Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.1 Beleidsprioriteiten

Inleiding

Nederland bereikbaar, leefbaar en veilig houden: dat staat voorop bij het werk van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Daarom zorgt IenW voor een sterke en duurzame infrastructuur, boven en onder de grond. Bereikbaarheid en mobiliteit zijn van groot belang voor ons welzijn en onze welvaart: de huidige infrastructuur heeft ons de welzijn en welvaart gebracht waar we nu van genieten, en die we willen behouden en doorgeven aan komende generaties. Ook werkt IenW aan een gezonde leefomgeving met schone lucht, schone bodem, schone rivieren en een schone zee. En aan een klimaatneutraal, fossielvrij en circulair Nederland.

De oorlog in Oekraïne stelt uitdagingen aan veel aspecten van het werk van IenW. Mede door de oorlog in Oekraïne is de bescherming van onze vitale infrastructuur urgenter dan ooit. Daarnaast heeft de oorlog onze afhankelijkheid van schaarse grondstoffen nog eens extra benadrukt.

Ook de ambities op het gebied van woningbouw, stikstof en klimaat hebben directe invloed op het beleidsterrein van IenW.

De agenda voor de komende jaren is ambitieus en de genoemde uitdagingen zijn omvangrijk, complex en vragen soms om departement overstijgende oplossingen. We willen ervoor zorgen dat we de zaken op een goede manier beheren en doorgeven aan toekomstige generaties. Zodat Nederland optimaal bereikbaar is, schoner wordt en leefbaar blijft.

De beleidsagenda 2023 van IenW is een kernachtig overzicht van het voorgenomen beleid in 2023. In het beleidsprogramma van IenW dat afgelopen mei naar de Tweede Kamer is gestuurd, staat wat IenW aan het einde van deze kabinetsperiode bereikt wil hebben en welke stappen daarvoor nodig zijn. De beleidsagenda is net als het beleidsprogramma samengesteld aan de hand van de afspraken in het coalitieakkoord. De beleidsagenda 2023 is de eerste beleidsagenda waarin de prioriteiten uit het beleidsprogramma voor een individueel jaar worden geformuleerd. In deze beleidsagenda zijn afspraken uit het coalitieakkoord aangevuld met de hoofdlijnen van reeds voorgenomen beleid voor 2023.

In het vervolg van deze beleidsagenda is aan de hand van vier hoofdstukken terug te lezen wat de belangrijkste ambities zijn voor 2023. De eerste twee hoofstukken gaan over bereikbaarheid en veiligheid. Daarna volgt duurzaamheid en transities. Het laatste hoofdstuk gaat over het beheer, onderhoud en toekomstbestendig maken van onze infrastructuur.

Bereikbaarheid

Bereikbaarheid in heel Nederland

Vanuit het mobiliteitsfonds investeert IenW in de verbetering en uitbreiding van de infrastructuur voor openbaar vervoer, auto en vaarwegen. Dit gebeurt in samenhang met andere opgaven zoals de grote woningbouwopgave, energietransitie en klimaatadaptatie. Daarbij zijn veiligheid, oog voor nieuwe ontwikkelingen en duurzaamheid van belang. De stikstofproblematiek is voor alle opgaven in het fysieke domein een belangrijke beperkende factor. Ondanks de reeds ingezette daling van stikstofuitstoot heeft IenW deze kabinetsperiode schaarse stikstofruimte nodig om Nederland bereikbaar, leefbaar en veilig te houden.

Om de toekomstbestendigheid van onze bereikbaarheidsaanpak te borgen stelt IenW een Nationale Mobiliteitsvisie 2050 op. De scope beslaat het gehele spectrum van modaliteiten en beleidsinstrumenten. IenW weegt daarbij mee hoe bereikbaarheid de brede welvaart verhoogt en kijkt hierbij zowel naar het verdienvermogen van Nederland als een veilige en gezonde leefomgeving. Bij het opstellen van de Nationale Mobiliteitsvisie 2050 gaat IenW nadrukkelijk het gesprek aan met de gebruikers en omwonenden en partijen die hen bestuurlijk en maatschappelijk vertegenwoordigen. Eind 2022 komt IenW met een contourennota voor de Nationale Mobiliteitsvisie 2050 waarin aanpak, proces en planning beschreven staan.

Woningbouw en mobiliteit

Voor de ontsluiting van nieuwe woningen heeft het kabinet € 7,5 miljard vrijgemaakt. Deze middelen worden ingezet voor het ontsluiten van nieuwe woningen in de 17 grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties en daarbuiten. De verdeling van de middelen wordt bepaald in samenwerking met de ministeries van BZK, EZK en LNV en de medeoverheden. In 2022 zijn versnellingsafspraken gemaakt om de woningbouw op de korte termijn te stimuleren. Daarnaast is een afweegkader ontwikkeld voor de ontsluiting van de grootschalige woningbouwgebieden, waarmee tevens in het najaar van 2022 de eerste beslissingen kunnen worden genomen. Waar de versnellingsafspraken zich richten op de korte termijn, leveren de grootschalige locaties meer woningen op middellange en lange termijn. In 2023 werkt IenW verder aan de uitvoering van deze versnellingsafspraken.

In 2023 monitort IenW de voortgang van de afspraken die in 2022 gemaakt zijn en zal IenW de programmering van besteding van de middelen voor woningbouw en de ontsluiting daarvan verder uitwerken. Tot slot treft IenW in 2023 voorbereidingen voor de langere termijn opgaven, om ook na 2030 (nieuwe) woningen bereikbaar te houden.

Bereikbaar wonen en grote spoorprojecten

Vanwege de ambities voor wonen en klimaat, zijn in het coalitieakkoord onder andere afspraken gemaakt over de Lelylijn, de Noord/Zuidlijn en de Oude Lijn. Het voorbereidend onderzoek naar de mogelijkheden voor de aanleg van de Lelylijn (één van de NOVEX-gebieden) is een nieuw project op het gebied van OV en Spoor. IenW werkt in 2023 samen met de ministeries van BZK en EZK en met de regionale partners aan het verkrijgen van de benodigde beslisinformatie en het sluitend maken van de begroting. Conform het coalitieakkoord wordt daarbij ook aandacht geschonken aan woningbouw, economie en de internationale bereikbaarheid. Via een breed participatietraject worden alle omwonenden en de bredere regio meegenomen in (de voorbereiding van) de besluitvorming. In 2023 ligt de focus op het realiseren van de eerste (onderzoeks)resultaten, onder andere voor een onderbouwde kostenraming en mogelijkheden voor medefinanciering vanuit de regio en uit Europese fondsen. Bij het Coalitieakkoord zijn de bedragen die door het Nationaal Groeifonds zijn gereserveerd voor de Noord/Zuidlijn en de Oude lijn, overgedragen aan het Mobiliteitsfonds. Beide projecten zijn daarmee onderdeel geworden van de reguliere MIRT-cyclus. Nadat de gesprekken met de regio gevoerd zijn kunnen MIRT-verkenningen starten.

Toekomstbestendig Openbaar Vervoer en Spoor

Met het Toekomstbeeld OV is voor het openbaar vervoer door alle betrokken partijen een aantrekkelijk en uitdagend perspectief neergezet. IenW blijft ook in 2023 de kwaliteit en de capaciteit van knooppunten en stations verbeteren. Hierbij werkt IenW onder andere aan de stations van Ede-Wageningen, Amsterdam Lelylaan en Groningen. Op basis van de Stationsbelevingsmonitor bekijken we samen met ProRail, de NS en decentrale overheden welke aanvullende locaties aandacht verdienen. Daarnaast ontwikkelt IenW nieuwe ov-concepten, zoals Bus Rapid Transit.

Door toenemend gebruik van de bestaande infrastructuur en door nieuwe opgaven zoals de woonopgave, klimaatadaptatie, duurzaamheid en cyberveiligheid staat de spoorcapaciteit onder druk. IenW blijft zich daarom inzetten om het spoor veilig te houden.

Ook grensoverschrijdende treinverbindingen zijn essentieel om Nederland, en in het bijzonder de grensregio’s, duurzaam te verbinden met de economische centra en de onderwijsinstellingen om ons heen. Het kabinet zal in 2023 nadere onderzoeken starten voor ov-lijnen die grensregio’s met elkaar verbinden en naar de verbeterde aansluiting op hogesnelheidslijnknooppunten over de grens. Ook is vanuit het Nationaal Groeifonds een voorwaardelijke toekenning gedaan voor de realisatie van het project Rail Gent-Terneuzen. Na afronding van de lopende studie naar Rail Gent-Terneuzen zal in 2023 met België worden gesproken over de realisatie van het project.

Goederenvervoer

Met efficiënt en duurzaam goederenvervoer ondersteunt IenW de verdere ontwikkeling van Nederlandse economie. In 2023 zet IenW daarbij in op een verdere stimulering van de modal shift, waarbij containervracht voor een deel verplaatst wordt van de weg naar de binnenvaart en het spoor. In aanvulling op de bestaande regeling wordt gekeken naar mogelijkheden voor de ondersteuning van zeer grote modal shift-projecten die invloed hebben op het landelijke goederenvervoer. Op basis van besluitvorming in het BO MIRT van najaar 2022 wordt het corridorprogramma Zuid in 2023 nader ingevuld. Onderdeel hiervan zal ook de samenwerking met Vlaamse corridorpartijen zijn. Daarnaast worden er in 2023 stappen gezet in het onderzoek naar de mogelijkheden van een buisleidingverbinding met het Duitse Ruhrgebied.

Schiphol en Lelystad

In juni 2022 heeft het kabinet besloten over de toekomst van Schiphol. Bij het besluit is gekeken naar enerzijds het belang van Schiphol als internationale luchthaven met een sterk netwerk aan bestemmingen wereldwijd en anderzijds naar het belang van de omwonenden van Schiphol en een goede leefomgeving. In de afweging van de publieke belangen rondom Schiphol heeft het voorrang de geluidsoverlast aan te pakken en tegelijk de economische functie van Schiphol te behouden. Daarom is besloten dat anticiperend handhaven zal worden beëindigd. Dit betekent dat de handhavingspunten voor geluidsoverlast niet meer overschreden mogen worden. Er zal een bovengrens van 440.000 vliegtuigbewegingen per jaar worden vastgelegd. Deze bovengrens kan naar verwachting met ingang van november 2023 worden ingevoerd. De eventuele opening van Lelystad Airport als overloopluchthaven van Schiphol wordt in dit kader bezien. Besluitvorming hierover zal niet eerder dan medio 2024 plaatsvinden. 

Met dit besluit wordt duidelijkheid geboden aan omwonenden, gemeenten en provincies, het bedrijfsleven en de luchtvaarsector. Daarbij worden de publieke belangen (op het gebied van bereikbaarheid, geluid, milieu en klimaat) integraal bezien en gewogen. In 2023 zal worden gewerkt aan de stappen die moeten worden gezet om het nieuwe maximum vast te leggen. Dit betekent dat de inzet gericht zal worden op het doorlopen van de Balanced Appoach, een ministeriële regeling en een nieuw Luchthavenverkeerbesluit. Tevens zal worden gewerkt aan de verdere invulling van de programmatische aanpak geluid en aan de totstandkoming en uitvoering van een gebiedsagenda.

Regionale luchthavens en luchtruim

Voor de regionale luchthavens Rotterdam The Hague Airport, Maastricht Aachen Airport, Groningen Airport Eelde en Eindhoven Airport wordt in 2023 en 2024 het traject doorlopen om per luchthaven te komen tot een nieuw Luchthavenbesluit . Tegelijkertijd is IenW met alle luchthavens in gesprek om meer samen te werken op het gebied van duurzaamheid, innovatie en het terugdringen van hinder voor de omgeving.

In 2023 zullen de civiele Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en de militaire luchtverkeersleiding van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) integreren. De integratie van de beide organisaties biedt kansen en draagt maximaal bij aan een zo effectief mogelijk beheer en gebruik van het luchtruim, gegarandeerde dienstverlening voor civiel en militair vliegverkeer en aan borging van de grondwettelijke taken door Defensie.

Voor het internationale luchtruim zal de inzet in 2023 gericht zijn op de behandeling van de Single European Sky (SES) regelgeving. Daarnaast worden voorstellen van de Europese Commissie verwacht op verschillende technische gebieden van de SES, zoals communicatie, navigatie en toezicht. Voor 2023 is een werkplan opgesteld met dossiers voor General Aviation (GA). Prioriteiten daarbij zijn onder andere het Nederlands Veiligheidsprogramma, elektronische zichtbaarheid en duurzaamheid in GA.

Voor Caribisch Nederland werkt IenW in 2023 verder aan de veiligheid van de luchthavens.

Veiligheid

Verkeersveiligheid

Het Kabinet geeft prioriteit aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Daarom werkt IenW ook in 2023 samen met decentrale overheden en maatschappelijke partners aan de uitvoering van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV). In het Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2022-2025 zijn de maatregelen opgenomen die de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Justitie en Veiligheid de komende periode nemen voor de uitvoering van het SPV. Zo wordt de risico-gestuurde aanpak verkeersveiligheid doorontwikkeld en worden de eerste maatregelen getroffen om de verkeersveiligheid op Rijks-N-wegen te verbeteren. Hier is in het coalitieakkoord €200 miljoen voor vrijgemaakt.

In 2023 wordt eveneens verdere invulling gegeven aan de investeringsimpuls verkeersveiligheid. Gemeenten krijgen verdere ondersteuning bij het identificeren van locaties binnen de bebouwde kom waar de maximumsnelheid zinvol verlaagd kan worden naar 30 km/uur.

Tot slot wordt uitgewerkt hoe invulling kan worden gegeven aan de motie Geurts die de regering verzoekt de tussendoelstelling te hanteren om in 2030 een halvering van het aantal verkeersslachtoffers te bewerkstelligen.

Cybersecurity

Cyberaanvallen zijn één van de grootste bedreigingen voor de werking van vitale processen in Nederland. Door de oorlog in Oekraïne is cybersecurity nog urgenter geworden. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is de digitale dreiging van statelijke actoren nog zichtbaarder.

De minister van IenW is zowel politiek als systeemverantwoordelijk voor de cybersecurity van een aanzienlijk deel van de vitale sectoren in Nederland.

Momenteel wordt de cyberstrategie van IenW voor 2022-2026 vernieuwd. Deze strategie loopt synchroon met de herziening van de Nederlandse cybersecuritystrategie.

De belangrijkste beleidsprioriteit voor 2023 is om invulling te geven aan deze cyberstrategie. Ook wordt het toezicht op de vitale sectoren versterkt. De haalbaarheid van deze ambities is afhankelijk van de Europese richtlijn Network and Information Security Directive. Deze heeft onder andere betrekking op de wettelijke verplichtingen van de digitale beveiliging van essentiële en belangrijke entiteiten.

Veilig containertransport over zee

In 2019 verloor de MSC Zoë in slechte weersomstandigheden 342 containers ten noorden van de Waddeneilanden. Recente kleinere ongevallen met containerschepen die boven de Wadden containers verloren hebben bevestigd dat de veiligheid van het transport van containers over zee verbeterd moet worden. Hiertoe is vanaf 2019 een aantal acties in gang gezet, zoals informatieverstrekking door de kustwacht aan containerschepen in stormomstandigheden.

In 2023 werkt IenW verder aan een gezamenlijk voorstel van Duitsland, Denemarken en Nederland voor de aanpassing van de scheepvaartroutes. Hierbij worden in de beschrijving van de routes aparte adviezen voor containerschepen opgenomen. Ook werkt IenW in 2023 verder aan de verplichting van een elektronische inclinometer voor containerschepen; deze meet en registreert nauwkeurig de slingerhoek op containerschepen.

Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater

De Beleidstafel wateroverlast en hoogwater is opgericht om te leren van de overstromingen in Limburg in 2021 en om beter voorbereid te zijn op de gevolgen van extreme neerslag. Analyses laten zien dat de neerslag extreem was, maar dat deze hoeveelheden neerslag vaker kunnen voorkomen, ook in andere delen van Nederland. De beleidstafel constateert dat het nu en in de toekomst niet mogelijk zal zijn om schade als gevolg van extreme neerslag volledig te voorkomen. Wel kan Nederland zich zo goed mogelijk voorbereiden op klimaatverandering. Daarom adviseert de beleidstafel onder andere in te zetten op het vergroten van het bewustzijn van risico’s onder burgers, bedrijven en overheden, de voorspelling en monitoring van neerslag en afvoeren te verbeteren en te blijven doorwerken aan een robuust hoofd- en regionaal watersysteem. In het najaar van 2022 zal de Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater haar tweede advies geven over hoe Nederland in de toekomst beter voorbereid kan zijn op extreme neerslag. In 2023 zullen deze aanbevelingen verder worden uitgewerkt en waar mogelijk geïmplementeerd.

Integraal Riviermanagement

In 2023 worden beleidsbeslissingen genomen over de eventuele verruiming van de afvoer- en bergingscapaciteit van de Maas en Rijn. Hierbij worden ook keuzes gemaakt over de sedimenthuishouding en de bodemligging van beide rivieren. Deze beslissingen worden vastgelegd in een programma onder de Omgevingswet waarin onder andere een visie over klimaatrobuuste riviersystemen in 2050 zal worden opgenomen. Deze visie bevat de opgaven en ambities voor waterveiligheid, bevaarbaarheid, zoetwaterbeschikbaarheid en natuur, met een prioritering van gebieden met meerdere opgaven die als eerste opgepakt moeten worden. Ook bevat het programma de meest urgente systeemmaatregelen, een kennisagenda en een werkwijze voor een efficiënte samenwerkingen tussen Rijk en regio.

VN Waterconferentie 2023

IenW geeft in 2023 een internationale impuls aan de water gerelateerde doelen uit de Agenda 2030. Ook werkt IenW verder aan de klimaatadaptatiedoelen van Parijs. In 2023 zal IenW door middel van programma’s en partnerschappen binnen het klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UNFCCC) invulling geven aan de uitvoering van het Glasgow – Sharm el Sheikh werkprogramma ter bevordering van de mondiale klimaatadaptatie. Nederland organiseert samen met Tajikistan de VN Water conferentie 2023. In 2023 wordt tevens de internationale samenwerking op het gebied van delta’s en kustgebieden geïntensiveerd. Hierbij is het doel om een versnellingsimpuls te realiseren voor klimaatweerbare delta’s en kustgebieden in de wereld.

Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming

Door de afspraken in het Coalitieakkoord krijgt kernenergie in Nederland een impuls. Zo wordt ingezet op het langer openblijven van de kerncentrale in Borssele en zet dit kabinet stappen voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. Hiermee wordt kernenergie een aanvulling op zon, wind en geothermie. In 2023 zullen stappen worden gezet voor de aanpassing van de Kernenergiewet. Dit omvat o.a. het voorbereiden en opstarten van de benodigde procedures hiervoor, waaronder het opstellen (door EZK) en beoordelen (door IenW) van de milieueffectrapportage voor de wetswijziging. Ook wordt in 2023 het huidige stelsel van wet- en regelgeving doorgelicht om de veiligheid te borgen. Nieuwe initiatieven zullen aan strenge veiligheidseisen moeten voldoen.

Specifiek voor de opslag en eindberging van radioactief afval zal IenW in 2023 werken aan de verplichte actualisatie van het Nationaal programma radioactief afval. Verder wordt samen met het ministerie van EZK en andere betrokken departementen de kennisbasis in Nederland op het terrein van nucleaire technologie en stralingstoepassingen versterkt.

Omgevingsveiligheid

IenW werkt in 2023 verder aan de omgevingsveiligheid zodat activiteiten met gevaarlijke stoffen in de industrie of in het vervoer op een veilige manier kunnen plaatsvinden. IenW zal ook in 2023 nauw samen werken met medeoverheden om nieuwe ontwikkelingen van energieopwekking, energieopslag, en energiegebruik op een veilige manier te faciliteren.

Het bestaande aardgasnet wordt hergebruikt voor nieuwe energiestromen. Door regelgeving te veranderen kan waterstof binnenkort ook vervoerd worden door bestaande aardgasleidingen. Samen met de provincie Noord-Holland, de IJmondgemeenten en Tata Steel wordt hard gewerkt om de milieu- en gezondheidssituatie in de IJmond te verbeteren. Daarnaast worden er bindende maatwerkafspraken gemaakt met de 20 grootste industriële uitstoters van broeikasgassen.

VTH

Rijk, provincies, gemeenten en omgevingsdiensten werken samen met andere partners aan de versterking van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Dit doen zij in het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP). In het IBP wordt gewerkt aan de opvolging van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen1 en de Algemene Rekenkamer2. Centrale thema’s zijn: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering; 2. Bestuurs- en strafrechtelijke handhaving en vervolging; 3. Informatie-uitwisseling en datakwaliteit; 4. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt; 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving; 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht. Medio 2023 moet duidelijk zijn welke maatregelen partijen concreet gaan vastleggen in een bestuursakkoord. Het coalitieakkoord stelt structureel €18 miljoen beschikbaar voor de versterking van de omgevingsdiensten en een structureel bedrag oplopend naar €6 miljoen voor versterking van VTH bij de ILT. Na een stevige impuls in 2022 krijgen de onderdelen van het IBP vanaf 2023 een meer structurele financiering, waarbij de prioritering en verdeling van middelen zoveel mogelijk binnen het raamwerk van het IBP worden ingevuld.

Duurzaamheid en transities

Duurzame mobiliteit van personen en goederen

In 2023 zal verder worden gewerkt aan de afgesproken reductie van de CO2- en stikstofuitstoot van de mobiliteitssector. Daarnaast bepleit Nederland in Europees verband een zo ambitieus mogelijk reductiedoel voor de uitstoot van de CO2. Hierbij is het ook belangrijk om sterk in te zetten op de uitrol van laad- en tankinfrastructuur voor zero-emissie voertuigen. Ook maakt IenW met de bouwsector vervolgafspraken over Schoon en Emissieloos Bouwen.

In 2023 treedt de normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit in werking. Met deze regeling komt er een gezamenlijk CO2-plafond voor werkgevers met 100 werknemers of meer. Ongeveer 8.000 organisaties zullen vanaf 2023 jaarlijks rapporteren over hun werkgebonden personenmobiliteit. Ook wordt in 2023 uitvoering gegeven aan een aantal gedragsmaatregelen, waaronder stimulering van het gebruik van de fiets.

In 2023 maakt IenW afspraken met de NAL-regio’s (Nationale Agenda Laadinfra) over de aanleg van voldoende laadinfrastructuur en gaan we met de sector in gesprek om de invoering van emissievrije personenauto’s te versnellen. Hierbij stimuleert IenW ook de ontwikkeling van een tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s. In dit kader komt in 2023 een accu-check voor gebruikte elektrische auto’s beschikbaar. Voor waterstof wordt in 2023 een actieprogramma gestart dat onder meer waterstoftankstations stimuleert.

Betalen Naar Gebruik

Het kabinet wil vanaf 2030 een systeem van Betalen naar Gebruik invoeren. Doel is aanvullende CO2-reductie te realiseren en de grondslagerosie in de autobelastingen door emissievrije auto’s op te vangen. Zoals gemeld in de hoofdlijnenbrief treft het kabinet in deze kabinetsperiode de nodige voorbereidingen om Betalen naar Gebruik in te voeren in 2030. Een belangrijke eerste stap op weg naar de invoering is het uitwerken van openstaande beleidskeuzes. Dit betreft onder andere onderzoek naar de vormgeving van het vlakke kilometertarief en de beleidseffecten daarvan en onderzoek naar de wijze waarop het aantal gereden kilometers kan worden geregistreerd. Vervolgens zal dit in 2022 en 2023 in wetgeving worden uitgewerkt.

Vrachtwagenheffing

Voor de invoering van Vrachtwagenheffing is een wettelijke basis nodig. Wanneer het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer is aangenomen kan gestart worden met de realisatie van het heffingssysteem. In de afgelopen jaren is parallel aan het voorbereiden van het wetsvoorstel, gewerkt aan de voorbereidingen voor de uitvoering van de Vrachtwagenheffing. Op basis van een realisatieplan worden uitvoeringsopdrachten verleend aan de betrokken uitvoeringsorganisaties. In 2023 start een groot deel van de aanbestedingen van het heffingssysteem. Ook wordt een BIT toets (Bureau ICT-toetsing) uitgevoerd en het advies zal in 2023 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Voor het terugsluizen van de netto-opbrengsten voor verduurzaming en innovatie van de sector, wordt een meerjarenplan opgesteld. Op basis van de huidige inzichten zal de start van de Vrachtwagenheffing ongeveer vier jaar na afronding van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel plaatsvinden.

Duurzame luchtvaart

In 2023 worden de verduurzamingsvoorstellen uit de Luchtvaartnota in gang gezet. Dit betekent dat er per luchthaven een CO2-plafond wordt uitgewerkt. De Tweede Kamer ontvangt in het vierde kwartaal van 2022 een effectenstudie met daarbij een concreet voorstel voor het CO2-plafond. Het CO2-plafond zal terugkomen in de luchthavenbesluiten van 2023 en 2024.

Ook blijft de doelstelling staan om in 2030 14% duurzame brandstoffen bij te mengen. Nederland zal zich tijdens de Europese onderhandelingen over een bijmengverplichting inzetten op een zo hoog mogelijke bijmengverplichting. Ook zetten we ons in voor de mogelijkheid om nationaal een hogere bijmengverplichting in te kunnen voeren als dit wenselijk blijkt.

Nederland pleit in Brussel voor een Europese vliegticketbelasting. Wanneer er een Europese heffing wordt ingevoerd zal de nationale vliegticketbelasting tegen het licht worden gehouden.

Duurzame binnenvaart

Op 1 januari 2023 gaat voor de binnenvaart een bijmengverplichting van duurzame biobrandstoffen gelden. Met het oog op de voorziene evaluatie een jaar later, zullen vanaf 2023 de effecten van de bijmenging worden gemonitord.

Diverse voorstellen uit het Fit-For-55 pakket zijn relevant voor de verduurzaming van de binnenvaart, zoals de Energy Taxation Directive en de Renewable Energy Directive (RED 3). In 2023 en verder zal aan de verplichtingen voortvloeiend uit het fit-for-55 wetgevingspakket uitvoering worden gegeven.

Ook werkt Nederland in 2023 in internationaal verband mee aan een Europees breed labelsysteem voor de emissieprestaties van binnenvaartschepen en aan de totstandkoming van een Europees fonds voor de verduurzaming van de binnenvaart.

Tot slot wordt in 2023 verder gewerkt aan instrumentarium om de benodigde energietransitie voor de verduurzaming van de binnenvaart versneld in gang te zetten. Zo wordt met een bijdrage van 50 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds de batterij-elektrische binnenvaart verder uitgebreid.

Duurzame zeevaart

Diverse voorstellen in het Europese Fit-For-55 wetgevingspakket gaan over de verduurzaming van de Europese zeevaart. In 2023 komt er een normering van de maximale koolstofintensiteit in brandstoffen en wordt het systeem van de Europese emissiehandel in de zeevaart uitgebreid. Tegelijkertijd wordt er in de International Maritime Organization (IMO) gewerkt aan maatregelen om op mondiaal niveau energie efficiënter te werken, vervuiling adequaat te beprijzen en duurzame brandstoffen te stimuleren. Het pakket van kortetermijnmaatregelen, gericht op 2030, moet uiterlijk in 2023 in werking treden.

Nederland zet zich op mondiaal niveau in voor een klimaatneutrale zeevaart in 2050. Op nationaal niveau wordt in 2023 verder gewerkt om de energietransitie in de scheepvaart versneld in gang te zetten. Voor Nederland liggen er mogelijkheden om internationaal tot de koplopers te behoren. Vooral de positie van de Nederlandse zeehavens, als draaischijf voor de productie en levering van duurzame brandstoffen, biedt mogelijkheden.

Het Nationaal Milieuprogramma

In Nederland zijn de afgelopen decennia substantiële stappen gezet in het milieubeleid. Tegelijkertijd worden we nog altijd geconfronteerd met hardnekkige milieuproblemen en dienen nieuwe vraagstukken zich aan, zoals het vraagstuk rond PFAS. Daarom is IenW gestart met de opzet van het Nationaal Milieuprogramma (NMP), als uitwerking van het Nationaal Milieubeleidskader (NMK). Het NMP beschrijft concrete doelen voor een gezonde, schone en veilige leefomgeving. Deze doelen worden gesteld voor 2030 en 2050, inclusief een concreet pad hoe IenW deze doelen wil bereiken. Het NMP zal zich continu richten op het creëren van een gezonde, schone en veilig leefomgeving. Het schrijfproces van het NMP zal begin 2023 worden afgerond, waarna er medio 2023 een ontwerp NMP naar buiten worden gebracht. Naar verwachting wordt het NMP eind 2023 definitief vastgesteld.

Circulaire Economie

De ambitie van het kabinet is dat Nederland in 2050 volledig circulair is. De transitie naar een circulaire economie (CE) draagt bij aan vier maatschappelijke opgaven: klimaatverandering, vervuiling, biodiversiteitsverlies en leveringsrisico’s van grondstoffen. In 2023 draagt het kabinet via de uitvoering van het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE), bij aan het behalen van het in het coalitieakkoord genoemde klimaatdoel voor CE.

In 2023 werkt IenW aan de uitwerking van de maatregelen die voor CE in het coalitieakkoord staan. De subsidieregeling voor Circulaire Ketenprojecten wordt uitgebreid naar grotere ketendoorbraakprojecten. Daarnaast wordt in 2023 gestart met een MKB-stimuleringsprogramma voor de ontwikkeling en opschaling van recycling. Samen met BZK werkt IenW aan een verplicht percentage recyclaat in bouwmaterialen. Via aanbestedende rijksdiensten wordt zo een bepaald percentage recyclaat of hergebruik voorgeschreven bij de inkoop van bouwmaterialen. Mede op basis van de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) zal besloten worden welke circulaire beleidsmaatregelen in ieder geval zullen worden ingevoerd. Begin 2023 komt de Integrale Circulaire Economie Rapportage van PBL uit waarin de stand van de transitie wordt weergegeven.

Europees spitst de inzet voor CE zich toe op de voorstellen die volgen uit het EU-actieplan CE. De focus ligt hierbij op het verplichten van het gebruik van recyclaat, het verbeteren van de repareerbaarheid en het verlengen van de levensduur van producten. Daarnaast ligt de focus op prioritaire productgroepen als textiel, elektronica, batterijen, verpakkingen, auto’s en kunststof.

Verpakkingen en plastic

Op 31 december 2022 wordt de statiegeldverplichting voor blikjes ingevoerd. Het doel van de maatregel is om de circa 2 miljard blikjes die jaarlijks over de toonbank gaan, in te zamelen en te recyclen, in plaats van dat een deel daarvan in ons milieu belandt. Daarnaast gaat begin 2023 de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor een aantal wegwerpplastics van kracht. Ook wordt het gratis verstrekken van een aantal plastic wegwerpproducten verboden en moeten ondernemers herbruikbare alternatieven aanbieden.

Marktprikkels

Het Nationaal plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) stimuleert alle overheden om hun inkoopkracht in te zetten voor het versnellen van de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie. In 2023 worden investeringen in milieuvriendelijke technieken via de Milieulijst voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) bevorderd. Daarnaast werkt IenW samen met financiële instellingen om de financierbaarheid van circulaire business cases te bevorderen.

Biotechnologie

Biotechnologische innovaties bieden kansen voor een betere gezondheid(zorg), voedselzekerheid en voedselkwaliteit. Ook kunnen deze biotechnologische innovaties helpen om onze economie circulair te maken en de energietransitie te versnellen. Toekomstbestendig biotechnologiebeleid, dat meegroeit met de snelle biotechnologische ontwikkelingen, kan de komende jaren ook bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. In 2023 gaat specifieke aandacht uit naar de aangekondigde herziening van het Europese beleid voor Genetisch gemodificeerde organismen (GGO) en regelgeving voor planten die zijn verkregen met bepaalde nieuwe genomische technieken. Genetisch gemodificeerde organismen zijn organismen die zijn veranderd door een stukje erfelijk materiaal aan te passen. Op die manier kunnen planten, schimmels, bacteriën of dieren bijvoorbeeld immuun worden voor een bepaalde ziekte. Er wordt ingezet op aanpassing van de GGO-regelgeving ten behoeve van effectieve toepassing van nieuwe plantverdelingstechnieken in de land- en tuinbouw, mits veilig voor mens en milieu.

Chemische Stoffen, waaronder de Zeer Zorgwekkende Stoffen

Internationaal is vastgesteld dat naast klimaatverandering en biodiversiteit de vervuiling door chemische stoffen inmiddels de ‘planetaire grens’ heeft overschreden. De Europese Green Deal is voor Nederland uitgangspunt in de aanpak van die chemische stoffen. Nederland zet zich hierbij samen met andere lidstaten in op een Europees verbod voor Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS). Dit resulteert naar verwachting begin 2023 in een formeel voorstel voor een EU-brede restrictie van PFAS.

Het terugdringen van de risico’s van chemische stoffen, met name de Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), vraagt om een meer samenhangende en integrale aanpak. Hiertoe is vanaf 2023 een Impulsprogramma Chemische Stoffen voorzien, waarin prioriteiten vanuit de evaluatie ZZS-emissiebeleid van 2022 worden geadresseerd.

Luchtkwaliteit

Het Schone Lucht Akkoord heeft als doel om in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst te realiseren. Daarom werkt het kabinet samen met medeoverheden aan maatregelen om luchtkwaliteit te verbeteren. Zo komen er in 2023 pilots voor een aanvullende aanpak van de hoogst blootgestelde gebieden.

Onder de Omgevingswet blijft de luchtkwaliteit in Nederland gemonitord worden. De monitoring zal gebruikt worden om te meten of Nederland aan de EU-grenswaarden voor concentraties vervuilende stoffen in de lucht voldoet. In 2023 worden de Europese Richtlijn Industriële Emissies en de Europese Luchtkwaliteitsrichtlijnen herzien. Naar alle waarschijnlijkheid zal de herziening leiden tot strengere emissie-eisen en scherpere EU-grenswaarden.

Op basis van het advies van de Taskforce Versnelling Innovatieproces Stalsystemen wordt bezien wat de effecten zijn van de maatregelen die veehouderijbedrijven zelf nemen om de emissies van ammoniak, geur en fijnstof te reduceren («van middel naar doel»). In 2023 zet IenW in op een aanpak waarbij op een andere manier van geur gemeten wordt.

Stikstofdepositie

De sleutel voor het oplossen van het stikstofprobleem ligt bij het verbeteren van de basisvoorwaarden die nodig zijn voor de natuur. De stikstofdepositie moet omlaag en de water- en bodemcondities moeten verbeteren. In het coalitieakkoord staat dat iedere sector een evenredige bijdragen moet leveren aan de stikstofreductie, om zo de stikstofgevoelige natuur in Nederland te behouden. Door emissies te reduceren binnen mobiliteit en de bouw, en door maatregelen te nemen op het gebied van de waterkwaliteit werkt IenW bij aan de internationale verplichting uit de Habitatrichtlijn om instandhoudings- en passende maatregelen te nemen.

Vanuit de interbestuurlijke stikstofaanpak draagt IenW bij aan het instrumentarium om toestemming te verlenen aan activiteiten van groot maatschappelijk belang. IenW zal de komende jaren rondetafelgesprekken organiseren met kennisinstellingen, stakeholders en maatschappelijke organisaties, om zo de denkkracht te bundelen en te onderzoeken welke aanvullende stappen gezet zouden kunnen worden om Nederland, binnen de grenzen die het natuur- en stikstofbeleid stellen, bereikbaar te houden. Bereikbaarheids- en verduurzamingsprojecten kunnen de komende jaren alleen uitgevoerd worden als hiervoor stikstofruimte beschikbaar is.

Geluid

De nieuwe geluidregels van de Omgevingswet treden in 2023 in werking. Met de koepels zijn afspraken gemaakt over de monitoring van de effecten van de nieuwe geluidsregels. De voorbereiding op het werken met de Omgevingswet levert praktijksignalen op. Deze signalen worden meegenomen bij het invullen van de monitoringsafspraken. In 2023 werkt IenW beleidskeuzes die voortvloeien uit het eerder ontvangen geluidsadvies van de WHO, dat inzet op strenge gezondheidskundige advieswaarden, verder uit. Mocht er naar aanleiding van de praktijksignalen verbetermogelijkheden in het stelsel naar boven komen, dan worden deze bezien in samenhang met het eerdergenoemde WHO-traject.

Water en bodem sturend bij ruimtelijke planvorming

In het coalitieakkoord is afgesproken dat water en bodem sturend worden bij ruimtelijke planvorming. Grote delen van het landelijk gebied hebben te maken met problemen van bodemkwaliteit. Door verkeerd bodemgebruik wordt de natuurlijke functie van de bodem aangetast (verdroging, overbemesting, verontreiniging). Hierdoor verliest de bodem belangrijke functies voor onder andere landbouw en natuur. Daarnaast daalt de bodem door inklinking van veen. Urgent is de opgave om te zorgen voor de beschikbaarheid van voldoende en schone bronnen voor de bereiding van drinkwater.

Het bodem- en watersysteem is niet in staat om zonder ingrijpen de impact van klimaatverandering op te vangen. Niet alles kan overal, er moeten ruimtelijke keuzes gemaakt worden en er is meer ruimte nodig voor het water. Daar waar adaptatie niet afdoende blijkt, is transformatie nodig. IenW concretiseert met medeoverheden de doelen en randvoorwaarden hoe rekening te houden met het water- en bodemsysteem in het ruimtelijk domein, ook om desinvesteringen te voorkomen. Dit gebeurt in verbinding met de aanscherping van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en programma NOVEX, het Nationaal Programma Landelijk Gebied en het Woningbouwprogramma. In 2023 worden bestuurlijke afspraken gemaakt en benodigd (juridisch) instrumentarium uitgewerkt.

Klimaatadaptatie

Het veranderende klimaat maakt ons kwetsbaarder en vraagt om snel werk te maken van een klimaatrobuuste ruimtelijke inrichting van Nederland. Water beter vasthouden is zowel voor droogte als wateroverlast een belangrijke opgave. Met het Deltaprogramma Zoetwater maken we Nederland in 2050 weerbaar tegen droogte en watertekorten. Tussen 2022 en 2027 wordt door Rijk en regio een ambitieus maatregelenpakket uitgevoerd ter grootte van €800 miljoen, waarvan € 250 miljoen uit het Deltafonds. Meer dan de helft van de investeringen is voorzien op de Hoge Zandgronden, om daar het water beter vast te houden. De programma’s voor de zoetwaterregio’s Oost en Zuid-Nederland zijn in 2022 van start gegaan en lopen door in 2023 en verder. Dat geldt ook voor de overige maatregelen die zijn gericht op het effectiever en doelmatiger verdelen van het beschikbare water, het gebruik van alternatieve bronnen en de (klimaat)robuustere inrichting en beheer van het watersysteem.

Waterkwaliteit en Kaderrichtlijn water

Het doel van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is om een goede chemische en ecologische toestand van het water te bereiken. Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten hebben hiervoor een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De maatregelen die nodig zijn om doelen te halen, dienen uiterlijk in 2027 te zijn uitgevoerd. De Stroomgebiedbeheerplannen (SGBP’s) 2022-2027 bevatten maatregelen van rijk en regio om de waterkwaliteit te verbeteren, waaronder het voor vissen mogelijk maken om dammen en stuwen te passeren, aanpassing van rioolwaterzuiveringsinstallaties en de sanering van verontreinigde bagger, landbodems en grondwater. Met het regeerakkoord heeft het kabinet extra middelen (€ 811 miljoen) vrijgemaakt in het Transitiefonds.

De uitvoering van de SGBP’s is volop in gang in 2023 en vraagt stevige inzet van Rijkswaterstaat en andere waterbeheerders. Ook wordt in 2023 gestart met de tussenevaluatie van de KRW, informatieverzameling en eerste doorrekeningen, die in 2024 wordt afgerond.

Digitalisering

Het doel van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is om een goede chemische en ecologische toestand van het water te bereiken. Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten hebben hiervoor een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De maatregelen die nodig zijn om doelen te halen, dienen uiterlijk in 2027 te zijn uitgevoerd. De Stroomgebiedbeheerplannen (SGBP’s) 2022-2027 bevatten maatregelen van rijk en regio om de waterkwaliteit te verbeteren, waaronder het voor vissen mogelijk maken om dammen en stuwen te passeren, aanpassing van rioolwaterzuiveringsinstallaties en de sanering van verontreinigde bagger, landbodems en grondwater. Met het regeerakkoord heeft het kabinet extra middelen (€811 miljoen) vrijgemaakt in het Transitiefonds.

De uitvoering van de SGBP’s is volop in gang in 2023 en vraagt stevige inzet van Rijkswaterstaat en andere waterbeheerders. Ook wordt in 2023 gestart met de tussenevaluatie van de KRW, informatieverzameling en eerste doorrekeningen, die in 2024 wordt afgerond.

Beheer, onderhoud en toekomstbestendig maken van onze infrastructuur

Instandhouding

Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw is een groot deel van de infrastructuur aangelegd. Deze infrastructuur raakt op leeftijd en wordt steeds intensiever en zwaarder gebruik. Daarnaast stellen ontwikkelingen op het gebied van klimaat, duurzaamheid en cyberveiligheid nieuwe eisen aan onze infrastructuur. In de afgelopen perioden heeft de instandhouding achterstanden opgelopen. Om het benodigde kwaliteitsniveau voor een bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland vast te houden zijn extra inspanningen nodig. Met het regeerakkoord heeft het kabinet extra middelen vrijgemaakt voor de instandhouding van de Nederlandse infrastructuur. Voor de jaren 2022 tot en met 2025 zijn deze middelen aan de begroting van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds toegevoegd. Zo is er tot en met 2025 voor € 2,45 miljard aan het Mobiliteitsfonds en € 360 miljoen aan het Deltafonds toegevoegd.

Hinderaanpak

Onder andere door de grote instandhoudingsopgave zal de komende jaren een groot aantal werkzaamheden aan de infrastructuur nodig zijn. Rijk en regio hebben in de afgelopen bestuurlijke overleggen MIRT het gezamenlijk belang benadrukt om de hinder bij grootschalige werkzaamheden te beperken. Ook is afgesproken om de hinderaanpak te benutten als katalysator voor de lange termijnambities voor mobiliteit. Dat wil zeggen dat maatregelen naast beperking van de hinder ook bijdragen aan duurzaamheid en leiden tot structurele bereikbaarheidseffecten.

Voor de organisatie en uitvoering van de slim reizen maatregelen wordt mogelijk aangesloten bij de uitvoeringsprogramma’s van de regionale samenwerkingsorganisaties (zoals Zuid-Holland Bereikbaar, SmartwayZ.NL, Groningen Bereikbaar). De komende periode wordt benut om met alle MIRT regio’s in gesprek te gaan over verdere invulling aan deze afspraken.

Overig

Noordzee

In 2023 werkt IenW aan de implementatie van het Programma Noordzee 2022-2027. Dit programma verkent onder andere het nut en noodzaak van energiehubs op de Noordzee. Ook wordt uitwerking gegeven aan de Partiële Herziening van het Programma Noordzee 2022-2027. Dit moet leiden tot het aanwijzen van extra windenergiegebieden voor de periode na 2030 in lijn met de ambitie van het kabinet voor verdere verduurzaming van de energieproductie. Samen met de andere OSPAR-verdragspartijen zal Nederland in 2023 ook het Quality Status Report opleveren over de ecologische toestand van het noordoostelijk deel van de Noordzee.

Wadden

In 2023 zal invulling gegeven worden aan de toekomstvisie voor het Waddengebied: ‘Een veilig, vitaal en veerkrachtig Waddengebied in 2050’. De Beheerautoriteit Waddenzee geeft invulling aan een integraal beheerplan voor de Waddenzee.

1

Kamerstuk 22 343/28 663, nr. 295

2

Kamerstukken 22 343, nrs. 294 en 297

Licence