L Nationaal Groeifonds
GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
De in 2025 gerealiseerde uitgaven en ontvangsten op de beleidsartikelen zijn nihil.
A. ALGEMEEN
1. Aanbieding jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening
AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hierbij bied ik het jaarverslag met betrekking tot de begroting van het Nationaal Groeifonds (L) over het jaar 2025 aan.
Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Economische Zaken decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.
Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:
1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;
3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
4. de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.
Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:
1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;
2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).
Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,H.Herbert
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
2. Leeswijzer
Deze leeswijzer bevat de volgende onderdelen:
1. Opbouw jaarverslag
2. Ondergrenzen toelichtingen
3. Controlenormen financiële en niet-financiële gegevens
4. Groeiparagraaf
5. Grondslagen voor de vastlegging en de waardering
1. Opbouw jaarverslag
In het hoofdstuk «Beleidsprioriteiten» worden de belangrijkste ontwikkelingen rond het Nationaal Groeifonds in 2025 beschreven. Tevens wordt hier een overzicht gegeven van de financiële stand van zaken van het Nationaal Groeifonds op dit moment.
De beleidsartikelen in dit jaarverslag hebben dezelfde opzet als de begroting 2025 (Kamerstuk 36 660-L, nrs. 1 en 2) en zijn conform de Rijksbegrotingsvoorschriften opgesteld (https://rbv.rijksfinancien.nl). Hierin wordt de doelstelling van elk artikel beschreven, gepaard met de rol en verantwoordelijkheid van de minister. Wanneer er sprake is van beleidsconclusies, dan worden deze ook hier beschreven. Tot slot volgen de budgettaire gevolgen van beleid met een toelichting.
In de bedrijfsvoeringparagraaf wordt verslag gedaan van relevante aandachtspunten in de bedrijfsvoering. De jaarrekening bestaat uit de verantwoordingsstaat en de saldibalans.
De apparaatsuitgaven/-ontvangsten voor de uitvoering van het fonds zijn opgenomen bij het moederdepartement, in 2025 het Ministerie van Economische Zaken.
Dit jaarverslag heeft tot slot een bijlage: (1) een totaaloverzicht van alle NGF-projecten.
Via de website www.nationaalgroeifonds.nl geeft het Ministerie van Economische Zaken informatie over de stand van zaken van alle projecten.
2. Ondergrenzen toelichtingen
Voor het toelichten van significante verschillen in de uitgaven, ontvangsten en verplichtingen in de realisatie versus de vastgestelde begroting 2025 zijn de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
In sommige gevallen, namelijk waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.
3. Controlenormen financiële en niet-financiële gegevens
De in dit jaarverslag opgenomen financiële en niet-financiële gegevens zijn ontleend aan informatie van vakdepartementen over de besteding van NGF-middelen en de financiële administratie van het Ministerie van Economische Zaken.
De controle van die informatie is gebaseerd op de normen zoals deze voortvloeien uit de Comptabiliteitswet 2016 en de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2026.
4. Groeiparagraaf
In dit jaarverslag is een beschrijving van de voortgang van de projecten achterwege gelaten. De voortgang wordt reeds beschreven in de departementale begrotingen. Daarnaast wordt de voorgang beschreven in het jaarverslag van de Adviescommissie Nationaal Groeifonds.
5. Grondslagen voor de vastlegging en de waardering
De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2026. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast.
B. BELEIDSVERSLAG
3. Beleidsprioriteiten
Het doel van het Nationaal Groeifonds
Het doel van het Nationaal Groeifonds is het beschikbaar stellen van financiële middelen voor extra investeringen om het duurzaam verdienvermogen van Nederland te vergroten. Met «duurzaam verdienvermogen» wordt bedoeld: het bruto binnenlands product (de totale toegevoegde waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten) dat Nederland op de lange termijn op structurele basis kan genereren, met oog voor een economische, sociale en milieuvriendelijke duurzame toekomst voor de aarde en voor huidige en toekomstige generaties. Daarbij wordt uitgegaan van een tijdshorizon van twintig tot dertig jaar. De investeringen moeten betrekking hebben op (1) kennisontwikkeling of (2) onderzoek, ontwikkeling en innovatie.
Huidige verdeling van het NGF-budget
Bij de introductie van het Nationaal Groeifonds werd een bedrag van € 20 mld beschikbaar gesteld, verspreid over de periode 2021-2025. In het hoofdlijnenakkoord van het Kabinet Schoof is besloten om het Nationaal Groeifonds uit te faseren en de vierde en vijfde ronde te laten vervallen. De afspraken ten aanzien van de eerste, tweede en derde ronde worden nagekomen. De huidige verdeling van de middelen van het Nationaal Groeifonds is weergegeven in tabel 1. Dit is de stand van zaken van februari 2026. Dat betekent dat in dit overzicht ook alles wat budgettair verwerkt is in de ontwerpbegroting 2026 is meegenomen. Hier is voor gekozen om een zo recent mogelijk beeld te geven. De realisatiecijfers van de via de departementale route toegekende middelen geven evenwel de stand van zaken tot en met 31 december 2025.
Initieel budget | 20.000 | |
|---|---|---|
Departementale route | ||
Toegekend | ‒ 7.208,6 | |
waarvan verplicht door departementen | 4.906,3 | 68% |
waarvan uitgegeven door departementen | 2.576,8 | 36% |
Voorwaardelijk toegekend | ‒ 2.199,0 | |
Gereserveerd(1) | ‒ 1.382,0 | |
Subsidieroute | ||
Toegekend | ‒ 143,4 | |
Apparaatskosten | ‒ 68,5 | |
Overige mutaties | ||
Loon- en prijsbijstelling 2022 | 697,1 | |
Loon- en prijsbijstelling 2023 | 908,7 | |
Loon- en prijsbijstelling 2024 | 890,6 | |
Loon- en prijsbijstelling 2025 | 21,8 | |
Terugboeking naar NGF 2024 | 1,6 | |
Verlaging Voorjaarsnota 2022 | ‒ 660,0 | |
Verlaging APB 2023 | ‒ 381,0 | |
Verlaging Voorjaarsnota 2023 | ‒ 451,4 | |
Verlaging Miljoenennota 2024 | ‒ 115,0 | |
Verlaging amendement Belastingplan 2024 | ‒ 1.212,0 | |
Verlaging Voorjaarsnota 2024 | ‒ 1.279,0 | |
Verlaging Hoofdlijnenakkoord 2025 | ‒ 6.829,9 | |
Overheveling project Rail Gent-Terneuzen naar Mobiliteitsfonds | ‒ 103,3 | |
Overheveling/afboeking NGF ACS/BES | ‒ 130,0 | |
Overheveling IPCEI AST | ‒ 200,0 | |
Nog beschikbaar | 156,8 | |
(1) Het gereserveerde bedrag wijkt af van het overzichtstabel bij de NGF Ontwerpbegroting 2026 aangezien per abuis de € 77 mln voor het NGF-project SolarNL, welke is vrijgevallen, meegenomen is in het totaal van gereserveerde middelen. | ||
Via de departementale route is inmiddels € 7,2 mld toegekend. Van deze middelen is tot en met 2025 € 4,9 mld (68% van de toegekende middelen) verplicht en € 2,6 mld (36% van de toegekende middelen) uitgegeven door departementen. Verder is nu in totaal € 2,2 mld voorwaardelijk toegekend en € 1,4 mld gereserveerd. Via de subsidieroute werd € 143,4 toegekend. De totale apparaatskosten bedragen op dit moment € 68,5 mln.
Tot slot is er tot nu toe viermaal loon- en prijsbijstelling bijgeschreven en hebben er enkele verlagingen plaatsgevonden. Eerder ging het onder andere om de inzet van € 115 mln ten behoeve van het Fonds Economische Veiligheid uit het Nationaal Groeifonds en werd het NGF-budget op basis van het hoofdlijnenakkoord tussen PVV, VVD, NSC en BBB verlaagd met € 6,83 mld. Daarnaast stemde de Tweede Kamer ermee in de accijnsverhoging op benzine, diesel en LPG te bevriezen in 2024. In 2025 is ook besloten om € 200 mln uit het NGF in te zetten ten behoeve van de deelname van Nederland aan de IPCEI Advanced Semiconductor Technologies (IPCEI-AST) (Kamerstuk 36 800,L, nr. 3).
Op basis van het voorgaande is er – gebaseerd op de besluitvorming tot en met de vaststelling van de begroting voor 2026 – nog € 156,8 mln beschikbaar in het Nationaal Groeifonds.
Belangrijke ontwikkelingen in 2025
Uitkomst omzettingen
In de eerste suppletoire begroting 2025 werder er zes omzettingen verwerkt die volgen uit de Kamerbrief over aanvullende advisering over acht projecten uit de tweede en derde indieningsronde (Kamerstuk 36 600, L, nr. 22).
Uitvoering projecten eerste, tweede en derde ronde
Er is in totaal over 50 projecten positief besloten in de drie indieningsrondes van het fonds. Hiermee is € 11,0 mld gemoeid. Het betreft grote, meerjarige programma’s met een gemiddelde looptijd van 5 tot 10 jaar. Door het vervallen van de vierde en vijfde ronde is het beheer van de lopende NGF-projecten centraal komen te staan. Daarbij worden projecten ondersteund met kennis en expertise ten behoeve van een optimale uitvoering.
In het jaarverslag van de Adviescommissie Nationaal Groeifonds over 2025 zal uitvoerig op de voortgang van de projecten in 2025 worden ingegaan.
3.1 Strategische Evaluatie Agenda
In tabel 2 staan de evaluaties van het Nationaal Groeifonds weergegeven. De geplande evaluaties van individuele projecten staan vermeld in de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) van de departementen die deze projecten uitvoeren.
Thema | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | Begrotingshoofdstuk | Vindplaats |
|---|---|---|---|---|---|---|
Nationaal Groeifonds | periodieke rapportage | 2031 | te starten | Dit is de eerste periodieke rapportage van het Nationaal Groeifonds als geheel. Input hiervoor zijn onder andere de eerdere evaluaties van de governance en van het uitoefenen van de taken van de adviescommissie en de evaluatierapportages van toegekende (afgeronde) projecten. De geplande evaluaties van de toegekende projecten staan op de SEA's/evaluatieplanningen van de verantwoordelijk departementen. | L | |
Nationaal Groeifonds | synthese/ex-durante | 2026 | te starten | Dit is de eerste evaluatie van het Nationaal Groeifonds als geheel. Input hiervoor zijn onder andere de eerdere evaluaties van de governance en van het uitoefenen van de taken van de adviescommissie en de monitorings- en evaluatierapportages van toegekende projecten. De geplande evaluaties van de toegekende projecten staan op de SEA's/evaluatieplanningen van de verantwoordelijk departementen. Er is geen toegekend project met een einddatum in of voor 2026. Daarom zal de eerste evaluatie gebruik maken van jaarlijkse projectmonitoringsrapportages en de informatie die daarbij uitgevraagd wordt. | L | |
Nationaal Groeifonds | ex-durante | 2024 | afgerond | Dit evaluatieonderzoek is een vereiste vanuit de Europese Commissie in verband met staatssteun . In dit onderzoek is inzicht gegeven in de subsidieverleningen die vanuit het NGF zijn verstrekt (welke activiteiten, hoogte subsidiebedrag, begunstigden, verplichtingen etc.) en uitspraak gedaan over mogelijke kansrijke technieken voor vervolgevaluaties. Het betreft geen onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid van de verstrekte subsidies. | L | |
Nationaal Groeifonds | ex-durante | 2023 | afgerond | In de Kamerbrief Nationaal Groeifonds van 7 september 2020 is toegezegd dat na twee jaar een tussentijdse evaluatie zal plaatsvinden met bijzondere aandacht voor de governance van het NGF. | L | |
Uitoefening van taken van de commissie | ex-durante | 2023 | afgerond | In het Instellingsbesluit, artikel 10 is toegezegd dat de adviescommissie binnen drie jaar na haar instelling een evaluatieverslag over de uitoefening van haar taken aan de ministers stuurt. | L |
4. Beleidsartikelen
4.1 Beleidsartikel 1 Kennisontwikkeling
Het doel van deze pijler is het verdienvermogen van Nederland versterken door middel van investeringen in kennisontwikkeling.
Investeringen in kennisontwikkeling, oftewel menselijk kapitaal, vormen een voorbereiding op een toekomst die zich nog lastig laat voorspellen. Deze investeringen versterken het verdienvermogen via verschillende wegen. Ten eerste zal het beschikken over relevante kennis en vaardigheden de arbeidsproductiviteit in Nederland direct verhogen. Personeel dat beschikt over de juiste kennis en vaardigheden zal de kwaliteit van werk vergroten. Daarnaast is er een dynamisch effect. Menselijk kapitaal vergroot het aanpassingsvermogen van een economie. Hierdoor kan flexibel worden ingespeeld op de economie van morgen en de vaardigheden die de economie dan van ons vraagt. Dat begint bij bouwen aan ijzersterk primair, voortgezet, middelbaar en hoger onderwijs. Daar wordt een sterke en bestendige basis voor Nederland gelegd. Belangrijk is bovendien dat we ook na de schoolcarrière en collegebanken blijven leren. Scholing en omscholing tijdens de loopbaan moet veel gebruikelijker worden dan ze nu zijn. Met een investeringsimpuls in menselijk kapitaal kan op deze terreinen een sprong worden gemaakt. Dit betreft éénmalige investeringsprojecten die bijdragen aan het verdienvermogen op de lange termijn, en dus geen reguliere of structurele uitgaven. Investeringen in menselijk kapitaal leveren tevens een bijdrage aan onze brede welvaart, bijvoorbeeld aan de dimensies gezondheid en sociale participatie. Andersom geldt hetzelfde: investeren in het verminderen van de kansenongelijkheid in het onderwijs levert een bijdrage aan de opbouw van menselijk kapitaal en de arbeidsproductiviteit.
De Minister van Economische Zaken is verantwoordelijk voor de begroting van het Nationaal Groeifonds. De Minister van Financiën en de Minister van Economische Zaken treden gezamenlijk op als fondsbeheerders van het Nationaal Groeifonds.
Naar aanleiding van het hoofdlijnenakkoord van het Kabinet Schoof zijn de vierde en vijfde ronde van het Nationaal Groeifonds komen te vervallen. De afspraken van de projecten uit de eerste drie rondes worden nagekomen. Er zullen geen nieuwe NGF-projecten meer worden toegekend. De nadruk voor de fondsbeheerders ligt daarom op het beheer van de portefeuille van de 50 NGF-projecten.
De adviescommissie zal door het vervallen van de vierde en vijfde ronde geen advies meer uitbrengen over nieuwe projecten, maar nog wel over onder meer de eventuele omzetting van resterende voorwaardelijke toekenningen en reserveringen of significante wijzigingen binnen lopende projecten.
De adviescommissie brengt dan advies uit aan de fondsbeheerders. Na ontvangst van het advies zal door hen al dan niet worden overgegaan tot toekenning van middelen. Vervolgens vindt in de Ministerraad, naar aanleiding van het advies van de adviescommissie, besluitvorming plaats over de benodigde budgetoverhevelingen indien het reserveringen betreft. De Minister van Economische Zaken draagt er vervolgens zorg voor dat de financiële middelen vanuit het fonds via een overboeking naar de betreffende departementale begroting beschikbaar komen.
Adviezen van de adviescommissie worden openbaar gemaakt.
Van beleidsconclusies is op dit moment nog geen sprake. Er hebben drie toekenningsrondes plaatsgevonden en de looptijd van een NGF-project is dusdanig lang dat er op dit moment nog geen conclusies kunnen worden getrokken.
In 2024 is wel een evaluatieonderzoek naar de subsidieregeling van het Nationaal Groeifonds uitgevoerd. De conclusies van deze evaluatie zijn te vinden in het rapport «Evaluatieonderzoek subsidieregeling Nationaal Groeifonds» (bijlage bij Kamerstuk 36 600-L, nr. 6).
Realisatie | Vastgestelde begroting1 | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 0 | 1.300.392 | ‒ 1.300.392 | ||||
Uitgaven | 0 | 159.715 | ‒ 159.715 | ||||
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 159.715 | ‒ 159.715 | ||||
NGF - project Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden bijdrage OCW | 0 | 14.215 | ‒ 14.215 | ||||
NGF - project Nationale LLO Katalysator bijdrage OCW | 0 | 112.500 | ‒ 112.500 | ||||
NGF - project DUTCH bijdrage VWS | 0 | 33.000 | ‒ 33.000 | ||||
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | ||||
Verplichtingen
De volgende mutaties hebben plaatsgevonden op het verplichtingenbudget van € 1,3 mld:
– Voor het project LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden is € 42,9 mln overgeheveld naar OCW.
– Alle overige middelen, waaronder de voorwaardelijke toekenningen voor de projecten LLO Katalysator en DUTCH, zijn doorgeschoven naar latere jaren.
De som van alle mutaties is € -1,3 mld. Dit leidt tot een nieuwe stand van € 0 mln.
Uitgaven
De volgende mutaties hebben plaatsgevonden op het kasbudget van € 159,7 mln:
– Voor het project LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden is € 14,3 mln overgeheveld naar OCW. Hiervoor is € 0,1 mln vanuit de onverdeelde middelen aan de voorwaardelijke toekenning toegevoegd. Er bleek namelijk destijds een administratieve fout te zijn gemaakt in de hoogte van de voorwaardelijke toekenning. Hiermee wordt deze fout gecorrigeerd.
– De voorwaardelijke toekenningen voor de projecten LLO Katalysator en DUTCH zijn doorgeschoven naar latere jaren.
De som van alle mutaties is € -159,7 mln. Dit leidt tot de nieuwe stand van € 0 mln.
4.2 Beleidsartikel 2 Onderzoek, ontwikkeling en innovatie
Het doel van deze pijler is investeren in onderzoek, ontwikkeling en innovatie met het oog op productiviteitsgroei.
Investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie vormen een belangrijke pijler onder productiviteitsgroei in ontwikkelde economieën als Nederland. Landen die voor ons de benchmark zijn investeren echter beduidend meer. Het Kabinet kiest er voor om te blijven streven naar het behalen van de Lissabondoelstelling, waarbij ook private investeringen een belangrijke rol moeten spelen. Bedrijven kiezen vooral plekken uit met een goede toegang tot onderscheidende kennisbronnen, getalenteerde onderzoekers en mogelijkheden voor samenwerking in onderzoek. Daar waar de maatschappelijke baten van investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie groter zijn dan de private baten, is er een reden voor de overheid om deze investeringen ook te stimuleren. Investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie leveren het meeste op wanneer de overheid, het bedrijfsleven en de wetenschap samenwerken. Nederland is daar al sterk in. Dat blijkt uit de Nederlandse koppositie op het gebied van landbouw, voedselinnovatie en water. Het is zaak die kracht verder uit te bouwen, bestaande onderzoeks- en innovatie-ecosystemen te versterken en nieuwe veelbelovende ecosystemen op te bouwen. Dit sluit aan op de inzet van het kabinet, zoals aangekondigd in de groeistrategie, en de samenwerking tussen publieke en private partijen die is opgebouwd in het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid. Dit betekent dat tegelijkertijd wordt ingezet op onderzoek en ontwikkeling en onderzoeksinfrastructuren als op startups en scale-ups, regelgeving en menselijk kapitaal. Investeringen in de economie van de toekomst, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige intelligentie, robotica en duurzaamheidstechnologie, kunnen een sleutel zijn voor toekomstige innovatie. Ook fundamenteel onderzoek valt binnen deze pijler. Investeringsvoorstellen van alle wetenschapsdisciplines komen in principe in aanmerking, zolang deze voldoen aan het doel en de criteria van het fonds. Investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie dragen niet alleen bij aan productiviteitsgroei, maar leveren tevens een bijdrage aan onze brede welvaart. Onderzoek, ontwikkeling en innovatie op gebieden zoals duurzaamheid en gezondheidszorg verbeteren de kwaliteit van leven, zowel voor huidige als toekomstige generaties.
De rol en verantwoordelijkheid van de minister is beschreven in beleidsartikel 1 en is ook van toepassing op beleidsartikel 2.
Van beleidsconclusies is op dit moment nog geen sprake. Er hebben drie toekenningsrondes plaatsgevonden en de looptijd van een NGF-project is dusdanig lang dat er op dit moment nog geen conclusies kunnen worden getrokken.
In 2024 is wel een evaluatieonderzoek naar de subsidieregeling van het Nationaal Groeifonds uitgevoerd. De conclusies van deze evaluatie zijn te vinden in het rapport «Evaluatieonderzoek subsidieregeling Nationaal Groeifonds» (bijlage bij Kamerstuk 36 600-L, nr. 6).
Realisatie | Vastgestelde begroting1 | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 38.880 | 104.529 | 0 | 1.390.703 | ‒ 1.390.703 | ||
Uitgaven | 20.924 | 0 | 233.443 | ‒ 233.443 | |||
Subsidies | 20.924 | 0 | 0 | 0 | |||
20.924 | 0 | 0 | 0 | ||||
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 233.443 | ‒ 233.443 | ||||
NGF - project Biotech Booster bijdrage OCW | 0 | 28.836 | ‒ 28.836 | ||||
NGF - project Groenvermogen NL bijdrage KGG | 0 | 111.000 | ‒ 111.000 | ||||
NGF - project Luchtvaart in Transitie bijdrage I&W | 0 | 6.100 | ‒ 6.100 | ||||
NGF - project Solar NL bijdrage KGG | 0 | 50.000 | ‒ 50.000 | ||||
Onderzoek, ontwikkeling en innovatie onverdeeld departementale route | 0 | 37.507 | ‒ 37.507 | ||||
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | ||||
Verplichtingen
De volgende mutaties hebben plaatsgevonden op het verplichtingenbudget van € 1,39 mld:
– Voor de projecten PhotonDelta (EZ, € -53,8 mln), Luchtvaart in Transitie (I&W, € -34,3 mln) en GroenvermogenNL (KGG, € -105,0 mln) zijn middelen overgeheveld naar de betreffende departementen.
– Alle overige middelen, waaronder de voorwaardelijke toekenningen voor de projecten Biotech Booster en SolarNL, zijn doorgeschoven naar latere jaren.
De som van alle mutaties is € -1,39 mld. Dit leidt tot een nieuwe stand van € 0 mln.
Uitgaven
De volgende mutaties hebben plaatsgevonden op het kasbudget van € 233,4 mln:
– Voor de projecten Luchtvaart in Transitie (I&W, € -6,1 mln) en GroenvermogenNL (KGG, € -105,0 mln) zijn middelen overgeheveld naar de betreffende departementen.
– Ook voor het project PhotonDelta zijn middelen overgeheveld (€ -5,4 mln), maar dat is niet zichtbaar in tabel 3 omdat er bij ontwerpbegroting 2025 geen middelen waren geraamd voor dit project. Om de overheveling mogelijk te maken zijn de benodigde kasmiddelen uit 2026 naar voren gehaald, om vervolgens meteen overgeheveld te worden. Er is dus feitelijk geen wijziging voor 2025 ten opzichte van de ontwerpbegroting.
– Alle overige middelen, waaronder de voorwaardelijke toekenningen voor de projecten Biotech Booster en SolarNL en de resterende voorwaardelijke middelen voor project GroenvermogenNL (€ -6,0 mln), zijn doorgeschoven naar latere jaren.
5. Bedrijfsvoeringsparagraaf
In de bedrijfsvoeringparagraaf wordt verslag gedaan van relevante aandachtspunten in de bedrijfsvoering.
De informatie die is opgenomen in deze bedrijfsvoeringsparagraaf is tot stand gekomen vanuit het departementale management control-systeem van het Ministerie van Economische Zaken en informatie uit audits van de Auditdienst Rijk (ADR).
Deze bedrijfsvoeringparagraaf omvat drie onderdelen:
1. rapportage voor de volgende verplichte onderdelen: (1) rechtmatigheid, (2) totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie, (3) begrotingsbeheer, financieel beheer en materiële bedrijfsvoering, (4) misbruik en oneigenlijk gebruik, (5) overige aspecten van de bedrijfsvoering en (6) fraude- en corruptierisico's;
2. rijksbrede bedrijfsvoeringonderwerpen;
3. belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering.
Conform de rijksbegrotingsvoorschriften 2026 worden in deze bedrijfsvoeringsparagraaf alleen de onderdelen rechtmatigheid en totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie uit onderdeel 1 toegelicht. Voor de overige onderdelen wordt standaard verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van het moederdepartement
1. Rapportage voor de verplichte onderdelen
1. Rechtmatigheid
Het NGF heeft geen eigen verplichtingen, uitgaven of ontvangsten meer en is voortaan een overhevelingsfonds. Dit wil zeggen dat vanuit het fonds budgetten worden overgedragen aan uitvoerende departementen. De ministers daarvan zijn verantwoordelijk voor het verder begroten, realiseren en verantwoorden van deze gelden. Dit is de reden dat de Auditdienst Rijk voor het NGF met ingang van 2025 geen controleverklaring meer verstrekt.
2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
Er zijn geen bijzonderheden te vermelden.
3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering
Hiervoor wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk XIII Economische Zaken.
4. Misbruik en oneigenlijk gebruik
Hiervoor wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk XIII Economische Zaken.
5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering
Hiervoor wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk XIII Economische Zaken.
6. Fraude- en corruptierisico's
Hiervoor wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk XIII Economische Zaken.
2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
Voor de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk XIII Economische Zaken.
3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
Voor de belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk XIII Economische Zaken.
C. JAARREKENING
6. Verantwoordingsstaat begrotingsfonds
Art. | Omschrijving | Vastgestelde begroting (1)1 | Realisatie (2) | Verschil realisatie en vastgestelde begroting (3) = (2) - (1) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | ||
Beleidsartikelen | 2.691.095 | 393.158 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 2.691.095 | ‒ 393.158 | 0 | |
1 | Kennisontwikkeling | 1.300.392 | 159.715 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 1.300.392 | ‒ 159.715 | 0 |
2 | Onderzoek, ontwikkeling en innovatie | 1.390.703 | 233.443 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 1.390.703 | ‒ 233.443 | 0 |
7. Saldibalans
Activa | 31-12-2025 | 31-12-2024 | Passiva | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Intra-comptabele posten | ||||||||||
1 | Uitgaven ten laste van de begroting | 0 | 20.924 | 2 | Ontvangsten ten gunste van de begroting | 0 | 0 | |||
3 | Liquide middelen | 0 | 0 | |||||||
4 | Rekening-courant RHB1 | 0 | 0 | 4a | Rekening-courant RHB | 0 | 20.924 | |||
5 | Rekening-courant RHB Begrotingsreserve | 0 | 0 | 5a | Begrotingsreserves | 0 | 0 | |||
6 | Vorderingen buiten begrotingsverband | 0 | 0 | 7 | Schulden buiten begrotingsverband | 0 | 0 | |||
8 | Kas-transverschillen | |||||||||
Subtotaal intra-comptabel | 0 | 20.924 | Subtotaal intra-comptabel | 0 | 20.924 | |||||
Extra-comptabele posten | ||||||||||
9 | Openstaande rechten | 0 | 0 | 9a | Tegenrekening openstaande rechten | 0 | 0 | |||
10 | Vorderingen | 0 | 0 | 10a | Tegenrekening vorderingen | 0 | 0 | |||
11a | Tegenrekening schulden | 0 | 0 | 11 | Schulden | 0 | 0 | |||
12 | Voorschotten | 0 | 20.924 | 12a | Tegenrekening voorschotten | 0 | 20.924 | |||
13a | Tegenrekening garantieverplichtingen | 0 | 0 | 13 | Garantieverplichtingen | 0 | 0 | |||
14a | Tegenrekening andere verplichtingen | 0 | 122.485 | 14 | Andere verplichtingen | 0 | 122.485 | |||
15 | Deelnemingen | 0 | 0 | 15a | Tegenrekening deelnemingen | 0 | 0 | |||
Subtotaal extra-comptabel | 0 | 143.409 | Subtotaal extra-comptabel | 0 | 143.409 | |||||
Totaal | 0 | 164.333 | Totaal | 0 | 164.333 | |||||
Toelichting op de saldibalans
Algemeen
De balansposten zijn bepaald en gewaardeerd overeenkomstig de geldende voorschriften van de Comptabiliteitswet. Indien van de geldende voorschriften is afgeweken is dit nader toegelicht.
Alle bedragen zijn opgenomen in duizenden euro's, tenzij anders vermeld. In de tabel van de saldibalans zijn de bedragen overeenkomstig de voorschriften naar boven afgerond. In de tabellen van de toelichting zijn de bedragen op de standaardwijze afgerond en opgeteld. Door de verschillende wijzen van afronden kan de som van de overige tabellen afwijken van de bedragen van de tabel van de saldibalans.
Saldibalanspost 8, kas-transverschillen, is niet van toepassing voor het Nationaal Groeifonds.
Uitgaven ten laste van de begroting 2025 | 0 |
|---|
De uitgaven over 2025 zijn gespecificeerd in het jaarverslag van NGF (hoofdstuk L) onderdeel uitgaven, artikel 1 en 2.
Rekening-Courant Rijkshoofdboekhouding | 0 |
|---|---|
Op de rekening-courant Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding tussen NGF en de Rijksschatkist van het Ministerie van Financiën geadministreerd. | |
Het bedrag op de saldibalans is overeenkomstig de saldo opgave per 31 december 2025 van het Ministerie van Financiën.
Voorschotten | 0 |
|---|---|
Voorschotten zijn bedragen die aan derden zijn betaald vooruitlopend op later definitief vast te stellen of af te rekenen bedragen. |
Beleidsartikelen | 2021 en eerder | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
02 Onderzoek, ontwikkeling en innovatie | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Verloop van voorschotten gedurende het dienstjaar 2025 | Bedrag |
|---|---|
Beginstand 1 januari 2025 | 0 |
Verstrekte voorschotten | 0 |
Eindafgerekende voorschotten | 0 |
Eindstand 31 december 2025 | 0 |
Andere verplichtingen | 0 |
|---|---|
Het gaat hier om financiële verplichtingen ten opzichte van een wederpartij die op een later moment tot betaling zal leiden. Indien de wederpartij alle gestelde voorwaarden nakomt zal de verplichting volledig tot betaling komen. |
Beleidsartikelen | Stand per 31-12-2024 | In 2025 aangegaan + | Bijstellingen -/- | Uitgaven -/- | Stand per 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|---|
02 Onderzoek, ontwikkeling en innovatie | 122.484 | 0 | 122.484 | 0 | 0 |
Totaal | 122.484 | 0 | 122.484 | 0 | 0 |
De openstaande verplichtingen van het NGF zijn overgedragen aan het Ministerie van EZ en zijn in op artikel 1 in de beginbalans van de openstaande verplichtingen verwerkt. De negatieve bijstellingen komen voort uit vaststellingen van de verplichtingen voor de overdracht. Met deze overdracht zijn ook met de verplichtingen samenhangende voorschotten overgedragen. Dit betrof een bedrag van 20,9 mln.
D. BIJLAGEN
Bijlage 1: Totaaloverzicht NGF-projecten
Verhouding modaliteiten per NGF-project
In tabel 13 staat weergegeven wat de verhouding van modaliteiten per NGF-project is, oftewel hoeveel per project is gereserveerd, voorwaardelijk toegekend en definitief toegekend. Van de laatste categorie wordt vervolgens weergegeven hoeveel daarvan inmiddels is verplicht. Tot slot wordt aangegeven hoeveel van de verplichte middelen inmiddels is uitgegeven. Dit is de stand van zaken van februari 2026. Om een zo recent mogelijk overzicht te geven zijn in dit overzicht ook de ontwikkelingen meegenomen die budgettair verwerkt zijn in de ontwerpbegroting 2026.
Artikel | Ronde | Project | Departement | Gereserveerd | Voorw. toegekend | Toegekend | waarvan verplicht door departement(en) | waarvan uitbetaald door departement(en) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | 1 | Leeroverzicht & Skills | OCW | 28,5 | 23,6 | 23,1 | ||
SZW | 16,2 | 15,6 | 15,6 | |||||
1 | 1 | Nationaal Onderwijslab AI | EZ | 51,1 | 91,5 | 48,0 | 24,1 | |
1 | 2 | Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden | OCW | 50,5 | 8,6 | 7,0 | ||
1 | 2 | Digitaal Onderwijs Goed Geregeld | OCW | 34,3 | 14,1 | 13,7 | ||
1 | 2 | Impuls Open Leermateriaal | OCW | 38,0 | 40,0 | 38,5 | 26,9 | |
1 | 2 | Nationale LLO Katalysator | OCW | 225,0 | 167,0 | 128,1 | 88,0 | |
1 | 2 | Npuls(1) | OCW | 175,3 | 384,7 | 120,4 | 111,1 | |
1 | 2 | Ontwikkelkracht (2) | OCW | 149,2 | 183,2 | 69,1 | 59,9 | |
1 | 2 | Opschaling publiek private samenwerking in het beroepsonderwijs | EZ | 57,4 | 152,6 | 124,9 | 99,7 | |
1 | 3 | Creative Industries Immersive Impact Coalition (CIIIC) | OCW | 97,7 | 102,3 | 74,2 | 10,8 | |
1 | 3 | DUTCH(3) | VWS | 50,0 | 82,0 | 28,4 | 15,9 | |
1 | 3 | Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting | OCW | 359,5 | 124,2 | 77,1 | 8,1 | |
1 | 3 | Techkwadraat | OCW | 205,8 | 145,8 | 131,2 | 45,7 | |
1 | 3 | Meer Uren Werkt! | SZW | 45,0 | 30,0 | 18,7 | 4,6 | |
1 | 3 | Nationale Aanpak Professionalisering Leraren | OCW | 86,5 | 73,1 | 6,6 | 4,1 | |
2 | 1 | AiNed | EZ | 189,0 | 92,3 | 51,1 | ||
2 | 1 | Health-RI | EZ | 69,0 | 68,7 | 44,7 | ||
2 | 1 | QuantumDeltaNL | EZ | 614,9 | 506,5 | 266,9 | ||
2 | 1 | RegMed XB | EZ | 56,3 | 56,3 | 49,3 | ||
2 | 2 | Biotech Booster(4) | OCW | 246,0 | 76,9 | 36,3 | ||
2 | 2 | Cellulaire agricultuur | LVVN | 60,0 | 58,9 | 32,6 | ||
2 | 2 | Circular Plastics NL | KGG | 53,0 | 167,0 | 108,5 | 48,8 | |
2 | 2 | CropXR | LVVN | 21,5 | 20,8 | 20,6 | 10,3 | |
2 | 2 | De revolutie van zelfdenkende moleculaire systemen | OCW | 96,9 | 90,4 | 34,1 | ||
2 | 2 | Digitale Infrastructuur en Logistiek | I&W | 51,1 | 49,6 | 29,3 | ||
2 | 2 | Dutch Metropolitan Innovations | I&W | 78,3 | 69,7 | 25,7 | ||
BZK | 6,7 | 6,0 | 3,6 | |||||
2 | 2 | Einstein Telescope | OCW | 870,0 | 42,0 | 42,0 | 42,0 | |
2 | 2 | Groeiplan Watertechnologie | I&W | 135,0 | 79,8 | 14,0 | ||
2 | 1 en 2 | GroenvermogenNL | KGG | 192,0 | 646,0 | 324,1 | 152,4 | |
2 | 2 | Luchtvaart in Transitie | I&W | 11,4 | 371,5 | 255,7 | 118,6 | |
2 | 2 | Nieuwe Warmte Nu! | KGG | 200,0 | 170,2 | 30,2 | ||
2 | 2 | NL2120, het groene verdienvermogen van Nederland | I&W | 40,0 | 70,0 | 57,5 | 23,5 | |
2 | 2 | NXTGEN HIGHTECH | EZ | 450,0 | 436,9 | 248,8 | ||
2 | 2 | Oncode Accelerator(5) | EZ | 41,0 | 284,0 | 161,0 | 161,0 | |
2 | 2 | PharmaNL | VWS | 79,0 | 79,0 | 39,2 | ||
2 | 2 | PhotonDelta(6) | EZ | 50,0 | 421,2 | 322,1 | 189,9 | |
2 | 2 | Toekomstbestendige leefomgeving | VRO | 40,0 | 60,0 | 57,8 | 44,6 | |
2 | 2 | Werklandschappen van de toekomst | VRO | 26,2 | 26,1 | 12,7 | ||
2 | 2 | Zero-emissie binnenvaart batterij-elektrisch | I&W | 50,2 | 39,7 | 30,2 | ||
2 | 3 | 6G Future Network Services | EZ | 142,0 | 61,0 | 61,0 | 49,2 | |
2 | 3 | Biobased Circular | KGG | 236,0 | 102,0 | 47,8 | 14,0 | |
2 | 3 | SolarNL(7) | KGG | 135,0 | 135,0 | 135,0 | ||
2 | 3 | CPBT | LVVN | 69,5 | 55,0 | 51,6 | 10,9 | |
2 | 3 | Holomicrobioom | LVVN | 140,0 | 60,0 | 15,2 | 2,0 | |
2 | 3 | Maritiem Masterplan | I&W | 210,0 | 91,5 | 24,0 | ||
2 | 3 | Material Independence & Circular Batteries | EZ | 134,0 | 157,9 | 144,4 | 17,3 | |
2 | 3 | POLARIS | DEF | 101,7 | 101,7 | 4,4 | ||
2 | 3 | Re-Ge-NL | LVVN | 129,0 | 74,6 | 22,0 | ||
Totaal | 1.382,0 | 2.199,0 | 7.208,6 | 4.906,3 | 2.576,8 | |||
(1) Voor dit project werd de gedeeltelijke omzetting van een voorwaardelijke toekenning van € 420,0 mln in een toekenning van € 244,7 mln (waarbij de resterende middelen voorwaardelijk toegekend gebleven) verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. Die informatie zou strikt genomen niet verwerkt moeten zijn in deze tabel. Om een zo recent mogelijke stand van zaken weer te geven is er voor gekozen om dit toch te doen. | ||||||||
(2) Voor dit project werd de gedeeltelijke omzetting van een voorwaardelijke toekenning van € 231,2 mln in een toekenning van € 82,0 mln (waarbij de resterende middelen voorwaardelijk toegekend gebleven) verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. Die informatie zou strikt genomen niet verwerkt moeten zijn in deze tabel. Om een zo recent mogelijke stand van zaken weer te geven is er voor gekozen om dit toch te doen. | ||||||||
(3) Voor dit project werd de gedeeltelijke omzetting van een voorwaardelijke toekenning van € 84,0 mln in een toekenning van € 34,0 mln (waarbij de resterende middelen voorwaardelijk toegekend gebleven) verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. Die informatie zou strikt genomen niet verwerkt moeten zijn in deze tabel. Om een zo recent mogelijke stand van zaken weer te geven is er voor gekozen om dit toch te doen. In het NGF Jaarverslag 2024 is per abuis het totaal beschikbare bedrag (het onvoorwaardelijk toegekende deel van € 48 miljoen) als verplicht gecommuniceerd. Dat bedrag staat wel op de VWS-begroting, maar is nog niet in zijn geheel verplicht aan stichting DUTCH. Om deze reden wijkt het verplichte bedrag in het NGF Jaarverslag 2025 af van het bedrag in 2024. | ||||||||
(4) Voor dit project werd de omzetting van een voorwaardelijke toekenning van € 196,4 mln in een toekenning verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. Die informatie zou strikt genomen niet verwerkt moeten zijn in deze tabel. Om een zo recent mogelijke stand van zaken weer te geven is er voor gekozen om dit toch te doen. | ||||||||
(5) Voor dit project werd de gedeeltelijke omzetting van een voorwaardelijke toekenning van € 164,0 mln in een toekenning van € 123,0 mln (waarbij de resterende middelen voorwaardelijk toegekend gebleven) verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. Die informatie zou strikt genomen niet verwerkt moeten zijn in deze tabel. Om een zo recent mogelijke stand van zaken weer te geven is er voor gekozen om dit toch te doen. | ||||||||
(6) Voor dit project werd de gedeeltelijke omzetting van een voorwaardelijke toekenning van € 150,8 mln in een toekenning van € 100,8 mln (waarbij de resterende middelen voorwaardelijk toegekend gebleven) verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. Die informatie zou strikt genomen niet verwerkt moeten zijn in deze tabel. Om een zo recent mogelijke stand van zaken weer te geven is er voor gekozen om dit toch te doen. | ||||||||
(7) Voor dit project werd besloten om de voorwaardelijke toekenning van € 277,0 mln niet langer te behouden en derhalve terug te laten vloeien naar de onderverdeelde middelen van het NGF welke gedeeltelijk is ingezet voor deelanme aan de IPCEI-AST. Dit is verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. Die informatie zou strikt genomen niet verwerkt moeten zijn in deze tabel. Om een zo recent mogelijke stand van zaken weer te geven is er voor gekozen om dit toch te doen. | ||||||||
Toelichting
Een beknopte toelichting op de stand van zaken van de projecten waarvoor verplichtingen zijn aangegaan en uitgaven zijn gedaan in 2025 is te vinden in de departementale NGF-bijlagen. Voor een uitgebreide inhoudelijke rapportage over de voortgang van alle NGF-projecten wordt verwezen naar de voortgangsrapportage die de adviescommissie jaarlijks opstelt.