Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4. De beleidsartikelen

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

(Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting 2019

Stand 1e suppletoire begroting

ISB

Stand 1e suppletoire begroting plus ISB

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

VERPLICHTINGEN

745.594

845.622

14.000

859.622

23.921

– 62.741

820.802

Waarvan garantieverplichtingen

124.627

174.627

 

174.627

 

– 54.000

120.627

Waarvan overige verplichtingen

620.967

670.995

14.000

684.995

23.921

– 8.741

700.175

               

UITGAVEN

646.620

748.311

14.000

762.311

20.861

– 28.007

755.165

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

97%

97%

         
               

Subsidies

102.869

132.404

14.000

146.404

5.591

– 11.443

140.552

Agrarisch ondernemerschap

5.318

5.318

0

5.318

121

393

5.832

Duurzame veehouderij

110

2.010

10.000

12.010

– 1.900

– 9.500

610

Plantaardige productie

12.647

14.147

4.000

18.147

0

– 6.115

12.032

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

79.439

100.574

0

100.574

5.526

2.072

108.172

Visserij

0

5.000

0

5.000

– 39

– 1.530

3.431

Europees fonds voor maritieme zaken en visserij

5.355

5.355

0

5.355

1.883

– 4.839

2.399

Storting begrotingsreserve landbouw

0

0

0

0

0

0

0

Storting begrotingsreserve apurement

0

0

0

0

0

5.000

5.000

Storting begrotingsreserve visserij

0

0

0

0

0

3.076

3.076

Garanties

6.752

56.752

0

56.752

0

– 4.000

52.752

Bijdrage borgstelling vermogensversterkende kredieten

3.627

53.627

0

53.627

0

– 4.375

49.252

Verliesdeclaraties Borgstellingsfaciliteit

3.125

3.125

0

3.125

0

375

3.500

               

Opdrachten

91.493

78.806

0

78.806

– 5.491

– 18.182

55.133

Agrarisch ondernemerschap

3.682

3.682

0

3.682

– 659

1.323

4.346

Duurzame veehouderij

14.322

14.361

0

14.361

– 3.303

– 6.588

4.470

Plantaardige productie

8.767

9.133

0

9.133

– 2.437

40

6.736

Mestbeleid

13.081

12.986

0

12.986

0

– 7.870

5.116

Visserij

70

370

0

370

0

416

786

Integraal voedselbeleid

21.950

6.232

0

6.232

847

65

7.144

Plantgezondheid

5.138

5.138

0

5.138

1.118

– 328

5.928

Diergezondheid, dierenwelzijn en antibiotica

10.128

11.201

0

11.201

– 51

– 1.502

9.648

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

11.401

12.755

0

12.755

– 1.059

– 2.847

8.849

Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

2.954

2.948

0

2.948

53

– 891

2.110

               

Bijdragen aan agentschappen

329.100

367.859

0

367.859

17.292

11.484

396.635

Rijksrederij

7.686

7.686

0

7.686

641

724

9.051

RIVM

5.760

7.878

0

7.878

149

9

8.036

Bijdrage NVWA

168.767

189.467

0

189.467

12.607

2.272

204.346

Bijdrage RVO

146.887

162.828

0

162.828

3.895

8.479

175.202

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

101.755

96.852

0

96.852

3.369

– 5.662

94.559

College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden

1.291

2.489

0

2.489

37

– 24

2.502

Centrale Commissie Dierproeven

750

– 637

0

– 637

637

0

0

Wageningen Research

92.660

92.485

0

92.485

2.484

– 3.778

91.191

Zon/Mw dierproeven

1.876

1.311

0

1.311

43

– 1.354

0

Medebewind/voormalige productschappen

5.178

1.204

0

1.204

168

– 506

866

               

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

10.264

11.251

0

11.251

0

– 4

11.247

FAO en overige contributies

10.264

11.251

0

11.251

0

– 4

11.247

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

4.387

4.387

0

4.387

100

– 200

4.287

Diergezondheidsfonds

4.387

4.387

0

4.387

100

– 200

4.287

               

ONTVANGSTEN

39.950

55.904

0

55.904

7.263

14.544

77.711

Agrarisch ondernemerschap

245

245

0

245

0

755

1.000

Agroketens

0

6.900

0

6.900

0

644

7.544

Agrarische innovatie en overig

0

0

0

0

0

35

35

Mestbeleid

7.209

7.209

0

7.209

0

5.091

12.300

Visserij

6.993

7.993

0

7.993

7.263

– 1.980

13.276

Garanties

2.925

2.925

0

2.925

0

– 1.025

1.900

Plant- en diergezondheid

0

5.200

0

5.200

0

– 100

5.100

Diergezondheid en dierenwelzijn

1.000

1.888

0

1.888

0

2.442

4.330

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

12.157

13.723

0

13.723

0

924

14.647

Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

5.926

5.926

0

5.926

0

– 2.463

3.463

Agentschappen

0

0

0

0

0

7.625

7.625

ZBO/RWT’s

0

0

0

0

0

2.300

2.300

Onttrekkingen begrotingsreserves

3.495

3.895

0

3.895

0

296

4.191

Toelichting op de verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met € 38,8 mln. wordt met name veroorzaakt door een verlaging van de garantieverplichtingen. Dit wordt veroorzaakt door een verlaging van het verplichtingenbudget in het kader van de Borgstelling MKB Landbouw (BL). Dit komt omdat het aantal garanties dat dit jaar zal worden verstrekt lager is dan het garantieplafond.

Toelichting op de uitgaven

Subsidies

Duurzame veehouderij

De verlaging van het subsidiebudget met € 11,4 mln. met betrekking tot de duurzame veehouderij wordt met name veroorzaakt door Urgenda middelen die in 2019 niet tot uitgaven leiden. In het kader van de Urgenda uitspraak is door het kabinet besloten om voor de warme sanering van de varkenshouderij extra middelen ter beschikking te stellen. De € 10 mln. die hiervoor beschikbaar wordt gesteld aan de gemeenten waarin saneringsproblematiek speelt, zal dit jaar niet tot besteding komen omdat hierover nog afspraken moeten worden gemaakt. De middelen die hierdoor dit jaar niet nodig zijn worden gestort in de begrotingsreserve maatregelen CO2-reductie op de begroting van EZK. Zo blijven deze middelen ook in 2020 voor deze doeleinden beschikbaar.

Plantaardige productie

Het subsidiebudget voor plantaardige productie wordt verlaagd met € 6,1 mln. opgehoogd. Het beroep op de regeling energie-efficiëntie glastuinbouw (EG) is lager dan verwacht. De middelen (€ 2,5 mln.) die hierdoor dit jaar niet tot besteding komen worden gestort in de begrotingsreserve maatregelen CO2-reductie op de begroting van EZK. Zo blijven deze middelen ook in 2020 voor deze doeleinden beschikbaar. Daarnaast wordt het subsidiebudget verlaagd met € 3,6 mln. omdat het beroep op de subsidieregeling Marktintroductie Energie-Innovaties (MEI) glastuinbouw lager is dan aanvankelijk aangenomen.

Kennisontwikkeling en innovatie

De verhoging van het budget ten opzichte van de 1e suppletoire begroting met € 7,6 mln. wordt met name veroorzaakt door een aantal herschikkingen binnen artikel 11. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om een overheveling vanuit het opdrachtenbudget voor duurzame veehouderij van € 3,1 mln. voor onderzoek en pilots in het kader van slimmer landgebruik (bodemkoolstof). Vanuit hetzelfde opdrachtenbudget duurzame veehouderij wordt € 2,1 mln. overgeheveld voor de uitvoering van het Programma veehouderij. Vanuit het opdrachtenbudget voor plantaardige productie wordt € 2 mln. overgeboekt voor verschillende projecten in het kader van de energietransitie in de glastuinbouw (Kas als Energiebron). Daarnaast worden Groenpact-middelen overgeheveld (€ –6,5 mln.) naar het Ministerie van OCW. Specifiek gaat het om het programma Praktijkgericht Onderzoek voor Voedsel en Groen. Dit programma betreft een thematische samenwerking tussen LNV, het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA en groene hogescholen met betrekking tot grote maatschappelijke opgaven op het vlak van voedsel, kringlooplandbouw en klimaatopgaven.

Storting begrotingsreserve apurement

Er wordt € 5 mln. in de reserve apurement gestort, ter compensatie van eerdere uitnames.

De reserve apurement is bestemd voor het betalen van financiële correcties die door de Europese Commissie worden opgelegd- als de uitvoering van het EU-beleid niet conform de gestelde voorschriften is.

Opdrachten

Duurzame veehouderij

De verlaging van het opdrachtenbudget voor de duurzame veehouderij ten opzichte van de eerste suppletoire begroting bedraagt € 9,9 mln. Dit wordt met name veroorzaakt door een aantal herschikkingen binnen artikel 11. Het betreft onder meer een overheveling naar het subsidiebudget Kennisontwikkeling en innovatie ten behoeve van verschillende klimaatprojecten (€ 5,3 mln.). Daarnaast is er vertraging opgetreden in de besteding van de klimaatmiddelen bodem waardoor deze niet meer tot uitgaven leiden in 2019 (€ 2 mln.). Ook wordt het budget verlaagd door middel van een kasschuif van € 2,7 mln. naar 2020 voor uitgaven aan jaarrondmetingen die gebruikt worden voor de bepaling van seizoensinvloeden op emissies. Tot slot wordt het budget met € 0,7 mln. verhoogd om het eigen vermogen van Skal te versterken. Dit moet de continuïteit van Skal waarborgen en tegelijkertijd investeringsruimte bieden binnen een steeds complexere en relatief snel groeiende diverse biologische markt. Van Skal wordt gevraagd om uit te gaan van een gematigd tarievenbeleid, het risico op financiële tegenvallers te beperken en de egalisatiereserve te versterken.

Plantaardige productie

Het opdrachtenbudget voor plantaardige productie wordt ten opzichte van de eerste suppletoire begroting verlaagd met € 2,4 mln. Dit is met name het gevolg van het overhevelen van middelen voor het programma Kas als Energiebron naar het subsidiebudget voor kennisontwikkeling en innovatie, omdat deze projecten door Wageningen Research worden uitgevoerd.

Mestbeleid

De verlaging van het budget voor het mestbeleid ten opzichte van de eerste suppletoire begroting met € 7,8 mln. wordt veroorzaakt door een aantal herschikkingen binnen artikel 11. Het betreft onder meer middelen die worden overgeheveld naar Bijdragen aan agentschappen in verband met uitvoerings- en handhavingskosten van het 6e actieprogramma nitraatrichtlijn van zowel NVWA als RVO (€ 5,7 mln.) en de uitvoeringskosten van RVO voor het fosfaatrechtenstelsel (€ 1,8 mln.). De werkzaamheden voor het 6e actieprogramma nitraatrichtlijn hebben met name betrekking op slimme ICT-toepassingen, maatwerksamenwerking in de regio en professionalisering van de export van mest. De uitvoeringkosten voor het fosfaatrechtenstelsel, en in mindere mate ook die van het fosfaatreductieplan, vallen hoger uit dan eerder verwacht. Dit komt hoofdzakelijk door het grote aantal juridische procedures over het fosfaatrechtenstelsel en de werkzaamheden rondom vergunning en handhaving van dit stelsel.

Bijdrage aan agentschappen

NVWA

Het budget ten opzichte van de eerste suppletoire begroting wordt per saldo met € 14,9 mln. verhoogd. Dit wordt allereerst veroorzaakt door een aantal herschikkingen binnen artikel 11, waaronder de eerder genoemde middelen inzake het 6e actieprogramma nitraatrichtlijn (zie het opdrachtenbudget mestbeleid) (€ 2,1 mln.). Daarnaast wordt de NVWA gecompenseerd voor de hogere uitgaven aan de invoering van Cloud-werkplekken (€ 3,1 mln.).

Verder ontvangt LNV middelen van het Ministerie van VWS voor ICT-kosten die buiten de NVWA-kostprijs worden gehouden (€ 3,8 mln.). Aan loon- en prijsbijstelling is in totaal € 4,6 mln. aan het budget toegevoegd. De NVWA ontvangt een bijdrage voor de kosten die samenhangen met de herbezinningsopgave die voortvloeit uit het stopzetten van Inspect (€ 3 mln.). De belangrijkste componenten van deze kosten zijn uitgaven aan externe inhuur, externe onderzoeken en uitgaven voor het bouwen van een integraal NVWA dashboard voor meldingen. Daarnaast wordt de NVWA gecompenseerd (€ 3,6 mln.) voor onder andere het terugdraaien van de eerder opgelegde frictiekorting en een hogere BTW compensatie. Ook zijn er extra kosten als gevolg van noodzakelijke verbetermaatregelen die de NVWA heeft getroffen naar aanleiding van het 2-Solve rapport over misstanden in de kleine- en middelgrote slachthuizen in Noord-Nederland (€ 1,6 mln.). Het budget wordt daarnaast met € 6,9 mln. verlaagd, met name als gevolg van middelen die in 2019 voor de NVWA beschikbaar zijn gesteld om de gevolgen van de Brexit op te vangen (€ 6 mln.). Gelet op recente ontwikkelingen wordt verwacht dat deze middelen in 2019 niet nodig zijn.

RVO

De verhoging van het budget voor de RVO ten opzichte van de eerste suppletoire begroting met € 12,4 mln. wordt met name veroorzaakt door een aantal herschikkingen binnen artikel 11, waaronder de eerder genoemde middelen inzake het 6e actieprogramma nitraatrichtlijn (€ 3,6 mln.) en uitvoeringskosten voor het fosfaatrechtenstelsel (€ 1,8 mln.) (zie mestbeleid). Daarnaast worden de middelen die gereserveerd zijn voor de implementatie van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) overgeheveld van artikel 51 «Nog onverdeeld» naar de bijdrage RVO (€ 7,1 mln.). Ten slotte is de loon- en prijsbijstelling aan het budget toegevoegd (€ 3,2 mln.).

Toelichting op de ontvangsten

Mestbeleid

De ontvangsten in het kader van het mestbeleid vallen € 5,1 mln. hoger uit. Dit komt doordat er vorig jaar vertraging is opgetreden bij het versturen van facturen voor individuele veehouders die gebruik maken van de derogatie. Dit heeft als gevolg dat er in 2019 voor zowel het jaar 2018 als 2019 derogatieontvangsten zullen volgen.

Visserij

De ontvangsten voor visserij vallen per saldo € 5,1 mln. hoger uit dan voorzien. Als gevolg van een technische correctie op de 1e suppletoire begroting nemen de ontvangsten toe met € 7,2 mln. Daarnaast vallen de ontvangsten € 2 mln. lager uit vanwege minder inkomsten uit de verhuur van mossel- en oesterpercelen en visrechtenverhuur op de binnenwateren.

Agentschappen

Door een verrekening van de LNV opdracht 2018 aan RVO vallen de ontvangsten € 7,6 mln. hoger uit. Dit is met name ontstaan door efficiencyvoordelen en het uitvoeren van minder werk dan aanvankelijk geraamd.

Toelichting op de begrotingsreserves

Begrotingsreserve Landbouw

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2019

25.367

+ Geraamde storting

– Geraamde onttrekking

896

Stand (raming) per 31/12/2019

24.471

De geraamde onttrekking wordt gedaan om uitgaven voor verplichtingen die eerder zijn aangegaan, te kunnen doen. Aanvullend op de raming in de eerste suppletoire begroting wordt er ook € 0,4 mln. geraamd voor de dekking van subsidies met betrekking tot de sloop- en ombouwregeling in het kader van het flankerend beleid pelsdierhouderij.

Begrotingsreserve Visserij

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2019

20.777

+ Geraamde storting

3.076

– Geraamde onttrekking

Stand (raming) per 31/12/2019

23.853

De storting is het niet-bestede deel van de nationale cofinanciering voor de regelingen van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij 2014–2020 die niet tot besteding komen, die door de storting behouden blijft voor toekomstige uitgaven.

Begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2019

16.758

+ Geraamde storting

49.162

– Geraamde onttrekking

195

Stand (raming) per 31/12/2019

65.725

Uit de Regeerakkoord envelop Bedrijfsopvolging agrarische sector (in totaal € 75 mln.) is in 2019 € 50 mln. toegevoegd aan de begroting van LNV ten behoeve van de borgstelling vermogensversterkende kredieten, een aparte module binnen de Borgstelling MKB-landbouwkredieten (BL) en voor een opleidings- en coachingstraject. Met deze middelen wordt invulling wordt gegeven aan de maatregel uit het Regeerakkoord met betrekking tot het stimuleren van bedrijfsovernames door jonge boeren (zie TK 35 000 XIV, nr. 70). De geraamde storting betreft voor € 45,9 mln. de middelen voor de borgstelling vermogensversterkende kredieten die dit jaar nog niet tot besteding leiden. De overige € 3,2 mln. betreft de jaarlijkse storting voor de «reguliere» Borgstelling MKB-landbouwkredieten (BL). De onttrekking wordt gedaan voor de geraamde verliesdeclaraties eveneens voor de reguliere BL.

Begrotingsreserve Apurement

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2019

92.307

+ Geraamde storting

5.000

– Geraamde onttrekking

3.100

Stand (raming) per 31/12/2019

94.207

De reserve apurement is bestemd voor het betalen van financiële correcties die door de Europese Commissie worden opgelegd- als de uitvoering van het EU-beleid niet conform de gestelde voorschriften is. Voor het compenseren van correcties, wordt het budget voor de storting met € 5 mln. opgehoogd. De onttrekking betreft geraamde uitgaven aan opgelegde correcties.

Budgettaire gevolgen van beleid,

Beleidsartikel 12 Natuur en biodiversiteit

(Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting 2019

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

VERPLICHTINGEN

113.864

110.333

– 170

526.756

636.919

Waarvan garantieverplichtingen

0

0

     

Waarvan overige verplichtingen

113.864

110.333

– 170

526.756

636.919

           

UITGAVEN

128.010

122.818

190

526.963

649.971

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

90%

90%

     
           

Subsidies

2.515

2.515

51

33.262

35.828

Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit

1.037

1.037

24

– 61

1.000

Natuur en biodiversiteit op land

693

693

9

86

788

Beheer Kroondomein

785

785

18

– 13

790

Regio Deal

0

0

0

33.250

33.250

           

Leningen

27.345

27.345

– 1.000

0

26.345

Rente en aflossingen voor bestaande leningen (EHS & PNB)

27.345

27.345

– 1.000

 

26.345

           

Opdrachten

42.364

35.241

– 224

– 4.816

30.201

Natuur en Biodiversiteit Grote wateren

11.311

11.001

– 249

– 2.461

8.291

Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit

5.859

3.934

– 123

10

3.821

Overige stelselactiviteiten

1.599

3.275

– 108

620

3.787

Internationale Samenwerking

3.715

3.335

0

– 512

2.823

Natuur en Biodiversiteit op land

10.961

10.877

89

– 2.004

8.962

Caribisch Nederland

419

1.719

450

– 369

1.800

Klimaatimpuls natuur en biodiversiteit

8.500

200

0

300

500

Regio Deals

 

900

– 283

– 400

217

           

Bijdragen aan agentschappen

27.893

29.123

711

– 3.243

26.591

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

18.336

18.336

1.6811

– 511

19.506

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

9.557

10.787

– 9701

– 2.732

7.085

           

Bijdragen ZBO’s/RWT’s

26.505

26.625

652

668

27.945

Staatsbosbeheer

26.505

26.625

652

668

27.945

           

Bijdragen aan medeoverheden

200

200

0

1.500

1.700

Caribisch Nederland

200

200

0

1.500

1.700

           

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.188

1.769

0

– 408

1.361

Contributies

1.188

1.769

0

– 408

1.361

           

Storting begrotingsreserves

     

500.000

500.000

Begrotingsreserve stikstof

0

0

0

500.000

500.000

           

ONTVANGSTEN

45.861

46.660

– 735

– 3.386

42.539

Landinrichtingsrente

34.940

35.940

– 1.000

0

34.940

Verkoop gronden

5.000

5.000

0

0

5.000

Overige

5.921

5.720

265

– 3.386

2.599

1

In de 1e suppletoire is per abuis het budget voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit opgehoogd. Dit terwijl het budget van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opgehoogd had moeten worden. Dit is gecorrigeerd in de Miljoenennota 2020.

Toelichting op de uitgaven en verplichtingen

Subsidies

Regiodeal

Vanuit het Regeerakkoord zijn middelen ter beschikking gesteld voor regionale opgaven via de Regio Deals. De verhoging van dit subsidiebudget met € 33,2 mln betreft het tweede voorschot van de 2e tranche voor een Regio Deal met Rotterdam-Zuid ten behoeve van het uitvoeringsprogramma Rotterdam-Zuid. Met de uitvoering van een samenhangend pakket van maatregelen, gericht op onderwijs(achterstanden), werk(loosheid), wonen (verpaupering en verduurzaming), (on)veiligheid/ondermijnende criminaliteit en cultuur wordt getracht om Rotterdam Zuid in de periode tot 2030 vanuit een forse achterstandspositie naar het gemiddelde niveau van de G4 te krijgen.

Opdrachten

Natuur en biodiversiteit grote wateren

De verlaging van het budget met € 2,7 mln. wordt voor een deel veroorzaakt door het overhevelen van middelen naar andere begrotingshoofdstukken (€ 0,8 mln.). Het betreft onder meer een overheveling naar het Ministerie van IenW in verband met uitgaven voor de Kaderrichtlijn Marien (€ 0,5 mln.). Ook wordt € 0,4 mln. overgeheveld naar artikel 11 voor een bijdrage aan Wageningen Research met betrekking tot onderzoek naar de bruinvis. Tot slot zijn enkele deelprojecten vertraagd in de uitvoering waardoor er minder is gerealiseerd dan de oorspronkelijke raming.

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit

De verlaging van het budget van € 2,4 mln. komt met name doordat de uitgaven ten behoeve van activiteiten binnen het natuur-domein bij de NVWA lager uitvallen dan eerder geraamd.

Storting begrotingsreserves

Begrotingsreserve stikstof

Het budget voor de storting in de begrotingsreserve stikstof wordt verhoogd met € 500 mln. Bij de toelichting op de begrotingsreserves wordt deze reserve toegelicht.

Toelichting op de ontvangsten

Overige ontvangsten

De ontvangsten vallen € 3,1 mln. lager uit dan begroot, met name door het vervallen van opbrengsten van taken die gedecentraliseerd zijn naar de provincies, zoals het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP2).

Toelichting op de begrotingsreserves

Begrotingsreserve stikstof

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2019

0

+ Geraamde storting

500.000

– Geraamde onttrekking

0

Stand (raming) per 31/12/2019

500.000

Het kabinet zal mogelijk bron- en natuurherstelmaatregelen nemen om reductie van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden te realiseren. Omdat de aard en timing van de eventuele aanvullende maatregelen nog onzeker is, heeft het kabinet besloten om voor deze eventuele maatregelen een tijdelijke begrotingsreserve in te stellen. De reserve loopt tot en met 2021. De reserve wordt in 2019 eenmalig gevuld met € 500 mln. Het Ministerie van LNV coördineert de set aan maatregelen om stikstof te reduceren.

Licence