Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.2 De niet-beleidsartikelen (Ministerie van Financiën)

Artikel 8 Centraal Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid, niet beleidsartikel 8 (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

 

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

229.148

238.920

– 820

– 1.926

236.174

           

Uitgaven

229.148

238.920

– 820

– 1.926

236.174

           

Personeel Kerndepartement

156.910

158.466

4.859

– 369

162.956

– Eigen personeel

148.076

149.650

4.859

– 1.158

153.351

– Inhuur externen

8.080

8.062

0

865

8.927

– Overig personeel

754

754

0

– 76

678

           

Materieel Kerndepartement

72.238

80.454

– 5.679

– 1.557

73.218

– waarvan ICT

6.518

12.338

0

– 1.428

10.910

– waarvan bijdrage aan SSO's

36.479

37.787

– 2.489

695

35.993

– waarvan overig materieel

29.241

30.329

– 3.190

– 824

26.315

           

Ontvangsten

52.552

53.982

0

– 1.478

52.504

Toelichting

Uitgaven en Verplichtingen

Eigen personeel (+ € 4,9 mln. – € 1,2 mln. = + € 3,7 mln.)

Dit betreft een compensatie voor de personeelskosten van de nieuwe arbeidsovereenkomst sector Rijk. Daarnaast doen zich lagere personeelsuitgaven voor vanwege een gemiddeld lagere bezetting door verloop van personeel.

Inhuur externen (+ € 0,9 mln.)

De vertraging van ICT projecten heeft geleid tot het langer dan gepland blijven onderhouden en verbeteren van de huidige infrastructuur.

Overig personeel (– € 0,1 mln.)

Er vindt een bijstelling plaats op het budget voor overig personeel.

Materieel ICT (– € 1,4 mln.)

Vanwege de vertraging van een aantal ICT-projecten is er in 2017 een meevaller op de uitgaven aan ICT.

Materiële bijdrage aan SSO’s (– 2,5 mln. + 0,7 mln. = – € 1,8 mln.)

Een overboeking aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kader van optimalisatie van de archieven, leidt bij Financiën tot een lager saldo van uitgaven aan materieel Shared Service Organisaties (SSO’s).

Overig materieel (– € 3,2 mln. – € 0,8 mln. = – € 4,0 mln.)

Er zijn lagere materiële uitgaven bij Domeinen Roerende Zaken (DRZ) door lagere uitgaven door lagere ontmanteling- en vernietigingskosten van hennepkwekerijen veroorzaakt door een gunstige aanbestedingsprijs en minder ruimingen dan begroot.

Artikel 10 Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid, niet beleidsartikel 10 (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

 

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

90.558

128.301

– 90.624

– 32.677

5.000

           

Uitgaven

90.558

73.592

– 35.915

– 32.677

5.000

Onvoorzien

90.558

2.557

12.796

– 10.353

5.000

Loonbijstelling

0

57.524

– 35.200

– 22.324

0

Prijsbijstelling

0

13.511

– 13.511

0

0

           

Ontvangsten

0

0

0

0

0

Toelichting

Uitgaven en Verplichtingen

Onvoorzien (+ € 12,8 mln. – € 10,4 mln. = + € 2,4 mln.)

De ontvangen prijsbijstelling is toegevoegd. Daarnaast wordt de post Onvoorzien verlaagd omdat niet alle onzekere ontwikkelingen die waren begroot zich hebben voorgedaan.

Loonbijstelling (– € 35,2 mln. – € 22,3 mln. = – € 57,5 mln.).

De loonbijstelling is overgeboekt naar artikel 1 (Belastingen) en 8 (Centraal Apparaat Kerndepartement) van de begroting van Financiën.

Prijsbijstelling (– € 13,5 mln.)

De prijsbijstelling is toegevoegd aan de kostensoort «Onvoorzien».

Licence