Base description which applies to whole site

2. BELEIDSAGENDA

Het Koninkrijk wordt gevormd door de landen Nederland, Aruba, Curaçao, en Sint Maarten; deze landen behartigen zelfstandig hun eigen belangen en beslissen gezamenlijk over door het Statuut benoemde Koninkrijksaangelegenheden.

De verandering van de autonome status van de landen in 2010 heeft geleid tot een andere verdeling van verantwoordelijkheden en een andere vorm van samenwerking. De nieuwe verhoudingen worden na 5 jaar geëvalueerd. De komende maanden wordt de opzet van de evaluatie vastgesteld.

Gelet op de staatkundige veranderingen per 10 oktober 2010 en de technologische ontwikkelingen zoals videoconferencing, is een terughoudend reisgedrag van bestuurders en ambtenaren van toepassing. Ook bij de implementatie van Nederlandse wetten op de openbare lichamen (BES) geldt een legislatieve terughoudendheid.

De ambitie van Nederland is om binnen de nieuwe staatkundige verhoudingen te streven naar samenwerkingen die voor ieder van de landen van voordeel zijn, en uiteindelijk het leven van mensen verbeteren.

Caribisch Nederland

Na de transitie van 10 oktober 2010 is gebleken dat de relatie tussen Nederland en de openbare lichamen versterkt moest worden. Belangrijke thema’s zijn en blijven de ontwikkeling van de eilanden (voorzieningenniveau en ontwikkelplannen), de evaluatie van de Rijkswetten, de legislatieve terughoudendheid en de financiën van de openbare lichamen. Een belangrijk instrument daarin is de zogenaamde Caribisch Nederland-week (CN-week) georganiseerd rond het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen BES (Bofv). Deze week, ingesteld in 2010 na de transitie, vindt tweemaal per jaar plaats. De week biedt de mogelijkheid aan de besturen van Bonaire, Saba en Sint Eustatius om op gezette tijden en op basis van een lopende agenda te overleggen met de departementen in Den Haag. De week draagt inmiddels bij aan een goede relatie en samenwerking tussen de Rijksoverheid en de drie eilandbesturen.

Samenwerkingsbeleid

De samenwerkingsprogramma’s waarmee Nederland de afgelopen jaren Caribisch Nederland, Aruba, Sint Maarten en Curaçao op een groot aantal terreinen heeft ondersteund, worden beëindigd. Dit betekent ondermeer dat in 2014 en 2015 door middel van (externe) evaluaties, (tussentijdse) verantwoordingen en financiële afrekeningen een eindoordeel kan worden gevormd over de doelmatige en rechtmatige besteding van de samenwerkingsgelden. Om de afsluiting zo goed mogelijk te laten verlopen, zal Nederland hierover afspraken maken met de landen in het Caribische deel van het Koninkrijk en de betrokken stichtingen Fondo Desaroyo Aruba (FDA), Antilliaanse Medefinancierings Organisatie (AMFO) en de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA).

Met de afbouw van het samenwerkingsbeleid, ontwikkelt Nederland met de landen in het Caribische deel van het Koninkrijk een nieuwe vorm van samenwerking die gericht is op gelijkwaardigheid waar beide landen van kunnen profiteren.

De Nederlandse regering hecht met name aan (bestuurlijke) integriteit, een goed justitieel stelsel en financiële en economische deugdelijkheid in alle landen van het Koninkrijk.

Waarborgfunctie

Een belangrijke taak is de «invulling» van de waarborgfunctie van het Koninkrijk (artikel 43 van het Statuut). De afzonderlijke landen zijn verantwoordelijk voor de rechtszekerheid, deugdelijk bestuur en de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van hun inwoners. Het Koninkrijk vervult een waarborgfunctie: als de landen niet zelfstandig kunnen voldoen aan deze verantwoordelijkheid, komt de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk in beeld. Het Statuut geeft het Koninkrijk de instrumenten om deze verantwoordelijkheid in te vullen.

Dit komt vooral tot uitdrukking in de aandacht voor rechtshandhaving en goed bestuur binnen het Koninkrijk. In het kader van de waarborgfunctie wordt ingezet op duurzame ondersteuning van de structurele samenwerkingsverbanden: het Recherche Samenwerkingsteam (RST), de Kustwacht, inzet vanuit de flexibele pool van de Koninklijke Marechaussee en de ondersteuning van de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie.

Financieel Toezicht

De verantwoordelijkheid voor de overheidsfinanciën ligt bij de autonome landen zelf. De rol van het College financieel toezicht (Cft) vloeit voort uit de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Staatsblad 2010, nr. 344) en de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Staatsblad 2010, nr. 365). Het Cft oefent het financieel toezicht uit op basis van de Algemene Maatregel van Rijksbestuur (AMvRB) financieel toezicht (Staatsblad 2010, nr. 334).

De taken van het Cft zijn gericht op het verbeteren van het begrotingsproces en het financiële beheer van de landen. Op grond van artikel 16 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten heeft Nederland onder nauwkeurig in de Rijkswet omschreven voorwaarden een lopende inschrijving op alle openbare en onderhandse geldleningen. De Rijksministerraad wordt halfjaarlijks geïnformeerd over het financieel toezicht op de landen door het Cft.

Voorbereiden op grote evaluaties

In de slotakkoorden uit 2006 is afgesproken dat de staatkundige positie van de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba binnen 6 jaar na de staatkundige ontmanteling van het land Nederlandse Antillen, wordt geëvalueerd en de definitieve staatkundige structuur van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt vastgesteld. De criteria en de thema’s voor de evaluatie worden begin 2014, in overleg met de Openbare Lichamen, definitief vastgesteld.

Daarnaast is in de Rijkswet Financieel Toezicht en in de vier rijkswetten op het terrein van Veiligheid en Justitie (Openbaar Ministerie, Gemeenschappelijk Hof, Politie en de Raad voor de Rechtshandhaving) bepaald dat deze wetten in 2015 geëvalueerd moeten worden door een evaluatiecommissie. De Rijkswet Financieel Toezicht schrijft voor hoe de evaluatie van de Rijkswet Financieel Toezicht moet worden ingericht. Voor de Rijkswetten op het terrein van Veiligheid en Justitie worden in 2014 gezamenlijk met de landen de criteria en thema’s voor de evaluatie vastgesteld.

Waarborging Plannen van Aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten

Curaçao en Sint Maarten hebben in 2010 de status van land binnen het Koninkrijk gekregen. Er zijn plannen van aanpak vastgesteld om de resterende knelpunten daarbij op te lossen. Deze richten zich op een aantal landstaken, waarvan voor beide landen de politie en het gevangeniswezen de belangrijkste zijn. De plannen van aanpak lopen tot 10 oktober 2014.

De voortgang van de uitvoering van de plannen van aanpak wordt bewaakt door een voortgangscommissie, die periodiek rapporteert aan de Ministers-Presidenten van Curaçao en Sint Maarten en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Staten-Generaal en de Staten van de landen worden over de voortgang geïnformeerd.

Het streven is in 2014 de plannen van aanpak succesvol af te ronden, zodat Curaçao en Sint Maarten goed in staat zijn de eigen landstaken naar behoren uit te voeren.

Vereffening boedel voormalig Nederlandse Antillen

In 2011 is de vereffeningcommissie van start gegaan om te adviseren over de toedeling van activa en passiva uit de boedel van het per 10 oktober 2010 opgeheven land Nederlandse Antillen. De commissie adviseert de Ministers van Financiën van Curaçao en Sint Maarten en de Nederlandse Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de verdeling tussen Curaçao, Sint Maarten en Nederland.

De onderliggende regeling vervalt op 1 januari 2014, maar kan door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij gezamenlijk besluit steeds met een jaar verlengd worden. De commissie heeft aangegeven dat een jaar verlenging nodig zal zijn om te komen tot afronding. Eind 2013 wordt in bestuurlijk overleg bepaald of een verlenging gewenst en noodzakelijk is.

Beleidsdoorlichtingen

Beleidsdoorlichtingen

Agendering beleidsdoorlichtingen

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Artikel

(realisatie)

(planning)

1. Waarborgfunctie

 

       

 

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

         

   

De beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 2 wordt, in tegenstelling tot hetgeen in de begroting 2013 werd vermeld, niet in 2014 uitgevoerd. De stichtingen AMFO en SONA hebben in 2012 en FDA begin 2013 de laatste stortingen uit dit begrotingshoofdstuk ontvangen. De komende jaren vindt de uitvoering en afronding van de laatste projecten die binnen de samenwerkingsprogramma’s worden uitgevoerd, plaats. Na het beëindigen van de verschillende samenwerkingsprogramma’s zullen inhoudelijke eindevaluaties van deze programma’s opeenvolgend in 2014–2016 plaatsvinden. De beleidsdoorlichting bouwt, als synthese-onderzoek, voort op deze evaluaties en zal in 2016 worden gerealiseerd. De plannen van aanpak voor de eindevaluaties van de samenwerkingsprogramma’s zijn wel in 2014 gereed.

In bijlage 5.3 bij dit begrotingshoofdstuk treft u de evaluatie- en overige onderzoeken die, naast de beleidsdoorlichtingen, op het terrein van Koninkrijksrelaties zijn en worden uitgevoerd.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten, uitgaven en niet-belastingontvangsten)

Bedragen x € 1.000

Opbouw uitgaven (x € 1.000)
 

art. nr.

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

 

277.543

257.087

256.526

239.989

272.941

 

Mutaties 1e suppletoire begroting

14.056

103

106

109

– 895

 
               

Nieuwe mutaties:

             

a. NPMNA/Investering Kustwacht

1

5.156

         

b. Kasschuif Kustwacht

1

– 5.156

   

1.000

4.156

 

c. Overlopende verplichtingen

2

2.600

         

d. SONA

2

1.300

         

e. Solidariteitsfonds

2

1.600

         

f. Eindejaarsmarge 2013

3

– 5.800

         
               

Overige mutaties

 

– 200

– 437

– 472

– 969

– 545

257.797

Stand ontwerpbegroting 2014

 

291.099

256.753

256.160

240.129

275.657

257.797

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
 

art. nr.

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

 

32.870

32.215

31.758

31.758

31.758

 

Mutaties 1e suppletoire begroting

           
               

Nieuwe mutaties:

             

g. NPMNA/Investering Kustwacht

2

5.156

         
               

Overige mutaties

 

0

0

0

0

0

31.758

Stand ontwerpbegroting 2014

38.026

32.215

31.758

31.758

31.758

31.758

Toelichting

a. en g. Nederlandse Participatie Maatschappij Nederlandse Antillen (NPMNA)/Investering Kustwacht

De NPMNA-portefeuille van deelnemingen wordt afgebouwd conform de geldende exit-strategie. NPMNA heeft een beargumenteerde inschatting gemaakt van de reserve die noodzakelijk is ter afdekking van mogelijke risico’s in de portefeuille. Met de teruglopende omvang neemt ook de reserve af met € 5,1 mln. De ontvangst samenhangend met de afname van de risicoreserve wordt grotendeels aangewend voor de ongeraamde vervangingsinvesteringen in de Kustwacht. Vanaf 2016 doet de noodzaak de interceptorcapaciteit te vervangen, zich voor. Het precieze kasritme en beslag van de investeringen is nog onderwerp van besluitvorming.

b. Kasschuif Kustwacht

De ontvangst samenhangend met de afname van de risicoreserve wordt grotendeels aangewend voor de ongeraamde vervangingsinvesteringen in de Kustwacht. Vanaf 2016 doet de noodzaak de interceptorcapaciteit te vervangen, zich voor. Het precieze kasritme en beslag van de investeringen is nog onderwerp van besluitvorming.

c. Overlopende verplichtingen

Een aantal overlopende verplichtingen uit 2012 betreffende de samenwerkingsmiddelen, komen in 2013 tot betaling. Het betreft de laatste betaling aan Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) voor de Zeekabel (€ 1,3 mln.), de afhandeling van de deelnemingen in verband met de verkoop van de AIB-bank (€ 0,4 mln.), de rentekosten leningen Aruba (€ 0,6 mln.) en overige facturen (€ 0,3 mln.). Dit wordt gefinancierd uit de beschikbare eindejaarsmarge.

d. Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA)

In 2012 is de laatste tranche voor de beheerskosten en de managementvergoeding voor SONA niet uitgekeerd in verband met de nog openstaande vorderingen van BZK op SONA. De samenwerkingsmiddelen liepen in 2012 af. Met het SONA-bestuur is in november 2012 afgesproken de openstaande vorderingen alsnog te voldoen. SONA heeft de vorderingen niet volledig voldaan. Met SONA is nu de afspraak gemaakt de openstaande vorderingen te verrekenen met de laatste tranche voor de beheerskosten en de managementvergoeding. Dit resulteert in een nettobedrag van € 1,3 mln. Dit wordt gedekt uit de beschikbare eindejaarsmarge.

e. Solidariteitsfonds

De laatste betaling aan het Solidariteitsfonds in 2010 is door onzekerheid over de toekomst van het Solidariteitsfonds niet uitgekeerd. Deze laatste bijdrage is meegenomen in de vaststelling van de boedelscheiding door de vereffeningscommissie. Doordat het eindrapport van de vereffeningscommissie eind 2013 wordt verwacht, zal ook de betaling aan het Solidariteitsfonds in 2013 plaatsvinden. Deze overlopende verplichting is sinds 2010 (buiten de eindejaarsmarge om) meegenomen, in afwachting van de vaststelling van de boedelscheiding.

f. Eindejaarsmarge 2013

Verdeling van de eindejaarsmarge 2013.

Licence