Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.12 Artikel 12 Rijksbijdragen

De overheid borgt voldoende dekking in sociale fondsen.

De financiering van de sociale fondsen loopt hoofdzakelijk via premie-inning. In een aantal gevallen acht de overheid premieheffing niet wenselijk, bijvoorbeeld om te voorkomen dat premiepercentages blijvend toenemen en daarmee een evenwichtige koopkrachtontwikkeling in de weg staan. In andere gevallen acht de overheid financiering van een regeling via de algemene middelen passender, maar wordt wel gekozen voor uitvoering via de sociale fondsen. De sociale fondsen worden in dat geval via rijksbijdragen voorzien van voldoende financiering.

De Minister financiert de sociale fondsen uit de rijksbegroting, al dan niet in aanvulling op premieheffing. Hij is in deze rol verantwoordelijk voor:

  • de vaststelling van de hoogte van de rijksbijdragen aan de desbetreffende sociale fondsen;

  • het betalen van de rijksbijdragen aan de sociale fondsen.

Per 2022 eindigt de rijksbijdrage aan de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze rijksbijdrage was ingesteld omdat werkgevers in het bijzonder onderwijs wel recht hadden op de compensatieregeling, terwijl ze daar niet aan meebetaalden omdat zij als overheidswerkgever geen premies betalen aan het Algemeen Werkloosheidsfonds. Als gevolg van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren kunnen inmiddels ook overheidswerkgevers gebruik maken van de compensatieregeling. De financiering van de compensatieregeling loopt sindsdien via de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Ook overheidswerkgevers betalen deze premie, waardoor de rijksbijdrage niet meer nodig is.

Tabel 102 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 12 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

20.184.827

23.166.151

22.837.601

23.067.420

23.515.402

24.455.463

25.455.914

        

Uitgaven

20.162.857

23.166.151

22.837.601

23.067.420

23.515.402

24.455.463

25.455.914

        

Bijdrage aan sociale fondsen

       

Kosten heffingskortingen AOW

2.029.300

2.337.200

2.392.300

2.454.400

2.524.600

2.590.800

2.659.000

Vermogenstekort Ouderdomsfonds

17.851.600

20.561.200

20.197.600

20.358.700

20.729.700

21.599.400

22.529.300

Tegemoetkoming arbeidsongeschikten

160.161

158.348

162.022

165.170

168.106

169.886

170.811

Zwangere zelfstandigen

81.235

87.433

85.679

89.150

92.996

95.377

96.803

Transitievergoeding

40.561

21.970

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

2.052

2.143

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

       

Algemeen

2.052

2.143

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

De uitgaven op artikel 12 Rijksbijdragen zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2022. Per financieel instrument wordt de budgetflexibiliteit onderstaand toegelicht.

Bijdrage aan sociale fondsen

De bijdragen aan sociale fondsen zijn 100% juridisch verplicht. De rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen AOW en het vermogenstekort Ouderdomsfonds zijn juridisch verplicht volgens de Wet financiering sociale verzekeringen. De rijksbijdrage tegemoetkoming arbeidsongeschikten is juridisch verplicht volgens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De rijksbijdrage zwangere zelfstandigen is juridisch verplicht volgens de Wet arbeid en zorg. Hoofdstuk 5.1, Sociale fondsen SZW, gaat nader in op de financiering van de sociale fondsen.

Bijdrage aan sociale fondsen

Rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen AOW

Deze rijksbijdrage compenseert de gewijzigde premieopbrengst die het gevolg is van de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001. De hoogte van deze rijksbijdrage wordt jaarlijks aangepast aan de geraamde kosten van de heffingskortingen en eventuele wijzigingen van de belasting- en premietarieven in de eerste schijf.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitgaven aan de BIKK AOW nemen in 2022 licht toe. Dat komt doordat de omvang van de heffingskortingen toeneemt. En dat komt voornamelijk doordat de hoogte van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting jaarlijks worden geindexeerd. De rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen stijgt dan mee.

Rijksbijdrage vermogenstekort Ouderdomsfonds

De uitgaven uit het Ouderdomsfonds worden grotendeels gedekt door de premie-inkomsten. De hoogte van de AOW-premie is echter wettelijk gemaximeerd om te voorkomen dat de groeiende AOW-uitgaven leiden tot een alsmaar stijgende AOW-premie en een onevenwichtige koopkrachtontwikkeling. Dit leidt tot een jaarlijks exploitatietekort in het Ouderdomsfonds. De rijksbijdrage Ouderdomsfonds is bedoeld om het exploitatietekort in het Ouderdomsfonds aan te vullen zodat dat fonds gemiddeld genomen een neutrale vermogenspositie heeft.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitgaven aan de rijksbijdrage vermogenstekort Ouderdomsfonds worden voor 2022 iets lager geraamd dan voor 2021. Dat komt voornamelijk doordat de rijksbijdrage in 2021 hoger is vastgesteld omdat het Ouderdomsfonds in 2020 een vermogenstekort had. Dat gerealiseerde tekort is in 2021 via de rijksbijdrage aangevuld, waardoor deze in 2021 dus hoger is. Daar staat tegenover dat voor 2022 de premie-opbrengsten iets lager worden geraamd dan voor 2021. Ook nemen de uitgaven vanuit het Ouderdomsfonds (de Aow-uitkeringen) door vergrijzing jaarlijks toe. Beide factoren zorgen voor een hogere rijksbijdrage.

Rijksbijdrage tegemoetkoming arbeidsongeschikten

De tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten is onderdeel van de WIA, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), de WAZ en WAO. De tegemoetkomingen voor de categorieën WAO, WAZ, IVA en WGA worden gefinancierd uit een rijksbijdrage die in het Toeslagenfonds wordt gestort. Daarnaast financiert deze rijksbijdrage de uitvoeringskosten van UWV aan de tegemoetkoming. De tegemoetkomingen voor arbeidsongeschikten worden verantwoord op de beleidsartikelen 3 en 4.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitgaven aan de AO-tegemoetkoming, en daarmee ook de rijksbijdrage, stijgen de komende jaren licht. Dat komt door de geraamde stijging van het aantal rechthebbenden in de onderliggende regelingen.

Rijksbijdrage zwangere zelfstandigen

De regeling Zelfstandig en Zwanger (ZEZ) voorziet in een uitkering aan zelfstandigen voorafgaand aan en volgend op de bevalling (zie ook beleidsartikel 6). Deze regeling wordt gefinancierd via een rijksbijdrage aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Ook de uitkeringen voor zwangere alfahulpen worden via deze rijksbijdrage gefinancierd. In deze rijksbijdrage zijn daarnaast de uitvoeringskosten van UWV opgenomen.

Budgettaire ontwikkelingen

De geraamde uitgaven aan de ZEZ zijn de komende jaren redelijk constant.

Rijksbijdrage transitievergoeding

De Wet transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid regelt vanaf 1 april 2020 compensatie voor werkgevers voor verstrekte transitievergoedingen aan werknemers van wie de dienstbetrekking is geëindigd na langdurige arbeidsongeschiktheid. De regeling kent terugwerkende kracht tot 1 juli 2015. De compensatieregeling wordt grotendeels gefinancierd via werkgeverspremies. Voor een klein deel is er een rijksbijdrage aan het Algemeen Werkloosheidsfonds.

Budgettaire ontwikkelingen

De rijksbijdrage transitievergoeding wordt per 2022 beëindigd. Deze rijksbijdrage is niet meer nodig omdat ook overheidswerkgevers tegenwoordig een beroep kunnen doen op de compensatieregeling. Daarom wordt de regeling niet meer gefinancierd via een iets hogere Awf-premie maar via een lichte verhoging van de Aof-premie. Ook overheidswerkgevers betalen de Aof-premie, waardoor de compensatieregeling nu volledig uit premies is gefinancierd, en een rijksbijdrage dus niet meer nodig is. Zie ook de toelichting bij het onderdeel beleidswijzigingen in dit artikel.

Licence