Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 42 Gezondheidszorg

42.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een goed werkend en innoverend zorgstelsel gericht op een optimale combinatie van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid voor de burger.

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2011

Belangrijkste beleidsonderwerpen 2011

In dit artikel wordt het beleid inzake de curatieve zorg verwoord. Om de algemene doelstelling te realiseren zal ingezet worden op:

  • Het transparant maken van geleverde kwaliteit door zorgaanbieders (42.3.1);

  • Het oprichten van een nationaal kwaliteitsinstituut gezondheidszorg (42.3.2);

  • De versterking van de eerste lijn en zorg dichtbij huis (42.3.2);

  • De bevordering van meer doelmatigheid in de zorg (42.3.2);

  • Voorbereiden van de aanpassing van de bekostiging per 2012 van medisch specialisten waarmee compensatie van eventuele overschrijdingen kan worden afgedwongen (42.3.3).

Voor zover de invoering van het beleid additionele administratieve lasten met zich meebrengt, zal VWS bezien in hoeverre deze extra regeldruk zo beperkt mogelijk kan worden gehouden en naar compensatie zoeken voor de extra administratieve lasten.

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministeriële verantwoordelijkheid

De bewindspersonen van VWS zijn ministerieel verantwoordelijk voor:

  • Het scheppen van randvoorwaarden om de kwaliteit, de toegankelijkheid, de veiligheid en de betaalbaarheid van de curatieve zorg te waarborgen voor de burger.

Deze verantwoordelijkheid wordt onder andere ingevuld door:

  • Het versterken van de positie van de patiënt, zodat deze in staat is om zijn rol als zorgconsument te vervullen;

  • Het scheppen van randvoorwaarden om het innoverend vermogen van de gezondheidszorg te waarborgen;

  • Een goed werkend stelsel, waarin zorgverzekeraars in staat worden gesteld een betaalbaar verzekerd pakket aan te bieden.

Externe factoren

Externe factoren

Het behalen van de algemene doelstelling van dit artikel hangt af van een goed samenspel van veel partijen: zorgprofessionals, cliënten, zorginstellingen, zorgverzekeraars en toezichthouders. Daarnaast spelen EU wet- en regelgeving en internationale afspraken een rol.

Het kabinet stimuleert hen deze rol in te vullen onder meer door het zorgstelsel te moderniseren, zodanig dat het prikkelt tot kwaliteitsverbetering, innovatie en doelmatigheid. Verder stimuleert het kabinet hen door het verlenen van subsidies, het verspreiden van goede voorbeelden, het verrichten van onderzoek en het leveren van bijdragen (in middelen en door medewerking) aan projecten in de zorg. De prikkels en programma’s versterken elkaar.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

Bij de algemene doelstelling ten aanzien van de curatieve zorg is geen prestatie-indicator opgenomen. Het is namelijk niet mogelijk om de werking van het gehele stelsel van curatieve zorg in Nederland in een of enkele indicatoren samen te vatten. Het stelsel is daarvoor te veelzijdig.

De prestaties van het stelsel worden gemonitord met de zorgbalans (zie hiervoor www.rivm.nl). De zorgbalans schetst aan de hand van ongeveer honderd indicatoren een beeld van de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de Nederlandse gezondheidszorg. Ook geven de volgende evaluaties en monitors inzicht in de werking van het gezondheidszorgstelsel: evaluatie verplicht eigen risico, monitor cure en de marktscan zorgverzekeringsmarkt.

42.2 Budgettaire gevolgen van beleid
42.2.1 Begrotingsuitgaven
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen

7 649 565

7 469 586

8 416 346

8 772 424

8 852 306

9 570 965

10 416 811

        

Uitgaven

7 475 220

7 512 340

8 471 652

8 782 785

8 858 765

9 573 190

10 416 811

        

Programma-uitgaven

7 466 298

7 503 824

8 463 561

8 774 672

8 850 625

9 565 050

10 408 671

1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt

1 532

4 242

1 620

930

930

930

930

2. Zorgaanbieders worden gestimuleerd om het door de burger gewenste zorgaanbod te realiseren

1 266 005

1 326 012

1 344 408

1 353 933

1 301 604

1 311 817

1 299 465

3. Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan

6 198 761

6 172 070

7 095 433

7 392 309

7 517 791

8 218 303

9 070 676

4. De burgers van de BES-eilanden kunnen gebruik maken van voorzieningen voor zorg en welzijn

0

1 500

22 100

27 500

30 300

34 000

37 600

        

Apparaatsuitgaven

8 922

8 516

8 091

8 113

8 140

8 140

8 140

        

Ontvangsten

527 998

138 007

122 372

71 095

57 966

38 626

20 526

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt

1 620

930

930

930

930

– Juridisch verplicht

1 389

922

922

922

922

– Bestuurlijk gebonden

0

0

0

0

0

– Niet-juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden

231

8

8

8

8

      

2. Zorgaanbieders worden gestimuleerd om het door de burgers gewenste zorgaanbod te realiseren

1 344 408

1 353 933

1 301 604

1 311 817

1 299 465

– Juridisch verplicht

1 224 840

1 230 996

1 191 162

1 196 447

1 182 663

– Bestuurlijk gebonden

116 587

112 171

98 234

98 109

95 870

– Niet-juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden

2 981

10 766

12 208

17 261

20 932

      

3. Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan

7 095 433

7 392 309

7 517 791

8 218 303

9 070 676

– Juridisch verplicht

7 065 311

7 368 752

7 496 603

8 197 115

9 049 488

– Bestuurlijk gebonden

29 706

23 196

20 453

20 453

20 453

– Niet-juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden

416

361

735

735

735

      

4. De burgers van de BES-eilanden kunnen gebruik maken van voorzieningen voor zorg en welzijn

22 100

27 500

30 300

34 000

37 600

– Juridisch verplicht

0

0

0

0

0

– Bestuurlijk gebonden

22 100

27 500

30 300

34 000

37 600

– Niet-juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden

0

0

0

0

0

Toelichting tabel budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven

De bedragen die als «niet-juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden» zijn opgenomen zijn beleidsmatig gereserveerd voor uitgaven op het terrein van de volgende operationele doelstellingen:

Operationele doelstelling 2

Het niet verplichte deel of bestuurlijk gebonden bedrag van deze operationele doelstelling is voornamelijk gereserveerd voor activiteiten ten behoeve van:

  • Het bevorderen van veilige toepassing op het gebied van medicatie en medische technologie;

  • Orgaandonatie (het bevorderen van het aantal transplantaties);

  • Instandhouding, beheer en doorontwikkeling van de website BOPZ;

  • Uitvoeren van het programma «Patiëntveiligheid in de eerstelijnszorg»;

  • Uitvoeren van het actieprogramma «Veilige zorg ggz»

  • Uitvoeren van projecten eerste lijn Doelstellingenbrief (kamerstuk 29 247 nr. 76).

42.2.2 Premie-uitgaven

In de tabel hieronder zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van de gezondheidszorg. Hierin zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de eerste suppletore begroting 2010 en de begroting 2011 verwerkt. Voor 2010 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2011 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd. Het saldo van de beschikbare middelen en maatregelen, voor zover niet aan de afzonderlijke sectoren toegedeeld, is opgenomen als onverdeeld.

Premie-uitgaven (bedragen x € 1 000 000)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Extramurale zorg

4 264,4

4 282,7

4 249,8

4 192,8

4 195,8

4 196,7

4 197,4

Huisartsen en geïntegreerde eerstelijnszorg

2 219,3

2 192,6

2 237,8

2 163,5

2 163,3

2 163,3

2 163,3

Tandheelkunde en tandheelkundige specialistische zorg

893,9

912,2

807,1

807,1

807,1

807,1

807,1

Paramedische hulp

667,7

682,4

653,8

655,3

656,7

656,8

656,8

Verloskunde en kraamzorg

438,6

453,0

469,8

483,7

485,5

486,3

487,0

Dieetadvisering

44,9

42,5

42,4

42,4

42,4

42,4

42,4

Extramurale zorg onverdeeld

  

38,9

40,8

40,8

40,8

40,8

        

Ziekenhuizen, medisch specialisten en overig curatief

18 517,4

18 791,3

18 274,2

18 178,8

18 206,2

18 213,8

18 214,0

Algemene en categorale ziekenhuizen

11 598,8

11 953,5

11 907,4

11 860,9

11 865,4

11 872,4

11 872,5

Academische ziekenhuizen

2 835,1

2 953,3

2 961,4

2 982,0

3 003,2

3 003,7

3 003,8

Academische component

628,8

635,3

635,3

635,3

635,3

635,3

635,3

Medisch specialisten

2 469,1

2 068,5

1 848,9

1 874,8

1 874,8

1 874,8

1 874,8

ZBC's

415,1

421,2

421,2

224,2

224,2

224,2

224,2

Overig curatieve zorg

570,5

599,5

576,5

576,5

576,5

576,5

576,5

Ziekenhuizen, medisch specialisten en overig curatief onverdeeld

 

160,0

– 76,5

25,1

26,8

26,9

26,9

        

Ziekenvervoer

539,8

566,6

559,8

548,3

534,3

534,3

534,3

Ambulancevervoer

426,8

450,4

437,6

425,6

411,6

411,6

411,6

Overig ziekenvervoer

113,0

116,2

116,2

116,2

116,2

116,2

116,2

Ziekenvervoer onverdeeld

  

6,0

6,5

6,5

6,5

6,5

        

Genees- en hulpmiddelen

6 473,8

6 770,8

7 104,2

7 111,8

7 110,7

7 111,2

7 111,2

Farmaceutische hulp

5 149,7

5 370,6

5 670,8

5 678,3

5 678,5

5 679,0

5 679,0

Hulpmiddelen

1 324,1

1 400,2

1 433,4

1 433,5

1 432,2

1 432,2

1 432,2

        

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

3 575,1

3 642,4

3 661,2

3 682,4

3 695,2

3 695,7

3 695,7

Geneeskundige ggz door instellingen

3 393,9

3 453,1

3 354,2

3 366,1

3 378,7

3 379,2

3 379,2

Geneeskundige ggz door vrijgevestigden

181,2

189,3

189,3

189,3

189,3

189,3

189,3

Geneeskundige ggz onverdeeld

  

117,7

127,0

127,2

127,2

127,2

        

Chronische keten dbc's en geïndiceerde preventie

 

134,1

237,3

236,9

236,9

236,9

236,9

Grensoverschrijdende zorg

478,5

492,0

514,1

515,6

515,6

515,6

515,6

Beheerskosten uitvoeringsorganen Zvw

5,5

5,6

5,6

5,6

5,6

5,6

5,6

        

Totaal

33 854,5

34 685,5

34 606,2

34 472,2

34 500,3

34 509,8

34 510,7

Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar

2,5%

– 0,2%

– 0,4%

0,1%

0,0%

0,0%

Bron

VWS, NZa productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ voorlopige financieringslasten Zvw en AWBZ.

De minister voor Jeugd en Gezin draagt de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de jeugd-ggz en de jeugd-lvg (artikel 3 «Zorg en bescherming» van de begroting van het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin).

In de premie-uitgaven voor gehandicaptenzorg is circa 5% toewijsbaar aan de zorg voor jeugdige licht verstandelijk gehandicapten (jeugd-lvg). In de premie-uitgaven voor geestelijke gezondheidszorg is circa 10% toewijsbaar aan de zorg voor kinderen en jeugdigen (jeugd-ggz). Vanaf 2008 valt de kortdurende jeugd-ggz onder de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg.

Premiegefinancierde prioriteiten

De volgende tabel geeft de premiegefinancierde prioriteiten weer. De beleidsinformatie is opgenomen onder de operationele doelstelling bij de betreffende prioriteit. Bij een onbekend bedrag is een «pm» opgenomen en daar waar budgetneutraliteit het uitgangspunt is een «n.v.t.».

Premiegerelateerde instrumenten (bedragen x € 1 000 000)
 

OD

2011

2012

2013

2014

2015

Bereikbaarheid huisartsenzorg en acute zorg

42.3.2

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Ambulances

42.3.2

– 13,0

– 25,0

– 39,0

– 39,0

– 38,0

Functionele integratie spoedeisende hulp en huisartsenposten

42.3.2

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Stepped care

42.3.2

– 30,0

– 60,0

– 60,0

– 60,0

– 60,0

Zorgstandaarden

42.3.2

– 40,0

– 75,0

– 75,0

– 75,0

– 75,0

Veiligheidsmaatregelen

42.3.2

– 15,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

– 15,0

Actieve opsporing onverzekerden

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Operationele risicoverevening

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Introductie beschikbaarheidsbijdrage

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Preventieve interventies in het basispakket

42.3.3

20,0

89,0

50,0

39,0

29,0

Pakketmaatregelen Zvw

42.3.3

– 347,5

– 347,5

– 347,5

– 347,5

– 347,5

Revalidatiezorg

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Pakketbeheer geneesmiddelen

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Integrale bekostiging van farmaceutische zorg

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Integrale bekostiging Cystic Fibrosis-zorg

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Hulpmiddelenbeleid

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Het Transitieakkoord farmaceutische zorg 2008/2009

42.3.3

pm

pm

pm

pm

pm

Aanvulling instrumenten bekostiging Wmg

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bekostiging apotheekhoudenden

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Invoering eigen bijdrage tweedelijns ggz

42.3.4

– 110,0

– 110,0

– 110,0

– 110,0

– 110,0

Uitbreiding inkoopbeleid zorgverzekeraars ten aanzien van geneesmiddelen

42.3.3

– 30,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

– 30,0

Doelmatig voorschrijven

42.3.3

pm

pm

pm

pm

pm

Bekostiging ziekenhuizen

42.3.3

– 549,0

– 549,0

– 549,0

– 549,0

– 548,0

Bekostiging medisch specialisten

42.3.3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bekostiging acuut generalistische zorg

42.3.3

pm

pm

pm

pm

pm

Bekostiging eerstelijnsdiagnostiek

42.3.3

– 60,0

– 60,0

– 60,0

– 60,0

– 59,0

Bron

VWS

42.3 Operationele doelstellingen

Er zijn vier operationele doelstellingen op het gebied van de gezondheidszorg:

  • 1. De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt;

  • 2. Zorgaanbieders worden gestimuleerd om het door de burger gewenste zorgaanbod te realiseren;

  • 3. Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan;

  • 4. De burgers van de BES-eilanden kunnen gebruik maken van voorzieningen voor zorg en welzijn.

42.3.1 De positie van de burger in het zorgstelsel wordt versterkt

Motivering

Motivering

Door informatie over zorgaanbieders en zorgverzekeraars toegankelijk en vergelijkbaar te maken, kan de cliënt bewust kiezen. De zeggenschap van burgers/cliënten wordt op die manier vergroot. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars worden daardoor gestimuleerd zich te onderscheiden op kwaliteit en prijs. Het kabinet realiseert dit door instrumenten in te zetten die leiden tot:

  • Meer transparante informatievoorziening over de zorg;

  • Het verbeteren van de rechtspositie van burgers in het zorgstelsel.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

Instellingssubsidies

922

922

922

922

922

Stichting PAN (Perinatale Audit)

922

922

922

922

922

      

Projectsubsidies

561

8

8

8

8

Waarvan onder andere:

     

Heup- en knievervanging mammacarcinoom

43

8

0

0

0

Beleidscommissie Wetenschap derde tranche

7

0

0

0

0

UMC Radboud Zichtbare Zorg Ziekenhuizen derde tranche

155

0

0

0

0

Zichtbare zorg in ziekenhuizen

14

0

0

0

0

Consumentenbond Klantpreventie, 25 aandoeningen

115

0

0

0

0

KNGF Kwaliteitsindicatie 2010

33

0

0

0

0

Projecten Transparantie Curatieve zorg

116

0

0

0

0

      

Opdrachten

137

0

0

0

0

Waarvan onder andere:

     

Projecten transparantie curatieve zorg

115

0

0

0

0

      

Totaal

1 620

930

930

930

930

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

De voortgang van het beleid wordt gemeten met de volgende indicator:

Indicator
 

2009

Streefwaarde 2010

Streefwaarde 2011

Voor 80 aandoeningen kunnen burgers op www.kiesBeter.nl zien welke kwaliteit ziekenhuizen bieden.

6

23

80

Bron

RIVM, www.kiesBeter.nl

Instrumenten

Hieronder vallen activiteiten op het gebied van Zichtbare Zorg, Maatschappelijke verantwoording, Early warning, fusietoezicht, Wet cliëntenrechten zorg, geschilbeslechting en het versterken van patiëntenorganisaties. Dit betreft zorgbreed beleid. Zie 43.3.1 voor een toelichting op de instrumenten en de geraamde middelen.

42.3.2 Zorgaanbieders worden gestimuleerd om het door de burger gewenste zorgaanbod te realiseren

Motivering

Motivering

Om te zorgen dat de burger de zorg krijgt waar hij conform het verzekerde pakket recht op heeft, bevat het zorgstelsel prikkels die zorgaanbieders moeten aanzetten tot het leveren van een kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorg. Een kwalitatief hoogwaardige zorg is veilig en toegankelijk. Om het zorgaanbod, ook op de langere termijn, aan te laten sluiten op de behoefte van de burger en op de demografische en technologische ontwikkelingen, vindt het kabinet het beschikbaar krijgen van nieuwe en het verbeteren van bestaande medische producten en processen via innovatie noodzakelijk. Daarnaast kan innovatie van zorg leiden tot een verbetering van de arbeidsproductiviteit, waardoor werknemers in de zorg meer tijd kunnen besteden aan de patiënt en zelf minder belast worden.

Hiervoor zet het kabinet in op:

  • De kwaliteit en veiligheid van het zorgaanbod;

  • De toegankelijkheid van het zorgaanbod;

  • De innovatie van de zorg.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

Instellingssubsidies/structurele subsidies

1 050 517

1 059 881

1 065 620

1 092 250

1 097 755

Waarvan onder andere:

     

Nederlands Kanker Instituut

14 771

14 771

14 771

14 771

14 771

Stichting Perinatale Registratie

622

622

622

622

622

Dutch Cochrane Centre

100

100

100

100

100

Stichting HIV-monitoring

2 619

2 619

2 619

2 619

2 619

Stichting Pathologisch anatomisch landelijk geautomatiseerd archief (Palga)

2 803

2 803

2 803

2 803

2 803

Stichting Ex6

222

222

222

222

222

Stichting Patiënt Vertrouwens Persoon

4 447

4 447

4 447

4 447

4 447

Psychiatrische casusregisters

485

485

485

485

485

Nederlandse Transplantatie Stichting: donatiecentrum

5 283

5 166

5 166

5 166

5 166

Nederlands Normalisatie Instituut i.v.m. medische hulpmiddelen

102

102

102

102

102

Nederlands Instituut voor verantwoord medicijngebruik

1 700

1 400

980

980

980

Opleidingsfonds

848 203

850 266

855 682

879 760

885 047

Huisartsenopleiding

133 700

136 300

135 300

135 300

135 300

College voor beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg

1 437

1 437

1 437

1 437

1 437

Nictiz

28 296

28 296

28 296

28 296

28 296

      

Projectsubsidies

177 300

189 694

150 517

136 349

119 440

Waarvan onder andere:

     

Uitvoering Amendement Heideheuvel

1 000

0

0

0

0

Nivel Monitor schade in ziekenhuizen

1 178

1 117

170

0

0

Nivel Landelijk Informatienetwerk Eerstelijnszorg (LINEL)

1 302

1 341

529

0

0

Nivel Monitoren medicatieveiligheid in ziekenhuizen

82

82

82

50

0

NPCF Versterking eerstelijn

133

82

51

0

0

LEVV Programma Patiëntveiligheid

175

88

88

0

0

V&VN Programma Patiëntveiligheid

175

88

88

0

0

NVZ Programma Patiëntveiligheid

1 500

250

750

0

0

Actieprogramma Veilige zorg eerstelijnszorg

272

100

524

0

0

Actieprogramma Veilige zorg ggz

500

175

175

0

0

ZonMW programma Patiëntveiligheid

969

903

576

179

0

Vergroten Patiëntveiligheid

0

571

1 338

1 338

1 338

Netwerk Eerstelijns Organisaties/Landelijke Vereniging Georganiseerde eerstelijn (NEO LVG)

299

450

0

0

0

Projecten eerstelijn doelstellingenbrief

120

120

120

120

120

Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte

200

200

200

200

200

Perinataal webbased dossier

500

1 000

1 000

0

0

Familievertrouwenspersoon

1 080

1 080

1 080

1 080

1 080

Nemesis II

0

256

569

795

795

Trimbos Nemesis II

757

538

226

0

0

Suïcidepreventie

1 330

607

607

607

407

Stagefonds

15 000

0

0

0

0

Arbeidsmarktbeleid

14 807

37 076

49 181

49 181

49 181

ICT in de zorg

15 133

20 781

1 141

2 341

3 141

Verpleegkundigen en verzorgenden

3 549

2 311

2 004

2 068

2 068

Opleiding physician assistant en nurse practitioner

21 000

21 000

21 000

21 000

21 000

Innovatie

33 179

31 186

18 899

19 327

19 327

Subsidies beroepen en opleidingenstructuur

11 047

12 029

13 104

12 994

13 622

Pilots orgaandonatie

1 291

478

212

0

0

Stichting TRIP in verband met weefselvigilantie

85

85

85

85

85

Topinstituut Pharma

22 927

15 035

4 665

0

0

Besluit Subsidies Investeringen Kennisinfrastructuur (BSIK-projecten)

160

2 334

0

0

0

Life Sciences & Health

15 000

21 500

21 500

18 000

0

Gezond Ouder worden

3 000

4 000

2 500

0

0

Lifelines

7 100

9 500

6 100

4 600

4 600

      

Opdrachten

38 559

29 502

15 611

14 862

14 914

Waarvan onder andere:

     

Yachtgroup Sleegers

63

0

0

0

0

Tam Tam Hosting Website

16

0

0

0

0

Stuurgroep Zwangerschap en geboorte

200

200

200

200

200

NZa Curatieve Zorg

1 000

0

0

0

0

Website BOPZ

403

450

450

450

450

Dwang en Drang ggz

125

0

0

0

0

Projecten eerste lijn doelstellingenbrief

120

120

120

120

120

Farmaceutische data

800

800

800

0

0

Reservering voor voorgenomen systeemwijziging orgaandonatie

22 000

11 000

0

0

0

Regeling donatie bij leven

600

700

800

800

800

Multimediale donorcampagne

1 800

1 800

1 800

1 800

1 800

ICT en innovatie

7 470

8 660

2 385

2 733

2 933

Arbeidsmarkt, beroepen en opleidingen

2 227

4 753

6 154

6 148

6 181

      

Bijdragen aan baten-lastendiensten

29 082

26 696

21 696

20 196

19 196

Bijdrage aan agentschap CIBG (o.a. UZI-register, BIG-register, SBV-Z, donorregister, Farmatec)

29 082

26 696

21 696

20 196

19 196

      

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

48 950

48 160

48 160

48 160

48 160

CVZ/ Compensatie kosten van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

47 616

47 616

47 616

47 616

47 616

ZonMW: Regieraad Kwaliteit van Zorg

1 334

544

544

544

544

      

Totaal

1 344 408

1 353 933

1 301 604

1 311 817

1 299 465

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

De voortgang van het beleid wordt gemeten met de volgende indicatoren:

Indicator
 

2004

2006

2008

2009

Streefwaarde 2011

1. Aantal vermijdbare incidenten in ziekenhuizen

30 000

28 500

2. Vermijdbare sterfte in ziekenhuizen (meting bij huidige stand technologie)

1 735

1 648

3. Percentage ziekenhuizen dat de speerpunten 2009 op het gebied van het Veiligheidsmanagementsysteem (VMS) heeft geïmplementeerd

100%

4. Het aantal ziekenhuizen dat op de thema’s van het programma «Voorkom schade, werk veilig» participeert of aantoonbaar vergelijkbare initiatieven ontplooit

82

93

100%

(2012)

5. Het aantal ziekenhuizen dat deelneemt aan de HSMR (Hospital Standardised Mortality Rate)

69

100%

6. Aantal gevallen van vermijdbare ziekenhuisopname ten gevolge van medicijngebruik

19 000

13 300

Bron & toelichting

1. en 2. De basiswaarden zijn gemeten door het Nivel in 2004. De waarden over 2008 komen eind 2010/begin 2011 beschikbaar. De meting betreft circa de helft van het aantal dossiers dat in de nulmeting van 2004 betrokken was.

3. IGZ. Begin 2009, 2010, 2011 en 2012 controleert de IGZ steekproefsgewijs of alle ziekenhuizen de extra speerpunten voor dat jaar op het gebied van VMS-implementatie gerealiseerd hebben. De conclusie van het onderzoek van de IGZ over 2009 is dat de 20 aselect gekozen ziekenhuizen die in de steekproef onderzocht zijn, bezien vanuit de speerpunten voor 2009, op schema liggen om certificatie/accreditatie van het VMS in 2012 te behalen.

4. VWS. Cijfer is inclusief UMC’s.

5. Deelname aan de HSMR wordt door de IGZ gemeten. Het gaat hier dan om gecorrigeerde sterftecijfers. Naar verwachting maken alle ziekenhuizen (100%) deze in 2011 openbaar. In 2010 hebben alle ziekenhuizen reeds hun ongecorrigeerde sterftecijfers openbaar gemaakt.

6. Eindrapport Hospital Admissions Related to Medication (Harm), Universiteit Utrecht. Een nieuwe meting vindt plaats in 2011.

Indicator
 

Streefwaarde 2010

Streefwaarde

2011

1. Percentage ziekenhuizen dat de CQ-index meet

In ontwikkeling

In ontwikkeling

2. Percentage huisartsen dat de CQ-index meet

Voorbereiding

Pilotjaar

3. Percentage ggz-instellingen dat de CQ-index meet

  

– Ambulant

Verplicht

Verplicht

– Klinisch/langdurig

In ontwikkeling

Facultatieve uitvraag

4. Score ziekenhuizen op de indicator «bejegening patiënten»

In ontwikkeling

In ontwikkeling

5. Score huisartsen op de indicator «bejegening patiënten»

Voorbereiding

Pilotjaar

6. Score ggz-instellingen op de indicator «bejegening patiënten»

  

– Ambulant

Verplicht

Verplicht

– Klinisch/langdurig

In ontwikkeling

Facultatieve uitvraag

7. Ontwikkeling ketenzorgindicatoren voor diabetes mellitus

Invoering

Eerste rapportages en doorontwikkeling

8. Ontwikkeling ketenzorgindicatoren voor cardiovasculair risicomanagement

Invoering

Eerste rapportages en doorontwikkeling

9. Ontwikkeling ketenzorgindicatoren voor COPD

Invoering

Eerste rapportages en doorontwikkeling

Bron

VWS

Indicator
 

2005

2006

2007

2008

2009

Streefwaarde 2010

Streefwaarde 2011

1. Aantal donoren (exclusief levende donoren)

217

200

257

201

215

> 250

≥ 250

2. Percentage ambulances dat binnen 15 minuten ter plaatse is bij spoed/ levensbedreigende situaties

91%

91%

92%

92%

≥ 95%

≥ 95%

3. Percentage bevolking dat binnen 30 minuten een SEH afdeling met de auto kan bereiken

98%

99,4%

99,7%

99,4%

99,3%

≥ 99,4%

> 99,4%

4. Percentage poliklinieken waar je binnen drie weken een afspraak hebt

78,2%

82,0%

80,3%

74,3%

80%

80%

5. Percentage burgers dat binnen 4 weken een afspraak heeft voor aanmelding bij een tweedelijns ggz-aanbieder

77%

74%

71%

72%

72%

80%

80%

6. Aantal verwijzingen van huisartsen naar de tweedelijn (per 1 000 patiënten)

171

174

188

200

174

174

7. Aantal multidisciplinaire samenwerkingsverbanden in de eerstelijn

1 674

1 782

1 700

> 1 782

Bron & toelichting

1. Nederlandse Transplantatie Stichting, jaarlijkse meting. Indien de Wet op de orgaandonatie wordt aangepast (verwachting plaatsing in het Staatsblad in 2010), is de doelstelling om 25% meer transplantaties te realiseren in een tijdsperiode van vijf jaar (2010-2015).

2. RIVM, Zorgbalans, (jaarlijkse meting).

3. RIVM, Nationale Atlas Volksgezondheid. (jaarlijkse meting).

4. RIVM, Zorgbalans (update in 2010 bij nieuwe Zorgbalans). Dit betreft de verwachte wachttijd zoals opgegeven door ziekenhuizen.

5. ggz Nederland, wachttijden in de ggz-instellingen (jaarlijkse meting).

6. NIVEL, Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH), (jaarlijkse meting). De streefwaarde is gebaseerd op een stabiel blijvend aantal verwijzingen naar de tweedelijn, ondanks de toenemende druk op de eerstelijnszorg.

7. NIVEL, Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH), (jaarlijkse meting). Update in het najaar bekend.

Instrumenten ten behoeve van kwaliteit en veiligheid van het zorgaanbod

•  Oprichting nationaal kwaliteitsinstituut gezondheidszorg

Om de gezondheidszorg in Nederland ook in de toekomst betaalbaar en kwalitatief goed te houden, is een duidelijker koppeling nodig van kwaliteit en veiligheid aan effectiviteit en doelmatigheid. Dat is niet alleen van belang voor individuele patiënten, maar ook voor de beheersing van de collectieve uitgaven en dus voor alle burgers in dit land. In de huidige situatie worden de publieke taken die hiermee zijn gemoeid te gefragmenteerd uitgevoerd. Bovendien zijn huidige richtlijnen op het vlak van kwaliteit en veiligheid vrijblijvend. Het kabinet heeft daarom eind mei in een brief aan de Kamer het voornemen uitgesproken een publiekrechtelijk nationaal kwaliteitsinstituut op te richten. Taken die momenteel worden uitgevoerd door de Inspectie voor de Gezondheidszorg, Zichtbare Zorg, het College voor zorgverzekeringen, de Nederlandse Zorgautoriteit, ZonMW, de Regieraad en dbc-onderhoud kunnen hierin worden samengevoegd (kamerstuk 31 765 nr. 19).

De verantwoordelijkheid voor het opstellen van richtlijnen blijft liggen bij het veld. Nieuw is dat dit instituut een bevoegdheid krijgt om zonodig zelf normen, richtlijnen, protocollen, standaarden en indicatoren op te stellen. Ook het bepalen van de te declareren zorgproducten en de advisering over de samenstelling, systematiek en opname in het verzekerde basispakket behoort tot de taken van dit instituut. Naar verwachting zal het instituut in 2013 van start gaan. Het jaar 2011 zal in het teken staan van het treffen van de noodzakelijke voorbereiding, inclusief de bijbehorende wetgeving. Een nadere uitwerking van het voornemen wordt eind 2010 aan de Tweede Kamer voorgelegd.

•  Regieraad Kwaliteit van Zorg

Zorg dient bij voorkeur via algemeen aanvaarde, zo mogelijk «evidence based» standaarden te worden verleend. Om onnodige variatie zoveel mogelijk te voorkomen heeft de Regieraad Kwaliteit van Zorg een agenderende, faciliterende en stimulerende rol bij het beschrijven van criteria voor kwalitatief goede, veilige en doelmatige zorg. De Regieraad ontwikkelt instrumenten en procedures om het veld te ondersteunen. De ondersteuning van de Regieraad is bij ZonMw ondergebracht (€ 1,3 miljoen). De bestaande taken en de positie van de Regieraad zullen in het kader van het voornemen voor een publiekrechtelijk kwaliteitsinstituut, zoals hierboven omschreven, worden bezien.

•  Patiëntveiligheid ziekenhuizen, Voorkom schade, werk veilig

Het veiligheidsprogramma «Voorkom schade, werk veilig» (kamerstuk 28 439 nr.18) heeft tot doel om in de jaren 2008–2012 de onbedoelde vermijdbare schade in ziekenhuizen met 50% te reduceren. Dit plan bestaat uit twee pijlers: het reduceren van vermijdbare sterfte en schade op tien inhoudelijke thema’s én het implementeren van het veiligheidsmanagement systeem (VMS) in alle ziekenhuizen. Voor de tien thema’s zijn verbeterinterventies en indicatoren ontwikkeld, waarop vanaf 2010 door de ziekenhuizen wordt geregistreerd en die vanaf mei/juni 2011 in het toezicht van de IGZ worden betrokken. De IGZ zal begin 2011 het jaarlijkse vervolgonderzoek uitvoeren naar de VMS-implementatie in de ziekenhuizen. Daarnaast toetst de IGZ de voortgang op de tien thema’s. Dit wordt meegenomen in de rapportage «Het resultaat telt» die eind 2010 uitkomt.

Eind 2010 komen cijfers beschikbaar van een tussentijds dossieronderzoek naar vermijdbare schade en sterfte. In 2011 zullen cijfers beschikbaar komen van de herhaalde Harm/IPCI studie, waarbij het aantal vermijdbare ziekenhuisopnames als gevolg van verkeerd medicijngebruik opnieuw gemeten is.

Daarnaast zal er structureel aandacht zijn voor normontwikkeling op risicovolle gebieden in de zorg. Deze (veiligheids)normen zullen de ondergrens aangeven waar goede zorg aan moet voldoen en iedere zorgverlener moet hierop afrekenbaar zijn. Het veld is primair verantwoordelijk voor deze veiligheidsinitiatieven. Het veld heeft die rol opgepakt door een eerste set veiligheidsnormen op te stellen en te beschrijven hoe het structureel aandacht houdt voor dit traject van veiligheidsnormen (zie brief «Veiligheidsnormen ziekenhuiszorg II» van 29 juni 2010, kamerstuk 31 765 nr.22). Mochten deze of andere veiligheidsinitiatieven toch onvoldoende van de grond komen dan zullen VWS, IGZ en mogelijk het op te richten Kwaliteitsinstituut hier de regie nemen.

•  Patiëntveiligheid curatieve ggz

In het plan patiëntveiligheid van GGZ Nederland (kamerstuk 28 439 nr. 22) zijn speerpunten benoemd die betrekking hebben op de invoering van een Veilig Melden Systeem, het veilig melden van incidenten (VIM), medicatieonveiligheid, suïcidepreventie, risico’s bij dwang en drang, agressie in de zorg en comorbiditeit van psychische en somatische klachten. Het jaar 2011 is vooralsnog het laatste jaar van het veiligheidsprogramma. De speerpunten moeten zijn uitgewerkt door de pilotgroep en beschikbaar zijn voor de dan aangesloten ggz-instellingen (€ 0,5 miljoen).

•  Actieprogramma veilige zorg/Patiëntveiligheid eerstelijnszorg

Het wetenschappelijk dossieronderzoek bij eerstelijnszorgaanbieders, de Nulmeting van eind 2009 (Onderzoek Patiëntveiligheid Eerstelijnszorg, d.d. 9 december 2009, kamerstuk 31 765 nr. 9) geeft het beeld dat de eerstelijnszorg over het algemeen veilig is. De verbeterpunten worden opgepakt in het lopende programma «Patiëntveiligheid Eerstelijnszorg». Eind 2009 is met eerstelijns organisaties een bestuurlijke afspraak gemaakt over vanzelfsprekende veiligheid in hun sector met als doel om in 2012 in alle eerstelijnszorg praktijken incidenten meldsystemen op te zetten. De bestuurlijke afspraak is een opmaat naar het opstellen van veiligheidsnormen. Na het onderzoek van de nulmeting en de vaststelling van normen door het veld, bepaalt de IGZ op welke wijze op de naleving van de normen wordt toegezien en gehandhaafd. Het «Netwerk Eerstelijns Organisaties» heeft zich uitgesproken om de bevordering en borging van patiëntveiligheid in de eerstelijnszorg op te pakken door middel van het programma «Zorg voor veilig». De binnen dit programma ontwikkelde toolkit «Patiëntveiligheid» wordt op dit moment breed in de eerstelijnszorg ingezet. Het Ministerie van VWS ondersteunt deze activiteiten (€ 0,7 miljoen per jaar).

•  Geboortezorg

In navolging van de adviezen van de Stuurgroep zwangerschap en geboorte (zie de brief Zwangerschap en geboorte, d.d. 15 juni 2010, kamerstuk 32 279 nr.6 ) wordt fors ingezet op een verbetering van de perinatale gezondheid in Nederland. Dat moet er mede toe leiden dat de bovengemiddelde babysterfte in ons land drastisch wordt teruggedrongen. Maatregelen die daartoe moeten leiden zijn onder meer het instellen van een beroepsgroepoverstijgend en gezaghebbend College Perinatale Zorg, het ontwikkelen van een digitaal perinataal dossier, het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek en het faciliteren van een kinderwensconsult dat zowel door huisartsen als door verloskundigen kan worden verleend. Van het veld wordt verwacht om serieus aan de slag te gaan met het doorvoeren van een kwaliteitsslag, bijvoorbeeld door het verplicht thuisbezoeken van de zwangere vrouw en het deelnemen aan regionale verloskundige samenwerkingsverbanden. Ook zal worden geïnvesteerd in het verbeteren van de voorlichting over gezond zwanger worden aan met name groepen in achterstandssituaties.

•  Veilige toepassing medische technologie

De risico’s verbonden aan de introductie en toepassing van medische technologie worden onvoldoende beheerst. In reactie op het rapport Staat van de Gezondheidszorg 2008 van de IGZ is een plan van aanpak opgesteld, dat nu wordt uitgevoerd. In dit kader wordt aandacht besteed aan aanschaf en onderhoud van medische apparatuur in zorginstellingen en aan opleiding en training van gebruikers. Een expertgroep is gevraagd om met oplossingen te komen voor risico’s verbonden aan de meest risicovolle groepen medische technologie. Verder is de IGZ gevraagd om in overleg met relevante partijen (onder andere Orde van Medisch Specialisten, Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra en de Vereniging van Ziekenhuizen) te onderzoeken of het mogelijk is om indicatoren te ontwikkelen die zich richten op introductie, training, gebruik en onderhoud van medische technologie in de zorg. Aan het herhaalonderzoek van het EMGO/Nivel naar vermijdbare schade in de zorg is een aanvullende onderzoeksvraag toegevoegd voor medische technologie.

•  Vervalste geneesmiddelen

Vervalste geneesmiddelen kunnen ernstige lichamelijke- en geestelijke gevolgen voor de gezondheid hebben. Zo kan het gebruik van vervalste geneesmiddelen leiden tot therapeutische onderbehandeling of tot resistentie voor het echte geneesmiddel. Het gebruik van vervalste geneesmiddelen kan daarnaast leiden tot lichamelijke en/of geestelijke schade.

In 2010 is in samenwerking met de relevante veldpartijen een nationaal plan van aanpak (beleidsagenda) uitgewerkt langs de thema’s bewustwording, positieve alternatieven, handhaving, signalering en opsporing, schade en omvang en kwaliteitsborging. Eind 2010 zal de beleidsagenda klaar zijn. In 2011 zal besloten worden over vervolgactiviteiten.

•  Kwaliteit en innovatie in de ggz

In 2011 wordt in samenwerking met veldpartijen verder ingezet op het toewerken naar een kwalitatief verantwoorde dwang en drang in de ggz. Vermindering van dwang en drang is daarbinnen een speerpunt. Ingezet gaat worden op de borging in de lijn van best practices, die via de beleidsregel «Dwang en Drang» in de jaren 2005 tot en met 2010 zijn ontwikkeld. Het verder ontwikkelen van veldnormen in de ggz in het algemeen, maar in het bijzonder bij dwang en drang, zal dit jaar een vervolg krijgen.

De Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg is in 2010 aan de Tweede Kamer gezonden (kamerstuk 32 399 nr. 2). In 2011 wordt gewerkt aan het opzetten van de commissies die onderdeel zijn van de Wet Verplichte ggz.

•  Suïcidepreventie

De beleidsagenda Suïcidepreventie (kamerstuk 22 894 nr. 172) wordt verder uitgevoerd om suïcidaliteit verder terug te dringen. Aan de Stichting 113online, aanbieder van crisishulpverlening voor mensen met suïcidale klachten via telefoon en internet, is een startsubsidie verleend voor geheel 2010 (die doorloopt tot in het eerste kwartaal van 2011). De vrijwilligersorganisatie Stichting Ex6, voor mensen met suïcidale klachten, ontvangt van het Ministerie van VWS een instellingssubsidie. In het najaar van 2010 wordt er een Jaarrapportage vermindering suïcidaliteit 2010 naar de Tweede Kamer gezonden.

Instrumenten voor een toegankelijk zorgaanbod

•  Orgaandonatie

Het tekort aan donororganen vraagt om continuering van het huidige beleid dat is gebaseerd op de voorstellen uit het Masterplan Orgaandonatie (kamerstuk 28 140 nr. 48). Hierbij staat centraal dat niemand zich meer afzijdig kan houden. De verbetervoorstellen uit het Masterplan van de Coördinatiegroep Orgaandonatie hebben onder andere geleid tot de ontwikkeling van een voorlichtingscampagne, die in 2009 is gestart en ook in 2011 nog doorloopt. De campagne «Nederland zegt Ja» staat naast een aantal verbetervoorstellen voor donorwerving in ziekenhuizen, die ook in 2011 in de vorm van pilots worden uitgevoerd. De eerste resultaten hiervan worden in 2011 verwacht (€ 1,3 miljoen).

De doelstelling blijft om in 2013 25% meer postmortale transplantaties te verrichten (ten opzichte van het driejaarlijks gemiddelde 2005–2007). Een andere verbeteractie is dat donoren die bij leven een nier of een deel van hun lever hebben afgestaan, sinds juni 2009 subsidie kunnen aanvragen voor bepaalde kosten die zij voor de donatie hebben moeten maken (Subsidieregeling donatie bij leven). Kostenposten die subsidiabel zijn, zijn onder meer inkomstenderving (van zelfstandigen), eigen bijdrage of eigen risico in het kader van de Wmo dan wel de Zvw en opvang van bijvoorbeeld jonge kinderen.

•  Radiofarmaca

De afgelopen tijd is er door capaciteitsuitval sprake geweest van een tijdelijk tekort aan radiofarmaca. Om dit in de toekomst te voorkomen worden op Europees niveau gesprekken gevoerd. Onderdeel van de gesprekken is ook de vervanging van de Hoge Flux Reactor in Petten door de Pallas-reactor. Hierbij zal worden bezien of en welke maatregelen nodig zijn om dit capaciteitsprobleem te ondervangen.

•  (P) Ambulances

Op 2 december 2008 heeft de Eerste Kamer de Wet op Ambulancezorg aangenomen. Deze wet regelt dat de minister van VWS eenmalig 25 vergunningen verleent voor het verrichten van ambulancezorg. Op verzoek van de Tweede Kamer is de vergunningverlening herzien. Bij de eerdere zogenoemde open procedure kon iedereen een aanvraag voor een vergunning indienen. In de gewijzigde vergunningverlening kan alleen een aanvraag worden ingediend door de bestaande vervoerder in de regio, of indien er meer bestaande vervoerders zijn, een samenwerkingsverband van deze bestaande vervoerders. De vergunningen zullen in 2011 worden verleend. Het streven is om per 2013, na de evaluatie van de Wet op de Ambulancezorg, een nieuw bekostigingsysteem te introduceren, waarbij in ieder geval onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn voor een vorm van bekostiging op basis van prestaties. Dit bekostigingsysteem dient effectieve prikkels te bevatten voor kwaliteitsverbetering, doelmatigheidsbevordering, innovatie en kostenbeheersing.

Met ingang van 1 januari 2011 wordt een efficiencykorting opgelegd aan de ambulancezorg, oplopend tot circa 10% van het totale budget in het jaar 2013. Met deze efficiencytaakstelling wordt beoogd de doelmatigheidswinst te genereren, die zou zijn gerealiseerd indien een open procedure zou zijn gestart.

•  Versterking zorgorganisatie binnen de eerste lijn

Versterking van de eerste lijn en zorg dicht bij huis is van groot belang om de groeiende zorgvraag in verband met vergrijzing en toename chronisch zieken en de daaraan gerelateerde kosten op te kunnen vangen. Om een kwalitatief goede samenwerking in 2011 te bevorderen wordt de ingezette lijn van 2010 voortgezet en worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • Ontwikkeling van zorgstandaarden voor chronische aandoeningen en patiëntengroeperingen;

  • Implementatie van de integrale bekostiging van chronische aandoeningen. Met een nieuw kabinet wordt in 2011 bekeken welke onderdelen nog meer kunnen worden vertaald in zorgfuncties en ondergebracht in de integrale bekostiging voor 2012;

  • Facilitering en ondersteuning van initiatieven in het veld via ZonMw trajecten en het Landelijk Overleg Versterking Eerste Lijn (LOVE).

Ook wordt beoogd meer taken – die nu in de tweede lijn plaatsvinden – door huisartsen, verpleegkundigen en paramedische professionals te laten oppakken (substitutie en taakherschikking).

Om een populatiegerichte aanpak te bevorderen, waarbij de belangrijkste gezondheidsrisico’s in een wijk of stad worden ondervangen, wordt een proactieve en op preventie gerichte houding van professionals ondersteund.

Afstemming tussen preventieve en curatieve gezondheidszorg en aanpassing van prikkels in het systeem zijn van groot belang om de gezondheidssituatie in een stad te verbeteren. Dit moet tot stand komen in overleg met zorgaanbieders, gemeenten (GGD’en) en zorgverzekeraars.

•  Preventie/curatie

In lijn met de uitdagingen en activiteiten rondom de versterking van de eerstelijn en de zorg in eigen omgeving zal vanuit curatie aansluiting gezocht worden bij preventie. Afstemming tussen preventieve en curatieve gezondheidszorg en prikkels in het systeem zijn van groot belang om te slagen in selectieve preventie. Dit moet tot stand komen in overleg met zorgaanbieders, gemeenten (GGD’en) en zorgverzekeraars.

•  Eerste lijn ggz

Nu en in de toekomst zullen mensen met psychosociale problemen in 90% van de gevallen als eerste bij de generalistische huisartsgeneeskundige zorg terecht komen. De huidige organisatie van eerstelijns ggz zorg is echter sterk versnipperd, waardoor de zorg ten aanzien van psychische problematiek nog te vaak een ad hoc karakter heeft. Het ontbreken van goede verbindingen tussen preventie, eerste lijn en de gespecialiseerde ggz resulteren daarmee in onderbehandeling, overbehandeling en een te groot beroep op de tweedelijns ggz-zorg. Doelmatige zorg en meer samenhangende ondersteuning en zorg is gewenst. Dit kan gerealiseerd worden door in de ggz aandacht te schenken aan stepped care, meer inzet op zelf management, het opvolgen van richtlijnen en een betere samenhang tussen de werkzame professionals (huisarts, eerstelijns psycholoog, sociaal psychiatrisch verpleegkundige en algemeen maatschappelijk werk).

Voor de lichtere groep en vaak onderbehandelde lichte patiënten is voor 2012 een prestatie integrale generalistische eerstelijns ggz mogelijk gemaakt, zodat zorgaanbieders de ruimte krijgen die functie patiëntgericht in te richten en daarmee de zorg in eigen omgeving te versterken. Het doel is om preventieve zelfhulp in de ggz, evidence-based internetgebruik en kortdurende psychologische behandelingen in eigen omgeving te versterken zodat in de toekomst chronisch verloop van aandoeningen, en terugval van ziekte zo veel mogelijk wordt voorkomen. Via een minimale dataset prestatie-indicatoren, wordt de effectiviteit van die functie gemeten, bijvoorbeeld op verwijsgedrag naar de tweede lijn of het terugvalpercentage.

•  (P) Functionele integratie spoedeisende hulp en huisartsenposten

Het ingezette beleid om de spoedeisende hulpafdelingen van ziekenhuizen (SEH) te integreren met huisartsenpost(en) (HAP) uit de regio van betreffende ziekenhuizen is volop in uitvoering. Uit een inventarisatie van de Vereniging Huisartsenposten Nederland («Samenwerking huisartsenposten en spoedeisende hulp (SEH): Inventarisatie van huidige situatie», IQ Healthcare en VHN, 2010)blijkt dat 66,4 % van de SEH’s met een HAP samenwerken en zich op hetzelfde terrein bevinden als de HAP. Deze integratie is wenselijk vanwege een relatief groot aantal zelfverwijzers dat direct naar de spoedeisende hulp gaat, waarvan een groot deel huisartsgeneeskundig kan worden geholpen. Om onnodig gebruik van medisch specialistische zorg te voorkomen is in de Zorgverzekeringswet gesteld dat medisch specialistische zorg uitsluitend beschikbaar is op verwijzing van bijvoorbeeld de huisarts.

•  Bereikbaarheid spoedeisende hulp

In het kader van de 45 minutennorm voor het bereiken van een ziekenhuis, wordt gekeken naar de opbouw van deze norm en met name naar de 5 minuten voor het stabiliseren van de patiënt. Samen met het RIVM wordt in 2011 onderzocht of deze stabilisatienorm door de voortdurende verbeteringen in de ambulancezorg niet opgehoogd moet worden. De kwaliteit van acute zorg zou op die manier ook in de rurale gebieden van Nederland verbeterd kunnen worden. In het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) kan op deze manier maatwerk geleverd worden voor de regionale omstandigheden.

•  Arbeidsmarktbeleid

Gegeven de toenemende vraag naar zorgpersoneel en de nog beperkt groeiende beroepsbevolking, is het van belang dat voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar blijft voor de zorgsector. Een actief en consequent arbeidsmarktbeleid draagt daaraan bij. Het arbeidsmarktbeleid wordt verder toegelicht in artikel 43.3.3.

•  Opleidingen

Met het Opleidingsfonds wordt de bekostiging van onder meer de opleidingen tot huisarts (€ 133,7 miljoen), tot medisch specialist en een aantal andere zorgberoepen (€ 848,2 miljoen) geregeld.

Doel van het Opleidingsfonds is zorg te dragen voor een ruim voldoende aanbod aan beroepsbeoefenaren teneinde de zorg goed te laten functioneren.

Om de gewenste capaciteit te bereiken wordt gestuurd op instroom. Centrale thema’s die met het Opleidingsfonds samenhangen zijn: goede ramingen, bruikbare kwaliteitsindicatoren, redelijke vergoedingsbedragen en het innoveren van de opleidingen- en beroepenstructuur. In 2010 wordt het Opleidingsfonds geëvalueerd. Aan de hand van de evaluatieresultaten wordt bezien waar verbetering mogelijk is.

Met de ziekenhuissector is overlegd over instelling van een fonds ziekenhuisopleidingen, dat is bedoeld om opleidingen van gespecialiseerde verpleegkundigen en medisch ondersteunend personeel apart te bekostigen via een subsidieregeling en niet langer als onderdeel van de ziekenhuisbudgetten. Aanleiding daarvoor zijn (dreigende) arbeidsmarkttekorten bij deze functies.

Kengetal
 

2007

2008

2009

2010

2011

1. Aantal personen dat instroomt in het eerste jaar van de huisartsenopleiding

515

537

582

600

600

2. Aantal personen dat instroomt in het eerste jaar van de opleiding tot medisch specialist

1 032

992

1 000

1 063

1 209

Bron & toelichting

1. SBOH /MSRC, Capaciteitsorgaan. De cijfers tot en met 2009 hebben betrekking op de gerealiseerde instroom, de cijfers 2010 en 2011 zijn de streefwaarden voor de toegestane instroomcapaciteit.

2. SBOH /MSRC, Capaciteitsorgaan. De cijfers tot en met 2009 hebben betrekking op het aantal personen dat is ingestroomd in het eerste jaar van de opleidingen vallend onder de subsidieregeling zorgopleidingen eerste tranche (zijnde de erkende medisch specialismen, exclusief psychiatrie, inclusief de erkende bèta beroepen en tandzorg specialismen). De cijfers 2010 en 2011 zijn de streefwaarden ten aanzien van de toegestane instroomcapaciteit.

•  Compensatie kosten zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Op 1 januari 2009 is de wet in werking getreden die regelt dat zorgaanbieders ingeval zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan in betalingsonmacht verkerende illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen, in aanmerking kunnen komen voor compensatie uit collectieve middelen onder in de wet gestelde voorwaarden. Deze regeling wordt door het CVZ uitgevoerd. Voor compensatie aan de zorgaanbieders is in 2011 € 47,6 miljoen beschikbaar.

Doelmatigheidsmaatregelen

Om de publieke belangen kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg te waarborgen dient de doelmatigheid van de zorg te worden bevorderd. Het is van belang dat de richtlijnconformiteit (reductie over- en onderbehandeling) wordt vergroot. Hiertoe zullen afspraken met verzekeraars en aanbieders worden gemaakt om ongewenste over- en onderbehandeling te reduceren. Daarnaast dient het toezicht op niet-richtlijnconform handelen aangescherpt te worden. In een aantal domeinen is de interventiegraad in Nederlandse ziekenhuizen in internationaal perspectief hoog. Op grond van de Kwaliteitswet zal de Inspectie voor de Gezondheidszorg voor een aantal aandoeningen een stringenter handhavingsbeleid formuleren en uitvoeren. Dit vergt wel onderzoek van behandeldossiers. De meeste winst op dit terrein is immers te behalen bij de beslissing om al dan niet te behandelen en dat zijn in het algemeen individuele «ja/nee-beoordelingen». Daarnaast dient de transparantie te worden verbeterd over spreiding in behandelintensiteit tussen instellingen zodat ook cliënten beter geïnformeerd kunnen beslissen voor een meer afwachtende benadering of voor behandeling.

Met de volgende doelmatigheidsmaatregelen wordt in deze begroting rekening gehouden:

•  (P) Stepped care

Bij stepped care wordt uitgegaan van het principe dat pas bij gebleken noodzaak naar intensievere behandeling wordt overgegaan. Hiertoe streeft VWS naar bestuurlijke afspraken met veldpartijen om te stimuleren dat instellingen conform het stepped care principe zullen handelen. Tevens zal de IGZ toezien op het richtlijn conform handelen, zodat inzicht ontstaat in de aanbieders die systematisch afwijken van de richtlijnen.

•  (P) Zorgstandaarden

Het aanbrengen van samenhang in zorgverlening rond een patiënt kan aanzienlijke kostenbesparing opleveren. Er zal dan ook voor een aantal gespecialiseerde ziekten (Parkinson en COPD) meer samenhang van zorg worden bewerkstelligd. Hiertoe streeft VWS naar bestuurlijke afspraken met veldpartijen om te stimuleren dat instellingen conform zorgstandaarden handelen. Tevens zal de IGZ toezien op het richtlijn conform handelen, zodat inzicht ontstaat in de aanbieders die systematisch afwijken van de zorgstandaarden.

•  (P) Veiligheidsmaatregelen

Om operatieve wondinfecties te voorkomen is samen met het veld een postoperatieve wondinfectie (POWI) interventiebundel opgesteld met daarbij behorende prestatie-indicatoren. Met het veld is afgesproken dat zij voor de duur van het veiligheidsprogramma tot en met 2012 de POWI bundel gaan implementeren. De IGZ zal toezien op de afgesproken prestatie-indicatoren.

•  (P) Uitbreiding inkoopbeleid zorgverzekeraars ten aanzien van geneesmiddelen

Omdat een aantal zorgverzekeraars ten aanzien van de inkoop van geneesmiddelen vanaf janauri 2011 uitbreidt, zal een besparing van jaarlijks € 30 miljoen op het geneesmiddelenkader optreden. De uitbreiding behelst met name niet-generieke geneesmiddelen.

Instrumenten voor innovatie

•  ICT in de zorg

Per 1 juli 2010 zijn 1 000 zorgaanbieders aangesloten op het landelijk EPD en kunnen hiermee medicatiegegevens en waarneemgegevens uitwisselen. De zorgaanbieders sluiten vrijwillig aan op het Landelijk Schakelpunt (LSP) en konden tot 1 juli 2010 gebruik maken van een VWS-subsidieregeling voor huisartsen, apothekers en huisartsenposten. Zo’n 4 200 zorgaanbieders hebben nog voor het aflopen van de subsidieregeling subsidie aangevraagd.

Kengetal
 

Aantal

Streefwaarde 2011

1. Aantal huisartsendienstenstructuren aangesloten op Landelijk Schakelpunt

56

100%

2. Aantal huisartsenpraktijken aangesloten op Landelijk Schakelpunt

495

100%

3. Aantal ziekenhuizen aangesloten op Landelijk Schakelpunt

14

100%

4. Aantal apothekers aangesloten op Landelijk Schakelpunt

594

100%

Totaal aantal aansluitingen

1 159

100%

Bron & toelichting

Voortgangsrapportage ICT inzake de invoering van het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD), stand tot en met week 33 2010.

•  Innovatiebeleid zorgsector

De toename van het aantal chronisch zieken en ouderen en het tekort aan verzorgend en verplegend personeel zijn aanleiding geweest om in 2008 het Zorginnovatieplatform (ZIP) in te stellen. De missie van het ZIP is het versnellen van zorginnovatie voor betere en duurzame zorg voor chronisch zieken en ouderen. Beter in de zin dat zorg als een netwerk om de patiënt beschikbaar komt en duurzaam in de zin van toegankelijkheid en betaalbaarheid ook op de lange termijn. Innovaties die het ZIP wil versnellen en opschalen zijn het versterken de positie van de patiënt en de rol van professional, het benutten de mogelijkheden van ICT en technologie, het bevorderen van ondernemerschap en het verbeteren van de organisatie van de zorg. Innovatieve zorgconcepten komen niet alleen uit de zorg zelf. Juist vanuit andere sectoren kunnen waardevolle oplossingen worden aangedragen. Op 4 juli 2008 is vanuit het kabinetsproject Nederland Ondernemend Innovatieland de Maatschappelijke Innovatie Agenda Gezondheid (MIA-G) (kamerstuk 27 406 nr. 120) opgesteld, waarin de interdepartementale dimensie van het zorginnovatiebeleid is uitgewerkt. In 2009 is in samenhang met de visie en het werkprogramma van het ZIP ook de MIA-G geconcretiseerd. Innovatie zal in 2011 met € 35,9 miljoen worden bevorderd door de voortzetting van reeds gestarte projecten en de inzet van het financieel instrumentarium voor innovatie in de zorg zoals door AgentschapNL (voorheen SenterNovem) uitgevoerd. Dit bestaat uit de instrumenten zorginnovatievouchers en zorginnovatieprestatiecontracten, zoals omschreven in de Subsidieregeling zorginnovatie (Staatscourant 2009, 10371) en het uitzetten van calls voor opschaling en experimenten. Naast deze instrumenten wordt geïnvesteerd in kennisdeling door het steunen van samenwerkingsinitiatieven en het in stand houden en uitbreiden van het netwerk dat het ZIP de laatste jaren heeft opgebouwd. Het ZIP en zijn activiteiten lopen door tot 2012.

•  Innovatie medische producten

Het Ministerie van VWS investeert met middelen uit het Fonds Economische Structuurversterking in grote projecten ten behoeve van nieuwe medische producten: TI Pharma, Lifelines (€ 40 miljoen 2010–2015, waarvan € 7,1 miljoen in 2011), Life Sciences & Health (€ 81 miljoen 2010–2014, waarvan € 15 miljoen in 2011) en «Gezond ouder worden» (€ 10 miljoen 2010–2013, waarvan € 3,0 miljoen in 2011).

In 2011 zal VWS samen met andere departementen, industrie en wetenschap werken aan een wervende visie op het kennis- en innovatielandschap op dit gebied. Daarbij zal onder andere samenwerking worden gezocht met het FES-HTSM-programma en de innovatieprogramma’s van het Ministerie van Economische Zaken. Enerzijds voor het op een excellent niveau laten functioneren van de kennis- en innovatiestructuur, waardoor de gedane investeringen tot hoog rendement leiden en anderzijds voor het genereren van structureel commitment van alle betrokken stakeholders. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de onderzoeksagenda voor medische producten van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO) en het rapport over priority medical devices van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die beide in opdracht van VWS in 2010 opgeleverd worden.

42.3.3 Zorgverzekeraars bieden alle burgers een betaalbaar verzekerd pakket van noodzakelijke zorg aan

Motivering

Motivering

Zorgverzekeraars concurreren om de gunst van de verzekerden door polissen aan te bieden met een goede prijs-kwaliteitverhouding. Dit realiseren zij door scherp en prestatiegericht zorg in te kopen bij zorgaanbieders.

Het beleid is gericht op:

  • Een goed werkend stelsel;

  • Een pakket van verzekerde aanspraken;

  • Een op het stelsel aansluitend bekostigingssysteem.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

Rijksbijdragen

2 318 500

2 333 300

2 407 100

2 553 400

2 719 500

Rijksbijdrage 18-

2 318 500

2 333 300

2 407 100

2 553 400

2 719 500

      

Inkomensregelingen

4 725 804

5 014 311

5 068 494

5 622 706

6 308 797

Zorgtoeslag

4 725 804

5 014 311

5 068 494

5 622 706

6 308 797

      

Instellingssubsidies/structurele subsidies

14 571

14 571

14 571

14 571

14 571

Stichting dbc onderhoud

14 571

14 571

14 571

14 571

14 571

      

Projectsubsidies

2 094

1 923

2 327

2 690

2 770

Waarvan onder andere:

     

GHOR NL handr. GHOR & HA

72

0

0

0

0

Diverse dbc-onderzoek

808

808

808

808

808

Eindejaarscampagne Zorgverzekeringswet

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

      

Opdrachten

5 684

5 310

5 349

5 711

5 792

Waarvan onder andere:

     

Proteion Dbc Long Astma centra

10

0

0

0

0

Centraal meldkamersysteem (KLPD)

2 000

2 000

2 000

2 000

2 000

Implementatie Wet Ambulance Zorg

400

300

0

0

0

Diverse dbc onderzoek

800

800

800

800

800

Risicoverevening

1 103

1 103

1 103

1 103

1 103

Uitvoering zorgverzekeringsstelsel

1 157

992

927

927

927

      

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

20 180

14 895

11 950

11 225

11 065

Bijdrage C2000 (BZK)

4 100

4 100

4 100

4 100

4 100

CJIB (onverzekerden)

500

500

500

500

500

Bijdrage kosten rechtbanken t.b.v. wanbetalers

5 800

2 335

885

160

0

CJIB (wanbetalers)

9 780

7 960

6 465

6 465

6 465

      

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

8 600

8 000

8 000

8 000

8 000

Waarvan onder andere:

     

SVB (onverzekerden)

2 700

2 700

2 700

2 700

2 700

CVZ (onverzekerden)

1 000

1 000

1 000

1 000

1 000

CVZ (wanbetalers)

4 900

4 300

4 300

4 300

4 300

      

Totaal

7 095 433

7 392 309

7 517 791

8 218 303

9 070 676

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

De voortgang van het beleid wordt gemeten met de volgende indicatoren:

Indicator
 

2006

2007

2008

2009

Streefwaarde 2010

Streefwaarde 2011

1. Beheerste ontwikkeling gemiddelde nominale premie Zvw in €

1 030

1 103

1 053

1 064

1 107

1 211

2. Beheerste ontwikkeling bruto schadelast (prijspeil 2009, bedragen x € 1 miljard)

25,7

26,4

31,3

33,9

34,7

34,6

3. Aantal onverzekerden (op 1 mei van een jaar)

241 000

231 000

153 000

152 240

< 152 240

< 152 240

4. Aantal wanbetalers (aan het einde van een jaar)

190 000

240 000

279 520

318 000

268 000

218 000

Bron & toelichting

1. VWS. De daling van de nominale premie van 2007 op 2008 is deels vertekend door de afschaffing van de no-claim en de invoering van het verplicht eigen risico. De nominale premie is gebaseerd op de MEV 2011.

2. VWS. De ontwikkeling 2007-2008 is voor groot deel te verklaren door de overheveling van de geneeskundige ggz uit de AWBZ naar de Zvw. In de schadereeks 2011 zit wel de overschrijding, nog geen maatregelen.

3. CBS. Het CBS komt op 1 mei 2011 met de cijfers voor 1 mei 2010.

4. Cijfers t/m 2009 van CBS. Cijfers vanaf 2010 zullen worden geleverd door het CVZ, dat de wanbetalersregeling uitvoert. De actuele cijfers worden jaarlijks gerapporteerd in de VWS-verzekerden monitor.

Instrumenten voor een goede werking van het stelsel

•  Monitoren Zorgverzekeringswet

In juli 2010 heeft de NZa de Marktscan Zorgverzekeringsmarkt (www.nza.nl) uitgebracht. Uit de marktscan blijkt dat er sprake is van een stabiele situatie op de zorgverzekeringsmarkt. Het aantal verzekerden dat gewisseld is van zorgverzekeraar is in 2010 gestegen naar 4,3% (2009 3,6%). Het aantal collectief verzekerden is iets toegenomen (van 62% in 2009 naar 64% in 2010) en het aantal verzekerden met een aanvullende verzekering is afgenomen. In 2010 is een groot aantal polissen verschoven van gecontracteerde naar deels gecontracteerde zorg.

Daarnaast is uit het rapport «Uitvoering Zvw 2008» (kamerstuk 29 689, nr. 288) gebleken dat zorgverzekeraars de publieke randvoorwaarden (acceptatieplicht, verbod op premiedifferentiatie en de zorgplicht) hebben nageleefd.

Uit de eerste monitor zorginkoop van de NZa blijkt dat de zorginkoop in de verschillende deelmarkten (huisartsenzorg, medisch specialistische zorg, farmacie, mondzorg e.d.) van elkaar verschilt. Dit heeft te maken met het verschil in prikkels die in de deelmarkten aanwezig zijn. De NZa zal in 2010 een vervolg op de monitor zorginkoop publiceren.

•  (P) Actieve opsporing onverzekerden

Het aantal onverzekerden was op 1 mei 2009 volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 152 240. Het kabinet vindt het ongewenst dat mensen zich aan de solidariteit van de Zorgverzekeringswet onttrekken door zich niet te verzekeren. Inmiddels is in mei 2010 een wetsvoorstel om onverzekerde verzekeringsplichtigen actief op te sporen, aangenomen door de Tweede Kamer en wordt deze binnenkort behandeld in de Eerste Kamer. Die opsporing vindt plaats door het CVZ door middel van vergelijking van een door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) te bouwen bestand van alle AWBZ-verzekerden en het referentiebestand verzekerden Zorgverzekeringswet (RBVZ) dat alle Zvw-verzekerden bevat.

•  Terugdringen aantal wanbetalers

Van het totaal aantal verzekerden is 2,4% wanbetaler (www.cbs.nl). Inmiddels is in wetgeving voorzien waarbij wanbetalers via onder andere bronheffing verplicht betalen voor hun verzekering voor een bestuursrechtelijke premie van 130%.

•  Uitvoeren zorgtoeslag

De Belastingdienst betaalt als tegemoetkoming in de kosten van de nominale premie Zvw de zorgtoeslag uit aan alle burgers die daar recht op hebben (€ 4,8 miljard). Daardoor betaalt niemand een groter dan aanvaardbaar deel van zijn inkomen aan Zvw-premie.

•  (P) Operationele risicoverevening

Het systeem van risicoverevening wordt jaarlijks aangepast aan de gewijzigde omstandigheden in de zorg. Daarnaast worden er jaarlijks verbeteringen aangebracht. De mate van risicodragendheid voor verzekeraars zal in de komende jaren vergroot worden door een afbouw van de ex post compensatie mechanismen. Met het oog op de vergroting van de prikkels tot doelmatigheid voor verzekeraars heeft het kabinet besloten per 2012 de macronacalculatie in de risicoverevening te beëindigen. Ten behoeve hiervan wordt flankerend beleid ontwikkeld. De kwalitatieve evaluatie van de werking van het risicovereveningssysteem wordt in 2010 afgerond (internationale evaluatie). In 2011 wordt het risicovereveningssysteem kwantitatief geëvalueerd.

•  (P) Introductie beschikbaarheidsbijdrage

De aanvulling van de Wet marktordening gezondheidszorg met instrumenten voor bekostiging (kamerstuk 32 393 nr. 2) introduceert de beschikbaarheidsbijdrage voor niet aan individuele zorgverzekeraar of patiënt toe te rekenen kosten van zorg, waarvan anders de toegankelijkheid in gevaar komt. De beschikbaarheidbijdrage kan door zorgaanbieders rechtstreeks in rekening worden gebracht bij het CVZ, zonder onnodige tussenkomst van verzekeraars. De academische component wordt als beschikbaarheidsbijdrage aangewezen.

Instrumenten op het terrein van het verzekerd pakket

•  (P) Verplicht eigen risico

Het bedrag van het verplicht eigen risico wordt per 1 januari 2011 volgens de systematiek van artikel 18a, derde en vierde lid, van de Zvw geïndexeerd. Met deze indexatie wordt het bedrag in 2011 met € 5 verhoogd tot € 170.

Per 1 januari 2012 wordt het verplicht eigen risico voor verzekerden van achttien jaar en ouder met € 40 extra verhoogd. Dit is noodzakelijk om de collectieve zorguitgaven te beheersen. De jaarlijkse opbrengst van deze maatregel wordt geraamd op € 260 miljoen. Daarbij is rekening gehouden met extra uitgaven Compensatie Eigen Risico. Deze mutatie wordt in de verdiepingsbijlage verantwoord op artikel 99.

De eerste fase van de evaluatie van het eigen risico is op 16 juni 2010 aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden. De tweede fase van deze evaluatie wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2011 afgerond.

•  (P) Preventieve interventies in het basispakket

Teneinde preventieve interventies beter te verankeren in de praktijk van de zorgverlening wordt het Zvw pakket per 1 januari 2011 uitgebreid met «ondersteuning bij het stoppen met roken». Hiermee is het advies van het CVZ («Stoppen met rokenprogramma: te verzekeren zorg!» van 21 april 2009) overgenomen om dit te doen in de vorm van een stopprogramma, waarvan zowel de begeleiding als de ondersteunende medicatie deel uitmaakt.

Verder is het streven de preventieve interventie «beweegkuur» per 1 januari 2012 op te nemen in het verzekerde pakket. Volgens een raming in opdracht van het CVZ levert invoering binnen enkele jaren aanzienlijke netto besparingen op (besparingen hoger dan de kosten van de beweegkuur).

•  (P) Pakketmaatregelen Zvw

Vanwege overschrijdingen in het Budgettair Kader Zorg wordt per 2011 een aantal maatregelen ingevoerd die de overschrijdingen binnen het BKZ moeten terugdringen. Het betreft onder meer:

  • Pakketbeperking voor fysio- en oefentherapie voor verzekerden van 18 jaar en ouder. Deze pakketbeperking houdt in dat per 2011 niet de eerste negen maar de eerste twaalf behandelingen niet voor rekening van de Zvw komen;

  • Verlagen van de leeftijdsgrens bij mondzorg voor jeugdigen en bij anticonceptie;

  • Verwijderen van de ongecompliceerde extracties uit de tandheelkundige zorg door tandheelkundig specialisten;

  • Verwijderen van eenvoudige mobiliteitsmiddelen zoals rollators en krukken;

  • Het beperken van de indicaties voor ten laste van de zorgverzekering komende antidepressiva;

  • Invoering eigen bijdrage tweedelijns ggz.

Deze pakketbeperkingen leiden per 2011 tot een vermindering van de uitgaven voor de zorgverzekering.

Op basis van het pakketadvies 2010 van het CVZ is vanuit het oogpunt van stepped care (eerst inzetten van een beperkte, eenvoudige behandeling en als deze niet (voldoende) effectief blijkt, overstappen op een meer ingrijpende (duurdere) interventie) geadviseerd om bekkenfysiotherapie bij urine-incontinentie in het Zvw-pakket op te nemen. Toevoeging van de eerste negen behandelingen met bekkenfysiotherapie aan het Zvw-pakket, gecombineerd met de daaropvolgende afname van gebruik van incontinentiemateriaal gedurende vijf jaar, leidt tot een jaarlijkse netto besparing van € 2,0 miljoen. Tevens is op basis van het Pakketadvies 2010 van het College voor zorgverzekeringen (www.cvz.nl) besloten dat de vergoeding van de anticonceptiepil voor vrouwen vanaf 21 per 1 januari 2011 uit het verzekerde pakket wordt gehaald. Voor vrouwen tot 21 jaar blijft de pil in het pakket om het risico op ongewenste zwangerschappen op tienerleeftijd te voorkomen.

Daarnaast zullen antidepressiva per 1 januari 2011 alleen nog vergoed worden bij behandelingen waarbij sprake is van zware depressie, waarbij is aangetoond dat de behandelmethode effectief kan zijn.

Voor verzekerden van 18 jaar en ouder die tweedeljins ggz nodig hebben, wordt een eigen bijdrage ingevoerd. Deze eigen bijdrage bedraagt € 80 voor dbc’s met een behandeltijd van minder dan 100 minuten. Voor alle overige dbc’s in de curatieve ggz zal een eigen bijdrage van € 175 worden ingevoerd. De opbrengst van deze maatregel wordt geraamd op structureel € 110 miljoen.

•  (P) Revalidatiezorg

De somatische revalidatiezorg per 2012 gaat over van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). Overheveling biedt betere mogelijkheden voor ketenzorg en bovendien past deze kortdurende en op herstel van functioneren gerichte zorg beter bij de Zvw. De overheveling richt zich op somatische revalidatiezorg die intramuraal en in de vorm van dagbehandeling wordt geboden. In 2011 zal op basis van nauwkeurige zorggegevens het definitieve bedrag worden vastgesteld op basis waarvan de uitname uit de AWBZ wordt bepaald. In 2011 zullen proeftuinen worden ingericht voor de ontwikkeling van een vernieuwend aanbod van deze vorm van zorg. In 2011 zal deze groep en een representatieve groep instellingen die «gewone» revalidatiezorg leveren hun zorgactiviteiten gaan registreren ten behoeve van de ontwikkeling van dbc’s. Vanaf 2013 zal de revalidatiezorg namelijk worden gefinancierd op basis van dbc’s.

•  (P) Pakketbeheer geneesmiddelen

Overeenkomstig de langetermijnvisie geneesmiddelenvoorziening (2008) is het de bedoeling om op termijn de verzekerde aanspraak op farmaceutische zorg op meer algemene (functionele) wijze te omschrijven zodat de aanspraakomschrijving meer in lijn wordt gebracht met die van andere Zvw verzekerde prestaties zoals geneeskundige zorg. Daartoe zal op termijn de positieve geneesmiddelvergoedingenlijst (GVS) daar waar mogelijk worden losgelaten. VWS heeft in een uitvoeringstoets het CVZ verzocht om te onderzoeken hoe de transitie naar een meer algemeen omschreven aanspraak op verantwoorde wijze uitgevoerd kan worden, waarbij mede aandacht wordt besteed aan de consequenties voor het pakketbeheer en de uitvoering van de farmaceutische zorg door onder meer zorgverzekeraars en aanbieders. Voorts zal bij deze uitvoeringstoets in aanmerking worden genomen de mogelijkheid om ten aanzien van het pakketbeheer in algemene zin van een meer risicogerichte benadering uit te gaan, waarbij ook aandacht bestaat voor voorwaardelijke vergoeding/financiering van zorginterventies.

•  (P) Integrale bekostiging van farmaceutische zorg

De voorgenomen uitbreiding van integrale bekostiging bij chronische ketenzorg met nieuwe aandoeningen en opname van farmaceutische en hulpmiddelenzorg is door de Tweede Kamer controversieel verklaard. Het Ministerie van VWS zal in 2010 verder onderzoeken en bezien of en op welke wijze farmaceutische zorg en onderdelen van hulpmiddelenzorg deel uit kunnen gaan maken van de integrale bekostiging bij de relevante zorgketens.

•  (P) Integrale bekostiging Cystic Fibrosis-zorg

Onderzocht is of en zo ja hoe integrale bekostiging van de CF-zorg vormgegeven kan worden. Een CF-zorgcontract op basis van de CF-zorgstandaard is in voorbereiding. Op basis van het CF-zorgcontract kunnen zorgverzekeraars verbeteringen aanbrengen in de inkoop van CF-zorg. Het zorgcontract bevat niet alleen de ziekenhuiszorg maar ook andere componenten zoals fysiotherapie, geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en thuiszorg. In 2011 is inzet nodig voor de begeleiding van deze verandering.

•  Invloed farmaceutische industrie/geneesmiddelenreclame

De evaluatie van het Reclamebesluit Geneesmiddelen en het advies van de RVZ hebben verder richting gegeven aan het VWS beleid. De evaluatie heeft geleerd dat de Europese richtlijn goed in de Nederlandse Geneesmiddelenwet is geïmplementeerd. Ook laat de evaluatie zien dat het systeem van geconditioneerde zelfregulering op verschillende fronten goed is geslaagd. Het systeem is onvolledig gebleken bij de handhaving van reclame voor receptplichtige geneesmiddelen. De formatie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg is daarvoor inmiddels met twee fte uitgebreid. In 2009 zijn verscheidene onderwerpen geadresseerd die beleidsmatige aandacht vergen in de komende jaren. Op Europees niveau gaat het dan over de aanstaande wijziging van de regelgeving over informatie aan patiënten over geneesmiddelen. Reclame voor medische hulpmiddelen is een ander punt van aandacht, mede in het licht van de convergentie tussen geneesmiddelen en medische hulpmiddelen.

•  Patiënteninformatie geneesmiddelen

De Tweede Kamer heeft de afgelopen jaren aandacht gevraagd voor het verbeteren van patiënteninformatie, waaronder de begrijpelijkheid van bijsluiters bij geneesmiddelen. Mede op basis van de motie Schermers (kamerstuk 29 477 nr. 98) hebben het College ter beoordeling van Geneesmiddelen en de farmaceutische industrie diverse activiteiten opgepakt om de begrijpelijkheid van de bijsluiter te verbeteren. Deze verbeteringen worden opgepakt binnen de kaders van de wet- en regelgeving. Het doel van deze activiteiten, ook in 2011, is de patiënt/consument te voorzien van goede en begrijpelijke informatie over hun medicijnen. Daardoor zullen patiënten beter in staat zijn om hun medicijnen op de juiste wijze te gebruiken.

•  Onafhankelijk geneesmiddelenonderzoek

ZonMW heeft in 2009 het signalement «Goed Gebruik Geneesmiddelen» uitgebracht (www.zonmw.nl). Dit signalement beschrijft de onderzoeksthema’s op het terrein van geneesmiddelengebruik. Het signalement brengt alle lacunes in kaart en biedt daarmee een goede basis voor een vervolg: aan welk onderzoek is het meest dringend behoefte en hoe kan in die behoefte worden voorzien. Deze vraag wordt samen met ZonMW in 2010 in kaart gebracht. Hierbij worden ook initiatieven uit andere landen betrokken. De focus zal liggen op onderzoek waaraan maatschappelijke behoefte bestaat maar waarvoor een commerciële prikkel ontbreekt om het uit te voeren. In 2011 wordt getracht tot een publiekprivate samenwerking te komen om zodoende geneesmiddelenonderzoek te bevorderen.

•  (P) Hulpmiddelenbeleid

De aanspraak op hulpmiddelen wordt geactualiseerd naar een aanspraak die gebaseerd is op een functiebeperking in plaats van een aanspraak op basis van het productaanbod. Om dit te realiseren zal VWS de Regeling Zorgverzekeringswet op basis van adviezen van het CVZ in 2011 verder gaan aanpassen. Dit traject is naar verwachting in 2012 voltooid.

VWS wil tegelijkertijd stimuleren dat er meer richtlijnen worden ontwikkeld, die het principe van vraagsturing gaan ondersteunen. VWS heeft daartoe een «basisprotocol» laten ontwikkelen. Het is aan veldpartijen om op basis hiervan bestaand richtlijnen te herzien en/ of nieuwe richtlijnen te ontwikkelen.

•  (P) Het Transitieakkoord farmaceutische zorg 2008/2009

Het Transitieakkoord farmaceutische zorg is per 1-1-2010 afgelopen. Het heeft meer besparingen opgeleverd dan was afgesproken. Daarnaast heeft Transitieakkoord ruimte geschapen voor de overgang naar een kwalitatief betere en ook meer efficiënte geneesmiddelenvoorziening. Met vrije onderhandelingen over de kwaliteit van de dienstverlening en de tarieven voor de zorg in lijn met de uitgangspunten van de Zvw.

De financiële afwikkeling van het Transitieakkoord is nog niet afgerond. Complicatie hierbij is een motie van de Kamer ter zake en het feit dat het geneesmiddelenbeleid controversieel is verklaard na de val van het kabinet.

De maatregelen om de opbrengst van het Transitieakkoord structureel te kunnen garanderen zijn inmiddels afgekondigd of worden gecontinueerd. Het gaat om de volgende waarborgen: preferentiebeleid van verzekeraars, besparing door injectables onder de Wet Geneesmiddelenprijzen (WGP) te brengen, besparing door het uit octrooi lopen van spécialités en een kostenbesparing door de periodieke actualisering van de WGP-maximumprijzen.

Instrumenten voor de bekostiging/het bekostigingssysteem

•  (P) Aanvulling instrumenten bekostiging WMG

In 2010 is een wetsvoorstel aanvulling instrumenten bekostiging Wet marktordening gezondheidszorg (WMG) naar de Tweede Kamer gestuurd (kamerstuk 32 393 nr.15). De WMG wordt, indien dit wetsvoorstel wordt aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer, aangevuld met instrumenten voor het macrobudgetmodel medisch specialisten en ZBC’s, het declareren van medisch specialisten aan het ziekenhuis, de opbrengstverrekening tussen ziekenhuizen en ziektekostenverzekeraars zolang het functioneel budget voor ziekenhuizen blijft bestaan en een eerlijke kostentoerekening door een beschikbaarheidbijdrage voor niet aan een individuele zorgverzekeraar of patiënt toe te rekenen kosten van zorg waarvan anders de toegankelijkheid in gevaar komt. De WMG wordt aangepast, zodat het dbc-systeem kan blijven bestaan en patiënten of verzekeraars slechts een declaratie krijgen voor een behandeling. Geregeld wordt dat medisch specialisten alleen bij het ziekenhuis waar zij werkzaam zijn kunnen declareren en niet meer bij de patiënt of diens verzekeraar.

•  (P) Bekostiging apotheekhoudenden

Het voornemen was om de tarieven voor apotheekhoudenden met ingang van 1 januari 2011 vrij te laten overeenkomstig de Langetermijnvisie geneesmiddelenvoorziening. Deze besluitvorming over invoering van vrije tarieven voor apotheekhoudenden per 1 januari 2011 is controversieel verklaard. Er zal in 2011 derhalve sprake zijn van een door de NZa vastgesteld tarief voor apotheekhoudenden. De NZa zal de huidige systematiek van het max-max tarief in 2011 voortzetten.

Het afgelopen jaar hebben veldpartijen onder regie van de NZa hard gewerkt aan 14 nieuwe prestatiebeschrijvingen die de farmaceutische zorg beschrijven. Deze vormen straks de gezamenlijke taal voor zorgverzekeraars en zorgverleners voor vrije onderhandelingen, niet alleen op basis van prijs, maar ook op basis van kwaliteit en toegevoegde waarde van de dienstverlening. Het streven is om de nieuwe prestaties per 1 januari 2012 in te voeren. Het jaar 2011 zal gebruikt worden om via pilots ervaring met de nieuwe prestaties op te doen.

Partijen kunnen in 2011 al op vrijwillige basis gebruik maken van de nieuwe set declarabele prestaties en op die manier wennen aan de nieuwe situatie. Binnen het bestaande systeem met een max-max tarief voor farmaceutische zorg kunnen en mogen apotheekhoudenden en zorgverzekerden aanvullende afspraken maken over de nieuwe declarabele prestaties.

•  (P) Geneeskundige ggz in de Zvw

Vanwege de val van het kabinet is het dossier marktwerking/prestatiebekostiging in de zorg controversieel verklaard, waarmee automatisch ook de dbc-bekostiging in de geneeskundige tweedelijns ggz niet ingevoerd zal worden per 2011. Samen met alle ggz-veldpartijen, de NZa en dbc-onderhoud is in 2010 bekeken welke stappen er wél gezet kunnen worden in 2010 en 2011. In 2011 richten betrokkenen zich vooral op de verdere verbetering van (inzicht in) kwaliteit van zorg, de doorontwikkeling van de dbc-productstructuur en verbetering van de dbc-tarieven. Bij brief van 9 juli 2010 (kamerstuk 25 424 nr. 102) is voorgaande uitgebreid uiteengezet.

•  (P) Doelmatig voorschrijven

In verband met de houdbaarheid van het zorgstelsel is er opnieuw breed aandacht voor doelmatiger voorschrijven. Uit onderzoek blijkt dat hier mogelijkheden voor zijn indien huisartsen meer voorschrijven via de eigen richtlijnen. Daarbij is van belang dat er ook aandacht is voor het voorschrijfgedrag van medisch specialisten, waarvan invloed uitgaat op het voorschrijfgedrag van huisartsen. Om inzicht te krijgen in waar specifiek ondoelmatig voorschrijfgedrag zich voordoet in de polikliniek wordt met de Orde van Medisch Specialisten (OMS) de NVZ, NZa, verzekeraars en KNMP gewerkt aan het ontwikkelen van een benchmark voorschrijven van medisch specialisten, naast de al bestaande benchmark voorschrijven van huisartsen. De benchmarks trachten inzicht te geven over het volgen van de eigen richtlijnen.

De OMS is bezig met de ontwikkeling van een leidraad doelmatig voorschrijven. Om kennis van huisartsen over doelmatigheid van voorschrijven te vergroten start de LHV met subsidie van VWS in het najaar van 2010 met een voorlichtingscampagne over doelmatig voorschrijven. Verwacht wordt dat de inspanningen van huisartsen in 2011 leiden tot een doelmatigheidswinst beoogd van € 110 miljoen.

•  (P) Bekostiging ziekenhuizen

In 2010 is er een aanzienlijke overschrijding over 2009 geconstateerd bij de ziekenhuizen. Ervan uitgaande dat de geconstateerde ontwikkeling zich ook de komende jaren zal blijven voordoen, leidt dit tot een structurele overschrijding van € 549 miljoen. Om de overschrijding van het kader ziekenhuizen te redresseren zal per 2011 een korting worden ingezet.

•  (P) Bekostiging medisch specialisten

Via diverse brieven (kamerstuk 29 248 nr. 83, 107 en 125) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de kostenontwikkeling bij de medisch specialisten. Er bleek sprake te zijn van een aanzienlijke overschrijding van het budgettair kader vrijgevestigde medisch specialisten. Er zijn tariefsmaatregelen genomen om deze overschrijdingen in 2010 en de jaren erna te redresseren.

Naast het doorvoeren van tariefsmaatregelen, heeft de minister het voornemen om de overschrijdingen structureel te voorkomen door een beheersmodel in te voeren. Het beheersingsmodel houdt in dat het ziekenhuis een (flexibel) maximumvergoeding krijgt waaruit de vergoeding voor de medisch specialist moet worden betaald. De instelling wordt financieel verantwoordelijk en krijgt de vrijheid om met de medisch specialisten over de specialistenhonorering te onderhandelen en deze in te passen in het bredere instellingsbeleid en deze toe te passen op de lokale situatie. Op 28 juni 2010 heeft de NZa het advies gegeven om het beheersingsmodel in te laten gaan per 2012. Het voornemen is om bij dat advies aan te sluiten. Voor de realisatie van het beheersmodel is een aanvulling van de WMG noodzakelijk om een grens te kunnen stellen aan de maximumvergoeding (kamerstuk 32 393, nr. 2).

•  Verbeterplan dbc’s

Door middel van het project «Dbc’s op weg naar transparantie (DOT)» wordt het aantal zorgproducten teruggebracht van ruim 30 000 naar ongeveer 3 600. De productstructuur is vastgesteld en vanaf 1 juli 2009 zijn de ziekenhuizen gestart met het registreren van de nieuwe zorgactiviteiten. Op basis van deze registratie kunnen de financiële effecten inzichtelijk worden gemaakt en doen de ziekenhuizen ervaring op. Vanwege het controversieel verklaren van in de invoering van prestatiebekostiging, zal DOT niet worden ingevoerd per 1 januari 2011. De Tweede Kamer heeft besloten om eerst de effecten van DOT te simuleren. Het volgende kabinet zal een besluit nemen over de invoeringsdatum van DOT en over de toekomst van de ziekenhuisbekostiging.

•  (P) Bekostiging acuut generalistische zorg

In januari 2010 heeft de NZa een advies uitgebracht over de bekostiging van de acuut generalistische zorg (huisartsgeneeskundige zorg). De reactie op dit advies aan de Tweede Kamer is controversieel verklaard. Het volgende kabinet zal besluiten nemen over de toekomst van de bekostiging van de acuut generalistische zorg.

•  (P) Bekostiging eerstelijnsdiagnostiek

De NZa doet een kostenonderzoek, waarbij de tarieven van de verrichtingen voor de eerstelijnsdiagnostiek worden herijkt. Hiermee wordt een structurele besparing van € 60 miljoen beoogd.

•  Rijksbijdrage zorgverzekeringsfonds

Met de rijksbijdrage wordt voorkomen dat huishoudens met kinderen jonger dan achttien jaar hoge zorglasten hebben (€ 2,3 miljard). Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie. De rijksbijdrage voorziet in de financiering van de premie van deze kinderen.

•  Garantie ondernemingsfinanciering cure

De Regeling Garantie Ondernemingsfinanciering van het Ministerie van Economische Zaken is in 2009 uitgebreid voor zorginstellingen in de cure (GO cure). Vanwege het belang van een gezonde vermogensverschaffing aan bedrijven heeft het kabinet besloten om crisismaatregelen ter ondersteuning van de kredietverlening aan bedrijven met een jaar te verlengen tot eind 2011. Door de verlenging van de GO cure kunnen banken tot eind 2011 een aanvraag indienen voor een garantie van vijftig procent voor nieuwe bankleningen aan zorginstellingen in de cure van minimaal € 1,5 miljoen tot maximaal € 50 miljoen. De garantieruimte voor de GO (cure) die in 2010 niet tot benutting is gekomen, wordt in 2011 beschikbaar gesteld.

42.3.4 De burgers van de BES-eilanden kunnen gebruik maken van voorzieningen voor zorg en welzijn

Motivering

Motivering

De BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) zullen per 10 oktober 2010 als openbare lichamen onderdeel worden van Nederland. Rijksbreed is afgesproken dat het voorzieningenniveau op de BES–eilanden gefaseerd verbeterd zal worden richting Nederlands niveau (besluitenlijst 20 juni 2007). De minister van VWS draagt per 10 oktober 2010 de verantwoordelijkheid voor de rijkstaken op het terrein van zorg en welzijn op de BES–eilanden. De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het innen van belastingen en premies. Het zorgdeel van de geïnde premies zal worden verantwoord via de begroting van het Ministerie van Financiën.

De BES-eilanden hebben in vergelijking met Nederland een hoog percentage chronisch zieken. Op dit moment is er veelheid aan publieke en private ziektekostenregelingen, welke worden geconfronteerd met structurele financiële tekorten. Gevolg is dat de toegankelijkheid tot de zorg beperkt is. Dit wordt versterkt door het kwantitatief en kwalitatief beperkte zorgaanbod op de BES-eilanden, mede als gevolg van de schaalproblematiek. Specifiek voor de BES-eilanden is de afhankelijkheid van met name Curaçao en Sint Maarten om de zorgaanspraken via medische uitzendingen te kunnen realiseren.

De minister van VWS draagt zorg voor een beter toegankelijke, kwalitatieve, doelmatige en betaalbare zorg op de BES-eilanden.

Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

Zorguitgaven

20 100

22 900

25 700

29 400

33 000

      

Subsidies en opdrachten

2 000

4 600

4 600

4 600

4 600

      

Totaal

22 100

27 500

30 300

34 000

37 600

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren

Voor deze operationele doelstelling is nog geen prestatie-indicator opgenomen, omdat het hier gaat om nieuw beleid en ervaringscijfers ontbreken.

Instrumenten

•  Zorgverzekering BES-eilanden

In de Invoeringswet BES is voorzien in een rechtsgrondslag om bij algemene maatregel van bestuur te voorzien in een ziektekostenverzekering voor alle ingezetenen van de BES-eilanden. Het gaat hier om een verzekering van rechtswege die door de minister van VWS wordt uitgevoerd. De feitelijke uitvoering van de ziektekostenverzekering zal worden gemandateerd aan het Zorgverzekeringskantoor BES, dat vooruitlopend op de inwerkingtreding een belangrijke rol heeft in de voorbereiding van de invoering. Hierbij gaat het met name om de zorginkoop, om de voorlichting over de nieuwe regeling en over de inrichting van een verzekeringsadministratie. De verzekering verleent aan de gehele bevolking aanspraken op zowel curatieve als langdurige zorg. De omvang van de aanspraken en de voorwaarden waaronder deze worden verkregen, worden nader geregeld in een ministeriële regeling. De inhoud daarvan kan afwijken van het Nederlandse pakket, als gevolg van verschillen tussen Nederland en de BES-eilanden in medische infrastructuur, gezondheidssituatie en de verzekeringsmarkt. Als datum van inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur is 1 januari 2011 voorzien.

•  Verbeteren van het zorgaanbod

De projecten op het terrein van het verbeteren van het zorgaanbod richten zich zowel op de organisatie van de zorg als op de kwaliteit van de zorg. Op het vlak van de organisatie wordt de verzelfstandiging van de huisartsen op Bonaire ondersteund. Op Sint Eustatius en Saba zijn stichtingen opgericht waarin de eilandziekenhuizen worden ondergebracht, maar ook andere vormen van zorgaanbod. De bedoeling is dat met name instellingen voor verpleging en verzorging deel gaan uitmaken van de stichtingen. Ook eerste lijnszorg of verslavingszorg kan daar een plaats krijgen.

Op het vlak van de kwaliteit zijn inmiddels op alle eilanden nieuwe ambulances operationeel. Er wordt gewerkt aan de opleiding van het personeel. De uitbreiding van het aantal basisspecialismen in het ziekenhuis op Bonaire vraagt tijd. Het samenwerkingsverband VU/AMC krijgt vorm in de opzet van een rechtspersoon waarbij onder andere de basisspecialistische zorg wordt geregeld en op contractbasis door de stichting kan worden ingekocht. Het gaat om de specialismen interne geneeskunde, chirurgie, anesthesie, gynaecologie, kindergeneeskunde en psychiatrie. De verwachting is dat nog voor eind 2010 de eerste medisch specialist als kwartiermaker in het ziekenhuis werkzaam kan zijn en dat in de loop van 2011 de andere specialisten geleidelijk beschikbaar komen.

Ook aan het bieden van dialysevoorzieningen op Bonaire wordt gewerkt. De stand is dat er thans via particulier initiatief een patiëntenvereniging voor de belangenbehartiging van dialysepatiënten is opgericht en dat na de keuze van een dialyse achtervangcentrum, het dialysecentrum in het ziekenhuis te Bonaire wordt opgezet. Tevens zal de mogelijkheid van thuisdialyse worden meegenomen. Voor de (electieve) superspecialistische zorg worden binnenkort afspraken gemaakt met een groot ziekenhuis in de nabijheid van zowel de Beneden- als de Bovenwinden. Verbetering van de medische infrastructuur op het vlak van gebouwen en apparatuur is veelal onderdeel van de kwaliteitsprojecten. De plannen daarvoor zijn uitgewerkt. Het realiseren zal geleidelijk in de jaren 2011 en verder gestalte krijgen als onderdeel van de normale bedrijfsvoering van de diverse zorginstellingen.

Daarnaast wordt de uitvoering van de acute zorg meegenomen, bij voorkeur uit te voeren door datzelfde goed geoutilleerde ziekenhuis in de omgeving waar de superspecialistische zorg wordt betrokken. Daaraan gekoppeld zullen afspraken worden gemaakt voor het spoedvervoer. De keuze voor vastvleugeltoestel en/of helikoptervervoer is afhankelijk van het betreffende grote regioziekenhuis. Voor Bonaire zal dat een andere zijn dan voor Sint Eustatius en Saba. In het najaar van 2010 wordt een aantal ziekenhuizen onderzocht en wordt beoordeeld welke het meest geschikt zijn. Eveneens wordt dan meegenomen welke afspraken met betreffende locale overheden kunnen worden gemaakt over immigratie- en identiteitsaspecten bij spoedvervoer. Na afsluiting van deze bezoeken worden zo spoedig mogelijk afspraken gemaakt met de betreffende ziekenhuizen en wordt aansluitend het spoedvervoer geregeld. Het is de verwachting dat dit kort na 10 oktober geoperationaliseerd kan zijn.

Ten aanzien van de farmaceutische zorg en bloedvoorziening van het zorgaanbod wordt gestreefd naar vergroting van de doelmatigheid. Bekeken wordt hoe de contractering van de betrokken zorgverleners kan worden gefaciliteerd met verbetering van (en verlaging van de kosten van) de inkoop en organisatie van de geneesmiddelenvoorziening. Daarbij is ook de verandering van het voorschrijfgedrag van artsen van belang. Voor de bloedvoorziening zal worden aangesloten bij de bestaande functionele relatie tussen de Rode Kruis Bloedbank Curaçao en de Fundashon Mariadal. Sanquin zal organisatorisch verantwoordelijk zijn voor de beschikbaarheid en kwaliteit van bloedproducten.

Op de eilanden is een vaste psychiater beschikbaar. Ook wordt inhoud gegeven aan de verbetering van de verslavingszorg op de eilanden. Verdere verbetering bij gesloten- en crisisopname maar ook dagbesteding wordt opgepakt met de stichtingen op de eilanden. Met op Bonaire werkzame stichtingen voor zorg aan gehandicapten, doven en slechtzienden wordt gewerkt aan verbetering van de zorg.

Via de weg van amendementen (kamerstuk 31 959 nr. 24) is door het Nederlandse parlement besloten, dat de Nederlandse wetgeving op het gebied van abortus, euthanasie en het huwelijk door mensen van gelijk geslacht ook op de BES-eilanden van kracht zal worden. Het gaat bij de abortuswetgeving om invoering één jaar na de transitiedatum, en bij de andere twee onderwerpen om invoering twee jaar na de transitiedatum. Implementatie van dergelijke ethisch gevoelige onderwerpen vergt grote zorgvuldigheid. Onderdeel van de implementatie zal in ieder geval zijn om via zogenaamde focusgroepen een beeld te krijgen hoe de bevolking over deze zaken denkt. Daarnaast zullen ook nulmetingen worden gedaan naar de huidige praktijk op het gebied van abortus en stervensbegeleiding. De verdere implementatie zal in nauw overleg met de bestuurscolleges, met professionals en andere betrokkenen worden uitgevoerd.

42.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid
Overzicht beleidsonderzoeken
 

Onderzoek onderwerp

Nummer AD of OD

A Start

B Afgerond

Beleidsdoorlichting

Zorgbalans 2014, De prestaties van de Nederlandse zorg

42.1

A 2014

B 2015

 

Heroverweging Cure

42.1

A 2009

B 2010

 

IBO ggz

42.3.2

A 2009

B 2010

    

Effectonderzoek ex post

Monitor en effectmeting financieel instrumentarium ZIP

42.3.2

A 2010

B 2013

    

Overig evaluatieonderzoek

Evaluatie subsidiesystematiek PGO-organisaties

42.3.1

A 2010

B 2011

 

Evaluatie Regieraad Kwaliteit van Zorg

42.3.2

A 2011

B 2011

 

Beleidsrapportages ggz

42.3.2

A 2007

B 2010

 

Dossieronderzoek naar vermijdbare sterfte en schade in ziekenhuizen

42.3.2

A 2010

B 2011

 

Evaluatie Opleidingsfonds

42.3.2

A 2010

B 2010

 

Marktscan zorgverzekeringsmarkt

42.3.3

Jaarlijks

 

Evaluatie risicoverevening door internationale experts

42.3.3

A 2009

B 2010

 

Evaluatie risicovereveningssysteem (kwantitatief)

42.3.3

A 2011

B 2011

 

Monitor Farmacie

42.3.3

Jaarlijks

 

Inkoopvoordelen en praktijkkosten onderzoek

42.3.3

A 2009

B 2010

 

Beleidsevaluatie dyslexiezorg

42.3.3

A 2010

B 2011

 

Eerste evaluatie Verplicht Eigen Risico

42.3.3

A 2009

B 2010

 

Tweede evaluatie Verplicht Eigen Risico

42.3.3

A 2010

B 2011

Licence