Base description which applies to whole site

Beleidsartikel 8: Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland

Procentuele verdeling uitgaven 2011 per operationele doelstelling

Procentuele verdeling uitgaven 2011 per operationele doelstelling
A. Algemene toelichting beleidsartikel

Omschrijving

Een actief buitenlands beleid is in het belang van Nederland en de Nederlander. Dat is de kernboodschap die aan de basis ligt van alle communicatieactiviteiten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het is cruciaal hiervoor draagvlak te creëren bij de Nederlandse burger. De Nederlandse publieke opinie over het buitenlandbeleid is immers van invloed op de keuzes die we maken. Buitenlandse Zaken geeft invulling aan de plicht tot beleidscommunicatie. Deze vindt in toenemende mate plaats met behulp van nieuwe media: online-informatie via de website van het ministerie (en vanaf 2011 via rijksoverheid.nl), en via social media (zoals een corporate facebook en twitterkanaal). Meer traditionele communicatievormen blijven ook belangrijk.

De reputatie of beeldvorming van Nederland speelt een steeds grotere rol in het verdedigen van onze belangen in het buitenland. Die reputatie hangt sterk af van de buitenlandse publieke opinie. De term publieksdiplomatie wordt door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gebruikt als overkoepelende term voor alle communicatie met buitenlandse doelgroepen en is gebaseerd op het aangaan van samenwerking en dialoog. Dit is een taak van alle diplomaten. Nederland is een sterk merk. Het is daarom zaak alert te blijven op ontwikkelingen in binnen- en buitenland die afbreuk kunnen doen aan dit sterke imago.

Internationale culturele uitwisseling is een vorm van diplomatie die zeer waardevol is voor onze reputatie als voortvarend, open land, waar handel, kunst en wetenschap kunnen floreren. Nederland heeft als klein land veel te winnen bij de rol die het internationaal kan spelen. Zeker op cultureel gebied wordt er naar Nederland gekeken: Dutch Design, architectuur, maar ook Nederlands theater, hedendaagse muziek en dans genieten internationale bekendheid.

In een tijd van verdere internationalisering helpt internationale culturele uitwisseling de dialoog met andere landen aan te gaan en internationale kwesties samen op te lossen. Cultuur opent deuren in de buitenlandse politiek. Met «culturele diplomatie» kunnen wij onze positie in het buitenland verstevigen, zowel in cultureel, buitenlandpolitiek en economisch opzicht, ook waar het gaat om het uitdragen van beleid op het gebied van bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking en mensenrechten.

Maar de Nederlandse kunst heeft het buitenland ook nodig om inspiratie op te doen en zich te meten aan internationale concurrentie. Een internationaal georiënteerd kunstklimaat is belangrijk voor de verdere ontwikkeling van kunst en cultuur in Nederland. Deze wisselwerking van «halen en brengen» is een belangrijk uitgangspunt van het beleid14.

Ministeriële verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

  • Het communicatiebeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de coördinatie van de communicatie over de beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Europese Zaken. De communicatie is hierbij altijd gericht op de inhoud van beleid.

  • Aansturing van de posten en van de culturele instituten in Parijs en Jakarta.

  • Verdeling van cultuurmiddelen over de posten.

  • Subsidieverlening voor grootschalige manifestaties in het buitenland.

  • Buitenlandse Bezoekersprogramma’s.

  • Synergie tussen cultuur en het buitenlandpolitieke en economische beleid.

  • Ondersteuning van cultuur in ontwikkelingslanden.

De minister is samen met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ook verantwoordelijk voor:

  • Beleidsvorming en uitvoering ten aanzien van het Internationaal Cultuurbeleid.

  • De promotie van Nederlandse kunst in het buitenland en identificatie van internationale kansen en ontwikkelingen voor de Nederlandse culturele sector.

  • Aansturing van het Nederlands-Vlaams Huis «deBuren».

  • Afstemming met de fondsen en sectorinstituten over internationale activiteiten.

  • Beleidsvorming en uitvoering op het gebied van Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed.

Externe factoren

De beeldvorming over het buitenlandbeleid wordt mede bepaald door andere actoren zoals de media, maatschappelijke groepen en politieke bewegingen. Samenwerking met andere betrokken departementen is vereist om synergie op het terrein van internationale beeldvorming te bewerkstelligen. Culturele ontwikkelingen gaan snel en het is van belang dat Nederland continue aansluiting vindt bij de culturele hotspots in de wereld. Nederlandse kunstenaars moeten blijven streven naar excellentie om op de internationale markt te kunnen opereren. Wat betreft Cultuur & Ontwikkeling is de relatie met de partnerlanden van belang en zijn de ontwikkelingen op dit beleidsterrein in de Europese Unie eveneens relevant.

B: Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 8.1

Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

Beoogde beleidseffecten

  • Zichtbare Nederlandse cultuur in het buitenland, vooral in culturele prioriteitslanden14 die ook buitenlandpolitiek en economisch van belang zijn.

  • Versterking van de culturele sector in ontwikkelingslanden.

Te realiseren prestaties

  • Samen met het culturele veld is de programmering voorbereid van de viering van 400 jaar diplomatieke betrekkingen met Turkije in 2012 en het bilaterale jaar met Rusland in 2013.

  • In het kader van het meerjarige programma Dutch Design Fashion and Architecture 2009–2012 zijn promotieactiviteiten georganiseerd in Duitsland, India, China en andere gebieden waar zich bijzondere kansen voor Nederlands design, mode en architectuur voordoen.

  • Projecten op het gebied van Cultuur & Ontwikkeling door ambassades in 13 partnerlanden en organisaties als het Prins Clausfonds, zoals de ondersteuning van de film/documentairesector, ook om de vrijheid van meningsuiting in ontwikkelingslanden te stimuleren.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

In vergelijking met andere Europese landen is de Nederlandse wijze van «culturele diplomatie», waarbij nauw wordt samengewerkt met lokale partners, zeer kosteneffectief. Omdat de middelen relatief beperkt zijn, worden scherpe keuzes gemaakt. Ondersteuning van culturele activiteiten in culturele prioriteitslanden14 is daarbij het uitgangspunt. Daartoe zijn ambassades in die landen met personele en financiële middelen toegerust.

De culturele attachés op ambassades in de prioriteitslanden en de drie culturele instituten in Parijs (Institut Néerlandais), Brussel (DeBuren) en Jakarta (Erasmushuis) vormen een stevig internationaal expertisenetwerk voor het Nederlandse culturele veld. Zij volgen internationale ontwikkelingen en trends en identificeren kansen die zich voor de Nederlandse kunst voordoen bij het betreden van de buitenlandse markt.

Met het Buitenlands Bezoekersprogramma kunnen buitenlandse programmeurs en deskundigen uit alle disciplines worden uitgenodigd om kennis te maken met het Nederlandse culturele leven, zodat zij in eigen land Nederlandse kunst programmeren of coproducties realiseren. Het bezoekersprogramma wordt uitgevoerd door de sectorinstellingen.

De financiële inzet bij deze operationele doelstelling bedraagt ca EUR 8 miljoen waaronder EUR 3,9 miljoen voor het BZ-deel van het HGIS cultuurprogramma en EUR 3 miljoen ten behoeve van de culturele instituten. Voor het Buitenlands Bezoekersprogramma is EUR 0,4 miljoen gereserveerd. Voor grootschalige manifestaties en gebundelde presentaties in het buitenland is maximaal EUR 1,4 miljoen beschikbaar. Aan de fondsen en sectorinstituten is EUR 4,4 miljoen internationale cultuurmiddelen gedelegeerd door de ministeries van OCW en Buitenlandse Zaken gezamenlijk. Culturele instellingen kunnen hierop een beroep doen voor activiteiten in het buitenland15.

De SICA, sectoroverstijgende organisatie voor de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid met een belangrijke netwerk- en informatiefunctie, ontvangt ca. EUR 1 miljoen van OCW en Buitenlandse Zaken gezamenlijk. Voor activiteiten van het programma Dutch DFA (design, mode en architectuur) stellen de ministeries van EZ, OCW en BZ elk EUR 1 miljoen per jaar beschikbaar gedurende vier jaar (2009–2012). Door bezuinigingen zijn er minder middelen beschikbaar voor activiteiten op het gebied van Cultuur & Ontwikkeling.

De subsidiefaciliteit bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor activiteiten op het gebied van Cultuur & Ontwikkeling is vanaf april 2010 tot eind 2012 tijdelijk ingetrokken. Wel beschikken ambassades in 13 partnerlanden nog over gedelegeerde fondsen voor het ondersteunen van lokale organisaties. Ook worden Nederlandse cultuur- en ontwikkelingsorganisaties, zoals het Prins Clausfonds, het Hubert Bals Fonds en het Jan Vrijman Fonds, ondersteund.

Operationele doelstelling 8.2

Het gezamenlijk met partnerlanden werken aan behoud van Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed (GCE) en de implementatie van het multilaterale kader voor het behoud van erfgoed

Beoogde beleidseffecten

  • Behoud van GCE.

  • Vergroten van kennis en bewustwording van GCE, zowel in Nederland als in de partnerlanden.

  • GCE als impuls voor bilaterale betrekkingen.

Te realiseren prestaties

  • Organisatie van de tweede multilaterale erfgoedconferentie met de prioriteitslanden Brazilië, Ghana, Indonesië, India, Rusland, Sri Lanka, Suriname en Zuid-Afrika.

  • Implementatie van de uitkomsten van de tussentijdse evaluatie (2010) van het gemeenschappelijk cultureel erfgoedbeleid.

  • Projecten in de partnerlanden, zoals de restauratie van Nederlandse tuinen in Rusland.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

Voor de financiële inzet bij deze operationele doelstelling stellen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gezamenlijk in totaal EUR 2 miljoen per jaar beschikbaar. Daarvan is EUR 1 miljoen gedelegeerd aan de ambassades in acht prioriteitslanden en EUR 1 miljoen aan het Nationaal Archief, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Instituut Collectie Nederland. Ook de jaarlijkse bijdrage van EUR 4,9 miljoen aan de UNESCO valt onder deze operationele doelstelling.

Operationele doelstelling 8.3

Vergroten van begrip en/of steun voor Nederlandse zienswijzen, standpunten en beleid in het buitenland en het versterken van het draagvlak in eigen land voor het buitenlandbeleid.

Beoogde beleidseffecten

  • Draagvlak in Nederland voor een actief buitenlandbeleid.

  • Maatschappelijke betrokkenheid en draagvlak voor de doelen van internationale samenwerking.

  • Beter begrip bij de burgers over Europese samenwerking.

  • Positieve beeldvorming over Nederland bij buitenlandse doelgroepen. De focus ligt hierbij op 15 geselecteerde landen: landen met historische waarde voor Nederland, landen waar Nederland een sterke economische band mee onderhoudt, of landen die een voortrekkersrol spelen in een bepaalde regio.

Te realiseren prestaties

  • De programma’s Rent-an-Ambassador, «BZ voor de klas» en «Oog in oog met BZ» zijn geïntensiveerd. Nederlandse doelgroepen worden proactief benaderd om van deze draagvlakprogramma’s gebruik te maken.

  • De in 2010 ontwikkelde corporate communicatiestrategie is geïmplementeerd, waarbij directe communicatie met het Nederlandse publiek over het beleid van het ministerie centraal staat. In 2011 wordt ingezet op minimaal 200 externe optredens van ambtenaren van Buitenlandse Zaken.

  • De nieuwe rol van de NCDO als een eerstelijns kennis- en adviescentrum voor internationale samenwerking krijgt zijn beslag.

  • In 2011 treedt een nieuwe subsidiefaciliteit voor Burgerschap en OS in werking voor activiteiten gericht op bewustwording, voorlichting en meningsvorming over ontwikkelingssamenwerking.

  • De website www.minbuza.nl gaat in 2011 over in www.rijksoverheid.nl. Hiermee komt er een centraal loket voor informatie over buitenlands beleid.

  • Op basis van imago-onderzoek in vijf Arabische landen in 2010 wordt de strategie voor publieksdiplomatie in de Arabische wereld en – breder – voor landen met een moslimmeerderheid in 2011 aangescherpt.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

Door middel van publieke optredens in Nederland en actieve inzet in de media van de bewindspersonen worden burgers betrokken bij het Nederlandse buitenlandbeleid. Publieksdiplomatie beschikt over instrumenten als seminars, informatie via websites, beantwoording van vragen van burgers en opinieleiders (zoals journalisten) uit het buitenland en bezoekersprogramma’s aan Nederland van buitenlandse high potentials. Samenwerking met andere betrokken departementen op het terrein van internationale beeldvorming gebeurt onder meer in het Holland Imago Overleg.

De communicatiestrategie voor ontwikkelingssamenwerking richt zich primair op informatie over de doelstellingen van OS (waaronder de motieven en het belang voor Nederland), de inzet die ons land internationaal levert en de resultaten die zijn bereikt (effectiviteit). Communicatie over Europese samenwerking gaat vooral in op de vraag wat Europa betekent voor het dagelijkse leven van de burger (klimaatverandering, economische situatie, consumentenbescherming, veiligheid). De website www.europahoortbijnederland.nl biedt daartoe een interactief publiek platform voor ideeën en meningen over Europa.

Om de beleidseffecten te meten wordt gebruikt gemaakt van diverse eigen onderzoeksinstrumenten zoals de Media-Publieksmonitor en imago- en reputatieonderzoek en door onafhankelijke peilingen zoals de Eurobarometer en de barometer Internationale Samenwerking. Afstemming op de burgeragenda vraagt immers om voldoende inzicht in wat er onder burgers leeft.

De totale financiële inzet bij deze operationele doelstelling bedraagt ca EUR 60 miljoen. Per 1 januari 2011 treedt een subsidiefaciliteit voor burgerschap en ontwikkelingssamenwerking in werking (EUR 19 miljoen) en voor het NCDO advies- en kenniscentrum is maximaal EUR 11 miljoen beschikbaar. Voor het Europafonds is EUR 2,5 miljoen gereserveerd. Vanuit het klein programmafonds non-ODA (EUR 8 miljoen) worden via de Nederlandse ambassades kleinschalige activiteiten op het gebied van publieksdiplomatie ondersteund. Instituut Clingendael ontvangt een subsidie van EUR 2,85 miljoen en EUR 1,7 miljoen is bestemd voor staatsbezoeken.

Operationele doelstelling 8.4

Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland

Beoogde beleidseffecten

  • Nederland is een aantrekkelijke vestigingsplaats voor de 33 internationale organisaties die hier reeds zijn gevestigd alsook voor eventuele nieuwe organisaties die passen bij het internationale profiel van ons land.

Te realiseren prestaties

  • Een aantrekkelijk standaardpakket van (fiscale) privileges en immuniteiten, dat gebruikt kan worden als basis bij de werving van nieuwe organisaties.

  • Beleid ontwikkeld voor werving en gastheerschap van niet-intergouvernementele internationale organisaties.

  • Een specifiek structureel huisvestingsbeleid tot stand gebracht voor mogelijke nieuw in Nederland te vestigen internationale organisaties.

  • Een geregeld interdepartementaal kandidaturenoverleg ingesteld in het kader van de werving van mogelijke nieuwe internationale organisaties.

Instrumenten/activiteiten en financiële inzet

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken geeft uitvoering aan de zetelovereenkomsten met, en andere internationaalrechtelijke verplichtingen jegens de in Nederland gevestigde internationale organisaties. Daarnaast worden zij begeleidt bij het vinden of realiseren van adequate nieuwe huisvesting. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken coördineert met andere departementen, uitvoerende diensten en decentrale overheden en overlegt regelmatig met de organisaties zelf.

De financiële inzet bij deze operationele doelstelling bedraagt EUR 55 000 als jaarlijkse Nederlandse bijdrage aan de bedrijfsvoering van het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Nationale Minderheden (HCNM).

C: Budgettaire gevolgen van beleid
Beleidsartikel 8 Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland

Bedragen in EUR 1 000

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen

46 269

173 127

33 622

36 272

38 792

38 792

38 792

         

Uitgaven:

       
         

Programma-uitgaven totaal

75 842

75 608

73 367

72 856

72 562

72 562

72 562

         

8.1

Grotere buitenlandse bekendheid met de nederlandse cultuur en versterking van de culturele identiteit in ontwikkelingslanden.

9 852

8 216

8 118

7 646

7 646

7 646

7 646

 

Juridisch verplicht

  

37%

16%

9%

9%

9%

 

Overig verplicht

  

44%

52%

59%

59%

59%

 

Beleidsmatig nog niet ingevuld

  

19%

32%

32%

32%

32%

8.2

Cultureel erfgoed

4 202

4 885

4 885

4 885

4 885

4 885

4 885

 

Juridisch verplicht

  

100%

100%

100%

100%

100%

 

Overig verplicht

  

0%

0%

0%

0%

0%

 

Beleidsmatig nog niet ingevuld

  

0%

0%

0%

0%

0%

8.3

Draagvlak Nederlands buitenlands beleid

61 788

62 427

60 309

60 270

59 976

59 976

59 976

 

Juridisch verplicht

  

41%

30%

22%

22%

22%

 

Overig verplicht

  

53%

59%

67%

67%

67%

 

Beleidsmatig nog niet ingevuld

  

6%

11%

11%

11%

11%

8.4

Vestigingsklimaat internationale organisaties in Nederland

0

80

55

55

55

55

55

 

Juridisch verplicht

  

100%

100%

100%

100%

100%

 

Overig verplicht

  

0%

0%

0%

0%

0%

 

Beleidsmatig nog niet ingevuld

  

0%

0%

0%

0%

0%

         

Ontvangsten

700

790

790

790

790

790

790

         

8.10

Doorberekening Defensie diversen

700

790

790

790

790

790

790

D. Onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid

Titel van het evaluatieonderzoek

Jaar van afronding

Operationele doelstelling

08

09

10

11

12

13

14

15

Beleidsdoorlichtingen

 

Internationaal Cultuurbeleid

    

X

   

8.1, 8.2

Nederland als gastland voor internationale organisaties (zie ook OD 1.3)1

X

       

8.4

Effectenonderzoek

 

Prins Clausfonds

   

X

    

8.1

Cultuurstichting China-Nederland

 

X

      

8.2

Draagvlak OS1

 

X

      

8.3

Overig evaluatieonderzoek

 

Ondersteuning filmindustrie in ontwikkelingslanden

X

       

8.1

Kosmopolis (met OCW)

 

X

      

8.1

UNESCO (zie ook OD 1.1)

  

X

     

8.2

Europafonds

X

       

8.3

1

IOB evaluatieonderzoek.

14

Nota Grenzeloze Kunst, Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 482, nr. 17.

15

Als gevolg van de overheveling van het HGIS-C subsidieloket per 1 januari 2008 naar de culturele fondsen, is een nieuw, beperkt, subsidiekader ingesteld bij Buitenlandse Zaken waaruit vooral gebundelde culturele presentaties in het buitenland worden gefinancierd. De culturele middelen voor de ambassades zijn ondergebracht in een nieuw Fonds Kleine Activiteiten lastens begrotingsartikel 8.3.

Licence