Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

6 EN 7. HOGER ONDERWIJS

Artikel

Algemene doelstelling

Het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek zorgt dat studenten en (wetenschappelijk) personeel hun talenten en onderzoekend vermogen maximaal kunnen ontwikkelen. Het leidt hen op voor een positie op de nationale en internationale arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.

Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor een stelsel van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele studenten en (wetenschappelijk) personeel, en bij de behoefte van de maatschappij.

Financieren: De minister financiert het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek door bekostiging van de onderwijsinstellingen. Mede hierdoor wordt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren: De minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen via de bekostiging, en de inzet van andere instrumenten, zoals prestatieafspraken, bestuurlijke afspraken, voorlichting en wet- en regelgeving.

Regisseren: De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hoger onderwijs vult de minister in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. De kwaliteit van de individuele opleidingen in het hoger onderwijs wordt bewaakt met het accreditatiestelsel. Dit is belegd bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften en op de recht- en doelmatigheid. Zij ziet ook toe op de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs, waaronder ook het accreditatiestelsel.

Indicatoren/kengetallen

Tabel 6.1 Indicatoren

Doelstelling/ Indicator

Basiswaarde

2014

Streefwaarde (jaartal)

1

De prestaties van leerlingen en studenten gaan omhoog

 

c)

Studiesucces

     
   

Bachelor studiesucces (n+1) van herinschrijvers na het eerste jaar

(2011)

   

hbo: 65,7%

hbo: 66%

wo: 60,9%

wo: 61%

   

Studenttevredenheid

hbo: 65,6%

wo: 80,1%

hbo: 67,6%

wo: 81,9%

 

2

Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren, docenten en schoolleiders, die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat

 

b)

Docentenkwaliteit hbo: 80% van de hbo-docenten is master- of Phd-opgeleid in 2016

66,2% (2011)

66,2%

80% (2016)

4

Aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt

 

c)

Aandeel afgestudeerden bètatechniek incl. snijvlakopleidingen

(2012)

 

(2016)

     

hbo: 18%

hbo: 18%

hbo: 19%

     

wo: 21%

wo: 21%

wo: 22%

Tabel 6.2 Kengetallen

(aantallen x 1.000)

2012/13

2013/14

2014/15

2015/16

2016/17

2017/18

2018/19

1.

Ingeschreven studenten (exclusief groen onderwijs)

             
 

Hbo voltijd bachelor

358,3

360,9

354,7

356,4

359,7

361,7

369,0

 

Hbo voltijd master

2,8

3,0

3,3

3,5

3,6

3,7

3,8

 

Hbo deeltijd bachelor

44,5

42,0

39,6

37,7

35,9

34,2

32,4

 

Hbo deeltijd master

8,2

7,9

7,9

7,8

7,8

7,7

7,7

   

Totaal hbo

413,9

413,9

405,5

405,5

407,0

407,3

413,0

                   
 

Wo voltijd bachelor

147,0

150,3

146,3

146,8

146,3

149,2

152,9

 

Wo voltijd master

78,5

77,7

77,4

77,6

79,8

78,8

78,7

 

Wo deeltijd bachelor

2,9

1,7

1,5

1,4

1,3

1,2

1,2

 

Wo deeltijd master

3,9

2,9

2,9

2,8

2,7

2,6

2,5

   

Totaal wo

232,3

232,7

228,1

228,6

230,0

231,8

235,3

Bron: Referentieraming 2013

2.

Gediplomeerden (exclusief groen onderwijs)

             
 

Hbo voltijd bachelor

54,8

54,8

54,1

53,9

54,2

53,7

54,2

 

Hbo voltijd master

0,8

0,9

1,1

1,1

1,1

1,2

1,2

 

Hbo deeltijd bachelor

8,1

7,9

7,5

7,2

7,1

6,8

6,6

 

Hbo deeltijd master

2,5

2,4

2,4

2,4

2,4

2,4

2,4

   

Totaal hbo

66,2

66,1

65,2

64,6

64,8

64,1

64,4

                   
 

Wo voltijd bachelor

26,3

26,9

26,2

27,0

26,0

26,2

26,4

 

Wo voltijd master

32,8

33,5

33,5

33,4

33,7

34,3

33,7

 

Wo deeltijd bachelor

0,3

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

 

Wo deeltijd master

0,8

0,8

0,8

0,9

0,9

0,8

0,8

   

Totaal wo

60,2

61,5

60,7

61,5

60,8

61,5

61,1

Bron: Referentieraming 2013

(bedragen x € 1.000)

 

2014

2015

2016

2017

   

3.

Onderwijsuitgaven per student 1)

             
 

Hbo

 

6,4

6,4

6,4

6,4

   
 

Wo

 

6,6

6,6

6,5

6,6

   
 

(bedragen x € 1)

 

2013/14

         

4.

Wettelijk collegegeld (hbo en wo voltijd)

1 835

         

Toelichting:

  • 1. De onderwijsuitgaven per student zijn berekend in nominale prijzen zonder de collegegeldontvangsten, en aantal studenten conform de Referentieraming 2013 (overeenkomstig tabel 6.2, onder 1; omgerekend naar kalenderjaren).

  • 2. Vanwege het terugdraaien van de langstudeerdersmaatregel zijn de ontvangsten van het verhoogd collegegeld komen te vervallen. De instellingen zijn hiervoor in het Regeerakkoord Rutte II gecompenseerd. Deze middelen maken deel uit van de onderwijsuitgaven per student.

Overige indicatoren en kengetallen voor het stelsel hoger onderwijs zijn opgenomen in het Onderwijsverslag 2011–2012 en in Trends in Beeld 2013 .

Flexibel hoger onderwijs voor werkenden

Beleidswijzigingen

In de loop van het studiejaar 2014/2015 zal op grond van het innovatieartikel in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) aan instellingen in het hoger onderwijs experimenteerruimte worden geboden, gericht op versterking van de flexibiliteit en vraaggerichtheid van het deeltijd hoger onderwijs.

Publicatie van de AMvB voor de experimenten «Flexibel hoger onderwijs voor werkenden» die mede wordt gebaseerd op het advies van de commissie «Flexibel hoger onderwijs voor werkenden» is voorzien in de loop van 2014. Op basis van monitoring en evaluatie van de effecten van de experimenten worden besluiten genomen over structurele invoering.

Prestatieafspraken

Met de instellingen voor hoger onderwijs zijn voor de periode 2013–2016 prestatieafspraken gemaakt. In 2014 vindt een midtermreview plaats (zie het kopje prestatiebox onder bekostiging).

Verminderen overhead in het hoger onderwijs

De taakstelling «Verminderen overhead in het hoger.

onderwijs» uit het Regeerakkoord, oplopend van € 15 miljoen in 2014 tot € 65 miljoen structureel vanaf 2017 (inclusief groen onderwijs), is via een korting op de rijksbijdrage van de hogescholen en universiteiten (inclusief academische ziekenhuizen) gerealiseerd.

Minder opleidingen hoger onderwijs

Er wordt ingezet op een versterkt beleidsrijk traject gericht op uitvoering van prestatie- en profileringafspraken en sectorale herordening van het opleidingenaanbod. Verder wordt het aantal plaatsen aan de kunstopleidingen via scherpe selectie gereduceerd. Zowel over de herordening van het opleidingenaanbod als het traject met betrekking tot de kunstopleidingen zal de Tweede Kamer naar verwachting medio 2014 worden geïnformeerd. De bezuiniging uit het Regeerakkoord van € 70 miljoen in 2016, oplopend tot € 130 miljoen structureel (inclusief groen onderwijs), is via een korting op de rijksbijdrage van de hogescholen en universiteiten gerealiseerd.

Deregulering

In de hoofdlijnenakkoorden met de Vereniging Hogescholen en VSNU zijn afspraken gemaakt over deregulering en vermindering van administratieve lasten. Om te komen tot toekomstbestendige stabiele duurzame bestuurlijke en financiële verhoudingen die recht doen aan de kernverantwoordelijkheden van de overheid, hogescholen en universiteiten zijn de volgende aspecten van belang:

  • 1) ontwikkelen van criteria voor (de)regulering hoger onderwijs;

  • 2) gebruiken van de criteria bij nieuwe wet- en regelgeving, herijking en aanpassingen van bestaande wet- en regelgeving in het hoger onderwijs;

  • 3) maatregelen om overlap te vermijden tussen taken van de Inspectie van het Onderwijs, de NVAO en de Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek.

Deze aspecten zullen in 2014 in overleg met de Vereniging Hogescholen en VSNU nader worden uitgewerkt.

Internationalisering

In 2013 is de reactie op het SER-advies over binding van internationale studenten aan Nederland naar de Tweede Kamer gestuurd. Om internationaal talent te binden en te boeien zal onder andere met alle belanghebbenden een gezamenlijk, meerjarig actieplan worden opgezet met als titel «Make it in the Netherlands». In 2014 start de uitvoering van dit actieplan.

Vervallen woonplaatsvereiste in collegegeldbepaling

Vanaf het studiejaar 2014/2015 is de woonplaats van de EER-student niet meer van belang voor de aanspraak op het wettelijk collegegeld. Vanaf dit studiejaar kunnen deze studenten ongeacht hun woonplaats tegen wettelijke collegegeld studeren (Kamerstuk 31 288, nr. 326). De instellingen zullen per 2014 ook voor deze studenten bekostiging ontvangen.

Open Online Onderwijs

De minister zal de Tweede Kamer in het najaar van 2013 met een beleidsbrief informeren over de ontwikkelingen rond open online hoger onderwijs. In deze brief wordt het overheidsbeleid op dit gebied voor de komende jaren neergelegd.

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Tabel 6.3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Hoger beroepsonderwijs (bedragen x € 1.000)
     

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

2.630.999

2.734.081

2.535.936

2.514.945

2.521.325

2.526.869

2.526.869

Waarvan garantieverplichtingen

153.459

13.343

         

Totale uitgaven

2.543.058

2.577.117

2.576.472

2.537.066

2.513.873

2.521.327

2.526.869

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,9%

       
               

Bekostiging

2.491.890

2.534.548

2.532.952

2.495.834

2.478.284

2.485.801

2.491.343

Hoofdbekostiging

2.439.659

2.375.429

2.364.346

2.322.021

2.296.644

2.296.413

2.294.215

 

Onderwijsdeel hbo

2.358.218

2.297.796

2.289.266

2.252.189

2.227.148

2.226.972

2.226.258

 

Deel ontwerp en ontwikkeling

68.605

68.693

68.596

68.348

68.012

67.957

67.957

 

Bekostiging tweede bachelor- en mastergraden in het hbo

1.303

2.000

         
 

Bekostiging experimenten open bestel

10.611

5.456

5.000

       
 

Bekostiging postinitiële masteropleidingen hbo

922

1.484

1.484

1.484

1.484

1.484

 

Prestatiebox

52.231

159.119

168.606

173.813

181.640

189.388

197.128

 

Onderwijskwaliteit en studiesucces, en profilering1

52.231

159.119

168.606

173.813

181.640

189.388

197.128

               

Subsidies

30.425

23.663

2.958

4.368

202

152

152

 

Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen2

22.267

19.967

         
 

Regeling stimulering Bèta/techniek

   

2.000

4.000

     
 

Studiekeuze-informatie hoger onderwijs3

2.455

2.475

         
 

Overig

5.703

1.221

958

368

202

152

152

               

Opdrachten

353

100

100

100

100

100

100

 

Uitbesteding

353

100

100

100

100

100

100

               

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

22.550

19.899

19.899

19.899

19.899

 

NWO (Praktijkgericht onderzoek hbo)2

   

22.550

19.899

19.899

19.899

19.899

                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

2.280

2.160

2.160

2.160

2.160

 

Stichting Studiekeuze1233

   

2.280

2.160

2.160

2.160

2.160

                   

Bijdragen aan agentschappen

20.390

18.806

15.632

14.705

13.228

13.215

13.215

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

20.390

18.806

15.632

14.705

13.228

13.215

13.215

Ontvangsten

8.646

5.981

1.213

1.213

1.213

1.213

1.213

1

Benaming gewijzigd. In begroting 2013: «Kwaliteit en profiel».

2

Vanaf 2014 zijn de middelen voor het RAAK-programma (voormalige regeling bevordering kennisfunctie hogescholen) ingebed in de bekostiging bij NWO.

3

Vanaf 2014 is Studiekeuze-informatie hoger onderwijs opgenomen onder «Bijdragen aan (inter)nationale organisaties» van deze tabel en daarom voor 2014 en volgende jaren niet opgenomen onder «Subsidies».

Tabel 6.4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 Wetenschappelijk onderwijs (bedragen x € 1.000)
     

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

4.028.132

4.154.909

4.000.062

3.969.527

3.971.200

3.977.926

3.978.856

Waarvan garantieverplichtingen

104.400

0

Totale uitgaven

3.984.999

4.012.750

4.033.802

3.993.428

3.968.948

3.971.339

3.979.134

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,9%

       
                   

Bekostiging

3.930.849

3.962.114

3.993.873

3.963.746

3.942.639

3.945.063

3.952.768

Hoofdbekostiging

3.904.174

3.842.847

3.866.353

3.831.684

3.803.724

3.799.314

3.800.186

 

Onderwijsdeel wo

1.611.971

1.535.420

1.559.507

1.531.658

1.511.949

1.509.695

1.508.984

 

Onderzoeksdeel wo

1.706.967

1.707.610

1.705.893

1.699.717

1.691.043

1.687.978

1.687.978

 

Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek

581.042

595.446

600.953

600.309

600.732

601.641

603.224

 

Bekostiging tweede mastergraden in het wo

4.194

4.371

         

Prestatiebox

26.675

119.267

127.520

132.062

138.915

145.749

152.582

 

Onderwijskwaliteit en studiesucces, en profilering1

26.675

119.267

127.520

132.062

138.915

145.749

152.582

                   

Subsidies

26.218

22.661

14.051

5.576

2.412

3.291

3.499

 

Subsidieregeling Sirius programma

11.543

10.302

7.954

2.407

     
 

Subsidieregeling Libertas Noodfonds

765

745

605

265

     
 

Subsidieregeling Programma Akademie assistenten

957

           
 

3TU’s samenwerking

6.000

3.500

1.500

       
 

Toetsing en Toetsgestuurd leren

2.426

2.260

         
 

Overig

4.527

5.854

3.992

2.904

2.412

3.291

3.499

                   

Opdrachten

1.630

1.583

1.560

1.560

1.560

1.560

1.560

 

Uitbesteding

1.630

1.583

1.560

1.560

1.560

1.560

1.560

                   

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

3.986

3.878

3.728

3.612

3.403

3.140

3.022

 

Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)

3.986

3.878

3.728

3.612

3.403

3.140

3.022

                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

22.316

22.514

20.590

18.934

18.934

18.285

18.285

 

Organisaties excl. NVAO en SKI123 (zie tabel 6.5)

22.316

22.514

20.590

18.934

18.934

18.285

18.285

Ontvangsten

114

16

16

16

16

16

16

1

Benaming gewijzigd. In begroting 2013: «Kwaliteit en profiel».

Tabel 6.5 Middelen organisaties1 (bedragen x € 1.000)
     

2014

2015

2016

2017

2018

United Nations University (UNU)

 

875

875

875

875

875

Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

1 586

1 586

1 586

1 586

1 586

Stichting Nederlandse Organisatie voor Internationale

samenwerking in het Hoger Onderwijs (NUFFIC)

14 767

13 287

13 287

13 287

13 287

Platform Bèta Techniek (PBT)

1.284

287

0

0

0

Stichting Handicap en Studie

480

455

455

455

455

Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF

2 375

2 250

2 250

2 250

2 250

Stichting Studiekeuze123 (SKI123)

2 280

2 160

2 160

2 160

2 160

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

242

229

229

229

229

Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

242

229

229

229

229

Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)

3.728

3.612

3.403

3.140

3.022

1

In deze tabel zijn de subsidieontvangers vermeld en de bedragen waarop de subsidies ten hoogste kunnen worden vastgesteld. Voor zover geen andere juridische grondslag van toepassing is, vormt deze begrotingsvermelding de wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht voor de subsidieverlening aan deze subsidieontvangers.

Bekostiging

Toelichting op de instrumenten

De bekostiging van het hoger onderwijs en onderzoek bestaat uit de hoofdbekostiging en de middelen voor onderwijskwaliteit en studiesucces en profilering (prestatiebox). De experimenten open bestel hbo en postinitiële masteropleidingen hbo worden afzonderlijk bekostigd.

Hoofdbekostiging

Universiteiten (wo) en hogescholen (hbo) ontvangen bekostiging voor onderwijs en onderzoek. De rijksbijdrage wordt jaarlijks via een verdeelsleutel aan de universiteiten en hogescholen toegekend als een lumpsumbekostiging.

De rijksbijdrage is gebaseerd op de WHW. In het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage wordt berekend.

Onderwijsdeel hbo en wo

Universiteiten en hogescholen ontvangen een rijksbijdrage voor onderwijs. De rijksbijdrage is met name gebaseerd op de nominale studieduur van de opleiding en het volgen en succesvol afronden van één bachelor- en één masteropleiding. Het onderwijsdeel bestaat uit:

  • a. een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal ingeschreven bekostigde studenten en graden (diploma’s), er zijn drie bekostigingsniveaus (laag, hoog en top),

  • b. een onderwijsopslag in bedragen: bedragen op basis van afspraken voor kwaliteit, kwetsbare opleidingen en bijzondere voorzieningen, en

  • c. een onderwijsopslag als percentage.

Per 2014 vervalt de subsidieregeling tweede graden hbo en wo en wordt via wet- en regelgeving geregeld dat studenten voor een tweede studie het wettelijk collegegeld verschuldigd zijn, indien deze gestart is tijdens een eerste studie en ononderbroken gevolgd wordt. De instellingen ontvangen gezamenlijk met ingang van 1 januari 2014 € 10 miljoen per jaar voor het verzorgen van deze tweede studies. Hiervoor zijn de onderwijsdelen hbo en wo structureel verhoogd.

Deel Ontwerp en ontwikkeling hbo en Onderzoeksdeel wo

Hogescholen ontvangen een rijksbijdrage voor ontwerp en ontwikkeling (praktijkgericht onderzoek). Universiteiten ontvangen een rijksbijdrage voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. Het onderzoeksdeel wo is gebaseerd op:

  • a. een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal bekostigde graden,

  • b. een deel promoties: gebaseerd op het aantal promoties leidend tot een proefschrift en het aantal ontwerpcertificaten,

  • c. een voorziening onderzoek in bedragen: bedragen op basis van afspraken over onder andere sectorplannen en toponderzoeksscholen, en

  • d. een voorziening onderzoek in percentages.

Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek

De bekostiging van het onderwijs en onderzoek bij de acht academische ziekenhuizen loopt via de universiteiten. Hier kunnen studenten geneeskunde onderwijs volgen en praktijkervaring opdoen. De bekostiging bestaat uit een deel dat is gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten en graden, een procentueel deel en een bedrag vanwege rente en afschrijving (voor huisvesting).

Prestatiebox: Onderwijskwaliteit en studiesucces en profilering hbo en wo

Voor de periode 2013–2016 ontvangen hogescholen en universiteiten prestatiebekostiging op basis van individuele prestatieafspraken (zie ook de Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap »Kwaliteit in verscheidenheid» en de Hoofdlijnenakkoorden OCW-Vereniging Hogescholen en OCW-VSNU ). In het Besluit Experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs is bepaald hoe de omvang van de prestatiebekostiging per instelling wordt vastgesteld. Het budget voor de prestatiebekostiging bedraagt in totaal ongeveer 7% van de onderwijsbekostiging. Hiervan is 5% bestemd voor onderwijskwaliteit en studiesucces (voorwaardelijke financiering) en 2% voor profilering (selectief budget).

De afspraken zijn gemaakt op basis van concrete indicatoren. Bij het niet behalen van de overeengekomen prestatieafspraken kan de instelling in de periode in 2017 – 2020 (deels) gekort worden op het budget voor onderwijskwaliteit en studiesucces. In 2014 vindt een midtermreview plaats.

De Wet Kwaliteit in Verscheidenheid hoger onderwijs biedt instellingen de ruimte die zij nodig hebben bij het realiseren van de doelen in hun prestatieafspraken.

Bekostiging experimenten open bestel hbo

De middelen worden ingezet voor de bekostiging van experimenten open bestel. Doel van de experimenten open bestel is om kennis op te doen over de effecten van het toelaten tot de publieke financiering van andere dan de huidige bekostigde aanbieders in het hoger onderwijs, en over de voorwaarden waaronder in het publiek bekostigde stelsel ruimte kan worden gemaakt voor deze aanbieders. De evaluatie van de experimenten wordt uiterlijk in 2015 afgerond.

Bekostiging postinitiële masteropleidingen hbo

De middelen zijn beschikbaar voor de afwikkeling van de tijdelijke financiering van (eerder goedgekeurde) arbeidsmarktrelevante hbo-masters in prioritaire gebieden.

Subsidies

Subsidieregeling stimulering Bèta/techniek (hbo)

Hiermee worden drie Centres of Expertise (CoE’s) hbo gefinancierd, naast de zeventien CoE’s die gefinancierd worden uit de middelen voor profilering. De CoE’s, die met cofinanciering van bedrijven en instellingen tot stand komen, zijn gericht op toponderwijs, toponderzoek en innovaties. Uitgangpunt hierbij is 25% financiering uit het werkveld, 25% van onderwijsinstellingen en 50% profileringsbekostiging.

Subsidieregeling Sirius programma (ho)

Om meer inzicht te krijgen in de wijze waarop excellentie in het hoger onderwijs gerealiseerd kan worden is in 2009, 2010 en 2011 aan verschillende meerjarige projecten een subsidie toegekend. De projecten worden uitgevoerd in de periode 2008–2014.

Subsidieregeling Libertas Noodfonds (ho)

Het Libertas Noodfonds is er voor studenten die niet in hun land van herkomst kunnen (blijven) studeren, omdat vanwege politieke redenen hen het studeren onmogelijk wordt gemaakt of zij daarin ernstig worden belemmerd. Op dit moment zijn er geen landen aangewezen wiens ingezetenen een beroep kunnen doen op het Libertas Noodfonds. De geraamde middelen hebben betrekking op de afwikkeling van eerder toegekende financiële steun aan studenten uit Zimbabwe en Wit-Rusland (deze landen waren eerder aangewezen).

3TU’s samenwerking (wo)

De middelen (het betreft hier middelen uit het voormalig Fonds Economische Structuurversterking) zijn beschikbaar voor het onderzoek in vijf centres of excellence (onderzoeksprogramma’s met leerstoelen en masterprogramma’s).

Overig (hbo en wo)

Bij dit financiële instrument zijn afzonderlijk voor de sectoren hbo en wo overige toekenningen opgenomen die gelijk dan wel kleiner zijn dan € 1 miljoen. Het gaat hier om middelen die deels juridisch en deels bestuurlijk verplicht zijn, alsmede om toekenningen die gedurende de uitvoeringsjaren op ad hoc basis worden toegekend.

Opdrachten

Uitbesteding (hbo en wo)

Voor de beleidsontwikkeling worden opdrachten verstrekt voor het uitvoeren van diensten. Het gaat hierbij met name om opdrachten voor beleidsgericht onderzoek.

Bijdragen aan agentschappen

DUO

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor deze begrotingsartikelen.

Bijdragen ZBO’s / RWT’s

Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)

De NVAO is als onafhankelijke, binationale accreditatie organisatie opgericht door de Nederlandse en Vlaamse overheid en geeft een deskundig en objectief oordeel over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. In deze begroting is de bijdrage opgenomen die de Nederlandse overheid rechtstreeks aan de NVAO vergoedt voor de uitvoering van haar taken. De daling van het budget is het gevolg van taakstellingen op de apparaatskosten van ZBO’s door de kabinetten Rutte I en II.

NWO (praktijkgericht onderzoek hbo)

Van hogescholen wordt verwacht dat zij een centrale rol in de Nederlandse en internationale kennisinfrastructuur vervullen. Voor praktijkgericht onderzoek hebben hogescholen direct toegang tot de competitieve onderzoekgeldstroom voor het hbo; het RAAK-programma (voormalige Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen).

Om te zorgen dat de functie van deze onderzoeksgeldstroom wordt geborgd binnen het Nederlandse kennissysteem heeft het ministerie van OCW met de werkgevers, andere partners van de Stichting Innovatie Alliantie (SIA) en met NWO een convenant ondertekend waarin is vastgelegd dat de middelen voor het RAAK-programma vanaf 2014 worden ingebed via de bekostiging bij NWO.

Vanaf 2014 wordt extra geïnvesteerd in het praktijkgericht onderzoek. In 2014 komt een eerste tranche van € 3 miljoen structureel per jaar beschikbaar. Deze extra middelen zijn afkomstig uit de middelen die in het Regeerakkoord Rutte II beschikbaar zijn gesteld voor onderzoek en worden toegevoegd aan de middelen voor praktijkgericht onderzoek bij NWO.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Organisaties als bedoeld in tabel 6.5 (met uitzondering van de NVAO)

Het betreft hier de (structurele) bekostiging van organisaties die beleidsmatig prioritaire taken uitvoeren, ofwel activiteiten uitvoeren die betrekking hebben op de belangenbehartiging van studenten, ofwel taken uitvoeren die voortkomen uit verdragsrechtelijke verplichtingen.

Ontvangsten

Bij de ontvangsten is een raming opgenomen voor terugvorderingen bij hogescholen en andere subsidieontvangers (bv. als gevolg van eindafrekeningen van toegekende subsidies).

Budgetflexibiliteit artikel 6

Van het totale budget voor artikel 6 is in 2014 99,9% juridisch verplicht.

Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de bekostiging van hogescholen voor onderwijs, onderzoek en prestatiebekostiging. Hieraan ten grondslag liggen de WHW, het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

Voor de bekostiging van de experimenten open bestel en postinitiële masteropleidingen hbo liggen afzonderlijke regelingen ten grondslag.

Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2014 72% juridisch verplicht. Dit deel betreft met name de financiering van de drie Centres of Expertise die door het Platform Bèta Techniek zijn toegekend.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan NWO voor praktijkgericht onderzoek hbo. De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan de Stichting Studiekeuze123. Met deze middelen wordt gefaciliteerd dat aanstaande studenten via onder andere een website beschikken over deugdelijke vergelijkingsinformatie over de opleidingsmogelijkheden in het hoger onderwijs, en de bijbehorende beroepsprofielen en arbeidsmarktperspectieven. De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.

Bijdrage aan agentschappen: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepartement en DUO zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar.

Budgetflexibiliteit artikel 7

Van het totale budget voor artikel 7 is in 2014 99,9% juridisch verplicht.

Bekostiging: Het beschikbare budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de bekostiging van universiteiten en academische ziekenhuizen voor onderwijs, onderzoek en prestatiebekostiging. Hieraan ten grondslag liggen de WHW, het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

Subsidies: Van het beschikbare budget is in 2014 90% juridisch verplicht. Dit deel betreft met name de financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Subsidieregelingen Sirius Programma, Libertas Noodfonds en de 3TU’s samenwerking.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan de NVAO. De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties: Het budget voor 2014 is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de bijdragen aan United Nations University (UNU), Europees Universitair Instituut Florence (EUI), Stichting Nederlandse Organisatie voor Internationale samenwerking in het Hoger Onderwijs (NUFFIC), Stichting Handicap en Studie, Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) en Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). De middelen worden in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar verplicht.

Artikel

Licence