Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3. VOORTGEZET ONDERWIJS

Artikel

Algemene doelstelling

Het voortgezet onderwijs heeft de taak om voor kwalitatief goed onderwijs te zorgen. Het voortgezet onderwijs zorgt dat leerlingen in deze fase van de doorlopende leerlijn hun talenten maximaal kunnen ontplooien en vervolgonderwijs kunnen volgen dat het beste past bij hun talenten. Het bereidt hen voor op volwaardige deelname aan de samenleving en een bij hun talenten passende (toekomstige) positie op de arbeidsmarkt.

Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor een voorgezet onderwijsstelsel dat zodanig functioneert, dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.

Financieren: De minister draagt verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs. Dit borgt zij door aan de voortgezet onderwijsinstellingen bekostiging te verstrekken en door middel van wet- en regelgeving.

Stimuleren: De minister stimuleert specifieke onderwerpen die bijdragen aan de kwaliteit en toegankelijkheid door middel van het Bestuursakkoord VO-raad – OCW 2012–2015 , het beschikbaar stellen van aanvullende bekostiging en via wet- en regelgeving. Tevens maakt de minister gebruik van de dialoog met scholen, ouders, leerlingen en belangenorganisaties.

Regisseren: De minister is eveneens verantwoordelijk voor het borgen van de onderwijskwaliteit van scholen. Borging van de kwaliteit verloopt (primair) via het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs. De eisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving.

Indicatoren/kengetallen

Indicatoren voor het stelsel voortgezet onderwijs worden ook beschreven in Trends in Beeld 2013.

Tabel 3.1 Indicatoren

Doelstelling/ Indicator

Basiswaarde

2014

Streefwaarde (jaartal)

1

De prestaties van leerlingen en studenten gaan omhoog

 

a)

Gemiddelde score/eindcijfer omhoog

     
   

Gemiddeld eindcijfer (centraal examen) omhoog

(2010)

 

(2015)

     

о

Nederlands

     
       

VMBO gt

6,6

6,7

6,8

       

HAVO

6,0

6,1

6,2

       

VWO

6,1

6,2

6,3

     

о

Engels

     
       

VMBO gt

6,3

6,4

6,5

       

HAVO

6,1

6,2

6,3

       

VWO

6,4

6,5

6,6

     

о

Wiskunde

     
       

VMBO gt

6,1

6,2

6,3

       

HAVO

6,2

6,3

6,4

       

VWO

6,3

6,4

6,5

 

b)

Excellente leerlingen

     
   

Stijging van het gemiddeld eindcijfer van de 20% best presterende vwo leerlingen

7,6 (2010)

7,7

7,8 (2015)

2

Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren, docenten en schoolleiders, die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat

 

a

Aandeel lessen dat gegeven wordt door gekwalificeerde docenten

83,5% (2011)

84%

85% (2016)

3

Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties, waarvoor door de overheid heldere normen zijn geformuleerd: verantwoording en toezicht op de prestaties van scholen

 

a

Percentage opbrengstgerichte scholen

     
   

In het vo naar minstens 50% in 2015

25% (2011/12)

 

50% (2015)

           

90% (2018)

4

Aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt

 

a

Percentage leerlingen in de beroepsgerichte leerweg van het vmbo dat kiest voor techniek

23% (2012)

Niet benoemd

30% (2015)

Tabel 3.2 Kengetallen (aantallen/bedragen x 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

1.

Totaal aantal ingeschreven leerlingen1.

Nader te verdelen in:

937.200

947.700

956.700

962.600

961.400

952.600

939.300

 

Vmbo, excl. lwoo (excl. «groen onderwijs»)

314.500

318.400

319.700

318.700

313.900

305.600

296.200

 

Lwoo, (excl. «groen onderwijs»)

89.800

90.800

91.500

91.500

90.800

89.500

88.100

 

Havo

244.600

249.700

253.100

257.400

259.800

260.300

259.400

 

Vwo

253.000

254.200

256.600

259.300

261.600

262.600

261.900

 

Pro

27.300

27.900

28.200

28.100

27.500

26.500

25.400

 

Vavo

8.000

7.700

7.600

7.600

7.800

8.100

8.300

2.

Uitgaven per

leerling (x €)

7.669

7.630

7.606

7.173

7.090

7.106

7.126

3.

Totaal aantal scholen

646

648

650

650

650

650

650

4.

Gemiddeld aantal leerlingen per school

1.451

1.463

1.472

1.481

1.479

1.466

1.445

Bron: DUO

1

Op de teldatum. Ten behoeve van de nadere verdeling in de diverse schoolsoorten zijn de leerlingen uit de brugklassen toebedeeld.

Toelichting:

De uitgaven van OCW per onderwijsdeelnemer in het voortgezet onderwijs (regel 2) zijn berekend door het totaal van de uitgaven van ieder jaar (bijvoorbeeld T) te delen door het aantal leerlingen per 1 oktober van ieder jaar daarvoor (in dit voorbeeld T-1). Ingaande 2015 dalen de uitgaven per leerling aanzienlijk. De belangrijkste oorzaak hiervoor is het afschaffen van het gratis lesmateriaal (€ 300,- per leerling). Als rekening wordt gehouden met het feit, dat hier sprake is van een verschuiving van de financiering door OCW naar de ouders (dus geen nadeel voor de scholen), is de daling ingaande 2015 aanmerkelijk kleiner.

Beleidswijzigingen

In het Begrotingsakkoord 2013 is een extra financiële impuls overeengekomen gericht op professionalisering van schoolleiders, met name voor deskundigheidsontwikkeling en leiderschapsversterking. Hiertoe is op 31 december 2012 de Regeling Prestatiebox Voortgezet Onderwijs aangepast. De middelen, die al voor professionalisering aan de prestatiebox in het voortgezet onderwijs waren toegevoegd in 2013 tot en met 2015, zijn verhoogd met € 18 miljoen. Het gaat voor de hele sector voortgezet onderwijs om een bedrag van € 148 miljoen in 2013, € 150 miljoen in 2014 en € 151 miljoen in 2015.

Daarnaast is in deze begroting rekening gehouden met de subsidietaakstelling.

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Tabel 3.3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)
     

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

7.296.426

7.250.595

7.229.225

6.885.697

6.846.120

6.852.987

6.809.449

Waarvan garantieverplichtingen

122.352

73.207

         

Totale uitgaven

7.131.701

7.177.388

7.229.225

6.885.697

6.846.120

6.852.987

6.809.449

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,92%

       
                   

Bekostiging

6.975.759

7.027.419

7.099.360

6.774.114

6.736.462

6.747.157

6.703.411

Hoofdbekostiging

6.628.540

6.645.293

6.722.595

6.469.777

6.583.125

6.593.820

6.550.074

 

Bekostiging voortgezet onderwijs lumpsum

6.615.573

6.630.501

6.709.788

6.456.952

6.570.916

6.581.598

6.537.852

 

Bekostiging Caribisch Nederland

12.967

14.792

12.807

12.825

12.209

12.222

12.222

Prestatiebox

110.049

148.000

150.000

151.000

0

0

0

 

Regeling prestatiebox voortgezet onderwijs

110.049

148.000

150.000

151.000

0

0

0

Aanvullende bekostiging

237.170

234.126

226.765

153.337

153.337

153.337

153.337

 

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het vo

47.043

47.893

48.180

0

0

0

0

 

Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2, incl. borgingscohort vmbo-mbo2

27.181

27.366

24.498

0

0

0

0

 

Regeling IGVO (Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs)

3.760

3.741

2.961

2.211

2.211

2.211

2.211

 

Regeling leerplusarrangement, nieuwkomers en eerste opvang vreemdelingen

82.962

86.205

82.205

82.205

82.205

82.205

82.205

 

Regeling regionaal zorgbudget en reboundvoorzieningen1

72.527

66.885

66.885

66.885

66.885

66.885

66.885

 

Regeling visueel gehandicapten

1.292

1.206

1.206

1.206

1.206

1.206

1.206

 

Regeling doorontwikkeling vmbo/pro

2.159

0

0

0

0

0

0

 

Regeling bekostiging kenniscentra voor leerwerktrajecten vmbo

246

830

830

830

830

830

830

               

Subsidies

53.661

55.385

47.862

33.478

33.037

30.031

30.239

 

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, bve

20.500

19.500

17.552

12.052

12.049

12.000

12.000

 

ICT-projecten

1.530

1.100

800

0

0

0

0

 

Beter presteren (Scholen aan Zet en Platform Beta en Techniek)

0

190

3.221

3.493

5.500

5.500

5.500

 

Onderwijs Bewijs

4.641

3.092

1.663

1.269

561

0

0

 

Regionale verwijzingscommissies vo1

6.985

6.985

6.985

6.985

6.985

6.985

6.985

 

Overige projecten

20.005

24.518

17.641

9.679

7.942

5.546

5.754

                   

Opdrachten

602

374

374

374

374

374

374

 

In- en uitbesteding

602

374

374

374

374

374

374

                   

Bijdragen aan agentschappen

31.428

27.988

25.673

24.496

22.947

22.925

22.925

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

31.428

27.988

25.673

24.496

22.947

22.925

22.925

                   

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

69.395

65.928

55.750

53.019

53.084

52.284

52.284

 

ZBO: College voor Examens

4.289

3.851

3.338

3.338

3.338

3.338

3.338

 

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen po/vo/bve (incl. examens)

65.106

62.077

52.412

49.681

49.746

48.946

48.946

                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

856

294

206

216

216

216

216

 

ECML en PISA

856

294

206

216

216

216

216

Ontvangsten

4.322

1.361

4.661

1.361

1.361

1.361

1.361

1

zie Hoofdlijnenbrief lwoo en pro (Kamerstuk 30 079, nr. 39)

Bekostiging

Toelichting op de instrumenten

Personele en materiële bekostiging

Het voortgezet onderwijs kent een lumpsumbekostiging voor de reguliere uitgaven. De schoolbesturen ontvangen van de rijksoverheid een bedrag voor de personele en materiële kosten. Hiermee worden de schoolbesturen in staat gesteld om (onderwijs)personeel aan te stellen en overige arbeidsvoorwaarden te vervullen en te voorzien in de kosten van de materiële instandhouding van scholen.

Voor leerlingen met een indicatie voor het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) of praktijkonderwijs (pro) ontvangen scholen extra ondersteuningsbekostiging bovenop de reguliere bekostiging. Het pro is een vorm van voortgezet onderwijs die leerlingen voorbereidt op de arbeidsmarkt en is bedoeld voor leerlingen die naar verwachting géén vmbo-diploma kunnen halen. Voor de leerlingen pro zijn de volgende ondersteuningsmiddelen beschikbaar:

Tabel 3.4 Zorgmiddelen pro (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Praktijkonderwijs

118

116

114

112

110

110

Lwoo is bedoeld voor leerlingen die extra begeleiding behoeven in één van de leerwegen van het vmbo, opdat ze wel hun vmbo-diploma halen. Voor de extra begeleiding zijn de volgende ondersteuningsmiddelen beschikbaar:

Tabel 3.5 Begeleidingsmiddelen lwoo (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Lwoo

412

418

424

427

427

427

Deze ondersteuningsmiddelen zijn vanaf 1 januari 2014 landelijk gebudgetteerd. Dat betekent, dat indien het aantal lwoo- en pro-leerlingen op de teldatum van 1 oktober 2013 stijgt waardoor het budget voor 2014 wordt overschreden, de ondersteuningsbekostiging per leerling wordt verlaagd. Het lwoo en pro worden in het schooljaar 2015–2016 geïntegreerd in het passend onderwijs.

Prestatiebox

Voor het realiseren van de bestuurlijke afspraken uit het eerdergenoemde bestuursakkoord VO-raad – OCW 2012–2015 en de ambities uit de actieplannen «Beter Presteren» en «Leraar 2020, een krachtig beroep », ontvangen schoolbesturen tot en met 2015 jaarlijks extra middelen via de prestatiebox in het voortgezet onderwijs. Het betreft de onderstaande landelijke speerpunten:

  • 1) Leerlingen behalen goede prestaties op de kernvakken en worden breed gevormd.

  • 2) Scholen werken systematisch aan het maximaliseren van de prestaties van de leerlingen.

  • 3) Alle leraren werken opbrengstgericht en stemmen het onderwijs af op verschillen in de klas.

  • 4) Scholen hebben een ambitieuze leercultuur, waar excellentie wordt gestimuleerd en hoogbegaafdheid wordt ondersteund.

  • 5) Leraren en schoolleiders voldoen aan de geldende bekwaamheidseisen en werken systematisch aan hun bekwaamheidsonderhoud.

Het budget voor de prestatiebox betreft ruim 2% van de totale bekostiging voor het voortgezet onderwijs.

Aanvullende bekostiging

De meest omvangrijke aanvullende regelingen zijn:

  • 1) de regeling «leerplusarrangement VO, nieuwkomers VO en eerste opvang vreemdelingen» en;

  • 2) de regeling «regionaal zorgbudget en reboundvoorzieningen».

De regeling «leerplusarrangement VO, nieuwkomers VO en eerste opvang vreemdelingen» bestaat uit 3 onderdelen:

  • Leerplusarrangement: scholen komen bij een bepaald percentage leerlingen uit achterstandswijken in aanmerking voor aanvullende bekostiging van het Leerplusarrangement.

  • Nieuwkomers: de aanvullende bekostiging is bestemd voor leerlingen die op enige teldatum korter dan een jaar, dan wel één tot twee jaar in Nederland zijn en die vreemdeling zijn volgens de Vreemdelingenwet 2000.

  • Eerste opvang vreemdelingen: de aanvullende bekostiging is bestemd voor vreemdelingen die op twee peildata als daadwerkelijk schoolgaand staan ingeschreven en die op beide peildata korter dan één jaar in Nederland verblijven.

Op basis van de regeling «regionaal zorgbudget en reboundvoorzieningen» ontvangen samenwerkingsverbanden VO (swv’s) een regionaal zorgbudget voor niet-geïndiceerde leerlingen die toch extra ondersteuning nodig hebben. Daarnaast ontvangen de swv’s reboundmiddelen bestemd voor de tijdelijke herplaatsing van leerlingen.

Subsidies

Voor het stimuleren en realiseren van diverse beleidsdoelstellingen worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht bijlage 4: Subsidies). De belangrijkste hiervan zijn de subsidies voor Stichting Kennisnet, voor het programma «School aan Zet» en voor het stimuleringsprogramma van Platform Bèta en Techniek. Stichting Kennisnet ondersteunt onderwijsinstellingen bij het benutten van ICT. Daartoe beheert zij een centrale instelling- en sectoroverstijgende ICT-infrastructuur. Die bestaat bijvoorbeeld uit voorzieningen en standaarden waarmee scholen gericht digitaal leermateriaal kunnen vinden en authenticatievoorzieningen voor leraren en leerlingen. «School aan Zet» is een programma dat besturen en scholen in het voortgezet onderwijs begeleidt bij het formuleren en realiseren van de eigen ambities op de eerdergenoemde door OCW en de VO-raad vastgestelde beleidsprioriteiten. Daarnaast wordt met het stimuleringsprogramma 2012–2015 van het Platform Bèta en Techniek verder geïnvesteerd in het vergroten van de aandacht voor bètatechniek in onder andere het voortgezet onderwijs. Onderdeel hiervan is het «Techniekpact», dat in 2013 is gestart. Het doel van het techniekpact is om de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt in de technieksector te verbeteren via een betere samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven (publiek-private samenwerking) en daarmee het tekort aan technisch personeel terug te dringen.

Overige projecten

Onder deze post vallen voor het onderwijs belangrijke projecten, zoals de kosten voor vernieuwing beroepsgerichte programma’s, professionalisering schoolleiders, hoogbegaafdheid en excellentie, sociale veiligheid, Sport, Bewegen en een Gezonde Leefstijl (SBGL), enzovoorts.

Opdrachten

Onder deze post vallen middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken.

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

Bijdragen aan RWT’s en ZBO’s

ZBO: College voor Examens

Het College voor Examens (CvE) zorgt voor uitvoerende werkzaamheden met betrekking tot de centrale examens in het reguliere voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, de volwasseneneducatie, de staatsexamens voor het voortgezet onderwijs en voor Nederlands als tweede taal (NT2). Het CvE is verantwoordelijk voor de invoering van de digitale examens en de verwachte diagnostische tussentijdse toets. Daarnaast is het CvE regievoerder over de examenketen. In die hoedanigheid heeft zij de taak om namens de overheid de kwaliteit van al deze examens te waarborgen en te zorgen voor een vlekkeloze (digitale) afname.

SLOA: Onderwijs ondersteunende instellingen primair-, voortgezet- en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Het wetsvoorstel houdende wijziging van de Wet SLOA voorziet in de wettelijk te subsidiëren taken voor Cito en SLO. Ze ontvangen samen circa € 47,4 miljoen voor toets- en leerplanontwikkeling (incl. diagnostische tussentijdse toets) en normering.

De middelen voor praktijkgericht onderwijsonderzoek die tot nu toe aan de Landelijke Pedagogische Centra werden verstrekt, worden vanaf 2014 – op basis van het daartoe gesloten convenant – aan het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek verstrekt en zijn overgeboekt naar beleidsterrein 6 en 7 Hoger Onderwijs. Voor 2014 gaat het om een bedrag van € 7,1 miljoen.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Onder deze post vallen bijdragen aan de internationale organisaties European Centre for Modern Lanquages (ECML) en Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) ten behoeve van PISA. Het (ECML) is een mede door Nederland opgericht Europees expertisecentrum voor het talenonderwijs. Nederlandse sleutelfiguren op dit terrein nemen in workshops en via publicaties kennis van de ontwikkelingen daar. Met de deelname aan het PISA project houdt OCW bij hoe de prestaties van 15-jarigen zich ontwikkelen op het gebied van wiskunde, lezen en «science». Als zodanig is PISA een toetssteen voor het succes van innovaties en de kennisinfrastructuur.

Budgetflexibiliteit

Van het totale budget voor artikel 3 is in 2014 99,92% juridisch verplicht.

Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. Hieraan ten grondslag liggen de wet voor voortgezet onderwijs, onderliggende besluiten en uitvoeringsregelingen. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2014 90% juridisch verplicht. Dit deel betreft de subsidies die voorafgaand aan het jaar worden vastgesteld. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht. Dit betreft een aantal beleidsterreinen van het kabinet, waaronder Techniekpact. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.

Opdrachten: Van het beschikbare budget is in 2014 ruim 85% juridisch verplicht. Dit betreft met name het project excellente scholen. Voor dit project is al een overeenkomst gesloten. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht, bijvoorbeeld voor communicatie over wetswijzigingen. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht.

Bijdrage aan baten/lastendienst: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepartement en DUO zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de bijdrage aan het College voor Examens en de onderwijs ondersteunende instellingen (SLOA). Op basis van overeenkomsten worden de middelen voorafgaand aan het komende jaar verplicht.

Bijdragen aan internationale organisaties: Van het beschikbare budget in 2014 is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de bijdragen aan de eerdergenoemde internationale organisaties.

Artikel

Licence