Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

6. Raad voor de rechtspraak

In de meerjarenbegroting geeft de Rechtspraak aan welke activiteiten zij in de jaren 2020-2024 wil verrichten en welke middelen daarvoor nodig zijn. Sinds 2020 wordt de bekostiging van de Rechtspraak gebaseerd op een lumpsum bijdrage voor de vaste kosten, naast een productiegerelateerde bijdrage.

Beleidsmatige ontwikkelingen 

Op het hoogtepunt van de coronacrisis gingen de meest urgente zaken door. Zij konden weliswaar vaak fysiek niet doorgaan, maar er zijn andere mogelijkheden gevonden om deze meest urgente zaken toch te behandelen.

Ook tijdens de coronacrisis heeft altijd centraal gestaan dat de samenleving zo goed mogelijk bediend moest worden. Een goed voorbeeld hiervan zijn de afspraken die zijn gemaakt om de opgelopen achterstanden binnen het strafrecht weg te werken. Rechtbanken en gerechtshoven gaan tijdelijk meer strafzaken enkelvoudig afdoen, rechters en raadsheren boven de leeftijdsgrens van 70 gaan ook weer zaken behandelen en de openingstijden van gerechtsgebouwen worden waar nodig verruimd.

Met de Raad voor de rechtspraak is afgesproken dat voor 2020 als gevolg van COVID-19 de zogenoemde hardheidsclausule van toepassing wordt verklaard. Dit houdt in dat hoewel er minder zaken worden afgehandeld dan afgesproken, de Raad geen storting in de egalisatierekening hoeft te doen en het budget van de Rechtspraak ongewijzigd blijft. Ook in 2021 is het denkbaar dat sprake zal zijn van directe gevolgen van COVID-19 voor de productie van de Rechtspraak.

De Rechtspraak brengt zo goed mogelijk in kaart wat extra nodig is om de opgelopen achterstanden als gevolg van de coronacrisis in de andere rechtsgebieden dan straf zo snel mogelijk af te handelen. Waar mogelijk zal hierbij gebruik worden gemaakt van de inzichten uit het programma Tijdige rechtspraak. Aangezien de PMJ-raming nog van voor de coronacrisis dateert, zullen in het najaar van 2020 de huidige prognoses voor 2021 en latere jaren worden aangepast, inclusief de gestegen werkvoorraden door de coronacrisis. Het ministerie en de Raad zijn hierover in overleg.

De Rechtspraak staat ten dienste van de samenleving en legt zich in deze rol ook in 2021 toe op onafhankelijke, onpartijdige, integere en professionele rechtspraak. Daarbij sluit zij nauw aan bij behoeften van rechtzoekenden en de samenleving.

In 2021 legt de Rechtspraak extra nadruk op een aantal thema’s om haar rol in de samenleving te kunnen blijven vervullen. Zo pakt de Rechtspraak te lange doorlooptijden aan en biedt zij rechtzoekenden daarover sneller duidelijkheid. De digitale toegang tot de rechter wordt verbeterd. Ook wordt de rechtspraak effectiever ingezet: dicht bij de mensen die om een oordeel van de rechter vragen. Om de kwaliteit van het rechtspreken hoog te houden, wordt ook ingezet op organisatorische verbeteringen, zoals de versterking van het personeelsbeleid en verbetering van de besturing. Innovatie krijgt speciale aandacht en digitale toepassingen moeten onderlinge samenwerking verbeteren.

Dit begrotingsvoorstel beschrijft de beleidsdoelen die de Rechtspraak heeft geformuleerd op basis van bestuurlijke afspraken. Deze betreffen de afspraken uit het prijsakkoord die met de Minister voor Rechtsbescherming zijn gemaakt voor de periode 2020-2022. Daarnaast is het beleid van de Rechtspraak gebaseerd op de Agenda van de Rechtspraak en mede tot stand gekomen op basis van de visitatie door een onafhankelijke commissie van de gerechten in 2018.

6.1 Beleidsdoelen van de Rechtspraak

De Raad voor de rechtspraak en de presidenten van de gerechten werken in 2021 gezamenlijk aan het behalen van doelen op de volgende beleidsthema’s zoals die zijn vastgelegd in de Uitvoeringsagenda 2020-2022:

  • Verbetering van doorlooptijden en het wegwerken van achterstanden;

  • Versterking van personeelsbeleid, waaronder gerechtsoverstijgende personeelsplanning;

  • Een effectievere organisatie (-cultuur);

  • Verbetering van de informatievoorziening.

Hieronder volgt een nadere toelichting per beleidsthema.

1. Verbetering van doorlooptijden en het wegwerken van achterstanden

De doorlooptijden van procedures en de voorspelbaarheid ervan voor rechtzoekenden verdienen verbetering. In 2018 werd daarom gestart met een project dat zich richtte op deze doelstelling. Dat resulteerde eind 2019 in de formulering van standaarden voor doorlooptijden. Met deze standaarden is per zaaksoort bepaald hoe lang een stap in een rechtszaak mag duren. Op deze manier hebben rechters meer handvatten voor doorlooptijdverkorting en weten rechtzoekenden beter waar zij aan toe zijn. In tabel 81 zijn nieuwe standaarden voor doorlooptijden opgenomen.

Nu is het zaak om die geformuleerde standaarden ook te gaan naleven. Onder de noemer Tijdige rechtspraak werken de gerechten in 2021 verder aan het wegwerken van achterstanden, het slimmer roosteren en het plannen en vergroten van voorspelbaarheid van het moment waarop uitspraak wordt gedaan door bijvoorbeeld betere communicatie met partijen. Daarbij werken de gerechten samen met ketenpartners en andere partijen die invloed kunnen hebben op doorlooptijden. Daarnaast worden aanvullende maatregelen om doorlooptijden nog verder te verbeteren onderzocht, uitgewerkt en waar mogelijk toegepast.

Voor het wegwerken van (corona)achterstanden in de strafketen zijn afzonderlijke afspraken gemaakt. Ook voor de andere rechtsgebieden worden achterstanden als gevolg van de coronacrisis geïnventariseerd en worden plannen gemaakt om ze weg te werken.

2. Versterking van personeelsbeleid, waaronder gerechtsoverstijgende personeelsplanning

Om de kwaliteit van het rechtspreken hoog te houden en alle rechtszaken de komende jaren te kunnen blijven behandelen, is het belangrijk dat de capaciteit en deskundigheid zowel Rechtspraakbreed als op het niveau van individuele gerechten structureel op orde worden gehouden. De Rechtspraak zet daarom in op gerechtsoverstijgende personeelsplanning, met als doel inzicht te verwerven in de samenstelling van het personeelsbestand en de meerjarige personeelsbehoefte. Op die manier kan de Rechtspraak de komende jaren aan haar maatschappelijke opdracht blijven voldoen. Om te komen tot een optimale inzet van capaciteit, kunde en expertise, werkt de Rechtspraak over gerechtsgrenzen heen. Zij gaat ook een brede analyse uitvoeren van organisatorische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de vraag naar rechters en (juridisch) medewerkers.

De Rechtspraak wil een aantrekkelijke werkgever blijven. Zij heeft daarbij te maken met personele uitdagingen als gevolg van demografische en in- en externe ontwikkelingen. De laatste zijn een verwachte uitstroom als gevolg van natuurlijk verloop, werken conform de professionele standaarden en het beheersen van de werkdruk. Daarnaast is de arbeidsmarkt volop in beweging en veranderen werving en selectie. Daarom zal de Rechtspraak zich met een gemoderniseerde strategie herpositioneren op de arbeidsmarkt. De communicatie-uitingen op de arbeidsmarkt worden hierop aangepast.

Ook spant de Rechtspraak zich de komende jaren in voor de loopbaanontwikkeling van gerechtsambtenaren. Juridisch medewerkers, administratief medewerkers en medewerkers bedrijfsvoering zijn van essentieel belang voor het functioneren van de Rechtspraak. Het is zaak dat deze functiegroepen duurzaam inzetbaar zijn en blijven in een veranderende organisatie en omgeving.

Vanaf het najaar van 2020 zullen gepensioneerde rechters tot 73 jaar worden ingezet bij het wegwerken van de door de coronacrisis ontstane achterstanden. De spoedwet waarin tijdelijk mogelijk wordt gemaakt dat rechters en raadsheren opnieuw worden benoemd tot plaatsvervanger na het bereiken van de leeftijd van 70 jaar, is op 15 juli jl. in werking getreden.

3. Een effectievere organisatie (-cultuur)

Om haar rol in de samenleving te kunnen blijven vervullen op basis van een heldere koers en duidelijke besluitvorming, zal de besturing van de Rechtspraak, binnen de bestaande wettelijke kaders, anders worden georganiseerd. Een effectieve organisatiecultuur draagt bij aan kwalitatief goede rechtspraak. Belangrijke elementen zijn eigenaarschap, reflectie, omgevingsbewustzijn, gemeenschappelijke werkwijzen en samenwerking. Binnen de informatievoorziening (IV) is de oriëntatie hierop vergevorderd en is inmiddels sprake van een IV-Governance. De inzichten uit de IV-governance worden meegenomen bij de inrichting van andere vormen van besturing. Daarnaast krijgt een nieuwe bestuurlijke aanpak binnen het strafrecht en op het gebied van innovatie vorm.

De dynamiek in de strafrechtketen vraagt vaak om snelle besluitvorming. De Rechtspraak vindt het belangrijk om als betrouwbare ketenpartner adequaat op die dynamiek in te spelen en om tijdig een standpunt in te nemen over actuele onderwerpen. Dat geeft partijen en de samenleving duidelijkheid. Ook is het van belang dat vertegenwoordigers van de Rechtspraak in de diverse overleggen in de strafrechtketen met elkaar een eenduidig standpunt innemen. In de nieuwe besturing moeten deze zaken hun plek krijgen. Daarnaast worden werkprocessen in de samenwerking met het OM aangescherpt.

De Rechtspraak beproeft op veel plaatsen binnen haar organisatie innovatieve werkwijzen. Door de oprichting van een Regiegroep innovatie, met daaronder het Platform voor Innovatieve Projecten (PIP), zorgt de Rechtspraak ervoor dat tussen de verschillende initiatieven voldoende samenhang bestaat en dat gerechten van elkaar weten wat er gebeurt en van elkaar kunnen leren. Initiatieven zullen zorgvuldig worden geëvalueerd en bij gebleken succes op grotere schaal een vervolg krijgen. De Regiegroep bestaat uit verschillende bestuurders binnen de Rechtspraak.

4. Verbetering van de informatievoorziening

In 2021 werkt de Rechtspraak verder aan digitale toegankelijkheid. Het doel is rechtzoekenden of hun procesvertegenwoordigers via een digitaal kanaal toegang te geven tot de Rechtspraak. Zaken kunnen dan digitaal worden ingediend, waarna alle berichten- en stukkenuitwisselingen met het gerecht digitaal verlopen. Het doel blijft om op termijn digitaal procederen verplicht te stellen voor professionele procespartijen, zoals beoogd met de digitaliseringswetgeving. Binnen het civiel recht en het bestuursrecht krijgt de digitale ontsluiting van zaakstromen vorm in een project. De eerste zaakstromen die worden opgepakt, zijn beslagrekesten en rijksbelastingzaken. De komende jaren wordt digitale ontsluiting stapsgewijs in alle overige zaakstromen van het civiel recht en het bestuursrecht gerealiseerd.

Ook wordt vanuit de informatievoorziening een bijdrage geleverd aan de verbetering van doorlooptijden.

Daarnaast komt er voor alle rechtsgebieden een generiek digitaal werkdossier beschikbaar, het Digitaal Werk Dossier (DWD). DWD gaat informatie ontsluiten uit digitale zaakdossiers, maar kan ook worden gebruikt voor gescande papieren dossiers. DWD maakt het mogelijk om dossiers digitaal te behandelen en bevordert optimale samenwerking.

De Rechtspraak beheert een aantal registers, zoals het Centraal Insolventieregister. De bevragingen van deze registers nemen fors toe. Naast een goede (technische) voorziening wordt gewerkt aan een verhoging van de kwaliteit van de data.

Ook zal de Rechtspraak investeren in substantiële verhoging van het aantal gepubliceerde uitspraken. In 2021 wordt gewerkt aan verbetering van de software die wordt gebruikt voor de anonimisering van gepubliceerde uitspraken.

5. Ondermijnende criminaliteit

Eind 2019 heeft het kabinet de contouren geschetst van het brede offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Over de inzet van beschikbare middelen wordt overlegd met alle betrokken partijen. Gezien de toegenomen dreiging voor mensen die zijn betrokken bij rechtszaken, wordt ook gesproken over financiering van maatregelen om de veiligheid van medewerkers en bezoekers van gerechtsgebouwen structureel te verhogen. Daarnaast is het kabinet overeengekomen om in Vlissingen een grote Extra Beveiligde Inrichting (EBI) te realiseren, in combinatie met een extra beveiligde zittingsruimte. Ook heeft het kabinet besloten om geld beschikbaar te stellen voor de vervanging van de Bunker in Amsterdam-Osdorp. Waar die vervangende ruimte moet komen is nog onbekend.

Overige doelstellingen

Naast de bovengenoemde beleidsdoelen zijn een aantal overige doelstellingen geformuleerd in de Uitvoeringsagenda 2020 ‒ 2022 die niet in een afzonderlijk programma worden vertaald: het versterken van de externe oriëntatie, het vergroten van de diversiteit en inclusie en het verlagen van de werkdruk. Deze overige doelstellingen worden behaald door voortzetting van bestaande activiteiten en programma’s, bij de uitvoering van personeelsbeleid of bij het formuleren van een nieuwe Visie op de rechtspraak.

De Rechtspraak vindt aansluiting bij de behoeften en problemen in de samenleving van groot belang. Externe Oriëntatie wordt onder meer in de praktijk gebracht onder de noemer Maatschappelijk effectieve rechtspraak (MER). Daarnaast wordt externe oriëntatie betrokken bij de ontwikkeling van een vernieuwde Visie op de rechtspraak en de Agenda van de Rechtspraak.

De Rechtspraak zet in op het ontwikkelen van diversiteit en inclusie, omdat de samenleving zich moet kunnen herkennen in de Rechtspraak. Meer diversiteit, in de meest brede zin van het woord, kan bijdragen aan het vertrouwen in en draagvlak voor de Rechtspraak. Bovendien wil de Rechtspraak een inclusieve organisatie zijn, waarin behalve rechtzoekenden ook (potentiële) werknemers zich herkennen. Daarnaast heeft de Rechtspraak als werkgever de maatschappelijke verantwoordelijkheid om het voor mensen met een arbeidsbeperking of een afstand tot de arbeidsmarkt gemakkelijker te maken om bij de Rechtspraak aan de slag te kunnen.

Het verlagen van de werkdruk draagt bij aan een kwalitatief goede rechtspraak. Van diverse initiatieven, zoals het programma Tijdige rechtspraak, wordt verwacht dat zij bijdragen aan het verlagen van de werkdruk. Werkdruk blijft echter een aspect van de arbeidsomstandigheden, die op de werkvloer aangepakt dient te worden door medewerkers en hun leidinggevende(n). De gerechten nemen zelf diverse maatregelen om de werkdruk te bestrijden, bijvoorbeeld door te zorgen voor een goede werkverdeling, een gezonde werkomgeving, versterking van de feedbackcultuur, professionele standaarden en reductie van ziekteverzuim.

6.2 Financiën op orde

Herstel adequate financiering

Voor het oplossen van het structurele tekort van de afgelopen jaren zijn de zaaksprijzen van de Rechtspraak herijkt. Daarnaast is er een extra bijdrage beschikbaar voor de autonome toename van bedrijfsvoeringskosten (huisvesting, schoonmaak, IT-dienstverlening) en IT-innovatie.

De zaaksprijzen zijn gewijzigd door toevoeging van geld voor initiatieven op het gebied van kwaliteitsverbetering en dit geld zal gericht worden ingezet op het behalen van de doelstellingen van de Rechtspraak. Zo is bijvoorbeeld geld toegewezen voor het verkorten van doorlooptijden door achterstanden weg te werken met de inzet van landelijke inloopkamers. Gerechten kunnen bepaalde zaken overdragen aan deze kamers.

Hogere werklastgevolgen als gevolg van nieuwe wetgeving en van nieuw beleid (versterking strafrechtketen) zijn ook verwerkt in de prijzen. Bij enkele recent in werking getreden wetten wordt op basis van monitoring gekeken naar de gevolgen en zal op basis van afspraken tussen de Raad en het ministerie van JenV zo nodig worden voorzien in de financiering daarvan. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Wet geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Daarnaast zijn efficiency-mogelijkheden verwerkt in de prijzen voor de periode 2020-2022.

De prijzen 2020-2022 komen aanzienlijk beter tegemoet aan de hogere kosten van de Rechtspraak dan de prijzen in de voorgaande periode. Daarbij is uiteraard geen rekening gehouden met de coronacrisis. Behalve gevolgen voor de aantallen afgehandelde zaken, zal deze crisis er naar verwachting ook toe leiden dat de Rechtspraak in 2021 met hogere kosten per zaak wordt geconfronteerd.

Ten slotte is in de periode 2020-2022 jaarlijks 1 miljoen euro beschikbaar voor pilots in het kader van de maatschappelijk effectieve rechtspraak.

Aanpassing bekostigingssysteem

Tot en met 2019 kwam ongeveer 95% van de bijdrage op basis van een methode van outputfinanciering tot stand. Met ingang van 2020 is dat nog ongeveer 60%. De overige 40% wordt lumpsum gefinancierd en is onder andere bedoeld voor lokale en landelijke overhead, huisvesting, ICT, megazaken in het straf- en civielrecht en bijzondere zaken die in één gerecht voorkomen.

De Rechtspraak is in 2020 gestart met onderzoek naar een andere rol van het tijdbestedingsonderzoek bij de bepaling van de zaakprijzen. Het streven is om de resultaten te betrekken bij de prijsbepaling voor 2023-2025. Het eerstvolgende tijdbestedingsonderzoek is in 2021; de resultaten zijn eind 2021 beschikbaar.

Tabel 74 Meerjarige begroting van baten en lasten (x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Baten

       

Bijdrage Ministerie van JenV

991.977

1.060.572

1.062.430

1.056.639

1.049.216

1.042.288

1.035.127

Overige bijdrage van Ministerie van JenV

21.260

21.298

21.298

21.298

21.298

21.298

21.298

Overige opbrengsten

10.154

10.154

10.154

10.154

10.154

10.154

10.154

Rentebaten

       

NCC

 

800

900

1000

1.000

1.000

1.000

Toevoeging uit egalisatierekening

       

Bijdrage meer/minder werk

‒ 8.139

      
        

Totaal baten

1.015.252

1.092.824

1.094.782

1.089.091

1.081.668

1.074.740

1.067.579

        

Lasten

       

Personele kosten

850.292

871.788

874.639

870.092

864.162

858.627

852.906

Materiële kosten

192.176

202.809

196.153

196.336

194.191

192.525

190.794

Afschrijvingskosten

19.098

19.943

19.336

18.149

18.891

19.171

19.474

Gerechtskosten

2.741

4.440

4.404

4.261

4.169

4.161

4.149

        

Totale lasten

1.064.307

1.098.980

1.094.532

1.088.838

1.081.413

1.074.483

1.067.322

        

Subtotaal opbrengsten minus bedrijfslasten

‒ 49.055

‒ 6.156

250

253

255

257

257

        

Rentelasten

232

244

250

253

255

257

257

        

Saldo van baten en lasten

‒ 49.287

‒ 6.400

0

0

0

0

0

Baten

Bijdrage Ministerie van Justitie en Veiligheid

De bijdrage bestaat uit een productiegerelateerde bijdrage, een bijdrage voor de vaste kosten, een bijdrage voor gerechtskosten en een bijdrage voor overige taken. Daarnaast bevat de bijdrage middelen voor taken die niet voortvloeien uit de Wet op de rechterlijke organisatie zoals tuchtrecht en de secretariaten van de commissies van toezicht voor het gevangeniswezen. Naast bovenstaande JenV-bijdrage die als bate is opgenomen, heeft in 2019 een storting in de exploitatiereserve plaatsgevonden door JenV vooruitlopend op het in 2019 ontstane negatieve vermogen bij de Rechtspraak.

Overige bijdragen van het ministerie van JenV en overige opbrengsten

Deze posten betreffen bijdragen van het Openbaar Ministerie voor IVO en SSR en bijdragen aan de Rechtspraak van andere departementen.

Netherlands Commercial Court (NCC)

De jaarlijkse lumpsumbijdrage aan de Rechtspraak voor de kosten in de aanloop- en opstartfase van de Netherlands Commercial Court (NCC) wordt als een vordering op het ministerie opgenomen. Het ministerie zal deze vordering betalen uit de toekomstige ontvangsten van de griffierechten van de NCC-zaken.

Bijdrage meer- en minderwerk

De bijdrage meer- en minderwerk (egalisatierekening van de Rechtspraak) betreft het saldo van meer- en minder- productie ten opzichte van de productie zoals wordt gefinancierd door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het meer- en minderwerk wordt afgerekend tegen 70% van de afgesproken productgroepprijzen.

Lasten

Personele kosten

Ten opzichte van 2019 zullen de personele kosten toenemen als gevolg van extra middelen uit het prijsakkoord 2020-2022 voor extra capaciteit als gevolg van nieuwe wetgeving en nieuw beleid, kwaliteitsinvesteringen en loonindexatie.

Materiële kosten

Door de Coronamaatregelen worden in 2020 hogere materiële kosten gemaakt.

Tabel 75 Afschrijvingstermijn materiële vaste activa

Materiële vaste activa

Afschrijvingstermijn

Hard- en software

3 jaar

Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachines

5 jaar

Audio- en visuele middelen en stoffering

8 jaar

Verbouwingen, installaties, bekabeling en meubilair lang

10 jaar

De afschrijvingskosten van de Rechtspraak zijn berekend door de totale afschrijvingskosten op de activa in een jaar te verminderen met de verwachte vrijval in dat jaar van de balanspost ‘’Vooruitontvangen bedragen OM’’. De post ‘’Vooruit ontvangen bedragen OM’’ betreft de eerder door het OM verstrekte bijdrage in de aanschaf van activa die gemeenschappelijk worden gebruikt door OM én ZM. Met deze bijdrage in de aanschaf heeft het OM destijds zijn deel van de afschrijvingskosten voldaan.

Rentekosten

Voor de financiering van materiële vaste activa sluit de Rechtspraak leningen af bij het ministerie van Financiën. Voor de berekening van deze kosten wordt rekening gehouden met de door Financiën afgegeven rentepercentages. Dit rentepercentage bedraagt gemiddeld 0,1%.

Gerechtskosten

Het gaat hier om de kosten die het gerecht in civiele- en bestuurszaken maakt gedurende of als gevolg van een aan de rechter voorgelegde zaak zoals advertentiekosten bij faillissementen, tolken en vertalers en deskundigen.

Bijdrage Ministerie van Justitie en Veiligheid

In de onderstaande tabel is de bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid gespecificeerd.

Tabel 76 bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

       

Productiegerelateerde bijdrage

589.041

589.008

588.208

582.877

582.457

575.308

Bijdrage vaste kosten

418.404

419.831

415.483

413.483

408.983

408.983

       

Bijdrage voor overige uitgaven

      

Bijzondere kamers rechtspraak

12.070

12.070

12.070

12.070

12.070

12.070

College van Beroep v/h bedrijfsleven

9.542

9.542

9.542

9.542

7.542

7.542

Megazaken

17.869

18.369

17.869

17.869

17.869

17.869

Gerechtskosten

4.440

4.404

4.261

4.169

4.161

4.149

       

Bijdrage Niet-BFR 2005 taken

      

Tuchtrecht

3.470

3.470

3.470

3.470

3.470

3.470

Cie. van toezicht

5.686

5.686

5.686

5.686

5.686

5.686

Overige

50

50

50

50

50

50

       

Bijdrage J&V begroting 2021

1.060.572

1.062.430

1.056.639

1.049.216

1.042.288

1.035.127

De productiegerelateerde bijdrage is het meest omvangrijke deel van de bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze bijdrage komt tot stand door de productieafspraken tussen Raad en minister te vermenigvuldigen met de afgesproken prijzen. Het aantal rechtszaken is op onderdelen gedaald ten opzichte van de prognoses uit de vorige begroting, de vreemdelingenprognose is gestegen. Voor het begrotingsjaar 2020 ligt de uit de JenV-begroting gefinancierde productieafspraak onder het niveau van de geraamde capaciteitsbehoeften volgens het huidige Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). In onderstaande tabel zijn de gefinancierde productieaantallen opgenomen.

Tabel 77 Productieaantallen (absolute aantallen)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Gerechtshoven

       

Handel

7.741

6.969

7.363

8.016

7.937

7.666

7.272

Familie

5.135

4.742

4.757

4.817

4.828

4.876

4.826

Straf

30.858

31.122

31.128

31.129

31.133

31.142

31.328

Belasting

3.717

4.844

4.048

4.310

4.355

4.430

4.428

        

Rechtbanken

       

Handel

71.921

67.571

67.653

67.580

67.672

68.213

66.975

Familie

185.449

180.875

181.224

183.078

183.579

185.424

183.703

Straf

167.328

175.651

177.582

176.955

176.015

175.777

175.629

Bestuur (excl. Vreemdelingenkamers)

35.212

33.325

32.618

33.426

33.614

34.212

34.137

Bestuur (Vreemdelingenkamers)

38.346

49.540

48.660

42.090

38.540

38.540

38.540

Kanton

959.317

945.788

953.717

951.230

931.225

916.631

883.875

Belasting

23.690

23.589

24.104

24.606

24.727

25.071

24.979

        

Bijzondere colleges

       

Centrale Raad van Beroep

6.913

5.670

4.479

4.178

4.213

4.250

4.244

        

Totaal

1.535.627

1.529.687

1.537.333

1.531.416

1.507.840

1.496.232

1.459.935

Eigen vermogen

In 2019 was het resultaat van de rechtspraak € 49,3 mln. negatief en is ten laste gebracht van het eigen vermogen. Op grond van het Besluit financiering rechtspraak (art. 18, lid 3) was aanvulling tot nulstand nodig. Vooruitlopend hierop is in 2019 door het ministerie van Justitie en Veiligheid gestort in de exploitatiereserve van de Rechtspraak. De verwachting is dat in 2020 de kosten van de Rechtspraak, als gevolg van de genomen coronamaatregelen, circa € 6,4 mln. hoger zullen zijn dan de nu geraamde opbrengsten. Daarnaast hebben de genomen maatregelen gevolgen voor het afdoen van zaken. Over de lagere opbrengst als gevolg van minderwerk zijn voor 2020 inmiddels afspraken gemaakt tussen Raad en minister ten aanzien van de hardheidsclausule, wat beoogt te voorkomen dat het vermogen eind 2020 negatief uitvalt.

.

Tabel 78 Ontwikkeling eigen vermogen (x € 1 mln.)
 

2019

2020

2021

2022

2023

Eigen vermogen per 1-1

0

0

   

Prognose resultaat

‒ 49.287

‒ 6.400

   

(prognose) gevolgen minderwerk coronamaatregelen

 

‒ 95.000

   

Eigen vermogen per 31-12

‒ 49.287

‒ 101.400

   

Toepassen hardheidsclausule minderwerk

 

95.000

   

Aanzuivering eigen vermogen (vordering)

49.287

6.400

   

Kasstroom

Tabel 79 Kasstroomoverzicht (* € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Rekening courant RHB 1 januari

29.884

70.458

62.841

60.417

56.456

53.037

49.798

        

Totaal operationele kasstroom

65.516

12.743

18.436

17.149

17.891

18.171

18.474

        

-/- totaal investeringen

‒ 23.628

‒ 34.600

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

386

      

Totaal investeringskasstroom

‒ 23.242

‒ 34.600

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

        

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

      

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 19.360

‒ 20.360

‒ 20.860

‒ 21.110

‒ 21.310

‒ 21.410

‒ 21.410

+/+ beroep op de leenfaciliteit

17.660

34.600

24.000

24.000

24.000

24.000

24.000

Totaal financieringskasstroom

‒ 1.700

14.240

3.140

2.890

2.690

2.590

2.590

        

Rekening courant RHB 31 december*1

70.458

62.841

60.417

56.456

53.037

49.798

46.862

1

incl. rekening-courantstand egalisatierekening 8.139

De operationele kasstroom bestaat uit het saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen, mutaties in eventuele voorzieningen en in mutaties in het netto werkkapitaal.

Investeringen

Tabel 80 Investeringen (x € 1.000)

Omschrijving

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Hard- en software

23.800

16.300

16.400

16.700

16.600

16.600

Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachines

8.360

6.360

6.200

5.800

5.800

5.800

Audio- en visuele middelen en stoffering

1.940

1.340

1.400

1.500

1.600

1.600

Verbouwingen, installaties en meubilair lang

500

0

0

0

0

0

Totaal

34.600

24.000

24.000

24.000

24.000

24.000

   

Investeringen verdeeld naar vervanging en uitbreiding

  

Vervanging

16.490

9.000

15.800

11.600

9.200

9.200

Uitbreiding

18.110

15.000

8.200

12.400

14.800

14.800

Om de kapitaalgoederenvoorraad op peil te kunnen houden is een vervangingsinvestering van € 17 mln. in 2020 nodig aflopend naar € 9 mln. in 2025. Daarnaast is rekening gehouden met de relatief beperkte, noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen.

Doorlooptijden

De Rechtspraak heeft in 2020 nieuwe (maximum)normen voor doorlooptijden ontwikkeld. De methodiek van normpercentages van maximumtermijn (… % van de zaken binnen … dagen) is verlaten. Er wordt nu voor het overgrote deel gewerkt met een maximumnorm voor het aantal dagen per zaakstroom. De nieuwe methodiek maakt interne sturing eenvoudiger en maakt duidelijker wat rechtzoekenden kunnen verwachten.

De geformuleerde normen zijn vanwege het perspectief van de rechtzoekende normen voor de totale doorlooptijd. Binnen deze totaalnormen is sprake van genormeerde deeltrajecten. Een deel van deze deeltrajecten ligt buiten de invloedssfeer van de Rechtspraak; de doorlooptijd daarvan wordt bepaald door anderen (procespartijen). In onderstaande tabel wordt uit oogpunt van leesbaarheid alleen de normen op totaalniveau weergegeven, dus inclusief de doorlooptijd van de andere partijen.

Streven is om de geformuleerde normen uiterlijk in 2023 te realiseren. Op dit moment is het nog niet mogelijk om streefwaarden specifiek voor 2021 te formuleren. De feitelijke situatie in 2020 wordt namelijk op dit moment nog in kaart gebracht; de informatiesystemen moeten hiervoor worden aangepast.

Verder zijn op dit moment voor de belangrijkste, maar nog niet voor alle soorten zaken normen geformuleerd. In de loop van 2021 zullen voor alle soorten zaken normen zijn opgesteld.

Tabel 81 Doorlooptijden

Bestuur

Standaard

Bestuur algemeen (1e aanleg) EK

140 dagen

Bestuur algemeen (1e aanleg) MK

154 dagen

Belasting (1e aanleg)

60% in 252 dagen

Belasting (1e aanleg)

90% in 294 dagen

CRvB (hoger beroep)

252 dagen

CBb (1e en enige aanleg en hoger beroep)

60% in 231 dagen

CBb (1e en enige aanleg en hoger beroep)

90% in 273 dagen

CBb (igv toezichthouder bestuursorgaan is)

365 dagen

Belasting (hoger beroep)

365 dagen

Asiel (AA, verkorte procedure)

28 dagen

Bewaring (1e beroep of vervolgberoep op zitting)

21 dagen

Bewaring (vervolgberoep zonder zitting)

14 dagen

Voorlopige voorzieningen

28 dagen

Kennelijke uitspraken en verzet (1e aanleg)

154 dagen

Kennelijke uitspraken en verzet (hoger beroep)

168 dagen

  

Familie- en jeugdrecht

Standaard

Reguliere verzoekschriftprocedures (rechtbanken)

210 dagen

Reguliere verzoekschriftprocedures (hoger beroep)

224 dagen

Jeugdbeschermingszaken: verzoeken 1e OTS

35 dagen

Jeugdbeschermingszaken: overige verzoeken OTSen machtiging uithuisplaating (met zitting)

42 dagen

Jeugdbeschermingszaken: overige verzoeken OTSen machtiging uithuisplaating (zonder zitting)

28 dagen

Jeugdbeschermingszaken (hoger beroep)

91 dagen

Geschillen ouderlijk gezag

70 dagen

Voorlopige voorzieningen

35 dagen

  

Handel/kanton

Standaard

Verzoekschriften (rechtbank kanton)

112 dagen

Verzoekschriften (rechtbank handel)

126 dagen

Verzoekschriften (hoger beroep)

161 dagen

Kort geding (1e aanleg)

35 dagen

Spoedappel (hoger beroep)

56 dagen

Dagvaarding zonder verweer (kanton 1e aanleg)

14 dagen

Dagvaarding zonder verweer (handel 1e aanleg)

42 dagen

Dagvaarding met verweer (kanton 1e aanleg)

140 dagen

Dagvaarding met verweer (handel 1e aanleg) EK

252 dagen

Dagvaarding met verweer (handel 1e aanleg) MK

280 dagen

Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) zonder zitting

238 dagen

Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) 1 zitting

329 dagen

Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) 2 zittingen

420 dagen

  

Strafrecht

Standaard

EK jeugd (rechtbanken)

42 dagen

MK jeugd (rechtbanken)

84 dagen

EK niet jeugd (rechtbanken)

105 dagen

MK niet jeugd (rechtbanken)

153 dagen

EK (hoger beroep)

133 dagen

MK (hoger beroep)

183 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (rechtbanken) jeugdzaken

28 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (rechtbanken) niet jeugd

42 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (hoger beroep) jeugdzaken

28 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (hoger beroep) niet jeugd

42 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 1e aanleg spoed

28 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 1e aanleg regulier

107 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 2e aanleg spoed

28 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 2e aanleg regulier

107 dagen

  

Toezicht

Standaard

Verzoekschriften CBM

42 dagen

Verzoekschriften faillissementen (eigen aangifte)

63 dagen

Verzoekschriften WSNP

91 dagen

CBM - boedelbeschrijving, zonder zitting

140 dagen

CBM - boedelbeschrijving, met zitting

182 dagen

CBM - periodieke rekening en verantwoording, zonder zitting

588 dagen

CBM - periodieke rekening en verantwoording, met zitting

609 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, zonder zitting,opheffing/ontslag uitvoerder

105 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, met zitting,opheffing/ontslag uitvoerder

126 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, zonder zitting,overlijden

168 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, met zitting,overlijden

189 dagen

CBM - machtigingsverzoek

14 dagen

Faillissementen - duur toezicht

nog verder uitwerken

Naast de hierboven benoemde procedures kunnen verschillende incidenten of (deel)procedures de reguliere procedure aanzienlijk verlengen. Deze zijn apart benoemd, maar worden voor de overzichtelijkheid buiten deze tabel gehouden.

Licence