K Defensiematerieelbegrotingsfonds
GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 10.169,3

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 212,8

A. ALGEMEEN
1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening
AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretaris van Defensie, het jaarverslag met betrekking tot de begroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) over het jaar 2025 aan.
Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet (CW) 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Defensie decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.
Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer (AR) als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:
a. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
b. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;
c. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
d. de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
e. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.
Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:
a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025
b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025 alsmede over de saldibalans over 2025 de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
De Minister van Defensie,D.Yeşilgöz-Zegerius
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
2. Leeswijzer
Algemeen
Voor u ligt het jaarverslag van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF), hoofdstuk K van de Rijksbegroting. Naast het DMF kent Defensie ook een reguliere begroting (hoofdstuk X). Voor beide begrotingen zijn separate jaarverslagen opgesteld.
Het DMF zorgt voor de financiering en bekostiging van investeringen en instandhouding van het materieel, de infrastructuur en de IT-middelen van Defensie. Door een apart fonds voor het defensiematerieel wordt invulling gegeven aan een meerjarig integraal beheer van de financiering en bekostiging van het materieel, de IT-middelen en de infrastructuur van het Ministerie van Defensie.
Verschillen tussen de vastgestelde begroting en de realisatie worden conform de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) op het niveau van de financiele instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) volgens onderstaande staffelgrenzen toegelicht. Dit zijn dezelfde staffelgrenzen die worden toegepast voor het toelichten van mutaties in de suppletoire begrotingen.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 en < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
Vanwege het commercieel vertrouwelijke karakter van enkele projecten worden in enkele gevallen geen gedetailleerde toelichtingen en bedragen genoemd.
Opzet DMF
In het jaarverslag 2025 wordt verantwoording afgelegd over de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten ten opzichte van de begroting van het DMF 2025. De structuur van het jaarverslag is als volgt:
– Deel A: Algemeen. In dit deel wordt het jaarverslag officieel aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden met het verzoek tot dechargeverlening. Daarnaast maakt deze leeswijzer onderdeel uit van het algemene deel.
– Deel B: Het Beleidsverslag. De kern van het jaarverslag wordt gevormd door het beleidsverslag. Dit beleidsverslag bestaat uit drie delen:
1. Het Defensiematerieelverslag, waar onder andere een korte terugblik is opgenomen met betrekking tot de realisatie van de belangrijkste uitvoeringsprioriteiten over het jaar 2025;
2. De artikelen van het DMF;
3. De bedrijfsvoeringsparagraaf.
– Deel C: De Jaarrekening, bestaande uit de verantwoordingsstaat en de saldibalans van het DMF.
In het jaarverslag van het DMF worden de met Prinsjesdag 2024 bestaande DMP-plichtige investeringsprojecten opgenomen. Het projectbudget bestaat uit de onderzoekskosten, de basisraming en de risicoreservering. Deze werkwijze komt overeen met het Defensie Projectenoverzicht (DPO). Het DPO wordt jaarlijks aan de Tweede Kamer aangeboden. Het DPO geeft een overzicht van alle materieel- en wapensysteemgebonden IT-projecten van meer dan € 50,0 miljoen in onderzoek en realisatie. Projecten die door de Tweede Kamer als groot project zijn aangemerkt en die volgens hun uitgangspuntennotitie een separate rapportage kennen, worden niet opgenomen in het DPO.
In het DMF worden de verschillende fasen van verwerving inzichtelijk gemaakt. In het jaarverslag worden vanwege het commercieel vertrouwelijke karakter van de projecten in de voorbereidings- en de onderzoeksfase de bedragen van de mutaties niet genoemd. Tevens vindt er op de budgetten in voorbereidings- en onderzoeksfase geen uitgaven plaats. Het budget wordt doorgeschoven naar latere jaren indien de voorbereiding en/of het onderzoek in 2025 nog niet is afgerond. Indien gestart kan worden met verwerving, wordt het projectbudget overgeheveld naar de realisatiefase. In dit jaarverslag wordt daarom op de voorbereidings- en onderzoeksfase niet, en op de realisatiefase wel gerealiseerd.
Voor projecten in de realisatiefase betekent dat de opdracht voor verwerving is gegeven aan de uitvoeringsorganisatie. Zij starten de verwervingsvoorbereidingsfase (D-fase). Voor grote materieel en IT-projecten is dat het Commando Materieel en IT (COMMIT) en voor grote Vastgoed en Infra projecten gaat dit om het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO).
Deze systematiek wijkt in de kern niet af van de werkwijze die voorgaand in de Defensiebegroting werd gehanteerd; in het DMF zijn weliswaar de toelichtingen uitgebreider.
Grondslagen voor de vastlegging en de waardering
De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften 2026 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.
Groeiparagraaf
In het jaarverslag 2025 zijn ten opzichte van het jaarverslag 2024 een aantal aanpassingen doorgevoerd waardoor de toelichtingen en tabellen in de artikelen beter aansluiten bij het DPO. Deze aanpassingen hangen samen met de aanpassingen in de ontwerpbegroting 2025 ten opzichte van de ontwerpbegroting 2024.
Daarnaast zijn met de ontwerpbegroting 2025 ook een aantal aanpassingen en aanvullingen doorgevoerd om de structuur beter aan te laten sluiten op de RBV. Omdat dit jaarverslag terugblikt op de ontwerpbegroting 2025 zijn deze aanpassingen ook in de structuur van het jaarverslag 2025 doorgevoerd.
B. BELEIDSVERSLAG
3.1 Defensiematerieelverslag
Inleiding
Vanwege de verslechterde internationale veiligheidssituatie is het belang van een krachtige en toekomstbestendige krijgsmacht sinds decennia niet zo groot geweest. De geopolitieke situatie leidt tot een urgente en structurele behoefte aan meer militairen, meer capaciteiten en meer ruimte. Om invulling te geven aan de benodigde bondgenootschappelijke capaciteiten heeft Defensie in 2025 de nodige stappen gezet om te beschikken over hoogwaardig materieel, IT en fysieke infrastructuur. De Russische aggressie-oorlog in Oekraïne heeft geleid tot verdere versterkte samenwerking binnen de NAVO en de EU waarbij veel landen hun defensie-uitgaven hebben verhoogd. Met de Voorjaarsnota 2025 heeft kabinet Schoof besloten tot een verhoging van de defensie-uitgaven van structureel € 737 miljoen.
We hebben de ambitie om de inzetbaarheid en gereedheid van de krijgsmacht te verhogen, de gevechtskracht gericht te verbeteren en wendbaarder te zijn. Met het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) is Defensie beter in staat tot een meerjarig integraal beheer van de financiering en bekostiging van de ontwikkeling, verwerving, instandhouding en afstoting van materieel, IT-middelen en infrastructuur en vastgoed. Het DMF maakt dit inzichtelijk door per beleidsartikel de projecten in voorbereiding, onderzoek en realisatie toe te lichten. Het uiteindelijke doel is door middel van het DMF te komen tot een meer schokbestendige investeringsbegroting, terwijl de Tweede Kamer goed in staat blijft haar controlerende taak uit te voeren.
Wendbaarheid en actualisatie Defensie Materieelproces
Voor de versterking van de krijgsmacht is de tijdige beschikking over het benodigde materieel essentieel. Dit vraagt om een wendbare defensieorganisatie die haar interne processen stroomlijnt. Na de actualisatie van het Defensie Materieelproces (DMP) (Kamerstuk 27 830, nr. 431) kan Defensie beter inspelen op veranderende behoeften en sneller en effectiever handelen in een markt waarin de vraag naar materieel en wapensysteemgebonden IT nog steeds toeneemt.
Op 23 april 2025 heeft uw Kamer de ‘Gecombineerde A-brief materieelprojecten’ (Kamerstuk 27 830, nr. 463) ontvangen. Met deze Kamerbrief heeft Defensie uw Kamer eerder in het verwervingsproces geïnformeerd over de behoeftestelling van zeventien materieelprojecten. Het combineren van meerdere A-brieven stelt Defensie in staat om prioriteiten te stellen in het voorzien-in proces, doordat meer ruimte en flexibiliteit ontstaat voor de uitwerking van de behoefte (het ‘hoe’).
Defensie heeft in 2025 gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot clustering van DMP-brieven, waarmee interne processen kunnen worden versneld. Zo heeft uw Kamer het afgelopen jaar de A/D-brief ‘Combat Counter-UAS’ (Kamerstuk 27 830, nr. 458), de B/D-brief ‘Verwerving Maritime Strike’ (Kamerstuk 27 830, nr. 467) en de A/B-brief ‘Verwerving infanteriegevechtsvoertuig CV90’ (Kamerstuk 27 830, nr. 476) ontvangen. Naast het verminderen van de administratieve lastendruk zorgt deze versnelde procesgang er mede voor dat Defensie tijdig gebruik kan maken van nieuwe kansen, bijvoorbeeld op het vlak van internationale vraagbundeling of bij het openen van productieslots. Materieelsamenwerking met onze Europese en andere internationale partners wordt steeds belangrijker. Zo heeft Defensie in 2025 het contract getekend met Duitsland als lead nation voor de gezamenlijke verwerving van de Leopard-2A8 gevechtstank. In de komende jaren zal maatwerk in het DMP belangrijk blijven. Defensie blijft werken aan het verder stroomlijnen van haar interne processen, met behoud van de informatiepositie van uw Kamer.
Investeringen
In 2025 heeft Defensie verder geïnvesteerd in nieuw en extra materieel. De urgentie om sneller over de benodigde middelen te beschikken wordt breed gevoeld in de organisatie. Op diverse vlakken vinden nu versnellingen plaats en ondanks de krapte op de markt zijn de verplichtingen aanzienlijk toegenomen. Door deze ontwikkelingen is het gelukt om diverse plannen om te zetten in bestellingen en uitbreidingen, en te voorzien in urgente behoeftes, zoals in additionele C-UAS capaciteit (Kamerstuk 27 830, nr. 474).
Daarnaast is de gevechtskracht verder versterkt door te investeren in diverse essentiële capaciteiten zoals de CV90, maritieme onbemenste systemen en NH90-helikopters. Ook is geïnvesteerd in het verhogen van diverse inzetvoorraden, zoals reservedelen, kleding en uitrusting, en voorraden voor de verdediging tegen chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) strijdmiddelen.
Naast investeringsprojecten zijn in 2025 diverse stappen gezet om de organisatie zo in te richten dat deze gebruik kan maken van nieuwe of aanvullende capaciteiten. Het betrof hierbij onder andere de maatregelen ‘Versterken Grondgebonden Lucht- en Raketverdediging’, ‘Robuust maken jachtvliegsquadrons’, ‘Programma Data Science & AI' en 'Inrichting Heavy Infantry Batallion'. Daarnaast wordt het budget uit de Voorjaarsnota 2025 ingezet voor diverse versterkingen om aan onze NAVO-verplichtingen te kunnen voldoen, zoals het CV90 bataljon (Medium Infantry Batallion).
Nieuwe materieelprojecten en mijlpalen
Met het beschikbare budget heeft Defensie het afgelopen jaar geïnvesteerd in de versterking en vernieuwing van haar operationele capaciteit. In 2025 is Defensie 23 nieuwe projecten gestart met een financiële omvang van meer dan € 50 miljoen. Voorbeelden hiervan zijn de behoeften uit de ‘Gecombineerde A-brief materieelprojecten’ (Kamerstuk 27 830, nr. 463), de verwerving van gespecialiseerde infrastructuur voor de Koninklijke Luchtmacht (Kamerstuk 27 830 nr. 459), en de kinetische afweer van onbemenste luchtsystemen voor de Koninklijke Marine (Kamerstuk 27 830, nr. 473). Defensie blijft investeren in munitie via het programma ‘Aanvulling inzetvoorraad munitie’. Via dit programma worden stapsgewijs de munitievoorraden verhoogd (Kamerstuk 36 850-K, nr. 3). Naast de aanschaf van nieuwe, geavanceerde systemen is verouderd materieel vervangen door moderne platforms die beter zijn toegerust op de hedendaagse en toekomstige dreigingen. Dit moderniseringsproces omvat onder meer nieuwe behoeftestellingen, midlife updates en noodzakelijke vervangingen.
Defensie heeft uw Kamer met diverse D-brieven geïnformeerd over investeringsprojecten en de keuze voor (deel)producten en bijbehorende leverancier. Na parlementaire goedkeuring heeft Defensie de contracten met de leveranciers bekrachtigd. Voorbeelden van projecten waarvoor in 2025 contracten zijn gesloten, zijn:
– Verwerving Maritime Strike;
– Verwerving Leopard-2A8 gevechtstanks;
– Verwerving Modulaire bewapening voor de ondersteuningsvaartuigen in het kader van het project ‘Multifunctionele ondersteuningsvaartuigen (MSS)’;
– Verwerving Combat Counter-UAS;
– Verwerving van Foxtrot Militaire Transmissie Bouwblok ter vervanging van tactische communicatiemiddelen en de daaraan verbonden IT-infrastructuur;
– Vervanging Wissellaadsystemen, Trekker-opleggercombinaties en Wielbergingsvoertuigen (WTB).
Daarnaast is Defensie doorgegaan met de uitvoering van een groot aantal projecten, wat resulteerde in diverse nieuwe leveringen voor de krijgsmacht. Voorbeelden hiervan zijn twee nieuwe MultiShip Multi Type Helikopter simulatoren voor de Apache AH64E en de Groundmaster 400a radar als tijdelijke vervanging in het kader van het project ‘Vervanging Medium Power Radars’. Ook heeft Defensie de Zr.Ms Den Helder in dienst gesteld in het kader van het project ‘Verwerving Combat Support Ship (CSS)’.
Daarnaast zijn leveringen ontvangen van projecten die al langer lopen, zoals de AH64E-helikopters (Apache), de Multi Missie Radar (MMR) van Thales NL, en de containers uit het programma ‘Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW)’.
Tegelijkertijd heeft Defensie ook te maken met latere leveringen, in de meeste gevallen als gevolg van de toenemende wereldwijde vraag binnen de defensiemarkt en de daarmee gepaard gaande langere levertijden. In het geval van het project ‘Vervanging Medium Range Anti-Tank (MRAT)’ werd de vertraging veroorzaakt door een verlengd kwalificatietraject. Voor het project ‘Modernisering Tactische Indoor Simulator’ zorgde de complexiteit van het ontwerp voor de simulator voor een langere doorlooptijd.
Internationale samenwerking en interoperabiliteit
Voor de ontwikkeling van militair vermogen is het essentieel dat de krijgsmacht van Nederland en onze bondgenoten goed met elkaar kunnen samenwerken en dat wapensystemen interoperabel of zelfs uitwisselbaar zijn. Daarom streeft Defensie naar minder nationale specifieke eisen en meer aansluiting op standaardisatie binnen de NAVO en EU. Bij voorkeur kiest Defensie voor Nederlandse of Europese leveranciers, waarbij steeds met onze partners wordt gekeken naar de mogelijkheden van vraagbundeling en benutting van elkaars contracten om sneller over materieel te beschikken, zekerheid te bieden aan de industrie, en versnippering te voorkomen.
Defensie bouwt voort op de succesvolle bilaterale materieelsamenwerking met België en Duitsland en binnen samenwerkingsverbanden van meerdere landen, zoals voor de vervanging van AWACS-radarvliegtuigen, en gebruikersgroepen voor de NASAMS luchtverdedigingssystemen (met Noorwegen, Finland, Litouwen, Spanje en Hongarije) en de Multi Missie Radar (met Noorwegen, Denemarken en Litouwen).
Defensie werkt in toenemende mate samen met partners in de verwerving van nieuw materieel. Zo heeft Nederland gebruikgemaakt van het Duitse vraagbundelingsinitiatief voor de levering van het Boxer RCT30 wapensysteem. Defensie verwerft het kanonsysteem Skyranger30, waarvoor een groeiende gebruikersgroep bestaat met Duitsland, Denemarken en Oostenrijk. Dit bevordert de interoperabiliteit door gezamenlijke opleiding en training, reservedelenvoorziening en uitwisselbaarheid van munitie. Voorts schaft Nederland samen met Oostenrijk en Zweden dertien C-390 militaire transportvliegtuigen aan bij de Braziliaanse fabrikant Embraer, met Nederland als ‘lead nation’.
Vastgoed en Ruimte
Vastgoed en ruimte zijn randvoorwaarden voor militaire paraatheid en de groei van de krijgsmacht. Defensie heeft meer ruimte nodig voor het vastgoed, maar ook voor het trainen en oefenen van eenheden. In het Beleidsverslag over de begroting (X) wordt toegelicht welke stappen zijn gezet voor het verhogen van de realisatie van het vastgoed.
Over de fysieke ruimte alsook de milieuruimte die Defensie nodig heeft, ontving uw Kamer het ontwerp voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) (Kamerstuk 36 592, nr. 17) en aan het einde van het jaar is het definitieve NPRD gestuurd (Kamerstuk 36 592, nr. 55). Hierin zijn de definitieve locaties aangewezen voor de ruimtelijke uitbreiding van Defensie. Omdat voor een negental defensiebehoeftes nog nader onderzoek is gedaan na het uitbrengen van het ontwerp-NPRD heeft het kabinet hiervoor alleen nog ontwerp-voorkeursalternatieven aangewezen. Definitieve besluitvorming hierover vindt, na participatie, in de eerste helft van 2026 plaats.
Voor het flexibeler en sneller gereedstellen van de krijgsmacht is in 2025 een belangrijke stap gezet door de goedkeuring door de ministerraad van het wetsvoorstel Wet op de defensiegereedheid (Wodg) en waarna deze voor advies naar de Raad van State is gestuurd. De huidige wetgeving is ingericht op vredestijd en houdt onvoldoende rekening met de gewijzigde veiligheidssituatie. De Wodg moet Defensie in staat stellen activiteiten uit te voeren, die op grond van huidige wet- en regelgeving te veel tijd kosten of te veel belemmeringen met zich meebrengen. Hierdoor kan Defensie sneller en beter bijvoorbeeld op eigen terreinen loopgraven aanleggen, schietoefeningen doen (ook in de nacht) en trainen met drones.
Over de voortgang op de vastgoedopgave van Defensie inclusief concrete projecten en ruimtelijke ontwikkelingen wordt uw Kamer uitgebreider geïnformeerd via de Stand van Defensie en via verzamelbrieven.
Digitalisering
Defensie blijft investeren in IT, data, AI, cyber en het elektromagnetisch spectrum (EMS) om klaar te zijn voor het conflict van de toekomst (Kamerstuk 36 592, nr. 23). De strategie koppelt deze ambitie aan concrete speerpunten en programma’s die de digitale transformatie en de ondersteuning van een hoogwaardige krijgsmacht moeten realiseren:
– In 2025 heeft het programma GrIT twee releases opgeleverd. Release 3 heeft essentiële componenten opgeleverd voor de beproeving van de Modules Ontplooid, zoals de benodigde accreditatie, oplevering van het Protected Core Network plateau 3 en de eerste basis dienstverlening vanuit de nieuwe Twin Datacenters. De resultaten van release 4 vielen tegen door technische complexiteit in de integratie van hardware, GrIT-functionaliteit en bestaande Defensie-bouwblokken. Voor de Modules Ontplooid zijn acht typen boxen in voldoende hoeveelheden geassembleerd voor beproevingen in 2026;
– In 2025 heeft het programma Foxtrot raamovereenkomsten getekend met L3Harris voor de levering van radio’s en met Thales voor de levering van IT-infrastructuur in de wapensystemen. De eerste levering militaire radio’s is inmiddels ontvangen. Daarnaast zijn grote stappen gemaakt met de verwerving van de andere componenten die samen de totale IT-oplossing voor het mobiele en uitgestegen domein vormen;
– Het programma Roger migreert processen op het gebied van financiën, inkoop, logistiek, onderhoud, voorraad‑ en warehouse‑beheer, analytics, transportmanagement en Defense & Security naar SAP S/4HANA. Dit raakt circa 17. 000 defensiemedewerkers. De focus van het programma Roger ligt op de continuïteit en verdergaande integratie van de bedrijfscontinuïteit, integratie en een verbeterde ondersteuning van Hoofdtaak 1. De migratie wordt naar verwachting medio 2026 afgerond;
– Naast een verdere professionalisering van de Modelling & Simulation (M&S) organisatie is invulling gegeven aan de Operational Training Infrastructure (OTI) (Kamerstuk 27 830, nr. 459). Ook worden, tegelijkertijd met de materieelprojecten, simulatoren aangeschaft;
– Het programma ‘Defensie Open op Orde’ (DOO) heeft in 2025 bij elk Defensieonderdeel en een aantal subonderdelen een actieplan ter verbetering van de informatiehuishouding opgeleverd. Deze zijn in uitvoering. DOO blijft voor de loop van het programma de organisatie steunen met kennis, capaciteit en technologie;
– Het documentmanagementsysteem DefDoc is in 2025 volledig in gebruik genomen binnen het kerndepartement waarbij extra aandacht is geweest voor de gebruikersadoptie en de business transformatie. De planning voor de defensiebrede uitrol is op basis van geleerde lessen aangescherpt.
Kennis en Innovatie
In 2025 bouwde Defensie voort op de in gang gezette richting uit 2024 met een meer nadrukkelijke strategische focus op de vijf prioritaire NLD technologiegebieden (quantum, sensoren, intelligente systemen, ruimtetechnologie en slimme materialen) en de maritieme sector, conform de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (D-SII). Om het D-SII beleid tot uitvoering te brengen zijn vanuit het DMF de volgende instrumenten opgezet en/of ingezet: technologie-ontwikkelingsprojecten, het SecFund, kort-cyclische innovatieprojecten en de regionale ecosystemen via Orchestrating Defence Innovation (ODIN). Deze instrumenten worden samen met kennis-, overheids- en industriepartners vormgegeven. Voorbeelden van de voortgang op een aantal projecten en trajecten zijn als volgt:
– Een initieel Counter-Unmanned Aircraft Systems (C-UAS) project leverde binnen een jaar een werkend detectie- en neutralisatiesysteem, waardoor de operationele respons tegen ongewenste drones ongeveer 30% sneller kon worden ingezet. De samenwerking met de zeven regioteams en ODIN versnelde de prototype‑fase en zorgde voor een eerste gezamenlijke test-site bij het Koninklijke Landmacht;
– De doorontwikkeling van de Boxer-missiemodule demonstreerde de meerwaarde van glasvezelversterkte composieten: het gewicht van de missiemodule werd met 12% gereduceerd zonder prestatieverlies;
– Het ‘Wireless Optical Alliance’ project leverde een prototype lasercommunicatiesysteem met een verhoogde bandbreedte dan de eerdere radiofrequentie-oplossing, en toont de synergie tussen ruimtevaart- en intelligente systeemexpertise;
– Het hyperspectrale sattelietproject heeft een operationeel demonstratiescenario opgeleverd: realtime objectclassificatie is mogelijk met een nauwkeurigheid van meer dan 85% voor terrein- en materieelherkenning. Dit is direct bruikbaar voor operationele inlichtingeneenheden;
– Er zijn in 2025 vijf prototype projecten gestart, waarvan twee al zijn geïmplementeerd in de ondersteuning van de F-35;
– Via het SecFund is inmiddels geïnvesteerd in vijf bedrijven voor € 1 miljoen. Het totale geïnvesteerde bedrag ligt hoger omdat er co-investeringen plaatsvinden;
– In 2025 heeft Defensie besloten haar inzet op het Rijksbrede Missiegedreven Innovatiebeleid (MIB) voor de komende jaren te intensiveren. Verder heeft Defensie haar focus in het huidige MIB verschoven naar de vijf prioritaire NLD gebieden. Daarnaast investeert Defensie in het verbeteren van het financieringslandschap voor de defensie-industrie via de Thematische Technologie Transfer (TTT).
De bovengenoemde resultaten onderstrepen hoe innovaties - gekoppeld aan sterke regionale partners en de strategische inzet van kennispartners - de technologische zelfstandigheid van de krijgsmacht vergroten en een robuuste basis leggen voor toekomstige, meer grootschalige implementatie.
Overprogrammering
In- en externe onzekerheden zoals (tijdelijk) beperkte plan-, project- en inkoopcapaciteit, krapte op de defensiemarkten, prijsstijgingen en uitlopende onderhandelingen met 2e en 3e partijen kunnen ervoor zorgen dat Defensie haar projecten later realiseert dan eerder werd geraamd. Om te voorkomen dat dit leidt tot onderrealisatie worden in de eerste jaren van het DMF meer investeringen gepland dan budget beschikbaar is en zodoende de gereedheid van Defensie te verhogen en het beschikbare budget in de betreffende begrotingsjaren maximaal te realiseren.
Defensie heeft zoals in eerdere jaren ook in 2025 een maximale overprogrammering van 30% in het uitvoeringsjaar gevoerd om de eerder genoemde onzekerheden op te kunnen vangen in de begroting en tot tijdige en volledige realisatie van het investeringsprogramma te komen. Daarnaast mag Defensie in 2026 en 2027 tijdelijk 40% overprogrammering hanteren om de groei van het defensiebudget bij te kunnen houden en de eerder genoemde risico’s op vertragingen op te vangen. Dit stelt Defensie in staat het beschikbare budget volledig te besteden.
Begin 2025 werden de uitgaven op het DMF geraamd op € 9,8 miljard. De realisatie bedraagt € 10,2 miljard. Dit is een groei ten opzichte van de realisatie van € 7,6 miljard in 2024. Daarnaast zijn meer verplichtingen aangegaan, wat zichtbaar is in de verplichtingenstand. In 2024 ging Defensie € 17,8 miljard aan verplichtingen aan op het DMF, dit is in 2025 gegroeid naar € 19,1 miljard.
Ondanks de verhoging van de defensiebudgetten door veel bondgenoten en de zeer krappe defensiematerieelmarkten en arbeidsmarkt is het Defensie ook in 2025 gelukt om de snelle budgettaire groei in korte tijd om te zetten in doeltreffende bestedingen. Dit toont niet alleen de ambitie van Defensie, maar ook het aanpassings- en groeivermogen van de organisatie.
Steun aan OekraineDe militaire steun aan Oekraïne bestaat voornamelijk uit de donatie van militair materieel. Dit materieel valt weer uiteen in twee categorieën: materieel uit eigen voorraad en commercieel verworven materieel. Waar de steun in 2022 met name de leveringen van eigen voorraad betrof, is de levering van commercieel verworven materieel vanaf 2023 fors toegenomen. De financiële waarde van commercieel verworven materieel is inmiddels groter dan de geleverde eigen voorraad. De commerciële verwerving wordt begroot op de Defensiebegroting (HX), op artikel 1 Inzet. De verantwoording vindt plaats in het Jaarverslag Ministerie van Defensie (X) 2025, met name in paragraaf 3.6.
Vergoeding geleverd materieel uit eigen voorraadHet geleverde materieel uit eigen voorraad is nauwkeurig bijgehouden, zowel de boekwaarde als de vervangingswaarde zijn bekend van alle leveringen. De vervangingswaarde wordt bepaald op basis van de geldende marktinformatie van dat moment, net als het met de vervanging samenhangende kas- en verplichtingenritme. De middelen ten behoeve van vervanging van uit eigen voorraad geleverd materieel zijn begroot op het DMF, afgezien van een paar zeer kleine en specifieke posten die via de Defensiebegroting lopen, omdat de vervanging verloopt via de reguliere inkoopprocessen.
Tot en met 2025 is het volgende ritme begroot in het DMF:
In miljarden euro's | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|
Defensiematerieelbegrotingsfonds | 0 | 0 | 0,1 | 0,7 |
DMF, gemiste verkoopopbrengsten | 0 | 0 | 0 | 0,1 |
Totaal | 0 | 0 | 0,1 | 0,7 |
Zicht op de vervanging Met de middelen die zijn begroot op het DMF is Defensie in staat om nu/op termijn het geleverde materieel aan Oekraïne te vervangen. Deze vervanging komt ten goede aan de Nederlandse Krijgsmacht, die het oorspronkelijke materieel heeft gedoneerd. Dat betekent dat de uiteindelijke waarde van de vervanging en/of het daadwerkelijke kas- en verplichtingenritme kunnen afwijken van de oorspronkelijke bepaling.
Dit betekent ook dat de vervanging daarmee onderdeel wordt van de reguliere inkoopprocessen. Dit betekent dat de verwerking en verantwoording zich kan vermengen met de reguliere defensie-investeringen binnen de processen van het DMF. In dat geval wordt de Oekraïne raming als gerealiseerd gezien.
Voor 2025 geldt dat voor € 659 miljoen aan uit eigen voorraad geleverd materieel is vervangen dan wel als gerealiseerd wordt gezien. Vanwege administratieve redenen geldt dat €68 miljoen hiervan pas in 2026 daadwerkelijk tot besteding komt, omdat de vervanging niet in 2025 heeft plaatsgevonden. De gemiste verkoopopbrengsten omvatten voor €87 miljoen schenking of realisaties van materieel uit eigen voorraad.
3.2 Onderuitputting
Bij het jaarverslag van 2023 besteedden departementen, op verzoek van de Tweede Kamer, aandacht aan resultaatbereik in relatie tot onderuitputting. Vanwege de politieke actualiteit moet het onderwerp nu verplicht worden opgenomen in het beleidsverslag.
Bedragen in miljoenen euro | Bedrag in miljoenen euro | Als percentage van de vastgestelde ontwerpbegroting 2025 (met 1 decimaal achter de komma) |
|---|---|---|
Industriesteun | ‒ 270 | ‒ 2,5% |
Overige meevallers (en tegenvallers) | ‒ 38,3 | ‒ 0,4% |
Totaal | ‒ 308,3 | ‒ 2,9% |
In 2025 is met de vergelijking stand ontwerpbegroting ten opzichte van de eindrealisatie sprake van € 308,3 miljoen onderuitputting.
De onderuitputting van € 270 miljoen heeft als reden dat de industriesteun die begroot was geen doorgang heeft gevonden. Hierdoor heeft EZ het bedrag weer teruggestort op het DMF.
De overige € 38,3 miljoen heeft als grootste reden dat er faseringen hebben plaatsgevonden in tijd van lopende contractleveringen.
4. Beleidsartikelen
4.1 Artikel 1 Defensiebreed materieel
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van Defensiebreed materieel en het instandhouden van overwegend Defensiebreed materieel uitgevoerd door COMMIT. Dit betreft materieel dat door alle operationele commando's wordt ingezet en niet specifiek gericht is op maritiem, land- of luchtoptreden.Verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. Daarnaast vallen de bekostiging van kennis en innovatie, reserve valutaschommelingen voor al het Defensiematerieel en over-/ onderprogrammering en ontvangsten van Defensiebreed materieel onder artikel 1. Kennis en innovatie is onderverdeeld in Duurzaamheid, klimaat en veiligheid, Kennisopbouw, Technologieontwikkeling, Kennisgebruik, Kort cyclische innovatie.
De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van Defensiebreed materieel, de instandhouding van Defensiematerieel en afstoting van overtollig Defensiematerieel. Ook is de Minister verantwoordelijk voor de bekostiging van kennis en innovatie van Defensie
Defensie investeert in het programma ‘Aanvulling inzetvoorraad munitie’ in de stapsgewijze groei van de voorraden munitie. Waar mogelijk maakt Defensie gebruik van verschillende maatregelen om tijdig over het materieel te kunnen beschikken, waaronder het ophogen van lopende bestellingen via langlopende raamcontracten en samenwerking met andere landen, bijvoorbeeld door middel van vraagbundeling of verwerving via de NATO Support and Procurement Agency (NSPA). Als gevolg van het aanvullende budget uit de Voorjaarsnota 2024, de Defensienota 2024 en de Miljoenennota 2025 heeft Defensie de aanvulling van de inzetvoorraden Battle Decisive Munitions (BDM), non-BDM en Deep Precision Strike munitie in 2025 in opdracht gegeven
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 514.874 | 1.208.183 | 1.247.949 | 1.542.809 | 1.971.424 | 1.923.860 | 47.564 |
Uitgaven | 721.264 | 868.388 | 853.331 | 1.081.593 | 961.148 | 1.942.348 | ‒ 981.200 | |
1.11 | Verwerving | 401.921 | 445.072 | 416.211 | 438.956 | 511.437 | 1.223.691 | ‒ 712.254 |
Opdrachten | 401.921 | 445.072 | 416.211 | 438.956 | 511.437 | 1.223.691 | ‒ 712.254 | |
Verwerving: voorbereidingsfase | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 226.762 | ‒ 226.762 | |
Verwerving: realisatie | 401.921 | 445.072 | 416.211 | 438.956 | 511.437 | 996.929 | ‒ 485.492 | |
1.12 | Instandhouding | 268.103 | 268.563 | 429.569 | 552.431 | 609.960 | 549.958 | 60.002 |
Opdrachten | 268.103 | 268.563 | 429.569 | 552.431 | 609.960 | 549.958 | 60.002 | |
Instandhouding Materieel | 268.103 | 268.563 | 429.569 | 552.431 | 609.960 | 549.958 | 60.002 | |
1.13 | Kennis en Innovatie | 38.015 | 33.994 | 47.284 | 68.887 | 110.549 | 190.687 | ‒ 80.138 |
Opdrachten | 0 | 0 | 0 | 0 | 110.549 | 0 | 110.549 | |
Duurzaamheid, klimaat en veiligheid | 0 | 0 | 0 | 0 | 139 | 0 | 139 | |
Kennisopbouw | 0 | 0 | 0 | 0 | 15.665 | 0 | 15.665 | |
Technologieontwikkeling | 0 | 0 | 0 | 0 | 33.708 | 0 | 33.708 | |
Kennisgebruik | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.834 | 0 | 3.834 | |
Kort Cyclische Innovatie | 0 | 0 | 0 | 0 | 57.203 | 0 | 57.203 | |
Bekostiging | 38.015 | 33.994 | 47.284 | 68.887 | 0 | 190.687 | ‒ 190.687 | |
Duurzaamheid, klimaat en veiligheid | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 18.565 | ‒ 18.565 | |
Kennisopbouw | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 43.962 | ‒ 43.962 | |
Bijdrage grote onderzoeksfaciliteiten | 4.450 | 3.700 | 8.449 | 8.249 | 0 | 0 | 0 | |
Technologieontwikkeling | 29.090 | 27.964 | 35.357 | 44.648 | 0 | 37.837 | ‒ 37.837 | |
Kennisgebruik | 2.393 | 1.159 | 1.050 | 554 | 0 | 4.380 | ‒ 4.380 | |
Kort Cyclische Innovatie | 2.082 | 1.171 | 2.428 | 15.436 | 0 | 85.943 | ‒ 85.943 | |
1.14 | Reserve Valutaschommelingen | 13.225 | 120.759 | ‒ 39.733 | 21.319 | ‒ 270.798 | 0 | ‒ 270.798 |
Storting/onttrekking begrotingsreserve | 13.225 | 120.759 | ‒ 39.733 | 21.319 | ‒ 270.798 | 0 | ‒ 270.798 | |
Storting/onttrekking begrotingsreserve | 13.225 | 120.759 | ‒ 39.733 | 21.319 | ‒ 270.798 | 0 | ‒ 270.798 | |
1.16 | Over-/ onderprogrammering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 21.988 | 21.988 |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 21.988 | 21.988 | |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 21.988 | 21.988 | |
Ontvangsten | 51.471 | 71.178 | 100.023 | 60.174 | 121.316 | 27.310 | 94.006 | |
Verplichtingen
In 2025 is voor een bedrag van € 1.971,4 miljoen aan verplichtingen aangegaan. Dat is € 428,6 miljoen meer dan in 2024. Ten opzichte van de ontwerpbegroting is € 47,6 miljoen meer verplicht dan begroot. Dit wordt grotendeels verklaard door hogere verplichtingen voor de instandhouding (€ 610,0 miljoen) doordat munitieafroepen voor meerdere jaren vooruit worden geplaatst bij de industrie, om daarmee de langere levertijden op te vangen. Daarnaast is er meer kleding en uitrusting besteld om de komende jaren invulling te geven aan de groei van Defensie. Daartegenover staat het doorschuiven van de projecten in voorbereiding en afwijkingen ten opzichte van de ontwerpbegroting in de realisatiefase (per saldo € 235,0 miljoen) en lagere verplichtingen vanwege de gunstige wisselkoers van de dollar, waarvoor een valutakoerscorrectie heeft plaatsgevonden (€ 270,8 miljoen). Het restant hangt samen met de lagere uitgaven voor Kennis en Innovatie..
Uitgaven
Verwerving Defensiebreed materieel
In 2025 heeft Defensie op de verwerving van artikel 1 Defensiebreed materieel € 511,4 miljoen gerealiseerd. Dat is een stijging van € 72,5 miljoen ten opzichte van 2024. Desondanks is de realisatie € 712,3 miljoen lager dan begroot, omdat de ramingen van de projecten in voorbereiding geactualiseerd zijn. Deze projecten zijn afgelopen jaar nader uitgewerkt en na besluitvorming overgegaan naar een volgende fase. Hierbij is ook het kasritme geactualiseerd. Het budget blijft in latere jaren beschikbaar voor deze projecten. Daarnaast wordt de lagere realisatie veroorzaakt door een aantal grote projecten, welke hieronder worden toegelicht.
De toegenomen wereldwijde vraag op de defensiemarkt leidt tot langere levertijden en latere (deel)leveringen voor verschillende munitiesoorten. Een aantal uitgaven voor het programma ‘Aanvulling inzetvoorraad munitie’ (commercieel vertrouwelijk) zijn daarom verschoven naar latere jaren.
Het programma ‘Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW)’ (commercieel vertrouwelijk) bestaat uit verschillende deelprojecten. Een aantal geplande uitgaven voor de DVOW-deelprojecten 'Container en - Subsystemen', ‘Voertuig 12kN Manticore & RCWS’ en ‘Voertuig 12kN Air Assault (Airborne Vehicles)’ vinden op een later moment plaats doordat de verificatiefase langer doorloopt en door de beperkte beschikbaarheid van een aantal onderdelen..
In 2025 is de uitrusting uit het project ‘Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)’ gedeeltelijk geleverd. De leveringen en de betalingen lopen daarom door in 2026.
De productievoorbereiding van het project ‘Defensie Operationeel Kleding Systeem (DOKS)’ heeft meer tijd gevraagd dan aanvankelijk voorzien. De serieproductie is eind 2025 gestart. De betalingen lopen langer door.
Voor het deelproject ‘Aanhangwagens en opleggers’ van het programma Vervanging Wissellaadsystemen, Trekker-opleggercombinaties en Wielbergingsvoertuigen (WTB) (commercieel vertrouwelijk) hebben de contractonderhandelingen langer geduurd dan initieel voorzien. De geplande uitgaven vinden daardoor op een later moment plaats.
Voor het project ‘Initiële Counter-Unmanned Aerial Systems’ (commercieel vertrouwelijk) zijn een aantal (deel)leveringen vertraagd als gevolg van knelpunten in de toeleveringsketen van de leverancier. De verwachting is dat de systemen in 2026 alsnog worden geleverd.
Daarnaast hebben zich enkele afwijkingen voorgedaan in de overige DMP-plichtige projecten op dit artikel. In onderstaand overzicht zijn alle projecten in realisatie met een financiële omvang van meer dan € 50,0 miljoen opgenomen. Gelet op het commercieel vertrouwelijke karakter van een aantal projecten wordt voor deze projecten slechts een indicatie gegeven van de bandbreedte van het projectbudget. De voortgang van deze projecten wordt in het DPO toegelicht. Deze wordt gelijktijdig met dit jaarverslag aan uw Kamer aangeboden.
Het restant van het verschil kan worden verklaard door een aantal kleinere, niet DMP-plichtige projecten.
Figuur 3

Instandhouding defensiebreed materieel
Ten opzichte van de vastgestelde begroting is defensiebreed voor € 60,0 miljoen meer uitgegeven. De uitgaven van COMMIT voor instandhouding materieel zijn € 56,4 miljoen hoger. Het betreft het saldo van € 98,6 miljoen hogere uitgaven voor kleding en uitrusting en € 51,6 miljoen lagere uitgaven door vertraagde munitieleveringen. Daarnaast is sprake van € 9,4 miljoen aan diverse kleinere verschillen bij de ondersteuning van wapensysteemmanagement. Tot slot zijn er diverse uitgaven bij de andere DO'n voor in totaal € 3,6 miljoen.
Kennis en innovatie
Het instrument bekostiging is op onderdelen vervangen met het instrument opdrachten met als doel een meer juiste verantwoording. Dit betekent dat in de tabel de mutaties gesaldeerd moeten worden bezien. Deze aanpassing is een technische wijziging.
Duurzaamheid, Klimaat en Veiligheid
In 2025 zijn de uitgaven € 18,6 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit budget is in verband met de uitvoering van specifieke duurzaamheidsprojecten en bestaande plannen doorgeschoven naar latere jaren zodat het aansluit bij de verwachte kasuitgaven.
Kennisopbouw
Kennisopbouw binnen het DMF betreft wetenschappelijk onderzoek, kennisgebruik- en toepassing en technologieontwikkeling, uitgevoerd door Nederlandse en internationale kennisinstellingen zoals universiteiten, hogescholen en denktanks. In 2025 zijn de uitgaven voor kennisopbouw € 28,3 miljoen lager uitgekomen dan begroot. Daarvan is € 17,0 miljoen niet gerealiseerd, doordat de contractering van goedgekeurde projecten vertraging heeft opgelopen. Naar verwachting wordt deze achterstand in 2026 deels ingelopen, zodat de beoogde beleidsdoelen behaald worden. De resterende € 11,2 miljoen wordt verklaard door een budgetoverheveling naar artikel 9 in de defensiebegroting als bijdrage aan de kennisinstellingen TNO, NLR en MARIN (via het ministerie van Economische Zaken (EZ)) voor programmafinanciering van kennis & innovatie (K&I).
Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling (CODEMO)
De CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) is een instrument dat bedoeld is voor innovatieve defensie-specifieke productontwikkeling door met name het nationale MKB. Projectvoor-stellen kunnen worden ingediend door Nederlandse bedrijven. Defensie neemt, van goedgekeurde projectvoorstellen, maximaal 50 procent van de ontwikkelingskosten voor haar rekening. Eventuele opbrengsten voor Defensie, in de vorm van royalty’s over de verkoop van de ontwikkelde producten, vloeien terug naar de CODEMO-regeling. Ook zijn vanuit de oude CODEMA-regeling, de voorloper van de CODEMO-regeling, royalty’s toegevoegd aan het budget van € 10 miljoen waar in 2011 mee is gestart, resulterend in een totaal budget van € 11,8 miljoen. In totaal is sinds de start van de regeling voor een bedrag van € 11,8 miljoen aan projectvoorstellen goedgekeurd en uitgegeven. In 2025 zijn geen nieuwe projectvoorstellen ingediend. In 2025 zijn er 6 projecten formeel afgerond. In navolgende tabel staan de cumulatieve cijfers vanaf het begin van de regeling.
Ingediende voorstellen | 94 |
Gehonoreerde voorstellen | 29 |
Afgewezen voorstellen | 65 |
Afgeronde voorstellen | 29 |
Kort-cyclische innovatie
Onder kort-cyclische innovatie vallen uitgaven voor het uitvoeren van innovatieprojecten variërend van het ontwikkelen van een demonstrator tot aan marktintroductie (TRL 6-9). Bijzondere focus ligt er op het betrekken van Nederlandse industrie langs de weg van de NLD-gebieden. De projectvoorstellen komen vanuit de Defensieorganisatie en worden ook uitgevoerd door de innovatiecentra bij de Defensieonderdelen. In 2025 is geïnvesteerd in het versterken van deze uitvoeringscapaciteit, zodat meer projecten gelijktijdig kunnen worden opgestart en begeleid. Daarnaast wordt innovatie aangejaagd door het organiseren van innovatie-evenementen zoals Innovation In Defence (IID) en door deelname aan de NAVO Defence Innovation Accelerator for the North Atlantic (DIANA), waarmee Defensie samenwerking met innovatieve partners en opschaling van kansrijke toepassingen ondersteunt.
Op het budget voor kort-cyclische innovatieprojecten is in 2025 107% verplicht (€ 87,7 miljoen) en 61% gerealiseerd (€ 50,3 miljoen). De verhoogde verplichtingenstand hangt samen met de toename van het aantal projecten dat versneld wordt opgestart en met de sturing op het verhogen van de realisatie. De toename in verplichtingen en realisatie ten opzichte van 2024 wordt daarnaast mede verklaard door de doorwerking van eerder geplande projecten die in 2025 tot contractering en uitvoering zijn gekomen, passend bij de verdere professionalisering van het innovatiedomein.
Reserve Valutaschommelingen
De Reserve Valutaschommelingen laat jaarlijks het resultaat zien van koers verschillen op het DMF. Zowel budget als realisatie van projecten wordt tegen de CEP koers in de administratie vastgelegd en de verschillen tussen CEP koers en daadwerkelijke koers worden direct geboekt naar het detail Reserve Valutaschommelingen. De waarde van de dollar is gedurende 2025 afgenomen ten opzichte van de CEP koers wat heeft geresulteerd in een positief verschil.
Over-/onderprogrammering defensiebreed materieel
Defensie raamt in het begrotingsjaar meer investeringen dan het budget dat daarvoor beschikbaar is. Dit is de overprogrammering. Door onzekerheden - denk bijvoorbeeld aan onvoorziene latere leveringen en omstandigheden - kunnen de geraamde investeringen afwijken. Door meer investeringen te programmeren wordt zoveel als mogelijk getracht te voorkomen dat latere leveringen bij individuele projecten leiden tot onderrealisatie van het beschikbare budget van de investeringsportfolio en de gehele begroting. Overprogrammering is zodoende een instrument dat bij kan dragen aan een tijdige en doelmatige implementatie van de investeringsbudgetten. Omdat niet meer uitgegeven kan worden dan het beschikbare budget, vindt op overprogrammering geen realisatie plaats. De geraamde overprogrammering wordt gedurende het jaar afgeboekt tot nul.
Ontvangsten defensiebreed materieel
De ontvangsten zijn met € 50,9 miljoen naar boven bijgesteld. Deze afwijking wordt voor het grootste gedeelte verklaard door een meerontvangst (€ 21,8 miljoen) van verkoopbrengsten. Daarnaast is er sprake van FMS-ontvangsten (€ 10,0 miljoen) en overige ontvangsten (€ 10,7 miljoen) in verband met ontvangst van de eindafrekening over eerdere jaren van het Joint Program Office F-35. Als laatste is sprake van teruggave van ontwikkelingskosten Boxer-voertuigen (€ 5,3 miljoen).
4.2 Artikel 2 Maritiem materieel
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van het maritiem materieel en het instandhouden van materieel uitgevoerd door CZSK. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding is gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 2 (Koninklijke Marine) van de Begroting Hoofdstuk X. Ook vallen de over-/ onderprogrammering op maritieme projecten en ontvangsten onder dit artikel.
De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van maritiem materieel en de instandhouding van materieel uitgevoerd door CZSK.
Defensie investeert in de grootschalige vervanging van de boven- en onderwatervloot. Met de nieuwe, toekomstbestendige vloot en moderne wapensystemen vergroot Defensie haar slagkracht op zee en voldoet daarmee beter aan haar taken en operationele plannen binnen de NAVO. In dit licht heeft Defensie de A-brieven verstuurd over de vervanging van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF), de bewapening maritieme lucht- en raketverdediging (Kamerstuk 27830, nr. 426) en de verwerving Amfibische Transportschepen (Kamerstuk 27830, nr. 327). Dit zijn projecten die op andere vlootvernieuwingstrajecten volgden waarover uw Kamer eerder werd geïnformeerd, zoals de ’Vervanging van Mijnenbestrijdingscapaciteit’ (MCM), de ‘Vervanging M-fregatten’, de ‘Verwerving Combat Support Ship’ (CSS), de ‘Multifunctionele ondersteuningsvaartuigen’, de ‘Vervanging hulpvaartuigen’ en de ‘Vervanging van de Onderzeebootcapaciteit’ (vOZBT).
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 423.425 | 615.553 | 1.646.856 | 6.140.120 | 4.125.553 | 1.330.211 | 2.795.342 |
Uitgaven | 483.137 | 556.332 | 691.009 | 1.081.041 | 1.409.290 | 1.262.052 | 147.238 | |
2.11 | Verwerving | 327.962 | 382.750 | 456.190 | 790.831 | 1.106.507 | 1.957.486 | ‒ 850.979 |
Opdrachten | 327.962 | 382.750 | 456.190 | 790.831 | 1.106.507 | 1.957.486 | ‒ 850.979 | |
Verwerving: voorbereidingsfase | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 183.505 | ‒ 183.505 | |
Verwerving: realisatie | 327.962 | 382.750 | 456.190 | 790.831 | 1.106.507 | 1.773.981 | ‒ 667.474 | |
2.12 | Instandhouding | 155.175 | 173.582 | 234.819 | 290.210 | 302.783 | 276.111 | 26.672 |
Opdrachten | 155.175 | 173.582 | 234.819 | 290.210 | 302.783 | 276.111 | 26.672 | |
Instandhouding Materieel | 155.175 | 173.582 | 234.819 | 290.210 | 302.783 | 276.111 | 26.672 | |
2.16 | Over-/ onderprogrammering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 971.545 | 971.545 |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 971.545 | 971.545 | |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 971.545 | 971.545 | |
Ontvangsten | 42.346 | 26.775 | 39.235 | 31.231 | 32.136 | 9.684 | 22.452 | |
Verplichtingen
In 2025 is voor een bedrag van € 4.125,6 miljoen aan verplichtingen aangegaan. Dat is 2.014,6 miljoen minder dan in 2024. Desalniettemin is ten opzichte van de ontwerpbegroting is € 2.795,3 miljoen meer verplicht dan begroot. De hogere realisatie van het verplichtingenbudget hangt samen met de onder verwerving genoemde projecten. Daarnaast zijn er ten opzichte van de ontwerpbegroting voor € 119,3 miljoen meer instandhoudingsverplichtingen aangegaan voor 2026 en latere jaren. Dit betreft onder andere de instandhoudingsprojecten, onderwaterdrones, onderhoud aan diverse Zr.Ms. Schepen en ISR Noordzee. Verder betreft het vooral kleine contracten voor herbevoorrading, uitbesteding van onderhoud en overige diensten.
Uitgaven
Verwerving maritiem materieel
In 2025 heeft Defensie op de verwerving van artikel 2 Maritiem materieel € 1.106,5 miljoen gerealiseerd. Dat is een stijging van € 315,6 miljoen ten opzichte van 2024. Desondanks is de realisatie € 851,0 miljoen lager dan begroot, omdat de ramingen van de projecten in voorbereiding geactualiseerd zijn. Deze projecten zijn afgelopen jaar nader uitgewerkt en na besluitvorming overgegaan naar een volgende fase. Hierbij is ook het kasritme geactualiseerd. Het budget blijft in latere jaren beschikbaar voor deze projecten. Daarnaast wordt de lagere realisatie veroorzaakt door een aantal grote projecten, welke hieronder worden toegelicht.
In 2025 heeft Defensie in de realisatiefase «Maritiem materieel» € 1.106,5 miljoen gerealiseerd. Dat is een stijging van € 315,7 miljoen ten opzichte van 2024. De realisatie op «Verwerving Maritiem Materieel» is € 667,5 miljoen lager dan begroot.
De facturering en daarmee de financiële realisatie bij het programma «Vervanging onderzeebootcapaciteit» (RGP, commercieel vertrouwelijk) is langzamer op gang gekomen dan verwacht. Er is geen sprake van vertraging op het programma.
Het project ‘Vervanging M-fregatten’ (ASW-fregatten, commercieel vertrouwelijk) verkeert langer in de ontwerpfase dan gepland. Het gevolg hiervan is een lagere stand onderhanden werk en facturering.
De geplande factureringen voor het project ‘Vervanging MK46 Lightweight Torpedo’ (vertrouwelijk) konden nog niet worden uitgevoerd. Dit werd onder andere veroorzaakt door contractuele vertragingen voor additionele extra onderdelen.
De voorziene uitgaven voor het project ‘ESSM Block 2 deelproject 2: (integratie' (vertrouwelijk) zijn naar latere jaren verschoven omdat het inpassen in de portofolio van de leverancier langer duurde dan ingeschat.
Het project ‘Vervanging hulpvaartuigen’ (commercieel vertrouwelijk) verkeert langer in de ontwerpfase dan gepland. Dit is mede het gevolg van de herziening van de verwervingsstrategie en de technische complexiteit van het scheepsontwerp.
Voor het commercieel vertrouwelijke project ‘Vervanging mijnenbestrijdingscapaciteit’ heeft een aantal deelleveringen eerder plaatsgevonden en daarmee ook de betalingen. Deze binationale verwerving wordt uitgevoerd door België, langs de lijnen van het Belgische verwervingsproces.
Daarnaast hebben zich enkele afwijkingen voorgedaan in de overige DMP-plichtige projecten op dit artikel. In onderstaand overzicht zijn alle projecten in realisatie met een financiële omvang van meer dan € 50,0 miljoen opgenomen. Gelet op het commercieel vertrouwelijke karakter een aantal projecten wordt voor deze projecten slechts een indicatie gegeven van de bandbreedte van het projectbudget. De voortgang van deze projecten wordt in het DPO toegelicht. Deze wordt gelijktijdig met dit jaarverslag aan uw Kamer aangeboden.
Het restant van het verschil kan worden verklaard door een aantal kleinere, niet DMP-plichtige projecten.
Figuur 4

Instandhouding maritiem materieel
De instandhouding van het materieel omvat de ramingen voor de uitgaven die het operationeel houden van de (wapen-)systemen met zich meebrengt. Voor dit artikel worden deze uitgaven vooral door de Directie Materiële Instandhouding van de marine gedaan.
Ten opzichte van de ontwerpbegroting is er € 26,7 miljoen meer gerealiseerd voor Instandhouding materieel. Als gevolg van personele ondervulling is er € 32 miljoen meer uitgegeven aan het uitbesteden van onderhoudswerkzaamheden. Voor circa € 12 miljoen zijn de uitgaven hoger voor projecten als 'ISR Noordzee', 'C-UxV systemen', meet- en testmiddelen, die elders in het DMF begroot stonden. Het effect van de meerontvangsten (circa € 19 miljoen) is uitgegeven aan duurdere en extra onderhoudsuitgaven en aanvulling herbevoorradingsartikelen. Daartegenover staan lagere uitgaven dan begroot. Door vertragingen in de uitvoering van onderhoudsprojecten is € 17,5 miljoen onderbesteed. Deze uitgaven zullen de komende jaren alsnog tot realisatie komen. Tot slot zijn de uitgaven voor beleidskader inzetvoorraden tot realisatie gekomen binnen dit artikel op «Verwerving: realisatiefase» (€ 21,6 miljoen). De overige verschillen betreffen diverse kleinere onderwerpen.
Over-/onderprogrammering maritiem materieel
Defensie raamt in het begrotingsjaar meer investeringen dan het budget dat daarvoor beschikbaar is. Dit is de overprogrammering. Door onzekerheden - denk bijvoorbeeld aan onvoorziene latere leveringen en omstandigheden - kunnen de geraamde investeringen afwijken. Door meer investeringen te programmeren wordt zoveel als mogelijk getracht te voorkomen dat latere leveringen bij individuele projecten leiden tot onderrealisatie van het beschikbare budget van de investeringsportfolio en de gehele begroting. Overprogrammering is zodoende een instrument dat bij kan dragen aan een tijdige en doelmatige implementatie van de investeringsbudgetten. Omdat niet meer uitgegeven kan worden dan het beschikbare budget, vindt op overprogrammering geen realisatie plaats. De geraamde overprogrammering wordt gedurende het jaar afgeboekt tot nul.
Ontvangsten maritiem materieel
Ten opzichte van de ontwerpbegroting heeft de marine € 22,5 meer ontvangen. Dit is het gevolg van meer steunverlening voor derden en hogere BTW ontvangsten. Daarnaast zijn royalty-gelden ontvangen (€ 7,0 miljoen) die voortvloeien uit het project Vervanging mijnenbestrijdingscapaciteit (MCM).
4.3 Artikel 3 Land materieel
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van het landmaterieel en het instandhouden van materieel uitgevoerd door CLAS. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding is gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten, zoals beschreven in beleidsartikel 3 (Koninklijke Landmacht) van de Begroting Hoofdstuk X. Ook vallen de over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van landmaterieel onder dit artikel.
De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van het landmaterieel en de instandhouding van materieel uitgevoerd door CLAS.
De NAVO vraagt Nederland om met prioriteit te investeren in zwaardere gevechtscapaciteiten voor het landoptreden. In dat kader worden de gevechtscapaciteiten van de zware infanteriebrigade (Heavy Infantry Brigade) uitgebreid en versterkt. Voor de zware infanteriebrigade schaft Nederland tanks aan om een volwaardig tankbataljon op te richten en werden de verplichtingen aangegaan. Tevens versterkte Defensie gevechtskracht van de infanteriebataljons van de middelzware infanteriebrigade (Medium Infantry Brigade). Hiervoor zijn verplichtingen aangegaan voor de aanschaf van 72x pantserwielvoertuig infanterie ‘Boxer Remote Controlled Turret’. Met de budgetten uit de Voorjaarsnota 2025 wordt een additioneel pantserinfanteriebataljon CV90 opgericht voor de versterking van de Medium Infantry Brigade. Hiervoor werd de A/B-brief (Kamerstuk 27 830, nr. 476) verstuurd.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 1.437.285 | 725.418 | 1.781.164 | 3.150.569 | 6.045.100 | 2.883.755 | 3.161.345 |
Uitgaven | 620.385 | 542.218 | 889.777 | 1.253.621 | 2.532.568 | 2.361.006 | 171.562 | |
3.11 | Verwerving | 334.422 | 255.734 | 560.399 | 888.520 | 2.107.192 | 2.045.926 | 61.266 |
Opdrachten | 334.422 | 255.734 | 560.399 | 888.520 | 2.107.192 | 2.045.926 | 61.266 | |
Verwerving: voorbereidingsfase | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 150.425 | ‒ 150.425 | |
Verwerving: onderzoeksfase | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 52 | ‒ 52 | |
Verwerving: realisatie | 334.422 | 255.734 | 560.399 | 888.520 | 2.107.192 | 1.895.449 | 211.743 | |
3.12 | Instandhouding | 285.963 | 286.484 | 329.378 | 365.101 | 425.376 | 425.656 | ‒ 280 |
Opdrachten | 285.963 | 286.484 | 329.378 | 365.101 | 425.376 | 425.656 | ‒ 280 | |
Instandhouding Materieel | 285.963 | 286.484 | 329.378 | 365.101 | 425.376 | 425.656 | ‒ 280 | |
3.16 | Over-/ onderprogrammering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 110.576 | 110.576 |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 110.576 | 110.576 | |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 110.576 | 110.576 | |
Ontvangsten | 8.578 | 5.107 | 2.898 | 5.131 | 1.687 | 2.500 | ‒ 813 | |
Verplichtingen
In 2025 is voor een bedrag van € 6.045,1 miljoen aan verplichtingen aangegaan. Dat is € 2.894,5 miljoen meer dan in 2024. Ten opzichte van de ontwerpbegroting is € 3.161,3 miljoen meer verplicht dan begroot. De hogere realisatie van het verplichtingenbudget wordt voornamelijk verklaard doordat zich diverse kansen hebben voorgedaan om te versnellen. Voor onder andere de verwerving van de Leopard-2A8 gevechtstanks (mei 2025, € 1.145,5 miljoen), Boxer met toren (commercieel vertrouwelijk, oktober 2025) en het antidrone kanonsysteem Skyranger als onderdeel van het project «Verwerving Combat Counter-UAS» (commercieel vertrouwelijk, december 2025) zijn de contracten getekend en is daarmee de verplichting aangegaan.
Uitgaven
Verwerving
In 2025 heeft Defensie op de verwerving van artikel 3 Land materieel € 2.107,2 miljoen gerealiseerd. Dat is een stijging van € 1.218,7 miljoen ten opzichte van 2024. De realisatie is € 61,3 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door een per saldo hogere realisatie bij een aantal grote projecten, welke hieronder worden toegelicht. Daartegenover staat dat de ramingen van de projecten in voorbereiding geactualiseerd zijn. Deze projecten zijn afgelopen jaar nader uitgewerkt en na besluitvorming overgegaan naar een volgende fase. Hierbij is ook het kasritme geactualiseerd. Het budget blijft in latere jaren beschikbaar voor deze projecten
In december 2024 is het contract voor het project ‘Vervanging Medium Range Air Defence and Short Range Air Defence (MRAD & SHORAD)’ (commercieel vertrouwelijk) afgesloten. In 2025 heeft realisatie plaatsgevonden. Deze was ten tijde van de ontwerpbegroting niet voorzien. In oktober 2025 is het contract ondertekend (commercieel vertrouwelijk) voor de ‘Boxer met toren’ binnen project ‘Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) productie’. De realisatie was niet voorzien in de ontwerpbegroting. Het contract voor het project ‘Verwerving Leopard-2A8 gevechtstanks’ is in mei 2025 afgesloten. De € 211,2 miljoen betreft het voorschot voor de aanschaf van de gevechtstanks. Ook deze realisatie was niet voorzien in de ontwerpbegroting.
Door een langere doorlooptijd van het contract is een deel van de betalingen van het project ‘Vervanging en uitbreiding Short Range Anti-Tank (SRAT) capaciteit’ (commercieel vertrouwelijk) verschoven.
Voor het project ‘Multi Missie Radar (MMR)’ (commercieel vertrouwelijk) zijn de aanvullende systemen nog niet onder contract vanwege een combinatie van schaarse capaciteit en doorontwikkeling van het ontwerp. De betalingen zullen als gevolg in 2026 plaatsvinden.
Voor het project ‘Aanvulling inzetvoorraad Patriot PAC-3 raketten’ (vertrouwelijk) is er sprake geweest van vervroegde FMS-inbetalingen in 2024 waardoor er in 2025 minder betalingen waren als voorzien. Voor het project ‘Verlenging levensduur Patriot’ (commercieel vertrouwelijk) is sprake van een versnelling en vervroegde FMS-inbetaling.
De geplande betalingen voor de systemen voor het project ‘Raketartillerie’ (vertrouwelijk) zijn naar achteren verschoven. De serieproductie vindt later plaats omdat het uitvoeren van de testen in Nederland meer tijd kost en leveringen zijn uitgesteld.
Het project ‘Midlife update (MLU) Infanterie gevechtsvoertuig (IGV) CV90’ is vertraagd (€ 61,5 miljoen) in uitlevering en acceptatie van de voertuigen door een tijdelijke productiestop vanwege tussentijdse doorontwikkeling van het ontwerp.
De productie van het project ‘Midlife update (MLU) Fennek’ is aangepast (€ 90,1 miljoen) door een gebrek aan productiecapaciteit en onderdelen waardoor de betaling is verschoven.
Daarnaast hebben zich enkele afwijken voorgedaan in de overige DMP-plichtige projecten op dit artikel. In onderstaand overzicht zijn alle projecten in realisatie met een financiële omvang van meer dan € 50,0 miljoen opgenomen. Gelet op het commercieel vertrouwelijke karakter een aantal project wordt voor deze projecten slechts een indicatie gegeven van de bandbreedte van het projectbudget. De voortgang van deze projecten wordt in het DPO toegelicht. Deze wordt gelijktijdig met dit jaarverslag aan uw Kamer aangeboden.
Het restant van het verschil kan worden verklaard door een aantal kleinere, niet DMP-plichtige projecten.
Figuur 5

Over-/onderprogrammering land materieel
Defensie raamt in het begrotingsjaar meer investeringen dan het budget dat daarvoor beschikbaar is. Dit is de overprogrammering. Door onzekerheden - denk bijvoorbeeld aan onvoorziene latere leveringen en omstandigheden - kunnen de geraamde investeringen afwijken. Door meer investeringen te programmeren wordt zoveel als mogelijk getracht te voorkomen dat latere leveringen bij individuele projecten leiden tot onderrealisatie van het beschikbare budget van de investeringsportfolio en de gehele begroting. Overprogrammering is zodoende een instrument dat bij kan dragen aan een tijdige en doelmatige implementatie van de investeringsbudgetten. Omdat niet meer uitgegeven kan worden dan het beschikbare budget, vindt op overprogrammering geen realisatie plaats. De geraamde overprogrammering wordt gedurende het jaar afgeboekt tot nul.
4.4 Artikel 4 Lucht materieel
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van het luchtmaterieel en het instandhouden van materieel door CLRS. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding is gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 4 (Koninklijke Luchtmacht) van de Begroting Hoofdstuk X. Ook vallen de over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van lucht materieel onder dit artikel.
De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van luchtmaterieel en het instandhouden van materieel uitgevoerd door de luchtmacht.
Op 4 juni 2025 is de 25e, en tevens laatste voortgangsrapportage programma ‘Verwerving F-35’ naar de Tweede Kamer verstuurd (Kamerstuk 26 488, nr. 478). Eind 2025 is een start gemaakt met de evaluatie van het programma, waarvoor een Plan van Aanpak brief is verstuurd. Defensie versterkt de drie F-35 squadrons met de aanschaf van vijf extra F-35 toestellen. De verwerving van deze toestellen en bijbehorende middelen gebeurt door uitbreiding van het bestaande project ‘Verwerving F-35’. De daadwerkelijke aanschaf verloopt via het Joint Program Office F-35 in de VS. Tevens heeft Defensie de contracten getekend voor de drie additionele NH-90 toestellen. Hiermee versterkt Defensie haar gevechtscapaciteiten door de maatregel uit de Defensienota 2024 verder uit te voeren.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 1.679.328 | 1.944.169 | 2.313.664 | 4.293.779 | 2.919.927 | 1.666.905 | 1.253.022 |
Uitgaven | 1.422.777 | 1.423.630 | 1.441.497 | 1.945.746 | 2.142.253 | 2.154.958 | ‒ 12.705 | |
4.11 | Verwerving | 1.119.950 | 1.154.826 | 1.091.678 | 1.441.979 | 1.457.217 | 2.154.271 | ‒ 697.054 |
Opdrachten | 1.119.950 | 1.154.826 | 1.091.678 | 1.441.979 | 1.457.217 | 2.154.271 | ‒ 697.054 | |
Verwerving: voorbereidingsfase | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 205.906 | ‒ 205.906 | |
Verwerving: realisatie | 1.119.950 | 1.154.826 | 1.091.678 | 1.441.979 | 1.457.217 | 1.948.365 | ‒ 491.148 | |
4.12 | Instandhouding | 302.827 | 268.804 | 349.819 | 503.767 | 685.036 | 555.199 | 129.837 |
Opdrachten | 302.827 | 268.804 | 349.819 | 503.767 | 685.036 | 555.199 | 129.837 | |
Instandhouding Materieel | 302.827 | 268.804 | 349.819 | 503.767 | 685.036 | 555.199 | 129.837 | |
4.16 | Over-/ onderprogrammering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 554.512 | 554.512 |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 554.512 | 554.512 | |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 554.512 | 554.512 | |
Ontvangsten | 7.104 | 11.693 | 5.324 | 10.589 | 12.870 | 12.080 | 790 | |
Verplichtingen
In 2025 is voor een bedrag van € 2.919,9 miljoen aan verplichtingen aangegaan. Dat is € 1.373,9 miljoen minder dan in 2024. Desalniettemin is ten opzichte van de ontwerpbegroting € 1.253,0 miljoen meer verplicht dan begroot. De hogere realisatie van het verplichtingenbudget wordt voornamelijk verklaard door meer verplichtingen in de realisatiefase (€ 757,7 miljoen) vanwege het naar voren halen van verplichtingen voor een aantal projecten, en de instandhouding. Laatstgenoemde vanwege een ophoging voor het aangaan van verschillende meerjarige verplichtingen onder het construct van FMS (€ 500,0 miljoen). Het restant betreft een aantal kleinere mutaties.
Uitgaven
Verwerving
In 2025 heeft Defensie op de verwerving van artikel 4 Lucht materieel € 1.457,2 miljoen gerealiseerd. Dat is een stijging van € 15,2 miljoen ten opzichte van 2024. Desondanks is de realisatie € 697,1 miljoen lager dan begroot, omdat de ramingen van de projecten in voorbereiding geactualiseerd zijn. Deze projecten zijn afgelopen jaar nader uitgewerkt en na besluitvorming overgegaan naar een volgende fase. Hierbij is ook het kasritme geactualiseerd. Het budget blijft in latere jaren beschikbaar voor deze projecten. Daarnaast wordt de lagere realisatie veroorzaakt door een een aantal grote projecten, welke hieronder worden toegelicht.
Voor het project ‘Verwerving F-35’ is er sprake van een lagere realisatie (€ 62,7 miljoen) als gevolg van verlate factureringen voor infrastructuur en een vertraagde deellevering van toestellen. Voor wat betreft de bewapening van de F-35 vinden de leveringen binnen het project ‘F-35: Verwerving middellange tot lange afstandsraket’ (vertrouwelijk) voor een deel in het begin van 2026 plaats waardoor de betaling in 2025 lager uitvalt dan voorzien. Als laatste is de aanschaf van Aircraft Mission Equipment (AME) binnen het project ‘Deep Strike Capaciteit Air’ (vertrouwelijk) naar achteren geschoven. Dit is het gevolg van herprioriteringen binnen het Joint Program Office (JPO) F-35, dat verantwoordelijk is voor de verwerving van AME.
Voor het project ‘Vervanging Medium Utility Helikopter’ (H225M Caracal, commercieel vertrouwelijk) is onder andere door een uitgestelde BTW-afdracht en bijstelling van het leveringsschema minder uitgegeven in 2025 dan begroot.
Voor de projecten ‘Chinook Vervanging & Modernisering’ (€ 99,1 miljoen) en ‘Apache Remanufacture’ (€ 86,1 miljoen) is tevens sprake van gewijzigde leveringsschema's waardoor het FMS-betaalschema is herzien.
Voor het project NH-90 is de verplichting aangegaan inzake de uitbreiding van de NH90 vloot met drie stuks welke was voorzien in 2026. De verplichting is reeds in 2025 aangegaan, waarbij tevens een aanbetaling is gedaan (€ 36,3 miljoen). Binnen het project ‘Midlife Update NH-90’ (MLU) , is een totaalbedrag van € 13,3 miljoen doorgeschoven naar 2026 als gevolg van langer durende contractonderhandelingen over een deelpakket van de MLU.
In 2025 heeft reeds een betaling van (€ 19,3 miljoen) plaatsgevonden voor het project ‘Vervanging tactische luchttransport capaciteit’ die oorspronkelijk voor 2026 was voorzien.
Daarnaast hebben zich enkele afwijkingen voorgedaan in een aantal andere DMP-plichtige projecten op dit artikel. In onderstaand overzicht zijn alle projecten in realisatie met een financiële omvang van meer dan € 50,0 miljoen opgenomen. Gelet op het commercieel vertrouwelijke karakter van een aantal project wordt voor deze projecten slechts een indicatie gegeven van de bandbreedte van het projectbudget. De voortgang van deze projecten wordt in het DPO toegelicht. Deze wordt gelijktijdig met dit jaarverslag aan uw Kamer aangeboden.
Het restant van het verschil kan worden verklaard door een aantal kleinere, niet DMP-plichtige projecten.
Figuur 6

Instandhouding
Instandhouding Materieel omvat de ramingen voor de uitgaven die nodig zijn om het materieel en de operationele (wapen-)systemen in goede staat te houden en gereed te maken voor gebruik.
In 2025 is het instandhoudingsbudget met € 129,8 miljoen toegenomen ten opzichte van de begroting. Dit is onder andere veroorzaakt door de spiegel van de onderrealisatie van 2024 (€40 miljoen) maar ook door budget voor de instandhouding van MQ-9 toestellen, F-16 en Patriot (€72 miljoen), prijs-en valutabijstelling 2025 (€50 miljoen). Voor aankoop van SATCOM is budget overgegaan naar COMMIT als gevolg van assortimentsgewijs werken (€18 miljoen). Uiteindelijk is per saldo €13 miljoen van de 1e suppl stand niet tot realisatie gekomen.
Over-/onderprogrammering lucht materieel
Defensie raamt in het begrotingsjaar meer investeringen dan het budget dat daarvoor beschikbaar is. Dit is de overprogrammering. Door onzekerheden - denk bijvoorbeeld aan onvoorziene latere leveringen en omstandigheden - kunnen de geraamde investeringen afwijken. Door meer investeringen te programmeren wordt zoveel als mogelijk getracht te voorkomen dat latere leveringen bij individuele projecten leiden tot onderrealisatie van het beschikbare budget van de investeringsportfolio en de gehele begroting. Overprogrammering is zodoende een instrument dat bij kan dragen aan een tijdige en doelmatige implementatie van de investeringsbudgetten. Omdat niet meer uitgegeven kan worden dan het beschikbare budget, vindt op overprogrammering geen realisatie plaats. De geraamde overprogrammering wordt gedurende het jaar afgeboekt tot nul.
Ontvangsten
In 2025 is € 12,5 miljoen ontvangen, hetgeen € 1,0 miljoen meer is dan in de vastgestelde begroting. Hoewel de ontvangsten van de recoupment voor de F-35 nog niet binnen zijn, is de subsidie voor LVNL dit jaar wel ontvangen. Ook is in 2025 nog een bijdrage ontvangen voor de F-35 APU testcel, deze betaling bleef in 2024 uit.
4.5 Artikel 5 Infrastructuur en vastgoed
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven en instandhouden van alle infrastructuur en vastgoed van Defensie. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding wordt daarbij ingezet om het vastgoed in de gewenste kwaliteit en staat te krijgen en behouden. Ook vallen over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van infrastructuur en vastgoed onder dit artikel. Naast de infrastructuur en vastgoed van Defensie wordt ook NAVO-vastgoed in Nederland begroot binnen dit artikel.
De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en instandhouding van infrastructuur en vastgoed van Defensie en de afstoting van overtollige infrastructuur en vastgoed. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is de opdrachtnemer voor het uitvoeren van de door Defensie uitgegeven opdrachten.
Voldoende en toekomstbestendig vastgoed, passend bij een moderne krijgsmacht is een noodzakelijke randvoorwaarde voor de groei en de gereedstelling van de krijgsmacht. Dit in een context van toenemende geopolitieke dreiging, verouderd vastgoed en een bouwsector die onder druk staat. Sinds september 2025 is de Commandopost Vastgoed (CPV) actief waarbij Defensie samen met het Rijksvastgoedbedrijf en de markt gericht regie kan voeren op de vastgoedopgave van Defensie en het kunnen doen van interventies in de vastgoedketen. De concrete doelstelling is om de productie van vastgoed substantieel te verhogen van € 700 miljoen naar € 2 miljard per jaar. De CPV is in samenwerking met de markt bedacht en ontstaan om fundamenteel anders te werken aan de vastgoedopgave die vraagt om een radicale versnelling.
Om te voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van verduurzaming van het vastgoed zijn in 2025 stappen gezet in de inventarisatie van de opgave. Met dit inzicht kunnen de benodigde werkzaamheden ook de komende jaren effectief en efficiënt worden uitgevoerd om te voldoen aan de energiebesparingsplicht en de verplichting voor energielabel C voor kantoren in 2029.
Over de voortgang van de vastgoedopgave is de Kamer in 2025 geïnformeerd via de verzamelbrieven vastgoed en leefomgeving van 31 maart 2025 (Kamerstuk 36 592, nr. 13) en 3 juli 2025 (Kamerstuk 36 592, nr. 24).
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 768.301 | 794.608 | 828.239 | 1.152.387 | 1.559.286 | 1.373.366 | 185.920 |
Uitgaven | 766.349 | 811.620 | 865.706 | 1.075.384 | 1.355.180 | 826.758 | 528.422 | |
5.11 | Verwerving | 342.335 | 378.147 | 412.224 | 476.359 | 706.566 | 954.940 | ‒ 248.374 |
Opdrachten | 342.335 | 378.147 | 412.224 | 476.359 | 706.566 | 954.940 | ‒ 248.374 | |
Verwerving: voorbereidingsfase | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 68.093 | ‒ 68.093 | |
Verwerving: realisatie | 342.335 | 378.147 | 412.224 | 476.359 | 706.566 | 886.847 | ‒ 180.281 | |
5.12 | Instandhouding | 424.014 | 433.473 | 453.482 | 599.025 | 648.614 | 507.301 | 141.313 |
Opdrachten | 424.014 | 433.473 | 453.482 | 599.025 | 648.614 | 507.301 | 141.313 | |
Instandhouding Infrastructuur | 424.014 | 433.473 | 453.482 | 599.025 | 648.614 | 507.301 | 141.313 | |
5.16 | Over-/ onderprogrammering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 635.483 | 635.483 |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 635.483 | 635.483 | |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 635.483 | 635.483 | |
Ontvangsten | 20.142 | 21.510 | 26.917 | 24.578 | 29.144 | 28.240 | 904 | |
Verplichtingen
In 2025 is voor een bedrag van € 1.559,3 miljoen aan verplichtingen aangegaan. Dit is €406,9 miljoen meer ten aanzien van vorig jaar. Ten opzichte van de ontwerpbegroting is € 185,9 miljoen meer verplicht dan begroot. Het betreft een saldo van zowel verhogingen als verlagingen van de verplichtingen. De hogere realisatie wordt onder andere verklaard door het toevoegen van verplichtingenbudget dat in 2024 niet is aangegaan en een hogere realisatie voor de huren van vastgoed, Commandantenvoorzieningen en het commercieel vertrouwelijke project Technology Center Land (TCL).
Uitgaven
Verwerving
In 2025 heeft Defensie op de verwerving van artikel 5 Infrastructuur en vastgoed € 706,6 miljoen gerealiseerd. Dat is een stijging van € 230,2 miljoen ten opzichte van 2024. Desondanks is de realisatie voor de verwerving € 248,4 miljoen lager dan begroot. Dit wordt deels verklaard doordat de ramingen van de projecten in voorbereiding geactualiseerd zijn. Deze projecten zijn afgelopen jaar nader uitgewerkt en na besluitvorming overgegaan naar een volgende fase. Hierbij is ook het kasritme geactualiseerd. Het budget blijft in latere jaren beschikbaar voor deze projecten. Daarnaast wordt de lagere realisatie veroorzaakt doordat op de projecten in realisatiefase minder is uitgegeven, wat hieronder wordt toegelicht.
De uitgaven voor de projecten in realisatiefase zijn per saldo € 180,3 miljoen lager dan begroot.
Er is budget van projecten in de voorbereidingsfase doorgeschoven naar de realisatiefase. Ook is een aantal budgetten verhoogd, soms als gevolg van herschikkingen van projecten maar ook als gevolg van ontvangen prijsbijstelling. In totaal is in 2025 het budget verhoogd met € 523,4 miljoen.
Daartegenover staat dat de realisatie van een aantal projecten en ook de daarmee samenhangende budgetten zijn verschoven van 2025 naar latere jaren. Met een aantal kleine herschikkingen heeft dit geleid tot een verlaging van het uitgavenbudget met € 685,9 miljoen. Dit is gedaan om budgetten juist in de tijd te zetten en financiële ruimte te creëren voor de overprogrammering. Per saldo heeft dit geleid tot lagere uitgaven van € 180,3 miljoen in 2025. Zo is er, naast de commercieel vertrouwelijke projecten, onder andere op de projecten Aanpassing vastgoed Defensie, Huisvesting gezondheids- en tandheelkundige centra en Verbeteren Legering defensiebreed (fase 1 en 2) minder gerealiseerd dan verwacht.
Het project Aanpassing vastgoed Defensie omvat een aantal deelprojecten die nodig zijn om voor defensiegebouwen en installaties te blijven voldoen aan nieuwe en veranderde wet- en regelgeving. Verschillende deelprojecten zijn om uiteenlopende redenen in de tijd doorgeschoven. Brandveiligheid overige gebouwen en brandmeldinstallaties maken onderdeel uit van dit project
Huisvesting gezondsheids- en tandheelkundige centra - als gevolg van de reorganisatie van militaire gezondheidszorg en de oprichting van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO) moet de huisvesting van ca. 21 centra worden aangepast. Voor de locaties waar geen permanent aanwezige tandheelkunde is voorzien, zullen opstelplaatsen voor de mobiele tandartspraktijk (MTP) worden gerealiseerd. Risico’s als capaciteit, stikstof, energiecongestie en bouwkostenstijgingen worden steeds actueler in het programma. Deze behoefte blijkt per project van veel factoren afhankelijk en zeer onvoorspelbaar.
Verbeteren Legering defensiebreed (fase 1 en 2) - Defensie groeit hard qua materieel, slagkracht en mensen. Om extra personeel te huisvesten, is er snel meer legering nodig. Standaard vastgoed inkopen ziet Defensie als goede en snelle oplossing. In deze fases wordt de huidige legering verbouwd.
De redenen voor het achterblijven in de realisatie van genoemde drie projecten zijn divers en liggen bij het Rijksvastgoedbedrijf, Defensie en de markt. In enkele gevallen betreft het externe factoren die niet of beperkt beïnvloedbaar zijn zoals stikstof, netcongestie en vergunningverlening.
In onderstaand overzicht zijn alle projecten in realisatie met een financiële omvang van meer dan € 50,0 miljoen opgenomen. Gelet op het commercieel vertrouwelijke karakter van een aantal projecten wordt voor deze projecten slechts een indicatie gegeven van de bandbreedte van het projectbudget.
Figuur 7

Instandhouding
De uitgaven voor instandhouding infrastructuur zijn € 141,3 miljoen hoger dan begroot.
In 2025 is incidenteel € 93,0 miljoen budget toegekend om het te verwachten tekort te dekken. Dit budget was deels bestemd voor de commandantenvoorzieningen, oftewel het realiseren van kleinschalige vastgoedvoorzieningen of aanpassing van de bestaande infrastructuur, maar voornamelijk om het budget voor de instandhouding van het vastgoed aan te vullen, omdat het Rijksvastgoedbedrijf meer heeft kunnen realiseren dan verwacht. Daarnaast is aan het project Logistiek centrum Soesterberg aanvullend budget toegekend van € 17,4 miljoen.
Daarnaast is prijsbijstelling ontvangen (€ 15,3 miljoen). Voor nieuwe opdrachten die het DOSCO heeft ontvangen en de extra uitgaven die dit voor de instandhouding tot gevolg heeft, is het budget met € 19,0 miljoen verhoogd. Er is € 14,0 miljoen overgeheveld vanuit het budget voor eigen personeel en toegevoegd aan dit budget. Ten slotte heeft een aantal herschikkingen en faseringen geleid tot een verhoging van het budget met € 19,4 miljoen. In totaal is het budget verhoogd met € 178,1 miljoen.
Daartegenover staat dat het Rijksvastgoedbedrijf in 2024 meer heeft kunnen realiseren dan begroot. Deze extra uitgaven zijn in mindering gebracht op het budget voor 2025. Dit heeft geleid tot een verlaging van het uitgavenbudget met € 18,7 miljoen. Per saldo heeft dit geleid tot hogere uitgaven van € 141,3 miljoen in 2025.
Over-/onderprogrammering vastgoed
Defensie raamt in het begrotingsjaar meer investeringen dan het budget dat daarvoor beschikbaar is. Dit is de overprogrammering. Door onzekerheden - denk bijvoorbeeld aan onvoorziene latere leveringen en omstandigheden - kunnen de geraamde investeringen afwijken. Door meer investeringen te programmeren wordt zoveel als mogelijk getracht te voorkomen dat latere leveringen bij individuele projecten leiden tot onderrealisatie van het beschikbare budget van de investeringsportfolio en de gehele begroting. Overprogrammering is zodoende een instrument dat bij kan dragen aan een tijdige en doelmatige implementatie van de investeringsbudgetten. Omdat niet meer uitgegeven kan worden dan het beschikbare budget, vindt op overprogrammering geen realisatie plaats. De geraamde overprogrammering wordt gedurende het jaar afgeboekt tot nul.
4.6 Artikel 6 IT
Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven en instandhouden van de IT van Defensie. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. Ook vallen over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van IT onder dit artikel.
De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en instandhouding van IT materieel binnen Defensie en de afstoting van overtollig IT-materieel.
Defensie heeft een digitale transformatie ingezet om haar effectiviteit te vergroten. De grote programma’s leveren hier een essentiële bijdrage aan (Kamerstuk 36 592, nr. 23). Alle programma’s hebben in 2025 belangrijke resultaten geboekt. Waar nodig is er sprake van versnelling gericht op de gereedstelling in het kader van Hoofdtaak 1. Hiermee wordt de gereedheid van Defensie in het digitale domein vergroot.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
*** CONCEPT *** | ||||||||
Art. | Verplichtingen | 906.734 | 1.105.595 | 1.019.047 | 1.534.005 | 2.580.548 | 1.359.574 | 1.220.974 |
Uitgaven | 593.070 | 751.622 | 872.600 | 1.168.440 | 1.768.753 | 1.228.302 | 540.451 | |
6.11 | Verwerving | 277.402 | 371.412 | 424.725 | 579.324 | 817.533 | 1.206.087 | ‒ 388.554 |
Opdrachten | 277.402 | 371.412 | 424.725 | 579.324 | 817.533 | 1.206.087 | ‒ 388.554 | |
Verwerving: voorbereidingsfase | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 176.397 | ‒ 176.397 | |
Verwerving: realisatie | 277.402 | 371.412 | 424.725 | 579.324 | 817.533 | 1.029.690 | ‒ 212.157 | |
6.12 | Instandhouding | 315.668 | 380.210 | 447.875 | 589.116 | 951.220 | 544.167 | 407.053 |
Opdrachten | 315.668 | 380.210 | 447.875 | 589.116 | 951.220 | 544.167 | 407.053 | |
Instandhouding IT | 315.668 | 380.210 | 447.875 | 589.116 | 951.220 | 544.167 | 407.053 | |
6.16 | Over-/ onderprogrammering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 521.952 | 521.952 |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 521.952 | 521.952 | |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 521.952 | 521.952 | |
Ontvangsten | 13.941 | 22.797 | 16.572 | 16.222 | 15.634 | 16.769 | ‒ 1.135 | |
Verplichtingen
In 2025 is voor een bedrag van € 2.580,5 miljoen aan verplichtingen aangegaan. Dat is € 1.046,5 miljoen meer dan in 2024. Ten opzichte van de ontwerpbegroting is € 1.221,0 miljoen meer verplicht dan begroot. Het betreft voornamelijk hogere verplichtingen in de instandhouding. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het voor een langere periode (5 in plaats van 3 jaar) aangaan van een contract voor de software licentie omtrent alle GEO(data) behoeftes van Defensie. De hogere verplichtingenrealisatie voor verwerving wordt voornamelijk veroorzaakt door het overhevelen van verplichtingen uit 2024 die in dat jaar niet zijn aangegaan. Het betreft het commercieel vertrouwelijke project Modernisering Tactische Indoor Simulator (TACTIS) en het programma FOXTROT.
Uitgaven
Verwerving
In 2025 heeft Defensie op de verwerving van artikel 6 IT € 817,5 miljoen gerealiseerd. Dat is een stijging van € 238,2 miljoen ten opzichte van 2024. Desondanks is de realisatie € 388,6 miljoen lager dan begroot, omdat de ramingen van de projecten in voorbereiding geactualiseerd zijn. Deze projecten zijn afgelopen jaar nader uitgewerkt en na besluitvorming overgegaan naar een volgende fase. Hierbij is ook het kasritme geactualiseerd. Het budget blijft in latere jaren beschikbaar voor deze projecten. Daarnaast wordt de lagere realisatie veroorzaakt door een aantal grote projecten, welke hieronder worden toegelicht.
In 2025 diende meerdere mijlpalen voor het programma GrIT (RGP, commercieel vertrouwelijk) te worden opgeleverd. Diverse oorzaken hebben geleid tot vertraging waardoor voor 2025 verwachte uitgaven zijn verschoven naar latere jaren.
Voor het programma FOXTROT (commercieel vertrouwelijk) is er sprake van een versneld leverschema waardoor meer FMS-betalingen zijn gerealiseerd dan vooraf verwacht.
Daarnaast hebben zich enkele afwijkingen voorgedaan in de DMP-plichtige projecten op dit artikel. In onderstaand overzicht zijn alle projecten in realisatie met een financiële omvang van meer dan € 50,0 miljoen opgenomen. Gelet op het commercieel vertrouwelijke karakter van een aantal projecten wordt voor deze projecten slechts een indicatie gegeven van de bandbreedte van het projectbudget. De voortgang van deze projecten wordt in het DPO toegelicht. Deze wordt gelijktijdig met dit jaarverslag aan uw Kamer aangeboden.
Het restant van het verschil kan worden verklaard door het saldo van verschuivingen in een aantal kleinere, niet DMP-plichtige projecten
Figuur 8

Instandhouding
In 2025 is de realisatie (€ 951,2 miljoen) op de instandhouding van IT met € 362,1 miljoen toegenomen ten opzichte van 2024. Tevens is er voor € 407,1 miljoen meer uitgegeven aan instandhouding IT dan in de vastgestelde begroting. Deze stijging ten opzichte van de begroting wordt mede verklaard door de extra exploitatielasten van de nieuwe IT die voortkomen uit het programma GrIT. De uitgaven zijn in 2025 vanuit het projectbudget beschikbaar gekomen voor de instandhouding. Daarnaast was er sprake van een transformatieprogramma om het realisatievermogen van JIVC in kader van Hoofdtaak 1 te vergroten om zodoende sneller IT te kunnen leveren. Tevens zijn er maatregelen genomen om de cyber security van Defensie te verbeteren. Tenslotte is als gevolg van de personele groei van Defensie de behoefte aan IT-middelen fors hoger dan verwacht.
Over-/onderprogrammering IT
Defensie raamt in het begrotingsjaar meer investeringen dan het budget dat daarvoor beschikbaar is. Dit is de overprogrammering. Door onzekerheden - denk bijvoorbeeld aan onvoorziene latere leveringen en omstandigheden - kunnen de geraamde investeringen afwijken. Door meer investeringen te programmeren wordt zoveel als mogelijk getracht te voorkomen dat latere leveringen bij individuele projecten leiden tot onderrealisatie van het beschikbare budget van de investeringsportfolio en de gehele begroting. Overprogrammering is zodoende een instrument dat bij kan dragen aan een tijdige en doelmatige implementatie van de investeringsbudgetten. Omdat niet meer uitgegeven kan worden dan het beschikbare budget, vindt op overprogrammering geen realisatie plaats. De geraamde overprogrammering wordt gedurende het jaar afgeboekt tot nul.
4.8 Artikel 8 Overige uitgaven en ontvangsten
Op dit artikel worden de overige uitgaven en ontvangsten opgenomen. Het betreft uitgaven en/of ontvangsten die op een later moment toegedeeld moeten worden aan de beleidsartikelen van het DMF. Een voorbeeld hiervan is de uitgekeerde loon- en prijsbijstelling, die nog moet worden verdeeld over de afzonderlijke artikelen; dit budget wordt tussentijds aangehouden op dit artikel.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
8.18 | Nader te wijzen uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Fonds | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
5. Bedrijfsvoeringsparagraaf
Rechtmatigheid
Bij de verplichtingen op artikel 1 Defensiebreed materieel is voor een bedrag van € 79,1 miljoen aan onrechtmatigheden en onzekerheden geconstateerd (de meest waarschijnlijke fout). Daarmee wordt de artikeltolerantie van artikel 1 van € 98,6 miljoen niet overschreden. De maximale fout ligt met € 165,7 miljoen echter boven de tolerantiegrens van artikel 1.
Bij de verplichtingen op artikel 6 IT is voor een bedrag van € 97,2 miljoen aan onrechtmatigheden en onzekerheden geconstateerd (de meest waarschijnlijke fout). Daarmee wordt de artikeltolerantie van artikel 6 van € 129,0 miljoen niet overschreden. De maximale fout ligt met € 172,8 miljoen echter boven de tolerantiegrens van artikel 6.
Toelichting onrechtmatigheden en onzekerhedenDe onrechtmatigheden en onzekerheden van de aangegane verplichtingen van het DMF betreffen met name escalatiedossiers verwerving, VTA-dossiers (Verantwoording toezicht achteraf) en geïmporteerde fouten doordat afgeroepen wordt op onrechtmatige rijksbrede overbruggingsovereenkomsten.
Door middel van de escalatieprocedure verwerving wordt expliciet vooraf afgewogen of sprake is van een onontkoombare noodzaak tot aanbesteding van een overheidsopdracht of verlenging van een overeenkomst om op basis daarvan af te wijken van de (Europese) aanbestedingsregelgeving. Voor artikelen 1 en 6 leverde dit in 2025 onrechtmatige verplichtingen op ter waarde van circa € 21,8 miljoen. Daarnaast zijn op de artikelen 1 en 6 voor € 25,0 miljoen onrechtmatige verplichtingen via de VTA procedure aangegaan.
Het Ministerie van IenW is categoriemanager op een aantal rijksbrede raamovereenkomsten. De overbruggingsovereenkomsten voor Interim Management & Organisatieadvies, en Financiële Adviesdiensten zijn als onrechtmatig beoordeeld. Het ministerie van IenW heeft dit toegelicht in de bedrijfsvoeringsparagraaf van haar jaarverslag. Als gevolg daarvan worden de verplichtingen die op deze nadere overeenkomsten onder deze overbruggingsovereenkomsten worden aangegaan als onrechtmatig bestempeld. Voor Defensie betreft het op artikel 1 circa € 1,7 miljoen.
Het Ministerie van Economische Zaken is categoriemanager voor de raamovereenkomsten op het gebied van ICT-inhuur. Deze raamovereenkomsten zijn in 2023 rechtmatig aanbesteed en gegund, maar er werken onrechtmatige verplichtingen door in 2025, omdat de inhuurovereenkomsten in 2025 nog doorliepen en gebruik is gemaakt van bestaande verlengingsopties in deze overeenkomsten. In dit verslagjaar gaat het bij Defensie op de artikelen 1 en 6 om circa € 36,4 miljoen.
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid was categoriemanager voor de raamovereenkomst grafische dienstverlening. Per 1 januari 2025 is een overbruggingsovereenkomst aangegaan om de periode tussen de afgelopen raamovereenkomst en de nieuw aan te besteden raamovereenkomst te overbruggen. In dit verslagjaar gaat het om circa € 1,2 miljoen op artikel 6. De nieuwe raamovereenkomst zal vallen binnen de Categorie Logistiek van het Ministerie van Financiën.
(1) Rapporterings- tolerantie | (2) Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis) | (3) Rapporterings- tolerantie voor fouten en onzekerheden in € | (4) Bedrag aan fouten in € | (5) Bedrag aan onzekerheden in € | (6) Bedrag aan fouten en onzekerheden in € | (7) Percentage aan fouten en onzeker-heden t.o.v. verant-woord bedrag = (6)/(2)*100% |
|---|---|---|---|---|---|---|
Totaalniveau artikelen verplichtingen | 19.201.838 | 384.037 | 257.521 | 36.311 | 293.832 | * |
Artikel 1 Defensiebreed Materieel | 1.971.424 | 98.571 | 79.112 | - | 79.112 | * |
Artikel 6 IT | 2.580.548 | 129.027 | 60.920 | 36.311 | 97.231 | * |
*Doordat bij de controle gebruik is gemaakt van steekproeven is de maximale fout groter dan de tolerantie. Omdat het bedrag aan fouten en onzekerheden onder de tolerantie ligt, wordt conform het voorschrift in de RBV geen percentage opgenomen.
C. JAARREKENING
6. Verantwoordingsstaat Defensiematerieelbegrotingsfonds
Art. | Omschrijving | Vastgestelde begroting (1) | Realisatie (2) | Verschil (3) = (2) - (1) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | ||
1 | Defensiebreed Materieel | 1.923.860 | 1.942.348 | 27.310 | 1.971.424 | 961.148 | 121.316 | 47.564 | ‒ 981.200 | 94.006 |
2 | Maritiem Materieel | 1.330.211 | 1.262.052 | 9.684 | 4.125.553 | 1.409.290 | 32.136 | 2.795.342 | 147.238 | 22.452 |
3 | Land Materieel | 2.883.755 | 2.361.006 | 2.500 | 6.045.100 | 2.532.568 | 1.687 | 3.161.345 | 171.562 | ‒ 813 |
4 | Lucht Materieel | 1.666.905 | 2.154.958 | 12.080 | 2.919.927 | 2.142.253 | 12.870 | 1.253.022 | ‒ 12.705 | 790 |
5 | Infrastructuur en Vastgoed | 1.373.366 | 826.758 | 28.240 | 1.559.286 | 1.355.180 | 29.144 | 185.920 | 528.422 | 904 |
6 | IT | 1.359.574 | 1.228.302 | 16.769 | 2.580.548 | 1.768.753 | 15.634 | 1.220.974 | 540.451 | ‒ 1.135 |
8 | Overige Uitgaven en Ontvangsten | 71 | 71 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 71 | ‒ 71 | 0 |
Subtotaal | 10.537.742 | 9.775.495 | 96.583 | 19.201.838 | 10.169.192 | 212.787 | 8.664.096 | 393.697 | 116.204 | |
Voordelig eindsaldo (cumulatief) vorig jaar | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||
Subtotaal | 10.537.742 | 9.775.495 | 96.583 | 19.201.838 | 10.169.192 | 212.787 | 8.664.096 | 393.697 | 116.204 | |
Voordelig eindsaldo (cumulatief) huidig jaar | 0 | 9.678.912 | 0 | 9.956.405 | 0 | 277.493 | ||||
Totaal | 10.537.742 | 9.775.495 | 9.775.495 | 19.201.838 | 10.169.192 | 10.169.192 | 8.664.096 | 393.697 | 393.697 | |
In het jaarverslag 2024 is vermeld dat het voordelig eindsaldo DMF € 4.029,9 miljoen betrof. Dit saldo dient nog gecorrigeerd te worden met de kasschuiven ter waarde van € 3,65 miljard en overige begrotingsmutaties ten bate van de begroting ter waarde van € 0,15 miljard die gedurende 2024 hebben plaatsgevonden. Voor inzicht in deze kasschuiven en overige begrotingsmutaties wordt verwezen naar de verticale toelichting in het Financieel Jaarverslag van het Rijk (bijlage bij het Financieel Jaarverslag, hoofdstuk 9, sectie Defensiematerieelbegrotingsfonds). Defensie sloot 2024 daarom af met een voordelig eindsaldo van € 502.100. Begrotingsjaar 2025 werd afgesloten met een voordeling eindsaldo van € 308.287.
7. Saldibalans
Activa | 31-12-2025 | 31-12-2024 | Passiva | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Intra-Comptabele Posten | ||||||
1. Uitgaven ten laste van de begroting | 10.169.192 | 7.605.821 | 2. Ontvangsten ten gunste van de begroting | 212.787 | 147.925 | |
1a.Nadelig Saldo vorig boekjaar | 0 | 0 | 2a. Voordelig Saldo vorig boekjaar | 0 | 695.530 | |
3. Liquide Middelen | 0 | 0 | ||||
4. Rekening Courant RHB | 0 | 0 | 4a. Rekening Courant RHB | 9.956.405 | 6.762.366 | |
5. Rekening Courant RHB Begrotingsreserve | 0 | 5a. Begrotingsreserve | 0 | |||
6. Vorderingen buiten begrotingsverband | 0 | 7. Schulden buiten begrotingsverband | 0 | |||
8. Kas-Transverschillen | 0 | 0 | ||||
Subtotaal Intra-comptabel | 10.169.192 | 7.605.821 | 10.169.192 | 7.605.821 | ||
Extra-Comptabele posten | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
9. Openstaande Rechten | 0 | 0 | 9a. Tegenrekening Openstaande Rechten | 0 | 0 | |
10. Vorderingen | 39.778 | 35.924 | 10a. Tegenrekening Vorderingen | 39.778 | 35.924 | |
11a. Tegenrekening Schulden | 0 | 0 | 11. Schulden | 0 | 0 | |
12. Voorschotten | 6.430.315 | 3.897.214 | 12a. Tegenrekening Voorschotten | 6.430.315 | 3.897.214 | |
13a. Tegenrekening garantieverplichtingen | 0 | 0 | 13. Garantieverplichtingen | 0 | 0 | |
14a Tegenrekening andere verplichtingen | 35.413.666 | 26.381.018 | 14. Andere Verplichtingen | 35.413.666 | 26.381.018 | |
15. Deelnemingen | 0 | 0 | 15a. Tegenrekening Deelnemingen | 0 | 0 | |
Subtotaal Extra-comptabel | 41.883.760 | 30.314.156 | 41.883.760 | 3.0314.156 | ||
Overall Totaal | 52.052.951 | 37.919.978 | 52.052.951 | 37.919.978 |
Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som van de onderdelen. In 2025 worden de meeste balansposten tegen de koers van de laatste werkdag voor jaareinde 2025 verantwoord. Uitgezonderd zijn een aantal voorschotten en verplichtingen waarvoor de CEP-koers (Centraal Economisch Plan) van februari 2025 is gebruikt en posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.
Intra-comptabele posten
ad 1 en 2 Uitgaven ten laste en – ontvangsten ten gunste van de begroting
Onder de posten uitgaven en ontvangsten zijn de per saldo gerealiseerde uitgaven en – ontvangsten opgenomen. De bedragen komen overeen met de bedragen uit de verantwoordingsstaat. Door een andere afrondings-systematiek is er een verschil met de verantwoordingsstaat waar per artikel naar boven wordt afgerond.
ad 3 Liquide middelen
Het saldo op de saldibalans is nihil.
ad 4 en 4a Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding
Deze post geeft per saldo de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Het bedrag is per 31 december 2025 in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.
ad 6 Vorderingen buiten begrotingsverband
Het saldo op de saldibalans is nihil.
ad 7 Schulden buiten begrotingsverband
Het saldo op de saldibalans is nihil.
Extra-comptabele posten
ad 9 Openstaande rechten
Het saldo op de saldibalans is nihil.
ad 10 Vorderingen
Het saldo op de saldibalans bedraagt € 39,8 miljoen.
Baten-lastendiensten Defensie | 0 |
|---|---|
Verkoop overtollige goederen | 12.178 |
Buitenlandse mogendheden | 473 |
Diversen | 27.128 |
Saldo vorderingen 31-12-2025 | 39.778 |
Als criterium voor de toelichting van vorderingen geldt een grensbedrag van € 10,0 miljoen.
Er zijn geen vorderingen boven de € 10,0 miljoen.
De verdeling van de vorderingen naar opeisbaarheid is hieronder in een tabel weergegeven.
Direct opeisbaar | 11.845 |
|---|---|
Op termijn opeisbaar | 27.933 |
Geconditioneerd | 0 |
Totaal | 39.778 |
ad 11 Schulden
Het saldo op de saldibalans is nihil.
ad 12 Voorschotten
Het saldo op de saldibalans bedraagt € 6.430,3 miljoen.
Alle voorschotten van voor 2008 staan tegen de maandkoers van december 2007 gewaardeerd en de voorschotten vanaf 2008 zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verstrekking geldende maandkoers of de CEP-koers van het betreffende jaar van verstrekking. Uitgezonderd zijn de posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.
De verdeling van de voorschotten naar ouderdom is vermeld in onder-staande tabel.
Jaar van ontstaan | Beginstand per 01-01-2025 | Nieuwe vooorschotten | Afgerekende voorschotten | Eindstand per 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|
<2021 | 949.620 | 144.225 | 805.395 | |
2022 | 289.801 | 55.548 | 234.253 | |
2023 | 701.470 | 148.002 | 553.468 | |
2024 | 1.956.323 | 316.405 | 1.639.918 | |
2025 | 0 | 3.226.535 | 29.254 | 3.197.281 |
Totaal | 3.897.214 | 3.226.535 | 693.434 | 6.430.315 |
De toename van het openstaand voorschotbedrag kan worden verklaard door de sterk stijgende defensiebudgetten. Daarnaast werden het afgelopen jaar veel contracten met de defensie-industrie gesloten.
Als criterium voor de toelichting van voorschotten geldt een grensbedrag van € 100,0 miljoen.
Foreign Military Sales
Binnen het FMS programma wordt niet voorgefinancierd door de Amerikaanse overheid waardoor het voorschot bij een afgesloten FMS case in eerste instantie oploopt. Binnen FMS cases blijven voorschotten langer openstaan doordat de administratieve verwerking van de leveringen aan Amerikaanse zijde vaak achterloopt op de fysieke leveringen. Het totale openstaande saldo aan voorschotten gerelateerd aan FMS cases die het grensbedrag passeren per 31-12-2025 is € 564,4 miljoen.
Daarnaast heeft Defensie een aantal omvangrijke voorschotten boven het grensbedrag uitstaan voor verschillende projecten. Deze zijn hieronder genoemd. De voortgang van deze projecten wordt in het DPO toegelicht. Deze wordt gelijktijdig met dit jaarverslag aan uw Kamer aangeboden.
Op artikel 2 Maritiem materieel betreft het een voorschot van € 214,6 miljoen voor het project Vervanging mijnenbestrijdingscapaciteit (MCM).
Op artikel 3 Land materieel betreft het een voorschot voor het project Midlife Update (MLU) voor het wapensysteem Infanterie gevechtsvoertuig (IGV) CV9035NL (€ 123,3 miljoen) en een voorschot voor het project Verwerving Leopard-2A8 gevechtstanks (€ 211,2 miljoen).
Op artikel 4 Lucht materieel betreft het de volgende projecten: Vervanging tactische luchttransport capaciteit (€ 155,2 miljoen) en Programma Doorontwikkeling F-35 (€ 171,9 miljoen) en Apache Remanufacture (€ 274,7 miljoen).
Gelet op het (commercieel) vertrouwelijke karakter een aantal projecten met een voorschot boven het grensbedrag, zijn deze projecten niet in bovenstaande lijst opgenomen.
ad 14 Andere verplichtingen
Het saldo op de saldibalans bedraagt € 35.413,7 miljoen.
Bij de nieuw aangegane verplichtingen is uitgegaan van de methode van het opnemen in de rekening van zowel de positieve als negatieve bijstellingen van oude verplichtingen.
Andere verplichtingen 01/01/2025 | 26.381.018 |
|---|---|
Aangegane andere verplichtingen in verslagjaar | 19.201.839 |
Waarvan Negatieve Bijstelling | 0 |
Subtotaal | 45.582.857 |
Tot betaling gekomen in verslagjaar | 10.169.192 |
Openstaande andere verplichtingen per 31/12/2025 | 35.413.666 |
In 2025 is er geen sprake van negatieve bijstellingen met een financiële omvang van € 25,0 miljoen of hoger. Derhalve staan de negatieve bijstellingen in de verloopstaat op nul.
Er staan op 31 december 2025 verplichtingen open groter dan € 100,0 miljoen.
Foreign Military Sales
Bij het FMS programma wordt de verplichting door Defensie direct afgesloten met de Amerikaanse overheid. FMS kent administratief een langere doorlooptijd na het aangaan van de verplichting dan een commercieel contract, waardoor verplichtingen langer openstaan. Het totale openstaande saldo aan verplichtingen gerelateerd aan FMS cases per 31-12-2025 is € 5.802,8 miljoen.
Daarnaast heeft Defensie een aantal overige openstaande verplichtingen boven het grensbedrag uitstaan voor verschillende projecten. Deze zijn hieronder genoemd. De voortgang van deze projecten wordt in het DPO toegelicht. Deze wordt gelijktijdig met dit jaarverslag aan uw Kamer aangeboden.
Op artikel 1 Defensiebreed materieel betreft het een verplichting van € 152,1 miljoen voor het project Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS) en een verplichting van € 101,4 miljoen voor het project Operationele infrastructuur voor de snel inzetbare eenheden van de krijgsmacht. Daarnaast staat er een verplichting van € 304,8 miljoen open voor het programma WTB (Wissellaadsystemen, Trekkeropleggercombinatiesen Wielbergingsvoertuigen).
Tevens is er voor het project Polaris uit het Nationaal Groeifonds een verplichting aangegaan. De looptijd van het project is tot en met 2032. In 2025 zijn de eerste betalingen gedaan. Voor de desbetreffende budgetpositie internationale samenwerking, waarbinnen project Polaris valt, is er sprake van een openstaand verplichtingenbedrag van € 102,7 miljoen.
Op artikel 2 Maritiem materieel betreft het een verplichting van € 474,4 miljoen voor het project Vervanging mijnenbestrijdingscapaciteit (MCM) en € 152,9 miljoen voor het project Future Littoral All-Terrain Mobility Patrouillevoertuigen (FLATM-PV). Daarnaast staat er € 363,8 miloen aan verplichtingen open voor het project MICAN (Modular Integrated Capability for ACDF and North Sea), en € 128,9 miljoen voor het project vervanging Maritiem Surface-to-surface missile.
Er is sprake van een openstaand verplichtingenbedrag van € 125,6 miljoen voor een wet- leasecontract voor de levering van lucht verkenningscapaciteit in het Caribisch gebied met vaste vleugelvliegtuigen voor een periode van 10 jaar. Het contract is afgesloten met ISR Support Europe B.V. Het betreft de beschikbaarstelling van 2 DASH-8 toestellen, inclusief personeel en onderhoud. De geplande ingangsdatum van het contract is februari 2024 en loopt tot en met januari 2034.
Op artikel 3 Land Materieel betreft het € 934,2 miljoen voor het project Verwerving Leopard-2A8 gevechtstanks, € 397,9 miljoen voor het project Midlife Update (MLU) voor het wapensysteem Infanterie gevechtsvoertuig (IGV) CV9035NL en € 294,0 miljoen voor het project Midlife Update (MLU) Fennek.
Daarnaast is er een openstaande verplichting van € 145,0 miljoen die de meerjarige raamovereenkomst voor het onderhoud aan de vrachtauto’s van de Koninklijke Landmacht betreft (50, 100, 150 KN). De facturatie vindt plaats op basis van nacalculatie.
Tevens is er een openstaande verplichting van € 106,5 miljoen voor de C wapensystemen. Dit betreffen kleine wapensystemen. Deze worden meestal verworven door de operationele commando’s, met een bovengrens van € 5,0 of € 10,0 miljoen. De openstaande verplichtingen betreffen verwervingen, waarvoor in 2025 al wel een contract is ondertekend, maar waarvoor nog geen goedgekeurde leveringen en dus geen betalingen zijn voortgekomen.
Op artikel 4 Lucht Materieel staat een verplichting open van € 780,9 miljoen voor het project verwerving F-35, € 369,6 miljoen voor het project Apache remanufacture, € 101,6 miljoen voor het project Midlife-Update Chinook en € 104,0 miljoen voor het project vervanging Pilatus PC-7 Turbo Trainer. Daarnaast betreffen het ook openstaande verplichtingen van € 1.108,7 miljoen voor het project vervanging C-130 Hercules-transportvliegtuig, € 110,8 miljoen voor het project Midlife Update NH90-maritieme gevechtshelikopter, € 945,1 miljoen voor het programma doorontwikkeling F-35 en € 146,1 miljoen voor het project maritieme NH-90 helikopters.
Er staat een verplichting open van € 1.264,7 miljoen voor de aanschaf van 8 C-390 transportvliegtuigen. De levering van deze transportvliegtuigen zal gedeeltelijk plaatsvinden in 2028, 2029 en 2030.
Voor het project «Opbouwen Operationele SPACE Capaciteit» zijn in 2025 langjarige contracten afgesloten, die openstaan voor een bedrag van € 110,0 miljoen. De ontwikkeling van een ruimtetelescoop en de levertijd van satellieten duurt jaren waardoor deze in 2025 verplicht zijn met leveringen in latere jaren. Ook de lanceer-slots voor deze satellieten hebben als gevolg van beperkte capaciteit een lange doorlooptijd en zijn daarom in 2025 ingekocht.
Voor het meerjarigeonderhoud van de F-35 staat een verplichting open van € 158,6 miljoen.
Er staat ook een verplichting open van € 138,4 miljoen voor de langjarige ondersteuning van de AH-64 Apache op Ft Hood, Texas, voor onderhoud, opleidingen en trainingen door het Amerikaanse leger. Omdat zowel het oplopen als het implementeren van dergelijke FMS case lang duurt, is deze verplichting in 2025 aangegaan voor de periode 2027-2031.
Voor de logistieke ondersteuning voor het onderhoud van de Apache en Chinook vloot staat een verplichting open van € 131,7 miljoen. Dit zo genoemde COHESU contract bestaat op hoofdlijnen uit een drietal onderdelen: Performance Based Logistics met volledige ontzorging voor de beschikbaarheid van onderdelen, transacties voor reparaties en Catalogus afroepen van reserveonderdelen.
Er staat een verplichting open van € 172,9 miljoen voor de termijnbetalingen voor de exploitatie van het Defensiebrede Bewakings- en BeveiligingsSysteem (DBBS), dit is voor de gehele duur tot en met 2036. Daarnaast staat er een verplichting van € 141,3 miljoen open voor het project DBBS. Het uitrollen van het systeem geschiedt in mijlpalen welke komende jaren betaalbaar zullen worden gesteld.
In oktober 2025 is gestart met de bouw van het nieuwe Technologie Centrum Land (TCL). Hiervoor is in september 2025 de bestelopdracht vastgelegd, het betreft een openstaande verplichting voor een totaalbedrag van € 195,0 miljoen met een kasgeldverdeling over de jaren 2025 t/m 2028. De nieuwe werkplaats moet in 2028 klaar zijn.
Voor de rente en aflossing van de Kromhoutkazerne staat een verplichting van € 299,9 miljoen open. Er wordt op jaarbasis ongeveer € 32,0 miljoen afgelost aan rente en aflossing.
Er loopt momenteel een project voor de verbetering van de huisvesting van de Frederikskazerne. De openstaande verplichtingen, ter waarde van € 101,9 miljoen, betreffen reeds goedgekeurde activiteiten van het Rijksvastgoedbedrijf voor dit project welke in 2026 tot realisatie gaan leiden.
Ten slotte staat er een verplichting van € 133,3 miljoen open voor het programma Foxtrot Spiral 0 voor Force Package 1.
Gelet op het (commercieel) vertrouwelijke karakter van een aantal projecten met een verplichting boven het grensbedrag, zijn deze projecten niet in bovenstaande lijst opgenomen.
D. BIJLAGEN
Bijlage 1 Lijst met afkortingen
Afkorting | Omschrijving |
|---|---|
AI | Artificial Intelligence |
AI&DS | Artificial Intelligence & Data Science |
APOS | ActiePlan Onbemenste Systemen |
ASAP | Act in Support of Ammunition Production |
ASWF | Anti Submarine Warfare Frigates |
AR | Algemene Rekenkamer |
AWR | Afwijkingsrapportage |
BITS | Brainport Innovation and Technology Security |
BKI | BeleidsKader Inzetvoorraden |
CEP | Centraal Economisch Plan |
CIO | Chief information Officer |
CIWS | Close-in Weapon system |
CLAS | Commando Landstrijdkrachten |
CODEMO | Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling |
COMMIT | Commando Materieel en IT |
CW | Comptabiliteitswet |
CZSK | Commando ZeeStrijdKrachten |
DBBS | Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem |
DCC | Defensie Cyber Commando |
DIANA | Defence Accelerator for the North Atlantic |
DIS | Defensie Industrie Strategie |
DMF | DefensieMaterieelbegrotingsFonds |
DMP | DefensieMaterieelProces |
DOKS | Defensie Operationeel Kleding Systeem |
DOO | Defensie Open op Orde |
DOSCO | Defensie OndersteuningsCommando |
DPO | Defensie Projectenoverzicht |
DVOW | Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen |
EDIP | Europese Defensie-Industrie Programma |
EDIRPA | European Defence Industry Reinforcement through common Procurement Act |
EDIS | Europese Defensie-Industrie Strategie |
EDTIB | Europese Defensie Technologische en Industriële Basis |
ERP | Enterprise Resource Planning |
EU | Europese Unie |
F-16 | Jachtvliegtuig |
F-35 | Vijfde generatie jachtvliegtuig |
FMS | Foreign Military Sales |
FRISC | Fast Raiding Interception and Special forces Craft |
GrIT | Grensverleggende Informatie Technologie |
HEDI | Hub for EU Defence Innovation |
IGV | Infantrie gevechtsvoertuig |
IT | InformatieTechnologie |
KCT | Korps Commandotroepen |
KIM | Koninklijk Instituut voor de Marine |
LCU | Landing Craft Utility |
LCW | Logistiek Centrum Woensdrecht |
MKB | Midden- en KleinBedrijf |
MLU | Midlife Update |
MRAD | Medium-Range Air Defense |
NAVO | Noord-Atlantische VerdragsOrganisatie |
NIF | NAVO Innovatiefonds |
NLDTIB | Nederlandse Defensie Technologische Industriële Basis |
NPRD | Nationaal Programma Ruimte voor Defensie |
RBV | Rijksbegrotingsvoorschriften |
RVB | Rijksvastgoedbedrijf |
SAR | Search and Rescue |
SecFund | Security Fund |
SHORAD | Short-Range Air Defense |
SUP | Single Use Plastic |
TR-3 | Technology Refresh-3 |
UAS | Unmanned Aerial Systems |
VMUH | Vervanging Medium Utility Helicopters |
WTB | Wissellaadsystemen, Trekker-opleggercombinaties en Wielbergingsvoertuigen |
ZE | Zero Emissie |
Zr. Ms. | Zijner Majesteits |