Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Bijlage 4.2 Verdiepingsbijlage

Beleidsartikel 11: Integraal waterbeleid
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

11

Integraal waterbeleid

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

37.847

39.421

37.728

37.006

37.605

37.937

Mutatie Amendement 2015

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 1.300

– 757

– 277

– 276

– 276

– 276

Nieuwe mutaties

– 1.164

7.309

6.183

5.140

5.097

5.151

Stand ontwerpbegroting 2016

35.383

45.973

43.634

41.870

42.426

42.812

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

11.01

Algemeen Waterbeleid

           

1.

Overboeking SZW

– 1.263

         
 

Diversen

424

418

486

425

433

435

11.02

Waterveiligheid

           
 

Diversen

75

0

0

0

0

0

11.03

Grote oppervlaktewateren

           
 

Diversen

– 400

– 400

– 400

– 400

– 450

– 400

11.04

Integraal Waterbeleid

           

2.

Conversie beleidsartikelen 11 en 12

 

7.310

6.099

5.118

5.117

5.119

 

Diversen

 

– 19

– 2

– 3

– 3

– 3

 

Totaal

– 1.164

7.309

6.183

5.140

5.097

5.151

Ad 1. Overboeking aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Conform afspraak wordt het restbudget betreffende de subsidieregeling «Compensatie kinderopvang» voor waterschappen jaarlijks teruggeboekt naar SZW.

Ad 2. In het kader van de samenvoeging van artikel 11 Waterkwantiteit en 12 Waterkwaliteit worden middelen vanaf artikel 12 overgeboekt naar de nieuwe budgetplaats 11.04 Waterkwaliteit, van artikel 11 Integraal Waterbeleid (zie de toelichting in de groeiparagraaf).

Beleidsartikel 12: Waterkwaliteit
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

12

Waterkwaliteit

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

6.225

7.685

6.474

5.493

5.492

5.494

Mutatie Amendement 2015

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 660

– 375

– 375

– 375

– 375

– 375

Nieuwe mutaties

590

– 7.310

– 6.099

– 5.118

– 5.117

– 5.119

Stand ontwerpbegroting 2016

6.155

0

0

0

0

0

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

12.01

Waterkwaliteit

           

1.

Conversie RWS WKK Opdrachten

 

– 7.310

– 6.099

– 5.118

– 5.117

– 5.119

 

Diversen

590

         
 

Totaal

590

– 7.310

– 6.099

– 5.118

– 5.117

– 5.119

Ad 1. In het kader van de samenvoeging van artikel 11 Waterkwantiteit en 12 Waterkwaliteit worden middelen vanaf artikel 12 overgeboekt naar de nieuwe budgetplaats 11.04 Waterkwaliteit. Een toelichting op de samenvoeging van de artikelen 11 en 12 is opgenomen in de groeiparagraaf.

Beleidsartikel 13: Ruimtelijke ontwikkeling
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

13

Ruimtelijke ontwikkeling

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

194.736

132.592

195.398

194.389

186.815

186.518

Mutatie Amendement 2015

– 500

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 81.116

757

297

126

126

176

Nieuwe mutaties

13.394

– 21.116

– 89.891

– 86.213

– 86.195

– 86.191

Stand ontwerpbegroting 2016

126.514

112.233

105.804

108.302

100.746

100.503

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

13.01

Ruimtelijke instrumentarium

           

1.

BOA-opdrachten

– 1.288

– 930

– 1.395

– 1.453

– 1.337

– 1.337

 

Diversen

589

– 872

– 82

– 24

– 15

– 13

13.02

Geo-informatie

           

2.

Bijdrage EZ PDOK en Basisregistraties

1.225

         
 

Diversen

1.570

285

135

0

0

0

13.03

Gebiedsontwikkeling

           
 

Diversen

277

– 465

14

15

18

19

13.04

Ruimtegebruik bodem

           

3.

Kasschuif Bodem

 

46.752

– 10.752

– 12.000

– 12.000

– 12.000

4.

Decentralisatie Bodem (PF)

 

– 35.988

– 32.988

– 27.988

– 27.988

– 27.988

 

Decentralisatie Bodem (GF)

 

– 46.242

– 46.242

– 46.242

– 46.242

– 46.242

5.

BOA-opdrachten

2.311

930

1.395

1.453

1.337

1.337

 

Diversen

918

653

– 1

1

7

8

13.05

Eenvoudig beter

           

6.

Claim OLO-3

2.800

         

7.

Eenvoudig Beter

7.600

14.296

       

8.

Diversen

– 2.608

465

25

25

25

25

 

Totaal

13.394

– 21.116

– 89.891

– 86.213

– 86.195

– 86.191

Ad. 1. Dit betreft met name financiering (via artikel 13.04) voor BoA (Beleidsondersteuning en Advies)-opdrachten die RWS uitvoert, hieronder vallen het stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie, de bijdrage aan de Vlaams Nederlandse Schelde Commissie en een bijdrage voor de Rijksstructuurvisie Grevelingen-, Volkerak-,Zoommeer, Caribisch Nederland en opdrachten Klimaat, Lucht en Geluid.

Ad 2. De betreft de bijdrage van EZ voor de opdrachtverstrekking aan Geonovum en het Kadaster voor PDOK (Publieke Dienstverlening op de Kaart) en de opdracht aan het Kadaster voor Basisregistraties. De opdrachtverstrekkingen verlopen via het Ministerie van IenM.

Ad 3. Bij ontwerpbegroting 2015 heeft het kabinet besloten om in het jaar 2016 € 60 miljoen in mindering te brengen op artikel 13 Ruimtelijke Ontwikkeling, ten behoeve van het rijksbrede beeld. Om uitvoering te geven aan het bodembeleid, waarbij middelen worden gedecentraliseerd naar het Gemeente- en Provinciefonds voor de periode 2015–2020 (vastgelegd in het convenant «Bodem en Ondergrond» van 17 maart 2015), wordt een kasschuif via het Deltafonds doorgevoerd.

Ad 4. Het bodembeleid voor de periode 2016 – 2020 is opgenomen in het convenant «Bodem en Ondergrond 2016 – 2020». Dit convenant is ondertekend door het Rijk, het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen. Met de ondertekening van het convenant wordt de definitieve stap gezet naar de decentralisatie. Tevens vindt de uitfinanciering van oude afspraken plaats. Dit betreft bijvoorbeeld de rijksbijdrage aan het Rotterdamse gasfabriekprogramma in de periode 2016–2020 en de afkoop van de rijksbijdragen aan het Amsterdamse gasfabriekenprogramma, de Volgermeerpolder, aanpak asbest in het Gijmink in Overijssel en bodemsanering van het Thermphos-terrein in Zeeland. Zoals aangekondigd in de meicirculaires (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000 B, nr. 26 en Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000 C, nr. 26), worden de middelen bij deze budgettaire nota overgeboekt.

Ad 5. Dit betreft met name de tegenboeking van hetgeen onder ad 1 is aangegeven.

Ad 6. Er worden extra middelen beschikbaar gesteld voor het tijdig (eind 2016) opleveren van het ICT-systeem voor OLO-3 dat voorwaardelijk is voor de implementatie van de Omgevingswet (Ow).

Ad 7. Binnen het programma Eenvoudig Beter wordt er gewerkt aan de stelselherziening van het omgevingsrecht en de implementatie van de Omgevingswet (uitvoeringsregelgeving). Hiertoe worden financiële middelen beschikbaar gesteld. Voor 2016 worden de middelen overgeboekt vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds (€ 16 miljoen) en het Deltafonds (€ 4 miljoen). Hiervan betreft circa € 14,5 miljoen het programmadeel. Het resterende bedrag (circa € 5,5 miljoen) betreft het apparaatdeel.

Ad 8. Dit betreft met name in 2015 de financiering van de inzet vanuit RWS ten behoeve van de bouw van een nieuw geautomatiseerd systeem voor de uitvoering van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).

Beleidsartikel 14: Wegen en Verkeersveiligheid
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

14

Wegen en verkeersveiligheid

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

32.043

32.654

33.272

28.331

28.328

28.331

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

1.095

998

– 92

1 326

163

162

Nieuwe mutaties

3.900

– 238

– 1.559

– 508

– 321

– 121

Stand ontwerpbegroting 2016

37.038

33.414

31.621

29.149

28.170

28.372

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

14.01 Netwerk

           

1.

Amendement Hoogland c.s. fiets- en wandelroutes

500

         
 

Diversen

1.614

– 238

– 1.559

– 508

– 321

– 121

14.02 Veiligheid

           

2.

CBR alcoholslot

1.786

         
 

Totaal

3.900

– 238

– 1.559

– 508

– 321

– 121

Ad 1. Het amendement van het lid Hoogland c.s. van 24 november 2014 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000, nr. 58) heeft het uitgavenbedrag van artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling verlaagd met € 0,5 miljoen en artikel 15 met eenzelfde bedrag verhoogd. Met dit amendement wordt € 0,5 miljoen ter beschikking gesteld voor het Wandelnet en het Fietsplatform voor onderhoud van de landelijke recreatieve routestructuren voor wandelen en fietsen. Omdat het fietsbeleid onderdeel is van het programma Beter Benutten wordt dit bedrag overgeheveld van artikel 15 naar artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid.

Ad 2. De Raad van State heeft op 4 maart 2015 geoordeeld dat het CBR geen alcoholslotprogramma meer mag opleggen. Voor de financiële gevolgen van deze uitspraak zijn aanvullende middelen toegekend aan het CBR. De middelen worden ingezet om de feitelijke kosten te vergoeden aan de personen die een bezwaar- of beroepsprocedure hebben lopen tegen de oplegging van het alcoholslotprogramma. Daarnaast zijn additionele middelen benodigd voor aanpassingen in het kader van de Regeling Maatregelen Rijvaardigheid en Geschiktheid 2011 (RMRG 2011), zodat het CBR tijdelijk een andere bestuursrechtelijke maatregel kan opleggen in plaats van het alcoholslot (cursus over alcohol en verkeer of geschiktheidsonderzoek). Tot slot krijgt het CBR financiële compensatie voor de extra kosten die het CBR heeft gemaakt voor juridische ondersteuning.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

14

Wegen en verkeersveiligheid

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

6.782

6.782

6.782

6.782

6.782

6.782

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 398

         

Nieuwe mutaties

478

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016

6.862

6.782

6.782

6.782

6.782

6.782

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Ontvangsten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

 

Diversen

478

         
 

Totaal

478

0

0

0

0

0

Beleidsartikel 15: OV-keten
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

15

OV-keten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

6.021

6.209

5.994

6.331

6.580

6.581

Mutatie Amendement 2015

500

         

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 41

22

– 87

– 76

– 271

– 21

Nieuwe mutaties

– 760

– 96

– 509

– 184

– 126

– 54

Stand ontwerpbegroting 2016

5.720

6.135

5.398

6.071

6.183

6.506

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

15.01 OV-keten

           

1.

Amendement Hoogland c.s. fiets- en wandelroutes

– 500

         
 

Diversen

– 260

– 96

– 509

– 184

– 126

– 54

 

Totaal

– 760

– 96

– 509

– 184

– 126

– 54

Ad 1. Het amendement van het lid Hoogland c.s. van 24 november 2014 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000, nr. 58) heeft het uitgavenbedrag van artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling verlaagd met € 0,5 miljoen en artikel 15 met eenzelfde bedrag verhoogd. Met dit amendement wordt € 0,5 miljoen ter beschikking gesteld voor het Wandelnet en het Fietsplatform voor onderhoud van de landelijke recreatieve routestructuren voor wandelen en fietsen. Omdat het fietsbeleid onderdeel is van het programma Beter Benutten wordt dit bedrag overgeheveld naar Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

15

OV-keten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

122

         

Nieuwe mutaties

– 122

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016

0

0

0

0

0

0

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Ontvangsten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

1.

Correctie ontvangstenraming

– 122

         
 

Totaal

– 122

0

0

0

0

0

Ad 1. Dit betreft een correctie van een onjuiste ontvangstenraming bij eerste suppletoire begroting 2015, zoals ook gemeld aan de Tweede Kamer bij beantwoording van de Kamervragen over de eerste suppletoire begroting 2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 210, nr. 3).

Beleidsartikel 16: Spoor
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

16

Spoor

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

28.785

4.729

5.200

4.945

4.945

4.945

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

10.090

9.017

– 24

– 15

– 10

– 10

Nieuwe mutaties

– 2.347

10.250

8.879

– 100

– 65

– 29

Stand ontwerpbegroting 2016

36.528

23.996

14.055

4.830

4.870

4.906

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

16.01 Spoor

           

1.

Opdrachten Spoor

2.153

         

2.

Kasschuif GSM-R

– 4.500

4.500

       

3.

Overboeking GSM-R

 

5.800

9.200

     
 

Diversen

0

– 50

– 321

– 100

– 65

– 29

 

Totaal

– 2.347

10.250

8.879

– 100

– 65

– 29

Ad 1. Voor de uitvoering van diverse opdrachten voor Spoor, waaronder voor Fyra, goederenvervoer, HSL en concessiebeheer zijn additionele middelen toegevoegd.

Ad 2. Dit betreft een aanpassing van het kasritme voor de subsidie GSM-R(ail). Deze subsidie wordt verstrekt voor de aanpassing of vervanging van treinradioapparatuur om zo de interferentieproblematiek bij ProRail en vervoerders door de uitrol van 3G- en 4G-netwerken te mitigeren.

Ad 3. Dit betreft een overboeking van middelen vanuit het Infrastructuurfonds artikel 13 Spoor voor de subsidieregeling GSM-R(ail). De uitgaven in het kader van deze subsidieregeling worden verantwoord op Hoofdstuk XII.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

16

Spoor

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

135

         

Nieuwe mutaties

– 135

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016

0

0

0

0

0

0

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Ontvangsten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

 

Diversen

– 135

         
 

Totaal

– 135

0

0

0

0

0

Beleidsartikel 17: Luchtvaart
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

17

Luchtvaart

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

23.759

25.370

16.136

11.780

11.778

8.759

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 639

– 294

– 181

– 40

– 29

– 28

Nieuwe mutaties

3.651

– 91

– 769

– 274

– 170

– 74

Stand ontwerpbegroting 2016

26.771

24.985

15.186

11.466

11.579

8.657

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

17.01

Luchtvaart

           

1.

Wettelijke taken, toezeggingen en Alderstafels

1.000

         

2.

Convenant Reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol

1.900

         
 

Diversen

751

– 91

– 769

– 274

– 170

– 74

 

Totaal

3.651

– 91

– 769

– 274

– 170

– 74

Ad 1. Om te kunnen voldoen aan de wettelijke taken en toezeggingen aan het parlement en om de planning van de Alderstafels uit te voeren, zijn aanvullende middelen toegekend voor 2015.

Ad 2. Toevoeging uit de eindejaarsmarge voor de financiële vergoeding aan agrariërs voor het versneld onderploegen van graanresten na de oogst. Dit is één van de maatregelen uit het convenant Reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol om de vogelaanvaringsproblematiek te verminderen.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

17

Luchtvaart

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

33.109

6.828

325

25

25

25

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

240

– 200

– 300

     

Nieuwe mutaties

62

2.683

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016

33.411

9.311

25

25

25

25

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Ontvangsten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

1.

Bijstelling ontvangsten overige Schipholprojecten

 

2.683

       

2.

Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium

62

         
 

Totaal

62

2.683

0

0

0

0

Ad 1. De ontvangsten uit de heffingen voor de overige Schipholprojecten zijn in 2013 en 2014 neerwaarts bijgesteld als gevolg van minder vliegbewegingen. Omdat de uitgaven voor de overige Schipholprojecten worden gefinancierd uit de heffingen, moeten deze ontvangsten alsnog in 2016 gerealiseerd worden.

Ad 2. In 2004 is door het toenmalige Ministerie van VenW een subsidie verstrekt voor de financiering van het sociaal plan van de Stichting Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR). In 2011 is het penvoerderschap NLR overgedragen aan het Ministerie van EZ. Met de overdracht is het aan de Minister van EZ om de subsidie definitief vast te stellen. Deze subsidie is nu vastgesteld op een lager bedrag dan het verstrekte voorschot, het verschil wordt door de NLR terugbetaald aan IenM.

Beleidsartikel 18: Scheepvaart en havens
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

18

Scheepvaart en havens

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

4.732

4.777

4.847

4.835

4.834

4.835

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

8.436

18.671

6.780

4.456

2.599

2.599

Nieuwe mutaties

– 21

1.549

16.705

5.513

3.547

1.404

Stand ontwerpbegroting 2016

13.147

24.997

28.332

14.804

10.980

8.838

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

18.01

Scheepvaart en havens

           

1.

Topsector Logistiek

 

1.592

16.733

5.540

3.572

1.429

2.

Bijdrage ILT Marpol

– 25

– 25

– 25

– 25

– 25

– 25

 

Diversen

4

– 18

– 3

– 2

0

0

 

Totaal

– 21

1.549

16.705

5.513

3.547

1.404

Ad 1. Voor de in 2016 op te starten activiteiten voor de Topsector Logistiek worden middelen overgeheveld vanuit het Infrastructuurfonds en vanuit artikel 14, 15, 16 en 17 van HXII naar artikel 18. De uitgaven voor de Topsector Logistiek worden namelijk gecoördineerd en verantwoord op artikel 18. Het programma van de Topsector Logistiek is onderverdeeld in tien acties. De opdrachten worden op basis van het meerjarenprogramma via het programmasecretariaat van de topsector uitgezet.

Ad 2. Sinds 1 januari 2015 zijn de internationale emissie-eisen voor zwaveluitstoot in de zeevaart van kracht. Voor schepen die varen in de Sulphur Emission Control Areas (SECA) in Europa dient het zwavelgehalte van de scheepsbrandstof te worden teruggebracht. Handhaving van deze nieuwe eisen zorgt voor hogere laboratoriumuitgaven waarvoor de ILT een bijdrage ontvangt.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

18

Scheepvaart en havens

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

141

         

Nieuwe mutaties

– 141

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016

0

0

0

0

0

0

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Ontvangsten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

 

Diversen

– 141

         
 

Totaal

– 141

0

0

0

0

0

Beleidsartikel 19: Klimaat
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

19

Klimaat

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

59.915

52.747

51.506

50.053

49.305

49.311

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

10.990

5.058

4.447

4.347

6.939

6.939

Nieuwe mutaties

13.507

– 44

– 511

– 964

– 3.838

– 3.836

Stand ontwerpbegroting 2016

84.412

57.761

55.442

53.436

52.406

52.414

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

19.01

Tegengaan klimaatverandering

           

1.

Eindejaarsmarge

1.200

         

2.

Bijdrage RWS

1.937

996

996

996

996

996

3.

Takenoverdracht stimuleringsmaatregelen

       

– 2.750

– 2.750

 

Diversen

1.362

280

416

17

20

21

19.02

Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking

           

4.

Eindejaarsmarge

5.100

         

5.

Opdrachten RIVM

3.785

         
 

Diversen

123

– 1.320

– 1.923

– 1.977

– 2.104

– 2.103

 

Totaal

13.507

– 44

– 511

– 964

– 3.838

– 3.836

Ad 1. Toevoeging uit de eindejaarsmarge vanwege het voorzetten van projecten van vorig jaar, met name in het kader van de subsidieverlening aan VNG.

Ad 2. Dit betreft de BOA financiering voor opdrachten die RWS uitvoert. Hieronder vallen onder andere de uitvoering van de SER-Klimaatagenda, Infomil industriële emissies, Rijden op Waterstof, het innovatieprogramma elektrisch rijden en het actieplan duurzaamheid brandstofmix.

Ad 3. De uitvoering van de stimuleringsmaatregelen MIA, VAMIL en Groen Beleggen is overgeheveld van artikel 19 Klimaat naar artikel 21 Duurzaamheid. Deze werkzaamheden sluiten beter aan op de algemene doelstelling van artikel 21. In het kader van de takenoverdracht worden de betreffende middelen overgeboekt van artikel 19 naar artikel 21. Voor de periode 2015–2018 zijn de middelen reeds overgeboekt in de eerste suppletoire begroting 2015.

Ad 4. Toevoeging uit de eindejaarsmarge vanwege het voorzetten van projecten van vorig jaar, met name in het kader van Interreg en ESA-ruimtevaart.

Ad 5. Dit betreffen overboekingen vanuit artikel 13, 17, 19, 20 en 22 naar artikel 19 in het kader van opdrachtverlening aan het RIVM. Op artikel 19 wordt de middelen aan het RIVM verantwoord.

Beleidsartikel 20: Lucht en Geluid
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

20

Lucht en geluid

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

36.450

29.856

30.214

34.623

33.071

33.075

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 24

1.716

874

10.366

– 1.194

– 1.194

Nieuwe mutaties

– 3.630

– 589

– 574

– 10

– 7

– 7

Stand ontwerpbegroting 2016

32.796

30.983

30.514

44.979

31.870

31.874

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

20.01

Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder

           

1.

Interne herschikking budgetten

– 1.474

– 310

– 400

0

0

0

 

Diversen

– 2.156

– 279

– 174

– 10

– 7

– 7

 

Totaal

– 3.630

– 589

– 574

– 10

– 7

– 7

Ad 1. Deze herschikking betreft een overboeking naar artikel 19 Klimaat ten behoeve van de uitvoeringskosten op het beleidsterrein Duurzame Mobiliteit.

Beleidsartikel 21: Duurzaamheid
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

21

Duurzaamheid

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

20.493

22.612

18.320

18.152

15.320

15.322

Mutatie Amendement 2015

1.000

         

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 2.135

– 286

862

874

– 2.108

– 2.108

Nieuwe mutaties

3.150

1.238

1.706

2.570

5.457

5.458

Stand ontwerpbegroting 2016

22.508

23.564

20.888

21.596

18.669

18.672

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

21.01

Afval en duurzaamheidsagenda

0

0

0

0

0

0

21.02

Preventie en milieugebruiksruimte

0

0

0

0

0

0

21.03

Ecosystemen en landbouw

0

0

0

0

0

0

21.04

Duurzaamheidsinstrumentarium

           
 

Diversen

35

– 61

– 60

– 1

– 1

– 1

21.05

Duurzame productketens

           

1.

Afvalproblematiek Caribisch Nederland

1.000

         

2.

Takenoverdracht stimuleringsmaatregelen

       

2.750

2.750

 

Diversen

863

947

1.414

2.219

2.356

2.357

21.06

Natuurlijk kapitaal

           

3.

AGRO

1.900

         
 

Diversen

– 648

352

352

352

352

352

 

Totaal

3.150

1.238

1.706

2.570

5.457

5.458

Ad 1. Toevoeging in het kader van financiële ondersteuning voor afvalpreventie en afvalscheiding op Caribisch Nederland.

Ad 2. De uitvoering van de stimuleringsmaatregelen MIA, VAMIL en Groen Beleggen is overgeheveld van artikel 19 Klimaat naar artikel 21 Duurzaamheid. Deze werkzaamheden sluiten beter aan op de algemene doelstelling van artikel 21. In het kader van de takenoverdracht worden de betreffende middelen overgeboekt van artikel 19 naar artikel 21. Voor de periode 2015–2018 zijn de middelen reeds overgeboekt in de eerste suppletoire begroting 2015.

Ad 3. Toevoeging voor de intensivering van diverse projecten in het kader van onderzoek naar intensieve veehouderij en het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de akkerbouw.

Beleidsartikel 22: Omgevingsveiligheid en milieurisico’s
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

22

Omgevingsveiligheid en milieurisico's

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

43.846

48.653

51.596

64.782

71.894

71.906

Mutatie Amendement 2015

– 1.000

         

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

5.023

– 4.383

– 3.950

– 4.232

– 4.137

– 4.237

Nieuwe mutaties

– 16.215

– 10.258

5.065

– 7.408

– 8.249

– 1.647

Stand ontwerpbegroting 2016

31.654

34.012

52.711

53.142

59.508

66.022

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

22.01

Veiligheid chemische stoffen

           

1.

Bijdrage RWS

1.907

         
 

Diversen

– 1.902

1.462

1.265

292

– 578

– 578

22.02

Veiligheid biotechnologie

0

0

0

0

0

0

22.03

Veiligheid bedrijven en transport

           

2.

Impuls Omgevingsveiligheid

– 16.747

– 15.775

       

3.

Asbestdaken

0

5.500

5.000

– 6.500

– 4.000

0

4.

Safety deals

2.600

0

0

0

– 2.600

0

5.

Bijdrage RWS

– 1.907

         
 

Diversen

– 166

– 1.445

– 1.200

– 1.200

– 1.071

– 1.069

 

Totaal

– 16.215

– 10.258

5.065

– 7.408

– 8.249

– 1.647

Ad 1. Dit betreft een overboeking vanuit artikel 22.03 naar artikel 22.01 ten behoeve van opdrachten aan Rijkswaterstaat (RWS) in het kader van Chemische Stoffen.

Ad 2. Dit betreft een overboeking naar het Provinciefonds ten behoeve van het Programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) 2015–2018.

Ad 3. Budgettaire ophoging ten behoeve van de stimuleringsregeling asbestcementdaken en -gevelplaten die per 1 januari 2016 van kracht wordt. Het betreft een verschuiving binnen de meerjarenramingen.

Ad 4. Dit betreft middelen ten behoeve van het aangaan van veiligheidscoalities, zogenoemde saftey deals. Deze veiligheidscoalities worden gevormd in het kader van de verbetering van de omgevingsveiligheid in de chemische industrie.

Ad 5. Dit betreft een overboeking vanuit artikel 22.03 naar artikel 22.01 ten behoeve van opdrachten aan Rijkswaterstaat (RWS) in het kader van Chemische Stoffen.

Beleidsartikel 23: Meteorologie, seismologie en aardobservatie
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

23

Meteorologie, seismologie en aardobservatie

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

39.914

41.527

45.086

36.664

36.659

36.665

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

165

         

Nieuwe mutaties

– 1.648

– 8.094

– 3.075

8.380

12.325

1.880

Stand ontwerpbegroting 2016

38.431

33.433

42.011

45.044

48.984

38.545

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

23.01 Meteorologie en seismologie

           

1.

Herverdeling eenheidsprijzen kantoren

 

1.961

1.961

1.961

1.961

1.961

2.

Herschikking budgetten

2.900

1.100

760

760

760

760

 

Diversen

206

– 158

– 161

– 163

– 163

– 163

23.02 Aardobservatie

           

3.

Herschikking budgetten

– 2.900

– 1.100

– 760

– 760

– 760

– 760

4.

Kasschuif

– 1.945

– 10.000

– 5.000

6.500

10.445

 
 

Diversen

91

103

125

82

82

82

 

Totaal

– 1.648

– 8.094

– 3.075

8.380

12.325

1.880

Ad 1. Betreft de verrekening van huisvestingsbudgetten in verband met de financiële gevolgen van de masterplannen en stelselherziening van de rijkshuisvesting door RVB.

Ad 2 en 3. Voor uitgaven met betrekking tot de vervanging neerslagradar, reken- en opslaginfrastructuur, open data en informatiebeveiliging en dienstverlening met betrekking tot veiligheidsregio’s is het budget tussen Meteorologie en seismologie (23.01) en aardobservatie (23.02) herschikt.

Ad 4. De bij KNMI door te schuiven middelen betreffen gelden die bestemd zijn voor het EU-programma EUMETSAT (weersatellieten). De Nederlandse bijdrage loopt via KNMI. De bijdrage van Nederland aan dit programma is in latere jaren nodig dan was geraamd (programma loopt trager). De middelen worden om deze reden op artikel 23 van KNMI doorgeschoven naar latere jaren.

Beleidsartikel 24: Handhaving en toezicht
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

24

Handhaving en toezicht

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

110.047

107.471

104.448

102.169

102.164

102.170

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 2.933

– 3.306

– 4.110

– 4.264

– 4.264

– 4.264

Nieuwe mutaties

9.219

6.490

4.581

4.699

4.700

4.700

Stand ontwerpbegroting 2016

116.333

110.655

104.919

102.604

102.600

102.606

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

24.01 Handhaving en toezicht

           

1.

Uniformering ICT

4.300

2.200

100

     

2.

Correctie n.a.v. overboeking KFD

4.100

4.100

4.100

4.100

4.100

4.100

 

Diversen

819

190

381

599

600

600

 

Totaal

9.219

6.490

4.581

4.699

4.700

4.700

Ad 1. Als gevolg van de fusie tussen de VROM-inspectie en de Inspectie VenW tot ILT in 2012 zijn verschillende werkprocessen en een divers ICT-landschap ontstaan (zie Kamerbrief over de aanpak van ICT-vraagstukken bij de Inspectie Leefomgeving en Transport van 5 september 2014 (Kamerstukken II, 2013–2014, 26 643, nr. 326)). ILT ontvangt hiervoor een bijdrage in de kosten.

Ad 2. Dit betreft een correctieboeking. Met de overdracht van de Kernfyschische dienst naar ANVS dit jaar zijn de betreffende middelen uit artikel 24 gehaald terwijl dat artikel 97 moest zijn.

Beleidsartikel 25: Brede doeluitkering
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

25

Brede doeluitkering

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

1.782.405

1.825.530

1.809.209

1.795.339

1.795.236

1.792.492

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

91.001

0

0

0

0

0

Nieuwe mutaties

6.185

– 972.842

– 955.690

– 940.341

– 940.292

– 938.939

Stand ontwerpbegroting 2016

1.879.591

852.688

853.519

854.998

854.944

853.553

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

25.01

Brede doeluitkering

           

1.

Decentralisatie Limburg

0

0

6.000

6.000

6.000

6.000

2.

Lenteakkoord

0

7.500

10.000

     

3.

Maaslijn

0

1.314

7.234

7.234

7.234

7.234

4.

Heerlen – Aken

0

2.000

3.500

1.000

   

5.

Decentralisatie Zwolle – Enschede

238

6.289

13.489

6.289

6.289

6.289

6.

Loon- en prijsbijstelling 2015

5.947

6.049

6.012

5.950

5.945

5.933

7.

Decentralisatie BDU naar Provinciefonds

 

– 995.994

– 1.001.925

– 966.814

– 965.760

– 964.395

 

Totaal

6.185

– 972.842

– 955.690

– 940.341

– 940.292

– 938.939

Ad 1. De stoptreindiensten Roermond – Maastricht Randwyck en Sittard – Heerlen maken per 11 december 2016 geen onderdeel meer uit van het hoofdrailnet, maar van de regionale (multimodale) vervoerconcessie in Limburg. De decentralisatie van deze twee diensten verloopt voor IenM budgetneutraal. De concessieprijs voor het hoofdrailnet is verhoogd. Het bedrag waar de concessieprijs voor het hoofdrailnet mee wordt verhoogd, is beschikbaar gesteld aan de provincie Limburg ten behoeve van de exploitatie van de twee diensten. De middelen worden overgeboekt vanaf het Infrastructuurfonds naar artikel 25 BDU en vervolgens via het Provinciefonds beschikbaar gesteld aan de provincie, in verband met de decentralisatie van de BDU.

Ad 2. Dit betreft een overboeking aan de provincie Gelderland voor de in het Lenteakkoord van 2012 afgesproken bijdrage aan vier regionale spoorlijnen in Oost-Nederland. De middelen worden overgeboekt vanaf het Infrastructuurfonds naar artikel 25 BDU en vervolgens via het Provinciefonds beschikbaar gesteld aan de provincie, in verband met de decentralisatie van de BDU.

Ad 3. De provincie Limburg ontvangt via de BDU een totale bijdrage van € 30,25 miljoen voor de elektrificatie van de Maaslijn. De middelen worden overgeboekt vanaf het Infrastructuurfonds naar artikel 25 BDU en vervolgens via het Provinciefonds beschikbaar gesteld aan de provincie, in verband met de decentralisatie van de BDU.

Ad 4. Op het spoortraject Heerlen – Aken wordt het baanvak Landgraaf – grens geëlektrificeerd. In het Bestuurlijk Overleg MIRT van november 2013 is overeengekomen dat Rijk en Regio hiervoor gezamenlijk € 15 miljoen beschikbaar stellen. De middelen worden overgeboekt vanaf het Infrastructuurfonds naar artikel 25 BDU en vervolgens via het Provinciefonds beschikbaar gesteld aan de provincie, in verband met de decentralisatie van de BDU.

Ad 5. De provincie Overijssel ontvangt via de BDU een exploitatiebijdrage voor de gedecentraliseerde treindienst Zwolle – Enschede. De middelen worden overgeboekt vanaf het Infrastructuurfonds naar artikel 25 BDU en vervolgens via het Provinciefonds beschikbaar gesteld aan de provincie, in verband met de decentralisatie van de BDU.

Ad 6. Dit betreft de verdeling van de loon- en prijsbijstelling.

Ad 7. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet afschaffing plusregio’s in werking getreden. Deze wet maakt een einde aan de verplichte samenwerking in zeven plusregio’s. In deze wet is tevens de decentralisatie van de BDU wettelijk geregeld. Met ingang van 2016 worden de voor de provincies bestemde BDU-middelen toegevoegd aan het Provinciefonds. De BDU-middelen voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Stadsregio Amsterdam worden niet gedecentraliseerd naar het Provinciefonds en blijven verstrekt worden via de begroting van IenM.

Beleidsartikel 26: Bijdrage investeringsfondsen
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

26

Bijdrage investeringsfondsen

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

6.453.944

6.670.619

7.011.539

6.477.778

6.578.486

6.723.128

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 405.136

70.544

– 6.029

60.239

149.918

– 552

Nieuwe mutaties

– 169.789

– 365.942

– 400.224

87.520

– 43.373

– 56.023

Stand ontwerpbegroting 2016

5.879.019

6.375.221

6.605.280

6.625.537

6.685.031

6.666.553

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

26.01 Infrafonds

           

1.

DBFM conversie A12 Ede-Grijsoord

– 59.124

– 14.952

14.321

8.041

6.933

6.411

2.

DBFM conversie A9 Gaasperdammerweg

– 44.587

– 134.735

– 316.328

175.140

44.352

29.455

3.

DBFM conversie Keersluis Limmel

– 27.473

– 694

– 36

4.841

1.890

1.857

4.

Decentralisatie BDU: Heerlen-Aken

 

– 2.000

– 3.500

– 1.000

   

5.

Decentralisatie BDU: Lenteakkoord

 

– 7.500

– 10.000

     

6.

Decentralisatie BDU: Maaslijn

 

– 1.314

– 7.234

– 7.234

– 7.234

– 7.234

7.

Decentralisatie BDU: Zwolle-Enschede

 

– 6.289

– 13.489

– 6.289

– 6.289

– 6.289

8.

Decentralisatie Limburg

   

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

9.

Eenvoudig Beter

 

– 16.037

       

10.

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

 

– 4.329

– 3.908

– 3.366

– 2.712

– 2.765

11.

GSM-R interferentie

 

– 5.800

– 9.200

     

12.

Herverdeling eenheidsprijzen kantoren

 

– 3.807

– 3.806

– 3.806

– 3.924

– 4.044

13.

Loonbijstelling 2015

2.468

2.359

2.265

2.201

2.183

2.183

14.

Prijsbijstelling 2015

20.652

19.825

21.599

19.843

20.659

22.003

15.

Raming Infrastructuurfonds

 

– 65.000

15.000

– 100.000

– 100.000

– 100.000

16.

RSP 2015 BZK/Provinciefonds

– 64.560

         

17.

RSP 2015 MinFin/BCF

– 2.550

         

18.

SAP centralisatiebeheer

 

– 2.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

19.

Topsector Logistiek 2016

 

– 1.295

– 13.607

– 4.504

– 2.904

– 1.162

20.

Verdeling Netwerkoverstijgende Kosten

 

– 37.023

– 32.606

– 29.428

– 28.358

– 28.332

21.

Kasschuif t.b.v. rijksbrede beeld

 

– 40.000

40.000

     
 

Diversen

46

14

– 737

– 737

– 737

– 737

26.02 Deltafonds

           

22.

Eenvoudig Beter

 

– 4.009

       

23.

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

 

– 908

– 657

– 540

– 389

– 362

24.

Kasschuif Bodem

 

– 46.752

10.752

12.000

12.000

12.000

25.

Loonbijstelling 2015

573

556

548

569

569

564

26.

Prijsbijstelling 2015

4.766

4.409

3.977

3.545

3.364

3.281

27.

Raming Deltafonds

 

– 35.000

– 115.000

     

28.

SAP centralisatiebeheer

 

– 500

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

29.

Verdeling Netwerkoverstijgende Kosten

 

37.023

32.606

29.428

28.358

28.332

 

Diversen

 

– 184

– 184

– 184

– 134

– 184

 

Totaal

– 169.789

– 365.942

– 400.224

87.520

– 43.373

– 56.023

26.01 Bijdrage aan het Infrastructuurfonds

Ad 1. In 2014 is de DBFM-aanbesteding van het project A12 Ede-Grijsoord afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

Ad 2. In 2014 is de DBFM-aanbesteding van het project A9 Gaasperdammerweg, onderdeel van het programma A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere, afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

Ad 3. In 2014 is de DBFM-aanbesteding van het project Nieuwe Keersluis Limmel afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

Ad 4. De middelen voor de BDU worden overgeheveld naar het Provinciefonds met uitzondering van de middelen voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Stadsregio Amsterdam. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet afschaffing plusregio’s in werking getreden, waarin tevens de decentralisatie van de BDU wettelijk is geregeld die per 1 januari 2016 plaats zal vinden. Bij ontwerpbegroting 2016 worden de reeksen met voor de provincies bestemde BDU-middelen overgeheveld naar het Provinciefonds. Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van Infrastructuurfonds artikel 13 Spoorwegen naar Hoofdstuk XII artikel 25 BDU voor het project Heerlen-Aken.

Ad 5. Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van Infrastructuurfonds artikel 13 Spoorwegen naar Hoofdstuk XII artikel 25 BDU voor het project lenteakkoordimpuls voor vier spoorlijnen in Oost-Nederland.

Ad 6. Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van Infrastructuurfonds artikel 14 Regionaal/lokale infrastructuur naar Hoofdstuk XII artikel 25 BDU voor het project Maaslijn.

Ad 7. Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van Infrastructuurfonds artikel 14 Regionaal/lokale infrastructuur naar Hoofdstuk XII artikel 25 BDU voor het project Zwolle-Enschede.

Ad 8. De stoptreindiensten Roermond – Maastricht Randwyck en Sittard – Heerlen maken per 11 december 2016 geen onderdeel meer uit van het hoofdrailnet, maar van de regionale (multimodale) vervoerconcessie in Limburg. De decentralisatie van deze twee diensten verloopt voor IenM budgetneutraal. De concessieprijs voor het hoofdrailnet is verhoogd aangezien het om onrendabele diensten gaat. Het bedrag waar de concessieprijs voor het hoofdrailnet mee wordt verhoogd wordt via het Provinciefonds beschikbaar gesteld aan de provincie Limburg ten behoeve van de exploitatie van de twee diensten. Hiervoor wordt budget overgeboekt van Infrastructuurfonds artikel 13 Spoorwegen naar Hoofdstuk XII artikel 25 BDU.

Ad 9. Voor de stelselherziening van het omgevingsrecht en de implementatie van de Omgevingswet (uitvoeringsregelgeving) wordt er in 2016 € 16,0 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar diverse (beleids)artikelen op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 16,0 miljoen af.

Ad 10. De afgelopen jaren is de druk op het gebruik van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) sterk toegenomen. Hierdoor zijn er tekorten ontstaan in de financiering. Om deze problematiek van een oplossing te voorzien is in 2014 de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO) benoemd. Onder regie van de NCDO is onder andere besloten tot interdepartementale versleuteling van de tekorten op de bestaande voorzieningen binnen de GDI. Conform dat besluit heeft IenM bij eerste suppletoire begroting 2015 middelen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit de begroting Hoofdstuk XII. Voor de verrekening binnen IenM wordt in totaal € 39,2 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar artikel 99 Nominaal en Onvoorzien op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 39,2 miljoen af.

Ad 11. Dit betreft een overboeking van middelen van Infrastructuurfonds artikel 13 Spoorwegen naar Hoofdstuk XII artikel 16 Spoor voor de subsidieregeling GSM-R. De uitvoering van de subsidieregeling GSM-R is reeds gestart en dient te worden verantwoord op Hoofdstuk XII. Hiervoor is in totaal € 30,0 miljoen beschikbaar gesteld. Het gereserveerde IenM aandeel staat nog op Infrastructuurfonds artikel 13 Spoorwegen. Om de reeds gedane toezeggingen in de Staatscourant en richting RVO te kunnen verantwoorden op Hoofdstuk XII dient het IenM aandeel naar Hoofdstuk XII te worden overgeboekt.

Ad 12. Dit betreft de verrekening van huisvestingsbudgetten in verband met de financiële gevolgen van de masterplannen en stelselherziening van de rijkshuisvesting door het RVB.

Ad 13. Dit betreft de verwerking van de loonbijstelling 2015.

Ad 14. Dit betreft de toevoeging van de aan het Infrastructuurfonds uitgekeerde prijsbijstelling 2015.

Ad 15. Sinds enige jaren wordt er op de artikelen bij Wegen en Vaarwegen met een overprogrammering gewerkt om zeker te stellen dat de beschikbare middelen ook jaarlijks worden uitgeput. Bij deze begroting wordt het gebruik van dit instrument verder uitgebreid naar het Spoorartikel en het Deltafonds. Over de periode 2016–2020 wordt zo eenmalig € 100 miljoen per jaar vrijgespeeld. Via een kasschuif worden deze middelen in de periode 2021–2025 weer aan de fondsbegrotingen toegevoegd. Dit was mogelijk zonder consequenties op het lopende programma. Vanaf 2026 zal er een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar worden toegepast.

Ad 16. Dit betreft de verwerking van een drietal overboekingen van Infrastructuurfonds artikel 14 Regionaal/lokale infrastructuur naar BZK/Provinciefonds van in totaal € 64,6 miljoen:

  • 1. Het regiodeel van het Ruimtelijk Economisch Programma, onderdeel binnen het Regiospecifiek Pakket (RSP), is indertijd geparkeerd op de begroting van IenM. IenM stort, in lijn met 2010, 2011, 2012 en 2014 delen van dit budget in het Provinciefonds. BZK publiceert in haar circulaire vervolgens onder het kopje Decentralisatie-uitkering RSP hoe hoog over 2015 de uitkering aan de provincies Groningen, Fryslân, Drenthe en Flevoland zal zijn (€ 16,1 miljoen).

  • 2. Voor een aantal Concrete projecten binnen het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn, vervult Noord Nederland de rol van contracterende partij. Om deze rol te kunnen vervullen stort IenM, in lijn met 2010, 2011 en 2012 delen van het taakstellende budget in het Provinciefonds. BZK publiceert in haar circulaire vervolgens onder het kopje Decentralisatie-uitkering RSP hoe hoog de uitkering over 2015 zal zijn (€ 27,1 miljoen)

  • 3. Voor het project FlorijnAs, Concreet project binnen het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn, vervult de gemeente Assen de rol van contracterende partij. Om deze rol te kunnen vervullen stort IenM, in lijn met 2010, 2011, 2012 en 2014 delen van het taakstellende budget in het Gemeentefonds. BZK publiceert in haar circulaire vervolgens onder het kopje Decentralisatie-uitkering RSP hoe hoog de uitkering over 2015 zal zijn (€ 21,4 miljoen).

Ad 17. Voor een aantal Concrete projecten binnen het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn, vervult Noord Nederland de rol van contracterende partij. Om deze rol te kunnen vervullen stort IenM delen van het taakstellende budget in het Provinciefonds. 5% van de uitkering wordt toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds.

Ad 18. Dit betreft het aandeel van RWS voor het SAP Beheer dat centraal wordt gefinancierd op de begroting Hoofdstuk XII.

Ad 19. Voor de in 2016 op te starten activiteiten Topsector Logistiek wordt in totaal € 23,5 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 23,5 miljoen af.

Ad 20. Op Infrastructuurfonds artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende Kosten waren de netwerkoverstijgende apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) en overige netwerkoverstijgende kosten van RWS verantwoord. Het gaat hierbij om zowel de kosten die met de overhead van RWS gemoeid zijn als bepaalde onderdelen van Landelijke taken die een netwerk overstijgend karakter kennen. Deze kosten hebben niet alleen betrekking op de activiteiten die verricht worden voor het Infrastructuurfonds, maar hebben tevens betrekking op de activiteiten voor het Deltafonds. Deze middelen worden nu toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en aan artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven van het Deltafonds. Dit betreft de overboeking van het Infrastructuurfonds naar het Deltafonds.

Ad 21. Dit betreft een kasschuif ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering wordt hierop niet aangepast.

26.02 Bijdrage aan het Deltafonds

Ad 21. Voor de stelselherziening van het omgevingsrecht en de implementatie van de Omgevingswet (uitvoeringsregelgeving) wordt er in 2016 € 4,0 miljoen vanuit de voeding van het Deltafonds overgeboekt naar diverse (beleids)artikelen op de begroting Hoofdstuk XII. De investeringruimte op het Deltafonds neemt hierdoor met € 4,0 miljoen af.

Ad 22. De afgelopen jaren is de druk op het gebruik van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) sterk toegenomen. Hierdoor zijn er tekorten ontstaan in de financiering. Om deze problematiek van een oplossing te voorzien is in 2014 de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO) benoemd. Onder regie van de NCDO is onder andere besloten tot interdepartementale versleuteling van de tekorten op de bestaande voorzieningen binnen de GDI. Conform dat besluit heeft IenM bij eerste suppletoire begroting 2015 middelen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit de begroting Hoofdstuk XII. Voor de verrekening binnen IenM wordt in totaal € 5,8 miljoen vanuit de voeding van het Deltafonds overgeboekt naar artikel 99 Nominaal en Onvoorzien op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Deltafonds neemt hierdoor met € 5,8 miljoen af.

Ad 23. Op artikel 13.04 Ruimtegebruik bodem van Hoofdstuk XII worden de bijdragen aan medeoverheden voor het Meerjarenprogramma bodem verantwoord. In het convenant «Bodem en Ondergrond» van 17 maart 2015 zijn de afspraken over de decentralisatie van die middelen naar het Gemeente- en Provinciefonds voor de periode 2016–2020 vastgelegd. Bij ontwerpbegroting 2015 is besloten om in het jaar 2016 € 60 miljoen in mindering te brengen op deze reeks ten behoeve van het rijksbrede beeld. Om te voorkomen dat de uitvoering van het bodemsaneringsbeleid in 2016 hierdoor wordt bemoeilijkt, wordt de reeks door middel van een kasschuif aangepast Deze kasschuif wordt gefaciliteerd door het Deltafonds.

Ad 24. Dit betreft de verwerking van de loonbijstelling 2015.

Ad 25. Dit betreft de toevoeging van de aan het Deltafonds uitgekeerde prijsbijstelling 2015.

Ad 26. Sinds enige jaren wordt er op de artikelen bij Wegen en Vaarwegen met een overprogrammering gewerkt om zeker te stellen dat de beschikbare middelen ook jaarlijks worden uitgeput. Bij deze begroting wordt het gebruik van dit instrument uitgebreid naar het Spoorartikel en het Deltafonds. Hierdoor wordt over de periode 2016–2020 zo eenmalig € 100 miljoen per jaar vrijgespeeld. Via een kasschuif worden deze middelen in de periode 2021–2025 weer aan de fondsbegrotingen toegevoegd. Het Deltafonds draagt in de periode tot en met 2020 in totaal € 150 miljoen aan deze kasschuif bij. Deze middelen vloeien terug in 2022.

Ad 27. Dit betreft het aandeel van RWS voor het SAP Beheer dat centraal wordt gefinancierd op de begroting Hoofdstuk XII.

Ad 28. Op Infrastructuurfonds artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende Kosten waren de netwerkoverstijgende apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) en overige netwerkoverstijgende kosten van RWS verantwoord. Het gaat hierbij om zowel de kosten die met de overhead van RWS gemoeid zijn als bepaalde onderdelen van Landelijke taken die een netwerk overstijgend karakter kennen. Deze kosten hebben niet alleen betrekking op de activiteiten die verricht worden voor het Infrastructuurfonds, maar hebben tevens betrekking op de activiteiten voor het Deltafonds. Deze middelen worden nu toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en aan artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven van het Deltafonds. Dit betreft de overboeking van het Infrastructuurfonds naar het Deltafonds.

Niet-beleidsartikel 97: Algemeen departement
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

97

Algemeen departement

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

45.445

46.831

44.479

45.763

44.010

44.013

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

1.359

– 1.595

– 900

– 1.625

– 700

– 1.000

Nieuwe mutaties

4.706

502

221

226

232

235

Stand ontwerpbegroting 2016

51.510

45.738

43.800

44.364

43.542

43.248

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

97.01 Algemeen departement

           

1.

Regeringsvliegtuig

2.246

         

2.

ANVS

4.032

4.032

4.032

4.032

4.032

4.032

3.

Correctie n.a.v. overboeking KFD

– 4.100

– 4.100

– 4.100

– 4.100

– 4.100

– 4.100

4.

Diversen

2.528

570

289

294

300

303

 

Totaal

4.706

502

221

226

232

235

Ad 1. Voor het onderhoud aan motoren, toegenomen gebruik van het regeringsvliegtuig en de marktverkenning vervanging regeringsvliegtuig zijn er hogere uitgaven voor het regeringsvliegtuig in 2015.

Ad 2. In de ministerraad van 24 januari 2014 is besloten om de expertise op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming van het Ministerie van IenM en het Ministerie van EZ samen te voegen tot de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) en onder te brengen bij het Ministerie van IenM. Dit betreft de bijdrage van EZ voor de uitgaven op programma ten behoeve van ANVS.

Ad 3. Dit betreft een correctieboeking. Met de overdracht van de Kernfyschische dienst naar ANVS dit jaar zijn de betreffende middelen uit artikel 24 gehaald terwijl dat artikel 97 moest zijn.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

97

Algemeen departement

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

3.373

3.373

3.373

3.373

3.373

3.373

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

– 1.100

– 1.100

– 1.100

– 1.100

– 1.100

– 1.100

Nieuwe mutaties

1.109

– 279

– 279

– 279

– 279

– 279

Stand ontwerpbegroting 2016

3.382

1.994

1.994

1.994

1.994

1.994

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Ontvangsten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

1.

Omboeking ontvangsten

– 279

– 279

– 279

– 279

– 279

– 279

2.

Surplus eigen vermogen agentschappen

1.388

         
 

Totaal

1.109

– 279

– 279

– 279

– 279

– 279

Ad 1. Op artikel 97 komen er ontvangsten binnen die betrekking hebben op het apparaat. Hiertoe worden de middelen overgebracht naar artikel 98 Apparaat van het kerndepartement voor een correcte verantwoording van de middelen.

Ad 2. Bij eerste suppletoire begroting is voorgesteld om het surplus van het eigen vermogen van de agentschappen op artikel 99 te plaatsen. Artikel 99 is een technisch artikel waarop geen ontvangsten worden verantwoord. Derhalve worden de ontvangsten op artikel 97 overgebracht.

Niet-beleidsartikel 98: Apparaatsuitgaven kerndepartement
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

98

Apparaatsuitgaven kerndepartement

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

300.273

293.725

253.520

254.316

255.639

251.595

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

28.323

24.816

19.348

20.129

18.892

19.048

Nieuwe mutaties

3.323

21.607

12.075

12.091

12.330

12.496

Stand ontwerpbegroting 2016

331.919

340.148

284.943

286.536

286.861

283.139

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

98.01

Personeel

           

1.

Herverdeling budgetten ANVS

– 7.096

– 6.276

– 5.673

– 5.516

– 5.516

– 5.516

2.

Bijdrage EZ ANVS

1.747

1.747

1.747

1.908

1.908

1.908

3.

Extra inzet PBL

 

1.400

1.400

1.400

1.400

1.400

4.

Randstad Perspectief

1.600

2.500

2.320

     

5.

Implementatie Omgevingswet

 

5.500

       
 

Diversen

2.455

850

2.097

766

1.691

1.678

               

98.02

Materieel

           

6.

Herverdeling budgetten ANVS

5.260

5.540

5.410

5.253

5.253

5.253

7.

Bijdrage EZ ANVS

2.351

2.351

2.351

2.190

2.190

2.190

8.

Centraal betaalde uitgaven ICT

7.630

         

9.

Generieke Digitale infrastructuur

– 182

9.000

       

10.

Bijdrage extra kosten Inspectie Leefomgeving en Transport

– 4.509

– 2.602

– 706

– 808

– 808

– 808

11.

Centtralisatie SAP-beheer

 

3.892

6.392

6.392

6.392

6.392

12.

Afboeking ontvangstenreeks

– 1.683

– 1.683

– 1.683

– 1.683

– 1.683

– 1.683

13.

Herverdeling eenheidsprijzen Masterplan huisvesting

 

1.495

1.494

1.460

1.578

1.698

14.

Randstad Perspectief

– 1.600

– 2.500

– 2.320

     
 

Diversen

– 2.650

393

– 754

729

– 75

– 16

 

Totaal

3.323

21.607

12.075

12.091

12.330

12.496

Ad 1. De verlaging betreft een herverdeling (naar 98.02 en naar artikel 97) van de bij eerste suppletoire begroting overgeboekte bijdragen vanuit EZ en ILT met betrekking tot de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Deze dienst valt per 1 januari 2015 onder IenM.

Ad 2. Vanuit EZ zijn per 1 januari 2015 het RVO/Stralingslab en de directie NIV overgegaan in de ANVS en vanuit de ILT is de Kernfysische Dienst overgegaan. De verhoging betreft de bijdrage vanuit EZ in de personele kosten.

Ad 3. Dit betreft middelen van PBL die worden ingezet voor tijdelijk aangestelde capaciteit. PBL krijgt hiervoor ontvangsten binnen van derden (EU, VN, OECD, IDDRI) als bijdragen aan onderzoek. Bij eerste suppletoire begroting zijn de verplichtingen reeds geaccordeerd.

Ad 4. De kosten voor de Randstadregeling Perspectief BD (personeel), in het kader van de invulling van de taakstelling, worden voor de jaren 2015 en 2016 gedekt uit het daarvoor bestemde transitiebudget en voor het jaar 2017 uit het budget corporate organisatie ontwikkeling (98.02) zie ook ad 13.

Ad 5. Binnen het programma Eenvoudig Beter wordt er gewerkt aan de stelselherziening van het omgevingsrecht en de implementatie van de Omgevingswet (uitvoeringsregelgeving). Hiertoe worden financiële middelen beschikbaar gesteld. Waarvan € 5,5 miljoen in 2016 ten gunste van dit artikel. Voor 2016 worden de middelen overgeboekt vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds (€ 16 miljoen) en het Deltafonds (€ 4 miljoen). Het resterende bedrag (circa € 14,5 miljoen) betreft het programmadeel.

Ad 6. De verhoging betreft een herverdeling (vanuit 98.01) van de bij eerste suppletoire begroting overgeboekte bijdragen vanuit EZ en ILT met betrekking tot de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Deze dienst valt per 1 januari 2015 onder IenM.

Ad 7. Vanuit EZ zijn per 1 januari 2015 het RVO/Stralingslab en de directie NIV overgegaan in de ANVS en vanuit de ILT is de Kernfysische Dienst overgegaan. De verhoging betreft de bijdrage vanuit EZ in de materiële kosten.

Ad 8. Een deel van de centraal betaalde uitgaven voor ICT en facilitaire dienstverlening vindt plaats ten behoeve van agentschappen. Hiervoor vindt een interne verrekening plaats door middel van facturering, zie ook de ontvangsten.

Ad 9. Dit betreft enerzijds de verrekening van de bijdrage 2015 voor de dekking van de kosten Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) ten behoeve van de ontwikkeling van een solide en toekomstbestendige digitale overheid. Deze kosten zijn bij eerste suppletoire begroting voorlopig technisch van artikel 99 afgeboekt. Anderzijds betreft het de bijdrage van Financiën uit de Aanvullende post GDI van vrijgegeven middelen door het Bureau Digicommissaris, ten behoeve van het MSW (in 2015 € 4,5 miljoen en in 2016 € 9 miljoen).

Ad 10. Dit betreft een bijdrage aan de Inspectie voor Leefomgeving en Transport met name voor ICT-uitgaven.

Ad 11. In 2013 is besloten tot de centrale betaling van de kosten voor het beheer van het bedrijfsvoeringssysteem SAP. Met ingang van 2016 worden de bijdragen vanuit de Agentschappen overgedragen.

Ad 12. In de begroting van IenM is een structurele ontvangstenreeks opgenomen waar geen ontvangsten op binnen komen. Vermoedelijk is dit ontstaan bij conversies tijdens de fusie van VenW en VROM tot IenM. Om te voorkomen dat dit probleem jaarlijks terug komt, wordt de ontvangstenreeks afgeboekt. Dit betreft de bijbehorende correctie voor de uitgaven.

Ad 13. Dit betreft de interne verrekening van huisvestingsbudgetten naar aanleiding van de financiële gevolgen van de masterplannen en stelselherziening van de rijkshuisvesting door RVB.

Ad 14. De kosten voor de Randstadregeling Perspectief BD (personeel), in het kader van de invulling van de taakstelling, worden voor de jaren 2015 en 2016 gedekt uit het daarvoor bestemde transitiebudget en voor het jaar 2017 uit het budget corporate organisatie ontwikkeling. Zie ook ad 4.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

98

Apparaatsuitgaven kerndepartement

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

2.434

2.434

2.434

2.434

2.434

2.434

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

10.991

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Nieuwe mutaties

6.226

– 4

– 4

– 4

– 4

– 4

Stand ontwerpbegroting 2016

19.651

3.530

3.530

3.530

3.530

3.530

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Ontvangsten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

1.

Afboeking ontvangstenreeks

– 1.683

– 1.683

– 1.683

– 1.683

– 1.683

– 1.683

2.

Centraal betaalde uitgaven ICT

7.630

         

3.

Extra inzet PBL

 

1.400

1.400

1.400

1.400

1.400

 

Diversen

279

279

279

279

279

279

 

Totaal

6.226

– 4

– 4

– 4

– 4

– 4

Ad 1. In de begroting van IenM is een structurele ontvangstenreeks opgenomen waar geen ontvangsten op binnen komen. Vermoedelijk is dit ontstaan bij coverversies tijdens de fusie van VenW en VROM tot IenM. Om te voorkomen dat dit probleem jaarlijks terug komt, wordt de ontvangstenreeks afgeboekt. Dit betreft de bijbehorende correctie voor de uitgaven.

Ad 2. Een deel van de centraal betaalde uitgaven voor ICT en facilitaire dienstverlening vindt plaats ten behoeve van agentschappen. Hiervoor vindt een interne verrekening plaats door middel van facturering, zie ook de ontvangsten.

Ad 3. Dit betreft middelen van PBL die worden ingezet voor tijdelijk aangestelde capaciteit. PBL krijgt hiervoor ontvangsten binnen van derden (EU, VN, OECD, IDDRI) als bijdragen aan onderzoek. Bij eerste suppletoire begroting zijn de verplichtingen reeds geaccordeerd.

Niet-Beleidsartikel 99: Nominaal en onvoorzien
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1.000)

99

Nominaal en onvoorzien

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015

8.593

510

– 2.065

2.149

4.743

4.743

Mutatie Amendement 2015

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2015

55.493

29.811

33.968

29.855

31.351

32.573

Nieuwe mutaties

– 64.086

– 30.296

– 31.903

– 30.055

– 35.396

– 32.773

Stand ontwerpbegroting 2016

0

25

0

1.949

698

4.543

Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)

Uitgaven

2015

2016

2017

2018

2019

2020

99.01

Nominaal en onvoorzien

           

1.

Generieke Digitale Infrastructuur

5.591

6.235

5.738

5.127

4.230

4.230

2.

Toedeling Eindejaarsmarge

– 23.212

 

– 2.400

     

3.

Toedeling Loon- en prijsbijstelling

– 37.584

– 36.046

– 37.306

– 34.982

– 35.581

– 36.803

4.

Kasschuif KNMI

3.845

     

– 3.845

 

5.

Toedeling Nominaal en Onvoorzien

– 12.726

– 485

2.065

– 200

– 200

– 200

 

Totaal

– 64.086

– 30.296

– 31.903

– 30.055

– 35.396

– 32.773

Ad 1. Voor de digitale voorzieningen in het kader van de Generieke Digitale Infrastructuur heeft IenM middelen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken vanuit artikel 99 Nominaal en Onvoorzien. Dit betreft de versleuteling over de IenM begrotingen.

Ad 2. Bij eerste suppletoire begroting is het voordelig saldo voor 2014 via de eindejaarsmarge aan de IenM begroting Hoofdstuk XII toegevoegd. Bij Ontwerpbegroting 2016 is de eindejaarmarge verdeeld binnen Hoofdstuk XII.

Ad 3. Bij eerste suppletoire begroting is de loon- en prijsbijstelling voor alle IenM begrotingen voorlopig technisch op artikel 99 geparkeerd. Bij Ontwerpbegroting 2016 zijn deze middelen verdeeld over de IenM begrotingen.

Ad 4. Middels artikel 99 wordt een kasschuif gefaciliteerd om het kasritme van de EUMETSAT programma’s op artikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie in het juiste kasritme te krijgen.

Ad 5. Artikel 99 biedt ruimte om tekorten in het jaar 2015 te dekken. Het betreft onder meer de financiering van de tekorten op artikel 13 voor Eenvoudig Beter en Omgevingsloketonline en artikel 21 voor Agro en afval problematiek. Verder wordt het negatieve budget op artikel 99 in 2017 opgelost.

Licence