Base description which applies to whole site

Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cyber security.25 De taken worden namens de Minister uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Daarnaast is bij Koninklijk Besluit vastgelegd dat de Minister van Veiligheid en Justitie doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.26

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft op basis van de Politiewet 2012 de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en woon- en werkverblijven. De Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of het Koninklijk Huis. De Minister voor Wonen en Rijksdienst zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

Rol en verantwoordelijkheid

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cyber security en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden27.

Beleidswijzigingen

Het kabinet investeert in cyber security. Het terrein van de cybercriminaliteit is een groeiend probleem voor overheden, voor bedrijven en ook voor burgers. Zowel de veiligheid als de economische kracht zijn in het geding. Statelijke criminaliteit zal worden bestreden door een versterking van de capaciteit van het Nationaal Detectie Centrum, waar met name aanvallen op overheidsorganisaties en vitale organisaties onderkend, geanalyseerd en bestreden worden. De middelen zijn begroot op de Aanvullende Post van de Rijksbegroting.

Het Ministerie, de veiligheidsregio’s en het Veiligheidsberaad ronden in 2017 de implementatie af van de gezamenlijke doelstellingen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing op het gebied van water en evacuatie, risico- en crisisbeheersing bij stralingsincidenten en continuïteit van de samenleving. Aan de hand daarvan wordt in overleg met het Veiligheidsberaad bepaald hoe de beproefde systematiek wordt ingezet voor andere typen rampen en crises. In 2017 vindt tevens een aanpassing plaats van de regelgeving in het kader van de Wet veiligheidsregio’s, waardoor onder andere een aantal functies wordt aangepast aan de feitelijke invulling in de praktijk.

Het actieprogramma «Integrale aanpak jihadisme» om de jihadistische beweging in Nederland te bestrijden en te verzwakken en de voedingsbodem voor radicalisering weg te nemen, wordt in 2017 in het doorlopende terrorismebestrijdingsbeleid geborgd. De integrale aanpak, bestaande uit preventieve en repressieve maatregelen en beleid, wordt toegepast binnen de kaders van de medio 2016 verschenen Nationale Contraterrorisme-strategie 2016–2020.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 36.1 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen

277.987

252.427

257.893

257.413

256.159

256.159

256.159

                 

Programma-uitgaven

262.894

252.427

257.893

257.413

256.159

256.159

256.159

Waarvan juridisch verplicht

   

92%

       

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

0

321

321

321

321

321

321

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Instituut Fysieke Veiligheid

30.635

30.620

29.510

29.092

28.092

28.092

28.092

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

176.097

177.400

177.400

177.380

177.380

177.380

177.380

 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

9.992

8.213

14.737

15.090

14.836

14.836

14.836

 

Subsidies

             
 

Nederlands Rode Kruis

1.611

1.400

1.400

1.200

1.200

1.200

1.200

 

Nationaal Veiligheids Instituut

1.340

1.274

1.274

1.274

1.274

1.274

1.274

 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

10.290

2.949

2.906

3.075

3.075

3.075

3.075

 

Opdrachten

             
 

Project NL-Alert

6.693

5.948

5.948

5.948

5.948

5.948

5.948

 

Opdrachten NCSC

2.052

3.032

3.607

3.506

3.506

3.506

3.506

 

Overig terrorismebestrijding

481

0

0

0

0

0

0

 

Overig Nationale Veiligheid

9.455

9.497

9.421

9.196

9.196

9.196

9.196

                 

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

             
 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

14.248

11.773

11.369

11.331

11.331

11.331

11.331

                 

Ontvangsten

2.589

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel heeft voornamelijk betrekking op de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Veiligheidsregio’s (BDuR) en het Besluit Rijksbijdrage IFV alsmede op een doorlopende subsidieregeling en overlopende verplichtingen.

36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

Toelichting op de instrumenten

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Daarnaast wordt USAR.NL door het IFV beheerd. Dit is de Nederlandse bijstandseenheid voor het zoeken naar en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland. Het IFV ontvangt voor deze wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen IFV een lumpsumbijdrage.28

Los van de bijdragen van VenJ voor wettelijke taken verricht het IFV in opdracht van de veiligheidsregio’s gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).

Bijdrage aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):

  • de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

  • het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s wordt in overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio’s bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Vanaf 2016 zijn middelen toegevoegd in het kader van de versterking veiligheidsketen. Dit verklaart de stijging van € 9,3 mln. naar ongeveer € 14,5. Voor 2016 is echter bij eerste suppletoire begroting 2016 circa € 4,9 mln. overgeboekt naar het Gemeentefonds vanwege de gemeentelijke aanpak contra-terrorisme.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van het Ministerie van VenJ. Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.29

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Veiligheidsinstituut ontvangt subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken. Het gaat om incidentele subsidies die worden verstrekt op grond van artikel 48, lid r, van de Wet Justitiesubsidies.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het systeem voor rampen- en crisisinformatie per mobiele telefoon. De overheid alarmeert en informeert met dit systeem mensen via een bericht op hun mobiele telefoon over een acute crisis. Hierbij kunnen aan burgers verschillende handelingsperspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van VenJ financiert de jaarlijkse beheer- en exploitatiekosten voor dit systeem van onder andere de telecomproviders en tevens de kosten voor de doorontwikkeling ervan.

In 2016 is een project gestart voor de Europese doorontwikkeling van het bereik van het waarschuwingssysteem NL-Alert, met specifieke aandacht voor het bereik onder kwetsbare groepen zoals ouderen. In 2017 worden de eerste resultaten hiervan zichtbaar.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC is het centrum in Nederland waar publieke (onder andere het Ministerie van Defensie en de AIVD) en private partijen, wetenschap en onderzoeksinstellingen operationele informatie bijeen brengen rondom cyber security. Daarnaast treedt het NCSC namens de Nederlandse overheid op als Computer Emergency Response Team (CERT) en fungeert in deze hoedanigheid als Nationaal Contactpunt voor cyber security, die meldingen verwerkt en trends en ontwikkelingen op internet waarneemt. Periodiek wordt het Cyber Security Beeld Nederland opgesteld op basis waarvan beleidsvorming plaatsvindt op het gebied van cyber security.

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)

De OVV verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OVV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daarvan. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OVV worden verricht (waaronder op het terrein van lucht- en scheepvaart). De bijdrage is jaarlijks ongeveer € 11 mln.

25

De verantwoordelijkheid van de Minister is gebaseerd op de Wet veiligheidsregio’s (verantwoordelijkheid voor het stelsel van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening in de regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing), de Politiewet 2012 (bewaken en beveiligen), de Luchtvaartwet (beveiliging burgerluchtvaart) en het Koninklijk Besluit van 14 december 2005 (terrorismebestrijding).

26

Besluit van 14 december 2005, houdende tijdelijke herindeling van ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter, Stb. 2005, nr. 662.

27

Voor de meest recente versies wordt verwezen naar respectievelijk: brief integrale aanpak Jihadisme (Kamerstukken II, 2015–2016, 29 754, nr. 307); Brief dreigingsbeeld cyber security (Kamerstukken II, 2015–2016, 26 643, nr. 32), Voortgangsbrief Nationale Veiligheid (Kamerstukken II, 2015–2016, 30 821)

Licence