Base description which applies to whole site

IX Financiën en Nationale Schuld

A. ALGEMEEN

1. Gerealiseerde uitgaven en ontvangsten

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 25.490,4 mln.

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten IX Financiën (x € 1 mln.). Totaal € 243.628,1 mln.

Figuur 3 Gerealiseerde belastingontvangsten IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 237.257,9 mln.

Figuur 4 Gerealiseerde niet-belastingontvangsten IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 6.370,3 mln.

Figuur 5 Gerealiseerde uitgaven IX Nationale Schuld verdeeld over beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 31.728,3 mln.

Figuur 6 Gerealiseerde ontvangsten IX Nationale Schuld verdeeld over beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 61.449,3 mln.

1 2. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

Aan de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretarissen van Financiën, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Financiën en Nationale Schuld (IX) over het jaar 2025 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Financiën decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het ministerie van Financiën;

  • de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;

  • het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De minister van FinanciënEHeinen

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

3. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt het jaarverslag 2025 van het ministerie van Financiën, begrotingshoofdstuk IX (Financiën en Nationale Schuld) van de Rijksbegroting. In het jaarverslag worden de gerealiseerde beleidsdoelen, gebruikte instrumenten en ingezette middelen verantwoord ten opzichte van de begroting. Waar relevant wordt verwezen naar Kamerstukken of andere beschikbare verantwoordingsinformatie. De Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) en de Comptabiliteitswet (CW) vormen het regelgevend kader voor het jaarverslag.

Het algemeen financieel-economische beleid en het begrotingsbeleid worden primair verantwoord in het Financieel jaarverslag van het Rijk (FJR). Daarin worden ook de belastingontvangsten toegelicht.

Vanwege tussentijdse afrondingen op duizenden, miljoenen of miljarden euro’s kan het voorkomen dat de som der delen afwijkt van het totaal in de tabellen.

Opbouw van het jaarverslag

Het jaarverslag bestaat, conform RBV, uit de volgende onderdelen:

A. Algemeen

Dit gedeelte bestaat uit de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten, de aanbieding van het jaarverslag met een verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer (hoofdstukken 1 en 2).

B. Beleidsverslag

Beleidsprioriteiten

In het beleidsverslag wordt allereerst ingegaan op de beleidsprioriteiten (hoofdstuk 4): welke resultaten zijn bereikt in 2025? Hierin wordt teruggekeken op de beleidsagenda uit de begroting 2025, waarin de belangrijkste beleidsdoelen voor 2025 staan. Ook is een samenvatting van de Nationale Schuld, een overzicht van de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen, een overzicht risicoregelingen, een openbaarheidsparagraaf, de onderuitputting en het focusonderwerp van het Financieel Jaarverslag Rijk voor 2025 ‘Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld’

Beleidsartikelen

Daarna wordt in de beleidsartikelen (hoofdstuk 5) en de niet-beleidsartikelen (hoofdstuk 6) per artikel op hoofdlijnen gerapporteerd over de bereikte resultaten in 2025. Waar relevant en beschikbaar worden de realisaties van indicatoren of kengetallen weergegeven om te laten zien in welke mate de doelstellingen op een beleidsterrein zijn behaald. De beleidsartikelen in het jaarverslag hebben volgens de RBV standaard de volgende indeling:

  • A. Algemene doelstelling;

  • B. Rol en verantwoordelijkheid;

  • C. Beleidsconclusies;

  • D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;

  • E. Toelichting op de instrumenten.

Ter nadere onderbouwing van de Beleidsconclusies in onderdeel C, is voor artikel 1 Belasting een toelichting opgenomen in een aanvullend onderdeel F.

Niet-beleidsartikelen

In hoofdstuk 6 komen de niet-beleidsartikelen aan bod:

  • artikel 8 Apparaat kerndepartement;

  • artikel 10 Nog onverdeeld.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Zowel de beleidsartikelen als de niet-beleidsartikelen bevatten een tabel ‘Budgettaire gevolgen van beleid’ met een toelichting op de verschillen tussen de begrote en gerealiseerde bedragen. Niet alle verschillen in verplichtingen, uitgaven en ontvangsten worden toegelicht. Voor het opnemen van een toelichting zijn op het niveau van financiële instrumenten onderstaande normen gehanteerd, conform de RBV.

Tabel 1 Ondergrenzen toelichtingen (bedragen x € 1 mln.)

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting)

Beleidsmatige mutaties (ondergrens)

Technische mutaties (ondergrens)

< 50

1

2

≥ 50 en < 200

2

4

≥ 200 en < 1.000

5

10

≥ 1.000

10

20

Bedrijfsvoeringsparagraaf

Hoofdstuk 7 is de bedrijfsvoeringsparagraaf met relevante aandachtspunten in de bedrijfsvoering van het ministerie van Financiën. De bedrijfsvoeringsparagraaf heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage. Er wordt onder andere ingegaan op de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden bij het vorige jaarverslag (2024) en de maatregelen die zijn getroffen om deze onvolkomenheden in het verantwoordingsjaar (2025) en de jaren daarna weg te werken. Ook wordt gerapporteerd over de rechtmatigheid van de verantwoorde bedragen, rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering.

C. Jaarrekening

De hoofdstukken 8 tot en met 10 vormen de jaarrekening. Hoofdstuk 8 geeft de verantwoordingsstaten weer, hoofdstuk 9 de saldibalans met toelichtingen en hoofdstuk 10 de verantwoording betreffende de Wet Normering Topinkomens (WNT).

D. Bijlagen

Tot slot zijn vijf bijlagen opgenomen:

  • Bijlage 1: Toezichtsrelaties zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s)

  • Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

  • Bijlage 3: Inhuur externen

  • Bijlage 4: Budgettair overzicht Oekraïne

  • Bijlage 5: Lijst van afkortingen

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering 

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften 2026 en de Regeling agentschappen 2024. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lastenagentschappen het baten-lastenstelsel.

Het verslag van de Nationale Schuld heeft twee specifieke eigenschappen. De eerste eigenschap is dat de rente-uitgaven en renteontvangsten op transactiebasis worden verantwoord, in plaats van op kasbasis zoals bij alle andere onderdelen van de Rijksbegroting. Dit is vastgelegd in de CW 2016, artikel 2, negentiende lid. Met de registratie van rente op transactiebasis voor de Nationale Schuld wordt aangesloten bij de Europese voorschriften van het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) 2010. De tweede eigenschap is dat voor beide artikelen het verplichtingen-kasstelsel wordt gevoerd en daarbij wordt ervan uitgegaan dat de aangegane financiële verplichtingen gelijk zijn aan de uitgaven (kas = verplichtingen).

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsprioriteiten wordt teruggekomen op de landenspecifieke aanbevelingen zoals verwoord in de begroting 2025.

Groeiparagraaf

Het ministerie van Financiën blijft de informatievoorziening aan de Kamer en burgers stapsgewijs verbeteren, op basis van eigen ambities en wensen uit de Kamer. Ten opzichte van het jaarverslag Financiën en Nationale Schuld 2024 zijn enkele verbeteringen doorgevoerd:

  • Het onderwerp onderuitputting (focus van 2023) en het nieuwe focusonderwerp ‘Risico’s voor de inning en besteding van belasting- en premiegeld’ zijn opgenomen in het beleidsverslag.

  • Het overzicht moties en toezeggingen en het overzicht coronasteunmaatregelen zijn niet meer opgenomen. Gegevens over Caribisch Nederland staan voortaan alleen nog bij het betreffende beleidsdepartement.

B. BELEIDSVERSLAG

4. Beleidsprioriteiten

4.1 Verantwoording beleidsprioriteiten

Inleiding

Dit beleidsverslag blikt terug op de resultaten van de beleidsprioriteiten uit de beleidsagenda van de begroting 2025. Voor het ministerie van Financiën stond 2025 in het teken van werken aan een financieel gezond Nederland. Ontwikkelingen zoals de voortdurende oorlog in Oekraïne, toenemende geopolitieke spanningen en groeiende handelsbelemmeringen hadden invloed op het werkterrein van het ministerie. Tevens onderstreepten zij het belang van een veerkrachtige economie, gezonde overheidsfinanciën en nauwere samenwerking binnen de Europese Unie.

Na de val van het kabinet op 3 juni 2025 heeft het kabinet-Schoof zich terughoudend opgesteld in het voorbereiden van nieuw beleid. Tegelijkertijd nam het kabinet actie waar besluitvorming niet kon wachten. Daarbij ging het om veiligheid, hersteloperaties en het nakomen van internationale afspraken en verplichtingen, waaronder de steun aan Oekraïne. Zo heeft Nederland Oekraïne in 2025 geholpen met financiële ondersteuning voor wederopbouw en stabiliteit, deelname aan EU-leningen en garanties, en militaire steun in internationaal verband.

Ook op diverse andere terreinen is in 2025 voortgang geboekt. Op de eerste plaats zijn er, op advies van de Expertgroep Realistisch Ramen in de Voorjaarsnota 2025 maatregelen genomen om de rijksuitgaven realistischer te ramen, in lijn met het feitelijke bestedingspatroon en de uitvoerbaarheid van beleid.

Op de tweede plaats is een oplossing gevonden voor de kapitaalbehoefte van zowel TenneT Nederland als TenneT Duitsland.1 De staat heeft TenneT Nederland een garantie verleend, waardoor financiering tegen gunstige voorwaarden mogelijk is. Voor TenneT Duitsland zijn drie private investeerders gevonden die 9,5 miljard euro in TenneT Duitsland zullen investeren. Hiermee is de kapitaalbehoefte van TenneT Duitsland ingevuld. Daarnaast is op 3 februari 2026 aangekondigd dat de Duitse staat een deel van TenneT Duitsland zal kopen2.

Op de derde plaats is het staatsbelang in ABN AMRO verder teruggebracht. Op 25 juli 2025 is een verkoopprogramma afgerond waarmee het staatsbelang is afgebouwd tot 30,5%.3 Op 9 september 2025 is een nieuw verkoopprogramma aangekondigd waarmee het belang verder wordt afgebouwd tot circa 20%.4

Verder zijn de integrale beoordelingen van de hersteloperatie toeslagen inmiddels vrijwel afgerond. Met de introductie van MijnHerstel5 is een begin gemaakt om het financiële herstelproces uiterlijk eind 2027 te voltooien. Dienst Toeslagen heeft ervoor gezorgd dat ruim zes miljoen huishoudens elke maand hun toeslagen ontvingen, waarbij steeds meer mensen direct het juiste bedrag van hun toeslag uitbetaald kregen.

Tot slot heeft de Belastingdienst met de Meerjarenstrategie 2025-20306 helder richting gegeven aan haar werkzaamheden voor de komende jaren. De Douane verwerkte ongeveer een miljard aangifteregels afgelopen jaar en boekte grote successen in het bestrijden van drugscriminaliteit.

Figuur 7

Thema 1: Financieel gezond Nederland

Solide overheidsfinanciën

Het kabinet hanteerde ook in 2025 een trendmatig begrotingsbeleid. Dit biedt houvast aan Nederlandse burgers en bedrijven. Het trendmatig begrotingsbeleid is gebaseerd op drie principes: 1) efficiënte allocatie van publieke middelen, 2) beheersen van de overheidsfinanciën, en 3) stabilisatie van de economie. Het kabinet acht begrotingsdiscipline belangrijk voor de Nederlandse belastingbetaler. Het is de taak van het ministerie van Financiën om erop toe te zien dat het geld van de Nederlandse overheid volgens deze principes wordt besteed.

De overheidsfinanciën voor 2025 vallen positiever uit dan eerder geraamd. Het EMU-saldo komt uit op ‒ 1,6 procent en de EMU-schuld komt uit op 44,4 procent van het bbp. Hiermee blijft Nederland binnen de Europese referentiewaarden voor het saldo en de schuld van het Stabiliteits-en Groeipact (SGP).

Het eerste budgettair structureel plan voor de middellange termijn (FSP) is op 10 oktober 2024 aan het parlement aangeboden en vervolgens aan de Europese Commissie toegezonden. In dit plan is ingegaan op het begrotingsbeleid, wat raakt aan de budgettaire landspecifieke aanbevelingen. Het FSP en de overige Europese rapportageverplichtingen zijn ingepast in de nationale begrotingssystematiek. Het Annual Progress Report (APR) is gelijktijdig met de Voorjaarsnota 2025 aan het parlement aangeboden7 en het Draft Budgetary Plan (DBP) gelijktijdig met de Miljoenennota 2026.8

Met het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) maakt Nederland aanspraak op 5,4 miljard euro. Daarvan is reeds 2,5 miljard euro uitgekeerd.9 Nederland heeft eind 2025 het derde betaalverzoek ingediend van ruim 550 miljoen euro. Aanspraak op de resterende middelen volgt in betaalverzoeken 4 en 5 in 2026. Het niet of te laat uitvoeren van de maatregelen in het Nederlandse HVP voor de uiterlijke deadline van 31 augustus 2026 kan daarbij leiden tot korting op de te ontvangen Nederlandse HVP-middelen.

Brede welvaart

In de ‘Factsheet Brede Welvaart 2026 bij het jaarverslag van het ministerie van Financiën» zijn bredewelvaartsindicatoren opgenomen die te maken hebben met de (rijks)begroting en het beleidsterrein van het ministerie van Financiën. De Factsheets Brede Welvaart zijn in 2026 voor het eerst op Verantwoordingsdag gepubliceerd, waarmee deze beter geïntegreerd worden in de begrotings- en verantwoordingscyclus. De indicatoren hebben namelijk een terugkijkend karakter. Brede welvaart in het jaarverslag helpt bij een lerende overheid en kan bijdragen aan het verbeteren van toekomstig beleid.

Op veel beleidsterreinen van het ministerie zijn er positieve ontwikkelingen zichtbaar.10 De schuld van de overheid bevindt zich op een relatief laag niveau, maar het vergt inspanning om dat zo te houden. Ook de werkloosheid onder de beroepsbevolking is laag, wat bijdraagt aan een gezonde economie. Verder is waarneembaar dat de mediane solvabiliteit van niet-financiële bedrijven (financiële veerkracht) een stijgende lijn vertoont. Tot slot is de belastingmoraal de afgelopen jaren stabiel gebleven, echter is hier op het moment van schrijven enkel data van 2021 tot 2023 beschikbaar.

Economie en vestigingsklimaat

Concurrentiekracht EU

Een sterke en stabiele Europese economie is cruciaal voor Nederland. Voor het kabinet is het daarom belangrijk om in Europa een constructieve speler te zijn. Het ministerie van Financiën investeerde daarom ook in 2025 in goede relaties met andere lidstaten en met de (financiële) instellingen van de Europese Unie.

Aandacht voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en het verhogen van duurzame economische groei bleef van groot belang, ook in Europa. Nederland heeft daarom ook mede ingezet op een gedegen implementatie van het herziene Stabiliteits- en Groeipact, met aandacht voor het begrotingsbeleid, publieke investeringen en structurele hervormingen.

In de voorstellen voor het volgende Meerjarig Financieel Kader (vanaf 2028) heeft de nieuwe Europese Commissie veel aandacht voor het versterken van de Europese concurrentiekracht, onder andere met een Europees Concurrentievermogen Fonds. Hoewel Nederland kritisch is op andere delen van het MFK-voorstel, ondersteunt Nederland deze inzet en de nadruk op onderzoek, innovatie en productiviteitsgroei.

In oktober 2023 heeft Nederland met het derde steunpakket voor Oekraïne de exportkredietverzekeringsfaciliteit (ekv) voor Oekraïne geopend. Hierdoor kan er ondanks de grote risico’s tóch ondersteuning worden geboden voor Nederlandse exporttransacties naar en investeringen in Oekraïne. In 2025 zijn er verschillende dekkingstoezeggingen en polissen (€ 24,1 mln.) onder de faciliteit verstrekt. Daarnaast heeft het kabinet besloten het mandaat van de Oekraïne-faciliteit uit te breiden. Naast ondersteuning van transacties voor herstel en wederopbouw kunnen voortaan ook de betalingsrisico’s van defensietransacties verzekerd worden.

Vestigingsklimaat

Nederland staat voor uitdagingen op het gebied van het ondernemings- en vestigingsklimaat, innovatie, transities en strategische autonomie. Staatsdeelnemingen, waar de minister van Financiën de rol van aandeelhouder vervult, spelen hierin een belangrijke rol. In 2025 droeg Invest-NL hieraan bij met investeringen in innovatieve bedrijven en de verduurzaming van de Nederlandse economie. Tot en met het derde kwartaal van 2025 investeerde Invest-NL bijna 1,4 miljard euro11 aan eigen en ander publiek fondsvermogen.12

Verder droeg Invest International bij aan de positie van Nederlandse bedrijven in het buitenland, waarbij de politieke en strategische positie van Nederland verstevigd wordt. In 2025 heeft het kabinet gewerkt aan de verkenning naar het samengaan van Invest-NL en Invest International. Geconcludeerd is dat er een grotere, geïntegreerde en meer slagkrachtige financieringsinstelling nodig is om de uitdagingen voor de Nederlandse economie aan te pakken. In de tweede helft van 2025 is aan deze integratie gewerkt en zijn opties voor een nationale investeringsinstelling onderzocht. 13

Een ander voorbeeld waarin het kabinet het ondernemingsklimaat voor het Nederlandse bedrijfsleven heeft ondersteund, is de exportkredietverzekeringsfaciliteit. In 2025 zijn er 165 polissen afgegeven.14

Op fiscaal vlak heeft het kabinet per 2025 het afschaffen van de inkoopfaciliteit in de dividendbelasting teruggedraaid, net als de tariefsverhoging in box 2 en de verlaging van de winstvrijstelling voor het midden- en kleinbedrijf. Daarnaast is de renteaftrekbeperking verruimd zodat tot 24,5% procent van de EBITDA (een maatstaf voor winst) aan rentes kan worden afgetrokken, in plaats van 20%.15 Hiermee loopt Nederland meer in de pas met het Europees gemiddelde.

Financiële sector

Een sterke en betrouwbare financiële sector is van groot belang voor stabiele economische groei. We kunnen in Nederland trots zijn op onze financiële sector. Nederlandse financiële instellingen zijn efficiënt, innovatief en dienstverlenend.

Begin 2025 heeft de minister een visie op de financiële sector naar de Tweede Kamer gestuurd.16 De visie geeft richting aan het beleid. Er worden keuzes gemaakt op drie overkoepelende thema’s: (1) goed functionerende markten, (2) verminderen regeldruk en goed toezicht en (3) toegankelijk betalingsverkeer en bescherming van de consument.

Op verschillende onderdelen van de visie zijn belangrijke stappen gezet. Zo heeft het kabinet een duidelijke en ambitieuze inzet op versterking van de Europese kapitaalmarktunie naar de Kamer gestuurd, met aandacht voor meer centralisatie van toezicht in Europa en voor het mobiliseren van vermogen van particuliere beleggers. Ook is in Europa een akkoord bereikt over de herziening van het Europese crisisraamwerk voor banken.17 Daarnaast zijn goede resultaten geboekt bij het verminderen van regeldruk en het versimpelen van regelgeving voor de financiële sector. Zo wordt bij nationale implementatie van Europese regelgeving waar mogelijk gekozen voor de meest lastenluwe optie, zoals bijvoorbeeld de (lopende) implementatie van herziene prudentiële raamwerken voor banken en verzekeraars. Op Europees niveau is er actief gewerkt aan het vereenvoudigen van regelgeving voor financiële dienstverlening, zoals duurzaamheidsrapportages en securitisaties. Daarbij is steeds gelet op het waarborgen van financiële stabiliteit en het hanteren van internationale standaarden. In oktober 2025 is ook de Wijzigingswet accountancysector18aangenomen in de Eerste Kamer met als doel om de kwaliteit van de wettelijke controle te verhogen.

In maart is het wetsvoorstel chartale infrastructuur bij de Tweede Kamer ingediend, met als doel om contant geld bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar te houden. In juli 2025 is de implementatiewet van het nieuwe Europese anti-witwaspakket geconsulteerd.19 Hiermee worden de regels om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen Europees geharmoniseerd, zodat de effectiviteit vergroot wordt en een gelijk speelveld behouden blijft. Daarnaast is in juli het wetsvoorstel voor de beperking van toegang tot het UBO-register in werking getreden, waarmee de privacy van UBO’s wordt gewaarborgd.20 Eind 2025 heeft de Tweede Kamer de voortgang op de nieuwe anti-witwasaanpak ontvangen. 21Hiermee krijgen zakelijke klanten, zoals ondernemers en non-profitorganisaties, betere toegang tot een betaalrekening.

Tot slot is gewerkt aan de financiële weerbaarheid van huishoudens. In 2025 vond de 14e editie van de Week van het geld plaats, met als thema ‘Hoe maak jij je gelddromen waar?’. Kinderen en jongeren leerden aan de hand van dit thema hoe verstandige geldkeuzes kunnen bijdragen aan het realiseren van hun gelddromen. Met deze communicatiecampagne is ook in 2025 ingezet op de preventie van geldzorgen onder jongeren.

Thema 2. (Fiscaal) beleid en de uitvoering

Fiscale beleidsprioriteiten

Er zijn belangrijke stappen gezet voor de hersteloperatie en de invoering van een nieuw stelsel in box 3. Na de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 202422 is aanvullend rechtsherstel nodig in box 3. Dit is het geval als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Om de arresten van de Hoge Raad te codificeren is de Wet tegenbewijsregeling box 3 opgesteld. Het wetsvoorstel is op 13 maart 2025 ingediend23 en is inmiddels aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer. De Belastingdienst is hierna gestart met de uitvoering van de tegenbewijsregeling. Vanwege de werkzaamheden voor de tegenbewijsregeling is invoering van het nieuwe stelsel in box 3 een jaar uitgesteld tot 1 januari 2028. Het nieuwe stelsel is uitgewerkt in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 324. Dit wetsvoorstel is op 19 mei 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. In het coalitieakkoord Aan de slag is afgesproken dat het stelsel van belasten van werkelijk rendement wordt doorontwikkeld naar een vermogenswinstsystematiek. Ook de Tweede Kamer heeft zich hiervoor uitgesproken.

Door de demissionaire status van het kabinet-Schoof zijn er geen besluiten genomen over enkele prioriteiten uit de begroting 2025. Het gaat om een nieuw toeslagen- en belastingstelsel en de aanpak van fiscale regelingen en constructies.

In het pakket Belastingplan 2026 zijn verschillende maatregelen genomen om Nederland verder te vergroenen. Op de eerste plaats de norm dat personenauto’s die werkgevers in de zakelijke markt beschikbaar stellen aan werknemers, vanaf 2027 volledig elektrisch moeten zijn. Voor het ter beschikking stellen van fossiele personenauto’s, moeten werkgevers vanaf 2027 een pseudo-eindheffing betalen. Op de tweede plaats is de verhoging van de vliegbelasting per 2027, gedifferentieerd naar afstand. Tot slot is een beprijzingspakket gericht op afvalverbrandingsinstallaties opgenomen in het Belastingplan. Dit pakket bestaat onder andere uit een verhoging van de afvalstoffenbelasting en aanscherping van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties. Hiermee beoogt het kabinet de prikkel om te verduurzamen in de afvalsector te vergroten.

Belastingdienst

De ambitie voor de komende jaren is: ‘Een Belastingdienst waar burgers en bedrijven vertrouwen in hebben en medewerkers trots op zijn’. In de Meerjarenstrategie 2025 ‒ 203025 is opgeschreven hoe de Belastingdienst deze ambitie wil bereiken.

De Belastingdienst wil zijn dienstverlening verbeteren en toegankelijker maken. Tijdens de aangiftecampagne was de BelastingTelefoon extra goed bereikbaar. Ultimo 2025 is er een bereikbaarheidspercentage van 87,2% gehaald. Een lichte daling ten opzichte van 2024 (87,8%). De toegankelijkheid van de website van de Belastingdienst is verder verbeterd, waardoor de website opnieuw is bekroond met de A-status, de hoogste toegankelijkheidsstatus. Het programma Vroegsignalering heeft drie pilots uitgevoerd: beeldondersteuning voor burgers en balies, outbound bellen met contactkaartjes voor Geldteruggavebrief-doelgroepen en naar buitenlandse belastingplichtigen. Ook is de pilot ‘Triage Stella’ uitgevoerd, wat heeft geleid tot een nieuwe werkwijze die de toebedeling van Stella-casussen efficiënter maakt. Verder heeft de Belastingdienst verhuld vermogen en btw-fraude aangepakt, onder meer in samenwerking met de FIOD en het Openbaar Ministerie. Zo heeft het programma verhuld vermogen een opbrengst van afgerond 139 miljoen euro opgeleverd en 1.495 signalen afgehandeld.26 In 2025 zijn er in het fiscale domein door de FIOD 101 strafrechtelijke onderzoeken gestart, waarvan 20 in de specifieke aanpak van Btw-carrouselfraude, Btw-netwerkfraude en verhuld vermogen.27

De Belastingdienst heeft een belangrijke stap gezet richting een toekomstbestendige informatievoorziening met de ingebruikname van het Generiek platform voor Document en Archiefbeheer (GDA). Daarnaast moderniseert de Belastingdienst zijn ICT-landschap om de continuïteit van de uitvoering te borgen. Zo is er onder andere een nieuw softwarepakket aangeschaft (er is gegund) ter vervanging van het systeem voor de omzetbelasting, maar de implementatie moet nog volgen. Daarnaast zijn er stappen gezet in de uitfasering van de ontwikkelsoftware Cool:Gen.

De Belastingdienst wil zijn naleving van wet- en regelgeving verbeteren. Dit is een meerjarig traject, gericht op onder andere de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Wet open overheid (Woo). Voor de uitvoering van de Woo zijn stappen gezet door de taken te centraliseren en is gerealiseerd dat wordt voldaan aan alle in werking getreden tranches voor actieve openbaarmaking. De doorlooptijd van de afhandeling van Woo-verzoeken blijft een aandachtspunt. In 2025 zijn de volgende activiteiten gerealiseerd waarmee de naleving van de AVG op punten is verbeterd: er is een centraal en actueel verwerkingenregister gerealiseerd, voor alle hoogrisicoprocessen is een analyse gemaakt van privacyaspecten (134 DPIA’s), en er zijn verbeteringen doorgevoerd in het meldproces voor datalekken. Het toezichttraject van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) op dit onderdeel is afgerond.

Waar fouten in de uitvoering zijn ontstaan, wil de Belastingdienst deze identificeren en herstellen. In 2025 zijn daarom onder andere de volgende acties ondernomen. Zo is het onderzoek naar de Fraude Signalering Voorziening (FSV) afgerond. Begin 2025 zijn de laatste betrokkenen geïnformeerd over het effect van hun registratie in FSV. Voor de herstelactie Box 3 is het formulier voor opgave van werkelijk rendement voor box 3 gerealiseerd en zijn voorbereidingen getroffen voor de behandeling van de ingediende herstelaanvragen. Verder is de herstelactie minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP) op 1 juli 2025 gestart; naar verwachting zal deze actie begin 2026 worden afgerond. De invoeringstoets is in 2025 doorontwikkeld en ingebed in de staande organisatie.28 Daarnaast zijn in hetzelfde jaar zeven nieuwe toetsen opgestart.

Dienst Toeslagen

Dienst Toeslagen heeft zich in 2025 ingezet om29 haar taken beter uit te voeren, stelselaanpassingen en -alternatieven te onderzoeken, en zich onverminderd in te spannen voor een positieve afronding van het herstel voor burgers die onrecht is aangedaan.

In 2025 heeft een succesvolle attenderingsactie op het recht op zorgtoeslag plaatsgevonden waarbij ruim 200.000 brieven zijn verstuurd. Naar aanleiding van deze brief zijn ruim 70.000 aanvragen zorgtoeslag30 2024 gedaan. De app, die continu wordt doorontwikkeld en waarmee burgers laagdrempelig wijzigingen kunnen doorvoeren, wordt steeds beter gebruikt. De app draagt bij aan het verminderen van terugvorderingen. Tegelijkertijd wijst de Dienst Toeslagen burgers op een persoonlijke betalingsregeling om terugvorderingen terug te betalen.

Dienst Toeslagen heeft ook in 2025 meegewerkt aan stelselaanpassingen, bijvoorbeeld via het wetsvoorstel verbetermaatregelen toeslagen en een vereenvoudiging van het partnerbegrip (afschaffen samengesteld gezin-criterium).

Stand van zaken vervolgacties Parlementaire Onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag (POK)

In 2025 zijn vrijwel alle Integrale Beoordelingen afgerond, waardoor gedupeerde ouders een belangrijke stap in hun herstelproces hebben gezet. De compensatie is minimaal 30.000 euro (Catshuisregeling)31 en kan via de Integrale Beoordeling hoger uitvallen.

Voor aanvullende schade is in 2025 de nieuwe schaderoute MijnHerstel gestart, waarmee opvolging is gegeven aan het advies van de Commissie Van Dam om het schadeproces te vereenvoudigen naar twee duidelijke routes: de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH) en MijnHerstel. Ouders die op de wachtrij staan voor de Commissie Werkelijke Schade (CWS) zullen worden benaderd voor een mogelijke overstap. Voor enkele specifieke doelgroepen en voor de inzet van de CWS moet nog nadere besluitvorming plaatsvinden.

Gedupeerde ouders en hun (ex-)toeslagpartner krijgen kwijtschelding van publieke schulden en hulp bij private schulden. Sinds de start is 321,06 miljard euro aan overheidsschulden kwijtgescholden, 216 miljoen euro aan private betalingsachterstanden betaald en ruim 5 miljoen euro aan eerder betaalde private schulden teruggegeven aan ouders.33

De Belastingdienst en Dienst Toeslagen hebben hun dienstverlening aan burgers en bedrijven verbeterd. In 2025 zijn 184.244 hulpverzoeken34 afgehandeld, verschillende pilots gestart en de bereikbaarheid vergroot door digitalisering (zoals de app Toeslagen) en proactieve communicatie.

Douane

Om haar taken effectief uit te voeren in een steeds complexere context, bleef de Douane ook in 2025 inzetten op internationale samenwerking. De Douane benut expertise en data, en de inzet van digitale middelen en vernieuwde apparatuur om het toezicht te versterken.

In 2025 nam de Europese Unie drie sanctiepakketten aan tegen Rusland en Belarus. De aangenomen pakketten betekenen voor de Douane een continuering van de intensieve handhaving op de sanctiemaatregelen tegen Rusland en Belarus. Zo hield de Douane onder meer toezicht op de verschillende import- en exportverboden en op mogelijke sanctieomzeiling.

In 2025 hebben meerdere ontwikkelingen centraal gestaan voor de Douane. De Europese douane-unie wordt ingrijpend hervormd en het aantal niet-fiscale douanetaken breidt uit. De geopolitieke onrust heeft gezorgd voor aandacht voor het versterken van de weerbaarheid van de Douane, het handhaven van sancties en het uitvoeren van handelsafspraken.

E-commerce en markttoezicht

Er is sprake van een zeer groot volume e-commerce pakketjes dat via Nederland de EU binnenkomt en een aanzienlijk nalevingstekort op het gebied van Europese producteisen. De Douane heeft zich in 2025 voorbereid op de invoering van een mogelijke handling fee om, samen met de betrokken departementen en handhavingspartners, douanecapaciteit vrij te maken voor controles op de e-commerce stroom.

Sturen op maatschappelijke effecten

In 2025 is de visie van de Douane voor 2035 ‘Van maatschappelijke waarde’35 vastgesteld. De Douane wil de inzet van zijn mensen en middelen meer gaan richten op de effecten op de samenleving en zo de maatschappelijke waarde vergroten. Om dit te concretiseren is de Douane het programma Sturen op maatschappelijke effecten36 gestart.

Ook is de toepasbaarheid van een douanebrede risicoanalyse onderzocht. De Douane gaat de risico’s over taakgebieden heen inhoudelijker duiden en explicieter aangeven op welke taken meer óf minder ingezet moet worden.

Digitale transformatie

Op het terrein van Scan- en detectie zijn de noodzakelijke werkzaamheden verricht om over te kunnen gaan op een nieuwe scan-analyseomgeving. Ook is met succes Artificial Intelligence ingezet in een pilot voor analyse van scanbeelden. In het kader van de digitale Douane is de website gemoderniseerd en daarnaast is het Douane Contact Center (DCC) gevormd. Hiermee heeft de Douane de kwaliteit van de informatievoorziening vergroot en kunnen vragen van bedrijven beter en efficiënter worden beantwoord.

1

Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 447

2

Kamerstukken II 2025-2026, 28 165, nr. 470

3

Kamerstukken II 2024-2025, 31 789, nr. 120

4

Kamerstukken II 2024-2025, 31 789, nr. 122

10

Deze teksten zijn gebaseerd op indicatoren uit de Monitor Brede Welvaart en SDG’s 2025 en de Factsheets Brede Welvaart 2024. De meest recente data is op Verantwoordingsdag door het CBS gepubliceerd in de Factsheets Brede Welvaart 2026.

12

Cijfers over het laatste kwartaal van 2025 komen pas in mei 2026 beschikbaar en zijn daarom niet opgenomen.

14

Bron: Atradius

16

Kamerstukken II 2024/25, 32 013, nr. 302

26

Bron: Belastingdienst

27

Bron: Belastingdienst

34

Bron: Belastingdienst

36

Zie visie van de Douane voor 2035 ‘Van maatschappelijke waarde - voetnoot 20

4.2 Samenvatting Nationale Schuld

De EMU-schuld is de uitstaande schuld van de hele collectieve sector. Eind 2025 bedroeg de EMU-schuld € 523,5 mld. De staatsschuld, gefinancierd door het Agentschap, is hier onderdeel van. De staatsschuld bedroeg ultimo 2025 € 448,7 mld., dat is € 24,6 mld. lager dan begroot. De belangrijkste oorzaak van deze daling is dat het kastekort in 2025, nog onbekend bij het opstellen van de begroting, lager is uitgevallen.

Tabel 2 Kerncijfers ontwerpbegroting en realisaties 2025 (bedragen x € 1 mld.)1
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

Stand schuld (ultimo 2025)

   

EMU-schuld

523,5

548,4

‒ 24,9

Staatsschuld

448,7

473,3

‒ 24,6

Interne schuldverhouding

96,3

91,4

4,9

    

Rentelasten

   

Rentelasten vaste en vlottende schuld (art. 11)

6,4

7,7

‒ 1,3

Rentelasten interne schuldverhouding (art. 12)

2,3

2,7

‒ 0,4

Totaal

8,7

10,4

‒ 1,7

1

Als gevolg van afrondingen kan de som der delen afwijken van het totaal.

De Nederlandse staat heeft een schuldverhouding met publieke instellingen die deelnemen aan schatkistbankieren, zoals sociale fondsen, agentschappen, RWT’s, decentrale overheden en enkele derden. Het saldo van de vorderingen en schulden van deze deelnemers bij de staat wordt de interne schuldverhouding genoemd. Ultimo 2025 is deze € 96,3 mld. positief, wat betekent dat de staat per saldo een schuld heeft aan de deelnemers. In 2025 is de interne schuldverhouding met € 11,7 mld. gestegen ten opzichte van vorig jaar en € 4,9 mld. hoger dan begroot. Dit komt vooral door een toename van de rekening-courantstanden van de sociale fondsen (+ € 11,4 mld.).

De rentelasten bedroegen € 8,7 mld. Dit betreft het saldo van de rentelasten en -baten op de vaste en de vlottende schuld (artikel 11 financiering staatsschuld) en de interne schuldverhouding (artikel 12 kasbeheer). Dit is € 1,7 mld lager dan in de begroting 2025 werd geraamd. Door een lagere financieringsbehoefte is minder schuld uitgegeven op de kapitaal- en geldmarkt, wat de rentelasten heeft verlaagd. Ook is nieuwe schuld tegen gemiddeld lagere rentetarieven afgesloten. Daarnaast vielen de rentelasten over de interne schuldverhouding lager uit dan verwacht: hoewel het saldo daarvan steeg, was het rentepercentage gemiddeld lager. Per saldo leidde dit tot lagere rentelasten.

Financieringsbehoefte

Tabel 3 Opbouw en dekking van de financieringsbehoefte van het Rijk in 2025, inclusief de geldmarkt (bedragen x € 1 mld.)1
  

Financieringsbehoefte:

 

Aflossingen kapitaalmarkt in 2025 (op kasbasis)

20,0

Geldmarkt ultimo 2024 incl. uitzettingen

37,5

Mutatie onderpand in contanten 2025

0,1

Kassaldo Rijk 2025 (-/- is kasoverschot)

24,9

Totaal

82,5

  

Dekking:

 

Kapitaalmarktuitgifte 2025 (op kasbasis)2

38,7

Geldmarkt ultimo 2025 incl. uitzettingen

43,8

Totaal

82,5

1

Als gevolg van afrondingen kan de som der delen afwijken van het totaal.

2

De kapitaalmarktuitgifte en aflossingen zijn in deze tabel weergegeven op kasbasis. De nominale waarde van de uitgifte op de kapitaalmarkt was € 40,7 mld. Hierbij is bij de uitgifte van de leningen € 2,0 mld. aan disagio gerealiseerd. Bij disagio ontvangt de Staat minder geld dan de nominale waarde van een lening. In de verantwoordingsstaten wordt het agio of disagio gedurende de looptijd van de lening als rentebaten of -lasten evenredig toegerekend aan de netto rentelasten van de lening (op transactiebasis). In de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt het agio of disagio meegenomen in de netto rentelasten vaste schuld die eveneens op transactiebasis worden weergegeven.

De financieringsbehoefte bedroeg in 2025 € 82,5 mld, voornamelijk door herfinanciering van af te lossen leningen. Verder hangt de financieringsbehoefte af van het kassaldo van het Rijk en de verandering van het onderpand in contanten. Onderpand betreft kasgeld dat tegenpartijen, bijvoorbeeld bij het aangaan van swaps, bij de Nederlandse staat plaatsen om het risico te ondervangen dat de tegenpartij niet meer aan zijn verplichtingen voldoet. In de begroting was een kastekort van € 49,0 mld geraamd. Door lagere uitgaven kwam het kastekort uit op € 24,9 mld. Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de financieringsbehoefte is gedekt door de uitgifte van langlopende leningen op de kapitaalmarkt en kortlopende leningen op de geldmarkt.

4.3 Realisatie periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen

In 2025 zijn twee periodieke rapportages afgerond. De eerste periodieke rapportage, de Evaluatie crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI's en Europese instellingen, concludeert dat internationale instellingen doeltreffend de gevolgen van de COVID-crisis bestreden hebben. Kanttekeningen hierbij behelzen de de toegang tot steun van bepaalde landen en bedrijven en de soms lange doorlooptijd van maatregelen. In de tweede, de Periodieke rapportage Schuldfinanciering, wordt geconcludeerd dat het financieringsbeleid en het renterisicokader van de Nederlandse staat doeltreffendheid en doelmatig zijn geweest. Om het beleid te verbeteren wijst de evaluatie onder andere op het inrichten van een ordentelijk proces voor de vaststelling van de risico-indicatoren en op het nut van een evaluatie van het groene obligaties programma.

De beleidsdoorlichting Toezicht van de Belastingdienst is tevens in 2025 aan de Kamer aangeboden; het onderliggende onderzoek was echter reeds in 2024 afgerond. De belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van deze periodieke rapportages en beleidsdoorlichting alsmede hun opvolging komen uitgebreid aan bod in de jaarlijkse Kamerbrief Opvolging in beeld die ten tijde van de Jaarverantwoording met de Kamer zal zijn gedeeld.

Voor de periodieke rapportage Stabiele, integere en betrouwbare financiële markten geldt dat het onderliggende onderzoek reeds is uitgevoerd maar de evaluatie nog niet naar de Kamer is verzonden door vertraging in de afrondende fase. De afronding van de evaluatie wordt binnenkort verwacht.

Vanwege de overgang van beleidsdoorlichtingen (BD) naar periodieke rapportages (PR) geeft de onderstaande tabel de realisatie van beide evaluatiesoorten weer gedurende de afgelopen zeven jaar.

Tabel 4 Realisatie periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen

PR/BD

Thema1

Artikel

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Kamerstuk

BD

5: Belastingdienst

1

      

X

Kamerstuk 31066, nr. 1464

BD

4: Fiscaal beleid

1

 

X

     

Kamerstuk 35300, nr. 79

BD

5: Belastingdienst

1

 

X

     

Kamerstuk 31935, nr. 66

BD

2: Economie en vestigingsklimaat

3

 

X

     

Kamerstuk 31935, nr. 67

PR

2: Economie en vestigingsklimaat

4

      

X

Kamerstuk 31935, nr. 91

BD

2: Economie en vestigingsklimaat

5

    

X

  

Kamerstuk 31935, nr. 82

BD

1: Solide overheidsfinanciën

6

  

X

    

Kamerstuk 31935, nr. 74

BD

7: Douane

9

  

X

    

Kamerstuk 31935, nr. 69

PR

1: Solide overheidsfinanciën

11

      

X

Kamerstuk 31935, nr. 93

BD

1: Solide overheidsfinanciën

11

X

      

Kamerstuk 31935, nr. 61

PR

1: Solide overheidsfinanciën

12

     

X

 

Kamerstuk 31935, nr. 89

BD

1: Solide overheidsfinanciën

12

X

      

Kamerstuk 31935, nr. 62

BD

1: Solide overheidsfinanciën

n.v.t.

    

X

  

Kamerstuk 36410, nr. 86

BD

1: Solide overheidsfinanciën

n.v.t.

 

X

     

Kamerstuk 35570, nr. C

1

SEA-thema's waarvoor nog geen periodieke rapportage is afgerond: 3: Financiële sector (artikel 2) en 6: Toeslagen (artikel 13).

Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages en beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht ingepland en uitgevoerd onderzoek op www.rijksfinancien.nl. Voor de realisatie van deze en andere grote (evaluatie)onderzoeken, zie de bijlage <<Afgerond evaluatie- en overig onderzoek>>.

4.4 Overzicht van risicoregelingen

Tabel 5 Overzicht verstrekte Garanties (bedragen x € 1.000)

Nr.

Art.

 

Omschrijving

Uitstaande Garanties 2024

Verleend 2025

Vervallen 2025

Uitstaande garanties 2025

Garantieplafond

Totaal plafond

Totaalstand Risicovoorziening

1

1

Belastingen

Garantie procesrisico's

67

18

45

40

336

0

n.v.t.

    

67

18

45

40

336

0

 
           

2

2

Financiële markten

DGS BES-eilanden

72.192

0

72.192

0

0

0

6.0001

3

2

Financiële markten

Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer

235

0

0

235

0

235

n.v.t.

4

2

Financiële markten

NBM

2.500

0

0

2.500

0

2.500

n.v.t.

5

2

Financiële markten

Terrorisme-schades (NHT)

50.000

0

0

50.000

0

50.000

3.375

6

2

Financiële markten

Waarborgfonds motorverkeer

2.500

0

0

2.500

0

2.500

n.v.t.

7

2

Financiële markten

WAKO (kern-ongevallen)

9.200.000

0

0

9.200.000

0

9.200.000

n.v.t.

    

9.327.427

0

72.192

9.255.235

0

9.255.235

 
           

8

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

FCI

5.500

0

5.500

0

0

0

n.v.t.

9

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

NWB

1.134

0

0

1.134

0

1.134

n.v.t.

10

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

Financierings-maatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)

15.401.600

‒ 1.784.579

0

13.617.021

0

13.617.021

n.v.t.

11

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

Garantie TenneT

0

51.600.000

0

51.600.000

0

51.600.000

n.v.t.

    

15.408.234

49.815.421

5.500

65.218.156

0

65.218.156

 
           

12

4

Internationale financiële betrekkingen

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

794.109

‒ 91.981

0

702.128

0

702.128

n.v.t.

13

4

Internationale financiële betrekkingen

DNB - deelneming in kapitaal IMF

34.454.199

‒ 2.034.482

0

32.419.718

0

32.419.718

n.v.t.

14

4

Internationale financiële betrekkingen

EIB - kredietver-lening in ACP en OCT

76.709

0

4.375

72.334

0

72.334

n.v.t.

15

4

Internationale financiële betrekkingen

EIB - pan-Europees Garantiefonds

953.540

0

28.493

925.048

0

925.048

n.v.t.

16

4

Internationale financiële betrekkingen

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

589.100

0

0

589.100

0

589.100

n.v.t.

17

4

Internationale financiële betrekkingen

European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

2.690.597

118.868

161.775

2.647.690

0

2.647.690

n.v.t.

18

4

Internationale financiële betrekkingen

European Financial Stability Facility (EFSF)

34.154.159

0

0

34.154.159

0

34.154.159

n.v.t.

19

4

Internationale financiële betrekkingen

European Investment Bank (EIB)

11.795.973

0

0

11.795.973

0

11.795.973

n.v.t.

20

4

Internationale financiële betrekkingen

European Stability Mechanism (ESM)

35.338.940

0

0

35.338.940

0

35.338.940

n.v.t.

21

4

Internationale financiële betrekkingen

Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)

1.089.246

57.263

0

1.146.509

0

1.146.509

n.v.t.

22

4

Internationale financiële betrekkingen

Kredieten EU-betalings-balanssteun (BoP-faciliteit)

3.870.089

203.981

0

4.074.069

0

4.074.069

n.v.t.

23

4

Internationale financiële betrekkingen

Bilaterale garantie Macro-financiële bijstand (MFB)

215.390

0

0

215.390

0

215.390

n.v.t.

24

4

Internationale financiële betrekkingen

Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)

32.249

‒ 3.735

0

28.514

0

28.514

n.v.t.

25

4

Internationale financiële betrekkingen

Next Generation EU (NGEU)

27.176.162

3.703.539

1.572.547

29.307.155

0

29.307.155

n.v.t.

26

4

Internationale financiële betrekkingen

Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)

5.983.913

0

18.853

5.965.060

0

5.965.060

n.v.t.

27

4

Internationale financiële betrekkingen

Garantie Wereldbank - IBRD garantie kapitaal

5.825.681

‒ 674.787

0

5.150.894

0

5.150.894

n.v.t.

28

4

Internationale financiële betrekkingen

Garantie Wereldbank - IBRD garantie Oekraïne

100.000

0

0

100.000

0

100.000

n.v.t.

29

4

Internationale financiële betrekkingen

Oekraïne Faciliteit

1.999.309

102.624

0

2.101.933

0

2.101.933

n.v.t.

30

4

Internationale financiële betrekkingen

MFB-ULCM

3.416.000

78.045

1.649.440

1.844.605

0

1.844.605

n.v.t.

31

4

Internationale financiële betrekkingen

SAFE instrument

0

15.286.784

0

15.286.784

0

15.286.784

0

    

170.555.364

16.746.118

3.435.483

183.866.000

0

183.866.000

 
           

32

5

Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen

Exportkrediet-verzekering (ekv)

17.540.563

3.370.913

6.225.351

14.686.125

10.000.000

0

830.706

33

5

Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen

Herverzekering leveranciers-kredieten

0

0

0

0

0

0

n.v.t.

    

17.540.563

3.370.913

6.225.351

14.686.125

10.000.000

0

 
           
 

Totaal

  

212.831.655

69.932.470

9.738.569

273.025.556

10.000.336

258.339.391

 
1

In 2025 is de garantieregeling voor DGBES vervallen. De begrotingsreserve van € 6 mln. is niet afgeboekt in 2025. Daardoor resteert er een eindsaldo risicovoorziening van € 6 mln. voor deze regeling. In voorjaar van 2026 vervalt ook de begrotingsreserve.

Tabel 6 Overzicht uitgaven en ontvangsten Garanties (bedragen x € 1.000)

Nr.

Art.

 

Omschrijving

Uitgaven 2024

Ontvangsten 2024

Saldo 2024

Uitgaven 2025

Ontvangsten 2025

Saldo 2025

1

1

Belastingen

Garantie procesrisico's

182

0

‒ 182

18

0

‒ 18

2

2

Financiële markten

DGS BES-eilanden

0

0

0

0

0

0

3

2

Financiële markten

Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer

0

0

0

0

0

0

4

2

Financiële markten

NBM

0

0

0

0

0

0

5

2

Financiële markten

Terrorismeschades (NHT)

0

536

536

0

536

536

6

2

Financiële markten

Waarborgfonds motorverkeer

0

0

0

0

0

0

7

2

Financiële markten

WAKO (kernongevallen)

0

108

108

0

1.726

1.726

8

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

FCI

0

0

0

0

0

0

9

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

NWB

0

0

0

0

0

0

10

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

Financierings-maatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)

0

1.000

1.000

0

1.000

1.000

11

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

Garantie TenneT

0

0

0

0

0

0

12

4

Internationale financiële betrekkingen

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

0

0

0

0

0

0

13

4

Internationale financiële betrekkingen

DNB - deelneming in kapitaal IMF

0

0

0

0

0

0

14

4

Internationale financiële betrekkingen

EIB - kredietverlening in ACP en OCT

0

0

0

4.375

0

‒ 4.375

15

4

Internationale financiële betrekkingen

EIB - pan-Europees Garantiefonds

17.941

0

‒ 17.941

28.493

0

‒ 28.493

16

4

Internationale financiële betrekkingen

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

0

0

0

0

0

0

17

4

Internationale financiële betrekkingen

European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

0

0

0

0

0

0

18

4

Internationale financiële betrekkingen

European Financial Stability Facility (EFSF)

0

0

0

0

0

0

19

4

Internationale financiële betrekkingen

European Investment Bank (EIB)

0

0

0

0

0

0

20

4

Internationale financiële betrekkingen

European Stability Mechanism (ESM)

0

0

0

0

0

0

21

4

Internationale financiële betrekkingen

Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)

0

0

0

0

0

0

22

4

Internationale financiële betrekkingen

Kredieten EU-betalings-balanssteun (BoP-faciliteit)

0

0

0

0

0

0

23

4

Internationale financiële betrekkingen

Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)

0

0

0

0

0

0

24

4

Internationale financiële betrekkingen

Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)

0

0

0

0

0

0

25

4

Internationale financiële betrekkingen

Next Generation EU (NGEU)

0

0

0

0

0

0

26

4

Internationale financiële betrekkingen

Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)

0

0

0

0

0

0

27

4

Internationale financiële betrekkingen

Garantie Wereldbank - IBRD garantie kapitaal

0

0

0

0

0

0

28

4

Internationale financiële betrekkingen

Garantie Wereldbank - IBRD garantie Oekraïne

0

0

0

0

0

0

29

4

Internationale financiële betrekkingen

Oekraïne Faciliteit

0

0

0

0

0

0

30

4

Internationale financiële betrekkingen

MFB-ULCM

0

0

0

0

0

0

31

4

Internationale financiële betrekkingen

SAFE instrument

0

0

0

0

0

0

32

5

Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen

Exportkrediet-verzekering (ekv)

128.838

131.159

2.321

109.035

180.963

71.928

33

5

Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen

Herverzekering leverancierskredieten

882

45

‒ 837

10.846

13.168

2.322

          
 

Totaal

  

147.842

132.848

‒ 14.995

152.766

197.393

44.626

Tabel 7 Overzicht verstrekte Leningen (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

Looptijd lening in jaren

Totaalstand risicovoorziening 2024

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening 2024 en 2025

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Lening TenneT

25.000.000

max. 16

0

0

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Lening Griekenland

1.591.194

30

0

0

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Lening Oekraïne

200.000

10

0

0

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Lening Wereldbank IBRD

62.546

n.v.t.

0

0

Toelichting per risicoregeling

De bovenstaande tabellen tonen de verstrekte garanties, de bijbehorende uitgaven en ontvangsten, en de verstrekte leningen. Hieronder worden garanties groter dan 1 miljoen euro en uitgaven en ontvangsten boven 1 miljoen euro binnen de garantieregelingen toegelicht. Zowel nieuwe garanties, vervallen garanties als bijstellingen zijn meegenomen. De kolom ‘vervallen’ sluit aan op de balanspost garantieverplichtingen. Garantieregelingen onder de algemene faciliteit voor schatkistbankieren (beleidsartikel 11 & 12, Nationale Schuld) zijn niet opgenomen in het overzicht risicoregelingen. Zie voor meer informatie het overzicht risicoregelingen in de begroting.

2. Depositogarantiestelsel (DGS) BES-eilanden

Verleende en vervallen garanties

In 2017 is in Caribisch Nederland een Depositogarantiestelsel (DGS BES) ingevoerd. Dit stelsel is in 2021 geëvalueerd. Het DGS BES wordt op drie punten aanpast, onder andere de financiering van het fonds verandert. Banken gaan vooraf meebetalen aan de opbouw van het fonds. De financieringsopzet met voorfinanciering door de Staat is niet langer noodzakelijk en in plaats daarvan zal het stelsel door de sector zelf worden gefinancierd. Dit houdt tevens in dat de op dit moment aangehouden garantie op de begroting van Financiën, inclusief de bijbehorende jaarlijkse dotatie aan de begrotingsreserve, voor deze voorfinanciering is komen te vervallen in 2025.

7. WAKO

Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening

De doelstelling is dat een premie wordt geïnd die een reële weergave vormt van het risico voor de Staat. Voor de berekeningssystematiek wordt aangesloten bij de premieberekening die de markt hanteert voor kernongeval schadeverzekeringen. In 2025 betroffen de premieontvangsten voor de staat € 1,7 mln. Dit is hoger dan eerdere jaren. Dit komt doordat de vergoeding van 2024 voor de staatsgarantie van EPZ niet in 2024 is ontvangen, maar begin 2025.

8. FCI

Verleende en vervallen garanties

Bij de verkoop van Fortis Corporate Insurance N.V. (FCI) aan Amlin (Overseas Holdings) Limited (Amlin) in 2009 heeft de staat een vrijwaring afgegeven met een waarde van maximaal € 5,5 mln. Deze vrijwaring is sinds 2009 in de saldibalans van het ministerie opgenomen. Hoewel de vrijwaring geen vervaltermijn kent, is het waarschijnlijk dat alle relevante verzekeringsclaims die onder de vrijwaring zouden kunnen vallen reeds zijn ingediend en afgehandeld bij FCI of Amlin. Het is ook waarschijnlijk dat dergelijke verzekeringsclaims zoveel jaar na dato zijn verjaard. In het licht hiervan, is de vrijwaring afgeboekt.

10. Financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)

Verleende en vervallen garanties

De uitstaande garantieverplichting aan de Financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden is met € 1,8 mld. naar beneden bijgesteld vanwege de wisselkoers (USD/EUR). De garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.

Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening

De Staat ontvangt premieontvangsten gedurende de looptijd van de garantie. In 2025 betrof dit € 1 mln.

11. Garantie TenneT

Verleende en vervallen garanties

De financieringsbehoefte van TenneT Nederland werd voorheen ingevuld met een combinatie van eigen vermogen en vreemd vermogen. Door de grote investeringsagenda neemt de financieringsbehoefte fors toe. Om te zorgen dat TenneT Nederland deze investeringsopgave kan financieren, heeft het kabinet besloten in 2025 een garantie af te geven. Als gevolg hiervan kan TenneT Nederland meer en goedkoper schuld ophalen op de kapitaalmarkt. Het plafond van de garantie aan TenneT bedraagt in 2025 € 51,6 mld.

12. Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

Verleende en vervallen garanties

De uitstaande garantieverplichting aan de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) is met € 92,0 mln. naar beneden bijgesteld vanwege de wisselkoers. De garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.

13. DNB – deelneming in kapitaal IMF

Verleende en vervallen garanties

De uitstaande garantie aan DNB is met € 2.034,5 mln. naar beneden bijgesteld vanwege de wisselkoers. De garantie is in Special Drawing Rights (SDR) ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.

14. EIB - kredietverlening in ACP en OCT

Verleende en vervallen garanties

De European Investment Bank (EIB) verricht onder andere activiteiten in de Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen, alsmede in Europese Overzeese Gebieden. Hiervoor heeft Nederland een garantie afgegeven. Op één van deze activiteiten is een tegenvaller ontstaan.

Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening

De tegenvaller in 2025 leidde voor Nederland tot een betaling van € 4,4 mln. in 2025. De uitstaande garantieverplichting wordt met dit bedrag naar beneden bijgesteld.

15. EIB – pan Europees Garantiefonds

Verleende en vervallen garanties

De EIB heeft in 2020 het pan-Europees garantiefonds (EGF) opgericht om de negatieve economische gevolgen van de coronacrisis te beperken. De garantie is met € 28,5 mln. naar beneden bijgesteld vanwege de uitgaven die in 2025 zijn gedaan.

Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening

Het EGF zit nu in een fase waarin de garanties ingeroepen kunnen worden. De verliezen van dit fonds worden door de lidstaten naar rato gedragen. De netto-verliezen voor Nederland zijn opgenomen in de begroting als uitgaven in artikel 4, gebaseerd op een ruwe schatting. De daadwerkelijke uitgaven bedroegen € 28,5 mln. in 2025.

17. European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

Verleende en vervallen garanties

De uitstaande garantie aan het EFSM is met € 118,9 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie. Daarnaast is er een negatieve bijstelling van € 161,8 mln. verwerkt vanwege het afbouwpad van deze garantie.

21. Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)

Verleende en vervallen garanties

De uitstaande headroomgarantie MFB is met € 57,3 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie.

22. Kredieten EU-betalingsbalanssteun (BoP-faciliteit)

Verleende en vervallen garanties

De uitstaande garantie aan de Balance of Payments facility (BoP-faciliteit) is met € 204,0 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie.

24. Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)

Verleende en vervallen garanties

De uitstaande garantieverplichting aan de Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) is met € 3,7 mln. naar beneden bijgesteld vanwege de wisselkoers. De garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.

25. Next Generation EU (NGEU)

Verleende en vervallen garanties

De uitstaande garantie is in 2025 met € 3,7 mld. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het geraamde bni-aandeel en de (verwachte) renteontwikkeling. Daarnaast nam de garantie in 2025 af met € 1,6 mld., als gevolg van de beschikbare data over uitgegeven bonds en verstrekte leningen aan lidstaten onder NGEU in het kaderjaar. Zo kan voor het gebruikte deel van NGEU een preciezere inschatting gemaakt worden van de rentekosten.

26. Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)

Verleende en vervallen garanties

De Nederlandse garantie aan de Europese Commissie voor het SURE instrument is met € 18,9 mln. gedaald. Dit is het gevolg van vrijval van een deel van de garantie.

27. Wereldbank - IBRD

Verleende en vervallen garanties

De garantie aan de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) is met € 674,8 mln. naar beneden bijgesteld vanwege de wisselkoers. Deze garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR.

29. Oekraïne faciliteit

Verleende en vervallen garanties

De uitstaande garantie is met € 102,6 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie.

30. MFB-ULCM

Verleende en vervallen garanties

De uitstaande headroomgarantie MFB-ULCM is met € 78,0 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie. Daarnaast is in 2025 € 1,6 mld. van deze garantie vrijgevallen. Aanleiding hiervoor was de toetreding van de Verenigde Staten in dit steunpakket, daarmee werd het aandeel van Nederland in deze garantie lager.

31. SAFE

Verleende en vervallen garanties

In 2025 is door de Raad van de Europese Unie en het Europees parlement besloten tot de oprichting van het ‘Security Action for Europe’-instrument (SAFE). Dit instrument is bedoeld om financiële steun te verlenen aan lidstaten om te voorzien in de toegenomen behoefte aan overheidsuitgaven voor de productie van defensiemateriaal en gezamenlijke aanschaf van defensieproducten en diensten te bevorderen. De bijstelling van € 15,3 mld. is het gevolg van een nieuwe nationale garantie gebaseerd op het Nederlandse bni-aandeel in het EU-bni en een inschatting van de rentekosten.

32. Exportkredietverzekering (ekv)

Verleende en vervallen garanties

In 2025 is er € 3,4 mld. aan nieuwe verplichtingen aangegaan en wordt de garantie voor € 6,2 mld. verlaagd als gevolg van de vervallen en uitgaven op de garantieverplichtingen. Atradius Dutch State Business (ADSB) kan een deel van het risico herverzekeren bij een andere export credit agency (ECA). In 2025 is in totaal € 194,8 mln. herverzekerd. Het uitstaande obligo van de ekv bedraagt in totaal € 14,7 mld. Met de ekv biedt de Staat (additioneel aan de markt) exporteurs de mogelijkheid om betalingsrisico’s verbonden aan het handels- en dienstenverkeer met het buitenland te verzekeren. Het productassortiment van de ekv-faciliteit omvat momenteel onder andere de kapitaalgoederenverzekering, de financieringsverzekering, de koersrisicoverzekering, de exportkredietverzekering en de verzekering van garanties.

Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening

In 2025 zijn de uitgaven op de ekv € 109,0 mln., dit betreft met name de gerealiseerde schade uitkeringen ekv in 2025. De ontvangsten bedragen € 180,9 mln., dit is het totaal van de ontvangen premies, schaderestituties en ontvangsten vanuit herverzekerde schades over 2025.

Voor de ekv is een begrotingsreserve ingericht. De begrotingsreserve werkt als buffer om per jaar het verschil tussen enerzijds premieontvangsten en schaderestituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) en anderzijds definitieve schades (vanaf 2019) en kostenvergoeding op te vangen. De begrotingsreserve bedroeg begin 2025 € 724,9 mln. In 2025 is er per saldo € 105,9 mln. in de begrotingsreserve gestort, wat het resultaat is van een onttrekking en een storting. De onttrekking in 2025 bedraagt € 24,4 mln. en bestaat uit definitieve schades (vanaf 2019) en de kostenvergoeding ADSB. De storting in 2025 bedraagt € 130,2 mln. en bestaat het merendeel uit premieontvangsten. Per abuis zijn de te betalen premies en restituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) voor herverzekerde schades in de realisatie nog volgens de oude systematiek verwerkt, ze zijn gecorrigeerd op de ontvangsten en lopen daardoor mee in de storting in plaats van in de onttrekking. Daarmee bedraagt de nieuwe stand van de begrotingsreserve € 830,7 mln. ultimo 2025.

33. Herverzekering Leverancierskredieten

Ontvangsten, uitgaven en verloop risicovoorziening

De herverzekering leverancierskredieten betreft een coronamaatregel waarbij er door de Staat voorkomen werd dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilviel. De tijdelijke regeling is per 1 juli 2021 beëindigd, echter kunnen uitgaven en ontvangsten nog langer doorlopen. Zo zijn er in 2025 nog schades uitgekeerd (€ 9,9 mln.) en uitvoeringskosten gemaakt (€ 1,0 mln.). Tevens zijn er premieontvangsten (€ 8,9 mln.) en schaderestituties (€ 4,3 mln.) uit hoofde van de herverzekering leverancierskredieten ontvangen.

Verstrekte leningen

Lening TenneT

De Nederlandse Staat heeft begin 2024 een aandeelhouderslening aan TenneT verstrekt van € 25 mld. voor 2024 en 2025. Dit betreft een overbrugging tot het moment dat TenneT Duitsland verkocht is, of totdat er een andere lange termijn oplossing voor de financiering van TenneT is gevonden. TenneT mag de lening gedurende deze periode in tranches opnemen en kan daarbij maandelijks aangeven welke looptijd zij wil, waarbij de maximale looptijd 16 jaar is. Reguliere terugbetaling van de lening gaat op z'n vroegst lopen vanaf 2030. TenneT betaalt een marktconforme rente over de lening. Daarnaast betaalt TenneT twee additionele vergoedingen. Dit betreft een eenmalige vergoeding over de gehele € 25 mld. en daarnaast een vergoeding over het gehele ongebruikte deel van het toegezegde bedrag gedurende de periode dat de leenfaciliteit open staat. De totale ontvangsten in 2025 bedragen € 570,1 mln.

Lening Griekenland

In 2010 kreeg Griekenland als eerste lid van de Eurozone financieringsproblemen. De andere lidstaten en het IMF boden steun via de Greek Loan Facility (GLF), met € 80 mld. aan bilaterale leningen van de eurozone en € 30 mld. van het IMF. In 2011 werden niet-uitgekeerde leningen overgeheveld naar het EFSF. In totaal werd € 52,9 mld. uit de GLF-leningen aan Griekenland verstrekt, waarvan € 3,2 mld. uit Nederland. Sinds 2012 zijn er geen nieuwe leningen verleend en sinds 2020 lost Griekenland af. Eind 2025 bedraagt het Nederlandse aandeel in de GLF € 1,6 mld.

Lening Oekraïne

In 2022 verstrekte Nederland een bilaterale lening van € 200 mln. aan Oekraïne via een speciale IMF-kredietlijn. Deze steun helpt Oekraïne bij het financieren van dagelijkse uitgaven en het draaiend houden van de economie. Na een respijtperiode wordt de lening in halfjaarlijkse termijnen binnen 10 jaar volledig terugbetaald.

Lening Wereldbank IBRD

In 2024 nam Nederland deel aan de aankoop van hybride kapitaal, een schuldinstrument zonder stemrecht maar met rente. De looptijd is oneindig, maar het kan bij een toekomstige kapitaalverhoging worden omgezet in regulier kapitaal. De Wereldbank kan hiermee nieuwe obligaties uitgeven en de opgehaalde middelen de komende 10 jaar inzetten voor 'Global Public Goods', zoals klimaat, pandemieparaatheid en fragiliteit. Elke ingelegde euro levert in 10 jaar € 8 aan extra leencapaciteit op.

4.5 Openbaarheidsparagraaf

Woo-verzoeken en actieve openbaarmaking

Sinds 2024 bestaat een centrale Woo-afdeling binnen het ministerie van Financiën. Deze afdeling behandelt alle Woo-verzoeken van het beleidsdepartement en de gevoelige verzoeken van de Belastingdienst, Dienst Toeslagen en Douane. De overige Woo-verzoeken worden door de Belastingdienst, Dienst Toeslagen en Douane zelf afgehandeld. Daarnaast is de afdeling aan zet voor de implementatie van actieve openbaarmaking binnen het ministerie.

In 2025 zijn belangrijke doelstellingen gerealiseerd: er is een toename in het aantal afgehandelde Woo-verzoeken en de werkvoorraad neemt sterk af. In 2025 zijn 378 zaken afgerond, in vergelijking tot 260 in 2024. Dit ondanks dat het aantal binnengekomen Woo-verzoeken tevens is gestegen: van 252 verzoeken in 2024 tot 308 binnengekomen verzoeken in 2025.

Er is direct contact met elke WOO-verzoeker en er is inzicht in Woo-cijfers. De systemen voor het behandelen van Woo-verzoeken zijn verder ontwikkeld om optimaal aan te sluiten bij het proces en om zicht te krijgen op de knelpunten en succesfactoren. Daarnaast zijn de eerste stappen gezet naar een eigen publicatieplatform in samenwerking met het ministerie van VWS. Komend jaar verwacht het ministerie deze systemen optimaal ingericht te hebben. Deze maatregelen zijn getroffen om het proces rond de afhandeling van Woo-verzoeken te versnellen en te verbeteren. Binnen het departement is steeds meer aandacht voor de Woo.

De behandelduur van Woo-verzoeken in 2025 is 178 dagen (ongeacht datum binnenkomst Woo-verzoek), in vergelijking tot 223 dagen in 2024. De doorlooptijden blijven aandacht vragen. De onderliggende trend is echter positief.37

Het ministerie van Financiën heeft de eerste twee maatschappelijk relevante dossiers op een begrijpelijke en overzichtelijke wijze aangeboden middels een tijdlijn in het kader van de inspanningsverplichting (art. 3.1 Woo). Het ministerie voldoet daarnaast aan de wettelijke verplichtingen voor openbaarmaking van de Woo-categorieën (artikel 3.3 Woo).

Het verkorten van de doorlooptijd voor externe en interne rapporten blijft in 2026 een belangrijk aandachtspunt. In 2025 zijn 1135 beslisnota’s actief openbaar gemaakt (722 in 2024). Daarnaast zijn 126 externe en ADR-rapporten gepubliceerd met een gemiddelde doorlooptijd van 75 dagen (95 rapporten, 49 dagen in 2024).38 Hoewel het aantal openbaar gemaakte rapporten is gestegen, blijft de doorlooptijd boven de gestelde termijn van 28 dagen, mede door het wegwerken van oudere dossiers. Er wordt blijvend ingezet op verdere bewustwording en verbeterde monitoring van het aanleverproces.

Ten slotte heeft het ministerie op verschillende vlakken contact gezocht met burgers, journalisten en maatschappelijke organisaties om te spreken over de huidige informatievoorziening en de verbetering daarvan.

Verbeteren van de informatiehuishouding

In 2025 heeft het ministerie van Financiën aantoonbare vooruitgang geboekt in de informatiehuishouding. In de jaarlijkse volwassenheidsmeting van BZK steeg het departement van een 2,6 in 2024 naar een score van 2,8 in 2025. Het departement is daarmee op koers om in 2026 de ambitiescore van 3 (op een schaal van 1 tot 4) te bereiken.

In 2025 is de verbeteropgave succesvol voortgezet onder leiding van de Concerndirectie Informatievoorziening en Openbaarmaking. In het hele departement ondersteunen informatieprofessionals de directies bij informatiebeheer, ondersteund door opleidingsplannen. Alle medewerkers krijgen instructies over veilige omgang met informatie, vanaf de onboarding. Bij het beleidsdepartement zijn 2300 dossiers op orde gebracht. Alle onderdelen hebben nu ervaring met zelfevaluatie voor het interne kwaliteitssysteem.

Archiveringssystemen zoals het Generiek Document en Archiefbeheersysteem en Digidoc zijn verder uitgerold bij Belastingdienst, Toeslagen en Douane. Interdepartementaal is gewerkt aan de voorbereiding van een gezamenlijke aanbesteding voor een content services platform en aan een voorziening voor e-mailarchivering. Door technische problemen is de implementatie van het e-mailarchief vertraagd en daarom blijven interimmaatregelen voor het veiligstellen van e-mail van kracht.

Tot slot is gestart met het integreren van informatiebeheer in datagovernance, architectuur en applicatieontwikkeling, zoals M365 bij Douane en Belastingdienst, om archiving by design te realiseren.

38

De cijfers over 2025 zijn afkomstig uit data uit het zaaksysteem OpenFin.

4.6 Onderuitputting

De onderstaande tabel toont de onderuitputting op begroting 9A en 9B. Dit zijn niet volledig bestede middelen van begrote budgetten op specifieke beleidsterreinen en betreft het saldo van uitgaven minus ontvangsten. De grootste meevallende realisaties worden toegelicht; overige meevallers zijn gebundeld onder «overige meevallers». De onderuitputting bestaat uit 307 miljoen euro die bij Najaarsnota is vrijgevallen plus het verschil tussen realisaties en de begrotingsstand bij Najaarsnota (dit wijkt dus af van de verschillen die worden toegelicht in de beleidsartikelen, dit is namelijk het verschil tussen realisatie en stand Ontwerpbegroting 2025).

Tabel 8 Grootste posten met onderuitputting in 2025
 

Bedrag in miljoenen euro

Als percentage van de vastgestelde ontwerpbegroting 2025

Toeslagen Herstel

‒ 390,6

‒ 1,6%

Meevaller niet-belastingontvangsten

‒ 89,0

‒ 0,4%

Meevaller apparaatsuitgaven en -ontvangsten artikel 8 (Apparaat)

‒ 18,8

‒ 0,1%

Overschrijding apparaats- en programmauitgaven Douane

26,5

0,1%

Overige meevallers (en tegenvallers)

‒ 31,2

‒ 0,1%

Totaal1

‒ 503,1

‒ 2,1%

1

Door afrondingsverschillen kan het totaal afwijken van de som der delen

Toelichting

Toeslagen Herstel

Inclusief de onderuitputting bij de tweede suppletoire begroting van € 302,0 mln. bedraagt de totale onderuitputting voor Toeslagen Herstel € 390,6 mln. (exclusief kasschuiven naar latere jaren die al in het lopende begrotingsjaar zijn verwerkt). Zowel de aanmeldingen en productie van aanvullende schade vielen in 2025 lager uit dan verwacht. Dit leidt ertoe dat niet alle gereserveerde middelen hiervoor in 2025 tot besteding zijn gekomen. Daarnaast viel met name de realisatie op het kwijtschelden van private schulden lager uit dan eerder verondersteld en verschuiven de uitbetalingen van de wettelijke rente grotendeels naar 2026.

Meevaller niet-belastingontvangsten artikel 1

De niet-belastingontvangsten artikel 1 (Belastingen) betreffen ontvangsten uit de doorbelasting van kosten van invorderingsmaatregelen (bijv. aanmaning en dwangbevel) en uit verzuim- en vergrijpboetes. Hier is een meevaller van in totaal € 89,0 mln. ontstaan (inclusief de bij Ontwerpbegroting 2026 en tweede suppletoire begroting verwerkte € 49,0 mln.), doordat de realisaties hoger liggen dan voorgaande jaren en pre corona. De toename ziet vooral op de boeteontvangsten en is onder andere toe te schrijven aan hogere boeteontvangsten in relatie tot de omzetbelasting en de motorrijtuigenbelasting. Daarnaast zijn de boetebedragen (op basis van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) vanaf 1-1-2025 geïndexeerd.

Meevaller apparaatsuitgaven en -ontvangsten artikel 8 (Apparaat)

De apparaatsuitgaven vallen € 18,8 mln. lager uit. Dit komt met name door een meevaller op onder andere UWV ontvangsten en opbrengsten van Domein Roerende Zaken (DRZ) voor circa € 12,7mln. Ook zijn er openstaande vacatures bij de Auditdienst Rijk (ADR), de Belangenbehartiger (BBT) en DG Rijksbegroting (DGRB).

Overschrijding apparaats- en programmauitgaven Douane

Op artikel 9 Douane doet zich een tegenvaller voor van € 26,5 mln. Dit komt door een hogere bezetting dan verwacht (€ 22,6 mln.). Dit was grotendeels verwerkt in de 2e suppletoire begroting. Ook is er een extra onvoorziene betaling gedaan voor vertragingsrente op de Traditionele Eigen Middelen (TEM) van circa € 2,3 mln.

Overige meevallers (en tegenvallers)

Onder overige meevallers van per saldo € 31,2 mln. vallen beperkte meevallende uitgaven (< 10 miljoen euro) op de specifieke budgetten van artikel 2 Financiële markten, artikel 4 Internationale financiële betrekkingen, artikel 5 exportkredietverzekeringen, artikel 10 Onverdeeld en op de apparaats- en programmauitgaven van de Belastingdienst (artikel 1) en Toeslagen regulier (artikel 13). Op artikel 11 Financiering staatsschuld en artikel 3 Financieringen een lichte overschrijding van <2 miljoen euro.

4.7 Focusonderwerp 2025 - Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld

De Commissie voor de Rijksuitgaven heeft het Kabinet gevraagd om bij de verantwoording over het jaar 2025 in te gaan op het focusonderwerp: Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld. In deze paragraaf wordt daarom nader ingegaan op drie budgettair omvangrijke en beleidsmatig belangrijke onderwerpen.

Selectie risico’s

Voor de selectie van deze drie risico’s is aangesloten bij de brief van de Algemene Rekenkamer (AR) bij de begroting 2025 van het Ministerie van Financiën. De Rekenkamer wijst daarin op het beperken van fiscale regelingen en benoemt financiële risico’s en onzekerheden rond de herstel­ operatie Toeslagen, het Herstel- en Veerkrachtplan, de werkvoorraad bezwaren bij UHT en de herstelkosten van Box-3-arresten. Uit deze lijst gaan we in deze paragraaf in op drie thema’s: fiscale regelingen, herstelkosten Box-3 en de kosten van de hersteloperatie Toeslagen. Daarbij is meegewogen dat in de brief van de AR bij de begroting 2026 de risico’s van het Herstel- en Veerkrachtplan en de werkvoorraad bezwaren UHT niet meer worden genoemd, maar de andere drie thema’s wel.

Beperken fiscale regelingen

Fiscale regelingen worden ingezet om beleidsdoelen te behalen, zoals gedragssturing of inkomensverdeling. Er zijn ongeveer 200 regelingen. Hiervan worden er 125 budgettair gemonitord39, met een geschatte budgettaire omvang van 188 miljard euro in 2026. Uit evaluaties blijkt echter dat veel (circa 42%) van deze regelingen niet aantoonbaar doeltreffend en doelmatig zijn, de complexiteit verhogen of zelfs achterhaald zijn.40 De budgettaire omvang van deze negatief geëvalueerde fiscale regelingen bedraagt 89,4 miljard euro in 2026.

Het ministerie van Financiën werkt daarom al jaren aan het aanpakken van dit probleem via aangescherpt toezicht, monitoring en evaluaties. Het doel is een eenvoudiger stelsel en betere inzet van middelen. In juni 2025 verscheen een ambtelijk rapport met beleidsopties voor negatief geëvalueerde regelingen. De grootste uitdaging voor de aanpak van fiscale regelingen is maatschappelijk en politiek draagvlak. Doordat het vaak gaat om voordelen voor specifieke groepen die al lange tijd bestaan blijkt het moeilijk om aanpassingen door te voeren. In het genoemde ambtelijk rapport is hier expliciet aandacht aan geschonken, onder meer door contact met stakeholders en door bij beleidsopties ook in te gaan op hoe middelen op een goede manier anders ingezet kunnen worden of teruggesluisd kunnen worden naar burgers en bedrijven.

Afgelopen jaar zijn reeds beleidsmaatregelen genomen, zoals de gefaseerde afbouw van de stakings- en meewerkaftrek, het verhogen en afschaffen van het heffingsplafond in de leidingwaterbelasting en het afschaffen van diverse kwarttarieven in de motorrijtuigenbelasting (MRB). Het doel is het vereenvoudigen van het belastingstelsel en het inzetten van de middelen voor andere beleidsdoelen. Het nieuwe Kabinet Jetten I zet tevens in op het schrappen van de 41tegemoetkoming specifieke zorgkosten en lage btw sierteelt.

Kosten Herstel Box 3

Het doel van de Wet tegenbewijsregeling box 3, die op 19 juli 2025 in werking is getreden42, is om het box 3-stelsel in overeenstemming te brengen met de arresten van de Hoge Raad van juni 202443. Belastingplichtigen kunnen, vanaf de zomer van 2025, via deze regeling aantonen dat hun werkelijke rendement lager was dan het forfaitair rendement, zodat ze alleen belasting betalen over het werkelijke rendement. De regeling werkt met terugwerkende kracht voor aanslagen vanaf 2017, waardoor te veel betaalde belasting kan worden teruggegeven aan benadeelden, in lijn met de eisen van de Hoge Raad.

De herstelkosten van de Wet tegenbewijsregeling box 3 zijn geraamd en de raming is gecertificeerd door het CPB.44 De regeling leidt naar verwachting tot een derving van circa € 12,4 miljard aan belastinginkomsten over 2017-2027. De exacte derving blijft onzeker vanwege schommelingen op de beurs en in vastgoedprijzen die van invloed zijn op het werkelijk rendement van de belastingbetaler.

Handhaving op de naleving van de regeling is een omvangrijke en complexe operatie. Medio 2025 is het handhavingsplan herstel box 3 vastgesteld. Aan de hand van de ervaringen uit (de opstart van) de hersteloperatie en in beeld zijnde en komende risico’s zal dit handhavingsplan in 2026 nader worden bijgewerkt.

De uitvoering, handhaving en financiële gevolgen worden de komende jaren gemonitord, mede op verzoek van de Tweede Kamer. Er zijn diverse uitvoeringsrisico’s, zoals beschreven in de uitvoeringstoets.45 De Belastingdienst heeft meer dan 650.000 tegenbewijzen ontvangen46; grootschalige vermindering van aanslagen start in 2026. Door de omvang van de operatie en onzekerheden over het aantal verzoeken en benodigde capaciteit, zijn minimaal twee herijkingen van de uitvoeringstoets gepland. De eerste herijking volgt uiterlijk in de eerste helft van 2026. Daarnaast bestaat er een juridisch risico dat het herstel mogelijk duurder uitvalt, bijvoorbeeld als de Hoge Raad oordeelt dat ook niet-bezwaarmakers recht hebben op herstel.

Kosten Hersteloperatie Toeslagen

In 2025 werd de hersteloperatie voortgezet om financieel en emotioneel herstel te bieden aan gedupeerde ouders, hun kinderen en ex-partners. Verschillende organisaties voeren de regelingen uit volgens de Wet hersteloperatie toeslagen. Bij de uitvoering staat het verhaal en de behoefte van de ouder centraal. De afhandeling van aanvullende schade vond plaats via drie routes: maatwerk door de Commissie Werkelijke Schade (CWS), de regieroute-Vaststellingsovereenkomst (VSO) en een forfaitaire route via de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH).

De operatie is zeer complex en het grote aantal gedupeerde ouders die we willen helpen zorgt ervoor dat de uitvoering van bijvoorbeeld de aanvullende financiële compensatie minder snel verloopt dan gewenst. Daarom zijn in 2025, mede op advies van de commissie Van Dam, stappen gezet om het proces te versnellen en afronding dichterbij te brengen.47 De grootste onzekerheid blijft de omvang en uitvoering van aanvullende schade; deze ontwikkeling wordt gemonitord en zo nodig worden de ramingen hierop bijgesteld. De Rekenkamer heeft in de begrotingsbrief voor 2025 gewaarschuwd voor deze onzekerheden. Op dit moment blijft de totale raming van Hersteloperatie Toeslagen binnen het totaal beschikbare budget van € 11,6 mld.

In het afgelopen jaar is een centraal aanmeldportaal ontwikkeld en is MijnHerstel gelanceerd. Eind 2025 zijn de eerste dossiers in behandeling genomen. Ook zijn blokkades bij de SGH aangepakt. Deze stappen maken naar verwachting verdere versnelling en opschaling mogelijk.48

5. Beleidsartikelen

Artikel 1 Belastingen

Het genereren van inkomsten voor de financiering van overheidsbeleid. Solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving is hiervoor de basis. Doeltreffende en doelmatige uitvoering door de Belastingdienst van die wet- en regelgeving dragen bij aan de bereidheid van burgers en bedrijven om hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).

Onder ‘compliance’ verstaat de Belastingdienst dat burgers en bedrijven bereid zijn hun wettelijke fiscale verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst structureel uit zichzelf na te komen. De term ‘bereidheid’ geeft aan dat de Belastingdienst ernaar streeft dat belastingplichtigen uit zichzelf fiscale regels naleven, zonder (dwingende en kostbare) acties van de kant van de Belastingdienst. Als burgers en bedrijven hun wettelijke verplichtingen nakomen, dan komt belastinggeld de staatskas binnen zoals de wetgever beoogt.

De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een regisserende rol op het terrein van de fiscaliteit. Daarbij gaat het om:

  • het te voeren fiscale beleid;

  • het opstellen van fiscale wet- en regelgeving;

  • het internationaal behartigen van de Nederlandse fiscale belangen.

De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een uitvoerende rol op het terrein van:

  • de heffing en inning van de rijksbelastingen

  • de heffing en inning van de premies werknemers- en volksverzekeringen;

  • de heffing en inning van de inkomensafhankelijke bijdragen Zorgverzekeringswet;

  • de heffing en inning voor derden van een aantal belastingen, heffingen en overige vorderingen;

  • handhavingstaken op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit.

Op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en de Invorderingswet 1990 voert de Belastingdienst de heffing en inning van de rijksbelastingen uit. Op grond van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten voert de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de handhavingstaken uit op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit.

De minister bevordert, door inzet van de Belastingdienst, naleving van wet- en regelgeving door passende dienstverlening te leveren, massale processen juist en tijdig uit te voeren, adequaat toezicht uit te oefenen en waar nodig naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen.

Aanvullende beleidsinformatie, zoals de strategie, doelen en prestatie-indicatoren van de Belastingdienst zijn te vinden in onderdeel F2 van dit artikel.

In 2025 heeft de Belastingdienst haar activiteiten voortgezet met een focus op dienstbaarheid en het versterken van het vertrouwen van burgers en bedrijven.

Via het programma Vroegsignalering zijn diverse pilots uitgevoerd om signalen van burgers en bedrijven tijdig op te merken om zo proactief ondersteuning te bieden. Ook is ingezet op een betere verbinding met de samenleving, onder meer door de afronding van de herstelactie voor de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Het op orde brengen en houden van de basis bleef centraal staan, met verdere stappen in de modernisering van de ICT en de verbetering van naleving van de AVG. In onderdeel F2 van dit artikel wordt met behulp van prestatie-indicatoren nader ingegaan op de resultaten ten aanzien van een adequate behandeling, effectief informeren, gemak en corrigerend optreden. In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt gerapporteerd over het beleid ten aanzien van Misbruik en oneigenlijk gebruik en de onvolkomenheid inzake Misbruik en oneigenlijk gebruik.

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1 Belastingen (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

3.306.918

2.999.048

3.368.252

3.926.577

4.105.159

3.547.362

557.797

        

Uitgaven (1) + (2)

3.187.436

3.021.421

3.345.265

3.918.024

4.058.737

3.682.000

376.737

        

Apparaatsuitgaven (1)

2.639.201

2.849.335

3.192.726

3.594.019

3.710.196

3.605.884

104.312

waarvan: Uitvoering fiscale wet- en regelgeving en douanetaken Caribisch Nederland

14.347

16.432

18.080

18.385

22.023

18.000

4.023

        

Personele uitgaven

2.280.487

2.502.305

2.767.335

3.150.557

3.243.340

3.088.999

154.341

Eigen personeel

1.921.276

2.081.292

2.272.572

2.615.067

2.806.579

2.678.071

128.508

Inhuur externen

352.864

414.481

481.069

507.163

400.728

369.268

31.460

Overig Personeel

6.347

6.532

13.694

28.328

36.034

41.660

‒ 5.626

        

Materiële uitgaven

358.714

347.030

425.391

443.461

466.855

516.885

‒ 50.030

ICT

18.589

39.852

33.785

32.160

46.851

37.503

9.348

Bijdrage aan SSO's

236.235

234.938

288.822

307.171

318.438

388.481

‒ 70.043

Overig materieel

103.890

72.240

102.784

104.131

101.566

90.901

10.665

        

Programma-uitgaven (2)

548.235

172.086

152.539

324.005

348.542

76.116

272.426

        

Bekostiging

1.103

0

0

0

0

0

0

Vergoeding proceskosten

1.103

0

0

0

0

0

0

        

Garanties

68

179

134

182

18

181

‒ 163

Garantie procesrisico's

68

179

134

182

18

181

‒ 163

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

15.930

17.217

15.151

14.372

14.784

13.999

785

Waarderingskamer

2.349

2.381

2.403

2.403

2.506

2.489

17

Kadaster

2.432

2.745

2.007

2.324

2.993

2.933

60

Kamer van Koophandel

131

88

119

150

80

341

‒ 261

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

11.019

12.002

10.622

9.495

9.205

8.236

969

        

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

5.989

4.617

2.637

2.422

3.188

3.387

‒ 199

Internationale Douaneraad

280

254

264

0

56

0

56

Overige internationale organisaties

5.709

4.363

2.373

2.422

3.133

3.387

‒ 254

        

Opdrachten

327.870

346.834

378.004

460.115

529.854

391.097

138.757

ICT opdrachten

266.114

284.887

316.886

386.963

445.134

330.721

114.413

Overige opdrachten

61.756

61.947

61.118

73.151

84.720

60.376

24.344

        

Bijdrage agentschappen

91.137

64.723

19.188

13.684

13.769

12.889

880

Bijdrage Logius

86.271

60.760

3.550

1.265

1.542

4.287

‒ 2.745

Bijdrage overige agentschappen

4.865

3.963

15.638

12.419

12.227

8.602

3.625

        

(Schade)vergoeding

7.433

16.964

18.165

14.102

13.261

28.385

‒ 15.124

(Schade)vergoedingen

7.433

12.590

12.657

9.027

8.415

24.993

‒ 16.578

Vergoeding proceskosten

0

4.374

5.509

5.075

4.846

3.392

1.454

        

Rente

170.071

123.779

130.159

252.883

226.890

93.149

133.741

Belasting- en invorderingsrente

170.071

123.779

130.159

252.883

226.890

93.149

133.741

        

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

‒ 71.367

‒ 402.227

‒ 410.900

‒ 433.755

‒ 453.221

‒ 466.971

13.750

Toerekening uitgaven aan Douane

‒ 71.367

‒ 194.545

‒ 203.543

‒ 215.786

‒ 220.386

‒ 219.419

‒ 967

Toerekening uitgaven aan Toeslagen

0

‒ 207.682

‒ 207.357

‒ 217.969

‒ 232.835

‒ 247.552

14.717

        

Ontvangsten (3) + (4)

166.431.153

179.397.468

215.182.901

215.154.064

216.360.867

204.142.129

12.218.738

        

Programma-ontvangsten (3)

166.317.485

179.297.948

215.070.349

215.005.639

216.214.503

204.050.740

12.163.763

waarvan: Belastingontvangsten

165.268.171

178.430.089

213.727.442

213.261.709

214.278.501

202.574.477

11.704.024

        

Bekostiging

36.607

72.662

233.069

263.048

273.052

230.864

42.188

Doorbelasten kosten vervolging

36.607

72.662

233.069

263.048

273.052

230.864

42.188

        

Rente

798.814

581.851

848.905

1.191.722

1.356.455

1.006.758

349.697

Belasting- en invorderingsrente

798.814

581.851

848.905

1.191.722

1.356.455

1.006.758

349.697

        

Boetes en schikkingen

213.894

213.346

260.934

289.160

306.495

238.641

67.854

Ontvangsten boetes en schikkingen

213.894

213.346

260.934

289.160

306.495

238.641

67.854

        

Apparaatsontvangsten (4)

113.667

99.520

112.552

148.425

146.364

91.389

54.975

Tabel 10 Uitsplitsing verplichtingen
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

3.306.918

2.999.048

3.368.252

3.926.577

4.105.159

3.547.362

557.797

waarvan garantieverplichtingen:

277

154

‒ 167

222

18

336

‒ 318

Garantie procesrisico's

277

154

‒ 167

222

18

336

‒ 318

        

waarvan overige verplichtingen:

3.306.641

2.998.894

3.368.420

3.926.355

4.105.141

3.547.026

558.115

Verplichtingen

De in 2025 aangegane verplichtingen zijn € 557,8 mln. hoger dan begroot, deels door hogere uitgaven (€ 376,7 mln.), wat met name veroorzaakt wordt door de jaarlijkse loon- en prijsindexatie. Dit wordt verder toegelicht onder 'Uitgaven'. In 2025 is het verplichtingenbudget verhoogd vanwege een herijking als gevolg van het extra kasbudget, afwijkend verplichtingenritme en onderhandelingen en besluitvorming betreffende meerjarige contracten. Het gaat om contracten zoals de aanbestedingen voor de modernisering van het systeem Omzetbelasting en modernisering van het analytics platform en voor de internetverbinding van het overheidsdatacenter.

Uitgaven

De uitgaven zijn in totaal € 376,7 mln. hoger dan begroot. De belangrijkste oorzaken hiervan worden hieronder vermeld.

Personele uitgaven

De personele uitgaven vallen per saldo € 154,3 mln. hoger uit dan oorspronkelijk begroot. Dit is met name het gevolg van de jaarlijkse loonindexatie. Hiervoor is loonbijstelling overgeheveld naar de Belastingdienst (€ 133 mln. in 2025). Daarnaast zijn er extra uitgaven gedaan ten behoeve van de uitvoering van het rechtsherstel Box 3 en het programma Inzage Fiscaal Dossier.

Materiële uitgaven

De materiële uitgaven zijn per saldo € 50,0 mln. lager dan begroot, omdat het overheadsbudget dat hier geparkeerd wordt is overgeheveld naar het instrument 'Opdrachten', zie hieronder.

Opdrachten

De uitgaven aan (ICT) opdrachten zijn € 138,8 mln. hoger dan begroot. Dit is veroorzaakt door i) sterke prijsstijgingen voor bijvoorbeeld de IT-infrastructuur (servers, opslag en netwerk) en ii) groei in ICT-opdrachten, zoals de modernisering van het omzetbelasting en vervanging van het SAP-systeem. Naast hogere ICT-uitgaven zijn de prijzen van het postcontract hoger geworden.

(Schade)vergoeding

De schadevergoedingen zijn € 15,1 mln. lager dan oorspronkelijk begroot. Dit betreft budget voor het tegemoetkomingsbeleid voor personen die nadelige gevolgen hebben ondervonden aan de Fraude Signalering Voorziening (FSV) of onterecht zijn afgewezen voor het traject Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (MSNP)49. De reservering werd in 2025 niet volledig benut en is deels geschoven naar volgende jaren.

Rente

De uitgaven aan belasting- en invorderingsrente zijn € 133,7 mln. hoger dan geraamd. De raming van de uitgaven was gedurende 2025 al opgehoogd naar aanleiding van de hogere realisatie in 2024 en zijn er extra uitgaven gedaan vanwege rentevergoedingen in verband met het dossier Sondervermögen.

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

De toerekening ziet op uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Dienst Toeslagen en Douane maakt. De toerekening is bijgesteld, zodat realisatie aansluit bij de getekende dienstverleningsafspraken.

Ontvangsten

Belastingontvangsten

Voor een toelichting op de belastingontvangsten, zie het Financieel Jaarverslag Rijk 2025 (FJR), hoofdstuk 2.2 "De ontwikkeling van de inkomsten". Tabel 2 in bijlage 3 "De belasting- en premieontvangsten in 2025 op kasbasis" van het FJR bevat een uitsplitsing van de belastingontvangsten.

Onderstaande tabel toont de aansluiting tussen de belastingontvangsten in het FJR 2025 en op artikel 1. Van de totale belastingontvangsten (€ 289 mld.) worden bedragen voor het Gemeentefonds, Provinciefonds, BES-Fonds en het Btw-compensatiefonds afgetrokken. De door de Douane geïnde belastingontvangsten staan op artikel 9 Douane. Het resterende bedrag van € 214 mld. wordt als belastingontvangsten verantwoord op artikel 1 van de Financiënbegroting.

Tabel 11 Belastingontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Totaal belastingontvangsten

206.556.737

225.139.893

263.188.044

283.807.396

289.155.005

– /– Afdracht Gemeentefonds

35.028.122

39.981.437

42.204.703

43.835.927

47.701.568

– /– Afdracht Provinciefonds

2.541.945

2.843.510

3.130.354

3.954.345

4.101.755

– /– Afdracht BES-fonds

51.708

67.091

87.850

103.883

93.799

– /– Belastingontvangsten artikel 6 Btw-compensatiefonds

3.666.793

3.817.766

4.037.695

4.484.530

4.893.319

– /– Belastingontvangsten artikel 9 Douane1

0

0

0

18.167.002

18.086.063

Belastingontvangsten artikel 1 Belastingen

165.268.171

178.430.089

213.727.442

213.261.709

214.278.501

1

Vanaf 2024 worden de belastingontvangsten die Douane int verantwoord op artikel 9. In de jaren daarvoor werden deze verantwoord op artikel 1. De realisatie in die jaren staat daarom op '0' bij Douane. Deze zitten in het saldo van de bedragen van de belastingontvangsten in artikel 1.

Bekostiging

De ontvangsten uit het doorbelasten van vervolgingskosten (aanmaningen, dwangbevelen, beslaglegging etc.) zijn € 42,2 mln. hoger uitgevallen ten opzichte van de vastgestelde begroting. Vooral de ontvangsten in relatie tot de omzetbelasting en de loonheffingen waren hoger dan verwacht.

Rente

De ontvangsten aan belasting- en invorderingsrente zijn € 349,7 mln. hoger dan geraamd in de vastgestelde begroting. Eerder was de raming naar boven bijgesteld vanwege de hogere realisaties in 2024 en gedurende 2025. De hogere ontvangsten aan belastingrente deden zich met name voor bij de inkomstenbelasting. De hogere ontvangsten aan invorderingsrente hebben betrekking op verschillende belastingmiddelen.

Boetes en schikkingen

De ontvangsten uit boetes en schikkingen zijn € 67,9 mln. hoger dan oorspronkelijk geraamd. Deels heeft dit te maken met de indexatie van de boetes per 1-1-2025. De hogere ontvangsten zijn onder andere toe te schrijven aan hogere boeteontvangsten in relatie tot de omzetbelasting en de motorrijtuigenbelasting.

Apparaatsontvangsten

De apparaatsontvangsten vallen € 55,0 mln. hoger uit dan begroot. De ontvangsten waren hoger door dienstverlening van de Belastingdienst aan derden in het kader van de voorziening voor videobellen, voor geleverde diensten ten behoeve van het overheidsdatacenter en door hogere ontvangsten van het UWV voor de vangnetregeling (ziekteverzuim).

Belastingplanpakket

Het pakket Belastingplan 2025 bestond uit het wetsvoorstel Belastingplan 2025 en negen afzonderlijke wetsvoorstellen. Veel van de fiscale maatregelen kwamen voort uit het hoofdlijnenakkoord50 van het kabinet-Schoof en waren nauw verbonden met de begroting voor 2025. Belangrijke thema’s waren onder andere de ondersteuning van het werkende midden met een koopkrachtpakket, de verhoging van de kansspelbelasting en de verlenging van de accijnsverlaging voor benzine, diesel en LPG. Ook werden aanpassingen gedaan die tot een vereenvoudiging voor burgers en de Belastingdienst hebben geleid, zoals aanpassingen met betrekking tot de aftrek van specifieke zorgkosten. Ook zijn er stappen gezet om belastingconstructies tegen te gaan, door bijvoorbeeld de kavelruilvrijstelling aan te passen.

Ook werd met het wetsvoorstel Belastingplan 2025 voorgesteld om het verlaagde btw-tarief op – onder meer – cultuur, media en sport af te schaffen. Over deze maatregel is tijdens de behandeling van het pakket Belastingplan 2025 in de Tweede Kamer uitvoerig gedebatteerd. Uiteindelijk werd de motie Van Dijk c.s.51 met algemene stemmen aangenomen. Deze motie verzocht de regering om vóór de Voorjaarsnota 2025 in overleg met de Tweede Kamer een alternatieve invulling voor deze maatregel te presenteren, waarmee deze maatregel kon komen te vervallen. Door middel van een tweetal beleidsbesluiten werd de verhoging van dit btw-tarief buiten werking gesteld tot een alternatieve invulling was gevonden. Dit alternatief is inmiddels gevonden in de vorm van het niet volledig toepassen van de reguliere inflatiecorrectie met de tabelcorrectiefactor voor bepaalde bedragen in de inkomstenbelastingen en de loonbelasting. Hiermee kon de voorgestelde verhoging van dit btw-tarief worden teruggedraaid, hetgeen onderdeel uitmaakte van het navolgende pakket Belastingplan 2026.

Specifiek voor de BES-eilanden werden in het pakket Belastingplan meerdere fiscale aanpassingen voorgesteld, waaronder een aanpassing van het tarief in de vastgoedbelasting en een koppeling van de belastingvrije som aan het wettelijk minimumloon. Tijdens de behandeling van het Belastingplanpakket is door de Tweede Kamer het amendement Grinwis c.s.52 aangenomen. Dit amendement regelde dat de inwerkingtreding van vier van de voorgestelde maatregelen, waaronder de twee voornoemde maatregelen, zou worden uitgesteld met ten minste een jaar. Vanuit de Eerste Kamer kwamen vervolgens signalen dat het uitstel van deze maatregelen ongewenste gevolgen zou hebben voor minima. Het wettelijk minimumloon zou hiermee hoger worden dan de belastingvrije som, waardoor minima loon- of inkomstenbelasting zouden moeten betalen. Gelet op het voorgaande, werd een novelle opgesteld en aangenomen, waarmee de gevolgen van het betreffende amendement weer ongedaan werden gemaakt.

Uiteindelijk werden alle wetsvoorstellen binnen het pakket Belastingplan 2025 op 17 december 2024 aangenomen door de Eerste Kamer.

Doelen en prestatie-indicatoren

De set prestatie-indicatoren sluit aan bij de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie van de Belastingdienst. Hiermee weerspiegelen ze de strategie van de organisatie en ondersteunen ze de sturing op resultaten en effecten. In dit jaarverslag lichten we indicatoren toe die negatief afwijken van de streefwaarden. Voor enkele indicatoren zijn in de begroting 2025 nog geen streefwaarden opgenomen; deze zijn als ‘nog niet bekend’ (n.n.b.) aangeduid.

Tabel 12 Realisatie kengetallen Algemene doelstelling Compliance
 

Waarde 2021

Waarde 2022

Waarde 2023

Waarde 2024

Waarde 2025

Belastingmoraal (schaal 1 - 5)

     

- Particulieren

4,1

4,0

4,1

4,2

4,1

- Midden en Kleinbedrijf

4,4

4,3

4,4

4,4

4,2

- Grote Ondernemingen

4,4

4,4

4,4

4,4

4,4

- Fiscaal Dienstverleners

4,4

4,4

4,4

4,4

4,4

Vertrouwen in de belastingdienst (schaal 1 - 5)

     

- Particulieren

3,2

3,1

3,1

3,2

3,0

- Midden en Kleinbedrijf

3,3

3,2

3,5

3,5

3,4

- Grote Ondernemingen

3,4

3,4

3,5

3,6

3,5

- Fiscaal Dienstverleners

3,3

3,2

3,4

3,5

3,4

Juiste registratie

96,7%

98,2%

98,7%

98,6%

Percentage tijdige aangiften vennootschapsbelasting

86,5%

86,6%

86,9%

86,9%

86,4%

Percentage tijdige aangiften inkomensheffing

92,6%

90,9%

91,5%

92,1%

91,8%

Percentage tijdige aangiften omzetbelasting

95,1%

95,0%

95,6%

95,6%

95,3%

Percentage tijdige aangiften loonheffingen

99,0%

98,9%

98,8%

98,7%

98,6%

Percentage tijdige aangiften erfbelasting

57,5%

66,4%

67,7%

70,2%

72,3%

Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingstekort Particulieren

n.v.t.

0,4%

n.v.t.

0,2%

n.v.t.1

Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingstekort MKB2

4,3%

n.v.t.

n.v.t.

5,5%3

n.v.t.

Percentage van het nalevingstekort dat de Belastingdienst corrigeert bij burgers (IH)4

57,6%

54,5%

51,1%

92,7%

77,2%

Percentage van het nalevingtekort dat de Belastingdienst corrigeert bij het MKB (IH, VpB, OB en LH)

38,5%

44,7%

48,0%

43,0%

37,8%

Percentage tijdige betaling van belastingen en premies

99,3%

98,5%

98,7%

98,7%

98,9%

Bron: Belastingdienst

1

N.v.t. betekent dat in het gegeven jaar de (streefwaarde van de) prestatie-indicator niet is gemeten.

2

Exclusief buitenlandse belastingplichtigen en enkele groepen met een beperkte omvang en/of fiscaal belang.

3

Het nalevingstekort is in verband met de afronding van een aantal complexe, meer tijd vergende boekenonderzoeken binnen de steekproef, die vorig jaar bij de bepaling van het kengetal nog buiten beschouwing bleven, met 0,5% opgehoogd ten opzichte van het vorig jaar gerapporteerde cijfer.

4

Hierbij worden een aantal categorieën buiten beschouwing gelaten, zoals aangiften met een gevulde winstrubriek en C- en M-biljetten.

Percentage van het nalevingstekort dat de Belastingdienst corrigeert bij burgers (IH)

Het percentage in 2025 is 77,2%. Dit ligt lager dan in 2024. Deze afwijking kan voor een deel worden verklaard door een lager aantal behandelde aangiften. De Belastingdienst blijft de ontwikkeling van deze prestatie-indicator monitoren.

Percentage van het nalevingstekort dat de Belastingdienst corrigeert bij het MKB (IH, VpB, OB en LH)

Het percentage van het nalevingstekort dat MKB daadwerkelijk corrigeert bedraagt 37,8% in 2025 ten opzichte van 43,0% in 2024. De waarde van het kengetal wordt beïnvloed door diverse factoren zoals de omvang en het fiscaal belang van het midden- en kleinbedrijf en de correctiebedragen van aangiftecontroles, boekenonderzoeken, steekproeven en massaal toezicht in het kalenderjaar. De Belastingdienst zal dit nader analyseren.

Adequate behandeling

De Belastingdienst geeft burgers en bedrijven een adequate behandeling (correct en passend).

Tabel 13 Realisatie prestatie-indicatoren: Adequate behandeling (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Streefwaarde 2025

Realisatie 2025

Burgers en bedrijven geven aan dat ze adequate behandeling hebben gekregen (schaal 1 - 5)

     

- Particulieren

3,0

2,8

2,9

2,9

2,9

- Midden en Kleinbedrijf

3,3

3,4

3,4

3,3

3,4

- Grote Ondernemingen

3,5

3,5

3,6

3,5

3,6

- Fiscaal Dienstverleners

3,3

3,4

3,4

3,3

3,4

Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn

86,0%

76,7%

82,0%

≥90%

79,6%

Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn

96,9%

97,4%

96,9%

≥95%

97,3%

Percentage burgers en bedrijven dat op afspraak tijdig wordt teruggebeld door een Belastingdienst-medewerker

89,8%

87,1%

91,6%

≥90%

92,2%

Percentage tijdig afgehandelde verzoeken tot registratie

98,6%

98,3%

95,2%

≥95%

94,3%

Kwaliteit volgens interne fiscale kwaliteitscontrole

89,9%

91,1%

90,9%

≥90%

92,1%

Percentage definitieve aanslagen IH dat binnen een jaar na aangifte is opgelegd.

94,1%

95,0%

96,0%

≥88%

85,3%

Bron: Belastingdienst

Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn

De doelstelling om ≥90% van de afgedane bezwaren binnen de Awb-termijn te behandelen is met een score van 79,6% niet gehaald. Deze afwijking wordt met name verklaard door de overschrijding van de termijnen bij het belastingmiddel inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Bij inkomstenbelasting ligt de oorzaak in het wegwerken van oude (niet Awb-tijdige) voorraad en de instroom van box 3-bezwaren en de bezwaren belastingrente die leiden tot procesverstoringen. Bij vennootschapsbelasting ligt de oorzaak in de bezwaren belastingrente die een hogere uitvoeringslast en procesverstoringen veroorzaken. Om de extra instroom aan bezwaren box 3 en belastingrente sneller te kunnen verwerken, is extra personeel en automatisering ingezet. De voorraad bezwaren die al buiten de termijn is blijft echter hoog, waardoor er geen verbetering van het Awb-percentage wordt verwacht in 2026.

Percentage tijdig afgehandelde verzoeken tot registratie

De prestatie-indicator tijdig afgehandelde verzoeken tot registratie scoort in 2025 met 94,3% onder de norm van ≥95%. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door oplopende voorraden als gevolg van systeemverstoringen en hoger werkaanbod van complexe LH-aanmeldingen. De Belastingdienst heeft door het opleiden en inzetten van intern personeel en proces- en productieverbeteringen de achterstanden ingelopen.

Percentage definitieve aanslagen IH dat binnen een jaar na aangifte is opgelegd

Het percentage definitieve aanslagen IH dat binnen een jaar na aangifte is opgelegd, ligt met een score van 85,3% onder de norm. De oorzaak ligt in de opeenstapeling van aangiften herstel box 3 die nog niet verwerkt kunnen worden en daardoor de termijn overschrijden. Vanaf belastingjaar 2025 worden de OWR-formulieren geïntegreerd in de aangifte, waardoor de voorraad sneller kan worden afgehandeld en de doorlooptijd verkort wordt.

Effectief Informeren

De Belastingdienst informeert burgers en bedrijven effectief over hun rechten en plichten.

Tabel 14 Realisatie prestatie-indicatoren: Effectief informeren (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Streefwaarde 2025

Realisatie 2025

Burgers en bedrijven geven aan dat de Belastingdienst hen voldoende informeert (schaal 1 - 5)

     

- Particulieren

3,5

3,4

3,5

3,4

3,5

- Midden en Kleinbedrijf

3,4

3,5

3,5

3,4

3,6

- Grote Ondernemingen

3,5

3,5

3,6

3,5

3,7

- Fiscaal Dienstverleners

3,5

3,6

3,6

3,5

3,6

Antwoorden op vragen via de BelastingTelefoon zijn juist

≥86%

86,2%

Bereikbaarheid BelastingTelefoon

72,1%

81,5%

87,8%

>90%

87,2%

Bereikbaarheid Webcare

54,8%

68,4%

91,3%

>80%

92,4%

Klanttevredenheid informatie op de website

>76%

69,5%

Klanttevredenheid (schaal 1 - 5)% van de bellers en baliebezoekers die een 3 of hoger scoort1

     

- Balie

82,4%

88,0%

90,1%

>85%

90,3%

- BelastingTelefoon

68,8%

75,6%

79,4%

>85%

82,4%

Klantontevredenheid (schaal 1 - 5)% van de bellers en baliebezoekers die een 1,5 of lager scoort1

     

- Balie

4,8%

3,3%

3,2%

<5%

3,0%

- BelastingTelefoon

12,9%

8,4%

6,7%

<7%

5,3%

Aantal registraties waarmee MKB-ondernemers participeren in FD-convenanten

198.733

217.162

217.783

>218.000

220.401

Bron: Belastingdienst

1

Tot 2022 zijn in het jaarverslag de gecombineerde resultaten van de Belastingdienst en Toeslagen gerapporteerd. Vanaf 2024 is het mogelijk om onderscheid te maken in de resultaten bij BelastingTelefoon.

Bereikbaarheid BelastingTelefoon

De bereikbaarheid van de BelastingTelefoon ligt met 87,2% onder de norm van >90%. De oorzaak hiervan is een aantal verstoringen. Realtime monitoring wordt ingezet om verstoringen snel te signaleren en op te lossen. Daarnaast wordt bij de instroom en opleiding van nieuwe medewerkers steeds gekeken waar de capaciteit nodig is om de bereikbaarheid te waarborgen.

Klanttevredenheid informatie op de website

De klanttevredenheid van de website ligt met 69,5% onder de norm van >76%. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door inlogproblemen die worden veroorzaakt door DDoS-aanvallen op Logius. In 2025 is aandacht gevraagd voor deze structurele inlogproblemen en de negatieve impact op de gebruikerservaring met het oog op duurzame oplossingen. Tegelijkertijd zijn er gerichte stappen gezet om de kwaliteit en effectiviteit van de digitale content te verbeteren. De Belastingdienst onderzoekt hoe beschikbare data beter benut kunnen worden om gerichte verbeteringen door te voeren.

Klanttevredenheid BelastingTelefoon

De klanttevredenheid van de BelastingTelefoon ligt met 82,4% onder de norm van ≥85%. Dit wordt met name veroorzaakt door de correlatie tussen klanttevredenheid en de bereikbaarheid, die nog niet op het gewenste niveau is. Echter is er met een eindrealisatie van 82,4% een verbetering zichtbaar ten opzichte van vorige jaren.

Gemak

De Belastingdienst streeft ernaar om het voor burgers en bedrijven zo makkelijk mogelijk te maken om te voldoen aan fiscale verplichtingen.

Tabel 15 Realisatie prestatie-indicatoren: Gemak bieden en fouten voorkomen (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Streefwaarde 2025

Realisatie 2025

Burgers en bedrijven geven aan dat ze gemak ervaren (schaal 1 - 5)

     

- Particulieren

3,5

3,4

3,5

3,5

3,6

- Midden en Kleinbedrijf

3,4

3,4

3,4

3,4

3,6

- Grote Ondernemingen

3,4

3,3

3,4

3,3

3,8

- Fiscaal Dienstverleners

3,5

3,4

3,5

3,5

3,9

Percentage aangiften IH-NW waarbij debelastingplichtige niet hoeft aan te vullen

37,90%

39,30%

41,40%

≥35%

41,0%

Aantal contacten met startende ondernemers (Goede start Belastingdienst)

Bron: Belastingdienst

Aantal contacten met startende ondernemers

In 2025 is er geen realisatie beschikbaar voor het aantal unieke bezoekers op de website, waardoor de totaaltelling niet correct kan worden gemaakt. De meetmethodiek zal worden geëvalueerd en zo nodig worden verbeterd. Wel heeft de Belastingdienst in 2025 met startende ondernemers chatgesprekken en videobelgesprekken gevoerd. Daarnaast hebben startende ondernemers deelgenomen aan de webinar Goede Start (negen webinars) en aan de webinar Eerste BTW-aangifte. Deze indicator is nieuw voor de Belastingdienst in 2025.

Corrigerend optreden

De Belastingdienst treedt op gepaste wijze corrigerend op bij niet-naleving.

Tabel 16 Realisatie prestatie-indicatoren: Corrigerend optreden (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Streefwaarde 2025

Realisatie 2025

Burgers en bedrijven geven aan dat zij corrigerend optreden ervaren (schaal 1 - 5)

      

- Particulieren

3,4

3,4

3,2

3,2

3,4

3,2

- Midden en Kleinbedrijf

3,4

3,3

3,4

3,5

3,4

3,5

- Grote Ondernemingen

3,3

3,3

3,3

3,3

3,3

3,4

- Fiscaal Dienstverleners

3,2

3,2

3,3

3,2

3,2

3,4

Percentage processen verbaal dat leidt tot veroordeling of transactie

71,6%

72,9%

86,9%

88,7%

>82%

90,5%

Percentage opsporingscapaciteit dat wordt ingezet op omgevingsgerichte strafonderzoeken

44,9%

40,1%

45,7%

44,6%

>40%

45,7%

Betalingsachterstand

3,4%

3,4%

3,9%

4,2%

≤4,0%

4,4%

Percentage binnengekomen aangiften IH en VPB na herinnering of aanmaning (t-2)

      

- IH

80,8%

83,6%

82,0%

n.n.b.

81,7%

- VpB

73,0%

72,6%

67,0%

n.n.b.

64,7%

Percentage binnengekomen aangiften IH en VPB na herinnering of aanmaning (t-1)

      

- IH

70,0%

63,5%

63,9%

n.n.b.

67,4%

- VpB

45,5%

42,8%

36,0%

n.n.b.

41,2%

Inning invorderingsposten binnen een jaar

41,1%

38,1%

43,0%

44,4%

≥40%

40,2%

Percentage oninbaarheid

0,1%

0,2%1

0,2%

0,3%

<0,6%

0,3%

Bron: Belastingdienst

1

Dit percentage is in 2022 uitgebreid met onder andere de schenk- en erfbelasting, overdrachtsbelasting en autobelastingen. Er is geen significante afwijking geweest op het resultaat ten opzichte van 2021.

Betalingsachterstand

De betalingsachterstand was in 2025 met 4,4% hoger dan de streefwaarde van ≤4,0%. De score van deze prestatie-indicator is onder andere gestegen doordat het invorderingswerk niet in de actualiteit wordt afgehandeld door de hoge voorraden met klantverzoeken. Ook hebben de gevolgen van de corona- en inflatiecrisis nog steeds impact. Daarnaast hebben beleidskeuzes effect op de kpi. Door bijvoorbeeld een meer persoonsgerichte benadering te hanteren worden meer betalingsregelingen met belastingschuldigen afgesloten. In de stand-van-zakenbrief van 12 maart 2026 wordt nader ingegaan op inning.

49

Kamerstukken II 2025/26, 31 066, nr. 1518, bijlage I - «Actuele onderwerpen, moties en toezeggingen»

50

HOOP, LEF en TROTS – hoofdlijnenakkoord 2024 ‒ 2028 van PVV, VVD, NSC en BBB

51

Kamerstukken II 2024/25, 36 602, nr. 140

52

Kamerstukken II 2024/25, 36604, nr. 11

Artikel 2 Financiële markten

Beleid en regelgeving maken voor een stabiele en integere werking van financiële markten, met betrouwbare dienstverlening van financiële instellingen aan burgers en bedrijven.

De minister van Financiën bevordert het goede functioneren van het financiële stelsel en heeft een regisserende rol. De minister is verantwoordelijk voor de goede werking van het betalingsverkeer. De minister is daarnaast verantwoordelijk voor goed functionerende en integere financiële markten en voor de Nederlandse wetten en regels ten aanzien van de financiële markten en de institutionele structuur van het toezicht. Verder draagt de minister samen met de minister van Justitie en Veiligheid verantwoordelijkheid voor wet- en regelgeving om het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en het financieren van terrorisme te voorkomen. Ook is de minister verantwoordelijk voor de regelgeving van bepaalde bijzondere financiële beroepsgroepen, zoals accountants. De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voeren het daadwerkelijke toezicht op de financiële markten uit. Dat wil zeggen dat de minister verantwoordelijk is voor het functioneren van het toezichtsysteem als geheel en verantwoordelijk is voor de uitvoering van het toezicht door DNB en de AFM. Echter, om de onafhankelijke positie van de toezichthouders te bevorderen is de minister noch verantwoordelijk noch bevoegd ten aanzien van individuele besluiten van de toezichthouders, en beschikt de minister niet over toezichtvertrouwelijke informatie. Daarnaast worden steeds meer toezichtstaken op Europees niveau belegd. Zo voert de Europese Centrale Bank ook in belangrijke mate het toezicht op grote en grensoverschrijdende Europese banken uit.

De randvoorwaarden die de minister stelt voor een integer en stabiel systeem hebben hun basis in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme. Het gaat hierbij om (het toezicht op nakoming van) regelgeving die financiële instellingen stimuleert en verplicht om op integere en transparante wijze te werk te gaan. Deze regelgeving en dit toezicht dragen eraan bij dat consumenten en bedrijven met voldoende informatie en vertrouwen financiële producten kunnen afnemen.

Tot slot bevordert de minister het verantwoord financieel gedrag door de burger en zet zich in voor de ongestoorde voorziening van voldoende munten in circulatie.

Verantwoordelijkheden minister van Financiën op de BES-eilanden

Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES-eilanden) zijn openbare lichamen in de zin van de Grondwet. De verantwoordelijkheid van de minister van Financiën ten aanzien van de toezichtstaken voor de BES-eilanden is dezelfde als voor Europees Nederland, omdat de verhouding tussen de minister en de toezichthouders dezelfde is. Het toezicht op de BES-eilanden is net als in Nederland op afstand geplaatst bij DNB en de AFM; de minister van Financiën is systeemverantwoordelijk.

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform verwachting en hebben daarmee bijgedragen aan stabiele en integere financiële markten, waardoor financiële instellingen betrouwbare dienstverlening aan burgers en bedrijven konden bieden.

In eerste plaats presenteerde de minister in 2025 een visie op de financiële sector, gericht op goed functionerende markten, lagere regeldruk, toezicht en toegankelijk betalingsverkeer,53 Het nieuwe anti-witwasbeleid,54opgesteld met Justitie en Veiligheid, legt nadruk op minder lasten voor burgers en ondernemers en verhoogde barrières voor criminelen.

Bovendien is de toegang tot zakelijke betaalrekeningen verbeterd via een convenant tussen banken en ondernemersorganisaties.

Ook verder heeft het ministerie van Financiën gewerkt aan het verminderen van regeldruk en het versimpelen van regelgeving voor de financiële sector. Het ministerie kiest bij de nationale implementatie van Europese regelgeving, waar mogelijk, voor de meest lastenluwe optie. Een voorbeeld daarvan is de implementatie van het Europese AML-pakket (Europese regels ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering) in onze nationale wet- en regelgeving. In 2025 is het wetsvoorstel openbaar geconsulteerd. In Europees verband is tevens gewerkt aan en actief ingezet op het versimpelen van regelgeving voor financiële dienstverlening, met behoud van financiële stabiliteit en internationale standaarden, bijvoorbeeld via Omnibus I-onderhandelingen.55

Tevens stuurde de minister in 2025 zijn visie op de Europese kapitaalmarktunie aan de Tweede Kamer. Onderdeel van de kabinetsvisie zijn drie pijlers: 1) sterker toezicht, 2) meer en divers kapitaalaanbod en 3) eenduidigere regels.56 Verder is er politiek akkoord bereikt over de herziening van het Europese crisisraamwerk voor banken en de verordening inzake de afwikkeling van de handel in financiële effecten. De Wijzigingswet accountancysector, met als doel de kwaliteit van de wettelijke controle door accountants te verhogen, werd aangenomen in de Eerste Kamer. Ook zijn er diverse maatregelen genomen om de concurrentie op de Nederlandse spaarmarkt te verbeteren.57

Tot slot werkte het ministerie van Financiën ook aan de financiële weerbaarheid van huishoudens. Zo vond in 2025 de 14e editie van de Week van het geld plaats, met als thema ‘Hoe maak jij je gelddromen waar?’. Kinderen en jongeren leerden aan de hand van dit thema hoe verstandige geldkeuzes kunnen bijdragen aan het realiseren van hun gelddromen.

Meetbare gegevens

Kengetallen financiële stabiliteit

Financiële stabiliteit staat centraal in het beleid van de minister van Financiën voor de financiële sector. Belangrijk hierbij zijn de buffers van banken, gemeten via onder andere de leverage ratio en de Common Equity Tier 1 (CET1)-ratio. Na een stijging tijdens de COVID-19-pandemie, daalden de buffers weer, onder meer door hogere dividenduitkeringen en aandeleninkoop. Het afgelopen jaar is de leverage ratio nagenoeg gelijk gebleven, terwijl de CET-ratio licht toegenomen is. De gemiddelde leverage ratio ligt ruim boven de wettelijke vereisten van 3,5% voor mondiale systeembanken en 3% voor andere Europese banken. Ook de gemiddelde CET1-ratio is ruim hoger dan de Europese minimumeisen van 8% tot 10%.

Tabel 17 Gemiddelde leverage ratio (ongewogen) Nederlandse banken

Jaar

2021

2022

2023

20241

20252

Percentage3

6,5

5,8

6

6

5,6

1

Dit zijn cijfers voor 2024. Wijkt af van JV24, destijds cijfers per Q3 van 2024.

2

Dit zijn cijfers per Q3 van 2025.

3

Zie EBA Risk dashboard (European Banking Authority) met peildatum 10-12-2025.

Tabel 18 Gemiddelde CET1-ratio (Common Equity Tier) Nederlandse banken

Jaar

2021

2022

2023

20241

20252

Percentage3

17

15,7

15,9

15,8

16,4

1

Dit is het cijfer voor Q4 2024.

2

Dit zijn cijfers per Q3 van 2025.

3

Zie EBA Risk dashboard met peildatum 10-12-2025

Tabel 19 Solvabiliteitsratio per sector

Jaar1

2021

2022

2023

2024

20252

Levensverzekeraars

196,74

195,90

190,63

187,40

201,30

Schadeverzekeraars

179,57

179,72

169,87

172,90

171,70

1

Voor alle jaren t/m 2024 zijn de cijfers bijgewerkt naar Q4 van dat jaar. Dit kan afwijken van cijfers uit het jaarverslag 2024 omdat daar cijfers tot en met Q3 werden weergegeven.

2

Dit zijn cijfers per Q3 van 2025.

Bron: DNB (Solvency II: jaar- en kwartaalrapportages). Dit zijn cijfers per Q3 van 2025 met peildatum 24-12-2025.

Kengetallen betalingsverkeer

Het ministerie van Financiën en DNB werken samen aan efficiënt, veilig en toegankelijk betalingsverkeer, onder andere via het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) waarin banken, betaaldienstverleners en maatschappelijke organisaties samenwerken.

De Regeling Oversight goede werking betalingsverkeer58 schrijft voor dat pinbetalingen (inclusief contactloos) 99,88% beschikbaar moeten zijn. Deze norm geldt voor private partijen die het girale betalingsverkeer verzorgen en wordt gehandhaafd door DNB. Voor mobiel- en internetbankieren zijn geen wettelijke eisen, maar de beschikbaarheid is ook hierbij zeer hoog, zoals de onderstaande tabel laat zien.

Tabel 20 Kengetallen betalingsverkeer

Beschikbaarheid1

2021

2022

2023

2024

Pinnenbetaalketen

99,89%

99,89%

99,89%

99,89%

Mobiel bankieren

99,76%

99,81%

99,72%

99,92%

Internetbankieren

99,77%

99,81%

99,77%

99,88%

iDEAL

99,78%

99,78%

99,78%

99,97%

Bron: MOB-rapportage 2024 (voor de jaren 2021 t/m 2024).

1

Het MOB-jaarverslag wordt jaarlijks in mei/juni gepubliceerd. Het kengetal van het voorafgaande kalenderjaar (bijvoorbeeld 2025) wordt derhalve pas opgenomen in het daaropvolgende jaarverslag (in dit geval het jaarverslag van 2026).

De minister van Financiën vindt het belangrijk dat contant geld voldoende toegankelijk blijft. In het MOB is afgesproken (niet-bindend) dat vrijwel alle huishoudens binnen 5 kilometer contant geld kunnen opnemen. Uit de cijfers blijkt dat deze norm vrijwel overal wordt gehaald.

Tabel 21 Kengetallen Vijfkilometernorm

Jaar

2021

2022

2023

2024

Het percentage aan huishoudens dat binnen een straal van vijf kilometer contant geld kan opnemen1

99,78%

99,81%

99,76%

99,79%

1

Het MOB-jaarverslag wordt jaarlijks in mei/juni gepubliceerd. Het kengetal van het voorafgaande kalenderjaar (bijvoorbeeld 2025) wordt derhalve pas opgenomen in het daaropvolgende jaarverslag (in dit geval het jaarverslag van 2026).

Bron: Toegankelijkheidsmonitor Consumenten en Ondernemers 2024

Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 2 Financiële markten (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

29.698

‒ 539.508

999.019

32.166

28.567

28.452

115

        

Uitgaven

27.105

26.864

995.807

28.194

27.937

28.452

‒ 515

        

Bekostiging

3.786

9.455

7.909

6.096

5.945

7.910

‒ 1.965

Accountantskamer

1.403

1.456

1.532

1.360

1.396

1.460

‒ 64

Muntcirculatie

2.068

7.679

5.672

4.724

4.549

5.115

‒ 566

Afname munten in circulatie

0

0

0

0

0

0

0

IMVO Convenanten

0

0

0

0

0

32

‒ 32

Overig

315

319

705

11

0

1.303

‒ 1.303

        

Opdrachten

13.181

8.718

975.315

8.498

8.594

8.156

438

Wijzer in geldzaken

1.832

1.650

1.527

1.636

1.479

1.634

‒ 155

Vakbekwaamheid

4.388

5.818

4.788

5.478

5.423

4.660

763

Uitvoeringskosten SRH

330

267

1.453

‒ 4

0

0

0

Schadeloosstelling SRH

5.782

0

966.882

826

236

0

236

Uitvoeringskosten omwisselen Oekraïense hryvnia

0

15

5

0

0

0

0

Overig

849

966

659

562

1.456

1.862

‒ 406

        

Bijdrage aan ZBO's en RWT's

7.956

6.503

11.387

12.473

12.257

11.095

1.162

Bijdrage AFM BES-toezicht

580

583

31

621

636

737

‒ 101

Bijdrage DNB toezicht en DGS BES

2.141

308

2.931

1.978

1.883

2.112

‒ 229

Bijdrage Toezicht en Handhavig MIF

0

0

0

0

0

488

‒ 488

Bijdrage PSD II

367

0

0

0

0

592

‒ 592

Bijdrage FEC

3.728

4.512

4.599

4.925

4.982

4.532

450

Overig

1.141

1.100

3.826

4.950

4.757

2.634

2.123

        

Storting/onttrekking begrotingsreserve

1.625

1.625

625

536

536

625

‒ 90

Dotatie begrotingsreserve DGS BES

1.000

1.000

0

0

0

0

0

Dotatie begrotingsreserve NHT

625

625

625

536

536

625

‒ 90

        

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

557

563

572

591

605

666

‒ 61

IASB

420

441

441

441

441

441

0

Caribbean Financial Action Taskforce

137

122

131

150

164

225

‒ 61

        

Ontvangsten

29.555

40.093

20.358

15.089

40.109

9.905

30.204

        

Bekostiging

15.514

29.970

12.858

5.997

21.636

2.000

19.636

Ontvangsten muntwezen

2.260

5.217

1.497

1.399

1.782

2.000

‒ 218

Toename munten in circulatie

13.254

24.754

11.361

4.598

19.854

0

19.854

        

Opdrachten

1.325

1.225

1.225

1.247

1.119

1.455

‒ 336

Wijzer in geldzaken

1.325

1.225

1.225

1.247

1.119

1.455

‒ 336

        

Ontvangsten

12.716

8.898

6.275

7.845

17.354

6.450

10.904

Overig

12.716

8.898

6.275

7.845

17.354

6.450

10.904

Tabel 23 Uitsplitsing verplichtingen
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

29.698

‒ 539.508

999.019

32.166

28.567

28.452

115

waarvan garantieverplichtingen:

5.099

‒ 564.786

7.624

4.251

0

0

0

Garantie SRF

0

0

0

0

0

0

0

Garantie WAKO (kernongevallen)

0

‒ 568.901

0

0

0

0

0

Garantie DGS BES

5.099

4.098

‒ 2.376

4.251

0

0

0

Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer

0

18

0

0

0

0

0

Garantie verhoging plafond kredietfaciliteit AFM

0

0

10.000

0

0

0

0

        

waarvan overige verplichtingen

24.599

25.277

991.395

27.915

28.567

28.452

115

Muntcirculatie

‒ 256

10.088

2.968

4.724

4.549

5.115

‒ 566

Afname munten in circulatie

0

0

0

0

0

0

0

Vakbekwaamheid

4.388

5.818

4.788

5.478

5.646

4.660

986

Schadeloosstelling SRH

5.782

0

966.882

826

236

0

236

Uitvoeringskosten omwisselen Oekraïense hryvnia

0

444

‒ 403

‒ 20

0

0

0

Bijdrage DNB toezicht en DGS BES

2.141

308

2.931

1.978

1.883

2.112

‒ 229

Bijdrage FEC

3.728

4.512

4.599

4.925

5.196

4.532

664

Overige betalingsverplichtingen

8.818

4.107

9.631

10.003

11.056

12.033

‒ 977

Uitgaven

Bekostiging

Overig

De post overig is in 2025 € 1,3 mln. lager dan begroot. Dit komt o.a. door een overboeking van artikel 2 Financiële Markten naar artikel 1 Belastingen betreffende werkzaamheden van de Belastingdienst rondom het verbod op contante betalingen boven de € 3.000.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Overig

Opbrengsten van het UBO-register waren in 2025 niet toereikend om de kosten voor beheer en ontwikkeling te kunnen dekken. Zodoende is in 2025 de realisatie van de post overig € 2,1 mln. hoger dan oorspronkelijk begroot.

Ontvangsten

Bekostiging

Toename munten in circulatie

In 2025 heeft DNB per saldo meer munten in omloop gebracht dan teruggenomen, waardoor circa € 19,9 mln. aan nominale waarde is toegevoegd aan de schatkist.

Ontvangsten

In 2025 zijn de overige ontvangsten € 10,9 mln. hoger dan begroot. Dit komt met name doordat er meer boeteontvangsten van De Nederlandse Bank (DNB) waren.

53

Kamerstukken II, 2024/25, 32 013, nr. 302

54

Kamerstukken II, 2024/25, 31 477, nr .113

55

Kamerstukken II, 2024/25, 22 112, nr. 4012

56

Kamerstukken II, 2024/25, 22 112, nr. 2099

57

Kamerstukken II, 2025/26, 32 013, nr. 314

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Het borgen van publieke belangen via het aandeelhouderschap op een zo efficiënt mogelijke wijze.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor:

  • een optimaal financieel resultaat bij het beheren, aangaan en afstoten van staatsdeelnemingen met inachtneming van de betrokken publieke belangen;

  • het beheren en afwikkelen van de tijdelijke overheidsinvesteringen in de gesteunde financiële instellingen. In dit kader is de minister van Financiën verantwoordelijk voor zwaarwegende en/of principiële beslissingen (onder andere de exitstrategie en het beloningsbeleid van de financiële instellingen) van NL Financial Investments (NLFI). Voorts houdt de minister van Financiën toezicht op NLFI;

  • de inbreng van bedrijfseconomische expertise op specifieke onderdelen zoals bij investeringen in de energietransitie, en financiële zekerheidstelling. In het kader van deze onderdelen is de minister verantwoordelijk voor het toetsen van door vergunninghouders gestelde financiële zekerheid ter dekking van de kosten die voortvloeien uit het buiten gebruik stellen en de ontmanteling van instellingen vallend onder de Kernenergiewet.

De minister van Financiën heeft een aantal instrumenten tot zijn beschikking, die ingezet kunnen worden voor de invulling van zijn verantwoordelijkheid:

  • bevoegdheden die de minister van Financiën heeft op basis van de Comptabiliteitswet;

  • bevoegdheden die de minister van Financiën heeft als aandeelhouder op basis van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en de statuten van de ondernemingen;

  • de Wet stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen;

  • de gedragsregels uit de Corporate Governance Code voor zijn rol als aandeelhouder in staatsdeelnemingen;

  • structureel en incidenteel overleg met bestuurders en commissarissen van de staatsdeelnemingen;

  • bevoegdheden die de minister van Financiën heeft op basis van de Kernenergiewet;

Bovenstaande instrumenten zijn verschillend van aard. De bevoegdheden die voortvloeien uit het Burgerlijk Wetboek, Comptabiliteitswet, Wet stichting administratiekantoorbeheer financiële instellingen en de Kernenergiewet vormen de basis van de (formele) zeggenschap. De overige instrumenten hebben een meer informeel karakter, zijn richtinggevend (zoals de Corporate Governance Code) of dienen als randvoorwaarde om invulling te kunnen geven aan de beleidsdoelstelling (zoals de beschikbaarheid over en/of toegang tot de benodigde kennis).

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform verwachting. Het aandeelhouderschap heeft bijgedragen aan het borgen van de publieke belangen op een zo efficiënte mogelijke wijze. Dit is hieronder verder toegelicht.

In 2025 heeft TenneT wederom gebruik gemaakt van de aandeelhouderslening die is verstrekt aan TenneT. In 2025 is voor zowel TenneT Nederland als Tennet Duitsland een structurele oplossing gerealiseerd voor de kapitaalbehoefte. De staat heeft TenneT Nederland een garantie verschaft, hiermee is TenneT in staat om de benodigde financiering tegen gunstige voorwaarden op de kapitaalmarkten op te halen. Voor TenneT Duitsland zijn drie private investeerders gevonden die gezamenlijk € 9,5 miljard in TenneT Duitsland zullen investeren59. Hiermee is de kapitaalbehoefte van TenneT Duitsland ingevuld. Daarnaast is op 3 februari 2026 aangekondigd dat de Duitse staat een deel van TenneT Duitsland zal kopen.

Conform staand kabinetsbeleid wordt ABN AMRO zo snel als verantwoord mogelijk is volledig naar de markt gebracht. In het licht hiervan is in 2025 het staatsbelang verder afgebouwd. Op 25 juli 2025 is een verkoopprogramma afgerond waarmee het staatsbelang is afgebouwd tot 30,5%60. Op 9 september 2025 is een nieuw verkoopprogramma aangekondigd waarmee het belang verder wordt afgebouwd tot  circa 20%61.

NLFI stelt jaarlijks een rapportage op over de gereedheid van ASN Bank om een definitief besluit te nemen over haar toekomst. Op 8 juli 2025 heeft de minister van Financiën de rapportage over 2024 naar de Kamer doorgeleid. Uit deze rapportage blijkt dat ASN Bank nog niet verkoopgereed is. Een daadwerkelijk verkoopbesluit is daarom op dit moment nog niet aan de orde62.

Voor Invest-NL en Invest International heeft het kabinet besloten beide organisaties te integreren tot één krachtige investeringsinstelling die bijdraagt aan het verdienvermogen en de internationale positie van Nederland.63 In de Kamerbief is een datum opgenomen van 1 januari 2028 voor de integratie.

In 2025 is het aandeelhouderschap in de staatsdeelnemingen Schiphol, KLM en Air France-KLM geëvalueerd. De conclusie is dat het aandeelhouderschap in de luchtvaartdeelnemingen heeft bijgedragen aan de borging van het publieke belang verbondenheid, meer specifiek optimale internationale bereikbaarheid en netwerkkwaliteit gecombineerd met een concurrerende en hoogwaardige luchtvaart. Het aandeelhouderschap is daarmee nog steeds nodig om dit publieke belang nu en in de toekomst te borgen.

De aandeelhouderschapsevaluatie van FMO bevestigt dat het staatsaandeel van 51% in FMO voldoende is voor het borgen van publieke belangen; de huidige aandeelhoudersstructuur functioneert effectief en doelmatig.64

Uit de aandeelhouderschapsevaluatie van COVRA is gebleken dat er geen aanleiding tot wijziging van aandeelhouderschap of uitvoeringsvorm aan de orde is.65 Wel vraagt toekomstige groei van nucleaire projecten om integrale beleidsafwegingen over capaciteit en financiering.

Uit de aandeelhouderschapsevaluatie van Thales volgt dat handhaving van het staatsaandeel in Thales Nederland noodzakelijk is voor toegang tot radartechnologie en NAVO-invloed. De bestaande aandeelhoudersstructuur volstaat, wijziging is niet aan de orde.66

Beleidsinformatie

De onderstaande tabel toont de staatsdeelnemingen onder beheer van het ministerie van Financiën, het staatsaandeel in procenten, de wijze van aandeelhouderschap en de sector waarin ze actief zijn.

Tabel 24 Aandeelhouderschap ministerie van Financiën

Staatsdeelneming

Percentage aandelen (per 31/12/2025)

Wijze van aandeelhouderschap

Sector

ABN AMRO

27,5%

Indirect (via NLFI)

Financiële Dienstverlening

Air France-KLM

9,1%

Direct

Transport

BNG Bank

50%

Direct

Financiële Dienstverlening

COVRA

100%

Direct

Radioactief-afvalmanagement

FMO

51%

Direct

Financiële Dienstverlening

NIO

100%

Direct

Financiële Dienstverlening

Gasunie

100%

Direct

Energie

Havenbedrijf Rotterdam

29,2%

Direct

Infrastructuur

Holland Casino

100%

Direct

Kansspelen

Invest-NL

100%

Direct

Financiële Dienstverlening

Invest International

51%

Direct

Financiële Dienstverlening

KLM

5,9%

Direct

Transport

Nederlandse Loterij

99%

Direct

Kansspelen

Nederlandse Spoorwegen

100%

Direct

Transport

NWB Bank

17,2%

Direct

Financiële Dienstverlening

Schiphol

69,8%

Direct

Infrastructuur

SRH

100%

Direct

Financiële Dienstverlening

Stedin

11,8%

Direct

Energie

TenneT

100%

Direct

Energie

Thales Nederland

1%

Direct

Defensie

UCN

100%

Direct

Energie

ASN Bank

100%

Indirect (via NLFI)

Financiële Dienstverlening

Kengetallen

De onderstaande kengetallen betreffen de uitvoering van het deelnemingenbeleid met volwaardige bedrijfsactiviteiten en direct aandeelhouderschap door de Staat.

Tabel 25 Kengetallen deelnemingenbeleid
 

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Streefwaarde 2025

Realisatie 2025

Percentage deelnemingen met >33% vrouwen in de raad van bestuur1

73%

58%

69%

92%

100%

92%

Percentage deelnemingen met doelstellingen via SBTi gesteld2

n.v.t.

n.v.t

50% (7 van 14)

57% (8 van 14)

100% (14 van 14)

86% (12 van 14)

Percentage deelnemingen met financiële doelstellingen bepaald3

n.v.t.

n.v.t

27% (4 van 15)

40% (6 van 15)

93% (14 van 15)

53% (8 van 15)

1

Deze indicator geeft weer bij welk percentage van de deelnemingen de raad van bestuur uit meer dan 1/3 vrouwen bestaat. Het totaal aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor (i) de deelnemingen COVRA en UCN, die maar één bestuurder hebben en (ii) voor de deelnemingen Air France-KLM, KLM, Stedin en Thales waarbij de Staat een klein minderheidsbelang heeft in de onderneming en daardoor beperkte invloed kan uitoefenen op het beleid.

2

Deze indicator geeft aan of de deelneming doelstellingen heeft gesteld samen via het Science Based Targets initiative (SBTi). Op de website van SBTi is te zien welke doelen deelnemingen hebben gesteld. Het totaal aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor de deelnemingen FMO, Gasunie, Invest-NL en Invest International, vanwege de aard van deze ondernemingen. Zie voor meer informatie www.sciencebasedtargets.org

3

De Staat hanteert een bredere set die aansluit bij de aard van de deelneming en de sector waarin de deelneming actief is. Deze bredere set aan indicatoren vervangt het voormalige normrendement als maatstaf. De onderdelen van deze bredere set aan indicatoren zijn rendementsdoelstellingen, doelstellingen op onderliggende operationele prestaties en doelstellingen op de balanspositie. Het totaal aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor de deelnemingen Air France-KLM, KLM en Thales waarbij de Staat een klein minderheidsbelang heeft in de onderneming en daardoor beperkte invloed kan uitoefenen op het beleid.

Toelichting kengetallen

Op 31 december 2025 voldeed alleen staatsdeelneming Gasunie niet aan het beoogde minimumpercentage van ten minste 33% vrouwen in de raad van bestuur. Dit kwam omdat een vacature in de raad van bestuur tijdelijk werd waargenomen door een interim-bestuurder. Begin november 2025 kondigde Gasunie aan dat deze vacature per januari 2026 vervuld wordt door een vrouwelijke bestuurder.

In 2025 hebben vier deelnemingen SBTi-doelstellingen vastgesteld. Het percentage deelnemingen met SBTi-doelstellingen is hierdoor met ongeveer 30 procentpunt gestegen en blijft daardoor onder de streefwaarde. De staat als aandeelhouder raadt gebruik van SBTi aan, maar een beslissing daarover ligt bij het bestuur van de deelneming.

In 2025 zijn er met acht deelnemingen financiële doelstellingen afgesproken. Het percentage deelnemingen met financiële doelstellingen bepaald is hierdoor gestegen, maar blijft onder de streefwaarde. Bij een aantal deelnemingen zijn de gesprekken over de financiële doelstellingen nog niet afgerond. Voordat de financiële doelstellingen kunnen worden bepaald is het wenselijk eerst lopende gesprekken over bijvoorbeeld de strategie, de investeringsagenda of het dividendbeleid af te ronden. Het voornemen is om met de resterende deelnemingen in 2026 tot afspraken te komen.

Tabel 26 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

571.098

1.428.240

14.830.413

26.569.236

61.419.391

19.975.561

41.443.830

        

Uitgaven

323.401

1.883.795

2.741.547

13.774.177

12.503.315

14.783.893

‒ 2.280.578

        

Garanties

0

0

7

7

7

20

‒ 13

Regeling Bijzondere Financiering

0

0

7

7

7

20

‒ 13

        

Lening

0

0

0

13.100.000

11.900.000

14.200.000

‒ 2.300.000

Lening KLM

0

0

0

0

0

0

0

Lening TenneT

0

0

0

13.100.000

11.900.000

14.200.000

‒ 2.300.000

        

Opdrachten

14.329

7.465

7.202

3.799

3.901

4.704

‒ 803

Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

5.107

4.795

7.190

3.799

3.901

4.704

‒ 803

Opstart Invest-NL

0

0

0

0

0

0

0

Opstart Invest International

9.222

2.670

13

0

0

0

0

        

Vermogensverschaffing/-onttrekking

304.972

1.872.208

2.730.170

666.111

595.635

574.000

21.635

Kapitaalinjectie TenneT

0

1.230.000

1.602.000

0

0

0

0

Verwerving vermogenstitels

0

210.600

0

0

0

0

0

Afdrachten Staatsloterij

110.809

116.608

118.170

116.274

121.635

100.000

21.635

Kapitaalinjectie Invest-NL

125.000

175.000

250.000

330.000

330.000

330.000

0

Kapitaalinjectie Invest International

69.163

140.000

260.000

219.837

144.000

144.000

0

Kapitaalinjectie regionale netbeheerders

0

0

500.000

0

0

0

0

        

Storting/onttrekking begrotingsreserve

0

0

0

0

0

0

0

Dotatie begrotingsreserve TenneT

0

0

0

0

0

0

0

Dotatie begrotingsreserve Gasunie

0

0

0

0

0

0

0

    

0

   

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

4.100

4.122

4.167

4.260

3.773

5.169

‒ 1.396

NLFI

4.100

4.122

4.167

4.260

3.773

5.169

‒ 1.396

        

Ontvangsten

1.447.138

2.070.687

2.780.360

3.162.829

3.541.557

1.812.752

1.728.805

        

Garanties

12.000

25.245

12.308

1.000

1.000

1.000

0

Premieontvangsten garantie KLM

12.000

23.217

11.808

0

0

0

0

Premieontvangsten Gasunie

0

2.028

0

0

0

0

0

Premieontvangsten garantie FMO

0

0

500

1.000

1.000

1.000

0

        

Leningen

17.318

292.866

0

171.910

570.123

743.252

‒ 173.129

Renteontvangsten lening KLM

17.318

15.782

0

5.215

0

0

0

Aflossing lening KLM

0

277.083

0

0

0

0

0

Renteontvangsten lening TenneT

0

0

0

166.695

570.123

743.252

‒ 173.129

        

Opdrachten

0

0

0

79

0

0

0

Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

0

0

0

79

0

0

0

        

Vermogensverschaffing/-onttrekking

1.412.926

1.748.497

2.765.230

2.986.329

2.968.216

1.064.000

1.904.216

Aan-/-verkoop vermogenstitels

0

281.220

1.206.926

1.521.556

2.057.664

0

2.057.664

Afdrachten Staatsloterij

110.809

116.608

118.170

116.274

121.635

100.000

21.635

Dividenden staatsdeelnemingen

1.286.872

1.335.442

1.440.135

1.348.498

788.917

964.000

‒ 175.083

Winstafdracht DNB

15.244

15.227

0

0

0

0

0

waarvan: Griekse inkomsten SMP

0

0

0

0

0

0

0

waarvan: rente-inkomsten ESM

15.244

15.227

0

0

0

0

0

        

Bijdrage aan ZBO's en RWT's

4.895

4.080

2.822

3.511

2.218

4.500

‒ 2.282

NLFI

4.895

4.080

2.822

3.511

2.218

4.500

‒ 2.282

Tabel 27 Uitsplitsing verplichtingen
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

571.098

1.428.240

14.830.413

26.569.236

61.419.391

19.975.561

41.443.830

waarvan garantieverplichtingen:

‒ 578

‒ 600.453

12.932.566

907.534

49.815.421

0

49.815.421

Garanties en vrijwaringen staatsdeelnemingen

‒ 578

‒ 600.453

‒ 1.561.500

0

0

0

0

Garantie FMO

0

0

14.494.066

907.534

‒ 1.784.579

0

‒ 1.784.579

Garantie TenneT

0

0

0

0

51.600.000

0

51.600.000

       

0

waarvan overige verplichtingen:

571.676

2.028.693

1.897.847

25.661.703

11.603.970

19.975.561

‒ 8.371.591

Lening KLM

0

0

‒ 722.917

0

0

0

0

Lening SRH

‒ 11.414

‒ 11.341

‒ 11.259

‒ 11.202

1.124

‒ 8.332

9.456

Lening TenneT

0

0

0

25.000.000

11.000.000

19.400.000

‒ 8.400.000

Kapitaalinjectie TenneT

0

1.230.000

1.602.000

0

0

0

0

Aan-/- verkoop vermogenstitels

0

210.600

0

0

0

0

0

Afdrachten Staatsloterij

110.809

116.608

118.170

116.274

121.635

100.000

21.635

Kapitaalinjectie Invest-NL

385.000

330.000

142.600

330.000

330.000

330.000

0

Kapitaalinjectie Invest International

69.163

140.000

260.000

219.837

144.000

144.000

0

Overige betalingsverplichtingen

18.118

12.826

509.253

6.793

7.211

9.893

‒ 2.682

Verplichtingen

Garantieverplichtingen

Garantie FMO

In 2025 is de garantie FMO € 1,8 mld. lager uitgevallen. Dit verschil wordt uitsluitend veroorzaakt door wisselkoerseffecten. De garantie staat uit in Amerikaanse dollar (USD) ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR. Bij een koersstijging van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar neemt de waarde van de garantie in EUR af. Zodoende is de garantie omlaag bijgesteld.

Garantie TenneT

De financieringsbehoefte van TenneT Nederland werd voorheen ingevuld met een combinatie van eigen vermogen en vreemd vermogen. Door de grote investeringsagenda neemt de financieringsbehoefte fors toe. Om te zorgen dat TenneT Nederland deze investeringsopgave kan financieren, heeft het kabinet besloten een garantie af te geven. Daarmee kan TenneT Nederland leningen aantrekken met dezelfde kredietwaardigheid als de Nederlandse staat (AAA). Als gevolg hiervan kan TenneT Nederland meer en goedkoper schuld ophalen op de kapitaalmarkt. In 2025 is daarom een garantie afgegeven waarvan het plafond € 51,6 mld. bedraagt.

Overige verplichtingen

Lening TenneT

In totaal is het verplichtingenbedrag € 8,4 mld. lager dan begroot. Dit komt doordat TenneT niet de volledige overbruggingslening nodig heeft gehad.

Afdrachten Staatsloterij

Conform de Wet op de kansspelen draagt de Staatsloterij af aan de Staat, daarom wordt in de begroting en verantwoording een technische post opgenomen voor de afdrachten van de Staatsloterij (zowel aan de uitgaven als ontvangsten). De post is met een totaal van € 121,6 mln. in 2025 € 21,6 mln. hoger uitgevallen.

Uitgaven

Lening

Lening TenneT

In 2025 heeft TenneT niet het volledige bedrag van de lening getrokken. Zodoende is de realisatie € 2,3 mld. lager dan begroot. Een bedrag van € 1,4 mld. is van 2025 verschoven naar 2026. Verder heeft TenneT € 900 mln. minder van de lening getrokken dan oorspronkelijk begroot.

Vermogensverschaffing/-onttrekking

Afdrachten Staatsloterij

Zie toelichting onder 'Verplichtingen'.

Ontvangsten

Leningen

Renteontvangsten lening TenneT

De renteontvangsten zijn in 2025 € 173,1 mln. lager dan oorspronkelijk begroot doordat TenneT niet het volledige bedrag van de lening heeft getrokken en de marktconforme rentepercentages definitief worden vastgesteld op het moment dat de leningdelen worden getrokken.

Vermogensverschaffing/ -onttrekking

Aan-/-verkoop vermogenstitels

Dit betreft de opbrengsten naar aanleiding van de verkoopprogramma's van staatsaandelen ABN AMRO en deelname aan het aandeleninkoopprogramma van ABN AMRO. Deze inkomsten worden niet vooraf geraamd. De realisatie van de aan- en verkoop van vermogenstitels in 2025 is hierdoor circa € 2,1 mld. hoger uitgekomen.

Afdrachten Staatsloterij

Zie toelichting onder 'Verplichtingen'.

Dividenden staatsdeelnemingen

In 2025 is de post Dividenden staatsdeelnemingen € 175 mln. lager dan begroot. Dit betreft de som van zowel negatieve als positieve bijstellingen gedurende het jaar. De negatieve bijstelling komt met name door de afbouw van het belang van de Staat in ABN AMRO. Hierdoor wordt over minder aandelen dividend ontvangen. De positieve component betreft het ontvangen interimdividend van ABN AMRO.

59

Kamerstukken II 2024-2025, 28165, nr. 466

60

Kamerstukken II 2024-2025, 31789, nr. 120

61

Kamerstukken II 2024-2025, 31789, nr. 122

62

Kamerstukken II 2024-2025, 33532, nr. 100

63

Kamerstukken II 2024-2025, 35123, nr. 44

64

Kamerstukken II 2024-2025, 28165, nr. BA

65

Kamerstukken II 2024-2025, 28165, nr. 466

66

Kamerstukken II 2024-2025, 28165, nr. 446

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Een bijdrage leveren aan een financieel gezond en welvarend Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling. 

De minister van Financiën speelt in Nederland op dit gebied een regisserende rol en maakt daarbij gebruik van een aantal instrumenten. Ten behoeve van de bevordering van de economische- en begrotingscoördinatie tussen EU-lidstaten en de financiële stabiliteit in de EU, neemt de minister actief deel aan internationale overleggen (onder andere de Ecofinraad en de Eurogroep). Verder neemt de minister van Financiën besluiten over het Nederlandse standpunt met betrekking tot toetreding van landen tot het Europees wisselkoersmechanisme (ERM II) en de eurozone.

De minister houdt als aandeelhouder toezicht op de verschillende Internationale Financiële Instellingen met als doel om o.a. financiële soliditeit en goed bestuur te waarborgen. Hierbij bewaakt de minister ook de financiële belangen van de Nederlandse overheid en de Nederlandse burger en ziet de minister toe op de effectiviteit van de internationale financiële architectuur.

Daarnaast levert de minister een bijdrage aan de internationale beleidsdiscussies en beleidsresponses bij internationale fora zoals de Ecofinraad, de Eurogroep, de G20, verschillende Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling-werkgroepen en commissies en discussies bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank en andere Internationale Financiële Instellingen (IFI’s).

In 2025 zijn belangrijke stappen gezet op het gebied van internationale en Europese financiële steun, defensiefinanciering en multilaterale samenwerking. De uitvoering vond plaats binnen de gestelde kaders. De Nederlandse inzet op deze terreinen wordt voortgezet, met oog voor financiële stabiliteit en het publieke belang.

Voor de steun aan Oekraïne bereikten Europese leiders op 19 december 2025 tijdens de Europese Raad een politiek akkoord om voor 90 miljard euro aan leningen aan Oekraïne te verstrekken voor 2026 en 202767, voor zowel macro-financiële als militaire steun. Nederland staat hiervoor garant via de EU-headroom. Naast de steun die via de EU-kanalen verloopt, levert Nederland ook via de Internationale Financiële Instellingen, zoals de EBRD, Wereldbank en EIB, steun aan Oekraïne. Deze instellingen hebben sinds het begin van de oorlog de werkzaamheden in Oekraïne flink uitgebreid, en ze zijn over de hele breedte van de Oekraïense economie en maatschappij actief.

Ten aanzien van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en eigenmiddelenbesluit (EMB) informeerde het kabinet in maart 2025 de Tweede Kamer over de Nederlandse inzet.68 In september 2025 stuurde het kabinet de kabinetsappreciatie van het MFK, EMB en de onderliggende sectorale verordeningen69 aan het parlement. Daarnaast is op technisch niveau over de voorstellen gesproken in de Raad. De onderhandelingen over de voorstellen duren naar verwachting in ieder geval tot eind 2026 en mogelijk tot in 2027. Op het vlak van defensiefinanciering is het Europese witboek70 voor defensiegereedheid in 2030 gepubliceerd. Een onderdeel hiervan was het voorstel voor het SAFE-instrument. Het betreft een tijdelijk noodinstrument met een omvang van 150 miljard euro, ter financiële ondersteuning in de vorm van leningen aan lidstaten. Het instrument wordt gegarandeerd binnen de bestaande headroom van de Europese begroting en betreft voor Nederland een garantie van 15,3 miljard euro.

Wat betreft de 16e quotaherziening van het IMF, heeft Nederland tijdig ingestemd, maar de herziening is nog niet in werking omdat onvoldoende landen akkoord zijn gegaan. Wanneer de quotaherziening van kracht wordt, neemt de uitstaande garantie van de Staat aan DNB inzake IMF af met ongeveer 2,1 miljard euro.71 Met betrekking tot de Wereldbank is het onderhandelingsresultaat IDA21 (2028-2031) vastgesteld en de Nederlandse bijdrage van 935 miljoen euro bij aan IDA21 is verwerkt op de begroting.72 De bijdrage van 935 mln. bestaat uit een kernbijdrage van 924 mln. uit de Financiën-begroting en een bijdrage van 11 mln. voor schuldverlichting uit de BHO-begroting. Daarnaast heeft Nederland de uitstaande kapitaalinleg voor de IBRD namens Oekraïne gedaan. De Oekraïense aandelen zijn toegekend aan Oekraïne en de Nederlandse kiesgroep heeft daarmee haar stemgewicht binnen de Wereldbank behouden.

Tot slot heeft het kabinet op 28 april 2025 de uitkomsten en de appreciatie van het kabinet over de periodieke rapportage Internationale Crisismaatregelen tijdens de pandemie met uw Kamer gedeeld. De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat de crisismaatregelen die zijn genomen door de internationale financiële instellingen en op Europees niveau doeltreffend waren.

Tabel 28 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 4 Internationale financiële betrekkingen (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

‒ 12.102.703

12.489.339

‒ 8.526.737

8.710.224

17.702.273

2.584.933

15.117.340

        

Uitgaven

93.930

506.108

422.102

530.197

748.726

628.955

119.771

        

Garanties

53

338

9.186

17.941

32.868

7.559

25.309

EIB - kredietverlening in ACP en OCT

0

0

0

0

4.375

0

4.375

EIB pan-Europees garantiefonds

53

338

9.186

17.941

28.493

7.559

20.934

        

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

59.444

276.699

411.152

510.026

713.449

618.935

94.514

Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen

0

38

53.000

1.578

1.500

1.519

‒ 19

Rentecompensatie ESM

15.244

15.227

0

0

0

0

0

Wereldbank

44.200

261.434

333.152

374.729

678.216

323.080

355.136

EBRD

0

0

25.000

100.040

0

0

0

Kapitaalinleg ESM

0

0

0

0

0

252.900

‒ 252.900

Bijdrage EU voor rente Oekraïne

0

0

0

33.678

33.734

41.436

‒ 7.702

        

Leningen

33.300

227.920

0

0

0

0

0

Teruggave winsten

33.300

27.920

0

0

0

0

0

Lening aan Oekraïne

0

200.000

0

0

0

0

0

        

Opdrachten

1.133

1.152

1.765

2.231

2.409

2.461

‒ 52

Technische assistentie

1.133

1.152

1.749

2.133

2.193

2.361

‒ 168

Overige Opdrachten

0

0

16

98

215

100

115

        

Ontvangsten

127.083

332.507

421.103

603.812

378.425

67.620

310.805

        

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

2.387

1.581

5.327

22.935

4.354

3.733

621

Ontvangsten IFI's

2.387

1.581

2.137

22.935

4.354

3.733

621

Ontvangsten ESM Kapitaal

0

0

3.190

0

0

0

0

        

Leningen

124.696

330.927

415.776

580.876

374.071

63.887

310.184

Aflossing lening Griekenland

124.696

319.838

319.838

479.757

321.101

0

321.101

Renteontvangsten lening Griekenland

0

11.089

95.938

101.119

52.970

63.887

‒ 10.917

Tabel 29 Uitsplitsing verplichtingen
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

‒ 12.102.703

12.489.339

‒ 8.526.737

8.710.224

17.702.273

2.584.933

15.117.340

waarvan garantieverplichtingen:

‒ 12.209.141

11.463.427

‒ 8.803.113

8.537.311

16.746.118

1.364.000

15.382.118

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

64.000

0

0

94.089

203.981

0

203.981

Garantie aan DNB inzake IMF

‒ 12.693.185

306.772

818.602

2.869.633

‒ 2.034.482

0

‒ 2.034.482

ESM

‒ 60.050

0

‒ 24.710

0

0

1.364.000

‒ 1.364.000

EFSM

‒ 4.163

‒ 67.507

‒ 264.215

254.899

118.868

0

118.868

AIIB

56.096

45.073

‒ 26.136

46.759

‒ 91.981

0

‒ 91.981

EIB - kredietverlening in ACP en OCT

2.670

9.221

4.337

0

0

0

0

Wereldbank - IBRD

106.702

311.799

‒ 45.819

520.853

‒ 674.787

0

‒ 674.787

Wereldbank - IBRD Oekraïne

0

100.000

0

0

0

0

0

Wereldbank - IBRD MIGA

2.278

1.830

‒ 1.061

1.899

‒ 3.735

0

‒ 3.735

SURE

62.516

29.177

‒ 19.295

0

0

0

0

EIB - pan-Europees garantiefonds

‒ 53

‒ 338

‒ 9.186

0

0

0

0

NGEU

254.048

10.727.400

‒ 10.513.020

‒ 693.374

3.703.539

0

3.703.539

MFB

0

0

215.390

0

0

0

0

MFB - ULCM

0

0

0

3.416.000

78.045

0

78.045

Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)

0

0

1.062.000

27.246

57.263

0

57.263

Oekraïne faciliteit

0

0

0

1.999.309

102.624

0

102.624

SAFE

0

0

0

0

15.286.784

0

15.286.784

        

waarvan overige verplichtingen:

106.438

1.025.911

276.376

172.913

956.155

1.220.933

‒ 264.778

EIB - pan-Europees garantiefonds

53

338

9.186

0

0

0

0

Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen

0

238

55.965

29

0

1

‒ 1

Rentecompensatie ESM

0

‒ 39.773

0

0

0

0

0

Wereldbank

2.716

836.971

17.015

78.512

954.353

965.571

‒ 11.218

EBRD

0

0

25.000

100.040

0

0

0

Kapitaalinleg ESM

0

0

0

0

0

252.900

‒ 252.900

Bijdrage EU voor rente Oekraïne

0

0

165.743

‒ 7.757

0

0

0

Teruggave winsten SMP/ANFA

33.300

27.920

0

0

0

0

0

Lening aan Oekraïne

0

200.000

0

0

0

0

0

Technische assistentie kiesgroeplanden

125

218

3.451

1.992

1.550

2.361

‒ 811

Overige betalingsverplichtingen

70.244

0

16

98

252

100

152

Verplichtingen

Garantieverplichtingen

In 2025 zijn diverse uitstaande garanties aan internationale instellingen bijgesteld. Enerzijds zijn deze bijstellingen vanwege actualisatie van het Nederlandse bni-aandeel volgens cijfers van de Europese Commissie. Dit geldt voor de garanties Kredieten EU-betalingsbalanssteun (+ € 204,0 mln.), EFSM (+ € 118,9 mln.), de MFB-headroomgarantie (+ € 57,3 mln.), MFB ULCM (+ € 78,0 mln.) en de Oekraïne faciliteit (+ € 102,6 mln.). Voor de garantie NGEU geldt dat de bijstelling naast actualisatie van het bni-aandeel wordt veroorzaakt door een actualisatie van de rente (+ € 3,7 mld.).

Anderzijds zijn bijstellingen nodig vanwege de wisselkoers. Dit geldt voor de garanties DNB inzake IMF (- € 2,0 mld.), AIIB (- € 92.0 mln.) en IBRD (- € 674,8 mln.).

ESM

Met de toetreding van Kroatië tot het ESM startte het proces om de ESM-kapitaalsleutel uit 2009 te herzien, wat resulteerde in een toename van de Nederlandse garantie en een aanvullende storting voor het ESM. Aangezien deze actualisatie is uitgesteld, verschuift de toename van de Nederlandse garantie voor het ESM van 2025 naar 2026. Daarmee komt de geraamde ophoging van € 1,4 mld. in 2025 te vervallen.

SAFE

In 2025 is door de Raad van de Europese Unie en het Europees parlement besloten tot de oprichting van het ‘Security Action for Europe’-instrument (SAFE). Dit instrument is bedoeld om financiële steun te verlenen aan lidstaten om te voorzien in de toegenomen behoefte aan overheidsuitgaven voor de productie van defensiemateriaal en gezamenlijke aanschaf van defensieproducten en diensten te bevorderen. De bijstelling van € 15,3 mld. is het gevolg van een nieuwe nationale garantie gebaseerd op het Nederlandse bni-aandeel in het EU-bni en een inschatting van de rentekosten.

Overige verplichtingen

Wereldbank

De betalingsverplichtingen aan de Wereldbank in 2025 vallen lager uit dan oorspronkelijk geraamd. Dit komt onder andere doordat het verplichtingenbudget in 2025 voor de International Development Association (IDA, onderdeel van de Wereldbank) gelijk is gesteld aan de toegezegde bijdrage aan de 21ste middelaanvulling conform het onderhandelingsresultaat (‒ € 36,9 mln.). IDA is het onderdeel van de Wereldbank dat concessionele leningen en giften verstrekt aan lage inkomenslanden.

Daarnaast heeft Nederland in 2025 de nog openstaande kapitaalinleg voor de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD, onderdeel van de Wereldbank) namens Oekraïne voldaan (+ € 25,7 mln.). Nederland heeft, als grootste land binnen de kiesgroep bij de Wereldbank, gekozen om de bijdrage namens Oekraïne te voldoen, vanwege de uitzonderlijke situatie in Oekraïne als gevolg van de Russische oorlog. De Oekraïense aandelen zijn toegekend aan Oekraïne en de kiesgroep heeft daarmee haar stemgewicht binnen de Wereldbank behouden.

Kapitaalinleg ESM

Zie ook toelichting onder Garantieverplichtingen - ESM. Aangezien de actualisatie is uitgesteld, verschuift de aanvullende kapitaalstorting van 2025 naar 2026. Daarmee komt de storting van € 252,9 mln. in 2025 te vervallen.

Uitgaven

Garanties

EIB

De European Investment Bank (EIB) verricht onder andere activiteiten in de Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen, alsmede in Europese Overzeese Gebieden. Hiervoor heeft Nederland een garantie afgegeven. Op één van deze activiteiten is een tegenvaller ontstaan. Deze tegenvaller leidde voor Nederland tot een betaling van € 4,4 mln. in 2025.

EIB pan-Europees garantiefonds

Het EIB pan-Europees garantiefonds financiert hoge risicoprojecten en is opgezet om de negatieve economische gevolgen van de coronacrisis te beperken. De verliezen van dit fonds worden door de lidstaten naar rato gedragen. De netto-verliezen voor Nederland zijn opgenomen in de begroting als uitgaven in artikel 4, gebaseerd op een ruwe schatting. De realisatie in 2025 valt ten opzichte van de oorspronkelijke begroting € 20,9 mln. hoger uit dan verwacht, maar blijft onder het totale Nederlandse aandeel in de verwachte verliezen (20% van de totale garantie, verdeeld over de looptijd van het fonds).

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Wereldbank

Dit betreft een aanpassing van het kasritme van de IDA bijdrage aan de Wereldbank. De geplande betalingen voor 2026 zijn al in 2025 voldaan (+ € 329,4 mln.). Tevens heeft Nederland de kapitaalinleg voor Oekraïne aan de IBRD bekostigd (+ € 25,7 mln.). Zie ook toelichting bij overige verplichtingen.

Kapitaalinleg ESM

Zie ook toelichting bij overige verplichtingen.

Bijdrage EU voor rente Oekraïne

De rente bijdrage voor de door de EU aan Oekraïne geleende middelen via de MFA+ lening is in 2025 lager uitgevallen op basis van het geactualiseerde Nederlands bni-aandeel en de al verrichte betalingen (- € 7,7 mln.).

Ontvangsten

Leningen

Griekenland heeft een deel van de uitstaande leningen onder de Greek Loan Facility vervroegd afgelost (€ 321,1 mln.). Dit betreft een gedeeltelijke betaling van de aflossing die was voorzien voor de jaren 2033-2041. Tevens vallen de renteontvangsten lager uit op basis van de gerealiseerde rentestand (- € 10,9 mln.).

Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Het afgeven van verzekeringen en garanties ter dekking van risico’s die zijn verbonden aan het handels- en dienstenverkeer van ondernemers met landen buiten Nederland en investeringen in het buitenland die zonder deze verzekeringen en garanties niet tot stand zouden zijn gekomen, en het creëren en handhaven van een internationaal gelijkwaardig speelveld voor bedrijven op het terrein van de exportkredietverzekeringsfaciliteit (ekv-faciliteit).

De minister van Financiën heeft de rol van regisseur bij de uitvoering van de ekv-faciliteit. De Nederlandse Staat treedt op als verzekeraar en Atradius Dutch State Business N.V. (ADSB73) voert de ekv-faciliteit uit, in naam van en voor rekening en risico van de Staat. De minister stelt de randvoorwaarden vast waaronder ADSB verzekeringen mag afgeven. De minister van Financiën is budgetverantwoordelijk en is samen met de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp verantwoordelijk voor het beleid op gebied van de ekv. Beide ministers stimuleren een gelijkwaardig speelveld op het gebied van de ekv-faciliteit.

Op basis van de ‘Kaderwet financiële verstrekkingen Financiën’ biedt de Nederlandse Staat, in aanvulling op de private markt, faciliteiten aan waarmee Nederlandse ondernemers en hun financiers risico’s kunnen afdekken bij de Staat. Met de verschillende producten binnen de exportkrediet- en investeringsverzekeringen kunnen Nederlandse bedrijven meer orders binnenhalen die in het bijzonder op (middel)lange termijn gefinancierd worden.

De ekv-faciliteit van de Nederlandse Staat is aanvullend aan de markt. Dit betekent dat exporteurs kans kunnen maken op de ekv-faciliteit als commerciële verzekering niet beschikbaar is. Zo kan het handels- en dienstenverkeer, ook met politiek en economisch ingewikkelde landen, toch doorgaan. Er is duidelijk vastgelegd welke risico’s (looptijd, omvang en landen) verzekerd kunnen worden op de private markt en dus voor welke risico’s de Nederlandse Staat aanvullende zekerheid kan bieden. Daarnaast stelt de minister van Financiën voor alle verzekeringsproducten een risicokader vast. Hierin staan de randvoorwaarden voor het afgeven van een verzekering, waarmee de Staat vaststelt welke risico’s als verantwoord worden beschouwd.

Net als Nederland hebben veel andere landen ook een ekv-faciliteit. Nederland zet zich internationaal in om afspraken te maken over exportondersteuning en om Nederlandse exporteurs en hun financiers onder gelijke voorwaarden te kunnen laten concurreren. Deze afspraken tussen verschillende OESO-landen zijn vastgelegd in de ‘Arrangement on Officially Supported Export Credits74’ en waarborgen een internationaal gelijk speelveld. Zo zijn er afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder exportkredietverzekeringen mogen worden verstrekt. Hierbij kan gedacht worden aan afspraken over de kostendekkendheid van de steun, minimumpremies, maximale looptijden, het gebruik van ontwikkelingshulpgelden en verantwoord leenbeleid. Voor ekv-producten die niet onder de Arrangement vallen is het Europese staatsteunkader van toepassing.75

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo), compliance en anti-omkoping hebben internationaal, maar ook nationaal de aandacht. Er is continu aandacht voor een gedegen uitvoering van het beleid voor mvo, compliance en anti-omkoping binnen de ekv-aanvragen. Het Nederlandse beleid voor de toetsing van ekv-aanvragen op de milieu- en sociale-effecten, dat in een aantal opzichten strenger is dan de internationale richtlijnen op dit gebied, is vastgelegd in het zogeheten Beleidsdocument mvo76. ADSB publiceert jaarlijks een duurzaamheidsverslag waarin de inspanningen en resultaten worden beschreven.

De beleidsmatige inzet bij de ekv is verder gericht op activiteiten die een positieve bijdrage leveren aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs en bedrijven ondersteunen in de energietransitie. Dit is in lijn met de verklaring die Nederland ondertekende tijdens de COP26-klimaatconferentie in Glasgow voor het in lijn brengen van internationale overheidssteun met de groene energietransitie (‘de COP26-verklaring’). Per 1 januari 2023 is het COP26-beleid voor de ekv effectief. Daarmee is ekv-steun aan fossiele projecten per 2023 reeds beëindigd, behoudens beperkte en duidelijk gedefinieerde uitzonderingen die in lijn zijn met de 1,5°C doelstelling.

De uitgevoerde acties en de ingezette verbeteringen droegen in 2025 bij aan een gelijker internationaal speelveld en versterkte risicobeheersing.

Begin 2025 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de opvolging van alle aanbevelingen uit de beleidsdoorlichting over de periode 2016 t/m 2021. Zo is er een nieuwe internationale benchmarkanalyse uitgevoerd om inzicht te verkrijgen over hoe het Nederlandse ekv-aanbod zich verhoudt tot dat van andere landen; is de samenwerking tussen ADSB, Invest International, RVO en de ministeries van Buitenlandse Zaken en Financiën versterkt ten behoeve van een «whole-of-government» benadering; en heeft Nederland zich met succes ingezet voor verruimde OESO-voorwaarden voor ekv-steun. Daarnaast zijn er twee pilots in gang gezet, namelijk de innovatiedekking om investeringen in sleuteltechnologieën in Nederland te verzekeren en de grondstoffendekking om projecten te verzekeren die bijdragen aan de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en duurzame brandstoffen77.

De regels voor exportkredietverzekeringen (ekv) zijn tussen OESO-landen vastgelegd in de Arrangement on Officially Supported Export Credits (kortweg ‘Arrangement’). In 2025 werd gesproken over verdere modernisering van de Arrangement, waarbij Nederland zich inzet voor een gelijker internationaal speelveld.

Daarnaast heeft Nederland tijdens de lopende onderhandelingen over de herziening van het milieu- en sociale due diligence kader voorstellen gedaan om de scope uit te breiden. In de herziene versie, waar in 2025 nog geen overeenstemming over is bereikt, wordt een aanmoediging opgenomen voor een risico-gebaseerde aanpak voor transacties die buiten de scope vallen. Hiermee wordt het internationale beleidskader meer in lijn gebracht met de Nederlandse praktijk. Ook is een Guidance Note voor de OESO Anti-Bribery Recommendation opgeleverd waar Nederland een actieve bijdrage aan heeft geleverd. Hierdoor kan op internationaal vlak beter worden samengewerkt aan een effectief anti-omkopingsbeleid wat tevens bijdraagt aan de harmonisatie van beleid.

Ten aanzien van de steun aan Oekraïne zijn in 2025 verschillende dekkingstoezeggingen en polissen (€ 24,1 mln.) onder de ekv-faciliteit verstrekt, zoals toegelicht in het beleidsverslag (paragraaf 4.1).

Tot slot is in 2025 besloten om de uitvoering van de ekv aan te besteden vanwege de geconstateerde comptabele onrechtmatigheid. In december 2025 is de Kamer geïnformeerd over de start van de aanbesteding en de inzet om de uitvoering van de ekv nog innovatiever te maken en de risicobeheersing robuuster78.

Kengetallen

Eind 2025 staat er in totaal voor ongeveer € 14,7 mld. uit aan verplichtingen. Dit is een combinatie van definitieve verplichtingen (afgegeven verzekeringspolissen) en voorlopige verplichtingen (dekkingstoezeggingen (dt); een wederzijdse juridische verplichting tussen de Staat enerzijds en exporteur of bank anderzijds).

Figuur 8 Totaal uitstaande garantieverplichtingen (bedragen x € 1 mld.) 

Bovenstaande figuur geeft de ontwikkeling van de totale uitstaande verplichtingen (omvang van de portefeullie) weer. In 2025 is de portefeuille qua omvang afgenomen.

Tabel 30 Trend van het aantal nieuwe klanten (meetbare gegevens)
 

2021

2022

2023

2024

2025

Nieuwe klanten

38

45

26

28

36

Bron: ADSB

In 2025 is het aantal nieuwe klanten gestegen ten opzichte van vorig jaar. Van de nieuwe klanten in 2025 behoren 17 exporteurs tot het midden- en kleinbedrijf.

Tabel 31 Realisatie prestatie-indicatoren (meetbare gegevens)
 

2021

2022

2023

2024

2025

Streefwaarde 2025 t/m 2027

Bijdrage bbp in %

0,06%

0,07%

0,08%

0,10%

n.t.b.1

 

BerB

€ 667 mln.

€ 504 mln.

€ 285 mln.

€ 341 mln.

€ 353 mln.

> € 0

Absoluut aantal nieuw aangegane totaal aan groene dekkingstoezeggingen en directe polissen2

24

76

55

68

49

10% meer dan het voorgaande jaar

Absoluut aantal nieuw aangegane totaal aan mkb transacties

35

49

60

83

66

10% meer dan het voorgaande jaar

Bron: CBS (2025), Bijdrage publieke exportkredietverzekering aan economie, 2 oktober 2025, www.cbs.nl . Overige cijfers via ADSB.

1

De bijdrage van de ekv aan het bbp over 2025 wordt door het CBS eind 2026 berekend.

2

In de begroting van 2024 is de wijze waarop we de groen cijfers rapporteren veranderd van transacties (alleen polissen) naar dekkingstoezeggingen en directe polissen. Hierom wijken de cijfers voor 2022 en 2023 af van de cijfers uit de jaarverslagen van 2022 en 2023.

Toelichting prestatie-indicatoren

Bijdrage bbp

De ekv-faciliteit is belangrijk voor Nederland om de export te kunnen bevorderen. Voor de ekv-gedekte export geldt dat het aannemelijk is dat die niet tot stand was gekomen zonder ekv-dekking. Als Nederland geen ekv-dekking zou aanbieden, zou wat Nederlandse ondernemers exporteren kunnen verschuiven naar buitenlandse concurrenten die wel gebruik kunnen maken van ekv-dekking. Elk jaar stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vast wat de bruto bijdrage van de ekv-faciliteit is geweest aan de Nederlandse economie. Het CBS berekent dit gegeven aan de hand van het volume van de ekv-gedekte export. In de periode 2021-2024 bedroeg de bijdrage aan het bbp gemiddeld 0,08% en werden in totaal 32.733 arbeidsjaren gecreëerd met de verzekerde export. In 2024 was de bijdrage aan het bbp circa 0,10% en werden er 8.386 arbeidsjaren gecreëerd. Hiermee is de streefwaarde van 0,05% behaald.

Realisatie bedrijfseconomisch resultaatsbepaling (BerB)

Met de BerB wordt jaarlijks berekend of de ekv-faciliteit kostendekkend is. Het bedrijfseconomisch resultaat is een cumulatief resultaat over alle polissen die vanaf 1 januari 1999 zijn afgesloten, rekening houdend met de verwachte schades over de lopende verplichtingen. Nederland gebruikt dit model om te toetsen of wordt voldaan aan de internationale afspraken. Het cumulatieve resultaat sinds 1999 is voor 2025 € 353 mln. en was in 2024 € 341 mln. Daarmee is de ekv kostendekkend en wordt de doelstelling bereikt. Deze toename is te verklaren door premies die direct aan het resultaat worden toegevoegd en lager uitvallende schades dan verwacht.

Groene transacties

Ook in 2025 was de beleidsmatige inzet voor groen bij de ekv erop gericht bedrijven optimaal te ondersteunen bij de energietransitie en zo export, bbp en werkgelegenheid te creëren. Dit doet de ekv-faciliteit bijvoorbeeld via het aanbieden van gunstiger ekv-voorwaarden voor goede exporttransacties, of via het innovatie product ‘Groendekking’, waarbij bedrijven geholpen worden met investeringen voor de ontwikkeling van groene exporttransacties.

Net als in voorgaande jaren, werd in 2025 als doel gesteld om het aandeel in de portefeuille van transacties die een bijdrage leveren aan het bereiken van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te laten groeien. De doelstelling voor 2025 was het verhogen van het aantal groene transacties met 10% ten opzichte van 2024. Dit is niet gehaald, aangezien er 49 groene transacties werden verzekerd in 2025 ten opzichte van 68 in 2024. Hierbij dient echter wel opgemerkt te worden dat de ekv een vraaggestuurd instrument is, waardoor de doelstelling afhankelijk blijft van het aanbod van projecten en export.

ADSB bepaalt via het Groen Label of een transactie kwalificeert als groene economische activiteit. ADSB heeft in 2025 de Groenlijst beter in lijn gebracht met relevante, erkende internationale kaders, namelijk de CCSU79, de EU-taxonomie en de MDB CP80. Het nieuwe Groen Label is per 1 januari 2026 actief.

MKB transacties

Ingezet ter ondersteuning van het Nederlandse mkb. De ekv beschikt onder meer over liquiditeitsverruimende producten waar met name het Nederlandse mkb gebruik van maakt. De doelstelling voor 2025 was het verhogen van het aantal mkb transacties met 10% ten opzichte van 2024. Dit is niet gehaald, aangezien er 66 mkb transacties werden verzekerd in 2025 ten opzichte van 83 in 2024. Hierbij dient echter wel opgemerkt te worden dat de ekv een vraaggestuurd instrument is, waardoor de doelstelling afhankelijk blijft van het aanbod van projecten en export.

Tabel 32 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

‒ 4.483.155

4.642.218

3.821.773

3.535.155

3.535.112

10.086.158

‒ 6.551.046

        

Uitgaven

400.211

233.620

254.545

211.051

272.904

148.158

124.746

        

Opdrachten

74.740

20.695

22.639

22.022

23.795

19.386

4.409

Kostenvergoeding Atradius DSB

19.191

19.553

20.167

22.151

22.810

19.283

3.527

Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten

55.300

1.024

2.312

‒ 227

983

0

983

Overige uitgaven

250

119

160

99

3

103

‒ 100

        

Garanties

244.289

72.574

102.952

129.947

118.898

57.000

61.898

Schade-uitkering ekv

208.978

68.970

102.368

128.838

108.740

57.000

51.740

Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten

35.311

3.604

585

1.109

9.863

0

9.863

Herverzekerde schades ekv - premies

0

0

0

0

122

0

122

Herverzekerde schades ekv - restituties na 2019

0

0

0

0

0

0

0

Herverzekerde schades ekv - restituties 1999-2019

0

0

0

0

48

0

48

Herverzekerde schades ekv - restituties voor 1999

0

0

0

0

125

0

125

        

Storting/-onttrekking begrotingsreserve

81.182

140.351

128.954

59.082

130.211

71.772

58.439

Mutatie begrotingsreserve ekv

81.182

140.351

128.954

59.082

130.211

71.772

58.439

        

Ontvangsten

382.566

254.768

130.264

157.053

218.495

131.458

87.037

        

Garanties

258.187

235.015

107.012

131.203

194.131

107.175

86.956

Premies ekv

81.221

135.181

68.954

54.764

130.282

70.244

60.038

Premies herverzekering leverancierskredieten

131.119

2.036

68

‒ 95

8.869

0

8.869

Schaderestituties ekv (oude methodiek)

41.707

96.526

37.908

0

0

0

0

Schaderestituties ekv voor 1999

0

0

0

34.762

36.091

26.743

9.348

Schaderestituties ekv vanaf 1999 tot 2019

0

0

0

4.318

99

1.528

‒ 1.429

Schaderestituties ekv na 2019

0

0

0

37.315

1.742

8.660

‒ 6.918

Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten

4.140

1.272

82

140

4.299

0

4.299

Herverzekerde schades ekv - schadeuitkeringen

0

0

0

0

12.749

0

12.749

        

Storting/onttrekking begrotingsreserve

124.379

19.752

23.252

25.850

24.365

24.283

82

Onttrekking begrotingsreserve ekv

124.379

19.752

23.252

25.850

24.365

24.283

82

Tabel 33 Uitsplitsing verplichtingen
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

‒ 4.483.155

4.642.218

3.821.773

3.535.155

3.535.112

10.086.158

‒ 6.551.046

waarvan garantieverplichtingen:

‒ 4.668.943

4.477.941

3.688.868

3.452.964

3.370.913

9.995.000

‒ 6.624.087

Exportkredietverzekeringen

7.267.867

4.477.941

3.688.868

3.452.964

3.370.913

9.995.000

‒ 6.624.087

waarvan: aangegane garantieverplichtingen

7.267.867

4.477.941

3.688.868

3.452.964

3.370.913

9.995.000

‒ 6.624.087

waarvan: vervallen verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

Herverzekering leverancierskredieten

‒ 11.936.809

0

0

0

0

0

0

        

waarvan overige verplichtingen:

185.787

164.278

132.905

82.191

164.199

91.158

73.041

Kostenvergoeding Atradius DSB

19.191

19.553

20.167

22.151

22.810

19.283

3.527

Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten

55.300

1.024

7.166

‒ 227

983

0

983

Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten

29.689

3.604

‒ 23.565

1.109

9.863

0

9.863

Herverzekerde schades ekv - premies

0

0

0

0

122

0

122

Herverzekerde schades ekv - restituties na 2019

0

0

0

0

0

0

0

Herverzekerde schades ekv - restituties 1999-2019

0

0

0

0

48

0

48

Herverzekerde schades ekv - restituties voor 1999

0

0

0

0

125

0

125

Storting begrotingsreserve ekv

81.182

140.351

128.954

59.082

130.211

71.772

58.439

Overige betalingsverplichtingen

425

‒ 253

183

76

38

103

‒ 65

Verplichtingen

Garantieverplichtingen

Exportkredietverzekeringen

In 2025 is voor € 3,4 mld. aan nieuwe verplichtingen voor de exportkredietgarantie en de regeling investeringsverzekering aangegaan; dit is circa € 6,6 mld. lager dan het beschikbare plafond van € 10 mld. Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen van de Financiënbegroting heeft een garantieplafond waarin is aangegeven voor welk bedrag de minister jaarlijks nieuwe garantieverplichtingen kan aangaan. Dit jaarlijks plafond voor nieuw aan te gane verplichtingen is vastgesteld op € 10 mld. voor de gehele ekv-faciliteit.

Overige verplichtingen

Storting begrotingsreserve ekv

De begrotingsreserve werkt als buffer om per jaar het verschil tussen enerzijds premieontvangsten en schaderestituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) en anderzijds definitieve schades (vanaf 2019), de kostenvergoeding en te betalen premies en restituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) voor herverzekerde schades op te vangen. In 2025 is er per saldo € 105,9 mln. in de begrotingsreserve gestort, wat het resultaat is van een onttrekking en een storting. De onttrekking in 2025 bedraagt € 24,4 mln. en bestaat uit definitieve schades (vanaf 2019) en de kostenvergoeding ADSB. De storting in 2025 bedraagt € 130,2 mln. en bestaat het merendeel uit premieontvangsten. Per abuis zijn de te betalen premies en restituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) voor herverzekerde schades in de realisatie nog volgens de oude systematiek verwerkt, ze zijn gecorrigeerd op de ontvangsten en lopen daardoor mee in de storting in plaats van in de onttrekking.

Daarmee bedraagt de nieuwe stand van de begrotingsreserve € 830,7 mln., zie ook onderdeel 8.2.5. (Saldibalans IXB, begrotingsreserves).

Uitgaven

Garanties

Schade uitkering ekv

De gerealiseerde schade-uitkeringen ekv valt € 51,7 mln. hoger uit dan oorspronkelijk begroot. Bij de ekv zijn schades moeilijk te ramen en daarnaast kan het al dan niet materialiseren van één schadezaak een grote impact hebben op de realisatie. Zo is er € 7,3 mln. uitgekeerd op Noorwegen en € 6,0 mln. op Saoedi Arabië.

Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten

De herverzekering leverancierskredieten betreft een coronamaatregel waarbij er door de Staat voorkomen werd dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilviel. De tijdelijke regeling is per 1 juli 2021 beëindigd, echter kunnen uitgaven en ontvangsten nog langer doorlopen. Anders dan in de oorspronkelijke begroting werd verwacht, zijn er in 2025 uitgaven geweest voor de schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten (€ 9,9 mln.). Dit komt door afrekeningen met verzekeraars.

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Zie toelichting onder overige verplichtingen.

Ontvangsten

Garanties

Premies ekv

In 2025 zijn de premieontvangsten van de exportkredietverzekeringen € 60,0 mln. hoger uitgevallen dan oorspronkelijk begroot. De ekv is een vraaggestuurd instrument, waardoor de realisaties kunnen afwijken van de ramingen.

Premies herverzekering leverancierskredieten

Zie ook toelichting onder uitgaven - Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten. Anders dan in de oorspronkelijke begroting werd verwacht, zijn er in 2025 ontvangsten geweest voor de premies herverzekering leverancierskredieten (€ 8,9 mln.).

Schaderestituties ekv

In 2025 zijn de gerealiseerde schaderestituties ekv per saldo circa € 1,0 mln. hoger uitgevallen dan oorspronkelijk begroot. Op basis van daadwerkelijk opgelopen (niet-definitieve) schades en de inzet op het verhalen van de schade bij tegenpartijen kan de uiteindelijke stand van de recuperaties afwijken van de ramingen. De hoger uitgevallen schaderestituties worden voornamelijk veroorzaakt door schaderestituties op polissen afgesloten voor 1999, waarvan € 16,0 mln. op Argentinië. Op de polissen afgesloten na 2019 vallen de schaderestituties lager uit.

Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten

Zie ook toelichting onder uitgaven - Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten. Anders dan in de oorspronkelijke begroting werd verwacht, zijn er in 2025 ontvangsten geweest vanuit schaderestituties herverzekering leverancierskredieten (€ 4,3 mln.).

Herverzekerde schades ekv - schadeuitkeringen

ADSB kan een deel van het risico herverzekeren bij een andere (buitenlandse) Export Credit Agency (ECA). Wanneer ADSB een transactie gedeeltelijk herverzekert en een schade zich materialiseert, betaalt ADSB de schade uit en ontvangt zij van de andere ECA een betaling voor het herverzekerde deel van de schade. Sinds de begroting 2026 worden de uitgaven en ontvangsten uit hoofde van herverzekeren apart inzichtelijk gemaakt in de tabel. In de oorspronkelijke begroting (uit 2025) werden de ontvangen schadeuitkeringen uit hoofde van herverzekeren nog in mindering gebracht op de uitgaven. Dat wordt nu niet meer gedaan, waardoor de ontvangsten hoger uitvallen dan geraamd.

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Zie toelichting onder overige verplichtingen.

73

Atradius Dutch State Business

74

https://www.oecd.org/trade/topics/export-credits/arrangement-and-sector-understandings/

75

De Arrangement of the Offically Suported Export Credits. Voor EU-lidstaten is de Arrangement bindend.

76

Kamerstukken II 2017-2018, 26 485, nr. 255

77

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/03/04/ekv-update

78

Open overheid

79

Climate Change Sector Understanding (CCSU) is een specifiek onderdeel van de OESO Arrangement dat financiële regels vastlegt voor klimaatvriendelijke exportprojecten.

80

De MDB CP zijn overeengekomen definities en richtlijnen, ontwikkeld door internationale ontwikkelingsbanken (MDB's) en de International Development Finance Club (IDFC). Deze regels zorgen voor consistente, transparante rapportage van financiering die broeikasgasemissies vermindert.

Artikel 6 Btw-compensatiefonds

Gemeenten, provincies en andere regionale openbare lichamen als bedoeld in de Wet op het Btw-compensatiefonds (BCF) hebben de mogelijkheid om een evenwichtige keuze te maken tussen in- en uitbesteding. De belasting over toegevoegde waarde (btw) speelt hierin geen rol.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor en heeft een uitvoerende rol bij:

  • het verstrekken, verzamelen en controleren van de opgaafformulieren en het uitbetalen van de compensabele btw;

  • het beheer van het Btw-compensatiefonds (BCF).

Het BCF is opgericht om btw weg te nemen als factor in de afweging van decentrale overheden tussen uitbesteden en inbesteden (uitvoering door de eigen organisatie). Decentrale overheden kunnen betaalde btw terugvragen bij het BCF. De betaalde btw moet daarvoor aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de btw betaald zijn over een niet-ondernemerstaak en mag er geen sprake zijn van verstrekking aan een individuele derde. Voorbeelden van taken waarvoor gemeenten en provincies btw kunnen terugvragen zijn: inzameling van huisvuil, onderhoud aan gebouwen, straatbeheer, schoonmaakactiviteiten, archivering, ingenieurswerkzaamheden en groenbeheer.

In 2025 hebben zich wat betreft de beoogde resultaten geen bijzonderheden voorgedaan.

Compensatie

De Belastingdienst heeft als taak om opgaafformulieren te verstrekken en te verzamelen en de btw over niet-ondernemersactiviteiten te compenseren.

Activiteiten 2025

Op 1 januari 2025 waren er 342 gemeenten, 12 provincies en 2 regionale openbare lichamen. Eind 2025 is er met 71,2% van de BCF-gerechtigden klantcontact geweest met het oogmerk de compliance te bevorderen of in stand te houden. Daarvoor is, in het kader van individuele klantbehandeling, een passende behandeling ingezet.

Kengetallen en indicatoren

Tabel 34 Realisatie prestatie-indicator BCF (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Streefwaarde 2025

Realisatie 2025

Percentage uitgevoerde fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtactiviteit

>45%

71,2%

Bron: Belastingdienst

Het streven is om binnen één kalenderjaar minimaal één fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtactiviteit inzake het BCF vanuit de Belastingdienst uit te voeren bij tenminste 45% van de gemeenten en provincies.

Tabel 35 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 6 Btw-compensatiefonds (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

3.666.792

3.817.766

4.037.695

4.484.530

4.893.319

4.248.694

644.625

        

Uitgaven

3.666.792

3.817.766

4.037.695

4.484.530

4.893.319

4.248.694

644.625

        

Bijdragen aan medeoverheden

3.666.792

3.817.766

4.037.695

4.484.530

4.893.319

4.248.694

644.625

Bijdragen aan gemeenten

3.252.802

3.412.761

3.618.268

4.044.883

4.442.149

3.811.094

631.055

Bijdragen aan provincies

413.990

405.005

419.427

439.648

451.170

437.600

13.570

        

Ontvangsten

3.666.792

3.817.766

4.037.695

4.484.530

4.893.319

4.248.694

644.625

Verplichtingen, Uitgaven en Ontvangsten

De realisatie in 2025 ligt hoger dan in 2024, mede door prijsstijgingen, extra investeringen en taakmutaties, vooral in het Sociaal domein. Gemeenten declareren in absolute zin meer btw bij het BCF dan provincies, maar provincies declareren relatief meer ten opzichte van hun totale uitgaven, vooral door hun uitgaven aan verkeer en vervoer. De ontvangsten zijn gelijk aan de uitgaven, omdat de terugbetaalde btw ook belastinginkomsten zijn.

Tabel 36 1Plafond Btw-compensatiefonds (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil (toevoeging aan het plafond)

 

2025

2025

2025

Plafond

5.265.527

4.972.533

292.994

W.v. stand MN 2025

4.972.533

4.972.533

0

W.v. overhevelingen i.v.m taakmutaties

241.372

0

241.372

W.v. accres

51.622

0

51.622

Uitgaven

4.893.319

4.248.694

644.625

W.v. Gemeenten

4.442.149

3.811.094

631.055

W.v. Provincies

451.170

437.600

13.570

Ruimte onder plafond

372.208

723.897

‒ 351.689

W.v. Gemeenten

215.533

607.725

‒ 392.192

W.v. Provincies

156.675

116.172

40.503

1

De in deze tabel opgenomen cijfers zijn onder voorbehoud en kunnen nog worden bijgesteld middels correctiebladen.

Het plafond op het BCF is gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het Gemeentefonds en Provinciefonds. Vanaf 2024 geldt de bbp-systematiek  waarbij het uitgangspunt is dat de fondsen (GF en PF) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen.

Het plafond wordt naast het accres aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het Gemeentefonds en Provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het Gemeentefonds en Provinciefonds. De toevoeging of uitname moet worden verdeeld over gemeenten en provincies. Er is tussen decentrale overheden en het Rijk afgesproken dit te doen op basis van de verhouding van wat de gezamenlijke gemeenten en provincies in het afgelopen jaar ook daadwerkelijk hebben ontvangen uit het BCF.

Aan de hand van de realisatiecijfers wordt in het Financieel Jaarverslag Rijk de definitieve ruimte ten opzichte van het BCF-plafond bepaald. Het verschil tussen de voorlopige afrekening die bij Miljoenennota 2025 heeft plaatsgevonden en de definitieve ruimte ten opzichte van het plafond, wordt bij de Voorjaarsnota verrekend met het Gemeentefonds en Provinciefonds.

In de volgende tabel worden de openstaande voorschotten weergegeven.

Tabel 37 Voorschotten Btw-compensatiefonds
 

2025

Saldo per 1 januari 2025

157.703.345

Bedrag nieuwe voorschotten 2025

210.522.605

Bedrag afgerekende voorschotten 2025

209.949.966

Saldo per 31 december 2025

158.275.984

Artikel 9 Douane

De Douane draagt bij aan een solide financiering van de Europese en nationale overheid, aan een veilige samenleving en aan een sterke, aantrekkelijke en eerlijke interne markt waarmee de welvaart in de Europese Unie (EU) en Nederland wordt bevorderd. Dit doet de Douane door als handhavingsdienst toezicht te houden op het EU-grensoverschrijdende goederenverkeer en daarbij te controleren op de naleving van fiscale en niet-fiscale regels en door het bonafide bedrijfsleven daarbij te faciliteren. Douanerechten en nationale belastingen (accijnzen en verbruiksbelastingen en omzetbelasting bij invoer) worden zo veel mogelijk tijdig, juist en volledig geheven en geïnd.

Kortweg bestaat de opdracht van de Nederlandse Douane uit de ABC-doelen:

  • Afdracht: zorgen dat opbrengsten zo juist, tijdig en volledig mogelijk zijn;

  • Beschermen: de samenleving zo goed mogelijk beschermen tegen onveilige en ongewenste goederen;

  • Concurrentiepositie: bijdragen aan het versterken van de concurrentiepositie van de Europese Unie.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor en heeft een regisserende rol op het terrein van het beleid en de wet- en regelgeving inzake douaneformaliteiten en douanerechten. Dit is hoofdzakelijk Europese wet- en regelgeving. Daarnaast is de minister verantwoordelijk voor de wet- en regelgeving inzake binnenlandse accijnzen en verbruiksbelastingen.

Op grond van het Douanewetboek van de Unie, Europese verordeningen, de Algemene douanewet en andere nationale wet- en regelgeving handhaaft de Douane fiscale en niet-fiscale wet- en regelgeving.

Met de uitvoering van de reguliere taken en door samenwerking met ketenpartners draagt de Douane bij aan de integrale aanpak van ondermijning. Het doel is hierbij om barrières op te werpen tegen ondermijnende (drugs)criminaliteit van productiegebieden van drugs in het buitenland tot afzetmarkten in de EU.

De minister bevordert via de inzet van de Douane de naleving van wet- en regelgeving. Dit gebeurt door het leveren van passende en faciliterende dienstverlening door bijvoorbeeld zorg te dragen voor een goed werkend aangiftesysteem. Maar ook door processen juist en tijdig uit te voeren, door adequaat toezicht uit te oefenen en door naleving te stimuleren en waar nodig deze naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen.

Strategie Douane

De ambitie van de Douane is om tot de beste douanediensten ter wereld te behoren, die door slim te werken legale handel optimaal faciliteert, de samenleving adequaat beschermt, en douanerechten, accijnzen en andere belastingen volgens de wetgeving correct heft en int.

Deze ambitie wordt langs drie doelstellingen opgepakt:

  • Sturen op maatschappelijke effecten: om toekomstige verdere taakuitbreidingen het hoofd te bieden onderzoekt de Douane op welke manier de meeste meerwaarde kan worden gecreëerd voor burgers en bedrijven.

  • Realiseren van de digitale transformatie: de inzet op de benodigde digitale transformatie gaat bijdragen aan efficiëntere inzet van het personeel en een meer actorgerichte handhaving.

  • Medewerker centraal: verbetering van de efficiëntie en het behoud van medewerkers door te investeren in ondersteuning van medewerkers en het optimaliseren van processen.

De Douane heeft in 2025, onder toenemende complexiteit, haar strategische positie verder versterkt door innovatie, samenwerking en gerichte inzet op prioriteiten. Hiermee is een solide basis gelegd voor toekomstbestendige douaneprocessen en een sterke positie binnen Europa. Met de Visie 2035 wordt actief ingespeeld op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en worden prioriteiten scherper gesteld op basis van meerwaarde. In 2025 heeft de Douane richtinggevend bijgedragen aan de herziening van de Europese Douane Unie en voorstellen op het gebied van e-commerce en Europese samenwerking, waarmee de positie van de Nederlandse Douane in Europa wordt verstevigd.

De aanpak van ondermijnende criminaliteit kreeg blijvende prioriteit: zo zijn nieuwe douaneattachés geplaatst in onder andere Lima en zijn voorbereidingen gestart voor functies in andere strategische regio’s. In de havens van Rotterdam en Vlissingen daalden de in beslag genomen hoeveelheden cocaïne in 2025 respectievelijk fors naar 11.500 kilo (was 25.000 kilo) en 7.000 kilo (was 9.600 kilo). Daartegenover steeg het totaal aan onderschepte cannabis fors naar 65.500 kilo (was 14.500 kilo).81 Voor het eerst sinds het instellen van het verbod op Nieuwe Psychoactieve Stoffen zijn er 264 vangsten gedaan82, veelal kleine hoeveelheden per poststuk. Het bestrijden van nieuwe smokkelmethoden en variërende routes kreeg extra aandacht, met investeringen in technologie, uitbreiding van controles in de privéluchtvaart, en training van personeel.

Ook het handhaven van de steeds complexer wordende sanctiemaatregelen tegen meer dan dertig landen, waaronder Rusland, stond centraal, met extra aandacht voor het tegengaan van omzeiling en samenwerking met Europese partners.

Ondanks krapte op de arbeidsmarkt is het gelukt extra IV-capaciteit te werven. In 2025 is gewerkt aan meerdere omvangrijke implementatietrajecten, zoals Centralised Clearance. De Douane volgt hiervoor een gefaseerde aanpak. In 2026 zet de Douane extra in op Centralised Clearance, met als doel in te lopen op opgelopen vertraging. Dit gebeurt in samenspraak met de Europese Commissie en het bedrijfsleven.

Daarnaast is in constructief overleg met het bedrijfsleven gewerkt aan onderwerpen als regelgeving, systemen en klantgerichtheid, wat verdere verbetering van de dienstverlening ondersteunt. Tot slot investeert de Douane in kennisdeling en passende functies: in 2025 is een kennismanagementpilot gestart en zijn HR-processen doorontwikkeld om medewerkers beter te ondersteunen.

Kwalitatieve doelstellingen

De algemene doelstelling van de Douane komt, langs de lijnen van de ABC-doelen, tot uiting in onderstaande meetbare gegevens.

Tabel 38 Realisatie prestatie-indicatoren Douane (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Streefwaarde 2025

Realisatie 2025

Afdracht: Juiste invoeraangiften

105

98

n.v.t.

90

≥100

110

Beschermen: Uitvoering afspraken niet-fiscale taken

98%

99%

99%

98%

≥95%

97%

Concurrentiepositie: Waardering bedrijfsleven

107,2

108,7

101,4

100

≥100

103

Afgehandelde bezwaren binnen de Awb-termijn

88%

71%

66%

68%

≥90%

73%

Afgehandelde klachten binnen de Awb-termijn

97%

98%

80%

67%

≥95%

82%

Bron: Diverse systemen Douane

Toelichting

De KPI’s (Key Performance Indicatoren) geven inzicht in het presteren van de Douane. Hieronder worden de KPI’s toegelicht.

Afdracht: Juiste invoeraangiften

De invoeraangifte vormt de basis van de juiste afdracht van douanerechten en belastingen. Bedrijven kunnen in verschillende systemen een aangifte ten invoer doen. De indicator geeft weer hoe groot het aandeel juiste aanvoeraangiften is. Enkele goederenstromen zijn om operationele redenen uitgezonderd (bulk) of vallen onder een ander controleregime (E-commerce). In 2025 is de prestatie-indicator Afdracht vastgesteld op 110 en de streefwaarde is gehaald.

Beschermen: Uitvoering afspraken niet-fiscale taken

De Douane beschermt de samenleving zo goed mogelijk tegen onveilige en ongewenste goederen. Hiertoe voert de Douane talrijke niet-fiscale taken uit, in opdracht van tien departementen. Diverse uitbreidingen en herzieningen van met name Europese wettelijke regelingen, leiden ertoe dat het aantal niet-fiscale taken van de Douane toeneemt. Ondanks de uitbreiding van de taken en de ontwikkelopgave voor de ICT is de Douane erin geslaagd om de meeste taken binnen de bandbreedtes van de afgesproken planning te realiseren en de streefwaarde is gehaald.

Concurrentiepositie: Waardering bedrijfsleven

In 2025 is de streefwaarde van indicator C gehaald. De duidelijkheid van communicatie bij incidenten en storingen wordt iets beter beoordeeld dan in 2024. De Douane heeft actie ondernomen om dit te verbeteren. De ervaren snelheid van telefonische dienstverlening is nog niet overal op het gewenste niveau. Het bedrijfsleven is meer tevreden over beschikbaarheid en betrouwbaarheid van IT‑systemen. Tot slot worden kennis en deskundigheid bij fysieke en administratieve controles overwegend positief beoordeeld.

Afgehandelde bezwaren binnen de AWB termijn

Hoewel de realisatie op deze indicator nog onder de beoogde waarde ligt, is deze wel gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Het percentage AWB conforme afdoening van de ingediende bezwaren lag in 2025 op 73,3%. In 2025 is de bezetting verder uitgebreid. Hierdoor kon de instroom goed bijgehouden worden en is de werkvoorraad in 2025 wederom gedaald. Door het relatief grote aandeel van zaken in de werkvoorraad die niet meer AWB conform zijn is het effect op het percentage zaken dat AWB conform is nog beperkt.

Afgehandelde klachten binnen de AWB termijn

In 2025 is 81,6% van de klachten AWB conform afgedaan, een verbetering ten opzichte van 2024, maar nog onder de streefwaarde. Er zijn 471 klachten ontvangen en 434 klachten afgedaan. Het aantal ontvangen klachten is daarmee gestegen ten opzichte van 2024 (393). Dit kon worden gerealiseerd doordat de oude klachtenvoorraad in 2024 reeds is weggewerkt. Extra capaciteitsinzet en verscherpte sturing hebben hieraan bijgedragen.

Tabel 39 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 9 Douane (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

518.330

696.005

773.480

1.052.557

905.134

837.396

67.738

        

Uitgaven (1) + (2)

520.488

680.623

767.609

1.037.481

924.845

837.396

87.449

        

Apparaatsuitgaven (1)

426.376

466.057

510.383

598.524

622.239

569.535

52.704

        

Personele uitgaven

423.019

460.128

504.940

591.187

615.604

564.366

51.238

Eigen personeel

412.637

440.950

470.087

533.471

567.998

544.020

23.978

Inhuur externen

10.183

18.997

32.777

52.824

40.527

19.676

20.851

Overig personeel

199

181

2.076

4.892

7.079

670

6.409

        

Materiële uitgaven

3.358

5.929

5.443

7.337

6.635

5.169

1.466

ICT

735

1.051

900

1.072

529

1.466

‒ 937

Bijdrage aan SSO's

511

130

117

120

1.159

‒ 322

1.481

Overig materieel

2.112

4.748

4.426

6.145

4.947

4.025

922

        

Programma-uitgaven (2)

94.112

214.566

257.225

438.956

302.606

267.861

34.745

        

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

1.556

1.422

2.588

2.136

3.108

1.488

1.620

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

1.556

1.422

2.588

2.136

3.108

1.488

1.620

        

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

0

0

30.949

184.583

46.223

196

46.027

Wereld Douane Organisatie

0

0

0

187

186

196

‒ 10

Bijdragen vertragingsrente EU

0

0

30.692

184.146

45.714

0

45.714

Bijdrage aan overige (inter-)nationale organisaties

0

0

257

250

323

0

323

        

Opdrachten

18.418

14.779

14.282

18.103

19.669

40.189

‒ 20.520

ICT opdrachten

1.477

2.057

1.699

1.775

4.058

17.150

‒ 13.092

Overige opdrachten

16.940

12.722

12.584

16.328

15.611

23.039

‒ 7.428

        

Bijdrage aan agentschappen

2.764

3.745

5.779

4.983

6.230

3.514

2.716

Bijdrage overige agentschappen

2.764

3.745

5.779

4.983

6.230

3.514

2.716

        

(Schade)vergoeding

7

75

84

204

862

55

807

(Schade)vergoedingen

7

75

84

124

695

0

695

Vergoeding proceskosten

0

0

0

80

167

55

112

        

Rente

0

0

0

13.162

6.129

3.000

3.129

Belasting- en invorderingsrente

0

0

0

13.162

6.129

3.000

3.129

        

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

71.367

194.545

203.543

215.786

220.386

219.419

967

Toegerekende uitgaven van Belastingen

71.367

194.545

203.543

215.786

220.386

219.419

967

        

Ontvangsten (3) + (4)

749

13.467

1.642

18.202.639

18.118.144

18.485.399

‒ 367.256

        

Programmaontvangsten (3)

0

0

0

18.189.128

18.114.073

18.484.794

‒ 370.721

        

waarvan: Belastingontvangsten

0

0

0

18.167.002

18.086.063

18.474.694

‒ 388.631

        

Bekostiging

0

0

0

682

584

500

84

Doorbelasten kosten vervolging

0

0

0

682

584

500

84

        

Rente

0

0

0

17.758

22.586

5.600

16.986

Belasting- en invorderingsrente

0

0

0

17.758

22.586

5.600

16.986

        

Boetes en schikkingen

0

0

0

3.686

4.841

4.000

841

Ontvangsten boetes en schikkingen

0

0

0

3.686

4.841

4.000

841

        

Apparaatontvangsten (4)

749

13.467

1.642

13.511

4.070

605

3.465

Verplichtingen

Ten opzichte van de vastgestelde begroting vallen de verplichtingen € 67,7 mln. hoger uit. Dit hangt samen met hogere uitgaven zoals toegelicht onder 'Uitgaven'. De verplichtingen vallen € 20 mln. lager uit dan de uitgaven, dit wordt verklaard doordat aan het einde van 2024 personele verplichtingen zijn aangegaan die betrekking hebben op 2025.

Uitgaven

De realisatie op de uitgaven is in totaal € 87,4 mln. hoger dan begroot in de vastgestelde begroting. De belangrijkste oorzaken van de hogere uitgaven worden hieronder vermeld.

Personele uitgaven

De personele uitgaven vallen per saldo € 51,2 mln. hoger uit dan begroot. Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht:

  • Er is € 24 mln. meer uitgegeven aan eigen personeel.

    • De hogere personeelskosten zijn onder andere het gevolg van loon- en prijsstijgingen (€ 27,1 mln.).

    • Daarnaast zijn de kosten gestegen door uitbreiding van het grenstoezicht, waarvoor € 4,1 mln. vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken is ingezet.

    • Er is bij de september suppletoire begroting een bedrag van € 21,2 mln. herschikt naar externe inhuur, waardoor de uitgaven voor eigen personeel zijn afgenomen.

    • De bezetting is hoger uitgevallen dan verwacht, wat heeft geleid tot extra uitgaven van € 16,5 mln.

  • Er is € 21 mln. meer uitgegeven aan externe inhuur. Dit hangt samen met de herschikking van budget van eigen personeel.

  • De uitgaven voor overig personeel vallen met € 6 mln. hoger uit, dit hangt samen met extra kosten voor de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) (€ 1,3 mln.).

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

De betaalde vertragingsrente bedraagt in 2025 € 45,7 mln. Dit zijn betalingen aan de Europese Commissie die voortkomen uit (na)betalingen van Traditionele Eigen Middelen (TEM) oftewel douane invoerrechten. Deze betalingen aan vertragingsrente worden gedekt vanuit de reservering op de Aanvullende Post.

Opdrachten

De uitgaven voor opdrachten vallen € 20,5 mln. lager uit dan begroot:

  • Dit wordt onder meer veroorzaakt door het schuiven van € 20,1 mln. naar 2026 en 2028 voor scan- en detectiemateriaal.

  • Douane heeft budget beschikbaar gesteld aan de Belastingdienst (€ 6,3 mln.) voor aanschaf van uniformen, extra ontwikkelcapaciteit voor het Douaneaangiften Management Systeem (DMS), en voor Ermis (nieuwe applicatie douane vervoerproces).

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

De toerekening ziet op uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Douane maakt. Dit betreft onder andere activiteiten als facilitaire zaken en ICT. In de onderstaande tabel is de toerekening van de uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Douane doet, verdeeld naar de verschillende activiteiten. De toerekening is bijgesteld, zodat realisatie aansluit bij de getekende dienstverleningsafspraken.

Tabel 40 Toegerekende uitgaven tbv douaneprocessen (bedragen x € 1.000)

Activiteit

Bedrag

IV

€ 125.367

Huisvesting en facilitaire zaken

€ 72.655

HRM-activiteiten

€ 13.121

Management informatie en Data Analyse

€ 4.173

Team Handel en Team OLGA grote ondernemingen

€ 2.243

Kanaal & Ketenregie en Kanaal Digitaal/ Webcare

€ 1.601

Internationale Fiscale Behandeling (IFB)

€ 649

Gegevens- en betalingsverkeer

€ 576

Totaal

€ 220.3861

1

De som der gehelen wijkt licht af in verband met afronding.

Ontvangsten

Belastingontvangsten

Voor een toelichting op de belastingontvangsten, zie het Financieel Jaarverslag Rijk 2025 (FJR), hoofdstuk 2.2 "De ontwikkeling van de inkomsten". Tabel 2 in bijlage 3 "De belasting- en premieontvangsten in 2025 op kasbasis" van het FJR bevat een uitsplitsing van de belastingontvangsten.

Zie voor de Belastingontvangsten ook tabel 11 bij artikel 1 voor de aansluiting naar het FJR.

Rente

De ontvangsten aan belasting- en invorderingsrente zijn € 17 mln. hoger dan geraamd in de oorspronkelijke begroting. De raming is eerder al naar boven bijgesteld vanwege de realisaties in 2023 en 2024 en een hogere belastinggrondslag.

82

Bron: Douane

Artikel 11 Financiering staatsschuld

Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico voor de begroting.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor de financiering van de staatsschuld. De wettelijke basis voor deze uitvoerende rol is geregeld in de Comptabiliteitswet 201683. Het Agentschap van de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën is namens de minister van Financiën verantwoordelijk voor de financiering van de staatsschuld.

De doelstelling van artikel 11 sluit aan bij de internationaal geaccepteerde uitgangspunten voor schuldmanagement, zoals verwoord door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank in de ‘Revised Guidelines for Public Debt Management’84. Voor de uitvoering van de schuldfinanciering wordt steeds voor meerdere jaren een beleidskader vastgesteld dat is gebaseerd op twee belangrijke pijlers: het financieringsbeleid en het renterisicokader.

Het financieringsbeleid dient er vooral toe het (her)financieringsrisico en het liquiditeitsrisico te beheersen en mitigeren. Het bestaat uit de regels en randvoorwaarden die het Agentschap hanteert bij het gebruik van financiële instrumenten voor het financieren van de staatsschuld. Zo valt niet alleen de keuze voor de schuldinstrumenten hieronder, maar bijvoorbeeld ook de communicatie met investeerders. Drie kernwaarden staan centraal in het financieringsbeleid: consistentie, transparantie en liquiditeit. Binnen de kernwaarden probeert het Agentschap zo flexibel mogelijk te zijn, om bijvoorbeeld veranderingen in de financieringsbehoefte en marktomstandigheden gedurende het jaar op te kunnen vangen.

Het renterisicokader heeft als belangrijkste doel het beheersen van het renterisico; het risico dat de rentelasten op de staatsschuld stijgen door veranderingen in de rente. Gemiddeld genomen geldt dat hoe langer de looptijd van een lening, hoe lager het risico voor de begroting. Immers, bij gemiddeld langere financiering is het gedeelte van de staatsschuld dat jaarlijks opnieuw gefinancierd moet worden, en waarvoor dus de rente opnieuw moet worden vastgesteld, lager. Hierdoor werken tegenvallende renteontwikkelingen minder snel door in de rentelasten. Echter, onder normale omstandigheden geldt, hoe langer de looptijd van een financieringsinstrument, hoe hoger de rentekosten zijn. Er zal daarom steeds een optimale afweging gezocht moeten worden tussen kosten en risico.

Naast bovengenoemde risico’s en kernwaarden houdt het Agentschap bij het opstellen van het beleidskader verder nog rekening met onder andere valutarisico, kredietrisico (tegenpartijrisico) en operationele risico’s.

Voor de nadere invulling van de schuldfinanciering wordt op basis van het beleidskader jaarlijks in december het financieringsplan gepubliceerd, in de zogeheten Outlook85. Hierin wordt uiteengezet hoe de Nederlandse staat in het komende kalenderjaar de schuldfinanciering zal uitvoeren. Schommelingen in de financieringsbehoefte worden zo veel mogelijk opgevangen op de geldmarkt. Deze werkwijze maakt het financieringsbeleid consistent en transparant en draagt bij aan het betrouwbare imago van de Nederlandse staat op de financiële markten.

Groene obligatie

In 2019 heeft de Nederlandse staat als eerste land met een triple-A-rating een groene obligatie (Dutch State Loan, DSL) uitgegeven. In 2023 heeft Nederland een nieuwe 20-jaars groene DSL uitgegeven. In het raamwerk voor deze nieuwe groene DSL is er speciale aandacht voor waterinvesteringen zoals het Deltafonds ("blauwe uitgaven"). De uitgaven voor deze specifieke investeringen sluiten aan bij de wijzigingen en toevoegingen aan de EU Taxonomie die in juni 2023 zijn gepubliceerd. Van alle twaalf in aanmerking komende economische activiteiten in het ‘Green Bond Framework’ voldoen er elf aan alle vereiste technische criteria. De nieuwe groene DSL is daarmee de eerste triple-A staatslening waarbij de «blauwe» elementen volledig aansluiten bij de EU Taxonomie.

Nederland wil met de uitgifte van een groene obligatie de totstandkoming en verdere verdieping van een robuuste groene kapitaalmarkt ondersteunen. De opbrengsten van groene obligaties worden gebruikt voor uitgaven aan duurzame energie, energie­efficiëntie, duurzaam vervoer en klimaat­ adaptatie. Voor alle uitgiftes onder het ‘Green Bond Framework’ heeft de Nederlandse staat zich gecommitteerd om investeerders transparantie te bieden over de allocatie van de opbrengsten met betrekking tot groene uitgaven evenals de impact van die uitgaven.

Prestatie-indicatoren en kengetallen

Het beleidskader voor de periode 2020-2025 kent twee indicatoren: de gemiddelde looptijd van de schuld- en swapportefeuille en het renterisicobedrag (RRB). De gemiddelde looptijd zegt iets over de afruil tussen kosten en risico over alle toekomstige jaren samengenomen. De gemiddelde looptijd is de afgelopen jaren sterk verlengd en zal uiterlijk in 2025 minimaal 8 jaar bedragen. Het RRB is het deel van de schuld- en swapportefeuille waarover binnen 12 maanden de rente opnieuw vastgesteld moet worden, uitgedrukt als percentage van de schuld. Het RRB zegt daarmee iets over het renterisico binnen een jaar.

Als onderdeel van de reguliere evaluatiecyclus heeft het Agentschap in 2023 een tweejaarlijkse interne evaluatie van het renterisicokader uitgevoerd. Op basis van deze interne evaluatie heeft het Agentschap besloten om de risico-indicatoren voor het renterisico onveranderd te laten. De indicatoren zijn:

  • De gemiddelde looptijd van de schuld (inclusief swaps), met als doelstelling een gemiddelde looptijd van minimaal 8 jaar in 2025;

  • Het RRB over een periode van 12 maanden, met als doelstelling een maximaal RRB van 25% van de schuld.

Het Agentschap zal voor aanvang van elk nieuw kalenderjaar een jaarlijkse looptijdtarget vaststellen die bijdraagt aan de doelstellingen van het risicokader en inspeelt op de laatste markt- en financieringsontwikkelingen. De looptijdtarget voor het eerstvolgende kalenderjaar zal steeds in december worden vastgesteld en gepubliceerd in de Outlook voor het komende jaar, alsmede een invulling van de staatsschuldfinanciering waarmee deze naar verwachting te behalen is.

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren in 2025 grotendeels conform de verwachtingen uit de begroting. De geraamde financieringsbehoefte werd gedurende het jaar bijgesteld van 105 naar 87,1 miljard euro86. Het aangekondigde beroep op de kapitaalmarkt van 40,0 miljard euro bleef ongewijzigd en uiteindelijk werd voor 40,7 miljard euro aan langlopend schuldpapier uitgegeven87.

De streefwaarde voor de gemiddelde looptijd van de staatsschuld is behaald: deze lag in 2025 op gemiddeld 9,0 jaar, waarmee de doelstelling van minimaal 8 jaar werd gehaald. Ook het renterisicobedrag bleef met gemiddeld 14,0% ruim onder de vastgestelde bovengrens van 25%88. Hiermee is de financieringsbehoefte ingevuld binnen het afgesproken renterisicokader. Er zijn geen grote afwijkingen of noodzaak tot beleidsbijstelling aan het licht gekomen.

Het beleid op dit terrein is in 2025 volledig doorgelicht in een periodieke rapportage89, die een doeltreffende en doelmatige aanpak constateert. Wel zijn een aantal aanbevelingen gedaan om risico’s verder te beperken en de financieringskosten te minimaliseren. Zowel een externe partij als een externe expert zijn betrokken geweest bij deze evaluatie.

De rentepercentages vertoonden in 2025 een lichte stijging: de 10-jaarsrente op Nederlandse staatsobligaties liep tijdelijk op naar 3,11%, maar sloot het jaar af op 2,97%90. Gemiddeld kwam de rente voor nieuwe kapitaalmarktleningen uit op 2,88%, een kleine toename ten opzichte van het voorgaande jaar (2,68%)91.

In onderstaande tabel is de omvang van de financieringsactiviteit per instrument weergegeven, evenals de begin- en eindstanden van de uitstaande schuld.92

Tabel 41 Uitstaande standen, leningen en aflossingen per instrument (bedragen x € 1 mld.)1

Instrument

Uitstaande stand per 1-1

Totaal uitgegeven

Totaal afgelost

Uitstaande stand per 31-12

     

Vaste schuld (kapitaalmarkt)

371,2

40,7

‒ 20,0

391,9

Dutch State Loans (DSL)

371,2

40,7

‒ 20,0

391,9

     

Vaste schuld (private loans)

0,2

0,0

0,0

0,1

Private loans

0,0

0,0

0,0

0,0

Private loans in foreign currency

0,1

0,0

0,0

0,1

     

Vlottende schuld (geldmarkt)

45,5

722,3

‒ 711,2

56,6

Dutch Treasury Cerfitficate (DTC)

22,9

68,1

‒ 66,1

24,9

Commercial Paper in EUR

13,7

79,0

‒ 88,9

3,8

Commercial Paper in USD

6,8

73,4

‒ 64,1

16,1

Deposit borrow in EUR

2,2

449,6

‒ 440,0

11,8

Deposit borrow in USD

0,0

0,0

0,0

0,0

Sell Buy Back (SBB)

0,0

52,1

‒ 52,1

0,0

     

Vorderingen (geldmarkt)

‒ 5,6

‒ 872,9

867,8

‒ 10,8

Deposit lend

‒ 1,6

‒ 127,9

128,6

‒ 0,9

Buy Sell Back (BSB)

0,0

‒ 2,6

2,6

0,0

GCP Basket

‒ 4,0

‒ 742,4

736,6

‒ 9,9

     

Overig

‒ 2,2

  

‒ 2,0

Cash collateral

0,1

  

0,1

Banksaldi totaal

‒ 2,4

  

‒ 2,0

     

Totaal leningen incl. collateral (=staatsschuld)

417,0

  

448,7

Totaal vorderingen

‒ 8,0

  

‒ 12,8

1

Als gevolg van afrondingen kan de som der delen afwijken van het totaal.

De tabel laat zien dat het merendeel van de staatsschuld is gefinancierd met langlopende staatsobligaties (DSL’s). Tegelijk is ook te zien dat het grootste deel van de dagelijkse financieringsactiviteiten plaatsvindt op de geldmarkt. Door de korte looptijden wordt hier veel vaker afgelost en opnieuw geleend dan bij de langlopende leningen op de kapitaalmarkt. De omvang van de geldmarktfinanciering inclusief geldmarktuitzettingen op enig moment fluctueerde in 2025 tussen 5 miljard euro en 59 miljard euro.

De basis van de korte financieringen wordt ingevuld met het DTC-programma. Dutch Treasury Certificates (DTC’s) – ofwel schatkistpapier – zijn leningen met een looptijd variërend van drie tot twaalf maanden. Naast de DTC’s is in 2025 voor de korte financiering gebruikgemaakt van Commercial Paper (CP). CP heeft kortere looptijden, meestal tussen één week en drie maanden. Door de flexibele start- en einddata kan met dit instrument goed worden ingespeeld op schommelingen in de financieringsbehoefte op de korte termijn. Als laatste zijn er leningen met zeer korte looptijden (dagen en weken) zoals deposito’s en sell buy back’s afgesloten. Indien nodig kunnen overtollige middelen voor korte tijd uitgeleend worden via de geldmarkt of worden aangehouden bij DNB, bijvoorbeeld wanneer relatief veel belastinginkomsten binnenkomen of wanneer er relatief minder uitgaven zijn dan voorzien.

Transacties in CP en deposito’s kunnen plaatsvinden in verschillende valuta. Vanwege de gunstige prijzen heeft het Agentschap in 2025 bijvoorbeeld gebruik gemaakt van CP in Amerikaanse dollars. Het wisselkoersrisico op leningen in buitenlandse valuta wordt altijd direct afgedekt met behulp van valutaswaps, zodat de rentelasten in euro’s vastliggen. De post cash collateral betreft de onderpanden die het Agentschap ontvangt uit hoofde van afgesloten derivatencontracten.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de nominale omvang van de staatsobligaties die in 2025 zijn uitgegeven op de kapitaalmarkt en wat de effectieve rente was van deze obligaties. Door het grote uitstaande volume en de langere looptijden van staatsobligaties is het effect van deze leningen op de rentelasten van de Nederlandse staat veel groter dan dat van geldmarktleningen. In 2025 zijn een nieuwe 10-jaarslening en een nieuwe 30-jaarslening uitgegeven middels een Dutch Direct Auction (DDA). Bij de initiële uitgiftes zijn bedragen van respectievelijk 6,0 miljard euro en 5,0 miljard euro opgehaald tegen rentes van respectievelijk 2,73% en 3,54%. Gedurende het jaar is de nieuwe 10-jaarslening driemaal heropend waarmee een uitstaand volume van 13,6 miljard euro is bereikt. De nieuwe 30-jaarslening is eenmaal heropend, waarmee een uitstaand volume van 6,7 miljard euro is bereikt. Daarnaast is er 20,4 miljard euro opgehaald met de heropening van bestaande DSL’s waarvan 2,1 miljard euro met de heropening van een groene obligatie (DSL 2044-01-15)93.

Tabel 42 Schulduitgifte op de kapitaalmarkt in 202512

Dutch State Loan (DSL)

Uitgiftedatum

Jaar eerste uitgifte

Totaal volume(in € mld.)

(Resterende) looptijd op uitgiftedatum (in jaren)

Effectieve rente(in %)

      

Uitgiftes nieuwe DSL's

  

11,0

  

DSL 2035-07-15 2,50 PCT

4-3-2025

2025

6,0

10,4

2,73%

DSL 2056-01-15 3,50 PCT

23-9-2025

2025

5,0

30,3

3,54%

      

Heropening DSL's

  

29,7

  
      

Resterende looptijd 0-5 jaar

  

2,9

  

DSL 2030-01-15 2,50 PCT

28-1-2025

2023

2,9

5,0

2,49%

      

Resterende looptijd 5-15 jaar

  

16,5

  

DSL 2030-07-15 0,00 PCT

27-5-2025

2020

2,3

5,1

2,23%

DSL 2031-07-15 0,00 PCT

14-10-2025

2021

2,5

5,7

2,38%

DSL 2032-07-15 0,50 PCT

8-4-2025

2022

2,4

7,3

2,57%

DSL 2035-07-15 2,50 PCT

11-11-2025

2025

2,4

9,7

2,81%

DSL 2035-07-15 2,50 PCT

10-6-2025

2025

2,9

10,1

2,75%

DSL 2035-07-15 2,50 PCT

25-3-2025

2025

2,3

10,3

3,01%

DSL 2037-01-15 4,00 PCT

9-9-2025

2005

1,7

11,4

2,95%

      

Resterende looptijd >20 jaar

  

10,3

  

DSL 2044-01-15 3,25 PCT

8-7-2025

2023

2,1

18,5

3,18%

DSL 2047-01-15 2,75 PCT

11-2-2025

2014

2,0

21,9

2,77%

DSL 2054-01-15 2,00 PCT

13-5-2025

2022

2,3

28,7

3,23%

DSL 2054-01-15 2,00 PCT

14-1-2025

2022

2,2

29,0

2,95%

DSL 2056-01-15 3,50 PCT

25-11-2025

2025

1,7

30,2

3,47%

      

Totaal

  

40,7

  
1

Als gevolg van afrondingen kan de som der delen afwijken van het totaal.

2

Totaal volume is in deze tabel weergegeven op transactiebasis. Dit in tegenstelling tot de cijfers in de tabel met de cijfers van de financieringsbehoefte waar het totale effect van de kapitaalmarktuitgifte op kasbasis is weergegeven, dus inclusief het (dis)agio.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de nominale omvang van het DTC-programma. Deze tabel geeft aan welk schatkistpapier in 2025 is uitgegeven op de geldmarkt en wat hiervan de gemiddelde effectieve rente was. De gemiddelde effectieve rente van het schatkistpapier is gedaald van 2,92% ultimo 2024 naar 1,96% ultimo 2025.

Tabel 43 Schulduitgifte op de geldmarkt in 20251

Dutch Treasury Certificate (DTC)

Aantal keren uitgegeven

Totaal volume(in € mld.)

Gemiddelde resterende looptijd op uitgiftedatum (in jaren)

Gemiddelde effectieve rente(in %)

DTC 2025-03-28

1

1,6

0,2

2,73%

DTC 2025-04-29

2

2,9

0,2

2,56%

DTC 2025-05-28

2

2,8

0,3

2,38%

DTC 2025-06-27

4

4,5

0,4

2,38%

DTC 2025-07-30

4

5,3

0,4

2,23%

DTC 2025-08-28

4

5,6

0,3

2,09%

DTC 2025-09-29

5

6,3

0,3

1,96%

DTC 2025-10-30

5

6,7

0,3

1,93%

DTC 2025-11-27

5

7,5

0,3

1,93%

DTC 2026-01-29

5

9,3

0,4

1,95%

DTC 2026-02-26

4

5,7

0,4

1,96%

DTC 2026-03-30

3

5,3

0,4

1,96%

DTC 2026-04-29

2

2,8

0,5

1,97%

DTC 2026-05-28

2

1,9

0,5

1,98%

     

Totaal

 

68,1

  
1

Als gevolg van afrondingen kan de som der delen afwijken van het totaal.

Verantwoording over de risico-indicatoren: gemiddelde looptijd en renterisicobedrag

Zoals aangegeven hanteert het Agentschap voor het beheersen van de renterisico’s twee risicomaatstaven: één voor de middellange termijn, de gemiddelde looptijd, en één voor de korte termijn, het renterisicobedrag (RRB). De streefwaarde voor de looptijd voor eind 2025 was minimaal 8,0 jaar94. Eind 2025 is een gemiddelde looptijd van 9,0 jaar gerealiseerd. Het gemiddelde RRB is over heel 2025 uitgekomen op 14,0%, ruim onder de grens van 25%. Daarmee is het Agentschap, net als in de afgelopen jaren, erin geslaagd om de indicatoren te laten voldoen aan de waarden die door het renterisicokader worden voorgeschreven.

Tabel 44 Streefwaarde/maximale waarde en realisatie van gemiddelde looptijd en RRB – periode 2020-20251
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Gemiddelde looptijd (in jaren)

      

Streefwaarde

6,0-8,0

6,0-8,0

≥ 7,9

≥ 7,9

≥ 8,0

≥ 8,0

Realisatie

6,9

7,9

8,1

8,6

8,7

9,0

       

RRB (in %)

      

Maximale waarde RRB

30,0%

30,0%

25,0%

25,0%

25,0%

25,0%

Realisatie

18,8%

22,6%

16,0%

15,8%

10,4%

14,0%

1

Bron:

Tabel 45 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 11 Financiering staatsschuld (bedragen x € 1 mln.)1
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

46.538

35.124

52.895

44.362

26.513

27.683

‒ 1.170

        

Uitgaven

46.538

35.124

52.895

44.362

26.513

27.683

‒ 1.170

        

Opdrachten

16

20

22

22

24

21

2

Overige kosten

16

20

22

22

24

21

2

        

Rente

4.459

4.286

5.048

6.039

6.499

7.713

‒ 1.214

Rente vaste schuld

4.447

4.223

4.113

4.922

5.712

6.565

‒ 853

Rente vlottende schuld

0

0

870

1.057

787

1.148

‒ 361

Voortijdige beëindiging schuld

4

24

0

0

0

0

0

Rente derivaten lang

0

0

58

52

0

0

0

Rente derivaten kort

4

20

7

0

0

0

0

Voortijdige beëindiging derivaten

4

19

0

8

0

0

0

        

Leningen

42.063

30.818

47.825

38.302

19.990

19.949

41

Aflossing vaste schuld

16.543

30.818

31.699

38.302

19.990

19.949

41

Mutatie vlottende schuld

25.521

0

16.126

0

0

0

0

        

Ontvangsten

60.641

67.638

46.526

47.253

46.790

69.114

‒ 22.324

    

0

   

Rente

2.570

835

208

736

114

30

84

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Rente vaste schuld

0

0

0

0

0

0

0

Rente vlottende schuld

212

33

207

225

114

30

84

Voortijdige beëindiging schuld

0

0

1

296

0

0

0

Rente derivaten lang

826

536

0

0

0

0

0

Rente derivaten kort

0

0

0

0

0

0

0

Voortijdige beëindiging derivaten

1.533

267

0

214

0

0

0

        

Leningen

58.071

66.801

46.318

46.517

46.676

69.084

‒ 22.408

Uitgifte vaste schuld

58.071

44.086

46.318

39.339

40.728

69.084

‒ 28.356

Mutatie vlottende schuld

0

22.715

0

7.178

5.948

0

5.948

        

Overige baten

0

1

0

0

0

0

0

1

Als gevolg van afrondingen kan de som der delen afwijken van het totaal.

Verplichtingen en uitgaven

Rente

Rente vaste schuld

De rentelasten op de vaste schuld zijn € 853 mln. lager uitgevallen dan begroot. Dit verschil wordt met name verklaard door het feit dat het jaarlijkse financieringsplan pas na het opstellen van de begroting wordt vastgesteld. Ten opzichte van de begroting werd in het financieringsplan ongeveer € 30 mld. van de uit te geven vaste schuld overgeheveld naar vlottende schuld, met verminderde rentelasten op de vaste schuld tot gevolg.

Rente vlottende schuld

De rentelasten op de vlottende schuld zijn € 361 mln. lager uitgevallen dan begroot. Dit verschil wordt met name verklaard door de lager dan geraamde omvang van de vlottende schuld gedurende het jaar.

Leningen

Aflossing vaste schuld

a)De aflossing van de vaste schuld betreft voornamelijk de reguliere aflossing van staatsobligaties. Daarnaast is er in 2025 één staatsobligatie gedeeltelijk vervroegd afgelost, wat heeft geleid tot € 46 mln. aan hogere aflossingen. Ook is er sprake van een wisselkoerseffect waardoor er € 5 mln. minder is afgelost op de vaste schuld in Amerikaanse dollars. Per saldo is er daarmee € 41 mln. meer afgelost op de vaste schuld.

Ontvangsten

Rente

Rente vlottende schuld

De rentebaten op de vlottende schuld zijn € 84 mln. hoger uitgevallen dan begroot. De staat heeft in 2025 meer middelen op de geldmarkt uitgezet dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. Uit het oogpunt van cashmanagement kunnen overtollige middelen tijdelijk worden uitgezet op de geldmarkt. Over deze uitgezette middelen ontvangt de staat een rentevergoeding.

Leningen

Uitgifte vaste schuld

De uitgegeven vaste schuld is € 28,4 mld. lager uitgevallen dan begroot. Dit verschil wordt met name verklaard door het feit dat het jaarlijkse financieringsplan pas na het opstellen van de begroting wordt vastgesteld. Ten opzichte van de begroting werd in het financieringsplan ongeveer € 30 mld. van de uit te geven vaste schuld overgeheveld naar vlottende schuld.

Mutatie vlottende schuld

Vanwege de veranderlijkheid van de vlottende schuld wordt er in de begroting geen raming van de mutatie van de vlottende schuld opgenomen. Ten opzichte van de begroting werd in het financieringsplan ongeveer € 30 mld. van de uit te geven vaste schuld overgeheveld naar vlottende schuld. Gedurende het jaar worden fluctuaties in de financieringsbehoefte opgevangen met mutaties van de vlottende schuld. Vanwege het afgenomen kastekort is de financieringsbehoefte gedurende het jaar sterk afgenomen, met een resterende mutatie van de vlottende schuld van € 5,9 mld. tot gevolg.

Artikel 12 Kasbeheer

Optimaal kasbeheer van het Rijk en van de instellingen die aan de schatkist zijn gelieerd.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van publieke middelen en de bijbehorende geldstromen. De wettelijke basis is geregeld in de Comptabiliteitswet 201695 en nader uitgewerkt in de Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen96 (voor RWT’s), de Wet financiering decentrale overheden97 (voor decentrale overheden), de Wet financiering sociale verzekeringen98 en de Zorgverzekeringswet99 (voor sociale fondsen) en de Regeling Agentschappen100 (voor agentschappen).

Het kasbeheer is onder te verdelen in het schatkistbankieren en het betalingsverkeer van de Rijksoverheid.

Bij schatkistbankieren heeft de minister van Financiën een beleidsmatige en uitvoerende rol. De uitvoering van het schatkistbankieren is belegd bij het Agentschap van de Generale Thesaurie. Schatkistbankieren houdt in dat deelnemers hun liquide (overtollige) middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën (de schatkist). De publieke middelen verlaten de schatkist niet eerder dan noodzakelijk voor de uitvoering van de publieke taak. Daarnaast kunnen onder voorwaarden sommige categorieën deelnemers aan schatkistbankieren ook leningen afsluiten.

Het schatkistbankieren heeft drie doelstellingen: reductie van de EMU-schuld (Europese Monetaire Unie), risicoreductie en doelmatig kasbeheer. Door alle overtollige middelen binnen de overheid te concentreren bij het ministerie van Financiën vermindert de leenbehoefte van de overheid als geheel. Deze lagere leenbehoefte zorgt voor een lagere EMU-schuld. Het risico dat deelnemers lopen met hun overtollige middelen is kleiner doordat er minder geld bij externe partijen in beheer is. Het kasbeheer is doelmatiger doordat, over de gehele collectieve sector bezien, deelnemers met een leenfaciliteit besparen op hun rentekosten omdat het ministerie van Financiën tegen lagere rentetarieven uitleent dan marktpartijen.

Het betalingsverkeer van het Rijk wordt door commerciële partijen uitgevoerd. Periodiek wordt hiertoe het betalingsverkeer, dat verdeeld is in verschillende zogenaamde percelen, aanbesteed. Het ministerie van Financiën coördineert deze aanbestedingen. Door deze aanbestedingen worden commerciële partijen geprikkeld om hun diensten tegen een zo gunstig mogelijke prijs-kwaliteitverhouding aan te bieden. De doelstelling van het betalingsverkeer is het waarborgen en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening en het bewaken van de kosten hiervan.

In 2025 zijn conform de begroting geen beleidswijzigingen doorgevoerd voor het schatkistbankieren en het betalingsverkeer. Wel is na een aanbesteding een nieuwe overeenkomst gesloten voor het perceel ‘Contant geld en vervoer van contant geld’, die loopt tot november 2029. Daarnaast zijn de overeenkomsten voor het giraal betalingsverkeer en internationale betaaldienstverlening verlengd tot respectievelijk 1 november en 1 oktober 2029 en voor creditcards tot september 2028.

Kengetallen

Het schatkistbankieren draagt bij aan verlaging van de EMU-schuld, doordat deelnemers hun overtollige middelen bij het Rijk aanhouden en het Rijk daardoor minder hoeft te lenen. Hierdoor daalt de extern uitstaande schuld van de collectieve sector. Eind 2025 was de bijdrage aan de verlaging van de EMU-schuld 113,9 miljard euro.

Tabel 46 Deelnemers en omvang middelen (ultimo 2025)

Omvang middelen (ultimo 2025)

 

Overtollige middelen in rekening-courant en deposito (bedragen x € mld.)

Verstrekte leningen en roodstand (bedragen x € mld.)

Agentschappen

4,6

10,1

RWT's en derden

28,2

7,5

Sociale fondsen

62,7

0,0

Decentrale overheden

18,4

0,0

Totaal

113,9

17,6

Bron: Agentschap

Tabel 47 EMU-schuldreductie (ultimo 2025)

EMU-schuldreductie (ultimo 2025)

In miljarden euro

 

113,9

In procenten bbp

 

9,7%

Bron: CBS

Tabel 48 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 12 Kasbeheer (bedragen x € 1 mln.)1
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

1.511

2.777

4.871

5.930

5.215

5.598

‒ 383

        

Uitgaven

1.511

2.777

4.871

5.930

5.215

5.598

‒ 383

        

Rente

34

235

2.542

3.470

2.498

2.898

‒ 400

Rente kasbeheer

34

233

2.542

3.470

2.498

2.898

‒ 400

Voortijdige beëindiging binnen kasbeheer

0

2

0

0

0

0

0

        

Leningen

1.477

2.542

2.328

2.459

2.717

2.700

17

Verstrekte leningen

1.477

2.542

2.328

2.459

2.717

2.700

17

        

Mutaties in rekening-courant en deposito's

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties in rekening courant en deposito

0

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

17.632

11.949

24.456

23.690

14.659

15.194

‒ 534

        

Rente

95

97

125

157

180

193

‒ 14

Rente kasbeheer

95

96

125

157

180

193

‒ 14

Voortijdige beëindiging binnen kasbeheer

0

1

1

0

0

0

0

        

Leningen

981

1.292

1.181

1.218

1.417

1.364

53

Ontvangen aflossingen

981

1.292

1.181

1.218

1.417

1.364

53

        

Mutaties in rekening-courant en deposito's

16.556

10.560

23.150

22.314

13.062

13.637

‒ 574

Mutaties in rekening courant en deposito

16.556

10.560

23.150

22.314

13.062

13.637

‒ 574

1

Als gevolg van afrondingen kan de som der delen afwijken van het totaal.

Het ministerie van Financiën is de uitvoerder van schatkistbankieren en beheert de aangehouden (liquide) middelen en de leningen. Het ministerie heeft geen zicht op de beweegredenen van instellingen om leningen aan te gaan, of meer of minder middelen aan te houden op rekeningen- courant en/of deposito’s en rapporteert alleen over de totale omvang ervan per deelnemersgroep.

Verplichtingen en uitgaven

Rente

De aan de deelnemers betaalde rente op in de schatkist aangehouden middelen is lager uitgevallen dan begroot. Deze post is een optelsom van alle rentevergoedingen aan de verschillende categorieën deelnemers op hun rekeningen-courant en deposito’s. De toename van het saldo van de rekeningen-courant en deposito’s is € 574 mln. lager uitgevallen dan waarmee in de begroting rekening werd gehouden. Daarnaast zijn de rentepercentages lager uitgevallen dan verwacht. Deze effecten hebben geleid tot € 400 mln. aan lagere rentelasten.

Leningen

Het bedrag aan verstrekte leningen is in 2025 € 17 mln. hoger uitgevallen dan waarmee rekening werd gehouden in de begroting. Dit betekent dat de staat aan de deelnemers van schatkistbankieren meer uitgeleend heeft.

Ontvangsten

Rentebaten kasbeheer

De realisatie van de rentebaten valt € 14 mln. lager uit dan begroot.

Leningen

In 2025 is € 53 mln. meer aan leningen afgelost dan in de begroting werd geraamd. Deelnemers van schatkistbankieren hebben de mogelijkheid om hun leningen (deels) vervroegd af te lossen, bijvoorbeeld bij verkoop van de activa waarvoor was geleend.

Mutaties in rekening-courant en deposito’s

Deelnemers aan het schatkistbankieren hebben één of meerdere rekeningen-courant waarop zij tegoeden aanhouden. Een stijging van het saldo van rekeningen-courant en deposito’s betekent een instroom van geld, en is daarom een ontvangst voor de staat. In 2025 is het saldo van de rekeningen-courant en deposito’s met in totaal € 574 mln. minder toegenomen dan begroot.

Artikel 13 Toeslagen

Toeslagen zijn voor veel mensen van essentieel belang voor hun dagelijkse bestaan. De missie van Dienst Toeslagen luidt: Toeslagen maakt vitale voorzieningen voor iedereen betaalbaar. Dienst Toeslagen voert de toeslagregelingen uit voor de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordering (VRO), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), die vallen onder de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De doelstelling van de Awir is het bewerkstelligen van harmonisatie tussen inkomensafhankelijke regelingen, het bevorderen van klantvriendelijkheid en doelmatigheid door het instellen van een uitvoeringsloket, en het realiseren van een betere aansluiting van inkomensafhankelijke regelingen bij de draagkracht door het gebruik van het actuele inkomen. Dit betreft de huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag. Daarnaast is de uitvoering van de hersteloperatie toeslagen een belangrijke doelstelling

Beleid

De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een regisserende rol op het terrein van de inkomensafhankelijke regelingen. Daarbij gaat het om het te voeren beleid en het opstellen van de Awir en de daarop gebaseerde regelgeving. Daarnaast is de minister van Financiën verantwoordelijk voor de hersteloperatie, waarbij het programma Directoraat-Generaal (DG) Herstel, in nauwe samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), andere ministeries en overige partijen in een coördinerende- en opdrachtgeversrol het overkoepelende herstelproces aanstuurt.

Uitvoering

De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een uitvoerende rol op het terrein van de vaststelling en de uitbetaling van toeslagen. Dienst Toeslagen streeft naar klantgerichte dienstverlening aan burgers, de rechtmatige toekenning van toeslagen en efficiënte uitvoering van processen.

In 2025 voerde Dienst Toeslagen haar werkzaamheden uit met het burgerperspectief als vaste uitgangspunt bij toetsing van beleid en regelgeving. Er zijn samen met opdrachtgevers diverse stappen gezet om het toeslagenstelsel te verbeteren, zoals het wetsvoorstel voor verbetermaatregelen, vereenvoudigingen bij huurtoeslag en partnerbegrip en aanpassingen in de dienstverlening. Ook zijn verkenningen naar stelselhervormingen ondersteund.101

In samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is het nieuwe stelselontwerp voor de kinderopvang verder uitgewerkt. Dit resulteerde onder meer in een voorstel102voor wet- en regelgeving, nieuwe IV-processen en een transitiechecklist103.104 De fase van realisatie en inrichting van het nieuwe stelsel volgt in 2026. Daarnaast zijn maatregelen uit ‘Werken in de actualiteit’ ingevoerd om hoge terugvorderingen te beperken en zijn verbeteringen verkend, zoals bij inkomensregistratie en harmonisatie van definities in de inkomensondersteuning. Dit heeft onder meer geleid tot een concreet voorstel om in de sociale zekerheid aan te sluiten op het Awir-partnerbegrip.105

De uitvoering van de hersteloperatie was complex en vergde extra inspanningen. Op basis van de aanbevelingen van de commissie Van Dam zijn maatregelen genomen om het proces te versnellen. Eind 2025 was de integrale beoordeling voor bijna alle ouders afgerond, en verliep de schadeafhandeling via maatwerk-, forfaitaire en vaststellingsovereenkomstroutes.106 Het afhandelen van aanvullende schade voor ouders die meer schade hebben geleden dan in de IB is meegenomen, verliep in 2025 via drie schaderoutes: de maatwerkroutes van de Commissie Werkelijke Schade (CWS) en de regieroute-Vaststellingsovereenkomst (VSO), en de forfaitaire route via de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH). Met de ingebruikname van een centraal aanmeldportaal en MijnHerstel is de behandeling van dossiers van gedupeerden verder verbeterd en versneld.107 Ook is een start gemaakt met de uitvoering van de HZK-regeling. De uitvoering van de kindregeling en de ex-partnerregeling liep door in 2025. In 2025 is een traject ingezet om de uitvoering van de brede ondersteuning door gemeenten te harmoniseren en te komen tot afspraken over de afronding en de overgang naar het sociale domein.

Doelbereiking

Tabel 49 Prestatie-indicatoren uitvoering Dienst Toeslagen (meetbare gegevens)1

Prestatie-indicator

Waarde 2021

Waarde 2022

Waarde 2023

Waarde 2024

Streefwaarde 2025

Waarde 2025

       

Beleving van burgers

Burgertevredenheid

93%

93%

94%

n.v.t.

 

Tevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

≥ 70%

74%

Ontevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

≤ 8%

6%

Burgerbelofte 1:Bij Dienst Toeslagen krijg je waar je recht op hebt

90%

90%

n.v.t.

 

Tevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

≥ 55%

58%

Ontevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

≤ 8%

8%

Burgerbelofte 2:Bij Dienst Toeslagen weet je waar je aan toe bent

79%

82%

n.v.t.

 

Tevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

≥ 55%

46%

Ontevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

≤ 8%

17%

Burgerbelofte 3:Dienst Toeslagen staat voor mij klaar

92%

93%

n.v.t.

 

Tevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

≥ 55%

39%

Ontevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

≤ 8%

8%

Tevredenheid over dienstverleningskanalen

Telefonie

81,7%

65,5%

73,5%

80,0%

83%

85,0%

Balie

84,4%

82,4%

88,0%

89,1%

80%

90,4%

Ontevredenheid dienstverleningskanalen

Telefonie

5,7%

14,7%

10,5%

6,8%

8%

5%

Balie

2,6%

4,2%

4,6%

3,8%

6%

3%

Tevredenheid informatie op website

83,8%

80,6%

79,5%

83,4%

76%

85,0%

Aantal ontvangen klachten

1.547

1.827

1.896

1.560

≤ 1.700

1.607

Toekenningszekerheid en tijdigheid van de uitvoering

Het percentage definitief toegekende toeslagen dat niet leidt tot een terug te betalen bedrag > € 500

94,0%

94,2%

92,80%

92,9%

≥ 94 %

93,50%

Definitief vaststellen  toeslagen (voortgang jaar t-1)

93,0%

90,9%

91,90%

93%

≥ 92%

93%

Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn

91,0%

73,1%

71,40%

97%

≥ 93%

97%

Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn

96,0%

98,4%

96,90%

99%

≥ 96%

99%

Percentage toeslagen dat tijdig wordt uitbetaald

99,98%

99,97%

99,97%

99,97%

≥ 99,9%

99,62%

Aantal ernstige productieverstoringen

10

8

6

3

< 8

4

Rechtmatigheid

Rechtmatige toekenning van toeslagen

Gerealiseerd

Gerealiseerd

Gerealiseerd

Gerealiseerd

Fouten en onzekerheden blijven binnen rapporterings-tolerantie op artikelniveau van het betreffende beleids-departement

Ongerealiseerd

1

Bron: Bezwaren: BI-systemen van Toeslagen (op basis van outputbestand TVS); Klachten: KBB;Ernstige productieverstoringen: CAP, BD/CAP Productiebeheersing en damage-registratie; Klanttevredenheid/ontevredenheid: CKTO KI&S; Tijdige betalingen: FM&I; Burgertevredenheid: Motivaction (loopt inmiddels via I&O Research); Rechtmatigheid: ADR; Percentage definitief toegekende toeslagen zonder terugvordering: specifieke queries vanuit TVS ("dt-delta"); Definitieve vaststelling toeslagen (voortgang jaar t-1): specifieke queries vanuit TVS ("dt-status").

Hieronder worden de prestatie-indicatoren toegelicht, waarvan de streefwaarde op basis in 2025 niet zijn gerealiseerd.

Realisatie van de drie Burgerbeloften

Dienst Toeslagen streeft naar een score waarbij 55% van de burgers het (helemaal) eens is met de drie burgerbeloften en maximaal 8% het hiermee oneens is. De norm is bewust ambitieus vastgesteld, met oog voor het benodigde groeipad. Hoewel de beloften ‘Dienst Toeslagen staat voor mij klaar’ en ‘Bij Dienst Toeslagen weet je waar je aan toe bent’ de streefwaarden in 2025 niet gehaald is, is er wel een stijgende trend zichtbaar. Uit de Toeslagenmonitor blijkt dat vooral inlevingsvermogen, deskundigheid en het samen tot een oplossing proberen te komen verbeterd moeten worden ten aanzien van de belofte ‘Dienst Toeslagen staat voor mij klaar’. Transparantie over beslissingen en (on)bekendheid over het proces van wijzigingen doorgeven zijn verbeterpunten ten aanzien van de burgerbelofte ‘Bij Dienst Toeslagen weet je waar je aan toe bent’.

Het percentage definitief toegekende toeslagen dat niet leidt tot een terug te betalen bedrag > € 500

De realisatie van deze prestatie-indicator ligt met 93,5% dicht tegen de streefwaarde van minimaal 94%. Het aantal in de afgelopen 12 maanden opgelegde terugvorderingen boven de grens 108van € 500 (€ 1.000 voor de KOT) is met 60.000 gereduceerd ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze voortuitgang is te danken aan verschillende acties in 2023 en 2024 die gericht waren op het accurater schatten van het verstrekte voorschot, zoals het lanceren van de Toeslagen App, landelijke campagnes en de eerste grootschalige persoonlijke attentieacties. In 2024 is tevens voor het eerst een proef uitgevoerd waarbij Toeslagen de verstrekte voorschotten voor de burger wijzigde. Acties uit 2023 en 2024 zijn bepalend voor de score over 2025 omdat de KPI over het kalenderjaar 2025 hoofdzakelijk is bepaald door de definitieve vaststellingen over toeslagjaar 2024, waarvoor de eerste voorschotten in november 2023 zijn verstrekt. Hoewel de ondernomen acties niet voldoende bleken om de streefwaarde te realiseren, ziet Toeslagen deze positieve trend als bevestiging dat de juiste koers is ingeslagen.

Percentage toeslagen dat tijdig wordt uitbetaald

Tot en met november werd 99,98% van de toeslagen op tijd uitbetaald. In december trad echter een productieverstoring op, waardoor 5% van de aangeboden betalingen (circa 180.000 burgers) één dag later is uitbetaald. Over de periode tot en met december is daarmee 99,62% van de betalingen tijdig uitgevoerd. Hierdoor is de streefwaarde niet gehaald.

Rechtmatigheid

Vanaf 2025 valt de huurtoeslag onder de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Daardoor is de tolerantiegrens voor uitgaven en ontvangsten verlaagd van circa 4% naar circa 3%. De tolerantie is in 2025 overschreden. De grootste onzekerheid zit in de particuliere verhuur, waar onvoldoende informatie beschikbaar is om de rechthebbenden van huurobjecten goed te toetsen. Door het ontbreken van alternatieve controlemogelijkheden zijn deze onrechtmatigheden met de huidige middelen beperkt te verminderen.

Tabel 50 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 13 Toeslagen (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

1.314.742

1.101.731

1.344.632

1.419.502

1.475.104

2.661.086

‒ 1.185.982

        

Uitgaven (1) + (2)

961.044

1.143.262

1.592.277

1.591.232

1.590.636

2.821.655

‒ 1.231.019

        

Apparaatsuitgaven (1)

191.075

329.494

425.320

513.270

498.407

681.280

‒ 182.873

        

Personele uitgaven

182.922

317.760

411.251

498.389

482.652

662.999

‒ 180.347

Eigen personeel

93.786

124.816

153.281

202.287

260.311

250.933

9.378

Inhuur externen

89.049

192.377

256.649

294.421

220.710

410.911

‒ 190.201

Overig personeel

87

567

1.321

1.681

1.631

1.155

476

        

Materiële uitgaven

8.153

11.734

14.069

14.881

15.756

18.281

‒ 2.525

ICT

102

169

254

247

154

275

‒ 121

Bijdrage aan SSO's

137

39

2.004

2.774

4.091

0

4.091

Overige materiële uitgaven

7.914

11.527

11.811

11.860

11.511

18.006

‒ 6.495

        

Programma-uitgaven (2)

769.970

813.768

1.166.958

1.077.961

1.092.229

2.140.375

‒ 1.048.146

        

Bekostiging

66

0

0

0

0

0

0

Overige bekostiging

66

0

0

0

0

0

0

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

1.774

108

1.044

70

63

106

‒ 43

Bijdrage overige ZBO's/RWT's

1.774

108

1.044

70

63

106

‒ 43

        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.616

3.422

602

2.865

1.876

4.130

‒ 2.254

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.616

3.422

602

2.865

1.876

4.130

‒ 2.254

        

Opdrachten

3.682

33.398

48.193

80.165

79.477

74.801

4.676

ICT opdrachten

44

1.473

859

1.754

1.345

27

1.318

Overige opdrachten

3.639

31.925

47.334

78.411

78.133

74.774

3.359

        

Bijdrage aan medeoverheden

11.864

32.977

46.598

118.187

199.507

25.094

174.413

Bijdrage aan medeoverheden

11.864

32.977

46.598

118.187

199.507

25.094

174.413

        

Bijdrage aan agentschappen

0

0

1.077

2.858

3.191

0

3.191

Bijdrage overige agentschappen

0

0

1.077

2.858

3.191

0

3.191

        

(Schade)vergoeding

750.967

536.180

862.087

653.846

573.280

1.786.692

‒ 1.213.412

Compensatie toeslagengedupeerden

712.636

296.293

263.439

396.421

197.643

1.338.568

‒ 1.140.925

Kwijtschelden private schulden

35.531

146.707

79.216

38.489

22.391

124.338

‒ 101.947

Herstelprogramma voor kinderen

1

73.750

493.818

136.128

103.216

118.000

‒ 14.784

Herstelregeling voor ex-partners

0

0

2.030

21.350

29.157

126.480

‒ 97.323

Herstelregeling voor gedupeerden andere toeslagen

0

0

0

0

4.707

28.800

‒ 24.093

Aanvullende schade

0

0

0

0

134.272

0

134.272

Overige (schade)vergoedingen

2.800

19.429

23.583

61.458

81.894

50.506

31.388

        

Subsidies

0

0

0

2.000

2.000

2.000

0

Subsidie toeslagen herstel

0

0

0

2.000

2.000

2.000

0

        

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

207.682

207.357

217.969

232.835

247.552

‒ 14.717

Toegerekende uitgaven van Belastingen

0

207.682

207.357

217.969

232.835

247.552

‒ 14.717

        

Ontvangsten

42

229

415

1.190

1.915

0

1.915

Apparaatontvangsten

42

229

415

1.190

1.913

0

1.913

Programma ontvangsten

0

0

0

0

2

0

2

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn in 2025 € 1.186 mln. lager dan begroot, vooral door lagere uitgaven zoals toegelicht onder 'Uitgaven'.

Uitgaven

De uitgaven zijn per saldo € 1.231 mln. lager dan begroot. De belangrijkste oorzaken zijn per financieel instrument hieronder toegelicht.

Personele uitgaven

De realisatie op personele uitgaven valt € 180,3 mln. lager uit dan begroot. De voornaamste redenen hiervoor zijn een relatief grotere inzet van eigen personeel in plaats van externe inhuur en het verschuiven van activiteiten van de herstelorganisatie naar latere jaren. 

Bijdrage aan medeoverheden

Gedupeerden van het kinderopvangtoeslagenschandaal kunnen via gemeenten brede hulp krijgen. De uitgaven hiervoor vallen € 174,4 mln. hoger uit, doordat in 2025 meer declaraties zijn ingediend dan oorspronkelijk begroot.

(Schade)vergoeding

De realisatie is € 1.213,4 mln. lager dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door de volgende factoren:

  • Het budget voor (schade)vergoedingen in 2025 is in het voorjaar verlaagd met € 697,8 mln. Dit hang samen met de integrale herijking van de raming van Toeslagen Herstel.

  • Daarnaast is er € 25,2 mln. herschikt naar bijdragen aan medeoverheden voor brede hulp aan toeslagengedupeerden en de verwachte declaraties van gemeenten.

  • Een bedrag van € 18,5 mln. is overgeheveld naar het ministerie van Justitie en Veiligheid voor kosten van de Raad voor Rechtsbijstand in 2024.

  • Bij de september suppletoire en 2e suppletoire is in totaal circa € 422 mln. aan compensatiemiddelen doorgeschoven van 2025 naar 2026 en 2027, in lijn met het verwachte moment van uitvoering van met name het nieuwe stelsel van aanvullende schaderoutes.

  • Bij de Slotwet is er € 49 mln. minder gerealiseerd in 2025. Dit hangt voornamelijk samen met lagere aanmeldingen en productie van de aanvullende schaderoutes dan voor 2025 geraamd.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

De toerekening ziet op uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Dienst Toeslagen maakt. Dit betreft onder andere activiteiten als facilitaire zaken, ICT, klantinteractie, gegevensbeheer en administratieve afhandeling. In de onderstaande tabel is de toerekening van de uitgaven die de Belastingdienst ten behoeve van Dienst Toeslagen doet, verdeeld naar de verschillende activiteiten. De toerekening is bijgesteld, zodat realisatie aansluit bij de getekende dienstverleningsafspraken.

Tabel 51 Toegerekende uitgaven tbv toeslagenprocessen (bedragen x € 1.000)

Activiteit

Bedrag

IV

€ 91.750

Gegevensbeheer en administratieve afhandeling

€ 49.058

Kanaal & Ketenregie en Kanaal Digitaal/Webcare

€ 47.406

Huisvesting en facilitaire zaken

€ 23.244

HRM-activiteiten

€ 11.690

Balies, buitenlandtaken, toezicht en bezwaarafhandeling

€ 8.150

Management informatie en Data Analyse

€ 1.537

Totaal

€ 232.835

6. Niet-beleidsartikelen

Artikel 8 Apparaat

A. Apparaatsuitgaven

Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het ministerie van Financiën met uitzondering van de Belastingdienst (zie artikel 1), de Douane (zie artikel 9) en Dienst Toeslagen (zie artikel 13).

Tabel 52 Apparaatsuitgaven Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

305.845

402.079

517.432

419.832

466.025

433.251

32.774

        

Uitgaven

300.138

365.254

402.551

445.776

469.940

433.246

36.694

        

Personele uitgaven

207.921

231.277

253.988

280.969

295.508

289.425

6.083

Eigen personeel

190.958

208.681

224.510

252.578

270.608

274.815

‒ 4.207

Inhuur externen

16.191

21.639

28.524

27.132

23.670

13.698

9.972

Overig personeel

771

956

954

1.259

1.230

912

318

        

Materieële uitgaven

92.217

133.978

148.562

164.807

174.431

143.821

30.610

ICT

15.795

16.549

21.036

22.813

21.547

18.927

2.620

Bijdrage aan SSO's

42.279

55.270

49.830

54.747

59.871

45.636

14.235

Overig materieel

34.143

62.158

77.697

87.247

93.014

79.258

13.756

        

Ontvangsten

62.402

58.699

70.156

69.167

75.312

58.074

17.238

Apparaatsontvangsten

62.402

58.699

70.156

69.167

75.312

58.074

17.238

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn circa € 32,8 mln. hoger dan begroot, vooral door hogere uitgaven en toegekende loon- en prijsbijstelling.

Uitgaven

Personele uitgaven

De gerealiseerde uitgaven zijn € 6 mln. hoger dan begroot, vooral door:

  • Stijgende lonen en prijzen waarvoor een loon- en prijsbijstelling tegenover staat van circa € 13,4 mln.

  • Lagere uitgaven van ongeveer € 2,4 mln. op eigen personeel

  • Een onderbezetting van € 6,4 mln.

  • Hogere uitgaven voor externe inhuur voor € 10 mln.

  • Diverse herschikkingen van eigen personeel naar overige posten (- € 8 mln.)

Materieel kerndepartement

De gerealiseerde materiële uitgaven zijn € 30,6 mln. hoger dan begroot. Dit komt door een prijsstijging van circa € 2,5 mln en extra budget voor de CBAM (Carbon Border Adjustment Mechanism). Daarnaast zijn er hogere uitgaven aan categoriemanagement, waarbij overhevelingen vanuit andere rijksbrede afnemers tegenover staan, en hogere uitgaven aan SSO’s.

Ontvangsten

De ontvangsten zijn € 17,2 mln. hoger dan begroot, vooral door hogere verkoopopbrengsten van Domeinen Roerende Zaken, UWV- uitkeringen, en extra inkomsten uit categoriemanagement, huisvesting en cateringskosten binnen Bedrijfsvoering.

B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven ministerie van Financiën

De tabel toont de totale apparaatsuitgaven voor Financiën: het kerndepartement, Belastingdienst, Douane, Dienst Toeslagen en ZBO’s/RWT’s. Voor de Waarderingskamer, AFM, DNB en de NLFI is de volledige overheidsbijdrage als apparaatsuitgave opgenomen.

Tabel 53 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief Zelfstandige Bestuursorganen/Rechtspersonen met een wettelijke taak (bedragen x € 1.000)1
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie van Financiën

3.565.959

4.017.535

4.540.512

5.160.852

5.309.580

5.300.452

9.128

Totaal departement

3.556.790

4.010.140

4.530.980

5.151.589

5.300.782

5.289.945

10.837

Kerndepartement

300.138

365.254

402.551

445.776

469.940

433.246

36.694

DG Belastingdienst

2.639.201

2.849.335

3.192.726

3.594.019

3.710.196

3.605.884

104.312

DG Douane

426.376

466.057

510.383

598.524

622.239

569.535

52.704

DG Toeslagen

191.075

314.009

408.136

492.863

473.864

669.050

‒ 195.186

Programma-DG Herstel

n.v.t.

15.485

17.184

20.407

24.543

12.230

12.313

Totaal apparaatskosten ZBO’s en RWT’s

9.169

7.395

9.533

9.262

8.798

10.507

‒ 1.709

Waarderingskamer

2.349

2.381

2.403

2.403

2.506

2.489

17

AFM

580

583

31

621

636

737

‒ 101

DNB

2.141

308

2.931

1.978

1.883

2.112

‒ 229

NLFI

4.100

4.122

4.167

4.260

3.773

5.169

‒ 1.396

1

In deze tabel is de regel 'FEC' (Financieel Expertise Centrum) verwijderd omdat dit geen zbo/rwt betreft. Hierdoor wijken de bedragen van de totale apparaatsuitgaven Ministerie van Financien en van regel Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's voor de jaren 2020-2023 af t.o.v. eerdere jaarverslagen.

De tabel toont de gerealiseerde apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van het kerndepartement.

Tabel 54 Apparaatsuitgaven kerndepartement per dienstonderdeel (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal kerndepartement

300.138

365.254

402.551

445.776

469.940

Generale Thesaurie

26.767

29.528

32.589

37.413

39.142

DG Rijksbegroting

29.486

31.841

39.502

34.442

33.558

SG/pSG-cluster

223.298

277.212

300.338

337.510

352.306

DG Fiscale Zaken

20.585

23.444

25.994

31.696

37.350

Belangenbehartiger

0

0

0

0

2.218

Inspectie belastingen toeslagen douane

0

3.229

4.127

4.715

5.367

Bron: financiële administratie kerndepartement.

Artikel 10 Nog onverdeeld

A. Tabel Budgettaire gevolgen

Tabel 55 Nog onverdeeld: opbouw verplichtingen, uitgaven en ontvangsten van de vastgestelde begroting 2024, realisatie en het verschil (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

        

Verplichtingen

0

0

0

0

0

13.976

‒ 13.976

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

13.976

‒ 13.976

        

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

13.976

‒ 13.976

Loonbijstelling apparaat

0

0

0

0

0

2.517

‒ 2.517

Prijsbijstelling apparaat

0

0

0

0

0

739

‒ 739

Onvoorzien programma

0

0

0

0

0

455

‒ 455

Onvoorzien apparaat

0

0

0

0

0

10.265

‒ 10.265

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

B. Toelichting op de instrumenten

Dit artikel dient voor de tijdelijke verwerking (parkeren) van loon- en prijsbijstelling en de eindejaarsmarge en nog in te vullen taakstellingen die nog niet aan specifieke beleidsartikelen zijn toegedeeld. Ook nieuw beschikbaar gestelde middelen kunnen tijdelijk op artikel 10 gezet worden in afwachting van nadere concretisering en toedeling, zoals in 2025 voor de reservering «Informatiehuishouding op orde».

Uitgaven en verplichtingen

Nog te verdelen

Deze post bevat een reservering voor Informatiehuishouding op orde van € 10 mln. in 2025. Een deel hiervan is overgeheveld naar de beleidsartikelen voor de uitvoering van de Wet Open Overheid en een deel is naar 2026 geschoven in de 1e Suppletoire 2025. De overige € 4 mln. is vrijgevallen. De loon- en prijsbijstelling is naar rato doorverdeeld over de beleidsartikelen en het apparaatsartikel.

7. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Een goede bedrijfsvoering is een randvoorwaarde voor het realiseren van beleidsdoelstellingen. In de bedrijfsvoeringsparagraaf (BVP) doet het ministerie verslag van relevante aandachtspunten. Het ministerie is transparant over de mate waarin zijn processen ordelijk en beheerst zijn verlopen. Daarom rapporteert het ministerie in de BVP over belangrijke tekortkomingen, onrechtmatigheden, risico’s en bijzonderheden in de bedrijfsvoering.

Belastingdienst

De Belastingdienst heeft, als onderdeel van zijn meerjarenstrategie 2025-2030, verder gewerkt aan het op orde brengen en houden van de basis om zo klaar te zijn voor de toekomst. De stand-van-zakenbrieven Belastingdienst109 gaan hier nader op in.

Dienst Toeslagen en programma directoraat-generaal Herstel

In 2025 heeft Dienst Toeslagen het herstel van gedupeerde ouders voortgezet. Ondanks de inspanningen van Dienst Toeslagen en de inspanningen van de organisaties die ondersteunen bij de hersteloperaties, heeft Dienst Toeslagen nog niet alle ouders binnen de wettelijke termijnen kunnen beoordelen voor de verschillende regelingen. Dienst Toeslagen blijft zich inzetten om het vertrouwen te herstellen door gedupeerden zo goed en zo snel mogelijk te helpen.

Douane

De strategie van de Douane was er in 2025 mede op gericht om met een digitale transformatie en verbeterde ondersteuning van medewerkers een solide basis te vormen, zodat de Douane ook in de toekomst haar takenpakket effectief en efficiënt kan blijven uitvoeren.

7.1 Rapportage bedrijfsvoering - Uitzonderingsrapportage

a. Rechtmatigheid

Het ministerie rapporteert over fouten en onzekerheden ten aanzien van de rechtmatigheid conform de rijksbrede voorschriften.

Tabel 56 Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden ministerie van Financiën (IXB) (bedragen x € 1.000)

(1) Rapporteringstolerantie

(2) Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis)

(3) Rapporterings-tolerantie voor fouten en onzekerheden in €

(4) Bedrag aan fouten in €

(5) Bedrag aan onzekerheden in €

(6) Bedrag aan fouten en onzekerheden in €

(7) Percentage aan fouten en onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100%

Artikel 8 uitgaven/ontvangsten

545.252.000

27.262.600

11.819.647

9.152.245

20.971.892

nvt

Artikel 13 uitgaven/ontvangsten

1.592.550.000

79.627.500

10.040.258

69.486.574

79.526.832

nvt

Artikel 13 verplichtingen

1.475.104.000

73.755.200

149.553.512

149.553.512

10,1%

Toelichting op de tabel

Art. 8 Apparaat beleidsdepartement: uitgaven en ontvangsten

De tolerantiegrens voor de uitgaven en ontvangsten is overschreden voor een bedrag van € 21 miljoen aan fouten en onzekerheden bij het afhandelen van facturen en het afwijken van contractvoorwaarden. Dit is met name het gevolg van te late contractering en onvoldoende onderbouwing van de prestatieverklaring. Voor deze overschrijding geldt dat de geconstateerde fouten en onzekerheden de tolerantiegrens niet overschrijden, maar dat de zogenaamde maximale fout als gevolg van het gebruik van steekproeven in de controle de tolerantiegrens wel overschrijdt.

Art. 13 Toeslagen: uitgaven en ontvangsten

De tolerantiegrens voor de uitgaven en ontvangsten is overschreden met een bedrag van €10 miljoen aan rechtmatigheidsfouten en € 69,5 miljoen aan onzekerheidsfouten bij de uitvoering van de financiële compensatieregelingen. Dit komt mede door het, conform de afgestemde beleidskaders, ruimhartig uitvoeren van de compensatieregelingen. Hier geldt dat de geconstateerde fouten en onzekerheden de tolerantiegrens niet overschrijden, maar dat de zogenaamde maximale fout als het gevolg van het gebruik van steekproeven in de controle de tolerantiegrens wel overschrijdt.

Art. 13 Toeslagen: verplichtingen

De tolerantiegrens voor de aangegane verplichtingen is overschreden, met een totaalbedrag van €149,6 miljoen aan onrechtmatigheden. Hiervan betreft € 70,2 miljoen verplichtingen waarop Dienst Toeslagen en DG Herstel zelf invloed kunnen uitoefenen en € 79,4 miljoen betreft geïmporteerde onrechtmatigheden. Van de € 70,2 miljoen heeft € 56,4 miljoen betrekking op de uitbesteding van de uitvoering van de financiële compensatieregelingen.

Overige onrechtmatigheden bij de huurtoeslag

De tolerantiegrens voor de uitgaven en ontvangsten is overschreden door een bedrag van circa € 214,6 miljoen aan rechtmatigheidsfouten en onzekerheden bij de uitvoering van de huurtoeslag . De overschrijding is in belangrijke mate het gevolg van de vastgestelde onzekerheid en fouten bij de particuliere verhuur waar in onvoldoende mate informatie beschikbaar is over de huren en het recht op huurtoeslag van huurobjecten. Voor de controle van deze populatie wordt gebruikgemaakt van een steekproef. Daarnaast is het aantal bevindingen in de reguliere steekproef significant hoger dan in voorgaande jaren en de gemiddelde impact per bevinding is ook groter omdat een aantal bevindingen een afwijking heeft van 100%.

In 2026 zal Directie Toeslagen zich specifiek richten op het verbeteren de contra-informatie ten behoeve van huurtoeslag zodat het risico op onrechtmatigheden verkleind kan worden. Voor het versterken van de contra-informatie Huur zijn in totaal die 3 verbeterinitiatieven opgesteld en opgenomen in het jaarcontact: uitbreiden gegevenslevering door particuliere verhuurders; verbeteren kwaliteit van gegevenslevering met aangesloten (sociale) verhuurders en ontwikkelen terugmeldvoorziening BAG.

Verzend- en ontvangstdatabase

Context en beleidsuitgangspunten tot en met 2025

Bij aanvragen voor kinderopvangtoeslag komt het voor dat ouders om aanvullende informatie gevraagd wordt. Als ouders daar niet op reageren (non-respons) kon dat leiden tot verlaging of nihilstelling van de kinderopvangtoeslag. Ouders die ten onrechte zijn verweten niet te hebben gereageerd, worden als gedupeerd aangemerkt en gecompenseerd.

Het non-responsbeleid – het ouderverhaal is leidend - is vanaf de start van de hersteloperatie generiek toegepast. Zowel voor ouders die op basis van het onderzoek naar gastouderbureaus als gevolg van een onderzoek van het Combiteam Aanpak Facilitators (CAF) benadeeld zijn, als ouders die via het massaal proces volgens de Belastingdienst niet hebben gereageerd op informatie-uitvragen. Dit was mede gebaseerd op de veronderstelling dat er geen betrouwbare, raadpleegbare administratie beschikbaar was waaruit verzending en ontvangst individueel kon worden vastgesteld. Zo is in de administratie van CAF-zaken vastgesteld dat brieven soms onjuist geadresseerd waren. Zonder aantoonbare brief werd uitgegaan van de verklaring van de ouder. Het uitgangspunt is dat het verhaal van de ouder leidend is, en ook al zou er spake zijn van ontvangst en juiste registratie van brieven, zijn er meer indicatoren die een rol spelen om in het gesprek met de ouder tot een conclusie over gedupeerdheid te komen.

Periode tot 2024

In de loop der jaren zijn diverse signalen ontvangen. In 2020 is een signaal gekomen dat een verzendbatch beschikbaar was die informatie bevatte over bepaalde verzonden brieven. Omdat deze verzendbatch uitsluitend verzendinformatie bevatte en geen inzicht gaf in verzonden brieven, is dit signaal niet opgevolgd.

Andere signalen hadden veelal betrekking op twee thema’s: de vraag of het aannemelijk is dat brieven niet zouden zijn verzonden, en de ruimhartigheid van het gehanteerde beleid. Deze signalen zijn steeds beoordeeld binnen het geldende beleidskader en de daarbij behorende uitgangspunten, namelijk dat geen betrouwbare, raadpleegbare administratie beschikbaar was en dat bij ontbreken van een brief niet kan worden aangetoond dat verzending heeft plaatsgevonden. Een aantal van deze signalen zijn gecommuniceerd aan directie en DG alsook de staatssecretaris en hebben in enkele gevallen, in afstemming met de Commissie van Wijzen, geleid tot herbevestiging of op onderdelen aanpassing van het beleid.

Signaal zomer 2024 en besluitvorming

In de zomer van 2024 is een concreet signaal ontvangen, gericht aan het management van UHT, over het bestaan van een administratie (KOT-database) met vastleggingen van verzonden vraag- en rappelbrieven en ontvangen reacties. Dit maakte aannemelijk dat mogelijk meer informatie beschikbaar was dan eerder werd verondersteld en dat het ging om informatie die ook nog steeds in het proces van Toeslagen werd gebruikt.

Gelet op de mogelijke impact op ouders en de politieke gevoeligheid van het gebruiken van contra-informatie in het nadeel van de ouders is terughoudendheid betracht in het gebruik van deze informatie. Daarnaast was eerder steeds gecommuniceerd dat geen betrouwbare administratie beschikbaar was. Om die reden is besloten de database eerst onafhankelijk te laten onderzoeken door de ADR. Deze opdracht is verstrekt na aantreden van de nieuwe staatssecretaris. Omwille de voortgang van de hersteloperatie, is gekozen om de hersteloperatie niet te pauzeren in afwachting van het onderzoek. Dit zou vertraging en onrust veroorzaken voor de gedupeerde ouders die nog in de integrale beoordelingsfase zaten.

Op 6 februari 2026 heeft de Staatssecretaris het rapport van het onderzoek van de Auditdienst Rijk naar de verzend- en ontvangstadministratie aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangeboden110.

Conclusie en financiële onzekerheid

Als deze administratie eerder was gebruikt, had dit invloed kunnen hebben op gesprekken met ouders over gedupeerdheid. Op individueel niveau kunnen geen conclusies worden getrokken zonder volledige herbeoordeling van dossiers. Ook bij gebruik van deze informatie had de uitkomst om andere redenen ongewijzigd kunnen blijven. Het ouderverhaal blijft leidend.

Het heropenen van dossiers is niet wenselijk omdat we ouders niet nogmaals in onzekerheid willen brengen. Alle afgegeven onherroepelijk vastgestelde eerste toetsen en integrale beoordelingen blijven dus in stand en ouders behouden aanspraak op alle aanvullende regelingen, waaronder toegang tot aanvullende schade (zoals kindregeling, ex-partnerregeling, uitkering SPUK en aanvullende schaderegelingen). Dit betekent wel dat sprake is van een onzekerheid over de rechtmatigheid van deze verantwoorde uitgaven. De omvang hiervan is echter, door de individuele afhankelijkheid, niet te kwantificeren. Ook kan dit effect hebben op de rechtmatigheid van de kwijtscheldingen van private en publieke schulden bij overige relevante departementen en andere organisaties.

b. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

De ADR heeft geconstateerd dat de controle van de kengetallen is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Bij één beleidsartikel heeft de ADR bijgestuurd en heeft Financiën aanpassingen gedaan.

c. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

c.1 Onvolkomenheden Algemene Rekenkamer

In 2025 heeft het ministerie gewerkt aan het oplossen van onderstaande zeven onvolkomenheden die de Algemene Rekenkamer (AR) bij de verantwoording over 2024 heeft geconstateerd. De AR rapporteert op verantwoordingsdag over de voortgang op de onvolkomenheden.

Inkoopbeheer Dienst Toeslagen, Douane en beleidsdepartement

Dienst Toeslagen heeft in 2025 het verbeterplan voor het inkoopbeheer uit 2024 voortgezet, met zichtbaar effect. Dienst Toeslagen heeft aantoonbaar de vastlegging van minicompetities verbeterd, heeft geen nieuwe waivers meer afgegeven en heeft de interne controlecyclus versterkt. De grootste impact op de rechtmatigheid van de verplichtingen is afgelopen jaar voortgekomen uit geïmporteerde onrechtmatigheden, waarbij Dienst Toeslagen verplicht heeft ingekocht onder rijksbreed afgesloten maar onrechtmatige inhuurraamovereenkomsten.

De Douane heeft in 2025 het inkoopproces structureel verbeterd. De genomen maatregelen richten zich op een betere naleving, vastlegging en interne beheersing van het inkoopproces. Zowel qua opzet als uitvoering zijn deze maatregelen structureel doorgevoerd, waardoor het inkoopbeheer adequaat is geborgd. Het aantal waivers is in 2025 gehalveerd ten opzichte van voorgaande jaren. Dat in 2025 de rechtmatigheid aantoonbaar is verbeterd, blijkt ook uit het niet overschrijden van de tolerantiegrens. De ADR heeft vastgesteld dat verbeteringen zichtbaar zijn binnen het inkoopbeheer en de bevinding is opgelost. 

Het beleidsdepartement heeft een meerjarig verbeterplan opgesteld om de vastlegging van verplichtingen en prestatieverklaringen te verbeteren. Hiermee wordt beoogd de rechtmatigheid beter te borgen. Als onderdeel van het verbeterplan is het beleidsdepartement een pilot gestart met een nieuw geautomatiseerd ondersteund proces om de regie op het inkoopproces en het financiële proces te verbeteren en daarmee de vastlegging van het inkooptraject tot aan de prestatieverklaring te borgen. Daarnaast heeft het beleidsdepartement in 2025 (verbijzonderde) interne controles ingericht en uitgevoerd, waaronder ook voor het inbestedingsproces. Ook heeft het beleidsdepartement trainingen gegeven aan medewerkers. Hierbij wordt aandacht besteed aan de regels en de onderbouwing van prestatieverklaringen in het financiële proces. In 2026 loopt dit verbeterplan door.

Beheer grote geldstromen Douane

De AR handhaaft de sinds 2022 geconstateerde onvolkomenheid in het beheer van de grote geldstroom bij de Douane. De Douane onderkent dat, ondanks de geboekte verbeteringen, de interne beheersing nog niet overal aantoonbaar en duurzaam functioneert, met name op het terrein van accijnzen en douanerechten. De AR vraagt nadrukkelijk aandacht voor de aantoonbare werking van beheersmaatregelen, de kwaliteit van monitoring en de samenhang in verantwoording en bijsturing. Ondanks dat het beheer van de grote geldstroom nog niet overal aantoonbaar en duurzaam functioneert is het risico op fouten in de financiële stromen klein. Zoals blijkt uit tabel 56 zijn geen materiële fouten en onzekerheden geconstateerd die de rapporteringstolerantie overschrijden.

In 2025 heeft de Douane haar meerjarig verbeterprogramma herijkt. Daarmee sluit de Douane aan bij eerdere communicatie aan de Tweede Kamer, waarin de Douane de Tweede Kamer heeft laten weten dat de ambitie om de onvolkomenheid in 2025 volledig op te lossen te ambitieus was. Door de herijking kreeg de Douane scherper inzicht in de staat van de interne beheersing, de resterende risico’s en de bestuurlijke keuzes die nodig zijn om de onvolkomenheid duurzaam op te lossen. De Douane heeft besloten om vanaf 2026 een duidelijke, risicogerichte focus aan te brengen. De Douane richt zich daarbij in eerste instantie op het aantoonbaar en duurzaam verbeteren van de procesketens met het grootste financiële belang en de meest urgente risico’s, in het bijzonder binnen accijnzen en douanerechten. Tegelijkertijd versterkt de Douane het stelsel van interne beheersing, risicomanagement en monitoring en zorgt de Douane voor heldere rollen en verantwoordelijkheden in zowel de eerste als de tweede lijn.

M&O-beleid Belastingdienst

Sinds 2020 merkt de AR het beleid rondom misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O-beleid) bij de Belastingdienst aan als een onvolkomenheid. In het Verantwoordingsonderzoek 2024 heeft de AR vastgesteld dat de Belastingdienst duidelijke vooruitgang heeft geboekt in de opzet en uitvoering van het M&O-beleid. Binnen de directies Particulieren en Grote Ondernemingen functioneert dit naar behoren. De directie Midden- en Kleinbedrijf (MKB) heeft, om tot een verbeterde PDCA-cyclus te komen en daarmee beter aan de handhavingskaders te voldoen, in 2025 verdere stappen gezet. Zo is de handhavingsaanpak van MKB nader uitgewerkt. Om de (door)ontwikkeling hiervan vorm te geven is een verbeteragenda gemaakt met daarin concrete activiteiten voor het vergroten van het inzicht in de doelgroep MKB de effectiviteit van handhavingsinstrumenten en de navolgbaarheid van keuzes. Een deel van deze activiteiten zoals een nieuwe opzet voor een tactisch handhavingsplan conform de beleidskaders en een besluitenregister voor stappen in de handhavingsregie zijn in 2025 gerealiseerd. De directie Uitvoerings- en Handhavingsbeleid (UHB) ziet toe op de naleving van onder UHS gestelde handhavingskaders en heeft in 2025 voor de directies Particulieren, MKB en Grote Ondernemingen een monitoringsrapportage uitgebracht, waarbij is gerapporteerd over de mate waarin directies werken binnen de gestelde kaders. De monitoringsrapportage onderschrijft het beeld zoals dit voor de bovengenoemde directies is geschetst.

Betalingsregelingen Belastingdienst

De AR heeft in het Verantwoordingsrapport 2023 geconcludeerd dat het bestaansminimum van burgers bij een betalingsregeling langer dan twaalf maanden onvoldoende beschermd is, omdat de Belastingdienst aflossingen aan derden niet altijd heeft meegenomen in de berekening van de betalingscapaciteit. De Belastingdienst heeft de Leidraad Invordering 2008 hierop aangepast. Deze wijziging is vanaf 1 juli 2025 van kracht geworden en wordt door de Belastingdienst geïmplementeerd. Met de wijziging wordt beoogd de ruimte in het recht beter naar voren te laten komen. Relevant is of het niet meenemen van bepaalde aflossingen aan derden leidt tot ongewenste effecten voor de belastingschuldige. Bijvoorbeeld als de belastingschuldige onder het bestaansminimum komt of uit huis gezet dreigt te worden. De ontvanger kan dan een langere betalingsregeling toestaan dan twaalf maanden, omdat sprake is van een bijzondere omstandigheid die een langere looptijd rechtvaardigt.

IT-legacy

Sinds 2024 constateert de AR continuïteitsrisico’s bij het vervangen van verouderde (ondersteunende) IT-systemen voor de belastingstromen Inkomensheffing, Loonheffingen en Omzetbelasting. Op 24 april 2025 heeft de Belastingdienst de Tweede Kamer geïnformeerd over het advies van het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) en de opvolging daarvan over het project voor de uitfasering van Cool:Gen in de keten Inkomensheffingen111. In de stand-van-zaken brief van 13 november 2025 heeft de Belastingdienst de Tweede Kamer geïnformeerd over de vastgestelde tijdslijnen voor de implementatie van de nieuwe applicatie voor de omzetbelasting en de stand van zaken binnen de keten Loonheffingen.

c.2 Overige punten van financieel beheer en materiële bedrijfsvoering

c.2.1 Belastingdienst

EU btw e-commerce

Per 1 juli 2021 is de Europese regelgeving op het gebied van EU-btw e-commerce in werking getreden. De Belastingdienst voert deze regelgeving uit via een tijdelijke voorziening, het zogenoemde Noodspoor. Eind 2025 is besloten de regelgeving te blijven uitvoeren via het inmiddels versterkte en verbeterde Noodspoor, waarna per medio 2028 de regelingen e-commerce in het nieuwe systeem voor de omzetbelasting worden vormgegeven112.

Handmatig proces voorlopige aanslag Belastingdienst

Op verzoek van de Belastingdienst heeft de Auditdienst Rijk een onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van het handmatige proces van de voorlopige aanslag bij de Belastingdienst. Het doel van het onderzoek is het krijgen van inzicht in de kwaliteit van het voorlopige aanslag proces door het beschrijven van knelpunten en risico’s. Uit het onderzoek blijkt dat er enkele kwetsbaarheden zijn in het proces van de voorlopige aanslag. De Belastingdienst gaat in 2026 na in hoeverre de ontwikkeling en toepassing van het beoordelingsproces meer in samenhang kan plaatsvinden113.

c.2.2 Toeslagen

Stapeling regelingen hersteloperatie

Na vaststelling van gedupeerdheid op grond van de eerste toets (Catshuisregeling) of een integrale beoordeling komen ouders in aanmerking voor aanvullende regelingen, zoals het kwijtschelden van schulden. Door deze in de Wet hersteloperatie toeslagen gemaakte koppeling kan onterechte vaststelling van gedupeerdheid leiden tot onterechte vergoedingen in de vervolgregelingen. Dit zogeheten stapelingsrisico leidt tot mogelijke onrechtmatigheden in de regelingen die volgen op de Catshuisregeling.

Uitvoering binnen wettelijke behandeltermijnen

De uitvoering van het financieel herstel loopt achter, ondanks verdere opschaling van de capaciteit. Dit wordt veroorzaakt door diverse redenen, zoals de doorloopsnelheid in de bezwaarketen. Hierdoor is Dienst Toeslagen nog niet in staat om alle ouders binnen de wettelijke termijnen te beoordelen. Dit leidt tot aanzienlijke dwangsommen als gevolg van ingebrekestellingen en beroepen tegen het niet tijdig beslissen. In 2025 heeft Dienst Toeslagen verder gewerkt aan onderzoek naar en het treffen van maatregelen om de doorlooptijden te verminderen en de uitvoering van de hersteloperatie te versnellen.

c.2.3 Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) en schijnzelfstandigheid

Sinds 2023 werkt het ministerie van Financiën aan de afbouw van potentiële schijnzelfstandigheid. Per september 2025 heeft het ministerie, inclusief de hersteloperatie kinderopvangtoeslag de afbouw van potentiële schijnzelfstandigheid vrijwel volledig gerealiseerd. Aangezien hierna nog enkele gevallen van potentiële schijnzelfstandigheid aan het licht kwamen bij het beleidsdepartement, is per 3 november 2025 het controleproces voor potentiële schijnzelfstandigheid geüniformeerd. De fiscalisten van het beleidsdepartement beoordelen nu net als hun collega’s bij de Belastingdienst (in de rol als werk-/opdrachtgever) vooraf of een opdracht geschikt is om uit te voeren door een zelfstandige. Het is nu departementaal beleid dat dit oordeel een voorwaarde is voor de start van een inhuurtraject. Daarbij huurt het ministerie van Financiën zelfstandigen uitsluitend in via brokers en mantelpartijen. Indien sprake is van indirecte inhuur via een intermediair spreekt de Belastingdienst (in de rol als Toezichthouder) bij schijnzelfstandigheid eerst de uitlener aan. Het ministerie van Financiën loopt hier dus (theoretisch) nog een aansprakelijkheidsrisico. Bij realisatie van de afbouw van potentiële schijnzelfstandigheid en de uniformering van het controleproces, is het risico op schijnzelfstandigheid door de onjuiste kwalificatie van arbeidsrelaties voor het ministerie van Financiën beheerst en verwaarloosbaar.

d. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Bij regelgeving die afhankelijk is van informatie van externe belanghebbenden, voeren departementen beleid uit om misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) te voorkomen en te bestrijden. Misbruik is het niet of te weinig betalen van verplichte bijdragen aan de overheid of het verkrijgen of genieten van een (te hoge) uitkering door het bewust niet, niet tijdig, niet juist of niet volledig verstrekken van gegevens of inlichtingen. Bij oneigenlijk gebruik gaat het ook om het geheel of gedeeltelijk niet betalen van een verplichte bijdrage aan de overheid of het verkrijgen of genieten van een (te hoge) uitkering. Oneigenlijk gebruik vindt wel plaats volgens de letter van de wet, maar is in strijd met de bedoeling en strekking van de wettelijke bepalingen.

Belastingheffing en toeslagen zijn vooral gevoelig voor misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O), omdat de hoogte van heffingen en toeslagen afhankelijk is van gegevens die belastingplichtigen en toeslaggerechtigden zelf verstrekken. Dit kan van invloed zijn op de volledigheid van de belastingontvangsten en de juiste (voorlopige) toekenning van toeslagen. Het tegengaan van M&O is daarom een geïntegreerd onderdeel van het handhavingsbeleid, een breed palet aan interventies en activiteiten. Dit omvat het voorkomen van bewuste en onbewuste fouten, dienstverlening, de correcte en tijdige uitvoering van processen, toezicht en opsporing. Handhaving wordt uitgevoerd met de beschikbare personele en financiële middelen op basis van de risicoanalyse en risicobereidheid. Er zijn ook maatschappelijke begrenzingen aan onze controlemogelijkheden vanwege privacy en menselijke maat. Dit betekent dat er ook bij een toereikend M&O-beleid sprake blijft van een inherente onzekerheid over de volledigheid van de ontvangsten en de juistheid van de uitgaven. Deze onzekerheid is niet nader kwantificeerbaar.

d.1 M&O-beleid Belastingdienst

De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) beschrijft hoe de Belastingdienst bevordert dat zoveel mogelijk burgers en bedrijven uit zichzelf regels naleven, zonder dwingende en kostbare acties van de zijde van de Belastingdienst. De Belastingdienst stelt burgers en bedrijven centraal, is soepel waar dat kan en nodig is, bijvoorbeeld als burgers en bedrijven de regels wel na willen leven maar het niet kunnen. De Belastingdienst is streng waar dat moet, zoals bij de aanpak van fraude. Hierbij zet de Belastingdienst een mix aan beleidsinstrumenten in: dienstverlening, toezicht en opsporing. Deze handhavingsmix wordt afgestemd op wat nodig is om de naleving zoveel mogelijk te bevorderen en misbruik en oneigenlijk gebruik van belastingmiddelen tegen te gaan. 

Om te beoordelen in welke mate sprake is van een correcte naleving (compliance) meten we onder andere met behulp van steekproeven op ingediende aangiften van burgers en bedrijven om vast te stellen dat deze juist en volledig aangifte doen. We maken daarbij een schatting van de gemiste belastingopbrengsten als gevolg van onjuiste en onvolledige aangifte (het nalevingstekort)114. Het geschatte nalevingstekort uit de steekproef Particulieren 2024 over het belastingjaar 2022 is in vergelijking met het belastingjaar 2020 aanzienlijk gedaald van € 208 miljoen naar € 159 miljoen. Deze daling is in lijn met een steeds betere voorinvulling van aangiftegegevens en een mede daardoor verbeterde compliantie binnen de doelgroep Particulieren. Het nalevingstekort als percentage van het totaal aangegeven verzamelinkomen bedraagt 0,23% en ligt ruim onder het gemiddelde van 0,61% van de voorgaande vier steekproeven. Het geschatte nalevingstekort uit de meest recente steekproef MKB- Ondernemingen 2024 bedraagt € 5.186 miljoen. Het belastingjaar dat in deze steekproef centraal staat is 2020 en de boekenonderzoeken voor deze steekproef zijn uitgevoerd in de jaren 2022 tot en met 2025. Het nalevingstekort als percentage van het fiscaal belang bedraagt 5,5% en ligt daarmee in lijn met de meerjarige uitkomsten van de steekproef Ondernemingen.

E-commerce heeft betrekking op de omzetbelasting voor afstandsverkopen (zowel offline als online). In 2026 wordt het M&O-beleid verder uitgewerkt om de uitvoering van het toezicht te versterken en verjaringen te voorkomen.

Uit het eindrapport van Evaluatie Toezicht115 blijkt dat de Belastingdienst de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie op coherente wijze heeft uitgewerkt naar specifiek beleid voor verschillende doelgroepen en dat de ingezette dienstverlenende en preventieve activiteiten grotendeels effectief zijn om naleving te bevorderen. Door preventief toezicht, de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en de druk op de arbeidsmarkt, is het toezicht achteraf de laatste jaren in aantallen gedaald. De uitkomsten van de kengetallen en prestatie-indicatoren voor belastingen opgenomen handhavingsmix in het jaarverslag over 2025 zijn, de omstandigheden in aanmerking nemend, in totaliteit bezien acceptabel en geven geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake zou zijn van een ontoereikend M&O-beleid.

De Belastingdienst houdt de ontwikkeling ten aanzien van de uitvoering van het toezicht achteraf, waaronder e-commerce, nauwlettend in de gaten, waarbij het de bedoeling is om het toezicht achteraf niet verder te laten dalen vanaf het jaarplan 2025.

d.2 M&O-beleid Dienst Toeslagen en pDG Herstel

Dienst Toeslagen gaat uit van vertrouwen in de burger, maar treedt adequaat op als situaties daarom vragen. Het doel is om burgers te stimuleren de regels uit eigen beweging na te leven. Afhankelijk van de situatie kan hiervoor een mix van handhavingsinstrumenten worden ingezet zoals geautomatiseerd en handmatig toezicht. Eind 2025 zijn hiervoor de laatste deelprocessen van het intensief toezicht herstart, voorzien van de noodzakelijke waarborgen. Door in de voorschotfase intensiever in te zetten op het correct bepalen van de toeslag door attenderingacties en het versterken van de informatiepositie van Dienst Toeslagen, wordt de noodzaak beperkt om achteraf te corrigeren. Dienst Toeslagen handelt hierbij binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving en de beginselen van behoorlijk bestuur, waarbij rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden.

Voor de huurtoeslag is het M&O-beleid, voor aanvragers die bij particuliere verhuurders huren, niet toereikend omdat onvoldoende contra-informatie beschikbaar is om de juiste vaststelling te borgen. Om dit risico te beperken is een aanvullende steekproef uitgevoerd voor de aanvragen waarvoor contra-informatie van verhuurders niet standaard beschikbaar is.

Dienst Toeslagen ontvangt verder signalen en zorgen over M&O in de hersteloperatie. Deze signalen zijn veelal afkomstig van medewerkers van de Belastingdienst, Dienst Toeslagen zelf, gemeenten en de media. Een groot deel van deze signalen betreft zorgen over overcompensatie, maar geen misbruik. Overcompensatie is inherent aan de ruimhartige opzet van de hersteloperatie.

d.3 M&O-beleid Douane

Handhaving binnen de Douane bestaat uit dienstverlening, gelaagd toezicht en ondersteuning van de opsporing om risico’s binnen actoren, aangiften en locaties aan de voor- en achterkant goed af te dekken. Voor de controles op douanerechten, accijns- en verbruiksbelasting heeft de Douane afspraken gemaakt. Voor een solide handhaving stelt de Douane ieder jaar een handhavingsplan op, waarmee de Douane haar handhaving afstemt op de wensen van de opdrachtgever(s) en tijdig inspeelt op recente ontwikkelingen die invloed (kunnen) hebben op het toezicht van de Douane. Naast de jaarlijkse aanpassing van het handhavingsplan bereidt de Douane zich voor op de toekomst met de Visie 2035. In 2025 is het toezicht op de e-commerce stroom versterk. Hierbij is voor de beheersing van de fiscale risico's in deze stroom ingezet op de prioritering, het vergroten van capaciteit en versterking van de handhaving in dit kader.

In 2025 heeft de Douane niet het geplande totaal aantal fiscale controles kunnen uitvoeren. Dit verhoogde risico is door onze opdrachtgever(s) geaccepteerd. Met deze aanpak van de handhaving, de aangepaste werkwijze bij het verlaagd aantal invoercontroles en de ingezette verbetertrajecten beschouwt de Douane het M&O-beleid als toereikend.

Landelijke sturing op de fiscale kwaliteit wordt op dit moment geborgd vanuit de landelijke vakcoördinator die landelijke kaders stelt voor de fiscale kwaliteit via bijvoorbeeld de Kwaliteitsmeting online (KMO).  Daarbij geldt dat voor fysiek toezicht de landelijke kaders voor uniforme uitvoering nog niet actueel zijn. Ook wordt via de landelijke vakcoördinator de inhoud beheerd van werkprogramma’s voor de fiscale en technische kwaliteitsborging. In 2025 is daarnaast een versteviging geweest van de eerstelijns kwaliteitscontroles met de introductie van extra controles op de kwaliteit van uitvoering binnen bijvoorbeeld het proces Aangiftebehandeling (AB), ondanks de bestaande druk op de capaciteit.  Capaciteitstekort is ook de reden dat de VIC kwaliteit niet is uitgevoerd. De ontwikkeling van de toekomstige landelijke monitoring op kwaliteit van uitvoering achteraf is in ontwikkeling binnen het project Grote Geldstromen.

e. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

e.1 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

In 2025 heeft het ministerie nader aandacht besteed aan de vormgeving van het privacybeleid en de governance. Gewerkt is aan het verder op orde brengen van het verwerkingsregister, het vergroten van de bewustwording rondom privacy en het verzorgen van trainingen binnen alle organisatie-onderdelen. Daarnaast is gewerkt aan het completeren en actualiseren van beleidsstukken. Het ministerie werkt continu aan het naleven van de privacywetgeving. De Belastingdienst heeft in 2025 vooruitgang geboekt bij het beter naleven van de AVG. De Belastingdienst heeft een Toezichtsarrangement116 met de Autoriteit Persoonsgegevens. Het doel is om de naleving van de AVG te bevorderen en te zorgen voor een structurele verbetering van de privacybescherming. De stand-van-zakenbrieven van 13 november 2025 en 12 maart 2026 en de Kamerbrief117 toezeggingen en moties over het Risico Analyse Model (RAM) Belastingdienst gaan hier nader op in.

De Belastingdienst heeft in 2025 een118onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van RAM-spreadsheets op basis van nationaliteit en postcode. In het onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat personen ongelijk zijn behandeld in het fiscale proces op basis van nationaliteit of postcode met het gebruik van RAM -spreadsheets. Echter kan deze conclusie niet met zekerheid worden getrokken, vanwege de beperkte vastlegging. De Auditdienst Rijk heeft vastgesteld dat de Belastingdienst het stappenplan rond de RAM-spreadsheets goed heeft gevolgd en dat de uitkomsten herleidbaar zijn. Wel is dat lastig te volgen door beperkte vastlegging van besluiten en keuzes.

Wet politiegegevens (Wpg)

De ADR heeft op basis van de Wpg de verplichte externe privacy audit uitgevoerd voor de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) over de periode 2020-2023. In 2025 heeft de ADR het rapport119 uitgebracht en heeft daarbij een aantal tekortkomingen geconstateerd, resulterend in een afkeurend oordeel. Op basis van deze bevindingen heeft de FIOD een verbeterplan opgesteld. Onderdelen van de Belastingdienst met bijzondere opsporingsambtenaren (BOA's) die politiegegevens gebruiken, vallen sinds 2019 onder de Wpg-auditplicht. Dit geldt voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) en particulieren (P). Zowel bij de Belastingdienst (MKB/P) als de Douane heeft de ADR bij deze dienstonderdelen onderzoek gedaan naar de compliantie aan de Wpg over de controleperiode 2021-2024 en heeft vastgesteld dat bij beide organisaties ten opzichte van de vorige privacy-audit stappen zijn gezet naar een betere beheersing van privacyrisico's. Echter op een klein aantal punten voldoen de organisaties nog niet (volledig) aan de normen resulterend in een oordeel met beperking. Gezien de aard en omvang van de gegevensverwerkingen is het restrisico voor betrokkenen laag. De Belastingdienst blijft werken aan het doorvoeren van de noodzakelijke verbeteringen.

De Douane Privacy Organisatie (DPO) heeft na de controleperiode in 2025 de inrichting ten behoeve van privacy activiteiten binnen de Douane verder vormgegeven. Hiermee zijn de tweedelijnsactiviteiten versterkt. De naleving van de AVG en de Wpg blijft een punt van aandacht. De DPO is in gesprek met de (uitvoerende) dienstonderdelen om de eerstelijnsverantwoordelijkheden ten aanzien van privacy goed ingericht te houden.

e.2 Algoritmes / Artificial Intelligence (AI) act

De publicatie van impactvolle algoritmes in het afgelopen jaar kent goede progressie. Zowel de Belastingdienst als de Douane hebben hun impactvolle algoritmes opgenomen in het Algoritmeregister. Het beleidsdepartement zal er nog twee publiceren en de Dienst Toeslagen twintig. In het kader van de AI act is door de departementale Chief Data Officer nagegaan of binnen het ministerie gebruik wordt gemaakt van 'verboden AI-systemen'. De uitkomst is dat het ministerie geen gebruik maakt van dergelijke systemen.

e.3 Informatiebeveiliging (IB) en cloudtechnologie

Het digitale dreigingslandschap wordt steeds diverser en onvoorspelbaarder, zoals het actuele Cybersecurity Beeld Nederland120 (CSBN) beschrijft. Nieuwe technologische innovaties, zoals kunstmatige intelligentie en quantumtechnologie, en veranderende geopolitieke verhoudingen zorgen ervoor dat deze dreigingen toenemen en complexer worden. In 2025 heeft het ministerie geïnvesteerd in organisatiebrede bewustwording over informatiebeveiliging en heeft de weerbaarheid van informatiesystemen onderzocht. Daarnaast heeft het ministerie verdere stappen gezet in de lopende verbetertrajecten op het gebied van informatiebeveiliging.

In 2025 is er een departementaal programma gestart om nieuwe wet- en regelgeving te implementeren en de zorgplicht en meldplicht verder uit te werken. Het ministerie heeft zich in 2025 voorbereid op de komst van de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO) die van toepassing zijn op opdrachten met betrekking tot nationale veiligheid. In aanloop naar de invoering van de Europese Richtlijn ter versterking van cybersecurity (NIS2) en de nieuwe nationale wetgeving (Cyberbeveiligingswet en Cyberbeveiligingsbesluit) zijn voorbereidingen getroffen, waaronder het uitvoeren van een uitvoeringstoets. De resultaten hiervan worden begin 2026 verwacht.

Binnen de Belastingdienst is gewerkt aan de verdere implementatie van beheersmaatregelen uit de BIO voor generieke (IV voorzieningen). De sturing op controle en naleving alsmede de governance rondom informatiebeveiliging verdient verbetering om in 2026 ook de juiste stappen te zetten in de implementatie van de Cyberbeveilgingswet.

Cloudtechnologie wordt gebruikt binnen zowel departementale als rijksbrede kaders. Begin 2025 publiceerde de AR de resultaten van haar onderzoek naar het cloudgebruik binnen de Rijksoverheid, waaronder het Ministerie van Financiën121. In de huidige maatschappelijke en politieke discussie wordt meer aandacht besteed aan de inzet van cloudtechnologie waarbij thema's als digitale soevereiniteit en autonomie onderdeel uitmaken van de belangenafweging. De staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane heeft in oktober de Eerste en de Tweede Kamer geïnformeerd122 over de overstap van de kantoorautomatisering naar Microsoft 365123 van de Belastingdienst, Toeslagen en de Douane. Applicaties binnen de primaire processen voor de belastingheffing, -inning en opsporing blijven draaien in de datacenteromgeving van de Belastingdienst.

e.4 IT-beheer - Modernisering ICT-systemen en scriptbeheer

Voor de Belastingdienst wordt verwezen naar onderdeel c.1 over IT-legacy en onderdeel e.3 over informatiebeveiliging. De Douane heeft het afgelopen jaar gewerkt aan het op orde krijgen van het scriptbeheer. Dit heeft geleid tot het oplossen van de bevinding.

Softwarewijzigingsbeheer

Bij aanpassingen in de software is zorgvuldigheid van belang. In 2025 heeft de Auditdienst Rijk knelpunten geconstateerd in de wijze waarop de Belastingdienst kan aantonen dat softwarewijzigingen goed zijn getest. Dit kan risico’s met zich meebrengen voor een betrouwbare financiële verantwoording. De Belastingdienst zal in 2026 verder uitvoering geven aan een hiertoe opgesteld verbeterplan.

f. Fraude- en corruptierisico’s

Organisatie en medewerkers kunnen vatbaar zijn voor fraude en corruptie. De verantwoordelijkheid voor de risicobeheersing ligt bij het management. De organisatieonderdelen stellen risicoanalyses op van de belangrijkste materiële fraude- en corruptierisico’s en rapporteren daarover binnen het stelsel van interne beheersing. Dit betreft de uitgaande en inkomende geldstromen, verslaggeving en integriteit. Uit de departementale risico-inventarisatie zijn de volgende materiële fraude- en corruptierisico's naar voren gekomen:

  • Beïnvloeding van medewerkers door samenwerking met criminelen: dit risico wordt afgedekt door middel van het inzetten van soft controls (gericht op houding en gedrag) en hard controls (functiescheidingen, meer-ogen principe, autorisaties in systemen).

  • Diefstal van goederen: dit risico wordt afgedekt door screening van personeel en laten tekenen van integriteitsverklaringen, ICT-beveiliging en toegangsbeheer, uitvoeren van interne controles.

De interne fraude- en corruptierisico’s mitigeert het ministerie door een mix van beheersmaatregelen:

  • Voorkomen: periodieke risicoanalyse, analyse van te beschermen belangen, trainingen gericht op bewustwording, integriteitsbeleid, inrichting van processen en systemen.

  • Ontdekken: inrichting van interne controles op processen, logging en waar nodig ad-hoc monitoring op systemen en afwijkende transacties, verbandscontroles, centrale en decentrale meld- en adviespunten integriteit en analyse van kwetsbare functies.

  • Onderzoeken: het management en de meldpunten onderzoeken (vermoedens van) interne fraude.

  • Bestrijden: zorgvuldig onderzoek door integriteitsmedewerkers kan leiden tot disciplinaire of strafrechtelijke maatregelen.

Binnen het ministerie is een inventarisatie van fraude- en corruptierisico’s uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat organisatieonderdelen een eigen registratiewijze hebben om risico’s en beheersmaatregelen vast te leggen. Om ministerie-breed eenduidig te kunnen rapporteren over de belangrijkste fraude- en corruptierisico’s is in 2025 een werkgroep gestart met het opstellen van een kader om meer uniform te werken. De departementale werkgroep wisselt kennis en ervaring uit over de risicoanalyses, rapportages, signalen en toezicht gericht op het voorkomen van fraude. Naar verwachting zal dit kader in 2026 gereed zijn. Afgelopen jaar is aandacht besteed aan frauderisicomanagement in het Audit Committee.

Over 2025 zijn er geen (vermoedens van) interne financiële fraudes van materieel belang met significante gevolgen voor de eigen financiële overzichten vastgesteld.

7.2 Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Voor wat betreft de toepassing van open standaarden schrijft de Instructie Rijksdienst voor dat bij de aanschaf en ontwikkeling van ICT-diensten of ICT-producten in beginsel gebruik moet worden gemaakt van open standaarden van de lijst van het Forum Standaardisatie en dat over de mate van naleving verantwoording wordt afgelegd. Binnen de Belastingdienst is het proces hiervoor weliswaar ingericht voor individuele inkopen, maar door het ontbreken van een centrale registratie, kan de Belastingdienst niet waarborgen dat in alle gevallen deze standaarden zijn geselecteerd en toegepast. In 2026 wordt gewerkt aan het verbeteren van monitoring op het naleven van de standaarden.

7.3 Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Box 3

In 2025 hebben burgers de mogelijkheid gekregen om het formulier voor opgaaf werkelijk rendement voor box 3 in te dienen. Daarmee wil de Belastingdienst voldoen aan de arresten van juni 2024 van de Hoge Raad, waarop de wet tegenbewijsregeling box 3 volgde. De Belastingdienst heeft voorbereidingen getroffen voor een zorgvuldige behandeling van de ingediende tegenbewijzen in 2026. De risicoparagraaf van het focusonderwerp gaat nader in op dit onderwerp.

109

Kamerstukken ll 2025-2026, 31 066, nr. 1518, Stand-van-zaken Belastingdienst maart 2026 | Tweede Kamer der Staten-Generaal https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z05043&did=2026D11484

110

Kamerstukken ll 2025-2026, 36 708, nr. 63

111

Kamerstukken II 2024-2025, 31 066, nr. 1500

112

Stand van zakenbrief 12 maart 2026

113

114

Zaken zoals onbekende belastingplicht en inningsverlies vallen hier niet onder

115

Kamerstukken ll 2024-2025, 31 066, nr. 1464

116

Kamerstukken ll 2025-2026, 32 761, nr. 335

117

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31066-1521.html

118

Kamerstukken ll 2025-2026, 31 066, nr. 1525

119

Assurancerapport Privacy audit Wpg FIOD 2020-2023

120

Cybersecuritybeeld Nederland 2025 | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

121

https://www.rekenkamer.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2025/01/15/het-rijk-in-de-cloud/Het+Rijk+in+de+cloud.pdf

122

https://www.eerstekamer.nl/brief_in/20251002/overstap_kantoorautomatisering

123

De Belastingdienst heeft op 4 februari 2026 hierover een technische briefing gegeven aan de Commissie Digitale Zaken

C. JAARREKENING

8. Departementale verantwoordingsstaat IXA en IXB

Tabel 57 Departementale verantwoordingsstaat Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)1

Verschil (3)=(2)-(1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

33.281.701

33.281.701

84.307.569

31.728.284

31.728.284

61.449.313

‒ 1.553.417

‒ 1.553.417

‒ 22.858.256

           
 

Beleidsartikelen

33.281.701

33.281.701

84.307.569

31.728.284

31.728.284

61.449.313

‒ 1.553.417

‒ 1.553.417

‒ 22.858.256

11

Financiering staatsschuld

27.683.377

27.683.377

69.113.935

26.512.959

26.512.959

46.790.157

‒ 1.170.418

‒ 1.170.418

‒ 22.323.778

12

Kasbeheer

5.598.324

5.598.324

15.193.634

5.215.325

5.215.325

14.659.156

‒ 382.999

‒ 382.999

‒ 534.478

1

De gerealiseerde bedragen zijn naar boven afgerond.

Tabel 58 Departementale verantwoordingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)1

Verschil (3)=(2)-(1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

44.416.869

27.626.425

228.956.031

94.530.088

25.490.363

243.628.139

50.113.219

‒ 2.136.062

14.672.108

           
 

Beleidsartikelen

43.969.642

27.179.203

228.897.957

94.064.063

25.020.423

243.552.827

50.094.421

‒ 2.158.780

14.654.870

01

Belastingen

3.547.362

3.682.000

204.142.129

4.105.159

4.058.738

216.360.867

557.797

376.738

12.218.738

02

Financiële markten

28.452

28.452

9.905

28.567

27.938

40.109

115

‒ 514

30.204

03

Financierings- activiteiten publiek-private sector

19.975.561

14.783.893

1.812.752

61.419.392

12.503.316

3.541.556

41.443.831

‒ 2.280.577

1.728.804

04

Internationale financiële betrekkingen

2.584.933

628.955

67.620

17.702.274

748.726

378.424

15.117.341

119.771

310.804

05

Exportkrediet- verzekeringen, -garanties en investerings- verzekeringen

10.086.158

148.158

131.458

3.535.113

272.904

218.495

‒ 6.551.045

124.746

87.037

06

Btw-compensatie- fonds

4.248.694

4.248.694

4.248.694

4.893.319

4.893.319

4.893.318

644.625

644.625

644.624

09

Douane

837.396

837.396

18.485.399

905.135

924.846

18.118.144

67.739

87.450

‒ 367.255

13

Toeslagen

2.661.086

2.821.655

0

1.475.104

1.590.636

1.914

‒ 1.185.982

‒ 1.231.019

1.914

 

Niet-beleidsartikelen

447.227

447.222

58.074

466.025

469.940

75.312

18.798

22.718

17.238

08

Apparaat

433.251

433.246

58.074

466.025

469.940

75.312

32.774

36.694

17.238

10

Nog onverdeeld

13.976

13.976

0

0

0

0

‒ 13.976

‒ 13.976

0

1

De gerealiseerde bedragen zijn naar boven afgerond.

De financiële en niet-financiële toelichting op de departementale verantwoordingsstaten is opgenomen in onderdeel B beleidsverslag.

9. Saldibalans

9.1 Saldibalans Nationale Schuld IXA

Tabel 59 Saldibalans per 31 december 2025 Nationale Schuld (IXA) (bedragen x € 1.000)1

Activa

31-12-2025

 

31-12-2024

 

Passiva

31-12-2025

 

31-12-2024

          

Intra-comptabele posten

   

Intra-comptabele posten

   

1

Uitgaven ten laste van de begroting

31.728.284

 

50.291.685

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

61.449.313

 

70.942.402

3

Liquide middelen

2

 

2

3

Liquide middelen

0

 

0

4

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

27.779.756

 

17.801.020

4a

Rekening-courant RHB

0

 

0

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

0

5a

Begrotingsreserves

0

 

0

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

239.838

 

205.612

7

Schulden buiten begrotingsverband

6.706.847

 

8.750.265

8

Kas-transverschillen

8.408.281

 

11.394.349

     
          

Subtotaal intra-comptabel

68.156.161

 

79.692.668

Subtotaal intra-comptabel

68.156.161

 

79.692.668

          

Extra-comptabele posten

   

Extra-comptabele posten

   

9

Openstaande rechten

0

 

0

9a

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10

Vorderingen

28.613.542

 

22.158.394

10a

Tegenrekening vorderingen

28.613.542

 

22.158.394

11a

Tegenrekening schulden

562.397.778

 

517.514.092

11

Schulden

562.397.778

 

517.514.092

12

Voorschotten

0

 

0

12a

Tegenrekening voorschotten

0

 

0

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

 

0

13

Garantieverplichtingen

0

 

0

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

0

 

0

14

Andere verplichtingen

0

 

0

15

Deelnemingen

0

 

0

15a

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

          

Subtotaal extra-comptabel

591.011.320

 

539.672.486

Subtotaal extra-comptabel

591.011.320

 

539.672.486

          

Totaal

659.167.481

 

619.365.154

 

Totaal

 

659.167.481

 

619.365.154

1

Vanwege afrondingsverschillen zijn kleine afwijkingen zichtbaar tussen de saldibalans en de verantwoordingsstaat.

Algemene toelichting

Alle bedragen zijn nominale waarden vermeld in duizenden euro’s, tenzij anders aangegeven. Relevante posten worden hieronder nader toegelicht. Hierbij is de nummering van de saldibalans aangehouden. Door afronding van bedragen kan het voorkomen dat totaal­tellingen niet aansluiten bij de som der delen.

1. Uitgaven ten laste van de begroting

Deze post bevat de nog niet met de Rijkshoofdboekhouding verrekende begrotingsuitgaven uit 2025. Verrekening van de begrotingsuitgaven zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

2. Ontvangsten ten gunste van de begroting

Deze post betreft de nog niet met de Rijkshoofdboekhouding verrekende begrotingsontvangsten uit 2025. Verrekening van de begrotingsontvangsten zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

3. Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit de saldi op bankrekeningen en de bij de kasbeheerders aanwezige kasgelden.

4. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Deze post geeft de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Er zijn twee rekening-courantverhoudingen: het Agentschap (artikel 11) en het geïntegreerd middelen beheer (GMB, artikel 12). De bedragen zijn per 31 december 2025 in overeenstemming met de opgaven van de Rijkshoofdboekhouding.

6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Tabel 60 Vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2025

Ultimo 2024

Vooruitbetaalde disconto

102.363

131.105

Te ontvangen rente vlottende schuld

16.891

17.266

Te realiseren disagio

59.956

0

Te ontvangen rente m.b.t. GMB

60.628

57.240

Totaal

239.838

205.611

Vooruitbetaalde disconto

Deze post betreft de te vergoeden (disconto)rente bij de uitgifte van schatkistpapier (DTC’s). Schatkistpapier is discontopapier, dat wil zeggen dat aan het einde van de looptijd de nominale waarde wordt terugbetaald. De aankoopprijs is de nominale waarde verrekend met de te vergoeden (disconto)rente. Gedurende de looptijd wordt het disconto toegerekend aan de rentelasten.

Te realiseren disagio

Het uitstaande saldo (€ 60 mln.) is het saldo van agio en disagio dat in het verleden is ontstaan bij de uitgifte van vaste schuld, voor zover dat nog niet als uitgave of ontvangst is verantwoord. In 2025 lag het effectieve rendement bij de uitgifte van vaste schuld al enkele jaren boven de couponrente, waardoor de staat in die jaren leningen met disagio heeft uitgegeven. Waar deze post de afgelopen jaren per saldo resulteerde in te realiseren agio (een schuld), is dit saldo in 2025 veranderd in te realiseren disagio (een vordering).

7. Schulden buiten begrotingsverband

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Tabel 61 Schulden buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2025

Ultimo 2024

Te realiseren agio

0

1.963.312

Te betalen rente onderhandse leningen

1.420

1.427

Te betalen rente openbare schuld

4.980.039

4.435.157

Te betalen rente vlottende schuld

7.363

1.649

Derden van het Agentschap

85.543

136.363

Te betalen rente m.b.t. GMB

1.632.481

2.212.355

Totaal

6.706.846

8.750.264

Te betalen rente onderhandse leningen

Deze post betreft de opgelopen rente op onderhandse leningen die de staat nog moet betalen aan tegenpartijen.

Te betalen rente openbare schuld

Deze post betreft de opgelopen rente op staatsleningen die de staat nog moet betalen aan tegenpartijen.

Te betalen rente vlottende schuld

Deze post betreft de opgelopen rente op vlottende schuld die de staat nog moet betalen aan tegenpartijen.

Derden van het Agentschap

De post derden van het Agentschap bestaat voor het grootste deel uit het onderpand in contanten dat uit hoofde van derivatencontracten is gestald bij het Agentschap.

Te betalen rente m.b.t. GMB

Deze post betreft de opgelopen rente die de staat nog moet betalen aan de deelnemers van schatkistbankieren over het saldo dat zij aanhouden op rekeningen-courant en in deposito’s.

8. Kas-transverschillen

Op deze rekening zijn de bedragen opgenomen die zijn verantwoord in de uitgaven en ontvangsten, maar nog niet daadwerkelijk in de kas zijn uitgegeven of ontvangen. Deze verschillen ontstaan doordat rentelasten en -baten worden verantwoord op transactiebasis. Hierbij worden transacties administratief verwerkt op het moment dat ze zich voordoen. Bij het kasstelsel is het moment van betaling en ontvangst leidend. Het verschil dat ontstaat tussen beide verantwoordingsmethoden wordt op deze rekening opgenomen.

Met de registratie van rente op transactiebasis wordt aangesloten bij het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) 2010. Sinds 2002 wordt deze werkwijze toegepast. Dit bedrag is het saldo van alle posten in de tabellen ‘Vorderingen buiten begro­tingsverband’ en ‘Schulden buiten begrotingsverband’ van het voorgaande jaar, behalve het gestalde onderpand dat in de post Derden van het Agentschap is opgenomen. De onderpanden worden niet meegenomen in het kas-transverschil omdat voor deze post alle boekingen op kasbasis zijn waardoor geen kas-transverschillen ontstaan.

Tabel 62 Kas-transverschillen (bedragen x € 1 mln.)
  

Vorderingen buiten begrotingsverband ultimo 2024

206

Vooruitbetaalde disconto

131

Te ontvangen rente vlottende schuld

17

Te ontvangen rente m.b.t. GMB

57

Schulden buiten begrotingsverband ultimo 2024

8.614

Te realiseren agio

1.963

Te betalen rente onderhandse leningen

1

Te betalen rente openbare schuld

4.435

Te betalen rente vlottende schuld

2

Te betalen rente m.b.t. GMB

2.212

Totaal kas-transverschillen 2025

8.408

10. Vorderingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Tabel 63 Vorderingen (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2025

Ultimo 2024

Loans

450.000

450.000

GCP Basket

9.855.000

4.000.000

Deposit lend

900.000

1.600.000

Verstrekte leningen Agentschappen

10.071.497

9.243.216

Verstrekte leningen RWT's en derden

7.337.044

6.865.177

Totaal

28.613.541

22.158.394

Het grootste gedeelte van de vorderingen bestaat uit leningen die zijn verstrekt aan agentschappen en RWT’s in het kader van schatkistbankieren. Ultimo 2025 hadden deze leningen een gewogen gemiddelde looptijd van 20,1 jaar. De posten GCP Basket en Deposit lend betreffen geldmarktinstrumenten met een korte looptijd. De post Loans betreft de vordering die de Nederlandse staat heeft op ABN AMRO Bank.

Opeisbaarheid van de vorderingen

Het volgende overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de vorderingen.

Tabel 64 Opeisbaarheid van de vorderingen (bedragen x € 1.000)

Direct opeisbare vorderingen

0

Op termijn opeisbare vorderingen

28.613.541

Geconditioneerde vorderingen

0

Totaal

28.613.541

11. Schulden

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Tabel 65 Schulden (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2025

Ultimo 2024

Vaste schuld1

  

Dutch State Loans

391.926.435

371.170.427

Private loans

115.168

153.156

   

Vlottende schuld

  

Dutch Treasury Certificates (DTC)

24.910.000

22.850.000

Deposit borrow in EUR

11.848.800

2.180.000

Commercial Paper in USD

16.060.578

6.791.969

Commercial Paper in EUR

3.800.000

13.694.200

RC Agentschappen

4.622.865

4.172.693

RC RWT’s en derden

27.269.568

25.441.088

RC decentrale overheden

16.656.636

17.442.529

RC sociale fondsen

62.675.204

51.227.579

   

Deposito’s

  

Deposito’s RWT’s en derden

788.500

807.150

Deposito’s decentrale overheden

1.724.024

1.583.300

Totaal

562.397.777

517.514.092

1

De vaste schuld bestaat uit financiële transacties met een oorspronkelijke looptijd van > 1 jaar.

De post Schulden heeft betrekking op in het verleden binnen begrotings­verband geboekte ontvangsten, waarvan op termijn nog verrekening met derden zal plaatsvinden. De vaste schuld betreft voornamelijk de Dutch State Loans (€ 391,9 mld.). De vlottende schuld betreft voornamelijk de Dutch Treasury Certificates (€ 24,9 mld.). Daarnaast had de Nederlandse staat ultimo 2025 vlottende schuld in de vorm van deposito’s en commercial paper.

Verder heeft de Nederlandse staat schulden die voortkomen uit het schatkistbankieren. Deelnemers aan schatkistbankieren houden middelen aan op hun rekening-courant (RC) bij de schatkist. Deze tegoeden vallen onder de vlottende schuld omdat ze direct opvraagbaar zijn. Daarnaast kunnen deelnemers ook deposito’s plaatsen. Ultimo 2025 bedroeg de gewogen gemiddelde looptijd van de deposito’s in de schatkist 6,9 jaar.

Voor een specificatie naar uitgiftejaar van de stand van de vaste schuld per 31 december 2025 wordt verwezen naar het onderstaande overzicht.

Tabel 66 Specificatie van de vaste schuld naar jaar van uitgifte1 per 31 december 2025 (bedragen x € 1 mln.)

Jaar van uitgifte

 

Openbaar

 

Onderhands

 

Totaal

 

1998

13.028,0

 

18,2

 

13.046,1

1999 t/m

2004

0,0

 

0,0

 

0,0

 

2005

19.717,4

 

0,0

 

19.717,4

 

2006

0,0

 

0,0

 

0,0

 

2007

0,0

 

0,0

 

0,0

 

2008

0,0

 

0,0

 

0,0

 

2009

0,0

 

0,0

 

0,0

 

2010

18.839,9

 

97,02

2

18.936,9

 

2011

0,0

 

0,0

 

0,0

 

2012

15.507,9

 

0,0

 

15.507,9

 

2013

0,0

 

0,0

 

0,0

 

2014

22.505,2

 

0,0

 

22.505,2

 

2015

0,0

 

0,0

 

0,0

 

2016

17.215,1

 

0,0

 

17.215,1

 

2017

17.705,9

 

0,0

 

17.705,9

 

2018

19.331,9

 

0,0

 

19.331,9

 

2019

30.350,0

 

0,0

 

30.350,0

 

2020

51.549,2

 

0,0

 

51.549,2

 

2021

48.122,9

 

0,0

 

48.122,9

 

2022

45.797,1

 

0,0

 

45.797,1

 

2023

38.592,9

 

0,0

 

38.592,9

 

2024

13.353,6

 

0,0

 

13.353,6

 

2025

20.309,5

 

0,0

 

20.309,5

Totaal

 

391.926,4

 

115,2

 

392.041,6

1

Jaar van eerste uitgifte betekent dat ingeval van een heropening van een lening, het bedrag wordt opgenomen bij het oorspronkelijke jaar van eerste uitgifte van de (heropende) lening.

2

Verplichtingen uit hoofde van schuldtitels uitgegeven door het land Nederlandse Antillen en het eilandgebied Curaçao, overgenomen door de Nederlandse staat per 10 oktober 2010.

9.2 Saldibalans Ministerie van Financiën IXB

Tabel 67 Saldibalans per 31 december 2025 van het Ministerie van Financiën (IXB) (bedragen x € 1.000)1

Activa

31-12-2025

 

31-12-2024

 

Passiva

31-12-2025

 

31-12-2024

          

Intra-comptabele posten

   

Intra-comptabele posten

   

1

Uitgaven ten laste van de begroting

25.490.360

 

26.020.663

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

243.628.145

 

241.850.375

3

Liquide middelen

48.776

 

56.824

3

Liquide middelen

0

 

0

4

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

218.730.259

 

216.293.387

4a

Rekening-courant RHB

0

 

0

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

841.153

 

734.772

5a

Begrotingsreserves

841.153

 

734.772

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

10.900

 

11.444

7

Schulden buiten begrotingsverband

652.150

 

531.943

8

Kas-transverschillen

0

 

0

     
          

Subtotaal intra-comptabel

245.121.448

 

243.117.090

Subtotaal intra-comptabel

245.121.448

 

243.117.090

          

Extra-comptabele posten

   

Extra-comptabele posten

   

9

Openstaande rechten

48.349.920

 

53.063.415

9a

Tegenrekening openstaande rechten

48.349.920

 

53.063.415

10

Vorderingen

27.823.075

 

16.178.749

10a

Tegenrekening vorderingen

27.823.075

 

16.178.749

11a

Tegenrekening schulden

0

 

0

11

Schulden

0

 

0

12

Voorschotten

472.109

 

386.785

12a

Tegenrekening voorschotten

472.109

 

386.785

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

273.105.557

 

212.911.656

13

Garantieverplichtingen

273.105.557

 

212.911.656

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

16.004.239

 

16.792.742

14

Andere verplichtingen

16.004.239

 

16.792.742

15

Deelnemingen

38.459.372

 

40.522.990

15a

Tegenrekening deelnemingen

38.459.372

 

40.522.990

          

Subtotaal extra-comptabel

404.214.272

 

339.856.337

Subtotaal extra-comptabel

404.214.272

 

339.856.337

          

Totaal

649.335.720

 

582.973.427

 

Totaal

 

649.335.720

 

582.973.427

1

Vanwege afrondingsverschillen zijn kleine afwijkingen zichtbaar tussen de saldibalans en de verantwoordingsstaat.

Algemene toelichting

Alle bedragen zijn in nominale waarden en in duizenden euro’s vermeld, tenzij anders aangegeven. Relevante posten worden hieronder toegelicht volgens de nummering van de saldibalans. Door afronding kunnen totaaltellingen afwijken van de som der delen.

1. Uitgaven ten laste van de begroting

Deze post bevat de nog niet met de Rijkshoofdboekhouding verrekende begrotingsuitgaven 2025. Verrekening van de begrotingsuitgaven zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

2. Ontvangsten ten gunste van de begroting

Deze post betreft de nog niet met de Rijkshoofdboekhouding verrekende begrotingsontvangsten 2025. Verrekening van de begrotingsontvangsten zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

3. Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit de saldi op bankrekeningen en de bij kasbeheerders aanwezige kasgelden.

4. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Deze post geeft de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Het bedrag is per 31 december 2025 in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.

5. en 5a. Begrotingsreserves

In de praktijk worden dit ook wel interne begrotingsreserves oftewel risicovoorzieningen genoemd. Een begrotingsreserve is een meerjarige budgettaire voorziening die op een afzonderlijke rekening-courant wordt aangehouden. Het gaat om een interne budgettaire voorziening of reserve binnen de Rijksbegroting. De reserve blijft meerjarig beschikbaar voor het doen van uitgaven in latere jaren. Voor elke begrotingsreserve wordt in de administratie van de Rijkshoofdboekhouding een afzonderlijke rekening-courant aangehouden.

Tabel 68 Begrotingsreserves (bedragen x € 1 mln.)
 

Saldo 01-01-2025

Toevoegingen 2025

Onttrekkingen 2025

Saldo 31-12-2025

Begrotingsartikel

Garantie BES

6,0

0,0

0,0

6,0

2

Garantie NHT

3,9

0,5

0,0

4,4

2

Ekv

724,9

130,2

‒ 24,4

830,7

5

Totaal

734,8

130,7

‒ 24,4

841,2

 

Ekv

In overeenstemming met het garantiekader voor risicoregelingen is er een risicovoorziening voor de Exportkredietverzekering opgericht. Deze begrotingsreserve werkt als buffer om per jaar het verschil tussen enerzijds premieontvangsten en schaderestituties (op polissen vanaf 1999 en vóór 2019) en anderzijds definitieve schades (vanaf 2019), de kostenvergoeding en te betalen premies en restituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) voor herverzekerde schades op te vangen.

NHT

Binnen de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden (NHT) leveren verzekeraars, herverzekeraars en de Nederlandse staat gezamenlijk een dekkingscapaciteit van €1 mld. per jaar voor terrorismeschade. De NHT is een herverzekeringspool waarop deelnemende verzekeraars een beroep kunnen nadat zij vergoeding hebben uitgekeerd voor schade die is veroorzaakt door terrorisme. De Staat heft een jaarlijkse premie (€ 536.000 over 2025) over het afgegeven garantiebedrag. Deze middelen worden gestort in een per 1 juni 2018 opgerichte begrotingsreserve.

6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Onder de vorderingen buiten begrotingsverband zijn posten opgenomen, die nog met derden moeten worden verrekend. De stand ultimo 2025 van € 10,9 mln. heeft grotendeels betrekking op diversen vorderingen van de Belastingdienst en een vordering op de Nederlandse Bank (€ 4,1 mln.).

7. Schulden buiten begrotingsverband

Onder de schulden buiten begrotingsverband zijn de posten opgenomen, die nog aan derden moeten worden betaald. De stand ultimo 2025 van ruim € 652 mln. Dit heeft met name betrekking op de consignatiekas, ontvangen provinciale opcenten die nog verrekend moeten worden met de provincies, opbrengsten omzetbelasting MSID en zekerheidsstellingen.

9. Openstaande rechten

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Tabel 69 Openstaande rechten (bedragen x € 1.000)
  

Ultimo 2025

Ultimo 2024

    

Belastingvorderingen

 

48.297.765

52.918.380

Vorderingen DRZ

 

13.027

19.369

Btw-compensatiefonds

 

0

0

Overige

 

39.128

125.665

Totaal openstaande rechten

 

48.349.920

53.063.414

Belastingvorderingen (Belastingdienst en Douane)

De belangrijkste posten van de ultimo 2025 openstaande belastingvorderingen zijn in onderstaande tabel opgenomen. De stand van de openstaande belastingvorderingen is in 2025 afgenomen met € 4,7 mld. Deze daling betreft met name de vennootschapsbelasting en wordt veroorzaakt doordat naar aanleiding van een hoge vermindering ad € 3,4 mld. besloten is om meervoudig opgelegde aanslagen voor vennootschapsbelasting en Inkomensheffing ter behoud van rechten voortaan nog maar één keer in het openstaand saldo mee te nemen. Dit omdat op deze aanslagen hooguit op één aanslag een belastingontvangst kan binnenkomen. Het saldo van de rechten is daarom voor nog openstaande meervoudige vorderingen ultimo 2025 met circa € 2,7 mld. verminderd.

Tabel 70 Belastingvorderingen uitgesplitst naar belastingsoort (bedragen € x 1 mld.)
 

Ultimo 2025

Ultimo 2024

Vennootschapsbelasting

12,4

18,0

Inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen

13,5

12,2

Omzetbelasting

9,5

9,6

Loonbelasting/premies volksverzekeringen

8,0

8,9

Erf- en schenkbelasting

1,2

0,9

Zorgverzekeringswet

0,9

0,8

Dividendbelasting

0,6

0,6

Overig

2,2

1,9

Totaal

48,3

52,9

Het volgende overzicht geeft aan in welk jaar de nog openstaande belastingvorderingen zijn ontstaan.

Figuur 9 - Ouderdom van de Belastingvorderingen (verdeling in procenten)

Een aanzienlijk deel van het totaal te vorderen bedrag zal waarschijnlijk niet inbaar zijn. Van de openstaande belastingvorderingen is bij 80% de uiterste betaaldatum verstreken. Hiervan wordt 14% betwist, bijvoorbeeld vanwege ingediende bezwaarschriften. Ook veel niet-betwiste, maar achterstallige vorderingen zijn mogelijk niet of moeilijk inbaar, bijvoorbeeld door faillissementen.

Eind 2025 bedroeg het verruimde uitstel van betaling als gevolg voor Corona voor de belangrijkste belastingen € 4,0 mld. Bij een deel van de coronaschulden is het uitstel van betaling beëindigd, omdat belastingplichtigen niet aan de verplichtingen van de betalingsregeling voldeden. Op deze schuld (ultimo 2025 een openstaand bedrag van 2,7 miljard) is het normale invorderingsproces van toepassing. Ultimo 2025 was ruim 1,1 miljard van de oorspronkelijke coronaschuld afgeboekt als oninbaar.Bij de Voorjaarsnota 2025 is geraamd dat ongeveer € 3,5 miljard van het oorspronkelijke corona-uitstel uiteindelijk niet afgelost wordt.

De Belastingdienst en Douane boeken vorderingen die niet meer te innen zijn als oninbaar en nemen dan geen invorderingsmaatregelen meer, hoewel invordering tot verjaring mogelijk blijft. Bij latere betaling of verrekening wordt het bedrag alsnog afgeboekt. In 2025 bedroeg het nettobedrag aan als oninbaar geboekte vorderingen, inclusief gerealiseerde afboekingen, € 1,6 mld.

Tabel 71 Verloop van de belastingvorderingen (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2025

Ultimo 2024

Ultimo vorig jaar

52.918.380

52.253.446

Ontstane rechten

151.177.831

138.618.536

Vervallen rechten

‒ 155.798.446

‒ 137.953.602

Totaal

48.297.765

52.918.380

Tabel 72 Opeisbaarheid van de belastingvorderingen (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2025

Ultimo 2024

Reguliere belastingvorderingen Belastingdienst

43.682.289

48.482.275

Reguliere belastingvorderingen Douane

1.240.116

1.165.092

Rechten BCN

75.048

63.693

Conserverende aanslagen Inkomstenbelasting/Premies volksverzekeringen

3.250.317

3.175.752

Conserverende aanslagen Erf- en schenkbelasting

49.995

31.568

Totaal

48.297.765

52.918.380

Dit betreft het nominale bedrag van de in de debiteurenadministraties van de Belastingdienst en de Douane geregistreerde openstaande invorderingsopdrachten, gecorrigeerd voor de betalingen die ultimo 2025 waren ontvangen maar nog niet waren verwerkt in de debiteurenadministraties. Van de totale € 48,3 mld. zijn de conserverende aanslagen, € 3,3 mld., niet direct invorderbaar.

Vorderingen DRZ (Domeinen Roerende Zaken)

De vorderingen (rechten) van € 13,0 mln. ultimo 2025 hebben betrekking op de periode tot en met 2027. Dit betekent dat de vorderingen in de jaren 2026-2027 worden ontvangen. De vorderingen van DRZ bestaan voor 93,5% uit verkopen van militair strategische roerende zaken. In 2025 is door DRZ € 12,9 mln. aan betalingen ontvangen voor militair strategische goederen van Defensie.

De ouderdom (jaar van herkomst) van de vorderingen DRZ is als volgt:

Tabel 73 Ouderdom van de vorderingen DRZ (bedragen x € 1.000)

Ontstaan vóór 2022

9.088

Ontstaan in 2022

0

Ontstaan in 2023

0

Ontstaan in 2024

0

Ontstaan in 2025

3.939

Totaal

13.027

Overige

Financiën heeft nog een vordering op de Nederlandse Loterij vanwege de te ontvangen afdrachten over het 4e kwartaal. Het gaat om € 39,1 mln. over 2025.

10. Vorderingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Tabel 74 Vorderingen per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
  

31-12-2025

31-12-2024

Lening Griekenland

1.591.194

1.912.295

Lening Oekraïne

 

200.000

200.000

Lening Tennet

 

25.000.000

13.100.000

Lening hybride kapitaal Wereldbank: IBRD

62.546

69.746

Geconsolideerde vorderingen exportkredietverzekering

465.585

289.721

Overige vorderingen exportkredietverzekering

477.744

563.721

Overige

26.005

43.266

Totaal

 

27.823.075

16.178.748

Leningen Griekenland, Oekraïne, TenneT en IBRD

De verstrekte leningen worden toegelicht in paragraaf 4.4 Overzicht van Risicoregelingen.

Geconsolideerde vorderingen exportkredietverzekering

Het grootste deel van de geconsolideerde vorderingen (€ 466 mln., excl. consolidatierente) valt onder consolidatie-overeenkomsten van de Club van Parijs. Vorderingen begrepen in consolidatie-overeenkomsten zijn door landen erkende schulden waar een betalingsregeling voor geldt en kunnen derhalve worden beschouwd als recuperabel. In 2025 is € 129 mln. aan overige vorderingen voor Sri Lanka administratief omgezet naar geconsolideerde vorderingen.

Overige vorderingen exportkredietverzekeringen

De overige vorderingenstand EKV daalt in 2025 met € 86,0 mln. Dit komt door nieuwe vorderingen na schade-uitkeringen, het afsluiten van schadedossiers zonder recuperatiemogelijkheid, ontvangen restituties en wisselkoersbijstellingen.

Overige vorderingen

De overige vorderingen dalen met circa € 18,8 mln. Dit is grotendeels het gevolg van vervallen van een voorwaardelijke vordering van € 22,5 mln. die te maken had met de verkoop van Propertize (onderdeel van SNS Reaal) in 2016. Dit bedrag zou worden uitgekeerd als aan bepaalde voorwaarden zou worden voldaan die samenhingen met de liquidatie van een vastgoedproject. De vordering is buiteninvordering gesteld vanwege de liquidatie van de betrokken entiteit waardoor niet aan de voorwaarden kan worden voldaan.124 Daartegenover staat een stijging van de overige vorderingen door de toename van de vordering in het BTW-compensatiefonds (toename € 4,7 mln.).

Niet uit de balans blijkende vordering

Tot de voorwaardelijke vorderingen behoort het saldo van de Maintenance Of Value-posities (MOV) bij internationale instellingen. Dit houdt in dat aandeelhouders verplicht zijn om onder bepaalde voorwaarden de waarde van hun oorspronkelijke kapitaalinleg te waarborgen. In 2025 bedroeg het MOV-saldo € 50,0 mln. Door wisselkoersschommelingen kan dit saldo een vordering of verplichting zijn. De aandeelhouders hebben besloten voorlopig geen MOV-uitkeringen te doen, zodat geen financiële transacties plaatsvinden tenzij dit besluit wordt herzien.

Ouderdomsoverzicht van de vorderingen

De ouderdom van de vorderingen exclusief de geconsolideerde en overige vorderingen exportkredietverzekeringen, is als volgt:

Tabel 75 Ouderdom van de vorderingen (bedragen x € 1.000)

Ontstaan voor 2022

1.603.646

Ontstaan in 2022

200.396

Ontstaan in 2023

15.519

Ontstaan in 2024

13.148.358

Ontstaan in 2025

11.911.827

Totaal

 

26.879.745

Opeisbaarheid van de vorderingen

Het volgend overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de vorderingen.

Tabel 76 Opeisbaarheid van de vorderingen (bedragen x € 1.000)

Direct opeisbare vorderingen

959.074

Op termijn opeisbare vorderingen

26.864.001

Geconditioneerde vorderingen

0

Totaal

 

27.823.075

11. Schulden

Onder schulden zijn posten opgenomen die zijn voortgekomen uit ontvangsten ten gunste van de begroting. De begroting IXB van het ministerie van Financiën heeft geen schulden.

12. Voorschotten

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Tabel 77 Voorschotten (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2025

Ultimo 2024

Herverzekering leverancierskredieten

‒ 21.675

‒ 90.207

Btw-compensatiefonds

158.276

157.703

Overige

335.507

319.288

Totaal

472.108

386.785

Herverzekering leverancierskredieten

De in 2025 en eerdere jaren betaalde en ontvangen bedragen in het kader van de herverzekering leverancierskredieten hebben een voorlopig karakter. Daarom is het saldo van de betaalde en ontvangen bedragen als voorschot opgenomen. Aangezien er tot zover meer is ontvangen dan betaald, leidt dit tot een negatief voorschotbedrag van per saldo € 21,7 mln. De stand van het negatieve voorschot is afgenomen ten opzichte van ultimo 2024, doordat bedragen (deels) definitief zijn vastgesteld. Deze vaststelling betreft zowel de uitgaven als de ontvangsten.

Btw-compensatiefonds

Dit zijn voorschotten die betrekking hebben op bijdragen aan gemeenten en regionale openbare lichamen.

Overige voorschotten

Voor € 112 mln. betreft het ambtshalve voorschotten uitbetaald op de evenredige bijdrage verdeling. Deze voorschotten zijn uitbetaald aan burgers bij wie meer dan het maximum aan inkomensafhankelijke bijdrage in het kader van de zorgverzekeringswet is ingehouden.

Daarnaast betreft dit voor ruim € 138 mln. voorschotten programmakosten Toeslagen (herstelregelingen). Een groot deel daarvan zijn voorschotten voor de uitvoering en de betaling van de private schuldenregeling. Het volledige bedrag wordt als voorschot aangemerkt, totdat de besteding is gecontroleerd door de accountant van SBN (Sociaal Banken Nederland). Deze controle vindt plaats na afsluiting van de jaarrekening van het ministerie van Financiën. Daarnaast heeft bevoorschotting plaatsgevonden aan de Stichting Gelijkwaardig Herstel in verband met de uitvoering van de aanvullende schaderoutes en aan Radar met betrekking tot de gedupeerde ouders die in het buitenland wonen.

Ook is er in 2024 circa € 25 mln. bijdrage verleend aan de Crisis Response Sepcial Fund. Deze stelt de EBRD in staat een deel van het risico af te dekken van projecten die de EBRD in het kader van voedselzekerheid in Oekraïne uitvoert. Deze bijdrage kan binnen een periode van zeven jaar steeds opnieuw worden ingezet voor investeringen in de voedselsector. Na deze zeven jaar volgt de definitieve eindafrekening. De overige circa € 39 mln. bestaat uit diverse kleinere voorschotten.

Het volgende overzicht geeft inzicht in de ouderdom van de voorschotten, waarvan de uitgaven reeds in het jaar van verstrekking ten laste van de begroting zijn gebracht. Tevens is aangeven welk deel in 2025 tot afrekening is gekomen.

Tabel 78 Verloop en ouderdom van de voorschotten (bedragen x € 1.000)
 

Saldo

Verstrekt 2025

Afgerekend 2025

Saldo

1-1-2025

31-12-2025

vóór 2022

461

0

143

318

2022

801

0

657

144

2023

‒ 155.534

0

‒ 180.655

25.121

2024

541.056

80

495.589

45.547

2025

0

475.237

74.258

400.978

Totaal

386.785

475.317

389.993

472.108

13. Garantieverplichting

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Tabel 79 Garantieverplichtingen (bedragen x € 1.000)

Artikel

 

Uitstaande Garanties 2024

Verleend 2025

Uitgaven 2025

Vervallen 2025 (oude jaren)

Uitstaande garanties 2025

1

Belastingen

67

18

18

27

40

2

Financiële markten

9.407.427

0

0

72.192

9.335.235

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

15.408.234

49.815.421

0

5.500

65.218.156

4

Internationale financiële betrekkingen

170.555.364

16.746.118

32.868

3.402.615

183.866.000

5

Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen

17.540.563

3.370.913

108.740

6.116.611

14.686.125

  

212.911.655

69.932.470

141.625

9.596.944

273.105.556

Bovenstaande tabel bevat het totaal van de interne garanties met betrekking tot schatkistbankieren door de AFM en alle externe garantieverplichtingen uit hoofdstuk 4.4 Overzicht risicoregelingen. In de tabel risicoregelingen worden garanties met betrekking tot schatkistbankieren niet opgenomen.

In de kolom vervallen 2025 zijn de negatieve bijstellingen opgenomen die hebben geleidt tot vrijval. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften is de realisatie in de verantwoordingsstaat en de budgettaire tabellen van beleid hiervoor gecorrigeerd.

14. Andere verplichtingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Tabel 80 Andere verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Saldo per01-01-2025

Aangegaan in 2025

Negatieve bijstellingen in 2025

Betalingen in 2025

Saldo per31-12-2025

1. Belastingen

899.795

4.105.141

0

‒ 4.058.720

946.216

2. Financiële Markten

776

28.567

‒ 164

‒ 27.937

1.242

3. Financiering publiek private sector

13.931.321

11.603.970

‒ 847

‒ 12.503.315

13.031.128

4. Internationale financiële betrekkingen

1.354.542

956.155

‒ 7.752

‒ 715.858

1.587.086

5. Exportkredietverzekering

10.394

164.199

‒ 10.394

‒ 164.164

35

8. Apparaatsuitgaven

159.320

466.024

‒ 12.914

‒ 469.940

142.491

9. Douane

62.513

905.134

‒ 270

‒ 924.845

42.533

13. Toeslagen

374.081

1.475.103

‒ 5.042

‒ 1.590.636

253.507

Totaal

16.792.741

19.704.296

‒ 37.382

‒ 20.455.415

16.004.238

Andere verplichtingen

Bovenstaande tabel geeft inzicht in het verloop van de andere verplichtingen. De kolom «Aangegaan in 2025» bevat alle aangegane verplichtingen en positieve en negatieve bijstellingen op verplichtingen in 2025.

In de kolom negatieve bijstellingen in 2025 zijn de negatieve bijstellingen opgenomen die hebben geleidt tot vrijval. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften is de realisatie in de verantwoordingsstaat en de budgettaire tabellen van beleid hiervoor gecorrigeerd.

Omdat het voor de Belastingdienst, Douane en Toeslagen (regulier) niet mogelijk is om makkelijk technisch onderscheid te maken tussen technische bijstellingen en bijstellingen waar sprake is van vrijval is conform de rijksbegrotingsvoorschriften een analyse gemaakt van de negatieve bijstellingen groter dan € 25 mln. Er zijn geen bijstellingen groter dan € 25 mln. Daarom zijn voor Belastingdienst, Douane en Toeslagen (regulier) alle negatieve bijstellingen gesaldeerd opgenomen in de aangegane verplichtingen.125

Niet in de balans opgenomen andere verplichtingen

In 2025 zijn er geen andere verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen.

Niet uit de saldibalans blijkende financiële risico’s voortkomend uit lopende juridische procedures

In 2025 zijn er geen juridische procedures die een significante impact kunnen hebben op de financiële positie van het ministerie van Financiën die conform de definitie in de Rijksbegrotingsvoorschriften moeten worden vermeld. Vertrouwelijke juridische procedures en procedures over belastingopbrengsten zijn hiervan uitgezonderd en worden hier niet vermeld.126

15. Deelnemingen

De post deelnemingen bestaat uit de aandelen in Nederlandse ondernemingen en de aandelen in internationale instellingen. De deelnemingen zijn als volgt gewaardeerd:

  • Nederlandse ondernemingen: op basis van de historische aanschafwaarde. Voor TenneT, DNB en N.V. Luchthaven Schiphol zijn de historische aanschafwaarden onbekend. Deze zijn opgenomen tegen de nominale waarde.

  • Internationale instellingen: op basis van de historische aanschafwaarde tegen de wisselkoers per 31 december 2025. Voor het restant dat niet als deelneming is opgenomen, is een garantieverplichting verstrekt (callable capital), die onder saldibalanspost 13 is opgenomen.

De deelnemingen kunnen als volgt gespecificeerd worden. In de tweede kolom van het overzicht is het deelnemingspercentage ultimo 2025 vermeld.

Tabel 81 Deelnemingen (bedragen x € 1.000)
 

Aandeel in %

Ultimo 2025

Ultimo 2024

Nederlandse ondernemingen

   

ABN AMRO GROUP N.V.

27,5

5.957.325

8.340.255

N.V. Nederlandse Gasunie

100,0

10.067.312

10.067.312

TenneT Holding N.V.

100,0

4.722.000

4.722.000

ASN Bank N.V.

100,0

2.700.000

2.700.000

SRH N.V.

100,0

2.200.000

2.200.000

N.V. Nederlandse Spoorwegen

100,0

1.012.265

1.012.265

Air France-KLM S.A.

9,1

954.996

954.996

De Nederlandsche Bank N.V.

100,0

500.000

500.000

Havenbedrijf Rotterdam N.V.

29,2

462.667

462.667

Invest-NL

100,0

1.260.000

930.000

Invest International

51,0

833.000

689.000

Nederlandse Loterij B.V.

99,0

78.273

78.273

BNG Bank N.V.

50,0

69.613

69.613

Royal Schiphol Group N.V.

69,8

58.937

58.937

Stedin

11,8

500.000

500.000

Overige

div.

56.653

73.209

Subtotaal Nederlandse ondernemingen

 

31.433.041

33.358.527

    

Internationale instellingen

   

European Stability Mechanism (ESM)

5,6

4.559.860

4.559.860

European Investment Bank (EIB)

5,2

1.155.143

1.155.143

International Finance Corporation (IFC)

2,2

467.561

528.813

Internat. Bank of Reconstr. and Development (IBRD)

1,9

404.596

457.599

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

1,1

175.574

198.575

European Bank for Reconstr. and Development (EBRD)

2,7

255.290

255.290

Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)

1,8

6.681

7.556

European Financial Stability Facility (EFSF)

5,7

1.625

1.625

Subtotaal internationale deelnemingen

 

7.026.330

7.164.461

    

Totaal deelnemingen

 

38.459.371

40.522.988

ABN AMRO GROUP N.V.

Na de verkrijging van ABN AMRO in 2008 is steeds het tijdelijke karakter van het staatsaandeelhouderschap benadrukt. In 2015 is de eerste stap gezet met de beursgang en sindsdien is het staatsbelang verder afgebouwd. In 2025 is het staatsbelang teruggebracht tot 27,5%. Dit belang is in bovenstaande tabel gewaardeerd tegen de oorspronkelijke aankoopprijs. Op 9 september 2025 is de Tweede Kamer geïnformeerd dat het staatsbelang van de staat in ABN AMRO verder wordt afgebouwd tot circa 20%.127

Invest International en Invest-NL

De mutaties zijn het gevolg van kapitaalstortingen. In de zeggenschap hebben geen wijzigingen plaatsgevonden. Bij Invest International betreft dit een totale kapitaalstorting van € 144 mln. en bij Invest-NL € 330 mln.

Wereldbank (IBRD, IFC, MIGA)

De deelnemingen worden bijgesteld o.b.v. de wisselkoers van de USD ten opzichte van de euro. De aandelenpercentages van IBRD en IFC zijn tevens gewijzigd.

AIIB

De deelneming is bijgesteld op basis van de wisselkoers van de USD ten opzichte van de euro.

Overige

De post overige deelnemingen is met € 16,55 mln. afgenomen als gevolg van een aanpassing van de waardering van de deelneming Ultra-Centrifuge Nederland N.V. omdat de deelneming per ultimo 2024 abusievelijk hoger was gewaardeerd dan de oorspronkelijke aankoopprijs. Dit is puur een administratieve aanpassing, er hebben geen mutaties plaatsgevonden in het aandelenbelang in Ultra Centrifuge Nederland N.V..

124

Kamerstukken II 2015-2016, 33 532, nr. 60.

125

Met uitzondering van twee kleine negatieve bijstellingen voor Douane en Toeslagen ter voorkoming van een negatieve realisatie op subartikelonderdelen.

126

In het Financieel Jaarverslag Rijk 2025 wordt in paragraaf ingegaan op de toezegging om over juridische procedures omtrent belastingontvangsten te rapporteren.

127

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 31789, nr. 118.

10. WNT-verantwoording 2025 - Ministerie van Financiën

Het geldende normenkader is te vinden via www.topinkomens.nl, daarbij gaat het onder meer om: de Wet normering topinkomens (WNT), het Uitvoeringsbesluit WNT, de Uitvoeringsregeling WNT, de Regeling Controleprotocol WNT 2025 en de Beleidsregels WNT 2025. Hier kan men ook terecht voor de antwoorden op veelgestelde vragen en een overzicht van de geldende bezoldigingsmaxima. Het algemeen bezoldigingsmaximum zoals dat is opgenomen in art. 2.3 van de WNT bedraagt in 2025 € 246.000.

De geldende wet- en regelgeving is leidend.

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Tabel 82 Bezoldiging van topfunctionarissen

Naam instelling

Naam topfunctionaris

Functie(s) (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum aanvang functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum einde functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender-mnd; >12 kalender-mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Individueel toepasselijk bezoldigings-maximum (+ tussen haakjes bedrag 2024)

Motivering en bedrag (indien overschrijding)

CEA

Mw. Mr. H.G.M. van Oldeniel

Voorzitter (voorzitter)

01-01-2025 (01-01-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,200 (0,200)

   

37.870 (32.766)

49.200 (46.600)

 

CEA

Dhr. M. van Giessen AA

Vicevoorzitter (vicevoorzitter)

01-01-2025 (01-01-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,080 (0,080)

   

17.996 (12.161)

19.680 (18.640)

 

CEA

Dhr. H.D. Rijkse AA

Lid (lid)

01-01-2025 (01-01-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,080 (0,080)

   

10.836 (8.712)

19.680 (18.640)

 

CEA

Dhr. Prof. dr. A.J. Brouwer RA

Lid (lid)

01-01-2025 (01-01-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,080 (0,080)

   

11.030 (12.614)

19.680 (18.640)

 

CEA

Mw. E.M. van der Velden AA

Lid (lid)

01-01-2025 (01-01-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,080 (0,080)

   

15.480 (11.616)

19.680 (18.640)

 

CEA

Dhr. Prof. Dr. O.P.G. Bik RA

Lid (lid)

01-01-2025 (01-01-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,080 (0,080)

   

11.997 (9.983)

19.680 (18.640)

 

CEA

R. de Groot RA

Lid (lid)

01-01-2025 (01-09-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,080 (0,080)

   

14.319 (6.080)

19.680 (6.213)

 

CEA

Dhr. C.P.J.M. Bongers MSc

Secretaris (secretaris)

01-01-2025 (01-01-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1,000 (1,000)

 

155.058 (141.675)

28.468 (25.946)

183.527 (167.622)

246.000 (233.000)

 
Tabel 83 Bezoldiging topfunctionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd, maar die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar worden aangemerkt als topfunctionaris

Naam instel-ling

Naam topfunctionaris

Huidige functie functionaris

Datum aanvang functievervulling 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum einde functievervulling in 2025 (+tussen haakjes gegevens van 2024)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalen-der-mnd; >12 kalender-mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Indivi-dueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (+ tussen haakjes bedrag 2024)

Moti-vering en bedrag (indien overschrijding)

Aange-merkt als topfunctionaris tot uiterlijk (datum)

Functie als topfunctionaris (+ indien van toepassing bij welk ander organisatieonderdeel van de Staat)

              
Tabel 84 Cumulatie van dienstbetrekkingen als leidinggevend topfunctionaris

Naam topfunctionaris

Naam andere WNT-instelling(en) in 2025 (+ tussen haakjes naam andere WNT instelling(en) in 2024)

Datum aanvang functievervulling (+ tussen haakjes gegevens 2024)

Gecumuleerde totale bezoldiging bij alle WNT-instellingen (+ tussen haakjes de gegevens van 2024)

Het algemene bezoldigingsmaximum dan wel een voor de dienstbetrekking van toepassing zijnde hoger bezoldigingsmaximum (+ tussen haakjes de gegevens van 2024)

Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

Motivering en bedrag bij overschrijding

Mw. Mr. H.G.M. van Oldeniel

ROC van Twente en CDHO (ROC van Twente en CDHO)

01-01-2025 (01-01-2024)

68.935 (63.561)

104.550 (99.025)

  
Tabel 85 Bezoldiging van niet-topfunctionarissen boven het individueel toepasselijk drempelbedrag

Naam instelling

Functie(s)

Omvang dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Individueel toepasselijk drempelbedrag in 2025 (+ tussen haakjes bedrag 2024)

Motivering

...

       
Tabel 86 Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt

Naam instelling

Naam topfunctionaris

Laatste functie(s)

Datum beëindiging dienstverband

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 mnd; >12 mnd)

Betaalde uitkeringen in 2025

Individueel toepasselijke maximale ontslaguitkering

Motivering en bedrag (indien overschrijding)

...

       

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2025 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Toezichtrelaties zelfstandige bestuursorganen (ZBO's) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's)

Tabel 87 Overzichtstabel ZBO’s en RWT’s van Ministerie van Financiën (bedragen x € 1.000)1

Naam ZBO/RWT

Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

AFM

737

636

0

0

Nee

Bijzonderheden

 
 

DNB

2.112

1.883

0

0

Nee

Bijzonderheden

 
 

CEA

0

0

0

0

Nee

Bijzonderheden

 
 

Waarderingskamer

2.489

2.506

0

0

Nee

Bijzonderheden

 
 

NLFI

5.169

3.773

0

0

Ja

Bijzonderheden

Dit zijn voorlopige cijfers. In afwachting van de jaarrekening 2025 van NLFI.

 

Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars

0

0

0

0

Ja

Bijzonderheden

Dit zijn voorlopige cijfers. In afwachting van de jaarrekening 2025 van het Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars

 

Stichting Waarborgfonds Motorverkeer

0

0

nnb

nnb

Ja

Bijzonderheden

In afwachting van de jaarrekening 2025 van Stichting Waarborgfonds Motorverkeer

1

De RWT’s Stichting Beleggers Compensatiefonds, Nat. Resolutiefonds en het Depositogarantiefonds worden door DNB uitgevoerd en vallen onder de begroting van DNB. Omdat het ministerie van Financiën hier geen aparte sturingsrelatie mee heeft zijn deze niet opgenomen in bovenstaande tabel.

Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Deze bijlage geeft een overzicht van de uitkomsten van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) in de begroting 2025. De tabellen geven de afronding van periodieke rapportages en beleidsdoorlichtingen over de afgelopen zeven jaar schuingedrukt weer. Voor overige SEA-evaluaties is de gerapporteerde termijn vier jaar. Bij elke afgeronde evaluatie is een verwijzing opgenomen naar de bijbehorende Kamerbrief of eindrapportage.

Tabel 88 Uitkomsten SEA thema 1: Solide overheidsfinanciën

Uitkomsten SEA-thema 1: Solide overheidsfinanciën

a. Effectief en efficiënt begrotingsbeleid en begrotingsbeheer

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Beleidsdoorlichting Begrotingsbeleid

Beleidsdoorlichting

2023

Afgerond

n.v.t.

Kamerstuk 36410, nr. 86

Beleidsdoorlichting BTW-compensatiefonds

Beleidsdoorlichting

2021

Afgerond

6

Kamerstuk 31935, nr. 74

Beleidsdoorlichting Begrotingsbeleid

Beleidsdoorlichting

2020

Afgerond

n.v.t.

Kamerstuk 35570, nr. C

Evaluatie Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV)

Ex-post evaluatie

2026

Uitstel1

n.v.t.

n.v.t.

Evaluatie Regeling Audit Committees van het Rijk

Ex-post evaluatie

2026

Anders2

n.v.t.

n.v.t.

Evaluatie factsheets brede welvaart

Ex-durante evaluatie

2025

Anders3

n.v.t.

n.v.t.

Vervolgonderzoeken n.a.v. de beleidsdoorlichting Btw-compensatiefonds

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

n.v.t.

Link naar onderzoek

Evaluatie Regeling Financieel Beheer

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

n.v.t.

Link naar onderzoek

Evaluatie regeling vaststelling aanwijzingen voor subsidieverstrekking (uniform subsidiekader)

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

n.v.t.

Link naar onderzoek

17e Studiegroep Begrotingsruimte

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

n.v.t.

Kamerstuk 36410, nr. 86

Evaluatie Comptabiliteitswet 2016

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

n.v.t.

Kamerstuk 33670, nr. 16

Evaluatie beleidskeuzes uitgelegd (nieuwe werkwijze CW 3.1)

Ex-durante evaluatie

2023

Afgerond

n.v.t.

Kamerstuk 31865, nr. 231

Project-evaluatie Verslaggevingsstelsel (AVRo)

Ex-durante evaluatie

2022

Afgerond

n.v.t.

Kamerstuk 31865, nr. 209

Evaluatie eerste ervaringen SEA

Ex-durante evaluatie

2022

Afgerond

n.v.t.

Kamerstuk 31865, nr. 206

b. Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Periodieke rapportage Schuldfinanciering4

Periodieke rapportage

2025

Afgerond

11

Kamerstuk 31935, nr. 93

Beleidsdoorlichting Artikel 11 Financiering staatsschuld

Beleidsdoorlichting

2019

Afgerond

11

Kamerstuk 31935, nr. 61

Analyse doeltreffendheid en doelmatigheid van financiering staatsschuld

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

11

Kamerstuk 31935, nr. 93

c. Optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingen

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Periodieke rapportage Kasbeheer5

Periodieke rapportage

2024

Afgerond

12

Kamerstuk 31935, nr. 89

Beleidsdoorlichting Artikel 12 Schatkisbankieren en betalingsverkeer Rijk

Beleidsdoorlichting

2019

Afgerond

12

Kamerstuk 31935, nr. 62

1

De afronding van deze evaluatie wordt verwacht in 2026. In 2025 is besloten de RBV niet jaarlijks, maar eens in de drie jaar inhoudelijk te herzien. Deze vereenvoudiging is vooruitlopend op de evaluatie uitgewerkt en doorgevoerd, waardoor de evaluatie later is gestart dan eerder voorzien.

2

De evaluatie zelf is reeds afgerond. Deze wordt begin 2026 naar de Kamer verzonden.

3

De evaluatie factsheets brede welvaart is van de SEA gehaald. De factsheets brede welvaart worden onafhankelijk opgesteld door het CBS. Een evaluatie vanuit het ministerie van Financiën is daarom niet van toepassing.

4

Deze periodieke rapportage staat in de begroting onder de titel 'b. Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico'.

5

Deze periodieke rapportage staat in de begroting onder de titel 'c. Optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingen'.

Tabel 89 Uitkomsten SEA thema 2: Economie en vestigingsklimaat

Uitkomsten SEA-thema 2: Economie en vestigingsklimaat

a. Het borgen van publieke belangen via het aandeelhouderschap op een zo efficiënt mogelijke wijze

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Beleidsdoorlichting Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Beleidsdoorlichting

2020

Afgerond

3

Kamerstuk 31935, nr. 67

Evaluaties aandeelhouderschappen Air France-KLM, KLM, Schiphol

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

3

Kamerstuk 28165, nr. 467

Evaluatie aandeelhouderschap FMO

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

3

Kamerstuk 28165, nr. 461

Evaluaties aandeelhouderschappen COVRA en Thales

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

3

Kamerstuk 28165, nr. 446

Evaluatie aandeelhouderschap NS

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

3

Kamerstuk 28165, nr. 428

Evaluaties aandeelhouderschappen Holland Casino en Nederlandse Loterij

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

3

Kamerstuk 28165, nr. 395

b. Evaluatie crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI's en Europese instellingen

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie crisismaatregelen COVID-19 pandemie IFI's en Europese instellingen

Periodieke rapportage

2025

Afgerond

4

Kamerstuk 31935, nr. 91

c. Exportkredietverzekering

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Beleidsdoorlichting Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen 2016-2021

Beleidsdoorlichting

2023

Afgerond

5

Kamerstuk 31935, nr. 82

Beleidsevaluatie beëindigen steun fossiele energiesector (COP26-verklaring)

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

5

Kamerstuk 26485, nr. 438

Evaluatie crisismaatregelen herverzekering leverancierskredieten

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

5

Kamerstuk 35433, nr. 13

Tabel 90 Uitkomsten SEA thema 3: Financiële sector

Uitkomsten SEA-thema 3: Financiële sector

a. Stabiele, integere en betrouwbare financiële markten

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Periodieke rapportage Stabiele, integere en betrouwbare financiële markten

Periodieke rapportage

2026

Uitstel1

2

n.v.t.

Beleidscyclus beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering

Ex-post evaluatie

Doorlopend

Anders2

2

n.v.t.

Gedragsaspecten van sparen

Ex-ante evaluatie

2026

Uitstel3

2

n.v.t.

Evaluatie garantieregeling WAKO (kernongevallen)

Ex-post evaluatie

2026

Uitstel4

2

n.v.t.

Evaluatie Wet toezicht trustkantoren

Ex-post evaluatie

2026

Uitstel5

2

n.v.t.

Evaluatie van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants

Ex-ante evaluatie

2026

Uitstel6

2

n.v.t.

Evaluatie FEC

Ex-post evaluatie

2026

Anders7

2

n.v.t.

Evaluatie Wet transparantie toezicht financiële markten

Ex-post evaluatie

2026

Anders8

2

n.v.t.

Koppelverkoop van spaar- en betaalrekeningen

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

2

Link naar onderzoek

Evaluatie van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

2

Kamerstuk 33 964, nr 48

Evaluatie garantieregeling NHT

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

2

Kamerstuk 28 165, nr 463

Evaluatie vorm en juridische kaders College Deskundigheid Financiele dienstverlening

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

2

Kamerstuk 29507, nr. 163

Strategische analyse Wijzer in geldzaken

Ex-durante evaluatie

2023

Afgerond

2

Link naar onderzoek

Evaluatie implementatiewet vijfde anti-witwasrichtlijn (AMLD5)

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

2

Kamerstuk 31477, nr. 88

Onderzoek ontwikkelingen in de markt voor uitvoering premieregelingen

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

2

Kamerstuk 32043, nr. 607

Beleidsevaluatie anti-omkoping

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

5

Kamerstuk 35925-IX, nr. 39

1

Deze evaluatie is vertraagd. De afronding en aanbieding aan de onderraden wordt binnenkort verwacht.

2

Dit betreft een doorlopend onderzoek. Aankomende jaren zal er weer een NRA worden uitgevoerd.

3

Door personeelswisselingen bij de uitvoerende partij is er vertraging opgelopen. Afronding wordt verwacht in 2026.

4

De laatste checks van deze evaluatie zijn gaande. Het is nog niet zeker wanneer deze naar de Kamer gaat, ambtelijke afstemming vindt plaats.

5

Deze evaluatie zal begin 2026 worden afgerond.

6

De startdatum van de evaluatie is in verband met herprioritering vooruitgeschoven.

7

Deze evaluatie komt te vervallen op de SEA van het ministerie van Financiën. Dit onderzoek wordt nu door het ministerie van Justitie en Veiligheid uitgevoerd en in 2026 afgerond.

8

Het onderzoek zelf is reeds afgerond. De evaluatie zal eind februari 2026 naar de Kamer worden gestuurd.

Tabel 91 Uitkomsten SEA thema 4: Fiscaal beleid

Uitkomsten SEA thema 4: Fiscaal beleid

a. Vereenvoudiging belastingstelsel - aanpak fiscale regelingen

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Beleidsdoorlichting Fiscale Regelingen

Beleidsdoorlichting

2020

Afgerond

1

Kamerstuk 35300, nr. 79

Algemeen/overig belastingstelsel

Monitoring van de openbaarmaking fiscale vergrijpboetes

Ex-durante evaluatie

2030

Uitstel1

1

n.v.t.

Evaluatie artikelen 3:4 en 3:5 van de Algemene douanewet

Ex-post evaluatie

2026

Anders2

1

n.v.t.

Onderzoek naar de fiscale positie van de Bijzondere invaliditeitsverhoging

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 31066, nr. 1499

Onderzoek teruggaaf bpm bij export

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32800, nr. 90

Onderzoek omzetten aftrekposten naar subsidies (focus EIA/MIA/Vamil)

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 36812 nr. 7

Evaluatie fiscale crisismaatregelen Corona

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 35420, nr. 539

Onderzoek belastingrente

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 202

Evaluatie KOA (kansspelen op afstand)

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 24557, nr. 244

Onderzoek naar de informatiebeschikking

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 33772, nr. 6

Evaluatie belastingstelsel BES-eilanden

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 34269, nr. 9

Evaluatie basisregistratie WOZ

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Onderzoek grondbelasting

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32847, nr. 1198

Onderzoek alternatieve wijze van bekendmaking van belastingaanslagen

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 31066, nr. 1433

Onderzoek digitaliseren aangifte bpm

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32800, nr. 88

Nadere analyse tarieven box 2 en box 3

Ex-durante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36418, nr. AM

Drempels belastingstelsel in kaart brengen

Ex-durante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36418, nr. 144

Onderzoek grenswerkers

Ex-durante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 25087, nr. 328

Second opinion analyse staatssteun amendement van Dijk

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Vereenvoudiging belastingstelsel

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 167

Onderzoek fiscaal onafhankelijke rechtshulp

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 31066, nr. 1264

Verkenning maatregel wet WOZ

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 29279, nr. 828

Monitoring crisismaatregelen corona

Ex-durante evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 35420, nr. 473

Nader onderzoek fiscale regelingen

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 140

Pilot toegevoegde waarde nationale impact assessment

Ex-ante evaluatie

2022

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Internationale vergelijking uitstel van betaling i.v.m. coronacrisis

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 31066, nr. 1067

Arbeid en inkomen

Monitor fiscale oplossing eenverdienersproblematiek

Ex-durante evaluatie

2027

Uitstel3

1

n.v.t.

Evaluatie artiesten- en beroepssportersregeling

Ex-post evaluatie

2026

Uitstel4

1

n.v.t.

Monitoring aandelenopties startups

Ex-durante evaluatie

2026

Uitstel5

1

n.v.t.

Mispercepties marginale druk en arbeidsaanbod

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140 nr. 281

Evaluatie werkkostenregeling

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 36602, nr. 163

Evaluatie faciliteiten en uitvoering ANBI's6

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 36600-IX, nr. 42

Quickscan vrijstelling uitkering wegens alimentatie

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 229

Quickscan vrijstelling uitkering wegens 25- of 40-jarig dienstverband en alimentatie

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 219

Evaluatie heffingskortingen/tariefsstructuur box 1

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 185

Evaluatie giftenaftrek

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36410-IX, nr. 42

Verkenning eenvoud in het belastingstelsel vanuit perspectief burger

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 36418, nr. 126

Evaluatie uitvoering toezichtplan arbeidsrelaties

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 31066, nr. 1094

Ondernemen en tegengaan belastingontwijking

Monitoren Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteit 2024

Ex-durante evaluatie

2026

Uitstel7

1

n.v.t.

Onderzoek e-facturatie: infrastructuur, binnenlandse e-facturatie en digitale rapportage

Ex-ante evaluatie

2026

Uitstel8

1

n.v.t.

Nader onderzoek belastingdruk multinationals: verschillen tussen fiscale en commerciële winstbepaling

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 31066 nr. 1524

Aanvullend onderzoek dividendstripping

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140 nr. 263

Evaluatie fiscale regelingen speur- en ontwikkelingswerk

Ex-durante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32637, nr. 670

Monitoring royalty, dividend en rentestromen FDI

Ex-durante evaluatie

2025

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Evaluatie fiscale regelingen IB-ondernemers

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 199

Evaluatie 30%-regeling, ETK-regeling en partiële buitenlandse belastingplicht

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36418, nr. 145

Onderzoek naar effecten maatregelen tegen belastingontwijking: generieke renteaftrekbeperking, aanvullende CFC-maatregel en maatregelen tegen hybride mismatches.

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 25087, nr. 343

Evaluatie verlaagde vpb tarief

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 220

Evaluatie innovatiebox

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36418 nr. 127

Onderzoek voor- en nadelen REIT-regime

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 196

Nader onderzoek belastingdruk multinationals: structureel verlieslatende bedrijven en betaalde belasting

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 31066, nr. 1328

Effectmeting bronbelasting

Ex-durante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 25087, nr. 320

Evaluatie fiscale regelingen bedrijfsopvolging

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 35925-IX, nr. 30

Nader onderzoek belastingdruk multinationals: het beperken van de aftrekbaarheid van aandeelhouders/-hoofdkantoorkosten en/of royalty's

Ex-durante evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 25087, nr. 294

Evaluatie verlaagd gebruikelijk loon dga’s startups

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Onderzoek fragmentatie Vpb door verlaagde tarief

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 36202, nr. 7

Evaluatie fiscale regelingen zeeschepen

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 31409, nr. 357

Vermogen

Onderzoek jaarlijkse vrijstelling schenkbelasting kinderen

Ex-durante evaluatie

2026

Uitstel8

1

n.v.t.

Evaluatie vrijstelling voorwerpen kunst en wetenschap box 3

Ex-post evaluatie

2026

Uitstel8

1

n.v.t.

Evaluatie anti-arbitragebepaling box 3

Ex-durante evaluatie

2025

Anders9

1

n.v.t.

Onderzoek actualisatie forfaits op basis van rekenrente en levensverwachting

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 224

Onderzoek naar de mogelijkheden om het vermogen in stichtingen in kaart te brengen

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 36600-IX, nr. 38

Evaluatie gebruikelijkloonregeling

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 36602, nr. 15

Onderzoek eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling kinderen en schenkingsvrijstelling dure studie

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 31066, nr. 1447

Onderzoek belastingdruk top 1%

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Onderzoek huurwaarderatio voor vastgoedbijtelling box 3

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 200

Burgerpanelonderzoek vastgoedbijtelling box 3

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 205

Advies juridische houdbaarheid vastgoedbijtelling box 3

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 205

Verkenning naar vrijstellingen overdrachtsbelasting

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 36410, nr. 79

Effect CA-maatregelen voor vastgoed investeerders

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 27926, nr. 374

Onderzoek naar een huurregister

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 27926, nr. 376

Vervolgonderzoek BOR

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 32637, nr. 570

Evaluatie Vpb vrijgestelde en fiscale beleggingsinstelling

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 130

Onderzoek naar brede vermogensbelasting incl vastgoed (relatie met IBO)

Ex-ante evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 35925-IX, nr. 38

IBO vermogensverdeling

Ex-ante evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 35925-IX, nr. 38

Onderzoek actualisatie leegwaarderatio verhuurde woningen

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 132

Onderzoek kostenforfait box 3

Ex-ante evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 170

Wonen, gezond, en consumptie

Onderzoeken eigenwoningregeling

Ex-durante evaluatie

2026

Uitstel10

1

n.v.t.

Evaluatie verlaagd tarief accijns kleine bierbrouwerijen

Ex-post evaluatie

2026

Uitstel8

1

n.v.t.

Vervolgonderzoek vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor taakoverdrachten tussen verenigingen en ANBI's

Ex-ante evaluatie

2026

Uitstel11

1

n.v.t.

Vervolgonderzoek vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor Wijkontwikkelingsmaatschappij (WOM)

Ex-ante evaluatie

2026

Uitstel12

1

n.v.t.

Actualiseren dieetkostentabel

Periodieke evaluatie

2025

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Vervolgonderzoek btw-isolatiewerkzaamheden

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 266

Vervolgonderzoek btw genees- en hulpmiddelen

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 266

Onderzoek tariefdifferentiatie kansspelbelasting

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 24557, nr. 272

Impactanalyse gevolgen btw-verhoging logies

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 264

investeringsklimaat middenhuurwoningen

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 27926, nr. 405

Evaluatie vrijstellingen btw

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 253

Empty package survey tabaksaccijns

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32011, nr. 121

Monitoring gebruik startersvrijstelling overdrachtsbelasting

Ex-durante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 36602, nr. 5

Evaluatie differentiatie overdrachtsbelasting

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36602, nr. 5

Monitoring btw-nultarief zonnepanelen

Ex-durante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36418, nr. 142

Onderzoek naar de mogelijkheden voor een suikerbelasting

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 187

Evaluatie Brede Weersverzekering

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36410-XIV, nr. 102

Onderzoek Impact verhoging kansspelbelasting op publieke belangen

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36602, nr. 3

Onderzoek grenseffecten alcoholaccijns

Ex-durante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36418, nr. 151

Advies minimumverkoopprijs e-sigaretten

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32011, nr. 115

Monitoring btw op energie

Ex-durante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 36202, nr. 134

Evaluatie verlaagd btw-tarief alle goederen/diensten (incl. elektronische boeken)

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 151

Onderzoek de mogelijkheden voor een lager btw-tarief op groente en fruit

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 36202, nr. 139

Onderzoek grenseffecten tanken (rapportage 2)

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Evaluatie aftrek specifieke zorgkosten

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 35925-XVI, nr. 204

Onderzoek grenseffecten tanken

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 36202, nr. 81

Onderzoek invoering kleine ondernemersregeling btw

Ex-durante evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 35033, nr. 9

b. Verduurzaming van het belastingstelsel

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Klimaat

Evaluatie fiscale vrijstellingen bos en natuur

Ex-post evaluatie

2026

Uitstel8

1

n.v.t.

Evaluatie CO2-minimumprijs elektriciteitsopwekking

Ex-post evaluatie

2026

Uitstel8

1

n.v.t.

Evaluatie CO2-heffing industrie

Ex-post evaluatie

2026

Uitstel8

1

n.v.t.

Eindevaluatie klimaatakkoord mobiliteit

Ex-post evaluatie

2025

Anders13

1

n.v.t.

Quickscan Natuurschoonwet (NSW)

Ex-durante evaluatie

2025

Anders14

1

n.v.t.

Impactanalyse effecten rode diesel

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 28625, nr. 377

Effecten van een afstandsafhankelijke vliegbelasting

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 31396, nr. 7

Versmalling reikwijdte vermindering energie-belasting. Identificatie hoofdverblijven van huishoudens via LV WOZ en BAG

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 261

Beprijzing emissies gebouwde omgeving

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32813, nr. 1525

Beprijzing ETS2 industrie

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32813, nr. 1525

Onderzoek circulaire plastic heffing

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 278

Herijking CO2-heffing glastuinbouw

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32813, nr. 1536

Warmtebedrijven en energiebelasting extern onderzoek

Ex-durante evaluatie

2025

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Vervolgonderzoek EB-teruggaveregeling

Ex-post evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 228

Onderzoek naar verbeteringen voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) en de Millieu-investeringsaftrek (MIA) en het omzetten aftrekpost naar subsidie (focus EIA)

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 36812, nr. 7

Beprijzing veehouderij akkerbouw

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Impactanalyse afvalmaatregelen

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 36812, nr. 3

Lange termijn verkenning fiscaal stimuleringspakket elektrische voertuigen

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 32800 nr. 89

Monitoring stimulering elektrische auto’s ‘hand aan de kraan’

Ex-durante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32813, nr. 1406

Marktverkenning emissievrije bestelauto's

Ex-durante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 31305, nr. 467

Evaluatie afvalstoffenbelasting

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32813, nr. 1414

Evaluatie reisaftrek OV

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 23645, nr. 818

Evaluatie landbouwvrijstelling

Ex-post evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 36418, nr. 137

Onderzoek naar toekomstbestendige wetgeving en uitvoering energiebelasting

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32140, nr. 195

Analyse stapeling maatregelen mineralogische en mettalurgische sectoren

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32813, nr. 1414

Impactanalyse afbouw vrijstellingen (elektriciteitsopwekking (WKK)

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 32813, nr. 1414

Onderzoek blokaansluitingen

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 29023, nr. 520

Onderzoek uitsplitsing bedrijfsmatig energieverbruik (incl. extra uitsplitsing)

Ex-durante evaluatie

2024

Afgerond

1

Kamerstuk 30196, nr. 830

Onderzoek gebruik reiskostenvergoeding en thuiswerkvergoeding

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Evaluatie energie-investeringsaftrek (EIA)

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 36202, nr. 158

Evaluatie milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL)

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 36202, nr. 159

Evaluatie onbelaste reiskostenvergoeding

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 36202, nr. 155

Nader onderzoek afschaffen vrijstelling energiebelastingen

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

IBO Klimaat

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 32813, nr. 1177

Impactanalyse fossiele subsidies non-energetisch gebruik

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Onderzoek afschaffen van gebruik diesel- en stookolie voor commerciële vaart in binnenwateren

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Onderzoek impact teruggaafregeling kerk- en non-profit instellingen

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Onderzoek impact van afschaffen van kerosinevrijstelling

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Onderzoek reductie 1,2 MTON CO2 in de EB

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Onderzoek tariefverschil diesel en benzine

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Effecten belasten transferpassagiers vliegbelasting

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 36202, nr. 157

Onderzoek tarieven CO2-minimumprijs sectoren elektriciteit en industrie

Ex-ante evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Evaluatie bijzondere regelingen MRB en BPM

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 32800, nr. 76

Impactanalyse klimaatregelen Belastingplan 2023

Ex-ante evaluatie

2022

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Impactanalyse vliegbelasting

Ex-ante evaluatie

2022

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Onderzoek naar CBAM voor chemiesector

Ex-ante evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 21501-20, nr. 1724

Onderzoek naar prikkels in de energiebelasting bij de overstap van bedrijven van fossiele energiebronnen naar een schonere en meer duurzame economie

Ex-durante evaluatie

2022

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Onderzoeken normenkader in de BPM en actualisatie forfaits

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Kamerstuk 32800, nr. 78

Tussenevaluatie klimaatakkoord mobiliteit

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

1

Link naar onderzoek

Uitwerking alternatieve vormgeving BPM op bestelauto's

Ex-ante evaluatie

2022

Afgerond

1

Link naar onderzoek

1

Openbaarmaking vergrijpboete is zeer ingrijpend en kan pas plaats vinden als een boete onherroepelijk vaststaat. Het kan jaren duren voordat een boete onherroepelijk vaststaat. Daardoor is het van daadwerkelijke inzet van de maatregel nog niet gekomen. Daarom is in de MvT bij OFM 2020 (Kamerstukken 35303, nr. 3) op p. 45 aangegeven dat een periode van 10 jaar wordt gehanteerd.

2

De evaluatie komt voort uit artikel 19 van de Verordening liquide middelen en artikel VIII van de Fiscale verzamelwet 2021 en staat gepland voor 2026. In 2025 is wel gekeken naar het toezicht op liquide middelen, met als doel om het effectgericht sturen te verbeteren. Zie "Geld op de vlucht. Effectgericht sturen bij het toezicht op liquide middelen en meldrecht." via de link https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/02/28/geld-op-de-vlucht-effectgericht-sturen-bij-het-toezicht-op-liquide-middelen-en-meldrecht .

3

De beoogde invoering van de fiscale oplossing voor de eenverdienersproblematiek is 1 januari 2028. De monitoring wordt gebruikt om de fiscale oplossing eventueel aan te passen zodat deze goed aan blijft sluiten bij de problematiek. Daarom zal de eerste monitoring plaatsvinden in 2027.

4

Deze evaluatie is uitgesteld wegens andere werkzaamheden/prioritering.

5

Uitgesteld tot in 2026 om in samenwerking met de sector betere resultaten te kunnen genereren.

6

Naam gewijzigd naar "Evaluatie ANBI's en SBBI's".

7

Monitoren kan niet eerder dan 2026, omdat vrijwel alle maatregelen per 1 januari 2025 in werking zijn getreden.

8

Wegens prioritering ten opzichte van andere werkzaamheden is deze evaluatie licht vertraagd. De evaluatie wordt in het eerste kwartaal van 2026 afgerond.

9

Vanwege de aangehouden aanslagen in het kader van de herstelprocedure voor box 3 is er op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar om deze evaluatie uit te voeren. Daarnaast verdwijnt het risico op peildatumarbitrage bij de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 (beoogd per 2028), omdat in dit stelsel het werkelijke rendement wordt belast en er geen peildatum meer is. Een evaluatie van de anti-peildatumarbitragebepaling in de huidige situatie heeft daarom te weinig toegevoegde waarde.

10

Deze evaluatie is gesplitst in het onderzoek 30-jaarstermijn en het onderzoek EWF. Beide onderzoeken worden naar verwachting in 2026 afgerond.

11

Wegens prioritering ten opzichte van andere werkzaamheden is de looptijd van het onderzoek verlengd.

12

De afronding van deze evaluatie wordt verwacht in de tweede helft van 2026.

13

Deze evaluatie is vervallen vanwege samenvoeging met de "Verkenning autobelastingen."

14

Dit onderzoek is opgenomen in de "Evaluatie fiscale vrijstellingen bos en natuur" in plaats van een zelfstandig onderzoek.

Tabel 92 Uitkomsten SEA thema 5: Belastingdienst

Uitkomsten SEA thema 5: Belastingdienst

a. Uitvoering en handhaving Belastingdienst

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie toezicht (2017-2023)

Beleidsdoorlichting

2025

Afgerond

1

Kamerstuk 31066, nr. 1464

Beleidsdoorlichting Dienstverlening Belastingdienst

Beleidsdoorlichting

2020

Afgerond

1

Kamerstuk 31935, nr. 66

Evaluatie dienstverlening (2020-2024)

Ex-post en ex-durante evaluatie

2026

Uitstel1

1

n.v.t.

Doorwerking van de visie op dienstverlening

Ex-durante evaluatie

2026

Uitstel2

1

n.v.t.

Onderzoek naar boetes

Ex-post evaluatie

2026

Uitstel3

1

Kamerstuk 31066, nr. 1327

Brieven als instrument

Ex-post en ex-durante evaluatie

2026

Anders4

1

n.v.t.

Transformatie van de dienstverlening

Ex-post en ex-durante evaluatie

2026

Anders4

1

n.v.t.

Fiscale monitor

Ex-durante evaluatie

2026

Anders5

1

n.v.t.

Stand van de uitvoering

Ex-durante evaluatie

2025

Anders6

1

n.v.t.

Evaluatie inningsproces

Ex-durante evaluatie

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 31066, nr. 1380

Eindevaluatie programma Managementinformatie en Risicomanagement (MI/RM)

Ex-post evaluatie

2023

Afgerond

1

Link naar onderzoek

1

Het onderzoek loopt uit vanwege gedurende de looptijd aanvullend verstrekte opdracht ter completering van de evaluatie. De vier evaluaties Dienstverlening worden in 2026 aangeboden aan de Kamer.

2

De afrondende fase van het onderzoek heeft meer tijd gekost dan voorzien. De vier evaluaties Dienstverlening worden in 2026 aangeboden aan de Kamer.

3

Het eerste spoor (literatuuronderzoek en deskresearch) is afgerond, het tweede spoor (dataonderzoek en procesbeschrijving) is in afrondende fase. Een eventueel vervolg (derde spoor) wordt nog bepaald.

4

Het eindrapport is vastgesteld en wordt samen met de andere evaluaties Dienstverlening in 2026 aangeboden aan de Kamer.

5

Het onderzoek is afgerond. Wegens vertraging in de aanbieding wordt dit onderzoek Q1 2026 aan de Kamer aangeboden.

6

De publicatieperiode van de Stand van de uitvoering is gelijkgetrokken met de publicatieperiode van de Standen van de Uitvoering van de andere uitvoeringsorganisaties van Financiën (Douane en Dienst Toeslagen). De volgende publicatie volgt daarmee voor de zomer van 2026. In plaats van een publicatie, is in 2025 opvolging gegeven aan een van de signalen uit de Stand van 2024, namelijk de toename van bezwaar- en beroepschriften. Dit is gedaan door ronde tafelgesprekken met andere organisaties, een diner pensant voor bestuurders en een symposium.

Tabel 93 Uitkomsten SEA thema 6: Toeslagen

Uitkomsten SEA thema 6: Toeslagen

a. Recht doen aan het verleden1

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

b. Presteren in het heden/Anticiperen op de Toekomst

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoek uitvoering en dienstverlening Toeslagen

Ex-durante evaluatie

2026

Uitstel2

13

n.v.t.

Doorontwikkeling monitoring Toeslagen

Ex-durante evaluatie

2025

Afgerond

13

Link naar onderzoek

Belevingsonderzoek Toeslagen

Ex-durante evaluatie

2025

Afgerond

13

Kamerstuk 36708, nr. 62

Onderzoekslab Toeslagen

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

13

Kamerstuk 36708, nr. 28

Monitor niet gebruik 2021

Ex-durante evaluatie

2025

Afgerond

13

Kamerstuk 36708, nr. 28

Evaluatie Awir, uitvoering en dienstverlening toeslagen

Ex-post evaluatie

2022

Afgerond

13

Kamerstuk 31066, nr. 1158

Onderzoek niet-gebruik toeslagen

Ex-durante evaluatie

2022

Afgerond

13

Kamerstuk 31066, nr. 1158

Stand van de uitvoering

Ex-durante evaluatie

2022

Afgerond

13

Kamerstuk 31066, nr. 1154

1

Er is een strategie ontwikkeld om de hersteloperatie in samenhang te evalueren. In 2026 en 2027 zullen deelevaluaties worden verricht. De eindrapportage zal naar verwachting in 2028 naar de Kamer verzonden worden.

2

Alle data zijn verzameld en worden op het moment geanalyseerd. De afronding van de evaluatie en rapportage vindt plaats in Q1 2026.

Tabel 94 Uitkomsten SEA thema 7: Douane

Uitkomsten SEA-thema 7: Douane

a. Effectgericht sturen

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Vindplaats onderzoek

Beleidsdoorlichting Douane 2012-2018

Beleidsdoorlichting

2021

Afgerond

9

Kamerstuk 31935, nr. 69

Procesevaluatie Sturen op effecten

Ex-durante evaluatie

2026

Uitstel1

9

n.v.t.

Liquide Middelen en Meldrecht

Ex-ante evaluatie

2025

Afgerond

9

Link naar onderzoek

Actorgerichte aanpak e-Commerce

Ex-ante evaluatie

2024

Afgerond

9

Link naar onderzoek

1

In verband met uitloop van de aanbesteding wordt de procesevaluatie naar verwachting eind mei opgeleverd.

Bovenstaande tabellen hebben betrekking op de Strategische Evaluatie Agenda en Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda zoals opgenomen in de begroting Financiën en Nationale Schuld (IX) 2025. Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht Ingepland en uitgevoerd onderzoek op rijksfinanciën.nl.

Bijlage 3: Inhuur Externen

Tabel 95 Ministerie van Financiën Verslagjaar 2025 (bedragen x € 1.000)

Programma- en apparaatskosten

 

1. Interim-management

€ 5.076

2. Organisatie- en Formatieadvies

€ 828

3. Beleidsadvies

€ 2.306

4. Communicatieadvisering

€ 6.311

Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)

€ 14.520

5. Juridisch Advies

€ 125.702

6. Advisering opdrachtgevers automatisering

€ 279.309

7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

€ 138.850

(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7)

€ 543.861

8. Uitzendkrachten (formatie & piek)

€ 127.253

Ondersteuning bedrijfsvoering

€ 127.253

Totaal uitgaven inhuur externen

€ 685.634

Het ministerie van Financiën heeft in 2025 in totaal € 4.637.104 aan personeel uitgegeven, waarvan € 3.951.470 aan ambtelijk personeel en € 685.634 aan externe inhuur (bedragen x € 1.000). De externe inhuur als percentage van de totale uitgaven aan personeel komen daarmee voor het ministerie van Financiën in 2025 uit op 14,8%, bijna 5% boven de Roemer-norm van 10%. De overschrijding van 5% hangt vooral samen met de behoefte aan inhuur voor de tijdelijke Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen en met inhuur voor de Belastingdienst. In 2025 is het maximumtarief voor externe inhuur 1 keer overschreden. Dit was bij de directie IV van de Belastingdienst.

Bijlage 4: Budgettair overzicht Oekraïne

Het ministerie van Financiën heeft diverse maatregelen getroffen wegens de oorlog in Oekraïne. Hieronder is een overzicht opgenomen van de budgettaire effecten.

Tabel 96 Budgettair overzicht Oekraïne (bedragen x 1 mln.)

Art.

Artikelnaam

Maatregel

Verplichtingen 2025

Uitgaven 2025

Ontvangsten 2025

Relevante Kamerstukken

4

Internationale financiële betrekkingen

Garantie Wereldbank voor Oekraïne

0,0

0,0

0,0

Kamerstukken II 2021-2022, 36 048, nr. 3

4

Internationale financiële betrekkingen

Lening aan Oekraïne via het Internationaal Monetair Fonds

0,0

0,0

0,0

Kamerstukken II 2021-2022, 36 182, nr. 6

4

Internationale financiële betrekkingen

EBRD kapitaalinjectie

0,0

0,0

0,0

Kamerstukken II 2023–2024 36 550-IX, nr. 10

4

Internationale financiële betrekkingen

EIB EU For Ukraine Trust Fund

0,0

0,0

0,0

Kamerstukken II 2022-2023, 36 045, nr. 165

4

Internationale financiële betrekkingen

Bijdrage aan EU rentecompensatie Oekraïne

0,0

33,7

0,0

Kamerstukken II 2022-2023, 22 112, nr. 3557

4

Internationale financiële betrekkingen

EU Bilaterale Garantie Macro-Financiële Bijstand aan Oekraïne

0,0

0,0

0,0

Kamerstukken II 2022-2023, 36 045, nr. 113

4

Internationale financiële betrekkingen

EU Headroomgarantie Macro-Financiële Bijstand aan Oekraïne

57,3

0,0

0,0

Kamerstukken II 2022-2023, 21 501-07, nr. 1916Kamerstukken II 2022-2023, 22 112, nr. 3557

4

Internationale financiële betrekkingen

Oekraïne faciliteit

102,6

0,0

0,0

Kamerstukken II 2023-2024, 36 499, nr. 2

4

Internationale financiële betrekkingen

MFB ULCM

78,0

0,0

0,0

Kamerstukken II 2024-2025, 36 613 IX, nr. 4

4

Internationale financiële betrekkingen

Kapitaalinleg IBRD

0,0

25,7

0,0

Kamerstukken II 2025-2026, 26 234, nr. 311

5

Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Bijdrage voor wederopbouw Oekraïne

24,1

0,0

0,0

Kamerstukken II 2023-2024, 36 045, nr. 169

Toelichting

Garantie Wereldbank voor Oekraïne

In 2022 verstrekte Nederland een garantie van € 100 mln. aan de Wereldbank voor begrotingssteun aan Oekraïne via een Development Policy Loan (DPL). Hiermee kan de Wereldbank extra middelen aan Oekraïne verstrekken. In 2025 zijn op deze garantie geen wijzigingen geweest.

Lening aan Oekraïne via het Internationaal Monetair Fonds

Gezien de noodsituatie in Oekraïne en de urgente behoefte aan middelen heeft Nederland in 2022 een bilaterale lening van € 200 mln. via het IMF verstrekt. Deze lening ondersteunt Oekraïne bij het financieren van dagelijkse uitgaven en het draaiende houden van de economie. In 2025 is hier geen aanpassing gedaan.

EBRD kapitaalinjectie

Nederland droeg in 2023 € 25 mln. bij aan de EBRD via het EBRD Crisis Response Special Fund. Daarnaast droeg Nederland in 2024 € 100 mln. bij om de EBRD in staat te stellen steun te blijven bieden aan bedrijven, infrastructuur en wederopbouw in Oekraïne. Er vonden in 2025 geen wijzigingen in deze bijdrage plaats.

EIB EU For Ukraine Trust Fund

Nederland heeft € 52 mln. bijgedragen aan het EU4U-initiatief van de Europese Investeringsbank (EIB). Dit fonds helpt bij de wederopbouw van kritieke infrastructuur en huisvesting in Oekraïne, als tijdelijke voorziening totdat structurele EU-financiering beschikbaar is. Er vonden in 2025 geen wijzigingen in deze bijdrage plaats.

Bijdrage aan EU rentecompensatie Oekraïne

Via een gezamenlijke regeling bij de EU dragen lidstaten bij aan het compenseren van de rentelasten voor een EU-lening van € 18 mld. aan Oekraïne. Voor Nederland bedroeg deze bijdrage in 2025 € 33,7 mln.

EU Bilaterale Garantie Macro-Financiële Bijstand aan Oekraïne

In 2023 is een bilaterale garantie afgegeven van € 215,4 mln. aan de Europese begroting. Gezamenlijk staan de EU-lidstaten garant voor € 3,66 mld. waarmee voor € 6 mld. aan macro-financiële bijstand (MFB) is verleend door de Europese Unie aan Oekraïne. Middels deze garantie levert Nederland in EU-verband een bijdrage aan de Oekraïense inspanningen om de dagelijkse uitgaven te financieren en daarmee de economie draaiende te houden. In 2025 heeft er geen wijziging op deze garantie plaatsgevonden.

EU Headroomgarantie Macro-Financiële Bijstand aan Oekraïne

In december 2022 stemde de Raad in met € 18 mld. aan macro-financiële bijstand aan Oekraïne in de vorm van leningen. Nederland gaf hiervoor een garantie gebaseerd op het Nederlandse bni-aandeel in de EU. De uitstaande garantie is in 2025 met € 57,3 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie.

Oekraïne faciliteit

In februari 2024 ging de Europese Raad akkoord met de Oekraïne faciliteit, gericht op leningen van € 33 mld. aan Oekraïne voor wederopbouw en ondersteuning. Nederland staat hiervoor garant gebaseerd op het Nederlandse aandeel in het EU-bni. De uitstaande garantie is in 2025 met € 102,6 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie.

MFB ULCM

Op 20 september 2024 stelde de Europese Commissie voor om Oekraïne via macro-financiële bijstand tot € 35 mld. aan steun te verlenen. Nederland staat hiervoor garant gebaseerd op het Nederlandse aandeel in het EU-bni. De uitstaande garantie is in 2025 met € 78,0 mln. naar boven bijgesteld als gevolg van een actualisatie van het bni-aandeel op basis van de cijfers van de Europese Commissie. Daarnaast is in 2025 € 1,6 mld. van deze garantie vrijgevallen. Aanleiding hiervoor was de toetreding van de Verenigde Staten in dit steunpakket, daarmee werd het aandeel van Nederland in deze garantie lager.

Kapitaalinleg IBRD

Oekraïne kon de in 2018 afgesproken kapitaalinleg voor de International Bank for Reconstruction and Development (IBRD, onderdeel van de Wereldbank) niet voldoen. Nederland heeft besloten de kapitaalinleg voor de Oekraïense aandelen van € 25,7 mln. in 2025 namens Oekraïne te bekostigen.

Bijdrage voor wederopbouw Oekraïne

Vanuit het derde Nederlandse steunpakket aan Oekraïne is € 60 mln. gereserveerd voor een exportkredietverzekeringsfaciliteit (ekv), waarmee financiële risico’s van bedrijven bij handel met Oekraïne worden afgedekt. In 2025 zijn er verschillende dekkingstoezeggingen en polissen (€ 24,1 mln.) onder de faciliteit verstrekt.

Bijlage 5: Lijst van afkortingen

A

 

ABC

Afdracht, Beschermen en Concurrentiepositie

AC

Audit Committee

ACP

Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen

act

Wet

ADR

Auditdienst Rijk

ADSB

Atradius Dutch State Business

AFM

Autoriteit Financiële Markten

AI

Artificial Intelligence

AIEB

Aanvullende Informatie Europese Begroting

AIIB

Asian Infrastructure Investment Bank

ANFA

Agreement on Net Financial Assets

AML

Anti Money Laundering

AOW

Algemene Ouderdomswet

AP

Autoriteit Persoonsgegevens

AR

Algemene Rekenkamer

AVG

Algemene verordening gegevensbescherming

Awb

Algemene wet bestuursrecht

Awir

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Awr

Algemene wet inzake rijksbelastingen

  

B

 

Bbp

Bruto binnenlands product

Bbt

Belangenbehartiger

BCF

BTW-compensatiefonds

BCN

Belastingdienst Caribisch Nederland

BD

Belastingdienst

BERB

Bedrijfseconomische Resultaatsbepaling

BES

Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BNG

Bank Nederlandse Gemeenten

BNI

Bruto nationaal inkomen

BoP

Balance of Payments

BPM

Belasting voor Personenauto's en Motorfietsen

BSB

Buy Sell Back

Btw

Belasting over de toegevoegde waarde

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken met Koninkrijksrelaties

  

C

 

Cao

Collectieve arbeidsovereenkomst

CBAM

Carbon Border Adjustment Mechanism

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

CCSU

Climate Change Sector Understanding

CEA

Commissie Eindtermen Accountantsopleiding

CET1

Common Equity Tier 1-ratio

CO2

Kooldioxide

COP26

26e Conference of Parties (VN-klimaat)

COVID

Coronavirus disease

COVRA

Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval

CP

Commercial Paper

CPB

Centraal Plan Bureau

CW

Comptabiliteitswet

CWS

Commissie Werkelijke Schade

  

D

 

DBA

Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties

DDA

Dutch Direct auction

DG

Directoraat-Generaal

DGRB

Directoraat-Generaal Rijksbegroting

DGS

Depositogarantiestelsel

DNB

De Nederlandsche Bank

DPIA

Data Protection Impact Assessment

DPL

Development Policy Loan

DRZ

Domeinen Roerende Zaken

DSB

Dutch State Business

DSL

Dutch State Loan

DTC

Dutch Treasury Cerfitficate

  

E

 

EB

Energiebelasting

EBA

European Banking Authority

EBRD

European Bank for Reconstruction and Development

EBITDA

Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization

ECA

Export credit agency

EFSF

European Financial Stability Facility

EFSM

European Financial Stabilisation Mechanism

EGF

Europees garantiefonds

ΕΙΑ

Energie-investeringsaftrek

EIB

European Investment Bank

ekv

Exportkredietverzekering

EMB

Eigenmiddelenbesluit

EMU

Europese Monetaire Unie

ESM

European Stability Mechanism

ESR

Europees Stelsel van Rekeningen

ETD

Energiebelastingrichtlijn

EU

Europese Unie

EU4U

EU For Ukraine

  

F

 

FD

Fiscaal Dienstverlener

FDI

Foreign Direct Investment

FEC

Financieel Expertise Centrum

FIOD

Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst

FJR

Financieel jaarverslag van het Rijk

FMO

Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden

FSV

Fraude Signalering Voorziening

fte

Fulltime-equivalent

  

G

 

GDA

Generiek platform voor Document en Archiefbeheer

GLF

Greek Loan Facility

GMB

Geïntegreerd middelen beheer

  

H

 

HARP

Hit and Run Post

HRM

Human Resource Management

HVP

Herstel- en veerkrachtplan

HZK

Huur- en zorgtoeslag en kindgebondenbudget

  

I

 

IASB

International Accounting Standards Board

IB

Informatiebeveiliging

IBO

Interdepartementaal Beleidsonderzoek

IBRD

International Bank for Reconstruction and Development

ICT

Informatie- en Communicatietechnologie

IDA21

International Development Association

IenW

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

IFB

Internationale Fiscale Behandeling

IFC

International Finance Corporation

IH

Inkomensheffing

IMF

Internationaal Monetair Fonds

IMVO

Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen

IPW

Instituut Publieke Waarden

IT

Informatietechnologie

IV

Informatievoorziening

  

K

 

KPI

Kritieke prestatie-indicator

  

L

 

LH

Loonheffing

  

M

 

M&O

Misbruik en Oneigenlijk gebruik

MFA

Macro-Financiële bijstand

MFB

Macro-financiële bijstand

MFK

Meerjarig Financieel Kader

MIGA

Multilateral Investment Guarantee Agency

MI

Managementinformatie

MKB

Midden- en kleinbedrijf

MN

Miljoenennota

MOB

Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer

MOV

Maintenance Of Value

MRB

Motorrijtuigenbelasting

MSNP

Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen

MVO

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

  

N

 

NAB

New Arrangements to Borrow

NBM

Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars

NDC's

Nationally Determined Contributions

NGEU

Next Generation EU

NHT

Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden

NLFI

NL Financial Investments

NLO

Nederlandse Loterij

NNB

Nog niet bekend

NSOC

Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit

NW

Niet Winst

  

O

 

OB

Omzetbelasting

OCT

Overseas Countries and Territories

OESO

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OM

Openbaar Ministerie

OSAG

Online Security Awareness Game

OSS

One Stop Shop

OTB

Ouders in het Buitenland

OV

Openbaar Vervoer

  

P

 

PCT

Procent

PFMI

Programma Fiscale Meldingen en Informatiestromen

PISA

Programme for International Student Assessment

POK

Parlementaire Ondervragings

PSD

Payment Services Directive

  

R

 

RBV

Rijksbegrotingsvoorschriften

RC

Rekening-courant

RHB

Rijkshoofdboekhouding

RM

Risicomanagement

RRB

Renterisicobedrag

RRF

Recovery and Resilience Facility

RST

Resilience and Sustainability Trust

RVO

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

RVU

Regeling Vervroegd Uittreden

RWT

Rechtspersoon met een wettelijke taak

  

S

 

SAFE

Security Action for Europe

SBB

Sell Buy Back

SBN

Sociaal Banken Nederland

SBTİ

Science Based Targets initiative

SDR

Special Drawing Rights

SEA

Strategische Evaluatie Agenda

SG

Secretaris-Generaal

SGH

Stichting Gelijkwaardig Herstel

SGP

Stabiliteits- en Groeipact

SMP

Securities Markets Programme

SPP

Strategisch personeelsplan

SRF

Single Resolution Fund

SRH

SNS REAAL Holding

SSO

Shared Service Organisatie

SURE

Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency

SZW

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

  

T

 

TEM

Traditionele Eigen Middelen

TRF

Travelflex Coin (crypto-activa)

  

U

 

UBO

Ultimate Beneficial Owners

UCN

Ultra-Centrifuge Nederland

UHS

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

UHT

Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen

ULCM

Ukraine Loan Cooperation Mechanism

USD

Amerikaanse dollar

UWV

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen

  

V

 

VNG

Vereniging Nederlandse Gemeenten

VpB

Vennootschapsbelasting

VRO

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordering

VSO

Vaststellingsovereenkomst

VWS

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

  

W

 

WAKO

Wet Aansprakelijkheid Kernongevallen

Wft

Wet op het financieel toezicht

WML

Wettelijk minimumloon

WNT

Wet Normering Topinkomens

Woo

Wet open overheid

Wpg

Wet politiegegevens

Wwft

Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme

  

Z

 

Zbo

Zelfstandig Bestuursorgaan

ZZP

Zelfstandige zonder personeel

Licence