Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

II. Toelichting begrotingsstaat inzake de baten-lastendiensten

1. Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Staat van baten en lasten van de baten-lastendienst ACBG 2011 (bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

 

(1)

(2)

(3 = 2–1)

(4)

Baten

       

Omzet moederdepartement

178

178

0

178

Omzet overige departementen

612

617

5

617

Omzet derden

39 874

39 255

– 619

38 732

Rentebaten

150

123

– 27

54

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

40 814

40 173

– 641

39 581

Lasten

       

Apparaatskosten

37 879

37 273

– 606

36 552

– personele kosten

19 506

21 752

2 246

19 602

– materiële kosten

18 373

15 521

– 2 852

16 950

ZBO College

782

858

76

739

Afschrijvingskosten

2 055

1 353

– 702

1 489

– immaterieel

1 500

1 226

– 274

1 315

– materieel

555

127

– 428

174

Overige lasten

0

0

0

0

– dotaties voorzieningen

0

0

0

0

– rentelasten

0

0

0

0

– bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

40 716

39 484

– 1 232

38 780

Saldo van baten en lasten

98

689

591

801

Toelichting op de staat van baten en lasten 2011

Resultaat

Het ACBG heeft over 2011 een positief resultaat behaald ad € 0,7 miljoen. Oorzaak hiervan is met name gelegen in het feit dat de verhuizing van het ACBG naar Utrecht niet in 2011, maar in 2012 heeft plaatsgevonden, waardoor een verschuiving van hiermee samenhangende kosten heeft plaatsgevonden van 2011 naar 2012.

Baten

De opbrengst moederdepartement bestaat uit de bijdrage van het moederdepartement voor werkzaamheden inzake nieuwe voedingsmiddelen.

De opbrengst overige departementen betreft werkzaamheden die grond van afspraken met het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie zijn verricht.

De post opbrengst derden bestaat uit jaarvergoedingen en beoordeling geneesmiddelen. De jaarvergoedingen zijn vergoedingen voor het in stand houden van de inschrijving in het register van een humaan of veterinair farmaceutisch product, totaal € 16,7 miljoen. Voor het beoordelen van nieuwe geneesmiddelen en het beoordelen van wijzigingen op bestaande geneesmiddelen brengt het ACBG op basis van de Geneesmiddelenwet en de regeling Diergeneesmiddelen daarvoor vastgestelde tarieven in rekening, ter grootte van € 22,5 miljoen.

De rentebaten hebben betrekking op de rente over deposito’s en rekening-courantsaldi Rijkshoofdboekhouding.

Lasten

De personele kosten zijn hoger dan begroot als gevolg van de overkomst per 1 juni 2011 van de RIVM-beoordelingsmedewerkers naar het ACBG. Hiermee was in de begroting geen rekening gehouden.

De materiële kosten hebben vooral betrekking op huisvesting, automatisering, bureaukosten, inkoop beoordelingscapaciteit (RIVM € 3,2 miljoen) en bijdrage Stichting Lareb (€ 2,1 miljoen). De materiële kosten zijn met name lager door de overkomst van de RIVM-beoordelingstaken naar het ACBG per 1 juni 2011. Hierdoor zijn de kosten van bij het RIVM uitbestede werkzaamheden lager dan geraamd.

De kosten van het ZBO College bestaan uit een schadeloosstelling, vacatiegelden, vergaderkosten en reis- en verblijfkosten voor de voorzitter en leden van het college.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst De Lindenhorst 2011 (bedragen x € 1 000)
   

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

   

(1)

(2)

(3) = (2)-(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2011+ stand depositorekeningen

13 769

14 914

1 145

2.

Totaal operationele kasstroom

– 11

– 1 080

– 1 069

 

Totaal investeringen (-/-)

– 930

– 2 819

– 1 889

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

 

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 930

– 2 819

– 1 889

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

– 945

– 945

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

– 945

– 945

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2011+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

12 828

10 070

– 2 758

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De liquiditeitspositie is afgenomen door investeringen ten behoeve van het pand aan de Graadt van Roggenweg te Utrecht.

De eenmalige uitkering aan het moederdepartement betrof een betaling om het te hoge eigen vermogen ultimo 2010 te herstellen.

2. Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

Staat van baten en lasten van de baten-lastendienst CIBG 2011 (bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vast-

gestelde begroting

Realisatie

Verschil

realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

 

(1)

(2)

(3 = 2–1)

(4)

Baten

       

Omzet moederdepartement

23 984

35 327

11 343

43 384

Omzet overige departementen

106

401

295

36

Omzet derden

3 175

3 835

660

3 611

Rentebaten

10

10

0

5

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

631

631

12

Totaal baten

27 275

40 204

12 929

47 048

Lasten

       

Apparaatskosten

26 112

38 005

11 893

45 083

– personele kosten

16 425

21 959

5 534

24 581

– materiële kosten

9 687

16 046

6 359

20 502

Afschrijvingskosten

1 093

2 651

1 558

1 877

– immaterieel

992

2 494

1 502

1 715

– materieel

101

157

56

162

Overige lasten

70

198

128

175

– dotaties voorzieningen

0

16

16

63

– rentelasten

70

59

– 11

76

– bijzondere lasten

0

123

123

36

Totaal lasten

27 275

40 854

13 579

47 135

Saldo van baten en lasten

0

– 650

– 650

– 87

Toelichting op staat van baten en lasten 2011

Resultaat

Er is een negatief resultaat € 0,650 miljoen gerealiseerd. Dit wordt onder andere veroorzaakt door:

  • ongedekte (hogere realisatie) organisatiekosten voornamelijk als gevolg van inhuur van extra (niet doorbelast) personeel € 0,560 miljoen;

  • exploitatietekort bij enkele opdrachten (onder andere Donor en Pallas) € 0,773 miljoen;

  • lagere kosten (TZI) € 0,100 miljoen;

  • hogere productie bij p*q-opdrachten (BIG) € 0,075 miljoen;

  • hogere opbrengst derden (Farmatec, BMC en IGZ) € 0,604 miljoen.

Het verlies zal ten laste van de exploitatiereserve worden gebracht. Om verdere verliezen in de toekomst te voorkomen zijn onder andere de volgende maatregelen geïmplementeerd:

  • overleg met opdrachtgevers voorafgaande aan de start van begrotingscyclus om afspraken te maken over de financiële kaders in relatie tot de te verwachte/realiseren productie;

  • stringentere sturing op het aantrekken van externe personele capaciteit;

  • versterking van de financiële functie.

De hogere baten en lasten vloeien onder andere voort uit de stijging van de productie bij Regionale Toetsingscommissies Euthanasie € 0,379 miljoen, de exploitatiekosten Tuchtcolleges na overdracht aan VWS € 0,570 miljoen, uitrol UZI-passen € 7,276 miljoen en de overige taken die het CIBG uitvoert waarvoor geen «prijs per product» afspraken zijn gemaakt, omdat deze producten nog niet zijn uitgekristalliseerd. Deze activiteiten die niet in de oorspronkelijke begroting als bijdrage moederdepartement zijn opgenomen, worden gefinancierd op basis van werkelijke kosten door middel van een exploitatiebijdrage ad € 2,363 miljoen.

Baten

Specificatie opbrengst moederdepartement CIBG 2011

Product

Tarief in €

Geraamde productie aantallen

Realisatie productie aantallen

Meer/minder opbrengst in €

Opbrengst in € inclusief meer/minder

BIG-register

         

Beschikkingen

73

11 000

11 801

11 694

814 694

           

Vakbekwaamheid

         

Verklaring bureau deel A

6 402

200

113

– 111 395

1 169 005

Verklaring Cie deel B

4 941

150

126

– 23 717

717 433

Verklaring deel C Assessment

9 680

60

154

181 984

762 784

         

2 649 222

Farmatec

         

Uitvoering Wet Geneesmiddelenprijzen

196 355

2

2

 

392 710

Uitvoering Geneesmiddelen vergoedingsssysteem

37 711

12

12

 

452 532

         

845 242

Toelating zorginstellingen

         

Beschikkingen

1 245

1 800

1 763

– 4 607

2 236 394

           

RTE

         

Definitieve oordelen

565

2 800

2 897

5 481

1 587 481

           

Donorregister

         

Registratiebevestiging

16

212 000

193 766

– 58 349

3 333 651

           

Subtotaal p*q

       

11 466 684

           

Opbrengst

         

Exploitatiebijdragen

       

22 358 437

Verrekende vooruit ontvangen projectgelden

       

1 502 305

Opbrengst moederdepartement

       

35 327 426

De verrekende vooruit ontvangen projectgelden vallen vrij ten gunste van de opbrengsten omdat de verrekening reeds heeft plaatsgevonden door verlaging van de in de tabel genoemde tarieven die zijn overeengekomen met de opdrachtgevers

De opbrengst exploitatiebijdragen bestaan onder andere uit opbrengsten UZI-register (€ 11,2 miljoen), opbrengsten sectorale berichten voorziening in de zorg (€ 3,3 miljoen) en opbrengsten patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties (€ 2,0 miljoen).

De berekening van de meer of minder productie heeft plaatsgevonden conform de in de raamafspraken met de opdrachtgevers vastgestelde afrekensystematiek.

Productie

Verrekening

Minder dan 95% van de raming

-/-20% van het tarief

Tussen 95% en 100% van de raming

-/-10% van het tarief

Tussen 100% en 105% van de raming

+10% van het tarief

meer dan 105% van de raming

+20% van het tarief

De opbrengsten overige departementen bestaat uit een exploitatiebijdrage van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie voor het register dierenartsen en een bijdrage van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het lerarenregister.

De opbrengsten derden bestaan uit opbrengsten van het BIG-register, Farmatec (met name farmacievergunningen), Bureau Medicinale Cannabis, Assessment, Medische hulpmiddelen en Kwaliteitsregister.

De opbrengst Bureau Medicinale Cannabis is afkomstig van de verkoop van medicinale cannabis aan apothekers en is hoger dan geraamd in verband met gestegen export.

De opbrengst Assessment bestaat uit de examengelden van aangemelde kandidaten. Deze dekken deels de kosten van de extern georganiseerde examens.

De rentebaten ter grootte van € 0,010 miljoen betreft de rente op de rekening-courant en incassorente.

Als gevolg van het stopzetten van de activiteiten rond het elektronisch patiëntendossier (EPD) is er huisvesting afgestoten. Hierdoor ontstaat een bijzondere baten door de verrekening (teruggave) van het voorschot huisvestingslasten met de Rijksgebouwendienst over 2010.

Lasten

Onder de apparaatskosten vallen de personele kosten en de materiële kosten. De gerealiseerde totale personele kosten bedragen € 21,959 miljoen. De afname komt voornamelijk door terugdringing inhuur externen. De materiële kosten bedragen € 16,046 miljoen. De afname is voornamelijk het gevolg van het stopzetten van de activiteiten met betrekking tot het elektronisch patiëntendossier.

De rentelasten ter grootte van € 0,059 miljoen bestaan uit de verschuldigde rente op de leningen bij het Ministerie van Financiën.

De afschrijvingskosten zijn toegenomen als gevolg van de start van afschrijving met betrekking tot investeringen in 2010.

De bijzondere lasten bestaan uit:

  • een afrekening met het Tuchtcollege Den Bosch over 2009;

  • abusievelijk door een uitzendbureau verzuimt te facturen uitzendkracht over 2010;

  • alsnog in rekening gebrachte kosten door het moederdepartement over 2010.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst CIBG 2011 (bedragen x € 1 000)
   

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil

(3) = (2)-(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2011+ stand depositorekeningen

3 182

11 741

8 559

2.

Totaal operationele kasstroom

1 241

– 4 261

– 5 502

 

Totaal investeringen (-/-)

– 225

– 209

16

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 225

– 209

16

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 900

– 1 068

– 168

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

– 900

– 1 068

– 168

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2011+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

3 298

6 203

2 905

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het rekening-courantsaldo bij de Rijkshoofdboekhouding bedraagt conform het saldobiljet van het Ministerie van Financiën € 6,203 miljoen.

De investeringen hebben betrekking op immateriële vaste activa (maatwerk software). Het aandeel materiële vaste activa bedraagt € 0,006 miljoen.

Er is in 2011 € 1,068 miljoen afgelost op de uitstaande leningen.

3. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Ingevolge brief van de minister van VWS van 14 januari 2010 (TK 22 894, nr. 254) zijn de onderdelen onderzoek en ontwikkeling, vaccininkoop, opslag en distributie en de bedrijfsvoering van het Nederlands Vaccin Instituut per 1 januari 2011 bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) ondergebracht. De financiële en materiële consequenties van dit besluit zijn in 2011 verwerkt in een overnamebalans per 1 januari 2011, welke in de RIVM-administratie is verwerkt. De interne invlechting is nog gaande.

Staat van baten en lasten van de baten-lastendienst RIVM 2011 (bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vast-

gestelde begroting

Realisatie

Verschil

realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

 

(1)

(2)

(3 = 2–1)

(4)

Baten

       

Omzet moederdepartement

122 252

160 060

37 808

131 314

Omzet overige departementen

52 036

60 686

8 650

59 350

Omzet derden

172 404

167 632

– 4 772

164 959

Rentebaten

100

294

194

394

Vrijval voorzieningen

0

4 259

4 259

965

Bijzondere baten

0

0

0

2 196

Totaal baten

346 792

392 931

46 139

359 178

Lasten

       

Apparaatskosten

341 883

360 518

18 635

353 084

– personele kosten

110 710

122 658

11 948

120 619

– materiële kosten

231 173

237 860

6 687

232 465

Afschrijvingskosten

4 516

5 836

1 320

4 670

– immaterieel

879

582

– 297

885

– materieel

3 637

5 254

1 617

3 785

Overige lasten

393

3 674

3 281

4 543

– dotaties voorzieningen

0

3 396

3 396

4 162

– rentelasten

393

278

– 115

381

– bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

346 792

370 028

23 236

362 297

Saldo van baten en lasten

0

22 903

22 903

– 3 119

Toelichting op de staat van baten en lasten 2011

Ten opzichte van de raming is de realisatie van zowel baten als lasten aanzienlijk hoger. Dit is toe te schrijven aan de voorgeschreven systematiek bij het opmaken van de begroting, waardoor slechts harde toezeggingen van primaire opdrachtgevers zijn opgenomen. In de realisatie zijn ook begrepen de baten en lasten inzake in de loop van het boekjaar verstrekte opdrachten. Verder zijn in de realisatie begrepen de baten en lasten van de per 1 januari 2011 ingenomen afdelingen van het NVI; deze konden nog niet in de begroting worden voorzien.

Resultaat

Er is in 2011 een positief resultaat gerealiseerd van € 22,9 miljoen. Dit resultaat is voornamelijk toe te schrijven aan:

  • Een zeer positief verlopen exploitatie door een hoge declarabiliteit en lagere realisatie kosten dan begroot (€ 6,2 miljoen);

  • Lagere kosten ten laste van de huisvestingstranche (€ 1,8 miljoen). Hiermee is het saldotekort van de huisvestingstranche verlaagd naar € 2,7 miljoen;

  • Een belangrijk deel van het saldo over 2011 (€ 15,5 miljoen) hangt samen met de inname van de publieke delen van het NVI per 1 januari 2011 en is incidenteel van aard. Dit betreft de posten inkoopvoordeel (€ 10,6 miljoen), resultaat ingenomen NVI-afdelingen (€ 2,6 miljoen) en vrijval op de voorziening expirerende voorraad (€ 2,3 miljoen).

Baten

De opbrengst moederdepartement (VWS-eigenaar en VWS-opdrachtgevers) omvat de bijdrage van VWS als eigenaar voor het programma strategisch onderzoek en enkele specifieke bedragen, waaronder een aanvullende bijdrage voor de huisvestingskosten en taakstellings- en veranderingstrajecten (€ 29,8 miljoen) en de bijdrage van VWS als opdrachtgever voor de in 2011 opgedragen onderzoeks- en adviesprogramma’s en voor verstrekte additionele opdrachten (€ 130,3 miljoen).

In de opbrengst overige departementen zijn begrepen de bijdragen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (DG-Milieubeheer en Inspectie) voor de reguliere onderzoeks- en adviesprogramma’s en voor verstrekte additionele opdrachten (€ 45,9 miljoen), de bijdrage van het Ministerie van EL&I voor het reguliere onderzoeks- en adviesprogramma (€ 6,7 miljoen) en de bijdrage van overige departementen (€ 8,1 miljoen).

De opbrengst derden bestaat onder uit projecten ten behoeve van en gefinancierd door andere nationale en internationale opdrachtgevers zoals de EU en de WHO (gezamenlijk € 8,0 miljoen). Verder omvat deze post de aan het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) en het Planbureau voor de Leefomgeving in rekening gebrachte kosten voor dienstverlening (gezamenlijk € 23,6 miljoen).

Ook is onder deze post begrepen de declaratie ten laste van de AWBZ voor de kosten van de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (€ 102,6 miljoen).

Lasten

De personele kosten zijn hoger dan begroot. Er is meer capaciteit ingezet om invulling te geven aan leveringsverplichtingen naar opdrachtgevers. De raming was gebaseerd op de omvang van de harde opdrachten op het moment van afronding van het opmaken van de begroting. Ook de inname van de afdelingen van het NVI is debet aan de hogere kosten.

De hogere materiële kosten hangen samen met het hogere omzetniveau en extra kosten voor onder andere de taakstellingtrajecten. Ook de inname van de afdelingen van het NVI is debet aan de hogere kosten.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst RIVM 2011 (bedragen x € 1 000)
   

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

   

(1)

(2)

(3) = (2)-(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2011+ stand depositorekeningen

53 738

28 943

– 24 795

2.

Totaal operationele kasstroom

5 015

45 846

40 831

 

Totaal investeringen (-/-)

– 4 516

– 8 789

– 4 273

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

47

47

3.

Totaal investeringskasstroom

– 4 516

– 8 742

– 4 226

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

– 11 000

– 11 000

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

– 11 000

– 11 000

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2011+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

54 237

55 048

810

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De mutatie van de operationele kasstroom wordt voornamelijk veroorzaakt door het positieve resultaat (€ 22,9 miljoen), een vermogensmutatie (€ 16,7 miljoen) en de afname van het werkkapitaal (€ 15,4 miljoen). Door de mutatie in genoemde posten is er een toename van het rekening-courantsaldo aangehouden bij het Ministerie van Financiën.

Investeringskasstroom

Het in de begroting opgenomen investeringsniveau is gebaseerd op het verwachte bedrag aan investeringen. De gerealiseerde investeringen konden uit beschikbare liquide middelen worden betaald. De investeringen hebben voornamelijk betrekking op ICT en audiovisuele apparatuur, laboratoriumapparatuur en gebouwgebonden installaties en infrastructuur.

Financieringskasstroom

Er is in 2011 geen gebruik gemaakt van de leenfaciliteit. De investeringen zijn betaald uit beschikbare liquide middelen.

4. Nederlands Vaccin Instituut

Per 1 januari 2011 zijn de taken op het gebied van vaccininkoop, onderzoek en ontwikkeling van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) overgedragen aan het RIVM (TK 22 894, nr. 254 en TK 32 589, nr. 1). Hierdoor treedt in onderstaande realisatiecijfers een trendbreuk op ten opzichte van de realisatie in 2010 (bij de balans en de staat van baten en lasten) respectievelijk de begroting 2011 (bij de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht).

Onderstaande realisatiecijfers hebben alleen betrekking op productie en ondersteunende diensten. Ondanks de voortgang in (de voorbereiding van) de privatisering zijn deze onderdelen heel 2011 in publieke handen gebleven.

Staat van baten en lasten van de baten-lastendienst NVI 2011 (bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vast-

gestelde begroting

Realisatie

Verschil

realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

 

(1)

(2)

(3 = 2–1)

(4)

Baten

       

Omzet moederdepartement

34 498

10 053

– 24 445

39 034

Omzet overige departementen

0

0

0

0

Omzet derden

120 894

18 372

– 102 522

116 115

Rentebaten

0

1

1

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

400

400

0

Totaal baten

155 392

28 826

– 126 566

155 149

Lasten

       

Apparaatskosten

149 892

50 562

– 99 330

152 476

– personele kosten

24 866

15 939

– 8 927

29 791

– materiële kosten

125 026

34 623

– 90 403

122 685

Afschrijvingskosten

5 500

4 016

– 1 484

6 330

– immaterieel

250

712

462

531

– materieel

5 250

3 304

– 1 946

5 799

Overige lasten

2 000

8 332

6 332

7 224

– dotaties voorzieningen

0

0

0

5 626

– rentelasten

2 000

1 732

– 268

1 598

– bijzondere lasten

0

6 600

6 600

0

Totaal lasten

157 392

62 910

– 94 482

166 030

Saldo van baten en lasten

– 2 000

– 34 084

– 32 084

– 10 881

Toelichting op de staat van baten en lasten 2011

Resultaat

Het verschil in de gerealiseerde baten en lasten met de begroting kent een drietal oorzaken:

  • De overheveling van de vaccinonderzoeks- en ontwikkelingstaken naar het RIVM hebben tot een afname van zowel baten (zie opbrengst moederdepartement) als lasten (zowel personeel, als materieel en andere kostensoorten) geleid.

  • Door de overheveling van de vaccin-inkooptaak naar het RIVM zijn zowel de baten (opbrengst derden) als de lasten (materiële kosten) in 2011 fors lager dan begroot en lager dan in voorgaande jaren. In 2010 waren de baten van de inkooptaak hoger dan de lasten door een tijdelijk inkoopvoordeel. Met de overheveling van de inkooptaak naar het RIVM is ook het inkoopvoordeel, dat in 2011 € 11 miljoen bedraagt, meegegaan.

  • In het exploitatieresultaat is ook € 7,5 miljoen als lasten aan incidentele uitgaven opgenomen in het kader van de transitie van het NVI (zoals in het kader van het Sociaal Plan productiedeel en de boedeloverdracht naar het RIVM). De ter zake ontvangen baten van VWS zijn, conform de regelgeving, als vermogensmutatie verwerkt.

  • Het negatieve exploitatieresultaat wordt vooral veroorzaakt door de kosten van het in stand houden van de productiefaciliteiten ten behoeve van de privatisering en de tegenvallende omzet derden bij met name de productie. Potentiële en bestaande klanten zijn, vanwege de verkoopstatus van het productiedeel, voorzichtig met het verstrekken van orders. Bovendien mochten er gedurende het jaar 2011 geen nieuwe grote verkoopcontracten worden gesloten om het verkoopproces niet te belemmeren.

Ter compensatie van het negatieve exploitatieresultaat zijn door het moederdepartement vermogensstortingen gedaan die, conform de regelgeving, niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks in het eigen vermogen terecht komen (zie ook de toelichting op de balans).

De totale omzet is als volgt onderverdeeld:

Omzet NVI 2011 (bedragen x € 1 000)
 

Bedrag

Moederdepartement

 

Eigenaar

8 858

Opdrachtgevers

1 195

 

10 053

Opbrengst derden

 

Export

6 468

RIVM

7 847

Overig

4 057

Totaal

18 372

Een nadere specificatie van de omzet in p*q kan vanwege de marktgevoeligheid van deze informatie tijdens het privatiseringsproces niet worden gegeven.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst NVI 2011 (bedragen x € 1 000)
   

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil

(3) = (2)-(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2011+ stand depositorekeningen

– 1 179

3 025

4 204

2.

Totaal operationele kasstroom

3 500

– 32 013

– 35 513

 

Totaal investeringen (-/-)

– 7 500

– 5 526

1 974

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

7 345

7 345

3.

Totaal investeringskasstroom

– 7 500

1 819

9 319

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

73 800

73 800

 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 5 500

– 45 940

– 40 440

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

7 500

0

– 7 500

4.

Totaal financieringskasstroom

2 000

27 860

25 860

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2011+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

– 3 179

691

3 870

Toelichting op het kasstroomoverzicht

In het kader van de privatisering zijn alle uitstaande leningen van het NVI bij het ministerie van Financiën afgelost. De totale aflossing in 2011 bedroeg € 46 miljoen en is voor € 37 miljoen gefinancierd door een eenmalige storting moederdepartement.

Vanwege de privatisering is geen nieuw beroep meer op de leenfaciliteit gedaan in 2011, maar er is nog wel – zij het in bescheidener mate dan in voorgaande jaren – geïnvesteerd.

5. JeugdzorgPlus-instelling Almata

Staat van baten en lasten van de baten-lastendienst Almata 2011 (bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vast-

gestelde begroting

Realisatie

Verschil

realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

 

(1)

(2)

(3 = 2–1)

(4)

Baten

       

Omzet moederdepartement

30 015

31 993

1 978

33 254

Omzet overige departementen

595

955

360

652

Omzet derden

0

604

604

214

Rentebaten

5

24

19

9

Vrijval voorzieningen

0

191

191

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

30 615

33 767

3 152

34 129

Lasten

       

Apparaatskosten

28 750

32 327

3 577

30 923

– personele kosten

18 657

19 833

1 176

18 066

– materiële kosten

10 093

11 828

1 735

9 458

– besteding vanuit bouwimpuls

0

666

666

3 399

Afschrijvingskosten

1 150

351

– 799

1 270

– immaterieel

12

24

12

19

– materieel

1 138

327

– 811

1 251

Overige lasten

690

879

189

1 474

– dotaties voorzieningen

550

890

340

1 391

– rentelasten

140

– 11

– 151

83

– bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

30 590

33 557

2 967

33 667

Saldo van baten en lasten

25

210

185

462

Toelichting op de staat van baten en lasten 2011

In april 2011 heeft de staatssecretaris van VWS de Kamer geïnformeerd over de capaciteit en toekomstige de ontwikkelingen van jeugdzorgPlus (TK 31 914, nr. 1). Voor de twee jeugdzorgPlus-instellingen Almata en De Lindenhorst betekent het dat deze op termijn zullen worden geprivatiseerd. De eerste fase van de transitie betreft het samenvoegen van de locatie Den Dolder van Almata en De Lindenhorst tot één private instelling van ongeveer 96 plaatsen en het loskoppelen van de locatie in Ossendrecht van Almata.

De financiële gevolgen van de transitie in 2011 betreffen voornamelijk de kosten voor het sociaal flankerend beleid ter voorbereiding van de transitie (€ 2,1 miljoen). Omdat in 2011 geen definitieve besluiten zijn genomen over het beëindigen van activiteiten, is in de jaarcijfers van de instellingen verder geen rekening gehouden met eventuele andere financiële gevolgen van de transitie.

Resultaat

Almata heeft in het boekjaar 2011 een positief resultaat behaald van € 0,2 miljoen. Hierbij is rekening gehouden met een terugbetalingsverplichting aan VWS van bijna € 0,6 miljoen wegens te lage bezetting (met name in de vestiging Den Dolder). Deze lagere opbrengst wordt voor een deel terugverdiend door lagere variabele kosten vanwege de lagere bezetting.

Baten

De opbrengsten moederdepartement bestaan uit een bijdrage voor de exploitatiekosten en kapitaallasten, samen € 29,9 miljoen en een incidentele bijdrage voor sociaal flankerend beleid in verband met de transitie ad € 2,1 miljoen.

De opbrengsten overige departementen bestaan voornamelijk uit ESF-bijdragen (Europees Sociaal Fonds) in het kader van workwise (arbeidstoeleiding van gedetineerde jongeren) via het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het onderwijs dat de jongeren ontvangen wordt voor circa de helft gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en voor de andere helft uit opbrengsten ESF. Deze opbrengsten zijn hoger dan begroot als gevolg van meevallers in de afrekening van eerdere jaren.

De opbrengst derden valt hoger uit dan begroot als gevolg van enkele incidentele meevallers, waaronder de verkoop van twee schepen via Domeinen.

De dotatie voorzieningen betreft een dotatie voor kosten van medewerkers die gebruik maken van de regeling «substantieel bezwarende functies» en een dotatie in verband met de kosten voor langdurig zieken.

Lasten

De salariskosten zijn gestegen door stijgende kosten van de arbeidsvoorwaarden (OVA 2011 is 3,1%) en door overname van de HRM-adviseurs van het RIVM, die voorheen werden ingeleend.

Verder omvatten de personele kosten zit voor € 2,1 miljoen aan kosten uitzendkrachten en voor circa € 0,5 miljoen aan sociaal flankerend beleid.

De materiële kosten zijn hoger dan begroot door de incidentele kosten van het sociaal flankerend beleid (circa € 1,6 miljoen) en omdat de ICT-kosten en de inhuur beveiliging in 2011 zijn verantwoord onder materiële kosten in plaats van overige personele kosten in 2010.

In de post besteding vanuit bouwimpuls is een bedrag van € 0,7 miljoen opgenomen in verband met de eenmalige kosten van de Rijksgebouwendienst voor de verbouwing en verbetering van het leefklimaat in de vestiging Den Dolder.

De afschrijvingskosten zijn gedaald, omdat een groot aantal activa items reeds zijn afgeschreven en het investeringsniveau de afgelopen jaren erg laag is geweest.

De rentelasten geven een negatief bedrag aan, hetgeen wordt veroorzaakt door een correctie op de stelpost van eind vorig jaar (was te hoog opgenomen).

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst Almata 2011 (bedragen x € 1 000)
   

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil

(3) = (2)-(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2011+ stand depositorekeningen

4 135

7 189

3 054

2.

Totaal operationele kasstroom

500

797

297

 

Totaal investeringen (-/-)

– 600

– 242

358

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

150

40

– 110

3.

Totaal investeringskasstroom

– 450

– 202

248

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 953

– 352

601

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

600

0

– 600

4.

Totaal financieringskasstroom

– 353

– 352

1

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2011+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

3 832

7 432

3 600

Toelichting op het kasstroomoverzicht

In het overzicht valt op het grote verschil van de beginstand tussen begroting en realisatie. Dit wordt veroorzaakt doordat verrekeningen nogal eens laat plaatsvinden, waardoor de rekening-courantsaldi hoger uitvallen dan eigenlijk zouden moeten. Daarnaast is er voor in 2011 voor een laag bedrag geïnvesteerd in nieuwe activa verband met de komende transitie en er zijn twee schepen verkocht.

In 2011 zorgt het positieve exploitatieresultaat voor de verbetering van het rekening-courantsaldo.

6. JeugdzorgPlus-instelling De Lindenhorst

Staat van baten en lasten van de baten-lastendienst De Lindenhorst 2011 (bedragen x € 1 000)
 

Oorspronkelijk vast-

gestelde begroting

Realisatie

Verschil

realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

 

(1)

(2)

(3 = 2–1)

(4)

Baten

       

Omzet moederdepartement

9 471

10 819

1 348

10 306

Omzet overige departementen

0

0

0

0

Omzet derden

717

511

– 206

504

Rentebaten

0

3

3

0

Vrijval voorzieningen

0

140

140

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

10 188

11 473

1 285

10 810

Lasten

       

Apparaatskosten

10 037

11 159

1 122

10 540

– personele kosten

6 368

7 923

1 555

6 711

– materiële kosten

3 669

3 236

– 433

3 829

Afschrijvingskosten

130

78

– 52

123

– immaterieel

0

0

0

0

– materieel

130

78

– 52

123

Overige lasten

21

45

24

12

– dotaties voorzieningen

0

0

0

0

– rentelasten

21

7

– 14

12

– bijzondere lasten

0

38

38

0

Totaal lasten

10 188

11 282

1 094

10 675

Saldo van baten en lasten

0

191

191

135

Toelichting op staat van baten en lasten

Algemeen

De Lindenhorst heeft een toekenning als tijdelijke batenlasten dienst vanaf 1 februari 2009.

De staatssecretaris van VWS heeft op 13 april besloten om de twee jeugdzorgPlus-instellingen voor De Lindenhorst en de locatie Den Dolder te fuseren tot één private instelling van ongeveer 96 plaatsen (TK 31 914, nr. 1). De uiteindelijke effecten van deze operatie zijn nog onvoldoende duidelijk om al in deze jaarrekening te kwantificeren.

Resultaat

Over 2011 is een positief resultaat gerealiseerd van € 0,191 miljoen.

Baten

De begrote opbrengst moederdepartement bestaat uit de prijs per plaats voor gesloten jeugdzorg (p) vermenigvuldigd met 54 capaciteitsplaatsen (q), opgebouwd uit exploitatiekosten en kapitaalslasten (€ 9,407 miljoen). Het verschil ten opzichte van de begroting wordt veroorzaakt door compensatie van gemaakte kosten in het kader van sociaal flankerend beleid en transitie/fusiekosten, die niet onder de reguliere bedrijfsvoering vallen. In dit verslagjaar is geen loon- en prijsbijstelling toegekend.

De opbrengst derden bestaat uit ESF-bijdragen (Europees Sociaal Fonds) in het kader van arbeidsmarkttoeleiding, de daaraan gekoppelde cofinanciering vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, opbrengst UWV-vergoeding en opbrengsten voor therapieën. Het verschil tussen begroting en realisatie is voornamelijk ontstaan door negatieve bijstellingen van de opbrengsten ESF met betrekking tot 2009, 2010 en 2011.

De vrijval uit voorzieningen betreft een herberekening van de voorziening voor medewerkers die vanwege een bezwarende functie gebruik maken van de SBF-regeling (substantieel bezwarende functies). De loonkosten zijn in de oorspronkelijke voorziening opgenomen tot aan de pensioenleeftijd van 65 jaar, maar betreffende medewerkers zullen voor hun 65ste met ontslag gaan, waarna het ABP de verplichting overneemt.

Lasten

De realisatie van de personele kosten is hoger door uitgaven van opleidingskosten en stimuleringspremies in het kader van het sociaal flankerend beleid in verband met de fusie/transitie. Door de uitstroom van personeel is de externe inhuur ook hoger dan begroot.

In de materiële kosten zijn de kosten van de dienstverleningsovereenkomsten lager dan begroot, doordat de shared service organisatie (ICT-leverancier) meerdere aanpassingen aan de ICT niet heeft gerealiseerd waardoor de kosten ook lager uitvielen.

Het verschil bij de afschrijvingskosten en rente wordt veroorzaakt door het niet volledig vervangen van de personenzoekinstallatie vanwege het onduidelijke toekomstperspectief van de huisvesting. Er is gekozen is voor een upgrade van de installatie.

De bijzondere last (circa € 0,038 miljoen) betreft een afboeking van een vordering op VWS inzake het opzetten van de bedrijfsvoering in 2010.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst De Lindenhorst 2011 (bedragen x € 1 000)
   

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

   

(1)

(2)

(3) = (2)-(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2011+ stand depositorekeningen

1 284

1 566

282

2.

Totaal operationele kasstroom

– 200

– 715

– 515

 

Totaal investeringen (-/-)

– 605

– 30

575

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 605

– 30

575

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

275

0

– 275

 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 102

– 102

0

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

330

0

– 330

4.

Totaal financieringskasstroom

503

– 102

– 605

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2011+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

982

719

– 263

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De afname van de liquiditeit wordt vrijwel volledig veroorzaakt in de operationele kasstroom door de vordering op het moederdepartement (€ 0,867 miljoen). De begrote investeringen voor 2011 hebben niet plaatsgevonden vanwege de onduidelijkheid over de toekomstige huisvesting. Hierdoor is er ook geen beroep gedaan op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën. De aflossingen betreffen de reguliere aflossingen op de lopende leningen.

Licence