Base description which applies to whole site

9. Nabestaanden

Artikel

Algemene doelstelling

De overheid beschermt nabestaande partners en wezen voor zover nodig tegen de financiële gevolgen van het verlies van partner of ouders.

De overheid vindt dat mensen die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s) en die vanwege de zorg voor een kind of arbeidsongeschiktheid niet (volledig) in een eigen inkomen kunnen voorzien, verzekerd moeten zijn van financiële ondersteuning. Daarom regelt zij in deze gevallen op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) een nabestaandenuitkering voor de overblijvende partner en een wezenuitkering voor kinderen die beide ouders hebben verloren.

Inwoners van Caribisch Nederland die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s), hebben op grond van de Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) recht op een uitkering.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinancierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsregelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:

  • De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;

  • De vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderscheiden regelingen;

  • De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door de SVB;

  • De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).

Beleidswijzigingen

Er zijn in 2018 geen voornemens tot beleidswijzigingen op het terrein van nabestaanden.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 9 (x € 1.000)

Artikelonderdeel

Realisatie 2016

Raming 2017

Raming 2018

Raming 2019

Raming 2020

Raming 2021

Raming 2022

Verplichtingen

1.072

1.276

1.348

1.384

1.439

1.493

1.549

Uitgaven

1.072

1.276

1.348

1.384

1.439

1.493

1.549

waarvan juridisch verplicht (%)

   

100%

       
               

Inkomensoverdrachten

1.072

1.276

1.348

1.384

1.439

1.493

1.549

AWW (Caribisch Nederland)

1.072

1.276

1.348

1.384

1.439

1.493

1.549

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten:

Budgetflexibiliteit

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten AWW Caribisch Nederland.

Tabel 9.2 Premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 9 (x € 1.000)

Artikelonderdeel

Realisatie 2016

Raming 2017

Raming 2018

Raming 2019

Raming 2020

Raming 2021

Raming 2022

Uitgaven

424.300

388.404

369.545

356.517

348.182

344.957

343.054

               

Inkomensoverdrachten

424.300

388.404

365.607

348.210

335.344

327.740

321.467

Anw

417.300

381.761

359.272

342.117

329.417

321.944

315.789

Tegemoetkoming Anw

7.000

6.643

6.335

6.093

5.927

5.796

5.678

               

Nominaal

0

0

3.938

8.307

12.838

17.217

21.587

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

A. Inkomensoverdrachten

Toelichting op de financiële instrumenten

A1. Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) (Caribisch Nederland)

Inwoners van Caribisch Nederland die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s), hebben op grond van de AWW recht op een uitkering. De SZW-unit bij de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze regeling in Caribisch Nederland.

Budgettaire ontwikkelingen

De stijging van de uitgaven van de AWW wordt verklaard door de verhoging van de gerechtigde leeftijd van de Algemene Ouderdomsverzekering (zie ook beleidsartikel 8). Hierdoor lopen de uitkeringen van de AWW langer door.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 9.3 Kerncijfers AWW Caribisch Nederland
 

Realisatie 20161

Raming 2017

Raming 2018

Volume AWW (x 1.000 personen, ultimo)

0,3

0,3

0,3

1

SZW-unit RCN.

A2. Algemene nabestaandenwet (Anw)

De Anw is een volksverzekering en regelt, onder voorwaarden, bij overlijden een uitkering voor de partner en een wezenuitkering voor kinderen die beide ouders hebben verloren. Daarnaast ontvangt iedere Anw-gerechtigde maandelijks de Anw-tegemoetkoming. De Anw wordt door de SVB uitgevoerd.

Wie komt er voor in aanmerking?

  • Nabestaande partners komen in aanmerking voor een nabestaandenuitkering als zij jonger zijn dan de AOW-gerechtigde leeftijd, de partner op de datum van overlijden verzekerd was voor de Anw en de nabestaande:

    • één of meer kinderen onder de 18 jaar verzorgt, of;

    • voor minstens 45% arbeidsongeschikt is.

Een kind heeft recht op een wezenuitkering indien beide ouders zijn overleden. Wezen tot 16 jaar hebben altijd recht op een uitkering. De uitkering kan worden verlengd tot 18 jaar wanneer het kind bezig is een startkwalificatie te behalen of daarvan is vrijgesteld of volledig dagonderwijs volgt na het behalen van een startkwalifcatie. De wezenuitkering kan eventueel tot 21 jaar worden verstrekt wanneer de wees volledig dagonderwijs volgt of wanneer een ongehuwde wees de tijd grotendeels besteedt aan een gezamenlijke huishouding met een andere wees of voor een hulpbehoevende zorgt.

De Anw maakt geen onderscheid tussen gehuwden en mensen die ongehuwd zijn en samen een huishouding vormen. Daarom wordt gesproken van «partner». Nabestaanden die vóór 1 juli 1996 recht hadden op de voorganger van de Anw, de Algemene Weduwen- en Wezenwet, vallen onder een overgangsregeling.

Hoe hoog is de Anw?

De nabestaandenuitkering bedraagt 70% van het referentieminimumloon. Op de nabestaandenuitkering vindt inkomstenverrekening plaats. Daarbij kent de nabestaandenuitkering een vrijlating voor inkomen uit arbeid. Deze bedraagt 50% van het wettelijk minimumloon, plus eenderde deel van het meerdere inkomen. Inkomen in verband met arbeid (bijvoorbeeld WIA- of WW-uitkering) wordt geheel gekort. Eigen vermogen, de inkomsten uit dit vermogen en particuliere aanvullende nabestaandenpensioenen worden niet gekort op de nabestaandenuitkering.

Per 1 juli 2015 is voor de nabestaandenuitkering de kostendelersnorm ingevoerd. De hoogte van de uitkering wordt in jaarlijkse stappen verlaagd tot 50% van het referentieminimumloon als nabestaanden kosten delen met een of meer meerderjarige personen. In 2018 bedraagt het uitkeringspercentage voor kostendelers 55% van het referentieminimumloon.

De wezenuitkering bedraagt een percentage van het referentieminimumloon, afhankelijk van de leeftijd van de wees. De hoogte van de wezenuitkering is niet afhankelijk van het inkomen.

Nabestaanden of wezen ontvangen naast hun Anw-uitkering ook een tegemoetkoming Anw.

Tabel 9.4 Anw bruto maandbedragen (maxima), exclusief vakantietoeslag en exclusief tegemoetkoming Anw (in €)
 

1 juli 2017

Nabestaandenuitkering

1.172,78

Nabestaandenuitkering met een of meer meerderjarige medebewoners (kostendelersnorm)1

962,16

Wezenuitkering (wezen tot 10 jaar)

375,29

Wezenuitkering (wezen van 10 tot 16 jaar)

562,93

Wezenuitkering (wezen van 16 tot 21 jaar)

750,58

Tegemoetkoming Anw

16,79

1

In 2017 was het normbedrag voor kostendelers gelijk aan 60% van het referentieminimumloon.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitkeringslasten in de Anw dalen omdat de instroom van nieuwe nabestaanden in de Anw kleiner is dan de uitstroom van personen die recht hebben op de Anw en de voorganger van de huidige Anw, de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). AWW-gerechtigden stromen de komende jaren uit, voornamelijk vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. In latere jaren vlakt de daling van de Anw-uitgaven af. De voornaamste reden hiervoor is de AOW-leeftijdsverhoging, waardoor Anw-gerechtigden later uitstromen.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 9.5 Kerncijfers Anw1
   

Realisatie 2016

Raming 2017

Raming 2018

Volume Anw (x 1.000 uitkeringsjaren, jaargemiddelde)

29

28

26

Volume Anw (x 1.000 personen, jaargemiddelde)

36

33

31

       

Volume nabestaandenuitkering (x 1.000 uitkeringsjaren, jaargemiddelde), ingang recht voor 1 juli 1996

9

8

7

 

• waarvan nabestaanden met kind

02

0

0

 

• waarvan nabestaanden op grond van arbeidsongeschiktheid

92

8

7

       

Volume nabestaandenuitkering (x 1.000 uitkeringsjaren, jaargemiddelde), ingang recht na 1 juli 1996

19

18

18

 

• waarvan nabestaanden met kind

82

7

7

 

• waarvan nabestaanden op grond van arbeidsongeschiktheid

112

11

11

       

Volume wezenuitkering (x 1.000 uitkeringsjaren, jaargemiddelde)

1,3

1,3

1,3

1

SZW-berekening op basis van gegevens SVB.

2

SVB, administratie.

Handhaving

De kerncijfers op het gebied van preventie laten een stabiel beeld zien. Het aantal geconstateerde overtredingen is in 2016 gelijk gebleven, terwijl het totale benadelingsbedrag licht is gestegen. De incassoratio 2016 laat in het eerste jaar bijna een verdubbeling zien ten opzichte van de incassoratio’s van 2015 en 2014 in het eerste jaar. De incassoratio kan bij de Anw snel fluctueren doordat het volume klein is en enkele grote vorderingen een grote impact kunnen hebben.

Tabel 9.6 Kerncijfers Anw, fraude en handhaving
 

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Preventie1

     

Gepercipieerde detectiekans (%)

83

83

80

Kennis van de verplichtingen (%)

90

84

83

       

Opsporing2

     

Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)

0,1

0,1

0,1

Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln)

1,9

2,2

2,6

       

Terugvordering2

     

Incassoratio 2014 (%)

12

32

37

Incassoratio 2015 (%)

3

11

30

Incassoratio 2016 (%)

3

3

22

1

Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans 2015».

2

SVB, jaarverslag.

3

Deze cijfers komen niet voor.

Licence