Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Beleidsartikel 2 Research & development (R&D) en innovatie

Investeren in innovatie en R&D met oog op productiviteitsgroei.

Investeringen in R&D en innovatie vormen een belangrijke pijler onder productiviteitsgroei in ontwikkelde economieën als Nederland. De doelstelling om 2,5% van ons bbp te besteden aan R&D wordt al jaren niet gehaald. Hierbij spelen zowel private als publieke R&D-uitgaven een rol. Landen die voor ons de benchmark zijn, investeren beduidend meer. Bedrijven kiezen vooral plekken uit met een goede toegang tot onderscheidende kennisbronnen, getalenteerde onderzoekers en mogelijkheden voor samenwerking in onderzoek. Daar waar de maatschappelijke baten van investeringen in R&D en innovatie groter zijn dan de private baten, is er een reden voor de overheid om deze investeringen ook te stimuleren. Investeringen in R&D en innovatie leveren het meeste op wanneer de overheid, het bedrijfsleven en de wetenschap hierin samenwerken. Nederland is daar al sterk in. Dat blijkt uit de Nederlandse koppositie op het gebied van landbouw, voedselinnovatie en water. Het is zaak die kracht verder uit te bouwen, bestaande onderzoeks- en innovatie-ecosystemen te versterken en nieuwe veelbelovende ecosystemen op te bouwen. Dit sluit aan op de inzet van het kabinet, zoals aangekondigd in de groeistrategie, en de samenwerking tussen publieke en private partijen die is opgebouwd in het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid. Dit betekent dat tegelijkertijd wordt ingezet op onderzoek en ontwikkeling en onderzoeksinfrastructuren als op startups en scale-ups, regelgeving en menselijk kapitaal. Investeringen in de economie van de toekomst, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige intelligentie, robotica en duurzaamheidstechnologie, kunnen een sleutel zijn voor toekomstige innovatie. Ook fundamenteel onderzoek valt binnen deze pijler. Investeringsvoorstellen van alle wetenschapsdisciplines komen in principe in aanmerking, zolang deze voldoen aan het doel en de criteria van het fonds.

De rol en verantwoordelijkheid van de minister is beschreven in beleidsartikel 1 van het Nationaal Groeifonds en is ook van toepassing op beleidsartikel 2.

Dit betreft de eerste begroting van het Nationaal Groeifonds. De verdeling van de middelen over de projecten zal plaatsvinden op basis van het advies van de commissie en de uiteindelijke projectselectie. Eventuele budgettaire wijzigingen als gevolg daarvan zullen via een suppletoire wet worden verwerkt.

Tabel 3 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid beleidsartikel 2 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

0

0

1.331.833

1.331.433

1.331.433

1.331.433

1.331.433

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

0

0

1.331.833

1.331.433

1.331.433

1.331.433

1.331.433

        

Uitgaven

0

0

331.833

664.766

998.100

1.331.433

1.331.433

waarvan juridisch verplicht

  

0%

    
        

Subsidies (regelingen)

0

0

331.833

664.766

998.100

1.331.433

1.331.433

Research & development (R&D) en innovatie

0

0

331.833

664.766

998.100

1.331.433

1.331.433

        

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Het budget is niet juridisch verplicht. De eerste committeringen ten laste van het Nationaal Groeifonds zullen in 2021 plaatsvinden.

Meerjarenoverzicht R&D en Innovatie

Tabel 4 Meerjarenoverzicht R&D en Innovatie (x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Verplichtingen R&D en Innovatie

1.331.833

1.331.433

1.331.433

1.331.433

1.331.433

   

6.657.565

Uitgaven R&D en Innovatie

331.833

664.766

998.100

1.331.433

1.331.433

1.000.000

667.000

333.000

6.657.565

Subsidies

Research & development (R&D) en innovatie

De beschikbare middelen voor 2021 voor het Nationaal Groeifonds zijn in gelijke delen verdeeld over de drie beleidsartikelen van het fonds: 1) Kennisontwikkeling; 2) Research & Development (R&D) en innovatie; 3) Infrastructuur. Er bestaan echter geen schotten tussen deze drie beleidsartikelen. Afhankelijk van de uiteindelijke projectselectie kan de verdeling van de middelen over de beleidsartikelen anders uitvallen. In dat geval zal bij een (suppletoire) begroting een mutatie op de beleidsartikelen worden doorgevoerd.

Afhankelijk van de uiteindelijke projectselectie zullen op dit artikel de bijdragen aan projecten op het terrein van research & development (R&D) en innovatie worden verantwoord. Indien dit gebeurt via een bijdrage aan een departementale begroting zal dit worden verantwoord onder Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken. Indien de uitgaven rechtstreeks ten laste van het fonds worden gebracht zal dit in de categorie subsidie worden verantwoord.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

In deze categorie is nog geen budget geraamd. Zodra een definitief besluit is genomen over de te financieren projecten, zullen in deze categorie de bijdragen aan de departementale begrotingen ten behoeve van de geselecteerde projecten worden geraamd.

Licence