Base description which applies to whole site

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 miljoen). Totaal € 1.942.678

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 miljoen). Totaal € 1.783.076

A. ALGEMEEN

1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, het departementale jaarverslag van het Deltafonds (J) over het jaar 2025 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Infrastructuur en Waterstaat decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • a. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • b. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • c. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • d. de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • e. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G.Karremans

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Voor u ligt het jaarverslag van het Deltafonds, Hoofdstuk J van de Rijksbegroting. Naast het Deltafonds kent IenW ook de Beleidsbegroting Infrastructuur en Waterstaat (Hoofdstuk XII) en het Mobiliteitsfonds (Hoofdstuk A). Van deze begrotingen zijn separate jaarverslagen opgesteld.

In de Waterwet (stb. 2009, nr 107) is opgenomen dat er een Deltafonds wordt ingesteld met als doel de bekostiging van maatregelen, voorzieningen en onderzoeken op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Op grond van het amendement-Jacobi (Kamerstukken II, 2013-2014 33 503, nr. 8) is het met ingang van 1 januari 2015 mogelijk om de uitgaven op het gebied van waterkwaliteit, ook wanneer deze uitgaven geen relatie hebben met waterveiligheid en zoetwatervoorziening, te verantwoorden op het Deltafonds.

De producten van het Deltafonds zijn gerelateerd aan artikel 11 Integraal Waterbeleid op de beleidsbegroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting). De doelstelling van dit beleidsartikel is het op orde houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland droge voeten heeft en over voldoende zoetwater beschikt.

Het Deltafonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de beleidsbegroting van IenW (artikelonderdeel 26.02). Daarnaast worden voor een aantal projecten uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.

De apparaatsuitgaven en apparaatsontvangsten van het kerndepartement (met uitzondering van de Staf-Deltacommissaris) worden verantwoord op artikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement van de begroting Hoofdstuk XII.

Opbouw

Het Jaarverslag van het Deltafonds bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Een algemeen deel: hierin is naast deze leeswijzer de officiële aanbieding van het Jaarverslag aan de Staten-Generaal en het verzoek tot dechargeverlening opgenomen.

  • Het beleidsverslag 2025 van het Deltafonds, deze bestaat uit:

    • Het Deltafondsverslag 2025, waarin een korte terugblik is opgenomen met betrekking tot de realisatie van de belangrijkste uitvoeringsprioriteiten over het verslagjaar 2025 en een overzicht van de onderuitputting, waarbij de grootste en belangrijkste meevallende realisaties worden toegelicht;

    • De productartikelen van het Deltafonds;

    • De bedrijfsvoeringsparagraaf.

  • De Jaarrekening 2025 van het Deltafonds, deze bestaat uit de verantwoordingstaat en saldibalans van het Deltafonds.

  • De volgende twee bijlagen:

    • Instandhouding;

    • Afkortingenlijst.

Normering jaarverslag

De financiële informatie in het beleidsverslag (onderdeel B) wordt gepresenteerd door middel van de tabellen ‘Budgettaire gevolgen van beleid’. Verschillen tussen de vastgestelde begroting en de realisatie worden conform de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2025 op het niveau van de artikelonderdelen toegelicht volgens onderstaande uniforme ondergrenzen. In aanvulling hierop worden ook de verschillen van de verplichtingen en ontvangsten volgens deze ondergrenzen toegelicht.

Norm bij te verklaren verschillen

Omvang begrotingsartikel (stand Ontwerpbegroting in € miljoen)

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

≥ 50 en < 200

2

4

≥ 200 < 1000

51

5

≥ 1000

5

5

1

Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015-2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen.

Afronding budgettaire tabellen en verantwoordingsstaat

De verplichtingen, uitgaven en ontvangsten in de verantwoordingsstaat zijn in lijn met de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften naar boven afgerond. Om aansluiting te hebben tussen de budgettaire tabellen en de verantwoordingsstaat, zijn de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten in budgettaire tabellen waar relevant tevens naar boven afgerond. Met deze werkwijze komen de cijfers in de verantwoordingsstaat overeen met de cijfers zoals opgenomen in de budgettaire tabellen.

Inzicht in budgetten van verkenningen en planuitwerkingprogramma’s en de realisatieprogramma's

Het inzicht in de budgetten van de verkenningen en planuitwerkingprogramma’s en de realisatieprogramma’s wordt vergroot door begrotingsmutaties expliciet in de MIRT projectoverzichten zichtbaar te maken op projectniveau (toezegging WGO van 22 juni 2011). Deze projectoverzichten zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is:

  • Van een wijziging (anders dan door de verwerking van loon- en prijsbijstelling) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen;

  • Van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project.

In aanvulling op de toelichting op de budgettaire tabel, worden bij de projectoverzichten van het realisatieprogramma wijzigingen van het kasbudget op projectniveau toegelicht conform de staffel «Norm bij te verklaren verschillen» behorende bij de budgettaire tabel.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2025 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.

Indicatoren en kengetallen

Het jaarverslag is opgesteld conform de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften (RBV). De RBV stelt dat er op 14 maart een door de Auditdienst Rijk goedgekeurd jaarverslag aan de minister van Financiën wordt aangeboden en dat wijzigingen door vakministers, in uitzonderlijke gevallen, tot 28 maart verwerkt kunnen worden. Voor enkele indicatoren en kengetallen in de jaarverslagen van IenW zijn op deze momenten de realisatiegegevens nog niet beschikbaar en kunnen derhalve niet worden toegevoegd aan het jaarverslag. Hierdoor komt het voor dat er realisatiegegevens van indicatoren en kengetallen bekend worden ná het opstellen van het jaarverslag maar vóór publicatie van het jaarverslag. Deze gegevens worden, zoals in het jaarverslag aangegeven, bij de eerstvolgende begroting aan uw Kamer aangeboden.

B. PRODUCTVERSLAG

3. Deltafondsverslag 2025

Werken aan waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwaliteit vraagt continu inspanningen en investeringen. Deze worden verantwoord in het Deltafonds. Het aantal mensen en de waarde van het te beschermen goed veranderen onder invloed van economische en demografische ontwikkelingen. Ook water en bodem veranderen in de loop van de tijd; de zeespiegel stijgt en de bodem daalt. Door de klimaatverandering wordt het warmer, vertonen rivierafvoeren en regenval grotere extremen en komen er meer droge periodes.

Het Deltaprogramma is het nationale programma waarin Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samenwerken om Nederland veilig en aantrekkelijk te houden, te beschermen tegen hoogwater en optimaal om te gaan met het beschikbare zoetwater.

Het Deltaprogramma heeft als doel ons land nu en in de toekomst te beschermen tegen hoogwater en – met het oog op het veranderende klimaat – klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Ook voorziet het programma in het op orde houden van de zoetwatervoorziening.

Mijlpalen en resultaten 2025

Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen in het lopende programma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2025 zijn opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2025 is gestart.

Zoetwater

Het Deltaprogramma Zoetwater werkte in 2025 aan de realisatie van maatregelen om Nederland weerbaar te maken tegen droogte in 2050. Meeste maatregelen zijn in uitvoering en dus niet hier als behaalde mijlpaal te noemen. In 2025 is begonnen met het laatste deel van het project Kleinschalige wateraanvoer West Nederland en met de voorbereidingen voor de volgende fase aan uitvoeringsmaatregelen (2028-2033).

Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

Voor het exploitatie, onderhoud en vernieuwing zijn afspraken over prestaties gemaakt voor het watermanagement en het beheren en onderhouden van het hoofdwatersysteem, waaronder kustlijnhandhaving met zandsuppleties, stormvloedkeringen en peil- en hoogwaterbeheersing. Deze afspraken over prestaties zijn nader toegelicht in artikel 3 Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing van het Deltafonds.

De stand van zaken is nade toegelicht in bijlage 1 Instandhouding van deze jaarverantwoording. In 2025 heeft IenW onder meer de volgende activiteiten in het kader van exploitatie, onderhoud en vernieuwing uitgevoerd.

Tabel 1 Activiteiten Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

Netwerk

Project

Hoofdwatersystemen

Zandsuppleties basiskustlijn

Planfase energievoorziening Oosterscheldekering

Planfase bediening en besturing Maeslantkering

Levensverlengend onderhoud spuisluizen Afsluitdijk

Planfase Maas: vervanging, bediening en besturing (MB2)

Planfase vervanging Sifons en Duikers onder de Brabantse kanalen

Planfase renovatie gemaal Heumen

Planfase vernieuwing gemaal IJmuiden

Planfase Objecten IJsselmeergebied

Realisatiefase Groot onderhoud Stuwen maas (Gronst)

Realisatiefase Marijkesluizen

Realisatiefase Krammersluizen

Landelijk Meetnet Water, voorbereiding vervanging zeemeetpalen

Aanleg

In 2025 is voortvarend gewerkt aan het verbeteren van de waterveiligheid, onder andere door het uitvoeren van het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma en het Hoogwater Beschermingsprogramma (HWBP). Hieronder volgen de mijlpalen die IenW bij deze programma’s in 2025 heeft behaald:

Tabel 2 Mijlpalen Aanleg

HWBP

Start realisatie

Arcen (Waterschap Limburg)

 

2025

Buggenum (Waterschap Limburg)

  

IJsselmeerdijk (Waterschap Zuiderzeeland)

  

Versterking voormalige C-kering HDSR (GHIJ) (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden)

  

Doeveren (Waterschap Aa en Maas)

  

Neder-Betuwe (Waterschap Rivierenland)

  

Grebbedijk (Waterschap Vallei en Veluwe)

  

Zwolle-Olst I (Waterschap Drents Overijsselse Delta)

   
 

Proces verbaal

 
 

van oplevering

Wolferen - Sprok inclusief DTO (Waterschap Rivierenland)

 

2025

Gorinchem-Waardenburg (Waterschap Rivierenland)

  

Sint-Annaland (Waterschap Scheldestromen)

  

Koehool-Zwarte Haan (Wetterskip Fryslân)

  

Kunstwerken Noordoostpolder (Waterschap Zuiderzeeland)

  

Nieuw-Bergen (Waterschap Limburg)

  

Rijnkade Arnhem (Waterschap Rijn en IJssel)

  

Salmsteke (Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden)

  

Standhazense dijk (Waterschap Brabantse Delta)

  

Stad Tiel exclusief Fluvia (Waterschap Rivierenland)

  

Industrieterrein Grutbroek (Waterschap Rijn en IJssel)

  

Sint-Annaland (Waterschap Scheldestromen)

   

Extra

Vaststelling RE fase

 
 

2025

 

1 Nadelig saldo

In onderstaande tabel wordt de totale nadelig saldo gepresenteerd. Daarbij worden de grootste en/of belangrijkste realisaties apart toegelicht. De overige worden in de post «overige saldi» toegelicht.

De tabel geeft per begrotingsartikel een overzicht van de overuitputting1in 2025, zowel in miljoenen euro’s als in percentage van de vastgestelde begroting 2025. Een minus staat voor voordelig saldo een plus staat voor nadelig saldo. De tabel wordt ondersteund met een toelichting.

Tabel 3 Grootste posten met een voordelig saldo in 2025 (bedragen x € 1 mijoen)
   
 

Bedrag

Als % v.d. vastgestelde begroting

Hoogwaterbeschermingsprogramma

108,8

6,3%

Overprogrammering

183,7

10,7%

Afsluitdijk

‒ 17,9

‒ 1,0%

Kaderrichtlijn water

‒ 15,3

‒ 0,9%

Deltaplan zoetwater fase 2

‒ 10,2

‒ 0,6%

Rivierverruiming Rijn en Maas

‒ 15,4

‒ 0,9%

Overige saldi

‒ 74,0

‒ 4,3%

Totaal

159,6

9,3%

Toelichting:

Algemeen:

Het nadelig saldo wordt in mindering gebracht van 2026 zodat de beschikbare projectbudgetten meerjarig ongewijzigd blijven en daarmee onverminderd uitgevoerd kunnen worden.

Overprogrammering

Overprogrammering houdt in dat de programmering in 2025 hoger was dan het beschikbare kasbudget. Met overprogrammering wordt geanticipeerd op vertragingen, die zich op projectniveau in de regel voordoet. Thans is gebleken dat vertragingen zich minder hebben voorgedaan dan bij Najaarsnota werd aangenomen. Daardoor is de realisatie € 183,7 miljoen hoger uitgekomen dan eerder was voorzien.

Afsluitdijk

In 2025 zijn de uitgaven op de Afsluitdijk € -17,9 miljoen lager dan verwacht. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door uitstel besluitvorming of herijking van planning op een aantal (endogene en exogene) wijzigingen en de financiering daarvan (€ -21,5 miljoen). De belangrijkste oorzaken zijn de vertraging bij het collega-project renovatie Monument de Vlieter met als gevolg dat de werkzaamheden aan Dijk niet meer in 2025 plaatsvinden, herijking van het risicomanagementdossier en verwante planning van risico's, herijking kosten en betaaltermijnen voor werkzaamheden ten behoeve van bodembescherming Kornwerderzand. Omdat de werkzaamheden al zijn uitgevoerd moet de betaaltermijn, voor het aanbrengen van bodembescherming bij aansluiting van de spuimiddelen en pompen, in 2025 worden voldaan. Deze tweede betaaltermijn was verwacht in 2026. Daarnaast is er een onvoorziene betaling van miljoen, die betaald moet worden in verband met indexatie. Samen € 3,6 miljoen.

Hoogwaterbeschermingsprogamma

Het nadelig saldo betreft met name de uitvoering van het HWBP waar meer betalingen gerealiseerd zijn met name vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project.

Kaderrichtlijn water

Het voordelig saldo van € -15,3 miljoen wordt grotendeels veroorzaakt bij projecten

  • –KRW Oost-Nederland (€ -8 miljoen): door uitloop voor de planstudie door GROW waardoor termijnbedragen verder in de tijd schuiven. Ook is het aantal transacties voor het verkrijgen van gronden voor 2025 nog beperkt. Daarnaast kan de capaciteitsbehoefte door toepassing van het kader voor de wet DBA niet in de volle breedte worden ingevuld.

  • –KRW/N2000 Midden-Nederland (€ -1,7 miljoen); de situatie buiten afwijkt van de beschreven uitgangspositie. Hierdoor is er meer tijd en onderzoek nodig om de scope vast te stellen voor deze maatregelen. Ook het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer neemt meer tijd in beslag en dit leidt tot vertraging.

  • –KRW Klimaatpark IJsselpoort (€ -1,6 miljoen); vanwege vertraging in de afstemming van dit project zijn in 2025 minder kosten gemaakt dan verwacht.

  • –KRW/N2000 Friesland (€ -1,0 miljoen); doordat de formalisering van de financiële afspraken tussen Provincie Friesland en PAGW vertraging heeft opgelopen, waardoor de uitvoering niet meer in 2025 kan plaatsvinden.

  • –Diverse kleinere mutaties van per saldo € -3,0 miljoen.

Deltaplan zoetwater fase 2

Vanwege beperkte capaciteit konden aanvullende projecten niet worden opgestart, waaronder projecten projecten regio LAAG Noord Nederland en bij regio Zuid-Westelijke Delta. Een bedrag van € -8,5 miljoen wordt doorgeschoven naar 2026. Daarnaast is een SPUK-aanvraag niet binnende gestelde termijn ontvangen. Tevens zijn een tweetal projecten niet tot uitvoering gekomen doordat het plan van aanpak niet afdoende was.

Rivierverruiming Rijn en Maas

Voor Rivierverruiming Maas wordt € -15,4 miljoen doorgeschoven van 2025 naar 2026. Dit betreft met name het project Ruimte voor de Maas bij Oeffelt. De vergunningverlening door de bevoegde gezagen kost meer tijd dan beoogd.

Overige saldi

Dit betreft een saldo van diverse mee- en tegenvallers op het Deltafonds.

1

Onderuitputting betreft hierbij alleen de specifieke najaars- en slotwetmutaties 2025. In lijn met de comptabele wetgeving is de vastgestelde begroting gedurende 2025 in onder meer verschillende suppletoire wetten bijgesteld. Voor het verloop van de wijziging van de begrotingsstaat voor het jaar 2025 wordt verwezen naar de slotwet 2025.

4. Productartikelen

4.1 Artikel 1 Investeren in waterveiligheid

Het Rijk investeert in waterveiligheid om te voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen en het Rijk en om een bijdrage te leveren aan het beheer van de Rijkswateren. Het artikel waterveiligheid is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal Waterbeleid) op de Begroting hoofdstuk XII.

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 1 Investeren in waterveiligheid (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

 

Verplichtingen

765.964

865.701

695.545

1.052.500

1.381.093

1.429.674

‒ 48.581

1

Uitgaven

428.861

536.517

560.656

604.197

875.590

560.480

315.110

 

1.01 Grote projecten waterveiligheid

38.164

109.167

70.774

60.595

112.899

36.004

76.895

2

1.01.01 Programma HWBP-2 Waterschapsprojecten

12.644

85.955

66.999

54.394

110.931

33.368

77.563

 

1.01.02 Programma HWBP-2 Rijksprojecten

991

913

596

981

689

1.212

‒ 523

 

1.01.03 Ruimte voor de rivier

3.417

445

2.064

286

446

803

‒ 357

 

1.01.04 Maaswerken

21.112

21.854

1.115

4.934

833

621

212

 

1.02 Ontwikkeling waterveiligheid

381.902

416.639

472.361

526.084

743.716

490.979

252.737

3

1.02.01 Planning waterveiligheid

46.018

38.125

28.738

13.329

51.158

62.295

‒ 11.137

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

559

3.131

2.082

1.448

2.088

1.518

570

 

1.02.02 Aanleg waterveiligheid

335.884

378.514

443.623

512.755

692.558

428.684

263.874

 

1.03 Studiekosten

8.795

10.711

17.521

17.518

18.975

33.497

‒ 14.522

4

1.03.01 Studie en onderzoekskosten

8.795

10.711

17.521

17.518

18.975

33.497

‒ 14.522

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

  

9.879

9.888

10.373

 

10.373

 

1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid

174.597

208.140

185.258

187.914

174.703

167.535

7.168

5

1.09.01 Ontvangsten waterschappen HWPB-2

309

104

0

0

4.891

0

4.891

 

1.09.02 Overige ontvangsten HWPB-2

0

0

0

0

 

0

0

 

1.09.03 Ontvangsten waterschappen HWPB

169.964

181.972

179.975

186.733

165.927

167.039

‒ 1.112

 

1.09.04 Overige ontvangsten HWPB

100

13.430

1.533

638

1.053

0

1.053

 

1.09.05 Overige aanleg ontvangsten

4.224

12.634

3.750

543

2.832

496

2.336

 

Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel, de verplichtingen en ontvangsten een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

1. De per saldo lagere realisatie op verplichtingen bij artikel 1 waterveiligheid wordt veroorzaakt door zowel projecten met een hogere realisatie (€ 723,9 miljoen) als met een lagere realisatie (- € 772,5 miljoen). De hogere realisatie op verplichtingen betreft de projecten:

  • HWBP WS Neder-Betuwe (€ 471,1 miljoen) vanwege het doorlopen van het aanbestedingsproces in 2025 nadat dit in 2024 vertraagd was. Daarnaast zijn er meerkosten vanwege hoger dan verwachte uitgaven voor emissieloos materieel en langere en meer damwanden dan voorzien.

  • HWBP-2 Markermeerdijk (€ 47,7 miljoen) verhoging van het verplichtingenbudget vanwege de uitwerking van de subsidieaanvraag in 2025 nadat dit in 2024 vertraagd was. Daarnaast is het prijspeil geactualiseerd en zijn indexeringskosten toegekend aan het project.

  • HWBP WS IJsselmeer (€ 46,4 miljoen) vanwege een wijziging in het uitvoeringsontwerp.

  • HWBP WS Grebbedijk (€ 38,5 miljoen) vanwege een wijziging in het ontwerp, toekenning indexering, en kosten voor emissieloos werken en grotere vastgoedopgave.

  • HWBP WS Maasvallei (€ 32,7 miljoen) vanwege kosten voor emissie-loos werken, toekennen indexering, wijzigingen in de technische uitvoering. Daarnaast is er minder gerealiseerd vanwege een vertraagd projectbesluit van de provincie.

  • HWBP Doeveren (€ 22,4 miljoen) vanwege het vastleggen van verplichtingen eind 2025 in plaats van begin 2026 zoals eerst werd verwacht

  • HWBP Rijksproject Marken (€ 9 miljoen) omdat het ontwerp en de uitvoeringswijze is aangepast door o.a. het aantreffen van asbest en teerhoudend asfalt en de nieuwe wettelijke eis voor geotextiel.

  • HWBP WS Geervliet-Hekelingen (€ 5,5 miljoen) omdat procedures en de uitwerking van de Omgevingswet in 2025 hebben plaatsgevonden in plaats van 2024. Daarnaast zijn er wijzigingen in het uitvoeringsontwerp.

  • HWBP WS Geertruidenberg (€ 5,3 miljoen) vanwege langere onderzoeksduur en besluitvorming over voorkeursalternatief in 2025 heeft plaatsgevonden nadat dit in 2024 vertraagd was. Daarnaast zijn de materiaalkosten toegenomen.

  • Roggebotbrug (€ 15 miljoen) meer verplicht als gevolg van het rondkomen van de afkoopsom voor het onderhoud aan de Roggebotbrug.

  • Diverse kleine mutaties (€ 30,3 miljoen).

De lagere realisatie op verplichtingen betreft de projecten:

  • HWBP WS Zwolle-Olst (- € 245,6 miljoen) omdat het project gesplitst is in 3 deelprojecten, waarbij deel 2 en deel 3 pas in latere jaren (2027 en 2029) verplicht worden.

  • HWBP WS Lob van Gennep (- € 113,4 miljoen) vanwege hernieuwde planning vanuit de waterschappen en overhevelingen naar andere HWBP projecten, waaronder Neder-Betuwe en Grebbedijk.

  • HWBP WS Sterke Lekdijk (€-103 miljoen) vanwege hernieuwde planning vanuit de waterschappen, actualisatie van de subsidieaanvraag en vertraging in de afstemming binnen de planningsfase.

  • HWBP Rijksprojecten (- € 69,1 miljoen) vanwege het doorschuiven van het deel van de risicoreservering voor de Rijksprojecten waar in 2025 geen beroep op is gedaan, overheveling naar Rijksproject Marken en het schuiven bij Faalkansverlaging SVK Hollandsche IJsselkering aangezien aanbesteding en gunning pas zal plaatsvinden in 2027-2028.

  • HWBP WS Vecht-Zuid (- € 41,2 miljoen) vanwege het aanpassen van de uitvoeringsplanning van het waterschap.

  • HWBP WS Den Helder (- € 31,8 miljoen) vanwege hernieuwde planning vanuit de waterschappen.

  • HWBP WS Koehool-Lauwersmeer (- € 20,7 miljoen) door vertraging vanwege extra onderzoek steenbekleding waarbij de uitkomst effect heeft op de scope van de versterkingsopgave.

  • HWBP WS Zettingsvloeiing (- € 11,5 miljoen) vanwege een aanpassing naar kleinere scope.

  • HWBP Waterschapsprojecten (- € 10,5 miljoen) vanwege het overhevelen vanuit de risicoreservering naar specifieke HWBP projecten en het doorschuiven van het deel van de risicoreservering waar in 2025 geen beroep is gedaan.

  • Afsluitdijk Bestaande Spuimiddelen (- € 8,8 miljoen) omdat de uitvoeringsrisico’s voor de opdracht renovatie Afsluitdijk BSM te groot bleken. De contractverplichtingen zijn in 2025 afgewikkeld.

  • HWBP WS Bronsbergen – Den Elterweg (- € 8 miljoen) vanwege capaciteitsproblemen.

  • HWBP WS Spijk Westervoort (- € 6,7 miljoen) vanwege capaciteitsproblemen.

  • Areaalgroei (- € 3,5 miljoen) vanwege niet opgetreden areaalgroei worden deze middelen doorgeschoven naar 2026.

  • Ruimte voor de Maas (- € 15,2 miljoen) minder verplicht voor het project Ruimte voor de Maas, vanwege opgelopen vertraging bij de vergunningverlening voor Oeffelt. Dit bedrag wordt doorgeschoven naar 2026.

  • Ruimte voor de Rivier 2.0 (€ 2,2 miljoen) dit betreft een saldo van versnellingen en vertragingen, waarbij vanuit 2025 ‒ € 2,2 miljoen wordt doorgeschoven naar 2027 en 2028.

  • Cybersecurity en cyber weerbaarheid (- € 12,2 miljoen) als gevolg van beperkte capaciteit bij de beleidsdirectie is er minder verplicht.

  • Per saldo ‒ € 8,2 miljoen lagere verplichtingen door overboekingen naar art. 11 ( ‒ € 2,0 miljoen) voor subsidie Groene Klimaatpleinen en Watersnoodsmuseum, overboekingen naar RWS voor SITO programmsubsidie ( ‒ € 1,5 miljoen), overboeking naar BZK voor decentralisatie uitkering Bovenregionale analyse ( €1,5 miljoen) en vertraging ( ‒ € 3,2 miljoen) bij de uitvoering van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie.

  • Per saldo ‒ € 60,9 miljoen lagere verplichtingen als gevolg van een saldo van diverse kleinere vertragingen op projecten.

2. De per saldo hogere realisatie op de HWBP-2 Waterschapsprojecten (€ 77,6 miljoen) is met name het gevolg van een ophoging van het kasbudget project Markermeerdijk ( € 77,4 miljoen) vanwege het toekennen van indexeringskosten en betalingen op basis van de werkelijke voortgang van het project.

3. De per saldo hogere realisatie (€ 252,7 miljoen) op Ontwikkeling waterveiligheid wordt veroorzaakt door zowel projecten met een hogere realisatie (€ 308,3 miljoen) als met een lagere realisatie (- € 55,6 miljoen). De hogere realisatie (€ 308,3 miljoen) betreft:

  • Overprogrammering (€ 239,7 miljoen).

  • Roggebotbrug (€ 15 miljoen) meer verplicht als gevolg van het rondkomen van de afkoopsom voor het onderhoud aan de Roggebotbrug.

  • Hogere realisatie bij de HWBP Waterschapsprojecten per saldo (€ 53,6 miljoen) en bestaat zowel uit projecten met een hogere realisatie (€ 238,3 miljoen) als projecten met een lagere realisatie (- € 184,7 miljoen).

    • De hogere realisatie betreft:

      • Meerdere projecten (€ 206,2 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project. Bij de toelichting op de artikelonderdelen worden deze projecten individueel benoemd.

      • HWBP Streefkerk-Armeide (€ 7,4 miljoen) vanwege een geactualiseerde uitvoeringsplanning van het waterschap.

      • HWBP Lob van Gennep (€ 5,2 miljoen) vanwege kosten voor emissieloos werken en hogere vastgoedopgave.

      • HWBP Lith-Bokhoven (€ 5,1 miljoen) vanwege een geactualiseerde uitvoeringsplanning van het waterschap.

      • Diverse kleine mutaties (€ 14,3 miljoen).

    • De lagere realisatie betreft:

      • Meerdere projecten (- € 72,6 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project. Bij de toelichting op de artikelonderdelen worden deze projecten individueel benoemd

      • Meerdere projecten door het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap; HWBP Centraal Holland (- € 17,8 miljoen), HWBP Vecht-Zuid (- € 10,3 miljoen), HWBP Sprok-Sterre (- € 8,2 miljoen), HWBP Weurt-Deest (- € 6,8 miljoen)

      • HWBP Koehool-Lauwersmeer (- € 16,4 miljoen) door het actualiseren van de uitvoeringsplanning en vertraging door extra onderzoek naar steenbekleding waarbij de uitkomst effect heeft op de scope van de versterkingsopgave.

      • HWBP Waterschapsprojecten (- € 10,5 miljoen) vanwege het aanspreken van de risicoreservering door specifieke HWBP projecten en het doorschuiven van het deel van de risicoreservering waar in 2025 geen beroep op is gedaan.

      • HWBP Den Helder (- € 9,4 miljoen) door het actualiseren van de uitvoeringsplanning.

      • HWBP Bronsbergen - Den Elterweg (- € 8 miljoen) door het actualiseren van de uitvoeringsplanning en capaciteitsproblemen

      • Diverse kleine mutaties (- € 24,7 miljoen).

Lagere realisatie (- € 55,6 miljoen) betreft:

  • HWBP Rijksprojecten per saldo (- € 2,4 miljoen)

    • HWBP Rijksproject Marken (€ 9,2 miljoen) omdat het ontwerp en de uitvoeringswijze is aangepast door o.a. het aantreffen van asbest en teerhoudend asfalt als de nieuwe wettelijke eis voor geotextiel.

    • HWBP Rijksprojecten (€-6,2 miljoen) vanwege het doorschuiven van het deel van de risicoreservering voor de Rijksprojecten waar in 2025 geen beroep op is gedaan, overheveling naar Rijksproject Marken en het schuiven bij Faalkansverlaging SVK Hollandsche IJsselkering aangezien aanbesteding en gunning pas zal plaatsvinden in 2027-2028 waardoor er nu beperkte uitgaven t.b.v. de uitvoering.

    • HWBP Rijksproject Noordelijke Lekdijk (€-4,8 miljoen) door aanpassing uitvoeringsplanning van het waterschap

    • Programma Rijkskeringen (€-0,6 miljoen)

  • Wettelijk Beoordelings Instrumentarium (WBI (- € 8,9 miljoen) vanwege een budgetoverheveling voor de middelen van het Wettelijk Beoordelings Instrumentarium van de Nederlandse waterkeringen. Daarnaast heeft de opdrachtverstrekking voor Actualisatie Hydraulische Belasting en Beheer en Onderhoud vertraging opgelopen waardoor de financiële realisatie achterblijft in 2025. Ook is het deel van de risicoreservering doorgeschoven waar in 2025 geen beroep op is gedaan.

  • Rivierverruiming Maas (- € 18,6 miljoen) als gevolg van vertraging bij de vergunningverlening bij Oeffelt;

  • Ruimte voor de Rivier 2.0 (- € 4,6 miljoen) als gevolg van vertraging bij diverse projecten, waaronder Lob van Gennep en het Dam Lateraalkanaal;

  • Areaalgroei (- € 3,5 miljoen) vanwege niet opgetreden areaalgroei worden deze middelen doorgeschoven naar 2026.

  • ‒ € 8,1 miljoen lagere realisatie voor Beekdalen vanwege vertraging bij de regio, provincie Limburg.

  • Diverse kleine mutaties (- € 9,5 miljoen)

4. De realisatie op de studiekosten is ‒ € 14,5 miljoen lager als gevolg van:

  • Lagere uitgaven ( ‒ € 7,7 miljoen) door overboeking naar BZK voor decentralisatie uitkering Bovenregionale analyse ( ‒ € 1,5 miljoen),  overboekingen naar RWS voor SITO programmasubsidie ( ‒ € 1,5 miljoen), overboekingen naar art. 11 ( ‒ € 0,5 miljoen) voor subsidie Groene Klimaatpleinen en Watersnoodsmuseum, en vertraging ( ‒ € 4,2 miljoen) bij de uitvoering van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie.

  • Vertraging bij Cybersecurity waterveiligheid (- € 7,9 miljoen) en Cyber vitale sectoren (- € 3,1 miljoen) als gevolg van capaciteitsgebrek;

  • Lagere uitgaven op de MIRT onderzoeksbudgetten ( ‒ € 5,3 miljoen) door vertraging bij uitvoering voor MIRT Waterveiligheid (- € 3,7 miljoen) en lagere realisatie bij Mirt Onderzoeken Water ( € 1,8 miljoen) door overboeking naar Deltares voor het modelinstrumentarium, overboekingen naar andere departementen voor de PPS-voorstellen en vertraging naar 2026 van de PPS voorstellen.

  • Hoge uitgaven voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2025 voor de water en bodemopgaven (€ 10,4 miljoen)

  • Diverse kleine mutaties (- € 0,9 miljoen).

5. De hogere ontvangsten zijn met name het gevolg van:

  • HWBP-2 (€ 4,9 miljoen) vanwege de afwikkeling juridische schikking bij project Eemdijk en Zuidelijke Randmeren voor de afwikkeling herstelkosten thermisch gereinigde grond.

  • Steenbestorting Vooroeververvanging (€ 1 miljoen) vanwege een onverwachte ontvangst van teruggave BTW vooraftrek Bath Ossenisse over 2020 en 2021.

  • Voor het programma Lob van Gennep is een EU-subsidie ontvangen van € 0,9 miljoen. Het project Lob van Gennep is een onderdeel van het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en richt zich op het verbeteren van de waterveiligheid in Noord-Limburg.

  • Diverse kleinere mutaties € 0,4 miljoen.

1.01 Grote projecten waterveiligheid

Motivering

Deze projecten, waaraan de Tweede Kamer de status van Groot Project heeft toegekend, dragen bij aan de waterveiligheid in Nederland. Voor meer achtergrondinformatie over programmering in 2025 (en verder) wordt verwezen naar het MIRT Overzicht 2025, de betreffende voortgangsrapportages en het Deltaprogramma 2025.

Producten

Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2)

Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die zijn voortgekomen uit de periodieke toetsing volgens de Waterwet. Uit de resultaten van de eerste (2001) en tweede (2006) toetsing op veiligheid van de primaire waterkeringen bleek dat een deel van deze keringen niet voldeed aan de wettelijke norm (Kamerstukken II, 2007–2008, 27 625 en 18 106, nr. 103).

Conform de Regeling Grote Projecten heeft de Tweede Kamer in 2025 de Voortgangsrapportages 27 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025 Kamerstuk 32698-91) en 28 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32698-93) ontvangen.

Meetbare gegevens

Het HWBP-2 bestaat uit 87 versterkingsprojecten, inclusief de Zwakke Schakels. Per 31 december 2025 voldoen 86 projecten aan de vigerende veiligheidsnorm. Het laatste HWBP-2 project, zijnde het project Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam, bevindt zich in de realisatiefase.

Het financiële risico op programmaniveau is gewijzigd van € 40,9 miljoen naar € 37,5 miljoen. Deze mutatie wordt o.a. veroorzaakt door vrijval programmarisico, bijstellingen ramingen van nog af te ronden projecten en het nog lopend project en prijspeilcorrectie 2024 naar 2025.

Het actuele programmabudget is gewijzigd en bedraagt op peildatum 31 december 2025 € 2.866 miljoen (VGR27 € 2.854 miljoen). Deze mutatie wordt veroorzaakt door het doorvoeren van prijsindexering van prijspeil 2024 naar 2025.De actuele programmaraming is de huidige verslagperiode afgerond gewijzigd en bedraagt op peildatum 31 december 2025 € 2.883 miljoen (VGR27 € 2.850 miljoen). Het programmabudget ligt € 17 miljoen lager dan de programmaraming, maar valt binnen de post programma-onvoorzien van € 37 miljoen.

Tabel 5 Projectoverzicht Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2025

Projectbudget

Oplevering

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2025

realisatie

verschil

begroting2025

huidig

2025

huidig

 

Projecten Nationaal

     

2027

2027

 

HWBP-2 Rijksprojecten

1

0

‒ 1

170

170

   

HWBP-2 Waterschapsprojecten

33

111

78

2.647

2.658

  

1

Overige projectkosten (programmabureau)

  

0

49

51

   

afrondingen

1

1

0

     

Programma realisatie

35

112

77

2.866

2.879

   

begroting (DF 1.01.01/02)

35

112

77

     

Toelichting

  • 1. De per saldo hogere realisatie op de HWBP-2 Waterschapsprojecten (€ 78 miljoen) is met name het gevolg van:

    • Markermeerdijk (€ 77,4 miljoen) vanwege het toekennen van indexeringskosten aan het project en betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project.

Projectbudget: De toename van het projectbudget (€ 12 miljoen) is met name het gevolg van de prijsbijstelling (€ 8,9 miljoen) en een overheveling vanuit het HWBP naar HWBP-2 (€ 2,8 miljoen) ter correctie omdat vorig jaar bij de toedeling van de prijsbijstelling 2024 abusievelijk te weinig indexatie aan HWBP-2 was toegekend.

Ruimte voor de Rivier

Tabel 6 Projectoverzicht Ruimte voor de rivier; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2025

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2025

realisatie

verschil

begroting2025

huidig

2025

huidig

 

Projecten Nationaal

        

Ruimte voor de Rivier

1

0

‒ 1

2.246

2.246

2019

2019

 

Programma realisatie

1

0

‒ 1

2.246

2.246

   

begroting (DF 1.01.03)

1

0

‒ 1

2.246

2.246

   

Toelichting

Afgelopen jaar zijn geen middelen besteed aan Ruimte voor de Rivier.

Maaswerken

Maaswerken is voortgekomen uit het Deltaplan Grote Rivieren dat na twee hoogwaters in de Rijn en de Maas in december 1993 en januari 1995 tot stand kwam. Belangrijkste doelstelling is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord-Brabant tegen hoogwater van de Maas.

Op 22 januari 2019 heeft de Tweede Kamer de Groot Project Status van Zandmaas en Grensmaas beëindigd. De rapportage over de voortgang en afronding van het programma vindt plaats via het MIRT overzicht. Het prioritaire deel van dit werk is in 2020 afgerond.

Tabel 7 Indicatoren Maaswerken

Indicator

Grensmaas

Zandmaas

Hoogwaterbeschermingsprogramma

100% in 2017 (gerealiseerd)

100 % in 2016

Natuurontwikkeling

(95%) 1.148 ha

(100%) 427 ha

Grind

ten minste 35 miljoen ton

 

Grensmaas en Zandmaas, natuurontwikkeling

De deelprogramma’s Grensmaas en Zandmaas (fase I) dragen primair bij aan de hoogwaterveiligheidsdoelstelling. Daarnaast wordt met deze projecten natuur gerealiseerd die ten goede komt aan het NatuurnetwerkNederland (NNN).

  • Grensmaas: De totale oppervlakte natuurontwikkeling in de Grensmaas is 1.208 ha. Het Ministerie van LVVN neemt hiervan thans 728 ha voor haar rekening (Kamerstukken II, 2014–2015, 18 106, nr. 230). De Minister heeft in maart 2019 aan de Tweede Kamer laten weten dat eind 2018 1.125 ha van de natuurdoelstelling Grensmaas gerealiseerd is (Kamerstukken II, 2018-2019, 18 106, nr. 247). Eind 2025 is 1.148 ha (95%) gerealiseerd.

  • Zandmaas: De natuuropgave binnen de Zandmaas is gerealiseerd. De gerealiseerde deellocaties van de Zandmaas zijn allen aan de eindbeheerders (zijnde Waterschap Limburg, gemeenten, natuurbeheerorganisaties en beheer RWS) de afgelopen jaren overgedragen. Decharge door RWS is aangevraagd.

Tabel 8 Projectoverzicht Maaswerken; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2025

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2025

realisatie

verschil

begroting2025

huidig

2025

huidig

 

Projecten Zuid-Nederland

        

Grensmaas

1

0

‒ 1

120

121

2017-2027

2017-2027

 

Zandmaas

  

0

392

391

2021

2021

 

afronding

  

0

     

Programma realisatie

1

0

‒ 1

512

512

   

begroting (DF 1.01.04)

1

0

‒ 1

     

Toelichting

  • 1. Projectbudget: De toename van het projectbudget (€ 0,9 miljoen) bij Grensmaas is met name het gevolg van de prijsbijstelling 2025 (€0,75 miljoen) en het desalderen van extra ontvangsten (€ 0,1 miljoen).

    De afname van het projectbudget bij Zandmaas komt door een meevaller omdat eerder toegevoegde IBOI niet meer nodig was vanwege de afronding van het project.

Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid

De kengetallen hieronder geven informatie over de stand van zaken van maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid onder het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2), en de programma’s Ruimte voor de Rivier (RvdR) en Maaswerken. Het geeft een meerjarig inzicht in de voortgang van de maatregelen van de betreffende programma’s. De beleidsinspanningen van de Minister van IenW die onder Hoofdstuk XII (artikel 11) vallen richten zich op de regie op deze programma’s.

Figuur 3 Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid

Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid

Bron: RWS 2025

1.02 Ontwikkeling waterveiligheid

Motivering

Naast de grote projecten op het gebied van waterveiligheid zijn hieronder de overige aanlegprojecten beschreven.

1.02.01 Planning waterveiligheid

De planning waterveiligheid dient om een probleem of een initiatief met maatschappelijke meerwaarde op het gebied van waterbeheer te verkennen en daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.

Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten en programma’s verantwoord die zich in de planningsfase bevinden.

Tabel 9 Projectoverzicht Verkenningen- en planuitwerkingsprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

 

Oplevering

 

Toelichting

      

Projectomschrijving

begroting 2025

huidig

begroting 2025

huidig

 

Projecten Nationaal

     

Reservering areaalgroei

26

28

   

Ruimte voor de rivier 2.0

170

160

  

1

Projecten Noordwest-Nederland

     

EPK Planuitwerking en verkenningen Waterveiligheid

10

10

   

Projecten Zuid-Nederland

     

Rivierverruiming Rijn en Maas

232

280

  

2

Projecten Oost-Nederland

     

IJsseldelta fase 2

101

119

  

3

afronding

     

Totaal programma planuitwerking en verkenning

539

597

   

budget DF 1.02.01

539

597

   

Toelichting

  • 1. Het huidige projectbudget van Ruimte voor de Rivier 2.0 is lager (- € 10 miljoen) vanwege een abusievelijke onttrekking aan het uitvoeringsbudget voor het project Well, die bij Voorjaarsnota 2026 wordt hersteld.

  • 2. Voor Rivierverruiming Maas is het huidige projectbudget hoger( € 48 miljoen) dat wordt veroorzaakt door:

    • Ophoging voor het project gebiedsontwikkeling Groene Rivier Well waar door het Rijk extra middelen beschikbaar zijn gesteld (€ 43 miljoen)

    • Ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 2,6 miljoen).

    • Diverse kleinere mutaties (€ 2,4 miljoen).

  • 6. Het huidige projectbudget van IJsseldelta fase 2 is hoger ( €17,5 miljoen) als gevolg van het rondkomen van de afkoopsom voor het onderhoud aan de Roggebotbrug.

1.02.02 Aanleg waterveiligheid

Dit programma levert een bijdrage aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk en bij de waterschappen én levert een bijdrage aan het beheer van de Rijkswateren.

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is een alliantie tussen de waterschappen en IenW. Het programma heeft als doel in 2050 alle primaire waterkeringen in Nederland op orde te hebben. Circa 90% van de primaire waterkeringen is in beheer bij de waterschappen. Het overige deel is vrijwel volledig in beheer bij het Rijk. Door de samenwerking binnen de alliantie wordt de beschikbare kennis en deskundigheid van de verschillende waterbeheerders benut.

De opgave van het HWBP volgt uit de landelijke beoordelingsronde overstromingsrisico (LBO-1), die op 1 januari 2017 van start is gegaan en in 2023 is afgerond. De verwachte resterende opgave tot 2050 ligt binnen de bandbreedte van 1.366 kilometer +/- 10%. Het HWBP kent een voortrollend karakter, waarbij jaarlijks een actualisatie van het programma plaatsvindt en er een nieuw jaar aan de programmering wordt toegevoegd. Met deze werkwijze ontstaat een adaptief programma dat in kan spelen op nieuwe ontwikkelingen.

Het HWBP is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.

Rivierverruiming, niet zijnde Ruimte voor de Rivier

Langs de Maas, de Rijn, de Waal en de Lek zijn projecten uitgevoerd ten behoeve van natuurontwikkeling in de uiterwaarden en om een grotere waterafvoer te kunnen opvangen, de zogeheten NURG (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied) projecten. Het NURG-programma is uitgevoerd door de Ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur en Waterstaat. Inmiddels is het overgrote deel van de opgave gerealiseerd en hebben de beide ministeries bij de Herijking van de Ecologische Hoofdstructuur afspraken gemaakt over de verdeling van de restopgave. Hierin is afgesproken dat elk ministerie haar nog lopende restpunten afmaakt. Met de projecten Uiterwaardvergraving Afferdense en Deestse Waarden en Herinrichting Heesseltsche Uiterwaarden 2021 is het NURG programma voor het grootste deel afgerond. Er is nog een kleine restopgave die de verwerving en inrichting van enkele gebieden betreft. Voor de uitvoering hiervan heeft het ministerie van LVVN een opdracht verstrekt aan Staatsbosbeheer tot en met 2030.

Overige onderzoeken en kleine projecten

Onderdeel van overige onderzoeken en kleine projecten is onder andere het Project Roggenplaat. Rijkswaterstaat heeft in opdracht van de ministeries IenW en LVVN een zandsuppletie uitgevoerd om de negatieve effecten van de zandhonger in de Oosterschelde tegen te gaan. Het project is in de winter van 2019-2020 succesvol uitgevoerd met een omvang van 213 ha en 1,4 miljoen m3. Inmiddels is de monitoring tot en met 2025 uitgevoerd. Afronding van het project (dechargeaanvraag) zal naar verwachting in 2026 plaatsvinden.

Tabel 10 Projectoverzicht Realisatieprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2025

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2025

realisatie

verschil

begroting2025

huidig

2025

huidig

 

Projecten Nationaal

        

HWBP: Rijksprojecten

22

20

‒ 2

757

780

  

1

HWBP Overige projectkosten (programmabureau)

11

8

‒ 3

187

229

  

1

HWBP: Waterschapsprojecten

593

646

53

8.058

8.610

  

1

Kennisprogramma Zeespiegelstijging

1

1

0

10

10

   

Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2023

12

3

‒ 9

41

45

  

2

Zandhonger Oosterschelde

  

0

11

11

   

Landelijk Verbeterprogr. Regionale Rijksk.

1

 

‒ 1

13

15

   

Meanderende Maas

3

1

‒ 2

8

9

   

Projecten Noord-Nederland

        

Afsluitdijk

1

1

0

7

8

   

Afsluitdijk Bestaande Spuisluis

5

3

‒ 2

200

207

   

Projecten Oost-Nederland

        

Kribverlaging Pannerdensch kanaal

4

0

‒ 4

32

29

2023

2023

3

IJsseldelta fase 2

 

0

0

95

93

2021

2023

 

Monitoring Langsdammen Waal

 

0

0

5

5

   

Projecten Zuidwest-Nederland

        

Overige onderzoeken en kleine projecten

 

0

0

89

81

  

4

Dijkversterking en herstel steenbekleding

 

0

0

827

827

2023

2023

 

Projecten Zuid-Nederland

 

0

0

     

Beekdalen

16

8

‒ 8

330

310

  

5

afrondingen

 

2

2

     

Programma realisatie

669

693

24

10.670

11.269

   

begroting (DF 1.02.02)

545

693

148

10.670

11.269

   

Overprogrammering (-)

‒ 124

0

      

Toelichting

Realisatie:

  • 1. De lagere realisatie bij de HWBP Rijksprojecten per saldo (- € 2,4 miljoen) bestaat zowel uit projecten met een hogere realisatie (€ 9,2 miljoen) als projecten met een lagere realisatie (- € 11,6 miljoen). De hogere realisatie betreft:

    • HWBP Rijksproject Marken (€ 9,2 miljoen) omdat het ontwerp en de uitvoeringswijze is aangepast door o.a. het aantreffen van asbest en teerhoudend asfalt als de nieuwe wettelijke eis voor geotextiel.

    De lagere realisatie betreft:

    • HWBP Rijksprojecten (- € 6,2 miljoen) doordat er in 2025 niet volldig beroep is gedaan op de risicoreservering voor de Rijksprojecten, overheveling naar Rijksproject Marken en het schuiven bij Faalkansverlaging SVK Hollandsche IJsselkering aangezien aanbesteding en gunning pas zal plaatsvinden in 2027-2028 waardoor er nu beperkte uitgaven t.b.v. de uitvoering.

    • HWBP Rijksproject Noordelijke Lekdijk (- € 4,8 miljoen) door aanpassing uitvoeringsplanning van het waterschap

    • Programma Rijkskeringen (- € 0,6 miljoen)

De lagere realisatie bij HWBP Overige projectkosten (programmabureau) komt door capaciteitsproblemen en benodigde aanvullende tijd voor aanbesteding.

De hogere realisatie bij de HWBP Waterschapsprojecten per saldo (€ 53,6 miljoen) bestaat zowel uit projecten met een hogere realisatie (€ 238,3 miljoen) als projecten met een lagere realisatie (- € 184,7 miljoen). De hogere realisatie betreft:

  • Bij meerdere projecten betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project; HWBP Tiel-Waardenburg (€ 28,2 miljoen), HWBP Lauwersmeerdijk - Vierhuizergat (€ 19,6 miljoen), HWBP Ravenstein € (14,5 miljoen), HWBP Rijnkade Arnhem (€ 12 miljoen), HWBP Maasvallei (€ 9,7 miljoen), HWBP Gouw Zee (€ 9,7 miljoen)

  • HWBP Zwolle (€ 61,8 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project en het toevoegen van indexering en actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap.

  • HWBP Zuid-Beveland (€ 20,7 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project en het toevoegen van indexeringsbudget.

  • Meerdere projecten vanwege het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap; HWBP Streefkerk-Armeide (€ 7,4 miljoen) en HWBP Lith-Bokhoven (€ 5,1 miljoen)

  • HWBP Lob van Gennep (€ 5,2 miljoen) vanwege kosten voor emissie-loos werken en hogere vastgoedopgave.

  • Diverse kleine mutaties (€ 14,3 miljoen).

De lagere realisatie betreft:

  • HWBP Sterke Lekdijk (- € 55,1 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project, het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap, en door vertraging in afstemming van activiteiten binnen de planningsfase.

  • Meerdere projecten door het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap: HWBP Centraal Holland (- € 17,8 miljoen), HWBP Vecht-Zuid (- € 10,3 miljoen), HWBP Den Helder (- € 9,4 miljoen), HWBP Sprok-Sterre (- € 8,2 miljoen), HWBP Weurt-Deest (- € 6,8 miljoen)

  • HWBP Koehool-Lauwersmeer (- € 16,4 miljoen) door het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap en vertraging door extra onderzoek naar steenbekleding waarbij de uitkomst effect heeft op de scope van de versterkingsopgave.

  • HWBP Waterschapsprojecten (- € 10,5 miljoen) vanwege het aanspreken van de risicoreservering door specifieke HWBP projecten en het doorschuiven van het deel van de risicoreservering waar in 2025 geen beroep op is gedaan.

  • HWBP Bronsbergen - Den Elterweg (- € 8 miljoen) door het actualiseren van de uitvoeringsplanning van het waterschap en capaciteitsproblemen

  • HWBP Zwolle-Olst (- € 6,2 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project en gewijzigde uitvoeringstermijn

  • HWBP Gouderak (- € 5,8 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project

  • HWBP Gorinchem-Waardenburg (- € 5,5 miljoen) vanwege betalingen o.b.v. de werkelijke voortgang van het project en gewijzigde uitvoeringstermijn

  • Diverse kleine mutaties (- € 24,7 miljoen).

Bij de HWBP Rijksprojecten komt de toename van projectbudget door prijsbijstelling 2025 (€ 22,6 miljoen).Bij HWBP overige projectkosten (programmabureau) komt de toename van het projectbudget (€ 38 miljoen) voornamelijk door overhevelingen vanuit de HWBP reservering vanwege het indexeren en actualiseren van de uitvoeringsplanning (€ 34 miljoen) en de toekenning van prijsbijstelling 2025 (€ 5,4 miljoen).De toename in projectbudget bij HWBP Waterschappen (€ 551 miljoen) komt voornamelijk door het toevoegen van het jaar 2039 aan de begroting en het toekennen van prijsindexatie 2025.

  • 2. De lagere realisatie bij Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2023 komt vanwege een budgetoverheveling, vanuit artikel 5.04 Reserveringen, voor de middelen van het Wettelijk Beoordelings Instrumentarium van de Nederlandse waterkeringen. Daarnaast heeft de opdrachtverstrekking voor Actualisatie Hydraulische Belasting en Beheer en Onderhoud vertraging opgelopen waardoor de financiële realisatie achterblijft in 2025. Ook is de risicoreservering doorgeschoven.

  • 3. Overige onderzoeken en kleine projecten: het projectbudget is verlaagd omdat alleen het onderzoeksprogramma Zandmotor nog loopt waarvan het budget € 80,7 miljoen bedraagt.

  • 4. De lagere realisatie bij Kribverlaging Pannerdensch Kanaal komt omdat het project is afgerond en het restbudget is afgeboekt als meevaller (- € 3,5 miljoen)

  • 5. Beekdalen: ‒ € 8,1 miljoen lagere realisatie voor Beekdalen vanwege vertraging bij de regio, provincie Limburg. Verlaging van het projectbudget voor Beekdalen ( ‒ € 20 miljoen) vanwege inzet voor dekking voor het project gebiedsontwikkeling Groene Rivier Well (- € 29,7 miljoen) en ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025 ( € 10,3 miljoen).

1.03 Studiekosten

Motivering

Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van waterveiligheid.

Producten

Nationaal Watermodel

In 2025 is het reguliere beheer en onderhoud van het Nationale Watermodel uitgevoerd. Ook is in 2025 de doorontwikkeling (het inbouwen van een nieuwe versie van het hydrologische model, met vertraging) van het Landelijk Waterkwaliteits Model doorgegaan. En er wordt een module voor zware metalen toegevoegd. De geplande eindoplevering (voorzien eind 2025) is vertraagd tot medio 2026 omdat oplevering van het Landelijk Hydrologisch Model 4.3 meer tijd vergt.

Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie

Binnen het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) werken alle overheden en hun stakeholders in 45 werkregio’s met elkaar samen aan het doel om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. Zij doen dit aan de hand van de zeven ambities van DPRA (o.a. stresstesten uitvoeren, dialogen, uitvoeringsagenda’s, voorbereid zijn op weersextremen). In 2025 is gewerkt aan de actualisatie van de stresstesten. Er zijn ook bovenregionale stresstesten beschikbaar gekomen waarmee een beter beeld is ontstaan van de gevolgen van grootschalige extreme regen. In 2025 is een project gestart waarmee de werkregio’s worden ondersteund om hun doelen ten aanzien van klimaatadaptatie te concretiseren. Ook is verder verkend hoe het vraagstuk van structurele financiering verder gebracht kan worden en is een landelijke aanpak voor monitoring ontwikkeld. Middelen van het Deltafonds zijn verder ingezet om alle benodigde basisinformatie en kennis beschikbaar te stellen. Dit doet IenW via het Kennisportaal Klimaatadaptatie en de Klimaateffectatlas. Tot slot zijn net als in eerdere jaren diverse ambtelijke en bestuurlijke bijeenkomsten georganiseerd om het netwerk van ruimtelijke adaptatie verder te versterken.

IJsselmeergebied

Samen met de partners in het platform IJsselmeergebied zijn activiteiten uitgevoerd, onder meer voor het Deltaprogramma IJsselmeergebied. In 2025 is gewerkt aan het in kaart brengen van de mogelijke strategieën en opties voor herijking van het Deltaprogramma IJsselmeergebied.

Missiegedreven innovatiebeleid

Het ministerie van IenW werkte in 2025 voor het laatste jaar in het missiegedreven innovatiebeleid, samen met de ministeries van LVVN en VWS en de betrokken topsectoren, aan de kennis en innovatie agenda voor het thema Landbouw, Water, Voedsel (KIA LWV). Vanaf 2026 vormt Water, Klimaatadaptatie en Maritiem een eigen thema binnen het missiegedreven innovatiebeleid.

In 2025 heeft IenW de TKI’s Water- en Deltatechnologie een opdracht gegeven verkenningen uit te voeren voor mogelijke innovatieprojecten naar het vervangen van zoetwater door brakwater in de industrie en het agrarisch waterbeheer. Deze onderwerpen sluiten aan bij actueel IenW-beleid, bieden kansen voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland en maken onderdeel uit van de opgaven uit de KIA LWV. Tevens is in 2025 besloten de publiek-private innovatieprojecten te co-financieren op de kennisleemtes rond zandwinning en ecologische versterking van het Markermeer en IJsselmeer en de implementatie van lange termijn scenario’s/visies als NL2120 in gebiedsgerichte keuzes.

Water4All - Water Security for the Planet

IenW participeert in het Europese onderzoeksprogramma Water4All «watersecurity for the planet». Met dit zogenoemde partnerschap coördineren de lidstaten en de Europese Commissie gezamenlijk onderzoek dat waterkennis oplevert voor beleid en uitvoering.

Tussen 2022 en 2024 zijn calls geopend op integraal waterbeheer, aquatische ecosysteemdiensten en water in de circulaire economie. In 2025 is een call geopend over water en gezondheid. Talrijke Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen zijn gestart met door deze calls gefinancierd onderzoek. Doorwerking van kennis naar beleid en uitvoering wordt geborgd door middel van knowledge hubs en een demonstration call.

Integraal Riviermanagement / Ruimte voor de Rivier 2.0

Op 3 april 2025 is het Programma onder de Omgevingswet Integraal Riviermanagement (POW IRM) vastgesteld en is de aftrap geweest van het programma Ruimte voor de Rivier 2.0.

Met het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 werkt het kabinet aan een toekomstbestendig rivierengebied. De rivieren zijn van cruciaal belang voor de zoetwatervoorziening van grote delen van Nederland voor burgers, bedrijven, landbouw en de natuur en vervullen een belangrijke rol in het goederenvervoer. Ook hebben de rivieren grote regionaal economische betekenis voor aan de rivier gelegen steden en dorpen.

In 2025 is gewerkt aan de voorbereiding van deze beleidskeuzes die noodzakelijk zijn voor een veilig en florerend rivierengebied. Op basis van een gedeelde feitenbasis worden in 2026 de noodzakelijke beleidskeuzes gemaakt, inclusief een eerste maatregelenpakket voor de meest urgente problemen, om Nederland in de toekomst weerbaar te houden en te maken tegen te veel en te weinig water.  

Bij verschillende projecten die gericht zijn op het geven van ruimte aan de rivier zijn in 2025 stappen gezet. Bij de projecten Arcen en Meanderende Maas zijn de werkzaamheden in het veld begonnen. Zo zorgt IenW samen met medeoverheden voor een toekomstbestendig rivierengebied.

Programma Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium (BOI) 2023

Het programma BOI 2023 bouwt voort op de bestaande Technische Leidraden en voegt hier nieuw ontwikkelde kennis en functionaliteit aan toe zodat het instrumentarium aansluit op de actuele kennis en de ervaringen die in de eerste beoordelingsronde (2017-2023) zijn opgedaan. In 2025 is opdracht gegeven voor de productie van de nieuwe hydraulische belastingen die in de periode 2026-2027 opgeleverd zullen worden. Verder is gewerkt aan het invullen van een vernieuwd BOI-programma om te komen tot (doorontwikkeling van) instrumenten die nog beter aansluiten bij de behoeften van de gebruikers. Hier wordt in 2026 in samenwerking met de gebruikers en (kennis)partners in het veld verder aan gewerkt.

Lange termijn ambitie / Kennisprogramma Waterveiligheid

Er worden langjarige activiteiten (onderzoek) uitgevoerd om een solide kennisbasis te ontwikkelen. De kennis over waterveiligheid wordt hiermee op het vereiste niveau gehouden, zodat sprake is van actueel, effectief en uitvoerbaar waterveiligheidsbeleid.

In 2025 is onder andere gewerkt aan onderzoeken die bijdragen aan het bepalen van een reële overstromingskans en de implementatie van overstromingskansbenadering, zoals:

  • Faalpaden: raamwerk tijdsafhankelijkheid en beschouwing keten tot overstroming

  • Hydraulische belastingen: effect infra-gravity golven

  • Dijkerosie en bekledingen: levensduur model asfalt en steenzettingen

  • Stabiliteitsverlies: sterkte onverzadigde zone en zettingsvloeiing

Kennisprogramma Zeespiegelstijging

In het Kennisprogramma Zeespiegelstijging wordt onderzoek gedaan naar de effecten van zeespiegelstijging en de handelingsperspectieven voor de korte en de lange termijn. Het KNMI voert onder andere modelstudies uit naar versnelde smelt van Antarctica, omdat deze bepalend zal zijn voor de snelheid van zeespiegelstijging in de toekomst.

In aanvulling op de Tussenbalans van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging (Kamerstukken II, 2023/24, 36410-J-5), is in november 2025 het rapport ‘Ruimte voor zeespiegelstijging 2’ geactualiseerd en aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 J, nr. 9). Hierin zijn de bevindingen van vier verschillende consortia gerapporteerd, die onderzochten op welke alternatieve wijze Nederland zou kunnen omgaan met een zeespiegelstijging van 2 tot 5 meter. Hieruit blijkt dat, hoewel het gaat om een erg grote opgave met veel impact, er verschillende denkrichtingen technisch haalbaar zijn. In het voorjaar van 2026 volgt de eindrapportage die inzicht biedt in de vraagstukken die zullen ontstaan en de keuzes die dan gemaakt kunnen worden. Dergelijke besluiten zijn nu nog niet aan de orde.

Weerbaarheid in de watersector

Om de digitale weerbaarheid in de watersector te verhogen is in 2020 het uitvoeringsprogramma «Versterken cyberweerbaarheid in de Watersector» gestart. Partijen in de watersector werken onder regie van het Ministerie van IenW in dit programma samen aan projecten die met name gericht zijn op operationele technologie (OT).

De activiteiten in het programma geven onder andere invulling aan de Nederlandse Cybersecurity Strategie (NLCS). In 2025 is een aantal activiteiten afgerond. De activiteiten zijn merendeels gedreven door wetgeving of doorontwikkeling van eerdere trajecten, waarbij voortgebouwd wordt op kennis en ervaring uit deze trajecten. Het project voor het analyseren van ketenrisico’s voor het hoofd- en regionale watersysteem is in 2025 afgerond. Ook zijn onder het programma OT-trainingen uitgerold waar deelnemers uit de watersector aan deelnamen.

Trainen en oefenen blijft een belangrijke pijler onder het continu weerbaarder maken van de sector. Ook in 2025 zijn Red Team/Blue team trainingen verzorgd. In 2025 heeft IenW geen activiteiten opgestart vanwege de overgang naar een nieuw juridisch kader.

Vitale infrastructuur

De implementatie van de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten (Wwke) – de nationale vertalingen van de Europese richtlijnen NIS2 en CER bieden het fundament om bedrijven verplichtingen op te leggen waarmee de digitale en fysieke weerbaarheid wordt verhoogd. Tegelijkertijd zorgen de wetten voor een impuls om de weerbaarheid te verhogen door bewustwording. In 2025 is in een projectstrcutuur gewerkt aan de wetten, Algemene Maatregelen van Bestuur en Ministeriële Regelingen, waarbij tegelijkertijd intensief met andere departementen en J&V is afgestemd. In 2025 is gestart met het ondersteunen van sectorale entiteiten – zoals waterschappen en drinkwaterbedrijven – bij het vertalen van wettelijke verplichtingen naar uitvoerbare (cyber)weerbaarheidsmaatregelen.

Door geopolitieke verschuivingen is de internationale veiligheidssituatie verslechterd, met reële gevolgen voor de nationale veiligheid. De dreiging van hybride aanvallen – zoals sabotage, cyberaanvallen en desinformatie – op vitale infrastructuur neemt toe, evenals het risico op een militair conflict met fysieke impact op Nederlandse voorzieningen. Ook voor de vitale infrastructuur in de watersector geldt dat de weerbaarheid versterkt moet worden.

1.09 Ontvangsten

Ontvangsten waterschapsprojecten

Conform de Spoedwet (Stb. 2011, 302) dragen de waterschappen vanaf 2011 € 81 miljoen per jaar bij aan het HWBP. Deze bijdrage van de waterschappen is conform het regeerakkoord Rutte I en het Bestuursakkoord Water aangevuld tot € 131 miljoen in 2014 en tot € 181 miljoen structureel vanaf 2015 (inclusief projectgebonden aandeel, prijspeil 2010). Deze bijdrage wordt geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehanteerd door het ministerie van Financiën. Voor 2025 komt dit bedrag uit op ongeveer € 239 miljoen (inclusief projectgebonden aandeel). De middelen van de waterschappen worden eerst ingezet voor de waterschapsprojecten van het HWBP-2 en vervolgens voor de waterschapsprojecten van het HWBP. Het in 2013 door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel Wijziging van de Waterwet (doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming) (Kamerstukken II, 2012-2013, 33 465, nr. 3) is per 1 januari 2014 in werking getreden. De wet regelt dat het Rijk en de waterschappen elk de helft van de bijdrage aan het HWBP betalen.

4.2 Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening

Op het gebied van zoetwatervoorziening is het beleid gericht op een duurzame zoetwatervoorziening die economisch doelmatig is. De uitvoering is gericht op het zoveel mogelijk voorkomen van tekorten. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden en gebruikers. Het Ministerie van IenW werkt samen met deze partijen in het Deltaprogramma Zoetwater. De maatregelen die in uitvoering worden genomen staan in het Deltaplan Zoetwater.

In periodes van ernstig watertekort (in droge zomers) wordt water verdeeld op basis van een verdringingsreeks.

Op dit artikel worden de producten op het gebied van zoetwatervoorziening verantwoord. De waterkwaliteit maatregelen in het hoofdwatersysteem die niet verbonden zijn aan waterveiligheid en zoetwatervoorziening worden op artikel 7 van het Deltafonds verantwoord.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal waterbeleid) op de begroting van hoofdstuk XII.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

 

Verplichtingen

37.281

128.731

127.234

59.616

11.330

50.013

‒ 38.683

1

Uitgaven

35.173

71.465

114.664

70.429

26.578

59.237

‒ 32.659

 

2.02 Ontwikkeling zoetwatervoorziening

33.224

69.590

112.883

67.909

23.359

48.097

‒ 24.738

2

2.02.01 Planning zoetwatervoorziening

0

0

0

0

 

0

0

 

2.02.02 Aanleg zoetwatervoorziening

33.224

69.590

112.883

67.909

23.359

48.097

‒ 24.738

 

2.03 Studiekosten

1.949

1.874

1.781

2.520

3.219

11.140

‒ 7.921

3

2.03.01 Studie en onderzoekskosten Deltaprogramma

1.949

1.874

1.781

2.520

3.219

11.140

‒ 7.921

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

802

553

505

0

802

 

2.09 Ontvangsten investering in waterkwantiteit en zoetwatervoorzieningen

92

0

114

112

150

0

150

 

Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel, de verplichtingen en ontvangsten een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • 1. De lagere verplichtingenrealisatie (€-38,7 miljoen) op dit artikel is met name het gevolg van:

    • Deltaplan zoetwater (- € 27,6 miljoen). Het betreft een budgetschuif naar 2026. Vanwege beperkte capaciteit konden aanvullende projecten niet worden opgestart. Waaronder projecten projecten regio LAAG Noord Nederland en bij regio ZW Delta.

    • Bevaarbaarheid jachthavens (- € 8,3 miljoen) doordat minder aanvragen voor de regeling zijn ontvangen dan geraamd.

    • Ecologische maatregelen Markermeer (€-1,6 miljoen) door meerdere geringe schuiven oa. omdat de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen Rijkswaterstaat en provincie Noord-Holland is verlopen en in 2026 zal worden herzien

    • Diverse kleine mutaties per saldo (- € 1,2 miljoen)

  • 6. De lagere realisatie (- € 24,7 miljoen) op dit artikel is met name het gevolg van:

    • Deltaplan zoetwater (- € 20,3 miljoen). Als gevolg van capaciteitsproblemen konden aanvullende projecten niet worden opgestart. Tevens zijn middelen beschikbaar gesteld voor projecten binnen het programma Programmatische Aanpak Grote Wateren. Deze middelen worden in 2026 teruggeboekt.

    • Ecologische maatregelen Markermeer (- € 1,4 miljoen) omdat de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen Rijkswaterstaat en provincie Noord-Holland is verlopen en in 2026 zal worden herzien

    • Zoetwatermaatregelen Water en Bodem (- € 2,2 miljoen) omdat een deel van het werk (waterbesparing Maas) met eigen capaciteit is opgeleverd waardoor budget voor uitbestedingen niet nodig was.

    • Diverse kleine mutaties per saldo (- € 0,8 miljoen)

  • 11. De lagere realisatie (- € 7,9 miljoen) is met name het gevolg van:

    • Bevaarbaarheid jachthavens (- € 8,1 miljoen). De subsidieregelig liep in 2025 af en is niet verlengd. Een deel wordt herschikt ten behoeve van DP Zoetwater, en het resterend saldo wordt teruggeboekt ten behoeve van de investeringsruimte van het Deltafonds.

    • Diverse kleine mutaties per saldo (€ 0,2 miljoen)

2.01 Ontwikkeling waterkwantiteit

Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.

Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.

Er zijn momenteel geen projecten verantwoord.

2.02 Overige waterinvesteringen Zoetwatervoorziening

Motivering

Het betreft projecten die de zoetwatervoorziening bevorderen en de kwaliteit waarborgen. Dit zijn maatregelen en voorzieningen van nationaal belang ter voorkoming, en waar nodig beperking van, waterschaarste en ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen, voor zover deze onderdeel uitmaken van opgaven op het gebied van zoetwatervoorziening.

Producten

Realisatieprogramma Zoetwatervoorziening

Deltaplan Zoetwater 2015-2021 (fase 1)

De meeste maatregelen uit de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater (2015-2021) zijn afgerond. Ca. 95% van het budget is benut (ruim € 173 miljoen van de € 182 miljoen die beschikbaar is in het Deltafonds).

De maatregelen Implementatie peilbesluit IJsselmeer en Hoekelingsdam zijn opgeleverd. Het project aanvoerdeel Noordervaart is in 2025 van start gegaan. De afronding van het project Versterken Friese IJsselmeerkust was door de provincie Friesland oorspronkelijk voorzien op 31-12-2025. Door diverse oorzaken, waaronder PFAS-problematiek en de Coronaperiode, is de afronding van dit project nu voorzien op 31-12-2027. Voor het project Natuurlijke inrichting Dwarsdiepgebieden is een peilbesluit in procedure.

Deltaplan Zoetwater fase 2 (2022-2027)

De zoetwaterregio’s en Rijkswaterstaat werken aan de uitvoering van het maatregelenpakket afgesproken in het Deltaplan Zoetwater fase 2 (2022-2027). Hiervoor is vanuit het Deltafonds € 252 miljoen beschikbaar waarvan € 170 miljoen inmiddels is verplicht (2025). De meeste maatregelen zijn nog in uitvoering en hier dus niet als behaalde mijlpaal te benoemen. Voorbeelden hiervan zijn o.a. implementatie Slim Watermanagement Fase 2, strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening Hoogwatersysteem, water vasthouden projecten in Oost en Zuidoost Nederland en Zeeland, aanvoer vergroten in West NL en Rivierengebied en pilots zuinig watergebruik. De verkenning naar antiverziltingsmaatregelen bij het sluizencomplex Den Oever (Afsluitdijk) is in 2025 vervolgd met een opdracht voor planstudie en realisatie. Verschillende haalbaarheidsstudies en projecten zijn in 2025 opgeleverd, waaronder haalbaarheidsstudie Brabantse Wal, Slim Regionaal Waterbeheer Waterschap Hollandse Delta en Robuuste Doorvoerroute Krimpenerwaard.

Maatregelen worden gefinancierd door het Rijk (Deltafonds), water­schappen, provincies, gemeenten, drinkwaterbedrijven en water­gebruikers. Maatregelen in het hoofdwatersysteem worden volledig bekostigd uit het Deltafonds; Regionale maatregelen worden voor 75% door de regio bekostigd en 25% uit het Deltafonds; en bovenregionale en innovatieve maatregelen kunnen in aanmerking komen voor maximaal 50% bijdrage uit het Deltafonds.

Tijdelijke Impulsregeling Klimaatdaptatie

De Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie is in 2025 geëvalueerd in samenhang met de evaluatie van de wijziging van de Waterwet in 2020 die nodig was om de regeling mogelijk te maken. Het rapport is op 20 mei 2025 aangeboden aan de Kamer (Deltaprogramma | Tweede Kamer der Staten-Generaal). Over het algemeen is de Impulsregeling Klimaatadaptatie ervaren als een groot succes. Het tweeledige hoofddoel van de regeling is bereikt: het versnellen van maatregelen ten aanzien van opgaven voor klimaatadaptatie én het versterken van regionale samenwerking en bewustwording.

Naast de beschikbaar gestelde € 200 miljoen van het Rijk is meer dan € 400 miljoen vrijgemaakt aan cofinanciering op decentraal niveau. Met de uitvoering van de maatregelen wordt bijgedragen aan de realisatie van een klimaatbestendige leefomgeving in 2050. Klimaatadaptatie maatregelen die zijn gefinancierd via de Impulsregeling moeten vóór 1 januari 2028 zijn uitgevoerd.

Tabel 12 Projectoverzicht realisatieprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2025

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2025

realisatie

verschil

begroting2025

huidig

2025

huidig

 

Projecten Nationaal

        

Deltaplan zoetwater fase 1

7

2

‒ 5

83

79

2026

  

Deltaplan zoetwater fase 2

38

20

‒ 18

258

240

2027

 

1

Impuls ruimtelijke adaptie

  

0

168

167

   

Waterbewust leven

1

1

 

6

7

   

Projecten Zuidwest-Nederland

        

Ecologische Maatr. Markermeer

2

 

‒ 2

10

10

2023

2023

 

Besluit Beheer Haringvlietsluizen

1

1

0

85

85

2018/2030

2018/2030

 

afrondingen

‒ 1

‒ 1

0

     

Programma realisatie

48

23

‒ 25

610

588

   

begroting (DF 2.02.02)

48

23

‒ 25

     

Toelichting (alleen RWS deel)

  • 1. Deltaplan Zoetwater fase 2De bijstelling van het projectenbudget naar € 240 miljoen is met name het gevolg van het beschikbaar stellen van middelen voor de opdracht voor het uitvoeren van een gecombineerde plan van aanpak voor Vis- en verziltingsmaatregleen bij Den Oever. Deze opdracht wordt binnen het Deltafonds op een ander artikel verantwoord. Tevens is de prijsbijstelling toegekend en zijn middelen vanuit Zoetwater fase 1 herschikt naar fase 2.

Verkenningen- en Planuitwerkingsprogramma

Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering. Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.

Er worden op dit artikelonderdeel nu geen projecten verantwoord.

2.03 Studiekosten

Motivering

Dit betreft kosten voor beleidsontwikkeling en onderzoek zoetwater, de aansturing van het Deltaplan Zoetwater en uitvoering van het zoetwaterbeleid.

Producten

In 2025 zijn diverse producten opgeleverd, zoals onderzoeken naar de keteneffecten van crisismaatregelen tegen droogte, toetsingskaders voor nieuwe zoetwatervragers en adviezen omtrent grondwater onttrekkingsplafonds. Voor het Deltaplan Zoetwater zijn sociaal economische kosten-batenanalyses uitgevoerd en diverse communicatieproducten opgeleverd, waaronder de jaarlijkse voortgangsrapportages. In het kader van kennisontwikkeling en -deling is een kennisagenda Zoetwater opgesteld.

4.3 Artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

Op dit artikel worden de producten op het gebied van instandhouding verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting hoofdstuk XII.

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

 

Verplichtingen

222.293

268.281

330.693

368.610

411.468

375.834

35.634

1

Uitgaven

229.412

261.437

338.169

327.216

419.052

397.223

21.829

 

3.01 Exploitatie

7.809

8.028

7.304

8.186

8.558

8.261

297

 

3.01.01 Exploitatie watermanagement

7.809

8.028

7.304

8.186

8.558

8.261

297

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

7.809

8.028

7.304

8.186

8.558

8.261

297

 

3.02 Onderhoud en vernieuwing

221.603

253.409

330.865

319.030

410.494

388.962

21.532

2

3.02.01 Onderhoud waterveiligheid

177.644

144.350

224.046

273.582

354.613

325.625

28.988

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

177.644

144.350

224.046

273.582

354.613

325.625

28.988

 

3.02.02 Onderhoud zoetwatervoorziening

34.797

99.251

87.700

32.284

34.579

32.418

2.161

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

34.797

99.251

87.700

32.284

34.579

32.418

2.161

 

3.02.03 Vernieuwing

9.162

9.808

19.119

13.164

21.302

30.919

‒ 9.617

 

3.09 Ontvangsten

0

4.714

0

0

0

0

0

 

Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • 1. De per saldo hogere realisatie van verplichtingen € 35,6 miljoen is voor het RWS deel met name het gevolg van:

    • De hogere realisatie op vernieuwing (€ 4,2 miljoen) als gevolg van vastgestelde contractwijzigingen. Dit betrof met name onderzoeksfase Sluis en gemalen complex IJmuiden, Maas vervanging bediening/besturing, Sifons en duikers en renovatie Krammersluizen (gewijzigde planning en daarmee betalingen aan aannemer).

    • middelen ter dekking van de exogene tegenvaller calamiteit overlaatdam Bosscherveld (€ 18 miljoen)

    • prijsbijstelling 2025 (€ 13,7 miljoen);

    • diverse mutaties (- € 0,3 miljoen).

  • 6. De per saldo hogere realisatie van € 21,5 miljoen is het gevolg van:

    • De hogere realisatie op onderhoud Waterveiligheid van € 29 miljoen is het gevolg van de middelen ter dekking van de exogene tegenvaller calamiteit overlaatdam Bosscherveld (€ 18 miljoen); loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 11,3 miljoen) en het saldo van mutaties < € 5 miljoen (- € 0,3 miljoen).

    • Op onderhoud zoetwatervoorziening is de hogere realisatie van € 2,2 miljoen met name het gevolg van de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 1,1 miljoen) en het saldo van mutaties < € 1 miljoen (€ 1,1 miljoen).

    • De lagere realisatie op vernieuwing ad. ‒ € 9,6 miljoen is met name het gevolg van vertragingen in besluitvorming, inkoop en uitvoering, gebrek aan capaciteit en aanpassing in de planningen. Dit speelde met name bij de projecten Prinses Marijkesluis, Vervanging Stuwen Maas HWS, Sluis en gemalen complex IJmuiden, Maasbediening, Landelijk Meetnet Water en de renovatie Krammersluizen.

3.01 Exploitatie

Motivering

Met exploitatie streeft IenW naar:

  • Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;

  • Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoogwater als laagwater;

  • Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.

Producten

Over exploitatie worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • Monitoring waterstanden, waterkwaliteit en informatievoorziening;

  • Crisisbeheersing en -preventie;

  • Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;

  • Het nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere in waterakkoorden);

  • Regulering waterverdeling (operationele modellen actualiseren en toepassen, bediening (stormvloed)keringen, stuwen, gemalen en spuien).

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de Rijkswateren zijn:

  • Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;

  • Het kunnen beschikken over voldoende water in de Rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties.

Daarnaast is zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne en externe informatie over het water systeem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwaliteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming.

3.01.01 Exploitatie Watermanagement

Tabel 14 Omvang Areaal

Areaal watermanagement:

      

Omvang Areaal

Areaaleenheid

2022

2023

2024

Realisatie 2025

Begroting 2025

Watermanagement

km2 water

90.219

90.213

90.132

90.019

90.213

Bron: Rijkswaterstaat, 2026

Toelichting

Er is een grote afname van het wateroppervlak rond de BES-Eilanden. De equidistantielijn met de VS (US Virgin Islands) is opnieuw berekend, in het kader van de onderhandelingen met de VS over deze grens. De uitkomst was nog niet bekend bij het opstellen van de Begroting. Daarnaast is in 2025 de verbreding van het Julianakanaal gerealiseerd. Dit heeft tot een kleine toename van het wateroppervlak geleid. Doordat het Julianakanaal in 2025 is opgeleverd, was deze toename nog niet bekend op het begrotingsmoment.

Tabel 15 Indicatoren Watermanagement

Prestaties watermanagement

      

Indicatoren

2022

2023

2024

Realisatie 2025

Streefwaarde 2025

toelichting

RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen.

100%

99%

96%

97%

95%

1

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden

75%

100%

100%

100%

100%

2

Bron: Rijkswaterstaat, 2026

Toelichting

De indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen, voldoende wateraan en -afvoer en bestrijden verzilting.

  • 1. De eerste indicator betreft de informatievoorziening voor maatschappelijk vitale processen ten tijde van hoogwater, ijsgang of calamiteuze lozingen. RWS verstrekt dan informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit over ijsberichtgeving, berichtgeving over hoogwater, stormvloed en berichten over verontreinigingen. De informatievoorziening voldeed in 2025 aan de norm.

  • 2. De indicator ‘Waterhuishouding is opgebouwd uit vier indicatoren. Deze indicatoren hebben betrekking op de afspraken die zijn vastgelegd in waterakkoorden en peilbesluiten.

3.02 Onderhoud en vernieuwing

Motivering

Onderhoud en vernieuwing omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. Het is gericht op het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening wordt vervuld.

Producten

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

Conform toezegging aan de Tweede Kamer wordt in het jaarverslag aangegeven wat de omvang van het uitgesteld en (eventueel) achterstallig onderhoud aan het einde van het jaar was.

Voor het Hoofdwatersysteem bedroeg het uitgesteld onderhoud per 31 december 2025 € 377 miljoen, daarvan was € 30 miljoen achterstallig. Ten opzichte van 2024 is het achterstallig onderhoud met € 5 miljoen toegenomen.

Voor een overzicht van het uitgesteld en achterstallig onderhoud op alle RWS-netwerken, wordt u verwezen naar de bijlage 1 'Instandhouding netwerken Rijkswaterstaat' bij dit Jaarverslag.

Meetbare gegevens

Tabel 16 Uitgesteld en achterstallig onderhoud Hoofdwatersystemen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2021

 

2022

 

2023

 

2024

 

2025

 
 

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Hoofdwatersysteem

190

3

249

16

260

30

270

25

377

30

Bron: Rijkswaterstaat, 2026

3.02.01 Onderhoud Waterveiligheid

Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • 1. Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2023).

  • 2. Beheer en onderhoud Rijkskeringen (conform de Omgevingswet.

  • 3. Beheer en onderhoud uiterwaarden.

RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen waaronder de storm vloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn. De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats. Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Er wordt hier alleen gerapporteerd over het areaal dat in beheer van het Rijk is.

ad 1. Kustlijnhandhaving

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu tekort aan zand mede als gevolg van de zeespiegelstijging. Tevens wordt ook extra zand in het kustfundament gesuppleerd om de zandverliezen deels te compenseren. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.

ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkskeringen

  • Primaire keringen (excl. stormvloedkeringen): Primaire keringen zijn waterkeringen die bescherming bieden tegen het buitenwater. RWS beheert en onderhoudt 203 kilometer primaire Rijkskeringen. Hierbij gaat het met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. Er wordt vast onderhoud uitgevoerd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de waterkeringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen. In 2023 is de Tweede Landelijke Beoordeling van Primaire Waterkeringen Overstromingskansen (LBO-2) gestart op basis van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2023. De Regeling bevat regels, procedures en randvoorwaarden, voor het bepalen voor de beoordeling van de primaire waterkeringen.

  • Regionale keringen: Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 508 kilometer regionale keringen (voornamelijk kanaaldijken). Deze beschermen tegen overstromingen uit kleinere wateren, zoals kanalen en boezems. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk zijn in 2015 door de Minister vastgesteld na afstemming met de provincies. In 2021 is de toetsing van de regionale Rijkskeringen afgerond en aangeboden aan de Tweede Kamer. In 2022 is een eerste voortrollend versterkingsprogramma voor de regionale keringen opgesteld.

  • Stormvloedkeringen: Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloedkeringen zijn primaire waterkeringen die vallen onder de Waterwet. Het Rijk heeft sinds 2018 zes stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandsche IJsselkering, de stormvloedkering Ramspol en de Haringvlietsluizen. Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van schuiven en overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties uitgevoerd.

ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaarden

Het Rijk beheert 5.186 hectare aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren.

3.02.02 Onderhoud Zoetwatervoorziening

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. De beoogde functies voor waterverdeling zijn opgenomen in het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 (voorheen Beheerplan voor de Rijkswateren).

Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud aan:

  • Waterverdeling en peilbeheer;

  • Stuwende en spuiende kunstwerken;

Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk «Anders omgaan met water; Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) en de maatregelen in het kader van Natura-2000. Natura-2000 streeft naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken.

Binnen het Deltaprogramma Zoetwater worden de functies voor waterverdeling geanalyseerd om knelpunten op te sporen. Dit gebeurt aan de hand van het instrument waterbeschikbaarheid.

In 2024 is Slim Watermanagement Fase 1 vrijwel geheel afgerond en een plan van aanpak voor fase 2 opgesteld. Jaarlijkse voorgangsrapportages worden gepubliceerd op de website van het deltaprogramma.

Meetbare gegevens

Beheer en onderhoud

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken, dijken, dammen, duinen, stormvloedkeringen, kustfundament en oevers. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Tabel 17 Kengetallen waterveiligheid

Omvang Areaal

Eenheid

Realisatie omvang 2022

Realisatie omvang 2023

Realisatie omvang 2024

Realisatie omvang 2025

Prognose omvang 2025

Kustlijn

km

293

293

294

294

294

Stormvloedkeringen

stuks

6

6

6

6

6

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

      

– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

201

202

203

202

202

– Niet-primaire waterkeringen/duinen

km

604

604

508

507

605

– Uiterwaarden in beheer Rijk

ha

5.182

5.183

5.185

5.186

5.181

Bron: Rijkswaterstaat, 2026

Toelichting

In de begroting 2025 was een kleine afname voorzien bij de primaire keringen door de overdracht van Dijkvak Sluis Bosscherveld, maar deze overdracht heeft nog niet plaatsgevonden.

De afname van circa 1 km van de primaire kering ten opzichte van de omvang 2024 is het gevolg van het verwerken van de in het verleden uitgevoerde werkzaamheden bij IJmuiden en een administrative correctie bij Marken.

In de begroting 2025 was er bij de niet-primaire keringen geen wijziging voorzien, maar de verbeterde registratie van de kering langs het Amsterdam-Rijnkanaal resulteert in een kleine afname over 2025 van 1 km, als gevolg van afronding. De grote afname van de niet-primaire keringen ten opzichte van de begroting 2025 is reeds in het Jaarverslag 2024 toegelicht: dit betrof niet-primaire duinen op de Waddeneilanden.

In de begroting 2025 was er voor het uiterwaarden oppervlak geen wijziging voorzien. Door diverse verbeteringen in de bron is er ten opzichte van het Jaarverslag 2024 een kleine toename. Verder valt de realisatie hoger uit dan begroot door reeds eerder vermelde wijzigingen in het Jaarverslag 2024.

Tabel 18 Indicatoren BenO Waterveiligheid

Indicator

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Streefwaarde 2025

 

De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de afgesproken kustlijn).

91%

93%

94%

94%

90%

1.

De zes stormvloedkeringen zijn tijdens het stormseizoen steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet. De Indicator is het percentage van het aantal stormvloedkeringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis of het beschermingsniveau.

83%

100%

83%

67%

100%

2.

Voldoen aan de Vegatatielegger uiterwaardengebied

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

93%

95%

3.

Bron: Rijkswaterstaat, 2026

Toelichting

  • 1. Deze indicator geeft aan in hoeverre de kustlijn zeewaarts van de basiskustlijn ligt. De ligging van de basiskustlijn wordt iedere zes jaar geëvalueerd en herzien. De meest recente herziening is in 2023 geweest. Kleine verschuivingen zijn normaal en toegestaan en worden door middel van het programma voor kustsuppletie gecorrigeerd. Deze kleine verschuivingen komen tot uitdrukking in de streefwaarde dat tenminste 90% van de kustlijn op zijn plaats blijft. Deze streefwaarde is in 2025 gehaald.

  • 2. Deze indicator is erop gericht dat de zes stormvloedkeringen in het stormseizoen voldoen aan de afgesproken faalkanseis of voldoen aan de toetsing op de wettelijk vastgestelde eis m.b.t. het overstromingsrisico (Oosterscheldekering en Haringvlietsluizen). De realisatie op deze indicator is 67% in 2025. Van de zes stormvloedkeringen voldoen er twee niet aan de faalkanseis. Op het peilmoment van 1 oktober 2025 was de betrouwbaarheid van het sluiten van de sluisdeuren van de Hartelsluis, onderdeel van de Hartelkering, onvoldoende wegens een manco in het besturingssysteem. De deuren staan sinds medio januari 2026 standaard in stormvloedkerende stand, tot het manco verholpen is.

    Bij de Maeslantkering kon niet aantoonbaar worden gemaakt of deze op het voornoemde peilmoment voldeed. Technische gebreken liggen hieraan ten grondslag. Begin 2026 zullen de problemen nader geanalyseerd zijn om deze vervolgens adequaat te kunnen aanpakken.

  • 3. De indicator ‘voldoen aan de vegetatielegger uiterwaardengebied’ is een nieuwe indicator. Er is sprake van een achterstand op het vegetatieonderhoud in de uiterwaarden. De verwachting is dat de streefwaarde in 2028 door reeds in gang gezette maatregelen gehaald wordt.

Tabel 19 Faalkans van de zes stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat

Stormvloedkeringen

Type norm

Realisatie 2025

Ondergens Omgevingswet

Maeslantkering

Kans op niet-sluiten bij sluiting

niet berekend

1:100

Hartelkering

Kans op niet-sluiten bij sluiting

1:4

1:10

Hollandsche IJsselkering

Kans op niet-sluiten bij sluiting

1:1344

1:200

Ramspolkering

Kans op niet-sluiten bij sluiting

1:257

1:100

Oosterscheldekering

Faalkans per jaar

1:10.000

1:10.000

Haringvlietsluizen

Faalkans per jaar

1:1.000

1:1.000

Bron: Rijkswaterstaat, 2026

Toelichting

De faalkanseisen voor de stormvloedkeringen worden vastgesteld op basis van de normering van de achterliggende waterkeringen. De achterliggende waterkeringen, zoals dijken, zijn bepalend voor de benodigde beschermingsniveaus. Welke aanvullende veiligheid de stormvloedkeringen moeten bieden, wordt afgeleid van de beschermingsniveaus en de sterkte van de achterliggende waterkeringen. Dit wordt bepaald in termen van waterstandsverlaging. De waterhuishoudkundige samenhang tussen stormvloedkeringen en achterliggende waterkeringen resulteert in verschillende faalkanseisen per stormvloedkering.

Voor stormvloedkeringen met maximaal twee kerende deuren of balgen, kan het effect op de waterveiligheid van het achterland direct worden door vertaald naar de prestatie-eis. Dit geldt voor de Ramspolkering, de Maeslantkering, de Hartelkering en de Hollandsche IJsselkering. De Maeslantkering mag bijvoorbeeld per honderd sluitvragen hooguit één keer falen (1:100).

De methodiek van faalkansberekening is bij de Oosterscheldekering en Haringvlietsluizen afwijkend van de andere stormvloedkeringen vanwege de constructie met 62 resp. 17 schuiven. Bij deze keringen is het van belang dat de combinatie wordt gemaakt van de verschillende faalscenario’s (partieel falen) en het gecombineerde effect daarvan op de waterstanden achter de keringen. Als de berekende prestatiepeilen onder de gehanteerde beoordelingspeilen liggen voldoen deze keringen aan de wettelijk vastgestelde eis m.b.t. het overstromingsrisico, waarbij de kans wordt uitgedrukt in jaren (bijvoorbeeld 1:10.000 jaar).

Figuur 4 Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de basiskustlijn is overschreden.

Bron: Rijkswaterstaat, 2026

Toelichting

Het streven is dat minimaal 90% van de kustlijn zeewaarts ligt van de basiskustlijn. In Figuur 4 is weergegeven hoe afgelopen jaren gepresteerd is op dat onderdeel, hoeveel zand er gesuppleerd is. In 2025 is er 9,7 Mm³ gesuppleerd.

Suppleren voor kustlijnzorg

Om de basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven, is een zandsuppletieprogramma opgesteld en worden meerjarige contracten afgesloten. Het suppletieprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd aan de hand van de laatste kustmetingen. De inhoud en omvang van dit programma kan jaarlijks variëren naargelang de specifieke behoefte en budgettaire mogelijkheden. Om te bereiken dat voor het beschikbare budget de maximale hoeveelheid zand wordt gesuppleerd, hebben de aannemers binnen het contract de vrijheid om de suppletiewerkzaamheden over meerdere jaren te spreiden.

Tabel 20 Prognose kustsuppleties
 

Realisatie in miljoen m3

Realisatie in miljoen m3

Prognose in miljoen m3

Prognose in miljoen m3

 

2024

2025

2025

2026

Handhaven basiskustlijn en kustfundament

4,5

4,5

5,5

8,5

Bron: Rijkswaterstaat, 2026

Toelichting

In 2024 is er 4,5 Mm³ en in 2025 is er 9,7 Mm³ gesuppleerd. De prognose voor 2025 en 2026 is respectievelijk 5,5 en 8,5 Mm³.

In totaal wordt er in het meerjarenprogramma 2024-2027 – in overeenstemming met de meerjarenafspraken – een totaal van 44 Mm³ in 4 jaar gesuppleerd, gemiddeld 11 Mm³/jaar. Van de 11 Mm³/jaar wordt 10 Mm3 gesuppleerd op locaties waar een basiskustlijn is vastgesteld. De overige 1 Mm3 bij de Hondsbossche Duinen en Maasvlakte 2 is per 2025 meegenomen bij deze indicator omdat realisatie nu vanuit programma Kustlijnzorg wordt verzorgd.

Tabel 21 Areaal zoetwatervoorziening

Areaal Zoetwatervoorziening

Eenheid

Omvang gerealiseerd 2025

Omvang begroot 2025

Gerealiseerd budget 2025 x € 1 mln

Begroot budget 2025 x € 1 mln.

Binnenwateren en daarin gelegen kunstwerken (spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen)1

km2

2.991

3.024

  

Aantal kunstwerken

stuks

118

127

23.048

21.585

Totaal

     

Bron: Rijkswaterstaat, 2026

1

Het betreft de totale oppervlakte van alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer), exclusief de Noordzee, water in Caribisch Nederland,de Waddenzee en de Westerschelde.

Toelichting

In 2025 is de verbreding van het Julianakanaal gerealiseerd. Dit heeft tot een kleine toename van het wateroppervlak geleid. Doordat het Julianakanaal in 2025 is opgeleverd, was de toename nog niet bekend op het begrotingsmoment.

Als gevolg van diverse verbeteringen in de bron is er een kleine afname ten opzichte van het Jaarverslag 2024. Door de afronding komt het binnenwater hierdoor 1 km2 lager uit.

De omvang is lager dan begroot, omdat er in 2024 een grote afname is geweest in de Oosterschelde. Hier zijn kwelders en schorren groter geworden, waardooor het wateroppervlak is afgenomen, zoals in het Jaarverslag 2024 is vermeld.

In 2025 waren er geen wijzigingen in het aantal kunstwerken. In de Begroting 2025 was een grote toename voorzien door de realisatie van diverse kunstwerken (2 gemalen / 8 spuisluizen) in de Afsluitdijk. Deze oplevering is van 2025 verschoven naar 2026, zoals reeds vermeld in de Begroting 2026. Verder valt de realisatie lager uit dan begroot door reeds eerder vermelde wijzigingen in het Jaarverslag 2024 (verbeterde registaties en overdracht).

3.02.03 Vernieuwing

Motivering

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.

Producten

De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en met name ook vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw valt te verwachten dat de opgave geleidelijk zal toenemen.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vernieuwing. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. De projecten in het programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Meetbare gegevens

Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige verantwoordingspe­ riode is opgenomen, is bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van de Stuwen Maas (Gronst), Landelijk Meetnet Water, Sluiscomplex IJmuiden,  o.a. nieuwe pomp, Bediening en Besturing Maasobjecten (MB2), De Marijkesluis, de Krammersluis, gemaal IJmuiden en Onderzoeksprogramma en Kennisprogramma Natte Kunstweken.

4.4 Artikel 4 Experimenteren cf. Art. III Deltawet

De Waterwet voorziet in een zogenoemde experimenteerbepaling die het mogelijk maakt om uit het Deltafonds uitgaven te doen voor maatregelen en voorzieningen op andere beleidsterreinen zoals natuur, milieu of economische ontwikkeling. Voorwaarde is wel dat deze maatregelen samenhangen met maatregelen ten behoeve van waterveiligheid of zoetwatervoorziening en dat er sprake is van additionele financiering in de vorm van het toevoegen van extra middelen aan het fonds afkomstig van andere begrotingen van het Rijk of derden.

Tabel 22 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

 

Verplichtingen

40.663

162.223

115.464

981

27.186

4.827

22.359

1

Uitgaven

50.884

72.605

285.637

134.577

100.459

96.590

3.869

 

4.01 Experimenteerprojecten

0

0

0

0

0

0

0

 

4.01.01 Experimenteerprojecten

0

0

0

0

0

0

0

 

4.02 GIV/PPS

50.884

72.605

285.637

134.577

100.459

96.590

3.869

2

4.02.01 GIV/PPS

50.884

72.605

285.637

134.577

100.459

96.590

3.869

 

4.09 Ontvangsten experimenteerartikel

0

0

0

0

0

0

0

 

4.09.01 Ontvangsten experimenteerartikel

0

0

0

0

0

0

0

 

Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel, de verplichtingen en ontvangsten een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • 1. De per saldo hogere verplichtingenrealisatie (€ 22,4 miljoen) op dit artikel is met name het gevolg van verplichtingen die in 2025 werden aangegaan i.p.v. 2024, oa voor dijkbescherming rondom de Vlieter en contractwijzigingen bij bodembescherming Kornwerderzand. Daarnaast heeft een energieverrekening plaatsgevonden met de DBFM opdrachtnemer omdat eerder nog onbekend was hoe deze verrekening zou plaatsvinden. In het verlengde van de vaststellingsovereenkomst zijn hier nadere contractuele afspraken over gemaakt.

2. De per saldo hogere realisatie (€ 3,9 miljoen) op dit artikel is met name het gevolg van:

  • Er heeft in 2025 een energieverrekening (€ 18,8 miljoen) plaatsgevonden met de DBFM opdrachtnemer omdat eerder nog onbekend was hoe deze verrekening zou plaatsvinden. In het verlengde van de vaststellingsovereenkomst zijn hier nadere contractuele afspraken over gemaakt.

  • Vanwege het naar voren halen van een tweede betaaltermijn is € 3,6 miljoen van 2026 naar 2025 geschoven.

  • Toekenning prijsindexatie (€ 1,9 miljoen)

  • Lagere realisatie (- € 21,5 miljoen) door uitstel besluitvorming of herijking van planning op een aantal wijzigingen en de financiering daarvan (o.a. bodembescherming, renovatie Monument de Vlieter, busverbinding, fietsbrug, geleiderails). Er is vertraging bij collega-project renovatie Monument de Vlieter met als gevolg dat de werkzaamheden aan Dijk niet meer in 2025 plaatsvinden.

  • Diverse kleinere mutaties € 1,1 miljoen.

4.01 Experimenteerprojecten

Motivering

Het experimenteerartikel staat ten dienste van een integrale uitvoering van het Deltaprogramma en biedt de mogelijkheid tot integrale bekostiging.

4.02 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten waarbij sprake is van publiek-private samen werking (PPS) bestaat de betaling uit een geïntegreerd bedrag voor aanleg, onderhoud én financiering gedurende een langdurige periode. De meest toegepaste vorm is DBFM (Design, Build, Finance and Maintain) waarbij de overheid pas na oplevering betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van mijlpalen voor een product tijdens de bouwfase. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar systeem te realiseren.

Producten

Het project Afsluitdijk is met een DBFM-contract op de markt gezet en verkeert in de realisatiefase. Openstelling (waterveilig) is voorzien in 2025 zoals ook aan de Tweede Kamer gemeld. Het project betreft de versterking van het dijklichaam volgens het principe van de overslagbestendige dijk, met behoud van de groene (vegetatie) uitstraling, het versterken van de schut- en spuicomplexen en het vergroten van de waterafvoercapaciteit door het aanbrengen van pompen in het spuicomplex Den Oever.

Tabel 23 Projectoverzicht Geïntegreerde contractvormen/PPS (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2025

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2025

realisatie

verschil

begroting2025

huidig

2025

huidig

 

Projecten Noordwest- Nederland

        

Afsluitdijk

97

100

3

2.057

2.517

2025

2025

1

Programma realisatie

97

100

3

2.057

2.517

   

begroting DF 4.02.01

97

100

      

Toelichting

  • 1. Er is € 3,8 miljoen meer gerealiseerd vanwege het naar voren halen van een tweede betaaltermijn op een contractwijziging. Verder zijn andere werkzaamheden dit jaar door aannemer eerder afgerond en gefactureerd

Projectbudget: De toename van het projectbudget (€ 23 miljoen) is per saldo het gevolg van prijsbijstelling 2025 (€ 23,2 miljoen)

4.5 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

Op dit artikel worden de apparaatskosten van RWS en de Staf Deltacommissaris geraamd alsmede de investeringsruimte, de overige netwerkgebonden uitgaven van RWS en programma-uitgaven van de Deltacommissaris die niet direct aan de afzonderlijke projecten uit dit Deltafonds zijn toe te wijzen.

Tabel 24 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

 

Verplichtingen

347.316

371.519

367.021

378.613

412.279

450.353

‒ 38.074

1

Uitgaven

347.510

371.603

366.946

378.426

412.168

449.652

‒ 37.484

 

5.01 Apparaat

266.547

266.040

281.310

307.995

335.063

312.729

22.334

2

5.01.01 Staf Deltacommissaris

1.555

1.585

1.521

1.652

1.992

1.650

342

 

5.01.02 Apparaatskosten RWS

264.992

264.455

279.789

306.343

333.071

311.079

21.992

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

264.992

264.455

279.789

306.343

333.071

311.079

21.992

 

5.02 Overige uitgaven

80.963

105.563

85.636

70.431

77.105

76.648

457

 

5.02.01 Overige netwerkgebonden uitgaven

79.746

103.854

84.082

68.654

74.197

73.224

973

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

79.746

103.854

84.082

68.654

74.197

73.224

973

 

5.02.02 Programma-uitgaven DC

1.217

1.709

1.554

1.777

2.908

3.424

‒ 516

 

5.03 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

55.400

‒ 55.400

3

5.03.01 Programmaruimte

0

0

0

0

0

55.400

‒ 55.400

 

5.04 Reserveringen

0

0

0

0

0

4.875

‒ 4.875

 

5.04.01 Reserveringen

0

0

0

0

0

4.875

‒ 4.875

 

Ontvangsten

‒ 5.232

286.037

231.529

207.516

27.797

0

27.797

 

5.09 Netwerkgebonden kosten en overige ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

 

5.09.01 Overige ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

 

5.10 Saldo afgesloten rekeningen

‒ 5.232

286.037

231.529

207.516

27.797

0

27.797

4

5.10.01 Saldo afgesloten rekeningen

‒ 5.232

286.037

231.529

207.516

27.797

0

27.797

 

Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel, de verplichtingen en ontvangsten een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • 1. De mutatie op de verplichtingen is direct gerelateerd aan de hieronder toegelichte kasmutaties.

  • 2. De hogere realisatie op de apparaatskosten RWS (€ 22,3 miljoen) wordt met name veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 12,9 miljoen), de bijdrage ter dekking van de dotatie aan de verlofreservering, die als gevolg van de invoering van het IKB-spaarverlof en de verruiming van het aantal IKB-uren aanzienlijk is gestegen (€ 5,8 miljoen), apparaatsmiddelen voor de extra capaciteit die RWS levert in het kader van beleidsondersteuning en advisering (BOA). Dit betreft alle advieswerkzaamheden die RWS uitvoert in opdracht van IenW (€ 1,4 miljoen) en diverse mutaties < € 5 miljoen (€ 1,9 miljoen).

  • 3. De verlaging van dit artikelonderdeel betreft met name de herschikking van de risicoreservering voor de afsluitdijk (€ -27,0 miljoen), het toevoegen van de risicoreservering IJsseldelta aan het uirvoeringsbudget (€ -21,9 miljoen) en de herschikking van de risicoreservering voor Cybersecurity (€ -6,3 miljoen) en enkele kleine mutaties (€ -0,2 miljoen).

  • 4. Dit betreft de verwerking van het voordelig saldo 2024 ad € 27,8 miljoen in 2025.

5.01 Apparaat

Motivering

In uitzondering op de systematiek van «Verantwoord Begroten» worden op deze begroting ook de apparaatskosten van de Staf deltacommissaris en RWS gepresenteerd.

Producten

Staf Deltacommissaris

Overeenkomstig de Waterwet heeft de deltacommissaris een eigen bureau ter ondersteuning van zijn taken en een toereikend budget voor de hem toebedeelde taken. Dit artikel betreft de apparaatskosten, die nodig zijn om de (ondersteunende) taken van de deltacommissaris te kunnen uitvoeren.

Apparaatskosten Rijkswaterstaat

Dit betreft de apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) voor de programma's Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, HWBP-2, HWBP, Afsluitdijk, overige aanlegprojecten, verkenningen en planuitwerkingen, watermanagement, exploitatie en onderhoud en de uitvoering van landelijke taken en inhuur.

5.02 Overige Uitgaven

Producten

Overige netwerkgebonden uitgaven

Onder overige kosten zijn de externe kosten verantwoord die niet direct toewijsbaar zijn aan de producten van het Deltafonds. Hiertoe behoren externe kosten voor de landelijke taken basisinformatie, sectorspecifieke ICT, kennisontwikkeling & innovatie, watermanagement, beheer en onderhoud en overige.

Programmauitgaven Deltaprogramma

De afgelopen jaren waren een voorbode van het nieuwe klimaat van Nederland. Nederland kreeg te maken met de gevolgen van extreem veel en extreem weinig water. Het Deltaprogramma bereidt Nederland voor op dit nieuwe klimaat. Op dit artikel worden programmauitgaven verantwoord voor met namekennis- en strategieontwikkeling, advisering, rapportage over (de voortgang van) het programma. Bovendien zijn er programmauitgaven voor het informeren en betrekken van belanghebbenden en publiek. De partners in het Nationaal Deltaprogramma werken volop aan de tweede zesjaarlijkse herijking van deltabeslissingen en regionale voorkeurstrategieën die in 2015 zijn vastgesteld. Deze gaan over de bescherming tegen overstromingen, weerbaarheid tegen watertekort en en een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. De resultaten landen in Deltaprogramma 2027 dat op Prinsjesdag 2026 verschijnt. Het overzicht van analyses tot dusver bevestigt dat meer nodig is dan de goede dingen die we nu al doen. Het is onontkoombaar om keuzes te gaan maken over verdeling van het zoetwater over landsdelen en over functies, over strategische zandvoorraden en over de ruimte die we vrij moeten houden voor de uitbreiding van dijken en kustversterking. De samenhang in het watersysteem maakt samenwerking in de besluitvorming nog belangrijker.(Deltaprogramma 2026, Kamerstukken 2025-2026, 36800-J-3).

5.03 Investeringsruimte

Op dit artikel wordt de beschikbare investeringsruimte op het Deltafonds verantwoord. De investeringsruimte is beschikbaar voor inzet op prioritaire beleidsopgaven binnen de scope van het Deltafonds. Jaarlijks vindt een integrale afweging plaats van de inzet van de beschikbare investeringsruimte. Op dit artikel vindt geen realisatie plaats.

5.04 Reserveringen

Hierop worden budgetten geraamd voor toekomstige opgaven, maar waarover nog geen startbeslissing is genomen. In de begroting van het Deltafonds 2025 was tot en met 2038 € 3.416 miljoen gereserveerd. Jaarlijks vindt een actualisatie plaats van de reserveringen. De meest actuele stand van de verschillende reserveringen is opgenomen in de begroting van het Deltafonds 2026, waar de reserveringen € 2.878 miljoen bedragen. De sterke toename wordt vooral verklaard doordat de gereserveerde middelen voor Instandhouding zijn overgeboekt naar de uitvoeringsbudgetten (- € 1,6 miljard) bij Rijkswaterstaat en een aanvullende reservering is getroffen voor HWBP van € 1,0 miljard). In het Deltafonds 2025 zijn de reserveringen afzonderlijk toegelicht. Op dit artikel vindt geen realisatie plaats.

4.6 Artikel 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de begroting van IenW komen. De doelstellingen van het onderliggend beleid zijn terug te vinden in de Begroting hoofdstuk XII.

Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investeringsfondsen op de Begroting hoofdstuk XII.

Tabel 25 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

 

6.09 Ten laste van begroting IenW

1.252.398

1.114.300

1.524.210

1.254.842

1.580.172

1.555.433

24.739

1

6.09.01 Ten last van begroting IenW

1.252.398

1.114.300

1.524.210

1.254.842

1.580.172

1.555.433

24.739

 
  • 1. De per saldo hogere realisatie van € 24,7 miljoen is veroorzaakt door:

    • Als gevolg van het geactualiseerde programma en om de overprogrammering op een verantwoord niveau te brengen is er een kasschuif met het generale beeld verwerkt op de begroting van het Deltafonds. De kasschuif heeft een meerjarige doorwerking en is over de gehele looptijd van het Deltafonds budgettair neutraal. De kasschuif betreft een verhoging met € 20 miljoen in 2025.

    • Een taakstellende verlaging met € - 17 miljoen ter dekking van Herstel Toeslagen.

    • De toegekende loon- en prijsbijstelling van € 30,6 miljoen die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Deltafonds

    • Diverse kleinere mutaties per saldo een verlaging van ‒ € 9 miljoen.

4.7 Artikel 7 Investeren in waterkwaliteit

Maatregelen op het gebied van waterkwaliteit in het hoofdwatersysteem ten behoeve van de Europese Kaderrichtlijn Water worden verantwoord op artikelonderdeel 7.01.

Omdat de KRW-doelen nog niet gehaald dreigen te worden, is het implusprogramma KRW gestart. Door klimaatverandering en toenemend maatschappelijk gebruik staan de natuur en ecologische waterkwaliteit en daarmee de biodiversiteit van de grote wateren onder druk. Er zijn daarom aanvullende systeemingrepen en een transitie naar duurzaam beheer nodig om een duurzame verbetering te realiseren. Het Rijk wil in 2050 toekomstbestendige grote wateren met hoogwaardige natuur die goed samengaat met een krachtige economie. Via de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) wordt invulling gegeven aan deze ambitie. Dit is verantwoord op artikel 7.02.

Met de Delta-aanpak Waterkwaliteit wordt een extra impuls gegeven aan het realiseren van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en nieuwe uitdagingen om ons water chemisch schoon en ecologisch gezond te krijgen en te houden voor duurzaam gebruik. De prioriteiten daarbij zijn nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen, opkomende stoffen en medicijnresten in water. Maatregelen voor de Delta-aanpak worden verantwoord op artikel 7.03.

Het artikel investeren in waterkwaliteit is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal Waterbeleid) op de Begroting Hoofdstuk XII.

Tabel 26 Budgettaire gevolgen van de uitvoering art. 7 Investeren in waterkwaliteit (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

 

Verplichtingen

65.770

79.486

69.123

87.870

215.865

160.422

55.443

1

Uitgaven

44.711

68.667

68.279

107.974

108.831

159.786

‒ 50.955

 

7.01 Ontwikkeling Kaderrichtlijn Water

29.061

49.628

42.834

52.816

67.359

83.314

‒ 15.955

2

7.01.01 Real.progr.Kaderrichtlijn Water

29.061

49.628

42.834

52.816

67.359

83.314

‒ 15.955

 

7.02 Ontwikkeling Waterkwaliteit

7.832

9.734

12.117

35.532

27.091

55.245

‒ 28.154

3

7.02.01 Aanleg waterkwaliteit

189

2.784

8435

32.768

21.542

45.218

‒ 23.676

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

1700

103

106

103

3

 

7.02.02 Planning waterkwaliteit

7.643

6.950

3.682

2.764

5.549

10.027

‒ 4.478

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

7.643

6.950

3.630

2.764

5.530

5.933

‒ 403

 

7.03 Studiekosten waterkwaliteit

7.818

9.305

13.328

19.626

14.381

21.227

‒ 6.846

4

7.03.01 Studiekosten waterkwaliteit

7.818

9.305

13.328

19.626

14.381

21.227

‒ 6.846

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

 

4.140

7.921

9.284

8.194

4.856

3.338

 

7.09 Ontvangsten investeringen in waterkwaliteit

729

630

753

232

254

0

254

 

7.09.01 Ontvangsten investeringen in waterkwaliteit

729

630

753

232

254

0

254

 

Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel, de verplichtingen en ontvangsten een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

1. Op artikel Investeren in waterkwaliteit is per saldo meer verplicht (€ 55,4 miljoen) als gevolg van:

  • KRW (€ 56 miljoen) vanwege grondverwervingen, sluiten van samenwerkingsovereenkomsten, aanbestedingen voor de planstudies die niet in 2024 tot afronding zijn gekomen (€ 46,7 miljoen), extra budget voor Schoon en Emissieloos Bouwen ter compensatie van meerkosten bij infraprojecten (€ 2,8 miljoen), prijsbijstelling 2025 (€ 2,6 miljoen) en het saldo van diverse kleinere mutaties (€ 4,9 miljoen).

  • PAGW (- € 5,4 miljoen) Met name als gevolg van een actualisatie van projecten voor Programmatische Aanpak Grote Wateren (- € 10,3 miljoen en het toekennen van budget voor de pilot Buitendijkse Slibsedimentatie Eems-Dollard (€ 4,9 miljoen) .

  • Vertraging in de uitvoeringsplanning van het Getij Grevelingen (- € 4,1 miljoen)

  • Stoffen en Waterketen (- € 2,2 miljoen). Het vooronderzoek voor de emissietoets RWZI kende een langere doorlooptijd. De opdracht wordt hierdoor in 2026 verstrekt.

  • Waterkwaliteit KRW en Ecologie (- € 3,1 miljoen). De RIVM-opdracht ten behoeve van emissieregistratie is doorgeschoven naar 2026. Het kasritme bij Innovatieve Monitoring aangepast aan het actuele beeld.

  • Bij Onderzoek Microplastic (- € 1,5 miljoen) is de lagere realisatie het gevolg van latere besluitvorming en vertraging in de planning . Daarnaast zijn kosten lager uitgevallen door een verandering van de bemonsteringsmethode van microplastic.

  • Het betreft het doorschuiven van saldo 2024 (€ 6,9 miljoen) voor de vastlegging van de aanvragen voor de subsidieregeling Deltaplan Agrarisch Waterbeheer

  • Verwijderen Medicijnresten (€ 6,9 miljoen). Het betreft hier een budgetschuif van 2026 naar 2025 ter dekking van aanvragen voor de 1e tranche van de subsidieregeling.

  • Diverse kleinere posten van per saldo € 1,9 miljoen.

2. De lagere realisatie het realisatieprogramma Kaderrichtlijn Water (- € 16 miljoen) is met name het gevolg van KRW Oost-Nederland door vertraging in de planstudie door de opdrachtnemer, waardoor termijnbetalingen verschuiven; bovendien zijn in 2025 te weinig grondtransacties gerealiseerd en is de benodigde capaciteit door het DBA‑kader beperkt beschikbaar (- € 8 miljoen), KRW Midden-Nederland door afwijking van de feitelijke situatie ten opzichte van eerdere aannames. Hierdoor is meer tijd nodig voor een samenwerkingsovereenkomst te sluiten met Staatsbosbeheer (- € 1,7 miljoen), KRW Klimaatpark IJsselpoort waar betrokken partijen meer tijd nodig hebben om tot interne afstemming te komen (- € 1,6 miljoen) en het saldo van mutaties < € 1 miljoen (- € 4,7 miljoen).

3. De lagere realisatie op dit artikelonderdeel (- € 28,2 miljoen) heeft met name betrekking op :

  • Verwijderen Medicijnresten (- € 14,2 miljoen). Voor de financiering van de 2e tranche van de subsidieregeling zijn de middelen doorgeschoven naar 2026. In november 2025 was de regeling opgesteld voor de duur van 12 maanden.

  • PAGW (- € 5,3 miljoen). De middelen voor PAGW zijn op basis van de laatste inzichten in het juiste ritme geplaatst. De prognose is met name lager doordat middelen naar derden naar verwachting pas in Q1-2026 kunnen worden verplicht en betaald op basis van de ministriele regeling. Daarnaast is bij project Paddenpol de termijnen voor de aanlegfase zijn verdeeld over de uitvoeringsperiode waarbij het zwaartepunt is verschoven naar 2028. Verder heeft bij Herstel Onderwaternatuur Waddenzee minder monitoring plaatsgevonden vanwege een contractueel conflict, dat inmiddels is ontbonden.

  • DAW (- € 4,1 miljoen). Bij de initiële raming was rekening gehouden met een hoge behoefte aan bevoorschotting in 2025. Uiteindelijk is gebleken dat waterschappen minder bevoorschotting hebben aangevraagd voor 2025 en meer bevoorschotting wordt in 2026 verwacht.

  • Getij Grevelingen (€-4,1 miljoen). De kosten voor het project Getij Grevelingen vallen velen honderden miljoenen euro's hoger uit dan momenteel beschikbaar is. Vooralsnog worden de middelen doorgeschoven naar 2029.

  • Diverse kleine mutaties per saldo ‒ € 0,5 miljoen

4. De lagere realisatie op studiekosten Waterkwaliteit (- € 6,8 miljoen) is het gevolg van:

  • Stoffen en Waterketen (- € 4,8 miljoen). Het vooronderzoek voor de emissietoets RWZI kende een langere doorlooptijd. Hierdoor wordt de opdracht in 2026 verstrekt. Tevens zijn een beperkt aantal opdrachten voor o.a. PFAS nog niet afgerond. Door langere doorlooptijden vindt de realisatie in 2026 plaats.

  • Waterkwaliteit KRW Ecologie (- € 3,7 miljoen). De RIVM-opdracht ten behoeve van emissieregistratie is doorgeschoven naar 2026. In 2025 was de offerte nog niet binnen. Tevens is het kasritme bij Innovatieve Monitoring aangepast aan het actuele beeld.

  • Bij Onderzoek Microplastic (- € 1,4 miljoen) is de lagere realisatie het gevolg van latere besluitvorming en vertraging in de vaarplanning . Daarnaast zijn kosten lager uitgevallen door een verandering van de bemonsteringsmethode van microplastic.

  • Kennisonderzoek Water en Bodem (€ 4,3 miljoen) Dit onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd onder Subsidieregeling Instituten voor Toegepast Onderzoek (SITO-regeling).

  • Diverse kleine mutaties per saldo ‒ € 1,2 miljoen.

7.01 Ontwikkeling Kaderrichtlijn Water

Motivering

De rijksoverheid, waterschappen, drinkwaterbedrijven, provincies,  gemeenten, kennisinstituten, landbouw, industrie en natuurorganisaties  werken hard aan het verbeteren van de kwaliteit van het water. Schoon,  voldoende en gezond water is het doel, de KRW geeft hier een nadere  uitwerking aan. Over de voortgang van de KRW is de Tweede Kamer eind  2024 geïnformeerd  (Kamerstuk 27 625 Nr. 693). De Tussenevaluatie KRW is 20 december 2024 gedeeld met de Tweede Kamer (Kamerstuk 27 625 Nr. 696).

Producten

Verbeterprogramma Kaderrichtlijn Water

RWS voert voor de rijkswateren KRW-maatregelen uit ter verbetering van de ecologische waterkwaliteit in drie planperioden van zes jaar. In totaal worden door RWS 550 maatregelen uitgevoerd in en langs de grote wateren. Voorbeelden van KRW-maatregelen zijn nevengeulen,  natuurvriendelijke oevers en vispassages in het rivierengebied. De projecten moeten bijdragen aan het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand van de watersystemen, zoals de Kaderrichtlijn Water vraagt. 

Meetbare gegevens

In maart 2022 zijn de geactualiseerde Stroomgebiedbeheerplannen  (SGBP’s) vastgesteld. Het maatregelpakket voor de derde tranche bestaat  uit 146 maatregelen, inclusief de 60 gefaseerde maatregelen uit de  tweede tranche.

Over de uitvoering van alle maatregelen, ook die worden uitgevoerd door de waterschappen en andere partijen, gericht op de ecologische en chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems en de uitvoering gericht op een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden wordt de Tweede Kamer jaarlijks geïnformeerd via De Staat van ons Water (laatste publicatie: Kamerstukken II, 2024-2025, 27 625 Nr. 717). Omdat de Kaderrichtlijn Water werkt met planperiodes, is een volledige beschrijving van de toestand alleen om de 6 jaar mogelijk. Het Planbureau voor de Leefomgeving rapporteert jaarlijks op basis van de beschikbare gegevens over waterkwaliteit in het Compendium voor de Leefomgeving.

Tabel 27 Projectoverzicht realisatieprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2025

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2025

realisatie

verschil

begroting2025

huidig

2025

huidig

 

Projecten Nationaal

        

KRW 1e tranche

  

0

30

30

   

KRW 2e en 3e tranche

83

68

‒ 15

728

931

2027

2027

1

Programma realisatie

83

68

‒ 15

758

961

   

begroting (DF 7.01.01)

83

68

‒ 15

     

Toelichting

  • 1. De lagere realisatie het realisatieprogramma Kaderrichtlijn Water (- € 16 miljoen) is met name het gevolg van KRW Oost-Nederland door vertraging in de planstudie door de opdrachtnemer, waardoor termijnbetalingen verschuiven; bovendien zijn in 2025 te weinig grondtransacties gerealiseerd en is de benodigde capaciteit door het DBA‑kader beperkt beschikbaar (- € 8 miljoen), KRW Midden-Nederland door afwijking van de feitelijke situatie ten opzichte van eerdere aannames. Hierdoor is meer tijd nodig voor een samenwerkingsovereenkomst te sluiten met Staatsbosbeheer (- € 1,7 miljoen), KRW Klimaatpark IJsselpoort waar betrokken partijen meer tijd nodig hebben om tot interne afstemming te komen (- € 1,6 miljoen) en het saldo van mutaties < € 1 miljoen (- € 4,7 miljoen).

  • 2. Projectbudget: De toename van het projectbudget (€ 203 miljoen) is het gevolg de toevoeging van de risicoreservering aan het budget (€ 168 miljoen), prijsbijstelling 2025 (€ 21,9 miljoen), opdracht voor Schoon en Emissieloos bouwen (€ 12,6 miljoen) en de extra middelen uit de overeenkomst met de provincies Gelderland en Overijssel voor de gezamenlijke kosten voor planstudies en realisatie van diverse KRW projecten (€ 1,5 miljoen).

7.02 Ontwikkeling Waterkwaliteit

Motivering

Naast het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren ten behoeve van de KRW zijn hieronder de overige aanlegprojecten inzake waterkwaliteit opgenomen.

Producten

Grote wateren

In 2025 zijn belangrijke mijlpalen bereikt binnen Programmatisch Aanpak Grote Wateren. Diverse inrichtingsprojecten zijn succesvol afgerond of hebben belangrijke stappen gezet. Deze resultaten illustreren de voortgang en impact van het programma op het herstel en de versterking van de ecologische waterkwaliteit en natuur in de grote wateren in Nederland.

Het gaat onder meer over de volgende projecten:

  • Bij het HWBP dijkversterkingsproject Lauwersmeer-Vierhuizergat is een getijdeduiker gerealiseerd, waardoor 70 hectare binnendijkse natuur aan de Waddenzee is toegevoegd.

  • In de Eems-Dollard is een pilot voor buitendijkse slibsedimentatie uitgevoerd om de vertroebeling van het estuarium te verminderen.

  • In het Lauwersmeer is een meetnet aangelegd om de effecten van verzilting op landbouw en natuur te monitoren.

  • Op het eiland Griend in de Waddenzee is succesvol zeegras geplant.

  • Op de Boschplaat (Terschelling) is gestart met de aanleg van kerven en een washover om de natuurlijke dynamiek te verbeteren.

  • In het IJsselmeergebied wordt bij gemaal Block van Kuffeler een vispassage gerealiseerd, gepland voor 2026. Hiervoor is dit jaar financiering toegezegd.

  • De ontwerpvoorkeursbeslissing voor de Noord-Hollandse Markermeerkust is ter inzage gelegd, met plannen voor 85 hectare nieuwe moeraszone,  overstromingsgrasland en ondiep water.

  • Voor de aanleg van de vismigratierivier bij Kornwernerzand is aanvullende financiering toegezegd, zodat realisatie in 2026 mogelijk is.

  • In de Oosterschelde is gestart met zandsuppletie op de Galgeplaat.

  • In de Rijn bij het splitsingspuntengebied IJssel-Waal (Gelderse Poort) zijn projecten als Kandia Rijnstrangen en Roswaard naar een volgende fase gegaan, gericht op natuurontwikkeling en flexibel peilbeheer.

  • Voor het traject Meanderende Maas zijn gronden aangekocht om de rivier natuurlijker te maken, met verlegging van dijken en herstel van oude meanders en kanalen.

  • In Paddenpol wordt gewerkt aan een nieuw buitendijks natuurgebied met natte graslanden, geleidelijke land-waterovergangen en een visgeul.

Grondwater

Zoals in het advies van de Studiegroep Grondwater reeds werd aangegeven, staat de beschikbaarheid van  zoet grondwater van voldoende kwaliteit voor toekomstige generaties onder druk. Ook uit de Tussenevaluatie van de Kaderrichtlijn Water (2024) blijkt dat situatie van het grondwater, zowel kwaliteit als kwantiteit, steeds verder verslechterd. Een omslag is nodig om de duurzame bescherming van de grondwater te borgen.

Er is onvoldoende zicht op de hoeveelheid grondwater die wordt onttrokken, waardoor het lastig is hier beter grip op te krijgen. Ook voldoende zicht op de verontreiniging van het bovenste grondwater ontbreekt. Verontreinigingen van het grondwater verplaatsen zich ondertussen langzaam naar diepere lagen en vormen een bedreiging o.a. drinkwatervoorziening uit grondwater.

Om deze knelpunten aan te pakken zijn, vaak samen met de regionale grondwaterbeheerders, de eerste stappen gezet. Zo zijn de opties voor een ‘signaleringsmeetnet’ voor grondwaterkwaliteit bepaald, waarmee grondwaterverontreinigingen eerder in beeld zijn zodat hierop kan worden gehandeld. Daarnaast wordt aanpassing van de vergunnings- en meldingsplicht voor onttrekkingen voorbereid om meer grip te krijgen en te houden. Om op het totaal van onttrekkingen te kunnen sturen wordt een handreiking voor een grondwateronttrekkingsplafond opgesteld ter ondersteuning van de provincies.

IenW werkt op dit moment aan het programma Bodem, Ondergrond en Grondwater. In dit programma worden onder andere de begrenzing en bescherming van de Nationale Grondwater Reserves (NGR) vastgelegd. Deze diepe en schone grondwatervoorraden kunnen ingezet worden voor de drinkwatervoorziening op de langere termijn (na 2050) en tijdens extreme crisisscenario’s als calamiteitenvoorziening. Vanwege de toenemende druk op de drinkwatervoorziening, is dit van groot belang.

Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnrestenIn 2023 is de bijdrageregeling op basis van overeenkomsten succesvol omgezet naar een subsidieregeling verwijdering medicijnresten. In 2022 is bij RWZI Leiden Noord een aanvullende zuivering in bedrijf gesteld. In 2023 zijn er vier nieuwe aanvullende zuiveringen in bedrijf gesteld voor de verwijdering van medicijnresten (RWZI Dinther, RWZI Houten, RWZI Oijen en RWZI Wervershoof). In 2024 zijn er nog zes aanvullende zuiveringen in bedrijf gesteld (RWZI Groesbeek, RWZI Gouda, RWZI Hapert, RWZI Horstermeer, RWZI Simpelveld en RWZI Winterswijk). In Nederland zijn er in totaal elf aanvullende zuiveringen voor medicijnresten in bedrijf, mede tot stand gekomen met een subsidie van het Rijk. In november 2025 is de subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten tweede tranche opengesteld.

Deltaplan Agrarisch Waterbeheer

In het kader van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) is gewerkt aan het bereiken van de doelen van de Kaderrichtlijn Water, de doelen voor nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen en het voorkomen van schade door droogte en wateroverlast. Deze begrotingspost bevat een subsidieregeling ter verbetering van de waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid. Er was bij de raming rekening gehouden met de mogelijkheid van een hoge behoefte aan bevoorschotting in 2025, maar uiteindelijk is gebleken dat waterschappen minder bevoorschotting hebben aangevraagd voor 2025 en meer bevoorschotting in 2026 en 2027. De benutting van de subsidieregeling is zeer goed, dankzij deskundige ondersteuning vanuit het DAW supportteam en effectieve samenwerking tussen waterschappen en samenwerkingsverbanden van agrariërs. De financiering van het Kadaster voor het programmamanagement van DAW is op hoofdstuk 12 verantwoord.

Waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden

Om de waterkwaliteit in glastuinbouwgebieden te verbeteren is in het Bestuurlijk Overleg KRW van 20 januari 2025 een nieuwe lijst maatregelen afgesproken. De coördinatie op de uitvoering van deze maatregelen is belegd bij het Platform Duurzame Glastuinbouw. De maatregelen betreffen o.a. wetswijzigingen waarmee toezichthouders beter in staat worden gesteld om lozingen op te sporen. Om toezichthouders te voorzien van goede data voor risicogericht toezicht is meer dan voorheen geïnvesteerd in de ICT infrastructuur van de uitvoeringsorganisatie glastuinbouw (UO Glastuinbouw).

Planning waterkwaliteit

Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.

Tabel 28 Projectoverzicht realisatieprogramma (bedragen in € 1 miljoen)
 

Kasbudget 2025

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

begroting2025

realisatie

verschil

begroting2025

huidig

2025

huidig

 

Projecten Nationaal

        

Bijdrageregeling medicijnresten

20

6

‒ 14

60

61

  

1

Verruiming vaargeul Westerschelde

  

0

26

26

   

Natuurcompensatie Perkpolder

  

0

6

7

   

DAW Projecten (subsidies aan o.a. Kadaster, LTO)

10

9

‒ 1

29

29

   

Grote Wateren

17

12

‒ 5

569

604

2033

2033

2

afrondingen

‒ 2

 

2

     

Programma realisatie

45

27

‒ 18

690

727

   

begroting (DF 7.02.01)

45

27

‒ 18

     

Toelichting

  • 1. De lagere uitgaven in 2025 voor de subsidieregeling verwijderen medicijnresten worden verklaard doordat openstelling van de regeling is vertraagd, waardoor bevoorschotting van de 2e tranche van de regeling niet meer in 2025 kon plaatsvinden, maar pas in 2026. De regeling is in november 2025 opengesteld voor de duur van 12 maanden.

  • 2. Grote wateren: De lagere kasrealisatie is met name het gevolg van een actualisatie van de projectplanning waardoor een verschuiving van het programmabudget naar latere jaren is doorgevoerd. De verhoging van het projectbudget is met name het gevolg van het beschikbaar stellen van middelen vanuit Zoetwater fase 2 ten behoeve van de opdracht voor de vis- en verziltingsmaatregel. Tevens is de toename het gevolg van de toegevoegde loon- en prijsbijstelling.

Tabel 29 Projectoverzicht Planning waterkwaliteit (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

 

Oplevering

 

Toelichting

      

Projectomschrijving

begroting 2025

huidig

begroting 2025

huidig

 

Projecten Nationaal

     

EPK Planuitwerking en verkenningen Waterkwaliteit

15

25

   

Projecten Zuid-Nederland

     

Getij Grevelingen

109

111

   

Totaal programma planuitwerking en verkenning

124

136

   

budget DF 7.02.02

124

136

   

7.03 Studiekosten

Motivering

Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van waterkwaliteit.

Producten

KRW

De uitvoering van de maatregelen uit de stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027 is verder opgepakt. Begin 2023 is het impulsprogramma KRW gestart met 7 actielijnen, met als kernpunten: stevig sturen op uitvoeren van de afgesproken maatregelen, gezamenlijk aanpakken van de risico’s , intensiveren van maatregelen voor emissies van stoffen, aanpassen van de regelgeving en het voorbereiden op rechtszaken. Het traject om de stroomgebiedbeheerplannen 2028-2033 op te stellen loopt op schema. Daarnaast zijn handreikingen voor uitzonderingen en standaard motivaties voor uitzonderingen opgesteld, waarvan gebruik gemaakt kan worden in de eindverantwoording in. Onder leiding van de minister wordt via het Bestuurlijk Overleg KRW en via bilaterale voortgangsgesprekken met de individuele gedeputeerden stevig op de uitvoering gestuurd.

PFASHet RIVM voert in opdracht van het ministerie van IenW meerdere opdrachten uit op het gebied van PFAS. In 2025 ging het onder meer om de gezondheidsonderzoeken in de regio’s Westerschelde en Dordrecht en om brede PFAS-coördinatie en -ondersteuning.

Microplastics

Voor de kennisopbouw over de effecten van microplastics op de gezondheid van de mens investeert zowel IenW als VWS t/m 2025 in dit beleidsprogramma. De kennisopbouw wordt gecoördineerd door ZonMw. Om te bepalen hoeveel plastics in rivieren aanwezig zijn, ontwikkelt IenW monitoringsmethodieken voor zowel micro, meso- als macroplastics. Op dit moment wordt er gewerkt aan het opstellen van een meetplan voor microplastics in oppervlaktewater. Op basis van meetresultaten van de uitgevoerde onderzoeken naar microplastics in rivieren is vastgesteld dat er jaarlijks circa 3 miljoen kilo microplastics via de Rijn en Maas ons land binnenkomt. Daarnaast is er een start gemaakt met een risicobeoordeling van microplastics in oppervlaktewater. De ontwikkeling van monitoringsmethodieken door IenW de komende jaren voortgezet.

5. Bedrijfsvoeringsparagraaf

In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Infrastructuur en Waterstaat (HXII) wordt gerapporteerd over het begrotingsbeheer, financieel beheer, de materiele bedrijfsvoering en overige aspecten van de bedrijfsvoering, over de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering. Hieronder wordt gerapporteerd over de uitzonderingsrapportage rechtmatigheid en totstandkoming niet financiële verantwoordingsinformatie van het Deltafonds.

Rechtmatigheid

Bij de financiële verantwoording van het Deltafonds over 2025 is geen sprake van overschrijdingen van door de Rijksbegrotingsvoorschriften voorgeschreven rapportagetoleranties vastgesteld.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

De niet-financiële verantwoordingsinformatie betreft de indicatoren en kengetallen die beogen inzicht te bieden in de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de beleidsuitvoering en de doelmatigheid van de bedrijfsvoering. Uit de controle van de ADR zijn geen materiële bevindingen gebleken op het totstandkomingsproces van de niet-financiële informatie.

C. JAARREKENING

6. Verantwoordingsstaat Deltafonds

Tabel 30 Verantwoordingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2025 (Bedragen x € 1.000)
  

('1)

('2)

(3) = (2) - (1)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

  

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen1

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

           

1

Investeren in waterveiligheid

1.429.674

560.480

167.535

1.381.093

875.590

174.703

‒ 48.581

315.110

7.168

2

Investeren in zoetwatervoorziening

50.013

59.237

 

11.330

26.578

150

‒ 38.683

‒ 32.659

150

3

Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

375.834

397.223

 

411.468

419.052

 

35.634

21.829

 

4

Experimenteren cf. art. III Deltawet

4.827

96.590

 

27.186

100.459

 

22.359

3.869

 

5

Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

450.353

449.652

 

412.279

412.168

 

‒ 38.074

‒ 37.484

 

6

Bijdragen andere begrotingen Rijk

  

1.555.433

  

1.580.172

  

24.739

7

Investeren in waterkwaliteit

160.422

159.786

 

215.865

108.831

254

55.443

‒ 50.955

254

           
 

Subtotaal

2.471.123

1.722.968

1.722.968

2.459.221

1.942.678

1.755.279

‒ 11.902

219.710

32.311

 

Voordelig eindsaldo (cumulatief) vorig jaar

     

27.797

  

27.797

 

Subtotaal

2.471.123

1.722.968

1.722.968

2.459.221

1.942.678

1.783.076

‒ 11.902

219.710

60.108

 

Voordelig eindsaldo (cumulatief) huidig jaar

  

0

  

159.602

  

159.602

 

Totaal

2.471.123

1.722.968

1.722.968

2.459.221

1.942.678

1.942.678

‒ 11.902

219.710

219.710

1

Op de aangegane verplichtingen in de verantwoordingsstaat is een bedrag van € 59,2 mln. aan bijstellingen in mindering gebracht. Hiervan heeft € 42,0 mln. betrekking op voorgaande jaren.

7. Saldibalans

Tabel 31 Saldibalans per 31 december 2025 van het Deltafonds (bedragen x € 1.000)
 

Activa

31-12-2025

31-12-2024

 

Passiva

31-12-2025

31-12-2024

        

Intra-comptabele posten

Intra-comptabele posten

  

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

1.942.675

1.622.817

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

1.755.278

1.443.099

1a)

Nadelig saldo begrotingsfonds voorgaand jaar

0

0

2a)

Batig saldo begrotingsfonds voorgaand jaar

27.797

207.516

3)

Liquide middelen

0

0

    

4)

Rekening-courant RHB (Rijkshoofdboekhouding)

 

27.798

4a)

Rekening-courant RHB

159.600

0

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

0

5a)

Begrotingsreserves

0

0

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

0

0

7)

Schulden buiten begrotingsverband

0

0

8)

Kas-transverschillen

0

0

    

Subtotaal intra-comptabel

1.942.675

1.650.615

Subtotaal intra-comptabel

1.942.675

1.650.615

        

Extra-comptabele posten

   

9)

Openstaande rechten

0

0

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

0

10)

Vorderingen

1.133

263

10a)

Tegenrekening vorderingen

1.133

263

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

11)

Schulden

0

0

12)

Voorschotten

2.629.188

2.222.808

12a)

Tegenrekening voorschotten

2.629.188

2.222.808

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

0

13)

Garantieverplichtingen

0

0

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

3.895.261

3.378.753

14)

Andere verplichtingen

3.895.261

3.378.753

15)

Deelnemingen

0

0

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

Subtotaal extra-comptabel

6.525.582

5.601.824

Subtotaal extra comptabel

6.525.582

5.601.824

        

Totaal

8.468.257

7.252.439

Totaal

8.468.257

7.252.439

Toelichting samenstelling saldibalans

Als een minister meer dan één begroting beheert, in dit geval Infrastructuur en Waterstaat (XII), het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds, wordt per begroting een saldibalans opgesteld. Voor de begroting van Hoofdstuk XII, het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds worden geen gescheiden administraties gevoerd waardoor posten die niet zonder meer toewijsbaar zijn aan een bepaalde begroting, zijn opgenomen in de saldibalans van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII).

Wat betreft de toelichtingen zijn de volgende uitgangspunten toegepast. Een post, welke in verhouding tot de totale omvang van de balansregel een grote omvang heeft of de grens van € 25 miljoen overschrijdt, is tekstueel toegelicht.

Alle bedragen in de Saldibalans zijn, conform de regelgeving, naar boven afgerond. Als gevolg hiervan kunnen kleine verschillen ontstaan met de overige tabellen waarbij de reguliere afrondingsregels zijn gebruikt.

4) Rekening-courantverhouding Rijkshoofdboekhouding

Deze balansregel geeft de financiële verhouding met de Rijksschatkist weer.

10 en 10a) Vorderingen en Tegenrekening vorderingen

De Extra-comptabele vorderingen zijn vorderingen die voortvloeien uit uitgaven ten laste van de begroting.

Tabel 32 Opeisbaarheid (bedragen € 1.000)

Direct opeisbaar

1.133

Op termijn opeisbaar

0

Geconditioneerd

0

Totaal

1.133

Tabel 33 Specificatie (bedragen € 1.000)

Artikel 01 Investeren in waterveiligheid

938

Overig

195

Totaal

1.133

12 en 12a) Voorschotten en Tegenrekening voorschotten

Voorschotten zijn bedragen die aan derden zijn betaald vooruitlopend op later definitief vast te stellen of af te rekenen bedragen.

Tabel 34 Openstaand naar jaar van betaling (bedragen € 1.000)

Tot en met 2023

2.004.812

2024

351.224

2025

273.152

Totaal

2.629.188

Tabel 35 Specificatie (bedragen € 1.000)

Artikel 01 Investeren in Waterveiligheid

2.314.974

Artikel 02 Investeren in Zoetwatervoorziening

281.578

Artikel 05 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

22

Artikel 07 Investeren in Waterkwaliteit

32.614

Totaal

2.629.188

Toelichting

Artikel 01 Investeren in waterveiligheid

Voor de versterking van Markermeerdijken is aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een voorschot verstrekt van € 446,8 miljoen.

Aan Waterschap Rivierenland zijn de volgende voorschotten verstrekt:

  • Dijkversterking Gorichem-Waardenburg: Dit project wordt gerealiseerd en hiervoor zijn voorschotten verstrekt (€ 305,5 miljoen).

  • Dijkversterking Tiel - Waardenburg: Dit project bevindt zich in de realisatiefase tot en met 2036 (€ 202,4 miljoen).

  • Dijkversterking Neder-Betuwe: Dit project bevindt zich in de realisatiefase tot en met 2038 (€ 40 miljoen).

Aan de volgende waterschappen/hoogheemraadschappen zijn eveneens voorschotten verstrekt:

  • Aan Waterschap Drents Overijsselse Delta voorschotten verstrekt voor de planuitwerking van het project IJsselwerken, de dijkversterking tussen Zwolle en Olst, (€ 86,4 miljoen) en aan Waterschap Drents Overijsselse Delta voor de versterking van de stadsdijken in Zwolle (€ 171,3 miljoen), welke in 2023 is gestart en doorloopt tot 2037;

  • Aan Waterschap Aa en Maas is een voorschot van € 110 miljoen verstrekt voor de versterking van de dijk aan Ravenstein tot Lith;

  • Aan Waterschap Noordzijlvest is een voorschot verstrekt van € 91,2 miljoen voor de versterking van de Groningse Lauwersdijk (Lauwersmeer – Vierhuizergat);

  • Aan Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is een voorschot verstrekt van € 68,4 miljoen voor de versterking en verhoging van de dijk langs de Hollandsche IJssel;

  • Aan Waterschap Scheldestromen is een voorschot van € 113,4 miljoen verstrekt voor de versterking van de dijk bij Zuid-Beveland West;

  • Aan Waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is in totaal een voorschot van € 33,9 miljoen verstrekt voor de versterking van de dijk tussen Wijk bij Duurstede en Amerongen;

  • Aan Waterschap Zuiderzeeland is een voorschot van € 50,9 miljoen verstrekt voor de versterking van de IJsselmeerdijk bij Lelystad.

  • Aan Waterschap Rijn en IJssel is een voorschot van € 32,9 miljoen verstrekt voor de versterking van de Rijnkade bij Arnhem.

Ten behoeve van de Dijkversterking van Hansweert is een voorschot verstrekt van € 113,4 miljoen verstrekt aan waterschap Scheldestromen. De realisatie is gestart in 2024.

Artikel 02 Investeren in zoetwatervoorziening

  • Aan het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zijn voorschotten verstrekt van in totaal € 14,9 miljoen ten behoeve van het realiseren van de eerste stap naar een robuuste zoetwatervoorziening van West-Nederland in droge perioden, waarbij rekening is gehouden met de klimaatverandering en regionale ontwikkelingen tot 2022. Naar verwachting worden deze voorschotten in 2026 afgewikkeld.

  • Aan diverse gemeenten en provincies zijn in het kader van specifieke uitkeringen voor de Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2022–2027 voorschotten verstrekt voor € 166,3 miljoen. De afrekening van deze voorschotten wordt in 2028 verwacht.

  • Aan diverse provincies en waterschappen zijn voorschotten ad € 86,98 miljoen verstrekt voor specifieke uitkeringen in het kader van stimulering maatregelen 2e fase Deltaprogramma Zoetwater. De afrekening van deze voorschotten wordt in 2028 verwacht.

  • Verder is een voorschot ad € 12,64 miljoen aan provincie Friesland voor specifieke uitkering ten behoeve van versterking Friese IJsselmeerkust. De afrekening wordt in 2027 verwacht.

Tabel 36 Verloopoverzicht (bedragen € 1.000)

Stand per 1 januari 2025

 

2.222.808

In 2025 vastgelegde voorschotten

 

818.342

In 2025 afgerekende voorschotten

 

‒ 411.962

Verdeeld naar jaar van betalen:

  

‒ 2023 en verder

‒ 394.174

 

‒ 2024

‒ 15.646

 

‒ 2025

‒ 2.142

 

Openstaand per 31 december 2025

 

2.629.188

14 en 14a) Andere verplichtingen en Tegenrekening andere verplichtingen

De post Andere verplichtingen vormt een saldo van de verplichtingen per 1 januari van het begrotingsjaar, de aangegane verplichtingen, hierop verrichte betalingen en negatieve bijstellingen van in eerdere begrotingsjaren aangegane verplichtingen.

Tabel 37 Verloopoverzicht (bedragen € 1.000)

Stand per 1 januari 2025

3.378.753

correctie jaarverslag

‒ 36

Gecorrigeerde stand per 1 januari 2025

3.378.717

Aangegaan in 2025

2.493.950

Tot betaling gekomen in 2025

‒ 1.942.674

Negatieve bijstellingen voorgaande jaren

‒ 34.732

Openstaand per 31 december 2025

3.895.261

Niet uit de saldibalans blijkende bestuurlijke verplichtingen

Inventarisatie van bestuurlijke afspraken voor zover al niet deel uitmakend van de juridische verplichtingen, zoals opgenomen in de financiële administratie (met name gesloten bestuursovereenkomsten of convenanten met decentrale overheden) heeft plaatsgevonden.

Ultimo 2025 is geen sprake van dergelijke bestuurlijke afspraken.

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Instandhouding

In deze bijlage bij het jaarverslag van het Mobiliteitsfonds en van het Deltafonds wordt een toelichting gegeven op de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vallen. Onderdeel A gaat in op de instandhouding van de netwerken die door Rijkswaterstaat worden beheerd. Dit betreft het Hoofdwegennet (HWN), het Hoofdvaarwegennet (HVWN) en het Hoofdwatersysteem (HWS). Onderdeel B gaat in op de instandhouding van de Hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) welke beheerd wordt door ProRail.

Bij instandhouding van de infrastructuur gaat het om het behouden van de huidige functie van de infrastructuur op het afgesproken kwaliteitsniveau. Hieronder vallen alle activiteiten op het vlak van exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de bestaande infrastructuur.

  • Tot het domein van de exploitatie (voorheen ‘beheer’) behoren activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding en capaciteitsmanagement, verkeersmanagement en watermanagement;

  • Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren;

  • Vernieuwing (voorheen ’vervanging’ en/of ‘renovatie’) is gericht op het begin van een nieuwe levenscyclus van een nieuw object of het verlengen van de levensduur van het bestaande object. Het gaat bij vernieuwing expliciet niet om activiteiten die gericht zijn op toevoeging van functies of om aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande infrastructuur (ontwikkeling).

1 Onderdeel A - Instandhouding van de netwerken van Rijkswaterstaat

Het basiskwaliteitsniveau is het uitgangspunt voor de uitvoering van exploitatie, onderhoud en vernieuwing (instandhouding) door Rijkswaterstaat (RWS) op het hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet en hoofdwatersysteem. De instandhouding van de netwerken is erop gericht om de prestaties van de netwerken op peil te houden. Het zijn de prestaties – de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van de infrastructuur – die de gebruikers direct ervaren. Eerst wordt een overzicht gegeven van de geleverde prestaties op de netwerken. Vervolgens wordt de omvang van het areaal in beheer bij RWS, de gerealiseerde budgetten voor instandhouding, de ontwikkeling van de balanspost ‘saldo op ontvangen bijdragen’ en het uitgesteld en achterstallig onderhoud toegelicht. Over de duurzaamheidsprestaties wordt gerapporteerd via het IenW Duurzaamheidsverslag.

Prestaties

De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren. In de begroting 2025 is aangegeven dat voor de netwerken in beheer van RWS de afspraken over het basiskwaliteitsniveau nog worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden. Voor het vegetatiebeheer in de uiterwaarden is in 2025 de prestatieafspraak ‘voldoen aan de vegetatielegger’ toegevoegd. Verder vergt de vertaling naar nieuwe indicatoren en streefwaarden nog verdere uitwerking, daarom wordt nog uitgegaan van de prestatieafspraken vanuit de Service Level Agreement (SLA) 2022-2023. De Tweede Kamer zal worden gerapporteerd over hoe gescoord wordt op de prestatie-indicatoren, maar het is zoals ook gold voor de SLA niet mogelijk om te sturen op het behalen van de streefwaarden. Het basiskwaliteitsniveau is het uitgangspunt voor het werk in voorbereiding en de uitvoering door RWS.

Tabel 38 Prestatie-indicatoren RWS

Prestatie-indicator

Streefwaarde 2022-2025

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Toelichting

Hoofdwegennet

     

1

Beschikbaarheid

      

Technische beschikbaarheid van de weg

90%

98%

99%

99%

98%

 

Files door Werk in Uitvoering als gevolg van aanleg en gepland onderhoud in:

      

Voertuigverliesuren (vanaf 2018)

10%

3%

4%

7%

9%

 

Levering verkeersgegevens:

      

– Beschikbaarheid data voor derden

90%

93%

91%

91%

92%

 

– Actualiteit data voor derden

95%

100%

99%

99%

nvt

 

Veiligheid

      

– Voldoen aan norm voor verhardingen

99,7%

99,7%

99,6%

99,4%

99,7%

 

– Voldoen aan norm voor gladheidbestrijding

95%

99%

99%

99%

100%

 
       

Hoofdvaarwegennet

     

2

Beschikbaarheid / Betrouwbaarheid

      

Stremmingen gepland onderhoud

0,8%

0,9%

0,6%

0,7%

1,1%

 

Stremmingen ongepland onderhoud

0,2%

2,4%

1,2%

1,2%

0,7%

 

Tijdig melden ongeplande stremmingen

97%

98%

97%

98%

97%

 

Vaargeul op orde (% oppervlakte op orde)

      

– Toegangsgeulen

99%

100%

100%

100%

100%

 

– Hoofdtransportassen

90%

93%

93%

96%

96%

 

– Hoofdvaarwegen

85%

82%

84%

83%

88%

 

– Overige vaarwegen

85%

83%

95%

96%

97%

 

Veiligheid

      

Vaarwegmarkering op orde

95%

89%

94%

96%

97%

 
       

Hoofdwatersysteem

     

3

Waterveiligheid

      

Handhaving kustlijn

90%

91%

93%

94%

94%

 

Beschikbaarheid stormvloedkeringen

100%

83%

100%

83%

67%

 

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden

100%

75%

100%

100%

100%

 

Betrouwbaarheid informatievoorziening

95%

100%

99%

96%

97%

 

Voldoen aan de vegetatielegger uiterwaardengebied

95%

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

93%

 

Bron: RWS, 2026

1. Toelichting prestaties Hoofdwegennet

Alle indicatoren voldoen aan de streefwaarde.

  • Bij de indicator ‘Files door Werk in Uitvoering’ worden alleen de files meegeteld die een snelheid hebben lager dan 50 km/uur en een lengte van minstens 2 km. In 2025 was 9% van alle files het gevolg van aanleg en geplande onderhoudswerkzaamheden (werk in uitvoering). Deze score is onder de streefwaarde van 10%. De score is gestegen ten opzichte van 2024, doordat in 2025 meer productie is gedraaid. Het totale reistijdverlies is met 62 miljoen hetzelfde gebleven als 2024, maar het aandeel files door werk in uitvoering is gestegen van 4,5 miljoen naar 5,5 miljoen voertuigverliesuren.

  • Het voldoen aan de veiligheidsnormen voor verhardingen wordt gemonitord aan de hand van de schadekenmerken stroefheid en spoorvorming. In 2025 voldeed 99,7% van de wegverhardingen aan deze normen. Daarmee wordt weer aan de streefwaarde voldaan. Het scherpstellen van de interne norm voor alleen dichte deklagen en het uitvoeren van meer onderhoud heeft ervoor gezorgd dat de score omhoog is gegaan.

2. Toelichting prestaties Hoofdvaarwegennet

De indicatoren 'tijdig melden van stremmingen', «vaargeul op orde» en «vaarwegmarkering op orde» voldoen aan de streefwaarde. De afgelopen jaren voldeed de indicator «Vaargeul op orde voor hoofdvaarwegen» niet aan de streefwaarde. In 2025 voldoet deze wel. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van een verbetering in de datakwaliteit over het IJsselmeer, Markermeer en Zwarte Meer waardoor de scores zijn aangepast.

De overige twee indicatoren halen de streefwaarden niet:

  • 'De indicator «Stremmingen gepland onderhoud» voldoet niet aan de streefwaarde en is gestegen ten opzichte van 2024. Deze stijging wordt verklaard door de toename in onderhoudswerkzaamheden.

  • De indicator «Stremmingen ongepland onderhoud» is lager dan in 2024, maar nog steeds ruim drie maal hoger dan de streefwaarde. Ouderdom van de kunstwerken en uitstel van onderhoud en vernieuwing zijn oorzaken van deze score.

3. Toelichting prestaties Hoofdwatersysteem

De indicatoren ‘handhaving kustlijn’, ‘waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden’ en ‘betrouwbaarheid informatievoorziening’ voldoen aan de streefwaarden. De overige twee indicatoren halen de streefwaarden niet:

  • De indicator ‘beschikbaarheid stormvloedkeringen’ voldeed niet aan de streefwaarde. Van de zes stormvloedkeringen voldoen er twee niet aan de faalkanseis. Op het peilmoment van 1 oktober 2025 was de betrouwbaarheid van het sluiten van de sluisdeuren van de Hartelsluis, onderdeel van de Hartelkering, onvoldoende wegens een manco in het besturingssysteem. De deuren staan sinds medio januari 2026 standaard in stormvloedkerende stand, tot het manco verholpen is. Bij de Maeslantkering kon niet aantoonbaar worden gemaakt of deze op het peilmoment voldeed. Technische gebreken liggen hieraan ten grondslag. Begin 2026 zullen de problemen nader geanalyseerd zijn om deze vervolgens adequaat te kunnen aanpakken.

  • De indicator ‘voldoen aan de vegetatielegger uiterwaardengebied’ is een nieuwe indicator. Er is sprake van een achterstand op het vegetatieonderhoud in de uiterwaarden. De verwachting is dat de streefwaarde in 2028 door reeds in gang gezette maatregelen gehaald wordt.

Omvang van het areaal

Hieronder wordt inzicht gegeven in de omvang van het areaal in beheer bij RWS per verantwoording 2025.

Tabel 39 Areaal netwerken RWS
 

Eenheid

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Toelichting

Hoofdwegennet

     

1

Rijbaanlengte

      

– Hoofdrijbaan

km

5.846

5.858

5.862

5.878

 

– Verbindingswegen en op- en afritten

km

1.612

1.612

1.623

1.632

 

Areaal asfalt

      

– Hoofdrijbaan

km2

77

77

78

78

 

– Verbindingswegen en op- en afritten

km2

14

14

15

15

 

Groen areaal

km2

184

188

188

189

 

Verkeerssignalering op rijbanen

km

2.931

2.964

3.003

3.036

 

Verkeerscentrales

stuks

6

6

6

6

 

Bediende objecten

      

– Spitsstroken

km

308

293

281

244

 

– Bruggen Beweegbaar

stuks

50

48

48

48

 

– Tunnelcomplexen

stuks

20

20

21

23

 

– Aanleginrichtingen (veren)

stuks

14

12

12

12

 

Aquaducten

stuks

17

17

17

17

 

Ecoducten

stuks

56

38

38

38

 
       

Hoofdvaarwegennet

     

2

Vaarwegen

km

7.071

7.394

7.273

7.271

 

– waarvan binnenvaart

km

3.426

3.540

3.415

3.413

 

– waarvan zeevaart

km

3.646

3.854

3.858

3.858

 

Begeleide vaarweg

km

592

857

858

848

 

Verkeersposten

stuks

12

12

12

12

 

Vuurtorens (incl. BES-eilanden)

stuks

24

23

23

23

 

Bediende objecten

      

– Schutsluiskolken

stuks

131

127

126

126

 

– Bruggen beweegbaar

stuks

112

107

109

107

 
       

Hoofdwatersysteem

     

3

Watermanagement wateroppervlak

km2

90.219

90.213

90.132

90.019

 

Kustlijn

km

293

293

294

294

 

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

      

–  Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

201

202

203

202

 

–  Niet primaire waterkeringen/duinen

km

604

604

508

507

 

–  Uiterwaarden in beheer Rijk

ha

5.182

5.183

5.185

5.186

 

Binnenwateren

km2

3.030

3.024

2.992

2.991

 

Bediende objecten:

      

–  Stormvloedkeringen

stuks

6

6

6

6

 

–  Spui- en uitwateringssluiskolken

stuks

86

86

88

88

 

–  Stuwcomplexen

stuks

10

10

10

10

 

–  Gemalen

stuks

19

21

20

20

 

Bron: RWS, 2026

1. Toelichting areaalgegevens Hoofdwegennet

Algemeen beeld 2022-2025  

  • De omvang van het hoofdwegennet is de afgelopen jaren toegenomen door grote verbredingsprojecten, zoals de A1 Oost (2019-2021) en grote reconstructies van wegen zoals de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen. Daarnaast worden nieuwe wegen gefaseerd opengesteld, zoals de A16 Rotterdam (2023-2025) en de A24 Blankenburgverbinding (2022-2024). Door deze projecten is ook de lengte van de signalering toegenomen. Ook is de Sluiskiltunnel in de N62 overgenomen van de provincie Zeeland.                                                                

  • De op- en afritten en verbindingswegen zijn de laatste jaren toegenomen door de nieuwe knooppunten Vlaardingen (A20/A24) en Rozenburg (A15/A24) van de Blankenburgverbinding (A24). Ook de nieuwe parallelstructuur op de A44 ter hoogte van de aansluiting van de Rijnlandroute en het vernieuwde knooppunt Julianaplein (A28/A7) zorgen voor een toename. De openstelling van de A16 Rotterdam en overname van de N62 Sluiskiltunnel hebben ook gezorgd voor een toename van op- en afritten en verbindingswegen. Verder zijn nieuwe aansluitingen aangelegd en bestaande aansluitingen verruimd.  

  • De lengte spitsstroken neemt af. In de projecten A1 Oost tussen Twello en Beekbergen, A27 Houten - Hooipolder, A2 Het Vonderen - Kerensheide en A10 Zuidasdok (zuidbaan) zijn de spitsstroken omgezet naar permanente rijstroken. Op de A15 ter hoogte van het knooppunt Rozenburg (A15/A24) zijn de spitsstroken, met de openstelling van de A24 Blankenburgverbinding, weer teruggebracht in hun oorspronkelijke staat als vluchtstrook. 

  • Het groen areaal is in 2025 toegenomen als gevolg van een herziening van de beheergrenzen in Oost-Nederland.

  • De afname van de beweegbare bruggen betreft voornamelijk bruggen die niet meer worden bediend en worden vervangen door vaste bruggen met een hogere doorvaarthoogte, zoals de drie Giessenbruggen in de A20 en de twee Oude Rijnbruggen in de A44.                         

  • De afname in 2023 van zowel het aantal ecoducten als het aantal aanleginrichtingen voor de veerbindingen heeft een administratieve oorzaak, namelijk een nieuwe inventarisatie met verbeterde uniforme definities.

Specifiek 2025

  • In 2025 heeft de eindopenstelling plaatsgevonden van de A16 Rotterdam. Deze zorgt voor de toename van één tunnel, te weten de Rottemerentunnel (landtunnel). Deze openstelling zorgt ook voor extra verkeerssignalering. Ook zijn de eerste deelopenstellingen gerealiseerd in het project A9 Badhoevedorp - Holendrecht (Amstelveen). Daarnaast heeft de provincie Zeeland de Sluiskiltunnel in de N62 overgedragen aan RWS. De verbindingswegen en op- en afritten zijn ook toegenomen door deze openstellingen en overdracht.                        

  • De toename van het groen areaal in 2025 wordt veroorzaakt door verbeterde vastlegging in de bron.                                   

  • De lengte spitsstroken is in 2025 afgenomen doordat in de projecten A27 Houten - Hooipolder en A2 Het Vonderen - Kerensheide de spitsstroken permanent zijn opengesteld als versmalde reguliere rijstroken.

2. Toelichting areaalgegevens Hoofdvaarwegennet

Algemeen beeld 2022-2025  

  • In 2023 is er een toename doorgevoerd in het verkeersscheidingsstelsel voor de kust van Zeeland en de vaargeulen in de Waddenzee. Tevens is de lengte op de Grensmaas toegenomen als gevolg van het opnemen van het deel van de Maas waar alleen recreatieverkeer is toegestaan. In 2024 is er een grote afname hoofdzakelijk veroorzaakt door wijzigingen van de vaarroutes op het IJsselmeer en Markermeer. Daarnaast is er een kleine toename van vaarroutes op zee, door aanpassingen voor de kust van Zeeland. 

  • In 2024 was er een kleine toename van de begeleide vaarweg, door verschuivingen van de getijdegeulen in de Westerschelde.

  • Het aantal vuurtorens nam in 2023 af door het buiten gebruik stellen van Lichtplatform Goeree.

  • In 2022 is de Zeesluis bij IJmuiden in gebruik genomen. In 2023 is de Roggebotsluis gesloopt en zijn er 4 schutsluizen overgedragen langs kanaal Lemmer-Delfzijl. In 2024 is de nieuwe Zeesluis in Terneuzen gerealiseerd; het totale aantal schutsluizen nam dat jaar met twee af door een overdracht aan de gemeente en aanpassing van de classificatie van schutsluis naar spuisluis.

  • Het aantal bediende bruggen neemt geleidelijk af: in 2023 is de brug over de Roggebotsluis gesloopt, en zijn vier bruggen langs het kanaal Lemmer-Delfzijl overgedragen. In 2024 zijn ook de 2 beweegbare bruggen over de nieuwe Zeesluis in Terneuzen in gebruik genomen.

Specifiek 2025

  • In 2025 is er een kleine afname van de beheerde vaarweg, die werd veroorzaakt door een correctie rond de havens van Harderwijk. De lengte van de beheerde vaarweg op zee is niet veranderd.

  • In 2025 is de begeleide vaarweg in totaal 10 km afgenomen, door verbeterde afbakening (voornamelijk rond de havens) van de Vessel Traffic Services (VTS) sectoren.

  • In 2025 zijn de 2 beweegbare bruggen over de oude Middensluis in Terneuzen inmiddels gesloopt en nu pas uit de bron verwijderd. De functie hiervan is overgenomen door de 2 beweegbare bruggen over de nieuwe Zeesluis, die in 2024 zijn opgeleverd.

3. Toelichting areaalgegevens Hoofdwatersysteem

Algemeen beeld 2022-2025

  • De omvang van het hoofdwatersysteem varieert. De afname van het wateroppervlak in 2023 komt voornamelijk door het Strandeiland en Markerwadden in het Markermeer. In 2024 was er een afname van het wateroppervlak in de Oosterschelde en Westerschelde ten gunste van kwelders en schorren en door een nieuwe inventarisatie van de gehele IJssel (in bijbehorende uiterwaarden).

  • De lengtes van de primaire en niet-primaire keringen variëren. In 2024 heeft een administratieve correctie bij de Afsluitdijk (Friese zijde) tot een kleine toename geleid van de primaire kering. Bij de niet-primaire keringen is in 2024 een kleine toename door de realisatie van de verruiming van de Twentekanalen (fase 2). Daarnaast was er in 2024 een grote afname van de niet-primaire duinen op de Waddeneilanden. Een deel ervan is integraal onderdeel geworden van de bestaande, erachter gelegen primaire kering. Een ander deel betreft niet-primaire duinen op de zandplaten. Die hebben formeel geen kerende functie meer, hier vindt alleen nog natuurbeheer plaats.

  • De omvang van de uiterwaarden varieert. Dit komt door zowel aanleg van bijvoorbeeld nevengeulen, overnachtingshavens als overdrachten en verbeterde registratie.

  • Het aantal spui- en uitwateringssluiskolken varieert. In 2023 zijn de twee Roggebotspuisluizen gesloopt en is de classificatie van twee objecten overgegaan naar spuisluis. In 2024 nam het aantal spui- en uitwateringsluizen toe door een verbeterde registratie bij de Oranjesluizen.

  • In 2023 is het aantal gemalen met twee toegenomen door een aanpassing van de classificatie van twee objecten. In 2024 is er een afname door een overdracht aan een gemeente.

Specifiek 2025

  • In 2025 is het wateroppervlak met 113 km2 afgenomen rond de BES-Eilanden. Dit komt door het herberekenen van de zeegrenzen (equidistantielijn) met de Virgin Islands van de Verenigde Staten, in het kader van de onderhandelingen over deze grens. Tevens is er een kleine toename van het wateroppervlak door de realisatie van de verbreding van het Julianakanaal. Door diverse verbeteringen in de bron is er in de afronding een kleine afname van het binnenwater. 

  • In 2025 is er een kleine afname geweest in de primaire keringen. Dit komt door de verwerking van de aanpassing rond het Middensluiseiland in IJmuiden (realisatie Zeesluis) en een administratieve correctie rond de kering van Marken.

  • In 2025 is een kleine afname van de niet-primaire keringen door een administratieve correctie langs de oevers van het Amsterdam-Rijnkanaal.

  • In 2025 is er een kleine toename van het uiterwaarden oppervlak, door diverse administratieve verbeteringen in de bron.                              

  • In 2025 zijn er bij de bediende objecten geen wijzigingen.

Budgetten exploitatie en onderhoud Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwatersysteem

In onderstaande tabel zijn de begrote en gerealiseerde budgetten op exploitatie en onderhoud in 2025 toegelicht.

Tabel 40 Budgetten Exploitatie en Onderhoud Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwatersysteem (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Begroting

Verschil

 

Artikelonderdeel

2025

2025

2025

Toelichting

Hoofdwegennet

     

MF 12.01

Exploitatie

9.939

5.676

4.263

1

MF 12.02.01

Onderhoud

1.132.227

983.801

148.426

2

MF 12.06.02

Overige netwerkgebonden kosten

141.147

115.558

25.589

3

Totaal realisatie Exploitatie en Onderhoud Hoofdwegen

1.283.313

1.105.035

178.278

 

Hoofdvaarwegennet

     

MF 15.01

Exploitatie

8.902

10.528

‒ 1.626

4

MF 15.02.01

Onderhoud

558.194

544.905

13.289

5

MF 15.06.02

Overige netwerkgebonden kosten

34.710

35.704

‒ 994

6

Totaal realisatie Exploitatie en Onderhoud Hoofdvaarwegen

601.806

591.137

10.669

 

Hoofdwatersysteem

     

DF 3.01.01

Watermanagement

8.558

8.261

297

 

DF 3.02.01

Onderhoud Waterveiligheid

354.613

325.625

28.988

7

DF 3.02.02

Onderhoud Zoetwatervoorziening

34.579

32.418

2.161

8

DF 5.02.01

Overige netwerkgebonden uitgaven

74.197

73.224

973

9

Totaal realisatie Watermanagement en Onderhoud Hoofdwatersysteem

471.947

439.528

32.419

 

Totaal realisatie Exploitatie, Watermanagement en Onderhoud RWS

2.357.066

2.135.700

221.366

 

Toelichting

Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de verschillen tussen de begroting en de realisatie. Het betreft de realisatie van de agentschapsbijdrage van het moederdepartement aan RWS.

Hoofdwegennet

1. Het verschil van € 4,3 miljoen bestaat uit:

  • € 1,4 miljoen voor draaiend houden van de ringwegen fase 1.

  • € 2,9 miljoen voor diverse mutaties van < € 1 miljoen.

2. Het verschil van € 148,4 miljoen bestaat uit:

  • € 121,5 miljoen ter dekking van excessieve prijsstijgingen voor Exploitatie en Onderhoud.                

  • € 5,0 miljoen voor ongeplande kosten die voortkomen uit maatregelen.

  • € 5,8 miljoen voor verkeersveiligheid N18, voortvloeiend uit het amendement Koerthuis en van der Graaf.

  • - € 10,4 miljoen voor overheveling van het onderhoudsbudget aan het uitvoeringsproject Maasvlakte Vaanplein.

  • € 19,7 miljoen voor ontvangen loon- en prijsbijstelling. 

  • € 6,8 miljoen voor diverse mutaties van < € 5 miljoen.

3. Het verschil van € 25,6 miljoen bestaat uit:

  • € 13,4 miljoen voor Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ten behoeve van laadinfra en batterijsystemen op de bouwplaats.

  • € 5,3 miljoen voor draaiend houden van de ringwegen fase 1.

  • € 4,3 miljoen ter dekking van uitgaven op het asfaltdossier in het kader van Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (KCI).

  • € 3,2 miljoen uit het Klimaatakkoord omtrent stimulering hergebruik en recyclaat in bouwmaterialen in de Grond-, Weg- en Waterbouw.

  • € 2,1 miljoen ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025.

  • - € 2,7 miljoen diverse mutaties < € 2 miljoen.

Hoofdvaarwegennet

4. Het verschil van € - 1,6 miljoen bestaat uit:

  • - € 1,6 miljoen voor de voortzetting van het impulsprogramma Beter Bediend, ten behoeve van het apparaat RWS.

5. Het verschil van € 13,3 miljoen bestaat uit:

  • € 9,7 miljoen voor ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025.

  • € 3,6 miljoen diverse mutaties < € 5 miljoen.

6. Het verschil van € 1,2 miljoen bestaat uit:

  • - € 1,0 miljoen diverse mutaties < € 1 miljoen.

Hoofdwatersysteem

7. Verschil van € 29,0 miljoen bestaat uit:

  • € 18,0 miljoen ter dekking van de exogene tegenvaller calamiteit overlaatdam Bosscherveld.

  • € 11,3 miljoen ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025.

  • - € 0,3 miljoen diverse mutaties < € 1 miljoen.

8. Verschil van € 2,2 miljoen bestaat uit:

  • € 1,1 miljoen ontvangen loon- en prijsbijstelling 2025.

  • € 1.1 miljoen diverse mutaties < € 1 miljoen.

9. Verschil van € 1,0 miljoen bestaat uit:

  • € 3,2 miljoen bijdrage voor beheer en onderhoud van het modelinstrumentarium van Deltares.

  • ‒ € 2,2 miljoen diverse mutaties < € 1 miljoen.        

Budgetten Vernieuwing Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofd­ watersysteem

In onderstaande tabel zijn de begrote en gerealiseerde budgetten op vernieuwing in het jaar 2025 toegelicht. Met € 514 miljoen is de productie in 2025 fors gestegen ten opzichte van 2024 (€ 328 miljoen). Daarmee ligt het in lijn met de afspraak om de productie te verhogen van € 300 miljoen in 2023, naar € 500 miljoen in 2025 en uiteindelijk naar € 800 miljoen vanaf 2028 (Validatie Rebel Group, TK 29 385, nr. 139).

De productie blijft nog achter bij het beschikbare bedrag in de begroting ( ‒ € 151,3 miljoen). Dit wordt deels verklaard door de afboeking van € 65,7 miljoen waarvan € 55,4 miljoen ter dekking van uitgaven aan de verbreding van het Julianakanaal. Het resterende bedrag van € 85,6 miljoen wordt verklaard bij de toelichting. Met de ingezette stijging van de productie, de portfolioaanpak en meerjarige zekerheid over beschikbaar budget en capaciteit is de verwachting dat de productie de komende jaren verder zal stijgen naar het afgesproken niveau van € 800 miljoen in 2028.

Tabel 41 Budgetten Vernieuwing Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwatersysteem (bedragen x € 1.000)

Artikelonderdeel

 

Realisatie

Begroting

Verschil

 
  

2025

2025

2025

Toelichting

MF 12.02.04

Vernieuwing Hoofdwegennet

287.614

385.522

‒ 97.908

1

MF 15.02.04

Vernieuwing Hoofdvaarwegennet

204.765

248.537

‒ 43.772

2

DF 3.02.03

Vernieuwing Hoofdwatersysteem

21.301

30.919

‒ 9.618

3

Totaal realisatie Vernieuwing Rijkswaterstaat

513.680

664.978

‒ 151.298

 

Toelichting

1. Hoofdwegennet

Het verschil van ‒ € 97,9 miljoen bestaat uit:

  • Groot Variabel Onderhoud Renovatie (- € 68,1 miljoen): lagere uitgaven hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de kasreeksen over de jaren van de projecten in uitvoering in lijn zijn gebracht met het meest actuele beeld van projecten die in uitvoering zijn n.a.v. genomen beslismoment (1) plan- en (2) realisatiefase.

  • Intelligente wegkantsystemen (- € 34 miljoen): lagere uitgaven door vertraging van werkzaamheden. De aannemer heeft maar één uitvoeringsteam beschikbaar met als gevolg dat de uitvoering naar 2029 en verder verschuift.

  • Brandwerendheid tunnels (€ 2,8 miljoen) betreft met name extra uitgaven herstelwerkzaamheden aan de Tweede Coentunnel.

  • Toegekende prijsbijstelling 2025 (€ 5,9 miljoen).

  • Het verschil betreft mutaties < € 5 miljoen (- € 4,5 miljoen).

2. Hoofdvaarwegennet

Het verschil van ‒ € 43,8 miljoen bestaat uit:

  • Diverse kasschuiven (- € 42,2 miljoen): Dit betreft een actualisatie van het programma Vernieuwing.

  • Voor de reservering van Vernieuwing (- € 15,9 miljoen): dit betreft budgetoverhevelingen waarbij het grootste gedeelte wordt verklaard door toegekend budget voor werkzaamheden aan het Julianakanaal (- € 65,7 miljoen). Verder zijn er diverse schuiven geweest om de programmering te actualiseren (€ 49,8 miljoen).

  • Aanvullende budget (€ 10,4 miljoen): wordt grotendeels verklaard door aanvullende budgetten bij projecten zoals, Tilburg 3 (€ 3,1 miljoen), Renovatie Verkeersbrug Dordrecht (€ 2,6 miljoen), Brug Urmond (€ 1,9 miljoen) en Bediening en besturing Maasobjecten (€ 1,8 miljoen).

  • Toegekende prijsbijstelling 2025: (€ 4,0 miljoen)

  • Het restant wordt verklaard door diverse kleine mutaties (- € 0,1 miljoen).

3. Hoofdwatersysteem

De lagere realisatie op vernieuwing (- € 9,6 miljoen) is met name het gevolg van vertragingen in besluitvorming, inkoop en uitvoering, gebrek aan capaciteit en aanpassing in de planningen. Dit speelde met name bij de projecten Prinses Marijkesluis, Vervanging Stuwen Maas HWS, Sluis- en Gemaalcomplex IJmuiden, Maasbediening, Landelijk Meetnet Water en de renovatie van de Krammersluizen.

Saldo op ontvangen bijdragen

In navolging van de aanbeveling uit het rapport doorlichting agentschap Rijkswaterstaat (2021) en toezegging aan de Tweede Kamer over het gebruik en de naamgeving van de balanspost Nog Uit Te Voeren Werkzaamheden (NUTW) zijn de afspraken over het gebruik van de NUTW post opnieuw geformaliseerd. Hierbij is besloten om met ingang van 2024 de NUTW te splitsen in een post gerelateerd aan de bekostiging van de maatregelen ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau voor Exploitatie en Onderhoud en een post voor overige werkzaamheden gefinancierd vanuit EPK-BLS, respectievelijk «Saldo op ontvangen bijdragen voor exploitatie en onderhoud» en «Saldo op ontvangen bijdragen voor te verlenen diensten».

  • Saldo op ontvangen bijdragen voor exploitatie en onderhoud: onder dit saldo vallen de ontvangsten en uitgaven die samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau.

  • Saldo op ontvangen bijdragen voor te verlenen diensten: onder dit saldo vallen de ontvangsten en uitgaven in het kader van planstudies, Caribisch Nederland, werken voor en met partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot het basiskwaliteitsniveau behoren en overige opdrachten.

Balanspost Saldo op ontvangen bijdragen voor exploitatie en onderhoud

RWS is een agentschap met een baten lasten administratie. Bij de instelling van het agentschap is met het ministerie van Financiën afgesproken dat RWS geen resultaat (verlies of winst) mag behalen op de kosten die worden gemaakt voor activiteiten die door de markt worden verricht. De middelen die aan het einde van een boekjaar tekort of over zijn en samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau, worden op de balans van RWS verantwoord onder de post Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor Exploitatie en Onderhoud (SOOB E&O).

Via deze balanspost kunnen middelen eerder of later worden aangewend dan oorspronkelijk voorzien. Deze werkwijze is analoog aan de werkwijze die wordt gevolgd op het Deltafonds en het Mobiliteitsfonds. Daar wordt immers een saldo dat in enig jaar ontstaat meegenomen naar of verrekend met het volgende begrotingsjaar.

De balanspost SOOB E&O omvat overigens meer. Onder andere ook de mee- en tegenvallers op exploitatie- en onderhoudscontracten komen in deze balanspost. Oorzaken voor mee- en tegenvallers en het eerder of later inzetten van middelen dan voorzien zijn bijvoorbeeld:

  • Tijdens de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden kan blijken dat deze op een later of eerder moment gerealiseerd zullen worden dan bij het opstellen van de programmering en begroting was voorzien;

  • Het moeten inpassen van maatregelen die niet waren voorzien;

  • Wijzigende marktomstandigheden, met kostprijzen die sneller stijgen dan eerder geraamd. Dit leidt tot aanbestedingstegenvallers;

  • Gebrek aan beschikbare capaciteit bij de uitvoeringsorganisatie of op de markt.

De mutatie op deze balanspost wordt aan het eind van ieder jaar bepaald door de kosten in dat jaar van de opbrengsten af te trekken. De balanspost wordt in een volgend jaar weer aan de opbrengsten toegevoegd.

Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht die de opbouw van de post SOOB E&O per ultimo 2025 bepalen.

Tabel 42 Ontwikkeling post SOOB E&O RWS (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving

  
 

2023

2024

2025

Toelichting

Exploitatie en Onderhoud

    

1) Hoofdwegennet

388

186

26

1

2) Hoofdvaarwegennet

143

260

329

2

3) Hoofdwatersysteem

289

265

214

3

Totaal

820

711

569

 

Toelichting

1. Hoofdwegennet

Het saldo per eind 2025 is lager dan het saldo per eind 2024. Dit wordt voor € 13 miljoen verklaard door de saldi voor een deel van Servicepakketten waarvan in 2025 besloten is dat ze beschikbaar zijn voor E&O in het kader van de herplantplicht. Voorheen telden deze saldi mee bij de post overig/Te Verlenen Diensten.

Ten opzichte van 2024 zijn de kosten gestegen. De hogere realisatie is het gevolg van intensivering op Onderhoud en Exploitatie door RWS, en is in lijn met de afspraken over het verhogen van de productie die RWS heeft gemaakt in de instandhoudingsafspraak.

De opbrengsten zijn ook gestegen ten opzichte van 2024, als gevolg van bovengenoemde afspraken.

De totale kosten in 2025 zijn echter hoger dan de opbrengsten en daardoor is het saldo gedaald. Het saldo van € 26 miljoen per eind 2025 gaat in de komende jaren gebruikt worden voor noodzakelijke onderhoudsmaatregelen ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau.

2. Hoofdvaarwegennet

Het saldo per eind 2025 is hoger dan het saldo per eind 2024.

In 2025 waren de kosten hoger dan de kosten in 2024. De hogere realisatie is het gevolg van intensivering op Onderhoud en Exploitatie door RWS, en is in lijn met de afspraken over het verhogen van de productie die RWS heeft gemaakt in de instandhoudingsafspraak. De opbrengsten zijn ook gestegen, als gevolg van bovengenoemde afspraken.

Omdat de totale kosten in 2025 lager zijn dan de opbrengsten is het saldo gestegen.

Het saldo van € 324 miljoen per eind 2025 gaat in de komende jaren gebruikt worden voor noodzakelijke onderhoudsmaatregelen ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau.

3. Hoofdwatersysteem

Het saldo per eind 2025 is lager dan het saldo per eind 2024.

Ten opzichte van 2024 zijn de kosten gestegen. De hogere realisatie is het gevolg van intensivering op Onderhoud en Exploitatie door RWS, en is in lijn met de afspraken over het verhogen van de productie die RWS heeft gemaakt in de instandhoudingsafspraak.

De kosten zijn in 2025 hoger dan de opbrengsten en daardoor is het saldo gedaald.

Het saldo van € 214 miljoen per eind 2025 gaat in de komende jaren gebruikt worden voor noodzakelijke onderhoudsmaatregelen ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau.

Balanspost Saldo op ontvangen bijdragen voor Te Verlenen Diensten

RWS is een agentschap met een baten lasten administratie. Bij de instelling van het agentschap is met het ministerie van Financiën afgesproken dat RWS geen resultaat (verlies of winst) mag behalen op de kosten die worden gemaakt voor activiteiten die door de markt worden verricht. De middelen die aan het einde van een boekjaar tekort of over zijn en betrekking hebben op de Te Verlenen Diensten, worden op de balans van RWS verantwoord onder de post Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor Te Verlenen Diensten (SOOB TVD).

Via deze balanspost kunnen middelen eerder of later worden aangewend dan oorspronkelijk voorzien. Deze werkwijze is analoog aan de werkwijze die wordt gevolgd op het Deltafonds en het Mobiliteitsfonds. Daar wordt immers een saldo dat in enig jaar ontstaat meegenomen naar of verrekend met het volgende begrotingsjaar.

De balanspost SOOB TVD omvat overigens meer. Onder andere ook de mee- en tegenvallers op de contracten komen in deze balanspost.

Oorzaken voor mee- en tegenvallers en het eerder of later inzetten van middelen dan voorzien zijn bijvoorbeeld:

  • Tijdens de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden kan blijken dat deze op een later of eerder moment gerealiseerd zullen worden dan bij het opstellen van de begroting was voorzien.

  • Wijzigende marktomstandigheden, met kostprijzen die sneller stijgen dan eerder geraamd. Dit leidt tot aanbestedingstegenvallers;

  • Gebrek aan beschikbare capaciteit bij de uitvoeringsorganisatie of op de markt.

De mutatie op deze balanspost wordt aan het eind van ieder jaar bepaald door de kosten in dat jaar van de opbrengsten af te trekken. De balanspost wordt in een volgend jaar weer aan de opbrengsten toegevoegd.

Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht die de opbouw van de post SOOB TVD per ultimo 2025 bepalen.

Tabel 43 Ontwikkeling post SOOB TVD RWS (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving

Bedrag x € 1 miljoen

 
 

2023

2024

2025

Toelichting

Te verlenen diensten

    

4) Hoofdwegennet

199

202

193

1

5) Hoofdvaarwegennet

75

45

48

2

6) Hoofdwatersysteem

78

77

75

3

7) Overig

63

23

21

4

Totaal

415

347

336

 

Toelichting

1. Hoofdwegennet

Het saldo eind 2025 van € 193 miljoen is lager dan eind 2024 (€ 202 miljoen). Van het saldo van € 193 miljoen voor Hoofdwegennet, is € 94 miljoen bestemd voor servicepakketten en € 16 miljoen voor file-aanpak. Dit is lager dan eind 2024, omdat een deel van het SOOB-saldo voor servicepakketten beschikbaar is gesteld aan E&O in het kader van de herplantplicht.

Het bevat ook een saldo van € 56 miljoen voor planuitwerkingen en van € 27 miljoen voor aanvullende opdrachten beheer en onderhoud . Dit is hoger dan eind 2024. Er zijn minder planuitwerkingen uitgevoerd dan begroot, onder mee als gevolg van de stikstofproblematiek. Bij de aanvullende opdrachten is er in 2025 meer budget ontvangen dan er kosten zijn gemaakt.

2. Hoofdvaarwegennet

Het saldo van € 48 miljoen op Hoofdvaarwegennet is iets hoger dan eind 2024 (€ 45 miljoen).

Het saldo van € 48 miljoen heeft voor € 16 miljoen op Planuitwerkingen en voor € 32 miljoen betrekking op aanvullende opdrachten, zoals MIVSP en Afdekken slibdepot Lateraalkanaal.

3. Hoofdwatersysteem

Het saldo eind 2025 van € 75 miljoen is lager dan eind 2024 (77 miljoen).

In het saldo zit € 19 miljoen voor Kader Richtlijn Water (Verruiming vaargeul Westerschelde, natuurcompensatie Perkpolder), € 26 miljoen op Planuitwerkingen en € 22 miljoen voor Wind op Zee. Het saldo voor Wind op Zee is hoger dan eind 2024 omdat er in 2025 meer ontvangen is van EZK dan er kosten zijn gemaakt.

4. Overig

Het saldo op de post overig heeft betrekking projecten die Rijkswaterstaat uitvoert in Caribisch Nederland. Het saldo is lager dan eind 2024 omdat het gebruikt is ter dekking van de kosten van de projecten in Caribisch Nederland.

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

Bij het in stand houden van de infrastructuur staat veiligheid altijd voorop. Op basis van de veiligheid en technische staat wordt bekeken wat een goed moment is voor onderhoud of vernieuwing (levenscycluskosten optimaal). De uitvoering van onderhoud of vernieuwing vindt niet altijd plaats op het moment dat het was voorzien. Voor een deel gebeurt dit om de werkzaamheden te combineren met ander onderhoudswerk of grotere vernieuwings- of aanlegprojecten, of om de hinder voor de gebruikers te beperken. Voor een ander deel gebeurt dit omdat onvoorziene gebeurtenissen plaatsvinden en er maatregelen met prioriteit moeten worden ingepast die niet waren voorzien. Dit zorgt ervoor dat een deel van het onderhoud wordt uitgesteld naar latere jaren.

Het bepalen van de omvang van het uitgesteld onderhoud is geoperationaliseerd door te kijken welke onderhoudsmaatregelen per 1 januari van enig jaar op basis van het gebruikte onderhoudsregime een geadviseerd onderhoudsmoment hadden voor dat jaar. Voor het bepalen van de omvang van het achterstallig onderhoud is van de uitgestelde onderhoudsmaatregelen beoordeeld of de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken. In onderstaande tabel is de totale omvang van het volume aan uitgesteld en achterstallig onderhoud per netwerk van eind 2021 tot eind 2025 weergeven.

Tabel 44 Uitgesteld en achterstallig onderhoud (bedragen x € 1 miljoen)
 

2021

2022

2023

2024

2025

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Hoofdwegennet

649

19

905

14

893

15

1.019

20

1.133

107

Hoofdvaarwegen

494

3

686

7

723

30

871

75

1.015

26

Hoofdwatersysteem1

190

3

249

16

260

30

270

25

377

30

Totaal

1.333

25

1.840

37

1.876

75

2.160

120

2.525

163

1

Hierbij zijn de kosten voor de kustlijnzorg buiten beschouwing gelaten. Dit is gedaan omdat de opdrachtnemer de vrijheid heeft de suppleties uit te voeren binnen de door het contract bepaalde periode, met een beperkte mogelijkheid tot uitloop.

ToelichtingVoor alle netwerken geldt dat het uitgesteld onderhoud is gestegen. De grootste toename aan uitgesteld onderhoud is te zien bij de kunstwerken (stuwen, gemalen, bruggen), op verhardingen, bij oevers (damwanden) en bij bodems (baggerwerk). De oploop wordt verder veroorzaakt door diverse grote tegenvallers, waaronder werk aan stuwen Grave en Borgharen, overbruggingsmaatregelen vanwege uitstel van vernieuwing voor verschillende objecten zoals de Haringvlietbrug, de conditie van stalen bruggen met tanden-nokconstructies en de energiekosten. Dit maakt dat ander werk moest worden uitgesteld. Daarnaast is sprake van prijsstijgingen – hoger dan IBOI compensatie. En is het beschikbaar budget voor het basiskwaliteitsniveau nog niet in lijn met het benodigd budget. De stijging van het uitgesteld onderhoud is in lijn met de stijging over de jaren 2020-2024 en ook in lijn met eerdere prognoses, onder meer in de rapportage van Rebel Group (TK 29 385, nr. 139) en de Staat van de Infrastructuur.

Het achterstallig onderhoud is eveneens gestegen, maar niet op alle netwerken. De grootste stijging is op het hoofdwegennet, voornamelijk veroorzaakt door de Schinkelbrug (de brug kan niet meer open voor (hoog) scheepvaartverkeer) en de Wijkertunnel (niet werkende ventilatie). Daarnaast is het achterstallig onderhoud op het hoofdwatersysteem iets gestegen, met name door het niet meer functioneren van verschillende meetpalen van het Landelijk Meetnet Water. Op het hoofdvaarwegennet is het achterstallig onderhoud gedaald. Dit wordt veroorzaakt doordat beheersmaatregelen aan de brug Uitwellingerga zijn getroffen. De val is vervangen door een (tijdelijke) vaste overspanning waardoor de brug weer beperkt beschikbaar is voor (scheepvaart) verkeer.

In 2023 bent u geïnformeerd over het basiskwaliteitsniveau voor de netwerken in beheer van RWS (TK 29 385, nr. 119). Er wordt toegewerkt naar een balans in prestaties en beschikbaar budget, rekening houdend met maakbaarheid door de capaciteit bij RWS en marktpartijen. Om RWS te ondersteunen in het realiseren van deze opgave, is de sturing verder geoptimaliseerd. Een achtjarige opdracht in combinatie met verdere optimalisatie van de agentschapssturing, maakt het mogelijk om meer efficiëntievoordelen te realiseren. RWS is hierdoor beter in staat gesteld om kostenefficiënt over de gehele levenscyclus uit te voeren, slim werk-met-werk te maken en effectievere contractvormen in de markt te zetten, zoals basisonderhoudscontracten en portfoliocontracten. De effecten van reeds ingezette verbetermaatregelen en in te zetten besparingen vanuit het basiskwaliteitsniveau moeten daarbij zichtbaar worden. De areaaldata wordt verbeterd middels het Ontwikkelplan Assetmanagement en met een marktaanpak wordt er gewerkt aan effectieve contractvormen en een goede samenwerking met de markt. 

Na het definiëren van het basiskwaliteitsniveau is er nog steeds sprake van onzekerheid. De infrastructuur veroudert waardoor meer objecten onder verscherpt toezicht staan en steeds meer en duurdere beheersmaatregelen nodig zijn om de netwerken veilig en functioneel te houden. De kans op storingen neemt daarbij verder toe. Door onvoorziene ontwikkelingen worden noodzakelijke werkzaamheden naar achteren geschoven in de programmering. In het Meerjarenplan Instandhouding RWS (TK 29 385, nr. 143) en de Staat van de Infrastructuur (TK 36 800a, nr. 9) is reeds aangegeven dat de opgave groter is dan wat budgettair beschikbaar en maakbaar is. De Algemene Rekenkamer heeft dit becijferd op € 34,5 miljard. Ondanks de hogere productie in 2026, leidt dit de komende periode tot oplopend uitgesteld onderhoud. De ingezette maatregelen worden daarom periodiek gevalideerd en gemonitord. Wanneer er additionele maatregelen nodig blijken te zijn, dan zullen er keuzes moeten worden gemaakt om binnen de kaders te blijven – zowel wat betreft financiële middelen als capaciteit.

2 Onderdeel B - Instandhouding netwerk ProRail (Hoofdspoorweginfrastructuur)

Op grond van richtlijn nr. 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 is ProRail via de beheerconcessie belast met het beheer en onderhoud van de landelijke spoorweginfrastructuur.

De subsidie die aan ProRail wordt verleend voor instandhouding van de landelijke spoorweginfrastructuur wordt jaarlijks vastgesteld met een beschikking overeenkomstig het bepaalde in de Wet Mobiliteitsfonds en de Subsidieregeling taakuitoefening beheerders van de HSWI. De subsidie wordt door ProRail aangewend voor het in een goede gebruikstoestand houden van de landelijke spoorinfrastructuur.

In het najaar van 2023 is de externe validatie op de door ProRail herijkte instandhoudingskosten van het spoor afgerond (Kamerstuk 36 410 A, nr. 16). Mede op basis hiervan is in 2024 samen met ProRail een basiskwaliteitsniveau voor het spoor gedefinieerd, in analogie van de basiskwaliteitsniveaus die eerder voor de RWS-netwerken zijn vastgesteld. In het voorjaar van 2024 is de Kamer geïnformeerd over de denkrichtingen voor het BKN spoor (Kamerstuk 29984, nr. 1184). Hierover is eind maart met de Kamer gesproken in het debat ‘Strategische keuzes bereikbaarheid’. In juni 2024 is het BKN spoor inhoudelijk vastgeklikt (Kamerstuk 29984, nr. 1202). Op dat moment resteerde nog een dekkingsopgave waarvan het Kabinet Rutte IV het op dat moment niet passend vond daarover nog te beslissen. Het kabinet Schoof heeft de dekkingsopgave bij de Ontwerpbegroting 2025 ingevuld en het BKN Spoor definitief vastgesteld (Kamerstuk 29984, nr. 1213). Het basiskwaliteitsniveau is een stabiel, langjarig en robuust instandhoudingsniveau van de Nederlandse spoorinfrastructuur vanaf 2026, dat haalbaar en maakbaar is en waarbij een constructief veilig en betrouwbaar spoornetwerk onverminderd wordt geborgd. Het BKN spoor biedt langjarige duidelijkheid over de basiskwaliteit in het hele land en creëert daarmee voorspelbaarheid richting ProRail, aannemers en vervoerders.

De aansturing van ProRail vindt door het ministerie van IenW plaats door een gecombineerde prestatiesturing op basis van de beheerconcessie en een financiële sturing via de subsidieverlening voor de instandhouding van het spoor. Dat betekent dat de minister van IenW op basis van de beheerconcessie afspraken met ProRail heeft gemaakt over kernprestatie-indicatoren (KPI’s) en de bijbehorende bodem-  en streefwaardes. De Tweede Kamer wordt (half)jaarlijks in een separate brief over de (half)jaarverantwoording van ProRail en de gerealiseerde prestaties geïnformeerd. Indien er een aanleiding is, kan er gedeeltelijk worden overgegaan op inputsturing door middel van (verbeter-)programma’s onder de concessie.

Hieronder wordt ingegaan op de door ProRail geleverde prestaties, de areaalgegevens, de gerealiseerde budgetten instandhouding en op het uitgesteld en achterstallig onderhoud. 

Prestaties ProRail

De prestaties van de Hoofdspoorweginfrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren. De actuele prestatieafspraken met ProRail zijn terug te vinden in het (addendum op) het beheerplan van ProRail. De actuele prestaties zijn real-time in te zien op prestaties.prorail.nl. In 2024 heeft ProRail de prestaties gerealiseerd zoals opgenomen in Tabel 46.

Tabel 45 Prestatie indicatoren ProRail

Kern Prestatie-indicator

Bodem-waarde1

Streef-waarde

Realisatie 2024

Klantoordeel reizigersvervoerders

6

7

7

Klantoordeel goederenvervoerders

6

7

6

Reizigerspunctualiteit HRN 5 minuten (gezamenlijk met NS)

88,90%

91,50%

89,40%

Reizigerspunctualiteit HRN 15 minuten (gezamenlijk met NS)

96,70%

97,40%

97,10%

Reizigerspunctualiteit HSL 5 minuten (gezamenlijk met NS)

82,10%

84,20%

69,00%

Betrouwbaarheid regionale series 3 minuten

90,70%

93,70%

90,70%

Impactvolle verstoringen

520

450

507

Bron: jaarrekening ProRail 2024

1

Toelichting bodemwaarde: Waarde voor het jaarlijks minimaal te realiseren prestatieniveau op een prestatie indicator. In het geval van de prestatie indicator ‘Impactvolle storingen op de infra’ geldt een maximum.

Toelichting

Ten tijde van het opstellen van deze bijlage is er nog geen vastgesteld jaarverslag van ProRail over 2025 beschikbaar. Het vastgestelde jaarverslag wordt separaat aan de Tweede Kamer gestuurd. De informatie over 2025 zal eveneens aan de Tweede Kamer worden aangeboden in de bijlage bij de Ontwerpbegroting 2027. 

ProRail en NS hebben gezamenlijk drie prestatie-indicatoren met bijbehorende bodem- en streefwaarden. ProRail heeft in 2024 de bodemwaarde van alle prestatie-indicatoren gehaald, met uitzondering van Reizigerspunctualiteit 5 minuten HSL. Hiervoor heeft ProRail een rechtvaardigingsgrond ingediend. De rechtvaardigingsgrond is onderbouwd door middel van een gezamenlijke analyse met de NS (Kamerstuk 29984, nr. 1244). De conclusie van de analyse is dat het aannemelijk is dat de bodemwaarde wel zou zijn gehaald zonder de directe en indirecte gevolgen van de tijdelijke snelheidsbeperkingen op de HSL. De tijdelijke snelheidsbeperkingen zijn het gevolg van ontwerpfouten en betonschade aan de HSL. IenW heeft geoordeeld dat er sprake is van een geldigde rechtvaardigingsgrond van ProRail en geen boete opgelegd.

Ontwikkeling van het areaal ProRail

Hieronder wordt inzicht gegeven in de omvang van het areaal in beheer bij ProRail.

Tabel 46 Areaal netwerken ProRail

Onderdeel

Eenheid

 

31-12-2024

Spoorlengte

km

 

6.990

Wissels

stuks

 

5.988

Overwegen

stuks

 

2.262

Seinen

stuks

 

11.616

Stations

stuks

 

398

Beweegbare bruggen

stuks

 

68

Tunnels

stuks

 

27

Bron: jaarrekening ProRail 2024

Toelichting

Ten tijde van het opstellen van deze bijlage is er nog geen vastgesteld jaarverslag van ProRail over 2025 beschikbaar. Het vastgestelde jaarverslag wordt separaat aan de Tweede Kamer gestuurd. De informatie over 2025 zal eveneens aan de Tweede Kamer worden aangeboden in de bijlage bij de Ontwerpbegroting 2027.

Uit het jaarverslag 2024 blijkt dat in de afgelopen jaren de spoorlengte, het aantal wissels, overwegen is verminderd. Het aantal stations, seinen, beweegbare bruggen en tunnels is stabiel gebleven. Hieronder wordt nader ingegaan op deze onderdelen van het areaal.

De lengte van het spoor is in afgelopen jaren verminderd. Dit komt deels vanwege de werkzaamheden in de havens waar de sporen zijn weggehaald om een betere bereikbaarheid te bewerkstelligen voor de brandweer.

ProRail heeft in de afgelopen jaren wissels gesaneerd die niet meer nodig zijn voor de dienstregeling en de bijsturing. ProRail doet dit op het moment dat die wissels het einde van de levensduur hebben bereikt. Dus in plaats van het vervangen van overbodige wissels, worden de wissels gesaneerd. Daarnaast zijn er grote functiewijzigingsprojecten (bijvoorbeeld PHS Amsterdam en ombouw Den Haag) die veel minder wissels gaan terugleggen dan er nu liggen. Wissels zijn grote kostendrivers vanwege de kosten voor vervanging, onderhoud en het verhelpen van storingen. Als gevolg van het vereenvoudigen van de spoorinfrastructuur nemen de kosten af en vermindert de kans op storingen.

Met het oog op het verbeteren van de overwegveiligheid zijn veel overwegen opgeheven of beveiligd. Nieuwe overwegen zijn in principe niet toegestaan, waardoor het aantal overwegen jaarlijks afneemt. Binnen het programma Niet-Actief Beveiligde Overwegen (NABO) zijn tussen 2018 en november 2025 171 onbeveiligde overwegen veiliger gemaakt, waarvan 11 sinds december 2024. Ondertussen worden maatregelen voorbereid om de resterende 9 onbeveiligde overwegen in het NABO-programma aan te pakken. Naast het beveiligen van overwegen is ook op veel locaties gekozen voor het realiseren van alternatieve ontsluitingen richting beveiligde overwegen of voor het aanleggen van voetgangersbruggen of veetunnels. In het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) zijn een aantal risicovolle overwegen vervangen door onderdoorgangen. Om de gevolgen van toenemende trein- of wegverkeersintensiteiten tegen te gaan worden elders ook verschillende overwegen ingrijpend aangepast of vervangen door een onderdoorgang. In 2025 zijn onder meer de onderdoorgang Vierpaardjes in Venlo en de afgewaardeerde overweg Hoge Larenseweg in Hilversum geopend, en zijn de werkzaamheden van onderdoorgangen in Rijen en in Wolfheze gestart. Nu de overwegverbeterprogramma’s aflopen worden de resterende middelen benut om risicogestuurd kleine kosteneffectieve maatregelen te nemen op overwegen als onderdeel van de structurele overwegverbeteraanpak (SOVA).

Het aantal seinen is, met wat kleine variaties, over de jaren stabiel gebleven (circa 11,6 duizend). Oude seinen worden vervangen door modernere varianten, zoals de Nieuwe Generatie Seinen (NG-seinen), die compacter en duurzamer zijn.

Budgetten instandhouding ProRail

In onderstaand overzicht is het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie opgenomen. In bijlage 1 van dit jaarverslag is nadere informatie opgenomen over de betalingen door IenW aan ProRail.

Tabel 47 Budget en realisatie instandhouding ProRail (bedragen x € 1 miljoen)

Artikelonderdeel

Begroting

Realisatie

Verschil

MF 13.02

2.246

2.562

315

Toelichting

In 2025 is €315 miljoen meer subsidie aan ProRail betaald dan oorspronkelijk was begroot. In tabel 24 zijn de mutaties in 2025 tussen begroting en realisatie opgenomen. De uiteindelijke afrekening van de EOV-subsidie 2025 vindt plaats via de vaststelling van de subsidie na afloop van het jaar.

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

De toestand van het spoorareaal wordt jaarlijks gemonitord via de rapportage ‘Staat van de infrastructuur’. In de rapportage Staat van de infrastructuur 2024 concludeert ProRail dat de technische staat van de infrastructuur over 2024, net als in 2021-2023, ruim voldoende is (Kamerstuk 36800-A, nr. 9). Dankzij de huidige onderhouds- en vervangingsregimes blijft de infrastructuur op een stabiel niveau. De afgelopen jaren is de productie bij ProRail verhoogd, in lijn met de toenemende instandhoudingsopgave. De gemiddelde resterende levensduur van assets neemt volgens de rapportage nog af. Deze veroudering past binnen het onderhoudsregime om waarbij assets pas rond het einde van hun levensduur worden vervangen. De afname van de gemiddelde restlevensduur laat zien dat steeds meer assets die fase naderen en dat de vervangingsopgave de komende jaren onverminderd hoog blijft.

Er is - op enkele plekken op de Havenspoorlijn na - geen achterstand bij de instandhouding van de Nederlandse spoorweginfrastructuur. Voor het aanpakken van de achterstanden op de Havenspoorlijn is het programma Zee-Zevenaar ingericht. Daarnaast stuurt ProRail met het Masterplan ‘Integrale programmering van projectmatig werk aan het spoor’ vroegtijdig op het integraal programmeren van het projectenportfolio en het maakbaar realiseren van de instandhoudingsopgave en nauwe samenwerking met aannemers. Hiermee wordt de maakbaarheid vergroot en worden mogelijke achterstanden in de toekomst zo veel mogelijk voorkomen.

Balansposten ProRail

Tussen IenW en ProRail is sprake van een subsidierelatie waarbij is afgesproken dat:

• Overschotten en tekorten bij ProRail op uitgevoerde werkzaamheden (prijsverschillen, zoals aanbestedingsmeevallers) worden toegevoegd c.q. onttrokken aan de egalisatiereserve op de balans bij ProRail. De egalisatiereserve mag maximaal + of ‒ 5% van de (vijfjaars gemiddelde) subsidie bedragen.

• Overschotten bij ProRail die betrekking hebben op verleende subsidies die pas later in de tijd benodigd blijken te zijn (hoeveelheidsverschillen), worden jaarlijks, na vaststelling van de subsidie, terugbetaald aan IenW en weer toegevoegd aan de middelen in het Mobiliteitsfonds, waarna ze door ProRail weer kunnen worden aangevraagd in het jaar dat deze middelen alsnog benodigd zijn.

Tabel 48 Kasstroomoverzicht ProRail (bedragen x € 1 miljoen)

Kasstroomoverzicht ProRail 2024 (Bron: jaarrekening ProRail 2024)

Operationele activiteiten

Investerings-activiteiten

Totaal

    

Ontvangsten uit Mobiliteitsfonds

1.601

1.625

3.226

Ontvangsten van vervoerders

419

0

419

Ontvangsten van derden

149

219

368

Ontvangsten totaal

2.169

1.844

4.013

    

Betalingen aan leveranciers

1.532

1.705

3.237

Betalingen aan werknemers

431

129

560

Betalingen aan banken (rente en aflossing)

‒ 17

0

‒ 17

Afdracht BTW aan fiscus

54

0

54

Betalingen totaal

2.000

1.834

3.834

    

Mutatie liquide middelen

169

10

178

    

Liquide middelen per 31-12-2024

468

  

Liquide middelen per 31-12-2023

290

  

Toename liquide middelen 2024

178

  

Bron: jaarrekening ProRail 2024

Tabel 49 Balansposten ProRail (bedragen x € 1 miljoen)

Liquide middelen ProRail 2024

EOV

Aanleg

Totaal

    

Vooruit ontvangen bijdragen van derden

225

81

306

Vooruit ontvangen bijdragen van IenW

104

‒ 7

96

Vooruit ontvangen bijdragen

329

74

402

    

Nog te egaliseren investeringsbijdragen

5

51

56

Nog te egaliseren exploitatiebijdragen

‒ 36

‒ 6

‒ 42

Nog te egaliseren bijdragen

‒ 31

45

14

    

Getroffen voorzieningen en overige reserves

  

70

Saldo nog te betalen / vooruit betaalde kosten

  

‒ 18

Nog te betalen kosten

  

52

    

Liquide middelen per 31-12-2024

  

468

Toelichting

Ten tijde van het opstellen van deze bijlage is er nog geen vastgestelde jaarrekening van ProRail over 2025 beschikbaar. De vastgestelde jaarrekening wordt separaat aan de Tweede Kamer gestuurd. De informatie over 2025 zal eveneens aan de Tweede Kamer worden aangeboden in de bijlage bij de ontwerpbegroting 2027.

Bijlage 2: Lijst van afkortingen

Tabel 50 Lijst van afkortingen

BenO

Beheer en Onderhoud

BOI

Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium

BOV

Beheer, Onderhoud en Vervanging

BPRW

Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren

DBFM

Design, Build, Finance and Maintain

DF

Deltafonds

DP

Deltaprogramma

EHS

Ecologische Hoofdstructuur

HWBP

Hoogwaterbeschermingsprogramma

HWBP-2

Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma

IBOI

Index Bruto Overheidsinvesteringen

IenW

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

KRW

Kaderrichtlijn Water

LVVN

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

LRT3

Derde Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterkeringen

MIRT

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

NCSA

Nationale Cybersecuritystrategie Agenda

NKWK

Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat

NURG

Nadere Uitwerking Rivieren Gebied

NUTW

Nog uit te voeren werkzaamheden

NWO

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

PKB

Planologische Kernbeslissing

PPS

Publiek-private samenwerking

RvdR

Ruimte voor de Rivier

RWS

Rijkswaterstaat

SCM

Strategische Capaciteitsmanagement

TTW

Toegepaste en Technische Wetenschappen

VenR

Vervanging en Renovatie

VNAC

Versterking van de Nationale aanpak Cybersecurity

WB21

Waterbeleid voor de 21e eeuw

WBI

Wettelijk BeoordelingsInstrumentarium

Licence