus gebruik van Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV 2020) voor de kandidaatstelling en de berekening van de uitslag. Deze is door de Kiesraad ter beschikking gesteld en volgens de wettelijke procedures getoetst.

De Kiesraad ontwikkelt momenteel nieuwe programmatuur voor de berekening van de uitslag van de verkiezingen en de zetelverdeling. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 zullen enkele gemeenten in een pilot gebruikmaken van de nieuwe software ter ondersteuning van de uitslagvaststelling: Abacus. In 2025 heeft AcICT onderzoek gedaan naar het project Abacus. De Kiesraad neemt de aanbevelingen van AcICT over en ziet deze als een aanmoediging om op een gedegen wijze het project goed af te kunnen ronden.

Afwikkeling ontbinding contract leverancier verkiezingssoftware

De Kiesraad heeft in april 2023 besloten om het contract met de leverancier van het digitaal hulpmiddel verkiezingen (DHV) te ontbinden. In 2025 vond de rechtszaak plaats omtrent de afhandeling van dit contract. Op 10 september 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan. De rechter oordeelde dat de Kiesraad het contract rechtmatig heeft ontbonden. De leverancier moet het vooruitbetaalde voorschot ad € 6,3 mln. terugbetalen. De Kiesraad heeft deze uitgaven in eerdere jaren opgevangen met een kasschuif en gaat het teruggevorderde bedrag inzetten om deze kasschuiven administratief af te sluiten.

Ontwikkeling naar verkiezingsautoriteit

Sinds 1 januari 2023 geldt de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen (NPVV) en sinds 1 augustus 2025 geldt de Wet programmatuur verkiezingsuitslagen (Wpv). De Kiesraad is nu verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen, de betrouwbare werking en de beveiliging van de programmatuur die in de hele verkiezingsketen wordt gebruikt bij het berekenen en vaststellen van verkiezingsuitslagen en de zetelverdeling. Gemeenten zijn verplicht om deze programmatuur te gebruiken.

De Wet kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces (Wkuv) is de laatste van drie wetten die de Kiesraad nieuwe taken en bevoegdheden geven. Deze treedt per 1 januari 2026 in werking en geeft de Kiesraad een kwaliteitsbevorderende rol en kwaliteitsbewakende bevoegdheden bij verkiezingen. De Kiesraad ondersteunt gemeenten bij de organisatie van verkiezingen, bewaakt de kwaliteit tijdens de verkiezingen en evalueert na afloop van de verkiezingen. Ook wordt de wettelijke adviestaak van de Kiesraad uitgebreid. De Kiesraad krijgt de bevoegdheid om breder over verkiezingen en het kiesrecht te adviseren dan alleen over uitvoeringstechnische aangelegenheden.

Met de inwerkingtreding van de Wkuv is de laatste wet van kracht, die samen met NPVV en WPV het kader vormt voor de verkiezingsautoriteit en haar omgeving.

In 2025 heeft de Kiesraad deze nieuwe taken en bevoegdheden deels uitgeoefend en zich hierop verder voorbereid. Zo is er een samenwerkingsplan vastgesteld, na brede afstemming met de partners en het ministerie. Onderdeel hiervan is hoe de Kiesraad invulling gaat geven aan zijn nieuwe taken op het gebied van kwaliteitsbewaking, waaronder monitoring en kwaliteitswaarneming.

ZBO-evaluatie

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een ZBO-evaluatie laten uitvoeren naar de Kiesraad over de jaren 2020-2024. De onderzoekers concluderen onder meer dat de Kiesraad zijn wettelijke taken met hoge zorgvuldigheid heeft uitgevoerd en daarmee aantoonbaar bijdroeg aan betrouwbare en transparante verkiezingen. Ook is er veel waardering voor de manier waarop de Kiesraad zich heeft voorbereid op zijn nieuwe taken en bevoegdheden en de interne organisatie professionaliseerde. Een aanbeveling uit het rapport is onder andere om monitoring en verantwoording beter te expliciteren in beleid. Hier zal de Kiesraad in 2026 mee aan de slag gaan.

Tabel 20 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 9. Kiesraad (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

4.772

25.354

5.318

10.852

12.984

9.102

3.882

         
 

Uitgaven

4.405

13.240

8.679

9.913

11.623

10.065

1.558

         

9.0

Kiesraad

4.405

13.240

8.679

9.913

11.623

10.065

1.558

 

Institutionele inrichting

4.405

13.240

8.679

9.913

11.623

10.065

1.558

 

Kiesraad

4.405

13.240

8.679

9.913

11.623

10.065

1.558

         
 

Ontvangsten

1

2

76

0

3.584

0

3.584

         
Tabel 21 Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2025

Totaal apparaat

11.623

waarvan personeel

8.062

Eigen personeel

4.873

Externe inhuur

2.304

Overig personeel

885

  

waarvan materieel

3.561

ICT

1.868

Bijdrage aan SSO's

1.325

Overig materieel

368

Uitgaven

Kiesraad

De vastgestelde begroting van de Kiesraad bedroeg in 2025 € 10,1 mln. Hieraan werd bij de eerste suppletoire begroting € 0,5 mln. toegevoegd door o.a. de loon prijsbijstelling en de eindejaarsmarge. Daarnaast werd in totaal € 2 mln. toegevoegd aan de begroting. Deze gelden zijn overgeboekt vanaf de begroting van het ministerie van BZK voor personele ondersteuning van de transitie van de Kiesraad naar verkiezingsautoriteit.

Het totale budget voor de Kiesraad in 2025 bedroeg € 12,6 mln. Van dit totale budget is € 11,6 mln. uitgegeven.

Ontvangsten

De Kiesraad is in september door de rechtbank Den Haag in het gelijk gesteld en heeft op de juiste gronden het contract met de leverancier van het digitaal hulpmiddel verkiezingen ontbonden. Onderdeel van de uitspraak is dat de leverancier reeds ontvangen vooruitbetalingen terug moet betalen aan de Kiesraad.

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 10. Nog onverdeeld

Tabel 22 Budgettaire gevolgen artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

         

10.0

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

5. Bedrijfsvoeringsparagraaf

5.1 Bedrijfsvoeringsparagraaf Raad van State

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

In 2025 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

4. Misbruik en oneigenlijk gebruik

De Raad van State heeft geen regelingen die vallen binnen het kader van misbruik en oneigenlijk gebruik.

5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

6. Fraude- en corruptierisico’s

De Raad van State kent een risicomanagementbeleid ten behoeve van identificatie, analyse en evaluatie van risico’s. Gezien de aard van de taken van de Raad van State en de genomen maatregelen kent de Raad van State een laag fraude-risicoprofiel. Mede door de uitgevoerde interne controle en gemonitorde beheersingsmaatregelen, zoals ver doorgevoerde functiescheiding in het betaal- en ontvangstenproces. Op basis hiervan kan gemeld worden dat er geen sprake is van materiële risico's.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Grote lopende ICT-projecten

De Raad van State valt niet onder de rapportageplicht voor grote ICT-projecten.

Audit Committees

Dit punt is niet van toepassing aangezien de Raad van State geen Audit Committee kent.

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Tabel 23 Inhuur externen
 

2025

Realisatie personele uitgaven

79.027

Roemernorm 10%

7.903

  

Realisatie externe inhuur

5.972

waarvan

 

ontwikkeling en beveiliging

803

beheer en deelname aan projecten

2.209

IV projecten

2.470

5.2 Bedrijfsvoeringsparagraaf Algemene Rekenkamer

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

In 2025 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. De financiële overzichten geven een getrouw beeld van de uitkomsten van de begrotingsuitvoering.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

4. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Informatiebeveiliging

De Algemene Rekenkamer is wettelijk niet verplicht om voor informatiebeveiliging te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Toch streven we hier wel naar. Daarom hebben we een BIO gap-analyse gemaakt. De maatregelen die hieruit voortvloeien zijn uitgevoerd of ingepland. Op 23 september 2025 is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2 (BIO2) uitgekomen. De gap-analyse wordt herijkt en de verantwoordelijkheden van de beheersmaatregelen uit de BIO2 worden belegd. Het gaat om organisatorische, fysieke, mensgerichte en technische beheersmaatregelen.

Elk jaar laat de Algemene Rekenkamer een externe audit uitvoeren door een extern bureau op onderdelen van de informatiebeveiliging, uitgaande van de normen van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De in 2023 uitgevoerde audit gaf een positief beeld over de naleving van de BIO. De Algemene Rekenkamer heeft in 2024 een toetsing laten uitvoeren op een aantal aanvullende normen gericht op business continuity. Dit heeft een aantal belangrijke verbeterpunten opgeleverd, die zijn ingepland en/of doorgevoerd. Eind 2025 is er nog een audit uitgevoerd. De bevindingen nemen we op in een verbeterlijst zodat we de risico’s kunnen beperken.

In 2025 waren er 10 beveiligingsincidenten. Het beveiligingsbeleid is effectief gebleken: incidenten zijn tijdig gedetecteerd en/of gemeld. Door de maatregelen die we hebben getroffen, hebben de incidenten niet tot ernstig nadelige gevolgen geleid. Evaluaties van de incidenten kunnen weer leiden tot verbeterpunten.

6. Fraude- en corruptierisico’s

Wij actualiseren jaarlijks onze frauderisicoanalyse. Hieruit komt het beeld naar voren dat we een laag frauderisicoprofiel hebben. De maatregelen die we hebben genomen, zijn onder andere het uitvoeren van de interne controle en het periodiek uitvoeren van een frauderisicoscan op de uitgaven.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Audit Advisory Committee

Het Audit Advisory Committee (AAC) is door de Algemene Rekenkamer zelf ingesteld en richt zich op advisering over ons interne functioneren. Daarbij gaat het erom of de organisatie en de bedrijfsvoering van de Algemene Rekenkamer ons in staat stellen om het mandaat en de daarbij behorende missie en strategie uit te voeren. Onderwerpen die het AAC heeft besproken betreffen onder meer digitalisering, het controlebestel, integriteit en risicomanagement. Daarnaast is in januari een nieuwe voorzitter en in februari een nieuw AAC-lid benoemd.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Ontwikkeling staf

De staf investeerde in 2025 in de verdere ontwikkeling van de organisatie en verbetering van integrale werkprocessen. Verder droeg de directie bij aan de actualisatie van de strategie. Ze ondersteunde ook bij de vertaling van de missie en visie van de Rekenkamer naar een projectenportfolio, genaamd PulsAR.

Daarnaast hebben we ons werk nadrukkelijker bij burgers, bedrijven en parlement onder de aandacht gebracht bijvoorbeeld met briefings, mediaoptredens en aanwezigheid op social media. In 2025 is, mede naar aanleiding van het rapport Het Rijk in de cloud, gewerkt aan het versterken van het fundament van de digitale werkplek van de Algemene Rekenkamer. Daardoor kunnen we de komende jaren een duurzame en veilige digitale infrastructuur realiseren.

Ondersteuning bij organisatie dialoog tussen de staatsmachten

De Staatscommissie rechtsstaat bracht op 10 juni 2024 het advies ‘De gebroken belofte van de rechtsstaat’ uit. In haar rapport heeft de commissie een voorstel gedaan om een dialoog in te richten tussen de staatsmachten op basis van een rechtsstaatagenda. De dialoog moet gaan over het verwezenlijken van de belofte van de rechtsstaat voor alle inwoners van Nederland en over wat daarvoor nodig is. Om de organisatie van deze dialoog mogelijk te maken is, conform het voorstel van de Staatscommissie, de ambtelijke ondersteuning bij de Algemene Rekenkamer ondergebracht.

Huisvesting

Sinds 2018 werken we aan het project huisvesting Algemene Rekenkamer. De huidige huisvesting voldoet niet meer aan de moderne maatstaven van functionaliteit, en er is dringend onderhoud en reparatie nodig. In februari 2025 is het technisch ontwerp van de renovatie vastgesteld en in mei is de aanbesteding gestart. De omgevingsvergunning is in september zonder bezwaar verleend.

Tijdens de renovatie werken we vanuit een ander onderkomen, in juni 2026 verhuizen we tijdelijk naar de Lange Vijverberg 3. Het technisch ontwerp van de tijdelijke huisvesting is vastgesteld en de aanbesteding is afgerond. De verbouw van de tijdelijke huisvesting en de voorbereiding voor de verhuizing zijn in oktober gestart.

5.3 Bedrijfsvoeringsparagraaf De Nationale ombudsman

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

In 2025 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Het aantal gemeenten dat is aangesloten bij de Nationale ombudsman voor het klachtbehandeling heeft een wettelijke basis. De Nationale ombudsman bewaart de besluiten van gemeenten over de eigen ombudsfunctie in het zaakregistratiesysteem. Dit geeft een overzicht van het aantal gemeenten dat een eigen ombudsfunctie heeft. Het totaal aantal gemeenten is bekend (CBS). Daarmee kan het percentage van de aangesloten gemeenten berekend worden.

3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

4. Misbruik en oneigenlijk gebruik

De Nationale ombudsman heeft geen regelingen die vallen binnen het kader van misbruik of oneigenlijk gebruik.

5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

6. Fraude- en corruptierisico’s

De Nationale ombudsman heeft een risico analyse uitgevoerd als onderdeel van risicomanagementbeleid. De processen zijn ingericht om fraude en corruptierisico’s te voorkomen. Gezien de aard van de taken van de Nationale ombudsman en de genomen maatregelen kent de Nationale ombudsman een laag frauderisicoprofiel op het gebied van financieel en materieel beheer. Dit is mede door interne controle, gemonitorde beheersingsmaatregelen en doorgevoerde functiescheiding. Op basis hiervan kan vermeld worden dat er geen sprake is van materiële risico's.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Open op orde

In 2025 is het Beleid Informatiehuishouding vastgesteld, waarmee de Nationale ombudsman richting geeft aan de activiteiten voor de informatiehuishouding. Hierbij zijn de eisen van de nieuwe Archiefwet en de aanbevelingen van het in 2025 uitgevoerde onderzoek van de Inspectie Informatiehuishouding en Erfgoed verwerkt. De implementatie van anonimiseringssoftware is afgerond. Het fysieke klachtenarchief is overgedragen aan het Rijksinstituut voor Informatiehuishouding (RvIHH).

5.4 Bedrijfsvoeringsparagraaf Kanselarij der Nederlandse Orden

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

In 2025 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is sprake van een getrouwe weergave.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Er zijn geen overschrijdingen en/of bijzonderheden te melden.

4. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Er hebben zich geen gevallen van misbruik of oneigenlijk gebruik voorgedaan in 2025. De beschreven werkprocessen bij de KNO zijn zodanig ingericht dat de kans op fraude nagenoeg nihil is.

5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen overschrijdingen en/of bijzonderheden te melden.

6. Fraude- en corruptierisico’s

In het kader van fraude en corruptierisico's kan worden gemeld dat gezien de aard van de taken de Kanselarij der Nederlandse Orden een laag risicoprofiel heeft op het terrein van financieel en materieel beheer. Door de beschreven werkprocessen, de interne controles van bijvoorbeeld het versierselenbeheer en het zes ogenprincipe bij het doen van betalingen is het frauderisico nagenoeg nihil. Daarnaast heeft de Kanselarij der Nederlandse Orden in 2025 het financieel beheer verder uitgebreid met een controlematrix en heeft de financiële medewerker een opleiding Fraudepreventie en- detectie gevolgd.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

5.5 Bedrijfsvoeringsparagraaf Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Paragraaf 1 - Rapportage voor de volgende verplichte onderdelen

1. Rechtmatigheid

In 2025 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Gegevens over naturalisatieverzoeken, reisdocumenten, visa en optieverzoeken worden ontleend aan de wettelijke registratie, tezamen met de verplichting tot archiveren van de bijbehorende documenten. Voornoemde registraties worden ondersteund door geautomatiseerde gegevensbestanden (zoals RAAS, RAP en NVIS). Voorts worden gegevens voor de andere categorieën producten ontleend aan het programma Decos-Join, waarin alle relevante inkomende en uitgaande stukken waarop een archiveringsverplichting ligt, worden geregistreerd en gedocumenteerd.

3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Het Kabinet van de Gouverneur verkrijgt haar middelen uit de Begroting IIB Hoge Colleges van Staat (artikel 6). Dit betreft een meerjarige vastgestelde begroting.

Het financieel beheer voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordentelijkheid en controleerbaarheid en is zo doelmatig mogelijk ingericht.

4. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba is zich zeer bewust van risico’s ten aanzien van dit onderwerp en hanteert instrumenten om het Kabinet zo goed mogelijk te beschermen. Voordat een lokaal aangestelde werknemer in dienst kan treden dient een VOG overlegd te worden of wordt de werknemer gescreend door de lokale veiligheidsdienst. Voor uitgezonden medewerkers is Verklaring van geen bezwaar van de Nederlandse veiligheidsdienst een vereiste. De werknemer tekent bij indiensttreding een geheimhoudingsverklaring en legt een eed af. Alle lokale medewerkers zijn in dienst getreden op basis van de ALP (Arbeidvoorwaarden Lokaal Personeel) met o.a. een hoofdstuk disciplinaire straffen waarin maatregelen zijn opgenomen mocht er sprake is van ongewenste gedragingen. De ALP wordt uitgereikt aan iedere werknemer die in dienst treedt. De directeur van het Kabinet is in voorkomende gevallen bevoegd disciplinaire maatregelen te treffen.

Daarnaast hanteert het Kabinet een toegangscontrole en -autorisatie en heeft veiligheidsvoorzieningen genomen door het inzetten van cameramonitoring en inbraak- en brandbeveiliging. Er is tevens beleid bepaald hoe bedrijfsmiddelen moeten worden gebruikt. Werknemers kunnen bovendien in contact treden met een vertrouwenspersoon om verdacht gedrag te melden wanneer zij zich niet vrij voelen om dit bij de leiding te melden. Het Kabinet zorgt voor trainingen om de werknemer bewust te maken van risico’s en situaties om ongewenste gedragingen te kunnen herkennen. In reguliere vergaderingen wordt stil gestaan bij het onderwerp integriteit en veiligheid.

5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Organisatie

Op 1 juli 2025 is een administratief medewerker consulair in dienst getreden. Dit betreft een uitbreiding op de bestaande formatie.

De noodzaak van deze uitbreiding ligt in de toenemende vraag in consulaire producten. In de begroting voor 2026 worden middelen aangevraagd om de begroting te verhogen, omdat het Kabinet tegen de grenzen van de huidige begroting aanloopt.

6. Fraude- en corruptierisico’s

In de beschreven/vastgestelde AO/IC (Administratieve Organisatie & Interne Controle) zijn verschillende middelen opgenomen ter dekking van de risico’s van fraude en corruptie die de grootste financiële en/of reputatieschade voor het Kabinet van de Gouverneur zouden kunnen betekenen. Deze is in 2025 geactualiseerd en hierin worden ook wensen genoemd voor verdere verbetering van de AO/IC.

De afdeling consulaire zaken houdt zich bezig met het uitvoeren van regelgeving betreffende het nationaliteitsrecht (de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Paspoortwet, alsmede aanverwante regelgeving). Jaarlijks vindt binnen deze afdeling een audit plaats door een door de Gouverneur aangewezen beveiligingsfunctionaris ten aanzien van het verstrekken van reisdocumenten. Deze audit richt zich voornamelijk op de uitvoering van het paspoortafgifteproces. Het door de beveiligingsfunctionaris beschreven beveiligingshandboek wordt ook door de afdeling consulaire zaken gevolgd bij de verstrekking van reisdocumenten, waaronder nationaal paspoorten en nooddocumenten en biedt tevens mede de basis voor de uit te voeren audit. De door het Kabinet van de Gouverneur behandelde dossiers van zowel naturalisatie als opties worden van tijd tot tijd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) getoetst aan de geldende regelgeving.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Het Kabinet van de Gouverneur is zich bewust van de voortdurende veranderingen van de bedrijfsvoering in reactie op technologische ontwikkelingen en maatschappelijke veranderingen en  dat zij hierin moet meebewegen. Met name van belang in het bevorderen van efficiëntie, duurzaamheid en veiligheid.

5.6 Bedrijfsvoeringsparagraaf Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

De begrotingsuitvoering wordt regulier door Auditdienst van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gecontroleerd.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Gegevens over naturalisatieverzoeken, reisdocumenten, visa en optieverzoeken worden ontleend aan de wettelijke registratie, tezamen met de verplichting tot archiveren van de bijbehorende documenten. Voornoemde registraties worden ondersteund door geautomatiseerde gegevensbestanden (zoals RAAS en NVIS/Kairos). Voorts worden gegevens voor de andere categorieën ontleend aan het ‘Document Management System’ (Join/Decos), waarin alle inkomende en uitgaande stukken waarop en archiveringsverplichting ligt, worden geregistreerd.

3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Sturing van het financieel beheer verloopt op basis van een maandelijkse vergelijking tussen begroting, het maandelijks gegenereerde uitputtingsoverzicht en de voorgenomen uitgaven.

4. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

6. Fraude- en corruptierisico’s

Er waren dit jaar geen fraudemeldingen/signalen en of integriteitsschendingen. Binnen de context van het land heeft het feit dat er weinig aanbieders beschikbaar zijn, de aandacht van het Kabinet. Dat geldt ook voor andere aspecten die lokaal spelen. Het Kabinet volgt de ontwikkelingen in de externe omgeving en reflecteert deze vervolgens op de eigen organisatie. Het onderwerp fraude wordt maandelijks besproken tijdens het Intern Beheer- en Consulair overleg. Eveneens vindt er een jaarlijks met de Audit Dienst Rijk een ‘Fraudegesprek’ plaats.

De Directie ziet toe op de implementatie van functiescheiding, waarbij taken en verantwoordelijkheden zodanig over verschillende functies binnen de organisatie zijn verdeeld, zodat het «vierogen principe» te allen tijde wordt toegepast. Daarnaast vinden er diverse periodieke controles plaats, zoals bijvoorbeeld het voorraadbeheer van noodpaspoorten en visa.

Jaarlijks wordt de Administratieve Organisatie en Interne Controle (AO-IC) herzien, waarbij bestaande risico’s geëvalueerd en potentiële nieuwe risico’s geïdentificeerd en beoordeeld worden. Op basis van deze evaluatie worden passende maatregelen getroffen om risico's te verkleinen, te beheersen of te mitigeren.

Eveneens vindt er periodiek (jaarlijks) door een externe beveiligingsfunctionaris een audit plaats naar de beveiliging van reisdocumenten. De audit verschaft inzicht in hoe het proces van reisdocumenten in de dagelijkse praktijk wordt uitgevoerd. Ook geeft de audit een beeld van het kennisniveau van de medewerkers ten aanzien van het beveiligingsbewustzijn, de opslag, verstrekking, uitreiking en administratie van reisdocumenten. De resultaten van de audit worden beschreven in een eindrapportage. De aanbevelingen uit deze rapportage worden besproken en daar waar mogelijk overgenomen en geïmplementeerd.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

5.7 Bedrijfsvoeringsparagraaf Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage

1. Rechtmatigheid

Er zijn door de ADR geen onrechtmatigheden aangetroffen. Er is sprake van een getrouwe weergave.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

De totstandkoming van de beleidsinformatie in het jaarverslag voldoet aan de daarvoor gestelde eisen. De beheersystemen voor de aanvraag en uitgifte van paspoorten werden geaudit en akkoord bevonden. Software voor de uitgifte van visa werd vervangen. Organisatie- en personeelsinformatie is gedocumenteerd.

3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Het financieel beheer voldoet aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid en wordt overigens zo doelmatig mogelijk ingericht. Afwijkingen in de begroting worden in paragraaf 3 verder toegelicht.

4. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Er hebben zich geen incidenten voorgedaan in 2025.

5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Het Kabinet heeft in 2025 wederom belangrijke stappen gezet op het gebied van verduurzaming van de bedrijfsvoering. Paragraaf 3 hieronder gaat daar verder op in.

6. Fraude- en corruptierisico’s

De AO-IC werd geactualiseerd. Het beveiligingsplan werd geactualiseerd. Ook de Risico-inventarisatie werd herzien.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Financiën

In 2025 zijn onverwachte kosten gemaakt om de constructie van het kantoorpand op orde te brengen. Daarnaast is de vernieuwing van het wagenpark uitgesteld. Er is aan de uitgavenkant een onderuitputting ten opzichte van de suppletoire begroting gerealiseerd van € 53.000.

De inkomsten waren € 139.000 hoger dan verwacht. Het Kabinet kan de aanvraag van Consulaire producten zeer beperkt beïnvloeden.

Duurzaamheid

  • er is een onderzoek uitgevoerd en inventarisatie gedaan van alle technische installaties;

  • er is een onderzoek gestart naar het deels vervangen van het wagenpark van het Kabinet door elektrische auto’s. Verder werd onderzocht of het wagenpark met 20% kan inkrimpen;

  • 100% van het afval wordt gescheiden;

  • er wordt gebruik gemaakt van een elektrische fiets;

  • er is een project gestart om de luchtkwaliteit in het gebouw te verbeteren;

  • er is verder gewerkt aan de Leed certificering.

Goed werkgeverschap

Er is een project gestart om collegiale samenwerking binnen het Kabinet te bevorderen. Er is in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Curaçao en Aruba een nieuwe Arbeidsvoorwaardenregeling Lokaal Personeel Aruba, Curaçao en Sint Maarten 2026 (ALP) tot stand gekomen. Daarnaast is een project gestart voor de aankleding van het Kabinet. Het Personeelshandboek is herzien.

Website

Er is verder gewerkt aan de nieuwe website.

5.8 Bedrijfsvoeringsparagraaf Kiesraad

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage

  • 1. Rechtmatigheid

De Kiesraad heeft over het jaar 2025 geen rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden te melden die hebben geleid tot overschrijding van de voorgeschreven rapporteringstoleranties.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

De Kiesraad heeft in april 2023 besloten om het contract met de leverancier van het digitaal hulpmiddel verkiezingen (DHV) te ontbinden. In 2025 vond de rechtszaak plaats omtrent de afhandeling van dit contract. Op 10 september 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan. De rechter oordeelde dat de Kiesraad het contract rechtmatig heeft ontbonden. De leverancier moet het vooruitbetaalde voorschot ad € 6,3 mln. terugbetalen. De Kiesraad heeft deze uitgaven in eerdere jaren opgevangen met een kasschuif en wil het teruggevorderde bedrag inzetten om deze kasschuiven administratief af te sluiten.

4. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Er zijn geen gevallen van misbruik en oneigenlijk gebruik geweest in 2025.

5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

In 2025 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een (vijfjaarlijkse) ZBO-evaluatie naar de Kiesraad laten uitvoeren door een extern bureau. De onderzoekers concluderen onder meer dat de Kiesraad zijn wettelijke taken met hoge zorgvuldigheid heeft uitgevoerd en daarmee aantoonbaar bijdroeg aan betrouwbare en transparante verkiezingen. Ook is er veel waardering voor de manier waarop de Kiesraad zich heeft voorbereid op zijn nieuwe taken en bevoegdheden en de interne organisatie professionaliseerde. Een aanbeveling uit het rapport is onder andere om monitoring en verantwoording beter te expliciteren in beleid. Hier zal de Kiesraad in 2026 mee aan de slag gaan. Ook de risicoanalyse Bedrijfsvoering gaat in 2026 plaatsvinden en zal inzicht geven in de risico’s en hoe deze te prioriteren, maar ook hoe de Kiesraad dit continu kan monitoren.

6. Fraude- en corruptierisico’s

De financiële administratie van de Kiesraad wordt door het ministerie van BZK ondersteund. Daar waar de uitvoering bij de Kiesraad ligt wordt zoveel mogelijk gewerkt volgens het kader van BZK. Gezien de aard van de taken van de Kiesraad en de genomen maatregelen kent de Kiesraad een laag fraude-risicoprofiel op het gebied van financieel en materieel beheer. Deze classificatie wordt mede gebaseerd op uitgevoerde interne controle, gemonitorde maatregelen en doorgevoerde functiescheiding door onder andere het 4-ogen principe bij betalingen van facturen en het aanmaken van verplichtingen, en door controlefuncties in financiële rapportages.

Om de integriteit binnen de Kiesraad te waarborgen moeten de medewerkers o.a. de eed en belofte afleggen en zijn er verschillende meldpunten waaronder vertrouwenspersonen. Binnen de Kiesraad wordt actief aandacht besteed aan de procedures die gelden.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

De Kiesraad heeft sinds augustus 2025 een informatiespecialist die zich bezig houdt met procesmanagement en informatiehuishouding zodat dit is gewaarborgd in de organisatie. In oktober 2025 is de derde volwassenheidsmeting IHH voor Programma Transparant door de Kiesraad uitgevoerd en opgeleverd.

Daarnaast is de Kiesraad, sinds 2024, actief betrokken bij het herhuisvestingsproject Zurichtoren. In 2025 is er meer inzicht gekomen in de plannen van dit project en is ook duidelijk geworden voor welke uitdagingen de Kiesraad komt te staan, zoals minder werkplekken en een geschikte ruimte voor de Kiesraad in de concrete uitvoering van verkiezingen, in het bijzonder als centraal stembureau.

Op het gebied van duurzaamheid heeft de Kiesraad deelgenomen aan de workshop duurzaamheid voor uitvoeringsorganisaties welke is georganiseerd door BZK. Daarnaast is er een footprint 2024 opgeleverd.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

De Kiesraad heeft in de organisatie de P&C cyclus ingericht door middel van periodieke rapportages en monitoring op de realisatie van de activiteiten en uitvoering van het bestedingsplan. Daarnaast is er overzicht gecreëerd rondom de contracten en aanbestedingen en zal dit, naar verwachting, komend jaar verder geprofessionaliseerd worden.

In het afgelopen jaar is door de Kiesraad wederom ingezet op informatiebeveiliging. Daarbij lag de focus op informatiebeveiligingsrisico’s in de leveranciersketen. Er is een bewustwordingscampagne georganiseerd rondom het bewust en veilig inkopen van goederen en diensten bij de Kiesraad. Tevens is een inventarisatie gemaakt van de belangrijkste IT dienstverleners, waarbij is gekeken naar hoe essentieel de dienstverlener voor de Kiesraad is, en welke aanvullende maatregelen nodig zijn voor informatiebeveiliging.

C. JAARREKENING

6. Verantwoordingsstaat

Tabel 24 Verantwoordingsstaat 2025 van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

191.017

191.980

6.040

212.073

202.254

11.930

21.056

10.274

5.890

           
 

Beleidsartikelen

         

1

Raad van State

89.537

89.537

1.950

100.625

94.386

1.993

11.088

4.849

43

2

Algemene Rekenkamer

48.868

48.868

1.017

51.468

49.559

1.585

2.600

691

568

3

De Nationale ombudsman

28.985

28.985

2.539

31.836

31.721

3.764

2.851

2.736

1.225

4

Kanselarij der Nederlandse Orden

6.193

6.193

199

5.943

5.766

378

‒ 250

‒ 427

179

6

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

2.307

2.307

60

2.705

2.687

163

398

380

103

7

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

3.489

3.489

200

3.323

3.323

249

‒ 166

‒ 166

49

8

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

2.536

2.536

75

3.189

3.189

214

653

653

139

9

Kiesraad

9.102

10.065

0

12.984

11.623

3.584

3.882

1.558

3.584

           
 

Niet-beleidsartikelen

         

10

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

0

0

7. Saldibalans

Tabel 25 Saldibalans per 31 december 2025 van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2025

31-12-2024

  

Passiva

31-12-2025

 

31-12-2024

 
            

Intra-comptabele posten

    

Intra-comptabele posten

    

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

202.254

192.305

  

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

11.930

 

8.232

 

3)

Liquide middelen

1.053

1.059

        

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

0

  

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

186.453

 

177.031

 

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

0

  

5a)

Begrotingsreserves

0

 

0

 

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

167

237

  

7)

Schulden buiten begrotingsverband

5.091

 

8.338

 

8)

Kas-transverschillen

0

0

        
            

Subtotaal intra-comptabel

 

203.474

193.601

  

Subtotaal intra-comptabel

 

203.474

 

193.601

 
            

Extra-comptabele posten

     

Extra-comptabele posten

     

9)

Openstaande rechten

0

   

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

 

10)

Vorderingen

112

553

  

10a)

Tegenrekening vorderingen

112

 

553

 

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

  

11)

Schulden

0

 

0

 

12)

Voorschotten

7.097

6.532

  

12a)

Tegenrekening voorschotten

7.097

 

6.532

 

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

0

  

13)

Garantieverplichtingen

0

 

0

 

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

29.569

23.577

  

14)

Andere verplichtingen

29.569

 

23.577

 

15)

Deelnemingen

0

0

  

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

 
            

Subtotaal extra-comptabel

 

36.778

30.662

  

Subtotaal extra-comptabel

 

36.778

 

30.662

 
            

Totaal

 

240.252

224.263

  

Totaal

 

240.252

 

224.263

 

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS per 31 december 2025 (HIIB)

Algemeen

Het intracomptabele deel van de saldibalans (financiële posten 1 t/m 13) bevat het resultaat van de financiële transacties in de departementale administratie die een directe relatie hebben met de kasstromen. Deze kasstromen worden via de rekening-courant met het ministerie van Financiën bijgehouden.

Het extracomptabele deel bevat het saldo van de overige rekeningen dat met sluitrekeningen in evenwicht worden gehouden.

De cijfers in de saldibalans zijn vermeld in duizendtallen en afgerond naar boven. Hierdoor kunnen bij het subtotaal en het totaal afrondingsverschillen optreden.

De maandverantwoordingen van de kasbeherende diensten zijn tot en met 31 december 2025 verwerkt.

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2025, waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders.

Tabel 26 Overzicht liquide middelen (bedragen in €)

Liquide middelen

Saldo

a) Raad van State

4.540

b) Algemene Rekenkamer

0

c) Nationale ombudsman

1.350

d) Kanselarij der Nederlandse Orden

294

e) Kabinet van de Gouverneur van Aruba

238.145

f) Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

550.404

g) Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

257.815

h)Kiesraad

0

i) Overige liquide middelen

0

Totaal

1.052.548

Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. De volgende rekening-courantverhouding is opgenomen in de balans:

Tabel 27 Overzicht Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)

Rekening-courant

Saldo

a) Rekening-courant FIN/RHB

186.452.118

  

Totaal

186.452.118

Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 28 Overzicht vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Vorderingen

Saldo

a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

 

Raad van State

54.168

Algemene Rekenkamer

0

Nationale ombudsman

1.713

Kanselarij der Nederlandse Orden

0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

8.888

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

44.363

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

54.405

b) Kiesraad

0

c) Overige intra-comptabele vorderingen

3.711

  

Totaal

167.248

Ad a) Vorderingen kasbeheerders (verloopstaten)

De vordering van de Raad van State heeft betrekking op debiteuren (€ 38.084), voorraad bonnen (€ 195), nog te ontvangen griffierechten (€ 289), een langlopend voorschot (€ 500) en de tussenrekening schadebewaringszaken (€ 15.100).

De vordering van de Nationale ombudsman heeft betrekking op een boekingsopdracht (€ 1.700) en contributie personeelscommissie medewerker Langdurig verlof (€ 13).

De vordering van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba heeft betrekking op kruisposten (€ 8.566) en voorschotten aan personeel (€ 322).

De vordering van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao bestaan uit debiteuren (€ 38.164), nettoloon (€ 941), voorgeschoten paspoortgelden voor het bevolkingsregister (€ 4.116), Te verrekenen overige (€ -38) en tussenrekening bankafschrijvingen (€ 1.180).

De vordering van het Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten heeft betrekking op een boekingsopdracht (€ 39.068), af te dragen paspoortgelden (€ 12.472), voorschotten personeel (€ 445), debiteuren (€ 1.823) en crediteuren (€ 597).

Overige intra-comptabele vorderingen betreffen nettosalarissen (€ 3.711).

Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 29 Overzicht schulden buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Schulden

Saldo

a) Schulden Kasbeheerders Rijksdiensten

 

Raad van State

191.339

Algemene Rekenkamer

5.283

Nationale Ombudsman

764

Kanselarij der Nederlandse Orden

0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

72.156

Kabinet van de Gouverneur van Curacao

255.046

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

153.327

b) Kiesraad

0

c) Nog af te dragen loonheffing en Sociale premies

0

d) Overige intra-comptabele schulden

4.412.747

  

Totaal

5.090.662

Ad a) Schulden kasbeheerders

De schulden van de Raad van State bestaan voornamelijk uit voorschot lonen (€ 702), de permanente bevoorschotting van griffierechten (€ 0,2 mln.), posten in onderzoek (€ 2.560) en crediteuren (€ 161).

De schulden van de algemene rekenkamer betreft afdracht omzetbelasting voor het vierde kwartaal 2025 (€ 5.283).

De schulden van de nationale ombudsman betreft de contributie personeelscommissie medewerker Langdurig verlof (€ 764).

De schulden van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba bestaan uit naturalisatiegelden (€ 59.097), te verrekende bedragen (€ 12.055), te betalen pensioen (€ 6), af te dragen legesgelden paspoorten en nooddocumenten (€ 998).

De schulden van het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao bestaan voornamelijk uit naturalisatiegelden (€ 0,2 mln.), crediteuren (€ 35.533), te betalen pensioenpremies (€ 8.454) en nog te betalen paspoortgelden (€7.312).

De schulden van het Kabinet van de Gouverneur van Sint-Maarten bestaan voornamelijk uit naturalisatiegelden (€ 0,1 mln.), kruisposten (€ 2.740), nog te betalen pensioenpremie (€ 5.990), paspoortgelden (€ 1.823), betalingen onderweg (€ 4.976) en overige kosten (€ 31.095).

Ad d Overige intracomptabele schulden

De overige posten bestaat uit een intercompany transactie tussen de begroting van de overige Hoge College van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) en de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) (€ 18.087).

Ad 10. Vorderingen

Het totaal bedrag is als volgt opgebouwd:

Tabel 30 Overzicht openstaande vorderingen (bedragen in €)

Vorderingen

Saldo

a) Vorderingen Kasbeheerders

 

Raad van State

0

Algemene Rekenkamer

19.006

Nationale ombudsman

0

Kanselarij der Nederlandse Orden

0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

0

b) Kiesraad

0

c) Overige extra-comptabele vorderingen

92.817

  

Totaal

111.823

Het saldo van de algemene rekenkamer bestaat voornamelijk uit vorderingen voortkomend uit internationale activiteiten (€ - 0,1 mln.) en detachering (€ 0,1 mln.).

Ad 12. Voorschotten

Ad 12a. Tegenrekening voorschotten

Het saldo van de openstaande voorschotten is als volgt opgebouwd:

Tabel 31 Overzicht openstaande voorschotten Raad van State naar ontstaansjaar (bedragen €)

Ontstaansjaar

Stand 01-01-2025

verstrekt 2025

afgerekend 2025

stand 31-12-2025

2021

0

0

0

0

2022

0

0

0

0

2023

0

0

0

0

2024

51.297

0

0

51.297

2025

0

101.854

0

101.854

Totaal

51.297

101.854

0

153.151

Tabel 32 Overzicht openstaande voorschotten Algemene Rekenkamer naar ontstaansjaar (bedragen €)

Ontstaansjaar

Stand 01-01-2025

verstrekt 2025

afgerekend 2025

stand 31-12-2025

2021

0

0

0

0

2022

0

0

0

0

2023

240

0

240

0

2024

1.502

0

1.025

477

2025

0

5.151

2.601

2.550

Totaal

1.742

5.151

3.866

3.027

Tabel 33 Overzicht openstaande voorschotten Nationale ombudsman naar ontstaansjaar (bedragen €)

Ontstaansjaar

Stand 01-01-2025

verstrekt 2025

afgerekend 2025

stand 31-12-2025

2021

0

0

0

0

2022

0

0

0

0

2023

36.455

0

0

36.455

2024

393.892

0

0

393.892

2025

0

461.584

0

461.584

Totaal

430.347

461.584

0

891.931

Tabel 34 Overzicht openstaande voorschotten Kiesraad naar ontstaansjaar (bedragen €)

Ontstaansjaar

Stand 01-01-2025

verstrekt 2025

afgerekend 2025

stand 31-12-2025

2021

0

0

0

0

2022

6.048.373

0

0

6.048.373

2023

0

0

0

0

2024

0

0

0

0

2025

0

0

0

0

Totaal

6.048.373

0

0

6.048.373

Tabel 35 Tabel Overzicht openstaande voorschotten per 31 december 2025 (bedragen in €)

Voorschotten

 

Saldo

a) Voorschotten kasbeheerders:

  

Raad van State

 

153.152

Algemene Rekenkamer

 

3.027

Nationale Ombudsman

 

891.931

Kanselarij der Nederlandse Orden

 

0

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

 

0

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

 

0

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

 

0

b) Overige voorschotten:

 

0

Kiesraad

 

6.048.373

   

Totaal

 

7.096.483

De voorschotten van de Raad van State bestaan uit aan APG Service Partners (voorheen Loyalis) verstrekte voorschotten vanaf 2021 (€ 0,2 mln.). Deze worden afgerekend na ontvangst van een goedkeurende accountantsverklaring.

Het voorschot van de Algemene Rekenkamer bestaat uit een voorschot internet (€3.027).

Het voorschot van de Nationale Ombudsman bestaat uit afwikkeling Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (APPA) ProAmbt (€ 0,9 mln.).

Het voorschot van de Kiesraad betreft realisatie en implementatie van het Digitaal Hulpmiddel Verkiezingen (DHV).

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

De stand openstaande verplichtingen is als volgt opgebouwd:

Tabel 36 Overzicht stand van de openstaande verplichtingen (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

23.577.219

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

212.073.000

+/+

 

235.650.219

 
   

Tot betaling gekomen in 2025

202.254.000

-/-

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit voorgaande jaren

3.827.995

-/-

   

Totaal

29.568.224

 

8. WNT-verantwoording 2025 overige Hoge Colleges van Staat en de Kiesraad

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT - instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigings­maximum bedraagt in 2025 € 246.000.

Tabel 37 Bezoldiging van topfunctionarissen (bedragen in €)

Naam instelling

Naam topfunctionaris

Functie (s) (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum aanvang functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum einde functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender - mnd; > 12 kalender - mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (tussen haakjes bedrag 2024)

Motivering en bedrag(indien overschrijding)

Algemene Rekenkamer

Dhr. C van der Werf*1

Secretaris (Secretaris)

1-1-2025 (1-1-2024)

15-11-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

206.167 (156.788)

20.216 (23.352)

226.383 (180.140)

214.323 (233.000)

Er is sprake van een overschrijding van het toepasselijk bezoldigingsmaximum van € 12.060. Het betreft een (optische) overschrijding veroorzaakt door de uitbetaling in 2025 van in 2024 opgebouwd verlof. Op grond van artikel 2, tweede lid onder i van de Uitvoeringsregeling WNT is de overschrijding toegestaan.

Algemene Rekenkamer

Dhr. M.J.P. Smolenaars

Wnd. Secretaris

15-10-2025

31-12-2025

1

nee

35.552

4.911

40.463

52.570

 

Kanselarij der Nederlandse Orden

Mevr. M.A.K. van Grieken

Directeur (Directeur)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1(1)

nee

170.256 (153.956)

23.085 (23.251)

193.341 (177.207)

246.000 (233.000)

 

Kiesraad

Dhr. J.H. Klok

Secretaris-directeur (Secretaris-directeur)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

134.137(126.644)

21.194 (19.364)

155.331 (146.008)

246.000 (233.000)

 

Kiesraad

Dhr. G. Nederhorst

Directeur IT en Uitvoering (Plv. Secretaris-directeur)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

146.503 (142.158)

23.051 (22.588)

169.554 (164.746)

246.000 (233.000)

 

Kiesraad

Dhr. W.J. Kuijken

Voorzitter (Voorzitter)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,340 (0,34)

nee

49.220 (46.876)

 

49.220 (46.876)

83.640 (79.220)

 

Kiesraad

Dhr. H.J. Bos

Lid (Lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,170 (0,17)

nee

24.523 (32.755)

 

24.523 (32.755)

41.820 (39.610)

 

Kiesraad

Mevr. L.J. Griffith

Lid (Lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

1-12-2025 (31-12-2024)

0,170 (0,17)

nee

23.086 (24.229)

 

23.086 (24.229)

38.268 (39.610)

 

Kiesraad

Mevr. C.T. van Ham

Lid (Lid)

1-1-2025 (1-11-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,170 (0,17)

nee

25.046 (4.167)

 

25.046 (4.167)

41.820 (6.602)

 

Kiesraad

Dhr. J.J.M. van Holsteijn

Lid (Lid)

1-1-2025 (1-4-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,170 (0,17)

nee

24.523 (17.888)

 

24.523 (17.888)

41.820 (29.762)

 

Kiesraad

Mevr. J.M.A. Kemna

Lid (Lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,170 (0,17)

nee

25.039 (23.994)

 

25.039 (23.994)

41.820 (39.610)

 

Kiesraad

Mevr. H.E. ReukemaGevers

Lid (Lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,170 (0,17)

nee

24.802 (23.743)

 

24.802 (23.743)

41.820 (39.610)

 

Nationale ombudsman

Mevr. H. van Essen

Directeur (Directeur)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

153.660 (154.011)

23.085 (23.211)

176.745 (177.222)

246.000 (233.000)

 

Raad van State

Mw. M.J. Horstman

Secretaris (Secretaris)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

198.729 (192.458 )

23.229 (23.342 )

221.958 (215.800)

246.000 (233.000)

 
            
1

*In 2024 is het gereserveerde IKB budget (€ 8.167,5) abusievelijk opgenomen in het bezoldigingsbedrag. Op grond van artikel 5a Uitvoeringsregeling WNT is dit in bovenstaande tabel voor 2024 gecorrigeerd. Dit leidt niet tot een onverschuldigde betaling.

Tabel 38 Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

Naam instelling

Naam topfunctionaris

Laatste functie(s)

Datum beëindiging dienstverband

Op externe inhuur-basis (nee; <=12 mnd; > 12 mnd)

Betaalde uitkeringen in 2025

Individueel toepasselijke maximale ontslaguitkering

Motivering en bedrag (indien overschrijding)

Algemene Rekenkamer

Dhr. C van der Werf

Secretaris

15-11-2025

nee

75.000

75.000

 

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2025 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris. Naast de hierboven vermelde ontslaguitkering zijn er in 2025 geen andere ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT moeten woden gerapporteerd.

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Toezichtrelaties ZBO's en RWT's

Tabel 39 Overzichtstabel ZBO’s en RWT's van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (bedragen x € 1.000).

Naam rwt/zbo

Begrote bijdrage moederdepartement aan rwt/zbo

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan rwt/zbo

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Stand van zaken (intern)

Kiesraad

10.065

11.622

0

0

nee

 
Licence