Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2021 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Art.

Uitgaven

Ontvangsten

Vastgestelde begroting 2021

 

13.804

13.804,4

    

Belangrijkste suppletoire mutaties

   

1. Saldo 2021

divers

‒ 207,6

‒ 207,6

2. Bijdragen derden

divers

138,5

138,5

3. Programma actualisaties

divers

‒ 99,6

‒ 99,6

4. Kasschuif generale beeld

12/13/15/17/19

768,0

768,0

5. Overboekingen HXII

divers

‒ 56,6

‒ 56,6

6. Overboekingen andere begrotingen

divers

9,6

9,6

7. RWS COVID-gerelateerde meerkosten

20/19

22,5

22,5

8. Pakket Zeeland

20/19

5,0

5,0

9. Walstroom zeevaart

15/19

4,0

4,0

    

Overige mutaties

   

Stand 1e suppletoire begroting 2020

 

14.388,2

14.388,2

Toelichting

  • Saldo 2020

    De begroting van het Infrastructuurfonds vertoont over het jaar 2020 een nadelig saldo van € 279,9 miljoen. Dit saldo wordt gevormd door de saldering van de in dat jaar gerealiseerde uitgaven en ontvangsten. Het nadelig saldo wordt in 2021 als verlaging van de ontvangsten geboekt op het artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen. In dit wetsvoorstel is naast deze ontvangstenverhoging ook het volledige nadelig saldo op de juiste uitgaven- en ontvangstenartikelen (producten) begrotingstechnisch verwerkt.

  • Bijdragen derden

    In 2021 wordt aan verschillende projecten binnen het Infrastructuurfonds een bijdrage van derden toegevoegd (€ 138,5 miljoen). Grootste toevoegingen zijn de bijdrage aan het hoofdwegennet (€ 128 miljoen) en een bijdrage aan het spoor BOV (€ 3,6 miljoen). Zie de artikelsgewijze toelichting voor de nadere verwerking van de bijdragen derden.

  • Programma actualisaties

    In 2021 zijn zowel de uitgavenramingen als de ontvangstenramingen geactualiseerd. In totaal schuift € 99,6 miljoen ontvangsten door naar latere jaren. De voornaamste schuif vindt plaats op de kasreeksen voor de N33 (€ 44,6 miljoen) en verscheidene schuiven op het hoofdvaarwegennet (€ 51,4 miljoen). In de artikelsgewijze toelichting zullen de actualisaties van de ramingen nader toegelicht worden.

  • Kasschuif generale beeld

    Op het Infrastructuurfonds is een kasversnelling via het generale beeld doorgevoerd. Deze kasschuif heeft een meerjarige doorwerking en sluit voor alle modaliteiten over de meerjarenperiode op nul. Met behulp van deze kasschuif is de overprogrammering in 2021 teruggebracht tot een beheersbaar niveau van € 442 miljoen.

  • Overboekingen HXII

    Voor de uitvoering van verschillende programma's is in totaal € 56,6 miljoen overgeboekt naar Hoofdstuk XII van de rijksbegroting, de beleidsbegroting van IenW. Voorbeelden zijn Dekking voor vervolg Topsector Logistiek (€ 3,2 miljoen) overboekingen voor de BDU in het kader van het programma Smartwayz (€ 3,7 miljoen).

  • Overboekingen andere begrotingen

    Dit betreft de overboekingen van en naar andere begrotingshoofdstukken binnen de Rijksbegroting (€ 9,6 miljoen). Het gaat voornamelijk om overboekingen naar het Ministerie van Defensie voor de Kustwacht (- € 1,6 miljoen) en overboekingen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor Maritiem Informatievoorziening Servicepunt (€ 7,6 miljoen).

  • RWS COVID-gerelateerde meerkosten

    Dit betreft de compensatie voor COVID-gerelateerde meerkosten voor projecten bij RWS (€ 22,5 miljoen).

  • Compensatiepakket Zeeland

    Als onderdeel van het Compensatiepakket Zeeland voor de Marinierskazerne wordt € 5 miljoen overgeboekt voor de ontwikkeling van de stationsomgeving Vlissingen naar het Infrastructuurfonds.

  • Walstroom zeevaart

    Ten behoeve van de uitvoering van de maatregel walstroom zeevaart wordt € 4 miljoen overgeboekt naar het Infrastructuurfonds.

Licence