Base description which applies to whole site

2.1 MODERNISEREN EN DEMOCRATISEREN VAN HET HUIS VAN THORBECKE

In de «Nota Bestuur in samenhang. De bestuurlijke organisatie in Nederland» zijn de voorstellen voor de modernisering van de bestuurlijke organisatie nader uitgewerkt en in onderlinge samenhang gebracht. Deze voornemens betreffen drie grote decentralisatieoperaties en het creëren van voldoende uitvoeringskracht bij de gemeenten. Aansluitend hieraan ziet het kabinet voor de langere termijn een uit landsdelige provincies bestaand middenbestuur. In deze kabinetsperiode moet dat streven leiden tot de vorming van een noordvleugelprovincie. Voorts wordt in de nota het belang gestipuleerd van versterkte burgerparticipatie.

Democratische vernieuwing (versterken relatie tussen mensen en overheid)

«Doe-democratie»

In 2014 wordt verder gewerkt aan het ondersteunen van zowel medeoverheden als maatschappelijke organisaties bij de aansluiting van de overheid op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Er wordt aangesloten op de adviezen over de «doe-democratie» van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), de Raad voor het openbaar bestuur (Rob), de Raad van State, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), maar vooral op de initiatieven binnen de samenleving.

Om dit te ondersteunen is een agenda opgesteld.

  • Er vindt, op de gebieden recht (wet- en regelgeving, experimenteerruimte, rechtsvormen), financiën (financieringsvormen) en fiscaliteit, een verkenning plaats naar de faciliterende en ruimte scheppende rol voor de overheid bij maatschappelijk initiatief.

  • Samen met vernieuwende gemeenten worden nieuwe werkvormen ontwikkeld voor de «doe-democratie».

  • Andere onderdelen van de agenda zijn de samenwerking met het initiatievenplatform «Kracht in Nederland», het wegnemen van belemmeringen in de regelgeving voor vrijwilligers en een aantal evaluaties over de effecten van regelgeving op actief burgerschap.

Verkiezingen

In 2014 vinden verkiezingen plaats voor de gemeenteraden (19 maart 2014), en voor de Nederlandse leden voor het Europees Parlement (22 mei 2014).

  • De Experimentenwet1 maakt het mogelijk experimenten uit te voeren met het centraal tellen van de uitgebrachte stemmen en (bij de verkiezing van de leden van het Europees Parlement) met het per e-mail toezenden van een nieuw ontwerp stembiljet aan de kiezers die vanuit het buitenland mogen stemmen.

  • De registratieprocedure voor de kiezers die vanuit het buitenland willen stemmen, wordt vereenvoudigd. Door een permanente registratie van kiezers in het buitenland vervalt de registratie voor afzonderlijke verkiezingen. Voor het eerst gaat dit gelden bij de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer in 2017 (zie brief van 12 juni 20132).

  • In mei 2013 is een externe adviescommissie ingesteld, die tot taak heeft na te gaan of elektronisch stemmen in het stemlokaal, bij verkiezingen die vallen onder de Kieswet, mogelijk is. De commissie streeft ernaar voor 1 november 2013 advies aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit te brengen.

  • Het wetsvoorstel tot aanpassing van de waterschapsverkiezingen regelt het behoud van directe verkiezingen voor de waterschappen. Om de opkomst te verhogen worden deze verkiezingen voortaan per stembus en gelijktijdig gehouden met die voor de leden van Provinciale Staten.

  • De Wet financiering politieke partijen vereist dat alle in de Staten-Generaal vertegenwoordigde politieke partijen en hun neveninstellingen aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overzichten sturen van ontvangen giften van in totaal 4.500 euro of meer en van schulden van 25.000 euro of meer. De partijen moeten de overzichten voor het eerst indienen vóór 1 juli 2014.

  • In 2014 zal naar verwachting de parlementaire behandeling plaatsvinden van een wetsvoorstel dat erin voorziet dat ook lokale partijen onder de Wet financiering politieke partijen gaan vallen. Het streven is het wetsvoorstel eind 2013 in consultatie te brengen.

  • Het aantal politieke ambtsdragers bij provincies wordt verminderd. In de toekomst zullen er minimaal twee en maximaal vijf gedeputeerden zijn, waar dat er nu nog minimaal drie en maximaal zeven zijn. Het streven is dat met ingang van de provinciale verkiezingen van maart 2015 het aantal politieke ambtsdragers bij provincies met 25 procent is verminderd.

Meer taken voor gemeenten vergt sterke organisaties

Decentralisatie op het gebied van ondersteuning, participatie en jeugd naar de gemeenten maakt maatwerk richting burgers mogelijk. Onnodige bureaucratie kan vermeden worden door de dienstverlening dichter bij de burger te organiseren. Dit vergt wel meer dan het simpelweg decentraliseren van de huidige taken.

Het kabinet heeft in de decentralisatiebrief (d.d. 19 februari 2013) de randvoorwaarden van de decentralisaties geschetst: stevige uitvoeringskracht, voldoende beleidsruimte, een beperkte regeldruk en verantwoordingslast, ruimte voor integraal maatwerk in wet- en regelgeving en een zo breed mogelijke ontschotting in het gemeentefonds tot één integraal budget. Daarnaast biedt het kabinet ondersteuning aan gemeenten door een gezamenlijke werkagenda bij de implementatie van de drie decentralisaties.

  • In 2013 is samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gewerkt aan het organiseren van voldoende bestuurskracht bij gemeenten voor de te decentraliseren taken door middel van samenwerkingsverbanden. Deze verbanden zijn nu grotendeels gevormd. In 2014 zal het aankomen op het vervolmaken van de samenwerking tussen gemeenten.

  • Daarnaast wordt in 2014 verder gewerkt aan gemeentelijke herindeling van onderop. Per 1 januari 2014 zullen als gevolg van een herindeling vier nieuwe gemeenten worden ingesteld. Gedurende 2014 volgt de parlementaire behandeling van vijf nieuwe wetsvoorstellen die herindeling per 1 januari 2015 beogen.

  • In het regeerakkoord is opgenomen dat er «Een wetsvoorstel tot afschaffing van de WGR+ samenwerkingsverbanden zal worden ingediend.». Het voorstel bevat naast het afschaffen van de WGR+ het voornemen twee vervoerregio’s mogelijk te maken voor Rotterdam-Den Haag en Amsterdam-Almere. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel is voorzien op 1 januari 2015.

Effectief Middenbestuur

Het kabinet streeft naar een effectief middenbestuur. Om dat te bereiken, is er voor de lange termijn een eindperspectief van landsdelige provincies. Het samenbrengen van de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht in één noordvleugelprovincie in deze kabinetsperiode is het concrete voornemen. Deze provinciale herindeling zorgt ervoor dat het schaalniveau van de nieuwe provincie beter aansluit bij het niveau waarop maatschappelijke vraagstukken op de terreinen ruimtelijke ordening, natuur- en milieu, verkeer en (regionale) economie spelen.

  • Het wetsvoorstel voor de samenvoeging van Noord-Holland, Flevoland en Utrecht wordt in 2014 ingediend bij de Tweede Kamer en zal op 1 januari 2016 ingaan.

  • Tegelijk met de indiening van het wetsvoorstel kan de Tweede Kamer een inhoudelijke agenda voor de nieuwe provincie verwachten. Daarin wordt ingegaan op de taken, bevoegdheden en budgetten van de nieuwe provincie.

Het kabinet wil bevorderen dat de provincies hun eigen huishouding materieel sluiten. Hun kerntaken liggen op het terrein van ruimte, verkeer en vervoer, natuur en economie. Uitgezocht wordt welke taken en activiteiten buiten dit profiel worden uitgevoerd en hoeveel geld daaraan wordt besteed. Vervolgens zullen afspraken worden gemaakt deze taken vrijwillig te beperken.

Verdieping van het constitutioneel bestel

Tijdens de viering van het 200-jarige bestaan van ons Koninkrijk zal ook volop aandacht zijn voor democratie en rechtstaat. Er zijn verscheidene wetsvoorstellen in voorbereiding.

  • Eind 2013 wordt een voorstel tot modernisering van artikel 13 (onschendbaarheid van het brief-, telefoon en telegraafgeheim) bij de Tweede Kamer ingediend, ertoe strekkend de onschendbaarheid uit te breiden naar alle moderne communicatiemiddelen. Voorts kan de Tweede Kamer in de loop van 2014 een voorstel tot opneming in de Grondwet van het recht op een eerlijk proces en van de toegang tot de rechter, tegemoet zien.

  • In de «Nota Bestuur in samenhang. De bestuurlijke organisatie in Nederland» is aangekondigd dat het kabinet met een beschouwing komt op Hoofdstuk 7 van de Grondwet. Daarin wordt ingegaan op de wijzigingen in het grondwettelijk kader ten aanzien van de waterschappen en de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, alsook op algemene aspecten zoals het hoofdschap van de gemeenteraad en de provinciale staten en de (on)mogelijkheid van tussentijdse ontbinding van de gemeenteraad of provinciale staten.

Het kabinet is voornemens om op de internationale dag van de mensenrechten (10 december 2013) een staat van de grondrechten en een bijbehorend nationaal actieplan grondrechten uit te brengen, dat de stand van zaken van mensenrechten in Nederland beschrijft en er concrete actiepunten aan verbindt.

1

Kamerstukken II, 2012–2013, 33 573

2

Kamerstukken II, 2012–2013, 31 142-35

Licence