Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.1 De beleidsartikelen (Ministerie van Financiën)

Dit hoofdstuk bevat de uitgebreide toelichting met een tabel per begrotingsartikel van begroting IX. Bij deze tabellen wordt een toelichting op de «mutaties 2e suppletoire begroting» gegeven. Hierbij worden tenminste de mutaties op instrumentniveau groter of gelijk aan € 2,5 mln. en de mutaties groter dan 5% van de ontwerpbegrotingstand 2017 toegelicht, mits deze laatste groter zijn dan € 0,1 mln. De mutaties zijn het saldo van de mutaties Miljoenennota en de overige mutaties 2e suppletoire begroting.

De mutaties kunnen zowel beleidsmatig als technisch (bijvoorbeeld overboekingen en ramingbijstellingen) van aard zijn. De toelichting op de mutatie van de belastingontvangsten is in de Najaarsnota opgenomen.

Artikel 1 Belastingen

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 1 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

 

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

2.924.355

3.033.190

31.626

– 29.097

3.035.719

Waarvan garantieverplichtingen

         

– Garantieprocesrisico's

245

245

0

0

245

           

Uitgaven (1) + (2)

2.924.355

3.119.769

28.047

– 29.097

3.118.719

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

100%

100%

   

100%

           

(1) Programma-uitgaven

121.045

151.036

0

15.000

166.036

           

Rente

115.090

115.090

0

0

115.090

– Belasting- en invorderingsrente

115.090

115.090

0

0

115.090

           

Bekostiging

5.955

5.955

0

0

5.955

– Proceskosten

3.561

4.161

0

– 100

4.061

– Overige programma-uitgaven

2.394

1.794

0

100

1.894

           

Bijdrage Agentschappen

0

29.991

0

15.000

44.991

– waarvan programmakosten

0

29.991

0

15.000

44.991

           

(2) Apparaatsuitgaven

2.803.310

2.968.733

28.047

– 44.097

2.952.683

           

Personele uitgaven

2.089.360

2.340.508

32.192

– 41.111

2.331.589

– waarvan eigen personeel

1.957.604

2.125.809

31.125

– 33.111

2.123.823

– waarvan inhuur externen

131.756

214.699

1.067

– 8.000

207.766

           

Materiële uitgaven

713.950

628.225

– 4.145

– 2.986

621.094

– waarvan ICT

227.761

197.562

0

– 7.000

190.562

– waarvan Bijdrage SSO's

174.518

181.027

0

0

181.027

– waarvan Overige

311.671

249.636

– 4.145

4.014

249.505

           

Ontvangsten (3) + (4)

128.510.352

133.049.530

– 1.686

640.663

133.688.507

           

(3) Programma-ontvangsten

128.489.772

133.027.601

0

637.663

133.665.264

Waarvan:

         

Belastingontvangsten

127.631.119

132.233.948

0

624.163

132.858.111

           

Rente

392.600

392.600

0

0

392.600

– Belasting- en invorderingsrente

392.600

392.600

0

0

392.600

           

Boetes en schikkingen

248.777

203.777

0

0

203.777

– Ontvangsten boetes en schikkingen

248.777

203.777

0

0

203.777

           

Bekostiging

217.276

197.276

0

13.500

210.776

– Kosten vervolging

217.276

197.276

0

13.500

210.776

           

(4) Apparaatsontvangsten

20.580

21.929

– 1.686

3.000

23.243

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Eigen personeel (+ € 31,1 mln. – € 33,1 mln. = – € 2,0 mln.)

Er heeft € 31,1 mln. loonbijstelling plaatsgevonden. Daarnaast is er onderuitputting door latere instroom van nieuwe vacatures en onderbezetting anticiperend op lagere budgettaire kaders.

Bijdrage aan agentschap programma (+ € 15 mln.)

Dit betreft een hogere bijdrage aan Logius voor de ICT-dienstverlening. Logius is het agentschap dat zorgt voor producten en diensten voor de digitale overheid.

Inhuur externen (+ € 1,1 mln. – € 8,0 mln. = – € 6,9 mln.)

Doordat de realisatie van de Investeringsagenda vertraging heeft opgelopen, heeft er minder externe inhuur plaatsgevonden dan verwacht.

Materieel ICT (– € 7 mln.)

De realisatie op Investeringsagendaprojecten loopt voor € 5 mln. vertraging op. Daarnaast zijn ICT projecten t.b.v. douane voor € 2 mln. vertraagd.

Ontvangsten

Belastingontvangsten (+ € 624,2 mln.)

In de Najaarsnota 2017 worden de mutaties van de belastingontvangsten toegelicht. De aansluiting met de bedragen in de begrotingstoelichting (artikel 1 Belastingen, tabel budgettaire gevolgen van beleid) ziet er als volgt uit:

 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2)+(3)

Totaal belastingontvangsten

159.979.411

165.282.136

1.221.627

166.503.763

-/- Afdracht Gemeentefonds

27.193.169

27.821.956

186.858

28.008.814

-/- Afdracht Provinciefonds

2.199.585

2.285.224

284.340

2.569.564

-/- Afdracht BTW-Compensatiefonds

2.922.888

2.932.444

93.278

3.025.722

-/- Afdracht BES-fonds

32.650

41.534

18

41.552

Belastingontvangsten IX

127.631.119

132.233.948

624.163

132.858.111

Kosten vervolging(+ € 13,5 mln.)

Aan belastingschuldigen worden de kosten doorberekend van invorderingsresultaten (aanmaning, dwangbevel, beslaglegging, etc.). Er hebben meer invorderingsmaatregelen plaatsgevonden dan verwacht, waardoor meer kosten zijn doorberekend.

Apparaatsontvangsten (– € 1,7 mln. + € 3 mln. = + € 1,3 mln.)

De Belastingdienst realiseert hogere ontvangsten als gevolg van meer werkzaamheden voor derden. Dit betreft o.a. huisvesting en facilitaire dienstverlening.

Artikel 2 Financiële Markten

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 2 (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

 

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

21.334

164.118

198

– 3.523

160.793

Waarvan garantieverplichtingen

         

Garantie BES

0

135.000

0

0

135.000

           

Uitgaven

21.334

29.118

198

– 3.523

25.793

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

63%

74%

   

80%

           

Subsidies

436

436

0

0

436

– Vakbekwaamheid

436

436

0

0

436

           

Garanties

0

1.000

0

0

1.000

– Garantie BES

0

1.000

0

0

1.000

           

Bekostiging

12.772

13.250

0

– 3.120

10.130

– Rechtspraak Financiële Markten

1.259

1.259

0

– 157

1.102

– Muntcirculatie

11.263

11.263

0

– 2.763

8.500

– Toezicht en handhaving MIF

250

250

0

0

250

– PSD II

0

278

0

0

278

– Overig

0

200

0

– 200

0

           

Opdrachten

5.182

10.965

198

0

11.163

– Wijzer in geldzaken

272

1.456

198

0

1.654

– Vakbekwaamheid

4.910

6.109

0

0

6.109

– Overig

0

3.400

0

0

3.400

           

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

2.544

3.437

0

– 393

3.044

– Bijdrage BES-toezicht en FEC

2.544

3.437

0

– 393

3.044

           

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

400

30

0

– 10

20

– Caribean Financial Action Taskforce

20

30

0

– 10

20

– IASB

380

0

0

0

0

           

Ontvangsten

13.927

14.359

0

– 2.436

11.923

           

Bekostiging

5.184

5.184

0

– 684

4.500

– Ontvangsten muntwezen

5.184

5.184

0

– 684

4.500

– Toename munten in circulatie

0

0

0

0

0

           

Overig

8.743

9.175

0

– 1.752

7.423

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Rechtspraak financiële markten (– € 0,2 mln.)

Het jaarlijks toegekende budget voor de Accountantskamer wordt vooruit betaald. Over 2016 werd een overschot op deze vooruitbetaling gerealiseerd. Dit overschot uit 2016 leidt in 2017 tot een meevaller op de uitgaven.

Muntcirculatie (– € 2,8 mln.)

Vooral omdat voor de muntproductie minder rondellen zijn benodigd dan was voorzien, zullen de uitgaven in 2017 lager uitvallen.

Bekostiging overig (– € 0,2 mln.)

Dit betreft een overboeking aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor de bijdrage van Financiën aan het Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO)-bankenconvenant. Het totale budget komt hiermee te vervallen.

Wijzer in Geldzaken (+ € 0,2 mln.)

Dit betreft de bijdrage van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan Wijzer in Geldzaken.

Bijdrage BES-toezicht en FEC (– € 0,4 mln.)

Dit betreft een overboeking aan het Ministerie van Economische Zaken voor de bijdrage van Financiën aan het Ultimate Beneficial Owner (UBO)-register.

Ontvangsten

Ontvangsten muntwezen (– € 0,7 mln.)

Vanwege achterblijvende verkopen van speciale munten zullen de ontvangsten in 2017 lager uitvallen.

Overig (– € 1,8 mln.)

In 2017 worden naar verwachting minder Permanente-Educatie (PE)-examens Vakbekwaamheid afgelegd. Dit leidt tot een tegenvaller in de opbrengsten. De niet in 2017 afgelegde PE-examens, kunnen alsnog in de resterende PE-periode (lopend tot 1 april 2019) worden afgelegd.

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 3 (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

 

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

169.528

177.500

4.062

43.250

224.812

waarvan garantieverplichtingen:

         

– Garantie Eurofima

0

0

0

– 28.000

– 28.000

– Garantie SDU

0

0

0

– 30.000

– 30.000

           

Uitgaven

169.528

167.500

0

101.250

268.750

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

99%

99%

   

100%

           

Bijdrage aan RWT

10.096

7.500

0

600

8.100

– NLFI

10.096

7.500

0

600

8.100

           

Garantie

4.900

4.900

0

– 50

4.850

– Dotatie begrotingsreserve TenneT

4.800

4.800

0

0

4.800

– Regeling BF

100

100

0

– 50

50

           

Opdrachten

4.532

5.100

0

– 1.300

3.800

– Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

4.532

5.100

0

– 1.300

3.800

           

Vermogensverschaffing

150.000

150.000

0

0

150.000

– Kapitaalinjectie TenneT

150.000

150.000

0

0

150.000

           

Vermogensonttrekking

0

0

0

102.000

102.000

– Afdrachten Staatsloterij

0

0

0

102.000

102.000

           

Ontvangsten

1.316.590

2.380.689

2.108.415

3.069.867

7.558.971

           

Vermogensonttrekking

1.301.625

2.208.385

2.103.362

3.069.427

7.381.174

– Opbrengst verkoop vermogenstitels

0

966.760

2.203.750

2.545.103

5.715.613

– Dividend en afdrachten staatsdeelnemingen

1.232.625

1.200.625

– 99.949

422.324

1.523.000

– Afdrachten Staatsloterij

0

0

0

102.000

102.000

– Winstafdracht DNB

69.000

41.000

– 439

0

40.561

– waarvan SMP-Griekenland

54.000

54.000

0

0

54.000

– waarvan investeringsportefeuille DNB

36.000

36.000

0

0

36.000

           

Bijdrage aan RWT

9.250

7.457

0

0

7.457

– NLFI

9.250

7.457

0

0

7.457

           

Leningen

0

160.000

1.000

0

161.000

– Lening SRH

0

160.000

1.000

0

161.000

           

Garantie

5.715

4.847

4.053

434

9.334

– Premie-ontvangsten garantie Tennet

4.800

4.800

0

0

4.800

– Garantiefee Propertize

0

0

4.053

0

4.053

– Garantie overig

915

47

0

434

481

           

Opdrachten

0

0

0

6

6

– Terug te vorderen uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

0

0

0

6

6

Toelichting

Verplichtingen

Garantie Eurofima (– € 28 mln.)

De NS heeft een gedeelte van de uitstaande leningen bij Eurofima afgelost. Hierdoor wordt de garantie met ditzelfde bedrag verlaagd.

Garantie SDU (– € 30 mln.)

De garantie die is afgegeven bij de privatisering van SDU is vervallen per 1 juli 2017.

Uitgaven

NLFI (+ € 0,6 mln.)

Vanwege de verkoop van tranches aandelen ABN Amro en a.s.r. vallen de uitgaven aan uitvoeringskosten NL Financial Investments (NLFI) dit jaar hoger uit.

Regeling BF (– € 0,1 mln.)

De uitgaven aan regeling Bijzondere Financieringen (BF) zijn dit jaar lager dan geraamd.

Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen (– € 1,3 mln.)

Er zal minder worden uitgegeven aan uitvoeringskosten staatsdeelnemingen dan geraamd. Dit komt doordat een aantal opdrachten is doorgeschoven naar 2018.

Afdrachten Staatsloterij (+ € 102 mln.)

Op basis van de Wet op de Kansspelen komen de opbrengsten van de Staatsloterij toe aan de Staat. Op basis van de fusieovereenkomst met de Lotto worden deze verrekend met de afdrachten van de Lotto, waarna 63% van het totaal toekomt aan de Staat. De verrekening is opgenomen als technische post bij de uitgaven en ontvangsten. Tegenover deze uitgave staat een even grote ontvangst.

Ontvangsten

Opbrengst verkoop vermogenstitels (+ € 2.203,8 mln. + € 2.545,1 mln. = + € 4.748,9 mln.)

Vanwege de verkoop aandelen ABN Amro en a.s.r. in juni respectievelijk september 2017 is er meer opbrengst dan begroot.

Dividend staatsdeelnemingen (– € 99,9 mln. + € 422,3 mln. = + € 322,4 mln.)

De realisatie voor 2017 valt hoger uit dan geraamd. Dit is met name het gevolg van het in september van ABN Amro ontvangen interim-dividend.

Afdrachten Staatsloterij (+ € 102 mln.)

Op basis van de Wet op de Kansspelen komen de opbrengsten van de Staatsloterij toe aan de Staat. Op basis van de fusieovereenkomst met de Lotto worden deze verrekend met de afdrachten van de Lotto, waarna 63% van het totaal toekomt aan de Staat. De verrekening is opgenomen als technische post bij de uitgaven en ontvangsten. Tegenover deze ontvangst staat een even grote uitgave (zie ook de bovenstaande toelichting bij Uitgaven).

Garantiefee Propertize (+ € 4,1 mln.)

De betaling van het laatste deel van de garantiefee Propertize was hoger dan geraamd.

Garantie overig (+ € 0,4 mln.)

De premie die NS betaalt voor de staatsgarantie op de Eurofimaleningen valt in 2017 hoger uit dan begroot.

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 4 (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

 

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

983.089

14.505.261

61.085

– 235.988

14.330.358

Waarvan garantieverplichtingen:

         

– Garantie DNB inzake IMF

0

13.600.000

129.260

0

13.729.260

– Deelneming multilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen

0

0

– 77.871

0

– 77.871

– Kredieten EU-betalingsbalanssteun

– 10.000

– 10.000

10.000

0

0

– ESFM

12.000

– 12.000

12.000

0

0

– AIIB

0

0

– 12.304

0

– 12.304

           

Uitgaven

121.757

43.929

0

– 670

43.259

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

99%

99%

   

99%

           

Deelname aan internationale instellingen

57.500

42.252

0

– 593

41.659

– Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen

19.556

3.725

0

– 593

3.132

– Deelname AIIB

37.944

38.527

0

0

38.527

           

Leningen

62.580

0

0

0

0

– Uitkering aan Griekenland

62.580

0

0

0

0

           

Opdrachten

1.677

1.677

0

– 77

1.600

– Technische assistentie kiesgroeplanden

1.677

1.677

0

– 77

1.600

           

Ontvangsten

3.799

3.799

– 383

2.731

6.147

           

Deelname aan internationale organisaties

655

655

0

3.171

3.826

– Ontvangsten IFI's

655

655

0

3.171

3.826

           

Lening

3.144

3.144

– 383

– 440

2.321

– Renteontvangsten lening Griekenland

3.144

3.144

– 383

– 440

2.321

Toelichting

Verplichtingen

Garanties DNB inzake IMF (+ € 129,3 mln.)

Dit betreft een wisselkoersbijstelling van de garantieverplichting aan DNB inzake IMF.

Deelneming multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen (– € 77,9 mln.)

Op de garantieverplichtingen van de Wereldbank heeft een wisselkoersbijstelling van – € 77,9 mln. plaatsgevonden.

Kredieten EU-betalingsbalanssteun (+ € 10,0 mln.)

Op basis van de laatste voorspelling van de Bruto Nationaal Inkomen (BNI)-sleutel (4,7%) verandert het Nederlands aandeel in de Betalingsbalansfaciliteit in 2017 niet. De eerder begrote afname van het Nederlandse aandeel in de Betalingsbalansfaciliteit heeft zich daarmee niet gematerialiseerd.

EFSM (+ € 12,0 mln.)

Op basis van de laatste voorspelling van de BNI-sleutel (4,7%) verandert het Nederlands aandeel in het European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM) in 2017 niet. De eerder begrote afname van het Nederlandse aandeel in het EFSM heeft zich daarmee niet gematerialiseerd.

AIIB (– € 12,3 mln.)

Dit betreft een wisselkoersbijstelling van de garantieverplichting aan de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank (AIIB).

Uitgaven

Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen (– € 0,6 mln.)

Het betreft een technische vrijval als gevolg van een niet gerealiseerd wisselkoersverschil van de stelposten voor de kapitaalverhoging Wereldbank.

Ontvangsten

Ontvangsten Internationale Financiële instelling (IFI’s) (+ € 3,2 mln.)

De terugbetalingen van leningen door de Europese Investeringsbank (EIB) en de Wereldbank zijn hoger dan geraamd. Bij de EIB gaat het om leningen aan landen in Afrika, het Caribisch gebied, de Stille Oceaan (ACS-landen) en de Landen en Gebieden Overzee (LGO) onder het Europees ontwikkelingsfonds, in het kader van de verdragen van Lomé en Cotonou. Bij de Wereldbank gaat het om de EEC Special Action Account. In Europees Economisch Gemeenschapsverband zijn op concessionele basis via de Wereldbank speciale kredieten verstrekt aan ontwikkelingslanden, welke over een langere periode worden terugbetaald.

Renteontvangsten lening Griekenland (– € 0,4 mln. – € 0,4 mln. = – € 0,8 mln.)

De daadwerkelijk betaalde rente op basis van de Euribor is lager dan de renteramingen van het CPB. Hierdoor vallen de renteontvangsten lager uit dan begroot.

Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 5 (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

 

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

10.616.525

10.616.525

0

– 6.598.885

4.017.640

waarvan garantieverplichtingen:

         

– Exportkredietverzekeringen

10.000.000

10.000.000

0

– 6.000.000

4.000.000

– Investeringsverzekeringen

453.780

453.780

0

– 452.780

1.000

– MIGA

150.000

150.000

0

– 150.000

0

           

Uitgaven

88.145

70.745

0

3.395

74.140

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

100%

100%

   

100%

           

Garanties

75.400

58.000

0

1.575

59.575

– Schade-uitkering ekv

74.900

57.500

0

0

57.500

– Schade-uitkering investeringsverzekeringen

500

500

0

– 500

0

– Schade-uitkering Seno-Gom

0

0

0

2.075

2.075

           

Opdrachten

12.687

12.687

0

1.813

14.500

– Kostenvergoeding Atradius DSB

12.687

12.687

0

1.813

14.500

           

Overige

58

58

0

7

65

– Overige uitgaven

58

58

0

7

65

           

Ontvangsten

257.092

268.292

0

– 10.259

258.033

           

Garanties

257.092

268.292

0

– 10.259

258.033

– Premies ekv

88.800

100.000

0

0

100.000

– Premies investeringsverzekeringen

1.250

1.250

0

– 1.227

23

– Schaderestituties ekv

154.542

154.542

0

– 14.542

140.000

– Onttrekking begrotingsreserve Seno-Gom

12.500

12.500

0

0

12.500

– Schaderestituties Seno-Gom

0

0

0

5.510

5.510

Toelichting

Verplichtingen

Exportkredietverzekeringen (– € 6.000,0 mln.)

Gegeven de huidige realisatie, wordt ultimo 2017 een lagere obligobenutting verwacht.

Investeringsverzekeringen (– € 452,8 mln.)

Gegeven de huidige realisatie, wordt ultimo 2017 een lagere obligobenutting verwacht.

Schade-uitkeringMIGA (– € 150,0 mln.)

Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) is dit jaar afgeschaft en er zijn geen verplichtingen aangegaan.

Uitgaven

Schade-uitkering investeringsverzekeringen (– € 0,5 mln.)

Dit jaar is er onder de Regeling Investeringsverzekering (RIV) nog geen schade uitgekeerd. Gezien de geringe omvang van het uitstaande obligo worden in de rest van het jaar ook geen schade-uitkeringen meer verwacht.

Schade-uitkering Seno-gom (+ € 2,1 mln.)

Dit betreft schade-uitkeringen vanuit de Stichting Economische Samenwerking Nederland Oost-Europa en Garantiefaciliteit voor Opkomende Markten (Seno-gom) op transacties in onder andere Gambia en Tadzjikistan.

Atradius kostenvergoeding (+ € 1,8 mln.)

De afrekening van de definitieve vergoeding over 2016 en het positieve kasresultaat voor de Staat – waar de vergoeding van Atradius Dutch State Business (ADSB) mede van afhankelijk is – leiden tot een ramingsbijstelling.

Ontvangsten

Premies investeringsverzekeringen (– € 1,2 mln.)

Tot op heden zijn minder premies voor investeringsverzekeringen ontvangen dan verwacht waardoor de raming naar beneden wordt bijgesteld.

Schaderestituties ekv (– € 14,5 mln.)

Bij het verhalen van uitgekeerde schade op andere landen worden minder schaderestituties gerealiseerd dan geraamd.

Schaderestituties Seno-Gom (+ € 5,5 mln.)

Er zijn restituties ontvangen op transacties in onder andere Gambia en Tadzjikistan.

Artikel 6 BTW-compensatiefonds

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 6 (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

 

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

2.922.888

2.932.444

77.808

15.470

3.025.722

Waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

           

Uitgaven

2.922.888

2.932.444

77.808

15.470

3.025.722

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

100%

100%

   

100%

           

Bijdrage aan medeoverheden

2.922.888

2.932.444

77.808

15.470

3.025.722

– w.v. bijdragen aan gemeenten en kaderwetgebieden

2.540.453

2.545.686

73.020

252

2.618.958

– w.v. bijdragen aan provincies

382.435

386.758

4.788

15.218

406.764

           

Ontvangsten

2.922.888

2.932.444

77.808

15.470

3.025.722

Toelichting

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Bijdrage aan medeoverheden (+ € 77,8 mln. + € 15,5 mln.= + € 93,3 mln.)

De mutatie voor Miljoenennota betreft grotendeels de jaarlijkse bijstelling van de raming van het BTW-compensatiefonds (BCF). Het overige deel van de mutatie voor Miljoenennota en de mutaties voor de Tweede Suppletoire begroting zijn het gevolg van overhevelingen van ministeries naar decentrale overheden. Bij een decentralisatie wordt een bedrag zonder BTW in het gemeente- of provinciefonds gestort en het geraamde BTW-deel in het BCF. Gemeenten en provincies kunnen de betaalde BTW daarna weer terugvragen bij het BCF.

Artikel 7 Beheer materiële activa

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 7 (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4)=(2+3)

 

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

Verplichtingen

308

0

0

0

0

Waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

           

Uitgaven

308

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

0%

0%

   

0%

           

Opdrachten

308

0

0

0

0

– Beheerskosten DRZ

308

0

0

0

0

           

Ontvangsten

1.800

0

0

0

0

           

Programma-ontvangsten

1.800

0

0

0

0

– Vervreemding DRZ

0

0

0

0

0

Toelichting

Op dit artikel doen zich geen mutaties voor, omdat deze met ingang van 2017 op de begroting van Veiligheid & Justitie verantwoord worden in plaats van op de begroting van Financiën.

Licence