IX Financiën en Nationale Schuld
A. ALGEMEEN
1. Gerealiseerde uitgaven en ontvangsten
Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 25.490,4 mln.

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten IX Financiën (x € 1 mln.). Totaal € 243.628,1 mln.

Figuur 3 Gerealiseerde belastingontvangsten IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 237.257,9 mln.

Figuur 4 Gerealiseerde niet-belastingontvangsten IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 6.370,3 mln.

Figuur 5 Gerealiseerde uitgaven IX Nationale Schuld verdeeld over beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 31.728,3 mln.

Figuur 6 Gerealiseerde ontvangsten IX Nationale Schuld verdeeld over beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 61.449,3 mln.

1 2. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening
Aan de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretarissen van Financiën, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Financiën en Nationale Schuld (IX) over het jaar 2025 aan.
Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Financiën decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.
Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:
– het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
– de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het ministerie van Financiën;
– de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
– de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
– de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.
Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:
– het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;
– het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
– het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
– de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).
Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
De minister van FinanciënEHeinen
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
3. Leeswijzer
Algemeen
Voor u ligt het jaarverslag 2025 van het ministerie van Financiën, begrotingshoofdstuk IX (Financiën en Nationale Schuld) van de Rijksbegroting. In het jaarverslag worden de gerealiseerde beleidsdoelen, gebruikte instrumenten en ingezette middelen verantwoord ten opzichte van de begroting. Waar relevant wordt verwezen naar Kamerstukken of andere beschikbare verantwoordingsinformatie. De Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) en de Comptabiliteitswet (CW) vormen het regelgevend kader voor het jaarverslag.
Het algemeen financieel-economische beleid en het begrotingsbeleid worden primair verantwoord in het Financieel jaarverslag van het Rijk (FJR). Daarin worden ook de belastingontvangsten toegelicht.
Vanwege tussentijdse afrondingen op duizenden, miljoenen of miljarden euro’s kan het voorkomen dat de som der delen afwijkt van het totaal in de tabellen.
Opbouw van het jaarverslag
Het jaarverslag bestaat, conform RBV, uit de volgende onderdelen:
A. Algemeen
Dit gedeelte bestaat uit de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten, de aanbieding van het jaarverslag met een verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer (hoofdstukken 1 en 2).
B. Beleidsverslag
Beleidsprioriteiten
In het beleidsverslag wordt allereerst ingegaan op de beleidsprioriteiten (hoofdstuk 4): welke resultaten zijn bereikt in 2025? Hierin wordt teruggekeken op de beleidsagenda uit de begroting 2025, waarin de belangrijkste beleidsdoelen voor 2025 staan. Ook is een samenvatting van de Nationale Schuld, een overzicht van de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen, een overzicht risicoregelingen, een openbaarheidsparagraaf, de onderuitputting en het focusonderwerp van het Financieel Jaarverslag Rijk voor 2025 ‘Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld’
Beleidsartikelen
Daarna wordt in de beleidsartikelen (hoofdstuk 5) en de niet-beleidsartikelen (hoofdstuk 6) per artikel op hoofdlijnen gerapporteerd over de bereikte resultaten in 2025. Waar relevant en beschikbaar worden de realisaties van indicatoren of kengetallen weergegeven om te laten zien in welke mate de doelstellingen op een beleidsterrein zijn behaald. De beleidsartikelen in het jaarverslag hebben volgens de RBV standaard de volgende indeling:
A. Algemene doelstelling;
B. Rol en verantwoordelijkheid;
C. Beleidsconclusies;
D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;
E. Toelichting op de instrumenten.
Ter nadere onderbouwing van de Beleidsconclusies in onderdeel C, is voor artikel 1 Belasting een toelichting opgenomen in een aanvullend onderdeel F.
Niet-beleidsartikelen
In hoofdstuk 6 komen de niet-beleidsartikelen aan bod:
– artikel 8 Apparaat kerndepartement;
– artikel 10 Nog onverdeeld.
Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Zowel de beleidsartikelen als de niet-beleidsartikelen bevatten een tabel ‘Budgettaire gevolgen van beleid’ met een toelichting op de verschillen tussen de begrote en gerealiseerde bedragen. Niet alle verschillen in verplichtingen, uitgaven en ontvangsten worden toegelicht. Voor het opnemen van een toelichting zijn op het niveau van financiële instrumenten onderstaande normen gehanteerd, conform de RBV.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens) | Technische mutaties (ondergrens) |
< 50 | 1 | 2 |
≥ 50 en < 200 | 2 | 4 |
≥ 200 en < 1.000 | 5 | 10 |
≥ 1.000 | 10 | 20 |
Bedrijfsvoeringsparagraaf
Hoofdstuk 7 is de bedrijfsvoeringsparagraaf met relevante aandachtspunten in de bedrijfsvoering van het ministerie van Financiën. De bedrijfsvoeringsparagraaf heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage. Er wordt onder andere ingegaan op de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden bij het vorige jaarverslag (2024) en de maatregelen die zijn getroffen om deze onvolkomenheden in het verantwoordingsjaar (2025) en de jaren daarna weg te werken. Ook wordt gerapporteerd over de rechtmatigheid van de verantwoorde bedragen, rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering.
C. Jaarrekening
De hoofdstukken 8 tot en met 10 vormen de jaarrekening. Hoofdstuk 8 geeft de verantwoordingsstaten weer, hoofdstuk 9 de saldibalans met toelichtingen en hoofdstuk 10 de verantwoording betreffende de Wet Normering Topinkomens (WNT).
D. Bijlagen
Tot slot zijn vijf bijlagen opgenomen:
– Bijlage 1: Toezichtsrelaties zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s)
– Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek
– Bijlage 3: Inhuur externen
– Bijlage 4: Budgettair overzicht Oekraïne
– Bijlage 5: Lijst van afkortingen
Grondslagen voor de vastlegging en de waardering
De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften 2026 en de Regeling agentschappen 2024. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lastenagentschappen het baten-lastenstelsel.
Het verslag van de Nationale Schuld heeft twee specifieke eigenschappen. De eerste eigenschap is dat de rente-uitgaven en renteontvangsten op transactiebasis worden verantwoord, in plaats van op kasbasis zoals bij alle andere onderdelen van de Rijksbegroting. Dit is vastgelegd in de CW 2016, artikel 2, negentiende lid. Met de registratie van rente op transactiebasis voor de Nationale Schuld wordt aangesloten bij de Europese voorschriften van het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) 2010. De tweede eigenschap is dat voor beide artikelen het verplichtingen-kasstelsel wordt gevoerd en daarbij wordt ervan uitgegaan dat de aangegane financiële verplichtingen gelijk zijn aan de uitgaven (kas = verplichtingen).
Motie Schouw
In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsprioriteiten wordt teruggekomen op de landenspecifieke aanbevelingen zoals verwoord in de begroting 2025.
Groeiparagraaf
Het ministerie van Financiën blijft de informatievoorziening aan de Kamer en burgers stapsgewijs verbeteren, op basis van eigen ambities en wensen uit de Kamer. Ten opzichte van het jaarverslag Financiën en Nationale Schuld 2024 zijn enkele verbeteringen doorgevoerd:
– Het onderwerp onderuitputting (focus van 2023) en het nieuwe focusonderwerp ‘Risico’s voor de inning en besteding van belasting- en premiegeld’ zijn opgenomen in het beleidsverslag.
– Het overzicht moties en toezeggingen en het overzicht coronasteunmaatregelen zijn niet meer opgenomen. Gegevens over Caribisch Nederland staan voortaan alleen nog bij het betreffende beleidsdepartement.
B. BELEIDSVERSLAG
4. Beleidsprioriteiten
4.1 Verantwoording beleidsprioriteiten
Inleiding
Dit beleidsverslag blikt terug op de resultaten van de beleidsprioriteiten uit de beleidsagenda van de begroting 2025. Voor het ministerie van Financiën stond 2025 in het teken van werken aan een financieel gezond Nederland. Ontwikkelingen zoals de voortdurende oorlog in Oekraïne, toenemende geopolitieke spanningen en groeiende handelsbelemmeringen hadden invloed op het werkterrein van het ministerie. Tevens onderstreepten zij het belang van een veerkrachtige economie, gezonde overheidsfinanciën en nauwere samenwerking binnen de Europese Unie.
Na de val van het kabinet op 3 juni 2025 heeft het kabinet-Schoof zich terughoudend opgesteld in het voorbereiden van nieuw beleid. Tegelijkertijd nam het kabinet actie waar besluitvorming niet kon wachten. Daarbij ging het om veiligheid, hersteloperaties en het nakomen van internationale afspraken en verplichtingen, waaronder de steun aan Oekraïne. Zo heeft Nederland Oekraïne in 2025 geholpen met financiële ondersteuning voor wederopbouw en stabiliteit, deelname aan EU-leningen en garanties, en militaire steun in internationaal verband.
Ook op diverse andere terreinen is in 2025 voortgang geboekt. Op de eerste plaats zijn er, op advies van de Expertgroep Realistisch Ramen in de Voorjaarsnota 2025 maatregelen genomen om de rijksuitgaven realistischer te ramen, in lijn met het feitelijke bestedingspatroon en de uitvoerbaarheid van beleid.
Op de tweede plaats is een oplossing gevonden voor de kapitaalbehoefte van zowel TenneT Nederland als TenneT Duitsland.1 De staat heeft TenneT Nederland een garantie verleend, waardoor financiering tegen gunstige voorwaarden mogelijk is. Voor TenneT Duitsland zijn drie private investeerders gevonden die 9,5 miljard euro in TenneT Duitsland zullen investeren. Hiermee is de kapitaalbehoefte van TenneT Duitsland ingevuld. Daarnaast is op 3 februari 2026 aangekondigd dat de Duitse staat een deel van TenneT Duitsland zal kopen2.
Op de derde plaats is het staatsbelang in ABN AMRO verder teruggebracht. Op 25 juli 2025 is een verkoopprogramma afgerond waarmee het staatsbelang is afgebouwd tot 30,5%.3 Op 9 september 2025 is een nieuw verkoopprogramma aangekondigd waarmee het belang verder wordt afgebouwd tot circa 20%.4
Verder zijn de integrale beoordelingen van de hersteloperatie toeslagen inmiddels vrijwel afgerond. Met de introductie van MijnHerstel5 is een begin gemaakt om het financiële herstelproces uiterlijk eind 2027 te voltooien. Dienst Toeslagen heeft ervoor gezorgd dat ruim zes miljoen huishoudens elke maand hun toeslagen ontvingen, waarbij steeds meer mensen direct het juiste bedrag van hun toeslag uitbetaald kregen.
Tot slot heeft de Belastingdienst met de Meerjarenstrategie 2025-20306 helder richting gegeven aan haar werkzaamheden voor de komende jaren. De Douane verwerkte ongeveer een miljard aangifteregels afgelopen jaar en boekte grote successen in het bestrijden van drugscriminaliteit.
Figuur 7

Thema 1: Financieel gezond Nederland
Solide overheidsfinanciën
Het kabinet hanteerde ook in 2025 een trendmatig begrotingsbeleid. Dit biedt houvast aan Nederlandse burgers en bedrijven. Het trendmatig begrotingsbeleid is gebaseerd op drie principes: 1) efficiënte allocatie van publieke middelen, 2) beheersen van de overheidsfinanciën, en 3) stabilisatie van de economie. Het kabinet acht begrotingsdiscipline belangrijk voor de Nederlandse belastingbetaler. Het is de taak van het ministerie van Financiën om erop toe te zien dat het geld van de Nederlandse overheid volgens deze principes wordt besteed.
De overheidsfinanciën voor 2025 vallen positiever uit dan eerder geraamd. Het EMU-saldo komt uit op ‒ 1,6 procent en de EMU-schuld komt uit op 44,4 procent van het bbp. Hiermee blijft Nederland binnen de Europese referentiewaarden voor het saldo en de schuld van het Stabiliteits-en Groeipact (SGP).
Het eerste budgettair structureel plan voor de middellange termijn (FSP) is op 10 oktober 2024 aan het parlement aangeboden en vervolgens aan de Europese Commissie toegezonden. In dit plan is ingegaan op het begrotingsbeleid, wat raakt aan de budgettaire landspecifieke aanbevelingen. Het FSP en de overige Europese rapportageverplichtingen zijn ingepast in de nationale begrotingssystematiek. Het Annual Progress Report (APR) is gelijktijdig met de Voorjaarsnota 2025 aan het parlement aangeboden7 en het Draft Budgetary Plan (DBP) gelijktijdig met de Miljoenennota 2026.8
Met het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) maakt Nederland aanspraak op 5,4 miljard euro. Daarvan is reeds 2,5 miljard euro uitgekeerd.9 Nederland heeft eind 2025 het derde betaalverzoek ingediend van ruim 550 miljoen euro. Aanspraak op de resterende middelen volgt in betaalverzoeken 4 en 5 in 2026. Het niet of te laat uitvoeren van de maatregelen in het Nederlandse HVP voor de uiterlijke deadline van 31 augustus 2026 kan daarbij leiden tot korting op de te ontvangen Nederlandse HVP-middelen.
Brede welvaart
In de ‘Factsheet Brede Welvaart 2026 bij het jaarverslag van het ministerie van Financiën» zijn bredewelvaartsindicatoren opgenomen die te maken hebben met de (rijks)begroting en het beleidsterrein van het ministerie van Financiën. De Factsheets Brede Welvaart zijn in 2026 voor het eerst op Verantwoordingsdag gepubliceerd, waarmee deze beter geïntegreerd worden in de begrotings- en verantwoordingscyclus. De indicatoren hebben namelijk een terugkijkend karakter. Brede welvaart in het jaarverslag helpt bij een lerende overheid en kan bijdragen aan het verbeteren van toekomstig beleid.
Op veel beleidsterreinen van het ministerie zijn er positieve ontwikkelingen zichtbaar.10 De schuld van de overheid bevindt zich op een relatief laag niveau, maar het vergt inspanning om dat zo te houden. Ook de werkloosheid onder de beroepsbevolking is laag, wat bijdraagt aan een gezonde economie. Verder is waarneembaar dat de mediane solvabiliteit van niet-financiële bedrijven (financiële veerkracht) een stijgende lijn vertoont. Tot slot is de belastingmoraal de afgelopen jaren stabiel gebleven, echter is hier op het moment van schrijven enkel data van 2021 tot 2023 beschikbaar.
Economie en vestigingsklimaat
Concurrentiekracht EU
Een sterke en stabiele Europese economie is cruciaal voor Nederland. Voor het kabinet is het daarom belangrijk om in Europa een constructieve speler te zijn. Het ministerie van Financiën investeerde daarom ook in 2025 in goede relaties met andere lidstaten en met de (financiële) instellingen van de Europese Unie.
Aandacht voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en het verhogen van duurzame economische groei bleef van groot belang, ook in Europa. Nederland heeft daarom ook mede ingezet op een gedegen implementatie van het herziene Stabiliteits- en Groeipact, met aandacht voor het begrotingsbeleid, publieke investeringen en structurele hervormingen.
In de voorstellen voor het volgende Meerjarig Financieel Kader (vanaf 2028) heeft de nieuwe Europese Commissie veel aandacht voor het versterken van de Europese concurrentiekracht, onder andere met een Europees Concurrentievermogen Fonds. Hoewel Nederland kritisch is op andere delen van het MFK-voorstel, ondersteunt Nederland deze inzet en de nadruk op onderzoek, innovatie en productiviteitsgroei.
In oktober 2023 heeft Nederland met het derde steunpakket voor Oekraïne de exportkredietverzekeringsfaciliteit (ekv) voor Oekraïne geopend. Hierdoor kan er ondanks de grote risico’s tóch ondersteuning worden geboden voor Nederlandse exporttransacties naar en investeringen in Oekraïne. In 2025 zijn er verschillende dekkingstoezeggingen en polissen (€ 24,1 mln.) onder de faciliteit verstrekt. Daarnaast heeft het kabinet besloten het mandaat van de Oekraïne-faciliteit uit te breiden. Naast ondersteuning van transacties voor herstel en wederopbouw kunnen voortaan ook de betalingsrisico’s van defensietransacties verzekerd worden.
Vestigingsklimaat
Nederland staat voor uitdagingen op het gebied van het ondernemings- en vestigingsklimaat, innovatie, transities en strategische autonomie. Staatsdeelnemingen, waar de minister van Financiën de rol van aandeelhouder vervult, spelen hierin een belangrijke rol. In 2025 droeg Invest-NL hieraan bij met investeringen in innovatieve bedrijven en de verduurzaming van de Nederlandse economie. Tot en met het derde kwartaal van 2025 investeerde Invest-NL bijna 1,4 miljard euro11 aan eigen en ander publiek fondsvermogen.12
Verder droeg Invest International bij aan de positie van Nederlandse bedrijven in het buitenland, waarbij de politieke en strategische positie van Nederland verstevigd wordt. In 2025 heeft het kabinet gewerkt aan de verkenning naar het samengaan van Invest-NL en Invest International. Geconcludeerd is dat er een grotere, geïntegreerde en meer slagkrachtige financieringsinstelling nodig is om de uitdagingen voor de Nederlandse economie aan te pakken. In de tweede helft van 2025 is aan deze integratie gewerkt en zijn opties voor een nationale investeringsinstelling onderzocht. 13
Een ander voorbeeld waarin het kabinet het ondernemingsklimaat voor het Nederlandse bedrijfsleven heeft ondersteund, is de exportkredietverzekeringsfaciliteit. In 2025 zijn er 165 polissen afgegeven.14
Op fiscaal vlak heeft het kabinet per 2025 het afschaffen van de inkoopfaciliteit in de dividendbelasting teruggedraaid, net als de tariefsverhoging in box 2 en de verlaging van de winstvrijstelling voor het midden- en kleinbedrijf. Daarnaast is de renteaftrekbeperking verruimd zodat tot 24,5% procent van de EBITDA (een maatstaf voor winst) aan rentes kan worden afgetrokken, in plaats van 20%.15 Hiermee loopt Nederland meer in de pas met het Europees gemiddelde.
Financiële sector
Een sterke en betrouwbare financiële sector is van groot belang voor stabiele economische groei. We kunnen in Nederland trots zijn op onze financiële sector. Nederlandse financiële instellingen zijn efficiënt, innovatief en dienstverlenend.
Begin 2025 heeft de minister een visie op de financiële sector naar de Tweede Kamer gestuurd.16 De visie geeft richting aan het beleid. Er worden keuzes gemaakt op drie overkoepelende thema’s: (1) goed functionerende markten, (2) verminderen regeldruk en goed toezicht en (3) toegankelijk betalingsverkeer en bescherming van de consument.
Op verschillende onderdelen van de visie zijn belangrijke stappen gezet. Zo heeft het kabinet een duidelijke en ambitieuze inzet op versterking van de Europese kapitaalmarktunie naar de Kamer gestuurd, met aandacht voor meer centralisatie van toezicht in Europa en voor het mobiliseren van vermogen van particuliere beleggers. Ook is in Europa een akkoord bereikt over de herziening van het Europese crisisraamwerk voor banken.17 Daarnaast zijn goede resultaten geboekt bij het verminderen van regeldruk en het versimpelen van regelgeving voor de financiële sector. Zo wordt bij nationale implementatie van Europese regelgeving waar mogelijk gekozen voor de meest lastenluwe optie, zoals bijvoorbeeld de (lopende) implementatie van herziene prudentiële raamwerken voor banken en verzekeraars. Op Europees niveau is er actief gewerkt aan het vereenvoudigen van regelgeving voor financiële dienstverlening, zoals duurzaamheidsrapportages en securitisaties. Daarbij is steeds gelet op het waarborgen van financiële stabiliteit en het hanteren van internationale standaarden. In oktober 2025 is ook de Wijzigingswet accountancysector18aangenomen in de Eerste Kamer met als doel om de kwaliteit van de wettelijke controle te verhogen.
In maart is het wetsvoorstel chartale infrastructuur bij de Tweede Kamer ingediend, met als doel om contant geld bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar te houden. In juli 2025 is de implementatiewet van het nieuwe Europese anti-witwaspakket geconsulteerd.19 Hiermee worden de regels om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen Europees geharmoniseerd, zodat de effectiviteit vergroot wordt en een gelijk speelveld behouden blijft. Daarnaast is in juli het wetsvoorstel voor de beperking van toegang tot het UBO-register in werking getreden, waarmee de privacy van UBO’s wordt gewaarborgd.20 Eind 2025 heeft de Tweede Kamer de voortgang op de nieuwe anti-witwasaanpak ontvangen. 21Hiermee krijgen zakelijke klanten, zoals ondernemers en non-profitorganisaties, betere toegang tot een betaalrekening.
Tot slot is gewerkt aan de financiële weerbaarheid van huishoudens. In 2025 vond de 14e editie van de Week van het geld plaats, met als thema ‘Hoe maak jij je gelddromen waar?’. Kinderen en jongeren leerden aan de hand van dit thema hoe verstandige geldkeuzes kunnen bijdragen aan het realiseren van hun gelddromen. Met deze communicatiecampagne is ook in 2025 ingezet op de preventie van geldzorgen onder jongeren.
Thema 2. (Fiscaal) beleid en de uitvoering
Fiscale beleidsprioriteiten
Er zijn belangrijke stappen gezet voor de hersteloperatie en de invoering van een nieuw stelsel in box 3. Na de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 202422 is aanvullend rechtsherstel nodig in box 3. Dit is het geval als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Om de arresten van de Hoge Raad te codificeren is de Wet tegenbewijsregeling box 3 opgesteld. Het wetsvoorstel is op 13 maart 2025 ingediend23 en is inmiddels aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer. De Belastingdienst is hierna gestart met de uitvoering van de tegenbewijsregeling. Vanwege de werkzaamheden voor de tegenbewijsregeling is invoering van het nieuwe stelsel in box 3 een jaar uitgesteld tot 1 januari 2028. Het nieuwe stelsel is uitgewerkt in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 324. Dit wetsvoorstel is op 19 mei 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. In het coalitieakkoord Aan de slag is afgesproken dat het stelsel van belasten van werkelijk rendement wordt doorontwikkeld naar een vermogenswinstsystematiek. Ook de Tweede Kamer heeft zich hiervoor uitgesproken.
Door de demissionaire status van het kabinet-Schoof zijn er geen besluiten genomen over enkele prioriteiten uit de begroting 2025. Het gaat om een nieuw toeslagen- en belastingstelsel en de aanpak van fiscale regelingen en constructies.
In het pakket Belastingplan 2026 zijn verschillende maatregelen genomen om Nederland verder te vergroenen. Op de eerste plaats de norm dat personenauto’s die werkgevers in de zakelijke markt beschikbaar stellen aan werknemers, vanaf 2027 volledig elektrisch moeten zijn. Voor het ter beschikking stellen van fossiele personenauto’s, moeten werkgevers vanaf 2027 een pseudo-eindheffing betalen. Op de tweede plaats is de verhoging van de vliegbelasting per 2027, gedifferentieerd naar afstand. Tot slot is een beprijzingspakket gericht op afvalverbrandingsinstallaties opgenomen in het Belastingplan. Dit pakket bestaat onder andere uit een verhoging van de afvalstoffenbelasting en aanscherping van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties. Hiermee beoogt het kabinet de prikkel om te verduurzamen in de afvalsector te vergroten.
Belastingdienst
De ambitie voor de komende jaren is: ‘Een Belastingdienst waar burgers en bedrijven vertrouwen in hebben en medewerkers trots op zijn’. In de Meerjarenstrategie 2025 ‒ 203025 is opgeschreven hoe de Belastingdienst deze ambitie wil bereiken.
De Belastingdienst wil zijn dienstverlening verbeteren en toegankelijker maken. Tijdens de aangiftecampagne was de BelastingTelefoon extra goed bereikbaar. Ultimo 2025 is er een bereikbaarheidspercentage van 87,2% gehaald. Een lichte daling ten opzichte van 2024 (87,8%). De toegankelijkheid van de website van de Belastingdienst is verder verbeterd, waardoor de website opnieuw is bekroond met de A-status, de hoogste toegankelijkheidsstatus. Het programma Vroegsignalering heeft drie pilots uitgevoerd: beeldondersteuning voor burgers en balies, outbound bellen met contactkaartjes voor Geldteruggavebrief-doelgroepen en naar buitenlandse belastingplichtigen. Ook is de pilot ‘Triage Stella’ uitgevoerd, wat heeft geleid tot een nieuwe werkwijze die de toebedeling van Stella-casussen efficiënter maakt. Verder heeft de Belastingdienst verhuld vermogen en btw-fraude aangepakt, onder meer in samenwerking met de FIOD en het Openbaar Ministerie. Zo heeft het programma verhuld vermogen een opbrengst van afgerond 139 miljoen euro opgeleverd en 1.495 signalen afgehandeld.26 In 2025 zijn er in het fiscale domein door de FIOD 101 strafrechtelijke onderzoeken gestart, waarvan 20 in de specifieke aanpak van Btw-carrouselfraude, Btw-netwerkfraude en verhuld vermogen.27
De Belastingdienst heeft een belangrijke stap gezet richting een toekomstbestendige informatievoorziening met de ingebruikname van het Generiek platform voor Document en Archiefbeheer (GDA). Daarnaast moderniseert de Belastingdienst zijn ICT-landschap om de continuïteit van de uitvoering te borgen. Zo is er onder andere een nieuw softwarepakket aangeschaft (er is gegund) ter vervanging van het systeem voor de omzetbelasting, maar de implementatie moet nog volgen. Daarnaast zijn er stappen gezet in de uitfasering van de ontwikkelsoftware Cool:Gen.
De Belastingdienst wil zijn naleving van wet- en regelgeving verbeteren. Dit is een meerjarig traject, gericht op onder andere de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Wet open overheid (Woo). Voor de uitvoering van de Woo zijn stappen gezet door de taken te centraliseren en is gerealiseerd dat wordt voldaan aan alle in werking getreden tranches voor actieve openbaarmaking. De doorlooptijd van de afhandeling van Woo-verzoeken blijft een aandachtspunt. In 2025 zijn de volgende activiteiten gerealiseerd waarmee de naleving van de AVG op punten is verbeterd: er is een centraal en actueel verwerkingenregister gerealiseerd, voor alle hoogrisicoprocessen is een analyse gemaakt van privacyaspecten (134 DPIA’s), en er zijn verbeteringen doorgevoerd in het meldproces voor datalekken. Het toezichttraject van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) op dit onderdeel is afgerond.
Waar fouten in de uitvoering zijn ontstaan, wil de Belastingdienst deze identificeren en herstellen. In 2025 zijn daarom onder andere de volgende acties ondernomen. Zo is het onderzoek naar de Fraude Signalering Voorziening (FSV) afgerond. Begin 2025 zijn de laatste betrokkenen geïnformeerd over het effect van hun registratie in FSV. Voor de herstelactie Box 3 is het formulier voor opgave van werkelijk rendement voor box 3 gerealiseerd en zijn voorbereidingen getroffen voor de behandeling van de ingediende herstelaanvragen. Verder is de herstelactie minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP) op 1 juli 2025 gestart; naar verwachting zal deze actie begin 2026 worden afgerond. De invoeringstoets is in 2025 doorontwikkeld en ingebed in de staande organisatie.28 Daarnaast zijn in hetzelfde jaar zeven nieuwe toetsen opgestart.
Dienst Toeslagen
Dienst Toeslagen heeft zich in 2025 ingezet om29 haar taken beter uit te voeren, stelselaanpassingen en -alternatieven te onderzoeken, en zich onverminderd in te spannen voor een positieve afronding van het herstel voor burgers die onrecht is aangedaan.
In 2025 heeft een succesvolle attenderingsactie op het recht op zorgtoeslag plaatsgevonden waarbij ruim 200.000 brieven zijn verstuurd. Naar aanleiding van deze brief zijn ruim 70.000 aanvragen zorgtoeslag30 2024 gedaan. De app, die continu wordt doorontwikkeld en waarmee burgers laagdrempelig wijzigingen kunnen doorvoeren, wordt steeds beter gebruikt. De app draagt bij aan het verminderen van terugvorderingen. Tegelijkertijd wijst de Dienst Toeslagen burgers op een persoonlijke betalingsregeling om terugvorderingen terug te betalen.
Dienst Toeslagen heeft ook in 2025 meegewerkt aan stelselaanpassingen, bijvoorbeeld via het wetsvoorstel verbetermaatregelen toeslagen en een vereenvoudiging van het partnerbegrip (afschaffen samengesteld gezin-criterium).
Stand van zaken vervolgacties Parlementaire Onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag (POK)
In 2025 zijn vrijwel alle Integrale Beoordelingen afgerond, waardoor gedupeerde ouders een belangrijke stap in hun herstelproces hebben gezet. De compensatie is minimaal 30.000 euro (Catshuisregeling)31 en kan via de Integrale Beoordeling hoger uitvallen.
Voor aanvullende schade is in 2025 de nieuwe schaderoute MijnHerstel gestart, waarmee opvolging is gegeven aan het advies van de Commissie Van Dam om het schadeproces te vereenvoudigen naar twee duidelijke routes: de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH) en MijnHerstel. Ouders die op de wachtrij staan voor de Commissie Werkelijke Schade (CWS) zullen worden benaderd voor een mogelijke overstap. Voor enkele specifieke doelgroepen en voor de inzet van de CWS moet nog nadere besluitvorming plaatsvinden.
Gedupeerde ouders en hun (ex-)toeslagpartner krijgen kwijtschelding van publieke schulden en hulp bij private schulden. Sinds de start is 321,06 miljard euro aan overheidsschulden kwijtgescholden, 216 miljoen euro aan private betalingsachterstanden betaald en ruim 5 miljoen euro aan eerder betaalde private schulden teruggegeven aan ouders.33
De Belastingdienst en Dienst Toeslagen hebben hun dienstverlening aan burgers en bedrijven verbeterd. In 2025 zijn 184.244 hulpverzoeken34 afgehandeld, verschillende pilots gestart en de bereikbaarheid vergroot door digitalisering (zoals de app Toeslagen) en proactieve communicatie.
Douane
Om haar taken effectief uit te voeren in een steeds complexere context, bleef de Douane ook in 2025 inzetten op internationale samenwerking. De Douane benut expertise en data, en de inzet van digitale middelen en vernieuwde apparatuur om het toezicht te versterken.
In 2025 nam de Europese Unie drie sanctiepakketten aan tegen Rusland en Belarus. De aangenomen pakketten betekenen voor de Douane een continuering van de intensieve handhaving op de sanctiemaatregelen tegen Rusland en Belarus. Zo hield de Douane onder meer toezicht op de verschillende import- en exportverboden en op mogelijke sanctieomzeiling.
In 2025 hebben meerdere ontwikkelingen centraal gestaan voor de Douane. De Europese douane-unie wordt ingrijpend hervormd en het aantal niet-fiscale douanetaken breidt uit. De geopolitieke onrust heeft gezorgd voor aandacht voor het versterken van de weerbaarheid van de Douane, het handhaven van sancties en het uitvoeren van handelsafspraken.
E-commerce en markttoezicht
Er is sprake van een zeer groot volume e-commerce pakketjes dat via Nederland de EU binnenkomt en een aanzienlijk nalevingstekort op het gebied van Europese producteisen. De Douane heeft zich in 2025 voorbereid op de invoering van een mogelijke handling fee om, samen met de betrokken departementen en handhavingspartners, douanecapaciteit vrij te maken voor controles op de e-commerce stroom.
Sturen op maatschappelijke effecten
In 2025 is de visie van de Douane voor 2035 ‘Van maatschappelijke waarde’35 vastgesteld. De Douane wil de inzet van zijn mensen en middelen meer gaan richten op de effecten op de samenleving en zo de maatschappelijke waarde vergroten. Om dit te concretiseren is de Douane het programma Sturen op maatschappelijke effecten36 gestart.
Ook is de toepasbaarheid van een douanebrede risicoanalyse onderzocht. De Douane gaat de risico’s over taakgebieden heen inhoudelijker duiden en explicieter aangeven op welke taken meer óf minder ingezet moet worden.
Digitale transformatie
Op het terrein van Scan- en detectie zijn de noodzakelijke werkzaamheden verricht om over te kunnen gaan op een nieuwe scan-analyseomgeving. Ook is met succes Artificial Intelligence ingezet in een pilot voor analyse van scanbeelden. In het kader van de digitale Douane is de website gemoderniseerd en daarnaast is het Douane Contact Center (DCC) gevormd. Hiermee heeft de Douane de kwaliteit van de informatievoorziening vergroot en kunnen vragen van bedrijven beter en efficiënter worden beantwoord.
Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 447
Kamerstukken II 2025-2026, 28 165, nr. 470
Kamerstukken II 2024-2025, 31 789, nr. 120
Kamerstukken II 2024-2025, 31 789, nr. 122
Kamerstukken II 2024/25, 32 013, nr. 302
4.2 Samenvatting Nationale Schuld
De EMU-schuld is de uitstaande schuld van de hele collectieve sector. Eind 2025 bedroeg de EMU-schuld € 523,5 mld. De staatsschuld, gefinancierd door het Agentschap, is hier onderdeel van. De staatsschuld bedroeg ultimo 2025 € 448,7 mld., dat is € 24,6 mld. lager dan begroot. De belangrijkste oorzaak van deze daling is dat het kastekort in 2025, nog onbekend bij het opstellen van de begroting, lager is uitgevallen.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |
Stand schuld (ultimo 2025) | |||
EMU-schuld | 523,5 | 548,4 | ‒ 24,9 |
Staatsschuld | 448,7 | 473,3 | ‒ 24,6 |
Interne schuldverhouding | 96,3 | 91,4 | 4,9 |
Rentelasten | |||
Rentelasten vaste en vlottende schuld (art. 11) | 6,4 | 7,7 | ‒ 1,3 |
Rentelasten interne schuldverhouding (art. 12) | 2,3 | 2,7 | ‒ 0,4 |
Totaal | 8,7 | 10,4 | ‒ 1,7 |
De Nederlandse staat heeft een schuldverhouding met publieke instellingen die deelnemen aan schatkistbankieren, zoals sociale fondsen, agentschappen, RWT’s, decentrale overheden en enkele derden. Het saldo van de vorderingen en schulden van deze deelnemers bij de staat wordt de interne schuldverhouding genoemd. Ultimo 2025 is deze € 96,3 mld. positief, wat betekent dat de staat per saldo een schuld heeft aan de deelnemers. In 2025 is de interne schuldverhouding met € 11,7 mld. gestegen ten opzichte van vorig jaar en € 4,9 mld. hoger dan begroot. Dit komt vooral door een toename van de rekening-courantstanden van de sociale fondsen (+ € 11,4 mld.).
De rentelasten bedroegen € 8,7 mld. Dit betreft het saldo van de rentelasten en -baten op de vaste en de vlottende schuld (artikel 11 financiering staatsschuld) en de interne schuldverhouding (artikel 12 kasbeheer). Dit is € 1,7 mld lager dan in de begroting 2025 werd geraamd. Door een lagere financieringsbehoefte is minder schuld uitgegeven op de kapitaal- en geldmarkt, wat de rentelasten heeft verlaagd. Ook is nieuwe schuld tegen gemiddeld lagere rentetarieven afgesloten. Daarnaast vielen de rentelasten over de interne schuldverhouding lager uit dan verwacht: hoewel het saldo daarvan steeg, was het rentepercentage gemiddeld lager. Per saldo leidde dit tot lagere rentelasten.
Financieringsbehoefte
Financieringsbehoefte: | |
Aflossingen kapitaalmarkt in 2025 (op kasbasis) | 20,0 |
Geldmarkt ultimo 2024 incl. uitzettingen | 37,5 |
Mutatie onderpand in contanten 2025 | 0,1 |
Kassaldo Rijk 2025 (-/- is kasoverschot) | 24,9 |
Totaal | 82,5 |
Dekking: | |
Kapitaalmarktuitgifte 2025 (op kasbasis)2 | 38,7 |
Geldmarkt ultimo 2025 incl. uitzettingen | 43,8 |
Totaal | 82,5 |
De kapitaalmarktuitgifte en aflossingen zijn in deze tabel weergegeven op kasbasis. De nominale waarde van de uitgifte op de kapitaalmarkt was € 40,7 mld. Hierbij is bij de uitgifte van de leningen € 2,0 mld. aan disagio gerealiseerd. Bij disagio ontvangt de Staat minder geld dan de nominale waarde van een lening. In de verantwoordingsstaten wordt het agio of disagio gedurende de looptijd van de lening als rentebaten of -lasten evenredig toegerekend aan de netto rentelasten van de lening (op transactiebasis). In de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt het agio of disagio meegenomen in de netto rentelasten vaste schuld die eveneens op transactiebasis worden weergegeven.
De financieringsbehoefte bedroeg in 2025 € 82,5 mld, voornamelijk door herfinanciering van af te lossen leningen. Verder hangt de financieringsbehoefte af van het kassaldo van het Rijk en de verandering van het onderpand in contanten. Onderpand betreft kasgeld dat tegenpartijen, bijvoorbeeld bij het aangaan van swaps, bij de Nederlandse staat plaatsen om het risico te ondervangen dat de tegenpartij niet meer aan zijn verplichtingen voldoet. In de begroting was een kastekort van € 49,0 mld geraamd. Door lagere uitgaven kwam het kastekort uit op € 24,9 mld. Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de financieringsbehoefte is gedekt door de uitgifte van langlopende leningen op de kapitaalmarkt en kortlopende leningen op de geldmarkt.
4.3 Realisatie periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen
In 2025 zijn twee periodieke rapportages afgerond. De eerste periodieke rapportage, de Evaluatie crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI's en Europese instellingen, concludeert dat internationale instellingen doeltreffend de gevolgen van de COVID-crisis bestreden hebben. Kanttekeningen hierbij behelzen de de toegang tot steun van bepaalde landen en bedrijven en de soms lange doorlooptijd van maatregelen. In de tweede, de Periodieke rapportage Schuldfinanciering, wordt geconcludeerd dat het financieringsbeleid en het renterisicokader van de Nederlandse staat doeltreffendheid en doelmatig zijn geweest. Om het beleid te verbeteren wijst de evaluatie onder andere op het inrichten van een ordentelijk proces voor de vaststelling van de risico-indicatoren en op het nut van een evaluatie van het groene obligaties programma.
De beleidsdoorlichting Toezicht van de Belastingdienst is tevens in 2025 aan de Kamer aangeboden; het onderliggende onderzoek was echter reeds in 2024 afgerond. De belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van deze periodieke rapportages en beleidsdoorlichting alsmede hun opvolging komen uitgebreid aan bod in de jaarlijkse Kamerbrief Opvolging in beeld die ten tijde van de Jaarverantwoording met de Kamer zal zijn gedeeld.
Voor de periodieke rapportage Stabiele, integere en betrouwbare financiële markten geldt dat het onderliggende onderzoek reeds is uitgevoerd maar de evaluatie nog niet naar de Kamer is verzonden door vertraging in de afrondende fase. De afronding van de evaluatie wordt binnenkort verwacht.
Vanwege de overgang van beleidsdoorlichtingen (BD) naar periodieke rapportages (PR) geeft de onderstaande tabel de realisatie van beide evaluatiesoorten weer gedurende de afgelopen zeven jaar.
PR/BD | Thema1 | Artikel | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Kamerstuk |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
BD | 5: Belastingdienst | 1 | X | |||||||
BD | 4: Fiscaal beleid | 1 | X | |||||||
BD | 5: Belastingdienst | 1 | X | |||||||
BD | 2: Economie en vestigingsklimaat | 3 | X | |||||||
PR | 2: Economie en vestigingsklimaat | 4 | X | |||||||
BD | 2: Economie en vestigingsklimaat | 5 | X | |||||||
BD | 1: Solide overheidsfinanciën | 6 | X | |||||||
BD | 7: Douane | 9 | X | |||||||
PR | 1: Solide overheidsfinanciën | 11 | X | |||||||
BD | 1: Solide overheidsfinanciën | 11 | X | |||||||
PR | 1: Solide overheidsfinanciën | 12 | X | |||||||
BD | 1: Solide overheidsfinanciën | 12 | X | |||||||
BD | 1: Solide overheidsfinanciën | n.v.t. | X | |||||||
BD | 1: Solide overheidsfinanciën | n.v.t. | X |
Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages en beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht ingepland en uitgevoerd onderzoek op www.rijksfinancien.nl. Voor de realisatie van deze en andere grote (evaluatie)onderzoeken, zie de bijlage <<Afgerond evaluatie- en overig onderzoek>>.
4.4 Overzicht van risicoregelingen
Nr. | Art. | Omschrijving | Uitstaande Garanties 2024 | Verleend 2025 | Vervallen 2025 | Uitstaande garanties 2025 | Garantieplafond | Totaal plafond | Totaalstand Risicovoorziening | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | 1 | Belastingen | Garantie procesrisico's | 67 | 18 | 45 | 40 | 336 | 0 | n.v.t. |
67 | 18 | 45 | 40 | 336 | 0 | |||||
2 | 2 | Financiële markten | DGS BES-eilanden | 72.192 | 0 | 72.192 | 0 | 0 | 0 | 6.0001 |
3 | 2 | Financiële markten | Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer | 235 | 0 | 0 | 235 | 0 | 235 | n.v.t. |
4 | 2 | Financiële markten | NBM | 2.500 | 0 | 0 | 2.500 | 0 | 2.500 | n.v.t. |
5 | 2 | Financiële markten | Terrorisme-schades (NHT) | 50.000 | 0 | 0 | 50.000 | 0 | 50.000 | 3.375 |
6 | 2 | Financiële markten | Waarborgfonds motorverkeer | 2.500 | 0 | 0 | 2.500 | 0 | 2.500 | n.v.t. |
7 | 2 | Financiële markten | WAKO (kern-ongevallen) | 9.200.000 | 0 | 0 | 9.200.000 | 0 | 9.200.000 | n.v.t. |
9.327.427 | 0 | 72.192 | 9.255.235 | 0 | 9.255.235 | |||||
8 | 3 | Financierings-activiteiten publiek-private sector | FCI | 5.500 | 0 | 5.500 | 0 | 0 | 0 | n.v.t. |
9 | 3 | Financierings-activiteiten publiek-private sector | NWB | 1.134 | 0 | 0 | 1.134 | 0 | 1.134 | n.v.t. |
10 | 3 | Financierings-activiteiten publiek-private sector | Financierings-maatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO) | 15.401.600 | ‒ 1.784.579 | 0 | 13.617.021 | 0 | 13.617.021 | n.v.t. |
11 | 3 | Financierings-activiteiten publiek-private sector | Garantie TenneT | 0 | 51.600.000 | 0 | 51.600.000 | 0 | 51.600.000 | n.v.t. |
15.408.234 | 49.815.421 | 5.500 | 65.218.156 | 0 | 65.218.156 | |||||
12 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) | 794.109 | ‒ 91.981 | 0 | 702.128 | 0 | 702.128 | n.v.t. |
13 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | DNB - deelneming in kapitaal IMF | 34.454.199 | ‒ 2.034.482 | 0 | 32.419.718 | 0 | 32.419.718 | n.v.t. |
14 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | EIB - kredietver-lening in ACP en OCT | 76.709 | 0 | 4.375 | 72.334 | 0 | 72.334 | n.v.t. |
15 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | EIB - pan-Europees Garantiefonds | 953.540 | 0 | 28.493 | 925.048 | 0 | 925.048 | n.v.t. |
16 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) | 589.100 | 0 | 0 | 589.100 | 0 | 589.100 | n.v.t. |
17 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM) | 2.690.597 | 118.868 | 161.775 | 2.647.690 | 0 | 2.647.690 | n.v.t. |
18 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | European Financial Stability Facility (EFSF) | 34.154.159 | 0 | 0 | 34.154.159 | 0 | 34.154.159 | n.v.t. |
19 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | European Investment Bank (EIB) | 11.795.973 | 0 | 0 | 11.795.973 | 0 | 11.795.973 | n.v.t. |
20 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | European Stability Mechanism (ESM) | 35.338.940 | 0 | 0 | 35.338.940 | 0 | 35.338.940 | n.v.t. |
21 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB) | 1.089.246 | 57.263 | 0 | 1.146.509 | 0 | 1.146.509 | n.v.t. |
22 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Kredieten EU-betalings-balanssteun (BoP-faciliteit) | 3.870.089 | 203.981 | 0 | 4.074.069 | 0 | 4.074.069 | n.v.t. |
23 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Bilaterale garantie Macro-financiële bijstand (MFB) | 215.390 | 0 | 0 | 215.390 | 0 | 215.390 | n.v.t. |
24 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) | 32.249 | ‒ 3.735 | 0 | 28.514 | 0 | 28.514 | n.v.t. |
25 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Next Generation EU (NGEU) | 27.176.162 | 3.703.539 | 1.572.547 | 29.307.155 | 0 | 29.307.155 | n.v.t. |
26 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE) | 5.983.913 | 0 | 18.853 | 5.965.060 | 0 | 5.965.060 | n.v.t. |
27 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Garantie Wereldbank - IBRD garantie kapitaal | 5.825.681 | ‒ 674.787 | 0 | 5.150.894 | 0 | 5.150.894 | n.v.t. |
28 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Garantie Wereldbank - IBRD garantie Oekraïne | 100.000 | 0 | 0 | 100.000 | 0 | 100.000 | n.v.t. |
29 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Oekraïne Faciliteit | 1.999.309 | 102.624 | 0 | 2.101.933 | 0 | 2.101.933 | n.v.t. |
30 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | MFB-ULCM | 3.416.000 | 78.045 | 1.649.440 | 1.844.605 | 0 | 1.844.605 | n.v.t. |
31 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | SAFE instrument | 0 | 15.286.784 | 0 | 15.286.784 | 0 | 15.286.784 | 0 |
170.555.364 | 16.746.118 | 3.435.483 | 183.866.000 | 0 | 183.866.000 | |||||
32 | 5 | Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen | Exportkrediet-verzekering (ekv) | 17.540.563 | 3.370.913 | 6.225.351 | 14.686.125 | 10.000.000 | 0 | 830.706 |
33 | 5 | Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen | Herverzekering leveranciers-kredieten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | n.v.t. |
17.540.563 | 3.370.913 | 6.225.351 | 14.686.125 | 10.000.000 | 0 | |||||
Totaal | 212.831.655 | 69.932.470 | 9.738.569 | 273.025.556 | 10.000.336 | 258.339.391 |
Nr. | Art. | Omschrijving | Uitgaven 2024 | Ontvangsten 2024 | Saldo 2024 | Uitgaven 2025 | Ontvangsten 2025 | Saldo 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | 1 | Belastingen | Garantie procesrisico's | 182 | 0 | ‒ 182 | 18 | 0 | ‒ 18 |
2 | 2 | Financiële markten | DGS BES-eilanden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
3 | 2 | Financiële markten | Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
4 | 2 | Financiële markten | NBM | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
5 | 2 | Financiële markten | Terrorismeschades (NHT) | 0 | 536 | 536 | 0 | 536 | 536 |
6 | 2 | Financiële markten | Waarborgfonds motorverkeer | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
7 | 2 | Financiële markten | WAKO (kernongevallen) | 0 | 108 | 108 | 0 | 1.726 | 1.726 |
8 | 3 | Financierings-activiteiten publiek-private sector | FCI | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
9 | 3 | Financierings-activiteiten publiek-private sector | NWB | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
10 | 3 | Financierings-activiteiten publiek-private sector | Financierings-maatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO) | 0 | 1.000 | 1.000 | 0 | 1.000 | 1.000 |
11 | 3 | Financierings-activiteiten publiek-private sector | Garantie TenneT | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
12 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
13 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | DNB - deelneming in kapitaal IMF | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
14 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | EIB - kredietverlening in ACP en OCT | 0 | 0 | 0 | 4.375 | 0 | ‒ 4.375 |
15 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | EIB - pan-Europees Garantiefonds | 17.941 | 0 | ‒ 17.941 | 28.493 | 0 | ‒ 28.493 |
16 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
17 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
18 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | European Financial Stability Facility (EFSF) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
19 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | European Investment Bank (EIB) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
20 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | European Stability Mechanism (ESM) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
21 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
22 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Kredieten EU-betalings-balanssteun (BoP-faciliteit) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
23 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
24 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
25 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Next Generation EU (NGEU) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
26 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
27 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Garantie Wereldbank - IBRD garantie kapitaal | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
28 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Garantie Wereldbank - IBRD garantie Oekraïne | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
29 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | Oekraïne Faciliteit | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
30 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | MFB-ULCM | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
31 | 4 | Internationale financiële betrekkingen | SAFE instrument | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
32 | 5 | Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen | Exportkrediet-verzekering (ekv) | 128.838 | 131.159 | 2.321 | 109.035 | 180.963 | 71.928 |
33 | 5 | Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen | Herverzekering leverancierskredieten | 882 | 45 | ‒ 837 | 10.846 | 13.168 | 2.322 |
Totaal | 147.842 | 132.848 | ‒ 14.995 | 152.766 | 197.393 | 44.626 |
Artikel | Omschrijving | Uitstaande lening | Looptijd lening in jaren | Totaalstand risicovoorziening 2024 | Totaalstand mutatie volume risicovoorziening 2024 en 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector | Lening TenneT | 25.000.000 | max. 16 | 0 | 0 |
Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen | Lening Griekenland | 1.591.194 | 30 | 0 | 0 |
Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen | Lening Oekraïne | 200.000 | 10 | 0 | 0 |
Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen | Lening Wereldbank IBRD | 62.546 | n.v.t. | 0 | 0 |
Toelichting per risicoregeling
De bovenstaande tabellen tonen de verstrekte garanties, de bijbehorende uitgaven en ontvangsten, en de verstrekte leningen. Hieronder worden garanties groter dan 1 miljoen euro en uitgaven en ontvangsten boven 1 miljoen euro binnen de garantieregelingen toegelicht. Zowel nieuwe garanties, vervallen garanties als bijstellingen zijn meegenomen. De kolom ‘vervallen’ sluit aan op de balanspost garantieverplichtingen. Garantieregelingen onder de algemene faciliteit voor schatkistbankieren (beleidsartikel 11 & 12, Nationale Schuld) zijn niet opgenomen in het overzicht risicoregelingen. Zie voor meer informatie het overzicht risicoregelingen in de begroting.
2. Depositogarantiestelsel (DGS) BES-eilanden
Verleende en vervallen garanties
In 2017 is in Caribisch Nederland een Depositogarantiestelsel (DGS BES) ingevoerd. Dit stelsel is in 2021 geëvalueerd. Het DGS BES wordt op drie punten aanpast, onder andere de financiering van het fonds verandert. Banken gaan vooraf meebetalen aan de opbouw van het fonds. De financieringsopzet met voorfinanciering door de Staat is niet langer noodzakelijk en in plaats daarvan zal het stelsel door de sector zelf worden gefinancierd. Dit houdt tevens in dat de op dit moment aangehouden garantie op de begroting van Financiën, inclusief de bijbehorende jaarlijkse dotatie aan de begrotingsreserve, voor deze voorfinanciering is komen te vervallen in 2025.
7. WAKO
Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening
De doelstelling is dat een premie wordt geïnd die een reële weergave vormt van het risico voor de Staat. Voor de berekeningssystematiek wordt aangesloten bij de premieberekening die de markt hanteert voor kernongeval schadeverzekeringen. In 2025 betroffen de premieontvangsten voor de staat € 1,7 mln. Dit is hoger dan eerdere jaren. Dit komt doordat de vergoeding van 2024 voor de staatsgarantie van EPZ niet in 2024 is ontvangen, maar begin 2025.
8. FCI
Verleende en vervallen garanties
Bij de verkoop van Fortis Corporate Insurance N.V. (FCI) aan Amlin (Overseas Holdings) Limited (Amlin) in 2009 heeft de staat een vrijwaring afgegeven met een waarde van maximaal € 5,5 mln. Deze vrijwaring is sinds 2009 in de saldibalans van het ministerie opgenomen. Hoewel de vrijwaring geen vervaltermijn kent, is het waarschijnlijk dat alle relevante verzekeringsclaims die onder de vrijwaring zouden kunnen vallen reeds zijn ingediend en afgehandeld bij FCI of Amlin. Het is ook waarschijnlijk dat dergelijke verzekeringsclaims zoveel jaar na dato zijn verjaard. In het licht hiervan, is de vrijwaring afgeboekt.
10. Financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)
Verleende en vervallen garanties
De uitstaande garantieverplichting aan de Financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden is met € 1,8 mld. naar beneden bijgesteld vanwege de wisselkoers (USD/EUR). De garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.
Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening
De Staat ontvangt premieontvangsten gedurende de looptijd van de garantie. In 2025 betrof dit € 1 mln.
11. Garantie TenneT
Verleende en vervallen garanties
De financieringsbehoefte van TenneT Nederland werd voorheen ingevuld met een combinatie van eigen vermogen en vreemd vermogen. Door de grote investeringsagenda neemt de financieringsbehoefte fors toe. Om te zorgen dat TenneT Nederland deze investeringsopgave kan financieren, heeft het kabinet besloten in 2025 een garantie af te geven. Als gevolg hiervan kan TenneT Nederland meer en goedkoper schuld ophalen op de kapitaalmarkt. Het plafond van de garantie aan TenneT bedraagt in 2025 € 51,6 mld.
12. Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)
Verleende en vervallen garanties
De uitstaande garantieverplichting aan de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) is met € 92,0 mln. naar beneden bijgesteld vanwege de wisselkoers. De garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.
13. DNB – deelneming in kapitaal IMF
Verleende en vervallen garanties
De uitstaande garantie aan DNB is met € 2.034,5 mln. naar beneden bijgesteld vanwege de wisselkoers. De garantie is in Special Drawing Rights (SDR) ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.
14. EIB - kredietverlening in ACP en OCT
Verleende en vervallen garanties
De European Investment Bank (EIB) verricht onder andere activiteiten in de Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen, alsmede in Europese Overzeese Gebieden. Hiervoor heeft Nederland een garantie afgegeven. Op één van deze activiteiten is een tegenvaller ontstaan.
Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening
De tegenvaller in 2025 leidde voor Nederland tot een betaling van € 4,4 mln. in 2025. De uitstaande garantieverplichting wordt met dit bedrag naar beneden bijgesteld.
15. EIB – pan Europees Garantiefonds
Verleende en vervallen garanties
De EIB heeft in 2020 het pan-Europees garantiefonds (EGF) opgericht om de negatieve economische gevolgen van de coronacrisis te beperken. De garantie is met € 28,5 mln. naar beneden bijgesteld vanwege de uitgaven die in 2025 zijn gedaan.
Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening
Het EGF zit nu in een fase waarin de garanties ingeroepen kunnen worden. De verliezen van dit fonds worden door de lidstaten naar rato gedragen. De netto-verliezen voor Nederland zijn opgenomen in de begroting als uitgaven in artikel 4, gebaseerd op een ruwe schatting. De daadwerkelijke uitgaven bedroegen € 28,5 mln. in 2025.
17. European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)
Verleende en vervallen garanties
De uitstaande garantie aan het EFSM is met € 118,9 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie. Daarnaast is er een negatieve bijstelling van € 161,8 mln. verwerkt vanwege het afbouwpad van deze garantie.
21. Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)
Verleende en vervallen garanties
De uitstaande headroomgarantie MFB is met € 57,3 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie.
22. Kredieten EU-betalingsbalanssteun (BoP-faciliteit)
Verleende en vervallen garanties
De uitstaande garantie aan de Balance of Payments facility (BoP-faciliteit) is met € 204,0 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie.
24. Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)
Verleende en vervallen garanties
De uitstaande garantieverplichting aan de Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) is met € 3,7 mln. naar beneden bijgesteld vanwege de wisselkoers. De garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.
25. Next Generation EU (NGEU)
Verleende en vervallen garanties
De uitstaande garantie is in 2025 met € 3,7 mld. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het geraamde bni-aandeel en de (verwachte) renteontwikkeling. Daarnaast nam de garantie in 2025 af met € 1,6 mld., als gevolg van de beschikbare data over uitgegeven bonds en verstrekte leningen aan lidstaten onder NGEU in het kaderjaar. Zo kan voor het gebruikte deel van NGEU een preciezere inschatting gemaakt worden van de rentekosten.
26. Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)
Verleende en vervallen garanties
De Nederlandse garantie aan de Europese Commissie voor het SURE instrument is met € 18,9 mln. gedaald. Dit is het gevolg van vrijval van een deel van de garantie.
27. Wereldbank - IBRD
Verleende en vervallen garanties
De garantie aan de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) is met € 674,8 mln. naar beneden bijgesteld vanwege de wisselkoers. Deze garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.
29. Oekraïne faciliteit
Verleende en vervallen garanties
De uitstaande garantie is met € 102,6 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie.
30. MFB-ULCM
Verleende en vervallen garanties
De uitstaande headroomgarantie MFB-ULCM is met € 78,0 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie. Daarnaast is in 2025 € 1,6 mld. van deze garantie vrijgevallen. Aanleiding hiervoor was de toetreding van de Verenigde Staten in dit steunpakket, daarmee werd het aandeel van Nederland in deze garantie lager.
31. SAFE
Verleende en vervallen garanties
In 2025 is door de Raad van de Europese Unie en het Europees parlement besloten tot de oprichting van het ‘Security Action for Europe’-instrument (SAFE). Dit instrument is bedoeld om financiële steun te verlenen aan lidstaten om te voorzien in de toegenomen behoefte aan overheidsuitgaven voor de productie van defensiemateriaal en gezamenlijke aanschaf van defensieproducten en diensten te bevorderen. De bijstelling van € 15,3 mld. is het gevolg van een nieuwe nationale garantie gebaseerd op het Nederlandse bni-aandeel in het EU-bni en een inschatting van de rentekosten.
32. Exportkredietverzekering (ekv)
Verleende en vervallen garanties
In 2025 is er € 3,4 mld. aan nieuwe verplichtingen aangegaan en wordt de garantie voor € 6,2 mld. verlaagd als gevolg van de vervallen en uitgaven op de garantieverplichtingen. Atradius Dutch State Business (ADSB) kan een deel van het risico herverzekeren bij een andere export credit agency (ECA). In 2025 is in totaal € 194,8 mln. herverzekerd. Het uitstaande obligo van de ekv bedraagt in totaal € 14,7 mld. Met de ekv biedt de Staat (additioneel aan de markt) exporteurs de mogelijkheid om betalingsrisico’s verbonden aan het handels- en dienstenverkeer met het buitenland te verzekeren. Het productassortiment van de ekv-faciliteit omvat momenteel onder andere de kapitaalgoederenverzekering, de financieringsverzekering, de koersrisicoverzekering, de exportkredietverzekering en de verzekering van garanties.
Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening
In 2025 zijn de uitgaven op de ekv € 109,0 mln., dit betreft met name de gerealiseerde schade uitkeringen ekv in 2025. De ontvangsten bedragen € 180,9 mln., dit is het totaal van de ontvangen premies, schaderestituties en ontvangsten vanuit herverzekerde schades over 2025.
Voor de ekv is een begrotingsreserve ingericht. De begrotingsreserve werkt als buffer om per jaar het verschil tussen enerzijds premieontvangsten en schaderestituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) en anderzijds definitieve schades (vanaf 2019) en kostenvergoeding op te vangen. De begrotingsreserve bedroeg begin 2025 € 724,9 mln. In 2025 is er per saldo € 105,9 mln. in de begrotingsreserve gestort, wat het resultaat is van een onttrekking en een storting. De onttrekking in 2025 bedraagt € 24,4 mln. en bestaat uit definitieve schades (vanaf 2019) en de kostenvergoeding ADSB. De storting in 2025 bedraagt € 130,2 mln. en bestaat het merendeel uit premieontvangsten. Per abuis zijn de te betalen premies en restituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) voor herverzekerde schades in de realisatie nog volgens de oude systematiek verwerkt, ze zijn gecorrigeerd op de ontvangsten en lopen daardoor mee in de storting in plaats van in de onttrekking. Daarmee bedraagt de nieuwe stand van de begrotingsreserve € 830,7 mln. ultimo 2025.
33. Herverzekering Leverancierskredieten
Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening
De herverzekering leverancierskredieten betreft een coronamaatregel waarbij er door de Staat voorkomen werd dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilviel. De tijdelijke regeling is per 1 juli 2021 beëindigd, echter kunnen uitgaven en ontvangsten nog langer doorlopen. Zo zijn er in 2025 nog schades uitgekeerd (€ 9,9 mln.) en uitvoeringskosten gemaakt (€ 1,0 mln.). Tevens zijn er premieontvangsten (€ 8,9 mln.) en schaderestituties (€ 4,3 mln.) uit hoofde van de herverzekering leverancierskredieten ontvangen.
Verstrekte leningen
Lening TenneT
De Nederlandse Staat heeft begin 2024 een aandeelhouderslening aan TenneT verstrekt van € 25 mld. voor 2024 en 2025. Dit betreft een overbrugging tot het moment dat TenneT Duitsland verkocht is, of totdat er een andere lange termijn oplossing voor de financiering van TenneT is gevonden. TenneT mag de lening gedurende deze periode in tranches opnemen en kan daarbij maandelijks aangeven welke looptijd zij wil, waarbij de maximale looptijd 16 jaar is. Reguliere terugbetaling van de lening gaat op z'n vroegst lopen vanaf 2030. TenneT betaalt een marktconforme rente over de lening. Daarnaast betaalt TenneT twee additionele vergoedingen. Dit betreft een eenmalige vergoeding over de gehele € 25 mld. en daarnaast een vergoeding over het gehele ongebruikte deel van het toegezegde bedrag gedurende de periode dat de leenfaciliteit open staat. De totale ontvangsten in 2025 bedragen € 570,1 mln.
Lening Griekenland
In 2010 kreeg Griekenland als eerste lid van de Eurozone financieringsproblemen. De andere lidstaten en het IMF boden steun via de Greek Loan Facility (GLF), met € 80 mld. aan bilaterale leningen van de eurozone en € 30 mld. van het IMF. In 2011 werden niet-uitgekeerde leningen overgeheveld naar het EFSF. In totaal werd € 52,9 mld. uit de GLF-leningen aan Griekenland verstrekt, waarvan € 3,2 mld. uit Nederland. Sinds 2012 zijn er geen nieuwe leningen verleend en sinds 2020 lost Griekenland af. Eind 2025 bedraagt het Nederlandse aandeel in de GLF € 1,6 mld.
Lening Oekraïne
In 2022 verstrekte Nederland een bilaterale lening van € 200 mln. aan Oekraïne via een speciale IMF-kredietlijn. Deze steun helpt Oekraïne bij het financieren van dagelijkse uitgaven en het draaiend houden van de economie. Na een respijtperiode wordt de lening in halfjaarlijkse termijnen binnen 10 jaar volledig terugbetaald.
Lening Wereldbank IBRD
In 2024 nam Nederland deel aan de aankoop van hybride kapitaal, een schuldinstrument zonder stemrecht maar met rente. De looptijd is oneindig, maar het kan bij een toekomstige kapitaalverhoging worden omgezet in regulier kapitaal. De Wereldbank kan hiermee nieuwe obligaties uitgeven en de opgehaalde middelen de komende 10 jaar inzetten voor 'Global Public Goods', zoals klimaat, pandemieparaatheid en fragiliteit. Elke ingelegde euro levert in 10 jaar € 8 aan extra leencapaciteit op.
4.5 Openbaarheidsparagraaf
Woo-verzoeken en actieve openbaarmaking
Sinds 2024 bestaat een centrale Woo-afdeling binnen het ministerie van Financiën. Deze afdeling behandelt alle Woo-verzoeken van het beleidsdepartement en de gevoelige verzoeken van de Belastingdienst, Dienst Toeslagen en Douane. De overige Woo-verzoeken worden door de Belastingdienst, Dienst Toeslagen en Douane zelf afgehandeld. Daarnaast is de afdeling aan zet voor de implementatie van actieve openbaarmaking binnen het ministerie.
In 2025 zijn belangrijke doelstellingen gerealiseerd: er is een toename in het aantal afgehandelde Woo-verzoeken en de werkvoorraad neemt sterk af. In 2025 zijn 378 zaken afgerond, in vergelijking tot 260 in 2024. Dit ondanks dat het aantal binnengekomen Woo-verzoeken tevens is gestegen: van 252 verzoeken in 2024 tot 308 binnengekomen verzoeken in 2025.
Er is direct contact met elke WOO-verzoeker en er is inzicht in Woo-cijfers. De systemen voor het behandelen van Woo-verzoeken zijn verder ontwikkeld om optimaal aan te sluiten bij het proces en om zicht te krijgen op de knelpunten en succesfactoren. Daarnaast zijn de eerste stappen gezet naar een eigen publicatieplatform in samenwerking met het ministerie van VWS. Komend jaar verwacht het ministerie deze systemen optimaal ingericht te hebben. Deze maatregelen zijn getroffen om het proces rond de afhandeling van Woo-verzoeken te versnellen en te verbeteren. Binnen het departement is steeds meer aandacht voor de Woo.
De behandelduur van Woo-verzoeken in 2025 is 178 dagen (ongeacht datum binnenkomst Woo-verzoek), in vergelijking tot 223 dagen in 2024. De doorlooptijden blijven aandacht vragen. De onderliggende trend is echter positief.37
Het ministerie van Financiën heeft de eerste twee maatschappelijk relevante dossiers op een begrijpelijke en overzichtelijke wijze aangeboden middels een tijdlijn in het kader van de inspanningsverplichting (art. 3.1 Woo). Het ministerie voldoet daarnaast aan de wettelijke verplichtingen voor openbaarmaking van de Woo-categorieën (artikel 3.3 Woo).
Het verkorten van de doorlooptijd voor externe en interne rapporten blijft in 2026 een belangrijk aandachtspunt. In 2025 zijn 1135 beslisnota’s actief openbaar gemaakt (722 in 2024). Daarnaast zijn 126 externe en ADR-rapporten gepubliceerd met een gemiddelde doorlooptijd van 75 dagen (95 rapporten, 49 dagen in 2024).38 Hoewel het aantal openbaar gemaakte rapporten is gestegen, blijft de doorlooptijd boven de gestelde termijn van 28 dagen, mede door het wegwerken van oudere dossiers. Er wordt blijvend ingezet op verdere bewustwording en verbeterde monitoring van het aanleverproces.
Ten slotte heeft het ministerie op verschillende vlakken contact gezocht met burgers, journalisten en maatschappelijke organisaties om te spreken over de huidige informatievoorziening en de verbetering daarvan.
Verbeteren van de informatiehuishouding
In 2025 heeft het ministerie van Financiën aantoonbare vooruitgang geboekt in de informatiehuishouding. In de jaarlijkse volwassenheidsmeting van BZK steeg het departement van een 2,6 in 2024 naar een score van 2,8 in 2025. Het departement is daarmee op koers om in 2026 de ambitiescore van 3 (op een schaal van 1 tot 4) te bereiken.
In 2025 is de verbeteropgave succesvol voortgezet onder leiding van de Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking. In het hele departement ondersteunen informatieprofessionals de directies bij informatiebeheer, ondersteund door opleidingsplannen. Alle medewerkers krijgen instructies over veilige omgang met informatie, vanaf de onboarding. Bij het beleidsdepartement zijn 2300 dossiers op orde gebracht. Alle onderdelen hebben nu ervaring met zelfevaluatie voor het interne kwaliteitssysteem.
Archiveringssystemen zoals het Generiek Document en Archiefbeheersysteem en Digidoc zijn verder uitgerold bij Belastingdienst, Toeslagen en Douane. Interdepartementaal is gewerkt aan de voorbereiding van een gezamenlijke aanbesteding voor een content services platform en aan een voorziening voor e-mailarchivering. Door technische problemen is de implementatie van het e-mailarchief vertraagd en daarom blijven interimmaatregelen voor het veiligstellen van e-mail van kracht.
Tot slot is gestart met het integreren van informatiebeheer in datagovernance, architectuur en applicatieontwikkeling, zoals M365 bij Douane en Belastingdienst, om archiving by design te realiseren.
4.6 Onderuitputting
De onderstaande tabel toont de onderuitputting op begroting 9A en 9B. Dit zijn niet volledig bestede middelen van begrote budgetten op specifieke beleidsterreinen en betreft het saldo van uitgaven minus ontvangsten. De grootste meevallende realisaties worden toegelicht; overige meevallers zijn gebundeld onder «overige meevallers». De onderuitputting bestaat uit 307 miljoen euro die bij Najaarsnota is vrijgevallen plus het verschil tussen realisaties en de begrotingsstand bij Najaarsnota (dit wijkt dus af van de verschillen die worden toegelicht in de beleidsartikelen, dit is namelijk het verschil tussen realisatie en stand Ontwerpbegroting 2025).
Bedrag in miljoenen euro | Als percentage van de vastgestelde ontwerpbegroting 2025 | |
|---|---|---|
Toeslagen Herstel | ‒ 390,6 | ‒ 1,6% |
Meevaller niet-belastingontvangsten | ‒ 89,0 | ‒ 0,4% |
Meevaller apparaatsuitgaven en -ontvangsten artikel 8 (Apparaat) | ‒ 18,8 | ‒ 0,1% |
Overschrijding apparaats- en programmauitgaven Douane | 26,5 | 0,1% |
Overige meevallers (en tegenvallers) | ‒ 31,2 | ‒ 0,1% |
Totaal1 | ‒ 503,1 | ‒ 2,1% |
Toelichting
Toeslagen Herstel
Inclusief de onderuitputting bij de tweede suppletoire begroting van € 302,0 mln. bedraagt de totale onderuitputting voor Toeslagen Herstel € 390,6 mln. (exclusief kasschuiven naar latere jaren die al in het lopende begrotingsjaar zijn verwerkt). Zowel de aanmeldingen en productie van aanvullende schade vielen in 2025 lager uit dan verwacht. Dit leidt ertoe dat niet alle gereserveerde middelen hiervoor in 2025 tot besteding zijn gekomen. Daarnaast viel met name de realisatie op het kwijtschelden van private schulden lager uit dan eerder verondersteld en verschuiven de uitbetalingen van de wettelijke rente grotendeels naar 2026.
Meevaller niet-belastingontvangsten artikel 1
De niet-belastingontvangsten artikel 1 (Belastingen) betreffen ontvangsten uit de doorbelasting van kosten van invorderingsmaatregelen (bijv. aanmaning en dwangbevel) en uit verzuim- en vergrijpboetes. Hier is een meevaller van in totaal € 89,0 mln. ontstaan (inclusief de bij Ontwerpbegroting 2026 en tweede suppletoire begroting verwerkte € 49,0 mln.), doordat de realisaties hoger liggen dan voorgaande jaren en pre corona. De toename ziet vooral op de boeteontvangsten en is onder andere toe te schrijven aan hogere boeteontvangsten in relatie tot de omzetbelasting en de motorrijtuigenbelasting. Daarnaast zijn de boetebedragen (op basis van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) vanaf 1-1-2025 geïndexeerd.
Meevaller apparaatsuitgaven en -ontvangsten artikel 8 (Apparaat)
De apparaatsuitgaven vallen € 18,8 mln. lager uit. Dit komt met name door een meevaller op onder andere UWV ontvangsten en opbrengsten van Domein Roerende Zaken (DRZ) voor circa € 12,7mln. Ook zijn er openstaande vacatures bij de Auditdienst Rijk (ADR), de Belangenbehartiger (BBT) en DG Rijksbegroting (DGRB).
Overschrijding apparaats- en programmauitgaven Douane
Op artikel 9 Douane doet zich een tegenvaller voor van € 26,5 mln. Dit komt door een hogere bezetting dan verwacht (€ 22,6 mln.). Dit was grotendeels verwerkt in de 2e suppletoire begroting. Ook is er een extra onvoorziene betaling gedaan voor vertragingsrente op de Traditionele Eigen Middelen (TEM) van circa € 2,3 mln.
Overige meevallers (en tegenvallers)
Onder overige meevallers van per saldo € 31,2 mln. vallen beperkte meevallende uitgaven (< 10 miljoen euro) op de specifieke budgetten van artikel 2 Financiële markten, artikel 4 Internationale financiële betrekkingen, artikel 5 exportkredietverzekeringen, artikel 10 Onverdeeld en op de apparaats- en programmauitgaven van de Belastingdienst (artikel 1) en Toeslagen regulier (artikel 13). Op artikel 11 Financiering staatsschuld en artikel 3 Financieringen een lichte overschrijding van <2 miljoen euro.
4.7 Focusonderwerp 2025 - Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld
De Commissie voor de Rijksuitgaven heeft het Kabinet gevraagd om bij de verantwoording over het jaar 2025 in te gaan op het focusonderwerp: Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld. In deze paragraaf wordt daarom nader ingegaan op drie budgettair omvangrijke en beleidsmatig belangrijke onderwerpen.
Selectie risico’s
Voor de selectie van deze drie risico’s is aangesloten bij de brief van de Algemene Rekenkamer (AR) bij de begroting 2025 van het Ministerie van Financiën. De Rekenkamer wijst daarin op het beperken van fiscale regelingen en benoemt financiële risico’s en onzekerheden rond de herstel operatie Toeslagen, het Herstel- en Veerkrachtplan, de werkvoorraad bezwaren bij UHT en de herstelkosten van Box-3-arresten. Uit deze lijst gaan we in deze paragraaf in op drie thema’s: fiscale regelingen, herstelkosten Box-3 en de kosten van de hersteloperatie Toeslagen. Daarbij is meegewogen dat in de brief van de AR bij de begroting 2026 de risico’s van het Herstel- en Veerkrachtplan en de werkvoorraad bezwaren UHT niet meer worden genoemd, maar de andere drie thema’s wel.
Beperken fiscale regelingen
Fiscale regelingen worden ingezet om beleidsdoelen te behalen, zoals gedragssturing of inkomensverdeling. Er zijn ongeveer 200 regelingen. Hiervan worden er 125 budgettair gemonitord39, met een geschatte budgettaire omvang van 188 miljard euro in 2026. Uit evaluaties blijkt echter dat veel (circa 42%) van deze regelingen niet aantoonbaar doeltreffend en doelmatig zijn, de complexiteit verhogen of zelfs achterhaald zijn.40 De budgettaire omvang van deze negatief geëvalueerde fiscale regelingen bedraagt 89,4 miljard euro in 2026.
Het ministerie van Financiën werkt daarom al jaren aan het aanpakken van dit probleem via aangescherpt toezicht, monitoring en evaluaties. Het doel is een eenvoudiger stelsel en betere inzet van middelen. In juni 2025 verscheen een ambtelijk rapport met beleidsopties voor negatief geëvalueerde regelingen. De grootste uitdaging voor de aanpak van fiscale regelingen is maatschappelijk en politiek draagvlak. Doordat het vaak gaat om voordelen voor specifieke groepen die al lange tijd bestaan blijkt het moeilijk om aanpassingen door te voeren. In het genoemde ambtelijk rapport is hier expliciet aandacht aan geschonken, onder meer door contact met stakeholders en door bij beleidsopties ook in te gaan op hoe middelen op een goede manier anders ingezet kunnen worden of teruggesluisd kunnen worden naar burgers en bedrijven.
Afgelopen jaar zijn reeds beleidsmaatregelen genomen, zoals de gefaseerde afbouw van de stakings- en meewerkaftrek, het verhogen en afschaffen van het heffingsplafond in de leidingwaterbelasting en het afschaffen van diverse kwarttarieven in de motorrijtuigenbelasting (MRB). Het doel is het vereenvoudigen van het belastingstelsel en het inzetten van de middelen voor andere beleidsdoelen. Het nieuwe Kabinet Jetten I zet tevens in op het schrappen van de 41tegemoetkoming specifieke zorgkosten en lage btw sierteelt.
Kosten Herstel Box 3
Het doel van de Wet tegenbewijsregeling box 3, die op 19 juli 2025 in werking is getreden42, is om het box 3-stelsel in overeenstemming te brengen met de arresten van de Hoge Raad van juni 202443. Belastingplichtigen kunnen, vanaf de zomer van 2025, via deze regeling aantonen dat hun werkelijke rendement lager was dan het forfaitair rendement, zodat ze alleen belasting betalen over het werkelijke rendement. De regeling werkt met terugwerkende kracht voor aanslagen vanaf 2017, waardoor te veel betaalde belasting kan worden teruggegeven aan benadeelden, in lijn met de eisen van de Hoge Raad.
De herstelkosten van de Wet tegenbewijsregeling box 3 zijn geraamd en de raming is gecertificeerd door het CPB.44 De regeling leidt naar verwachting tot een derving van circa € 12,4 miljard aan belastinginkomsten over 2017-2027. De exacte derving blijft onzeker vanwege schommelingen op de beurs en in vastgoedprijzen die van invloed zijn op het werkelijk rendement van de belastingbetaler.
Handhaving op de naleving van de regeling is een omvangrijke en complexe operatie. Medio 2025 is het handhavingsplan herstel box 3 vastgesteld. Aan de hand van de ervaringen uit (de opstart van) de hersteloperatie en in beeld zijnde en komende risico’s zal dit handhavingsplan in 2026 nader worden bijgewerkt.
De uitvoering, handhaving en financiële gevolgen worden de komende jaren gemonitord, mede op verzoek van de Tweede Kamer. Er zijn diverse uitvoeringsrisico’s, zoals beschreven in de uitvoeringstoets.45 De Belastingdienst heeft meer dan 650.000 tegenbewijzen ontvangen46; grootschalige vermindering van aanslagen start in 2026. Door de omvang van de operatie en onzekerheden over het aantal verzoeken en benodigde capaciteit, zijn minimaal twee herijkingen van de uitvoeringstoets gepland. De eerste herijking volgt uiterlijk in de eerste helft van 2026. Daarnaast bestaat er een juridisch risico dat het herstel mogelijk duurder uitvalt, bijvoorbeeld als de Hoge Raad oordeelt dat ook niet-bezwaarmakers recht hebben op herstel.
Kosten Hersteloperatie Toeslagen
In 2025 werd de hersteloperatie voortgezet om financieel en emotioneel herstel te bieden aan gedupeerde ouders, hun kinderen en ex-partners. Verschillende organisaties voeren de regelingen uit volgens de Wet hersteloperatie toeslagen. Bij de uitvoering staat het verhaal en de behoefte van de ouder centraal. De afhandeling van aanvullende schade vond plaats via drie routes: maatwerk door de Commissie Werkelijke Schade (CWS), de regieroute-Vaststellingsovereenkomst (VSO) en een forfaitaire route via de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH).
De operatie is zeer complex en het grote aantal gedupeerde ouders die we willen helpen zorgt ervoor dat de uitvoering van bijvoorbeeld de aanvullende financiële compensatie minder snel verloopt dan gewenst. Daarom zijn in 2025, mede op advies van de commissie Van Dam, stappen gezet om het proces te versnellen en afronding dichterbij te brengen.47 De grootste onzekerheid blijft de omvang en uitvoering van aanvullende schade; deze ontwikkeling wordt gemonitord en zo nodig worden de ramingen hierop bijgesteld. De Rekenkamer heeft in de begrotingsbrief voor 2025 gewaarschuwd voor deze onzekerheden. Op dit moment blijft de totale raming van Hersteloperatie Toeslagen binnen het totaal beschikbare budget van € 11,6 mld.
In het afgelopen jaar is een centraal aanmeldportaal ontwikkeld en is MijnHerstel gelanceerd. Eind 2025 zijn de eerste dossiers in behandeling genomen. Ook zijn blokkades bij de SGH aangepakt. Deze stappen maken naar verwachting verdere versnelling en opschaling mogelijk.48
5. Beleidsartikelen
Artikel 1 Belastingen
Het genereren van inkomsten voor de financiering van overheidsbeleid. Solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving is hiervoor de basis. Doeltreffende en doelmatige uitvoering door de Belastingdienst van die wet- en regelgeving dragen bij aan de bereidheid van burgers en bedrijven om hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).
Onder ‘compliance’ verstaat de Belastingdienst dat burgers en bedrijven bereid zijn hun wettelijke fiscale verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst structureel uit zichzelf na te komen. De term ‘bereidheid’ geeft aan dat de Belastingdienst ernaar streeft dat belastingplichtigen uit zichzelf fiscale regels naleven, zonder (dwingende en kostbare) acties van de kant van de Belastingdienst. Als burgers en bedrijven hun wettelijke verplichtingen nakomen, dan komt belastinggeld de staatskas binnen zoals de wetgever beoogt.
De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een regisserende rol op het terrein van de fiscaliteit. Daarbij gaat het om:
– het te voeren fiscale beleid;
– het opstellen van fiscale wet- en regelgeving;
– het internationaal behartigen van de Nederlandse fiscale belangen.
De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een uitvoerende rol op het terrein van:
– de heffing en inning van de rijksbelastingen
– de heffing en inning van de premies werknemers- en volksverzekeringen;
– de heffing en inning van de inkomensafhankelijke bijdragen Zorgverzekeringswet;
– de heffing en inning voor derden van een aantal belastingen, heffingen en overige vorderingen;
– handhavingstaken op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit.
Op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en de Invorderingswet 1990 voert de Belastingdienst de heffing en inning van de rijksbelastingen uit. Op grond van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten voert de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de handhavingstaken uit op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit.
De minister bevordert, door inzet van de Belastingdienst, naleving van wet- en regelgeving door passende dienstverlening te leveren, massale processen juist en tijdig uit te voeren, adequaat toezicht uit te oefenen en waar nodig naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen.
Aanvullende beleidsinformatie, zoals de strategie, doelen en prestatie-indicatoren van de Belastingdienst zijn te vinden in onderdeel F2 van dit artikel.
In 2025 heeft de Belastingdienst haar activiteiten voortgezet met een focus op dienstbaarheid en het versterken van het vertrouwen van burgers en bedrijven.
Via het programma Vroegsignalering zijn diverse pilots uitgevoerd om signalen van burgers en bedrijven tijdig op te merken om zo proactief ondersteuning te bieden. Ook is ingezet op een betere verbinding met de samenleving, onder meer door de afronding van de herstelactie voor de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Het op orde brengen en houden van de basis bleef centraal staan, met verdere stappen in de modernisering van de ICT en de verbetering van naleving van de AVG. In onderdeel F2 van dit artikel wordt met behulp van prestatie-indicatoren nader ingegaan op de resultaten ten aanzien van een adequate behandeling, effectief informeren, gemak en corrigerend optreden. In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt gerapporteerd over het beleid ten aanzien van Misbruik en oneigenlijk gebruik en de onvolkomenheid inzake Misbruik en oneigenlijk gebruik.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 3.306.918 | 2.999.048 | 3.368.252 | 3.926.577 | 4.105.159 | 3.547.362 | 557.797 |
Uitgaven (1) + (2) | 3.187.436 | 3.021.421 | 3.345.265 | 3.918.024 | 4.058.737 | 3.682.000 | 376.737 |
Apparaatsuitgaven (1) | 2.639.201 | 2.849.335 | 3.192.726 | 3.594.019 | 3.710.196 | 3.605.884 | 104.312 |
waarvan: Uitvoering fiscale wet- en regelgeving en douanetaken Caribisch Nederland | 14.347 | 16.432 | 18.080 | 18.385 | 22.023 | 18.000 | 4.023 |
Personele uitgaven | 2.280.487 | 2.502.305 | 2.767.335 | 3.150.557 | 3.243.340 | 3.088.999 | 154.341 |
Eigen personeel | 1.921.276 | 2.081.292 | 2.272.572 | 2.615.067 | 2.806.579 | 2.678.071 | 128.508 |
Inhuur externen | 352.864 | 414.481 | 481.069 | 507.163 | 400.728 | 369.268 | 31.460 |
Overig Personeel | 6.347 | 6.532 | 13.694 | 28.328 | 36.034 | 41.660 | ‒ 5.626 |
Materiële uitgaven | 358.714 | 347.030 | 425.391 | 443.461 | 466.855 | 516.885 | ‒ 50.030 |
ICT | 18.589 | 39.852 | 33.785 | 32.160 | 46.851 | 37.503 | 9.348 |
Bijdrage aan SSO's | 236.235 | 234.938 | 288.822 | 307.171 | 318.438 | 388.481 | ‒ 70.043 |
Overig materieel | 103.890 | 72.240 | 102.784 | 104.131 | 101.566 | 90.901 | 10.665 |
Programma-uitgaven (2) | 548.235 | 172.086 | 152.539 | 324.005 | 348.542 | 76.116 | 272.426 |
Bekostiging | 1.103 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vergoeding proceskosten | 1.103 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Garanties | 68 | 179 | 134 | 182 | 18 | 181 | ‒ 163 |
Garantie procesrisico's | 68 | 179 | 134 | 182 | 18 | 181 | ‒ 163 |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 15.930 | 17.217 | 15.151 | 14.372 | 14.784 | 13.999 | 785 |
Waarderingskamer | 2.349 | 2.381 | 2.403 | 2.403 | 2.506 | 2.489 | 17 |
Kadaster | 2.432 | 2.745 | 2.007 | 2.324 | 2.993 | 2.933 | 60 |
Kamer van Koophandel | 131 | 88 | 119 | 150 | 80 | 341 | ‒ 261 |
Overige bijdrage ZBO's/RWT's | 11.019 | 12.002 | 10.622 | 9.495 | 9.205 | 8.236 | 969 |
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 5.989 | 4.617 | 2.637 | 2.422 | 3.188 | 3.387 | ‒ 199 |
Internationale Douaneraad | 280 | 254 | 264 | 0 | 56 | 0 | 56 |
Overige internationale organisaties | 5.709 | 4.363 | 2.373 | 2.422 | 3.133 | 3.387 | ‒ 254 |
Opdrachten | 327.870 | 346.834 | 378.004 | 460.115 | 529.854 | 391.097 | 138.757 |
ICT opdrachten | 266.114 | 284.887 | 316.886 | 386.963 | 445.134 | 330.721 | 114.413 |
Overige opdrachten | 61.756 | 61.947 | 61.118 | 73.151 | 84.720 | 60.376 | 24.344 |
Bijdrage agentschappen | 91.137 | 64.723 | 19.188 | 13.684 | 13.769 | 12.889 | 880 |
Bijdrage Logius | 86.271 | 60.760 | 3.550 | 1.265 | 1.542 | 4.287 | ‒ 2.745 |
Bijdrage overige agentschappen | 4.865 | 3.963 | 15.638 | 12.419 | 12.227 | 8.602 | 3.625 |
(Schade)vergoeding | 7.433 | 16.964 | 18.165 | 14.102 | 13.261 | 28.385 | ‒ 15.124 |
(Schade)vergoedingen | 7.433 | 12.590 | 12.657 | 9.027 | 8.415 | 24.993 | ‒ 16.578 |
Vergoeding proceskosten | 0 | 4.374 | 5.509 | 5.075 | 4.846 | 3.392 | 1.454 |
Rente | 170.071 | 123.779 | 130.159 | 252.883 | 226.890 | 93.149 | 133.741 |
Belasting- en invorderingsrente | 170.071 | 123.779 | 130.159 | 252.883 | 226.890 | 93.149 | 133.741 |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | ‒ 71.367 | ‒ 402.227 | ‒ 410.900 | ‒ 433.755 | ‒ 453.221 | ‒ 466.971 | 13.750 |
Toerekening uitgaven aan Douane | ‒ 71.367 | ‒ 194.545 | ‒ 203.543 | ‒ 215.786 | ‒ 220.386 | ‒ 219.419 | ‒ 967 |
Toerekening uitgaven aan Toeslagen | 0 | ‒ 207.682 | ‒ 207.357 | ‒ 217.969 | ‒ 232.835 | ‒ 247.552 | 14.717 |
Ontvangsten (3) + (4) | 166.431.153 | 179.397.468 | 215.182.901 | 215.154.064 | 216.360.867 | 204.142.129 | 12.218.738 |
Programma-ontvangsten (3) | 166.317.485 | 179.297.948 | 215.070.349 | 215.005.639 | 216.214.503 | 204.050.740 | 12.163.763 |
waarvan: Belastingontvangsten | 165.268.171 | 178.430.089 | 213.727.442 | 213.261.709 | 214.278.501 | 202.574.477 | 11.704.024 |
Bekostiging | 36.607 | 72.662 | 233.069 | 263.048 | 273.052 | 230.864 | 42.188 |
Doorbelasten kosten vervolging | 36.607 | 72.662 | 233.069 | 263.048 | 273.052 | 230.864 | 42.188 |
Rente | 798.814 | 581.851 | 848.905 | 1.191.722 | 1.356.455 | 1.006.758 | 349.697 |
Belasting- en invorderingsrente | 798.814 | 581.851 | 848.905 | 1.191.722 | 1.356.455 | 1.006.758 | 349.697 |
Boetes en schikkingen | 213.894 | 213.346 | 260.934 | 289.160 | 306.495 | 238.641 | 67.854 |
Ontvangsten boetes en schikkingen | 213.894 | 213.346 | 260.934 | 289.160 | 306.495 | 238.641 | 67.854 |
Apparaatsontvangsten (4) | 113.667 | 99.520 | 112.552 | 148.425 | 146.364 | 91.389 | 54.975 |
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 3.306.918 | 2.999.048 | 3.368.252 | 3.926.577 | 4.105.159 | 3.547.362 | 557.797 |
waarvan garantieverplichtingen: | 277 | 154 | ‒ 167 | 222 | 18 | 336 | ‒ 318 |
Garantie procesrisico's | 277 | 154 | ‒ 167 | 222 | 18 | 336 | ‒ 318 |
waarvan overige verplichtingen: | 3.306.641 | 2.998.894 | 3.368.420 | 3.926.355 | 4.105.141 | 3.547.026 | 558.115 |
Verplichtingen
De in 2025 aangegane verplichtingen zijn € 557,8 mln. hoger dan begroot, deels door hogere uitgaven (€ 376,7 mln.), wat met name veroorzaakt wordt door de jaarlijkse loon- en prijsindexatie. Dit wordt verder toegelicht onder 'Uitgaven'. In 2025 is het verplichtingenbudget verhoogd vanwege een herijking als gevolg van het extra kasbudget, afwijkend verplichtingenritme en onderhandelingen en besluitvorming betreffende meerjarige contracten. Het gaat om contracten zoals de aanbestedingen voor de modernisering van het systeem Omzetbelasting en modernisering van het analytics platform en voor de internetverbinding van het overheidsdatacenter.
Uitgaven
De uitgaven zijn in totaal € 376,7 mln. hoger dan begroot. De belangrijkste oorzaken hiervan worden hieronder vermeld.
Personele uitgaven
De personele uitgaven vallen per saldo € 154,3 mln. hoger uit dan oorspronkelijk begroot. Dit is met name het gevolg van de jaarlijkse loonindexatie. Hiervoor is loonbijstelling overgeheveld naar de Belastingdienst (€ 133 mln. in 2025). Daarnaast zijn er extra uitgaven gedaan ten behoeve van de uitvoering van het rechtsherstel Box 3 en het programma Inzage Fiscaal Dossier.
Materiële uitgaven
De materiële uitgaven zijn per saldo € 50,0 mln. lager dan begroot, omdat het overheadsbudget dat hier geparkeerd wordt is overgeheveld naar het instrument 'Opdrachten', zie hieronder.
Opdrachten
De uitgaven aan (ICT) opdrachten zijn € 138,8 mln. hoger dan begroot. Dit is veroorzaakt door i) sterke prijsstijgingen voor bijvoorbeeld de IT-infrastructuur (servers, opslag en netwerk) en ii) groei in ICT-opdrachten, zoals de modernisering van het omzetbelasting en vervanging van het SAP-systeem. Naast hogere ICT-uitgaven zijn de prijzen van het postcontract hoger geworden.
(Schade)vergoeding
De schadevergoedingen zijn € 15,1 mln. lager dan oorspronkelijk begroot. Dit betreft budget voor het tegemoetkomingsbeleid voor personen die nadelige gevolgen hebben ondervonden aan de Fraude Signalering Voorziening (FSV) of onterecht zijn afgewezen voor het traject Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (MSNP)49. De reservering werd in 2025 niet volledig benut en is deels geschoven naar volgende jaren.
Rente
De uitgaven aan belasting- en invorderingsrente zijn € 133,7 mln. hoger dan geraamd. De raming van de uitgaven was gedurende 2025 al opgehoogd naar aanleiding van de hogere realisatie in 2024 en zijn er extra uitgaven gedaan vanwege rentevergoedingen in verband met het dossier Sondervermögen.
Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken
De toerekening ziet op uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Dienst Toeslagen en Douane maakt. De toerekening is bijgesteld, zodat realisatie aansluit bij de getekende dienstverleningsafspraken.
Ontvangsten
Belastingontvangsten
Voor een toelichting op de belastingontvangsten, zie het Financieel Jaarverslag Rijk 2025 (FJR), hoofdstuk 2.2 "De ontwikkeling van de inkomsten". Tabel 2 in bijlage 3 "De belasting- en premieontvangsten in 2025 op kasbasis" van het FJR bevat een uitsplitsing van de belastingontvangsten.
Onderstaande tabel toont de aansluiting tussen de belastingontvangsten in het FJR 2025 en op artikel 1. Van de totale belastingontvangsten (€ 289 mld.) worden bedragen voor het Gemeentefonds, Provinciefonds, BES-Fonds en het Btw-compensatiefonds afgetrokken. De door de Douane geïnde belastingontvangsten staan op artikel 9 Douane. Het resterende bedrag van € 214 mld. wordt als belastingontvangsten verantwoord op artikel 1 van de Financiënbegroting.
Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Realisatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
Totaal belastingontvangsten | 206.556.737 | 225.139.893 | 263.188.044 | 283.807.396 | 289.155.005 |
– /– Afdracht Gemeentefonds | 35.028.122 | 39.981.437 | 42.204.703 | 43.835.927 | 47.701.568 |
– /– Afdracht Provinciefonds | 2.541.945 | 2.843.510 | 3.130.354 | 3.954.345 | 4.101.755 |
– /– Afdracht BES-fonds | 51.708 | 67.091 | 87.850 | 103.883 | 93.799 |
– /– Belastingontvangsten artikel 6 Btw-compensatiefonds | 3.666.793 | 3.817.766 | 4.037.695 | 4.484.530 | 4.893.319 |
– /– Belastingontvangsten artikel 9 Douane1 | 0 | 0 | 0 | 18.167.002 | 18.086.063 |
Belastingontvangsten artikel 1 Belastingen | 165.268.171 | 178.430.089 | 213.727.442 | 213.261.709 | 214.278.501 |
Bekostiging
De ontvangsten uit het doorbelasten van vervolgingskosten (aanmaningen, dwangbevelen, beslaglegging etc.) zijn € 42,2 mln. hoger uitgevallen ten opzichte van de vastgestelde begroting. Vooral de ontvangsten in relatie tot de omzetbelasting en de loonheffingen waren hoger dan verwacht.
Rente
De ontvangsten aan belasting- en invorderingsrente zijn € 349,7 mln. hoger dan geraamd in de vastgestelde begroting. Eerder was de raming naar boven bijgesteld vanwege de hogere realisaties in 2024 en gedurende 2025. De hogere ontvangsten aan belastingrente deden zich met name voor bij de inkomstenbelasting. De hogere ontvangsten aan invorderingsrente hebben betrekking op verschillende belastingmiddelen.
Boetes en schikkingen
De ontvangsten uit boetes en schikkingen zijn € 67,9 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. Deels heeft dit te maken met de indexatie van de boetes per 1-1-2025. De hogere ontvangsten zijn onder andere toe te schrijven aan hogere boeteontvangsten in relatie tot de omzetbelasting en de motorrijtuigenbelasting.
Apparaatsontvangsten
De apparaatsontvangsten vallen € 55,0 mln. hoger uit dan begroot. De ontvangsten waren hoger door dienstverlening van de Belastingdienst aan derden in het kader van de voorziening voor videobellen, voor geleverde diensten ten behoeve van het overheidsdatacenter en door hogere ontvangsten van het UWV voor de vangnetregeling (ziekteverzuim).
Belastingplanpakket
Het pakket Belastingplan 2025 bestond uit het wetsvoorstel Belastingplan 2025 en negen afzonderlijke wetsvoorstellen. Veel van de fiscale maatregelen kwamen voort uit het hoofdlijnenakkoord50 van het kabinet-Schoof en waren nauw verbonden met de begroting voor 2025. Belangrijke thema’s waren onder andere de ondersteuning van het werkende midden met een koopkrachtpakket, de verhoging van de kansspelbelasting en de verlenging van de accijnsverlaging voor benzine, diesel en LPG. Ook werden aanpassingen gedaan die tot een vereenvoudiging voor burgers en de Belastingdienst hebben geleid, zoals aanpassingen met betrekking tot de aftrek van specifieke zorgkosten. Ook zijn er stappen gezet om belastingconstructies tegen te gaan, door bijvoorbeeld de kavelruilvrijstelling aan te passen.
Ook werd met het wetsvoorstel Belastingplan 2025 voorgesteld om het verlaagde btw-tarief op – onder meer – cultuur, media en sport af te schaffen. Over deze maatregel is tijdens de behandeling van het pakket Belastingplan 2025 in de Tweede Kamer uitvoerig gedebatteerd. Uiteindelijk werd de motie Van Dijk c.s.51 met algemene stemmen aangenomen. Deze motie verzocht de regering om vóór de Voorjaarsnota 2025 in overleg met de Tweede Kamer een alternatieve invulling voor deze maatregel te presenteren, waarmee deze maatregel kon komen te vervallen. Door middel van een tweetal beleidsbesluiten werd de verhoging van dit btw-tarief buiten werking gesteld tot een alternatieve invulling was gevonden. Dit alternatief is inmiddels gevonden in de vorm van het niet volledig toepassen van de reguliere inflatiecorrectie met de tabelcorrectiefactor voor bepaalde bedragen in de inkomstenbelastingen en de loonbelasting. Hiermee kon de voorgestelde verhoging van dit btw-tarief worden teruggedraaid, hetgeen onderdeel uitmaakte van het navolgende pakket Belastingplan 2026.
Specifiek voor de BES-eilanden werden in het pakket Belastingplan meerdere fiscale aanpassingen voorgesteld, waaronder een aanpassing van het tarief in de vastgoedbelasting en een koppeling van de belastingvrije som aan het wettelijk minimumloon. Tijdens de behandeling van het Belastingplanpakket is door de Tweede Kamer het amendement Grinwis c.s.52 aangenomen. Dit amendement regelde dat de inwerkingtreding van vier van de voorgestelde maatregelen, waaronder de twee voornoemde maatregelen, zou worden uitgesteld met ten minste een jaar. Vanuit de Eerste Kamer kwamen vervolgens signalen dat het uitstel van deze maatregelen ongewenste gevolgen zou hebben voor minima. Het wettelijk minimumloon zou hiermee hoger worden dan de belastingvrije som, waardoor minima loon- of inkomstenbelasting zouden moeten betalen. Gelet op het voorgaande, werd een novelle opgesteld en aangenomen, waarmee de gevolgen van het betreffende amendement weer ongedaan werden gemaakt.
Uiteindelijk werden alle wetsvoorstellen binnen het pakket Belastingplan 2025 op 17 december 2024 aangenomen door de Eerste Kamer.
Doelen en prestatie-indicatoren
De set prestatie-indicatoren sluit aan bij de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie van de Belastingdienst. Hiermee weerspiegelen ze de strategie van de organisatie en ondersteunen ze de sturing op resultaten en effecten. In dit jaarverslag lichten we indicatoren toe die negatief afwijken van de streefwaarden. Voor enkele indicatoren zijn in de begroting 2025 nog geen streefwaarden opgenomen; deze zijn als ‘nog niet bekend’ (n.n.b.) aangeduid.
Waarde 2021 | Waarde 2022 | Waarde 2023 | Waarde 2024 | Waarde 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
Belastingmoraal (schaal 1 - 5) | |||||
- Particulieren | 4,1 | 4,0 | 4,1 | 4,2 | 4,1 |
- Midden en Kleinbedrijf | 4,4 | 4,3 | 4,4 | 4,4 | 4,2 |
- Grote Ondernemingen | 4,4 | 4,4 | 4,4 | 4,4 | 4,4 |
- Fiscaal Dienstverleners | 4,4 | 4,4 | 4,4 | 4,4 | 4,4 |
Vertrouwen in de belastingdienst (schaal 1 - 5) | |||||
- Particulieren | 3,2 | 3,1 | 3,1 | 3,2 | 3,0 |
- Midden en Kleinbedrijf | 3,3 | 3,2 | 3,5 | 3,5 | 3,4 |
- Grote Ondernemingen | 3,4 | 3,4 | 3,5 | 3,6 | 3,5 |
- Fiscaal Dienstverleners | 3,3 | 3,2 | 3,4 | 3,5 | 3,4 |
Juiste registratie | ‒ | 96,7% | 98,2% | 98,7% | 98,6% |
Percentage tijdige aangiften vennootschapsbelasting | 86,5% | 86,6% | 86,9% | 86,9% | 86,4% |
Percentage tijdige aangiften inkomensheffing | 92,6% | 90,9% | 91,5% | 92,1% | 91,8% |
Percentage tijdige aangiften omzetbelasting | 95,1% | 95,0% | 95,6% | 95,6% | 95,3% |
Percentage tijdige aangiften loonheffingen | 99,0% | 98,9% | 98,8% | 98,7% | 98,6% |
Percentage tijdige aangiften erfbelasting | 57,5% | 66,4% | 67,7% | 70,2% | 72,3% |
Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingstekort Particulieren | n.v.t. | 0,4% | n.v.t. | 0,2% | n.v.t.1 |
Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingstekort MKB2 | 4,3% | n.v.t. | n.v.t. | 5,5%3 | n.v.t. |
Percentage van het nalevingstekort dat de Belastingdienst corrigeert bij burgers (IH)4 | 57,6% | 54,5% | 51,1% | 92,7% | 77,2% |
Percentage van het nalevingtekort dat de Belastingdienst corrigeert bij het MKB (IH, VpB, OB en LH) | 38,5% | 44,7% | 48,0% | 43,0% | 37,8% |
Percentage tijdige betaling van belastingen en premies | 99,3% | 98,5% | 98,7% | 98,7% | 98,9% |
Bron: Belastingdienst
N.v.t. betekent dat in het gegeven jaar de (streefwaarde van de) prestatie-indicator niet is gemeten.
Exclusief buitenlandse belastingplichtigen en enkele groepen met een beperkte omvang en/of fiscaal belang.
Percentage van het nalevingstekort dat de Belastingdienst corrigeert bij burgers (IH)
Het percentage in 2025 is 77,2%. Dit ligt lager dan in 2024. Deze afwijking kan voor een deel worden verklaard door een lager aantal behandelde aangiften. De Belastingdienst blijft de ontwikkeling van deze prestatie-indicator monitoren.
Percentage van het nalevingstekort dat de Belastingdienst corrigeert bij het MKB (IH, VpB, OB en LH)
Het percentage van het nalevingstekort dat MKB daadwerkelijk corrigeert bedraagt 37,8% in 2025 ten opzichte van 43,0% in 2024. De waarde van het kengetal wordt beïnvloed door diverse factoren zoals de omvang en het fiscaal belang van het midden- en kleinbedrijf en de correctiebedragen van aangiftecontroles, boekenonderzoeken, steekproeven en massaal toezicht in het kalenderjaar. De Belastingdienst zal dit nader analyseren.
Adequate behandeling
De Belastingdienst geeft burgers en bedrijven een adequate behandeling (correct en passend).
Prestatie-indicator | Realisatie 2022 | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Streefwaarde 2025 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Burgers en bedrijven geven aan dat ze adequate behandeling hebben gekregen (schaal 1 - 5) | |||||
- Particulieren | 3,0 | 2,8 | 2,9 | 2,9 | 2,9 |
- Midden en Kleinbedrijf | 3,3 | 3,4 | 3,4 | 3,3 | 3,4 |
- Grote Ondernemingen | 3,5 | 3,5 | 3,6 | 3,5 | 3,6 |
- Fiscaal Dienstverleners | 3,3 | 3,4 | 3,4 | 3,3 | 3,4 |
Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn | 86,0% | 76,7% | 82,0% | ≥90% | 79,6% |
Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn | 96,9% | 97,4% | 96,9% | ≥95% | 97,3% |
Percentage burgers en bedrijven dat op afspraak tijdig wordt teruggebeld door een Belastingdienst-medewerker | 89,8% | 87,1% | 91,6% | ≥90% | 92,2% |
Percentage tijdig afgehandelde verzoeken tot registratie | 98,6% | 98,3% | 95,2% | ≥95% | 94,3% |
Kwaliteit volgens interne fiscale kwaliteitscontrole | 89,9% | 91,1% | 90,9% | ≥90% | 92,1% |
Percentage definitieve aanslagen IH dat binnen een jaar na aangifte is opgelegd. | 94,1% | 95,0% | 96,0% | ≥88% | 85,3% |
Bron: Belastingdienst
Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn
De doelstelling om ≥90% van de afgedane bezwaren binnen de Awb-termijn te behandelen is met een score van 79,6% niet gehaald. Deze afwijking wordt met name verklaard door de overschrijding van de termijnen bij het belastingmiddel inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Bij inkomstenbelasting ligt de oorzaak in het wegwerken van oude (niet Awb-tijdige) voorraad en de instroom van box 3-bezwaren en de bezwaren belastingrente die leiden tot procesverstoringen. Bij vennootschapsbelasting ligt de oorzaak in de bezwaren belastingrente die een hogere uitvoeringslast en procesverstoringen veroorzaken. Om de extra instroom aan bezwaren box 3 en belastingrente sneller te kunnen verwerken, is extra personeel en automatisering ingezet. De voorraad bezwaren die al buiten de termijn is blijft echter hoog, waardoor er geen verbetering van het Awb-percentage wordt verwacht in 2026.
Percentage tijdig afgehandelde verzoeken tot registratie
De prestatie-indicator tijdig afgehandelde verzoeken tot registratie scoort in 2025 met 94,3% onder de norm van ≥95%. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door oplopende voorraden als gevolg van systeemverstoringen en hoger werkaanbod van complexe LH-aanmeldingen. De Belastingdienst heeft door het opleiden en inzetten van intern personeel en proces- en productieverbeteringen de achterstanden ingelopen.
Percentage definitieve aanslagen IH dat binnen een jaar na aangifte is opgelegd
Het percentage definitieve aanslagen IH dat binnen een jaar na aangifte is opgelegd, ligt met een score van 85,3% onder de norm. De oorzaak ligt in de opeenstapeling van aangiften herstel box 3 die nog niet verwerkt kunnen worden en daardoor de termijn overschrijden. Vanaf belastingjaar 2025 worden de OWR-formulieren geïntegreerd in de aangifte, waardoor de voorraad sneller kan worden afgehandeld en de doorlooptijd verkort wordt.
Effectief Informeren
De Belastingdienst informeert burgers en bedrijven effectief over hun rechten en plichten.
Prestatie-indicator | Realisatie 2022 | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Streefwaarde 2025 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Burgers en bedrijven geven aan dat de Belastingdienst hen voldoende informeert (schaal 1 - 5) | |||||
- Particulieren | 3,5 | 3,4 | 3,5 | 3,4 | 3,5 |
- Midden en Kleinbedrijf | 3,4 | 3,5 | 3,5 | 3,4 | 3,6 |
- Grote Ondernemingen | 3,5 | 3,5 | 3,6 | 3,5 | 3,7 |
- Fiscaal Dienstverleners | 3,5 | 3,6 | 3,6 | 3,5 | 3,6 |
Antwoorden op vragen via de BelastingTelefoon zijn juist | ‒ | ‒ | ‒ | ≥86% | 86,2% |
Bereikbaarheid BelastingTelefoon | 72,1% | 81,5% | 87,8% | >90% | 87,2% |
Bereikbaarheid Webcare | 54,8% | 68,4% | 91,3% | >80% | 92,4% |
Klanttevredenheid informatie op de website | ‒ | ‒ | ‒ | >76% | 69,5% |
Klanttevredenheid (schaal 1 - 5)% van de bellers en baliebezoekers die een 3 of hoger scoort1 | |||||
- Balie | 82,4% | 88,0% | 90,1% | >85% | 90,3% |
- BelastingTelefoon | 68,8% | 75,6% | 79,4% | >85% | 82,4% |
Klantontevredenheid (schaal 1 - 5)% van de bellers en baliebezoekers die een 1,5 of lager scoort1 | |||||
- Balie | 4,8% | 3,3% | 3,2% | <5% | 3,0% |
- BelastingTelefoon | 12,9% | 8,4% | 6,7% | <7% | 5,3% |
Aantal registraties waarmee MKB-ondernemers participeren in FD-convenanten | 198.733 | 217.162 | 217.783 | >218.000 | 220.401 |
Bron: Belastingdienst
Bereikbaarheid BelastingTelefoon
De bereikbaarheid van de BelastingTelefoon ligt met 87,2% onder de norm van >90%. De oorzaak hiervan is een aantal verstoringen. Realtime monitoring wordt ingezet om verstoringen snel te signaleren en op te lossen. Daarnaast wordt bij de instroom en opleiding van nieuwe medewerkers steeds gekeken waar de capaciteit nodig is om de bereikbaarheid te waarborgen.
Klanttevredenheid informatie op de website
De klanttevredenheid van de website ligt met 69,5% onder de norm van >76%. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door inlogproblemen die worden veroorzaakt door DDoS-aanvallen op Logius. In 2025 is aandacht gevraagd voor deze structurele inlogproblemen en de negatieve impact op de gebruikerservaring met het oog op duurzame oplossingen. Tegelijkertijd zijn er gerichte stappen gezet om de kwaliteit en effectiviteit van de digitale content te verbeteren. De Belastingdienst onderzoekt hoe beschikbare data beter benut kunnen worden om gerichte verbeteringen door te voeren.
Klanttevredenheid BelastingTelefoon
De klanttevredenheid van de BelastingTelefoon ligt met 82,4% onder de norm van ≥85%. Dit wordt met name veroorzaakt door de correlatie tussen klanttevredenheid en de bereikbaarheid, die nog niet op het gewenste niveau is. Echter is er met een eindrealisatie van 82,4% een verbetering zichtbaar ten opzichte van vorige jaren.
Gemak
De Belastingdienst streeft ernaar om het voor burgers en bedrijven zo makkelijk mogelijk te maken om te voldoen aan fiscale verplichtingen.
Prestatie-indicator | Realisatie 2022 | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Streefwaarde 2025 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Burgers en bedrijven geven aan dat ze gemak ervaren (schaal 1 - 5) | |||||
- Particulieren | 3,5 | 3,4 | 3,5 | 3,5 | 3,6 |
- Midden en Kleinbedrijf | 3,4 | 3,4 | 3,4 | 3,4 | 3,6 |
- Grote Ondernemingen | 3,4 | 3,3 | 3,4 | 3,3 | 3,8 |
- Fiscaal Dienstverleners | 3,5 | 3,4 | 3,5 | 3,5 | 3,9 |
Percentage aangiften IH-NW waarbij debelastingplichtige niet hoeft aan te vullen | 37,90% | 39,30% | 41,40% | ≥35% | 41,0% |
Aantal contacten met startende ondernemers (Goede start Belastingdienst) | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Bron: Belastingdienst
Aantal contacten met startende ondernemers
In 2025 is er geen realisatie beschikbaar voor het aantal unieke bezoekers op de website, waardoor de totaaltelling niet correct kan worden gemaakt. De meetmethodiek zal worden geëvalueerd en zo nodig worden verbeterd. Wel heeft de Belastingdienst in 2025 met startende ondernemers chatgesprekken en videobelgesprekken gevoerd. Daarnaast hebben startende ondernemers deelgenomen aan de webinar Goede Start (negen webinars) en aan de webinar Eerste BTW-aangifte. Deze indicator is nieuw voor de Belastingdienst in 2025.
Corrigerend optreden
De Belastingdienst treedt op gepaste wijze corrigerend op bij niet-naleving.
Prestatie-indicator | Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Streefwaarde 2025 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Burgers en bedrijven geven aan dat zij corrigerend optreden ervaren (schaal 1 - 5) | ||||||
- Particulieren | 3,4 | 3,4 | 3,2 | 3,2 | 3,4 | 3,2 |
- Midden en Kleinbedrijf | 3,4 | 3,3 | 3,4 | 3,5 | 3,4 | 3,5 |
- Grote Ondernemingen | 3,3 | 3,3 | 3,3 | 3,3 | 3,3 | 3,4 |
- Fiscaal Dienstverleners | 3,2 | 3,2 | 3,3 | 3,2 | 3,2 | 3,4 |
Percentage processen verbaal dat leidt tot veroordeling of transactie | 71,6% | 72,9% | 86,9% | 88,7% | >82% | 90,5% |
Percentage opsporingscapaciteit dat wordt ingezet op omgevingsgerichte strafonderzoeken | 44,9% | 40,1% | 45,7% | 44,6% | >40% | 45,7% |
Betalingsachterstand | 3,4% | 3,4% | 3,9% | 4,2% | ≤4,0% | 4,4% |
Percentage binnengekomen aangiften IH en VPB na herinnering of aanmaning (t-2) | ||||||
- IH | ‒ | 80,8% | 83,6% | 82,0% | n.n.b. | 81,7% |
- VpB | ‒ | 73,0% | 72,6% | 67,0% | n.n.b. | 64,7% |
Percentage binnengekomen aangiften IH en VPB na herinnering of aanmaning (t-1) | ||||||
- IH | ‒ | 70,0% | 63,5% | 63,9% | n.n.b. | 67,4% |
- VpB | ‒ | 45,5% | 42,8% | 36,0% | n.n.b. | 41,2% |
Inning invorderingsposten binnen een jaar | 41,1% | 38,1% | 43,0% | 44,4% | ≥40% | 40,2% |
Percentage oninbaarheid | 0,1% | 0,2%1 | 0,2% | 0,3% | <0,6% | 0,3% |
Bron: Belastingdienst
Betalingsachterstand
De betalingsachterstand was in 2025 met 4,4% hoger dan de streefwaarde van ≤4,0%. De score van deze prestatie-indicator is onder andere gestegen doordat het invorderingswerk niet in de actualiteit wordt afgehandeld door de hoge voorraden met klantverzoeken. Ook hebben de gevolgen van de corona- en inflatiecrisis nog steeds impact. Daarnaast hebben beleidskeuzes effect op de kpi. Door bijvoorbeeld een meer persoonsgerichte benadering te hanteren worden meer betalingsregelingen met belastingschuldigen afgesloten. In de stand-van-zakenbrief van 12 maart 2026 wordt nader ingegaan op inning.
Kamerstukken II 2025/26, 31 066, nr. 1518, bijlage I - «Actuele onderwerpen, moties en toezeggingen»
Kamerstukken II 2024/25, 36 602, nr. 140
Kamerstukken II 2024/25, 36604, nr. 11
Artikel 2 Financiële markten
Beleid en regelgeving maken voor een stabiele en integere werking van financiële markten, met betrouwbare dienstverlening van financiële instellingen aan burgers en bedrijven.
De minister van Financiën bevordert het goede functioneren van het financiële stelsel en heeft een regisserende rol. De minister is verantwoordelijk voor de goede werking van het betalingsverkeer. De minister is daarnaast verantwoordelijk voor goed functionerende en integere financiële markten en voor de Nederlandse wetten en regels ten aanzien van de financiële markten en de institutionele structuur van het toezicht. Verder draagt de minister samen met de minister van Justitie en Veiligheid verantwoordelijkheid voor wet- en regelgeving om het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en het financieren van terrorisme te voorkomen. Ook is de minister verantwoordelijk voor de regelgeving van bepaalde bijzondere financiële beroepsgroepen, zoals accountants. De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voeren het daadwerkelijke toezicht op de financiële markten uit. Dat wil zeggen dat de minister verantwoordelijk is voor het functioneren van het toezichtsysteem als geheel en verantwoordelijk is voor de uitvoering van het toezicht door DNB en de AFM. Echter, om de onafhankelijke positie van de toezichthouders te bevorderen is de minister noch verantwoordelijk noch bevoegd ten aanzien van individuele besluiten van de toezichthouders, en beschikt de minister niet over toezichtvertrouwelijke informatie. Daarnaast worden steeds meer toezichtstaken op Europees niveau belegd. Zo voert de Europese Centrale Bank ook in belangrijke mate het toezicht op grote en grensoverschrijdende Europese banken uit.
De randvoorwaarden die de minister stelt voor een integer en stabiel systeem hebben hun basis in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme. Het gaat hierbij om (het toezicht op nakoming van) regelgeving die financiële instellingen stimuleert en verplicht om op integere en transparante wijze te werk te gaan. Deze regelgeving en dit toezicht dragen eraan bij dat consumenten en bedrijven met voldoende informatie en vertrouwen financiële producten kunnen afnemen.
Tot slot bevordert de minister het verantwoord financieel gedrag door de burger en zet zich in voor de ongestoorde voorziening van voldoende munten in circulatie.
Verantwoordelijkheden minister van Financiën op de BES-eilanden
Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES-eilanden) zijn openbare lichamen in de zin van de Grondwet. De verantwoordelijkheid van de minister van Financiën ten aanzien van de toezichtstaken voor de BES-eilanden is dezelfde als voor Europees Nederland, omdat de verhouding tussen de minister en de toezichthouders dezelfde is. Het toezicht op de BES-eilanden is net als in Nederland op afstand geplaatst bij DNB en de AFM; de minister van Financiën is systeemverantwoordelijk.
Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform verwachting en hebben daarmee bijgedragen aan stabiele en integere financiële markten, waardoor financiële instellingen betrouwbare dienstverlening aan burgers en bedrijven konden bieden.
In eerste plaats presenteerde de minister in 2025 een visie op de financiële sector, gericht op goed functionerende markten, lagere regeldruk, toezicht en toegankelijk betalingsverkeer,53 Het nieuwe anti-witwasbeleid,54opgesteld met Justitie en Veiligheid, legt nadruk op minder lasten voor burgers en ondernemers en verhoogde barrières voor criminelen.
Bovendien is de toegang tot zakelijke betaalrekeningen verbeterd via een convenant tussen banken en ondernemersorganisaties.
Ook verder heeft het ministerie van Financiën gewerkt aan het verminderen van regeldruk en het versimpelen van regelgeving voor de financiële sector. Het ministerie kiest bij de nationale implementatie van Europese regelgeving, waar mogelijk, voor de meest lastenluwe optie. Een voorbeeld daarvan is de implementatie van het Europese AML-pakket (Europese regels ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering) in onze nationale wet- en regelgeving. In 2025 is het wetsvoorstel openbaar geconsulteerd. In Europees verband is tevens gewerkt aan en actief ingezet op het versimpelen van regelgeving voor financiële dienstverlening, met behoud van financiële stabiliteit en internationale standaarden, bijvoorbeeld via Omnibus I-onderhandelingen.55
Tevens stuurde de minister in 2025 zijn visie op de Europese kapitaalmarktunie aan de Tweede Kamer. Onderdeel van de kabinetsvisie zijn drie pijlers: 1) sterker toezicht, 2) meer en divers kapitaalaanbod en 3) eenduidigere regels.56 Verder is er politiek akkoord bereikt over de herziening van het Europese crisisraamwerk voor banken en de verordening inzake de afwikkeling van de handel in financiële effecten. De Wijzigingswet accountancysector, met als doel de kwaliteit van de wettelijke controle door accountants te verhogen, werd aangenomen in de Eerste Kamer. Ook zijn er diverse maatregelen genomen om de concurrentie op de Nederlandse spaarmarkt te verbeteren.57
Tot slot werkte het ministerie van Financiën ook aan de financiële weerbaarheid van huishoudens. Zo vond in 2025 de 14e editie van de Week van het geld plaats, met als thema ‘Hoe maak jij je gelddromen waar?’. Kinderen en jongeren leerden aan de hand van dit thema hoe verstandige geldkeuzes kunnen bijdragen aan het realiseren van hun gelddromen.
Meetbare gegevens
Kengetallen financiële stabiliteit
Financiële stabiliteit staat centraal in het beleid van de minister van Financiën voor de financiële sector. Belangrijk hierbij zijn de buffers van banken, gemeten via onder andere de leverage ratio en de Common Equity Tier 1 (CET1)-ratio. Na een stijging tijdens de COVID-19-pandemie, daalden de buffers weer, onder meer door hogere dividenduitkeringen en aandeleninkoop. Het afgelopen jaar is de leverage ratio nagenoeg gelijk gebleven, terwijl de CET-ratio licht toegenomen is. De gemiddelde leverage ratio ligt ruim boven de wettelijke vereisten van 3,5% voor mondiale systeembanken en 3% voor andere Europese banken. Ook de gemiddelde CET1-ratio is ruim hoger dan de Europese minimumeisen van 8% tot 10%.
Bron: DNB (Solvency II: jaar- en kwartaalrapportages). Dit zijn cijfers per Q3 van 2025 met peildatum 24-12-2025.
Kengetallen betalingsverkeer
Het ministerie van Financiën en DNB werken samen aan efficiënt, veilig en toegankelijk betalingsverkeer, onder andere via het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) waarin banken, betaaldienstverleners en maatschappelijke organisaties samenwerken.
De Regeling Oversight goede werking betalingsverkeer58 schrijft voor dat pinbetalingen (inclusief contactloos) 99,88% beschikbaar moeten zijn. Deze norm geldt voor private partijen die het girale betalingsverkeer verzorgen en wordt gehandhaafd door DNB. Voor mobiel- en internetbankieren zijn geen wettelijke eisen, maar de beschikbaarheid is ook hierbij zeer hoog, zoals de onderstaande tabel laat zien.
Beschikbaarheid1 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|
Pinnenbetaalketen | 99,89% | 99,89% | 99,89% | 99,89% |
Mobiel bankieren | 99,76% | 99,81% | 99,72% | 99,92% |
Internetbankieren | 99,77% | 99,81% | 99,77% | 99,88% |
iDEAL | 99,78% | 99,78% | 99,78% | 99,97% |
Bron: MOB-rapportage 2024 (voor de jaren 2021 t/m 2024).
De minister van Financiën vindt het belangrijk dat contant geld voldoende toegankelijk blijft. In het MOB is afgesproken (niet-bindend) dat vrijwel alle huishoudens binnen 5 kilometer contant geld kunnen opnemen. Uit de cijfers blijkt dat deze norm vrijwel overal wordt gehaald.
Jaar | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|
Het percentage aan huishoudens dat binnen een straal van vijf kilometer contant geld kan opnemen1 | 99,78% | 99,81% | 99,76% | 99,79% |
Bron: Toegankelijkheidsmonitor Consumenten en Ondernemers 2024
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 29.698 | ‒ 539.508 | 999.019 | 32.166 | 28.567 | 28.452 | 115 |
Uitgaven | 27.105 | 26.864 | 995.807 | 28.194 | 27.937 | 28.452 | ‒ 515 |
Bekostiging | 3.786 | 9.455 | 7.909 | 6.096 | 5.945 | 7.910 | ‒ 1.965 |
Accountantskamer | 1.403 | 1.456 | 1.532 | 1.360 | 1.396 | 1.460 | ‒ 64 |
Muntcirculatie | 2.068 | 7.679 | 5.672 | 4.724 | 4.549 | 5.115 | ‒ 566 |
Afname munten in circulatie | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
IMVO Convenanten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 32 | ‒ 32 |
Overig | 315 | 319 | 705 | 11 | 0 | 1.303 | ‒ 1.303 |
Opdrachten | 13.181 | 8.718 | 975.315 | 8.498 | 8.594 | 8.156 | 438 |
Wijzer in geldzaken | 1.832 | 1.650 | 1.527 | 1.636 | 1.479 | 1.634 | ‒ 155 |
Vakbekwaamheid | 4.388 | 5.818 | 4.788 | 5.478 | 5.423 | 4.660 | 763 |
Uitvoeringskosten SRH | 330 | 267 | 1.453 | ‒ 4 | 0 | 0 | 0 |
Schadeloosstelling SRH | 5.782 | 0 | 966.882 | 826 | 236 | 0 | 236 |
Uitvoeringskosten omwisselen Oekraïense hryvnia | 0 | 15 | 5 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overig | 849 | 966 | 659 | 562 | 1.456 | 1.862 | ‒ 406 |
Bijdrage aan ZBO's en RWT's | 7.956 | 6.503 | 11.387 | 12.473 | 12.257 | 11.095 | 1.162 |
Bijdrage AFM BES-toezicht | 580 | 583 | 31 | 621 | 636 | 737 | ‒ 101 |
Bijdrage DNB toezicht en DGS BES | 2.141 | 308 | 2.931 | 1.978 | 1.883 | 2.112 | ‒ 229 |
Bijdrage Toezicht en Handhavig MIF | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 488 | ‒ 488 |
Bijdrage PSD II | 367 | 0 | 0 | 0 | 0 | 592 | ‒ 592 |
Bijdrage FEC | 3.728 | 4.512 | 4.599 | 4.925 | 4.982 | 4.532 | 450 |
Overig | 1.141 | 1.100 | 3.826 | 4.950 | 4.757 | 2.634 | 2.123 |
Storting/onttrekking begrotingsreserve | 1.625 | 1.625 | 625 | 536 | 536 | 625 | ‒ 90 |
Dotatie begrotingsreserve DGS BES | 1.000 | 1.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Dotatie begrotingsreserve NHT | 625 | 625 | 625 | 536 | 536 | 625 | ‒ 90 |
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties | 557 | 563 | 572 | 591 | 605 | 666 | ‒ 61 |
IASB | 420 | 441 | 441 | 441 | 441 | 441 | 0 |
Caribbean Financial Action Taskforce | 137 | 122 | 131 | 150 | 164 | 225 | ‒ 61 |
Ontvangsten | 29.555 | 40.093 | 20.358 | 15.089 | 40.109 | 9.905 | 30.204 |
Bekostiging | 15.514 | 29.970 | 12.858 | 5.997 | 21.636 | 2.000 | 19.636 |
Ontvangsten muntwezen | 2.260 | 5.217 | 1.497 | 1.399 | 1.782 | 2.000 | ‒ 218 |
Toename munten in circulatie | 13.254 | 24.754 | 11.361 | 4.598 | 19.854 | 0 | 19.854 |
Opdrachten | 1.325 | 1.225 | 1.225 | 1.247 | 1.119 | 1.455 | ‒ 336 |
Wijzer in geldzaken | 1.325 | 1.225 | 1.225 | 1.247 | 1.119 | 1.455 | ‒ 336 |
Ontvangsten | 12.716 | 8.898 | 6.275 | 7.845 | 17.354 | 6.450 | 10.904 |
Overig | 12.716 | 8.898 | 6.275 | 7.845 | 17.354 | 6.450 | 10.904 |
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 29.698 | ‒ 539.508 | 999.019 | 32.166 | 28.567 | 28.452 | 115 |
waarvan garantieverplichtingen: | 5.099 | ‒ 564.786 | 7.624 | 4.251 | 0 | 0 | 0 |
Garantie SRF | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Garantie WAKO (kernongevallen) | 0 | ‒ 568.901 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Garantie DGS BES | 5.099 | 4.098 | ‒ 2.376 | 4.251 | 0 | 0 | 0 |
Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer | 0 | 18 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Garantie verhoging plafond kredietfaciliteit AFM | 0 | 0 | 10.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige verplichtingen | 24.599 | 25.277 | 991.395 | 27.915 | 28.567 | 28.452 | 115 |
Muntcirculatie | ‒ 256 | 10.088 | 2.968 | 4.724 | 4.549 | 5.115 | ‒ 566 |
Afname munten in circulatie | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vakbekwaamheid | 4.388 | 5.818 | 4.788 | 5.478 | 5.646 | 4.660 | 986 |
Schadeloosstelling SRH | 5.782 | 0 | 966.882 | 826 | 236 | 0 | 236 |
Uitvoeringskosten omwisselen Oekraïense hryvnia | 0 | 444 | ‒ 403 | ‒ 20 | 0 | 0 | 0 |
Bijdrage DNB toezicht en DGS BES | 2.141 | 308 | 2.931 | 1.978 | 1.883 | 2.112 | ‒ 229 |
Bijdrage FEC | 3.728 | 4.512 | 4.599 | 4.925 | 5.196 | 4.532 | 664 |
Overige betalingsverplichtingen | 8.818 | 4.107 | 9.631 | 10.003 | 11.056 | 12.033 | ‒ 977 |
Uitgaven
Bekostiging
Overig
De post overig is in 2025 € 1,3 mln. lager dan begroot. Dit komt o.a. door een overboeking van artikel 2 Financiële Markten naar artikel 1 Belastingen betreffende werkzaamheden van de Belastingdienst rondom het verbod op contante betalingen boven de € 3.000.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Overig
Opbrengsten van het UBO-register waren in 2025 niet toereikend om de kosten voor beheer en ontwikkeling te kunnen dekken. Zodoende is in 2025 de realisatie van de post overig € 2,1 mln. hoger dan oorspronkelijk begroot.
Ontvangsten
Bekostiging
Toename munten in circulatie
In 2025 heeft DNB per saldo meer munten in omloop gebracht dan teruggenomen, waardoor circa € 19,9 mln. aan nominale waarde is toegevoegd aan de schatkist.
Ontvangsten
In 2025 zijn de overige ontvangsten € 10,9 mln. hoger dan begroot. Dit komt met name doordat er meer boeteontvangsten van De Nederlandse Bank (DNB) waren.
Kamerstukken II, 2024/25, 32 013, nr. 302
Kamerstukken II, 2024/25, 22 112, nr. 4012
Kamerstukken II, 2024/25, 22 112, nr. 2099
Kamerstukken II, 2025/26, 32 013, nr. 314
Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector
Het borgen van publieke belangen via het aandeelhouderschap op een zo efficiënt mogelijke wijze.
De minister van Financiën is verantwoordelijk voor:
– een optimaal financieel resultaat bij het beheren, aangaan en afstoten van staatsdeelnemingen met inachtneming van de betrokken publieke belangen;
– het beheren en afwikkelen van de tijdelijke overheidsinvesteringen in de gesteunde financiële instellingen. In dit kader is de minister van Financiën verantwoordelijk voor zwaarwegende en/of principiële beslissingen (onder andere de exitstrategie en het beloningsbeleid van de financiële instellingen) van NL Financial Investments (NLFI). Voorts houdt de minister van Financiën toezicht op NLFI;
– de inbreng van bedrijfseconomische expertise op specifieke onderdelen zoals bij investeringen in de energietransitie, en financiële zekerheidstelling. In het kader van deze onderdelen is de minister verantwoordelijk voor het toetsen van door vergunninghouders gestelde financiële zekerheid ter dekking van de kosten die voortvloeien uit het buiten gebruik stellen en de ontmanteling van instellingen vallend onder de Kernenergiewet.
De minister van Financiën heeft een aantal instrumenten tot zijn beschikking, die ingezet kunnen worden voor de invulling van zijn verantwoordelijkheid:
– bevoegdheden die de minister van Financiën heeft op basis van de Comptabiliteitswet;
– bevoegdheden die de minister van Financiën heeft als aandeelhouder op basis van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en de statuten van de ondernemingen;
– de Wet stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen;
– de gedragsregels uit de Corporate Governance Code voor zijn rol als aandeelhouder in staatsdeelnemingen;
– structureel en incidenteel overleg met bestuurders en commissarissen van de staatsdeelnemingen;
– bevoegdheden die de minister van Financiën heeft op basis van de Kernenergiewet;
Bovenstaande instrumenten zijn verschillend van aard. De bevoegdheden die voortvloeien uit het Burgerlijk Wetboek, Comptabiliteitswet, Wet stichting administratiekantoorbeheer financiële instellingen en de Kernenergiewet vormen de basis van de (formele) zeggenschap. De overige instrumenten hebben een meer informeel karakter, zijn richtinggevend (zoals de Corporate Governance Code) of dienen als randvoorwaarde om invulling te kunnen geven aan de beleidsdoelstelling (zoals de beschikbaarheid over en/of toegang tot de benodigde kennis).
Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform verwachting. Het aandeelhouderschap heeft bijgedragen aan het borgen van de publieke belangen op een zo efficiënte mogelijke wijze. Dit is hieronder verder toegelicht.
In 2025 heeft TenneT wederom gebruik gemaakt van de aandeelhouderslening die is verstrekt aan TenneT. In 2025 is voor zowel TenneT Nederland als Tennet Duitsland een structurele oplossing gerealiseerd voor de kapitaalbehoefte. De staat heeft TenneT Nederland een garantie verschaft, hiermee is TenneT in staat om de benodigde financiering tegen gunstige voorwaarden op de kapitaalmarkten op te halen. Voor TenneT Duitsland zijn drie private investeerders gevonden die gezamenlijk € 9,5 miljard in TenneT Duitsland zullen investeren59. Hiermee is de kapitaalbehoefte van TenneT Duitsland ingevuld. Daarnaast is op 3 februari 2026 aangekondigd dat de Duitse staat een deel van TenneT Duitsland zal kopen.
Conform staand kabinetsbeleid wordt ABN AMRO zo snel als verantwoord mogelijk is volledig naar de markt gebracht. In het licht hiervan is in 2025 het staatsbelang verder afgebouwd. Op 25 juli 2025 is een verkoopprogramma afgerond waarmee het staatsbelang is afgebouwd tot 30,5%60. Op 9 september 2025 is een nieuw verkoopprogramma aangekondigd waarmee het belang verder wordt afgebouwd tot circa 20%61.
NLFI stelt jaarlijks een rapportage op over de gereedheid van ASN Bank om een definitief besluit te nemen over haar toekomst. Op 8 juli 2025 heeft de minister van Financiën de rapportage over 2024 naar de Kamer doorgeleid. Uit deze rapportage blijkt dat ASN Bank nog niet verkoopgereed is. Een daadwerkelijk verkoopbesluit is daarom op dit moment nog niet aan de orde62.
Voor Invest-NL en Invest International heeft het kabinet besloten beide organisaties te integreren tot één krachtige investeringsinstelling die bijdraagt aan het verdienvermogen en de internationale positie van Nederland.63 In de Kamerbief is een datum opgenomen van 1 januari 2028 voor de integratie.
In 2025 is het aandeelhouderschap in de staatsdeelnemingen Schiphol, KLM en Air France-KLM geëvalueerd. De conclusie is dat het aandeelhouderschap in de luchtvaartdeelnemingen heeft bijgedragen aan de borging van het publieke belang verbondenheid, meer specifiek optimale internationale bereikbaarheid en netwerkkwaliteit gecombineerd met een concurrerende en hoogwaardige luchtvaart. Het aandeelhouderschap is daarmee nog steeds nodig om dit publieke belang nu en in de toekomst te borgen.
De aandeelhouderschapsevaluatie van FMO bevestigt dat het staatsaandeel van 51% in FMO voldoende is voor het borgen van publieke belangen; de huidige aandeelhoudersstructuur functioneert effectief en doelmatig.64
Uit de aandeelhouderschapsevaluatie van COVRA is gebleken dat er geen aanleiding tot wijziging van aandeelhouderschap of uitvoeringsvorm aan de orde is.65 Wel vraagt toekomstige groei van nucleaire projecten om integrale beleidsafwegingen over capaciteit en financiering.
Uit de aandeelhouderschapsevaluatie van Thales volgt dat handhaving van het staatsaandeel in Thales Nederland noodzakelijk is voor toegang tot radartechnologie en NAVO-invloed. De bestaande aandeelhoudersstructuur volstaat, wijziging is niet aan de orde.66
Beleidsinformatie
De onderstaande tabel toont de staatsdeelnemingen onder beheer van het ministerie van Financiën, het staatsaandeel in procenten, de wijze van aandeelhouderschap en de sector waarin ze actief zijn.
Staatsdeelneming | Percentage aandelen (per 31/12/2025) | Wijze van aandeelhouderschap | Sector |
|---|---|---|---|
ABN AMRO | 27,5% | Indirect (via NLFI) | Financiële Dienstverlening |
Air France-KLM | 9,1% | Direct | Transport |
BNG Bank | 50% | Direct | Financiële Dienstverlening |
COVRA | 100% | Direct | Radioactief-afvalmanagement |
FMO | 51% | Direct | Financiële Dienstverlening |
NIO | 100% | Direct | Financiële Dienstverlening |
Gasunie | 100% | Direct | Energie |
Havenbedrijf Rotterdam | 29,2% | Direct | Infrastructuur |
Holland Casino | 100% | Direct | Kansspelen |
Invest-NL | 100% | Direct | Financiële Dienstverlening |
Invest International | 51% | Direct | Financiële Dienstverlening |
KLM | 5,9% | Direct | Transport |
Nederlandse Loterij | 99% | Direct | Kansspelen |
Nederlandse Spoorwegen | 100% | Direct | Transport |
NWB Bank | 17,2% | Direct | Financiële Dienstverlening |
Schiphol | 69,8% | Direct | Infrastructuur |
SRH | 100% | Direct | Financiële Dienstverlening |
Stedin | 11,8% | Direct | Energie |
TenneT | 100% | Direct | Energie |
Thales Nederland | 1% | Direct | Defensie |
UCN | 100% | Direct | Energie |
ASN Bank | 100% | Indirect (via NLFI) | Financiële Dienstverlening |
Kengetallen
De onderstaande kengetallen betreffen de uitvoering van het deelnemingenbeleid met volwaardige bedrijfsactiviteiten en direct aandeelhouderschap door de Staat.
Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Streefwaarde 2025 | Realisatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Percentage deelnemingen met >33% vrouwen in de raad van bestuur1 | 73% | 58% | 69% | 92% | 100% | 92% |
Percentage deelnemingen met doelstellingen via SBTi gesteld2 | n.v.t. | n.v.t | 50% (7 van 14) | 57% (8 van 14) | 100% (14 van 14) | 86% (12 van 14) |
Percentage deelnemingen met financiële doelstellingen bepaald3 | n.v.t. | n.v.t | 27% (4 van 15) | 40% (6 van 15) | 93% (14 van 15) | 53% (8 van 15) |
Deze indicator geeft weer bij welk percentage van de deelnemingen de raad van bestuur uit meer dan 1/3 vrouwen bestaat. Het totaal aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor (i) de deelnemingen COVRA en UCN, die maar één bestuurder hebben en (ii) voor de deelnemingen Air France-KLM, KLM, Stedin en Thales waarbij de Staat een klein minderheidsbelang heeft in de onderneming en daardoor beperkte invloed kan uitoefenen op het beleid.
Deze indicator geeft aan of de deelneming doelstellingen heeft gesteld samen via het Science Based Targets initiative (SBTi). Op de website van SBTi is te zien welke doelen deelnemingen hebben gesteld. Het totaal aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor de deelnemingen FMO, Gasunie, Invest-NL en Invest International, vanwege de aard van deze ondernemingen. Zie voor meer informatie www.sciencebasedtargets.org
De Staat hanteert een bredere set die aansluit bij de aard van de deelneming en de sector waarin de deelneming actief is. Deze bredere set aan indicatoren vervangt het voormalige normrendement als maatstaf. De onderdelen van deze bredere set aan indicatoren zijn rendementsdoelstellingen, doelstellingen op onderliggende operationele prestaties en doelstellingen op de balanspositie. Het totaal aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor de deelnemingen Air France-KLM, KLM en Thales waarbij de Staat een klein minderheidsbelang heeft in de onderneming en daardoor beperkte invloed kan uitoefenen op het beleid.
Toelichting kengetallen
Op 31 december 2025 voldeed alleen staatsdeelneming Gasunie niet aan het beoogde minimumpercentage van ten minste 33% vrouwen in de raad van bestuur. Dit kwam omdat een vacature in de raad van bestuur tijdelijk werd waargenomen door een interim-bestuurder. Begin november 2025 kondigde Gasunie aan dat deze vacature per januari 2026 vervuld wordt door een vrouwelijke bestuurder.
In 2025 hebben vier deelnemingen SBTi-doelstellingen vastgesteld. Het percentage deelnemingen met SBTi-doelstellingen is hierdoor met ongeveer 30 procentpunt gestegen en blijft daardoor onder de streefwaarde. De staat als aandeelhouder raadt gebruik van SBTi aan, maar een beslissing daarover ligt bij het bestuur van de deelneming.
In 2025 zijn er met acht deelnemingen financiële doelstellingen afgesproken. Het percentage deelnemingen met financiële doelstellingen bepaald is hierdoor gestegen, maar blijft onder de streefwaarde. Bij een aantal deelnemingen zijn de gesprekken over de financiële doelstellingen nog niet afgerond. Voordat de financiële doelstellingen kunnen worden bepaald is het wenselijk eerst lopende gesprekken over bijvoorbeeld de strategie, de investeringsagenda of het dividendbeleid af te ronden. Het voornemen is om met de resterende deelnemingen in 2026 tot afspraken te komen.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 571.098 | 1.428.240 | 14.830.413 | 26.569.236 | 61.419.391 | 19.975.561 | 41.443.830 |
Uitgaven | 323.401 | 1.883.795 | 2.741.547 | 13.774.177 | 12.503.315 | 14.783.893 | ‒ 2.280.578 |
Garanties | 0 | 0 | 7 | 7 | 7 | 20 | ‒ 13 |
Regeling Bijzondere Financiering | 0 | 0 | 7 | 7 | 7 | 20 | ‒ 13 |
Lening | 0 | 0 | 0 | 13.100.000 | 11.900.000 | 14.200.000 | ‒ 2.300.000 |
Lening KLM | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Lening TenneT | 0 | 0 | 0 | 13.100.000 | 11.900.000 | 14.200.000 | ‒ 2.300.000 |
Opdrachten | 14.329 | 7.465 | 7.202 | 3.799 | 3.901 | 4.704 | ‒ 803 |
Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen | 5.107 | 4.795 | 7.190 | 3.799 | 3.901 | 4.704 | ‒ 803 |
Opstart Invest-NL | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Opstart Invest International | 9.222 | 2.670 | 13 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vermogensverschaffing/-onttrekking | 304.972 | 1.872.208 | 2.730.170 | 666.111 | 595.635 | 574.000 | 21.635 |
Kapitaalinjectie TenneT | 0 | 1.230.000 | 1.602.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Verwerving vermogenstitels | 0 | 210.600 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Afdrachten Staatsloterij | 110.809 | 116.608 | 118.170 | 116.274 | 121.635 | 100.000 | 21.635 |
Kapitaalinjectie Invest-NL | 125.000 | 175.000 | 250.000 | 330.000 | 330.000 | 330.000 | 0 |
Kapitaalinjectie Invest International | 69.163 | 140.000 | 260.000 | 219.837 | 144.000 | 144.000 | 0 |
Kapitaalinjectie regionale netbeheerders | 0 | 0 | 500.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Storting/onttrekking begrotingsreserve | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Dotatie begrotingsreserve TenneT | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Dotatie begrotingsreserve Gasunie | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
0 | |||||||
Bijdragen aan ZBO's en RWT's | 4.100 | 4.122 | 4.167 | 4.260 | 3.773 | 5.169 | ‒ 1.396 |
NLFI | 4.100 | 4.122 | 4.167 | 4.260 | 3.773 | 5.169 | ‒ 1.396 |
Ontvangsten | 1.447.138 | 2.070.687 | 2.780.360 | 3.162.829 | 3.541.557 | 1.812.752 | 1.728.805 |
Garanties | 12.000 | 25.245 | 12.308 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 0 |
Premieontvangsten garantie KLM | 12.000 | 23.217 | 11.808 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Premieontvangsten Gasunie | 0 | 2.028 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Premieontvangsten garantie FMO | 0 | 0 | 500 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 0 |
Leningen | 17.318 | 292.866 | 0 | 171.910 | 570.123 | 743.252 | ‒ 173.129 |
Renteontvangsten lening KLM | 17.318 | 15.782 | 0 | 5.215 | 0 | 0 | 0 |
Aflossing lening KLM | 0 | 277.083 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Renteontvangsten lening TenneT | 0 | 0 | 0 | 166.695 | 570.123 | 743.252 | ‒ 173.129 |
Opdrachten | 0 | 0 | 0 | 79 | 0 | 0 | 0 |
Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen | 0 | 0 | 0 | 79 | 0 | 0 | 0 |
Vermogensverschaffing/-onttrekking | 1.412.926 | 1.748.497 | 2.765.230 | 2.986.329 | 2.968.216 | 1.064.000 | 1.904.216 |
Aan-/-verkoop vermogenstitels | 0 | 281.220 | 1.206.926 | 1.521.556 | 2.057.664 | 0 | 2.057.664 |
Afdrachten Staatsloterij | 110.809 | 116.608 | 118.170 | 116.274 | 121.635 | 100.000 | 21.635 |
Dividenden staatsdeelnemingen | 1.286.872 | 1.335.442 | 1.440.135 | 1.348.498 | 788.917 | 964.000 | ‒ 175.083 |
Winstafdracht DNB | 15.244 | 15.227 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan: Griekse inkomsten SMP | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan: rente-inkomsten ESM | 15.244 | 15.227 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijdrage aan ZBO's en RWT's | 4.895 | 4.080 | 2.822 | 3.511 | 2.218 | 4.500 | ‒ 2.282 |
NLFI | 4.895 | 4.080 | 2.822 | 3.511 | 2.218 | 4.500 | ‒ 2.282 |
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 571.098 | 1.428.240 | 14.830.413 | 26.569.236 | 61.419.391 | 19.975.561 | 41.443.830 |
waarvan garantieverplichtingen: | ‒ 578 | ‒ 600.453 | 12.932.566 | 907.534 | 49.815.421 | 0 | 49.815.421 |
Garanties en vrijwaringen staatsdeelnemingen | ‒ 578 | ‒ 600.453 | ‒ 1.561.500 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Garantie FMO | 0 | 0 | 14.494.066 | 907.534 | ‒ 1.784.579 | 0 | ‒ 1.784.579 |
Garantie TenneT | 0 | 0 | 0 | 0 | 51.600.000 | 0 | 51.600.000 |
0 | |||||||
waarvan overige verplichtingen: | 571.676 | 2.028.693 | 1.897.847 | 25.661.703 | 11.603.970 | 19.975.561 | ‒ 8.371.591 |
Lening KLM | 0 | 0 | ‒ 722.917 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Lening SRH | ‒ 11.414 | ‒ 11.341 | ‒ 11.259 | ‒ 11.202 | 1.124 | ‒ 8.332 | 9.456 |
Lening TenneT | 0 | 0 | 0 | 25.000.000 | 11.000.000 | 19.400.000 | ‒ 8.400.000 |
Kapitaalinjectie TenneT | 0 | 1.230.000 | 1.602.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Aan-/- verkoop vermogenstitels | 0 | 210.600 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Afdrachten Staatsloterij | 110.809 | 116.608 | 118.170 | 116.274 | 121.635 | 100.000 | 21.635 |
Kapitaalinjectie Invest-NL | 385.000 | 330.000 | 142.600 | 330.000 | 330.000 | 330.000 | 0 |
Kapitaalinjectie Invest International | 69.163 | 140.000 | 260.000 | 219.837 | 144.000 | 144.000 | 0 |
Overige betalingsverplichtingen | 18.118 | 12.826 | 509.253 | 6.793 | 7.211 | 9.893 | ‒ 2.682 |
Verplichtingen
Garantieverplichtingen
Garantie FMO
In 2025 is de garantie FMO € 1,8 mld. lager uitgevallen. Dit verschil wordt uitsluitend veroorzaakt door wisselkoerseffecten. De garantie staat uit in Amerikaanse dollar (USD) ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR. Bij een koersstijging van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar neemt de waarde van de garantie in EUR af. Zodoende is de garantie omlaag bijgesteld.
Garantie TenneT
De financieringsbehoefte van TenneT Nederland werd voorheen ingevuld met een combinatie van eigen vermogen en vreemd vermogen. Door de grote investeringsagenda neemt de financieringsbehoefte fors toe. Om te zorgen dat TenneT Nederland deze investeringsopgave kan financieren, heeft het kabinet besloten een garantie af te geven. Daarmee kan TenneT Nederland leningen aantrekken met dezelfde kredietwaardigheid als de Nederlandse staat (AAA). Als gevolg hiervan kan TenneT Nederland meer en goedkoper schuld ophalen op de kapitaalmarkt. In 2025 is daarom een garantie afgegeven waarvan het plafond € 51,6 mld. bedraagt.
Overige verplichtingen
Lening TenneT
In totaal is het verplichtingenbedrag € 8,4 mld. lager dan begroot. Dit komt doordat TenneT niet de volledige overbruggingslening nodig heeft gehad.
Afdrachten Staatsloterij
Conform de Wet op de kansspelen draagt de Staatsloterij af aan de Staat, daarom wordt in de begroting en verantwoording een technische post opgenomen voor de afdrachten van de Staatsloterij (zowel aan de uitgaven als ontvangsten). De post is met een totaal van € 121,6 mln. in 2025 € 21,6 mln. hoger uitgevallen.
Uitgaven
Lening
Lening TenneT
In 2025 heeft TenneT niet het volledige bedrag van de lening getrokken. Zodoende is de realisatie € 2,3 mld. lager dan begroot. Een bedrag van € 1,4 mld. is van 2025 verschoven naar 2026. Verder heeft TenneT € 900 mln. minder van de lening getrokken dan oorspronkelijk begroot.
Vermogensverschaffing/-onttrekking
Afdrachten Staatsloterij
Zie toelichting onder 'Verplichtingen'.
Ontvangsten
Leningen
Renteontvangsten lening TenneT
De renteontvangsten zijn in 2025 € 173,1 mln. lager dan oorspronkelijk begroot doordat TenneT niet het volledige bedrag van de lening heeft getrokken en de marktconforme rentepercentages definitief worden vastgesteld op het moment dat de leningdelen worden getrokken.
Vermogensverschaffing/ -onttrekking
Aan-/-verkoop vermogenstitels
Dit betreft de opbrengsten naar aanleiding van de verkoopprogramma's van staatsaandelen ABN AMRO en deelname aan het aandeleninkoopprogramma van ABN AMRO. Deze inkomsten worden niet vooraf geraamd. De realisatie van de aan- en verkoop van vermogenstitels in 2025 is hierdoor circa € 2,1 mld. hoger uitgekomen.
Afdrachten Staatsloterij
Zie toelichting onder 'Verplichtingen'.
Dividenden staatsdeelnemingen
In 2025 is de post Dividenden staatsdeelnemingen € 175 mln. lager dan begroot. Dit betreft de som van zowel negatieve als positieve bijstellingen gedurende het jaar. De negatieve bijstelling komt met name door de afbouw van het belang van de Staat in ABN AMRO. Hierdoor wordt over minder aandelen dividend ontvangen. De positieve component betreft het ontvangen interimdividend van ABN AMRO.
Kamerstukken II 2024-2025, 28165, nr. 466
Kamerstukken II 2024-2025, 31789, nr. 120
Kamerstukken II 2024-2025, 31789, nr. 122
Kamerstukken II 2024-2025, 33532, nr. 100
Kamerstukken II 2024-2025, 35123, nr. 44
Kamerstukken II 2024-2025, 28165, nr. 466
Kamerstukken II 2024-2025, 28165, nr. 446
Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen
Een bijdrage leveren aan een financieel gezond en welvarend Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling.
De minister van Financiën speelt in Nederland op dit gebied een regisserende rol en maakt daarbij gebruik van een aantal instrumenten. Ten behoeve van de bevordering van de economische- en begrotingscoördinatie tussen EU-lidstaten en de financiële stabiliteit in de EU, neemt de minister actief deel aan internationale overleggen (onder andere de Ecofinraad en de Eurogroep). Verder neemt de minister van Financiën besluiten over het Nederlandse standpunt met betrekking tot toetreding van landen tot het Europees wisselkoersmechanisme (ERM II) en de eurozone.
De minister houdt als aandeelhouder toezicht op de verschillende Internationale Financiële Instellingen met als doel om o.a. financiële soliditeit en goed bestuur te waarborgen. Hierbij bewaakt de minister ook de financiële belangen van de Nederlandse overheid en de Nederlandse burger en ziet de minister toe op de effectiviteit van de internationale financiële architectuur.
Daarnaast levert de minister een bijdrage aan de internationale beleidsdiscussies en beleidsresponses bij internationale fora zoals de Ecofinraad, de Eurogroep, de G20, verschillende Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling-werkgroepen en commissies en discussies bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank en andere Internationale Financiële Instellingen (IFI’s).
In 2025 zijn belangrijke stappen gezet op het gebied van internationale en Europese financiële steun, defensiefinanciering en multilaterale samenwerking. De uitvoering vond plaats binnen de gestelde kaders. De Nederlandse inzet op deze terreinen wordt voortgezet, met oog voor financiële stabiliteit en het publieke belang.
Voor de steun aan Oekraïne bereikten Europese leiders op 19 december 2025 tijdens de Europese Raad een politiek akkoord om voor 90 miljard euro aan leningen aan Oekraïne te verstrekken voor 2026 en 202767, voor zowel macro-financiële als militaire steun. Nederland staat hiervoor garant via de EU-headroom. Naast de steun die via de EU-kanalen verloopt, levert Nederland ook via de Internationale Financiële Instellingen, zoals de EBRD, Wereldbank en EIB, steun aan Oekraïne. Deze instellingen hebben sinds het begin van de oorlog de werkzaamheden in Oekraïne flink uitgebreid, en ze zijn over de hele breedte van de Oekraïense economie en maatschappij actief.
Ten aanzien van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en eigenmiddelenbesluit (EMB) informeerde het kabinet in maart 2025 de Tweede Kamer over de Nederlandse inzet.68 In september 2025 stuurde het kabinet de kabinetsappreciatie van het MFK, EMB en de onderliggende sectorale verordeningen69 aan het parlement. Daarnaast is op technisch niveau over de voorstellen gesproken in de Raad. De onderhandelingen over de voorstellen duren naar verwachting in ieder geval tot eind 2026 en mogelijk tot in 2027. Op het vlak van defensiefinanciering is het Europese witboek70 voor defensiegereedheid in 2030 gepubliceerd. Een onderdeel hiervan was het voorstel voor het SAFE-instrument. Het betreft een tijdelijk noodinstrument met een omvang van 150 miljard euro, ter financiële ondersteuning in de vorm van leningen aan lidstaten. Het instrument wordt gegarandeerd binnen de bestaande headroom van de Europese begroting en betreft voor Nederland een garantie van 15,3 miljard euro.
Wat betreft de 16e quotaherziening van het IMF, heeft Nederland tijdig ingestemd, maar de herziening is nog niet in werking omdat onvoldoende landen akkoord zijn gegaan. Wanneer de quotaherziening van kracht wordt, neemt de uitstaande garantie van de Staat aan DNB inzake IMF af met ongeveer 2,1 miljard euro.71 Met betrekking tot de Wereldbank is het onderhandelingsresultaat IDA21 (2028-2031) vastgesteld en de Nederlandse bijdrage van 935 miljoen euro bij aan IDA21 is verwerkt op de begroting.72 De bijdrage van 935 mln. bestaat uit een kernbijdrage van 924 mln. uit de Financiën-begroting en een bijdrage van 11 mln. voor schuldverlichting uit de BHO-begroting. Daarnaast heeft Nederland de uitstaande kapitaalinleg voor de IBRD namens Oekraïne gedaan. De Oekraïense aandelen zijn toegekend aan Oekraïne en de Nederlandse kiesgroep heeft daarmee haar stemgewicht binnen de Wereldbank behouden.
Tot slot heeft het kabinet op 28 april 2025 de uitkomsten en de appreciatie van het kabinet over de periodieke rapportage Internationale Crisismaatregelen tijdens de pandemie met uw Kamer gedeeld. De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat de crisismaatregelen die zijn genomen door de internationale financiële instellingen en op Europees niveau doeltreffend waren.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | ‒ 12.102.703 | 12.489.339 | ‒ 8.526.737 | 8.710.224 | 17.702.273 | 2.584.933 | 15.117.340 |
Uitgaven | 93.930 | 506.108 | 422.102 | 530.197 | 748.726 | 628.955 | 119.771 |
Garanties | 53 | 338 | 9.186 | 17.941 | 32.868 | 7.559 | 25.309 |
EIB - kredietverlening in ACP en OCT | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.375 | 0 | 4.375 |
EIB pan-Europees garantiefonds | 53 | 338 | 9.186 | 17.941 | 28.493 | 7.559 | 20.934 |
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties | 59.444 | 276.699 | 411.152 | 510.026 | 713.449 | 618.935 | 94.514 |
Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen | 0 | 38 | 53.000 | 1.578 | 1.500 | 1.519 | ‒ 19 |
Rentecompensatie ESM | 15.244 | 15.227 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Wereldbank | 44.200 | 261.434 | 333.152 | 374.729 | 678.216 | 323.080 | 355.136 |
EBRD | 0 | 0 | 25.000 | 100.040 | 0 | 0 | 0 |
Kapitaalinleg ESM | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 252.900 | ‒ 252.900 |
Bijdrage EU voor rente Oekraïne | 0 | 0 | 0 | 33.678 | 33.734 | 41.436 | ‒ 7.702 |
Leningen | 33.300 | 227.920 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Teruggave winsten | 33.300 | 27.920 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Lening aan Oekraïne | 0 | 200.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Opdrachten | 1.133 | 1.152 | 1.765 | 2.231 | 2.409 | 2.461 | ‒ 52 |
Technische assistentie | 1.133 | 1.152 | 1.749 | 2.133 | 2.193 | 2.361 | ‒ 168 |
Overige Opdrachten | 0 | 0 | 16 | 98 | 215 | 100 | 115 |
Ontvangsten | 127.083 | 332.507 | 421.103 | 603.812 | 378.425 | 67.620 | 310.805 |
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties | 2.387 | 1.581 | 5.327 | 22.935 | 4.354 | 3.733 | 621 |
Ontvangsten IFI's | 2.387 | 1.581 | 2.137 | 22.935 | 4.354 | 3.733 | 621 |
Ontvangsten ESM Kapitaal | 0 | 0 | 3.190 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Leningen | 124.696 | 330.927 | 415.776 | 580.876 | 374.071 | 63.887 | 310.184 |
Aflossing lening Griekenland | 124.696 | 319.838 | 319.838 | 479.757 | 321.101 | 0 | 321.101 |
Renteontvangsten lening Griekenland | 0 | 11.089 | 95.938 | 101.119 | 52.970 | 63.887 | ‒ 10.917 |
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | ‒ 12.102.703 | 12.489.339 | ‒ 8.526.737 | 8.710.224 | 17.702.273 | 2.584.933 | 15.117.340 |
waarvan garantieverplichtingen: | ‒ 12.209.141 | 11.463.427 | ‒ 8.803.113 | 8.537.311 | 16.746.118 | 1.364.000 | 15.382.118 |
Kredieten EU-betalingsbalanssteun | 64.000 | 0 | 0 | 94.089 | 203.981 | 0 | 203.981 |
Garantie aan DNB inzake IMF | ‒ 12.693.185 | 306.772 | 818.602 | 2.869.633 | ‒ 2.034.482 | 0 | ‒ 2.034.482 |
ESM | ‒ 60.050 | 0 | ‒ 24.710 | 0 | 0 | 1.364.000 | ‒ 1.364.000 |
EFSM | ‒ 4.163 | ‒ 67.507 | ‒ 264.215 | 254.899 | 118.868 | 0 | 118.868 |
AIIB | 56.096 | 45.073 | ‒ 26.136 | 46.759 | ‒ 91.981 | 0 | ‒ 91.981 |
EIB - kredietverlening in ACP en OCT | 2.670 | 9.221 | 4.337 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Wereldbank - IBRD | 106.702 | 311.799 | ‒ 45.819 | 520.853 | ‒ 674.787 | 0 | ‒ 674.787 |
Wereldbank - IBRD Oekraïne | 0 | 100.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Wereldbank - IBRD MIGA | 2.278 | 1.830 | ‒ 1.061 | 1.899 | ‒ 3.735 | 0 | ‒ 3.735 |
SURE | 62.516 | 29.177 | ‒ 19.295 | 0 | 0 | 0 | 0 |
EIB - pan-Europees garantiefonds | ‒ 53 | ‒ 338 | ‒ 9.186 | 0 | 0 | 0 | 0 |
NGEU | 254.048 | 10.727.400 | ‒ 10.513.020 | ‒ 693.374 | 3.703.539 | 0 | 3.703.539 |
MFB | 0 | 0 | 215.390 | 0 | 0 | 0 | 0 |
MFB - ULCM | 0 | 0 | 0 | 3.416.000 | 78.045 | 0 | 78.045 |
Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB) | 0 | 0 | 1.062.000 | 27.246 | 57.263 | 0 | 57.263 |
Oekraïne faciliteit | 0 | 0 | 0 | 1.999.309 | 102.624 | 0 | 102.624 |
SAFE | 0 | 0 | 0 | 0 | 15.286.784 | 0 | 15.286.784 |
waarvan overige verplichtingen: | 106.438 | 1.025.911 | 276.376 | 172.913 | 956.155 | 1.220.933 | ‒ 264.778 |
EIB - pan-Europees garantiefonds | 53 | 338 | 9.186 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen | 0 | 238 | 55.965 | 29 | 0 | 1 | ‒ 1 |
Rentecompensatie ESM | 0 | ‒ 39.773 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Wereldbank | 2.716 | 836.971 | 17.015 | 78.512 | 954.353 | 965.571 | ‒ 11.218 |
EBRD | 0 | 0 | 25.000 | 100.040 | 0 | 0 | 0 |
Kapitaalinleg ESM | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 252.900 | ‒ 252.900 |
Bijdrage EU voor rente Oekraïne | 0 | 0 | 165.743 | ‒ 7.757 | 0 | 0 | 0 |
Teruggave winsten SMP/ANFA | 33.300 | 27.920 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Lening aan Oekraïne | 0 | 200.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Technische assistentie kiesgroeplanden | 125 | 218 | 3.451 | 1.992 | 1.550 | 2.361 | ‒ 811 |
Overige betalingsverplichtingen | 70.244 | 0 | 16 | 98 | 252 | 100 | 152 |
Verplichtingen
Garantieverplichtingen
In 2025 zijn diverse uitstaande garanties aan internationale instellingen bijgesteld. Enerzijds zijn deze bijstellingen vanwege actualisatie van het Nederlandse bni-aandeel volgens cijfers van de Europese Commissie. Dit geldt voor de garanties Kredieten EU-betalingsbalanssteun (+ € 204,0 mln.), EFSM (+ € 118,9 mln.), de MFB-headroomgarantie (+ € 57,3 mln.), MFB ULCM (+ € 78,0 mln.) en de Oekraïne faciliteit (+ € 102,6 mln.). Voor de garantie NGEU geldt dat de bijstelling naast actualisatie van het bni-aandeel wordt veroorzaakt door een actualisatie van de rente (+ € 3,7 mld.).
Anderzijds zijn bijstellingen nodig vanwege de wisselkoers. Dit geldt voor de garanties DNB inzake IMF (- € 2,0 mld.), AIIB (- € 92.0 mln.) en IBRD (- € 674,8 mln.).
ESM
Met de toetreding van Kroatië tot het ESM startte het proces om de ESM-kapitaalsleutel uit 2009 te herzien, wat resulteerde in een toename van de Nederlandse garantie en een aanvullende storting voor het ESM. Aangezien deze actualisatie is uitgesteld, verschuift de toename van de Nederlandse garantie voor het ESM van 2025 naar 2026. Daarmee komt de geraamde ophoging van € 1,4 mld. in 2025 te vervallen.
SAFE
In 2025 is door de Raad van de Europese Unie en het Europees parlement besloten tot de oprichting van het ‘Security Action for Europe’-instrument (SAFE). Dit instrument is bedoeld om financiële steun te verlenen aan lidstaten om te voorzien in de toegenomen behoefte aan overheidsuitgaven voor de productie van defensiemateriaal en gezamenlijke aanschaf van defensieproducten en diensten te bevorderen. De bijstelling van € 15,3 mld. is het gevolg van een nieuwe nationale garantie gebaseerd op het Nederlandse bni-aandeel in het EU-bni en een inschatting van de rentekosten.
Overige verplichtingen
Wereldbank
De betalingsverplichtingen aan de Wereldbank in 2025 vallen lager uit dan oorspronkelijk geraamd. Dit komt onder andere doordat het verplichtingenbudget in 2025 voor de International Development Association (IDA, onderdeel van de Wereldbank) gelijk is gesteld aan de toegezegde bijdrage aan de 21ste middelaanvulling conform het onderhandelingsresultaat (‒ € 36,9 mln.). IDA is het onderdeel van de Wereldbank dat concessionele leningen en giften verstrekt aan lage inkomenslanden.
Daarnaast heeft Nederland in 2025 de nog openstaande kapitaalinleg voor de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD, onderdeel van de Wereldbank) namens Oekraïne voldaan (+ € 25,7 mln.). Nederland heeft, als grootste land binnen de kiesgroep bij de Wereldbank, gekozen om de bijdrage namens Oekraïne te voldoen, vanwege de uitzonderlijke situatie in Oekraïne als gevolg van de Russische oorlog. De Oekraïense aandelen zijn toegekend aan Oekraïne en de kiesgroep heeft daarmee haar stemgewicht binnen de Wereldbank behouden.
Kapitaalinleg ESM
Zie ook toelichting onder Garantieverplichtingen - ESM. Aangezien de actualisatie is uitgesteld, verschuift de aanvullende kapitaalstorting van 2025 naar 2026. Daarmee komt de storting van € 252,9 mln. in 2025 te vervallen.
Uitgaven
Garanties
EIB
De European Investment Bank (EIB) verricht onder andere activiteiten in de Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen, alsmede in Europese Overzeese Gebieden. Hiervoor heeft Nederland een garantie afgegeven. Op één van deze activiteiten is een tegenvaller ontstaan. Deze tegenvaller leidde voor Nederland tot een betaling van € 4,4 mln. in 2025.
EIB pan-Europees garantiefonds
Het EIB pan-Europees garantiefonds financiert hoge risicoprojecten en is opgezet om de negatieve economische gevolgen van de coronacrisis te beperken. De verliezen van dit fonds worden door de lidstaten naar rato gedragen. De netto-verliezen voor Nederland zijn opgenomen in de begroting als uitgaven in artikel 4, gebaseerd op een ruwe schatting. De realisatie in 2025 valt ten opzichte van de oorspronkelijke begroting € 20,9 mln. hoger uit dan verwacht, maar blijft onder het totale Nederlandse aandeel in de verwachte verliezen (20% van de totale garantie, verdeeld over de looptijd van het fonds).
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Wereldbank
Dit betreft een aanpassing van het kasritme van de IDA bijdrage aan de Wereldbank. De geplande betalingen voor 2026 zijn al in 2025 voldaan (+ € 329,4 mln.). Tevens heeft Nederland de kapitaalinleg voor Oekraïne aan de IBRD bekostigd (+ € 25,7 mln.). Zie ook toelichting bij overige verplichtingen.
Kapitaalinleg ESM
Zie ook toelichting bij overige verplichtingen.
Bijdrage EU voor rente Oekraïne
De rente bijdrage voor de door de EU aan Oekraïne geleende middelen via de MFA+ lening is in 2025 lager uitgevallen op basis van het geactualiseerde Nederlands bni-aandeel en de al verrichte betalingen (- € 7,7 mln.).
Ontvangsten
Leningen
Griekenland heeft een deel van de uitstaande leningen onder de Greek Loan Facility vervroegd afgelost (€ 321,1 mln.). Dit betreft een gedeeltelijke betaling van de aflossing die was voorzien voor de jaren 2033-2041. Tevens vallen de renteontvangsten lager uit op basis van de gerealiseerde rentestand (- € 10,9 mln.).
Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen
Het afgeven van verzekeringen en garanties ter dekking van risico’s die zijn verbonden aan het handels- en dienstenverkeer van ondernemers met landen buiten Nederland en investeringen in het buitenland die zonder deze verzekeringen en garanties niet tot stand zouden zijn gekomen, en het creëren en handhaven van een internationaal gelijkwaardig speelveld voor bedrijven op het terrein van de exportkredietverzekeringsfaciliteit (ekv-faciliteit).
De minister van Financiën heeft de rol van regisseur bij de uitvoering van de ekv-faciliteit. De Nederlandse Staat treedt op als verzekeraar en Atradius Dutch State Business N.V. (ADSB73) voert de ekv-faciliteit uit, in naam van en voor rekening en risico van de Staat. De minister stelt de randvoorwaarden vast waaronder ADSB verzekeringen mag afgeven. De minister van Financiën is budgetverantwoordelijk en is samen met de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp verantwoordelijk voor het beleid op gebied van de ekv. Beide ministers stimuleren een gelijkwaardig speelveld op het gebied van de ekv-faciliteit.
Op basis van de ‘Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën’ biedt de Nederlandse Staat, in aanvulling op de private markt, faciliteiten aan waarmee Nederlandse ondernemers en hun financiers risico’s kunnen afdekken bij de Staat. Met de verschillende producten binnen de exportkrediet- en investeringsverzekeringen kunnen Nederlandse bedrijven meer orders binnenhalen die in het bijzonder op (middel)lange termijn gefinancierd worden.
De ekv-faciliteit van de Nederlandse Staat is aanvullend aan de markt. Dit betekent dat exporteurs kans kunnen maken op de ekv-faciliteit als commerciële verzekering niet beschikbaar is. Zo kan het handels- en dienstenverkeer, ook met politiek en economisch ingewikkelde landen, toch doorgaan. Er is duidelijk vastgelegd welke risico’s (looptijd, omvang en landen) verzekerd kunnen worden op de private markt en dus voor welke risico’s de Nederlandse Staat aanvullende zekerheid kan bieden. Daarnaast stelt de minister van Financiën voor alle verzekeringsproducten een risicokader vast. Hierin staan de randvoorwaarden voor het afgeven van een verzekering, waarmee de Staat vaststelt welke risico’s als verantwoord worden beschouwd.
Net als Nederland hebben veel andere landen ook een ekv-faciliteit. Nederland zet zich internationaal in om afspraken te maken over exportondersteuning en om Nederlandse exporteurs en hun financiers onder gelijke voorwaarden te kunnen laten concurreren. Deze afspraken tussen verschillende OESO-landen zijn vastgelegd in de ‘Arrangement on Officially Supported Export Credits74’ en waarborgen een internationaal gelijk speelveld. Zo zijn er afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder exportkredietverzekeringen mogen worden verstrekt. Hierbij kan gedacht worden aan afspraken over de kostendekkendheid van de steun, minimumpremies, maximale looptijden, het gebruik van ontwikkelingshulpgelden en verantwoord leenbeleid. Voor ekv-producten die niet onder de Arrangement vallen is het Europese staatsteunkader van toepassing.75
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo), compliance en anti-omkoping hebben internationaal, maar ook nationaal de aandacht. Er is continu aandacht voor een gedegen uitvoering van het beleid voor mvo, compliance en anti-omkoping binnen de ekv-aanvragen. Het Nederlandse beleid voor de toetsing van ekv-aanvragen op de milieu- en sociale-effecten, dat in een aantal opzichten strenger is dan de internationale richtlijnen op dit gebied, is vastgelegd in het zogeheten Beleidsdocument mvo76. ADSB publiceert jaarlijks een duurzaamheidsverslag waarin de inspanningen en resultaten worden beschreven.
De beleidsmatige inzet bij de ekv is verder gericht op activiteiten die een positieve bijdrage leveren aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs en bedrijven ondersteunen in de energietransitie. Dit is in lijn met de verklaring die Nederland ondertekende tijdens de COP26-klimaatconferentie in Glasgow voor het in lijn brengen van internationale overheidssteun met de groene energietransitie (‘de COP26-verklaring’). Per 1 januari 2023 is het COP26-beleid voor de ekv effectief. Daarmee is ekv-steun aan fossiele projecten per 2023 reeds beëindigd, behoudens beperkte en duidelijk gedefinieerde uitzonderingen die in lijn zijn met de 1,5°C doelstelling.
De uitgevoerde acties en de ingezette verbeteringen droegen in 2025 bij aan een gelijker internationaal speelveld en versterkte risicobeheersing.
Begin 2025 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de opvolging van alle aanbevelingen uit de beleidsdoorlichting over de periode 2016 t/m 2021. Zo is er een nieuwe internationale benchmarkanalyse uitgevoerd om inzicht te verkrijgen over hoe het Nederlandse ekv-aanbod zich verhoudt tot dat van andere landen; is de samenwerking tussen ADSB, Invest International, RVO en de ministeries van Buitenlandse Zaken en Financiën versterkt ten behoeve van een «whole-of-government» benadering; en heeft Nederland zich met succes ingezet voor verruimde OESO-voorwaarden voor ekv-steun. Daarnaast zijn er twee pilots in gang gezet, namelijk de innovatiedekking om investeringen in sleuteltechnologieën in Nederland te verzekeren en de grondstoffendekking om projecten te verzekeren die bijdragen aan de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en duurzame brandstoffen77.
De regels voor exportkredietverzekeringen (ekv) zijn tussen OESO-landen vastgelegd in de Arrangement on Officially Supported Export Credits (kortweg ‘Arrangement’). In 2025 werd gesproken over verdere modernisering van de Arrangement, waarbij Nederland zich inzet voor een gelijker internationaal speelveld.
Daarnaast heeft Nederland tijdens de lopende onderhandelingen over de herziening van het milieu- en sociale due diligence kader voorstellen gedaan om de scope uit te breiden. In de herziene versie, waar in 2025 nog geen overeenstemming over is bereikt, wordt een aanmoediging opgenomen voor een risico-gebaseerde aanpak voor transacties die buiten de scope vallen. Hiermee wordt het internationale beleidskader meer in lijn gebracht met de Nederlandse praktijk. Ook is een Guidance Note voor de OESO Anti-Bribery Recommendation opgeleverd waar Nederland een actieve bijdrage aan heeft geleverd. Hierdoor kan op internationaal vlak beter worden samengewerkt aan een effectief anti-omkopingsbeleid wat tevens bijdraagt aan de harmonisatie van beleid.
Ten aanzien van de steun aan Oekraïne zijn in 2025 verschillende dekkingstoezeggingen en polissen (€ 24,1 mln.) onder de ekv-faciliteit verstrekt, zoals toegelicht in het beleidsverslag (paragraaf 4.1).
Tot slot is in 2025 besloten om de uitvoering van de ekv aan te besteden vanwege de geconstateerde comptabele onrechtmatigheid. In december 2025 is de Kamer geïnformeerd over de start van de aanbesteding en de inzet om de uitvoering van de ekv nog innovatiever te maken en de risicobeheersing robuuster78.
Kengetallen
Eind 2025 staat er in totaal voor ongeveer € 14,7 mld. uit aan verplichtingen. Dit is een combinatie van definitieve verplichtingen (afgegeven verzekeringspolissen) en voorlopige verplichtingen (dekkingstoezeggingen (dt); een wederzijdse juridische verplichting tussen de Staat enerzijds en exporteur of bank anderzijds).
Figuur 8 Totaal uitstaande garantieverplichtingen (bedragen x € 1 mld.)

Bovenstaande figuur geeft de ontwikkeling van de totale uitstaande verplichtingen (omvang van de portefeullie) weer. In 2025 is de portefeuille qua omvang afgenomen.
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
Nieuwe klanten | 38 | 45 | 26 | 28 | 36 |
Bron: ADSB
In 2025 is het aantal nieuwe klanten gestegen ten opzichte van vorig jaar. Van de nieuwe klanten in 2025 behoren 17 exporteurs tot het midden- en kleinbedrijf.
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Streefwaarde 2025 t/m 2027 | |
Bijdrage bbp in % | 0,06% | 0,07% | 0,08% | 0,10% | n.t.b.1 | |
BerB | € 667 mln. | € 504 mln. | € 285 mln. | € 341 mln. | € 353 mln. | > € 0 |
Absoluut aantal nieuw aangegane totaal aan groene dekkingstoezeggingen en directe polissen2 | 24 | 76 | 55 | 68 | 49 | 10% meer dan het voorgaande jaar |
Absoluut aantal nieuw aangegane totaal aan mkb transacties | 35 | 49 | 60 | 83 | 66 | 10% meer dan het voorgaande jaar |
Bron: CBS (2025), Bijdrage publieke exportkredietverzekering aan economie, 2 oktober 2025, www.cbs.nl . Overige cijfers via ADSB.
Toelichting prestatie-indicatoren
Bijdrage bbp
De ekv-faciliteit is belangrijk voor Nederland om de export te kunnen bevorderen. Voor de ekv-gedekte export geldt dat het aannemelijk is dat die niet tot stand was gekomen zonder ekv-dekking. Als Nederland geen ekv-dekking zou aanbieden, zou wat Nederlandse ondernemers exporteren kunnen verschuiven naar buitenlandse concurrenten die wel gebruik kunnen maken van ekv-dekking. Elk jaar stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vast wat de bruto bijdrage van de ekv-faciliteit is geweest aan de Nederlandse economie. Het CBS berekent dit gegeven aan de hand van het volume van de ekv-gedekte export. In de periode 2021-2024 bedroeg de bijdrage aan het bbp gemiddeld 0,08% en werden in totaal 32.733 arbeidsjaren gecreëerd met de verzekerde export. In 2024 was de bijdrage aan het bbp circa 0,10% en werden er 8.386 arbeidsjaren gecreëerd. Hiermee is de streefwaarde van 0,05% behaald.
Realisatie bedrijfseconomisch resultaatsbepaling (BerB)
Met de BerB wordt jaarlijks berekend of de ekv-faciliteit kostendekkend is. Het bedrijfseconomisch resultaat is een cumulatief resultaat over alle polissen die vanaf 1 januari 1999 zijn afgesloten, rekening houdend met de verwachte schades over de lopende verplichtingen. Nederland gebruikt dit model om te toetsen of wordt voldaan aan de internationale afspraken. Het cumulatieve resultaat sinds 1999 is voor 2025 € 353 mln. en was in 2024 € 341 mln. Daarmee is de ekv kostendekkend en wordt de doelstelling bereikt. Deze toename is te verklaren door premies die direct aan het resultaat worden toegevoegd en lager uitvallende schades dan verwacht.
Groene transacties
Ook in 2025 was de beleidsmatige inzet voor groen bij de ekv erop gericht bedrijven optimaal te ondersteunen bij de energietransitie en zo export, bbp en werkgelegenheid te creëren. Dit doet de ekv-faciliteit bijvoorbeeld via het aanbieden van gunstiger ekv-voorwaarden voor goede exporttransacties, of via het innovatie product ‘Groendekking’, waarbij bedrijven geholpen worden met investeringen voor de ontwikkeling van groene exporttransacties.
Net als in voorgaande jaren, werd in 2025 als doel gesteld om het aandeel in de portefeuille van transacties die een bijdrage leveren aan het bereiken van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te laten groeien. De doelstelling voor 2025 was het verhogen van het aantal groene transacties met 10% ten opzichte van 2024. Dit is niet gehaald, aangezien er 49 groene transacties werden verzekerd in 2025 ten opzichte van 68 in 2024. Hierbij dient echter wel opgemerkt te worden dat de ekv een vraaggestuurd instrument is, waardoor de doelstelling afhankelijk blijft van het aanbod van projecten en export.
ADSB bepaalt via het Groen Label of een transactie kwalificeert als groene economische activiteit. ADSB heeft in 2025 de Groenlijst beter in lijn gebracht met relevante, erkende internationale kaders, namelijk de CCSU79, de EU-taxonomie en de MDB CP80. Het nieuwe Groen Label is per 1 januari 2026 actief.
MKB transacties
Ingezet ter ondersteuning van het Nederlandse mkb. De ekv beschikt onder meer over liquiditeitsverruimende producten waar met name het Nederlandse mkb gebruik van maakt. De doelstelling voor 2025 was het verhogen van het aantal mkb transacties met 10% ten opzichte van 2024. Dit is niet gehaald, aangezien er 66 mkb transacties werden verzekerd in 2025 ten opzichte van 83 in 2024. Hierbij dient echter wel opgemerkt te worden dat de ekv een vraaggestuurd instrument is, waardoor de doelstelling afhankelijk blijft van het aanbod van projecten en export.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | ‒ 4.483.155 | 4.642.218 | 3.821.773 | 3.535.155 | 3.535.112 | 10.086.158 | ‒ 6.551.046 |
Uitgaven | 400.211 | 233.620 | 254.545 | 211.051 | 272.904 | 148.158 | 124.746 |
Opdrachten | 74.740 | 20.695 | 22.639 | 22.022 | 23.795 | 19.386 | 4.409 |
Kostenvergoeding Atradius DSB | 19.191 | 19.553 | 20.167 | 22.151 | 22.810 | 19.283 | 3.527 |
Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten | 55.300 | 1.024 | 2.312 | ‒ 227 | 983 | 0 | 983 |
Overige uitgaven | 250 | 119 | 160 | 99 | 3 | 103 | ‒ 100 |
Garanties | 244.289 | 72.574 | 102.952 | 129.947 | 118.898 | 57.000 | 61.898 |
Schade-uitkering ekv | 208.978 | 68.970 | 102.368 | 128.838 | 108.740 | 57.000 | 51.740 |
Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten | 35.311 | 3.604 | 585 | 1.109 | 9.863 | 0 | 9.863 |
Herverzekerde schades ekv - premies | 0 | 0 | 0 | 0 | 122 | 0 | 122 |
Herverzekerde schades ekv - restituties na 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Herverzekerde schades ekv - restituties 1999-2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 48 | 0 | 48 |
Herverzekerde schades ekv - restituties voor 1999 | 0 | 0 | 0 | 0 | 125 | 0 | 125 |
Storting/-onttrekking begrotingsreserve | 81.182 | 140.351 | 128.954 | 59.082 | 130.211 | 71.772 | 58.439 |
Mutatie begrotingsreserve ekv | 81.182 | 140.351 | 128.954 | 59.082 | 130.211 | 71.772 | 58.439 |
Ontvangsten | 382.566 | 254.768 | 130.264 | 157.053 | 218.495 | 131.458 | 87.037 |
Garanties | 258.187 | 235.015 | 107.012 | 131.203 | 194.131 | 107.175 | 86.956 |
Premies ekv | 81.221 | 135.181 | 68.954 | 54.764 | 130.282 | 70.244 | 60.038 |
Premies herverzekering leverancierskredieten | 131.119 | 2.036 | 68 | ‒ 95 | 8.869 | 0 | 8.869 |
Schaderestituties ekv (oude methodiek) | 41.707 | 96.526 | 37.908 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Schaderestituties ekv voor 1999 | 0 | 0 | 0 | 34.762 | 36.091 | 26.743 | 9.348 |
Schaderestituties ekv vanaf 1999 tot 2019 | 0 | 0 | 0 | 4.318 | 99 | 1.528 | ‒ 1.429 |
Schaderestituties ekv na 2019 | 0 | 0 | 0 | 37.315 | 1.742 | 8.660 | ‒ 6.918 |
Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten | 4.140 | 1.272 | 82 | 140 | 4.299 | 0 | 4.299 |
Herverzekerde schades ekv - schadeuitkeringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 12.749 | 0 | 12.749 |
Storting/onttrekking begrotingsreserve | 124.379 | 19.752 | 23.252 | 25.850 | 24.365 | 24.283 | 82 |
Onttrekking begrotingsreserve ekv | 124.379 | 19.752 | 23.252 | 25.850 | 24.365 | 24.283 | 82 |
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | ‒ 4.483.155 | 4.642.218 | 3.821.773 | 3.535.155 | 3.535.112 | 10.086.158 | ‒ 6.551.046 |
waarvan garantieverplichtingen: | ‒ 4.668.943 | 4.477.941 | 3.688.868 | 3.452.964 | 3.370.913 | 9.995.000 | ‒ 6.624.087 |
Exportkredietverzekeringen | 7.267.867 | 4.477.941 | 3.688.868 | 3.452.964 | 3.370.913 | 9.995.000 | ‒ 6.624.087 |
waarvan: aangegane garantieverplichtingen | 7.267.867 | 4.477.941 | 3.688.868 | 3.452.964 | 3.370.913 | 9.995.000 | ‒ 6.624.087 |
waarvan: vervallen verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Herverzekering leverancierskredieten | ‒ 11.936.809 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige verplichtingen: | 185.787 | 164.278 | 132.905 | 82.191 | 164.199 | 91.158 | 73.041 |
Kostenvergoeding Atradius DSB | 19.191 | 19.553 | 20.167 | 22.151 | 22.810 | 19.283 | 3.527 |
Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten | 55.300 | 1.024 | 7.166 | ‒ 227 | 983 | 0 | 983 |
Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten | 29.689 | 3.604 | ‒ 23.565 | 1.109 | 9.863 | 0 | 9.863 |
Herverzekerde schades ekv - premies | 0 | 0 | 0 | 0 | 122 | 0 | 122 |
Herverzekerde schades ekv - restituties na 2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Herverzekerde schades ekv - restituties 1999-2019 | 0 | 0 | 0 | 0 | 48 | 0 | 48 |
Herverzekerde schades ekv - restituties voor 1999 | 0 | 0 | 0 | 0 | 125 | 0 | 125 |
Storting begrotingsreserve ekv | 81.182 | 140.351 | 128.954 | 59.082 | 130.211 | 71.772 | 58.439 |
Overige betalingsverplichtingen | 425 | ‒ 253 | 183 | 76 | 38 | 103 | ‒ 65 |
Verplichtingen
Garantieverplichtingen
Exportkredietverzekeringen
In 2025 is voor € 3,4 mld. aan nieuwe verplichtingen voor de exportkredietgarantie en de regeling investeringsverzekering aangegaan; dit is circa € 6,6 mld. lager dan het beschikbare plafond van € 10 mld. Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen van de Financiënbegroting heeft een garantieplafond waarin is aangegeven voor welk bedrag de minister jaarlijks nieuwe garantieverplichtingen kan aangaan. Dit jaarlijks plafond voor nieuw aan te gane verplichtingen is vastgesteld op € 10 mld. voor de gehele ekv-faciliteit.
Overige verplichtingen
Storting begrotingsreserve ekv
De begrotingsreserve werkt als buffer om per jaar het verschil tussen enerzijds premieontvangsten en schaderestituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) en anderzijds definitieve schades (vanaf 2019), de kostenvergoeding en te betalen premies en restituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) voor herverzekerde schades op te vangen. In 2025 is er per saldo € 105,9 mln. in de begrotingsreserve gestort, wat het resultaat is van een onttrekking en een storting. De onttrekking in 2025 bedraagt € 24,4 mln. en bestaat uit definitieve schades (vanaf 2019) en de kostenvergoeding ADSB. De storting in 2025 bedraagt € 130,2 mln. en bestaat het merendeel uit premieontvangsten. Per abuis zijn de te betalen premies en restituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) voor herverzekerde schades in de realisatie nog volgens de oude systematiek verwerkt, ze zijn gecorrigeerd op de ontvangsten en lopen daardoor mee in de storting in plaats van in de onttrekking.
Daarmee bedraagt de nieuwe stand van de begrotingsreserve € 830,7 mln., zie ook onderdeel 8.2.5. (Saldibalans IXB, begrotingsreserves).
Uitgaven
Garanties
Schade uitkering ekv
De gerealiseerde schade-uitkeringen ekv valt € 51,7 mln. hoger uit dan oorspronkelijk begroot. Bij de ekv zijn schades moeilijk te ramen en daarnaast kan het al dan niet materialiseren van één schadezaak een grote impact hebben op de realisatie. Zo is er € 7,3 mln. uitgekeerd op Noorwegen en € 6,0 mln. op Saoedi Arabië.
Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten
De herverzekering leverancierskredieten betreft een coronamaatregel waarbij er door de Staat voorkomen werd dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilviel. De tijdelijke regeling is per 1 juli 2021 beëindigd, echter kunnen uitgaven en ontvangsten nog langer doorlopen. Anders dan in de oorspronkelijke begroting werd verwacht, zijn er in 2025 uitgaven geweest voor de schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten (€ 9,9 mln.). Dit komt door afrekeningen met verzekeraars.
Storting/onttrekking begrotingsreserve
Zie toelichting onder overige verplichtingen.
Ontvangsten
Garanties
Premies ekv
In 2025 zijn de premieontvangsten van de exportkredietverzekeringen € 60,0 mln. hoger uitgevallen dan oorspronkelijk begroot. De ekv is een vraaggestuurd instrument, waardoor de realisaties kunnen afwijken van de ramingen.
Premies herverzekering leverancierskredieten
Zie ook toelichting onder uitgaven - Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten. Anders dan in de oorspronkelijke begroting werd verwacht, zijn er in 2025 ontvangsten geweest voor de premies herverzekering leverancierskredieten (€ 8,9 mln.).
Schaderestituties ekv
In 2025 zijn de gerealiseerde schaderestituties ekv per saldo circa € 1,0 mln. hoger uitgevallen dan oorspronkelijk begroot. Op basis van daadwerkelijk opgelopen (niet-definitieve) schades en de inzet op het verhalen van de schade bij tegenpartijen kan de uiteindelijke stand van de recuperaties afwijken van de ramingen. De hoger uitgevallen schaderestituties worden voornamelijk veroorzaakt door schaderestituties op polissen afgesloten voor 1999, waarvan € 16,0 mln. op Argentinië. Op de polissen afgesloten na 2019 vallen de schaderestituties lager uit.
Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten
Zie ook toelichting onder uitgaven - Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten. Anders dan in de oorspronkelijke begroting werd verwacht, zijn er in 2025 ontvangsten geweest vanuit schaderestituties herverzekering leverancierskredieten (€ 4,3 mln.).
Herverzekerde schades ekv - schadeuitkeringen
ADSB kan een deel van het risico herverzekeren bij een andere (buitenlandse) Export Credit Agency (ECA). Wanneer ADSB een transactie gedeeltelijk herverzekert en een schade zich materialiseert, betaalt ADSB de schade uit en ontvangt zij van de andere ECA een betaling voor het herverzekerde deel van de schade. Sinds de begroting 2026 worden de uitgaven en ontvangsten uit hoofde van herverzekeren apart inzichtelijk gemaakt in de tabel. In de oorspronkelijke begroting (uit 2025) werden de ontvangen schadeuitkeringen uit hoofde van herverzekeren nog in mindering gebracht op de uitgaven. Dat wordt nu niet meer gedaan, waardoor de ontvangsten hoger uitvallen dan geraamd.
Storting/onttrekking begrotingsreserve
Zie toelichting onder overige verplichtingen.
Artikel 6 Btw-compensatiefonds
Gemeenten, provincies en andere regionale openbare lichamen als bedoeld in de Wet op het Btw-compensatiefonds (BCF) hebben de mogelijkheid om een evenwichtige keuze te maken tussen in- en uitbesteding. De belasting over toegevoegde waarde (btw) speelt hierin geen rol.
De minister van Financiën is verantwoordelijk voor en heeft een uitvoerende rol bij:
– het verstrekken, verzamelen en controleren van de opgaafformulieren en het uitbetalen van de compensabele btw;
– het beheer van het Btw-compensatiefonds (BCF).
Het BCF is opgericht om btw weg te nemen als factor in de afweging van decentrale overheden tussen uitbesteden en inbesteden (uitvoering door de eigen organisatie). Decentrale overheden kunnen betaalde btw terugvragen bij het BCF. De betaalde btw moet daarvoor aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de btw betaald zijn over een niet-ondernemerstaak en mag er geen sprake zijn van verstrekking aan een individuele derde. Voorbeelden van taken waarvoor gemeenten en provincies btw kunnen terugvragen zijn: inzameling van huisvuil, onderhoud aan gebouwen, straatbeheer, schoonmaakactiviteiten, archivering, ingenieurswerkzaamheden en groenbeheer.
In 2025 hebben zich wat betreft de beoogde resultaten geen bijzonderheden voorgedaan.
Compensatie
De Belastingdienst heeft als taak om opgaafformulieren te verstrekken en te verzamelen en de btw over niet-ondernemersactiviteiten te compenseren.
Activiteiten 2025
Op 1 januari 2025 waren er 342 gemeenten, 12 provincies en 2 regionale openbare lichamen. Eind 2025 is er met 71,2% van de BCF-gerechtigden klantcontact geweest met het oogmerk de compliance te bevorderen of in stand te houden. Daarvoor is, in het kader van individuele klantbehandeling, een passende behandeling ingezet.
Kengetallen en indicatoren
Prestatie-indicator | Streefwaarde 2025 | Realisatie 2025 |
Percentage uitgevoerde fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtactiviteit | >45% | 71,2% |
Bron: Belastingdienst
Het streven is om binnen één kalenderjaar minimaal één fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtactiviteit inzake het BCF vanuit de Belastingdienst uit te voeren bij tenminste 45% van de gemeenten en provincies.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 3.666.792 | 3.817.766 | 4.037.695 | 4.484.530 | 4.893.319 | 4.248.694 | 644.625 |
Uitgaven | 3.666.792 | 3.817.766 | 4.037.695 | 4.484.530 | 4.893.319 | 4.248.694 | 644.625 |
Bijdragen aan medeoverheden | 3.666.792 | 3.817.766 | 4.037.695 | 4.484.530 | 4.893.319 | 4.248.694 | 644.625 |
Bijdragen aan gemeenten | 3.252.802 | 3.412.761 | 3.618.268 | 4.044.883 | 4.442.149 | 3.811.094 | 631.055 |
Bijdragen aan provincies | 413.990 | 405.005 | 419.427 | 439.648 | 451.170 | 437.600 | 13.570 |
Ontvangsten | 3.666.792 | 3.817.766 | 4.037.695 | 4.484.530 | 4.893.319 | 4.248.694 | 644.625 |
Verplichtingen, Uitgaven en Ontvangsten
De realisatie in 2025 ligt hoger dan in 2024, mede door prijsstijgingen, extra investeringen en taakmutaties, vooral in het Sociaal domein. Gemeenten declareren in absolute zin meer btw bij het BCF dan provincies, maar provincies declareren relatief meer ten opzichte van hun totale uitgaven, vooral door hun uitgaven aan verkeer en vervoer. De ontvangsten zijn gelijk aan de uitgaven, omdat de terugbetaalde btw ook belastinginkomsten zijn.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil (toevoeging aan het plafond) | |
|---|---|---|---|
2025 | 2025 | 2025 | |
Plafond | 5.265.527 | 4.972.533 | 292.994 |
W.v. stand MN 2025 | 4.972.533 | 4.972.533 | 0 |
W.v. overhevelingen i.v.m taakmutaties | 241.372 | 0 | 241.372 |
W.v. accres | 51.622 | 0 | 51.622 |
Uitgaven | 4.893.319 | 4.248.694 | 644.625 |
W.v. Gemeenten | 4.442.149 | 3.811.094 | 631.055 |
W.v. Provincies | 451.170 | 437.600 | 13.570 |
Ruimte onder plafond | 372.208 | 723.897 | ‒ 351.689 |
W.v. Gemeenten | 215.533 | 607.725 | ‒ 392.192 |
W.v. Provincies | 156.675 | 116.172 | 40.503 |
Het plafond op het BCF is gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het Gemeentefonds en Provinciefonds. Vanaf 2024 geldt de bbp-systematiek waarbij het uitgangspunt is dat de fondsen (GF en PF) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen.
Het plafond wordt naast het accres aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het Gemeentefonds en Provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het Gemeentefonds en Provinciefonds. De toevoeging of uitname moet worden verdeeld over gemeenten en provincies. Er is tussen decentrale overheden en het Rijk afgesproken dit te doen op basis van de verhouding van wat de gezamenlijke gemeenten en provincies in het afgelopen jaar ook daadwerkelijk hebben ontvangen uit het BCF.
Aan de hand van de realisatiecijfers wordt in het Financieel Jaarverslag Rijk de definitieve ruimte ten opzichte van het BCF-plafond bepaald. Het verschil tussen de voorlopige afrekening die bij Miljoenennota 2025 heeft plaatsgevonden en de definitieve ruimte ten opzichte van het plafond, wordt bij de Voorjaarsnota verrekend met het Gemeentefonds en Provinciefonds.
In de volgende tabel worden de openstaande voorschotten weergegeven.
2025 | |
Saldo per 1 januari 2025 | 157.703.345 |
Bedrag nieuwe voorschotten 2025 | 210.522.605 |
Bedrag afgerekende voorschotten 2025 | 209.949.966 |
Saldo per 31 december 2025 | 158.275.984 |
Artikel 9 Douane
De Douane draagt bij aan een solide financiering van de Europese en nationale overheid, aan een veilige samenleving en aan een sterke, aantrekkelijke en eerlijke interne markt waarmee de welvaart in de Europese Unie (EU) en Nederland wordt bevorderd. Dit doet de Douane door als handhavingsdienst toezicht te houden op het EU-grensoverschrijdende goederenverkeer en daarbij te controleren op de naleving van fiscale en niet-fiscale regels en door het bonafide bedrijfsleven daarbij te faciliteren. Douanerechten en nationale belastingen (accijnzen en verbruiksbelastingen en omzetbelasting bij invoer) worden zo veel mogelijk tijdig, juist en volledig geheven en geïnd.
Kortweg bestaat de opdracht van de Nederlandse Douane uit de ABC-doelen:
– Afdracht: zorgen dat opbrengsten zo juist, tijdig en volledig mogelijk zijn;
– Beschermen: de samenleving zo goed mogelijk beschermen tegen onveilige en ongewenste goederen;
– Concurrentiepositie: bijdragen aan het versterken van de concurrentiepositie van de Europese Unie.
De minister van Financiën is verantwoordelijk voor en heeft een regisserende rol op het terrein van het beleid en de wet- en regelgeving inzake douaneformaliteiten en douanerechten. Dit is hoofdzakelijk Europese wet- en regelgeving. Daarnaast is de minister verantwoordelijk voor de wet- en regelgeving inzake binnenlandse accijnzen en verbruiksbelastingen.
Op grond van het Douanewetboek van de Unie, Europese verordeningen, de Algemene douanewet en andere nationale wet- en regelgeving handhaaft de Douane fiscale en niet-fiscale wet- en regelgeving.
Met de uitvoering van de reguliere taken en door samenwerking met ketenpartners draagt de Douane bij aan de integrale aanpak van ondermijning. Het doel is hierbij om barrières op te werpen tegen ondermijnende (drugs)criminaliteit van productiegebieden van drugs in het buitenland tot afzetmarkten in de EU.
De minister bevordert via de inzet van de Douane de naleving van wet- en regelgeving. Dit gebeurt door het leveren van passende en faciliterende dienstverlening door bijvoorbeeld zorg te dragen voor een goed werkend aangiftesysteem. Maar ook door processen juist en tijdig uit te voeren, door adequaat toezicht uit te oefenen en door naleving te stimuleren en waar nodig deze naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen.
Strategie Douane
De ambitie van de Douane is om tot de beste douanediensten ter wereld te behoren, die door slim te werken legale handel optimaal faciliteert, de samenleving adequaat beschermt, en douanerechten, accijnzen en andere belastingen volgens de wetgeving correct heft en int.
Deze ambitie wordt langs drie doelstellingen opgepakt:
– Sturen op maatschappelijke effecten: om toekomstige verdere taakuitbreidingen het hoofd te bieden onderzoekt de Douane op welke manier de meeste meerwaarde kan worden gecreëerd voor burgers en bedrijven.
– Realiseren van de digitale transformatie: de inzet op de benodigde digitale transformatie gaat bijdragen aan efficiëntere inzet van het personeel en een meer actorgerichte handhaving.
– Medewerker centraal: verbetering van de efficiëntie en het behoud van medewerkers door te investeren in ondersteuning van medewerkers en het optimaliseren van processen.
De Douane heeft in 2025, onder toenemende complexiteit, haar strategische positie verder versterkt door innovatie, samenwerking en gerichte inzet op prioriteiten. Hiermee is een solide basis gelegd voor toekomstbestendige douaneprocessen en een sterke positie binnen Europa. Met de Visie 2035 wordt actief ingespeeld op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en worden prioriteiten scherper gesteld op basis van meerwaarde. In 2025 heeft de Douane richtinggevend bijgedragen aan de herziening van de Europese Douane Unie en voorstellen op het gebied van e-commerce en Europese samenwerking, waarmee de positie van de Nederlandse Douane in Europa wordt verstevigd.
De aanpak van ondermijnende criminaliteit kreeg blijvende prioriteit: zo zijn nieuwe douaneattachés geplaatst in onder andere Lima en zijn voorbereidingen gestart voor functies in andere strategische regio’s. In de havens van Rotterdam en Vlissingen daalden de in beslag genomen hoeveelheden cocaïne in 2025 respectievelijk fors naar 11.500 kilo (was 25.000 kilo) en 7.000 kilo (was 9.600 kilo). Daartegenover steeg het totaal aan onderschepte cannabis fors naar 65.500 kilo (was 14.500 kilo).81 Voor het eerst sinds het instellen van het verbod op Nieuwe Psychoactieve Stoffen zijn er 264 vangsten gedaan82, veelal kleine hoeveelheden per poststuk. Het bestrijden van nieuwe smokkelmethoden en variërende routes kreeg extra aandacht, met investeringen in technologie, uitbreiding van controles in de privéluchtvaart, en training van personeel.
Ook het handhaven van de steeds complexer wordende sanctiemaatregelen tegen meer dan dertig landen, waaronder Rusland, stond centraal, met extra aandacht voor het tegengaan van omzeiling en samenwerking met Europese partners.
Ondanks krapte op de arbeidsmarkt is het gelukt extra IV-capaciteit te werven. In 2025 is gewerkt aan meerdere omvangrijke implementatietrajecten, zoals Centralised Clearance. De Douane volgt hiervoor een gefaseerde aanpak. In 2026 zet de Douane extra in op Centralised Clearance, met als doel in te lopen op opgelopen vertraging. Dit gebeurt in samenspraak met de Europese Commissie en het bedrijfsleven.
Daarnaast is in constructief overleg met het bedrijfsleven gewerkt aan onderwerpen als regelgeving, systemen en klantgerichtheid, wat verdere verbetering van de dienstverlening ondersteunt. Tot slot investeert de Douane in kennisdeling en passende functies: in 2025 is een kennismanagementpilot gestart en zijn HR-processen doorontwikkeld om medewerkers beter te ondersteunen.
Kwalitatieve doelstellingen
De algemene doelstelling van de Douane komt, langs de lijnen van de ABC-doelen, tot uiting in onderstaande meetbare gegevens.
Prestatie-indicator | Realisatie 2021 | Realisatie 2022 | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Streefwaarde 2025 | Realisatie 2025 |
Afdracht: Juiste invoeraangiften | 105 | 98 | n.v.t. | 90 | ≥100 | 110 |
Beschermen: Uitvoering afspraken niet-fiscale taken | 98% | 99% | 99% | 98% | ≥95% | 97% |
Concurrentiepositie: Waardering bedrijfsleven | 107,2 | 108,7 | 101,4 | 100 | ≥100 | 103 |
Afgehandelde bezwaren binnen de Awb-termijn | 88% | 71% | 66% | 68% | ≥90% | 73% |
Afgehandelde klachten binnen de Awb-termijn | 97% | 98% | 80% | 67% | ≥95% | 82% |
Bron: Diverse systemen Douane
Toelichting
De KPI’s (Key Performance Indicatoren) geven inzicht in het presteren van de Douane. Hieronder worden de KPI’s toegelicht.
Afdracht: Juiste invoeraangiften
De invoeraangifte vormt de basis van de juiste afdracht van douanerechten en belastingen. Bedrijven kunnen in verschillende systemen een aangifte ten invoer doen. De indicator geeft weer hoe groot het aandeel juiste aanvoeraangiften is. Enkele goederenstromen zijn om operationele redenen uitgezonderd (bulk) of vallen onder een ander controleregime (E-commerce). In 2025 is de prestatie-indicator Afdracht vastgesteld op 110 en de streefwaarde is gehaald.
Beschermen: Uitvoering afspraken niet-fiscale taken
De Douane beschermt de samenleving zo goed mogelijk tegen onveilige en ongewenste goederen. Hiertoe voert de Douane talrijke niet-fiscale taken uit, in opdracht van tien departementen. Diverse uitbreidingen en herzieningen van met name Europese wettelijke regelingen, leiden ertoe dat het aantal niet-fiscale taken van de Douane toeneemt. Ondanks de uitbreiding van de taken en de ontwikkelopgave voor de ICT is de Douane erin geslaagd om de meeste taken binnen de bandbreedtes van de afgesproken planning te realiseren en de streefwaarde is gehaald.
Concurrentiepositie: Waardering bedrijfsleven
In 2025 is de streefwaarde van indicator C gehaald. De duidelijkheid van communicatie bij incidenten en storingen wordt iets beter beoordeeld dan in 2024. De Douane heeft actie ondernomen om dit te verbeteren. De ervaren snelheid van telefonische dienstverlening is nog niet overal op het gewenste niveau. Het bedrijfsleven is meer tevreden over beschikbaarheid en betrouwbaarheid van IT‑systemen. Tot slot worden kennis en deskundigheid bij fysieke en administratieve controles overwegend positief beoordeeld.
Afgehandelde bezwaren binnen de AWB termijn
Hoewel de realisatie op deze indicator nog onder de beoogde waarde ligt, is deze wel gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Het percentage AWB conforme afdoening van de ingediende bezwaren lag in 2025 op 73,3%. In 2025 is de bezetting verder uitgebreid. Hierdoor kon de instroom goed bijgehouden worden en is de werkvoorraad in 2025 wederom gedaald. Door het relatief grote aandeel van zaken in de werkvoorraad die niet meer AWB conform zijn is het effect op het percentage zaken dat AWB conform is nog beperkt.
Afgehandelde klachten binnen de AWB termijn
In 2025 is 81,6% van de klachten AWB conform afgedaan, een verbetering ten opzichte van 2024, maar nog onder de streefwaarde. Er zijn 471 klachten ontvangen en 434 klachten afgedaan. Het aantal ontvangen klachten is daarmee gestegen ten opzichte van 2024 (393). Dit kon worden gerealiseerd doordat de oude klachtenvoorraad in 2024 reeds is weggewerkt. Extra capaciteitsinzet en verscherpte sturing hebben hieraan bijgedragen.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 518.330 | 696.005 | 773.480 | 1.052.557 | 905.134 | 837.396 | 67.738 |
Uitgaven (1) + (2) | 520.488 | 680.623 | 767.609 | 1.037.481 | 924.845 | 837.396 | 87.449 |
Apparaatsuitgaven (1) | 426.376 | 466.057 | 510.383 | 598.524 | 622.239 | 569.535 | 52.704 |
Personele uitgaven | 423.019 | 460.128 | 504.940 | 591.187 | 615.604 | 564.366 | 51.238 |
Eigen personeel | 412.637 | 440.950 | 470.087 | 533.471 | 567.998 | 544.020 | 23.978 |
Inhuur externen | 10.183 | 18.997 | 32.777 | 52.824 | 40.527 | 19.676 | 20.851 |
Overig personeel | 199 | 181 | 2.076 | 4.892 | 7.079 | 670 | 6.409 |
Materiële uitgaven | 3.358 | 5.929 | 5.443 | 7.337 | 6.635 | 5.169 | 1.466 |
ICT | 735 | 1.051 | 900 | 1.072 | 529 | 1.466 | ‒ 937 |
Bijdrage aan SSO's | 511 | 130 | 117 | 120 | 1.159 | ‒ 322 | 1.481 |
Overig materieel | 2.112 | 4.748 | 4.426 | 6.145 | 4.947 | 4.025 | 922 |
Programma-uitgaven (2) | 94.112 | 214.566 | 257.225 | 438.956 | 302.606 | 267.861 | 34.745 |
Bijdragen aan ZBO's en RWT's | 1.556 | 1.422 | 2.588 | 2.136 | 3.108 | 1.488 | 1.620 |
Overige bijdrage ZBO's/RWT's | 1.556 | 1.422 | 2.588 | 2.136 | 3.108 | 1.488 | 1.620 |
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties | 0 | 0 | 30.949 | 184.583 | 46.223 | 196 | 46.027 |
Wereld Douane Organisatie | 0 | 0 | 0 | 187 | 186 | 196 | ‒ 10 |
Bijdragen vertragingsrente EU | 0 | 0 | 30.692 | 184.146 | 45.714 | 0 | 45.714 |
Bijdrage aan overige (inter-)nationale organisaties | 0 | 0 | 257 | 250 | 323 | 0 | 323 |
Opdrachten | 18.418 | 14.779 | 14.282 | 18.103 | 19.669 | 40.189 | ‒ 20.520 |
ICT opdrachten | 1.477 | 2.057 | 1.699 | 1.775 | 4.058 | 17.150 | ‒ 13.092 |
Overige opdrachten | 16.940 | 12.722 | 12.584 | 16.328 | 15.611 | 23.039 | ‒ 7.428 |
Bijdrage aan agentschappen | 2.764 | 3.745 | 5.779 | 4.983 | 6.230 | 3.514 | 2.716 |
Bijdrage overige agentschappen | 2.764 | 3.745 | 5.779 | 4.983 | 6.230 | 3.514 | 2.716 |
(Schade)vergoeding | 7 | 75 | 84 | 204 | 862 | 55 | 807 |
(Schade)vergoedingen | 7 | 75 | 84 | 124 | 695 | 0 | 695 |
Vergoeding proceskosten | 0 | 0 | 0 | 80 | 167 | 55 | 112 |
Rente | 0 | 0 | 0 | 13.162 | 6.129 | 3.000 | 3.129 |
Belasting- en invorderingsrente | 0 | 0 | 0 | 13.162 | 6.129 | 3.000 | 3.129 |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 71.367 | 194.545 | 203.543 | 215.786 | 220.386 | 219.419 | 967 |
Toegerekende uitgaven van Belastingen | 71.367 | 194.545 | 203.543 | 215.786 | 220.386 | 219.419 | 967 |
Ontvangsten (3) + (4) | 749 | 13.467 | 1.642 | 18.202.639 | 18.118.144 | 18.485.399 | ‒ 367.256 |
Programmaontvangsten (3) | 0 | 0 | 0 | 18.189.128 | 18.114.073 | 18.484.794 | ‒ 370.721 |
waarvan: Belastingontvangsten | 0 | 0 | 0 | 18.167.002 | 18.086.063 | 18.474.694 | ‒ 388.631 |
Bekostiging | 0 | 0 | 0 | 682 | 584 | 500 | 84 |
Doorbelasten kosten vervolging | 0 | 0 | 0 | 682 | 584 | 500 | 84 |
Rente | 0 | 0 | 0 | 17.758 | 22.586 | 5.600 | 16.986 |
Belasting- en invorderingsrente | 0 | 0 | 0 | 17.758 | 22.586 | 5.600 | 16.986 |
Boetes en schikkingen | 0 | 0 | 0 | 3.686 | 4.841 | 4.000 | 841 |
Ontvangsten boetes en schikkingen | 0 | 0 | 0 | 3.686 | 4.841 | 4.000 | 841 |
Apparaatontvangsten (4) | 749 | 13.467 | 1.642 | 13.511 | 4.070 | 605 | 3.465 |
Verplichtingen
Ten opzichte van de vastgestelde begroting vallen de verplichtingen € 67,7 mln. hoger uit. Dit hangt samen met hogere uitgaven zoals toegelicht onder 'Uitgaven'. De verplichtingen vallen € 20 mln. lager uit dan de uitgaven, dit wordt verklaard doordat aan het einde van 2024 personele verplichtingen zijn aangegaan die betrekking hebben op 2025.
Uitgaven
De realisatie op de uitgaven is in totaal € 87,4 mln. hoger dan begroot in de vastgestelde begroting. De belangrijkste oorzaken van de hogere uitgaven worden hieronder vermeld.
Personele uitgaven
De personele uitgaven vallen per saldo € 51,2 mln. hoger uit dan begroot. Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht:
– Er is € 24 mln. meer uitgegeven aan eigen personeel.
• De hogere personeelskosten zijn onder andere het gevolg van loon- en prijsstijgingen (€ 27,1 mln.).
• Daarnaast zijn de kosten gestegen door uitbreiding van het grenstoezicht, waarvoor € 4,1 mln. vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken is ingezet.
• Er is bij de september suppletoire begroting een bedrag van € 21,2 mln. herschikt naar externe inhuur, waardoor de uitgaven voor eigen personeel zijn afgenomen.
• De bezetting is hoger uitgevallen dan verwacht, wat heeft geleid tot extra uitgaven van € 16,5 mln.
– Er is € 21 mln. meer uitgegeven aan externe inhuur. Dit hangt samen met de herschikking van budget van eigen personeel.
– De uitgaven voor overig personeel vallen met € 6 mln. hoger uit, dit hangt samen met extra kosten voor de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) (€ 1,3 mln.).
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
De betaalde vertragingsrente bedraagt in 2025 € 45,7 mln. Dit zijn betalingen aan de Europese Commissie die voortkomen uit (na)betalingen van Traditionele Eigen Middelen (TEM) oftewel douane invoerrechten. Deze betalingen aan vertragingsrente worden gedekt vanuit de reservering op de Aanvullende Post.
Opdrachten
De uitgaven voor opdrachten vallen € 20,5 mln. lager uit dan begroot:
– Dit wordt onder meer veroorzaakt door het schuiven van € 20,1 mln. naar 2026 en 2028 voor scan- en detectiemateriaal.
– Douane heeft budget beschikbaar gesteld aan de Belastingdienst (€ 6,3 mln.) voor aanschaf van uniformen, extra ontwikkelcapaciteit voor het Douaneaangiften Management Systeem (DMS), en voor Ermis (nieuwe applicatie douane vervoerproces).
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
De toerekening ziet op uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Douane maakt. Dit betreft onder andere activiteiten als facilitaire zaken en ICT. In de onderstaande tabel is de toerekening van de uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Douane doet, verdeeld naar de verschillende activiteiten. De toerekening is bijgesteld, zodat realisatie aansluit bij de getekende dienstverleningsafspraken.
Activiteit | Bedrag |
|---|---|
IV | € 125.367 |
Huisvesting en facilitaire zaken | € 72.655 |
HRM-activiteiten | € 13.121 |
Management informatie en Data Analyse | € 4.173 |
Team Handel en Team OLGA grote ondernemingen | € 2.243 |
Kanaal & Ketenregie en Kanaal Digitaal/ Webcare | € 1.601 |
Internationale Fiscale Behandeling (IFB) | € 649 |
Gegevens- en betalingsverkeer | € 576 |
Totaal | € 220.3861 |
Ontvangsten
Belastingontvangsten
Voor een toelichting op de belastingontvangsten, zie het Financieel Jaarverslag Rijk 2025 (FJR), hoofdstuk 2.2 "De ontwikkeling van de inkomsten". Tabel 2 in bijlage 3 "De belasting- en premieontvangsten in 2025 op kasbasis" van het FJR bevat een uitsplitsing van de belastingontvangsten.
Zie voor de Belastingontvangsten ook tabel 11 bij artikel 1 voor de aansluiting naar het FJR.
Rente
De ontvangsten aan belasting- en invorderingsrente zijn € 17 mln. hoger dan geraamd in de oorspronkelijke begroting. De raming is eerder al naar boven bijgesteld vanwege de realisaties in 2023 en 2024 en een hogere belastinggrondslag.
Artikel 11 Financiering staatsschuld
Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico voor de begroting.
De minister van Financiën is verantwoordelijk voor de financiering van de staatsschuld. De wettelijke basis voor deze uitvoerende rol is geregeld in de Comptabiliteitswet 201683. Het Agentschap van de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën is namens de minister van Financiën verantwoordelijk voor de financiering van de staatsschuld.
De doelstelling van artikel 11 sluit aan bij de internationaal geaccepteerde uitgangspunten voor schuldmanagement, zoals verwoord door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank in de ‘Revised Guidelines for Public Debt Management’84. Voor de uitvoering van de schuldfinanciering wordt steeds voor meerdere jaren een beleidskader vastgesteld dat is gebaseerd op twee belangrijke pijlers: het financieringsbeleid en het renterisicokader.
Het financieringsbeleid dient er vooral toe het (her)financieringsrisico en het liquiditeitsrisico te beheersen en mitigeren. Het bestaat uit de regels en randvoorwaarden die het Agentschap hanteert bij het gebruik van financiële instrumenten voor het financieren van de staatsschuld. Zo valt niet alleen de keuze voor de schuldinstrumenten hieronder, maar bijvoorbeeld ook de communicatie met investeerders. Drie kernwaarden staan centraal in het financieringsbeleid: consistentie, transparantie en liquiditeit. Binnen de kernwaarden probeert het Agentschap zo flexibel mogelijk te zijn, om bijvoorbeeld veranderingen in de financieringsbehoefte en marktomstandigheden gedurende het jaar op te kunnen vangen.
Het renterisicokader heeft als belangrijkste doel het beheersen van het renterisico; het risico dat de rentelasten op de staatsschuld stijgen door veranderingen in de rente. Gemiddeld genomen geldt dat hoe langer de looptijd van een lening, hoe lager het risico voor de begroting. Immers, bij gemiddeld langere financiering is het gedeelte van de staatsschuld dat jaarlijks opnieuw gefinancierd moet worden, en waarvoor dus de rente opnieuw moet worden vastgesteld, lager. Hierdoor werken tegenvallende renteontwikkelingen minder snel door in de rentelasten. Echter, onder normale omstandigheden geldt, hoe langer de looptijd van een financieringsinstrument, hoe hoger de rentekosten zijn. Er zal daarom steeds een optimale afweging gezocht moeten worden tussen kosten en risico.
Naast bovengenoemde risico’s en kernwaarden houdt het Agentschap bij het opstellen van het beleidskader verder nog rekening met onder andere valutarisico, kredietrisico (tegenpartijrisico) en operationele risico’s.
Voor de nadere invulling van de schuldfinanciering wordt op basis van het beleidskader jaarlijks in december het financieringsplan gepubliceerd, in de zogeheten Outlook85. Hierin wordt uiteengezet hoe de Nederlandse staat in het komende kalenderjaar de schuldfinanciering zal uitvoeren. Schommelingen in de financieringsbehoefte worden zo veel mogelijk opgevangen op de geldmarkt. Deze werkwijze maakt het financieringsbeleid consistent en transparant en draagt bij aan het betrouwbare imago van de Nederlandse staat op de financiële markten.
Groene obligatie
In 2019 heeft de Nederlandse staat als eerste land met een triple-A-rating een groene obligatie (Dutch State Loan, DSL) uitgegeven. In 2023 heeft Nederland een nieuwe 20-jaars groene DSL uitgegeven. In het raamwerk voor deze nieuwe groene DSL is er speciale aandacht voor waterinvesteringen zoals het Deltafonds ("blauwe uitgaven"). De uitgaven voor deze specifieke investeringen sluiten aan bij de wijzigingen en toevoegingen aan de EU Taxonomie die in juni 2023 zijn gepubliceerd. Van alle twaalf in aanmerking komende economische activiteiten in het ‘Green Bond Framework’ voldoen er elf aan alle vereiste technische criteria. De nieuwe groene DSL is daarmee de eerste triple-A staatslening waarbij de «blauwe» elementen volledig aansluiten bij de EU Taxonomie.
Nederland wil met de uitgifte van een groene obligatie de totstandkoming en verdere verdieping van een robuuste groene kapitaalmarkt ondersteunen. De opbrengsten van groene obligaties worden gebruikt voor uitgaven aan duurzame energie, energieefficiëntie, duurzaam vervoer en klimaat adaptatie. Voor alle uitgiftes onder het ‘Green Bond Framework’ heeft de Nederlandse staat zich gecommitteerd om investeerders transparantie te bieden over de allocatie van de opbrengsten met betrekking tot groene uitgaven evenals de impact van die uitgaven.
Prestatie-indicatoren en kengetallen
Het beleidskader voor de periode 2020-2025 kent twee indicatoren: de gemiddelde looptijd van de schuld- en swapportefeuille en het renterisicobedrag (RRB). De gemiddelde looptijd zegt iets over de afruil tussen kosten en risico over alle toekomstige jaren samengenomen. De gemiddelde looptijd is de afgelopen jaren sterk verlengd en zal uiterlijk in 2025 minimaal 8 jaar bedragen. Het RRB is het deel van de schuld- en swapportefeuille waarover binnen 12 maanden de rente opnieuw vastgesteld moet worden, uitgedrukt als percentage van de schuld. Het RRB zegt daarmee iets over het renterisico binnen een jaar.
Als onderdeel van de reguliere evaluatiecyclus heeft het Agentschap in 2023 een tweejaarlijkse interne evaluatie van het renterisicokader uitgevoerd. Op basis van deze interne evaluatie heeft het Agentschap besloten om de risico-indicatoren voor het renterisico onveranderd te laten. De indicatoren zijn:
– De gemiddelde looptijd van de schuld (inclusief swaps), met als doelstelling een gemiddelde looptijd van minimaal 8 jaar in 2025;
– Het RRB over een periode van 12 maanden, met als doelstelling een maximaal RRB van 25% van de schuld.
Het Agentschap zal voor aanvang van elk nieuw kalenderjaar een jaarlijkse looptijdtarget vaststellen die bijdraagt aan de doelstellingen van het risicokader en inspeelt op de laatste markt- en financieringsontwikkelingen. De looptijdtarget voor het eerstvolgende kalenderjaar zal steeds in december worden vastgesteld en gepubliceerd in de Outlook voor het komende jaar, alsmede een invulling van de staatsschuldfinanciering waarmee deze naar verwachting te behalen is.
Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren in 2025 grotendeels conform de verwachtingen uit de begroting. De geraamde financieringsbehoefte werd gedurende het jaar bijgesteld van 105 naar 87,1 miljard euro86. Het aangekondigde beroep op de kapitaalmarkt van 40,0 miljard euro bleef ongewijzigd en uiteindelijk werd voor 40,7 miljard euro aan langlopend schuldpapier uitgegeven87.
De streefwaarde voor de gemiddelde looptijd van de staatsschuld is behaald: deze lag in 2025 op gemiddeld 9,0 jaar, waarmee de doelstelling van minimaal 8 jaar werd gehaald. Ook het renterisicobedrag bleef met gemiddeld 14,0% ruim onder de vastgestelde bovengrens van 25%88. Hiermee is de financieringsbehoefte ingevuld binnen het afgesproken renterisicokader. Er zijn geen grote afwijkingen of noodzaak tot beleidsbijstelling aan het licht gekomen.
Het beleid op dit terrein is in 2025 volledig doorgelicht in een periodieke rapportage89, die een doeltreffende en doelmatige aanpak constateert. Wel zijn een aantal aanbevelingen gedaan om risico’s verder te beperken en de financieringskosten te minimaliseren. Zowel een externe partij als een externe expert zijn betrokken geweest bij deze evaluatie.
De rentepercentages vertoonden in 2025 een lichte stijging: de 10-jaarsrente op Nederlandse staatsobligaties liep tijdelijk op naar 3,11%, maar sloot het jaar af op 2,97%90. Gemiddeld kwam de rente voor nieuwe kapitaalmarktleningen uit op 2,88%, een kleine toename ten opzichte van het voorgaande jaar (2,68%)91.
In onderstaande tabel is de omvang van de financieringsactiviteit per instrument weergegeven, evenals de begin- en eindstanden van de uitstaande schuld.92
Instrument | Uitstaande stand per 1-1 | Totaal uitgegeven | Totaal afgelost | Uitstaande stand per 31-12 |
Vaste schuld (kapitaalmarkt) | 371,2 | 40,7 | ‒ 20,0 | 391,9 |
Dutch State Loans (DSL) | 371,2 | 40,7 | ‒ 20,0 | 391,9 |
Vaste schuld (private loans) | 0,2 | 0,0 | 0,0 | 0,1 |
Private loans | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
Private loans in foreign currency | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,1 |
Vlottende schuld (geldmarkt) | 45,5 | 722,3 | ‒ 711,2 | 56,6 |
Dutch Treasury Cerfitficate (DTC) | 22,9 | 68,1 | ‒ 66,1 | 24,9 |
Commercial Paper in EUR | 13,7 | 79,0 | ‒ 88,9 | 3,8 |
Commercial Paper in USD | 6,8 | 73,4 | ‒ 64,1 | 16,1 |
Deposit borrow in EUR | 2,2 | 449,6 | ‒ 440,0 | 11,8 |
Deposit borrow in USD | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
Sell Buy Back (SBB) | 0,0 | 52,1 | ‒ 52,1 | 0,0 |
Vorderingen (geldmarkt) | ‒ 5,6 | ‒ 872,9 | 867,8 | ‒ 10,8 |
Deposit lend | ‒ 1,6 | ‒ 127,9 | 128,6 | ‒ 0,9 |
Buy Sell Back (BSB) | 0,0 | ‒ 2,6 | 2,6 | 0,0 |
GCP Basket | ‒ 4,0 | ‒ 742,4 | 736,6 | ‒ 9,9 |
Overig | ‒ 2,2 | ‒ 2,0 | ||
Cash collateral | 0,1 | 0,1 | ||
Banksaldi totaal | ‒ 2,4 | ‒ 2,0 | ||
Totaal leningen incl. collateral (=staatsschuld) | 417,0 | 448,7 | ||
Totaal vorderingen | ‒ 8,0 | ‒ 12,8 |
De tabel laat zien dat het merendeel van de staatsschuld is gefinancierd met langlopende staatsobligaties (DSL’s). Tegelijk is ook te zien dat het grootste deel van de dagelijkse financieringsactiviteiten plaatsvindt op de geldmarkt. Door de korte looptijden wordt hier veel vaker afgelost en opnieuw geleend dan bij de langlopende leningen op de kapitaalmarkt. De omvang van de geldmarktfinanciering inclusief geldmarktuitzettingen op enig moment fluctueerde in 2025 tussen 5 miljard euro en 59 miljard euro.
De basis van de korte financieringen wordt ingevuld met het DTC-programma. Dutch Treasury Certificates (DTC’s) – ofwel schatkistpapier – zijn leningen met een looptijd variërend van drie tot twaalf maanden. Naast de DTC’s is in 2025 voor de korte financiering gebruikgemaakt van Commercial Paper (CP). CP heeft kortere looptijden, meestal tussen één week en drie maanden. Door de flexibele start- en einddata kan met dit instrument goed worden ingespeeld op schommelingen in de financieringsbehoefte op de korte termijn. Als laatste zijn er leningen met zeer korte looptijden (dagen en weken) zoals deposito’s en sell buy back’s afgesloten. Indien nodig kunnen overtollige middelen voor korte tijd uitgeleend worden via de geldmarkt of worden aangehouden bij DNB, bijvoorbeeld wanneer relatief veel belastinginkomsten binnenkomen of wanneer er relatief minder uitgaven zijn dan voorzien.
Transacties in CP en deposito’s kunnen plaatsvinden in verschillende valuta. Vanwege de gunstige prijzen heeft het Agentschap in 2025 bijvoorbeeld gebruik gemaakt van CP in Amerikaanse dollars. Het wisselkoersrisico op leningen in buitenlandse valuta wordt altijd direct afgedekt met behulp van valutaswaps, zodat de rentelasten in euro’s vastliggen. De post cash collateral betreft de onderpanden die het Agentschap ontvangt uit hoofde van afgesloten derivatencontracten.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de nominale omvang van de staatsobligaties die in 2025 zijn uitgegeven op de kapitaalmarkt en wat de effectieve rente was van deze obligaties. Door het grote uitstaande volume en de langere looptijden van staatsobligaties is het effect van deze leningen op de rentelasten van de Nederlandse staat veel groter dan dat van geldmarktleningen. In 2025 zijn een nieuwe 10-jaarslening en een nieuwe 30-jaarslening uitgegeven middels een Dutch Direct Auction (DDA). Bij de initiële uitgiftes zijn bedragen van respectievelijk 6,0 miljard euro en 5,0 miljard euro opgehaald tegen rentes van respectievelijk 2,73% en 3,54%. Gedurende het jaar is de nieuwe 10-jaarslening driemaal heropend waarmee een uitstaand volume van 13,6 miljard euro is bereikt. De nieuwe 30-jaarslening is eenmaal heropend, waarmee een uitstaand volume van 6,7 miljard euro is bereikt. Daarnaast is er 20,4 miljard euro opgehaald met de heropening van bestaande DSL’s waarvan 2,1 miljard euro met de heropening van een groene obligatie (DSL 2044-01-15)93.
Dutch State Loan (DSL) | Uitgiftedatum | Jaar eerste uitgifte | Totaal volume(in € mld.) | (Resterende) looptijd op uitgiftedatum (in jaren) | Effectieve rente(in %) |
|---|---|---|---|---|---|
Uitgiftes nieuwe DSL's | 11,0 | ||||
DSL 2035-07-15 2,50 PCT | 4-3-2025 | 2025 | 6,0 | 10,4 | 2,73% |
DSL 2056-01-15 3,50 PCT | 23-9-2025 | 2025 | 5,0 | 30,3 | 3,54% |
Heropening DSL's | 29,7 | ||||
Resterende looptijd 0-5 jaar | 2,9 | ||||
DSL 2030-01-15 2,50 PCT | 28-1-2025 | 2023 | 2,9 | 5,0 | 2,49% |
Resterende looptijd 5-15 jaar | 16,5 | ||||
DSL 2030-07-15 0,00 PCT | 27-5-2025 | 2020 | 2,3 | 5,1 | 2,23% |
DSL 2031-07-15 0,00 PCT | 14-10-2025 | 2021 | 2,5 | 5,7 | 2,38% |
DSL 2032-07-15 0,50 PCT | 8-4-2025 | 2022 | 2,4 | 7,3 | 2,57% |
DSL 2035-07-15 2,50 PCT | 11-11-2025 | 2025 | 2,4 | 9,7 | 2,81% |
DSL 2035-07-15 2,50 PCT | 10-6-2025 | 2025 | 2,9 | 10,1 | 2,75% |
DSL 2035-07-15 2,50 PCT | 25-3-2025 | 2025 | 2,3 | 10,3 | 3,01% |
DSL 2037-01-15 4,00 PCT | 9-9-2025 | 2005 | 1,7 | 11,4 | 2,95% |
Resterende looptijd >20 jaar | 10,3 | ||||
DSL 2044-01-15 3,25 PCT | 8-7-2025 | 2023 | 2,1 | 18,5 | 3,18% |
DSL 2047-01-15 2,75 PCT | 11-2-2025 | 2014 | 2,0 | 21,9 | 2,77% |
DSL 2054-01-15 2,00 PCT | 13-5-2025 | 2022 | 2,3 | 28,7 | 3,23% |
DSL 2054-01-15 2,00 PCT | 14-1-2025 | 2022 | 2,2 | 29,0 | 2,95% |
DSL 2056-01-15 3,50 PCT | 25-11-2025 | 2025 | 1,7 | 30,2 | 3,47% |
Totaal | 40,7 |
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de nominale omvang van het DTC-programma. Deze tabel geeft aan welk schatkistpapier in 2025 is uitgegeven op de geldmarkt en wat hiervan de gemiddelde effectieve rente was. De gemiddelde effectieve rente van het schatkistpapier is gedaald van 2,92% ultimo 2024 naar 1,96% ultimo 2025.
Dutch Treasury Certificate (DTC) | Aantal keren uitgegeven | Totaal volume(in € mld.) | Gemiddelde resterende looptijd op uitgiftedatum (in jaren) | Gemiddelde effectieve rente(in %) |
DTC 2025-03-28 | 1 | 1,6 | 0,2 | 2,73% |
DTC 2025-04-29 | 2 | 2,9 | 0,2 | 2,56% |
DTC 2025-05-28 | 2 | 2,8 | 0,3 | 2,38% |
DTC 2025-06-27 | 4 | 4,5 | 0,4 | 2,38% |
DTC 2025-07-30 | 4 | 5,3 | 0,4 | 2,23% |
DTC 2025-08-28 | 4 | 5,6 | 0,3 | 2,09% |
DTC 2025-09-29 | 5 | 6,3 | 0,3 | 1,96% |
DTC 2025-10-30 | 5 | 6,7 | 0,3 | 1,93% |
DTC 2025-11-27 | 5 | 7,5 | 0,3 | 1,93% |
DTC 2026-01-29 | 5 | 9,3 | 0,4 | 1,95% |
DTC 2026-02-26 | 4 | 5,7 | 0,4 | 1,96% |
DTC 2026-03-30 | 3 | 5,3 | 0,4 | 1,96% |
DTC 2026-04-29 | 2 | 2,8 | 0,5 | 1,97% |
DTC 2026-05-28 | 2 | 1,9 | 0,5 | 1,98% |
Totaal | 68,1 |
Verantwoording over de risico-indicatoren: gemiddelde looptijd en renterisicobedrag
Zoals aangegeven hanteert het Agentschap voor het beheersen van de renterisico’s twee risicomaatstaven: één voor de middellange termijn, de gemiddelde looptijd, en één voor de korte termijn, het renterisicobedrag (RRB). De streefwaarde voor de looptijd voor eind 2025 was minimaal 8,0 jaar94. Eind 2025 is een gemiddelde looptijd van 9,0 jaar gerealiseerd. Het gemiddelde RRB is over heel 2025 uitgekomen op 14,0%, ruim onder de grens van 25%. Daarmee is het Agentschap, net als in de afgelopen jaren, erin geslaagd om de indicatoren te laten voldoen aan de waarden die door het renterisicokader worden voorgeschreven.
2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Gemiddelde looptijd (in jaren) | ||||||
Streefwaarde | 6,0-8,0 | 6,0-8,0 | ≥ 7,9 | ≥ 7,9 | ≥ 8,0 | ≥ 8,0 |
Realisatie | 6,9 | 7,9 | 8,1 | 8,6 | 8,7 | 9,0 |
RRB (in %) | ||||||
Maximale waarde RRB | 30,0% | 30,0% | 25,0% | 25,0% | 25,0% | 25,0% |
Realisatie | 18,8% | 22,6% | 16,0% | 15,8% | 10,4% | 14,0% |
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 46.538 | 35.124 | 52.895 | 44.362 | 26.513 | 27.683 | ‒ 1.170 |
Uitgaven | 46.538 | 35.124 | 52.895 | 44.362 | 26.513 | 27.683 | ‒ 1.170 |
Opdrachten | 16 | 20 | 22 | 22 | 24 | 21 | 2 |
Overige kosten | 16 | 20 | 22 | 22 | 24 | 21 | 2 |
Rente | 4.459 | 4.286 | 5.048 | 6.039 | 6.499 | 7.713 | ‒ 1.214 |
Rente vaste schuld | 4.447 | 4.223 | 4.113 | 4.922 | 5.712 | 6.565 | ‒ 853 |
Rente vlottende schuld | 0 | 0 | 870 | 1.057 | 787 | 1.148 | ‒ 361 |
Voortijdige beëindiging schuld | 4 | 24 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rente derivaten lang | 0 | 0 | 58 | 52 | 0 | 0 | 0 |
Rente derivaten kort | 4 | 20 | 7 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Voortijdige beëindiging derivaten | 4 | 19 | 0 | 8 | 0 | 0 | 0 |
Leningen | 42.063 | 30.818 | 47.825 | 38.302 | 19.990 | 19.949 | 41 |
Aflossing vaste schuld | 16.543 | 30.818 | 31.699 | 38.302 | 19.990 | 19.949 | 41 |
Mutatie vlottende schuld | 25.521 | 0 | 16.126 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Ontvangsten | 60.641 | 67.638 | 46.526 | 47.253 | 46.790 | 69.114 | ‒ 22.324 |
0 | |||||||
Rente | 2.570 | 835 | 208 | 736 | 114 | 30 | 84 |
Overige kosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rente vaste schuld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rente vlottende schuld | 212 | 33 | 207 | 225 | 114 | 30 | 84 |
Voortijdige beëindiging schuld | 0 | 0 | 1 | 296 | 0 | 0 | 0 |
Rente derivaten lang | 826 | 536 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rente derivaten kort | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Voortijdige beëindiging derivaten | 1.533 | 267 | 0 | 214 | 0 | 0 | 0 |
Leningen | 58.071 | 66.801 | 46.318 | 46.517 | 46.676 | 69.084 | ‒ 22.408 |
Uitgifte vaste schuld | 58.071 | 44.086 | 46.318 | 39.339 | 40.728 | 69.084 | ‒ 28.356 |
Mutatie vlottende schuld | 0 | 22.715 | 0 | 7.178 | 5.948 | 0 | 5.948 |
Overige baten | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Verplichtingen en uitgaven
Rente
Rente vaste schuld
De rentelasten op de vaste schuld zijn € 853 mln. lager uitgevallen dan begroot. Dit verschil wordt met name verklaard door het feit dat het jaarlijkse financieringsplan pas na het opstellen van de begroting wordt vastgesteld. Ten opzichte van de begroting werd in het financieringsplan ongeveer € 30 mld. van de uit te geven vaste schuld overgeheveld naar vlottende schuld, met verminderde rentelasten op de vaste schuld tot gevolg.
Rente vlottende schuld
De rentelasten op de vlottende schuld zijn € 361 mln. lager uitgevallen dan begroot. Dit verschil wordt met name verklaard door de lager dan geraamde omvang van de vlottende schuld gedurende het jaar.
Leningen
Aflossing vaste schuld
a)De aflossing van de vaste schuld betreft voornamelijk de reguliere aflossing van staatsobligaties. Daarnaast is er in 2025 één staatsobligatie gedeeltelijk vervroegd afgelost, wat heeft geleid tot € 46 mln. aan hogere aflossingen. Ook is er sprake van een wisselkoerseffect waardoor er € 5 mln. minder is afgelost op de vaste schuld in Amerikaanse dollars. Per saldo is er daarmee € 41 mln. meer afgelost op de vaste schuld.
Ontvangsten
Rente
Rente vlottende schuld
De rentebaten op de vlottende schuld zijn € 84 mln. hoger uitgevallen dan begroot. De staat heeft in 2025 meer middelen op de geldmarkt uitgezet dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. Uit het oogpunt van cashmanagement kunnen overtollige middelen tijdelijk worden uitgezet op de geldmarkt. Over deze uitgezette middelen ontvangt de staat een rentevergoeding.
Leningen
Uitgifte vaste schuld
De uitgegeven vaste schuld is € 28,4 mld. lager uitgevallen dan begroot. Dit verschil wordt met name verklaard door het feit dat het jaarlijkse financieringsplan pas na het opstellen van de begroting wordt vastgesteld. Ten opzichte van de begroting werd in het financieringsplan ongeveer € 30 mld. van de uit te geven vaste schuld overgeheveld naar vlottende schuld.
Mutatie vlottende schuld
Vanwege de veranderlijkheid van de vlottende schuld wordt er in de begroting geen raming van de mutatie van de vlottende schuld opgenomen. Ten opzichte van de begroting werd in het financieringsplan ongeveer € 30 mld. van de uit te geven vaste schuld overgeheveld naar vlottende schuld. Gedurende het jaar worden fluctuaties in de financieringsbehoefte opgevangen met mutaties van de vlottende schuld. Vanwege het afgenomen kastekort is de financieringsbehoefte gedurende het jaar sterk afgenomen, met een resterende mutatie van de vlottende schuld van € 5,9 mld. tot gevolg.
Kamerstukken II 2024-2025, 31 935, nr. 93
Artikel 12 Kasbeheer
Optimaal kasbeheer van het Rijk en van de instellingen die aan de schatkist zijn gelieerd.
De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van publieke middelen en de bijbehorende geldstromen. De wettelijke basis is geregeld in de Comptabiliteitswet 201695 en nader uitgewerkt in de Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen96 (voor RWT’s), de Wet financiering decentrale overheden97 (voor decentrale overheden), de Wet financiering sociale verzekeringen98 en de Zorgverzekeringswet99 (voor sociale fondsen) en de Regeling Agentschappen100 (voor agentschappen).
Het kasbeheer is onder te verdelen in het schatkistbankieren en het betalingsverkeer van de Rijksoverheid.
Bij schatkistbankieren heeft de minister van Financiën een beleidsmatige en uitvoerende rol. De uitvoering van het schatkistbankieren is belegd bij het Agentschap van de Generale Thesaurie. Schatkistbankieren houdt in dat deelnemers hun liquide (overtollige) middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën (de schatkist). De publieke middelen verlaten de schatkist niet eerder dan noodzakelijk voor de uitvoering van de publieke taak. Daarnaast kunnen onder voorwaarden sommige categorieën deelnemers aan schatkistbankieren ook leningen afsluiten.
Het schatkistbankieren heeft drie doelstellingen: reductie van de EMU-schuld (Europese Monetaire Unie), risicoreductie en doelmatig kasbeheer. Door alle overtollige middelen binnen de overheid te concentreren bij het ministerie van Financiën vermindert de leenbehoefte van de overheid als geheel. Deze lagere leenbehoefte zorgt voor een lagere EMU-schuld. Het risico dat deelnemers lopen met hun overtollige middelen is kleiner doordat er minder geld bij externe partijen in beheer is. Het kasbeheer is doelmatiger doordat, over de gehele collectieve sector bezien, deelnemers met een leenfaciliteit besparen op hun rentekosten omdat het ministerie van Financiën tegen lagere rentetarieven uitleent dan marktpartijen.
Het betalingsverkeer van het Rijk wordt door commerciële partijen uitgevoerd. Periodiek wordt hiertoe het betalingsverkeer, dat verdeeld is in verschillende zogenaamde percelen, aanbesteed. Het ministerie van Financiën coördineert deze aanbestedingen. Door deze aanbestedingen worden commerciële partijen geprikkeld om hun diensten tegen een zo gunstig mogelijke prijs-kwaliteitverhouding aan te bieden. De doelstelling van het betalingsverkeer is het waarborgen en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening en het bewaken van de kosten hiervan.
In 2025 zijn conform de begroting geen beleidswijzigingen doorgevoerd voor het schatkistbankieren en het betalingsverkeer. Wel is na een aanbesteding een nieuwe overeenkomst gesloten voor het perceel ‘Contant geld en vervoer van contant geld’, die loopt tot november 2029. Daarnaast zijn de overeenkomsten voor het giraal betalingsverkeer en internationale betaaldienstverlening verlengd tot respectievelijk 1 november en 1 oktober 2029 en voor creditcards tot september 2028.
Kengetallen
Het schatkistbankieren draagt bij aan verlaging van de EMU-schuld, doordat deelnemers hun overtollige middelen bij het Rijk aanhouden en het Rijk daardoor minder hoeft te lenen. Hierdoor daalt de extern uitstaande schuld van de collectieve sector. Eind 2025 was de bijdrage aan de verlaging van de EMU-schuld 113,9 miljard euro.
Omvang middelen (ultimo 2025) | ||
|---|---|---|
Overtollige middelen in rekening-courant en deposito (bedragen x € mld.) | Verstrekte leningen en roodstand (bedragen x € mld.) | |
Agentschappen | 4,6 | 10,1 |
RWT's en derden | 28,2 | 7,5 |
Sociale fondsen | 62,7 | 0,0 |
Decentrale overheden | 18,4 | 0,0 |
Totaal | 113,9 | 17,6 |
Bron: Agentschap
EMU-schuldreductie (ultimo 2025) | ||
|---|---|---|
In miljarden euro | 113,9 | |
In procenten bbp | 9,7% | |
Bron: CBS
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 1.511 | 2.777 | 4.871 | 5.930 | 5.215 | 5.598 | ‒ 383 |
Uitgaven | 1.511 | 2.777 | 4.871 | 5.930 | 5.215 | 5.598 | ‒ 383 |
Rente | 34 | 235 | 2.542 | 3.470 | 2.498 | 2.898 | ‒ 400 |
Rente kasbeheer | 34 | 233 | 2.542 | 3.470 | 2.498 | 2.898 | ‒ 400 |
Voortijdige beëindiging binnen kasbeheer | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Leningen | 1.477 | 2.542 | 2.328 | 2.459 | 2.717 | 2.700 | 17 |
Verstrekte leningen | 1.477 | 2.542 | 2.328 | 2.459 | 2.717 | 2.700 | 17 |
Mutaties in rekening-courant en deposito's | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Mutaties in rekening courant en deposito | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Ontvangsten | 17.632 | 11.949 | 24.456 | 23.690 | 14.659 | 15.194 | ‒ 534 |
Rente | 95 | 97 | 125 | 157 | 180 | 193 | ‒ 14 |
Rente kasbeheer | 95 | 96 | 125 | 157 | 180 | 193 | ‒ 14 |
Voortijdige beëindiging binnen kasbeheer | 0 | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Leningen | 981 | 1.292 | 1.181 | 1.218 | 1.417 | 1.364 | 53 |
Ontvangen aflossingen | 981 | 1.292 | 1.181 | 1.218 | 1.417 | 1.364 | 53 |
Mutaties in rekening-courant en deposito's | 16.556 | 10.560 | 23.150 | 22.314 | 13.062 | 13.637 | ‒ 574 |
Mutaties in rekening courant en deposito | 16.556 | 10.560 | 23.150 | 22.314 | 13.062 | 13.637 | ‒ 574 |
Het ministerie van Financiën is de uitvoerder van schatkistbankieren en beheert de aangehouden (liquide) middelen en de leningen. Het ministerie heeft geen zicht op de beweegredenen van instellingen om leningen aan te gaan, of meer of minder middelen aan te houden op rekeningen- courant en/of deposito’s en rapporteert alleen over de totale omvang ervan per deelnemersgroep.
Verplichtingen en uitgaven
Rente
De aan de deelnemers betaalde rente op in de schatkist aangehouden middelen is lager uitgevallen dan begroot. Deze post is een optelsom van alle rentevergoedingen aan de verschillende categorieën deelnemers op hun rekeningen-courant en deposito’s. De toename van het saldo van de rekeningen-courant en deposito’s is € 574 mln. lager uitgevallen dan waarmee in de begroting rekening werd gehouden. Daarnaast zijn de rentepercentages lager uitgevallen dan verwacht. Deze effecten hebben geleid tot € 400 mln. aan lagere rentelasten.
Leningen
Het bedrag aan verstrekte leningen is in 2025 € 17 mln. hoger uitgevallen dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Dit betekent dat de staat aan de deelnemers van schatkistbankieren meer uitgeleend heeft.
Ontvangsten
Rentebaten kasbeheer
De realisatie van de rentebaten valt € 14 mln. lager uit dan begroot.
Leningen
In 2025 is € 53 mln. meer aan leningen afgelost dan in de begroting werd geraamd. Deelnemers van schatkistbankieren hebben de mogelijkheid om hun leningen (deels) vervroegd af te lossen, bijvoorbeeld bij verkoop van de activa waarvoor was geleend.
Mutaties in rekening-courant en deposito’s
Deelnemers aan het schatkistbankieren hebben één of meerdere rekeningen-courant waarop zij tegoeden aanhouden. Een stijging van het saldo van rekeningen-courant en deposito’s betekent een instroom van geld, en is daarom een ontvangst voor de staat. In 2025 is het saldo van de rekeningen-courant en deposito’s met in totaal € 574 mln. minder toegenomen dan begroot.
Artikel 13 Toeslagen
Toeslagen zijn voor veel mensen van essentieel belang voor hun dagelijkse bestaan. De missie van Dienst Toeslagen luidt: Toeslagen maakt vitale voorzieningen voor iedereen betaalbaar. Dienst Toeslagen voert de toeslagregelingen uit voor de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordering (VRO), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), die vallen onder de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De doelstelling van de Awir is het bewerkstelligen van harmonisatie tussen inkomensafhankelijke regelingen, het bevorderen van klantvriendelijkheid en doelmatigheid door het instellen van een uitvoeringsloket, en het realiseren van een betere aansluiting van inkomensafhankelijke regelingen bij de draagkracht door het gebruik van het actuele inkomen. Dit betreft de huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag. Daarnaast is de uitvoering van de hersteloperatie toeslagen een belangrijke doelstelling
Beleid
De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een regisserende rol op het terrein van de inkomensafhankelijke regelingen. Daarbij gaat het om het te voeren beleid en het opstellen van de Awir en de daarop gebaseerde regelgeving. Daarnaast is de minister van Financiën verantwoordelijk voor de hersteloperatie, waarbij het programma Directoraat-Generaal (DG) Herstel, in nauwe samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), andere ministeries en overige partijen in een coördinerende- en opdrachtgeversrol het overkoepelende herstelproces aanstuurt.
Uitvoering
De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een uitvoerende rol op het terrein van de vaststelling en de uitbetaling van toeslagen. Dienst Toeslagen streeft naar klantgerichte dienstverlening aan burgers, de rechtmatige toekenning van toeslagen en efficiënte uitvoering van processen.
In 2025 voerde Dienst Toeslagen haar werkzaamheden uit met het burgerperspectief als vaste uitgangspunt bij toetsing van beleid en regelgeving. Er zijn samen met opdrachtgevers diverse stappen gezet om het toeslagenstelsel te verbeteren, zoals het wetsvoorstel voor verbetermaatregelen, vereenvoudigingen bij huurtoeslag en partnerbegrip en aanpassingen in de dienstverlening. Ook zijn verkenningen naar stelselhervormingen ondersteund.101
In samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is het nieuwe stelselontwerp voor de kinderopvang verder uitgewerkt. Dit resulteerde onder meer in een voorstel102voor wet- en regelgeving, nieuwe IV-processen en een transitiechecklist103.104 De fase van realisatie en inrichting van het nieuwe stelsel volgt in 2026. Daarnaast zijn maatregelen uit ‘Werken in de actualiteit’ ingevoerd om hoge terugvorderingen te beperken en zijn verbeteringen verkend, zoals bij inkomensregistratie en harmonisatie van definities in de inkomensondersteuning. Dit heeft onder meer geleid tot een concreet voorstel om in de sociale zekerheid aan te sluiten op het Awir-partnerbegrip.105
De uitvoering van de hersteloperatie was complex en vergde extra inspanningen. Op basis van de aanbevelingen van de commissie Van Dam zijn maatregelen genomen om het proces te versnellen. Eind 2025 was de integrale beoordeling voor bijna alle ouders afgerond, en verliep de schadeafhandeling via maatwerk-, forfaitaire en vaststellingsovereenkomstroutes.106 Het afhandelen van aanvullende schade voor ouders die meer schade hebben geleden dan in de IB is meegenomen, verliep in 2025 via drie schaderoutes: de maatwerkroutes van de Commissie Werkelijke Schade (CWS) en de regieroute-Vaststellingsovereenkomst (VSO), en de forfaitaire route via de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH). Met de ingebruikname van een centraal aanmeldportaal en MijnHerstel is de behandeling van dossiers van gedupeerden verder verbeterd en versneld.107 Ook is een start gemaakt met de uitvoering van de HZK-regeling. De uitvoering van de kindregeling en de ex-partnerregeling liep door in 2025. In 2025 is een traject ingezet om de uitvoering van de brede ondersteuning door gemeenten te harmoniseren en te komen tot afspraken over de afronding en de overgang naar het sociale domein.
Doelbereiking
Prestatie-indicator | Waarde 2021 | Waarde 2022 | Waarde 2023 | Waarde 2024 | Streefwaarde 2025 | Waarde 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Beleving van burgers | ||||||
Burgertevredenheid | ‒ | 93% | 93% | 94% | n.v.t. | |
Tevredenheid | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ≥ 70% | 74% |
Ontevredenheid | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ≤ 8% | 6% |
Burgerbelofte 1:Bij Dienst Toeslagen krijg je waar je recht op hebt | ‒ | ‒ | 90% | 90% | n.v.t. | |
Tevredenheid | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ≥ 55% | 58% |
Ontevredenheid | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ≤ 8% | 8% |
Burgerbelofte 2:Bij Dienst Toeslagen weet je waar je aan toe bent | ‒ | ‒ | 79% | 82% | n.v.t. | |
Tevredenheid | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ≥ 55% | 46% |
Ontevredenheid | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ≤ 8% | 17% |
Burgerbelofte 3:Dienst Toeslagen staat voor mij klaar | ‒ | ‒ | 92% | 93% | n.v.t. | |
Tevredenheid | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ≥ 55% | 39% |
Ontevredenheid | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | ≤ 8% | 8% |
Tevredenheid over dienstverleningskanalen | ||||||
Telefonie | 81,7% | 65,5% | 73,5% | 80,0% | 83% | 85,0% |
Balie | 84,4% | 82,4% | 88,0% | 89,1% | 80% | 90,4% |
Ontevredenheid dienstverleningskanalen | ||||||
Telefonie | 5,7% | 14,7% | 10,5% | 6,8% | 8% | 5% |
Balie | 2,6% | 4,2% | 4,6% | 3,8% | 6% | 3% |
Tevredenheid informatie op website | 83,8% | 80,6% | 79,5% | 83,4% | 76% | 85,0% |
Aantal ontvangen klachten | 1.547 | 1.827 | 1.896 | 1.560 | ≤ 1.700 | 1.607 |
Toekenningszekerheid en tijdigheid van de uitvoering | ||||||
Het percentage definitief toegekende toeslagen dat niet leidt tot een terug te betalen bedrag > € 500 | 94,0% | 94,2% | 92,80% | 92,9% | ≥ 94 % | 93,50% |
Definitief vaststellen toeslagen (voortgang jaar t-1) | 93,0% | 90,9% | 91,90% | 93% | ≥ 92% | 93% |
Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn | 91,0% | 73,1% | 71,40% | 97% | ≥ 93% | 97% |
Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn | 96,0% | 98,4% | 96,90% | 99% | ≥ 96% | 99% |
Percentage toeslagen dat tijdig wordt uitbetaald | 99,98% | 99,97% | 99,97% | 99,97% | ≥ 99,9% | 99,62% |
Aantal ernstige productieverstoringen | 10 | 8 | 6 | 3 | < 8 | 4 |
Rechtmatigheid | ||||||
Rechtmatige toekenning van toeslagen | Gerealiseerd | Gerealiseerd | Gerealiseerd | Gerealiseerd | Fouten en onzekerheden blijven binnen rapporterings-tolerantie op artikelniveau van het betreffende beleids-departement | Ongerealiseerd |
Bron: Bezwaren: BI-systemen van Toeslagen (op basis van outputbestand TVS); Klachten: KBB;Ernstige productieverstoringen: CAP, BD/CAP Productiebeheersing en damage-registratie; Klanttevredenheid/ontevredenheid: CKTO KI&S; Tijdige betalingen: FM&I; Burgertevredenheid: Motivaction (loopt inmiddels via I&O Research); Rechtmatigheid: ADR; Percentage definitief toegekende toeslagen zonder terugvordering: specifieke queries vanuit TVS ("dt-delta"); Definitieve vaststelling toeslagen (voortgang jaar t-1): specifieke queries vanuit TVS ("dt-status").
Hieronder worden de prestatie-indicatoren toegelicht, waarvan de streefwaarde op basis in 2025 niet zijn gerealiseerd.
Realisatie van de drie Burgerbeloften
Dienst Toeslagen streeft naar een score waarbij 55% van de burgers het (helemaal) eens is met de drie burgerbeloften en maximaal 8% het hiermee oneens is. De norm is bewust ambitieus vastgesteld, met oog voor het benodigde groeipad. Hoewel de beloften ‘Dienst Toeslagen staat voor mij klaar’ en ‘Bij Dienst Toeslagen weet je waar je aan toe bent’ de streefwaarden in 2025 niet gehaald is, is er wel een stijgende trend zichtbaar. Uit de Toeslagenmonitor blijkt dat vooral inlevingsvermogen, deskundigheid en het samen tot een oplossing proberen te komen verbeterd moeten worden ten aanzien van de belofte ‘Dienst Toeslagen staat voor mij klaar’. Transparantie over beslissingen en (on)bekendheid over het proces van wijzigingen doorgeven zijn verbeterpunten ten aanzien van de burgerbelofte ‘Bij Dienst Toeslagen weet je waar je aan toe bent’.
Het percentage definitief toegekende toeslagen dat niet leidt tot een terug te betalen bedrag > € 500
De realisatie van deze prestatie-indicator ligt met 93,5% dicht tegen de streefwaarde van minimaal 94%. Het aantal in de afgelopen 12 maanden opgelegde terugvorderingen boven de grens 108van € 500 (€ 1.000 voor de KOT) is met 60.000 gereduceerd ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze voortuitgang is te danken aan verschillende acties in 2023 en 2024 die gericht waren op het accurater schatten van het verstrekte voorschot, zoals het lanceren van de Toeslagen App, landelijke campagnes en de eerste grootschalige persoonlijke attentieacties. In 2024 is tevens voor het eerst een proef uitgevoerd waarbij Toeslagen de verstrekte voorschotten voor de burger wijzigde. Acties uit 2023 en 2024 zijn bepalend voor de score over 2025 omdat de KPI over het kalenderjaar 2025 hoofdzakelijk is bepaald door de definitieve vaststellingen over toeslagjaar 2024, waarvoor de eerste voorschotten in november 2023 zijn verstrekt. Hoewel de ondernomen acties niet voldoende bleken om de streefwaarde te realiseren, ziet Toeslagen deze positieve trend als bevestiging dat de juiste koers is ingeslagen.
Percentage toeslagen dat tijdig wordt uitbetaald
Tot en met november werd 99,98% van de toeslagen op tijd uitbetaald. In december trad echter een productieverstoring op, waardoor 5% van de aangeboden betalingen (circa 180.000 burgers) één dag later is uitbetaald. Over de periode tot en met december is daarmee 99,62% van de betalingen tijdig uitgevoerd. Hierdoor is de streefwaarde niet gehaald.
Rechtmatigheid
Vanaf 2025 valt de huurtoeslag onder de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Daardoor is de tolerantiegrens voor uitgaven en ontvangsten verlaagd van circa 4% naar circa 3%. De tolerantie is in 2025 overschreden. De grootste onzekerheid zit in de particuliere verhuur, waar onvoldoende informatie beschikbaar is om de rechthebbenden van huurobjecten goed te toetsen. Door het ontbreken van alternatieve controlemogelijkheden zijn deze onrechtmatigheden met de huidige middelen beperkt te verminderen.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 1.314.742 | 1.101.731 | 1.344.632 | 1.419.502 | 1.475.104 | 2.661.086 | ‒ 1.185.982 |
Uitgaven (1) + (2) | 961.044 | 1.143.262 | 1.592.277 | 1.591.232 | 1.590.636 | 2.821.655 | ‒ 1.231.019 |
Apparaatsuitgaven (1) | 191.075 | 329.494 | 425.320 | 513.270 | 498.407 | 681.280 | ‒ 182.873 |
Personele uitgaven | 182.922 | 317.760 | 411.251 | 498.389 | 482.652 | 662.999 | ‒ 180.347 |
Eigen personeel | 93.786 | 124.816 | 153.281 | 202.287 | 260.311 | 250.933 | 9.378 |
Inhuur externen | 89.049 | 192.377 | 256.649 | 294.421 | 220.710 | 410.911 | ‒ 190.201 |
Overig personeel | 87 | 567 | 1.321 | 1.681 | 1.631 | 1.155 | 476 |
Materiële uitgaven | 8.153 | 11.734 | 14.069 | 14.881 | 15.756 | 18.281 | ‒ 2.525 |
ICT | 102 | 169 | 254 | 247 | 154 | 275 | ‒ 121 |
Bijdrage aan SSO's | 137 | 39 | 2.004 | 2.774 | 4.091 | 0 | 4.091 |
Overige materiële uitgaven | 7.914 | 11.527 | 11.811 | 11.860 | 11.511 | 18.006 | ‒ 6.495 |
Programma-uitgaven (2) | 769.970 | 813.768 | 1.166.958 | 1.077.961 | 1.092.229 | 2.140.375 | ‒ 1.048.146 |
Bekostiging | 66 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige bekostiging | 66 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 1.774 | 108 | 1.044 | 70 | 63 | 106 | ‒ 43 |
Bijdrage overige ZBO's/RWT's | 1.774 | 108 | 1.044 | 70 | 63 | 106 | ‒ 43 |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 1.616 | 3.422 | 602 | 2.865 | 1.876 | 4.130 | ‒ 2.254 |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 1.616 | 3.422 | 602 | 2.865 | 1.876 | 4.130 | ‒ 2.254 |
Opdrachten | 3.682 | 33.398 | 48.193 | 80.165 | 79.477 | 74.801 | 4.676 |
ICT opdrachten | 44 | 1.473 | 859 | 1.754 | 1.345 | 27 | 1.318 |
Overige opdrachten | 3.639 | 31.925 | 47.334 | 78.411 | 78.133 | 74.774 | 3.359 |
Bijdrage aan medeoverheden | 11.864 | 32.977 | 46.598 | 118.187 | 199.507 | 25.094 | 174.413 |
Bijdrage aan medeoverheden | 11.864 | 32.977 | 46.598 | 118.187 | 199.507 | 25.094 | 174.413 |
Bijdrage aan agentschappen | 0 | 0 | 1.077 | 2.858 | 3.191 | 0 | 3.191 |
Bijdrage overige agentschappen | 0 | 0 | 1.077 | 2.858 | 3.191 | 0 | 3.191 |
(Schade)vergoeding | 750.967 | 536.180 | 862.087 | 653.846 | 573.280 | 1.786.692 | ‒ 1.213.412 |
Compensatie toeslagengedupeerden | 712.636 | 296.293 | 263.439 | 396.421 | 197.643 | 1.338.568 | ‒ 1.140.925 |
Kwijtschelden private schulden | 35.531 | 146.707 | 79.216 | 38.489 | 22.391 | 124.338 | ‒ 101.947 |
Herstelprogramma voor kinderen | 1 | 73.750 | 493.818 | 136.128 | 103.216 | 118.000 | ‒ 14.784 |
Herstelregeling voor ex-partners | 0 | 0 | 2.030 | 21.350 | 29.157 | 126.480 | ‒ 97.323 |
Herstelregeling voor gedupeerden andere toeslagen | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.707 | 28.800 | ‒ 24.093 |
Aanvullende schade | 0 | 0 | 0 | 0 | 134.272 | 0 | 134.272 |
Overige (schade)vergoedingen | 2.800 | 19.429 | 23.583 | 61.458 | 81.894 | 50.506 | 31.388 |
Subsidies | 0 | 0 | 0 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 0 |
Subsidie toeslagen herstel | 0 | 0 | 0 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 0 |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 207.682 | 207.357 | 217.969 | 232.835 | 247.552 | ‒ 14.717 |
Toegerekende uitgaven van Belastingen | 0 | 207.682 | 207.357 | 217.969 | 232.835 | 247.552 | ‒ 14.717 |
Ontvangsten | 42 | 229 | 415 | 1.190 | 1.915 | 0 | 1.915 |
Apparaatontvangsten | 42 | 229 | 415 | 1.190 | 1.913 | 0 | 1.913 |
Programma ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 2 | 0 | 2 |
Verplichtingen
De gerealiseerde verplichtingen zijn in 2025 € 1.186 mln. lager dan begroot, vooral door lagere uitgaven zoals toegelicht onder 'Uitgaven'.
Uitgaven
De uitgaven zijn per saldo € 1.231 mln. lager dan begroot. De belangrijkste oorzaken zijn per financieel instrument hieronder toegelicht.
Personele uitgaven
De realisatie op personele uitgaven valt € 180,3 mln. lager uit dan begroot. De voornaamste redenen hiervoor zijn een relatief grotere inzet van eigen personeel in plaats van externe inhuur en het verschuiven van activiteiten van de herstelorganisatie naar latere jaren.
Bijdrage aan medeoverheden
Gedupeerden van het kinderopvangtoeslagenschandaal kunnen via gemeenten brede hulp krijgen. De uitgaven hiervoor vallen € 174,4 mln. hoger uit, doordat in 2025 meer declaraties zijn ingediend dan oorspronkelijk begroot.
(Schade)vergoeding
De realisatie is € 1.213,4 mln. lager dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door de volgende factoren:
– Het budget voor (schade)vergoedingen in 2025 is in het voorjaar verlaagd met € 697,8 mln. Dit hang samen met de integrale herijking van de raming van Toeslagen Herstel.
– Daarnaast is er € 25,2 mln. herschikt naar bijdragen aan medeoverheden voor brede hulp aan toeslagengedupeerden en de verwachte declaraties van gemeenten.
– Een bedrag van € 18,5 mln. is overgeheveld naar het ministerie van Justitie en Veiligheid voor kosten van de Raad voor Rechtsbijstand in 2024.
– Bij de september suppletoire en 2e suppletoire is in totaal circa € 422 mln. aan compensatiemiddelen doorgeschoven van 2025 naar 2026 en 2027, in lijn met het verwachte moment van uitvoering van met name het nieuwe stelsel van aanvullende schaderoutes.
– Bij de Slotwet is er € 49 mln. minder gerealiseerd in 2025. Dit hangt voornamelijk samen met lagere aanmeldingen en productie van de aanvullende schaderoutes dan voor 2025 geraamd.
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
De toerekening ziet op uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Dienst Toeslagen maakt. Dit betreft onder andere activiteiten als facilitaire zaken, ICT, klantinteractie, gegevensbeheer en administratieve afhandeling. In de onderstaande tabel is de toerekening van de uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Dienst Toeslagen doet, verdeeld naar de verschillende activiteiten. De toerekening is bijgesteld, zodat realisatie aansluit bij de getekende dienstverleningsafspraken.
Activiteit | Bedrag |
|---|---|
IV | € 91.750 |
Gegevensbeheer en administratieve afhandeling | € 49.058 |
Kanaal & Ketenregie en Kanaal Digitaal/Webcare | € 47.406 |
Huisvesting en facilitaire zaken | € 23.244 |
HRM-activiteiten | € 11.690 |
Balies, buitenlandtaken, toezicht en bezwaarafhandeling | € 8.150 |
Management informatie en Data Analyse | € 1.537 |
Totaal | € 232.835 |
6. Niet-beleidsartikelen
Artikel 8 Apparaat
A. Apparaatsuitgaven
Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het ministerie van Financiën met uitzondering van de Belastingdienst (zie artikel 1), de Douane (zie artikel 9) en Dienst Toeslagen (zie artikel 13).
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 305.845 | 402.079 | 517.432 | 419.832 | 466.025 | 433.251 | 32.774 |
Uitgaven | 300.138 | 365.254 | 402.551 | 445.776 | 469.940 | 433.246 | 36.694 |
Personele uitgaven | 207.921 | 231.277 | 253.988 | 280.969 | 295.508 | 289.425 | 6.083 |
Eigen personeel | 190.958 | 208.681 | 224.510 | 252.578 | 270.608 | 274.815 | ‒ 4.207 |
Inhuur externen | 16.191 | 21.639 | 28.524 | 27.132 | 23.670 | 13.698 | 9.972 |
Overig personeel | 771 | 956 | 954 | 1.259 | 1.230 | 912 | 318 |
Materieële uitgaven | 92.217 | 133.978 | 148.562 | 164.807 | 174.431 | 143.821 | 30.610 |
ICT | 15.795 | 16.549 | 21.036 | 22.813 | 21.547 | 18.927 | 2.620 |
Bijdrage aan SSO's | 42.279 | 55.270 | 49.830 | 54.747 | 59.871 | 45.636 | 14.235 |
Overig materieel | 34.143 | 62.158 | 77.697 | 87.247 | 93.014 | 79.258 | 13.756 |
Ontvangsten | 62.402 | 58.699 | 70.156 | 69.167 | 75.312 | 58.074 | 17.238 |
Apparaatsontvangsten | 62.402 | 58.699 | 70.156 | 69.167 | 75.312 | 58.074 | 17.238 |
Verplichtingen
De gerealiseerde verplichtingen zijn circa € 32,8 mln. hoger dan begroot, vooral door hogere uitgaven en toegekende loon- en prijsbijstelling.
Uitgaven
Personele uitgaven
De gerealiseerde uitgaven zijn € 6 mln. hoger dan begroot, vooral door:
– Stijgende lonen en prijzen waarvoor een loon- en prijsbijstelling tegenover staat van circa € 13,4 mln.
– Lagere uitgaven van ongeveer € 2,4 mln. op eigen personeel
– Een onderbezetting van € 6,4 mln.
– Hogere uitgaven voor externe inhuur voor € 10 mln.
– Diverse herschikkingen van eigen personeel naar overige posten (- € 8 mln.)
Materieel kerndepartement
De gerealiseerde materiële uitgaven zijn € 30,6 mln. hoger dan begroot. Dit komt door een prijsstijging van circa € 2,5 mln en extra budget voor de CBAM (Carbon Border Adjustment Mechanism). Daarnaast zijn er hogere uitgaven aan categoriemanagement, waarbij overhevelingen vanuit andere rijksbrede afnemers tegenover staan, en hogere uitgaven aan SSO’s.
Ontvangsten
De ontvangsten zijn € 17,2 mln. hoger dan begroot, vooral door hogere verkoopopbrengsten van Domeinen Roerende Zaken, UWV- uitkeringen, en extra inkomsten uit categoriemanagement, huisvesting en cateringskosten binnen Bedrijfsvoering.
B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven ministerie van Financiën
De tabel toont de totale apparaatsuitgaven voor Financiën: het kerndepartement, Belastingdienst, Douane, Dienst Toeslagen en ZBO’s/RWT’s. Voor de Waarderingskamer, AFM, DNB en de NLFI is de volledige overheidsbijdrage als apparaatsuitgave opgenomen.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Totaal apparaatsuitgaven Ministerie van Financiën | 3.565.959 | 4.017.535 | 4.540.512 | 5.160.852 | 5.309.580 | 5.300.452 | 9.128 |
Totaal departement | 3.556.790 | 4.010.140 | 4.530.980 | 5.151.589 | 5.300.782 | 5.289.945 | 10.837 |
Kerndepartement | 300.138 | 365.254 | 402.551 | 445.776 | 469.940 | 433.246 | 36.694 |
DG Belastingdienst | 2.639.201 | 2.849.335 | 3.192.726 | 3.594.019 | 3.710.196 | 3.605.884 | 104.312 |
DG Douane | 426.376 | 466.057 | 510.383 | 598.524 | 622.239 | 569.535 | 52.704 |
DG Toeslagen | 191.075 | 314.009 | 408.136 | 492.863 | 473.864 | 669.050 | ‒ 195.186 |
Programma-DG Herstel | n.v.t. | 15.485 | 17.184 | 20.407 | 24.543 | 12.230 | 12.313 |
Totaal apparaatskosten ZBO’s en RWT’s | 9.169 | 7.395 | 9.533 | 9.262 | 8.798 | 10.507 | ‒ 1.709 |
Waarderingskamer | 2.349 | 2.381 | 2.403 | 2.403 | 2.506 | 2.489 | 17 |
AFM | 580 | 583 | 31 | 621 | 636 | 737 | ‒ 101 |
DNB | 2.141 | 308 | 2.931 | 1.978 | 1.883 | 2.112 | ‒ 229 |
NLFI | 4.100 | 4.122 | 4.167 | 4.260 | 3.773 | 5.169 | ‒ 1.396 |
De tabel toont de gerealiseerde apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van het kerndepartement.
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
Totaal kerndepartement | 300.138 | 365.254 | 402.551 | 445.776 | 469.940 |
26.767 | 29.528 | 32.589 | 37.413 | 39.142 | |
29.486 | 31.841 | 39.502 | 34.442 | 33.558 | |
223.298 | 277.212 | 300.338 | 337.510 | 352.306 | |
20.585 | 23.444 | 25.994 | 31.696 | 37.350 | |
Belangenbehartiger | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.218 |
0 | 3.229 | 4.127 | 4.715 | 5.367 |
Bron: financiële administratie kerndepartement.
Artikel 10 Nog onverdeeld
A. Tabel Budgettaire gevolgen
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 13.976 | ‒ 13.976 |
Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 13.976 | ‒ 13.976 |
Nog te verdelen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 13.976 | ‒ 13.976 |
Loonbijstelling apparaat | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2.517 | ‒ 2.517 |
Prijsbijstelling apparaat | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 739 | ‒ 739 |
Onvoorzien programma | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 455 | ‒ 455 |
Onvoorzien apparaat | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 10.265 | ‒ 10.265 |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
B. Toelichting op de instrumenten
Dit artikel dient voor de tijdelijke verwerking (parkeren) van loon- en prijsbijstelling en de eindejaarsmarge en nog in te vullen taakstellingen die nog niet aan specifieke beleidsartikelen zijn toegedeeld. Ook nieuw beschikbaar gestelde middelen kunnen tijdelijk op artikel 10 gezet worden in afwachting van nadere concretisering en toedeling, zoals in 2025 voor de reservering «Informatiehuishouding op orde».
Uitgaven en verplichtingen
Nog te verdelen
Deze post bevat een reservering voor Informatiehuishouding op orde van € 10 mln. in 2025. Een deel hiervan is overgeheveld naar de beleidsartikelen voor de uitvoering van de Wet Open Overheid en een deel is naar 2026 geschoven in de 1e Suppletoire 2025. De overige € 4 mln. is vrijgevallen. De loon- en prijsbijstelling is naar rato doorverdeeld over de beleidsartikelen en het apparaatsartikel.
7. Bedrijfsvoeringsparagraaf
Een goede bedrijfsvoering is een randvoorwaarde voor het realiseren van beleidsdoelstellingen. In de bedrijfsvoeringsparagraaf (BVP) doet het ministerie verslag van relevante aandachtspunten. Het ministerie is transparant over de mate waarin zijn processen ordelijk en beheerst zijn verlopen. Daarom rapporteert het ministerie in de BVP over belangrijke tekortkomingen, onrechtmatigheden, risico’s en bijzonderheden in de bedrijfsvoering.
Belastingdienst
De Belastingdienst heeft, als onderdeel van zijn meerjarenstrategie 2025-2030, verder gewerkt aan het op orde brengen en houden van de basis om zo klaar te zijn voor de toekomst. De stand-van-zakenbrieven Belastingdienst109 gaan hier nader op in.
Dienst Toeslagen en programma directoraat-generaal Herstel
In 2025 heeft Dienst Toeslagen het herstel van gedupeerde ouders voortgezet. Ondanks de inspanningen van Dienst Toeslagen en de inspanningen van de organisaties die ondersteunen bij de hersteloperaties, heeft Dienst Toeslagen nog niet alle ouders binnen de wettelijke termijnen kunnen beoordelen voor de verschillende regelingen. Dienst Toeslagen blijft zich inzetten om het vertrouwen te herstellen door gedupeerden zo goed en zo snel mogelijk te helpen.
Douane
De strategie van de Douane was er in 2025 mede op gericht om met een digitale transformatie en verbeterde ondersteuning van medewerkers een solide basis te vormen, zodat de Douane ook in de toekomst haar takenpakket effectief en efficiënt kan blijven uitvoeren.
7.1 Rapportage bedrijfsvoering - Uitzonderingsrapportage
a. Rechtmatigheid
Het ministerie rapporteert over fouten en onzekerheden ten aanzien van de rechtmatigheid conform de rijksbrede voorschriften.
(1) Rapporteringstolerantie | (2) Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis) | (3) Rapporterings-tolerantie voor fouten en onzekerheden in € | (4) Bedrag aan fouten in € | (5) Bedrag aan onzekerheden in € | (6) Bedrag aan fouten en onzekerheden in € | (7) Percentage aan fouten en onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100% |
|---|---|---|---|---|---|---|
Artikel 8 uitgaven/ontvangsten | 545.252.000 | 27.262.600 | 11.819.647 | 9.152.245 | 20.971.892 | nvt |
Artikel 13 uitgaven/ontvangsten | 1.592.550.000 | 79.627.500 | 10.040.258 | 69.486.574 | 79.526.832 | nvt |
Artikel 13 verplichtingen | 1.475.104.000 | 73.755.200 | 149.553.512 | ‒ | 149.553.512 | 10,1% |
Toelichting op de tabel
Art. 8 Apparaat beleidsdepartement: uitgaven en ontvangsten
De tolerantiegrens voor de uitgaven en ontvangsten is overschreden voor een bedrag van € 21 miljoen aan fouten en onzekerheden bij het afhandelen van facturen en het afwijken van contractvoorwaarden. Dit is met name het gevolg van te late contractering en onvoldoende onderbouwing van de prestatieverklaring. Voor deze overschrijding geldt dat de geconstateerde fouten en onzekerheden de tolerantiegrens niet overschrijden, maar dat de zogenaamde maximale fout als gevolg van het gebruik van steekproeven in de controle de tolerantiegrens wel overschrijdt.
Art. 13 Toeslagen: uitgaven en ontvangsten
De tolerantiegrens voor de uitgaven en ontvangsten is overschreden met een bedrag van €10 miljoen aan rechtmatigheidsfouten en € 69,5 miljoen aan onzekerheidsfouten bij de uitvoering van de financiële compensatieregelingen. Dit komt mede door het, conform de afgestemde beleidskaders, ruimhartig uitvoeren van de compensatieregelingen. Hier geldt dat de geconstateerde fouten en onzekerheden de tolerantiegrens niet overschrijden, maar dat de zogenaamde maximale fout als het gevolg van het gebruik van steekproeven in de controle de tolerantiegrens wel overschrijdt.
Art. 13 Toeslagen: verplichtingen
De tolerantiegrens voor de aangegane verplichtingen is overschreden, met een totaalbedrag van €149,6 miljoen aan onrechtmatigheden. Hiervan betreft € 70,2 miljoen verplichtingen waarop Dienst Toeslagen en DG Herstel zelf invloed kunnen uitoefenen en € 79,4 miljoen betreft geïmporteerde onrechtmatigheden. Van de € 70,2 miljoen heeft € 56,4 miljoen betrekking op de uitbesteding van de uitvoering van de financiële compensatieregelingen.
Overige onrechtmatigheden bij de huurtoeslag
De tolerantiegrens voor de uitgaven en ontvangsten is overschreden door een bedrag van circa € 214,6 miljoen aan rechtmatigheidsfouten en onzekerheden bij de uitvoering van de huurtoeslag . De overschrijding is in belangrijke mate het gevolg van de vastgestelde onzekerheid en fouten bij de particuliere verhuur waar in onvoldoende mate informatie beschikbaar is over de huren en het recht op huurtoeslag van huurobjecten. Voor de controle van deze populatie wordt gebruikgemaakt van een steekproef. Daarnaast is het aantal bevindingen in de reguliere steekproef significant hoger dan in voorgaande jaren en de gemiddelde impact per bevinding is ook groter omdat een aantal bevindingen een afwijking heeft van 100%.
In 2026 zal Directie Toeslagen zich specifiek richten op het verbeteren de contra-informatie ten behoeve van huurtoeslag zodat het risico op onrechtmatigheden verkleind kan worden. Voor het versterken van de contra-informatie Huur zijn in totaal die 3 verbeterinitiatieven opgesteld en opgenomen in het jaarcontact: uitbreiden gegevenslevering door particuliere verhuurders; verbeteren kwaliteit van gegevenslevering met aangesloten (sociale) verhuurders en ontwikkelen terugmeldvoorziening BAG.
Verzend- en ontvangstdatabase
Context en beleidsuitgangspunten tot en met 2025
Bij aanvragen voor kinderopvangtoeslag komt het voor dat ouders om aanvullende informatie gevraagd wordt. Als ouders daar niet op reageren (non-respons) kon dat leiden tot verlaging of nihilstelling van de kinderopvangtoeslag. Ouders die ten onrechte zijn verweten niet te hebben gereageerd, worden als gedupeerd aangemerkt en gecompenseerd.
Het non-responsbeleid – het ouderverhaal is leidend - is vanaf de start van de hersteloperatie generiek toegepast. Zowel voor ouders die op basis van het onderzoek naar gastouderbureaus als gevolg van een onderzoek van het Combiteam Aanpak Facilitators (CAF) benadeeld zijn, als ouders die via het massaal proces volgens de Belastingdienst niet hebben gereageerd op informatie-uitvragen. Dit was mede gebaseerd op de veronderstelling dat er geen betrouwbare, raadpleegbare administratie beschikbaar was waaruit verzending en ontvangst individueel kon worden vastgesteld. Zo is in de administratie van CAF-zaken vastgesteld dat brieven soms onjuist geadresseerd waren. Zonder aantoonbare brief werd uitgegaan van de verklaring van de ouder. Het uitgangspunt is dat het verhaal van de ouder leidend is, en ook al zou er spake zijn van ontvangst en juiste registratie van brieven, zijn er meer indicatoren die een rol spelen om in het gesprek met de ouder tot een conclusie over gedupeerdheid te komen.
Periode tot 2024
In de loop der jaren zijn diverse signalen ontvangen. In 2020 is een signaal gekomen dat een verzendbatch beschikbaar was die informatie bevatte over bepaalde verzonden brieven. Omdat deze verzendbatch uitsluitend verzendinformatie bevatte en geen inzicht gaf in verzonden brieven, is dit signaal niet opgevolgd.
Andere signalen hadden veelal betrekking op twee thema’s: de vraag of het aannemelijk is dat brieven niet zouden zijn verzonden, en de ruimhartigheid van het gehanteerde beleid. Deze signalen zijn steeds beoordeeld binnen het geldende beleidskader en de daarbij behorende uitgangspunten, namelijk dat geen betrouwbare, raadpleegbare administratie beschikbaar was en dat bij ontbreken van een brief niet kan worden aangetoond dat verzending heeft plaatsgevonden. Een aantal van deze signalen zijn gecommuniceerd aan directie en DG alsook de staatssecretaris en hebben in enkele gevallen, in afstemming met de Commissie van Wijzen, geleid tot herbevestiging of op onderdelen aanpassing van het beleid.
Signaal zomer 2024 en besluitvorming
In de zomer van 2024 is een concreet signaal ontvangen, gericht aan het management van UHT, over het bestaan van een administratie (KOT-database) met vastleggingen van verzonden vraag- en rappelbrieven en ontvangen reacties. Dit maakte aannemelijk dat mogelijk meer informatie beschikbaar was dan eerder werd verondersteld en dat het ging om informatie die ook nog steeds in het proces van Toeslagen werd gebruikt.
Gelet op de mogelijke impact op ouders en de politieke gevoeligheid van het gebruiken van contra-informatie in het nadeel van de ouders is terughoudendheid betracht in het gebruik van deze informatie. Daarnaast was eerder steeds gecommuniceerd dat geen betrouwbare administratie beschikbaar was. Om die reden is besloten de database eerst onafhankelijk te laten onderzoeken door de ADR. Deze opdracht is verstrekt na aantreden van de nieuwe staatssecretaris. Omwille de voortgang van de hersteloperatie, is gekozen om de hersteloperatie niet te pauzeren in afwachting van het onderzoek. Dit zou vertraging en onrust veroorzaken voor de gedupeerde ouders die nog in de integrale beoordelingsfase zaten.
Op 6 februari 2026 heeft de Staatssecretaris het rapport van het onderzoek van de Auditdienst Rijk naar de verzend- en ontvangstadministratie aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangeboden110.
Conclusie en financiële onzekerheid
Als deze administratie eerder was gebruikt, had dit invloed kunnen hebben op gesprekken met ouders over gedupeerdheid. Op individueel niveau kunnen geen conclusies worden getrokken zonder volledige herbeoordeling van dossiers. Ook bij gebruik van deze informatie had de uitkomst om andere redenen ongewijzigd kunnen blijven. Het ouderverhaal blijft leidend.
Het heropenen van dossiers is niet wenselijk omdat we ouders niet nogmaals in onzekerheid willen brengen. Alle afgegeven onherroepelijk vastgestelde eerste toetsen en integrale beoordelingen blijven dus in stand en ouders behouden aanspraak op alle aanvullende regelingen, waaronder toegang tot aanvullende schade (zoals kindregeling, ex-partnerregeling, uitkering SPUK en aanvullende schaderegelingen). Dit betekent wel dat sprake is van een onzekerheid over de rechtmatigheid van deze verantwoorde uitgaven. De omvang hiervan is echter, door de individuele afhankelijkheid, niet te kwantificeren. Ook kan dit effect hebben op de rechtmatigheid van de kwijtscheldingen van private en publieke schulden bij overige relevante departementen en andere organisaties.
b. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
De ADR heeft geconstateerd dat de controle van de kengetallen is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Bij één beleidsartikel heeft de ADR bijgestuurd en heeft Financiën aanpassingen gedaan.
c. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering
c.1 Onvolkomenheden Algemene Rekenkamer
In 2025 heeft het ministerie gewerkt aan het oplossen van onderstaande zeven onvolkomenheden die de Algemene Rekenkamer (AR) bij de verantwoording over 2024 heeft geconstateerd. De AR rapporteert op verantwoordingsdag over de voortgang op de onvolkomenheden.
Inkoopbeheer Dienst Toeslagen, Douane en beleidsdepartement
Dienst Toeslagen heeft in 2025 het verbeterplan voor het inkoopbeheer uit 2024 voortgezet, met zichtbaar effect. Dienst Toeslagen heeft aantoonbaar de vastlegging van minicompetities verbeterd, heeft geen nieuwe waivers meer afgegeven en heeft de interne controlecyclus versterkt. De grootste impact op de rechtmatigheid van de verplichtingen is afgelopen jaar voortgekomen uit geïmporteerde onrechtmatigheden, waarbij Dienst Toeslagen verplicht heeft ingekocht onder rijksbreed afgesloten maar onrechtmatige inhuurraamovereenkomsten.
De Douane heeft in 2025 het inkoopproces structureel verbeterd. De genomen maatregelen richten zich op een betere naleving, vastlegging en interne beheersing van het inkoopproces. Zowel qua opzet als uitvoering zijn deze maatregelen structureel doorgevoerd, waardoor het inkoopbeheer adequaat is geborgd. Het aantal waivers is in 2025 gehalveerd ten opzichte van voorgaande jaren. Dat in 2025 de rechtmatigheid aantoonbaar is verbeterd, blijkt ook uit het niet overschrijden van de tolerantiegrens. De ADR heeft vastgesteld dat verbeteringen zichtbaar zijn binnen het inkoopbeheer en de bevinding is opgelost.
Het beleidsdepartement heeft een meerjarig verbeterplan opgesteld om de vastlegging van verplichtingen en prestatieverklaringen te verbeteren. Hiermee wordt beoogd de rechtmatigheid beter te borgen. Als onderdeel van het verbeterplan is het beleidsdepartement een pilot gestart met een nieuw geautomatiseerd ondersteund proces om de regie op het inkoopproces en het financiële proces te verbeteren en daarmee de vastlegging van het inkooptraject tot aan de prestatieverklaring te borgen. Daarnaast heeft het beleidsdepartement in 2025 (verbijzonderde) interne controles ingericht en uitgevoerd, waaronder ook voor het inbestedingsproces. Ook heeft het beleidsdepartement trainingen gegeven aan medewerkers. Hierbij wordt aandacht besteed aan de regels en de onderbouwing van prestatieverklaringen in het financiële proces. In 2026 loopt dit verbeterplan door.
Beheer grote geldstromen Douane
De AR handhaaft de sinds 2022 geconstateerde onvolkomenheid in het beheer van de grote geldstroom bij de Douane. De Douane onderkent dat, ondanks de geboekte verbeteringen, de interne beheersing nog niet overal aantoonbaar en duurzaam functioneert, met name op het terrein van accijnzen en douanerechten. De AR vraagt nadrukkelijk aandacht voor de aantoonbare werking van beheersmaatregelen, de kwaliteit van monitoring en de samenhang in verantwoording en bijsturing. Ondanks dat het beheer van de grote geldstroom nog niet overal aantoonbaar en duurzaam functioneert is het risico op fouten in de financiële stromen klein. Zoals blijkt uit tabel 56 zijn geen materiële fouten en onzekerheden geconstateerd die de rapporteringstolerantie overschrijden.
In 2025 heeft de Douane haar meerjarig verbeterprogramma herijkt. Daarmee sluit de Douane aan bij eerdere communicatie aan de Tweede Kamer, waarin de Douane de Tweede Kamer heeft laten weten dat de ambitie om de onvolkomenheid in 2025 volledig op te lossen te ambitieus was. Door de herijking kreeg de Douane scherper inzicht in de staat van de interne beheersing, de resterende risico’s en de bestuurlijke keuzes die nodig zijn om de onvolkomenheid duurzaam op te lossen. De Douane heeft besloten om vanaf 2026 een duidelijke, risicogerichte focus aan te brengen. De Douane richt zich daarbij in eerste instantie op het aantoonbaar en duurzaam verbeteren van de procesketens met het grootste financiële belang en de meest urgente risico’s, in het bijzonder binnen accijnzen en douanerechten. Tegelijkertijd versterkt de Douane het stelsel van interne beheersing, risicomanagement en monitoring en zorgt de Douane voor heldere rollen en verantwoordelijkheden in zowel de eerste als de tweede lijn.
M&O-beleid Belastingdienst
Sinds 2020 merkt de AR het beleid rondom misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O-beleid) bij de Belastingdienst aan als een onvolkomenheid. In het Verantwoordingsonderzoek 2024 heeft de AR vastgesteld dat de Belastingdienst duidelijke vooruitgang heeft geboekt in de opzet en uitvoering van het M&O-beleid. Binnen de directies Particulieren en Grote Ondernemingen functioneert dit naar behoren. De directie Midden- en Kleinbedrijf (MKB) heeft, om tot een verbeterde PDCA-cyclus te komen en daarmee beter aan de handhavingskaders te voldoen, in 2025 verdere stappen gezet. Zo is de handhavingsaanpak van MKB nader uitgewerkt. Om de (door)ontwikkeling hiervan vorm te geven is een verbeteragenda gemaakt met daarin concrete activiteiten voor het vergroten van het inzicht in de doelgroep MKB de effectiviteit van handhavingsinstrumenten en de navolgbaarheid van keuzes. Een deel van deze activiteiten zoals een nieuwe opzet voor een tactisch handhavingsplan conform de beleidskaders en een besluitenregister voor stappen in de handhavingsregie zijn in 2025 gerealiseerd. De directie Uitvoerings- en Handhavingsbeleid (UHB) ziet toe op de naleving van onder UHS gestelde handhavingskaders en heeft in 2025 voor de directies Particulieren, MKB en Grote Ondernemingen een monitoringsrapportage uitgebracht, waarbij is gerapporteerd over de mate waarin directies werken binnen de gestelde kaders. De monitoringsrapportage onderschrijft het beeld zoals dit voor de bovengenoemde directies is geschetst.
Betalingsregelingen Belastingdienst
De AR heeft in het Verantwoordingsrapport 2023 geconcludeerd dat het bestaansminimum van burgers bij een betalingsregeling langer dan twaalf maanden onvoldoende beschermd is, omdat de Belastingdienst aflossingen aan derden niet altijd heeft meegenomen in de berekening van de betalingscapaciteit. De Belastingdienst heeft de Leidraad Invordering 2008 hierop aangepast. Deze wijziging is vanaf 1 juli 2025 van kracht geworden en wordt door de Belastingdienst geïmplementeerd. Met de wijziging wordt beoogd de ruimte in het recht beter naar voren te laten komen. Relevant is of het niet meenemen van bepaalde aflossingen aan derden leidt tot ongewenste effecten voor de belastingschuldige. Bijvoorbeeld als de belastingschuldige onder het bestaansminimum komt of uit huis gezet dreigt te worden. De ontvanger kan dan een langere betalingsregeling toestaan dan twaalf maanden, omdat sprake is van een bijzondere omstandigheid die een langere looptijd rechtvaardigt.
IT-legacy
Sinds 2024 constateert de AR continuïteitsrisico’s bij het vervangen van verouderde (ondersteunende) IT-systemen voor de belastingstromen Inkomensheffing, Loonheffingen en Omzetbelasting. Op 24 april 2025 heeft de Belastingdienst de Tweede Kamer geïnformeerd over het advies van het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) en de opvolging daarvan over het project voor de uitfasering van Cool:Gen in de keten Inkomensheffingen111. In de stand-van-zaken brief van 13 november 2025 heeft de Belastingdienst de Tweede Kamer geïnformeerd over de vastgestelde tijdslijnen voor de implementatie van de nieuwe applicatie voor de omzetbelasting en de stand van zaken binnen de keten Loonheffingen.
c.2 Overige punten van financieel beheer en materiële bedrijfsvoering
c.2.1 Belastingdienst
EU btw e-commerce
Per 1 juli 2021 is de Europese regelgeving op het gebied van EU-btw e-commerce in werking getreden. De Belastingdienst voert deze regelgeving uit via een tijdelijke voorziening, het zogenoemde Noodspoor. Eind 2025 is besloten de regelgeving te blijven uitvoeren via het inmiddels versterkte en verbeterde Noodspoor, waarna per medio 2028 de regelingen e-commerce in het nieuwe systeem voor de omzetbelasting worden vormgegeven112.
Handmatig proces voorlopige aanslag Belastingdienst
Op verzoek van de Belastingdienst heeft de Auditdienst Rijk een onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van het handmatige proces van de voorlopige aanslag bij de Belastingdienst. Het doel van het onderzoek is het krijgen van inzicht in de kwaliteit van het voorlopige aanslag proces door het beschrijven van knelpunten en risico’s. Uit het onderzoek blijkt dat er enkele kwetsbaarheden zijn in het proces van de voorlopige aanslag. De Belastingdienst gaat in 2026 na in hoeverre de ontwikkeling en toepassing van het beoordelingsproces meer in samenhang kan plaatsvinden113.
c.2.2 Toeslagen
Stapeling regelingen hersteloperatie
Na vaststelling van gedupeerdheid op grond van de eerste toets (Catshuisregeling) of een integrale beoordeling komen ouders in aanmerking voor aanvullende regelingen, zoals het kwijtschelden van schulden. Door deze in de Wet hersteloperatie toeslagen gemaakte koppeling kan onterechte vaststelling van gedupeerdheid leiden tot onterechte vergoedingen in de vervolgregelingen. Dit zogeheten stapelingsrisico leidt tot mogelijke onrechtmatigheden in de regelingen die volgen op de Catshuisregeling.
Uitvoering binnen wettelijke behandeltermijnen
De uitvoering van het financieel herstel loopt achter, ondanks verdere opschaling van de capaciteit. Dit wordt veroorzaakt door diverse redenen, zoals de doorloopsnelheid in de bezwaarketen. Hierdoor is Dienst Toeslagen nog niet in staat om alle ouders binnen de wettelijke termijnen te beoordelen. Dit leidt tot aanzienlijke dwangsommen als gevolg van ingebrekestellingen en beroepen tegen het niet tijdig beslissen. In 2025 heeft Dienst Toeslagen verder gewerkt aan onderzoek naar en het treffen van maatregelen om de doorlooptijden te verminderen en de uitvoering van de hersteloperatie te versnellen.
c.2.3 Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) en schijnzelfstandigheid
Sinds 2023 werkt het ministerie van Financiën aan de afbouw van potentiële schijnzelfstandigheid. Per september 2025 heeft het ministerie, inclusief de hersteloperatie kinderopvangtoeslag de afbouw van potentiële schijnzelfstandigheid vrijwel volledig gerealiseerd. Aangezien hierna nog enkele gevallen van potentiële schijnzelfstandigheid aan het licht kwamen bij het beleidsdepartement, is per 3 november 2025 het controleproces voor potentiële schijnzelfstandigheid geüniformeerd. De fiscalisten van het beleidsdepartement beoordelen nu net als hun collega’s bij de Belastingdienst (in de rol als werk-/opdrachtgever) vooraf of een opdracht geschikt is om uit te voeren door een zelfstandige. Het is nu departementaal beleid dat dit oordeel een voorwaarde is voor de start van een inhuurtraject. Daarbij huurt het ministerie van Financiën zelfstandigen uitsluitend in via brokers en mantelpartijen. Indien sprake is van indirecte inhuur via een intermediair spreekt de Belastingdienst (in de rol als Toezichthouder) bij schijnzelfstandigheid eerst de uitlener aan. Het ministerie van Financiën loopt hier dus (theoretisch) nog een aansprakelijkheidsrisico. Bij realisatie van de afbouw van potentiële schijnzelfstandigheid en de uniformering van het controleproces, is het risico op schijnzelfstandigheid door de onjuiste kwalificatie van arbeidsrelaties voor het ministerie van Financiën beheerst en verwaarloosbaar.
d. Misbruik en oneigenlijk gebruik
Bij regelgeving die afhankelijk is van informatie van externe belanghebbenden, voeren departementen beleid uit om misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) te voorkomen en te bestrijden. Misbruik is het niet of te weinig betalen van verplichte bijdragen aan de overheid of het verkrijgen of genieten van een (te hoge) uitkering door het bewust niet, niet tijdig, niet juist of niet volledig verstrekken van gegevens of inlichtingen. Bij oneigenlijk gebruik gaat het ook om het geheel of gedeeltelijk niet betalen van een verplichte bijdrage aan de overheid of het verkrijgen of genieten van een (te hoge) uitkering. Oneigenlijk gebruik vindt wel plaats volgens de letter van de wet, maar is in strijd met de bedoeling en strekking van de wettelijke bepalingen.
Belastingheffing en toeslagen zijn vooral gevoelig voor misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O), omdat de hoogte van heffingen en toeslagen afhankelijk is van gegevens die belastingplichtigen en toeslaggerechtigden zelf verstrekken. Dit kan van invloed zijn op de volledigheid van de belastingontvangsten en de juiste (voorlopige) toekenning van toeslagen. Het tegengaan van M&O is daarom een geïntegreerd onderdeel van het handhavingsbeleid, een breed palet aan interventies en activiteiten. Dit omvat het voorkomen van bewuste en onbewuste fouten, dienstverlening, de correcte en tijdige uitvoering van processen, toezicht en opsporing. Handhaving wordt uitgevoerd met de beschikbare personele en financiële middelen op basis van de risicoanalyse en risicobereidheid. Er zijn ook maatschappelijke begrenzingen aan onze controlemogelijkheden vanwege privacy en menselijke maat. Dit betekent dat er ook bij een toereikend M&O-beleid sprake blijft van een inherente onzekerheid over de volledigheid van de ontvangsten en de juistheid van de uitgaven. Deze onzekerheid is niet nader kwantificeerbaar.
d.1 M&O-beleid Belastingdienst
De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) beschrijft hoe de Belastingdienst bevordert dat zoveel mogelijk burgers en bedrijven uit zichzelf regels naleven, zonder dwingende en kostbare acties van de zijde van de Belastingdienst. De Belastingdienst stelt burgers en bedrijven centraal, is soepel waar dat kan en nodig is, bijvoorbeeld als burgers en bedrijven de regels wel na willen leven maar het niet kunnen. De Belastingdienst is streng waar dat moet, zoals bij de aanpak van fraude. Hierbij zet de Belastingdienst een mix aan beleidsinstrumenten in: dienstverlening, toezicht en opsporing. Deze handhavingsmix wordt afgestemd op wat nodig is om de naleving zoveel mogelijk te bevorderen en misbruik en oneigenlijk gebruik van belastingmiddelen tegen te gaan.
Om te beoordelen in welke mate sprake is van een correcte naleving (compliance) meten we onder andere met behulp van steekproeven op ingediende aangiften van burgers en bedrijven om vast te stellen dat deze juist en volledig aangifte doen. We maken daarbij een schatting van de gemiste belastingopbrengsten als gevolg van onjuiste en onvolledige aangifte (het nalevingstekort)114. Het geschatte nalevingstekort uit de steekproef Particulieren 2024 over het belastingjaar 2022 is in vergelijking met het belastingjaar 2020 aanzienlijk gedaald van € 208 miljoen naar € 159 miljoen. Deze daling is in lijn met een steeds betere voorinvulling van aangiftegegevens en een mede daardoor verbeterde compliantie binnen de doelgroep Particulieren. Het nalevingstekort als percentage van het totaal aangegeven verzamelinkomen bedraagt 0,23% en ligt ruim onder het gemiddelde van 0,61% van de voorgaande vier steekproeven. Het geschatte nalevingstekort uit de meest recente steekproef MKB- Ondernemingen 2024 bedraagt € 5.186 miljoen. Het belastingjaar dat in deze steekproef centraal staat is 2020 en de boekenonderzoeken voor deze steekproef zijn uitgevoerd in de jaren 2022 tot en met 2025. Het nalevingstekort als percentage van het fiscaal belang bedraagt 5,5% en ligt daarmee in lijn met de meerjarige uitkomsten van de steekproef Ondernemingen.
E-commerce heeft betrekking op de omzetbelasting voor afstandsverkopen (zowel offline als online). In 2026 wordt het M&O-beleid verder uitgewerkt om de uitvoering van het toezicht te versterken en verjaringen te voorkomen.
Uit het eindrapport van Evaluatie Toezicht115 blijkt dat de Belastingdienst de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie op coherente wijze heeft uitgewerkt naar specifiek beleid voor verschillende doelgroepen en dat de ingezette dienstverlenende en preventieve activiteiten grotendeels effectief zijn om naleving te bevorderen. Door preventief toezicht, de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en de druk op de arbeidsmarkt, is het toezicht achteraf de laatste jaren in aantallen gedaald. De uitkomsten van de kengetallen en prestatie-indicatoren voor belastingen opgenomen handhavingsmix in het jaarverslag over 2025 zijn, de omstandigheden in aanmerking nemend, in totaliteit bezien acceptabel en geven geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake zou zijn van een ontoereikend M&O-beleid.
De Belastingdienst houdt de ontwikkeling ten aanzien van de uitvoering van het toezicht achteraf, waaronder e-commerce, nauwlettend in de gaten, waarbij het de bedoeling is om het toezicht achteraf niet verder te laten dalen vanaf het jaarplan 2025.
d.2 M&O-beleid Dienst Toeslagen en pDG Herstel
Dienst Toeslagen gaat uit van vertrouwen in de burger, maar treedt adequaat op als situaties daarom vragen. Het doel is om burgers te stimuleren de regels uit eigen beweging na te leven. Afhankelijk van de situatie kan hiervoor een mix van handhavingsinstrumenten worden ingezet zoals geautomatiseerd en handmatig toezicht. Eind 2025 zijn hiervoor de laatste deelprocessen van het intensief toezicht herstart, voorzien van de noodzakelijke waarborgen. Door in de voorschotfase intensiever in te zetten op het correct bepalen van de toeslag door attenderingacties en het versterken van de informatiepositie van Dienst Toeslagen, wordt de noodzaak beperkt om achteraf te corrigeren. Dienst Toeslagen handelt hierbij binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving en de beginselen van behoorlijk bestuur, waarbij rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden.
Voor de huurtoeslag is het M&O-beleid, voor aanvragers die bij particuliere verhuurders huren, niet toereikend omdat onvoldoende contra-informatie beschikbaar is om de juiste vaststelling te borgen. Om dit risico te beperken is een aanvullende steekproef uitgevoerd voor de aanvragen waarvoor contra-informatie van verhuurders niet standaard beschikbaar is.
Dienst Toeslagen ontvangt verder signalen en zorgen over M&O in de hersteloperatie. Deze signalen zijn veelal afkomstig van medewerkers van de Belastingdienst, Dienst Toeslagen zelf, gemeenten en de media. Een groot deel van deze signalen betreft zorgen over overcompensatie, maar geen misbruik. Overcompensatie is inherent aan de ruimhartige opzet van de hersteloperatie.
d.3 M&O-beleid Douane
Handhaving binnen de Douane bestaat uit dienstverlening, gelaagd toezicht en ondersteuning van de opsporing om risico’s binnen actoren, aangiften en locaties aan de voor- en achterkant goed af te dekken. Voor de controles op douanerechten, accijns- en verbruiksbelasting heeft de Douane afspraken gemaakt. Voor een solide handhaving stelt de Douane ieder jaar een handhavingsplan op, waarmee de Douane haar handhaving afstemt op de wensen van de opdrachtgever(s) en tijdig inspeelt op recente ontwikkelingen die invloed (kunnen) hebben op het toezicht van de Douane. Naast de jaarlijkse aanpassing van het handhavingsplan bereidt de Douane zich voor op de toekomst met de Visie 2035. In 2025 is het toezicht op de e-commerce stroom versterk. Hierbij is voor de beheersing van de fiscale risico's in deze stroom ingezet op de prioritering, het vergroten van capaciteit en versterking van de handhaving in dit kader.
In 2025 heeft de Douane niet het geplande totaal aantal fiscale controles kunnen uitvoeren. Dit verhoogde risico is door onze opdrachtgever(s) geaccepteerd. Met deze aanpak van de handhaving, de aangepaste werkwijze bij het verlaagd aantal invoercontroles en de ingezette verbetertrajecten beschouwt de Douane het M&O-beleid als toereikend.
Landelijke sturing op de fiscale kwaliteit wordt op dit moment geborgd vanuit de landelijke vakcoördinator die landelijke kaders stelt voor de fiscale kwaliteit via bijvoorbeeld de Kwaliteitsmeting online (KMO). Daarbij geldt dat voor fysiek toezicht de landelijke kaders voor uniforme uitvoering nog niet actueel zijn. Ook wordt via de landelijke vakcoördinator de inhoud beheerd van werkprogramma’s voor de fiscale en technische kwaliteitsborging. In 2025 is daarnaast een versteviging geweest van de eerstelijns kwaliteitscontroles met de introductie van extra controles op de kwaliteit van uitvoering binnen bijvoorbeeld het proces Aangiftebehandeling (AB), ondanks de bestaande druk op de capaciteit. Capaciteitstekort is ook de reden dat de VIC kwaliteit niet is uitgevoerd. De ontwikkeling van de toekomstige landelijke monitoring op kwaliteit van uitvoering achteraf is in ontwikkeling binnen het project Grote Geldstromen.
e. Overige aspecten van de bedrijfsvoering
e.1 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)
In 2025 heeft het ministerie nader aandacht besteed aan de vormgeving van het privacybeleid en de governance. Gewerkt is aan het verder op orde brengen van het verwerkingsregister, het vergroten van de bewustwording rondom privacy en het verzorgen van trainingen binnen alle organisatie-onderdelen. Daarnaast is gewerkt aan het completeren en actualiseren van beleidsstukken. Het ministerie werkt continu aan het naleven van de privacywetgeving. De Belastingdienst heeft in 2025 vooruitgang geboekt bij het beter naleven van de AVG. De Belastingdienst heeft een Toezichtsarrangement116 met de Autoriteit Persoonsgegevens. Het doel is om de naleving van de AVG te bevorderen en te zorgen voor een structurele verbetering van de privacybescherming. De stand-van-zakenbrieven van 13 november 2025 en 12 maart 2026 en de Kamerbrief117 toezeggingen en moties over het Risico Analyse Model (RAM) Belastingdienst gaan hier nader op in.
De Belastingdienst heeft in 2025 een118onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van RAM-spreadsheets op basis van nationaliteit en postcode. In het onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat personen ongelijk zijn behandeld in het fiscale proces op basis van nationaliteit of postcode met het gebruik van RAM -spreadsheets. Echter kan deze conclusie niet met zekerheid worden getrokken, vanwege de beperkte vastlegging. De Auditdienst Rijk heeft vastgesteld dat de Belastingdienst het stappenplan rond de RAM-spreadsheets goed heeft gevolgd en dat de uitkomsten herleidbaar zijn. Wel is dat lastig te volgen door beperkte vastlegging van besluiten en keuzes.
Wet politiegegevens (Wpg)
De ADR heeft op basis van de Wpg de verplichte externe privacy audit uitgevoerd voor de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) over de periode 2020-2023. In 2025 heeft de ADR het rapport119 uitgebracht en heeft daarbij een aantal tekortkomingen geconstateerd, resulterend in een afkeurend oordeel. Op basis van deze bevindingen heeft de FIOD een verbeterplan opgesteld. Onderdelen van de Belastingdienst met bijzondere opsporingsambtenaren (BOA's) die politiegegevens gebruiken, vallen sinds 2019 onder de Wpg-auditplicht. Dit geldt voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) en particulieren (P). Zowel bij de Belastingdienst (MKB/P) als de Douane heeft de ADR bij deze dienstonderdelen onderzoek gedaan naar de compliantie aan de Wpg over de controleperiode 2021-2024 en heeft vastgesteld dat bij beide organisaties ten opzichte van de vorige privacy-audit stappen zijn gezet naar een betere beheersing van privacyrisico's. Echter op een klein aantal punten voldoen de organisaties nog niet (volledig) aan de normen resulterend in een oordeel met beperking. Gezien de aard en omvang van de gegevensverwerkingen is het restrisico voor betrokkenen laag. De Belastingdienst blijft werken aan het doorvoeren van de noodzakelijke verbeteringen.
De Douane Privacy Organisatie (DPO) heeft na de controleperiode in 2025 de inrichting ten behoeve van privacy activiteiten binnen de Douane verder vormgegeven. Hiermee zijn de tweedelijnsactiviteiten versterkt. De naleving van de AVG en de Wpg blijft een punt van aandacht. De DPO is in gesprek met de (uitvoerende) dienstonderdelen om de eerstelijnsverantwoordelijkheden ten aanzien van privacy goed ingericht te houden.
e.2 Algoritmes / Artificial Intelligence (AI) act
De publicatie van impactvolle algoritmes in het afgelopen jaar kent goede progressie. Zowel de Belastingdienst als de Douane hebben hun impactvolle algoritmes opgenomen in het Algoritmeregister. Het beleidsdepartement zal er nog twee publiceren en de Dienst Toeslagen twintig. In het kader van de AI act is door de departementale Chief Data Officer nagegaan of binnen het ministerie gebruik wordt gemaakt van 'verboden AI-systemen'. De uitkomst is dat het ministerie geen gebruik maakt van dergelijke systemen.
e.3 Informatiebeveiliging (IB) en cloudtechnologie
Het digitale dreigingslandschap wordt steeds diverser en onvoorspelbaarder, zoals het actuele Cybersecurity Beeld Nederland120 (CSBN) beschrijft. Nieuwe technologische innovaties, zoals kunstmatige intelligentie en quantumtechnologie, en veranderende geopolitieke verhoudingen zorgen ervoor dat deze dreigingen toenemen en complexer worden. In 2025 heeft het ministerie geïnvesteerd in organisatiebrede bewustwording over informatiebeveiliging en heeft de weerbaarheid van informatiesystemen onderzocht. Daarnaast heeft het ministerie verdere stappen gezet in de lopende verbetertrajecten op het gebied van informatiebeveiliging.
In 2025 is er een departementaal programma gestart om nieuwe wet- en regelgeving te implementeren en de zorgplicht en meldplicht verder uit te werken. Het ministerie heeft zich in 2025 voorbereid op de komst van de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO) die van toepassing zijn op opdrachten met betrekking tot nationale veiligheid. In aanloop naar de invoering van de Europese Richtlijn ter versterking van cybersecurity (NIS2) en de nieuwe nationale wetgeving (Cyberbeveiligingswet en Cyberbeveiligingsbesluit) zijn voorbereidingen getroffen, waaronder het uitvoeren van een uitvoeringstoets. De resultaten hiervan worden begin 2026 verwacht.
Binnen de Belastingdienst is gewerkt aan de verdere implementatie van beheersmaatregelen uit de BIO voor generieke (IV voorzieningen). De sturing op controle en naleving alsmede de governance rondom informatiebeveiliging verdient verbetering om in 2026 ook de juiste stappen te zetten in de implementatie van de Cyberbeveilgingswet.
Cloudtechnologie wordt gebruikt binnen zowel departementale als rijksbrede kaders. Begin 2025 publiceerde de AR de resultaten van haar onderzoek naar het cloudgebruik binnen de Rijksoverheid, waaronder het Ministerie van Financiën121. In de huidige maatschappelijke en politieke discussie wordt meer aandacht besteed aan de inzet van cloudtechnologie waarbij thema's als digitale soevereiniteit en autonomie onderdeel uitmaken van de belangenafweging. De staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane heeft in oktober de Eerste en de Tweede Kamer geïnformeerd122 over de overstap van de kantoorautomatisering naar Microsoft 365123 van de Belastingdienst, Toeslagen en de Douane. Applicaties binnen de primaire processen voor de belastingheffing, -inning en opsporing blijven draaien in de datacenteromgeving van de Belastingdienst.
e.4 IT-beheer - Modernisering ICT-systemen en scriptbeheer
Voor de Belastingdienst wordt verwezen naar onderdeel c.1 over IT-legacy en onderdeel e.3 over informatiebeveiliging. De Douane heeft het afgelopen jaar gewerkt aan het op orde krijgen van het scriptbeheer. Dit heeft geleid tot het oplossen van de bevinding.
Softwarewijzigingsbeheer
Bij aanpassingen in de software is zorgvuldigheid van belang. In 2025 heeft de Auditdienst Rijk knelpunten geconstateerd in de wijze waarop de Belastingdienst kan aantonen dat softwarewijzigingen goed zijn getest. Dit kan risico’s met zich meebrengen voor een betrouwbare financiële verantwoording. De Belastingdienst zal in 2026 verder uitvoering geven aan een hiertoe opgesteld verbeterplan.
f. Fraude- en corruptierisico’s
Organisatie en medewerkers kunnen vatbaar zijn voor fraude en corruptie. De verantwoordelijkheid voor de risicobeheersing ligt bij het management. De organisatieonderdelen stellen risicoanalyses op van de belangrijkste materiële fraude- en corruptierisico’s en rapporteren daarover binnen het stelsel van interne beheersing. Dit betreft de uitgaande en inkomende geldstromen, verslaggeving en integriteit. Uit de departementale risico-inventarisatie zijn de volgende materiële fraude- en corruptierisico's naar voren gekomen:
– Beïnvloeding van medewerkers door samenwerking met criminelen: dit risico wordt afgedekt door middel van het inzetten van soft controls (gericht op houding en gedrag) en hard controls (functiescheidingen, meer-ogen principe, autorisaties in systemen).
– Diefstal van goederen: dit risico wordt afgedekt door screening van personeel en laten tekenen van integriteitsverklaringen, ICT-beveiliging en toegangsbeheer, uitvoeren van interne controles.
De interne fraude- en corruptierisico’s mitigeert het ministerie door een mix van beheersmaatregelen:
– Voorkomen: periodieke risicoanalyse, analyse van te beschermen belangen, trainingen gericht op bewustwording, integriteitsbeleid, inrichting van processen en systemen.
– Ontdekken: inrichting van interne controles op processen, logging en waar nodig ad-hoc monitoring op systemen en afwijkende transacties, verbandscontroles, centrale en decentrale meld- en adviespunten integriteit en analyse van kwetsbare functies.
– Onderzoeken: het management en de meldpunten onderzoeken (vermoedens van) interne fraude.
– Bestrijden: zorgvuldig onderzoek door integriteitsmedewerkers kan leiden tot disciplinaire of strafrechtelijke maatregelen.
Binnen het ministerie is een inventarisatie van fraude- en corruptierisico’s uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat organisatieonderdelen een eigen registratiewijze hebben om risico’s en beheersmaatregelen vast te leggen. Om ministerie-breed eenduidig te kunnen rapporteren over de belangrijkste fraude- en corruptierisico’s is in 2025 een werkgroep gestart met het opstellen van een kader om meer uniform te werken. De departementale werkgroep wisselt kennis en ervaring uit over de risicoanalyses, rapportages, signalen en toezicht gericht op het voorkomen van fraude. Naar verwachting zal dit kader in 2026 gereed zijn. Afgelopen jaar is aandacht besteed aan frauderisicomanagement in het Audit Committee.
Over 2025 zijn er geen (vermoedens van) interne financiële fraudes van materieel belang met significante gevolgen voor de eigen financiële overzichten vastgesteld.
7.2 Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
Voor wat betreft de toepassing van open standaarden schrijft de Instructie Rijksdienst voor dat bij de aanschaf en ontwikkeling van ICT-diensten of ICT-producten in beginsel gebruik moet worden gemaakt van open standaarden van de lijst van het Forum Standaardisatie en dat over de mate van naleving verantwoording wordt afgelegd. Binnen de Belastingdienst is het proces hiervoor weliswaar ingericht voor individuele inkopen, maar door het ontbreken van een centrale registratie, kan de Belastingdienst niet waarborgen dat in alle gevallen deze standaarden zijn geselecteerd en toegepast. In 2026 wordt gewerkt aan het verbeteren van monitoring op het naleven van de standaarden.
7.3 Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
Box 3
In 2025 hebben burgers de mogelijkheid gekregen om het formulier voor opgaaf werkelijk rendement voor box 3 in te dienen. Daarmee wil de Belastingdienst voldoen aan de arresten van juni 2024 van de Hoge Raad, waarop de wet tegenbewijsregeling box 3 volgde. De Belastingdienst heeft voorbereidingen getroffen voor een zorgvuldige behandeling van de ingediende tegenbewijzen in 2026. De risicoparagraaf van het focusonderwerp gaat nader in op dit onderwerp.
Kamerstukken ll 2025-2026, 31 066, nr. 1518, Stand-van-zaken Belastingdienst maart 2026 | Tweede Kamer der Staten-Generaal https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z05043&did=2026D11484
Kamerstukken ll 2025-2026, 36 708, nr. 63
Kamerstukken II 2024-2025, 31 066, nr. 1500
Kamerstukken ll 2024-2025, 31 066, nr. 1464
Kamerstukken ll 2025-2026, 32 761, nr. 335
Kamerstukken ll 2025-2026, 31 066, nr. 1525
C. JAARREKENING
8. Departementale verantwoordingsstaat IXA en IXB
Art. | Omschrijving | Vastgestelde begroting (1) | Realisatie (2)1 | Verschil (3)=(2)-(1) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | ||
Totaal | 33.281.701 | 33.281.701 | 84.307.569 | 31.728.284 | 31.728.284 | 61.449.313 | ‒ 1.553.417 | ‒ 1.553.417 | ‒ 22.858.256 | |
Beleidsartikelen | 33.281.701 | 33.281.701 | 84.307.569 | 31.728.284 | 31.728.284 | 61.449.313 | ‒ 1.553.417 | ‒ 1.553.417 | ‒ 22.858.256 | |
11 | Financiering staatsschuld | 27.683.377 | 27.683.377 | 69.113.935 | 26.512.959 | 26.512.959 | 46.790.157 | ‒ 1.170.418 | ‒ 1.170.418 | ‒ 22.323.778 |
12 | Kasbeheer | 5.598.324 | 5.598.324 | 15.193.634 | 5.215.325 | 5.215.325 | 14.659.156 | ‒ 382.999 | ‒ 382.999 | ‒ 534.478 |
Art. | Omschrijving | Vastgestelde begroting (1) | Realisatie (2)1 | Verschil (3)=(2)-(1) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | ||
Totaal | 44.416.869 | 27.626.425 | 228.956.031 | 94.530.088 | 25.490.363 | 243.628.139 | 50.113.219 | ‒ 2.136.062 | 14.672.108 | |
Beleidsartikelen | 43.969.642 | 27.179.203 | 228.897.957 | 94.064.063 | 25.020.423 | 243.552.827 | 50.094.421 | ‒ 2.158.780 | 14.654.870 | |
01 | Belastingen | 3.547.362 | 3.682.000 | 204.142.129 | 4.105.159 | 4.058.738 | 216.360.867 | 557.797 | 376.738 | 12.218.738 |
02 | Financiële markten | 28.452 | 28.452 | 9.905 | 28.567 | 27.938 | 40.109 | 115 | ‒ 514 | 30.204 |
03 | Financierings- activiteiten publiek-private sector | 19.975.561 | 14.783.893 | 1.812.752 | 61.419.392 | 12.503.316 | 3.541.556 | 41.443.831 | ‒ 2.280.577 | 1.728.804 |
04 | Internationale financiële betrekkingen | 2.584.933 | 628.955 | 67.620 | 17.702.274 | 748.726 | 378.424 | 15.117.341 | 119.771 | 310.804 |
05 | Exportkrediet- verzekeringen, -garanties en investerings- verzekeringen | 10.086.158 | 148.158 | 131.458 | 3.535.113 | 272.904 | 218.495 | ‒ 6.551.045 | 124.746 | 87.037 |
06 | Btw-compensatie- fonds | 4.248.694 | 4.248.694 | 4.248.694 | 4.893.319 | 4.893.319 | 4.893.318 | 644.625 | 644.625 | 644.624 |
09 | Douane | 837.396 | 837.396 | 18.485.399 | 905.135 | 924.846 | 18.118.144 | 67.739 | 87.450 | ‒ 367.255 |
13 | Toeslagen | 2.661.086 | 2.821.655 | 0 | 1.475.104 | 1.590.636 | 1.914 | ‒ 1.185.982 | ‒ 1.231.019 | 1.914 |
Niet-beleidsartikelen | 447.227 | 447.222 | 58.074 | 466.025 | 469.940 | 75.312 | 18.798 | 22.718 | 17.238 | |
08 | Apparaat | 433.251 | 433.246 | 58.074 | 466.025 | 469.940 | 75.312 | 32.774 | 36.694 | 17.238 |
10 | Nog onverdeeld | 13.976 | 13.976 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 13.976 | ‒ 13.976 | 0 |
De financiële en niet-financiële toelichting op de departementale verantwoordingsstaten is opgenomen in onderdeel B beleidsverslag.
9. Saldibalans
9.1 Saldibalans Nationale Schuld IXA
Activa | 31-12-2025 | 31-12-2024 | Passiva | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Intra-comptabele posten | Intra-comptabele posten | |||||||||
1 | Uitgaven ten laste van de begroting | 31.728.284 | 50.291.685 | 2 | Ontvangsten ten gunste van de begroting | 61.449.313 | 70.942.402 | |||
3 | Liquide middelen | 2 | 2 | 3 | Liquide middelen | 0 | 0 | |||
4 | Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding | 27.779.756 | 17.801.020 | 4a | Rekening-courant RHB | 0 | 0 | |||
5 | Rekening-courant RHB Begrotingsreserve | 0 | 0 | 5a | Begrotingsreserves | 0 | 0 | |||
6 | Vorderingen buiten begrotingsverband | 239.838 | 205.612 | 7 | Schulden buiten begrotingsverband | 6.706.847 | 8.750.265 | |||
8 | Kas-transverschillen | 8.408.281 | 11.394.349 | |||||||
Subtotaal intra-comptabel | 68.156.161 | 79.692.668 | Subtotaal intra-comptabel | 68.156.161 | 79.692.668 | |||||
Extra-comptabele posten | Extra-comptabele posten | |||||||||
9 | Openstaande rechten | 0 | 0 | 9a | Tegenrekening openstaande rechten | 0 | 0 | |||
10 | Vorderingen | 28.613.542 | 22.158.394 | 10a | Tegenrekening vorderingen | 28.613.542 | 22.158.394 | |||
11a | Tegenrekening schulden | 562.397.778 | 517.514.092 | 11 | Schulden | 562.397.778 | 517.514.092 | |||
12 | Voorschotten | 0 | 0 | 12a | Tegenrekening voorschotten | 0 | 0 | |||
13a | Tegenrekening garantieverplichtingen | 0 | 0 | 13 | Garantieverplichtingen | 0 | 0 | |||
14a | Tegenrekening andere verplichtingen | 0 | 0 | 14 | Andere verplichtingen | 0 | 0 | |||
15 | Deelnemingen | 0 | 0 | 15a | Tegenrekening deelnemingen | 0 | 0 | |||
Subtotaal extra-comptabel | 591.011.320 | 539.672.486 | Subtotaal extra-comptabel | 591.011.320 | 539.672.486 | |||||
Totaal | 659.167.481 | 619.365.154 | Totaal | 659.167.481 | 619.365.154 | |||||
Algemene toelichting
Alle bedragen zijn nominale waarden vermeld in duizenden euro’s, tenzij anders aangegeven. Relevante posten worden hieronder nader toegelicht. Hierbij is de nummering van de saldibalans aangehouden. Door afronding van bedragen kan het voorkomen dat totaaltellingen niet aansluiten bij de som der delen.
1. Uitgaven ten laste van de begroting
Deze post bevat de nog niet met de Rijkshoofdboekhouding verrekende begrotingsuitgaven uit 2025. Verrekening van de begrotingsuitgaven zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.
2. Ontvangsten ten gunste van de begroting
Deze post betreft de nog niet met de Rijkshoofdboekhouding verrekende begrotingsontvangsten uit 2025. Verrekening van de begrotingsontvangsten zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.
3. Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit de saldi op bankrekeningen en de bij de kasbeheerders aanwezige kasgelden.
4. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding
Deze post geeft de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Er zijn twee rekening-courantverhoudingen: het Agentschap (artikel 11) en het geïntegreerd middelen beheer (GMB, artikel 12). De bedragen zijn per 31 december 2025 in overeenstemming met de opgaven van de Rijkshoofdboekhouding.
6. Vorderingen buiten begrotingsverband
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.
Ultimo 2025 | Ultimo 2024 | |
Vooruitbetaalde disconto | 102.363 | 131.105 |
Te ontvangen rente vlottende schuld | 16.891 | 17.266 |
Te realiseren disagio | 59.956 | 0 |
Te ontvangen rente m.b.t. GMB | 60.628 | 57.240 |
Totaal | 239.838 | 205.611 |
Vooruitbetaalde disconto
Deze post betreft de te vergoeden (disconto)rente bij de uitgifte van schatkistpapier (DTC’s). Schatkistpapier is discontopapier, dat wil zeggen dat aan het einde van de looptijd de nominale waarde wordt terugbetaald. De aankoopprijs is de nominale waarde verrekend met de te vergoeden (disconto)rente. Gedurende de looptijd wordt het disconto toegerekend aan de rentelasten.
Te realiseren disagio
Het uitstaande saldo (€ 60 mln.) is het saldo van agio en disagio dat in het verleden is ontstaan bij de uitgifte van vaste schuld, voor zover dat nog niet als uitgave of ontvangst is verantwoord. In 2025 lag het effectieve rendement bij de uitgifte van vaste schuld al enkele jaren boven de couponrente, waardoor de staat in die jaren leningen met disagio heeft uitgegeven. Waar deze post de afgelopen jaren per saldo resulteerde in te realiseren agio (een schuld), is dit saldo in 2025 veranderd in te realiseren disagio (een vordering).
7. Schulden buiten begrotingsverband
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.
Ultimo 2025 | Ultimo 2024 | |
Te realiseren agio | 0 | 1.963.312 |
Te betalen rente onderhandse leningen | 1.420 | 1.427 |
Te betalen rente openbare schuld | 4.980.039 | 4.435.157 |
Te betalen rente vlottende schuld | 7.363 | 1.649 |
Derden van het Agentschap | 85.543 | 136.363 |
Te betalen rente m.b.t. GMB | 1.632.481 | 2.212.355 |
Totaal | 6.706.846 | 8.750.264 |
Te betalen rente onderhandse leningen
Deze post betreft de opgelopen rente op onderhandse leningen die de staat nog moet betalen aan tegenpartijen.
Te betalen rente openbare schuld
Deze post betreft de opgelopen rente op staatsleningen die de staat nog moet betalen aan tegenpartijen.
Te betalen rente vlottende schuld
Deze post betreft de opgelopen rente op vlottende schuld die de staat nog moet betalen aan tegenpartijen.
Derden van het Agentschap
De post derden van het Agentschap bestaat voor het grootste deel uit het onderpand in contanten dat uit hoofde van derivatencontracten is gestald bij het Agentschap.
Te betalen rente m.b.t. GMB
Deze post betreft de opgelopen rente die de staat nog moet betalen aan de deelnemers van schatkistbankieren over het saldo dat zij aanhouden op rekeningen-courant en in deposito’s.
8. Kas-transverschillen
Op deze rekening zijn de bedragen opgenomen die zijn verantwoord in de uitgaven en ontvangsten, maar nog niet daadwerkelijk in de kas zijn uitgegeven of ontvangen. Deze verschillen ontstaan doordat rentelasten en -baten worden verantwoord op transactiebasis. Hierbij worden transacties administratief verwerkt op het moment dat ze zich voordoen. Bij het kasstelsel is het moment van betaling en ontvangst leidend. Het verschil dat ontstaat tussen beide verantwoordingsmethoden wordt op deze rekening opgenomen.
Met de registratie van rente op transactiebasis wordt aangesloten bij het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) 2010. Sinds 2002 wordt deze werkwijze toegepast. Dit bedrag is het saldo van alle posten in de tabellen ‘Vorderingen buiten begrotingsverband’ en ‘Schulden buiten begrotingsverband’ van het voorgaande jaar, behalve het gestalde onderpand dat in de post Derden van het Agentschap is opgenomen. De onderpanden worden niet meegenomen in het kas-transverschil omdat voor deze post alle boekingen op kasbasis zijn waardoor geen kas-transverschillen ontstaan.
Vorderingen buiten begrotingsverband ultimo 2024 | 206 |
Vooruitbetaalde disconto | 131 |
Te ontvangen rente vlottende schuld | 17 |
Te ontvangen rente m.b.t. GMB | 57 |
Schulden buiten begrotingsverband ultimo 2024 | 8.614 |
Te realiseren agio | 1.963 |
Te betalen rente onderhandse leningen | 1 |
Te betalen rente openbare schuld | 4.435 |
Te betalen rente vlottende schuld | 2 |
Te betalen rente m.b.t. GMB | 2.212 |
Totaal kas-transverschillen 2025 | 8.408 |
10. Vorderingen
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.
Ultimo 2025 | Ultimo 2024 | |
Loans | 450.000 | 450.000 |
GCP Basket | 9.855.000 | 4.000.000 |
Deposit lend | 900.000 | 1.600.000 |
Verstrekte leningen Agentschappen | 10.071.497 | 9.243.216 |
Verstrekte leningen RWT's en derden | 7.337.044 | 6.865.177 |
Totaal | 28.613.541 | 22.158.394 |
Het grootste gedeelte van de vorderingen bestaat uit leningen die zijn verstrekt aan agentschappen en RWT’s in het kader van schatkistbankieren. Ultimo 2025 hadden deze leningen een gewogen gemiddelde looptijd van 20,1 jaar. De posten GCP Basket en Deposit lend betreffen geldmarktinstrumenten met een korte looptijd. De post Loans betreft de vordering die de Nederlandse staat heeft op ABN AMRO Bank.
Opeisbaarheid van de vorderingen
Het volgende overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de vorderingen.
Direct opeisbare vorderingen | 0 |
Op termijn opeisbare vorderingen | 28.613.541 |
Geconditioneerde vorderingen | 0 |
Totaal | 28.613.541 |
11. Schulden
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.
Ultimo 2025 | Ultimo 2024 | |
Vaste schuld1 | ||
Dutch State Loans | 391.926.435 | 371.170.427 |
Private loans | 115.168 | 153.156 |
Vlottende schuld | ||
Dutch Treasury Certificates (DTC) | 24.910.000 | 22.850.000 |
Deposit borrow in EUR | 11.848.800 | 2.180.000 |
Commercial Paper in USD | 16.060.578 | 6.791.969 |
Commercial Paper in EUR | 3.800.000 | 13.694.200 |
RC Agentschappen | 4.622.865 | 4.172.693 |
RC RWT’s en derden | 27.269.568 | 25.441.088 |
RC decentrale overheden | 16.656.636 | 17.442.529 |
RC sociale fondsen | 62.675.204 | 51.227.579 |
Deposito’s | ||
Deposito’s RWT’s en derden | 788.500 | 807.150 |
Deposito’s decentrale overheden | 1.724.024 | 1.583.300 |
Totaal | 562.397.777 | 517.514.092 |
De post Schulden heeft betrekking op in het verleden binnen begrotingsverband geboekte ontvangsten, waarvan op termijn nog verrekening met derden zal plaatsvinden. De vaste schuld betreft voornamelijk de Dutch State Loans (€ 391,9 mld.). De vlottende schuld betreft voornamelijk de Dutch Treasury Certificates (€ 24,9 mld.). Daarnaast had de Nederlandse staat ultimo 2025 vlottende schuld in de vorm van deposito’s en commercial paper.
Verder heeft de Nederlandse staat schulden die voortkomen uit het schatkistbankieren. Deelnemers aan schatkistbankieren houden middelen aan op hun rekening-courant (RC) bij de schatkist. Deze tegoeden vallen onder de vlottende schuld omdat ze direct opvraagbaar zijn. Daarnaast kunnen deelnemers ook deposito’s plaatsen. Ultimo 2025 bedroeg de gewogen gemiddelde looptijd van de deposito’s in de schatkist 6,9 jaar.
Voor een specificatie naar uitgiftejaar van de stand van de vaste schuld per 31 december 2025 wordt verwezen naar het onderstaande overzicht.
Jaar van uitgifte | Openbaar | Onderhands | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
1998 | 13.028,0 | 18,2 | 13.046,1 | |||
1999 t/m | 2004 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | ||
2005 | 19.717,4 | 0,0 | 19.717,4 | |||
2006 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |||
2007 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |||
2008 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |||
2009 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |||
2010 | 18.839,9 | 97,02 | 2 | 18.936,9 | ||
2011 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |||
2012 | 15.507,9 | 0,0 | 15.507,9 | |||
2013 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |||
2014 | 22.505,2 | 0,0 | 22.505,2 | |||
2015 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | |||
2016 | 17.215,1 | 0,0 | 17.215,1 | |||
2017 | 17.705,9 | 0,0 | 17.705,9 | |||
2018 | 19.331,9 | 0,0 | 19.331,9 | |||
2019 | 30.350,0 | 0,0 | 30.350,0 | |||
2020 | 51.549,2 | 0,0 | 51.549,2 | |||
2021 | 48.122,9 | 0,0 | 48.122,9 | |||
2022 | 45.797,1 | 0,0 | 45.797,1 | |||
2023 | 38.592,9 | 0,0 | 38.592,9 | |||
2024 | 13.353,6 | 0,0 | 13.353,6 | |||
2025 | 20.309,5 | 0,0 | 20.309,5 | |||
Totaal | 391.926,4 | 115,2 | 392.041,6 |
9.2 Saldibalans Ministerie van Financiën IXB
Activa | 31-12-2025 | 31-12-2024 | Passiva | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Intra-comptabele posten | Intra-comptabele posten | |||||||||
1 | Uitgaven ten laste van de begroting | 25.490.360 | 26.020.663 | 2 | Ontvangsten ten gunste van de begroting | 243.628.145 | 241.850.375 | |||
3 | Liquide middelen | 48.776 | 56.824 | 3 | Liquide middelen | 0 | 0 | |||
4 | Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding | 218.730.259 | 216.293.387 | 4a | Rekening-courant RHB | 0 | 0 | |||
5 | Rekening-courant RHB Begrotingsreserve | 841.153 | 734.772 | 5a | Begrotingsreserves | 841.153 | 734.772 | |||
6 | Vorderingen buiten begrotingsverband | 10.900 | 11.444 | 7 | Schulden buiten begrotingsverband | 652.150 | 531.943 | |||
8 | Kas-transverschillen | 0 | 0 | |||||||
Subtotaal intra-comptabel | 245.121.448 | 243.117.090 | Subtotaal intra-comptabel | 245.121.448 | 243.117.090 | |||||
Extra-comptabele posten | Extra-comptabele posten | |||||||||
9 | Openstaande rechten | 48.349.920 | 53.063.415 | 9a | Tegenrekening openstaande rechten | 48.349.920 | 53.063.415 | |||
10 | Vorderingen | 27.823.075 | 16.178.749 | 10a | Tegenrekening vorderingen | 27.823.075 | 16.178.749 | |||
11a | Tegenrekening schulden | 0 | 0 | 11 | Schulden | 0 | 0 | |||
12 | Voorschotten | 472.109 | 386.785 | 12a | Tegenrekening voorschotten | 472.109 | 386.785 | |||
13a | Tegenrekening garantieverplichtingen | 273.105.557 | 212.911.656 | 13 | Garantieverplichtingen | 273.105.557 | 212.911.656 | |||
14a | Tegenrekening andere verplichtingen | 16.004.239 | 16.792.742 | 14 | Andere verplichtingen | 16.004.239 | 16.792.742 | |||
15 | Deelnemingen | 38.459.372 | 40.522.990 | 15a | Tegenrekening deelnemingen | 38.459.372 | 40.522.990 | |||
Subtotaal extra-comptabel | 404.214.272 | 339.856.337 | Subtotaal extra-comptabel | 404.214.272 | 339.856.337 | |||||
Totaal | 649.335.720 | 582.973.427 | Totaal | 649.335.720 | 582.973.427 | |||||
Algemene toelichting
Alle bedragen zijn in nominale waarden en in duizenden euro’s vermeld, tenzij anders aangegeven. Relevante posten worden hieronder toegelicht volgens de nummering van de saldibalans. Door afronding kunnen totaaltellingen afwijken van de som der delen.
1. Uitgaven ten laste van de begroting
Deze post bevat de nog niet met de Rijkshoofdboekhouding verrekende begrotingsuitgaven 2025. Verrekening van de begrotingsuitgaven zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.
2. Ontvangsten ten gunste van de begroting
Deze post betreft de nog niet met de Rijkshoofdboekhouding verrekende begrotingsontvangsten 2025. Verrekening van de begrotingsontvangsten zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.
3. Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit de saldi op bankrekeningen en de bij kasbeheerders aanwezige kasgelden.
4. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding
Deze post geeft de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Het bedrag is per 31 december 2025 in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.
5. en 5a. Begrotingsreserves
In de praktijk worden dit ook wel interne begrotingsreserves oftewel risicovoorzieningen genoemd. Een begrotingsreserve is een meerjarige budgettaire voorziening die op een afzonderlijke rekening-courant wordt aangehouden. Het gaat om een interne budgettaire voorziening of reserve binnen de Rijksbegroting. De reserve blijft meerjarig beschikbaar voor het doen van uitgaven in latere jaren. Voor elke begrotingsreserve wordt in de administratie van de Rijkshoofdboekhouding een afzonderlijke rekening-courant aangehouden.
Saldo 01-01-2025 | Toevoegingen 2025 | Onttrekkingen 2025 | Saldo 31-12-2025 | Begrotingsartikel | |
Garantie BES | 6,0 | 0,0 | 0,0 | 6,0 | 2 |
Garantie NHT | 3,9 | 0,5 | 0,0 | 4,4 | 2 |
Ekv | 724,9 | 130,2 | ‒ 24,4 | 830,7 | 5 |
|---|---|---|---|---|---|
Totaal | 734,8 | 130,7 | ‒ 24,4 | 841,2 |
Ekv
In overeenstemming met het garantiekader voor risicoregelingen is er een risicovoorziening voor de Exportkredietverzekering opgericht. Deze begrotingsreserve werkt als buffer om per jaar het verschil tussen enerzijds premieontvangsten en schaderestituties (op polissen vanaf 1999 en vóór 2019) en anderzijds definitieve schades (vanaf 2019), de kostenvergoeding en te betalen premies en restituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) voor herverzekerde schades op te vangen.
NHT
Binnen de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden (NHT) leveren verzekeraars, herverzekeraars en de Nederlandse staat gezamenlijk een dekkingscapaciteit van €1 mld. per jaar voor terrorismeschade. De NHT is een herverzekeringspool waarop deelnemende verzekeraars een beroep kunnen nadat zij vergoeding hebben uitgekeerd voor schade die is veroorzaakt door terrorisme. De Staat heft een jaarlijkse premie (€ 536.000 over 2025) over het afgegeven garantiebedrag. Deze middelen worden gestort in een per 1 juni 2018 opgerichte begrotingsreserve.
6. Vorderingen buiten begrotingsverband
Onder de vorderingen buiten begrotingsverband zijn posten opgenomen, die nog met derden moeten worden verrekend. De stand ultimo 2025 van € 10,9 mln. heeft grotendeels betrekking op diversen vorderingen van de Belastingdienst en een vordering op de Nederlandse Bank (€ 4,1 mln.).
7. Schulden buiten begrotingsverband
Onder de schulden buiten begrotingsverband zijn de posten opgenomen, die nog aan derden moeten worden betaald. De stand ultimo 2025 van ruim € 652 mln. Dit heeft met name betrekking op de consignatiekas, ontvangen provinciale opcenten die nog verrekend moeten worden met de provincies, opbrengsten omzetbelasting MSID en zekerheidsstellingen.
9. Openstaande rechten
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.
Ultimo 2025 | Ultimo 2024 | ||
|---|---|---|---|
Belastingvorderingen | 48.297.765 | 52.918.380 | |
Vorderingen DRZ | 13.027 | 19.369 | |
Btw-compensatiefonds | 0 | 0 | |
Overige | 39.128 | 125.665 | |
Totaal openstaande rechten | 48.349.920 | 53.063.414 |
Belastingvorderingen (Belastingdienst en Douane)
De belangrijkste posten van de ultimo 2025 openstaande belastingvorderingen zijn in onderstaande tabel opgenomen. De stand van de openstaande belastingvorderingen is in 2025 afgenomen met € 4,7 mld. Deze daling betreft met name de vennootschapsbelasting en wordt veroorzaakt doordat naar aanleiding van een hoge vermindering ad € 3,4 mld. besloten is om meervoudig opgelegde aanslagen voor vennootschapsbelasting en Inkomensheffing ter behoud van rechten voortaan nog maar één keer in het openstaand saldo mee te nemen. Dit omdat op deze aanslagen hooguit op één aanslag een belastingontvangst kan binnenkomen. Het saldo van de rechten is daarom voor nog openstaande meervoudige vorderingen ultimo 2025 met circa € 2,7 mld. verminderd.
Ultimo 2025 | Ultimo 2024 | |
|---|---|---|
Vennootschapsbelasting | 12,4 | 18,0 |
Inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen | 13,5 | 12,2 |
Omzetbelasting | 9,5 | 9,6 |
Loonbelasting/premies volksverzekeringen | 8,0 | 8,9 |
Erf- en schenkbelasting | 1,2 | 0,9 |
Zorgverzekeringswet | 0,9 | 0,8 |
Dividendbelasting | 0,6 | 0,6 |
Overig | 2,2 | 1,9 |
Totaal | 48,3 | 52,9 |
Het volgende overzicht geeft aan in welk jaar de nog openstaande belastingvorderingen zijn ontstaan.
Figuur 9 - Ouderdom van de Belastingvorderingen (verdeling in procenten)

Een aanzienlijk deel van het totaal te vorderen bedrag zal waarschijnlijk niet inbaar zijn. Van de openstaande belastingvorderingen is bij 80% de uiterste betaaldatum verstreken. Hiervan wordt 14% betwist, bijvoorbeeld vanwege ingediende bezwaarschriften. Ook veel niet-betwiste, maar achterstallige vorderingen zijn mogelijk niet of moeilijk inbaar, bijvoorbeeld door faillissementen.
Eind 2025 bedroeg het verruimde uitstel van betaling als gevolg voor Corona voor de belangrijkste belastingen € 4,0 mld. Bij een deel van de coronaschulden is het uitstel van betaling beëindigd, omdat belastingplichtigen niet aan de verplichtingen van de betalingsregeling voldeden. Op deze schuld (ultimo 2025 een openstaand bedrag van 2,7 miljard) is het normale invorderingsproces van toepassing. Ultimo 2025 was ruim 1,1 miljard van de oorspronkelijke coronaschuld afgeboekt als oninbaar.Bij de Voorjaarsnota 2025 is geraamd dat ongeveer € 3,5 miljard van het oorspronkelijke corona-uitstel uiteindelijk niet afgelost wordt.
De Belastingdienst en Douane boeken vorderingen die niet meer te innen zijn als oninbaar en nemen dan geen invorderingsmaatregelen meer, hoewel invordering tot verjaring mogelijk blijft. Bij latere betaling of verrekening wordt het bedrag alsnog afgeboekt. In 2025 bedroeg het nettobedrag aan als oninbaar geboekte vorderingen, inclusief gerealiseerde afboekingen, € 1,6 mld.
Ultimo 2025 | Ultimo 2024 | |
|---|---|---|
Ultimo vorig jaar | 52.918.380 | 52.253.446 |
Ontstane rechten | 151.177.831 | 138.618.536 |
Vervallen rechten | ‒ 155.798.446 | ‒ 137.953.602 |
Totaal | 48.297.765 | 52.918.380 |
Ultimo 2025 | Ultimo 2024 | |
|---|---|---|
Reguliere belastingvorderingen Belastingdienst | 43.682.289 | 48.482.275 |
Reguliere belastingvorderingen Douane | 1.240.116 | 1.165.092 |
Rechten BCN | 75.048 | 63.693 |
Conserverende aanslagen Inkomstenbelasting/Premies volksverzekeringen | 3.250.317 | 3.175.752 |
Conserverende aanslagen Erf- en schenkbelasting | 49.995 | 31.568 |
Totaal | 48.297.765 | 52.918.380 |
Dit betreft het nominale bedrag van de in de debiteurenadministraties van de Belastingdienst en de Douane geregistreerde openstaande invorderingsopdrachten, gecorrigeerd voor de betalingen die ultimo 2025 waren ontvangen maar nog niet waren verwerkt in de debiteurenadministraties. Van de totale € 48,3 mld. zijn de conserverende aanslagen, € 3,3 mld., niet direct invorderbaar.
Vorderingen DRZ (Domeinen Roerende Zaken)
De vorderingen (rechten) van € 13,0 mln. ultimo 2025 hebben betrekking op de periode tot en met 2027. Dit betekent dat de vorderingen in de jaren 2026-2027 worden ontvangen. De vorderingen van DRZ bestaan voor 93,5% uit verkopen van militair strategische roerende zaken. In 2025 is door DRZ € 12,9 mln. aan betalingen ontvangen voor militair strategische goederen van Defensie.
De ouderdom (jaar van herkomst) van de vorderingen DRZ is als volgt:
Ontstaan vóór 2022 | 9.088 |
|---|---|
Ontstaan in 2022 | 0 |
Ontstaan in 2023 | 0 |
Ontstaan in 2024 | 0 |
Ontstaan in 2025 | 3.939 |
Totaal | 13.027 |
Overige
Financiën heeft nog een vordering op de Nederlandse Loterij vanwege de te ontvangen afdrachten over het 4e kwartaal. Het gaat om € 39,1 mln. over 2025.
10. Vorderingen
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.
31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|
Lening Griekenland | 1.591.194 | 1.912.295 | |
Lening Oekraïne | 200.000 | 200.000 | |
Lening Tennet | 25.000.000 | 13.100.000 | |
Lening hybride kapitaal Wereldbank: IBRD | 62.546 | 69.746 | |
Geconsolideerde vorderingen exportkredietverzekering | 465.585 | 289.721 | |
Overige vorderingen exportkredietverzekering | 477.744 | 563.721 | |
Overige | 26.005 | 43.266 | |
Totaal | 27.823.075 | 16.178.748 | |
Leningen Griekenland, Oekraïne, TenneT en IBRD
De verstrekte leningen worden toegelicht in paragraaf 4.4 Overzicht van Risicoregelingen.
Geconsolideerde vorderingen exportkredietverzekering
Het grootste deel van de geconsolideerde vorderingen (€ 466 mln., excl. consolidatierente) valt onder consolidatie-overeenkomsten van de Club van Parijs. Vorderingen begrepen in consolidatie-overeenkomsten zijn door landen erkende schulden waar een betalingsregeling voor geldt en kunnen derhalve worden beschouwd als recuperabel. In 2025 is € 129 mln. aan overige vorderingen voor Sri Lanka administratief omgezet naar geconsolideerde vorderingen.
Overige vorderingen exportkredietverzekeringen
De overige vorderingenstand EKV daalt in 2025 met € 86,0 mln. Dit komt door nieuwe vorderingen na schade-uitkeringen, het afsluiten van schadedossiers zonder recuperatiemogelijkheid, ontvangen restituties en wisselkoersbijstellingen.
Overige vorderingen
De overige vorderingen dalen met circa € 18,8 mln. Dit is grotendeels het gevolg van vervallen van een voorwaardelijke vordering van € 22,5 mln. die te maken had met de verkoop van Propertize (onderdeel van SNS Reaal) in 2016. Dit bedrag zou worden uitgekeerd als aan bepaalde voorwaarden zou worden voldaan die samenhingen met de liquidatie van een vastgoedproject. De vordering is buiteninvordering gesteld vanwege de liquidatie van de betrokken entiteit waardoor niet aan de voorwaarden kan worden voldaan.124 Daartegenover staat een stijging van de overige vorderingen door de toename van de vordering in het BTW-compensatiefonds (toename € 4,7 mln.).
Niet uit de balans blijkende vordering
Tot de voorwaardelijke vorderingen behoort het saldo van de Maintenance Of Value-posities (MOV) bij internationale instellingen. Dit houdt in dat aandeelhouders verplicht zijn om onder bepaalde voorwaarden de waarde van hun oorspronkelijke kapitaalinleg te waarborgen. In 2025 bedroeg het MOV-saldo € 50,0 mln. Door wisselkoersschommelingen kan dit saldo een vordering of verplichting zijn. De aandeelhouders hebben besloten voorlopig geen MOV-uitkeringen te doen, zodat geen financiële transacties plaatsvinden tenzij dit besluit wordt herzien.
Ouderdomsoverzicht van de vorderingen
De ouderdom van de vorderingen exclusief de geconsolideerde en overige vorderingen exportkredietverzekeringen, is als volgt:
Ontstaan voor 2022 | 1.603.646 | |
|---|---|---|
Ontstaan in 2022 | 200.396 | |
Ontstaan in 2023 | 15.519 | |
Ontstaan in 2024 | 13.148.358 | |
Ontstaan in 2025 | 11.911.827 | |
Totaal | 26.879.745 | |
Opeisbaarheid van de vorderingen
Het volgend overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de vorderingen.
Direct opeisbare vorderingen | 959.074 | |
|---|---|---|
Op termijn opeisbare vorderingen | 26.864.001 | |
Geconditioneerde vorderingen | 0 | |
Totaal | 27.823.075 | |
11. Schulden
Onder schulden zijn posten opgenomen die zijn voortgekomen uit ontvangsten ten gunste van de begroting. De begroting IXB van het ministerie van Financiën heeft geen schulden.
12. Voorschotten
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.
Ultimo 2025 | Ultimo 2024 | |
Herverzekering leverancierskredieten | ‒ 21.675 | ‒ 90.207 |
Btw-compensatiefonds | 158.276 | 157.703 |
Overige | 335.507 | 319.288 |
Totaal | 472.108 | 386.785 |
Herverzekering leverancierskredieten
De in 2025 en eerdere jaren betaalde en ontvangen bedragen in het kader van de herverzekering leverancierskredieten hebben een voorlopig karakter. Daarom is het saldo van de betaalde en ontvangen bedragen als voorschot opgenomen. Aangezien er tot zover meer is ontvangen dan betaald, leidt dit tot een negatief voorschotbedrag van per saldo € 21,7 mln. De stand van het negatieve voorschot is afgenomen ten opzichte van ultimo 2024, doordat bedragen (deels) definitief zijn vastgesteld. Deze vaststelling betreft zowel de uitgaven als de ontvangsten.
Btw-compensatiefonds
Dit zijn voorschotten die betrekking hebben op bijdragen aan gemeenten en regionale openbare lichamen.
Overige voorschotten
Voor € 112 mln. betreft het ambtshalve voorschotten uitbetaald op de evenredige bijdrage verdeling. Deze voorschotten zijn uitbetaald aan burgers bij wie meer dan het maximum aan inkomensafhankelijke bijdrage in het kader van de zorgverzekeringswet is ingehouden.
Daarnaast betreft dit voor ruim € 138 mln. voorschotten programmakosten Toeslagen (herstelregelingen). Een groot deel daarvan zijn voorschotten voor de uitvoering en de betaling van de private schuldenregeling. Het volledige bedrag wordt als voorschot aangemerkt, totdat de besteding is gecontroleerd door de accountant van SBN (Sociaal Banken Nederland). Deze controle vindt plaats na afsluiting van de jaarrekening van het ministerie van Financiën. Daarnaast heeft bevoorschotting plaatsgevonden aan de Stichting Gelijkwaardig Herstel in verband met de uitvoering van de aanvullende schaderoutes en aan Radar met betrekking tot de gedupeerde ouders die in het buitenland wonen.
Ook is er in 2024 circa € 25 mln. bijdrage verleend aan de Crisis Response Sepcial Fund. Deze stelt de EBRD in staat een deel van het risico af te dekken van projecten die de EBRD in het kader van voedselzekerheid in Oekraïne uitvoert. Deze bijdrage kan binnen een periode van zeven jaar steeds opnieuw worden ingezet voor investeringen in de voedselsector. Na deze zeven jaar volgt de definitieve eindafrekening. De overige circa € 39 mln. bestaat uit diverse kleinere voorschotten.
Het volgende overzicht geeft inzicht in de ouderdom van de voorschotten, waarvan de uitgaven reeds in het jaar van verstrekking ten laste van de begroting zijn gebracht. Tevens is aangeven welk deel in 2025 tot afrekening is gekomen.
Saldo | Verstrekt 2025 | Afgerekend 2025 | Saldo | |
1-1-2025 | 31-12-2025 | |||
vóór 2022 | 461 | 0 | 143 | 318 |
2022 | 801 | 0 | 657 | 144 |
2023 | ‒ 155.534 | 0 | ‒ 180.655 | 25.121 |
2024 | 541.056 | 80 | 495.589 | 45.547 |
2025 | 0 | 475.237 | 74.258 | 400.978 |
Totaal | 386.785 | 475.317 | 389.993 | 472.108 |
13. Garantieverplichting
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.
Artikel | Uitstaande Garanties 2024 | Verleend 2025 | Uitgaven 2025 | Vervallen 2025 (oude jaren) | Uitstaande garanties 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
1 | Belastingen | 67 | 18 | 18 | 27 | 40 |
2 | Financiële markten | 9.407.427 | 0 | 0 | 72.192 | 9.335.235 |
3 | Financierings-activiteiten publiek-private sector | 15.408.234 | 49.815.421 | 0 | 5.500 | 65.218.156 |
4 | Internationale financiële betrekkingen | 170.555.364 | 16.746.118 | 32.868 | 3.402.615 | 183.866.000 |
5 | Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen | 17.540.563 | 3.370.913 | 108.740 | 6.116.611 | 14.686.125 |
212.911.655 | 69.932.470 | 141.625 | 9.596.944 | 273.105.556 |
Bovenstaande tabel bevat het totaal van de interne garanties met betrekking tot schatkistbankieren door de AFM en alle externe garantieverplichtingen uit hoofdstuk 4.4 Overzicht risicoregelingen. In de tabel risicoregelingen worden garanties met betrekking tot schatkistbankieren niet opgenomen.
In de kolom vervallen 2025 zijn de negatieve bijstellingen opgenomen die hebben geleidt tot vrijval. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften is de realisatie in de verantwoordingsstaat en de budgettaire tabellen van beleid hiervoor gecorrigeerd.
14. Andere verplichtingen
Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.
Saldo per01-01-2025 | Aangegaan in 2025 | Negatieve bijstellingen in 2025 | Betalingen in 2025 | Saldo per31-12-2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
1. Belastingen | 899.795 | 4.105.141 | 0 | ‒ 4.058.720 | 946.216 |
2. Financiële Markten | 776 | 28.567 | ‒ 164 | ‒ 27.937 | 1.242 |
3. Financiering publiek private sector | 13.931.321 | 11.603.970 | ‒ 847 | ‒ 12.503.315 | 13.031.128 |
4. Internationale financiële betrekkingen | 1.354.542 | 956.155 | ‒ 7.752 | ‒ 715.858 | 1.587.086 |
5. Exportkredietverzekering | 10.394 | 164.199 | ‒ 10.394 | ‒ 164.164 | 35 |
8. Apparaatsuitgaven | 159.320 | 466.024 | ‒ 12.914 | ‒ 469.940 | 142.491 |
9. Douane | 62.513 | 905.134 | ‒ 270 | ‒ 924.845 | 42.533 |
13. Toeslagen | 374.081 | 1.475.103 | ‒ 5.042 | ‒ 1.590.636 | 253.507 |
Totaal | 16.792.741 | 19.704.296 | ‒ 37.382 | ‒ 20.455.415 | 16.004.238 |
Andere verplichtingen
Bovenstaande tabel geeft inzicht in het verloop van de andere verplichtingen. De kolom «Aangegaan in 2025» bevat alle aangegane verplichtingen en positieve en negatieve bijstellingen op verplichtingen in 2025.
In de kolom negatieve bijstellingen in 2025 zijn de negatieve bijstellingen opgenomen die hebben geleidt tot vrijval. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften is de realisatie in de verantwoordingsstaat en de budgettaire tabellen van beleid hiervoor gecorrigeerd.
Omdat het voor de Belastingdienst, Douane en Toeslagen (regulier) niet mogelijk is om makkelijk technisch onderscheid te maken tussen technische bijstellingen en bijstellingen waar sprake is van vrijval is conform de rijksbegrotingsvoorschriften een analyse gemaakt van de negatieve bijstellingen groter dan € 25 mln. Er zijn geen bijstellingen groter dan € 25 mln. Daarom zijn voor Belastingdienst, Douane en Toeslagen (regulier) alle negatieve bijstellingen gesaldeerd opgenomen in de aangegane verplichtingen.125
Niet in de balans opgenomen andere verplichtingen
In 2025 zijn er geen andere verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen.
Niet uit de saldibalans blijkende financiële risico’s voortkomend uit lopende juridische procedures
In 2025 zijn er geen juridische procedures die een significante impact kunnen hebben op de financiële positie van het ministerie van Financiën die conform de definitie in de Rijksbegrotingsvoorschriften moeten worden vermeld. Vertrouwelijke juridische procedures en procedures over belastingopbrengsten zijn hiervan uitgezonderd en worden hier niet vermeld.126
15. Deelnemingen
De post deelnemingen bestaat uit de aandelen in Nederlandse ondernemingen en de aandelen in internationale instellingen. De deelnemingen zijn als volgt gewaardeerd:
– Nederlandse ondernemingen: op basis van de historische aanschafwaarde. Voor TenneT, DNB en N.V. Luchthaven Schiphol zijn de historische aanschafwaarden onbekend. Deze zijn opgenomen tegen de nominale waarde.
– Internationale instellingen: op basis van de historische aanschafwaarde tegen de wisselkoers per 31 december 2025. Voor het restant dat niet als deelneming is opgenomen, is een garantieverplichting verstrekt (callable capital), die onder saldibalanspost 13 is opgenomen.
De deelnemingen kunnen als volgt gespecificeerd worden. In de tweede kolom van het overzicht is het deelnemingspercentage ultimo 2025 vermeld.
Aandeel in % | Ultimo 2025 | Ultimo 2024 | |
Nederlandse ondernemingen | |||
ABN AMRO GROUP N.V. | 27,5 | 5.957.325 | 8.340.255 |
N.V. Nederlandse Gasunie | 100,0 | 10.067.312 | 10.067.312 |
TenneT Holding N.V. | 100,0 | 4.722.000 | 4.722.000 |
ASN Bank N.V. | 100,0 | 2.700.000 | 2.700.000 |
SRH N.V. | 100,0 | 2.200.000 | 2.200.000 |
N.V. Nederlandse Spoorwegen | 100,0 | 1.012.265 | 1.012.265 |
Air France-KLM S.A. | 9,1 | 954.996 | 954.996 |
De Nederlandsche Bank N.V. | 100,0 | 500.000 | 500.000 |
Havenbedrijf Rotterdam N.V. | 29,2 | 462.667 | 462.667 |
Invest-NL | 100,0 | 1.260.000 | 930.000 |
Invest International | 51,0 | 833.000 | 689.000 |
Nederlandse Loterij B.V. | 99,0 | 78.273 | 78.273 |
BNG Bank N.V. | 50,0 | 69.613 | 69.613 |
Royal Schiphol Group N.V. | 69,8 | 58.937 | 58.937 |
Stedin | 11,8 | 500.000 | 500.000 |
Overige | div. | 56.653 | 73.209 |
Subtotaal Nederlandse ondernemingen | 31.433.041 | 33.358.527 | |
Internationale instellingen | |||
European Stability Mechanism (ESM) | 5,6 | 4.559.860 | 4.559.860 |
European Investment Bank (EIB) | 5,2 | 1.155.143 | 1.155.143 |
International Finance Corporation (IFC) | 2,2 | 467.561 | 528.813 |
Internat. Bank of Reconstr. and Development (IBRD) | 1,9 | 404.596 | 457.599 |
Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) | 1,1 | 175.574 | 198.575 |
European Bank for Reconstr. and Development (EBRD) | 2,7 | 255.290 | 255.290 |
Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) | 1,8 | 6.681 | 7.556 |
European Financial Stability Facility (EFSF) | 5,7 | 1.625 | 1.625 |
Subtotaal internationale deelnemingen | 7.026.330 | 7.164.461 | |
Totaal deelnemingen | 38.459.371 | 40.522.988 |
ABN AMRO GROUP N.V.
Na de verkrijging van ABN AMRO in 2008 is steeds het tijdelijke karakter van het staatsaandeelhouderschap benadrukt. In 2015 is de eerste stap gezet met de beursgang en sindsdien is het staatsbelang verder afgebouwd. In 2025 is het staatsbelang teruggebracht tot 27,5%. Dit belang is in bovenstaande tabel gewaardeerd tegen de oorspronkelijke aankoopprijs. Op 9 september 2025 is de Tweede Kamer geïnformeerd dat het staatsbelang van de staat in ABN AMRO verder wordt afgebouwd tot circa 20%.127
Invest International en Invest-NL
De mutaties zijn het gevolg van kapitaalstortingen. In de zeggenschap hebben geen wijzigingen plaatsgevonden. Bij Invest International betreft dit een totale kapitaalstorting van € 144 mln. en bij Invest-NL € 330 mln.
Wereldbank (IBRD, IFC, MIGA)
De deelnemingen worden bijgesteld o.b.v. de wisselkoers van de USD ten opzichte van de euro. De aandelenpercentages van IBRD en IFC zijn tevens gewijzigd.
AIIB
De deelneming is bijgesteld op basis van de wisselkoers van de USD ten opzichte van de euro.
Overige
De post overige deelnemingen is met € 16,55 mln. afgenomen als gevolg van een aanpassing van de waardering van de deelneming Ultra-Centrifuge Nederland N.V. omdat de deelneming per ultimo 2024 abusievelijk hoger was gewaardeerd dan de oorspronkelijke aankoopprijs. Dit is puur een administratieve aanpassing, er hebben geen mutaties plaatsgevonden in het aandelenbelang in Ultra Centrifuge Nederland N.V..
Kamerstukken II 2015-2016, 33 532, nr. 60.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 31789, nr. 118.
10. WNT-verantwoording 2025 - Ministerie van Financiën
Het geldende normenkader is te vinden via www.topinkomens.nl, daarbij gaat het onder meer om: de Wet normering topinkomens (WNT), het Uitvoeringsbesluit WNT, de Uitvoeringsregeling WNT, de Regeling Controleprotocol WNT 2025 en de Beleidsregels WNT 2025. Hier kan men ook terecht voor de antwoorden op veelgestelde vragen en een overzicht van de geldende bezoldigingsmaxima. Het algemeen bezoldigingsmaximum zoals dat is opgenomen in art. 2.3 van de WNT bedraagt in 2025 € 246.000.
De geldende wet- en regelgeving is leidend.
De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.
Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Naam instelling | Naam topfunctionaris | Functie(s) (+ tussen haakjes gegevens van 2024) | Datum aanvang functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024) | Datum einde functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024) | Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024) | Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender-mnd; >12 kalender-mnd) | Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Individueel toepasselijk bezoldigings-maximum (+ tussen haakjes bedrag 2024) | Motivering en bedrag (indien overschrijding) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
CEA | Mw. Mr. H.G.M. van Oldeniel | Voorzitter (voorzitter) | 01-01-2025 (01-01-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,200 (0,200) | 37.870 (32.766) | 49.200 (46.600) | ||||
CEA | Dhr. M. van Giessen AA | Vicevoorzitter (vicevoorzitter) | 01-01-2025 (01-01-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,080 (0,080) | 17.996 (12.161) | 19.680 (18.640) | ||||
CEA | Dhr. H.D. Rijkse AA | Lid (lid) | 01-01-2025 (01-01-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,080 (0,080) | 10.836 (8.712) | 19.680 (18.640) | ||||
CEA | Dhr. Prof. dr. A.J. Brouwer RA | Lid (lid) | 01-01-2025 (01-01-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,080 (0,080) | 11.030 (12.614) | 19.680 (18.640) | ||||
CEA | Mw. E.M. van der Velden AA | Lid (lid) | 01-01-2025 (01-01-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,080 (0,080) | 15.480 (11.616) | 19.680 (18.640) | ||||
CEA | Dhr. Prof. Dr. O.P.G. Bik RA | Lid (lid) | 01-01-2025 (01-01-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,080 (0,080) | 11.997 (9.983) | 19.680 (18.640) | ||||
CEA | R. de Groot RA | Lid (lid) | 01-01-2025 (01-09-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,080 (0,080) | 14.319 (6.080) | 19.680 (6.213) | ||||
CEA | Dhr. C.P.J.M. Bongers MSc | Secretaris (secretaris) | 01-01-2025 (01-01-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 1,000 (1,000) | 155.058 (141.675) | 28.468 (25.946) | 183.527 (167.622) | 246.000 (233.000) |
Naam instel-ling | Naam topfunctionaris | Huidige functie functionaris | Datum aanvang functievervulling 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024) | Datum einde functievervulling in 2025 (+tussen haakjes gegevens van 2024) | Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024) | Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalen-der-mnd; >12 kalender-mnd) | Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Indivi-dueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (+ tussen haakjes bedrag 2024) | Moti-vering en bedrag (indien overschrijding) | Aange-merkt als topfunctionaris tot uiterlijk (datum) | Functie als topfunctionaris (+ indien van toepassing bij welk ander organisatieonderdeel van de Staat) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Naam topfunctionaris | Naam andere WNT-instelling(en) in 2025 (+ tussen haakjes naam andere WNT instelling(en) in 2024) | Datum aanvang functievervulling (+ tussen haakjes gegevens 2024) | Gecumuleerde totale bezoldiging bij alle WNT-instellingen (+ tussen haakjes de gegevens van 2024) | Het algemene bezoldigingsmaximum dan wel een voor de dienstbetrekking van toepassing zijnde hoger bezoldigingsmaximum (+ tussen haakjes de gegevens van 2024) | Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | Motivering en bedrag bij overschrijding |
|---|---|---|---|---|---|---|
Mw. Mr. H.G.M. van Oldeniel | ROC van Twente en CDHO (ROC van Twente en CDHO) | 01-01-2025 (01-01-2024) | 68.935 (63.561) | 104.550 (99.025) |
Naam instelling | Functie(s) | Omvang dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024) | Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Individueel toepasselijk drempelbedrag in 2025 (+ tussen haakjes bedrag 2024) | Motivering |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
... |
Naam instelling | Naam topfunctionaris | Laatste functie(s) | Datum beëindiging dienstverband | Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 mnd; >12 mnd) | Betaalde uitkeringen in 2025 | Individueel toepasselijke maximale ontslaguitkering | Motivering en bedrag (indien overschrijding) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
... |
Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2025 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.
D. BIJLAGEN
Bijlage 1: Toezichtrelaties zelfstandige bestuursorganen (ZBO's) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's)
Naam ZBO/RWT | Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|---|---|
737 | 636 | 0 | 0 | Nee | |
Bijzonderheden | |||||
2.112 | 1.883 | 0 | 0 | Nee | |
Bijzonderheden | |||||
0 | 0 | 0 | 0 | Nee | |
Bijzonderheden | |||||
2.489 | 2.506 | 0 | 0 | Nee | |
Bijzonderheden | |||||
5.169 | 3.773 | 0 | 0 | Ja | |
Bijzonderheden | Dit zijn voorlopige cijfers. In afwachting van de jaarrekening 2025 van NLFI. | ||||
0 | 0 | 0 | 0 | Ja | |
Bijzonderheden | Dit zijn voorlopige cijfers. In afwachting van de jaarrekening 2025 van het Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars | ||||
0 | 0 | nnb | nnb | Ja | |
Bijzonderheden | In afwachting van de jaarrekening 2025 van Stichting Waarborgfonds Motorverkeer | ||||
Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek
Deze bijlage geeft een overzicht van de uitkomsten van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) in de begroting 2025. De tabellen geven de afronding van periodieke rapportages en beleidsdoorlichtingen over de afgelopen zeven jaar schuingedrukt weer. Voor overige SEA-evaluaties is de gerapporteerde termijn vier jaar. Bij elke afgeronde evaluatie is een verwijzing opgenomen naar de bijbehorende Kamerbrief of eindrapportage.
Uitkomsten SEA-thema 1: Solide overheidsfinanciën | |||||
a. Effectief en efficiënt begrotingsbeleid en begrotingsbeheer | |||||
|---|---|---|---|---|---|
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Beleidsdoorlichting Begrotingsbeleid | Beleidsdoorlichting | 2023 | Afgerond | n.v.t. | |
Beleidsdoorlichting BTW-compensatiefonds | Beleidsdoorlichting | 2021 | Afgerond | 6 | |
Beleidsdoorlichting Begrotingsbeleid | Beleidsdoorlichting | 2020 | Afgerond | n.v.t. | |
Evaluatie Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) | Ex-post evaluatie | 2026 | Uitstel1 | n.v.t. | n.v.t. |
Evaluatie Regeling Audit Committees van het Rijk | Ex-post evaluatie | 2026 | Anders2 | n.v.t. | n.v.t. |
Evaluatie factsheets brede welvaart | Ex-durante evaluatie | 2025 | Anders3 | n.v.t. | n.v.t. |
Vervolgonderzoeken n.a.v. de beleidsdoorlichting Btw-compensatiefonds | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | n.v.t. | |
Evaluatie Regeling Financieel Beheer | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | n.v.t. | |
Evaluatie regeling vaststelling aanwijzingen voor subsidieverstrekking (uniform subsidiekader) | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | n.v.t. | |
17e Studiegroep Begrotingsruimte | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | n.v.t. | |
Evaluatie Comptabiliteitswet 2016 | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | n.v.t. | |
Evaluatie beleidskeuzes uitgelegd (nieuwe werkwijze CW 3.1) | Ex-durante evaluatie | 2023 | Afgerond | n.v.t. | |
Project-evaluatie Verslaggevingsstelsel (AVRo) | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | n.v.t. | |
Evaluatie eerste ervaringen SEA | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | n.v.t. | |
b. Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Periodieke rapportage Schuldfinanciering4 | Periodieke rapportage | 2025 | Afgerond | 11 | |
Beleidsdoorlichting Artikel 11 Financiering staatsschuld | Beleidsdoorlichting | 2019 | Afgerond | 11 | |
Analyse doeltreffendheid en doelmatigheid van financiering staatsschuld | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 11 | |
c. Optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingen | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Periodieke rapportage Kasbeheer5 | Periodieke rapportage | 2024 | Afgerond | 12 | |
Beleidsdoorlichting Artikel 12 Schatkisbankieren en betalingsverkeer Rijk | Beleidsdoorlichting | 2019 | Afgerond | 12 | |
De afronding van deze evaluatie wordt verwacht in 2026. In 2025 is besloten de RBV niet jaarlijks, maar eens in de drie jaar inhoudelijk te herzien. Deze vereenvoudiging is vooruitlopend op de evaluatie uitgewerkt en doorgevoerd, waardoor de evaluatie later is gestart dan eerder voorzien.
De evaluatie factsheets brede welvaart is van de SEA gehaald. De factsheets brede welvaart worden onafhankelijk opgesteld door het CBS. Een evaluatie vanuit het ministerie van Financiën is daarom niet van toepassing.
Uitkomsten SEA-thema 2: Economie en vestigingsklimaat | |||||
|---|---|---|---|---|---|
a. Het borgen van publieke belangen via het aandeelhouderschap op een zo efficiënt mogelijke wijze | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Beleidsdoorlichting Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector | Beleidsdoorlichting | 2020 | Afgerond | 3 | |
Evaluaties aandeelhouderschappen Air France-KLM, KLM, Schiphol | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 3 | |
Evaluatie aandeelhouderschap FMO | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 3 | |
Evaluaties aandeelhouderschappen COVRA en Thales | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 3 | |
Evaluatie aandeelhouderschap NS | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 3 | |
Evaluaties aandeelhouderschappen Holland Casino en Nederlandse Loterij | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | 3 | |
b. Evaluatie crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI's en Europese instellingen | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Evaluatie crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI's en Europese instellingen | Periodieke rapportage | 2025 | Afgerond | 4 | |
c. Exportkredietverzekering | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Beleidsdoorlichting Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen 2016-2021 | Beleidsdoorlichting | 2023 | Afgerond | 5 | |
Beleidsevaluatie beëindigen steun fossiele energiesector (COP26-verklaring) | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 5 | |
Evaluatie crisismaatregelen herverzekering leverancierskredieten | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 5 | |
Uitkomsten SEA-thema 3: Financiële sector | |||||
|---|---|---|---|---|---|
a. Stabiele, integere en betrouwbare financiële markten | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Periodieke rapportage Stabiele, integere en betrouwbare financiële markten | Periodieke rapportage | 2026 | Uitstel1 | 2 | n.v.t. |
Beleidscyclus beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering | Ex-post evaluatie | Doorlopend | Anders2 | 2 | n.v.t. |
Gedragsaspecten van sparen | Ex-ante evaluatie | 2026 | Uitstel3 | 2 | n.v.t. |
Evaluatie garantieregeling WAKO (kernongevallen) | Ex-post evaluatie | 2026 | Uitstel4 | 2 | n.v.t. |
Evaluatie Wet toezicht trustkantoren | Ex-post evaluatie | 2026 | Uitstel5 | 2 | n.v.t. |
Evaluatie van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants | Ex-ante evaluatie | 2026 | Uitstel6 | 2 | n.v.t. |
Evaluatie FEC | Ex-post evaluatie | 2026 | Anders7 | 2 | n.v.t. |
Evaluatie Wet transparantie toezicht financiële markten | Ex-post evaluatie | 2026 | Anders8 | 2 | n.v.t. |
Koppelverkoop van spaar- en betaalrekeningen | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 2 | |
Evaluatie van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 2 | |
Evaluatie garantieregeling NHT | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 2 | |
Evaluatie vorm en juridische kaders College Deskundigheid Financiele dienstverlening | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 2 | |
Strategische analyse Wijzer in geldzaken | Ex-durante evaluatie | 2023 | Afgerond | 2 | |
Evaluatie implementatiewet vijfde anti-witwasrichtlijn (AMLD5) | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 2 | |
Onderzoek ontwikkelingen in de markt voor uitvoering premieregelingen | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 2 | |
Beleidsevaluatie anti-omkoping | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 5 | |
Deze evaluatie is vertraagd. De afronding en aanbieding aan de onderraden wordt binnenkort verwacht.
Door personeelswisselingen bij de uitvoerende partij is er vertraging opgelopen. Afronding wordt verwacht in 2026.
De laatste checks van deze evaluatie zijn gaande. Het is nog niet zeker wanneer deze naar de Kamer gaat, ambtelijke afstemming vindt plaats.
Uitkomsten SEA thema 4: Fiscaal beleid | |||||
|---|---|---|---|---|---|
a. Vereenvoudiging belastingstelsel - aanpak fiscale regelingen | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Beleidsdoorlichting Fiscale Regelingen | Beleidsdoorlichting | 2020 | Afgerond | 1 | |
Algemeen/overig belastingstelsel | |||||
Monitoring van de openbaarmaking fiscale vergrijpboetes | Ex-durante evaluatie | 2030 | Uitstel1 | 1 | n.v.t. |
Evaluatie artikelen 3:4 en 3:5 van de Algemene douanewet | Ex-post evaluatie | 2026 | Anders2 | 1 | n.v.t. |
Onderzoek naar de fiscale positie van de Bijzondere invaliditeitsverhoging | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek teruggaaf bpm bij export | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek omzetten aftrekposten naar subsidies (focus EIA/MIA/Vamil) | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie fiscale crisismaatregelen Corona | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek belastingrente | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie KOA (kansspelen op afstand) | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek naar de informatiebeschikking | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie belastingstelsel BES-eilanden | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie basisregistratie WOZ | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek grondbelasting | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek alternatieve wijze van bekendmaking van belastingaanslagen | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek digitaliseren aangifte bpm | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Nadere analyse tarieven box 2 en box 3 | Ex-durante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Drempels belastingstelsel in kaart brengen | Ex-durante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek grenswerkers | Ex-durante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Second opinion analyse staatssteun amendement van Dijk | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Vereenvoudiging belastingstelsel | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek fiscaal onafhankelijke rechtshulp | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Verkenning maatregel wet WOZ | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Monitoring crisismaatregelen corona | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Nader onderzoek fiscale regelingen | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Pilot toegevoegde waarde nationale impact assessment | Ex-ante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Internationale vergelijking uitstel van betaling i.v.m. coronacrisis | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Arbeid en inkomen | |||||
Monitor fiscale oplossing eenverdienersproblematiek | Ex-durante evaluatie | 2027 | Uitstel3 | 1 | n.v.t. |
Evaluatie artiesten- en beroepssportersregeling | Ex-post evaluatie | 2026 | Uitstel4 | 1 | n.v.t. |
Monitoring aandelenopties startups | Ex-durante evaluatie | 2026 | Uitstel5 | 1 | n.v.t. |
Mispercepties marginale druk en arbeidsaanbod | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie werkkostenregeling | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie faciliteiten en uitvoering ANBI's6 | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Quickscan vrijstelling uitkering wegens alimentatie | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Quickscan vrijstelling uitkering wegens 25- of 40-jarig dienstverband en alimentatie | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie heffingskortingen/tariefsstructuur box 1 | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie giftenaftrek | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Verkenning eenvoud in het belastingstelsel vanuit perspectief burger | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie uitvoering toezichtplan arbeidsrelaties | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Ondernemen en tegengaan belastingontwijking | |||||
Monitoren Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteit 2024 | Ex-durante evaluatie | 2026 | Uitstel7 | 1 | n.v.t. |
Onderzoek e-facturatie: infrastructuur, binnenlandse e-facturatie en digitale rapportage | Ex-ante evaluatie | 2026 | Uitstel8 | 1 | n.v.t. |
Nader onderzoek belastingdruk multinationals: verschillen tussen fiscale en commerciële winstbepaling | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Aanvullend onderzoek dividendstripping | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie fiscale regelingen speur- en ontwikkelingswerk | Ex-durante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Monitoring royalty, dividend en rentestromen FDI | Ex-durante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie fiscale regelingen IB-ondernemers | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie 30%-regeling, ETK-regeling en partiële buitenlandse belastingplicht | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek naar effecten maatregelen tegen belastingontwijking: generieke renteaftrekbeperking, aanvullende CFC-maatregel en maatregelen tegen hybride mismatches. | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie verlaagde vpb tarief | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie innovatiebox | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek voor- en nadelen REIT-regime | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Nader onderzoek belastingdruk multinationals: structureel verlieslatende bedrijven en betaalde belasting | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Effectmeting bronbelasting | Ex-durante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie fiscale regelingen bedrijfsopvolging | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Nader onderzoek belastingdruk multinationals: het beperken van de aftrekbaarheid van aandeelhouders/-hoofdkantoorkosten en/of royalty's | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie verlaagd gebruikelijk loon dga’s startups | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek fragmentatie Vpb door verlaagde tarief | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie fiscale regelingen zeeschepen | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Vermogen | |||||
Onderzoek jaarlijkse vrijstelling schenkbelasting kinderen | Ex-durante evaluatie | 2026 | Uitstel8 | 1 | n.v.t. |
Evaluatie vrijstelling voorwerpen kunst en wetenschap box 3 | Ex-post evaluatie | 2026 | Uitstel8 | 1 | n.v.t. |
Evaluatie anti-arbitragebepaling box 3 | Ex-durante evaluatie | 2025 | Anders9 | 1 | n.v.t. |
Onderzoek actualisatie forfaits op basis van rekenrente en levensverwachting | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek naar de mogelijkheden om het vermogen in stichtingen in kaart te brengen | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie gebruikelijkloonregeling | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling kinderen en schenkingsvrijstelling dure studie | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek belastingdruk top 1% | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek huurwaarderatio voor vastgoedbijtelling box 3 | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Burgerpanelonderzoek vastgoedbijtelling box 3 | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Advies juridische houdbaarheid vastgoedbijtelling box 3 | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Verkenning naar vrijstellingen overdrachtsbelasting | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Effect CA-maatregelen voor vastgoed investeerders | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek naar een huurregister | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Vervolgonderzoek BOR | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie Vpb vrijgestelde en fiscale beleggingsinstelling | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek naar brede vermogensbelasting incl vastgoed (relatie met IBO) | Ex-ante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
IBO vermogensverdeling | Ex-ante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek actualisatie leegwaarderatio verhuurde woningen | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek kostenforfait box 3 | Ex-ante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Wonen, gezond, en consumptie | |||||
Onderzoeken eigenwoningregeling | Ex-durante evaluatie | 2026 | Uitstel10 | 1 | n.v.t. |
Evaluatie verlaagd tarief accijns kleine bierbrouwerijen | Ex-post evaluatie | 2026 | Uitstel8 | 1 | n.v.t. |
Vervolgonderzoek vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor taakoverdrachten tussen verenigingen en ANBI's | Ex-ante evaluatie | 2026 | Uitstel11 | 1 | n.v.t. |
Vervolgonderzoek vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor Wijkontwikkelingsmaatschappij (WOM) | Ex-ante evaluatie | 2026 | Uitstel12 | 1 | n.v.t. |
Actualiseren dieetkostentabel | Periodieke evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Vervolgonderzoek btw-isolatiewerkzaamheden | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Vervolgonderzoek btw genees- en hulpmiddelen | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek tariefdifferentiatie kansspelbelasting | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Impactanalyse gevolgen btw-verhoging logies | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
investeringsklimaat middenhuurwoningen | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie vrijstellingen btw | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Empty package survey tabaksaccijns | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Monitoring gebruik startersvrijstelling overdrachtsbelasting | Ex-durante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie differentiatie overdrachtsbelasting | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Monitoring btw-nultarief zonnepanelen | Ex-durante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek naar de mogelijkheden voor een suikerbelasting | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie Brede Weersverzekering | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek Impact verhoging kansspelbelasting op publieke belangen | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek grenseffecten alcoholaccijns | Ex-durante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Advies minimumverkoopprijs e-sigaretten | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Monitoring btw op energie | Ex-durante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie verlaagd btw-tarief alle goederen/diensten (incl. elektronische boeken) | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek de mogelijkheden voor een lager btw-tarief op groente en fruit | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek grenseffecten tanken (rapportage 2) | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie aftrek specifieke zorgkosten | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek grenseffecten tanken | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek invoering kleine ondernemersregeling btw | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
b. Verduurzaming van het belastingstelsel | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Klimaat | |||||
Evaluatie fiscale vrijstellingen bos en natuur | Ex-post evaluatie | 2026 | Uitstel8 | 1 | n.v.t. |
Evaluatie CO2-minimumprijs elektriciteitsopwekking | Ex-post evaluatie | 2026 | Uitstel8 | 1 | n.v.t. |
Evaluatie CO2-heffing industrie | Ex-post evaluatie | 2026 | Uitstel8 | 1 | n.v.t. |
Eindevaluatie klimaatakkoord mobiliteit | Ex-post evaluatie | 2025 | Anders13 | 1 | n.v.t. |
Quickscan Natuurschoonwet (NSW) | Ex-durante evaluatie | 2025 | Anders14 | 1 | n.v.t. |
Impactanalyse effecten rode diesel | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Effecten van een afstandsafhankelijke vliegbelasting | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Versmalling reikwijdte vermindering energie-belasting. Identificatie hoofdverblijven van huishoudens via LV WOZ en BAG | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Beprijzing emissies gebouwde omgeving | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Beprijzing ETS2 industrie | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek circulaire plastic heffing | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Herijking CO2-heffing glastuinbouw | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Warmtebedrijven en energiebelasting extern onderzoek | Ex-durante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Vervolgonderzoek EB-teruggaveregeling | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek naar verbeteringen voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) en de Millieu-investeringsaftrek (MIA) en het omzetten aftrekpost naar subsidie (focus EIA) | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Beprijzing veehouderij akkerbouw | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Impactanalyse afvalmaatregelen | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Lange termijn verkenning fiscaal stimuleringspakket elektrische voertuigen | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 1 | |
Monitoring stimulering elektrische auto’s ‘hand aan de kraan’ | Ex-durante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Marktverkenning emissievrije bestelauto's | Ex-durante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie afvalstoffenbelasting | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie reisaftrek OV | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie landbouwvrijstelling | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek naar toekomstbestendige wetgeving en uitvoering energiebelasting | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Analyse stapeling maatregelen mineralogische en mettalurgische sectoren | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Impactanalyse afbouw vrijstellingen (elektriciteitsopwekking (WKK) | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek blokaansluitingen | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek uitsplitsing bedrijfsmatig energieverbruik (incl. extra uitsplitsing) | Ex-durante evaluatie | 2024 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek gebruik reiskostenvergoeding en thuiswerkvergoeding | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie energie-investeringsaftrek (EIA) | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie onbelaste reiskostenvergoeding | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Nader onderzoek afschaffen vrijstelling energiebelastingen | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
IBO Klimaat | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Impactanalyse fossiele subsidies non-energetisch gebruik | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek afschaffen van gebruik diesel- en stookolie voor commerciële vaart in binnenwateren | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek impact teruggaafregeling kerk- en non-profit instellingen | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek impact van afschaffen van kerosinevrijstelling | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek reductie 1,2 MTON CO2 in de EB | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek tariefverschil diesel en benzine | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Effecten belasten transferpassagiers vliegbelasting | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek tarieven CO2-minimumprijs sectoren elektriciteit en industrie | Ex-ante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie bijzondere regelingen MRB en BPM | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Impactanalyse klimaatregelen Belastingplan 2023 | Ex-ante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Impactanalyse vliegbelasting | Ex-ante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek naar CBAM voor chemiesector | Ex-ante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Onderzoek naar prikkels in de energiebelasting bij de overstap van bedrijven van fossiele energiebronnen naar een schonere en meer duurzame economie | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Onderzoeken normenkader in de BPM en actualisatie forfaits | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Tussenevaluatie klimaatakkoord mobiliteit | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Uitwerking alternatieve vormgeving BPM op bestelauto's | Ex-ante evaluatie | 2022 | Afgerond | 1 | |
Openbaarmaking vergrijpboete is zeer ingrijpend en kan pas plaats vinden als een boete onherroepelijk vaststaat. Het kan jaren duren voordat een boete onherroepelijk vaststaat. Daardoor is het van daadwerkelijke inzet van de maatregel nog niet gekomen. Daarom is in de MvT bij OFM 2020 (Kamerstukken 35303, nr. 3) op p. 45 aangegeven dat een periode van 10 jaar wordt gehanteerd.
De evaluatie komt voort uit artikel 19 van de Verordening liquide middelen en artikel VIII van de Fiscale verzamelwet 2021 en staat gepland voor 2026. In 2025 is wel gekeken naar het toezicht op liquide middelen, met als doel om het effectgericht sturen te verbeteren. Zie "Geld op de vlucht. Effectgericht sturen bij het toezicht op liquide middelen en meldrecht." via de link https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/02/28/geld-op-de-vlucht-effectgericht-sturen-bij-het-toezicht-op-liquide-middelen-en-meldrecht .
De beoogde invoering van de fiscale oplossing voor de eenverdienersproblematiek is 1 januari 2028. De monitoring wordt gebruikt om de fiscale oplossing eventueel aan te passen zodat deze goed aan blijft sluiten bij de problematiek. Daarom zal de eerste monitoring plaatsvinden in 2027.
Monitoren kan niet eerder dan 2026, omdat vrijwel alle maatregelen per 1 januari 2025 in werking zijn getreden.
Wegens prioritering ten opzichte van andere werkzaamheden is deze evaluatie licht vertraagd. De evaluatie wordt in het eerste kwartaal van 2026 afgerond.
Vanwege de aangehouden aanslagen in het kader van de herstelprocedure voor box 3 is er op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar om deze evaluatie uit te voeren. Daarnaast verdwijnt het risico op peildatumarbitrage bij de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 (beoogd per 2028), omdat in dit stelsel het werkelijke rendement wordt belast en er geen peildatum meer is. Een evaluatie van de anti-peildatumarbitragebepaling in de huidige situatie heeft daarom te weinig toegevoegde waarde.
Deze evaluatie is gesplitst in het onderzoek 30-jaarstermijn en het onderzoek EWF. Beide onderzoeken worden naar verwachting in 2026 afgerond.
Uitkomsten SEA thema 5: Belastingdienst | |||||
|---|---|---|---|---|---|
a. Uitvoering en handhaving Belastingdienst | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Evaluatie toezicht (2017-2023) | Beleidsdoorlichting | 2025 | Afgerond | 1 | |
Beleidsdoorlichting Dienstverlening Belastingdienst | Beleidsdoorlichting | 2020 | Afgerond | 1 | |
Evaluatie dienstverlening (2020-2024) | Ex-post en ex-durante evaluatie | 2026 | Uitstel1 | 1 | n.v.t. |
Doorwerking van de visie op dienstverlening | Ex-durante evaluatie | 2026 | Uitstel2 | 1 | n.v.t. |
Onderzoek naar boetes | Ex-post evaluatie | 2026 | Uitstel3 | 1 | |
Brieven als instrument | Ex-post en ex-durante evaluatie | 2026 | Anders4 | 1 | n.v.t. |
Transformatie van de dienstverlening | Ex-post en ex-durante evaluatie | 2026 | Anders4 | 1 | n.v.t. |
Fiscale monitor | Ex-durante evaluatie | 2026 | Anders5 | 1 | n.v.t. |
Stand van de uitvoering | Ex-durante evaluatie | 2025 | Anders6 | 1 | n.v.t. |
Evaluatie inningsproces | Ex-durante evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Eindevaluatie programma Managementinformatie en Risicomanagement (MI/RM) | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | 1 | |
Het onderzoek loopt uit vanwege gedurende de looptijd aanvullend verstrekte opdracht ter completering van de evaluatie. De vier evaluaties Dienstverlening worden in 2026 aangeboden aan de Kamer.
De afrondende fase van het onderzoek heeft meer tijd gekost dan voorzien. De vier evaluaties Dienstverlening worden in 2026 aangeboden aan de Kamer.
Het eerste spoor (literatuuronderzoek en deskresearch) is afgerond, het tweede spoor (dataonderzoek en procesbeschrijving) is in afrondende fase. Een eventueel vervolg (derde spoor) wordt nog bepaald.
Het eindrapport is vastgesteld en wordt samen met de andere evaluaties Dienstverlening in 2026 aangeboden aan de Kamer.
Het onderzoek is afgerond. Wegens vertraging in de aanbieding wordt dit onderzoek Q1 2026 aan de Kamer aangeboden.
De publicatieperiode van de Stand van de uitvoering is gelijkgetrokken met de publicatieperiode van de Standen van de Uitvoering van de andere uitvoeringsorganisaties van Financiën (Douane en Dienst Toeslagen). De volgende publicatie volgt daarmee voor de zomer van 2026. In plaats van een publicatie, is in 2025 opvolging gegeven aan een van de signalen uit de Stand van 2024, namelijk de toename van bezwaar- en beroepschriften. Dit is gedaan door ronde tafelgesprekken met andere organisaties, een diner pensant voor bestuurders en een symposium.
Uitkomsten SEA thema 6: Toeslagen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
a. Recht doen aan het verleden1 | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
b. Presteren in het heden/Anticiperen op de Toekomst | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Onderzoek uitvoering en dienstverlening Toeslagen | Ex-durante evaluatie | 2026 | Uitstel2 | 13 | n.v.t. |
Doorontwikkeling monitoring Toeslagen | Ex-durante evaluatie | 2025 | Afgerond | 13 | |
Belevingsonderzoek Toeslagen | Ex-durante evaluatie | 2025 | Afgerond | 13 | |
Onderzoekslab Toeslagen | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 13 | |
Monitor niet gebruik 2021 | Ex-durante evaluatie | 2025 | Afgerond | 13 | |
Evaluatie Awir, uitvoering en dienstverlening toeslagen | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | 13 | |
Onderzoek niet-gebruik toeslagen | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | 13 | |
Stand van de uitvoering | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | 13 | |
Uitkomsten SEA-thema 7: Douane | |||||
|---|---|---|---|---|---|
a. Effectgericht sturen | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Artikel | Vindplaats onderzoek |
Beleidsdoorlichting Douane 2012-2018 | Beleidsdoorlichting | 2021 | Afgerond | 9 | |
Procesevaluatie Sturen op effecten | Ex-durante evaluatie | 2026 | Uitstel1 | 9 | n.v.t. |
Liquide Middelen en Meldrecht | Ex-ante evaluatie | 2025 | Afgerond | 9 | |
Actorgerichte aanpak e-Commerce | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | 9 | |
Bovenstaande tabellen hebben betrekking op de Strategische Evaluatie Agenda en Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda zoals opgenomen in de begroting Financiën en Nationale Schuld (IX) 2025. Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht Ingepland en uitgevoerd onderzoek op rijksfinanciën.nl.
Bijlage 3: Inhuur Externen
Programma- en apparaatskosten | |
|---|---|
1. Interim-management | € 5.076 |
2. Organisatie- en Formatieadvies | € 828 |
3. Beleidsadvies | € 2.306 |
4. Communicatieadvisering | € 6.311 |
Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4) | € 14.520 |
5. Juridisch Advies | € 125.702 |
6. Advisering opdrachtgevers automatisering | € 279.309 |
7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie | € 138.850 |
(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7) | € 543.861 |
8. Uitzendkrachten (formatie & piek) | € 127.253 |
Ondersteuning bedrijfsvoering | € 127.253 |
Totaal uitgaven inhuur externen | € 685.634 |
Het ministerie van Financiën heeft in 2025 in totaal € 4.637.104 aan personeel uitgegeven, waarvan € 3.951.470 aan ambtelijk personeel en € 685.634 aan externe inhuur (bedragen x € 1.000). De externe inhuur als percentage van de totale uitgaven aan personeel komen daarmee voor het ministerie van Financiën in 2025 uit op 14,8%, bijna 5% boven de Roemer-norm van 10%. De overschrijding van 5% hangt vooral samen met de behoefte aan inhuur voor de tijdelijke Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen en met inhuur voor de Belastingdienst. In 2025 is het maximumtarief voor externe inhuur 1 keer overschreden. Dit was bij de directie IV van de Belastingdienst.
Bijlage 4: Budgettair overzicht Oekraïne
Het ministerie van Financiën heeft diverse maatregelen getroffen wegens de oorlog in Oekraïne. Hieronder is een overzicht opgenomen van de budgettaire effecten.
Art. | Artikelnaam | Maatregel | Verplichtingen 2025 | Uitgaven 2025 | Ontvangsten 2025 | Relevante Kamerstukken |
|---|---|---|---|---|---|---|
4 | Internationale financiële betrekkingen | Garantie Wereldbank voor Oekraïne | 0,0 | 0,0 | 0,0 | Kamerstukken II 2021-2022, 36 048, nr. 3 |
4 | Internationale financiële betrekkingen | Lening aan Oekraïne via het Internationaal Monetair Fonds | 0,0 | 0,0 | 0,0 | Kamerstukken II 2021-2022, 36 182, nr. 6 |
4 | Internationale financiële betrekkingen | EBRD kapitaalinjectie | 0,0 | 0,0 | 0,0 | Kamerstukken II 2023–2024 36 550-IX, nr. 10 |
4 | Internationale financiële betrekkingen | EIB EU For Ukraine Trust Fund | 0,0 | 0,0 | 0,0 | Kamerstukken II 2022-2023, 36 045, nr. 165 |
4 | Internationale financiële betrekkingen | Bijdrage aan EU rentecompensatie Oekraïne | 0,0 | 33,7 | 0,0 | Kamerstukken II 2022-2023, 22 112, nr. 3557 |
4 | Internationale financiële betrekkingen | EU Bilaterale Garantie Macro-Financiële Bijstand aan Oekraïne | 0,0 | 0,0 | 0,0 | Kamerstukken II 2022-2023, 36 045, nr. 113 |
4 | Internationale financiële betrekkingen | EU Headroomgarantie Macro-Financiële Bijstand aan Oekraïne | 57,3 | 0,0 | 0,0 | Kamerstukken II 2022-2023, 21 501-07, nr. 1916Kamerstukken II 2022-2023, 22 112, nr. 3557 |
4 | Internationale financiële betrekkingen | Oekraïne faciliteit | 102,6 | 0,0 | 0,0 | Kamerstukken II 2023-2024, 36 499, nr. 2 |
4 | Internationale financiële betrekkingen | MFB ULCM | 78,0 | 0,0 | 0,0 | Kamerstukken II 2024-2025, 36 613 IX, nr. 4 |
4 | Internationale financiële betrekkingen | Kapitaalinleg IBRD | 0,0 | 25,7 | 0,0 | Kamerstukken II 2025-2026, 26 234, nr. 311 |
5 | Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen | Bijdrage voor wederopbouw Oekraïne | 24,1 | 0,0 | 0,0 | Kamerstukken II 2023-2024, 36 045, nr. 169 |
Toelichting
Garantie Wereldbank voor Oekraïne
In 2022 verstrekte Nederland een garantie van € 100 mln. aan de Wereldbank voor begrotingssteun aan Oekraïne via een Development Policy Loan (DPL). Hiermee kan de Wereldbank extra middelen aan Oekraïne verstrekken. In 2025 zijn op deze garantie geen wijzigingen geweest.
Lening aan Oekraïne via het Internationaal Monetair Fonds
Gezien de noodsituatie in Oekraïne en de urgente behoefte aan middelen heeft Nederland in 2022 een bilaterale lening van € 200 mln. via het IMF verstrekt. Deze lening ondersteunt Oekraïne bij het financieren van dagelijkse uitgaven en het draaiende houden van de economie. In 2025 is hier geen aanpassing gedaan.
EBRD kapitaalinjectie
Nederland droeg in 2023 € 25 mln. bij aan de EBRD via het EBRD Crisis Response Special Fund. Daarnaast droeg Nederland in 2024 € 100 mln. bij om de EBRD in staat te stellen steun te blijven bieden aan bedrijven, infrastructuur en wederopbouw in Oekraïne. Er vonden in 2025 geen wijzigingen in deze bijdrage plaats.
EIB EU For Ukraine Trust Fund
Nederland heeft € 52 mln. bijgedragen aan het EU4U-initiatief van de Europese Investeringsbank (EIB). Dit fonds helpt bij de wederopbouw van kritieke infrastructuur en huisvesting in Oekraïne, als tijdelijke voorziening totdat structurele EU-financiering beschikbaar is. Er vonden in 2025 geen wijzigingen in deze bijdrage plaats.
Bijdrage aan EU rentecompensatie Oekraïne
Via een gezamenlijke regeling bij de EU dragen lidstaten bij aan het compenseren van de rentelasten voor een EU-lening van € 18 mld. aan Oekraïne. Voor Nederland bedroeg deze bijdrage in 2025 € 33,7 mln.
EU Bilaterale Garantie Macro-Financiële Bijstand aan Oekraïne
In 2023 is een bilaterale garantie afgegeven van € 215,4 mln. aan de Europese begroting. Gezamenlijk staan de EU-lidstaten garant voor € 3,66 mld. waarmee voor € 6 mld. aan macro-financiële bijstand (MFB) is verleend door de Europese Unie aan Oekraïne. Middels deze garantie levert Nederland in EU-verband een bijdrage aan de Oekraïense inspanningen om de dagelijkse uitgaven te financieren en daarmee de economie draaiende te houden. In 2025 heeft er geen wijziging op deze garantie plaatsgevonden.
EU Headroomgarantie Macro-Financiële Bijstand aan Oekraïne
In december 2022 stemde de Raad in met € 18 mld. aan macro-financiële bijstand aan Oekraïne in de vorm van leningen. Nederland gaf hiervoor een garantie gebaseerd op het Nederlandse bni-aandeel in de EU. De uitstaande garantie is in 2025 met € 57,3 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie.
Oekraïne faciliteit
In februari 2024 ging de Europese Raad akkoord met de Oekraïne faciliteit, gericht op leningen van € 33 mld. aan Oekraïne voor wederopbouw en ondersteuning. Nederland staat hiervoor garant gebaseerd op het Nederlandse aandeel in het EU-bni. De uitstaande garantie is in 2025 met € 102,6 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie.
MFB ULCM
Op 20 september 2024 stelde de Europese Commissie voor om Oekraïne via macro-financiële bijstand tot € 35 mld. aan steun te verlenen. Nederland staat hiervoor garant gebaseerd op het Nederlandse aandeel in het EU-bni. De uitstaande garantie is in 2025 met € 78,0 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie. Daarnaast is in 2025 € 1,6 mld. van deze garantie vrijgevallen. Aanleiding hiervoor was de toetreding van de Verenigde Staten in dit steunpakket, daarmee werd het aandeel van Nederland in deze garantie lager.
Kapitaalinleg IBRD
Oekraïne kon de in 2018 afgesproken kapitaalinleg voor de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD, onderdeel van de Wereldbank) niet voldoen. Nederland heeft besloten de kapitaalinleg voor de Oekraïense aandelen van € 25,7 mln. in 2025 namens Oekraïne te bekostigen.
Bijdrage voor wederopbouw Oekraïne
Vanuit het derde Nederlandse steunpakket aan Oekraïne is € 60 mln. gereserveerd voor een exportkredietverzekeringsfaciliteit (ekv), waarmee financiële risico’s van bedrijven bij handel met Oekraïne worden afgedekt. In 2025 zijn er verschillende dekkingstoezeggingen en polissen (€ 24,1 mln.) onder de faciliteit verstrekt.
Bijlage 5: Lijst van afkortingen
A | |
ABC | Afdracht, Beschermen en Concurrentiepositie |
AC | Audit Committee |
ACP | Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen |
act | Wet |
ADR | Auditdienst Rijk |
ADSB | Atradius Dutch State Business |
AFM | Autoriteit Financiële Markten |
AI | Artificial Intelligence |
AIEB | Aanvullende Informatie Europese Begroting |
AIIB | Asian Infrastructure Investment Bank |
ANFA | Agreement on Net Financial Assets |
AML | Anti Money Laundering |
AOW | Algemene Ouderdomswet |
AP | Autoriteit Persoonsgegevens |
AR | Algemene Rekenkamer |
AVG | Algemene verordening gegevensbescherming |
Awb | Algemene wet bestuursrecht |
Awir | Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen |
Awr | Algemene wet inzake rijksbelastingen |
B | |
Bbp | Bruto binnenlands product |
Bbt | Belangenbehartiger |
BCF | BTW-compensatiefonds |
BCN | Belastingdienst Caribisch Nederland |
BD | Belastingdienst |
BERB | Bedrijfseconomische Resultaatsbepaling |
BES | Bonaire, Sint Eustatius en Saba |
BNG | Bank Nederlandse Gemeenten |
BNI | Bruto nationaal inkomen |
BoP | Balance of Payments |
BPM | Belasting voor Personenauto's en Motorfietsen |
BSB | Buy Sell Back |
Btw | Belasting over de toegevoegde waarde |
BZK | Ministerie van Binnenlandse Zaken met Koninkrijksrelaties |
C | |
Cao | Collectieve arbeidsovereenkomst |
CBAM | Carbon Border Adjustment Mechanism |
CBS | Centraal Bureau voor de Statistiek |
CCSU | Climate Change Sector Understanding |
CEA | Commissie Eindtermen Accountantsopleiding |
CET1 | Common Equity Tier 1-ratio |
CO2 | Kooldioxide |
COP26 | 26e Conference of Parties (VN-klimaat) |
COVID | Coronavirus disease |
COVRA | Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval |
CP | Commercial Paper |
CPB | Centraal Plan Bureau |
CW | Comptabiliteitswet |
CWS | Commissie Werkelijke Schade |
D | |
DBA | Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties |
DDA | Dutch Direct auction |
DG | Directoraat-Generaal |
DGRB | Directoraat-Generaal Rijksbegroting |
DGS | Depositogarantiestelsel |
DNB | De Nederlandsche Bank |
DPIA | Data Protection Impact Assessment |
DPL | Development Policy Loan |
DRZ | Domeinen Roerende Zaken |
DSB | Dutch State Business |
DSL | Dutch State Loan |
DTC | Dutch Treasury Cerfitficate |
E | |
EB | Energiebelasting |
EBA | European Banking Authority |
EBRD | European Bank for Reconstruction and Development |
EBITDA | Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization |
ECA | Export credit agency |
EFSF | European Financial Stability Facility |
EFSM | European Financial Stabilisation Mechanism |
EGF | Europees garantiefonds |
ΕΙΑ | Energie-investeringsaftrek |
EIB | European Investment Bank |
ekv | Exportkredietverzekering |
EMB | Eigenmiddelenbesluit |
EMU | Europese Monetaire Unie |
ESM | European Stability Mechanism |
ESR | Europees Stelsel van Rekeningen |
ETD | Energiebelastingrichtlijn |
EU | Europese Unie |
EU4U | EU For Ukraine |
F | |
FD | Fiscaal Dienstverlener |
FDI | Foreign Direct Investment |
FEC | Financieel Expertise Centrum |
FIOD | Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst |
FJR | Financieel jaarverslag van het Rijk |
FMO | Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden |
FSV | Fraude Signalering Voorziening |
fte | Fulltime-equivalent |
G | |
GDA | Generiek platform voor Document en Archiefbeheer |
GLF | Greek Loan Facility |
GMB | Geïntegreerd middelen beheer |
H | |
HARP | Hit and Run Post |
HRM | Human Resource Management |
HVP | Herstel- en veerkrachtplan |
HZK | Huur- en zorgtoeslag en kindgebondenbudget |
I | |
IASB | International Accounting Standards Board |
IB | Informatiebeveiliging |
IBO | Interdepartementaal Beleidsonderzoek |
IBRD | International Bank for Reconstruction and Development |
ICT | Informatie- en Communicatietechnologie |
IDA21 | International Development Association |
IenW | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat |
IFB | Internationale Fiscale Behandeling |
IFC | International Finance Corporation |
IH | Inkomensheffing |
IMF | Internationaal Monetair Fonds |
IMVO | Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen |
IPW | Instituut Publieke Waarden |
IT | Informatietechnologie |
IV | Informatievoorziening |
K | |
KPI | Kritieke prestatie-indicator |
L | |
LH | Loonheffing |
M | |
M&O | Misbruik en Oneigenlijk gebruik |
MFA | Macro-Financiële bijstand |
MFB | Macro-financiële bijstand |
MFK | Meerjarig Financieel Kader |
MIGA | Multilateral Investment Guarantee Agency |
MI | Managementinformatie |
MKB | Midden- en kleinbedrijf |
MN | Miljoenennota |
MOB | Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer |
MOV | Maintenance Of Value |
MRB | Motorrijtuigenbelasting |
MSNP | Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen |
MVO | Maatschappelijk verantwoord ondernemen |
N | |
NAB | New Arrangements to Borrow |
NBM | Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars |
NDC's | Nationally Determined Contributions |
NGEU | Next Generation EU |
NHT | Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden |
NLFI | NL Financial Investments |
NLO | Nederlandse Loterij |
NNB | Nog niet bekend |
NSOC | Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit |
NW | Niet Winst |
O | |
OB | Omzetbelasting |
OCT | Overseas Countries and Territories |
OESO | Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling |
OM | Openbaar Ministerie |
OSAG | Online Security Awareness Game |
OSS | One Stop Shop |
OTB | Ouders in het Buitenland |
OV | Openbaar Vervoer |
P | |
PCT | Procent |
PFMI | Programma Fiscale Meldingen en Informatiestromen |
PISA | Programme for International Student Assessment |
POK | Parlementaire Ondervragings |
PSD | Payment Services Directive |
R | |
RBV | Rijksbegrotingsvoorschriften |
RC | Rekening-courant |
RHB | Rijkshoofdboekhouding |
RM | Risicomanagement |
RRB | Renterisicobedrag |
RRF | Recovery and Resilience Facility |
RST | Resilience and Sustainability Trust |
RVO | Rijksdienst voor Ondernemend Nederland |
RVU | Regeling Vervroegd Uittreden |
RWT | Rechtspersoon met een wettelijke taak |
S | |
SAFE | Security Action for Europe |
SBB | Sell Buy Back |
SBN | Sociaal Banken Nederland |
SBTİ | Science Based Targets initiative |
SDR | Special Drawing Rights |
SEA | Strategische Evaluatie Agenda |
SG | Secretaris-Generaal |
SGH | Stichting Gelijkwaardig Herstel |
SGP | Stabiliteits- en Groeipact |
SMP | Securities Markets Programme |
SPP | Strategisch personeelsplan |
SRF | Single Resolution Fund |
SRH | SNS REAAL Holding |
SSO | Shared Service Organisatie |
SURE | Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency |
SZW | Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
T | |
TEM | Traditionele Eigen Middelen |
TRF | Travelflex Coin (crypto-activa) |
U | |
UBO | Ultimate Beneficial Owners |
UCN | Ultra-Centrifuge Nederland |
UHS | Uitvoerings- en Handhavingsstrategie |
UHT | Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen |
ULCM | Ukraine Loan Cooperation Mechanism |
USD | Amerikaanse dollar |
UWV | Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen |
V | |
VNG | Vereniging Nederlandse Gemeenten |
VpB | Vennootschapsbelasting |
VRO | Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordering |
VSO | Vaststellingsovereenkomst |
VWS | Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport |
W | |
WAKO | Wet Aansprakelijkheid Kernongevallen |
Wft | Wet op het financieel toezicht |
WML | Wettelijk minimumloon |
WNT | Wet Normering Topinkomens |
Woo | Wet open overheid |
Wpg | Wet politiegegevens |
Wwft | Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme |
Z | |
Zbo | Zelfstandig Bestuursorgaan |
ZZP | Zelfstandige zonder personeel |